Help Print this page 
Title and reference
Richtlijn 96/57/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 september 1996 betreffende normen voor de energie- efficiëntie van huishoudelijke elektrische koelkasten, diepvriezers en combinaties daarvan

OJ L 236, 18.9.1996, p. 36–43 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 12 Volume 001 P. 305 - 312
Special edition in Estonian: Chapter 12 Volume 001 P. 305 - 312
Special edition in Latvian: Chapter 12 Volume 001 P. 305 - 312
Special edition in Lithuanian: Chapter 12 Volume 001 P. 305 - 312
Special edition in Hungarian Chapter 12 Volume 001 P. 305 - 312
Special edition in Maltese: Chapter 12 Volume 001 P. 305 - 312
Special edition in Polish: Chapter 12 Volume 001 P. 305 - 312
Special edition in Slovak: Chapter 12 Volume 001 P. 305 - 312
Special edition in Slovene: Chapter 12 Volume 001 P. 305 - 312
Special edition in Bulgarian: Chapter 12 Volume 001 P. 227 - 234
Special edition in Romanian: Chapter 12 Volume 001 P. 227 - 234
Languages, formats and link to OJ
Multilingual display
Text

31996L0057

Richtlijn 96/57/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 september 1996 betreffende normen voor de energie- efficiëntie van huishoudelijke elektrische koelkasten, diepvriezers en combinaties daarvan

Publicatieblad Nr. L 236 van 18/09/1996 blz. 0036 - 0043


RICHTLIJN 96/57/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 3 september 1996 betreffende normen voor de energie-efficiëntie van huishoudelijke elektrische koelkasten, diepvriezers en combinaties daarvan

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 100 A,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (2),

Volgens de procedure van artikel 189 B van het Verdrag (3),

(1) Overwegende dat het belangrijk is de goede werking van de interne markt te bevorderen;

(2) Overwegende dat de Lid-Staten in de resolutie van de Raad van 15 januari 1985 betreffende de verbetering van de energiebesparingsprogramma's van de Lid-Staten (4) worden uitgenodigd hun inspanningen ter bevordering van een rationeler energiegebruik voort te zetten en, in voorkomend geval, te intensiveren door het uitwerken van een geïntegreerd energiebesparingsbeleid;

(3) Overwegende dat huishoudelijke koelapparatuur een niet te verwaarlozen aandeel heeft in het elektriciteitsverbruik van gezinnen in de Gemeenschap en dus in het totale elektriciteitsverbruik; dat het elektriciteitsverbruik van de verschillende in de Gemeenschap verhandelde modellen koelapparaten met hetzelfde volume en dezelfde kenmerken, met andere woorden de energie-efficiëntie ervan, sterk uiteenloopt;

(4) Overwegende dat sommige Lid-Staten op het punt staan maatregelen te nemen in verband met de doeltreffendheid van koelkasten en diepvriezers voor huishoudelijk gebruik, die van zodanige aard zijn dat deze hinderpalen kunnen doen ontstaan bij de handel in deze produkten binnen de Gemeenschap;

(5) Overwegende dat het passend is bij voorstellen ter harmonisatie van de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van de Lid-Staten op het gebied van volksgezondheid, veiligheid, milieubescherming en consumentenbescherming uit te gaan van een hoog beschermingsniveau; dat deze richtlijn een hoog niveau van bescherming biedt, zowel voor het milieu als voor de verbruikers, doordat zij een gevoelige stijging van het energierendement van deze apparaten als doelstelling heeft;

(6) Overwegende dat de Gemeenschap bevoegd is dergelijke maatregelen te treffen; dat de eisen van deze richtlijn niet verder gaan dan wat nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken, zodat wordt voldaan aan de bepalingen van artikel 3 B van het Verdrag;

(7) Overwegende dat krachtens artikel 130 R van het Verdrag de bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu en een behoedzaam en rationeel gebruik van de natuurlijke hulpbronnen enkele van de doelstellingen zijn die door het beleid van de Gemeenschap op milieugebied worden nagestreefd; dat elektriciteitsproduktie en -verbruik ongeveer 30 % van de door de mens veroorzaakte kooldioxide (CO2)-uitstoot tot gevolg heeft en ongeveer 35 % van het primaire energieverbruik in de Gemeenschap vertegenwoordigt; dat deze percentages oplopen;

(8) Overwegende dat Beschikking 89/364/EEG van de Raad van 5 juni 1989 betreffende een communautair actieprogramma ten behoeve van een efficiënter elektriciteitsgebruik (5) als tweeledig doel heeft om de consumenten aan te sporen tot het kiezen voor uitrusting en apparatuur met een hoog elektrisch rendement en om een verdere verbetering van de efficiëntie van uitrusting en apparatuur te stimuleren;

(9) Overwegende dat de Raad in zijn conclusies van 29 oktober 1990 als doelstelling heeft vastgelegd om tegen het jaar 2000 de uitstoot van kooldioxide (CO2) in de Gemeenschap te stabiliseren op het niveau van 1990 en dat om deze doelstelling te bereiken strengere maatregelen nodig zijn om de CO2-uitstoot in de Europese Gemeenschap te stabiliseren;

(10) Overwegende dat bij Beschikking 91/565/EEG (6) een programma is vastgesteld (het SAVE-programma) dat de bevordering van energie-efficiëntie in de Gemeenschap ten doel heeft;

(11) Overwegende dat de voorzieningen ter verhoging van de energie-efficiëntie die in de nieuwste modellen van koelapparatuur zijn ingebouwd, de produktiekosten daarvan niet buitensporig doen stijgen en dat dergelijke voorzieningen dank zij de uitgespaarde elektriciteit in enkele jaren of minder worden terugverdiend; dat bij deze berekening geen rekening is gehouden met het extra voordeel van de vermeden externe kosten voor de elektriciteitsproduktie, bij voorbeeld de uitstoot van kooldioxide (CO2) en andere verontreinigende stoffen;

(12) Overwegende dat de op ongeveer 2 % per jaar geschatte winst aan energie-efficiëntie die het natuurlijke resultaat is van de druk van de markt en van betere produktie-procédés, zal bijdragen tot de inspanningen die erop zijn gericht strengere normen inzake energieverbruik in te stellen;

(13) Overwegende dat dank zij Richtlijn 92/75/EEG (7) (de kaderrichtlijn) en Richtlijn 94/2/EG van de Commissie (8) (de toepassingsrichtlijn van Richtlijn 92/75/EEG) betreffende de vermelding van het energieverbruik op de etikettering en in de standaardproduktinformatie van huishoudelijke apparaten de consument zich meer bewust zal worden van de energie-efficiëntie van huishoudelijke koelapparatuur; dat deze maatregel derhalve ook de concurrentie zal bevorderen op het gebied van apparaten met een hogere energie-efficiëntie dan vereist krachtens de bij deze richtlijn vastgestelde normen; dat niettemin in de aan de consument verstrekte informatie normen moeten worden vermeld, wil deze informatie effect sorteren en leiden tot een verbetering van de gemiddelde totale efficiëntie van de verkochte apparaten;

(14) Overwegende dat deze richtlijn, die tot doel heeft de technische belemmeringen voor de verbetering van de energie-efficiëntie van huishoudelijke koelapparatuur op te heffen, aan de bij de resolutie van de Raad van 7 mei 1985 betreffende een nieuwe aanpak op het gebied van de technische harmonisatie en normalisatie (9) vastgestelde "nieuwe aanpak" moet voldoen, waarin specifiek is neergelegd dat de harmonisatie van de wetgevingen beperkt is tot de vaststelling, door middel van richtlijnen, van de essentiële eisen waaraan in de handel gebrachte produkten moeten voldoen;

(15) Overwegende dat doeltreffende uitvoeringsmaatregelen moeten worden ingesteld om ervoor te zorgen dat de richtlijn correct ten uitvoer wordt gelegd, dat producenten billijke mededingingsvoorwaarden worden gegarandeerd en dat de rechten van de consument worden beschermd;

(16) Overwegende dat rekening moet worden gehouden met Besluit 93/465/EEG van de Raad van 22 juli 1993 betreffende de modules voor de verschillende fasen van de overeenstemmingsbeoordelingsprocedures en de voorschriften inzake het aanbrengen en het gebruik van de CE-markering van overeenstemming (10);

(17) Overwegende dat, in het belang van de internationale handel, waar passend internationale normen moeten worden gebruikt; dat het elektriciteitsverbruik van koelapparatuur wordt gemeten aan de hand van norm EN 153 van juli 1995 van de Europese Commissie voor Normalisatie, die op een internationale norm is gebaseerd;

(18) Overwegende dat op huishoudelijke koelapparatuur die aan de energie-efficiëntienormen van deze richtlijn voldoet, de CE-markering en de daarbij behorende informatie dienen te worden aangebracht opdat zij in het vrije handelsverkeer kan worden gebracht;

(19) Overwegende dat deze richtlijn uitsluitend van toepassing is op huishoudelijke koelapparatuur voor het bewaren van levensmiddelen die op het net wordt aangesloten, met uitzondering van apparaten die volgens bijzondere specificaties worden vervaardigd; dat koelapparatuur voor commerciële doeleinden in veel meer verschillende vormen voorkomt en dus niet onder het toepassingsgebied van deze richtlijn kan vallen,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Deze richtlijn is van toepassing op nieuwe huishoudelijke koelkasten, bewaarruimten voor bevroren levensmiddelen, diepvriezers en combinaties daarvan, welke op het elektrische net worden aangesloten, zoals omschreven in bijlage I (hierna koelapparatuur genoemd). Koelapparatuur die ook kan werken op andere energiebronnen, met name accu's, en huishoudelijke koelapparatuur waarvan de werking op het absorptieprincipe is gebaseerd, en apparaten die volgens bijzondere specificaties worden vervaardigd vallen evenwel niet onder het toepassingsgebied van deze richtlijn.

Artikel 2

1. De Lid-Staten nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de onder deze richtlijn vallende koelapparatuur slechts in de Gemeenschap in de handel kan worden gebracht wanneer het elektriciteitsverbruik van het apparaat in kwestie niet groter is dan het maximaal toegelaten elektriciteitsverbruik voor zijn categorie, berekend overeenkomstig de procedure van bijlage I.

2. De fabrikant van een koelapparaat dat onder deze richtlijn valt, zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde of de persoon die verantwoordelijk is voor het op de communautaire markt brengen van het betreffende apparaat, dient erop toe te zien dat elk apparaat dat op de markt worden gebracht, aan de in lid 1 bedoelde eis voldoet.

Artikel 3

1. De Lid-Staten verbieden, beperken noch belemmeren op hun grondgebied het in de handel brengen van koelapparatuur waarop de CE-markering, die aangeeft dat de apparatuur voldoet aan alle bepalingen van deze richtlijn, is aangebracht.

2. Tenzij het tegendeel wordt bewezen gaan de Lid-Staten uit van het vermoeden dat koelapparatuur die van de krachtens artikel 5 vereiste CE-markering is voorzien, voldoet aan alle voorschriften van deze richtlijn.

3. a) Indien koelapparatuur met betrekking tot andere aspecten onder andere richtlijnen valt die voorzien in het aanbrengen van de CE-markering, geeft deze markering aan dat, tenzij het tegendeel wordt bewezen, deze apparatuur geacht wordt ook aan de voorschriften van deze andere richtlijnen te voldoen.

b) Indien echter in een of meer van deze richtlijnen gedurende een overgangsperiode de fabrikant de keuze van de toe te passen regeling wordt gelaten, geeft de CE-markering alleen aan dat aan de voorschriften van de door de fabrikant toegepaste richtlijnen is voldaan. In dat geval moeten de in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakte referenties van de toegepaste richtlijnen worden vermeld op de door deze richtlijnen vereiste documenten, handleidingen of gebruiksaanwijzingen die bij de koelapparatuur zijn gevoegd.

Artikel 4

De overeenstemmingsbeoordelingsprocedures en de verplichtingen met betrekking tot de CE-markering op koelapparatuur zijn beschreven in bijlage II.

Artikel 5

1. Wanneer koelapparatuur in de handel wordt gebracht, moet zij zijn voorzien van de CE-markering. Deze bestaat uit de initialen CE. De vorm van de te gebruiken markering is aangegeven in bijlage III. De CE-markering wordt zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar op de koelapparatuur en, in voorkomend geval, op de verpakking aangebracht.

2. Op koelapparatuur mogen geen markeringen worden aangebracht die derden kunnen misleiden omtrent de betekenis en de grafische vorm van de CE-markering. Op apparaten, verpakkingen, gebruiksaanwijzingen of andere documenten mogen andere markeringen worden aangebracht op voorwaarde dat de zichtbaarheid en de leesbaarheid van de CE-markering niet worden verminderd.

Artikel 6

1. Wanneer een Lid-Staat vaststelt dat de CE-markering ten onrechte is aangebracht, ontstaat voor de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde de verplichting om onder de door deze Lid-Staat gestelde voorwaarden het produkt in overeenstemming te brengen met de richtlijn en aan de overtreding een einde te maken. Indien noch de fabrikant noch diens gemachtigde in de Gemeenschap is gevestigd, moet de persoon die verantwoordelijk is voor het op de communautaire markt brengen van het koelapparaat, aan die verplichting voldoen.

2. Indien de tekortkoming blijft bestaan, treft de Lid-Staat overeenkomstig artikel 7 alle nodige maatregelen om het in de handel brengen van het bewuste produkt te beperken of te verbieden dan wel het uit de handel te laten nemen.

Artikel 7

1. Elk besluit dat uit hoofde van deze richtlijn wordt genomen en tot gevolg heeft dat beperkingen worden opgelegd aan het in de handel brengen van koelapparatuur, moet nauwkeurig worden gemotiveerd. Van dit besluit wordt onverwijld kennis gegeven aan de betrokkenen, met vermelding van de mogelijkheden van beroep krachtens de in die Lid-Staat geldende wetgeving en van de termijnen binnen welke dat beroep moet worden ingesteld.

2. De Lid-Staat stelt de Commissie onverwijld in kennis van een dergelijke maatregel en licht zijn besluit toe. De Commissie deelt deze informatie aan de andere Lid-Staten mee.

Artikel 8

Binnen een termijn van vier jaar na de aanneming van deze richtlijn evalueert de Commissie de behaalde resultaten en vergelijkt die met de verwachte resultaten. Met het oog op de overgang naar een tweede fase in de verbetering van de energie-efficiëntie, onderzoekt de Commissie vervolgens in overleg met de betrokken partijen of het nodig is een tweede reeks passende maatregelen vast te stellen met het oog op een aanzienlijke verbetering van de energie-efficiëntie van huishoudelijke koelapparatuur. In dat geval worden alle energie-efficiëntiemaatregelen, alsmede het tijdschema voor hun inwerkingtreding, gebaseerd op energie-efficiëntieniveaus die in het licht van de dan geldende omstandigheden economisch en technisch gerechtvaardigd zijn. Andere maatregelen die dienstig worden geacht om de doelmatigheid van huishoudelijke koelapparatuur te verbeteren, worden eveneens in aanmerking genomen.

Artikel 9

1. De Lid-Staten dragen er zorg voor dat binnen één jaar na de aanneming van deze richtlijn de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen worden aangenomen en bekendgemaakt om aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

De Lid-Staten passen deze bepalingen toe na afloop van een termijn van drie jaar te rekenen vanaf de datum van aanneming van deze richtlijn.

Wanneer de Lid-Staten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar deze richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels door deze verwijzing worden vastgesteld door de Lid-Staten.

2. De Lid-Staten delen de Commissie de tekst van de maatregelen mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

3. Tijdens de periode van drie jaar na de aanneming van deze richtlijn staan de Lid-Staten het in de handel brengen toe van koelapparatuur die voldoet aan de voorwaarden die op de datum van aanneming van deze richtlijn op hun grondgebied van toepassing waren.

Artikel 10

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 11

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.

Gedaan te Brussel, 3 september 1996.

Voor het Europees Parlement

De Voorzitter

K. HÄNSCH

Voor de Raad

De Voorzitter

I. YATES

(1) PB nr. C 390 van 31. 12. 1994, blz. 30, en PB nr. C 49 van 20. 2. 1996, blz. 10.

(2) PB nr. C 155 van 21. 6. 1995, blz. 18.

(3) Advies van het Europees Parlement van 26 oktober 1995 (PB nr. C 308 van 20. 11. 1995, blz. 134), gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 11 maart 1996 (PB nr. C 120 van 24. 4. 1996, blz. 10) en besluit van het Europees Parlement van 18 juni 1996 (PB nr. C 198 van 8. 7. 1996).

(4) PB nr. C 20 van 22. 1. 1985, blz. 1.

(5) PB nr. L 157 van 9. 6. 1989, blz. 32.

(6) PB nr. L 307 van 8. 11. 1991, blz. 34.

(7) PB nr. L 297 van 13. 10. 1992, blz. 16.

(8) PB nr. L 45 van 17. 2. 1994, blz. 1.

(9) PB nr. C 136 van 4. 6. 1985, blz. 1.

(10) PB nr. L 220 van 30. 8. 1993, blz. 23.

BIJLAGE I

METHODE VOOR DE BEREKENING VAN HET MAXIMAAL TOEGESTANE ELEKTRICITEITSVERBRUIK VOOR EEN KOELAPPARAAT EN PROCEDURE VOOR DE CONTROLE VAN DE OVEREENSTEMMING MET DEZE NORM

Het elektriciteitsverbruik van koelapparatuur (dat kan worden uitgedrukt in kWh per 24 uur) hangt af van de categorie waartoe de apparatuur behoort (bij voorbeeld koelkast met één-ster-vriesruimte, diepvrieskist, enz.) en het volume en de energie-efficiëntie ervan (isolatiedikte, compressorefficiëntie, enz.), alsmede het verschil tussen de omgevingstemperatuur en de temperatuur in het apparaat. De energie-efficiëntienormen moeten daarom worden vastgesteld aan de hand van de voornaamste aan het apparaat inherente factoren die het energieverbruik beïnvloeden (namelijk de categorie waartoe het apparaat behoort en het volume ervan). Om die reden wordt het maximaal toegestane elektriciteitsverbruik van een bepaald koelapparaat gedefinieerd met behulp van een lineaire vergelijking waarin het volume van het apparaat een parameter is, en gelden voor elke categorie apparaten verschillende vergelijkingen.

Om het maximaal toegestane elektriciteitsverbruik van een bepaald apparaat te kunnen berekenen, moet het derhalve eerst bij de passende categorie worden ingedeeld. Deze categorieën zijn:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Aangezien koelapparatuur bestaat uit meerdere ruimten waarin een verschillende temperatuur heerst (wat het energieverbruik vanzelfsprekend zal beïnvloeden), wordt het maximaal toegestane elektriciteitsverbruik in de praktijk gedefinieerd als een functie van het gecorrigeerd volume, waarbij het gecorrigeerd volume de gewogen som is van de volumes van de verschillende ruimten.

In de zin van deze richtlijn wordt het gecorrigeerd volume (Vadj) van een koelapparaat als volgt berekend:

Vadj = Ó Vc × Wc × Fc × CcWc = >NUM>(25 - Tc) / >DEN>20

waarin Tc is de nominale temperatuur van elke ruimte (in °C),

waarin Vc is het nettovolume van een bepaald type ruimte in het apparaat en Fc is een factor die gelijk is aan 1,2 voor zelfontdooiende vriesruimten en 1 voor andere ruimten.

Cc = 1 voor koelapparatuur behorend tot de normale (N) en subnormale (SN) klimaatklassen

Cc = Xc voor koelapparatuur behorend tot de subtropische klimaatklasse (ST)

Cc = Yc voor koelapparatuur behorend tot de tropische klimaatklasse (T)

De wegingscoëfficiënten Xc en Yc voor de verschillende ruimtetypes zijn:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Gecorrigeerd volume en nettovolume worden uitgedrukt in liter.

Het maximaal toegestane elektriciteitsverbruik Emax (in kWh per 24 uur, tot op twee decimalen nauwkeurig) voor een koelapparaat met een bepaald gecorrigeerd volume (Vadj) wordt voor elk van de categorieën apparaten gedefinieerd door de volgende vergelijkingen:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Voor koel-vrieskasten met meer dan twee deuren of andere niet hierboven beschreven apparatuur wordt het maximaal toegestane elektriciteitsverbruik (Emax) bepaald door de temperatuur en het aantal sterren van de ruimte waarvan de temperatuur het laagst is, en wel als volgt:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Beproevingsprocedures ter controle van de overeenstemming van het apparaat met de eisen inzake elektriciteitsverbruik van deze richtlijn

Wanneer het elektriciteitsverbruik van een te controleren koelapparaat lager is dan of gelijk is aan Emax (maximaal toegestaan elektriciteitsverbruik voor zijn categorie, als hiervoor gedefinieerd), vermeerderd met 15 %, wordt dit apparaat in overeenstemming met de eisen inzake elektriciteitsverbruik van deze richtlijn verklaard. Is het elektriciteitsverbruik van het apparaat hoger dan Emax, vermeerderd met 15 %, dan wordt het elektriciteitsverbruik van drie andere exemplaren gemeten. Wanneer het rekenkundig gemiddelde van het elektriciteitsverbruik van deze drie apparaten kleiner is dan of gelijk is aan Emax, vermeerderd met 10 %, wordt het apparaat alsnog in overeenstemming met de eisen inzake elektriciteitsverbruik van deze richtlijn verklaard. Als het rekenkundig gemiddelde hoger ligt dan Emax, vermeerderd met 10 %, wordt geoordeeld dat het apparaat niet in overeenstemming is met de eisen inzake elektriciteitsverbruik van deze richtlijn.

Definities

De in deze bijlage gebruikte termen zijn gedefinieerd zoals in Europese norm EN 153 van juli 1995 van de Europese Commissie voor Normalisatie.

BIJLAGE II

OVEREENSTEMMINGSBEOORDELINGSPROCEDURE (module A)

1. In deze module wordt de procedure beschreven in het kader waarvan de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde die voldoet aan de in punt 2 genoemde verplichtingen, garandeert en verklaart dat het koelapparaat voldoet aan de eisen van deze richtlijn. De fabrikant brengt op ieder door hem geproduceerd koelapparaat de CE-markering aan en stelt een schriftelijke verklaring van overeenstemming op.

2. De fabrikant stelt de in punt 3 beschreven technische documentatie samen; de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde houdt deze gedurende ten minste drie jaar na de vervaardiging van het laatste apparaat voor controledoeleinden ter beschikking van de bevoegde nationale instanties.

Indien noch de fabrikant noch zijn gemachtigde in de Gemeenschap is gevestigd, is de persoon die het apparaat in de Gemeenschap in de handel brengt, degene die de technische documentatie ter beschikking moet houden.

3. Op basis van de technische documentatie moet kunnen worden beoordeeld of het apparaat in overeenstemming is met de eisen van de richtlijn. Voor zover dat voor deze beoordeling nodig is, dient de technische documentatie tevens inzicht te verschaffen in het ontwerp, het fabricageproces en de werking van het desbetreffende koelapparaat en zal zij voorts omvatten:

i) naam en adres van de fabrikant;

ii) een algemene beschrijving van het model die voldoende is om het op eenduidige wijze te identificeren;

iii) informatie, zo nodig met tekeningen, over de voornaamste ontwerpkenmerken van het model, met name in verband met aspecten die voor het elektriciteitsverbruik belangrijk zijn, bij voorbeeld afmetingen, volume(s), compressorprestaties, speciale kenmerken, enz.;

iv) de eventuele gebruiksaanwijzing;

v) verslagen van de overeenkomstig de eisen van punt 5 uitgevoerde proeven ter bepaling van het elektriciteitsverbruik;

vi) gegevens over de overeenstemming van de resultaten van die proeven met de in bijlage I neergelegde eisen inzake energieverbruik.

4. Technische documentatie die is samengesteld in overeenstemming met andere communautaire wetgeving mag, voor zover zij voldoet aan de eisen van deze bijlage, worden gebruikt.

5. De fabrikanten van koelapparatuur zijn verantwoordelijk voor de meting, overeenkomstig de in Europese norm EN 153 gespecificeerde procedures, van het elektriciteitsverbruik van elk onder deze richtlijn vallend koelapparaat, alsmede voor de overeenstemming van het apparaat met de eisen van artikel 2.

6. De fabrikant of zijn gemachtigde bewaart samen met de technische documentatie een afschrift van de verklaring van overeenstemming.

7. De fabrikant neemt alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het fabricageproces waarborgt dat de vervaardigde koelapparatuur in overeenstemming is met de in punt 2 bedoelde technische documentatie en met de relevante eisen van de richtlijn.

BIJLAGE III

CE-MARKERING VAN OVEREENSTEMMING

De CE-markering van overeenstemming bestaat uit de letters CE in de volgende grafische vorm:

>REFERENTIE NAAR EEN FILM>

Bij vergroting of verkleining van de markering moeten de verhoudingen van bovenstaande gegradueerde afbeelding in acht worden genomen.

De onderscheiden onderdelen van de CE-markering moeten nagenoeg dezelfde hoogte hebben, die minimaal 5 mm bedraagt.

Top