Help Print this page 
Title and reference
Verordening (EG) nr. 1073/2000 van de Commissie van 19 mei 2000 houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen

OJ L 119, 20.5.2000, p. 27–31 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 15 Volume 005 P. 90 - 94
Special edition in Estonian: Chapter 15 Volume 005 P. 90 - 94
Special edition in Latvian: Chapter 15 Volume 005 P. 90 - 94
Special edition in Lithuanian: Chapter 15 Volume 005 P. 90 - 94
Special edition in Hungarian Chapter 15 Volume 005 P. 90 - 94
Special edition in Maltese: Chapter 15 Volume 005 P. 90 - 94
Special edition in Polish: Chapter 15 Volume 005 P. 90 - 94
Special edition in Slovak: Chapter 15 Volume 005 P. 90 - 94
Special edition in Slovene: Chapter 15 Volume 005 P. 90 - 94
Special edition in Bulgarian: Chapter 15 Volume 006 P. 24 - 28
Special edition in Romanian: Chapter 15 Volume 006 P. 24 - 28
Languages, formats and link to OJ
Multilingual display
Text

32000R1073

Verordening (EG) nr. 1073/2000 van de Commissie van 19 mei 2000 houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen

Publicatieblad Nr. L 119 van 20/05/2000 blz. 0027 - 0031


Verordening (EG) nr. 1073/2000 van de Commissie

van 19 mei 2000

houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad van 24 juni 1991 inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 331/2000 van de Commissie(2), en met name op artikel 13, tweede streepje,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2092/91 moet worden aangepast zodat het gebruik van micro-organismen die de compostering versnellen ook organismen omvat voor bodemverbetering in het algemeen en voor de verbetering van de beschikbaarheid van voedingsstoffen in de bodem of in de gewassen. Voorts moet het gebruik van genetisch gemodificeerde micro-organismen voor dit doel worden uitgesloten, en moeten de bepalingen betreffende het gebruik van dierlijke mest in overeenstemming worden gebracht met het bepaalde in deel B, punt 7, van die bijlage.

(2) Sommige lidstaten hebben overeenkomstig artikel 7, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 2092/91 gegevens meegedeeld met het oog op opneming van bepaalde producten in bijlage II bij de verordening of wijziging van sommige bepalingen van die bijlage.

(3) De wijziging van bijlage II betreft producten die vóór de vaststelling van Verordening (EEG) nr. 2092/91 courant werden gebruikt volgens de op het grondgebied van de Gemeenschap toegepaste regels voor de goede praktijk van biologische landbouw, en zijn derhalve in overeenstemming met het bepaalde in artikel 7, lid 1 bis, van die verordening. In verband met het naderende landbouwseizoen zijn de wijzigingen met betrekking tot sommige van deze producten urgent.

(4) Gebleken is dat "glycerol", "siliciumdioxide" en "isopropanol" essentieel zijn voor de bereiding van bepaalde voedingsmiddelen. Deze producten kunnen derhalve in bijlage VI worden opgenomen, rekening houdend met de eisen van artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 207/93 van de Commissie(3), gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 345/97(4) tot vaststelling van de inhoud van bijlage VI bij Verordening (EEG) nr. 2092/91.

(5) In de "Algemene beginselen" van bijlage VI moet worden verduidelijkt dat het roken van levensmiddelen als bereidingswijze voor voedingsmiddelen op basis van biologische producten aanvaardbaar is.

(6) De bepalingen van bijlage VI ten aanzien van genetisch gemodificeerde organismen en producten van dergelijke organismen moeten zo worden gewijzigd dat zij in overeenstemming zijn met het algehele verbod dat in het kader van Verordening (EG) nr. 1804/1999 van de Raad(5) is aanvaard.

(7) In de tekst moeten ten aanzien van sommige producten kleine technische of redactionele wijzigingen worden aangebracht. Ook moeten bepaalde redactionele wijzigingen worden aangebracht om rekening te houden met de wijzigingen van Verordening (EG) nr. 1804/1999.

(8) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het in artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 2092/91 bedoelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlagen I, II en VI bij Verordening (EEG) nr. 2092/91 worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van onmiddellijke toepassing. Het bepaalde in bijlage I, deel "A. PLANTEN EN PLANTAARDIGE PRODUCTEN", punten 2.1 en 2.2, van Verordening (EEG) nr. 2092/91 is echter van toepassing met ingang van 24 augustus 2000.

Het product "beenzwart", dat vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening in de lijst van bijlage II, deel A, bij Verordening (EEG) nr. 2092/91 is opgenomen, mag onder de voorheen geldende voorwaarden gebruikt blijven worden totdat de bestaande voorraden zijn opgebruikt, maar uiterlijk tot en met 30 september 2000.

Het in de lijst van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 2092/91 opgenomen product "calciumcarbonaat", waarvoor vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening strengere voorwaarden gelden, mag gebruikt blijven worden onder de voorheen geldende voorwaarden totdat de bestaande voorraden zijn opgebruikt, maar uiterlijk tot en met 30 september 2000.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 19 mei 2000.

Voor de Commissie

Franz Fischler

Lid van de Commissie

(1) PB L 198 van 22.7.1991, blz. 1.

(2) PB L 48 van 19.2.2000, blz. 1.

(3) PB L 25 van 2.2.1993, blz. 5.

(4) PB L 58 van 27.2.1997, blz. 8.

(5) PB L 222 van 24.8.1999, blz. 1.

BIJLAGE

I. In bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2092/91, deel "A. PLANTEN EN PLANTAARDIGE PRODUCTEN" , wordt punt 2 vervangen door: "2.1. De vruchtbaarheid en de biologische activiteit van de bodem moeten in eerste instantie worden behouden of verhoogd door:

a) de teelt van leguminosen, groenbemesters of diepwortelende gewassen in een geschikt meerjarig vruchtwisselingsschema;

b) het in de bodem inwerken van uit de biologische veehouderij afkomstige dierlijke mest, in overeenstemming met de bepalingen en de restricties van deel B, punt 7.1, van deze bijlage;

c) het in de bodem inwerken van ander al dan niet gecomposteerd organisch materiaal dat afkomstig is van bedrijven die in overeenstemming met deze verordening produceren.

2.2. Aanvullende bemesting met andere in bijlage II vermelde organische of minerale meststoffen is bij uitzondering toegestaan, voorzover:

- het in vruchtwisseling verbouwde gewas of de te verbeteren bodem niet adequaat kan worden bemest volgens de in punt 2.1, onder a), b) en c) uiteengezette methoden;

- ten aanzien van de producten in bijlage II waarin sprake is van mest of dierlijke uitwerpselen: deze producten mogen alleen worden gebruikt voorzover bij de toepassing ervan in combinatie met de dierlijke mest als bedoeld in bovenstaand punt 2.1, onder b), aan de beperkingen van deel B, punt 7.1, van deze bijlage wordt voldaan.

2.3. Voor het versnellen van de compostering mogen geschikte preparaten worden gebruikt op basis van planten of van micro-organismen die niet genetisch zijn gemodificeerd in de zin van artikel 4, punt 12. Zogeheten "biodynamische preparaten" van steenmeel, stalmest of planten mogen ook voor de in dit punt en punt 2.1 genoemde doeleinden worden gebruikt.

2.4. Geschikte preparaten van niet genetisch gemodificeerde micro-organismen in de zin van artikel 4, punt 12, die in de betrokken lidstaat zijn toegestaan voor gebruik in de landbouw in het algemeen, mogen in gevallen waarin de noodzaak daarvan door de controleorganisatie of de controle-instantie wordt erkend, ook worden gebruikt voor de bodemverbetering in het algemeen of voor de verbetering van de beschikbaarheid van voedingsstoffen in de bodem of in de gewassen.".

II. Bijlage II bij Verordening (EEG) nr. 2092/91 wordt als volgt gewijzigd:

1. Deel "A. MESTSTOFFEN EN BODEMVERBETERAARS" wordt als volgt gewijzigd: a) De inleidende alinea tussen de kopregel en de tabel wordt vervangen door: "Algemene voorwaarden voor alle producten:

- uitsluitend te gebruiken in overeenstemming met de bepalingen van bijlage I;

- uitsluitend te gebruiken in overeenstemming met de bepalingen in de wetgeving betreffende het op de markt brengen en het gebruik van de betrokken producten, die van toepassing is in de lidstaten waar het product wordt gebruikt.".

b) In de tabel wordt in het lijstje "De onderstaande producten of bijproducten van dierlijke oorsprong:" "beenzwart" geschrapt.

c) In de tabel wordt de regel betreffende "Magnesiumzout bevattend kaliumsulfaat" vervangen door:

">RUIMTE VOOR DE TABEL>".

2. In deel "B. BESTRIJDINGSMIDDELEN", worden de tabellen onder "1. Gewasbeschermingsmiddelen" als volgt gewijzigd: a) In de tabel met de titel "I. Stoffen van dierlijke of plantaardige oorsprong" wordt de regel betreffende azadirachtine, geëxtraheerd uit "Azadirachta indica (neemboom)" vervangen door:

">RUIMTE VOOR DE TABEL>".

b) In de tabel met de titel "III. Alleen in vallen of verstuivers te gebruiken stoffen" wordt de regel betreffende "Feromonen" vervangen door:

">RUIMTE VOOR DE TABEL>".

c) In de tabel met de titel "IV. Andere stoffen die traditioneel in de biologische landbouw worden gebruikt" wordt de regel betreffende "Californische pap (calciumpolysulfide)" vervangen door:

">RUIMTE VOOR DE TABEL>".

III. Bijlage VI bij Verordening (EEG) nr. 2092/91 wordt als volgt gewijzigd:

1. De eerste volzin van de derde alinea van het deel "Algemene beginselen" wordt vervangen door: "Onverminderd het bepaalde inzake ingrediënten en hulpstoffen in deel A en C, respectievelijk deel B, mogen verwerkingsmetoden, zoals bijvoorbeeld roken, alleen worden toegepast en ingrediënten en hulpstoffen alleen worden gebruikt in overeenstemming met de desbetreffende communautaire en/of met het Verdrag verenigbare nationale voorschriften voor levensmiddelen, of, als dergelijke voorschriften niet bestaan, volgens goede fabricagemethoden voor de productie van levensmiddelen.".

2. Deel A wordt als volgt gewijzigd: a) De titel wordt vervangen door: "DEEL A - INGREDIËNTEN VAN NIET-AGRARISCHE OORSPRONG (ALS BEDOELD IN ARTIKEL 5, LID 3, ONDER c), EN ARTIKEL 5, LID 5 bis, ONDER d), VAN VERORDENING (EEG) Nr. 2092/91)".

b) In de tabel wordt de regel betreffende "E 170 Calciumcarbonaat" vervangen door:

">RUIMTE VOOR DE TABEL>"

c) In de tabel wordt na "E 416 Karayagom" de volgende regel ingevoegd:

">RUIMTE VOOR DE TABEL>".

d) In de tabel wordt de regel betreffende "E 516 Calciumsulfaat" vervangen door:

">RUIMTE VOOR DE TABEL>".

e) In de tabel wordt na "E 524 Natriumhydroxide" de volgende regel ingevoegd:

">RUIMTE VOOR DE TABEL>".

f) In deel A. 4. "Preparaten op basis van micro-organismen" wordt punt ii) geschrapt.

3. Deel B wordt als volgt gewijzigd: a) De titel wordt vervangen door: "DEEL B - TECHNISCHE HULPSTOFFEN EN ANDERE PRODUCTEN DIE MOGEN WORDEN GEBRUIKT VOOR DE BEREIDING EN VERWERKING VAN UIT BIOLOGISCHE LANDBOUWPRODUCTEN VERKREGEN INGREDIËNTEN, ALS BEDOELD IN ARTIKEL 5, LID 3, ONDER d), EN ARTIKEL 5, LID 5 bis, ONDER e), VAN VERORDENING (EEG) Nr. 2092/91".

b) In de tabel wordt na de regel betreffende "Zwavelzuur" de volgende regel ingevoegd:

">RUIMTE VOOR DE TABEL>".

c) De tekst aan het einde van deel B, met de titel "Preparaten op basis van micro-organismen en enzymen" , wordt vervangen door: "Preparaten op basis van micro-organismen en enzymen:

Preparaten op basis van micro-organismen en enzymen die gewoonlijk worden gebruikt als technische hulpstof bij de productie van levensmiddelen, met uitzondering van genetisch gemodificeerde micro-organismen als gedefinieerd in artikel 2, lid 2, van Richtlijn 90/220/EEG, en met uitzondering van enzymen die zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde micro-organismen als gedefinieerd in artikel 2, lid 2, van Richtlijn 90/220/EEG.".

4. In deel C, onderdeel C.2.2 , wordt de regel betreffende bietsuiker vervangen door: "Bietsuiker, uiterlijk tot 1 april 2003".

Top