Help Print this page 
Title and reference
Verordening (EG) nr. 587/2007 van de Commissie van 30 mei 2007 houdende uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad betreffende de toekenning van communautaire steun voor de particuliere opslag van bepaalde kaassoorten in het opslagseizoen 2007/2008

OJ L 139, 31.5.2007, p. 10–15 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Languages, formats and link to OJ
Multilingual display
Text

31.5.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 139/10


VERORDENING (EG) Nr. 587/2007 VAN DE COMMISSIE

van 30 mei 2007

houdende uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad betreffende de toekenning van communautaire steun voor de particuliere opslag van bepaalde kaassoorten in het opslagseizoen 2007/2008

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten (1), en met name op artikel 10,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op grond van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1255/1999 kan steun worden verleend voor de particuliere opslag van soorten bewaarkaas en van kaassoorten die zijn geproduceerd op basis van schapenmelk en/of geitenmelk en die ten minste zes maanden moeten rijpen, indien uit de ontwikkeling van prijzen en voorraden van deze kaassoorten een ernstig gebrek aan evenwicht op de markt blijkt dat door seizoenopslag kan worden opgeheven of verminderd.

(2)

De seizoengebondenheid van de productie van bepaalde soorten bewaarkaas en van Pecorino Romano, Kefalotyri en Kasseri wordt nog verergerd door de omgekeerde seizoengebondenheid van het verbruik van deze kaassoorten. Bovendien worden de gevolgen van deze seizoengebondenheid nog verzwaard door de versnipperde productie van deze kaassoorten. Bijgevolg moet voor deze kaassoorten een seizoengebonden opslag plaatsvinden voor een hoeveelheid die overeenkomt met het verschil tussen de productie in de zomermaanden en die in de wintermaanden.

(3)

De voor de steun in aanmerking komende kaassoorten en maximumhoeveelheden, alsmede de duur van de overeenkomsten moeten naar gelang van de werkelijke marktbehoeften en de bewaarmogelijkheden voor de betrokken kaassoorten worden vastgesteld.

(4)

De inhoud van de opslagovereenkomst en de belangrijkste maatregelen inzake identificatie en controle van de kaas waarvoor de overeenkomst geldt, moeten nader worden bepaald. Bij de vaststelling van de steunbedragen moet rekening worden gehouden met de opslagkosten en met het in acht te nemen evenwicht tussen de kaas die voor deze steun in aanmerking komen en de andere op de markt gebrachte kaas. In het licht van deze elementen en van de beschikbare middelen hoeft het totale steunbedrag niet te worden gewijzigd.

(5)

Ook moeten nadere voorschriften worden vastgesteld die betrekking hebben op de documentatie en de boekhouding, alsmede op de frequentie van de controles en de wijze waarop deze moeten worden verricht. In dit verband moet worden bepaald dat de lidstaten de controlekosten geheel of gedeeltelijk aan de contractant mogen aanrekenen.

(6)

Er moet duidelijk worden gesteld dat enkel hele kazen in aanmerking komen voor steun voor de particulier opslag.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor melk en zuivelproducten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp

Bij deze verordening worden uitvoeringsbepalingen vastgesteld voor de toekenning van de in artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1255/1999 bedoelde communautaire steun voor de particuliere opslag van bepaalde kaassoorten (hierna „de steun” te noemen) in het opslagseizoen 2007/2008.

Artikel 2

Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

a)

„opgeslagen partij”: een hoeveelheid van minstens 2 t kaas van dezelfde soort, die op dezelfde dag in dezelfde opslagplaats is ingeslagen;

b)

„eerste dag van contractuele opslag”: de dag na die van inslag;

c)

„laatste dag van contractuele opslag”: de dag vóór die van uitslag;

d)

„opslagseizoen”: de periode waarin de kaas onder de regeling inzake particuliere opslag kan vallen, als omschreven in de bijlage voor elke kaassoort.

Artikel 3

Voor de steun in aanmerking komende kaassoorten

1.   Onder de in de bijlage bepaalde voorwaarden wordt steun verleend voor bepaalde soorten bewaarkaas en voor Pecorino Romano, Kefalotyri en Kasseri. Alleen hele kazen komen in aanmerking voor steun.

2.   De kaas moet in de Gemeenschap vervaardigd zijn en aan de volgende voorwaarden voldoen:

a)

op de kaas moet in onuitwisbare letters de onderneming waar hij vervaardigd is, alsmede de dag en de maand van vervaardiging worden vermeld, waarbij deze vermeldingen eventueel in de vorm van een code mogen worden aangebracht;

b)

de kaas moet een kwaliteitsonderzoek hebben ondergaan waaruit blijkt dat hij voldoende waarborgen biedt om na rijping in één van de in de bijlage aangegeven categorieën te worden ingedeeld.

Artikel 4

Opslagovereenkomst

1.   De overeenkomsten voor de particuliere opslag van kaas worden gesloten tussen het interventiebureau van de lidstaat waar de kaas is opgeslagen, en natuurlijke personen of rechtspersonen, hierna „contractanten” te noemen.

2.   De opslagovereenkomst wordt schriftelijk gesloten op grond van een aanvraag tot sluiting van een overeenkomst.

Deze aanvraag moet binnen 30 dagen na de inslagdatum in het bezit zijn van het interventiebureau en mag slechts betrekking hebben op partijen kaas waarvoor de inslag beëindigd is. Het interventiebureau registreert de datum waarop het de aanvraag ontvangt.

Wanneer de aanvraag het interventiebureau binnen niet meer dan tien werkdagen na de bovengenoemde uiterste termijn bereikt, kan de opslagovereenkomst alsnog worden gesloten, maar het steunbedrag wordt dan met 30 % verlaagd.

3.   De opslagovereenkomst wordt voor één of meer opslagpartijen gesloten en omvat met name bepalingen inzake:

a)

de hoeveelheid kaas waarop de overeenkomst betrekking heeft;

b)

de data voor de uitvoering van de overeenkomst;

c)

het steunbedrag;

d)

de identificatie van de opslagplaatsen.

4.   De opslagovereenkomst wordt gesloten binnen 30 dagen na de datum waarop de aanvraag tot sluiting van een overeenkomst geregistreerd is.

5.   De controlemaatregelen, en met name die welke in artikel 7 bedoeld zijn, worden door het interventiebureau in een bestek beschreven. In het opslagcontract wordt naar dit bestek verwezen.

Artikel 5

Inslag en uitslag

1.   De inslag- en uitslagperioden zijn vermeld in de bijlage.

2.   De uitslag moet steeds betrekking hebben op een volledige partij.

3.   Wanneer na het verstrijken van de eerste 60 dagen contractuele opslag de kwaliteitsvermindering van de kaas groter is dan ze normaliter als gevolg van de bewaring zou mogen zijn, kunnen de contractanten worden gemachtigd eenmaal voor iedere opslagpartij de betrokken hoeveelheden op hun kosten te vervangen.

Wanneer in het kader van de controles tijdens de opslag of bij de uitslag bepaalde hoeveelheden ondeugdelijk worden bevonden, wordt voor deze hoeveelheden geen steun toegekend. Bovendien mag de voor steun in aanmerking komende overblijvende hoeveelheid van de opslagpartij niet minder dan twee ton bedragen.

De tweede alinea geldt ook bij uitslag van een gedeelte van een partij vóór het begin van de in lid 1 bedoelde uitslagperiode of vóór afloop van de in artikel 8, lid 2, vastgestelde minimumopslagtermijn.

4.   In het in lid 3, eerste alinea, bedoelde geval geldt voor de berekening van de steun voor de vervangen hoeveelheden als eerste dag van contractuele opslag de dag waarop de periode van contractuele opslag is ingegaan.

Artikel 6

Opslagvoorwaarden

1.   De lidstaat vergewist zich ervan dat aan de voorwaarden om aanspraak op uitbetaling van de steun te kunnen maken, wordt voldaan.

2.   De contractant of, op verzoek of machtiging van de lidstaat, de beheerder van de opslagplaats, houdt ten behoeve van de met de controle belaste bevoegde instantie alle documenten ter beschikking die voor de producten die zich in particuliere opslag bevinden, uitsluitsel geven over:

a)

de eigenaar van de producten op het tijdstip van de inslag;

b)

de oorsprong en de vervaardigingsdatum van de kaas;

c)

de inslagdatum;

d)

de aanwezigheid van de kaas in de opslagplaats en het adres van de opslagplaats;

e)

de uitslagdatum.

3.   De contractant of, in voorkomend geval, de beheerder van de opslagplaats voert een in de opslagplaats beschikbaar te houden voorraadboekhouding, met de volgende gegevens:

a)

het partijnummer van de producten die zich in particuliere opslag bevinden;

b)

de inslag- en uitslagdatum;

c)

voor elke opgeslagen partij, het aantal kazen met vermelding van het gewicht per stuk;

d)

de plaats waar de producten zich in de opslagplaats bevinden.

4.   De opgeslagen producten moeten gemakkelijk identificeerbaar en vlot toegankelijk zijn en per overeenkomst uit elkaar kunnen worden gehouden. De opgeslagen kazen moeten van een bijzonder merkteken worden voorzien.

Artikel 7

Controles

1.   Bij de inslag voert de bevoegde instantie controles uit om met name te waarborgen dat de opgeslagen producten voor steun in aanmerking komen en om elke mogelijkheid tot vervanging van producten in de periode van contractuele opslag te voorkomen.

2.   De bevoegde instantie voert een onaangekondigde steekproefcontrole op de aanwezigheid van de producten in de opslagplaats uit. De steekproef moet representatief zijn en betrekking hebben op minstens 10 % van de totale hoeveelheid waarvoor in het raam van een steunmaatregel voor de particuliere opslag een overeenkomst is gesloten.

Deze controle omvat naast de in artikel 6, lid 3, bedoelde controle van de voorraadboekhouding een fysieke controle van gewicht, aard en identificatie van de producten. Deze fysieke controle moet worden uitgevoerd bij minstens 5 % van de hoeveelheid waarop de onaangekondigde controle betrekking heeft.

3.   Aan het einde van de periode van contractuele opslag gaat de bevoegde instantie na of de producten nog aanwezig zijn. Indien de producten ook na het verstrijken van de maximumperiode van contractuele opslag nog opgeslagen blijven, mag deze controle evenwel bij de uitslag worden verricht.

Met het oog op de in de eerste alinea bedoelde controle waarschuwt de contractant de bevoegde instantie, met vermelding van de betrokken opslagpartijen, ten minste vijf werkdagen vóór het verstrijken van de contractuele opslagperiode of ten minste vijf werkdagen vóór het begin van de uitslag wanneer die tijdens of na afloop van de periode van contractuele opslag plaatsvindt.

De lidstaat kan instemmen met een waarschuwingstermijn die korter is dan de in de tweede alinea bedoelde vijf werkdagen.

4.   Over de controles op grond van de leden 1, 2 en 3 wordt een verslag opgesteld waarin worden vermeld:

a)

de datum van de controle;

b)

de duur ervan;

c)

de verrichte controlewerkzaamheden.

Het controleverslag moet worden ondertekend door de bevoegde ambtenaar en medeondertekend door de contractant of, in voorkomend geval, door de beheerder van de opslagplaats en moet bij het betalingsdossier worden gevoegd.

5.   Wanneer bij 5 % of meer van de hoeveelheid gecontroleerde producten onregelmatigheden worden geconstateerd, wordt een door de bevoegde instantie te bepalen ruimere steekproef gecontroleerd.

De lidstaten delen de onregelmatigheden binnen vier weken aan de Commissie mee.

6.   De lidstaten kunnen voorschrijven dat de controlekosten geheel of gedeeltelijk voor rekening van de contractant komen.

Artikel 8

Steun voor de opslag

1.   De steunbedragen worden als volgt vastgesteld:

i)

0,38 EUR per ton en per dag contractuele opslag, wat bewaarkaas betreft;

ii)

0,45 EUR per ton en per dag contractuele opslag, wat Pecorino Romano betreft;

iii)

0,59 EUR per ton en per dag contractuele opslag, wat Kefalotyri en Kasseri betreft.

2.   Er wordt geen steun verleend wanneer de periode van contractuele opslag minder dan 60 dagen bedraagt. Het maximumsteunbedrag mag niet hoger zijn dan het bedrag dat overeenkomt met een periode van contractuele opslag van 180 dagen.

Wanneer de contractant de termijn als bedoeld in artikel 7, lid 3, tweede of, in voorkomend geval, derde alinea, niet in acht neemt, wordt de steun met 15 % verminderd en slechts betaald voor de periode waarvoor de contractant ten genoegen van de bevoegde instantie het bewijs levert dat de kaas contractueel was opgeslagen.

3.   De steun wordt uitbetaald op verzoek van de contractant, binnen 120 dagen na de datum van ontvangst van het verzoek en voor zover de in artikel 7, lid 3, bedoelde controles zijn uitgevoerd en is voldaan aan de voorwaarden die recht geven op uitbetaling van de steun.

Wanneer echter een administratief onderzoek loopt naar het recht op steun, vindt uitbetaling eerst plaats nadat de aanspraak op de steun is erkend.

Artikel 9

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 mei 2007.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 160 van 26.6.1999, blz. 48. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1913/2005 (PB L 307 van 25.11.2005, blz. 2).


BIJLAGE

Categorie kaas

Voor steun in aanmerking komende hoeveelheden

Minimale rijping

Inslagperiode

Uitslagperiode

Franse bewaarkaas:

gecontroleerde oorsprongsbenaming voor de soorten beaufort of comté

„label rouge” voor „emmental grand cru”

klasse A of B voor emmentaler of gruyère

16 000 t

10 dagen

van 1 juni tot en met 30 september 2007

van 1 oktober 2007 tot en met 31 maart 2008

Duitse bewaarkaas:

„Markenkäse” of „Klasse fein” Emmentaler/Bergkäse

1 000 t

10 dagen

van 1 juni tot en met 30 september 2007

van 1 oktober 2007 tot en met 31 maart 2008

Ierse bewaarkaas:

„Irish long keeping cheese.

Emmental, special grade”

900 t

10 dagen

van 1 juni tot en met 30 september 2007

van 1 oktober 2007 tot en met 31 maart 2008

Oostenrijkse bewaarkaas:

„1. Güteklasse Emmentaler/Bergkäse/Alpkäse”

1 700 t

10 dagen

van 1 juni tot en met 30 september 2007

van 1 oktober 2007 tot en met 31 maart 2008

Finse bewaarkaas:

„I luokka”

1 700 t

10 dagen

van 1 juni tot en met 30 september 2007

van 1 oktober 2007 tot en met 31 maart 2008

Zweedse bewaarkaas:

„Västerbotten/Prästost/Svecia/Grevé”

1 700 t

10 dagen

van 1 juni tot en met 30 september 2007

van 1 oktober 2007 tot en met 31 maart 2008

Poolse bewaarkaas:

„Podlaski/Piwny/Ementalski/Ser Corregio/Bursztyn/Wielkopolski”

3 000 t

10 dagen

van 1 juni tot en met 30 september 2007

van 1 oktober 2007 tot en met 31 maart 2008

Sloweense bewaarkaas:

„Ementalec/Zbrinc”

200 t

10 dagen

van 1 juni tot en met 30 september 2007

van 1 oktober 2007 tot en met 31 maart 2008

Litouwse bewaarkaas:

„Goja/Džiugas”

700 t

10 dagen

van 1 juni tot en met 30 september 2007

van 1 oktober 2007 tot en met 31 maart 2008

Letse bewaarkaas:

„Rigamond, Itālijas, Ementāles tipa un Ekstra klases siers”

500 t

10 dagen

van 1 juni tot en met 30 september 2007

van 1 oktober 2007 tot en met 31 maart 2008

Hongaarse bewaarkaas:

„Hajdú”

300 t

10 dagen

van 1 juni tot en met 30 september 2007

van 1 oktober 2007 tot en met 31 maart 2008

Pecorino Romano

19 000 t

90 dagen en vervaardigd na 1 oktober 2006

van 1 juni tot en met 31 december 2007

vóór 31 maart 2008

Kefalotyri en Kasseri vervaardigd van schapen- of geitenmelk of van een mengsel van beide soorten melk

2 500 t

90 dagen en vervaardigd na 30 november 2006

van 1 juni tot en met 30 november 2007

vóór 31 maart 2008


Top