Help Print this page 
Title and reference
Verordening (EG) nr. 696/2003 van de Raad van 14 april 2003 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1268/1999 inzake steunverlening door de Gemeenschap voor pretoetredingsmaatregelen op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling in de kandidaat-lidstaten in Midden- en Oost-Europa gedurende de pretoetredingsperiode

OJ L 99, 17.4.2003, p. 24–25 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 11 Volume 046 P. 183 - 184
Special edition in Estonian: Chapter 11 Volume 046 P. 183 - 184
Special edition in Latvian: Chapter 11 Volume 046 P. 183 - 184
Special edition in Lithuanian: Chapter 11 Volume 046 P. 183 - 184
Special edition in Hungarian Chapter 11 Volume 046 P. 183 - 184
Special edition in Maltese: Chapter 11 Volume 046 P. 183 - 184
Special edition in Polish: Chapter 11 Volume 046 P. 183 - 184
Special edition in Slovak: Chapter 11 Volume 046 P. 183 - 184
Special edition in Slovene: Chapter 11 Volume 046 P. 183 - 184
Languages, formats and link to OJ
Multilingual display
Text

32003R0696

Verordening (EG) nr. 696/2003 van de Raad van 14 april 2003 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1268/1999 inzake steunverlening door de Gemeenschap voor pretoetredingsmaatregelen op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling in de kandidaat-lidstaten in Midden- en Oost-Europa gedurende de pretoetredingsperiode

Publicatieblad Nr. L 099 van 17/04/2003 blz. 0024 - 0025


Verordening (EG) nr. 696/2003 van de Raad

van 14 april 2003

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1268/1999 inzake steunverlening door de Gemeenschap voor pretoetredingsmaatregelen op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling in de kandidaat-lidstaten in Midden- en Oost-Europa gedurende de pretoetredingsperiode

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 181 bis,

Gezien het voorstel van de Commissie(1),

Gezien het advies van het Europees Parlement(2),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(3),

Na raadpleging van het Comité van de Regio's,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Half augustus 2002 hebben overstromingen in onder meer de plattelandsgebieden van verschillende kandidaat-landen aanzienlijke schade veroorzaakt. Wanneer dergelijke uitzonderlijke natuurrampen zich in kandidaat-landen voordoen, moet de Gemeenschap adequaat kunnen reageren aan de hand van verschillende instrumenten, met inbegrip van het pretoetredingsinstrument dat is ingesteld bij Verordening (EG) nr. 1268/1999 van de Raad(4), waarvan één van de doelstellingen het oplossen betreft van om prioriteit vragende en specifieke problemen in verband met de duurzame aanpassing van de landbouwsector en de plattelandsgebieden in die landen.

(2) In die verordening zijn geen specifieke bepalingen opgenomen voor acties om bij te dragen tot het herstel van plattelandsgebieden na uitzonderlijke natuurrampen.

(3) Na dergelijke rampen is adequate actie van de Gemeenschap nodig. Deze gebeurtenissen hebben voor de getroffen partijen in zowel de openbare als de particuliere sector onder meer zware economische gevolgen, terwijl ze samenvallen met de voorbereiding op de toetreding. In het kader van een beleidsinstrument voor cofinanciering zoals dat van Verordening (EG) nr. 1268/1999, bestaat adequate actie voor de relevante projecten in de betrokken landen erin zowel het percentage van de bijdrage van de Gemeenschap als de normale maxima voor de steunintensiteit te verhogen.

(4) Verordening (EG) nr. 1268/1999 moet dan ook dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 1268/1999 wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 8 wordt vervangen door:

"Artikel 8

Hoogte van de bijdrage van de Gemeenschap

1. De bijdrage van de Gemeenschap kan tot 75 % van de totale subsidiabele overheidsuitgaven bedragen, behalve in de volgende gevallen:

a) wanneer de Commissie bepaalt dat zich uitzonderlijke natuurrampen hebben voorgedaan, kan de bijdrage van de Gemeenschap voor relevante projecten in het kader van gelijk welke maatregel tot 85 % van de totale subsidiabele overheidsuitgaven bedragen;

b) voor de maatregelen als bedoeld in artikel 2, laatste streepje, en artikel 7, lid 4, kan de bijdrage van de Gemeenschap tot 100 % van de totale subsidiabele kosten bedragen.

2. Voor inkomstengenererende investeringen:

a) behalve de in artikel 1, onder a), bedoelde investeringen, mag tot 50 % van de totale subsidiabele kosten worden gedekt door overheidssteun, die voor maximaal 75 % uit bijdragen van de Gemeenschap kan bestaan;

b) als bedoeld in artikel 1, onder a), mag tot 75 % van de totale subsidiabele kosten worden gedekt door overheidssteun, die voor maximaal 85 % uit bijdragen van de Gemeenschap kan bestaan.

De bijdrage van de Gemeenschap moet in elk geval in overeenstemming zijn met de voor de steunmaatregelen van de staten vastgestelde maxima met betrekking tot steunpercentages en cumulering van steunbedragen.

3. De bedragen van de financiële steun en van de betalingen luiden in euro.".

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 2002.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Luxemburg, 14 april 2003.

Voor de Raad

De voorzitter

A. Giannitsis

(1) PB C 331 E van 31.12.2002, blz. 195.

(2) Advies uitgebracht op 11 maart 2003 (nog niet verschenen in het Publicatieblad).

(3) PB C 61 van 14.3.2003, blz. 194.

(4) PB L 161 van 26.6.1999, blz. 87. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2500/2001 (PB L 342 van 27.12.2001, blz. 1).

Top