Help Print this page 
Title and reference
Verordening (EG) nr. 2491/2001 van de Commissie van 19 december 2001 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen

OJ L 337, 20.12.2001, p. 9–17 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 15 Volume 006 P. 363 - 371
Special edition in Estonian: Chapter 15 Volume 006 P. 363 - 371
Special edition in Latvian: Chapter 15 Volume 006 P. 363 - 371
Special edition in Lithuanian: Chapter 15 Volume 006 P. 363 - 371
Special edition in Hungarian Chapter 15 Volume 006 P. 363 - 371
Special edition in Maltese: Chapter 15 Volume 006 P. 363 - 371
Special edition in Polish: Chapter 15 Volume 006 P. 363 - 371
Special edition in Slovak: Chapter 15 Volume 006 P. 363 - 371
Special edition in Slovene: Chapter 15 Volume 006 P. 363 - 371
Special edition in Bulgarian: Chapter 15 Volume 007 P. 254 - 262
Special edition in Romanian: Chapter 15 Volume 007 P. 254 - 262
Languages, formats and link to OJ
Multilingual display
Text

32001R2491

Verordening (EG) nr. 2491/2001 van de Commissie van 19 december 2001 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen

Publicatieblad Nr. L 337 van 20/12/2001 blz. 0009 - 0017


Verordening (EG) nr. 2491/2001 van de Commissie

van 19 december 2001

tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad van 24 juni 1991 inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 436/2001 van de Commissie(2), en met name op artikel 13, tweede streepje,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De biologische productie van landbouwproducten heeft zich in de afgelopen jaren sterk ontwikkeld. In vele gevallen beperkt de biologische productie zich niet langer tot plaatselijke producties en plaatselijke handel, maar zijn er integendeel heel vaak verscheidene marktdeelnemers en handelingen zoals invoer, vervoer, opslag en verpakking bij betrokken.

(2) In bijlage III bij Verordening (EEG) nr. 2092/91 zijn minimumeisen inzake controle en voorzorgsmaatregelen in het kader van de in de artikelen 8 en 9 van die verordening bedoelde controleregeling vastgesteld.

(3) Bijlage III bevat reeds voorschriften voor de belangrijkste marktdeelnemers en onderscheiden stadia die in de biologische productie van landbouwproducten een rol spelen. Om evenwel de traceerbaarheid van biologische landbouwproducten in alle verschillende stadia van de handelsketen te garanderen en er uiteindelijk, in het licht van de recente ontwikkelingen, voor te zorgen dat die producten aan het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 2092/91 voldoen, is het noodzakelijk de voorschriften in bijlage III aan te passen.

(4) De lidstaten dienen de in bijlage III omschreven maatregelen aan te vullen om ervoor te zorgen dat de consumenten de garantie krijgen dat de producten overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2092/91 zijn geproduceerd.

(5) Bijgevolg moet Verordening (EEG) nr. 2092/91 dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(6) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het in artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 2092/91 genoemde Comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage III bij Verordening (EEG) nr. 2092/91 wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de zestigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 19 december 2001.

Voor de Commissie

Franz Fischler

Lid van de Commissie

(1) PB L 198 van 22.7.1991, blz. 1.

(2) PB L 63 van 3.3.2001, blz. 16.

BIJLAGE

"BIJLAGE III

MINIMUMEISEN INZAKE CONTROLE EN VOORZORGSMAATREGELEN IN HET KADER VAN DE IN DE ARTIKELEN 8 EN 9 BEDOELDE CONTROLEREGELING

ALGEMENE BEPALINGEN

1. Minimale controle-eisen

De in deze bijlage vastgestelde controle-eisen gelden onverminderd de door de lidstaten genomen maatregelen die nodig zijn om traceerbaarheid van de producten als bedoeld in artikel 9, lid 12, onder a) en c), in de gehele productieketen te garanderen en ervoor te zorgen dat aan de voorschriften van deze verordening wordt voldaan.

2. Tenuitvoerlegging

De marktdeelnemers die op de in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 2491/2001 bedoelde datum reeds de betrokken activiteiten uitoefenen, zijn eveneens onderworpen aan het bepaalde in het onderstaande punt 3 en aan de bepalingen betreffende de eerste controle in de afdelingen A, B, C en D van de specifieke bepalingen van deze bijlage.

3. Eerste controle

Bij het begin van de toepassing van de controle zorgt de verantwoordelijke marktdeelnemer voor:

- een volledige beschrijving van de eenheid en/of de bedrijfsruimten en/of de activiteit;

- de vaststelling van alle concrete maatregelen die op het niveau van de eenheid en/of de bedrijfsruimten en/of de activiteit moeten worden genomen om de naleving van de bepalingen van deze verordening, en in het bijzonder van de in deze bijlage vastgestelde eisen, te waarborgen.

De betrokken beschrijving en concrete maatregelen moeten worden opgenomen in een verklaring die door de verantwoordelijke marktdeelnemer wordt ondertekend.

Deze verklaring moet tevens de verbintenis van de marktdeelnemer bevatten om:

- de handelingen in overeenstemming met de artikelen 5, 6, 6 bis en in voorkomend geval 11 te verrichten,

- in geval van een overtreding of onregelmatigheid de toepassing van de in artikel 9, lid 9, en in voorkomend geval artikel 10, lid 3, bedoelde maatregelen te aanvaarden, en

- bereid te zijn de kopers van het product schriftelijk te informeren teneinde te garanderen dat de aanduidingen betreffende de biologische productiemethode van de betrokken productie worden verwijderd.

Deze verklaring moet worden geverifieerd door de controleorganisatie of -instantie, die een verslag opstelt waarin de eventuele tekortkomingen en punten waarop deze verordening niet wordt nageleefd, worden vermeld. De marktdeelnemer moet dit verslag medeondertekenen en de nodige correctiemaatregelen nemen.

4. Mededelingen

De verantwoordelijke marktdeelnemer moet de controleorganisatie of -instantie tijdig in kennis stellen van iedere wijziging in de beschrijving of de concrete maatregelen als bedoeld in het vorenstaande punt 3 en in de bepalingen betreffende de eerste controle die zijn opgenomen in de afdelingen A, B, C en D van de specifieke bepalingen van deze bijlage.

5. Controlebezoeken

De controleorganisatie of -instantie moet ten minste eenmaal per jaar een volledige fysieke controle van de productie-eenheden/bereidingseenheden of andere bedrijfsruimten uitvoeren. De controleorganisatie of -instantie mag monsters nemen voor onderzoek op krachtens deze verordening niet toegestane producten of voor controle op productietechnieken die niet in overeenstemming zijn met deze verordening. Er mogen ook monsters worden genomen en geanalyseerd voor het opsporen van een mogelijke verontreiniging met niet-toegestane producten. Een dergelijke analyse moet evenwel worden uitgevoerd wanneer wordt vermoed dat een niet-toegestaan product is gebruikt. Na ieder bezoek moet een controleverslag worden opgesteld, dat wordt medeondertekend door degene die verantwoordelijk is voor de eenheid, of door diens vertegenwoordiger.

Bovendien legt de controleorganisatie of -instantie bezoeken voor steekproefcontroles af die al dan niet worden aangekondigd. De bezoeken betreffen met name die bedrijven of situaties waarvoor sprake kan zijn van een specifiek risico of van de verwisseling van biologisch geproduceerde producten met andere producten.

6. Administratie

In de eenheid of de bedrijfsruimten moeten een voorraadboekhouding en een financiële boekhouding worden bijgehouden die de marktdeelnemer en de controleorganisatie of -instantie in staat stellen om de volgende gegevens na te gaan:

- de leverancier en, wanneer het iemand anders betreft, de verkoper of de exporteur van de producten;

- de aard en de hoeveelheden van de in artikel 1 bedoelde landbouwproducten die aan de eenheid zijn geleverd, en, in voorkomend geval, de aard en de hoeveelheden van alle aangekochte materialen en het gebruik daarvan;

- de aard, de hoeveelheden, de geadresseerden en, als dat anderen zijn, de kopers van alle in artikel 1 bedoelde producten die de eenheid of de bedrijfsruimten of opslagfaciliteiten van de eerste geadresseerde hebben verlaten;

- alle andere gegevens die de controleorganisatie of -instantie voor een behoorlijke controle nodig heeft.

De gegevens in de administratie moeten met passende bewijsstukken worden gestaafd.

Uit de administratie moet blijken dat de aangevoerde en de afgevoerde hoeveelheden in evenwicht zijn.

7. Verpakking van producten en vervoer ervan naar andere productie-eenheden/bereidingseenheden of bedrijfsruimten

De marktdeelnemers moeten ervoor zorgen dat producten als bedoeld in artikel 1 slechts naar andere eenheden, met inbegrip van groot- en detailhandelaren, kunnen worden vervoerd in daarvoor geschikte verpakkingen, recipiënten/containers of voertuigen die zodanig zijn afgesloten dat vervanging van de inhoud niet mogelijk is zonder met de verzegeling te knoeien of deze te beschadigen, en die zijn voorzien van een etiket waarop, naast alle andere wettelijk voorgeschreven aanduidingen, de volgende gegevens zijn vermeld:

a) de naam en het adres van de marktdeelnemer en, wanneer dat iemand anders is, de eigenaar of verkoper van het product;

b) de naam van het product, met inbegrip van een verwijzing naar de biologische productiemethode overeenkomstig artikel 5;

c) de naam en/of het codenummer van de controleorganisatie of -instantie waaronder de marktdeelnemer valt; en

d) in voorkomend geval, het identificatiemerk van de partij dat in overeenstemming is met een op nationaal niveau goedgekeurd of met de controleorganisatie of -instantie overeengekomen merkingssysteem en het mogelijk maakt de partij aan de in punt 6 bedoelde administratie te koppelen.

De onder a), b), c) en d), bedoelde gegevens kunnen ook in een begeleidend document worden verstrekt indien dat document onbetwistbaar in verband kan worden gebracht met de verpakking, de recipiënt/container of het voertuig waarin het product zich bevindt. Dit begeleidende document moet informatie over de leverancier en/of de vervoerder bevatten.

Afsluiting van de verpakkingen, de recipiënten/containers of de voertuigen is evenwel niet vereist wanneer:

- het gaat om rechtstreeks vervoer tussen een producent en een andere marktdeelnemer die beiden onder het in artikel 9 bedoelde controlesysteem vallen, en

- de producten vergezeld gaan van een document waarin de in de vorige alinea bedoelde gegevens zijn vermeld, en

- de controleorganisatie of -instantie van zowel de verzendende als de ontvangende marktdeelnemer van dit vervoer in kennis is gesteld en er toestemming voor heeft verleend. Deze toestemming kan voor één of meer transportverrichtingen worden verleend.

8. Opslag van de producten

De ruimten voor de opslag van de producten moeten zo worden beheerd dat identificatie van de partijen wordt gegarandeerd en dat elke vermenging met of verontreiniging door producten en/of stoffen die niet aan het bepaalde in deze verordening voldoen, wordt voorkomen.

9. Producten die vermoedelijk niet aan de eisen van deze verordening voldoen

Indien een marktdeelnemer van mening is of vermoedt dat een door hem geproduceerd, bereid of ingevoerd of door een andere marktdeelnemer aan hem geleverd product niet met deze verordening in overeenstemming is, neemt hij het initiatief tot de nodige maatregelen hetzij om elke verwijzing naar de biologische productiemethode van dat product te verwijderen, hetzij om het product af te zonderen en te identificeren. Hij mag het product pas gaan verwerken of verpakken of in de handel brengen nadat de betrokken twijfel is weggenomen, tenzij het product in de handel wordt gebracht zonder aanduidingen die naar de biologische productiemethode verwijzen. In geval van dergelijke twijfel moet de marktdeelnemer de controleorganisatie of -instantie onmiddellijk informeren. De controleorganisatie of -instantie kan verlangen dat het product niet met aanduidingen betreffende de biologische productiemethode in de handel kan worden gebracht totdat de van de marktdeelnemer of uit andere bronnen ontvangen informatie haar ervan heeft overtuigd dat de twijfel is weggenomen.

Wanneer een controleorganisatie of -instantie op goede gronden vermoedt dat een marktdeelnemer voornemens is een product dat niet in overeenstemming met deze verordening is maar van een verwijzing naar de biologische productiemethode is voorzien, in de handel te brengen, kan zij verlangen dat de marktdeelnemer het product voorlopig niet met deze verwijzing in de handel kan brengen. Deze beslissing wordt, indien de controleorganisatie of -instantie er zeker van is dat het product niet aan de eisen van deze verordening voldoet, aangevuld met de verplichting om elke verwijzing naar de biologische productiemethode van dat product te verwijderen. Wordt het vermoeden evenwel niet bevestigd, dan wordt de bovenbedoelde beslissing geannuleerd uiterlijk binnen een bepaalde termijn nadat deze is genomen. De controleorganisatie of -instantie stelt deze termijn vast. De marktdeelnemer verleent de controleorganisatie of -instantie zijn volledige medewerking bij de opheldering van het vermoeden.

10. Toegang tot het bedrijf

De marktdeelnemer moet de controleorganisatie of -instantie voor controledoeleinden toegang geven tot alle delen van de eenheid en alle bedrijfsruimten evenals tot de administratie en de bijbehorende bewijsstukken. Hij moet de controleorganisatie of -instantie alle voor de controle nodig geachte informatie verstrekken.

Op verzoek van de controleorganisatie of -instantie moet de marktdeelnemer de resultaten van zijn eigen vrijwillige controle- en bemonsteringsprogramma's overleggen.

Importeurs en eerste geadresseerden moeten bovendien alle invoermachtigingen op grond van artikel 11, lid 6, en controlecertificaten voor invoer uit derde landen overleggen.

11. Uitwisseling van informatie

Indien de marktdeelnemer en zijn subcontractanten door verschillende controleorganisaties of -instanties worden gecontroleerd, moet de marktdeelnemer er in de in het vorenstaande punt 3 bedoelde verklaring namens hemzelf en namens zijn subcontractanten mee instemmen dat de verschillende controleorganisaties of -instanties informatie kunnen uitwisselen over de handelingen die onder hun controle staan, en overleg kunnen plegen over de wijze waarop die uitwisseling van informatie ten uitvoer kan worden gelegd.

SPECIFIEKE BEPALINGEN

A. Productie van planten, plantaardige producten, dieren en/of dierlijke producten

Deze afdeling geldt voor welke eenheid ook die is betrokken bij de productie als omschreven in artikel 4, punt 2, van producten als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder a), voor eigen rekening of voor rekening van een derde.

De productie moet plaatsvinden in een eenheid waarvan de productieruimten, de percelen grond, de weilanden, de bewegingsruimten in de open lucht, de uitlopen in de open lucht, de stallen en, in voorkomend geval, de plaatsen voor de opslag van gewassen, plantaardige producten, dierlijke producten, grondstoffen en productiemiddelen duidelijk gescheiden zijn van die van iedere andere eenheid die niet overeenkomstig de regels van deze verordening produceert.

De verwerking, de verpakking en/of het in de handel brengen mogen in de productie-eenheid plaatsvinden voorzover deze activiteiten beperkt blijven tot de eigen landbouwproductie van de eenheid.

Voor rechtstreekse verkoop aan de eindverbruiker wordt de administratie gevoerd op basis van de totale hoeveelheid per dag.

In de eenheid mogen geen andere productiemiddelen worden opgeslagen dan die welke op grond van artikel 6, lid 1, onder b) en c), en lid 3, onder a), mogen worden gebruikt.

Bij de ontvangst van een product als bedoeld in artikel 1 verifieert de marktdeelnemer de afsluiting van de verpakking of recipiënt/container wanneer deze is vereist, en de aanwezigheid van de aanduidingen als bedoeld in punt 7 van de algemene bepalingen van deze bijlage. De uitkomst van deze verificatie wordt expliciet genoteerd in de administratie als bedoeld in punt 6 van de algemene bepalingen.

A.1. Door landbouwproductie of vergaring verkregen planten en plantaardige producten

1. Eerste controle

Voor de in punt 3 van de algemene bepalingen van deze bijlage bedoelde volledige beschrijving van de eenheid geldt het volgende:

- deze beschrijving moet worden opgesteld zelfs wanneer de activiteit van de producent tot vergaring van in het wild groeiende planten of delen daarvan beperkt blijft;

- opgave moet worden gedaan van de opslag- en de productieplaatsen en de percelen grond en/of de inzamelgebieden en, indien van toepassing, de plaatsen waar de producten worden verwerkt en/of verpakt; en

- vermeld moet worden op welke datum op de betrokken percelen grond en/of in de betrokken inzamelgebieden voor het laatst producten zijn toegepast waarvan het gebruik niet met artikel 6, lid 1, onder b), in overeenstemming is.

Wat de vergaring van in het wild groeiende planten of delen daarvan betreft, moeten de in punt 3 van de algemene bepalingen van deze bijlage bedoelde concrete maatregelen mede omvatten de door derden verstrekte waarborgen die de producent kan bieden om te garanderen dat aan het bepaalde in bijlage I, afdeling A, punt 4, wordt voldaan.

2. Mededelingen

Ieder jaar moet de producent vóór de door de controleorganisatie of -instantie vastgestelde datum zijn per perceel gespecificeerde productieschema voor plantaardige producten aan deze organisatie of instantie meedelen.

3. Exploitatie van verscheidene productie-eenheden door dezelfde marktdeelnemer

Wanneer een marktdeelnemer verscheidene productie-eenheden in dezelfde regio exploiteert, moeten de eenheden in die regio waar niet onder artikel 1 vallende gewassen of plantaardige producten worden geproduceerd, alsmede de opslagplaatsen van de productiemiddelen (zoals meststoffen, bestrijdingsmiddelen, zaaizaad) eveneens aan de controleregeling worden onderworpen voor wat betreft de punten 1, 2, 3, 4 en 6 van de in de algemene bepalingen van deze bijlage vastgestelde algemene controlebepalingen en de specifieke controlebepalingen.

In die eenheden mogen geen gewassen worden geproduceerd die van hetzelfde ras zijn als of behoren tot een ras dat niet gemakkelijk te onderscheiden is van de gewassen die in de in afdeling A, tweede alinea, bedoelde eenheid worden geproduceerd.

De producenten mogen evenwel van het in de laatste zin van de vorige alinea vastgestelde voorschrift afwijken:

a) voor blijvende teelten (eetbare vruchten voortbrengende bomen, wijn en hop), mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

1. de betrokken productie vindt plaats in het kader van een omschakelingsprogramma waarop de producent zich formeel vastlegt en waarin is bepaald dat binnen de kortst mogelijke tijd, maar uiterlijk binnen vijf jaar, met de omschakeling van het laatste gedeelte van de betrokken oppervlakten op biologische productie wordt begonnen,

2. er zijn adequate maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat de producten van de verschillende eenheden te allen tijde van elkaar gescheiden worden gehouden,

3. de controleorganisatie of -instantie wordt ten minste 48 uur van tevoren in kennis gesteld van de oogst van elk van de betrokken producten,

4. onmiddellijk nadat de oogst is beëindigd, meldt de producent de controleorganisatie of -instantie de precieze hoeveelheden die in de betrokken eenheden zijn geoogst, en alle kenmerken aan de hand waarvan de productie kan worden geïdentificeerd (zoals kwaliteit, kleur, gemiddeld gewicht, enz.), en bevestigt hij dat de maatregelen om de producten van elkaar gescheiden te houden zijn toegepast,

5. het omschakelingsprogramma en de in het vorenstaande punt 1 en in punt 3 van de algemene controlebepalingen bedoelde maatregelen zijn door de controleorganisatie of -instantie goedgekeurd. Nadat het omschakelingsprogramma is gestart, moet die goedkeuring elk jaar worden bevestigd;

b) voor door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten goedgekeurde arealen voor landbouwkundig onderzoek, mits wordt voldaan aan de voorwaarden in de punten 2, 3 en 4 en het relevante gedeelte van de voorwaarde in punt 5, onder a) hierboven;

c) voor de productie van zaaizaad, vegetatief teeltmateriaal en plantgoed, mits wordt voldaan aan de voorwaarden in de punten 2, 3 en 4 en het relevante gedeelte van de voorwaarde in punt 5, onder a) hierboven;

d) voor grasland dat uitsluitend voor begrazing wordt gebruikt.

A.2. Door veehouderij geproduceerde dieren en dierlijke producten

1. Eerste controle

De in punt 3 van de algemene bepalingen van deze bijlage bedoelde volledige beschrijving van de eenheid die bij het begin van de toepassing van de specifieke controle op de dierlijke productie moet worden opgesteld, moet bevatten:

- een volledige beschrijving van de stallen, de weidegronden, de bewegingsruimten in de open lucht, de uitlopen in de open lucht, enz. en, in voorkomend geval, de plaatsen voor opslag, verpakking en verwerking van dieren, dierlijke producten, grondstoffen en productiemiddelen;

- een volledige beschrijving van de installaties voor de opslag van dierlijke mest.

De in punt 3 van de algemene bepalingen van deze bijlage bedoelde concrete maatregelen moeten omvatten:

- een schema voor het uitrijden van mest waarover met de controleorganisatie of -instantie overeenstemming is bereikt, samen met een volledige beschrijving van het areaal dat is bestemd voor plantaardige productie;

- in voorkomend geval, wat het uitrijden van mest betreft, de schriftelijke regelingen die zijn getroffen met andere bedrijven die aan de bepalingen van deze verordening voldoen;

- een beheersplan voor de biologische veehouderijeenheid (bv. beheer op het gebied van voeding, voortplanting, gezondheid, enz.).

2. Identificatie van de dieren

De dieren moeten permanent worden geïdentificeerd door middel van op elke soort afgestemde methoden: individuele identificatie bij grote zoogdieren, individuele of partijgewijze identificatie bij pluimvee en kleine zoogdieren.

3. Veeboeken

Er dienen veeboeken in de vorm van een register te worden bijgehouden, die permanent op het adres van het bedrijf beschikbaar moeten zijn voor de controle-instanties of -organisaties.

In deze veeboeken, die een volledige beschrijving moeten geven van de wijze waarop het veebestand wordt beheerd, moeten de volgende gegevens worden vermeld:

- per soort, voor de dieren die op het bedrijf aankomen: herkomst en datum van aankomst, omschakelingsperiode, identificatiemerk en diergeneeskundig dossier;

- voor de dieren die het bedrijf verlaten: leeftijd, aantal, gewicht in geval van slachten, identificatiemerk en bestemming;

- gegevens over eventuele verliezen van dieren en de oorzaken daarvan;

- wat het voeder betreft: soort voeder met inbegrip van voedingssupplementen, aandeel van de verschillende ingrediënten in het rantsoen, perioden waarin de dieren toegang hebben tot uitlopen, perioden van transhumance indien er op dit punt restricties bestaan;

- wat ziektepreventie, de behandeling van ziekten en diergeneeskundige zorg betreft: datum van de behandeling, diagnose, aard van het middel waarmee het dier is behandeld, behandelingswijze, recepten van de dierenarts met de motivering daarvan en wachttijden die moeten worden aangehouden voordat de betrokken dierlijke producten in de handel mogen worden gebracht.

4. Exploitatie van verscheidene productie-eenheden door dezelfde marktdeelnemer

Indien een producent overeenkomstig bijlage I, afdeling B, punt 1.6, en afdeling C, punt 1.3, verscheidene productie-eenheden exploiteert, moeten de eenheden waar niet onder artikel 1 vallende dieren of dierlijke producten worden geproduceerd, eveneens aan de controleregeling worden onderworpen voor wat betreft punt 1 van deze onderafdeling inzake dieren en dierlijke producten en voor wat betreft de bepalingen inzake het beheer van de veehouderij, de veeboeken en de bij de opslag van de voor de veehouderij gebruikte producten in acht te nemen principes.

Aan bedrijven die landbouwkundig onderzoek verrichten, kan de controleorganisatie of -instantie in overeenstemming met de bevoegde instantie van de lidstaat een afwijking toestaan van de in bijlage I, afdeling B, punt 1.6, vastgestelde eis dat het andere diersoorten dient te betreffen, mits de volgende voorwaarden zijn vervuld:

- adequate maatregelen waarover overeenstemming is bereikt met de controleorganisatie of -instantie, zijn genomen om te garanderen dat de dieren, de dierlijke producten, de dierlijke mest en de diervoeders van de verschillende eenheden te allen tijde van elkaar gescheiden worden gehouden;

- de producent stelt de controleorganisatie of -instantie van tevoren in kennis van elke leverantie of verkoop van de dieren of dierlijke producten;

- de marktdeelnemer meldt de controleorganisatie of -instantie de precieze hoeveelheden die in de eenheden zijn geproduceerd, samen met alle kenmerken aan de hand waarvan de producten kunnen worden geïdentificeerd, en bevestigt dat de maatregelen om de producten van elkaar gescheiden te houden, zijn toegepast.

5. Andere eisen

In afwijking van deze regels mogen allopathische geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik en antibiotica op het bedrijf worden opgeslagen mits deze door een dierenarts zijn voorgeschreven in het kader van behandelingen als bedoeld in bijlage I, zijn opgeslagen op een plaats die onder toezicht staat, en zijn vermeld in het register van het bedrijf.

B. Eenheden voor de bereiding van plantaardige en dierlijke producten en levensmiddelen die plantaardige en dierlijke producten bevatten

Deze afdeling geldt voor alle eenheden die bij de bereiding als omschreven in artikel 4, lid 3, van producten als bedoeld in artikel 1, lid 1, zijn betrokken voor eigen rekening of voor rekening van een derde, waaronder met name ook:

- de eenheden die zijn betrokken bij het verpakken en/of herverpakken van dergelijke producten;

- de eenheden die zijn betrokken bij het etiketteren en/of heretiketteren van dergelijke producten.

1. Eerste controle

De in punt 3 van de algemene bepalingen van deze bijlage bedoelde volledige beschrijving van de eenheid moet een opgave bevatten van de installaties die worden gebruikt om de landbouwproducten in ontvangst te nemen, te verwerken, te verpakken, te etiketteren en vóór en na de behandelingen ervan op te slaan, alsmede van de methoden voor het vervoer van de producten.

2. Administratie

In de in punt 6 van de algemene bepalingen bedoelde administratie moet melding worden gemaakt van de in punt 5 van deze afdeling bedoelde verificaties.

3. Eenheden voor bereiding die ook niet biologisch geproduceerde producten behandelen

Wanneer in de betrokken eenheid voor bereiding ook niet onder artikel 1 vallende producten worden bereid, verpakt of opgeslagen:

- moet de eenheid binnen haar gebouwen over fysiek of in de tijd gescheiden ruimten voor de opslag van de in artikel 1 bedoelde producten vóór en na de behandelingen beschikken;

- moeten de behandelingen zonder onderbreking voor de volledige partij worden verricht en fysiek of in de tijd gescheiden worden gehouden van soortgelijke behandelingen voor niet onder artikel 1 vallende producten;

- moeten die behandelingen, indien zij niet op geregelde tijdstippen of op een vastgestelde dag worden verricht, van tevoren worden gemeld met inachtneming van een daartoe met de controleorganisatie of -instantie overeengekomen termijn;

- moeten alle maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat de partijen kunnen worden geïdentificeerd, en om vermenging of verwisseling met producten die niet overeenkomstig de bij deze verordening vastgestelde regels zijn verkregen, te voorkomen;

- mogen behandelingen van producten overeenkomstig de bij deze verordening vastgestelde regels pas na reiniging van de productie-installaties worden uitgevoerd. Er moet worden gecontroleerd of en genoteerd dat de reinigingsmaatregelen doeltreffend zijn.

4. Verpakking van producten en vervoer ervan naar eenheden voor bereiding

Van biologische landbouw afkomstige melk, eieren en eiproducten moeten onafhankelijk van niet overeenkomstig deze verordening geproduceerde producten worden opgehaald. In afwijking hiervan kan, na voorafgaande goedkeuring door de controleorganisatie of -instantie, gelijktijdige ophaling plaatsvinden wanneer passende maatregelen worden genomen om elke mogelijke vermenging of verwisseling met niet overeenkomstig deze verordening geproduceerde producten te voorkomen en om de identificatie van de overeenkomstig deze verordening geproduceerde producten te garanderen. De marktdeelnemer houdt de gegevens over de dagen en uren waarop en de route waarlangs is opgehaald en de datum en het tijdstip van ontvangst van de producten ter beschikking van de controleorganisatie of -instantie.

5. Ontvangst van producten die afkomstig zijn van andere eenheden

Bij de ontvangst van een product als bedoeld in artikel 1 verifieert de marktdeelnemer de afsluiting van de verpakking of recipiënt/container wanneer deze is vereist, en de aanwezigheid van de aanduidingen als bedoeld in punt 7 van de algemene bepalingen van deze bijlage. De marktdeelnemer verifieert of de gegevens op het in punt 7 van de algemene bepalingen bedoelde etiket overeenstemmen met de gegevens in de begeleidende documenten. De uitkomst van deze verificaties wordt expliciet genoteerd in de administratie als bedoeld in punt 6 van de algemene bepalingen.

C. Invoer uit derde landen van planten, plantaardige producten, dieren, dierlijke producten en levensmiddelen die uit plantaardige producten en/of dierlijke producten bestaan

Deze afdeling geldt voor alle marktdeelnemers die als importeur en/of eerste geadresseerde zijn betrokken bij de invoer en/of ontvangst, voor eigen rekening of voor rekening van een andere marktdeelnemer, van producten als bedoeld in artikel 1, lid 1. Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

- "importeur": de natuurlijke of rechtspersoon binnen de Europese Gemeenschap die zelf of via een vertegenwoordiger een zending aanbrengt voor het in het vrije verkeer brengen ervan;

- "eerste geadresseerde" (of "eerste ontvanger"): de natuurlijke of rechtspersoon als bedoeld in artikel 11, lid 3, onder a), aan wie de zending wordt geleverd en die deze in ontvangst zal nemen met het oog op de verdere bereiding en/of het in de handel brengen ervan.

1. Eerste controle

Importeurs:

- De in punt 3 van de algemene bepalingen van deze bijlage bedoelde volledige beschrijving van de eenheid moet een opgave bevatten van de gebouwen en terreinen van de importeur en van zijn importactiviteiten, met vermelding van de plaatsen waar de producten in de Gemeenschap binnenkomen en van alle andere faciliteiten die de importeur voornemens is voor de opslag van de ingevoerde producten te gebruiken in afwachting van de levering ervan aan de eerste geadresseerde.

- De in punt 3 van de algemene bepalingen van deze bijlage bedoelde verklaring moet tevens de verbintenis van de importeur bevatten om ervoor te zorgen dat alle faciliteiten die hij voor de opslag van producten zal gebruiken, worden onderworpen aan controle door de controleorganisatie of -instantie dan wel, indien die opslagfaciliteiten in een andere lidstaat of regio liggen, door een controleorganisatie of -instantie die in die lidstaat of regio voor het verrichten van de controle is erkend.

Eerste geadresseerden:

- De in punt 3 van de algemene bepalingen van deze bijlage bedoelde volledige beschrijving van de eenheid moet een opgave bevatten van de faciliteiten die worden gebruikt om de landbouwproducten in ontvangst te nemen en op te slaan. Voor eventuele andere activiteiten zoals het verwerken, verpakken, etiketteren en vóór en na de behandelingen opslaan van de producten alsmede het vervoeren ervan gelden de relevante bepalingen van afdeling B.

Indien de importeur en de eerste geadresseerde dezelfde rechtspersoon zijn en hun werkzaamheden in een enkele eenheid verrichten, kunnen de verslagen als bedoeld in punt 3 van de algemene bepalingen worden uitgebracht in de vorm van een enkel verslag.

2. Administratie

Indien de importeur en de eerste geadresseerde hun werkzaamheden niet in één enkele eenheid verrichten, moeten beiden een voorraadboekhouding en een financiële boekhouding bijhouden.

Op verzoek van de controleorganisatie of -instantie moeten alle bijzonderheden betreffende de regelingen voor het vervoer van de exporteur in het derde land naar de eerste geadresseerde en van de bedrijfsruimten of opslagfaciliteiten van de eerste geadresseerde naar de geadresseerden binnen de Europese Gemeenschap worden verstrekt.

3. Verstrekking van informatie over ingevoerde zendingen

Uiterlijk op het tijdstip waarop het certificaat overeenkomstig artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1788/2001 van de Commissie van 7 september 2001 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van de voorschriften inzake het controlecertificaat voor de invoer uit derde landen op grond van artikel 11 van Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen(1) wordt overgelegd aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat, informeert de importeur de controleorganisatie of -instantie over elke in de Gemeenschap in te voeren zending en verstrekt hij daarbij:

- de naam en het adres van de eerste geadresseerde;

- alle eventueel door deze organisatie of instantie verlangde gegevens, zoals een kopie van het controlecertificaat voor de invoer van producten van de biologische landbouw. Op verzoek van de controleorganisatie of -instantie van de importeur moet deze laatste de informatie meedelen aan de controleorganisatie of -instantie van de eerste geadresseerde.

4. Importeurs en eerste geadresseerden die ook niet biologisch geproduceerde producten behandelen

Wanneer ingevoerde producten als bedoeld in artikel 1 worden opgeslagen in opslagfaciliteiten waar ook andere landbouwproducten of levensmiddelen worden opgeslagen, moeten:

- de in artikel 1 bedoelde producten gescheiden worden gehouden van de andere landbouwproducten en/of levensmiddelen;

- alle nodige maatregelen worden genomen om identificatie van de zendingen te garanderen en om vermenging of verwisseling met producten die niet overeenkomstig de voorschriften van deze verordening zijn verkregen, te voorkomen.

5. Controlebezoeken

De controleorganisatie of -instantie moet de in punt 2 van deze afdeling C bedoelde voorraadboekhouding en financiële boekhouding en de in artikel 11, lid 1, onder b), en lid 3, bedoelde en bij Verordening (EG) nr. 1788/2001 vastgestelde certificaten controleren.

Indien de importeur voor de importen gebruikmaakt van verschillende eenheden of bedrijfsruimten, moet hij op verzoek voor elk van die faciliteiten de in de punten 3 en 5 van de algemene bepalingen van deze bijlage bedoelde verslagen beschikbaar stellen.

6. Inontvangstneming van producten uit een derde land

De in artikel 1 bedoelde producten worden uit een derde land ingevoerd in daarvoor geschikte verpakkingen of recipiënten/containers die zodanig zijn afgesloten dat de inhoud ervan niet kan worden vervangen, en die zijn voorzien van een identificatie van de exporteur en alle andere merken en nummers die het mogelijk maken de partij te identificeren als die welke wordt bedoeld in het controlecertificaat voor invoer uit derde landen.

Bij ontvangst van een in artikel 1 bedoeld product dat is ingevoerd uit een derde land, verifieert de eerste geadresseerde de afsluiting van de verpakking of recipiënt/container en de overeenstemming van de identificatie van de zending met het bij Verordening (EG) nr. 1788/2001 vastgestelde certificaat. De uitkomst van deze verificatie moet expliciet worden vermeld in de in punt 2 van deze afdeling C bedoelde administratie.

D. Eenheden die zijn betrokken bij de productie, bereiding of invoer van in artikel 1, lid 1, bedoelde producten en de betrokken feitelijke handelingen hebben uitbesteed aan derden

Eerste controle

Ten aanzien van de handelingen die aan derden worden uitbesteed, moet de in punt 3 van de algemene bepalingen bedoelde volledige beschrijving omvatten:

- een lijst van de subcontractanten met een beschrijving van hun activiteiten onder vermelding van de controleorganisaties en -instanties waaronder zij vallen; deze subcontractanten moeten ermee akkoord zijn gegaan dat hun bedrijf aan de controleregeling van artikel 9 wordt onderworpen overeenkomstig de relevante delen van deze bijlage III;

- alle concrete maatregelen, waaronder maatregelen om een passend administratiesysteem toe te passen, die op het niveau van de eenheid moeten worden genomen om te garanderen dat voor de door de marktdeelnemer in de handel gebrachte producten kan worden nagegaan wie de leveranciers en, als dat anderen zijn, de verkopers ervan zijn, alsmede wie de geadresseerden en, als dat anderen zijn, de kopers ervan zijn.

(1) PB L 243 van 13.9.2001, blz. 3.".

Top