Help Print this page 
Title and reference
Besluit 1419/1999/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 tot vaststelling van een communautaire actie voor het evenement "Culturele Hoofdstad van Europa" voor het tijdvak 2005 tot 2019

OJ L 166, 1.7.1999, p. 1–5 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 16 Volume 001 P. 76 - 80
Special edition in Estonian: Chapter 16 Volume 001 P. 76 - 80
Special edition in Latvian: Chapter 16 Volume 001 P. 76 - 80
Special edition in Lithuanian: Chapter 16 Volume 001 P. 76 - 80
Special edition in Hungarian Chapter 16 Volume 001 P. 76 - 80
Special edition in Maltese: Chapter 16 Volume 001 P. 76 - 80
Special edition in Polish: Chapter 16 Volume 001 P. 76 - 80
Special edition in Slovak: Chapter 16 Volume 001 P. 76 - 80
Special edition in Slovene: Chapter 16 Volume 001 P. 76 - 80
Special edition in Bulgarian: Chapter 16 Volume 001 P. 55 - 59
Special edition in Romanian: Chapter 16 Volume 001 P. 55 - 59
Special edition in Croatian: Chapter 16 Volume 003 P. 3 - 7
Languages, formats and link to OJ
Multilingual display
Text

31999D1419

Besluit 1419/1999/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 tot vaststelling van een communautaire actie voor het evenement "Culturele Hoofdstad van Europa" voor het tijdvak 2005 tot 2019

Publicatieblad Nr. L 166 van 01/07/1999 blz. 0001 - 0005


BESLUIT 1419/1999/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 25 mei 1999

tot vaststelling van een communautaire actie voor het evenement "Culturele Hoofdstad van Europa" voor het tijdvak 2005 tot 2019

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 151,

Gezien het voorstel van de Commissie,(1),

Gezien het advies van het Comité van de Regio's(2),

Overeenkomstig de procedure van artikel 251 van het Verdrag(3),

(1) Overwegende dat Europa in de loop van zijn geschiedenis en nu nog steeds gekenmerkt wordt door een uiterst rijke en gevarieerde culturele ontwikkeling en dat het verschijnsel "stad" steeds een belangrijke rol heeft gespeeld bij het ontstaan en de verbreiding van de Europese culturen;

(2) Overwegende dat artikel 151 van het Verdrag aan de Europese Gemeenschap bevoegdheden toekent op cultureel gebied; dat alle stimuleringsmaatregelen van de Gemeenschap op cultureel gebied derhalve op deze rechtsgrondslag moeten worden gebaseerd, overeenkomstig de bij het Verdrag aan de Gemeenschap toegewezen doelstellingen en middelen;

(3) Overwegende dat de ministers die verantwoordelijk zijn voor culturele aangelegenheden, in het kader van de Raad bijeen, op 13 juni 1985 een resolutie hebben aangenomen betreffende het jaarlijkse evenement "Cultuurstad van Europa"(4), waarbij het vooral de bedoeling was bepaalde aspecten van de cultuur van de betrokken stad of streek of het betrokken land toegankelijk te maken voor het Europese publiek, en dat de Europese Gemeenschap hieraan financiële steun heeft toegezegd;

(4) Overwegende dat volgens het onderzoek van de resultaten van de Cultuursteden van Europa het evenement positieve effecten heeft op het stuk van de weerklank in de media, de ontwikkeling van cultuur en toerisme en het besef bij de inwoners hoe belangrijk het is dat hun stad gekozen werd;

(5) Overwegende dat deze positieve effecten evenwel niet altijd na afloop van het project doorwerken; dat, zonder te willen afdoen aan de bevoegdheid van de beleidsmakers in de betrokken steden om over de inhoud van hun project te beslissen, zij er desondanks op geattendeerd moeten worden dat het culturele project in een middellang dynamisch proces moet worden ingepast;

(6) Overwegende dat dit initiatief belangrijk is zowel voor de versterking van de lokale en regionale identiteit, als voor de Europese integratie;

(7) Overwegende dat het Europees Parlement, tijdens de besprekingen voor zijn advies van 7 april 1995(5) betreffende het programma Caleidoscoop, vastgesteld bij Besluit nr. 719/96/EG(6), de Commissie heeft gevraagd om, op grond van artikel 151 van het Verdrag, een specifiek programma voor te leggen voor de organisatie van het evenement "Cultuurstad van Europa" na het jaar 2000;

(8) Overwegende dat het belang en de uitstraling van het evenement "Cultuurstad van Europa" vragen om een systeem van aanwijzing bij toerbeurt, waarmee elke lidstaat zekerheid heeft dat met regelmatige tussenpozen één van zijn steden wordt aangewezen; dat een voorzienbaar, samenhangend en transparant rouleringssysteem het best kan worden bereikt door middel van één besluit over de volgorde van de lidstaten waar het evenement wordt opgezet;

(9) Overwegende dat het gezien de grote symbolische betekenis van deze aanwijzing voor de lidstaten passend is dat de "Culturele Hoofdsteden van Europa" door de Raad worden aangewezen;

(10) Overwegende dat een communautair initiatief voor het evenement "Culturele Hoofdstad van Europa" aan vooraf bepaalde doelstellingen moet beantwoorden en dat daarbij gebruik moet worden gemaakt van de middelen waarin het Verdrag voorziet;

(11) Overwegende dat er tot dusver was voorzien in een communautaire bijdrage voor de "Cultuurstad van Europa" en voor de "Europese Cultuurmaand" in het kader van het programma Caleidoscoop, dat in 1999 afloopt;

(12) Overwegende dat de Raad op 22 september 1997 een besluit betreffende de toekomst van het culturele optreden in Europees verband(7) heeft aangenomen, waarin hij de Commissie, op grond van artikel 208 van het Verdrag verzoekt, hem vóór mei 1998 voorstellen te doen toekomen voor één enkel programmerings- en financieringsinstrument voor het culturele optreden, waarin een actie "Culturele Hoofdstad van Europa" is opgenomen;

(13) Overwegende dat de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad een mededeling heeft voorgelegd betreffende het Eerste kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor de cultuur, dat tevens een voorstel bevat voor een besluit tot invoering van één financierings- en programmeringsinstrument op het gebied van de culturele samenwerking,

BESLUITEN:

Artikel 1

Er wordt een communautaire actie, getiteld "Culturele Hoofdstad van Europa" vastgesteld. Deze actie heeft tot doel de rijkdom, de verscheidenheid en de gemeenschappelijke kenmerken van de Europese culturen voor het voetlicht te brengen en ertoe bij te dragen dat de burgers van de Unie elkaar beter leren kennen.

Artikel 2

1. Er wordt één stad van een lidstaat als Culturele Hoofdstad van Europa aangewezen, bij toerbeurtregeling volgens de volgorde van bijlage I. In onderlinge overeenstemming kunnen de betrokken lidstaten deze chronologische volgorde wijzigen. De aan de beurt zijnde lidstaat draagt uiterlijk vier jaar voor de aanvang van het evenement één of meer steden voor aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en het Comité van de regio's; eventueel doet hij deze voordracht vergezeld gaan van een aanbeveling.

2. De Commissie stelt elk jaar een jury samen die aan de hand van de doelstellingen en kenmerken van deze actie over de voorgedragen stad of steden verslag moet uitbrengen. Deze jury bestaat uit zeven onafhankelijke prominenten uit de culturele sector, waarvan er twee door het Europees Parlement worden aangewezen, twee door de Raad, twee door de Commissie en één door het Comité van de Regio's. De jury brengt verslag uit aan de Commissie, het Parlement en de Raad.

3. Binnen drie maanden na ontvangst van het verslag kan het Europees Parlement de Commissie een advies doen toekomen over de voorgedragen stad of steden. De Raad wijst op basis van een aanbeveling van de Commissie, opgesteld in het licht van het advies van het Europees Parlement en het verslag van de jury, de stad officieel als Culturele Hoofdstad van Europa aan voor het jaar waarvoor zij is voorgedragen.

Artikel 3

Het voordrachtdossier moet een cultureel project van Europese dimensie omvatten dat hoofdzakelijk berust op culturele samenwerking overeenkomstig de doelstellingen en acties als bedoeld in artikel 151 van het Verdrag.

In het dossier moet in het bijzonder zijn aangegeven hoe de voorgedragen Europese stad voornemens is om:

- culturele stromingen die de Europeanen gemeen hebben en waarvoor deze stad een bron van inspiratie is geweest of waartoe zij een bijdrage van betekenis heeft geleverd, tot hun recht te laten komen;

- evenementen te bevorderen waarbij actoren uit de culturele sector van andere steden van de lidstaten worden betrokken en die tot duurzame culturele samenwerking leiden, en het rondreizen van de actoren in de Europese Unie te stimuleren;

- scheppend werk als essentieel onderdeel van elke vorm van cultureel beleid te ondersteunen en te bevorderen;

- brede lagen van de bevolking te mobiliseren en bij het project te betrekken om zo de sociale impact van de actie en de uitstraling ervan na het evenementjaar te garanderen;

- de ontvangst van de burgers van de Unie te bevorderen en een zo ruim mogelijke verspreiding van de geplande evenementen te stimuleren door gebruik te maken van alle multimediamiddelen;

- de dialoog tussen de culturen van Europa en die van andere delen van de wereld te bevorderen en in deze geest de openstelling voor de ander en het begrip van de ander - fundamentele culturele waarden - op te waarderen;

- het historisch erfgoed en de stedelijke architectuur en de kwaliteit van het leven in de stad op te waarderen.

Artikel 4

Europese derde landen kunnen aan deze actie deelnemen. Elk van die landen kan een stad als Culturele Hoofdstad van Europa voordragen en stelt het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en het Comité van de Regio's van deze voordracht in kennis. De Raad wijst op aanbeveling van de Commissie en met eenparigheid van stemmen officieel voor elk jaar een van deze voorgedragen steden als Culturele Hoofdstad van Europa aan, zonder uit het oog te verliezen dat een voorbereidingstijd van vier jaar wenselijk is.

Artikel 5

Elke stad stelt een programma van culturele evenementen vast dat de cultuur, het cultureel erfgoed, alsmede de plaats van de betrokken stad in het gemeenschappelijk cultureel erfgoed voor het voetlicht brengt en waarbij personen uit de culturele sector uit andere Europese landen worden betrokken om tot duurzame samenwerking te komen. Bij de voorbereiding van het programma dient de aangewezen stad niet alleen de voornoemde elementen maar ook zoveel mogelijk de in bijlage II opgenomen programma- en evaluatiecriteria in aanmerking te nemen. In beginsel gaat het om een programma voor één jaar, maar de aangewezen steden kunnen bij uitzondering voor een kortere looptijd kiezen. De steden kunnen eveneens besluiten hun programma open te stellen voor participatie van de omliggende regio. Er moet een samenhang bestaan tussen de programma's van de voor hetzelfde jaar aangewezen steden.

Artikel 6

De Commissie stelt jaarlijks een verslag op waarin de resultaten van het evenement van het voorafgaande jaar worden geëvalueerd en dat tevens een door de organisatoren van het evenement opgestelde analyse bevat. Het verslag wordt aan het Europees Parlement, de Raad en het Comité van de Regio's voorgelegd. De Commissie kan ook voorstellen doen tot herziening van dit besluit, indien zij dat voor het soepele verloop van deze actie en met name met het oog op de uitbreiding van de Europese Unie nodig acht.

Gedaan te Brussel, 25 mei 1999.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

J. M. GIL-ROBLES

Voor de Raad

De voorzitter

H. EICHEL

(1) PB C 362 van 28.11.1997, blz. 12.

(2) PB C 180 van 11.6.1998, blz. 70.

(3) Advies van het Europees Parlement van 30 april 1998 (PB C 152 van 18.5.1998, blz. 55), gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 24 juli 1998 (PB C 285 van 14.9.1998, blz. 5) en besluit van het Europees Parlement van 11 maart 1999 (PB C 175 van 21.6.1999). Besluit van de Raad van 10 mei 1999.

(4) PB C 153 van 22.6.1985, blz. 2.

(5) PB C 109 van 1.5.1995, blz. 281.

(6) Besluit nr. 719/96/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 maart 1996 tot vaststelling van een programma voor steun aan artistieke en culturele activiteiten met een Europese dimensie (Caleidoscoop) (PB L 99 van 20.4.1996, blz. 20).

(7) PB C 305 van 7.10.1997, blz. 1.

BIJLAGE I

VOLGORDE OM CULTURELE HOOFDSTEDEN VAN EUROPA TE MOGEN VOORDRAGEN

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE II

LIJST VAN PROGRAMMA- EN EVALUATIECRITERIA

Eventuele punten voor de programma's van de aangewezen steden:

- positieve aandacht voor gemeenschappelijke culturele stromingen en stijlvormen bij de totstandkoming waarvan de betrokken stad een bepaalde rol heeft gespeeld;

- organisatie van artistieke evenementen en creaties (muziek, dans, theater, beeldende kunsten, film, enz.) en betere promotie en beheer van cultuur;

- de burgers van de Unie meer inzicht te geven in de rol die bepaalde historische figuren of gebeurtenissen in de geschiedenis en de cultuur van de betrokken stad hebben gespeeld;

- organisatie van specifieke activiteiten om artistieke vernieuwing te stimuleren en tot nieuwe vormen van culturele actie en dialoog te komen;

- initiatieven die de toegang tot en het inzicht in het eigen roerend en onroerend erfgoed en cultureel scheppend werk van de betrokken stad bevorderen;

- uitvoering van specifieke culturele projecten om jongeren in aanraking te brengen met de kunst;

- uitvoering van specifieke culturele projecten ter versterking van de sociale samenhang;

- de geplande acties onder een groter publiek brengen, met name door middel van audiovisuele en multimedia-instrumenten en een meertalige aanpak;

- bijdragen tot de ontwikkeling van de economische bedrijvigheid, met name op het gebied van werkgelegenheid en toerisme;

- ontwikkeling van een innoverend cultureel kwaliteitstoerisme, met de nodige aandacht voor het belang van het duurzaam beheer van het cultureel erfgoed en de verenigbaarheid van de belangen van de bezoekers met die van de plaatselijke bevolking;

- opzetten van projecten ter bevordering van de samenhang tussen architectonisch erfgoed en nieuwe strategieën voor stadsontwikkeling;

- initiatieven ter bevordering van de dialoog tussen de culturen van Europa en die van andere werelddelen.

Top