Help Print this page 

Document 01980L0181-20090527

Title and reference
Richtlijn van de Raad van 20 december 1979 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten op het gebied van de meeteenheden, en tot intrekking van Richtlijn 71/354/EEG (80/181/EEG)

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1980/181/2009-05-27
Multilingual display
Text

1980L0181 — NL — 27.05.2009 — 004.001


Dit document vormt slechts een documentatiehulpmiddel en verschijnt buiten de verantwoordelijkheid van de instellingen

►B

RICHTLIJN VAN DE RAAD

van 20 december 1979

inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten op het gebied van de meeteenheden, en tot intrekking van Richtlijn 71/354/EEG

(80/181/EEG)

(PB L 039, 15.2.1980, p.40)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  No

page

date

►M1

RICHTLIJN VAN DE RAAD 85/1/EEG van 18 december 1984

  L 2

11

3.1.1985

►M2

RICHTLIJN VAN DE RAAD 89/617/EEG van 27 november 1989

  L 357

28

7.12.1989

►M3

RICHTLIJN 1999/103/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 24 januari 2000

  L 34

17

9.2.2000

►M4

RICHTLIJN 2009/3/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Voor de EER relevante tekst van 11 maart 2009

  L 114

10

7.5.2009


Gerectificeerd bij:

►C1

Rectificatie, PB L 089, 2.4.1980, blz. 23  (80/181)

►C2

Rectificatie, PB L 311, 12.12.2000, blz. 50  (99/103)




▼B

RICHTLIJN VAN DE RAAD

van 20 december 1979

inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten op het gebied van de meeteenheden, en tot intrekking van Richtlijn 71/354/EEG

(80/181/EEG)



DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 100,

Gezien Richtlijn 71/354/EEG van de Raad van 18 oktober 1971 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten op het gebied van de meeteenheden ( 1 ), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 76/770/EEG ( 2 ),

Gezien het voorstel van de Commissie ( 3 ),

Gezien het advies van het Europese Parlement ( 4 ),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ( 5 ),

Overwegende dat meeteenheden onmisbaar zijn voor alle meetmiddelen, voor de weergave van alle metingen en voor de aanduiding van alle grootheden; dat meeteenheden in de meeste sectoren van menselijke activiteit worden gebruikt; dat een zo groot mogelijke duidelijkheid bij het gebruik ervan moet worden gegarandeerd; dat derhalve het gebruik in de Gemeenschap van meeteenheden in het economisch verkeer, op de gebieden van volksgezondheid en openbare veiligheid alsmede voor wat de handelingen van bestuursrechtelijke aard betreft, moet worden gereglementeerd;

Overwegende dat er evenwel op het gebied van het internationaal vervoer internationale overeenkomsten of verdragen bestaan die bindend zijn voor de Gemeenschap of de Lid-Staten; dat deze overeenkomsten of verdragen moeten worden nageleefd;

Overwegende dat de wetgevingen die in de Lid-Staten het gebruik van meeteenheden regelen, van Lid-Staat tot Lid-Staat verschillen en daardoor het handelsverkeer belemmeren; dat het derhalve noodzakelijk is de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen te harmoniseren met het oog op de opheffing van deze belemmeringen;

Overwegende dat er met betrekking tot de meeteenheden internationale resoluties zijn aanvaard, welke zijn uitgevaardigd door de Algemene Conferentie voor maten en gewichten (CGPM), ingesteld bij de op 20 mei 1875 te Parijs ondertekende Meterconventie, waarbij alle Lid-Staten zijn aangesloten; dat deze resoluties hebben geleid tot invoering van het „Internationaal stelsel van meeteenheden” (SI);

Overwegende dat de Raad op 18 oktober 1971 Richtlijn 71/354/EEG heeft vastgesteld tot harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten met het oog op de opheffing van belemmeringen voor het handelsverkeer door het invoeren op communautair niveau van het internationaal stelsel van meeteenheden; dat Richtlijn 71/354/EEG is gewijzigd bij de Toetredingsakte en bij Richtlijn 76/770/EEG;

Overwegende dat niet alle belemmeringen op dit gebied door deze communautaire bepalingen zijn weggenomen; dat in Richtlijn 76/770/EEG wordt bepaald dat de situatie van de in hoofdstuk D van de bijlage hij deze richtlijn genoemde meeteenheden, namen en symbolen, vóór 31 december 1979 moet worden bezien; dat het bovendien noodzakelijk is gebleken de situatie voor bepaalde andere meeteenheden opnieuw te bezien;

Overwegende dat er, om aanzienlijke moeilijkheden te voorkomen, in een overgangsperiode moet worden voorzien waarin de meeteenheden die niet verenigbaar zijn met het internationale stelsel kunnen worden afgeschaft; dat het evenwel noodzakelijk is dat de Lid-Staten die zulks wensen in staat worden gesteld om op hun grondgebied de bepalingen van hoofdstuk I van de bijlage zo spoedig mogelijk verplicht te stellen; dat het derhalve noodzakelijk is deze overgangsperiode op communautair niveau te beperken waarbij het de Lid-Staten vrij staat om van deze overgangsperiode niet ten volle gebruik te maken;

Overwegende dat er tijdens de overgangsperiode een duidelijke situatie moet worden gehandhaafd op het gebied van het gebruik van meeteenheden in het handelsverkeer tussen Lid-Staten, zulks met name ter bescherming van de consument; dat de verplichting die de Lid-Staten wordt opgelegd om het gebruik van aanvullende aanduidingen op uit andere Lid-Staten ingevoerde produkten en apparaten, machines of installaties gedurende deze overgangsperiode te aanvaarden, daarvoor goed geschikt lijkt;

Overwegende dat de systematische toepassing van een dergelijke oplossing op alle meetmiddelen, onder meer op medische apparatuur, evenwel niet noodzakelijkerwijze wenselijk is; dat de Lid-Staten derhalve op hun grondgebied moeten kunnen eisen dat de aanduidingen van de grootheden op meetmiddelen in één wettelijke meeteenheid zijn aangegeven;

Overwegende dat de onderhavige richtlijn de verdere fabricage van reeds op de markt gebrachte produkten onverlet laat; dat zij evenwel betrekking heeft op het op de markt brengen en het gebruik van produkten, apparaten, machines of installaties waarop de grootheden zijn aangeduid in meeteenheden die niet langer de wettelijke meeteenheden zijn en welke produkten, apparaten, machines of installaties noodzakelijk zijn ter aanvulling of vervanging van onderdelen of delen van produkten, apparaten, machines, installaties of meetmiddelen die reeds op de markt zijn gebracht; dat het derhalve noodzakelijk is dat de Lid-Staten het op de markt brengen en het gebruik van dergelijke produkten en apparaten, machines of installaties voor aanvulling of vervanging toestaan, zelfs wanneer de grootheden hierop zijn aangeduid in niet langer wettelijke meeteenheden, ten einde het verdere gebruik van reeds op de markt gebrachte produkten, apparaten, machines, installaties of meetmiddelen mogelijk te maken;

Overwegende dat de Internationale Organisatie voor Normalisatie (ISO) op 1 maart 1974 een internationale norm heeft goedgekeurd inzake de weergave van SI-eenheden en andere eenheden voor gebruik in systemen met een beperkt stel tekens; dat het derhalve aanbeveling verdient dat de Gemeenschap de oplossingen aanvaardt die met norm ISO-2955 van 1 maart 1974 reeds in een ruimer internationaal verband zijn goedgekeurd;

Overwegende dat de communautaire bepalingen op het gebied van meeteenheden over verschillende communautaire teksten verspreid zijn; dat de materie van de meeteenheden van zodanig belang is dat naar één communautaire tekst moet kunnen worden verwezen; dat in de onderhavige richtlijn aldus alle communautaire bepalingen op dit gebied bij elkaar worden gebracht en dat Richtlijn 71/354/EEG dient te worden ingetrokken,

HEEFT DE ONDERHAVIGE RICHTLIJN VASTGESTELD:



Artikel 1

De wettelijke meeteenheden in de zin van deze richtlijn die moeten worden gebruikt om daarin grootheden uit te drukken, zijn:

a) die welke zijn vermeld in hoofdstuk I van de bijlage;

▼M4

b) die welke zijn vermeld in hoofdstuk II van de bijlage, alleen in die lidstaten waarin deze eenheden op 21 april 1973 waren toegestaan.;

▼M2

c) die welke zijn vermeld in hoofdstuk III van de bijlage, alleen in die Lid-Staten waarin deze eenheden op 21 april 1973 waren toegestaan, en zulks tot een door deze Lid-Staten vast te stellen datum; deze datum is uiterlijk 31 december 1994;

d) die welke zijn vermeld in hoofdstuk IV van de bijlage, alleen in die Lid-Staten waarin deze eenheden op 21 april 1973 waren toegestaan, en zulks tot een door deze Lid-Staten vast te stellen datum; deze datum is uiterlijk 31 december 1999.

▼B

Artikel 2

▼M4

a) De uit artikel 1 voortvloeiende verplichtingen hebben betrekking op de meetinstrumenten die worden gebruikt, op de metingen die worden verricht en op de aanduidingen van in eenheden uitgedrukte grootheden.

▼B

b) Deze richtlijn laat onverlet het gebruik op het gebied van de scheepvaart, de luchtvaart en het spoorwegverkeer van andere dan de in deze richtlijn verplicht gestelde eenheden, die zijn vastgesteld bij voor de Gemeenschap of de Lid-Staten bindende internationale overeenkomsten of verdragen.

Artikel 3

1.  Er is een aanvullende aanduiding in de zin van deze richtlijn wanneer een aanduiding in een eenheid van hoofdstuk I van de bijlage vergezeld gaat van een of meer aanduidingen in eenheden die niet zijn opgenomen in hoofdstuk I.

▼M4

2.  Het gebruik van aanvullende aanduidingen wordt toegestaan.

▼B

3.  De Lid-Staten kunnen evenwel eisen dat de aanduidingen van grootheden op meetmiddelen slechts in één wettelijke meeteenheid worden uitgedrukt.

4.  De aanduiding van de in hoofdstuk I vermelde meeteenheid moet overheersen. In het bijzonder moeten de aanduidingen in meeteenheden die niet in hoofdstuk I voorkomen, worden uitgedrukt in tekens die ten hoogste even groot zijn als die van de overeenkomstige aanduidingen in de meeteenheden van hoofdstuk I.

▼M2 —————

▼B

Artikel 4

Het gebruik van meeteenheden die niet of niet langer wettelijk zijn, wordt toegestaan

 voor produkten, apparaten, machines en installaties die op het tijdstip van de aanvaarding van deze richtlijn reeds op de markt zijn gebracht en/of reeds in gebruik zijn genomen;

 voor onderdelen of delen van produkten, apparaten, machines en installaties die nodig zijn ter aanvulling of vervanging van onderdelen of delen van die produkten, apparaten, machines en installaties.

Voor de afleesinrichtingen van meetmiddelen mag het gebruik van wettelijke meeteenheden echter verplicht worden gesteld.

Artikel 5

De internationale norm ISO 2955 van ►M2  15 mei 1983 ◄ „Information processing — Representations of SI and other units for use in systems with limited character sets” is van toepassing op het in punt 1 van deze norm omschreven gebied.

Artikel 6

Richtlijn 71/354/EEG wordt per 1 oktober 1981 ingetrokken.

▼M2 —————

▼M3

Artikel 6 bis

Onderwerpen met betrekking tot de tenuitvoerlegging van deze richtlijn, in het bijzonder de kwestie van aanvullende aanduidingen, worden nader bestudeerd en zo nodig worden passende maatregelen vastgesteld overeenkomstig artikel 18 van Richtlijn 71/316/EEG ( 6 ) van de Raad.

▼M4

Artikel 6 ter

De Commissie volgt, ten behoeve van een soepele werking van de interne markt en de internationale handel, de marktontwikkelingen in verband met deze richtlijn en de uitvoering ervan op de voet en legt het Europees Parlement en de Raad uiterlijk 31 december 2019 een verslag over deze ontwikkelingen voor, zo nodig vergezeld van voorstellen.

▼B

Artikel 7

a) De Lid-Staten dienen vóór 1 juli 1981 de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken die nodig zijn om aan deze richtlijn te voldoen; zij stellen de Commissie hiervan in kennis.

Deze bepalingen treden in werking op 1 oktober 1981.

b) Na de kennisgeving van deze richtlijn dragen de Lid-Staten er voorts zorg voor dat ieder ontwerp van wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die zij overwegen in te voeren op het gebied waarop deze richtlijn van toepassing is, tijdig ter kennis van de Commissie wordt gebracht, ten einde de Commissie de gelegenheid te bieden haar opmerkingen te maken.

Artikel 8

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.




BIJLAGE

HOOFDSTUK I

WETTELIJKE MEETEENHEDEN BEDOELD IN ARTIKEL 1, SUB a)

1.   SI-EENHEDEN EN HUN DECIMALE VEELVOUDEN EN DELEN

1.1.   SI-grondeenheden



Grootheid

Eenheid

naam

symbool

lengte

meter

m

massa

kilogram

kg

tijd

seconde

s

elektrische stroom

ampère

A

thermodynamische temperatuur

kelvin

K

hoeveelheid stof

mol

mol

lichtsterkte

candela

cd

De definities der SI-grondeenheden luiden als volgt:

▼M1

De meter is de lengte van de weg die het licht in vacuüm aflegt in een tijd van 1/299 792 458 seconde (17e CGPM - 1983 - resolutie 1)

▼B

►C1  Het kilogram is de eenheid van massa; ◄ het is gelijk aan de massa van het internationale prototype van het kilogram.

(3e CGPM — 1901 — blz. 70 van de acta)

De seconde is de tijdsduur van 9 192 631 770 perioden van de straling overeenkomend met de overgang tussen de twee hyperfijnniveaus van de grondtoestand van het atoom cesium 133.

(13e CGPM — 1967 — resolutie 1)

De ampère is de constante stroom die, indien hij wordt onderhouden in twee evenwijdige, rechtlijnige en oneindig lange geleiders van te verwaarlozen cirkelvormige doorsnede, welke geplaatst zijn in het luchtledige op een onderlinge afstand van 1 meter, tussen deze twee geleiders een kracht veroorzaakt gelijk 2 × 10-7 newton voor ►C1  iedere meter ◄ lengte.

(CIPM — 1946 — resolutie 2, goedgekeurd door de 9e CGPM — 1948)

▼M4

De „kelvin”, eenheid van thermodynamische temperatuur, is het 1/273,16 gedeelte van de thermodynamische temperatuur van het tripelpunt van water.

In deze definitie wordt uitgegaan van water met een isotopensamenstelling met de volgende verhoudingen: 0,000 155 76 mol 2H per mol 1H, 0,000 379 9 mol 17O per mol 16O en 0,002 005 2 mol 18O per mol 16O.

(13e CGPM — 1967 — resolutie 4 en 23e CGPM — 2007 — resolutie 10)

▼B

De mol is de hoeveelheid stof van een systeem dat evenveel elementaire entiteiten bevat als er atomen zijn in 0,012 kilogram koolstof 12.

Bij gebruikmaking van de mol moeten de elementaire entiteiten worden gespecificeerd; deze kunnen atomen, moleculen, ionen, elektronen, andere deeltjes of bepaalde groeperingen van dergelijke deeltjes zijn.

(14e CGPM — 1971 — resolutie 3)

De candela is de lichtsterkte, in een gegeven richting, van een bron die een monochromatische straling met een frequentie van 540 × 1012 hertz uitzendt en waarvan de stralingssterkte in die richting 1/683 watt per steradiaal is.

(16e CGPM — 1979 — resolutie 3)

1.1.1.    ►M4  Eigen naam en symbool van de afgeleide SI-eenheid van celsiustemperatuur ◄



Grootheid

Eenheid

naam

symbool

celsiustemperatuur

graad Celsius

°C

▼M3

De celsiustemperatuur ►C2  t  ◄ is gedefinieerd als het verschil ►C2  t = T - T 0  ◄ tussen de twee thermodynamische temperaturen ►C2  T  ◄ en ►C2  T 0  ◄ waarbij ►C2  T 0  ◄  = 273,15 K. Een temperatuurinterval of -verschil kan hetzij in kelvin, hetzij in graden Celsius worden uitgedrukt. Eén graad Celsius is gelijk aan één kelvin.

▼M4

1.2.   Afgeleide SI-eenheden

▼M4 —————

▼M4

1.2.2.   Algemene regel voor afgeleide SI-eenheden

Eenheden die op coherente wijze zijn afgeleid van de SI-grondeenheden worden gegeven in de vorm van machtsprodukten van de SI-grondeenheden met een getalfactor gelijk aan 1.

1.2.3.   Afgeleide SI-eenheden met eigen namen en symbolen



Grootheid

Eenheid

Uitdrukking

naam

symbool

in andere SI-eenheden

in SI-grondeenheden

vlakke hoek

radiaal

rad

 

m · m–1

ruimtehoek

steradiaal

sr

 

m2 · m–2

frequentie

hertz

Hz

 

s–1

kracht

newton

N

 

m · kg · s–2

druk en spanning

pascal

Pa

N · m–2

m–1 · kg · s–2

energie, arbeid, hoeveelheid warmte

joule

J

N · m

m2 · kg · s–2

warmte (1), energieflux

watt

W

J · s–1

m2 · kg · s–3

hoeveelheid elektriciteit, elektrische lading

coulomb

C

 

s · A

elektrische spanning, elektrische potentiaal, elektromotorische spanning

volt

V

W · A–1

m2 · kg · s–3 · A–1

elektrische weerstand

ohm

Ω

V · A–1

m2 · kg · s–3 · A–2

geleiding

siemens

S

A · V–1

m–2 · kg–1 · s3 · A2

elektrische capaciteit

farad

F

C · V–1

m–2 · kg–1 · s4 · A2

magnetische flux

weber

Wb

V · s

m2 · kg · s–2 · A–1

magnetische inductie

tesla

T

Wb · m–2

kg · s–2 · A–1

inductantie

henry

H

Wb · A–1

m2 · kg · s–2 · A–2

lichtstroom

lumen

lm

cd · sr

cd

verlichtingssterkte

lux

lx

lm · m–2

m–2 · cd

activiteit (ioniserende straling)

becquerel

Bq

 

s–1

geabsorbeerde dosis, soortgelijke energieoverdracht, kerma, geabsorbeerde dosisindex

gray

Gy

J · kg–1

m2 · s–2

dosisequivalent

sievert

Sv

J · kg–1

m2 · s–2

katalytische activiteit

katal

kat

 

mol · s–1

(1)   Eigen namen van de eenheid van vermogen: voltampère, symbool „VA”, voor het uitdrukken van het schijnbaar vermogen van elektrische wisselstroom, en var, symbool „var”, voor het uitdrukken van reactief elektrisch vermogen. De naam „var” komt niet voor in CGPM-resoluties.

Van de SI-grondeenheden afgeleide eenheden kunnen worden uitgedrukt door gebruikmaking van de eenheden van hoofdstuk I.

In het bijzonder kunnen afgeleide SI-eenheden worden uitgedrukt door gebruikmaking van de eigen namen en symbolen uit bovenstaande tabel, bij voorbeeld: de SI-eenheid van dynamische viscositeit kan worden uitgedrukt als m–1 · kg · s–1 of N · s · m–2 of Pa · s.

▼B

1.3.   Voorvoegsels en hun symbolen voor de aanduiding van bepaalde decimale veelvouden en delen

▼C2



Factor

Voorvoegsel

Symbool

1024

yotta

Y

1021

zetta

Z

1018

exa

E

1015

peta

P

1012

tera

T

109

giga

G

106

mega

M

103

kilo

k

102

hecto

h

101

deca

da

10–1

deci

d

10–2

centi

c

10–3

milli

m

10–6

micro

μ

10–9

nano

n

10–12

pico

p

10–15

femto

f

10–18

atto

a

10–21

zepto

z

10–24

yocto

y

▼B

De namen en symbolen van de decimale veelvouden en delen van de eenheid van massa worden gevormd door toevoeging van voorvoegsels aan het woord „gram” en van hun symbolen aan het symbool „g”.

Voor het aanduiden van decimale veelvouden en delen van een afgeleide eenheid, uitgedrukt in een breuk, kunnen voorvoegsels worden verbonden met de eenheden in de teller of in de noemer, dan wel in beide termen.

Samengestelde voorvoegsels, dat wil zeggen voorvoegsels die worden gevormd door het naast elkaar plaatsen van twee of meer der bovengenoemde voorvoegsels, mogen niet worden gebruikt.

1.4.   Eigen namen en symbolen van decimale veelvouden en delen van SI-eenheden



Grootheid

Eenheid

naam

symbool

verband

volume

liter

l of L (1)

1 l = 1 dm3 = 10-3 m3

massa

ton

t

1 t = 1 Mg = 103 kg

druk en spanning

bar

bar (2)

1 bar = 105 Pa

(1)   Voor het aanduiden van de eenheid liter mogen de twee symbolen „l” of „L” worden gebruikt.

(2)   Eenheid die is opgenomen in de ►C1  brochure ◄ van het Internationale Bureau voor maten en gewichten als tijdelijk erkende eenheid.

Opmerking:

De voorvoegsels en hun symbolen van punt 1.3 zijn van toepassing op de eenheden en symbolen van de in punt 1.4 voorkomende tabel.

2.   OP BASIS VAN DE SI-EENHEDEN GEDEFINIEERDE EENHEDEN, DIE ECHTER GEEN DECIMALE VEELVOUDEN OF DELEN VAN DIE EENHEDEN ZIJN



Grootheid

Eenheid

naam

symbool

verband

vlakke hoek

volle hoek * (1) ()

 

1 volle hoek = 2 π rad

decimale graad * of gon *

gon *

image

graad

°

image

minuut

image

seconde

image

tijd

minuut

min

1 min = 60 s

uur

h

1 h = 3 600 s

dag

d

1 d = 86 400 s

(1)   Het teken * na een naam of een symbool van een eenheid geeft aan dat deze niet voorkomen op de door de CGPM, het CIPM of het BIPM opgestelde lijsten. Deze opmerking heeft betrekking op deze gehele bijlage.

(2)   Hiervoor bestaat geen internationaal symbool

Opmerking:

De voorvoegsels van punt 1.3 zijn slechts voor de namen decimale graad of gon van toepassing en de symbolen slechts voor het symbool gon.

▼M3

3.   BINNEN HET SI GEBRUIKTE EENHEDEN WAARVAN DE WAARDEN IN SI EXPERIMENTEEL ZIJN VERKREGEN



Grootheid

Eenheid

Naam

Symbool

Definitie

Energie

Elektronvolt

eV

De elektronvolt is de kinetische energie die een elektron krijgt wanneer deze een potentiaalverschil van 1 volt in vacuüm doorloopt.

Massa

Geünificeerde atomaire massaeenheid

u

De geünificeerde atomaire massaeenheid is gelijk aan 1/12 van de massa van een atoom van de nuclide 12C.

Opmerking:

De in punt 1.3 genoemde voorvoegsels en symbolen daarvan mogen samen met deze twee eenheden en de symbolen daarvan worden gebruikt.

▼B

4.   EENHEDEN EN NAMEN VAN EENHEDEN DIE SLECHTS ZIJN TOEGELATEN VOOR BIJZONDERE TOEPASSINGSGEBIEDEN



Grootheid

Eenheid

naam

symbool

waarde

sterkte van optische systemen

dioptrie *

 

1 dioptrie = 1 m-1

massa van edelstenen

metriekkaraat

 

1 metriekkaraat = 2 × 10-4 kg

oppervlakte van grond

are

a

1 a = 102 m2

lineïeke massa van textielvezels en garens

tex *

tex *

1 tex = 10-6 kg · m-1

Bloeddruk en druk van andere lichaamsvloeistoffen

millimeter kwik

mm Hg (*)

1 mm Hg = 133,322 Pa

Werkzame doorsnede

barn

b

1 b = 10-28 m2

Opmerking:

►M1  De voorvoegsels en hun symbolen van punt 1.3 zijn van toepassing op de bovengenoemde eenheden en symbolen, met uitzondering van de millimeter kwik en het symbool daarvan. Het veelvoud van 102a wordt echter „hectare” genoemd. ◄

5.   SAMENGESTELDE EENHEDEN

Door combinatie van de eenheden, vermeld in hoofdstuk I, vormt men samengestelde eenheden.

▼M2

HOOFDSTUK II

WETTELIJKE MEETEENHEDEN BEDOELD IN ARTIKEL 1, ONDER b), DIE SLECHTS ZIJN TOEGELATEN VOOR SPECIFIEKE TOEPASSINGEN



Toepassing

Eenheid

Naam

Benaderende waarde

Symbool

Verkeersborden, afstandsmeting, snelheidsmeting

Mile

1 mile =

1 609 m

mile

Yard

1 yd =

0,9144 m

yd

Foot

1 ft =

0,3048 m

ft

Inch

1 in =

2,54 × 10-2 m

in

Verkoop van bier en cider van het vat en van melk in teruggenomen verpakking

Pint

1 pt =

0,5683 × 10-3 m3

pt

▼M4 —————

▼M2

Transacties met edele metalen

Troy ounce

1 oz tr =

31,10 × 10-3 kg

oz tr

▼M4

De in dit hoofdstuk vermelde eenheden mogen onderling of met de eenheden van hoofdstuk I worden gecombineerd om samengestelde eenheden te vormen.

▼B

HOOFDSTUK III

WETTELIJKE MEETEENHEDEN BEDOELD IN ARTIKEL 1, SUB c)



GROOTHEDEN, NAMEN VAN EENHEDEN, SYMBOLEN EN BENADERDE WAARDEN

Lengte

inch

1 in

= 2,54 × 10-2 m

foot

1 ft

= 0,3048 m

▼M2 —————

▼B

mile

1 mile

= 1 609 m

yard

1 yd

= 0,9144 m

Oppervlakte

square foot

1 sq ft

= 0,929 × 10-1 m2

acre

1 ac

= 4 047 m2

square yard

1 sq yd

= 0,8361 m2

Volume

fluid ounce

1 fl oz

= 28,41 × 10-4 m3

gill

1 gill

= 0,1421 × 10-3 m3

pint

1 pt

= 0,5683 × 10-3 m3

quart

1 qt

= 1,137 × 10-3 m3

gallon

1 gal

= 4,546 × 10-3 m3

Massa

ounce (avoirdupois)

1 oz

= 28,35 × 10-3 kg

troy ounce

1 oz tr

= 31,10 × 10-3 kg

pound

1 lb

= 0,4536 kg

Energie

therm

1 therm

= 105,506 · 106 J

Tot de overeenkomstig artikel 1, sub c), vast te stellen datum mogen de in hoofdstuk III vermelde eenheden onderling of met de eenheden van hoofdstuk I worden gecombineerd om samengestelde eenheden te vormen.

▼M2

HOOFDSTUK IV

WETTELIJKE MEETEENHEDEN BEDOELD IN ARTIKEL 1, ONDER d), DIE SLECHTS ZIJN TOEGELATEN VOOR BIJZONDERE TOEPASSINGSGEBIEDEN



Toepassing

Eenheid

Naam

Benaderende waarde

Symbool

Scheepvaart

Fathom

1 fm =

1,829 m

fm

Bier, cider, water, limonade en vruchtesap in teruggenomen verpakking

Pint

1 pt =

0,5683 × 10-3 m3

pt

Fluid ounce

1 fl oz =

28,41 × 10-6 m3

fl oz

Gedistilleerde dranken

Gill

1 gill =

0,142 × 10-3m3

gill

Losse verkoop in af te wegen hoeveelheden

Ounce

(Avoir dupois)

1 oz =

28,35 × 10-3 kg

oz

Pound

1 lb =

0,4536 kg

lb

Levering van gas

Therm

1 therm =

105,506 × 106 J

therm

Tot de in artikel 1, onder d), aangegeven datum mogen de in dit hoofdstuk vermelde eenheden onderling of met de eenheden van hoofdstuk I worden gecombineerd om samengestelde eenheden te vormen.



( 1 ) PB nr. L 243 van 29.10.1971, blz. 29.

( 2 ) PB nr. L 262 van 27.9.1976, blz. 204.

( 3 ) PB nr. C 81 van 28.3.1979, blz. 6.

( 4 ) PB nr. C 127 van 21.5.1979, blz. 80.

( 5 ) Advies uitgebracht op 24 en 25. 10. 1979 (nog niet verschenen in het Publikatieblad).

( 6 ) PB L 202 van 6.9.1971, blz. 1.

Top