Help Print this page 
Title and reference
Verordening (EG) nr. 1263/1999 van de Raad van 21 juni 1999 betreffende het Financieringsinstrument voor de Oriëntatie van de Visserij

OJ L 161, 26.6.1999, p. 54–56 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 01 Volume 003 P. 121 - 123
Special edition in Estonian: Chapter 01 Volume 003 P. 121 - 123
Special edition in Latvian: Chapter 01 Volume 003 P. 121 - 123
Special edition in Lithuanian: Chapter 01 Volume 003 P. 121 - 123
Special edition in Hungarian Chapter 01 Volume 003 P. 121 - 123
Special edition in Maltese: Chapter 01 Volume 003 P. 121 - 123
Special edition in Polish: Chapter 01 Volume 003 P. 121 - 123
Special edition in Slovak: Chapter 01 Volume 003 P. 121 - 123
Special edition in Slovene: Chapter 01 Volume 003 P. 121 - 123
Languages, formats and link to OJ
Multilingual display
Text

31999R1263

Verordening (EG) nr. 1263/1999 van de Raad van 21 juni 1999 betreffende het Financieringsinstrument voor de Oriëntatie van de Visserij

Publicatieblad Nr. L 161 van 26/06/1999 blz. 0054 - 0056


VERORDENING (EG) Nr. 1263/1999 VAN DE RAAD

van 21 juni 1999

betreffende het Financieringsinstrument voor de Oriëntatie van de Visserij

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 37,

Gezien het voorstel van de Commissie(1),

Gezien het advies van het Europees Parlement(2),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité(3),

(1) Overwegende dat het gemeenschappelijk visserijbeleid bijdraagt tot de verwezenlijking van de algemene doelstellingen van artikel 33 van het Verdrag; dat inzonderheid Verordening (EEG) nr. 3760/92 van de Raad van 20 december 1992 tot invoering van een communautaire regeling voor de visserij en de aquacultuur(4), bijdraagt tot het bereiken van een evenwicht tussen de instandhouding en het beheer van de bestanden, enerzijds, en de visserij-inspanning en de duurzame en rationele exploitatie van deze bestanden, anderzijds;

(2) Overwegende dat de structurele acties in de sector visserij en aquacultuur moeten bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid en van artikel 100 van het Verdrag;

(3) Overwegende dat, door de integratie van die structurele acties in het werkingsmechanisme van de Structuurfondsen in 1993, de synergie van de communautaire acties is verbeterd, en op een meer coherente wijze kan worden bijgedragen tot de verbetering van de economische en sociale samenhang;

(4) Overwegende dat Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad van 21 juni 1999 houdende algemene bepalingen inzake de Structuurfondsen(5) voorziet in een algemene herziening van de werkingsmechanismen van het structuurbeleid, die op 1 januari 2000 in werking zal treden; dat die structurele acties deel zullen uitmaken van de in artikel 2 van de genoemde verordening bedoelde middelen en taken; dat Verordening (EEG) nr. 2080/93 van de Raad van 20 juli 1993 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot het Financieringsinstrument voor de Orientatie van de Visserij(6) derhalve moet worden ingetrokken en moet worden vervangen door een nieuwe verordening die met name de bepalingen bevat die noodzakelijk zijn om een overgang zonder onderbreking van de structurele acties mogelijk te maken,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. De structurele acties die uit hoofde van deze verordening met financiële deelneming van de Gemeenschap worden uitgevoerd in de sector visserij, aquacultuur en verwerking en afzet van producten daarvan (hierna "de sector" genoemd) dragen bij tot de verwezenlijking van de algemene doelstellingen die zijn vermeld in de artikelen 33 en 100 van het Verdrag en van de doelstellingen die zijn bepaald in de Verordeningen (EEG) nr. 3760/92 en (EG) nr. 1260/1999.

2. De in lid 1 bedoelde acties hebben tot doel:

a) bij te dragen tot het bereiken van een duurzaam evenwicht tussen de visbestanden en de exploitatie van deze bestanden;

b) de concurrentiekracht van de exploitatiestructuren te vergroten en de ontwikkeling van economisch levensvatbare ondernemingen in de sector te bevorderen;

c) de voorziening van visserij- en aquacultuurproducten en de valorisatie van deze producten te verbeteren;

d) bij te dragen tot de heropleving van de van de visserij en de aquacultuur afhankelijke gebieden.

3. De financiële bijdrage van de Gemeenschap kan worden verleend voor de uitvoering van acties die bijdragen tot het bereiken van een of meer van de in lid 2 genoemde doelstellingen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.

4. De Raad bepaalt, volgens de procedure van artikel 4, op welke gebieden de in lid 1 van dit artikel bedoelde structurele acties betrekking kunnen hebben.

Artikel 2

1. Het Financieringsinstrument voor de Oriëntatie van de Visserij wordt hierna "FIOV" genoemd.

2. Acties die met een financiële bijdrage van het FIOV worden uitgevoerd in doelstelling 1 van de Structuurfondsen, maken deel uit van de programmering van doelstelling 1.

Acties die met een financiële bijdrage van het FIOV worden uitgevoerd buiten doelstelling 1 zijn onderworpen aan een enkelvoudig programmeringsdocument in elke betrokken lidstaat.

3. De in lid 2 bedoelde acties omvatten alle structurele acties in de sector op de volgende gebieden:

- vernieuwing van de vloot en modernisering van de vissersvaartuigen;

- aanpassing van de visserij-inspanning;

- gemengde vennootschappen;

- kleinschalige kustvisserij;

- sociaal-economische maatregelen;

- bescherming van de levende rijkdommen van de zee in de mariene zones langs de kusten;

- aquacultuur;

- uitrusting van vissershavens;

- verwerking en afzet van visserij- en aquacultuurproducten;

- verkoopbevordering en het zoeken naar nieuwe afzetmogelijkheden;

- door het bedrijfsleven uitgevoerde acties;

- tijdelijke stillegging van activiteiten en financiële compensaties voor andere maatregelen;

- innoverende acties en technische bijstand.

De Raad kan deze lijst van acties aanpassen volgens de procedure van artikel 4.

4. De lidstaten verzekeren zich er op nationaal niveau van dat de vlootherstructureringssteun uit hoofde van het FIOV strookt met hun verplichtingen in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid en inzonderheid de meerjarige oriëntatieprogramma's voor de visserij.

5. Het FIOV neemt bovendien, overeenkomstig de artikelen 22 en 23 van Verordening (EG) nr. 1260/1999, deel aan de financiering van:

a) innoverende acties die met name transnationale verrichtingen en netvorming ten behoeve van de marktdeelnemers in de sector omvatten, alsmede de zones die afhankelijk zijn van visserij en aquacultuur;

b) maatregelen betreffende technische hulp.

Overeenkomstig artikel 22, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1260/1999 wordt de in de eerste alinea, onder a), van dit lid bedoelde werkingssfeer voor proefprojecten bij de beschikking tot vaststelling van de bijdrage van de fondsen verruimd tot maatregelen die op grond van de Verordeningen (EG) nr. 1261/1999(7), (EG) nr. 1262/1999(8) en (EG) nr. 1257/1999(9) kunnen worden financierd met de bedoeling alle maatregelen waarin de betrokken innoverende acties voorzien, uit te voeren.

Artikel 3

De financiële bijdrage die uit hoofde van de in artikel 1, lid 3, bedoelde maatregelen voor elke individuele verrichting wordt toegekend, mag niet hoger zijn dan het volgens de procedure van artikel 4 te bepalen maximumbedrag.

Artikel 4

Onverminderd het bepaalde in artikel 5 beslist de Raad, op voorstel van de Commissie en volgens de procedure van artikel 37 van het Verdrag, uiterlijk op 31 december 1999 over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de Gemeenschap een financiële bijdrage verleent voor de in artikel 2 bedoelde structurele acties.

Artikel 5

1. De Verordeningen (EEG) nr. 4028/86(10) en (EEG) nr. 4042/89(11) van de Raad blijven van toepassing voor de bijstandsaanvragen die vóór 1 januari 1994 zijn ingediend.

2. Van bedragen waarvoor tussen 1 januari 1989 en 31 december 1993 door de Commissie betalingsverplichtingen zijn aangegaan voor bijstand voor projecten uit hoofde van Verordening (EEG) nr. 4028/86, vervallen de gedeelten waarvoor uiterlijk zes jaar en drie maanden na de datum waarop de bijstand is toegekend, geen saldobetalingsaanvraag bij de Commissie is ingediend, ambtshalve uiterlijk zes jaar en 9 maanden na de datum waarop de bijstand is toegekend, waarbij de onverschuldigd betaalde bedragen moeten worden terugbetaald, tenzij het projecten betreft die om juridische redenen zijn geschorst.

Artikel 6

Verordening (EEG) nr. 2080/93 wordt met ingang van 1 januari 2000 ingetrokken.

De verwijzingen naar de ingetrokken verordening worden beschouwd als verwijzingen naar deze verordening.

Artikel 7

De in artikel 52 van Verordening (EG) nr. 1260/1999 vastgestelde overgangsbepalingen zijn op deze verordening van overeenkomstige toepassing.

Artikel 8

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Luxemburg, 21 juni 1999.

Voor de Raad

De voorzitter

G. VERHEUGEN

(1) PB C 176 van 9.6.1998, blz. 44.

(2) Advies van 6 mei 1999 (nog niet verschenen in het Publicatieblad).

(3) PB C 407 van 28.12.1998, blz. 74.

(4) PB L 389 van 31.12.1992, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1181/98 (PB L 164 van 9.6.1998, blz. 3).

(5) Zie bladzijde 1 van dit Publicatieblad.

(6) PB L 193 van 31.7.1993, blz. 1.

(7) Zie bladzijde 43 van dit Publicatieblad.

(8) Zie bladzijde 48 van dit Publicatieblad.

(9) PB L 160 van 26.6.1999, blz. 80.

(10) PB L 376 van 31.12.1986, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2080/93.

(11) PB L 388 van 30.12.1989, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2080/93.

Top