Help Print this page 
Title and reference
Verordening (EEG) nr. 404/93 van de Raad van 13 februari 1993 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector bananen

OJ L 47, 25.2.1993, p. 1–11 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT)
Special edition in Finnish: Chapter 03 Volume 048 P. 129 - 139
Special edition in Swedish: Chapter 03 Volume 048 P. 129 - 139
Special edition in Czech: Chapter 03 Volume 013 P. 388 - 398
Special edition in Estonian: Chapter 03 Volume 013 P. 388 - 398
Special edition in Latvian: Chapter 03 Volume 013 P. 388 - 398
Special edition in Lithuanian: Chapter 03 Volume 013 P. 388 - 398
Special edition in Hungarian Chapter 03 Volume 013 P. 388 - 398
Special edition in Maltese: Chapter 03 Volume 013 P. 388 - 398
Special edition in Polish: Chapter 03 Volume 013 P. 388 - 398
Special edition in Slovak: Chapter 03 Volume 013 P. 388 - 398
Special edition in Slovene: Chapter 03 Volume 013 P. 388 - 398
Special edition in Bulgarian: Chapter 03 Volume 012 P. 110 - 120
Special edition in Romanian: Chapter 03 Volume 012 P. 110 - 120
Languages, formats and link to OJ
Multilingual display
Text

31993R0404

Verordening (EEG) nr. 404/93 van de Raad van 13 februari 1993 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector bananen

Publicatieblad Nr. L 047 van 25/02/1993 blz. 0001 - 0011
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 48 blz. 0129
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 48 blz. 0129


VERORDENING (EEG) Nr. 404/93 VAN DE RAAD van 13 februari 1993 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector bananen

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op de artikelen 42 en 43,

Gelet op het Protocol betreffende het tariefcontingent voor de invoer van bananen gehecht aan de in artikel 136 van het Verdrag bedoelde Toepassingsovereenkomst betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee met de Gemeenschap, inzonderheid op punt 4,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

Gezien het advies van het Europees Parlement (2),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (3),

Overwegende dat het functioneren en de ontwikkeling van de gemeenschappelijke markt voor landbouwprodukten gepaard moeten gaan met de totstandbrenging van een gemeenschappelijk landbouwbeleid, dat met name een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten dient te omvatten die naar gelang van de produkten verschillende vormen kan aannemen;

Overwegende dat momenteel in de bananen producerende Lid-Staten van de Gemeenschap nationale marktordeningen bestaan die erop gericht zijn de producenten afzet van hun produktie op de nationale markt te garanderen alsook opbrengsten die in verhouding staan tot de produktiekosten; dat in het kader van deze nationale marktordeningen kwantitatieve beperkingen worden toegepast die een belemmering vormen voor de totstandbrenging van de gemeenschappelijke markt voor bananen; dat sommige Lid-Staten van de Gemeenschap die geen bananen produceren bij de afzet voorrang geven aan produkten uit de ACS-Staten, terwijl andere een liberaal invoersysteem toepassen met, in één geval, zelfs een voorkeursbehandeling op tariefgebied; dat deze verschillende regelingen het vrije verkeer van bananen binnen de Gemeenschap en een gemeenschappelijke regeling voor het handelsverkeer met derde landen in de weg staan, en dat met het oog op de voltooiing van de interne markt een evenwichtige en soepele gemeenschappelijke marktordening in de bananensector tot stand moet worden gebracht die de diverse nationale regelingen vervangt;

Overwegende dat deze gemeenschappelijke marktordening het mogelijk moet maken om, zonder te tornen aan de communautaire preferentie en de internationale verplichtingen van de Gemeenschap, op de markt van de Gemeenschap tegen voor zowel de telers als de consumenten redelijke prijzen bananen af te zetten uit de Gemeenschap en uit de ACS-Staten, die traditionele leveranciers zijn van de Gemeenschap, waarbij de invoer uit de andere aan de Gemeenschap leverende derde landen niet mag worden geschaad, terwijl de producenten een behoorlijk inkomen wordt verschaft;

Overwegende dat, om ervoor te zorgen dat de markt wordt voorzien van produkten van homogene en toereikende kwaliteit, rekening houdend met de specifieke kenmerken en de diverse variëteiten die momenteel worden geproduceerd, en dat de produkten uit de Gemeenschap kunnen worden verkocht tegen prijzen die hoog genoeg zijn om adequate ontvangsten op te leveren, gemeenschappelijke kwaliteitsnormen voor verse bananen moeten worden ingevoerd, en, zo nodig, handelsnormen voor verwerkte produkten op basis van bananen;

Overwegende dat met het oog op maximale ontvangsten voor in de Gemeenschap geproduceerde bananen de oprichting van telersverenigingen met name door toekenning van aanloopsteun moet worden gestimuleerd; dat, om te bereiken dat deze verenigingen op efficiënte wijze bijdragen tot de concentratie van het aanbod, hun leden zich ertoe moeten verbinden hun volledige produktie via deze verenigingen af te zetten; dat ook de oprichting mogelijk moet worden gemaakt van andere types van samenwerkingsverbanden tussen telersverenigingen en vertegenwoordigers van de andere stadia van de bedrijfskolom; dat op een later tijdstip de voorwaarden moeten worden vastgesteld waaraan dergelijke voor de diverse activiteiten in de sector representatieve samenwerkingsverbanden moeten voldoen om maatregelen van algemeen belang te kunnen nemen en hun regels in lokaal of regionaal verband aan niet-leden te mogen opleggen; dat deze organisaties bovendien kunnen worden betrokken bij het overleg met het oog op de opstelling van programma's en actief kunnen meewerken aan de uitvoering van de structurele maatregelen in het kader van de marktordening;

Overwegende dat de structurele tekortkomingen die het concurrentievermogen van de bananenteelt in de Gemeenschap beperken, moeten worden verholpen, met name met het oog op produktiviteitsverbetering; dat te dien einde in het kader van de communautaire bestekken voor elke produktieregio programma's moeten worden opgesteld in samenwerking tussen de Commissie en de nationale en regionale autoriteiten en zoveel mogelijk in overleg met de diverse bovengenoemde organisaties in de sector;

Overwegende dat dankzij de nationale marktordeningen de bananentelers uit de Lid-Staten tot nog toe met de opbrengsten uit de afzet van hun produkten hun produktie in stand hebben kunnen houden bij het bestaande kostenpeil; dat, aangezien de toepassing van de gemeenschappelijke marktordening de producenten niet in een ongunstiger positie mag brengen dan thans het geval is en deze marktordening kan resulteren in wijzigingen van het niveau van de marktprijzen, compenserende steun moet worden verleend ter dekking van het eventuele inkomensverlies als gevolg van de toepassing van de nieuwe regeling zodat de produktie in de Gemeenschap kan worden gehandhaafd bij het kostenpeil dat voortvloeit uit de bijzondere situatie op structureel gebied, zolang in deze situatie niet door middel van de structuurmaatregelen verbetering is gebracht; dat dient te worden voorzien in een aanpassing van de steun om rekening te houden met de produktiviteitsverbetering en de ontwikkeling van de diverse kwaliteiten;

Overwegende dat in sommige zeer kleine produktiegebieden in de Gemeenschap, waar de produktieomstandigheden bijzonder ongunstig zijn voor de bananenteelt, maar beter geschikt voor alternatieve teelten, de definitieve beëindiging van de bananenteelt dient te worden bevorderd via de toekenning van een premie; dat, om de economische kosten van deze maatregelen te beperken, de rooimaatregelen zo spoedig mogelijk moeten worden uitgevoerd;

Overwegende dat de vooruitzichten ten aanzien van produktie en verbruik in de Gemeenschap moeten worden geëvalueerd in een elk jaar op te stellen geraamde balans; dat deze balans in de loop van het jaar moet kunnen worden herzien op grond van, met name, bijzondere klimaatsomstandigheden;

Overwegende dat met het oog op een bevredigende afzet van in de Gemeenschap geoogste bananen alsmede van onder de Overeenkomsten van Lomé vallende produkten van oorsprong uit de ACS-Staten, waarbij de traditionele handelsstromen zoveel mogelijk worden gehandhaafd, dient te worden voorzien in de jaarlijkse opening van een tariefcontingent; dat in het kader van dit contingent de invoer van bananen uit derde landen onderworpen wordt aan een douanerecht van 100 ecu per ton, dat overeenkomt met het thans toegepaste douanerecht, en dat voor de niet-traditionele invoer van bananen uit de ACS een nulrecht geldt, conform de bovenvermelde overeenkomsten; dat er bepalingen moeten worden vastgesteld om de grootte van het contingent te kunnen wijzigen ten einde rekening te houden met de in de geraamde balans geconstateerde ontwikkeling van het verbruik in de Gemeenschap;

Overwegende dat over de buiten het tariefcontingent vallende invoer een recht moet worden geheven dat voldoende hoog is om de communautaire produktie en de traditionele ACS-hoeveelheden onder aanvaardbare voorwaarden te kunnen afzetten;

Overwegende dat de traditionele invoer van ACS-bananen buiten het nulrechtcontingent geschiedt in het kader van traditionele hoeveelheden die rekening houden met specifieke investeringen die reeds zijn verricht in het kader van programma's ter verhoging van de produktie;

Overwegende dat voor de verwezenlijking van de bovengenoemde doelstellingen - waarbij het specifieke karakter van de bananenafzet niet uit het oog wordt verloren - het tariefcontingent zo moet worden beheerd dat een onderscheid wordt gemaakt tussen enerzijds marktdeelnemers die reeds eerder bananen uit derde landen en niet-traditionele ACS-bananen in de handel hebben gebracht, en anderzijds marktdeelnemers die reeds eerder in de Gemeenschap geproduceerde bananen en traditionele ACS-bananen in de handel hebben gebracht, met dien verstande dat een bepaalde hoeveelheid moet worden gereserveerd voor nieuwe marktdeelnemers die nog maar pas in deze sector actief zijn of dat binnenkort zullen zijn;

Overwegende dat, om de huidige commerciële betrekkingen niet te verstoren en tegelijk een zekere ontwikkeling van de afzetstructuren mogelijk te maken, de invoercertificaten voor elke marktdeelnemer - die voor elk van bovenvermelde categorieën anders zijn - dienen te worden afgegeven op basis van de gemiddelde hoeveelheid bananen die de betrokken marktdeelnemer gedurende de voorgaande drie jaren waarover statistische gegevens bekend zijn, in de handel heeft gebracht;

Overwegende dat de Commissie zich bij de vaststelling van de aanvullende criteria waaraan de marktdeelnemers moeten voldoen, moet laten leiden door het beginsel dat de vergunningen worden toegekend aan natuurlijke of rechtspersonen die het commerciële risico van de afzet van bananen op zich hebben genomen, en door de noodzaak te voorkomen dat de normale handelsbetrekkingen tussen personen op verschillende punten in de afzetketen worden verstoord;

Overwegende dat, gelet op de afzetstructuren, de telling van de marktdeelnemers en de vaststelling van de in de handel gebrachte hoeveelheden die als referentie voor de afgifte van certificaten moeten dienen, door de Lid-Staten moeten worden verricht op grond van door de Commissie vast te stellen voorwaarden en criteria;

Overwegende dat een stelsel van invoercertificaten met zekerheidstelling nodig is om toezicht te kunnen houden op de invoer, met name in het kader van het tariefcontingent;

Overwegende dat moet worden voorzien in de mogelijkheid voor de Commissie om passende maatregelen te nemen om het hoofd te bieden aan ernstige verstoringen die het bereiken van de doelstellingen van artikel 39 van het Verdrag in gevaar kunnen brengen of om het gevaar van dergelijke verstoringen af te wenden;

Overwegende dat de werking van de gemeenschappelijke marktordening bij toepassing van bepaalde steunmaatregelen in gevaar zou komen; dat derhalve de bepalingen van het Verdrag op grond waarvan de door de Lid-Staten verleende nationale steun kan worden getoetst en steunmaatregelen die onverenigbaar zijn met de gemeenschappelijke markt kunnen worden verboden, in de sector bananen van toepassing moeten worden verklaard;

Overwegende dat, om de uitvoering van de voorgenomen maatregelen te vergemakkelijken, dient te worden voorzien in een procedure waarbij in het kader van een Comité van beheer een nauwe samenwerking tussen de Lid-Staten en de Commissie tot stand komt;

Overwegende dat in de gemeenschappelijke marktordening in de sector bananen gelijkelijk en op passende wijze rekening moet worden gehouden met de in de artikelen 39 en 110 van het Verdrag vermelde doelstellingen;

Overwegende dat de vervanging van de diverse nationale regelingen door de gemeenschappelijke marktordening bij de inwerkingtreding van deze verordening kan resulteren in verstoring van de interne markt; dat derhalve met ingang van 1 juli 1993 dient te worden voorzien in de mogelijkheid voor de Commissie om alle overgangsmaatregelen te nemen die nodig zijn om de moeilijkheden in de aanloopfase van de nieuwe regeling te overwinnen;

Overwegende dat, om controle op de naleving van de normen voor bananen ingevoerd in het kader van Verordening (EEG) nr. 1319/85 van de Raad van 23 mei 1985 tot versterking van de middelen tot controle op de toepassing van de communautaire voorschriften in de sector groenten en fruit (4) mogelijk te maken, de werkingssfeer van die verordening dient te worden verruimd;

Overwegende dat de bananenteelt een grote sociale, economische, culturele en ecologische betekenis heeft in de communautaire regio's van de Franse overzeese departementen, Madeira, de Azoren, Algarve, Kreta, Lakonië en de Canarische eilanden, en dat deze regio's worden gekenmerkt door hun insulaire en afgelegen ligging en door hun structurele achterstand die in sommige gevallen wordt verergerd door de economische afhankelijkheid van de bananenteelt;

Overwegende dat de werking van deze verordening tussentijds en vóór het einde van het tiende jaar van toepassing moet worden onderzocht om te bezien welke regeling na afloop van die termijn dient te worden toegepast,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Er wordt een gemeenschappelijke ordening der markten tot stand gebracht in de sector bananen.

2. Deze gemeenschappelijke marktordening geldt voor de volgende produkten:

"" ID="1">ex 0803> ID="2">Bananen, met uitzondering van "plantains", vers of gedroogd"> ID="1">ex 0811 90 90> ID="2">Bevroren bananen"> ID="1">ex 0812 90 90> ID="2">Voorlopig verduurzaamde bananen"> ID="1">1106 30 10> ID="2">Meel, gries en poeder van bananen"> ID="1">ex 2006 00 90> ID="2">Met suiker geconfijte bananen"> ID="1">ex 2007 10> ID="2">Gehomogeniseerde bereidingen van bananen"> ID="1">ex 2007 99 39

ex 2007 99 90> ID="2">Jam, gelei, marmelade, vruchtenmoes en vruchtenpasta van bananen"> ID="1">ex 2008 99 48

ex 2008 99 69

ex 2008 99 99> ID="2">Op andere wijze bereide of verduurzaamde bananen"> ID="1">ex 2008 92 50

ex 2008 92 79

ex 2008 92 91

ex 2008 92 99> ID="2">Op andere wijze bereide of verduurzaamde mengsels van bananen"> ID="1">ex 2009 80> ID="2">Bananesap

">

3. Het verkoopseizoen loopt van 1 januari tot en met 31 december.

TITEL I Gemeenschappelijke handels- en kwaliteitsnormen

Artikel 2

1. Er worden kwaliteitsnormen vastgesteld voor bananen die zijn bestemd om in verse toestand aan de consument te worden geleverd, met uitzondering van "plantains", waarbij rekening wordt gehouden met de verschillende thans geproduceerde variëteiten.

2. Er kunnen ook handelsnormen worden vastgesteld voor verwerkte produkten van bananen.

Artikel 3

1. Behoudens door de Commissie volgens de procedure van artikel 27 vast te stellen ontheffingen mogen produkten waarvoor gemeenschappelijke normen zijn vastgesteld, binnen de Gemeenschap alleen in de handel worden gebracht indien zij aan deze normen voldoen.

2. De door de Lid-Staten aangewezen instanties voeren een controle uit om na te gaan of de produkten aan de kwaliteitsnormen voldoen.

Artikel 4

De kwaliteits- of handelsnormen, de handelsstadia waarvoor zij van toepassing zijn, en de maatregelen om te waarborgen dat de in de artikelen 2 en 3 vastgestelde bepalingen, inclusief die inzake de controle, uniform worden toegepast, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 27.

TITEL II Telersverenigingen en overlegmechanismen

Artikel 5

1. Onder "telersvereniging" wordt in deze verordening verstaan elke in de Gemeenschap gevestigde vereniging van bananentelers:

a) die op initiatief van de telers zelf wordt opgericht om met name:

- de concentratie van het aanbod en de regulering van de prijzen in het stadium van de produktie voor een of meer in artikel 1 bedoelde produkten te bevorderen,

- aan de aangesloten telers adequate technische hulpmiddelen voor verpakking en afzet van de betrokken produkten ter beschikking te stellen;

b) die kan aantonen dat zij een minimumhoeveelheid produkten in de handel kan brengen en dat een minimumaantal telers bij haar is aangesloten;

c) waarvan de statuten bepalingen bevatten:

- op grond waarvan de telers verplicht zijn hun volledige produktie van een produkt of de produkten waarvoor zij tot de vereniging zijn toegetreden via de telersvereniging af te zetten,

- op grond waarvan de controle op de telersvereniging en de uiteindelijke zeggenschap bij beslissingen bij de telers berusten,

- op grond waarvan sancties worden getroffen bij elke overtreding door aangesloten telers van de regels die door de vereniging zijn opgesteld,

- op grond waarvan de aangesloten telers heffingen worden opgelegd,

- met betrekking tot de toetreding van nieuwe leden;

d) die voorschriften uitvaardigt met betrekking tot produktiekennis, produktie, met name kwaliteitsverbetering, en afzet;

e) die een aparte boekhouding voert voor de activiteiten die betrekking hebben op bananen;

f) en die op grond van lid 2 door de betrokken Lid-Staat is erkend.

2. De betrokken telersverenigingen worden op hun verzoek door de Lid-Staten erkend als zij voldoende waarborgen bieden wat betreft de duur en de doelmatigheid van hun optreden, met name voor de in lid 1 genoemde taken, en als zij voldoen aan de in dat lid vastgestelde voorwaarden.

Artikel 6

1. De Lid-Staten kennen telersverenigingen gedurende vijf jaar na de datum van hun erkenning steun toe om de oprichting van dergelijke verenigingen te bevorderen en hun administratieve werking te vergemakkelijken.

2. Artikel 14, leden 1, 3 en 5, alsmede artikel 36, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1035/72 van de Raad van 18 mei 1972 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit (5) is van toepassing.

Artikel 7

1. Samenwerkingsverbanden van telers of van telersverenigingen, die zijn opgericht met het oog op uitvoering van een of meer acties van gemeenschappelijk belang, kunnen worden ingeschakeld bij het opstellen van de acties in het kader van de in artikel 10 genoemde operationele programma's. Ook verwerkende bedrijven en handelaren mogen lid zijn van deze samenwerkingsverbanden.

2. De in lid 1 bedoelde acties van gemeenschappelijk belang kunnen met name betrekking hebben op toegepast onderzoek, scholing van de telers, kwaliteitsstrategie, ontwikkeling van milieuvriendelijke teeltmethoden.

Artikel 8

1. Door de Raad worden volgens de procedure van artikel 43, lid 2, van het Verdrag de bepalingen inzake de werking en de voorwaarden voor erkenning vastgesteld voor groeperingen van marktdeelnemers die een of meer economische activiteiten in verband met de produktie, handel of zelfs verwerking van bananen uitoefenen en die met name opgericht zijn om

- een betere kennis over de markt, de te verwachten marktontwikkeling en de afzetvoorwaarden te verwerven,

en

- de versnippering van het aanbod te verminderen, de produktie te oriënteren en de kwaliteit te verbeteren, ten einde beter tegemoet te komen aan de behoeften van de markt en de vraag van de consument.

2. De vast te stellen bepalingen omvatten met name, onder nader te bepalen voorwaarden, de mogelijkheid om door deze groeperingen aangenomen regels ook voor niet-leden verbindend te verklaren, voor zover deze groeperingen voldoende representatief zijn, die regels in het algemeen belang zijn van de hele sector en het opleggen ervan aan niet-leden niet in strijd is met de concurrentiebepalingen van het Verdrag.

Artikel 9

De bepalingen ter uitvoering van deze titel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 27.

TITEL III Steunregeling

Artikel 10

1. De bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten kunnen, in het kader van de samenwerking tussen de Commissie, de nationale en de regionale autoriteiten, operationele programma's opstellen als onderdeel van de communautaire bestekken voor de betrokken gebieden, waarin in de bananensector uit te voeren acties worden vastgesteld die ertoe strekken ten minste twee van de hierna vermelde doelstellingen te verwezenlijken:

- uitvoering van een kwaliteits- en handelsstrategie voor de produkten uit het gebied, die is afgestemd op de te verwachten ontwikkeling van de kosten en de markt,

- een milieuvriendelijker gebruik van de natuurlijke hulpbronnen,

- verbetering van het concurrentievermogen.

2. In het kader van de in lid 1 bedoelde samenwerking betrekken de bevoegde autoriteiten de in artikel 5 bedoelde verenigingen, de in artikel 7 bedoelde samenwerkingsverbanden of de in artikel 8 bedoelde groeperingen van marktdeelnemers uit de betrokken sector en de centra voor technisch en economisch onderzoek zoveel mogelijk bij de vaststelling van de in lid 1 bedoelde acties.

3. De organisatie van de besluitvorming over en de tenuitvoerlegging van deze maatregelen in het kader van de operationele programma's gebeuren overeenkomstig de vigerende verordeningen voor het beheer van de Structuurfondsen.

Artikel 11

In het kader van de samenwerking tussen de Commissie en de nationale en de regionale autoriteiten kan de in artikel 5 bedoelde verenigingen van bananentelers, de in artikel 7 bedoelde samenwerkingsverbanden en de in artikel 8 bedoelde groeperingen van marktdeelnemers worden verzocht om aan de bevoegde autoriteiten hun standpunten over de uitvoering van de voor te stellen maatregelen mee te delen.

Artikel 12

1. Aan telers in de Gemeenschap die lid zijn van een erkende telersvereniging en die op de markt van de Gemeenschap bananen afzetten die voldoen aan de gemeenschappelijke normen, wordt een compenserende steun toegekend voor het eventuele verlies aan opbrengsten. De compenserende steun kan echter ook aan individuele telers worden toegekend, wanneer zij als gevolg van bijzondere, met name geografische, omstandigheden geen lid kunnen worden van een telersvereniging.

2. De maximumhoeveelheid in de handel gebrachte bananen uit de Gemeenschap waarvoor de compenserende steun kan worden toegekend, wordt vastgesteld op 854 000 ton nettogewicht. Deze hoeveelheid wordt als volgt over de produktiegebieden van de Gemeenschap verdeeld:

1. 420 000 ton voor de Canarische eilanden,

2. 150 000 ton voor Guadeloupe,

3. 219 000 ton voor Martinique,

4. 50 000 ton voor Madeira, de Azoren en Algarve,

5. 15 000 ton voor Kreta en Lakonië.

De hoeveelheid per gebied kan worden aangepast binnen de voor de Gemeenschap vastgestelde maximumhoeveelheid.

3. De compenserende steun wordt berekend aan de hand van het verschil tussen:

- de "forfaitaire referentieopbrengst" van in de Gemeenschap geteelde en afgezette bananen,

en

- de "gemiddelde produktieopbrengst" in het betrokken jaar op de markt van de Gemeenschap voor in de Gemeenschap geteelde en afgezette bananen.

4. De "forfaitaire referentieopbrengst" wordt bepaald aan de hand van

- het gemiddelde van de prijzen voor in de Gemeenschap geteelde bananen die zijn afgezet tijdens een referentieperiode vóór 1 januari 1993, vastgesteld volgens de procedure van artikel 27, verminderd met

- de gemiddelde kosten van vervoer en levering fob.

Deze forfaitaire referentieopbrengst wordt door de Commissie na drie jaar herzien bij de vaststelling van de steun; de Commissie houdt daarbij met name rekening met de stijging van de produktiviteit en de ontwikkeling van de diverse kwaliteiten.

5. De "gemiddelde produktieopbrengst" voor in de Gemeenschap geteelde bananen wordt jaarlijks bepaald aan de hand van

- het gemiddelde van de prijzen van de in het betrokken jaar in de Gemeenschap geteelde en in de handel gebrachte bananen, verminderd met

- de gemiddelde kosten van vervoer en levering fob.

6. De compenserende steun wordt door de Commissie jaarlijks vóór 1 maart volgens de procedure van artikel 27 vastgesteld voor het voorbije jaar.

Wanneer de gemiddelde produktieopbrengst in een van de produktiegebieden aanzienlijk lager is dan het communautaire gemiddelde wordt aanvullende steun toegekend.

7. Er kunnen op basis van de compenserende steun die voor het voorgaande jaar is toegekend en op voorwaarde dat een zekerheid wordt gesteld, voorschotten op de steun worden uitbetaald.

8. In 1993 wordt door de Commissie een tussentijds onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van de gemiddelde produktieopbrengsten voor het lopende jaar. De Commissie kan op grond daarvan volgens de procedure van artikel 27 voorschotten uitkeren.

Artikel 13

1. Er wordt een eenmalige premie toegekend aan bananentelers in de Gemeenschap die de bananenteelt beëindigen.

2. De premie wordt toegekend op voorwaarde dat de betrokkene een schriftelijke verbintenis aangaat om

a) in 1993 of in 1994, ineens en tijdens een nader te bepalen periode,

- alle bananebomen op zijn bedrijf te rooien of te laten rooien, wanneer het bananenareaal van dat bedrijf kleiner is dan 5 ha,

- minstens de helft van de bananebomen op zijn bedrijf te rooien of te laten rooien, als het bananenareaal op zijn bedrijf 5 ha of meer bedraagt;

b) op het betrokken bedrijf gedurende twintig jaar na het jaar van rooiing geen bananebomen aan te planten.

Percelen die na de inwerkingtreding van deze verordening met bananebomen zijn beplant en percelen van minder dan 0,2 ha komen niet in aanmerking voor de premie.

3. De premie bedraagt 1 000 ecu/ha. Dit bedrag kan volgens de procedure van artikel 27 worden gedifferentieerd naar gelang van de specifieke omstandigheden in bepaalde gebieden.

4. De Commissie kan een Lid-Staat volgens de procedure van artikel 27 machtigen om bananentelers in gebieden waar het verdwijnen van de bananenteelt schadelijk zou zijn voor de instandhouding van het microklimaat of de bodem alsmede voor het milieu of het landschap, van de beëindigingspremie uit te sluiten.

5. Toekenning van deze premie is verenigbaar met toekenning van de steun op grond van titel III van Verordening (EEG) nr. 3763/91 (6), titel II van Verordening (EEG) nr. 1600/92 (7) en titel III van Verordening (EEG) nr. 1601/92 (8), en de steun voor structuurmaatregelen op grond van de Verordening (EEG) nr. 2052/88 (9) en (EEG) nr. 4253/88 (10).

Artikel 14

De bepalingen ter uitvoering van deze titel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 27.

De bepalingen ter uitvoering van de artikelen 6 en 10 worden echter vastgesteld volgens de procedure van artikel 29 van Verordening (EEG) nr. 4253/88.

TITEL IV Regeling voor het handelsverkeer met derde landen

Artikel 15

Deze titel is alleen van toepassing op verse produkten van GN-code ex 0803 met uitzondering van "plantains".

In deze titel wordt verstaan onder:

1. "traditionele invoer uit de ACS-Staten", de in de bijlage vastgestelde hoeveelheden bananen die door elke traditioneel exporterende ACS-Staat naar de Gemeenschap zijn geëxporteerd; de bij deze invoer betrokken hoeveelheden bananen worden hierna aangeduid als "traditionele ACS-bananen";

2. "niet-traditionele invoer uit de ACS-Staten", de hoeveelheden bananen die door de ACS-Staten boven de onder 1 omschreven hoeveelheid naar de Gemeenschap worden geëxporteerd; de bij deze invoer betrokken hoeveelheden bananen worden hierna aangeduid als "niet-traditionele ACS-bananen";

3. "invoer uit niet tot de ACS behorende derde landen", de door de overige derde landen naar de Gemeenschap geëxporteerde hoeveelheden; de bij deze invoer betrokken bananen worden hierna aangeduid met "bananen uit derde landen";

4. "bananen uit de Gemeenschap", in de Gemeenschap geproduceerde bananen;

5. "afzetten" en "afzet", het in de handel brengen van het produkt, met uitzondering van de distributie aan de eindverbruiker.

Artikel 16

1. Ieder jaar wordt een geraamde balans opgesteld van de produktie en het verbruik in de Gemeenschap en van de invoer en uitvoer.

2. Deze geraamde balans wordt opgesteld aan de hand van:

- de beschikbare gegevens over de in het afgelopen jaar in de Gemeenschap afgezette hoeveelheden bananen, gespecificeerd naar oorsprong,

- prognoses inzake de eigen bananenproduktie en de afzet daarvan in de Gemeenschap,

- ramingen van de invoer van traditionele ACS-bananen,

- ramingen van het verbruik die met name gebaseerd zijn op de recente verbruikstendensen en op de ontwikkeling van de marktprijzen.

3. Zo nodig kan de balans in de loop van het verkoopseizoen worden herzien, met name om rekening te houden met de gevolgen van uitzonderlijke omstandigheden die van invloed zijn op de voorwaarden voor produktie of invoer. In dat geval wordt het in artikel 18 bedoelde tariefcontingent aangepast volgens de procedure van artikel 27.

Artikel 17

Voor elke invoer van bananen in de Gemeenschap moet een invoercertificaat worden overgelegd, dat door de Lid-Staat wordt afgegeven aan iedere belanghebbende die daarom verzoekt, ongeacht zijn plaats van vestiging in de Gemeenschap, onverminderd de voor de toepassing van de artikelen 18 en 19 vastgestelde bijzondere bepalingen.

Het invoercertificaat is in de gehele Gemeenschap geldig. Behoudens volgens de procedure van artikel 27 vastgestelde afwijkingen, worden deze certificaten slechts afgegeven na het stellen van een zekerheid die borg staat voor de naleving van de verbintenis tot invoer onder de voorwaarden van deze verordening tijdens de geldigheidsduur van het certificaat; indien de transactie niet binnen die termijn of slechts gedeeltelijk plaatsvindt, vervalt de aanspraak op deze zekerheid geheel of ten dele.

Het invoercertificaat is overdraagbaar.

Artikel 18

1. Voor elk jaar wordt een tariefcontingent van 2 miljoen ton nettogewicht geopend voor de invoer van bananen uit derde landen en niet-traditionele ACS-bananen.

In het kader van dit tariefcontingent wordt op de invoer van bananen uit derde landen 100 ecu per ton geheven en wordt op de invoer van niet-traditionele ACS-bananen een nulrecht toegepast.

Voor de tweede helft van het jaar 1993 wordt het tariefcontingent vastgesteld op 1 miljoen ton nettogewicht.

Wanneer de communautaire vraag die is bepaald op basis van de in artikel 16 bedoelde geraamde balans stijgt, wordt de grootte van het contingent dienovereenkomstig verhoogd volgens de procedure van artikel 27. Indien daartoe aanleiding bestaat, vindt deze herziening plaats vóór de datum 30 november voorafgaand aan het betrokken verkoopseizoen.

2. Buiten het in lid 1 bedoelde contingent:

- wordt op de invoer van niet-traditionele ACS-bananen 750 ecu per ton geheven,

- wordt op de invoer van bananen uit derde landen 850 ecu per ton geheven.

3. De hoeveelheden bananen uit derde landen en de niet-traditionele ACS-bananen die uit de Gemeenschap worden wederuitgevoerd, worden niet afgeboekt op het in lid 1 bedoelde contingent.

Artikel 19

1. Het tariefcontingent wordt met ingang van 1 juli 1993 geopend ten belope van:

a) 66,5 % voor de categorie marktdeelnemers die bananen uit derde landen en/of niet-traditionele ACS-bananen hebben afgezet;

b) 30 % voor de categorie marktdeelnemers die bananen uit de Gemeenschap en/of traditionele ACS-bananen hebben afgezet;

c) 3,5 % voor de categorie in de Gemeenschap gevestigde marktdeelnemers die vanaf 1992 zijn begonnen andere bananen dan bananen uit de Gemeenschap en/of traditionele ACS-bananen af te zetten.

De invoermogelijkheden in het kader van het bepaalde onder a) en b) staan open voor in de Gemeenschap gevestigde marktdeelnemers die voor eigen rekening een nader te bepalen minimumhoeveelheid bananen van de voornoemde oorsprong hebben afgezet.

De aanvullende criteria waaraan de marktdeelnemers moeten voldoen, worden volgens de procedure van artikel 27 vastgesteld. De Lid-Staten stellen de lijst van marktdeelnemers en de in lid 2 bedoelde gemiddelde hoeveelheid per marktdeelnemer vast.

2. Op basis van berekeningen die afzonderlijk zijn uitgevoerd voor elk van de categorieën marktdeelnemers bedoeld in lid 1, onder a) en onder b), ontvangt elke marktdeelnemer invoercertificaten op basis van de gemiddelde hoeveelheden bananen die hij in de laatste drie jaren waarover gegevens beschikbaar zijn, heeft verkocht. Bij de hoeveelheden die in aanmerking moeten worden genomen met betrekking tot de in lid 1, onder a), genoemde marktdeelnemers, gaat het om de verkoop van bananen uit derde landen en/of niet-traditionele ACS-bananen. In het geval van de in lid 1, onder b), genoemde marktdeelnemers gaat het om de verkoop van traditionele ACS-bananen en/of communautaire bananen. Bananen uit derde landen en/of niet-traditionele ACS-bananen die zijn ingevoerd op basis van krachtens lid 1, onder b), verleende vergunningen, worden niet in aanmerking genomen bij de bepaling van de hoeveelheden waarop men recht heeft krachtens lid 1, onder a), zodat de oorspronkelijke verdeling van de vergunningen tussen de beide categorieën marktdeelnemers niet verandert.

Voor de tweede helft van het jaar 1993 worden aan elke marktdeelnemer certificaten afgegeven op basis van de helft van de gemiddelde jaarlijkse hoeveelheid die in de jaren 1989-1991 is afgezet.

3. Indien het totaal van de aanvragen van de nieuwe marktdeelnemers de uit hoofde van lid 1, onder c), vastgestelde hoeveelheden overschrijdt, wordt op elke aanvraag een zelfde verminderingspercentage toegepast.

De eventueel beschikbare hoeveelheden worden weer aan de in lid 1, onder a) en b), bedoelde marktdeelnemers toegewezen onder voorwaarden die volgens de procedure van artikel 27 worden vastgesteld.

4. Indien het tariefcontingent wordt verhoogd, wordt de beschikbare extra-hoeveelheid overeenkomstig de bepalingen van de voorgaande leden aan de marktdeelnemers van de in lid 1 bedoelde categorieën toegekend.

Artikel 20

Volgens de procedure van artikel 27 stelt de Commissie de in artikel 16 bedoelde geraamde balans vast en herziet zij deze.

Volgens dezelfde procedure stelt de Commissie bepalingen ter uitvoering van de onderhavige titel vast. Deze bepalingen kunnen met name betrekking hebben op:

- de aanvullende maatregelen voor de afgifte van de certificaten, de geldigheidsduur daarvan, de voorwaarden voor de overdraagbaarheid, en de regeling voor de nodige zekerheidstellingen; deze bepalingen kunnen tevens de vaststelling van een bezinningsperiode omvatten;

- de frequentie van de afgifte van de certificaten;

- de in artikel 19, lid 1, tweede alinea, bedoelde minimumhoeveelheid afgezette bananen.

TITEL V Algemene bepalingen

Artikel 21

1. Behoudens andersluidende bepalingen in deze verordening zijn, bij invoer van de in artikel 1 bedoelde produkten, verboden:

- de toepassing van enige heffing van gelijke werking als een douanerecht,

- de toepassing van enige kwantitatieve beperking of maatregel van gelijke werking.

2. Het tariefcontingent waarin is voorzien bij het Protocol betreffende het tariefcontingent voor de invoer van bananen, gehecht aan de in artikel 136 van het Verdrag bedoelde Toepassingsovereenkomst betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee met de Gemeenschap, wordt afgeschaft.

Artikel 22

De algemene bepalingen voor de interpretatie van het gemeenschappelijk douanetarief en de bijzondere regels voor de toepassing ervan gelden voor de indeling van de produkten die onder deze verordening vallen; de uit de toepassing van deze verordening voortvloeiende tariefnomenclatuur wordt opgenomen in het gemeenschappelijk douanetarief.

Artikel 23

1. Indien in de Gemeenschap de markt voor een of meer van de in artikel 1 bedoelde produkten als gevolg van invoer of uitvoer ernstige verstoringen ondergaat of dreigt te ondergaan die de doeleinden van artikel 39 van het Verdrag in gevaar kunnen brengen, kunnen in het handelsverkeer met derde landen passende maatregelen worden toegepast totdat deze verstoring opgeheven of het gevaar daarvoor geweken is.

2. Indien de in lid 1 bedoelde situatie zich voordoet, beslist de Commissie op verzoek van een Lid-Staat of op eigen initiatief over de noodzakelijke maatregelen, die aan de Lid-Staten worden meegedeeld en onmiddellijk van toepassing zijn. Indien bij de Commissie een dergelijk verzoek van een Lid-Staat wordt ingediend, beslist zij hierover binnen drie werkdagen na de ontvangst van het verzoek.

3. Iedere Lid-Staat kan de maatregel van de Commissie binnen drie werkdagen volgende op de dag van mededeling daarvan aan de Raad voorleggen. De Raad komt onverwijld bijeen; hij kan de betrokken maatregel met gekwalificeerde meerderheid van stemmen wijzigen of vernietigen.

4. De bepalingen ter uitvoering van dit artikel worden volgens de procedure van artikel 27 vastgesteld.

Artikel 24

Behoudens andersluidende bepalingen in deze verordening zijn de artikelen 92 tot en met 94 van het Verdrag van toepassing op de produktie van en de handel in de in artikel 1 bedoelde produkten.

Artikel 25

1. De bij de artikelen 12 en 13 ingestelde maatregelen zijn interventiemaatregelen ter regulering van de landbouwmarkten in de zin van artikel 3, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 729/70 van de Raad van 21 april 1970 inzake de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (11).

2. De bij de artikelen 6 en 10 ingestelde maatregelen worden medegefinancierd door de afdeling Oriëntatie van het EOGFL.

3. De bepalingen ter uitvoering van dit artikel, en met name de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan voordat financiële steun van de Gemeenschap wordt uitgekeerd, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 27.

Artikel 26

1. Er wordt een Comité van beheer voor bananen, hierna "het Comité" te noemen, ingesteld, dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van de Lid-Staten en dat onder voorzitterschap staat van een vertegenwoordiger van de Commissie.

2. In het Comité worden de stemmen van de Lid-Staten gewogen overeenkomstig het bepaalde in artikel 148, lid 2, van het Verdrag. De voorzitter neemt niet aan de stemming deel.

Artikel 27

1. In de gevallen waarin wordt verwezen naar de in dit artikel omschreven procedure, leidt de voorzitter deze procedure bij het Comité in, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van de vertegenwoordiger van een Lid-Staat.

2. De vertegenwoordiger van de Commissie dient een ontwerp in van de te nemen maatregelen. Het Comité brengt over deze maatregelen advies uit binnen een termijn die de voorzitter kan vaststellen naar gelang van de urgentie van de aan een onderzoek onderworpen vraagstukken. Het Comité spreekt zich uit met de in artikel 148, lid 2, van het Verdrag aangegeven meerderheid.

3. De Commissie stelt maatregelen vast die onmiddellijk van toepassing zijn. Indien deze maatregelen echter niet in overeenstemming zijn met het door het Comité uitgebrachte advies, worden zij door de Commissie onverwijld ter kennis van de Raad gebracht. In dat geval kan de Commissie de toepassing van de maatregelen waartoe zij heeft besloten tot ten hoogste een maand na deze kennisgeving uitstellen.

De Raad kan binnen een maand met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een andersluidend besluit nemen.

Artikel 28

Het Comité kan elk ander vraagstuk onderzoeken dat door zijn voorzitter, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van de vertegenwoordiger van een Lid-Staat, aan de orde wordt gesteld.

Artikel 29

De Lid-Staten verstrekken de Commissie de informatie die nodig is voor de uitvoering van deze verordening, en met name de gegevens over:

- de vastgestelde bepalingen inzake de toepassing van de gemeenschappelijke kwaliteitsnormen en de controle op de naleving ervan,

- de telersverenigingen,

- de regionale kaderprogramma's voor de bananensector en de desbetreffende uitvoeringsbepalingen,

- de vastgestelde bepalingen voor het beheer van de eventuele compenserende steun,

- de lijst van marktdeelnemers,

- de gegevens betreffende produktie en prijzen,

- de op hun grondgebied afgezette hoeveelheden bananen uit de Gemeenschap, traditionele en niet-traditionele ACS-bananen en bananen uit derde landen,

- de vooruitzichten inzake produktie en verbruik in het volgende jaar.

Artikel 30

Indien vanaf juli 1993 specifieke maatregelen nodig zijn om de overgang van de vóór de inwerkingtreding van deze verordening bestaande regelingen naar de regeling in het kader van deze verordening te vergemakkelijken, en met name om ernstige moeilijkheden te overwinnen, stelt de Commissie volgens de procedure van artikel 27 alle nodig geachte overgangsmaatregelen vast.

Artikel 31

In artikel 1, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1319/85:

1. wordt de tekst bij het tweede streepje vervangen door de volgende tekst:

"- controle om na te gaan of wordt voldaan aan de kwaliteitsnormen, dan wel aan bepaalde eisen van de kwaliteitsnormen

a) voor de in bijlage II bij Verordening (EEG) nr. 1035/72 bedoelde produkten die uit de markt worden genomen overeenkomstig de artikelen 15 en 15 bis of die worden aangekocht overeenkomstig de artikelen 19 en 19 bis van die verordening, en voor

b) de produkten van de sector bananen die onder Verordening (EEG) nr. 404/93 (*) vallen;

(*) PB nr. L 47 van 25. 2. 1993, blz. 1.";

2. wordt de tekst bij het vierde streepje vervangen door de volgende tekst:

"- verificatie van de notering van de in de artikelen 17 en 24 van Verordening (EEG) nr. 1035/72 bedoelde prijzen.".

Artikel 32

Uiterlijk na afloop van het derde jaar van toepassing van de onderhavige verordening en in ieder geval bij de herziening van de forfaitaire referentieopbrengst als bedoeld in artikel 12, lid 4, legt de Commissie aan het Europees Parlement en aan de Raad een verslag voor over de werking van deze verordening.

Het verslag bevat met name een analyse van de ontwikkeling van de afzetstroom van de bananen uit de Gemeenschap, de bananen uit derde landen en de ACS-bananen vanaf de toepassing van de onderhavige regeling. In voorkomend geval gaat dit verslag vergezeld van passende voorstellen.

De Commissie legt uiterlijk op 31 december 2001 aan het Europees Parlement en aan de Raad een tweede verslag voor over de werking van deze verordening, vergezeld van de nodige voorstellen inzake de na 31 december 2002 toe te passen nieuwe regeling.

Artikel 33

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 1993.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 13 februari 1993.

Voor de Raad

De Voorzitter

B. WESTH

(1) PB nr. C 232 van 10. 9. 1992, blz. 3.

(2) PB nr. C 21 van 25. 1. 1993.

(3) PB nr. C 19 van 25. 1. 1993, blz. 99.

(4) PB nr. L 137 van 27. 5. 1985, blz. 39.

(5) PB nr. L 118 van 20. 5. 1972, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1754/92 (PB nr. L 180 van 1. 7. 1992, blz. 23).

(6) PB nr. L 356 van 24. 12. 1991, blz. 1.

(7) PB nr. L 173 van 27. 6. 1992, blz. 1.

(8) PB nr. L 173 van 27. 6. 1992, blz. 13.

(9) PB nr. L 185 van 15. 7. 1988, blz. 9.

(10) PB nr. L 374 van 31. 12. 1988, blz. 1.

(11) PB nr. L 94 van 28. 4. 1970, blz. 13. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2048/88 (PB nr. L 185 van 15. 7. 1988, blz. 1).

BIJLAGE

Traditionele hoeveelheden bananen uit ACS-Staten (in ton nettogewicht) Ivoorkust 155 000

Kameroen 155 000

Suriname 38 000

Somalië 60 000

Jamaica 105 000

Santa Lucia 127 000

Sint-Vincent en de Grenadinen 82 000

Dominica 71 000

Belize 40 000

Kaapverdië 4 800

Grenada 14 000

Madagaskar 5 900

857 700

Top