Help Print this page 
Title and reference
Verordening (EG) nr. 699/2006 van de Commissie van 5 mei 2006 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad ten aanzien van de voorschriften op het gebied van de toegang voor pluimvee tot een uitloop in de open lucht

OJ L 121, 6.5.2006, p. 36–37 (ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)
OJ L 330M , 9.12.2008, p. 304–305 (MT)
Special edition in Bulgarian: Chapter 15 Volume 016 P. 58 - 59
Special edition in Romanian: Chapter 15 Volume 016 P. 58 - 59
Languages, formats and link to OJ
Multilingual display
Text

6.5.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 121/36


VERORDENING (EG) Nr. 699/2006 VAN DE COMMISSIE

van 5 mei 2006

tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad ten aanzien van de voorschriften op het gebied van de toegang voor pluimvee tot een uitloop in de open lucht

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad van 24 juni 1991 inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name op artikel 13, tweede streepje,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Een van de beginselen van de biologische productiemethode is dat landbouwhuisdieren toegang tot een ruimte in de open lucht of weiland moeten hebben telkens wanneer de weersomstandigheden dat toelaten.

(2)

Voor zoogdieren maken de huidige regels voor biologische productie een uitzondering op dat beginsel in het geval dat deze dieren op grond van communautaire of nationale voorschriften die verband houden met specifieke problemen van diergezondheid, geen toegang tot buitenruimten mogen hebben. Voor biologisch pluimvee is echter niet in een dergelijke uitzondering voorzien.

(3)

Er moet rekening mee worden gehouden dat wegens de huidige bezorgdheid over de verspreiding van vogelgriep voorzorgsmaatregelen worden genomen die kunnen inhouden dat pluimvee binnen moet blijven. Ter wille van de coherentie en de duidelijkheid en met het oog op de continuïteit van de biologische pluimveehouderij moet ook pluimvee zonder verlies van zijn biologische status binnen kunnen worden gehouden in het geval dat beperkingen, met inbegrip van veterinaire beperkingen, die op grond van communautaire regelgeving worden opgelegd om de volksgezondheid of de gezondheid van dieren te beschermen, voor pluimvee de toegang tot een ruimte in de open lucht of weiland onmogelijk maken.

(4)

Voor pluimvee dat gewend is aan permanente toegang tot een buitenuitloop, kan een beperking daarvan afbreuk doen aan het welzijn. Om de negatieve gevolgen van een dergelijke maatregel te verzachten, moeten de betrokken dieren permanent toegang hebben tot voldoende hoeveelheden ruwvoer en geschikt materiaal die het elke vogel mogelijk maken om volgens zijn behoeften ruwvoer op te nemen, te scharrelen en een stofbad te nemen.

(5)

Verordening (EEG) nr. 2092/91 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(6)

Er bestaat dringend behoefte aan de in deze verordening vervatte maatregelen aangezien in sommige lidstaten reeds beperkingen worden toegepast. Daarom moet deze verordening in werking treden op de dag waarop zij in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 2092/91 opgerichte comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In deel B van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2092/91 wordt het volgende punt 8.4.7 ingevoegd:

„8.4.7.

In afwijking van het bepaalde in de punten 8.4.2 en 8.4.5 mag pluimvee binnen worden gehouden in het geval dat beperkingen, met inbegrip van veterinaire beperkingen, die op grond van communautaire regelgeving worden opgelegd om de volksgezondheid of de gezondheid van dieren te beschermen, het onmogelijk maken dat het pluimvee toegang tot een uitloop in de open lucht heeft, of die toegang beperken.

Pluimvee dat binnen wordt gehouden, moet permanent toegang tot voldoende hoeveelheden ruwvoer en geschikt materiaal hebben zodat wordt voldaan aan de ethologische behoeften van het pluimvee.

Tegen 15 oktober 2006 onderzoekt de Commissie de toepassing van dit punt met name wat de dierenwelzijnsvoorschriften betreft.”

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 5 mei 2006.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 198 van 22.7.1991, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 592/2006 van de Commissie (PB L 104 van 13.4.2006, blz. 13).


Top