Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52011PC0651

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (marktmisbruik)

/* COM/2011/0651 definitief - 2011/0295 (COD) */

52011PC0651

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (marktmisbruik) /* COM/2011/0651 definitief - 2011/0295 (COD) */


TOELICHTING

1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

De Richtlijn marktmisbruik (Market Abuse Directive, MAD) 2003/6/EG[1], werd begin 2003 goedgekeurd en stelde een omvattend kader in om handel met voorwetenschap en marktmanipulatie, gezamenlijk "marktmisbruik" genoemd, aan te pakken. De richtlijn is erop gericht om het vertrouwen van de beleggers en de marktintegriteit te verhogen door personen die over voorwetenschap beschikken, te verbieden om handel te drijven in financiële instrumenten waarop die voorwetenschap betrekking heeft en door marktmanipulatie via praktijken zoals het verspreiden valse of misleidende berichten of geruchten en het afsluiten van handelstransacties om de koers op een abnormaal niveau te houden, te verbieden.

Uit de huidige wereldwijde economische en financiële crisis is gebleken hoe belangrijk marktintegriteit is. In deze context heeft de Groep van Twintig (G20) afgesproken om financieel toezicht en financiële regelgeving te versterken en om een kader van internationaal overeengekomen strenge normen te creëren. Het standpunt van de G20 is ook terug te vinden in het rapport van de groep van deskundigen op hoog niveau inzake financieel toezicht in de EU. Deze groep beval aan dat een streng beleids- en bedrijfsvoeringskader voor de financiële sector moet zijn gebaseerd op strenge toezicht- en sanctieregels[2].

De Commissie zorgde in haar mededeling “Garanderen van efficiënte, veilige en gezonde derivatenmarkten: toekomstige beleidsmaatregelen” voor een uitbreiding van de desbetreffende bepalingen van de MAD om de derivatenmarkten op een allesomvattende wijze te regelen[3]. Het belang van een efficiënte regeling voor over-the-counter (OTC) -transacties in derivaten werd eveneens benadrukt tijdens gesprekken op verschillende internationale fora zoals de G20 en IOSCO, alsook in het kader van het recente Financial Regulatory Reform (hervorming van de financiële regelgeving) programma van het Amerikaanse ministerie van Financiën.

Daarnaast roept de Commissie in haar mededeling inzake een “Small Business Act” voor Europa de Unie en de lidstaten op om regels te ontwerpen op basis van het “denk eerst klein”-beginsel, door de administratieve lasten te beperken, de wetgeving aan te passen aan de behoeften van uitgevende instellingen van financiële instrumenten die zijn toegelaten voor handel op kmo-groeimarkten, en de toegang tot financiële middelen voor deze uitgevende instellingen te vergemakkelijken[4]. Een evaluatie van bestaande sanctiebevoegdheden en hun praktische toepassing om de convergentie van de sancties in het gehele scala van toezichtactiviteiten te bevorderen, werd uitgevoerd door de Commissie in haar mededeling over sancties in de financiële sector[5].

De Europese Commissie heeft de toepassing van de MAD beoordeeld en heeft een aantal problemen vastgesteld die negatieve gevolgen hebben voor de marktintegriteit en de bescherming van beleggers, leiden tot een ongelijk speelveld en resulteren in nalevingskosten voor uitgevende instellingen van financiële instrumenten die zijn toegelaten voor handel op kmo-groeimarkten, en hen ontmoedigen om hun kapitaal te verhogen.

Als gevolg van ontwikkelingen op het gebied van wetgeving, de markt en technologie, zijn er leemten ontstaan in de regulering van nieuwe markten, platformen en over-the-counterinstrumenten. Deze factoren hebben op dezelfde manier geleid tot leemten in de regulering van grondstoffen en derivaten daarvan. Omdat de regelgevers niet over de nodige informatie en bevoegdheden beschikken en omdat sancties ontbreken of onvoldoende ontmoedigend zijn, kunnen de regelgevers de richtlijn niet doeltreffend afdwingen. Ten slotte wordt de doeltreffendheid van de richtlijn ondermijnd door de vele opties en vrije keuzes in de MAD en door het gebrek aan duidelijkheid over bepaalde sleutelbegrippen.

In het licht van deze problemen beoogt dit initiatief de marktintegriteit en de bescherming van beleggers te verhogen, waarbij gezorgd wordt voor slechts een enkel wetboek en een gelijk speelveld, en de effectenmarkten aantrekkelijker worden gemaakt met het oog op een kapitaaltoename.

2. RESULTATEN VAN DE RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING

Dit initiatief is het resultaat van uitgebreid overleg met alle belangrijke belanghebbenden zoals overheden (regeringen en effectenregelgevers), uitgevende instellingen, tussenpersonen en beleggers.

Het houdt rekening met de rapporten van het Comité van Europese effectenregelgevers (CEER) over de aard en de omvang van de toezichtbevoegdheden van lidstaten op grond van de richtlijn marktmisbruik[6] en over de mogelijkheden en vrije keuzes van de door de lidstaten toegepaste MAD-regeling[7].

Het houdt eveneens rekening met een rapport van de Europese deskundigengroep voor effectenmarkten[8], waarin de deskundigengroep de doeltreffendheid beoordeelt van de MAD bij het behalen van zijn hoofddoelstellingen, bepaalde zwakke punten en problemen identificeert en verbeteringen suggereert[9].

Op 12 november 2008 heeft de Europese Commissie een openbare conferentie gehouden over de herziening van de richtlijn marktmisbruik[10]. Op 20 april 2009 heeft de Europese Commissie een "call for evidence" gelanceerd betreffende de herziening van de richtlijn marktmisbruik. De diensten van de Commissie hebben 85 bijdragen ontvangen. De niet-vertrouwelijke bijdragen kunnen geraadpleegd worden op de website van de Commissie[11].

Op 28 juni 2010 heeft de Commissie een openbare raadpleging gehouden over de herziening van de richtlijn, die op 23 juli 2010 werd afgesloten[12]. De diensten van de Commissie hebben 96 bijdragen ontvangen. De niet-vertrouwelijke bijdragen kunnen geraadpleegd worden op de website van de Commissie[13]. Een samenvatting is terug te vinden in bijlage 2 van het effectbeoordelingsverslag[14]. Op 2 juli 2010 heeft de Commissie nog een openbare conferentie georganiseerd over de herziening van de richtlijn[15].

In overeenstemming met haar beleid voor een betere regelgeving, heeft de Commissie een effectbeoordeling uitgevoerd van beleidsalternatieven. De beleidsopties hadden betrekking op de regulering van nieuwe markten, platformen en OTC-instrumenten, grondstoffen en derivaten daarvan, sancties, bevoegdheden van bevoegde autoriteiten, verduidelijking van sleutelbegrippen en de verlaging van administratieve lasten. Elke beleidsoptie werd beoordeeld in het licht van de volgende criteria: effect op de belanghebbenden, doeltreffendheid en efficiëntie. Het algemene effect van alle geprefereerde beleidsopties zal zijn dat marktmisbruik in de EU veel beter zal worden aangepakt.

Ten eerste zullen marktintegriteit en de bescherming van beleggers worden verhoogd door te verduidelijken op welke financiële instrumenten en markten de richtlijn van toepassing is. Hierbij wordt ervoor gezorgd dat instrumenten die tot de handel zijn toegelaten op uitsluitend een multilaterale handelsfaciliteit (MTF) en andere nieuwe soorten georganiseerde handelsfaciliteiten (OTF’s), zijn opgenomen. Bovendien zullen de voorkeursopties leiden tot een betere bescherming tegen marktmisbruik via grondstoffenderivaten dankzij een grotere markttransparantie.

Daarnaast zullen ze zorgen voor een betere opsporing van marktmisbruik doordat ze voorzien in de nodige bevoegdheden voor de bevoegde autoriteiten om onderzoeken te voeren en de sanctieregelingen afschrikkender te maken door minimumbeginselen in te voeren voor administratieve maatregelen en sancties. Overeenkomstig het voorstel voor een richtlijn [XX] moeten ook strafrechtelijke sancties worden vastgesteld.

Verder zullen de voorkeursopties leiden tot een coherentere aanpak van marktmisbruik door de opties en vrije keuzes voor lidstaten te beperken en zullen ze een evenredige regeling invoeren voor uitgevende instellingen van financiële instrumenten die zijn toegelaten voor handel op kmo-groeimarkten.

In het algemeen verwacht men dat de voorkeursopties bijdragen tot een hogere integriteit van financiële markten, wat een positief effect zal hebben op het vertrouwen van beleggers en bijgevolg op de financiële stabiliteit van de financiële markten.

De diensten van DG MARKT hadden op 23 februari 2011 een ontmoeting met de Dienst voor effectbeoordelingen. De Dienst analyseerde deze effectbeoordeling en maakte zijn mening bekend op 25 februari 2011. Tijdens deze ontmoeting gaven de leden van de Dienst voor effectbeoordelingen aan de diensten van DG MARKT opmerkingen om de inhoud van de effectbeoordeling te verbeteren. Dit resulteerde in een aantal wijzigingen van de tekst. Deze wijzigingen betreffen:

– verduidelijking van de wijze waarop de uitwerking van de bestaande wetgeving werd beoordeeld en van de wijze waarop de resultaten van de beoordeling als basis dienden voor de analyse van het probleem;

– de toevoeging van op bewijzen gebaseerde ramingen van de totale schade aan de Europese economie als gevolg van misbruiken op de betreffende markten en van ramingen van de totale voordelen van de geprefereerde beleidsopties, met het nodige voorbehoud wat betreft de interpretatie van deze ramingen;

– verduidelijking in het basisscenario van de wijze waarop andere gerelateerde financiële regelingen de richtlijn marktmisbruik aanvullen;

– verduidelijking van de inhoud van bepaalde beleidsopties en betere voorstelling van de pakketten voorkeursopties, alsook een beoordeling van de algemene effecten van de pakketten voorkeursopties, rekening houdend met synergieën of afwegingen tussen verschillende opties indien die er zijn;

– een meer evenredige analyse van de duurste maatregelen bij de beoordeling van de administratieve lasten en kosten;

– de toevoeging in de hoofdtekst van duidelijker zichtbare, beknopte samenvattingen van de beoordeling van de effecten van beleidsopties in de zin van grondrechten, voornamelijk op het gebied van onderzoeksbevoegdheden en sancties;

– een betere rechtvaardiging van de reden waarom de harmonisatie van strafrecht essentieel is voor een doeltreffend EU-beleid inzake marktmisbruik, op basis van onderzoeken en bewijzen van lidstaten over de doeltreffendheid van strafrechtelijke sancties, alsook een samenvatting van de reacties op de mededeling van de Commissie inzake het versterken van sanctieregelingen in de financiële sector; en

– een duidelijkere voorstelling in de hoofdtekst van de meningen van de belanghebbenden, zoals institutionele en individuele beleggers, over de beleidsopties.

3. JURIDISCHE ASPECTEN VAN HET VOORSTEL 3.1. Rechtsgrondslag

Het voorstel is gebaseerd op artikel 114 VWEU, de meest geschikte grondslag voor een verordening op dit gebied. Men beschouwt een verordening als het meest geschikte rechtsinstrument om het marktmisbruikkader in de Unie te bepalen. Aangezien een verordening rechtstreeks van toepassing is, is de regelgeving minder complex en is de rechtszekerheid groter voor degenen op wie de wetgeving in de Unie van toepassing is. Bij de verordening wordt immers een aantal geharmoniseerde essentiële regels vastgesteld en wordt bijgedragen tot de werking van de interne markt.

3.2. Subsidiariteit en evenredigheid

Krachtens het subsidiariteitsbeginsel (artikel 5, lid 3, VEU) treedt de Unie slechts op indien en voor zover de doelstellingen van het overwogen optreden niet voldoende door de lidstaten alleen kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang of de gevolgen van het overwogen optreden beter door de Unie kunnen worden bereikt. Hoewel alle hierboven vermelde problemen belangrijke gevolgen hebben voor elke lidstaat afzonderlijk, kan het algemene effect daarvan slechts te volle worden begrepen in een grensoverschrijdende context. Marktmisbruik kan immers overal gepleegd worden waar dat instrument genoteerd is, of over the counter, dus zelfs op andere markten dan de primaire markt van het betrokken instrument. Daarom is het risico reëel dat nationale acties tegen marktmisbruik worden omzeild of ondoeltreffend zijn als er geen optreden op EU-niveau plaatsvindt.

Bovendien is een consistente aanpak van wezenlijk belang om regelgevingsarbitrage te vermijden, en aangezien het acquis van de huidige MAD dit probleem al behandelt, kunnen de hierboven vermelde problemen het best met een gemeenschappelijke inspanning worden aangepakt. In het licht van deze situatie lijkt het, in het kader van het subsidiariteitsbeginsel, gepast dat de EU actie onderneemt.

Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel moet een interventie doelgericht zijn en mag ze niet verder gaan dan hetgeen noodzakelijk is om de doelstellingen te verwezenlijken. Met dit beginsel werd rekening gehouden vanaf de identificatie en evaluatie van alternatieve beleidsopties tot het opstellen van dit voorstel.

3.3. Overeenstemming met de artikelen 290 en 291 VWEU

Op 23 september 2009 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan voorstellen voor verordeningen tot oprichting van de Europese Bankautoriteit (EBA), de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (EAVB) en de Europese Autoriteit voor effecten en markten (EAEM)[16]. In dit verband herinnert de Commissie aan haar verklaringen bij de vaststelling van de verordeningen tot oprichting van de Europese toezichthoudende autoriteiten met betrekking tot de artikelen 290 en 291 VWEU: “Wat het proces voor de vaststelling van de regelgevingsnormen betreft, benadrukt de Commissie het unieke karakter van de financiëledienstensector, dat voortvloeit uit de Lamfalussy-structuur en expliciet erkend wordt in verklaring 39 bij het VWEU. De Commissie twijfelt er evenwel sterk aan of de beperkingen van haar rol bij het vaststellen van gedelegeerde handelingen en uitvoeringsmaatregelen in overeenstemming zijn met de artikelen 290 en 291 VWEU.”

3.4. Gedetailleerde toelichting van het voorstel 3.4.1. Hoofdstuk I (Algemene bepalingen) 3.4.1.1. Regeling van nieuwe markten, handelsfaciliteiten en financiële OTC-instrumenten

De MAD is gebaseerd op het verbieden van handel met voorwetenschap of marktmanipulatie met betrekking tot financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt. Na goedkeuring van de richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten (MiFID)[17], zijn financiële instrumenten echter in toenemende mate verhandeld op MTF’s, op andere soorten OTF’s, zoals swap execution facilities of broker-crossingsystemen, of uitsluitend over the counter. Deze nieuwe handelsplatformen en -faciliteiten hebben gezorgd voor meer mededinging met de bestaande gereglementeerde markt, waarbij aan liquiditeit is gewonnen en een ruimer beleggerspubliek wordt aangetrokken. Door de toename van handel op verschillende platformen was het moeilijker geworden om mogelijk marktmisbruik te controleren. Daarom breidt de verordening het toepassingsgebied van het marktmisbruikkader uit naar alle financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de handel op een MTF of een OTF, alsook naar alle desbetreffende financiële instrumenten die over the counter worden verhandeld en die een invloed kunnen hebben op de onderliggende markt die binnen het toepassingsgebied valt. Dit is nodig om regelgevingsarbitrage tussen handelsplatformen te vermijden, om te zorgen voor de bescherming van beleggers en de integriteit van markten op een gelijk speelveld in de Unie, en om ervoor te zorgen dat marktmanipulatie van dergelijke financiële instrumenten via over the counter verhandelde derivaten, zoals CDS, duidelijk is verboden.

3.4.1.2. Regeling van grondstoffenderivaten en de desbetreffende spotcontracten voor grondstoffen

Spotmarkten en desbetreffende derivatenmarkten zijn in sterke mate onderling verbonden en marktmisbruik kan overal op deze markten plaatsvinden. Dit is bijzonder problematisch voor spotmarkten aangezien de bestaande regels inzake transparantie en marktintegriteit enkel van toepassing zijn op financiële markten en derivatenmarkten en niet op de desbetreffende spotmarkten. Deze verordening heeft echter niet als doel deze spotmarkten rechtstreeks te regelen. Alle transacties of gedragingen die strikt binnen deze niet-financiële markten plaatsvinden, moeten in feite buiten het toepassingsgebied van deze verordening blijven. Er moet wel worden voorzien in een specifieke sectorale regeling en specifiek sectoraal toezicht zoals op het gebied van energie het geval is door het voorstel van de Commissie voor een verordening betreffende de integriteit en transparantie van de energiemarkt[18]. In de verordening moeten wel de transacties of gedragingen op deze spotmarkten worden opgenomen die betrekking en een invloed hebben op de financiële en derivatenmarkten die binnen het toepassingsgebied van de verordening vallen. Het is met name zo dat er krachtens de huidige MAD geen duidelijke en bindende definitie is van voorwetenschap met betrekking tot grondstoffenderivatenmarkten en dat dit kan leiden tot informatieasymmetrieën met betrekking tot de desbetreffende spotmarkten. Dit impliceert dat, krachtens het huidige kader inzake marktmisbruik, beleggers in grondstoffenderivaten minder beschermd kunnen zijn dan beleggers in derivaten van financiële markten aangezien men uit voorwetenschap op een spotmarkt voordeel kan halen door handel op een desbetreffende derivatenmarkt. Daarom moet de definitie van voorwetenschap met betrekking tot grondstoffenderivaten zijn afgestemd op de algemene definitie van voorwetenschap en moet deze definitie worden uitgebreid naar koersgevoelige informatie die relevant is voor zowel het desbetreffende spotcontract voor grondstoffen als voor het derivaat zelf. Dit zal zorgen voor rechtszekerheid en betere informatie voor beleggers. Bovendien verbiedt de MAD enkel manipulatie die de koers van financiële instrumenten verstoort. Aangezien bepaalde transacties op de derivatenmarkten ook kunnen worden gebruikt om de koers van desbetreffende spotmarkten te manipuleren, en de transacties op de spotmarkten om derivatenmarkten te manipuleren, moet de definitie van marktmanipulatie in de verordening worden uitgebreid om ook deze types van marktoverschrijdende manipulatie te dekken. In het specifieke geval van energieproducten bestemd voor de groothandel moeten de bevoegde autoriteiten en de EAEM samenwerken met het ACER en de nationale regelgevende instanties van de lidstaten om ervoor te zorgen dat de naleving van de relevante regels inzake financiële instrumenten en energieproducten bestemd voor de groothandel gecoördineerd wordt afgedwongen. De bevoegde autoriteiten moeten met name rekening houden met de specifieke kenmerken van de definities in [Verordening (EU) nr. ...... van het Europees Parlement en de Raad betreffende de integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie] bij het toepassen van de definities van voorwetenschap, handel met voorwetenschap en marktmanipulatie van deze verordening op financiële instrumenten die betrekking hebben op energieproducten bestemd voor de groothandel.

3.4.1.3. Marktmanipulatie via algoritmische handel en high frequency trading

Het wordt steeds gebruikelijker om op financiële markten geautomatiseerde handelsmethoden zoals algoritmische handel of high frequency trading te gebruiken. Bij dergelijke handel wordt gebruikgemaakt van computeralgoritmen om te beslissen of een order wordt geplaatst en/of over aspecten van de uitvoering van de order. Een specifieke vorm van algoritmische handel is high frequency trading (HFT). HFT is geen strategie op zich, maar het gebruik van zeer ontwikkelde technologie om traditionele handelsstrategieën zoals arbitrage en marktmaking uit te voeren. De meeste algoritmische en HFT-strategieën zijn legaal, maar bepaalde geautomatiseerde strategieën kunnen volgens regelgevers een vorm van marktmisbruik zijn indien ze worden uitgevoerd. Een aantal voorbeelden van dergelijke strategieën zijn quote stuffing, layering en spoofing. De definitie van marktmanipulatie in de MAD is heel ruim en kan al worden toegepast op misbruik, ongeacht het handelsmedium. Toch is het nodig om in de verordening specifieke voorbeelden te geven van strategieën op basis van algoritmische handel en high frequency trading waarop het verbod op marktmanipulatie van toepassing is. Door corrupte strategieën verder te identificeren kunnen bevoegde autoriteiten op een consistente manier controleren en handhaven.

3.4.1.4. Poging tot marktmanipulatie

Aangezien de MAD niet van toepassing is op pogingen tot marktmanipulatie, kan marktmanipulatie slechts worden bewezen als een regelgever aantoont dat een order werd geplaatst of een transactie werd uitgevoerd. Er zijn echter situaties waarin een persoon acties onderneemt en er een duidelijk bewijs is van een intentie tot marktmanipulatie, maar waarbij de order niet is geplaatst of de transactie niet werd uitgevoerd. De verordening verbiedt uitdrukkelijk pogingen tot marktmanipulatie, wat de marktintegriteit zal verhogen. De bestaande definitie van handel met voorwetenschap bevat al elementen inzake pogingen. Deze zullen worden geschrapt en poging tot handel met voorwetenschap zal als een afzonderlijk misdrijf worden gekwalificeerd.

3.4.1.5. Emissierechten

Bij de herziening van de MiFID zullen emissierechten worden geherclassificeerd als financiële instrumenten. Bijgevolg zal de richtlijn marktmisbruik er ook op van toepassing zijn. De meeste maatregelen onder de marktmisbruikregeling zijn ongewijzigd van toepassing op emissierechten, maar een aantal bepalingen zal moeten worden aangepast als gevolg van de specifieke aard van deze instrumenten en de structurele kenmerken van deze markt. In tegenstelling tot de meeste andere klassen van financiële instrumenten, kunnen met name de openbaarmaking van voorwetenschap en de plichten met betrekking tot de lijsten van personen met voorwetenschap en de transacties van leidinggevenden niet echt worden verlangd van uitgevende instellingen van emissierechten die verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling en uitvoering van het klimaatbeleid van de Unie. De verantwoordelijke overheidsinstellingen (zoals de Commissie) zijn hoe dan ook verplicht te zorgen voor billijke en niet-discriminerende openbaarmaking van en toegang tot nieuwe beslissingen, ontwikkelingen en gegevens. Bovendien mogen de lidstaten, de Europese Commissie alsook andere officieel benoemde instanties bij de uitvoering van het klimaatbeleid van de Unie niet worden beperkt door de plichten die de marktmisbruikregeling oplegt.

Daarom wordt een specifieke definitie van voorwetenschap voor emissierechten vastgesteld. De verplichting om voorwetenschap openbaar te maken zal van toepassing zijn op de deelnemers aan de emissierechtenmarkt, aangezien zij over de relevante informatie zullen beschikken die geschikt is om ad hoc of periodiek openbaar te worden gemaakt. Door een drempel (uitgedrukt in emissies of thermisch vermogen of een combinatie van beide) in een gedelegeerde handeling te bepalen, zou de verplichting op grond van artikel 12 (en ook artikelen 13 en 14) niet meer van toepassing zijn op al deze entiteiten die activiteiten uitvoeren die op een individuele basis geen materiële gevolgen hoeven te hebben op de prijsvorming van emissierechten of de (daaruit voortvloeiende) risico's van handel met voorwetenschap.

Ten slotte is het dankzij de classificering van emissierechten als financiële instrumenten op grond van de MiFID mogelijk om alle marktmisbruikmaatregelen betreffende de veiling van emissierechten op te nemen in een enkel wetboek, samen met de algemene regeling tegen marktmisbruik voor de secundaire markt.

3.4.2. Hoofdstuk II (handel met voorwetenschap en marktmanipulatie) 3.4.2.1. Voorwetenschap

Voorwetenschap kan worden misbruikt voor een uitgevende instelling de verplichting heeft deze openbaar te maken. Het stadium waarin de onderhandelingen over een overeenkomst zich bevinden, voorwaarden waarover tijdens de onderhandelingen over de overeenkomst voorlopig overeenstemming is bereikt, de mogelijkheid financiële instrumenten te plaatsen, voorwaarden waaronder financiële instrumenten in de handel zullen worden gebracht of voorlopige voorwaarden voor de plaatsing van financiële instrumenten kunnen relevante informatie voor beleggers vormen. Daarom moet dergelijke informatie als voorwetenschap worden aangemerkt. Dergelijke informatie kan echter zo onnauwkeurig zijn dat de uitgevende instelling geen verplichting heeft deze openbaar te maken. In dat geval moet het verbod op handel met voorwetenschap van toepassing zijn, maar de verplichting voor de uitgevende instelling om de informatie openbaar te maken niet.

3.4.2.2. Gelijk speelveld tussen handelsplatformen en -faciliteiten ter voorkoming en opsporing van marktmisbruik

Door de toenemende handel in instrumenten op de verschillende platformen is het moeilijker om te controleren op mogelijk marktmisbruik. Volgens de MiFID kunnen MTF's worden beheerd door marktdeelnemers of door beleggingsondernemingen. De controleverplichtingen in artikel 26 van de MiFID zijn in gelijke mate op hen van toepassing. De verplichting in artikel 6 van de MAD om structurele voorzieningen te treffen om marktmanipulatie te voorkomen en aan het licht te brengen is slechts van toepassing op marktdeelnemers. De doelstelling van de verordening is het waarborgen van een gelijk speelveld voor alle handelsplatformen en -faciliteiten waarop zij van toepassing is, door te eisen dat zij de nodige structurele voorzieningen treffen om marktmanipulatie te voorkomen en aan het licht te brengen.

3.4.3. Hoofdstuk III (Voorschriften inzake openbaarmaking) 3.4.3.1. Openbaarmaking van voorwetenschap 3.4.3.2. Overeenkomstig artikel 6, lid 1, van de MAD zijn instellingen die financiële instrumenten uitgeven, verplicht voorwetenschap zo snel mogelijk openbaar te maken, voor zover deze rechtstreeks betrekking heeft op die uitgevende instellingen. Overeenkomstig lid 2 mogen deze uitgevende instellingen onder bepaalde voorwaarden deze openbaarmaking uitstellen. Krachtens de verordening zullen de uitgevende instellingen de bevoegde autoriteiten op de hoogte moeten brengen van hun besluit om de openbaarmaking van voorwetenschap uit te stellen onmiddellijk nadat de openbaarmaking heeft plaatsgevonden. De uitgevende instelling blijft verantwoordelijk voor het beoordelen of een dergelijk uitstel is gerechtvaardigd. Omdat de bevoegde autoriteiten de mogelijkheid hebben om indien nodig achteraf te onderzoeken of aan de specifieke voorwaarden voor het uitstel werd voldaan, zal de bescherming van de belegger en de marktintegriteit toenemen. Indien voorwetenschap systeemrelevant is en het van algemeen belang is om de openbaarmaking van deze voorwetenschap uit te stellen, zullen de bevoegde autoriteiten echter de bevoegdheid hebben om een dergelijk uitstel toe te staan voor een beperkte duur met het oog op het bredere algemene belang van het handhaven van een stabiel financieel systeem en het vermijden van verliezen als gevolg van bijvoorbeeld een fout van een systeemrelevante uitgevende instelling. Lijsten van personen met voorwetenschap.

Lijsten van personen met voorwetenschap zijn een belangrijk hulpmiddel voor de bevoegde autoriteiten bij het onderzoeken van mogelijk marktmisbruik. Met de verordening wil men nationale verschillen wegwerken die tot nu toe onnodige administratieve lasten voor uitgevende instellingen met zich hebben meegebracht, door te bepalen dat de juiste gegevens die in dergelijke lijsten moeten worden opgenomen, worden vastgelegd in door de Commissie goed te keuren gedelegeerde handelingen en technische uitvoeringsnormen.

3.4.3.3. Voorschriften inzake openbaarmaking voor uitgevende instellingen van financiële instrumenten die zijn toegelaten voor handel op kmo-groeimarkten

Onverminderd de doelstellingen zoals het behoud van integriteit en transparantie van financiële markten en de bescherming van beleggers, is het marktmisbruikkader aangepast aan de eigenschappen en behoeften van uitgevende instellingen van financiële instrumenten die zijn toegelaten voor handel op kmo-groeimarkten. Door het nieuwe marktmisbruikkader van de verordening op een niet-gedifferentieerde manier toe te passen op alle kmo-groeimarkten, kunnen uitgevende instellingen op deze markten worden afgeschrikt om het kapitaal op de kapitaalmarkten te verhogen. Het toepassingsgebied en de omvang van de activiteiten van deze uitgevende instellingen zijn beperkter en de omstandigheden die aanleiding geven om voorwetenschap bekend te maken, zijn doorgaans beperkter dan bij grotere uitgevende instellingen. Overeenkomstig de verordening moeten deze uitgevende instellingen voorwetenschap op een andere en eenvoudigere marktspecifieke manier bekendmaken. Deze voorwetenschap mag door deze kmo-groeimarkten in naam van de uitgevende instellingen worden bekendgemaakt volgens de standaardinhoud en het standaardformaat die in door de Commissie goedgekeurde technische uitvoeringsnormen zijn bepaald. Deze uitgevende instellingen zijn ook, in bepaalde omstandigheden, vrijgesteld van de verplichting om lijsten van personen met voorwetenschap bij te houden en voortdurend bij te werken. Ze kunnen ook genieten van de nieuwe drempel voor het rapporteren van de transacties van leidinggevenden zoals hieronder is bepaald.

3.4.3.4. Rapportering van transacties van leidinggevenden

In de verordening wordt het toepassingsgebied van de rapporteringsplicht voor de transacties door leidinggevenden verduidelijkt. Deze rapporten zijn belangrijk omdat ze leidinggevenden afschrikken om handel te drijven met voorwetenschap en omdat ze nuttige informatie geven aan de markt over de mening van de leidinggevende over de koersbewegingen van de aandelen van de uitgevende instellingen. In de verordening wordt verduidelijkt dat transacties van personen die beslissingen nemen namens een leidinggevende van een uitgevende instelling of waarbij de leidinggevende zijn aandelen in pand geeft of leent, ook moeten worden gerapporteerd aan de bevoegde autoriteiten en publiekelijk toegankelijk moeten worden gemaakt. Daarnaast wordt in de verordening een drempel ingevoerd van 20 000 euro die in alle lidstaten van toepassing is en waaronder de verplichting om dergelijke transacties van leidinggevenden te rapporteren niet van toepassing is.

3.4.4. Hoofdstuk IV (EAEM en bevoegde autoriteiten) 3.4.4.1. Bevoegdheden van bevoegde autoriteiten

Overeenkomstig artikel 12, lid 2, onder b), van de MAD hebben de bevoegde autoriteiten de bevoegdheid om van iedere persoon inlichtingen te verlangen. Er is echter een informatieleemte voor spotmarkten voor grondstoffen, aangezien voor deze markten geen transparantieregels noch plichten bestaan voor het rapporteren aan sectorale regelgevers, indien die er zijn. Door de bevoegdheid om inlichtingen van iedere persoon te verlangen, hebben de bevoegde autoriteiten doorgaans toegang tot alle informatie die ze nodig hebben om vermoedens van marktmisbruik te onderzoeken. Deze informatie kan echter ontoereikend zijn, met name indien er geen sectorale autoriteit is om toe te zien op deze spotmarkten voor grondstoffen. Dankzij de verordening krijgen bevoegde autoriteiten continu toegang tot gegevens doordat ze kunnen eisen deze gegevens rechtstreeks bij hen in een bepaald formaat in te dienen. Doordat de bevoegde autoriteiten toegang krijgen tot de systemen van de handelaars op de spotmarkten voor grondstoffen, kunnen ze eveneens realtimegegevensstromen controleren.

Om gevallen van handel met voorwetenschap en marktmanipulatie aan het licht te kunnen brengen, moeten de bevoegde autoriteiten toegang kunnen hebben tot privélokalen en documenten in beslag kunnen nemen. De toegang tot privélokalen is met name noodzakelijk wanneer: (i) de persoon die om reeds om informatie is verzocht (geheel of gedeeltelijk) nalaat aan dit verzoek te voldoen; of (ii) er een redelijk vermoeden bestaat dat in geval van een verzoek daaraan niet zou worden voldaan, of de documenten of informatie waarop het verzoek om informatie betrekking heeft, zouden worden verwijderd, gemanipuleerd of vernietigd. Alle jurisdicties bepalen thans dat alle documenten toegankelijk zijn, maar niet alle bevoegde autoriteiten hebben de bevoegdheid om privélokalen te betreden en documenten in beslag te nemen. Dientengevolge bestaat het gevaar dat de bevoegde autoriteiten in zulke gevallen belangrijk en noodzakelijk bewijs wordt onthouden en dus gevallen van handel met voorwetenschap en marktmanipulatie niet aan het licht worden gebracht en onbestraft blijven. In dit verband is het van belang erop te wijzen dat deze toegang tot privélokalen een inbreuk kan vormen op de grondrechten inzake eerbiediging van het privéleven en het familie- en gezinsleven zoals respectievelijk neergelegd in artikel 7 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Het is essentieel dat iedere beperking daarvan volledig verenigbaar is met artikel 52 van het Handvest. Daarom mag een bevoegde autoriteit van een lidstaat alleen de bevoegdheid hebben om privélokalen te betreden om documenten in beslag te nemen, wanneer hij van tevoren toestemming heeft verkregen van de rechter van de betrokken lidstaat in overeenstemming met het nationale recht en wanneer er een redelijk vermoeden bestaat dat documenten die betrekking hebben op het voorwerp van de inspectie relevant kunnen zijn als bewijs van een geval van handel met voorwetenschap of marktmanipulatie in strijd met deze verordening of Richtlijn [nieuwe MAD]. De verboden inzake handel met voorwetenschap en marktmanipulatie gelden voor alle personen. Daarom moeten de bevoegde autoriteiten niet alleen toegang te hebben tot informatie waarover beleggingsondernemingen beschikken, maar ook tot informatie in handen van die personen zelf en tot informatie met betrekking tot het gedrag van deze personen die niet-financiële ondernemingen in databanken hebben opgeslagen. Bestaande overzichten van telefoon- en dataverkeer van beleggingsondernemingen en bestaande overzichten van telefoon- en dataverkeer van telecomoperatoren vormen belangrijk bewijs waarmee het bestaan van handel met voorkennis en marktmanipulatie kan worden opgespoord en bewezen. Aan de hand van overzichten van telefoon- en dataverkeer kan de identiteit worden vastgesteld van een persoon die verantwoordelijk is voor de verspreiding van onjuiste of misleidende informatie. Bij de meeste vormen van handel met voorwetenschap of marktmanipulatie gaat het om handelingen van twee of meer personen die informatie doorgeven of hun activiteiten coördineren. Overzichten van telefoon- en dataverkeer kunnen aantonen dat er een relatie is tussen een persoon die toegang heeft tot voorwetenschap en de verdachte handelsactiviteit van een andere persoon, of een verband bestaat tussen de frauduleuze handelspraktijk van twee personen. Toegang tot overzichten van telefoon- en dataverkeer van telecomoperatoren wordt met name als een van de voornaamste punten beschouwd voor de uitvoering van de onderzoeks- en controlerende taken van de CEER-leden[19]. Toegang tot door telecomoperatoren gehouden overzichten van telefoon- en dataverkeer is in feite een belangrijk en soms het enige middel om vast te stellen of een primaire persoon met voorwetenschap deze heeft doorgegeven aan iemand die op basis van die voorwetenschap handel drijft. Een voorbeeld waarin deze gegevens bewijsmateriaal vormen, is wanneer een bestuurslid van een bedrijf die beschikt over voorwetenschap, deze voorwetenschap per telefoon doorgeeft aan een vriend, verwant of familielid die daarna een verdachte transactie uitvoert op basis van de ontvangen voorwetenschap. De regelgever kan de overzichten van het telefoon- en dataverkeer van telecomoperatoren gebruiken om aan te tonen dat de primaire persoon met voorwetenschap naar zijn of haar vriend of verwant heeft gebeld, kort voordat die persoon dan naar zijn of haar agent heeft gebeld om die de opdracht te geven een verdachte transactie uit te voeren. De overzichten van het telefoon- en dataverkeer van de telecomoperatoren zouden een verband kunnen aantonen dat kan worden gebruikt als bewijs om een geval te bestraffen dat anders nooit zou zijn opgespoord. Een ander voorbeeld is een geval waarin een onjuist of misleidend bericht is geplaatst op een ontmoetingsplatform teneinde de koers van een financieel instrument te beïnvloeden. Aan de hand van overzichten van telefoon- en dataverkeer kan de identiteit van de auteur van het bericht worden vastgesteld. Daarnaast kunnen dergelijke overzichten het bewijs leveren van een connectie met een andere persoon die van tevoren of naderhand verdachte transacties heeft verricht zodat het bestaan van marktmanipulatie door de verspreiding van onjuist of misleidende informatie kan worden aangetoond. In dit verband is het van belang om een gelijk speelveld op de interne markt te scheppen wat de toegang van bevoegde autoriteiten betreft tot bestaande overzichten van telefoon- en dataverkeer waarover een telecommunicatie-exploitant of een beleggingsonderneming beschikt. Daarom moeten de bevoegde autoriteiten bestaande overzichten van telefoon- en dataverkeer in handen van een telecommunicatie-exploitant of een beleggingsonderneming kunnen opvragen wanneer er een redelijk vermoeden bestaat dat dergelijke, met het voorwerp van de inspectie verband houdende overzichten, relevant kunnen zijn om handel met voorwetenschap of marktmanipulatie als gedefinieerd in deze verordening of de nieuwe [MAD] aan te tonen. Duidelijk moet ook zijn dat deze overzichten geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de communicatie waarop zij betrekking hebben.

Aangezien marktmisbruik grens- en marktoverschrijdend kan zijn, heeft de EAEM een sterke coördinerende functie en moeten bevoegde autoriteiten samenwerken en informatie uitwisselen met andere bevoegde autoriteiten en, indien van toepassing op grondstoffenderivaten, met de regelgevende autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de betreffende spotmarkten, binnen de Unie en in derde landen.

3.4.5. Hoofdstuk V (Administratieve sancties) 3.4.5.1. Sancties

Financiële markten zijn in toenemende mate in de Unie geïntegreerd en inbreuken kunnen in de Unie grensoverschrijdende gevolgen hebben. De bestaande uiteenlopende sanctieregelingen in de lidstaten voeden regelgevingsarbitrage en verhinderen dat de ultieme doelstellingen van marktintegriteit en transparantie binnen de interne markt voor financiële diensten worden bereikt. Uit een inventaris van bestaande nationale regelingen is bijvoorbeeld gebleken dat het niveau van geldboeten in de verschillende lidstaten wijd uiteenloopt, dat sommige bevoegde autoriteiten niet beschikken over bepaalde belangrijke sanctiebevoegdheden en dat sommige bevoegde autoriteiten geen sancties kunnen opleggen aan natuurlijke en rechtspersonen[20]. Daarom worden bij deze verordening minimumregels voor administratieve maatregelen, sancties en boeten vastgesteld. Dit belet de afzonderlijke lidstaten niet om hogere normen vast te stellen. Met deze verordening wil men de vastgestelde winsten, met inbegrip van intresten, laten terugbetalen en, met het oog op een voldoende afschrikkend effect, boeten invoeren die hoger zijn dan de behaalde winsten of vermeden verliezen als gevolg van de inbreuk op deze verordening, en die door de bevoegde autoriteiten op basis van de feiten en omstandigheden moeten worden bepaald.

Daarnaast hebben strafrechtelijke sancties een groter afschrikkend effect dan administratieve maatregelen en sancties. Bij het voorstel voor een richtlijn [XX] wordt de vereiste vastgesteld voor alle lidstaten om doeltreffende, evenredige en afschrikkende strafrechtelijke sancties vast te stellen voor de meest ernstige inbreuken van handel met voorwetenschap en marktmanipulatie. Bij de toepassing van die richtlijn moet worden rekening gehouden met de bepalingen in deze verordening en de toekomstige uitvoeringsmaatregelen. De definities die voor de richtlijn worden gebruikt, hoeven echter niet dezelfde te zijn als de voor deze verordening gebruikte definities.

3.4.5.2. Bescherming en stimulansen voor klokkenluiders

Klokkenluiders kunnen een nuttige bron zijn van primaire informatie en kunnen bevoegde autoriteiten attent maken op gevallen van vermoedelijk marktmisbruik. In de verordening wordt het marktmisbruikkader van de Unie verbeterd door een passende bescherming vast te stellen voor klokkenluiders die verdacht marktmisbruik melden, de mogelijkheid te creëren van geldpremies voor degenen die de bevoegde autoriteiten zeer goede informatie geven die leidt tot een geldboete, en verbeteringen vast te stellen van de bepalingen van lidstaten voor het ontvangen en controleren van meldingen van klokkenluiders.

4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

De specifieke gevolgen voor de begroting van het voorstel hebben betrekking op de rol van de EAEM, als gespecificeerd in het financieel memorandum bij dit voorstel. Specifieke gevolgen voor de begroting van de Commissie zijn ook beoordeeld in het financieel memorandum bij dit voorstel.

Het voorstel heeft gevolgen voor de begroting van de Gemeenschap.

2011/0295 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (marktmisbruik)

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie[21],

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité[22],

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank[23],

Gezien het advies van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Een echte interne markt voor financiële diensten is van cruciaal belang voor economische groei en het scheppen van werkgelegenheid in de Unie.

(2) Voor een geïntegreerde en efficiënte financiële markt is marktintegriteit nodig. Een goede werking van de effectenmarkten en vertrouwen van het publiek in de markten zijn noodzakelijke voorwaarden voor economische groei en welvaart. Marktmisbruik schaadt de integriteit van de financiële markten en schendt het vertrouwen van het publiek in effecten en derivaten.

(3) Richtlijn 2003/6/EG[24] van het Europees Parlement en de Raad betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (marktmisbruik), die op 28 januari 2003 is vastgesteld, vervolledigde en actualiseerde het rechtskader van de Unie om marktintegriteit te beschermen. Sindsdien hebben echter ontwikkelingen op het gebied van wetgeving, de markt en technologie plaatsgevonden, die het financiële landschap sterk hebben gewijzigd. Bijgevolg moet die richtlijn nu worden vervangen om gelijke tred te houden met deze ontwikkelingen. Er is ook een nieuw wetgevingsinstrument nodig om te zorgen voor uniforme regels en duidelijkheid over sleutelbegrippen en om te zorgen voor een enkel wetboek in overeenstemming met de conclusies van de groep van deskundigen op hoog niveau inzake financieel toezicht in de EU[25].

(4) Er is behoefte aan een uniform kader om marktintegriteit te beschermen en mogelijke regelgevingsarbitrage te vermijden, alsook om meer rechtszekerheid te bieden aan en de regelgeving minder complex te maken voor marktdeelnemers. Het doel van deze rechtstreeks toepasselijke rechtshandeling is op beslissende wijze bij te dragen aan de goede werking van de interne markt en deze moet bijgevolg gebaseerd zijn op de bepalingen van artikel 114 VWEU, zoals geïnterpreteerd overeenkomstig de vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

(5) Om komaf te maken met de resterende belemmeringen voor het handelsverkeer en aanzienlijke concurrentievervalsingen die voortvloeien uit verschillen tussen nationale wetgevingen en om te voorkomen dat nog meer belemmeringen voor het handelsverkeer en aanzienlijke concurrentievervalsingen kunnen ontstaan, is het bijgevolg nodig een verordening vast te stellen ter bepaling van uniforme voorschriften die in alle lidstaten toepasselijk zijn. Door voorschriften inzake marktmisbruik in de vorm van een verordening vast te stellen, moet ervoor worden gezorgd dat deze rechtstreeks van toepassing zijn. Dit moet een gelijk speelveld garanderen doordat voorkomen wordt dat als gevolg van de omzetting van een richtlijn nationale voorschriften onderling verschillen. Deze verordening moet ertoe leiden dat iedereen in de hele Unie dezelfde voorschriften volgt. Een verordening moet ook de complexiteit van de regelgeving en de nalevingskosten van bedrijven verminderen, in het bijzonder voor ondernemingen die grensoverschrijdend actief zijn, en bijdragen tot het wegwerken van concurrentievervalsingen.

(6) De mededeling van de Commissie inzake een "Small Business Act"[26] voor Europa roept de Unie en haar lidstaten op om regels te ontwerpen om de administratieve lasten te beperken, de wetgeving aan te passen aan de behoeften van uitgevende instellingen op kmo-markten en om de toegang tot financiële middelen voor deze uitgevende instellingen te vergemakkelijken. Een aantal bepalingen in Richtlijn 2003/6/EG stelt administratieve lasten vast voor uitgevende instellingen, met name instellingen die financiële instrumenten hebben die zijn toegelaten voor handel op kmo-groeimarkten. Deze administratieve lasten moeten worden verlaagd.

(7) Marktmisbruik is het begrip dat alle onwettige gedragingen op de financiële markten omvat. In het kader van deze verordening moet het worden geïnterpreteerd als bestaande in handel met voorwetenschap of het misbruik van voorwetenschap en marktmanipulatie. Dergelijke gedragingen zijn een belemmering voor volledige en reële markttransparantie, die voor alle marktdeelnemers op geïntegreerde financiële markten een eerste vereiste is om handelstransacties te kunnen verrichten.

(8) Het toepassingsgebied van Richtlijn 2003/6/EG was toegespitst op financiële instrumenten die tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten. De laatste jaren zijn financiële instrumenten echter steeds vaker verhandeld op multilaterale handelsfaciliteiten (MTF's). Er bestaan ook financiële instrumenten die uitsluitend op andere soorten georganiseerde handelsfaciliteiten (OTF’s) worden verhandeld, zoals broker-crossingsystemen, of die uitsluitend over the counter worden verhandeld. Het toepassingsgebied van deze verordening moet daarom worden uitgebreid tot alle financiële instrumenten die op een MTF of een OTF worden verhandeld, alsook tot de financiële instrumenten die over the counter worden verhandeld, zoals kredietverzuimswaps, of andere gedragingen of acties die invloed kunnen hebben op een dergelijk financieel instrument dat op een gereglementeerde markt, MTF of OTF wordt verhandeld. Dit moet de bescherming van beleggers verhogen, de integriteit van markten handhaven en ervoor zorgen dat marktmanipulatie van dergelijke instrumenten via over de counter verhandelde financiële instrumenten duidelijk is verboden.

(9) Stabilisatie van financiële instrumenten of handel in eigen aandelen in het kader van terugkoopactiviteiten kan onder bepaalde omstandigheden rechtmatig zijn om economische redenen en mag derhalve op zichzelf niet als marktmisbruik worden aangemerkt.

(10) De lidstaten en het Europese Stelsel van centrale banken, de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit, de nationale centrale banken en andere agentschappen of special purpose vehicles van een of meerdere lidstaten, alsook de Unie en bepaalde andere overheidsinstanties mogen niet aan beperkingen worden onderworpen bij de uitvoering van het monetaire beleid, het wisselkoersbeleid, het beheer van de overheidsschuld of het klimaatbeleid.

(11) Redelijk handelende beleggers baseren hun beleggingsbeslissingen op informatie die reeds voor hen beschikbaar is, d.w.z. op vooraf beschikbare informatie. De vraag of een redelijk handelende belegger bij het nemen van een beleggingsbeslissing met een bepaalde inlichting waarschijnlijk rekening zou houden, moet derhalve worden beoordeeld op basis van de vooraf beschikbare informatie. Bij een dergelijke beoordeling moet rekening worden gehouden met de verwachte invloed van de inlichting in kwestie gelet op het geheel van activiteiten van de betrokken uitgevende instelling, de betrouwbaarheid van de informatiebron en alle andere marktvariabelen die onder de gegeven omstandigheden van invloed kunnen zijn op de financiële instrumenten, de desbetreffende spotcontracten voor grondstoffen of de geveilde producten op basis van de emissierechten.

(12) Van achteraf beschikbare informatie kan gebruik worden gemaakt om de hypothese te verifiëren dat de vooraf beschikbare informatie koersgevoelig was, maar niet om stappen te ondernemen tegen iemand die redelijke conclusies heeft getrokken uit informatie die vooraf voor hem beschikbaar was.

(13) Aan marktdeelnemers dient meer rechtszekerheid te worden geboden door een nauwkeuriger omschrijving te geven van twee essentiële facetten van de definitie van voorwetenschap, namelijk van "informatie die concreet is" en van "informatie die een aanzienlijke invloed zou kunnen hebben op de koers van financiële instrumenten, de desbetreffende spotcontracten voor grondstoffen of de geveilde producten op basis van de emissierechten". Voor derivaten die voor de groothandel bestemde energieproducten zijn, moet met name informatie die volgens Verordening [Verordening (EU) nr. ...... van het Europees Parlement en de Raad betreffende de integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie] openbaar moet worden gemaakt, als voorwetenschap worden beschouwd.

(14) Voorwetenschap kan worden misbruikt voor een uitgevende instelling de verplichting heeft deze openbaar te maken. Het stadium waarin de onderhandelingen over een overeenkomst zich bevinden, voorwaarden waarover tijdens de onderhandelingen over de overeenkomst voorlopig overeenstemming is bereikt, de mogelijkheid financiële instrumenten te plaatsen, voorwaarden waaronder financiële instrumenten in de handel zullen worden gebracht of voorlopige voorwaarden voor de plaatsing van financiële instrumenten, kunnen relevante informatie voor beleggers vormen. Daarom moet dergelijke informatie als voorwetenschap worden aangemerkt. Dergelijke informatie kan echter zo onnauwkeurig zijn dat de uitgevende instelling geen verplichting heeft deze openbaar te maken. In dat geval moet het verbod op handel met voorwetenschap van toepassing zijn, maar de verplichting voor de uitgevende instelling om de informatie openbaar te maken niet.

(15) Spotmarkten en desbetreffende derivatenmarkten zijn zeer nauw met elkaar verbonden en mondiaal en marktmisbruik kan zowel markt- als grensoverschrijdend plaatsvinden. Dit is het geval voor zowel handel met voorwetenschap als marktmanipulatie. Iemand die voorwetenschap over een spotmarkt heeft, kan met name hiervan gebruikmaken voor handel op een financiële markt. Daarom moet de algemene definitie van voorwetenschap met betrekking tot financiële markten en grondstoffenderivaten ook worden toegepast op alle informatie die relevant is voor de desbetreffende grondstof. Bovendien kunnen manipulatiestrategieën zich ook over spot- en derivatenmarkten uitspreiden. Handel in financiële instrumenten, zoals grondstoffenderivaten, kan worden gebruikt om desbetreffende spotcontracten voor grondstoffen te manipuleren en spotcontracten voor grondstoffen kunnen worden gebruikt om desbetreffende financiële instrumenten te manipuleren Het verbod op marktmanipulatie moet met deze onderlinge verbanden rekening houden. Het is echter niet passend noch praktisch haalbaar om het toepassingsgebied van de verordening uit te breiden tot gedragingen die geen betrekking hebben op financiële instrumenten, bijvoorbeeld tot handel in spotcontracten voor grondstoffen die enkel de spotmarkt betreft. In het specifieke geval van energieproducten bestemd voor de groothandel moeten de bevoegde autoriteiten rekening houden met de specifieke kenmerken van de definities in [Verordening (EU) nr. ...... van het Europees Parlement en de Raad betreffende de integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie] bij het toepassen van de definities van voorwetenschap, handel met voorwetenschap en marktmanipulatie van deze verordening op financiële instrumenten die betrekking hebben op energieproducten bestemd voor de groothandel.

(16) Als gevolg van de classificering van emissierechten als financiële instrumenten bij de herziening van de richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten, zullen deze instrumenten ook binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen. Aangezien deze instrumenten specifiek zijn en de koolstofmarkt een specifieke structuur heeft, moet ervoor worden gezorgd dat de lidstaten, de Europese Commissie en andere met betrekking tot emissierechten officieel aangewezen instanties niet in hun activiteiten worden beperkt wanneer ze het klimaatbeleid van de Unie uitvoeren. Bovendien moet de plicht om voorwetenschap openbaar te maken, worden opgelegd aan de deelnemers aan die markt in het algemeen. Om te vermijden dat de markt aan nutteloze rapporteringen wordt blootgesteld en om er ook voor te zorgen dat de geplande maatregel kosteneffectief blijft, blijkt het echter noodzakelijk om de regelgevende gevolgen van die plicht te beperken tot slechts die EU ETS-operatoren die vanwege hun omvang en activiteit redelijk in staat kunnen worden geacht een belangrijke invloed te hebben op de koers van de emissierechten. Indien deelnemers aan de emissierechtenmarkt al voldoen aan gelijkaardige verplichtingen inzake de openbaarmaking van voorwetenschap, met name krachtens de verordening betreffende de integriteit en transparantie van de energiemarkt (Verordening (EU) nr. ... van het Europees Parlement en de Raad betreffende de integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie), mag de verplichting om voorwetenschap inzake emissierechten openbaar te maken niet leiden tot een dubbele plicht tot openbaarmaking met hoofdzakelijk dezelfde inhoud.

(17) Verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Commissie van 12 november 2010 inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap[27] voorzag in twee parallelle marktmisbruikregelingen voor de veiling van emissierechten. Als gevolg van de classificering van emissierechten als financiële instrumenten onder de MiFID, moet deze verordening echter een enkel wetboek vormen van marktmisbruikmaatregelen die van toepassing zijn op de gehele primaire en secundaire markt voor emissierechten. De verordening moet tevens van toepassing zijn op het veilen van emissierechten of andere daarop gebaseerde geveilde producten ingevolge Verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Commissie van 12 november 2010 inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap.

(18) In deze verordening moeten maatregelen worden opgenomen inzake marktmanipulatie die kunnen worden aangepast aan nieuwe handelsvormen of nieuwe strategieën die misbruik kunnen inhouden. Omdat de handel in financiële instrumenten steeds meer is geautomatiseerd, is het wenselijk bij de definitie van marktmanipulatie voorbeelden op te nemen van specifieke misbruikstrategieën die kunnen worden uitgevoerd door algoritmische handel zoals high frequency trading. De gegeven voorbeelden zijn niet-limitatief, noch bedoeld om te suggereren dat dezelfde strategieën die met andere middelen worden uitgevoerd, geen misbruik zouden inhouden.

(19) Omdat mislukte pogingen om de markt te manipuleren ook moeten worden bestraft, moet als aanvulling op het verbod op marktmanipulatie in deze verordening ook een verbod op pogingen tot marktmanipulatie worden opgenomen. Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen pogingen tot marktmanipulatie en situaties waarin een gedraging niet het gewenste effect heeft op de koers van een financieel instrument. Een dergelijke gedraging wordt als marktmanipulatie beschouwd omdat deze geëigend was om valse of misleidende signalen te geven.

(20) Deze verordening moet ook verduidelijken dat het gebruik van financiële instrumenten als derivaten die op een ander handelsplatform of over the counter worden verhandeld, ook een vorm van marktmanipulatie of poging tot marktmanipulatie van het desbetreffende financieel instrument kan zijn.

(21) Om uniforme marktvoorwaarden te waarborgen voor handelsplatformen en -faciliteiten waarop deze verordening betrekking heeft, moeten operatoren van gereglementeerde markten, MTF's en OTF's verplicht worden proportionele structurele maatregelen vast te stellen om marktmanipulatiepraktijken te voorkomen en aan het licht te brengen.

(22) Manipulatie of poging tot manipulatie van financiële instrumenten kan ook bestaan in het plaatsen van orders die mogelijk niet worden uitgevoerd. Daarnaast kan een financieel instrument ook worden gemanipuleerd via gedragingen buiten een handelsplatform. Personen die beroepshalve transacties regelen of uitvoeren en die over systemen dienen te beschikken om verdachte transacties aan het licht te brengen en te rapporteren, moeten daarom ook verdachte orders en verdachte transacties die buiten een handelsplatform plaatsvinden, rapporteren.

(23) Manipulatie of poging tot manipulatie van financiële instrumenten kan ook bestaan in het verspreiden van onjuiste of misleidende informatie. Het verspreiden van onjuiste of misleidende informatie kan in een betrekkelijk korte tijdsspanne aanzienlijke invloed hebben op de prijzen van instrumenten. Er kan sprake zijn van het bedenken van kennelijk onjuiste informatie, maar ook het opzettelijk weglaten van essentiële feiten, of het bewust verkeerd weergeven van informatie. Deze vorm van marktmanipulatie is met name schadelijk voor beleggers, omdat zij daardoor hun beleggingsbeslissingen baseren op onjuiste of verdraaide informatie. Het is ook schadelijk voor uitgevende instellingen, omdat het het vertrouwen in de hun betreffende beschikbare informatie vermindert. Een gebrek aan vertrouwen in de markt kan vervolgens de mogelijkheden voor een uitgevende instelling in gevaar brengen om nieuwe financiële instrumenten uit te brengen of om krediet te verzekeren van andere marktdeelnemers teneinde zijn activiteiten te financieren. Informatie verspreidt zich snel over de markt. Als gevolg daarvan kunnen de nadelige gevolgen voor beleggers en uitgevende instellingen betrekkelijk lang aanhouden totdat dat de informatie onjuist of misleidend is gebleken en door de uitgevende instelling of degene die voor de verspreiding ervan verantwoordelijk is, kan worden gecorrigeerd. Het is daarom noodzakelijk om het verspreiden van onjuiste of misleidende informatie, waaronder geruchten of onjuist of misleidend nieuws, aan te merken als een inbreuk op deze verordening. Het is daarom niet toelaatbaar dat het diegenen die actief zijn op de financiële markten vrijstaat om, ten nadele van beleggers en uitgevende instellingen informatie te geven die indruist tegen hun eigen mening of beter weten en waarvan zij weten of behoren te weten dat die onjuist of misleidend is.

(24) De snelle openbaarmaking van voorwetenschap door een uitgevende instelling is van wezenlijk belang om handel met voorwetenschap te vermijden en ervoor te zorgen dat beleggers niet worden misleid. Uitgevende instellingen moeten daarom worden verplicht het publiek zo snel mogelijk op de hoogte te brengen van voorwetenschap, tenzij de kans klein is dat uitstel misleiding van het publiek tot gevolg heeft en de uitgevende instelling de vertrouwelijkheid van de informatie kan waarborgen.

(25) Wanneer een financiële instelling noodkredieten ontvangt, kan het soms in het belang van de financiële stabiliteit zijn om de openbaarmaking van voorwetenschap uit te stellen indien de informatie systeemrelevant is. De bevoegde autoriteit moet daarom de mogelijkheid te hebben om een uitstel voor het openbaar maken van voorwetenschap toe te staan.

(26) De eis om voorwetenschap openbaar te maken kan voor uitgevende instellingen van financiële instrumenten die zijn toegelaten voor handel op kmo-groeimarkten, bijzonder lastig zijn vanwege van de kosten van de controle van de informatie waarover ze beschikken en het inwinnen van juridisch advies over de vraag of en wanneer informatie moet worden openbaar gemaakt. Toch is een snelle openbaarmaking van voorwetenschap van wezenlijk belang voor het vertrouwen van de beleggers in deze uitgevende instellingen. Daarom moet de Europese Autoriteit voor effecten en markten (EAEM) richtsnoeren kunnen vaststellen om de uitgevende instellingen bij te staan bij het naleven van de verplichting om voorwetenschap openbaar te maken zonder de bescherming van beleggers in gevaar te brengen.

(27) Lijsten van personen met voorwetenschap zijn een belangrijk hulpmiddel voor regelgevers om mogelijk marktmisbruik te onderzoeken. Nationale verschillen wat betreft de in dergelijke lijsten op te nemen gegevens leiden echter tot onnodige administratieve lasten voor uitgevende instellingen. Om deze kosten te beperken moeten de noodzakelijke gegevensvelden van de lijsten van personen met voorwetenschap daarom uniform zijn. De eis om lijsten van personen met voorwetenschap bij te houden en voortdurend bij te werken vormt vooral voor uitgevende instellingen op kmo-groeimarkten een zware administratieve last. Aangezien bevoegde autoriteiten in het geval van deze uitgevende instellingen doeltreffend toezicht kunnen houden op marktmisbruik zonder deze lijsten op alle momenten beschikbaar te hebben, moeten deze uitgevende instellingen worden vrijgesteld van deze verplichting zodat de administratieve kosten die uit deze verordening voortvloeien, worden beperkt.

(28) Meer openheid over transacties die worden verricht door personen met leidinggevende verantwoordelijkheden op het niveau van de uitgevende instellingen en, in voorkomend geval, door personen die nauw aan hen gelieerd zijn, vormt een preventieve maatregel tegen marktmisbruik. Bekendmaking van deze transacties op minstens individuele basis, kan tevens een zeer waardevolle bron van informatie voor beleggers vormen. Er moet worden verduidelijkt dat de verplichting om deze transacties van leidinggevenden bekend te maken, ook het in pand geven of lenen van financiële instrumenten omvat, alsook de transacties door andere personen die namens de leidinggevende handelen. Om een juist evenwicht te verzekeren tussen het transparantieniveau en het aantal rapporteringen aan de bevoegde autoriteiten en het publiek, moet in deze verordening een uniforme drempel worden vastgesteld waaronder transacties niet hoeven te worden gerapporteerd.

(29) Een reeks effectieve instrumenten en bevoegdheden voor de bevoegde autoriteit van elke lidstaat waarborgt de doeltreffendheid van het toezicht. Op de markt actieve ondernemingen en alle deelnemers aan het economisch verkeer moeten ook bijdragen tot de integriteit van de markt. In die zin mag de aanwijzing van één bevoegde autoriteit voor marktmisbruik geen beletsel vormen voor samenwerking of het delegeren van taken onder de verantwoordelijkheid van de bevoegde autoriteit, tussen die autoriteit en de op de markt actieve ondernemingen om een doeltreffend toezicht op de naleving van de bepalingen van deze verordening te waarborgen.

(30) Om gevallen van handel met voorwetenschap en marktmanipulatie aan het licht te kunnen brengen, moeten de bevoegde autoriteiten toegang kunnen hebben tot privélokalen en documenten in beslag kunnen nemen. De toegang tot privélokalen is met name noodzakelijk wanneer: (i) de persoon die om reeds om informatie is verzocht (geheel of gedeeltelijk) nalaat aan dit verzoek te voldoen; of (ii) er een redelijk vermoeden bestaat dat in geval van een verzoek daaraan niet zou worden voldaan, of de documenten of informatie waarop het verzoek om informatie betrekking heeft, zouden worden verwijderd, gemanipuleerd of vernietigd.

(31) Bestaande overzichten van telefoon- en dataverkeer van beleggingsondernemingen en bestaande overzichten van telefoon- en dataverkeer van telecomoperatoren vormen cruciaal en soms het enige bewijs waarmee het bestaan van handel met voorkennis en marktmanipulatie aan het licht kan worden gebracht en bewezen. Aan de hand van overzichten van telefoon- en dataverkeer kan de identiteit worden vastgesteld van een persoon die verantwoordelijk is voor de verspreiding van onjuiste of misleidende informatie en worden vastgesteld dat personen gedurende een bepaalde tijd met elkaar in contact zijn geweest en er tussen twee of meer personen een relatie bestaat. Om een gelijk speelveld binnen de Unie te scheppen wat de toegang van bevoegde autoriteiten betreft tot bestaande overzichten van telefoon- en dataverkeer waarover een telecommunicatie-exploitant of een beleggingsonderneming beschikt, moeten de bevoegde autoriteiten bestaande overzichten van telefoon- en dataverkeer waarover een telecommunicatie-exploitant of een beleggingsonderneming beschikt, kunnen opvragen wanneer er een redelijk vermoeden bestaat dat dergelijke, met het voorwerp van de inspectie verband houdende overzichten, relevant kunnen zijn om met deze verordening of Richtlijn [nieuwe MAD] strijdige handel met voorwetenschap of marktmanipulatie als gedefinieerd in [nieuwe MAD] aan te tonen Overzichten van telefoon- en dataverkeer bevatten niet de desbetreffende inhoud.

(32) Aangezien marktmisbruik grens- en marktoverschrijdend kan zijn, moeten bevoegde autoriteiten worden verplicht om, in het bijzonder voor onderzoeken, samen te werken en informatie uit te wisselen met andere bevoegde en regelgevende autoriteiten en met de EAEM. Wanneer een bevoegde autoriteit ervan overtuigd is dat in een andere lidstaat marktmisbruik plaatsvindt of plaatsvond, dan wel gevolgen heeft voor in een andere lidstaat verhandelde financiële instrumenten, moet zij de bevoegde autoriteit en de EAEM hiervan op de hoogte brengen. In gevallen van marktmisbruik met grensoverschrijdende gevolgen, moet de EAEM het onderzoek coördineren indien een van de desbetreffende bevoegde autoriteiten haar hierom verzoekt.

(33) Om informatie te kunnen uitwisselen en te kunnen samenwerken met autoriteiten in derde landen voor de doeltreffende toepassing van deze verordening, moeten de bevoegde autoriteiten samenwerkingsovereenkomsten sluiten met hun tegenhangers in derde landen. Overdrachten van persoonsgegevens op basis van deze overeenkomsten moeten voldoen aan Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens[28] en aan Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens[29].

(34) Een streng beleids- en bedrijfsvoeringskader voor de financiële sector moet zijn gebaseerd op strenge toezicht- en sanctieregels. Daartoe moeten toezichthoudende autoriteiten beschikken over voldoende bevoegdheden om te handelen en moeten zij kunnen vertrouwen op billijke, strenge en afschrikkende sanctieregelingen voor alle financiële wangedragingen; deze sancties moeten doeltreffend worden uitgevoerd. De groep op hoog niveau was echter van mening dat geen van deze elementen op dit moment al bestaat. Een evaluatie van bestaande sanctiebevoegdheden en hun praktische toepassing om de convergentie van de sancties in het gehele scala van toezichtactiviteiten te bevorderen, werd uitgevoerd in de mededeling van de Commissie van 8 december 2010 inzake het versterken van sanctieregelingen in de financiële sector[30].

(35) Naast het geven van doeltreffende hulpmiddelen en bevoegdheden voor toezicht aan regelgevers, moet daarom een aantal administratieve maatregelen, sancties en boeten worden vastgesteld om te komen tot een gemeenschappelijke aanpak in lidstaten en om het afschrikkende effect ervan te vergroten. Bij administratieve boeten moet rekening worden gehouden met factoren zoals de terugbetaling van vastgestelde financiële voordelen, de ernst en de duur van de inbreuk, verzwarende of verzachtende omstandigheden, het feit dat boeten een afschrikkend effect moeten hebben en, indien van toepassing, een korting wegens samenwerking met de bevoegde autoriteit. Bij de goedkeuring en bekendmaking van de sancties moeten de grondrechten worden nageleefd die zijn neergelegd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, met name het recht op eerbiediging van het privéleven en het familie- en gezinsleven (artikel 7), het recht op bescherming van persoonsgegevens (artikel 8) en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht (artikel 47).

(36) Klokkenluiders vestigen de aandacht van bevoegde autoriteiten op nieuwe informatie op basis waarvan zij handel met voorwetenschap en marktmanipulatie gemakkelijker aan het licht kunnen brengen en bestraffen. Klokkenluiders kunnen echter worden ontmoedigd door angst voor represailles of het ontbreken van motivering. Bijgevolg moet deze verordening ervoor zorgen dat er passende regelingen komen om klokkenluiders aan te moedigen de bevoegde autoriteiten attent te maken op mogelijke inbreuken op deze verordening en om hen te beschermen tegen represailles. Klokkenluiders mogen echter uitsluitend in aanmerking komen voor deze beloningen als zij nieuwe informatie onthullen zonder daartoe al wettelijk verplicht te zijn en deze informatie leidt tot een sanctie voor inbreuk op deze verordening. Lidstaten moeten ook ervoor zorgen dat de klokkenluidersregelingen die zij uitvoeren, mechanismen bevatten die een aangegeven persoon naar behoren beschermen, met name met betrekking tot het recht op bescherming van zijn persoonsgegevens en procedures om het recht van de aangegeven persoon te waarborgen op verdediging en om te worden gehoord voordat een beslissing over hem wordt genomen, alsook het recht op een doeltreffende voorziening in rechte bij een rechtbank tegen een beslissing over hem.

(37) Aangezien lidstaten wetgeving hebben vastgesteld ter uitvoering van Richtlijn 2003/6/EG en aangezien gedelegeerde handelingen en technische uitvoeringsnormen zijn voorzien die moeten worden goedgekeurd voordat het nieuwe kader op een nuttige manier kan worden toegepast, is het nodig de toepassing van de materiële bepalingen in deze verordening voor een toereikende periode uit te stellen.

(38) Voor een gemakkelijke, vlotte overgang naar de toepassing van deze verordening mogen marktpraktijken die vóór de inwerkingtreding van deze verordening bestonden en die door de bevoegde autoriteiten werden aanvaard in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 2273/2003 van de Commissie van 22 december 2003 tot uitvoering van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de uitzonderingsregeling voor terugkoopactiviteiten en voor de stabilisatie van financiële instrumenten betreft[31] met het oog op de toepassing van artikel 1, lid 2, onder a), van Richtlijn 2003/6/EG, blijven worden toegepast tot een jaar na de datum die is vastgesteld voor de werkelijke toepassing van deze verordening, op voorwaarde dat de EAEM op de hoogte wordt gebracht van deze marktpraktijken.

(39) Deze verordening voldoet aan de grondrechten en houdt rekening met de beginselen die zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zoals opgenomen in het Verdrag, en met name het recht op eerbiediging van het privéleven en het familie- en gezinsleven, het recht op bescherming van persoonsgegevens, de vrijheid van meningsuiting en van informatie, de vrijheid van ondernemerschap, het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht, het vermoeden van onschuld en de rechten van verdediging, het legaliteitsbeginsel en evenredigheidsbeginsel inzake delicten en straffen, en het recht om niet tweemaal in een strafrechtelijke procedure voor hetzelfde delict te worden berecht of gestraft. Beperkingen van deze rechten zijn in overeenstemming met artikel 52, lid 1, van het Handvest omdat zij noodzakelijk zijn om de doelstellingen van algemeen belang van bescherming van beleggers en de integriteit van financiële markten te verzekeren, en in passende waarborgen is voorzien om ervoor te zorgen dat rechten slechts worden beperkt voor zover als nodig is om deze doelstellingen te bereiken en via maatregelen die evenredig zijn aan de te bereiken doelstelling. Het rapporteren van verdachte transacties is met name noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de bevoegde autoriteiten marktmisbruik aan het licht kunnen brengen en kunnen bestraffen Het verbieden van pogingen tot marktmanipulatie is noodzakelijk om de bevoegde autoriteiten in staat te stellen dergelijke pogingen te bestraffen als zij bewijzen van de intentie tot marktmanipulatie hebben, zelfs als er geen effect op de koersen kan worden aangetoond. Toegang tot overzichten van data- en telefoonverkeer is noodzakelijk om bewijzen te verzamelen en aanwijzingen van handel met voorwetenschap of marktmanipulatie te onderzoeken, en bijgevolg om marktmisbruik aan het licht te brengen en te bestraffen. De voorwaarden die bij deze verordening worden gesteld, waarborgen dat de grondrechten in acht worden genomen. Maatregelen inzake klokkenluiders zijn noodzakelijk om marktmisbruik gemakkelijker aan het licht te brengen en om ervoor te zorgen dat de klokkenluider en de aangegeven persoon worden beschermd, met inbegrip van de bescherming van hun privéleven, persoonsgegevens en het recht om te worden gehoord en op een doeltreffende voorziening in rechte voor een rechtbank. Het is noodzakelijk om gemeenschappelijke minimumregels voor administratieve maatregelen, sancties en boeten vast te stellen zodat vergelijkbare inbreuken op de regels inzake marktmisbruik op een vergelijkbare manier worden bestraft en sancties worden opgelegd die evenredig aan de inbreuk zijn. Deze richtlijn belet de lidstaten op geen enkele wijze om hun constitutionele regels inzake de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting in de media toe te passen.

(40) Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens[32] en Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens[33] zijn van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door de EAEM in het kader van deze verordening en onder toezicht van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, met name de onafhankelijke autoriteiten die door de lidstaten zijn benoemd. Het uitwisselen of doorgeven van informatie door de bevoegde autoriteiten dient in overeenstemming te zijn met de voorschriften betreffende de doorgifte van persoonsgegevens die zijn neergelegd in Richtlijn 95/46/EG. Het uitwisselen of doorgeven van informatie door de EAEM dient in overeenstemming te zijn met de voorschriften betreffende de doorgifte van persoonsgegevens die zijn neergelegd in Verordening (EG) nr. 45/2001.

(41) Deze verordening en de in overeenstemming hiermee vastgestelde gedelegeerde handelingen, normen en richtsnoeren laten de toepassing van de uniale mededingingsregels onverlet.

(42) De Commissie moet de bevoegdheid worden gegeven om gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag. Gedelegeerde handelingen moeten met name worden vastgesteld met betrekking tot de voorwaarden voor terugkoopactiviteiten en de stabilisatie van financiële instrumenten, de indicatoren voor manipulatief gedrag opgenoemd in bijlage I, de drempel voor het bepalen van de toepasselijkheid van de verplichting tot openbaarmaking voor deelnemers aan een emissierechtenmarkt, de voorwaarden voor het opstellen van lijsten van personen met voorwetenschap en de drempel en voorwaarden met betrekking tot transacties van leidinggevenden. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens de voorbereiding passend overleg pleegt, onder meer met deskundigen. Bij het voorbereiden en opstellen van gedelegeerde handelingen dient de Commissie erop toe te zien dat de desbetreffende documenten gelijktijdig, tijdig en op passende wijze bij het Europees Parlement en de Raad worden ingediend.

(43) Om te zorgen voor uniforme voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening met betrekking tot de procedures voor het melden van schendingen van deze verordening dienen de Commissie uitvoeringsbevoegdheden te worden verleend. Deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren.

(44) Technische normen op het gebied van financiële diensten moeten waarborgen dat met betrekking tot de in deze verordening geregelde onderwerpen in de hele Unie uniforme voorwaarden gelden. Omdat de EAEM een instantie met een zeer specifieke deskundigheid is, zou het efficiënt en passend zijn om aan haar de uitwerking toe te vertrouwen van aan de Commissie voor te leggen voorstellen voor technische regelgevings- en uitvoeringsnormen die geen beleidskeuzen met zich brengen.

(45) De Commissie moet door middel van gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 290 VWEU en de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 de voorstellen goedkeuren van de door de EAEM ontwikkelde technische regelgevings- en uitvoeringsnormen met betrekking tot de procedures en regelingen voor handelsplatformen voor het voorkomen en aan het licht brengen van marktmisbruik en de systemen en modellen die moeten worden gebruikt om verdachte orders en transacties aan het licht te brengen en met betrekking tot op de technische regelingen voor categorieën personen voor de objectieve presentatie van informatie waarbij een beleggingsstrategie wordt aanbevolen en voor de openbaarmaking van bijzondere belangen of aanwijzingen van belangenconflicten. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens de voorbereiding passend overleg pleegt, onder meer met deskundigen.

(46) De Commissie dient tevens te worden gemachtigd om technische uitvoeringsnormen vast te stellen door middel van uitvoeringshandelingen uit hoofde van artikel 291 VWEU en in overeenstemming met artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1093/2010. Aan de EAEM moet de opstelling worden toevertrouwd van aan de Commissie voor te leggen voorstellen voor technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de openbaarmaking van voorwetenschap, het formaat van lijsten van personen met voorwetenschap en procedures voor de samenwerking en uitwisseling van informatie tussen bevoegde autoriteiten onderling en tussen de bevoegde autoriteiten en de EAEM.

(47) Aangezien de doelstelling van het overwogen optreden, namelijk het voorkomen van marktmisbruik in de vorm van handel met voorwetenschap en marktmanipulatie, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve, vanwege de omvang en de gevolgen van de maatregelen, beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie maatregelen vaststellen, overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel als bedoeld in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat de verordening niet verder dan nodig is om dit doel te verwezenlijken.

(48) Omdat de bepalingen van Richtlijn 2003/6/EG niet langer relevant en voldoende zijn, dient deze richtlijn met ingang van [24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] te worden ingetrokken. De voorschriften en verboden van deze verordening hangen ten nauwste samen met de voorschriften en verboden van de MiFD en dienen daarom van toepassing te worden op de datum van inwerkingtreding van de herziene MiFID,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN

Afdeling 1

Onderwerp en toepassingsgebied

Artikel 1 Onderwerp

In deze verordening wordt een gemeenschappelijk regelgevend kader vastgelegd inzake marktmisbruik teneinde de integriteit van de financiële markten in de Unie te waarborgen en de bescherming van beleggers en hun vertrouwen in die markten te versterken.

Artikel 2 Toepassingsgebied

1. Deze verordening is van toepassing op:

(a) financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of waarvoor toelating tot de handel op een gereglementeerde markt is aangevraagd;

(b) financiële instrumenten die worden verhandeld op een MTF of op een OTF in ten minste één lidstaat;

(c) gedragingen of transacties met betrekking tot een financieel instrument als bedoeld onder a) of b), ongeacht of de gedraging of transactie daadwerkelijk plaatsvindt op een gereglementeerde markt, MTF of OTF;

(d) gedragingen of transacties, waaronder biedingen, met betrekking tot het veilen van emissierechten of andere daarop gebaseerde geveilde producten ingevolge Verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Commissie[34]. Onverminderd eventuele specifieke bepalingen betreffende biedingen gedaan in het kader van een veiling, zijn alle voorschriften en verboden in deze verordening met betrekking tot handelsorders van toepassing op dergelijke biedingen.

2. De artikelen 7 en 9 zijn ook van toepassing op de verwerving of de vervreemding van financiële instrumenten die niet zijn genoemd onder a) en b) van het eerste lid, maar waarvan de waarde gerelateerd is aan een financieel instrument als bedoeld in dat lid. Dit omvat met name afgeleide instrumenten voor de overdracht van kredietrisico dat verbonden is aan een financieel instrument als bedoeld in het eerste lid en financiële contracten betreffende verschillen die verband houden met een dergelijk financieel instrument.

3. De artikelen 8 en 10 zijn tevens van toepassing op transacties, handelsorders en andere gedragingen in verband met:

(a) soorten financiële instrumenten, waaronder afgeleide contracten of afgeleide instrumenten voor de overdracht van kredietrisico, waarbij de transactie, order of gedraging een effect heeft, waarschijnlijk zal hebben of bedoeld is te hebben op een financieel instrument als bedoeld onder a) en b) van het eerste lid;

(b) spotcontracten voor grondstoffen die geen voor de groothandel bestemde energieproducten zijn, waarbij de transactie, order of gedraging een effect heeft, waarschijnlijk zal hebben of bedoeld is te hebben op een financieel instrument als bedoeld onder a) en b) van het eerste lid; of

(c) soorten financiële instrumenten, waaronder afgeleide contracten of afgeleide instrumenten voor de overdracht van kredietrisico, waarbij de transactie, order of gedraging een effect heeft, waarschijnlijk zal hebben of bedoeld is te hebben op spotcontracten voor grondstoffen;

4. De verboden en voorschriften in deze verordening zijn van toepassing op in dan wel buiten de Unie verrichte handelingen met betrekking tot instrumenten als bedoeld in de leden 1 tot en met 3.

Afdeling 2

Uitsluiting van het toepassingsgebied

Artikel 3 Uitzonderingen voor terugkoopprogramma's en stabilisatie

1. De voorschriften van de artikelen 9 en 10 van deze verordening zijn niet van toepassing op de handel in eigen aandelen in het kader van terugkoopprogramma's wanneer de volledige details van het programma voorafgaand aan het begin van de handel openbaar worden gemaakt, bij de bevoegde autoriteit wordt gemeld dat de handel onderdeel uitmaakt van het terugkoopprogramma en vervolgens openbaar wordt gemaakt en passende plafonds met betrekking tot de koers en het volume in acht worden genomen.

2. De voorschriften van de artikelen 9 en 10 van deze verordening zijn niet van toepassing op de handel in eigen aandelen voor de stabilisatie van een financieel instrument wanneer de stabilisatie gedurende een beperkte periode wordt uitgevoerd, relevante informatie over de stabilisatie openbaar wordt gemaakt en passende plafonds met betrekking tot de koers in acht worden genomen.

3. De Commissie stelt door middel van gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 31, maatregelen vast ter nadere bepaling van de voorwaarden waaraan dergelijke terugkoopprogramma's en stabilisatiemaatregelen als bedoeld in de leden 1 en 2, moeten voldoen, waaronder handelsvoorwaarden, beperkingen betreffende tijd en volume, verplichtingen inzake openbaarmaking en rapportering en voorwaarden inzake de koers.

Artikel 4 Uitsluiting inzake beheersactiviteiten met betrekking tot monetair beleid en overheidsschuld en voor activiteiten in het kader van klimaatbeleid

1. Deze verordening is niet van toepassing op transacties, orders of gedragingen die in het kader van het monetaire beleid, het valutabeleid of het beheer van de overheidsschuld worden verricht door een lidstaat, het Europese Stelsel van centrale banken, een nationale centrale bank van een lidstaat, een ander ministerie, ander bureau of andere speciaal opgerichte entiteit van een lidstaat of een namens hen optredende persoon en, wanneer de lidstaat een federale staat is, op transacties, orders of gedragingen die zijn uitgevoerd door een van de leden van de federatie. Ook is de verordening niet van toepassing op dergelijke transacties, orders of gedragingen verricht door de Unie, een speciaal opgerichte entiteit voor verschillende lidstaten, de Europese Investeringsbank, een internationale financiële instelling die is opgericht door twee of meer lidstaten en die ten doel heeft middelen bijeen te brengen en financiële bijstand te verlenen ten behoeve van zijn leden die te maken hebben met of de dreiging ondergaan van ernstige financiële problemen, of de Europese faciliteit voor financiële stabiliteit.

2. Deze verordening is niet van toepassing op de activiteiten van een lidstaat, de Europese Commissie of een ander officieel aangewezen orgaan, of een namens hen optredende persoon, die betrekking hebben op emissierechten en die worden uitgevoerd in het kader van het klimaatbeleid van de Unie.

Afdeling 3

Definities

Artikel 5 Definities

Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities:

1. "financieel instrument": elk instrument in de zin van artikel 2, lid 1, onder 8) van Verordening [MiFIR];

2. "gereglementeerde markt": een multilateraal stelsel in de Unie in de zin van artikel 2, lid 1, onder 5) van Verordening [MiFIR];

3. "Multilateral Trading Facility (MTF)": een multilateraal stelsel in de Unie in de zin van artikel 2, lid 1, onder 6) van Verordening [MiFIR];

4. "Organised Trading Facility (OTF)": een stelsel of faciliteit in de Unie als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder 7) van Verordening [MiFIR];

5. "trading venue": een stelsel of faciliteit in de Unie als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder 26) van Verordening [MiFIR];

6. "kmo-groeimarkt": een MTF in de Unie in de zin van artikel 4, lid 1, onder 17) van Richtlijn [nieuwe MiFID];

7. "bevoegde autoriteit": de overeenkomstig artikel 16 aangewezen bevoegde autoriteit;

8. "persoon": natuurlijke persoon of rechtspersoon;

9. "grondstof": een grondstof zoals bedoeld in artikel 2, lid 1 van Verordening (EG) nr. 1287/2006 van de Commissie[35];

10. "spotcontract voor grondstoffen": elk contract voor de levering van een grondstof die op een spotmarkt wordt verhandeld en die onverwijld wordt geleverd wanneer de transactie wordt afgewikkeld, met inbegrip van elk afgeleid contract dat materieel moet worden afgewikkeld;

11. "spotmarkt": elke markt in grondstoffen waarop grondstoffen tegen contante betaling worden verkocht en onverwijld worden geleverd wanneer de transactie wordt afgewikkeld;

12. "terugkoopprogramma": de handel in eigen aandelen overeenkomstig de artikelen 19 tot en met 24 van Richtlijn 77/91/EEG van de Raad[36];

13. "algoritmische handel": handel in financiële instrumenten met gebruik van computeralgoritmen in de zin van artikel 4, lid 1, onder 37) van Richtlijn [nieuwe MiFID];

14. "emissierecht": een financieel instrument als omschreven onder punt 11 van deel C van bijlage I bij Richtlijn [nieuwe MiFID];

15. "deelnemer aan de emissierechtenmarkt": elke persoon die transacties aangaat, met inbegrip van het plaatsen van handelsorders, met betrekking tot emissierechten;

16. "uitgevende instelling van een financieel instrument": een uitgevende instelling als omschreven in artikel 2, lid 1, onder h), van Richtlijn 2003/71/EG[37];

17. "ACER": het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators opgericht bij Verordening (EG) nr. 713/2009[38];

18. "energieproduct bestemd voor groothandel": dezelfde betekenis als in artikel 2, lid 4 van [Verordening (EU) nr. ... van het Europees Parlement en de Raad inzake integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie][39];

19. "nationale regelgevende instantie": dezelfde betekenis als in artikel 2, lid 7 van [Verordening (EU) nr. ... van het Europees Parlement en de Raad inzake integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie][40].

Afdeling 4

Voorwetenschap, handel met voorwetenschap en marktmanipulatie

Artikel 6 Voorwetenschap

1. In het kader van deze verordening omvat voorwetenschap de volgende soorten informatie:

(a) niet openbaar gemaakte informatie die concreet is en die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking heeft op een of meer instellingen die financiële instrumenten uitgeven of op een of meer financiële instrumenten, en die, indien zij openbaar zou worden gemaakt, waarschijnlijk een aanzienlijke invloed zou hebben op de koers van deze financiële instrumenten of van daarvan afgeleide financiële instrumenten;

(b) in verband met van grondstoffen afgeleide instrumenten, niet openbaar gemaakte informatie die concreet is en die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking heeft op een of meer van dergelijke afgeleide instrumenten of op het eraan gerelateerde spotcontract voor grondstoffen, en die, indien zij openbaar zou worden gemaakt, waarschijnlijk een aanzienlijke invloed zou hebben op de koers van deze afgeleide instrumenten of van de eraan gerelateerde spotcontracten voor grondstoffen; met name informatie die verplicht openbaar moet worden gemaakt overeenkomstig Europese of nationale wettelijke of reglementaire bepalingen, marktvoorschriften, contracten of gebruiken, op de betrokken markten in van grondstoffen afgeleide instrumenten of spotmarkten;

(c) in verband met emissierechten of daarop gebaseerde geveilde producten, niet openbaar gemaakte informatie die concreet is en die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking heeft op een of meer van dergelijke instrumenten, en die, indien zij openbaar zou worden gemaakt, waarschijnlijk een aanzienlijke invloed zou hebben op de koers van deze financiële instrumenten of van daarvan afgeleide financiële instrumenten;

(d) voor personen die zijn belast met de uitvoering van orders met betrekking tot financiële instrumenten, betekent voorwetenschap tevens informatie die door een klant wordt verstrekt en verband houdt met de lopende orders van de klant inzake financiële instrumenten, die concreet is, die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking heeft op een of meer instellingen die financiële instrumenten uitgeven of op een of meer financiële instrumenten en die, indien zij openbaar zou worden gemaakt, waarschijnlijk een aanzienlijke invloed zou hebben op de koers van deze financiële instrumenten, van eraan gerelateerde spotcontracten voor grondstoffen of van ervan afgeleide financiële instrumenten;

(e) informatie die niet onder de leden a), b), c) of d) valt en die betrekking heeft op een of meer instellingen die financiële instrumenten uitgeven of op een of meer financiële instrumenten, die niet algemeen toegankelijk is voor het publiek, maar die, indien zij beschikbaar zou zijn voor een redelijk handelende belegger, die regelmatig handel drijft op de betrokken markt en in het betrokken financiële instrument of een eraan gerelateerde spotcontract voor grondstoffen, door die persoon als relevant zou worden beschouwd bij beslissingen over de voorwaarden voor het verrichten van transacties met betrekking tot het financiële instrument of een eraan gerelateerd spotcontract voor grondstoffen.

2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt informatie geacht concreet te zijn indien zij betrekking heeft op een situatie die bestaat of waarvan redelijkerwijze mag worden aangenomen dat zij zal ontstaan, dan wel op een gebeurtenis die heeft plaatsgevonden of waarvan redelijkerwijze mag worden aangenomen dat zij zal plaatsvinden, en indien de informatie specifiek genoeg is om er een conclusie uit te trekken omtrent de mogelijke invloed van bovenbedoelde situatie of gebeurtenis op de koers van de financiële instrumenten, de eraan gerelateerde spotcontracten voor grondstoffen of de geveilde, op emissierechten gebaseerde producten.

3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder informatie die, indien zij openbaar zou worden gemaakt, waarschijnlijk een aanzienlijke invloed zou hebben op de koers van de financiële instrumenten, de eraan gerelateerde spotcontracten voor grondstoffen of de geveilde producten gebaseerd op emissierechten, informatie verstaan waarvan een redelijk handelende belegger waarschijnlijk gebruik zou maken om er zijn beleggingsbeslissingen ten dele op te baseren.

Artikel 7 Handel met voorwetenschap en ongeoorloofde openbaarmaking van voorwetenschap

1. Voor de toepassing van deze verordening doet handel met voorwetenschap zich voor wanneer een persoon die over voorwetenschap beschikt die informatie gebruikt door, voor eigen rekening of voor rekening van derden, rechtstreeks of onrechtstreeks financiële instrumenten te verwerven of te vervreemden waarop die informatie betrekking heeft. Het gebruik van voorwetenschap voor het annuleren of aanpassen van een order met betrekking tot een financieel instrument waarop de informatie betrekking heeft terwijl de order werd geplaatst voordat de persoon over de voorwetenschap beschikte, wordt tevens aangemerkt als handel met voorwetenschap.

2. Voor de toepassing van deze verordening doet een poging tot handel met voorwetenschap zich voor wanneer een persoon beschikt over voorwetenschap en voor eigen rekening of voor rekening van derden, rechtstreeks of onrechtstreeks, financiële instrumenten tracht te verwerven of te vervreemden waarop die informatie betrekking heeft. Een poging een order met betrekking tot een financieel instrument waarop de informatie betrekking heeft, te annuleren of wijzigen op basis van voorwetenschap terwijl de order werd geplaatst voordat de persoon over de voorwetenschap beschikte, wordt tevens aangemerkt als een poging tot handel met voorwetenschap.

3. Voor de toepassing van deze verordening beveelt een persoon een derde aan, of zet een persoon een derde ertoe aan om tot handel met voorwetenschap over te gaan, indien de persoon beschikt over voorwetenschap en hij een derde aanbeveelt of ertoe aanzet om op basis van voorwetenschap financiële instrumenten te verkrijgen of te vervreemden waarop die voorwetenschap betrekking heeft.

4. Voor de toepassing van de verordening doet zich ongeoorloofde openbaarmaking van voorwetenschap voor als een persoon over voorwetenschap beschikt en de voorwetenschap bekendmaakt aan een derde, tenzij de bekendmaking plaatsvindt uit hoofde van de normale uitoefening van de taken die voortvloeien uit werk of beroep.

5. De leden 1, 2, 3 en 4 zijn van toepassing op iedere persoon die over voorwetenschap beschikt als gevolg van een van de volgende situaties:

(a) lidmaatschap van de bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen van de uitgevende instelling;

(b) deelneming in het kapitaal van de uitgevende instelling;

(c) toegang tot de informatie uit hoofde van de uitoefening van taken die voortvloeien uit werk of beroep;

(d) deelname aan misdadige activiteiten.

De leden 1, 2, 3 en 4 zijn tevens van toepassing op alle voorwetenschap die een persoon verkrijgt onder andere omstandigheden dan de onder a) tot en met d) genoemde omstandigheden en waarvan de persoon weet of zou moeten weten dat het voorwetenschap betreft.

6. Indien de in lid 1 en 2 bedoelde persoon een rechtspersoon is, zijn deze leden tevens van toepassing op de natuurlijke personen die deelnemen aan of invloed hebben op de beslissing om de verwerving of vervreemding voor rekening van de betreffende rechtspersoon uit te voeren, of trachten uit te voeren.

7. Indien de in het eerste lid bedoelde persoon een rechtspersoon is, zijn de bepalingen van dat lid niet van toepassing op een transactie door de betreffende rechtspersoon indien de rechtspersoon over doeltreffende regelingen beschikte die waarborgden dat niemand die over voor de transactie relevante voorwetenschap beschikte op welke wijze dan ook bij de beslissing betrokken was of zich zodanig gedroeg dat de beslissing erdoor werd beïnvloed, noch enig contact met de bij de beslissing betrokkenen had waardoor de informatie had kunnen worden overgedragen of waardoor op het bestaan ervan had kunnen worden gewezen.

8. Het eerste lid is niet van toepassing op transacties die worden verricht ter nakoming van een opeisbaar geworden verplichting tot verwerving of vervreemding van financiële instrumenten als deze verplichting voortvloeit uit een overeenkomst die werd gesloten, of dient ter voldoening aan een wettelijke of reglementaire verplichting die ontstond, voordat de voorwetenschap door de betrokken persoon werd verkregen.

9. In verband met veilingen van emissierechten of andere daarop gebaseerde geveilde producten die worden gehouden ingevolge Verordening (EU) nr. 1031/2010 is het verbod in het eerste lid tevens van toepassing op het gebruik van voorwetenschap door het doen, wijzigen of intrekken van een bod voor eigen rekening van de persoon die over de voorwetenschap beschikt of voor rekening van een derde.

Artikel 8 Marktmanipulatie

1. Voor de toepassing van deze verordening omvat marktmanipulatie de volgende activiteiten:

(a) het aangaan van een transactie, het plaatsen van een handelsorder of elke andere gedraging met de volgende gevolgen:

– er worden daadwerkelijk of waarschijnlijk onjuiste of misleidende signalen mee afgegeven met betrekking tot het aanbod van, de vraag naar of de koers van een financieel instrument of een eraan gerelateerd spotcontract voor grondstoffen; of

– de koers van een of meer financiële instrumenten of eraan gerelateerde spotcontracten voor grondstoffen wordt er daadwerkelijk of waarschijnlijk door op een abnormaal of kunstmatig niveau gebracht;

(b) het aangaan van een transactie, plaatsen van een handelsorder of een andere gedraging met gevolgen voor de koers van een of meer financiële instrumenten of een eraan gerelateerd spotcontract voor grondstoffen, waarbij gebruik wordt gemaakt van een kunstgreep of enigerlei andere vorm van bedrog of misleiding; of

(c) de verspreiding van informatie, via de media, met inbegrip van internet, of via andere kanalen, waardoor de onder a) genoemde gevolgen optreden, wanneer de persoon die de informatie verspreidde, wist of had moeten weten dat de informatie onjuist of misleidend was. Wanneer informatie wordt verspreid ten behoeve van journalistieke doeleinden, wordt deze verspreiding van informatie beoordeeld met inachtneming van de bepalingen inzake de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting in andere media, tenzij:

– de betreffende personen rechtstreeks of onrechtstreeks een voordeel of winst behalen uit de verspreiding van de betreffende informatie; of

– de openbaarmaking of verspreiding wordt verricht met de bedoeling de markt te misleiden op het gebied van het aanbod van, de vraag naar of de koers van financiële instrumenten.

2. Voor de toepassing van deze verordening omvat een poging tot marktmanipulatie het volgende:

(a) het trachten een transactie aan te gaan, trachten een order te plaatsen of trachten een andere gedraging te verrichten als omschreven in lid 1, onder a) of b); of

(b) het trachten informatie te verspreiden als omschreven in lid 1, onder c).

3. De volgende gedragingen worden aangemerkt als marktmanipulatie of pogingen tot marktmanipulatie:

(a) het handelen door een persoon, of de samenwerking door meerdere personen, om een machtspositie te verwerven ten aanzien van het aanbod van of de vraag naar een financieel instrument of gerelateerde spotcontracten voor grondstoffen, met als gevolg dat rechtstreeks of onrechtstreeks aan- of verkoopprijzen op een bepaald niveau worden vastgelegd of andere onbillijke handelsvoorwaarden worden geschapen;

(b) de aankoop of verkoop van financiële instrumenten bij het sluiten van de handel met als effect of bedoeling om beleggers die op basis van slotkoersen handelen te misleiden;

(c) het verzenden van orders naar een handelsplatform of -faciliteit door middel van algoritmische handel, met inbegrip van high frequency trading, zonder oogmerk van daadwerkelijke handel, maar teneinde:

– de werking van het handelssysteem of het handelsplatform te verstoren of te vertragen;

– het voor anderen moeilijker te maken om authentieke orders te identificeren op het handelssysteem of de handelsfaciliteit; of

– een onjuiste of misleidende indruk te wekken ten aanzien van het aanbod van of de vraag naar een financieel instrument;

(d) het profiteren van incidentele of regelmatige toegang tot de traditionele of elektronische media door een mening over een financieel instrument of een gerelateerd spotcontract voor grondstoffen (of onrechtstreeks over de instelling waardoor het wordt uitgegeven) te verspreiden, terwijl van te voren posities ten aanzien van dit financieel instrument of eraan gerelateerde spotcontract voor grondstoffen zijn ingenomen om nadien profijt te trekken van het effect dat deze mening heeft gehad op de koers van dit financieel instrument of eraan gerelateerde spotcontract, zonder tegelijkertijd deze belangenverstrengeling naar behoren en op doeltreffende wijze openbaar te maken;

(e) het kopen of verkopen op de secundaire markt van emissierechten of ervan afgeleide instrumenten voorafgaand aan de veiling die wordt gehouden ingevolge Verordening (EU) nr. 1031/2010 met het effect dat de toewijzingsprijs voor de geveilde producten op een abnormaal of kunstmatig niveau wordt gebracht of dat partijen die tijdens de veiling bieden, worden misleid.

4. Voor de toepassing van de punten a) en b) van lid 1 van artikel 8, en onverminderd de vormen van gedrag genoemd in lid 3, wordt in bijlage I een niet-limitatieve opsomming gegeven met betrekking tot het gebruik van kunstgrepen of andere vormen van bedrog of misleiding, en een niet-uitputtende opsomming van indicatoren met betrekking tot onjuiste of misleidende signalen en het op een abnormaal of kunstmatig niveau houden van prijzen.

5. De Commissie kan middels gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 31 maatregelen vaststellen ter nadere bepaling van de indicatoren in bijlage I, teneinde de elementen daarvan te verhelderen en in te spelen op technische ontwikkelingen op de financiële markten.

HOOFDSTUK 2 HANDEL MET VOORWETENSCHAP EN MARKTMANIPULATIE

Artikel 9 Verbod op handel met voorwetenschap en op het ongeoorloofd openbaar maken van voorwetenschap

Het is verboden om:

(a) handel met voorwetenschap te bedrijven of trachten te bedrijven;

(b) iemand anders aan te raden of ertoe aan te zetten om handel met voorwetenschap te bedrijven; of

(c) voorwetenschap ongeoorloofd openbaar te maken.

Artikel 10 Verbod op marktmanipulatie

Het is verboden om marktmanipulatie te bedrijven of te trachten marktmanipulatie te bedrijven.

Artikel 11 Preventie en opsporing van marktmisbruik

1. Elke exploitant van een handelsplatform of -faciliteit dient doeltreffende regelingen en procedures in te stellen en te handhaven overeenkomstig [de artikelen 31 en 56] van Richtlijn [nieuwe MiFID] gericht op de preventie en opsporing van marktmisbruik.

2. Iedereen die beroepshalve transacties met betrekking tot financiële instrumenten tot stand brengt of uitvoert, dient gebruik te maken van systemen voor de opsporing en melding van orders en transacties die mogelijk handel met voorwetenschap, marktmanipulatie of een poging tot marktmanipulatie of handel met voorwetenschap inhouden. Als die persoon een redelijk vermoeden heeft dat een order of transactie met betrekking tot enigerlei financieel instrument, al dan niet op een handelsplatform of -faciliteit geplaatst of uitgevoerd, mogelijk handel met voorwetenschap, marktmanipulatie of een poging tot marktmanipulatie of handel met voorwetenschap inhoudt, dient hij de bevoegde autoriteit daar onverwijld van in kennis te stellen.

3. De EAEM dient voorstellen te ontwikkelen voor regelgevende technische normen ter bepaling van passende regelingen en procedures waarmee personen aan de voorschriften van lid 1 voldoen en ter bepaling van systemen en meldingsmodellen die personen dienen te gebruiken om aan de voorschriften van lid 2 te voldoen.

De EAEM dient de voorstellen voor regelgevende technische normen als bedoeld in de eerste alinea uiterlijk op [...] in bij de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de eerste alinea bedoelde regelgevende technische normen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

HOOFDSTUK 3 VOORSCHRIFTEN INZAKE OPENBAARMAKING

Artikel 12 Openbaarmaking van voorwetenschap

1. Een instelling die een financieel instrument uitgeeft dient voorwetenschap die rechtstreeks betrekking heeft op de uitgevende instelling, zo snel mogelijk openbaar te maken en dient alle voorwetenschap waarvan de openbaarmaking verplicht is, gedurende een passende periode op haar website te publiceren.

2. Een deelnemer aan een emissierechtenmarkt dient voorwetenschap met betrekking tot emissierechten waar hij over beschikt in verband met zijn activiteiten doeltreffend en tijdig openbaar te maken, met inbegrip van informatie over luchtvaartactiviteiten als genoemd in bijlage I bij Richtlijn 2003/87/EG of installaties in de zin van artikel 3, onder e) van dezelfde richtlijn die de betreffende deelnemer, of de moederonderneming of verbonden onderneming in eigendom of beheer heeft, of voor de bedrijfsvoering waarvan de deelnemer, of zijn moederonderneming of verbonden onderneming, geheel of gedeeltelijk verantwoordelijk is. Met betrekking tot installaties omvat deze openbaarmaking relevante informatie over de capaciteit en benutting van installaties, met inbegrip van geplande of ongeplande onbeschikbaarheid van dergelijke installaties.

De eerste alinea is niet van toepassing op een deelnemer aan een emissierechtenmarkt indien de installaties of luchtvaartactiviteiten in zijn eigendom, in zijn beheer of onder zijn verantwoordelijkheid in het voorafgaande jaar een uitstoot hebben veroorzaakt niet groter dan een onderdrempel van kooldioxide-equivalent en, indien zij verbrandingsactiviteiten uitvoeren, een nominaal thermisch vermogen hebben gehad niet groter dan een onderdrempel.

De Commissie stelt middels een gedelegeerde handeling overeenkomstig artikel 31 maatregelen vast tot vaststelling van een onderdrempel van kooldioxide-equivalent en een onderdrempel van nominaal thermisch vermogen met het oog op de toepassing van de uitzondering uit de tweede alinea.

3. De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op informatie die uitsluitend voorwetenschap vormt in de zin van lid 1, onder e), van artikel 6.

4. Onverminderd het in lid 5 gestelde kan een instelling die een financieel instrument uitgeeft of een deelnemer aan een emissierechtenmarkt die niet is vrijgesteld krachtens de tweede alinea van lid 2 van artikel 12, op eigen verantwoordelijkheid de openbaarmaking van voorwetenschap, als bedoeld in lid 1, uitstellen teneinde zijn rechtmatige belangen te beschermen, mits aan de volgende twee voorwaarden wordt voldaan:

– het uitstel zou waarschijnlijk niet leiden tot misleiding van het publiek;

– de instelling die een financieel instrument uitgeeft of de deelnemer aan een emissierechtenmarkt is in staat om de geheimhouding van de betreffende informatie te waarborgen.

Als een instelling die een financieel instrument uitgeeft of een deelnemer aan een emissierechtenmarkt de openbaarmaking van voorwetenschap heeft uitgesteld krachtens het onderhavige lid, dient de bevoegde autoriteit onmiddellijk na openbaarmaking van de informatie door hem op de hoogte te worden gesteld dat de openbaarmaking van de informatie werd uitgesteld.

5. Een bevoegde autoriteit kan toestaan dat een instelling die een financieel instrument uitgeeft de openbaarmaking van voorwetenschap uitstelt mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

– de informatie is systeemrelevant;

– het uitstel van de openbaarmaking is in het algemeen belang;

– de geheimhouding van de betreffende informatie kan worden gewaarborgd.

Die toestemming dient schriftelijk te worden vastgelegd. De bevoegde autoriteit ziet erop toe dat het uitstel niet langer duurt dan het algemeen belang vereist.

De bevoegde autoriteit dient ten minste eenmaal per week te evalueren of het uitstel nog altijd passend is en dient de toestemming in te trekken zodra niet meer wordt voldaan aan een van de voorwaarden onder a), b) of c).

6. Indien een instelling die een financieel instrument uitgeeft of een deelnemer aan een emissierechtenmarkt die niet is vrijgesteld krachtens de tweede alinea van lid 2 van artikel 12, of een persoon die namens of voor rekening van die instelling of deelnemer handelt, voorwetenschap mededeelt aan een derde uit hoofde van de normale uitoefening van zijn taken voortvloeiend uit werk of beroep, zoals bedoeld in artikel 7, lid 4, moet hij de betreffende informatie volledig en doeltreffend openbaar maken, gelijktijdig als het een opzettelijke openbaarmaking betreft en onverwijld als het een onopzettelijke openbaarmaking betreft. Dit lid is niet van toepassing indien de persoon die de informatie ontvangt een geheimhoudingsplicht heeft, ongeacht of die gebaseerd is op wet- of regelgeving, statutaire bepalingen of een overeenkomst.

7. Voorwetenschap met betrekking tot instellingen die een financieel instrument uitgeven, waarvan de financiële instrumenten mogen worden verhandeld op een kmo-groeimarkt, mag op door het handelsplatform op zijn website worden gepubliceerd in plaats van op de website van de uitgevende instelling, mits het handelsplatform deze mogelijkheid aanbiedt aan uitgevende instellingen op de betreffende markt. In dat geval wordt de uitgevende instelling geacht te hebben voldaan aan de verplichting van het eerste lid.

8. Dit artikel is niet van toepassing op uitgevende instellingen die niet verzocht hebben om of ingestemd hebben met de toelating van hun financiële instrumenten tot de handel op een gereglementeerde markt in een lidstaat of, in geval van een instrument dat uitsluitend op een MTF of een OTF wordt verhandeld, niet verzocht hebben om of ingestemd hebben met de handel in hun financiële instrumenten op een MTF of een OTF in een lidstaat.

9. De EAEM ontwikkelt ontwerpen van technische uitvoeringsnormen ter bepaling van:

– de technische middelen voor een passende openbaarmaking van voorwetenschap zoals bedoeld in de leden 1, 6 en 7;

– de technische middelen voor het uitstellen van de openbaarmaking van voorwetenschap zoals bedoeld in de leden 4 en 5;

De EAEM dient de voorstellen voor technische uitvoeringsnormen als bedoeld in de eerste alinea uiterlijk op [...] in bij de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 13 Lijsten van personen met voorwetenschap

1. Instellingen die een financieel instrument uitgeven of deelnemers aan een emissierechtenmarkt die niet vrijgesteld zijn krachtens de tweede alinea van lid 2 van artikel 12, en personen die namens hen of voor hun rekening handelen, dienen:

– een lijst op te stellen van de personen die bij hen, op basis van een arbeidscontract of anderszins, werkzaam zijn en toegang hebben tot voorwetenschap;

– de lijst regelmatig bij te werken; en

– de lijst desgevraagd zo snel mogelijk ter beschikking stellen van de bevoegde autoriteit.

2. Instellingen die een financieel instrument uitgeven, waarvan de financiële instrumenten mogen worden verhandeld op een kmo-groeimarkt, zijn vrijgesteld van het opstellen van een dergelijke lijst. Indien daartoe verzocht door de bevoegde autoriteit uit hoofde van de uitoefening van haar toezichthoudende of controlerende taken dient de betreffende uitgevende instelling de bevoegde autoriteit echter een lijst voor te leggen van de personen die voor de instelling werken en toegang hebben tot voorwetenschap.

3. Dit artikel is niet van toepassing op uitgevende instellingen die niet verzocht hebben om of ingestemd hebben met de toelating van hun financiële instrumenten tot de handel op een gereglementeerde markt in een lidstaat of, in geval van een instrument dat uitsluitend op een MTF of een OTF wordt verhandeld, niet verzocht hebben om of ingestemd hebben met de handel in hun financiële instrumenten op een MTF of een OTF in een lidstaat.

4. De Commissie stelt door middel van gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 31 maatregelen vast ter bepaling van de inhoud van een lijst als bedoeld in lid 1, waaronder informatie over de identiteit en de redenen voor opneming van personen in een lijst van personen met voorwetenschap, en ter bepaling van de voorwaarden waaronder instellingen die een financieel instrument uitgeven of deelnemers aan een emissierechtenmarkt, of entiteiten die namens hen handelen, een dergelijke lijst moeten opstellen, met inbegrip van de voorwaarden voor het bijwerken van dergelijke lijsten, de periode gedurende welke zij moet worden bewaard en de verantwoordelijkheden van de daarin opgenomen personen.

5. Dit artikel is ook van toepassing op elk veilingplatform, elke veilingmeester en de veilingtoezichthouder in verband met veilingen van emissierechten of andere daarop gebaseerde geveilde producten die worden gehouden ingevolge Verordening (EU) nr. 1031/2010.

6. De EAEM ontwikkelt voorstellen voor technische uitvoeringsnormen ter bepaling van de precieze indeling van lijsten van personen met voorwetenschap en de indeling voor het bijwerken van lijsten van personen met voorwetenschap als bedoeld in dit artikel.

De EAEM dient de voorstellen voor technische uitvoeringsnormen als bedoeld in de eerste alinea uiterlijk op [...] in bij de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 14 Transacties door leidinggevenden

1. Personen met leidinggevende verantwoordelijkheid bij een instelling die een financieel instrument uitgeeft of een deelnemer aan een emissierechtenmarkt die niet is vrijgesteld krachtens de tweede alinea van lid 2 van artikel 12, evenals personen die nauw met hen verbonden zijn, moeten er zorg voor dragen dat informatie openbaar wordt gemaakt over het bestaan van transacties voor hun eigen rekening met betrekking tot aandelen van die uitgevende instelling, of afgeleide of andere financiële instrumenten die ermee zijn verbonden, of met betrekking tot emissierechten. Dergelijke personen dienen er zorg voor te dragen dat de informatie openbaar wordt gemaakt binnen twee werkdagen na de dag waarop de transactie heeft plaatsgevonden.

2. Ten behoeve van de toepassing van het eerste lid moeten onder meer de volgende transacties openbaar worden gemaakt:

– het als zekerheid verstrekken of uitlenen van financiële instrumenten door of namens een persoon als bedoeld in het eerste lid;

transacties uitgevoerd door een portefeuillebeheerder of een andere persoon namens een persoon als bedoeld in het eerste lid, ook indien discretionaire bevoegdheid wordt uitgeoefend door de betreffende leidinggevende of andere of persoon.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op transacties voor een totaalbedrag lager dan 20 000 euro gedurende een kalenderjaar.

4. Dit artikel is ook van toepassing op elk veilingplatform, elke veilingmeester en de veilingtoezichthouder in verband met veilingen van emissierechten of andere daarop gebaseerde geveilde producten die worden gehouden ingevolge (EU) nr. 1031/2010.

5. De Commissie kan door middel van gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 31 maatregelen vaststellen ter wijziging van de drempel van lid 3, rekening houdend met ontwikkelingen op de financiële markten.

6. De Commissie stelt door middel van gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 31 maatregelen vast ter nadere bepaling van de beroepsactiviteiten van personen die geacht worden leidinggevende verantwoordelijkheid te dragen als bedoeld in lid 1, de soorten van verbondenheid, waaronder verbondenheid door geboorte alsook op grond van burgerlijk of overeenkomstenrecht, die geacht worden een nauwe persoonlijke verbondenheid te scheppen, de kenmerken van een transactie als bedoeld in lid 2 waardoor de betreffende plicht ontstaat en de informatie die openbaar moet worden gemaakt alsmede de wijze van openbaarmaking.

Artikel 15 Beleggingsaanbevelingen en statistieken

1. Personen die informatie verstrekken of verspreiden waarin een beleggingsstrategie wordt aanbevolen of voorgesteld die is bestemd voor distributiekanalen of voor het publiek, dienen de normale zorgvuldigheid in acht te nemen om ervoor te zorgen dat dergelijke informatie objectief wordt gepresenteerd en zij hun belangen bekendmaken of belangenverstrengeling mededelen ten aanzien van de financiële instrumenten waarop die informatie betrekking heeft.

2. Openbare instanties die statistieken verspreiden die een aanzienlijk effect op financiële markten kunnen hebben, dienen dat op een objectieve en transparante wijze te doen.

3. De EAEM ontwikkelt voorstellen voor regelgevende technische normen ter bepaling van de technische regelingen, voor de verschillende categorieën van personen als bedoeld in lid 1, voor een objectieve presentatie van informatie waarin beleggingstrategieën worden aanbevolen en ter openbaarmaking van specifieke belangen of indicaties van belangenverstrengeling.

De EAEM dient de voorstellen voor regelgevende technische normen als bedoeld in de eerste alinea uiterlijk op [...] in bij de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de eerste alinea bedoelde regelgevende technische normen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van (EU) nr. 1095/2010.

HOOFDSTUK 4 DE EAEM EN DE BEVOEGDE AUTORITEITEN

Artikel 16 Bevoegde autoriteiten

Onverminderd de bevoegdheden van de gerechtelijke autoriteiten wijst elke lidstaat één bevoegde administratieve autoriteit aan met het oog op de toepassing van deze verordening. De bevoegde autoriteit draagt er zorg voor dat de bepalingen van deze verordening worden toegepast op haar grondgebied, met betrekking tot alle handelingen die worden verricht op haar grondgebied, alsmede in het buitenland verrichte handelingen die betrekking hebben op instrumenten die toegelaten zijn tot de handel op een gereglementeerde markt, waarvoor een verzoek tot toelating tot de handel op een dergelijke markt is aangevraagd, of die worden verhandeld op een MTF of OTF die op haar grondgebied actief is. Lidstaten lichten de Commissie, de EAEM en de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten daarover in.

Artikel 17 De bevoegdheden van de bevoegde autoriteiten

1. De bevoegde autoriteiten oefenen hun taken op een van de volgende wijzen uit:

(a) rechtstreeks;

(b) in samenwerking met andere autoriteiten of met de ondernemingen op de markt;

(c) door delegatie van taken aan dergelijke autoriteiten of ondernemingen op de markt, onder de verantwoordelijkheid van de bevoegde autoriteit;

(d) door middel van een verzoek aan de bevoegde rechterlijke instanties.

2. Ter vervulling van hun taken krachtens deze verordening dienen bevoegde autoriteiten, overeenkomstig de nationale wetgeving, ten minste over de volgende toezichts- en onderzoeksbevoegdheden te beschikken:

(a) het vragen om inzage in elk document in welke vorm dan ook, en om het ontvangen of maken van een afschrift ervan;

(b) het vragen om inlichtingen van iedere persoon, met inbegrip van degenen die achtereenvolgens betrokken zijn bij het doorgeven van orders of het uitvoeren van de desbetreffende activiteiten, alsook hun opdrachtgevers, en in voorkomend geval het oproepen en ondervragen van een dergelijke persoon teneinde inlichtingen te verkrijgen;

(c) het met betrekking tot van grondstoffen afgeleide instrumenten inlichtingen verlangen van deelnemers aan gerelateerde spotmarkten aan de hand van gestandaardiseerde formulieren, het ontvangen van verslagen over transacties en rechtstreekse toegang hebben tot de systemen van handelaars;

(d) het verrichten van aangekondigde en onaangekondigde inspecties ter plaatse, met uitzondering van privéterreinen;

(e) het betreden van privéterreinen met het oog op inbeslagname van documenten in welke vorm dan ook, na van tevoren toestemming te hebben verkregen van de rechter van de betrokken lidstaat in overeenstemming met het nationale recht en wanneer er een redelijk vermoeden bestaat dat documenten die betrekking hebben op het voorwerp van de inspectie relevant kunnen zijn als bewijs van een geval van handel met voorwetenschap of marktmanipulatie in strijd met deze verordening of Richtlijn [nieuwe MAD];

(f) het opvragen van bestaande overzichten van telefoon- en dataverkeer waarover een telecommunicatie-exploitant of een beleggingsonderneming beschikt, wanneer er een redelijk vermoeden bestaat dat dergelijke, met het voorwerp van de inspectie verband houdende overzichten, relevant kunnen zijn als bewijs van handel met voorwetenschap of marktmanipulatie als gedefinieerd in [nieuwe MAD] in strijd met deze verordening of Richtlijn [nieuwe MAD]; deze overzichten mogen echter geen betrekking hebben op de inhoud van de communicatie waarop zij betrekking hebben.

3. De bevoegde autoriteiten oefenen de in lid 2 genoemde toezichts- en onderzoeksbevoegdheden in overeenstemming met het nationale recht uit.

4. De verwerking van persoonsgegevens die zijn verzameld uit hoofde van de uitoefening van de toezichts- en onderzoeksbevoegdheden ingevolge dit artikel, vindt plaats in overeenstemming met Richtlijn 95/46/EG.

5. De lidstaten dragen er zorg voor dat passende maatregelen worden getroffen zodat de bevoegde autoriteiten alle toezichts- en onderzoeksbevoegdheden hebben die nodig zijn om hun taken te vervullen.

Artikel 18 Samenwerking met de EAEM

1. De bevoegde autoriteiten werken samen met de EAEM met het oog op de toepassing van deze verordening, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1095/2010.

2. De bevoegde autoriteiten verstrekken de EAEM onverwijld alle inlichtingen die vereist zijn voor de uitoefening van haar taken, overeenkomstig artikel 35 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

3. De EAEM ontwikkelt voorstellen voor technische uitvoeringsnormen ter bepaling van de procedures en formulieren voor de uitwisseling van informatie als bedoeld in lid 2.

De EAEM dient de voorstellen voor technische uitvoeringsnormen als bedoeld in de eerste alinea uiterlijk op [...] in bij de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 19 Verplichting tot samenwerking

1. De bevoegde autoriteiten werken met elkaar en met de EAEM samen wanneer dat nodig is voor de toepassing van deze verordening. Met name verlenen de bevoegde autoriteiten bijstand aan de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten en aan de EAEM, wisselen zij zonder onnodige vertraging informatie uit en werken zij samen bij onderzoeks- en handhavingsactiviteiten. Deze samenwerking en bijstand gelden ten aanzien van de Commissie tevens met betrekking tot de uitwisseling van informatie inzake grondstoffen die in bijlage I van het Verdrag vermelde landbouwproducten zijn.

2. De bevoegde autoriteiten en de EAEM werken samen met het ACER en de nationale regelgevende instanties van de lidstaten om ervoor te zorgen dat de toepasselijke regelgeving op gecoördineerde wijze wordt gehandhaafd wanneer transacties, handelsorders of andere handelingen of gedragingen betrekking hebben op een of meer financiële instrumenten waarop deze verordening van toepassing is en tevens op een of meer voor de groothandel bestemde energieproducten waarop de artikelen 3, 4 en 5 van [Verordening (EU) nr. ... van het Europees Parlement en de Raad betreffende de integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie] van toepassing zijn. Bij de toepassing de van artikelen 6, 7 en 8 van deze verordening op financiële instrumenten met betrekking tot voor de groothandel bestemde energieproducten houden de bevoegde autoriteiten rekening met de specifieke kenmerken van de definities in artikel 2 van [Verordening (EU) nr. … van het Europees Parlement en de Raad inzake integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie] en de artikelen 3, 4 en 5 van [Verordening (EU) nr. … van het Europees Parlement en de Raad inzake integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie].

3. De bevoegde autoriteiten verstrekken op verzoek onmiddellijk alle inlichtingen die voor het in lid 1 genoemde doel noodzakelijk zijn.

4. Wanneer een bevoegde autoriteit ervan overtuigd is dat er op het grondgebied van een andere lidstaat handelingen worden of zijn uitgevoerd die strijdig zijn met de bepalingen van deze verordening, dan wel dat bepaalde handelingen van invloed zijn op financiële instrumenten die worden verhandeld op een handelsplatform in een andere lidstaat, geeft zij hiervan zo specifiek mogelijk kennis aan de bevoegde autoriteit van de andere lidstaat, aan de EAEM en, met betrekking tot energieproducten bestemd voor de groothandel, aan het ACER. De bevoegde autoriteiten van de verschillende betrokken lidstaten raadplegen elkaar, de EAEM en, met betrekking tot energieproducten bestemd voor de groothandel, het ACER over de te treffen passende maatregelen en lichten elkaar in over relevante tussentijdse ontwikkelingen. Zij coördineren hun handelingen om mogelijke dubbele en overlappende maatregelen te voorkomen bij het opleggen van administratieve maatregelen, sancties en boeten op grensoverschrijdende gevallen overeenkomstig de artikelen 24, 25, 26, 27 en 28 en zij staan elkaar bij de tenuitvoerlegging van hun besluiten bij.

5. De bevoegde autoriteit van een lidstaat kan om de bijstand van de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat verzoeken bij inspecties of onderzoeken ter plaatse.

De bevoegde autoriteit stelt de EAEM in kennis van elk verzoek als bedoeld in de eerste alinea. Bij een onderzoek of inspectie met grensoverschrijdende gevolgen coördineert de EAEM het onderzoek of de inspectie als een van de bevoegde autoriteiten daarom vraagt.

Wanneer een bevoegde autoriteit van een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat een verzoek ontvangt tot het uitvoeren van een inspectie of onderzoek ter plaatse, kan zij als volgt handelen:

(a) de inspectie of het onderzoek ter plaatse zelf uitvoeren;

(b) de bevoegde autoriteit die het verzoek heeft ingediend toestaan om deel te nemen aan een inspectie of onderzoek ter plaatse;

(c) de bevoegde autoriteit die het verzoek heeft ingediend toestaan om de inspectie of het onderzoek ter plaatse zelf uit te voeren;

(d) accountants of deskundigen aanstellen om de inspectie of het onderzoek ter plaatse uit te voeren;

(e) specifieke taken in verband met de toezichthoudende activiteiten gezamenlijk met de andere bevoegde autoriteiten verrichten.

6. Onverminderd artikel 258 VWEU kan een bevoegde autoriteit waarvan een verzoek om inlichtingen of bijstand overeenkomstig de leden 1, 2, 3 en 4 niet binnen een redelijke termijn wordt gehonoreerd of waarvan een verzoek om inlichtingen of bijstand wordt afgewezen, deze afwijzing of dit verzuim binnen een redelijke termijn aanhangig maken bij de EAEM.

In deze situaties kan de EAEM optreden overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1095/2010, onverminderd de mogelijkheid van een optreden van de EAEM overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

7. De bevoegde autoriteiten werken samen en wisselen informatie uit met relevante nationale regelgevende instanties en regelgevende instanties van derde landen die verantwoordelijk zijn voor de gerelateerde spotmarkten indien er een redelijk vermoeden bestaat dat handelingen worden of zijn verricht die op grond van artikel 2 marktmisbruik inhouden. Door deze samenwerking wordt een geconsolideerd overzicht van de financiële en spotmarkten gewaarborgd, en kunnen markt- en grensoverschrijdende gevallen van marktmisbruik worden opgespoord en bestraft.

Met betrekking tot emissierechten worden de samenwerking en uitwisseling van informatie volgens de bepalingen van de voorafgaande alinea tevens gewaarborgd door middel van:

(a) de veilingtoezichthouder, met betrekking tot veilingen van emissierechten of andere daarop gebaseerde geveilde producten die ingevolge Verordening (EU) nr. 1031/2010 zijn gehouden;

(b) bevoegde autoriteiten, registeradministrateurs waaronder de centrale administrateur en andere publieke organen die krachtens Richtlijn 2003/87/EG zijn belast met toezicht op de naleving.

De EAEM vervult een faciliterende en coördinerende rol met betrekking tot de samenwerking en informatie-uitwisseling tussen bevoegde autoriteiten en regelgevende instanties in andere lidstaten en in derde landen. Bevoegde autoriteiten gaan overeenkomstig artikel 20 waar mogelijk samenwerkingsovereenkomsten aan met regelgevende instanties van derde landen die verantwoordelijk zijn voor de gerelateerde spotmarkten.

8. De mededeling van persoonsgegevens aan een derde land geschiedt overeenkomstig de artikelen 22 en 23.

9. De EAEM ontwikkelt voorstellen voor technische uitvoeringsnormen ter bepaling van de procedures en formulieren voor informatie-uitwisseling en bijstand als bedoeld in dit artikel.

De EAEM dient de voorstellen voor technische uitvoeringsnormen als bedoeld in de eerste alinea uiterlijk op [...] in bij de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 20 Samenwerking met derde landen

1. De bevoegde autoriteiten van lidstaten gaan waar nodig samenwerkingsovereenkomsten aan met bevoegde autoriteiten van derde landen met betrekking tot informatie-uitwisseling met bevoegde autoriteiten in derde landen en het afdwingen van de nakoming van verplichtingen voortvloeiend uit deze verordening in derde landen. Deze samenwerkingsovereenkomsten waarborgen minimaal een doelmatige informatie-uitwisseling waardoor de bevoegde autoriteiten in staat worden gesteld hun taken krachtens deze verordening te vervullen.

Een bevoegde autoriteit stelt de EAEM en andere bevoegde autoriteiten van lidstaten in kennis als ze voornemens is om een dergelijke overeenkomst aan te gaan.

2. De EAEM coördineert de ontwikkeling van samenwerkingsovereenkomsten tussen de bevoegde autoriteiten van lidstaten en de relevante bevoegde autoriteiten van derde landen. Hiertoe stelt de EAEM een modeldocument voor samenwerkingsovereenkomsten op dat door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten kan worden gebruikt.

De EAEM coördineert tevens de uitwisseling tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van inlichtingen die zijn verkregen van bevoegde autoriteiten van derde landen en die mogelijk relevant zijn voor het treffen van maatregelen krachtens de artikelen 24, 25, 26, 27 en 28.

3. De bevoegde autoriteiten gaan alleen samenwerkingsovereenkomsten voor informatie-uitwisseling aan met de bevoegde autoriteiten van derde landen wanneer met betrekking tot de verstrekte gegevens ten minste gelijkwaardige waarborgen inzake het beroepsgeheim gelden als de in artikel 21 bedoelde. Een dergelijke uitwisseling van gegevens moet bestemd zijn voor de vervulling van de taken van die bevoegde autoriteiten.

4. De mededeling van persoonsgegevens aan een derde land geschiedt overeenkomstig de artikelen 22 en 23.

Artikel 21 Beroepsgeheim

1. Alle uit hoofde van deze verordening ontvangen, uitgewisselde of doorgegeven vertrouwelijke informatie valt onder de voorwaarden van het in lid 2 en 3 neergelegde beroepsgeheim.

2. Het beroepsgeheim geldt voor alle personen die werkzaam zijn of zijn geweest bij de bevoegde autoriteit of bij iedere autoriteit of onderneming op de markt aan wie de bevoegde autoriteit haar bevoegdheden heeft gedelegeerd, met inbegrip van de door de bevoegde autoriteit aangestelde accountants en deskundigen. Onder het beroepsgeheim vallende informatie mag aan geen enkele andere persoon of autoriteit worden verstrekt, tenzij op grond van wettelijke bepalingen.

3. Alle informatie die uit hoofde van deze verordening tussen de bevoegde autoriteiten wordt uitgewisseld, wordt als vertrouwelijk beschouwd, tenzij de bevoegde autoriteit op het tijdstip waarop de mededeling plaatsvindt, verklaart dat deze informatie openbaar mag worden gemaakt of de openbaarmaking in het kader van gerechtelijke procedures noodzakelijk is.

Artikel 22 Gegevensbescherming

Met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens door lidstaten in het kader van deze verordening passen bevoegde autoriteiten de bepalingen van Richtlijn 95/46/EG toe. Met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens door de EAEM in het kader van deze verordening leeft de EAEM de bepalingen van Verordening (EG) nr. 45/2001 na.

Persoonsgegevens worden opgeslagen voor een maximumperiode van 5 jaar.

Artikel 23 Mededeling van persoonsgegevens aan derde landen

1. De bevoegde autoriteit van een lidstaat kan persoonsgegevens overdragen aan een derde land, mits aan de voorwaarden van Richtlijn 95/46/EG, met name artikel 25 of artikel 26, wordt voldaan en alleen in voorkomende gevallen. De bevoegde autoriteit van de lidstaat overtuigt zich ervan dat de overdracht noodzakelijk is voor de toepassing van deze verordening. De bevoegde autoriteit draagt er zorg voor dat het derde land de gegevens uitsluitend aan een ander derde land overdraagt met uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de bevoegde autoriteit van de lidstaat en onder de door deze bevoegde autoriteit gestelde voorwaarden. Persoonsgegevens mogen uitsluitend worden overgedragen aan een derde land dat een toereikende bescherming van persoonsgegevens kan bieden.

2. De bevoegde autoriteit van een lidstaat maakt de van een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat ontvangen informatie alleen aan een bevoegde autoriteit van een derde land bekend, wanneer de bevoegde autoriteit van de lidstaat in kwestie de uitdrukkelijke toestemming hiervoor heeft verkregen van de bevoegde autoriteit die de informatie heeft doorgezonden en, in voorkomend geval, wanneer de informatie alleen openbaar wordt gemaakt voor de doeleinden waarmee deze bevoegde autoriteit heeft ingestemd.

3. Eventuele bepalingen inzake de uitwisseling van persoonsgegevens in een samenwerkingsovereenkomst moeten in overeenstemming met Richtlijn 95/46/EG zijn.

HOOFDSTUK 5 Administratieve maatregelen en sancties

Artikel 24 Administratieve maatregelen en sancties

1. De lidstaten stellen de regels vast met betrekking tot de administratieve maatregelen en sancties die in de artikel 25 omschreven omstandigheden van toepassing zijn op personen die verantwoordelijk zijn voor schendingen van de bepalingen van deze verordening, en nemen alle maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat deze worden uitgevoerd. De maatregelen en sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

Uiterlijk [24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] stellen de lidstaten de Commissie en de EAEM in kennis van de in de eerste alinea bedoelde regels. Zij stellen de Commissie en de EAEM onverwijld in kennis van eventuele daaropvolgende wijzigingen ervan.

2. Bij de uitoefening van hun bevoegdheden tot het opleggen van sancties in de in artikel 25 omschreven omstandigheden werken de bevoegde autoriteiten nauw samen om ervoor te zorgen dat de administratieve maatregelen en sancties leiden tot de beoogde resultaten van deze verordening en coördineren zij hun optreden om mogelijk dubbel of overlappend opleggen van administratieve maatregelen, sancties en boeten te voorkomen bij grensoverschrijdende gevallen overeenkomstig artikel 19.

Artikel 25 Bevoegdheden tot opleggen van sancties

Dit artikel is van toepassing in al de volgende omstandigheden:

(a) handel met voorwetenschap in strijd met artikel 9;

(b) het een ander in strijd met artikel 9 aanbevelen of ertoe aanzetten om handel met voorwetenschap te bedrijven;

(c) het ongeoorloofd openbaar maken van voorwetenschap in strijd met artikel 9;

(d) marktmanipulatie in strijd met artikel 10;

(e) poging tot marktmanipulatie in strijd met artikel 10;

(f) het bij de exploitatie van een handelsplatform nalaten om doeltreffende regelingen en procedures in te stellen en te handhaven gericht op de preventie en opsporing van marktmanipulatiepraktijken, in strijd met artikel 11, lid 1;

(g) het nalaten door een persoon die beroepshalve transacties tot stand brengt of uitvoert om systemen paraat te hebben voor de opsporing en melding van transacties die mogelijk handel met voorwetenschap, marktmanipulatie of een poging tot marktmanipulatie vormen, of het nalaten door die persoon om verdachte orders of transacties onverwijld te melden bij de bevoegde autoriteit, in strijd met artikel 11, lid 2;

(h) het nalaten door een instelling die een financieel instrument uitgeeft of een deelnemer aan een emissierechtenmarkt die niet is vrijgesteld krachtens de tweede alinea van lid 2 van artikel 12, om voorwetenschap zo snel mogelijk openbaar te maken of om voorwetenschap waarvan de openbaarmaking verplicht is op haar of zijn website te publiceren, in strijd met artikel 12, lid 1;

(i) het uitstellen door een instelling die een financieel instrument uitgeeft of een deelnemer aan een emissierechtenmarkt die niet is vrijgesteld krachtens de tweede alinea van lid 2 van artikel 12, van de openbaarmaking van voorwetenschap indien dit uitstel waarschijnlijk tot misleiding van het publiek zal leiden, dan wel zonder de geheimhouding van de betreffende informatie te waarborgen, in strijd met artikel 12, lid 2;

(j) het nalaten door een instelling die een financieel instrument uitgeeft of een deelnemer aan een emissierechtenmarkt die niet is vrijgesteld krachtens de tweede alinea van lid 2 van artikel 12, om de bevoegde autoriteit op de hoogte te stellen dat de openbaarmaking van voorwetenschap is uitgesteld, in strijd met artikel 12, lid 2;

(k) het nalaten door een instelling die een financieel instrument uitgeeft of een deelnemer aan een emissierechtenmarkt, of door een persoon die namens haar of hem dan wel voor rekening van haar of hem handelt, om voorwetenschap openbaar te maken die uit hoofde van de normale uitoefening van taken voortvloeiend uit werk of beroep aan een persoon is medegedeeld, in strijd met artikel 12, lid 4;

(l) het nalaten door een instelling die een financieel instrument uitgeeft of een deelnemer aan een emissierechtenmarkt die niet is vrijgesteld krachtens de tweede alinea van lid 2 van artikel 12, of door een persoon die namens haar of hem dan wel voor rekening van haar of hem handelt, om een lijst van personen met voorwetenschap op te stellen, regelmatig bij te werken of op verzoek voor te leggen aan de bevoegde autoriteit, in strijd met artikel 13, lid 1;

(m) het nalaten door een persoon met leidinggevende verantwoordelijkheid bij een instelling die een financieel instrument uitgeeft, een deelnemer aan een emissierechtenmarkt die niet is vrijgesteld krachtens de tweede alinea van lid 2 van artikel 12, of een persoon die nauw met hen gelieerd is, om het bestaan openbaar te maken van transacties voor eigen rekening, in strijd met artikel 14, leden 1 en 2;

(n) het nalaten door een persoon die informatie verspreidt waarin een beleggingsstrategie wordt aanbevolen of voorgesteld die is bestemd voor distributiekanalen of voor het publiek, om de normale zorgvuldigheid in acht te nemen om ervoor te zorgen dat de informatie objectief wordt gepresenteerd of om belangen of belangenverstrengeling bekend te maken, in strijd met artikel 15, lid 1;

(o) het openbaar maken door een persoon die voor een bevoegde autoriteit werkzaam is of is geweest, dan wel voor een autoriteit of marktonderneming waaraan de bevoegde autoriteit haar taken heeft gedelegeerd, van informatie die onder het beroepsgeheim valt, in strijd met artikel 21;

(p) het nalaten om de bevoegde autoriteit toegang tot een document te geven en er een afschrift van over te leggen, in geval van een verzoek overeenkomstig artikel 17, lid 2, onder a);

(q) het nalaten om informatie te verschaffen op verzoek van of te reageren op een oproep van de bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 17, lid 2, onder b);

(r) het nalaten door een marktdeelnemer om de bevoegde autoriteit informatie te verstrekken in verband met van grondstoffen afgeleide instrumenten, om verslag te doen van verdachte transacties of om rechtstreekse toegang te verschaffen tot de systemen van handelaars, in geval van een verzoek overeenkomstig artikel 17, lid 2, onder c);

(s) het nalaten om ter inspectie toegang te verschaffen tot een locatie, in geval van een verzoek van de bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 17, lid 2, onder d);

(t) het nalaten om toegang te verschaffen tot bestaande overzichten van telefoon- en dataverkeer in geval van een verzoek overeenkomstig artikel 17, lid 2, onder f);

(u) het nalaten om te voldoen aan een verzoek van de bevoegde autoriteit om een met de verordening strijdige praktijk te staken, om de handel in financiële instrumenten op te schorten of om een corrigerende verklaring te publiceren;

(v) het verrichten van een activiteit terwijl dat door de bevoegde autoriteit is verboden.

Artikel 26 Administratieve maatregelen en sancties

1. Onverminderd de toezichtsbevoegdheden van de bevoegde autoriteiten overeenkomstig artikel 17 hebben de bevoegde autoriteiten bij een in het eerste lid bedoelde inbreuk, in overeenstemming met de nationale wetgeving, de bevoegdheid om ten minste de volgende administratieve maatregelen en sancties op te leggen:

(a) een besluit waarbij de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon wordt verplicht de gedraging te staken en af te zien van herhaling van de gedraging;

(b) maatregelen die moeten worden toegepast indien geen medewerking wordt verleend bij een onderzoek uit hoofde van artikel 17;

(c) maatregelen die ertoe leiden dat een voortdurende inbreuk op deze verordening wordt beëindigd en dat het effect van de inbreuk wordt weggenomen;

(d) een openbare verklaring waarin de verantwoordelijke persoon en de aard van de inbreuk worden geïdentificeerd en die wordt gepubliceerd op de website van de bevoegde autoriteiten;

(e) een rectificatie van onjuiste of misleidende openbaar gemaakte informatie, met inbegrip van het verplichten van een uitgevende instelling of een andere persoon die onjuiste of misleidende informatie heeft gepubliceerd of verspreid om een rectificerende verklaring te publiceren;

(f) een tijdelijk verbod op een activiteit;

(g) het intrekken van de vergunning van een beleggingsonderneming zoals omschreven in artikel 4, lid 1 van Richtlijn [nieuwe MiFID];

(h) een tijdelijk verbod op de uitoefening van taken in beleggingsondernemingen door een lid van een bestuursorgaan van een beleggingsonderneming of een andere natuurlijke persoon die verantwoordelijk wordt gehouden;

(i) het opschorten van de handel in de betrokken financiële instrumenten;

(j) een verzoek tot bevriezing van en/of beslaglegging op activa;

(k) administratieve financiële sancties van maximaal tweemaal het bedrag van de vanwege de inbreuk behaalde winsten of vermeden verliezen, indien deze kunnen worden vastgesteld;

(l) met betrekking tot een natuurlijke persoon, administratieve financiële sancties tot maximaal [5.000.000 euro] of in lidstaten waar de euro niet de officiële munteenheid is, de overeenkomstige waarde in de nationale munteenheid op de datum van inwerkingtreding van deze verordening;

(m) met betrekking tot een rechtspersoon, administratieve financiële sancties tot maximaal 10 % van zijn totale jaaromzet in het voorafgaande boekjaar; indien de rechtspersoon een dochteronderneming van een moederonderneming is [zoals omschreven in de artikelen 1 en 2 van Richtlijn 83/349/EEG], is de relevante jaaromzet de totale jaaromzet als resultaat van de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijke moederonderneming in het voorafgaande boekjaar.

2. Bevoegde autoriteiten kunnen andere dan de in lid 2 bedoelde bevoegdheden tot het opleggen van sancties hebben en kunnen hogere administratieve financiële sancties opleggen dan de in dat lid vastgestelde sancties.

3. Elke administratieve maatregel en sanctie opgelegd vanwege een inbreuk op deze verordening wordt zonder onnodige vertraging gepubliceerd, met ten minste gegevens over de soort en aard van de inbreuk en de identiteit van de ervoor verantwoordelijke personen, tenzij een dergelijke publicatie de stabiliteit van financiële markten ernstig in gevaar zou brengen. Indien publicatie onevenredig grote schade zou toebrengen aan de betrokken partijen, publiceren bevoegde autoriteiten de maatregelen en sancties zonder vermelding van namen.

Artikel 27 Doeltreffende toepassing van sancties

1. Bij het bepalen van de soort administratieve maatregelen en sancties houden bevoegde autoriteiten rekening met alle relevante omstandigheden, met name:

(a) de ernst en duur van de inbreuk;

(b) de mate van verantwoordelijkheid van de verantwoordelijke persoon;

(c) de financiële draagkracht van de verantwoordelijke persoon, gezien de totale omzet van de verantwoordelijke rechtspersoon of het jaarinkomen van de verantwoordelijke natuurlijke persoon;

(d) de omvang van de door de verantwoordelijke persoon behaalde winsten of vermeden verliezen, voor zover deze kunnen worden bepaald;

(e) de mate van medewerking met de bevoegde autoriteit door de verantwoordelijke persoon, onverminderd de noodzaak te zorgen voor terugbetaling van de door de betreffende persoon behaalde winsten of vermeden verliezen;

(f) eerdere inbreuken door de verantwoordelijke persoon.

Hiernaast kunnen bevoegde autoriteiten nog andere factoren in overweging nemen, mits dergelijke factoren in de nationale wetgeving zijn vastgelegd.

2. De EAEM vaardigt overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 richtsnoeren uit voor de bevoegde autoriteiten inzake de soorten administratieve maatregelen en sancties en de omvang van boeten.

Artikel 28 Beroep

De lidstaten dragen er zorg voor dat tegen door de bevoegde autoriteit uit hoofde van deze verordening genomen besluiten beroep openstaat.

Artikel 29 Melding van inbreuken

1. De lidstaten zorgen voor doeltreffende mechanismen om het melden van inbreuken op deze verordening bij de bevoegde autoriteiten te stimuleren, waaronder ten minste:

(a) specifieke procedures voor het ontvangen en in behandeling nemen van meldingen van inbreuken;

(b) passende bescherming voor personen die mogelijke of daadwerkelijke inbreuken melden;

(c) bescherming van persoonsgegevens van zowel de persoon die de mogelijke of daadwerkelijke inbreuken meldt als de beschuldigde persoon, overeenkomstig de beginselen van Richtlijn 95/46/EG;

(d) passende procedures om het recht van de beschuldigde persoon te waarborgen om zich te verdedigen en gehoord te worden voordat een besluit over hem wordt genomen en het recht om in rechte beroep aan te tekenen tegen een beslissing of maatregel die op hem betrekking heeft.

2. Aan personen die belangrijke informatie verstrekken over mogelijke inbreuken op deze verordening kunnen financiële stimulansen worden toegekend in overeenstemming met het nationale recht, wanneer deze personen niet reeds een wettelijke of contractuele verplichting hebben om dergelijke informatie te melden, de informatie niet reeds bekend is en de informatie resulteert in het opleggen van een administratieve sanctie of maatregel dan wel een strafrechtelijke sanctie vanwege een inbreuk op deze verordening.

3. De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen overeenkomstig artikel 33 maatregelen vast ter bepaling van de in de lid 1 bedoelde procedure, met inbegrip van de meldingsprocedures, de procedures voor de behandeling van meldingen en de maatregelen ter bescherming van personen.

Artikel 30 Uitwisseling van informatie met de EAEM

1. De bevoegde autoriteiten en gerechtelijke instanties voorzien de EAEM jaarlijks van samengevoegde informatie over alle administratieve maatregelen, sancties en boeten die zijn opgelegd uit hoofde van de artikelen 24, 25, 26, 27 , 28 en 29. De EAEM publiceert deze informatie in een jaarverslag.

2. Wanneer de bevoegde autoriteit administratieve maatregelen, sancties en boeten openbaar heeft gemaakt, doet zij van deze administratieve maatregelen, sancties en boeten tegelijkertijd verslag bij de EAEM.

3. Wanneer een gepubliceerde administratieve maatregel, sanctie of boete betrekking heeft op een beleggingsonderneming met een vergunning overeenkomstig Richtlijn [nieuwe MiFID], neemt de EAEM een verwijzing naar de gepubliceerde sanctie op in het krachtens artikel 5, lid 3 van Richtlijn [nieuwe MiFID] ingestelde register van beleggingsondernemingen.

4. De EAEM ontwikkelt voorstellen voor technische uitvoeringsnormen ter bepaling van de procedures en formulieren voor informatie-uitwisseling als bedoeld in dit artikel.

De EAEM dient de voorstellen voor technische uitvoeringsnormen als bedoeld in de eerste alinea uiterlijk op [...] in bij de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

HOOFDSTUK 6 GEDELEGEERDE HANDELINGEN

Artikel 31 Delegatie van bevoegdheden

De Commissie wordt gemachtigd om gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 32 met betrekking tot het aanvullen en wijzigen van de voorwaarden voor terugkoopprogramma's en de stabilisatie van financiële instrumenten, de definities in deze verordening, de voorwaarden voor het opstellen van lijsten van personen met voorwetenschap, de voorwaarden inzake transacties van leidinggevende personen en de regelingen voor personen die informatie verschaffen die mogelijk leidt tot het opsporen van inbreuken op deze verordening.

Artikel 32 Uitoefening van de delegatie

1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt volgens de voorwaarden van dit artikel aan de Commissie toegekend.

2. De bevoegdheidsdelegatie wordt verleend voor een onbepaalde periode vanaf de in artikel 36, lid 1, bedoelde datum.

3. De bevoegdheidsdelegatie kan op elk ogenblik door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Een besluit tot intrekking maakt een einde aan de bevoegdheidsdelegatie die in het besluit wordt vermeld. Deze treedt in werking op de dag volgend op de publicatie van de beschikking in het Publicatieblad van de Europese Unie of een latere datum die daarin nader wordt bepaald. Het laat de geldigheid van alle reeds in werking zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling vaststelt, stelt zij het Europees Parlement en de Raad daar op hetzelfde moment van in kennis.

5. Een gedelegeerde handeling treedt uitsluitend in werking als geen bezwaar is geuit door het Europees Parlement of de Raad binnen een periode van 2 maanden na de mededeling van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad of wanneer het Europees Parlement en de Raad de Commissie, vóór het verstrijken van die periode, ervan in kennis hebben gesteld dat zij geen bezwaar zullen uiten. Deze periode kan worden verlengd met 2 maanden op initiatief van het Europees Parlement of de Raad.

HOOFDSTUK 7 UITVOERINGSHANDELINGEN

Artikel 33 Comitéprocedure

1. Voor het vaststellen van uitvoeringshandelingen onder artikel 29, lid 3, wordt de Commissie bijgestaan door het Europees Comité voor het effectenbedrijf, dat is ingesteld bij Besluit 2001/528/EG van de Commissie[41]. Dat comité is een comité in de betekenis van Verordening (EU) nr. 182/2011[42].

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing, met inachtneming van de bepalingen van artikel 8 van die verordening.

HOOFDSTUK 8 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 34 Intrekking van Richtlijn 2003/6/EG

Richtlijn 2003/6/EG wordt [24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] ingetrokken. Verwijzingen naar Richtlijn 2003/6/EG worden gelezen als verwijzingen naar deze verordening.

Artikel 35 Overgangsbepalingen

Marktpraktijken die bestonden voor de inwerkingtreding van deze verordening en aanvaard werden door de bevoegde autoriteiten overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2273/2003[43] van de Commissie met het oog op de toepassing van artikel 1, lid 2, onder a), van Richtlijn 2003/6/EG, kunnen van toepassing blijven tot [12 maanden na de datum van toepassing van deze verordening] op voorwaarde dat ze vóór de datum van toepassing van deze verordening door de betrokken bevoegde autoriteiten gemeld worden aan de EAEM.

Artikel 36 Inwerkingtreding en toepassing

1. Deze verordening treedt in werking [op de twintigste dag volgend op die] van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2. Zij is van toepassing [24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] behalve voor artikel 3, lid 2, artikel 8, lid 5, artikel 11, lid 3, artikel 12, lid 9, artikel 13, leden 4 en 6, artikel 14, leden 5 en 6, artikel 15, lid 3, artikel 18, lid 9, artikel 19, lid 9, artikel 28, lid 3 en artikel 29, lid 3, die onmiddellijk van toepassing zijn na de inwerkingtreding van deze verordening.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te,

Voor het Europees Parlement                       Voor de Raad

De Voorzitter                                                 De Voorzitter

BIJLAGE I

A. Indicatoren van manipulatieve handelingen waarbij onjuiste of misleidende signalen worden gegeven en koersen op een abnormaal of kunstmatig niveau worden gehouden

Voor de toepassing van artikel 8, eerste lid, onder a), van deze verordening en onverminderd de vormen van gedrag opgesomd in het derde lid van dat artikel wordt de volgende, niet-limitatieve reeks indicatoren - die op zichzelf niet als marktmanipulatie mogen worden beschouwd – in aanmerking genomen wanneer transacties of handelsorders door marktdeelnemers en bevoegde autoriteiten worden onderzocht:

(a) de mate waarin geplaatste handelsorders of verrichte transacties een aanzienlijk deel uitmaken van de dagelijkse omzet in het desbetreffend financieel instrument, de gerelateerde contante grondstoffenovereenkomst, of een op emissierechten gebaseerd veilingproduct, met name wanneer deze activiteiten leiden tot een aanzienlijke wijziging in de koers ervan;

(b) de mate waarin handelsorders geplaatst door of transacties verricht door personen met een aanzienlijke koop- of verkooppositie in een financieel instrument, een gerelateerd spotcontract voor grondstoffen of een op basis van emissierechten geveild product, tot aanzienlijke wijzigingen leiden in de koers van dat financieel instrument, gerelateerd spotcontract voor grondstoffen of op emissierechten gebaseerd veilingproduct;

(c) de vraag of verrichte transacties al dan niet leiden tot een wijziging van de identiteit van de begunstigde eigenaar van een financieel instrument, een gerelateerd spotcontract voor grondstoffen of een op emissierechten gebaseerd veilingproduct;

(d) de mate waarin geplaatste handelsorders of verrichte transacties leiden tot het omkeren van posities binnen een korte tijdsspanne en een aanzienlijk deel uitmaken van de dagelijkse omzet in het desbetreffend financieel instrument, een gerelateerd spotcontract voor grondstoffen of een op emissierechten gebaseerd veilingproduct, en in verband zouden kunnen staan met aanzienlijke wijzigingen in de koers van een financieel instrument, een gerelateerd spotcontract voor grondstoffen of een op emissierechten gebaseerd veilingproduct;

(e) de mate waarin geplaatste handelsorders of verrichte transacties geconcentreerd zijn binnen een korte tijdsspanne van de handelssessie en leiden tot een koerswijziging die vervolgens omslaat;

(f) de mate waarin geplaatste handelsorders resulteren in een wijziging van de weergave van de beste bied- en laatkoersen van een financieel instrument, een gerelateerd spotcontract voor grondstoffen of een op emissierechten gebaseerd veilingproduct, of meer in het algemeen van de koersen geboden in het kader van het voor de marktdeelnemers toegankelijke orderboek, en worden geannuleerd voordat zij worden uitgevoerd;

(g) de mate waarin handelsorders worden geplaatst of transacties worden verricht op of omstreeks een bepaald tijdstip wanneer referentiekoersen, afwikkelingskoersen en taxaties worden berekend, en tot koerswijzigingen leiden die van invloed zijn op genoemde koersen en taxaties.

B. Indicatoren van manipulatieve handelingen waarbij gebruikgemaakt wordt van kunstgrepen of enigerlei andere vorm van bedrog of misleiding

Voor de toepassing van artikel 8, eerste lid, onder b), van deze verordening en onverminderd de vormen van gedrag opgesomd in het tweede lid, onder 3 van dat artikel wordt de volgende, niet-limitatieve reeks indicatoren - die op zichzelf niet als marktmanipulatie mogen worden beschouwd – in aanmerking genomen wanneer transacties of handelsorders door marktdeelnemers en bevoegde autoriteiten worden onderzocht:

(a) de vraag of door personen geplaatste handelsorders of verrichte transacties al dan niet worden voorafgegaan of gevolgd door de verspreiding van onjuiste of misleidende informatie door diezelfde of met hen gelieerde personen;

(b) de vraag of handelsorders al dan niet worden geplaatst, dan wel transacties al dan niet worden verricht door personen vooraleer of nadat diezelfde personen of aan hen gelieerde personen beleggingsaanbevelingen verspreiden die ofwel onjuist of niet objectief zijn, ofwel duidelijk beïnvloed zijn door een materieel belang.

FINANCIEEL MEMORANDUM VOOR VOORSTELLEN

1.           KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

              1.1.    Benaming van het voorstel/initiatief

              1.2.    Betrokken beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur

              1.3.    Aard van het voorstel/initiatief

              1.4.    Doelstelling(en)

              1.5.    Motivering van het voorstel/initiatief

              1.6.    Duur en financiële gevolgen

              1.7.    Voorgenomen beheersvorm(en)

2.           BEHEERSMAATREGELEN

              2.1.    Regels inzake het toezicht en de verslagen

              2.2.    Beheers- en controlesysteem

              2.3.    Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

3.           GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

              3.1.    Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) van de uitgaven

              3.2.    Geraamde gevolgen voor de uitgaven

              3.2.1. Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

              3.2.2. Geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

              3.2.3. Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

              3.2.4. Verenigbaarheid met het huidige meerjarige financiële kader

              3.2.5. Bijdrage van derden aan de financiering

              3.3.    Estimated impact on revenue

FINANCIEEL MEMORANDUM VOOR VOORSTELLEN

1.           KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1.        Benaming van het voorstel/initiatief

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (marktmisbruik)

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende strafrechtelijke sancties voor handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (marktmisbruik)

1.2.        Betrokken beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur[44]

Interne markt – financiële markten

1.3.        Aard van het voorstel/initiatief

ý Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie

¨ Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie na een proefproject/een voorbereidende actie[45]

¨ Het voorstel/initiatief betreft de verlenging van een bestaande actie

¨ Het voorstel/initiatief betreft een actie die wordt omgebogen naar een nieuwe actie

1.4.        Doelstellingen

1.4.1.     De met het voorstel/initiatief beoogde strategische meerjarendoelstelling(en) van de Commissie

De verordening en richtlijn betreffende marktmisbruik hebben in het algemeen tot doel de marktintegriteit en de bescherming van de beleggers te verbeteren, door wie over voorwetenschap beschikt te verbieden in de desbetreffende financiële instrumenten te handelen, en door de manipulatie van financiële markten via praktijken zoals het verspreiden van onjuiste informatie of geruchten en het verrichten van transacties die koersen op een abnormaal niveau houden, te verbieden. Daarnaast wordt er voorzien in een enkel wetboek en gelijke concurrentievoorwaarden en worden de effectenmarkten aantrekkelijker gemaakt voor uitgevende instellingen voor het bijeenbrengen van kapitaal op kmo-groeimarkten.

1.4.2.     Specifieke doelstelling(en) en betrokken ABM/ABB-activiteit(en)

Specifieke doelstelling nr.

In het licht van de bovenvermelde algemene doelstellingen zijn de volgende meer specifieke beleidsdoelstellingen relevant:

- Ervoor zorgen dat de verordening en richtlijn gelijke tred houden met de marktontwikkelingen.

- Zorgen voor de effectieve handhaving van marktmisbruikregels.

- De doeltreffendheid van de marktmisbruikregeling bevorderen door meer duidelijkheid en rechtszekerheid te verschaffen.

- Waar mogelijk de administratieve lasten verlichten, in het bijzonder voor uitgevende instellingen op kmo-markten.

Betrokken ABM/ABB-activiteit(en)

De bovenvermelde specifieke doelstellingen vereisen dat de volgende operationele doelstellingen bereikt worden:

- Marktmisbruik voorkomen op georganiseerde markten, platformen en OTC-transacties.

- Marktmisbruik voorkomen op grondstoffenmarkten en gerelateerde derivatenmarkten.

- Ervoor zorgen dat de regelgevers over de nodige informatie en bevoegdheden beschikken om de wetgeving doeltreffend te handhaven.

- Zorgen voor consistente, doeltreffende en afschrikkende sancties.

- De keuzemogelijkheden en speelruimte beperken of afschaffen.

- Bepaalde fundamentele concepten verduidelijken.

1.4.3.     Verwacht(e) resulta(a)t(en) en gevolg(en)

Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen.

De voorstellen zullen tot gevolg hebben dat het marktmisbruik in de EU aanmerkelijk beter aangepakt kan worden. In de eerste plaats zullen de marktintegriteit en beleggersbescherming verbeterd worden door te verduidelijken welke financiële instrumenten en markten gedekt zijn. Hierbij wordt ervoor gezorgd dat instrumenten die alleen op een MTF verhandeld mogen worden en nieuwe types van georganiseerde handelsfaciliteiten gedekt zijn. Daarnaast zal de grotere markttransparantie tot een betere bescherming tegen marktmisbruik met betrekking tot van grondstoffen afgeleide producten leiden. Bovendien zal marktmisbruik beter opgespoord kunnen worden. De bevoegde autoriteiten krijgen immers de nodige bevoegdheden om onderzoeken in te stellen en om het afschrikeffect van sanctieregelingen te verbeteren, door minimumbeginselen in te voeren voor administratieve maatregelen of sancties en de invoering van strafrechtelijke sancties te eisen. De voorstellen zullen verder tot een meer coherente aanpak van marktmisbruik leiden doordat de keuzemogelijkheden en speelruimte voor de lidstaten beperkt worden. Ze zullen tevens een evenredige regeling invoeren voor uitgevende instellingen op kmo-groeimarkten. In het algemeen wordt verwacht dat zij de integriteit van de financiële markten zullen verbeteren, wat een positieve impact zal hebben op het beleggersvertrouwen. Dit zal verder bijdragen tot de financiële stabiliteit op de financiële markten.

1.4.4.     Resultaat- en effectindicatoren

Vermeld de indicatoren aan de hand waarvan kan worden nagegaan in hoeverre het voorstel/initiatief is uitgevoerd.

Dit zijn de voornaamste indicatoren en informatiebronnen die gebruikt kunnen worden bij de evaluatie:

- gegevens van nationale bevoegde autoriteiten over het aantal gevallen van marktmisbruik dat ze onderzocht en bestraft hebben; en

- een rapport (dat de EAEM zou kunnen opstellen) over de ervaringen van regelgevers met de handhaving van de wetgeving.

1.5.        Motivering van het voorstel/initiatief

1.5.1.     Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien

Op korte termijn:

- Ervoor zorgen dat de regelgevers over de nodige informatie en bevoegdheden beschikken om de wetgeving doeltreffend te handhaven;

- Zorgen voor consistente, doeltreffende en afschrikkende sancties;

- De keuzemogelijkheden en speelruimte beperken of afschaffen;

- Bepaalde fundamentele concepten verduidelijken.

Op lange termijn:

- Marktmisbruik voorkomen op georganiseerde markten, platformen en OTC-transacties;

- Marktmisbruik voorkomen op grondstoffenmarkten en gerelateerde derivatenmarkten.

1.5.2.     Toegevoegde waarde van de deelname van de EU

Hoewel alle problemen die omschreven worden in de effectbeoordeling grote gevolgen hebben voor elke individuele lidstaat, wordt het totale effect ervan slechts volledig duidelijk in een grensoverschrijdende context. Marktmisbruik kan immers overal gepleegd worden waar dat instrument genoteerd is, of over the counter, dus zelfs op andere markten dan de primaire markt van het betrokken instrument. Daardoor is het risico reëel dat nationale reacties op marktmisbruik omzeild worden of niet doeltreffend zijn, als er geen actie genomen wordt op EU-niveau. Bovendien is een consistente aanpak van essentieel belang om regelgevende arbitrage te vermijden. Aangezien dit probleem al onder het acquis van de bestaande richtlijn marktmisbruik valt, kunnen de problemen die benadrukt worden in de effectbeoordeling het beste gemeenschappelijk aangepakt worden.

1.5.3.     Belangrijkste uit soortgelijke ervaringen in het verleden getrokken lering

Het voorstel voor deze verordening bouwt voort op de bestaande richtlijn marktmisbruik, die een aantal beperkingen vertoonde in de toepassing ervan en niet in alle lidstaten op dezelfde manier werd toegepast. Daardoor was een herziening nodig in de vorm van een verordening en een richtlijn.

1.5.4.     Samenhang en eventuele synergie met andere relevante instrumenten

Zoals aangekondigd in haar mededeling van 2 juni 2010 over het reguleren van financiële diensten voor het bevorderen van duurzame groei[46], zal de Commissie haar volledige financiële hervormingsprogramma de komende maanden afronden. Een aantal van de bestaande of hangende voorstellen die in de mededeling opgesomd worden, houden verband met dit initiatief en zullen bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen ervan, namelijk een betere beleggersbescherming en grotere markttransparantie en -integriteit.

Het voorstel voor een verordening over short selling en bepaalde aspecten van kredietverzuimswaps omvat een openbaarmakingsregeling voor short selling. Deze zou het gemakkelijker maken voor regelgevers om mogelijke gevallen van marktmanipulatie en handel met voorwetenschap in verband met short selling aan het licht te brengen[47].

Het voorstel voor een verordening betreffende OTC-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters zal eveneens de transparantie van significante posities in OTC-derivaten verhogen. Dit zal de regelgevers helpen bij het opsporen van marktmisbruik via het gebruik van derivaten[48].

De herziening van de richtlijn markten voor financiële instrumenten zal mogelijk de huidige reikwijdte verruimen van meldingen van transacties in instrumenten die alleen verhandeld worden op multilaterale handelsfaciliteiten (MTF's) en van meldingen van OTC-transacties (over the counter), met inbegrip van derivaten. Momenteel is het niet verplicht om OTC-transacties in instrumenten die niet verhandeld mogen worden op een gereglementeerde markt aan de bevoegde autoriteiten te melden. Een dergelijke melding zou het gemakkelijker maken voor de regelgevers om mogelijk marktmisbruik aan de hand van dergelijke instrumenten op te sporen[49].

De problemen van transparantievereisten en manipulatief gedrag die specifiek zijn voor fysieke energiemarkten, evenals de melding van transacties om de integriteit van de energiemarkten te waarborgen, maken het voorwerp uit van het Commissievoorstel voor een verordening over energiemarktintegriteit en -transparantie[50].

1.6.        Duur en financiële gevolgen

¨ Voorstel/initiatief met een beperkte geldigheidsduur

– ¨  Voorstel/initiatief is van kracht vanaf [DD/MM]JJJJ tot en met [DD/MM]JJJJ

– ¨  Financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ

ý Voorstel/initiatief met een onbeperkte geldigheidsduur

– Uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ,

– gevolgd door een volledige uitvoering.

1.7.        Beoogde beheersvorm(en)[51]

ý Direct gecentraliseerd beheer door de Commissie

¨ Indirect gecentraliseerd beheer door delegatie van uitvoeringstaken aan:

– ¨  uitvoerende agentschappen

– ¨  door de Unie opgerichte organen[52]

– ¨  nationale publiekrechtelijke organen of organen met een openbaredienstverleningstaak

– ¨  personen aan wie de uitvoering van specifieke acties in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in het betrokken basisbesluit in de zin van artikel 49 van het Financieel Reglement

¨ Gedeeld beheer met lidstaten

¨ Gedecentraliseerd beheer met derde landen

¨ Gezamenlijk beheer met internationale organisaties (geef aan welke)

Verstrek, indien meer dan een beheersvorm is aangekruist, extra informatie onder "Opmerkingen".

Commentaar

//

2.           BEHEERSMAATREGELEN

2.1.        Regels inzake het toezicht en de verslagen

Vermeld frequentie en voorwaarden.

Artikel 81 van de verordening tot oprichting van een Europese Autoriteit voor effecten en markten voorziet in een evaluatie van de opgedane ervaring met de werking van de Autoriteit binnen drie jaar na de effectieve start van de werkzaamheden. De Commissie zal daartoe een algemeen verslag publiceren, dat zal doorgestuurd worden naar het Europees Parlement en de Raad.

2.2.        Beheers- en controlesysteem

2.2.1.     Geconstateerde risico's

Er werd een effectbeoordeling uitgevoerd voor de hervorming van het systeem van financieel toezicht in de EU, in het kader van de verordeningen tot oprichting van de Europese Bankautoriteit, de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen en de Europese Autoriteit voor effecten en markten.

De extra middelen die voorzien worden voor de EAEM naar aanleiding van de huidige voorstellen zijn nodig om de EAEM in staat te stellen haar bevoegdheden uit te voeren.

1.       De EAEM zal de harmonisatie en coördinatie van de regels waarborgen met betrekking tot:

- een uitzonderingsregeling voor terugkoopprogramma's en voor stabilisatie (artikel 3);

- technische regelingen om verdachte transacties op te sporen en te melden (artikel 11);

- technische middelen voor de passende openbaarmaking van voorwetenschap (artikel 12);

- technische middelen voor het uitstellen van de openbaarmaking van voorwetenschap (artikel 12);

- een indicatieve en niet-limitatieve lijst van gebeurtenissen met betrekking tot uitgevende instellingen van wie de instrumenten verhandeld mogen worden op een kmo-markt die mogelijk voorwetenschap vormen (artikel 12);

- de inhoud en het formaat van lijsten van personen met voorwetenschap (artikel 13);

- regelingen met betrekking tot beleggingsaanbevelingen en statistieken (artikel 15);

- procedures en vormen voor de uitwisseling van informatie tussen de EU en buitenlandse bevoegde en regelgevende autoriteiten (artikelen 18, 19, 20, 29).

2.       Indien één bevoegde autoriteit daarom verzoekt, zal de EAEM bovendien de onderzoeken en inspecties tussen de bevoegde autoriteiten coördineren voor grensoverschrijdende gevallen van marktmisbruik (artikel 19).

3.       De EAEM zal ook de ontwikkeling van samenwerkingsovereenkomsten tussen de bevoegde autoriteiten van lidstaten en de relevante bevoegde autoriteiten van derde landen coördineren. De EAEM zal modeldocumenten voorbereiden voor samenwerkingsovereenkomsten die gebruikt kunnen worden door de bevoegde autoriteiten. De EAEM zal ook de uitwisseling coördineren tussen autoriteiten van informatie die afkomstig is van bevoegde autoriteiten van derde landen (artikel 20).

4.       Tot slot zal de EAEM, in verband met van grondstoffen afgeleide producten een ondersteunende en coördinerende rol vervullen voor de samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de bevoegde autoriteiten en de regelgevende autoriteiten in andere lidstaten en derde landen die verantwoordelijk zijn voor de spotmarkten (artikel 19).

Zonder deze middelen zou de autoriteit haar rol niet tijdig en efficiënt kunnen uitoefenen.

2.2.2.     Beoogde controlemiddel(en)

De beheer- en controlesystemen waarin voorzien wordt in de EAEM-verordening zullen ook van toepassing zijn op de rol van de EAEM overeenkomstig dit voorstel. De Commissie zal bij de eerste vereiste beoordeling een besluit nemen over de definitieve reeks indicatoren ter beoordeling van de prestaties van de Europese Autoriteit voor effecten en markten. Voor de definitieve beoordeling zullen de kwantitatieve indicatoren even belangrijk zijn als het kwalitatieve bewijsmateriaal dat tijdens de raadplegingen is vergaard. Deze beoordeling vindt om de drie jaar plaats.

2.3.        Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

Vermeld de bestaande of geplande preventie- en beschermingsmaatregelen.

Met het oog op de bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige handelingen is Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) zonder enige beperking van toepassing op de EAEM.

De Autoriteit treedt toe tot het Inter-institutioneel Akkoord van 25 mei 1999 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Commissie van de Europese Gemeenschappen betreffende de interne onderzoeken verricht door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en treft onverwijld passende voorzieningen die op alle werknemers van de Autoriteit van toepassing zijn.

In de financieringsbesluiten en de overeenkomsten en de tenuitvoerleggingsinstrumenten die daaruit voortvloeien dient uitdrukkelijk te worden bepaald dat de Rekenkamer en het OLAF indien nodig controles ter plaatse mogen uitvoeren bij de begunstigden van door de Autoriteit toegekende financiering en bij het personeel dat verantwoordelijk is voor de allocatie van deze financiering.

3.           GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1.        Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) van de uitgaven

· Bestaande begrotingsonderdelen van de uitgaven

In volgorde van de rubrieken van het meerjarige financiële kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarige financiële kader || Begrotingsonderdeel || Type uitgaven || Bijdrage

Nummer [Omschrijving……………………...……..…] || GK/ NGK ([53]) || van EVA-landen[54] || van kandidaat-lidstaten[55] || van derde landen || in de zin van artikel 18, lid 1, onder a bis), van het Financieel Reglement

|| 12.040401.01 EAEM – Subsidie onder titels 1 en 2 (Personeel en administratieve uitgaven) || GK || JA || NEEN || NEEN || NEEN

· Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarige financiële kader en de begrotingsonderdelen.

///

3.2.        Geraamde gevolgen voor de uitgaven

3.2.1.     Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

in miljoen euro (tot op 3 decimalen)

Rubriek van het meerjarige financiële kader: || 1A || Concurrentievermogen voor groei en werkgelegenheid

DG: <MARKT> || || || Jaar 2013[56] || Jaar 2014 || Jaar 2015 || || || TOTAAL

Ÿ Beleidskredieten || || || || || || || ||

12.0404.01 || Vastleggingen || (1) || 0,179 || 0,327 || 0,327 || || || || || 0,832

Betalingen || (2) || 0,179 || 0,327 || 0,327 || || || || || 0,832

Uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten[57] || || || || || || || ||

Nummer begrotingsonderdeel || || (3) || 0 || 0 || 0 || || || || ||

TOTAAL kredieten voor DG MARKT || Vastleggingen || =1+1a +3 || 0,179 || 0,327 || 0,327 || || || || || 0,832

Betalingen || =2+2a +3 || 0,179 || 0,327 || 0,327 || || || || || 0,832

Ÿ TOTAAL kredieten || Vastleggingen || (4) || 0 || 0 || 0 || || || || ||

Betalingen || (5) || 0 || 0 || 0 || || || || ||

Ÿ TOTAAL uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten || (6) || 0 || 0 || 0 || || || || ||

TOTAAL kredieten voor RUBRIEK 1A van het meerjarige financiële kader || Vastleggingen || =4+ 6 || 0,179 || 0,327 || 0,327 || || || || || 0,832

Betalingen || =5+ 6 || 0,179 || 0,327 || 0,327 || || || || || 0,832

1. De EAEM zal een aantal ontwerpen van technische uitvoeringsnormen moeten opstellen met betrekking tot:

– een uitzonderingsregeling voor terugkoopprogramma's en voor stabilisatie (artikel 3);

– technische regelingen om verdachte transacties op te sporen en te melden (artikel 11);

– technische middelen voor de passende openbaarmaking van voorwetenschap (artikel 12);

– technische middelen voor het uitstellen van de openbaarmaking van voorwetenschap (artikel 12);

– een indicatieve en niet-limitatieve lijst van gebeurtenissen met betrekking tot uitgevende instellingen van wie de instrumenten verhandeld mogen worden op een kmo-markt die mogelijk voorwetenschap vormen (artikel 12);

– de inhoud en het formaat van lijsten van personen met voorwetenschap (artikel 13);

– regelingen met betrekking tot beleggingsaanbevelingen en statistieken (artikel 15);

– procedures en vormen voor de uitwisseling van informatie tussen de EU en buitenlandse bevoegde en regelgevende autoriteiten (artikelen 18, 19, 20, 29).

2. Als dat gevraagd wordt door één bevoegde autoriteit, zal de EAEM bovendien de onderzoeken en inspecties tussen de bevoegde autoriteiten coördineren voor grensoverschrijdende gevallen van marktmisbruik.

3. De EAEM zal de ontwikkeling van samenwerkingsovereenkomsten tussen de bevoegde autoriteiten van lidstaten en de relevante bevoegde autoriteiten van derde landen coördineren. De EAEM zal modeldocumenten voorbereiden voor samenwerkingsovereenkomsten, die gebruikt kunnen worden door de bevoegde autoriteiten. De EAEM zal ook instaan voor de coördinatie van de uitwisseling tussen autoriteiten van informatie die afkomstig is van bevoegde autoriteiten van derde landen.

4.   In verband met van grondstoffen afgeleide producten zal de EAEM een ondersteunende en coördinerende rol vervullen voor de samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de bevoegde autoriteiten en de regelgevende autoriteiten in andere lidstaten en derde landen die verantwoordelijk zijn voor de spotmarkten.

Wanneer het voorstel/initiatief gevolgen heeft voor meerdere rubrieken:

Ÿ TOTAAL kredieten || Vastleggingen || (4) || || || || || || || ||

Betalingen || (5) || || || || || || || ||

Ÿ TOTAAL uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten || (6) || || || || || || || ||

TOTAAL kredieten voor RUBRIEK 1 tot en met 4 van het meerjarige financiële kader (Referentiebedrag) || Vastleggingen || =4+ 6 || 0,179 || 0,327 || 0,327 || || || || || 0,832

Betalingen || =5+ 6 || 0,179 || 0,327 || 0,327 || || || || || 0,832

Rubriek van het meerjarige financiële kader: || 5 || "Administratieve uitgaven"

in miljoen euro (tot op 3 decimalen)

|| || || Jaar 2013 || Jaar 2014 || Jaar 2015 || || || TOTAAL

DG: <…….> ||

Ÿ Personele middelen || 0 || 0 || 0 || || || || ||

Ÿ Andere administratieve uitgaven || 0 || 0 || 0 || || || || ||

TOTAAL DG <…….> || Kredieten || || || || || || || ||

TOTAAL kredieten voor RUBRIEK 5 van het meerjarige financiële kader || (totaal vastleggingen = totaal betalingen) || 0 || 0 || 0 || || || || ||

in miljoen euro (tot op 3 decimalen)

|| || || Jaar 2013[58] || Jaar 2014 || Jaar 2015 || || || TOTAAL

TOTAAL kredieten voor RUBRIEK 1 tot en met 5 van het meerjarige financiële kader || Vastleggingen || 0,179 || 0,327 || 0,327 || || || || || 0,832

Betalingen || 0,179 || 0,327 || 0,327 || || || || || 0,832

3.2.2.     Geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

– ¨  Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig.

– ý  Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

De specifieke doelstellingen van het voorstel worden uiteengezet onder 1.4.2. Ze zullen gerealiseerd worden via de voorgestelde wetgevende maatregelen, die op nationaal niveau uitgevoerd moeten worden, en via de betrokkenheid van de Europese Autoriteit voor effecten en markten.

Hoewel het niet mogelijk is concrete numerieke resultaten te verbinden aan elke operationele doelstelling, zou de EAEM, in combinatie met nieuwe bevoegdheden voor de nationale regelgevers, met name moeten bijdragen tot de verhoging van de marktintegriteit en beleggersbescherming door wie over voorwetenschap beschikt te verbieden in de desbetreffende financiële instrumenten te handelen, en door de manipulatie van financiële markten via praktijken zoals het verspreiden van onjuiste informatie of geruchten en het verrichten van transacties die koersen op een abnormaal niveau houden, te verbieden. Dit nieuwe kader zal marktmisbruik voorkomen op georganiseerde markten, platformen en OTC-transacties, en op grondstoffenmarkten en gerelateerde derivatenmarkten. Het zal er bovendien voor zorgen dat de EAEM en de nationale regelgevers over de nodige informatie en bevoegdheden beschikken om consistente, doeltreffende en afschrikkende sancties te handhaven.

3.2.3.     Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

3.2.3.1.  Samenvatting

– ý  Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig.

– ¨  Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

3.2.3.2.  Geraamde personeelsbehoeften

– ý  Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig

– ¨  Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Opmerking:

Naar aanleiding van het voorstel zullen geen extra personele en administratieve middelen nodig zijn in DG MARKT. De middelen die momenteel ingezet worden om de MAD te volgen, blijven beschikbaar.

3.2.4.     Verenigbaarheid met het huidige meerjarige financiële kader

– ¨  Het voorstel/initiatief is verenigbaar met het huidige meerjarige financiële kader.

– ý  Het voorstel/initiatief vergt herprogrammering van de betrokken rubriek van het meerjarige financiële kader

Het voorstel voorziet in extra taken die uitgevoerd moeten worden door de EAEM. Dit vereist extra middelen onder begrotingsonderdeel 12.0404.01

– ¨  Het voorstel/initiatief vergt toepassing van het flexibiliteitsinstrument of herziening van het meerjarige financiële kader[59].

Zet uiteen wat nodig is, onder vermelding van de betrokken rubrieken en begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen.

3.2.5.     Bijdragen van derden aan de financiering

– ¨  Het voorstel/initiatief voorziet niet in medefinanciering door derden.

– ý  Het voorstel/initiatief voorziet in medefinanciering, zoals hieronder wordt geraamd:

Kredieten in miljoen euro (tot op 3 decimalen)

|| Jaar 2013 || Jaar 2014 || Jaar 2015 || || || Totaal

Vermeld de medefinancieringsbron Lidstaten via nationale toezichthouders EU (*) || 0,268 || 0,490 || 0,490 || || || || || 1,248

TOTAAL medegefinancierde kredieten || 0,268 || 0,490 || 0,490 || || || || || 1,248

(*) Raming gebaseerd op het huidige financieringsmechanisme in de EAEM-ontwerpverordening (lidstaten 60 % - Gemeenschap 40 %).   

3.3.        Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

– ý  Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten.

– ¨  Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

· ¨         voor de eigen middelen

· ¨         voor de diverse ontvangsten

Bijlage bij het financieel memorandum bij het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (marktmisbruik) en voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende strafrechtelijke sancties voor handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (marktmisbruik).

Toegepaste methode en voornaamste basisaannamen

De kosten van de door de EAEM uit te voeren taken naar aanleiding van de twee voorstellen werden geraamd voor personeelsuitgaven (titel 1), overeenkomstig de kostenindeling in de EAEM-ontwerpbegroting voor 2012 die werd voorgelegd aan de Commissie.

De twee voorstellen van de Commissie bepalen dat de EAEM ongeveer 11 reeksen nieuwe bindende technische normen moet ontwikkelen, die moeten waarborgen dat hoogtechnische bepalingen consequent uitgevoerd worden in de hele EU. Volgens de voorstellen zou de EAEM deze nieuwe bindende technische normen 24 maanden na de inwerkingtreding van de verordening moeten afleveren. Om dit doel te bereiken moet het personeelsniveau al vanaf 2013 opgetrokken worden. Wat de aard van de functies betreft, vereist de geslaagde en tijdige levering van nieuwe bindende technische normen met name extra beleids- en juridische medewerkers en medewerkers voor de effectbeoordelingen.

Op basis van de ramingen van de diensten van de Commissie en de EAEM werden de volgende veronderstellingen gehanteerd om het effect te beoordelen op het aantal vereiste VTE's om bindende technische normen te ontwikkelen voor de twee voorstellen:

- Tegen 2013 zijn een beleidsmedewerker, een medewerker voor de effectbeoordeling en een juridisch medewerker nodig.

Dit betekent dat er voor de levering van bindende technische normen 24 maanden na de inwerkingtreding van de verordening 3 VTE's nodig zijn.

Tot slot zouden aan de EAEM een aantal permanente taken toevertrouwd worden op het vlak van:

- de coördinatie van de onderzoeken en inspecties tussen de bevoegde autoriteiten voor grensoverschrijdende gevallen van marktmisbruik;

- de ontwikkeling van samenwerkingsovereenkomsten tussen de bevoegde autoriteiten van lidstaten en de relevante bevoegde autoriteiten van derde landen. De EAEM zal modeldocumenten voorbereiden voor samenwerkingsovereenkomsten die gebruikt kunnen worden door de bevoegde autoriteiten. De EAEM zal ook instaan voor de coördinatie van de uitwisseling tussen autoriteiten van informatie die afkomstig is van bevoegde autoriteiten van derde landen;

- een ondersteunende en coördinerende rol voor de samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de bevoegde autoriteiten en regelgevende autoriteiten in andere lidstaten en derde landen die verantwoordelijk zijn voor de spotmarkten en emissierechten.

Dit betekent dat er in totaal 6 extra VTE's nodig zijn.

Andere veronderstellingen:

– op basis van de VTE-verdeling in de ontwerpbegroting van 2012 bestaan de 6 extra VTE's vermoedelijk uit 3 tijdelijke functionarissen (50 %), 2 gedetacheerde nationale deskundigen (33,3 %) en 1 arbeidscontractant (16,7 %);

– de gemiddelde jaarlijkse loonkosten voor de verschillende personeelscategorieën zijn gebaseerd op richtsnoeren van de DG BUDG;

– loonwegingscoëfficiënt voor Parijs van 1,27;

– opleidingskosten geraamd op € 1.000 per VTE per jaar;

– kosten van dienstreizen van € 10.000, geraamd op basis van de ontwerpbegroting voor 2012 voor dienstreizen per werknemer;

– aanwervingsgerelateerde kosten (reizen, hotel, medische onderzoeken, inrichtings- en andere vergoedingen, verhuiskosten enz.) van € 12.700, geraamd op basis van de ontwerpbegroting voor 2012 per nieuwe werknemer.

Er wordt van uitgegaan dat de aan de bovenvermelde VTE-verhoging ten grondslag liggende werkdruk in 2014 en daarna zal aanhouden en verband houdt met de wijziging van de reeds ontwikkelde bindende technische normen.

De berekeningsmethode van de toename van de vereiste begroting voor de komende drie jaar wordt meer in detail toegelicht in de tabel hierna. De berekening weerspiegelt het feit dat de Gemeenschapsbegroting 40 % van de kosten financiert.

Kostentype || Berekening || Bedrag (in duizenden)

2013 || 2014 || 2015 || Totaal

|| || || || ||

Titel 1: Personeelsuitgaven || || || || ||

|| || || || ||

6 lonen en vergoedingen || || || || ||

- waarvan tijdelijke functionarissen || =3*127*1,27 || 241.93 || 483.87 || 483.87 || 1209.67

- waarvan GND's || =2*73*1,27 || 92.71 || 185.42 || 185.42 || 463.55

- waarvan arbeidscontractanten || =1*64*1,27 || 40.64 || 81.28 || 81.28 || 203.2

|| || || || ||

6 uitgaven in verband met aanwerving || || || || ||

|| =6*12,7 || 76.2 || || || 76.2

|| || || || ||

6 uitgaven voor dienstreizen || || || || ||

|| =6*10 || 30 || 60 || 60 || 150

|| || || || ||

6 opleiding || =6*1 || 3 || 6 || 6 || 15

|| || || || ||

Totaal titel 1: Personeelsuitgaven || || 484.48 || 816.57 || 816.57 || 2079.53

|| || || || ||

Waarvan bijdrage van de Gemeenschap (40 %) || || 193.79 || 326.63 || 326.63 || 847.05

Waarvan bijdragen van de lidstaten (60 %) || || 290.68 || 489.94 || 489.94 || 1270.56

De volgende tabel geeft de voorgestelde personeelsformatie aan voor de drie posten voor tijdelijk functionaris:

Functiegroep en rang || Tijdelijke posten

AD16 AD15 AD14 AD13 AD12 AD11 AD10 AD9 AD8 AD7 AD6 AD5 AD Totaal || 1 2 3

[1]               PB L 16 van 12.4.2003, blz. 16.

[2]               Rapport van de groep van deskundigen op hoog niveau inzake financieel toezicht in de EU, Brussel, 25.2.2009, blz. 23.

[3]               Europese Commissie, Mededeling inzake Garanderen van efficiënte, veilige en gezonde derivatenmarkten, COM(2009) 332, 3 juli 2009.

[4]               Europese Commissie, Mededeling inzake Evaluatie van de "Small Business Act" voor Europa, COM(2011) 78, 23 februari 2011.

[5]               Europese Commissie, Mededeling inzake Het versterken van sanctieregelingen in de financiële sector, COM(2010) 716, 8 december 2010.

[6]               Ref. CESR/07-380, juni 2007, beschikbaar op de website www.cesr-eu.org

[7]               Ref. CESR/09-1120.

[8]               De Europese deskundigengroep voor effectenmarkten is een adviesorgaan van de Commissie dat is samengesteld uit marktdeelnemers en deskundigen. Hun mandaat liep eind 2009 ten einde en werd niet vernieuwd. Het adviesorgaan werd ingesteld door de Commissie in april 2006 en functioneerde op basis van Besluit 2006/288/EG van de Commissie van 30 maart 2006 tot oprichting van een Europese deskundigengroep voor effectenmarkten die tot taak heeft juridisch en economisch advies te verstrekken over de toepassing van de EU-effectenrichtlijnen (PB L 106 van 19.4.2006, blz. 14-17).

[9]               Gepubliceerd in juni 2007 en getiteld “Market abuse EU legal framework and its implementation by Member States: a first evaluation” (Het juridische EU-kader inzake marktmisbruik en de uitvoering ervan door de lidstaten: een eerste beoordeling)".

[10]             Zie http://ec.europa.eu/internal_market/securities/abuse/12112008_conference_en.htm

[11]             Zie http://ec.europa.eu/internal_market/consultations/2009/market_abuse_en.htm

[12]             Zie http://ec.europa.eu/internal_market/consultations/docs/2010/mad/consultation_paper.pdf

[13]             Zie http://ec.europa.eu/internal_market/consultations/2010/mad_en.htm

[14]             Het effectbeoordelingsverslag kan worden geraadpleegd op XXX.

[15]             Zie bijlage 3 van het effectbeoordelingsverslag voor een samenvatting van de gesprekken.

[16]             COM(2009) 501, COM(2009) 502, COM(2009) 503.

[17]             Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten. PB L 145 van 30.04.2004.

[18]             http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2010:0726:FIN:NL:PDF

[19]             Reactie van het CEER op het verzoek om bewijs inzake de herziening van de Mad, van 20 april 2009.

                Zie http://ec.europa.eu/internal_market/securities/abuse/12112008_conference_en.htm.

[20]             (COM(2010) 1496) Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's betreffende het versterken van sanctieregelingen in de financiële sector, december 2010, hoofdstuk 3.

[21]             PB C […] van […], blz. […].

[22]             PB C van , blz. .

[23]             PB C van , blz. .

[24]             PB L 16 van 12.4.2003, blz. 16.

[25]             Rapport van de groep van deskundigen op hoog niveau inzake financieel toezicht in de EU, Brussel, 25.2.2009.

[26]             Mededeling van de Commissie "Denk eerst klein" - Een "Small Business Act" voor Europa, COM(2008) 394 definitief.

[27]             Verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Commissie van 12 november 2010 inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap. PB L 302 van 18.11.2010, blz. 1.

[28]             PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.

[29]             PB L 8 van 12.01.2001, blz. 1.

[30]             Europese Commissie, Mededeling inzake Het versterken van sanctieregelingen in de financiële sector, COM(2010) 716, 8 december 2010.

[31]             PB L 336 van 23.12.2003, blz. 33.

[32]             PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.

[33]             PB L 8 van 12.01.2001, blz. 1.

[34]             Verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Commissie van 12 november 2010 inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap. PB L 302 van 18.11.2010, blz.1.

[35]             Verordening (EG) nr. 1287/2006 van de Commissie van 10 augustus 2006 tot uitvoering van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de voor beleggingsondernemingen geldende verplichtingen betreffende het bijhouden van gegevens, het melden van transacties, de markttransparantie, de toelating van financiële instrumenten tot de handel en de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde richtlijn betreft. [PB L 241 van 02.09.2006, blz. 1].

[36]             Tweede Richtlijn 77/91/EEG van de Raad van 13 december 1976 strekkende tot het coördineren van de waarborgen welke in de lidstaten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van artikel 58, tweede alinea, van het Verdrag, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden met betrekking tot de oprichting van de naamloze vennootschap, alsook de instandhouding en wijziging van haar kapitaal, zulks teneinde die waarborgen gelijkwaardig te maken. [PB L 26 van 31.1.1977, blz. 1].

[37]             Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG. PB L 345 van 31.12.2003, blz. 64.

[38]             Verordening (EG) nr. 713/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot oprichting van een Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators. PB L 211 van 14.8.2009, blz. 1.

[39]             Verordening (EU) nr. ... van het Europees Parlement en de Raad inzake integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie.

[40]             Verordening (EU) nr. ... van het Europees Parlement en de Raad inzake integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie.

[41]             PB L 191 van 13.7.2001, blz.45.

[42]             PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.

[43]             PB L 162 van 29.04.2004, blz. 72.

[44]             ABM: activiteitsgestuurd management (Activity-Based Management) – ABB: activiteitsgestuurde begroting (Activity-Based Budgeting).

[45]             Als bedoeld in artikel 49, lid 6, onder a) of b), van het Financieel Reglement.

[46]             (COM(2010) 301) Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en de Europese Centrale Bank - Reguleren van financiële diensten ter bevordering van duurzame groei, juni 2010.

[47]             (COM(2010) 482) Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende baissetransacties en bepaalde aspecten van kredietverzuimswaps, september 2010.

[48]             COM(2010) 484) Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende OTC-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters, september 2010.

[49]             (COM(2011) XXX).

[50]             COM(2010) 484) Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de integriteit en transparantie van de energiemarkt, december 2010.

[51]             Nadere informatie over beheerswijzen en verwijzingen naar het Financieel Reglement zijn te vinden op de BudgWeb-site: http://www.cc.cec/budg/man/budgmanag/budgmanag_en.html

[52]             In de zin van artikel 185 van het Financieel Reglement.

[53]             GK = gesplitste kredieten / NGK = niet-gesplitste kredieten.

[54]             EVA: Europese Vrijhandelsassociatie.

[55]             Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, potentiële kandidaat-lidstaten uit de Westelijke Balkan.

[56]             Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het voorstel/initiatief wordt begonnen.

[57]             Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU (vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek.

[58]             Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het voorstel/initiatief wordt begonnen.

[59]             Zie de punten 19 en 24 van het Inter-institutioneel Akkoord.

Top