Help Print this page 
Title and reference
2000/323/EG: Besluit van de Commissie van 4 mei 2000 tot oprichting van een consumentencomité (kennisgeving geschied onder nummer C(2000) 408)

OJ L 111, 9.5.2000, p. 30–31 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Languages, formats and link to OJ
BG ES CS DA DE ET EL EN FR GA HR IT LV LT HU MT NL PL PT RO SK SL FI SV
HTML html ES html DA html DE html EL html EN html FR html IT html NL html PT html FI html SV
PDF pdf ES pdf DA pdf DE pdf EL pdf EN pdf FR pdf IT pdf NL pdf PT pdf FI pdf SV
Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal
Multilingual display
Text

32000D0323

2000/323/EG: Besluit van de Commissie van 4 mei 2000 tot oprichting van een consumentencomité (kennisgeving geschied onder nummer C(2000) 408)

Publicatieblad Nr. L 111 van 09/05/2000 blz. 0030 - 0031


Besluit van de Commissie

van 4 mei 2000

tot oprichting van een consumentencomité

(kennisgeving geschied onder nummer C(2000) 408)

(2000/323/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De Commissie is gehouden de consumenten te raadplegen over vraagstukken betreffende de bescherming van de consumentenbelangen op het niveau van de Gemeenschap.

(2) Bij Besluit 95/260/EG van de Commissie(1) werd een consumentencomité opgericht om de Commissie in staat te stellen adviezen van representatieve consumentenorganisaties in te winnen.

(3) Krachtens Besluit nr. 283/1999/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 januari 1999 tot vaststelling van een algemeen kader voor communautaire activiteiten ten behoeve van de consumenten(2) is het mogelijk financiering toe te kennen aan Europese consumentenorganisaties.

(4) Uit de ervaring die is opgedaan bij de werking van het comité blijkt dat de representativiteit ervan moet worden verbeterd zodat het nieuwe comité representatief is voor de consumenten uit alle lidstaten van de Europese Gemeenschap, ongeacht of deze op nationaal of op Europees vlak zijn georganiseerd.

(5) Aan dit consumentencomité moet een status worden verleend die op de opgedane ervaring berust.

(6) De Commissie zal streven naar een evenwichtige vertegenwoordiging van vrouwen en mannen in dit comité,

BESLUIT:

Artikel 1

1. Bij de Commissie wordt een consumentencomité opgericht, hierna "comité" genoemd.

2. Het comité bestaat uit vertegenwoordigers van nationale en Europese consumentenorganisaties.

3. De nationale consumentenorganisaties moeten representatief zijn wat het aantal leden betreft, als enige of belangrijkste doelstelling de verdediging van de belangen van de consument hebben en onafhankelijk van het bedrijfsleven zijn.

4. De Europese consumentenorganisaties zijn die die voldoen aan de criteria die worden genoemd in artikel 5 van Besluit nr. 283/1999/EG.

Artikel 2

Het comité kan door de Commissie worden geraadpleegd over alle vraagstukken betreffende de bescherming van de consumentenbelangen op het niveau van de Gemeenschap.

Artikel 3

Het comité bestaat uit:

- 15 leden/vertegenwoordigers van nationale consumentenorganisaties, één uit elke lidstaat;

- één lid van elke in artikel 1, lid 4, bedoelde Europese consumentenorganisatie.

De leden van het comité die nationale consumentenorganisaties vertegenwoordigen, moeten de organisaties die zij in het comité vertegenwoordigen, informeren en raadplegen.

Artikel 4

1. De leden van het comité die nationale consumentenorganisaties vertegenwoordigen worden door de Commissie benoemd, op voorstel van de nationale organen die in de lidstaten waar dergelijke organen bestaan de consumentenorganisaties coördineren.

Indien het nationale orgaan dat de consumentenorganisaties coördineert niet in staat is een voorstel te doen, moet het de Commissie een lijst met ten hoogste drie kandidaten voorleggen waaruit de Commissie het lid kiest.

Daar waar dergelijke organen niet bestaan, benoemt de Commissie het lid na het bijeenroepen van de nationale consumentenorganisaties en na hen gevraagd te hebben een kandidaat aan te wijzen. Bij gebrek aan overeenstemming moeten de nationale consumentenorganisaties de Commissie een lijst met ten hoogste drie kandidaten voorleggen waaruit de Commissie het lid kiest.

2. De leden van de Europese consumentenorganisaties worden door de Commissie benoemd, op voorstel van de Europese consumentenorganisaties die voldoen aan de criteria in Besluit nr. 283/1999/EG.

3. Op dezelfde wijze als de gewone leden wordt een gelijk aantal plaatsvervangende leden benoemd. Het plaatsvervangende lid neemt van rechtswege de plaats van het gewone lid in wanneer dit afwezig of verhinderd is.

Artikel 5

1. De ambtstermijn van de leden bedraagt drie jaar en is verlengbaar.

Na afloop van de periode van drie jaar blijven de leden in functie, totdat zij worden vervangen of hun ambtstermijn wordt hernieuwd.

De ambtstermijn van de kandidaten eindigt vóór de afloop van de periode van drie jaar bij ontslag of bij overlijden. Hij kan eveneens worden beëindigd indien de organisatie die hen als kandidaat heeft voorgedragen om hun vervanging vraagt. De leden worden voor de rest van de periode van drie jaar volgens de in artikel 4, lid 1, bedoelde procedure vervangen.

2. Het comité kan bij een punt op de agenda elke persoon uitnodigen om aan de werkzaamheden deel te nemen die ten aanzien van het desbetreffende punt over speciale knowhow beschikt.

Artikel 6

Het lidmaatschap van het comité is onbezoldigd.

Artikel 7

De lijst van leden en plaatsvervangers wordt door de Commissie ter informatie in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen gepubliceerd.

Artikel 8

De vergaderingen van het comité worden door een vertegenwoordiger van de Commissie voorgezeten. De Commissie draagt zorg voor het secretariaat van het comité en organiseert de werkzaamheden daarvan.

Artikel 9

Het comité wordt door de Commissie bijeengeroepen en vergadert te harer zetel, normalerwijs vier keer per jaar.

Artikel 10

De besprekingen in het comité zijn gebaseerd op de verzoeken om een advies van de Commissie. Wanneer de Commissie om een advies vraagt, kan ze de uiterste datum voor de indiening van het advies vaststellen. De door de leden van het comité ingenomen standpunten worden vermeld in de aan de Commissie toegezonden notulen. De goedgekeurde standpunten worden in de vorm van een bijlage aan de notulen toegevoegd.

Artikel 11

Onverminderd het bepaalde in artikel 287 van het Verdrag zijn de leden en de plaatsvervangers van het comité gehouden de informatie die hun in verband met de werkzaamheden van het comité ter kennis zijn gekomen, niet openbaar te maken, wanneer de Commissie hun meedeelt dat het gevraagde advies of de gestelde vraag betrekking heeft op een aangelegenheid van vertrouwelijke aard.

Artikel 12

Besluit 95/260/EG wordt hierbij ingetrokken.

Gedaan te Brussel, 4 mei 2000.

Voor de Commissie

David Byrne

Lid van de Commissie

(1) PB L 162 van 13.7.1995, blz. 37.

(2) PB L 34 van 9.2.1999, blz. 1.

Top