Help Print this page 
Title and reference
Verordening (EG) nr. 437/2008 van de Commissie van 21 mei 2008 tot wijziging van de bijlagen VII, X en XI bij Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de eisen voor de verwerking van als categorie 3-materiaal gedefinieerde melk en melkproducten (Voor de EER relevante tekst)

OJ L 132, 22.5.2008, p. 7–13 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Languages, formats and link to OJ
Multilingual display
Text

22.5.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 132/7


VERORDENING (EG) Nr. 437/2008 VAN DE COMMISSIE

van 21 mei 2008

tot wijziging van de bijlagen VII, X en XI bij Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de eisen voor de verwerking van als categorie 3-materiaal gedefinieerde melk en melkproducten

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 3 oktober 2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten (1), en met name op artikel 32, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1774/2002 zijn gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten vastgesteld. Hierin is bepaald dat dierlijke bijproducten die kunnen worden gebruikt als voedermiddelen, volgens de vereisten van die verordening moeten worden verwerkt.

(2)

Bijlage VII bij Verordening (EG) nr. 1774/2002 bevat specifieke hygiëne-eisen voor het verwerken en het in de handel brengen van verwerkte dierlijke eiwitten en andere verwerkte producten die als voedermiddel gebruikt kunnen worden. In het bijzonder bevat hoofdstuk V van die bijlage specifieke eisen voor de verwerking van melk, melkproducten en biest.

(3)

Overeenkomstig artikel 28, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1774/2002 mogen de bepalingen die van toepassing zijn op de invoer uit derde landen van producten zoals bedoeld in de bijlagen VII en VIII bij die verordening, niet gunstiger of minder gunstig zijn dan de bepalingen die van toepassing zijn op de productie en het in de handel brengen van de betrokken producten in de Gemeenschap. In hoofdstuk V van bijlage VII bij die verordening moeten derhalve enkele technische wijzigingen worden aangebracht om de verwerkingsnormen voor melk en melkproducten te harmoniseren en de daarvoor geldende invoervoorschriften te verduidelijken.

(4)

Naar aanleiding van het advies van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid van 29 maart 2006 over de risico’s voor de diergezondheid van het zonder verdere behandeling vervoederen van kant-en-klare zuivelproducten (2) moeten de specifieke hygiëne-eisen voor melk, producten op basis van melk en biest worden gewijzigd. Ook moet rekening worden gehouden met de methoden om het mond-en-klauwzeervirus in melk te inactiveren die zijn beschreven in het verslag van het Wetenschappelijk Comité voor de gezondheid en het welzijn van dieren uit 1999 over een strategie voor noodvaccinatie tegen mond-en-klauwzeer (3) en met aanhangsel 3.6.2 van de Gezondheidscode voor landdieren (uitgave 2005) (4) van de Wereldorganisatie voor de diergezondheid (OIE).

(5)

Gezien de gewijzigde specifieke hygiëne-eisen in hoofdstuk V van bijlage VII bij Verordening (EG) nr. 1774/2002 moeten de modellen van gezondheidscertificaten in hoofdstuk 2(A), 2(B) en 2(C) van bijlage X bij die verordening worden vervangen door één model van een certificaat voor de invoer uit derde landen van niet voor menselijke consumptie bestemde melk en melkproducten.

(6)

De verwijzing naar het specifieke gezondheidscertificaat in deel I van bijlage XI bij Verordening (EG) nr. 1774/2002, betreffende lijsten van derde landen waaruit de lidstaten de invoer kunnen toestaan van dierlijke bijproducten die niet voor menselijke consumptie bestemd zijn, moet worden aangepast.

(7)

De bijlagen VII, X en XI bij Verordening (EG) nr. 1774/2002 moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlagen VII, X en XI bij Verordening (EG) nr. 1774/2002 worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 mei 2008.

Zendingen waarvoor vóór 1 november 2008 veterinaire certificaten zijn afgegeven volgens de modellen zoals die vóór de wijziging bij deze verordening in Verordening (EG) nr. 1774/2002 waren opgenomen, mogen tot en met 1 februari 2009 in de Gemeenschap worden ingevoerd.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 21 mei 2008.

Voor de Commissie

Androulla VASSILIOU

Lid van de Commissie


(1)  PB L 273 van 10.10.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 399/2008 van de Commissie (PB L 118 van 6.5.2008, blz. 12).

(2)  http://www.efsa.europa.eu/en/science/ahaw/ahaw_opinions/1447.html

(3)  http://ec.europa.eu/food/fs/sc/scah/out22_en.html

(4)  http://www.oie.int/eng/normes/mcode/en_chapitre_3.6.2.htm


BIJLAGE

Verordening (EG) nr. 1774/2002 wordt als volgt gewijzigd:

1.

In bijlage VII komt hoofdstuk V als volgt te luiden:

„HOOFDSTUK V

Specifieke eisen voor melk, melkproducten en biest

Naast de in hoofdstuk I genoemde eisen gelden de volgende bepalingen:

A.   Verwerkingsnormen

1.

Melk moet een van de volgende behandelingen ondergaan:

1.1.

sterilisatie met een F0-waarde (1) van ten minste 3;

1.2.

UHT (2) gecombineerd met een van de volgende behandelingen:

a)

een daarop volgende fysieke behandeling, door:

i)

een droogprocedé, in het geval van melk die bestemd is als voeder voor dieren gecombineerd met extra verhitting tot 72 °C of meer; of

ii)

verlaging van de pH tot minder dan 6 gedurende ten minste een uur;

b)

de voorwaarde dat de melk of het melkproduct ten minste 21 dagen voor verzending is geproduceerd en dat in de lidstaat van oorsprong gedurende deze periode geen mond-en-klauwzeer is vastgesteld;

1.3.

HTST (3) tweemaal toegepast;

1.4.

HTST (3) in combinatie met een van de volgende behandelingen:

a)

een daarop volgende fysieke behandeling, door:

i)

een droogprocedé, in het geval van melk die bestemd is als voeder voor dieren gecombineerd met extra verhitting tot 72 °C of meer; of

ii)

verlaging van de pH tot minder dan 6 gedurende ten minste een uur;

b)

de voorwaarde dat de melk of het melkproduct ten minste 21 dagen voor verzending is geproduceerd en dat in de lidstaat van oorsprong gedurende deze periode geen mond-en-klauwzeer is vastgesteld.

2.

Melkproducten moeten ten minste een van de in lid 1 bedoelde behandelingen ondergaan of worden bereid met melk die overeenkomstig lid 1 is behandeld.

3.

Wei die wordt gebruikt als voeder voor dieren die gevoelig zijn voor mond-en-klauwzeer en die afkomstig is van melk die een behandeling overeenkomstig lid 1 heeft ondergaan, mag pas 16 uur na het stremmen van de melk worden afgetapt en alleen naar veehouderijen worden vervoerd als de pH lager dan 6,0 is.

4.

Behalve aan de in de leden 1, 2 en 3 vermelde eisen moeten melk en melkproducten aan de volgende eisen voldoen:

4.1.

na de verwerking moeten de nodige voorzorgsmaatregelen worden getroffen om te voorkomen dat het product wordt verontreinigd;

4.2.

het eindproduct moet voorzien zijn van een etiket waarop vermeld staat dat het categorie 3-materiaal bevat en niet bestemd is voor menselijke consumptie, en

a)

moet in nieuwe recipiënten worden verpakt; of

b)

in geval van bulkvervoer moeten de voertuigen of containers die voor dat vervoer worden gebruikt, vóór gebruik grondig gereinigd en ontsmet worden met een door de bevoegde autoriteit voor dit doel goedgekeurd ontsmettingsmiddel.

5.

De productie van rauwe melk en biest dient te gebeuren onder voorwaarden die adequate garanties bieden ten aanzien van de diergezondheid. Deze voorwaarden worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 33, lid 2.

B.   Invoer

1.

De lidstaten staan invoer van melk en melkproducten onder de volgende voorwaarden toe:

1.1.

zij zijn afkomstig uit derde landen die voorkomen op de lijst in deel I van bijlage XI;

1.2.

zij zijn afkomstig van een verwerkende inrichting die voorkomt op de in artikel 29, lid 4, bedoelde lijst;

1.3.

zij gaan vergezeld van een gezondheidscertificaat volgens het model in hoofdstuk 2 van bijlage X;

1.4.

zij hebben ten minste een van de behandelingen bedoeld in de punten 1.1, 1.2, 1.3 en letter a) van punt 1.4 van deel A ondergaan;

1.5.

zij voldoen aan de punten 2 en 4 en, in het geval van wei, aan punt 3 van deel A.

2.

In afwijking van punt 1.4 staan de lidstaten de invoer toe van melk en melkproducten uit derde landen die zijn vermeld in kolom A van bijlage I bij Beschikking 2004/438/EG van de Commissie (4), op voorwaarde dat de melk of melkproducten één HTST-behandeling hebben ondergaan en:

i)

ten minste 21 dagen vóór verzending zijn geproduceerd en dat gedurende deze periode geen gevallen van mond-en-klauwzeer in het land van uitvoer zijn vastgesteld, of

ii)

ten minste 21 dagen na de productie bij een EU-grensinspectiepost zijn aangeboden en dat gedurende deze periode geen gevallen van mond-en-klauwzeer in het land van uitvoer zijn vastgesteld.

3.

Wanneer wordt geconstateerd dat er een risico van insleep van een exotische ziekte of een ander risico voor de diergezondheid bestaat, kunnen volgens de in artikel 33, lid 2, bedoelde procedure aanvullende voorwaarden ter bescherming van de diergezondheid worden vastgesteld.

2.

In bijlage X komen de hoofdstukken 2(A), 2(B) en 2(C) als volgt te luiden:

„HOOFDSTUK 2

Image

Image

Image

3.

Bijlage XI, deel I, komt als volgt te luiden:

„DEEL I

Lijst van derde landen waaruit de lidstaten de invoer kunnen toestaan van melk en melkproducten (gezondheidscertificaat hoofdstuk 2)

Derde landen die zijn opgenomen in de lijst in bijlage I bij Beschikking 2004/438/EG.”.


(1)  F0 is de berekende dodende werking op sporen van bacteriën. Een F0-waarde van 3,00 betekent dat het koudste punt in het product voldoende is verhit om dezelfde dodende werking te verkrijgen als 121 °C (250 °F) in drie minuten met verwaarloosbare verhittings- en afkoeltijd.

(2)  

UHT

=

Ultrahogetemperatuur-behandeling bij 132 °C gedurende ten minste één seconde.

(3)  

HTST

=

Kortstondige pasteurisatie bij hoge temperatuur (High Temperature Short Time — HTST), nl. bij 72 °C gedurende ten minste 15 seconden, of een equivalente pasteurisatiebehandeling die volstaat om een negatieve reactie op de fosfatasetest te veroorzaken.

(4)  PB L 154 van 30.4.2004, blz. 72; gerectificeerd in PB L 189 van 27.5.2004, blz. 57.”.


Top