Atlasiet eksperimentālās funkcijas, kuras vēlaties izmēģināt!

Šis dokuments ir izvilkums no tīmekļa vietnes EUR-Lex.

Dokuments 32014R1317

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1317/2014 van de Commissie van 11 december 2014 betreffende de verlenging van de overgangsperioden in verband met de eigenvermogensvereisten voor blootstellingen met betrekking tot centrale tegenpartijen in Verordeningen (EU) nr. 575/2013 en (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad Voor de EER relevante tekst

PB L 355 van 12.12.2014., 6.–7. lpp. (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Dokumenta juridiskais statuss Spēkā

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2014/1317/oj

12.12.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 355/6


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1317/2014 VAN DE COMMISSIE

van 11 december 2014

betreffende de verlenging van de overgangsperioden in verband met de eigenvermogensvereisten voor blootstellingen met betrekking tot centrale tegenpartijen in Verordeningen (EU) nr. 575/2013 en (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (1), en met name artikel 497, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Teneinde verstoringen op internationale financiële markten te voorkomen en te vermijden dat instellingen nadeel ondervinden doordat hun tijdens het proces van vergunningverlening aan en erkenning van bestaande centrale tegenpartijen (hierna „CTP's” genoemd) hogere eigenvermogensvereisten worden opgelegd, voorziet artikel 497, leden 1 en 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 in een overgangsperiode waarin alle CTP's waarmee in de Unie gevestigde instellingen transacties clearen als gekwalificeerde centrale tegenpartijen worden aangemerkt.

(2)

Bij Verordening (EU) nr. 575/2013 wordt ook Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad (2) gewijzigd wat betreft bepaalde inputs voor de berekening van de eigenvermogensvereisten van instellingen voor blootstellingen met betrekking tot CTP's. Overeenkomstig artikel 89, lid 5 bis, van Verordening (EU) nr. 648/2012 moeten bepaalde CTP's daarom gedurende een beperkte periode het totale bedrag rapporteren van de initiële marge die zij van hun clearingleden hebben ontvangen. Die overgangsperiode stemt overeen met de periode die is vastgelegd in artikel 497 van Verordening (EU) nr. 575/2013.

(3)

Zowel de in artikel 497, leden 1 en 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 vastgelegde overgangsperiode in verband met de eigenvermogensvereisten als de in artikel 89, lid 5 bis, eerste en tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 648/2012 vastgelegde overgangsperiode voor de rapportage van de initiële marge zou op 15 juni 2014 aflopen.

(4)

Krachtens artikel 497, lid 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013 is de Commissie in uitzonderlijke omstandigheden gemachtigd een uitvoeringshandeling vast te stellen tot verlenging van de overgangsperiode met zes maanden. Deze verlenging moet ook gelden voor de in artikel 89, lid 5 bis, van Verordening (EU) nr. 648/2012 vastgelegde termijnen. Deze beide overgangsperioden zijn bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 591/2014 van de Commissie (3) reeds met zes maanden verlengd tot en met 15 december 2014.

(5)

Het proces van vergunningverlening aan bestaande CTP's die in de Unie zijn gevestigd, is volop aan de gang maar zal op 15 december 2014 nog niet zijn voltooid. Aan bestaande CTP's die in derde landen zijn gevestigd en die reeds om erkenning hebben verzocht, is momenteel nog geen dergelijke erkenning verleend. Met een verdere verlenging van de overgangsperiode wordt bijgevolg vermeden dat in de Unie gevestigde instellingen (of hun buiten de Unie gevestigde dochterondernemingen) met een aanzienlijke stijging van hun eigenvermogensvereisten te maken krijgen omdat er in geen van de derde landen in kwestie erkende CTP's zijn gevestigd die op een levensvatbare en toegankelijke manier het specifieke type clearingdiensten aanbieden waaraan die instellingen uit de Unie behoefte hebben. Hoewel een dergelijke toename mogelijk maar tijdelijk is, zou deze er immers toe kunnen leiden dat zij zich terugtrekken als directe deelnemers aan die CTP's, waardoor de markten waarop deze CTP's actief zijn, zouden kunnen worden verstoord. Het is derhalve noodzakelijk de overgangsperioden met nog eens zes maanden te verlengen tot en met 15 juni 2015.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Europees Comité voor het bankwezen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De perioden van 15 maanden in respectievelijk artikel 497, leden 1 en 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 en artikel 89, lid 5 bis, eerste en tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 648/2012, welke reeds bij artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 591/2014 zijn verlengd, worden met nog eens zes maanden verlengd.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 11 december 2014.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 591/2014 van de Commissie van 3 juni 2014 betreffende de verlenging van de overgangsperioden in verband met de eigenvermogensvereisten voor blootstellingen met betrekking tot centrale tegenpartijen in Verordening (EU) nr. 575/2013 en Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 165 van 4.6.2014, blz. 31).


Augša