Help Print this page 
Title and reference
Verordening (EG) nr. 334/2002 van de Raad van 18 februari 2002 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1683/95 betreffende de invoering van een uniform visummodel

OJ L 53, 23.2.2002, p. 7–8 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 19 Volume 004 P. 190 - 191
Special edition in Estonian: Chapter 19 Volume 004 P. 191 - 192
Special edition in Latvian: Chapter 19 Volume 004 P. 190 - 191
Special edition in Lithuanian: Chapter 19 Volume 004 P. 190 - 191
Special edition in Hungarian Chapter 19 Volume 004 P. 190 - 191
Special edition in Maltese: Chapter 19 Volume 004 P. 190 - 191
Special edition in Polish: Chapter 19 Volume 004 P. 190 - 191
Special edition in Slovak: Chapter 19 Volume 004 P. 190 - 191
Special edition in Slovene: Chapter 19 Volume 004 P. 190 - 191
Special edition in Bulgarian: Chapter 19 Volume 003 P. 206 - 207
Special edition in Romanian: Chapter 19 Volume 003 P. 206 - 207
Special edition in Croatian: Chapter 19 Volume 003 P. 65 - 66
Languages, formats and link to OJ
Multilingual display
Text

32002R0334

Verordening (EG) nr. 334/2002 van de Raad van 18 februari 2002 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1683/95 betreffende de invoering van een uniform visummodel

Publicatieblad Nr. L 053 van 23/02/2002 blz. 0007 - 0008


Verordening (EG) nr. 334/2002 van de Raad

van 18 februari 2002

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1683/95 betreffende de invoering van een uniform visummodel

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, met name op artikel 62, lid 2, onder b), punt iii),

Gezien het voorstel van de Commissie(1),

Gezien het advies van het Europees Parlement(2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Bij Verordening (EG) nr. 1683/95 van de Raad(3) werd een uniform visummodel vastgesteld.

(2) Maatregel 38 van het Actieplan van Wenen, aangenomen door de Raad van ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken op 3 december 1998, bepaalt dat aandacht moet worden besteed aan nieuwe technische ontwikkelingen om - in voorkomend geval - te zorgen voor een nog betere beveiliging van het uniforme visummodel.

(3) Conclusie 22 van de Europese Raad van Tampere van 15 en 16 oktober 1999 luidt dat een actief gemeenschappelijk beleid inzake visa en valse documenten verder moet worden ontwikkeld.

(4) De vaststelling van een uniform visummodel is van essentieel belang voor de harmonisatie van het beleid inzake visa.

(5) Er moet worden voorzien in gemeenschappelijke normen inzake het gebruik van het visummodel, en met name moeten er gemeenschappelijke bepalingen worden vastgesteld ten aanzien van de technische methoden en normen voor de invulling van het formulier.

(6) Door de integratie van een volgens hoge veiligheidsnormen vervaardigde foto wordt een begin gemaakt met het gebruik van elementen waarmee een duidelijker verband wordt gelegd tussen de houder en het visum en wordt er aanzienlijk toe bijgedragen dat het uniforme visummodel ook tegen frauduleus gebruik wordt beveiligd. Er zal rekening worden gehouden met de specificaties vervat in document nr. 9303 van de ICAO (Internationale Burgerluchtvaartorganisatie) betreffende machineleesbare visa.

(7) Gemeenschappelijke normen betreffende de toepassing van het uniforme visummodel zijn onontbeerlijk voor het verwezenlijken van hoge technische normen en om de ontdekking van vervalste visumzelfklevers te vergemakkelijken.

(8) De bevoegdheid om deze gemeenschappelijke normen vast te stellen dient te worden verleend aan het bij artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1683/95 ingestelde comité, dat dient te worden aangepast met het oog op het bepaalde in Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden(4).

(9) Derhalve dient Verordening (EG) nr. 1683/95 te worden gewijzigd.

(10) De maatregelen waarin deze verordening voorziet om het uniforme visummodel beter te beveiligen, laten de vigerende bepalingen inzake de erkenning van de geldigheid van reisdocumenten onverlet.

(11) De voorwaarden van binnenkomst op het grondgebied van de lidstaten of van visumafgifte doen geen afbreuk aan de huidige regels inzake de erkenning van de geldigheid van reisdocumenten.

(12) Wat de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen betreft, houdt deze verordening een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis. Die ontwikkeling valt onder het gebied als bedoeld in artikel 1, punt B, van Besluit 1999/437/EG van de Raad van 17 mei 1999 inzake bepaalde toepassingsbepalingen van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis(5).

(13) Overeenkomstig artikel 3 van het protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht, heeft het Verenigd Koninkrijk met een schrijven van 4 december 2001 kennis gegeven van zijn wens deel te nemen aan de aanneming en toepassing van deze verordening.

(14) Overeenkomstig artikel 1 van het protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie neemt Ierland niet deel aan de aanneming van deze verordening. Bijgevolg is deze verordening onverminderd artikel 4 van dat protocol, niet van toepassing op Ierland,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 1683/95 wordt als volgt gewijzigd:

1. artikel 2 wordt vervangen door: "Artikel 2

1. Overeenkomstig de in artikel 6, lid 2, bedoelde procedure worden aanvullende technische specificaties voor het uniforme visummodel vastgesteld voor:

a) aanvullende elementen en vereisten inzake beveiliging, met inbegrip van hogere normen ter bestrijding van vervalsing en namaak;

b) technische methoden en normen voor de invulling van het uniforme visum.

2. De kleuren van de visumzelfklever kunnen worden gewijzigd overeenkomstig de in artikel 6, lid 2, bedoelde procedure.";

2. artikel 6 wordt vervangen door: "Artikel 6

1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité.

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG(6) van toepassing.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG, bedoelde termijn wordt vastgesteld op twee maanden.

3. Het Comité stelt zijn reglement van orde vast.";

3. aan artikel 8 wordt de volgende alinea toegevoegd: "De integratie van de in punt 2, onder a), van de Bijlage bedoelde foto vindt plaats ten laatste vijf jaar na de vaststelling van de in artikel 2 bedoelde technische maatregelen.";

4. in de bijlage wordt het volgende punt ingevoegd: "2a. Er wordt een volgens hoge veiligheidsnormen vervaardigde foto geïntegreerd.";

Artikel 2

De eerste zin van Bijlage 8 van de definitieve versie van de Gemeenschappelijke Instructies en bijlage 6 van de definitieve versie van het gemeenschappelijk handboek zoals deze eruitzien ingevolge het besluit van het Uitvoerend Comité Schengen van 28 april 1999(7), worden vervangen door: "De technische en veiligheidskenmerken voor het visum- en visumzelfklevermodel zijn vervat in of worden vastgesteld op basis van Verordening (EG) nr. 1683/95 van de Raad van 29 mei 1995 betreffende de invoering van een uniform visummodel(8), zoals gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 334/2002(9).".

Artikel 3

Deze verordening doet niets af aan de bevoegdheid van de lidstaten ten aanzien van de erkenning van staten en gebiedsdelen, alsmede van de paspoorten, identiteitsbewijzen en reisdocumenten die door de autoriteiten daarvan worden afgegeven.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomslig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.

Gedaan te Brussel, 18 februari 2002.

Voor de Raad

De voorzitter

J. Piqué i Camps

(1) PB C 180 E van 26.6.2001, blz. 310.

(2) Advies uitgebracht op 12 december 2001 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad)

(3) PB L 164 van 14.7.1995, blz. 1.

(4) PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(5) PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31.

(6) PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(7) PB L 239 van 22.9.2000, blz. 317.

(8) PB L 164 van 14.7.1995, blz. 1.

(9) PB L 53 van 23.2.2002, blz. 7.

Top