Help Print this page 
Title and reference
98/381/EG, Euratom: Besluit van de Raad van 5 juni 1998 betreffende een financiële bijdrage van de Gemeenschap aan de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling ten behoeve van het Fonds Inkapseling Tsjernobyl

OJ L 171, 17.6.1998, p. 31–32 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Languages, formats and link to OJ
BG ES CS DA DE ET EL EN FR GA HR IT LV LT HU MT NL PL PT RO SK SL FI SV
HTML html ES html DA html DE html EL html EN html FR html IT html NL html PT html FI html SV
PDF pdf ES pdf DA pdf DE pdf EL pdf EN pdf FR pdf IT pdf NL pdf PT pdf FI pdf SV
Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal
Multilingual display
Text

31998D0381

98/381/EG, Euratom: Besluit van de Raad van 5 juni 1998 betreffende een financiële bijdrage van de Gemeenschap aan de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling ten behoeve van het Fonds Inkapseling Tsjernobyl

Publicatieblad Nr. L 171 van 17/06/1998 blz. 0031 - 0032


BESLUIT VAN DE RAAD van 5 juni 1998 betreffende een financiële bijdrage van de Gemeenschap aan de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling ten behoeve van het Fonds Inkapseling Tsjernobyl (98/381/EG, Euratom)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 235,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, inzonderheid op artikel 203,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

Gezien het advies van het Europees Parlement (2),

Overwegende dat de regeringen van de G7-landen en de Commissie van de Europese Gemeenschappen enerzijds, en de Oekraïnse regering anderzijds, op 21 december 1995 een memorandum van overeenstemming hebben ondertekend betreffende de sluiting van de kerncentrale van Tsjernobyl vóór 2000;

Overwegende dat artikel III, lid 4, van het Memorandum van Overeenstemming bepaalt dat Oekraïne en de G7 zullen blijven samenwerken aan de ontwikkeling van een rendabele en milieuvriendelijke aanpak van de inkapseling van Tsjernobyl IV, inclusief de zo spoedig mogelijke vaststelling van technische en financiële keuzes voor de herziening van de financiële vereisten;

Overwegende dat de Commissie, via het Tacis-programma, actief heeft meegewerkt aan de ontwikkeling van een dergelijke aanpak, resulterend in de opstelling van het "Shelter Implementation Plan" (SIP), waarmee de Oekraïnse autoriteiten hebben ingestemd;

Overwegende dat de staatshoofden en regeringsleiders van de G7 en de voorzitter van de Europese Commissie op de Top van Denver (juni 1997) hebben besloten verder te gaan dan de verbintenissen die zij zijn aangegaan in het Memorandum van overeenstemming met Oekraïne, en dat zij hun goedkeuring hebben gehecht aan de totstandkoming van een multilateraal financieringsmechanisme om Oekraïne bijstand te verlenen bij de aanpassing van de bestaande sarcofaag, teneinde de risico's voor het milieu tot een minimum te beperken, met gebruikmaking van maatregelen als omschreven in het SIP;

Overwegende dat het SIP ten uitvoer zal worden gelegd in de context van het Memorandum van overeenstemming tussen de G7 en Oekraïne betreffende de sluiting van de kerncentrale van Tsjernobyl vóór 2000;

Overwegende dat met het oog op de uitvoering van het SIP bij de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBWO) een Fonds Inkapseling Tsjernobyl is opgericht dat door de EBWO zal worden beheerd;

Overwegende dat het beleid van de Gemeenschap gericht is op het verlenen van bijstand aan Oekraïne bij het wegwerken van de gevolgen van de kernramp van 26 april 1986 in de kerncentrale van Tsjernobyl, en dat zij bereid is een financiële bijdrage te leveren ten behoeve van het Fonds Inkapseling Tsjernobyl; dat de Gemeenschap met haar bijdrage geen enkele aansprakelijkheid aanvaardt voor schade die daaruit eventueel zou voortvloeien;

Overwegende dat het Fonds op gepaste wijze rekening zal houden met de nakoming door Oekraïne van zijn verplichtingen uit de met de EBWO op 20 november 1997 ondertekende kaderovereenkomst;

Overwegende dat in dit besluit voor de gehele looptijd van het programma een financieel referentiebedrag wordt opgenomen in de zin van punt 2 van de verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie van 6 maart 1995, waarbij de in het Verdrag vastgelegde bevoegdheden van de begrotingsautoriteit onverlet worden gelaten;

Overwegende dat de bijdrage uit de bestaande Tacis-kredieten zal worden opgenomen en dat extra uitgaven in het kader van de begrotingen voor 1998 en 1999 derhalve niet noodzakelijk zijn;

Overwegende dat de EBWO-regels en voorschriften voor aanbestedingen van toepassing zullen zijn op de giften die verstrekt worden uit de middelen van het Fonds Inkapseling Tsjernobyl, d.w.z. dat de aanbestedingen in beginsel beperkt zullen zijn tot goederen en diensten die geproduceerd zijn in of geleverd worden door de landen van de geldverschaffers of de landen van EBWO-verrichtingen; dat genoemde voorschriften niet identiek zijn aan die welke worden toegepast op verrichtingen die rechtstreeks uit het Tacis-programma worden gefinancierd, waardoor dit programma, met name om die reden, niet voor de onderhavige financiële bijdrage kan worden gebruikt;

Overwegende echter dat ervoor moet worden gezorgd dat bedrijven uit de lidstaten van de Europese Gemeenschap, met betrekking tot de aanbestedingsregelingen voor giften uit de middelen van het Fonds Inkapseling Tsjernobyl, gelijk worden behandeld, ongeacht of de lidstaten al dan niet met de EBWO afzonderlijke overeenkomsten hebben gesloten;

Overwegende dat de bijdrage van de Gemeenschap aan het Fonds Inkapseling Tsjernobyl bij de EBWO, door de Europese Commissie wordt beheerd, overeenkomstig de beginselen van goed en efficiënt beheer;

Overwegende dat deze bijdrage de verwezenlijking van de doelstellingen van de Gemeenschap, met name inzake nucleaire veiligheid, dichterbij zal brengen; dat de Verdragen, voor de aanneming van dit besluit, in geen andere bevoegdheden voorzien dan die van artikel 235 van het EG-Verdrag en artikel 203 van het EGA-Verdrag,

BESLUIT:

Artikel 1

1. De Gemeenschap levert een bijdrage aan het Fonds Inkapseling Tsjernobyl bij de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBWO), in overeenstemming met de voorschriften van dit Fonds, ten belope van maximaal 100 miljoen ECU, gespreid over de jaren 1998 en 1999.

2. Deze bijdrage aan het Fonds wordt, in overeenstemming met het geldende Financieel Reglement van 21 december 1977 van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (3) door de Commissie beheerd, met bijzondere aandacht voor de beginselen van goed en efficiënt beheer.

3. De Commissie neemt alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat bedrijven uit de lidstaten gelijk worden behandeld met betrekking tot de aanbestedingsregelingen voor giften uit de middelen van het Fonds.

Artikel 2

1. Het financiële referentiebedrag voor de uitvoering van dit programma voor het tijdvak 1998-1999 beloopt maximaal 100 miljoen ECU.

2. De jaarlijkse kredieten worden door de begrotingsautoriteit toegestaan binnen de grenzen van de financiële vooruitzichten.

Artikel 3

1. De Commissie zorgt ervoor dat de Rekenkamer over alle relevante informatie beschikt. Zij verzoekt de EBWO, wanneer de Rekenkamer dit nodig acht, om alle extra gegevens over de financiële activiteiten in het kader van het Fonds Inkapseling Tsjernobyl, voorzover deze verband houden met de bijdrage van de Gemeenschap.

2. De Commissie dient jaarlijks bij het Europees Parlement en de Raad een voortgangsverslag in over de implementatie van het Fonds Inkapseling Tsjernobyl.

Gedaan te Luxemburg, 5 juni 1998.

Voor de Raad

De Voorzitter

G. BROWN

(1) PB C 364 van 2. 12. 1997, blz. 16.

(2) PB C 138 van 4. 5. 1998.

(3) PB L 356 van 31. 12. 1977, blz. 1.

Top