Help Print this page 

Document 02005L0036-20140117

Title and reference
Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (Voor de EER relevante tekst)

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2005/36/2014-01-17
Multilingual display
Text

2005L0036 — NL — 17.01.2014 — 010.004


Dit document vormt slechts een documentatiehulpmiddel en verschijnt buiten de verantwoordelijkheid van de instellingen

►B

RICHTLIJN 2005/36/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 7 september 2005

betreffende de erkenning van beroepskwalificaties

(Voor de EER relevante tekst)

(PB L 255 van 30.9.2005, blz. 22)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  nr.

blz.

datum

►M1

RICHTLIJN 2006/100/EG VAN DE RAAD van 20 november 2006

  L 363

141

20.12.2006

 M2

VERORDENING (EG) Nr. 1430/2007 VAN DE COMMISSIE van 5 december 2007

  L 320

3

6.12.2007

 M3

VERORDENING (EG) Nr. 755/2008 VAN DE COMMISSIE van 31 juli 2008

  L 205

10

1.8.2008

 M4

VERORDENING (EG) Nr. 1137/2008 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 22 oktober 2008

  L 311

1

21.11.2008

 M5

VERORDENING (EG) Nr. 279/2009 VAN DE COMMISSIE van 6 april 2009

  L 93

11

7.4.2009

►M6

VERORDENING (EU) Nr. 213/2011 VAN DE COMMISSIE van 3 maart 2011

  L 59

4

4.3.2011

 M7

VERORDENING (EU) Nr. 623/2012 VAN DE COMMISSIE van 11 juli 2012

  L 180

9

12.7.2012

►M8

RICHTLIJN 2013/25/EU VAN DE RAAD van 13 mei 2013

  L 158

368

10.6.2013

►M9

RICHTLIJN 2013/55/EU VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Voor de EER relevante tekst van 20 november 2013

  L 354

132

28.12.2013


Gewijzigd bij:

►A1

AKTE betreffende de voorwaarden voor de toetreding van de Republiek Kroatië en de aanpassing van het Verdrag betreffende de Europese Unie, het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie

  L 112

21

24.4.2012


Gerectificeerd bij:

 C1

Rectificatie, PB L 271, 16.10.2007, blz.  18 (2005/36/EG)

►C2

Rectificatie, PB L 093, 4.4.2008, blz.  28 (2005/36/EG)

►C3

Rectificatie, PB L 305, 24.10.2014, blz.  115 (2005/36/EG)

►C4

Rectificatie, PB L 177, 8.7.2015, blz.  60 (2006/100/EG)




▼B

RICHTLIJN 2005/36/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 7 september 2005

betreffende de erkenning van beroepskwalificaties

(Voor de EER relevante tekst)



HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 40, artikel 47, lid 1, artikel 47, lid 2, tweede alinea, eerste en derde zin, en artikel 55,

Gezien het voorstel van de Commissie ( 1 ),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité ( 2 ),

Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag ( 3 ),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 3, lid 1, onder c), van het Verdrag wordt de afschaffing tussen de lidstaten van hinderpalen voor het vrije verkeer van personen en diensten als een van de doelstellingen van de Gemeenschap genoemd. Voor de onderdanen van de lidstaten houdt dat met name de mogelijkheid in om als zelfstandige of werknemer een beroep uit te oefenen in een andere lidstaat dan die waar de beroepskwalificaties werden verworven. Daarnaast is in artikel 47, lid 1, van het Verdrag bepaald dat er richtlijnen inzake de onderlinge erkenning van diploma's, certificaten en andere titels worden vastgesteld.

(2)

Naar aanleiding van de Europese Raad van Lissabon van 23 en 24 maart 2000 heeft de Commissie een mededeling over „Een internemarktstrategie voor de dienstensector” aangenomen, die met name tot doel heeft het vrij verrichten van diensten binnen de Gemeenschap even gemakkelijk te maken als binnen een lidstaat. Naar aanleiding van de mededeling van de Commissie getiteld „Nieuwe Europese arbeidsmarkten, open voor allen, met toegang voor allen” heeft de Europese Raad van Stockholm van 23 en 24 maart 2001 de Commissie opdracht gegeven „om de Europese Raad in diens voorjaarsbijeenkomst van 2002 specifieke voorstellen voor een meer uniforme, transparante en flexibele regeling voor de erkenning van opleidingstitels” voor te leggen.

(3)

De door deze richtlijn geboden garantie aan personen die hun beroepskwalificaties in een lidstaat hebben behaald dat zij toegang hebben tot hetzelfde beroep in een andere lidstaat en dit kunnen uitoefenen met dezelfde rechten als de onderdanen van dat land, doet geen afbreuk aan de plicht van de migrerende beroepsbeoefenaar om eventuele niet-discriminerende voorwaarden van die lidstaat betreffende de uitoefening van dat beroep in acht te nemen, voorzover deze vanuit objectief oogpunt gerechtvaardigd en evenredig zijn.

(4)

Teneinde het vrij verrichten van diensten te vergemakkelijken, zijn specifieke regels noodzakelijk om de uitoefening van beroepswerkzaamheden op grond van de oorspronkelijke beroepstitel op ruimere schaal mogelijk te maken. Wat op afstand verrichte diensten van de informatiemaatschappij betreft, zijn ook de bepalingen van Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt ( 4 ) van toepassing.

(5)

Aangezien voor de tijdelijke en incidentele grensoverschrijdende verrichting van diensten enerzijds en voor vestiging anderzijds uiteenlopende regels zijn vastgesteld, moeten de criteria op basis waarvan bij een verplaatsing van de dienstverrichter naar het grondgebied van de ontvangende lidstaat tussen deze twee begrippen onderscheid wordt gemaakt, nader worden gepreciseerd.

(6)

Het vergemakkelijken van de dienstverrichting dient te geschieden met strikte inachtneming van de volksgezondheid, de openbare veiligheid en de consumentenbescherming. Daarom wordt, voor de tijdelijke of incidentele grensoverschrijdende dienstverrichting door beoefenaren van gereglementeerde beroepen die verband houden met de volksgezondheid of de openbare veiligheid, in specifieke maatregelen voorzien.

(7)

Ontvangende lidstaten kunnen indien nodig en overeenkomstig de communautaire wetgeving aangifteverplichtingen opleggen. Deze verplichtingen moeten geen buitensporige belasting vormen voor dienstverrichters en mogen de uitoefening van de vrijheid van dienstverrichting niet belemmeren of minder aantrekkelijk maken. De noodzaak van dergelijke verplichtingen dient op gezette tijden te worden herzien in het licht van de vorderingen met het instellen van een communautair kader voor administratieve samenwerking tussen de lidstaten.

(8)

De dienstverrichter dient te vallen onder de toepassing van de tuchtrechtelijke bepalingen van de ontvangende lidstaat die rechtstreeks en specifiek verband houden met de beroepskwalificaties, zoals de definitie van het beroep, de reikwijdte van de werkzaamheden die onder een beroep vallen of daaraan zijn voorbehouden, het gebruik van titels, en de ernstige wanprestatie die rechtstreeks en specifiek verband houdt met de bescherming en de veiligheid van consumenten.

(9)

Terwijl de beginselen en waarborgen die ten grondslag liggen aan de vigerende erkenningsregelingen, met het oog op de vrijheid van vestiging, behouden moeten blijven, dienen de voorschriften ervan in het licht van de ervaring te worden aangepast. Bovendien zijn de desbetreffende richtlijnen verscheidene malen gewijzigd, wat een reorganisatie en stroomlijning van de bepalingen ervan door een gelijktrekking van de toepasselijke beginselen noodzakelijk maakt. De Richtlijnen 89/48/EEG ( 5 ) en 92/51/EEG ( 6 ) van de Raad, alsmede Richtlijn 1999/42/EG van het Europees Parlement en de Raad ( 7 ), betreffende het algemeen stelsel van erkenning van beroepskwalificaties, en de Richtlijnen 77/452/EEG ( 8 ), 77/453/EEG ( 9 ), 78/686/EEG ( 10 ), 78/687/EEG ( 11 ), 78/1026/EEG ( 12 ), 78/1027/EEG ( 13 ), 80/154/EEG ( 14 ), 80/155/EEG ( 15 ), 85/384/EEG ( 16 ), 85/432/EEG ( 17 ), 85/433/EEG ( 18 ) en 93/16/EEG ( 19 ) van de Raad betreffende de beroepen van verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger, beoefenaar der tandheelkunde, dierenarts, verloskundige, architect, apotheker en arts, moeten dus worden vervangen en tot één tekst worden samengevoegd.

(10)

Deze richtlijn belet de lidstaten geenszins om volgens hun eigen regels beroepskwalificaties te erkennen die buiten het grondgebied van de Europese Unie zijn verworven door een onderdaan van een derde land. Dergelijke kwalificaties moeten in ieder geval worden erkend met inachtneming van minimumopleidingseisen voor bepaalde beroepen.

(11)

Wat de beroepen betreft die onder het algemeen stelsel van erkenning van opleidingstitels (hierna „het algemeen stelsel” genoemd) vallen, moeten de lidstaten het recht behouden om het vereiste minimumopleidingsniveau vast te stellen om de kwaliteit van de op hun grondgebied verrichte diensten te waarborgen. Op grond van de artikelen 10, 39 en 43 van het Verdrag mogen zij een onderdaan van een lidstaat evenwel niet verplichten bepaalde kwalificaties te verwerven die zij over het algemeen slechts vaststellen door verwijzing naar de diploma's die in het kader van hun eigen nationale opleidingsstelsel gelden, terwijl de betrokkene al deze kwalificaties of een deel daarvan reeds in een andere lidstaat heeft verworven. Er moet dan ook worden vastgelegd dat elke ontvangende lidstaat waar een beroep is gereglementeerd, rekening houdt met in een andere lidstaat verworven kwalificaties en nagaat of die met de door hem geëiste kwalificaties overeenstemmen. Dit algemene systeem voor erkenning belet een lidstaat echter niet om iedereen die in deze lidstaat een beroep uitoefent, specifieke eisen op te leggen op grond van door het algemeen openbaar belang gerechtvaardigde beroepsregels. Dit zijn bijvoorbeeld de regels betreffende de organisatie van het beroep, de beroepsnormen met inbegrip van de ethische beroepsregels, de controlevoorschriften en de aansprakelijkheid. Deze richtlijn is tenslotte niet bedoeld als inmenging in het legitieme belang van de lidstaten om te verhinderen dat bepaalde onderdanen zich onttrekken aan de toepassing van het nationale recht inzake de beroepsuitoefening.

(12)

Deze richtlijn regelt de erkenning door een lidstaat van in een andere lidstaat verkregen beroepskwalificaties. Zij geldt echter niet voor de erkenning door een lidstaat van door andere lidstaten overeenkomstig de onderhavige richtlijn afgegeven beroepserkenningen. Dientengevolge kunnen personen die beroepskwalificaties bezitten die overeenkomstig deze richtlijn zijn erkend, een dergelijke erkenning niet gebruiken om in hun lidstaat van oorsprong andere rechten te verkrijgen dan die welke zijn toegekend door de in die lidstaat verkregen beroepskwalificaties, tenzij zij kunnen aantonen dat zij aanvullende beroepskwalificaties hebben verkregen in de ontvangende lidstaat.

(13)

Teneinde de wijze van erkenning uit hoofde van het algemeen stelsel te definiëren, is het noodzakelijk de diverse nationale onderwijs- en opleidingsstelsels in verschillende niveaus onder te verdelen. Deze indeling in niveaus, die alleen worden vastgesteld met het oog op de werking van het algemeen stelsel, heeft geen gevolgen voor de nationale onderwijs- en opleidingsstructuren noch voor de bevoegdheden van de lidstaten op dit gebied.

(14)

De in de Richtlijnen 89/48/EEG en 92/51/EEG vastgestelde wijze van erkenning blijft ongewijzigd. Bijgevolg moet de houder van een diploma ter afsluiting van een postsecundaire studie van ten minste één jaar toegang krijgen tot een gereglementeerd beroep in een lidstaat waar de toegang afhankelijk is gesteld van het bezit van een diploma ter afsluiting van een vierjarige studie aan een instelling voor hoger onderwijs of een universiteit, ongeacht het niveau waartoe het in het ontvangende land vereiste diploma behoort. Omgekeerd, wanneer de toegang tot een gereglementeerd beroep afhankelijk is gesteld van de voltooiing van een studie van meer dan vier jaar aan een instelling voor hoger onderwijs of een universiteit, moet deze toegang alleen worden toegestaan aan houders van een diploma ter afsluiting van een studie van minstens drie jaar aan een instelling voor hoger onderwijs of een universiteit.

(15)

Bij gebrek aan harmonisatie van de minimumopleidingseisen voor de toegang tot beroepen die onder het algemeen stelsel vallen, moeten de ontvangende lidstaten de mogelijkheid hebben een compenserende maatregel op te leggen. Deze maatregel dient evenredig te zijn en met name rekening te houden met de beroepservaring van de aanvrager. Uit de ervaring blijkt dat het eisen van een proeve van bekwaamheid of aanpassingsstage, naar keuze van de migrant, voldoende waarborgen ten aanzien van het kwalificatieniveau van laatstgenoemde biedt, zodat elke afwijking van deze keuzemogelijkheid in elk afzonderlijk geval door een dwingende reden van algemeen belang moet zijn gerechtvaardigd.

(16)

Teneinde het vrije verkeer van beroepsbeoefenaren te bevorderen en tegelijk te zorgen voor een toereikend kwalificatieniveau, moeten verscheidene beroepsverenigingen en -organisaties of de lidstaten gemeenschappelijke platforms op Europees niveau kunnen voorstellen. Onder bepaalde voorwaarden en met inachtneming van de bevoegdheid van de lidstaten om de vereiste beroepskwalificaties voor de uitoefening van beroepen op hun grondgebied, alsook de inhoud en de organisatie van hun stelsels voor onderwijs- en beroepsopleiding vast te stellen, en met inachtneming van het Gemeenschapsrecht, met name het communautaire mededingingsrecht, dient in deze richtlijn met deze initiatieven rekening te worden gehouden door in deze context een grotere plaats in te ruimen voor automatische erkenning in het kader van het algemeen stelsel. De beroepsverenigingen die voorstellen voor gemeenschappelijke platforms kunnen indienen, moeten op nationaal en Europees niveau representatief zijn. Een gemeenschappelijk platform is een reeks criteria die het mogelijk maken het breedste scala van wezenlijke verschillen te compenseren die geconstateerd zijn tussen de opleidingseisen in ten minste twee derde van de lidstaten, inclusief alle lidstaten waar dat beroep is gereglementeerd. Tot die criteria zouden bijvoorbeeld eisen kunnen behoren als aanvullende opleiding, een aanpassingsstage, een proeve van bekwaamheid of een voorgeschreven minimumniveau van beroepspraktijk, of combinaties daarvan.

(17)

Teneinde rekening te houden met alle situaties waarvoor nog geen bepalingen betreffende de erkenning van beroepskwalificaties bestaan, dient het algemeen stelsel te worden uitgebreid tot die gevallen die niet onder een specifieke regeling vallen, hetzij omdat het betrokken beroep niet onder een van deze regelingen valt, hetzij omdat het beroep wel onder een dergelijke regeling valt, maar de aanvrager, om een bijzondere en uitzonderlijke reden, niet aan de voorwaarden voldoet om ervan te profiteren.

(18)

De regels betreffende de toegang tot een aantal industriële, commerciële en ambachtelijke werkzaamheden in lidstaten waar deze beroepen zijn gereglementeerd, moeten worden vereenvoudigd, voorzover deze werkzaamheden gedurende een redelijke tijd in een voldoende nabij verleden in een andere lidstaat zijn uitgeoefend; tegelijk moet voor deze werkzaamheden een stelsel van automatische erkenning op basis van beroepservaring worden gehandhaafd.

(19)

Het vrije verkeer en de onderlinge erkenning van de opleidingstitels van artsen, verantwoordelijk algemeen ziekenverplegers, beoefenaren der tandheelkunde, dierenartsen, verloskundigen, apothekers en architecten moeten gebaseerd zijn op het grondbeginsel dat opleidingstitels op basis van een coördinatie van de minimumopleidingseisen automatisch worden erkend. Bovendien moet de toegang tot het beroep van arts, verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger, beoefenaar der tandheelkunde, dierenarts, verloskundige en apotheker in de lidstaten afhankelijk zijn van het bezit van een bepaalde opleidingstitel, waardoor wordt gegarandeerd dat de betrokkene een opleiding heeft gevolgd die aan de vastgestelde minimumeisen voldoet. Dit systeem moet worden aangevuld met een reeks verworven rechten waarop de gekwalificeerde beroepsbeoefenaren onder bepaalde voorwaarden een beroep kunnen doen.

(20)

►C2  

Teneinde rekening te houden met de bijzonderheden van het stelsel van kwalificatie van artsen en beoefenaren van de tandheelkunde ◄ en met het betrokken communautair acquis op het gebied van de wederzijdse erkenning, is het gerechtvaardigd om voor alle medische specialismen die op de datum van goedkeuring van de onderhavige richtlijn zijn erkend, het beginsel van automatische erkenning van de medische en tandheelkundige specialismen die in ten minste twee lidstaten gemeenschappelijk zijn, te handhaven. Ter vereenvoudiging van het systeem dient de toepassing van de automatische erkenning na de datum van inwerkingtreding van de onderhavige richtlijn te worden beperkt tot de nieuwe medische specialismen die in ten minste twee vijfde van de lidstaten bestaan. Voorts laat deze richtlijn onverlet dat de lidstaten onderling volgens hun eigen specifieke regels een automatische erkenning overeen kunnen komen voor bepaalde medische en tandheelkundige specialismen die zij met elkaar gemeen hebben en die niet voorwerp van automatische erkenning krachtens de onderhavige richtlijn zijn.

(21)

De automatische erkenning van opleidingstitels van arts met een basisopleiding laat de bevoegdheid van de lidstaten onverlet om deze titel al dan niet aan beroepswerkzaamheden te koppelen.

(22)

In alle lidstaten moet de beoefening der tandheelkunde een specifiek beroep zijn, onderscheiden van het beroep van arts, ongeacht of deze in de mond- en tandheelkunde is gespecialiseerd. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de opleiding tot beoefenaar der tandheelkunde alle noodzakelijke deskundigheid op het gebied van de preventie, diagnostiek en behandeling van afwijkingen en ziekten van het gebit, de mond, de kaken en omliggende weefsels bijbrengt. De tandheelkunde kan alleen worden beoefend door personen die in het bezit zijn van een opleidingstitel van beoefenaar der tandheelkunde, zoals bedoeld in deze richtlijn.

(23)

Het leek niet wenselijk om een gestandaardiseerde opleiding verloskunde voor alle lidstaten vast te stellen. Integendeel, de lidstaten moeten zoveel mogelijk vrijheid krijgen om zelf invulling te geven aan deze opleiding.

(24)

Met het oog op de vereenvoudiging van deze richtlijn moet het begrip „apotheker” worden gebruikt om het toepassingsgebied van de bepalingen betreffende de automatische erkenning van opleidingstitels af te bakenen, zonder dat afbreuk wordt gedaan aan de bijzondere kenmerken van de nationale regelingen inzake de desbetreffende werkzaamheden.

(25)

De houders van een opleidingstitel van apotheker zijn specialisten op het gebied van geneesmiddelen en dienen in principe in alle lidstaten toegang te hebben tot een geheel van werkzaamheden op dit gebied. De vaststelling van dit geheel mag niet tot gevolg hebben dat de richtlijn de in de lidstaten voor apothekers toegankelijke werkzaamheden, met name wat biomedische analysen betreft, inperkt of dat ten gunste van deze beroepsbeoefenaren een monopolie wordt geschapen, aangezien dit uitsluitend onder de bevoegdheid van de lidstaten blijft vallen. Deze richtlijn belet de lidstaten niet om aanvullende opleidingseisen te stellen voor de toegang tot werkzaamheden die niet tot het gecoördineerde minimumgamma van werkzaamheden behoren. Wanneer de ontvangende lidstaat dergelijke eisen stelt, moet hij deze dus ook kunnen stellen aan onderdanen met een opleidingstitel die in de zin van deze richtlijn automatisch wordt erkend.

(26)

Deze richtlijn coördineert niet alle voorwaarden voor de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden op farmaceutisch gebied; met name de geografische spreiding van apotheken en het monopolie van de geneesmiddelenverstrekking blijven een bevoegdheid van de lidstaten. Deze richtlijn laat de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten die ondernemingen verbieden bepaalde werkzaamheden van apothekers uit te oefenen of die aan deze uitoefening bepaalde voorwaarden verbinden, onverlet.

(27)

De architectonische schepping, de kwaliteit van bouwwerken, de harmonieuze inpassing ervan in het omringende milieu, de instandhouding van natuurlijke landschappen en stadsgezichten alsmede van het collectieve en particuliere erfgoed zijn zaken van openbaar belang. De onderlinge erkenning van de opleidingstitels moet dan ook worden gebaseerd op kwalitatieve en kwantitatieve criteria die waarborgen dat de houders van de erkende opleidingstitels een begrip hebben van en uitdrukking kunnen geven aan de behoeften van particulieren, sociale groepen en gemeenschappen op het gebied van de ruimtelijke ordening, het ontwerp, de planning en de verwezenlijking van bouwwerken, het behoud en de exploitatie van het architectonisch erfgoed en de instandhouding van het natuurlijke evenwicht.

(28)

De nationale regelgevingen op het gebied van de architectuur en de toegang tot en uitoefening van de beroepswerkzaamheden van architect lopen sterk uiteen. In de meeste lidstaten worden de werkzaamheden op het gebied van de architectuur rechtens of feitelijk uitgeoefend door personen die de beroepstitel van architect, al dan niet in combinatie met een andere beroepstitel, voeren, zonder dat de uitoefening van deze werkzaamheden evenwel uitsluitend aan deze personen is voorbehouden, tenzij bij wet anders is bepaald. Deze werkzaamheden, of sommige daarvan, kunnen ook worden uitgeoefend door andere beroepsbeoefenaren, met name ingenieurs, die een speciale opleiding op het gebied van de bouwkunde of bouwkunst hebben genoten. Teneinde deze richtlijn zo eenvoudig mogelijk te houden, moet het begrip „architect” worden gebruikt om het toepassingsgebied van de bepalingen betreffende de automatische erkenning van opleidingstitels op het gebied van architectuur af te bakenen, onverminderd de bijzondere kenmerken van de nationale regelgeving betreffende deze werkzaamheden.

(29)

Wanneer een op nationaal en Europees niveau representatieve beroepsorganisatie of -vereniging voor een gereglementeerd beroep een met redenen omkleed verzoek indient om een specifieke regeling voor de erkenning van kwalificaties op basis van de coördinatie van minimumopleidingseisen, gaat de Commissie na of het wenselijk is een voorstel ter wijziging van deze richtlijn aan te nemen.

(30)

Teneinde de doeltreffendheid van het stelsel van erkenning van beroepskwalificaties te waarborgen, dienen uniforme vormvoorschriften en procedureregels voor de uitvoering ervan, alsmede bepaalde regels betreffende de uitoefening van het beroep te worden vastgesteld.

(31)

Aangezien de uitvoering van deze richtlijn en de naleving van de daaruit voortvloeiende verplichtingen gemakkelijker zijn wanneer de lidstaten onderling en met de Commissie samenwerken, moeten de regels voor deze samenwerking worden vastgesteld.

(32)

De invoering op Europees niveau van beroepsbewijzen door beroepsverenigingen of -organisaties kan de mobiliteit van beroepsbeoefenaren vergemakkelijken, met name door het bespoedigen van de uitwisseling van informatie tussen de ontvangende lidstaat en de lidstaat van oorsprong. Dit beroepsbewijs moet het mogelijk maken de loopbaan te volgen van beroepsbeoefenaren die zich in verschillende lidstaten vestigen. Het dient informatie te bevatten — met volledige inachtneming van de bepalingen inzake gegevensbescherming — over de beroepskwalificaties van de beroepsbeoefenaar (bezochte universiteiten, respectievelijk opleidingsinstellingen, verworven opleidingstitels, beroepservaring), alsmede over zijn wettelijke plaats van vestiging, de sancties die hem zijn opgelegd in verband met zijn beroep, en de bijzonderheden van de desbetreffende bevoegde instantie.

(33)

Door de oprichting van een netwerk van contactpunten die de burgers van de lidstaten informatie en hulp moeten verstrekken kan worden voorzien in een doorzichtig stelsel van erkenning. Deze contactpunten verstrekken iedere burger die daarom verzoekt, en de Commissie informatie en adressen die van belang zijn voor de erkenningsprocedure. Het feit dat iedere lidstaat binnen dit netwerk één contactpunt aanwijst, heeft geen invloed op de wijze waarop de bevoegdheden op nationaal niveau zijn verdeeld. Het vormt met name geen belemmering voor de aanwijzing op nationaal niveau van een aantal kantoren; het in bovengenoemd netwerk aangewezen contactpunt verzorgt de coördinatie met de andere kantoren en verstrekt de burger indien nodig nadere informatie over het bevoegde kantoor.

(34)

Het beheer van de verschillende erkenningsstelsels, zoals die door de sectorrichtlijnen en het algemeen stelsel zijn ingevoerd, is omslachtig en complex gebleken. Het beheer en de aanpassing van deze richtlijn aan de wetenschappelijke en technologische vooruitgang moeten dus worden vereenvoudigd, met name wanneer de minimumopleidingseisen met het oog op de automatische erkenning van opleidingstitels zijn gecoördineerd. Te dien einde moet er één comité voor de erkenning van beroepskwalificaties worden opgericht, en moet tevens gezorgd worden voor een adequate inschakeling van de vertegenwoordigers van de beroepsorganisaties, ook op Europees niveau.

(35)

De voor de uitvoering van deze richtlijn nodige maatregelen moeten worden vastgesteld volgens de procedure van Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden ( 20 ).

(36)

Aan de hand van een periodiek verslag van de lidstaten over de uitvoering van deze richtlijn, waarin statistische gegevens zijn opgenomen, zal kunnen worden bepaald wat de werking van het stelsel van erkenning van beroepskwalificaties is.

(37)

Er moet een passende procedure komen voor de vaststelling van tijdelijke maatregelen voor het geval dat de toepassing van deze richtlijn in een lidstaat grote problemen oplevert.

(38)

Deze richtlijn laat de bevoegdheid van de lidstaten inzake de organisatie van hun nationaal stelsel van sociale zekerheid en de vaststelling van de werkzaamheden die in het kader van dit stelsel moeten worden uitgeoefend, onverlet.

(39)

Gezien de snelle technologische en wetenschappelijke vooruitgang is het voor veel beroepen van groot belang dat men levenslang bijleert. De lidstaten dienen in dit verband voorschriften vast te stellen om ervoor te zorgen dat beroepsbeoefenaren door een passende bij- en nascholing op de hoogte blijven van de technische en wetenschappelijke ontwikkelingen.

(40)

Aangezien de doelstellingen van deze richtlijn, namelijk de stroomlijning, vereenvoudiging en verbetering van de regels inzake de erkenning van beroepskwalificaties, door de lidstaten niet voldoende kunnen worden verwezenlijkt en derhalve beter door de Gemeenschap kunnen worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel, gaat deze richtlijn niet verder dan wat nodig is om deze doelstellingen te bereiken.

(41)

Deze richtlijn laat de toepassing van artikel 39, lid 4 en van artikel 45 van het Verdrag, die met name notarissen betreffen, onverlet.

(42)

Deze richtlijn geldt, wat betreft het recht van vestiging en het verrichten van diensten, onverminderd andere specifieke wettelijke bepalingen met betrekking tot de erkenning van beroepskwalificaties, zoals de bepalingen op het gebied van vervoer, verzekeringstussenpersonen en accountants. Deze richtlijn heeft geen gevolgen voor de werking van Richtlijn 77/249/EEG van de Raad van22 maart 1977 tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening door advocaten van het vrij verrichten van diensten ( 21 ), of van Richtlijn 98/5/EG ( 22 ) van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 ter vergemakkelijking van de permanente uitoefening van het beroep van advocaat in een andere lidstaat dan die waar de beroepskwalificatie is verworven. De erkenning van de beroepskwalificaties voor advocaten ten behoeve van onmiddellijke vestiging onder de beroepstitel van de ontvangende lidstaat valt onder deze richtlijn.

(43)

Deze richtlijn omvat ook vrije beroepen, voorzover deze zijn gereglementeerd. Een vrij beroep is overeenkomstig onderhavige richtlijn een beroep dat wordt uitgeoefend op grond van een relevante beroepskwalificatie door een persoon die persoonlijk, op eigen verantwoordelijkheid en professioneel onafhankelijk, intellectueel-ideële prestaties verricht ten behoeve van de opdrachtgever en de samenleving in het algemeen. De beroepsuitoefening kan in de lidstaten, in overeenstemming met het Verdrag, onderworpen zijn aan specifieke juridische verplichtingen, die gebaseerd zijn op nationale wetgeving en de in dit kader door de betrokken beroepsvertegenwoordiging zelfstandig vastgestelde regels en die borg staan en bevorderend zijn voor professionaliteit, kwaliteit van de dienstverlening en de vertrouwensrelatie met de opdrachtgever.

(44)

Deze richtlijn laat de maatregelen die noodzakelijk zijn om een hoog niveau van gezondheids- en consumentenbescherming te waarborgen, onverlet,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:



TITEL I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Doel

Deze richtlijn stelt de regels vast volgens welke een lidstaat die de toegang tot of de uitoefening van een gereglementeerd beroep op zijn grondgebied afhankelijk stelt van het bezit van bepaalde beroepskwalificaties (hierna de „ontvangende lidstaat” genoemd), de in een andere lidstaat of andere lidstaten (hierna de „idstaat van oorsprong” genoemd) verworven beroepskwalificaties die de houder van die kwalificaties het recht verlenen er hetzelfde beroep uit te oefenen, erkent voor de toegang tot en de uitoefening van dit beroep.

▼M9

Deze richtlijn stelt ook de regels vast voor de gedeeltelijke toegang tot een gereglementeerd beroep alsook voor de erkenning van een beroepsstage die in een andere lidstaat is volbracht.

▼B

Artikel 2

Toepassingsgebied

1.  Deze richtlijn is van toepassing op alle onderdanen van een lidstaat, met inbegrip van beoefenaren van de vrije beroepen, die in een andere lidstaat dan die waar zij hun beroepskwalificaties hebben verworven, een gereglementeerd beroep willen uitoefenen, hetzij als zelfstandige, hetzij als werknemer.

▼M9

Deze richtlijn is eveneens van toepassing op alle onderdanen van een lidstaat die buiten hun lidstaat van oorsprong een beroepsstage hebben gevolgd.

▼B

2.  Elke lidstaat kan volgens zijn eigen regels toestaan dat op zijn grondgebied een gereglementeerd beroep in de zin van artikel 3, lid 1, onder a), wordt uitgeoefend door onderdanen van de lidstaten die houder zijn van niet in een lidstaat behaalde beroepskwalificaties. Voor de beroepen die onder titel III, hoofdstuk III, vallen, moeten bij deze eerste erkenning de in dat hoofdstuk bedoelde minimumopleidingseisen in acht worden genomen.

3.  Indien voor een bepaald gereglementeerd beroep in een afzonderlijk communautair rechtsinstrument een andere specifieke regeling die in rechtstreeks verband staat met de erkenning van beroepskwalificaties, is vastgesteld, zijn de overeenkomstige bepalingen van deze richtlijn niet van toepassing.

▼M9

4.  Deze richtlijn is niet van toepassing op bij een officieel overheidsbesluit benoemde notarissen.

▼B

Artikel 3

Definities

1.  In deze richtlijn wordt verstaan onder:

a) „gereglementeerd beroep”: een beroepswerkzaamheid of een geheel van beroepswerkzaamheden waartoe de toegang of waarvan de uitoefening of één van de wijzen van uitoefening krachtens wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen direct of indirect afhankelijk wordt gesteld van het bezit van bepaalde beroepskwalificaties; met name het voeren van een beroepstitel die door wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen beperkt is tot personen die een specifieke beroepskwalificatie bezitten, geldt als een wijze van uitoefening. Wanneer de eerste zin niet van toepassing is, wordt het in lid 2 bedoelde beroep met een gereglementeerd beroep gelijkgesteld;

▼C2

b) „beroepskwalificaties”: kwalificaties die worden gestaafd door een opleidingstitel, een bekwaamheidsattest als bedoeld in artikel 11, onder a), i), en/of beroepservaring;

▼B

c) „opleidingstitel”: een diploma, certificaat of andere titel die door een volgens de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van een lidstaat aangewezen autoriteit, is afgegeven ter afsluiting van een overwegend in de Gemeenschap gevolgde beroepsopleiding. Wanneer de eerste zin niet van toepassing is, wordt de in lid 3 bedoelde opleidingstitel met een opleidingstitel gelijkgesteld;

d) „bevoegde autoriteit”: ieder door de lidstaten gemachtigde autoriteit of instelling die met name bevoegd is bewijsstukken van opleiding en andere documenten of informatie af te geven, respectievelijk aan te nemen, alsmede aanvragen te ontvangen en besluiten te nemen zoals bedoeld in de onderhavige richtlijn;

e) „gereglementeerde opleiding”: elke opleiding die specifiek op de uitoefening van een bepaald beroep gericht is en die uit een studiecyclus bestaat die eventueel met een beroepsopleiding, een beroepsstage of praktijkervaring wordt aangevuld.

De structuur en het niveau van de beroepsopleiding, de beroepsstage of de praktijkervaring worden in wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van de betrokken lidstaat vastgesteld of door een daartoe aangewezen autoriteit gecontroleerd of erkend;

▼M9

f) „beroepservaring”: de daadwerkelijke en geoorloofde voltijdse of gelijkwaardige deeltijdse uitoefening van het betrokken beroep in een lidstaat;

▼B

g) „aanpassingsstage”: de uitoefening van een gereglementeerd beroep in de ontvangende lidstaat onder verantwoordelijkheid van een gekwalificeerde beoefenaar van het betrokken beroep, eventueel gekoppeld aan een aanvullende opleiding. De stage wordt beoordeeld. De nadere regels voor de aanpassingsstage en de beoordeling alsmede de status van de migrerende stagiair worden door de bevoegde autoriteit van de ontvangende lidstaat vastgesteld.

De status van de stagiair in de ontvangende lidstaat, met name wat betreft het verblijfsrecht en de sociale plichten, rechten en voordelen, alsmede vergoedingen en bezoldiging, wordt door de bevoegde autoriteiten van de genoemde lidstaat vastgesteld overeenkomstig het toepasselijk Gemeenschapsrecht;

▼M9

h) „proeve van bekwaamheid”: een controle van de beroepskennis, -vaardigheden en -competenties van de aanvrager, die door de bevoegde autoriteiten van de ontvangende lidstaat wordt verricht of erkend en die tot doel heeft te beoordelen of deze de bekwaamheid bezit om in deze lidstaat een gereglementeerd beroep uit te oefenen.

Ten behoeve van deze controle stellen de bevoegde autoriteiten op basis van een vergelijking tussen de in de ontvangende lidstaat vereiste opleiding en de opleiding die de aanvrager heeft ontvangen, een lijst op van de vakgebieden die niet bestreken worden door het diploma of de andere opleidingstitel(s) waarover de aanvrager beschikt.

Bij de proeve van bekwaamheid moet in aanmerking worden genomen dat de aanvrager in de lidstaat van oorsprong of herkomst een gekwalificeerde beroepsbeoefenaar is. De proef heeft betrekking op de vakgebieden die moeten worden gekozen uit die welke op de lijst staan en waarvan de kennis een wezenlijke voorwaarde is om het beroep in kwestie in de ontvangende lidstaat te kunnen uitoefenen. Deze proef kan ook betrekking hebben op de kennis van de deontologie die in de ontvangende lidstaat op de betrokken activiteiten van toepassing is.

De nadere regelingen voor de proeve van bekwaamheid alsook de status, in de ontvangende lidstaat, die de aanvrager die zich op de proeve van bekwaamheid in die lidstaat wil voorbereiden heeft, worden vastgesteld door de bevoegde autoriteiten van die lidstaat;

▼B

i) „bedrijfsleider”: eenieder die in een onderneming van de bedrijfstak in kwestie werkzaam is geweest:

i) hetzij als bedrijfsleider of als leider van een filiaal van een onderneming;

ii) hetzij als plaatsvervanger van de of van de bedrijfsleider indien deze functie, wat verantwoordelijkheid betreft, met die van de vertegenwoordigde ondernemer of bedrijfsleider overeenstemt, of

iii) hetzij als lid van het leidinggevend personeel, belast met commerciële en/of technische taken en verantwoordelijk voor één of meer afdelingen van de onderneming.

▼M9

j) „beroepsstage”: onverminderd het bepaalde in artikel 46, lid 4, een periode van beroepsuitoefening onder toezicht, mits dit een voorwaarde voor de toegang tot een gereglementeerd beroep vormt, en die ofwel tijdens of na afloop van een opleiding die leidt tot een diploma kan plaatsvinden;

k) „Europese beroepskaart”: een elektronisch certificaat dat wordt afgegeven hetzij ten bewijze dat de beroepsbeoefenaar aan alle noodzakelijke voorwaarden voldoet om tijdelijk en incidenteel diensten te verrichten in een ontvangende lidstaat of dat de beroepskwalificaties met het oog op vestiging in een ontvangende lidstaat erkend zijn;

l) „een leven lang leren”: alle vormen van algemeen onderwijs, beroepsonderwijs en beroepsopleidingen, niet-formeel onderwijs en informeel leren die gedurende het gehele leven plaatsvinden en die tot meer kennis, vaardigheden en competenties leiden, eventueel ook op het gebied van de beroepsethiek;

m) „dwingende redenen van algemeen belang”: als zodanig in de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie erkende redenen;

n) „Europees systeem voor de overdracht van studiepunten of ECTS-studiepunten”: het in het Europees hogeronderwijsstelsel gangbare studiepuntenoverdrachtsysteem.

▼B

2.  Met een gereglementeerd beroep wordt gelijkgesteld een beroep dat door de leden van een van de in bijlage I genoemde verenigingen of organisaties wordt uitgeoefend.

De in de eerste alinea bedoelde verenigingen of organisaties hebben met name ten doel een hoog niveau in het betrokken beroepsgebied te bevorderen en te handhaven; daartoe genieten zij een specifieke erkenning door een lidstaat, geven zij aan hun leden een opleidingstitel af, onderwerpen zij hun leden aan beroepsregels die zij uitvaardigen, en geven zij hun het recht op een titel, afkorting of status die met de opleidingstitel overeenstemt.

▼M9

Telkens wanneer een lidstaat erkenning verleent aan een in de eerste alinea bedoelde vereniging of organisatie, stelt hij de Commissie daarvan in kennis. De Commissie onderzoekt of die organisatie of vereniging voldoet aan de voorwaarden van de tweede alinea. Om recht te doen aan de ontwikkelingen in de regelgeving van de lidstaten, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 57 quater gedelegeerde handelingen vast te stellen met het oog op het actualiseren van bijlage I, voor zover is voldaan aan de voorwaarden van de tweede alinea.

Wanneer niet is voldaan aan de voorwaarden van de tweede alinea, stelt de Commissie een uitvoeringshandeling vast tot verwerping van het verzoek om actualisering van bijlage I.

▼B

3.  Met een opleidingstitel wordt gelijkgesteld elke in een derde land afgegeven opleidingstitel, wanneer de houder ervan in het betrokken beroep een beroepservaring van drie jaar heeft op het grondgebied van de lidstaat die de betrokken opleidingstitel overeenkomstig artikel 2, lid 2, heeft erkend en indien die lidstaat deze beroepservaring bevestigt.

Artikel 4

Gevolgen van de erkenning

▼M9

1.  Erkenning van de beroepskwalificaties door de ontvangende lidstaat geeft de begunstigden in deze lidstaat toegang tot hetzelfde beroep als dat waarvoor zij in de lidstaat van oorsprong de kwalificaties bezitten en stelt hen in staat dit beroep uit te oefenen onder dezelfde voorwaarden als die welke voor eigen onderdanen van de ontvangende lidstaat gelden.

▼B

2.  Voor de toepassing van deze richtlijn is het beroep dat de aanvrager in de ontvangende lidstaat wenst uit te oefenen hetzelfde als dat waarvoor hij in de lidstaat van oorsprong de kwalificaties bezit, indien hieronder vergelijkbare werkzaamheden vallen.

▼M9

3.  In afwijking van lid 1, wordt gedeeltelijke toegang tot een beroep in de ontvangende lidstaat verleend onder de in artikel 4 septies vastgestelde voorwaarden.

Artikel 4 bis

Europese beroepskaart

1.  De lidstaten verstrekken aan de houders van een beroepskwalificatie op hun verzoek een Europese beroepskaart op voorwaarde dat de Commissie de in lid 7 bepaalde relevante uitvoeringshandelingen heeft vastgesteld.

2.  Wanneer voor een bepaald beroep door middel van relevante uitvoeringshandelingen welke krachtens lid 7 zijn vastgesteld, een Europese beroepskaart is ingevoerd, kan de houder van de daartoe benodigde beroepskwalificatie een aanvraag voor een dergelijke kaart indienen of kan hij gebruikmaken van de procedures als bedoeld in de titels II en III.

3.  De lidstaten zien erop toe dat de houder van een Europese beroepskaart alle bij de artikelen 4 ter tot en met 4 sexies verleende rechten geniet.

4.  Wanneer de houder van een beroepskwalificatie krachtens titel II andere dan de in artikel 7, lid 4, bedoelde diensten wil verrichten, geeft de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong in overeenstemming met de artikelen 4 ter en 4 quater de daarvoor bedoelde Europese beroepskaart af. De Europese beroepskaart geldt in voorkomend geval als de in artikel 7 bedoelde verklaring.

5.  Wanneer de houder van een beroepskwalificatie zich krachtens titel III, hoofdstukken I tot en met III bis, in een andere lidstaat wil vestigen of krachtens artikel 7, lid 4, diensten wil verrichten, voert de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong alle voorbereidende stappen uit met betrekking tot het binnen het Informatiesysteem interne markt (IMI) aangemaakte individuele dossier van de aanvrager (het IMI-bestand) als bepaald in de artikelen 4 ter en 4 quinquies. De bevoegde autoriteit van de ontvangende lidstaat geeft de Europese beroepskaart af overeenkomstig de artikelen 4 ter en 4 quater.

Ten behoeve van vestiging verleent de afgifte van een Europese beroepskaart geen automatisch recht om een bepaald beroep uit te oefenen als er in de ontvangende lidstaat al registratievoorschriften of andere controleprocedures gelden voordat de Europese beroepskaart voor dat beroep wordt ingevoerd.

6.  De lidstaten wijzen de autoriteiten aan die bevoegd zijn voor de verwerking van IMI-bestanden en voor de afgifte van Europese beroepskaarten. Deze autoriteiten verzekeren een onpartijdige, objectieve en tijdige verwerking van de aanvragen voor een Europese beroepskaart. De in artikel 57 ter bedoelde assistentiecentra kunnen eveneens optreden in de hoedanigheid van bevoegde autoriteit. De lidstaten zien erop toe dat de bevoegde autoriteiten en assistentiecentra de burgers en potentiële aanvragers informeren over de werking en de toegevoegde waarde van een Europese beroepskaart voor de beroepen waarvoor deze beschikbaar is.

7.  De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de maatregelen vast die noodzakelijk zijn voor de eenvormige toepassing van de bepalingen inzake de Europese beroepskaart voor de beroepen die voldoen aan de in de tweede alinea van dit lid neergelegde voorwaarden, waaronder ook maatregelen betreffende het formaat van de Europese beroepskaart, de verwerking van schriftelijke aanvragen, de door de aanvrager te verstrekken vertalingen ter ondersteuning van een aanvraag voor een Europese beroepskaart, de nadere bijzonderheden omtrent de documenten die volgens artikel 7, lid 2, of bijlage VII noodzakelijk zijn om een volledige aanvraag te kunnen indienen en de procedures voor de verrichting en verwerking van betalingen voor een Europese beroepskaart, rekening houdende met de bijzondere kenmerken van het betrokken beroep. Daarnaast bepaalt de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen nader hoe, wanneer en voor welke documenten de bevoegde autoriteiten voor een bepaald beroep voor eensluidend gewaarmerkte afschriften kunnen verlangen overeenkomstig de tweede alinea van artikel 4 ter, lid 3, artikel 4 quater, lid 2, en artikel 4 quater, lid 3.

De invoering van een Europese beroepskaart voor een bepaald beroep door vaststelling van relevante, in de eerste alinea bedoelde uitvoeringshandelingen is onderworpen aan alle volgende voorwaarden:

a) er is sprake van een aanzienlijke mobiliteit of een potentieel aanzienlijke mobiliteit in de betrokken beroepsgroep;

b) de betrokken belanghebbenden hebben daarvoor voldoende belangstelling laten blijken;

c) het beroep dan wel de opleiding tot het bewuste beroep zijn in een substantieel aantal lidstaten gereglementeerd.

Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 58, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

8.  De kosten die voor de aanvragers aan de administratieve procedures voor de afgifte van een Europese beroepskaart verbonden zijn, moeten redelijk, evenredig en in verhouding zijn met de door de lidstaten van oorsprong en de ontvangende lidstaten gemaakte kosten en mogen het aanvragen van een Europese beroepskaart niet ontmoedigen.

Artikel 4 ter

Aanvraag van een Europese beroepskaart en aanmaak van een IMI-bestand

1.  De lidstaat van oorsprong stelt de houder van een beroepskwalificatie in staat een Europese beroepskaart aan te vragen middels een door de Commissie ter beschikking gesteld online-instrument, dat voor de betrokken aanvrager automatisch een IMI-bestand aanmaakt. Wanneer de lidstaat van oorsprong ook de mogelijkheid biedt schriftelijke aanvragen in te dienen, treft hij alle noodzakelijke voorzieningen voor de aanmaak van een IMI-bestand, voor de verzending van eventuele informatie naar de aanvrager en voor de afgifte van de Europese beroepskaart.

2.  De aanvragen worden ondersteund door de documenten die zijn voorgeschreven volgens de ingevolge artikel 4 bis, lid 7, vast te stellen uitvoeringshandelingen.

3.  De bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong bevestigt binnen een week na ontvangst van de aanvraag dat deze is ontvangen en deelt de aanvrager mee welke documenten mogelijk ontbreken.

In voorkomend geval verstrekt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong eventueel daartoe uit hoofde van deze richtlijn benodigde attesten. De bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong gaat na of de aanvrager legaal in de lidstaat van oorsprong gevestigd is en of alle benodigde documenten die in de lidstaat van oorsprong zijn afgegeven geldig en authentiek zijn. Indien hierover gegronde twijfel bestaat, raadpleegt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong een daartoe bevoegde instantie en kan zij de aanvrager om voorlegging van voor eensluidend gewaarmerkte afschriften van documenten verzoeken. Indien eenzelfde aanvrager meerdere aanvragen doet, mogen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van oorsprong en de ontvangende lidstaten geen nieuwe indiening verlangen van documenten die al in het IMI-bestand zijn opgenomen en nog steeds geldig zijn.

4.  De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de technische specificaties vaststellen, alsmede de maatregelen die nodig zijn om de integriteit, vertrouwelijkheid en nauwkeurigheid van de gegevens op de Europese beroepskaart en in het IMI-bestand te waarborgen, en de voorwaarden en procedures voor de afgifte van de Europese beroepskaart aan de houder, met inbegrip van de mogelijkheid om het IMI-bestand te downloaden of te actualiseren. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 58, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Artikel 4 quater

Europese beroepskaart voor het tijdelijk en incidenteel verrichten van diensten die niet onder artikel 7, lid 4, vallen

1.  De bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong verifieert de aanvraag en de bijbehorende bewijsstukken in het IMI-bestand en geeft binnen drie weken een Europese beroepskaart af voor het tijdelijk en incidenteel verrichten van andere diensten dan die welke vallen onder artikel 7, lid 4. Die termijn gaat in op het moment van ontvangst van ontbrekende documenten als bedoeld in de eerste alinea van artikel 4 ter, lid 3, of, indien er geen bijkomende documenten vereist waren, bij het verstrijken van de in die alinea bedoelde periode van een week. Zij stuurt de Europese beroepskaart vervolgens onverwijld naar de bevoegde autoriteit van elke betrokken ontvangende lidstaat en stelt de aanvrager hiervan in kennis. De ontvangende lidstaat kan gedurende de daaropvolgende achttien maanden geen enkele aanvullende verklaring in de zin van artikel 7 meer eisen.

2.  Tegen de beslissing van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong, of het uitblijven daarvan binnen de in lid 1 bedoelde termijn van drie weken, kan overeenkomstig nationaal recht beroep worden aangetekend.

3.  Indien de houder van een Europese beroepskaart in andere dan de aanvankelijk in lid 1 bedoelde aanvraag vermelde lidstaten diensten wil verrichten, kan hij een aanvraag voor een dergelijke uitbreiding indienen. Indien de houder langer dan gedurende de in lid 1 bedoelde periode diensten wil blijven verrichten, dient hij de bevoegde autoriteit daarvan in kennis te stellen. In beide gevallen dient de betrokken houder daarnaast ook alle informatie te verschaffen omtrent wezenlijke veranderingen in de in het IMI-bestand vastgelegde situatie die door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong kan worden verlangd overeenkomstig de ingevolge artikel 4 bis, lid 7, vast te stellen uitvoeringshandelingen. De bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong zendt de geactualiseerde Europese beroepskaart toe aan de betrokken ontvangende lidstaten.

4.  De Europese beroepskaart blijft op het volledige grondgebied van alle betrokken ontvangende lidstaten gelden zolang de houder het recht behoudt om te werken op basis van de in het IMI-bestand opgeslagen documenten en informatie.

Artikel 4 quinquies

Europese beroepskaart voor vestiging en voor tijdelijke en incidentele verrichting van diensten zoals bedoeld in artikel 7, lid 4

1.  Met het oog op de afgifte van een Europese beroepskaart voor vestiging of voor tijdelijke en incidentele verrichting van diensten zoals bedoeld in artikel 7, lid 4, controleert de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong binnen één maand de echtheid en geldigheid van de bijbehorende bewijsstukken in het IMI-bestand. Die termijn gaat in op het moment van ontvangst van de ontbrekende documenten bedoeld in de eerste alinea van artikel 4 ter, lid 3, of, indien er geen bijkomende documenten vereist waren, bij het verstrijken van de in die alinea bedoelde periode van een week. Vervolgens doet zij de aanvraag onverwijld toekomen aan de bevoegde autoriteit van de ontvangende lidstaat. De lidstaat van oorsprong stelt de aanvrager op hetzelfde moment in kennis van de status van de aanvraag als dat waarop hij de aanvraag aan de ontvangende lidstaat doet toekomen.

2.  In de in de artikelen 16, 21, 49 bis en 49 ter bedoelde gevallen beslist de ontvangende lidstaat binnen één maand na ontvangst van de door de lidstaat van oorsprong toegezonden aanvraag of hij een Europese beroepskaart uit hoofde van lid 1 zal afgeven. In geval van gegronde twijfel kan de ontvangende lidstaat de lidstaat van oorsprong om aanvullende informatie dan wel om het meesturen van een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van een document verzoeken, die de lidstaat van oorsprong binnen maximaal twee weken na de indiening van het verzoek moet verstrekken. Behoudens hetgeen is bepaald in lid 5, tweede alinea, geldt de periode van een maand, ongeacht of een dergelijk verzoek is gedaan.

3.  In de in artikel 7, lid 4, en artikel 14, bedoelde gevallen beslist de ontvangende lidstaat binnen twee maanden na de ontvangst van de door de lidstaat van oorsprong toegezonden aanvraag of hij een Europese beroepskaart zal afgeven dan wel of de houder van een beroepskwalificatie compenserende maatregelen worden opgelegd. In geval van gegronde twijfel kan de ontvangende lidstaat de lidstaat van oorsprong om aanvullende informatie dan wel om het meesturen van een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van een document verzoeken, die de lidstaat van oorsprong binnen maximaal twee weken na de indiening van het verzoek moet verstrekken. Behoudens hetgeen is bepaald in lid 5, tweede alinea, geldt de periode van twee maanden, ongeacht of een dergelijk verzoek is gedaan.

4.  In het geval de ontvangende lidstaat van zowel de lidstaat van oorsprong als de aanvrager niet de nodige informatie ontvangt die hij volgens deze richtlijn nodig heeft voor het nemen van een besluit over de afgifte van de Europese beroepskaart, mag hij weigeren de kaart af te geven. Deze weigering wordt naar behoren gemotiveerd.

5.  Wanneer de ontvangende lidstaat geen beslissing neemt binnen de in de leden 2 en 3 van dit artikel gestelde termijnen of er niet in slaagt conform artikel 7, lid 4, een proeve van bekwaamheid te organiseren, wordt de Europese beroepskaart geacht te zijn afgegeven en wordt zij via het IMI automatisch toegezonden aan de houder van een beroepskwalificatie.

De ontvangende lidstaat heeft de mogelijkheid om de in de leden 2 en 3 bedoelde termijnen voor de automatische afgifte van de Europese beroepskaart met twee weken te verlengen. Hij licht de reden voor de verlenging nader toe en stelt de aanvrager daarvan in kennis. Een dergelijke verlenging kan eenmaal en alleen wanneer het strikt noodzakelijk is worden herhaald, met name om redenen die verband houden met de volksgezondheid of de veiligheid van de afnemers van de diensten.

6.  De door de lidstaat van oorsprong overeenkomstig lid 1 genomen maatregelen vervangen elke aanvraag voor erkenning van beroepskwalificaties overeenkomstig het nationale recht van de ontvangende lidstaat.

7.  Tegen de door de lidstaat van oorsprong en de ontvangende lidstaat uit hoofde van de leden 1 tot en met 5 genomen beslissingen of tegen het uitblijven van een beslissing van de lidstaat van oorsprong kan beroep worden aangetekend overeenkomstig het nationale recht van de betrokken lidstaat.

Artikel 4 sexies

Verwerking van en toegang tot gegevens met betrekking tot de Europese beroepskaart

1.  Onverminderd het vermoeden van onschuld, werken de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van oorsprong en van de ontvangende lidstaat het overeenkomstige IMI-bestand tijdig bij met informatie over vastgestelde tuchtrechtelijke maatregelen of strafrechtelijke sancties die betrekking hebben op een verbod of restrictie en die van invloed kunnen zijn op de uitoefening van werkzaamheden van de houder van een Europese beroepskaart in het kader van deze richtlijn. Daarbij nemen zij de regels inzake de bescherming van persoonsgegevens in Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens ( 23 ) en in Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie) ( 24 ) in acht. Deze updates dienen het verwijderen van gegevens te omvatten die niet langer nodig zijn. De houder van de Europese beroepskaart en de bevoegde autoriteiten die toegang hebben tot het desbetreffende IMI-bestand worden onmiddellijk in kennis gesteld van eventuele updates. Deze verplichting geldt onverminderd de voor de lidstaten geldende waarschuwingsverplichtingen uit hoofde van artikel 56 bis.

2.  De inhoud van de in lid 1 bedoelde updates beperkt zich tot het volgende:

a) de identiteit van de beroepsbeoefenaar;

b) het betreffende beroep;

c) informatie over de nationale autoriteit of rechtbank die de beperkings- of verbodsbeslissing heeft genomen;

d) de reikwijdte van de beperking of het verbod; en

e) de periode waarin de beperking of het verbod van kracht is.

3.  De toegang tot de gegevens in het IMI-bestand is beperkt tot de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van oorsprong en de ontvangende lidstaten, in overeenstemming met Richtlijn 95/46/EG. De bevoegde autoriteiten stellen de houder van de Europese beroepskaart op diens verzoek in kennis van de inhoud van het IMI-bestand.

4.  De gegevens op de Europese beroepskaart beperken zich tot de gegevens die nodig zijn om vast te stellen dat de houder gerechtigd is om het beroep uit te oefenen waarvoor de kaart werd afgegeven, namelijk de houders voornaam, achternaam, datum en plaats van geboorte, beroep, officiële kwalificaties, toepasselijk stelsel, betrokken bevoegde autoriteiten, kaartnummer, beveiligingsfuncties en een verwijzing naar een geldig bewijs van identiteit. Informatie met betrekking tot opgedane beroepservaring of compensatiemaatregelen waaraan door de houder van de Europese beroepskaart is voldaan, wordt opgenomen in het IMI-bestand.

5.  De persoonsgegevens in het IMI-bestand komen voor verwerkingsdoeleinden in aanmerking zolang dat nodig is met het oog op de erkenningsprocedure als zodanig en als bewijs van de erkenning of van de toezending van de krachtens artikel 7 vereiste verklaring. De lidstaten zien erop toe dat de houder van een Europese beroepskaart het recht heeft om op elk moment, en zonder dat daaraan voor hem kosten zijn verbonden, te verzoeken om rechtzetting van onjuiste of onvolledige gegevens, dan wel om schrapping of afscherming van het desbetreffende IMI-bestand. De houder wordt van dit recht in kennis gesteld op het moment dat de Europese beroepskaart wordt afgegeven, en wordt daaraan vervolgens om de twee jaar herinnerd. De herinnering wordt automatisch via IMI verstuurd wanneer de eerste aanvraag voor de Europese beroepskaart online werd ingediend.

In geval van een verzoek tot verwijdering van een IMI-bestand dat is gekoppeld aan een Europese beroepskaart die met het oog op vestiging of de tijdelijke en incidentele verrichting van diensten op grond van artikel 7, lid 4, is afgegeven, verschaffen de bevoegde autoriteiten van de betrokken ontvangende lidstaat de houder van de beroepskwalificaties een attest waaruit blijkt dat zijn beroepskwalificaties worden erkend.

6.  Met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens die voorkomen op de Europese beroepskaart en in alle IMI-bestanden worden de ter zake bevoegde autoriteiten van de lidstaten beschouwd als de verantwoordelijken voor de verwerking in de zin van artikel 2, onder d), van Richtlijn 95/46/EG. Met betrekking tot haar verantwoordelijkheden uit hoofde van de leden 1 tot en met 4 van dit artikel en de daarmee verband houdende verwerking van persoonsgegevens geldt de Commissie als verantwoordelijke voor de verwerking in de zin van artikel 2, onder d), van Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens ( 25 ).

7.  Onverminderd lid 3, bepalen de ontvangende lidstaten dat werkgevers, klanten, patiënten, overheidsinstanties en andere belanghebbende partijen de echtheid en de geldigheid kunnen controleren van een Europese beroepskaart die hun door de kaarthouder wordt voorgelegd.

De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen regels vast inzake de toegang tot het IMI-bestand, de technische middelen en de procedures voor de in de eerste alinea bedoelde controle. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 58, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Artikel 4 septies

Gedeeltelijke toegang

1.  De bevoegde autoriteit van de ontvangende lidstaat verleent per geval gedeeltelijke toegang tot een beroepsactiviteit op zijn grondgebied, doch alleen indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

a) de beroepsbeoefenaar is in zijn lidstaat van oorsprong volledig gekwalificeerd om de beroepsactiviteit uit te oefenen waarvoor in de ontvangende lidstaat gedeeltelijke toegang wordt aangevraagd;

b) de verschillen tussen de in de lidstaat van oorsprong legaal verrichte beroepsactiviteiten en het gereglementeerde beroep in de ontvangende lidstaat zijn zo groot dat de toepassing van compenserende maatregelen erop zou neerkomen dat de aanvrager het volledige onderwijs- en opleidingsprogramma in de ontvangende lidstaat zou moeten doorlopen om tot het volledige gereglementeerde beroep in de ontvangende lidstaat toegelaten te worden;

c) de beroepsactiviteit kan objectief worden gescheiden van andere activiteiten die het gereglementeerde beroep in de ontvangende lidstaat omvat.

Voor de toepassing van punt c) dient de bevoegde autoriteit van de ontvangende lidstaat rekening te houden met de vraag of de beroepsactiviteit autonoom in de lidstaat van oorsprong kan worden uitgeoefend.

2.  Gedeeltelijke toegang kan worden afgewezen indien deze afwijzing door een dwingende reden van algemeen belang gerechtvaardigd is, indien zulks passend is ter verwezenlijking van het nagestreefde doel en het niet verder gaat dan wat noodzakelijk is om dat doel te bereiken.

3.  Aanvragen bedoeld voor vestiging in een ontvangende lidstaat worden overeenkomstig titel III, hoofdstukken I en IV onderzocht.

4.  Aanvragen bedoeld voor het tijdelijk en incidenteel verrichten van diensten in de ontvangende lidstaat die betrekking hebben op beroepsactiviteiten met implicaties voor de volksgezondheid of de openbare veiligheid, worden overeenkomstig titel II onderzocht.

5.  In afwijking van artikel 7, lid 4, zesde alinea, en artikel 52, lid 1, wordt de beroepsactiviteit uitgeoefend onder de beroepstitel van de lidstaat van oorsprong zodra gedeeltelijke toegang is verleend. De ontvangende lidstaat kan het gebruik van die beroepstitel in de talen van de ontvangende lidstaat voorschrijven. Beroepsbeoefenaren aan wie gedeeltelijke toegang is verleend, maken de ontvangers van de diensten duidelijk kenbaar tot welke gebieden hun beroepsactiviteiten zich uitstrekken.

6.  Dit artikel is niet van toepassing op beroepsbeoefenaren wier beroepskwalificaties automatisch worden erkend uit hoofde van titel III, hoofdstukken II, III en III bis.

▼B



TITEL II

VRIJE DIENSTVERRICHTING

Artikel 5

Beginsel van het vrij verrichten van diensten

1.  Onverminderd specifieke bepalingen van het communautaire recht en de artikelen 6 en 7 van deze richtlijn, kunnen de lidstaten niet om redenen van beroepskwalificatie beperkingen stellen aan het vrij verrichten van diensten in een andere lidstaat:

a) indien de dienstverrichter op wettige wijze is gevestigd in een lidstaat (hierna „lidstaat van vestiging” genoemd) om er hetzelfde beroep uit te oefenen, en

▼M9

b) wanneer de dienstverrichter zich naar een andere lidstaat begeeft, indien hij dat beroep tijdens de laatste tien jaar die voorafgaan aan de dienstverrichting gedurende ten minste een jaar heeft uitgeoefend in een of meer lidstaten wanneer het beroep niet gereglementeerd is in de lidstaat van vestiging. Deze voorwaarde, namelijk een jaar beroepsuitoefening, is niet van toepassing wanneer het beroep of het onderwijs en de opleiding die toegang verleent tot het beroep gereglementeerd is.

▼B

2.  De bepalingen van deze titel zijn uitsluitend van toepassing wanneer de dienstverrichter zich naar het grondgebied van de ontvangende lidstaat begeeft om er tijdelijk en incidenteel het in lid 1 bedoelde beroep uit te oefenen.

Het tijdelijke en incidentele karakter van de dienstverrichting wordt per geval beoordeeld, met name in het licht van de duur, frequentie, regelmaat en continuïteit van de verrichting.

3.  Als de dienstverrichter zich naar een andere lidstaat begeeft, valt hij onder de professionele, wettelijke of administratieve beroepsregels die rechtstreeks verband houden met beroepskwalificaties, zoals de definitie van het beroep, het gebruik van titels en de ernstige wanprestatie bij de uitoefening van het beroep die rechtstreeks en specifiek verband houdt met de bescherming en de veiligheid van consumenten, alsook de tuchtrechtelijke bepalingen, die in de ontvangende lidstaat van toepassing zijn op de personen die er hetzelfde beroep uitoefenen.

Artikel 6

Vrijstellingen

Overeenkomstig artikel 5, lid 1, stelt de ontvangende lidstaat een in een andere lidstaat gevestigde dienstverrichter met name vrij van de eisen die worden gesteld aan op zijn grondgebied gevestigde beroepsbeoefenaren met betrekking tot:

a) een vergunning, de inschrijving of de aansluiting bij een beroepsorganisatie. Om overeenkomstig artikel 5, lid 3, toepassing van op hun grondgebied geldende tuchtrechtelijke bepalingen mogelijk te maken, kunnen de lidstaten voorzien in automatische tijdelijke inschrijving of aansluiting pro forma bij een beroepsorganisatie, voorzover dit de dienstverrichting op geen enkele wijze vertraagt of bemoeilijkt en voor de dienstverrichter geen extra kosten meebrengt. De bevoegde autoriteit stuurt een kopie van de in artikel 7, lid 1, bedoelde verklaring en eventueel verlenging ervan, en daarnaast, voor beroepen die verband houden met de volksgezondheid en de openbare veiligheid genoemd in artikel 7, lid 4, of waarvoor krachtens titel III, hoofdstuk III, een automatische erkenning geldt, een kopie van de in artikel 7, lid 2 bedoelde documenten aan de betrokken beroepsorganisatie, hetgeen gelijkstaat met een automatische tijdelijke inschrijving of aansluiting pro forma voor dit doel;

b) de inschrijving bij een publiekrechtelijke instelling voor de sociale zekerheid om de rekeningen inzake de ten gunste van sociaal verzekerden verrichte werkzaamheden op een verzekeringsinstelling te kunnen verhalen.

De dienstverrichter stelt evenwel de onder b) bedoelde instelling vooraf, of in dringende gevallen achteraf, van de door hem verrichte dienst in kennis.

Artikel 7

Vooraf af te leggen verklaring in geval de dienstverrichter zich naar een andere lidstaat begeeft

1.  De lidstaten kunnen verlangen dat de dienstverrichter, wanneer hij zich voor het eerst van de ene lidstaat naar een andere begeeft om er diensten te verrichten, de bevoegde autoriteit van de ontvangende staat vooraf door middel van een schriftelijke verklaring, met daarin de gegevens betreffende verzekeringsdekking of soortgelijke individuele of collectieve vormen van bescherming inzake beroepsaansprakelijkheid, in kennis stelt. Deze verklaring wordt eenmaal per jaar verlengd indien de dienstverrichter voornemens is om gedurende dat jaar in die lidstaat tijdelijke of incidentele diensten te verrichten. De dienstverrichter mag de verklaring met alle middelen aanleveren.

2.  Voor de eerste dienstverrichting, of indien zich een wezenlijke verandering heeft voorgedaan in de door de documenten gestaafde situatie, mogen de lidstaten verlangen dat de verklaring vergezeld gaat van de volgende documenten:

a) een bewijs van de nationaliteit van de dienstverrichter,

b) een attest dat de houder ervan rechtmatig in een lidstaat gevestigd is om er de betrokken werkzaamheden uit te oefenen, en dat hem op het moment van afgifte van het attest geen beroepsuitoefeningsverbod is opgelegd, ook al is het maar tijdelijk,

c) bewijs van beroepskwalificaties,

▼M9

d) voor gevallen als bedoeld in artikel 5, lid 1, onder b), een bewijs dat de dienstverrichter de betrokken werkzaamheden in de tien voorafgaande jaren gedurende ten minste een jaar heeft uitgeoefend,

e) voor beroepen in de veiligheidssector, de gezondheidssector en voor beroepen in de onderwijssector waar met minderjarigen wordt gewerkt, inclusief kinderopvang en het voor- en vroegschoolse onderwijs, een verklaring waarin wordt bevestigd dat de desbetreffende persoon geen tijdelijk of permanent beroepsverbod heeft of niet strafrechtelijk is veroordeeld, indien de lidstaat zulks ook van zijn eigen onderdanen eist,

▼M9

f) voor beroepen met patiëntveiligheidsimplicaties, een verklaring omtrent de kennis van de taal die voor de uitoefening van het beroep van de aanvrager in de ontvangende lidstaat noodzakelijk is,

g) voor beroepen betreffende de in artikel 16 bedoelde werkzaamheden en die door een lidstaat overeenkomstig artikel 59, lid 2, zijn aangemeld, een certificaat aangaande de aard en de duur van de activiteit, afgegeven door de bevoegde autoriteit of instantie van de lidstaat waar de dienstverrichter is gevestigd.

2 bis.  De indiening van een vereiste verklaring door de dienstverrichter overeenkomstig lid 1 geeft die dienstverrichter het recht op toegang tot de beoogde dienstenactiviteit of om die activiteit uit te oefenen op het gehele grondgebied van de betrokken lidstaat. Een lidstaat kan met betrekking tot de beroepskwalificaties van de dienstverrichter de in lid 2 vermelde aanvullende gegevens eisen indien:

a) het beroep in delen van het grondgebied van die lidstaat anders is gereglementeerd;

b) deze reglementering ook op alle onderdanen van die lidstaat van toepassing is;

c) deze verschillen in regelgeving te rechtvaardigen zijn door dwingende redenen van algemeen belang die verband houden met de volksgezondheid of de openbare veiligheid van de afnemers van de diensten; en

d) de lidstaat over geen andere middelen beschikt om deze informatie te verkrijgen.

▼B

3.  De dienst wordt verricht onder de beroepstitel van de lidstaat van vestiging, wanneer voor de betrokken beroepswerkzaamheid in die lidstaat een dergelijke titel bestaat. Deze titel wordt vermeld in de officiële taal of één van de officiële talen van de lidstaat van vestiging, teneinde verwarring met de beroepstitel van de ontvangende lidstaat te vermijden. Wanneer de betrokken beroepstitel in de lidstaat van vestiging niet bestaat, vermeldt de dienstverrichter zijn opleidingstitel in de officiële taal of één van de officiële talen van die lidstaat. Bij uitzondering wordt in gevallen zoals bedoeld in titel III, hoofdstuk III, de dienst onder de beroepstitel van de ontvangende lidstaat verricht.

▼M9

4.  In het geval van gereglementeerde beroepen met implicaties voor de volksgezondheid of de openbare veiligheid en waarop de automatische erkenning uit hoofde van titel III, hoofdstuk II, III of III bis, niet van toepassing is, kan de bevoegde autoriteit van de ontvangende lidstaat vóór de eerste dienstverrichting de beroepskwalificaties van de dienstverrichter controleren. Een dergelijke controle vooraf is alleen mogelijk indien de controle bedoeld is om ernstige schade voor de gezondheid of de veiligheid van de afnemer van de dienstverrichting ingevolge een ontoereikende beroepskwalificatie van de dienstverrichter te voorkomen en indien de controle niet meer omvat dan voor dit doel noodzakelijk is.

De bevoegde autoriteit stelt de dienstverrichter binnen een termijn van ten hoogste een maand na ontvangst van de verklaring en de begeleidende documenten als bedoeld in de leden 1 en 2 in kennis van haar besluit om:

a) zijn beroepskwalificaties niet te controleren;

b) na de beroepskwalificatie te hebben gecontroleerd,

i) van de dienstverrichter het afleggen van een proeve van bekwaamheid te verlangen; of

ii) het verrichten van de diensten toe te staan.

Wanneer er zich problemen voordoen die een vertraging veroorzaken bij het nemen van een besluit uit hoofde van de tweede alinea, stelt de bevoegde autoriteit de dienstverrichter binnen dezelfde termijn in kennis van de reden van de vertraging. Het probleem moet voor het einde van de eerste maand na deze kennisgeving worden opgelost en het besluit moet binnen twee maanden na oplossing van het probleem zijn vastgesteld.

Wanneer de beroepskwalificaties van de dienstverrichter wezenlijk verschillen van de in de ontvangende lidstaat vereiste opleiding, en wel in die mate dat dit verschil de volksgezondheid of de openbare veiligheid schaadt, en wanneer de dienstverrichter dit niet kan compenseren door beroepservaring of in het kader van een leven lang leren verworven kennis, vaardigheden of competenties die formeel zijn gevalideerd door een daartoe bevoegde instantie, dient de ontvangende lidstaat die dienstverrichter de mogelijkheid te bieden om in het bijzonder door middel van een proeve van bekwaamheid, als bedoeld in de tweede alinea, onder b), te bewijzen dat hij de ontbrekende kennis, vaardigheden of competentie heeft verworven. De ontvangende lidstaat neemt op basis hiervan een besluit over het toestaan van het verrichten van de diensten. De dienstverrichting dient in ieder geval te kunnen plaatsvinden tijdens de maand die volgt op die waarin het overeenkomstig de tweede alinea genomen besluit is getroffen.

Indien de bevoegde autoriteit binnen de in de tweede en derde alinea vermelde termijn niet reageert, mag de dienst worden verricht.

In de gevallen waarin de beroepskwalificaties overeenkomstig dit lid zijn geverifieerd, wordt de dienst verricht onder de beroepstitel van de ontvangende lidstaat.

▼B

Artikel 8

Administratieve samenwerking

▼M9

1.  De bevoegde autoriteiten van de ontvangende lidstaat kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van vestiging in geval van gegronde twijfel verzoeken om alle informatie over de rechtmatigheid van de vestiging en het goede gedrag van de dienstverrichter, alsmede het ontbreken van eventuele tuchtrechtelijke of strafrechtelijke maatregelen ter zake van de beroepsuitoefening. Indien de bevoegde autoriteiten van de ontvangende lidstaat besluiten de beroepskwalificaties van de dienstverrichter te controleren, kunnen zij bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van vestiging informatie aanvragen over de opleidingscursussen van de dienstverrichter, voor zover dit nodig is voor het beoordelen van wezenlijke verschillen die de volksgezondheid of de openbare veiligheid kunnen schaden. De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van vestiging verstrekken deze informatie overeenkomstig artikel 56. In het geval van in de lidstaat van oorsprong niet-gereglementeerde beroepen kunnen de in artikel 57 ter bedoelde assistentiecentra deze informatie ook verstrekken.

▼B

2.  De bevoegde autoriteiten zorgen voor de uitwisseling van alle nodige informatie opdat een klacht van een afnemer van een dienst tegen een dienstverrichter correct kan worden afgehandeld. De afnemer wordt van het resultaat van de klacht in kennis gesteld.

Artikel 9

Informatie ten behoeve van de afnemers van de dienst

Wanneer de dienst wordt verricht onder de beroepstitel van de lidstaat van vestiging of onder de opleidingstitel van de dienstverrichter, kunnen de bevoegde autoriteiten van de ontvangende lidstaat voorschrijven dat de dienstverrichter in aanvulling op de overige informatievoorschriften van het Gemeenschapsrecht, aan de afnemer van de dienst een van de volgende gegevens of al de volgende gegevens verstrekt:

a) wanneer de dienstverrichter in een handelsregister of een vergelijkbaar openbaar register is ingeschreven, het register waar hij is ingeschreven en zijn inschrijvingsnummer, of een vergelijkbaar middel ter identificatie in dat register;

b) wanneer voor uitoefening van de betrokken werkzaamheid in de lidstaat van vestiging een vergunning vereist is, de naam en het adres van de bevoegde toezichthoudende instantie;

c) de beroepsordes of soortgelijke organisaties waarbij de dienstverrichter is aangesloten;

d) de beroepstitel of, wanneer een dergelijke titel niet bestaat, de opleidingstitel van de dienstverrichter en de lidstaat waar deze werd verleend;

e) wanneer de dienstverrichter een onder de BTW vallende werkzaamheid uitoefent, het identificatienummer, zoals bedoeld in artikel 22, lid 1, van de Zesde Richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag ( 26 );

f) gegevens betreffende verzekeringsdekking of soortgelijke individuele of collectieve vormen van bescherming inzake beroepsaansprakelijkheid.



TITEL III

VRIJHEID VAN VESTIGING



HOOFDSTUK I

Algemeen stelsel van erkenning van opleidingstitels

Artikel 10

Toepassingsgebied

Dit hoofdstuk is van toepassing op alle beroepen die niet onder de hoofdstukken II en III van deze titel vallen en in onderstaande gevallen waarin de aanvrager, om een bijzondere en uitzonderlijke reden, niet voldoet aan de in die hoofdstukken opgenomen voorwaarden:

a) voor de werkzaamheden van bijlage IV, wanneer de migrant niet voldoet aan de eisen van de artikelen 17, 18 en 19;

b) voor artsen met een basisopleiding, medische specialisten, verantwoordelijk algemeen ziekenverplegers, beoefenaren der tandheelkunde, gespecialiseerde beoefenaren der tandheelkunde, dierenartsen, verloskundigen, apothekers en architecten, wanneer de migrant niet voldoet aan de eisen inzake daadwerkelijke en wettige beroepsuitoefening bedoeld in de artikelen 23, 27, 33, 37, 39, 43 en 49;

c) voor architecten, wanneer de migrant houder is van een opleidingstitel die niet is opgenomen in bijlage V, punt 5.7;

d) onverminderd artikel 21, lid 1, en de artikelen 23 en 27, voor artsen, ziekenverplegers, beoefenaren der tandheelkunde, dierenartsen, verloskundigen, apothekers en architecten die houder zijn van een opleidingstitel van specialist, die moeten hebben deelgenomen aan de opleiding voor een titel genoemd in bijlage V, punten 5.1.1, 5.2.2, 5.3.2, 5.4.2, 5.5.2, 5.6.2 en 5.7.1, ◄ en alleen ten behoeve van de erkenning van het specialisme in kwestie;

e) voor verantwoordelijk algemeen ziekenverplegers en gespecialiseerde ziekenverplegers die houder zijn van een opleidingstitel als specialist, die hebben deelgenomen aan de opleiding voor een titel ◄ bedoeld in bijlage V, punt 5.2.2, wanneer de migrant erkenning vraagt in een andere lidstaat waar de relevante beroepswerkzaamheden worden uitgeoefend door gespecialiseerde ziekenverplegers zonder opleiding als algemeen verantwoordelijke ziekenverplegers;

▼C2

f) voor gespecialiseerde ziekenverplegers zonder opleiding tot verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger, wanneer de migrant erkenning vraagt in een andere lidstaat waar de relevante beroepswerkzaamheden worden uitgeoefend door een verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger, gespecialiseerde ziekenverplegers zonder opleiding tot verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger of gespecialiseerde ziekenverplegers die houder zijn van een gespecialiseerde opleidingstitel, die hebben deelgenomen aan de opleiding voor de titels bedoeld in bijlage V, punt 5.2.2;

▼B

g) voor migranten die voldoen aan de eisen van artikel 3, lid 3.

Artikel 11

Kwalificatieniveaus

▼M9

Voor de toepassing van artikel 13 en artikel 14, lid 6, worden beroepskwalificaties in de volgende niveaus ingedeeld:

▼B

a) een bekwaamheidsattest dat is afgegeven door een overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen aangewezen bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong, nadat men

i) hetzij een opleiding heeft genoten die niet wordt afgesloten met een certificaat of diploma zoals bedoeld onder b), c), d) of e) van dit artikel, hetzij een specifiek examen zonder voorafgaande opleiding heeft afgelegd, hetzij het beroep tijdens de voorafgaande tien jaren gedurende drie opeenvolgende jaren voltijds of gedurende een gelijkwaardige periode deeltijds in een lidstaat heeft uitgeoefend,

ii) hetzij op het niveau van het primair of secundair onderwijs een algemene opleiding heeft genoten, waaruit blijkt dat de houder over een zekere algemene ontwikkeling beschikt;

b) een certificaat ter afsluiting van een cyclus van secundair onderwijs

i) hetzij van algemene aard, aangevuld met een andere dan de onder c) bedoelde studiecyclus of beroepsopleiding en/of met de beroepsstage of praktijkervaring die als aanvulling op deze studiecyclus vereist is,

ii) hetzij van technische of beroepsmatige aard, in voorkomend geval aangevuld met een studiecyclus of beroepsopleiding zoals bedoeld onder i), en/of met de beroepsstage of praktijkervaring die als aanvulling op deze studiecyclus vereist is;

c) een diploma ter afsluiting van

i) hetzij een opleiding op het niveau van postsecundair onderwijs dat verschilt van het onder d) en e) bedoelde niveau en ten minste 1 jaar duurt, dan wel, in geval van een deeltijdse opleiding, een daaraan gelijkwaardige duur heeft, en waarvoor als een van de toelatingsvoorwaarden in de regel geldt dat men de studiecyclus van secundair onderwijs moet hebben voltooid die voor de toegang tot het universitair of hoger onderwijs vereist is of een volledige equivalente schoolopleiding van secundair niveau, alsook de beroepsopleiding die eventueel als aanvulling op deze cyclus van postsecundair onderwijs vereist is,

▼M9

ii) hetzij een gereglementeerde opleiding of, in het geval van gereglementeerde beroepen, een beroepsopleiding met een bijzondere structuur waarbij competenties worden aangereikt die verder gaan dan wat niveau b verstrekt, die gelijkwaardig is aan het in punt i) vermelde opleidingsniveau, indien deze opleiding tot een vergelijkbare beroepsbekwaamheid opleidt en op een vergelijkbaar niveau van verantwoordelijkheden en taken voorbereidt, mits het diploma vergezeld gaat van een certificaat van de lidstaat van oorsprong;

d) een diploma dat bewijst dat de aanvrager een postsecundaire opleiding met een duur van ten minste drie jaar en ten hoogste vier jaar of met een daaraan gelijkwaardige duur in geval van een deeltijdse opleiding heeft afgesloten, die daarnaast kan worden uitgedrukt in een daaraan gelijkwaardig aantal ECTS-studiepunten behaald aan een universiteit of een instelling voor hoger onderwijs of aan een andere instelling met hetzelfde opleidingsniveau, en dat, in voorkomend geval, bewijst dat hij de beroepsopleiding die als aanvulling op de postsecundaire opleiding vereist is, met succes heeft afgesloten;

e) een diploma dat bewijst dat de aanvrager een postsecundaire opleiding met een duur van ten minste vier jaar of met een daaraan gelijkwaardige duur in geval van een deeltijdse opleiding heeft afgesloten, die daarnaast kan worden uitgedrukt in een daaraan gelijkwaardig aantal ECTS-studiepunten, behaald aan een universiteit of een instelling voor hoger onderwijs of aan een andere instelling met hetzelfde opleidingsniveau en dat, in voorkomend geval, bewijst dat hij de beroepsopleiding die als aanvulling op de postsecundaire opleiding vereist is, met succes heeft afgesloten.

▼M9 —————

▼B

Artikel 12

Gelijke behandeling van kwalificaties

▼M9

Met een opleidingstitel ter afsluiting van een in artikel 11 bedoelde opleiding, met inbegrip van het betrokken niveau, wordt gelijkgesteld elke opleidingstitel die, ofwel elk geheel van opleidingstitels dat, door een bevoegde autoriteit in een lidstaat is afgegeven, wanneer daarmee een in de Unie op voltijdse of deeltijdse basis zowel binnen als buiten formele programma’s gevolgde opleiding wordt afgesloten die door deze lidstaat als gelijkwaardig wordt erkend en de houder ervan dezelfde rechten inzake de toegang tot of de uitoefening van een beroep verleent, dan wel hem voorbereidt op de uitoefening van dat beroep.

▼B

Onder dezelfde voorwaarden als die van de eerste alinea wordt met een dergelijke opleidingstitel ook gelijkgesteld elke beroepskwalificatie die weliswaar niet voldoet aan de eisen die in de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaat van oorsprong voor de toegang tot of uitoefening van een beroep zijn vastgesteld, maar die de houder ervan krachtens deze bepalingen verworven rechten verleent. Dit geldt met name indien de lidstaat van oorsprong het niveau verhoogt van de opleiding die vereist is voor de toegang tot een beroep of de uitoefening ervan, en indien een persoon die vroeger een opleiding heeft genoten die niet meer voldoet aan de eisen van de nieuwe kwalificatie, verworven rechten geniet uit hoofde van nationale wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen; in dat geval wordt de vroeger genoten opleiding door de ontvangende lidstaat beschouwd — met het oog op de toepassing van artikel 13 — als overeenkomend met het niveau van de nieuwe opleiding.

▼M9

Artikel 13

Voorwaarden inzake erkenning

1.  Wanneer in een ontvangende lidstaat de toegang tot of de uitoefening van een gereglementeerd beroep afhankelijk wordt gesteld van het bezit van bepaalde beroepskwalificaties, staat de bevoegde autoriteit van deze lidstaat onder dezelfde voorwaarden als die welke voor eigen onderdanen gelden de toegang tot en uitoefening van dit beroep toe aan aanvragers die in het bezit zijn van een bekwaamheidsattest of een opleidingstitel zoals bedoeld in artikel 11 dat/die in een andere lidstaat verplicht wordt gesteld voor de toegang tot of de uitoefening van dat beroep op zijn grondgebied.

De bekwaamheidsattesten of opleidingstitels moeten worden afgegeven door een bevoegde autoriteit in een lidstaat die overeenkomstig de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van die lidstaat is aangewezen.

2.  De in lid 1 omschreven toegang tot en uitoefening van een beroep wordt eveneens toegestaan aan aanvragers die het beroep in kwestie tijdens de voorafgaande tien jaar op voltijdse basis gedurende een jaar of gedurende een daarmee in zijn totaliteit overeenkomende periode op deeltijdbasis hebben uitgeoefend in een andere lidstaat waar dat beroep niet is gereglementeerd, en die beschikken over een of meer bekwaamheidsattesten of opleidingstitels bezitten en die zijn afgegeven door een andere lidstaat die dat beroep niet reglementeert.

De bekwaamheidsattesten en opleidingstitels moeten aan de volgende voorwaarden voldoen:

a) zij moeten afgegeven worden door een bevoegde autoriteit in een lidstaat die overeenkomstig de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van die lidstaat is aangewezen;

b) zij moeten aantonen dat de houder op de uitoefening van het betrokken beroep is voorbereid.

De in de eerste alinea bedoelde beroepservaring van een jaar kan echter niet worden geëist wanneer de aanvrager met de opleidingstitel(s) waarover hij beschikt kan aantonen dat hij een gereglementeerde opleiding heeft afgesloten.

3.  De ontvangende lidstaat erkent het overeenkomstig artikel 11 door de lidstaat van oorsprong geattesteerde opleidingsniveau, evenals het certificaat waarmee de lidstaat van oorsprong verklaart dat de opleiding als bedoeld in artikel 11, onder c), ii), gelijkwaardig is aan het niveau als bedoeld in artikel 11, onder c), i).

4.  In afwijking van de leden 1 en 2 van dit artikel en van artikel 14 kan de bevoegde autoriteit van de ontvangende lidstaat de toegang tot en de uitoefening van het beroep weigeren aan houders van een onder a) van artikel 11 geclassificeerd bekwaamheidsattest wanneer de nationale beroepskwalificatie die voor de uitoefening van het beroep op zijn grondgebied vereist is, onder e) van artikel 11 is ingedeeld.

▼B

Artikel 14

Compenserende maatregelen

▼M9

1.  Artikel 13 belet niet dat de ontvangende lidstaat in een van de volgende gevallen van de aanvrager verlangt dat hij een aanpassingsstage van ten hoogste drie jaar doorloopt of een proeve van bekwaamheid aflegt:

a) wanneer de door de aanvrager gevolgde opleiding betrekking heeft op vakken die wezenlijk verschillen van die welke worden bestreken door de in de ontvangende lidstaat vereiste opleidingstitel;

b) wanneer het in de ontvangende lidstaat gereglementeerde beroep een of meer gereglementeerde beroepswerkzaamheden omvat die niet bestaan in het overeenkomstige beroep in de lidstaat van oorsprong van de aanvrager, en waarvoor een opleiding in de ontvangende lidstaat vereist is die betrekking heeft op vakken die wezenlijk verschillen van die welke vallen onder het bekwaamheidsattest of de opleidingstitel die de aanvrager overlegt.

▼B

2.  Indien de ontvangende lidstaat van de mogelijkheid van lid 1 gebruikmaakt, moet hij de aanvrager de keuze laten tussen een aanpassingsstage en een proeve van bekwaamheid.

Wanneer een lidstaat meent dat het voor een bepaald beroep noodzakelijk is van de eerste alinea af te wijken en de aanvrager niet de keuze te laten tussen een aanpassingsstage en een proeve van bekwaamheid, stelt hij de andere lidstaten en de Commissie vooraf hiervan in kennis, waarbij hij deze afwijking afdoende motiveert.

▼M9

Wanneer de Commissie van mening is dat de in de tweede alinea bedoelde afwijking onterecht of in strijd met het Unierecht is, stelt zij binnen drie maanden na ontvangst van alle nodige informatie een uitvoeringshandeling vast waarbij de betrokken lidstaat verzocht wordt om van de voorgenomen maatregel af te zien. Wanneer binnen deze termijn geen reactie van de Commissie is ontvangen, kan de afwijking worden toegepast.

▼B

3.  In afwijking van het in lid 2 neergelegde beginsel op grond waarvan de aanvrager het recht heeft te kiezen, kan de ontvangende lidstaat ofwel een aanpassingsstage, ofwel een proeve van bekwaamheid voorschrijven met betrekking tot beroepen waarvoor de uitoefening een precieze kennis van het nationale recht veronderstelt en waarvan het verstrekken van advies of het verlenen van bijstand op het gebied van het nationale recht een essentieel en constant element is.

▼C2

Dit geldt ook voor de gevallen genoemd in artikel 10, onder b) en c), in artikel 10, onder d), betreffende artsen en beoefenaren van de tandheelkunde, in artikel 10, onder f), wanneer de migrant erkenning vraagt in een andere lidstaat waar de relevante beroepsactiviteiten worden uitgeoefend door een verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger of gespecialiseerde ziekenverplegers die houder zijn van een specialistische opleidingstitel, die hebben deelgenomen aan de opleiding voor de titels bedoeld in bijlage V, punt 5.2.2, evenals in artikel 10, onder g).

▼B

In de gevallen bedoeld in artikel 10, onder a), mag de ontvangende lidstaat een aanpassingsstage of een proeve van bekwaamheid verlangen indien de migrant voornemens is als zelfstandige dan wel als bedrijfsleider beroepsactiviteiten uit te oefenen waarvoor kennis en toepassing van de vigerende specifieke nationale voorschriften noodzakelijk zijn, mits de bevoegde autoriteiten van de ontvangende lidstaat ook van de eigen onderdanen de kennis en toepassing van deze voorschriften verlangen als voorwaarde voor toegang tot een dergelijke activiteit.

▼M9

In afwijking van het in lid 2 neergelegde beginsel op grond waarvan de aanvrager het recht heeft te kiezen, kan de ontvangende lidstaat hetzij een aanpassingsstage hetzij een proeve van bekwaamheid voorschrijven in het geval dat:

a) de houder van een beroepskwalificatie als bedoeld in artikel 11, onder a), een aanvraag tot erkenning van zijn beroepskwalificaties indient, terwijl de benodigde nationale beroepskwalificatie is geclassificeerd onder artikel 11, punt c); of

b) de houder van een beroepskwalificatie als bedoeld in artikel 11, onder b), een aanvraag tot erkenning van zijn beroepskwalificaties indient, terwijl de benodigde nationale beroepskwalificatie is geclassificeerd onder artikel 11, punt d) of e).

Indien de houder van een beroepskwalificatie als bedoeld in artikel 11, onder a), een verzoek tot erkenning van zijn beroepskwalificaties indient, terwijl de benodigde nationale beroepskwalificatie is gerangschikt onder artikel 11, punt d), kan de ontvangende lidstaat zowel een aanpassingsstage als een proeve van bekwaamheid voorschrijven.

▼M9

4.  Voor de toepassing van de leden 1 en 5 wordt onder „vakgebieden die wezenlijk verschille”n verstaan vakgebieden waarvan de kennis en de vaardigheden en competenties van essentieel belang zijn voor de uitoefening van het beroep en waarvoor de door de migrant ontvangen opleiding qua duur of inhoud wezenlijk afwijkt van de door de ontvangende lidstaat vereiste opleiding.

5.  Lid 1 wordt toegepast met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel. Indien de ontvangende lidstaat overweegt van de aanvrager een aanpassingsstage of proeve van bekwaamheid te verlangen, moet hij met name eerst nagaan of de kennis, vaardigheden en competenties die de aanvrager heeft verworven in het kader van zijn beroepservaring of in het kader van een leven lang leren en die met dat doel door een bevoegde instantie formeel zijn gevalideerd, in een lidstaat of derde land het in lid 4 gedefinieerde wezenlijk verschil geheel of gedeeltelijk kunnen overbruggen.

▼M9

6.  De beslissing tot oplegging van een aanpassingsstage of proeve van bekwaamheid wordt naar behoren gemotiveerd. De aanvrager krijgt de volgende informatie:

a) het in de ontvangende lidstaat vereiste beroepskwalificatieniveau en het door de aanvrager behaalde beroepskwalificatieniveau volgens de classificatie in artikel 11; en

b) de wezenlijke verschillen bedoeld in lid 4 en de redenen waarom deze verschillen niet kunnen worden gecompenseerd door de kennis, vaardigheden en competenties welke zijn verworven door beroepservaring of levenslang leren, en die met dat doel door een bevoegde instantie formeel zijn gevalideerd.

7.  De lidstaten zorgen ervoor dat een aanvrager in de gelegenheid wordt gesteld de in lid 1 bedoelde proeve van bekwaamheid af te leggen binnen een termijn van zes maanden na het initiële besluit waarbij hem een proeve van bekwaamheid is opgelegd.

▼M9 —————

▼B



HOOFDSTUK II

Erkenning van beroepservaring

Artikel 16

Eisen inzake beroepservaring

Wanneer in een lidstaat de toegang tot of uitoefening van een van de in bijlage IV vermelde werkzaamheden afhankelijk wordt gesteld van het bezit van algemene kennis, handels- of vakkennis en -bekwaamheid, beschouwt deze lidstaat als genoegzaam bewijs van die kennis en bekwaamheid het feit dat de werkzaamheid in kwestie voorafgaandelijk in een andere lidstaat is uitgeoefend. Deze werkzaamheid moet overeenkomstig de artikelen 17, 18 en 19 zijn uitgeoefend.

Artikel 17

Werkzaamheden van lijst I van bijlage IV

1.  Bij werkzaamheden van lijst I van bijlage IV moet de voorafgaande werkzaamheid zijn uitgeoefend:

a) hetzij gedurende zes opeenvolgende jaren als zelfstandige of als bedrijfsleider;

b) hetzij gedurende drie opeenvolgende jaren als zelfstandige of als bedrijfsleider, wanneer de begunstigde kan aantonen dat hij voor de betrokken werkzaamheid een voorafgaande opleiding van ten minste drie jaar heeft gevolgd, die met een door de lidstaat erkend certificaat is afgesloten of die door een bevoegde beroepsorganisatie als volwaardig is erkend;

c) hetzij gedurende vier opeenvolgende jaren als zelfstandige of als bedrijfsleider, wanneer de begunstigde kan aantonen dat hij voor de betrokken werkzaamheid een voorafgaande opleiding van ten minste twee jaar heeft gevolgd, die met een door de lidstaat erkend certificaat is afgesloten of die door een bevoegde beroepsorganisatie als volwaardig is erkend;

d) hetzij gedurende drie opeenvolgende jaren als zelfstandige, wanneer de begunstigde kan aantonen dat hij de betrokken werkzaamheid gedurende ten minste vijf jaar als werknemer heeft uitgeoefend;

e) hetzij gedurende vijf opeenvolgende jaren als lid van het leidinggevend personeel, waarvan gedurende ten minste drie jaar belast met technische taken en verantwoordelijk voor ten minste een afdeling van de onderneming, wanneer de begunstigde kan aantonen dat hij voor de betrokken werkzaamheid een voorafgaande opleiding van ten minste drie jaar heeft gevolgd, die met een door de lidstaat erkend certificaat is afgesloten of die door een bevoegde beroepsorganisatie als volwaardig is erkend.

2.  In de onder a) en d) bedoelde gevallen mag deze werkzaamheid niet meer dan tien jaar vóór de datum van indiening van het volledige dossier van de betrokkene bij de in artikel 56 bedoelde bevoegde autoriteit, zijn beëindigd.

3.  Lid 1, onder e), is niet van toepassing op de werkzaamheden van groep Ex 855 van de ISIC-nomenclatuur, Kapsalons.

Artikel 18

Werkzaamheden van lijst II van bijlage IV

1.  Bij werkzaamheden van lijst II van bijlage IV moet de voorafgaande werkzaamheid zijn uitgeoefend:

a) hetzij gedurende vijf opeenvolgende jaren als zelfstandige of als bedrijfsleider;

b) hetzij gedurende drie opeenvolgende jaren als zelfstandige of als bedrijfsleider, wanneer de begunstigde kan aantonen dat hij voor de betrokken werkzaamheid een voorafgaande opleiding van ten minste drie jaar heeft gevolgd, die met een door de lidstaat erkend certificaat is afgesloten of die door een bevoegde beroepsorganisatie als volwaardig is erkend;

c) hetzij gedurende vier opeenvolgende jaren als zelfstandige of als bedrijfsleider, wanneer de begunstigde kan aantonen dat hij voor de betrokken werkzaamheid een voorafgaande opleiding van ten minste twee jaar heeft gevolgd, die met een door de lidstaat erkend certificaat is afgesloten of die door een bevoegde beroepsorganisatie als volwaardig is erkend;

d) hetzij gedurende drie opeenvolgende jaren als zelfstandige of als bedrijfsleider, wanneer de begunstigde kan aantonen dat hij de betrokken werkzaamheid gedurende ten minste vijf jaar als werknemer heeft uitgeoefend;

e) hetzij gedurende vijf opeenvolgende jaren als werknemer, wanneer de begunstigde kan aantonen dat hij voor de betrokken werkzaamheid een voorafgaande opleiding van ten minste drie jaar heeft gevolgd, die met een door de lidstaat erkend certificaat is afgesloten of die door een bevoegde beroepsorganisatie als volwaardig is erkend;

f) hetzij gedurende zes opeenvolgende jaren als werknemer, wanneer de begunstigde kan aantonen dat hij voor de betrokken werkzaamheid een voorafgaande opleiding van ten minste twee jaar heeft gevolgd, die met een door de lidstaat erkend certificaat is afgesloten of die door een bevoegde beroepsorganisatie als volwaardig is erkend.

2.  In de onder a) en d) bedoelde gevallen mag deze werkzaamheid niet meer dan tien jaar vóór de datum van indiening van het volledige dossier van de betrokkene bij de in artikel 56 bedoelde bevoegde autoriteit zijn beëindigd.

Artikel 19

Werkzaamheden van lijst III van bijlage IV

1.  Bij werkzaamheden van lijst III van bijlage IV moet de voorafgaande werkzaamheid zijn uitgeoefend:

a) hetzij gedurende drie opeenvolgende jaren als zelfstandige of als bedrijfsleider;

b) hetzij gedurende twee opeenvolgende jaren als zelfstandige of als bedrijfsleider, wanneer de begunstigde kan aantonen dat hij voor de betrokken werkzaamheid een voorafgaande opleiding heeft gevolgd, die met een door de lidstaat erkend certificaat is afgesloten of die door een bevoegde beroepsorganisatie als volwaardig is erkend;

c) hetzij gedurende twee opeenvolgende jaren als zelfstandige of als bedrijfsleider, wanneer de begunstigde kan aantonen dat hij de betrokken werkzaamheid gedurende ten minste drie jaar als werknemer heeft uitgeoefend;

d) hetzij gedurende drie opeenvolgende jaren als werknemer, wanneer de begunstigde kan aantonen dat hij voor de betrokken werkzaamheid een voorafgaande opleiding heeft gevolgd, die met een door de lidstaat erkend certificaat is afgesloten of die door een bevoegde beroepsorganisatie als volwaardig is erkend.

2.  In de onder a) en c) bedoelde gevallen mag deze werkzaamheid niet meer dan tien jaar vóór de datum van indiening van het volledige dossier van de betrokkene bij de in artikel 56 bedoelde bevoegde autoriteit zijn beëindigd.

▼M9

Artikel 20

Aanpassing van de lijsten van werkzaamheden in bijlage IV

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 57 quater gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de aanpassing van de lijst van werkzaamheden van bijlage IV waarvoor overeenkomstig artikel 16 beroepservaring wordt erkend, met het oog op de actualisering of verduidelijking van de in bijlage IV opgesomde werkzaamheden, met name om het toepassingsgebied daarvan nader te specificeren en om rekening te houden met de laatste ontwikkelingen op het gebied van op werkzaamheden gebaseerde nomenclaturen, zonder dat dit het toepassingsgebied van de werkzaamheden binnen de afzonderlijke categorieën mag verkleinen of dat er een verschuiving van werkzaamheden mag plaatsvinden tussen de bestaande lijsten I, II en III van bijlage IV.

▼B



HOOFDSTUK III

Erkenning op basis van de coördinatie van de minimumopleidingseisen



Afdeling 1

Algemene bepalingen

Artikel 21

Beginsel van automatische erkenning

1.  Elke lidstaat erkent de opleidingstitels van artsen welke toegang geven tot de beroepswerkzaamheden van arts met een basisopleiding of medische specialist, alsmede de opleidingstitels van verantwoordelijk algemeen ziekenverplegers, beoefenaren der tandheelkunde, specialisten in de tandheelkunde, dierenartsen, apothekers en architecten, zoals bedoeld in bijlage V, respectievelijk de punten 5.1.1, 5.1.2, 5.2.2, 5.3.2, 5.3.3, 5.4.2, 5.6.2 en 5.7.1, die voldoen aan de minimumopleidingseisen van respectievelijk de artikelen 24, 25, 31, 34, 35, 38, 44 en 46, door daaraan op zijn grondgebied, wat de toegang tot en uitoefening van de betrokken beroepswerkzaamheden betreft, hetzelfde rechtsgevolg toe te kennen als aan de door hem afgegeven opleidingstitels.

Deze opleidingstitels moeten door bevoegde instellingen van de lidstaten zijn afgegeven en, in voorkomend geval, vergezeld gaan van het certificaat, zoals bedoeld in bijlage V, respectievelijk de punten 5.1.1, 5.1.2, 5.2.2, 5.3.2, 5.3.3, 5.4.2, 5.6.2 en 5.7.

Het bepaalde in de eerste en tweede alinea laat de in de artikelen 23, 27, 33, 37, 39 en 49 bedoelde verworven rechten onverlet.

2.  Elke lidstaat erkent, voor de uitoefening van de werkzaamheden van arts als huisarts in het kader van zijn nationale stelsel van sociale zekerheid, de in bijlage V, punt 5.1.4, bedoelde opleidingstitels die aan onderdanen van de lidstaten door andere lidstaten met inachtneming van de minimumopleidingseisen van artikel 28 zijn afgegeven.

Het bepaalde in de eerste alinea laat de in artikel 30 bedoelde verworven rechten onverlet.

3.  Elke lidstaat erkent de door de andere lidstaten aan onderdanen van de lidstaten afgegeven opleidingstitels van verloskundige, die in bijlage V, punt 5.5.2, zijn vermeld en die aan de in artikel 40 bedoelde minimumopleidingseisen en de in artikel 41 bedoelde voorwaarden voldoen, door daaraan op zijn grondgebied, wat de toegang tot en uitoefening van de betrokken beroepswerkzaamheden betreft, hetzelfde rechtsgevolg toe te kennen als aan de door hem afgegeven opleidingstitels. Deze bepaling laat de in de artikelen 23 en 43 bedoelde verworven rechten onverlet.

▼M9

4.  Ten aanzien van de exploitatie van een apotheek waarvoor geen territoriale beperkingen gelden, mag een lidstaat, bij wijze van uitzondering, besluiten voor de vestiging van nieuwe voor het publiek toegankelijke apotheken opleidingstitels als bedoeld in punt 5.6.2 van bijlage V niet te erkennen. Voor de toepassing van dit lid worden ook apotheken die minder dan drie jaar open zijn als nieuwe apotheken beschouwd.

Deze afwijking is eventueel niet van toepassing op apothekers wier opleidingstitel reeds door de bevoegde autoriteiten van de ontvangende lidstaat is erkend voor andere doeleinden en die gedurende ten minste drie achtereenvolgende jaren in die lidstaat rechtmatig en effectief de beroepswerkzaamheden van apotheker hebben uitgeoefend.

▼B

5.  De in bijlage V, punt 5.7.1, bedoelde opleidingstitels van architect, die op grond van lid 1 automatisch worden erkend, vormen de afsluiting van een opleiding die niet eerder dan gedurende het in die bijlage bedoelde referentieacademiejaar is begonnen.

▼M9

6.  Elke lidstaat stelt de toegang tot en uitoefening van de beroepswerkzaamheden van artsen, verantwoordelijk algemeen ziekenverplegers, beoefenaren der tandheelkunde, dierenartsen, verloskundigen en apothekers afhankelijk van het bezit van een opleidingstitel zoals bedoeld in bijlage V, respectievelijk de punten 5.1.1, 5.1.2, 5.1.4, 5.2.2, 5.3.2, 5.3.3, 5.4.2, 5.5.2 en 5.6.2, die waarborgt dat de betrokkene gedurende zijn gehele opleiding de in artikel 24, lid 3, artikel 31, lid 6, artikel 31, lid 7, artikel 34, lid 3, artikel 38, lid 3, artikel 40, lid 3, en artikel 44, lid 3, bedoelde kennis, vaardigheden en competenties, zoals toepasselijk, heeft verworven.

Om rekening te houden met de algemeen erkende wetenschappelijke en technische vooruitgang, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 57 quater gedelegeerde handelingen vast te stellen om de kennis en vaardigheden bedoeld in artikel 24, lid 3, artikel 31, lid 6, artikel 34, lid 3, artikel 38, lid 3, artikel 40, lid 3, artikel 44, lid 3 en artikel 46, lid 4, bij te werken ter aanpassing aan de ontwikkeling van het Unierecht dat rechtstreeks van toepassing is op de betrokken beroepsbeoefenaren.

Deze aanpassingen mogen voor geen enkele lidstaat een wijziging van de bestaande essentiële rechtsbeginselen betreffende de regeling van beroepen met betrekking tot de opleiding en toegangsvoorwaarden voor natuurlijke personen inhouden. Deze aanpassingen laten de verantwoordelijkheid van de lidstaten voor de organisatie van de onderwijsstelsels als bedoeld in artikel 165, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) onverlet.

▼M9 —————

▼M9

Artikel 21 bis

Kennisgevingsprocedure

1.  Elke lidstaat stelt de Commissie in kennis van zijn wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de afgifte van opleidingstitels op de door dit hoofdstuk bestreken beroepen.

Voor de in afdeling 8 bedoelde opleidingstitels wordt de in de eerste alinea bedoelde kennisgeving ook aan de andere lidstaten gericht.

2.  De in lid 1 bedoelde kennisgeving moet ook informatie omvatten omtrent de duur en de inhoud van de opleidingsprogramma’s.

3.  De in lid 1 bedoelde kennisgeving dient te worden verzonden via het IMI.

4.  Om naar behoren rekening te houden met de wettelijke en bestuurlijke ontwikkelingen in de lidstaten en voor zover de op grond van lid 1 van dit artikel meegedeelde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in overeenstemming zijn met de in dit hoofdstuk gestelde voorwaarden, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 57 quater gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de punten 5.1.1 tot en met 5.1.4, 5.2.2, 5.3.2, 5.3.3, 5.4.2, 5.5.2, 5.6.2 en 5.7.1 van bijlage V, betreffende de actualisering van de door de lidstaten goedgekeurde benamingen voor de opleidingstitels alsmede, in voorkomend geval, de instelling die de opleidingstitel, het certificaat dat deze titel vergezelt en de overeenkomstige beroepstitel afgeeft.

5.  Wanneer de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen welke overeenkomstig lid 1 zijn meegedeeld niet in overeenstemming zijn met de in dit hoofdstuk gestelde voorwaarden, stelt de Commissie een uitvoeringshandeling vast tot weigering van de gevraagde wijziging van de punten 5.1.1 tot en met 5.1.4, 5.2.2, 5.3.2, 5.3.3, 5.4.2, 5.5.2, 5.6.2 of 5.7.1 van bijlage V.

▼B

Artikel 22

Gemeenschappelijke bepalingen inzake opleiding

In het geval van de in de artikelen 24, 25, 28, 31, 34, 35, 38, 40, 44 en 46 bedoelde opleidingen:

a) kunnen de lidstaten toestemming geven voor een deeltijdopleiding, onder door de bevoegde autoriteiten vastgestelde voorwaarden; die autoriteiten zien erop toe dat die opleiding qua totale duur, niveau en kwaliteit niet onderdoet voor een doorlopende voltijdse opleiding;

▼M9

b) conform de voor elke lidstaat specifieke procedures zien de lidstaten er, door continue professionele ontwikkeling te stimuleren, op toe dat beroepsbeoefenaren wier opleiding valt onder hoofdstuk III van deze titel in staat zijn hun kennis, vaardigheden en competenties bij te werken met het oog op de instandhouding van veilige en effectieve praktijken en om de professionele ontwikkelingen op de voet te kunnen volgen.

▼M9

De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 18 januari 2016 in kennis van de maatregelen die overeenkomstig lid 1, onder b), zijn genomen.

▼B

Artikel 23

Verworven rechten

1.  Onverminderd de specifieke verworven rechten in de betrokken beroepen, erkent elke lidstaat, wanneer de opleidingstitels van artsen, die toegang geven tot de beroepswerkzaamheden van artsen met een basisopleiding en medische specialist, en, van verantwoordelijk algemeen ziekenverplegers, van beoefenaren der tandheelkunde, specialisten in de tandheelkunde, dierenartsen, verloskundigen en apothekers die aan onderdanen van de lidstaten zijn afgegeven, maar niet voldoen aan alle in de artikelen 24, 25, 31, 34, 35, 38, 40 en 44 bedoelde opleidingseisen, de door deze lidstaten afgegeven opleidingstitels als genoegzaam bewijs, wanneer deze titels staven dat een opleiding is afgesloten waarmee vóór de in bijlage V, punten 5.1.1, 5.1.2, 5.2.2, 5.3.2, 5.3.3, 5.4.2, 5.5.2 en 5.6.2, opgenomen referentiedata is begonnen, op voorwaarde dat zij vergezeld gaan van een verklaring waarin wordt bevestigd dat de houders ervan de betrokken werkzaamheden tijdens de vijf jaar die aan de afgifte van de verklaring voorafgaan gedurende ten minste drie opeenvolgende jaren daadwerkelijk en op wettige wijze hebben uitgeoefend.

2.  Dezelfde bepalingen zijn van toepassing op de op het grondgebied van de voormalige Duitse Democratische Republiek verworven opleidingstitels die toegang geven tot het beroep van arts met een basisopleiding en medische specialist, verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger, beoefenaar der tandheelkunde, specialist in de tandheelkunde, dierenarts, verloskundige of apotheker, die niet aan alle in de artikelen 24, 25, 31, 34, 35, 38, 40 en 44 bedoelde minimumopleidingseisen voldoen, indien deze opleidingstitels de afsluiting zijn van een opleiding waarmee werd begonnen vóór:

a) 3 oktober 1990 voor artsen met een basisopleiding, verantwoordelijk algemeen ziekenverplegers, beoefenaren der tandheelkunde met een basisopleiding, specialisten in de tandheelkunde, dierenartsen, verloskundigen en apothekers;

b) 3 april 1992 voor medische specialisten.

De in de eerste alinea bedoelde opleidingstitels verlenen aan de houder het recht om op het gehele Duitse grondgebied de betrokken beroepswerkzaamheden uit te oefenen onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor de door de bevoegde Duitse autoriteiten afgegeven opleidingstitels, bedoeld in bijlage V, punten 5.1.1, 5.1.2, 5.2.2, 5.3.2, 5.3.3, 5.4.2, 5.5.2 en 5.6.2.

3.  Onverminderd het bepaalde in artikel 37, lid 1, erkennen de lidstaten, voor wat betreft de toegang tot de beroepswerkzaamheden van arts met een basisopleiding en van medische specialist, alsmede tot die van verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger, dierenarts, verloskundige, apotheker (ten aanzien van de laatste voor wat betreft de in artikel 45, lid 2, bedoelde werkzaamheden) en architect (ten aanzien van deze voor wat betreft de in artikel 48 bedoelde werkzaamheden), alsook voor wat betreft de uitoefening van deze werkzaamheden, de opleidingstitels van arts die toegang geven tot de beroepswerkzaamheden van arts met een basisopleiding en medische specialist, alsmede die van verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger, dierenarts, verloskundige, apotheker en architect waarvan onderdanen van de lidstaten houder zijn en welke door het voormalige Tsjechoslowakije zijn afgegeven of die het resultaat zijn van een opleiding die in de Tsjechische Republiek, dan wel Slowakije, vóór 1 januari 1993 is aangevangen, voorzover de autoriteiten van deze lidstaten officieel bevestigen dat deze opleidingstitels op hun grondgebied dezelfde juridische waarde hebben als de opleidingstitels die door hen worden afgegeven en, ten aanzien van architecten, als de in bijlage VI, punt 6, voor deze lidstaten opgenomen opleidingstitels.

Bedoelde bevestiging dient vergezeld te gaan van een door dezelfde autoriteiten afgegeven verklaring, waarin wordt bevestigd dat de houders ervan de betrokken werkzaamheden tijdens de vijf jaar die aan de afgifte van deze verklaring voorafgaan, gedurende ten minste drie opeenvolgende jaren daadwerkelijk en op wettige wijze op hun grondgebied hebben uitgeoefend.

4.  De lidstaten erkennen, voor wat betreft de toegang tot de beroepswerkzaamheden van arts met een basisopleiding en van medische specialist, alsmede tot die van verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger, beoefenaar van de tandheelkunde, specialist in de tandheelkunde, dierenarts, verloskundige, apotheker (ten aanzien van de laatste voor wat betreft de in artikel 45, lid 2, bedoelde werkzaamheden) en architect (ten aanzien van deze voor wat betreft de in artikel 48 bedoelde werkzaamheden), alsook voor wat betreft de uitoefening van deze werkzaamheden, de opleidingstitels van arts die toegang geven tot de beroepswerkzaamheden van arts met een basisopleiding en medische specialist, alsmede die van verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger, beoefenaar van de tandheelkunde, specialist in de tandheelkunde, dierenarts, verloskundige, apotheker en architect waarvan onderdanen van de lidstaten houder zijn en welke door de voormalige Sovjet-Unie zijn afgegeven of die het resultaat zijn van een opleiding die

a) vóór 20 augustus 1991 is aangevangen, wat Estland betreft,

b) vóór 21 augustus 1991 is aangevangen, wat Letland betreft,

c) vóór 11 maart 1990 is aangevangen, wat Litouwen betreft,

voorzover de autoriteiten van elk van deze drie lidstaten officieel bevestigen dat deze opleidingstitels op hun grondgebied dezelfde juridische waarde hebben als de opleidingstitels die door hen worden afgegeven en, ten aanzien van architecten, als de in bijlage VI, punt 6.1, voor deze lidstaten opgenomen opleidingstitels.

Bedoelde bevestiging dient vergezeld te gaan van een door dezelfde autoriteiten afgegeven verklaring, waarin wordt bevestigd dat de houders ervan de betrokken werkzaamheden tijdens de vijf jaar die aan de afgifte van deze verklaring voorafgaan, gedurende ten minste drie opeenvolgende jaren daadwerkelijk en op wettige wijze op het grondgebied van deze autoriteiten hebben uitgeoefend.

Voor de opleidingstitels van dierenarts welke door de voormalige Sovjet-Unie zijn afgegeven of die het resultaat zijn van de afsluiting van een opleiding welke, voor wat Estland betreft, vóór 20 augustus 1991 is aangevangen, dient de in de vorige alinea bedoelde bevestiging vergezeld te gaan van een door de Estlandse autoriteiten afgegeven verklaring, waarin wordt bevestigd dat de houders ervan de betrokken werkzaamheden tijdens de zeven jaar die aan de afgifte van deze verklaring voorafgaan, gedurende ten minste vijf opeenvolgende jaren daadwerkelijk en op wettige wijze op het grondgebied van Estland hebben uitgeoefend.

▼A1

5.  Onverminderd artikel 43, onder b), erkennen de lidstaten, wat betreft de toegang tot de beroepswerkzaamheden van arts met een basisopleiding en van medische specialist, alsmede tot die van verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger, tandheelkundige, tandheelkundig specialist, dierenarts, verloskundige, apotheker (ten aanzien van apotheker wat betreft de in artikel 45, lid 2, bedoelde werkzaamheden) en architect (ten aanzien van architect wat betreft de in artikel 48 bedoelde werkzaamheden), alsook wat betreft de uitoefening van deze werkzaamheden, de opleidingstitels van arts die toegang geven tot de beroepswerkzaamheden van arts met een basisopleiding en medische specialist, alsmede die van verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger, tandheelkundige, tandheelkundig specialist, dierenarts, verloskundige, apotheker en architect waarvan onderdanen van de lidstaten houder zijn en welke door de voormalig Joegoslavië zijn afgegeven of die het resultaat zijn van een opleiding die

a) vóór 25 juni 1991 is aangevangen, wat Slovenië betreft, en

b) vóór 8 oktober 1991 is aangevangen, wat Kroatië betreft,

voor zover de autoriteiten van deze lidstaten officieel bevestigen dat deze opleidingstitels op hun grondgebied dezelfde juridische waarde hebben als de opleidingstitels die door hen worden afgegeven en, ten aanzien van architecten, als de in bijlage VI, punt 6, voor deze lidstaten opgenomen opleidingstitels.

Bedoelde bevestiging dient vergezeld te gaan van een door dezelfde autoriteiten afgegeven verklaring, waarin wordt bevestigd dat de houders ervan de betrokken werkzaamheden tijdens de vijf jaar die aan de afgifte van deze verklaring voorafgaan, gedurende ten minste drie opeenvolgende jaren daadwerkelijk en op wettige wijze op het grondgebied van deze autoriteiten hebben uitgeoefend.

▼B

6.  Elke lidstaat erkent voor onderdanen van de lidstaten van wie de opleidingstitels van arts, verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger, beoefenaar der tandheelkunde, dierenarts, verloskundige en apotheker niet aan de voor die lidstaat opgenomen benamingen in bijlage V, punten 5.1.1, 5.1.2, 5.1.3, 5.1.4, 5.2.2, 5.3.2, 5.3.3, 5.4.2, 5.5.2 en 5.6.2 voldoen, de door deze lidstaten afgegeven opleidingstitels vergezeld van een door de bevoegde autoriteiten of instellingen afgegeven certificaat als genoegzaam bewijs.

Het in de eerste alinea bedoelde certificaat bevestigt dat deze opleidingstitels de afsluiting vormen van een opleiding die in overeenstemming is met de artikelen 24, 25, 28, 31, 34, 35, 38, 40 en 44, en dat zij door de lidstaat die ze heeft afgegeven worden gelijkgesteld aan die waarvan de benamingen zijn opgenomen in bijlage V, punten 5.1.1, 5.1.2, 5.1.3, 5.1.4, 5.2.2, 5.3.2, 5.3.3, 5.4.2, 5.5.2 en 5.6.2.

▼M1

Artikel 23 bis

Specifieke omstandigheden

1.  In afwijking van deze richtlijn mag Bulgarije de houders van een vóór 31 december 1999 in Bulgarije verleende titel van „фелдшер” (feldsher) die dit beroep op 1 januari 2000 onder het Bulgaarse stelsel van nationale sociale zekerheid uitoefenden, toestaan dit beroep te blijven uitoefenen, zelfs indien hun werkzaamheden ten dele onder de bepalingen van deze richtlijn betreffende artsen of verantwoordelijk algemeen ziekenverplegers vallen.

2.  De in lid 1 bedoelde houders van de Bulgaarse titel „фелдшер” (feldsher) hebben geen recht op beroepserkenning als arts of verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger in andere lidstaten uit hoofde van deze richtlijn.

▼B



Afdeling 2

Artsen

Artikel 24

De medische basisopleiding

1.  Voor de toelating tot de medische basisopleiding wordt het bezit vereist van een diploma of certificaat dat voor de betrokken studie toegang geeft tot universiteiten.

▼M9

2.  De medische basisopleiding omvat in totaal ten minste vijf studiejaren, die eventueel ook mogen worden uitgedrukt in het daarmee overeenkomende equivalent in ECTS-studiepunten en bestaat uit ten minste 5 500 uur theoretisch en praktisch onderwijs aan een universiteit of onder toezicht van een universiteit.

Voor beroepsbeoefenaren die vóór 1 januari 1972 met hun studie zijn begonnen, kan de in de eerste alinea bedoelde opleiding een praktische opleiding op universitair niveau van zes maanden omvatten, in de vorm van een voltijdse opleiding onder toezicht van de bevoegde autoriteiten.

▼B

3.  De medische basisopleiding waarborgt dat de betrokkene de volgende kennis en bekwaamheid heeft verworven:

a) voldoende kennis van de wetenschappen waarop de geneeskunde berust, alsmede een goed inzicht in de wetenschappelijke methoden, met inbegrip van de beginselen van de meting van biologische functies, in de beoordeling van wetenschappelijk vastgestelde feiten alsmede in de analyse van gegevens;

b) voldoende kennis van de structuur, de functies en het gedrag van gezonde en zieke personen, alsmede van de wijze waarop de gezondheidstoestand van de mens wordt beïnvloed door zijn fysieke en sociale omgeving;

c) voldoende kennis van de klinische studievakken en de klinische praktijk, waardoor hij een samenhangend beeld heeft van de ziekten van lichaam en geest, van de preventieve, diagnostische en therapeutische aspecten van de geneeskunde en van de voortplanting van de mens;

d) voldoende klinische ervaring, onder deskundig toezicht in ziekenhuizen opgedaan.

Artikel 25

De opleiding tot medisch specialist

▼M9

1.  Voor de toelating tot de opleiding tot medisch specialist moet een medische basisopleiding zoals bedoeld in artikel 24, lid 2, met goed gevolg zijn volbracht gedurende welke de vereiste medische basiskennis is verworven.

▼B

2.  De opleiding tot medisch specialist omvat theoretisch en praktisch onderwijs in een universitair centrum, een academisch ziekenhuis of, in voorkomend geval, in een daartoe door de bevoegde autoriteiten of instellingen erkende inrichting voor gezondheidszorg.

De lidstaten dragen er zorg voor dat de minimumduur van de in bijlage V, punt 5.1.3, bedoelde medische specialistenopleidingen niet korter is dan de in dat punt genoemde duur. De opleiding wordt onder toezicht van de bevoegde autoriteiten of instellingen gegeven. De aankomend medisch specialist dient persoonlijk aan de werkzaamheden van de betrokken diensten deel te nemen en daarvoor verantwoordelijkheid te dragen.

3.  De opleiding is een voltijdse opleiding die plaatsvindt in door de bevoegde autoriteiten erkende specifieke opleidingsplaatsen. Zij houdt deelneming in aan alle medische werkzaamheden van de afdeling waar de opleiding wordt genoten, inclusief de wachtdiensten, zodat de specialist in opleiding gedurende de gehele werkweek en gedurende het gehele jaar aan deze praktische en theoretische opleiding zijn gehele beroepswerkzaamheid wijdt op de door de bevoegde autoriteiten vastgestelde wijze. Bijgevolg worden deze werkzaamheden op passende wijze bezoldigd.

▼M9

3 bis.  Een lidstaat kan in zijn nationale wetgeving per geval toe te passen gedeeltelijke vrijstellingen vaststellen voor de in punt 5.1.3 van bijlage V vermelde onderdelen van een medische specialistenopleiding, indien dat opleidingsonderdeel al is doorlopen in het kader van een andere in punt 5.1.3 van bijlage V vermelde specialistenopleiding en op voorwaarde dat de beroepsbeoefenaar zijn beroepskwalificatie reeds in een lidstaat had behaald. De lidstaten dragen er zorg voor dat de verleende vrijstelling overeenstemt met maximaal de helft van de minimumduur van de desbetreffende medische specialistenopleiding.

Iedere lidstaat stelt de Commissie en de andere lidstaten in kennis van zijn nationale wetgeving ter zake voor elk van die gedeeltelijke vrijstellingen.

▼B

4.  De lidstaten stellen de afgifte van een opleidingstitel van medisch specialist afhankelijk van het bezit van een van de opleidingstitels van arts met een basisopleiding zoals bedoeld in bijlage V, punt 5.1.1.

▼M9

5.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 57 quater gedelegeerde handelingen vast te stellen aangaande aanpassingen van de minimumopleidingsduur zoals bedoeld in bijlage V, punt 5.1.3, teneinde deze aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang.

▼B

Artikel 26

Benamingen van opleiding tot medisch specialist

De in artikel 21 bedoelde opleidingstitels van medisch specialist zijn die welke door de in bijlage V, punt 5.1.2, bedoelde bevoegde autoriteiten of instellingen zijn afgegeven, en welke voor de desbetreffende specialistenopleiding overeenkomen met de in de verschillende lidstaten geldende en in bijlage V, punt 5.1.3, opgenomen benamingen.

▼M9

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 57 quater gedelegeerde handelingen vast te stellen voor het toevoegen aan bijlage V, punt 5.1.3, van nieuwe medische specialismen die ten minste twee vijfden van de lidstaten gemeenschappelijk hebben, teneinde wijzigingen van nationale wetgeving naar behoren in acht te nemen en met het oog op het actualiseren van deze richtlijn.

▼B

Artikel 27

Specifieke verworven rechten van medische specialisten

1.  Elke ontvangende lidstaat kan van medische specialisten waarvan de deeltijdopleiding tot medisch specialist onder de op 20 juni 1975 geldende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vielen en die uiterlijk op 31 december 1983 met een opleiding tot specialist zijn begonnen, verlangen dat hun opleidingstitels vergezeld gaan van een verklaring waaruit blijkt dat zij de betrokken werkzaamheden daadwerkelijk en op wettige wijze hebben uitgeoefend gedurende ten minste drie opeenvolgende jaren tijdens de vijf jaar die aan de afgifte van de verklaring voorafgaan.

2.  Elke lidstaat erkent de opleidingstitel van medisch specialist die in Spanje is afgegeven aan artsen die hun specialistenopleiding vóór 1 januari 1995 hebben afgesloten, ook al voldoet deze niet aan de in artikel 25 vastgestelde minimumopleidingseisen, op voorwaarde dat deze titel vergezeld gaat van een door de bevoegde Spaanse autoriteiten afgegeven certificaat waaruit blijkt dat de betrokkene met goed gevolg de proeve van specifieke beroepsbekwaamheid heeft afgelegd die in het kader van de buitengewone erkenningsmaatregelen uit hoofde van Koninklijk Besluit 1497/99 is georganiseerd om te verifiëren dat de betrokkene over een vakkennis en bekwaamheid beschikt die vergelijkbaar zijn met die van artsen die in het bezit zijn van de in bijlage V, punten 5.1.2 en 5.1.3, voor Spanje vastgestelde titels van medisch specialist.

▼M9

2 bis.  Ook indien de bewuste opleiding niet voldoet aan alle in artikel 25 bedoelde opleidingseisen, erkennen de lidstaten niettemin de in bijlage V, punten 5.1.2 en 5.1.3, vermelde kwalificaties welke in Italië zijn behaald door gespecialiseerde artsen die na 31 december 1983 en vóór 1 januari 1991 met hun specialistenopleiding zijn begonnen, op voorwaarde dat de kwalificatie wordt ondersteund door een certificaat dat door de bevoegde Italiaanse autoriteiten is afgegeven en waaruit blijkt dat de betrokken arts tijdens de tien jaar die aan de toekenning van het certificaat zijn voorafgegaan gedurende ten minste zeven opeenvolgende jaren daadwerkelijk en op een legale manier binnen hetzelfde specialistische vakgebied in Italië de activiteiten van medisch specialist heeft uitgeoefend.

▼B

3.  Elke lidstaat die de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen met betrekking tot de afgifte van de in bijlage V, punten 5.1.2, en 5.1.3, genoemde opleidingstitels van medisch specialist heeft ingetrokken, en die met betrekking tot de verworven rechten maatregelen ten gunste van zijn eigen onderdanen heeft getroffen, kent de onderdanen van de andere lidstaten het recht toe voor deze maatregelen in aanmerking te komen, voorzover deze opleidingstitels werden afgegeven vóór de datum vanaf welke de ontvangende lidstaat is opgehouden met het afgeven van zijn opleidingstitels voor het betrokken specialisme.

De data van intrekking van deze bepalingen zijn opgenomen in bijlage V, punt 5.1.3.

Artikel 28

Specifieke opleiding in de huisartsgeneeskunde

▼M9

1.  Voor de toelating tot de specifieke opleiding in de huisartsgeneeskunde moet een medische basisopleiding zoals bedoeld in artikel 24, lid 2, met goed gevolg zijn volbracht gedurende welke de leerling de vereiste medische basiskennis heeft verworven.

▼B

2.  De specifieke opleiding in de huisartsgeneeskunde die tot het behalen van vóór 1 januari 2006 afgegeven opleidingstitels leidt, heeft een duur van ten minste twee jaar bij voltijds onderwijs. Voor de na deze datum afgegeven opleidingstitels heeft zij een duur van ten minste drie jaar bij voltijds onderwijs.

Wanneer de in artikel 24 bedoelde studiecyclus een praktische opleiding omvat in een erkend ziekenhuis dat over de nodige uitrusting en diensten geschikt voor de huisartsgeneeskunde beschikt, in een erkende huisartsenpraktijk of in een erkend centrum waar artsen eerstelijnszorg verstrekken, kan de duur van deze praktische opleiding voor maximaal één jaar worden inbegrepen in de duur die in de eerste alinea voor vanaf 1 januari 2006 afgegeven opleidingstitels is vastgesteld.

De in de tweede alinea bedoelde mogelijkheid bestaat alleen voor lidstaten waar de duur van de specifieke opleiding in de huisartsgeneeskunde op 1 januari 2001 twee jaar bedroeg.

3.  De specifieke opleiding in de huisartsgeneeskunde is een voltijdse opleiding onder toezicht van de bevoegde autoriteiten of instellingen. Zij is meer van praktische dan theoretische aard.

De praktische opleiding wordt enerzijds gedurende ten minste zes maanden gegeven in een erkend ziekenhuis dat over de nodige uitrusting en diensten beschikt, en anderzijds gedurende ten minste zes maanden in een erkende huisartsenpraktijk of een erkend centrum waar artsen eerstelijnszorg verstrekken.

Bij deze opleiding zijn ook andere instellingen of organisaties voor gezondheidszorg betrokken die zich bezighouden met de huisartsgeneeskunde. Onverminderd de in de tweede alinea genoemde minimumperioden mag de praktische opleiding evenwel gedurende ten hoogste zes maanden worden gegeven door een opleiding in andere erkende instellingen of organisaties voor gezondheidszorg die zich met huisartsgeneeskunde bezighouden.

De opleiding bestaat in een persoonlijke deelname van de kandidaat aan de beroepswerkzaamheden en verantwoordelijkheden van degenen met wie hij werkt.

4.  De lidstaten stellen de afgifte van opleidingstitels in de huisartsgeneeskunde afhankelijk van het bezit van opleidingstitels van arts met een basisopleiding zoals bedoeld in bijlage V, punt 5.1.1.

5.  De lidstaten kunnen de in bijlage V, punt 5.1.4, genoemde opleidingstitels afgeven aan artsen die niet de in dit artikel bedoelde opleiding hebben gevolgd, maar wel een andere aanvullende opleiding die met een door de bevoegde autoriteiten van een lidstaat afgegeven opleidingstitel is afgesloten. De lidstaten mogen deze opleidingstitel evenwel slechts afgeven indien deze de bekrachtiging vormt van kennis die vanuit kwalitatief oogpunt gelijkwaardig is aan die welke wordt verworven tijdens de opleiding als bepaald in dit artikel.

De lidstaten bepalen met name in hoeverre de reeds door de aanvrager gevolgde aanvullende opleiding en diens beroepservaring in aanmerking kunnen komen als vervanging van de opleiding als bepaald in dit artikel.

De lidstaten mogen de in bijlage V, punt 5.1.4, bedoelde opleidingstitel slechts afgeven indien de aanvrager gedurende ten minste zes maanden in een huisartsenpraktijk of in een erkend centrum waar artsen eerstelijnszorg verstrekken, zoals bedoeld in lid 3, ervaring in de huisartsgeneeskunde heeft opgedaan.

Artikel 29

Uitoefening van de beroepswerkzaamheden van huisarts

Elke lidstaat stelt, behoudens de bepalingen inzake verworven rechten, het in het kader van zijn nationale stelsel van sociale zekerheid verrichten van de werkzaamheden van arts als huisarts afhankelijk van het bezit van een opleidingstitel zoals bedoeld in bijlage V, punt 5.1.4.

De lidstaten kunnen personen die de specifieke opleiding in de huisartsgeneeskunde volgen, van deze voorwaarde vrijstellen.

Artikel 30

Specifieke verworven rechten van huisartsen

1.  Elke lidstaat bepaalt welke de verworven rechten zijn. Het recht om de werkzaamheden van arts als huisarts uit te oefenen in het kader van het nationale stelsel van sociale zekerheid van die lidstaat zonder de in bijlage V, punt 5.1.4, bedoelde opleidingstitel te bezitten, moet hij evenwel als verworven recht toekennen aan alle artsen die dit recht op de in dat punt vermelde referentiedatum krachtens de op artsen toepasselijke bepalingen die toegang geven tot de beroepswerkzaamheden van arts met een basisopleiding, bezitten en op die datum op zijn grondgebied praktiseren, omdat zij in aanmerking kwamen voor het bepaalde in artikel 21 of artikel 23.

De bevoegde autoriteiten van elke lidstaat geven aan artsen die op grond van de eerste alinea verworven rechten hebben, op hun verzoek een certificaat af waaruit blijkt dat zij het recht hebben om in het kader van hun stelsel van sociale zekerheid de werkzaamheden van arts als huisarts uit te oefenen zonder de in bijlage V, punt 5.1.4, bedoelde opleidingstitel te bezitten.

2.  Elke lidstaat erkent de in lid 1, tweede alinea, bedoelde aan onderdanen van de lidstaten door andere lidstaten afgegeven certificaten, door daaraan op zijn grondgebied hetzelfde rechtsgevolg toe te kennen als aan de door hemzelf afgegeven certificaten die het mogelijk maken in het kader van zijn nationale stelsel van sociale zekerheid de werkzaamheden van huisarts uit te oefenen.



Afdeling 3

Verantwoordelijk algemeen ziekenverplegers

Artikel 31

De opleiding tot verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger

▼M9

1.  Voor de toelating tot de opleiding tot verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger is het volgende vereist:

a) afsluiting van twaalf jaar algemeen onderwijs, bevestigd met een door de bevoegde autoriteiten of instellingen van een lidstaat afgegeven diploma, certificaat of andere titel, of een certificaat ten bewijze dat men geslaagd is voor een gelijkwaardig examen en dat toegang verleent tot een universiteit of een als gelijkwaardig erkende instelling voor hoger onderwijs; of

b) afsluiting van minstens tien jaar algemeen onderwijs, bevestigd met een door de bevoegde autoriteiten of instellingen van een lidstaat afgegeven diploma, certificaat of andere titel, of een certificaat ten bewijze dat men geslaagd is voor een gelijkwaardig examen dat toegang verleent tot een school voor beroepsonderwijs of een beroepsopleiding voor verpleegkunde.

▼B

2.  De opleiding tot verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger is een voltijdse opleiding en omvat ten minste het in bijlage V, punt 5.2.1, opgenomen studieprogramma.

▼M9

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 57 quater gedelegeerde handelingen vast te stellen om wijzigingen aan te brengen in de lijst in bijlage V, punt 5.2.1, teneinde deze aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang.

De in de tweede alinea bedoelde wijzigingen mogen voor geen enkele lidstaat een wijziging van de bestaande essentiële rechtsbeginselen betreffende de regeling van beroepen met betrekking tot de opleiding en toegangsvoorwaarden voor natuurlijke personen inhouden. Deze aanpassingen laten de verantwoordelijkheid van de lidstaten voor de organisatie van de onderwijsstelsels als neergelegd in artikel 165, lid 1, VWEU onverlet.

▼B

3.   ►M9  De opleiding tot verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger omvat in totaal ten minste drie studiejaren, die daarnaast kunnen worden uitgedrukt in een daaraan gelijkwaardig aantal ECTS-studiepunten, bestaande uit ten minste 4 600 uur theoretisch en klinisch onderwijs, waarbij de duur van het theoretisch onderwijs ten minste een derde en die van het klinisch onderwijs ten minste de helft van de minimumduur van de opleiding bedraagt. De lidstaten kunnen gedeeltelijke vrijstelling verlenen aan beroepsbeoefenaren die een deel van deze opleiding hebben gevolgd in het kader van andere opleidingen van ten minste gelijkwaardig niveau. ◄

De lidstaten zien erop toe dat de met de verplegersopleiding belaste instelling verantwoordelijk is voor de coördinatie tussen theoretisch en klinisch onderwijs gedurende het gehele studieprogramma.

▼M9

4.  Onder theoretisch onderwijs wordt verstaan dat deel van de opleiding in de verpleegkunde waar de leerling-verpleger de kennis, vaardigheden en competenties verwerft die krachtens de leden 6 en 7 zijn vereist. Deze opleiding wordt gegeven door docenten in de verpleegkunde en andere bevoegde personen in universiteiten, instellingen voor hoger onderwijs van een als gelijkwaardig erkend niveau of scholen voor beroepsonderwijs dan wel beroepsopleidingen voor verpleegkunde.

5.  Onder klinisch onderwijs wordt verstaan dat deel van de opleiding in de verpleegkunde waar de leerling-verpleger in teamverband en in rechtstreeks contact met een gezonde persoon of patiënt en/of een gemeenschap op grond van verworven kennis, vaardigheden en competenties de vereiste algemene verpleegkundige verzorging leert plannen, verstrekken en beoordelen. De leerling-verpleger leert niet alleen in teamverband werken, maar ook als teamleider op te treden en zich bezig te houden met de organisatie van de algemene verpleegkundige verzorging, waaronder de gezondheidseducatie voor individuele personen en kleine groepen binnen instellingen voor gezondheidszorg of in de gemeenschap.

▼B

Dit onderwijs wordt gegeven in ziekenhuizen en andere instellingen voor gezondheidszorg en in de gemeenschap onder leiding van docenten-verpleegkundigen en met samenwerking en assistentie van andere geschoolde verpleegkundigen. Ander geschoold personeel kan eveneens in het onderwijsproces worden ingeschakeld.

De leerling-verplegers nemen deel aan de werkzaamheden van de betrokken diensten voorzover deze bijdragen tot hun opleiding en hen in staat stellen de verantwoordelijkheden op zich te leren nemen die aan de verpleegkundige verzorging zijn verbonden.

▼M9

6.  De opleiding tot verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger waarborgt dat de betrokken beroepsbeoefenaar de volgende kennis en vaardigheden heeft verworven:

a) uitgebreide kennis van de wetenschappen waarop de algemene ziekenverpleging is gebaseerd, met inbegrip van voldoende kennis van het organisme, de fysiologie en het gedrag van de gezonde en de zieke mens, alsmede van het verband tussen de gezondheidstoestand en de fysieke en sociale omgeving van de mens;

b) kennis van de aard en de ethiek van het beroep en van de algemene beginselen betreffende gezondheid en verpleging;

c) adequate klinische ervaring; deze ervaring, bij de keuze waarvan de vormende waarde voorop dient te worden gesteld, moet worden opgedaan onder toezicht van geschoold verpleegkundig personeel en op plaatsen waar de numerieke omvang van het geschoolde personeel en de uitrusting geschikt zijn voor de verpleging van zieken;

d) bekwaamheid om deel te nemen aan de praktische opleiding van het op het gebied van de gezondheidszorg werkzame personeel en ervaring op het gebied van samenwerking met dit personeel;

e) ervaring op het gebied van samenwerking met andere personen die beroepsmatig op het gebied van de gezondheidszorg werkzaam zijn.

▼M9

7.  Een titel van een opleiding als verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger bewijst dat de betrokken beroepsbeoefenaar in staat is minstens de volgende competenties toe te passen, ongeacht of de opleiding is verkregen aan een universiteit, een als gelijkwaardig erkende instelling voor hoger onderwijs dan wel aan een school voor beroepsonderwijs of via een beroepsopleiding voor verpleegkunde;

a) competentie om met de huidige theoretische en klinische kennis zelfstandig een diagnose te stellen voor de nodige verpleegkundige verzorging en om de verpleegkundige verzorging bij de behandeling van patiënten te plannen, organiseren en implementeren op basis van de kennis en vaardigheden die overeenkomstig lid 6, onder a), b) en c), zijn verworven ter verbetering van de praktijkervaring;

b) competentie om doeltreffend samen te werken met andere actoren in de gezondheidszorg, met inbegrip van deelname aan de praktische opleiding van het op het gebied van de gezondheidszorg werkzame personeel, op basis van de kennis en vaardigheden die overeenkomstig lid 6, onder d) en e), zijn verworven;

c) competentie om personen, gezinnen en groepen te helpen een gezonde levensstijl aan te nemen en voor zichzelf te zorgen op basis van de kennis en vaardigheden die overeenkomstig lid 6, onder a) en b), zijn verworven;

d) competentie om zelfstandig urgente levensreddende maatregelen te kunnen treffen en in crisis- en rampensituaties te kunnen handelen;

e) competentie om zorgbehoevenden en hun naasten onafhankelijk te adviseren, instrueren en ondersteunen;

f) competentie om zelfstandig de kwaliteit van verpleegkundige verzorging te kunnen garanderen en evalueren;

g) competentie om beroepsmatig duidelijk te communiceren en samen te werken met andere personen die op het gebied van de gezondheidszorg werkzaam zijn;

h) competentie om de kwaliteit van de zorg te analyseren om hun eigen praktijkervaring als verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger te verbeteren.

▼B

Artikel 32

Uitoefening van de beroepswerkzaamheden van verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger

Voor de toepassing van deze richtlijn zijn de beroepswerkzaamheden van verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger die welke onder de in bijlage V, punt 5.2.2, genoemde beroepstitels worden uitgeoefend.

Artikel 33

Specifieke verworven rechten van verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger

1.  De algemene regels inzake verworven rechten zijn alleen van toepassing op verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger, wanneer de in artikel 23 bedoelde werkzaamheden de volledige verantwoordelijkheid voor de planning, de organisatie en de administratie van de verpleging van de patiënt hebben omvat.

▼M9 —————

▼M9

3.  De lidstaten erkennen opleidingstitels in de verpleegkunde die/

a) in Polen zijn afgegeven aan verpleegkundigen die vóór 1 mei 2004 hun opleiding hebben voltooid, en die niet overeenstemmen met de in artikel 31 bedoelde minimumopleidingseisen, en

b) worden gestaafd met het diploma „bachelor” dat werd verkregen op basis van een speciaal voortgezet programma zoals bedoeld in:

i) artikel 11 van de wet van 20 april 2004 inzake de wijziging van de wet op de beroepen van verpleegkundige en verloskundige en inzake enige andere rechtsbesluiten (Staatsblad van de Poolse Republiek van 2004, nr. 92, pos. 885 en van 2007, nr. 176, pos. 1237), en de verordening van de minister van Volksgezondheid van 11 mei 2004 inzake de gedetailleerde voorwaarden voor het verstrekken van opleidingen voor verpleegkundigen en verloskundigen die in het bezit zijn van een diploma middelbaar onderwijs (eindexamen — matura) en zijn afgestudeerd aan een medische school of een instelling voor medisch beroepsonderwijs waar het beroep van verpleegkundige en van verloskundige wordt aangeleerd (Staatsblad van de Poolse Republiek van 2004, nr. 110, pos. 1170, en van 2010, nr. 65, pos. 420); of

ii) artikel 52.3, punt 2, van het besluit van 15 juli 2011 over de beroepen van verpleegkundige en verloskundige (Staatsblad van de Poolse Republiek van 2011, nr. 174, pos. 1039); en de verordening van de minister van Volksgezondheid van 14 juni 2012 over de gedetailleerde voorwaarden voor het verstrekken van opleidingen voor verpleegkundigen en verloskundigen die in het bezit zijn van een diploma middelbaar onderwijs (eindexamen — matura) en zijn afgestudeerd aan een medische middelbare school of een vervolgopleiding waar het beroep van verpleegkundige en van verloskundige wordt aangeleerd (Staatsblad van de Poolse Republiek van 2012, pos. 770),

teneinde na te gaan of de kennis en de competentie van de betrokken beroepsbeoefenaar op een niveau liggen dat vergelijkbaar is met dat van verpleegkundigen met titels die voor Polen zijn opgesomd in bijlage V, punt 5.2.2.

▼M1

Artikel 33 bis

▼M9

33 bis.  Ten aanzien van de Roemeense opleidingstitels van verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger geldt dat uitsluitend de hierna genoemde bepalingen van toepassing zijn op verworven rechten:

In het geval van onderdanen van lidstaten die in Roemenië zijn opgeleid als verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger en wier opleiding niet voldoet aan de in artikel 31 neergelegde minimumopleidingseisen, erkennen de lidstaten de volgende opleidingstitels van verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger als genoegzaam bewijs, mits deze titels vergezeld gaan van een certificaat waarin wordt bevestigd dat de betrokken onderdanen van lidstaten daadwerkelijk en op legale wijze de werkzaamheden van verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger in Roemenië hebben uitgeoefend, waaronder de volledige verantwoordelijkheid voor de planning, organisatie en uitvoering van de verpleging van patiënten, en wel gedurende een periode van minstens drie opeenvolgende jaren tijdens de vijf jaar voorafgaand aan de datum van afgifte van het certificaat:

a) certificat de competențe profesionale de asistent medical generalist met postsecundaire opleiding verkregen aan een școală postliceală, waaruit blijkt dat vóór 1 januari 2007 met de opleiding is begonnen;

b) diplomă de absolvire de asistent medical generalist met een hogere opleiding van korte duur, waaruit blijkt dat vóór 1 oktober 2003 met de opleiding is begonnen;

c) diplomă de absolvire de asistent medical generalist met een hogere opleiding van lange duur, waaruit blijkt dat vóór 1 oktober 2003 met de opleiding is begonnen.

▼B



Afdeling 4

Beoefenaren van de tandheelkunde

Artikel 34

Basisopleiding tandheelkunde

1.  Voor de toelating tot de basisopleiding tandheelkunde wordt het bezit vereist van een diploma of certificaat dat in een lidstaat voor de betrokken studies toegang geeft tot universiteiten of instellingen voor hoger onderwijs van een als gelijkwaardig erkend niveau.

▼M9

2.  De basisopleiding tandheelkunde duurt in totaal ten minste vijf jaar, eventueel aanvullend uitgedrukt in het equivalente aantal ECTS-studiepunten, bestaat uit ten minste 5 000 uur voltijdse theoretische en praktische opleiding aan een universiteit, aan een instelling voor hoger onderwijs van een als gelijkwaardig erkend niveau of onder toezicht van een universiteit en omvat ten minste het in bijlage V, punt 5.3.1, opgenomen studieprogramma.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 57 quater gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanpassing van de lijst in bijlage V, punt 5.3.1, aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang.

De in de tweede alinea bedoelde wijzigingen mogen voor geen enkele lidstaat een wijziging van de bestaande essentiële rechtsbeginselen betreffende de regeling van beroepen met betrekking tot de opleiding en toegangsvoorwaarden voor natuurlijke personen inhouden. Deze aanpassingen laten de verantwoordelijkheid van de lidstaten voor de organisatie van de onderwijsstelsels als neergelegd in artikel 165, lid 1, VWEU onverlet.

▼B

3.  De basisopleiding tandheelkunde waarborgt dat de betrokkene de volgende kennis en bekwaamheid heeft verworven:

a) voldoende kennis van de wetenschappen waarop de tandheelkunde berust, alsmede een goed inzicht in de wetenschappelijke methoden en met name de beginselen van de meting van biologische functies, in de beoordeling van wetenschappelijk vastgestelde feiten alsmede in de analyse van gegevens;

b) voldoende kennis van het gestel, de fysiologie en het gedrag van gezonde en zieke personen, alsmede van de wijze waarop de gezondheidstoestand van de mens wordt beïnvloed door zijn natuurlijke en sociale omgeving; een en ander voorzover dat in relatie staat tot de tandheelkunde;

c) voldoende kennis van structuur en functie van de tanden, de mond, de kaken en de omliggende weefsels, zowel in gezonde als zieke toestand, en de relatie daarvan tot de algemene gezondheidstoestand en het fysieke en sociale welzijn van de patiënt;

d) voldoende kennis van de klinische studievakken en methoden die aan de tandheelkundige een samenhangend beeld geven van de anomalieën, kwetsuren en ziekten van tanden, mond, kaken en omliggende weefsels, alsmede van de preventieve, diagnostische en therapeutische aspecten van de odontologie;

e) voldoende klinische ervaring, opgedaan onder deskundig toezicht.

De opleiding verschaft de nodige bekwaamheid voor alle werkzaamheden die verband houden met de preventie, de diagnose en de behandeling van afwijkingen en ziekten van tanden, mond, kaken en omliggende weefsels.

Artikel 35

Opleiding tot specialist in de tandheelkunde

▼M9

1.  Voor de toelating tot de opleiding tot specialist in de tandheelkunde moet een basisopleiding tandheelkunde als bedoeld in artikel 34 met goed gevolg zijn volbracht, of moet men in het bezit zijn van de stukken bedoeld in de artikelen 23 en 37.

▼B

2.  De opleiding tot specialist in de tandheelkunde omvat theoretisch en praktisch onderwijs in een universitair centrum, een academisch onderwijs- en onderzoekscentrum voor behandeling of, in voorkomend geval, in een daartoe door de bevoegde autoriteiten of autoriteiten erkende inrichting voor gezondheidszorg.

▼M9

De voltijdse opleiding tot specialist in de tandheelkunde duurt ten minste drie jaar en staat onder supervisie van de bevoegde autoriteiten of instellingen. De aankomend specialist in de tandheelkunde dient persoonlijk aan de werkzaamheden van de betrokken inrichting deel te nemen en daarvoor verantwoordelijkheid te dragen.

▼M9 —————

▼B

3.  De lidstaten stellen de afgifte van een opleidingstitel van specialist in de tandheelkunde afhankelijk van het bezit van een van de opleidingstitels van de basisopleiding tandheelkunde bedoeld in bijlage V, punt 5.3.2.

▼M9

4.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 57 quater gedelegeerde handelingen vast te stellen aangaande aanpassingen van de minimumopleidingsduur zoals bedoeld in lid 2, teneinde deze aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang.

5.  De Commissie is teneinde rekening te houden met de ontwikkeling van de nationale wetgeving en met het oog op de actualisering van deze richtlijn bevoegd overeenkomstig artikel 57 quater gedelegeerde handelingen vast te stellen voor het toevoegen aan bijlage V, punt 5.3.3, van nieuwe tandheelkundige specialismen die ten minste twee vijfden van de lidstaten gemeenschappelijk hebben.

▼B

Artikel 36

Uitoefening van de beroepswerkzaamheden van beoefenaar der tandheelkunde

1.  Voor de toepassing van deze richtlijn zijn de beroepswerkzaamheden van beoefenaar der tandheelkunde die welke in lid 3 worden omschreven en onder de in bijlage V, punt 5.3.2, genoemde beroepstitels worden uitgeoefend.

2.  Het beroep van beoefenaar der tandheelkunde is gebaseerd op de in artikel 34 bedoelde tandheelkundige opleiding en is een specifiek beroep dat zich van het beroep van arts onderscheidt, ongeacht of deze is gespecialiseerd. Voor de uitoefening van de beroepswerkzaamheden van beoefenaar der tandheelkunde is het bezit vereist van een opleidingstitel zoals bedoeld in bijlage V, punt 5.3.2. Met de houders van een dergelijke opleidingstitel worden gelijkgesteld de begunstigden van artikelen 23 of 37.

3.  De lidstaten dragen er zorg voor dat de beoefenaren der tandheelkunde algemeen toegang hebben tot werkzaamheden in verband met de preventie, diagnose en behandeling van afwijkingen en ziekten van tanden, mond, kaken en omliggende weefsels, en die werkzaamheden mogen uitoefenen, met inachtneming van de wettelijke bepalingen en de gedragsregels die op de in bijlage V, punt 5.3.2, bedoelde referentiedata voor het beroep gelden.

Artikel 37

Specifieke verworven rechten van beoefenaren der tandheelkunde

1.  De lidstaten erkennen met het oog op de uitoefening van de beroepswerkzaamheden van beoefenaren der tandheelkunde uit hoofde van de in bijlage V, punt 5.3.2, opgenomen titels, de opleidingstitels van arts ►M1  welke in Italië, Spanje, Oostenrijk, Tsjechië, Slowakije en Roemenië ◄ zijn afgegeven aan personen die uiterlijk op de in bijlage V voor de betrokken lidstaat vermelde referentiedatum hun artsenopleiding hebben aangevangen, en welke vergezeld gaan van een door de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat afgegeven verklaring.

Uit deze verklaring moet blijken dat aan de volgende twee voorwaarden is voldaan:

a) de betrokkenen hebben in die lidstaat tijdens de vijf jaar die aan de afgifte van de verklaring voorafgaan gedurende ten minste drie opeenvolgende jaren daadwerkelijk, wettig en als hoofdactiviteit de in artikel 36 bedoelde werkzaamheden uitgeoefend;

b) de betrokkene is bevoegd deze werkzaamheden uit te oefenen onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor de houders van de in bijlage V, punt 5.3.2, voor de betrokken lidstaat opgenomen opleidingstitel.

Van de in de tweede alinea, onder a), bedoelde eis van een praktijkervaring van drie jaar zijn vrijgesteld personen die met goed gevolg een studie van ten minste drie jaar hebben gevolgd welke volgens een officiële verklaring van de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat gelijkwaardig is aan de in artikel 34 bedoelde opleiding.

Wat Tsjechië en Slowakije betreft, worden de in het voormalige Tsjechoslowakije verkregen opleidingstitels erkend uit gelijken hoofde als de Tsjechische en de Slowaakse opleidingstitels en onder dezelfde in de voorgaande alinea's genoemde voorwaarden.

2.  Elke lidstaat erkent de opleidingstitels van arts welke in Italië zijn afgegeven aan personen die na 28 januari 1980 en niet later dan 31 december 1984 met hun universitaire artsenopleiding zijn begonnen, en welke vergezeld gaan van een door de bevoegde Italiaanse autoriteiten afgegeven verklaring.

Uit deze verklaring moet blijken dat aan de volgende drie voorwaarden is voldaan:

a) de betrokkenen hebben met goed gevolg de bijzondere proef van bekwaamheid afgelegd die de bevoegde autoriteiten in Italië hebben georganiseerd teneinde na te gaan of de kennis en bekwaamheid van de betrokkenen op een niveau liggen dat vergelijkbaar is met dat van de houders van de opleidingstitel die voor Italië in bijlage V, punt 5.3.2, is vermeld;

b) de betrokkenen hebben in Italië tijdens de vijf jaar die aan de afgifte van de verklaring voorafgaan gedurende ten minste drie opeenvolgende jaren daadwerkelijk, wettig en als hoofdactiviteit de in artikel 36 bedoelde werkzaamheden uitgeoefend;

c) de betrokkenen zijn bevoegd de in artikel 36 bedoelde werkzaamheden uit te oefenen, of oefenen deze daadwerkelijk, wettig en als hoofdactiviteit uit, onder dezelfde voorwaarden als de houders van de opleidingstitel die voor Italië in bijlage V, punt 5.3.2, is vermeld.

Van de in de tweede alinea, onder a), bedoelde proef van bekwaamheid zijn vrijgesteld personen die met goed gevolg een studie van ten minste drie jaar hebben gevolgd die volgens een officiële verklaring van de bevoegde autoriteiten gelijkwaardig is aan de in artikel 34 bedoelde opleiding.

Personen die na 31 december 1984 met hun universitaire artsenopleiding zijn begonnen worden net zo behandeld als bovengenoemde personen, op voorwaarde dat de bovengenoemde drie studiejaren vóór 31 december 1994 zijn begonnen.

▼M9

3.  Met betrekking tot de opleidingstitels van beoefenaren der tandheelkunde moeten de lidstaten dergelijke titels overeenkomstig artikel 21 erkennen in gevallen waarin de aanvragers met hun opleidingen zijn begonnen vóór 18 januari 2016.

4.  Elke lidstaat erkent de opleidingstitels van arts welke in Spanje zijn afgegeven aan beroepsbeoefenaren die na 1 januari 1986 en niet later dan 31 december 1997 met hun universitaire artsenopleiding zijn begonnen, en welke vergezeld gaan van een door de Spaanse bevoegde instanties afgegeven certificaat.

Uit dit certificaat moet blijken dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a) de betrokken beroepsbeoefenaar heeft met goed gevolg een studie van ten minste drie jaar gevolgd, die volgens een officiële verklaring van de Spaanse bevoegde autoriteiten gelijkwaardig is aan de in artikel 34 bedoelde opleiding;

b) de betrokken beroepsbeoefenaar heeft in Spanje tijdens de vijf jaar die aan de afgifte van het certificaat voorafgaan gedurende ten minste drie opeenvolgende jaren daadwerkelijk, wettig en als hoofdactiviteit de in artikel 36 bedoelde werkzaamheden uitgeoefend;

c) de betrokken beroepsbeoefenaar is bevoegd de in artikel 36 bedoelde werkzaamheden uit te oefenen, of oefent deze daadwerkelijk, wettig en als hoofdactiviteit uit, onder dezelfde voorwaarden als de houders van de opleidingstitel die voor Spanje in bijlage V, punt 5.3.2, is vermeld.

▼B



Afdeling 5

Dierenartsen

Artikel 38

De opleiding tot dierenarts

▼M9

1.  De diergeneeskundige opleiding omvat in totaal ten minste vijf jaar theoretisch en praktisch onderwijs — eventueel aanvullend uitgedrukt in het equivalente aantal ECTS-studiepunten — op voltijdbasis aan een universiteit, aan een instelling voor hoger onderwijs van een als gelijkwaardig erkend niveau of onder toezicht van een universiteit en omvat ten minste het in bijlage V, punt 5.4.1, opgenomen studieprogramma.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 57 quater gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de lijst in bijlage V, punt 5.4.1, teneinde deze aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang.

De in de tweede alinea bedoelde wijzigingen mogen voor geen enkele lidstaat een wijziging van de bestaande essentiële rechtsbeginselen betreffende de regeling van beroepen met betrekking tot de opleiding en toegangsvoorwaarden voor natuurlijke personen inhouden. Deze aanpassingen laten de verantwoordelijkheid van de lidstaten voor de organisatie van de onderwijsstelsels als neergelegd in artikel 165, lid 1, VWEU onverlet.

▼B

2.  Voor de toelating tot de diergeneeskundige opleiding wordt het bezit vereist van een diploma of certificaat dat in een lidstaat voor de betrokken studies toegang geeft tot universiteiten of instellingen voor hoger onderwijs van een als gelijkwaardig erkend niveau.

▼M9

3.  De opleiding tot dierenarts waarborgt dat de betrokken beroepsbeoefenaar de volgende kennis en vaardigheden heeft verworven:

a) voldoende kennis van de wetenschappen waarop de werkzaamheden van de dierenarts berusten en van de Uniewetgeving betreffende deze werkzaamheden;

b) voldoende kennis van de constitutie, de functies, het gedrag en de fysiologische behoeften van dieren, alsmede de vaardigheden en competenties die nodig zijn voor de houderij, de voeding, het welzijn, de voortplanting en de hygiëne van dieren in het algemeen;

c) de klinische, epidemiologische en analytische vaardigheden en competenties die nodig zijn voor de preventie, diagnose en behandeling van dierziekten, met inbegrip van anesthesie, aseptische chirurgie en pijnloze levensbeëindiging, hetzij individueel, hetzij in groep, met inbegrip van de specifieke kennis van ziekten die op de mens kunnen worden overgedragen;

d) voldoende kennis, vaardigheden en competenties voor preventieve geneeskunde, met inbegrip van de beantwoording van vragen en certificering;

e) voldoende kennis van de hygiëne en technologie voor het verkrijgen, vervaardigen en in omloop brengen van dierlijke voedingsmiddelen of voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong bestemd voor menselijke consumptie, met inbegrip van de nodige vaardigheden en competenties voor het begrijpen en uitleggen van goede praktijken op dit gebied;

f) de kennis, vaardigheden en competenties die nodig zijn voor het verantwoord en verstandig gebruik van de geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik, om de dieren te behandelen en om de veiligheid van de voedselketen en de bescherming van het milieu te garanderen.

▼B

Artikel 39

Specifieke verworven rechten van dierenartsen

Onverminderd artikel 23, lid 4, erkennen de lidstaten ten behoeve van onderdanen van lidstaten wier opleidingstitels van dierenarts door Estland zijn afgegeven of wier opleiding vóór 1 mei 2004 in Estland is aangevangen, deze opleidingstitels van dierenarts mits deze vergezeld gaan van een verklaring waarin wordt bevestigd dat deze personen tijdens de zeven jaar die aan de afgifte van de verklaring voorafgaan gedurende ten minste vijf opeenvolgende jaren daadwerkelijk en op wettige wijze de betrokken werkzaamheden op Estlands grondgebied hebben uitgeoefend.



Afdeling 6

Verloskundigen

Artikel 40

Opleiding tot verloskundige

1.  De opleiding tot verloskundige omvat in totaal ten minste één van de volgende opleidingen:

a) een specifieke voltijdse opleiding tot verloskundige van ten minste drie jaar theoretisch en praktisch onderwijs (mogelijkheid I) die ten minste het in bijlage V, punt 5.5.1, opgenomen programma omvat, of

b) een specifieke voltijdse opleiding tot verloskundige van 18 maanden (mogelijkheid II) die ten minste het in bijlage V, punt 5.5.1, opgenomen programma omvat, voorzover dit niet op gelijkwaardige wijze is onderwezen in het kader van de opleiding tot verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger.

De lidstaten zien erop toe dat de met de opleiding van verloskundigen belaste inrichting verantwoordelijk is voor de coördinatie tussen theorie en praktijk gedurende het gehele studieprogramma.

▼M9

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 57 quater gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de lijst in bijlage V, punt 5.5.1, teneinde dit aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang.

De in de derde alinea bedoelde wijzigingen mogen voor geen enkele lidstaat een wijziging van de bestaande essentiële rechtsbeginselen betreffende de regeling van beroepen met betrekking tot de opleiding en toegangsvoorwaarden voor natuurlijke personen inhouden. Deze aanpassingen laten de verantwoordelijkheid van de lidstaten voor de organisatie van de onderwijsstelsels als neergelegd in artikel 165, lid 1, VWEU onverlet.

2.  Voor de toelating tot de opleiding tot verloskundige moet aan een van de volgende voorwaarden zijn voldaan:

a) voor mogelijkheid I, het doorlopen van ten minste twaalf jaar algemene schoolopleiding of een certificaat ten bewijze dat men geslaagd is voor een gelijkwaardig toelatingsexamen voor scholen voor verloskundigen;

b) voor mogelijkheid II het bezit van een opleidingstitel van verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger zoals bedoeld in bijlage V, punt 5.2.2.

3.  De opleiding tot verloskundige waarborgt dat de betrokken beroepsbeoefenaar de volgende kennis en vaardigheden heeft verworven:

a) grondige kennis van de wetenschappen waarop de werkzaamheden van de verloskundige berusten, met name de verloskunde en de gynaecologie;

b) voldoende kennis van de beroepsethiek en de wetgeving die relevant is voor de uitoefening van het beroep;

c) voldoende kennis van de algemene medische wetenschap (biologische functies, anatomie en fysiologie) en van de farmacologie op het gebied van de verloskunde en de perinatologie, alsmede kennis van het verband tussen de gezondheidstoestand en de fysieke en sociale omgeving van de mens en van zijn gedrag;

d) voldoende klinische ervaring, zelfstandig en onder eigen verantwoordelijkheid opgedaan in erkende inrichtingen waar verloskundigen, voor zover nodig en met uitsluiting van pathologische situaties, prenatale zorg kunnen verstrekken, een bevalling kunnen uitvoeren en kunnen zorgen voor de opvolging daarvan in een erkende instelling, en toezicht kunnen houden bij baringen en bevallingen, postnatale zorg en neonatale reanimatie, in afwachting van een arts;

e) voldoende op de hoogte zijn van de opleiding van het op het gebied van de gezondheidszorg werkzame personeel en ervaring op het gebied van de samenwerking met dit personeel.

▼B

Artikel 41

Regels ten aanzien van de erkenning van de opleidingstitels van verloskundige

▼M9

1.  De in bijlage V, punt 5.5.2, bedoelde opleidingstitels van verloskundige worden overeenkomstig artikel 21 automatisch erkend indien zij aan een van de volgende voorwaarden voldoen:

a) een voltijdse opleiding tot verloskundige van ten minste drie jaar, eventueel aanvullend uitgedrukt in het equivalente aantal ECTS-studiepunten, die ten minste 4 600 uur theoretisch en praktisch onderwijs omvat, waarvan ten minste een derde betrekking heeft op klinisch onderwijs;

b) een voltijdse opleiding tot verloskundige van ten minste twee jaar, eventueel aanvullend uitgedrukt in het equivalente aantal ECTS-studiepunten, die bestaat uit ten minste 3 600 uur, waarvoor het bezit is vereist van een opleidingstitel van verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger zoals bedoeld in bijlage V, punt 5.2.2;

c) een voltijdse opleiding tot verloskundige van ten minste achttien maanden, eventueel aanvullend uitgedrukt in het equivalente aantal ECTS-studiepunten, die ten minste 3 000 uur omvat, waarvoor het bezit is vereist van een opleidingstitel van verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger zoals bedoeld in bijlage V, punt 5.2.2, en gevolgd door een praktijkervaring waarvoor overeenkomstig lid 2 een bewijs is afgegeven.

▼B

2.  Het in lid 1 genoemde bewijs wordt afgegeven door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van oorsprong. Hierin wordt verklaard dat de begunstigde, na de opleidingstitel van verloskundige te hebben behaald, in een ziekenhuis of in een daartoe erkende inrichting voor gezondheidszorg alle werkzaamheden van verloskundige gedurende het overeenkomstige tijdvak naar tevredenheid heeft verricht.

Artikel 42

Uitoefening van de beroepswerkzaamheden van verloskundige

1.  Deze afdeling is van toepassing op de werkzaamheden van verloskundige, zoals die door elke lidstaat zijn omschreven, onverminderd lid 2, en worden uitgeoefend onder de in bijlage V, punt 5.5.2, opgenomen beroepstitels.

2.  De lidstaten dragen er zorg voor dat de verloskundigen ten minste toegang hebben tot de hieronder genoemde werkzaamheden en deze mogen uitoefenen:

a) goede voorlichting en adviezen over gezinsplanning verstrekken;

b) zwangerschap vaststellen en het normale verloop ervan blijven volgen, onderzoeken verrichten die nodig zijn voor het toezicht op het normale verloop van de zwangerschap;

c) de onderzoeken voorschrijven of adviseren die nodig zijn om de diagnose van een zwangerschap met gevaar voor complicaties zo vroeg mogelijk te kunnen stellen;

d) een programma opstellen ter voorbereiding op het ouderschap, de bevalling volledig voorbereiden en de ouders raadgevingen verstrekken over hygiëne en voeding;

e) de vrouw tijdens de bevalling bijstaan en de toestand van de foetus in utero met passende klinische en technische middelen volgen;

f) normale bevallingen bij achterhoofdsligging verrichten en daarbij zo nodig episiotomie toepassen, alsmede in noodgevallen bevallingen bij stuitligging verrichten;

g) bij moeder en kind de tekenen van stoornissen onderkennen waarbij het ingrijpen van een arts vereist is en hem indien nodig assisteren; bij afwezigheid van de arts spoedmaatregelen nemen, met name de placenta met de hand verwijderen en eventueel daarna de baarmoeder inwendig onderzoeken;

h) de pasgeborene onderzoeken en verzorgen; alle nodige maatregelen nemen en in voorkomend geval onmiddellijk reanimatie toepassen;

i) de kraamvrouw verzorgen, toezien op de gevolgen van de bevalling voor de moeder en alle nuttige adviezen verstrekken aan de moeder met betrekking tot de kinderverzorging, zodat de pasgeborene in de beste omstandigheden kan worden grootgebracht;

j) de door een arts voorgeschreven behandeling toepassen;

k) de nodige schriftelijke verslagen opstellen.

Artikel 43

Specifieke verworven rechten van verloskundigen

1.  Elke lidstaat erkent, ten aanzien van onderdanen van de lidstaten van wie de opleidingstitels van verloskundige aan alle in artikel 40 vastgestelde minimumopleidingseisen voldoen, maar uit hoofde van artikel 41 alleen mogen worden erkend indien ze vergezeld gaan van het in artikel 41, lid 2, bedoelde bewijs van praktijkervaring, als genoegzaam bewijs de door deze lidstaten vóór de in bijlage V, punt 5.5.2, bedoelde referentiedatum afgegeven opleidingstitels, op voorwaarde dat zij vergezeld gaan van een verklaring waarin wordt bevestigd dat de houders ervan de betrokken werkzaamheden tijdens de vijf jaar die aan de afgifte van de verklaring voorafgaan gedurende ten minste drie opeenvolgende jaren daadwerkelijk en op wettige wijze hebben uitgeoefend.

▼M9

1 bis.  Met betrekking tot de opleidingstitel van verloskundige erkennen de lidstaten automatisch de kwalificaties wanneer de aanvrager de opleiding heeft aangevat vóór 18 januari 2016, en de toelatingsvoorwaarde voor die opleiding tien jaar algemeen onderwijs of een gelijkwaardig niveau was voor mogelijkheid I, of een voltooide opleiding als verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger zoals bewezen door een opleidingstitel als bedoeld in bijlage V, punt 5.2.2, alvorens de opleiding tot verloskundige onder mogelijkheid II aan te vatten.

▼B

2.  Lid 1 is van toepassing op onderdanen van de lidstaten van wie de opleidingstitels van verloskundige de afsluiting zijn van een opleiding die op het grondgebied van de voormalige Duitse Democratische Republiek werd gevolgd en die aan alle minimumopleidingseisen van artikel 40 voldoet, maar uit hoofde van artikel 41 alleen mogen worden erkend indien zij vergezeld gaan van het in artikel 41, lid 2, bedoelde bewijs van praktijkervaring, wanneer zij de afsluiting zijn van een opleiding waarmee vóór 3 oktober 1990 werd aangevangen.

▼M9 —————

▼M9

4.  De lidstaten erkennen opleidingstitels in de verloskunde die:

a) in Polen zijn afgegeven aan verloskundigen die vóór 1 mei 2004 hun opleiding hebben voltooid, en die niet overeenstemmen met de in artikel 40 neergelegde minimumopleidingseisen, en

b) worden gestaafd met het diploma „bachelor” dat werd verkregen op basis van een speciaal voortgezet programma zoals bedoeld in:

i) artikel 11 van de wet van 20 april 2004 inzake de wijziging van de wet op de beroepen van verpleegkundige en verloskundige en inzake enige andere rechtsbesluiten (Staatsblad van de Poolse Republiek van 2004, nr. 92, pos. 885 en van 2007, nr. 176, pos. 1237); en de verordening van de minister van Volksgezondheid van 11 mei 2004 inzake de gedetailleerde voorwaarden voor het verstrekken van opleidingen voor verpleegkundigen en verloskundigen die in het bezit zijn van een diploma middelbaar onderwijs (eindexamen — matura) en zijn afgestudeerd aan een medische school of een instelling voor medisch beroepsonderwijs waar het beroep van verpleegkundige en van verloskundige wordt aangeleerd (Staatsblad van de Poolse Republiek van 2004, nr. 110, pos. 1170, en van 2010, nr. 65, pos. 420); of

ii) artikel 53.3, punt 3, van het besluit van 15 juli 2011 over de beroepen van verpleegkundige en verloskundige (Staatsblad van de Poolse Republiek van 2011 nr. 174, pos. 1039); en de verordening van de minister van Volksgezondheid van 14 juni 2012 over de gedetailleerde voorwaarden voor het verstrekken van opleidingen voor verpleegkundigen en verloskundigen die in het bezit zijn van een diploma middelbaar onderwijs (eindexamen — matura) en zijn afgestudeerd aan een medische middelbare school of een vervolgopleiding waar het beroep van verpleegkundige en van verloskundige wordt aangeleerd (Staatsblad van de Poolse Republiek van 2012, pos. 770),

teneinde na te gaan of de kennis en de competentie van de betrokken beroepsbeoefenaar op een niveau liggen dat vergelijkbaar is met dat van verloskundigen met titels die voor Polen zijn opgesomd in bijlage V, punt 5.2.2.

▼M1

Artikel 43 bis

Voor Roemeense opleidingstitels van verloskundige zijn alleen de volgende bepalingen inzake verworven rechten van toepassing:

In het geval van onderdanen van lidstaten wier titel van verloskundige (asistent medical obstetrică-ginecologie/obstetrisch en gynaecologisch verpleegkundige) vóór de datum van toetreding door Roemenië is afgegeven, en die niet voldoen aan de minimum opleidingsvereisten van artikel 40, erkennen de lidstaten genoemde titel als voldoende bewijs voor de uitoefening van de werkzaamheid van verloskundige, mits die titel vergezeld gaat van een document waaruit blijkt dat die onderdanen van de lidstaten daadwerkelijk en wettelijk de werkzaamheid van verloskundige in Roemenië hebben uitgeoefend gedurende ten minste vijf opeenvolgende jaren gedurende de zeven jaar voorafgaand aan de afgifte van bovengenoemd document.

▼A1

Artikel 43, b)

Verworven rechten op het gebied van verloskunde gelden niet voor de volgende opleidingstitels die in Kroatië zijn behaald vóór 1 juli 2013: viša medicinska sestra ginekološko- opstetričkog smjera (verpleegkundige met diploma hoger onderwijs gynaecologie en obstetrie), medicinska sestra ginekološko-opstetričkog smjera (verpleegkundige gynaecologie en obstetrie), viša medicinska sestra primaljskog smjera (verpleegkundige met diploma hoger onderwijs verloskunde), medicinska sestra primaljskog smjera (verpleegkundige verloskunde), ginekološko-opstetrička primalja (verloskundige gynaecologie en obstetrie) en primalja (verloskundige).

▼B



Afdeling 7

Apothekers

Artikel 44

Opleiding tot apotheker

1.  Voor de toelating tot de apothekersopleiding wordt het bezit vereist van een diploma of certificaat dat in een lidstaat voor de betrokken studies toegang geeft tot universiteiten of instellingen voor hoger onderwijs van een als gelijkwaardig erkend niveau.

▼M9

2.  De opleidingstitel van apotheker vormt de afsluiting van een opleiding van ten minste vijf jaar, eventueel aanvullend uitgedrukt in het equivalente aantal ECTS-studiepunten, waarvan ten minste:

a) vier jaar voltijds theoretisch en praktisch onderwijs aan een universiteit, aan een instelling voor hoger onderwijs van een als gelijkwaardig erkend niveau of onder toezicht van een universiteit;

b) tijdens of na de theoretische en praktische opleiding een stage van zes maanden in een voor het publiek toegankelijke apotheek of in een ziekenhuis onder toezicht van de farmaceutische dienst van dat ziekenhuis.

De in dit lid bedoelde studiecyclus omvat ten minste het in bijlage V, punt 5.6.1, opgenomen studieprogramma. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 57 quater gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de lijst in bijlage V, punt 5.6.1, teneinde deze aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang, inclusief de ontwikkeling van de farmacologische praktijk.

De in de tweede alinea bedoelde wijzigingen mogen voor geen enkele lidstaat een wijziging van de bestaande essentiële rechtsbeginselen betreffende de regeling van beroepen met betrekking tot de opleiding en toegangsvoorwaarden voor natuurlijke personen inhouden. Deze aanpassingen laten de verantwoordelijkheid van de lidstaten voor de organisatie van de onderwijsstelsels als neergelegd in artikel 165, lid 1, VWEU onverlet.

▼B

3.  De opleiding tot apotheker waarborgt dat de betrokkene de volgende kennis en bekwaamheid heeft verworven:

a) voldoende kennis van geneesmiddelen en de voor de vervaardiging van geneesmiddelen gebruikte substanties;

b) voldoende kennis van de farmaceutische technologie en van de natuurkundige, scheikundige, biologische en microbiologische controle op geneesmiddelen;

c) voldoende kennis van het metabolisme en van de uitwerking van geneesmiddelen, alsook van de werking van toxische stoffen en van het gebruik van geneesmiddelen;

d) voldoende kennis om wetenschappelijke gegevens betreffende geneesmiddelen te kunnen beoordelen om op grond daarvan passende inlichtingen te kunnen verstrekken;

e) voldoende kennis van de wettelijke en andere vereisten voor de uitoefening van de werkzaamheden van apotheker.

Artikel 45

Uitoefening van de werkzaamheden van apotheker

1.  Voor de toepassing van deze richtlijn zijn de werkzaamheden van apotheker die waartoe de toegang en waarvan de uitoefening in een of meer lidstaten afhankelijk worden gesteld van eisen betreffende de beroepskwalificatie en die openstaan voor de houders van de in bijlage V, punt 5.6.2, bedoelde opleidingstitels.

▼M9

2.  De lidstaten dragen er zorg voor dat de houders van een opleidingstitel op het terrein van de farmacie van universitair niveau of een als gelijkwaardig erkend niveau, die voldoet aan de in artikel 44 gestelde voorwaarden, ten minste gerechtigd zijn tot de toegang tot en de uitoefening van de hierna bedoelde werkzaamheden, onder voorbehoud, in voorkomend geval, van de eis van aanvullende beroepservaring:

a) de bereiding van geneesmiddelen in hun farmaceutische vorm;

b) de vervaardiging van en de controle op geneesmiddelen;

c) de controle op geneesmiddelen in een laboratorium bestemd voor die controle;

d) de opslag, bewaring en distributie van geneesmiddelen in het groothandelsstadium;

e) de aanvoer, bereiding, controle, opslag, distributie en verstrekking van veilige en doeltreffende geneesmiddelen van de vereiste kwaliteit naar en in voor het publiek toegankelijke apotheken;

f) de bereiding, controle, opslag en verstrekking van veilige en doeltreffende geneesmiddelen van de vereiste kwaliteit in ziekenhuizen;

g) het verstrekken van informatie en advies over geneesmiddelen als zodanig, inclusief betreffende het juiste gebruik ervan;

h) rapportering van de bijwerkingen van farmaceutische producten aan de bevoegde autoriteiten;

i) de gepersonaliseerde begeleiding van patiënten die hun medicijnen zelf toedienen;

j) meewerken aan lokale of nationale gezondheidscampagnes.

▼B

3.  Wanneer in een lidstaat de toegang tot of de uitoefening van een van de werkzaamheden van apotheker behalve van het bezit van een in bijlage V, punt 5.6.2, bedoelde opleidingstitel, afhankelijk worden gesteld van het bezit van aanvullende beroepservaring, erkent deze lidstaat als genoegzaam bewijs te dien einde een verklaring van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van oorsprong waarin wordt bevestigd dat de betrokkene die werkzaamheden in de lidstaat van oorsprong gedurende een periode van gelijke duur heeft uitgeoefend.

4.  De in lid 3 bedoelde erkenning geldt evenwel niet voor wat betreft de beroepservaring van twee jaar die door het Groothertogdom Luxemburg wordt geëist voor het verlenen van een vergunning voor een voor het publiek toegankelijke apotheek.

5.  Wanneer er in een lidstaat op 16 september 1985 een vergelijkend onderzoek op de grondslag van een examen bestond dat ten doel heeft onder de in lid 2 bedoelde houders de kandidaten te selecteren die zullen worden aangewezen als houders van nieuwe apotheken tot oprichting waarvan in het kader van een nationaal systeem voor geografische spreiding werd besloten, kan deze lidstaat in afwijking van lid 1 dit vergelijkend onderzoek handhaven en verplicht stellen voor onderdanen van de lidstaten die één van de in bijlage V, punt 5.6.2, bedoelde opleidingstitels van apotheker bezitten of die onder artikel 23 vallen.



Afdeling 8

Architecten

▼M9

Artikel 46

Opleiding tot architect

1.  De opleiding tot architect omvat:

a) in totaal hetzij ten minste vijf jaar studie op voltijdbasis aan een universiteit of een vergelijkbare onderwijsinstelling ter afsluiting waarvan met goed gevolg een examen op universitair niveau wordt afgelegd; of

b) niet minder dan vier jaar studie op voltijdbasis aan een universiteit of een vergelijkbare onderwijsinstelling ter afsluiting waarvan met goed gevolg een examen op universitair niveau wordt afgelegd, vergezeld van een certificaat ten bewijze dat een beroepsstage van twee jaar is volbracht, in overeenstemming met lid 4.

2.  Architectuur moet het belangrijkste onderdeel zijn van de in lid 1 bedoelde studie. De studie besteedt evenveel aandacht aan de theoretische als aan de praktische aspecten van de architectuuropleiding en waarborgt ten minste de verwerving van de volgende kennis, vaardigheden en competenties:

a) vermogen tot architectonische vormgeving die zowel aan esthetische als aan technologische eisen voldoet;

b) passende kennis van de geschiedenis en de theorie van de architectuur en de aanverwante kunstvormen, technologische vakken en menswetenschappen;

c) kennis van de beeldende kunsten voor zover deze van invloed kunnen zijn op de kwaliteit van de architectonische vormgeving;

d) passende kennis van stedenbouwkunde, planologie en de in de planologie gebruikte technieken;

e) inzicht in de relatie tussen mensen en architectonische constructies en tussen architectonische constructies en hun omgeving, alsmede in de noodzaak om architectonische constructies en de ruimten daartussen af te stemmen op menselijke behoeften en maatstaven;

f) inzicht in het architectenberoep en de rol van de architect in de maatschappij, met name bij het maken van projecten waarin rekening wordt gehouden met sociale factoren;

g) inzicht in de onderzoeks- en voorbereidingsmethoden bij het maken van projecten;

h) inzicht in de problemen op het gebied van het constructief ontwerp, de constructie en de civiele bouwkunde in verband met het ontwerpen van gebouwen;

i) passende kennis van de natuurkundige en technologische vraagstukken, alsmede van de functie van het gebouw, met het oog op het verschaffen van binnencomfort en bescherming tegen weersomstandigheden in het kader van duurzame ontwikkeling;

j) de nodige vaardigheden als ontwerper teneinde binnen de door begrotingsfactoren en bouwvoorschriften gestelde grenzen te kunnen voldoen aan de eisen van de gebruikers van het bouwwerk;

k) passende kennis van de industrieën, organisaties, voorschriften en procedures die een rol spelen bij de omzetting van ontwerpen in gebouwen en het inpassen van plannen in de ruimtelijke ordening.

3.  Het aantal jaar academische opleiding als bedoeld in de leden 1 en 2 kan bovendien worden uitgedrukt in equivalente ECTS-studiepunten.

4.  De in lid 1, onder b), bedoelde beroepsstage wordt pas verricht na de voltooiing van de eerste drie jaar van de studie. Tijdens ten minste een jaar van de beroepsstage wordt voortgebouwd op de tijdens de studie verworven kennis, vaardigheden en competenties als bedoeld in lid 2. Daartoe wordt de beroepsstage gevolgd onder toezicht van een door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong erkende persoon of instantie. Deze stage onder toezicht mag in om het even welk land worden gevolgd. De beroepsstage wordt door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong geëvalueerd.

Artikel 47

Afwijkingen van de eisen inzake de opleiding tot architect

In afwijking van artikel 46 wordt, in het kader van de sociale verheffing of van deeltijdse universitaire studies, eveneens als beantwoordend aan artikel 21 erkend: de opleiding die voldoet aan de eisen van artikel 46, lid 2, en die wordt afgesloten met een examen in de architectuur dat met goed gevolg is afgelegd door een beroepsbeoefenaar die al zeven jaar of langer op het gebied van de architectuur werkzaam is onder toezicht van een architect of een architectenbureau. Dit examen moet op universitair niveau staan en gelijkwaardig zijn aan het in artikel 46, lid 1, onder b), bedoelde afsluitende examen.

▼B

Artikel 48

Uitoefening van de werkzaamheden van architect

1.  Voor de toepassing van deze richtlijn zijn beroepswerkzaamheden van architect die welke gewoonlijk onder de beroepstitel van architect worden uitgeoefend.

2.  De onderdanen van een lidstaat die gerechtigd zijn de beroepstitel van architect te voeren uit hoofde van een wet waarbij aan de bevoegde autoriteit van een lidstaat de bevoegdheid wordt gegeven deze titel te verlenen aan onderdanen van de lidstaten die zich in het bijzonder hebben onderscheiden door de kwaliteit van hun prestaties in de architectuur, worden geacht te voldoen aan de voorwaarden die worden gesteld voor het uitoefenen van de werkzaamheden van architect onder de beroepstitel van architect. De architecturale aard van de werkzaamheden van de betrokkenen blijkt uit een certificaat dat door hun lidstaat van oorsprong is afgegeven.

Artikel 49

Specifieke verworven rechten van architecten

1.   ►C2  Elke lidstaat erkent de in bijlage VI bedoelde opleidingstitels van architect ◄ die door de andere lidstaten zijn afgegeven ter afsluiting van een opleiding waarmee uiterlijk gedurende het in de genoemde bijlage opgenomen referentieacademiejaar is begonnen, ook al voldoen zij niet aan de in artikel 46 bedoelde minimumeisen, door daaraan met betrekking tot de toegang tot en de uitoefening van de beroepswerkzaamheden van architect op zijn grondgebied hetzelfde rechtsgevolg toe te kennen als aan de door hemzelf afgegeven opleidingstitels van architect.

De verklaringen van de bevoegde autoriteiten van de Bondsrepubliek Duitsland als bewijs van de respectieve gelijkwaardigheid van de na 8 mei 1945 door de bevoegde autoriteiten van de Duitse Democratische Republiek afgegeven opleidingstitels aan de in de genoemde bijlage opgenomen titels, worden onder deze voorwaarden erkend.

▼M9

1 bis.  Lid 1 is eveneens van toepassing op de in bijlage V opgesomde opleidingstitels van architect indien de opleiding is aangevangen vóór 18 januari 2016.

▼B

2.   ►C2  Onverminderd de eerste alinea erkent elke lidstaat, door daaraan met betrekking tot de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van architect onder de beroepstitel van architect ◄ op zijn grondgebied hetzelfde rechtsgevolg toe te kennen als aan de door hemzelf afgegeven opleidingstitels, de verklaringen die aan onderdanen van de lidstaten zijn afgegeven door lidstaten die op de volgende tijdstippen een regeling kennen voor de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van architect:

a) 1 januari 1995 voor Oostenrijk, Finland en Zweden;

b) 1 mei 2004 voor Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije;

▼M8

ba) 1 juli 2013 voor Kroatië;

▼B

c) 5 augustus 1987 voor de overige lidstaten.

De in lid 1 bedoelde verklaringen bevestigen dat de houder ervan uiterlijk op deze datum toestemming heeft gekregen om de beroepstitel van architect te voeren, en dat hij in het kader van deze regeling de betrokken werkzaamheden tijdens de vijf jaar die aan de afgifte van die verklaringen voorafgaan gedurende ten minste drie opeenvolgende jaren daadwerkelijk heeft uitgeoefend.

▼M9

3.  Elke lidstaat verbindt op zijn grondgebied aan de volgende opleidingstitel wat de toegang tot en uitoefening van de betrokken beroepswerkzaamheden betreft, dezelfde gevolgen als aan de opleidingstitels die door deze lidstaat zelf worden afgegeven: opleidingstitel na afsluiting van de driejarige opleiding aan de „Fachhochschulen” van de Bondsrepubliek Duitsland die sinds 5 augustus 1985 bestaat en niet later dan 17 januari 2014 is aangevangen, voldoet aan de eisen van artikel 46, lid 2, en in die lidstaat toegang geeft tot de in artikel 48 bedoelde werkzaamheden onder de beroepstitel van architect, voor zover deze opleiding wordt aangevuld met een periode van beroepservaring van vier jaar in de Bondsrepubliek Duitsland, waarvan het bewijs wordt geleverd door een certificaat dat is afgegeven door de bevoegde autoriteit waarbij de architect die voor de bepalingen van deze richtlijn in aanmerking wil komen, op de ledenlijst is ingeschreven.



HOOFDSTUK III bis

Automatische erkenning op basis van gemeenschappelijke opleidingsbeginselen

Artikel 49 bis

Gemeenschappelijk opleidingskader

1.  Voor de toepassing van dit artikel wordt onder een „gemeenschappelijk opleidingskader” verstaan een voor de uitoefening van een specifiek beroep vereist gemeenschappelijk geheel van minimumkennis, vaardigheden en competenties. Een gemeenschappelijk opleidingskader komt niet in de plaats van nationale opleidingsprogramma’s, tenzij een lidstaat op grond van het nationale recht anders bepaalt. Met het oog op de toegang tot en de uitoefening van een beroep in lidstaten waar dat beroep gereglementeerd is, verbindt een lidstaat op zijn grondgebied aan de op basis van een dergelijk opleidingskader verworven opleidingstitels dezelfde gevolgen als aan de opleidingstitels die door deze lidstaat zelf worden afgegeven, voor zover dit opleidingskader aan de in lid 2 vastgestelde voorwaarden voldoet.

2.  Een gemeenschappelijk opleidingskader voldoet aan de volgende voorwaarden:

a) het gemeenschappelijk opleidingskader maakt een grotere mobiliteit van beroepsbeoefenaren tussen de lidstaten mogelijk;

b) het beroep waarop het gemeenschappelijk opleidingskader van toepassing is, is gereglementeerd of de opleiding die toegang verleent tot het beroep is gereglementeerd in ten minste een derde van de lidstaten;

c) het gemeenschappelijk geheel van kennis, vaardigheden en competenties verenigt de in de onderwijs- en opleidingsstelsels van ten minste een derde van de lidstaten vereiste kennis, vaardigheden en competenties; het komt er niet op aan of de betrokken kennis, vaardigheden en competenties in het kader van een algemene opleiding aan een universiteit of een instelling voor hoger onderwijs dan wel in het kader van een beroepsopleiding in de lidstaten zijn verworven;

d) het gemeenschappelijk opleidingskader is gebaseerd op de kwalificatieniveaus van het Europees kwalificatiekader, zoals vastgelegd in bijlage II van de aanbeveling van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 tot vaststelling van een Europees kwalificatiekader voor een leven lang leren ( 27 );

e) het betrokken beroep valt onder geen ander gemeenschappelijk opleidingskader en valt evenmin onder de automatische erkenning krachtens titel III, hoofdstuk III;

f) het gemeenschappelijk opleidingskader is vastgesteld na een transparante procedure, met betrokkenheid van de desbetreffende belanghebbenden uit lidstaten waar het beroep niet is gereglementeerd;

g) het gemeenschappelijk opleidingskader biedt de onderdanen van alle lidstaten de mogelijkheid de beroepskwalificaties uit hoofde van dit kader te verwerven, zonder dat zij vooraf lid hoeven te zijn van een beroepsorganisatie of bij een dergelijke organisatie geregistreerd hoeven te zijn.

3.  Representatieve beroepsorganisaties op het niveau van de Unie, alsook nationale beroepsorganisaties of bevoegde autoriteiten uit ten minste een derde van de lidstaten kunnen de Commissie voorstellen voorleggen voor gemeenschappelijke opleidingskaders die aan de in lid 2 vastgestelde voorwaarden voldoen.

4.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 57 quater gedelegeerde handelingen vast te stellen om een gemeenschappelijk opleidingskader voor een bepaald beroep vast te stellen op basis van de in lid 2 van dit artikel vastgestelde voorwaarden.

5.  Een lidstaat wordt vrijgesteld van de verplichting om op zijn grondgebied het in lid 4 bedoelde gemeenschappelijk opleidingskader vast te stellen, alsook van de verplichting om automatische erkenning aan uit hoofde van dit gemeenschappelijk opleidingskader verworven beroepskwalificaties te verlenen, indien aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

a) op zijn grondgebied zijn er geen onderwijs- of opleidingsinstellingen die een dergelijke opleiding voor het betrokken beroep aanbieden;

b) de invoering van het gemeenschappelijk opleidingskader zou nadelige gevolgen hebben voor de organisatie van zijn onderwijs- en opleidingsstelsel;

c) tussen het gemeenschappelijk opleidingskader en de opleiding die op zijn grondgebied vereist is, zijn er wezenlijke verschillen die ernstige risico’s inhouden voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of de veiligheid van de afnemers van de diensten of de bescherming van het milieu.

6.  De lidstaten stellen de Commissie en de andere lidstaten binnen zes maanden na de inwerkingtreding van de in lid 4 bedoelde gedelegeerde handeling in kennis van:

a) de nationale beroepskwalificaties en, indien van toepassing, de nationale beroepstitels die aan het gemeenschappelijk opleidingskader voldoen; of

b) het eventuele gebruik van de in lid 5 bedoelde vrijstelling, met een motivering die aantoont aan welke in dat lid genoemde voorwaarden is voldaan. Indien de Commissie van oordeel is dat een lidstaat niet of onvoldoende heeft aangetoond dat aan een van deze voorwaarden is voldaan, kan zij binnen vier maanden om nadere verduidelijking vragen. De lidstaat geeft binnen drie maanden na die vraag tot verduidelijking antwoord.

De Commissie kan een uitvoeringshandeling vaststellen om een lijst op te maken van de nationale beroepskwalificaties en de nationale beroepstitels die krachtens het overeenkomstig lid 4 vastgestelde gemeenschappelijk opleidingskader automatisch erkend worden.

7.  Dit artikel is ook van toepassing op specialismen van een beroep, mits deze specialismen beroepswerkzaamheden betreffen waartoe de toegang of waarvan de uitoefening in de lidstaten gereglementeerd is, indien het beroep reeds krachtens titel III, hoofdstuk III, automatisch erkend wordt maar het specialisme in kwestie niet.

Artikel 49 ter

Gemeenschappelijke opleidingsproeven

1.  Voor de toepassing van dit artikel wordt onder een gemeenschappelijke opleidingsproef verstaan een gestandaardiseerde proeve van bekwaamheid die in alle deelnemende lidstaten beschikbaar is en voorbehouden is voor houders van bepaalde beroepskwalificaties. Een dergelijke met goed gevolg in een lidstaat afgelegde proef geeft de houder van een bepaalde beroepskwalificatie het recht het beroep in om het even welke ontvangende lidstaat uit te oefenen onder dezelfde voorwaarden als de houders van in die lidstaat verworven beroepskwalificaties.

2.  De gemeenschappelijke opleidingsproef voldoet aan de volgende voorwaarden:

a) de gemeenschappelijke opleidingsproef maakt een grotere mobiliteit van beroepsbeoefenaren tussen de lidstaten mogelijk;

b) het beroep waarop de gemeenschappelijke opleidingsproef van toepassing is, is gereglementeerd, of de opleiding die toegang verleent tot het betrokken beroep is in ten minste een derde van de lidstaten gereglementeerd;

c) de gemeenschappelijke opleidingsproef is vastgesteld na een transparante procedure, met betrokkenheid van de desbetreffende belanghebbenden uit lidstaten waar het beroep niet is gereglementeerd;

d) de gemeenschappelijke opleidingsproef biedt onderdanen van alle lidstaten de mogelijkheid om aan dergelijke proeven deel te nemen en dergelijke proeven te organiseren, zonder dat zij vooraf lid hoeven te zijn van een beroepsorganisatie of bij een dergelijke organisatie geregistreerd hoeven te zijn.

3.  Representatieve beroepsorganisaties op Unieniveau, alsook nationale beroepsorganisaties of bevoegde instanties uit ten minste een derde van de lidstaten kunnen de Commissie voorstellen voorleggen voor gemeenschappelijke opleidingsproeven die aan de in lid 2 vastgestelde voorwaarden voldoen.

4.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 57 quater gedelegeerde handelingen vast te stellen om de inhoud van een gemeenschappelijke opleidingsproef en de voorwaarden voor het afleggen van en het slagen voor de proeven vast te stellen.

5.  Een lidstaat wordt vrijgesteld van de verplichting om op zijn grondgebied de in lid 4 bedoelde gemeenschappelijke opleidingsproeven te organiseren, alsook van de verplichting om automatische erkenning te verlenen aan beroepsbeoefenaren die voor de gemeenschappelijke opleidingsproef zijn geslaagd, indien aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

a) het betrokken beroep is op zijn grondgebied niet gereglementeerd;

b) de inhoud van de gemeenschappelijke opleidingsproef beperkt in onvoldoende mate ernstige risico’s voor de volksgezondheid of de veiligheid van de afnemers van de diensten die op zijn grondgebied van belang zijn;

c) de inhoud van de gemeenschappelijke opleidingsproef zou de toegang tot het beroep aanzienlijk minder aantrekkelijk maken in vergelijking met de nationale eisen.

6.  De lidstaten stellen de Commissie en de andere lidstaten binnen zes maanden na de inwerkingtreding van de in lid 4 bedoelde gedelegeerde handeling in kennis van:

a) de beschikbare capaciteit voor het organiseren van dergelijke proeven; of

b) elk gebruik van de in lid 5 bedoelde vrijstelling, met een motivering die aantoont aan welke in dat lid genoemde voorwaarden is voldaan. Indien de Commissie van oordeel is dat een lidstaat niet of onvoldoende heeft aangetoond dat aan een van deze voorwaarden is voldaan, kan zij binnen drie maanden om nadere verduidelijking vragen. De lidstaat geeft binnen drie maanden na die vraag tot verduidelijking antwoord.

De Commissie kan een uitvoeringshandeling vaststellen om een lijst op te maken van de lidstaten waar de overeenkomstig lid 4 goedgekeurde gemeenschappelijke opleidingsproeven zullen worden georganiseerd, van de frequentie in een kalenderjaar en andere regelingen die nodig zijn voor het organiseren van gemeenschappelijke opleidingsproeven in alle lidstaten.

▼B



HOOFDSTUK IV

Gemeenschappelijke bepalingen inzake vestiging

Artikel 50

Documenten en formaliteiten

1.  Wanneer de bevoegde autoriteiten van de ontvangende lidstaat overeenkomstig deze titel over een aanvraag tot uitoefening van het betrokken gereglementeerde beroep beslissen, kunnen zij de in bijlage VII genoemde documenten en certificaten verlangen.

De in bijlage VII, punt 1, onder d), e) en f), bedoelde documenten mogen bij overlegging niet ouder dan drie maanden zijn.

De lidstaten, instellingen en andere rechtspersonen dragen er zorg voor dat de inhoud van de verstrekte informatie geheim blijft.

2.  In geval van gegronde twijfel kan de ontvangende lidstaat de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat vragen om bevestiging van de echtheid van de in die andere lidstaat afgegeven getuigschriften en opleidingstitels, alsmede, in voorkomend geval, om bevestiging dat de begunstigde voor de beroepen in hoofdstuk III van deze titel voldoet aan de minimumopleidingseisen van de artikelen 24, 25, 28, 31, 34, 35, 38, 40, 44 en 46.

3.  In geval van gegronde twijfel, wanneer opleidingstitels zoals omschreven in artikel 3, lid 1, onder c), zijn afgegeven door een bevoegde autoriteit in een lidstaat en een opleiding omvatten die geheel of gedeeltelijk is gevolgd in een rechtmatig op het grondgebied van een andere lidstaat gevestigde instelling, mag de ontvangende lidstaat bij de bevoegde autoriteit in de lidstaat waar het diploma vandaan komt, nagaan

a) of de opleidingscysclus aan de instelling die de opleiding heeft verzorgd, officieel is gecertificeerd door de onderwijsinstelling die gevestigd is in de lidstaat vanwaar het diploma afkomstig is,

b) of de opleidingstitel dezelfde is als de titel die zou zijn verleend indien de opleiding in zijn geheel was gevolgd in de de lidstaat vanwaar het diploma afkomstig is, en

c) of de opleidingstitel dezelfde beroepsrechten verleent op het grondgebied van de lidstaat vanwaar het diploma afkomstig is.

▼M9

3 bis.  In geval van gegronde twijfel kan de ontvangende lidstaat de bevoegde autoriteiten van een lidstaat om een bevestiging verzoeken dat de aanvrager geen tijdelijk of permanent verbod heeft tot beroepsuitoefening als gevolg van ernstige beroepsfouten of strafrechtelijke veroordelingen die betrekking hebben op de uitoefening van een van zijn beroepsactiviteiten.

3 ter.  Uitwisseling van informatie tussen bevoegde autoriteiten van verschillende lidstaten krachtens dit artikel vindt plaats via het Informatiesysteem interne markt (IMI).

▼B

4.  Wanneer een ontvangende lidstaat verlangt dat zijn onderdanen voor de toegang tot of de uitoefening van een gereglementeerd beroep een eed of gelofte afleggen en de formule van deze eed of gelofte niet door onderdanen van de andere lidstaten kan worden gebruikt, ziet hij erop toe dat de betrokkenen een passende gelijkwaardige formule kunnen gebruiken.

Artikel 51

Procedure voor de onderlinge erkenning van beroepskwalificaties

1.  De bevoegde autoriteit van de ontvangende lidstaat bevestigt binnen één maand de ontvangst van het dossier van de aanvrager en deelt in voorkomend geval mee welke documenten ontbreken.

2.  De procedure voor de behandeling van een aanvraag om een gereglementeerd beroep te mogen uitoefenen, moet zo spoedig mogelijk, in ieder geval uiterlijk drie maanden na de indiening van het volledige dossier van de aanvrager door een met redenen omkleed besluit van de bevoegde autoriteit van de ontvangende lidstaat worden afgesloten. Deze uiterste datum kan echter met één maand worden verlengd in gevallen die onder de hoofdstukken I en II van deze titel vallen.

3.  Tegen dit besluit, of tegen het uitblijven ervan gedurende de gestelde termijn, kan bij een nationale rechterlijke autoriteit beroep worden aangetekend.

Artikel 52

Voeren van een beroepstitel

1.  Wanneer in een ontvangende lidstaat voorschriften gelden voor het voeren van de beroepstitel voor een van de werkzaamheden van het betrokken beroep, voeren de onderdanen van de andere lidstaten die op grond van titel III gerechtigd zijn een gereglementeerd beroep uit te oefenen, de beroepstitel die in de ontvangende lidstaat met dit beroep overeenkomt, en maken zij gebruik van de eventuele afkorting van deze titel.

2.  Wanneer een beroep in de ontvangende lidstaat is gereglementeerd door een vereniging of organisatie zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, mogen de onderdanen van de lidstaten de door die organisatie of vereniging verleende beroepstitel of de afkorting daarvan uitsluitend gebruiken indien zij het bewijs overleggen dat zij lid van die organisatie of vereniging zijn.

Wanneer de vereniging of organisatie het lidmaatschap afhankelijk stelt van bepaalde kwalificaties, mag zij deze kwalificaties slechts overeenkomstig de bepalingen van deze richtlijn eisen van onderdanen van andere lidstaten die over beroepskwalificaties beschikken.

▼M9

3.  Een lidstaat mag het voeren van de beroepstitel niet voorbehouden aan de houders van de beroepskwalificaties indien deze lidstaat heeft nagelaten de Commissie en de andere lidstaten overeenkomstig artikel 3, lid 2, in kennis te stellen van de vereniging of organisatie.

▼B



TITEL IV

WIJZE VAN UITOEFENING VAN HET BEROEP

▼M9

Artikel 53

Talenkennis

1.  De beroepsbeoefenaren die erkenning van beroepskwalificaties hebben verkregen, dienen te beschikken over de talenkennis die voor de uitoefening van hun beroep in de ontvangende lidstaat vereist is.

2.  De lidstaten zien erop toe dat eventuele controles die worden uitgevoerd door of onder toezicht van een voor de controle op de naleving van de verplichting uit hoofde van lid 1 bevoegde autoriteit beperkt blijven tot de kennis van één officiële taal van de ontvangende lidstaat, of tot één administratieve taal van de ontvangende lidstaat mits deze ook een officiële taal van de Unie is.

3.  Overeenkomstig lid 2 uitgevoerde controles mogen worden opgelegd indien het uit te oefenen beroep implicaties voor de veiligheid van de patiënt heeft. Ten aanzien van andere beroepen mogen controles worden opgelegd in gevallen waar er ernstige en concrete twijfel over bestaat of de beroepsbeoefenaar over voldoende talenkennis beschikt voor de beroepswerkzaamheden die hij wil uitoefenen.

Er mogen slechts controles worden uitgevoerd na de afgifte van een Europese beroepskaart overeenkomstig lid 4 quinquies of, in voorkomend geval, na de erkenning van een beroepskwalificatie.

4.  Elke controle van talenkennis dient evenredig te zijn met de uit te oefenen activiteit. De beroepsbeoefenaar kan tegen deze taalcontrole beroep aantekenen krachtens het nationale recht.

▼B

Artikel 54

Voeren van de academische titels

Onverminderd de artikelen 7 en 52, ziet de ontvangende lidstaat erop toe dat de betrokkenen het recht hebben gebruik te maken van academische titels die hun verleend zijn in de lidstaat van oorsprong, en eventueel van de afkorting daarvan, in de taal van de lidstaat van herkomst. De ontvangende lidstaat kan voorschrijven dat deze titel wordt gevolgd door de naam en de plaats van de instelling of van de examencommissie die de titel heeft verleend. Wanneer een academische titel van de lidstaat van oorsprong in de ontvangende lidstaat kan worden verward met een titel waarvoor in laatstgenoemde lidstaat een aanvullende opleiding is vereist die de begunstigde niet heeft gevolgd, kan de ontvangende lidstaat voorschrijven dat de begunstigde een academische titel van de lidstaat van oorsprong voert in een door de ontvangende lidstaat aangegeven passende vorm.

Artikel 55

Overeenkomsten op het gebied van de ziektekostenverzekering

Onverminderd artikel 5, lid 1, en artikel 6, eerste alinea, onder b), verlenen de lidstaten die van degenen die op hun grondgebied hun beroepskwalificaties hebben verworven, eisen dat zij een voorbereidende stage volbrengen en/of een periode van beroepservaring doorlopen om bij een ziektekostenverzekering te kunnen worden gecontracteerd, vrijstelling van deze verplichting aan de houders van in een andere lidstaat verworven beroepskwalificaties van arts of beoefenaar van de tandheelkunde.

▼M9

Artikel 55 bis

Erkenning van beroepsstages

1.  Indien de voor toegang tot een gereglementeerd beroep in de lidstaat van oorsprong een beroepsstage moet worden volbracht, erkent de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong, wanneer zij een verzoek om toelating om het gereglementeerde beroep uit te oefenen, in overweging neemt, beroepsstages die in een andere lidstaat gevolgd zijn, mits de stage in overeenstemming is met de in lid 2 bedoelde gepubliceerde richtsnoeren, en houdt zij rekening met een in een derde land gevolgde beroepsstage. De lidstaten mogen evenwel de duur van het deel van de beroepsstage die in het buitenland mag worden gevolgd, krachtens hun nationale wetgeving tot een redelijke periode beperken.

2.  De erkenning van de beroepsstage komt niet in de plaats van het afleggen van een eventuele voor de toegang tot het beroep in kwestie vereiste proef. De bevoegde autoriteiten publiceren richtsnoeren voor de organisatie en de erkenning van beroepsstages die in een andere lidstaat of in een derde land worden gevolgd, met name betreffende de rol van de supervisor van de beroepsstage.



▼M9

TITEL V

ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING EN VERANTWOORDELIJKHEID TEN AANZIEN VAN DE BURGER BIJ DE UITVOERING

▼B

Artikel 56

Bevoegde autoriteiten

1.  De bevoegde autoriteiten van de ontvangende lidstaat en van de lidstaat van oorsprong werken nauw samen en verlenen elkaar wederzijds bijstand bij de toepassing van deze richtlijn. Zij zien toe op de vertrouwelijkheid van de door hen uitgewisselde informatie.

▼M9

2.  De bevoegde autoriteiten van de ontvangende lidstaat en van de lidstaat van oorsprong wisselen informatie uit over genomen tuchtrechtelijke maatregelen of strafrechtelijke sancties en over alle andere specifieke ernstige feiten die van invloed kunnen zijn op de uitoefening van werkzaamheden in het kader van deze richtlijn. Daarbij nemen zij de wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens in Richtlijn 95/46/EG en Richtlijn 2002/58/EG in acht.

▼B

De lidstaat van oorsprong gaat de juistheid van deze feiten na; zijn autoriteiten bepalen de aard en de omvang van het in te stellen onderzoek, en stellen de ontvangende lidstaat in kennis van de consequenties die zij daaruit trekken ten aanzien van de verstrekte informatie.

▼M9

2 bis.  Voor de toepassing van de leden 1 en 2 gebruiken de bevoegde autoriteiten het IMI.

▼B

3.  Elke lidstaat wijst uiterlijk op 20 oktober 2007 de bevoegde autoriteiten en instellingen aan die gemachtigd zijn de opleidingstitels en andere documenten of informatie te verstrekken of te ontvangen, alsmede die welke gemachtigd zijn de aanvragen te ontvangen en de in deze richtlijn bedoelde besluiten te nemen, en stellen de andere lidstaten en de Commissie onverwijld hiervan in kennis.

▼M9

4.  Elke lidstaat wijst een coördinator voor de werkzaamheden van de in lid 1 bedoelde bevoegde autoriteiten aan en stelt de andere lidstaten en de Commissie hiervan in kennis.

De coördinator heeft de volgende taken:

a) een éénvormige toepassing van deze richtlijn bevorderen;

b) alle informatie verzamelen die voor de toepassing van deze richtlijn van nut is, zoals informatie over de toegangsvoorwaarden voor gereglementeerde beroepen in de lidstaten;

c) suggesties voor gemeenschappelijke opleidingskaders en gemeenschappelijke opleidingsproeven onderzoeken;

d) informatie en beste praktijken uitwisselen teneinde de permanente professionele ontwikkeling in de lidstaten te optimaliseren;

e) informatie en beste praktijken uitwisselen over de toepassing van de in artikel 14 bedoelde compenserende maatregelen.

Voor de uitvoering van de onder b) van dit lid bedoelde taak kan de coördinator een beroep doen op de in artikel 57 ter bedoelde assistentiecentra.

▼M9

Artikel 56 bis

Waarschuwingsmechanisme

1.  De bevoegde autoriteiten van een lidstaat brengen de bevoegde autoriteiten van alle andere lidstaten op de hoogte van een beroepsbeoefenaar die van een nationale overheid of rechtbank een beperking of verbod, ook tijdelijk, gekregen heeft op het uitoefenen van de volgende beroepsactiviteiten of een gedeelte daarvan:

a) arts en huisarts, houder van een in bijlage V, punten 5.1.1 en 5.1.4, bedoelde opleidingstitel;

b) medisch specialist, houder van een in bijlage V, punt 5.1.3, bedoelde titel;

c) verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger, houder van een in bijlage V, punt 5.2.2, bedoelde opleidingstitel;

d) beoefenaar der tandheelkunde, houder van een in bijlage V, punt 5.3.2, bedoelde opleidingstitel;

e) gespecialiseerd beoefenaar der tandheelkunde, houder van een in bijlage V, punt 5.3.3, bedoelde opleidingstitel;

f) dierenarts, houder van een in bijlage V, punt 5.4.2, bedoelde opleidingstitel;

g) verloskundige, houder van een in bijlage V, punt 5.5.2, bedoelde opleidingstitel;

h) apotheker, houder van een in bijlage V, punt 5.6.2, bedoelde opleidingstitel;

i) houders van een in bijlage VII, punt 2, vermeld certificaat ten bewijze dat de houder een opleiding heeft afgerond die aan de minimumopleidingseisen in de artikelen 24, 25, 31, 34, 35, 38, 40, of 44 voldoet, maar is aangevat vóór de in bijlage V, punten 5.1.3, 5.1.4, 5.2.2, 5.3.2, 5.3.3, 5.4.2, 5.5.2 en 5.6.2, vermelde referentiedata;

j) houders van een certificaat van verworven rechten als bedoeld in de artikelen 23, 27, 29, 33, 33 bis, 37, 43 en 43 bis;

k) andere beroepsbeoefenaren die activiteiten met implicaties voor de veiligheid van patiënten uitoefenen, indien de beroepsbeoefenaar een beroep uitoefent dat in die lidstaat gereglementeerd is;

l) beroepsbeoefenaren die activiteiten uitoefenen in verband met de opvoeding van minderjarigen, ook in de kinderopvang en het voor- en vroegschoolse onderwijs, indien de beroepsbeoefenaar een beroep uitoefent dat in die lidstaat gereglementeerd is.

2.  De bevoegde autoriteiten zenden de in lid 1 bedoelde informatie door middel van een waarschuwing via het IMI binnen drie dagen na het nemen van het besluit dat de betrokken beroepsbeoefenaar een verbod of beperking op het uitoefenen van de beroepsactiviteit of een gedeelte daarvan oplegt, toe. Deze informatie blijft beperkt tot het volgende:

a) de identiteit van de beroepsbeoefenaar;

b) het betreffende beroep;

c) informatie over de nationale autoriteit of rechtbank die het besluit tot beperking of verbod heeft genomen;

d) de reikwijdte van de beperking of het verbod; en

e) de periode gedurende welke de beperking of het verbod van kracht is.

3.  De bevoegde autoriteiten van een betrokken lidstaat stellen de bevoegde autoriteiten van alle andere lidstaten binnen drie dagen nadat de rechtbank het besluit heeft genomen, door middel van een waarschuwing via het IMI in kennis van de identiteit van beroepsbeoefenaren die krachtens deze richtlijn een aanvraag tot erkenning van een kwalificatie hebben ingediend en die daarna in dit verband door een rechtbank schuldig zijn bevonden aan het gebruik van valse opleidingstitels.

4.  De verwerking van persoonsgegevens met het oog op het uitwisselen van informatie als bedoeld in de leden 1 en 3 vindt plaats overeenkomstig de Richtlijnen 95/46/EG en 2002/58/EG. De verwerking van persoonsgegevens door de Commissie gebeurt overeenkomstig Verordening (EG) nr. 45/2001.

5.  De bevoegde autoriteiten van alle lidstaten worden onverwijld in kennis gesteld wanneer een verbod of beperking als bedoeld in lid 1 afloopt. Daartoe moet de bevoegde autoriteit van de lidstaat die de informatie overeenkomstig lid 1 verstrekt, zowel de einddatum als een eventuele wijziging daarvan meedelen.

6.  De lidstaten bepalen dat de beroepsbeoefenaar over wie een waarschuwing naar de andere lidstaten wordt verzonden, op het zelfde ogenblik als de waarschuwing zelf schriftelijk in kennis gesteld wordt van het waarschuwingsbesluit en tegen dit besluit overeenkomstig het nationale recht beroep kan aantekenen of een verzoek om rectificatie van het besluit kan indienen en toegang heeft tot rechtsmiddelen met betrekking tot alle schade die door een onjuiste waarschuwing van andere lidstaten is toegebracht; in deze gevallen wordt het besluit over de waarschuwing aangevuld met de verwijzing dat de beroepsbeoefenaar er een procedure tegen heeft ingeleid.

7.  Gegevens met betrekking tot waarschuwingen mogen slechts in het IMI worden verwerkt zolang zij van kracht zijn. Waarschuwingen worden binnen drie dagen nadat het besluit tot intrekking is genomen of zodra het verbod of de beperking als bedoeld in lid 1 afloopt, gewist.

8.  De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast voor de toepassing van het waarschuwingsmechanisme. Die uitvoeringshandelingen omvatten bepalingen betreffende de voor het verzenden of ontvangen van waarschuwingen bevoegde autoriteiten en het beëindigen of intrekken van waarschuwingen, en maatregelen om de gegevensbeveiliging te verzekeren. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 58, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

▼M9

Artikel 57

Centrale online toegang tot informatie

1.  De lidstaten zien erop toe dat onderstaande informatie online beschikbaar is via de één-loketten als bedoeld in artikel 6 van Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt ( 28 ), en regelmatig wordt bijgewerkt:

a) een lijst van alle gereglementeerde beroepen in de lidstaat, met inbegrip van de contactgegevens van de voor elk gereglementeerd beroep bevoegde autoriteiten en de in artikel 57 ter bedoelde assistentiecentra;

b) een lijst van de beroepen waarvoor een Europese beroepskaart beschikbaar is, de werking van die kaart, met inbegrip van alle kosten die daaraan voor de beroepsbeoefenaren verbonden zijn, en de bevoegde autoriteiten die ze afgeven;

c) een lijst van alle beroepen waarvoor de lidstaat artikel 7, lid 4, toepast krachtens de nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen;

d) een lijst van de gereglementeerde opleidingen en opleidingen met een bijzondere structuur als bedoeld in artikel 11, onder c), ii);

e) de in de artikelen 7, 50, 51 en 53 bedoelde vereisten en procedures voor de in de lidstaat gereglementeerde beroepen, met inbegrip van alle kosten die daaraan voor de burgers verbonden zijn en de documenten die deze bij de bevoegde autoriteiten moeten indienen;

f) hoe volgens de nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen beroep kan worden aangetekend tegen een krachtens deze richtlijn genomen besluit van een bevoegde autoriteit.

2.  De lidstaten zien erop toe dat de in lid 1 bedoelde informatie op een voor de gebruikers duidelijke en grondige manier wordt verstrekt, gemakkelijk op afstand en met elektronische middelen toegankelijk is en bijgewerkt wordt.

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat elk verzoek om informatie gericht aan het één-loket zo spoedig mogelijk wordt beantwoordt.

4.  De lidstaten en de Commissie stellen begeleidende maatregelen vast om de één-loketten ertoe aan te moedigen de in lid 1 bedoelde informatie in andere officiële talen van de Unie beschikbaar te stellen. Dit laat de wetgeving van lidstaten inzake het gebruik van talen op hun grondgebied onverlet.

5.  De lidstaten werken met elkaar en met de Commissie samen ten behoeve van de uitvoering van de leden 1, 2 en 4.

▼M9

Artikel 57 bis

Elektronische procedures

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat alles wat betrekking heeft op vereisten, procedures en formaliteiten inzake aangelegenheden die onder deze richtlijn vallen, eenvoudig, op afstand en met elektronische middelen via het betrokken één-loket of de betrokken bevoegde autoriteiten kan worden afgewikkeld. Dit belet de bevoegde autoriteiten van de lidstaten niet om in een latere fase voor eensluidend gewaarmerkte afschriften te vragen indien zij gegronde twijfels hebben en indien dit strikt noodzakelijk is.

2.  Lid 1 is niet van toepassing op het uitvoeren van een aanpassingsstage of een proeve van bekwaamheid.

3.  Wanneer het gerechtvaardigd is dat de lidstaten voor de afhandeling van de in lid 1 van dit artikel bedoelde procedures geavanceerde elektronische handtekeningen als gedefinieerd in artikel 2, punt 2, van Richtlijn 1999/93/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 1999 betreffende een gemeenschappelijk kader voor elektronische handtekeningen ( 29 ) verlangen, aanvaarden de lidstaten elektronische handtekeningen overeenkomstig Beschikking 2009/767/EG van de Commissie van 16 oktober 2009 inzake maatregelen voor een gemakkelijker gebruik van elektronische procedures via het één-loket in het kader van Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende diensten op de interne markt ( 30 ) en voorzien zij in technologische maatregelen om de bij Besluit 2011/130/EU van de Commissie van 25 februari 2011 tot vaststelling van minimumvoorschriften voor de grensoverschrijdende verwerking van documenten die door de bevoegde autoriteiten elektronisch zijn ondertekend krachtens Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende diensten op de interne markt ( 31 ) vastgestelde formats voor geavanceerde e-handtekeningen te verwerken.

4.  Alle procedures worden uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van artikel 8 van Richtlijn 2006/123/EG met betrekking tot de één-loketten. De in artikel 7, lid 4, en artikel 51 van deze richtlijn vastgestelde proceduretermijnen beginnen te lopen op het moment waarop een burger een aanvraag of eventuele ontbrekende documenten bij een één-loket of rechtstreeks bij de desbetreffende bevoegde autoriteit indient. Een verzoek om voor eensluidend gewaarmerkte afschriften als bedoeld in lid 1 van dit artikel wordt niet als een verzoek om ontbrekende documenten beschouwd.

Artikel 57 ter

Assistentiecentra

1.  Elke lidstaat wijst uiterlijk op 18 januari 2016 een assistentiecentrum aan dat tot taak heeft de burger alsook de assistentiecentra van de andere lidstaten bij te staan in verband met de erkenning van beroepskwalificaties overeenkomstig deze richtlijn, onder meer met informatie over de nationale wetgeving inzake beroepen en de uitoefening hiervan, de sociale wetgeving en, in voorkomend geval, de beroepsregels.

2.  De assistentiecentra in de ontvangende lidstaten ondersteunen de burgers bij de uitoefening van de krachtens deze richtlijn verleende rechten, onder meer, in voorkomend geval, door samenwerking met het assistentiecentrum in de lidstaat van oorsprong en met de bevoegde autoriteiten en de één-loketten in de ontvangende lidstaat.

3.  Alle bevoegde autoriteiten in de lidstaat van oorsprong of de ontvangende lidstaat werken ten volle samen met het assistentiecentrum in de ontvangende lidstaat en, in voorkomend geval, in de lidstaat van oorsprong, en verstrekken deze assistentie centrale relevante informatie over individuele gevallen indien zij daarom verzoeken en met inachtneming van de gegevensbeschermingsregels van Richtlijnen 95/46/EG en 2002/58/EG.

4.  De assistentiecentra stellen de Commissie op haar verzoek binnen twee maanden na ontvangst van dit verzoek in kennis van de onderzoeken die zij in behandeling hebben.

Artikel 57 quater

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 3, lid 2, derde alinea, artikel 20, artikel 21, lid 6, tweede alinea, artikel 21 bis, lid 4, artikel 25, lid 5, artikel 26, tweede alinea, artikel 31, lid 2, tweede alinea, artikel 34, lid 2, tweede alinea, artikel 35, leden 4 en 5, artikel 38, lid 1, tweede alinea, artikel 40, lid 1, derde alinea, artikel 44, lid 2, tweede alinea, artikel 49 bis, lid 4, en artikel 49 ter, lid 4, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van 17 januari 2014. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 3, lid 2, derde alinea, artikel 20, artikel 21, lid 6, tweede alinea, artikel 21 bis, lid 4, artikel 25, lid 5, artikel 26, tweede alinea, artikel 31, lid 2, tweede alinea, artikel 34, lid 2, tweede alinea, artikel 35, leden 4 en 5, artikel 38, lid 1, tweede alinea, artikel 40, lid 1, derde alinea, artikel 44, lid 2, tweede alinea, artikel 49 bis, lid 4, en artikel 49 ter, lid 4, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdige kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

5.  Een overeenkomstig artikel 3, lid 2, derde alinea, artikel 20, artikel 21, lid 6, tweede alinea, artikel 21 bis, lid 4, artikel 25, lid 5, artikel 26, tweede alinea, artikel 31, lid 2, tweede alinea, artikel 34, lid 2, tweede alinea, artikel 35, leden 4 en 5, artikel 38, lid 1, tweede alinea, artikel 40, lid 1, derde alinea, artikel 44, lid 2, tweede alinea, artikel 49 bis, lid 4, en artikel 49 ter, lid 4, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

▼M9

Artikel 58

Comitéprocedure

1.  De Commissie wordt bijgestaan door een Comité voor de erkenning van beroepskwalificaties. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 59

Transparantie

1.  De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 18 januari 2016 in kennis van een lijst van de bestaande gereglementeerde beroepen, met vermelding van de activiteiten die onder elk beroep vallen, en een lijst van de gereglementeerde opleidingen en de opleidingen met een bijzondere structuur als bedoeld in artikel 11, onder c), ii), op hun grondgebied. Elke wijziging in die lijsten wordt onverwijld meegedeeld aan de Commissie. De Commissie ontwikkelt en onderhoudt een voor het publiek toegankelijke databank met gereglementeerde beroepen, inclusief een algemene omschrijving van de activiteiten die onder elk beroep vallen.

2.  De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 18 januari 2016 in kennis van de lijst van de beroepen waarvoor een voorafgaande controle van de kwalificaties krachtens artikel 7, lid 4, noodzakelijk is. De lidstaten verstrekken de Commissie voor elk beroep afzonderlijk een motivering voor de opname ervan in die lijst.

3.  De lidstaten onderzoeken of de eisen in hun nationale rechtsorde die de toegang tot of de uitoefening van een bepaald beroep beperken tot de houders van bepaalde beroepskwalificaties, inclusief het voeren van beroepstitels en de beroepsactiviteiten die de titel toelaat, in dit artikel „eisen” genoemd, verenigbaar zijn met de volgende beginselen:

a) de eisen zijn direct noch indirect discriminerend op grond van nationaliteit of verblijfplaats;

b) de eisen zijn gerechtvaardigd om een dwingende reden van algemeen belang;

c) de eisen zijn aangepast aan het bereiken van het beoogde doel en gaan niet verder dan wat nodig is om dat doel te bereiken.

4.  Lid 1 is ook van toepassing op beroepen die in een lidstaat gereglementeerd zijn door een vereniging of organisatie in de zin van artikel 3, lid 2, en op alle eisen met betrekking tot lidmaatschap van die verenigingen of organisaties.

5.  Uiterlijk op 18 januari 2016 verstrekken de lidstaten de Commissie informatie over de eisen die ze willen handhaven en de redenen waarom die eisen volgens hen in overeenstemming zijn met lid 3. De lidstaten verstrekken binnen zes maanden na de vaststelling van de maatregel informatie over de eisen die ze nadien hebben ingevoerd en de redenen waarom deze eisen volgens hen in overeenstemming zijn met lid 3.

6.  Uiterlijk op 18 januari 2016 en vervolgens om de twee jaar brengen de lidstaten eveneens aan de Commissie verslag uit over de eisen die zijn ingetrokken of versoepeld.

7.  De Commissie stuurt de in lid 6 bedoelde verslagen door naar de andere lidstaten, die hun opmerkingen binnen zes maanden indienen. Binnen dezelfde termijn van zes maanden raadpleegt de Commissie de belanghebbenden, inclusief de betrokken beroepen.

8.  De Commissie maakt een samenvattend verslag van de door de lidstaten verstrekte informatie voor de groep van coördinatoren ingesteld bij Besluit 2007/172/EG van de Commissie van 19 maart 2007 tot oprichting van de Groep van coördinatoren voor de erkenning van beroepskwalificaties ( 32 ), die opmerkingen kan maken.

9.  In het licht van de in de leden 7 en 8 bedoelde opmerkingen legt de Commissie uiterlijk op 18 januari 2017 haar definitieve bevindingen voor aan het Europees Parlement en de Raad, eventueel vergezeld van voorstellen voor verdere initiatieven.

▼B



TITEL VI

OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 60

Verslagen

1.  Na 20 oktober 2007 leggen de lidstaten aan de Commissie om de twee jaar een verslag over de toepassing van het ingevoerde stelsel voor. Behalve algemene toelichtingen bevat dat verslag een statistisch overzicht van de genomen besluiten, alsmede een beschrijving van de voornaamste problemen die uit de toepassing van de richtlijn voortvloeien.

▼M9

Vanaf 18 januari 2016 bevat het in de eerste alinea bedoelde statistisch overzicht van de genomen besluiten gedetailleerde informatie over het aantal en de soorten besluiten die krachtens deze richtlijn zijn genomen, met inbegrip van de soorten besluiten over gedeeltelijke toegang die overeenkomstig artikel 4 septies door de bevoegde autoriteiten zijn genomen en een beschrijving van de voornaamste problemen die uit de toepassing van deze richtlijn voortvloeien.

▼M9

2.  Uiterlijk op 18 januari 2019 en vervolgens om de vijf jaar publiceert de Commissie een verslag over de uitvoering van deze richtlijn.

In het eerste van die verslagen wordt vooral aandacht besteed aan de nieuwe elementen in deze richtlijn en wordt met name het volgende bekeken:

a) de werking van de Europese beroepskaart;

b) de modernisering van de kennis, vaardigheden en competenties voor de beroepen die onder titel III, hoofdstuk III, vallen, met inbegrip van de in artikel 31, lid 7, bedoelde lijst van competenties;

c) de werking van de gemeenschappelijke opleidingskaders en de gemeenschappelijke opleidingsproeven onderzoeken;

d) de resultaten van het krachtens Roemeense wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vastgestelde speciale moderniseringsprogramma voor houders van de in artikel 33 bis genoemde opleidingstitels en houders van postsecundaire opleidingstitels, teneinde te beoordelen of de huidige bepalingen betreffende het stelsel van verworven rechten dat op de Roemeense opleidingstitel van verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger van toepassing is, aan herziening toe is.

De lidstaten verstrekken alle nodige informatie voor de opstelling van dat verslag.

▼B

Artikel 61

Afwijkingsclausule

Indien zich bij de toepassing van een bepaling van deze richtlijn voor een lidstaat op bepaalde terreinen ernstige moeilijkheden voordoen, onderzoekt de Commissie deze moeilijkheden samen met die lidstaat.

▼M9

In voorkomend geval stelt de Commissie een uitvoeringshandeling vast om de betrokken lidstaat toe te staan gedurende een bepaalde periode af te wijken van de toepassing van de desbetreffende bepaling.

▼B

Artikel 62

Intrekking

De Richtlijnen 77/452/EEG, 77/453/EEG, 78/686/EEG, 78/687/EEG, 78/1026/EEG, 78/1027/EEG, 80/154/EEG, 80/155/EEG, 85/384/EEG, 85/432/EEG, 85/433/EEG, 89/48/EEG, 92/51/EEG, 93/16/EEG en 1999/42/EG worden met ingang van 20 oktober 2007 ingetrokken. De verwijzingen naar de ingetrokken richtlijnen worden geacht te verwijzen naar de onderhavige richtlijn, en laten de besluiten die op grond van de ingetrokken richtlijnen zijn aangenomen, onverlet.

Artikel 63

Omzetting

De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 20 oktober 2007 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

Artikel 64

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 65

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.




BIJLAGE I

Lijst van beroepsverenigingen of -organisaties die voldoen aan de voorwaarden van artikel 3, lid 2

IERLAND ( 33 )

1. The Institute of Chartered Accountants in Ireland ( 34 )

2. The Institute of Certified Public Accountants in Ireland (34) 

3. The Association of Certified Accountants (34) 

4. Institution of Engineers of Ireland

5. Irish Planning Institute

VERENIGD KONINKRIJK

1. Institute of Chartered Accountants in England and Wales

2. Institute of Chartered Accountants of Scotland

3. Institute of Chartered Accountants in Ireland

4. Chartered Association of Certified Accountants

5. Chartered Institute of Loss Adjusters

6. Chartered Institute of Management Accountants

7. Institute of Chartered Secretaries and Administrators

8. Chartered Insurance Institute

9. Institute of Actuaries

10. Faculty of Actuaries

11. Chartered Institute of Bankers

12. Institute of Bankers in Scotland

13. Royal Institution of Chartered Surveyors

14. Royal Town Planning Institute

15. Chartered Society of Physiotherapy

16. Royal Society of Chemistry

17. British Psychological Society

18. Library Association

19. Institute of Chartered Foresters

20. Chartered Institute of Building

21. Engineering Council

22. Institute of Energy

23. Institution of Structural Engineers

24. Institution of Civil Engineers

25. Institution of Mining Engineers

26. Institution of Mining and Metallurgy

27. Institution of Electrical Engineers

28. Institution of Gas Engineers

29. Institution of Mechanical Engineers

30. Institution of Chemical Engineers

31. Institution of Production Engineers

32. Institution of Marine Engineers

33. Royal Institution of Naval Architects

34. Royal Aeronautical Society

35. Institute of Metals

36. Chartered Institution of Building Services Engineers

37. Institute of Measurement and Control

38. British Computer Society

▼M9 —————

▼B




BIJLAGE IV

Werkzaamheden die verband houden met de beroepservaringscategorieën bedoeld in de artikelen 17, 18 en 19

Lijst I

Klassen die vallen onder Richtlijn 64/427/EEG, zoals gewijzigd bij Richtlijn 69/77/EEG, en onder de Richtlijnen 68/366/EEG en 82/489/EEG

1   Richtlijn 64/427/EEG



Klasse

23

Textielnijverheid

232

Verwerking van textielstoffen op machines ter bewerking van wol

233

Verwerking van textielstoffen op machines ter bewerking van katoen

234

Verwerking van textielstoffen op machines ter bewerking van zijde

235

Verwerking van textielstoffen op machines ter bewerking van linnen en hennep

236

Verwerking van andere textielvezels (jute en harde vezels), touwfabrieken

237

Tricot- en kousenindustrie

238

Textielveredeling

239

Overige textielnijverheid

Klasse

24

Vervaardiging van schoenen, kleding, beddengoed, matrassen e.d.

241

Schoenindustrie (met uitzondering van rubber- en houten schoenen)

242

Schoenmakerijen en -reparatiebedrijven

243

Vervaardiging van kleding en huishoudgoederen (met uitzondering van bontkleding)

244

Bedden- en matrassenmakerijen en dekenstikkerijen

245

Pelsbereiderijen en bontwerkerijen

Klasse

25

Verwerking van hout en kurk (met uitzondering van de vervaardiging van houten meubelen)

251

Zagerijen, schaverijen

252

Fabrieken van houten halffabrikaten

253

Timmer- en parketvloerenfabrieken (seriefabricage)

254

Hout-emballagefabrieken

255

Vervaardiging van andere houtwaren (behalve meubels)

259

Riet-, stro-, kurk- en borstelwarenfabrieken

Klasse

26

260 Meubelfabrieken en meubelmakersbedrijven (geen rieten of stalen meubelen)

Klasse

27

Vervaardiging van papier en papierwaren

271

Houtslijp- en cellulosefabrieken; papier- en kartonfabrieken

272

Papierwaren- en kartonnagefabrieken (vervaardiging van artikelen uit papierstof, papier en karton)

Klasse

28

280 Grafische nijverheid, uitgeverijen

Klasse

29

Vervaardiging van leder en lederwaren

291

Leerlooierijen

292

Lederwarenfabrieken

Ex klasse

30

Rubberfabrieken, asbestfabrieken, kunststofverwerkende industrie, fabrieken van synthetische vezels, zetmeelfabrieken

301

Rubber- en asbestfabrieken

302

Kunststofverwerkende industrie

303

Kunstmatige en synthetische continugaren- en vezelfabrieken

Ex klasse

31

Chemische industrie

311

Chemische grondstoffenfabrieken; geïntegreerde fabrieken voor de vervaardiging en verwerking van chemische grondstoffen

312

Gespecialiseerde fabrieken voor de vervaardiging van chemische grondstoffen voor industriële of agrarische toepassing (hieraan moet worden toegevoegd: de vervaardiging van industriële oliën en vetten van plantaardige of dierlijke oorsprong behorende bij groep 312 ISIC)

313

Gespecialiseerde fabrieken van chemische verbruiksgoederen (wordt hier uitgesloten: de vervaardiging van geneesmiddelen en farmaceutische producten, ex groep 319 ISIC)

Klasse

32

320 Aardolie-industrie

Klasse

33

Verwerking van minerale producten (met uitzondering van metalen

331

Baksteen- en dakpannenfabrieken e.d.

332

Glas- en glaswarenfabrieken

333

Aardewerkfabrieken, vuurvast-materiaalfabrieken

334

Cement-, kalk- en gipsfabrieken

335

Bouwelementen- en -platenfabrieken e.d.

339

Bewerking van natuursteen en van overige niet-metalen mineralen

Klasse

34

Vervaardiging en eerste bewerking van ferro- en non-ferrometalen

341

IJzer- en staalindustrie (volgens EGKS-Verdrag met inbegrip van cokesovens verbonden aan hoogovens)

342

Stalen-buizenfabrieken

343

Trekkerijen en koudwalserijen

344

Vervaardiging en bewerking van non-ferrometalen

345

Gieterijen (ijzer-, staal en non-ferrometalen)

Klasse

35

Vervaardiging van producten uit metaal (met uitzondering van machines en transportmiddelen)

351

Smederijen (excl. kettingfabrieken, gereedschapsfabrieken en ambachtelijke smeden); vervaardiging van zwaar pers- en stampwerk

352

Fabrieken van licht pers- en stampwerk, façondraaiwerk, sintermetaal, oppervlaktebewerking van metaal

353

Constructiewerkplaatsen (vervaardiging en montage ter plaatse)

354

Ketel- en reservoirbouw

355

Gereedschappen-, ijzer-, staal- en andere metaalwarenfabrieken

359

Gereedschapsslijperijen, dorpssmederijen en lasinrichtingen

Klasse

36

Machinebouw

361

Landbouwmachine- en -tractorenfabrieken

362

Kantoormachinefabrieken

363

Metaalbewerkingsmachinefabrieken, vervaardiging van mechanische hand- en machinegereedschappen

364

Textielmachine- en onderdelenfabrieken, naaimachinefabrieken

365

Fabrieken van machines en apparaten voor de voedings- en genotmiddelenindustrie, de chemische en verwante industrieën

366

Fabrieken van machines en installaties voor de mijnbouw, de metallurgische industrie en de bouwnijverheid; hijs- en hefwerktuigenfabrieken

367

Fabrieken van tandwielen, lagers en andere overbrengingsmechanismen

368

Overige fabrieken van machines voor bepaalde bedrijfstakken

369

Overige machinebouw

Klasse

37

Elektrotechnische industrie

371

Elektrische draad- en kabelfabrieken

372

Fabrieken van elektromotoren, -generatoren en -transformatoren en van schakel- en installatiemateriaal

373

Fabrieken van elektrische apparaten en toestellen voor industriële toepassing

374

Telecommunicatie- en signaalapparatenfabrieken; fabrieken van elektrische meetinstrumenten en medische apparaten

375

Fabrieken van elektronische apparaten, van radio- en televisietoestellen en van elektroakoestische apparaten

376

Fabrieken van huishoudelijke elektrische apparaten

377

Gloeilampen-, buizen- en verlichtingsartikelenfabrieken

378

Accumulatoren- en batterijfabrieken

379

Reparatie, montage en technische installatie van elektrotechnische producten

Ex klasse

38

Transportmiddelenindustrie

383

Automobielbouw; auto-onderdelenfabrieken

384

Auto- en (motor)rijwielreparatiebedrijven

385

Rijwiel- en motorrijwielfabrieken; fabrieken van rijwiel- en motorrijwielonderdelen

389

Overige transportmiddelenindustrie

Klasse

39

Fijnmechanische en optische industrie; nijverheidsbedrijven niet elders genoemd

391

Fijnmechanische industrie

392

Medische- en orthopedische-artikelenfabrieken (met uitzondering van fabrieken van orthopedisch schoeisel)

393

Optische-artikelenfabrieken; foto- en filmapparatenfabrieken

394

Klokken- en uurwerkfabrieken en -reparatiebedrijven

395

Goud- en zilversmederijen; diamantnijverheid

396

Muziekinstrumentenfabrieken en -reparatiebedrijven

397

Speelgoed- en sportartikelenfabrieken

399

Overige nijverheidsbedrijven

Klasse

40

Bouwnijverheid

400

Algemene bouwnijverheid (zonder bepaalde specialisatie), slopersbedrijven

401

Burgerlijke en utiliteitsbouw (bouw van woningen en andere gebouwen)

402

Water-, spoor- en wegenbouw; cultuurtechnische werken

403

Installatiebedrijven

404

Bouwbedrijven voor de afwerking van gebouwen

2   Richtlijn 68/366/EEG



Klasse

20A

200 Vervaardiging van dierlijke en plantaardige oliën en vetten

20B

Voedingsmiddelennijverheid

201

Slachterijen en vervaardiging van vleeswaren en vleesconserven

202

Zuivel- en melkproductenfabrieken

203

Groente- en fruitverwerkende industrie

204

Visbewerkingsinrichtingen

205

Maalbedrijven, meelfabrieken, pellerijen

206

Brood-, beschuit-, banket-, koek- en biscuitfabrieken

207

Suikerfabrieken en -raffinaderijen

208

Cacao-, chocolade- en suikerwerkfabrieken

209

Overige voedingsmiddelenfabrieken

Klasse

21

Vervaardiging van dranken

211

Ethylalcohol- (fermentatieproduct) fabrieken, gistfabrieken, branderijen en distilleerderijen

212

Vervaardiging van wijnen en van moutvrije, alcoholische dranken

213

Bierbrouwerijen en mouterijen

214

Vervaardiging van mineraalwater en alcoholvrije dranken

Ex 30

Vervaardiging van rubber, plastische materialen, kunst- en synthetische vezels en zetmeelproducten

304

Vervaardiging van zetmeelproducten

3   Richtlijn 82/489/EEG



Ex 855

Kapsalons (met uitzondering van de werkzaamheden van de pedicure en opleidingsinstituten voor schoonheidsspecialist)

Lijst II

Klassen die vallen onder de Richtlijnen 75/368/EEG, 75/369/EEG en 82/470/EEG

1   Richtlijn 75/368/EEG (activiteiten bedoeld in artikel 5, lid 1)



Ex 04

Visserij

043

Visserij op de binnenwateren

Ex 38

Vervaardiging van transportmaterieel

381

Scheepsbouw en herstelling van schepen

382

Vervaardiging van spoorwegmaterieel

386

Vliegtuigbouw (met inbegrip van de bouw van ruimtevaartmaterieel)

Ex 71

Hulpdiensten van het vervoer en andere diensten dan vervoer vallende onder de volgende groepen

Ex 711

Exploitatie van slaap- en restauratiewagens; onderhoud van spoorwegmaterieel in de reparatiewerkplaatsen; schoonmaken van de wagons

Ex 712

Onderhoud van materieel voor stads-, voorstads- en interlokaal vervoer van personen

Ex 713

Onderhoud van ander materieel voor personenvervoer over de weg (zoals auto's, autobussen en taxi's)

Ex 714

Exploitatie en onderhoud van kunstwerken ten behoeve van het wegvervoer (zoals wegen, tunnels en bruggen met tolheffing, autobusstations, parkings, autobusgarages en tramremises)

Ex 716

Hulpdiensten van de binnenvaart (zoals exploitatie en onderhoud van waterwegen, havens en andere kunstwerken voor de binnenvaart; slepen en loodsen in havens, betonning, lossen en laden van schepen en andere overeenkomstige werkzaamheden, zoals berging van schepen, jagen, exploitatie van botenloodsen)

73

Communicatiediensten: posterijen en telecommunicatie

Ex 85

Persoonlijke diensten

854

Wasserijen, stomerijen en ververijen

Ex 856

Fotostudio's: portretfotografie en fotografie voor handelsdoeleinden, met uitzondering van persfotografie

Ex 859

Persoonlijke diensten, niet elders ingedeeld (alleen onderhoud en schoonhouden van gebouwen of lokalen)

2   Richtlijn 75/369/EEG (artikel 6: indien de werkzaamheid als een industriële of ambachtelijke activiteit wordt beschouwd)

Ambulante uitoefening van de volgende werkzaamheden:

a) de koop en verkoop

 van goederen door venters en colporteurs (ex groep 612 ISIC);

 van goederen op overdekte markten anders dan in vaste inrichtingen en op niet-overdekte markten;

b) de werkzaamheden waarvoor reeds aangenomen overgangsmaatregelen gelden, doch waarin de ambulante vorm van deze werkzaamheden uitdrukkelijk wordt uitgesloten of niet wordt vermeld.

3   Richtlijn 82/470/EEG (artikel 6, leden 1 en 3)

De bedoelde werkzaamheden bestaan met name in:

 het organiseren, aanbieden en verkopen, tegen een forfaitair bedrag of tegen provisie, van de afzonderlijke of gecoördineerde elementen van een reis of verblijf (vervoer, logies, voeding, excursie enz.), ongeacht de reden van de reis of het verblijf (artikel 2, punt B, onder a));

 het als tussenpersoon optreden tussen ondernemers van de verschillende takken van vervoer en personen die goederen verzenden of zich goederen laten toezenden, en het verrichten van verschillende daarmee samenhangende werkzaamheden door:

 

aa) het sluiten, voor rekening van opdrachtgevers, van de overeenkomsten met de vervoerondernemers;

bb) het kiezen van de tak van vervoer, de onderneming en de route die voor de opdrachtgever het voordeligst worden geacht;

cc) de technische voorbereiding van het vervoer (bijvoorbeeld de voor het vervoer noodzakelijke verpakking); het verrichten van diverse bijkomende werkzaamheden tijdens het vervoer (bijvoorbeeld het voorzien van koelwagens met ijs);

dd) het vervullen van de aan het vervoer verbonden formaliteiten zoals het invullen van de vrachtbrieven, het groeperen en splitsen van zendingen;

ee) het coördineren van de verschillende gedeelten van een transport middels het toezicht op de doorvoer, de wederverzending, de overlading en diverse eindverrichtingen;

ff) het bezorgen van respectievelijk vracht aan de vervoerondernemers en vervoergelegenheid aan personen die goederen verzenden of zich goederen laten toezenden:

 het berekenen van de vervoerkosten, het nazien van de afrekening;

 het uit naam en voor rekening van een reder of een ondernemer van transporten over zee permanent of incidenteel verrichten van bepaalde formaliteiten (bij havenautoriteiten, scheepsleveranciers enz.).

[werkzaamheden in artikel 2, punt A, onder a), b) of d)]

Lijst III

Richtlijnen 64/222/EEG, 68/364/EEG, 68/368/EEG, 75/368/EEG, 75/369/EEG, 70/523/EEG en 82/470/EEG

1   Richtlijn 64/222/EEG

1. Niet in loondienst verrichte werkzaamheden welke onder de groothandel ressorteren, met uitzondering van die welke ressorteren onder de groothandel in geneesmiddelen en farmaceutische producten, in giftige producten en ziekteverwekkende agentia en in steenkool (groep ex 611).

2. Werkzaamheden van de tussenpersoon die op grond van een of meer opdrachten belast is met het inleiden of afsluiten van handelstransacties op naam en voor rekening van derden.

3. Werkzaamheden van de tussenpersoon die, zonder hiermede blijvend belast te zijn, personen die rechtstreeks contracten willen afsluiten met elkaar in contact brengt, of de handelstransacties inleidt, dan wel bij de afsluiting daarvan zijn diensten verleent.

4. Werkzaamheden van de tussenpersoon die op eigen naam voor rekening van derden handelstransacties afsluit.

5. Werkzaamheden van de tussenpersoon die voor rekening van derden groothandelsveilingen houdt.

6. Werkzaamheden van de tussenpersoon die van huis tot huis bestellingen opneemt.

7. Het beroepshalve verrichten van diensten door een tussenpersoon in loondienst van een of meer ondernemingen op het gebied van handel, industrie of ambacht.

2   Richtlijn 68/364/EEG

Ex groep ISIC 612: Kleinhandel

Uitgesloten werkzaamheden:



012

Verhuur van landbouwmachines

640

Onroerende goederen, verhuur

713

Verhuur van automobielen, rijtuigen en paarden

718

Verhuur van spoorwegrijtuigen en -wagons

839

Verhuur van machines voor handelsfirma's

841

Plaatsbespreking voor bioscopen en verhuur van films

842

Plaatsbespreking voor theaters en verhuur van theateruitrusting

843

Verhuur van boten, verhuur van rijwielen, verhuur van automaten

853

Verhuur van gemeubileerde kamers

854

Verhuur van gewassen linnengoed

859

Verhuur van kleding

3   Richtlijn 68/368/EEG

Ex klasse 85 ISIC



1.

Restaurants en slijterijen (groep 852 ISIC).

2.

Hotels, pensions en dergelijke inrichtingen, kampeerterreinen (groep 853 ISIC).

4   Richtlijn 75/368/EEG (artikel 7)



Ex 62

Banken en andere financiële instellingen

Ex 620

Octrooimakelaars en ondernemingen die zich bezighouden met de uitkering van vergoedingen uit licenties

Ex 71

Vervoer

Ex 713

Reizigersvervoer over de weg, met uitzondering van vervoer met motorvoertuigen

Ex 719

Exploitatie van leidingen bestemd voor het vervoer van vloeibare koolwaterstoffen en andere vloeibare chemische stoffen

Ex 82

Diensten tot nut van het algemeen

827

Bibliotheken, musea, plantentuinen en dierentuinen

Ex 84

Recreatie

843

Diensten op recreatief gebied, niet elders ingedeeld:

— sportactiviteiten (sportterreinen, organisatie van sportieve ontmoetingen enz.), met uitzondering van de werkzaamheden van sportleraren;

— spelen (renstallen, speelterreinen, renbanen enz.);

— andere recreatieve activiteiten (circussen, lunaparken en andere amusementsbedrijven enz.)

Ex 85

Persoonlijke diensten

Ex 851

Huishoudelijke diensten

Ex 855

Schoonheidsinstituten en manicure, met uitzondering van de werkzaamheden van de pedicure en opleidingsinstituten voor schoonheidsspecialist en kapper

Ex 859

Persoonlijke diensten, niet elders ingedeeld, met uitzondering van die van sport- en paramedische masseurs en van berggidsen, als volgt ingedeeld:

— ontsmetting en bestrijding van ongedierte;

— verhuur van kleding en bewaring van voorwerpen;

— huwelijksbemiddeling en soortgelijke diensten;

— waarzeggerij en soortgelijke werkzaamheden;

— hygiënische diensten en aanverwante werkzaamheden;

— begrafenisondernemingen en onderhoud van kerkhoven;

— reisleiders en toeristentolken

5   Richtlijn 75/369/EEG (artikel 5)

Ambulante uitoefening van de volgende werkzaamheden:

a) de koop en verkoop van goederen:

 door venters en colporteurs (ex groep 612 ISIC);

 op overdekte markten anders dan in vaste inrichtingen en op niet-overdekte markten;

b) de werkzaamheden waarvoor reeds aangenomen overgangsmaatregelen gelden, doch waarin de ambulante vorm van deze werkzaamheden uitdrukkelijk wordt uitgesloten of niet wordt vermeld.

6   Richtlijn 70/523/EEG

Niet in loondienst verrichte werkzaamheden welke onder de groothandel in steenkool ressorteren en werkzaamheden van tussenpersonen op het gebied van steenkool (ex groep 6112 ISIC).

7   Richtlijn 82/470/EEG (artikel 6, lid 2)

[Activiteiten genoemd in artikel 2, punt A, onder c) of e), punt B, onder b), punten C en D.]

Deze werkzaamheden bestaan met name in:

 het in huur geven van spoorwegwagons of -rijtuigen voor het vervoer van reizigers of goederen;

 het als tussenpersoon optreden bij de aankoop, de verkoop of de verhuur van schepen;

 het voorbereiden van, onderhandelen over en sluiten van overeenkomsten voor het vervoer van emigranten;

 het in entrepots, pakhuizen, meubelopslagplaatsen, koelhuizen, silo's enz., al dan niet onder douanetoezicht, voor rekening van de bewaargever in bewaring nemen van alle voorwerpen en goederen;

 het aan de bewaargever afgeven van een titel voor het in bewaring ontvangen voorwerp of goed;

 het verschaffen van verblijfsruimte, voeder en verkoopruimte voor vee dat hetzij voor de verkoop, hetzij onderweg naar of van de markt in tijdelijke bewaring wordt gegeven;

 het verrichten van de technische controle of expertise van motorrijtuigen;

 het meten, wegen en ijken van goederen.




BIJLAGE V

Erkenning op basis van de coördinatie van de minimumopleidingseisen

V.1.   ARTS

5.1.1.   Opleidingstitels van artsen met een basisopleiding



Land

Opleidingstitel

Uitreikende instelling

Certificaat bij de opleidingstitel

Referentiedatum

België/Belgique/ Belgien

Diploma van arts/Diplôme de docteur en médecine

— Les universités/De universiteiten

— Le Jury compétent d'enseignement de la Communauté française/De bevoegde Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap

 

20 december 1976

▼M1

България

Диплома за висше образование на образователно-квалификационна степен „магистър” по „Медицина” и професионална квалификация „Магистър-лекар”

Медицински факултет във Висше медицинско училище (Медицински университет, Висш медицински институт в Република България)

 

1 januari 2007

▼B

Česká republika

Diplom o ukončení studia ve studijním programu všeobecné lékařství (doktor medicíny, MUDr.)

Lékářská fakulta univerzity v České republice

— Vysvědčení o státní rigorózní zkoušce

1 mei 2004

Danmark

Bevis for bestået lægevidenskabelig embedseksamen

Medicinsk universitetsfakultet

— Autorisation som læge, udstedt af Sundhedsstyrelsen og

— Tilladelse til selvstændigt virke som læge (dokumentation for gennemført praktisk uddannelse), udstedt af Sundhedsstyrelsen

20 december 1976

Deutschland

— Zeugnis über die Ärztliche Prüfung

— Zeugnis über die Ärztliche Staatsprüfung und Zeugnis über die Vorbereitungszeit als Medizinalassistent, soweit diese nach den deutschen Rechtsvorschriften noch für den Abschluss der ärztlichen Ausbildung vorgesehen war

Zuständige Behörden

 

20 december 1976

Eesti

Diplom arstiteaduse õppekava läbimise kohta

Tartu Ülikool

 

1 mei 2004

Ελλάς

Πτυχίo Iατρικής

— Iατρική Σχoλή Παvεπιστημίoυ,

— Σχoλή Επιστημώv Υγείας, Τμήμα Iατρικής Παvεπιστημίoυ

 

1 januari 1981

España

Título de Licenciado en Medicina y Cirugía

— Ministerio de Educación y Cultura

— El rector de una Universidad

 

1 januari 1986

France

Diplôme d'Etat de docteur en médecine

Universités

 

20 december 1976

▼M8

Hrvatska

Diploma 'doktor medicine/doktorica medicine

Medicinski fakulteti sveučilišta u Republici Hrvatskoj

 

1 juli 2013

▼B

Ireland

Primary qualification

Competent examining body

Certificate of experience

20 december 1976

Italia

Diploma di laurea in medicina e chirurgia

Università

Diploma di abilitazione all'esercizio della medicina e chirurgia

20 december 1976

Κύπρος

Πιστοποιητικό Εγγραφής Ιατρού

Ιατρικό Συμβούλιο

 

1 mei 2004

Latvija

ārsta diploms

Universitātes tipa augstskola

 

1 mei 2004

Lietuva

Aukštojo mokslo diplomas, nurodantis suteiktą gydytojo kvalifikaciją

Universitetas

Internatūros pažymėjimas, nurodantis suteiktą medicinos gydytojo profesinę kvalifikaciją

1 mei 2004

Luxembourg

Diplôme d'Etat de docteur en médecine, chirurgie et accouchements,

Jury d'examen d'Etat

Certificat de stage

20 december 1976

Magyarország

Általános orvos oklevél (doctor medicinae univer- sae, röv.: dr. med. univ.)

Egyetem

 

1 mei 2004

Malta

Lawrja ta' Tabib tal-Medi- ċina u l-Kirurġija

Universita’ ta' Malta

Ċertifikat ta' reġistrazzjoni maħruġ mill-Kunsill Mediku

1 mei 2004

Nederland

Getuigschrift van met goed gevolg afgelegd artsexamen

Faculteit Geneeskunde

 

20 december 1976

Österreich

1.  Urkunde über die Verleihung des akademischen Grades Doktor der gesamten Heilkunde (bzw. Doctor medicinae universae, Dr.med.univ.)

1.  Medizinische Fakultät einer Universität

 

1 januari 1994

2.  Diplom über die spezifische Ausbildung zum Arzt für Allgemeinmedizin bzw. Facharztdiplom

2.  Österreichische Ärztekammer

Polska

Dyplom ukończenia studiów wyższych na kierunku lekarskim z tytułem „lekarza”

1.  Akademia Medyczna

2.  Uniwersytet Medyczny

3.  Collegium Medicum Uniwersytetu Jagiellońskiego

Lekarski Egzamin Państwowy

1 mei 2004

Portugal

Carta de Curso de licenciatura em medicina

Universidades

Diploma comprovativo da conclusão do internato geral emitido pelo Ministério da Saúde

1 januari 1986

▼M1

România

Diplomă de licență de doctor medic

Universități

 

1 januari 2007

▼B

Slovenija

Diploma, s katero se podeljuje strokovni naslov „doktor medicine/doktorica medicine”

Univerza

 

1 mei 2004

Slovensko

Vysokoškolský diplom o udelení akademického titulu „doktor medicíny” („MUDr.”)

Vysoká škola

 

1 mei 2004

Suomi/ Finland

Lääketieteen lisensiaatin tutkinto/Medicine licentiatexamen

— Helsingin yliopisto/Helsingfors universitet

— Kuopion yliopisto

— Oulun yliopisto

— Tampereen yliopisto

— Turun yliopisto

Todistus lääkärin perusterveydenhuollon lisäkoulutuksesta/Examenbevis om tilläggsutbildning för läkare inom primärvården

1 januari 1994

Sverige

Läkarexamen

Universitet

Bevis om praktisk utbildning som utfärdas av Socialstyrelsen

1 januari 1994

United Kingdom

Primary qualification

Competent examining body

Certificate of experience

20 december 1976

5.1.2.   Opleidingstitels van medische specialisten



Land

Opleidingstitel

Uitreikende instelling

Referentiedatum

België/Belgique/ Belgien

Bijzondere beroepstitel van geneesheer-specialist/Titre professionnel particulier de médecin spécialiste

Minister bevoegd voor Volksgezondheid/Ministre de la Santé publique

20 december 1976

▼M1

България

Свидетелство за призната специалност

Медицински университет, Висш медицински институт или

Военномедицин-ска академия

1 januari 2007

▼B

Česká republika

Diplom o specializaci

Ministerstvo zdravotnictví

1 mei 2004

Danmark

Bevis for tilladelse til at betegne sig som speciallæge

Sundhedsstyrelsen

20 december 1976

Deutschland

Fachärztliche Anerkennung

Landesärztekammer

20 december 1976

Eesti

Residentuuri lõputunnistus eriarstiabi erialal

Tartu Ülikool

1 mei 2004

Ελλάς

Τίτλoς Iατρικής Ειδικότητας

1.  Νoμαρχιακή Αυτoδιoίκηση

1 januari 1981

2.  Νoμαρχία

España

Título de Especialista

Ministerio de Educación y Cultura

1 januari 1986

France

1.  Certificat d'études spéciales de médecine

1.  Universités

20 december 1976

2.  Attestation de médecin spécialiste qualifié

2.  Conseil de l'Ordre des médecins

3.  Certificat d'études spéciales de médecine

3.  Universités

4.  Diplôme d'études spécialisées ou spécialisation complémentaire qualifiante de médecine

4.  Universités

▼M8

Hrvatska

Diploma o specijalističkom usavršavanju

Ministarstvo nadležno za zdravstvo

1 juli 2013

▼B

Ireland

Certificate of Specialist doctor

Competent authority

20 december 1976

Italia

Diploma di medico specialista

Università

20 december 1976

Κύπρος

Πιστοποιητικό Αναγνώρισης Ειδικότητας

Ιατρικό Συμβούλιο

1 mei 2004

Latvija

„Sertifikāts”—kompetentu iestāžu izsniegts dokuments, kas apliecina, ka persona ir nokārtojusi sertifikācijas eksāmenu specialitātē

Latvijas Ārstu biedrība

Latvijas Ārstniecības personu profesionālo organizāciju savienība

1 mei 2004

Lietuva

Rezidentūros pažymėjimas, nurodantis suteiktą gydytojo specialisto profesinę kvalifikaciją

Universitetas

1 mei 2004

Luxembourg

Certificat de médecin spécialiste

Ministre de la Santé publique

20 december 1976

Magyarország

Szakorvosi bizonyítvány

Az Egészségügyi, Szociális és Családügyi Minisztérium illetékes testülete

1 mei 2004

Malta

Ċertifikat ta' Speċjalista Mediku

Kumitat ta' Approvazzjoni dwar Speċjalisti

1 mei 2004

Nederland

Bewijs van inschrijving in een Specialistenregister

— Medisch Specialisten Registratie Commissie (MSRC) van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst

— Sociaal-Geneeskundigen Registratie Commissie van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst

20 december 1976

Österreich

Facharztdiplom

Österreichische Ärztekammer

1 januari 1994

Polska

Dyplom uzyskania tytułu specjalisty

Centrum Egzaminów Medycznych

1 mei 2004

Portugal

1.  Grau de assistente

1.  Ministério da Saúde

1 januari 1986

2.  Titulo de especialista

2.  Ordem dos Médicos

▼M1

România

Certificat de medic specialist

Ministerul Sănătății Publici

1 januari 2007

▼B

Slovenija

Potrdilo o opravljenem specialističnem izpitu

1.  Ministrstvo za zdravje

1 mei 2004

2.  Zdravniška zbornica Slovenije

Slovensko

Diplom o špecializácii

Slovenská zdravotnícka univerzita

1 mei 2004

Suomi/ Finland

Erikoislääkärin tutkinto/Specialläkarexamen

1.  Helsingin yliopisto/Helsingfors universitet

1 januari 1994

2.  Kuopion yliopisto

3.  Oulun yliopisto

4.  Tampereen yliopisto

5.  Turun yliopisto

Sverige

Bevis om specialkompetens som läkare, utfärdat av Socialstyrelsen

Socialstyrelsen

1 januari 1994

United Kingdom

Certificate of Completion of specialist training

Competent authority

20 december 1976

▼M1

5.1.3.   Benamingen van opleidingen tot medisch specialist



Land

Anesthesie

Minimale opleidingsduur: 3 jaar

Heelkunde

Minimale opleidingsduur: 5 jaar

Benaming

Benaming

Belgique/België/Belgien

Anesthésie-réanimation/Anesthesie reanimatie

Chirurgie/Heelkunde

България

Анестезиология и интензивно лечение

Хирургия

Česká republika

Anesteziologie a resuscitace

Chirurgie

Danmark

Anæstesiologi

Kirurgi eller kirurgiske sygdomme

Deutschland

Anästhesiologie

(Allgemeine) Chirurgie

Eesti

Anestesioloogia

Üldkirurgia

Ελλάς

Αvαισθησιoλoγία

Χειρoυργική

España

Anestesiología y Reanimación

Cirugía general y del aparato digestivo

France

Anesthésiologie-Réanimation chirurgicale

Chirurgie générale

▼M8

Hrvatska

Anesteziologija, reanimatologija i intenzivna medicina

Opća kirurgija

▼M1

Ireland

Anaesthesia

Cirugía general

Italia

Anestesia e rianimazione

Chirurgia generale

Κύπρος

Αναισθησιολογία

Γενική Χειρουργική

Latvija

Anestezioloģija un reanimatoloģija

Ķirurģija

Lietuva

Anesteziologija reanimatologija

Chirurgija

Luxembourg

Anesthésie-réanimation

Chirurgie générale

Magyarország

Aneszteziológia és intenzív terápia

Sebészet

Malta

Anesteżija u Kura Intensiva

Kirurġija Ġenerali

Nederland

Anesthesiologie

Heelkunde

Österreich

Anästhesiologie und Intensivmedizin

Chirurgie

Polska

Anestezjologia i intensywna terapia

Chirurgia ogólna

Portugal

Anestesiologia

Cirurgia geral

România

Anestezie și terapie intensivă

Chirurgie generală

Slovenija

Anesteziologija, reanimatologija in perioperativna intenzivna medicina

Splošna kirurgija

Slovensko

Anestéziológia a intenzívna medicína

Chirurgia

Suomi/Finland

Anestesiologia ja tehohoito/Anestesiologi och intensivvård

Yleiskirurgia/Allmän kirurgi

Sverige

Anestesi och intensivvård

Kirurgi

United Kingdom

Anaesthetics

General surgery



Land

Neurochirurgie

Minimale opleidingsduur: 5 jaar

Verloskunde en gynaecologie

Minimale opleidingsduur: 4 jaar

Benaming

Benaming

Belgique/België/Belgien

Neurochirurgie

Gynécologie — obstétrique/Gynaecologie en verloskunde

България

Неврохирургия

Акушерство, гинекология и репродуктивна медицина

Česká republika

Neurochirurgie

Gynekologie a porodnictví

Danmark

Neurokirurgi eller kirurgiske nervesygdomme

Gynækologi og obstetrik eller kvindesygdomme og fødselshjælp

Deutschland

Neurochirurgie

Frauenheilkunde und Geburtshilfe

Eesti

Neurokirurgia

Sünnitusabi ja günekoloogia

Ελλάς

Νευρoχειρoυργική

Μαιευτική-Γυvαικoλoγία

España

Neurocirugía

Obstetricia y ginecología

France

Neurochirurgie

Gynécologie — obstétrique

▼M8

Hrvatska

Neurokirurgija

Ginekologija i opstetricija

▼M1

Ireland

Neurosurgery

Obstetrics and gynaecology

Italia

Neurochirurgia

Ginecologia e ostetricia

Κύπρος

Νευροχειρουργική

Μαιευτική — Γυναικολογία

Latvija

Neiroķirurģija

Ginekoloģija un dzemdniecība

Lietuva

Neurochirurgija

Akušerija ginekologija

Luxembourg

Neurochirurgie

Gynécologie — obstétrique

Magyarország

Idegsebészet

Szülészet-nőgyógyászat

Malta

Newrokirurġija

Ostetriċja u Ġinekoloġija

Nederland

Neurochirurgie

Verloskunde en gynaecologie

Österreich

Neurochirurgie

Frauenheilkunde und Geburtshilfe

Polska

Neurochirurgia

Położnictwo i ginekologia

Portugal

Neurocirurgia

Ginecologia e obstetricia

România

Neurochirurgie

Obstetrică-ginecologie

Slovenija

Nevrokirurgija

Ginekologija in porodništvo

Slovensko

Neurochirurgia

Gynekológia a pôrodníctvo

Suomi/Finland

Neurokirurgia/Neurokirurgi

Naistentaudit ja synnytykset/Kvinnosjukdomar och förlossningar

Sverige

Neurokirurgi

Obstetrik och gynekologi

United Kingdom

Neurosurgery

Obstetrics and gynaecology



Land

Interne geneeskunde

Minimale opleidingsduur: 5 jaar

Oogheelkunde

Minimale opleidingsduur: 3 jaar

Benaming

Benaming

Belgique/België/Belgien

Médecine interne/Inwendige geneeskunde

Ophtalmologie/Oftalmologie

България

Вътрешни болести

Очни болести

Česká republika

Vnitřní lékařství

Oftalmologie

Danmark

Intern medicin

Oftalmologi eller øjensygdomme

Deutschland

Innere Medizin

Augenheilkunde

Eesti

Sisehaigused

Oftalmoloogia

Ελλάς

Παθoλoγία

Οφθαλμoλoγία

España

Medicina interna

Oftalmología

France

Médecine interne

Ophtalmologie

▼M8

Hrvatska

Opća interna medicina

Oftalmologija i optometrija

▼M1

Ireland

General medicine

Ophthalmic surgery

Italia

Medicina interna

Oftalmologia

Κύπρος

Παθoλoγία

Οφθαλμολογία

Latvija

Internā medicīna

Oftalmoloģija

Lietuva

Vidaus ligos

Oftalmologija

Luxembourg

Médecine interne

Ophtalmologie

Magyarország

Belgyógyászat

Szemészet

Malta

Mediċina Interna

Oftalmoloġija

Nederland

Interne geneeskunde

Oogheelkunde

Österreich

Innere Medizin

Augenheilkunde und Optometrie

Polska

Choroby wewnętrzne

Okulistyka

Portugal

Medicina interna

Oftalmologia

România

Medicină internă

Oftalmologie

Slovenija

Interna medicina

Oftalmologija

Slovensko

Vnútorné lekárstvo

Oftalmológia

Suomi/Finland

Sisätaudit/Inre medicin

Silmätaudit/Ögonsjukdomar

Sverige

Internmedicine

Ögonsjukdomar (oftalmologi)

United Kingdom

General (internal) medicine

Ophthalmology



Land

Keel-, neus- en oorheelkunde

Minimale opleidingsduur: 3 jaar

Kindergeneeskunde

Minimale opleidingsduur: 4 jaar

Benaming

Benaming

Belgique/België/Belgien

Oto-rhino-laryngologie/Otorhinolaryngologie

Pédiatrie/Pediatrie

България

Ушно-носно-гърлени болести

Детски болести

Česká republika

Otorinolaryngologie

Dětské lékařství

Danmark

Oto-rhino-laryngologi eller øre-næse-halssygdomme

Pædiatri eller sygdomme hos børn

Deutschland

Hals-Nasen-Ohrenheilkunde

Kinder — und Jugendheilkunde

Eesti

Otorinolarüngoloogia

Pediaatria

Ελλάς

Ωτoριvoλαρυγγoλoγία

Παιδιατρική

España

Otorrinolaringología

PediatrÍa y sus áreas especÍfIcas

France

Oto-rhino-laryngologie

Pédiatrie

▼M8

Hrvatska

Otorinolaringologija

Pedijatrija

▼M1

Ireland

Otolaryngology

Paediatrics

Italia

Otorinolaringoiatria

Pédiatria

Κύπρος

Ωτορινολαρυγγολογία

Παιδιατρική

Latvija

Otolaringoloģija

Pediatrija

Lietuva

Otorinolaringologija

Vaikų ligos

Luxembourg

Oto-rhino-laryngologie

Pédiatrie

Magyarország

Fül-orr-gégegyógyászat

Csecsemő- és gyermekgyógyászat

Malta

Otorinolaringoloġija

Pedjatrija

Nederland

Keel-, neus- en oorheelkunde

Kindergeneeskunde

Österreich

Hals-, Nasen-und Ohrenkrankheiten

Kinder — und Jugendheilkunde

Polska

Otorynolaryngologia

Pediatria

Portugal

Otorrinolaringologia

Pediatria

România

Otorinolaringologie

Pediatrie

Slovenija

Otorinolaringológija

Pediatrija

Slovensko

Otorinolaryngológia

Pediatria

Suomi/Finland

Korva-, nenä- ja kurkkutaudit/Öron-, näs- och halssjukdomar

Lastentaudit/Barnsjukdomar

Sverige

Öron-, näs- och halssjukdomar (oto-rhino-laryngologi)

Barn- och ungdomsmedicin

United Kingdom

Otolaryngology

Paediatrics



Land

Ziekten der luchtwegen

Minimale opleidingsduur: 4 jaar

Urologie

Minimale opleidingsduur: 5 jaar

Benaming

Benaming

Belgique/België/Belgien

Pneumologie

Urologie

България

Пневмология и фтизиатрия

Урология

Česká republika

Tuberkulóza a respirační nemoci

Urologie

Danmark

Medicinske lungesygdomme

Urologi eller urinvejenes kirurgiske sygdomme

Deutschland

Pneumologie

Urologie

Eesti

Pulmonoloogia

Uroloogia

Ελλάς

Φυματιoλoγία- Πvευμovoλoγία

Ουρoλoγία

España

Neumología

Urología

France

Pneumologie

Urologie

▼M8

Hrvatska

Pulmologija

Urologija

▼M1

Ireland

Respiratory medicine

Urology

Italia

Malattie dell'apparato respiratorio

Urologia

Κύπρος

Πνευμονολογία — Φυματιολογία

Ουρολογία

Latvija

Ftiziopneimonoloģija

Uroloģija

Lietuva

Pulmonologija

Urologija

Luxembourg

Pneumologie

Urologie

Magyarország

Tüdőgyógyászat

Urológia

Malta

Mediċina Respiratorja

Uroloġija

Nederland

Longziekten en tuberculose

Urologie

Österreich

Lungenkrankheiten

Urologie

Polska

Choroby płuc

Urologia

Portugal

Pneumologia

Urologia

România

Pneumologie

Urologie

Slovenija

Pnevmologija

Urologija

Slovensko

Pneumológia a ftizeológia

Urológia

Suomi/Finland

Keuhkosairaudet ja allergologia/Lungsjukdomar och allergologi

Urologia/Urologi

Sverige

Lungsjukdomar (pneumologi)

Urologi

United Kingdom

Respiratory medicine

Urology



Land

Orthopedie

Minimale opleidingsduur: 5 jaar

Pathologische anatomie

Minimale opleidingsduur: 4 jaar

Benaming

Benaming

Belgique/België/Belgien

Chirurgie orthopédique/Orthopedische heelkunde

Anatomie pathologique/Pathologische anatomie

България

Ортопедия и травматология

Обща и клинична патология

Česká republika

Ortopedie

Patologická anatomie

Danmark

Ortopædisk kirurgi

Patologisk anatomi eller vævs- og celleundersøgelser

Deutschland

Orthopädie (und Unfallchirurgie)

Pathologie

Eesti

Ortopeedia

Patoloogia

Ελλάς

Ορθoπεδική

Παθoλoγική Αvατoμική

España

Cirugía ortopédica y traumatología

Anatomía patológica

France

Chirurgie orthopédique et traumatologie

Anatomie et cytologie pathologiques

▼M8

Hrvatska

Ortopedija i traumatologija

Patologija

▼M1

Ireland

Trauma and orthopaedic surgery

Morbid anatomy and histopathology

Italia

Ortopedia e traumatologia

Anatomia patologica

Κύπρος

Ορθοπεδική

Παθολογοανατομία — Ιστολογία

Latvija

Traumatoloģija un ortopēdija

Patoloģija

Lietuva

Ortopedija traumatologija

Patologija

Luxembourg

Orthopédie

Anatomie pathologique

Magyarország

Ortopédia

Patológia

Malta

Kirurġija Ortopedika

Istopatoloġija

Nederland

Orthopedie

Pathologie

Österreich

Orthopädie und Orthopädische Chirurgie

Pathologie

Polska

Ortopedia i traumatologia narządu ruchu

Patomorfologia

Portugal

Ortopedia

Anatomia patologica

România

Ortopedie și traumatologie

Anatomie patologică

Slovenija

Ortopedska kirurgija

Anatomska patologija in citopatologija

Slovensko

Ortopédia

Patologická anatómia

Suomi/Finland

Ortopedia ja traumatologia/Ortopedi och traumatologi

Patologia/Patologi

Sverige

Ortopedi

Klinisk patologi

United Kingdom

Trauma and orthopaedic surgery

Histopathology



Land

►C4   Neurologie Minimale opleidingsduur: 4 jaar  ◄

Psychiatrie

Minimale opleidingsduur: 4 jaar

Benaming

Benaming

Belgique/België/Belgien

Neurologie

Psychiatrie de l'adulte/Volwassen psychiatrie

България

Нервни болести

Психиатрия

Česká republika

Neurologie

Psychiatrie

Danmark

Neurologi eller medicinske nervesygdomme

Psykiatri

Deutschland

Neurologie

Psychiatrie und Psychotherapie

Eesti

Neuroloogia

Psühhiaatria

Ελλάς

Νευρoλoγία

Ψυχιατρική

España

Neurología

Psiquiatría

France

Neurologie

Psychiatrie

▼M8

Hrvatska

Neurologija

Psihijatrija

▼M1

Ireland

Neurology

Psychiatry

Italia

Neurologia

Psichiatria

Κύπρος

Νευρολογία

Ψυχιατρική

Latvija

Neiroloģija

Psihiatrija

Lietuva

Neurologija

Psichiatrija

Luxembourg

Neurologie

Psychiatrie

Magyarország

Neurológia

Pszichiátria

Malta

Newroloġija

Psikjatrija

Nederland

Neurologie

Psychiatrie

Österreich

Neurologie

Psychiatrie

Polska

Neurologia

Psychiatria

Portugal

Neurologia

Psiquiatria

România

Neurologie

Psihiatrie

Slovenija

Nevrologija

Psihiatrija

Slovensko

Neurológia

Psychiatria

Suomi/Finland

Neurologia/Neurologi

Psykiatria/Psykiatri

Sverige

Neurologi

Psykiatri

United Kingdom

Neurology

General psychiatry



Land

Radiologie

Minimale opleidingsduur: 4 jaar

Radiotherapie

Minimale opleidingsduur: 4 jaar

Benaming

Benaming

Belgique/België/Belgien

Radiodiagnostic/Röntgendiagnose

Radiothérapie-oncologie/Radiotherapie-oncologie

България

Образна диагностика

Лъчелечение

Česká republika

Radiologie a zobrazovací metody

Radiační onkologie

Danmark

Diagnostik radiologi eller røntgenundersøgelse

Onkologi

Deutschland

(Diagnostische) Radiologie

Strahlentherapie

Eesti

Radioloogia

Onkoloogia

Ελλάς

Ακτιvoδιαγvωστική

Ακτιvoθεραπευτική — Ογκολογία

España

Radiodiagnóstico

Oncología radioterápica

France

Radiodiagnostic et imagerie médicale

Oncologie radiothérapique

▼M8

Hrvatska

Klinička radiologija

Onkologija i radioterapija

▼M1

Ireland

Diagnostic radiology

Radiation oncology

Italia

Radiodiagnostica

Radioterapia

Κύπρος

Ακτινολογία

Ακτινοθεραπευτική Ογκολογία

Latvija

Diagnostiskā radioloģija

Terapeitiskā radioloģija

Lietuva

Radiologija

Onkologija radioterapija

Luxembourg

Radiodiagnostic

Radiothérapie

Magyarország

Radiológia

Sugárterápia

Malta

Radjoloġija

Onkoloġija u Radjoterapija

Nederland

Radiologie

Radiotherapie

Österreich

Medizinische Radiologie-Diagnostik

Strahlentherapie — Radioonkologie

Polska

Radiologia i diagnostyka obrazowa

Radioterapia onkologiczna

Portugal

Radiodiagnóstico

Radioterapia

România

Radiologie-imagistică medicală

Radioterapie

Slovenija

Radiologija

Radioterapija in onkologija

Slovensko

Rádiológia

Radiačná onkológia

Suomi/Finland

Radiologia/Radiologi

Syöpätaudit/Cancersjukdomar

Sverige

Medicinsk radiologi

Tumörsjukdomar (allmän onkologi)

United Kingdom

Clinical radiology

Clinical oncology



Land

Plastische chirurgie

Minimale opleidingsduur: 5 jaar

Klinische biologie

Minimale opleidingsduur: 4 jaar

Benaming

Benaming

Belgique/België/Belgien

Chirurgie plastique, reconstructrice et esthétique/Plastische, reconstructieve en esthetische heelkunde

Biologie clinique/Klinische biologie

България

Пластично-възстановителна хирургия

Клинична лаборатория

Česká republika

Plastická chirurgie

 

Danmark

Plastikkirurgi

 

Deutschland

Plastische (und Ästhetische) Chirurgie

 

Eesti

Plastika- ja rekonstruktiivkirurgia

Laborimeditsiin

Ελλάς

Πλαστική Χειρoυργική

Χειρουργική Θώρακος

España

Cirugía plástica, estética y reparadora

Análisis clínicos

France

Chirurgie plastique, reconstructrice et esthétique

Biologie médicale

▼M8

Hrvatska

Plastična, rekonstrukcijska i estetska kirurgija

 

▼M1

Ireland

Plastic, reconstructive and aesthetic surgery

 

Italia

Chirurgia plastica e ricostruttiva

Patologia clinica

Κύπρος

Πλαστική Χειρουργική

 

Latvija

Plastiskā ķirurģija

 

Lietuva

Plastinė ir rekonstrukcinė chirurgija

Laboratorinė medicina

Luxembourg

Chirurgie plastique

Biologie clinique

Magyarország

Plasztikai (égési) sebészet

Orvosi laboratóriumi diagnosztika

Malta

Kirurġija Plastika

 

Nederland

Plastische chirurgie

 

Österreich

Plastische Chirurgie

Medizinische Biologie

Polska

Chirurgia plastyczna

Diagnostyka laboratoryjna

Portugal

Cirurgia plástica e reconstrutiva

Patologia clínica

România

Chirurgie plastică — microchirurgie reconstructivă

Medicină de laborator

Slovenija

Plastična, rekonstrukcijska in estetska kirurgija

 

Slovensko

Plastická chirurgia

Laboratórna medicína

Suomi/Finland

Plastiikkakirurgia/Plastikkirurgi

 

Sverige

Plastikkirurgi

 

►C4  United Kingdom ◄

►C4  Plastic surgery ◄

 



Land

Microbiologie — Bacteriologie

Minimale opleidingsduur: 4 jaar

Klinische chemie

Minimale opleidingsduur: 4 jaar

Benaming

Benaming

Belgique/België/Belgien

 

 

България

Микробиология

Биохимия

Česká republika

Lékařská mikrobiologie

Klinická biochemie

Danmark

Klinisk mikrobiologi

Klinisk biokemi

Deutschland

Mikrobiologie (Virologie) und Infektionsepidemiologie

Laboratoriumsmedizin

Eesti

 

 

Ελλάς

1.  Iατρική Βιoπαθoλoγία

2.  Μικρoβιoλoγία

 

España

Microbiología y parasitología

Bioquímica clínica

France

 

 

▼M8

Hrvatska

Klinička mikrobiologija

 

▼M1

Ireland

Microbiology

Chemical pathology

Italia

Microbiologia e virologia

Biochimica clinica

Κύπρος

Μικροβιολογία

 

Latvija

Mikrobioloģija

 

Lietuva

 

 

Luxembourg

Microbiologie

Chimie biologique

Magyarország

Orvosi mikrobiológia

 

Malta

Mikrobijoloġija

Patoloġija Kimika

Nederland

Medische microbiologie

Klinische chemie

Österreich

Hygiene und Mikrobiologie

Medizinische und Chemische Labordiagnostik

Polska

Mikrobiologia lekarska

 

Portugal

 

 

România

 

 

Slovenija

Klinična mikrobiologija

Medicinska biokemija

Slovensko

Klinická mikrobiológia

Klinická biochémia

Suomi/Finland

Kliininen mikrobiologia/Klinisk mikrobiologi

Kliininen kemia/Klinisk kemi

Sverige

Klinisk bakteriologi

Klinisk kemi

United Kingdom

Medical microbiology and virology

Chemical pathology



Land

Immunologie

Minimale opleidingsduur: 4 jaar

Cardio-thoracale chirurgie

Minimale opleidingsduur: 5 jaar

Benaming

Benaming

Belgique/België/Belgien

 

Chirurgie thoracique/Heelkunde op de thorax (1)

България

Клинична имунология Имунология

Гръдна хирургия Кардиохирургия

Česká republika

Alergologie a klinická imunologie

Kardiochirurgie

Danmark

Klinisk immunologi

Thoraxkirurgi eller brysthulens kirurgiske sygdomme

Deutschland

 

Thoraxchirurgie

Eesti

 

Torakaalkirurgia

Ελλάς

 

Χειρουργική Θώρακος

España

Inmunología

Cirugía torácica

France

 

Chirurgie thoracique et cardiovasculaire

▼M8

Hrvatska

Alergologija i klinička imunologija

 

▼M1

Ireland

Immunology (clinical and laboratory)

Thoracic surgery

Italia

 

Chirurgia toracica; Cardiochirurgia

Κύπρος

Ανοσολογία

Χειρουργική Θώρακος

Latvija

Imunoloģija

Torakālā ķirurģija

Lietuva

 

Krūtinės chirurgija

Luxembourg

Immunologie

Chirurgie thoracique

Magyarország

Allergológia és klinikai immunológia

Mellkassebészet

Malta

Immunoloġija

Kirurġija Kardjo-Toraċika

Nederland

 

Cardio-thoracale chirurgie

Österreich

Immunologie

 

Polska

Immunologia kliniczna

Chirurgia klatki piersiowej

Portugal

 

Cirurgia cardiotorácica

România

 

Chirurgie toracică

Slovenija

 

Torakalna kirurgija

Slovensko

Klinická imunológia a alergológia

Hrudníková chirurgia

Suomi/Finland

 

Sydän-ja rintaelinkirurgia/Hjärt- och thoraxkirurgi

Sverige

Klinisk immunologi

Thoraxkirurgi

United Kingdom

Immunology

Cardo-thoracic surgery

(1)   1 januari 1983.

Datum van intrekking bedoeld in artikel 27, lid 3:



Land

Kinderheelkunde

Minimale opleidingsduur: 5 jaar

Vasculaire chirurgie

Minimale opleidingsduur: 5 jaar

Benaming

Benaming

Belgique/België/Belgien

 

Chirurgie des vaisseaux/Bloedvatenheelkunde (1)

България

Детска хирургия

Съдова хирургия

Česká republika

Dětská chirurgie

Cévní chirurgie

Danmark

 

Karkirurgi eller kirurgiske blodkarsygdomme

Deutschland

Kinderchirurgie

Gefäßchirurgie

Eesti

Lastekirurgia

Kardiovaskulaarkirurgia

Ελλάς

Χειρoυργική Παίδωv

Αγγειoχειρoυργική

España

Cirugía pediátrica

Angiología y cirugía vascular

France

Chirurgie infantile

Chirurgie vasculaire

▼M8

Hrvatska

Dječja kirurgija

Vaskularna kirurgija

▼M1

Ireland

Paediatric surgery

 

Italia

Chirurgia pediatrica

Chirurgia vascolare

Κύπρος

Χειρουργική Παίδων

Χειρουργική Αγγείων

Latvija

Bērnu ķirurģija

Asinsvadu ķirurģija

Lietuva

Vaikų chirurgija

Kraujagyslių chirurgija

Luxembourg

Chirurgie pédiatrique

Chirurgie vasculaire

Magyarország

Gyermeksebészet

Érsebészet

Malta

Kirurgija Pedjatrika

Kirurġija Vaskolari

Nederland

 

 

Österreich

Kinderchirurgie

 

Polska

Chirurgia dziecięca

Chirurgia naczyniowa

Portugal

Cirurgia pediátrica

Cirurgia vascular

România

Chirurgie pediatrică

Chirurgie vasculară

Slovenija

 

Kardiovaskularna kirurgija

Slovensko

Detská chirurgia

Cievna chirurgia

Suomi/Finland

Lastenkirurgia/Barnkirurgi

Verisuonikirurgia/Kärlkirurgi

Sverige

Barn- och ungdomskirurgi

 

United Kingdom

Paediatric surgery

 

(1)   1 januari 1983.

Datum van intrekking bedoeld in artikel 27, lid 3:



Land

Cardiologie

Minimale opleidingsduur: 4 jaar

Maag- en darmziekten

Minimale opleidingsduur: 4 jaar

Benaming

Benaming

Belgique/België/Belgien

Cardiologie

Gastro-entérologie/Gastroenterologie

България

Кардиология

Гастроентерология

Česká republika

Kardiologie

Gastroenterologie

Danmark

Kardiologi

Medicinsk gastroenterologi eller medicinske mavetarmsygdomme

Deutschland

Innere Medizin und Schwerpunkt Kardiologie

Innere Medizin und Schwerpunkt Gastroenterologie

Eesti

Kardioloogia

Gastroenteroloogia

Ελλάς

Καρδιoλoγία

Γαστρεvτερoλoγία

España

Cardiología

Aparato digestivo

France

Pathologie cardio-vasculaire

Gastro-entérologie et hépatologie

▼M8

Hrvatska

Kardiologija

Gastroenterologija

▼M1

Ireland

Cardiology

Gastro-enterology

Italia

Cardiologia

Gastroenterologia

Κύπρος

Καρδιολογία

Γαστρεντερολογία

Latvija

Kardioloģija

Gastroenteroloģija

Lietuva

Kardiologija

Gastroenterologija

Luxembourg

Cardiologie et angiologie

Gastro-enterologie

Magyarország

Kardiológia

Gasztroenterológia

Malta

Kardjoloġija

Gastroenteroloġija

Nederland

Cardiologie

Leer van maag-darm-leverziekten

Österreich

 

 

Polska

Kardiologia

Gastrenterologia

Portugal

Cardiologia

Gastrenterologia

România

Cardiologie

Gastroenterologie

Slovenija

 

Gastroenterologija

Slovensko

Kardiológia

Gastroenterológia

Suomi/Finland

Kardiologia/Kardiologi

Gastroenterologia/Gastroenterologi

Sverige

Kardiologi

Medicinsk gastroenterologi och hepatologi

United Kingdom

Cardiology

Gastro-enterology



Land

Reumatologie

Minimale opleidingsduur: 4 jaar

Algemene hematologie

Minimale opleidingsduur: 3 jaar

Benaming

Benaming

Belgique/België/Belgien

Rhumathologie/reumatologie

 

България

Ревматология

Трансфузионна хематология

Česká republika

Revmatologie

Hematologie a transfúzní lékařství

Danmark

Reumatologi

Hæmatologi eller blodsygdomme

Deutschland

Innere Medizin und Schwerpunkt Rheumatologie

Innere Medizin und Schwerpunkt Hämatologie und Onkologie

Eesti

Reumatoloogia

Hematoloogia

Ελλάς

Ρευματoλoγία

Αιματoλoγία

España

Reumatología

Hematología y hemoterapia

France

Rhumatologie

 

▼M8

Hrvatska

Reumatologija

Hematologija

▼M1

Ireland

Rheumatology

Haematology (clinical and laboratory)

Italia

Reumatologia

Ematologia

Κύπρος

Ρευματολογία

Αιματολογία

Latvija

Reimatoloģija

Hematoloģija

Lietuva

Reumatologija

Hematologija

Luxembourg

Rhumatologie

Hématologie

Magyarország

Reumatológia

Haematológia

Malta

Rewmatoloġija

Ematoloġija

Nederland

Reumatologie

 

Österreich

 

 

Polska

Reumatologia

Hematologia

Portugal

Reumatologia

Imuno-hemoterapia

România

Reumatologie

Hematologie

Slovenija

 

 

Slovensko

Reumatológia

Hematológia a transfúziológia

Suomi/Finland

Reumatologia/Reumatologi

Kliininen hematologia/Klinisk hematologi

Sverige

Reumatologi

Hematologi

United Kingdom

Rheumatology

Haematology



Land

Endocrinologie

Minimale opleidingsduur: 3 jaar

Fysische geneeskunde en revalidatie

Minimale opleidingsduur: 3 jaar

Benaming

Benaming

Belgique/België/Belgien

 

Médecine physique et réadaptation/Fysische geneeskunde en revalidatie

България

Ендокринология и болести на обмяната

Физикална и рехабилитационна медицина

Česká republika

Endokrinologie

Rehabilitační a fyzikální medicína

Danmark

Medicinsk endokrinologi eller medicinske hormonsygdomme

 

Deutschland

Innere Medizin und Schwerpunkt Endokrinologie und Diabetologie

Physikalische und Rehabilitative Medizin

Eesti

Endokrinoloogia

Taastusravi ja füsiaatria

Ελλάς

Εvδoκριvoλoγία

Φυσική Iατρική και Απoκατάσταση

España

Endocrinología y nutrición

Medicina física y rehabilitación

France

Endocrinologie, maladies métaboliques

Rééducation et réadaptation fonctionnelles

▼M8

Hrvatska

Endokrinologija i dijabetologija

Fizikalna medicina i rehabilitacija

▼M1

Ireland

Endocrinology and diabetes mellitus

 

Italia

Endocrinologia e malattie del ricambio

Medicina fisica e riabilitazione

Κύπρος

Ενδοκρινολογία

Φυσική Ιατρική και Αποκατάσταση

Latvija

Endokrinoloģija

Rehabilitoloģija Fiziskā rehabilitācija

Fizikālā medicīna

Lietuva

Endokrinologija

Fizinė medicina ir reabilitacija

Luxembourg

Endocrinologie, maladies du métabolisme et de la nutrition

Rééducation et réadaptation fonctionnelles

Magyarország

Endokrinológia

Fizioterápia

Malta

Endokrinoloġija u Dijabete

 

Nederland

 

Revalidatiegeneeskunde

Österreich

 

Physikalische Medizin

Polska

Endokrynologia

Rehabilitacja medyczna

Portugal

Endocrinologia

Fisiatria ou Medicina física e de reabilitação

România

Endocrinologie

Recuperare, medicină fizică și balneologie

Slovenija

 

Fizikalna in rehabilitacijska medicina

Slovensko

Endokrinológia

Fyziatria, balneológia a liečebná rehabilitácia

Suomi/Finland

Endokrinologia/Endokrinologi

Fysiatria/Fysiatri

Sverige

Endokrina sjukdomar

Rehabiliteringsmedicin

United Kingdom

Endocrinology and diabetes mellitus

 



Land

Zenuw- en zielsziekten

Minimale opleidingsduur: 5 jaar

Dermatologie en venerologie

Minimale opleidingsduur: 3 jaar

Benaming

Benaming

Belgique/België/Belgien

Neuropsychiatrie (1)

Dermato-vénéréologie/Dermato-venerologie

България

 

Кожни и венерически болести

Česká republika

 

Dermatovenerologie

Danmark

 

Dermato-venerologi eller hud- og kønssygdomme

Deutschland

Nervenheilkunde (Neurologie und Psychiatrie)

Haut — und Geschlechtskrankheiten

Eesti

 

Dermatoveneroloogia

Ελλάς

Νευρoλoγία — Ψυχιατρική

Δερματoλoγία — Αφρoδισιoλoγία

España

 

Dermatología médico-quirúrgica y venereología

France

Neuropsychiatrie (2)

Dermatologie et vénéréologie

▼M8

Hrvatska

 

Dermatologija i venerologija

▼M1

Ireland

 

 

Italia

Neuropsichiatria (3)

Dermatologia e venerologia

Κύπρος

Νευρολογία — Ψυχιατρική

Δερματολογία — Αφροδισιολογία

Latvija

 

Dermatoloģija un veneroloģija

Lietuva

 

Dermatovenerologija

Luxembourg

Neuropsychiatrie (4)

Dermato-vénéréologie

Magyarország

 

Bőrgyógyászat

Malta

 

Dermato-venerejoloġija

Nederland

Zenuw — en zielsziekten (5)

Dermatologie en venerologie

Österreich

Neurologie und Psychiatrie

Haut- und Geschlechtskrankheiten

Polska

 

Dermatologia i wenerologia

Portugal

 

Dermatovenereologia

România

 

Dermatovenerologie

Slovenija

 

Dermatovenerologija

Slovensko

Neuropsychiatria

Dermatovenerológia

Suomi/Finland

 

Ihotaudit ja allergologia/Hudsjukdomar och allergologi

Sverige

 

Hud- och könssjukdomar

United Kingdom

 

 

(1)   1 augustus 1987, behalve voor personen die vóór die datum met de opleiding zijn begonnen;

(2)   31 december 1971;

(3)   31 oktober 1999;

(4)   de opleidingstitels worden niet meer verleend voor opleidingen waarmee na 5 maart 1982 is begonnen;

(5)   9 juli 1984.

Datum van intrekking bedoeld in artikel 27, lid 3:



Land

Radiologie

Minimale opleidingsduur: 4 jaar

Kinderpsychiatrie

Minimale opleidingsduur: 4 jaar

Benaming

Benaming

Belgique/België/Belgien

 

Psychiatrie infanto-juvénile/Kinder- en jeugdpsychiatrie

България

Радиобиология

Детска психиатрия

Česká republika

 

Dětská a dorostová psychiatrie

Danmark

 

Børne- og ungdomspsykiatri

Deutschland

Radiologie

Kinder- und Jugendpsychiatrie und -psychotherapie

Eesti

 

 

Ελλάς

Ακτιvoλoγία — Ραδιoλoγία

Παιδoψυχιατρική

España

Electroradiología

 

France

Electro-radiologie (1)

Pédo-psychiatrie

▼M8

Hrvatska

Klinička radiologija

Dječja i adolescentna psihijatrija

▼M1

Ireland

Radiology

Child and adolescent psychiatry

Italia

Radiologia (2)

Neuropsichiatria infantile

Κύπρος

 

Παιδοψυχιατρική

Latvija

 

Bērnu psihiatrija

Lietuva

 

Vaikų ir paauglių psichiatrija

Luxembourg

Électroradiologie (3)

Psychiatrie infantile

Magyarország

Radiológia

Gyermek-és ifjúságpszichiátria

Malta

 

 

Nederland

Radiologie (4)

 

Österreich

Radiologie

 

Polska

 

Psychiatria dzieci i młodzieży

Portugal

Radiologia

Pedopsiquiatria

România

 

Psihiatrie pediatrică

Slovenija

 

Otroška in mladostniška psihiatrija

Slovensko

 

Detská psychiatria

Suomi/Finland

 

Lastenpsykiatria/Barnpsykiatri

Sverige

 

Barn- och ungdomspsykiatri

United Kingdom

 

Child and adolescent psychiatry

(1)   3 december 1971.

(2)   31 oktober 1993;

(3)   de opleidingstitels worden niet meer verleend voor opleidingen waarmee na 5 maart 1982 is begonnen;

(4)   8 juli 1984.

Datum van intrekking bedoeld in artikel 27, lid 3:



Land

Geriatrie

Minimale opleidingsduur: 4 jaar

Nierziekten

Minimale opleidingsduur: 4 jaar

Benaming

Benaming

Belgique/België/Belgien

 

 

България

Гериатрична медицина

Нефрология

Česká republika

Geriatrie

Nefrologie

Danmark

Geriatri eller alderdommens sygdomme

Nefrologi eller medicinske nyresygdomme

Deutschland

 

Innere Medizin und Schwerpunkt Nephrologie

Eesti

 

Nefroloogia

Ελλάς

 

Νεφρoλoγία

España

Geriatría

Nefrología

France

 

Néphrologie

▼M8

Hrvatska

 

Nefrologija

▼M1

Ireland

Geriatric medicine

Nephrology

Italia

Geriatria

Nefrologia

Κύπρος

Γηριατρική

Νεφρολογία

Latvija

 

Nefroloģija

Lietuva

Geriatrija

Nefrologija

Luxembourg

Gériatrie

Néphrologie

Magyarország

Geriátria

Nefrológia

Malta

Ġerjatrija

Nefroloġija

Nederland

Klinische geriatrie

 

Österreich

 

 

Polska

Geriatria

Nefrologia

Portugal

 

Nefrologia

România

Geriatrie și gerontologie

Nefrologie

Slovenija

 

Nefrologija

Slovensko

Geriatria

Nefrológia

Suomi/Finland

Geriatria/Geriatri

Nefrologia/Nefrologi

Sverige

Geriatrik

Medicinska njursjukdomar (nefrologi)

United Kingdom

Geriatrics

Renal medicine



Land

Infectiegeneeskunde

Minimale opleidingsduur: 4 jaar

Maatschappij en gezondheid

Minimale opleidingsduur: 4 jaar

Benaming

Benaming

Belgique/België/Belgien

 

 

България

Инфекциозни болести

Социална медицина и здравен мениджмънт

комунална хигиена

Česká republika

Infekční lékařství

Hygiena a epidemiologie

Danmark

Infektionsmedicin

Samfundsmedicin

Deutschland

 

Öffentliches Gesundheitswesen

Eesti

Infektsioonhaigused

 

Ελλάς

 

Κοινωνική Ιατρική

España

 

Medicina preventiva y salud pública

France

 

Santé publique et médecine sociale

▼M8

Hrvatska

Infektologija

Javnozdravstvena medicina

▼M1

Ireland

Infectious diseases

Public health medicine

Italia

Malattie infettive

Igiene e medicina preventiva

Κύπρος

Λοιμώδη Νοσήματα

Υγειονολογία/Κοινοτική Ιατρική

Latvija

Infektoloģija

 

Lietuva

Infektologija

 

Luxembourg

Maladies contagieuses

Santé publique

Magyarország

Infektológia

Megelőző orvostan és népegészségtan

Malta

Mard Infettiv

Saħħa Pubblika

Nederland

 

Maatschappij en gezondheid

Österreich

 

Sozialmedizin

Polska

Choroby zakaźne

Zdrowie publiczne, epidemiologia

Portugal

Infecciologia

Saúde pública

România

Boli infecțioase

Sănătate publică și management

Slovenija

Infektologija

Javno zdravje

Slovensko

Infektológia

Verejné zdravotníctvo

Suomi/Finland

Infektiosairaudet/Infektionssjukdomar

Terveydenhuolto/Hälsovård

Sverige

Infektionssjukdomar

Socialmedicin

United Kingdom

Infectious diseases

Public health medicine



Land

Farmacologie

Minimale opleidingsduur: 4 jaar

Arbeidsgeneeskunde

Minimale opleidingsduur: 4 jaar

Benaming

Benaming

Belgique/België/Belgien

 

Médecine du travail/Arbeidsgeneeskunde

България

Клинична фармакология и терапия

Фармакология

Трудова медицина

Česká republika

Klinická farmakologie

Pracovní lékařství

Danmark

Klinisk farmakologi

Arbejdsmedicin

Deutschland

Pharmakologie und Toxikologie

Arbeitsmedizin

Eesti

 

 

Ελλάς

 

Iατρική thς Εργασίας

España

Farmacología clínica

Medicina del trabajo

France

 

Médecine du travail

▼M8

Hrvatska

Klinička farmakologija s toksikologijom

Medicina rada i športa

▼M1

Ireland

Clinical pharmacology and therapeutics

Occupational medicine

Italia

Farmacologia

Medicina del lavoro

Κύπρος

 

Ιατρική της Εργασίας

Latvija

 

Arodslimības

Lietuva

 

Darbo medicina

Luxembourg

 

Médecine du travail

Magyarország

Klinikai farmakológia

Foglalkozás-orvostan (üzemorvostan)

Malta

Farmakoloġija Klinika u t-Terapewtika

Mediċina Okkupazzjonali

Nederland

 

Arbeid en gezondheid, bedrijfsgeneeskunde

Arbeid en gezondheid, verzekeringsgeneeskunde

Österreich

Pharmakologie und Toxikologie

Arbeits- und Betriebsmedizin

Polska

Farmakologia kliniczna

Medycyna pracy

Portugal

 

Medicina do trabalho

România

Farmacologie clinică

Medicina muncii

Slovenija

 

Medicina dela, prometa in športa

Slovensko

Klinická farmakológia

Pracovné lekárstvo

Suomi/Finland

Kliininen farmakologia ja lääkehoito/Klinisk farmakologi och läkemedelsbehandling

Työterveyshuolto/Företagshälsovård

Sverige

Klinisk farmakologi

Yrkes- och miljömedicin

United Kingdom

Clinical pharmacology and therapeutics

Occupational medicine



Land

Allergologie

Minimale opleidingsduur: 3 jaar

Nucleaire geneeskunde

Minimale opleidingsduur: 4 jaar

Benaming

Benaming

Belgique/België/Belgien

 

Médecine nucléaire/Nucleaire geneeskunde

България

Клинична алергология

Нуклеарна медицина

Česká republika

Alergologie a klinická imunologie

Nukleární medicína

Danmark

Medicinsk allergologi eller medicinske overfølsomhedssygdomme

Klinisk fysiologi og nuklearmedicin

Deutschland

 

Nuklearmedizin

Eesti

 

 

Ελλάς

Αλλεργιoλoγία

Πυρηvική Iατρική

España

Alergología

Medicina nuclear

France

 

Médecine nucléaire

▼M8

Hrvatska

Alergologija i klinička imunologija

Nuklearna medicina

▼M1

Ireland

 

 

Italia

Allergologia ed immunologia clinica

Medicina nucleare

Κύπρος

Αλλεργιολογία

Πυρηνική Ιατρική

Latvija

Alergoloģija

 

Lietuva

Alergologija ir klinikinė imunologija

 

Luxembourg

 

Médecine nucléaire

Magyarország

Allergológia és klinikai immunológia

Nukleáris medicina (izotóp diagnosztika)

Malta

 

Mediċina Nukleari

Nederland

Allergologie en inwendige geneeskunde

Nucleaire geneeskunde

Österreich

 

Nuklearmedizin

Polska

Alergologia

Medycyna nuklearna

Portugal

Imuno-alergologia

Medicina nuclear

România

Alergologie și imunologie clinică

Medicină nucleară

Slovenija

 

Nuklearna medicina

Slovensko

Klinická imunológia a alergológia

Nukleárna medicína

Suomi/Finland

 

Kliininen fysiologia ja isotooppilääketiede/Klinisk fysiologi och nukleärmedicin

Sverige

Allergisjukdomar

Nukleärmedicin

United Kingdom

 

Nuclear medicine



Land

Maxillo-faciale chirurgie (basisopleiding voor arts)

Minimale opleidingsduur: 5 jaar

Benaming

Belgique/België/Belgien

 

България

Лицево-челюстна хирургия

Česká republika

Maxilofaciální chirurgie

Danmark

 

Deutschland

 

Eesti

 

Ελλάς

 

España

Cirugía oral y maxilofacial

France

Chirurgie maxillo-faciale et stomatologie

▼M8

Hrvatska

Maksilofacijalna kirurgija

▼M1

Ireland

 

Italia

Chirurgia maxillo-facciale

Κύπρος

 

Latvija

Mutes, sejas un žokļu ķirurģija

Lietuva

Veido ir žandikaulių chirurgija

Luxembourg

Chirurgie maxillo-faciale

Magyarország

Szájsebészet

Malta

 

Nederland

 

Österreich

Mund- Kiefer- und Gesichtschirurgie

Polska

Chirurgia szczekowo-twarzowa

Portugal

Cirurgia maxilo-facial

România

 

Slovenija

Maxilofacialna kirurgija

Slovensko

Maxilofaciálna chirurgia

Suomi/Finland

 

Sverige

 

United Kingdom

 



Land

Biologische hematologie

Minimale opleidingsduur: 4 jaar

Benaming

Belgique/België/Belgien

 

България

Клинична хематология

Česká republika

 

Danmark

Klinisk blodtypeserologi (1)

Deutschland

 

Eesti

 

Ελλάς

 

España

 

France

Hématologie

▼M8

Hrvatska

 

▼M1

Ireland

 

Italia

 

Κύπρος

 

Latvija

 

Lietuva

 

Luxembourg

Hématologie biologique

Magyarország

 

Malta

 

Nederland

 

Österreich

 

Polska

 

Portugal

Hematologia clinica

România

 

Slovenija

 

Slovensko

 

Suomi/Finland

 

Sverige

 

United Kingdom

 

(1)   1 januari 1983, behalve voor personen die vóór die datum met de opleiding zijn begonnen en deze vóór eind 1988 hebben afgerond.

Datum van intrekking bedoeld in artikel 27, lid 3:



Land

Stomatologie

Minimale opleidingsduur: 3 jaar

Dermatologie

Minimale opleidingsduur: 4 jaar

Benaming

Benaming

Belgique/België/Belgien

 

 

България

 

 

Česká republika

 

 

Danmark

 

 

Deutschland

 

 

Eesti

 

 

Ελλάς

 

 

España

Estomatología

 

France

Stomatologie

 

▼M8

Hrvatska

 

 

▼M1

Ireland

 

Dermatology

Italia

Odontostomatologia (1)

 

Κύπρος

 

 

Latvija

 

 

Lietuva

 

 

Luxembourg

Stomatologie

 

Magyarország

 

 

Malta

 

Dermatoloġija

Nederland

 

 

Österreich

 

 

Polska

 

 

Portugal

Estomatologia

 

România

 

 

Slovenija

 

 

Slovensko

 

 

Suomi/Finland

 

 

Sverige

 

 

United Kingdom

 

Dermatology

(1)   31 december 1994.

Datum van intrekking bedoeld in artikel 27, lid 3:



Land

Venerologie

Minimale opleidingsduur: 4 jaar

Tropische ziekten

Minimale opleidingsduur: 4 jaar

Benaming

Benaming

Belgique/België/Belgien

 

 

България

 

 

Česká republika

 

 

Danmark

 

 

Deutschland

 

 

Eesti

 

 

Ελλάς

 

 

España

 

 

France

 

 

▼M8

Hrvatska

 

 

▼M1

Ireland

Genito-urinary medicine

Tropical medicine

Italia

 

Medicina tropicale