Help Print this page 
Title and reference
Richtlijn 94/34/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 30 juni 1994 houdende wijziging van Richtlijn 89/107/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake levensmiddelenadditieven die in voor menselijke voeding bestemde waren worden gebruikt

OJ L 237, 10.9.1994, p. 1–2 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT)
Special edition in Finnish: Chapter 13 Volume 027 P. 3 - 4
Special edition in Swedish: Chapter 13 Volume 027 P. 3 - 4
Special edition in Czech: Chapter 13 Volume 013 P. 286 - 287
Special edition in Estonian: Chapter 13 Volume 013 P. 286 - 287
Special edition in Latvian: Chapter 13 Volume 013 P. 286 - 287
Special edition in Lithuanian: Chapter 13 Volume 013 P. 286 - 287
Special edition in Hungarian Chapter 13 Volume 013 P. 286 - 287
Special edition in Maltese: Chapter 13 Volume 013 P. 286 - 287
Special edition in Polish: Chapter 13 Volume 013 P. 286 - 287
Special edition in Slovak: Chapter 13 Volume 013 P. 286 - 287
Special edition in Slovene: Chapter 13 Volume 013 P. 286 - 287
Special edition in Bulgarian: Chapter 13 Volume 014 P. 175 - 176
Special edition in Romanian: Chapter 13 Volume 014 P. 175 - 176
Special edition in Croatian: Chapter 13 Volume 040 P. 21 - 22
Languages, formats and link to OJ
Multilingual display
Text

31994L0034

Richtlijn 94/34/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 30 juni 1994 houdende wijziging van Richtlijn 89/107/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake levensmiddelenadditieven die in voor menselijke voeding bestemde waren worden gebruikt

Publicatieblad Nr. L 237 van 10/09/1994 blz. 0001 - 0002
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 13 Deel 27 blz. 0003
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 13 Deel 27 blz. 0003


RICHTLIJN 94/34/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN VAN DE RAAD

van 30 juni 1994

houdende wijziging van Richtlijn 89/107/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake levensmiddelenadditieven die in voor menselijke voeding bestemde waren worden gebruikt

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 100 A,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (2),

Volgens de procedure van artikel 189 B van het Verdrag (3),

Overwegende dat de harmonisatie op het gebied van additieven geen afbreuk mag doen aan de toepassing van de op 1 januari 1992 van kracht zijnde bepalingen van de Lid-Staten, die het gebruik van bepaalde additieven verbieden in bepaalde specifieke levensmiddelen die als traditionele produkten worden beschouwd en die op het grondgebied van die Lid-Staten worden vervaardigd, voor zover deze bepalingen niet gelden voor een hele reeks levensmiddelen, waaronder levensmiddelen die niet onder deze richtlijn vallen, en waarvoor krachtens de communautaire bepalingen additieven zijn toegestaan;

Overwegende dat deze produkten zich kunnen onderscheiden door een bijzondere etikettering;

Overwegende dat dit niet mag leiden tot belemmering van het vrije verkeer van levensmiddelen die voldoen aan de bepalingen van de richtlijnen inzake additieven;

Overwegende dat dit niet mag leiden tot belemmering van de vrijheid van vestiging in elke Lid-Staat en van de produktie en verkoop op het grondgebied van elke Lid-Staat van levensmiddelen die voldoen aan de bepalingen van de richtlijnen inzake additieven,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

In Richtlijn 89/107/EEG (4) wordt het volgende artikel 3 bis ingelast:

"Artikel 3 bis

1. In afwijking van artikel 3, lid 2, onder a) en b), staat de Raad, op voorstel van de Commissie, overeenkomstig de procedure van artikel 100 A van het Verdrag, de Lid-Staten toe het gebruik van bepaalde additieven bij de produktie van levensmiddelen die als traditionele produkten worden beschouwd, te verbieden, mits:

- dit verbod reeds bestond op 1 januari 1992,

- de betrokken Lid-Staten op hun grondgebied de produktie en verkoop toestaan van alle levensmiddelen die voldoen aan de bepalingen van artikel 3, en die niet als traditioneel produkt worden beschouwd.

2. Onverminderd het bepaalde in de Verordeningen (EEG) nr. 2081/92 (1) en (EEG) nr. 2082/92 (2) verstrekken de Lid-Staten vóór 1 juli 1994 de Commissie de lijst van levensmiddelen welke zij als traditioneel beschouwen, met een gedetailleerde opgave van de redenen daarvoor, alsook de regelgeving waarbij het gebruik van bepaalde additieven in deze levensmiddelen wordt verboden.

De Commissie dient vóór 1 april 1995 bij de Raad een voorstel in betreffende de criteria die moeten worden toegepast om een produkt als traditioneel te definiëren en betreffende de nationale verbodsbepalingen die overeenkomstig deze criteria kunnen worden gehandhaafd.

De Raad neemt vóór 1 april 1996 op basis van dit voorstel een besluit.

3. Totdat de Raad uit hoofde van lid 2 een besluit heeft getroffen, mogen de Lid-Staten verbodsbepalingen waarvan zij de Commissie overeenkomstig lid 2, eerste alinea, in kennis hebben gesteld, handhaven, mits zij voldoen aan de algemene voorwaarden van lid 1.

(1) Verordening (EEG) nr. 2081/92 van de Raad van 14 juli 1992 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwprodukten en levensmiddelen (PB nr. L 208 van 24. 7. 1992, blz. 1).

(2) Verordening (EEG) nr. 2082/92 van de Raad van 14 juli 1992 inzake de specificiteitscertificering voor landbouwprodukten en levensmiddelen (PB nr. L 208 van 24. 7. 1992, blz. 9).".

Artikel 2

De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om aan deze richtlijn te voldoen.

Zij stellen de Commissie hiervan onverwijld in kennis.

Wanneer de Lid-Staten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de Lid-Staten.

Artikel 3

Deze richtlijn treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 4

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.

Gedaan te Brussel, 30 juni 1994.

Voor het Europees Parlement

De Voorzitter

E. KLEPSCH

Voor de Raad

De Voorzitter

A. BALTAS

(1) PB nr. C 206 van 13. 8. 1992, blz. 1.

(2) PB nr. C 73 van 15. 3. 1993, blz. 4.

(3) Advies van het Europees Parlement van 26 mei 1993 (PB nr. C 176 van 28. 6. 1993, blz. 117), bevestigd op 2 december 1993 (PB nr. C 342 van 20. 12. 1993), gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 9 maart 1994 (nog niet in het Publikatieblad verschenen) en besluit van het Europees Parlement van 9 maart 1994 (PB nr. C 91 van 28. 3. 1994, blz. 75).

(4) PB nr. L 40 van 11. 2. 1989, blz. 27.

Top