Help Print this page 

Document 02007D0756-20140101

Title and reference
Beschikking van de Commissie van 9 november 2007 tot vaststelling van de gemeenschappelijke specificatie van het nationaal voertuigregister als bedoeld in de artikelen 14, leden 4 en 5, van de Richtlijnen 96/48/EG en 2001/16/EG (Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 5357) (2007/756/EG)

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2007/756/2014-01-01
Multilingual display
Text

2007D0756 — NL — 01.01.2014 — 003.003


Dit document vormt slechts een documentatiehulpmiddel en verschijnt buiten de verantwoordelijkheid van de instellingen

►B

BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 9 november 2007

tot vaststelling van de gemeenschappelijke specificatie van het nationaal voertuigregister als bedoeld in de artikelen 14, leden 4 en 5, van de Richtlijnen 96/48/EG en 2001/16/EG

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 5357)

(2007/756/EG)

(PB L 305 van 23.11.2007, blz. 30)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  nr.

blz.

datum

►M1

BESLUIT VAN DE COMMISSIE van 10 februari 2011

  L 43

33

17.2.2011

►M2

BESLUIT VAN DE COMMISSIE van 14 november 2012

  L 345

1

15.12.2012

►M3

VERORDENING (EU) Nr. 519/2013 VAN DE COMMISSIE van 21 februari 2013

  L 158

74

10.6.2013


Gerectificeerd bij:

►C1

Rectificatie, PB L 101, 4.4.2014, blz.  15 (2012/757/EU)




▼B

BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 9 november 2007

tot vaststelling van de gemeenschappelijke specificatie van het nationaal voertuigregister als bedoeld in de artikelen 14, leden 4 en 5, van de Richtlijnen 96/48/EG en 2001/16/EG

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 5357)

(2007/756/EG)



DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 96/48/EG van de Raad van 23 juli 1996 betreffende de interoperabiliteit van het trans-Europees hogesnelheidsspoorwegsysteem ( 1 ), en met name op artikel 14, leden 4 en 5,

Gelet op Richtlijn 2001/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2001 betreffende de interoperabiliteit van het conventionele trans-Europese spoorwegsysteem ( 2 ), en met name op artikel 14, leden 4 en 5.

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Wanneer lidstaten toestemming verlenen om rollend materieel in gebruik te nemen, dienen zij erop toe te zien dat aan elk individueel voertuig een identificatiecode wordt toegekend. Deze code wordt ingevoerd in het nationaal voertuigregister („NVR”). Dit register moet kunnen worden geraadpleegd door gemachtigde vertegenwoordigers van de bevoegde instanties en belanghebbenden. De verschillende nationale registers moeten wat de inhoud en het formaat van de data betreft op elkaar worden afgestemd. Ze moeten derhalve worden opgesteld op basis van gemeenschappelijke operationele en technische specificaties.

(2)

De gemeenschappelijke specificaties van het NVR moeten worden vastgesteld op basis van de door het Europees Spoorwegbureau (hierna „het Bureau” genoemd) opgestelde ontwerpspecificaties. In deze ontwerpspecificaties moet het volgende worden omschreven: de inhoud, de functionele en technische architectuur, het dataformaat, de bedrijfsmodus, waaronder voorschriften voor de gegevensinvoer en -raadpleging.

(3)

Deze beschikking is opgesteld op basis van aanbeveling nr. ERA/REC/INT/01-2006 van het Bureau van 28 juli 2006.

Alle in een lidstaat toegelaten voertuigen moeten zijn opgenomen in het NVR van de betrokken lidstaat. Goederenwagens en passagiersrijtuigen moeten echter alleen worden ingeschreven in het NVR van de lidstaat waar ze het eerst in dienst worden genomen.

(4)

Voor de inschrijving van voertuigen, de bevestiging van de inschrijving, de aanpassing van inschrijvingsgegevens en de bevestiging van die aanpassingen moet gebruik worden gemaakt van een standaardformulier.

(5)

Elke lidstaat voert een geïnformatiseerd NVR in. Alle NVR’s worden gekoppeld aan een centraal virtueel voertuigregister (hierna „VVR” genoemd) dat door het Bureau wordt beheerd met het oog op de opstelling van een register van interoperabiliteitsdocumenten als bedoeld in artikel 19 van Verordening (EG) nr. 881/2004 van het Europees Parlement en de Raad ( 3 ). Het VVR moet gebruikers de mogelijkheid bieden alle NVR’s via één portaal te raadplegen en gegevens uit te wisselen tussen de NVR’s. Om technische redenen, kan de koppeling met het VVR niet meteen tot stand worden gebracht. De lidstaten moeten derhalve pas worden verplicht hun NVR’s aan het centrale VVR te koppelen wanneer is aangetoond dat het VVR daadwerkelijk functioneert. Hiertoe zal het Bureau een proefproject opzetten.

(6)

Volgens punt 8 van de notulen van vergadering nr. 40 van het overeenkomstig artikel 21 van Richtlijn 2001/16/EG ingestelde regelgevend comité, dienen alle bestaande voertuigen te worden ingeschreven in het NVR van de lidstaat waar ze voordien waren ingeschreven. Bij de overdracht van de gegevens moet worden voorzien in een passende overgangsperiode en moet de beschikbaarheid van de gegevens gewaarborgd blijven.

(7)

Overeenkomstig artikel 14, lid 4, onder b), van Richtlijn 96/48/EG en artikel 14, lid 4, onder b), van Richtlijn 2001/16/EG wordt het register beheerd en bijgehouden door een instantie die onafhankelijk is van enige spoorwegonderneming. De lidstaten delen de Commissie en de andere lidstaten mee welke instantie zij met deze opdracht hebben belast, onder meer om de uitwisseling van gegevens tussen deze instanties te vergemakkelijken.

(8)

Een aantal lidstaten beschikken over een uitgebreid 1 520 mm-spoornet waarop wagens worden ingezet die behoren tot het gemeenschappelijk wagenpark van de landen van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS). In dit kader is een gemeenschappelijk inschrijvingssysteem ontwikkeld dat een belangrijk element vormt voor de interoperabiliteit en veiligheid van het 1 520 mm-net. Met deze specifieke situatie moet rekening worden gehouden door de opstelling van specifieke regels om te voorkomen dat voor hetzelfde voertuig tegenstrijdigheden ontstaan tussen de regelgeving van de Europese Unie en het GOS.

(9)

Het nummeringsysteem van voertuigen met het oog op de inschrijving in het NVR valt onder de regels van bijlage P van de TSI „Exploitatie en verkeersleiding”. Het Bureau stelt richtsnoeren op voor een geharmoniseerde toepassing van deze regels.

(10)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 21 van Richtlijn 96/48/EG ingestelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:



Artikel 1

De gemeenschappelijke specificaties van het nationaal voertuigregister overeenkomstig artikel 14, lid 5, van Richtlijn 96/48/EG en artikel 14, lid 5, van Richtlijn 2001/163/EG worden vastgesteld zoals aangegeven in de bijlage.

▼M2

Artikel 1 bis

Aanhangsel 6 van de bijlage bij deze beschikking is van toepassing met ingang van 1 januari 2014.

▼B

Artikel 2

Na de inwerkingtreding van deze beschikking, worden voertuigen door de lidstaten ingeschreven overeenkomstig de in de bijlage vastgestelde gemeenschappelijke specificaties.

Artikel 3

Bestaande voertuigen worden door de lidstaten ingeschreven overeenkomstig deel 4 van de bijlage.

Artikel 4

1.  Overeenkomstig artikel 14, lid 4, onder b), van Richtlijn 96/48/EG en artikel 14, lid 4, onder b), van Richtlijn 2001/16/EG wordt het register beheerd en bijgehouden door een daartoe door de lidstaten aangestelde nationale instantie. De lidstaten kunnen deze opdracht toevertrouwen aan hun nationale veiligheidsinstanties. De lidstaten zien erop toe dat deze instanties samenwerken en onderling informatie uitwisselen zodat aanpassingen van gegevens tijdig worden meegedeeld.

2.  De lidstaten delen de Commissie en de andere lidstaten uiterlijk één jaar na de inwerkingtreding van deze beschikking mee welke instantie is aangewezen overeenkomstig lid 1.

Artikel 5

1.  Rollend materieel dat voor het eerst in gebruik wordt genomen in Estland, Letland of Litouwen en bestemd is voor gebruik buiten de Europese Unie als onderdeel van het gemeenschappelijke 1 520 mm-wagenpark moet zowel in het NVR als in de gegevensbank van de Raad voor het spoorvervoer van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten worden ingeschreven. In dit geval mag het 8-cijferige nummeringsysteem worden gebruikt in plaats van het nummeringsysteem in de bijlage.

2.  Rollend materieel dat voor het eerst in dienst wordt genomen in een derde land en bedoeld is voor gebruik in de Europese Unie als onderdeel van het gemeenschappelijke 1 520 mm-wagenpark wordt niet ingeschreven in het NVR. Overeenkomstig artikel 14, lid 4, van Richtlijn 2001/16/EG moet de in artikel 14, lid 5, onder c), d) en e), vermelde informatie kunnen worden opgevraagd via de gegevensbank van de Raad voor het spoorvervoer van het GOS.

Artikel 6

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

▼M1




BIJLAGE

1.   GEGEVENS

Het dataformaat van het nationale voertuigregister (hierna „NVR” genoemd) is als volgt.

De rubrieknummering volgt de opbouw van het standaardinschrijvingsformulier in aanhangsel 4.

Er kunnen velden worden toegevoegd zoals opmerkingen, de identificatie van voertuigen die nog worden onderzocht (zie punt 3.4), enz.



1.

►M2  Numerieke identificatiecode overeenkomstig aanhangsel 6 ◄

Verplicht

Inhoud

Numerieke identificatiecode overeenkomstig bijlage P van de Technische Specificatie inzake Interoperabiliteit (TSI) „Exploitatie en verkeersleiding” (hierna „TSI OPE” genoemd) (1)

 

Formaat

1.1.  Nummer

12 cijfers

1.2.  Voormalig nummer (indien van toepassing, voor hernummerde voertuigen)

 

2.

Lidstaat en nationale veiligheidsinstantie

Verplicht

Inhoud

Identificatie van de lidstaat waar het voertuig is geregistreerd en de nationale veiligheidsinstantie (NVI) die toestemming heeft verleend voor de ingebruikneming

 

Formaat

2.1.   ►M2  Cijfercode van de lidstaat overeenkomstig aanhangsel 6, deel 4 ◄

2-cijferige code

2.2.  Benaming van de NVI

Tekst

3.

Bouwjaar

Verplicht

Inhoud

Jaar waarin het voertuig de fabriek heeft verlaten

 

Formaat

3.  Bouwjaar

JJJJ

4.

EG-referentie

Verplicht (indien van toepassing)

Inhoud

Vermelding van de EG-keuringsverklaring en de instantie van afgifte (aanvrager)

 

Formaat

4.1.  Datum van de verklaring

Datum

4.2.  EG-referentie

Tekst

4.3.  Naam van de instantie van afgifte (aanvrager)

Tekst

4.4.  Geregistreerd ondernemingsnummer

Tekst

4.5.  Adres van de instantie, straat en nummer

Tekst

4.6.  Plaats

Tekst

4.7.  Landcode

ISO (zie aanhangsel 2)

4.8.  Postcode

Alfanumerieke code

5.

Verwijzing naar het Europees register van goedgekeurde voertuigentypen (ERATV)

Verplicht (2)

Inhoud

Verwijzing naar relevante technische gegevens uit het ERATV (3). De verwijzing is verplicht indien het type in het ERATV wordt vermeld

 

Formaat

5.  Verwijzing naar de relevante technische gegevens uit het ERATV

Alfanumerieke code(s)

5 bis

Reeks

Facultatief

Inhoud

Identificatie van een reeks indien het voertuig tot een reeks behoort

 

5 bis  Reeks

Tekst

6.

Exploitatiebeperkingen

Verplicht

Inhoud

Eventuele beperkingen inzake de exploitatie van het voertuig

 

Formaat

6.1.  Gecodeerde beperkingen

(zie aanhangsel 1)

Code

6.2  Niet-gecodeerde beperkingen

Tekst

7.

Eigenaar

Verplicht

Inhoud

Identificatie van de eigenaar van het voertuig

 

Formaat

7.1.  Naam van de instantie

Tekst

7.2.  Geregistreerd ondernemingsnummer

Tekst

7.3.  Adres van de instantie, straat en nummer

Tekst

7.4.  Plaats

Tekst

7.5.  Landcode

ISO (zie aanhangsel 2)

7.6.  Postcode

Alfanumerieke code

8.

Houder

Verplicht

Inhoud

Identificatie van de houder van het voertuig

 

Formaat

8.1.  Naam van de instantie

Tekst

8.2.  Geregistreerd ondernemingsnummer

Tekst

8.3.  Adres van instantie, straat en nummer

Tekst

8.4.  Plaats

Tekst

8.5.  Landcode

ISO (zie aanhangsel 2)

8.6.  Postcode

Alfanumerieke code

8.7.  Aanduiding voertuighouder (indien van toepassing)

Alfanumerieke code

9.

Instantie die verantwoordelijk is voor het onderhoud

Verplicht

Inhoud

Vermelding van de instantie die verantwoordelijk is voor het onderhoud

 

Formaat

9.1.  Instantie die verantwoordelijk is voor het onderhoud

Tekst

9.2.  Geregistreerd ondernemingsnummer

Tekst

9.3.  Adres van de organisatie, straat en nummer

Tekst

9.4.  Plaats

Tekst

9.5.  Landcode

ISO

9.6.  Postcode

Alfanumerieke code

9.7.  E-mailadres

E-mail

10.

Buitendienststelling

Verplicht indien van toepassing

Inhoud

Officiële datum waarop het voertuig is geschrapt en/of andere verwijderingsregeling en schrappingscode

 

Formaat

10.1.  Wijze van verwijdering

(zie aanhangsel 3)

2-cijferige code

10.2.  Schrappingsdatum

Datum

11.

Lidstaten waar het voertuig is toegelaten

Verplicht

Inhoud

Lijst van de lidstaten waar het voertuig is toegelaten

 

Formaat

11.   ►M2  Cijfercode van de lidstaat overeenkomstig aanhangsel 6, deel 4 ◄

Lijst

12.

Nummer van de toestemming voor de ingebruikneming

Verplicht

Inhoud

Geharmoniseerde nummering van de door de NVI afgegeven toestemming voor de ingebruikneming

 

Formaat

12.  Nummer van de toestemming voor de ingebruikneming

Voor bestaande voertuigen: tekst

Voor nieuwe voertuigen: alfanumerieke code op basis van de EIN, zie aanhangsel 2.

13.

Toestemming voor de ingebruikneming

Verplicht

Inhoud

Datum en geldigheidsduur van de toestemming voor de ingebruikneming (4) van het voertuig

 

Formaat

13.1.  Datum van de toestemming

Datum (jjjj/mm/dd)

13.2.  Geldigheidsduur van de toestemming (indien bepaald)

Datum (jjjj/mm/dd)

13.3.  Schorsing van de toestemming

Ja/neen

(1)   Niet gebruikt.

(2)   Voor overeenkomstig artikel 26 van Richtlijn 2008/57/EG goedgekeurde voertuigtypes.

(3)   Het bij artikel 34 van Richtlijn 2008/57/EG bedoelde register.

(4)   Toestemming afgegeven overeenkomstig hoofdstuk V van Richtlijn 2008/57/EG of toestemming afgegeven overeenkomstig de vergunningsregelingen die vóór de omzetting van Richtlijn 2008/57/EG bestonden.

2.   ARCHITECTUUR

2.1.    Koppeling met andere registers

Er worden verschillende nieuwe registers ingevoerd, gedeeltelijk als gevolg van de nieuwe EU-regelgeving. Onderstaande tabel biedt een overzicht van de registers en databanken die na hun invoering aan het NVR kunnen worden gekoppeld.



Register of gegevensbank

Verantwoordelijke instantie

Instanties die toegang hebben

NVR

(interoperabiliteitsrichtlijn)

Registratie-instantie (RI) (1)/NVI

Andere NVI/RI/SO/IB/IA/RB/Houder/ Eigenaar/ERA/OTIF

ERATV

(interoperabiliteitsrichtlijn)

Het Europees Spoorwegbureau

Het publiek

RSRD

(TSI TAF & SEDP)

Houder

SO/IB/NVI/ERA/Houder/ Werkplaatsen

WIMO

(TSI TAF & SEDP)

Nog niet beslist

SO/IB/NVI/ERA/Houder/ Werkplaatsen/Gebruiker

Rollend spoorwegmaterieel register (2) (Cape Town Conventie)

Registratie-instantie

Het publiek

OTIF-register

(COTIF 99 — ATMF)

OTIF

Bevoegde instanties/SO/IB/OO/RB/Houder/ Eigenaar/ERA/OTIF Sec.

(1)   De registratie-instantie („RI”) is de instantie die een lidstaat overeenkomstig artikel 33, lid 1, onder b), van Richtlijn 2008/57/EG heeft aangesteld om het NVR te beheren en bij te houden.

(2)   Als bedoeld in het Protocol van Luxemburg betreffende specifieke vraagstukken in verband met rollend materieel voor de spoorwegen bij het Verdrag inzake internationale zekerheidsrechten voor mobiel materieel, dat op 23 februari 2007 in Luxemburg is ondertekend.

Met de invoering van het NVR kan niet worden gewacht totdat alle registers klaar zijn. Bij de vaststelling van de specificaties van het NVR moet derhalve rekening worden gehouden met interfaces met die andere registers. Dit betekent:

 ERATV: hier wordt in het NVR naar verwezen door te verwijzen naar het voertuigtype. De sleutel voor de koppeling van beide registers is punt 5;

 RSRD: dit betreft een aantal „administratieve” aspecten van het NVR; wordt gespecificeerd in het kader van de TSI TAF SEDP. In het SEDP wordt rekening gehouden met de specificatie betreffende het NVR;

 WIMO: omvat gegevens uit de RSRD met referentiegegevens van rollend materieel en onderhoudsgegevens. Er is geen koppeling met het NVR gepland;

▼M2

 AVER: het register dat gezamenlijk wordt beheerd door het Bureau en het OTIF (het Bureau voor de EU en het OTIF voor niet-EU OTIF-lidstaten). De houder wordt vermeld in het NVR. In het aanhangsel 6 wordt verwezen naar andere centrale registers (zoals voertuigtypecodes, interoperabiliteitscodes, landencodes, enz.) die moeten worden beheerd door een „centraal orgaan” dat ontstaat door samenwerking tussen het Bureau en het OTIF;

▼M1

 rollend spoorwegmaterieel register (Cape Town Conventie/Protocol van Luxemburg): dit is een register van financiële informatie met betrekking tot rollend materieel. Het werd nog niet ontwikkeld. Er is mogelijk een link, aangezien in het UNDROIT-register informatie moet worden opgenomen over het voertuignummer en de eigenaar. De sleutel voor de koppeling van beide registers is het eerste EVN dat aan het voertuig wordt toegekend;

 OTIF-registers: OTIF-registers worden ontwikkeld met inachtneming van de EU-voertuigregisters.

De architectuur van het hele systeem alsook de koppelingen tussen het NVR en andere registers zullen op zodanige wijze worden gedefinieerd dat de gevraagde informatie zo nodig kan worden teruggevonden.

2.2.    De algemene NVR-architectuur op EU-niveau

Voor de NVR-registers wordt geopteerd voor een gedecentraliseerde oplossing. Bedoeling is een zoekmachine voor gedecentraliseerde gegevens te ontwikkelen die gebruikmaakt van een gemeenschappelijke softwaretoepassing waardoor gebruikers gegevens uit alle lokale registers (LR) in de lidstaten kunnen opvragen.

NVR-gegevens worden in de lidstaten opgeslagen en zijn toegankelijk via een webapplicatie (met eigen internetadres).

Het Europees centraal virtueel voertuigregister (EC VVR) omvat twee subsystemen:

 het virtuele voertuigregister (VVR), namelijk de centrale zoekmachine bij het Bureau;

 de nationale voertuigregisters (NVR), namelijk het LR in de lidstaten. De lidstaten kunnen het standaard-NVR (sNVR) van het Bureau gebruiken of kunnen hun eigen toepassingen ontwikkelen die aan deze specificatie voldoen. In dat laatste geval gebruiken de lidstaten een vertaalinterface (VI) van het Bureau om het NVR met het VVR te laten communiceren.

Figuur 1

Architectuur van het EC VVR

image

De architectuur is gebaseerd op twee complementaire subsystemen om gegevens op te vragen die lokaal in de lidstaten zijn opgeslagen. Die architectuur:

 voorziet in geïnformatiseerde nationale registers in en stelt ze open voor wederzijdse raadpleging;

 vervangt papieren registers door elektronische gegevens zodat de lidstaten de informatie kunnen beheren en delen met andere lidstaten;

 maakt het mogelijk om de NVR’s en het VVR aan elkaar te koppelen door gebruik te maken van gemeenschappelijke normen en terminologie.

De belangrijkste beginselen van deze architectuur zijn:

 alle NVR’s worden geïntegreerd in het geïnformatiseerde netwerksysteem;

 alle lidstaten krijgen de gemeenschappelijke gegevens te zien wanneer zij het systeem raadplegen;

 door de invoering van het VVR worden dubbele inschrijvingen van gegevens en mogelijke vergissingen die daaruit voortvloeien, vermeden;

 de gegevens moeten up-to-date zijn.

Het Bureau stelt de RI’s de volgende installatiebestanden en documenten ter beschikking om het sNVR en de VI tot stand te brengen en ze aan het centrale VVR te koppelen:

 Installatiebestanden:

 

 sNVR-installatiebestanden;

 VI-installatiebestanden;

 Documenten:

 

 beheerdersgids sNVR;

 CSV-export;

 CSV-import;

 sNVR-handleiding implementatie;

 gebruikershandleiding sNVR;

 NVR-VI-handleiding implementatie;

 NVR-VI-handleiding integratie;

 gebruikershandleiding VVR.

3.   BEDRIJFSMODUS

3.1.    Gebruik van het NVR

Het NVR wordt gebruikt om:

 de toestemming voor de ingebruikneming te registreren;

 het aan voertuigen toegekende EVN te registreren;

 beknopte informatie over een specifiek voertuig in heel Europa op te zoeken;

 wettelijke aspecten zoals verplichtingen en juridische informatie op te volgen;

 informatie te verwerven voor inspecties, voornamelijk met betrekking tot veiligheid en onderhoud;

 contact te leggen met de eigenaar en de houder;

 een aantal veiligheidsvoorschriften voor de afgifte van een veiligheidscertificaat te controleren;

 een specifiek voertuig op te volgen.

3.2.    Aanvraagformulieren

3.2.1.    Inschrijvingsaanvraag

Het te gebruiken formulier is vastgesteld in aanhangsel 4.

De organisatie die een aanvraag voor de inschrijving van een voertuig indient, kruist het vakje „Nieuwe inschrijving” aan. Zij vult vervolgens het eerste deel van het formulier in met alle noodzakelijke gegevens van de rubrieken 2 tot en met 9 en rubriek 11 en zendt het formulier naar:

 de RI van de lidstaat waar de inschrijving wordt aangevraagd,

 de RI van de eerste lidstaat waar het voertuig zal worden gebruikt, wanneer het afkomstig is uit een derde land.

3.2.2.    Inschrijving van een voertuig en toekenning van een Europees voertuignummer

Bij een eerste inschrijving, kent de betrokken RI een Europees voertuignummer toe.

Er kan een afzonderlijk formulier worden gebruikt per voertuig of voor verschillende voertuigen van eenzelfde reeks of bestelling, met de lijst van de voertuignummers als bijlage.

De RI’s moeten ervoor zorgen dat de gegevens die zij in het NVR opnemen, correct zijn. Hiertoe kunnen zij steeds informatie vragen aan andere RI’s, met name wanneer een aanvraag voor inschrijving in een lidstaat wordt ingediend door een niet in die lidstaat gevestigde organisatie.

3.2.3.    Wijziging van één of meer gegevens

Een entiteit die een aanvraag voor een wijziging in haar voertuiginschrijving indient:

 kruist het vakje „Wijziging” aan,

 vult het huidige EVN in (rubriek 0),

 kruist het/de vakje(s) aan met het/de te wijzigen gegeven(s),

 voert de nieuwe gegevens in en zendt het formulier daarna naar de RI’s van alle lidstaten waar het voertuig is ingeschreven.

In een aantal gevallen zal het standaardformulier niet volstaan. Indien nodig kan de betrokken RI derhalve aanvullende elektronische of papieren documenten indienen.

Tenzij anders bepaald in de registratiedocumenten wordt de houder van het voertuig als de „registratiehouder” beschouwd in de zin van artikel 33, lid 3, van Richtlijn 2008/57/EG.

De huidige geregistreerde houder dient de RI mee te delen indien de houder van het voertuig wijzigt, waarna de RI aan de nieuwe houder meedeelt dat de inschrijving is aangepast. De voormalige houder wordt slechts uit het NVR verwijderd en van zijn verantwoordelijkheden ontslagen wanneer de nieuwe houder heeft bevestigd dat hij zijn status als houder erkent. De inschrijving van het voertuig wordt opgeschort indien geen enkele nieuwe houder de status als houder heeft aanvaard op het ogenblik dat de huidige geregistreerde houder wordt uitgeschreven.

Wanneer het voertuig wegens technische veranderingen een nieuw EVN krijgt overeenkomstig de TSI OPE, moet de registratiehouder de RI van de lidstaat waar het voertuig is ingeschreven, op de hoogte brengen van die veranderingen en eventueel van de nieuwe toestemming voor ingebruikneming. Die RI kent het voertuig vervolgens een nieuw EVN toe.

3.2.4.    Schrapping

De organisatie die een aanvraag tot schrapping van een voertuig indient, kruist het vakje „Schrapping” aan. Vervolgens vult zij rubriek 10 in en zendt ze het formulier naar de RI’s van alle lidstaten waar het voertuig is ingeschreven.

De RI bevestigt de registratie van de schrapping door mededeling van de schrappingsdatum en -bevestiging aan de organisatie.

3.2.5.    Toelating in verschillende lidstaten

1. Wanneer een voertuig met een stuurcabine dat reeds is toegelaten en ingeschreven in één lidstaat, wordt toegelaten in een andere lidstaat, moet het worden ingeschreven in het NVR van die laatste lidstaat. In dat geval moeten echter alleen de gegevens onder de rubrieken 1, 2, 6, 11, 12 en 13, en eventueel de gegevens voor de velden die door die laatste lidstaat aan het NVR zijn toegevoegd, worden ingevoerd aangezien alleen die gegevens betrekking hebben op de nieuwe lidstaat waar het voertuig wordt toegelaten.

Deze bepaling geldt zolang het VVR en de koppelingen met alle relevante NVR’s niet volledig operationeel zijn. Intussen wisselen de betrokken RI’s informatie uit om te verzekeren dat de gegevens met betrekking tot hetzelfde voertuig geen tegenstrijdigheden bevatten.

2. Voertuigen zonder stuurcabine, zoals goederenwagens, passagiersrijtuigen en bepaalde bijzondere voertuigen, worden echter alleen ingeschreven in het NVR van de lidstaat waar ze het eerst in dienst worden genomen.

3. Het NVR van het land waar een voertuig als eerste is ingeschreven, bevat de gegevens voor rubrieken 2, 6, 12 en 13 voor elk van de lidstaten waar een toestemming voor ingebruikneming aan dat voertuig werd toegekend.

3.3.    Toegangsrechten

De toegangsrechten tot gegevens van een NVR van een lidstaat „XX” worden in onderstaande tabel weergegeven, waarbij de toegangscodes als volgt worden gedefinieerd:



Toegangscode

Aard van de toegang

0.

Geen toegang

1.

Beperkte toegang (voorwaarden in de kolom „leesrechten”)

2.

Onbeperkte toegang

3.

Beperkte toegang en wijzigingen

4.

Onbeperkte toegang en wijzigingen



Entiteit

Definitie

Leesrechten

Schrijfrechten

Punt nr. 7

Alle andere punten

RE/NVI „XX”

RI/NSA in lidstaat „XX”

Alle gegevens

Alle gegevens

4

4

Andere NVI’s/RI’s

Andere NVI’s en/of andere RI’s

Alle gegevens

Geen

2

2

ERA

Europees Spoorwegbureau

Alle gegevens

Geen

2

2

Houder

Houder van het voertuig

Alle gegevens van voertuigen waarvan hij houder is

Geen

1

1

Beheerder van de vloot

Beheerder van voertuigen in opdracht van de houder

Voertuigen waarvoor zij door de houder als beheerder zijn aangesteld

Geen

1

1

Eigenaar

Eigenaar van het voertuig

Alle gegevens van de voertuigen waarvan zij de eigenaar zijn

Geen

1

1

SO

Treinexploitant

Alle gegevens op basis van voertuignummer

Geen

0

1

IB

Infrastructuurbeheerder

Alle gegevens op basis van voertuignummer

Geen

0

1

OO en RB

Controle en audit van aangemelde instanties door lidsta(a)t(en)

Alle gegevens van voertuigen die worden gecontroleerd of die het voorwerp uitmaken van een audit

Geen

2

2

Andere rechtmatige gebruikers

Alle andere door NVI’s of het ERA erkende gebruikers

Te bepalen indien van toepassing, mogelijk beperkt in tijd

Geen

0

1

3.4.    Historische gegevens

Alle gegevens in het NVR moeten tot 10 jaar na de datum waarop het voertuig buiten dienst wordt gesteld, worden bewaard. De gegevens moeten minstens de drie eerste jaren online beschikbaar blijven. Na drie jaar mogen ze hetzij elektronisch, hetzij op papier dan wel op een andere manier worden gearchiveerd. Indien gedurende die periode van tien jaar een onderzoek wordt geopend waarbij een bepaald voertuig of bepaalde voertuigen zijn betrokken, moeten de gegevens over die voertuigen indien nodig langer worden bewaard.

Wanneer de inschrijving van een voertuig wordt geschrapt, mogen de aan dat voertuig toegekende registratienummers gedurende 100 jaar vanaf de schrappingsdatum aan geen enkel ander voertuig worden toegekend.

Elke wijziging in het NVR moet worden geregistreerd. Voor het beheer van historische wijzigingen kan een beroep worden gedaan op IT-oplossingen.

4.   BESTAANDE VOERTUIGEN

4.1.    Opgenomen gegevens

De 13 rubrieken worden hieronder vermeld met een indicatie of het om verplichte dan wel facultatieve gegevens gaat.

4.1.1.    Rubriek nr. 1 — Europees voertuignummer (verplicht)

a)   Voertuigen met reeds een 12-cijferig nummer

Landen met één enkele landcode:

Deze voertuigen behouden hun huidige nummer. Het 12-cijferige nummer wordt ongewijzigd in het NVR opgenomen.

Landen waar naast de algemene landcode in het verleden specifieke codes werden toegekend:

 Duitsland, met de algemene code 80 en een specifieke code 68 voor AAE (Ahaus Alstätter Eisenbahn);

 Zwitserland, met de algemene code 85 en een specifieke code 63 voor BLS (Bern-Lötschberg-Simplon Eisenbahn);

 Italië, met de algemene code 83 en een specifieke code 64 voor FNME (Ferrovie Nord Milano Esercizio);

 Hongarije, met de algemene code 55 en de specifieke code 43 voor GySEV/ROeEE (Győr-Sopron-Ebenfurti Vasút Részvénytársaság/Raab-Ödenburg-Ebenfurter Eisenbahn).

Deze voertuigen behouden hun huidige nummer. Het 12-cijferige nummer wordt ongewijzigd in het NVR opgenomen ( 4 ).

Het IT-systeem dient beide codes (algemene landcode en specifieke code) te linken aan hetzelfde land.

b)   Voertuigen zonder een 12-cijferig nummer

De procedure verloopt in twee stappen:

 op grond van de kenmerken van het voertuig wordt in het NVR (overeenkomstig de TSI OPE) Een 12-cijferig nummer toegekend. Het IT-systeem dient het geregistreerde nummer te koppelen aan het huidige voertuignummer;

 voor voertuigen die voor internationaal verkeer worden gebruikt, behoudens die voor historisch gebruik: het 12-cijferige nummer wordt fysiek op het voertuig aangebracht binnen een periode van zes jaar na de toewijzing in het NVR. Voor voertuigen die uitsluitend voor binnenlands verkeer worden gebruikt en voertuigen voor historisch gebruik: het 12-cijferige nummer mag op vrijwillige basis fysiek op het voertuig worden aangebracht.

4.1.2.    Rubriek nr. 2 — lidstaat en NVI (verplicht)

De vermelding „lidstaat” verwijst steeds naar de lidstaat die het voertuig in zijn NVR heeft ingeschreven. Voor voertuigen uit derde landen verwijst deze vermelding naar de eerste lidstaat waar het voertuig werd toegelaten om op het spoorwegnet van de Europese Unie in gebruik te worden genomen. De vermelding „NVI” verwijst naar de instantie die de toestemming voor de ingebruikneming heeft afgegeven.

4.1.3.    Rubriek nr. 3 — Bouwjaar

Indien het exacte bouwjaar niet bekend is, wordt een jaartal bij benadering vermeld.

4.1.4.    Rubriek nr. 4 — EG-referentie

Op een aantal hogesnelheidstreinen na, beschikken bestaande voertuigen niet over een dergelijke referentie. Alleen in te vullen indien van toepassing.

4.1.5.    Rubriek nr. 5 — Verwijzing naar het ERATV

Alleen in te vullen indien van toepassing.

Zolang het ERATV niet tot stand is gebracht, mag worden verwezen naar het register van rollend materieel (artikel 22 bis van Richtlijn 96/48/EG van de Raad ( 5 ) en artikel 24 van Richtlijn 2001/16/EG van het Europees Parlement en de Raad ( 6 )).

4.1.6.    Rubriek nr. 6 — Exploitatiebeperkingen

Alleen in te vullen indien van toepassing.

4.1.7.    Rubriek nr. 7 — Houder (verplicht)

Verplicht en normaal gezien bekend.

4.1.8.    Rubriek nr. 8 — Houder (verplicht)

Verplicht en normaal gezien bekend. De AVE (unieke code zoals bepaald in het AVE-register) moet worden ingevoerd indien de houder er in het bezit van is.

4.1.9.    Rubriek nr. 9 — Entiteit die verantwoordelijk is voor het onderhoud (verplicht)

Verplicht gegeven.

4.1.10.    Rubriek nr. 10 — Buitendienststelling

Eventueel van toepassing.

4.1.11.    Rubriek nr. 11 — lidstaten waar het voertuig reeds is toegelaten

Normaal gezien zijn RIV-wagens, RIC-rijtuigen en voertuigen die onder een bilaterale of multilaterale overeenkomst vallen als dusdanig geregistreerd. Indien deze informatie bekend is, moet ze worden vermeld in het NVR.

4.1.12.    Rubriek nr. 12 — Nummer van de toestemming

Slechts in te vullen indien bekend.

4.1.13.    Rubriek nr. 13 — Indienststelling (verplicht)

Indien de exacte datum van indienststelling niet bekend is, wordt een datum bij benadering vermeld.

4.2.    Procedure

De instantie die in het verleden verantwoordelijk was voor de inschrijving van voertuigen moet alle informatie ter beschikking stellen van de NVI of RI van het land waar ze is gevestigd.

Bestaande goederenwagens en passagiersrijtuigen moeten alleen worden geregistreerd in het NVR van de lidstaat waar de voormalige inschrijvingsinstantie was gevestigd.

Indien een bestaand voertuig toegelaten was in verschillende lidstaten, deelt de RI die het voertuig inschrijft, de relevante gegevens mee aan de RI’s van de andere betrokken lidstaten.

De NVI of RI neemt de informatie op in haar NVR.

De NVI en RI deelt alle betrokkenen mee wanneer de informatieoverdracht voltooid is. Minstens de volgende instanties moeten op de hoogte worden gebracht:

 de instantie die voordien verantwoordelijk was voor de inschrijving van voertuigen,

 de houder,

 het Europees Spoorwegbureau.




Aanhangsel 1

BEPERKINGSCODES

1.   BEGINSELEN

Exploitatiebeperkingen (technische kenmerken) die reeds zijn opgenomen in andere voor de NVI’s toegankelijke registers moeten niet worden herhaald in het NVR.

De toelating voor grensoverschrijdend verkeer is gebaseerd op:

 de gecodeerde informatie in het voertuignummer,

 de alfabetische code, en

 de op het voertuig aangebrachte markeringen.

Deze informatie moet derhalve niet worden herhaald in het NVR.

2.   STRUCTUUR

De code is gestructureerd op basis van drie niveaus:

 1ste niveau: categorie van de beperking

 2de niveau: aard van de beperking

 3de niveau: waarde of specificatie.



Beperkingscodes

Cat.

Aard

Waarde

Omschrijving

1

 

 

Technische beperking in verband met de bouw

 

1

Numeriek (3)

Minimale boogstraal in meter

 

2

Beperkingen met betrekking tot spoorstroomkringen

 

3

Numeriek (3)

Snelheidsbeperking in km/u (aangeduid op wagens en rijtuigen, maar niet op locomotieven)

2

 

 

Geografische beperkingen

 

1

Alfanumeriek (3)

Kinematisch omgrenzingsprofiel (zie codes TSI WAG, bijlage C)

 

2

Gecodeerde lijst

Wielstelbreedte

 

 

1

Variabele breedte 1435/1520

 

 

2

Variabele breedte 1435/1668

 

3

Geen B&S-systeem aan boord

 

4

Uitgerust met ERTMS

 

5

Numeriek (3)

Uitgerust met klasse B-systeem (1)

3

 

 

Geografische beperkingen

 

1

Gecodeerde lijst

Klimaatzone EN50125/1999

 

 

1

T1

 

 

2

T2

 

 

3

T3

4

 

 

In de toestemming voor de ingebruikneming vermelde exploitatiebeperkingen

 

1

Tijdsgebonden

 

2

Afhankelijk van de omstandigheden (afgelegde afstand, slijtage enz.)

(1)   Indien het voertuig met meer dan één klasse B-systeem is uitgerust moet voor elk systeem een individuele code worden aangebracht. — 1xx staat voor een voertuig met een signaleringssysteem, — 2xx staat voor een voertuig met een radio.




Aanhangsel 2

STRUCTUUR EN INHOUD VAN HET EIN

Code voor de geharmoniseerde nummering, het Europees Identificatie Nummer (EIN), voor veiligheidscertificaten en andere documenten

Voorbeeld:



I

T

5

1

2

0

0

6

0

0

0

5

Landcode

(2 letters)

Documenttype

(2 cijfers)

Jaar van afgifte

(4 cijfers)

Teller

(4 cijfers)

Veld 1

Veld 2

Veld 3

Veld 4

VELD 1 —   LANDCODE (2 LETTERS)

▼M3

De gebruikte landencodes zijn die welke officieel zijn bekendgemaakt en bijgewerkt in de interinstitutionele schrijfwijzer (http://publications.europa.eu/code/nl/nl-5000600.htm)



LAND

CODE

Oostenrijk

AT

België

BE

Bulgarije

BG

Kroatië

HR

Cyprus

CY

Tsjechië

CZ

Denemarken

DK

Estland

EE

Finland

FI

Frankrijk

FR

Duitsland

DE

Griekenland

EL

Hongarije

HU

IJsland

IS

Ierland

IE

Italië

IT

Letland

LV

Liechtenstein

LI

Litouwen

LT

Luxemburg

LU

Noorwegen

NO

Malta

MT

Nederland

NL

Polen

PL

Portugal

PT

Roemenië

RO

Slowakije

SK

Slovenië

SI

Spanje

ES

Zweden

SE

Zwitserland

CH

Verenigd Koninkrijk

UK

De code voor multinationale veiligheidsinstanties moet op dezelfde manier worden samengesteld. Op dit moment bestaat er slechts één dergelijke instantie: de Channel Tunnel Safety Authority. Hiervoor wordt de volgende code voorgesteld:



MULTINATIONALE VEILIGHEIDSINSTANTIE

CODE

Channel Tunnel Safety Authority

CT

▼M1

VELD 2 —   DOCUMENTTYPE (2 CIJFERS)

Het documenttype wordt aangeduid met twee cijfers:

 het eerste cijfer duidt op de algemene classificatie van het document;

 het tweede cijfer duidt het subtype aan.

Dit nummeringsysteem kan worden uitgebreid wanneer er andere codes nodig zijn. De hierna voorgestelde lijst bevat alle mogelijke, bekende combinaties van twee cijfers, aangevuld met combinaties voor de toestemming voor de ingebruikneming van voertuigen:



Nummercombinatie voor veld 2

Documenttype

Subtype

[0 1]

Licenties

Licenties voor SO

[0 x]

Licenties

Overige

[1 1]

Veiligheidscertificaat

Deel A

[1 2]

Veiligheidscertificaat

Deel B

[1 x]

Gereserveerd

Gereserveerd

[2 1]

Veiligheidsvergunning

 

[2 2]

Gereserveerd

Gereserveerd

[2 x]

Gereserveerd

Gereserveerd

[3 x]

Gereserveerd, bv. onderhoud van rollend materieel, infrastructuur of overige elementen

 

[4 x]

Gereserveerd voor aangemelde instanties

bv. diverse soorten aangemelde instanties

[5 1] en [5 5] (1)

Toestemming voor de ingebruikneming

Tractievoertuigen

[5 2] en [5 6] (1)

Toestemming voor de ingebruikneming

Getrokken reizigersvoertuigen

[5 3] en [5 7] (1)

Toestemming voor de ingebruikneming

Goederenwagens

[5 4] en [5 8] (1)

Toestemming voor de ingebruikneming

Bijzondere voertuigen

[5 9] (2)

Typekeuring

 

[6 0]

Toestemming voor de ingebruikneming

Subsystemen infrastructuur, energie en baanapparatuur voor besturing en seingeving

[6 1]

Toestemming voor de ingebruikneming

Subsysteem infrastructuur

[6 2]

Toestemming voor de ingebruikneming

Subsysteem energie

[6 3]

Toestemming voor de ingebruikneming

Subsysteem baanapparatuur voor besturing en seingeving

[7 1]

Vergunning machinist

Teller tot en met 9 999

[7 2]

Vergunning machinist

Teller vanaf 10 000 tot en met 19 000

[7 3]

Vergunning machinist

Teller vanaf 20 000 tot en met 29 000

[8 x] … [9 x]

Gereserveerd (2 documenttypes)

Gereserveerd (telkens 10 subtypes)

(1)   Indien binnen één jaar de 4 cijfers die zijn gereserveerd voor veld 4, de „teller”, zijn opgebruikt, worden de eerste twee cijfers van veld 2 als volgt vervangen: — [5 1] wordt [5 5] voor tractievoertuigen, — [5 2] wordt [5 6] voor getrokken reizigersvoertuigen, — [5 3] wordt [5 7] voor goederenwagens, — [5 4] wordt [5 8] voor bijzondere voertuigen.

(2)   De in veld 4 toegewezen cijfers zijn: — van 1 000 tot 1 999 voor tractievoertuigen, — van 2 000 tot 2 999 voor getrokken reizigersvoertuigen, — van 3 000 tot 3 999 voor goederenwagens, — van 4 000 tot 4 999 voor bijzondere voertuigen.

VELD 3 —   AFGIFTEJAAR (4 CIJFERS)

In dit veld wordt vermeld in welk jaar (in het formaat jjjj, 4 cijfers) de toestemming is afgegeven.

VELD 4 —   TELLER

De teller is een oplopend nummer dat bij elke afgifte telkens met één eenheid wordt verhoogd. Dit geldt voor nieuwe, vernieuwde of aangepaste/gewijzigde vergunningen. Het nummer van een certificaat dat wordt ingetrokken of van een toestemming die wordt geschorst, mag niet opnieuw worden gebruikt.

Elk jaar start de teller vanaf 0.




Aanhangsel 3

SCHRAPPINGSCODES



Code

Wijze van schrapping

Omschrijving

00

Geen

Het voertuig beschikt over een geldige inschrijving.

10

Schorsing van de inschrijving

Zonder opgave van reden

De inschrijving van het voertuig wordt geschorst op verzoek van de eigenaar of houder of bij besluit van de NVI of RI.

11

Schorsing van de inschrijving

Het voertuig wordt bedrijfsklaar gestald als inactieve of strategische reserve.

20

Overdracht van inschrijving

Het voertuig zal opnieuw worden ingeschreven onder een ander nummer of in een ander NVR met het oog op blijvend gebruik op (het gehele of een deel van het) Europese spoornet.

30

Buitendienststelling

Zonder opgave van reden

De inschrijving van het voertuig voor gebruik op het Europese spoorwegnet is verstreken en het voertuig is niet opnieuw ingeschreven.

31

Buitendienststelling

Het voertuig is bestemd voor blijvend gebruik als spoorvoertuig, maar niet op het Europese spoorwegnet.

32

Buitendienststelling

Het voertuig is bestemd voor recuperatie van belangrijke interoperabele componenten/modules/onderdelen of grondige verbouwing.

33

Buitendienststelling

Het voertuig is bestemd voor sloop, verwijdering van materialen (waaronder belangrijke componenten) met het oog op recycling.

34

Buitendienststelling

Het voertuig zal als „historisch rollend materieel” worden ingezet op een gescheiden netwerk of statisch worden tentoongesteld, los van het Europese spoorwegnet.

Gebruik van codes

 Indien de reden voor de schrapping niet wordt gespecificeerd, moeten de codes 10, 20 en 30 worden gebruikt om de wijziging van de inschrijvingsstatus te vermelden.

 Indien de reden voor de schrapping bekend is, zijn in de NVR-gegevensbank de codes 11, 31, 32, 33 & 34 beschikbaar. Deze codes zijn uitsluitend gebaseerd op de informatie die door de houder of eigenaar wordt meegedeeld aan de RI.

Inschrijvingskwesties

 Een voertuig waarvan de inschrijving is geschorst of dat buiten dienst is gesteld, mag met die inschrijvingscode niet worden ingezet op het Europese spoorwegnet.

 Om een inschrijving na een schorsing te heractiveren, moet de registratie-instantie de onderzoeken of de oorzaken voor de schorsing zijn weggewerkt.

 Een overdracht van registratie onder de voorwaarden van artikel 1 ter van Beschikking 2006/920/EG van de Commissie ( 7 ) en artikel 1 ter van Beschikking 2008/231/EG van de Commissie ( 8 ) zoals gewijzigd bij Besluit 2010/640/EU ( 9 ) bestaat in een nieuwe inschrijving van het voertuig en de daaropvolgende schrapping van de oude inschrijving.




Aanhangsel 4

STANDAARDINSCHRIJVINGSFORMULIER

image

image

image




Aanhangsel 5



VERKLARENDE WOORDENLIJST

Afkorting

Definitie

CCS

Subsysteem besturing en seingeving

GOS

Gemenebest van Onafhankelijke Staten

COTIF

Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer

CR

Conventioneel spoorwegsysteem

DB

Databank

EC

Commissie

EC VVR

Europees centraal virtueel voertuigregister

EIN

Europees Identificatienummer

EN

Euronorm

EVN

Europees voertuignummer

ERA

Europees Spoorwegbureau (ook „het Bureau” genoemd)

ERATV

Europees register van goedgekeurde voertuigentypen

ERTMS

European Rail Traffic Management System

EU

Europese Unie

HS

Hogesnelheidsspoorwegsysteem

OO

Onderzoeksorgaan

ISO

Internationale Organisatie voor Normalisatie

IB

Infrastructuurbeheerder

INF

Infrastructuur

IT

Informatietechnologie

LR

Lokaal register

AI

Aangemelde instantie

NVI

Nationale veiligheidsinstantie

NVR

Nationaal voertuigregister

TSI OPE

TSI Exploitatie en verkeersleiding

OTIF

Intergouvernementele Organisatie voor het Internationale Spoorwegvervoer

RI

Registratie-instantie: bv. de instantie die het NVR beheert

RB

Regelgevende instantie

RIC

Reglement inzake het wederzijdse gebruik van rijtuigen en wagens in internationaal verkeer

RIV

Reglement inzake het wederzijdse gebruik van wagens in internationaal verkeer

RM

Rollend materieel

RSRD (TAF)

Databank met referentiegegevens van rollend materieel (TAF)

SO

Spoorwegonderneming

SEDP (TAF)

Strategisch Europees implementatieplan (TAF)

TSI TAF

TSI Telematicatoepassingen voor het goederenvervoer

TSI

Technische Specificatie inzake Interoperabiliteit

AVE

Afkorting Voertuig Exploitant

AVER

Register van de Afkortingen Voertuig Exploitant

VVR

Virtueel voertuigregister

TSI WAG

TSI Goederenwagens

WIMO (TAF)

Databank voor wagens en intermodaal vervoer (TAF)

▼M2




Aanhangsel 6

DEEL „O” —    VOERTUIGIDENTIFICATIE

Algemene opmerkingen

In deze bijlage worden het Europese voertuignummer en de bijbehorende markering beschreven die op zichtbare en permanente wijze op het voertuig moeten worden aangebracht om het te identificeren. Andere permanente nummers of markeringen die tijdens de constructie op of in het chassis of de hoofdonderdelen van het voertuig worden aangebracht, worden in deze bijlage niet beschreven.

Europees voertuignummer en bijbehorende afkortingen

Elk spoorwegvoertuig krijgt een nummer van 12 cijfers (het Europees voertuignummer (EVN)) dat als volgt is samengesteld:



Type rollend materieel

Type voertuig en aanduiding van interoperabiliteit

(2 cijfers)

Land waarin het voertuig is ingeschreven

(2 cijfers)

Technische eigenschappen

(4 cijfers)

Serienummer

(3 cijfers)

Controlecijfer

(1 cijfer)

Goederenwagons

00 t/m 09

10 t/m 19

20 t/m 29

30 t/m 39

40 t/m 49

80 t/m 89

[zie deel 6]

01 t/m 99

[zie deel 4]

0000 t/m 9999

[zie deel 9]

000 t/m 999

0 t/m 9

[zie deel 3]

Gesleepte reizigersvoertuigen

50 t/m 59

60 t/m 69

70 t/m 79

[zie deel 7]

0000 t/m 9999

[zie deel 10]

000 t/m 999

Tractiematerieel en eenheden van een vast of vooraf gedefinieerd treinstel

90 t/m 99

[zie deel 8]

0000000 t/m 8999999

(de betekenis van deze cijfers wordt door de lidstaten en eventueel middels bilaterale of multilaterale overeenkomsten bepaald)

Bijzondere voertuigen

9000 t/m 9999

[zie deel 11]

000 t/m 999

De technische kenmerken en het serienummer (samen zeven cijfers) volstaan om binnen een groep van wagons, getrokken reizigersvoertuigen, tractiematerieel en bijzondere voertuigen een individueel voertuig te identificeren ( 10 ).

Het nummer wordt aangevuld met lettertekens:

a) de afkorting van het land waarin het voertuig is ingeschreven (zie deel 4);

b) de afkorting van de exploitant (zie deel 1);

c) de afkorting van de technische kenmerken (zie deel 12 voor wagons en deel 13 voor getrokken reizigersvoertuigen).

Het Europese voertuignummer wordt gewijzigd wanneer het vanwege technische aanpassingen aan het voertuig niet meer overeenstemt met de interoperabiliteit of de technische kenmerken van het voertuig als vastgesteld in dit aanhangsel. Bij dergelijke aanpassingen kan op grond van de artikelen 20 tot en met 25 van Richtlijn 2008/57/EG een nieuwe vergunning voor indienststelling vereist zijn.

DEEL 1 —   AFKORTING VOERTUIGEXPLOITANT

1.    Definitie van de afkorting voertuigexploitant (AVE)

De afkorting voertuigexploitant (AVE) is een lettercode van 2 tot 5 letters ( 11 ). De AVE wordt op elk spoorwegvoertuig aangebracht, naast het Europees voertuignummer. De AVE is een weergave van de in het nationale voertuigregister ingeschreven exploitant.

De AVE is uniek en geldt in alle landen waarin deze TSI van toepassing is en in alle landen die een overeenkomst aangaan waarin is bepaald dat het in deze TSI beschreven systeem voor voertuignummering en AVE moet worden toegepast.

2.    AVE-formaat

De AVE geeft de volledige naam of de afkorting van de exploitant van het voertuig weer, indien mogelijk op een herkenbare manier. Alle 26 letters van het Latijnse alfabet mogen worden gebruikt. De AVE wordt in hoofdletters geschreven. Voor letters die geen beginletter zijn van een woord in de naam van de exploitant mogen kleine letters worden gebruikt. Voor de controle van de eenduidigheid gelden de kleine letters als hoofdletters.

De letters mogen diakritische tekens ( 12 ) bevatten. Bij de controle van de eenduidigheid wordt geen rekening gehouden met de diakritische tekens.

Voor voertuigen van exploitanten die in landen zijn gevestigd waar het Latijnse alfabet niet wordt gebruikt, mag na de AVE en een schuine streep („/”) een transliteratie worden gebruikt. Transliteraties worden evenwel bij de gegevensverwerking verwaarloosd.

3.    Bepalingen voor het toewijzen van een AVE

Aan één exploitant kan meer dan één AVE worden toegewezen wanneer:

 de exploitant officieel een naam in meer dan één taal heeft;

 de exploitant goede redenen heeft om binnen zijn organisatie onderscheid te maken tussen twee voertuigparken.

Aan een groep ondernemingen kan één enkele AVE worden toegewezen wanneer:

 zij tot een groep ondernemingen behoren (bv. een holdingstructuur);

 de voertuigen toebehoren aan een groep ondernemingen die binnen haar structuur één organisatie heeft aangesteld die bevoegd is om namens alle leden van de groep op te treden;

 zij een afzonderlijke rechtspersoonlijkheid is met bevoegdheid om namens de groep op te treden, in welk geval deze rechtspersoonlijkheid de exploitant is.

4.    AVE-register en toewijzingsprocedure

Het AVE-register is openbaar en wordt permanent bijgewerkt.

Een aanvraag voor een AVE wordt ingediend bij de bevoegde nationale instantie van de exploitant en doorgestuurd naar het Bureau. Een AVE mag pas worden gebruikt na publicatie door het Bureau.

Een exploitant licht de bevoegde nationale instantie in wanneer hij de AVE niet langer gebruikt, waarop de bevoegde nationale instantie het Bureau hiervan op de hoogte stelt. De AVE wordt ingetrokken wanneer de exploitant bewezen heeft dat deze op alle betrokken voertuigen veranderd is. De AVE kan binnen tien jaar niet opnieuw worden toegewezen tenzij aan de oorspronkelijke exploitant of, op diens verzoek, aan een andere exploitant.

Een AVE kan aan een andere exploitant overgedragen worden indien deze de wettelijke opvolger van de oorspronkelijke exploitant is. Een AVE blijft geldig wanneer de houder ervan zijn naam verandert in een naam die niet op de AVE gelijkt.

Wanneer een wijziging van de houder een wijziging van de AVE tot gevolg heeft, moet de nieuwe AVE binnen de drie maanden na de registratie van die wijziging in het nationaal voertuigenregister op de wagons worden aangebracht. Wanneer de op het voertuig aangebrachte AVE en de gegevens in het NVR niet met elkaar overeenstemmen, heeft de NVR-registratie voorrang.

DEEL 2

Niet gebruikt

DEEL 3 —   VOORSCHRIFTEN VOOR HET BEPALEN VAN HET CONTROLECIJFER (HET TWAALFDE CIJFER)

Het controlecijfer wordt als volgt bepaald:

 de cijfers op de even posities van het stamnummer (van links naar rechts tellend) behouden hun waarde;

 de cijfers op de oneven posities van het stamnummer (van links naar rechts tellend) worden met 2 vermenigvuldigd;

 de cijfers op de even posities worden opgeteld bij de resultaten van de vermenigvuldigingen op de oneven posities;

 de eenheden van deze som worden onthouden;

 het controlecijfer is het verschil tussen 10 en dat cijfer; wanneer de uitkomst nul is, is het controlecijfer ook nul.

Voorbeelden

1.

 



Stel het volgende stamnummer

3

3

8

4

4

7

9

6

1

0

0

Vermenigvuldigingsfactor

2

1

2

1

2

1

2

1

2

1

2

 

6

3

16

4

8

7

18

6

2

0

0

Som: 6 + 3 + 1 + 6 + 4 + 8 + 7 + 1 + 8 + 6 + 2 + 0 + 0 = 52

De eenheid van deze som is 2.

Het controlecijfer is dus 8 en het stamnummer wordt dan registratienummer 33 844796 100 – 8.

2.

 



Stel het volgende stamnummer

3

1

5

1

3

3

2

0

1

9

8

Vermenigvuldigingsfactor

2

1

2

1

2

1

2

1

2

1

2

 

6

1

10

1

6

3

4

0

2

9

16

Som: 6 + 1 + 1 + 0 + 1 + 6 + 3 + 4 + 0 + 2 + 9 + 1 + 6 = 40

De eenheid van deze som is 0.

Het controlecijfer is dus 0 en het stamnummer wordt dan registratienummer 31 513320198 – 0.

DEEL 4 —   CODES VAN LANDEN WAARIN DE VOERTUIGEN ZIJN INGESCHREVEN (CIJFERS 3-4 EN AFKORTING)

Informatie met betrekking tot derde landen wordt uitsluitend ter informatie vermeld.



Landen

Lettercode per land (1)

Cijfercode per land

Albanië

AL

41

Algerije

DZ

92

Armenië

AM

58

Oostenrijk

A

81

Azerbeidzjan

AZ

57

Belarus

BY

21

België

B

88

Bosnië en Herzegovina

BIH

49

Bulgarije

BG

52

China

RC

33

Kroatië

HR

78

Cuba

CU (1)

40

Cyprus

CY

 

Tsjechië

CZ

54

Denemarken

DK

86

Egypte

ET

90

Estland

EST

26

Finland

FIN

10

Frankrijk

F

87

Georgië

GE

28

Duitsland

D

80

Griekenland

GR

73

Hongarije

H

55

Iran

IR

96

Irak

IRQ (1)

99

Ierland

IRL

60

Israël

IL

95

Italië

I

83

Japan

J

42

Kazachstan

KZ

27

Kirgizië

KS

59

Letland

LV

25

Libanon

RL

98

Liechtenstein

FL

 

Litouwen

LT

24

Luxemburg

L

82

Macedonië

MK

65

Malta

M

 

Moldavië

MD (1)

23

Monaco

MC

 

Mongolië

MGL

31

Montenegro

MNE

62

Marokko

MA

93

Nederland

NL

84

Noord-Korea

PRK (1)

30

Noorwegen

N

76

Polen

PL

51

Portugal

P

94

Roemenië

RO

53

Rusland

RUS

20

Servië

SRB

72

Slowakije

SK

56

Slovenië

SLO

79

Zuid-Korea

ROK

61

Spanje

E

71

▼C1

Zweden

S

74

▼M2

Zwitserland

CH

85

Syrië

SYR

97

Tadzjikistan

TJ

66

Tunesië

TN

91

Turkije

TR

75

Turkmenistan

TM

67

Oekraïne

UA

22

Verenigd Koninkrijk

GB

70

Oezbekistan

UZ

29

Vietnam

VN (1)

32

(1)   Volgens het in bijlage 4 van de conventie van 1949 beschreven alfabetische lettercodesysteem en artikel 45(4) van de conventie van 1968 inzake het wegverkeer.

DEEL 5

Niet gebruikt

DEEL 6 —   INTEROPERABILITEITSCODES VOOR WAGONS (1E EN 2E CIJFER).



 

2e cijfer1e cijfer

0

1

2

3

4

5

6

7

8

9

2e cijfer1e cijfer

 

 

Spoorbreedte

vast of variabel

vast

variabel

vast

variabel

vast

variabel

vast

variabel

vast of variabel

Spoorbreedte

 

Wagons in overeenstemming met TSI WAG (), met inbegrip van deel 7.1.2 en alle voorwaarden van aanhangsel C

0

met assen

Gereserveerd

goederenwagens

Gereserveerd ()

PPV/PPW- wagens

(variabele spoorbreedte)

met assen

0

1

met draaistellen

met draaistellen

1

2

met assen

wagons

PPV/PPW- wagens

(vaste spoorbreedte)

met assen

2

3

met draaistellen

met draaistellen

3

Andere wagens

4

met assen ()

Onderhouds-voertuig

Andere wagens

Vanwege technische redenen speciaal genummerde wagens die niet in de Europese Unie in dienst werden gesteld

met assen ()

4

8

met draaistellen ()

met draaistellen ()

8

 

 

 

 

 

 

 

1e cijfer2e cijfer

0

1

2

3

4

5

6

7

8

9

1e cijfer2e cijfer

(1)   Verordening van de Commissie (TSI WAG als aangenomen na herziening).

(2)   Vaste of variabele spoorbreedte.

(3)   Uitgezonderd voor wagons van categorie I (koelwagons), niet gebruiken voor in dienst gestelde nieuwe wagons.

DEEL 7 —   INTERNATIONALE VERVOERSCODES VOOR GETROKKEN REIZIGERSVOERTUIGEN (1E EN 2E CIJFER)



 

Binnenlands vervoer

TEN () en/of COTIF () en/of PPV/PPW

Binnenlands vervoer of internationaal vervoer met speciale vergunning

TEN () en/of COTIF ()

PPV/PPW

2e cijfer1e cijfer

0

1

2

3

4

5

6

7

8

9

5

Voertuigen voor binnenlands vervoer

Voertuigen met vaste spoorbreedte zonder airconditioning (m.i.v. wagens voor autovervoer)

Voertuigen met variabele spoorbreedte (1435/1520) zonder airconditioning

Gereserveerd

Voertuigen met variabele spoorbreedte (1435/1668) zonder airconditioning

Historisch materieel

Gereserveerd ()

Voertuigen met vaste spoorbreedte

Voertuigen met variabele spoorbreedte (1435/1520) en verwisselbare draaistellen

Voertuigen met variabele spoorbreedte (1435/1520) en verstelbare assen

6

Dienstvoertuigen

Voertuigen met vaste spoorbreedte en airconditioning

Voertuigen met variabele spoorbreedte (1435/1520) met airconditioning

Dienstvoertuigen

Voertuigen met variabele spoorbreedte (1435/1668) met airconditioning

Wagens voor autovervoer

Gereserveerd ()

7

Drukdichte voertuigen met airconditioning

Gereserveerd

Gereserveerd

Drukdichte voertuigen met vaste spoorbreedte en airconditioning

Gereserveerd

Andere voertuigen

Gereserveerd

Gereserveerd

Gereserveerd

Gereserveerd

(1)   Conformiteit met de toepasselijke TSI’s, zie aanhangsel P, deel 5.

(2)   Met inbegrip van voertuigen waarop op grond van de bestaande regelgeving de in deze tabel vastgestelde cijfers zijn aangebracht. COTIF: voertuig dat bij de ingebruikneming aan het op dat moment geldende COTIF-verdrag voldoet.

(3)   Uitgezonderd voor rijtuigen met vaste spoorbreedte (56) en variabele spoorbreedte (66) die reeds in dienst zijn, niet voor nieuwe voertuigen.

DEEL 8 —   TYPEN TRACTIEMATERIEEL EN EENHEDEN VAN EEN VAST OF VOORAF GEDEFINIEERD TREINSTEL (1E EN 2E CIJFER)

Het eerste cijfer is „9”.

Wanneer het tweede cijfer het type tractiematerieel aanduidt, is de volgende codering verplicht:



Code

Algemeen voertuigtype

0

Diversen

1

Elektrische locomotief

2

Diesellocomotief

3

Elektrisch motorstel (hogesnelheid) [motor- of aanhangwagen]

4

Elektrisch motorstel (m.u.v. hogesnelheid) [motor- of aanhangwagen]

5

Dieseltreinstel [motor- of aanhangwagen]

6

Speciale aanhangwagen

7

Elektrische rangeerlocomotief

8

Dieselrangeerlocomotief

9

Bijzondere voertuigen

Deel 9 —   STAMNUMMERS VOOR WAGONS (5E T/M 8E CIJFER)

Deze bijlage biedt een overzicht van de codes voor de voornaamste technische wagenkenmerken en wordt gepubliceerd op de website van het Bureau (www.era.europa.eu).

Aanvragen van nieuwe codes worden ingediend bij de instantie die het rollendmaterieelregister bijhoudt (als bedoeld in Beschikking 2007/756/EG) en naar het Bureau gestuurd. Een nieuwe code mag pas worden gebruikt wanneer het Bureau deze heeft gepubliceerd.

DEEL 10 —   CODES VOOR DE TECHNISCHE GEGEVENS VAN GETROKKEN REIZIGERSMATERIEEL (5E EN 6E CIJFER)

Deel 10 wordt gepubliceerd op de website van het Bureau (www.era.europa.eu).

Aanvragen van nieuwe codes worden ingediend bij de instantie die het rollendmaterieelregister bijhoudt (als bedoeld in Beschikking 2007/756/EG) en naar het Bureau gestuurd. Een nieuwe code mag pas worden gebruikt wanneer het Bureau deze heeft gepubliceerd.

DEEL 11 —   CODE VOOR DE TECHNISCHE GEGEVENS VAN BIJZONDERE RIJTUIGEN (6E T/M 8E CIJFER)

Deel 11 wordt gepubliceerd op de website van het Bureau (www.era.europa.eu).

Aanvragen van nieuwe codes worden ingediend bij de instantie die het rollendmaterieelregister bijhoudt (als bedoeld in Beschikking 2007/756/EG) en naar het Bureau gestuurd. Een nieuwe code mag pas worden gebruikt wanneer het Bureau deze heeft gepubliceerd.

DEEL 12 —   LETTERCODES VOOR WAGONS MET UITZONDERING VAN GELEDE RIJTUIGEN EN MEERVOUDIGE WAGONS

Deel 12 wordt gepubliceerd op de website van het Bureau (www.era.europa.eu).

Aanvragen van nieuwe codes worden ingediend bij de instantie die het rollendmaterieelregister bijhoudt (als bedoeld in Beschikking 2007/756/EG) en naar het Bureau gestuurd. Een nieuwe code mag pas worden gebruikt wanneer het Bureau deze heeft gepubliceerd.

DEEL 13 —   CODELETTERS VOOR GETROKKEN REIZIGERSMATERIEEL

Deel 13 wordt gepubliceerd op de website van het Bureau (www.era.europa.eu).

Aanvragen van nieuwe codes worden ingediend bij de instantie die het rollendmaterieelregister bijhoudt (als bedoeld in Beschikking 2007/756/EG) en naar het Bureau gestuurd. Een nieuwe code mag pas worden gebruikt wanneer het Bureau deze heeft gepubliceerd.



( 1 ) PB L 235 van 17.9.1996, blz. 6. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2007/32/EG van de Commissie (PB L 141 van 2.6.2007, blz. 63).

( 2 ) PB L 110 van 20.4.2001, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2007/32/EG van de Commissie.

( 3 ) PB L 164 van 30.4.2004, blz. 1, gerectificeerd in PB L 220 van 21.6.2004, blz. 3.

( 4 ) Aan nieuwe voertuigen die in dienst worden genomen voor de AAE, BLS, FNME en GySEV/ROeEE wordt de algemene landcode toegekend.

( 5 ) PB L 235 van 17.9.1996, blz. 6.

( 6 ) PB L 110 van 20.4.2001, blz. 1.

( 7 ) PB L 359 van 18.12.2006, blz. 1.

( 8 ) PB L 84 van 26.3.2008, blz. 1.

( 9 ) PB L 280 van 26.10.2010, blz. 29.

( 10 ) Bijzondere voertuigen moeten in elk land over een uniek nummer beschikken dat het eerste en de vijf laatste cijfers omvat van de technische kenmerken en het serienummer.

( 11 ) Voor de NMBS/SNCB mag de omcirkelde letter B gehandhaafd worden.

( 12 ) Diakritische tekens zijn accenten zoals in À, Ç, Ö, Č, Ž, Å enz. Bijzondere letters als Ø en Æ worden weergegeven met een enkele letter; bij de controle op eenduidigheid wordt de Ø behandeld als een O en Æ als een A.

Top