Help Print this page 

Document 32012R0328

Title and reference
Verordening (EU) nr. 328/2012 van de Commissie van 17 april 2012 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 62/2006 betreffende de technische specificaties voor interoperabiliteit inzake het subsysteem „Telematicatoepassingen voor goederenvervoer” van het conventionele trans-Europese spoorwegsysteem Voor de EER relevante tekst
  • No longer in force
OJ L 106, 18.4.2012, p. 14–19 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 13 Volume 060 P. 143 - 148

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2012/328/oj
Multilingual display
Text

18.4.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 106/14


VERORDENING (EU) Nr. 328/2012 VAN DE COMMISSIE

van 17 april 2012

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 62/2006 betreffende de technische specificaties voor interoperabiliteit inzake het subsysteem „Telematicatoepassingen voor goederenvervoer” van het conventionele trans-Europese spoorwegsysteem

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Gemeenschap (1), en met name artikel 6, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Commissie heeft op 12 mei 2011 aanbeveling nr. ERA/REC/06-2011/INT van het Europees Spoorwegbureau ontvangen.

(2)

In elke technische specificatie voor interoperabiliteit (TSI) moet een uitvoeringsstrategie worden opgenomen voor de tenuitvoerlegging van die TSI en moet worden gespecificeerd via welke stappen de bestaande situatie geleidelijk overgaat in de uiteindelijke situatie waarin in alle gevallen aan de TSI wordt voldaan. De strategie voor de invoering van de TSI inzake telematicatoepassingen voor goederenvervoersdiensten (TAF) moet niet alleen gericht zijn op de conformiteit van de subsystemen met de TSI maar ook de gecoördineerde tenuitvoerlegging van de TSI waarborgen.

(3)

Verordening (EG) nr. 62/2006 van de Commissie van 23 december 2005 betreffende de technische specificaties voor interoperabiliteit inzake het subsysteem telematicatoepassingen voor goederenvervoer van het conventionele trans-Europese spoorwegsysteem (2) moet, waar nodig, worden afgestemd op hoofdstuk 7 van Verordening (EU) nr. 454/2011 van de Commissie van 5 mei 2011 betreffende de technische specificatie inzake interoperabiliteit van het subsysteem telematicatoepassingen ten dienste van passagiers van het trans-Europees spoorwegsysteem (3).

(4)

Overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EG) nr. 62/2006 hebben de op Europees niveau optredende representatieve instanties van de spoorwegsector een strategisch Europees implementatieplan (SEDP) voor de invoering van telematicatoepassingen voor het goederenvervoer ingediend bij de Commissie. Met die werkzaamheden moet rekening worden gehouden bij de aanpassing van bijlage A bij de bijlage. Bijlage A bevat de lijst van de gedetailleerde specificaties die de basis vormen voor de ontwikkeling van het TAF-systeem. Voor deze documenten moet een veranderingsbeheerproces worden ingesteld. Via dat proces dient het Bureau deze documenten bij te werken teneinde te verduidelijken welke als baseline geldt voor de implementatie.

(5)

De in 2007 ingediende individuele planningen van het SEDP zijn achterhaald. Spoorwegondernemingen, infrastructuurbeheerders en houders van goederenwagons dienen de Commissie derhalve via de stuurgroep in kennis te stellen van hun gedetailleerde planning, met vermelding van de stappen op korte termijn, de resultaten en de data waarop de verschillende TSI TAF-functies worden ingevoerd. Elke afwijking van de termijnen van het SEDP moet omstandig worden gemotiveerd, met opgave van corrigerende maatregelen om verdere vertraging te beperken. Bij deze werkzaamheden moet worden aangenomen dat de overeenkomstig punt 7.2.2 van de bijlage verwerkte veranderingsverzoeken zijn gevalideerd.

(6)

Alle adressaten van deze verordening, met name kleine goederenexploitanten die geen lid zijn van de representatieve instanties van de Europese spoorwegsector, moeten op hun verplichtingen worden gewezen.

(7)

Verordening (EG) nr. 62/2006 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het overeenkomstig artikel 29, lid 1, van Richtlijn 2008/57/EG ingestelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De volgende artikelen 4 bis, 4 ter en 4 quater worden ingevoegd in Verordening (EG) nr. 62/2006.

„Artikel 4 bis

1.   Spoorwegondernemingen, infrastructuurbeheerders en houders van goederenwagons ontwikkelen en introduceren een computersysteem overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 7 van de bijlage bij deze verordening en met name overeenkomstig de specificaties van de functionele eisen en het in punt 7.1.2 bedoelde masterplan.

2.   Spoorwegondernemingen, infrastructuurbeheerders en houders van goederenwagons bezorgen de Commissie via de in punt 7.1.4 van de bijlage bedoelde stuurgroep uiterlijk op 13 mei 2012 het in punt 7.1.2 bedoelde masterplan dat is opgesteld op basis van hun gedetailleerde planning met vermelding van de tussenstappen, resultaten en data voor de invoering van de verschillende TSI TAF-functies.

3.   Overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 7 van de bijlage bij deze verordening brengen zij via de in punt 7.1.4 van de bijlage bedoelde stuurgroep aan de Commissie verslag uit over de voortgang van hun werkzaamheden.

Artikel 4 ter

1.   Het Bureau publiceert het in punt 7.1.2 bedoelde masterplan en houdt dit up-to-date.

2.   Het Bureau werkt de in bijlage A bedoelde documenten bij op basis van de veranderingsverzoeken die voor 13 mei 2012 zijn gevalideerd overeenkomstig het in punt 7.2.2 beschreven veranderingsbeheerproces. Het Bureau formuleert tegen 13 oktober 2012 een aanbeveling aan de Commissie over de bijgewerkte bijlage A, die als baseline geldt voor de implementatie.

3.   Het Bureau evalueert de invoering van de TAF teneinde te bepalen of de beoogde doelstellingen en termijnen zijn gehaald.

Artikel 4 quater

De lidstaten stellen alle op hun grondgebied gevestigde spoorwegondernemingen, infrastructuurbeheerders en houders van goederenwagons in kennis van deze verordening en belasten een nationaal contactpunt met de follow-up van de tenuitvoerlegging daarvan.”.

Artikel 2

De bijlage bij Verordening (EG) nr. 62/2006 wordt als volgt gewijzigd:

1)

De punten 7.1, 7.2 en 7.3 worden vervangen door de tekst in bijlage I bij deze verordening.

2)

Bijlage A wordt vervangen door de tekst in bijlage II bij deze verordening.

3)

In deel 2.3.1 wordt in de alinea die begint met „Sommige dienstverleners…” de tekst „(zie tevens bijlage A, tabblad 6)” geschrapt.

4)

In de punten 4.2, 4.2.3.1, 4.2.4.1 en 4.2.8.1, wordt de verwijzing naar „tabblad 1” vervangen door een verwijzing naar „aanhangsel F”.

5)

In punt 4.2.1.1 wordt de zin:

„Deze gegevens, met inbegrip van de aanvullende gegevens (voor een beschrijving zie bijlage A, tabblad 3) zijn te vinden in de tabel in bijlage A, tabblad 3, met vermelding in de regel „Vrachtbriefgegevens” of ze verplicht of facultatief zijn en of ze moeten worden afgegeven door de afzender of aangevuld door de hoofdspoorwegonderneming.”

vervangen door:

„Deze gegevens, met inbegrip van de aanvullende gegevens (voor een beschrijving zie bijlage A — aanhangsel A, B, F en bijlage 1 bij aanhangsel B) zijn te vinden in de tabel in bijlage A — bijlage 1 bij aanhangsel B, met vermelding in de regel „Vrachtbriefgegevens” of ze verplicht dan wel facultatief zijn en of ze moeten worden afgegeven door de afzender of aangevuld door de hoofdspoorwegonderneming.”.

6)

In punt 4.2.1.2 wordt de zin:

„De gegevens van de vervoersopdrachten naar gelang van de rol van de spoorwegonderneming worden besproken in bijlage A, tabblad 3, met vermelding of zij verplicht dan wel facultatief zijn. Het formaat van deze berichten wordt nader bepaald in bijlage A, tabblad 1.”

vervangen door:

„De gegevens van de vervoersopdrachten naar gelang van de rol van de spoorwegonderneming worden besproken in bijlage A — aanhangsel A en B en bijlage 1 bij aanhangsel B, met vermelding of zij verplicht dan wel facultatief zijn. Het formaat van deze berichten wordt nader bepaald in bijlage A, aanhangsel F.”.

7)

In punt 4.2.2.1 worden „tabblad 4” en „tabblad 1” allebei vervangen door „aanhangsel F”.

8)

In punt 4.2.11.2 wordt „tabblad 2” vervangen door „aanhangsel D en F”.

9)

In punt 4.2.11.3 wordt „tabblad 2” vervangen door „aanhangsel A, B, F en bijlage 1 bij aanhangsel B”.

10)

In punt 6.2 wordt „tabblad 1” vervangen door „aanhangsel E en F”.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 17 april 2012.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 191 van 18.7.2008, blz. 1.

(2)  PB L 13 van 18.1.2006, blz. 1.

(3)  PB L 123 van 12.5.2011, blz. 11.


BIJLAGE I

7.1.   Toepassingsvoorwaarden voor deze TSI

7.1.1.   Inleiding

Deze TSI heeft betrekking op het subsysteem telematicatoepassingen voor goederenvervoersdiensten. Dit subsysteem is functioneel van aard in de zin van bijlage II bij Richtlijn 2008/57/EG. De toepassing van deze TSI is derhalve niet afhankelijk van het concept van een nieuw, vernieuwd of aangepast subsysteem, zoals gebruikelijk is bij TSI’s die betrekking hebben op subsystemen van structurele aard, behalve als dit in de TSI gespecificeerd wordt.

De TSI wordt in fasen ten uitvoer gelegd:

—   fase één: gedetailleerde IT-specificaties en masterplan;

—   fase twee: ontwikkeling;

—   fase drie: introductie.

7.1.2.   Fase één — gedetailleerde IT-specificaties en masterplan

De specificaties inzake de functionele eisen die tijdens de ontwikkeling en introductie van het computersysteem de basis zullen vormen voor de voornoemde technische architectuur, zijn opgenomen in de aanhangsels A tot en met F bij bijlage A.

In het bindende masterplan, dat alle fasen van de ontwikkeling tot de introductie van het computersysteem, bestrijkt en voortbouwt op het door de spoorwegsector opgestelde Strategic European Deployment Plan (SEDP), worden de centrale architectuurcomponenten van het systeem beschreven en is bepaald welke belangrijke activiteiten zullen worden uitgevoerd.

7.1.3.   Fase 2 en 3 — Ontwikkeling en introductie

Spoorwegondernemingen, infrastructuurbeheerders en houders van goederenwagons ontwikkelen en introduceren het TAF-computersysteem overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 7.

7.1.4.   Bestuur, taken en verantwoordelijkheden

Voor de ontwikkeling en introductie wordt een bestuurlijke structuur opgezet met de volgende actoren:

De stuurgroep

De stuurgroep krijgt de volgende taken en verantwoordelijkheden:

1.

De stuurgroep vormt de strategische beheerstructuur die als taak heeft de werkzaamheden voor de tenuitvoerlegging van de TSI TAF efficiënt te beheren en te coördineren. Dit omvat de beleidsvoorbereiding, het uitstippelen van de strategie en de bepaling van de prioriteiten. Daarbij houdt de stuurgroep ook rekening met de belangen van kleine ondernemingen, nieuwkomers en spoorwegondernemingen die specifieke diensten aanbieden.

2.

De stuurgroep ziet toe op het implementatieproces. Hij brengt regelmatig, minstens vier maal per jaar, verslag uit aan de Europese Commissie over de ten opzichte van het masterplan geboekte vooruitgang. De stuurgroep neemt de nodige stappen om de voornoemde ontwikkelingen bij te sturen wanneer te ver van het masterplan wordt afgeweken.

3.

De stuurgroep bestaat uit:

de op Europees niveau optredende representatieve instanties van de spoorwegsector in de zin van artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 881/2004 („representatieve instanties van de sector”);

het Europees Spoorwegbureau, en

de Commissie.

4.

Het voorzitterschap van de stuurgroep wordt gezamenlijk waargenomen door a) de Commissie en b) een door de representatieve instanties van de spoorwegsector aangewezen persoon. Bijgestaan door de leden van de stuurgroep, stelt de Commissie een ontwerp op van het reglement van orde van de stuurgroep, waarover de stuurgroep overeenstemming dient te bereiken.

5.

De leden van de stuurgroep kunnen de stuurgroep voorstellen andere organisaties als waarnemers toe te laten indien daar deugdelijke technische en organisatorische redenen toe zijn.

De belanghebbenden

De spoorwegondernemingen, infrastructuurbeheerders en houders van goederenwagons zetten een efficiënte bestuurlijke structuur op waarmee het TAF-systeem efficiënt kan worden ontwikkeld en ingevoerd.

De voornoemde belanghebbenden:

leveren de inspanningen en de middelen die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van deze verordening;

conformeren zich aan de beginselen inzake de toegang tot de gemeenschappelijke componenten van de TSI TAF, die voor alle marktdeelnemers beschikbaar worden gesteld tegen uniforme, transparante en zo laag mogelijke dienstverleningskosten;

zorgen ervoor dat alle marktdeelnemers toegang hebben tot alle uitgewisselde gegevens die noodzakelijk zijn om hun wettelijke verplichtingen na te komen en om hun functies uit te oefenen overeenkomstig de functionele eisen van de TSI TAF;

bewaken de vertrouwelijkheid van klantenrelaties;

stellen een mechanisme in zodat „laatkomers” kunnen aansluiten bij de ontwikkeling van de TAF en, tot tevredenheid van zowel de voornoemde actoren als de „nieuwkomers” over de verdeling van de kosten, gebruik kunnen maken van de reeds verwezenlijkte TAF-ontwikkelingen met betrekking tot de gemeenschappelijke componenten;

rapporteren aan de TAF-stuurgroep via implementatieplannen over de voortgang. In deze rapportage worden tevens — indien wenselijk — de afwijkingen van het masterplan opgenomen.

De representatieve instanties

De op Europees niveau optredende representatieve instanties van de spoorwegsector in de zin van artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 881/2004 voeren de volgende taken uit en dragen de volgende verantwoordelijkheden:

zij vertegenwoordigen hun afzonderlijke belanghebbende leden op de TSI TAF-stuurgroep;

informeren hun leden over hun verplichtingen voor de tenuitvoerlegging van deze verordening;

waarborgen alle voornoemde actoren een volledige en actuele toegang tot de informatie betreffende de stand van de werkzaamheden van de stuurgroep en alle andere werkgroepen teneinde bij de tenuitvoerlegging van de TSI TAF de belangen van elke vertegenwoordiger tijdig te behartigen;

verzekeren de efficiënte informatiedoorstroming van hun individuele leden naar de TAF-stuurgroep zodat bij beslissingen die een impact hebben op de ontwikkeling en invoering van TAF rekening wordt gehouden met hun belangen;

verzekeren de efficiënte informatiedoorstroming van de TAF-stuurgroep naar hun individuele leden zodat zij worden geïnformeerd over beslissingen die een impact hebben op de ontwikkeling en invoering van TAF.

7.2.   Veranderingsbeheer

7.2.1.   Veranderingsbeheerproces

Er worden procedures voor veranderingsbeheer ingesteld om te waarborgen dat de kosten en baten van veranderingen goed worden geanalyseerd en dat veranderingen op gecontroleerde wijze worden doorgevoerd. Deze procedures worden omschreven, ingesteld, ondersteund en beheerd door het Europees Spoorwegbureau en omvatten:

de identificatie van de technische beperkingen die aan de verandering ten grondslag liggen;

een verklaring wie de verantwoordelijkheid neemt voor de procedures voor de implementatie van veranderingen;

de procedure voor het valideren van de door te voeren veranderingen;

het beleid inzake veranderingsbeheer, publicatie, migratie en uitrol;

de definitie van de verantwoordelijkheden voor het beheer van de gedetailleerde specificaties en voor zowel de kwaliteitsborging als het configuratiebeheer ervan.

De Change Control Board (CCB) wordt samengesteld uit het Europees Spoorwegbureau, representatieve instanties van de spoorwegsector en de nationale veiligheidsinstanties. Door al deze partijen bij het proces te betrekken, wordt een overzicht van de uit te voeren veranderingen en een algehele evaluatie van de implicaties ervan gewaarborgd. De Commissie kan andere partijen in de CCB opnemen indien hun deelname noodzakelijk lijkt. De CCB komt uiteindelijk onder toezicht van het Europees Spoorwegbureau te staan.

7.2.2.   Specifiek veranderingsbeheerproces voor de in bijlage A bij deze verordening genoemde documenten

Het veranderingsbeheer van de in bijlage A bij deze verordening genoemde documenten wordt door het Europees Spoorwegbureau ingesteld overeenkomstig de volgende criteria:

1.

De veranderingsverzoeken met gevolgen voor de technische documenten worden ingediend via de nationale veiligheidsinstanties (NVI’s), via de op Europees niveau optredende representatieve instanties van de spoorwegsector in de zin van artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 881/2004 of via de TSI TAF-stuurgroep. De Commissie kan andere indienende partijen aan deze lijst toevoegen indien hun deelname noodzakelijk lijkt.

2.

Het Europees Spoorwegbureau verzamelt en bewaart de veranderingsverzoeken.

3.

Het Europees Spoorwegbureau legt veranderingsverzoeken voor aan de betreffende werkgroep van het Bureau, die ze beoordeelt en vervolgens een voorstel opstelt, eventueel aangevuld met een economische evaluatie.

4.

Vervolgens legt het Europees Spoorwegbureau het veranderingsverzoek en het bijbehorende voorstel voor aan de Change Control Board, die het veranderingsverzoek al dan niet valideert, dan wel uitstelt.

5.

Als het veranderingsverzoek niet wordt gevalideerd, stuurt het Europees Spoorwegbureau de indiener van het verzoek de reden voor de afwijzing dan wel een verzoek om aanvullende inlichtingen over het ontwerp van veranderingsverzoek.

6.

Het document wordt gewijzigd op basis van gevalideerde veranderingsverzoeken.

7.

Het Europees Spoorwegbureau formuleert ten behoeve van de Commissie een aanbeveling tot bijwerking van bijlage A en voegt daarbij een nieuwe ontwerpversie van het document en een overzicht van de ingediende veranderingsverzoeken en de economische evaluatie daarvan.

8.

Het Europees Spoorwegbureau publiceert de nieuwe ontwerpversie van het document en de gevalideerde veranderingsverzoeken op zijn website.

9.

Zodra de aangepaste bijlage A in het Publicatieblad van de Europese Unie is verschenen, plaatst het Europees Spoorwegbureau de nieuwe versie van het document op zijn website.

Indien het veranderingsbeheer gevolgen heeft voor elementen die tevens in de TSI TAF worden gebruikt, worden de veranderingen zo nauw mogelijk afgestemd op de ten uitvoer gelegde TSI TAF teneinde maximale synergieën te creëren.


BIJLAGE II

„BIJLAGE A

LIJST VAN BEGELEIDENDE STUKKEN

Lijst van verplichte specificaties

Index-nr.

Kenmerk

Documentnaam

Versie

5

ERA_FRS_TAF_A_Index_5.doc

TSI TAF — BIJLAGE A.5: Cijfers en volgordeschema’s van de TSI TAF-boodschappen

1.0


Bijlage

Kenmerk

Documentnaam

Versie

A

ERA_FRS_TAF_D_2_Appendix_A.doc

TSI TAF — BIJLAGE D.2: AANHANGSEL A (ROUTEPLANNING WAGON/ILU)

1.0

B

ERA_FRS_TAF_D_2_Appendix_B.doc

TSI TAF — BIJLAGE D.2: AANHANGSEL B — EXPLOITATIEDATABANK WAGONS EN ILU (WIMO)

1.0

B — Bijlage 1

ERA_FRS_TAF_D_2_Appendix_B_Annex_1.doc

TSI TAF — BIJLAGE D.2: AANHANGSEL B — EXPLOITATIEDATABANK WAGONS EN ILU (WIMO) — BIJLAGE 1: WIMO-GEGEVENS

1.0

C

ERA_FRS_TAF_D_2_Appendix_C.doc

TSI TAF — BIJLAGE D.2: AANHANGSEL C — REFERENTIEDOCUMENTEN

1.0

D

ERA_FRS_TAF_D_2_Appendix_D.doc

TSI TAF — BIJLAGE D.2: AANHANGSEL D — GEGEVENS INZAKE ADVIEZEN OVER INFRASTRUCTUURBEPERKINGEN

1.0

E

ERA_FRS_TAF_D_2_Appendix_E.doc

TSI TAF-BIJLAGE D.2: Aanhangsel E — Gemeenschappelijke interface

1.0

F

ERA_FRS_TAF_D_2_Appendix_F.doc

TSI TAF — BIJLAGE D.2: AANHANGSEL F — DATA- EN BERICHTENMODEL TST TAF

1.0”


Top