Help Print this page 

Document 32011D0665

Title and reference
Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 4 oktober 2011 inzake het Europees register van goedgekeurde spoorwegvoertuigtypen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2011) 6974) Voor de EER relevante tekst
  • In force
OJ L 264, 8.10.2011, p. 32–54 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 13 Volume 035 P. 284 - 306

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2011/665/oj
Multilingual display
Text

8.10.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 264/32


UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 4 oktober 2011

inzake het Europees register van goedgekeurde spoorwegvoertuigtypen

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2011) 6974)

(Voor de EER relevante tekst)

(2011/665/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Gemeenschap (1), en met name artikel 34, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In overeenstemming met artikel 34, lid 1, van Richtlijn 2008/57/EG dient het Europees Spoorwegbureau een register op te zetten en bij te houden van typen voertuigen waarvoor de lidstaten een vergunning voor indienststelling op het spoorwegsysteem van de Unie hebben afgegeven.

(2)

Bepaalde bestaande voertuigen kunnen niet worden gecategoriseerd onder een voertuigtype waarvoor overeenkomstig artikel 26 van Richtlijn 2008/57/EG een vergunning is afgegeven. De mogelijkheid om de technische eigenschappen van alle in dienst gestelde voertuigen in een enkel register op te nemen, kan echter de spoorwegsector ten goede komen.

(3)

Voor de beperkingen ten aanzien van de exploitatiewijze van het rijtuig, waarvan sprake is in artikel 33, lid 2, onder e), van Richtlijn 2008/57/EG, bestaat meestal een specifieke code. Deze beperkingscodes moeten worden geharmoniseerd. Nationale beperkingscodes mogen uitsluitend worden gebruikt voor de beperkingen die het gevolg zijn van bijzondere eigenschappen van het bestaande spoorwegsysteem van een lidstaat en die hoogstwaarschijnlijk niet in dezelfde zin van toepassing zijn in andere lidstaten. Het Bureau moet de lijst van de geharmoniseerde beperkingscodes en nationale codes bijhouden en op zijn website publiceren.

(4)

Wanneer, in overeenstemming met artikel 34, lid 3, van Richtlijn 2008/57/EG, een typegoedkeuring in een lidstaat wordt verleend, gewijzigd, opgeschort of ingetrokken, moeten de nationale veiligheidsinstanties van deze lidstaat het Bureau daarvan in kennis stellen, zodat het Bureau het register kan bijwerken. Het register moet voertuigtypen omvatten waarvoor overeenkomstig artikel 26 van Richtlijn 2008/57/EG een vergunning is afgegeven. Daarom moeten de nationale veiligheidsinstanties, wanneer ze het Bureau in kennis stellen, aangeven welke parameters van het betreffende type werden gecontroleerd overeenkomstig de aangemelde nationale voorschriften. De nationale veiligheidsinstanties gebruiken hiervoor het referentiedocument waarvan sprake is in artikel 27, lid 4, van Richtlijn 2008/57/EG.

(5)

Het Europees Spoorwegbureau heeft zijn aanbeveling ERA/REC/07-2010/INT op 20 december 2010 ingediend bij de Commissie.

(6)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 29 van Richtlijn 2008/57/EG ingestelde comité,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Doel

Dit besluit stelt de specificatie vast voor het Europees register van goedgekeurde voertuigtypen als bedoeld in artikel 34 van Richtlijn 2008/57/EG.

Artikel 2

Specificatie van het Europees register van goedgekeurde voertuigtypen

1.   Het Bureau ontwikkelt en beheert het Europees register van goedgekeurde voertuigtypen, en houdt dit bij, op basis van de specificaties in de bijlagen I en II.

2.   Het Europees register van goedgekeurde voertuigtypen (ERATV) bevat gegevens over de typen voertuigen waarvoor de lidstaten overeenkomstig artikel 26 van Richtlijn 2008/57/EG een vergunning hebben afgegeven.

3.   Voertuigtypen waarvoor een lidstaat vóór 19 juli 2010 een vergunning heeft afgegeven en waarvoor minstens één voertuig in minstens één lidstaat overeenkomstig artikel 22 of 24 van Richtlijn 2008/57/EG is goedgekeurd na 19 juli 2010, worden geacht te voldoen aan artikel 26 van Richtlijn 2008/57/EG en worden bijgevolg in het ERATV opgenomen. In dit geval hoeven uitsluitend de parameters te worden opgenomen die tijdens de typegoedkeuringsprocedure zijn gecontroleerd.

4.   De voertuigtypen die vrijwillig kunnen worden geregistreerd, zijn vermeld in deel 1 van bijlage I.

5.   De structuur van het nummer dat aan elk voertuigtype wordt toegekend, is bepaald in bijlage III.

6.   Het register moet uiterlijk 31 december 2012 operationeel zijn. Intussen publiceert het Bureau de informatie over goedgekeurde voertuigtypen op zijn website.

Artikel 3

Door de nationale veiligheidsinstanties te verzenden informatie

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat de nationale veiligheidsinstanties de informatie verstrekken over de typegoedkeuringen die ze hebben afgegeven, zoals bepaald in bijlage II.

2.   De nationale veiligheidsinstanties verstrekken de in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie overeenkomstig de voorschriften in punt 5.2 van bijlage I.

3.   De nationale veiligheidsinstanties delen de informatie mee aan de hand van het standaard webformulier waarvan ze de relevante velden invullen.

4.   De nationale veiligheidsinstanties dienen ten laatste vier maanden na de inwerkingtreding van onderhavig besluit de informatie in over de vergunningen voor voertuigtypen die ze na 19 juli 2010 en vóór de inwerkingtreding van onderhavig besluit hebben verleend.

Artikel 4

Beperkingscodes

1.   Geharmoniseerde beperkingscodes zijn geldig in alle lidstaten.

De lijst van de geharmoniseerde beperkingscodes voor het hele spoorwegsysteem van de Unie wordt door het Bureau bijgehouden en op zijn website gepubliceerd.

Indien een nationale veiligheidsinstantie van mening is dat een nieuwe code aan de lijst van geharmoniseerde beperkingscodes moet worden toegevoegd, vraagt ze het Bureau de opname van deze nieuwe code te beoordelen.

Het Bureau beoordeelt het verzoek in overleg met andere nationale veiligheidsinstanties. Het neemt vervolgens een nieuwe beperkingscode in de lijst op indien dit nodig blijkt. Voorafgaand aan de bekendmaking van de aangepaste lijst legt het Bureau de lijst samen met het veranderingsverzoek en zijn beoordeling voor aan de Commissie.

De Commissie licht de lidstaten in via het comité dat is ingesteld conform artikel 29, lid 1, van Richtlijn 2008/57/EG.

2.   Het Bureau houdt de lijst van nationale beperkingscodes bij. Nationale beperkingscodes mogen uitsluitend worden gebruikt voor de beperkingen die het gevolg zijn van bijzondere eigenschappen van het bestaande spoorwegsysteem van een lidstaat en die wellicht niet in dezelfde zin van toepassing zijn in andere lidstaten.

Voor soorten beperkingen die niet in de in lid 1 bedoelde lijst staan, verzoekt de nationale veiligheidsinstantie het Bureau om een nieuwe code in de lijst van nationale beperkingscodes op te nemen. Het Bureau beoordeelt het verzoek in overleg met andere nationale veiligheidsinstanties. Het neemt vervolgens een nieuwe beperkingscode in de lijst op indien dit nodig blijkt. Voorafgaand aan de bekendmaking van de aangepaste lijst legt het Bureau de lijst samen met het veranderingsverzoek en zijn beoordeling voor aan de Commissie.

De Commissie licht de lidstaten in via het comité dat is ingesteld conform artikel 29, lid 1, van Richtlijn 2008/57/EG.

3.   De beperkingscodes voor multinationale veiligheidsinstanties worden verwerkt als nationale beperkingscodes.

4.   Niet-gecodeerde beperkingen mogen uitsluitend worden gebruikt voor beperkingen die omwille van hun bijzondere karakter hoogstwaarschijnlijk niet van toepassing zijn op meerdere voertuigtypen.

Artikel 5

Slotbepalingen

1.   Het Bureau publiceert een leidraad voor het Europees register van goedgekeurde voertuigtypen en houdt deze bij. Deze leidraad bevat onder andere voor elke parameter een verwijzing naar de bepalingen van de technische specificaties voor interoperabiliteit waarin de eisen voor deze parameter zijn vermeld.

2.   Het Bureau dient ten laatste achttien maanden na de inwerkingtreding van onderhavig besluit een aanbeveling bij de Commissie in over de mogelijke opname in het register van voertuigtypen waarvoor voor 19 juli 2010 een vergunning is afgegeven en over mogelijke wijzigingen aan onderhavig besluit op basis van opgedane ervaring.

Artikel 6

Datum van toepassing

Onderhavig besluit treedt in werking op 15 april 2012.

Artikel 7

Adressaten

Onderhavig besluit is gericht tot het Europees Spoorwegbureau en de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 4 oktober 2011.

Voor de Commissie

Siim KALLAS

Vicevoorzitter


(1)  PB L 191 van 18.7.2008, blz. 1.


BIJLAGE I

SPECIFICATIE VOOR HET EUROPEES REGISTER VAN GOEDGEKEURDE VOERTUIGTYPEN

1.   VOERTUIGTYPEN DIE VRIJWILLIG WORDEN GEREGISTREERD

Voertuigtypen waarvoor voor 19 juli 2010 een vergunning werd afgegeven en waarvoor geen nieuwe voertuigen na 19 juli 2010 werden goedgekeurd, mogen vrijwillig in het ERATV worden geregistreerd.

Daarnaast mogen ook de volgende voertuigtypen vrijwillig worden geregistreerd:

voertuigen waarvoor voor 19 juli 2010 een vergunning tot indienststelling werd afgegeven en waarvoor een aanvullende vergunning tot indienststelling werd afgegeven overeenkomstig artikel 23 of 25 van Richtlijn 2008/57/EG;

voertuigen waarvoor voor 19 juli 2010 een vergunning tot indienststelling werd afgegeven en waarvoor een nieuwe vergunning tot indienststelling werd afgegeven na een verbetering of vernieuwing;

voertuigen uit derde landen die een vergunning hebben voor het EU-grondgebied overeenkomstig COTIF 1999 en met name aanhangsels F en G, of

voertuigen uit derde landen die zijn goedgekeurd krachtens artikel 21, lid 11, van Richtlijn 2008/57/EG.

In deze vier gevallen van vrijwillige registratie hoeven enkel de parameters te worden opgenomen die tijdens de goedkeuringsprocedure werden gecontroleerd.

Tijdelijke toelatingen, zoals toelatingen voor tests en proefritten, worden niet in het ERATV opgenomen.

2.   FUNCTIONELE ARCHITECTUUR

2.1.   Beheer van het ERATV

Het Bureau stelt het ERATV ter beschikking en beheert het. Het Bureau maakt gebruikersaccounts aan en kent toegangsrechten toe op verzoek van nationale veiligheidsinstanties overeenkomstig deze specificatie.

2.2.   Adres van het ERATV

Het ERATV is een onlinetoepassing. Het adres van het ERATV wordt bekendgemaakt op de website van het Bureau.

2.3.   Gebruikers en toegangsrechten van gebruikers

Het ERATV heeft de volgende gebruikers:

Gebruiker

Toegangsrechten

Aanmelding, gebruikersaccounts

Nationale veiligheidsinstantie van een lidstaat

Indienen van gegevens met betrekking tot deze lidstaat die door het Bureau moeten worden gevalideerd.

Onbeperkte raadpleging van gegevens, met inbegrip van de gegevens waarvan de validering nog niet is afgerond.

Aanmelden met gebruikersnaam en wachtwoord.

Er zijn geen functionele, noch anonieme accounts beschikbaar. Er worden meerdere accounts aangemaakt indien de nationale veiligheidsinstantie dit wenst.

Bureau

Validering van de conformiteit met deze specificatie en publicatie van de gegevens die een nationale veiligheidsinstantie heeft ingediend.

Onbeperkte raadpleging van gegevens, met inbegrip van de gegevens waarvan de validering nog niet is afgerond.

Aanmelden met gebruikersnaam en wachtwoord.

Het publiek

Raadpleging van gevalideerde gegevens.

Niet van toepassing

2.4.   Interface met externe systemen

Alle in het ERATV geregistreerde voertuigtypen (d.w.z. die zijn gevalideerd en gepubliceerd) zijn via een hyperlink beschikbaar. Deze hyperlinks mogen door externe toepassingen worden gebruikt.

Er wordt rekening gehouden met mogelijke koppelingen tussen het ERATV en het Europees centraal virtueel voertuigregister (EC VVR) (1).

2.5.   Koppeling met andere registers en gegevensbanken

Het Bureau houdt bij het ontwikkelen van het ERATV rekening met de interfaces, alsook met gecoördineerde overgangsperiodes, met de volgende registers en databanken:

Nationale voertuigenregisters (2) (NVR) en het EC VVR: het dataformaat van voertuigtypen in het EC VVR stemt volledig overeen met de aanduiding van de typen en, indien van toepassing, met de versies van de typen in het ERATV.

Infrastructuurregister (RINF) (3): de lijsten van parameters en het dataformaat van het RINF en het ERATV komen overeen, met inbegrip van aanpassingen en wijzigingen aan de RINF- en ERATV-specificaties.

Referentiedocument van de nationale voorschriften (artikel 27 van Richtlijn 2008/57/EG): nadat het referentiedocument beschikbaar is, stemt de lijst van parameters, waarvoor de conformiteit op basis van de nationale voorschriften in het ERATV werd beoordeeld, volledig overeen met de lijst van parameters in het referentiedocument. In het ERATV mag niet worden verwezen naar parameters die niet in het referentiedocument staan.

2.6.   Beschikbaarheid

Het ERATV is in principe 24 uur per dag, zeven dagen per week, 365 dagen per jaar beschikbaar. Men beoogt een beschikbaarheid van het systeem van 98 %. Indien echter een fout optreedt buiten de normale werktijden van het Bureau, wordt de dienst de eerstvolgende werkdag van het Bureau na het optreden van de fout hersteld. De onbeschikbaarheid van het systeem tijdens het onderhoud wordt beperkt.

2.7.   Beveiliging

De gebruikersaccounts en de wachtwoorden die het Bureau aanmaakt, mogen niet aan derden worden bekendgemaakt en mogen uitsluitend overeenkomstig deze specificatie worden gebruikt.

3.   TECHNISCHE ARCHITECTUUR

3.1.   Architectuur van het systeem

Het ERATV is een onlinetoepassing die door het Bureau beschikbaar wordt gesteld en beheerd.

Het ERATV kan volledige informatie bevatten voor 35 000 voertuigtypen.

De gebruikers kunnen via een klassieke internetverbinding met het ERATV verbinding maken.

De architectuur van het ERATV wordt op de volgende afbeelding weergegeven:

Image

3.2.   Systeemvereisten

Om verbinding te maken met het ERATV is een internetbrowser en internettoegang vereist.

4.   BEDRIJFSMODUS

Het ERATV heeft de volgende bedrijfsmodi:

normale modus: tijdens de normale bedrijfsmodus zijn alle functies beschikbaar;

onderhoudsmodus: tijdens de onderhoudsmodus is het ERATV niet beschikbaar voor de gebruikers.

5.   REGELS VOOR GEGEVENSINVOER EN RAADPLEGING

5.1.   Algemene beginselen

Elke nationale veiligheidsinstantie deelt informatie mee over de vergunningen voor voertuigtypen die ze heeft verleend.

Het ERATV bevat een onlinehulpmiddel voor het uitwisselen van informatie tussen de nationale veiligheidsinstanties en het Bureau. Met dit hulpmiddel kunnen de volgende informatieverrichtingen worden uitgevoerd:

1.

indienen van gegevens voor het register door een nationale veiligheidsinstantie bij het Bureau, zoals:

a)

gegevens over het verlenen van een vergunning voor een nieuw voertuigtype (in dit geval verstrekt de nationale veiligheidsinstantie alle in bijlage II bepaalde gegevens);

b)

gegevens over het verlenen van een vergunning voor een voertuigtype dat eerder in het ERATV is geregistreerd (in dit geval verstrekt de nationale veiligheidsinstantie uitsluitend de gegevens over de vergunning zelf, d.w.z. de velden in deel 3 van de lijst in bijlage II);

c)

gegevens over de wijziging aan een bestaande vergunning (in dit geval verstrekt de nationale veiligheidsinstantie uitsluitend gegevens voor de velden die moeten worden gewijzigd; dit mag geen wijziging van gegevens met betrekking tot de eigenschappen van het voertuig inhouden);

d)

gegevens over de opschorting van een bestaande vergunning (in dit geval verstrekt de nationale veiligheidsinstantie uitsluitend de datum van opschorting);

e)

gegevens over de reactivering van een bestaande vergunning (in dit geval verstrekt de nationale veiligheidsinstantie uitsluitend gegevens voor de velden die moeten worden gewijzigd), waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen

reactivering zonder wijziging van gegevens,

reactivering met wijziging van gegevens (deze gegevens mogen geen betrekking hebben op de eigenschappen van het voertuig);

f)

gegevens over de intrekking van een vergunning;

g)

gegevens met betrekking tot de verbetering van een fout;

2.

verzenden door het Bureau van verzoeken aan een nationale veiligheidsinstantie om verduidelijking en/of verbetering van gegevens;

3.

verzenden door een nationale veiligheidsinstantie van antwoorden op de verzoeken om verduidelijking en/of verbetering van het Bureau.

De nationale veiligheidsinstantie dient de gegevens voor het elektronisch bijwerken van het register in via een onlinetoepassing en aan de hand van een standaard webformulier waarvan ze de relevante velden overeenkomstig bijlage II invult.

Het Bureau controleert of de door de nationale veiligheidsinstantie ingediende gegevens in overeenstemming zijn met deze specificatie en valideert ze of verzoekt om verduidelijking.

Indien het Bureau van mening is dat de door de nationale veiligheidsinstantie ingediende gegevens niet in overeenstemming zijn met deze specificatie, stuurt het Bureau de nationale veiligheidsinstantie een verzoek om de ingediende gegevens te verbeteren of te verduidelijken.

Na elke bijwerking van gegevens over een voertuigtype, genereert het systeem een bevestiging. Deze bevestiging wordt per e-mail verstuurd naar de gebruikers van de nationale veiligheidsinstantie die de gegevens heeft ingediend, naar de nationale veiligheidsinstantie van alle andere lidstaten waar voor het betrokken type een vergunning is verleend, en naar het Bureau.

5.2.   Indienen van gegevens door de nationale veiligheidsinstantie

5.2.1.   Een vergunning verlenen voor een nieuw voertuigtype

De nationale veiligheidsinstantie brengt het Bureau binnen twintig (20) werkdagen na het verlenen van de vergunning op de hoogte van vergunningen voor nieuwe voertuigtypen.

Het Bureau controleert de door de nationale veiligheidsinstantie ingediende informatie. Binnen twintig (20) werkdagen na ontvangst van deze informatie valideert het Bureau de informatie en kent het aan het voertuigtype een nummer toe overeenkomstig bijlage III, of verzoekt het deze informatie te verbeteren of verduidelijken. Om te vermijden dat typen per ongeluk tweemaal in het ERATV worden opgenomen, controleert het Bureau met name, indien dit op basis van de in het ERATV beschikbare gegevens mogelijk is, of dit type niet eerder door een andere lidstaat werd geregistreerd.

Na validering van de door de nationale veiligheidsinstantie ingediende informatie kent het Bureau aan het nieuwe voertuigtype een nummer toe. De regels voor het toekennen van het voertuigtypenummer zijn opgenomen in bijlage III.

5.2.2.   Een vergunning verlenen voor een voertuigtype dat reeds in het ERATV is geregistreerd

De nationale veiligheidsinstantie brengt het Bureau binnen twintig (20) werkdagen na het verlenen van de vergunning op de hoogte van een vergunning voor een voertuigtype dat al in het ERATV werd geregistreerd (zoals een type dat door een andere lidstaat werd goedgekeurd).

Het Bureau controleert de door de nationale veiligheidsinstantie ingediende informatie. Binnen tien (10) werkdagen na ontvangst van de informatie valideert het Bureau deze informatie of verzoekt het om deze informatie te verbeteren of te verduidelijken.

Na validering van de door de nationale veiligheidsinstantie ingediende informatie, vult het Bureau de gegevens over dit voertuigtype aan met de gegevens over de vergunning in de lidstaat van de nationale veiligheidsinstantie die deze vergunning heeft verleend.

5.2.3.   Wijziging aan een bestaande vergunning

De nationale veiligheidsinstantie brengt het Bureau binnen twintig (20) werkdagen na de wijziging aan de vergunning op de hoogte van wijzigingen aan een bestaande vergunning voor een voertuigtype.

Het Bureau controleert de door de nationale veiligheidsinstantie ingediende informatie. Binnen tien (10) werkdagen na ontvangst van de informatie valideert het Bureau deze informatie of verzoekt het om deze informatie te verbeteren of te verduidelijken. Het Bureau controleert met name of de gevraagde veranderingen werkelijk een wijziging aan een vergunning voor een bestaand type (bv. wijziging aan vergunningsvoorwaarden, wijzigingen aan het typeonderzoekcertificaat) en geen nieuw voertuigtype betreffen.

Na validering van de door de nationale veiligheidsinstantie ingediende informatie, publiceert het Bureau de informatie.

5.2.4.   Opschorting

De nationale veiligheidsinstantie brengt het Bureau binnen vijf (5) werkdagen na de opschorting van de vergunning op de hoogte van opschortingen van een bestaande vergunning voor een voertuigtype.

Het Bureau controleert de door de nationale veiligheidsinstantie ingediende informatie. Binnen vijf (5) werkdagen na ontvangst van deze informatie valideert het Bureau deze informatie of verzoekt het om deze informatie te verbeteren of te verduidelijken.

5.2.5.   Reactivering zonder wijziging

De nationale veiligheidsinstantie brengt het Bureau binnen twintig (20) werkdagen na de reactivering van de vergunning op de hoogte van een reactivering van een vergunning voor een voertuigtype die eerder werd opgeschort. De nationale veiligheidsinstantie bevestigt dat de oorspronkelijke vergunning is gereactiveerd zonder wijzigingen.

Het Bureau controleert de door de nationale veiligheidsinstantie ingediende informatie. Binnen tien (10) werkdagen na ontvangst van de informatie valideert het Bureau deze informatie of verzoekt het om deze informatie te verbeteren of te verduidelijken.

5.2.6.   Reactivering met wijziging

De nationale veiligheidsinstantie brengt het Bureau op de hoogte van een reactivering van een vergunning voor een voertuigtype die eerder werd opgeschort binnen twintig (20) werkdagen na de reactivering van de vergunning. De nationale veiligheidsinstantie geeft aan dat de reactivering gepaard gaat met een wijziging aan de oorspronkelijke vergunning. De nationale veiligheidsinstantie dient informatie in over deze wijziging.

De procedure in punt 5.2.3 hierboven voor wijziging aan een vergunning is van toepassing.

5.2.7.   Intrekking

De nationale veiligheidsinstantie brengt het Bureau binnen vijf (5) werkdagen na de intrekking van de vergunning op de hoogte van intrekkingen van een bestaande vergunning voor een voertuigtype.

Het Bureau controleert de door de nationale veiligheidsinstantie ingediende informatie. Binnen vijf (5) werkdagen na ontvangst van deze informatie valideert het Bureau deze informatie of verzoekt het om deze informatie te verbeteren of te verduidelijken.

In gevallen waarin een vergunning een geldigheidstermijn heeft, verandert het IT-systeem de status van de vergunning automatisch in „vervallen” overeenkomstig de geldigheidstermijn die de relevante nationale veiligheidsinstantie heeft aangeduid.

5.2.8.   Een wijziging aan een vergunning kan leiden tot een wijziging aan een geregistreerd voertuigtype.

Alvorens een wijziging aan een vergunning aan te vragen die kan leiden tot een wijziging aan een geregistreerd voertuigtype, neemt de nationale veiligheidsinstantie contact op met de nationale veiligheidsinstanties die de vergunning voor het geregistreerde type hebben verleend, en met name de instantie die het type in het ERATV heeft geregistreerd.

5.3.   Invoeren of wijzigen van gegevens door het Bureau

Het Bureau voert normaal geen gegevens in het register in. De gegevens worden ingediend door de nationale veiligheidsinstantie en de rol van het Bureau beperkt zich tot het valideren en publiceren ervan.

In uitzonderlijke gevallen, zoals wanneer het technisch onmogelijk is de gewone procedure te volgen, mag het Bureau op verzoek van een nationale veiligheidsinstantie gegevens in het ERATV invoeren of wijzigen. In dit geval bevestigt de nationale veiligheidsinstantie die om het invoeren of wijzigen van gegevens heeft verzocht, de gegevens die het Bureau heeft ingevoerd of gewijzigd. Het Bureau documenteert de procedure naar behoren. De termijnen in punt 5.2 vastgestelde termijnen voor het invoeren van gegevens in het ERATV zijn van toepassing.

5.4.   Publicatie van gegevens door het Bureau

Het Bureau stelt de gevalideerde gegevens ter beschikking van het publiek.

5.5.   Foutenbehandeling voor ingediende gegevens

Het is mogelijk in het ERATV fouten in geregistreerde gegevens recht te zetten. Indien een fout werd verbeterd, vermeldt het ERATV de correctiedatum.

5.6.   Mogelijke zoekopdrachten en verslagen

De volgende rapporten kunnen in het ERATV worden opgevraagd:

1.

voor een nationale veiligheidsinstantie en het Bureau:

informatie zoals bedoeld in bijlage II die door een nationale veiligheidsinstantie is ingediend en niet door het Bureau is gevalideerd voor een voertuigtype waarvoor de vergunning actief, opgeschort of ingetrokken is (met inbegrip van vervallen vergunningen), voor zover deze informatie is bewaard;

verslagen die voor het publiek beschikbaar zijn;

2.

voor het publiek:

informatie zoals bedoeld in bijlage II die door een nationale veiligheidsinstantie is ingediend en door het Bureau is gevalideerd voor een voertuigtype waarvoor de vergunning actief, opgeschort of ingetrokken is (met inbegrip van vervallen vergunningen), voor zover deze informatie in historische gegevens wordt bewaard.

Het publiek kan in het ERATV zoekopdrachten uitvoeren op basis van minstens de volgende criteria en combinaties ervan:

typecode,

typenaam of deel ervan,

naam van de fabrikant of deel ervan,

voertuigcategorie/subcategorie,

TSI(’s) waaraan het type conform is,

lidstaat of combinatie van lidstaten waar voor het voertuigtype een vergunning is verleend,

status van de vergunning,

technische eigenschappen.

Bij de zoekcriteria voor een technische eigenschap kan een bereik worden aangeduid.

5.7.   Historische gegevens

In het ERATV worden alle historische gegevens over alle wijzigingen, met inbegrip van de correctie van fouten, verzoeken om verduidelijkingen en antwoorden, met betrekking tot een geregistreerd voertuigtype bijgehouden tot 10 jaar na de datum van intrekking van de vergunning in alle lidstaten en tot 10 jaar na de datum van intrekking van de registratie in een NVR van het laatste voertuig van dit type, waarbij de laatste van die twee data als referentie wordt genomen.

5.8.   Automatische kennisgeving van veranderingen

Na een wijziging, opschorting, reactivering of intrekking van een vergunning voor een voertuigtype, stuurt het IT-systeem een automatische e-mail over die verandering naar de nationale veiligheidsinstantie van de lidstaat of lidstaten waar voor het voertuigtype een vergunning is afgeleverd.

Indien een vergunning een geldigheidstermijn heeft, stuurt het IT-systeem drie (3) maanden voor de vervaldatum een automatische e-mail naar de betrokken nationale veiligheidsinstantie om haar op de hoogte te brengen van de nakende vervaldatum.

6.   VERKLARENDE WOORDENLIJST

Term of afkorting

Definitie

Voertuig

Spoorvoertuig als omschreven in artikel 2, onder c), van Richtlijn 2008/57/EG.

Type

Voertuigtype als omschreven in artikel 2, onder w), van Richtlijn 2008/57/EG. Het type moet de eenheid weergeven waarop de conformiteitsbeoordeling en de vergunning betrekking hebben. Deze eenheid kan een enkel voertuig zijn, een stel voertuigen of een treinstel.

Versie

Versie van een type waarop het typeonderzoekcertificaat betrekking heeft.

Fabrikant

Een natuurlijke of rechtspersoon die een voertuig vervaardigt of een voertuig laat ontwerpen of vervaardigen en dat voertuig onder zijn naam of handelsmerk verkoopt. De vermelding van de fabrikant in het ERATV is slechts ter informatie; het laat de intellectuele-eigendomsrechten, de contractuele aansprakelijkheden of de wettelijke aansprakelijkheid onverlet.

Houder van een vergunning

Entiteit die een vergunning voor een voertuigtype heeft aangevraagd en gekregen.

Beperking

Voorwaarden of beperking in de vergunning voor een voertuigtype die van toepassing zijn op de indienststelling of het gebruik van een voertuig dat overeenstemt met dit type. Beperkingen omvatten geen technische eigenschappen die zijn opgenomen in deel 4 van bijlage II (Lijst en formaat van parameters).

Wijziging aan een vergunning

Besluit van een nationale veiligheidsinstantie volgens hetwelk bepaalde voorwaarden van een vergunning voor een voertuigtype die eerder door deze nationale veiligheidsinstantie werd verleend, moeten worden veranderd. Wijzigingen aan een vergunning kunnen bestaan uit, maar zijn niet beperkt tot, beperkingen, een wijziging van de geldigheidsdatum, de vernieuwing van de vergunning na een verandering van de voorschriften.

Opschorting van een vergunning

Besluit van een nationale veiligheidsinstantie volgens hetwelk een vergunning voor een voertuigtype tijdelijk niet geldig is en voor geen enkel voertuig een vergunning tot indienststelling mag worden afgegeven op basis van zijn conformiteit met het betreffende type, totdat de redenen van de opschorting werden geanalyseerd. Een vergunning voor een voertuigtype dat reeds in dienst is, kan niet worden opgeschort.

Reactivering van een vergunning

Besluit van een nationale veiligheidsinstantie volgens hetwelk een opschorting van een vergunning die ze eerder heeft uitgesproken, niet meer van toepassing is.

Intrekking van een vergunning

Besluit van een nationale veiligheidsinstantie volgens hetwelk een vergunning voor een voertuigtype niet meer geldig is en voor geen enkel voertuig een vergunning tot indienststelling mag worden afgegeven op basis van zijn conformiteit met het betreffende type. Een vergunning voor een voertuigtype dat reeds in dienst is, kan niet worden ingetrokken.

Fout

Doorgegeven of gepubliceerde gegevens die niet overeenstemmen met de betreffende vergunning voor het voertuigtype. Deze definitie is niet van toepassing op een wijziging aan een vergunning.


(1)  Zoals bepaald in Beschikking 2007/756/EG van de Commissie van 9 november 2007 tot vaststelling van de gemeenschappelijke specificatie van het nationaal voertuigregister als bedoeld in de artikelen 14, leden 4 en 5, van de Richtlijnen 96/48/EG en 2001/16/EG (PB L 305 van 23.11.2007, blz. 30).

(2)  Zoals bepaald in Beschikking 2007/756/EG.

(3)  Zoals bepaald in Uitvoeringsbesluit 2011/633/EU van de Commissie van 15 september 2011 inzake de gemeenschappelijke specificaties van het register van de spoorweginfrastructuur (PB L 256 van 1.10.2011, blz. 1).


BIJLAGE II

TE REGISTREREN GEGEVENS EN FORMAAT

Voor elk goedgekeurd voertuigtype geeft het ERATV de volgende gegevens weer:

identificatie van het type,

fabrikant,

overeenstemming met de TSI’s,

vergunningen die in verschillende lidstaten zijn verleend, met inbegrip van algemene informatie over deze vergunningen, hun status (actief, opgeschort of ingetrokken), lijst van parameters waarvoor de overeenkomst met nationale voorschriften is gecontroleerd,

technische eigenschappen.

De gegevens die in het ERATV voor elk voertuigtype moeten worden geregistreerd en hun formaat zijn hieronder opgesomd. De te registreren gegevens zijn afhankelijk van de categorie van het voertuig zoals hieronder is aangegeven.

De waarden van de parameters inzake de technische eigenschappen komen overeen met de waarden in de technische documentatie die bij het typeonderzoekcertificaat zit.

In de gevallen waarin de mogelijke waarden van een parameter beperkt zijn tot een vooraf bepaalde lijst, beheert het Bureau deze lijsten en werkt ze bij.

Voor de voertuigtypen die niet in overeenstemming zijn met alle toepasselijke geldende TSI’s mag de nationale veiligheidsinstantie die de typevergunning heeft verleend de informatie over de technische eigenschappen in deel 4 hieronder beperken tot de parameters die overeenkomstig de toepasselijke voorschriften zijn gecontroleerd.

Parameter

Dataformaat

Toepasselijkheid op voertuigcategorieën (Ja, Neen, Facultatief, Open Punt)

1.

Tractievoertuigen

2.

Getrokken reizigersvoertuigen

3.

Goederenwagons

4.

Bijzondere voertuigen

0.

Identificatie van het type

Titel (geen gegevens)

 

 

 

 

0.1.

IDENTIFICATIEGEGEVENS TYPE

[getal] XX-XXX-XXXX-X (overeenkomstig bijlage III)

J

J

J

J

0.2.

Versies die tot dit type behoren

[getal] XXX + [tekenreeks] (overeenkomstig bijlage III)

J

J

J

J

0.3.

Datum van registratie in het ERATV

[datum] DD-MM-JJJJ

J

J

J

J

1.

Algemene gegevens

Titel (geen gegevens)

 

 

 

 

1.1.

Naam van het type

[tekenreeks] (max. 256 tekens)

F

F

F

F

1.2.

Alternatieve naam van het type

[tekenreeks] (max. 256 tekens)

F

F

F

F

1.3.

Naam van de fabrikant

[tekenreeks] (max. 256 tekens) Keuze uit een vooraf bepaalde lijst, mogelijkheid om nieuwe fabrikanten toe te voegen

J

J

J

J

1.4.

Categorie

[tekenreeks] Keuze uit een vooraf bepaalde lijst (overeenkomstig bijlage III)

J

J

J

J

1.5.

Subcategorie

[tekenreeks] Keuze uit een vooraf bepaalde lijst (overeenkomstig bijlage III)

J

J

J

J

2.

Overeenkomst met TSI’s

Titel (geen gegevens)

 

 

 

 

2.1.

Overeenkomst met TSI

Voor elke TSI:

[tekenreeks] J/N/Gedeeltelijk/NVT Keuze uit een vooraf bepaalde lijst van TSI’s die betrekking hebben op voertuigen (zowel TSI’s die momenteel van kracht zijn als TSI’s die vroeger van kracht waren) (meerdere keuzes mogelijk)

J

J

J

J

2.2.

Referentie van de „EG-typeonderzoekcertificaten” (indien SB-module van toepassing) en/of „EG-ontwerponderzoekcertificaten” (indien SH1-module van toepassing)

[tekenreeks] (mogelijkheid om meerdere certificaten aan te geven, bv. certificaten voor het subsysteem „Rollend materieel”, certificaat voor „Besturing en seingeving”, enz.)

J

J

J

J

2.3.

Toepasselijke bijzondere gevallen (bijzondere gevallen waarmee de overeenstemming werd beoordeeld)

[tekenreeks] Keuze uit een vooraf bepaalde lijst (meerdere keuzes mogelijk) op basis van TSI’s (voor elke TSI met een J of G)

J

J

J

J

2.4.

Delen van TSI waaraan niet is voldaan

[tekenreeks] Keuze uit een vooraf bepaalde lijst (meerdere keuzes mogelijk) op basis van TSI’s (voor elke TSI met een G)

J

J

J

J

3.

Vergunningen

Titel (geen gegevens)

 

 

 

 

3.1.

Vergunning in

Titel (geen gegevens)

 

 

 

 

3.1.1.

Lidstaat van vergunning

[tekenreeks] Keuze uit een vooraf bepaalde lijst De gebruikte landencodes zijn die welke officieel zijn bekendgemaakt en bijgewerkt in de interinstitutionele schrijfwijzer

J

J

J

J

3.1.2.

Huidige status

Titel (geen gegevens)

 

 

 

 

3.1.2.1.

Status

[tekenreeks] + [datum] Het systeem vult het veld automatisch in. Mogelijke opties: ActiefOpgeschort DD-MM-JJJJ, Ingetrokken DD-MM-JJJJ, Vervallen DD-MM-JJJJ

J

J

J

J

3.1.2.2.

Geldigheid van de vergunning (indien bepaald)

[datum] DD-MM-JJJJ

J

J

J

J

3.1.2.3.

Gecodeerde beperkingen

[tekenreeks] Code toegekend door het Bureau

J

J

J

J

3.1.2.4.

Niet-gecodeerde beperkingen

[tekenreeks]

J

J

J

J

3.1.3.

Historiek

Titel (geen gegevens)

 

 

 

 

3.1.3.1.

Oorspronkelijke vergunning

Titel (geen gegevens)

J

J

J

J

3.1.3.1.1.

Datum

[datum] DD-MM-JJJJ

J

J

J

J

3.1.3.1.2.

Houder van een vergunning

[tekenreeks] (max. 256 tekens) Keuze uit een vooraf bepaalde lijst, mogelijkheid om nieuwe organisaties toe te voegen

J

J

J

J

3.1.3.1.3.

Referentie vergunningsdocument

[tekenreeks] (EIN)

J

J

J

J

3.1.3.1.4.

Referenties nationaal certificaat (indien van toepassing)

[tekenreeks]

J

J

J

J

3.1.3.1.5.

Parameters waarvoor overeenkomst met toepasselijke nationale voorschriften werd beoordeeld

[tekenreeks] Keuze uit een vooraf bepaalde lijst (meerdere keuzes mogelijk) op basis van Beschikking 2009/965/EG van de Commissie

J

J

J

J

3.1.3.1.6.

Commentaar

[tekenreeks] (max. 1 024 tekens)

F

F

F

F

3.1.3.X.

Wijziging aan een vergunning

Titel (geen gegevens) (X is progressief vanaf 2, zo vaak als de vergunning voor het type werd gewijzigd)

J

J

J

J

3.1.3.X.1.

Soort wijziging

[tekenreeks] Tekst uit een vooraf bepaalde lijst (wijziging, opschorting, reactivering, intrekking)

J

J

J

J

3.1.3.X.2.

Datum

[datum] DD-MM-JJJJ

J

J

J

J

3.1.3.X.3.

Houder van de vergunning (indien van toepassing)

[tekenreeks] (max. 256 tekens) Keuze uit een vooraf bepaalde lijst, mogelijkheid om nieuwe organisaties toe te voegen

J

J

J

J

3.1.3.X.4.

Referentie van document voor wijziging vergunning

[tekenreeks]

J

J

J

J

3.1.3.X.5.

Referenties nationaal certificaat (indien van toepassing)

[tekenreeks]

J

J

J

J

3.1.3.X.6

Toepasselijke nationale voorschriften (indien van toepassing)

[tekenreeks] Keuze uit een vooraf bepaalde lijst (meerdere keuzes mogelijk) op basis van Beschikking 2009/965/EG van de Commissie

J

J

J

J

3.1.3.X.7.

Commentaar

[tekenreeks] (max. 1 024 tekens)

F

F

F

F

3.X.

Vergunning in

Titel (geen gegevens) (X is progressief en wordt met één eenheid verhoogd vanaf 2, telkens als een vergunning voor dit type werd verleend (met inbegrip van de opgeschorte en ingetrokken vergunningen)). Dit deel bevat dezelfde velden als 3.1

J

J

J

J

4.

Technische eigenschappen van het voertuig

Titel (geen gegevens)

 

 

 

 

4.1.

Algemene technische eigenschappen

Titel (geen gegevens)

 

 

 

 

4.1.1.

Aantal stuurcabines

[getal] 0/1/2

J

J

J

J

4.1.2.

Snelheid

Titel (geen gegevens)

 

 

 

 

4.1.2.1.

Maximale ontwerpsnelheid

[getal] km/u

J

J

J

J

4.1.2.2.

Maximumsnelheid zonder last

[getal] km/u

N

N

J

N

4.1.3.

Wielstelbreedte

[tekenreeks] Keuze uit een vooraf bepaalde lijst

J

J

J

J

4.1.4.

Gebruiksvoorwaarden voor treinsamenstelling

[tekenreeks] Keuze uit een vooraf bepaalde lijst

J

J

N

J

4.1.5.

Maximum aantal treinstellen of locomotieven die aan elkaar zijn gekoppeld in meervoudig bedrijf

[getal]

J

N

N

N

4.1.6.

Aantal elementen in een stel goederenwagons (enkel voor subcategorie „stel goederenwagons”)

[getal]

N

N

J

N

4.1.7.

Lettercodes

[tekenreeks] Keuze uit een vooraf bepaalde lijst (overeenkomstig bijlage P van TSI OPE)

N

N

J

N

4.1.8.

Type voldoet aan de toepasselijke eisen voor de geldigheid van de door een andere lidstaat voor het voertuig verleende vergunning

[tekenreeks] Keuze uit een vooraf bepaalde lijst

J

J

J

J

4.1.9.

Gevaarlijke goederen waarvoor het voertuig geschikt is (tankcode)

[tekenreeks] Tankcode

N

N

J

N

4.1.10.

Structurele categorie

[tekenreeks] Keuze uit een vooraf bepaalde lijst

J

J

J

J

4.2.

Kinematisch omgrenzingsprofiel

Titel (geen gegevens)

 

 

 

 

4.2.1.

Kinematisch omgrenzingsprofiel (interoperabel profiel)

[tekenreeks] Keuze uit een vooraf bepaalde lijst (meer dan een lijst mogelijk) (de lijst zal verschillend zijn voor de verschillende categorieën, afhankelijk van de toepasselijke TSI)

J

J

J

J

4.2.2.

Kinematisch omgrenzingsprofiel (andere profielen die aan de hand van de kinematische methode werden beoordeeld)

[tekenreeks] Keuze uit een vooraf bepaalde lijst (meer dan een lijst mogelijk)

F

F

F

F

4.3.

Omgevingsomstandigheden

Titel (geen gegevens)

 

 

 

 

4.3.1.

Temperatuurbereik

[tekenreeks] Keuze uit een vooraf bepaalde lijst (meer dan een lijst mogelijk)

J

J

J

J

4.3.2.

Hoogtebereik

[tekenreeks] Keuze uit een vooraf bepaalde lijst

J

J

N

J

4.3.3.

Sneeuw, ijs en hagel

[tekenreeks] Keuze uit een vooraf bepaalde lijst

J

J

N

J

4.3.4.

Ballastspatten (uitsluitend voor voertuigen van v ≥ 190 km/u)

Open punt

OP

OP

N

N

4.4.

Brandveiligheid

Titel (geen gegevens)

 

 

 

 

4.4.1.

Categorie brandveiligheid

[tekenreeks] Keuze uit een vooraf bepaalde lijst

J

J

N

J

4.5.

Ontwerpgewicht en lasten

Titel (geen gegevens)

 

 

 

 

4.5.1.

Toegelaten nuttige last voor verschillende lijncategorieën

[getal] t voor lijncategorie [tekenreeks]

OP

OP

J

OP

4.5.2.

Ontwerpgewicht

Titel (geen gegevens)

 

 

 

 

4.5.2.1.

Bedrijfsklaar ontwerpgewicht

[getal] kg

J

J

F

J

4.5.2.2.

Ontwerpgewicht bij normale belasting

[getal] kg

J

J

F

J

4.5.2.3.

Ontwerpgewicht bij uitzonderlijke belasting

[getal] kg

J

J

N

J

4.5.3.

Statische aslast

Titel (geen gegevens)

 

 

 

 

4.5.3.1.

Bedrijfsklare statische aslast

[getal] kg

J

J

F

J

4.5.3.2.

Statische aslast bij normale nuttige last/maximale nuttige last voor goederenwagons

[getal] kg

J

J

F

J

4.5.3.3.

Statische aslast bij uitzonderlijke belasting

[getal] kg

J

J

N

J

4.5.4.

Quasi statische geleidekracht (indien meer dan de grenswaarden in de TSI of niet bepaald in de TSI)

[getal] kN

J

J

N

J

4.6.

Dynamisch gedrag van het rollend materieel

Titel (geen gegevens)

 

 

 

 

4.6.1.

Verkantingstekort (maximale niet-gecompenseerde dwarsversnelling) waarvoor het voertuig werd beoordeeld

[getal] mm

In het geval van dubbele voertuigprofielen moeten de waarden voor elk profiel worden vermeld

J

J

F

J

4.6.2.

Voertuig uitgerust met een verkantingscompensatiesysteem („kantelbak”)

[Boole] J/N

J

J

J

J

4.6.3.

Bedrijfswaarden van equivalente coniciteit (of afgesleten wielprofiel) waarvoor het voertuig werd getest

Open punt

OP

OP

OP

OP

4.7.

Remkarakteristieken

Titel (geen gegevens)

 

 

 

 

4.7.1.

Maximumvertraging van de trein

[getal] m/s2

J

N

N

J

4.7.2.

Bedrijfsreminrichting

Titel (geen gegevens)

 

 

 

 

4.7.2.1.

Remprestaties op steile hellingen bij normale belasting

Titel (geen gegevens)

 

 

 

 

4.7.2.1.1.

Referentie van de TSI

[tekenreeks] Uit een vooraf bepaalde lijst

J

J

J

J

4.7.2.1.2.

Snelheid (indien geen referentie is vermeld)

[getal] km/u

J

J

J

J

4.7.2.1.3.

Helling (indien geen referentie is vermeld)

[getal] ‰ (mm/m)

J

J

J

J

4.7.2.1.4.

Afstand (indien geen referentie is vermeld)

[getal] km

J

J

J

J

4.7.2.1.5.

Tijd (indien de afstand niet is vermeld) (Indien geen referentie is vermeld)

[getal] min

J

J

J

J

4.7.3.

Parkeerrem

Titel (geen gegevens)

 

 

 

 

4.7.3.1.

Alle voertuigen van dit type moeten met een parkeerrem zijn uitgerust (parkeerrem verplicht voor voertuigen van dit type)

[Boole] J/N

N

N

J

J

4.7.3.2.

Type parkeerrem (als het voertuig ermee is uitgerust)

[tekenreeks] Uit een vooraf bepaalde lijst

J

J

J

J

4.7.3.3.

Maximale helling waarop de eenheid blijft stilstaan met enkel de parkeerrem aangetrokken (als het voertuig ermee is uitgerust)

[getal] ‰ (mm/m)

J

J

J

J

4.7.4.

Remsystemen op het voertuig

Titel (geen gegevens)

 

 

 

 

4.7.4.1.

Wervelstroomrem

Titel (geen gegevens)

 

 

 

 

4.7.4.1.1.

Wervelstroomrem geïnstalleerd

[Boole] J/N

J

J

N

J

4.7.4.1.2.

Mogelijkheid om het gebruik van de wervelstroomrem te vermijden (uitsluitend indien wervelstroom-remmen zijn geïnstalleerd)

[Boole] J/N

J

J

N

J

4.7.4.2.

Magneetrem

Titel (geen gegevens)

 

 

 

 

4.7.4.2.1.

Magneetrem geïnstalleerd

[Boole] J/N

J

J

N

J

4.7.4.2.2.

Mogelijkheid om het gebruik van de magneetrem te vermijden (uitsluitend indien magneetremmen zijn geïnstalleerd)

[Boole] J/N

J

J

N

J

4.7.4.3.

Recuperatierem (uitsluitend voor voertuigen met elektrische tractie)

Titel (geen gegevens)

 

 

 

 

4.7.4.3.1.

Recuperatierem geïnstalleerd

[Boole] J/N

J

N

N

J

4.7.4.3.2.

Mogelijkheid om het gebruik van de recuperatierem te vermijden (uitsluitend indien recuperatieremmen zijn geïnstalleerd)

[Boole] J/N

J

N

N

J

4.8.

Geometrische eigenschappen

Titel (geen gegevens)

 

 

 

 

4.8.1.

Lengte van het voertuig

[getal] m

J

J

J

J

4.8.2.

Minimumwieldiameter bij bedrijf

[getal] mm

J

J

J

J

4.8.3.

Rangeerbeperkingen

[Boole] J/N

N

N

J

N

4.8.4.

Mogelijke horizontale minimumboogstraal

[getal] m

J

J

J

J

4.8.5.

Mogelijke verticale bolle minimumboogstraal

[getal] m

F

F

F

F

4.8.6.

Mogelijke verticale holle minimumboogstraal

[getal] m

F

F

F

F

4.8.7.

Hoogte van laadplatform (voor platte wagons en gecombineerd vervoer)

[getal] mm

N

N

J

N

4.8.8.

Geschikt voor vervoer op ferry’s

[Boole] J/N

J

J

J

J

4.9.

Apparatuur

Titel (geen gegevens)

 

 

 

 

4.9.1.

Type eindkoppeling (met vermelding van trek- en drukkrachten)

[tekenreeks] Uit een vooraf bepaalde lijst (meerdere keuzes mogelijk)

J

J

J

J

4.9.2.

Aslagerbewaking (warmloperdetector)

[tekenreeks] Uit een vooraf bepaalde lijst (meerdere keuzes mogelijk)

J

J

J

J

4.9.3.

Smering van wielflenzen

Titel (geen gegevens)

 

 

 

 

4.9.3.1.

Smering van wielflenzen geïnstalleerd

[Boole] J/N

J

J

N

J

4.9.3.2.

Mogelijkheid om het smeertoestel uit te schakelen (uitsluitend indien smering van wielflenzen is geïnstalleerd)

[Boole] J/N

J

N

N

J

4.10.

Energievoorziening

Titel (geen gegevens)

 

 

 

 

4.10.1.

Energievoorzieningssysteem

[tekenreeks] Uit een vooraf bepaalde lijst (meerdere keuzes mogelijk)

J

J

N

J

4.10.2.

Maximale stroom (moet worden vermeld voor elk energievoorzieningssysteem waarvoor het voertuig is uitgerust)

[getal] kW voor [energievoorzieningssysteem wordt automatisch vooraf ingevuld]

F

F

N

F

4.10.3.

Maximale nominale stroomafname van de bovenleiding (moet worden vermeld voor elk energievoorzieningssysteem waarvoor het voertuig is uitgerust)

[getal] A voor [spanning wordt automatisch vooraf ingevuld]

J

J

N

J

4.10.4.

Maximale stroomafname per stroomafnemer bij stilstand (moet worden vermeld voor elk gelijkstroomsysteem waarvoor het voertuig is uitgerust)

[getal] A voor [spanning wordt automatisch vooraf ingevuld]

J

J

N

J

4.10.5.

Hoogte van interactie van stroomafnemer met rijdraden (boven de spoorstaaf) (moet worden vermeld voor elk energievoorzieningssysteem waarvoor het voertuig is uitgerust)

[getal] van [m] tot [m] (tot twee decimalen)

J

J

N

J

4.10.6.

Stroomafnemerkop (moet worden vermeld voor elk energievoorzieningssysteem waarvoor het voertuig is uitgerust)

[tekenreeks] Voor [energie-voorzieningssysteem wordt automatisch vooraf ingevuld]

Uit een vooraf bepaalde lijst (meerdere keuzes mogelijk)

J

J

N

J

4.10.7.

Aantal stroomafnemers in contact met de bovenleiding (moet worden vermeld voor elk energievoorzieningssysteem waarvoor het voertuig is uitgerust)

[getal]

J

J

N

J

4.10.8.

Kortste afstand tussen twee stroomafnemers in contact met de bovenleiding (moet worden vermeld voor elk energievoorzieningssysteem waarvoor het voertuig is uitgerust; moet worden vermeld voor enkelvoudig en, indien van toepassing, meervoudig bedrijf) (uitsluitend indien het aantal opgezette stroomafnemers meer dan 1 bedraagt)

[getal] m

J

J

N

J

4.10.9.

Soort bovenleiding die wordt gebruikt voor het testen van de stroomafname-kwaliteit (moet worden vermeld voor elk energievoorzieningssysteem waarvoor het voertuig is uitgerust) (uitsluitend indien het aantal opgezette stroomafnemers meer dan 1 bedraagt)

[tekenreeks] Voor [energievoorzieningssysteem wordt automatisch vooraf ingevuld]

Uit een vooraf bepaalde lijst (meerdere keuzes mogelijk)

J

N

N

J

4.10.10.

Materiaal van het sleepstuk van de stroomafnemer waarmee het voertuig uitgerust kan zijn (moet worden vermeld voor elk energievoorzieningssysteem waarvoor het voertuig is uitgerust)

[tekenreeks] Voor [energievoorzieningssysteem wordt automatisch vooraf ingevuld]

Uit een vooraf bepaalde lijst (meerdere keuzes mogelijk)

J

J

N

J

4.10.11.

Automatische strijkinrichting geïnstalleerd (moet worden vermeld voor elk energievoorzieningssysteem waarvoor het voertuig is uitgerust)

[Boole] J/N

J

J

N

J

4.10.12.

TSI-conforme energiemeter voor facturering aan boord geïnstalleerd

[Boole] J/N

J

J

N

J

4.11.

Geluidseigenschappen

Titel (geen gegevens)

 

 

 

 

4.11.1.

Passeergeluidsniveaus (dB(A))

[getal] (dB(A))

F

F

F

F

4.11.2.

Passeergeluidsniveaus werden gemeten onder referentieomstandigheden

[Boole] J/N

J

J

J

J

4.11.3.

Stationaire geluidsniveaus (dB(A))

[getal] (dB(A))

F

F

F

F

4.11.4.

Geluidsniveau bij het starten (dB(A))

[getal] (dB(A))

F

N

N

F

4.12.

Eigenschappen met betrekking tot reizigers

Titel (geen gegevens)

 

 

 

 

4.12.1.

Algemene eigenschappen met betrekking tot reizigers

Titel (geen gegevens)

 

 

 

 

4.12.1.1.

Aantal vaste zitplaatsen

Van [getal] tot [getal]

F

F

N

N

4.12.1.2.

Aantal toiletten

[getal]

F

F

N

N

4.12.1.3.

Aantal slaapplaatsen

Van [getal] tot [getal]

F

F

N

N

4.12.2.

Eigenschappen met betrekking tot personen met beperkte mobiliteit

Titel (geen gegevens)

 

 

 

 

4.12.2.1.

Aantal gereserveerde zitplaatsen

Van [getal] tot [getal]

J

J

N

N

4.12.2.2.

Aantal rolstoelplaatsen

Van [getal] tot [getal]

J

J

N

N

4.12.2.3.

Aantal toiletten die toegankelijk zijn voor personen met beperkte mobiliteit

[getal]

J

J

N

N

4.12.2.4.

Aantal rolstoeltoegankelijke slaapruimten

Van [getal] tot [getal]

J

J

N

N

4.12.3.

Toegang en uitgang voor passagiers

Titel (geen gegevens)

 

 

 

 

4.12.3.1.

Perronhoogten waarvoor het voertuig is ontworpen.

[getal] uit een vooraf bepaalde lijst (meerdere keuzes mogelijk)

J

J

N

N

4.12.3.2.

Beschrijving van de aan boord aanwezige instaphulpmiddelen (indien aanwezig)

[tekenreeks] Keuze uit een vooraf bepaalde lijst (meerdere keuzes mogelijk)

J

J

N

N

4.12.3.3.

Beschrijving van verplaatsbare instapmiddelen indien hiermee bij het ontwerp van het voertuig werd rekening gehouden om te voldoen aan de eisen van de TSI „Personen met beperkte mobiliteit”

[tekenreeks] Keuze uit een vooraf bepaalde lijst (meerdere keuzes mogelijk)

J

J

N

N

4.13.

Besturings- en seingevingsappara-tuur aan boord (voor voertuigen met uitsluitend een stuurcabine)

Titel (geen gegevens)

 

 

 

 

4.13.1.

Seingeving

Titel (geen gegevens)

 

 

 

 

4.13.1.1.

ETCS-apparatuur aan boord en niveau ervan

[tekenreeks] Uit een vooraf bepaalde lijst

J

J

J

J

4.13.1.2.

Referentie.versie (x.y) van ETCS. Indien de versie niet volledig compatibel is, moet dit tussen haakjes worden vermeld

[tekenreeks] Uit een vooraf bepaalde lijst

J

J

J

J

4.13.1.3.

ETCS-treinapparatuur voor ontvangst van infill-functie-informatie via loop of GSM-R

[tekenreeks] Uit een vooraf bepaalde lijst (meerdere opties mogelijk)

J

J

J

J

4.13.1.4

Nationale toepassingen van ETCS uitgevoerd (NID_XUSER van Packet 44)

[getal] Uit de vooraf bepaalde lijst overeenkomstig de lijst met de ETCS-variabelen (meerdere opties mogelijk)

J

J

J

J

4.13.1.5.

Klasse B- of andere treinbeveiligings-, besturings- en cabinesignaleringssystemen geïnstalleerd (systeem en, indien van toepassing, versie)

[tekenreeks] Uit een vooraf bepaalde lijst (meerdere opties mogelijk)

J

J

J

J

4.13.1.6.

Bijzondere voorzieningen aan boord voor het schakelen tussen verschillende treinbeveiligings-, besturings- en cabinesignaleringssystemen

[tekenreeks] Uit combinaties van aan boord geïnstalleerde systemen („Systeem XX”/„Systeem YY”) (meerdere opties mogelijk)

J

J

J

J

4.13.2.

Radio

Titel (geen gegevens)

 

 

 

 

4.13.2.1.

GSM-R-treinapparatuur en de versie ervan (FRS en SRS)

[tekenreeks] Uit een vooraf bepaalde lijst

J

J

J

J

4.13.2.2.

Aantal mobiele GSM-R-sets in stuurcabine voor gegevensoverdracht

[getal] 0, 1, 2 of 3

J

J

J

J

4.13.2.3.

Klasse B- of andere radiosystemen geïnstalleerd (systeem en, indien van toepassing, versie)

[tekenreeks] Uit een vooraf bepaalde lijst (meerdere opties mogelijk)

J

J

J

J

4.13.2.4.

Bijzondere voorzieningen aan boord voor het schakelen tussen verschillende radiosystemen

[tekenreeks] Uit combinaties van aan boord geïnstalleerde systemen („Systeem XX”/„Systeem YY”) (meerdere opties mogelijk)

J

J

J

J

4.14.

Compatibiliteit met treindetectiesystemen

Titel (geen gegevens)

 

 

 

 

4.14.1.

Type treindetectiesysteem waarvoor het voertuig werd ontworpen en beoordeeld

[tekenreeks] Uit een vooraf bepaalde lijst (meerdere opties mogelijk)

J

J

J

J

4.14.2.

Gedetailleerde voertuigeigenschappen met betrekking tot treindetectiesystemen

Titel (geen gegevens)

J

J

J

J

4.14.2.1.

Maximumafstand tussen opeenvolgende assen

[getal] mm

J

J

J

J

4.14.2.2.

Minimumafstand tussen opeenvolgende assen

[getal] mm

J

J

J

J

4.14.2.3.

Afstand tussen de eerste en laatste as

[getal] mm

J

J

J

J

4.14.2.4.

Maximumlengte van de neus van het voertuig

[getal] mm

J

J

J

J

4.14.2.5.

Minimumbreedte van de velg

[getal] mm

J

J

J

J

4.14.2.6.

Minimumwieldiameter

[getal] mm

J

J

J

J

4.14.2.7.

Minimumdikte wielflenzen

[getal] mm

J

J

J

J

4.14.2.8.

Minimumhoogte wielflenzen

[getal] mm

J

J

J

J

4.14.2.9.

Maximumhoogte wielflenzen

[getal] mm

J

J

J

J

4.14.2.10.

Minimumaslast

[getal] t

J

J

J

J

4.14.2.11.

Ruimte tussen wielen zonder metaal- en inductieve onderdelen

Open punt

OP

OP

OP

OP

4.14.2.12.

Het materiaal van de wielen is ferromagnetisch

[Boole] J/N

J

J

J

J

4.14.2.13.

Maximale zandstrooicapaciteit

[getal] g per [getal] s

J

N

N

J

4.14.2.14.

Mogelijkheid om het gebruik van zandstrooien te vermijden

J/N

J

N

N

J

4.14.2.15.

Metaalmassa van het voertuig

Open punt

OP

OP

OP

OP

4.14.2.16.

Maximumimpedantie tussen tegenovergestelde wielen van een wielset

[getal] Ω

J

J

J

J

4.14.2.17.

Minimumimpedantie van het voertuig (tussen wielen en stroomafnemer (uitsluitend voor voertuigen die zijn uitgerust voor 1 500 V of 3 000 V gelijkstroom)

[getal] Ω voor [getal] Hz (meer dan één lijn is mogelijk)

J

N

N

J

4.14.2.18.

Elektromagnetische storingen door retourstroom in de sporen

Open punt

OP

OP

OP

OP

4.14.2.19.

Elektromagnetische emissie van de trein in verband met de comptabiliteit met treindetectiesystemen

Open punt

OP

OP

OP

OP

Opmerkingen:

1:

Indien een parameter in de toepasselijke TSI is bepaald, is de waarde voor de parameter de waarde die tijdens de controleprocedure werd beoordeeld.

2:

Vooraf bepaalde lijsten worden door het Bureau bijgehouden en bijgewerkt in overeenstemming met de geldende TSI’s, met inbegrip van de TSI’s die van toepassing kunnen zijn tijdens een overgangsperiode.

3:

Voor parameters die nog ter discussie staan, open punten, worden geen gegevens ingevoerd totdat het open punt in de relevante TSI is gesloten.

4:

Voor parameters die facultatief zijn, beslist de aanvrager van de typevergunning of gegevens worden meegedeeld.

5:

Velden 0.1-0.3 worden door het Bureau ingevuld.


BIJLAGE III

STRUCTUUR VAN TYPENUMMER

Elk voertuigtype krijgt een nummer van 10 cijfers dat als volgt is samengesteld:

XX

XXX

XXXX

X

Categorie

Familie

Platform

Oplopend nummer

Controlecijfer

Subcategorie

 

 

 

Veld 1

Veld 2

Veld 3

Veld 4

Waarbij

Veld 1 (cijfers 1 en 2) wordt toegekend op basis van de categorie en subcategorie van het voertuigtype in overeenstemming met de volgende tabel:

Code

Categorie

Subcategorie

11

Tractievoertuigen

Locomotief

12

Gereserveerd

13

Zelfrijdend passagierstreinstel (incl. motorwagens)

14

Gereserveerd

15

Zelfrijdend goederentreinstel

16

Gereserveerd

17

Rangeervoertuig

18

Gereserveerd

19

Andere (trams, light-railvoertuigen, enz.)

31

Getrokken reizigersvoertuigen

Reizigersrijtuigen (incl. slaapwagens, restauratiewagens, enz.)

32

Gereserveerd

33

Bagagewagen

34

Gereserveerd

35

Wagen voor autovervoer

36

Gereserveerd

37

Dienstenvoertuig (bv. keuken)

38

Gereserveerd

39

Vast treinstel

40

Gereserveerd

41

Andere

42-49

Gereserveerd

51

Goederenwagons (getrokken)

Goederenwagon

52

Gereserveerd

53

Vast stel van goederenwagons

54-59

Gereserveerd

71

Bijzondere voertuigen

Zelfrijdend bijzonder voertuig

72

Gereserveerd

73

Getrokken bijzonder voertuig

74-79

Gereserveerd

Veld 2 (cijfers 3 tot en met 5) wordt toegekend op basis van de familie waartoe het voertuigtype behoort. Voor nieuwe families (d.w.z. families die nog niet in het ERATV zijn geregistreerd) worden de cijfers progressief verhoogd met één eenheid bij elke aanvraag die het Bureau ontvangt voor registratie van een voertuigtype dat tot een nieuwe familie behoort.

Veld 3 (cijfers 6 tot en met 9) is een progressief getal dat met één eenheid wordt verhoogd bij elke aanvraag die het Bureau ontvangt voor registratie van een voertuigtype dat tot een bepaalde familie behoort.

Veld 4 (cijfer 10) is een controlecijfer dat op de volgende manier is bepaald (Luhn-algoritme of modulus 10):

de cijfers op de even posities van het stamnummer (velden 1 tot en met 9 van links naar rechts tellend) behouden hun waarde;

de cijfers op de oneven posities van het stamnummer (van links naar rechts tellend) worden met 2 vermenigvuldigd;

de cijfers op de even posities worden opgeteld bij de resultaten van de vermenigvuldigingen op de oneven posities;

de eenheden van deze som worden onthouden;

het controlecijfer is het verschil tussen 10 en dat cijfer; mocht de uitkomst een nul zijn, dan is het controlecijfer ook een nul.

Voorbeelden van het bepalen van het controlecijfer

1 —

Neem het volgende stamnummer

3

3

8

4

4

7

9

6

1

Vermenigvuldigingsfactor

2

1

2

1

2

1

2

1

2

 

6

3

16

4

8

7

18

6

2

Som: 6 + 3 + 1 + 6 + 4 + 8 + 7 + 1 + 8 + 6 + 2 = 52

De eenheid van deze som is 2.

Het controlecijfer is dus 8 en het stamnummer wordt dan registratienummer 33 844 7961 - 8.

2 —

Neem het volgende stamnummer

3

1

5

1

3

3

2

0

4

Vermenigvuldigingsfactor

2

1

2

1

2

1

2

1

2

 

6

1

10

1

6

3

4

0

8

Som: 6 + 1 + 1 + 0 + 1 + 6 + 3 + 4 + 0 + 8 = 30

De eenheid van deze som is 0.

Het controlecijfer is dus 0 en het stamnummer wordt dan registratienummer 31 513 3204 - 0.

Indien het typeonderzoekcertificaat of het ontwerponderzoekcertificaat betrekking heeft op meer dan een versie van het voertuigtype, wordt elke versie geïdentificeerd door een oplopend nummer uit drie cijfers.


Top