Help Print this page 
Title and reference
Verordening (EG) nr. 2382/2001 van de Raad van 4 december 2001 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1267/1999 tot instelling van een pretoetredingsinstrument voor structuurbeleid

OJ L 323, 7.12.2001, p. 1–2 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 11 Volume 039 P. 18 - 19
Special edition in Estonian: Chapter 11 Volume 039 P. 18 - 19
Special edition in Latvian: Chapter 11 Volume 039 P. 18 - 19
Special edition in Lithuanian: Chapter 11 Volume 039 P. 18 - 19
Special edition in Hungarian Chapter 11 Volume 039 P. 18 - 19
Special edition in Maltese: Chapter 11 Volume 039 P. 18 - 19
Special edition in Polish: Chapter 11 Volume 039 P. 18 - 19
Special edition in Slovak: Chapter 11 Volume 039 P. 18 - 19
Special edition in Slovene: Chapter 11 Volume 039 P. 18 - 19
Languages, formats and link to OJ
Multilingual display
Text

32001R2382

Verordening (EG) nr. 2382/2001 van de Raad van 4 december 2001 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1267/1999 tot instelling van een pretoetredingsinstrument voor structuurbeleid

Publicatieblad Nr. L 323 van 07/12/2001 blz. 0001 - 0002


Verordening (EG) nr. 2382/2001 van de Raad

van 4 december 2001

houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1267/1999 tot instelling van een pretoetredingsinstrument voor structuurbeleid

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 308,

Gezien het voorstel van de Commissie(1),

Gezien het advies van het Europees Parlement(2),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité(3),

Na raadpleging van het Comité van de Regio's,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) In 2000 zijn door de Commissie de eerste maatregelen beoordeeld en goedgekeurd waarvoor bijstand van de Gemeenschap is verleend uit het bij Verordening (EG) nr. 1267/1999(4) ingestelde pretoetredingsinstrument voor structuurbeleid, hierna "ISPA" genoemd.

(2) Uit de ervaring die intussen is opgedaan bij de beoordeling en goedkeuring van uit het ISPA te financieren maatregelen, blijkt dat een aantal bepalingen van Verordening (EG) nr. 1267/1999 moet worden gewijzigd.

(3) Medefinanciering van de maatregelen, met name met internationale financiële instellingen, en de inbreng van particuliere financiële middelen zijn belangrijk voor het functioneren van het ISPA. In bepaalde gevallen is de toegang tot andere financieringsbronnen dan de bijstand van de Gemeenschap onontbeerlijk om de begunstigde landen in staat te stellen te zorgen voor medefinanciering van maatregelen die ten volle aan de bijstandverleningsvoorwaarden en de doelstellingen van het ISPA beantwoorden.

(4) Om gezamenlijke medefinanciering met internationale financiële instellingen en/of uit particuliere financieringsbronnen mogelijk te maken of te vergemakkelijken, moet worden voorzien in de mogelijkheid om na onderzoek van elk afzonderlijk geval af te wijken van de algemene voorschriften inzake de deelneming aan aanbestedingen, gunningen, opdrachten en contracten die uit het ISPA worden medegefinancierd.

(5) Artikel 114, lid 2, van het Financieel Reglement van 21 december 1977 van toepassing op de algemene begroting der Europese Gemeenschappen(5) bepaalt dat onderdanen van derde landen in naar behoren gemotiveerde uitzonderlijke gevallen aan de aanbestedingen kunnen deelnemen overeenkomstig de specifieke bepalingen in de basisbesluiten betreffende de samenwerking en de passende goedkeuringsprocedures. Verordening (EG) nr. 1267/1999 is een dergelijk basisbesluit.

(6) Hierbij is het dienstig uit te gaan van een aantal bepalingen van het bij Verordening (EEG) nr. 3906/89 van de Raad van 18 december 1989(6) betreffende economische hulp aan bepaalde landen in Midden- en Oost-Europa ingestelde Phare-programma.

(7) Om medefinanciering van ISPA-maatregelen uit andere externe financieringsbronnen mogelijk te maken is een nadere omschrijving van de voor financiering in aanmerking komende uitgaven noodzakelijk.

(8) De bepalingen van Verordening (EG) nr. 1267/1999 moeten overigens worden aangepast om rekening te houden met Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden(7).

(9) Het Verdrag voorziet voor de vaststelling van deze verordening niet in andere bevoegdheden dan die van artikel 308,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 1267/1999 wordt als volgt gewijzigd:

1. het volgende artikel 6 bis wordt ingevoegd: "Artikel 6 bis

Plaatsing van opdrachten

1. Bij maatregelen waarvoor de Gemeenschap de enige bron van externe hulp is, staat de deelneming aan aanbestedingen, gunningen, opdrachten en contracten onder dezelfde voorwaarden open voor iedere natuurlijke of rechtspersoon uit de lidstaten en uit de in artikel 1, lid 1, tweede alinea, bedoelde landen.

2. Lid 1 is eveneens van toepassing bij medefinanciering.

In geval van medefinanciering kan de deelneming van derde landen aan aanbestedingen, gunningen, opdrachten en contracten door de Commissie evenwel worden toegestaan na een onderzoek van ieder geval afzonderlijk.";

2. aan artikel 7 wordt het onderstaande lid toegevoegd: "8. Bij medefinanciering van een maatregel door internationale financiële instellingen kunnen ter berekening van de totale voor financiering in aanmerking komende uitgaven voor de maatregel ook de uitgaven worden meegeteld die aan de in lid 7 bedoelde regels inzake het in aanmerking komen voor financiering voldoen, maar worden gedaan volgens procedures die eigen zijn aan andere externe financieringsbronnen dan de bijstand van de Gemeenschap en door de betrokken financiële instellingen worden gefinancierd.";

3. de leden 1, 2 en 3 van artikel 14 worden vervangen door: "1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité, bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten en voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie, hierna 'het comité' genoemd. De Europese Investeringsbank wijst een vertegenwoordiger aan, die niet aan de stemmingen deelneemt.

2. In de gevallen waarin naar dit lid wordt verwezen, zijn artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing.

3. De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt op een maand vastgesteld.".

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 4 december 2001.

Voor de Raad

De voorzitter

D. Reynders

(1) PB C 180 E van 26.6.2001, blz. 197.

(2) Advies uitgebracht op 20 september 2001 (nog niet verschenen in het Publicatieblad).

(3) PB C 221 van 7.8.2001, blz. 166.

(4) PB L 161 van 26.6.1999, blz. 73.

(5) PB L 356 van 31.12.1977, blz. 1. Reglement laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG, EGKS, Euratom) nr. 2673/1999 (PB L 326 van 18.12.1999, blz. 1).

(6) PB L 375 van 23.12.1989, blz. 11. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2666/2000 (PB L 306 van 7.12.2000, blz. 1).

(7) PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

Top