Help Print this page 
Title and reference
Verordening (EG) nr. 1432/2007 van de Commissie van 5 december 2007 tot wijziging van de bijlagen I, II en VI bij Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het merken en het vervoer van dierlijke bijproducten (Voor de EER relevante tekst )

OJ L 320, 6.12.2007, p. 13–17 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Languages, formats and link to OJ
Multilingual display
Text

6.12.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 320/13


VERORDENING (EG) Nr. 1432/2007 VAN DE COMMISSIE

van 5 december 2007

tot wijziging van de bijlagen I, II en VI bij Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het merken en het vervoer van dierlijke bijproducten

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 3 oktober 2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten (1), en met name op artikel 32, lid 1, en hoofdstuk I, punt 8, van bijlage VI,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) Nr. 1774/2002 worden specifieke gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten vastgesteld.

(2)

In de artikelen 4, 5 en 6 van Verordening (EG) nr. 1774/2002 wordt bepaald dat categorie 1-, categorie 2- en categorie 3-materiaal zo spoedig mogelijk overeenkomstig artikel 7 van die verordening moet worden verzameld, vervoerd en geïdentificeerd.

(3)

In artikel 7 en bijlage II worden voorschriften voor de identificatie, de verzameling en het vervoer van de verschillende categorieën dierlijke bijproducten en verwerkte producten vastgesteld. Ter verbetering van de controle en de traceerbaarheid moet voor de handel in die bijproducten en verwerkte producten een gestandaardiseerde kleurcodering voor verpakkingen, recipiënten en voertuigen worden gebruikt. De kleuren moeten zodanig worden gekozen dat zij gemakkelijk kunnen worden onderscheiden, ook door personen met slecht kleurenzicht.

(4)

Voor de duidelijkheid moet een definitie van „kleurcodering” worden toegevoegd aan de specifieke definities in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1774/2002.

(5)

De lidstaten moeten de mogelijkheid hebben om systemen op te zetten of aanvullende voorschriften vast te stellen voor de kleurcodering van verpakkingen, recipiënten en voertuigen die worden gebruikt voor het vervoer van de verschillende categorieën dierlijke bijproducten en verwerkte producten op hun grondgebied. Dergelijke systemen of voorschriften mogen geen verwarring scheppen met het voor de handel gebruikte gestandaardiseerde kleurcoderingssysteem.

(6)

De lidstaten moeten ook de mogelijkheid hebben om voor te schrijven dat van hun grondgebied afkomstige dierlijke bijproducten die op hun grondgebied blijven, niet alleen van het merkteken voor gespecificeerd risicomateriaal, als voorgeschreven bij Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (2), maar ook van een bijzonder merkteken worden voorzien. Een dergelijke markering mag echter geen belemmeringen voor het handelsverkeer of voor de uitvoer naar derde landen opwerpen.

(7)

Bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1774/2002 bevat voorschriften voor het model van het handelsdocument waarvan dierlijke bijproducten en verwerkte producten tijdens het vervoer vergezeld moeten gaan. Er moeten aanvullende voorschriften voor dergelijke documenten worden vastgesteld om de identificatie en de traceerbaarheid van de dierlijke bijproducten te verbeteren.

(8)

In de artikelen 4, 5 en 6 van Verordening (EG) nr. 1774/2002 wordt bepaald dat bepaalde verwerkte dierlijke bijproducten blijvend moeten worden gemerkt, indien technisch mogelijk met een geur, overeenkomstig bijlage VI, hoofdstuk I, van die verordening.

(9)

In bijlage VI, hoofdstuk I, bij Verordening (EG) nr. 1774/2002 wordt bepaald dat van categorie 1- of categorie 2-materiaal afgeleide producten, met uitzondering van vloeibare producten die bestemd zijn voor biogas- of composteerinstallaties, via een door de bevoegde autoriteit goedgekeurd systeem permanent moeten worden gemerkt, voor zover technisch mogelijk, met een geur. Tot dusver zijn bij gebrek aan beschikbare wetenschappelijke gegevens over het aanbrengen van merktekens nog geen uitvoeringsbepalingen voor een dergelijke markering vastgesteld.

(10)

Op 17 oktober 2006 heeft het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek van de Commissie de resultaten gepubliceerd van een implementatiestudie ter evaluatie van het gebruik van glyceroltriheptanoaat (GTH) als geschikte merker voor dierlijke bijproducten in destructiesystemen. Op grond van dit verslag moeten uitvoeringsvoorschriften voor het merken van verwerkte dierlijke bijproducten worden vastgesteld.

(11)

Deze voorschriften mogen geen afbreuk doen aan het merken van verwerkte producten die zijn bestemd voor gebruik in biologische meststoffen en bodemverbeteraars om te voldoen aan de verplichting om die producten niet direct te gebruiken op land waar vee kan komen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 181/2006 van de Commissie van 1 februari 2006 ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1774/2002 wat andere biologische meststoffen en bodemverbeteraars dan mest betreft en tot wijziging van die verordening (3).

(12)

Er moet worden voorzien in bepaalde uitzonderingen op het voorschrift om verwerkte producten met GTH te merken, met name wat betreft producten die worden vervoerd voor gebruik of verwijdering met een methode overeenkomstig Verordening (EG) nr. 92/2005 van de Commissie van 19 januari 2005 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad voor wat betreft de methoden voor de verwijdering of het gebruik van dierlijke bijproducten en tot wijziging van bijlage VI daarbij voor wat betreft de omzetting in biogas en de verwerking van gesmolten vet (4).

(13)

De bijlagen I, II en VI bij Verordening (EG) nr. 1774/2002 moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(14)

Om de lidstaten en het bedrijfsleven de nodige tijd te geven om zich aan de nieuwe voorschriften van deze verordening aan te passen, moeten die voorschriften van toepassing zijn met ingang van 1 juli 2008.

(15)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlagen I, II en VI bij Verordening (EG) nr. 1774/2002 worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 2008.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 5 december 2007.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)  PB L 273 van 10.10.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 829/2007 van de Commissie (PB L 191 van 21.7.2007, blz. 1).

(2)  PB L 147 van 31.5.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1275/2007 van de Commissie (PB L 284 van 30.10.2007, blz. 8).

(3)  PB L 29 van 2.2.2006, blz. 31.

(4)  PB L 19 van 21.1.2005, blz. 27. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1678/2006 (PB L 314 van 15.11.2006, blz. 4).


BIJLAGE

De bijlagen I, II en VI bij Verordening (EG) nr. 1774/2002 worden als volgt gewijzigd:

1)

In bijlage I wordt het volgende punt toegevoegd:

„65.

kleurcodering: het systematische gebruik van kleuren, als omschreven in bijlage II, hoofdstuk I, voor het aangeven van de in deze verordening bedoelde informatie op het oppervlak of een deel van het oppervlak van een verpakking, recipiënt of voertuig, of op een daarop aangebracht etiket of symbool.”.

2)

Bijlage II wordt als volgt gewijzigd:

a)

hoofdstuk I wordt vervangen door:

„HOOFDSTUK I

Identificatie

1.

Alle nodige maatregelen moeten worden getroffen om ervoor te zorgen dat

a)

categorie 1-, categorie 2- en categorie 3-materiaal identificeerbaar is en tijdens het verzamelen en vervoeren ervan gescheiden en identificeerbaar blijft;

b)

verwerkte producten identificeerbaar zijn en tijdens het vervoer gescheiden en identificeerbaar blijven;

c)

een merkstof voor de identificatie van dierlijke bijproducten en verwerkte producten van een specifieke categorie alleen wordt gebruikt voor de categorie waarvoor het gebruik daarvan krachtens deze verordening wordt voorgeschreven, of overeenkomstig punt 4 wordt vastgesteld; en

d)

dierlijke bijproducten en verwerkte producten van de ene naar de andere lidstaat worden verzonden in verpakkingen, recipiënten of voertuigen die zijn voorzien van een opvallende en, ten minste tijdens het vervoer, onuitwisbare kleurcodering:

i)

voor categorie 1-materiaal, onder gebruikmaking van de kleur zwart;

ii)

voor categorie 2-materiaal (met uitzondering van mest en de inhoud van het maagdarmkanaal), onder gebruikmaking van de kleur geel;

iii)

voor categorie 3-materiaal, onder gebruikmaking van de kleur groen met een hoog gehalte aan blauw om ervoor te zorgen dat zij duidelijk kan worden onderscheiden van de andere kleuren.

2.

Tijdens het vervoer moet op de verpakking, de recipiënt of het voertuig een etiket worden aangebracht waarop

a)

duidelijk de categorie dierlijke bijproducten of, voor verwerkte producten, de categorie dierlijke bijproducten waarvan de verwerkte producten zijn afgeleid, wordt aangegeven; en

b)

het volgende opschrift staat vermeld:

i)

voor categorie 3-materiaal: „niet voor menselijke consumptie”;

ii)

voor categorie 2-materiaal (met uitzondering van mest en de inhoud van het maagdarmkanaal) en daarvan afgeleide verwerkte producten: „niet voor dierlijke consumptie”; indien categorie 2-materiaal echter bestemd is voor het voederen van dieren, als bedoeld in artikel 23, lid 2, onder c), onder de in dat artikel vastgestelde voorwaarden, moet op het etiket worden aangegeven: „voeder voor …”, gevolgd door de naam van de specifieke diersoorten voor het voederen waarvan het materiaal bestemd is;

iii)

voor categorie 1-materiaal en daarvan afgeleide verwerkte producten: „uitsluitend geschikt voor verwijdering”;

iv)

voor mest en de inhoud van het maagdarmkanaal: „mest”.

3.

De lidstaten mogen systemen opzetten of voorschriften vaststellen voor de kleurcodering van verpakkingen, recipiënten of voertuigen die worden gebruikt voor het vervoer van dierlijke bijproducten en verwerkte producten die van hun grondgebied afkomstig zijn en op hun grondgebied blijven, mits die systemen of voorschriften niet leiden tot verwarring met het in artikel 1, onder d), bedoelde kleurcoderingssysteem.

4.

Onverminderd bijlage V, punt 3, bij Verordening (EG) nr. 999/2001 mogen de lidstaten systemen opzetten of voorschriften vaststellen voor het merken van dierlijke bijproducten die van hun grondgebied afkomstig zijn en op hun grondgebied blijven, mits die systemen of voorschriften niet in strijd zijn met de markeringsvoorschriften voor verwerkte producten in bijlage VI, hoofdstuk I, bij deze verordening.

5.

In afwijking van de punten 3 en 4 mogen de lidstaten gebruikmaken van de in die punten bedoelde systemen of voorschriften voor dierlijke bijproducten die van hun grondgebied afkomstig zijn maar niet bedoeld zijn om op hun grondgebied te blijven, als de lidstaat of het derde land van bestemming zijn instemming heeft betuigd.”;

b)

in hoofdstuk X wordt punt 1 vervangen door:

„1.

Tijdens het vervoer gaan de dierlijke bijproducten en de verwerkte producten vergezeld van een handelsdocument overeenkomstig het in dit hoofdstuk vastgestelde model. Voor het vervoer van dierlijke bijproducten en verwerkte producten op hun eigen grondgebied mogen de lidstaten echter voorschrijven:

a)

dat gebruik wordt gemaakt van een verschillend handelsdocument, op papier of in elektronische vorm, mits dit handelsdocument voldoet aan de voorschriften van hoofdstuk III, punt 2;

b)

dat de hoeveelheid materiaal, als bedoeld in hoofdstuk III, punt 2, onder c), op het handelsdocument wordt uitgedrukt als gewicht van het materiaal;

c)

dat een kopie van het handelsdocument door de ontvanger wordt teruggestuurd naar de producent, die de kopie overeenkomstig hoofdstuk V moet bewaren als bewijs van aankomst van de zending.”.

3)

Bijlage VI wordt als volgt gewijzigd:

a)

de titel wordt vervangen door:

b)

hoofdstuk I wordt als volgt gewijzigd:

i)

de titel wordt vervangen door:

ii)

in deel C worden de volgende punten toegevoegd:

„10.

In overeenkomstig artikel 13 erkende verwerkingsbedrijven worden verwerkte producten, als bedoeld in artikel 4, lid 2, onder b) en c), en artikel 5, lid 2, onder b) en c), permanent gemerkt met:

a)

een geur, voor zover technisch mogelijk; en

b)

glyceroltriheptanoaat (GTH), op zodanige wijze dat:

i)

GTH wordt toegevoegd aan verwerkte producten die een voorafgaande sanerende warmtebehandeling bij een kerntemperatuur van ten minste 80 °C hebben ondergaan en daarna tegen herbesmetting beschermd blijven; en

ii)

alle verwerkte producten, homogeen in de stof verdeeld, een minimumconcentratie van ten minste 250 mg GTH per kg vet bevatten.

11.

De exploitanten van overeenkomstig artikel 13 erkende verwerkingsbedrijven beschikken over een systeem voor de permanente monitoring en registratie van parameters die geschikt zijn om de bevoegde autoriteit aan te tonen dat de vereiste homogene minimumconcentratie van GTH, als bedoeld in punt 10, onder b), in de in punt 10 bedoelde verwerkte producten wordt bereikt.

Dat monitoring- en registratiesysteem omvat de bepaling van het gehalte aan intact GTH als triglyceride in een gereinigd petroleumether 40-70-extract van GTH uit met regelmatige tussenpozen genomen monsters.

12.

De bevoegde autoriteit voert een prestatiecontrole van het in punt 11 bedoelde monitoring- en registratiesysteem uit om na te gaan of het aan deze verordening voldoet en mag, zo nodig, verzoeken om het testen van bijkomende monsters overeenkomstig de in punt 11, tweede alinea, bedoelde methode.

13.

Het merken met GTH is niet vereist voor verwerkte producten, als bedoeld in artikel 4, lid 2, onder b) en c), en artikel 5, lid 2, onder b) en c), wanneer deze producten:

a)

via een gesloten transportsysteem dat door de bevoegde autoriteit is goedgekeurd, uit het verwerkingsbedrijf worden vervoerd voor:

i)

onmiddellijke directe verbranding of meeverbranding, of

ii)

onmiddellijk gebruik volgens een voor dierlijke bijproducten van categorie 1 en 2 goedgekeurde methode overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Verordening (EG) nr. 92/2005; of

b)

zijn bestemd voor onderzoek of door de bevoegde autoriteit toegestaan wetenschappelijk gebruik.”.


Top