Help Print this page 
Title and reference
Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen

OJ L 270, 21.10.2003, p. 78–95 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 03 Volume 040 P. 346 - 363
Special edition in Estonian: Chapter 03 Volume 040 P. 346 - 363
Special edition in Latvian: Chapter 03 Volume 040 P. 346 - 363
Special edition in Lithuanian: Chapter 03 Volume 040 P. 346 - 363
Special edition in Hungarian Chapter 03 Volume 040 P. 346 - 363
Special edition in Maltese: Chapter 03 Volume 040 P. 346 - 363
Special edition in Polish: Chapter 03 Volume 040 P. 346 - 363
Special edition in Slovak: Chapter 03 Volume 040 P. 346 - 363
Special edition in Slovene: Chapter 03 Volume 040 P. 346 - 363
Special edition in Bulgarian: Chapter 03 Volume 051 P. 3 - 20
Special edition in Romanian: Chapter 03 Volume 051 P. 3 - 20
Languages, formats and link to OJ
Multilingual display
Text

32003R1784

Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen

Publicatieblad Nr. L 270 van 21/10/2003 blz. 0078 - 0095


Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad

van 29 september 2003

houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 36 en artikel 37, lid 2, derde alinea,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement(1),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(2),

Gezien het advies van het Comité van de Regio's(3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De werking en de ontwikkeling van de gemeenschappelijke markt voor landbouwproducten moeten gepaard gaan met de totstandkoming van een gemeenschappelijk landbouwbeleid, en dit beleid moet met name een gemeenschappelijke marktordening omvatten die naar gelang van de producten verschillende vormen kan aannemen.

(2) Met het gemeenschappelijk landbouwbeleid worden de doelstellingen van artikel 33 van het Verdrag nagestreefd. Om de markten te stabiliseren en de landbouwbevolking in de sector granen een redelijke levensstandaard te verzekeren moeten maatregelen voor de interne markt worden vastgesteld die met name een interventieregeling en een gemeenschappelijke invoer- en uitvoerregeling omvatten.

(3) Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad van 30 juni 1992 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen(4) is herhaaldelijk ingrijpend gewijzigd. Tengevolge van nieuwe wijzigingen moet die verordening duidelijkheidshalve worden ingetrokken en vervangen.

(4) In Verordening (EEG) nr. 1766/92 is bepaald dat in het licht van de marktontwikkelingen een besluit moet worden genomen over een laatste verlaging van de interventieprijs voor granen die zal gelden vanaf het verkoopseizoen 2002/2003. Het is van belang dat de prijzen op de interne markt minder afhankelijk worden van de gegarandeerde prijzen. Derhalve is het dienstig de maandelijkse verhogingen te halveren om de marktfluïditeit te verbeteren.

(5) Door de invoering van één enkele interventieprijs voor granen zijn enorme interventievoorraden rogge ontstaan, aangezien noch op de interne markt noch op de externe markten voldoende afzetmogelijkheden bestaan. Bijgevolg moet rogge van de interventieregeling worden uitgesloten.

(6) In bijzondere omstandigheden moeten de interventiebureaus interventiemaatregelen kunnen treffen die aan die omstandigheden zijn aangepast. Om de noodzakelijke eenvormigheid van de interventieregelingen te handhaven moeten de evaluatie van deze bijzondere omstandigheden en de vaststelling van de passende maatregelen op communautair niveau plaatsvinden.

(7) Gezien de bijzondere marktsituatie voor aardappel- en graanzetmeel kan het noodzakelijk blijken te voorzien in een zodanige productierestitutie dat de door de zetmeelindustrie gebruikte basisproducten tegen een lagere prijs aan deze industrie ter beschikking kunnen worden gesteld dan de prijs die tot stand komt door de toepassing van de gemeenschappelijke prijzen.

(8) De totstandbrenging van een eengemaakte communautaire markt voor granen brengt met zich dat een regeling voor het handelsverkeer aan de buitengrenzen van de Gemeenschap moet worden ingesteld. Een regeling voor het handelsverkeer die een aanvulling vormt op de interventieregeling en die een stelsel van invoerrechten en uitvoerrestituties omvat, zou in beginsel de communautaire markt moeten stabiliseren. Een dergelijke regeling moet berusten op de verbintenissen die tijdens de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde zijn aangegaan. De uitvoerrestitutieregeling moet worden toegepast op verwerkte producten die granen bevatten, zodat die producten op de wereldmarkt kunnen worden verkocht.

(9) Om toezicht te kunnen houden op de omvang van het handelsverkeer van granen met derde landen moet worden voorzien in een stelsel van invoer- en uitvoercertificaten waarvoor een zekerheid wordt gesteld als garantie dat de invoer of de uitvoer waarvoor die certificaten worden aangevraagd, zal plaatsvinden.

(10) De meeste douanerechten voor landbouwproducten die vallen onder overeenkomsten in het kader van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), zijn in het gemeenschappelijk douanetarief vastgesteld. Wegens de invoering van aanvullende regelingen moeten voor sommige granen evenwel afwijkende bepalingen worden vastgesteld.

(11) Om eventuele nadelige gevolgen van de invoer van bepaalde landbouwproducten voor de communautaire markt te voorkomen of te neutraliseren, moet, als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, de invoer van een of meer van die producten aan een aanvullend invoerrecht worden onderworpen.

(12) Onder bepaalde voorwaarden moet aan de Commissie de bevoegdheid worden verleend om tariefcontingenten die voortvloeien uit overeenkomstig het Verdrag gesloten internationale overeenkomsten of uit andere besluiten van de Raad, te openen en te beheren.

(13) De mogelijkheid om bij uitvoer naar derde landen een restitutie toe te kennen waarbij wordt uitgegaan van het verschil tussen de prijzen in de Gemeenschap en die op de wereldmarkt en waarbij de in de WTO-overeenkomst inzake de landbouw(5) vastgestelde beperkingen in acht worden genomen, zou de deelneming door de Gemeenschap aan de internationale graanhandel moeten veiligstellen. Voor dergelijke uitvoerrestituties moeten beperkingen gelden, uitgedrukt in hoeveelheid en in waarde.

(14) De inachtneming van de in waarde uitgedrukte beperkingen moet bij de vaststelling van de uitvoerrestituties worden gegarandeerd door het toezicht op de betalingen in het kader van de regelgeving betreffende het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw. Het toezicht kan worden vergemakkelijkt door verplichte vaststelling vooraf van de uitvoerrestituties, waarbij de mogelijkheid onverlet blijft om in geval van gedifferentieerde uitvoerrestituties de vooraf vastgestelde bestemming te veranderen binnen het geografische gebied waarvoor hetzelfde eenheidsbedrag van de uitvoerrestitutie geldt. Bij verandering van de bestemming moet de voor de werkelijke bestemming geldende uitvoerrestitutie worden betaald tot maximaal het bedrag dat geldt voor de vooraf vastgestelde bestemming.

(15) Om de inachtneming van de kwantitatieve beperkingen te garanderen moet een betrouwbaar en doeltreffend toezichtsysteem worden ingesteld. Daartoe moet worden bepaald dat de uitvoerrestituties uitsluitend worden toegekend na overlegging van uitvoercertificaten. De uitvoerrestituties moeten worden toegekend binnen de grenzen van de beschikbare hoeveelheden, uitgaande van de specifieke situatie van elk betrokken product. Van deze regel mag enkel worden afgeweken voor niet in bijlage I bij het Verdrag opgenomen verwerkte producten, waarvoor geen kwantitatieve beperkingen gelden, alsmede voor voedselhulpacties, die van elke beperking zijn vrijgesteld. Voor producten waarvan de uitvoer met uitvoerrestitutie de kwantitatieve beperkingen vermoedelijk niet zal overschrijden, moet kunnen worden afgeweken van de strikte beheersvoorschriften.

(16) Voorzover dit voor de goede werking van deze gemeenschappelijke marktordening nodig is, moet de mogelijkheid worden geboden de toepassing van de regeling actief of passief veredelingsverkeer te reglementeren of, wanneer de marktsituatie zulks vereist, die toepassing te verbieden.

(17) Het stelsel van douanerechten maakt het mogelijk van enige andere bescherming aan de buitengrenzen van de Gemeenschap af te zien. Het mechanisme van de interne markt en het stelsel van douanerechten kunnen in buitengewone omstandigheden tekort schieten. Om de communautaire markt in dergelijke gevallen niet onbeschermd te laten tegen de verstoringen die daarvan het gevolg kunnen zijn, moet de Gemeenschap in staat worden gesteld onverwijld alle nodige maatregelen te nemen. Deze maatregelen moeten stroken met de verplichtingen die voortvloeien uit de WTO-overeenkomsten.

(18) Gezien de invloed van de wereldmarktprijs op de prijs op de interne markt moet de mogelijkheid worden geboden maatregelen te nemen om de interne markt te stabiliseren.

(19) Verlening van staatssteun zou de goede werking van een op gemeenschappelijke prijzen gebaseerde interne markt in gevaar brengen. Daarom moeten de Verdragsbepalingen inzake steunmaatregelen van de staten van toepassing worden verklaard voor de producten die onder deze gemeenschappelijke marktordening vallen.

(20) Aangezien de gemeenschappelijke graanmarkt zich voortdurend aan het ontwikkelen is, moeten de lidstaten en de Commissie elkaar de nodige gegevens over deze ontwikkelingen verstrekken.

(21) De maatregelen voor de uitvoering van deze verordening moeten worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden(6).

(22) Om praktische en specifieke problemen te kunnen oplossen moet de Commissie worden gemachtigd om in noodgevallen de nodige maatregelen vast te stellen.

(23) De uitgaven van de lidstaten in verband met hun verplichtingen in het kader van de toepassing van deze verordening moeten door de Gemeenschap worden gefinancierd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1258/1999 van de Raad van 17 mei 1999 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid(7).

(24) Bij de gemeenschappelijke marktordening voor granen moet gelijkelijk en op passende wijze rekening worden gehouden met de in de artikelen 33 en 131 van het Verdrag omschreven doelstellingen.

(25) Bij de overgang van de bij Verordening (EEG) nr. 1766/92 vastgestelde regelingen naar de regelingen van deze verordening kunnen zich moeilijkheden voordoen waarop in deze verordening niet is ingegaan. Om dergelijke moeilijkheden te kunnen aanpakken moet de Commissie overgangsmaatregelen kunnen vaststellen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

INLEIDENDE BEPALINGEN

Artikel 1

De gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen omvat een regeling voor de interne markt en een regeling voor het handelsverkeer met derde landen, en geldt voor de volgende producten:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Artikel 2

Het verkoopseizoen voor de in artikel 1 genoemde producten begint op 1 juli en eindigt op 30 juni van het daaropvolgende jaar.

Artikel 3

Deze verordening is van toepassing onverminderd de maatregelen die zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van steunregelingen voor producenten van bepaalde gewassen(8).

HOOFDSTUK II

INTERNE MARKT

Artikel 4

1. Voor granen die voor interventie in aanmerking komen, wordt een interventieprijs ten bedrage van 101,31 euro per ton vastgesteld.

De in mei geldende interventieprijs voor maïs en sorgho blijft gelden in juli, augustus en september van hetzelfde jaar.

2. De interventieprijs heeft betrekking op het groothandelsstadium, levering franco magazijn, ongelost. Hij geldt voor alle voor de diverse graansoorten aangewezen interventiecentra in de Gemeenschap.

3. De interventieprijs wordt maandelijks verhoogd volgens de tabel in bijlage II.

4. De bij deze verordening vastgestelde prijzen kunnen volgens de procedure van artikel 37, lid 2, van het Verdrag worden gewijzigd op grond van ontwikkelingen in de productie en de marktsituatie.

Artikel 5

1. De door de lidstaten aangewezen interventiebureaus kopen de hun aangeboden, in de Gemeenschap geoogste zachte tarwe, durumtarwe, gerst, maïs en sorgho aan, voorzover de aanbiedingen voldoen aan de vastgestelde voorwaarden, met name wat kwaliteit en hoeveelheid betreft.

2. Deze aankopen kunnen slechts plaatsvinden tijdens de volgende interventieperioden:

a) van 1 augustus tot en met 30 april voor Griekenland, Spanje, Italië en Portugal;

b) van 1 december tot en met 30 juni voor Zweden;

c) van 1 november tot en met 31 mei voor de overige lidstaten.

Als de interventieperiode in Zweden leidt tot omlegging van de in lid 1 bedoelde producten van andere lidstaten naar de interventie in Zweden, moeten overeenkomstig de in artikel 25, lid 2, bedoelde procedure uitvoeringsbepalingen worden vastgesteld om de situatie te corrigeren.

3. Voor de aankopen geldt de interventieprijs, waarop zo nodig kwaliteitstoeslagen of -kortingen worden toegepast.

Artikel 6

De bepalingen voor de uitvoering van de artikelen 4 en 5 worden volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld, met name wat betreft:

a) de aanwijzing van de interventiecentra;

b) voor elke graansoort, de minimumkwaliteit en -hoeveelheid om voor interventie in aanmerking te komen;

c) de bij de interventie toe te passen toeslagen en kortingen;

d) de procedures en voorwaarden voor de overneming door de interventiebureaus;

e) de procedures en voorwaarden voor de afzet door de interventiebureaus.

Artikel 7

1. Wanneer zulks op grond van de marktsituatie noodzakelijk is, kunnen bijzondere interventiemaatregelen worden genomen.

Dergelijke interventiemaatregelen kunnen met name worden genomen als de marktprijzen in een of meer regio's van de Gemeenschap dalen of dreigen te dalen ten opzichte van de interventieprijs.

2. Over de aard en de toepassing van de bijzondere interventiemaatregelen, alsmede over de voorwaarden en procedures voor het te koop aanbieden of voor elke andere bestemming van de producten waarvoor deze maatregelen worden genomen, wordt besloten volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde procedure.

Artikel 8

1. Er kan een productierestitutie worden toegekend voor zetmeel op basis van maïs, tarwe of aardappelen en voor bepaalde derivaten die gebruikt worden bij de vervaardiging van bepaalde producten.

Bij ontstentenis van een omvangrijke nationale productie van andere granen ten behoeve van de zetmeelproductie, kan een productierestitutie worden toegekend voor zetmeel die in Finland en Zweden verkregen wordt uit gerst en haver, mits dit niet leidt tot een toename van de zetmeelproductie op basis van deze twee granen tot boven de:

a) 50000 ton in Finland,

b) 10000 ton in Zweden.

Overeenkomstig de procedure van artikel 25, lid 2, stelt de Commissie een lijst op van de in de eerste alinea bedoelde producten worden opgesteld.

2. De in lid 1 bedoelde restitutie wordt periodiek vastgesteld.

3. Overeenkomstig de in artikel 25, lid 2, bedoelde procedure worden nadere voorschriften voor de toepassing van dit artikel vastgesteld en het bedrag van de restitutie bepaald.

HOOFDSTUK III

HANDELSVERKEER MET DERDE LANDEN

Artikel 9

1. Voor alle invoer in, of uitvoer uit de Gemeenschap van in artikel 1 genoemde producten moet een invoer- of uitvoercertificaat worden overgelegd. Een afwijking is evenwel mogelijk voor producten die niet van grote invloed zijn op het aanbod op de graanmarkt.

Deze certificaten worden, onverminderd de toepassingsbepalingen voor de artikelen 12 tot en met 17, door de lidstaten afgegeven aan elke belanghebbende die daarom verzoekt, ongeacht zijn plaats van vestiging in de Gemeenschap.

De invoer- of uitvoercertificaten zijn geldig in de hele Gemeenschap. Zij worden afgegeven op voorwaarde dat een zekerheid wordt gesteld als garantie dat de producten tijdens de geldigheidsduur van het certificaat worden in- of uitgevoerd. Deze zekerheid wordt geheel of gedeeltelijk verbeurd als de invoer of de uitvoer niet of slechts ten dele binnen deze termijn plaatsvindt, behalve wanneer er sprake is van overmacht.

2. De geldigheidsduur van de certificaten en de overige toepassingsbepalingen voor dit artikel worden vastgesteld volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde procedure.

Deel 1

Bepalingen betreffende de invoer

Artikel 10

1. Tenzij in deze verordening anders is bepaald, gelden voor de in artikel 1 genoemde producten de invoerrechten van het gemeenschappelijk douanetarief.

2. In afwijking van lid 1 is het invoerrecht voor de producten van de GN-codes 1001 10 00, 1001 90 91, ex 1001 90 99 (zachte tarwe van hoge kwaliteit), 1002, ex 1005, met uitzondering van hybriden voor zaaidoeleinden, en ex 1007, met uitzondering van hybriden voor zaaidoeleinden, gelijk aan de interventieprijs voor deze producten bij de invoer, verhoogd met 55 % en verminderd met de cif-invoerprijs voor de betrokken zending. Dit invoerrecht mag echter niet hoger zijn dan het recht van het gemeenschappelijk douanetarief.

3. Voor de berekening van het in lid 2 bedoelde invoerrecht worden regelmatig representatieve cif-invoerprijzen voor de in dat lid bedoelde producten vastgesteld.

4. De uitvoeringsbepalingen voor dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 25, lid 2.

In deze bepalingen worden met name gespecificeerd:

a) de minimumvereisten voor zachte tarwe van hoge kwaliteit;

b) de in aanmerking te nemen prijsnoteringen;

c) de mogelijkheid om indien nodig in specifieke gevallen de marktdeelnemers in staat te stellen vóór aankomst van de betrokken zending te vernemen welk recht erop wordt toegepast.

Artikel 11

1. Onverminderd artikel 10, lid 2, wordt, om eventuele nadelige gevolgen van de invoer van in artikel 1 genoemde producten voor de communautaire markt te voorkomen of te neutraliseren, bij de invoer van één of meer van deze producten tegen het in artikel 10 bedoelde recht een aanvullend invoerrecht toegepast indien wordt voldaan aan de door de Commissie overeenkomstig lid 4 vast te stellen voorwaarden, tenzij die invoer de communautaire markt niet dreigt te verstoren of de gevolgen niet in verhouding zouden staan tot het beoogde doel.

2. Op invoer tegen een prijs die lager is dan het niveau dat de Gemeenschap aan de Wereldhandelsorganisatie heeft gemeld ("de reactieprijs"), kan een aanvullend invoerrecht worden toegepast.

Voorts kan een aanvullend invoerrecht worden toegepast als in een jaar waarin de in lid 1 bedoelde nadelige gevolgen zich voordoen of dreigen zich voor te doen, het invoervolume een niveau overschrijdt dat is gebaseerd op de markttoegang, d.w.z. de invoer als percentage van het betrokken interne verbruik gedurende de voorgaande drie jaren ("het reactievolume").

3. De invoerprijzen die in aanmerking moeten worden genomen voor de toepassing van een aanvullend invoerrecht overeenkomstig lid 2, eerste alinea, worden vastgesteld op basis van de cif-invoerprijzen van de betrokken zending.

De cif-invoerprijzen worden daartoe getoetst aan de representatieve prijzen voor het betrokken product op de wereldmarkt of op de communautaire invoermarkt.

4. De uitvoeringsbepalingen voor dit artikel worden vastgesteld volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde procedure. In deze bepalingen wordt met name gespecificeerd op welke producten aanvullende invoerrechten kunnen worden toegepast.

Artikel 12

1. De tariefcontingenten voor de invoer van in artikel 1 genoemde producten die voortvloeien uit overeenkomstig artikel 300 van het Verdrag gesloten overeenkomsten of uit andere besluiten van de Raad, worden door de Commissie geopend en beheerd overeenkomstig uitvoeringsbepalingen die worden vastgesteld volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde procedure.

2. De tariefcontingenten worden beheerd volgens een van de onderstaande methoden, of een combinatie daarvan:

a) op basis van de chronologische volgorde waarin de aanvragen worden ingediend (het beginsel "wie het eerst komt, het eerst maalt");

b) evenredige verdeling van de hoeveelheden waarom bij de indiening van de aanvragen is verzocht (methode van het "gelijktijdig onderzoek");

c) rekening houdend met de traditionele handelsstromen (methode van de "traditionele en de nieuwe marktdeelnemers").

Andere passende methoden kunnen worden vastgesteld. Deze methoden moeten elke vorm van ongerechtvaardigde discriminatie tussen de betrokken marktdeelnemers voorkomen.

3. In de vastgestelde beheersmethode wordt zo nodig rekening gehouden met de voorzieningsbehoeften van de markt van de Gemeenschap en met de noodzaak om het evenwicht op deze markt te vrijwaren.

4. De in lid 1 bedoelde uitvoeringsbepalingen voorzien in de opening van jaarlijkse tariefcontingenten, die zo nodig op passende wijze over het jaar worden gespreid, en in de vaststelling van de toe te passen beheersmethode; zij bevatten, zo nodig:

a) bepalingen die de aard, de herkomst en de oorsprong van het product garanderen;

b) bepalingen betreffende de erkenning van het document aan de hand waarvan de onder a) bedoelde garanties kunnen worden gecontroleerd;

c) de voorwaarden inzake de afgifte en de geldigheidsduur van de invoercertificaten.

Voor het tariefcontingent voor invoer in Spanje van 2000000 ton maïs en 300000 ton sorgho en het tariefcontingent voor invoer in Portugal van 500000 ton maïs bevatten de uitvoeringsbepalingen ook de nodige bepalingen inzake de verrichting van de invoer in het kader van het tariefcontingent alsmede, in voorkomend geval, inzake de openbare opslag van de door de interventiebureaus van de betrokken lidstaten ingevoerde hoeveelheden en de afzet daarvan op de markt van die lidstaten.

Deel 2

Bepalingen betreffende de uitvoer

Artikel 13

1. Voorzover nodig om de onderstaande producten te kunnen uitvoeren op basis van de noteringen of de prijzen van die producten op de wereldmarkt en binnen de grenzen die voortvloeien uit de overeenkomsten die volgens artikel 300 van het Verdrag zijn gesloten, kan het verschil tussen deze noteringen of prijzen en de prijzen in de Gemeenschap worden overbrugd door een restitutie bij uitvoer; het gaat hierbij om:

a) de in artikel 1 genoemde producten die in ongewijzigde staat worden uitgevoerd;

b) de in artikel 1 genoemde producten die worden uitgevoerd in de vorm van in bijlage III genoemde producten.

De uitvoerrestitutie voor de onder b) bedoelde producten mag niet hoger zijn dan de restitutie die geldt bij uitvoer van die producten in ongewijzigde staat.

2. Voor de toewijzing van de hoeveelheden die met uitvoerrestitutie kunnen worden uitgevoerd, wordt de methode vastgesteld:

a) die het best overeenstemt met de aard van het product en met de betrokken marktsituatie, zodat de beschikbare middelen zo doeltreffend mogelijk kunnen worden gebruikt, rekening houdend met de doeltreffendheid en met de structuur van de uitvoer van de Gemeenschap, zonder dat dit leidt tot discriminatie tussen kleine en grote marktdeelnemers;

b) die, gezien de beheerseisen, administratief het minst belastend is voor de marktdeelnemers;

c) waarmee discriminatie tussen de betrokken marktdeelnemers wordt voorkomen.

3. De uitvoerrestitutie is voor de hele Gemeenschap gelijk. Zij kan worden gedifferentieerd naar gelang van de bestemming wanneer dat op grond van de situatie op de wereldmarkt of de specifieke vereisten van bepaalde markten noodzakelijk is. De restituties worden vastgesteld volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde procedure. Zij kunnen:

a) periodiek worden vastgesteld;

b) via openbare inschrijving worden vastgesteld, voor de producten waarvoor die procedure voorheen bestond.

De uitvoerrestituties die periodiek worden vastgesteld, kunnen zo nodig door de Commissie tussentijds worden gewijzigd op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief.

Artikel 14

1. Voor in artikel 1 genoemde producten die in ongewijzigde staat worden uitgevoerd, wordt de uitvoerrestitutie uitsluitend toegekend op aanvraag en na overlegging van een uitvoercertificaat.

2. De uitvoerrestitutie voor in artikel 1 genoemde producten die in ongewijzigde staat worden uitgevoerd, is het bedrag dat geldt op de dag van de aanvraag van het certificaat en, voor een gedifferentieerde restitutie, de restitutie die op diezelfde dag geldt:

a) voor de op het certificaat aangegeven bestemming,

of, in voorkomend geval,

b) voor de werkelijke bestemming, indien die verschilt van de op het certificaat aangegeven bestemming. In dat geval mag het toe te passen bedrag niet hoger zijn dan het bedrag dat geldt voor de op het certificaat vermelde bestemming.

Er kunnen passende maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat misbruik wordt gemaakt van de flexibiliteit waarin dit lid voorziet.

3. De leden 1 en 2 kunnen volgens de procedure van artikel 16 van Verordening (EG) nr. 3448/93 van de Raad(9) van 6 december 1993 tot vaststelling van de handelsregeling voor bepaalde, door verwerking van landbouwproducten verkregen goederen van toepassing worden verklaard voor de in artikel 1 genoemde producten die worden uitgevoerd in de vorm van in bijlage III genoemde goederen. De uitvoeringsbepalingen worden volgens diezelfde procedure vastgesteld.

4. Voor in artikel 1 genoemde producten waarvoor in het kader van voedselhulpacties uitvoerrestituties worden toegekend, kan volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde procedure van de leden 1 en 2 worden afgeweken.

Artikel 15

1. Behoudens een afwijking waartoe is besloten volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde procedure wordt voor de in artikel 1, onder a) en b), bedoelde producten de overeenkomstig artikel 14, lid 2, toe te passen restitutie aangepast op grond van de maandelijkse verhogingen van de interventieprijs, en, in voorkomend geval, van de schommelingen van de prijs.

2. Volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde procedure kan een correctiebedrag voor de uitvoerrestituties worden vastgesteld. Zo nodig kan de Commissie deze correctiebedragen wijzigen.

3. Lid 1 en lid 2 kunnen geheel of gedeeltelijk worden toegepast op elk van de in artikel 1, onder c) en d), bedoelde producten, alsmede op de in artikel 1 bedoelde producten die worden uitgevoerd in de vorm van goederen en die zijn opgenomen in bijlage III. In dat geval wordt de in het eerste lid bedoelde aanpassing gecorrigeerd door op de maandelijkse verhoging een coëfficiënt toe te passen die de verhouding aangeeft tussen de hoeveelheid basisproduct en de hoeveelheid daarvan die aanwezig is in het uitgevoerde verwerkte product of die gebruikt is in het uitgevoerde goed.

4. Bij uitvoer tijdens de eerste drie maanden van het verkoopseizoen van mout die aan het eind van het voorafgaande verkoopseizoen in voorraad was of vervaardigd is op basis van gerst die op dat moment in voorraad was, wordt de restitutie toegepast welke, voor het betrokken certificaat, toegepast zou zijn bij uitvoer in de laatste maand van het voorafgaande verkoopseizoen.

Artikel 16

Voorzover dit nodig is om rekening te houden met de bijzondere bereidingswijze van bepaalde alcoholhoudende dranken uit granen, kunnen de criteria voor de toekenning van de in artikel 13, lid 1, bedoelde uitvoerrestituties en de controlemethoden aan deze bijzondere situatie worden aangepast.

Artikel 17

De inachtneming van de kwantitatieve beperkingen die voortvloeien uit overeenkomstig artikel 300 van het Verdrag gesloten overeenkomsten, wordt gewaarborgd via uitvoercertificaten die voor de daarin vermelde referentieperiodes voor de betrokken producten worden afgegeven. Wat de naleving betreft van de verplichtingen uit hoofde van de WTO-overeenkomst inzake de landbouw, laat het aflopen van een referentieperiode de geldigheid van de uitvoercertificaten onverlet.

Artikel 18

De uitvoeringsbepalingen voor dit deel, inclusief de bepalingen inzake de herverdeling van niet toegewezen of niet benutte hoeveelheden die voor uitvoer in aanmerking komen, en met name de bepalingen betreffende de in artikel 16 bedoelde aanpassing, worden vastgesteld volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde procedure.

Bijlage III wordt volgens dezelfde procedure gewijzigd.

Deel 3

Gemeenschappelijke bepalingen

Artikel 19

1. Voorzover dit voor de goede werking van de gemeenschappelijke marktordening in de sector granen nodig is, kan de Raad op voorstel van de Commissie volgens de stemprocedure van artikel 37, lid 2, van het Verdrag:

a) in artikel 1 genoemde producten die bestemd zijn voor de vervaardiging van in artikel 1, onder c) en d), genoemde producten

b) in bijzondere gevallen, in artikel 1 genoemde producten die bestemd zijn voor de vervaardiging van in bijlage III genoemde producten,

geheel of gedeeltelijk uitsluiten van de regeling actief of passief veredelingsverkeer.

2. In afwijking van lid 1 neemt de Commissie, als de in lid 1 bedoelde situatie zich uitzonderlijk dringend laat aanzien en de communautaire markt door de regeling actief of passief veredelingsverkeer wordt verstoord of dreigt te worden verstoord, op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde procedure een besluit inzake de te nemen maatregelen. De maatregelen worden aan de Raad en de lidstaten meegedeeld, hebben een geldigheidsduur van ten hoogste zes maanden en zijn onmiddellijk van toepassing. Als de Commissie een dergelijk verzoek van een lidstaat ontvangt, neemt zij hierover een besluit binnen een week na ontvangst van het verzoek.

3. Iedere lidstaat kan de maatregelen waartoe de Commissie heeft besloten, binnen een week na de datum van de mededeling daarvan, aan de Raad voorleggen. De Raad kan met gekwalificeerde meerderheid het besluit van de Commissie bevestigen, wijzigen of intrekken.

Als de Raad binnen drie maanden na de datum waarop het besluit aan hem is voorgelegd, geen besluit heeft genomen, wordt het besluit van de Commissie geacht te zijn ingetrokken.

Artikel 20

1. Voor de tariefindeling van de onder deze verordening vallende producten gelden de algemene bepalingen voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur en de bijzondere regels voor de toepassing ervan. De tariefnomenclatuur die voortvloeit uit de toepassing van deze verordening, wordt overgenomen in het gemeenschappelijk douanetarief.

2. Behoudens andersluidende bepalingen die in deze verordening of ter uitvoering van de bepalingen daarvan worden vastgesteld, zijn in het handelsverkeer met derde landen verboden:

a) de toepassing van enige heffing van gelijke werking als een douanerecht;

b) de toepassing van enige kwantitatieve beperking of maatregel van gelijke werking.

Artikel 21

1. Als de noteringen of prijzen op de wereldmarkt voor één of meer van de in artikel 1 genoemde producten een peil bereiken waarbij de voorziening van de communautaire markt wordt verstoord of dreigt te worden verstoord, en als het ernaar uitziet dat deze toestand zal voortduren en ernstiger zal worden, kunnen passende maatregelen worden genomen. Bij extreme urgentie kunnen die maatregelen als vrijwaringsmaatregelen worden genomen.

2. De uitvoeringsbepalingen voor dit artikel worden vastgesteld volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde procedure.

Artikel 22

1. Als in de Gemeenschap de markt voor een of meer van de in artikel 1 bedoelde producten als gevolg van invoer of uitvoer ernstige verstoringen ondergaat of dreigt te ondergaan die de doelstellingen van artikel 33 van het Verdrag in gevaar kunnen brengen, kunnen in het handelsverkeer met landen die geen lid zijn van de WTO, passende maatregelen worden toegepast totdat de verstoring opgeheven of het gevaar daarvoor geweken is.

2. Als de in lid 1 bedoelde situatie zich voordoet, neemt de Commissie op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief een besluit over de te nemen maatregelen. Deze maatregelen worden aan de lidstaten meegedeeld en zijn onmiddellijk van toepassing. Als de Commissie een dergelijk verzoek van een lidstaat ontvangt, neemt zij hierover een besluit binnen drie werkdagen na ontvangst van het verzoek.

3. Iedere lidstaat kan de maatregelen waartoe de Commissie heeft besloten, binnen drie werkdagen na de datum van de mededeling daarvan, aan de Raad voorleggen. De Raad komt onverwijld bijeen. Hij kan de betreffende maatregelen binnen een maand na de datum waarop die aan hem is voorgelegd, met gekwalificeerde meerderheid wijzigen of intrekken.

4. De bepalingen die op grond van dit artikel worden vastgesteld, worden toegepast met inachtneming van de verplichtingen die voortvloeien uit de overeenkomstig artikel 300, lid 2, van het Verdrag gesloten overeenkomsten.

HOOFDSTUK IV

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 23

Tenzij in deze verordening anders is bepaald, zijn de artikelen 87, 88 en 89 van het Verdrag van toepassing op de productie van en de handel in de in artikel 1 genoemde producten.

Artikel 24

De lidstaten en de Commissie verstrekken elkaar de gegevens die nodig zijn voor de toepassing van deze verordening en voor de nakoming van de aangegane internationale verplichtingen betreffende granen.

De uitvoeringsbepalingen waarin wordt gespecificeerd welke gegevens moeten worden verstrekt en hoe zij moeten worden meegedeeld en verspreid, worden vastgesteld volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde procedure.

Artikel 25

1. De Commissie wordt bijgestaan door een Comité van beheer voor granen, hierna "het Comité" te noemen.

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing.

De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn bedraagt één maand.

3. Het comité stelt zijn reglement van orde vast.

Artikel 26

Het Comité kan elk vraagstuk onderzoeken dat door zijn voorzitter, hetzij op diens initiatief, hetzij op verzoek van de vertegenwoordiger van een lidstaat, aan de orde wordt gesteld.

Artikel 27

Maatregelen die in noodgevallen zowel noodzakelijk als verantwoord zijn om praktische en specifieke problemen op te lossen, worden vastgesteld volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde procedure.

Deze maatregelen mogen van bepaalde onderdelen van deze verordening afwijken, maar slechts voorzover en voor zolang dat strikt noodzakelijk is.

Artikel 28

Verordening (EG) nr. 1258/1999 en de ter uitvoering daarvan vastgestelde bepalingen zijn van toepassing voor de uitgaven die de lidstaten verrichten ter nakoming van de verplichtingen op grond van deze verordening.

Artikel 29

Deze verordening wordt op zodanige wijze toegepast dat gelijkelijk en op passende wijze rekening wordt gehouden met de in de artikelen 33 en 131 van het Verdrag omschreven doelstellingen.

HOOFDSTUK V

OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 30

1. Verordening (EEG) nr. 1766/92 wordt ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de in bijlage IV opgenomen concordantietabel.

2. Volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde procedure kunnen overgangsbepalingen worden vastgesteld.

Artikel 31

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van het verkoopseizoen 2004/05.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 29 september 2003.

Voor de Raad

De voorzitter

G. Alemanno

(1) Advies van 5 juni 2003 (Nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2) PB C 208 van 3.9.2003, blz. 39.

(3) Advies van 2 juli 2003 (Nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(4) PB L 181 van 1.7.1992, blz. 21. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1104/2003 (PB L 158 van 27.6.2003, blz. 1).

(5) PB L 336 van 23.12.1994, blz. 22.

(6) PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(7) PB L 160 van 26.6.1999, blz. 103.

(8) Zie blz. 1 van dit PB.

(9) PB L 318 van 20.12.1993, blz. 18. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2580/2000 (PB L 298 van 25.11.2000, blz. 5).

BIJLAGE I

Producten bedoeld in artikel 1, onder d)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE II

Maandelijkse verhoging van de interventieprijs als bedoeld in artikel 4, lid 3

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE III

Producten bedoeld in artikel 13, lid 1, onder b), en in artikel 19, lid 1, onder b)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE IV

Concordantietabel

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Top