This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 31969L0075
Council Directive 69/75/EEC of 4 March 1969 on the harmonisation of provisions laid down by law, regulation or administrative action relating to free zones
Richtlijn 69/75/EEG van de Raad van 4 maart 1969 inzake de harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen met betrekking tot het stelsel van vrije zones
Richtlijn 69/75/EEG van de Raad van 4 maart 1969 inzake de harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen met betrekking tot het stelsel van vrije zones
PB L 58 van 8.3.1969, pp. 11–13
(DE, FR, IT, NL) Andere speciale editie(s)
(DA, EL, ES, PT)
Bijzondere uitgave in het Engels: Serie I Deel 1969(I) blz. 86 - 88
No longer in force, Date of end of validity: 01/01/1992; opgeheven door 31988R2504
Richtlijn 69/75/EEG van de Raad van 4 maart 1969 inzake de harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen met betrekking tot het stelsel van vrije zones
Publicatieblad Nr. L 058 van 08/03/1969 blz. 0011 - 0013
Bijzondere uitgave in het Deens: Serie I Hoofdstuk 1969(I) blz. 0079
Bijzondere uitgave in het Engels: Serie I Hoofdstuk 1969(I) blz. 0086
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 02 Deel 1 blz. 0045
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 02 Deel 1 blz. 0030
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 02 Deel 1 blz. 0030
++++ ( 1 ) PB nr . C 66 van 2 . 7 . 1968 , blz . 12 . ( 2 ) PB nr . C 75 van 29 . 7 . 1968 , blz . 8 . RICHTLIJN VAN DE RAAD van 4 maart 1969 inzake de harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen met betrekking tot het stelsel van vrije zones ( 69/75/EEG ) DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN , Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , inzonderheid op artikel 100 , Gezien het voorstel van de Commissie , Gezien het advies van het Europese Parlement ( 1 ) , Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ( 2 ) , Overwegende dat de Gemeenschap is gegrondvest op een douane-unie ; Overwegende dat de invoering van de douane-unie hoofdzakelijk is geregeld in het tweede deel , titel I , hoofdstuk 1 , van het Verdrag ; dat dat hoofdstuk van het Verdrag een samenstel van nauwkeurige voorschriften omvat , in het bijzonder betreffende de afschaffing van de douanerechten tussen de Lid-Staten , de vaststelling en de geleidelijke invoering van het gemeenschappelijk douanetarief en de autonome wijzigingen of schorsingen van de rechten van dat tarief ; dat , ook al wordt in artikel 27 bepaald dat de Lid-Staten v}}r het einde van de eerste etappe , voor zover noodzakelijk , overgaan tot het nader tot elkaar brengen van hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen op douanegebied , dit artikel aan de Instellingen van de Gemeenschap niet de bevoegdheid toekent , dwingende bepalingen ter zake vast te stellen ; dat bij een diepgaand onderzoek , waartoe met de Lid-Staten werd overgegaan , nochtans de noodzakelijkheid is gebleken , in bepaalde sectoren door middel van dwingende communautaire besluiten de maatregelen vast te stellen welke onontbeerlijk zijn voor de invoering van een douanewetgeving welke een uniforme toepassing van het gemeenschappelijk douanetarief verzekert ; Overwegende dat in alle Lid-Staten wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen bestaan , waarvan de toepassing heeft geleid of kan leiden tot de instelling van zones , waar de goederen worden geacht niet op het douanegebied van de Gemeenschap te zijn ; Overwegende dat deze bepalingen zekere verschillen vertonen die , indien zij na de voltooiing van de douane-unie zouden blijven bestaan , verleggingen van het handelsverkeer en van douane-ontvangsten zouden kunnen veroorzaken ; Overwegende dat deze bepalingen rechtstreeks van invloed zijn op de instelling en de werking van de gemeenschappelijke markt ; Overwegende dat het verbruik , het gebruik , en de behandeling van goederen op het gehele grondgebied van de Gemeenschap dienen te geschieden onder dezelfde economische voorwaarden , HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD : Artikel 1 1 . Deze richtlijn stelt de regels vast , die dienen te worden opgenomen in de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de Lid-Staten inzake het stelsel van vrije zones . 2 . Onder vrije zone wordt verstaan _ welke ook de benaming moge zijn die in de Lid-Staten wordt gebezigd _ iedere territoriale enclave ingesteld door de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten , hierna te noemen " bevoegde autoriteiten " , om de zich aldaar bevindende goederen te kunnen aanmerken als zich niet op het douanegebied van de Gemeenschap bevindende voor de toepassing van douanerechten , landbouwheffingen , kwantitatieve beperkingen en heffingen of maatregelen van gelijke werking . 3 . Deze richtlijn is van toepassing op : a ) de in de bijlage vermelde territoriale enclaves , en b ) de in lid 2 bedoelde territoriale enclaves die na haar kennisgeving zouden worden insgesteld . Artikel 2 1 . Behoudens het bepaalde in lid 2 en lid 3 , worden in de vrije zones goederen van elke soort toegelaten , ongeacht hun hoeveelheid en ongeacht hun land van oorsprong , herkomst of bestemming . 2 . Het bepaalde in lid 1 vormt geen bèletsel : a ) voor de toepassing van verboden of beperkingen , welke gerechtvaardigd zijn uit hoofde van bescherming van de openbare zedelijkheid , de openbare orde , de openbare veiligheid , de gezondheid en het leven van personen , dieren , of planten , het nationaal artistiek , historisch en archeologisch bezit , of uit hoofde van bescherming van de industriële en commerciële eigendom ; b ) voor de bevoegde autoriteiten om , op grond van technische administratieve redenen , bepaalde vrije zones of delen van vrije zones slechts voor bepaalde goederen open te stellen . 3 . Goederen die op het douanegebied van de Gemeenschap onder de regeling " actieve veredeling " zijn gebracht , evenals produkten verkregen met toepassing van de regeling , kunnen slechts in de vrije zones worden binnengebracht en verblijven , indien de bevoegde autoriteiten de goederen onder hun toezicht stellen ten einde de nakoming van de ter uitvoering van die regeling aangegane verbintenissen te verzekeren . Artikel 3 De in de vrije zones binnengebrachte goederen moeten er onder de door de bevoegde autoriteiten vastgestelde voorwaarden : a ) kunnen worden geladen , gelost , overgeladen of opgeslagen ; b ) de gebruikelijke behandelingen bedoeld in artikel 9 , lid 1 , van de richtlijn van de Raad van 4 maart 1969 inzake de harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen met betrekking tot het stelsel van douane-entrepots kunnen ondergaan ( 1 ) ; c ) kunnen worden vernietigd . Artikel 4 1 . Wanneer zij niet voldoen aan de voorwaarden van de artikelen 9 en 10 van het Verdrag , mogen de in een vrije zone binnengebrachte goederen aldaar niet worden verbruikt of gebruikt onder andere voorwaarden dan die welke gelden voor de overige delen van het grondgebied van de Lid-Staat waar de betreffende zone gelegen is . 2 . De in lid 1 bedoelde goederen mogen in de vrije zones andere behandelingen dan de in artikel 3 , sub b ) , bedoelde gebruikelijke behandelingen slechts ondergaan onder de voorwaarden en volgens de voorschriften die voor actieve veredeling gelden . De Lid-Staten kunnen echter , voor zover zulks noodzakelijk is voor de werking van en het douanetoezicht op de vrije zones , de desbetreffende controlemaatregelen aanpassen . ( 1 ) Zie blz . 7 van dit Publikatieblad . 3 . In afwijking van het bepaalde in lid 2 , eerste alinea , gelden voor de veredelingshandelingen welke op het grondgebied van de Oude Vrijhaven Hamburg worden verricht , geen voorwaarden van economische aard . Indien evenwel in een bepaalde economische sector de mededingingsvoorwaarden in de Gemeenschap ongunstig worden beinvloed door deze afwijking , besluit de Raad overeenkomstig de procedure van artikel 100 van het Verdrag dat de voorwaarden van economische aard die op communautair vlak worden toegepast met betrekking tot actieve veredeling ook zullen worden toegepast op de dienovereenkomstige op het grondgebied van de Oude Vrijhaven Hamburg gevestigde economische sector . Artikel 5 1 . Behoudens andersluidende nationale bepalingen mogen de in de vrije zones binnengebrachte goederen aldaar andere behandelingen dan de in artikel 3 , sub b ) , bedoelde gebruikelijke behandelingen ondergaan , mits zij voldoen aan de voorwaarden van de artikelen 9 en 10 van het Verdrag . 2 . Wanneer de in lid 1 bedoelde goederen bestemd zijn om , na andere behandelingen dan de in artikel 3 , sub b ) , bedoelde gebruikelijke behandelingen te hebben ondergaan , binnen de Gemeenschap in het vrije verkeer te worden gebracht , mogen deze behandelingen slechts plaatsvinden nadat deze goederen door de bevoegde autoriteiten onder hun toezicht zijn gesteld en onder de door hen vastgestelde voorwaarden . Artikel 6 De duur van het verblijf van de goederen in de vrije zones is niet beperkt . Wanneer zulks gerechtvaardigd blijkt , met name om redenen die met de aard van de goederen verband houden , kunnen de bevoegde autoriteiten deze duur evenwel beperken en de nodige maatregelen nemen om het toezicht op de beperking te verzekeren . Artikel 7 De in de vrije zones binnengebrachte goederen moeten kunnen worden overgedragen onder de voorwaarden en op de wijze voorgeschreven door de nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen . Artikel 8 1 . Wanneer de in de vrije zones binnengebrachte goederen in het vrije verkeer worden gebracht , worden de bij invoer verschuldigde douanerechten , heffingen van gelijke werking en landbouwheffingen geheven naar de percentages of bedragen die gelden op de datum waarop de goederen in het vrije verkeer worden gebracht , zulks naar de soort , en op de grondslag van de douanewaarde en de hoeveelheid welke op die datum door de douane als juist erkend of aanvaard zijn . De kosten die een koper draagt voor opslag van de goederen en hun bewaring in goede staat tijdens hun verblijf in vrije zones , moeten evenwel niet in de douanewaarde worden begrepen , wanneer de door hem betaalde of te betalen prijs basis voor de waardebepaling is . 2 . In afwijking van het bepaalde in lid 1 mogen goederen , die in de vrije zones andere behandelingen hebben ondergaan dan de in artikel 3 , sub b ) , bedoelde gebruikelijke behandelingen , slechts in het vrije verkeer worden gebracht onder de voorwaarden en volgens de voorschriften die voor actieve veredeling gelden . Die Lid-Staten kunnen evenwel bepalingen vaststellen krachtens welke veredelingsprodukten worden belast naar hun soort en op de grondslag van hun douanewaarde en hun hoeveelheid welke als juist zijn erkend of zijn aanvaard op de datum waarop de produkten in het vrije verkeer worden gebracht en onder voorbehoud dat het bedrag van de bij deze gelegenheid geheven douanerechten , heffingen van gelijke werking en landbouwheffingen ten minste gelijk is aan het bedrag dat zou zijn geheven krachtens de voorschriften die voor actieve veredeling gelden . Artikel 9 De Lid-Staten treffen de nodige maatregelen om deze richtlijn uiterlijk per 1 oktober 1969 ten uitvoer te leggen . Artikel 10 Elke Lid-Staat stelt de Commissie in kennis van de maatregelen die hij voor de toepassing van deze richtlijn treft . De Commissie geeft deze inlichtingen door aan de overige Lid-Staten . Artikel 11 Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten . Gedaan te Brussel , 4 maart 1969 . Voor de Raad De Voorzitter G . THORN BIJLAGE ( Artikel 1 , lid 3 , sub a ) ) 1 . Bondsrepubliek Duitsland Freihaefen ( Zollgesetz , par . 86 ) 2 . Koninkrijk België Vrije entrepots / Entrepôts francs ( Loi van 4 . 3 . 1846 , artikel 26 ) 3 . Franse Republiek _ Zones franches du pays de Gex et de la Haute-Savoie ( Code des douanes , artikelen 286 tot en met 298 ) _ Zones franches maritimes et fluviales 4 . Italiaanse Republiek Punti franchi , depositi franchi ( Legge doganale van 25 . 9 . 1940 , nr . 1424 , artikel 1 ) 5 . Koninkrijk der Nederlanden Publieke en particuliere entrepots ( Algemene Wet inzake de douane en de accijnzen van 26 . 1 . 1961 , hoofdstuk III )