Help Print this page 
Title and reference
Beschikking 292/97/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 1996 betreffende de handhaving van nationale wetgeving die het gebruik van bepaalde additieven bij de vervaardiging van bepaalde specifieke levensmiddelen verbiedt

OJ L 48, 19.2.1997, p. 13–15 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 13 Volume 018 P. 250 - 252
Special edition in Estonian: Chapter 13 Volume 018 P. 250 - 252
Special edition in Latvian: Chapter 13 Volume 018 P. 250 - 252
Special edition in Lithuanian: Chapter 13 Volume 018 P. 250 - 252
Special edition in Hungarian Chapter 13 Volume 018 P. 250 - 252
Special edition in Maltese: Chapter 13 Volume 018 P. 250 - 252
Special edition in Polish: Chapter 13 Volume 018 P. 250 - 252
Special edition in Slovak: Chapter 13 Volume 018 P. 250 - 252
Special edition in Slovene: Chapter 13 Volume 018 P. 250 - 252
Special edition in Bulgarian: Chapter 13 Volume 020 P. 251 - 253
Special edition in Romanian: Chapter 13 Volume 020 P. 251 - 253
Languages, formats and link to OJ
Multilingual display
Text

31997D0292

Beschikking 292/97/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 1996 betreffende de handhaving van nationale wetgeving die het gebruik van bepaalde additieven bij de vervaardiging van bepaalde specifieke levensmiddelen verbiedt

Publicatieblad Nr. L 048 van 19/02/1997 blz. 0013 - 0015


BESCHIKKING 292/97/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 19 december 1996 betreffende de handhaving van nationale wetgeving die het gebruik van bepaalde additieven bij de vervaardiging van bepaalde specifieke levensmiddelen verbiedt

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 100 A,

Gelet op Richtlijn 89/107/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake levensmiddelenadditieven die in voor menselijke voeding bestemde waren mogen worden gebruikt (1), inzonderheid op artikel 3 bis,

Gezien het voorstel van de Commissie (2),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (3),

Volgens de procedure van artikel 189 B van het Verdrag (4),

Overwegende dat de harmonisatievoorschriften inzake additieven geen afbreuk mogen doen aan de toepassing van de wetgeving van de Lid-Staten die op 1 januari 1992 van kracht was en waarbij het gebruik van bepaalde additieven wordt verboden in bepaalde specifieke levensmiddelen die als traditionele produkten worden beschouwd en die op het grondgebied van die Lid-Staten worden vervaardigd;

Overwegende dat de lijst van levensmiddelen die als traditionele produkten worden beschouwd, moet worden opgesteld op basis van de kennisgevingen die de Commissie vóór 1 juli 1994 van de Lid-Staten heeft ontvangen; dat evenwel rekening moet worden gehouden met de kennisgevingen die na deze datum door de nieuwe Lid-Staten zijn geschied;

Overwegende echter dat deze beschikking er, in het algemeen, niet toe strekt het traditionele karakter van levensmiddelen vast te stellen; dat, in het bijzonder, het loutere verbod om in deze levensmiddelen additieven te gebruiken, niet bepalend is voor hun traditionele karakter;

Overwegende dat evenwel rekening moet worden gehouden met de rol die het verbod in de op 1 januari 1992 vigerende nationale wetgeving op het gebruik van bepaalde categorieën additieven speelt in het geheel van de produktieprocédés voor levensmiddelen; dat het bijzondere karakter van bepaalde produktiewijzen dient te worden behouden; dat rekening dient te worden gehouden met de goede gebruiken bij handelstransacties met betrekking tot deze levensmiddelen en het belang van de consumenten vooraleer de handhaving van een verbod op het gebruik van bepaalde categorieën additieven kan worden toegestaan;

Overwegende dat de aanduiding van een produkt als traditioneel produkt, waarvoor een Lid-Staat zijn nationale wetgeving kan handhaven, geen afbreuk mag doen aan de bepalingen van de Verordeningen (EEG) nr. 2081/92 (5) en (EEG) nr. 2082/92 (6) van de Raad inzake respectievelijk de oorsprongsbenamingen en de specificiteitscertificering van levensmiddelen;

Overwegende dat Richtlijn 89/107/EEG en de bijzondere richtlijnen slechts additieven toelaten die niet schadelijk zijn voor de volksgezondheid; dat de bescherming van de volksgezondheid derhalve niet als criterium mag gelden voor een verbod op het gebruik van bepaalde additieven in bepaalde specifieke levensmiddelen die als traditionele produkten worden beschouwd;

Overwegende dat een verbod op het gebruik van bepaalde additieven in beginsel niet mag leiden tot een ongelijke behandeling ten opzichte van andere additieven die tot dezelfde categorie van bijlage I van Richtlijn 89/107/EEG behoren en bijgevolg geen afbreuk mag doen aan de harmonisatie in de Gemeenschap;

Overwegende dat met het oog op de doorzichtigheid de gevallen moeten worden bepaald waarin in afwijking van de bepalingen van Richtlijn 89/107/EEG en de bijzondere Richtlijnen 94/35/EG (7), 94/36/EG (8) en 95/2/EG (9) door de Lid-Staten een verbod op het gebruik van bepaalde categorieën additieven in bepaalde categorieën levensmiddelen mag worden gehandhaafd;

Overwegende dat noch de toestemming om nationale wetgeving te handhaven noch eventuele regelgeving inzake etikettering die het mogelijk maakt deze produkten van andere soortgelijke levensmiddelen te onderscheiden, de vrijheid van vestiging en het vrije verkeer van goederen in gevaar mogen brengen; dat het vrije verkeer, het in de handel brengen en de vervaardiging in alle Lid-Staten van soortgelijke levensmiddelen die al dan niet als traditionele produkten worden beschouwd, derhalve in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag mogelijk moeten blijven,

HEBBEN DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:

Artikel 1

Krachtens artikel 3 bis van Richtlijn 89/107/EEG en onder de daarin nader bepaalde voorwaarden wordt het de in de bijlage vermelde Lid-Staten toegestaan in hun wetgeving het verbod te handhaven op het gebruik van bepaalde categorieën additieven bij de vervaardiging van de in de bijlage vermelde levensmiddelen.

Deze beschikking is van toepassing onverminderd de Verordeningen (EEG) nr. 2081/92 en (EEG) nr. 2082/92.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot de Lid-Staten.

Gedaan te Brussel, 19 december 1996.

Voor het Europees Parlement

De Voorzitter

K. HÄNSCH

Voor de Raad

De Voorzitter

S. BARRETT

(1) PB nr. L 40 van 11. 2. 1989, blz. 27. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 94/34/EG (PB nr. L 237 van 10. 9. 1994, blz. 1).

(2) PB nr. C 134 van 1. 6. 1995, blz. 20, en PB nr. C 186 van 26. 6. 1996, blz. 7.

(3) PB nr. C 301 van 13. 11. 1995, blz. 43.

(4) Advies van het Europees Parlement van 16 januari 1996 (PB nr. C 32 van 5. 2. 1996, blz. 21), gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 18 juni 1996 (PB nr. C 315 van 24. 10. 1996, blz. 4), besluit van het Europees Parlement van 23 oktober 1996 (PB nr. C 347 van 18. 11. 1996) en besluit van de Raad van 9 december 1996.

(5) PB nr. L 208 van 24. 7. 1992, blz. 1. Verordening gewijzigd bij de Akte van Toetreding van 1994.

(6) PB nr. L 208 van 24. 7. 1992, blz. 9. Verordening gewijzigd bij de Akte van Toetreding van 1994.

(7) PB nr. L 237 van 10. 9. 1994, blz. 3.

(8) PB nr. L 237 van 10. 9. 1994, blz. 13.

(9) PB nr. L 61 van 18. 3. 1995, blz. 1.

BIJLAGE

PRODUKTEN WAARVOOR DE BETROKKEN LID-STATEN EEN VERBOD OP HET GEBRUIK VAN BEPAALDE CATEGORIEËN ADDITIEVEN MOGEN HANDHAVEN

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Top