This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52011PC0651
Proposal for a REGULATION OF THE EUROPEAN PARLIAMENT AND OF THE COUNCIL on insider dealing and market manipulation (market abuse)
Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (marktmisbruik)
Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (marktmisbruik)
/* COM/2011/0651 definitief - 2011/0295 (COD) */
Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (marktmisbruik) /* COM/2011/0651 definitief - 2011/0295 (COD) */
TOELICHTING
1.
ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
De Richtlijn
marktmisbruik (Market Abuse Directive, MAD) 2003/6/EG[1], werd begin 2003 goedgekeurd en
stelde een omvattend kader in om handel met voorwetenschap en marktmanipulatie,
gezamenlijk "marktmisbruik" genoemd, aan te pakken. De richtlijn is
erop gericht om het vertrouwen van de beleggers en de marktintegriteit te
verhogen door personen die over voorwetenschap beschikken, te verbieden om
handel te drijven in financiële instrumenten waarop die voorwetenschap betrekking
heeft en door marktmanipulatie via praktijken zoals het verspreiden valse of
misleidende berichten of geruchten en het afsluiten van handelstransacties om
de koers op een abnormaal niveau te houden, te verbieden. Uit de huidige wereldwijde economische en
financiële crisis is gebleken hoe belangrijk marktintegriteit is. In deze
context heeft de Groep van Twintig (G20) afgesproken om financieel toezicht en
financiële regelgeving te versterken en om een kader van internationaal
overeengekomen strenge normen te creëren. Het standpunt van de G20 is ook terug
te vinden in het rapport van de groep van deskundigen op hoog niveau inzake
financieel toezicht in de EU. Deze groep beval aan dat een streng beleids- en
bedrijfsvoeringskader voor de financiële sector moet zijn gebaseerd op strenge
toezicht- en sanctieregels[2]. De Commissie zorgde in haar mededeling “Garanderen
van efficiënte, veilige en gezonde derivatenmarkten: toekomstige
beleidsmaatregelen” voor een uitbreiding van de desbetreffende bepalingen van
de MAD om de derivatenmarkten op een allesomvattende wijze te regelen[3]. Het belang van een efficiënte
regeling voor over-the-counter (OTC) -transacties in derivaten werd eveneens
benadrukt tijdens gesprekken op verschillende internationale fora zoals de G20
en IOSCO, alsook in het kader van het recente Financial Regulatory Reform
(hervorming van de financiële regelgeving) programma van het Amerikaanse
ministerie van Financiën. Daarnaast roept de Commissie in haar mededeling
inzake een “Small Business Act” voor Europa de Unie en de lidstaten op om
regels te ontwerpen op basis van het “denk eerst klein”-beginsel, door de
administratieve lasten te beperken, de wetgeving aan te passen aan de behoeften
van uitgevende instellingen van financiële instrumenten die zijn toegelaten
voor handel op kmo-groeimarkten, en de toegang tot financiële middelen voor
deze uitgevende instellingen te vergemakkelijken[4].
Een evaluatie van bestaande sanctiebevoegdheden en hun praktische toepassing om
de convergentie van de sancties in het gehele scala van toezichtactiviteiten te
bevorderen, werd uitgevoerd door de Commissie in haar mededeling over sancties
in de financiële sector[5]. De Europese Commissie heeft de toepassing van de
MAD beoordeeld en heeft een aantal problemen vastgesteld die negatieve gevolgen
hebben voor de marktintegriteit en de bescherming van beleggers, leiden tot een
ongelijk speelveld en resulteren in nalevingskosten voor uitgevende
instellingen van financiële instrumenten die zijn toegelaten voor handel op kmo-groeimarkten,
en hen ontmoedigen om hun kapitaal te verhogen. Als gevolg van ontwikkelingen op het gebied van
wetgeving, de markt en technologie, zijn er leemten ontstaan in de regulering
van nieuwe markten, platformen en over-the-counterinstrumenten. Deze factoren
hebben op dezelfde manier geleid tot leemten in de regulering van grondstoffen
en derivaten daarvan. Omdat de regelgevers niet over de nodige informatie en
bevoegdheden beschikken en omdat sancties ontbreken of onvoldoende ontmoedigend
zijn, kunnen de regelgevers de richtlijn niet doeltreffend afdwingen. Ten
slotte wordt de doeltreffendheid van de richtlijn ondermijnd door de vele
opties en vrije keuzes in de MAD en door het gebrek aan duidelijkheid over
bepaalde sleutelbegrippen. In het licht van deze problemen beoogt dit
initiatief de marktintegriteit en de bescherming van beleggers te verhogen,
waarbij gezorgd wordt voor slechts een enkel wetboek en een gelijk speelveld,
en de effectenmarkten aantrekkelijker worden gemaakt met het oog op een kapitaaltoename.
2.
RESULTATEN VAN DE RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN
EFFECTBEOORDELING
Dit initiatief is het resultaat van uitgebreid
overleg met alle belangrijke belanghebbenden zoals overheden (regeringen en
effectenregelgevers), uitgevende instellingen, tussenpersonen en beleggers. Het houdt rekening met
de rapporten van het Comité van Europese effectenregelgevers (CEER) over de
aard en de omvang van de toezichtbevoegdheden van lidstaten op grond van de
richtlijn marktmisbruik[6]
en over de mogelijkheden en vrije keuzes van de door de lidstaten toegepaste
MAD-regeling[7]. Het houdt eveneens rekening met een rapport van de
Europese deskundigengroep voor effectenmarkten[8],
waarin de deskundigengroep de doeltreffendheid beoordeelt van de MAD bij het
behalen van zijn hoofddoelstellingen, bepaalde zwakke punten en problemen
identificeert en verbeteringen suggereert[9]. Op 12 november 2008 heeft de Europese Commissie
een openbare conferentie gehouden over de herziening van de richtlijn
marktmisbruik[10].
Op 20 april 2009 heeft de Europese Commissie een "call for evidence"
gelanceerd betreffende de herziening van de richtlijn marktmisbruik. De
diensten van de Commissie hebben 85 bijdragen ontvangen. De niet-vertrouwelijke
bijdragen kunnen geraadpleegd worden op de website van de Commissie[11]. Op 28 juni 2010 heeft de Commissie een openbare
raadpleging gehouden over de herziening van de richtlijn, die op 23 juli 2010
werd afgesloten[12].
De diensten van de Commissie hebben 96 bijdragen ontvangen. De
niet-vertrouwelijke bijdragen kunnen geraadpleegd worden op de website van de
Commissie[13].
Een samenvatting is terug te vinden in bijlage 2 van het
effectbeoordelingsverslag[14].
Op 2 juli 2010 heeft de Commissie nog een openbare conferentie georganiseerd
over de herziening van de richtlijn[15]. In overeenstemming met haar beleid voor een betere
regelgeving, heeft de Commissie een effectbeoordeling uitgevoerd van
beleidsalternatieven. De beleidsopties hadden betrekking op de regulering van
nieuwe markten, platformen en OTC-instrumenten, grondstoffen en derivaten
daarvan, sancties, bevoegdheden van bevoegde autoriteiten, verduidelijking van
sleutelbegrippen en de verlaging van administratieve lasten. Elke beleidsoptie
werd beoordeeld in het licht van de volgende criteria: effect op de belanghebbenden,
doeltreffendheid en efficiëntie. Het algemene effect van alle geprefereerde
beleidsopties zal zijn dat marktmisbruik in de EU veel beter zal worden
aangepakt. Ten eerste zullen marktintegriteit en de
bescherming van beleggers worden verhoogd door te verduidelijken op welke
financiële instrumenten en markten de richtlijn van toepassing is. Hierbij
wordt ervoor gezorgd dat instrumenten die tot de handel zijn toegelaten op
uitsluitend een multilaterale handelsfaciliteit (MTF) en andere nieuwe soorten
georganiseerde handelsfaciliteiten (OTF’s), zijn opgenomen. Bovendien zullen de
voorkeursopties leiden tot een betere bescherming tegen marktmisbruik via
grondstoffenderivaten dankzij een grotere markttransparantie. Daarnaast zullen ze zorgen voor een betere
opsporing van marktmisbruik doordat ze voorzien in de nodige bevoegdheden voor
de bevoegde autoriteiten om onderzoeken te voeren en de sanctieregelingen
afschrikkender te maken door minimumbeginselen in te voeren voor
administratieve maatregelen en sancties. Overeenkomstig het voorstel voor een
richtlijn [XX] moeten ook strafrechtelijke sancties worden vastgesteld. Verder zullen de voorkeursopties leiden tot een
coherentere aanpak van marktmisbruik door de opties en vrije keuzes voor
lidstaten te beperken en zullen ze een evenredige regeling invoeren voor
uitgevende instellingen van financiële instrumenten die zijn toegelaten voor
handel op kmo-groeimarkten. In het algemeen verwacht men dat de
voorkeursopties bijdragen tot een hogere integriteit van financiële markten,
wat een positief effect zal hebben op het vertrouwen van beleggers en bijgevolg
op de financiële stabiliteit van de financiële markten. De diensten van DG MARKT hadden op 23 februari 2011
een ontmoeting met de Dienst voor effectbeoordelingen. De Dienst analyseerde
deze effectbeoordeling en maakte zijn mening bekend op 25 februari 2011.
Tijdens deze ontmoeting gaven de leden van de Dienst voor effectbeoordelingen
aan de diensten van DG MARKT opmerkingen om de inhoud van de effectbeoordeling te
verbeteren. Dit resulteerde in een aantal wijzigingen van de tekst. Deze
wijzigingen betreffen: –
verduidelijking van de wijze waarop de uitwerking
van de bestaande wetgeving werd beoordeeld en van de wijze waarop de resultaten
van de beoordeling als basis dienden voor de analyse van het probleem; –
de toevoeging van op bewijzen gebaseerde ramingen
van de totale schade aan de Europese economie als gevolg van misbruiken op de
betreffende markten en van ramingen van de totale voordelen van de
geprefereerde beleidsopties, met het nodige voorbehoud wat betreft de
interpretatie van deze ramingen; –
verduidelijking in het basisscenario van de wijze
waarop andere gerelateerde financiële regelingen de richtlijn marktmisbruik
aanvullen; –
verduidelijking van de inhoud van bepaalde
beleidsopties en betere voorstelling van de pakketten voorkeursopties, alsook
een beoordeling van de algemene effecten van de pakketten voorkeursopties,
rekening houdend met synergieën of afwegingen tussen verschillende opties
indien die er zijn; –
een meer evenredige analyse van de duurste
maatregelen bij de beoordeling van de administratieve lasten en kosten; –
de toevoeging in de hoofdtekst van duidelijker
zichtbare, beknopte samenvattingen van de beoordeling van de effecten van
beleidsopties in de zin van grondrechten, voornamelijk op het gebied van
onderzoeksbevoegdheden en sancties; –
een betere rechtvaardiging van de reden waarom de
harmonisatie van strafrecht essentieel is voor een doeltreffend EU-beleid
inzake marktmisbruik, op basis van onderzoeken en bewijzen van lidstaten over
de doeltreffendheid van strafrechtelijke sancties, alsook een samenvatting van
de reacties op de mededeling van de Commissie inzake het versterken van
sanctieregelingen in de financiële sector; en –
een duidelijkere voorstelling in de hoofdtekst van
de meningen van de belanghebbenden, zoals institutionele en individuele
beleggers, over de beleidsopties.
3.
JURIDISCHE ASPECTEN VAN HET VOORSTEL
3.1.
Rechtsgrondslag
Het voorstel is gebaseerd op artikel 114 VWEU, de
meest geschikte grondslag voor een verordening op dit gebied. Men beschouwt een
verordening als het meest geschikte rechtsinstrument om het marktmisbruikkader
in de Unie te bepalen. Aangezien een verordening rechtstreeks van toepassing
is, is de regelgeving minder complex en is de rechtszekerheid groter voor
degenen op wie de wetgeving in de Unie van toepassing is. Bij de verordening
wordt immers een aantal geharmoniseerde essentiële regels vastgesteld en wordt
bijgedragen tot de werking van de interne markt.
3.2.
Subsidiariteit en evenredigheid
Krachtens het subsidiariteitsbeginsel (artikel 5,
lid 3, VEU) treedt de Unie slechts op indien en voor zover de doelstellingen
van het overwogen optreden niet voldoende door de lidstaten alleen kunnen
worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang of de gevolgen van het overwogen
optreden beter door de Unie kunnen worden bereikt. Hoewel alle hierboven
vermelde problemen belangrijke gevolgen hebben voor elke lidstaat afzonderlijk,
kan het algemene effect daarvan slechts te volle worden begrepen in een
grensoverschrijdende context. Marktmisbruik kan immers overal gepleegd worden
waar dat instrument genoteerd is, of over the counter, dus zelfs op andere
markten dan de primaire markt van het betrokken instrument. Daarom is het
risico reëel dat nationale acties tegen marktmisbruik worden omzeild of
ondoeltreffend zijn als er geen optreden op EU-niveau plaatsvindt. Bovendien is een consistente aanpak van wezenlijk
belang om regelgevingsarbitrage te vermijden, en aangezien het acquis van de
huidige MAD dit probleem al behandelt, kunnen de hierboven vermelde problemen
het best met een gemeenschappelijke inspanning worden aangepakt. In het licht
van deze situatie lijkt het, in het kader van het subsidiariteitsbeginsel,
gepast dat de EU actie onderneemt. Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel moet een
interventie doelgericht zijn en mag ze niet verder gaan dan hetgeen
noodzakelijk is om de doelstellingen te verwezenlijken. Met dit beginsel werd
rekening gehouden vanaf de identificatie en evaluatie van alternatieve
beleidsopties tot het opstellen van dit voorstel.
3.3.
Overeenstemming met de artikelen 290 en 291 VWEU
Op 23 september 2009 heeft de Commissie haar
goedkeuring gehecht aan voorstellen voor verordeningen tot oprichting van de
Europese Bankautoriteit (EBA), de Europese Autoriteit voor verzekeringen en
bedrijfspensioenen (EAVB) en de Europese Autoriteit voor effecten en markten
(EAEM)[16]. In dit verband herinnert de Commissie aan haar verklaringen bij de
vaststelling van de verordeningen tot oprichting van de Europese
toezichthoudende autoriteiten met betrekking tot de artikelen 290 en 291 VWEU:
“Wat het proces voor de vaststelling van de regelgevingsnormen betreft,
benadrukt de Commissie het unieke karakter van de financiëledienstensector, dat
voortvloeit uit de Lamfalussy-structuur en expliciet erkend wordt in verklaring
39 bij het VWEU. De Commissie twijfelt er evenwel sterk aan of de beperkingen
van haar rol bij het vaststellen van gedelegeerde handelingen en
uitvoeringsmaatregelen in overeenstemming zijn met de artikelen 290 en 291
VWEU.”
3.4.
Gedetailleerde toelichting van het voorstel
3.4.1.
Hoofdstuk I (Algemene bepalingen)
3.4.1.1.
Regeling van nieuwe markten, handelsfaciliteiten en
financiële OTC-instrumenten
De MAD is gebaseerd op het verbieden van handel
met voorwetenschap of marktmanipulatie met betrekking tot financiële
instrumenten die zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt.
Na goedkeuring van de richtlijn betreffende markten voor financiële
instrumenten (MiFID)[17],
zijn financiële instrumenten echter in toenemende mate verhandeld op MTF’s, op
andere soorten OTF’s, zoals swap execution facilities of
broker-crossingsystemen, of uitsluitend over the counter. Deze nieuwe
handelsplatformen en -faciliteiten hebben gezorgd voor meer mededinging met de
bestaande gereglementeerde markt, waarbij aan liquiditeit is gewonnen en een
ruimer beleggerspubliek wordt aangetrokken. Door de toename van handel op
verschillende platformen was het moeilijker geworden om mogelijk marktmisbruik
te controleren. Daarom breidt de verordening het toepassingsgebied van het
marktmisbruikkader uit naar alle financiële instrumenten die zijn toegelaten
tot de handel op een MTF of een OTF, alsook naar alle desbetreffende financiële
instrumenten die over the counter worden verhandeld en die een invloed kunnen
hebben op de onderliggende markt die binnen het toepassingsgebied valt. Dit is
nodig om regelgevingsarbitrage tussen handelsplatformen te vermijden, om te
zorgen voor de bescherming van beleggers en de integriteit van markten op een
gelijk speelveld in de Unie, en om ervoor te zorgen dat marktmanipulatie van
dergelijke financiële instrumenten via over the counter verhandelde derivaten,
zoals CDS, duidelijk is verboden.
3.4.1.2.
Regeling van grondstoffenderivaten en de
desbetreffende spotcontracten voor grondstoffen
Spotmarkten en desbetreffende derivatenmarkten
zijn in sterke mate onderling verbonden en marktmisbruik kan overal op deze
markten plaatsvinden. Dit is bijzonder problematisch voor spotmarkten aangezien
de bestaande regels inzake transparantie en marktintegriteit enkel van
toepassing zijn op financiële markten en derivatenmarkten en niet op de
desbetreffende spotmarkten. Deze verordening heeft echter niet als doel deze
spotmarkten rechtstreeks te regelen. Alle transacties of gedragingen die strikt
binnen deze niet-financiële markten plaatsvinden, moeten in feite buiten het
toepassingsgebied van deze verordening blijven. Er moet wel worden voorzien in
een specifieke sectorale regeling en specifiek sectoraal toezicht zoals op het
gebied van energie het geval is door het voorstel van de Commissie voor een
verordening betreffende de integriteit en transparantie van de energiemarkt[18]. In de verordening moeten wel
de transacties of gedragingen op deze spotmarkten worden opgenomen die betrekking
en een invloed hebben op de financiële en derivatenmarkten die binnen het
toepassingsgebied van de verordening vallen. Het is met name zo dat er
krachtens de huidige MAD geen duidelijke en bindende definitie is van
voorwetenschap met betrekking tot grondstoffenderivatenmarkten en dat dit kan
leiden tot informatieasymmetrieën met betrekking tot de desbetreffende
spotmarkten. Dit impliceert dat, krachtens het huidige kader inzake
marktmisbruik, beleggers in grondstoffenderivaten minder beschermd kunnen zijn
dan beleggers in derivaten van financiële markten aangezien men uit
voorwetenschap op een spotmarkt voordeel kan halen door handel op een
desbetreffende derivatenmarkt. Daarom moet de definitie van voorwetenschap met
betrekking tot grondstoffenderivaten zijn afgestemd op de algemene definitie
van voorwetenschap en moet deze definitie worden uitgebreid naar koersgevoelige
informatie die relevant is voor zowel het desbetreffende spotcontract voor
grondstoffen als voor het derivaat zelf. Dit zal zorgen voor rechtszekerheid en
betere informatie voor beleggers. Bovendien verbiedt de MAD enkel manipulatie
die de koers van financiële instrumenten verstoort. Aangezien bepaalde
transacties op de derivatenmarkten ook kunnen worden gebruikt om de koers van
desbetreffende spotmarkten te manipuleren, en de transacties op de spotmarkten
om derivatenmarkten te manipuleren, moet de definitie van marktmanipulatie in
de verordening worden uitgebreid om ook deze types van marktoverschrijdende
manipulatie te dekken. In het specifieke geval van energieproducten bestemd
voor de groothandel moeten de bevoegde autoriteiten en de EAEM samenwerken met
het ACER en de nationale regelgevende instanties van de lidstaten om ervoor te
zorgen dat de naleving van de relevante regels inzake financiële instrumenten
en energieproducten bestemd voor de groothandel gecoördineerd wordt
afgedwongen. De bevoegde autoriteiten moeten met name rekening houden met de
specifieke kenmerken van de definities in [Verordening (EU) nr. ...... van het
Europees Parlement en de Raad betreffende de integriteit en transparantie van
de groothandelsmarkt voor energie] bij het toepassen van de definities van
voorwetenschap, handel met voorwetenschap en marktmanipulatie van deze
verordening op financiële instrumenten die betrekking hebben op
energieproducten bestemd voor de groothandel.
3.4.1.3.
Marktmanipulatie via algoritmische handel en high
frequency trading
Het wordt steeds gebruikelijker om op financiële
markten geautomatiseerde handelsmethoden zoals algoritmische handel of high
frequency trading te gebruiken. Bij dergelijke handel wordt gebruikgemaakt van
computeralgoritmen om te beslissen of een order wordt geplaatst en/of over
aspecten van de uitvoering van de order. Een specifieke vorm van algoritmische
handel is high frequency trading (HFT). HFT is geen strategie op zich, maar het
gebruik van zeer ontwikkelde technologie om traditionele handelsstrategieën
zoals arbitrage en marktmaking uit te voeren. De meeste algoritmische en
HFT-strategieën zijn legaal, maar bepaalde geautomatiseerde strategieën kunnen
volgens regelgevers een vorm van marktmisbruik zijn indien ze worden
uitgevoerd. Een aantal voorbeelden van dergelijke strategieën zijn quote
stuffing, layering en spoofing. De definitie van marktmanipulatie in de MAD is
heel ruim en kan al worden toegepast op misbruik, ongeacht het handelsmedium.
Toch is het nodig om in de verordening specifieke voorbeelden te geven van
strategieën op basis van algoritmische handel en high frequency trading waarop
het verbod op marktmanipulatie van toepassing is. Door corrupte strategieën
verder te identificeren kunnen bevoegde autoriteiten op een consistente manier
controleren en handhaven.
3.4.1.4.
Poging tot marktmanipulatie
Aangezien de MAD niet van toepassing is op
pogingen tot marktmanipulatie, kan marktmanipulatie slechts worden bewezen als
een regelgever aantoont dat een order werd geplaatst of een transactie werd
uitgevoerd. Er zijn echter situaties waarin een persoon acties onderneemt en er
een duidelijk bewijs is van een intentie tot marktmanipulatie, maar waarbij de
order niet is geplaatst of de transactie niet werd uitgevoerd. De verordening
verbiedt uitdrukkelijk pogingen tot marktmanipulatie, wat de marktintegriteit
zal verhogen. De bestaande definitie van handel met voorwetenschap bevat al
elementen inzake pogingen. Deze zullen worden geschrapt en poging tot handel
met voorwetenschap zal als een afzonderlijk misdrijf worden gekwalificeerd.
3.4.1.5.
Emissierechten
Bij de herziening van de MiFID zullen
emissierechten worden geherclassificeerd als financiële instrumenten. Bijgevolg
zal de richtlijn marktmisbruik er ook op van toepassing zijn. De meeste
maatregelen onder de marktmisbruikregeling zijn ongewijzigd van toepassing op
emissierechten, maar een aantal bepalingen zal moeten worden aangepast als
gevolg van de specifieke aard van deze instrumenten en de structurele kenmerken
van deze markt. In tegenstelling tot de meeste andere klassen van financiële
instrumenten, kunnen met name de openbaarmaking van voorwetenschap en de
plichten met betrekking tot de lijsten van personen met voorwetenschap en de
transacties van leidinggevenden niet echt worden verlangd van uitgevende
instellingen van emissierechten die verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling
en uitvoering van het klimaatbeleid van de Unie. De verantwoordelijke
overheidsinstellingen (zoals de Commissie) zijn hoe dan ook verplicht te zorgen
voor billijke en niet-discriminerende openbaarmaking van en toegang tot nieuwe
beslissingen, ontwikkelingen en gegevens. Bovendien mogen de lidstaten, de
Europese Commissie alsook andere officieel benoemde instanties bij de
uitvoering van het klimaatbeleid van de Unie niet worden beperkt door de
plichten die de marktmisbruikregeling oplegt. Daarom wordt een specifieke definitie van
voorwetenschap voor emissierechten vastgesteld. De verplichting om
voorwetenschap openbaar te maken zal van toepassing zijn op de deelnemers aan
de emissierechtenmarkt, aangezien zij over de relevante informatie zullen
beschikken die geschikt is om ad hoc of periodiek openbaar te worden gemaakt.
Door een drempel (uitgedrukt in emissies of thermisch vermogen of een
combinatie van beide) in een gedelegeerde handeling te bepalen, zou de
verplichting op grond van artikel 12 (en ook artikelen 13 en 14) niet meer van
toepassing zijn op al deze entiteiten die activiteiten uitvoeren die op een
individuele basis geen materiële gevolgen hoeven te hebben op de prijsvorming
van emissierechten of de (daaruit voortvloeiende) risico's van handel met
voorwetenschap. Ten slotte is het dankzij de classificering van
emissierechten als financiële instrumenten op grond van de MiFID mogelijk om
alle marktmisbruikmaatregelen betreffende de veiling van emissierechten op te
nemen in een enkel wetboek, samen met de algemene regeling tegen marktmisbruik
voor de secundaire markt.
3.4.2.
Hoofdstuk II (handel met voorwetenschap en
marktmanipulatie)
3.4.2.1.
Voorwetenschap
Voorwetenschap kan worden misbruikt voor een
uitgevende instelling de verplichting heeft deze openbaar te maken. Het stadium
waarin de onderhandelingen over een overeenkomst zich bevinden, voorwaarden
waarover tijdens de onderhandelingen over de overeenkomst voorlopig
overeenstemming is bereikt, de mogelijkheid financiële instrumenten te
plaatsen, voorwaarden waaronder financiële instrumenten in de handel zullen
worden gebracht of voorlopige voorwaarden voor de plaatsing van financiële
instrumenten kunnen relevante informatie voor beleggers vormen. Daarom moet
dergelijke informatie als voorwetenschap worden aangemerkt. Dergelijke
informatie kan echter zo onnauwkeurig zijn dat de uitgevende instelling geen
verplichting heeft deze openbaar te maken. In dat geval moet het verbod op
handel met voorwetenschap van toepassing zijn, maar de verplichting voor de
uitgevende instelling om de informatie openbaar te maken niet.
3.4.2.2.
Gelijk speelveld tussen handelsplatformen en
-faciliteiten ter voorkoming en opsporing van marktmisbruik
Door de toenemende handel in instrumenten op de
verschillende platformen is het moeilijker om te controleren op mogelijk
marktmisbruik. Volgens de MiFID kunnen MTF's worden beheerd door
marktdeelnemers of door beleggingsondernemingen. De controleverplichtingen in
artikel 26 van de MiFID zijn in gelijke mate op hen van toepassing. De
verplichting in artikel 6 van de MAD om structurele voorzieningen te treffen om
marktmanipulatie te voorkomen en aan het licht te brengen is slechts van
toepassing op marktdeelnemers. De doelstelling van de verordening is het
waarborgen van een gelijk speelveld voor alle handelsplatformen en
-faciliteiten waarop zij van toepassing is, door te eisen dat zij de nodige
structurele voorzieningen treffen om marktmanipulatie te voorkomen en aan het
licht te brengen.
3.4.3.
Hoofdstuk III (Voorschriften inzake openbaarmaking)
3.4.3.1.
Openbaarmaking van voorwetenschap
3.4.3.2.
Overeenkomstig artikel 6, lid 1, van de MAD zijn
instellingen die financiële instrumenten uitgeven, verplicht voorwetenschap zo
snel mogelijk openbaar te maken, voor zover deze rechtstreeks betrekking heeft
op die uitgevende instellingen. Overeenkomstig lid 2 mogen deze
uitgevende instellingen onder bepaalde voorwaarden deze openbaarmaking
uitstellen. Krachtens de verordening zullen de uitgevende instellingen
de bevoegde autoriteiten op de hoogte moeten brengen van hun besluit om de
openbaarmaking van voorwetenschap uit te stellen onmiddellijk nadat de
openbaarmaking heeft plaatsgevonden. De uitgevende instelling blijft
verantwoordelijk voor het beoordelen of een dergelijk uitstel is
gerechtvaardigd. Omdat de bevoegde autoriteiten de mogelijkheid hebben
om indien nodig achteraf te onderzoeken of aan de specifieke voorwaarden voor
het uitstel werd voldaan, zal de bescherming van de belegger en de
marktintegriteit toenemen. Indien voorwetenschap systeemrelevant is en
het van algemeen belang is om de openbaarmaking van deze voorwetenschap uit te
stellen, zullen de bevoegde autoriteiten echter de bevoegdheid hebben om een
dergelijk uitstel toe te staan voor een beperkte duur met het oog op het
bredere algemene belang van het handhaven van een stabiel financieel systeem en
het vermijden van verliezen als gevolg van bijvoorbeeld een fout van een
systeemrelevante uitgevende instelling. Lijsten van personen met
voorwetenschap.
Lijsten van personen met voorwetenschap zijn een
belangrijk hulpmiddel voor de bevoegde autoriteiten bij het onderzoeken van
mogelijk marktmisbruik. Met de verordening wil men nationale verschillen
wegwerken die tot nu toe onnodige administratieve lasten voor uitgevende
instellingen met zich hebben meegebracht, door te bepalen dat de juiste
gegevens die in dergelijke lijsten moeten worden opgenomen, worden vastgelegd
in door de Commissie goed te keuren gedelegeerde handelingen en technische
uitvoeringsnormen.
3.4.3.3.
Voorschriften inzake openbaarmaking voor uitgevende
instellingen van financiële instrumenten die zijn toegelaten voor handel op
kmo-groeimarkten
Onverminderd de
doelstellingen zoals het behoud van integriteit en transparantie van financiële
markten en de bescherming van beleggers, is het marktmisbruikkader aangepast
aan de eigenschappen en behoeften van uitgevende instellingen van financiële
instrumenten die zijn toegelaten voor handel op kmo-groeimarkten. Door het
nieuwe marktmisbruikkader van de verordening op een niet-gedifferentieerde
manier toe te passen op alle kmo-groeimarkten, kunnen uitgevende instellingen
op deze markten worden afgeschrikt om het kapitaal op de kapitaalmarkten te
verhogen. Het toepassingsgebied en de omvang van de activiteiten van deze
uitgevende instellingen zijn beperkter en de omstandigheden die aanleiding
geven om voorwetenschap bekend te maken, zijn doorgaans beperkter dan bij
grotere uitgevende instellingen. Overeenkomstig de verordening moeten deze
uitgevende instellingen voorwetenschap op een andere en eenvoudigere
marktspecifieke manier bekendmaken. Deze voorwetenschap mag door deze kmo-groeimarkten
in naam van de uitgevende instellingen worden bekendgemaakt volgens de
standaardinhoud en het standaardformaat die in door de Commissie goedgekeurde
technische uitvoeringsnormen zijn bepaald. Deze uitgevende instellingen zijn
ook, in bepaalde omstandigheden, vrijgesteld van de verplichting om lijsten van
personen met voorwetenschap bij te houden en voortdurend bij te werken. Ze
kunnen ook genieten van de nieuwe drempel voor het rapporteren van de
transacties van leidinggevenden zoals hieronder is bepaald.
3.4.3.4.
Rapportering van transacties van leidinggevenden
In de verordening wordt het toepassingsgebied van
de rapporteringsplicht voor de transacties door leidinggevenden verduidelijkt.
Deze rapporten zijn belangrijk omdat ze leidinggevenden afschrikken om handel
te drijven met voorwetenschap en omdat ze nuttige informatie geven aan de markt
over de mening van de leidinggevende over de koersbewegingen van de aandelen
van de uitgevende instellingen. In de verordening wordt verduidelijkt dat
transacties van personen die beslissingen nemen namens een leidinggevende van
een uitgevende instelling of waarbij de leidinggevende zijn aandelen in pand
geeft of leent, ook moeten worden gerapporteerd aan de bevoegde autoriteiten en
publiekelijk toegankelijk moeten worden gemaakt. Daarnaast wordt in de
verordening een drempel ingevoerd van 20 000 euro die in alle lidstaten
van toepassing is en waaronder de verplichting om dergelijke transacties van
leidinggevenden te rapporteren niet van toepassing is.
3.4.4.
Hoofdstuk IV (EAEM en bevoegde autoriteiten)
3.4.4.1.
Bevoegdheden van bevoegde autoriteiten
Overeenkomstig artikel 12, lid 2, onder b), van de
MAD hebben de bevoegde autoriteiten de bevoegdheid om van iedere persoon
inlichtingen te verlangen. Er is echter een informatieleemte voor spotmarkten
voor grondstoffen, aangezien voor deze markten geen transparantieregels noch
plichten bestaan voor het rapporteren aan sectorale regelgevers, indien die er
zijn. Door de bevoegdheid om inlichtingen van iedere persoon te verlangen,
hebben de bevoegde autoriteiten doorgaans toegang tot alle informatie die ze
nodig hebben om vermoedens van marktmisbruik te onderzoeken. Deze informatie
kan echter ontoereikend zijn, met name indien er geen sectorale autoriteit is
om toe te zien op deze spotmarkten voor grondstoffen. Dankzij de verordening
krijgen bevoegde autoriteiten continu toegang tot gegevens doordat ze kunnen
eisen deze gegevens rechtstreeks bij hen in een bepaald formaat in te dienen.
Doordat de bevoegde autoriteiten toegang krijgen tot de systemen van de
handelaars op de spotmarkten voor grondstoffen, kunnen ze eveneens
realtimegegevensstromen controleren. Om gevallen van handel
met voorwetenschap en marktmanipulatie aan het licht te kunnen brengen, moeten
de bevoegde autoriteiten toegang kunnen hebben tot privélokalen en documenten
in beslag kunnen nemen. De toegang tot privélokalen is met name noodzakelijk
wanneer: (i) de persoon die om reeds om informatie is verzocht (geheel of
gedeeltelijk) nalaat aan dit verzoek te voldoen; of (ii) er een redelijk
vermoeden bestaat dat in geval van een verzoek daaraan niet zou worden voldaan,
of de documenten of informatie waarop het verzoek om informatie betrekking
heeft, zouden worden verwijderd, gemanipuleerd of vernietigd. Alle jurisdicties
bepalen thans dat alle documenten toegankelijk zijn, maar niet alle bevoegde
autoriteiten hebben de bevoegdheid om privélokalen te betreden en documenten in
beslag te nemen. Dientengevolge bestaat het gevaar dat de bevoegde autoriteiten
in zulke gevallen belangrijk en noodzakelijk bewijs wordt onthouden en dus
gevallen van handel met voorwetenschap en marktmanipulatie niet aan het licht
worden gebracht en onbestraft blijven. In dit verband is het van belang erop te
wijzen dat deze toegang tot privélokalen een inbreuk kan vormen op de
grondrechten inzake eerbiediging van het privéleven en het familie- en
gezinsleven zoals respectievelijk neergelegd in artikel 7 van het Handvest van
de grondrechten van de Europese Unie. Het is essentieel dat iedere beperking
daarvan volledig verenigbaar is met artikel 52 van het Handvest. Daarom mag een
bevoegde autoriteit van een lidstaat alleen de bevoegdheid hebben om
privélokalen te betreden om documenten in beslag te nemen, wanneer hij van
tevoren toestemming heeft verkregen van de rechter van de betrokken lidstaat in
overeenstemming met het nationale recht en wanneer er een redelijk vermoeden
bestaat dat documenten die betrekking hebben op het voorwerp van de inspectie
relevant kunnen zijn als bewijs van een geval van handel met voorwetenschap of
marktmanipulatie in strijd met deze verordening of Richtlijn [nieuwe MAD]. De
verboden inzake handel met voorwetenschap en marktmanipulatie gelden voor alle
personen. Daarom moeten de bevoegde autoriteiten niet alleen toegang te hebben
tot informatie waarover beleggingsondernemingen beschikken, maar ook tot
informatie in handen van die personen zelf en tot informatie met betrekking tot
het gedrag van deze personen die niet-financiële ondernemingen in databanken
hebben opgeslagen. Bestaande overzichten van telefoon- en dataverkeer van
beleggingsondernemingen en bestaande overzichten van telefoon- en dataverkeer
van telecomoperatoren vormen belangrijk bewijs waarmee het bestaan van handel
met voorkennis en marktmanipulatie kan worden opgespoord en bewezen. Aan de
hand van overzichten van telefoon- en dataverkeer kan de identiteit worden
vastgesteld van een persoon die verantwoordelijk is voor de verspreiding van
onjuiste of misleidende informatie. Bij de meeste vormen van handel met
voorwetenschap of marktmanipulatie gaat het om handelingen van twee of meer
personen die informatie doorgeven of hun activiteiten coördineren. Overzichten
van telefoon- en dataverkeer kunnen aantonen dat er een relatie is tussen een
persoon die toegang heeft tot voorwetenschap en de verdachte handelsactiviteit
van een andere persoon, of een verband bestaat tussen de frauduleuze
handelspraktijk van twee personen. Toegang tot overzichten van telefoon- en
dataverkeer van telecomoperatoren wordt met name als een van de voornaamste
punten beschouwd voor de uitvoering van de onderzoeks- en controlerende taken
van de CEER-leden[19]. Toegang tot door telecomoperatoren gehouden
overzichten van telefoon- en dataverkeer is in feite een belangrijk en soms het
enige middel om vast te stellen of een primaire persoon met voorwetenschap deze
heeft doorgegeven aan iemand die op basis van die voorwetenschap handel drijft.
Een voorbeeld waarin deze gegevens bewijsmateriaal vormen, is wanneer een
bestuurslid van een bedrijf die beschikt over voorwetenschap, deze
voorwetenschap per telefoon doorgeeft aan een vriend, verwant of familielid die
daarna een verdachte transactie uitvoert op basis van de ontvangen
voorwetenschap. De regelgever kan de overzichten van het telefoon- en
dataverkeer van telecomoperatoren gebruiken om aan te tonen dat de primaire
persoon met voorwetenschap naar zijn of haar vriend of verwant heeft gebeld,
kort voordat die persoon dan naar zijn of haar agent heeft gebeld om die de
opdracht te geven een verdachte transactie uit te voeren. De overzichten van
het telefoon- en dataverkeer van de telecomoperatoren zouden een verband kunnen
aantonen dat kan worden gebruikt als bewijs om een geval te bestraffen dat
anders nooit zou zijn opgespoord. Een ander voorbeeld is een geval waarin een
onjuist of misleidend bericht is geplaatst op een ontmoetingsplatform teneinde
de koers van een financieel instrument te beïnvloeden. Aan de hand van
overzichten van telefoon- en dataverkeer kan de identiteit van de auteur van
het bericht worden vastgesteld. Daarnaast kunnen dergelijke overzichten het
bewijs leveren van een connectie met een andere persoon die van tevoren of
naderhand verdachte transacties heeft verricht zodat het bestaan van
marktmanipulatie door de verspreiding van onjuist of misleidende informatie kan
worden aangetoond. In dit verband is het van
belang om een gelijk speelveld op de interne markt te scheppen wat de toegang
van bevoegde autoriteiten betreft tot bestaande overzichten van telefoon- en
dataverkeer waarover een telecommunicatie-exploitant of een
beleggingsonderneming beschikt. Daarom moeten de bevoegde autoriteiten
bestaande overzichten van telefoon- en dataverkeer in handen van een
telecommunicatie-exploitant of een beleggingsonderneming kunnen opvragen
wanneer er een redelijk vermoeden bestaat dat dergelijke, met het voorwerp van
de inspectie verband houdende overzichten, relevant kunnen zijn om handel met
voorwetenschap of marktmanipulatie als gedefinieerd in deze verordening of de
nieuwe [MAD] aan te tonen. Duidelijk moet ook zijn dat deze overzichten geen
betrekking mogen hebben op de inhoud van de communicatie waarop zij betrekking
hebben. Aangezien marktmisbruik grens- en
marktoverschrijdend kan zijn, heeft de EAEM een sterke coördinerende functie en
moeten bevoegde autoriteiten samenwerken en informatie uitwisselen met andere
bevoegde autoriteiten en, indien van toepassing op grondstoffenderivaten, met
de regelgevende autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de betreffende
spotmarkten, binnen de Unie en in derde landen.
3.4.5.
Hoofdstuk V (Administratieve sancties)
3.4.5.1.
Sancties
Financiële markten zijn in toenemende mate in de
Unie geïntegreerd en inbreuken kunnen in de Unie grensoverschrijdende gevolgen
hebben. De bestaande uiteenlopende sanctieregelingen in de lidstaten voeden regelgevingsarbitrage
en verhinderen dat de ultieme doelstellingen van marktintegriteit en
transparantie binnen de interne markt voor financiële diensten worden bereikt.
Uit een inventaris van bestaande nationale regelingen is bijvoorbeeld gebleken
dat het niveau van geldboeten in de verschillende lidstaten wijd uiteenloopt,
dat sommige bevoegde autoriteiten niet beschikken over bepaalde belangrijke
sanctiebevoegdheden en dat sommige bevoegde autoriteiten geen sancties kunnen
opleggen aan natuurlijke en rechtspersonen[20].
Daarom worden bij deze verordening minimumregels voor administratieve
maatregelen, sancties en boeten vastgesteld. Dit belet de afzonderlijke
lidstaten niet om hogere normen vast te stellen. Met deze verordening wil men
de vastgestelde winsten, met inbegrip van intresten, laten terugbetalen en, met
het oog op een voldoende afschrikkend effect, boeten invoeren die hoger zijn
dan de behaalde winsten of vermeden verliezen als gevolg van de inbreuk op deze
verordening, en die door de bevoegde autoriteiten op basis van de feiten en
omstandigheden moeten worden bepaald. Daarnaast hebben strafrechtelijke sancties een
groter afschrikkend effect dan administratieve maatregelen en sancties. Bij het
voorstel voor een richtlijn [XX] wordt de vereiste vastgesteld voor alle
lidstaten om doeltreffende, evenredige en afschrikkende strafrechtelijke
sancties vast te stellen voor de meest ernstige inbreuken van handel met
voorwetenschap en marktmanipulatie. Bij de toepassing van die richtlijn moet
worden rekening gehouden met de bepalingen in deze verordening en de
toekomstige uitvoeringsmaatregelen. De definities die voor de richtlijn worden
gebruikt, hoeven echter niet dezelfde te zijn als de voor deze verordening
gebruikte definities.
3.4.5.2.
Bescherming en stimulansen voor klokkenluiders
Klokkenluiders kunnen een nuttige bron zijn van
primaire informatie en kunnen bevoegde autoriteiten attent maken op gevallen
van vermoedelijk marktmisbruik. In de verordening wordt het marktmisbruikkader
van de Unie verbeterd door een passende bescherming vast te stellen voor
klokkenluiders die verdacht marktmisbruik melden, de mogelijkheid te creëren
van geldpremies voor degenen die de bevoegde autoriteiten zeer goede informatie
geven die leidt tot een geldboete, en verbeteringen vast te stellen van de
bepalingen van lidstaten voor het ontvangen en controleren van meldingen van
klokkenluiders.
4.
GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
De specifieke gevolgen voor de begroting van het
voorstel hebben betrekking op de rol van de EAEM, als gespecificeerd in het
financieel memorandum bij dit voorstel. Specifieke gevolgen voor de begroting
van de Commissie zijn ook beoordeeld in het financieel memorandum bij dit
voorstel. Het voorstel heeft gevolgen voor de begroting van
de Gemeenschap. 2011/0295 (COD) Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN
DE RAAD betreffende handel met voorwetenschap en
marktmanipulatie (marktmisbruik) (Voor de EER relevante tekst) HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN
DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, en met name artikel 114, Gezien het voorstel van de Europese Commissie[21], Na toezending van het ontwerp van
wetgevingshandeling aan de nationale parlementen, Gezien het advies van het Europees Economisch
en Sociaal Comité[22], Gezien het advies van de Europese Centrale
Bank[23], Gezien het advies van de Europese
Toezichthouder voor gegevensbescherming, Handelend volgens de gewone
wetgevingsprocedure, Overwegende hetgeen volgt: (1)
Een echte interne markt voor financiële diensten is
van cruciaal belang voor economische groei en het scheppen van werkgelegenheid
in de Unie. (2)
Voor een geïntegreerde en efficiënte financiële
markt is marktintegriteit nodig. Een goede werking van de effectenmarkten en
vertrouwen van het publiek in de markten zijn noodzakelijke voorwaarden voor
economische groei en welvaart. Marktmisbruik schaadt de integriteit van de
financiële markten en schendt het vertrouwen van het publiek in effecten en
derivaten. (3)
Richtlijn 2003/6/EG[24] van het Europees Parlement en
de Raad betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie
(marktmisbruik), die op 28 januari 2003 is vastgesteld, vervolledigde en
actualiseerde het rechtskader van de Unie om marktintegriteit te beschermen.
Sindsdien hebben echter ontwikkelingen op het gebied van wetgeving, de markt en
technologie plaatsgevonden, die het financiële landschap sterk hebben
gewijzigd. Bijgevolg moet die richtlijn nu worden vervangen om gelijke tred te
houden met deze ontwikkelingen. Er is ook een nieuw wetgevingsinstrument nodig om
te zorgen voor uniforme regels en duidelijkheid over sleutelbegrippen en om te
zorgen voor een enkel wetboek in overeenstemming met de conclusies van de groep
van deskundigen op hoog niveau inzake financieel toezicht in de EU[25]. (4)
Er is behoefte aan een uniform kader om
marktintegriteit te beschermen en mogelijke regelgevingsarbitrage te vermijden,
alsook om meer rechtszekerheid te bieden aan en de regelgeving minder complex
te maken voor marktdeelnemers. Het doel van deze rechtstreeks toepasselijke
rechtshandeling is op beslissende wijze bij te dragen aan de goede werking van
de interne markt en deze moet bijgevolg gebaseerd zijn op de bepalingen van
artikel 114 VWEU, zoals geïnterpreteerd overeenkomstig de vaste rechtspraak van
het Hof van Justitie van de Europese Unie. (5)
Om komaf te maken met de resterende belemmeringen
voor het handelsverkeer en aanzienlijke concurrentievervalsingen die
voortvloeien uit verschillen tussen nationale wetgevingen en om te voorkomen
dat nog meer belemmeringen voor het handelsverkeer en aanzienlijke
concurrentievervalsingen kunnen ontstaan, is het bijgevolg nodig een
verordening vast te stellen ter bepaling van uniforme voorschriften die in alle
lidstaten toepasselijk zijn. Door voorschriften inzake marktmisbruik in de vorm
van een verordening vast te stellen, moet ervoor worden gezorgd dat deze
rechtstreeks van toepassing zijn. Dit moet een gelijk speelveld garanderen
doordat voorkomen wordt dat als gevolg van de omzetting van een richtlijn
nationale voorschriften onderling verschillen. Deze verordening moet ertoe
leiden dat iedereen in de hele Unie dezelfde voorschriften volgt. Een
verordening moet ook de complexiteit van de regelgeving en de nalevingskosten
van bedrijven verminderen, in het bijzonder voor ondernemingen die grensoverschrijdend
actief zijn, en bijdragen tot het wegwerken van concurrentievervalsingen. (6)
De mededeling van de Commissie inzake een
"Small Business Act"[26]
voor Europa roept de Unie en haar lidstaten op om regels te ontwerpen om de
administratieve lasten te beperken, de wetgeving aan te passen aan de behoeften
van uitgevende instellingen op kmo-markten en om de toegang tot financiële
middelen voor deze uitgevende instellingen te vergemakkelijken. Een aantal
bepalingen in Richtlijn 2003/6/EG stelt administratieve lasten vast voor
uitgevende instellingen, met name instellingen die financiële instrumenten
hebben die zijn toegelaten voor handel op kmo-groeimarkten. Deze
administratieve lasten moeten worden verlaagd. (7)
Marktmisbruik is het begrip dat alle onwettige gedragingen
op de financiële markten omvat. In het kader van deze verordening moet het
worden geïnterpreteerd als bestaande in handel met voorwetenschap of het
misbruik van voorwetenschap en marktmanipulatie. Dergelijke gedragingen zijn
een belemmering voor volledige en reële markttransparantie, die voor alle
marktdeelnemers op geïntegreerde financiële markten een eerste vereiste is om
handelstransacties te kunnen verrichten. (8)
Het toepassingsgebied van Richtlijn 2003/6/EG was
toegespitst op financiële instrumenten die tot de handel op een
gereglementeerde markt worden toegelaten. De laatste jaren zijn financiële
instrumenten echter steeds vaker verhandeld op multilaterale
handelsfaciliteiten (MTF's). Er bestaan ook financiële instrumenten die
uitsluitend op andere soorten georganiseerde handelsfaciliteiten (OTF’s) worden
verhandeld, zoals broker-crossingsystemen, of die uitsluitend over the counter
worden verhandeld. Het toepassingsgebied van deze verordening moet daarom
worden uitgebreid tot alle financiële instrumenten die op een MTF of een OTF
worden verhandeld, alsook tot de financiële instrumenten die over the counter
worden verhandeld, zoals kredietverzuimswaps, of andere gedragingen of acties
die invloed kunnen hebben op een dergelijk financieel instrument dat op een
gereglementeerde markt, MTF of OTF wordt verhandeld. Dit moet de bescherming
van beleggers verhogen, de integriteit van markten handhaven en ervoor zorgen
dat marktmanipulatie van dergelijke instrumenten via over de counter
verhandelde financiële instrumenten duidelijk is verboden. (9)
Stabilisatie van financiële instrumenten of handel
in eigen aandelen in het kader van terugkoopactiviteiten kan onder bepaalde
omstandigheden rechtmatig zijn om economische redenen en mag derhalve op
zichzelf niet als marktmisbruik worden aangemerkt. (10)
De lidstaten en het Europese Stelsel van centrale
banken, de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit, de nationale
centrale banken en andere agentschappen of special purpose vehicles van een of
meerdere lidstaten, alsook de Unie en bepaalde andere overheidsinstanties mogen
niet aan beperkingen worden onderworpen bij de uitvoering van het monetaire
beleid, het wisselkoersbeleid, het beheer van de overheidsschuld of het
klimaatbeleid. (11)
Redelijk handelende beleggers baseren hun
beleggingsbeslissingen op informatie die reeds voor hen beschikbaar is, d.w.z.
op vooraf beschikbare informatie. De vraag of een redelijk handelende belegger
bij het nemen van een beleggingsbeslissing met een bepaalde inlichting
waarschijnlijk rekening zou houden, moet derhalve worden beoordeeld op basis
van de vooraf beschikbare informatie. Bij een dergelijke beoordeling moet
rekening worden gehouden met de verwachte invloed van de inlichting in kwestie
gelet op het geheel van activiteiten van de betrokken uitgevende instelling, de
betrouwbaarheid van de informatiebron en alle andere marktvariabelen die onder
de gegeven omstandigheden van invloed kunnen zijn op de financiële
instrumenten, de desbetreffende spotcontracten voor grondstoffen of de geveilde
producten op basis van de emissierechten. (12)
Van achteraf beschikbare informatie kan gebruik
worden gemaakt om de hypothese te verifiëren dat de vooraf beschikbare
informatie koersgevoelig was, maar niet om stappen te ondernemen tegen iemand
die redelijke conclusies heeft getrokken uit informatie die vooraf voor hem
beschikbaar was. (13)
Aan marktdeelnemers dient meer rechtszekerheid te
worden geboden door een nauwkeuriger omschrijving te geven van twee essentiële
facetten van de definitie van voorwetenschap, namelijk van "informatie die
concreet is" en van "informatie die een aanzienlijke invloed zou
kunnen hebben op de koers van financiële instrumenten, de desbetreffende
spotcontracten voor grondstoffen of de geveilde producten op basis van de
emissierechten". Voor derivaten die voor de groothandel bestemde
energieproducten zijn, moet met name informatie die volgens Verordening
[Verordening (EU) nr. ...... van het Europees Parlement en de Raad betreffende
de integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie] openbaar
moet worden gemaakt, als voorwetenschap worden beschouwd. (14)
Voorwetenschap kan worden misbruikt voor een
uitgevende instelling de verplichting heeft deze openbaar te maken. Het stadium
waarin de onderhandelingen over een overeenkomst zich bevinden, voorwaarden
waarover tijdens de onderhandelingen over de overeenkomst voorlopig
overeenstemming is bereikt, de mogelijkheid financiële instrumenten te
plaatsen, voorwaarden waaronder financiële instrumenten in de handel zullen
worden gebracht of voorlopige voorwaarden voor de plaatsing van financiële
instrumenten, kunnen relevante informatie voor beleggers vormen. Daarom moet
dergelijke informatie als voorwetenschap worden aangemerkt. Dergelijke
informatie kan echter zo onnauwkeurig zijn dat de uitgevende instelling geen
verplichting heeft deze openbaar te maken. In dat geval moet het verbod op
handel met voorwetenschap van toepassing zijn, maar de verplichting voor de
uitgevende instelling om de informatie openbaar te maken niet. (15)
Spotmarkten en desbetreffende derivatenmarkten zijn
zeer nauw met elkaar verbonden en mondiaal en marktmisbruik kan zowel markt-
als grensoverschrijdend plaatsvinden. Dit is het geval voor zowel handel met
voorwetenschap als marktmanipulatie. Iemand die voorwetenschap over een
spotmarkt heeft, kan met name hiervan gebruikmaken voor handel op een
financiële markt. Daarom moet de algemene definitie van voorwetenschap met
betrekking tot financiële markten en grondstoffenderivaten ook worden toegepast
op alle informatie die relevant is voor de desbetreffende grondstof. Bovendien
kunnen manipulatiestrategieën zich ook over spot- en derivatenmarkten
uitspreiden. Handel in financiële instrumenten, zoals grondstoffenderivaten,
kan worden gebruikt om desbetreffende spotcontracten voor grondstoffen te
manipuleren en spotcontracten voor grondstoffen kunnen worden gebruikt om
desbetreffende financiële instrumenten te manipuleren Het verbod op
marktmanipulatie moet met deze onderlinge verbanden rekening houden. Het is
echter niet passend noch praktisch haalbaar om het toepassingsgebied van de
verordening uit te breiden tot gedragingen die geen betrekking hebben op
financiële instrumenten, bijvoorbeeld tot handel in spotcontracten voor
grondstoffen die enkel de spotmarkt betreft. In het specifieke geval van
energieproducten bestemd voor de groothandel moeten de bevoegde autoriteiten
rekening houden met de specifieke kenmerken van de definities in [Verordening
(EU) nr. ...... van het Europees Parlement en de Raad betreffende de integriteit
en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie] bij het toepassen van
de definities van voorwetenschap, handel met voorwetenschap en marktmanipulatie
van deze verordening op financiële instrumenten die betrekking hebben op
energieproducten bestemd voor de groothandel. (16)
Als gevolg van de classificering van emissierechten
als financiële instrumenten bij de herziening van de richtlijn betreffende
markten voor financiële instrumenten, zullen deze instrumenten ook binnen het
toepassingsgebied van deze verordening vallen. Aangezien deze instrumenten
specifiek zijn en de koolstofmarkt een specifieke structuur heeft, moet ervoor
worden gezorgd dat de lidstaten, de Europese Commissie en andere met betrekking
tot emissierechten officieel aangewezen instanties niet in hun activiteiten
worden beperkt wanneer ze het klimaatbeleid van de Unie uitvoeren. Bovendien
moet de plicht om voorwetenschap openbaar te maken, worden opgelegd aan de
deelnemers aan die markt in het algemeen. Om te vermijden dat de markt aan nutteloze
rapporteringen wordt blootgesteld en om er ook voor te zorgen dat de geplande
maatregel kosteneffectief blijft, blijkt het echter noodzakelijk om de
regelgevende gevolgen van die plicht te beperken tot slechts die EU
ETS-operatoren die vanwege hun omvang en activiteit redelijk in staat kunnen
worden geacht een belangrijke invloed te hebben op de koers van de
emissierechten. Indien deelnemers aan de emissierechtenmarkt al voldoen aan
gelijkaardige verplichtingen inzake de openbaarmaking van voorwetenschap, met
name krachtens de verordening betreffende de integriteit en transparantie van
de energiemarkt (Verordening (EU) nr. ... van het Europees Parlement en de Raad
betreffende de integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor
energie), mag de verplichting om voorwetenschap inzake emissierechten openbaar
te maken niet leiden tot een dubbele plicht tot openbaarmaking met
hoofdzakelijk dezelfde inhoud. (17)
Verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Commissie van
12 november 2010 inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de
veiling van broeikasgasemissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van
het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de
handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap[27] voorzag in twee parallelle
marktmisbruikregelingen voor de veiling van emissierechten. Als gevolg van de
classificering van emissierechten als financiële instrumenten onder de MiFID,
moet deze verordening echter een enkel wetboek vormen van marktmisbruikmaatregelen
die van toepassing zijn op de gehele primaire en secundaire markt voor
emissierechten. De verordening moet tevens van toepassing zijn op het veilen
van emissierechten of andere daarop gebaseerde geveilde producten ingevolge
Verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Commissie van 12 november 2010 inzake de
tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van
broeikasgasemissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees
Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in
broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap. (18)
In deze verordening moeten maatregelen worden
opgenomen inzake marktmanipulatie die kunnen worden aangepast aan nieuwe
handelsvormen of nieuwe strategieën die misbruik kunnen inhouden. Omdat de handel
in financiële instrumenten steeds meer is geautomatiseerd, is het wenselijk bij
de definitie van marktmanipulatie voorbeelden op te nemen van specifieke
misbruikstrategieën die kunnen worden uitgevoerd door algoritmische handel
zoals high frequency trading. De gegeven voorbeelden zijn niet-limitatief, noch
bedoeld om te suggereren dat dezelfde strategieën die met andere middelen
worden uitgevoerd, geen misbruik zouden inhouden. (19)
Omdat mislukte pogingen om de markt te manipuleren
ook moeten worden bestraft, moet als aanvulling op het verbod op
marktmanipulatie in deze verordening ook een verbod op pogingen tot
marktmanipulatie worden opgenomen. Er moet een onderscheid worden gemaakt
tussen pogingen tot marktmanipulatie en situaties waarin een gedraging niet het
gewenste effect heeft op de koers van een financieel instrument. Een dergelijke
gedraging wordt als marktmanipulatie beschouwd omdat deze geëigend was om valse
of misleidende signalen te geven. (20)
Deze verordening moet ook verduidelijken dat het
gebruik van financiële instrumenten als derivaten die op een ander
handelsplatform of over the counter worden verhandeld, ook een vorm van
marktmanipulatie of poging tot marktmanipulatie van het desbetreffende
financieel instrument kan zijn. (21)
Om uniforme marktvoorwaarden te waarborgen voor
handelsplatformen en -faciliteiten waarop deze verordening betrekking heeft,
moeten operatoren van gereglementeerde markten, MTF's en OTF's verplicht worden
proportionele structurele maatregelen vast te stellen om marktmanipulatiepraktijken
te voorkomen en aan het licht te brengen. (22)
Manipulatie of poging tot manipulatie van
financiële instrumenten kan ook bestaan in het plaatsen van orders die mogelijk
niet worden uitgevoerd. Daarnaast kan een financieel instrument ook worden gemanipuleerd
via gedragingen buiten een handelsplatform. Personen die beroepshalve
transacties regelen of uitvoeren en die over systemen dienen te beschikken om
verdachte transacties aan het licht te brengen en te rapporteren, moeten daarom
ook verdachte orders en verdachte transacties die buiten een handelsplatform
plaatsvinden, rapporteren. (23)
Manipulatie of poging tot manipulatie van
financiële instrumenten kan ook bestaan in het verspreiden van onjuiste of
misleidende informatie. Het verspreiden van onjuiste of misleidende informatie
kan in een betrekkelijk korte tijdsspanne aanzienlijke invloed hebben op de
prijzen van instrumenten. Er kan sprake zijn van het bedenken van kennelijk
onjuiste informatie, maar ook het opzettelijk weglaten van essentiële feiten, of
het bewust verkeerd weergeven van informatie. Deze vorm van marktmanipulatie is
met name schadelijk voor beleggers, omdat zij daardoor hun
beleggingsbeslissingen baseren op onjuiste of verdraaide informatie. Het is ook
schadelijk voor uitgevende instellingen, omdat het het vertrouwen in de hun
betreffende beschikbare informatie vermindert. Een gebrek aan vertrouwen in de
markt kan vervolgens de mogelijkheden voor een uitgevende instelling in gevaar
brengen om nieuwe financiële instrumenten uit te brengen of om krediet te
verzekeren van andere marktdeelnemers teneinde zijn activiteiten te
financieren. Informatie verspreidt zich snel over de markt. Als gevolg daarvan
kunnen de nadelige gevolgen voor beleggers en uitgevende instellingen
betrekkelijk lang aanhouden totdat dat de informatie onjuist of misleidend is
gebleken en door de uitgevende instelling of degene die voor de verspreiding
ervan verantwoordelijk is, kan worden gecorrigeerd. Het is daarom noodzakelijk
om het verspreiden van onjuiste of misleidende informatie, waaronder geruchten
of onjuist of misleidend nieuws, aan te merken als een inbreuk op deze
verordening. Het is daarom niet toelaatbaar dat het diegenen die actief zijn op
de financiële markten vrijstaat om, ten nadele van beleggers en uitgevende
instellingen informatie te geven die indruist tegen hun eigen mening of beter
weten en waarvan zij weten of behoren te weten dat die onjuist of misleidend
is. (24)
De snelle openbaarmaking van voorwetenschap door
een uitgevende instelling is van wezenlijk belang om handel met voorwetenschap
te vermijden en ervoor te zorgen dat beleggers niet worden misleid. Uitgevende
instellingen moeten daarom worden verplicht het publiek zo snel mogelijk op de
hoogte te brengen van voorwetenschap, tenzij de kans klein is dat uitstel
misleiding van het publiek tot gevolg heeft en de uitgevende instelling de
vertrouwelijkheid van de informatie kan waarborgen. (25)
Wanneer een financiële instelling noodkredieten
ontvangt, kan het soms in het belang van de financiële stabiliteit zijn om de
openbaarmaking van voorwetenschap uit te stellen indien de informatie
systeemrelevant is. De bevoegde autoriteit moet daarom de mogelijkheid te
hebben om een uitstel voor het openbaar maken van voorwetenschap toe te staan. (26)
De eis om voorwetenschap openbaar te maken kan voor
uitgevende instellingen van financiële instrumenten die zijn toegelaten voor
handel op kmo-groeimarkten, bijzonder lastig zijn vanwege van de kosten van de
controle van de informatie waarover ze beschikken en het inwinnen van juridisch
advies over de vraag of en wanneer informatie moet worden openbaar gemaakt.
Toch is een snelle openbaarmaking van voorwetenschap van wezenlijk belang voor
het vertrouwen van de beleggers in deze uitgevende instellingen. Daarom moet de
Europese Autoriteit voor effecten en markten (EAEM) richtsnoeren kunnen
vaststellen om de uitgevende instellingen bij te staan bij het naleven van de
verplichting om voorwetenschap openbaar te maken zonder de bescherming van
beleggers in gevaar te brengen. (27)
Lijsten van personen met voorwetenschap zijn een
belangrijk hulpmiddel voor regelgevers om mogelijk marktmisbruik te
onderzoeken. Nationale verschillen wat betreft de in dergelijke lijsten op te
nemen gegevens leiden echter tot onnodige administratieve lasten voor uitgevende
instellingen. Om deze kosten te beperken moeten de noodzakelijke gegevensvelden
van de lijsten van personen met voorwetenschap daarom uniform zijn. De eis om
lijsten van personen met voorwetenschap bij te houden en voortdurend bij te
werken vormt vooral voor uitgevende instellingen op kmo-groeimarkten een zware
administratieve last. Aangezien bevoegde autoriteiten in het geval van deze
uitgevende instellingen doeltreffend toezicht kunnen houden op marktmisbruik
zonder deze lijsten op alle momenten beschikbaar te hebben, moeten deze
uitgevende instellingen worden vrijgesteld van deze verplichting zodat de
administratieve kosten die uit deze verordening voortvloeien, worden beperkt. (28)
Meer openheid over transacties die worden verricht
door personen met leidinggevende verantwoordelijkheden op het niveau van de
uitgevende instellingen en, in voorkomend geval, door personen die nauw aan hen
gelieerd zijn, vormt een preventieve maatregel tegen marktmisbruik.
Bekendmaking van deze transacties op minstens individuele basis, kan tevens een
zeer waardevolle bron van informatie voor beleggers vormen. Er moet worden
verduidelijkt dat de verplichting om deze transacties van leidinggevenden
bekend te maken, ook het in pand geven of lenen van financiële instrumenten omvat,
alsook de transacties door andere personen die namens de leidinggevende
handelen. Om een juist evenwicht te verzekeren tussen het transparantieniveau
en het aantal rapporteringen aan de bevoegde autoriteiten en het publiek, moet
in deze verordening een uniforme drempel worden vastgesteld waaronder
transacties niet hoeven te worden gerapporteerd. (29)
Een reeks effectieve instrumenten en bevoegdheden
voor de bevoegde autoriteit van elke lidstaat waarborgt de doeltreffendheid van
het toezicht. Op de markt actieve ondernemingen en alle deelnemers aan het
economisch verkeer moeten ook bijdragen tot de integriteit van de markt. In die
zin mag de aanwijzing van één bevoegde autoriteit voor marktmisbruik geen
beletsel vormen voor samenwerking of het delegeren van taken onder de
verantwoordelijkheid van de bevoegde autoriteit, tussen die autoriteit en de op
de markt actieve ondernemingen om een doeltreffend toezicht op de naleving van
de bepalingen van deze verordening te waarborgen. (30)
Om gevallen van handel met voorwetenschap en
marktmanipulatie aan het licht te kunnen brengen, moeten de bevoegde
autoriteiten toegang kunnen hebben tot privélokalen en documenten in beslag
kunnen nemen. De toegang tot privélokalen is met name noodzakelijk wanneer: (i)
de persoon die om reeds om informatie is verzocht (geheel of gedeeltelijk)
nalaat aan dit verzoek te voldoen; of (ii) er een redelijk vermoeden bestaat
dat in geval van een verzoek daaraan niet zou worden voldaan, of de documenten
of informatie waarop het verzoek om informatie betrekking heeft, zouden worden
verwijderd, gemanipuleerd of vernietigd. (31)
Bestaande overzichten van telefoon- en dataverkeer
van beleggingsondernemingen en bestaande overzichten van telefoon- en
dataverkeer van telecomoperatoren vormen cruciaal en soms het enige bewijs
waarmee het bestaan van handel met voorkennis en marktmanipulatie aan het licht
kan worden gebracht en bewezen. Aan de hand van overzichten van telefoon- en
dataverkeer kan de identiteit worden vastgesteld van een persoon die
verantwoordelijk is voor de verspreiding van onjuiste of misleidende informatie
en worden vastgesteld dat personen gedurende een bepaalde tijd met elkaar in
contact zijn geweest en er tussen twee of meer personen een relatie bestaat. Om
een gelijk speelveld binnen de Unie te scheppen wat de toegang van bevoegde
autoriteiten betreft tot bestaande overzichten van telefoon- en dataverkeer
waarover een telecommunicatie-exploitant of een beleggingsonderneming beschikt,
moeten de bevoegde autoriteiten bestaande overzichten van telefoon- en
dataverkeer waarover een telecommunicatie-exploitant of een
beleggingsonderneming beschikt, kunnen opvragen wanneer er een redelijk
vermoeden bestaat dat dergelijke, met het voorwerp van de inspectie verband
houdende overzichten, relevant kunnen zijn om met deze verordening of Richtlijn
[nieuwe MAD] strijdige handel met voorwetenschap of marktmanipulatie als
gedefinieerd in [nieuwe MAD] aan te tonen Overzichten van telefoon- en
dataverkeer bevatten niet de desbetreffende inhoud. (32)
Aangezien marktmisbruik grens- en
marktoverschrijdend kan zijn, moeten bevoegde autoriteiten worden verplicht om,
in het bijzonder voor onderzoeken, samen te werken en informatie uit te
wisselen met andere bevoegde en regelgevende autoriteiten en met de EAEM.
Wanneer een bevoegde autoriteit ervan overtuigd is dat in een andere lidstaat
marktmisbruik plaatsvindt of plaatsvond, dan wel gevolgen heeft voor in een
andere lidstaat verhandelde financiële instrumenten, moet zij de bevoegde
autoriteit en de EAEM hiervan op de hoogte brengen. In gevallen van
marktmisbruik met grensoverschrijdende gevolgen, moet de EAEM het onderzoek
coördineren indien een van de desbetreffende bevoegde autoriteiten haar hierom
verzoekt. (33)
Om informatie te kunnen uitwisselen en te kunnen
samenwerken met autoriteiten in derde landen voor de doeltreffende toepassing
van deze verordening, moeten de bevoegde autoriteiten
samenwerkingsovereenkomsten sluiten met hun tegenhangers in derde landen.
Overdrachten van persoonsgegevens op basis van deze overeenkomsten moeten
voldoen aan Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24
oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met
de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die
gegevens[28]
en aan Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18
december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband
met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en
organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens[29]. (34)
Een streng beleids- en bedrijfsvoeringskader voor
de financiële sector moet zijn gebaseerd op strenge toezicht- en sanctieregels.
Daartoe moeten toezichthoudende autoriteiten beschikken over voldoende
bevoegdheden om te handelen en moeten zij kunnen vertrouwen op billijke,
strenge en afschrikkende sanctieregelingen voor alle financiële wangedragingen;
deze sancties moeten doeltreffend worden uitgevoerd. De groep op hoog niveau
was echter van mening dat geen van deze elementen op dit moment al bestaat. Een
evaluatie van bestaande sanctiebevoegdheden en hun praktische toepassing om de
convergentie van de sancties in het gehele scala van toezichtactiviteiten te
bevorderen, werd uitgevoerd in de mededeling van de Commissie van 8 december 2010
inzake het versterken van sanctieregelingen in de financiële sector[30]. (35)
Naast het geven van doeltreffende hulpmiddelen en
bevoegdheden voor toezicht aan regelgevers, moet daarom een aantal
administratieve maatregelen, sancties en boeten worden vastgesteld om te komen
tot een gemeenschappelijke aanpak in lidstaten en om het afschrikkende effect
ervan te vergroten. Bij administratieve boeten moet rekening worden gehouden
met factoren zoals de terugbetaling van vastgestelde financiële voordelen, de
ernst en de duur van de inbreuk, verzwarende of verzachtende omstandigheden,
het feit dat boeten een afschrikkend effect moeten hebben en, indien van
toepassing, een korting wegens samenwerking met de bevoegde autoriteit. Bij de
goedkeuring en bekendmaking van de sancties moeten de grondrechten worden
nageleefd die zijn neergelegd in het Handvest van de grondrechten van de
Europese Unie, met name het recht op eerbiediging van het privéleven en het
familie- en gezinsleven (artikel 7), het recht op bescherming van
persoonsgegevens (artikel 8) en het recht op een doeltreffende voorziening in
rechte en op een onpartijdig gerecht (artikel 47). (36)
Klokkenluiders vestigen de aandacht van bevoegde
autoriteiten op nieuwe informatie op basis waarvan zij handel met voorwetenschap
en marktmanipulatie gemakkelijker aan het licht kunnen brengen en bestraffen.
Klokkenluiders kunnen echter worden ontmoedigd door angst voor represailles of
het ontbreken van motivering. Bijgevolg moet deze verordening ervoor zorgen dat
er passende regelingen komen om klokkenluiders aan te moedigen de bevoegde
autoriteiten attent te maken op mogelijke inbreuken op deze verordening en om
hen te beschermen tegen represailles. Klokkenluiders mogen echter uitsluitend
in aanmerking komen voor deze beloningen als zij nieuwe informatie onthullen
zonder daartoe al wettelijk verplicht te zijn en deze informatie leidt tot een
sanctie voor inbreuk op deze verordening. Lidstaten moeten ook ervoor zorgen
dat de klokkenluidersregelingen die zij uitvoeren, mechanismen bevatten die een
aangegeven persoon naar behoren beschermen, met name met betrekking tot het
recht op bescherming van zijn persoonsgegevens en procedures om het recht van
de aangegeven persoon te waarborgen op verdediging en om te worden gehoord
voordat een beslissing over hem wordt genomen, alsook het recht op een
doeltreffende voorziening in rechte bij een rechtbank tegen een beslissing over
hem. (37)
Aangezien lidstaten wetgeving hebben vastgesteld
ter uitvoering van Richtlijn 2003/6/EG en aangezien gedelegeerde handelingen en
technische uitvoeringsnormen zijn voorzien die moeten worden goedgekeurd
voordat het nieuwe kader op een nuttige manier kan worden toegepast, is het
nodig de toepassing van de materiële bepalingen in deze verordening voor een toereikende
periode uit te stellen. (38)
Voor een gemakkelijke, vlotte overgang naar de
toepassing van deze verordening mogen marktpraktijken die vóór de
inwerkingtreding van deze verordening bestonden en die door de bevoegde
autoriteiten werden aanvaard in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 2273/2003
van de Commissie van 22 december 2003 tot uitvoering van Richtlijn 2003/6/EG
van het Europees Parlement en de Raad wat de uitzonderingsregeling voor
terugkoopactiviteiten en voor de stabilisatie van financiële instrumenten
betreft[31]
met het oog op de toepassing van artikel 1, lid 2, onder a), van Richtlijn 2003/6/EG,
blijven worden toegepast tot een jaar na de datum die is vastgesteld voor de
werkelijke toepassing van deze verordening, op voorwaarde dat de EAEM op de
hoogte wordt gebracht van deze marktpraktijken. (39)
Deze verordening voldoet aan de grondrechten en
houdt rekening met de beginselen die zijn erkend in het Handvest van de
grondrechten van de Europese Unie zoals opgenomen in het Verdrag, en met name
het recht op eerbiediging van het privéleven en het familie- en gezinsleven,
het recht op bescherming van persoonsgegevens, de vrijheid van meningsuiting en
van informatie, de vrijheid van ondernemerschap, het recht op een doeltreffende
voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht, het vermoeden van onschuld
en de rechten van verdediging, het legaliteitsbeginsel en
evenredigheidsbeginsel inzake delicten en straffen, en het recht om niet
tweemaal in een strafrechtelijke procedure voor hetzelfde delict te worden
berecht of gestraft. Beperkingen van deze rechten zijn in overeenstemming met
artikel 52, lid 1, van het Handvest omdat zij noodzakelijk zijn om de
doelstellingen van algemeen belang van bescherming van beleggers en de
integriteit van financiële markten te verzekeren, en in passende waarborgen is
voorzien om ervoor te zorgen dat rechten slechts worden beperkt voor zover als
nodig is om deze doelstellingen te bereiken en via maatregelen die evenredig
zijn aan de te bereiken doelstelling. Het rapporteren van verdachte transacties
is met name noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de bevoegde autoriteiten
marktmisbruik aan het licht kunnen brengen en kunnen bestraffen Het verbieden
van pogingen tot marktmanipulatie is noodzakelijk om de bevoegde autoriteiten
in staat te stellen dergelijke pogingen te bestraffen als zij bewijzen van de
intentie tot marktmanipulatie hebben, zelfs als er geen effect op de koersen
kan worden aangetoond. Toegang tot overzichten van data- en telefoonverkeer is
noodzakelijk om bewijzen te verzamelen en aanwijzingen van handel met
voorwetenschap of marktmanipulatie te onderzoeken, en bijgevolg om
marktmisbruik aan het licht te brengen en te bestraffen. De voorwaarden die bij
deze verordening worden gesteld, waarborgen dat de grondrechten in acht worden
genomen. Maatregelen inzake klokkenluiders zijn noodzakelijk om marktmisbruik
gemakkelijker aan het licht te brengen en om ervoor te zorgen dat de
klokkenluider en de aangegeven persoon worden beschermd, met inbegrip van de
bescherming van hun privéleven, persoonsgegevens en het recht om te worden
gehoord en op een doeltreffende voorziening in rechte voor een rechtbank. Het
is noodzakelijk om gemeenschappelijke minimumregels voor administratieve
maatregelen, sancties en boeten vast te stellen zodat vergelijkbare inbreuken
op de regels inzake marktmisbruik op een vergelijkbare manier worden bestraft
en sancties worden opgelegd die evenredig aan de inbreuk zijn. Deze richtlijn
belet de lidstaten op geen enkele wijze om hun constitutionele regels inzake de
persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting in de media toe te passen. (40)
Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de
Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in
verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer
van die gegevens[32]
en Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad
van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in
verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire
instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens[33] zijn van toepassing op de
verwerking van persoonsgegevens door de EAEM in het kader van deze verordening
en onder toezicht van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, met name de
onafhankelijke autoriteiten die door de lidstaten zijn benoemd. Het
uitwisselen of doorgeven van informatie door de bevoegde autoriteiten dient in
overeenstemming te zijn met de voorschriften betreffende de doorgifte van
persoonsgegevens die zijn neergelegd in Richtlijn 95/46/EG. Het uitwisselen of
doorgeven van informatie door de EAEM dient in overeenstemming te zijn met de
voorschriften betreffende de doorgifte van persoonsgegevens die zijn neergelegd
in Verordening (EG) nr. 45/2001. (41)
Deze verordening en de in overeenstemming hiermee
vastgestelde gedelegeerde handelingen, normen en richtsnoeren laten de
toepassing van de uniale mededingingsregels onverlet. (42)
De Commissie moet de bevoegdheid worden gegeven om
gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het
Verdrag. Gedelegeerde handelingen moeten met name worden vastgesteld met
betrekking tot de voorwaarden voor terugkoopactiviteiten en de stabilisatie van
financiële instrumenten, de indicatoren voor manipulatief gedrag opgenoemd in
bijlage I, de drempel voor het bepalen van de toepasselijkheid van de
verplichting tot openbaarmaking voor deelnemers aan een emissierechtenmarkt, de
voorwaarden voor het opstellen van lijsten van personen met voorwetenschap en
de drempel en voorwaarden met betrekking tot transacties van leidinggevenden.
Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens de voorbereiding passend
overleg pleegt, onder meer met deskundigen. Bij het voorbereiden en opstellen
van gedelegeerde handelingen dient de Commissie erop toe te zien dat de
desbetreffende documenten gelijktijdig, tijdig en op passende wijze bij het
Europees Parlement en de Raad worden ingediend. (43)
Om te zorgen voor uniforme voorwaarden voor de
uitvoering van deze verordening met betrekking tot de procedures voor het
melden van schendingen van deze verordening dienen de Commissie
uitvoeringsbevoegdheden te worden verleend. Deze bevoegdheden moeten worden
uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees
Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene
voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de
lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie
controleren. (44)
Technische normen op het gebied van financiële
diensten moeten waarborgen dat met betrekking tot de in deze verordening
geregelde onderwerpen in de hele Unie uniforme voorwaarden gelden. Omdat de
EAEM een instantie met een zeer specifieke deskundigheid is, zou het efficiënt
en passend zijn om aan haar de uitwerking toe te vertrouwen van aan de
Commissie voor te leggen voorstellen voor technische regelgevings- en
uitvoeringsnormen die geen beleidskeuzen met zich brengen. (45)
De Commissie moet door middel van gedelegeerde
handelingen overeenkomstig artikel 290 VWEU en de artikelen 10 tot en met 14
van Verordening (EU) nr. 1093/2010 de voorstellen goedkeuren van de door de
EAEM ontwikkelde technische regelgevings- en uitvoeringsnormen met betrekking
tot de procedures en regelingen voor handelsplatformen voor het voorkomen en
aan het licht brengen van marktmisbruik en de systemen en modellen die moeten
worden gebruikt om verdachte orders en transacties aan het licht te brengen en
met betrekking tot op de technische regelingen voor categorieën personen voor
de objectieve presentatie van informatie waarbij een beleggingsstrategie wordt
aanbevolen en voor de openbaarmaking van bijzondere belangen of aanwijzingen
van belangenconflicten. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens de
voorbereiding passend overleg pleegt, onder meer met deskundigen. (46)
De Commissie dient tevens te worden gemachtigd om
technische uitvoeringsnormen vast te stellen door middel van
uitvoeringshandelingen uit hoofde van artikel 291 VWEU en in overeenstemming
met artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1093/2010. Aan de EAEM moet de
opstelling worden toevertrouwd van aan de Commissie voor te leggen voorstellen
voor technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de openbaarmaking van
voorwetenschap, het formaat van lijsten van personen met voorwetenschap en
procedures voor de samenwerking en uitwisseling van informatie tussen bevoegde
autoriteiten onderling en tussen de bevoegde autoriteiten en de EAEM. (47)
Aangezien de doelstelling van het overwogen
optreden, namelijk het voorkomen van marktmisbruik in de vorm van handel met
voorwetenschap en marktmanipulatie, niet voldoende door de lidstaten kan worden
verwezenlijkt en derhalve, vanwege de omvang en de gevolgen van de maatregelen,
beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie maatregelen
vaststellen, overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel als bedoeld in artikel 5
van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Overeenkomstig het in hetzelfde
artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat de verordening niet verder dan
nodig is om dit doel te verwezenlijken. (48)
Omdat de bepalingen van Richtlijn 2003/6/EG niet
langer relevant en voldoende zijn, dient deze richtlijn met ingang van [24 maanden na de inwerkingtreding van deze
verordening] te worden ingetrokken. De voorschriften en verboden van deze
verordening hangen ten nauwste samen met de voorschriften en verboden van de
MiFD en dienen daarom van toepassing te worden op de datum van inwerkingtreding
van de herziene MiFID, HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD: HOOFDSTUK I
ALGEMENE BEPALINGEN Afdeling 1 Onderwerp en toepassingsgebied Artikel 1
Onderwerp In deze verordening wordt een
gemeenschappelijk regelgevend kader vastgelegd inzake marktmisbruik teneinde de
integriteit van de financiële markten in de Unie te waarborgen en de
bescherming van beleggers en hun vertrouwen in die markten te versterken. Artikel 2
Toepassingsgebied 1.
Deze verordening is van toepassing op: (a)
financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de
handel op een gereglementeerde markt of waarvoor toelating tot de handel op een
gereglementeerde markt is aangevraagd; (b)
financiële instrumenten die worden verhandeld op
een MTF of op een OTF in ten minste één lidstaat; (c)
gedragingen of transacties met betrekking tot een
financieel instrument als bedoeld onder a) of b), ongeacht of de gedraging of
transactie daadwerkelijk plaatsvindt op een gereglementeerde markt, MTF of OTF; (d)
gedragingen of transacties, waaronder biedingen,
met betrekking tot het veilen van emissierechten of andere daarop gebaseerde
geveilde producten ingevolge Verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Commissie[34]. Onverminderd eventuele
specifieke bepalingen betreffende biedingen gedaan in het kader van een
veiling, zijn alle voorschriften en verboden in deze verordening met betrekking
tot handelsorders van toepassing op dergelijke biedingen. 2.
De artikelen 7 en 9 zijn ook van toepassing op de
verwerving of de vervreemding van financiële instrumenten die niet zijn genoemd
onder a) en b) van het eerste lid, maar waarvan de waarde gerelateerd is aan
een financieel instrument als bedoeld in dat lid. Dit omvat met name afgeleide
instrumenten voor de overdracht van kredietrisico dat verbonden is aan een
financieel instrument als bedoeld in het eerste lid en financiële contracten
betreffende verschillen die verband houden met een dergelijk financieel
instrument. 3.
De artikelen 8 en 10 zijn tevens van toepassing op
transacties, handelsorders en andere gedragingen in verband met: (a)
soorten financiële instrumenten, waaronder
afgeleide contracten of afgeleide instrumenten voor de overdracht van
kredietrisico, waarbij de transactie, order of gedraging een effect heeft,
waarschijnlijk zal hebben of bedoeld is te hebben op een financieel instrument
als bedoeld onder a) en b) van het eerste lid; (b)
spotcontracten voor grondstoffen die geen voor de
groothandel bestemde energieproducten zijn, waarbij de transactie, order of
gedraging een effect heeft, waarschijnlijk zal hebben of bedoeld is te hebben
op een financieel instrument als bedoeld onder a) en b) van het eerste lid; of (c)
soorten financiële instrumenten, waaronder
afgeleide contracten of afgeleide instrumenten voor de overdracht van
kredietrisico, waarbij de transactie, order of gedraging een effect heeft,
waarschijnlijk zal hebben of bedoeld is te hebben op spotcontracten voor
grondstoffen; 4.
De verboden en voorschriften in deze verordening
zijn van toepassing op in dan wel buiten de Unie verrichte handelingen met
betrekking tot instrumenten als bedoeld in de leden 1 tot en met 3. Afdeling 2 Uitsluiting van het toepassingsgebied Artikel 3
Uitzonderingen voor terugkoopprogramma's en stabilisatie 1.
De voorschriften van de artikelen 9 en 10 van deze
verordening zijn niet van toepassing op de handel in eigen aandelen in het
kader van terugkoopprogramma's wanneer de volledige details van het programma
voorafgaand aan het begin van de handel openbaar worden gemaakt, bij de
bevoegde autoriteit wordt gemeld dat de handel onderdeel uitmaakt van het
terugkoopprogramma en vervolgens openbaar wordt gemaakt en passende plafonds
met betrekking tot de koers en het volume in acht worden genomen. 2.
De voorschriften van de artikelen 9 en 10 van deze
verordening zijn niet van toepassing op de handel in eigen aandelen voor de
stabilisatie van een financieel instrument wanneer de stabilisatie gedurende
een beperkte periode wordt uitgevoerd, relevante informatie over de
stabilisatie openbaar wordt gemaakt en passende plafonds met betrekking tot de
koers in acht worden genomen. 3.
De Commissie stelt door middel van gedelegeerde
handelingen overeenkomstig artikel 31, maatregelen vast ter nadere bepaling van
de voorwaarden waaraan dergelijke terugkoopprogramma's en
stabilisatiemaatregelen als bedoeld in de leden 1 en 2, moeten voldoen,
waaronder handelsvoorwaarden, beperkingen betreffende tijd en volume, verplichtingen
inzake openbaarmaking en rapportering en voorwaarden inzake de koers. Artikel 4
Uitsluiting inzake beheersactiviteiten met betrekking tot monetair beleid en
overheidsschuld en voor activiteiten in het kader van klimaatbeleid 1.
Deze verordening is niet van toepassing op
transacties, orders of gedragingen die in het kader van het monetaire beleid,
het valutabeleid of het beheer van de overheidsschuld worden verricht door een
lidstaat, het Europese Stelsel van centrale banken, een nationale centrale bank
van een lidstaat, een ander ministerie, ander bureau of andere speciaal
opgerichte entiteit van een lidstaat of een namens hen optredende persoon en,
wanneer de lidstaat een federale staat is, op transacties, orders of
gedragingen die zijn uitgevoerd door een van de leden van de federatie. Ook is
de verordening niet van toepassing op dergelijke transacties, orders of
gedragingen verricht door de Unie, een speciaal opgerichte entiteit voor
verschillende lidstaten, de Europese Investeringsbank, een internationale
financiële instelling die is opgericht door twee of meer lidstaten en die ten
doel heeft middelen bijeen te brengen en financiële bijstand te verlenen ten
behoeve van zijn leden die te maken hebben met of de dreiging ondergaan van
ernstige financiële problemen, of de Europese faciliteit voor financiële
stabiliteit. 2.
Deze verordening is niet van toepassing op de
activiteiten van een lidstaat, de Europese Commissie of een ander officieel
aangewezen orgaan, of een namens hen optredende persoon, die betrekking hebben
op emissierechten en die worden uitgevoerd in het kader van het klimaatbeleid
van de Unie. Afdeling 3 Definities Artikel 5
Definities Voor de toepassing van deze verordening gelden
de volgende definities: 1.
"financieel instrument": elk instrument
in de zin van artikel 2, lid 1, onder 8) van Verordening [MiFIR]; 2.
"gereglementeerde markt": een
multilateraal stelsel in de Unie in de zin van artikel 2, lid 1, onder 5) van
Verordening [MiFIR]; 3.
"Multilateral Trading Facility (MTF)":
een multilateraal stelsel in de Unie in de zin van artikel 2, lid 1, onder 6)
van Verordening [MiFIR]; 4.
"Organised Trading Facility (OTF)": een
stelsel of faciliteit in de Unie als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder 7) van
Verordening [MiFIR]; 5.
"trading venue": een stelsel of faciliteit
in de Unie als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder 26) van Verordening [MiFIR]; 6.
"kmo-groeimarkt": een MTF in de Unie in
de zin van artikel 4, lid 1, onder 17) van Richtlijn [nieuwe MiFID]; 7.
"bevoegde autoriteit": de overeenkomstig
artikel 16 aangewezen bevoegde autoriteit; 8.
"persoon": natuurlijke persoon of
rechtspersoon; 9.
"grondstof": een grondstof zoals bedoeld
in artikel 2, lid 1 van Verordening (EG) nr. 1287/2006 van de Commissie[35]; 10.
"spotcontract voor grondstoffen": elk
contract voor de levering van een grondstof die op een spotmarkt wordt
verhandeld en die onverwijld wordt geleverd wanneer de transactie wordt
afgewikkeld, met inbegrip van elk afgeleid contract dat materieel moet worden
afgewikkeld; 11.
"spotmarkt": elke markt in grondstoffen
waarop grondstoffen tegen contante betaling worden verkocht en onverwijld
worden geleverd wanneer de transactie wordt afgewikkeld; 12.
"terugkoopprogramma": de handel in eigen
aandelen overeenkomstig de artikelen 19 tot en met 24 van Richtlijn 77/91/EEG
van de Raad[36]; 13.
"algoritmische handel": handel in
financiële instrumenten met gebruik van computeralgoritmen in de zin van
artikel 4, lid 1, onder 37) van Richtlijn [nieuwe MiFID]; 14.
"emissierecht": een financieel instrument
als omschreven onder punt 11 van deel C van bijlage I bij Richtlijn [nieuwe
MiFID]; 15.
"deelnemer aan de emissierechtenmarkt":
elke persoon die transacties aangaat, met inbegrip van het plaatsen van
handelsorders, met betrekking tot emissierechten; 16.
"uitgevende instelling van een financieel
instrument": een uitgevende instelling als omschreven in artikel 2, lid 1,
onder h), van Richtlijn 2003/71/EG[37]; 17.
"ACER": het Agentschap voor de
samenwerking tussen energieregulators opgericht bij Verordening (EG) nr. 713/2009[38]; 18.
"energieproduct bestemd voor
groothandel": dezelfde betekenis als in artikel 2, lid 4 van [Verordening
(EU) nr. ... van het Europees Parlement en de Raad inzake integriteit en
transparantie van de groothandelsmarkt voor energie][39]; 19.
"nationale regelgevende instantie":
dezelfde betekenis als in artikel 2, lid 7 van [Verordening (EU) nr. ... van
het Europees Parlement en de Raad inzake integriteit en transparantie van de
groothandelsmarkt voor energie][40]. Afdeling 4 Voorwetenschap, handel met voorwetenschap en
marktmanipulatie Artikel 6
Voorwetenschap 1.
In het kader van deze verordening omvat
voorwetenschap de volgende soorten informatie: (a)
niet openbaar gemaakte informatie die concreet is
en die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking heeft op een of meer
instellingen die financiële instrumenten uitgeven of op een of meer financiële
instrumenten, en die, indien zij openbaar zou worden gemaakt, waarschijnlijk
een aanzienlijke invloed zou hebben op de koers van deze financiële
instrumenten of van daarvan afgeleide financiële instrumenten; (b)
in verband met van grondstoffen afgeleide
instrumenten, niet openbaar gemaakte informatie die concreet is en die
rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking heeft op een of meer van dergelijke
afgeleide instrumenten of op het eraan gerelateerde spotcontract voor
grondstoffen, en die, indien zij openbaar zou worden gemaakt, waarschijnlijk
een aanzienlijke invloed zou hebben op de koers van deze afgeleide instrumenten
of van de eraan gerelateerde spotcontracten voor grondstoffen; met name
informatie die verplicht openbaar moet worden gemaakt overeenkomstig Europese
of nationale wettelijke of reglementaire bepalingen, marktvoorschriften,
contracten of gebruiken, op de betrokken markten in van grondstoffen afgeleide
instrumenten of spotmarkten; (c)
in verband met emissierechten of daarop gebaseerde
geveilde producten, niet openbaar gemaakte informatie die concreet is en die
rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking heeft op een of meer van dergelijke
instrumenten, en die, indien zij openbaar zou worden gemaakt, waarschijnlijk
een aanzienlijke invloed zou hebben op de koers van deze financiële
instrumenten of van daarvan afgeleide financiële instrumenten; (d)
voor personen die zijn belast met de uitvoering van
orders met betrekking tot financiële instrumenten, betekent voorwetenschap
tevens informatie die door een klant wordt verstrekt en verband houdt met de
lopende orders van de klant inzake financiële instrumenten, die concreet is,
die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking heeft op een of meer instellingen
die financiële instrumenten uitgeven of op een of meer financiële instrumenten
en die, indien zij openbaar zou worden gemaakt, waarschijnlijk een aanzienlijke
invloed zou hebben op de koers van deze financiële instrumenten, van eraan
gerelateerde spotcontracten voor grondstoffen of van ervan afgeleide financiële
instrumenten; (e)
informatie die niet onder de leden a), b), c) of d)
valt en die betrekking heeft op een of meer instellingen die financiële
instrumenten uitgeven of op een of meer financiële instrumenten, die niet
algemeen toegankelijk is voor het publiek, maar die, indien zij beschikbaar zou
zijn voor een redelijk handelende belegger, die regelmatig handel drijft op de
betrokken markt en in het betrokken financiële instrument of een eraan
gerelateerde spotcontract voor grondstoffen, door die persoon als relevant zou
worden beschouwd bij beslissingen over de voorwaarden voor het verrichten van
transacties met betrekking tot het financiële instrument of een eraan
gerelateerd spotcontract voor grondstoffen. 2.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt
informatie geacht concreet te zijn indien zij betrekking heeft op een situatie
die bestaat of waarvan redelijkerwijze mag worden aangenomen dat zij zal
ontstaan, dan wel op een gebeurtenis die heeft plaatsgevonden of waarvan
redelijkerwijze mag worden aangenomen dat zij zal plaatsvinden, en indien de
informatie specifiek genoeg is om er een conclusie uit te trekken omtrent de
mogelijke invloed van bovenbedoelde situatie of gebeurtenis op de koers van de
financiële instrumenten, de eraan gerelateerde spotcontracten voor grondstoffen
of de geveilde, op emissierechten gebaseerde producten. 3.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder
informatie die, indien zij openbaar zou worden gemaakt, waarschijnlijk een
aanzienlijke invloed zou hebben op de koers van de financiële instrumenten, de
eraan gerelateerde spotcontracten voor grondstoffen of de geveilde producten
gebaseerd op emissierechten, informatie verstaan waarvan een redelijk
handelende belegger waarschijnlijk gebruik zou maken om er zijn beleggingsbeslissingen
ten dele op te baseren. Artikel 7
Handel met voorwetenschap en ongeoorloofde openbaarmaking van voorwetenschap 1.
Voor de toepassing van deze verordening doet handel
met voorwetenschap zich voor wanneer een persoon die over voorwetenschap beschikt
die informatie gebruikt door, voor eigen rekening of voor rekening van derden,
rechtstreeks of onrechtstreeks financiële instrumenten te verwerven of te
vervreemden waarop die informatie betrekking heeft. Het gebruik van
voorwetenschap voor het annuleren of aanpassen van een order met betrekking tot
een financieel instrument waarop de informatie betrekking heeft terwijl de
order werd geplaatst voordat de persoon over de voorwetenschap beschikte, wordt
tevens aangemerkt als handel met voorwetenschap. 2.
Voor de toepassing van deze verordening doet een
poging tot handel met voorwetenschap zich voor wanneer een persoon beschikt
over voorwetenschap en voor eigen rekening of voor rekening van derden,
rechtstreeks of onrechtstreeks, financiële instrumenten tracht te verwerven of
te vervreemden waarop die informatie betrekking heeft. Een poging een order met
betrekking tot een financieel instrument waarop de informatie betrekking heeft,
te annuleren of wijzigen op basis van voorwetenschap terwijl de order werd geplaatst
voordat de persoon over de voorwetenschap beschikte, wordt tevens aangemerkt
als een poging tot handel met voorwetenschap. 3.
Voor de toepassing van deze verordening beveelt een
persoon een derde aan, of zet een persoon een derde ertoe aan om tot handel met
voorwetenschap over te gaan, indien de persoon beschikt over voorwetenschap en
hij een derde aanbeveelt of ertoe aanzet om op basis van voorwetenschap
financiële instrumenten te verkrijgen of te vervreemden waarop die
voorwetenschap betrekking heeft. 4.
Voor de toepassing van de verordening doet zich
ongeoorloofde openbaarmaking van voorwetenschap voor als een persoon over
voorwetenschap beschikt en de voorwetenschap bekendmaakt aan een derde, tenzij
de bekendmaking plaatsvindt uit hoofde van de normale uitoefening van de taken
die voortvloeien uit werk of beroep. 5.
De leden 1, 2, 3 en 4 zijn van toepassing op iedere
persoon die over voorwetenschap beschikt als gevolg van een van de volgende
situaties: (a)
lidmaatschap van de bestuurs-, leidinggevende of
toezichthoudende organen van de uitgevende instelling; (b)
deelneming in het kapitaal van de uitgevende
instelling; (c)
toegang tot de informatie uit hoofde van de
uitoefening van taken die voortvloeien uit werk of beroep; (d)
deelname aan misdadige activiteiten. De leden 1, 2, 3 en 4 zijn tevens van toepassing
op alle voorwetenschap die een persoon verkrijgt onder andere omstandigheden
dan de onder a) tot en met d) genoemde omstandigheden en waarvan de persoon
weet of zou moeten weten dat het voorwetenschap betreft. 6.
Indien de in lid 1 en 2 bedoelde persoon een
rechtspersoon is, zijn deze leden tevens van toepassing op de natuurlijke
personen die deelnemen aan of invloed hebben op de beslissing om de verwerving
of vervreemding voor rekening van de betreffende rechtspersoon uit te voeren,
of trachten uit te voeren. 7.
Indien de in het eerste lid bedoelde persoon een
rechtspersoon is, zijn de bepalingen van dat lid niet van toepassing op een
transactie door de betreffende rechtspersoon indien de rechtspersoon over
doeltreffende regelingen beschikte die waarborgden dat niemand die over voor de
transactie relevante voorwetenschap beschikte op welke wijze dan ook bij de
beslissing betrokken was of zich zodanig gedroeg dat de beslissing erdoor werd
beïnvloed, noch enig contact met de bij de beslissing betrokkenen had waardoor
de informatie had kunnen worden overgedragen of waardoor op het bestaan ervan
had kunnen worden gewezen. 8.
Het eerste lid is niet van toepassing op
transacties die worden verricht ter nakoming van een opeisbaar geworden
verplichting tot verwerving of vervreemding van financiële instrumenten als
deze verplichting voortvloeit uit een overeenkomst die werd gesloten, of dient
ter voldoening aan een wettelijke of reglementaire verplichting die ontstond,
voordat de voorwetenschap door de betrokken persoon werd verkregen. 9.
In verband met veilingen van emissierechten of
andere daarop gebaseerde geveilde producten die worden gehouden ingevolge
Verordening (EU) nr. 1031/2010 is het verbod in het eerste lid tevens van
toepassing op het gebruik van voorwetenschap door het doen, wijzigen of
intrekken van een bod voor eigen rekening van de persoon die over de
voorwetenschap beschikt of voor rekening van een derde. Artikel 8
Marktmanipulatie 1.
Voor de toepassing van deze verordening omvat
marktmanipulatie de volgende activiteiten: (a)
het aangaan van een transactie, het plaatsen van
een handelsorder of elke andere gedraging met de volgende gevolgen: –
er worden daadwerkelijk of waarschijnlijk onjuiste
of misleidende signalen mee afgegeven met betrekking tot het aanbod van, de
vraag naar of de koers van een financieel instrument of een eraan gerelateerd
spotcontract voor grondstoffen; of –
de koers van een of meer financiële instrumenten of
eraan gerelateerde spotcontracten voor grondstoffen wordt er daadwerkelijk of
waarschijnlijk door op een abnormaal of kunstmatig niveau gebracht; (b)
het aangaan van een transactie, plaatsen van een
handelsorder of een andere gedraging met gevolgen voor de koers van een of meer
financiële instrumenten of een eraan gerelateerd spotcontract voor
grondstoffen, waarbij gebruik wordt gemaakt van een kunstgreep of enigerlei
andere vorm van bedrog of misleiding; of (c)
de verspreiding van informatie, via de media, met
inbegrip van internet, of via andere kanalen, waardoor de onder a) genoemde
gevolgen optreden, wanneer de persoon die de informatie verspreidde, wist of
had moeten weten dat de informatie onjuist of misleidend was. Wanneer
informatie wordt verspreid ten behoeve van journalistieke doeleinden, wordt
deze verspreiding van informatie beoordeeld met inachtneming van de bepalingen
inzake de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting in andere media,
tenzij: –
de betreffende personen rechtstreeks of
onrechtstreeks een voordeel of winst behalen uit de verspreiding van de betreffende
informatie; of –
de openbaarmaking of verspreiding wordt verricht
met de bedoeling de markt te misleiden op het gebied van het aanbod van, de
vraag naar of de koers van financiële instrumenten. 2.
Voor de toepassing van deze verordening omvat een
poging tot marktmanipulatie het volgende: (a)
het trachten een transactie aan te gaan, trachten
een order te plaatsen of trachten een andere gedraging te verrichten als
omschreven in lid 1, onder a) of b); of (b)
het trachten informatie te verspreiden als
omschreven in lid 1, onder c). 3.
De volgende gedragingen worden aangemerkt als
marktmanipulatie of pogingen tot marktmanipulatie: (a)
het handelen door een persoon, of de samenwerking
door meerdere personen, om een machtspositie te verwerven ten aanzien van het
aanbod van of de vraag naar een financieel instrument of gerelateerde
spotcontracten voor grondstoffen, met als gevolg dat rechtstreeks of
onrechtstreeks aan- of verkoopprijzen op een bepaald niveau worden vastgelegd
of andere onbillijke handelsvoorwaarden worden geschapen; (b)
de aankoop of verkoop van financiële instrumenten
bij het sluiten van de handel met als effect of bedoeling om beleggers die op
basis van slotkoersen handelen te misleiden; (c)
het verzenden van orders naar een handelsplatform
of -faciliteit door middel van algoritmische handel, met inbegrip van high
frequency trading, zonder oogmerk van daadwerkelijke handel, maar teneinde: –
de werking van het handelssysteem of het
handelsplatform te verstoren of te vertragen; –
het voor anderen moeilijker te maken om authentieke
orders te identificeren op het handelssysteem of de handelsfaciliteit; of –
een onjuiste of misleidende indruk te wekken ten
aanzien van het aanbod van of de vraag naar een financieel instrument; (d)
het profiteren van incidentele of regelmatige
toegang tot de traditionele of elektronische media door een mening over een
financieel instrument of een gerelateerd spotcontract voor grondstoffen (of
onrechtstreeks over de instelling waardoor het wordt uitgegeven) te
verspreiden, terwijl van te voren posities ten aanzien van dit financieel
instrument of eraan gerelateerde spotcontract voor grondstoffen zijn ingenomen
om nadien profijt te trekken van het effect dat deze mening heeft gehad op de
koers van dit financieel instrument of eraan gerelateerde spotcontract, zonder
tegelijkertijd deze belangenverstrengeling naar behoren en op doeltreffende
wijze openbaar te maken; (e)
het kopen of verkopen op de secundaire markt van
emissierechten of ervan afgeleide instrumenten voorafgaand aan de veiling die
wordt gehouden ingevolge Verordening (EU) nr. 1031/2010 met het effect dat de
toewijzingsprijs voor de geveilde producten op een abnormaal of kunstmatig
niveau wordt gebracht of dat partijen die tijdens de veiling bieden, worden
misleid. 4.
Voor de toepassing van de punten a) en b) van lid 1
van artikel 8, en onverminderd de vormen van gedrag genoemd in lid 3, wordt in
bijlage I een niet-limitatieve opsomming gegeven met betrekking tot het gebruik
van kunstgrepen of andere vormen van bedrog of misleiding, en een
niet-uitputtende opsomming van indicatoren met betrekking tot onjuiste of
misleidende signalen en het op een abnormaal of kunstmatig niveau houden van
prijzen. 5.
De Commissie kan middels gedelegeerde handelingen
overeenkomstig artikel 31 maatregelen vaststellen ter nadere bepaling van de
indicatoren in bijlage I, teneinde de elementen daarvan te verhelderen en in te
spelen op technische ontwikkelingen op de financiële markten. HOOFDSTUK 2
HANDEL MET VOORWETENSCHAP EN MARKTMANIPULATIE Artikel 9
Verbod op handel met voorwetenschap en op het ongeoorloofd openbaar maken van
voorwetenschap Het is verboden om: (a)
handel met voorwetenschap te bedrijven of trachten
te bedrijven; (b)
iemand anders aan te raden of ertoe aan te zetten
om handel met voorwetenschap te bedrijven; of (c)
voorwetenschap ongeoorloofd openbaar te maken. Artikel 10
Verbod op marktmanipulatie Het is verboden om marktmanipulatie te
bedrijven of te trachten marktmanipulatie te bedrijven. Artikel 11
Preventie en opsporing van marktmisbruik 1.
Elke exploitant van een handelsplatform of
-faciliteit dient doeltreffende regelingen en procedures in te stellen en te
handhaven overeenkomstig [de artikelen 31 en 56] van Richtlijn [nieuwe MiFID]
gericht op de preventie en opsporing van marktmisbruik. 2.
Iedereen die beroepshalve transacties met
betrekking tot financiële instrumenten tot stand brengt of uitvoert, dient
gebruik te maken van systemen voor de opsporing en melding van orders en
transacties die mogelijk handel met voorwetenschap, marktmanipulatie of een
poging tot marktmanipulatie of handel met voorwetenschap inhouden. Als die
persoon een redelijk vermoeden heeft dat een order of transactie met betrekking
tot enigerlei financieel instrument, al dan niet op een handelsplatform of
-faciliteit geplaatst of uitgevoerd, mogelijk handel met voorwetenschap,
marktmanipulatie of een poging tot marktmanipulatie of handel met
voorwetenschap inhoudt, dient hij de bevoegde autoriteit daar onverwijld van in
kennis te stellen. 3.
De EAEM dient voorstellen te ontwikkelen voor
regelgevende technische normen ter bepaling van passende regelingen en
procedures waarmee personen aan de voorschriften van lid 1 voldoen en ter
bepaling van systemen en meldingsmodellen die personen dienen te gebruiken om
aan de voorschriften van lid 2 te voldoen. De EAEM dient de voorstellen voor regelgevende technische
normen als bedoeld in de eerste alinea uiterlijk op [...] in bij de Commissie. Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de
eerste alinea bedoelde regelgevende technische normen vast te stellen overeenkomstig
de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010. HOOFDSTUK 3
VOORSCHRIFTEN INZAKE OPENBAARMAKING Artikel 12
Openbaarmaking van voorwetenschap 1.
Een instelling die een financieel instrument
uitgeeft dient voorwetenschap die rechtstreeks betrekking heeft op de
uitgevende instelling, zo snel mogelijk openbaar te maken en dient alle
voorwetenschap waarvan de openbaarmaking verplicht is, gedurende een passende
periode op haar website te publiceren. 2.
Een deelnemer aan een emissierechtenmarkt dient
voorwetenschap met betrekking tot emissierechten waar hij over beschikt in
verband met zijn activiteiten doeltreffend en tijdig openbaar te maken, met
inbegrip van informatie over luchtvaartactiviteiten als genoemd in bijlage I
bij Richtlijn 2003/87/EG of installaties in de zin van artikel 3, onder e) van
dezelfde richtlijn die de betreffende deelnemer, of de moederonderneming of
verbonden onderneming in eigendom of beheer heeft, of voor de bedrijfsvoering
waarvan de deelnemer, of zijn moederonderneming of verbonden onderneming,
geheel of gedeeltelijk verantwoordelijk is. Met betrekking tot installaties
omvat deze openbaarmaking relevante informatie over de capaciteit en benutting
van installaties, met inbegrip van geplande of ongeplande onbeschikbaarheid van
dergelijke installaties. De eerste alinea is niet van toepassing op een
deelnemer aan een emissierechtenmarkt indien de installaties of
luchtvaartactiviteiten in zijn eigendom, in zijn beheer of onder zijn
verantwoordelijkheid in het voorafgaande jaar een uitstoot hebben veroorzaakt
niet groter dan een onderdrempel van kooldioxide-equivalent en, indien zij
verbrandingsactiviteiten uitvoeren, een nominaal thermisch vermogen hebben
gehad niet groter dan een onderdrempel. De Commissie stelt middels een gedelegeerde
handeling overeenkomstig artikel 31 maatregelen vast tot vaststelling van een
onderdrempel van kooldioxide-equivalent en een onderdrempel van nominaal
thermisch vermogen met het oog op de toepassing van de uitzondering uit de
tweede alinea. 3.
De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op
informatie die uitsluitend voorwetenschap vormt in de zin van lid 1, onder e),
van artikel 6. 4.
Onverminderd het in lid 5 gestelde kan een
instelling die een financieel instrument uitgeeft of een deelnemer aan een emissierechtenmarkt
die niet is vrijgesteld krachtens de tweede alinea van lid 2 van artikel 12, op
eigen verantwoordelijkheid de openbaarmaking van voorwetenschap, als bedoeld in
lid 1, uitstellen teneinde zijn rechtmatige belangen te beschermen, mits aan de
volgende twee voorwaarden wordt voldaan: –
het uitstel zou waarschijnlijk niet leiden tot
misleiding van het publiek; –
de instelling die een financieel instrument
uitgeeft of de deelnemer aan een emissierechtenmarkt is in staat om de
geheimhouding van de betreffende informatie te waarborgen. Als een instelling die een financieel instrument
uitgeeft of een deelnemer aan een emissierechtenmarkt de openbaarmaking van
voorwetenschap heeft uitgesteld krachtens het onderhavige lid, dient de
bevoegde autoriteit onmiddellijk na openbaarmaking van de informatie door hem
op de hoogte te worden gesteld dat de openbaarmaking van de informatie werd
uitgesteld. 5.
Een bevoegde autoriteit kan toestaan dat een
instelling die een financieel instrument uitgeeft de openbaarmaking van
voorwetenschap uitstelt mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: –
de informatie is systeemrelevant; –
het uitstel van de openbaarmaking is in het
algemeen belang; –
de geheimhouding van de betreffende informatie kan
worden gewaarborgd. Die toestemming dient schriftelijk te worden
vastgelegd. De bevoegde autoriteit ziet erop toe dat het uitstel niet langer
duurt dan het algemeen belang vereist. De bevoegde autoriteit dient ten minste eenmaal
per week te evalueren of het uitstel nog altijd passend is en dient de
toestemming in te trekken zodra niet meer wordt voldaan aan een van de
voorwaarden onder a), b) of c). 6.
Indien een instelling die een financieel instrument
uitgeeft of een deelnemer aan een emissierechtenmarkt die niet is vrijgesteld
krachtens de tweede alinea van lid 2 van artikel 12, of een persoon die namens
of voor rekening van die instelling of deelnemer handelt, voorwetenschap
mededeelt aan een derde uit hoofde van de normale uitoefening van zijn taken
voortvloeiend uit werk of beroep, zoals bedoeld in artikel 7, lid 4, moet hij
de betreffende informatie volledig en doeltreffend openbaar maken, gelijktijdig
als het een opzettelijke openbaarmaking betreft en onverwijld als het een
onopzettelijke openbaarmaking betreft. Dit lid is niet van toepassing indien de
persoon die de informatie ontvangt een geheimhoudingsplicht heeft, ongeacht of
die gebaseerd is op wet- of regelgeving, statutaire bepalingen of een
overeenkomst. 7.
Voorwetenschap met betrekking tot instellingen die
een financieel instrument uitgeven, waarvan de financiële instrumenten mogen
worden verhandeld op een kmo-groeimarkt, mag op door het handelsplatform op
zijn website worden gepubliceerd in plaats van op de website van de uitgevende
instelling, mits het handelsplatform deze mogelijkheid aanbiedt aan uitgevende
instellingen op de betreffende markt. In dat geval wordt de uitgevende
instelling geacht te hebben voldaan aan de verplichting van het eerste lid. 8.
Dit artikel is niet van toepassing op uitgevende
instellingen die niet verzocht hebben om of ingestemd hebben met de toelating
van hun financiële instrumenten tot de handel op een gereglementeerde markt in
een lidstaat of, in geval van een instrument dat uitsluitend op een MTF of een
OTF wordt verhandeld, niet verzocht hebben om of ingestemd hebben met de handel
in hun financiële instrumenten op een MTF of een OTF in een lidstaat. 9.
De EAEM ontwikkelt ontwerpen van technische
uitvoeringsnormen ter bepaling van: –
de technische middelen voor een passende
openbaarmaking van voorwetenschap zoals bedoeld in de leden 1, 6 en 7; –
de technische middelen voor het uitstellen van de
openbaarmaking van voorwetenschap zoals bedoeld in de leden 4 en 5; De EAEM dient de voorstellen voor technische
uitvoeringsnormen als bedoeld in de eerste alinea uiterlijk op [...] in bij de
Commissie. Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de
eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen
overeenkomstig artikel 15 van (EU) nr. 1095/2010. Artikel 13
Lijsten van personen met voorwetenschap 1.
Instellingen die een financieel instrument uitgeven
of deelnemers aan een emissierechtenmarkt die niet vrijgesteld zijn krachtens
de tweede alinea van lid 2 van artikel 12, en personen die namens hen of voor
hun rekening handelen, dienen: –
een lijst op te stellen van de personen die bij
hen, op basis van een arbeidscontract of anderszins, werkzaam zijn en toegang
hebben tot voorwetenschap; –
de lijst regelmatig bij te werken; en –
de lijst desgevraagd zo snel mogelijk ter
beschikking stellen van de bevoegde autoriteit. 2.
Instellingen die een financieel instrument
uitgeven, waarvan de financiële instrumenten mogen worden verhandeld op een
kmo-groeimarkt, zijn vrijgesteld van het opstellen van een dergelijke lijst.
Indien daartoe verzocht door de bevoegde autoriteit uit hoofde van de
uitoefening van haar toezichthoudende of controlerende taken dient de
betreffende uitgevende instelling de bevoegde autoriteit echter een lijst voor
te leggen van de personen die voor de instelling werken en toegang hebben tot
voorwetenschap. 3.
Dit artikel is niet van toepassing op uitgevende
instellingen die niet verzocht hebben om of ingestemd hebben met de toelating
van hun financiële instrumenten tot de handel op een gereglementeerde markt in
een lidstaat of, in geval van een instrument dat uitsluitend op een MTF of een
OTF wordt verhandeld, niet verzocht hebben om of ingestemd hebben met de handel
in hun financiële instrumenten op een MTF of een OTF in een lidstaat. 4.
De Commissie stelt door middel van gedelegeerde
handelingen overeenkomstig artikel 31 maatregelen vast ter bepaling van de
inhoud van een lijst als bedoeld in lid 1, waaronder informatie over de
identiteit en de redenen voor opneming van personen in een lijst van personen
met voorwetenschap, en ter bepaling van de voorwaarden waaronder instellingen
die een financieel instrument uitgeven of deelnemers aan een
emissierechtenmarkt, of entiteiten die namens hen handelen, een dergelijke
lijst moeten opstellen, met inbegrip van de voorwaarden voor het bijwerken van
dergelijke lijsten, de periode gedurende welke zij moet worden bewaard en de
verantwoordelijkheden van de daarin opgenomen personen. 5.
Dit artikel is ook van toepassing op elk
veilingplatform, elke veilingmeester en de veilingtoezichthouder in verband met
veilingen van emissierechten of andere daarop gebaseerde geveilde producten die
worden gehouden ingevolge Verordening (EU) nr. 1031/2010. 6.
De EAEM ontwikkelt voorstellen voor technische
uitvoeringsnormen ter bepaling van de precieze indeling van lijsten van
personen met voorwetenschap en de indeling voor het bijwerken van lijsten van
personen met voorwetenschap als bedoeld in dit artikel. De EAEM dient de voorstellen voor technische
uitvoeringsnormen als bedoeld in de eerste alinea uiterlijk op [...] in bij de
Commissie. Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de
eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen
overeenkomstig artikel 15 van (EU) nr. 1095/2010. Artikel 14
Transacties door leidinggevenden 1.
Personen met leidinggevende verantwoordelijkheid
bij een instelling die een financieel instrument uitgeeft of een deelnemer aan
een emissierechtenmarkt die niet is vrijgesteld krachtens de tweede alinea van
lid 2 van artikel 12, evenals personen die nauw met hen verbonden zijn, moeten
er zorg voor dragen dat informatie openbaar wordt gemaakt over het bestaan van
transacties voor hun eigen rekening met betrekking tot aandelen van die
uitgevende instelling, of afgeleide of andere financiële instrumenten die ermee
zijn verbonden, of met betrekking tot emissierechten. Dergelijke personen
dienen er zorg voor te dragen dat de informatie openbaar wordt gemaakt binnen
twee werkdagen na de dag waarop de transactie heeft plaatsgevonden. 2.
Ten behoeve van de toepassing van het eerste lid
moeten onder meer de volgende transacties openbaar worden gemaakt: –
het als zekerheid verstrekken of uitlenen van
financiële instrumenten door of namens een persoon als bedoeld in het eerste
lid; transacties uitgevoerd door een
portefeuillebeheerder of een andere persoon namens een persoon als bedoeld in
het eerste lid, ook indien discretionaire bevoegdheid wordt uitgeoefend door de
betreffende leidinggevende of andere of persoon. 3.
Het eerste lid is niet van toepassing op
transacties voor een totaalbedrag lager dan 20 000 euro gedurende een
kalenderjaar. 4.
Dit artikel is ook van toepassing op elk
veilingplatform, elke veilingmeester en de veilingtoezichthouder in verband met
veilingen van emissierechten of andere daarop gebaseerde geveilde producten die
worden gehouden ingevolge (EU) nr. 1031/2010. 5.
De Commissie kan door middel van gedelegeerde
handelingen overeenkomstig artikel 31 maatregelen vaststellen ter wijziging van
de drempel van lid 3, rekening houdend met ontwikkelingen op de financiële
markten. 6.
De Commissie stelt door middel van gedelegeerde
handelingen overeenkomstig artikel 31 maatregelen vast ter nadere bepaling van
de beroepsactiviteiten van personen die geacht worden leidinggevende
verantwoordelijkheid te dragen als bedoeld in lid 1, de soorten van
verbondenheid, waaronder verbondenheid door geboorte alsook op grond van
burgerlijk of overeenkomstenrecht, die geacht worden een nauwe persoonlijke
verbondenheid te scheppen, de kenmerken van een transactie als bedoeld in lid 2
waardoor de betreffende plicht ontstaat en de informatie die openbaar moet
worden gemaakt alsmede de wijze van openbaarmaking. Artikel 15
Beleggingsaanbevelingen en statistieken 1.
Personen die informatie verstrekken of verspreiden
waarin een beleggingsstrategie wordt aanbevolen of voorgesteld die is bestemd
voor distributiekanalen of voor het publiek, dienen de normale zorgvuldigheid
in acht te nemen om ervoor te zorgen dat dergelijke informatie objectief wordt
gepresenteerd en zij hun belangen bekendmaken of belangenverstrengeling
mededelen ten aanzien van de financiële instrumenten waarop die informatie
betrekking heeft. 2.
Openbare instanties die statistieken verspreiden
die een aanzienlijk effect op financiële markten kunnen hebben, dienen dat op
een objectieve en transparante wijze te doen. 3.
De EAEM ontwikkelt voorstellen voor regelgevende
technische normen ter bepaling van de technische regelingen, voor de
verschillende categorieën van personen als bedoeld in lid 1, voor een
objectieve presentatie van informatie waarin beleggingstrategieën worden
aanbevolen en ter openbaarmaking van specifieke belangen of indicaties van
belangenverstrengeling. De EAEM dient de voorstellen voor regelgevende technische
normen als bedoeld in de eerste alinea uiterlijk op [...] in bij de Commissie. Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de
eerste alinea bedoelde regelgevende technische normen vast te stellen
overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van (EU) nr. 1095/2010. HOOFDSTUK 4
DE EAEM EN DE BEVOEGDE AUTORITEITEN Artikel 16
Bevoegde autoriteiten Onverminderd de bevoegdheden van de
gerechtelijke autoriteiten wijst elke lidstaat één bevoegde administratieve
autoriteit aan met het oog op de toepassing van deze verordening. De bevoegde
autoriteit draagt er zorg voor dat de bepalingen van deze verordening worden
toegepast op haar grondgebied, met betrekking tot alle handelingen die worden
verricht op haar grondgebied, alsmede in het buitenland verrichte handelingen
die betrekking hebben op instrumenten die toegelaten zijn tot de handel op een
gereglementeerde markt, waarvoor een verzoek tot toelating tot de handel op een
dergelijke markt is aangevraagd, of die worden verhandeld op een MTF of OTF die
op haar grondgebied actief is. Lidstaten lichten de Commissie, de EAEM en de
bevoegde autoriteiten van andere lidstaten daarover in. Artikel 17
De bevoegdheden van de bevoegde autoriteiten 1.
De bevoegde autoriteiten oefenen hun taken op een
van de volgende wijzen uit: (a)
rechtstreeks; (b)
in samenwerking met andere autoriteiten of met de
ondernemingen op de markt; (c)
door delegatie van taken aan dergelijke
autoriteiten of ondernemingen op de markt, onder de verantwoordelijkheid van de
bevoegde autoriteit; (d)
door middel van een verzoek aan de bevoegde
rechterlijke instanties. 2.
Ter vervulling van hun taken krachtens deze
verordening dienen bevoegde autoriteiten, overeenkomstig de nationale
wetgeving, ten minste over de volgende toezichts- en onderzoeksbevoegdheden te
beschikken: (a)
het vragen om inzage in elk document in welke vorm
dan ook, en om het ontvangen of maken van een afschrift ervan; (b)
het vragen om inlichtingen van iedere persoon, met
inbegrip van degenen die achtereenvolgens betrokken zijn bij het doorgeven van
orders of het uitvoeren van de desbetreffende activiteiten, alsook hun
opdrachtgevers, en in voorkomend geval het oproepen en ondervragen van een
dergelijke persoon teneinde inlichtingen te verkrijgen; (c)
het met betrekking tot van grondstoffen afgeleide
instrumenten inlichtingen verlangen van deelnemers aan gerelateerde spotmarkten
aan de hand van gestandaardiseerde formulieren, het ontvangen van verslagen
over transacties en rechtstreekse toegang hebben tot de systemen van
handelaars; (d)
het verrichten van aangekondigde en onaangekondigde
inspecties ter plaatse, met uitzondering van privéterreinen; (e)
het betreden van privéterreinen met het oog op
inbeslagname van documenten in welke vorm dan ook, na van tevoren toestemming
te hebben verkregen van de rechter van de betrokken lidstaat in overeenstemming
met het nationale recht en wanneer er een redelijk vermoeden bestaat dat
documenten die betrekking hebben op het voorwerp van de inspectie relevant
kunnen zijn als bewijs van een geval van handel met voorwetenschap of
marktmanipulatie in strijd met deze verordening of Richtlijn [nieuwe MAD]; (f)
het opvragen van bestaande overzichten van telefoon-
en dataverkeer waarover een telecommunicatie-exploitant of een
beleggingsonderneming beschikt, wanneer er een redelijk vermoeden bestaat dat
dergelijke, met het voorwerp van de inspectie verband houdende overzichten,
relevant kunnen zijn als bewijs van handel met voorwetenschap of
marktmanipulatie als gedefinieerd in [nieuwe MAD] in strijd met deze
verordening of Richtlijn [nieuwe MAD]; deze overzichten mogen echter geen
betrekking hebben op de inhoud van de communicatie waarop zij betrekking hebben. 3.
De bevoegde autoriteiten oefenen de in lid 2
genoemde toezichts- en onderzoeksbevoegdheden in overeenstemming met het
nationale recht uit. 4.
De verwerking van persoonsgegevens die zijn
verzameld uit hoofde van de uitoefening van de toezichts- en onderzoeksbevoegdheden
ingevolge dit artikel, vindt plaats in overeenstemming met Richtlijn 95/46/EG. 5.
De lidstaten dragen er zorg voor dat passende
maatregelen worden getroffen zodat de bevoegde autoriteiten alle toezichts- en
onderzoeksbevoegdheden hebben die nodig zijn om hun taken te vervullen. Artikel 18
Samenwerking met de EAEM 1.
De bevoegde autoriteiten werken samen met de EAEM
met het oog op de toepassing van deze verordening, overeenkomstig Verordening
(EU) nr. 1095/2010. 2.
De bevoegde autoriteiten verstrekken de EAEM
onverwijld alle inlichtingen die vereist zijn voor de uitoefening van haar
taken, overeenkomstig artikel 35 van Verordening (EU) nr. 1095/2010. 3.
De EAEM ontwikkelt voorstellen voor technische
uitvoeringsnormen ter bepaling van de procedures en formulieren voor de
uitwisseling van informatie als bedoeld in lid 2. De EAEM dient de voorstellen voor technische
uitvoeringsnormen als bedoeld in de eerste alinea uiterlijk op [...] in bij de
Commissie. Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de eerste
alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig
artikel 15 van (EU) nr. 1095/2010. Artikel 19
Verplichting tot samenwerking 1.
De bevoegde autoriteiten werken met elkaar en met
de EAEM samen wanneer dat nodig is voor de toepassing van deze verordening. Met
name verlenen de bevoegde autoriteiten bijstand aan de bevoegde autoriteiten
van andere lidstaten en aan de EAEM, wisselen zij zonder onnodige vertraging
informatie uit en werken zij samen bij onderzoeks- en handhavingsactiviteiten.
Deze samenwerking en bijstand gelden ten aanzien van de Commissie tevens met
betrekking tot de uitwisseling van informatie inzake grondstoffen die in
bijlage I van het Verdrag vermelde landbouwproducten zijn. 2.
De bevoegde autoriteiten en de EAEM werken samen
met het ACER en de nationale regelgevende instanties van de lidstaten om ervoor
te zorgen dat de toepasselijke regelgeving op gecoördineerde wijze wordt
gehandhaafd wanneer transacties, handelsorders of andere handelingen of
gedragingen betrekking hebben op een of meer financiële instrumenten waarop
deze verordening van toepassing is en tevens op een of meer voor de groothandel
bestemde energieproducten waarop de artikelen 3, 4 en 5 van [Verordening (EU)
nr. ... van het Europees Parlement en de Raad betreffende de integriteit en
transparantie van de groothandelsmarkt voor energie] van toepassing zijn. Bij
de toepassing de van artikelen 6, 7 en 8 van deze verordening op financiële
instrumenten met betrekking tot voor de groothandel bestemde energieproducten
houden de bevoegde autoriteiten rekening met de specifieke kenmerken van de
definities in artikel 2 van [Verordening (EU) nr. … van het Europees Parlement
en de Raad inzake integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor
energie] en de artikelen 3, 4 en 5 van [Verordening (EU) nr. … van het Europees
Parlement en de Raad inzake integriteit en transparantie van de
groothandelsmarkt voor energie]. 3.
De bevoegde autoriteiten verstrekken op verzoek
onmiddellijk alle inlichtingen die voor het in lid 1 genoemde doel noodzakelijk
zijn. 4.
Wanneer een bevoegde autoriteit ervan overtuigd is
dat er op het grondgebied van een andere lidstaat handelingen worden of zijn
uitgevoerd die strijdig zijn met de bepalingen van deze verordening, dan wel
dat bepaalde handelingen van invloed zijn op financiële instrumenten die worden
verhandeld op een handelsplatform in een andere lidstaat, geeft zij hiervan zo
specifiek mogelijk kennis aan de bevoegde autoriteit van de andere lidstaat,
aan de EAEM en, met betrekking tot energieproducten bestemd voor de
groothandel, aan het ACER. De bevoegde autoriteiten van de verschillende
betrokken lidstaten raadplegen elkaar, de EAEM en, met betrekking tot
energieproducten bestemd voor de groothandel, het ACER over de te treffen passende
maatregelen en lichten elkaar in over relevante tussentijdse ontwikkelingen. Zij
coördineren hun handelingen om mogelijke dubbele en overlappende maatregelen te
voorkomen bij het opleggen van administratieve maatregelen, sancties en boeten
op grensoverschrijdende gevallen overeenkomstig de artikelen 24, 25, 26, 27 en 28
en zij staan elkaar bij de tenuitvoerlegging van hun besluiten bij. 5.
De bevoegde autoriteit van een lidstaat kan om de
bijstand van de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat verzoeken bij
inspecties of onderzoeken ter plaatse. De bevoegde autoriteit stelt de EAEM in kennis van
elk verzoek als bedoeld in de eerste alinea. Bij een onderzoek of inspectie met
grensoverschrijdende gevolgen coördineert de EAEM het onderzoek of de inspectie
als een van de bevoegde autoriteiten daarom vraagt. Wanneer een bevoegde autoriteit van een bevoegde
autoriteit van een andere lidstaat een verzoek ontvangt tot het uitvoeren van
een inspectie of onderzoek ter plaatse, kan zij als volgt handelen: (a)
de inspectie of het onderzoek ter plaatse zelf
uitvoeren; (b)
de bevoegde autoriteit die het verzoek heeft
ingediend toestaan om deel te nemen aan een inspectie of onderzoek ter plaatse; (c)
de bevoegde autoriteit die het verzoek heeft
ingediend toestaan om de inspectie of het onderzoek ter plaatse zelf uit te
voeren; (d)
accountants of deskundigen aanstellen om de
inspectie of het onderzoek ter plaatse uit te voeren; (e)
specifieke taken in verband met de toezichthoudende
activiteiten gezamenlijk met de andere bevoegde autoriteiten verrichten. 6.
Onverminderd artikel 258 VWEU kan een bevoegde
autoriteit waarvan een verzoek om inlichtingen of bijstand overeenkomstig de
leden 1, 2, 3 en 4 niet binnen een redelijke termijn wordt gehonoreerd of
waarvan een verzoek om inlichtingen of bijstand wordt afgewezen, deze afwijzing
of dit verzuim binnen een redelijke termijn aanhangig maken bij de EAEM. In deze situaties kan de EAEM optreden
overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1095/2010, onverminderd de
mogelijkheid van een optreden van de EAEM overeenkomstig artikel 17 van
Verordening (EU) nr. 1095/2010. 7.
De bevoegde autoriteiten werken samen en wisselen
informatie uit met relevante nationale regelgevende instanties en regelgevende
instanties van derde landen die verantwoordelijk zijn voor de gerelateerde
spotmarkten indien er een redelijk vermoeden bestaat dat handelingen worden of
zijn verricht die op grond van artikel 2 marktmisbruik inhouden. Door deze
samenwerking wordt een geconsolideerd overzicht van de financiële en spotmarkten
gewaarborgd, en kunnen markt- en grensoverschrijdende gevallen van
marktmisbruik worden opgespoord en bestraft. Met betrekking tot emissierechten worden de
samenwerking en uitwisseling van informatie volgens de bepalingen van de
voorafgaande alinea tevens gewaarborgd door middel van: (a)
de veilingtoezichthouder, met betrekking tot
veilingen van emissierechten of andere daarop gebaseerde geveilde producten die
ingevolge Verordening (EU) nr. 1031/2010 zijn gehouden; (b)
bevoegde autoriteiten, registeradministrateurs
waaronder de centrale administrateur en andere publieke organen die krachtens
Richtlijn 2003/87/EG zijn belast met toezicht op de naleving. De EAEM vervult een faciliterende en coördinerende
rol met betrekking tot de samenwerking en informatie-uitwisseling tussen
bevoegde autoriteiten en regelgevende instanties in andere lidstaten en in
derde landen. Bevoegde autoriteiten gaan overeenkomstig artikel 20 waar
mogelijk samenwerkingsovereenkomsten aan met regelgevende instanties van derde
landen die verantwoordelijk zijn voor de gerelateerde spotmarkten. 8.
De mededeling van persoonsgegevens aan een derde
land geschiedt overeenkomstig de artikelen 22 en 23. 9.
De EAEM ontwikkelt voorstellen voor technische
uitvoeringsnormen ter bepaling van de procedures en formulieren voor
informatie-uitwisseling en bijstand als bedoeld in dit artikel. De EAEM dient de voorstellen voor technische
uitvoeringsnormen als bedoeld in de eerste alinea uiterlijk op [...] in bij de
Commissie. Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de
eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen
overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010. Artikel 20
Samenwerking met derde landen 1.
De bevoegde autoriteiten van lidstaten gaan waar
nodig samenwerkingsovereenkomsten aan met bevoegde autoriteiten van derde
landen met betrekking tot informatie-uitwisseling met bevoegde autoriteiten in
derde landen en het afdwingen van de nakoming van verplichtingen voortvloeiend
uit deze verordening in derde landen. Deze samenwerkingsovereenkomsten
waarborgen minimaal een doelmatige informatie-uitwisseling waardoor de bevoegde
autoriteiten in staat worden gesteld hun taken krachtens deze verordening te
vervullen. Een bevoegde autoriteit stelt de EAEM en andere
bevoegde autoriteiten van lidstaten in kennis als ze voornemens is om een
dergelijke overeenkomst aan te gaan. 2.
De EAEM coördineert de ontwikkeling van
samenwerkingsovereenkomsten tussen de bevoegde autoriteiten van lidstaten en de
relevante bevoegde autoriteiten van derde landen. Hiertoe stelt de EAEM een
modeldocument voor samenwerkingsovereenkomsten op dat door de bevoegde
autoriteiten van de lidstaten kan worden gebruikt. De EAEM coördineert tevens de uitwisseling tussen
de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van inlichtingen die zijn verkregen
van bevoegde autoriteiten van derde landen en die mogelijk relevant zijn voor
het treffen van maatregelen krachtens de artikelen 24, 25, 26, 27 en 28. 3.
De bevoegde autoriteiten gaan alleen
samenwerkingsovereenkomsten voor informatie-uitwisseling aan met de bevoegde
autoriteiten van derde landen wanneer met betrekking tot de verstrekte gegevens
ten minste gelijkwaardige waarborgen inzake het beroepsgeheim gelden als de in
artikel 21 bedoelde. Een dergelijke uitwisseling van gegevens moet bestemd zijn
voor de vervulling van de taken van die bevoegde autoriteiten. 4.
De mededeling van persoonsgegevens aan een derde
land geschiedt overeenkomstig de artikelen 22 en 23. Artikel 21
Beroepsgeheim 1.
Alle uit hoofde van deze verordening ontvangen,
uitgewisselde of doorgegeven vertrouwelijke informatie valt onder de
voorwaarden van het in lid 2 en 3 neergelegde beroepsgeheim. 2.
Het beroepsgeheim geldt voor alle personen die
werkzaam zijn of zijn geweest bij de bevoegde autoriteit of bij iedere autoriteit
of onderneming op de markt aan wie de bevoegde autoriteit haar bevoegdheden
heeft gedelegeerd, met inbegrip van de door de bevoegde autoriteit aangestelde
accountants en deskundigen. Onder het beroepsgeheim vallende informatie mag aan
geen enkele andere persoon of autoriteit worden verstrekt, tenzij op grond van
wettelijke bepalingen. 3.
Alle informatie die uit hoofde van deze verordening
tussen de bevoegde autoriteiten wordt uitgewisseld, wordt als vertrouwelijk
beschouwd, tenzij de bevoegde autoriteit op het tijdstip waarop de mededeling
plaatsvindt, verklaart dat deze informatie openbaar mag worden gemaakt of de
openbaarmaking in het kader van gerechtelijke procedures noodzakelijk is. Artikel 22
Gegevensbescherming Met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens
door lidstaten in het kader van deze verordening passen bevoegde autoriteiten
de bepalingen van Richtlijn 95/46/EG toe. Met betrekking tot de verwerking van
persoonsgegevens door de EAEM in het kader van deze verordening leeft de EAEM
de bepalingen van Verordening (EG) nr. 45/2001 na. Persoonsgegevens worden opgeslagen voor een
maximumperiode van 5 jaar. Artikel 23
Mededeling van persoonsgegevens aan derde landen 1.
De bevoegde autoriteit van een lidstaat kan
persoonsgegevens overdragen aan een derde land, mits aan de voorwaarden van
Richtlijn 95/46/EG, met name artikel 25 of artikel 26, wordt voldaan en alleen
in voorkomende gevallen. De bevoegde autoriteit van de lidstaat overtuigt zich
ervan dat de overdracht noodzakelijk is voor de toepassing van deze
verordening. De bevoegde autoriteit draagt er zorg voor dat het derde land de
gegevens uitsluitend aan een ander derde land overdraagt met uitdrukkelijke
schriftelijke toestemming van de bevoegde autoriteit van de lidstaat en onder
de door deze bevoegde autoriteit gestelde voorwaarden. Persoonsgegevens mogen
uitsluitend worden overgedragen aan een derde land dat een toereikende
bescherming van persoonsgegevens kan bieden. 2.
De bevoegde autoriteit van een lidstaat maakt de
van een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat ontvangen informatie alleen
aan een bevoegde autoriteit van een derde land bekend, wanneer de bevoegde
autoriteit van de lidstaat in kwestie de uitdrukkelijke toestemming hiervoor
heeft verkregen van de bevoegde autoriteit die de informatie heeft doorgezonden
en, in voorkomend geval, wanneer de informatie alleen openbaar wordt gemaakt
voor de doeleinden waarmee deze bevoegde autoriteit heeft ingestemd. 3.
Eventuele bepalingen inzake de uitwisseling van
persoonsgegevens in een samenwerkingsovereenkomst moeten in overeenstemming met
Richtlijn 95/46/EG zijn. HOOFDSTUK 5
Administratieve maatregelen en sancties Artikel 24
Administratieve maatregelen en sancties 1.
De lidstaten stellen de regels vast met betrekking
tot de administratieve maatregelen en sancties die in de artikel 25 omschreven
omstandigheden van toepassing zijn op personen die verantwoordelijk zijn voor
schendingen van de bepalingen van deze verordening, en nemen alle maatregelen
die nodig zijn om ervoor te zorgen dat deze worden uitgevoerd. De maatregelen
en sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. Uiterlijk [24 maanden na de inwerkingtreding
van deze verordening] stellen de lidstaten de Commissie en de EAEM in
kennis van de in de eerste alinea bedoelde regels. Zij stellen de Commissie en
de EAEM onverwijld in kennis van eventuele daaropvolgende wijzigingen ervan. 2.
Bij de uitoefening van hun bevoegdheden tot het
opleggen van sancties in de in artikel 25 omschreven omstandigheden werken de
bevoegde autoriteiten nauw samen om ervoor te zorgen dat de administratieve
maatregelen en sancties leiden tot de beoogde resultaten van deze verordening
en coördineren zij hun optreden om mogelijk dubbel of overlappend opleggen van
administratieve maatregelen, sancties en boeten te voorkomen bij
grensoverschrijdende gevallen overeenkomstig artikel 19. Artikel 25
Bevoegdheden tot opleggen van sancties Dit artikel is van toepassing in al de
volgende omstandigheden: (a)
handel met voorwetenschap in strijd met artikel 9; (b)
het een ander in strijd met artikel 9 aanbevelen of
ertoe aanzetten om handel met voorwetenschap te bedrijven; (c)
het ongeoorloofd openbaar maken van voorwetenschap
in strijd met artikel 9; (d)
marktmanipulatie in strijd met artikel 10; (e)
poging tot marktmanipulatie in strijd met artikel 10; (f)
het bij de exploitatie van een handelsplatform
nalaten om doeltreffende regelingen en procedures in te stellen en te handhaven
gericht op de preventie en opsporing van marktmanipulatiepraktijken, in strijd
met artikel 11, lid 1; (g)
het nalaten door een persoon die beroepshalve
transacties tot stand brengt of uitvoert om systemen paraat te hebben voor de
opsporing en melding van transacties die mogelijk handel met voorwetenschap,
marktmanipulatie of een poging tot marktmanipulatie vormen, of het nalaten door
die persoon om verdachte orders of transacties onverwijld te melden bij de
bevoegde autoriteit, in strijd met artikel 11, lid 2; (h)
het nalaten door een instelling die een financieel
instrument uitgeeft of een deelnemer aan een emissierechtenmarkt die niet is
vrijgesteld krachtens de tweede alinea van lid 2 van artikel 12, om
voorwetenschap zo snel mogelijk openbaar te maken of om voorwetenschap waarvan
de openbaarmaking verplicht is op haar of zijn website te publiceren, in strijd
met artikel 12, lid 1; (i)
het uitstellen door een instelling die een
financieel instrument uitgeeft of een deelnemer aan een emissierechtenmarkt die
niet is vrijgesteld krachtens de tweede alinea van lid 2 van artikel 12, van de
openbaarmaking van voorwetenschap indien dit uitstel waarschijnlijk tot
misleiding van het publiek zal leiden, dan wel zonder de geheimhouding van de
betreffende informatie te waarborgen, in strijd met artikel 12, lid 2; (j)
het nalaten door een instelling die een financieel
instrument uitgeeft of een deelnemer aan een emissierechtenmarkt die niet is
vrijgesteld krachtens de tweede alinea van lid 2 van artikel 12, om de bevoegde
autoriteit op de hoogte te stellen dat de openbaarmaking van voorwetenschap is
uitgesteld, in strijd met artikel 12, lid 2; (k)
het nalaten door een instelling die een financieel
instrument uitgeeft of een deelnemer aan een emissierechtenmarkt, of door een
persoon die namens haar of hem dan wel voor rekening van haar of hem handelt,
om voorwetenschap openbaar te maken die uit hoofde van de normale uitoefening
van taken voortvloeiend uit werk of beroep aan een persoon is medegedeeld, in
strijd met artikel 12, lid 4; (l)
het nalaten door een instelling die een financieel
instrument uitgeeft of een deelnemer aan een emissierechtenmarkt die niet is
vrijgesteld krachtens de tweede alinea van lid 2 van artikel 12, of door een
persoon die namens haar of hem dan wel voor rekening van haar of hem handelt,
om een lijst van personen met voorwetenschap op te stellen, regelmatig bij te
werken of op verzoek voor te leggen aan de bevoegde autoriteit, in strijd met
artikel 13, lid 1; (m)
het nalaten door een persoon met leidinggevende
verantwoordelijkheid bij een instelling die een financieel instrument uitgeeft,
een deelnemer aan een emissierechtenmarkt die niet is vrijgesteld krachtens de
tweede alinea van lid 2 van artikel 12, of een persoon die nauw met hen
gelieerd is, om het bestaan openbaar te maken van transacties voor eigen
rekening, in strijd met artikel 14, leden 1 en 2; (n)
het nalaten door een persoon die informatie
verspreidt waarin een beleggingsstrategie wordt aanbevolen of voorgesteld die
is bestemd voor distributiekanalen of voor het publiek, om de normale
zorgvuldigheid in acht te nemen om ervoor te zorgen dat de informatie objectief
wordt gepresenteerd of om belangen of belangenverstrengeling bekend te maken,
in strijd met artikel 15, lid 1; (o)
het openbaar maken door een persoon die voor een
bevoegde autoriteit werkzaam is of is geweest, dan wel voor een autoriteit of
marktonderneming waaraan de bevoegde autoriteit haar taken heeft gedelegeerd,
van informatie die onder het beroepsgeheim valt, in strijd met artikel 21; (p)
het nalaten om de bevoegde autoriteit toegang tot
een document te geven en er een afschrift van over te leggen, in geval van een
verzoek overeenkomstig artikel 17, lid 2, onder a); (q)
het nalaten om informatie te verschaffen op verzoek
van of te reageren op een oproep van de bevoegde autoriteit overeenkomstig
artikel 17, lid 2, onder b); (r)
het nalaten door een marktdeelnemer om de bevoegde
autoriteit informatie te verstrekken in verband met van grondstoffen afgeleide
instrumenten, om verslag te doen van verdachte transacties of om rechtstreekse
toegang te verschaffen tot de systemen van handelaars, in geval van een verzoek
overeenkomstig artikel 17, lid 2, onder c); (s)
het nalaten om ter inspectie toegang te verschaffen
tot een locatie, in geval van een verzoek van de bevoegde autoriteit
overeenkomstig artikel 17, lid 2, onder d); (t)
het nalaten om toegang te verschaffen tot bestaande
overzichten van telefoon- en dataverkeer in geval van een verzoek
overeenkomstig artikel 17, lid 2, onder f); (u)
het nalaten om te voldoen aan een verzoek van de
bevoegde autoriteit om een met de verordening strijdige praktijk te staken, om
de handel in financiële instrumenten op te schorten of om een corrigerende
verklaring te publiceren; (v)
het verrichten van een activiteit terwijl dat door
de bevoegde autoriteit is verboden. Artikel 26
Administratieve maatregelen en sancties 1.
Onverminderd de toezichtsbevoegdheden van de
bevoegde autoriteiten overeenkomstig artikel 17 hebben de bevoegde autoriteiten
bij een in het eerste lid bedoelde inbreuk, in overeenstemming met de nationale
wetgeving, de bevoegdheid om ten minste de volgende administratieve maatregelen
en sancties op te leggen: (a)
een besluit waarbij de voor de inbreuk
verantwoordelijke persoon wordt verplicht de gedraging te staken en af te zien
van herhaling van de gedraging; (b)
maatregelen die moeten worden toegepast indien geen
medewerking wordt verleend bij een onderzoek uit hoofde van artikel 17; (c)
maatregelen die ertoe leiden dat een voortdurende
inbreuk op deze verordening wordt beëindigd en dat het effect van de inbreuk
wordt weggenomen; (d)
een openbare verklaring waarin de verantwoordelijke
persoon en de aard van de inbreuk worden geïdentificeerd en die wordt
gepubliceerd op de website van de bevoegde autoriteiten; (e)
een rectificatie van onjuiste of misleidende
openbaar gemaakte informatie, met inbegrip van het verplichten van een
uitgevende instelling of een andere persoon die onjuiste of misleidende
informatie heeft gepubliceerd of verspreid om een rectificerende verklaring te
publiceren; (f)
een tijdelijk verbod op een activiteit; (g)
het intrekken van de vergunning van een
beleggingsonderneming zoals omschreven in artikel 4, lid 1 van Richtlijn
[nieuwe MiFID]; (h)
een tijdelijk verbod op de uitoefening van taken in
beleggingsondernemingen door een lid van een bestuursorgaan van een
beleggingsonderneming of een andere natuurlijke persoon die verantwoordelijk
wordt gehouden; (i)
het opschorten van de handel in de betrokken
financiële instrumenten; (j)
een verzoek tot bevriezing van en/of beslaglegging
op activa; (k)
administratieve financiële sancties van maximaal
tweemaal het bedrag van de vanwege de inbreuk behaalde winsten of vermeden
verliezen, indien deze kunnen worden vastgesteld; (l)
met betrekking tot een natuurlijke persoon,
administratieve financiële sancties tot maximaal [5.000.000 euro] of in
lidstaten waar de euro niet de officiële munteenheid is, de overeenkomstige
waarde in de nationale munteenheid op de datum van inwerkingtreding van deze
verordening; (m)
met betrekking tot een rechtspersoon,
administratieve financiële sancties tot maximaal 10 % van zijn totale
jaaromzet in het voorafgaande boekjaar; indien de rechtspersoon een
dochteronderneming van een moederonderneming is [zoals omschreven in de
artikelen 1 en 2 van Richtlijn 83/349/EEG], is de relevante jaaromzet de totale
jaaromzet als resultaat van de geconsolideerde jaarrekening van de
uiteindelijke moederonderneming in het voorafgaande boekjaar. 2.
Bevoegde autoriteiten kunnen andere dan de in lid 2
bedoelde bevoegdheden tot het opleggen van sancties hebben en kunnen hogere
administratieve financiële sancties opleggen dan de in dat lid vastgestelde
sancties. 3.
Elke administratieve maatregel en sanctie opgelegd
vanwege een inbreuk op deze verordening wordt zonder onnodige vertraging
gepubliceerd, met ten minste gegevens over de soort en aard van de inbreuk en
de identiteit van de ervoor verantwoordelijke personen, tenzij een dergelijke
publicatie de stabiliteit van financiële markten ernstig in gevaar zou brengen.
Indien publicatie onevenredig grote schade zou toebrengen aan de betrokken
partijen, publiceren bevoegde autoriteiten de maatregelen en sancties zonder
vermelding van namen. Artikel 27
Doeltreffende toepassing van sancties 1.
Bij het bepalen van de soort administratieve
maatregelen en sancties houden bevoegde autoriteiten rekening met alle
relevante omstandigheden, met name: (a)
de ernst en duur van de inbreuk; (b)
de mate van verantwoordelijkheid van de
verantwoordelijke persoon; (c)
de financiële draagkracht van de verantwoordelijke
persoon, gezien de totale omzet van de verantwoordelijke rechtspersoon of het
jaarinkomen van de verantwoordelijke natuurlijke persoon; (d)
de omvang van de door de verantwoordelijke persoon
behaalde winsten of vermeden verliezen, voor zover deze kunnen worden bepaald; (e)
de mate van medewerking met de bevoegde autoriteit
door de verantwoordelijke persoon, onverminderd de noodzaak te zorgen voor
terugbetaling van de door de betreffende persoon behaalde winsten of vermeden
verliezen; (f)
eerdere inbreuken door de verantwoordelijke
persoon. Hiernaast kunnen bevoegde autoriteiten nog andere
factoren in overweging nemen, mits dergelijke factoren in de nationale
wetgeving zijn vastgelegd. 2.
De EAEM vaardigt overeenkomstig artikel 16 van
Verordening (EU) nr. 1095/2010 richtsnoeren uit voor de bevoegde autoriteiten
inzake de soorten administratieve maatregelen en sancties en de omvang van
boeten. Artikel 28
Beroep De lidstaten dragen er zorg voor dat tegen
door de bevoegde autoriteit uit hoofde van deze verordening genomen besluiten
beroep openstaat. Artikel 29
Melding van inbreuken 1.
De lidstaten zorgen voor doeltreffende mechanismen
om het melden van inbreuken op deze verordening bij de bevoegde autoriteiten te
stimuleren, waaronder ten minste: (a)
specifieke procedures voor het ontvangen en in
behandeling nemen van meldingen van inbreuken; (b)
passende bescherming voor personen die mogelijke of
daadwerkelijke inbreuken melden; (c)
bescherming van persoonsgegevens van zowel de
persoon die de mogelijke of daadwerkelijke inbreuken meldt als de beschuldigde
persoon, overeenkomstig de beginselen van Richtlijn 95/46/EG; (d)
passende procedures om het recht van de
beschuldigde persoon te waarborgen om zich te verdedigen en gehoord te worden
voordat een besluit over hem wordt genomen en het recht om in rechte beroep aan
te tekenen tegen een beslissing of maatregel die op hem betrekking heeft. 2.
Aan personen die belangrijke informatie verstrekken
over mogelijke inbreuken op deze verordening kunnen financiële stimulansen
worden toegekend in overeenstemming met het nationale recht, wanneer deze
personen niet reeds een wettelijke of contractuele verplichting hebben om
dergelijke informatie te melden, de informatie niet reeds bekend is en de
informatie resulteert in het opleggen van een administratieve sanctie of
maatregel dan wel een strafrechtelijke sanctie vanwege een inbreuk op deze
verordening. 3.
De Commissie stelt door middel van
uitvoeringshandelingen overeenkomstig artikel 33 maatregelen vast ter bepaling
van de in de lid 1 bedoelde procedure, met inbegrip van de meldingsprocedures,
de procedures voor de behandeling van meldingen en de maatregelen ter
bescherming van personen. Artikel 30
Uitwisseling van informatie met de EAEM 1.
De bevoegde autoriteiten en gerechtelijke
instanties voorzien de EAEM jaarlijks van samengevoegde informatie over alle
administratieve maatregelen, sancties en boeten die zijn opgelegd uit hoofde
van de artikelen 24, 25, 26, 27 , 28 en 29. De EAEM publiceert deze informatie
in een jaarverslag. 2.
Wanneer de bevoegde autoriteit administratieve
maatregelen, sancties en boeten openbaar heeft gemaakt, doet zij van deze
administratieve maatregelen, sancties en boeten tegelijkertijd verslag bij de
EAEM. 3.
Wanneer een gepubliceerde administratieve
maatregel, sanctie of boete betrekking heeft op een beleggingsonderneming met
een vergunning overeenkomstig Richtlijn [nieuwe MiFID], neemt de EAEM een
verwijzing naar de gepubliceerde sanctie op in het krachtens artikel 5, lid 3 van
Richtlijn [nieuwe MiFID] ingestelde register van beleggingsondernemingen. 4.
De EAEM ontwikkelt voorstellen voor technische
uitvoeringsnormen ter bepaling van de procedures en formulieren voor
informatie-uitwisseling als bedoeld in dit artikel. De EAEM dient de voorstellen voor technische
uitvoeringsnormen als bedoeld in de eerste alinea uiterlijk op [...] in bij de
Commissie. Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de
eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig
artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010. HOOFDSTUK 6
GEDELEGEERDE HANDELINGEN Artikel 31
Delegatie van bevoegdheden De Commissie wordt gemachtigd om gedelegeerde
handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 32 met betrekking tot het
aanvullen en wijzigen van de voorwaarden voor terugkoopprogramma's en de
stabilisatie van financiële instrumenten, de definities in deze verordening, de
voorwaarden voor het opstellen van lijsten van personen met voorwetenschap, de
voorwaarden inzake transacties van leidinggevende personen en de regelingen
voor personen die informatie verschaffen die mogelijk leidt tot het opsporen
van inbreuken op deze verordening. Artikel 32
Uitoefening van de delegatie 1.
De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen,
wordt volgens de voorwaarden van dit artikel aan de Commissie toegekend. 2.
De bevoegdheidsdelegatie wordt verleend voor een
onbepaalde periode vanaf de in artikel 36, lid 1, bedoelde datum. 3.
De bevoegdheidsdelegatie kan op elk ogenblik door het
Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Een besluit tot intrekking
maakt een einde aan de bevoegdheidsdelegatie die in het besluit wordt vermeld.
Deze treedt in werking op de dag volgend op de publicatie van de beschikking in
het Publicatieblad van de Europese Unie of een latere datum die daarin nader
wordt bepaald. Het laat de geldigheid van alle reeds in werking zijnde
gedelegeerde handelingen onverlet. 4.
Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling vaststelt,
stelt zij het Europees Parlement en de Raad daar op hetzelfde moment van in
kennis. 5.
Een gedelegeerde handeling treedt uitsluitend in werking
als geen bezwaar is geuit door het Europees Parlement of de Raad binnen een
periode van 2 maanden na de mededeling van die handeling aan het Europees
Parlement en de Raad of wanneer het Europees Parlement en de Raad de Commissie,
vóór het verstrijken van die periode, ervan in kennis hebben gesteld dat zij
geen bezwaar zullen uiten. Deze periode kan worden verlengd met 2 maanden op
initiatief van het Europees Parlement of de Raad. HOOFDSTUK 7
UITVOERINGSHANDELINGEN Artikel 33
Comitéprocedure 1.
Voor het vaststellen van uitvoeringshandelingen
onder artikel 29, lid 3, wordt de Commissie bijgestaan door het Europees Comité
voor het effectenbedrijf, dat is ingesteld bij Besluit 2001/528/EG van de
Commissie[41].
Dat comité is een comité in de betekenis van Verordening (EU) nr. 182/2011[42]. 2.
Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5
van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing, met inachtneming van de
bepalingen van artikel 8 van die verordening. HOOFDSTUK 8
OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 34
Intrekking van Richtlijn 2003/6/EG Richtlijn 2003/6/EG wordt [24 maanden na de
inwerkingtreding van deze verordening] ingetrokken. Verwijzingen naar
Richtlijn 2003/6/EG worden gelezen als verwijzingen naar deze verordening. Artikel 35
Overgangsbepalingen Marktpraktijken die bestonden voor de
inwerkingtreding van deze verordening en aanvaard werden door de bevoegde
autoriteiten overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2273/2003[43] van de Commissie met het oog
op de toepassing van artikel 1, lid 2, onder a), van Richtlijn 2003/6/EG,
kunnen van toepassing blijven tot [12 maanden na de datum van toepassing van
deze verordening] op voorwaarde dat ze vóór de datum van toepassing van
deze verordening door de betrokken bevoegde autoriteiten gemeld worden aan de
EAEM. Artikel 36
Inwerkingtreding en toepassing 1.
Deze verordening treedt in werking [op de
twintigste dag volgend op die] van haar bekendmaking in het Publicatieblad van
de Europese Unie. 2.
Zij is van toepassing [24 maanden na de
inwerkingtreding van deze verordening] behalve voor artikel 3, lid 2,
artikel 8, lid 5, artikel 11, lid 3, artikel 12, lid 9, artikel 13, leden 4 en 6,
artikel 14, leden 5 en 6, artikel 15, lid 3, artikel 18, lid 9, artikel 19, lid
9, artikel 28, lid 3 en artikel 29, lid 3, die onmiddellijk van toepassing zijn
na de inwerkingtreding van deze verordening. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks
toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te, Voor het Europees Parlement Voor
de Raad De Voorzitter De
Voorzitter BIJLAGE I A. Indicatoren
van manipulatieve handelingen waarbij onjuiste of misleidende signalen worden
gegeven en koersen op een abnormaal of kunstmatig niveau worden gehouden Voor de toepassing van artikel 8, eerste lid,
onder a), van deze verordening en onverminderd de vormen van gedrag opgesomd in
het derde lid van dat artikel wordt de volgende, niet-limitatieve reeks
indicatoren - die op zichzelf niet als marktmanipulatie mogen worden beschouwd
– in aanmerking genomen wanneer transacties of handelsorders door
marktdeelnemers en bevoegde autoriteiten worden onderzocht: (a)
de mate waarin geplaatste handelsorders of
verrichte transacties een aanzienlijk deel uitmaken van de dagelijkse omzet in
het desbetreffend financieel instrument, de gerelateerde contante
grondstoffenovereenkomst, of een op emissierechten gebaseerd veilingproduct,
met name wanneer deze activiteiten leiden tot een aanzienlijke wijziging in de
koers ervan; (b)
de mate waarin handelsorders geplaatst door of
transacties verricht door personen met een aanzienlijke koop- of verkooppositie
in een financieel instrument, een gerelateerd spotcontract voor grondstoffen of
een op basis van emissierechten geveild product, tot aanzienlijke wijzigingen
leiden in de koers van dat financieel instrument, gerelateerd spotcontract voor
grondstoffen of op emissierechten gebaseerd veilingproduct; (c)
de vraag of verrichte transacties al dan niet
leiden tot een wijziging van de identiteit van de begunstigde eigenaar van een
financieel instrument, een gerelateerd spotcontract voor grondstoffen of een op
emissierechten gebaseerd veilingproduct; (d)
de mate waarin geplaatste handelsorders of
verrichte transacties leiden tot het omkeren van posities binnen een korte
tijdsspanne en een aanzienlijk deel uitmaken van de dagelijkse omzet in het
desbetreffend financieel instrument, een gerelateerd spotcontract voor
grondstoffen of een op emissierechten gebaseerd veilingproduct, en in verband
zouden kunnen staan met aanzienlijke wijzigingen in de koers van een financieel
instrument, een gerelateerd spotcontract voor grondstoffen of een op
emissierechten gebaseerd veilingproduct; (e)
de mate waarin geplaatste handelsorders of
verrichte transacties geconcentreerd zijn binnen een korte tijdsspanne van de
handelssessie en leiden tot een koerswijziging die vervolgens omslaat; (f)
de mate waarin geplaatste handelsorders resulteren
in een wijziging van de weergave van de beste bied- en laatkoersen van een
financieel instrument, een gerelateerd spotcontract voor grondstoffen of een op
emissierechten gebaseerd veilingproduct, of meer in het algemeen van de koersen
geboden in het kader van het voor de marktdeelnemers toegankelijke orderboek,
en worden geannuleerd voordat zij worden uitgevoerd; (g)
de mate waarin handelsorders worden geplaatst of
transacties worden verricht op of omstreeks een bepaald tijdstip wanneer
referentiekoersen, afwikkelingskoersen en taxaties worden berekend, en tot
koerswijzigingen leiden die van invloed zijn op genoemde koersen en taxaties. B. Indicatoren
van manipulatieve handelingen waarbij gebruikgemaakt wordt van kunstgrepen of
enigerlei andere vorm van bedrog of misleiding Voor de toepassing van artikel 8, eerste lid,
onder b), van deze verordening en onverminderd de vormen van gedrag opgesomd in
het tweede lid, onder 3 van dat artikel wordt de volgende, niet-limitatieve
reeks indicatoren - die op zichzelf niet als marktmanipulatie mogen worden
beschouwd – in aanmerking genomen wanneer transacties of handelsorders door
marktdeelnemers en bevoegde autoriteiten worden onderzocht: (a)
de vraag of door personen geplaatste handelsorders
of verrichte transacties al dan niet worden voorafgegaan of gevolgd door de
verspreiding van onjuiste of misleidende informatie door diezelfde of met hen
gelieerde personen; (b)
de vraag of handelsorders al dan niet worden
geplaatst, dan wel transacties al dan niet worden verricht door personen
vooraleer of nadat diezelfde personen of aan hen gelieerde personen
beleggingsaanbevelingen verspreiden die ofwel onjuist of niet objectief zijn,
ofwel duidelijk beïnvloed zijn door een materieel belang. FINANCIEEL MEMORANDUM VOOR
VOORSTELLEN 1. KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 1.1. Benaming van het voorstel/initiatief 1.2. Betrokken
beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur 1.3. Aard
van het voorstel/initiatief 1.4. Doelstelling(en) 1.5. Motivering
van het voorstel/initiatief 1.6. Duur
en financiële gevolgen 1.7. Voorgenomen
beheersvorm(en) 2. BEHEERSMAATREGELEN 2.1. Regels
inzake het toezicht en de verslagen 2.2. Beheers-
en controlesysteem 2.3. Maatregelen
ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden 3. GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET
VOORSTEL/INITIATIEF 3.1. Rubriek(en)
van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) van
de uitgaven 3.2. Geraamde
gevolgen voor de uitgaven 3.2.1. Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de
uitgaven 3.2.2. Geraamde
gevolgen voor de beleidskredieten 3.2.3. Geraamde
gevolgen voor de administratieve kredieten 3.2.4. Verenigbaarheid
met het huidige meerjarige financiële kader 3.2.5. Bijdrage
van derden aan de financiering 3.3. Estimated impact on revenue FINANCIEEL
MEMORANDUM VOOR VOORSTELLEN 1. KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 1.1. Benaming van het
voorstel/initiatief Voorstel
voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende handel
met voorwetenschap en marktmanipulatie (marktmisbruik) Voorstel
voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende
strafrechtelijke sancties voor handel met voorwetenschap en marktmanipulatie
(marktmisbruik) 1.2. Betrokken beleidsterrein(en)
in de ABM/ABB-structuur[44] Interne
markt – financiële markten 1.3. Aard
van het voorstel/initiatief ý Het
voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie ¨ Het voorstel/initiatief
betreft een nieuwe actie na een proefproject/een voorbereidende actie[45] ¨ Het
voorstel/initiatief betreft de verlenging van een bestaande actie ¨ Het
voorstel/initiatief betreft een actie die wordt omgebogen naar een nieuwe
actie 1.4. Doelstellingen 1.4.1. De met het voorstel/initiatief
beoogde strategische meerjarendoelstelling(en) van de Commissie De
verordening en richtlijn betreffende marktmisbruik hebben in het algemeen tot
doel de marktintegriteit en de bescherming van de beleggers te verbeteren, door
wie over voorwetenschap beschikt te verbieden in de desbetreffende financiële
instrumenten te handelen, en door de manipulatie van financiële markten via
praktijken zoals het verspreiden van onjuiste informatie of geruchten en het
verrichten van transacties die koersen op een abnormaal niveau houden, te
verbieden. Daarnaast wordt er voorzien in een enkel wetboek en gelijke
concurrentievoorwaarden en worden de effectenmarkten aantrekkelijker gemaakt
voor uitgevende instellingen voor het bijeenbrengen van kapitaal op
kmo-groeimarkten. 1.4.2. Specifieke doelstelling(en) en
betrokken ABM/ABB-activiteit(en) Specifieke doelstelling nr. In
het licht van de bovenvermelde algemene doelstellingen zijn de volgende meer
specifieke beleidsdoelstellingen relevant: -
Ervoor zorgen dat de verordening en richtlijn gelijke tred houden met de
marktontwikkelingen. -
Zorgen voor de effectieve handhaving van marktmisbruikregels. -
De doeltreffendheid van de marktmisbruikregeling bevorderen door meer
duidelijkheid en rechtszekerheid te verschaffen. -
Waar mogelijk de administratieve lasten verlichten, in het bijzonder voor
uitgevende instellingen op kmo-markten. Betrokken ABM/ABB-activiteit(en) De
bovenvermelde specifieke doelstellingen vereisen dat de volgende operationele
doelstellingen bereikt worden: -
Marktmisbruik voorkomen op georganiseerde markten, platformen en
OTC-transacties. -
Marktmisbruik voorkomen op grondstoffenmarkten en gerelateerde
derivatenmarkten. -
Ervoor zorgen dat de regelgevers over de nodige informatie en bevoegdheden
beschikken om de wetgeving doeltreffend te handhaven. -
Zorgen voor consistente, doeltreffende en afschrikkende sancties. -
De keuzemogelijkheden en speelruimte beperken of afschaffen. -
Bepaalde fundamentele concepten verduidelijken. 1.4.3. Verwacht(e) resulta(a)t(en) en
gevolg(en) Vermeld de gevolgen
die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen. De
voorstellen zullen tot gevolg hebben dat het marktmisbruik in de EU
aanmerkelijk beter aangepakt kan worden. In de eerste plaats zullen de
marktintegriteit en beleggersbescherming verbeterd worden door te
verduidelijken welke financiële instrumenten en markten gedekt zijn. Hierbij
wordt ervoor gezorgd dat instrumenten die alleen op een MTF verhandeld mogen
worden en nieuwe types van georganiseerde handelsfaciliteiten gedekt zijn.
Daarnaast zal de grotere markttransparantie tot een betere bescherming tegen
marktmisbruik met betrekking tot van grondstoffen afgeleide producten leiden.
Bovendien zal marktmisbruik beter opgespoord kunnen worden. De bevoegde
autoriteiten krijgen immers de nodige bevoegdheden om onderzoeken in te stellen
en om het afschrikeffect van sanctieregelingen te verbeteren, door
minimumbeginselen in te voeren voor administratieve maatregelen of sancties en
de invoering van strafrechtelijke sancties te eisen. De voorstellen zullen
verder tot een meer coherente aanpak van marktmisbruik leiden doordat de
keuzemogelijkheden en speelruimte voor de lidstaten beperkt worden. Ze zullen
tevens een evenredige regeling invoeren voor uitgevende instellingen op
kmo-groeimarkten. In het algemeen wordt verwacht dat zij de integriteit van de
financiële markten zullen verbeteren, wat een positieve impact zal hebben op
het beleggersvertrouwen. Dit zal verder bijdragen tot de financiële stabiliteit
op de financiële markten. 1.4.4. Resultaat- en
effectindicatoren Vermeld de indicatoren
aan de hand waarvan kan worden nagegaan in hoeverre het voorstel/initiatief is
uitgevoerd. Dit
zijn de voornaamste indicatoren en informatiebronnen die gebruikt kunnen worden
bij de evaluatie: -
gegevens van nationale bevoegde autoriteiten over het aantal gevallen van
marktmisbruik dat ze onderzocht en bestraft hebben; en -
een rapport (dat de EAEM zou kunnen opstellen) over de ervaringen van
regelgevers met de handhaving van de wetgeving. 1.5. Motivering van het
voorstel/initiatief 1.5.1. Behoefte(n) waarin op korte of
lange termijn moet worden voorzien Op
korte termijn: -
Ervoor zorgen dat de regelgevers over de nodige informatie en bevoegdheden
beschikken om de wetgeving doeltreffend te handhaven; -
Zorgen voor consistente, doeltreffende en afschrikkende sancties; -
De keuzemogelijkheden en speelruimte beperken of afschaffen; -
Bepaalde fundamentele concepten verduidelijken. Op
lange termijn: -
Marktmisbruik voorkomen op georganiseerde markten, platformen en
OTC-transacties; -
Marktmisbruik voorkomen op grondstoffenmarkten en gerelateerde
derivatenmarkten. 1.5.2. Toegevoegde waarde van de
deelname van de EU Hoewel
alle problemen die omschreven worden in de effectbeoordeling grote gevolgen
hebben voor elke individuele lidstaat, wordt het totale effect ervan slechts
volledig duidelijk in een grensoverschrijdende context. Marktmisbruik kan
immers overal gepleegd worden waar dat instrument genoteerd is, of over the
counter, dus zelfs op andere markten dan de primaire markt van het betrokken
instrument. Daardoor is het risico reëel dat nationale reacties op
marktmisbruik omzeild worden of niet doeltreffend zijn, als er geen actie
genomen wordt op EU-niveau. Bovendien is een consistente aanpak van essentieel
belang om regelgevende arbitrage te vermijden. Aangezien dit probleem al onder
het acquis van de bestaande richtlijn marktmisbruik valt, kunnen de problemen
die benadrukt worden in de effectbeoordeling het beste gemeenschappelijk
aangepakt worden. 1.5.3. Belangrijkste uit soortgelijke
ervaringen in het verleden getrokken lering Het
voorstel voor deze verordening bouwt voort op de bestaande richtlijn
marktmisbruik, die een aantal beperkingen vertoonde in de toepassing ervan en
niet in alle lidstaten op dezelfde manier werd toegepast. Daardoor was een
herziening nodig in de vorm van een verordening en een richtlijn. 1.5.4. Samenhang en eventuele
synergie met andere relevante instrumenten Zoals
aangekondigd in haar mededeling van 2 juni 2010 over het reguleren van
financiële diensten voor het bevorderen van duurzame groei[46], zal de Commissie haar
volledige financiële hervormingsprogramma de komende maanden afronden. Een
aantal van de bestaande of hangende voorstellen die in de mededeling opgesomd
worden, houden verband met dit initiatief en zullen bijdragen tot de
verwezenlijking van de doelstellingen ervan, namelijk een betere
beleggersbescherming en grotere markttransparantie en -integriteit. Het
voorstel voor een verordening over short selling en bepaalde aspecten van
kredietverzuimswaps omvat een openbaarmakingsregeling voor short selling. Deze
zou het gemakkelijker maken voor regelgevers om mogelijke gevallen van
marktmanipulatie en handel met voorwetenschap in verband met short selling aan
het licht te brengen[47]. Het
voorstel voor een verordening betreffende OTC-derivaten, centrale tegenpartijen
en transactieregisters zal eveneens de transparantie van significante posities
in OTC-derivaten verhogen. Dit zal de regelgevers helpen bij het opsporen van
marktmisbruik via het gebruik van derivaten[48]. De
herziening van de richtlijn markten voor financiële instrumenten zal mogelijk
de huidige reikwijdte verruimen van meldingen van transacties in instrumenten
die alleen verhandeld worden op multilaterale handelsfaciliteiten (MTF's) en
van meldingen van OTC-transacties (over the counter), met inbegrip van
derivaten. Momenteel is het niet verplicht om OTC-transacties in instrumenten
die niet verhandeld mogen worden op een gereglementeerde markt aan de bevoegde
autoriteiten te melden. Een dergelijke melding zou het gemakkelijker maken voor
de regelgevers om mogelijk marktmisbruik aan de hand van dergelijke
instrumenten op te sporen[49]. De
problemen van transparantievereisten en manipulatief gedrag die specifiek zijn
voor fysieke energiemarkten, evenals de melding van transacties om de
integriteit van de energiemarkten te waarborgen, maken het voorwerp uit van het
Commissievoorstel voor een verordening over energiemarktintegriteit en
-transparantie[50]. 1.6. Duur en financiële gevolgen ¨ Voorstel/initiatief met een beperkte
geldigheidsduur –
¨ Voorstel/initiatief is van kracht vanaf [DD/MM]JJJJ tot en met
[DD/MM]JJJJ –
¨ Financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ ý Voorstel/initiatief met een onbeperkte
geldigheidsduur –
Uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en
met JJJJ, –
gevolgd door een volledige uitvoering. 1.7. Beoogde beheersvorm(en)[51] ý Direct gecentraliseerd beheer door de Commissie ¨ Indirect gecentraliseerd beheer door delegatie van uitvoeringstaken aan: –
¨ uitvoerende agentschappen –
¨ door de Unie opgerichte organen[52] –
¨ nationale publiekrechtelijke organen of organen met een
openbaredienstverleningstaak –
¨ personen aan wie de uitvoering van specifieke acties in het kader van
titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die
worden genoemd in het betrokken basisbesluit in de zin van artikel 49 van het
Financieel Reglement ¨ Gedeeld beheer met
lidstaten ¨ Gedecentraliseerd beheer met derde landen ¨ Gezamenlijk beheer
met internationale organisaties (geef aan welke) Verstrek, indien meer
dan een beheersvorm is aangekruist, extra informatie onder
"Opmerkingen". Commentaar // 2. BEHEERSMAATREGELEN 2.1. Regels inzake het toezicht en
de verslagen Vermeld frequentie en
voorwaarden. Artikel
81 van de verordening tot oprichting van een Europese Autoriteit voor effecten
en markten voorziet in een evaluatie van de opgedane ervaring met de werking
van de Autoriteit binnen drie jaar na de effectieve start van de werkzaamheden.
De Commissie zal daartoe een algemeen verslag publiceren, dat zal doorgestuurd
worden naar het Europees Parlement en de Raad. 2.2. Beheers- en controlesysteem 2.2.1. Geconstateerde risico's Er
werd een effectbeoordeling uitgevoerd voor de hervorming van het systeem van
financieel toezicht in de EU, in het kader van de verordeningen tot oprichting
van de Europese Bankautoriteit, de Europese Autoriteit voor verzekeringen en
bedrijfspensioenen en de Europese Autoriteit voor effecten en markten. De
extra middelen die voorzien worden voor de EAEM naar aanleiding van de huidige
voorstellen zijn nodig om de EAEM in staat te stellen haar bevoegdheden uit te
voeren. 1. De
EAEM zal de harmonisatie en coördinatie van de regels waarborgen met betrekking
tot: -
een uitzonderingsregeling voor terugkoopprogramma's en voor stabilisatie
(artikel 3); -
technische regelingen om verdachte transacties op te sporen en te melden
(artikel 11); -
technische middelen voor de passende openbaarmaking van voorwetenschap (artikel
12); -
technische middelen voor het uitstellen van de openbaarmaking van
voorwetenschap (artikel 12); -
een indicatieve en niet-limitatieve lijst van gebeurtenissen met betrekking tot
uitgevende instellingen van wie de instrumenten verhandeld mogen worden op een
kmo-markt die mogelijk voorwetenschap vormen (artikel 12); -
de inhoud en het formaat van lijsten van personen met voorwetenschap (artikel 13); -
regelingen met betrekking tot beleggingsaanbevelingen en statistieken (artikel 15); -
procedures en vormen voor de uitwisseling van informatie tussen de EU en
buitenlandse bevoegde en regelgevende autoriteiten (artikelen 18, 19, 20, 29). 2. Indien
één bevoegde autoriteit daarom verzoekt, zal de EAEM bovendien de onderzoeken
en inspecties tussen de bevoegde autoriteiten coördineren voor
grensoverschrijdende gevallen van marktmisbruik (artikel 19). 3. De
EAEM zal ook de ontwikkeling van samenwerkingsovereenkomsten tussen de bevoegde
autoriteiten van lidstaten en de relevante bevoegde autoriteiten van derde
landen coördineren. De EAEM zal modeldocumenten voorbereiden voor
samenwerkingsovereenkomsten die gebruikt kunnen worden door de bevoegde
autoriteiten. De EAEM zal ook de uitwisseling coördineren tussen autoriteiten
van informatie die afkomstig is van bevoegde autoriteiten van derde landen
(artikel 20). 4. Tot
slot zal de EAEM, in verband met van grondstoffen afgeleide producten een
ondersteunende en coördinerende rol vervullen voor de samenwerking en
informatie-uitwisseling tussen de bevoegde autoriteiten en de regelgevende
autoriteiten in andere lidstaten en derde landen die verantwoordelijk zijn voor
de spotmarkten (artikel 19). Zonder
deze middelen zou de autoriteit haar rol niet tijdig en efficiënt kunnen
uitoefenen. 2.2.2. Beoogde controlemiddel(en) De
beheer- en controlesystemen waarin voorzien wordt in de EAEM-verordening zullen
ook van toepassing zijn op de rol van de EAEM overeenkomstig dit voorstel. De
Commissie zal bij de eerste vereiste beoordeling een besluit nemen over de
definitieve reeks indicatoren ter beoordeling van de prestaties van de Europese
Autoriteit voor effecten en markten. Voor de definitieve beoordeling zullen de
kwantitatieve indicatoren even belangrijk zijn als het kwalitatieve
bewijsmateriaal dat tijdens de raadplegingen is vergaard. Deze beoordeling
vindt om de drie jaar plaats. 2.3. Maatregelen ter voorkoming
van fraude en onregelmatigheden Vermeld de bestaande
of geplande preventie- en beschermingsmaatregelen. Met
het oog op de bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige handelingen
is Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 25
mei 1999 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor
fraudebestrijding (OLAF) zonder enige beperking van toepassing op de EAEM. De
Autoriteit treedt toe tot het Inter-institutioneel Akkoord van 25 mei 1999
tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Commissie van
de Europese Gemeenschappen betreffende de interne onderzoeken verricht door het
Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en treft onverwijld passende
voorzieningen die op alle werknemers van de Autoriteit van toepassing zijn. In
de financieringsbesluiten en de overeenkomsten en de
tenuitvoerleggingsinstrumenten die daaruit voortvloeien dient uitdrukkelijk te
worden bepaald dat de Rekenkamer en het OLAF indien nodig controles ter plaatse
mogen uitvoeren bij de begunstigden van door de Autoriteit toegekende
financiering en bij het personeel dat verantwoordelijk is voor de allocatie van
deze financiering. 3. GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET
VOORSTEL/INITIATIEF 3.1. Rubriek(en) van het
meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) van de
uitgaven · Bestaande begrotingsonderdelen van de uitgaven In volgorde van de
rubrieken van het meerjarige financiële kader en de begrotingsonderdelen. Rubriek van het meerjarige financiële kader || Begrotingsonderdeel || Type uitgaven || Bijdrage Nummer [Omschrijving……………………...……..…] || GK/ NGK ([53]) || van EVA-landen[54] || van kandidaat-lidstaten[55] || van derde landen || in de zin van artikel 18, lid 1, onder a bis), van het Financieel Reglement || 12.040401.01 EAEM – Subsidie onder titels 1 en 2 (Personeel en administratieve uitgaven) || GK || JA || NEEN || NEEN || NEEN · Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen In volgorde van de rubrieken van het meerjarige
financiële kader en de begrotingsonderdelen. /// 3.2. Geraamde gevolgen voor de
uitgaven 3.2.1. Samenvatting van de geraamde
gevolgen voor de uitgaven in miljoen euro (tot op 3 decimalen) Rubriek van het meerjarige financiële kader: || 1A || Concurrentievermogen voor groei en werkgelegenheid DG: <MARKT> || || || Jaar 2013[56] || Jaar 2014 || Jaar 2015 || || || TOTAAL Beleidskredieten || || || || || || || || 12.0404.01 || Vastleggingen || (1) || 0,179 || 0,327 || 0,327 || || || || || 0,832 Betalingen || (2) || 0,179 || 0,327 || 0,327 || || || || || 0,832 Uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten[57] || || || || || || || || Nummer begrotingsonderdeel || || (3) || 0 || 0 || 0 || || || || || TOTAAL kredieten voor DG MARKT || Vastleggingen || =1+1a +3 || 0,179 || 0,327 || 0,327 || || || || || 0,832 Betalingen || =2+2a +3 || 0,179 || 0,327 || 0,327 || || || || || 0,832 TOTAAL kredieten || Vastleggingen || (4) || 0 || 0 || 0 || || || || || Betalingen || (5) || 0 || 0 || 0 || || || || || TOTAAL uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten || (6) || 0 || 0 || 0 || || || || || TOTAAL kredieten voor RUBRIEK 1A van het meerjarige financiële kader || Vastleggingen || =4+ 6 || 0,179 || 0,327 || 0,327 || || || || || 0,832 Betalingen || =5+ 6 || 0,179 || 0,327 || 0,327 || || || || || 0,832 1.
De EAEM zal een aantal ontwerpen van technische
uitvoeringsnormen moeten opstellen met betrekking tot: –
een uitzonderingsregeling voor terugkoopprogramma's
en voor stabilisatie (artikel 3); –
technische regelingen om verdachte transacties op
te sporen en te melden (artikel 11); –
technische middelen voor de passende openbaarmaking
van voorwetenschap (artikel 12); –
technische middelen voor het uitstellen van de openbaarmaking
van voorwetenschap (artikel 12); –
een indicatieve en niet-limitatieve lijst van
gebeurtenissen met betrekking tot uitgevende instellingen van wie de
instrumenten verhandeld mogen worden op een kmo-markt die mogelijk
voorwetenschap vormen (artikel 12); –
de inhoud en het formaat van lijsten van personen
met voorwetenschap (artikel 13); –
regelingen met betrekking tot
beleggingsaanbevelingen en statistieken (artikel 15); –
procedures en vormen voor de uitwisseling van
informatie tussen de EU en buitenlandse bevoegde en regelgevende autoriteiten
(artikelen 18, 19, 20, 29). 2.
Als dat gevraagd wordt door één bevoegde
autoriteit, zal de EAEM bovendien de onderzoeken en inspecties tussen de
bevoegde autoriteiten coördineren voor grensoverschrijdende gevallen van
marktmisbruik. 3.
De EAEM zal de ontwikkeling van
samenwerkingsovereenkomsten tussen de bevoegde autoriteiten van lidstaten en de
relevante bevoegde autoriteiten van derde landen coördineren. De EAEM zal
modeldocumenten voorbereiden voor samenwerkingsovereenkomsten, die gebruikt
kunnen worden door de bevoegde autoriteiten. De EAEM zal ook instaan voor de
coördinatie van de uitwisseling tussen autoriteiten van informatie die
afkomstig is van bevoegde autoriteiten van derde landen. 4.
In verband met van grondstoffen afgeleide
producten zal de EAEM een ondersteunende en coördinerende rol vervullen voor de
samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de bevoegde autoriteiten en de
regelgevende autoriteiten in andere lidstaten en derde landen die
verantwoordelijk zijn voor de spotmarkten. Wanneer het voorstel/initiatief gevolgen heeft voor
meerdere rubrieken: TOTAAL kredieten || Vastleggingen || (4) || || || || || || || || Betalingen || (5) || || || || || || || || TOTAAL uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten || (6) || || || || || || || || TOTAAL kredieten voor RUBRIEK 1 tot en met 4 van het meerjarige financiële kader (Referentiebedrag) || Vastleggingen || =4+ 6 || 0,179 || 0,327 || 0,327 || || || || || 0,832 Betalingen || =5+ 6 || 0,179 || 0,327 || 0,327 || || || || || 0,832 Rubriek van het meerjarige financiële kader: || 5 || "Administratieve uitgaven" in miljoen euro (tot op 3 decimalen) || || || Jaar 2013 || Jaar 2014 || Jaar 2015 || || || TOTAAL DG: <…….> || Personele middelen || 0 || 0 || 0 || || || || || Andere administratieve uitgaven || 0 || 0 || 0 || || || || || TOTAAL DG <…….> || Kredieten || || || || || || || || TOTAAL kredieten voor RUBRIEK 5 van het meerjarige financiële kader || (totaal vastleggingen = totaal betalingen) || 0 || 0 || 0 || || || || || in miljoen euro (tot op 3 decimalen) || || || Jaar 2013[58] || Jaar 2014 || Jaar 2015 || || || TOTAAL TOTAAL kredieten voor RUBRIEK 1 tot en met 5 van het meerjarige financiële kader || Vastleggingen || 0,179 || 0,327 || 0,327 || || || || || 0,832 Betalingen || 0,179 || 0,327 || 0,327 || || || || || 0,832 3.2.2. Geraamde gevolgen voor de
beleidskredieten –
¨ Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig. –
ý Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals
hieronder nader wordt beschreven: De specifieke doelstellingen van het voorstel
worden uiteengezet onder 1.4.2. Ze zullen gerealiseerd worden via de
voorgestelde wetgevende maatregelen, die op nationaal niveau uitgevoerd moeten
worden, en via de betrokkenheid van de Europese Autoriteit voor effecten en
markten. Hoewel het niet mogelijk is concrete numerieke
resultaten te verbinden aan elke operationele doelstelling, zou de EAEM, in
combinatie met nieuwe bevoegdheden voor de nationale regelgevers, met name
moeten bijdragen tot de verhoging van de marktintegriteit en
beleggersbescherming door wie over voorwetenschap beschikt te verbieden in de
desbetreffende financiële instrumenten te handelen, en door de manipulatie van
financiële markten via praktijken zoals het verspreiden van onjuiste informatie
of geruchten en het verrichten van transacties die koersen op een abnormaal
niveau houden, te verbieden. Dit nieuwe kader zal marktmisbruik voorkomen op
georganiseerde markten, platformen en OTC-transacties, en op
grondstoffenmarkten en gerelateerde derivatenmarkten. Het zal er bovendien voor
zorgen dat de EAEM en de nationale regelgevers over de nodige informatie en
bevoegdheden beschikken om consistente, doeltreffende en afschrikkende sancties
te handhaven. 3.2.3. Geraamde gevolgen voor de
administratieve kredieten 3.2.3.1. Samenvatting –
ý Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten
nodig. –
¨ Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig,
zoals hieronder nader wordt beschreven: 3.2.3.2. Geraamde personeelsbehoeften –
ý Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig –
¨ Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals
hieronder nader wordt beschreven: Opmerking: Naar aanleiding van het voorstel zullen geen
extra personele en administratieve middelen nodig zijn in DG MARKT. De middelen
die momenteel ingezet worden om de MAD te volgen, blijven beschikbaar. 3.2.4. Verenigbaarheid met het
huidige meerjarige financiële kader –
¨ Het voorstel/initiatief is verenigbaar met het huidige meerjarige
financiële kader. –
ý Het voorstel/initiatief vergt herprogrammering van de betrokken
rubriek van het meerjarige financiële kader Het voorstel voorziet in extra taken die uitgevoerd moeten
worden door de EAEM. Dit vereist extra middelen onder begrotingsonderdeel 12.0404.01 –
¨ Het voorstel/initiatief vergt toepassing van het
flexibiliteitsinstrument of herziening van het meerjarige financiële kader[59]. Zet uiteen wat nodig is, onder vermelding van de
betrokken rubrieken en begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen. 3.2.5. Bijdragen van derden aan de
financiering –
¨ Het voorstel/initiatief voorziet niet in medefinanciering door
derden. –
ý Het voorstel/initiatief voorziet in medefinanciering, zoals hieronder
wordt geraamd: Kredieten in miljoen euro (tot op 3 decimalen) || Jaar 2013 || Jaar 2014 || Jaar 2015 || || || Totaal Vermeld de medefinancieringsbron Lidstaten via nationale toezichthouders EU (*) || 0,268 || 0,490 || 0,490 || || || || || 1,248 TOTAAL medegefinancierde kredieten || 0,268 || 0,490 || 0,490 || || || || || 1,248 (*) Raming gebaseerd op het huidige financieringsmechanisme in de
EAEM-ontwerpverordening (lidstaten 60 % - Gemeenschap 40 %).
3.3. Geraamde gevolgen voor de
ontvangsten –
ý Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de
ontvangsten. –
¨ Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële
gevolgen: ·
¨ voor de eigen middelen ·
¨ voor de diverse ontvangsten Bijlage bij het financieel memorandum bij het
voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende
handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (marktmisbruik) en voor een
richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende strafrechtelijke
sancties voor handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (marktmisbruik). Toegepaste methode en voornaamste
basisaannamen De kosten van de door de EAEM uit te voeren
taken naar aanleiding van de twee voorstellen werden geraamd voor
personeelsuitgaven (titel 1), overeenkomstig de kostenindeling in de
EAEM-ontwerpbegroting voor 2012 die werd voorgelegd aan de Commissie. De twee voorstellen van de Commissie bepalen
dat de EAEM ongeveer 11 reeksen nieuwe bindende technische normen moet
ontwikkelen, die moeten waarborgen dat hoogtechnische bepalingen consequent
uitgevoerd worden in de hele EU. Volgens de voorstellen zou de EAEM deze nieuwe
bindende technische normen 24 maanden na de inwerkingtreding van de verordening
moeten afleveren. Om dit doel te bereiken moet het personeelsniveau al vanaf 2013
opgetrokken worden. Wat de aard van de functies betreft, vereist de geslaagde
en tijdige levering van nieuwe bindende technische normen met name extra
beleids- en juridische medewerkers en medewerkers voor de effectbeoordelingen. Op basis van de ramingen van de diensten van
de Commissie en de EAEM werden de volgende veronderstellingen gehanteerd om het
effect te beoordelen op het aantal vereiste VTE's om bindende technische normen
te ontwikkelen voor de twee voorstellen: - Tegen 2013 zijn een beleidsmedewerker, een
medewerker voor de effectbeoordeling en een juridisch medewerker nodig. Dit betekent dat er voor de levering van
bindende technische normen 24 maanden na de inwerkingtreding van de verordening
3 VTE's nodig zijn. Tot slot zouden aan de EAEM een aantal
permanente taken toevertrouwd worden op het vlak van: - de coördinatie van de onderzoeken en
inspecties tussen de bevoegde autoriteiten voor grensoverschrijdende gevallen
van marktmisbruik; - de ontwikkeling van
samenwerkingsovereenkomsten tussen de bevoegde autoriteiten van lidstaten en de
relevante bevoegde autoriteiten van derde landen. De EAEM zal modeldocumenten
voorbereiden voor samenwerkingsovereenkomsten die gebruikt kunnen worden door
de bevoegde autoriteiten. De EAEM zal ook instaan voor de coördinatie van de uitwisseling
tussen autoriteiten van informatie die afkomstig is van bevoegde autoriteiten
van derde landen; - een ondersteunende en coördinerende rol voor
de samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de bevoegde autoriteiten en
regelgevende autoriteiten in andere lidstaten en derde landen die
verantwoordelijk zijn voor de spotmarkten en emissierechten. Dit betekent dat er in totaal 6 extra VTE's
nodig zijn. Andere veronderstellingen: –
op basis van de VTE-verdeling in de
ontwerpbegroting van 2012 bestaan de 6 extra VTE's vermoedelijk uit 3
tijdelijke functionarissen (50 %), 2 gedetacheerde nationale deskundigen (33,3 %)
en 1 arbeidscontractant (16,7 %); –
de gemiddelde jaarlijkse loonkosten voor de
verschillende personeelscategorieën zijn gebaseerd op richtsnoeren van de DG
BUDG; –
loonwegingscoëfficiënt voor Parijs van 1,27; –
opleidingskosten geraamd op € 1.000 per VTE per
jaar; –
kosten van dienstreizen van € 10.000, geraamd op
basis van de ontwerpbegroting voor 2012 voor dienstreizen per werknemer; –
aanwervingsgerelateerde kosten (reizen, hotel,
medische onderzoeken, inrichtings- en andere vergoedingen, verhuiskosten enz.)
van € 12.700, geraamd op basis van de ontwerpbegroting voor 2012 per nieuwe
werknemer. Er wordt van uitgegaan dat de aan de
bovenvermelde VTE-verhoging ten grondslag liggende werkdruk in 2014 en daarna
zal aanhouden en verband houdt met de wijziging van de reeds ontwikkelde
bindende technische normen. De
berekeningsmethode van de toename van de vereiste begroting voor de komende
drie jaar wordt meer in detail toegelicht in de tabel hierna. De berekening
weerspiegelt het feit dat de Gemeenschapsbegroting 40 % van de kosten
financiert. Kostentype || Berekening || Bedrag (in duizenden) 2013 || 2014 || 2015 || Totaal || || || || || Titel 1: Personeelsuitgaven || || || || || || || || || || 6 lonen en vergoedingen || || || || || - waarvan tijdelijke functionarissen || =3*127*1,27 || 241.93 || 483.87 || 483.87 || 1209.67 - waarvan GND's || =2*73*1,27 || 92.71 || 185.42 || 185.42 || 463.55 - waarvan arbeidscontractanten || =1*64*1,27 || 40.64 || 81.28 || 81.28 || 203.2 || || || || || 6 uitgaven in verband met aanwerving || || || || || || =6*12,7 || 76.2 || || || 76.2 || || || || || 6 uitgaven voor dienstreizen || || || || || || =6*10 || 30 || 60 || 60 || 150 || || || || || 6 opleiding || =6*1 || 3 || 6 || 6 || 15 || || || || || Totaal titel 1: Personeelsuitgaven || || 484.48 || 816.57 || 816.57 || 2079.53 || || || || || Waarvan bijdrage van de Gemeenschap (40 %) || || 193.79 || 326.63 || 326.63 || 847.05 Waarvan bijdragen van de lidstaten (60 %) || || 290.68 || 489.94 || 489.94 || 1270.56 De volgende tabel geeft de voorgestelde
personeelsformatie aan voor de drie posten voor tijdelijk functionaris: Functiegroep en rang || Tijdelijke posten AD16 AD15 AD14 AD13 AD12 AD11 AD10 AD9 AD8 AD7 AD6 AD5 AD Totaal || 1 2 3 [1] PB L 16 van 12.4.2003, blz. 16. [2] Rapport van de groep van deskundigen op hoog niveau
inzake financieel toezicht in de EU, Brussel, 25.2.2009, blz. 23. [3] Europese Commissie, Mededeling inzake Garanderen van
efficiënte, veilige en gezonde derivatenmarkten, COM(2009) 332, 3 juli 2009. [4] Europese Commissie, Mededeling inzake Evaluatie van
de "Small Business Act" voor Europa, COM(2011) 78, 23 februari 2011. [5] Europese Commissie, Mededeling inzake Het versterken
van sanctieregelingen in de financiële sector, COM(2010) 716, 8 december 2010. [6] Ref. CESR/07-380, juni 2007,
beschikbaar op de website www.cesr-eu.org [7] Ref. CESR/09-1120. [8] De Europese
deskundigengroep voor effectenmarkten is een adviesorgaan van de Commissie dat
is samengesteld uit marktdeelnemers en deskundigen. Hun mandaat liep eind 2009
ten einde en werd niet vernieuwd. Het adviesorgaan werd ingesteld door de
Commissie in april 2006 en functioneerde op basis van Besluit 2006/288/EG van
de Commissie van 30 maart 2006 tot oprichting van een Europese deskundigengroep
voor effectenmarkten die tot taak heeft juridisch en economisch advies te
verstrekken over de toepassing van de EU-effectenrichtlijnen (PB L 106 van 19.4.2006,
blz. 14-17). [9] Gepubliceerd in juni 2007 en getiteld “Market abuse EU
legal framework and its implementation by Member States: a first evaluation” (Het
juridische EU-kader inzake marktmisbruik en de uitvoering ervan door de
lidstaten: een eerste beoordeling)". [10] Zie http://ec.europa.eu/internal_market/securities/abuse/12112008_conference_en.htm [11] Zie
http://ec.europa.eu/internal_market/consultations/2009/market_abuse_en.htm [12] Zie
http://ec.europa.eu/internal_market/consultations/docs/2010/mad/consultation_paper.pdf [13] Zie http://ec.europa.eu/internal_market/consultations/2010/mad_en.htm [14] Het effectbeoordelingsverslag kan worden geraadpleegd op
XXX. [15] Zie bijlage 3 van het effectbeoordelingsverslag voor een
samenvatting van de gesprekken. [16] COM(2009) 501, COM(2009) 502, COM(2009) 503. [17] Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad
van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten. PB L 145
van 30.04.2004. [18] http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2010:0726:FIN:NL:PDF [19] Reactie van het CEER op het verzoek om bewijs inzake de
herziening van de Mad, van 20 april 2009. Zie
http://ec.europa.eu/internal_market/securities/abuse/12112008_conference_en.htm. [20] (COM(2010) 1496) Mededeling van de Commissie aan het
Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het
Comité van de Regio's betreffende het versterken van sanctieregelingen in de
financiële sector, december 2010, hoofdstuk 3. [21] PB C […] van […], blz. […]. [22] PB C van , blz. . [23] PB C van , blz. . [24] PB L 16 van 12.4.2003, blz. 16. [25] Rapport van de groep van deskundigen op hoog niveau
inzake financieel toezicht in de EU, Brussel, 25.2.2009. [26] Mededeling van de Commissie "Denk eerst klein" -
Een "Small Business Act" voor Europa, COM(2008) 394 definitief. [27] Verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Commissie van 12
november 2010 inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling
van broeikasgasemissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het
Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel
in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap. PB L 302 van 18.11.2010,
blz. 1. [28] PB L 281
van 23.11.1995, blz. 31. [29] PB L 8 van 12.01.2001, blz. 1. [30] Europese Commissie, Mededeling inzake Het versterken
van sanctieregelingen in de financiële sector, COM(2010) 716, 8 december 2010. [31] PB L 336 van 23.12.2003, blz. 33. [32] PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31. [33] PB L 8 van 12.01.2001, blz. 1. [34] Verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Commissie van 12
november 2010 inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de
veiling van broeikasgasemissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van
het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de
handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap. PB L 302 van 18.11.2010,
blz.1. [35] Verordening (EG) nr. 1287/2006 van de Commissie van 10
augustus 2006 tot uitvoering van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees
Parlement en de Raad wat de voor beleggingsondernemingen geldende
verplichtingen betreffende het bijhouden van gegevens, het melden van
transacties, de markttransparantie, de toelating van financiële instrumenten
tot de handel en de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde
richtlijn betreft. [PB L 241 van 02.09.2006, blz. 1]. [36] Tweede Richtlijn 77/91/EEG van de Raad van 13 december 1976
strekkende tot het coördineren van de waarborgen welke in de lidstaten worden
verlangd van de vennootschappen in de zin van artikel 58, tweede alinea, van
het Verdrag, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze
vennootschappen als van derden met betrekking tot de oprichting van de naamloze
vennootschap, alsook de instandhouding en wijziging van haar kapitaal, zulks
teneinde die waarborgen gelijkwaardig te maken. [PB L 26 van 31.1.1977, blz. 1]. [37] Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad
van 4 november 2003 betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden
wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden
toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG. PB L 345 van 31.12.2003,
blz. 64. [38] Verordening (EG) nr. 713/2009 van het Europees Parlement
en de Raad van 13 juli 2009 tot oprichting van een Agentschap voor de
samenwerking tussen energieregulators. PB L 211 van 14.8.2009, blz. 1. [39] Verordening (EU) nr. ... van het Europees Parlement en de
Raad inzake integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie. [40] Verordening (EU) nr. ... van het Europees Parlement en de
Raad inzake integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie. [41] PB L 191 van 13.7.2001, blz.45. [42] PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13. [43] PB L 162 van 29.04.2004, blz. 72. [44] ABM: activiteitsgestuurd management (Activity-Based
Management) – ABB: activiteitsgestuurde begroting (Activity-Based Budgeting). [45] Als bedoeld in artikel 49, lid 6, onder a) of b), van het
Financieel Reglement. [46] (COM(2010) 301) Mededeling van de Commissie aan het
Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en de
Europese Centrale Bank - Reguleren van financiële diensten ter bevordering van
duurzame groei, juni 2010. [47] (COM(2010) 482) Voorstel voor een verordening van het
Europees Parlement en de Raad betreffende baissetransacties en bepaalde
aspecten van kredietverzuimswaps, september 2010. [48] COM(2010) 484) Voorstel voor een verordening van het
Europees Parlement en de Raad betreffende OTC-derivaten, centrale tegenpartijen
en transactieregisters, september 2010. [49] (COM(2011) XXX). [50] COM(2010) 484) Voorstel voor een verordening van het
Europees Parlement en de Raad betreffende de integriteit en transparantie van
de energiemarkt, december 2010. [51] Nadere informatie over beheerswijzen en verwijzingen naar
het Financieel Reglement zijn te vinden op de BudgWeb-site:
http://www.cc.cec/budg/man/budgmanag/budgmanag_en.html [52] In de zin van artikel 185 van het Financieel Reglement. [53] GK = gesplitste kredieten / NGK = niet-gesplitste
kredieten. [54] EVA: Europese Vrijhandelsassociatie. [55] Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, potentiële
kandidaat-lidstaten uit de Westelijke Balkan. [56] Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het
voorstel/initiatief wordt begonnen. [57] Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter
ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU
(vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek. [58] Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het voorstel/initiatief
wordt begonnen. [59] Zie de punten 19 en 24 van het Inter-institutioneel
Akkoord.