Help Print this page 
Title and reference
Verordening (EG) nr. 777/2008 van de Commissie van 4 augustus 2008 tot wijziging van de bijlagen I, V en VII bij Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten (Voor de EER relevante tekst)

OJ L 207, 5.8.2008, p. 9–10 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Languages, formats and link to OJ
Multilingual display
Text

5.8.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 207/9


VERORDENING (EG) Nr. 777/2008 VAN DE COMMISSIE

van 4 augustus 2008

tot wijziging van de bijlagen I, V en VII bij Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 3 oktober 2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten (1), en met name op artikel 32, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 1774/2002 worden veterinairrechtelijke en volksgezondheidsvoorschriften vastgesteld voor het verzamelen, vervoeren, opslaan, hanteren, verwerken en gebruiken of verwijderen van dierlijke bijproducten en het in de handel brengen van dergelijke producten.

(2)

Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1774/2002 bevat een definitie van bloedmeel. Om die definitie te verduidelijken moet worden gespecificeerd dat zij ook betrekking heeft op producten verkregen uit de warmtebehandeling van bloedfracties overeenkomstig hoofdstuk II van bijlage VII bij die verordening, en bestemd voor diervoeding of biologische meststoffen.

(3)

De specifieke eisen voor verwerkte dierlijke eiwitten van zoogdieren worden vastgesteld in hoofdstuk II van bijlage VII bij Verordening (EG) nr. 1774/2002. De onder A, punt 1, van dat hoofdstuk vastgestelde behandelingseisen voor verwerkte dierlijke eiwitten van zoogdieren moeten worden gewijzigd om rekening te houden met de nieuwe definitie van bloedmeel in bijlage I bij die verordening.

(4)

In bijlage V bij Verordening (EG) nr. 1774/2002 wordt bepaald dat dierlijke bijproducten moeten worden verwerkt op een ander terrein dan waar zij verzameld zijn, tenzij dat in een volledig afgezonderd gebouw gebeurt. Er wordt ook bepaald dat de verwerking van dierlijke bijproducten afkomstig van dezelfde ruimte in verwerkingsbedrijven die door een transportsysteem met een slachthuis verbonden zijn, onder bepaalde voorwaarden is toegestaan.

(5)

Om de praktische toepassing van de bepalingen in bijlage V bij Verordening (EG) nr. 1774/2002 op categorie 3-verwerkingsbedrijven te vergemakkelijken, moeten de bevoegde autoriteiten in de lidstaten in staat worden gesteld om van deze bepalingen af te wijken en het binnenbrengen van categorie 3-materiaal afkomstig uit andere krachtens Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (2) goedgekeurde bedrijfsruimten toe te staan, onder voorwaarden die de bestrijding van de risico's voor de volks- en de diergezondheid beogen.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlagen I, V en VII bij Verordening (EG) nr. 1774/2002 worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 4 augustus 2008.

Voor de Commissie

Androulla VASSILIOU

Lid van de Commissie


(1)  PB L 273 van 10.10.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 523/2008 van de Commissie (PB L 153 van 12.6.2008, blz. 23).

(2)  PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55; gerectificeerd in PB L 226 van 25.6.2004, blz. 22. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1243/2007 van de Commissie (PB L 281 van 25.10.2007, blz. 8).


BIJLAGE

De bijlagen I, V en VII bij Verordening (EG) nr. 1774.2002 worden als volgt gewijzigd:

1)

In bijlage I wordt punt 6 vervangen door:

„6.

bloedmeel: producten verkregen uit de warmtebehandeling van bloed of bloedfracties overeenkomstig bijlage VII, hoofdstuk II, en bestemd voor diervoeding of biologische meststoffen;”.

2)

In bijlage V, hoofdstuk I, wordt punt 1, onder a), vervangen door:

„a)

Verwerkingsbedrijven mogen niet op hetzelfde terrein gelegen zijn als slachthuizen, tenzij de risico's voor de volks- en de diergezondheid als gevolg van de verwerking van dierlijke bijproducten die afkomstig zijn van dergelijke slachthuizen, worden beperkt door naleving van ten minste de volgende voorwaarden:

i)

het verwerkingsbedrijf moet fysiek gescheiden zijn van het slachthuis; zo mogelijk door het onderbrengen van het verwerkingsbedrijf in een gebouw dat volledig gescheiden is van het slachthuis;

ii)

het volgende moet worden geïnstalleerd en gebezigd:

een transportsysteem dat het verwerkingsbedrijf met het slachthuis verbindt;

afzonderlijke ingangen, ontvangstruimten, uitrusting en uitgangen voor het verwerkingsbedrijf en het slachthuis;

iii)

er moeten maatregelen worden genomen ter voorkoming van de verspreiding van de risico's door toedoen van het personeel dat in het verwerkingsbedrijf en het slachthuis werkt;

iv)

onbevoegden en dieren mogen geen toegang hebben tot het verwerkingsbedrijf.

In afwijking van de punten i) tot en met iv) mag de bevoegde autoriteit voor categorie 3-verwerkingsbedrijven andere dan de in deze punten vastgestelde voorwaarden toestaan, die de vermindering beogen van de risico's voor de volks- en de diergezondheid, inclusief de risico's als gevolg van de verwerking van categorie 3-materiaal dat afkomstig is van niet op hetzelfde terrein gelegen bedrijven die zijn goedgekeurd krachtens Verordening (EG) nr. 853/2004. De lidstaten stellen de Commissie en de andere lidstaten in het kader van het comité, bedoeld in artikel 33, lid 1, in kennis van het gebruik dat door hun bevoegde autoriteiten van deze afwijking wordt gemaakt.”.

3)

In bijlage VII, hoofdstuk II, onder A, punt 1, wordt de eerste alinea vervangen door:

„Verwerkte dierlijke eiwitten van zoogdieren moeten met verwerkingsmethode 1 zijn behandeld. Varkensbloed of varkensbloedfracties mogen echter in plaats daarvan met een van de verwerkingsmethoden 1 tot en met 5 of met verwerkingsmethode 7 zijn behandeld, mits in het laatste geval een kerntemperatuur van ten minste 80 °C is bereikt.”.


Top