Help Print this page 
Title and reference
Beschikking nr. 1364/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 tot opstelling van richtsnoeren voor trans-Europese netwerken in de energiesector en houdende intrekking van de Beschikkingen 96/391/EG en nr. 1229/2003/EG

OJ L 262, 22.9.2006, p. 1–23 (ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Bulgarian: Chapter 12 Volume 002 P. 252 - 274
Special edition in Romanian: Chapter 12 Volume 002 P. 252 - 274
Special edition in Croatian: Chapter 12 Volume 001 P. 115 - 137
Languages, formats and link to OJ
Multilingual display
Text

22.9.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 262/1


BESCHIKKING Nr. 1364/2006/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 6 september 2006

tot opstelling van richtsnoeren voor trans-Europese netwerken in de energiesector en houdende intrekking van de Beschikkingen 96/391/EG en nr. 1229/2003/EG

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 156,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Na raadpleging van het Comité van de Regio's,

Handelend overeenkomstig de procedure van artikel 251 van het Verdrag (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Sinds de vaststelling van Beschikking nr. 1229/2003/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 tot opstelling van richtsnoeren voor trans-Europese netwerken in de energiesector (3) is de behoefte ontstaan om de nieuwe lidstaten, toetredingslanden en kandidaat-lidstaten volledig in deze richtsnoeren op te nemen en deze, indien nodig, verder aan te passen aan het nieuwe nabuurschapsbeleid van de Europese Unie.

(2)

De prioriteiten voor trans-Europese energienetwerken vloeien voort uit de totstandbrenging van een meer open en concurrentiegerichte interne energiemarkt als gevolg van de uitvoering van Richtlijn 2003/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit (4) en van Richtlijn 2003/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas (5). Die prioriteiten sluiten aan op de conclusies van de Europese Raad van Stockholm van 23 en 24 maart 2001 inzake de ontwikkeling van de infrastructuur die nodig is voor de goede werking van de energiemarkt. Er dient een bijzondere inspanning te worden geleverd ter verwezenlijking van de doelstelling om meer gebruik te maken van duurzame energiebronnen, teneinde aldus bij te dragen tot een beleid inzake duurzame ontwikkeling. Een en ander dient evenwel te worden bewerkstelligd zonder onevenredige verstoring van het normale marktevenwicht. Ook dient ten volle rekening te worden gehouden met de doelstellingen van het communautaire vervoersbeleid en in het bijzonder met de mogelijkheid van vermindering van het vervoer over de weg door aardgas en alkenen via pijpleidingen te vervoeren.

(3)

Met de beschikking zal men dichter bij de vaststelling van het streefcijfer komen voor de mate van onderlinge koppeling van de elektriciteitsnetten tussen de lidstaten waarover op de Europese Raad van Barcelona van 15 en 16 maart 2002 overeenstemming werd bereikt. Dit kan leiden tot verbetering van de betrouwbaarheid en de integriteit van het netwerk en zorgen voor continuïteit van de energievoorziening en een goede werking van de interne markt.

(4)

In de regel dienen de aanleg en het onderhoud van energie-infrastructuur onderworpen te zijn aan de beginselen van de vrije markt. Dit is tevens in overeenstemming met de gemeenschappelijke voorschriften voor de voltooiing van de interne energiemarkt en met de gemeenschappelijke regels inzake het mededingingsrecht, die erop gericht zijn een opener en concurrerender interne energiemarkt tot stand te brengen. Communautaire financiële steun voor bouw en onderhoud moet derhalve een hoge uitzondering blijven en dergelijke uitzonderingen dienen naar behoren te worden gemotiveerd.

(5)

De energie-infrastructuur dient zodanig te worden aangelegd en onderhouden dat de interne energiemarkt efficiënt kan werken, met inachtneming van de bestaande procedures voor raadpleging van de betrokkenen, zonder afbreuk te doen aan strategische criteria en, in voorkomend geval, criteria inzake universele dienstverlening en openbaredienstverplichtingen.

(6)

Met het oog op de potentiële synergie tussen aardgasnetwerken en alkeennetwerken moet aandacht worden besteed aan de ontwikkeling en integratie van alkeennetwerken om te kunnen voorzien in de behoeften aan alkeengas van de industrie in de Gemeenschap.

(7)

De prioriteiten voor trans-Europese energienetwerken vloeien tevens voort uit het toenemende belang van de trans-Europese energienetwerken voor de continuïteit en diversificatie van de energievoorziening van de Gemeenschap, de integratie van de energienetwerken van de nieuwe lidstaten, toetredende landen en kandidaat-lidstaten en de gecoördineerde exploitatie van de energienetwerken in de Gemeenschap en de aangrenzende landen na raadpleging van de betrokken lidstaten. De buurlanden van de Gemeenschap spelen namelijk een vitale rol in het energiebeleid van de Gemeenschap. Zij voorzien in een groot deel van de vraag van de Gemeenschap naar aardgas, zijn belangrijke partners voor de doorvoer van primaire energie naar de Gemeenschap en zullen geleidelijk belangrijke spelers worden op de interne markt voor gas en elektriciteit van de Gemeenschap.

(8)

Binnen de projecten op het gebied van trans-Europese energienetwerken dienen prioritaire projecten te worden aangeduid die van groot belang zijn voor de goede werking van de interne energiemarkt of voor een continue energievoorziening. Voorts dient voor de projecten met de hoogste prioriteit een verklaring van Europees belang te worden ingevoerd en, waar dat nodig is, een betere coördinatie.

(9)

Met het oog op het vergaren van informatie in het kader van deze beschikking dienen de Commissie en de lidstaten zoveel mogelijk gebruik te maken van reeds beschikbare informatie over projecten van Europees belang ten einde dubbel werk te voorkomen. Zulke informatie kan bijvoorbeeld reeds beschikbaar zijn in het kader van Verordening (EG) nr. 2236/95 van de Raad van 18 september 1995 tot vaststelling van de algemene regels voor het verlenen van financiële bijstand van de Gemeenschap op het gebied van trans-Europese netwerken (6), in het kader van andere Gemeenschapswetgeving tot cofinanciering van projecten inzake trans-Europese netwerken en de besluiten tot goedkeuring van afzonderlijke projecten overeenkomstig deze wetgeving, alsmede in het kader van de Richtlijnen 2003/54/EG en 2003/55/EG.

(10)

De procedure voor de selectie van projecten van gemeenschappelijk belang met betrekking tot trans-Europese energienetwerken dient een evenwichtige toepassing van Verordening (EG) nr. 2236/95 te waarborgen. In die procedure dienen twee niveaus te worden onderscheiden: op een eerste niveau wordt een beperkt aantal selectiecriteria vastgesteld; op een tweede niveau worden de projecten uitvoerig beschreven; dit zijn de specificaties.

(11)

Er moet passende voorrang worden gegeven aan de financiering uit hoofde van Verordening (EG) nr. 2236/95, van projecten die van Europees belang zijn verklaard. Bij de indiening van projecten in het kader van andere communautaire financiële instrumenten dienen de lidstaten bijzondere aandacht te schenken aan projecten die van Europees belang zijn verklaard.

(12)

Voor het merendeel van de projecten die van Europees belang zijn verklaard, kan een verwachte vertraging van tussen een en twee jaar worden beschouwd als een aanzienlijke vertraging bij de start of het verwachte verloop.

(13)

Aangezien de projectspecificaties vatbaar zijn voor wijzigingen, zijn ze indicatief. De Commissie dient dan ook gemachtigd te zijn deze bij te werken. Aangezien het project aanzienlijke politieke, milieu- en economische gevolgen kan hebben, dient het juiste evenwicht te worden gevonden tussen toezicht door de wetgever en flexibiliteit bij het bepalen van de projecten die mogelijke communautaire steun verdienen.

(14)

Wanneer zich bij de tenuitvoerlegging van projecten die van Europees belang zijn verklaard, dan wel delen of groepen van dergelijke projecten moeilijkheden voordoen, kan een Europese coördinator optreden als bemiddelaar, die de samenwerking tussen alle betrokken partijen aanmoedigt en ervoor zorgt dat passende monitoring uitgevoerd wordt om de Gemeenschap van de vorderingen op de hoogte te houden. De diensten van een Europese coördinator moeten, op verzoek van de betrokken lidstaten, ook beschikbaar zijn voor andere projecten.

(15)

De lidstaten wordt verzocht de uitvoering van bepaalde projecten te coördineren, met name grensoverschrijdende projecten of delen daarvan.

(16)

Er dient een gunstiger klimaat voor de ontwikkeling en aanleg van trans-Europese energienetwerken te worden geschapen, voornamelijk door de technische samenwerking tussen de voor de netwerken verantwoordelijke instanties te stimuleren, door de uitvoering van de vergunningsprocedures voor netwerkprojecten in de lidstaten te vergemakkelijken om vertragingen te beperken en door gebruik te maken van de voor netwerkprojecten beschikbare communautaire fondsen, instrumenten en financieringsprogramma's. De Gemeenschap moet de maatregelen die de lidstaten hiertoe nemen, ondersteunen.

(17)

Aangezien de aan trans-Europese energienetwerken toegewezen middelen hoofdzakelijk dienen ter financiering van haalbaarheidsstudies, kunnen dergelijke — vooral interregionale — interconnectienetwerken zo nodig worden bekostigd uit de communautaire structuurfondsen, financiële programma's en instrumenten.

(18)

De vaststelling van de projecten van gemeenschappelijk belang, van de betrokken specificaties en van de prioritaire projecten, met name die van Europees belang, mag niet vooruitlopen op de resultaten van de milieueffectbeoordeling van de projecten en van de plannen of programma's.

(19)

De voor de uitvoering van deze beschikking vereiste maatregelen worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (7).

(20)

De Commissie brengt regelmatig verslag uit over de uitvoering van deze beschikking.

(21)

Informatie die uit hoofde van deze beschikking moet worden uitgewisseld of aan de Commissie moet worden verstrekt, is normaliter voor een groot deel in handen van bedrijven. Lidstaten dienen derhalve met deze bedrijven samen te werken om deze informatie te verkrijgen.

(22)

Aangezien deze beschikking betrekking heeft op hetzelfde onderwerp en toepassingsgebied als Beschikking 96/391/EG van de Raad van 28 maart 1996 inzake maatregelen om voor de ontwikkeling van de trans-Europese netwerken in de energiesector een gunstiger klimaat te creëren (8), en als Beschikking nr. 1229/2003/EG, dienen beide beschikkingen te worden ingetrokken,

HEBBEN DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp

Bij deze beschikking worden de aard en de draagwijdte van het richtinggevend beleid van de Gemeenschap op het gebied van trans-Europese energienetwerken omschreven. Daartoe worden richtsnoeren opgesteld die de doelstellingen, de prioriteiten en de grote lijnen van het beleid van de Gemeenschap op het gebied van trans-Europese energienetwerken bestrijken. In die richtsnoeren worden projecten van gemeenschappelijk belang en projecten die prioriteit hebben, met inbegrip van projecten van Europees belang, op het gebied van de trans-Europese elektriciteits- en gasnetwerken geïdentificeerd.

Artikel 2

Toepassingsgebied

Deze beschikking betreft:

1.

bij elektriciteitsnetwerken:

a)

alle hoogspanningsleidingen, met uitzondering van leidingen van distributienetten, en de onderzeese verbindingen, voor zover deze infrastructuur gebruikt wordt voor interregionaal of internationaal elektriciteitstransport/interregionale of internationale elektriciteitsverbindingen;

b)

alle apparatuur en installaties die voor de goede werking van het betreffende systeem onontbeerlijk zijn, met inbegrip van de beveiligings-, controle- en regelsystemen;

2.

bij gasnetwerken (voor het transport van aardgas of alkeengassen):

a)

de hogedrukgaspijpleidingen, met uitzondering van leidingen van distributienetten, waarmee regio's van de Gemeenschap vanuit binnen of buiten de Gemeenschap gelegen bronnen kunnen worden voorzien;

b)

de met bovengenoemde hogedrukgaspijpleidingen verbonden ondergrondse opslaginstallaties;

c)

de installaties voor de aanlanding, opslag en hervergassing van vloeibaar aardgas (LNG) alsmede LNG-tankers naar gelang van hun capaciteit;

d)

alle apparatuur en installaties die voor de goede werking van het betreffende systeem onontbeerlijk zijn, met inbegrip van de beveiligings-, controle- en regelsystemen.

Artikel 3

Doelstellingen

De Gemeenschap bevordert de onderlinge koppeling, de interoperabiliteit en de ontwikkeling van de trans-Europese energienetwerken alsmede de toegang tot die netwerken, overeenkomstig het bestaande Gemeenschapsrecht, teneinde:

a)

een doeltreffende werking en ontwikkeling van de interne markt in het algemeen en van de interne markt voor energie in het bijzonder te bevorderen en tevens een rationele productie en distributie en een rationeel vervoer en gebruik van energiebronnen alsmede de ontwikkeling van en verbinding met duurzame energiebronnen aan te moedigen, om de energiekosten voor de consument te beperken en bij te dragen tot de diversificatie van de energiebronnen;

b)

de ontwikkeling en ontsluiting van de minder ontwikkelde en insulaire gebieden in de Gemeenschap te vergemakkelijken en aldus tot de versterking van de economische en sociale samenhang bij te dragen;

c)

de continuïteit van de energievoorziening te verhogen, bijvoorbeeld door de betrekkingen met derde landen op energiegebied in het wederzijds belang van alle betrokken partijen te verbeteren, met name in het kader van het Verdrag inzake het Energiehandvest en van de door de Gemeenschap gesloten samenwerkingsovereenkomsten;

d)

bij te dragen tot duurzame ontwikkeling en de bescherming van het milieu, onder andere door gebruik te maken van vernieuwbare energiebronnen en door het verminderen van de milieurisico's die aan het transport en de transmissie van energie zijn verbonden.

Artikel 4

Actieprioriteiten

De prioriteiten van het Gemeenschapsbeleid op het gebied van trans-Europese energienetwerken moeten verenigbaar zijn met duurzame ontwikkeling en luiden als volgt:

1.

voor zowel elektriciteits- als gasnetwerken:

a)

aanpassing en ontwikkeling van de energienetwerken ter ondersteuning van de werking van de interne energiemarkt en met name oplossing van de problemen in verband met, in het bijzonder grensoverschrijdende, knelpunten, congestie en ontbrekende schakels, gelet op de behoeften die voortvloeien uit de werking van de interne markt voor elektriciteit en aardgas en de uitbreiding van de Europese Unie;

b)

aanleg van energienetwerken in insulaire, geïsoleerde, perifere en ultraperifere gebieden met bevordering van de diversificatie van de energiebronnen en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen alsook, waar nodig, aansluiting van die netwerken;

2.

voor elektriciteitsnetwerken:

a)

aanpassing en ontwikkeling van netwerken ter bevordering van de integratie en aansluiting van installaties voor de productie van hernieuwbare energie;

b)

interoperabiliteit van de elektriciteitsnetwerken in de Gemeenschap en met die in de toetredingslanden en kandidaat-lidstaten en andere landen in Europa en aan de Middellandse Zee en de Zwarte Zee;

3.

voor gasnetwerken:

a)

ontwikkeling van aardgasnetwerken om aan de vraag van de Gemeenschap naar aardgas te voldoen en de aardgasvoorzieningssystemen te reguleren;

b)

interoperabiliteit van de aardgasnetwerken in de Gemeenschap en met die in de toetredingslanden en kandidaat-lidstaten en andere landen in Europa en aan de Middellandse Zee, de Zwarte Zee en de Kaspische Zee, alsmede in het Midden-Oosten en het Golfgebied, en diversificatie van de aardgasbronnen en aanvoerroutes.

Artikel 5

Beleidslijnen

De hoofdlijnen van het Gemeenschapsbeleid op het gebied van trans-Europese energienetwerken zijn:

a)

de aanduiding van projecten van gemeenschappelijk belang en de prioritaire projecten, waaronder begrepen de projecten van Europees belang;

b)

het creëren van een gunstiger klimaat voor de ontwikkeling van die netwerken.

Artikel 6

Criteria voor projecten van gemeenschappelijk belang

1.   De algemene criteria die moeten worden toegepast wanneer een besluit wordt genomen over selectie, wijzigingen, specificaties of aanvragen tot aanpassing van projecten van gemeenschappelijk belang zijn de volgende:

a)

het project moet binnen de werkingssfeer van artikel 2 vallen;

b)

het project moet beantwoorden aan de doelstellingen van artikel 3 en aan de prioriteiten van artikel 4;

c)

het project moet uitzicht bieden op potentiële economische levensvatbaarheid.

De evaluatie van de economische levensvatbaarheid wordt gebaseerd op een kosten-batenanalyse, waarbij rekening wordt gehouden met alle kosten en baten, ook op middellange en/of lange termijn, uit het oogpunt van de milieuaspecten, de continuïteit van de voorziening en de bijdrage tot de economische en sociale samenhang. Voor projecten van gemeenschappelijk belang die het grondgebied van een lidstaat betreffen, is de goedkeuring van de betrokken lidstaat vereist.

2.   Bijlage II bevat aanvullende criteria voor de selectie van de projecten van gemeenschappelijk belang. Besluiten tot wijziging van de aanvullende criteria voor de selectie van projecten van gemeenschappelijk belang, zoals deze in bijlage II zijn opgenomen, worden genomen volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag.

3.   Alleen de in bijlage III genoemde projecten die voldoen aan de criteria van lid 1 en bijlage II, komen in aanmerking voor financiële bijstand van de Gemeenschap uit hoofde van Verordening (EG) nr. 2236/95.

4.   De indicatieve projectspecificaties, waaronder begrepen de gedetailleerde beschrijving van de projecten en, indien van toepassing, de geografische beschrijving ervan, staan in bijlage III. Deze specificaties worden bijgewerkt volgens de procedure van artikel 14, lid 2. Actualiseringen zijn technisch van aard en moeten zich beperken tot technische wijzigingen van projecten, tot een wijziging van een bepaald deel van de gespecificeerde route of tot een beperkte aanpassing van de projectlocatie.

5.   De lidstaten nemen alle maatregelen die zij nodig achten om de verwezenlijking van projecten van gemeenschappelijk belang te vergemakkelijken en te versnellen en vertragingen tot een minimum te beperken, met inachtneming van het Gemeenschapsrecht en de internationale overeenkomsten op het gebied van het milieu, in het bijzonder ten aanzien van projecten die van Europees belang zijn verklaard. Met name de vereiste vergunningsprocedures worden snel afgewikkeld.

6.   Wanneer delen van projecten van gemeenschappelijk belang op het grondgebied van derde landen zijn gelegen, kan de Commissie, met instemming van de betrokken lidstaten voorstellen doen, in voorkomend geval in het kader van het beheer van de akkoorden van de Gemeenschap met deze derde landen, en overeenkomstig het Verdrag inzake het Energiehandvest en andere multilaterale overeenkomsten voor de derde landen die partij zijn bij dat Verdrag, zodat deze projecten ook door de betrokken derde landen als van wederzijds belang worden erkend, teneinde de verwezenlijking van deze projecten te vergemakkelijken.

Artikel 7

Prioritaire projecten

1.   De projecten van gemeenschappelijk belang genoemd in artikel 6, lid 3, die betrekking hebben op de assen voor prioritaire projecten in bijlage I, komen prioritair in aanmerking voor financiële bijstand van de Gemeenschap uit hoofde van Verordening (EG) nr. 2236/95. Besluiten tot wijziging van bijlage I worden genomen volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag.

2.   Wat grensoverschrijdende investeringsprojecten betreft, nemen de lidstaten de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat, in het kader van nationale vergunningsprocedures, het feit dat deze projecten de onderlinge koppelcapaciteit van twee of meer lidstaten uitbreiden en bijgevolg in heel Europa de continuïteit van de energievoorziening versterken, beschouwd wordt als een criterium voor de evaluatie door de bevoegde nationale autoriteiten.

3.   De betrokken lidstaten en de Commissie streven ernaar om binnen hun bevoegdheid en samen met de verantwoordelijke bedrijven, de uitvoering van de prioritaire projecten te bevorderen, in het bijzonder wanneer het om grensoverschrijdende projecten gaat.

4.   Prioritaire projecten zijn verenigbaar met duurzame ontwikkeling en voldoen aan de volgende criteria:

a)

zij hebben een aanzienlijke invloed op het functioneren van de mededinging op de interne markt; en/of

b)

zij versterken de continuïteit van de energievoorziening in de Gemeenschap; en/of

c)

zij leiden tot een verhoogd gebruik van vernieuwbare energie.

Artikel 8

Projecten van Europees belang

1.   Een aantal projecten op de in artikel 7 bedoelde assen voor prioritaire projecten, die grensoverschrijdend zijn of die een aanzienlijk effect op de grensoverschrijdende overdrachtcapaciteit hebben, worden van Europees belang verklaard. Die projecten zijn in bijlage I opgenomen.

2.   Bij de indiening van projecten in het kader van de begroting voor trans-Europese netwerken, in overeenstemming met artikel 10 van Verordening (EG) nr. 2236/95 wordt de gewenste prioriteit toegekend aan projecten die van Europees belang zijn verklaard.

3.   Bij de indiening van projecten in het kader van andere communautaire cofinancieringsinstrumenten wordt bijzondere aandacht besteed aan projecten die van Europees belang zijn verklaard.

4.   Indien de werkzaamheden aan een van de projecten die van Europees belang zijn verklaard, met aanzienlijke vertraging starten of een dergelijke vertraging wordt verwacht, verzoekt de Commissie de betrokken lidstaten om binnen drie maanden de redenen voor de vertraging op te geven.

Voor projecten die van Europees belang zijn verklaard en waarvoor een Europese coördinator is aangesteld, geeft de Europese coördinator in zijn verslag de redenen van de vertraging.

5.   Vijf jaar na het voltooien van een project dat van Europees belang is verklaard of van een gedeelte ervan maakt de Commissie, bijgestaan door het in artikel 14, lid 1, bedoeld comité, een beoordeling op van de sociaaleconomische en milieueffecten ervan, het effect op het handelsverkeer tussen de lidstaten, op de territoriale samenhang en op de duurzame ontwikkeling. De Commissie stelt het in artikel 14, lid 1, bedoeld comité in kennis van de resultaten van deze beoordeling.

6.   Voor elk project dat van Europees belang is verklaard, en met name voor grensoverschrijdende gedeelten ervan, nemen de betrokken lidstaten de noodzakelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat:

regelmatig een uitwisseling van relevante informatie plaatsvindt; en

zo nodig gezamenlijke coördinatiebijeenkomsten worden belegd.

De gezamenlijke coördinatiebijeenkomsten worden wanneer noodzakelijk gehouden in het licht van de specifieke vereisten van het project, zoals de projectontwikkelingsfase, en de te verwachten of geconstateerde moeilijkheden. Bij de gezamenlijke coördinatiebijeenkomsten wordt met name ingegaan op de beoordeling en de publieksraadplegingsprocedures. De betrokken lidstaten zorgen ervoor dat de Commissie op de hoogte wordt gehouden van de gezamenlijke coördinatiebijeenkomsten en de informatie-uitwisseling.

Artikel 9

Uitvoering van projecten van Europees belang

1.   De projecten van Europees belang worden spoedig uitgevoerd.

Uiterlijk op 12 april 2007 dienen de lidstaten bij de Commissie, op basis van een door de Commissie daartoe verstrekt ontwerptijdschema, een bijgewerkt en indicatief tijdschema in voor de voltooiing van die projecten, met nadere bijzonderheden betreffende:

a)

het voorgenomen verloop van het goedkeuringsproces voor de planning van het project;

b)

het tijdschema voor de haalbaarheids- en ontwerpfase;

c)

de bouw van het project; en

d)

de inbedrijfstelling van het project.

2.   De Commissie brengt, in nauwe samenwerking met het in artikel 14, lid 1, bedoeld comité, eens in de twee jaar verslag uit over de voortgang van de in lid 1 bedoelde projecten.

Voor projecten die van Europees belang zijn verklaard en waarvoor een Europese coördinator is aangesteld worden deze tweejarige verslagen vervangen door de jaarverslagen van de Europese coördinator.

Artikel 10

Europese coördinator

1.   Wanneer bij projecten die van Europees belang zijn verklaard, aanzienlijke vertragingen optreden of zich uitvoeringsmoeilijkheden voordoen, met inbegrip van situaties waarbij derde landen zijn betrokken, kan de Commissie in overleg met de betrokken lidstaten en na raadpleging van het Europees Parlement een Europese coördinator aanstellen. Lidstaten kunnen de Commissie zo nodig ook verzoeken een Europese coördinator voor andere projecten inzake trans-Europese energienetwerken aan te stellen.

2.   De Europese coördinator wordt met name gekozen op grond van zijn ervaring met de Europese instellingen, zijn kennis van de energieproblematiek alsmede van de financiële, sociaaleconomische en milieueffectbeoordeling van grote projecten.

3.   In het besluit tot aanstelling van de Europese coördinator wordt nader omschreven hoe de coördinator zijn taken moet vervullen.

4.   De Europese coördinator:

a)

bevordert de Europese dimensie van het project en de grensoverschrijdende dialoog tussen de projectontwikkelaars en de betrokkenen;

b)

draagt bij tot de coördinatie van de nationale procedures voor de raadpleging van de betrokkenen; en

c)

brengt ieder jaar bij de Commissie verslag uit over de voortgang bij het (de) project(en) waarvoor hij is aangesteld, over eventuele moeilijkheden en belemmeringen die een aanzienlijke vertraging tot gevolg kunnen hebben. De Commissie geeft dit verslag door aan de betrokken lidstaten.

5.   De betrokken lidstaten werken samen met de Europese coördinator en verschaffen hem de informatie die nodig is om de in lid 4 vermelde taken uit te voeren.

6.   De Commissie kan het advies van de Europese coördinator inwinnen bij het onderzoek van aanvragen om bijstand van de Gemeenschap voor projecten of groepen van projecten waarvoor hij is aangesteld.

7.   De coördinatie moet in verhouding staan tot de kosten van het project om onnodige administratieve lasten te voorkomen.

Artikel 11

Gunstiger klimaat

1.   Teneinde bij te dragen tot het creëren van een gunstiger klimaat voor de ontwikkeling van trans-Europese energienetwerken en de interoperabiliteit daarvan, neemt de Gemeenschap de daarop gerichte inspanningen van de lidstaten in aanmerking, hecht zij het grootste belang aan en bevordert zij, voor zover dat nodig is, de volgende maatregelen:

a)

technische samenwerking tussen de voor de trans-Europese energienetwerken verantwoordelijke instanties, met name voor de goede werking van de in bijlage II, punten 1, 2 en 7, genoemde verbindingen;

b)

het vergemakkelijken van de vergunningsprocedures voor projecten op het gebied van trans-Europese energienetwerken, teneinde de duur ervan te bekorten, in het bijzonder ten aanzien van projecten die van Europees belang zijn verklaard;

c)

steunverlening aan de projecten van gemeenschappelijk belang via communautaire fondsen, financiële instrumenten en programma's die op deze netwerken van toepassing zijn.

2.   De Commissie neemt, in nauw overleg met de betrokken lidstaten, alle initiatieven tot bevordering van de coördinatie van de in lid 1 vermelde activiteiten.

3.   Besluiten betreffende maatregelen die nodig zijn om de in lid 1, onder a) en b), vermelde activiteiten uit te voeren, worden door de Commissie genomen volgens de procedure van artikel 14, lid 2.

Artikel 12

Gevolgen voor de mededinging

Wanneer projecten worden overwogen, worden hun gevolgen voor de mededinging en de continuïteit van de energievoorziening in aanmerking genomen. Particuliere financiering of financiering door de betrokken economische actoren is de belangrijkste financieringsbron en wordt aangemoedigd. Concurrentievervalsing tussen de marktpartijen wordt vermeden overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag.

Artikel 13

Beperkingen

1.   Deze beschikking doet geen afbreuk aan financiële verplichtingen die door een lidstaat of door de Gemeenschap zijn aangegaan.

2.   Deze beschikking loopt niet vooruit op de uitkomsten van de milieueffectenbeoordeling van de projecten en van de plannen of programma's waarmee het kader voor de toekomstige vergunning van de desbetreffende projecten wordt vastgelegd. Wanneer krachtens de Gemeenschapswetgeving ter zake een milieueffectenbeoordeling vereist is, wordt met het resultaat daarvan rekening gehouden, voordat daadwerkelijk een besluit tot uitvoering van de projecten wordt genomen overeenkomstig de toepasselijke Gemeenschapswetgeving.

Artikel 14

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een comité.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

3.   Het Comité stelt zijn reglement van orde vast.

Artikel 15

Verslag

De Commissie stelt over de uitvoering van deze beschikking om de twee jaar een verslag op dat zij aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de regio's voorlegt.

In dat verslag wordt aandacht besteed aan de verwezenlijking en de vorderingen met de uitvoering van de prioritaire projecten die betrekking hebben op de in bijlage II, punten 2, 4 en 7, genoemde grensoverschrijdende verbindingen, alsmede aan de wijze van financiering van deze projecten, met name wat de financiële bijdrage van de Gemeenschap betreft.

Artikel 16

Intrekking

De Beschikkingen 96/391/EG en nr. 1229/2003/EG worden ingetrokken.

Artikel 17

Inwerkingtreding

Deze beschikking treedt in werking op de twintigste dag volgend op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 18

Adressaten

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Straatsburg, 6 september 2006.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

J. BORRELL FONTELLES

Voor de Raad

De voorzitster

P. LEHTOMÄKI


(1)  PB C 241 van 28.9.2004, blz. 17.

(2)  Advies van het Europees Parlement van 7 juni 2005 (PB C 124 E van 25.5.2006, blz. 68). Gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 1 december 2005 (PB C 80 E van 4.4.2006, blz. 1). Standpunt van het Europees Parlement van 4 april 2006 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 24 juli 2006.

(3)  PB L 176 van 15.7.2003, blz. 11.

(4)  PB L 176 van 15.7.2003, blz. 37. Richtlijn gewijzigd bij Richtlijn 2004/85/EG van de Raad (PB L 236 van 7.7.2004, blz. 10).

(5)  PB L 176 van 15.7.2003, blz. 57.

(6)  PB L 228 van 23.9.1995, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1159/2005 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 191 van 22.7.2005, blz. 16).

(7)  PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23. Besluit gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG (PB L 200 van 22.7.2006, blz. 11).

(8)  PB L 161 van 29.6.1996, blz. 154.


BIJLAGE I

TRANS-EUROPESE NETWERKEN IN DE ENERGIESECTOR

Assen voor de prioritaire projecten, met inbegrip van de projecten van Europees belang, als omschreven in de artikelen 7 en 8

De prioritaire projecten, met inbegrip van de projecten van Europees belang, op elke as voor prioritaire projecten worden hierna opgesomd

ELEKTRICITEITSNETWERKEN

EL.1.

Frankrijk — België — Nederland — Duitsland:

 

versterking van de elektriciteitsnetten die noodzakelijk zijn om congestie in de Benelux op te lossen.

Waarvan de volgende projecten van Europees belang:

 

Lijn Avelin (FR) — Avelgem (BE)

 

Lijn Moulaine (FR) — Aubange (BE)

EL.2.

Grenzen van Italië met Frankrijk, Oostenrijk, Slovenië en Zwitserland:

 

uitbreiding van de onderlinge koppelcapaciteit van de elektriciteitsnetten.

Waarvan de volgende projecten van Europees belang:

 

Lijn Lienz (AT) — Cordignano (IT)

 

Nieuwe koppeling tussen Italië en Slovenië

 

Lijn West-Udine (IT) — Okroglo (SI)

 

Lijn S. Fiorano (IT) — Nave (IT) — Gorlago (IT)

 

Lijn Venezia Nord (IT) — Cordignano (IT)

 

St. Peter (AT) — Tauern (AT)

 

Südburgenland (AT) — Kainachtal (AT)

 

Koppeling via de Brenner-spoortunnel tussen Oostenrijk en Italië (Thaur-Brixten)

EL.3.

Frankrijk — Spanje — Portugal:

 

uitbreiding van de onderlinge koppelcapaciteit van de elektriciteitsnetten tussen deze landen en het Iberisch schiereiland en ontwikkeling van het netwerk in de insulaire gebieden.

Waarvan de volgende projecten van Europees belang:

 

Lijn Sentmenat (ES) — Bescanό (ES) — Baixas (FR)

 

Lijn Valdigem (PT) — Douro Internacional (PT) — Aldeadávila (ES) en de installaties van Douro Internacional

EL.4.

Griekenland — de Balkanlanden — UCTE-systeem:

 

ontwikkeling van de elektriciteitsinfrastructuur om Griekenland op het UCTE-systeem aan te sluiten en de ontwikkeling van de Zuidoost-Europese elektriciteitsmarkt mogelijk te maken.

Waarvan het volgende project van Europees belang:

 

Lijn Philippi (EL) — Hamidabad (TR)

EL.5.

Verenigd Koninkrijk — continentaal Europa en Noord-Europa:

 

totstandbrenging/uitbreiding van de onderlinge koppelcapaciteit van de elektriciteitsnetten en mogelijke integratie van buitengaatse windenergie.

Waarvan het volgende project van Europees belang:

 

Onderzeese kabel tussen Engeland (UK) — Nederland

EL.6.

Ierland — Verenigd Koninkrijk:

 

Uitbreiding van de onderlinge koppelcapaciteit van de elektriciteitsnetten en mogelijke integratie van buitengaatse windenergie.

Waarvan het volgende project van Europees belang:

 

Onderzeese kabel tussen Ierland en Wales (UK)

EL.7.

Denemarken — Duitsland — Baltische ring (incl. Noorwegen — Zweden — Finland — Denemarken — Duitsland — Polen — Baltische staten — Rusland):

 

Uitbreiding van de onderlinge koppelcapaciteit van de elektriciteitsnetten en mogelijke integratie van buitengaatse windenergie.

Waarvan de volgende projecten van Europees belang:

 

Lijn Kassø (DK) — Hamburg/Dollern (DE)

 

Lijn Hamburg Krümmel (DE) — Schwerin (DE)

 

Lijn Kassø (DK) — Revsing (DK) — Tjele (DK)

 

Lijn Vester Hassing (DK) — Trige (DK)

 

Onderzeese kabel Skagerrak 4 (DK) tussen Denemarken en Noorwegen

 

Verbinding Polen-Litouwen, met inbegrip van de nodige versterking van het Poolse elektriciteitsnet en het PL-DE-profiel, om deelneming aan de interne energiemarkt mogelijk te maken

 

Onderzeese kabel Finland — Estland (Estlink)

 

Onderzeese kabel Finland — Zweden (Fennoscan)

 

Halle/Saale (DE) — Schweinfurt (DE)

EL.8.

Duitsland — Polen — Tsjechië — Slowakije — Oostenrijk — Hongarije — Slovenië:

 

uitbreiding van de onderlinge koppelcapaciteit van de elektriciteitsnetten.

Waarvan de volgende projecten van Europees belang:

 

Lijn Neuenhagen (DE) — Vierraden (DE) — Krajnik (PL)

 

Lijn Dürnrohr (AT) — Slavětice (CZ)

 

Nieuwe koppeling tussen Duitsland en Polen.

 

Lijn Vel'ké Kapušany (SK) — Lemešany (SK) — Moldava (SK) — Sajóivánka (HU)

 

Lijn Gabčikovo (SK) — Vel'ký Ďur (SK)

 

Lijn Stupava (SK) — Wenen (Zuid-Oost) (AT)

EL.9.

Lidstaten aan de Middellandse Zee — mediterrane elektriciteitsring:

 

uitbreiding van de onderlinge koppelcapaciteit van de elektriciteitsnetten tussen de lidstaten aan de Middellandse Zee en Marokko — Algerije — Tunesië — Libië — Egypte — landen in het Nabije Oosten — Turkije

Waarvan het volgende project van Europees belang:

 

Elektriciteitsverbinding tussen Tunesië en Italië

GASNETWERKEN

NG.1.

Verenigd Koninkrijk — noordelijk continentaal Europa, omvattend Nederland, België, Denemarken, Zweden en Duitsland — Polen — Litouwen — Letland — Estland — Finland — Rusland:

 

Gaspijpleidingen die een aantal van de voornaamste gasbronnen in Europa met elkaar verbinden en de interoperabiliteit van de netten en de continuïteit van de gasvoorziening verbeteren, waaronder aardgaspijpleidingen via de offshore route van Rusland naar de EU en de onshore route van Rusland naar Polen en Duitsland, aanleg van nieuwe pijpleidingen en uitbreiding van de netwerkcapaciteit in en tussen Duitsland, Denemarken en Zweden alsmede in en tussen Polen, Tsjechië, Slowakije, Duitsland en Oostenrijk.

Waarvan de volgende projecten van Europees belang:

 

De Noord-Europese gasleiding

 

Yamal-Europa gasleiding

 

Aardgaspijpleiding die Denemarken, Duitsland en Zweden met elkaar verbindt

 

Toename van de overdrachtcapaciteit op de as Duitsland — België — Verenigd Koninkrijk

NG.2.

Algerije — Spanje — Italië — Frankrijk — noordelijk continentaal Europa:

 

de aanleg van nieuwe aardgaspijpleidingen van Algerije naar Spanje, Frankrijk en Italië en uitbreiding van de netcapaciteit in en tussen Spanje, Frankrijk en Italië.

Waarvan de volgende projecten van Europees belang:

 

Gaspijpleiding Algerije — Tunesië — Italië

 

Gaspijpleiding Algerije — Italië via Sardinië en Corsica met een aftakking naar Frankrijk

 

Medgaspijpleiding (Algerije — Spanje — Frankrijk — continentaal Europa)

NG.3.

Landen aan de Kaspische Zee — het Midden-Oosten — de Europese Unie:

 

nieuwe aardgaspijpleidingnetwerken naar de Europese Unie vanaf nieuwe bronnen, waaronder de aardgaspijpleidingen Turkije — Griekenland, Griekenland — Italië, Turkije — Oostenrijk en Griekenland — Slovenië — Oostenrijk (via de Westelijke Balkan).

Waarvan de volgende projecten van Europees belang:

 

gaspijpleiding Turkije — Griekenland — Italië

 

gaspijpleiding Turkije — Oostenrijk

NG.4.

Terminals voor vloeibaar aardgas (LNG) in België, Frankrijk, Spanje, Portugal, Italië, Griekenland, Cyprus en Polen:

 

diversificatie van de bronnen en de toegangspunten, waaronder de LNG-aansluitingen op het transmissienet.

NG.5.

Ondergrondse aardgasopslag in Spanje, Portugal, Frankrijk, Italië, Griekenland en de landen aan de Oostzee:

 

Uitbreiding van de capaciteit in Spanje, Frankrijk, Italië en de landen aan de Oostzee en bouw van de eerste installaties in Portugal, Griekenland en Litouwen.

NG.6.

Lidstaten aan de Middellandse Zee — oostelijke mediterrane gasring:

 

Aanleg van de aardgaspijpleiding en capaciteitsuitbreiding daarvan tussen de lidstaten aan de Middellandse Zee en Libië — Egypte — Jordanië — Syrië — Turkije.

Waarvan het volgende project van Europees belang:

 

Gaspijpleiding Libië — Italië


BIJLAGE II

TRANS-EUROPESE NETWERKEN IN DE ENERGIESECTOR

Aanvullende criteria voor de selectie van projecten van gemeenschappelijk belang als bedoeld in artikel 6, lid 2

ELEKTRICITEITSNETWERKEN

1.

Ontwikkeling van elektriciteitsnetten in insulaire, geïsoleerde, perifere en ultraperifere regio's met voorrang voor diversificatie van energiebronnen en een groter gebruik van hernieuwbare energie en, in voorkomend geval, verbinding van de elektriciteitsnetten in deze regio's:

Ierland — Verenigd Koninkrijk (Wales)

Griekenland (eilanden)

Italië (Sardinië) — Frankrijk (Corsica) — Italië (vasteland)

Verbindingen in insulaire regio's, inclusief verbindingen met het vasteland

Verbindingen in ultraperifere regio's in Frankrijk, Spanje en Portugal.

2.

Het ontwikkelen van elektriciteitsverbindingen tussen de lidstaten om de goede werking van de interne markt en de betrouwbare werking van elektriciteitsnetwerken te verzekeren:

Frankrijk — België — Nederland — Duitsland

Frankrijk — Duitsland

Frankrijk — Italië

Frankrijk — Spanje

Portugal — Spanje

Finland — Zweden

Finland — Estland — Letland — Litouwen

Oostenrijk — Italië

Italië — Slovenië

Oostenrijk — Italië — Slovenië — Hongarije

Duitsland — Polen

Duitsland — Polen — Tsjechië — Oostenrijk — Slowakije — Hongarije

Hongarije — Slowakije

Hongarije — Oostenrijk

Polen — Litouwen

Ierland — Verenigd Koninkrijk (Noord-Ierland)

Oostenrijk — Duitsland — Slovenië — Hongarije

Nederland — Verenigd Koninkrijk

Duitsland — Denemarken — Zweden

Griekenland — Italië

Hongarije — Slovenië

Malta — Italië

Finland — Estland

Italië — Slovenië.

3.

Ontwikkeling van binnenlandse elektriciteitsverbindingen in de lidstaten, die nodig zijn voor de benutting van de verbindingen tussen de lidstaten, voor de werking van de interne markt of voor de aansluiting van duurzame energiebronnen:

Alle lidstaten.

4.

Ontwikkeling van elektriciteitsverbindingen met derde landen, met name met de kandidaat-lidstaten, die bijdragen tot de interoperabiliteit, de betrouwbaarheid en de veiligheid van de werking van de elektriciteitsnetten of tot de elektriciteitsvoorziening van de Europese Gemeenschap:

Duitsland — Noorwegen

Nederland — Noorwegen

Zweden — Noorwegen

Verenigd Koninkrijk — Noorwegen

Baltische elektriciteitsring: Duitsland — Polen — Belarus — Rusland — Litouwen —Letland — Estland — Finland — Zweden — Noorwegen — Denemarken

Noorwegen — Zweden — Finland — Rusland

Mediterrane elektriciteitsring: Frankrijk — Spanje — Marokko — Algerije — Tunesië — Libië — Egypte — landen in het Nabije Oosten — Turkije — Griekenland — Italië

Griekenland — Turkije

Italië — Zwitserland

Oostenrijk — Zwitserland

Hongarije — Roemenië

Hongarije — Servië

Hongarije — Kroatië

Italië — Tunesië

Griekenland — Balkanlanden

Spanje — Marokko

Spanje — Andorra — Frankrijk

EU — Balkanlanden — Belarus — Rusland — Oekraïne

Zwarte-Zee-elektriciteitsring: Rusland — Oekraïne — Roemenië — Bulgarije — Turkije — Georgië

Bulgarije — voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië/Griekenland — Albanië — Italië of Bulgarije — Griekenland — Italië.

5.

Acties om de werking van de onderling gekoppelde elektriciteitsnetten te verbeteren in het kader van de interne markt, met name gericht op de inventarisatie van de knelpunten en ontbrekende schakels, het ontwikkelen van oplossingen voor de congestieproblemen en de aanpassing van de methodes voor het maken van prognoses en het exploiteren van de elektriciteitsnetten:

Het aangeven van de knelpunten en de ontbrekende schakels, met name grensoverschrijdend, binnen elektriciteitsnetten.

Het ontwikkelen van oplossingen voor elektriciteitsstroombeheer met het oog op de congestieproblemen binnen elektriciteitsnetten.

De aanpassing van de prognose- en exploitatiemethodes voor elektriciteitsnetten die nodig zijn voor een goede werking van de interne markt en het gebruik van een hoog percentage duurzame energiebronnen.

GASNETWERKEN

6.

De introductie van aardgas in nieuwe regio's, met name insulaire, geïsoleerde, perifere en ultraperifere gebieden en de ontwikkeling van aardgasnetwerken in deze gebieden:

Verenigd Koninkrijk (Noord-Ierland)

Ierland

Spanje

Portugal

Griekenland

Zweden

Denemarken

Italië (Sardinië)

Frankrijk (Corsica)

Cyprus

Malta

Ultraperifere regio's in Frankrijk, Spanje, Portugal.

7.

Ontwikkeling van aardgasnetverbindingen die nodig zijn voor de werking van de interne markt of om de continuïteit van de energievoorziening te versterken, met inbegrip van de verbinding van de afzonderlijke aardgasnetten en alkeengasnetwerken:

Ierland — Verenigd Koninkrijk

Frankrijk — Spanje

Frankrijk — Zwitserland

Portugal — Spanje

Oostenrijk — Duitsland

Oostenrijk — Hongarije

Oostenrijk — Hongarije — Slowakije — Polen

Polen — Tsjechië

Slowakije — Tsjechië — Duitsland — Oostenrijk

Oostenrijk — Italië

Griekenland — Balkanlanden

Oostenrijk — Hongarije — Roemenië — Bulgarije — Griekenland — Turkije

Frankrijk — Italië

Griekenland — Italië

Oostenrijk — Tsjechië

Duitsland — Tsjechië — Oostenrijk — Italië

Oostenrijk — Slovenië — Kroatië

Hongarije — Kroatië

Hongarije — Roemenië

Hongarije — Slowakije

Hongarije — Oekraïne

Slovenië — Balkanlanden

België — Nederland — Duitsland

Verenigd Koninkrijk — Nederland — Duitsland

Duitsland — Polen

Denemarken — Verenigd Koninkrijk

Denemarken — Duitsland — Zweden

Denemarken — Nederland.

8.

Ontwikkeling van de aanlandingscapaciteit van LNG en van de opslagcapaciteit van aardgas, die nodig zijn om aan de vraag te voldoen en om de gasvoorzieningssystemen te regelen alsmede om de voorzieningsbronnen en de aanvoerroutes te diversifiëren:

Alle lidstaten.

9.

Ontwikkeling van de aardgastransportcapaciteit (aanvoerpijpleidingen) die nodig is om aan de vraag te voldoen en om de voorziening uit interne en externe bronnen alsmede de aanvoerroutes te diversifiëren:

Noordelijk gasnet: Noorwegen — Denemarken — Duitsland — Zweden — Finland — Rusland — Baltische staten — Polen

Algerije — Spanje — Frankrijk

Rusland — Oekraïne — EU

Rusland — Belarus — Oekraïne — EU

Rusland — Belarus — EU

Rusland — Oostzee — Duitsland

Rusland — Baltische Staten — Polen — Duitsland

Duitsland — Tsjechië — Polen — Duitsland — andere lidstaten

Libië — Italië

Tunesië — Libië — Italië

Landen aan de Kaspische Zee — EU

Rusland — Oekraïne — Moldavië — Roemenië — Bulgarije — Griekenland — Slovenië — andere Balkanlanden

Rusland — Oekraïne — Slowakije — Hongarije — Slovenië — Italië

Nederland — Duitsland — Zwitserland — Italië

België — Frankrijk — Zwitserland — Italië

Denemarken — Zweden — Polen

Noorwegen — Rusland — EU

Ierland

Algerije — Italië — Frankrijk

Algerije — Tunesië — Italië

Midden-Oosten — oostelijke mediterrane gasring — EU

Menginstallatie in Winksele (BE) op de noord-zuidas (menging van waterstofgas met stikstofgas)

Versterking van de transportcapaciteit op de Oost-Westas Zeebrugge (BE) — Eynatten (BE).

10.

Acties om de werking van onderling gekoppelde aardgasnetten binnen de interne markt en in de doorvoerlanden te verbeteren, met name gericht op de inventarisatie van de knelpunten en ontbrekende schakels, het ontwikkelen van oplossingen voor de congestieproblemen en de aanpassing van de methoden voor het maken van prognoses en het veilig en efficiënt exploiteren van de aardgasnetten:

Het aangeven van de knelpunten en de ontbrekende schakels, met name grensoverschrijdend, binnen de aardgasnetten.

Het ontwikkelen van oplossingen voor aardgasstroombeheer met het oog op de congestieproblemen in gasnetten.

Het aanpassen van de prognose- en exploitatiemethoden met betrekking tot aardgasnetwerken die nodig zijn voor de werking van de interne markt.

Het verhogen van de algemene prestaties, de veiligheid en de beveiliging van aardgasnetwerken in de doorvoerlanden.

11.

Ontwikkeling en integratie van de alkeengastransportcapaciteit die nodig is om aan de vraag binnen de interne markt te voldoen:

Alle lidstaten.


BIJLAGE III

TRANS-EUROPESE ENERGIENETWERKEN

Projecten van gemeenschappelijk belang en de specificaties daarvan, zoals die momenteel aan de hand van de criteria van bijlage II zijn bepaald

ELEKTRICITEITSNETWERKEN

1.   Ontwikkeling van elektriciteitsnetten in geïsoleerde regio's

1.1.

Onderzeese kabel Ierland — Wales (UK)

1.2.

Aansluiting van de Cycladen (EL) (op het Internationale Systeem)

1.3.

Verbinding via een onderzeese kabel voor 30 kV tussen de eilanden Faial, Pico en S. Jorge (Azoren, PT)

1.4.

Verbinding en versterking van het elektriciteitsnet op Terceira, Faial en S. Miguel (Azoren, PT)

1.5.

Verbinding en versterking van het elektriciteitsnet op Madeira (PT)

1.6.

Onderzeese kabel Sardinië (IT) — vasteland van Italië

1.7.

Onderzeese kabel Corsica (FR) — Italië

1.8.

Verbinding vasteland van Italië — Sicilië (IT): Verdubbeling van de verbinding Sorgente (IT) — Rizziconi (IT)

1.9.

Nieuwe verbindingen op de Balearen en de Canarische eilanden (ES)

2.   Ontwikkeling van elektriciteitsverbindingen tussen de lidstaten

2.1.

Lijn Moulaine (FR) — Aubange (BE)

2.2.

Lijn Avelin (FR) — Avelgem (BE)

2.3.

Koppeling tussen Duitsland en België

2.4.

Lijn Vigy (FR) — Marlenheim (FR)

2.5.

Lijn Vigy (FR) — Uchtelfangen (DE)

2.6.

La Praz (FR) fasenregelaar

2.7.

Verdere capaciteitsuitbreiding via de bestaande koppeling tussen Frankrijk en Italië

2.8.

Nieuwe koppeling tussen Frankrijk en Italië

2.9.

Nieuwe koppeling via de Pyreneeën tussen Frankrijk en Spanje

2.10.

Verbinding via de oostelijke Pyreneeën tussen Frankrijk en Spanje

2.11.

Verbindingen tussen Noord-Portugal en Noordwest-Spanje

2.12.

Lijn Sines (PT) — Alqueva (PT) — Balboa (ES)

2.13.

Verbinding tussen Zuid-Portugal en Zuidwest-Spanje

2.14.

Lijn Valdigem (PT) — Douro Internacional (PT) — Aldeadávila (ES) en de installaties van Douro Internacional

2.15.

Verbindingen ten noorden van de Botnische Golf en de onderzeese kabel Fennoscan tussen Finland en Zweden

2.16.

Lijn Lienz (AT) — Cordignano (IT)

2.17.

Koppeling Somplago (IT) — Würmbach (AT)

2.18.

Koppeling via de Brenner-spoortunnel tussen Oostenrijk en Italië (Thaur-Brixten)

2.19.

Verbinding tussen Ierland en Noord-Ierland

2.20.

Lijn St. Peter (AT) — Isar (DE)

2.21.

Onderzeese kabel tussen Zuidoost-Engeland en Midden-Nederland

2.22.

Versterking van de verbindingen tussen Denemarken en Duitsland, bv. de lijn Kassø — Hamburg

2.23.

Versterking van de verbindingen tussen Denemarken en Zweden

2.24.

Nieuwe koppeling tussen Slovenië en Hongarije; Cirkovce (SI) — Hévíc (HU)

2.25.

Sajóivánka (HU) — Rimavská Sobota (SK)

2.26.

Moldava (SK) — Sajóivánka (HU)

2.27.

Stupava (SK) — Wenen (Zuid-Oost) (AT)

2.28.

Polen-Duitsland (Neuenhagen (DE) — Vierraden (DE) — Krajnik (PL))

2.29.

Verbinding Polen — Litouwen (Elk-Alytus)

2.30.

Onderzeese kabel tussen Finland en Estland

2.31.

Installatie van flexibele alternatieve transmissiesystemen tussen Italië en Slovenië

2.32.

Nieuwe verbindingen tussen de systemen UCTE en CENTREL

2.33.

Lijn Dürnrohr (AT) — Slavětice (CZ)

2.34.

Onderzeese elektriciteitsverbinding tussen Malta (MT) en Sicilië (IT)

2.35.

Nieuwe koppeling tussen Italië en Slovenië

2.36.

Lijn West-Udine (IT) — Okroglo (SI)

3.   Ontwikkeling van elektriciteitsverbindingen binnen de lidstaten

3.1.

Aansluitingen op de Deense oost-westverbinding: verbinding tussen de westelijke (UCTE) en oostelijke (NORDEL) netten van Denemarken

3.2.

Aansluitingen op de Deense noord-zuidverbinding

3.3.

Nieuwe aansluitingen in Noord-Frankrijk

3.4.

Nieuwe aansluitingen in Zuidwest-Frankrijk

3.5.

Lijn Trino Vercellese (IT) — Lacchiarelle (IT)

3.6.

Lijn Turbigo (IT) — Rho (IT) — Bovisio (IT)

3.7.

Lijn Voghera (IT) — La Casella (IT)

3.8.

Lijn S. Fiorano (IT) — Nave (IT) — Gorlago (IT)

3.9.

Lijn Venezia Nord (IT) — Cordignano (IT)

3.10.

Lijn Redipuglia (IT) — Unide Ovest (IT)

3.11.

Nieuwe aansluitingen op de oost-westas van Italië

3.12.

Lijn Tavarnuzze (IT) — Casallina (IT)

3.13.

Lijn Tavarnuzze (IT) — S. Barbara (IT)

3.14.

Lijn Rizziconi (IT) — Feroleto (IT) — Laino (IT)

3.15.

Nieuwe aansluitingen op de noord-zuidas van Italië

3.16.

Wijzigingen van het netwerk om de aansluitingen voor duurzame energie in Italië te vergemakkelijken

3.17.

Nieuwe aansluitingen voor windenergie in Italië

3.18.

Nieuwe aansluitingen op de noordas van Spanje

3.19.

Nieuwe aansluitingen op de mediterrane as van Spanje

3.20.

Nieuwe aansluitingen op de as Galicia (ES) — Centro (ES)

3.21.

Nieuwe aansluitingen op de as Centro (ES) — Aragón (ES)

3.22.

Nieuwe aansluitingen op de as Aragón (ES) — Levante (ES)

3.23.

Nieuwe verbindingen op de as zuid-centrum van Spanje (ES)

3.24.

Nieuwe verbindingen op de as zuid-centrum van Spanje (ES)

3.25.

Nieuwe aansluitingen in Andalucía (ES)

3.26.

Lijn Pedralva (PT) — Riba d'Ave (PT) en de installaties van Pedralva

3.27.

Lijn Recarei (PT) — Valdigem (PT)

3.28.

Lijn Picote (PT) — Pocinho (PT) (opwaardering)

3.29.

Wijziging van de huidige lijn Pego (PT) — Cedillo (ES)/Falagueira (PT) en de installaties van Falagueira

3.30.

Lijn Pego (PT) — Batalha (PT) en de installaties van Batalha

3.31.

Lijn Sines (PT) — Ferreira do Alentejo I (PT) (verbetering)

3.32.

Nieuwe aansluitingen voor windenergie in Italië

3.33.

Lijn Pereiros (PT) — Zêzere (PT) — Santarém (PT) en de installaties van Zêzere

3.34.

Lijn Batalha (PT) — Rio Maior (PT) I en II (verbeteringen)

3.35.

Lijn Carrapatelo (PT) — Mourisca (PT) (verbetering)

3.36.

Lijn Valdigem (PT) — Viseu (PT) — Anadia (PT)

3.37.

Omlegging van de huidige lijn Rio Maior (PT) — Palmela (PT) naar de lijn Ribatejo (PT) en de installaties van Ribatejo

3.38.

Thessaloniki (EL), Lamia (EL) en Patras (EL) onderstations en verbindingslijnen

3.39.

Verbindingen voor de regio's Evia (EL), Laconië (EL) en Thracië (EL)

3.40.

Versterking van de bestaande verbindingen tussen perifere regio's en het vasteland in Griekenland

3.41.

Lijn Tynagh (IE) — Cashla (IE)

3.42.

Lijn Flagford (IE) — East Sligo (IE)

3.43.

Verbindingen in Noordoost- en West-Spanje, met name voor aansluiting op het netwerk voor de opwekking van windenergie

3.44.

Verbindingen in Baskenland (ES), Aragón (ES) en Navarra (ES)

3.45.

Verbindingen in Galicië (ES)

3.46.

Verbindingen in Midden-Zweden

3.47.

Verbindingen in Zuid-Zweden

3.48.

Lijn Hamburg (DE) — regio Schwerin (DE)

3.49.

Lijn regio Halle/Saale (DE) — regio Schweinfurt (DE)

3.50.

Nieuwe verbindingen voor windenergie op zee en aan land in Duitsland

3.51.

Verbetering van het 380 kV-net in Duitsland voor de koppeling van offshorewindmolenparken

3.52.

Verbindingen in Noord-Ierland, met betrekking tot de koppelverbindingen met Ierland

3.53.

Verbindingen in het noordwesten van het Verenigd Koninkrijk

3.54.

Verbindingen in Schotland en Engeland, met het oog op een groter gebruik van hernieuwbare bronnen bij het opwekken van elektriciteit

3.55.

Nieuwe aansluitingen voor offshorewindenergie in België, met inbegrip van de verbetering van het 380 kV-net

3.56.

Onderstation Borssele (NL)

3.57.

Implementatie van „reactive power compensation equipment” (NL)

3.58.

Installatie van faseverschuivers en/of condensatoren in België

3.59.

Verbetering van het 380 kV-net in België om de aanvoercapaciteit te verhogen

3.60.

Lijn St. Peter (AT) — Tauern (AT)

3.61.

Lijn Süd-Burgenland (AT) — Kainachtal (AT)

3.62.

Dunowo (PL) — Żydowo (PL) — Krzewina (PL) — Plewiska (PL)

3.63.

Pątnów (PL) — Grudziądz (PL)

3.64.

Ostrów (PL) — Plewiska (PL)

3.65.

Ostrów (PL) — Trębaczew (Rogowiec) (PL)

3.66.

Plewiska (PL) — Pątnów (PL)

3.67.

Tarnów (PL) — Krosno (PL)

3.68.

Ełk (PL) — Olsztyn Matki (PL)

3.69.

Ełk (PL) — Narew (PL)

3.70.

Mikułowa (PL) — Świebodzice-Dobrzén (Groszowice) (PL)

3.71.

Pątnów (PL) — Sochaczew (PL) — Warszawa (PL)

3.72.

Krsko (SI) — Bericevo (SI)

3.73.

Opwaardering van het Sloveense transmissiesysteem van 220 kV tot 400 kV

3.74.

Medzibrod (SK) — Liptovská Mara (SK)

3.75.

Lemešany (SK) — Moldava (SK)

3.76.

Lemešany (SK) — Veľké Kapušany (SK)

3.77.

Gabčikovo (SK) — Veľký Ďur (SK)

3.78.

Verbindingen in Noord-Zweden

3.79.

Stroomvoorziening van Saaremma (EE) overschakelen naar 110 kV

3.80.

Verbetering van stroomvoorziening in Tartu (EE)

3.81.

Vernieuwing van onderstation van Eesti (EE) (330 kV)

3.82.

Vernieuwing van onderstations van Kiisa (EE), Püssi (EE), en Viljandi (EE), (110 kV)

3.83.

Lijn Nošovice (CZ) — Prosenice (CZ): ombouwen van een enkelvoudige 400 kV-lijn tot een dubbele 400 kV-lijn

3.84.

Krasíkov (CZ) Horní Životice (CZ): nieuwe enkelvoudige 400 kV-lijn

3.85.

Nieuwe aansluitingen voor windenergie op Malta (MT)

4.   Ontwikkeling van elektriciteitsverbindingen met niet-lidstaten

4.1.

Nieuwe koppeling tussen Italië en Zwitserland

4.2.

Lijn Philippi (EL) — Maritsa 3 (Bulgarije)

4.3.

Lijn Amintaio (EL) — Bitola (voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië)

4.4.

Lijn Kardia (EL) — Elbasan (Albanië)

4.5.

Lijn Elbasan (Albanië) — Podgorica (Montenegro)

4.6.

Mostar (Bosnië en Herzegovina) onderstation en verbindingslijnen

4.7.

Ernestinovo (Kroatië) onderstation en verbindingslijnen

4.8.

Nieuwe verbindingen tussen Griekenland en Albanië, Bulgarije en voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië

4.9.

Lijn Philippi (EL) — Hamidabad (TR)

4.10.

Onderzeese kabel tussen Noordoost-/Oost-Engeland en Zuid-Noorwegen

4.11.

Lijn Eemshaven (NL) — Feda (NO)

4.12.

Onderzeese kabel tussen Zuid-Spanje en Marokko (versterking van de bestaande verbinding)

4.13.

Aansluitingen op de Baltische elektriciteitsring: Duitsland — Polen — Rusland — Estland — Letland — Litouwen — Zweden — Finland — Denemarken — Belarus

4.14.

Verbindingen Zuid-Finland — Rusland

4.15.

Nieuwe verbindingen tussen Noord-Zweden en Noord-Noorwegen

4.16.

Nieuwe verbindingen tussen Midden-Zweden en Midden-Noorwegen

4.17.

Lijn Borgvik (SE) — Hoesle (NO) — regio Oslo (NO)

4.18.

Nieuwe verbindingen tussen het systeem UCTE/CENTREL en de Balkanlanden

4.19.

Verbindingen en interface tussen het UCTE systeem en Belarus, Rusland en Oekraïne, en de verplaatsing van HVDC-conversiestations die voorheen operationeel waren tussen Oostenrijk en Hongarije, Oostenrijk en de Tsjechische Republiek en tussen Duitsland en Tsjechië

4.20.

Aansluitingen op de Zwarte Zee-elektriciteitsring: Rusland — Oekraïne — Roemenië — Bulgarije — Turkije — Georgië

4.21.

Nieuwe verbindingen in het gebied rond de Zwarte Zee met het oog op de interoperabiliteit van het UCTE-net met de netten in de betreffende landen

4.22.

Nieuwe aansluitingen op de mediterrane elektriciteitsring: Frankrijk — Spanje — Marokko — Algerije — Tunesië — Libië — Egypte — landen in het Nabije Oosten — Turkije — Griekenland — Italië

4.23.

Onderzeese kabel tussen Zuid-Spanje en Noordwest-Algerije

4.24.

Onderzeese kabel tussen Italië en Noord-Afrika (Algerije — Tunesië — Libië)

4.25.

Elektriciteitsverbinding tussen Tunesië en Italië

4.26.

Nieuwe verbindingen in het gebied rond de Barentszee

4.27.

Verbetering van verbindingen tussen Denemarken en Noorwegen

4.28.

Obermoorweiler (DE) — Meiningen (AT) — Bonaduz (CH): verdere capaciteitsuitbreiding

4.29.

Békéscsaba (HU) — Oradea (RO)

4.30.

Pécs (HU) — Sombor (Servië)

4.31.

Pécs (HU) — Ernestinovo (HR)

4.32.

Veľké Kapušany (SK) — Oekraïne-grens

4.33.

Andrall (ES) — Encamp (AD): capaciteitsverhoging tot 220 kV

4.34.

Spanje — Andorra — Frankrijk: verbetering van aansluitingen

5.   Acties om de werking van de onderling gekoppelde elektriciteitsnetten te verbeteren in het kader van de interne markt

(Er zijn nog geen specificaties bepaald)

GASNETWERKEN

6.   Introductie van aardgas in nieuwe gebieden

6.1.

Ontwikkeling van een gasnet van Belfast tot het Noordwesten van Noord-Ierland (UK) en zo nodig tot de westkust van Ierland

6.2.

LNG in Santa Cruz de Tenerife, de Canarische eilanden (ES)

6.3.

LNG in Las Palmas de Gran Canaria (ES)

6.4.

LNG in Madeira (PT)

6.5.

Ontwikkeling van het gasnet in Zweden

6.6.

Verbinding tussen de Balearen (ES) en het vasteland van Spanje

6.7.

Hogedrukaftakking naar Thracië (EL)

6.8.

Hogedrukaftakking naar Korinthe (EL)

6.9.

Hogedrukaftakking naar Noordwest-Griekenland (EL)

6.10.

Verbinding tussen Lolland (DK) en de Falstereilanden (DK)

6.11.

LNG op Cyprus, Vasilikos Energy Center

6.12.

Verbinding tussen LNG-installatie in Vasilikos (CY) en energiecentrale in Moni (CY)

6.13.

LNG op Kreta (EL)

6.14.

Hogedrukaftakking naar Patras (EL)

6.15.

LNG op Malta

7.   Ontwikkeling van aardgasverbindingen die nodig zijn voor de werking van de interne markt of om de continuïteit van de energievoorziening te verzekeren, met inbegrip van de verbinding van afzonderlijke aardgasnetten

7.1.

Extra onderling gekoppelde gasleiding tussen Ierland en Schotland

7.2.

Noord-zuidkoppeling, alsmede de gasleiding Dublin — Belfast

7.3.

Compressiestation gasleiding Lacq (FR) — Calahorra (ES)

7.4.

Gasleiding Lussagnet (FR) — Bilbao (ES)

7.5.

Gasleiding Perpignan (FR) — Barcelona (ES)

7.6.

Uitbreiding van de transportcapaciteit van gasleidingen die Portugal voorzien via Zuid-Spanje en Galicia, en Asturië via Portugal

7.7.

Gasleiding Puchkirchen (AT) — Burghausen (DE)

7.8.

Gasleiding Andorf (AT) — Simbach (DE)

7.9.

Gasleiding Wiener Neustadt (AT) — Sopron (HU)

7.10.

Gasleiding Bad Leonfelden (AT) — Linz (AT)

7.11.

Gasleiding Noordwest-Griekenland — Elbasan (AL)

7.12.

Onderling gekoppelde gasleiding Griekenland — Italië

7.13.

Compressiestation op de hoofdgasleiding in Griekenland

7.14.

Verbinding tussen de netten van Oostenrijk en Tsjechië

7.15.

Gastransportcorridor in Zuidoost-Europa, door Griekenland, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Servië, Montenegro, Bosnië en Herzegovina, Kroatië, Slovenië en Oostenrijk

7.16.

Gastransportcorridor tussen Oostenrijk en Turkije via Hongarije, Roemenië en Bulgarije

7.17.

Onderling gekoppelde gasleidingen tussen het Verenigd Koninkrijk, Nederland en Duitsland, die de voornaamste bronnen en markten van Noordwest-Europa met elkaar verbinden

7.18.

Verbinding tussen Noordoost-Duitsland (regio Berlijn) en Noordwest-Polen (regio Szczecin), met een aftakking van Schmölln naar Lubmin (DE, regio Greifswald)

7.19.

Gasleiding Cieszyn (PL) — Ostrava (CZ)

7.20.

Görlitz (DE) — Zgorzelec (PL): uitbreiding en onderlinge koppeling van aardgasnetten

7.21.

Uitbreiding Bernau (DE) — Szczecin (PL)

7.22.

Verbinding tussen offshore-installaties in de Noordzee of tussen Deense offshore installaties en Britse installaties op het vasteland

7.23.

Versterking van de transportcapaciteit tussen Frankrijk en Italië

7.24.

De Baltische gaskoppeling tussen Denemarken — Duitsland — Zweden

7.25.

Mengstation in Winksele (BE) op de noord-zuid-as

7.26.

Zeebrugge (BE) — Eynatten (BE) capaciteitsuitbreiding

7.27.

Capaciteitsuitbreiding langs de noord-westas: Zelzate (BE) — Zeebrugge (BE)

7.28.

Aanleg van een gaspijpleiding die Denemarken en Nederland met elkaar verbindt en de bestaande productiefaciliteiten in de Noordzee aan elkaar koppelt

8.   Ontwikkeling van de aanlandingscapaciteit voor LNG en van de opslagcapaciteit voor aardgas

8.1.

LNG in Le Verdon-sur-mer (FR, nieuwe terminal) en gasleiding naar de opslaginstallatie in Lussagnet (FR)

8.2.

LNG in Fos-sur-mer (FR)

8.3.

LNG in Huelva (ES), uitbreiding van de bestaande terminal

8.4.

LNG in Cartagena (ES), uitbreiding van de bestaande terminal

8.5.

LNG in Galicië (ES), nieuwe terminal

8.6.

LNG in Bilbao (ES), nieuwe terminal

8.7.

LNG in de regio van Valencia (ES), nieuwe terminal

8.8.

LNG in Barcelona (ES), uitbreiding van de bestaande terminal

8.9.

LNG in Sines (PT), nieuwe terminal

8.10.

LNG in Revithoussa (EL), uitbreiding van de bestaande terminal

8.11.

LNG aan de Noord-Adriatische kust (IT)

8.12.

LNG offshore in het noordelijke deel van de Adriatische Zee (IT)

8.13.

LNG aan de zuidkust van de Adriatische Zee (IT)

8.14.

LNG aan de Ionische kust (IT)

8.15.

LNG aan de Tyrreense kust (IT)

8.16.

LNG aan de Ligurische kust (IT)

8.17.

LNG in Zeebrugge (BE, tweede fase van capaciteitsuitbreiding)

8.18.

LNG in Isle of Grain, Kent (UK)

8.19.

Bouw van een tweede LNG-terminal in continentaal Griekenland

8.20.

Ontwikkeling van ondergrondse gasopslaginstallaties in Ierland

8.21.

Opslag in Zuid-Kavala (EL), conversie van een offshore uitgeput gasveld

8.22.

Opslag in Lussagnet (F), uitbreiding van de bestaande installatie

8.23.

Opslag in Pecorade (F), conversie van een uitgeput olieveld

8.24.

Opslag in de regio Elzas (FR), constructie in zoutholtes

8.25.

Opslag in centrale regio (FR), constructie in de watertafel

8.26.

Opslag bij de noord-zuidverbinding van Spanje (nieuwe installaties), in Cantabria, Aragón, Castilla y León, Castilla — La Mancha en Andalusië

8.27.

Opslag bij de mediterrane verbinding van Spanje (nieuwe installaties), in Catalonië, Valencia en Murcia

8.28.

Opslag in Carriço (PT, nieuwe installatie)

8.29.

Opslag in Loenhout (BE, uitbreiding van de bestaande installatie)

8.30.

Opslag in Stenlille (DK) en Lille Torup (DK, uitbreiding van de bestaande installatie)

8.31.

Opslag in Tønder (DK, nieuwe installatie)

8.32.

Opslag in Puchkirchen (AT, uitbreiding van de bestaande installatie), met gasleiding naar het Penta West-systeem bij Andorf (AT)

8.33.

Opslag in Baumgarten (AT, nieuwe installatie)

8.34.

Opslag in Haidach (AT, nieuwe installatie), met gasleiding naar het Europees gasnet

8.35.

Ontwikkeling van ondergrondse gasopslaginstallaties in Italië

8.36.

Opslag in Wierzchowice (PL) — uitbreiding van de bestaande installatie

8.37.

Opslag in Kossakowo (PL) — ontwikkeling van de ondergrondse opslag

8.38.

Gaspijpleiding Malta (MT) — Sicilië (IT)

8.39.

Opslag in Litouwen (nieuwe installatie)

9.   Ontwikkeling van de gastransportcapaciteit (aanvoerleidingen)

9.1.

Aanleg en ontwikkeling van aansluitingen op het noordelijk gasnet: Noorwegen — Denemarken — Duitsland — Zweden — Finland — Rusland — Balkanlanden — Polen

9.2.

De Midden-Noordse gasleiding: Noorwegen, Zweden, Finland

9.3.

De Noord-Europese gasleiding: Rusland, de Oostzee, Duitsland

9.4.

Gasleiding van Rusland naar Duitsland, via Letland, Litouwen en Polen, en de aanleg van ondergrondse gasopslaginstallaties in Letland (Amber-project)

9.5.

Gasleiding van Finland naar Estland

9.6.

Nieuwe gasleidingen van Algerije naar Spanje en Frankrijk en daarmee samenhangende capaciteitstoename van de interne netten in die landen

9.7.

Uitbreiding van de transportcapaciteit van de gasleiding Algerije — Marokko — Spanje (tot aan Córdoba)

9.8.

Gasleiding Córdoba (ES) — Ciudad Real (ES)

9.9.

Gasleiding Ciudad Real (ES) — Madrid (ES)

9.10.

Gasleiding Ciudad Real (ES) — Middellandse Zeekust (ES)

9.11.

Aftakkingen in Castilla — La Mancha (ES)

9.12.

Uitbreiding richting Noordwest-Spanje

9.13.

Onderzeese gasleiding Algerije — Spanje en gasleidingen voor de verbinding met Frankrijk

9.14.

Uitbreiding van de transportcapaciteit vanuit Russische bronnen naar de Europese Unie, via Oekraïne, Slowakije en Tsjechië

9.15.

Uitbreiding van de transportcapaciteit vanuit Russische bronnen naar de Europese Unie via Belarus en Polen

9.16.

Aardgaspijpleiding Yamal — Europa II

9.17.

Gasleiding Yagal Sud (tussen de STEGAL-gasleiding en de driehoek DE, FR, CH)

9.18.

Oostelijke gasleiding SUDAL (tussen de MIDAL-gasleiding nabij Heppenheim naar Burghausenverbinding met de PENTA-gasleiding in Oostenrijk)

9.19.

Uitbreiding van de transportcapaciteit van de STEGAL-gasleiding voor het vervoer van extra gas van de Tsjechisch-Duitse grens en de Pools-Duitse grens naar andere lidstaten via Duitsland

9.20.

Gasleiding vanaf Libische bronnen naar Italië

9.21.

Gasleiding van bronnen in landen aan de Kaspische Zee naar de Europese Unie

9.22.

Gasleiding Griekenland — Turkije

9.23.

Uitbreiding van de transportcapaciteit vanuit Russische bronnen naar Griekenland en andere Balkanlanden, via Oekraïne, Moldavië, Roemenië en Bulgarije

9.24.

Gasleiding St. Zagora (BG) — Ihtiman (EL)

9.25.

Trans-Adriatische pijpleiding — Aardgaspijpleiding voor gasinvoer vanuit de Kaspische regio/Rusland/het Midden-Oosten, die Italië met de Zuidoost-Europese energiemarkten verbindt

9.26.

Verbinding gasleidingen tussen Duitse, Tsjechische, Oostenrijkse en Italiaanse gasnetten

9.27.

Gasleiding vanaf Russische bronnen naar Italië, via Oekraïne, Slowakije, Hongarije en Slovenië

9.28.

Uitbreiding van de transportcapaciteit van de TENP-leiding van Nederland naar Italië via Duitsland

9.29.

Gasleiding Taisnieres (F) — Oltingue (CH)

9.30.

Gasleiding van Denemarken naar Polen, eventueel via Zweden

9.31.

Gasleiding Nybro (DK) — Dragør (DK), inclusief de gasleiding voor de aansluiting op de opslagplaats in Stenlille (DK)

9.32.

Gasnetwerk van de bronnen in de Barentszee naar de Europese Unie, via Zweden en Finland

9.33.

Gasleiding vanaf het Corrib-veld (IE, offshore)

9.34.

Gasleiding van Algerijnse bronnen naar Italië, via Sardinië, met een aftakking naar Corsica

9.35.

Gasnetwerk van bronnen in het Midden-Oosten naar de Europese Unie

9.36.

Gasleiding van Noorwegen naar het Verenigd Koninkrijk

9.37.

Verbinding Pécs (HU) — Kroatië

9.38.

Verbinding Szeged (HU) — Oradea (RO)

9.39.

Verbinding Vecsés (HU) — Slowakije

9.40.

Capaciteitsverhoging Beregdaróc (HU) — Oekraïne

10.   Acties om de werking van de onderling gekoppelde gasnetten binnen de interne markt te verbeteren

(Er zijn nog geen specificaties bepaald)


Top