Help Print this page 
Title and reference
Verordening (EG) nr. 2035/2005 van de Commissie van 12 december 2005 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1681/94 betreffende onregelmatigheden in het kader van de financiering van het structuurbeleid en terugvordering van in dat kader onverschuldigd betaalde bedragen, alsmede betreffende de inrichting van een informatiesysteem op dit gebied

OJ L 328, 15.12.2005, p. 8–12 (ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)
OJ L 321M , 21.11.2006, p. 345–349 (MT)
Special edition in Bulgarian: Chapter 14 Volume 001 P. 227 - 231
Special edition in Romanian: Chapter 14 Volume 001 P. 227 - 231
Languages, formats and link to OJ
Multilingual display
Text

15.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 328/8


VERORDENING (EG) Nr. 2035/2005 VAN DE COMMISSIE

van 12 december 2005

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1681/94 betreffende onregelmatigheden in het kader van de financiering van het structuurbeleid en terugvordering van in dat kader onverschuldigd betaalde bedragen, alsmede betreffende de inrichting van een informatiesysteem op dit gebied

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad van 21 juni 1999 houdende algemene bepalingen inzake de structuurfondsen (1), en met name op artikel 53, lid 2,

Na raadpleging van het in artikel 147 van het Verdrag bedoelde Comité, het Comité voor de landbouwstructuur en de plattelandsontwikkeling, en het Permanent Comité van beheer voor de visserijstructuur,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij artikel 54 van Verordening (EG) nr. 1260/1999 wordt Verordening (EEG) nr. 4253/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot de coördinatie van de bijstandsverlening uit de onderscheiden structuurfondsen enerzijds en van de bijstandsverlening met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten anderzijds (2) ingetrokken.

(2)

Artikel 54 van Verordening (EG) nr. 1260/1999 bepaalt, dat de verwijzingen naar de ingetrokken Verordening (EEG) nr. 4253/88 worden beschouwd als verwijzingen naar Verordening (EG) nr. 1260/1999. Derhalve is Verordening (EG) nr. 1681/94 van de Commissie (3) van toepassing op de bijstandsmaatregelen die op grond van Verordening (EG) nr. 1260/1999 zijn genomen.

(3)

Verordening (EG) nr. 1681/94 dient te worden bijgewerkt om het systeem inzake de mededeling van onregelmatigheden doeltreffender te maken.

(4)

Ter wille van de rechtszekerheid moet uitdrukkelijk worden bepaald dat Verordening (EG) nr. 1681/94 ook van toepassing is op alle in Verordening (EG) nr. 1260/1999 bepaalde vormen van financiële bijstandsverlening, zoals die welke zijn genoemd in Verordening (EG) nr. 1783/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 1999 met betrekking tot het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (4), Verordening (EG) nr. 1784/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 1999 betreffende het Europees Sociaal Fonds (5), Verordening (EG) nr. 1263/1999 van de Raad van 21 juni 1999 betreffende het Financieringsinstrument voor de Oriëntatie van de Visserij (6) en Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad van 17 mei 1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL), afdeling Oriëntatie, en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen (7).

(5)

Verduidelijkt moet worden in hoeverre onregelmatigheden moeten worden gemeld door lidstaten die deelnemen aan de in artikel 20, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 1260/1999 bedoelde grensoverschrijdende, transnationale en interregionale samenwerking, in het kader van de zogenoemde Interreg-programma’s of aan andere transnationale programma’s.

(6)

Gepreciseerd moet worden, dat in Verordening (EG) nr. 1681/94 de definitie van „onregelmatigheid” is overgenomen van artikel 1, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (8).

(7)

Het begrip „vermoeden van fraude” moet nader worden omschreven in het licht van de definitie die in de Overeenkomst van 26 juli 1995 aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (9) van „fraude” is gegeven.

(8)

Gepreciseerd moet worden, dat de definitie van „eerste administratief of gerechtelijk proces-verbaal” die is van artikel 35 van Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad van 21 juni 2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (10).

(9)

Ook moet een definitie worden gegeven van de begrippen „faillissement” en „economisch subject”.

(10)

Ter verhoging van de toegevoegde waarde van het meldingssysteem dient nader te worden bepaald wanneer de verplichting geldt om voor risicoanalysedoeleinden gevallen te melden waarin fraude wordt vermoed, en dient de kwaliteit van de meegedeelde inlichtingen te worden gewaarborgd.

(11)

Het is dienstig te preciseren dat Verordening (EG) nr. 1681/94 van toepassing blijft voor de reeds gemelde onregelmatigheden waarmee minder dan 10 000 EUR is gemoeid.

(12)

Het is noodzakelijk duidelijkheid te scheppen met betrekking tot de verantwoordelijkheid voor niet-teruggevorderde bedragen in het kader van de onder Verordening (EG) nr. 1260/1999 vallende vormen van bijstandsverlening en nader te bepalen welke inlichtingen essentieel worden geacht voor de afhandeling van de betrokken gevallen.

(13)

Om de werklast die de meldingen voor de lidstaten meebrengen, te verlichten en de efficiëntie te bevorderen, moet de ondergrens waar vanaf de lidstaten onregelmatigheden moeten melden, worden opgetrokken en moeten de uitzonderingen op de meldingsplicht nader worden bepaald.

(14)

Verordening (EG) nr. 1681/94 moet van toepassing zijn onverminderd artikel 8 van Verordening (EG) nr. 438/2001 van de Commissie van 2 maart 2001 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad met betrekking tot beheers- en controlesystemen voor uit de structuurfondsen toegekende bijstand (11).

(15)

Er dient rekening te worden gehouden met de verplichtingen die voortvloeien uit Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (12) en uit Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (13).

(16)

Het is dienstig omrekeningskoersen vast te stellen voor de lidstaten die niet deel uitmaken van de eurozone.

(17)

Verordening (EG) nr. 1681/94 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(18)

De in Verordening (EG) nr. 1681/94 vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de ontwikkeling en omschakeling van de regio's,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 1681/94 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 1 komt als volgt te luiden:

„Artikel 1

1.   Onverminderd de verplichtingen die direct uit de toepassing van artikel 23 van Verordening (EEG) nr. 4253/88 en artikel 38 van Verordening (EG) nr. 1260/1999 voortvloeien, geldt deze verordening voor alle vormen van financiële bijstandsverlening waarin is voorzien bij de Verordeningen (EEG) nr. 4254/88, (EEG) nr. 4255/88, (EEG) nr. 4256/88, (EEG) nr. 2080/93, (EG) nr. 1783/1999, (EG) nr. 1784/1999 en (EG) nr. 1263/1999. Deze verordening is eveneens van toepassing op de financiële bijstand die wordt verleend op grond van artikel 35, lid 2, eerste streepje, van Verordening (EG) nr. 1257/1999 (afdeling Oriëntatie).

2.   Onregelmatigheden in het kader van de in artikel 20, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 1260/1999 bedoelde Interreg-programma’s alsmede alle andere transnationale programma’s moeten worden gemeld door de lidstaat waar de uitgaven zijn gedaan. De lidstaat licht terzelfder tijd de beheersautoriteit en de betalingsautoriteit van het programma in, alsook de persoon of de dienst die is aangewezen om de in artikel 15 van Verordening (EG) nr. 438/2001 bedoelde afsluitende verklaring af te geven.”.

2)

Het volgende artikel 1 bis wordt ingevoegd:

„Artikel 1 bis

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1)

„onregelmatigheid”: elke inbreuk op het Gemeenschapsrecht die bestaat in een handelen of nalaten van een economisch subject waardoor de algemene begroting van de Gemeenschappen wordt of zou kunnen worden benadeeld als gevolg van een onverschuldigde uitgave;

2)

„economisch subject”: elke natuurlijke of rechtspersoon of organisatie die deelneemt aan de verwezenlijking van de bijstandsmaatregelen van de fondsen, met uitzondering van de lidstaten bij de uitoefening van hun prerogatieven van de openbare macht;

3)

„eerste administratief of gerechtelijk proces-verbaal”: de eerste schriftelijke beoordeling door een bevoegde administratieve of gerechtelijke autoriteit waarin op grond van concrete feiten wordt geconcludeerd tot het bestaan van een onregelmatigheid, onverminderd de mogelijkheid dat deze conclusie naderhand, in het licht van de ontwikkelingen bij de administratieve of de gerechtelijke procedure, moet worden herzien of ingetrokken.

4)

„vermoeden van fraude”: een onregelmatigheid die aanleiding geeft tot het inleiden, op nationaal vlak, van een administratieve en/of gerechtelijke procedure om na te gaan of er sprake is van een opzettelijke handeling, in het bijzonder fraude, zoals bedoeld in artikel 1, lid 1, onder a), van de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen;

5)

„faillissement”: een van de in artikel 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad (14) bedoelde insolventieprocedures.

3)

Artikel 2 wordt geschrapt.

4)

In artikel 3 komt lid 1 als volgt te luiden:

„1.   De lidstaten zenden de Commissie binnen twee maanden na afloop van elk kwartaal een lijst met de onregelmatigheden ten aanzien waarvan een eerste administratieve of gerechtelijke vaststelling is opgemaakt.

Daartoe verstrekken zij in elk geval nadere gegevens omtrent:

a)

het of de betrokken structuurfonds of structuurfondsen of financieringsinstrument of -instrumenten, de doelstelling, de identificatie van de bijstandsvorm en actie, en het Arinco-nummer of de CCI-code (Code commun d’identification);

b)

de bepaling waarop inbreuk werd gemaakt;

c)

de datum waarop voor het eerst de inlichtingen zijn verkregen die tot het vermoeden hebben geleid dat een onregelmatigheid is begaan, en de bron van die inlichtingen;

d)

de bij de onregelmatigheid toegepaste praktijken;

e)

eventueel de aspecten van de praktijken die fraude doen vermoeden;

f)

de wijze waarop de onregelmatigheid is ontdekt;

g)

in voorkomend geval, de betrokken lidstaten en de betrokken derde landen;

h)

de datum waarop of de periode waarin de onregelmatigheid is begaan;

i)

de nationale diensten of instanties die de onregelmatigheid hebben vastgesteld en de diensten die verantwoordelijk zijn voor het administratieve en/of gerechtelijke toezicht;

j)

de datum van de eerste administratieve of gerechtelijke vaststelling van de onregelmatigheid;

k)

de identiteit van de natuurlijke personen en/of van de rechtspersonen en/of andere instanties die bij de zaak zijn betrokken, behalve indien deze inlichtingen, gezien de aard van de desbetreffende onregelmatigheid, voor de bestrijding van onregelmatigheden geen nut hebben;

l)

het totale voor de actie goedgekeurde begrotingsbedrag en de verdeling ervan naar financieringsbron (Gemeenschap, lidstaat, privé-sector of andere);

m)

het met de onregelmatigheid gemoeide bedrag en de verdeling ervan naar financieringsbron (Gemeenschap, lidstaat, privé-sector of andere); wanneer nog geen enkele betaling van de overheidsbijdrage aan de onder k) bedoelde personen en/of andere instanties is gebeurd, de bedragen die onverschuldigd zouden zijn betaald mocht de onregelmatigheid niet zijn ontdekt;

n)

de eventuele opschorting van de betalingen en de terugvorderingsmogelijkheden;

o)

de aard van de onrechtmatige uitgave.

In afwijking van de eerste alinea behoeven de volgende gevallen niet te worden gemeld:

gevallen waarin de enige onregelmatigheid erin bestaat dat de uit de Gemeenschapsbegroting meegefinancierde actie geheel of gedeeltelijk niet wordt uitgevoerd wegens het faillissement van de eindbegunstigde en/of de eindontvanger. Onregelmatigheden voorafgaand aan een faillissement en elk vermoeden van fraude moeten echter wel worden gemeld;

de gevallen die door de eindbegunstigde of de eindontvanger uit eigen beweging of voordat zij door de bevoegde instantie worden ontdekt, ter kennis van de administratieve autoriteit worden gebracht, hetzij vóór, hetzij na toekenning van de overheidsbijdrage;

de gevallen waarin de administratieve autoriteit een vergissing vaststelt inzake het in aanmerking komen voor overheidssteun van het gefinancierde project en vóór de uitbetaling van de overheidssteun tot rechtzetting overgaat.”.

5)

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 komt de tweede alinea als volgt te luiden:

„De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de administratieve of gerechtelijke besluiten met betrekking tot de beëindiging van deze procedures of van de wezenlijke elementen van die besluiten en vermelden in het bijzonder of die elementen al dan niet een vermoeden van fraude hebben doen rijzen.”;

b)

lid 2 komt als volgt te luiden:

„2.   Wanneer een lidstaat van oordeel is dat de terugvordering van een bedrag niet kan geschieden of dat dit kan worden verwacht, geeft hij door middel van een speciale kennisgeving het bedrag aan dat niet kan worden teruggevorderd, alsmede de redenen waarom dit bedrag naar zijn oordeel ten laste van de Gemeenschap of van de lidstaat komt.

Deze gegevens moeten voldoende gedetailleerd zijn om de Commissie in staat te stellen zo spoedig mogelijk en na overleg met de autoriteiten van de betrokken lidstaat, te besluiten aan wie:

de financiële gevolgen in de zin van artikel 23, lid 1, derde streepje, van Verordening (EEG) nr. 4253/88 worden aangerekend, en,

wanneer het om onder Verordening (EG) nr. 1260/1999 vallende vormen van bijstandsverlening gaat, de betrokken bedragen ten laste kunnen worden gebracht.

De kennisgeving omvat ten minste:

a)

een afschrift van het besluit tot toekenning van de bijstand;

b)

de datum van de laatste betaling aan de eindbegunstigde en/of de eindontvanger;

c)

een afschrift van het verzoek tot terugbetaling;

d)

in voorkomend geval, een afschrift van het document waarin de insolventie van de eindbegunstigde of de eindontvanger formeel wordt vastgesteld;

e)

een beknopte beschrijving van de acties die de lidstaat heeft ondernomen om de betrokken sommen terug te vorderen, met opgave van het tijdstip van elke actie.”.

6)

Het volgende artikel 6 bis wordt ingevoegd:

„Artikel 6 bis

De krachtens de artikelen 3 en 4 en artikel 5, lid 1, te verstrekken inlichtingen worden zoveel mogelijk langs elektronische weg, over een beveiligde verbinding met gebruikmaking van de specifieke, door de Commissie ter beschikking gestelde applicatie meegedeeld.”.

7)

Het volgende artikel 8 bis wordt ingevoegd:

„Artikel 8 bis

Alle gegevens van algemene of operationele aard die de lidstaten krachtens deze verordening verstrekken, kunnen door de Commissie worden gebruikt voor het maken van risicoanalyses met behulp van daartoe geschikte informatiesystemen, het opstellen van verslagen en het ontwikkelen van waarschuwingssystemen om de betrokkenen bewuster van de geïdentificeerde risico’s te maken.”.

8)

In artikel 9 komt de tweede volzin als volgt te luiden:

„De in de artikelen 48 tot en met 51 van Verordening (EG) nr. 1260/1999 bedoelde comités worden eveneens ingelicht.”.

9)

In artikel 10 komt lid 3 als volgt te luiden:

„3.   De Commissie en de lidstaten zien bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze verordening toe op de eerbiediging van de gemeenschappelijke en nationale bepalingen inzake de bescherming van persoonsgegevens, met name de bepalingen van Richtlijn 95/46/EG en, in voorkomend geval, van Verordening (EG) nr. 45/2001.”.

10)

Artikel 12 komt als volgt te luiden:

„Artikel 12

1.   Ingeval de onregelmatigheden betrekking hebben op ten laste van de communautaire begroting komende bedragen van minder dan 10 000 EUR, delen de lidstaten de in de artikelen 3 en 5 bedoelde gegevens slechts aan de Commissie mee indien deze uitdrukkelijk daarom verzoekt.

2.   De lidstaten die de euro niet als nationale munt gebruiken op het tijdstip van vaststelling van de onregelmatigheid, moeten het betrokken uitgavenbedrag omrekenen in euro. De omrekening geschiedt op basis van de maandelijkse boekhoudkundige koers van de Commissie van de maand waarin de uitgave in de rekeningen van de betalingsautoriteit van het betrokken operationele programma is of zou zijn geboekt. Deze koers wordt maandelijks elektronisch gepubliceerd door de Commissie.”.

Artikel 2

Artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1681/94, zoals toepasselijk voor de inwerkingtreding van de onderhavige verordening, blijft van toepassing op vóór 28 februari 2006 gemelde gevallen waarmee per geval een bedrag van minder dan 10 000 EUR is gemoeid.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2006.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 12 december 2005.

Voor de Commissie

Siim KALLAS

Vicevoorzitter


(1)  PB L 161 van 26.6.1999, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 173/2005 (PB L 29 van 2.2.2005, blz. 3).

(2)  PB L 374 van 31.12.1988, blz. 1.

(3)  PB L 178 van 12.7.1994, blz. 43.

(4)  PB L 213 van 13.8.1999, blz. 1.

(5)  PB L 213 van 13.8.1999, blz. 5.

(6)  PB L 161 van 26.6.1999, blz. 54.

(7)  PB L 160 van 26.6.1999, blz. 80. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2223/2004 (PB L 379 van 24.12.2004, blz. 1).

(8)  PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1.

(9)  PB C 316 van 27.11.1995, blz. 49.

(10)  PB L 209 van 11.8.2005, blz. 1.

(11)  PB L 63 van 3.3.2001, blz. 21. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2355/2002 (PB L 351 van 28.12.2002, blz. 42).

(12)  PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.

(13)  PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31. Richtlijn gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).

(14)  PB L 160 van 30.6.2000, blz. 1.”.


Top