Help Print this page 

Document 62017CN0136

Title and reference
Zaak C-136/17: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Conseil d’Etat (Frankrijk) op 15 maart 2017 — G. C., A. F., B. H., E. D./Commission nationale de l’informatique et des libertés (CNIL)

OJ C 168, 29.5.2017, p. 24–26 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Languages, formats and link to OJ
BG ES CS DA DE ET EL EN FR GA HR IT LV LT HU MT NL PL PT RO SK SL FI SV
HTML html BG html ES html CS html DA html DE html ET html EL html EN html FR html HR html IT html LV html LT html HU html MT html NL html PL html PT html RO html SK html SL html FI html SV
PDF pdf BG pdf ES pdf CS pdf DA pdf DE pdf ET pdf EL pdf EN pdf FR pdf HR pdf IT pdf LV pdf LT pdf HU pdf MT pdf NL pdf PL pdf PT pdf RO pdf SK pdf SL pdf FI pdf SV
Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal
 To see if this document has been published in an e-OJ with legal value, click on the icon above (For OJs published before 1st July 2013, only the paper version has legal value).
Multilingual display
Authentic language
  • Authentic language: Frans
Dates
  • Date of document: 15/03/2017
  • Date lodged: 15/03/2017
Miscellaneous information
  • Author: Hof van Justitie
  • Form: Gerechtelijke informatie
Procedure
  • Type of procedure: Verzoek om prejudiciële beslissing
Relationship between documents
Text

29.5.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 168/24


Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Conseil d’Etat (Frankrijk) op 15 maart 2017 — G. C., A. F., B. H., E. D./Commission nationale de l’informatique et des libertés (CNIL)

(Zaak C-136/17)

(2017/C 168/33)

Procestaal: Frans

Verwijzende rechter

Conseil d’Etat

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partijen: G. C., A. F., B. H., E. D.

Verwerende partij: Commission nationale de l’informatique et des libertés (CNIL)

Prejudiciële vragen

1)

Is, gelet op de specifieke verantwoordelijkheden, bevoegdheden en mogelijkheden van de exploitant van een zoekmachine, het verbod voor andere voor de verwerking verantwoordelijken om gegevens te verwerken die onder de leden 1 en 5, van artikel 8, van richtlijn 95/46 (1) vallen, onder voorbehoud van de in deze richtlijn bepaalde uitzonderingen, ook van toepassing op deze exploitant als verantwoordelijke voor de verwerking die bestaat in de activiteit van deze zoekmachine?

2)

Indien de onder 1 gestelde vraag bevestigend wordt beantwoord:

moet het bepaalde in artikel 8, leden 1 en 5, van richtlijn 95/46 aldus worden uitgelegd dat het verbod dat aldus, onder voorbehoud van de in deze richtlijn bepaalde uitzonderingen, geldt voor een exploitant van een zoekmachine om gegevens te verwerken die onder deze bepalingen vallen, hem verplicht de verzoeken tot het verwijderen van koppelingen naar webpagina’s waarop dergelijke gegevens zijn verwerkt, systematisch in te willigen?

hoe moeten in een dergelijk perspectief de in artikel 8, lid 2, onder a) en e), van richtlijn 95/46 bepaalde uitzonderingen worden uitgelegd, wanneer zij van toepassing zijn op de exploitant van een zoekmachine, gelet op zijn specifieke verantwoordelijkheden, bevoegdheden en mogelijkheden? Kan, in het bijzonder, een dergelijke exploitant weigeren een verzoek tot het verwijderen van koppelingen in te willigen, wanneer hij vaststelt dat de koppelingen in kwestie leiden naar content die, hoewel deze gegevens bevat die onder de categorieën van lid 1 van artikel 8 vallen, eveneens onder de werkingssfeer van de uitzonderingen van lid 2 van dat artikel, met name onder a) en e), valt?

moet, op dezelfde wijze, het bepaalde in richtlijn 95/46 aldus worden uitgelegd dat, wanneer de koppelingen waarvan de verwijdering wordt gevraagd leiden naar verwerkingen van persoonsgegevens die uitsluitend voor journalistieke of voor artistieke of literaire doeleinden worden verricht en die daartoe, op grond van artikel 9 van richtlijn 95/46 gegevens mogen verzamelen en verwerken die onder de in artikel 8, leden 1 en 5 van deze richtlijn vermelde categorieën vallen, de exploitant van een zoekmachine om die reden mag weigeren een verzoek tot het verwijderen van koppelingen in te willigen?

3)

Indien de onder 1 gestelde vraag ontkennend wordt beantwoord:

aan welke specifieke vereisten van richtlijn 95/46 moet de exploitant van een zoekmachine, rekening houdend met zijn verantwoordelijkheden, bevoegdheden en mogelijkheden, voldoen?

wanneer hij vaststelt dat de webpagina’s waarnaar de koppelingen leiden waarvan om verwijdering wordt verzocht, gegevens bevatten waarvan de publicatie op die pagina’s onrechtmatig is, moet het bepaalde in richtlijn 95/46 dan aldus worden uitgelegd:

dat op grond daarvan de exploitant van een zoekmachine is verplicht deze koppelingen te verwijderen van de resultatenlijst die wordt weergegeven na een zoekopdracht op de naam van de persoon die om verwijdering verzoekt?

of dat dit alleen inhoudt dat hij deze omstandigheid in aanmerking moet nemen bij de beoordeling van de gegrondheid van het verzoek tot verwijdering van de koppelingen?

of dat deze omstandigheid geen invloed heeft op de beoordeling die hij moet uitvoeren?

Hoe moet daarnaast, als deze omstandigheid wel ter zake doet, de rechtmatigheid worden beoordeeld van de publicatie van de litigieuze gegevens op webpagina’s, die afkomstig zijn uit verwerkingen die niet vallen onder de territoriale werkingssfeer van richtlijn 95/46, en bijgevolg evenmin onder die van de nationale wetgevingen die deze ten uitvoer leggen?

4)

Ongeacht het antwoord op de onder 1 gestelde vraag:

moet het bepaalde in richtlijn 95/46, onafhankelijk van de rechtmatigheid van de publicatie van de persoonsgegevens op de webpagina waarnaar de litigieuze koppeling leidt, aldus worden uitgelegd dat:

wanneer de persoon die om verwijdering verzoekt, bewijst dat deze gegevens niet langer volledig of juist zijn, of niet meer up-to-date zijn, de exploitant van een zoekmachine verplicht is het desbetreffende verzoek tot verwijdering van de koppeling in te willigen?

meer in het bijzonder, wanneer de persoon die om verwijdering verzoekt, aantoont dat, gelet op het verloop van de gerechtelijke procedure, de informatie met betrekking tot een voorgaande fase van de procedure zijn actuele situatie niet meer weerspiegelt, de exploitant van een zoekmachine de koppelingen naar webpagina’s die dergelijke gegevens bevatten, moet verwijderen?

moet het bepaalde in artikel 8, lid 5 van richtlijn 95/46 aldus worden uitgelegd dat informatie die betrekking heeft op de verdere vervolging van een persoon of op de inhoud van een proces en de veroordeling die eruit voortvloeit, gegevens betreft inzake overtredingen en strafrechtelijke veroordelingen? Valt, in het algemeen, een webpagina, wanneer zij gegevens bevat die gewag maken van veroordelingen of gerechtelijke procedures waarvan een natuurlijke persoon het voorwerp is geweest, onder de werkingssfeer van deze bepalingen?


(1)  Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281, blz. 31).


Top