Help Print this page 
Title and reference
Verordening (EG) nr. 422/2004 van de Raad van 19 februari 2004 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 40/94 inzake het Gemeenschapsmerk (Voor de EER relevante tekst)

OJ L 70, 9.3.2004, p. 1–7 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 17 Volume 002 P. 3 - 9
Special edition in Estonian: Chapter 17 Volume 002 P. 3 - 9
Special edition in Latvian: Chapter 17 Volume 002 P. 3 - 9
Special edition in Lithuanian: Chapter 17 Volume 002 P. 3 - 9
Special edition in Hungarian Chapter 17 Volume 002 P. 3 - 9
Special edition in Maltese: Chapter 17 Volume 002 P. 3 - 9
Special edition in Polish: Chapter 17 Volume 002 P. 3 - 9
Special edition in Slovak: Chapter 17 Volume 002 P. 3 - 9
Special edition in Slovene: Chapter 17 Volume 002 P. 3 - 9
Special edition in Bulgarian: Chapter 17 Volume 002 P. 27 - 33
Special edition in Romanian: Chapter 17 Volume 002 P. 27 - 33
Languages, formats and link to OJ
Multilingual display
Text

32004R0422

Verordening (EG) nr. 422/2004 van de Raad van 19 februari 2004 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 40/94 inzake het Gemeenschapsmerk (Voor de EER relevante tekst)

Publicatieblad Nr. L 070 van 09/03/2004 blz. 0001 - 0007


Verordening (EG) nr. 422/2004 van de Raad

van 19 februari 2004

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 40/94 inzake het Gemeenschapsmerk

(Voor de EER relevante tekst)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 308,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement(1),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De inschrijving als Gemeenschapsmerk bij Verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad van 20 december 1993 inzake het Gemeenschapsmerk(3) heeft een eenvormige bescherming van dergelijke tekens in alle lidstaten tot stand gebracht. De regeling voldeed grotendeels aan de verwachtingen van de gebruikers en had een positieve invloed op de totstandkoming van de interne markt.

(2) De praktijk heeft geleerd dat de regeling op bepaalde punten nader verduidelijkt en aangevuld kan worden, waardoor het stelsel, dat zijn nut ten aanzien van de vastgestelde doelen terdege heeft bewezen, zonder wezenlijke ingrepen doeltreffender zou kunnen worden gemaakt en een grotere meerwaarde zou kunnen bieden en nu al berekend zou zijn op de gevolgen van een toekomstige toetreding.

(3) De Gemeenschapsmerkregeling moet voor iedere gebruiker toegankelijk worden, zonder dat voorwaarden worden gesteld op het gebied van wederkerigheid, gelijkwaardigheid en/of nationaliteit. Dit zou ook het mondiale handelsverkeer begunstigen. Door dergelijke voorwaarden wordt de regeling ingewikkeld, star en inefficiënt. Bovendien heeft de Raad voor de nieuwe regeling betreffende het Gemeenschapsmodel op dit punt voor een flexibele aanpak gekozen.

(4) Om de procedure te rationaliseren, dient de recherche te worden gewijzigd. Het systeem dient verplicht te blijven voor Gemeenschapsmerken, maar voor recherche in de merkenregisters van de lidstaten die kennis hebben gegeven van hun besluit om een dergelijke recherche uit te voeren, wordt het facultatief gesteld, mits er een taks wordt betaald. Bovendien dient in maatregelen te worden voorzien om de kwaliteit van de rechercheverslagen te verbeteren door ze, middels het gebruik van een standaardformulier en de vaststelling van de essentiële elementen die erin moeten voorkomen, eenvormiger te maken.

(5) Een aantal maatregelen dient ten doel te hebben de kamers van beroep meer middelen te geven, zodat zij sneller en beter kunnen werken.

(6) De ervaring heeft geleerd dat bepaalde aspecten van de procedure kunnen worden verbeterd. Bepaalde punten dienen dan ook gewijzigd en andere ingevoegd te worden om de gebruikers een instrument van hogere kwaliteit te bieden dat competitief blijft,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 40/94 wordt als volgt gewijzigd:

1. Artikel 5 wordt vervangen door:

"Artikel 5

Houders van Gemeenschapsmerken

Alle natuurlijke of rechtspersonen, met inbegrip van publiekrechtelijke lichamen, kunnen houder van een Gemeenschapsmerk zijn.";

2. aan artikel 7, lid 1, wordt een nieuw punt k) toegevoegd:

"k) merken die een oorsprongsbenaming of een geregistreerde geografische aanduiding conform Verordening (EEG) nr. 2081/92 bevatten of uit zo een aanduiding bestaan in situaties zoals bedoeld in artikel 13 van die verordening en betrekking hebbende op dezelfde productklasse, mits de aanvrage tot inschrijving van het merk is ingediend na de datum van indiening van de aanvrage tot inschrijving van de oorsprongsbenaming of geografische aanduiding bij de Commissie.";

3. in artikel 8, lid 4, wordt de aanhef vervangen door:

"4. Na oppositie door de houder van een niet-ingeschreven merk of een ander in het economisch verkeer gebruikt teken van meer dan alleen plaatselijke betekenis, wordt inschrijving van het aangevraagde merk geweigerd indien en voorzover krachtens het op dat teken toepasselijke Gemeenschapsrecht of het voor dat teken geldende recht van de lidstaat:";

4. artikel 21 wordt vervangen door:

"Artikel 21

Insolventieprocedure

1. De enige insolventieprocedure waarin een Gemeenschapsmerk kan worden opgenomen, is een insolventieprocedure die is ingeleid in de lidstaat op het grondgebied waarvan het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar gelegen is.

Indien de schuldenaar echter een verzekeringsonderneming of een kredietinstelling is zoals omschreven in respectievelijk de Richtlijnen 2001/17/EG(4) en 2001/24/EG(5), is de enige insolventieprocedure waarin een Gemeenschapsmerk kan worden opgenomen, een insolventieprocedure die is ingeleid in de lidstaat waar die onderneming of instelling een machtiging heeft verkregen.

2. In geval van medehouderschap van een Gemeenschapsmerk is lid 1 van toepassing op het aandeel van de medehouder.

3. Indien een Gemeenschapsmerk betrokken is in een insolventieprocedure, wordt op verzoek van de bevoegde nationale instantie een vermelding hiervan in het register ingeschreven en in het in artikel 85 bedoelde Blad van Gemeenschapsmerken gepubliceerd.";

5. artikel 25, lid 3, wordt vervangen door:

"3. Aanvragen zoals bedoeld in lid 2 die het Bureau later dan twee maanden na de indiening ontvangt, worden geacht te zijn ingediend op de datum van ontvangst van de aanvrage door het Bureau.";

6. artikel 35, lid 1, wordt vervangen door:

"1. De houder van een Gemeenschapsmerk die voor waren of diensten die gelijk zijn aan of vallen onder de waren of diensten waarvoor een ouder merk is ingeschreven, houder is van dat oudere in een lidstaat ingeschreven merk, met inbegrip van een op het grondgebied van de Benelux ingeschreven merk, of van eenzelfde ouder merk waarvoor een internationale inschrijving met rechtsgevolgen in een lidstaat bestaat, kan de anciënniteit van het oudere merk inroepen met betrekking tot de lidstaat waarin of waarvoor dit merk ingeschreven is.";

7. artikel 36, lid 1, onder b), wordt vervangen door:

"b) of de aanvrage om een Gemeenschapsmerk voldoet aan de in deze verordening en in de uitvoeringsverordening gestelde voorwaarden;";

8. artikel 37 wordt geschrapt;

9. artikel 39 wordt vervangen door:

"Artikel 39

Recherche

1. Nadat voor een aanvrage om een Gemeenschapsmerk een indieningsdatum bepaald is, stelt het Bureau een communautair rechercheverslag op waarin melding wordt gemaakt van ontdekte oudere Gemeenschapsmerken of oudere aanvragen om Gemeenschapsmerken die overeenkomstig artikel 8 aan de inschrijving van het aangevraagde Gemeenschapsmerk kunnen worden tegengeworpen.

2. Indien de aanvrager bij de indiening van een aanvrage om een Gemeenschapsmerk tevens om de opstelling van een rechercheverslag door de centrale diensten voor de industriële eigendom van de lidstaten verzoekt en de desbetreffende taks voor de recherche is betaald binnen de termijn die voor de betaling van de indieningstaks is gesteld, stuurt het Bureau, zodra voor de aanvrage om een Gemeenschapsmerk een indieningsdatum is bepaald, een kopie daarvan naar de centrale dienst voor de industriële eigendom van elke lidstaat die aan het Bureau kennis heeft gegeven van zijn besluit om met betrekking tot aanvragen om Gemeenschapsmerken een recherche te verrichten in zijn eigen merkenregister.

3. Elke in lid 2 genoemde centrale dienst voor de industriële eigendom stuurt aan het Bureau binnen twee maanden na ontvangst van een aanvrage om een Gemeenschapsmerk een rechercheverslag toe, waarin hetzij ontdekte oudere nationale merken of oudere aanvragen om nationale merken worden genoemd die overeenkomstig artikel 8 aan de inschrijving van het aangevraagde Gemeenschapsmerk kunnen worden tegengeworpen, hetzij wordt vermeld dat bij de recherche niet van het bestaan van dergelijke rechten gebleken is.

4. Het in lid 3 bedoelde rechercheverslag wordt opgesteld aan de hand van een standaardformulier dat door het Bureau, na raadpleging van de raad van bestuur, wordt ontworpen. De belangrijkste elementen van de inhoud van dit formulier worden omschreven in de in artikel 157, lid l, bedoelde uitvoeringsverordening.

5. Voor elk rechercheverslag dat het overeenkomstig lid 3 van een centrale dienst voor de industriële eigendom ontvangt, wordt door het Bureau aan deze dienst een bepaald bedrag betaald. Dit bedrag is voor elke centrale dienst hetzelfde en wordt bij een met een meerderheid van drie vierde van de vertegenwoordigers der lidstaten genomen besluit vastgesteld door het Begrotingscomité.

6. Het Bureau stuurt de aanvrager van een Gemeenschapsmerk onverwijld het communautair rechercheverslag toe alsmede, indien daartoe een verzoek is ingediend, binnen de in lid 3 genoemde termijn, de nationale rechercheverslagen die het ontvangen heeft.

7. Bij de publicatie van de aanvrage om een Gemeenschapsmerk, die niet mag plaatsvinden vóór het verstrijken van een maand na de datum waarop het Bureau de rechercheverslagen toestuurt aan de aanvrager, geeft het Bureau aan de houders van de in het communautair rechercheverslag genoemde oudere Gemeenschapsmerken of de rechthebbenden op oudere aanvragen om Gemeenschapsmerken kennis van de publicatie van de aanvrage om het Gemeenschapsmerk.";

10. artikel 40 wordt vervangen door:

"Artikel 40

Publicatie van de aanvrage

1. Indien aan de voorwaarden waaraan de aanvrage om een Gemeenschapsmerk moet voldoen, is voldaan en de in artikel 39, lid 7, genoemde periode is verstreken, wordt de aanvrage gepubliceerd, tenzij de aanvrage overeenkomstig artikel 38 wordt afgewezen.

2. Indien de aanvrage, na publicatie, overeenkomstig artikel 38 wordt afgewezen, wordt deze beslissing, wanneer zij onherroepelijk wordt, openbaar gemaakt.";

11. van titel IV, afdeling 5, wordt de titel vervangen door:

"INTREKKING, BEPERKING, WIJZIGING EN AFSPLITSING VAN DE AANVRAGE";

12. het volgende artikel wordt ingevoegd:

"Artikel 44 bis

Afsplitsing van de aanvrage

1. De aanvrager kan de aanvrage afsplitsen door te verklaren dat een deel van de waren of diensten die onder de oorspronkelijke aanvrage vallen, het voorwerp zijn van één of meer afgesplitste aanvragen. De waren of diensten van de afgesplitste aanvrage mogen de waren of diensten die nog steeds onder de oorspronkelijke aanvrage vallen of die het voorwerp zijn van andere afgesplitste aanvragen, niet overlappen.

2. De verklaring van afsplitsing is niet ontvankelijk:

a) indien, in gevallen waarin tegen de oorspronkelijke aanvrage oppositie is ingesteld, deze verklaring leidt tot de afsplitsing van de waren of diensten waartegen de oppositie is gericht, totdat de beslissing van de oppositieafdeling in kracht van gewijsde is gegaan of totdat van de oppositieprocedure wordt afgezien;

b) gedurende de in de uitvoeringsverordening vastgestelde periodes.

3. De verklaring van afsplitsing moet voldoen aan het bepaalde in de uitvoeringsverordening.

4. Op de verklaring van afsplitsing is een taks van toepassing. De verklaring van afsplitsing wordt pas geacht te zijn afgegeven nadat de taks is betaald.

5. De afsplitsing gaat in op de datum van vermelding ervan in het door het Bureau bewaarde dossier over de oorspronkelijke aanvrage.

6. Alle verzoeken en aanvragen en alle taksen die met betrekking tot de oorspronkelijke aanvrage zijn ingediend of betaald vóór de datum van ontvangst van de verklaring van afsplitsing door het Bureau, worden geacht ook vóór de afgesplitste aanvrage of aanvragen te zijn ingediend of betaald. De taksen die vóór de datum van ontvangst van de verklaring van afsplitsing voor de oorspronkelijke aanvrage werden betaald, zijn niet terugvorderbaar.

7. De afgesplitste aanvrage behoudt de datum van indiening en de datum van voorrang en anciënniteit van de oorspronkelijke aanvrage.";

13. van titel V wordt de titel vervangen door:

"DUUR, VERNIEUWING, WIJZIGING EN AFSPLITSING VAN HET GEMEENSCHAPSMERK";

14. het volgende artikel wordt ingevoegd:

"Artikel 48 bis

Afsplitsing van de inschrijving

1. De houder van het Gemeenschapsmerk kan de inschrijving afsplitsen door te verklaren dat een deel van de waren of diensten die onder de oorspronkelijke inschrijving vallen, het voorwerp zijn van één of meer afgesplitste inschrijvingen. De waren of diensten van de afgesplitste inschrijving mogen de waren of diensten die nog steeds onder de oorspronkelijke inschrijving vallen of die het voorwerp zijn van andere afgesplitste inschrijvingen, niet overlappen.

2. De verklaring van afsplitsing is niet ontvankelijk:

a) indien zij, in gevallen waarin bij het Bureau tegen de oorspronkelijke inschrijving een vordering tot vervallen- of nietigverklaring is ingediend, leidt tot de afsplitsing van waren of diensten waartegen de vordering tot vervallen- of nietigverklaring is gericht, totdat de beslissing van de nietigheidsafdeling in kracht van gewijsde is gegaan of totdat de procedure anderszins is beëindigd;

b) indien zij, in gevallen waarin bij een rechtbank voor het Gemeenschapsmerk een reconventionele vordering tot vervallen- of nietigverklaring is ingediend, leidt tot een afsplitsing van waren of diensten waartegen de reconventionele vordering is gericht, totdat de beslissing van de rechtbank voor het Gemeenschapsmerk overeenkomstig artikel 96, lid 6, in het register is vermeld.

3. De verklaring van afsplitsing moet voldoen aan het bepaalde in de uitvoeringsverordening.

4. Op de verklaring van afsplitsing is een taks van toepassing. De verklaring van afsplitsing wordt pas geacht te zijn afgegeven nadat de taks is betaald.

5. De afsplitsing gaat in op de datum waarop zij in het register wordt opgenomen.

6. Alle verzoeken en aanvragen en alle taksen die met betrekking tot de oorspronkelijke inschrijving zijn ingediend of betaald vóór de datum van ontvangst van de verklaring van afsplitsing door het Bureau, worden geacht ook voor de afgesplitste inschrijving of inschrijvingen te zijn ingediend of betaald. De taksen die vóór de datum van ontvangst van de verklaring van afsplitsing voor de oorspronkelijke inschrijving werden betaald, zijn niet terugvorderbaar.

7. De afgesplitste inschrijving behoudt de datum van indiening en de datum van voorrang en anciënniteit van de oorspronkelijke inschrijving.";

15. artikel 50, lid 1, onder d), wordt geschrapt;

16. artikel 51, lid 1, onder a), wordt vervangen door:

"a) het is ingeschreven in strijd met artikel 7;";

17. artikel 52, lid 2, wordt vervangen door:

"2. Het Gemeenschapsmerk wordt op vordering bij het Bureau of bij reconventionele vordering in een inbreukprocedure tevens nietig verklaard wanneer het gebruik ervan verboden kan worden op grond van het Gemeenschapsrecht of van het nationaal recht inzake de bescherming van een ander ouder recht, met name van een

a) recht op de naam,

b) recht op een afbeelding,

c) auteursrecht,

d) recht van industriële eigendom.";

18. artikel 56, lid 6, wordt vervangen door:

"6. Een vermelding van de beslissing van het Bureau betreffende de vordering tot vervallen- of nietigverklaring wordt in het register opgenomen wanneer ze onherroepelijk is geworden.";

19. artikel 60 wordt vervangen door:

"Artikel 60

Herziening van beslissingen bij beroepen ex parte

1. Indien de partij die het beroep heeft ingesteld, de enige partij in de procedure is en de instantie waarvan de beslissing wordt betwist, het beroep ontvankelijk en gegrond acht, herziet deze instantie haar beslissing.

2. Indien de beslissing niet binnen een maand na ontvangst van de uiteenzetting van de gronden herzien wordt, wordt het beroep onverwijld voorgelegd aan de kamer van beroep, zonder oordeel over de gronden daarvan.";

20. het volgende artikel wordt ingevoegd:

"Artikel 60 bis

Herziening van beslissingen bij beroepen inter partes

1. Wanneer tegenover de appellant een andere partij staat en de instantie waarvan de beslissing wordt betwist, het beroep ontvankelijk en gegrond acht, herziet deze instantie haar beslissing.

2. De beslissing kan alleen worden herzien wanneer de instantie waarvan de beslissing wordt betwist, de andere partij in kennis stelt van haar voornemen om de beslissing te herzien en wanneer deze partij binnen twee maanden na ontvangst van de kennisgeving hiermee instemt.

3. Indien de andere partij er niet binnen twee maanden na de datum van ontvangst van de in lid 2 genoemde kennisgeving mee instemt dat de betwiste beslissing wordt herzien, en zij een verklaring in die zin aflegt of geen verklaring aflegt binnen de gestelde termijn, moet het beroep onverwijld worden voorgelegd aan de kamer van beroep, zonder oordeel over de gronden daarvan.

4. Indien echter de instantie waarvan de beslissing wordt betwist, binnen een maand na ontvangst van de uiteenzetting van de gronden het beroep niet ontvankelijk en ongegrond acht, neemt zij niet de in de leden 2 en 3 bedoelde maatregelen, maar legt zij het beroep onverwijld voor aan de kamer van beroep, zonder oordeel over de gronden daarvan.";

21. het volgende artikel wordt ingevoegd:

"Artikel 77 bis

Doorhaling of herroeping

1. Indien het Bureau een inschrijving in het register heeft gedaan of een beslissing heeft genomen waarbij het een kennelijke procedurefout heeft gemaakt, ziet het toe op de doorhaling van deze inschrijving, casu quo de herroeping van deze beslissing. Indien er slechts één partij in de procedure is en de inschrijving of handeling van invloed is op haar rechten, wordt de doorhaling of herroeping ook uitgevoerd wanneer de partij de fout niet had ontdekt.

2. De in lid 1 bedoelde doorhaling of herroeping wordt, ambtshalve of op verzoek van een der partijen in de procedure, uitgevoerd door de instantie die de inschrijving heeft gedaan of de beslissing heeft genomen. De doorhaling of herroeping wordt uitgevoerd binnen zes maanden na de datum van inschrijving in het register of de aanneming van de beslissing, na raadpleging van de partijen in de procedure alsmede de eventuele, in het register vermelde houders van rechten op het betrokken Gemeenschapsmerk.

3. Dit artikel laat het recht van de partijen om beroep in te stellen uit hoofde van de artikelen 57 en 63 onverlet, evenals de mogelijkheid om op de wijze en onder de voorwaarden zoals vastgesteld bij de in artikel 157, lid 1, genoemde uitvoeringsverordening taal- en schrijffouten te corrigeren en kennelijke vergissingen in de beslissingen van het Bureau en vergissingen van het Bureau bij de inschrijving van het merk of de publicatie van de inschrijving recht te zetten.";

22. artikel 78, lid 5, wordt vervangen door:

"5. Dit artikel is niet van toepassing op de termijnen bedoeld in lid 2, alsmede in artikel 42, leden 1 en 3, en in artikel 78 bis.";

23. het volgende artikel wordt ingevoegd:

"Artikel 78 bis

Voortzetting van de procedure

1. Wanneer de aanvrager of de houder van een Gemeenschapsmerk of een andere partij in een procedure voor het Bureau tegenover het Bureau verzuimd heeft een termijn in acht te nemen, kan de procedure op diens verzoek worden voortgezet, op voorwaarde dat bij dit verzoek de verzuimde handeling alsnog wordt verricht. Het verzoek tot voortzetting van de procedure is alleen ontvankelijk wanneer het binnen twee maanden na het verstrijken van de niet in acht genomen termijn wordt ingediend. Het verzoek wordt pas geacht te zijn ingediend nadat een taks voor voortzetting van de procedure is betaald.

2. Dit artikel is niet van toepassing op de termijnen bedoeld in artikel 25, lid 3, artikel 27, artikel 29, lid 1, artikel 33, lid 1, artikel 36, lid 2, artikel 42, artikel 43, artikel 47, lid 3, artikel 59, artikel 60 bis, artikel 63, lid 5, artikel 78 en artikel 108 noch op de in dit artikel bedoelde termijnen, en evenmin op de termijnen bedoeld in de in artikel 157, lid 1, genoemde uitvoeringsverordening, voor het inroepen, na de indiening van de aanvrage, van voorrang uit hoofde van artikel 30, voorrang in geval van tentoonstelling uit hoofde van artikel 33 of anciënniteit uit hoofde van artikel 34.

3. Over het verzoek wordt beslist door de instantie die beslissingsbevoegdheid heeft ten aanzien van de verzuimde handeling.

4. Wanneer het Bureau het verzoek inwilligt, worden de gevolgen van het niet in acht nemen van de termijn geacht zich niet te hebben voorgedaan.

5. Wanneer het Bureau het verzoek afwijst, wordt de taks terugbetaald.";

24. artikel 81, lid 6, wordt vervangen door:

"6. De oppositieafdeling, de nietigheidsafdeling of de kamer van beroep stelt het bedrag vast dat op grond van de voorgaande leden moet worden vergoed, wanneer de kosten zich beperken tot de aan het Bureau betaalde taksen en tot de kosten van vertegenwoordiging. In alle andere gevallen stelt de griffie van de kamer van beroep of een lid van het personeel van de oppositieafdeling of de nietigheidsafdeling op verzoek het te vergoeden bedrag vast. Het verzoek is slechts ontvankelijk binnen twee maanden na de datum waarop de beslissing ten aanzien waarvan vaststelling van de kosten is gevraagd, onherroepelijk wordt. Het bedrag kan bij beslissing van de oppositieafdeling, de nietigheidsafdeling of de kamer van beroep worden herzien, indien hiertoe binnen de gestelde termijn een verzoek is gedaan.";

25. artikel 88 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 3, eerste volzin, wordt vervangen door:"Natuurlijke en rechtspersonen die in de Gemeenschap een woonplaats, zetel of werkelijke en feitelijke vestiging voor bedrijf of handel hebben, kunnen voor het Bureau optreden door tussenkomst van een werknemer.";

b) het volgende lid wordt toegevoegd:

"4. In de uitvoeringsverordening wordt vastgesteld of en onder welke voorwaarden een werknemer bij het Bureau een bij het dossier te voegen ondertekende volmacht moet indienen.";

26. artikel 89 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 1, onder b), wordt vervangen door:

"b) erkende gemachtigden die op een daartoe door het Bureau bij te houden lijst ingeschreven staan. In de uitvoeringsverordening wordt vastgesteld of en onder welke voorwaarden de vertegenwoordigers bij het Bureau een bij het dossier te voegen ondertekende volmacht moeten indienen.";

b) in lid 2, onder c), wordt de eerste volzin vervangen door:

"c) hij moet bevoegd zijn om voor de centrale dienst voor de industriële eigendom van een lidstaat natuurlijke personen en rechtspersonen te vertegenwoordigen op het gebied van merken.";

27. artikel 96, lid 5, wordt vervangen door:

"5. Artikel 56, leden 2, 3, 4 en 5, is van toepassing.";

28. in artikel 108 worden de leden 4, 5 en 6 vervangen door:

"4. Indien de aanvrage om een Gemeenschapsmerk wordt geacht te zijn ingetrokken, doet het Bureau de aanvrager van het merk een mededeling toekomen en kent hem daarbij vanaf de datum van die mededeling een termijn van drie maanden toe voor de indiening van het verzoek tot omzetting.

5. Indien de aanvrage om een Gemeenschapsmerk wordt ingetrokken of het Gemeenschapsmerk geen rechtsgevolgen meer heeft doordat een afstand is ingeschreven of de inschrijving niet vernieuwd is, moet het verzoek tot omzetting worden ingediend binnen drie maanden nadat de aanvrage om het Gemeenschapsmerk is ingetrokken of het Gemeenschapsmerk geen rechtsgevolgen meer heeft.

6. Indien de aanvrage om een Gemeenschapsmerk door een beslissing van het Bureau wordt afgewezen of geen rechtsgevolgen meer heeft op grond van een beslissing van het Bureau of een rechtbank voor het Gemeenschapsmerk, wordt het verzoek tot omzetting ingediend binnen drie maanden na de dag waarop de beslissing in kracht van gewijsde is gegaan.";

29. artikel 109, lid 3, wordt vervangen door:

"3. Het Bureau gaat na of de omzetting waarom wordt verzocht, voldoet aan de voorwaarden van deze verordening, met name aan artikel 108, leden 1, 2, 4, 5 en 6, en lid 1 van dit artikel, alsmede aan de vormvereisten van de uitvoeringsverordening. Wanneer aan deze voorwaarden is voldaan, doet het Bureau het verzoek tot omzetting toekomen aan de diensten voor de industriële eigendom van de in het verzoek aangewezen lidstaten.";

30. artikel 110, lid 1, wordt vervangen door:

"1. Elke centrale dienst voor de industriële eigendom waaraan het verzoek tot omzetting is meegedeeld, kan van het Bureau alle aanvullende informatie betreffende dit verzoek verkrijgen die hij behoeft om te beslissen over het nationale merk dat uit de omzetting voortvloeit.";

31. in artikel 118, lid 3, tweede volzin, wordt "binnen 15 dagen" vervangen door "binnen een maand" en in de derde volzin wordt "binnen een maand" vervangen door "binnen drie maanden";

32. artikel 127, lid 2, wordt vervangen door:

"2. De oppositieafdelingen beslissen in een samenstelling van drie leden. Ten minste één lid moet jurist zijn. In een aantal bijzondere gevallen die in de uitvoeringsverordening worden genoemd, kunnen beslissingen evenwel door één enkel lid worden genomen.";

33. artikel 129, lid 2, wordt vervangen door:

"2. De nietigheidsafdelingen beslissen in een samenstelling van drie leden. Ten minste één lid moet jurist zijn. In een aantal bijzondere gevallen die in de uitvoeringsverordening worden genoemd, kunnen beslissingen evenwel door één enkel lid worden genomen.";

34. artikel 130 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 2 wordt vervangen door:

"2. De kamers van beroep beslissen in een samenstelling van drie leden, onder wie ten minste twee juristen zijn. In een aantal bijzondere gevallen wordt beslist door een uitgebreide kamer die wordt voorgezeten door de voorzitter van de kamers van beroep, of door één enkel lid, dat jurist moet zijn.";

b) de volgende leden worden toegevoegd:

"3. Om vast te stellen welke bijzondere gevallen tot de bevoegdheid van de uitgebreide kamer behoren, wordt rekening gehouden met de juridische moeilijkheid, met het belang van de zaak of bijzondere omstandigheden die ter rechtvaardiging dienen. In de genoemde gevallen kan de zaak naar de uitgebreide kamer worden doorverwezen door:

a) het orgaan van de kamers van beroep, dat is opgericht overeenkomstig het in artikel 157, lid 3, bedoelde reglement voor de procesvoering van de kamers van beroep;

b) de kamer die de zaak behandelt.

4. De samenstelling van de uitgebreide kamer en de voorschriften betreffende aanhangigmaking bij deze kamer worden vastgesteld overeenkomstig het in artikel 157, lid 3, bedoelde reglement voor de procesvoering van de kamers van beroep.

5. Om vast te stellen in welke bijzondere gevallen door één lid kan worden beslist, wordt rekening gehouden met de geringe moeilijkheid van de juridische of feitelijke vraagstukken, het beperkte belang van de betrokken zaak of het ontbreken van andere bijzondere omstandigheden. De beslissing om een zaak in bovengenoemde gevallen aan één lid toe te wijzen, wordt genomen door de kamer die de zaak behandelt. Verdere details worden vastgelegd in het in artikel 157, lid 3, bedoelde reglement voor de procesvoering van de kamers van beroep.";

35. artikel 131 wordt vervangen door:

"Artikel 131

Onafhankelijkheid van de leden van de kamers van beroep

1. De voorzitter van de kamers van beroep en de voorzitters van de kamers worden voor een periode van vijf jaar benoemd volgens de procedure van artikel 120 voor de benoeming van de voorzitter van het Bureau. Zij kunnen tijdens hun ambtsperiode niet van hun functie worden ontheven, tenzij daarvoor ernstige redenen bestaan en het Hof van Justitie op verzoek van de instantie die hen heeft benoemd, daartoe heeft beslist. Het mandaat van de voorzitter van de kamers van beroep en van de voorzitters van de kamers kan worden verlengd met telkens vijf jaar of tot hun pensionering indien zij de pensioengerechtigde leeftijd gedurende de nieuwe ambtstermijn bereiken.

De voorzitter van de kamers van beroep heeft onder meer bevoegdheden op het gebied van beheer en organisatie. Deze bestaan er met name in:

a) het orgaan van de kamers van beroep voor te zitten, dat belast is met het bepalen van de voorschriften en de organisatie van het werk van de kamers, zoals bedoeld in het in artikel 157, lid 3, bedoelde reglement voor de procesvoering van de kamers van beroep;

b) zorg te dragen voor de uitvoering van de beslissingen van dit orgaan;

c) de dossiers aan een kamer toe te kennen op basis van de objectieve criteria die zijn vastgesteld door het orgaan van de kamers van beroep;

d) de voorzitter van het Bureau in kennis te stellen van de financieringsbehoeften van de kamers met het oog op de opstelling van een raming van de uitgaven.

De voorzitter van de kamers van beroep zit de uitgebreide kamer voor.

Verdere details worden vastgelegd in het in artikel 157, lid 3, bedoelde reglement voor de procesvoering van de kamers van beroep.

2. De leden van de kamers van beroep worden voor een periode van vijf jaar benoemd door de raad van bestuur. Hun mandaat kan worden verlengd met telkens vijf jaar of tot hun pensionering indien zij de pensioengerechtigde leeftijd gedurende de nieuwe ambtstermijn bereiken.

3. De leden van de kamers van beroep kunnen niet van hun functie worden ontheven, tenzij daarvoor ernstige redenen bestaan en het Hof van Justitie daartoe heeft beslist nadat de kwestie op voorstel van de voorzitter van de kamers van beroep, na beraad met de voorzitter van de kamer waartoe het lid behoort, door de raad van bestuur aanhangig is gemaakt.

4. De voorzitter van de kamers van beroep en de voorzitter en de leden van de kamers van beroep zijn onafhankelijk. Bij hun beslissingen zijn zij aan geen enkele aanwijzing gebonden.

5. De voorzitter van de kamers van beroep en de voorzitters en de leden van de kamers van beroep mogen geen onderzoeker zijn of lid van een oppositieafdeling, van de afdeling merken- en Gemeenschapsmodellenadministratie en juridische aangelegenheden of van een nietigheidsafdeling.";

36. artikel 142 bis wordt artikel 159 bis;

37. in artikel 150 wordt lid 3 vervangen door:

"3. Artikel 39, leden 3 tot en met 6, is mutatis mutandis van toepassing.";

38. in artikel 157, lid 2, worden de punten 1 en 4 geschrapt.

Artikel 2

1. Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2. Artikel 1, punten 11 tot en met 14, 21, 23 tot en met 26 en 32 tot en met 36, is van toepassing vanaf een datum die wordt vastgesteld door de Commissie en bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie, nadat de nodige uitvoeringsmaatregelen zijn aangenomen.

3. Artikel 1, punt 9, is van toepassing vanaf 10 maart 2008.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 19 februari 2004.

Voor de Raad

De voorzitter

M. McDowell

(1) Advies uitgebracht op 23 september 2003 (nog niet verschenen in het Publicatieblad).

(2) PB C 208 van 3.9.2003, blz. 7.

(3) PB L 11 van 14.1.1994, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1992/2003 (PB L 296 van 14.11.2003, blz. 1).

(4) Richtlijn 2001/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2001 betreffende de sanering en de liquidatie van verzekeringsondernemingen (PB L 110 van 20.4.2001, blz. 28).

(5) Richtlijn 2001/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 april 2001 betreffende de sanering en de liquidatie van kredietinstellingen (PB L 125 van 5.5.2001, blz. 15.

Top