Help Print this page 

Document 32017R0625

Title and reference
Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles)Voor de EER relevante tekst.
  • In force
OJ L 95, 7.4.2017, p. 1–142 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2017/625/oj
Languages, formats and link to OJ
BG ES CS DA DE ET EL EN FR GA HR IT LV LT HU MT NL PL PT RO SK SL FI SV
HTML html BG html ES html CS html DA html DE html ET html EL html EN html FR html GA html HR html IT html LV html LT html HU html MT html NL html PL html PT html RO html SK html SL html FI html SV
PDF pdf BG pdf ES pdf CS pdf DA pdf DE pdf ET pdf EL pdf EN pdf FR pdf GA pdf HR pdf IT pdf LV pdf LT pdf HU pdf MT pdf NL pdf PL pdf PT pdf RO pdf SK pdf SL pdf FI pdf SV
Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal
 To see if this document has been published in an e-OJ with legal value, click on the icon above (For OJs published before 1st July 2013, only the paper version has legal value).
Multilingual display
Dates
  • Date of document: 15/03/2017; datum van ondertekening
  • Date of effect: 27/04/2017; in werking datum publicatie +20 zie art 167.1
  • Date of effect: 28/04/2017; Toepassing Gedeeltelijke toepassing zie art 167.4
  • Date of effect: 29/04/2018; Toepassing Gedeeltelijke toepassing zie art 167.3
  • Date of effect: 14/12/2019; Toepassing zie art 167.1
  • Date of effect: 29/04/2022; Toepassing Gedeeltelijke toepassing zie art 167.2
  • Deadline: 28/04/2017; zie art 166
  • Deadline: 14/12/2018; ten laatste zie art 165.4
  • Deadline: 31/08/2020; zie art 113.1
  • Deadline: 31/01/2021; zie art 114.1
  • Deadline: 14/12/2022; zie art 149.1 en 150.2
  • Date of end of validity: 31/12/9999
Miscellaneous information
  • Author: Europees Parlement, Raad van de Europese Unie
  • Form: Verordening
  • Additional information: relevant voor de EER
Relationship between documents
Text

7.4.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 95/1


VERORDENING (EU) 2017/625 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 15 maart 2017

betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles)

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 2, artikel 114 en artikel 168, lid 4, onder b),

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Gezien het advies van het Comité van de Regio's (2),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) eist dat bij de bepaling en de uitvoering van het beleid en het optreden van de Unie een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van mens en dier en van het milieu wordt verzekerd. Die doelstelling moet onder meer worden nagestreefd door middel van maatregelen op veterinair en fytosanitair gebied met de bescherming van de menselijke gezondheid als einddoel.

(2)

Het VWEU bepaalt ook dat de Unie moet bijdragen aan de verwezenlijking van een hoog niveau van consumentenbescherming door middel van maatregelen die zij in het kader van de totstandbrenging van de interne markt neemt.

(3)

De Uniewetgeving voorziet in een reeks geharmoniseerde voorschriften om ervoor te zorgen dat levensmiddelen en diervoeders veilig en heilzaam zijn, en dat activiteiten die van invloed kunnen zijn op de veiligheid van de agro-voedselketen of de bescherming van consumentenbelangen met betrekking tot levensmiddelen en informatie over levensmiddelen worden uitgevoerd overeenkomstig specifieke voorschriften. Er zijn ook Unievoorschriften om te zorgen voor een hoog niveau van gezondheid van mensen, dieren en planten alsmede van dierenwelzijn in de agro-voedselketen en op alle activiteitengebieden waar een van de hoofddoelen bestaat in de bestrijding van de eventuele verspreiding van dierziekten, die in sommige gevallen op mensen overdraagbaar zijn, of van schadelijke organismen bij planten of plantaardige producten, en om te zorgen voor de bescherming van het milieu tegen risico's die kunnen ontstaan door het gebruik van genetisch gemodificeerde organismen (ggo's) of gewasbeschermingsmiddelen. De correcte toepassing van die voorschriften, die hierna gezamenlijk worden aangeduid met de term „agro-voedselketenwetgeving van de Unie”, draagt bij aan de werking van de interne markt.

(4)

De basisvoorschriften van de Unie met betrekking tot de levensmiddelen- en diervoederwetgeving zijn vastgelegd in Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad (4). Naast deze basisvoorschriften is er ook meer specifieke levensmiddelen- en diervoederwetgeving die verschillende terreinen bestrijkt, zoals diervoeding, ook met medicinale werking, levensmiddelen- en diervoederhygiëne, zoönosen, dierlijke bijproducten, residuen van diergeneesmiddelen, verontreinigende stoffen, bestrijding en uitroeiing van dierziekten die van invloed kunnen zijn op de menselijke gezondheid, etikettering van levensmiddelen en diervoeders, gewasbeschermingsmiddelen, levensmiddelen- en diervoederadditieven, vitaminen, minerale zouten, sporenelementen en andere additieven, materialen die met levensmiddelen in contact komen, eisen betreffende kwaliteit en samenstelling, drinkwater, ionisering, nieuwe levensmiddelen en ggo's.

(5)

De Uniewetgeving inzake diergezondheid heeft tot doel een hoog niveau van gezondheid van mens en dier in de Unie en de rationele ontwikkeling van de sectoren landbouw en aquacultuur te waarborgen en de productiviteit te verhogen. Die wetgeving is noodzakelijk om bij te dragen aan de totstandbrenging van de interne markt voor dieren en dierlijke producten en om de verspreiding van besmettelijke ziekten die voor de Unie zorgwekkend zijn, te voorkomen. Zij betreft gebieden zoals het handelsverkeer binnen de Unie, de binnenkomst in de Unie, de uitroeiing van ziekten, veterinaire controles en kennisgeving van ziekten, en draagt ook bij tot de veiligheid van levensmiddelen en diervoeders.

(6)

Overdraagbare dierziekten, onder meer veroorzaakt door micro-organismen die resistent zijn geworden tegen antimicrobiële stoffen, kunnen significante gevolgen hebben voor de volksgezondheid, voedsel- en diervoederveiligheid en diergezondheid en dierenwelzijn. Om in de Unie een hoog niveau van diergezondheid en volksgezondheid te waarborgen, zijn op Unieniveau regels vastgesteld betreffende maatregelen inzake diergezondheid en voedsel- en diervoederveiligheid. Naleving van die regels, met inbegrip van die welke beogen het probleem van antimicrobiële resistentie aan te pakken, moet worden onderworpen aan de in deze verordening bedoelde officiële controles. Daarnaast voorziet de Uniewetgeving in regels betreffende het in de handel brengen en gebruik van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik; die dragen ertoe bij dat de Unie coherent optreedt bij het handhaven van het voorzichtige gebruik van antimicrobiële stoffen op het niveau van de landbouwbedrijven en bij het zo veel mogelijk terugdringen van de ontwikkeling van antimicrobiële resistentie bij dieren en van de overdracht daarvan door middel van levensmiddelen van dierlijke oorsprong. In acties nummers 2 en 3, als aanbevolen in de mededeling van 15 november 2011 van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad met als titel „Actieplan tegen het toenemende gevaar van antimicrobiële resistentie”, wordt de essentiële rol beklemtoond van de specifieke regels van de Unie op het gebied van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik. Naleving van die specifieke regels moet worden onderworpen aan de controles waarin die Uniewetgeving voorziet, en valt bijgevolg niet binnen de werkingssfeer van deze verordening.

(7)

Artikel 13 VWEU erkent dat dieren wezens met gevoel zijn. De Uniewetgeving betreffende dierenwelzijn verplicht de eigenaars en de houders van dieren en de bevoegde autoriteiten zich te houden aan de voorschriften inzake dierenwelzijn die een humane behandeling waarborgen en onnodige pijn en onnodig lijden voorkomen. Die voorschriften zijn gebaseerd op wetenschappelijk bewijsmateriaal en kunnen de kwaliteit en de veiligheid van levensmiddelen van dierlijke oorsprong verbeteren.

(8)

De Uniewetgeving betreffende plantgezondheid regelt de insleep, vestiging en verspreiding van schadelijke organismen bij planten die in de Unie niet bestaan of niet algemeen voorkomen. Zij heeft tot doel de gezondheid van gewassen in de Unie en van openbare en particuliere groene ruimten en bossen te beschermen en tegelijkertijd de biodiversiteit en het milieu in de Unie te vrijwaren en de kwaliteit van planten en pla ntaardige producten en de veiligheid van uit planten vervaardigde levensmiddelen en diervoeders te waarborgen.

(9)

De Uniewetgeving betreffende gewasbeschermingsmiddelen regelt de toestemming, het in de handel brengen, het gebruik en de controle van gewasbeschermingsmiddelen en van werkzame stoffen, beschermstoffen, synergisten, formuleringshulpstoffen en toevoegingsstoffen die zij kunnen bevatten of waaruit zij kunnen bestaan. Die regels hebben tot doel een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van mens en dier en van het milieu te verzekeren middels de evaluatie van de risico's die gewasbeschermingsmiddelen kunnen meebrengen, en tegelijk het functioneren van de Uniemarkt te verbeteren door de voorschriften voor het in de handel brengen te harmoniseren en de landbouwproductie te verbeteren.

(10)

Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad (5) en Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (6) voorzien in de voorafgaande toestemming, de traceerbaarheid en de etikettering van ggo's en genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders. Niet rechtstreeks voor consumptie bestemde ggo's, zoals zaden die als bronmateriaal voor de productie van levensmiddelen en diervoeders worden gebruikt, kunnen worden toegelaten op grond van Richtlijn 2001/18/EG of op grond van Verordening (EG) nr. 1829/2003. Ongeacht de rechtsgrondslag waarop de toestemming voor de ggo's zou kunnen worden verleend, moeten dezelfde voorschriften inzake officiële controles worden toegepast.

(11)

De Uniewetgeving betreffende biologische productie en de etikettering van biologische producten voorziet in een basis voor de duurzame ontwikkeling van biologische productie en heeft tot doel bij te dragen tot de bescherming van natuurlijke hulpbronnen, biodiversiteit en dierenwelzijn, en tot de ontwikkeling van plattelandsgebieden.

(12)

De Uniewetgeving betreffende kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen identificeert producten en levensmiddelen die volgens precieze specificaties zijn geteeld en geproduceerd, waarbij de diversiteit van de landbouwproductie wordt aangemoedigd, productnamen worden beschermd en de consumenten worden voorgelicht over het specifieke karakter van landbouwproducten en levensmiddelen.

(13)

De agro-voedselketenwetgeving van de Unie is gebaseerd op het beginsel dat de exploitanten in alle onder hun controle staande stadia van productie, verwerking en distributie verantwoordelijk zijn om ervoor te zorgen dat de voor hun activiteiten relevante voorschriften van de agro-voedselketenwetgeving van de Unie worden nageleefd.

(14)

De Unieregels betreffende handelsnormen voor visserij- en aquacultuurproducten garanderen duurzame producten en zorgen ervoor dat het volledige potentieel van de interne markt wordt benut; zij faciliteren handelsgerelateerde activiteiten op basis van eerlijke concurrentie en dragen op die manier bij tot het verbeteren van de winstgevendheid van de productie. Deze regels zorgen ervoor dat zowel ingevoerde producten als producten van oorsprong uit de Unie aan dezelfde voorschriften moeten voldoen. De Unieregels betreffende handelsnormen voor landbouwproducten helpen de economische voorwaarden voor de productie en afzet van deze producten en de kwaliteit van die producten te verbeteren.

(15)

De verantwoordelijkheid om de agro-voedselketenwetgeving van de Unie te handhaven berust bij de lidstaten, waarvan de bevoegde autoriteiten door de organisatie van officiële controles de effectieve naleving en handhaving van de desbetreffende voorschriften van de Unie monitoren en verifiëren.

(16)

Bij Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad (7) is één enkel wetgevingskader voor de organisatie van officiële controles vastgesteld. Dat kader heeft gezorgd voor een aanzienlijke verbetering van de efficiëntie van officiële controles, van de handhaving van de agro-voedselketenwetgeving van de Unie, van het niveau van bescherming tegen risico's voor de gezondheid van mensen, dieren en planten en voor het dierenwelzijn in de Unie, alsook van het niveau van milieubescherming tegen risico's die kunnen ontstaan door het gebruik van ggo's en gewasbeschermingsmiddelen. Het vormde tevens een geconsolideerd rechtskader voor de ondersteuning van een geïntegreerde aanpak ten aanzien van de uitvoering van officiële controles in de agro-voedselketen.

(17)

Er zijn een aantal bepalingen in de agro-voedselketenwetgeving van de Unie waarvan de handhaving niet, of slechts gedeeltelijk, bij Verordening (EG) nr. 882/2004 is geregeld. Met name werden specifieke officiële controles in stand gehouden in Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad (8). Plantgezondheid valt ook grotendeels buiten de werkingssfeer van Verordening (EG) nr. 882/2004 daar bepaalde voorschriften inzake officiële controles zijn vastgesteld bij Richtlijn 2000/29/EG van de Raad (9).

(18)

Richtlijn 96/23/EG van de Raad (10) voorziet ook in een zeer gedetailleerde reeks voorschriften tot vaststelling van onder meer de minimumfrequentie van officiële controles en de bij niet-naleving te nemen specifieke handhavingsmaatregelen.

(19)

Om het algehele wetgevingskader te rationaliseren en te vereenvoudigen en tegelijkertijd te streven naar betere regelgeving, moeten de voorschriften die gelden voor officiële controles op specifieke gebieden worden geïntegreerd in één enkel wetgevingskader voor officiële controles. Daartoe moeten Verordening (EG) nr. 882/2004 en andere Uniehandelingen die momenteel gelden voor officiële controles op specifieke gebieden, worden ingetrokken en door deze verordening worden vervangen.

(20)

Deze verordening beoogt de totstandbrenging van een geharmoniseerd Uniekader voor de organisatie van officiële controles, en andere officiële activiteiten dan officiële controles, in de hele agro-voedselketen, rekening houdend met de voorschriften inzake officiële controles van Verordening (EG) nr. 882/2004 en van de desbetreffende sectorale wetgeving, en met de ervaring die bij de toepassing van die voorschriften is opgedaan.

(21)

De in Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad (11) neergelegde voorschriften voor het duurzame gebruik van gewasbeschermingsmiddelen omvatten in artikel 8 bepalingen die betrekking hebben op inspecties van apparatuur voor de toepassing van pesticiden; die bepalingen blijven van toepassing terwijl de regels inzake officiële controles van deze verordening niet van toepassing zijn op dergelijke inspectieactiviteiten.

(22)

Voor de verificatie van de naleving van de voorschriften betreffende de gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten (akkerbouwgewassen, wijn, olijfolie, groenten en fruit, hopplanten, melk en zuivelproducten, rund- en kalfsvlees, schapenvlees, geitenvlees en honing) bestaat reeds een goed functionerend specifiek controlesysteem. Daarom mag deze verordening niet gelden voor de verificatie van de naleving van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad (12) betreffende de gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten, behoudens wanneer uit controles uitgevoerd in verband met de handelsnormen die voortvloeien uit Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad (13) blijkt dat er mogelijk sprake is van frauduleuze of bedrieglijke praktijken.

(23)

Bepaalde definities die momenteel zijn uiteengezet in Verordening (EG) nr. 882/2004, moeten worden aangepast teneinde rekening te houden met het bredere toepassingsgebied van deze verordening, hen in overeenstemming te brengen met de definities in andere Uniehandelingen, en terminologie die in verschillende sectoren uiteenlopende betekenissen heeft, te verduidelijken of waar nodig te vervangen.

(24)

Indien de agro-voedselketenwetgeving van de Unie voorschrijft dat de bevoegde autoriteiten nagaan of exploitanten de desbetreffende Unieregels naleven, alsook of dieren of goederen voldoen aan bepaalde voorschriften voor de afgifte van een officieel certificaat of een officiële verklaring, moet deze nalevingstoetsing als een officiële controle worden beschouwd.

(25)

Daarnaast vertrouwt de agro-voedselketenwetgeving van de Unie aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten gespecialiseerde taken toe die moeten worden uitgevoerd ter bescherming van de diergezondheid, de plantgezondheid en het dierenwelzijn en ter bescherming van het milieu met betrekking tot ggo's en gewasbeschermingsmiddelen. Die taken zijn de activiteiten van algemeen belang die de bevoegde autoriteiten van de lidstaten moeten uitvoeren om gevaar dat kan ontstaan voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor het dierenwelzijn of voor het milieu, op te heffen, te beheersen of te beperken. Die andere officiële activiteiten, waaronder het verlenen van vergunningen of erkenningen, epidemiologische bewaking en monitoring, de uitroeiing en beheersing van ziekten of schadelijke organismen, alsmede de afgifte van officiële certificaten of officiële verklaringen, vallen onder dezelfde sectorale voorschriften die door middel van officiële controles worden gehandhaafd en daarom onder deze verordening vallen.

(26)

De lidstaten dienen op al de gebieden die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen, bevoegde autoriteiten aan te wijzen. Daar de lidstaten het best in staat zijn om na te gaan en te beslissen welke bevoegde autoriteit of autoriteiten voor elk gebied of deelgebied moet/moeten worden aangewezen, moeten zij ook worden verplicht één instantie aan te wijzen die op elk gebied of deelgebied zorgt voor adequaat gecoördineerde communicatie met bevoegde autoriteiten van andere lidstaten en met de Commissie.

(27)

Voor de uitvoering van officiële controles die tot doel hebben de correcte toepassing van de agro-voedselketenwetgeving van de Unie te verifiëren, en van de andere officiële activiteiten die bij de agro-voedselketenwetgeving van de Unie aan autoriteiten van de lidstaten zijn toevertrouwd, moeten de lidstaten bevoegde autoriteiten aanwijzen die handelen in het algemeen belang, over toereikende middelen en apparatuur beschikken, en waarborgen van onpartijdigheid en professionalisme bieden. De bevoegde autoriteiten moeten de kwaliteit, consistentie en effectiviteit van officiële controles waarborgen.

(28)

De correcte toepassing en handhaving van de voorschriften die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen, vereisen een adequate kennis van zowel die voorschriften als de voorschriften van deze verordening. Daarom is het belangrijk dat de personeelsleden die officiële controles en andere officiële activiteiten uitvoeren, regelmatig opleiding krijgen over de toepasselijke wetgeving, naargelang hun bevoegdheidsgebied, alsook over de uit deze verordening voortvloeiende verplichtingen.

(29)

De bevoegde autoriteiten dienen interne audits uit te voeren of in hun naam audits te laten uitvoeren om naleving van deze verordening te waarborgen. Die audits dienen op transparante wijze te worden uitgevoerd en aan een onafhankelijke toetsing te worden onderworpen.

(30)

Onder voorbehoud van het nationale recht moeten exploitanten het recht hebben beroep in te stellen tegen door de bevoegde autoriteiten genomen beslissingen. De bevoegde autoriteiten moeten de exploitanten van dat recht in kennis stellen.

(31)

De bevoegde autoriteiten moeten ervoor zorgen dat de personeelsleden die verantwoordelijk zijn voor officiële controles, geen informatie openbaar maken die zij tijdens de uitvoering van die controles hebben verkregen wanneer die informatie onder het beroepsgeheim valt. Tenzij er sprake is van een hoger belang dat openbaarmaking rechtvaardigt, moet informatie die het doel van inspecties, onderzoeken of audits, de bescherming van commerciële belangen of de bescherming van gerechtelijke procedures en juridisch advies zou ondermijnen, ook onder het beroepsgeheim vallen. Het beroepsgeheim mag de bevoegde autoriteiten echter niet beletten feitelijke informatie over de uitkomst van officiële controles betreffende individuele exploitanten bekend te maken als de betrokken exploitant in de gelegenheid is gesteld om vóór de openbaarmaking daarover opmerkingen te maken, en die opmerkingen in aanmerking zijn genomen of samen met de door de bevoegde autoriteiten bekendgemaakte informatie worden openbaar gemaakt. De noodzaak om het beroepsgeheim in acht te nemen, doet ook geen afbreuk aan de verplichting voor de bevoegde autoriteiten om, overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EG) nr. 178/2002, het grote publiek te informeren als er redelijke gronden zijn om te vermoeden dat een levensmiddel of een diervoeder een risico voor de gezondheid kan inhouden, noch aan het recht van personen op de bescherming van hun persoonsgegevens waarin is voorzien bij Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (14). Deze regels dienen voorts situaties onverlet te laten waarin openbaarmaking verplicht is uit hoofde van Unie- of nationale wetgeving.

(32)

De bevoegde autoriteiten moeten regelmatig, op basis van het risico en met een passende frequentie, officiële controles uitvoeren in alle sectoren en ten aanzien van alle exploitanten, activiteiten, dieren en goederen die onder de agro-voedselketenwetgeving van de Unie vallen. De frequentie van officiële controles moet door de bevoegde autoriteiten worden vastgesteld rekening houdend met de noodzaak om de controle-inspanning aan te passen aan het risico en aan de mate van naleving die in de verschillende situaties wordt verwacht, met inbegrip van mogelijke inbreuken op de agro-voedselketenwetgeving van de Unie door frauduleuze of bedrieglijke praktijken. Wanneer de controle-inspanningen worden bijgesteld, moet bijgevolg rekening worden gehouden met de waarschijnlijkheid van non-conformiteit met alle gebieden van de agro-voedselketenwetgeving van de Unie die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen. In sommige gevallen echter bepaalt de agro-voedselketenwetgeving van de Unie dat, ongeacht het niveau van het risico of de waarschijnlijkheid van niet-naleving, officiële controles moeten worden uitgevoerd met het oog op de afgifte van een officieel certificaat dat of een officiële verklaring die is vereist voor het in de handel brengen of voor het vervoer van dieren of goederen. In dergelijke gevallen wordt de frequentie van de officiële controles bepaald door de eisen in verband met het certificaat of de verklaring.

(33)

Om de effectiviteit van officiële controles bij de verificatie van de naleving niet in het gedrang te brengen, mogen controles niet worden aangekondigd, tenzij een dergelijke voorafgaande kennisgeving absoluut noodzakelijk is om de controles te kunnen uitvoeren (bijvoorbeeld in het geval van officiële controles in een slachthuis tijdens het slachten, waarvoor de permanente of regelmatige aanwezigheid van personeelsleden of vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteiten in de gebouwen van de exploitant is vereist) of de aard van de officiële controleactiviteiten dat vereist (zoals met name het geval is bij auditactiviteiten).

(34)

Officiële controles moeten grondig en effectief zijn en moeten ervoor zorgen dat de Uniewetgeving correct wordt toegepast. Aangezien officiële controles voor exploitanten een last kunnen vormen, moeten de bevoegde autoriteiten bij de organisatie en de uitvoering van officiële controleactiviteiten rekening houden met hun belangen en deze last beperken tot wat noodzakelijk is voor de uitvoering van efficiënte en effectieve officiële controles.

(35)

Officiële controles moeten worden verricht door personeelsleden die onafhankelijk, en dus vrij van elk belangenconflict, zijn en die zich met name niet in een situatie bevinden die direct of indirect hun vermogen om hun professionele taken op onpartijdige wijze uit te voeren, kan beïnvloeden. Daarnaast moeten passende regelingen zijn getroffen om de onpartijdigheid te garanderen in gevallen waarin officiële controles worden uitgevoerd op dieren, goederen, locaties of activiteiten van een overheidsinstantie of -orgaan.

(36)

Officiële controles moeten door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat met dezelfde zorgvuldigheid worden uitgevoerd, ongeacht of de te handhaven voorschriften van toepassing zijn op activiteiten die alleen op het grondgebied van die lidstaat relevant zijn, of op activiteiten die van invloed zullen zijn op de naleving van de Uniewetgeving betreffende dieren en goederen die moeten worden vervoerd naar of in de handel gebracht in een andere lidstaat of uit de Unie moeten worden uitgevoerd. In het geval van uitvoer uit de Unie kunnen de bevoegde autoriteiten overeenkomstig de Uniewetgeving ook worden verplicht te verifiëren of dieren en goederen voldoen aan voorschriften die door het derde land van bestemming van die dieren en goederen zijn vastgesteld. Wat het opstellen van modelcertificaten voor uitvoer betreft, mogen de bij deze verordening vastgestelde desbetreffende uitvoeringsbevoegdheden voorts alleen van toepassing zijn indien het Unierecht en met name bilaterale overeenkomsten tussen de Unie en een derde land of een associatie van derde landen in bedoelde certificering voorziet.

(37)

Onverminderd de traceerbaarheidsvoorschriften van sectorale wetgeving en voor zover dat strikt noodzakelijk is voor het organiseren van officiële controles, moeten de bevoegde autoriteiten van een lidstaat van exploitanten uitzonderlijk kunnen verlangen dat zij de aankomst van dieren en goederen uit een andere lidstaat melden.

(38)

Om ervoor te zorgen dat de agro-voedselketenwetgeving van de Unie correct wordt gehandhaafd, moeten de bevoegde autoriteiten de bevoegdheid hebben om officiële controles uit te voeren in alle stadia van productie, verwerking en distributie van dieren en goederen waarop die wetgeving betrekking heeft. Om ervoor te zorgen dat officiële controles grondig en effectief worden uitgevoerd, moeten de bevoegde autoriteiten ook de bevoegdheid hebben om officiële controles uit te voeren in alle stadia van productie en distributie van goederen, stoffen, materialen of voorwerpen die niet onder de agro-voedselketenwetgeving van de Unie vallen, voor zover dat nodig is om eventuele schendingen van die wetgeving volledig te onderzoeken en de oorzaak van dergelijke schendingen te bepalen. Teneinde deze officiële controles op efficiënte wijze uit te voeren, dienen de bevoegde autoriteiten een lijst of register van te controleren exploitanten op te stellen en bij te houden.

(39)

De bevoegde autoriteiten handelen in het belang van exploitanten en van het grote publiek, waarbij zij ervoor zorgen dat het hoge niveau van bescherming dat bij de agro-voedselketenwetgeving van de Unie is vastgesteld, door middel van passende handhavingsmaatregelen consistent in stand wordt gehouden en beschermd, en dat naleving van die wetgeving door middel van officiële controles in de hele agro-voedselketen wordt geverifieerd. De bevoegde autoriteiten, evenals de gemachtigde instanties waaraan of natuurlijke personen aan wie bepaalde taken zijn gedelegeerd, moeten daarom door de exploitanten en door het grote publiek ter verantwoording kunnen worden geroepen in verband met de efficiëntie en effectiviteit van de door hen uitgevoerde officiële controles. Zij moeten toegang verlenen tot informatie over de organisatie en de uitvoering van officiële controles en andere officiële activiteiten, en regelmatig informatie over officiële controles en de resultaten ervan publiceren. De bevoegde autoriteiten moeten ook, onder bepaalde voorwaarden, het recht hebben om informatie over de classificatie van individuele exploitanten op basis van de uitkomst van officiële controles te publiceren of beschikbaar te stellen. Het gebruik van classificatiesystemen door lidstaten moet worden toegestaan en aangemoedigd om de transparantie in de agro-voedselketen te vergroten, mits die systemen passende waarborgen inzake billijkheid, samenhang, transparantie en objectiviteit bieden. De bevoegde autoriteiten dienen over de nodige regelingen te beschikken om ervoor te zorgen dat de classificatie een correcte weerspiegeling biedt van het reëel geboden nalevingsniveau; bevoegde autoriteiten moeten met name worden aangemoedigd om ervoor te zorgen dat de classificatie wordt gebaseerd op de resultaten van meerdere officiële controles of dat, indien zij slechts op de uitkomst van één officiële controle is gebaseerd waarvan de bevindingen ongunstig waren, er binnen een redelijke termijn nieuwe officiële controles worden uitgevoerd. Transparantie van de classificatiecriteria is met name noodzakelijk om beste praktijken te kunnen vergelijken en op termijn de ontwikkeling van een samenhangende aanpak op het niveau van de Unie te overwegen.

(40)

Het is belangrijk dat de bevoegde autoriteiten, evenals de gemachtigde instanties waaraan of natuurlijke personen aan wie bepaalde taken zijn gedelegeerd, de effectiviteit en de consistentie van de door hen uitgevoerde officiële controles waarborgen en verifiëren. Daartoe moeten zij handelen op basis van schriftelijke gedocumenteerde procedures en moeten zij informatie en instructies verstrekken aan de personeelsleden die officiële controles uitvoeren. Zij moeten ook adequate, gedocumenteerde procedures en mechanismen toepassen om permanent te verifiëren of hun eigen optreden effectief en consistent is, en om corrigerende maatregelen te nemen wanneer tekortkomingen worden geconstateerd.

(41)

Om de identificatie van gevallen van niet-naleving te vergemakkelijken en om het nemen van corrigerende maatregelen door de betrokken exploitant te stroomlijnen, moet het resultaat van officiële controles schriftelijk worden vastgelegd, en dient een exemplaar van die schriftelijke gegevens desgevraagd aan de exploitant te worden gegeven. Indien voor officiële controles de permanente of regelmatige aanwezigheid van de personeelsleden van de bevoegde autoriteiten vereist is om de activiteiten van de exploitant te monitoren, zouden schriftelijke gegevens van elke afzonderlijke inspectie of elk afzonderlijk bezoek aan de exploitant onevenredig zijn. In dergelijke gevallen moet voor schriftelijke gegevens worden gezorgd met een zodanige frequentie dat de bevoegde autoriteiten en de exploitant regelmatig worden geïnformeerd over de mate van naleving en meteen in kennis worden gesteld van geconstateerde tekortkomingen of gevallen van niet-naleving.

(42)

De exploitanten moeten volledig meewerken met bevoegde autoriteiten, gemachtigde instanties of natuurlijke personen waaraan of aan wie bepaalde taken zijn gedelegeerd, om ervoor te zorgen dat officiële controles vlot verlopen en om de bevoegde autoriteiten in staat te stellen andere officiële activiteiten uit te voeren. Exploitanten die verantwoordelijk zijn voor een zending die de Unie binnenkomt, dienen alle beschikbare informatie met betrekking tot de zending te verstrekken. Elke exploitant dient de bevoegde autoriteiten ten minste de informatie te verstrekken die nodig is om te kunnen vaststellen wie hij is, welke activiteiten hij uitoefent, aan welke exploitanten hij levert en van welke exploitanten hij goederen ontvangt.

(43)

Deze verordening stelt één enkel wetgevingskader vast voor de organisatie van officiële controles om te verifiëren of de agro-voedselketenwetgeving van de Unie worden nageleefd op alle gebieden waarop die wetgeving betrekking heeft. Op sommige van die gebieden voorziet de Uniewetgeving in gedetailleerde voorschriften, die voor de uitvoering van officiële controles op de naleving ervan bijzondere vaardigheden en specifieke middelen vereisen. Om te voorkomen dat uiteenlopende handhavingspraktijken worden toegepast die kunnen leiden tot een ongelijke bescherming van de gezondheid van mensen, dieren en planten, het dierenwelzijn en, wat ggo's en gewasbeschermingsmiddelen betreft, ook van het milieu, en die de werking van de interne markt voor dieren en goederen die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen, alsook de concurrentie kunnen verstoren, moet de Commissie specifieke voorschriften voor officiële controles kunnen vaststellen die de bij deze verordening vastgestelde voorschriften aanvullen, waarmee wordt voorzien in de controlebehoeften op die gebieden. Met die voorschriften moeten met name specifieke voorschriften voor de uitvoering van officiële controles en de minimumfrequentie voor die controles worden vastgesteld, alsook specifieke maatregelen of maatregelen als aanvulling op die waarin deze verordening voorziet, die de bevoegde autoriteiten moeten nemen met betrekking tot gevallen van niet-naleving, specifieke verantwoordelijkheden en taken van de bevoegde autoriteiten als aanvulling op die waarin deze verordening voorziet, en specifieke criteria voor de activering van de mechanismen voor administratieve bijstand waarin deze verordening voorziet. In andere gevallen kunnen dergelijke aanvullende voorschriften noodzakelijk worden om te voorzien in een meer gedetailleerd kader voor de uitvoering van officiële controles voor levensmiddelen en diervoeders, als er nieuwe informatie beschikbaar komt over risico's voor de gezondheid van mens of dier of, wat ggo's en gewasbeschermingsmiddelen betreft, ook voor het milieu, waaruit blijkt dat zonder gemeenschappelijke specificaties voor de uitvoering van officiële controles voor alle lidstaten de controles niet het verwachte niveau van bescherming tegen die risico's, zoals vastgesteld bij de agro-voedselketenwetgeving van de Unie, zouden bieden.

(44)

Om een efficiënte organisatie van de officiële controles uit hoofde van deze verordening mogelijk te maken, moeten de lidstaten zelf kunnen beslissen door welk personeel deze controles het best worden uitgevoerd, op voorwaarde dat in de volledige agro-voedselketen een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van mensen, dieren en planten, en het dierenwelzijn is verzekerd, en dat internationale normen en verplichtingen worden nageleefd. In bepaalde gevallen moet evenwel van de lidstaten worden verlangd dat zij een beroep doen op officiële dierenartsen, officiële plantgezondheidsambtenaren of andere speciaal daarvoor aangewezen personen, indien hun specifieke vaardigheden noodzakelijk zijn om een goede uitkomst van de officiële controles te garanderen. Dat mag niet beletten dat de lidstaten, ook in gevallen waarin deze verordening dit niet voorschrijft, een beroep kunnen doen op officiële dierenartsen, onder meer voor officiële controles van pluimvee en lagomorfen, plantgezondheidsambtenaren of andere speciaal aangewezen personen.

(45)

Met het oog op de ontwikkeling van nieuwe controlemethoden en -technieken voor officiële controles van de vleesproductie, moet de bevoegde autoriteiten worden toegestaan nationale maatregelen te nemen om in tijd en omvang beperkte proefprojecten uit te voeren. Dergelijke maatregelen moeten ervoor zorgen dat de bevoegde autoriteiten nagaan of exploitanten de fundamentele bepalingen die van toepassing zijn op de vleesproductie, volledig in acht nemen, onder meer wat betreft het vereiste dat het vlees veilig is en geschikt voor menselijke consumptie. Teneinde te waarborgen dat de Commissie en de lidstaten het effect van deze nationale maatregelen kunnen evalueren en zich over een maatregel kunnen uitspreken alvorens deze wordt aangenomen, en dat zij bijgevolg de meest aangewezen actie kunnen ondernemen, moeten die maatregelen aan de Commissie worden meegedeeld overeenkomstig en met het oog op de toepassing van artikelen 5 en 6 van Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad (15).

(46)

De bevoegde autoriteiten moeten sommige van hun taken aan andere instanties kunnen delegeren. Er moeten passende voorwaarden worden vastgesteld om te waarborgen dat de onpartijdigheid, kwaliteit en consistentie van officiële controles en andere officiële activiteiten onaangetast blijven. De gemachtigde instantie moet met name worden geaccrediteerd volgens de ISO-norm (International Organisation for Standardisation) voor de uitvoering van inspecties.

(47)

Om de betrouwbaarheid en consistentie van officiële controles en andere officiële activiteiten in de hele Unie te waarborgen, moeten de methoden die voor bemonstering en voor laboratoriumanalyses, -tests en -diagnoses worden gebruikt, aan wetenschappelijke normen beantwoorden, aan de specifieke analyse-, test- en diagnosebehoeften van het betrokken laboratorium voldoen, en deugdelijke en betrouwbare analyse-, test- en diagnoseresultaten bieden. Er moeten duidelijke voorschriften worden vastgesteld voor de keuze van de te gebruiken methode als meerdere methoden beschikbaar zijn uit verschillende bronnen, zoals ISO, de Plantenbeschermingsorganisatie voor Europa en het gebied van de Middellandse Zee (European and Mediterranean Plant Protection Organization — EPPO), het Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten (International Plant Protection Convention — IPPC), de Wereldorganisatie voor diergezondheid (OIE), referentielaboratoria van de Europese Unie en nationale referentielaboratoria, of nationale wetgeving.

(48)

Exploitanten wier dieren of goederen bij officiële controles worden bemonsterd, geanalyseerd, getest of gediagnosticeerd, moeten recht hebben op advies van een tweede deskundige, op eigen kosten. Dat recht moet de exploitant in staat stellen te verzoeken om een beoordeling van de documenten betreffende de initiële bemonstering, analyse, test of diagnose door een andere deskundige, alsook om een tweede analyse, test of diagnose van de bestanddelen van het oorspronkelijke monstermateriaal, tenzij die tweede analyse, test of diagnose technisch onmogelijk of irrelevant is. Dat zou met name het geval zijn als de prevalentie van het gevaar in het dier of goed bijzonder laag is of als de verspreiding ervan bijzonder schaars of onregelmatig is met het oog op de beoordeling van de aanwezigheid van quarantaineorganismen of, in voorkomend geval, de uitvoering van een microbiologische analyse.

(49)

Voor de uitvoering van officiële controles op handelsverkeer dat plaatsvindt via internet of andere middelen op afstand, moeten de bevoegde autoriteiten monsters kunnen verkrijgen door middel van anoniem geplaatste bestellingen (ook bekend als mystery shopping), die vervolgens kunnen worden geanalyseerd of getest of aan een verificatie van de naleving kunnen worden onderworpen. De bevoegde autoriteiten moeten alle maatregelen nemen om de rechten van de exploitanten op het advies van een tweede deskundige te vrijwaren.

(50)

De laboratoria die door de bevoegde autoriteiten zijn aangewezen om analyses, tests en diagnoses te verrichten op monsters die in het kader van officiële controles en andere officiële activiteiten zijn genomen, moeten beschikken over de deskundigheid, de apparatuur, de infrastructuur en het personeel om die taken volgens de hoogste normen uit te voeren. Om te waarborgen dat de resultaten deugdelijk en betrouwbaar zijn, moeten die laboratoria voor het gebruik van deze methoden worden geaccrediteerd volgens norm EN ISO/IEC 17025 betreffende „Algemene eisen voor de competentie van beproevings- en kalibratielaboratoria”. De accreditatie moet worden afgegeven door een nationale accreditatie-instantie die functioneert overeenkomstig Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad (16).

(51)

Hoewel accreditatie het geprefereerde instrument is om hoogwaardige prestaties van officiële laboratoria te waarborgen, is het ook een complex en duur proces dat zou leiden tot een onevenredige last voor het laboratorium in gevallen waarin de methode voor een laboratoriumanalyse, -test of -diagnose bijzonder eenvoudig is uit te voeren en geen gespecialiseerde procedures of apparatuur vereist, zoals het geval is voor het opsporen van Trichinella in het kader van de inspectie, en onder bepaalde voorwaarden in gevallen waarin het laboratorium alleen analyses, tests of diagnoses verricht in het kader van andere officiële activiteiten en niet in het kader van officiële controles.

(52)

Om de flexibiliteit en evenredigheid van de aanpak te waarborgen, met name voor laboratoria op het gebied van diergezondheid en plantgezondheid, moet worden voorzien in de mogelijkheid om afwijkingen vast te stellen zodat bepaalde laboratoria niet voor alle door hen gebruikte methoden hoeven te worden geaccrediteerd. Dat is met name het geval wanneer geen gevalideerde methoden voor de opsporing van bepaalde schadelijke organismen bij planten beschikbaar zijn. Bovendien is het mogelijk dat de accreditatie van een laboratorium voor alle methoden die het als officieel laboratorium moet gebruiken, niet onmiddellijk beschikbaar is in gevallen waarin nieuwe of recentelijk gewijzigde methoden moeten worden gebruikt, in gevallen waarin zich nieuwe risico's voordoen of in noodsituaties. Daarom moet officiële laboratoria onder bepaalde voorwaarden worden toegestaan analyses, tests en diagnoses voor de bevoegde autoriteiten te verrichten voordat zij de desbetreffende accreditatie verkrijgen.

(53)

Officiële controles die worden uitgevoerd met betrekking tot dieren en goederen die uit derde landen de Unie binnenkomen, zijn van cruciaal belang aangezien die controles ervoor zorgen dat zij voldoen aan de in de Unie geldende wetgeving en met name aan de voorschriften die zijn vastgesteld om de gezondheid van mensen, planten en dieren, het dierenwelzijn en, wat ggo's en gewasbeschermingsmiddelen betreft, ook het milieu te beschermen. Deze officiële controles moeten plaatsvinden voordat de dieren of goederen in de Unie in het vrije verkeer zijn gebracht. De frequentie van officiële controles moet op adequate wijze worden afgestemd op de risico's voor de gezondheid van mensen, planten en dieren, voor het dierenwelzijn en voor het milieu die verbonden kunnen zijn aan dieren en goederen die de Unie binnenkomen, rekening houdend met de mate waarin de agro-voedselketenwetgeving van de Unie in het verleden door de exploitant is nageleefd, de controles die deze dieren en goederen in het betrokken derde land reeds hebben ondergaan, en de door dat derde land gegeven waarborgen dat naar de Unie uitgevoerde dieren en goederen voldoen aan de in Uniewetgeving neergelegde voorschriften.

(54)

Met deze verordening moet met betrekking tot de categorieën van dieren en goederen die altijd voor officiële controles aan een grenscontrolepost moeten worden aangeboden, worden voorzien in officiële controles die moeten worden uitgevoerd voordat zij de Unie binnenkomen. Tevens moet deze verordening voorzien in de mogelijkheid dat, krachtens specifieke maatregelen daartoe, kan worden verlangd dat andere categorieën goederen tijdelijk aan hetzelfde voorschrift worden onderworpen, en in de mogelijkheid dat kan worden verlangd dat bepaalde andere categorieën goederen, en met name bepaalde levensmiddelen die zowel producten van plantaardige oorsprong als verwerkte producten van dierlijke oorsprong (samengestelde producten) bevatten, altijd voor officiële controles aan een grenscontrolepost worden aangeboden voordat zij de Unie binnenkomen.

(55)

Gezien de risico's die bepaalde dieren of goederen kunnen inhouden voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, het dierenwelzijn of het milieu, moeten zij bij binnenkomst in de Unie aan specifieke officiële controles worden onderworpen. Volgens de huidige voorschriften van de Unie moeten aan de Uniegrenzen officiële controles worden uitgevoerd om na te gaan of wordt voldaan aan de normen inzake de menselijke gezondheid, de diergezondheid en het dierenwelzijn die van toepassing zijn op dieren, producten van dierlijke oorsprong, levende producten en dierlijke bijproducten, en of planten en plantaardige producten voldoen aan de fytosanitaire voorschriften. Meer uitgebreide controles bij binnenkomst in de Unie worden ook uitgevoerd met betrekking tot bepaalde andere goederen als nieuwe of bekende risico's dit rechtvaardigen. De specifieke kenmerken van die controles, die momenteel zijn geregeld bij de Richtlijnen 97/78/EG (17), 91/496/EEG (18) en 2000/29/EG van de Raad, en Verordening (EG) nr. 669/2009 van de Commissie (19), moeten in deze verordening worden vastgesteld.

(56)

Om de efficiëntie van het systeem van officiële controles van de Unie te vergroten, een optimale toewijzing van de middelen voor officiële controles die voor grenscontroles bestemd zijn te waarborgen, en de handhaving van de agro-voedselketenwetgeving van de Unie te vergemakkelijken, moet ter vervanging van de bestaande gefragmenteerde controlekaders een gemeenschappelijk geïntegreerd systeem van officiële controles aan grenscontroleposten worden vastgesteld voor alle zendingen die, gezien het risico dat zij kunnen inhouden, bij binnenkomst in de Unie moeten worden gecontroleerd.

(57)

Zendingen moeten aan een officiële controle worden onderworpen wanneer zij bij een grenscontrolepost aankomen. Deze officiële controles moeten verificatie van documenten voor alle zendingen omvatten, met inbegrip van controles langs elektronische weg, waar passend, alsook overeenstemmings- en materiële controles met een passende frequentie die afhangt van het risico dat aan elke zending dieren of goederen is verbonden.

(58)

De frequentie van de materiële controles moet worden bepaald en gewijzigd op basis van de risico's voor de gezondheid van mensen, dieren en planten, voor het dierenwelzijn of, wat ggo's en gewasbeschermingsmiddelen betreft, ook voor het milieu. Die aanpak moet de bevoegde autoriteiten in staat stellen om middelen voor controles aan te wenden waar het risico het hoogst is. De frequentie van de overeenstemmingscontroles moet ook worden verminderd of beperkt tot de verificatie van het officiële zegel van een zending als dit wordt gerechtvaardigd door een verlaagd risico van de zendingen die de Unie binnenkomen. Bij de risicogebaseerde aanpak ten aanzien van overeenstemmings- en materiële controles moet worden gebruikgemaakt van beschikbare gegevensverzamelingen en informatie en van computersystemen voor gegevensverzameling en -beheer.

(59)

In bepaalde gevallen en mits hoge niveaus van bescherming van de gezondheid van mensen, dieren en planten, van het dierenwelzijn en, in verband met ggo's en gewasbeschermingsmiddelen, ook van het milieu worden gewaarborgd, kunnen officiële controles die normaliter door bevoegde autoriteiten aan grenscontroleposten worden uitgevoerd, op andere controlepunten of door andere autoriteiten worden uitgevoerd.

(60)

Met het oog op de organisatie van een efficiënt systeem van officiële controles moeten zendingen uit derde landen waarvoor controles bij binnenkomst in de Unie zijn vereist, vergezeld gaan van een gemeenschappelijk gezondheidsdocument van binnenkomst (GGB), dat moet worden gebruikt voor de voorafgaande kennisgeving van de aankomst van zendingen aan de grenscontrolepost en voor de registratie van het resultaat van de door de bevoegde autoriteiten uitgevoerde officiële controles en genomen besluiten met betrekking tot de zending waar het document bij gaat. Hetzelfde document moet door de exploitant worden gebruikt om inklaring door de douaneautoriteiten te verkrijgen zodra alle officiële controles zijn uitgevoerd.

(61)

In een aantal lidstaten die bijzondere, geografisch bepaalde beperkingen, zoals een lange kust- of grenslijn, vertonen, kunnen de minimumvoorschriften voor grenscontroleposten moeilijk permanent worden nageleefd. De invoer van onverwerkt gekapt hout verloopt er doorgaans in grote partijen via gespecialiseerde havens of controlepunten en met een onregelmatige frequentie, zodat het niet voor de hand ligt over permanent bemande en volledig uitgeruste grenscontroleposten te beschikken. Er moeten afwijkingen op de minimumvoorschriften voor grenscontroleposten worden toegestaan om te zorgen voor effectieve officiële controles op bepaalde partijen onverwerkt gekapt hout.

(62)

Officiële controles van dieren en goederen die uit derde landen de Unie binnenkomen, moeten worden uitgevoerd aan grenscontroleposten die door de lidstaten overeenkomstig een reeks minimumeisen zijn aangewezen. De aanwijzing van deze posten moet worden ingetrokken of geschorst wanneer zij niet langer aan die minimumeisen voldoen of wanneer hun activiteiten een risico zouden kunnen inhouden voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor het dierenwelzijn of, in het geval van ggo's en gewasbeschermingsmiddelen, ook voor het milieu. Wanneer tot intrekking of schorsing van een aanwijzing wordt besloten, moet rekening worden gehouden met de ernst van het risico en met het evenredigheidsbeginsel.

(63)

Om uniforme toepassing van de voorschriften inzake officiële controles van zendingen uit derde landen te waarborgen, moeten gemeenschappelijke voorschriften worden vastgesteld betreffende de maatregelen die de bevoegde autoriteiten en de exploitanten moeten nemen bij vermoeden van niet-naleving en met betrekking tot niet-conforme zendingen en zendingen die een risico kunnen inhouden voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor het dierenwelzijn of, wat ggo's en gewasbeschermingsmiddelen betreft, ook voor het milieu.

(64)

Om inconsistentie en overlapping bij de uitvoering van officiële controles te voorkomen, om te zorgen dat zendingen die aan grenscontroleposten of aan andere controlepunten aan officiële controles worden onderworpen, tijdig kunnen worden geïdentificeerd en om te waarborgen dat de controles op efficiënte wijze worden uitgevoerd, moet worden gezorgd voor samenwerking en informatie-uitwisseling tussen bevoegde autoriteiten, douaneautoriteiten en andere relevante autoriteiten die te maken hebben met zendingen uit derde landen.

(65)

De lidstaten moeten ervoor zorgen dat altijd toereikende financiële middelen beschikbaar zijn om de bevoegde autoriteiten die officiële controles en andere officiële activiteiten uitvoeren, op adequate wijze te voorzien van personeel en apparatuur. Hoewel het in de eerste plaats aan de exploitanten is om ervoor te zorgen dat hun activiteiten worden uitgevoerd in overeenstemming met de agro-voedselketenwetgeving van de Unie, moet het systeem van eigen controles dat zij daartoe instellen, worden aangevuld met een specifiek systeem van officiële controles dat door elke lidstaat in stand wordt gehouden om effectief markttoezicht op de agro-voedselketen te waarborgen. Een dergelijk systeem is juist naar zijn aard complex en veeleisend wat middelen betreft, en moet worden voorzien van een stabiele instroom van middelen voor officiële controles en op een niveau dat op elk moment voldoet aan de handhavingsbehoefte. Om de afhankelijkheid van het systeem van officiële controles van overheidsfinanciën te beperken, moeten de bevoegde autoriteiten vergoedingen of heffingen innen om de kosten te dekken die zij maken voor de uitvoering van officiële controles van bepaalde exploitanten en van bepaalde activiteiten waarvoor de agro-voedselketenwetgeving van de Unie registratie of erkenning vereist overeenkomstig de Unievoorschriften betreffende levensmiddelen- of diervoederhygiëne of betreffende plantgezondheid. Er moeten bij de exploitanten ook vergoedingen of heffingen worden geïnd ter dekking van de kosten van officiële controles die met het oog op de afgifte van een officieel certificaat of een officiële verklaring worden uitgevoerd, en van de kosten van officiële controles die door de bevoegde autoriteiten aan grenscontroleposten worden uitgevoerd.

(66)

De vergoedingen of heffingen moeten de kosten dekken, de algemene kosten inbegrepen, die door de bevoegde autoriteiten zijn gemaakt om officiële controles uit te voeren, maar mogen niet hoger zijn dan die kosten. De algemene kosten zouden ook kunnen zien op de kosten ter ondersteuning van de organisatie die noodzakelijk is voor de planning en uitvoering van de officiële controles. Deze kosten moeten worden berekend op basis van elke afzonderlijke officiële controle of op basis van alle officiële controles die in een bepaalde periode zijn uitgevoerd. Als vergoedingen of heffingen worden aangerekend op basis van de werkelijke kosten van afzonderlijke officiële controles, moeten exploitanten die goed scoren op de naleving van de wetgeving, lagere totale kosten dragen dan exploitanten die de wetgeving niet naleven, daar zij minder frequent aan officiële controles moeten worden onderworpen. Als de vergoedingen of heffingen worden berekend op basis van de totale kosten die de bevoegde autoriteiten in een bepaalde periode hebben gemaakt, en aan alle exploitanten worden aangerekend ongeacht de vraag of zij in de referentieperiode aan een officiële controle zijn onderworpen, moeten die vergoedingen of heffingen op zodanige wijze worden berekend dat exploitanten die constant goed scoren op naleving van de agro-voedselketenwetgeving van de Unie, worden beloond, teneinde aldus de naleving van de Uniewetgeving door alle exploitanten te bevorderen, ongeacht de methode (op basis van werkelijke kosten of op forfaitaire basis) die elke lidstaat heeft gekozen voor de berekening van de vergoedingen of heffingen.

(67)

De directe of indirecte terugbetaling van door de bevoegde autoriteiten geïnde vergoedingen of heffingen moet worden verboden omdat het exploitanten die niet voor terugbetaling in aanmerking komen zou benadelen en tot concurrentieverstoringen kan leiden.

(68)

De financiering van officiële controles door middel van bij de exploitanten geïnde vergoedingen of heffingen moet volledig transparant geschieden, zodat burgers en ondernemingen de voor de vaststelling van de vergoedingen of heffingen gebruikte methode en gegevens kunnen begrijpen.

(69)

In de agro-voedselketenwetgeving van de Unie zijn de gevallen bepaald waarin het in de handel brengen of het vervoer van bepaalde dieren of goederen vergezeld moet gaan van een officieel certificaat dat door de certificerende functionaris is ondertekend. Er moet worden voorzien in een gemeenschappelijke reeks voorschriften betreffende de verplichtingen van de bevoegde autoriteiten en de certificerende ambtenaren inzake de afgifte van officiële certificaten, en betreffende de kenmerken die officiële certificaten moeten hebben om de betrouwbaarheid ervan te waarborgen.

(70)

In andere gevallen bepalen de voorschriften die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen, dat het in de handel brengen of het vervoer van bepaalde dieren of goederen vergezeld moet gaan van een door de exploitanten onder officieel toezicht van de bevoegde autoriteiten of door de bevoegde autoriteiten zelf afgegeven officieel etiket, officieel merkteken of andere officiële verklaring. Officiële verklaringen betreffen bijvoorbeeld het plantenpaspoort, of logo's en identificatiemerken voor biologische producten, voor zover de Uniewetgeving deze voorschrijft, en merktekens in verband met beschermde oorsprongsbenamingen, beschermde geografische aanduidingen of gegarandeerde traditionele specialiteiten. Er moet worden voorzien in een minimale reeks voorschriften om ervoor te zorgen dat ook de afgifte van officiële verklaringen kan geschieden met adequate waarborgen voor de betrouwbaarheid ervan.

(71)

Officiële controles en andere officiële activiteiten moeten gebaseerd zijn op analyse-, test- en diagnosemethoden die aan de meest geavanceerde wetenschappelijke normen beantwoorden en in de hele Unie deugdelijke, betrouwbare en vergelijkbare resultaten bieden. De door officiële laboratoria gebruikte methoden alsook de kwaliteit en uniformiteit van de door hen gegenereerde analyse-, test- en diagnosegegevens moeten dan ook voortdurend worden verbeterd. Daartoe moet de Commissie op alle gebieden van de agro-voedselketen waar er behoefte is aan nauwkeurige en betrouwbare analyse-, test- en diagnoseresultaten, referentielaboratoria van de Europese Unie kunnen aanwijzen en kunnen vertrouwen op hun deskundige bijstand. De referentielaboratoria van de Europese Unie moeten met name ervoor zorgen dat de nationale referentielaboratoria en officiële laboratoria actuele informatie over beschikbare methoden ontvangen, vergelijkend interlaboratoriumonderzoek organiseren of er actief aan deelnemen, en opleidingen voor nationale referentielaboratoria of officiële laboratoria aanbieden.

(72)

Artikel 32, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1829/2003 en artikel 21, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad (20) kennen respectievelijk aan het referentielaboratorium van de Europese Unie voor genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders, en aan het referentielaboratorium van de Europese Unie voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, specifieke taken toe op het gebied van de toelatingsprocedure voor genetisch gemodificeerde levensmiddelen of diervoeders, of voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, die met name betrekking hebben op het testen, evalueren en valideren van de door de aanvrager voorgestelde detectie- of analysemethode. Die laboratoria dienen derhalve voor de toepassing van deze verordening te fungeren als referentielaboratoria van de Europese Unie.

(73)

Met het oog op de uitvoering van officiële controles en andere officiële activiteiten die gericht zijn op het opsporen van mogelijke inbreuken op de regels, onder meer door frauduleuze of bedrieglijke praktijken, en op het gebied van dierenwelzijn moeten de bevoegde autoriteiten toegang hebben tot bijgewerkte, betrouwbare en consistente technische gegevens, onderzoeksresultaten, nieuwe technieken en deskundigheid die noodzakelijk zijn voor de correcte toepassing van de op die twee gebieden toepasselijke Uniewetgeving. Daartoe moet de Commissie referentiecentra van de Europese Unie voor de authenticiteit en de integriteit van de agro-voedselketen en voor dierenwelzijn kunnen aanwijzen en kunnen vertrouwen op hun deskundige bijstand.

(74)

Om de doelstellingen van deze verordening na te streven en aan de vlotte werking van de interne markt bij te dragen, waarbij ervoor wordt gezorgd dat de consument er vertrouwen in heeft, moeten gevallen van niet-naleving van de agro-voedselketenwetgeving van de Unie die handhavingsmaatregelen in meer dan een lidstaat vereisen, op efficiënte en consistente wijze worden aangepakt. Het systeem voor snelle waarschuwingen voor levensmiddelen en diervoeders (RASFF) dat overeenkomstig artikel 50 van Verordening (EG) nr. 178/2002 is ingesteld, stelt de bevoegde autoriteiten reeds in staat snel informatie uit te wisselen en te verspreiden over ernstige directe of indirecte risico's voor de menselijke gezondheid in verband met levensmiddelen of diervoeders, of over ernstige risico's voor de gezondheid van mens of dier of voor het milieu in verband met diervoeders, zodat snel maatregelen kunnen worden genomen om die ernstige risico's tegen te gaan. Hoewel dat instrument alle betrokken lidstaten de mogelijkheid biedt tijdig maatregelen te nemen om bepaalde ernstige risico's in de agro-voedselketen tegen te gaan, strekt het niet ertoe effectieve grensoverschrijdende bijstand en samenwerking tussen bevoegde autoriteiten mogelijk te maken om ervoor te zorgen dat gevallen van niet-naleving van de agro-voedselketenwetgeving van de Unie die een grensoverschrijdende dimensie hebben, effectief worden aangepakt, niet alleen in de lidstaat waar de niet-naleving het eerst wordt geconstateerd, maar ook in de lidstaat waar de niet-naleving haar oorsprong vindt. Administratieve bijstand en samenwerking moeten de bevoegde autoriteiten met name in staat stellen informatie uit te wisselen en grensoverschrijdende schendingen van de agro-voedselketenwetgeving van de Unie aan het licht te brengen, te onderzoeken, en effectieve en evenredige maatregelen te nemen om ze aan te pakken, ook in gevallen waar mogelijke frauduleuze of bedrieglijke praktijken een grensoverschrijdende dimensie hebben of kunnen hebben.

(75)

Verzoeken om administratieve bijstand en alle kennisgevingen moeten passend worden opgevolgd. Om de administratieve bijstand en samenwerking in de hand te werken, moeten de lidstaten worden verplicht een of meer contactinstanties aan te wijzen die de communicatiestromen tussen de bevoegde autoriteiten in de verschillende lidstaten moeten faciliteren en coördineren. Om eenvormige voorwaarden voor de tenuitvoerlegging van deze verordening te waarborgen en om de samenwerking tussen de lidstaten te stroomlijnen en te vereenvoudigen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met het oog op de vaststelling van uitvoeringshandelingen betreffende de specificaties van de te gebruiken technische hulpmiddelen, de procedures voor communicatie tussen contactinstanties, en een standaardformaat voor verzoeken om bijstand, kennisgevingen en reacties.

(76)

Elke lidstaat moet worden verplicht om een meerjarig nationaal controleplan (MNCP) op te stellen dat alle gebieden omvat die onder de agro-voedselketenwetgeving van de Unie vallen en dat informatie over de structuur en organisatie van zijn systeem van officiële controles bevat, en om dat plan regelmatig te actualiseren. Deze MNCP's zijn het instrument waarmee elke lidstaat ervoor moet zorgen dat officiële controles op hun gehele grondgebied en in de gehele agro-voedselketen op een risicogebaseerde en efficiënte wijze worden uitgevoerd overeenkomstig deze verordening. Teneinde te waarborgen dat de plannen geschikt zijn voor gebruik, moeten de betrokken belanghebbenden op passende wijze worden geraadpleegd voordat de plannen worden opgesteld.

(77)

Om de samenhang en de volledigheid van MNCP's te waarborgen, moet elke lidstaat één instantie aanwijzen die belast is met het coördineren van de opstelling van zijn MNCP en het verzamelen, waar nodig, van informatie over de uitvoering, evaluatie en actualisering ervan.

(78)

De lidstaten moeten worden verplicht bij de Commissie een jaarverslag in te dienen met informatie over controleactiviteiten en de uitvoering van de MNCP's. Om eenvormige voorwaarden voor de tenuitvoerlegging van deze verordening te waarborgen en om de verzameling en indiening van vergelijkbare gegevens, de daaropvolgende opstelling van statistieken voor de hele Unie aan de hand van die gegevens, en de opstelling van verslagen door de Commissie over het functioneren van officiële controles in de hele Unie te vergemakkelijken, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met het oog op de vaststelling van uitvoeringshandelingen betreffende de standaardformulieren voor jaarverslagen.

(79)

Deskundigen van de Commissie moeten in de lidstaten controles, met inbegrip van audits, kunnen uitvoeren om de toepassing van de toepasselijke Uniewetgeving en de werking van nationale controlesystemen en bevoegde autoriteiten te verifiëren. De controles door de Commissie moeten ook dienen om handhavingspraktijken of -problemen, noodsituaties en nieuwe ontwikkelingen in de lidstaten te onderzoeken en daarover informatie te verzamelen. Op verzoek van de betrokken lidstaten moeten ook deskundigen van de Commissie kunnen deelnemen aan controles die de bevoegde autoriteiten van derde landen op het grondgebied van die lidstaat uitvoeren; deze controles moeten worden georganiseerd in nauwe samenwerking tussen de betrokken lidstaten en de Commissie.

(80)

Dieren en goederen uit derde landen moeten voldoen aan de voorschriften die gelden voor dieren en goederen in de Unie, of aan voorschriften die erkend zijn als ten minste gelijkwaardig met betrekking tot de doelstellingen van de agro-voedselketenwetgeving van de Unie. Dit beginsel ligt vervat in artikel 11 van Verordening (EG) nr. 178/2002, dat bepaalt dat levensmiddelen en diervoeders die in de Unie worden ingevoerd, moeten voldoen aan de toepasselijke voorschriften van de levensmiddelenwetgeving van de Unie dan wel aan voorschriften die als ten minste gelijkwaardig daaraan zijn aangemerkt. Specifieke voorschriften om dit beginsel toe te passen zijn opgenomen in Unievoorschriften betreffende beschermende maatregelen tegen schadelijke organismen bij planten, die het binnenbrengen in de Unie van niet (of slechts in beperkte mate) in de Unie aanwezige schadelijke organismen verbieden, in Unievoorschriften betreffende diergezondheid, die het binnenbrengen van dieren of van bepaalde producten van dierlijke oorsprong in de Unie alleen toestaan uit derde landen die in een daartoe opgestelde lijst zijn opgenomen, en in Unievoorschriften voor de organisatie van officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong, die ook voorzien in de vaststelling van een lijst van derde landen waaruit die producten de Unie mogen binnenkomen.

(81)

Om te waarborgen dat dieren en goederen die uit derde landen de Unie binnenkomen, voldoen aan alle voorschriften van de agro-voedselketenwetgeving van de Unie of aan als gelijkwaardig aangemerkte voorschriften, naast de voorschriften van de Unie betreffende beschermende maatregelen tegen schadelijke organismen bij planten, voorschriften van de Unie betreffende diergezondheid en specifieke hygiënevoorschriften van de Unie betreffende levensmiddelen van dierlijke oorsprong die ervoor moeten zorgen dat de voorschriften van de agro-voedselketenwetgeving van de Unie met betrekking tot fytosanitaire en veterinaire kwesties worden nageleefd, moet de Commissie voorwaarden voor het binnenbrengen van dieren en goederen in de Unie kunnen vaststellen in zoverre dat nodig is om te waarborgen dat die dieren en goederen voldoen aan alle desbetreffende voorschriften van de agro-voedselketenwetgeving van de Unie of aan gelijkwaardige voorschriften. Die voorwaarden moeten gelden voor dieren of goederen, of categorieën dieren of goederen, uit alle derde landen of uit bepaalde derde landen of regio's daarvan.

(82)

Als er in specifieke gevallen aanwijzingen zijn dat bepaalde dieren of goederen van oorsprong uit een derde land, een groep van derde landen, of regio's daarvan, risico's met zich meebrengen voor de gezondheid van mensen, dieren of planten of, wat ggo's en gewasbeschermingsmiddelen betreft, ook voor het milieu, of als er aanwijzingen zijn dat de agro-voedselketenwetgeving van de Unie wellicht op grote schaal en op ernstige wijze niet wordt nageleefd, moet de Commissie maatregelen kunnen vaststellen om die risico's te beheersen.

(83)

De uitvoering van effectieve en efficiënte officiële controles en andere officiële activiteiten, en uiteindelijk de veiligheid en gezondheid van mensen, dieren en planten, en de bescherming van het milieu, hangen ook af van de beschikbaarheid voor de controleautoriteiten van goed opgeleid personeel dat over een adequate kennis beschikt van alle aangelegenheden die relevant zijn voor de correcte toepassing van de Uniewetgeving. De Commissie moet voorzien in adequate en specifieke opleiding teneinde een uniforme aanpak van officiële controles en andere officiële activiteiten door de bevoegde autoriteiten te bevorderen. Om de kennis van de agro-voedselketenwetgeving van de Unie en van de voorschriften in derde landen te bevorderen, moet ook het personeel van de bevoegde autoriteiten in derde landen een dergelijke opleiding krijgen. In dat geval moeten de opleidingsactiviteiten toegesneden zijn op de specifieke behoeften van ontwikkelingslanden, en dienen tot ondersteuning van hun controles en handhavingsactiviteiten, zodat zij kunnen voldoen aan de voorschriften met betrekking tot de invoer van dieren en goederen in de Unie.

(84)

Om de uitwisseling van ervaring en beste praktijken tussen de bevoegde autoriteiten te bevorderen, moet de Commissie ook, in samenwerking met de lidstaten, programma's voor de uitwisseling tussen lidstaten van personeel belast met officiële controles of andere officiële activiteiten kunnen organiseren.

(85)

Voor de uitvoering van effectieve officiële controles en andere officiële activiteiten is het belangrijk dat de bevoegde autoriteiten in de lidstaten, de Commissie en, indien relevant, de exploitanten gegevens en informatie betreffende officiële controles of resultaten daarvan snel en efficiënt kunnen uitwisselen. Door middel van diverse informatiesystemen die bij Uniewetgeving zijn vastgesteld en door de Commissie worden beheerd, wordt ervoor gezorgd dat dergelijke gegevens en informatie met behulp van in de hele Unie gebruikte geautomatiseerde en op internet gebaseerde tools kunnen worden verwerkt en beheerd. Een systeem dat specifiek is bedoeld voor registratie en tracering van de resultaten van officiële controles is het Traces-systeem (Trade Control and Expert System), dat is ingesteld bij de Beschikkingen 2003/24/EG (21) en 2004/292/EG (22) van de Commissie, overeenkomstig Richtlijn 90/425/EEG van de Raad (23), en dat momenteel wordt gebruikt voor het beheer van gegevens en informatie over dieren en producten van dierlijke oorsprong en officiële controles daarvan. Deze verordening moet het mogelijk maken dat systeem in stand te houden en te moderniseren zodat het kan worden gebruikt voor alle goederen waarvoor de agro-voedselketenwetgeving van de Unie specifieke voorschriften of praktische regelingen inzake officiële controles vaststelt. Er bestaan ook specifieke geautomatiseerde systemen voor de snelle uitwisseling van informatie tussen de lidstaten en met de Commissie over risico's die in de agro-voedselketen of voor de gezondheid van dieren en planten kunnen ontstaan. Bij artikel 50 van Verordening (EG) nr. 178/2002 is het RASFF ingesteld, een systeem voor kennisgevingen van het bestaan van een direct of indirect risico voor de gezondheid van de mens, verband houdend met een levensmiddel of diervoeder, bij artikel 20 van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad (24) een systeem voor kennisgeving van en rapportage over de maatregelen betreffende in de lijst opgenomen ziekten en bij artikel 103 van Verordening (EU) 2016/2031van het Europees Parlement en de Raad (25) een systeem voor kennisgeving van en rapportage over de aanwezigheid van schadelijke organismen en voor kennisgeving van gevallen van niet-naleving. Al deze systemen moeten op harmonieuze en consistente wijze functioneren, waarbij wordt gebruikgemaakt van synergieën tussen de verschillende systemen, overlapping wordt voorkomen, de werking ervan wordt vereenvoudigd en de efficiëntie ervan wordt vergroot.

(86)

Om een efficiënter beheer van officiële controles te ondersteunen, moet de Commissie een geautomatiseerd informatiesysteem opzetten dat alle relevante bestaande informatiesystemen voor zover nodig integreert en moderniseert, zodat geavanceerde communicatie- en certificeringstools kunnen worden gebruikt en een zo efficiënt mogelijk gebruik kan worden gemaakt van de gegevens en informatie betreffende officiële controles. Om overlapping van informatieverplichtingen te voorkomen, moet er bij het ontwerp van een dergelijk geautomatiseerd systeem rekening mee worden gehouden dat waar passend moet worden gezorgd voor compatibiliteit en interoperabiliteit van dat systeem met andere door overheidsinstanties gebruikte informatiesystemen via welke relevante gegevens automatisch worden uitgewisseld of beschikbaar gesteld. Bovendien moet, in overeenstemming met de digitale agenda voor Europa, worden voorzien in de mogelijkheid om gebruik te maken van elektronische handtekeningen in de zin van Richtlijn 1999/93/EG van het Europees Parlement en de Raad (26). Tijdens de ontwikkelingsfase van nieuwe functies van dergelijke computersystemen en bij de ontwikkeling van uitvoeringsmaatregelen die gevolgen kunnen hebben voor de verwerking van persoonsgegevens of voor de persoonlijke levenssfeer, moet de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming worden geraadpleegd.

(87)

Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen in verband met de goede werking van het geautomatiseerde informatiesysteem, de technische specificaties van het systeem en de plichten en rechten van de diverse betrokken actoren en gebruikers, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend; daarbij dient de Commissie er met name rekening mee te houden dat de administratieve lasten zo veel mogelijk dienen te worden beperkt door, naargelang het geval, gebruik te maken van internationaal gestandaardiseerde taal, berichtenstructuren of uitwisselingsprotocollen.

(88)

De bevoegde autoriteiten moeten gevallen onderzoeken waarin er een vermoeden van niet-naleving van de agro-voedselketenwetgeving van de Unie bestaat, en bij vaststelling van niet-naleving moeten zij de oorsprong en de omvang daarvan alsook de verantwoordelijkheid van de exploitanten bepalen. Ook moeten zij passende maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de betrokken exploitanten de situatie corrigeren en om verdere niet-naleving te voorkomen. Bij de organisatie en uitvoering van door de bevoegde autoriteiten gevoerde onderzoeken en handhavingsacties dient naar behoren rekening te worden gehouden met mogelijke risico's en de waarschijnlijkheid van frauduleuze of bedrieglijke praktijken in de agro-voedselketen.

(89)

De verificatie van naleving van de agro-voedselketenwetgeving van de Unie door middel van officiële controles is van fundamenteel belang om te waarborgen dat de doelstellingen van die wetgeving in de hele Unie effectief worden verwezenlijkt. Storingen in het controlesysteem van een lidstaat kunnen in bepaalde gevallen de verwezenlijking van die doelstellingen aanzienlijk belemmeren en ertoe leiden dat risico's ontstaan voor de gezondheid van mensen, dieren en planten, voor het dierenwelzijn of, wat ggo's en gewasbeschermingsmiddelen betreft, voor het milieu, onafhankelijk van de betrokkenheid of verantwoordelijkheid van exploitanten of andere actoren, of kunnen leiden tot situaties waarin de agro-voedselketenwetgeving van de Unie op ernstige wijze en op grote schaal niet worden nageleefd. Teneinde eenvormige voorwaarden voor de tenuitvoerlegging van deze verordening te waarborgen, moet de Commissie in geval van ernstige storingen in het controlesysteem van een lidstaat kunnen reageren door maatregelen vast te stellen om die risico's in de agro-voedselketen te beheersen of op te heffen in afwachting dat de betrokken lidstaat de nodige acties onderneemt om de storing in het controlesysteem te verhelpen. Daarom moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend.

(90)

Bij inbreuken op de regels van de agro-voedselketenwetgeving van de Unie en van deze verordening moeten in de hele Unie op nationaal niveau doeltreffende, afschrikkende en evenredige sancties worden opgelegd waarbij de ernst van de sanctie wordt bepaald met inachtneming van onder meer de mogelijke schade voor de gezondheid van de mens als gevolg van de inbreuken, onder meer bij gevallen waarin exploitanten tijdens een officiële controle geen medewerking verlenen of waarin valse of misleidende officiële certificaten of officiële verklaringen worden overgelegd of gebruikt. Teneinde financiële sancties voor inbreuken op de regels door middel van frauduleuze of bedrieglijke praktijken voldoende afschrikkend te doen zijn, dienen zij te worden gesteld op een niveau dat beoogt om het niet gerechtvaardigde voordeel dat deze praktijken de overtreder opleveren te overtreffen.

(91)

Iedere persoon moet nieuwe informatie onder de aandacht kunnen brengen van de bevoegde autoriteiten om hen te helpen bij de opsporing en het opleggen van sancties in gevallen waarin deze verordening en de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels zijn geschonden. Het gebrek aan duidelijke procedures of de vrees voor represailles zou klokkenluiders evenwel kunnen afschrikken. Het melden van schendingen van deze verordening is een nuttig instrument om te bewerkstelligen dat een bevoegde autoriteit inbreuken kan opsporen en sancties kan opleggen. Bijgevolg moet deze verordening voorzien in passende regelingen om eender wie in staat te stellen de bevoegde autoriteiten op mogelijke inbreuken van deze verordening te attenderen en om hem tegen represailles te beschermen.

(92)

Deze verordening behelst gebieden die reeds door bepaalde momenteel van kracht zijnde handelingen zijn bestreken. Om overlappingen te voorkomen en een coherent wetgevingskader tot stand te brengen, moeten de volgende handelingen worden ingetrokken en door deze verordening worden vervangen: Verordening (EG) nr. 882/2004 en Verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad (27), de Richtlijnen 89/608/EEG (28), 89/662/EEG (29), 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG (30) en 97/78/EG van de Raad en Beschikking 92/438/EEG van de Raad (31).

(93)

Met het oog op de consistentie moeten wijzigingen worden aangebracht in de volgende handelingen: Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad (32), Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad (33), Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad (34), Verordening (EG) nr. 1069/2009, Verordening (EG) nr. 1099/2009 van de Raad (35), Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad (36), Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad (37), en de Richtlijnen 98/58/EG (38), 1999/74/EG (39), 2007/43/EG (40), 2008/119/EG (41) en 2008/120/EG (42) van de Raad.

(94)

Verordening (EU) nr. 652/2014 van het Europees Parlement en de Raad (43) voorziet in een kader voor de financiering door de Unie van acties en maatregelen in de agro-voedselketen op die gebieden in het kader van het meerjarig financieel kader 2014-2020. Sommige van die acties en maatregelen hebben tot doel de uitvoering van officiële controles en andere officiële activiteiten in de hele Unie te verbeteren. Verordening (EU) nr. 652/2014 moet worden gewijzigd om rekening te houden met de intrekking bij deze verordening van Verordening (EG) nr. 882/2004.

(95)

Gelet op de bijzondere situatie van de plantensector, die tot dusver niet onderworpen is aan hetzelfde niveau van controles waaraan andere goederen krachtens deze verordening zijn onderworpen, is het van essentieel belang dat de invoering van het nieuwe systeem zo soepel en naadloos als mogelijk verloopt. Daarom moeten specifieke bepalingen worden ingevoerd voor het tijdschema van de vaststelling van de betrokken gedelegeerde handelingen. Evenzeer is duidelijk dat het gerechtvaardigd is de plantensector vrij te stellen van de verplichting van documentencontroles aan grenscontroleposten in geval van planten, plantaardige producten en ander materiaal die een gering risico inhouden en voor planten, plantaardige producten en ander materiaal documentencontroles op een zekere afstand van grenscontroleposten toe te staan, voor zover die evenveel garanties bieden.

(96)

Teneinde de verwijzingen naar Europese normen te wijzigen, om de bijlagen II en III bij deze verordening aan te passen aan ontwikkelingen op wetgevend, technisch en wetenschappelijk gebied, en om deze verordening aan te vullen met specifieke regels betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten op de gebieden waarop zij betrekking heeft, waaronder voorschriften betreffende de kwalificatie en opleiding van personeel, betreffende aanvullende verantwoordelijkheden en taken van de bevoegde autoriteiten, betreffende de gevallen waarin de accreditatie van laboratoria niet is vereist, betreffende bepaalde vrijstellingen van officiële grenscontroles, betreffende de te hanteren criteria om de frequentie van overeenstemmings- en materiële controles te bepalen, betreffende de vaststelling van voorwaarden waaraan moet worden voldaan door bepaalde dieren of goederen die uit derde landen de Unie binnenkomen, betreffende aanvullende voorschriften voor en taken van referentielaboratoria en -centra van de Europese Unie en betreffende aanvullende voorschriften voor nationale referentielaboratoria, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen plaatsvinden in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven (44). Om met name te zorgen voor gelijke deelneming aan de opstelling van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde moment als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de opstelling van de gedelegeerde handelingen.

(97)

Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening betreffende de aanwijzing van referentielaboratoria van de Europese Unie en van de referentiecentra van de Europese Unie voor de authenticiteit en de integriteit van de agro-voedselketen en voor dierenwelzijn, de vaststelling van het programma van controles door de Commissie in de lidstaten en de uitvoering van meer uitgebreide officiële controles in geval van schendingen van de agro-voedselketenwetgeving van de Unie die gecoördineerde bijstand en opvolging door de Commissie vereisen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend.

(98)

Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening, met inbegrip van voorschriften en praktische regelingen betreffende audits, het formaat van certificaten en andere documenten, het opzetten van geautomatiseerde informatiebeheersystemen, de samenwerking tussen exploitanten en bevoegde autoriteiten en tussen bevoegde autoriteiten, douaneautoriteiten en andere autoriteiten, de methoden voor bemonstering en voor laboratoriumanalyses, -tests en -diagnoses, alsook de validatie en interpretatie ervan, de traceerbaarheid, de opstelling van lijsten van aan controles onderworpen dieren of goederen, alsook de opstelling van lijsten van landen of regio's die bepaalde dieren en goederen naar de Unie mogen uitvoeren, voorafgaande kennisgeving van zendingen, de uitwisseling van informatie, grenscontroleposten, isolatie en quarantaine, de erkenning van door derde landen vóór uitvoer verrichte controles, maatregelen om een risico te beheersen of een eind te maken aan grootschalige en ernstige niet-naleving in verband met bepaalde dieren of goederen van oorsprong uit een derde land of een regio daarvan, de erkenning van derde landen of regio's die waarborgen bieden die gelijkwaardig zijn aan welke in de Unie gelden, en de intrekking van die erkenning, opleidingsactiviteiten voor personeel en programma's voor de uitwisseling van personeel tussen de lidstaten, en betreffende de noodplannen voor levensmiddelen en diervoeders met het oog op de uitvoering van het algemene plan voor crisismanagement als bedoeld in artikel 55, lid 1, van Verordening (EG) nr. 178/2002, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (45) worden uitgeoefend.

(99)

Daar de doelstelling van deze verordening, namelijk het waarborgen van een geharmoniseerde aanpak ten aanzien van officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de agro-voedselketenwetgeving van de Unie te waarborgen, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve vanwege het effect, de complexiteit, het grensoverschrijdende en internationale karakter ervan beter op het niveau van de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in datzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

TITEL I

ONDERWERP, TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

1.   Bij deze verordening worden voorschriften vastgesteld voor:

a)

de uitvoering van officiële controles en andere officiële activiteiten door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten;

b)

de financiering van officiële controles;

c)

de administratieve bijstand en samenwerking tussen de lidstaten met het oog op correcte toepassing van de in lid 2 bedoelde regelgeving;

d)

de uitvoering van controles door de Commissie in de lidstaten en in derde landen;

e)

de vaststelling van voorwaarden waaraan moet worden voldaan met betrekking tot dieren en goederen die uit een derde land in de Unie binnenkomen;

f)

de oprichting van een geautomatiseerd informatiesysteem voor het beheer van informatie en gegevens in verband met officiële controles.

2.   Deze verordening is van toepassing op officiële controles op naleving van de op Unieniveau of door de lidstaten ter uitvoering van Uniewetgeving vastgestelde regels op de volgende gebieden:

a)

levensmiddelen en voedselveiligheid, integriteit en heilzaamheid in elk stadium van de productie, verwerking en distributie van levensmiddelen, met inbegrip van voorschriften om eerlijke handelspraktijken te waarborgen, de belangen van de consument te beschermen en consumenten te informeren, alsook betreffende de vervaardiging en het gebruik van materialen en voorwerpen die bestemd zijn om met levensmiddelen in contact te komen;

b)

doelbewuste introductie in het milieu van genetisch gemodificeerde organismen (ggo's) met het oog op de productie van levensmiddelen en diervoeders;

c)

diervoeders en de veiligheid van diervoeders, in elk stadium van de productie, verwerking en distributie van diervoeders en het gebruik van diervoeders, met inbegrip van voorschriften om eerlijke handelspraktijken te waarborgen, de gezondheid en de belangen van de consument te beschermen en consumenten te informeren;

d)

diergezondheidsvoorschriften;

e)

voorkoming en minimalisering van de risico's voor de gezondheid van mensen en dieren als gevolg van dierlijke bijproducten en daarvan afgeleide producten;

f)

dierenwelzijnsvoorschriften;

g)

beschermende maatregelen tegen schadelijke organismen bij planten;

h)

voorschriften voor het in de handel brengen en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en het duurzaam gebruik van pesticiden, met uitzondering van apparatuur voor de toepassing van pesticiden;

i)

biologische productie en etikettering van biologische producten;

j)

gebruik en etikettering van beschermde oorsprongsbenamingen, beschermde geografische aanduidingen en gegarandeerde traditionele specialiteiten.

3.   Deze verordening is eveneens van toepassing op officiële controles op de naleving van de voorschriften die vervat liggen in de in lid 2 bedoelde regels, wanneer die van toepassing zijn op dieren en goederen die de Unie binnenkomen of vanuit de Unie worden uitgevoerd.

4.   Deze verordening is niet van toepassing op officiële controles op de naleving van:

a)

Verordening (EU) nr. 1308/2013; indien evenwel bij de controles overeenkomstig artikel 89 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 mogelijke frauduleuze of bedrieglijke praktijken met betrekking tot de handelsnormen bedoeld in de artikelen 73 tot en met 91 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 worden vastgesteld, is deze verordening wel van toepassing;

b)

Richtlijn 2010/63/EU van het Europees Parlement en de Raad (46);

c)

Richtlijn 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad (47).

5.   De artikelen 4, 5, 6 en 8, artikel 12, leden 2 en 3, de artikelen 15 en 18 tot en met 27, de artikelen 31 tot en met 34, de artikelen 37 tot en met 42 en 78, de artikelen 86 tot en met 108, artikel 112, artikel 130, en de artikelen 131 tot en met 141 zijn ook van toepassing op andere officiële activiteiten die de bevoegde autoriteiten overeenkomstig deze verordening of overeenkomstig de in lid 2 van dit artikel bedoelde regels verrichten.

Artikel 2

Officiële controles en andere officiële activiteiten

1.   Voor de toepassing van deze verordening wordt onder „officiële controles” verstaan de activiteiten die worden verricht door de bevoegde autoriteiten of de gemachtigde instanties of natuurlijke personen aan wie overeenkomstig deze verordening bepaalde officiële controletaken zijn gedelegeerd, teneinde te verifiëren of:

a)

de exploitanten deze verordening en de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels naleven, en

b)

dieren of goederen voldoen aan de vereisten die zijn neergelegd in de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels, met inbegrip de regels voor de afgifte van een officieel certificaat of een officiële verklaring.

2.   Voor de toepassing van deze verordening wordt onder „ander officiële activiteiten” verstaan andere activiteiten dan officiële controles, die worden uitgevoerd door de bevoegde autoriteiten of de gemachtigde instanties of natuurlijke personen aan wie overeenkomstig deze verordening en overeenkomstig de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels bepaalde andere officiële activiteiten zijn gedelegeerd, met inbegrip van activiteiten om de aanwezigheid van dierziekten of schadelijke organismen bij planten vast te stellen, de verspreiding van die dierziekten of schadelijke organismen bij planten te voorkomen of in te perken of die dierziekten of schadelijke organismen bij planten uit te roeien, het verlenen van vergunningen of erkenningen en de afgifte van officiële certificaten of officiële verklaringen.

Artikel 3

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1.

„levensmiddelenwetgeving”: levensmiddelenwetgeving als gedefinieerd in artikel 3, punt 1, van Verordening (EG) nr. 178/2002;

2.

„diervoederwetgeving”: de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen met betrekking tot diervoeders in het algemeen, en de veiligheid van diervoeders in het bijzonder, op zowel het niveau van de Unie als nationaal niveau, in elk stadium van de productie, verwerking en distributie of het gebruik van diervoeders;

3.

„bevoegde autoriteiten”:

a)

de centrale autoriteiten van een lidstaat die verantwoordelijk zijn voor de organisatie van officiële controles en andere officiële activiteiten, overeenkomstig deze verordening en de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels;

b)

elke andere autoriteit waaraan die verantwoordelijkheid is opgedragen;

c)

in voorkomend geval, de overeenkomstige autoriteiten van een derde land;

4.

„controleautoriteit voor biologische producten”: overheidsinstantie van een lidstaat voor de biologische productie en de etikettering van biologische producten waaraan de bevoegde autoriteiten hun bevoegdheden in verband met de toepassing van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (48) geheel of gedeeltelijk hebben opgedragen, in voorkomend geval met inbegrip van de overeenkomstige autoriteit van een derde land of die in een derde land werkzaam is;

5.

„gemachtigde instantie”: een afzonderlijke rechtspersoon waaraan de bevoegde autoriteiten bepaalde taken in verband met officiële controles of met andere officiële activiteiten hebben gedelegeerd;

6.

„verificatieprocedures voor controles”: door de bevoegde autoriteiten ingevoerde regelingen en ondernomen acties om te garanderen dat de officiële controles en andere officiële activiteiten consistent en doeltreffend zijn;

7.

„controlesysteem”: systeem dat de bevoegde autoriteiten omvat, alsook de middelen, structuren, regelingen en procedures die in een lidstaat worden ingesteld om te waarborgen dat officiële controles worden verricht overeenkomstig deze verordening en de in de artikelen 18 tot en met 27 bedoelde regels;

8.

„controleplan”: een door de bevoegde autoriteiten opgestelde beschrijving met informatie over de structuur en organisatie van het officiële controlesysteem en de werking ervan, alsook de gedetailleerde planning van de officiële controles die in een bepaalde periode op elk van de gebieden waarop de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels van toepassing zijn, zullen worden uitgevoerd;

9.

„dieren”: dieren als gedefinieerd in artikel 4, punt 1, van Verordening (EU) 2016/429;

10.

„dierziekte”: ziekte als gedefinieerd in artikel 4, punt 16, van Verordening (EU) 2016/429;

11.

„goederen”: alles waarop de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels of een deel daarvan van toepassing zijn, met uitzondering van dieren;

12.

„levensmiddel”: een levensmiddel als gedefinieerd in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 178/2002;

13.

„diervoeders”: diervoeders als gedefinieerd in artikel 3, punt 4, van Verordening (EG) nr. 178/2002;

14.

„dierlijke bijproducten”: dierlijke bijproducten als gedefinieerd in artikel 3, punt 1, van Verordening (EG) nr. 1069/2009;

15.

„afgeleid product”: afgeleid product als gedefinieerd in artikel 3, punt 2, van Verordening (EG) nr. 1069/2009;

16.

„planten”: planten als gedefinieerd in artikel 2, punt 1, van Verordening (EU) 2016/2031;

17.

„schadelijke organismen bij planten”: schadelijke organismen als gedefinieerd in artikel 1, punt 1, van Verordening (EU) 2016/2031;

18.

„gewasbeschermingsmiddelen”: gewasbeschermingsmiddelen als bedoeld in artikel 2, punt 1, van Verordening (EG) nr. 1107/2009;

19.

„producten van dierlijke oorsprong”: producten van dierlijke oorsprong als gedefinieerd in punt 8.1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad (49);

20.

„levende producten”: levende producten als gedefinieerd in artikel 4, punt 28, van Verordening (EU) 2016/429;

21.

„plantaardige producten”: plantaardige producten als gedefinieerd in artikel 2, punt 2, van Verordening (EU) 2016/2031;

22.

„ander materiaal”: ander materiaal als gedefinieerd in artikel 2, punt 5, van Verordening (EU) 2016/2031;

23.

„gevaar”: agens of toestand die een schadelijke uitwerking op de gezondheid van mensen, dieren of planten, het dierenwelzijn of het milieu kan hebben;

24.

„risico”: functie van de kans op een nadelig effect op de gezondheid van mensen, dieren of planten, het dierenwelzijn of het milieu, en van de ernst van dat effect, voortvloeiend uit een gevaar;

25.

„officiële certificering”: de procedure waarmee de bevoegde autoriteiten een garantie bieden voor de naleving van een of meer voorschriften die zijn vastgesteld in de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels;

26.

„certificerend functionaris”:

a)

elke ambtenaar van de bevoegde autoriteiten die bevoegd is officiële certificaten van die autoriteiten te ondertekenen, of

b)

elk ander natuurlijk persoon die door de bevoegde autoriteiten is gemachtigd officiële certificaten te ondertekenen overeenkomstig de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels;

27.

„officieel certificaat”: een papieren of elektronisch document dat door de certificerende functionaris is ondertekend en een garantie biedt voor de naleving van een of meer voorschriften die zijn vastgesteld in de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels;

28.

„officiële verklaring”: etiket, merk of andersoortige verklaring die wordt afgegeven door de exploitanten onder toezicht, via specifieke officiële controles, van de bevoegde autoriteiten dan wel door de bevoegde autoriteiten zelf, en een garantie biedt voor de naleving van een of meer voorschriften die zijn vastgesteld in deze verordening of in de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels;

29.

„exploitant”: elke natuurlijke of rechtspersoon die onderworpen is aan een of meer verplichtingen die zijn vervat in de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels;

30.

„audit”: een systematisch en onafhankelijk onderzoek om te bepalen of activiteiten en de resultaten daarvan met geplande regelingen overeenstemmen en of deze regelingen op doeltreffende wijze worden uitgevoerd en geschikt zijn om de gestelde doeleinden te bereiken;

31.

„classificatie”: indeling van exploitanten op basis van een beoordeling van hun conformiteit aan classificatiecriteria;

32.

„officiële dierenarts”: door de bevoegde autoriteiten al dan niet als eigen personeel, aangewezen dierenarts die passend gekwalificeerd is om de officiële controles en andere officiële activiteiten te verrichten overeenkomstig deze verordening en de in artikel 1, lid 2, bedoelde toepasselijke regels;

33.

„officiële plantgezondheidsfunctionaris”: door de bevoegde autoriteiten al dan niet als eigen personeel aangewezen natuurlijk persoon die passend opgeleid is om officiële controles en andere officiële activiteiten te verrichten overeenkomstig deze verordening en de in artikel 1, lid 2, onder g), bedoelde toepasselijke regels;

34.

„gespecificeerd risicomateriaal”: gespecificeerd risicomateriaal als gedefinieerd in artikel 3, lid 1, onder g), van Verordening (EG) nr. 999/2001;

35.

„lang transport”: een lang transport als gedefinieerd in artikel 2, onder m), van Verordening (EG) nr. 1/2005;

36.

„apparatuur voor de toepassing van pesticiden”: apparatuur voor de toepassing van pesticiden als gedefinieerd in artikel 3, punt 4, van Richtlijn 2009/128/EG;

37.

„zending”: een aantal dieren of een hoeveelheid goederen vallend onder hetzelfde officiële certificaat, dezelfde officiële verklaring of hetzelfde andere document, die met hetzelfde vervoermiddel worden vervoerd en vanuit hetzelfde grondgebied of derde land komen en, uitgezonderd voor goederen die onderworpen zijn aan de in artikel 1, lid 2, onder g), bedoelde regels, van hetzelfde type zijn, onder dezelfde klasse vallen of aan dezelfde omschrijving beantwoorden;

38.

„grenscontrolepost”: door een lidstaat aangewezen plaats voor de uitvoering van de in artikel 47, lid 1, bedoelde officiële controles, en de bijbehorende faciliteiten;

39.

„plaats van uitgang”: een grenscontrolepost of een andere door een lidstaat aangewezen plaats waar dieren die onder het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 1/2005 vallen, het douanegebied van de Unie verlaten;

40.

„de Unie binnenkomen” of „binnenkomst in de Unie”: handeling waarmee dieren en goederen in een van de in bijlage I vermelde grondgebieden van buiten die grondgebieden worden binnengebracht, uitgezonderd wanneer dit in verband staat met de in artikel 1, lid 2, onder g), bedoelde regels, in welk geval onder deze termen wordt verstaan de handeling waarmee goederen worden binnengebracht in het „grondgebied van de Unie” als omschreven in artikel 1, lid 3, tweede alinea, van Verordening (EU) 2016/2031;

41.

„documentencontrole”: onderzoek van de officiële certificaten, officiële verklaringen en andere documenten, met inbegrip van handelsdocumenten, die de zending moeten vergezellen overeenkomstig de in artikel 1, lid 2, en artikel 56, lid 1, bedoelde regels of overeenkomstig artikel 77, lid 3, artikel 126, lid 3, artikel 128, lid 1, en artikel 129, lid 1, vastgestelde uitvoeringshandelingen;

42.

„overeenstemmingscontrole”: visuele inspectie om te verifiëren of de inhoud en etikettering van een zending, met inbegrip van de merken op dieren, zegels en vervoermiddelen, overeenstemmen met de informatie in de officiële certificaten, officiële verklaringen en andere documenten die de zending vergezellen;

43.

„materiële controle”: controle betreffende dieren of goederen en, in voorkomend geval, betreffende verpakkingen, vervoermiddelen, etikettering en temperatuur, alsmede bemonstering voor analyses, tests en diagnoses en andere controles die noodzakelijk zijn om de naleving van de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels te verifiëren;

44.

„doorvoer”: vervoer van een derde land naar een ander derde land, onder douanetoezicht, via een van de in bijlage I vermelde grondgebieden, of vervoer van een van de in bijlage I vermelde grondgebieden naar een ander in bijlage I vermeld grondgebied via het grondgebied van een derde land, uitgezonderd wanneer dit in verband staat met de in artikel 1, lid 2, onder g), bedoelde regels, in welk geval een van de volgende situaties is bedoeld:

a)

vervoer van een derde land naar een ander derde land, als omschreven in artikel 1, lid 3, eerste alinea, van Verordening (EU) 2016/2031 waarbij het vervoer over het grondgebied van de Unie onder douanetoezicht geschiedt als omschreven in artikel 1, lid 3, tweede alinea, van die verordening, of

b)

vervoer van het „grondgebied van de Unie” naar een ander deel van het „grondgebied van de Unie”, als omschreven in artikel 1, lid 3, tweede alinea, van Verordening (EU) 2016/2031 over het grondgebied van een derde land als omschreven in artikel 1, lid 3, eerste alinea, van die verordening;

45.

„toezicht van de douaneautoriteiten”: douanetoezicht als gedefinieerd in artikel 5, punt 27, van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad (50);

46.

„controle van de douaneautoriteiten”: douanecontroles als gedefinieerd in artikel 5, punt 3, van Verordening (EU) nr. 952/2013;

47.

„officiële inbewaringneming”: de procedure waarmee de bevoegde autoriteit verhindert dat dieren en goederen waarop officiële controles van toepassing zijn, worden vervoerd of gemanipuleerd in afwachting van het besluit over de bestemming ervan; deze procedure omvat de opslag door exploitanten volgens de aanwijzingen en onder controle van de bevoegde autoriteiten;

48.

„journaal”: het in de punten 1 tot en met 5 van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1/2005 bedoelde document;

49.

„officiële assistent”: een vertegenwoordiger van de bevoegde autoriteiten die is opgeleid overeenkomstig de voorschriften van artikel 18 en in dienst is om bepaalde taken in verband met officiële controles of met andere officiële activiteiten uit te voeren;

50.

„vlees en eetbare slachtafvallen”: voor de toepassing van artikel 49, lid 2, onder a): de producten opgenomen in onderdelen 0201 tot en met 0208 van hoofdstuk 2, afdeling I, deel 2, van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad (51);

51.

„gezondheidsmerk”: een merk dat wordt aangebracht na de officiële controles als bedoeld in artikel 18, lid 2, onder a) en c), en waarmee wordt verklaard dat het vlees geschikt is voor menselijke consumptie.

TITEL II

OFFICIËLE CONTROLES EN ANDERE OFFICIËLE ACTIVITEITEN IN DE LIDSTATEN

HOOFDSTUK I

Bevoegde autoriteiten

Artikel 4

Aanwijzing van bevoegde autoriteiten

1.   De lidstaten wijzen voor elk van de gebieden waarop de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels van toepassing zijn, de bevoegde autoriteit of autoriteiten aan waaraan zij de verantwoordelijkheid voor de organisatie of uitvoering van officiële controles en andere officiële activiteiten opdragen.

2.   Wanneer een lidstaat de verantwoordelijkheid voor de organisatie of uitvoering van officiële controles of andere officiële activiteiten voor hetzelfde gebied aan meer dan een bevoegde autoriteit op nationaal, regionaal of plaatselijk niveau opdraagt, of wanneer de overeenkomstig lid 1 aangewezen bevoegde autoriteiten uit hoofde van die aanwijzing specifieke verantwoordelijkheden voor officiële controles of andere officiële activiteiten aan andere openbare autoriteiten mogen overdragen, moet de lidstaat:

a)

zorgen voor doelmatige en doeltreffende coördinatie tussen alle betrokken autoriteiten en de consistentie en doeltreffendheid van de officiële controles of andere officiële activiteiten op zijn hele grondgebied waarborgen, en

b)

één instantie aanwijzen, conform de constitutionele voorschriften van de betrokken lidstaat, die verantwoordelijk is voor de coördinatie van de samenwerking en de contacten met de Commissie en met de andere lidstaten in verband met officiële controles en andere officiële activiteiten die op de in artikel 1, lid 2, bedoelde gebieden worden verricht.

3.   De bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de verificatie van de naleving van de in artikel 1, lid 2, onder i), bedoelde regels, kunnen bepaalde verantwoordelijkheden in verband met officiële controles of andere officiële activiteiten aan een of meer controleautoriteiten voor biologische producten opdragen. In dat geval kennen zij aan elke van deze autoriteiten een codenummer toe.

4.   De lidstaten zorgen ervoor dat de Commissie op de hoogte is van de contactgegevens en wijzigingen in verband met:

a)

de overeenkomstig lid 1 aangewezen bevoegde autoriteiten;

b)

de overeenkomstig lid 2, onder b), aangewezen enige instanties;

c)

de in lid 3 bedoelde controleautoriteiten voor biologische producten;

d)

de in artikel 28, lid 1, bedoelde gemachtigde instanties.

De in de eerste alinea bedoelde informatie wordt door de lidstaten ook openbaar gemaakt, onder meer via het internet.

Artikel 5

Algemene verplichtingen betreffende de bevoegde autoriteiten en de controleautoriteiten voor biologische producten

1.   De bevoegde autoriteiten en de controleautoriteiten voor biologische producten:

a)

beschikken over procedures en/of regelingen om de doeltreffendheid en relevantie van de officiële controles en andere officiële activiteiten te waarborgen;

b)

beschikken over procedures en/of regelingen om de onpartijdigheid, kwaliteit en consistentie van de officiële controles en andere officiële activiteiten op alle niveaus te waarborgen;

c)

beschikken over procedures en/of regelingen om te waarborgen dat de personeelsleden die officiële controles en andere officiële activiteiten verrichten, vrij van elk belangenconflict zijn;

d)

beschikken over, of hebben toegang tot, geschikte laboratoriumcapaciteit voor analyses, tests en diagnoses;

e)

beschikken over, of hebben toegang tot, een voldoende aantal naar behoren gekwalificeerde en ervaren personeelsleden, zodat de officiële controles en andere officiële activiteiten doelmatig en doeltreffend kunnen worden verricht;

f)

beschikken over passende en goed onderhouden faciliteiten en uitrusting om te waarborgen dat de personeelsleden de officiële controles en andere officiële activiteiten doelmatig en doeltreffend kunnen verrichten;

g)

beschikken over de wettelijke bevoegdheden om de officiële controles en andere officiële activiteiten te verrichten en acties te ondernemen waarin deze verordening en de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels voorzien;

h)

beschikken over wettelijke procedures om te waarborgen dat de personeelsleden toegang tot de gebouwen en documenten van exploitanten hebben, zodat zij hun taken naar behoren kunnen verrichten;

i)

beschikken over noodplannen en zijn gereed om die in noodsituaties uit te voeren, in voorkomend geval overeenkomstig de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels.

2.   Elke aanstelling van een officiële dierenarts geschiedt schriftelijk en omschrijft de officiële controles en de andere officiële activiteiten en aanverwante taken waarop de aanstelling betrekking heeft. De voorschriften voor het personeel van bevoegde autoriteiten waarin deze verordening voorziet, met inbegrip van het voorschrift vrij van elk belangenconflict te zijn, zijn van toepassing op alle officiële dierenartsen.

3.   Elke aanstelling van een officiële plantgezondheidsfunctionaris geschiedt schriftelijk en omschrijft de officiële controles en de andere officiële activiteiten en aanverwante taken waarop de aanstelling betrekking heeft. De voorschriften voor het personeel van bevoegde autoriteiten waarin deze verordening voorziet, met inbegrip van het voorschrift vrij van elk belangenconflict te zijn, zijn van toepassing op alle officiële plantgezondheidsambtenaren.

4.   De personeelsleden die officiële controles en andere officiële activiteiten verrichten:

a)

ontvangen voor hun bevoegdheidsterrein een passende opleiding, die hen in staat stelt hun taken op bekwame wijze te verrichten en de officiële controles en andere officiële activiteiten op consistente wijze uit te voeren;

b)

blijven op de hoogte van de ontwikkelingen op hun bevoegdheidsterrein en ontvangen zo nodig geregeld bijscholing, en

c)

ontvangen opleiding op het gebied van de in bijlage II, hoofdstuk I, vermelde onderwerpen en, waar nodig, in verband met de verplichtingen van de bevoegde autoriteiten uit hoofde van deze verordening.

Door de bevoegde autoriteiten, controleautoriteiten voor biologische producten en de gemachtigde instanties worden opleidingsprogramma's ontwikkeld en uitgevoerd om te waarborgen dat het personeel dat officiële controles en andere officiële activiteiten verricht, de in de punten a), b) en c) bedoelde opleiding ontvangen.

5.   Indien binnen de diensten van een bevoegde autoriteit meer dan één eenheid bevoegd is officiële controles of andere officiële activiteiten te verrichten, moet er worden gezorgd voor doelmatige en doeltreffende coördinatie en samenwerking tussen die eenheden.

Artikel 6

Audits van de bevoegde autoriteiten

1.   Om te waarborgen dat zij aan deze verordening voldoen, voeren de bevoegde autoriteiten interne audits uit of laten audits bij zichzelf uitvoeren en nemen op basis van de resultaten daarvan passende maatregelen.

2.   De in lid 1 bedoelde audits zijn aan een onafhankelijke toetsing onderworpen en worden op transparante wijze uitgevoerd.

Artikel 7

Recht op beroep

Tegen besluiten betreffende natuurlijke personen of rechtspersonen die de bevoegde autoriteiten krachtens artikel 55, artikel 66, leden 3 en 6, artikel 67, artikel 137, lid 3, onder b), en artikel 138, leden 1 en 2, nemen, kunnen die personen overeenkomstig het nationale recht beroep instellen.

Het recht om beroep in te stellen, doet geen afbreuk aan de verplichting van de bevoegde autoriteiten onmiddellijk actie te ondernemen om de risico's voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor het dierenwelzijn of, wat ggo's en gewasbeschermingsmiddelen betreft, voor het milieu, overeenkomstig deze verordening en de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels weg te nemen of in te perken.

Artikel 8

Geheimhoudingsverplichtingen van de bevoegde autoriteiten

1.   Behoudens lid 3 zorgen de bevoegde autoriteiten ervoor dat informatie die zij bij het uitvoeren van hun taken in het kader van officiële controles en andere officiële activiteiten hebben verkregen en die gezien de aard ervan overeenkomstig Unie- of nationale wetgeving onder het beroepsgeheim valt, niet aan derde partijen wordt openbaar gemaakt.

De lidstaten zorgen ervoor dat zij daartoe passende geheimhoudingsverplichtingen vaststellen voor personeelsleden en andere personen die tijdens officiële controles en andere officiële activiteiten in dienst zijn.

2.   Lid 1 is ook van toepassing op controleautoriteiten voor biologische producten en gemachtigde instanties waaraan en natuurlijke personen aan wie bepaalde officiële controletaken zijn gedelegeerd, en officiële laboratoria.

3.   Tenzij een hoger openbaar belang openbaarmaking gebiedt van onder het beroepsgeheim vallende informatie als bedoeld in lid 1, en onverminderd de gevallen waarin openbaarmaking op grond van Unie- of nationale wetgeving is vereist, omvat dergelijke informatie informatie waarvan de openbaarmaking het volgende in het gedrang zou brengen:

a)

het doel van inspecties, onderzoeken of audits;

b)

de bescherming van de commerciële belangen van een exploitant of enig ander natuurlijk of rechtspersoon, of

c)

de bescherming van gerechtelijke procedures en juridisch advies.

4.   Bij het bepalen of een hoger openbaar belang openbaarmaking van onder het beroepsgeheim vallende informatie als bedoeld in lid 1 gebiedt, houden de bevoegde autoriteiten onder meer rekening met mogelijke risico's voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, of voor het milieu, en de aard, ernst en omvang van dergelijke risico's.

5.   De geheimhoudingsverplichtingen van dit artikel staan er niet aan in de weg dat de bevoegde autoriteiten informatie over de uitkomst van officiële controles betreffende individuele exploitanten bekendmaken of anderszins openbaar maken, mits, onverminderd situaties waarin openbaarmaking op grond van Uniewetgeving of nationale wetgeving is vereist, aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

a)

de betrokken exploitant wordt voorafgaand aan de publicatie of openbaarmaking in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken over de informatie die de bevoegde autoriteit voornemens is te publiceren of anderszins openbaar te maken, met inachtneming van de urgentie van de situatie, en

b)

in de informatie die gepubliceerd of anderszins openbaar wordt gemaakt, wordt rekening gehouden met de opmerkingen van de betrokken exploitant, of die opmerkingen worden bij die informatie gepubliceerd of openbaar gemaakt.

HOOFDSTUK II

Officiële controles

Afdeling I

Algemene voorschriften

Artikel 9

Algemene regels voor officiële controles

1.   De bevoegde autoriteiten verrichten regelmatig met passende frequentie risicogebaseerde officiële controles met betrekking tot alle exploitanten, en houden daarbij rekening met:

a)

vastgestelde risico's in verband met:

i)

dieren en goederen;

ii)

de activiteiten waarover exploitanten zeggenschap hebben;

iii)

de locatie van de activiteiten of werkzaamheden van exploitanten;

iv)

het gebruik van producten of van processen, materialen en stoffen die van invloed kunnen zijn op de veiligheid, integriteit en heilzaamheid van voedsel, of de diervoederveiligheid, de diergezondheid of het dierenwelzijn, de plantgezondheid, dan wel, wat ggo's en gewasbeschermingsmiddelen betreft, ook schadelijk kunnen zijn voor het milieu;

b)

informatie die erop wijst dat consumenten waarschijnlijk worden misleid, met name wat betreft de aard, identiteit, eigenschappen, samenstelling, hoeveelheid, duurzaamheid, land van oorsprong of plaats van herkomst, fabricage- of productiemethode van het voedingsmiddel;

c)

de resultaten van eerdere officiële controles betreffende exploitanten en de mate waarin de exploitant de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels naleeft;

d)

de betrouwbaarheid en de resultaten van eigen controles die door de exploitanten of op hun verzoek door een derde zijn verricht, ook, waar passend, die van particuliere kwaliteitsborgingssystemen, om na te gaan of de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels worden nageleefd, en

e)

informatie die erop kan wijzen dat de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels niet worden nageleefd.

2.   De bevoegde autoriteiten verrichten regelmatig officiële controles met passende risicogebaseerde frequentie om mogelijke opzettelijke schendingen door frauduleuze of bedrieglijke praktijken van de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels op te sporen, waarbij zij rekening houden met informatie over dergelijke schendingen die via de in de artikelen 102 tot en met 108 beschreven mechanismen voor administratieve bijstand wordt gedeeld, alsook met elke andere informatie die op de mogelijkheid van dergelijke schendingen wijst.

3.   Officiële controles die voorafgaand aan het in de handel brengen of het transport van bepaalde dieren en goederen worden uitgevoerd met het oog op de afgifte van officiële certificaten of officiële verklaringen die de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels voorschrijft als voorwaarde voor het in de handel brengen of het vervoer van die dieren en goederen, worden verricht overeenkomstig:

a)

de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels, en

b)

de toepasselijke gedelegeerde en uitvoeringshandelingen die de Commissie overeenkomstig de artikelen 18 tot en met 27 vaststelt.

4.   Officiële controles worden zonder voorafgaande kennisgeving uitgevoerd, behalve wanneer die kennisgeving noodzakelijk en naar behoren gerechtvaardigd is om de officiële controle te kunnen uitvoeren. Wat officiële controles op verzoek van de exploitant betreft, kan de bevoegde autoriteit beslissen of de officiële controles met of zonder voorafgaande kennisgeving moeten worden uitgevoerd. Het uitvoeren van officiële controles met voorafgaande kennisgeving betekent niet dat er geen officiële controles zonder voorafgaande kennisgeving kunnen worden uitgevoerd.

5.   De officiële controles worden zo veel mogelijk zodanig uitgevoerd dat de administratieve lasten en de verstoring van het werk van de exploitanten tot het noodzakelijke minimum worden beperkt, zonder dat dit de doeltreffendheid van die controles nadelig beïnvloedt.

6.   De bevoegde autoriteiten verrichten alle officiële controles op dezelfde wijze, rekening houdend met de noodzaak om de controles aan te passen aan de specifieke situatie, ongeacht of de betrokken dieren of goederen:

a)

op de markt van de Unie beschikbaar zijn en afkomstig zijn uit de lidstaat waar de officiële controles worden verricht of uit een andere lidstaat;

b)

uit de Unie zullen worden uitgevoerd, of

c)

de Unie binnenkomen.

7.   Voor zover dit strikt noodzakelijk is voor de organisatie van de officiële controles, kunnen de lidstaten van bestemming exploitanten die dieren of goederen uit een andere lidstaat laten leveren, verplichten de aankomst van die dieren of goederen te melden.

Artikel 10

Exploitanten, processen en activiteiten waarop officiële controles van toepassing zijn

1.   Voor zover dit noodzakelijk is om na te gaan of de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels worden nageleefd, verrichten de bevoegde autoriteiten officiële controles op:

a)

dieren en goederen, in alle stadia van de productie, verwerking, distributie en gebruik;

b)

stoffen, materialen of andere voorwerpen die van invloed kunnen zijn op de kenmerken of de gezondheid van dieren en goederen, en op de naleving van de daarop van toepassing zijnde voorschriften, in alle stadia van de productie, verwerking, distributie en gebruik;

c)

exploitanten, wat betreft activiteiten, met inbegrip van het houden van dieren, uitrusting, vervoersmiddelen, gebouwen en andere plaatsen die onder hun gezag staan en de omgeving ervan, en op ter zake dienende documentatie.

2.   Onverminderd de regels betreffende bestaande lijsten of registers die zijn opgesteld op basis van de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels, stellen de bevoegde autoriteiten een lijst van exploitanten op en actualiseren die. Indien een dergelijke lijst of register reeds voor andere doeleinden voorhanden is, kunnen zij ook voor de toepassing van deze verordening worden gebruikt.

3.   De Commissie stelt overeenkomstig artikel 144 gedelegeerde handelingen vast teneinde deze verordening te wijzigen in verband met de categorieën van exploitanten die moeten worden vrijgesteld van opname in de in lid 2 bedoelde lijst omdat de opname in de lijst tot onevenredig grote administratieve lasten zou leiden in vergelijking met het risico dat aan hun activiteiten is verbonden.

Artikel 11

Transparantie van officiële controles

1.   De bevoegde autoriteiten verrichten officiële controles met een hoge mate van transparantie en maken, ook via bekendmaking op het internet, ten minste een keer per jaar relevante informatie over de organisatie en uitvoering van officiële controles openbaar.

Zij zorgen er tevens voor dat regelmatig en tijdig informatie wordt gepubliceerd over:

a)

de soort en het aantal officiële controles en de uitkomst ervan;

b)

de soort en het aantal vastgestelde gevallen van niet-naleving;

c)

de soort en het aantal gevallen waarin de bevoegde autoriteiten maatregelen hebben genomen overeenkomstig artikel 138, en

d)

de soort en het aantal gevallen waarin de in artikel 139 bedoelde sancties zijn opgelegd.

De informatie bedoeld in de tweede alinea van dit lid, onder a) tot en met d), kan, indien nodig, worden verstrekt door middel van de bekendmaking van het in artikel 113, lid 1, bedoelde jaarverslag.

2.   De bevoegde autoriteiten stellen procedures vast om ervoor te zorgen dat alle informatie die ter beschikking van het publiek wordt gesteld en niet correct is, op passende wijze wordt gerectificeerd.

3.   De bevoegde autoriteiten kunnen informatie over de classificatie van individuele exploitanten op basis van de uitkomst van een of meer officiële controles publiceren of anderszins openbaar maken, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

a)

de classificatiecriteria zijn objectief, transparant en openbaar, en

b)

er zijn passende regelingen getroffen om te waarborgen dat de classificatieprocedure eerlijk en op consistente en transparante wijze verloopt.

Artikel 12

Gedocumenteerde controleprocedures

1.   De bevoegde autoriteiten verrichten de officiële controles volgens gedocumenteerde procedures.

Die procedures bestrijken de in bijlage II, hoofdstuk II, beschreven onderwerpen voor controleprocedures en omvatten instructies voor de personeelsleden die de officiële controles verrichten.

2.   De bevoegde autoriteiten beschikken over verificatieprocedures voor controles.

3.   De bevoegde autoriteiten:

a)

nemen corrigerende maatregelen in alle gevallen waarin de in lid 2 bedoelde procedures op tekortkomingen wijzen, en

b)

passen de in lid 1 bedoelde gedocumenteerde procedures zo nodig aan.

4.   Leden 1, 2 en 3 zijn ook van toepassing op gemachtigde instanties en controleautoriteiten voor biologische producten.

Artikel 13

Schriftelijke gegevens over officiële controles

1.   De bevoegde autoriteiten houden schriftelijke gegevens bij van elke door hen verrichte officiële controle. Die gegevens kunnen op papier zijn gesteld of in elektronische vorm zijn. Die schriftelijke gegevens bevatten de volgende informatie:

a)

een beschrijving van het doel van de officiële controles;

b)

de toegepaste controlemethoden;

c)

de resultaten van de officiële controles, en

d)

in voorkomend geval acties die de bevoegde autoriteiten naar aanleiding van hun officiële controles van de betrokken exploitant verlangen.

2.   Tenzij de doeleinden van een gerechtelijk onderzoek of de bescherming van een gerechtelijke procedure anders gebieden, wordt aan de exploitanten die aan een officiële controle worden onderworpen, een afschrift van de in lid 1 bedoelde schriftelijke gegevens verstrekt indien zij daarom verzoeken, tenzij een officieel certificaat of een officiële verklaring is afgegeven. De exploitant wordt door de bevoegde autoriteiten onmiddellijk in kennis gesteld van gevallen van niet-naleving die bij de officiële controles aan het licht komen.

3.   Wanneer voor officiële controles de voortdurende of regelmatige aanwezigheid van personeelsleden of vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteiten in de gebouwen van de exploitant is vereist, worden de in lid 1 bedoelde gegevens met een zodanige frequentie opgesteld dat de bevoegde autoriteit en de exploitant:

a)

regelmatig over de mate van naleving worden geïnformeerd, en

b)

spoedig worden geïnformeerd over gevallen van niet-naleving die bij officiële controles aan het licht komen.

4.   Leden 1, 2 en 3 zijn ook van toepassing op gemachtigde instanties, controleautoriteiten voor biologische producten waaraan en natuurlijke personen aan wie bepaalde controletaken zijn gedelegeerd.

Artikel 14

Methoden en technieken voor officiële controles

Officiële controlemethoden en -technieken omvatten, indien van toepassing, het volgende:

a)

een onderzoek van de controles die exploitanten hebben ingesteld en van de verkregen resultaten;

b)

een inspectie van:

i)

uitrusting, vervoersmiddelen, gebouwen en andere plaatsen die onder hun gezag staan en de omgeving ervan;

ii)

dieren en goederen, met inbegrip van halffabricaten, grondstoffen, ingrediënten, technische hulpstoffen en andere producten die bij de bereiding en productie van goederen of voor het voederen of behandelen van dieren worden gebruikt;

iii)

schoonmaak- en onderhoudsproducten en -processen;

iv)

traceerbaarheid, etikettering, presentatie, reclame en verpakkingsmateriaal ter zake, alsook van materialen die bestemd zijn om met voedingsmiddelen in contact te komen:

c)

controles betreffende de hygiënetoestand in de gebouwen van de exploitanten;

d)

een evaluatie van de procedures inzake goede fabricagepraktijken, goede hygiënepraktijken, goede landbouwpraktijken en van de procedures die gebaseerd zijn op de beginselen van de gevarenanalyse van kritische controlepunten (hazard analysis critical control points — HACCP);

e)

een onderzoek van documenten, traceerbaarheidsgegevens en andere gegevens die van belang kunnen zijn voor de beoordeling van de naleving van de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels, met inbegrip van, in voorkomend geval, documenten die levensmiddelen, diervoeders en elke stof of materiaal die het bedrijf binnenkomen of verlaten, vergezellen;

f)

gesprekken met exploitanten en hun personeelsleden;

g)

de verificatie van door de exploitant verrichte metingen en van andere testresultaten;

h)

bemonstering, analyses, diagnoses en tests;

i)

audits van exploitanten;

j)

elke andere activiteit die nodig is om gevallen van niet-naleving te constateren.

Artikel 15

Verplichtingen van exploitanten

1.   Voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van officiële controles of andere officiële activiteiten geven de exploitanten personeelsleden van de bevoegde autoriteiten, indien verlangd door die autoriteiten, toegang tot:

a)

de uitrusting, vervoersmiddelen, gebouwen en andere plaatsen die onder hun toezicht staan en de omgeving ervan;

b)

hun geautomatiseerde informatiemanagementsystemen;

c)

de dieren en goederen die onder hun toezicht staan;

d)

hun documenten en elke andere relevante informatie.

2.   Tijdens officiële controles en andere officiële activiteiten ondersteunen de exploitanten de personeelsleden van de bevoegde autoriteiten en van de controleautoriteiten voor biologische producten bij de uitvoering van hun taken, en werken zij met die personeelsleden samen.

3.   De exploitant die verantwoordelijk is voor een zending die de Unie binnenkomt, leeft de in lid 1 en 2 omschreven verplichtingen na en stelt onverwijld alle informatie over de dieren en goederen op papier of elektronisch ter beschikking.

4.   De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen regels vaststellen met betrekking tot de samenwerking en de uitwisseling van gegevens tussen exploitanten en bevoegde autoriteiten in verband met de aankomst en het lossen van dieren en goederen bedoeld in artikel 47, lid 1, indien dit nodig is om deze dieren en goederen volledig te identificeren en aan een efficiënte officiële controle te onderwerpen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

5.   Voor de toepassing van artikel 10, lid 2, en onverminderd artikel 10, lid 3, verstrekken exploitanten de bevoegde autoriteiten ten minste de volgende geactualiseerde gegevens:

a)

hun naam en rechtsvorm, en

b)

de specifieke activiteiten die zij verrichten, met inbegrip van activiteiten met middelen voor communicatie op afstand, en de plaatsen die onder hun toezicht staan.

6.   De in dit artikel omschreven verplichtingen van exploitanten zijn ook van toepassing wanneer officiële controles en andere officiële activiteiten worden uitgevoerd door officiële dierenartsen, officiële plantgezondheidsambtenaren, gemachtigde instanties, controleautoriteiten en natuurlijke personen aan wie bepaalde officiële controletaken of bepaalde taken in verband met andere officiële activiteiten zijn gedelegeerd.

Afdeling II

Aanvullende voorschriften voor officiële controles en andere officiële activiteiten in bepaalde gebieden

Artikel 16

Aanvullende voorschriften

1.   Op de onder de regels van deze afdeling vallende gebieden, zijn die regels van toepassing als aanvulling op de andere regels van deze verordening.

2.   De Commissie houdt bij de vaststelling van de in deze afdeling bedoelde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen rekening met het volgende:

a)

de ervaring die bevoegde autoriteiten en exploitanten van levensmiddelen- en diervoederbedrijven hebben opgedaan bij de toepassing van de procedures als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad (52) en artikel 6 van Verordening (EG) nr. 183/2005 van het Europees Parlement en de Raad (53);

b)

wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen;

c)

de verwachtingen van consumenten ten aanzien van de samenstelling van levensmiddelen en wijzigingen van levensmiddelenconsumptiepatronen;

d)

de aan dieren en goederen verbonden risico's voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, en

e)

informatie over mogelijke opzettelijke schendingen door middel van frauduleuze of bedrieglijke praktijken.

3.   Voor zover dit niet in de weg staat aan de verwezenlijking van de doelstellingen die worden beoogd door de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels, houdt de Commissie bij de vaststelling van de in deze afdeling bedoelde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen ook rekening met het volgende:

a)

de noodzaak om de toepassing van de gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen te vergemakkelijken, rekening houdend met de aard en de grootte van kleine ondernemingen;

b)

de noodzaak om het voortgezette gebruik van traditionele methoden mogelijk maken in alle stadia van de productie, verwerking of distributie van levensmiddelen en de productie van traditionele voedingsmiddelen, en

c)

de behoeften van exploitanten die gelegen zijn in gebieden die met bijzondere geografisch bepaalde beperkingen te kampen hebben.

Artikel 17

Specifieke definities

Voor de toepassing van artikel 18 wordt verstaan:

a)

„onder de verantwoordelijkheid van de officiële dierenarts”: de officiële dierenarts de uitvoering van een actie aan een officiële assistent toevertrouwt;

b)

„onder het toezicht van de officiële dierenarts”: een actie wordt uitgevoerd door een officiële assistent onder de verantwoordelijkheid van de officiële dierenarts en de officiële dierenarts is ter plaatse aanwezig gedurende de tijd die nodig is om deze actie uit te voeren;

c)

„ante-mortemkeuring”: de verificatie vóór de slachtverrichtingen van de naleving van de voorschriften inzake de gezondheid van mens en dier, en inzake dierenwelzijn, met inbegrip van in voorkomend geval het klinisch onderzoek van elk afzonderlijk dier en de verificatie van de informatie over de agro-voedselketen als bedoeld in sectie III van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 853/2004;

d)

„post-mortemkeuring”: de verificatie in het slachthuis of wildverwerkingsinrichting van de naleving van de voorschriften die van toepassing zijn op:

i)

karkassen zoals gedefinieerd in punt 1.9 van bijlage I van Verordening (EG) nr. 853/2004 en slachtafvallen zoals gedefinieerd in punt 1.11 van die bijlage, teneinde te besluiten of het vlees geschikt is voor menselijke consumptie,

ii)

de veilige verwijdering van gespecificeerd risicomateriaal, en

iii)

de gezondheid en het welzijn van de dieren.

Artikel 18

Specifieke voorschriften voor officiële controles en voor acties van de bevoegde autoriteiten in verband met de productie van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong

1.   Officiële controles die worden verricht om de naleving van de in artikel 1, lid 2, van deze verordening bedoelde regels te verifiëren met betrekking tot producten van dierlijke oorsprong die bestemd zijn voor menselijke consumptie, omvatten de verificatie van de naleving van de voorschriften die zijn vastgelegd in Verordeningen (EG) nr. 852/2004, (EG) nr. 853/2004, (EG) nr. 853/2004, (EG) nr. 1069/2009 evenals, indien van toepassing, (EG) nr. 1099/2009.

2.   De in lid 1 vermelde officiële controles in verband met de productie van vlees omvatten:

a)

de ante-mortemkeuring in het slachthuis door een officiële dierenarts, die voor de preselectie van dieren kan worden bijgestaan door daartoe opgeleide officiële assistenten;

b)

in afwijking van punt a), wat pluimvee en lagomorfen betreft, de ante-mortemkeuring door een officiële dierenarts, onder het toezicht van een officiële dierenarts of, indien er voldoende garanties zijn, onder de verantwoordelijkheid van een officiële dierenarts;

c)

de post-mortemkeuring door een officiële dierenarts, onder het toezicht van een officiële dierenarts of, indien er voldoende garanties zijn, onder de verantwoordelijkheid van een officiële dierenarts;

d)

de andere officiële controles in slachthuizen, uitsnijderijen en wildbewerkingsinrichtingen, uitgevoerd door een officiële dierenarts, onder het toezicht van een officiële dierenarts of, indien er voldoende garanties zijn, onder de verantwoordelijkheid van de officiële dierenarts, op de naleving van de voorschriften die van toepassing zijn op:

i)

de hygiëne van de vleesproductie;

ii)

de aanwezigheid van residuen van diergeneesmiddelen en contaminanten in voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong;

iii)

de audit van de goede hygiënepraktijken en de op HACCP-beginselen gebaseerde procedures;

iv)

laboratoriumtests teneinde zoönoseverwekkers en dierziekten te detecteren en te controleren of is voldaan aan het microbiologische criterium als omschreven in artikel 2, onder b), van Verordening (EG) nr. 2073/2005 van de Commissie (54);

v)

de hantering en verwijdering van dierlijke bijproducten en van gespecificeerd risicomateriaal;

vi)

de gezondheid en het welzijn van de dieren.

3.   De bevoegde autoriteit kan op basis van een risicoanalyse het personeel van slachthuizen toestaan in inrichtingen voor het slachten van pluimvee of lagomorfen bijstand te verlenen bij taken in verband met de in lid 2 bedoelde officiële controles, of in inrichtingen voor het slachten van andere diersoorten, bij specifieke taken betreffende het nemen van monsters en het verrichten van tests in verband met die controles, voor zover dat personeel:

a)

onafhankelijk van het productiepersoneel van het slachthuis optreedt;

b)

een passende opleiding voor het uitvoeren van deze taken heeft genoten, en

c)

deze taken verricht in aanwezigheid en volgens de instructies van de officiële dierenarts of officiële assistent.

4.   Indien de in lid 2, onder a) en c), bedoelde officiële controles geen tekortkomingen aan het licht brengen die het vlees ongeschikt voor menselijke consumptie zouden maken, wordt het gezondheidsmerk aangebracht op als landbouwhuisdier gehouden hoefdieren, gekweekt wild, voor zover het andere zoogdieren dan lagomorfen betreft, en grof vrij wild, door de officiële dierenarts, onder het toezicht van de officiële dierenarts, onder de verantwoordelijkheid van de officiële dierenarts of, onder de voorwaarden van lid 3, het slachthuispersoneel.

5.   De officiële dierenarts blijft verantwoordelijk voor de beslissingen die worden genomen ingevolge de in leden 2 en 4, bedoelde officiële controles, zelfs indien hij de uitvoering van een actie aan een officiële assistent toewijst.

6.   Voor de uitvoering van de in lid 1 vermelde officiële controles op levende tweekleppige weekdieren, delen de bevoegde autoriteiten de productie- en de heruitzettingsgebieden in.

7.   De Commissie stelt overeenkomstig artikel 144 gedelegeerde handelingen vast teneinde deze verordening aan te vullen met betrekking tot specifieke regels voor het verrichten van de in leden 2 tot en met 6 van dit artikel bedoelde officiële controles met betrekking tot:

a)

criteria en voorwaarden om, in afwijking van lid 2, onder a), te bepalen wanneer de ante-mortemkeuring in bepaalde slachthuizen onder het toezicht of onder de verantwoordelijkheid van een officieel dierenarts kan worden uitgevoerd, voor zover de afwijkingen het bereiken van de doelstellingen van deze verordening niet in de weg staan;

b)

criteria en voorwaarden om te bepalen wanneer, wat betreft pluimvee en lagomorfen, er voldoende garanties zijn om de officiële controles met betrekking tot de in lid 2, onder b), bedoelde ante-mortemkeuring onder de verantwoordelijkheid van een officieel dierenarts uit te voeren;

c)

criteria en voorwaarden om, in afwijking van lid 2, onder a), te bepalen wanneer de ante-mortemkeuring in het geval van een noodslachting buiten het slachthuis kan worden uitgevoerd;

d)

criteria en voorwaarden om, in afwijking van lid 2, onder a) en b), te bepalen wanneer de ante-mortemkeuring op het bedrijf van herkomst kan worden uitgevoerd;

e)

criteria en voorwaarden om te bepalen wanneer er voldoende garanties zijn om de officiële controles met betrekking tot de post-mortemkeuring en de in lid 2, onder c) en d), bedoelde auditactiviteiten onder de verantwoordelijkheid van een officieel dierenarts uit te voeren;

f)

criteria en voorwaarden om, in afwijking van lid 2, onder c), te bepalen wanneer de post-mortemkeuring in het geval van een noodslachting door de officiële dierenarts moet worden uitgevoerd;

g)

criteria en voorwaarden om, wat Pectinidae, mariene buikpotigen en Holothurioidea betreft, in afwijking van lid 6, te bepalen wanneer de productie- en de heruitzettingsgebieden niet moeten worden ingedeeld;

h)

specifieke afwijkingen voor Rangifer tarandus tarandus, Lagopus lagopus en Lagopus mutus teneinde reeds lang bestaande lokale en traditionele gewoonten en gebruiken te kunnen voortzetten, voor zover de afwijkingen het bereiken van de doelstellingen van deze verordening niet in de weg staan;

i)

criteria en voorwaarden om, in afwijking van lid 2, onder d), te bepalen wanneer de officiële controles in uitsnijderijen kunnen worden uitgevoerd door personeel dat daartoe is aangewezen door de bevoegde autoriteiten en goed is opgeleid;

j)

specifieke minimumvoorschriften voor het personeel van de bevoegde autoriteiten en voor de officiële dierenarts en officiële assistent, met inbegrip van specifieke minimumvoorschriften inzake opleiding, teneinde te waarborgen dat zij de in dit artikel genoemde taken naar behoren uitvoeren;

k)

passende minimumvoorschriften inzake opleiding voor het slachthuispersoneel dat bijstand verleent bij taken in verband met officiële controles en andere officiële activiteiten, overeenkomstig lid 3.

8.   De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen regels vast betreffende eenvormige praktische regelingen voor de uitvoering van de in dit artikel bedoelde officiële controles met betrekking tot:

a)

specifieke voorschriften voor de uitvoering van officiële controles en de eenvormige minimale frequentie van die officiële controles, met inachtneming van de specifieke gevaren en risico's die aan elk product van dierlijke oorsprong verbonden zijn en de verschillende processen die het ondergaat, waarbij een minimumniveau van officiële controles noodzakelijk is om mogelijke erkende eenvormige gevaren en risico's van producten van dierlijke oorsprong aan te pakken;

b)

de voorwaarden voor de indeling en de monitoring van ingedeelde productie- en heruitzettingsgebieden bij levende tweekleppige weekdieren;

c)

de gevallen waarin de bevoegde autoriteiten voor specifieke gevallen van niet-naleving een of meer maatregelen als bedoeld in artikel 137, lid 2, en artikel 138, lid 2, moeten nemen;

d)

de praktische regelingen voor de in lid 2, onder a), b), en c), bedoelde ante-mortem- en post-mortemkeuringen, met inbegrip van de uniforme voorschriften om ervoor te zorgen dat voldoende garanties worden geboden wanneer de officiële controles onder de verantwoordelijkheid van een officieel dierenarts worden uitgevoerd;

e)

de technische voorschriften van het gezondheidsmerk en de praktische regeling voor het aanbrengen ervan;

f)

specifieke voorschriften voor de uitvoering van officiële controles en een eenvormige minimale frequentie van die controles op rauwe melk, melkproducten en visserijproducten, waarbij een minimumniveau van officiële controles noodzakelijk is om mogelijke erkende eenvormige gevaren en risico's aan te pakken.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

9.   De lidstaten nemen de doelstellingen van deze verordening en met name de voedselveiligheidsvoorschriften in acht, maar kunnen nationale maatregelen vaststellen voor in tijd en omvang beperkte proefprojecten om alternatieve praktische regelingen voor de uitvoering van de officiële controles op de vleesproductie te evalueren. Van deze nationale maatregelen wordt kennis gegeven overeenkomstig de procedure van artikelen 5 en 6 van Richtlijn (EU) 2015/1535. De uitkomst van de evaluatie door middel van het proefproject wordt zo spoedig mogelijk aan de Commissie meegedeeld.

10.   Voor de toepassing van artikel 30, is de delegatie van bepaalde taken in verband met officiële controles, bedoeld in dit artikel, aan een of meer natuurlijke personen, toegestaan.

Artikel 19

Specifieke regels voor officiële controles en voor acties die de bevoegde autoriteiten moeten ondernemen in verband met residuen van relevante stoffen in levensmiddelen en diervoeders

1.   De officiële controles om naleving van de in artikel 1, lid 2, onder a) en c), bedoelde regels te verifiëren omvatten officiële controles, die moeten worden uitgevoerd in alle stadia van de productie, verwerking en distributie, op relevante stoffen, met inbegrip van stoffen die worden gebruikt in materialen die met levensmiddelen in contact komen, contaminanten, niet-toegelaten, verboden en onwenselijke stoffen waarvan het gebruik bij of aanwezigheid op gewassen of dieren of tijdens de productie of verwerking van levensmiddelen of diervoeders tot gevolg kan hebben dat residuen van die stoffen in levensmiddelen of diervoeders terechtkomen.

2.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 144 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen met regels betreffende de uitvoering van de in lid 1 van dit artikel bedoelde officiële controles en over de acties die de bevoegde autoriteiten naar aanleiding van die officiële controles moeten ondernemen. Die gedelegeerde handelingen bevatten regels betreffende:

a)

specifieke voorschriften voor de uitvoering van officiële controles, onder meer, waar nodig, voor de spreiding van de monsters en de stadia van productie, verwerking en distributie waarin de monsters moeten worden genomen volgens de methoden die voor bemonstering en voor laboratoriumanalyses worden gebruikt en zijn vastgesteld in overeenstemming met artikel 34, lid 6, onder a) en b), met inachtneming van de specifieke gevaren en risico's in verband met de in lid 1 van dit artikel bedoelde stoffen;

b)

de gevallen waarin de bevoegde autoriteiten bij niet-naleving of een vermoeden daarvan een of meer maatregelen als bedoeld in artikel 137, lid 2, of artikel 138, lid 2, moeten nemen;

c)

de gevallen waarin de bevoegde autoriteiten bij niet-naleving of een vermoeden daarvan ten aanzien van dieren of goederen uit derde landen een of meer van de maatregelen als bedoeld in de artikelen 65 tot en met 72, moeten nemen.

3.   De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen regels vaststellen betreffende eenvormige praktische regelingen voor de uitvoering van de in lid 1 bedoelde officiële controles en voor de acties die de bevoegde autoriteiten naar aanleiding van die officiële controles moeten ondernemen met betrekking tot:

a)

eenvormige minimale frequentie van die officiële controles, met inachtneming van de gevaren en risico's van stoffen als bedoeld in lid 1;

b)

specifieke aanvullende regelingen en specifieke aanvullende inhoud ten opzichte van hetgeen vermeld is in artikel 110 voor de opstelling van de desbetreffende delen van het in artikel 109, lid 1, bedoelde meerjarige nationale controleplan (MNCP);

c)

specifieke praktische regelingen voor de inwerkingtreding van de mechanismen voor administratieve bijstand als omschreven in de artikelen 102 tot en met 108.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

4.   Voor de toepassing van artikel 30, is de delegatie van bepaalde taken in verband met officiële controles, bedoeld in dit artikel, aan een of meer natuurlijke personen, toegestaan.

Artikel 20

Specifieke regels voor officiële controles en voor de acties die de bevoegde autoriteiten ondernemen in verband met dieren, producten van dierlijke oorsprong, levende producten, dierlijke bijproducten en afgeleide producten

1.   De officiële controles om naleving van de in artikel 1, lid 2, onder a), c), d) en e), bedoelde regels te verifiëren, omvatten officiële controles die moeten worden uitgevoerd in alle stadia van de productie, verwerking en distributie op dieren, producten van dierlijke oorsprong, levende producten, dierlijke bijproducten en afgeleide producten.

2.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 144 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen met regels voor de uitvoering van officiële controles betreffende dieren, producten van dierlijke oorsprong, levende producten, dierlijke bijproducten en afgeleide producten om naleving te verifiëren van Unieregelgeving als bedoeld in artikel 1, lid 2, onder d) en e), en regels voor de acties die de bevoegde autoriteiten naar aanleiding van officiële controles moeten ondernemen. Die gedelegeerde handelingen bevatten regels betreffende:

a)

specifieke voorschriften voor de uitvoering van officiële controles op dieren, producten van dierlijke oorsprong en levende producten, teneinde erkende gevaren en risico's voor de gezondheid van mens en dier aan te pakken door middel van officiële controles op de naleving van ziektepreventie- en ziektebestrijdingsmaatregelen die zijn vastgesteld overeenkomstig de in artikel 1, lid 2, onder d), bedoelde regels;

b)

specifieke voorschriften voor de uitvoering van officiële controles op dierlijke bijproducten en afgeleide producten, teneinde specifieke gevaren en risico's voor de gezondheid van mens en dier aan te pakken door middel van officiële controles op de naleving van de in artikel 1, lid 2, onder e), bedoelde regels;

c)

de gevallen waarin de bevoegde autoriteiten bij niet-naleving of een vermoeden daarvan een of meer maatregelen als bedoeld in artikel 137, lid 2, en artikel 138, lid 2, moeten nemen.

3.   De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen regels vaststellen betreffende eenvormige praktische regelingen voor de uitvoering van de in lid 1 bedoelde officiële controles met betrekking tot:

a)

eenvormige minimale frequentie van die officiële controles op dieren, producten van dierlijke oorsprong en levende producten, waarbij een minimumniveau van officiële controles noodzakelijk is om erkende eenvormige gevaren en risico's voor de gezondheid van mens en dier aan te pakken door middel van officiële controles op de naleving van ziektepreventie- en ziektebestrijdingsmaatregelen die zijn vastgesteld overeenkomstig de in artikel 1, lid 2, onder d), bedoelde regels, en

b)

eenvormige minimale frequentie van die officiële controles op dierlijke bijproducten en afgeleide producten, waarbij een minimumniveau van officiële controles noodzakelijk is om specifieke gevaren en risico's voor de gezondheid van mens en dier aan te pakken door middel van officiële controles op de naleving van de in artikel 1, lid 2, onder e), bedoelde regels.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

4.   Voor de toepassing van artikel 30, is de delegatie van bepaalde taken in verband met officiële controles, bedoeld in dit artikel, aan een of meer natuurlijke personen, toegestaan.

Artikel 21

Specifieke regels voor officiële controles en voor de acties die de bevoegde autoriteiten moeten ondernemen in verband met de voorschriften inzake dierenwelzijn

1.   De officiële controles om naleving van de in artikel 1, lid 2, onder f), bedoelde regels te verifiëren omvatten officiële controles in alle relevante stadia van de productie, verwerking en distributie in de agro-voedselketen.

2.   De officiële controles op naleving van de regels inzake het welzijn van dieren tijdens het vervoer, met name de regels van Verordening (EG) nr. 1/2005, omvatten:

a)

voor lange transporten tussen lidstaten en met derde landen: officiële controles die voorafgaand aan het laden worden verricht om na te gaan of de dieren geschikt zijn voor vervoer;

b)

voor lange transporten van als landbouwhuisdier gehouden paardachtigen, met uitzondering van geregistreerde paardachtigen, en van als landbouwhuisdier gehouden runderen, schapen, geiten en varkens tussen lidstaten en met derde landen, voorafgaand aan die transporten:

i)

officiële controles betreffende journaals om te verifiëren of het journaal realistisch is en wijst op naleving van Verordening (EG) nr. 1/2005, en

ii)

officiële controles om te verifiëren of de in het journaal vermelde vervoerder beschikt over een geldige vergunning voor vervoerders, een geldig certificaat van goedkeuring voor vervoermiddelen voor lange transporten en geldige getuigschriften van vakbekwaamheid voor bestuurders en verzorgers;

c)

aan de in artikel 59, lid 1, bedoelde grenscontroleposten en op plaatsen van uitgang:

i)

officiële controles betreffende de vervoersgeschiktheid van de dieren en betreffende de vervoermiddelen om na te gaan of is voldaan aan de vereisten van hoofdstuk II van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1/2005 en, indien van toepassing, hoofdstuk VI daarvan;

ii)

officiële controles om te verifiëren of de vervoerders voldoen aan de toepasselijke internationale overeenkomsten en beschikken over geldige vergunningen voor vervoerders en getuigschriften van vakbekwaamheid voor bestuurders en verzorgers, en

iii)

officiële controles om te verifiëren of de als landbouwhuisdier gehouden paardachtigen en als landbouwhuisdier gehouden runderen, schapen, geiten en varkens een lang transport hebben of nog moeten ondergaan.

3.   Tijdens de uitvoering van officiële controles en andere officiële activiteiten nemen de bevoegde autoriteiten de nodige maatregelen om vertragingen tussen het laden van de dieren en hun vertrek of tijdens het vervoer te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.

De bevoegde autoriteiten houden dieren tijdens het vervoer niet vast, tenzij dat strikt noodzakelijk is voor het welzijn van de dieren of voor de gezondheid van mens of dier. Indien dieren tijdens het vervoer langer dan twee uur moeten worden vastgehouden, zorgen de bevoegde autoriteiten ervoor dat adequate voorzieningen worden getroffen voor hun verzorging en, zo nodig, voor het voederen, drenken, uitladen en onderbrengen van de dieren.

4.   Wanneer een geval van niet-naleving wordt vastgesteld naar aanleiding van de officiële controles als bedoeld in lid 1, onder b), die vóór het lange transport niet op passende wijze door de organisator van het vervoer is hersteld door passende wijzigingen aan de vervoersmodaliteiten aan te brengen, verbieden de bevoegde autoriteiten het lange transport.

5.   Wanneer de bevoegde autoriteiten naar aanleiding van de officiële controles als bedoeld in lid 1, onder c), vaststellen dat dieren niet in staat zijn de reis te voltooien, bevelen zij dat de dieren worden gelost en water, voeder en rust krijgen totdat zij weer in staat zijn om de reis voort te zetten.

6.   Een niet-naleving van de in lid 1 van dit artikel bedoelde regels wordt voor de toepassing van de artikelen 105 en 106, ook gemeld:

a)

aan de lidstaten die de vergunning hebben verleend aan de vervoerder;

b)

wanneer niet-naleving van een dergelijke regel die geldt voor het vervoermiddel wordt vastgesteld, aan de lidstaat die het certificaat van goedkeuring voor het vervoermiddel heeft afgegeven;

c)

wanneer niet-naleving van een dergelijke regel die geldt voor bestuurders wordt vastgesteld, aan de lidstaat die het certificaat van vakbekwaamheid van de bestuurder heeft afgegeven.

7.   Voor de toepassing van artikel 30, is de delegatie van bepaalde taken in verband met in dit artikel bedoelde officiële controles aan een of meer natuurlijke personen toegestaan.

8.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 144 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen met regels voor de uitvoering van officiële controles op de naleving van de in artikel 1, lid 2, onder f), bedoelde regelgeving van de Unie. In die gedelegeerde handelingen wordt rekening gehouden met het dierenwelzijnsrisico in verband met de landbouwactiviteiten en het vervoer, de slacht en het doden van dieren, en worden regels vastgesteld betreffende:

a)

specifieke voorschriften voor de uitvoering van die officiële controles om het risico dat verbonden is aan de verschillende diersoorten en vervoermiddelen aan te pakken, werkwijzen te voorkomen waarbij de regelgeving niet wordt nageleefd en het lijden van dieren te beperken;

b)

de gevallen waarin de bevoegde autoriteiten voor specifieke gevallen van niet-naleving een of meer maatregelen als bedoeld in artikel 137, lid 2, en artikel 138, lid 2, moeten nemen;

c)

de verificatie van de voorschriften inzake dierenwelzijn aan grenscontroleposten en op plaatsen van uitgang en de toepasselijke minimumvoorschriften voor die plaatsen van uitgang;

d)

specifieke criteria en voorwaarden voor de inwerkingtreding van de mechanismen voor administratieve bijstand als beschreven in de artikelen 102 tot en met 108;

e)

de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder bij officiële controles op de naleving van de voorschriften inzake dierenwelzijn specifieke indicatoren voor dierenwelzijn op basis van meetbare prestatiecriteria kunnen worden gebruikt en het ontwerp van dergelijke indicatoren op basis van wetenschappelijke en technische bewijzen.

9.   De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen regels vast betreffende eenvormige praktische regelingen inzake officiële controles die worden uitgevoerd om de naleving te verifiëren van de regels van de Unie als bedoeld in artikel 1, lid 2, onder f), in voorschriften inzake dierenwelzijn en in de acties die de bevoegde autoriteiten naar aanleiding van die officiële controles moeten ondernemen met betrekking tot:

a)

eenvormige minimale frequentie van die officiële controles, waarbij een minimumniveau van officiële controles noodzakelijk is om het risico dat verbonden is aan de verschillende diersoorten en vervoermiddelen aan te pakken, werkwijzen te voorkomen waarbij de regelgeving niet wordt nageleefd en het lijden van dieren te beperken, en

b)

de praktische regeling voor het bijhouden van de schriftelijke neerslag van officiële controles en de bewaringstermijn daarvan.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 22

Specifieke regels voor officiële controles en voor de acties die de bevoegde autoriteiten ondernemen in verband met de plantgezondheid

1.   De officiële controles om naleving van de in artikel 1, lid 2, onder g), bedoelde regels te verifiëren omvatten officiële controles op schadelijke organismen, planten, plantaardige producten en ander materiaal, en op exploitanten en andere personen die aan deze regels zijn onderworpen.

2.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 144 gedelegeerde handelingen ter aanvulling van deze verordening vast te stellen met regels voor de uitvoering van officiële controles op planten, plantaardige producten en ander materiaal, om te verifiëren of de in artikel 1, lid 2, onder g), bedoelde regelgeving van de Unie die op die goederen van toepassing is, wordt nageleefd, en ter uitvoering van de acties die de bevoegde autoriteiten naar aanleiding van de uitvoering van die officiële controles moeten ondernemen. Die gedelegeerde handelingen bevatten regels betreffende:

a)

specifieke voorschriften voor de uitvoering van die officiële controles betreffende het binnenbrengen in de Unie en het vervoer binnen de Unie van bepaalde planten, plantaardige producten en ander materiaal waarop de in artikel 1, lid 2, onder g), bedoelde regels van toepassing zijn, teneinde erkende gevaren en risico's voor de plantgezondheid in verband met specifieke planten, plantaardige producten en ander materiaal met een bepaalde oorsprong of herkomst aan te pakken, en

b)

de gevallen waarin de bevoegde autoriteiten voor specifieke gevallen van niet-naleving een of meer maatregelen als bedoeld in artikel 137, lid 2, en artikel 138, lid 2, moeten nemen.

3.   De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen regels vast betreffende eenvormige praktische regelingen voor de uitvoering van officiële controles op planten, plantaardige producten en ander materiaal, teneinde de naleving te verifiëren van de in artikel 1, lid 2, onder g), bedoelde regels van de Unie die op die goederen van toepassing zijn, en ter uitvoering van de acties die de bevoegde autoriteiten naar aanleiding van die officiële controles ondernemen inzake:

a)

eenvormige minimale frequentie van die officiële controles, waarbij een minimumniveau van officiële controles noodzakelijk is teneinde erkende eenvormige gevaren en risico's voor de plantgezondheid in verband met specifieke planten, plantaardige producten en ander materiaal met een bepaalde oorsprong of herkomst aan te pakken;

b)

eenvormige frequentie van officiële controles die door de bevoegde autoriteiten worden uitgevoerd betreffende exploitanten die overeenkomstig artikel 84, lid 1, van Verordening (EU) 2016/2031 gemachtigd zijn plantenpaspoorten af te geven, waarbij rekening wordt gehouden met de vraag of die exploitanten een fytosanitair risicomanagementplan als bedoeld in artikel 91 van die verordening hebben uitgevoerd voor de door hen geproduceerde planten, plantaardige producten en ander materiaal;

c)

eenvormige frequentie van officiële controles die door de bevoegde autoriteiten worden uitgevoerd betreffende exploitanten die gemachtigd zijn het in artikel 96, lid 1, van Verordening (EU) 2016/2031 bedoelde merkteken aan te brengen, of de officiële verklaring bedoeld in artikel 99, lid 2, onder a), van die verordening af te geven.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

4.   Voor de toepassing van artikel 30, is de delegatie van bepaalde taken in verband met officiële controles, bedoeld in dit artikel, aan een of meer natuurlijke personen, toegestaan.

Artikel 23

Specifieke regels voor officiële controles en voor de acties die de bevoegde autoriteiten moeten ondernemen in verband met ggo's met het oog op de productie van levensmiddelen en diervoeders en genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders

1.   De officiële controles om naleving van de in artikel 1, lid 2, onder a), b) en c), bedoelde regels te verifiëren, omvatten officiële controles op ggo's met het oog op de productie van levensmiddelen en diervoeders en op genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders in alle ter zake dienende stadia van de productie, verwerking en distributie in de agro-voedselketen.

2.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 144 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening aan te vullen met regels ter uitvoering van de in lid 1 van dit artikel bedoelde officiële controles en met betrekking tot de acties die de bevoegde autoriteiten naar aanleiding van die officiële controles moeten ondernemen. Deze gedelegeerde handelingen houden rekening met de noodzaak om een minimumniveau van officiële controles te waarborgen om met de in artikel 1, lid 2, onder b), bedoelde regels strijdige werkwijzen te voorkomen, en bevatten:

a)

specifieke voorschriften voor de uitvoering van officiële controles teneinde erkende eenvormige gevaren en risico's aan te pakken met betrekking tot:

i)

de aanwezigheid in de agro-voedselketen van ggo's met het oog op de productie van levensmiddelen en diervoeders en genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders die niet overeenkomstig Richtlijn 2001/18/EG of Verordening (EG) nr. 1829/2003 zijn toegelaten;

ii)

de teelt van ggo's met het oog op de productie van levensmiddelen en diervoeders en de juiste toepassing van het in artikel 13, lid 2, onder e), van Richtlijn 2001/18/EG en in artikel 5, lid 5, onder b), en artikel 17, lid 5, onder b), van Verordening (EG) nr. 1829/2003 bedoelde monitoringplan;

b)

de gevallen waarin de bevoegde autoriteiten voor specifieke gevallen van niet-naleving een of meer maatregelen als bedoeld in artikel 137, lid 2, en artikel 138, lid 2, moeten nemen.

3.   De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen regels vaststellen betreffende eenvormige praktische regelingen voor de uitvoering van de in lid 1 bedoelde officiële controles, ermee rekening houdend dat een minimumniveau van officiële controles moet zijn gewaarborgd om werkwijzen te voorkomen die in strijd zijn met die regels inzake eenvormige minimale frequentie van die officiële controles, wanneer een minimumniveau van officiële controles noodzakelijk is teneinde eenvormige erkende gevaren en risico's aan te pakken op de volgende gebieden:

a)

de aanwezigheid in de agro-voedselketen van ggo's met het oog op de productie van levensmiddelen en diervoeders en genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders die niet overeenkomstig Richtlijn 2001/18/EG of Verordening (EG) nr. 1829/2003 zijn toegelaten;

b)

de teelt van ggo's voor de productie van levensmiddelen en diervoeders en de juiste toepassing van het in artikel 13, lid 2, onder e), van Richtlijn 2001/18/EG en in artikel 5, lid 5, onder b), en artikel 17, lid 5, onder b), van Verordening (EG) nr. 1829/2003 bedoelde monitoringplan.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

4.   Voor de toepassing van artikel 30, is de delegatie van bepaalde taken in verband met officiële controles, bedoeld in dit artikel, aan een of meer natuurlijke personen, toegestaan.

Artikel 24

Specifieke regels voor officiële controles en voor de acties die de bevoegde autoriteiten ondernemen in verband met gewasbeschermingsmiddelen

1.   De officiële controles op naleving van de in artikel 1, lid 2, onder h), van deze verordening bedoelde regels omvatten de officiële controles van werkzame stoffen, beschermstoffen, synergisten, formuleringshulpstoffen en toevoegingsstoffen als bedoeld in artikel 2, leden 2 en 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009.

2.   Voor de vaststelling van de frequentie van risicogebaseerde officiële controles als bedoeld in lid 1, houden de bevoegde autoriteiten ook rekening met het volgende:

a)

de resultaten van de betrokken toezichthoudende activiteiten, waaronder die inzake de residuen van bestrijdingsmiddelen uitgevoerd voor de toepassing van artikel 32, lid 2, van Verordening (EG) nr. 396/2005 en van artikel 8 van Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad (55);

b)

informatie over niet-toegelaten gewasbeschermingsmiddelen, met inbegrip van illegale handel in gewasbeschermingsmiddelen, en de resultaten van de desbetreffende controles door de autoriteiten als bedoeld in artikel 8 van Verordening (EU) nr. 649/2012 van het Europees Parlement en de Raad (56), en

c)

informatie over vergiftiging in verband met gewasbeschermingsmiddelen, met inbegrip van informatie die beschikbaar is overeenkomstig artikel 56 van Verordening (EG) nr. 1107/2009, en informatie met betrekking tot respons in noodgevallen in verband met de gezondheid, ter beschikking gesteld door de centra als bedoeld in artikel 45, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad (57).

3.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 144 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen met regels voor de uitvoering van de in lid 1 van dit artikel bedoelde officiële controles. Die gedelegeerde handelingen bevatten regels betreffende:

a)

specifieke voorschriften voor de uitvoering van die officiële controles, teneinde erkende eenvormige gevaren en risico's aan te pakken die gewasbeschermingsmiddelen kunnen vormen met betrekking tot de vervaardiging, het in de handel brengen, het in de Unie binnenbrengen, de etikettering, de verpakking, het vervoer, de opslag en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, teneinde het veilige en duurzame gebruik ervan te waarborgen en de illegale handel erin te bestrijden, en

b)

de gevallen waarin de bevoegde autoriteiten voor specifieke gevallen van niet-naleving een of meer maatregelen als bedoeld in artikel 137, lid 2, en artikel 138, lid 2, moeten nemen.

4.   De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen nadere regels vaststellen betreffende eenvormige praktische regelingen voor de uitvoering van officiële controles op de in lid 1 bedoelde producten, met betrekking tot:

a)

eenvormige minimale frequentie van die officiële controles, waarbij een minimumniveau van officiële controle noodzakelijk is om erkende uniforme gevaren en risico's aan te pakken die gewasbeschermingsmiddelen mogelijk kunnen vormen inzake de productie, het op de markt brengen, de binnenkomst in de Unie, de etikettering, de verpakking, het vervoer, de opslag en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, teneinde het veilige en duurzame gebruik ervan te waarborgen en de illegale handel erin te bestrijden;

b)

de verzameling van informatie, monitoring en verslaglegging in verband met vermoedelijke vergiftigingen met gewasbeschermingsmiddelen;

c)

de verzameling van informatie, monitoring en verslaglegging in verband met niet-toegestane gewasbeschermingsmiddelen onder meer over illegale handel in gewasbeschermingsmiddelen.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

5.   Voor de toepassing van artikel 30, is de delegatie van bepaalde taken in verband met officiële controles, bedoeld in dit artikel, aan een of meer natuurlijke personen, toegestaan.

Artikel 25

Specifieke regels inzake officiële controles en andere officiële activiteiten betreffende de biologische productie en de etikettering van biologische producten

De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen regels vaststellen betreffende eenvormige praktische regelingen voor de uitvoering van de officiële controles op de naleving van de in artikel 1, lid 2, onder i), bedoelde regels, met betrekking tot:

a)

specifieke voorschriften en aanvullende inhoud ten opzichte van hetgeen vermeld is in artikel 110, voor het opstellen van de desbetreffende delen van het in artikel 109, lid 1, bedoelde MNCP en aanvullende specifieke inhoud van het in artikel 113 bedoelde verslag;

b)

specifieke verantwoordelijkheden en taken van de referentiecentra van de Europese Unie, naast de verantwoordelijkheden en taken als bedoeld in artikel 98;

c)

praktische regelingen voor de inwerkingtreding van de mechanismen voor administratieve bijstand als bedoeld in de artikelen 102 tot en met 108, met inbegrip van de uitwisseling van informatie over gevallen van niet-naleving of waarschijnlijke niet-naleving tussen bevoegde autoriteiten en gemachtigde instanties;

d)

de toe te passen methoden voor bemonstering en voor laboratoriumanalyses, met uitzondering van regels voor de vaststelling van drempelwaarden.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 26

Specifieke regels voor officiële controles en andere officiële activiteiten die de bevoegde autoriteiten uitvoeren in verband met beschermde oorsprongsbenamingen, beschermde geografische aanduidingen en gegarandeerde traditionele specialiteiten

1.   In afwijking van artikel 31, lid 3, en in samenhang met de regels bedoeld in artikel 1, lid 2, onder j), kunnen de bevoegde autoriteiten, wanneer zij de besluiten tot verlening van een vergunning voor het gebruik van de geregistreerde naam van het product hebben gedelegeerd, ook de toepassing van de volgende maatregelen delegeren:

a)

gebieden dat bepaalde activiteiten van de exploitant aan meer systematische of uitgebreide officiële controles worden onderworpen;

b)

gebieden dat de exploitant de frequentie van zijn eigen controles verhoogt;

c)

gebieden dat het etiket wordt veranderd, teneinde te voldoen aan de productspecificaties en de in artikel 1, lid 2, onder j), bedoelde regels.

2.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 144 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen met regels voor de uitvoering van officiële controles op de naleving van de in artikel 1, lid 2, onder j), bedoelde regels. Die gedelegeerde handelingen bevatten regels betreffende:

a)

voorschriften, methoden en technieken bedoeld in de artikelen 12 en 14, voor officiële controles op de naleving van de productspecificaties en etiketteringsvoorschriften;

b)

specifieke methoden en technieken bedoeld in artikel 14, voor de uitvoering van officiële controles betreffende de traceerbaarheid van goederen en dieren die onder het toepassingsgebied van de in artikel 1, lid 2, onder j), bedoelde regels vallen, in alle stadia van de productie, bereiding en distributie, en betreffende het bieden van garanties voor de naleving van die regels;

c)

de gevallen waarin de bevoegde autoriteiten voor specifieke gevallen van niet-naleving een of meer acties en maatregelen als bedoeld in artikel 138, leden 1 en 2, moeten nemen.

3.   De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen regels vaststellen betreffende eenvormige praktische regelingen voor de uitvoering van de officiële controles op de naleving van de regels bedoeld in artikel 1, lid 2, onder j), met betrekking tot:

a)

specifieke praktische regelingen voor de inwerkingtreding van de mechanismen voor administratieve bijstand als bedoeld in de artikelen 102 tot en met 108, met inbegrip van de uitwisseling van informatie betreffende gevallen van niet-naleving of waarschijnlijke niet-naleving tussen bevoegde autoriteiten en gemachtigde instanties, en

b)

specifieke rapportageverplichtingen van de gemachtigde instanties.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

4.   Voor de toepassing van artikel 30, is de delegatie van bepaalde controletaken, bedoeld in dit artikel, aan een of meer natuurlijke personen, toegestaan.

Artikel 27

Specifieke regels voor officiële controles en voor acties die de bevoegde autoriteiten moeten ondernemen wanneer nieuwe risico's in verband met levensmiddelen en diervoeders worden geïdentificeerd

1.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 144 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening aan te vullen met regels betreffende de uitvoering van officiële controles op bepaalde categorieën levensmiddelen of diervoeders, teneinde de naleving te verifiëren van de in artikel 1, lid 2, onder a) tot en met e), bedoelde regels, alsmede betreffende de acties die de bevoegde autoriteiten naar aanleiding van die officiële controles moeten ondernemen. Die gedelegeerde handelingen hebben betrekking op geïdentificeerde nieuwe risico's voor de gezondheid van mensen of dieren die zich kunnen voordoen via levensmiddelen of diervoeders dan wel, in het geval van ggo's en gewasbeschermingsmiddelen, ook voor het milieu, alsook dergelijke risico's als gevolg van nieuwe patronen in de productie of consumptie van levensmiddelen of diervoeders die niet afdoende kunnen worden aangepakt bij gebrek aan zulke gemeenschappelijke regels. Die gedelegeerde handelingen bevatten regels met betrekking tot:

a)

eenvormige specifieke voorschriften voor de uitvoering van officiële controles teneinde de specifieke gevaren en risico's aan te pakken voor elke categorie levensmiddelen of diervoeders en voor de verschillende processen die zij doorlopen, en

b)

de gevallen waarin de bevoegde autoriteiten voor specifieke gevallen van niet-naleving een of meer maatregelen als bedoeld in artikel 137, lid 2, en artikel 138, lid 2, moeten nemen.

2.   De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen regels vaststellen betreffende eenvormige praktische regelingen voor de uitvoering van officiële controles op bepaalde categorieën levensmiddelen en diervoeders die worden verricht om de naleving te verifiëren van de in artikel 1, lid 2, onder a) tot en met e), bedoelde regels, teneinde geïdentificeerde nieuwe risico's voor de gezondheid van mensen of dieren die zich kunnen voordoen via levensmiddelen of diervoeders dan wel, in het geval van ggo's en gewasbeschermingsmiddelen, ook voor het milieu, aan te pakken alsook dergelijke risico's als gevolg van nieuwe patronen in de productie of consumptie van levensmiddelen of diervoeders, en die niet afdoende kunnen worden aangepakt bij gebrek aan zulke gemeenschappelijke regels betreffende een eenvormige minimale frequentie van die officiële controles, waarbij een minimumniveau van officiële controle noodzakelijk is teneinde de specifieke gevaren en risico's aan te pakken voor elke categorie levensmiddelen of diervoeders en voor de verschillende processen die zij doorlopen.Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

3.   Om naar behoren gemotiveerde dwingende redenen van urgentie die verband houden met gevallen van ernstige risico's voor de gezondheid van mens of dier of het milieu, stelt de Commissie overeenkomstig de in artikel 145, lid 3, bedoelde procedure onmiddellijk toepasbare uitvoeringshandelingen vast.

HOOFDSTUK III

Delegatie van bepaalde taken van de bevoegde autoriteiten

Artikel 28

Delegatie door de bevoegde autoriteiten van bepaalde taken in verband met officiële controles

1.   De bevoegde autoriteiten kunnen bepaalde taken in verband met officiële controles overeenkomstig artikel 29 aan een of meer gemachtigde instanties of overeenkomstig artikel 30 aan een of meer natuurlijke personen delegeren. De bevoegde autoriteit zorgt ervoor dat de gemachtigde instantie of natuurlijke persoon waaraan die taken zijn gedelegeerd, de nodige bevoegdheden hebben om die taken effectief uit te voeren.

2.   Wanneer een bevoegde autoriteit of een lidstaat besluit bepaalde taken in verband met officiële controles op de naleving van de in artikel 1, lid 2, onder i), bedoelde regels aan een of meer gemachtigde instanties te delegeren, kent zij aan elke gemachtigde instantie een codenummer toe, en wijst zij de betrokken autoriteiten aan die verantwoordelijk zijn voor de erkenning van en het toezicht op die instanties.

Artikel 29

Voorwaarden voor de delegatie van bepaalde taken in verband met officiële controles aan gemachtigde instanties

De in artikel 28, lid 1, bedoelde delegatie van bepaalde taken in verband met officiële controles aan een gemachtigde instantie wordt schriftelijk verleend en moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

a)

de delegatie bevat een nauwkeurige omschrijving van die taken in verband met officiële controles die de gemachtigde instantie mag verrichten, en de voorwaarden waaronder de instantie die taken mag verrichten;

b)

de gemachtigde instantie:

i)

beschikt over de vereiste deskundigheid, uitrusting en infrastructuur om die aan haar gedelegeerde taken in verband met officiële controles te vervullen;

ii)

beschikt over een voldoende aantal naar behoren gekwalificeerde en ervaren personeelsleden;

iii)

is onpartijdig en vrij van elk belangenconflict, en, in het bijzonder, bevindt zich niet een situatie die direct of indirect de onpartijdigheid in het professioneel handelen ten aanzien van de uitoefening van die aan haar gedelegeerde officiële controletaken kan aantasten;

iv)

werkt en is geaccrediteerd overeenkomstig de voor de gedelegeerde taken toepasselijke normen, met inbegrip van de norm EN ISO/IEC 17020 „Voorschriften voor het functioneren van verschillende soorten instellingen die keuringen uitvoeren”;

v)

beschikt over voldoende bevoegdheden om de aan haar gedelegeerde officiële controletaken te verrichten, en

c)

er zijn regelingen van kracht om een doeltreffende en doelmatige coördinatie tussen de delegerende bevoegde autoriteiten en de gemachtigde instantie te waarborgen.

Artikel 30

Voorwaarden voor de delegatie van bepaalde taken in verband met officiële controles aan natuurlijke personen

Wanneer dit krachtens de in de artikelen 18 tot en met 27 bedoelde regels is toegestaan, kunnen de bevoegde autoriteiten bepaalde taken in verband met officiële controles aan een of meer natuurlijke personen delegeren. Die delegatie geschiedt schriftelijk en voldoet aan de volgende voorwaarden:

a)

de delegatie bevat een nauwkeurige omschrijving van de taken in verband met officiële controles die de natuurlijke persoon mag verrichten en de voorwaarden waaronder de natuurlijke persoon die taken mag verrichten;

b)

de natuurlijke persoon:

i)

beschikt over de vereiste deskundigheid, uitrusting en infrastructuur om die aan hem gedelegeerde taken in verband met officiële controles te vervullen;

ii)

is naar behoren gekwalificeerd en ervaren;

iii)

handelt onpartijdig en is vrij van elk belangenconflict ten aanzien van de uitoefening van die aan hem gedelegeerde taken in verband met officiële controles, en

c)

er zijn regelingen van kracht voor een doeltreffende en doelmatige coördinatie tussen de delegerende bevoegde autoriteiten en de natuurlijke persoon.

Artikel 31

Voorwaarden voor de delegatie van bepaalde taken in verband met andere officiële activiteiten

1.   De bevoegde autoriteiten kunnen bepaalde taken in verband met andere officiële activiteiten aan een of meer gemachtigde instanties delegeren, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

een dergelijke delegatie is niet verboden uit hoofde van de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels, en

b)

er is voldaan aan de voorwaarden van artikel 29, lid 1, met uitzondering van die van punt b), iv).

2.   De bevoegde autoriteiten kunnen bepaalde taken in verband met andere officiële activiteiten aan een of meer natuurlijke personen delegeren, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels staan een dergelijke delegatie toe, en

b)

er is voldaan aan de voorwaarden van artikel 30, die van overeenkomstige toepassing zijn.

3.   De bevoegde autoriteiten mogen het besluit over de in artikel 138, lid 1, onder b), en artikel 138, leden 2 en 3, bedoelde taken niet delegeren aan een gemachtigde instantie of natuurlijke persoon.

Artikel 32

Verplichtingen van gemachtigde instanties en natuurlijke personen

Gemachtigde instanties waaraan of natuurlijke personen aan wie bepaalde taken in verband met officiële controles overeenkomstig artikel 28, lid 1, of bepaalde taken in verband met andere officiële activiteiten overeenkomstig artikel 31 zijn gedelegeerd:

a)

delen de resultaten van de officiële controles en andere door hen verrichte officiële activiteiten regelmatig mee aan de delegerende bevoegde autoriteiten, alsook op ieder verzoek van die bevoegde autoriteiten;

b)

stellen de delegerende bevoegde autoriteiten er onmiddellijk van in kennis dat de resultaten van de officiële controles wijzen op niet-naleving of waarschijnlijke niet-naleving, tenzij in specifieke regelingen vastgesteld tussen de bevoegde autoriteit en de gemachtigde instantie of de betrokken natuurlijke persoon anders is bepaald, en

c)

verlenen de bevoegde autoriteiten toegang tot hun gebouwen en voorzieningen, werken mee en verlenen bijstand.

Artikel 33

Verplichtingen van de delegerende bevoegde autoriteiten

Bevoegde autoriteiten die overeenkomstig artikel 28, lid 1, bepaalde taken in verband met officiële controles of overeenkomstig artikel 31 bepaalde taken in verband met andere officiële activiteiten hebben gedelegeerd:

a)

organiseren audits of inspecties van die instanties of personen, voor zover nodig en om overlappingen te vermijden, rekening houdend met accreditatie als bedoeld in artikel 29, lid 1, onder b), iv);

b)

trekken de delegatie onverwijld geheel of gedeeltelijk in wanneer:

i)

er bewijzen zijn dat die gemachtigde instanties of natuurlijke personen de aan hen gedelegeerde taken niet naar behoren verrichten;

ii)

de gemachtigde instanties of natuurlijke personen niet tijdig passende acties ondernemen om vastgestelde tekortkomingen te verhelpen, of

iii)

is gebleken dat de onafhankelijkheid of onpartijdigheid van de gemachtigde instantie of natuurlijke persoon is aangetast.

Dit punt laat de bevoegdheid van de bevoegde autoriteiten tot intrekking van de delegatie om andere redenen dan die bedoeld in deze verordening, onverlet.

HOOFDSTUK IV

Bemonstering, analyses, tests en diagnoses

Artikel 34

Toe te passen methoden voor bemonstering, analyses, tests en diagnoses

1.   De methoden die bij officiële controles en andere officiële activiteiten voor bemonstering en voor laboratoriumanalyses, -tests en -diagnoses worden toegepast, voldoen aan de regels van de Unie tot vaststelling van die methoden of de prestatiecriteria voor die methoden.

2.   Bij gebreke van regels van de Unie als bedoeld in lid 1, gebruiken officiële laboratoria bij officiële controles en andere officiële activiteiten, een van de volgende methoden volgens de geschiktheid voor hun specifieke behoeften in verband met analyses, tests en diagnoses:

a)

de beschikbare methoden die beantwoorden aan de internationaal erkende regels en protocollen op dat gebied, waaronder de methoden en protocollen die het Europese Comité voor Normalisatie (CEN) heeft aanvaard, of

de door de referentielaboratoria van de Europese Unie ontwikkelde of aanbevolen methoden op dat gebied die overeenkomstig internationaal aanvaarde wetenschappelijke protocollen zijn gevalideerd;

b)

bij gebreke van geschikte regels of protocollen als bedoeld onder a), zijn, methoden die beantwoorden aan de desbetreffende regels die op nationaal niveau zijn vastgesteld, of, bij gebreke van dergelijke regels, de door de nationale referentielaboratoria ontwikkelde of aanbevolen methoden op dat gebied die overeenkomstig internationaal aanvaarde wetenschappelijke protocollen zijn gevalideerd, of

methoden op dat gebied die zijn ontwikkeld en gevalideerd middels inter- of interlaboratoriumstudies voor de validering van methoden overeenkomstig internationaal aanvaarde wetenschappelijke protocollen.

3.   Wanneer dringend behoefte bestaat aan laboratoriumanalyses, -tests of -diagnoses en geen van de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde methoden bestaat, mag het betrokken nationale referentielaboratorium, of als een dergelijk nationaal referentielaboratorium niet bestaat, een ander laboratorium dat overeenkomstig artikel 37, lid 1, is aangewezen, andere dan de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde methoden toepassen totdat een passende methode overeenkomstig internationaal aanvaarde wetenschappelijke protocollen wordt gevalideerd.

4.   Waar mogelijk maken de voor laboratoriumanalyse toegepaste methoden gebruik van de relevante in bijlage III opgenomen criteria.

5.   Monsters moeten zodanig worden genomen, behandeld en geëtiketteerd dat de rechtsgeldigheid en de wetenschappelijke en technische validiteit ervan gewaarborgd is.

6.   De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen regels vaststellen voor:

a)

de toe te passen methoden voor bemonstering en voor laboratoriumanalyses, -tests en -diagnoses;

b)

prestatiecriteria, analyse-, test- of diagnoseparameters, meetonzekerheid en procedures voor de validering van die methoden;

c)

de interpretatie van analyse-, test- en diagnoseresultaten.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 35

Advies van een tweede deskundige

1.   De bevoegde autoriteiten zorgen ervoor dat exploitanten wier dieren of goederen bij officiële controles worden bemonsterd, geanalyseerd, getest of gediagnosticeerd, het recht hebben te verzoeken om het advies van een tweede deskundige, op kosten van de exploitant.

Dat recht op het advies van een tweede deskundige stelt de exploitant in staat te verzoeken om beoordeling van de documenten betreffende de bemonstering, analyse, test of diagnose door een tweede erkende en passend gekwalificeerde deskundige;

2.   Indien relevant en technisch haalbaar, met name gezien de prevalentie en verspreiding van het gevaar bij de dieren of goederen, de bederfelijkheid van de monsters of goederen en de hoeveelheid beschikbaar substraat, zorgen de bevoegde autoriteiten ervoor:

a)

dat bij het nemen van het monster, en desgevraagd door de exploitant, een voldoende hoeveelheid materiaal wordt genomen om het advies van een tweede deskundige en de in lid 3 bedoelde beoordeling mogelijk te maken, mocht dit nodig blijken, of

b)

dat wanneer het niet mogelijk is een voldoende hoeveelheid materiaal als bedoeld onder a) te nemen, de exploitant daarvan op de hoogte wordt gesteld.

Dit lid is niet van toepassing bij de beoordeling van de aanwezigheid van quarantaineorganismen in planten, plantaardige producten of ander materiaal voor het doel van controle van naleving van de regels bedoeld in artikel 1, lid 2, onder g).

3.   De lidstaten kunnen besluiten dat, ingeval van geschil tussen de bevoegde instanties en de exploitanten dat is gebaseerd op het advies van een tweede deskundige als bedoeld in lid 1, laatstgenoemden op eigen kosten kunnen verzoeken om de beoordeling van de documenten van de eerste analyse, test of diagnose en, in voorkomend geval, om de uitvoering van een andere analyse, test of diagnose door een ander officieel laboratorium.

4.   Dat de exploitant overeenkomstig lid 1 van dit artikel het advies van een tweede deskundige heeft aangevraagd, doet niet af aan de verplichting van de bevoegde autoriteiten om, overeenkomstig de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels en deze verordening, onmiddellijk actie te ondernemen om de risico's voor de gezondheid van mensen, dieren en planten, voor het dierenwelzijn of, wat ggo's en gewasbeschermingsmiddelen betreft, ook voor het milieu, weg te nemen of in te perken.

Artikel 36

Bemonstering van dieren en goederen die te koop worden aangeboden met middelen voor communicatie op afstand

1.   Wanneer dieren en goederen met middelen voor communicatie op afstand te koop worden aangeboden, mogen voor een officiële controle monsters worden gebruikt die de bevoegde autoriteiten van de exploitanten hebben opgevraagd zonder zichzelf bekend te maken.

2.   De bevoegde autoriteiten treffen zodra zij de monsters in hun bezit hebben alle maatregelen om te waarborgen dat de exploitanten bij wie deze monsters overeenkomstig lid 1 zijn opgevraagd:

a)

wordt meegedeeld dat die monsters in het kader van een officiële controle zijn genomen en, in voorkomend geval, voor de doeleinden van die officiële controle worden geanalyseerd of getest, en

b)

wanneer de in dat lid bedoelde monsters worden geanalyseerd of getest, hun recht op advies van een tweede deskundige, als bedoeld in artikel 35, lid 1, kunnen uitoefenen.

3.   Leden 1 en 2 zijn van toepassing op gemachtigde instanties waaraan en natuurlijke personen aan wie bepaalde officiële controletaken zijn gedelegeerd.

Artikel 37

Aanwijzing van officiële laboratoria

1.   De bevoegde autoriteiten wijzen in de lidstaat waarin zij werkzaam zijn of in een andere lidstaat, dan wel in een derde land dat partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, officiële laboratoria aan voor de uitvoering van de laboratoriumanalyses, -tests en -diagnoses op monsters die worden genomen bij officiële controles en andere officiële activiteiten.

2.   De bevoegde autoriteiten kunnen een in een andere lidstaat of in een derde land dat partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte gevestigd laboratorium als officieel laboratorium aanwijzen, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

a)

er zijn passende regelingen getroffen op grond waarvan de bevoegde autoriteiten de in artikel 39, lid 1, bedoelde audits en inspecties mogen uitvoeren of de uitvoering van die audits en inspecties mogen delegeren aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat of het derde land dat partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte waarin het laboratorium is gevestigd, en

b)

het laboratorium is door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarin het is gevestigd reeds als officieel laboratorium aangewezen.

3.   De aanwijzing als officieel laboratorium geschiedt schriftelijk en omvat een uitvoerige beschrijving van:

a)

de taken die het laboratorium als officieel laboratorium verricht;

b)

de voorwaarden waaronder het de onder a) bedoelde taken verricht, en

c)

de regelingen die noodzakelijk zijn om te zorgen voor doeltreffende en doelmatige coördinatie en samenwerking tussen het laboratorium en de bevoegde autoriteiten.

4.   Het door de bevoegde autoriteiten als officieel laboratorium aangewezen laboratorium:

a)

beschikt over de vereiste deskundigheid, uitrusting en infrastructuur om analyses, tests of diagnoses op monsters te verrichten;

b)

beschikt over een voldoende aantal naar behoren gekwalificeerde, opgeleide en ervaren personeelsleden;

c)

garandeert dat de in lid 1 bedoelde taken onpartijdig en vrij van elk belangenconflict ten aanzien van de uitoefening van zijn taken als officieel laboratorium worden verricht;

d)

kan tijdig de resultaten leveren van de analyses, tests of diagnoses die worden uitgevoerd op de bij officiële controles en andere officiële activiteiten genomen monsters, en

e)

werkt overeenkomstig de norm EN ISO/IEC 17025 en is overeenkomstig die norm geaccrediteerd door een nationale accreditatie-instantie die werkt overeenkomstig Verordening (EG) nr. 765/2008.

5.   Het toepassingsgebied van de accreditatie van een officieel laboratorium als bedoeld in lid 4, onder e):

a)

omvat die methoden voor laboratoriumanalyses, -tests en -diagnoses welke het laboratorium voor het analyseren, testen en diagnosticeren moet toepassen wanneer het als officieel laboratorium werkt;

b)

kan een of meer methoden voor laboratoriumanalyses, -tests of -diagnoses omvatten, dan wel groepen methoden;

c)

kan op flexibele wijze worden bepaald, zodat het toepassingsgebied van de accreditatie ook kan gelden voor gewijzigde versies van de door het officiële laboratorium op het moment van accreditatie toegepaste methoden of voor nieuwe methoden ter aanvulling van die methoden, op basis van de eigen valideringen door het laboratorium, zonder dat de nationale accreditatie-instantie voorafgaand aan de toepassing van die gewijzigde of nieuwe methoden een specifieke beoordeling moet verrichten.

6.   Wanneer geen enkel overeenkomstig lid 1 aangewezen officieel laboratorium in de Unie of in een derde land dat partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte over de deskundigheid, uitrusting, infrastructuur en personeelsleden beschikt die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van nieuwe of bijzonder ongebruikelijke laboratoriumanalyses, -tests of -diagnoses, kunnen de bevoegde autoriteiten die analyses, tests en diagnoses laten uitvoeren door een laboratorium of diagnosecentrum dat niet aan een of meer in de leden 3 en 4 vastgestelde voorschriften voldoet.

Artikel 38

Verplichtingen van officiële laboratoria

1.   Wanneer de resultaten van een analyse, test of diagnose die is uitgevoerd op de bij officiële controles of andere officiële activiteiten genomen monsters wijzen op een risico voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, of, wat ggo's en gewasbeschermingsmiddelen betreft, ook voor het milieu of op een waarschijnlijke niet-naleving, stellen de officiële laboratoria de bevoegde autoriteiten die hen voor die analyse, test of diagnose hebben aangewezen, alsmede in voorkomend geval de gemachtigde instanties waaraan of natuurlijke personen aan wie taken zijn gedelegeerd, daarvan onmiddellijk in kennis. Specifieke regelingen tussen de bevoegde autoriteiten, gemachtigde instanties waaraan of natuurlijke personen aan wie taken zijn gedelegeerd, en de officiële laboratoria kunnen echter bepalen dat deze informatie niet onmiddellijk moet worden verstrekt.

2.   Op verzoek van een referentielaboratorium van de Europese Unie of een nationaal referentielaboratorium nemen de officiële laboratoria deel aan vergelijkend interlaboratoriumonderzoek of ringonderzoek dat wordt verricht voor de analyses, tests of diagnoses die zij als officiële laboratoria verrichten.

3.   De officiële laboratoria maken op verzoek van de bevoegde autoriteiten de naam van de methoden die voor analyses, tests of diagnoses in het kader van officiële controles en andere officiële activiteiten worden toegepast, openbaar.

4.   De officiële laboratoria delen op verzoek van de bevoegde autoriteiten samen met de resultaten mee welke methode zij hebben gebruikt voor elke analyse, test of diagnose die in het kader van officiële controles en andere officiële activiteiten is uitgevoerd.

Artikel 39

Audits van officiële laboratoria

1.   De bevoegde autoriteiten organiseren op de volgende momenten audits van de officiële laboratoria die zij overeenkomstig artikel 37, lid 1, hebben aangewezen, op gezette tijden en op elk moment waarop zij een audit noodzakelijk achten, tenzij zij van mening zijn dat een audit overbodig is gelet op de in artikel 37, lid 4, onder e), bedoelde accreditatie.

2.   De bevoegde autoriteiten trekken de aanwijzing als officieel laboratorium onmiddellijk geheel of voor bepaalde taken in wanneer dat laboratorium niet tijdig passende acties onderneemt naar aanleiding van de resultaten van een audit als bedoeld in lid 1 waaruit een van de volgende zaken blijkt:

a)

het laboratorium voldoet niet meer aan de voorwaarden van artikel 37, leden 4 en 5;

b)

het laboratorium komt de verplichtingen in artikel 38 niet na;

c)

het laboratorium presteert ondermaats bij het in artikel 38, lid 2, bedoelde vergelijkend interlaboratoriumonderzoek.

Artikel 40

Afwijkingen van de voorwaarde betreffende de verplichte accreditatie voor bepaalde officiële laboratoria

1.   In afwijking van artikel 37, lid 4, onder e), kunnen de bevoegde autoriteiten de volgende laboratoria als officieel laboratorium aanwijzen, ongeacht of zij aan de voorwaarde van die bepaling voldoen:

a)

laboratoria:

i)

waarvan de enige activiteit de detectie van Trichinella in vlees is;

ii)

die voor de detectie van Trichinella alleen de in artikel 6 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1375 van de Commissie (58) bedoelde methoden toepassen;

iii)

die de detectie van Trichinella uitvoeren onder toezicht van de bevoegde autoriteiten of van een officieel laboratorium dat overeenkomstig artikel 37, lid 1, is aangewezen en overeenkomstig norm EN ISO/IEC 17025 is geaccrediteerd met het oog op de toepassing van de onder ii) van dit punt bedoelde methoden, en

iv)

regelmatig deelnemen aan en behoorlijk presteren in vergelijkende interlaboratoriumonderzoeken of ringonderzoeken die worden georganiseerd door de nationale referentielaboratoria voor de door hen toegepaste methoden voor de detectie van Trichinella;

b)

laboratoria die uitsluitend analyses, tests of diagnoses in het kader van andere officiële activiteiten verrichten, mits zij:

i)

alleen de in artikel 34, lid 1, en artikel 34, lid 2, onder a) of b), bedoelde methoden voor laboratoriumanalyses, -tests en -diagnoses toepassen;

ii)

de analyses, tests of diagnoses uitvoeren onder toezicht van de bevoegde autoriteiten of van de nationale referentielaboratoria in verband met de door hen toegepaste methoden;

iii)

regelmatig deelnemen aan en behoorlijk presteren in vergelijkende interlaboratoriumonderzoeken of ringonderzoeken die worden georganiseerd door de nationale referentielaboratoria in verband met de door hen toegepaste methoden, en

iv)

een kwaliteitsborgingssysteem toepassen om te waarborgen dat de toegepaste methoden voor laboratoriumanalyses, -tests en -diagnoses deugdelijke en betrouwbare resultaten opleveren.

2.   Wanneer de methoden die de in lid 1, onder b), van dit artikel bedoelde laboratoria toepassen voorschrijven dat het resultaat van de laboratoriumanalyse, -test of -diagnose moet worden bevestigd, wordt de ter bevestiging uitgevoerde laboratoriumanalyse, -test of -diagnose uitgevoerd door een officieel laboratorium dat aan de voorschriften van artikel 37, lid 4, onder e), voldoet.

3.   De overeenkomstig lid 1 aangewezen officiële laboratoria zijn gevestigd in de lidstaten waarin de aanwijzende bevoegde autoriteiten zijn gevestigd.

Artikel 41

Bevoegdheid om afwijkingen vast te stellen van de voorwaarde betreffende de verplichte accreditatie voor alle methoden voor laboratoriumanalyses, -tests en -diagnoses die officiële laboratoria toepassen

De Commissie stelt overeenkomstig artikel 144 gedelegeerde handelingen vast om deze verordening aan te vullen met betrekking tot de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder de bevoegde autoriteiten laboratoria die niet met betrekking tot alle door hen toegepaste methoden voor officiële controles of andere officiële activiteiten aan de in artikel 37, lid 4, onder e), bedoelde voorwaarden voldoen, overeenkomstig artikel 37, lid 1, als officiële laboratoria mogen aanwijzen, mits die laboratoria aan de volgende voorwaarden voldoen:

a)

zij werken en zijn geaccrediteerd overeenkomstig de norm EN ISO/IEC 17025 ten aanzien van de toepassing van een of meer methoden die soortgelijk zijn aan en representatief zijn voor de andere methoden die zij toepassen, en

b)

de methoden waarvoor zij de onder a) van dit artikel bedoelde accreditatie hebben verkregen, passen zij regelmatig en op significante schaal toe; behalve, wat het in artikel 1, lid 2, onder g), genoemde gebied betreft, wanneer er geen gevalideerde methode in de zin van artikel 34, leden 1 en 2, bestaat voor het opsporen van specifieke schadelijke organismen bij planten.

Artikel 42

Tijdelijke afwijkingen van de voorwaarden betreffende de verplichte accreditatie van officiële laboratoria

1.   In afwijking van artikel 37, lid 5, onder a), kunnen de bevoegde autoriteiten tijdelijk een bestaand officieel laboratorium overeenkomstig artikel 37, lid 1, als officieel laboratorium aanwijzen voor de toepassing van een methode voor laboratoriumanalyses, -tests of -diagnoses waarvoor het nog geen accreditatie als bedoeld in artikel 37, lid 4, onder e), heeft verkregen:

a)

wanneer de toepassing van die methode voor het eerst bij regels van de Unie wordt vereist;

b)

wanneer wijzigingen in een methode die reeds wordt toegepast een nieuwe accreditatie of een uitbreiding van het toepassingsgebied van de reeds door het officiële laboratorium verkregen accreditatie vereisen, of

c)

wanneer de noodzaak om de methode toe te passen het gevolg is van een noodsituatie of een nieuw risico voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor het dierenwelzijn, of, wat ggo's en gewasbeschermingsmiddelen betreft, ook voor het milieu.

2.   De in lid 1 bedoelde tijdelijke aanwijzing wordt verleend onder de volgende voorwaarden:

a)

het officiële laboratorium is reeds overeenkomstig norm EN ISO/IEC 17025 geaccrediteerd voor de toepassing van een methode die soortgelijk is aan de methode die niet binnen het toepassingsgebied van zijn accreditatie valt;

b)

het officiële laboratorium past een kwaliteitsborgingssysteem toe om te waarborgen dat de toepassing van de methode die niet binnen het toepassingsgebied van de bestaande accreditatie valt, deugdelijke en betrouwbare resultaten oplevert;

c)

de analyses, tests of diagnoses worden uitgevoerd onder toezicht van de bevoegde autoriteiten of van het nationale referentielaboratorium voor die methode.

3.   De in lid 1 bedoelde tijdelijke aanwijzing is niet langer dan een jaar geldig. Zij kan eenmaal met een termijn van een jaar worden verlengd.

4.   De overeenkomstig lid 1 aangewezen officiële laboratoria zijn gevestigd in de lidstaten waarin de aanwijzende bevoegde autoriteiten zijn gevestigd.

HOOFDSTUK V

Officiële controles van dieren en goederen die de Unie binnenkomen

Artikel 43

Officiële controles van dieren en goederen die de Unie binnenkomen

Officiële controles van dieren en goederen die de Unie binnenkomen worden georganiseerd op basis van het risico. Met betrekking tot de in de artikelen 47 en 48 bedoelde dieren en goederen worden deze officiële controles uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 47 tot en met 64.

Afdeling I

Andere dieren en goederen dan die welke krachtens afdeling II aan officiële controles aan grenscontroleposten onderworpen zijn

Artikel 44

Officiële controles van andere dieren en goederen dan die welke krachtens afdeling II aan officiële controles aan grenscontroleposten onderworpen zijn

1.   De bevoegde autoriteiten verrichten regelmatig, op basis van het risico en met een passende frequentie officiële controles van dieren en goederen die de Unie binnenkomen en waarop de artikelen 47 en 48 niet van toepassing zijn, om de naleving van de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels te verifiëren.

2.   Voor de in lid 1 bedoelde dieren en goederen wordt de „passende frequentie” van de officiële controles bepaald met inachtneming van:

a)

de aan de verschillende soorten dieren en goederen verbonden risico's voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor het dierenwelzijn, of, wat ggo's en gewasbeschermingsmiddelen betreft, ook voor het milieu;

b)

alle informatie die erop wijst dat consumenten waarschijnlijk misleid worden, met name wat betreft de aard, identiteit, kenmerken, samenstelling, hoeveelheid, duurzaamheid, land van oorsprong of plaats van herkomst, fabricage- of productiemethode van goederen;

c)

de naleving in het verleden van de op de betrokken dieren of goederen toepasselijke regels bedoeld in artikel 1, lid 2:

i)

door het derde land en, in voorkomend geval, de inrichting van oorsprong of de productieplaats;

ii)

door de exporteur;

iii)

door de voor de zending verantwoordelijke exploitant;

d)

de reeds op de betrokken dieren en goederen verrichte controles, en

e)

de door de bevoegde autoriteiten van het derde land van oorsprong gegeven garanties betreffende naleving van de voorschriften van de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels of van voorschriften waarvan erkend is dat zij ten minste gelijkwaardig daaraan zijn, voor de betrokken dieren en goederen.

3.   De in lid 1 bedoelde officiële controles worden uitgevoerd op een geschikte plaats binnen het douanegebied van de Unie, met inbegrip van:

a)

het punt van binnenkomst in de Unie;

b)

een grenscontrolepost;

c)

het punt van vrijgave voor het vrije verkeer in de Unie;

d)

de entrepots en de gebouwen van de voor de zending verantwoordelijke exploitant;

e)

de plaats van bestemming.

4.   Niettegenstaande de leden 1 en 3 verrichten de bevoegde autoriteiten, telkens wanneer zij aan de grenscontroleposten en andere punten van binnenkomst in de Unie redenen hebben om aan te nemen dat de binnenkomst ervan in de Unie een risico voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor het dierenwelzijn, of, wat ggo's en gewasbeschermingsmiddelen betreft, ook voor het milieu kan opleveren, officiële controles van:

a)

vervoermiddelen, ook als zij leeg zijn, en

b)

verpakkingen, met inbegrip van pallets.

5.   De bevoegde autoriteiten kunnen ook officiële controles verrichten van goederen die vallen onder een van de douaneregelingen van artikel 5, punt 16, onder a), b), en c), van Verordening (EU) nr. 952/2013 en in een tijdelijke opslag als gedefinieerd in artikel 5, punt 17, van die verordening.

Artikel 45

Soorten officiële controles van andere dieren en goederen dan die welke krachtens afdeling II aan officiële controles aan grenscontroleposten onderworpen zijn

1.   Wanneer officiële controles overeenkomstig artikel 44, lid 1, worden verricht:

a)

omvatten zij altijd een documentencontrole, en

b)

omvatten zij, afhankelijk van het risico voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor het dierenwelzijn, of, wat ggo's en gewasbeschermingsmiddelen betreft, ook voor het milieu, overeenstemmingscontroles en materiële controles.

2.   De bevoegde autoriteiten verrichten de in lid 1, onder b), bedoelde materiële controles in omstandigheden die passend zijn om het onderzoek naar behoren uit te voeren.

3.   Wanneer de in lid 1 van dit artikel bedoelde documentencontroles, overeenstemmingscontroles of materiële controles uitwijzen dat dieren en goederen niet aan de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels voldoen, zijn artikel 66, leden 1, 3 en 5, de artikelen 67, 68 en 69, artikel 71, leden 1 en 2, artikel 72, leden 1 en 2, en de artikelen 137 en 138 van toepassing.

4.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 144 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen met betrekking tot de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder de bevoegde autoriteiten exploitanten kunnen verzoeken de aankomst te melden van bepaalde goederen die de Unie binnenkomen.

Artikel 46

Monsters die worden genomen van andere dieren en goederen dan die welke krachtens afdeling II aan officiële controles aan grenscontroleposten onderworpen zijn

1.   Wanneer monsters van dieren en goederen worden genomen, moeten de bevoegde autoriteiten onverminderd de artikelen 34 tot en met 42:

a)

de betrokken exploitanten en in voorkomend geval de douaneautoriteiten daarvan in kennis stellen, en

b)

beslissen of de dieren of goederen al dan niet in bewaring moeten worden genomen in afwachting van de resultaten van de uitgevoerde analyse, test of diagnose, dan wel of zij kunnen worden vrijgegeven met de garantie dat de traceerbaarheid van de dieren of goederen gewaarborgd is.

2.   De Commissie bepaalt door middel van uitvoeringshandelingen:

a)

de procedures die noodzakelijk zijn om de traceerbaarheid van de in lid 1, onder b), bedoelde dieren of goederen te waarborgen, en

b)

welke documenten de in lid 1 bedoelde dieren of goederen moeten vergezellen wanneer de bevoegde autoriteiten monsters hebben genomen.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Afdeling II

Officiële controles van dieren en goederen aan grenscontroleposten

Artikel 47

Dieren en goederen die aan officiële controles aan grenscontroleposten onderworpen zijn

1.   Om naleving van de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels te verifiëren, verrichten de bevoegde autoriteiten officiële controles aan de grenscontrolepost van eerste binnenkomst in de Unie, op elke zending van de volgende categorieën dieren en goederen die de Unie binnenkomen:

a)

dieren;

b)

producten van dierlijke oorsprong, levende producten en dierlijke bijproducten;

c)

planten, plantaardige producten en ander materiaal, als bedoeld in de krachtens artikel 72, lid 1, en artikel 74, lid 1, van Verordening (EU) 2016/2031 opgestelde lijsten;

d)

goederen uit bepaalde derde landen waarvoor de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen als bedoeld in lid 2, onder b), van dit artikel heeft besloten dat vanwege een bekend of opkomend risico of omdat er aanwijzingen zijn dat de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels mogelijk op grote schaal en op ernstige wijze niet worden nageleefd, een maatregel noodzakelijk is waarvoor tijdelijk meer officiële controles op de binnenkomst in de Unie vereist zijn;

e)

dieren en goederen die uit hoofde van een overeenkomstig artikel 53 van Verordening (EG) nr. 178/2002, artikel 249 van Verordening (EU) 2016/429 of artikel 28, lid 1, artikel 30, lid 1, artikel 40, lid 3, artikel 41, lid 3, artikel 49, lid 1, artikel 53, lid 3, en artikel 54, lid 3, van Verordening (EU) 2016/2031 vastgestelde handeling zijn onderworpen aan een noodmaatregel die vereist dat zendingen van die dieren of goederen, die aan de hand van hun code in de gecombineerde nomenclatuur worden geïdentificeerd, bij binnenkomst in de Unie aan officiële controles worden onderworpen;

f)

dieren en goederen waarvoor voorwaarden of maatregelen voor de binnenkomst ervan in de Unie zijn neergelegd door middel van overeenkomstig artikel 126, respectievelijk artikel 128, of overeenkomstig de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels vastgestelde handelingen, waarin is bepaald dat naleving van die voorwaarden of maatregelen bij binnenkomst van de dieren of goederen in de Unie moet worden gecontroleerd.

2.   De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de volgende lijsten vast:

a)

lijsten van alle in lid 1, onder a) en b), bedoelde dieren en goederen, met vermelding van de codes in de gecombineerde nomenclatuur, en

b)

de lijst van goederen die tot de in lid 1, onder d), bedoelde categorie behoren, met vermelding van de codes in de gecombineerde nomenclatuur, en zo nodig in verband met de in dat punt bedoelde risico's aanpassen.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

3.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 144 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening te wijzigen in verband met wijzigingen van de in lid 1 van dit artikel bedoelde categorieën zendingen om samengestelde producten, hooi en stro in die categorieën op te nemen, alsmede andere producten, mits deze een geïdentificeerd nieuw risico of een sterk verhoogd risico vormen voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, of, wat ggo's en gewasbeschermingsmiddelen betreft, ook voor het milieu.

4.   Tenzij anders is bepaald in de handelingen tot vaststelling van de in lid 1, onder d), e) en f), bedoelde maatregelen of voorwaarden, is dit artikel ook van toepassing op zendingen van de in lid 1, onder a), b) en c), bedoelde categorieën dieren en goederen die van niet-commerciële aard zijn.

5.   De voor de zending verantwoordelijke exploitanten zorgen ervoor dat de dieren en goederen van de in lid 1 bedoelde categorieën voor een officiële controle worden aangeboden aan de grenscontrolepost van eerste binnenkomst in de Unie.

Artikel 48

Dieren en goederen die zijn vrijgesteld van officiële controles aan grenscontroleposten

De Commissie stelt overeenkomstig artikel 144 gedelegeerde handelingen vast teneinde deze verordening aan te vullen met betrekking tot de regels ter bepaling van de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder de volgende categorieën dieren en goederen zijn vrijgesteld van artikel 47, en indien een dergelijke vrijstelling gerechtvaardigd is:

a)

goederen die als handelsmonsters, dan wel als demonstratiemateriaal voor tentoonstellingen worden verzonden en die niet bedoeld zijn om in de handel te worden gebracht;

b)

voor wetenschappelijke doeleinden bestemde dieren en goederen;

c)

goederen aan boord van internationaal opererende vervoermiddelen die niet worden gelost en bestemd zijn voor consumptie door de bemanning en passagiers;

d)

goederen die in de persoonlijke bagage van reizigers voor persoonlijke consumptie of persoonlijk gebruik worden vervoerd;

e)

kleine zendingen goederen die aan natuurlijke personen worden gezonden en niet bestemd zijn om in de handel te worden gebracht;

f)

gezelschapsdieren als omschreven in artikel 4, punt 11, van Verordening (EU) 2016/429;

g)

goederen die een specifieke behandeling hebben ondergaan en de in die gedelegeerde handelingen te bepalen hoeveelheden niet overschrijden;

h)

categorieën planten of goederen die een laag of geen specifiek risico vormen en waarvoor controles aan grenscontroleposten dus niet noodzakelijk zijn.

Artikel 49

Officiële controles aan grenscontroleposten

1.   Om te controleren of is voldaan aan de toepasselijke vereisten uit hoofde van de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels verrichten de bevoegde autoriteiten bij aankomst van de zending aan de grenscontrolepost officiële controles van de zendingen van de in artikel 47, lid 1, bedoelde categorieën dieren en goederen. Die officiële controles omvatten documentencontroles, overeenstemmingscontroles en materiële controles.

2.   Materiële controles worden verricht:

a)

door een officiële dierenarts, die mag worden bijgestaan door personeel dat overeenkomstig de in lid 5 bedoelde vereisten is opgeleid in veterinaire zaken en dat daarvoor is aangewezen door de bevoegde autoriteiten, wanneer die controles betrekking hebben op dieren, met uitzondering van waterdieren, of vlees en eetbare slachtafvallen;

b)

door een officiële dierenarts of door personeel dat overeenkomstig de in lid 5 bedoelde vereisten is opgeleid in veterinaire zaken en dat daarvoor is aangewezen door de bevoegde autoriteiten, wanneer die controles betrekking hebben op waterdieren, andere dan de onder a) genoemde producten van dierlijke oorsprong, levende producten of dierlijke bijproducten;

c)

door een officiële plantgezondheidsfunctionaris, wanneer die controles betrekking hebben op planten, plantaardige producten en ander materiaal betreffen.

3.   De bevoegde autoriteiten aan de grenscontroleposten verrichten stelselmatig officiële controles van zendingen vervoerde dieren en van vervoermiddelen om de naleving van de in artikel 1, lid 2, bedoelde dierenwelzijnsregels te verifiëren. De bevoegde autoriteiten voeren regelingen in om voorrang te verlenen aan officiële controles van vervoerde dieren en om de wachttijden voor die controles te beperken.

4.   De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen regels vaststellen betreffende de praktische regelingen voor het aanbieden van zendingen van de in artikel 47, lid 1, bedoelde categorieën dieren en goederen, voor de vervoerseenheden of de subeenheden die een individuele zending kunnen vormen en voor het maximale aantal van dergelijke vervoerseenheden of subeenheden per zending, rekening houdend met de noodzaak van een snelle en doelmatige afhandeling van de zendingen en de officiële controles door de bevoegde autoriteiten, en in voorkomend geval met internationale normen. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

5.   De Commissie stelt overeenkomstig artikel 144 gedelegeerde handelingen vast teneinde deze verordening aan te vullen in verband met de regels ter bepaling van de specifieke opleidingsvereisten voor het in lid 2 van dit artikel bedoelde personeel dat de materiële controles aan de grenscontroleposten verricht.

Artikel 50

Certificaten en documenten die zendingen vergezellen en gesplitste zendingen

1.   De originele officiële certificaten of documenten, dan wel elektronische equivalenten daarvan, die zendingen van de in artikel 47, lid 1, bedoelde categorieën dieren en goederen uit hoofde van de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels moeten vergezellen, worden aan de bevoegde autoriteiten van de grenscontrolepost overgelegd en door die autoriteiten bewaard, tenzij de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels anders bepalen.

2.   De bevoegde autoriteiten van de grenscontrolepost verstrekken de voor de zending verantwoordelijke exploitant een gewaarmerkte papieren of elektronische kopie van de in lid 1 bedoelde officiële certificaten of documenten dan wel, indien het een gesplitste zending betreft, afzonderlijk gewaarmerkte papieren of elektronische kopieën van die certificaten of documenten.

3.   Zendingen worden niet gesplitst totdat officiële controles zijn verricht en het in artikel 56 bedoelde gemeenschappelijk gezondheidsdocument van binnenkomst (hierna „GGB”) overeenkomstig artikel 56, lid 5, en artikel 57 is voltooid.

4.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 144 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen met betrekking tot de regels tot vaststelling van de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder zendingen van de in artikel 47, lid 1, bedoelde categorieën dieren en goederen tot de plaats van bestemming vergezeld moeten gaan van het GGB.

Artikel 51

Specifieke regels voor officiële controles aan grenscontroleposten

1.   De Commissie stelt overeenkomstig artikel 144 gedelegeerde handelingen vast teneinde deze verordening aan te vullen in verband met regels ter bepaling van:

a)

de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder de bevoegde autoriteiten van een grenscontrolepost het verdere vervoer van zendingen van de in artikel 47, lid 1, bedoelde categorieën dieren en goederen naar de eindbestemming kunnen toestaan in afwachting van de resultaten van materiële controles, indien dergelijke controles vereist zijn;

b)

de termijnen en regelingen voor de uitvoering van documentencontroles en, indien noodzakelijk, overeenstemmingscontroles en materiële controles van categorieën dieren en goederen waarop de in artikel 47, lid 1, bedoelde officiële controles van toepassing zijn en die de Unie uit een derde land binnenkomen over zee of door de lucht, wanneer die goederen of dieren uit een vaartuig of vliegtuig worden gehaald en onder douanetoezicht naar een ander vaartuig of vliegtuig in dezelfde haven of op dezelfde luchthaven worden overgebracht met het oog op verder vervoer („overgeladen zendingen”);

c)

de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder de overeenstemmingscontroles en materiële controles van overgeladen zendingen en van dieren die over zee of door de lucht aankomen en voor verder vervoer aan boord van hetzelfde vervoermiddel blijven, aan een andere grenscontrolepost dan de grenscontrolepost van eerste aankomst in de Unie mogen worden uitgevoerd;

d)

de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder de doorvoer van zendingen van de in artikel 47, lid 1, bedoelde categorieën dieren en goederen kan worden toegestaan en waarin bepaalde officiële controles die voor dergelijke zendingen aan grenscontroleposten moeten worden uitgevoerd, met inbegrip van de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder goederen in speciaal erkende douane-entrepots of in vrije zones moeten worden opgeslagen;

e)

de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder afwijkingen van de regels inzake, overeenstemmings- en materiële controles van toepassing zijn op het overladen en de doorvoer van zendingen van de in artikel 47, lid 1, onder c), bedoelde goederen.

2.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 144 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen met betrekking tot de regels ter bepaling van de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder afwijkingen op de regels betreffende documentencontroles van toepassing zijn op het overladen en de doorvoer van zendingen van de in artikel 47, lid 1, onder c), bedoelde goederen.

Artikel 52

Bijzonderheden betreffende de documentencontroles, overeenstemmingscontroles en materiële controles

Om eenvormige toepassing van de artikelen 49, 50 en 51 te waarborgen, stelt de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen de bijzondere regels vast voor de activiteiten die tijdens en na de in die artikelen bedoelde documentencontroles, overeenstemmingscontroles en materiële controles moeten worden verricht om een doelmatige uitvoering van die officiële controles te waarborgen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 53

Officiële controles die niet aan de grenscontroleposten worden verricht

1.   De Commissie stelt overeenkomstig artikel 144 gedelegeerde handelingen vast teneinde deze verordening aan te vullen in verband met regels ter bepaling van de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder:

a)

de bevoegde autoriteiten de overeenstemmingscontroles en materiële controles van zendingen van de in artikel 47, lid 1, bedoelde categorieën dieren en goederen op andere controlepunten dan grenscontroleposten kunnen uitvoeren, op voorwaarde dat die controlepunten voldoen aan de voorschriften van artikel 64, lid 3, en aan de overeenkomstig artikel 64, lid 4, vastgestelde uitvoeringshandelingen;

b)

materiële controles van zendingen waarop aan de grenscontrolepost van eerste binnenkomst in de Unie documentencontroles en overeenstemmingscontroles zijn verricht, aan een andere grenscontrolepost in een andere lidstaat kunnen worden uitgevoerd;

c)

overeenstemmingscontroles en de materiële controles van zendingen waarop aan de grenscontrolepost van eerste binnenkomst in de Unie documentencontroles zijn verricht, aan een andere grenscontrolepost in een andere lidstaat kunnen worden uitgevoerd;

d)

specifieke controletaken kunnen worden uitgevoerd door douaneautoriteiten of andere overheidsinstanties, voor zover die taken niet reeds onder de verantwoordelijkheid van die autoriteiten vallen en zij verband houden met:

i)

de in artikel 65, lid 2, bedoelde zendingen;

ii)

persoonlijke bagage van passagiers;

iii)

goederen die via verkoop door middel van op afstand gesloten overeenkomsten zijn besteld, onder meer telefonisch of via internet, of

iv)

gezelschapsdieren die voldoen aan de voorwaarden van artikel 5 van Verordening (EU) nr. 576/2013 van het Europees Parlement en de Raad (59);

e)

documentencontroles van in artikel 47, lid 1, onder c), bedoelde zendingen planten, plantaardige producten en ander materiaal op afstand van een grenscontrolepost mogen worden uitgevoerd.

2.   Artikel 56, lid 3, onder b), artikel 57, lid 2, onder a), artikel 59, lid 1, artikel 60, lid 1, onder a) en d), en de artikelen 62 en 63 zijn ook van toepassing op de in lid 1, onder a), van dit artikel bedoelde controlepunten.

Artikel 54

Frequentie van documentencontroles, overeenstemmingscontroles en materiële controles

1.   Alle zendingen van de in artikel 47, lid 1, bedoelde categorieën dieren en goederen worden aan een documentencontrole onderworpen.

2.   De frequentie waarmee zendingen van de in artikel 47, lid 1, bedoelde categorieën dieren en goederen aan overeenstemmingscontroles en materiële controles worden onderworpen, wordt bepaald op basis van het risico dat elk dier of goed, of elke categorie dieren of goederen vormt voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor het dierenwelzijn, of, wat ggo's en gewasbeschermingsmiddelen betreft, ook voor het milieu.

3.   De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen regels vast voor de eenvormige toepassing van de in lid 2 bedoelde passende frequentie. Met die regels wordt ervoor gezorgd dat deze frequentie hoger is dan nul en wordt voorzien in:

a)

de criteria en de procedures voor de vaststelling en wijziging van de frequentie van de overeenstemmingscontroles en de materiële controles van zendingen van de in artikel 47, lid 1, onder a), b) en c), bedoelde categorieën dieren en goederen en de aanpassing ervan aan het aan die categorieën verbonden risico, gelet op:

i)

de informatie die de Commissie overeenkomstig artikel 125, lid 1, heeft verzameld;

ii)

de uitkomst van controles die deskundigen van de Commissie overeenkomstig artikel 120, lid 1, hebben verricht;

iii)

de antecedenten van de exploitant ten aanzien van de naleving van de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels;

iv)

met het in artikel 131 bedoelde informatiemanagementsysteem voor officiële controles (IMSOC) verzamelde gegevens en informatie;

v)

beschikbare wetenschappelijke evaluaties, en

vi)

elke andere informatie over het aan de categorieën dieren en goederen verbonden risico;

b)

de voorwaarden waaronder de lidstaten de overeenkomstig punt a) vastgestelde frequentie van de overeenstemmingscontroles en de materiële controles mogen verhogen om rekening te houden met plaatselijke risicofactoren;

c)

de procedures waarmee wordt gewaarborgd dat de overeenkomstig punt a) vastgestelde frequentie van de overeenstemmingscontroles en de materiële controles tijdig en op eenvormige wijze wordt toegepast.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

4.   De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen regels vast betreffende:

a)

de frequentie van de overeenstemmingscontroles en de materiële controles voor de in artikel 47, lid 1, onder d), bedoelde categorieën goederen, en

b)

de frequentie van de overeenstemmingscontroles en de materiële controles voor de in artikel 47, lid 1, onder e) en f), bedoelde categorieën dieren en goederen, zolang die niet is vastgesteld bij de in die bepalingen bedoelde handelingen.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 55

Beslissingen over zendingen

1.   Na een officiële controle, waaronder documentencontroles en indien noodzakelijk overeenstemmingscontroles en materiële controles, nemen de bevoegde autoriteiten een beslissing over elke zending van de in artikel 47, lid 1, bedoelde categorieën dieren en goederen, waarbij zij vermelden of de zending aan de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels en, in voorkomend geval, aan de toepasselijke douaneprocedure voldoet.

2.   Beslissingen over zendingen worden genomen door:

a)

een officiële dierenarts wanneer zij betrekking hebben op dieren, producten van dierlijke oorsprong, levende producten of dierlijke bijproducten, of

b)

een officiële plantgezondheidsfunctionaris wanneer zij betrekking hebben op planten, plantaardige producten en ander materiaal.

3.   In afwijking van lid 2, onder a), kunnen de bevoegde autoriteiten besluiten dat de beslissing over zendingen van visserijproducten, levende tweekleppige weekdieren, levende stekelhuidigen, levende manteldieren en levende mariene buikpotigen bestemd voor menselijke consumptie, genomen worden door terdege opgeleid personeel dat specifiek daarvoor is aangewezen door de bevoegde autoriteiten.

Artikel 56

Gebruik van het gemeenschappelijk gezondheidsdocument van binnenkomst (GGB) door de exploitant en de bevoegde autoriteiten

1.   Voor elke zending van de in artikel 47, lid 1, bedoelde categorieën dieren en goederen vult de voor de zending verantwoordelijke exploitant het desbetreffende gedeelte van het GGB in en verstrekt de informatie die noodzakelijk is voor de onmiddellijke en volledige identificatie van de zending en de bestemming.

2.   Verwijzingen in deze verordening naar het GGB omvatten een verwijzing naar het elektronisch equivalent daarvan.

3.   Het GGB wordt gebruikt door:

a)

de exploitanten die verantwoordelijk zijn voor zendingen van de in artikel 47, lid 1, bedoelde categorieën dieren en goederen, om de bevoegde autoriteiten van de grenscontrolepost van aankomst van tevoren van de aankomst van die zendingen in kennis te stellen, en

b)

de bevoegde autoriteiten van de grenscontrolepost, om:

i)

de uitkomst van de verrichte officiële controles en de op grond daarvan genomen beslissingen, met inbegrip van beslissingen om een zending te weigeren, vast te leggen;

ii)

de onder i), bedoelde informatie via het IMSOC door te geven.

4.   Voorafgaand aan de fysieke aankomst van de zending in de Unie, stellen de voor de zending verantwoordelijke exploitanten de bevoegde autoriteiten van de grenscontrolepost daarvan overeenkomstig lid 3, onder a), in kennis door het desbetreffende deel van het GGB via het IMSOC in te vullen en aan die bevoegde autoriteiten toe te zenden.

5.   De bevoegde autoriteiten van de grenscontrolepost voltooien het GGB zodra:

a)

alle overeenkomstig artikel 49, lid 1, vereiste officiële controles zijn verricht;

b)

de resultaten van de materiële controles, indien deze zijn vereist, beschikbaar zijn, en

c)

overeenkomstig artikel 55 een beslissing over de zending is genomen en in het GGB is vastgelegd.

Artikel 57

Gebruik van het GGB door de douaneautoriteiten

1.   Om zendingen van de in artikel 47, lid 1, bedoelde categorieën dieren en goederen onder een douaneregeling te kunnen plaatsen en behandelen, met inbegrip van binnenbrenging of behandeling in douane-entrepots of vrije zones, legt de voor de zending verantwoordelijke exploitant het GGB over aan de douaneautoriteiten van de grenscontrolepost, onverminderd de in artikel 48 bedoelde vrijstellingen en de regels van de artikelen 53 en 54. In dit stadium moet het GGD in het IMSOC naar behoren zijn ingevuld door de bevoegde autoriteiten van de grenscontrolepost.

2.   De douaneautoriteiten:

a)

staan niet toe dat een zending onder een andere douaneregeling wordt geplaatst dan is aangegeven door de bevoegde autoriteiten van de grenscontrolepost, en

b)

verlenen alleen vrijgave voor het vrije verkeer van een zending na overlegging van een naar behoren ingevuld GGB waarin wordt bevestigd dat de zending aan de in artikel 1, lid 2, bedoelde toepasselijke regels voldoet, onverminderd de in artikel 48 bedoelde vrijstellingen en de in artikelen 53 en 54 bedoelde regels.

3.   Wanneer een douaneaangifte voor een zending van de in artikel 47, lid 1, bedoelde categorieën dieren of goederen wordt gedaan en het GGB niet wordt overgelegd, nemen de douaneautoriteiten de zending in bewaring en stellen zij de bevoegde autoriteiten van de grenscontrolepost daarvan onmiddellijk in kennis. De bevoegde autoriteiten nemen de overeenkomstig artikel 66, lid 6, vereiste maatregelen.

Artikel 58

Vorm, termijnen en specifieke regels voor het gebruik van het GGB

De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen regels vast ter bepaling van:

a)

de vorm van het GGB en de instructies voor de indiening en het gebruik ervan, rekening houdend met de toepasselijke internationale normen, en

b)

de minimumtermijnen voor de voorafgaande kennisgeving van zendingen door de voor de zending verantwoordelijke exploitanten als bedoeld in artikel 56, lid 3, onder a), om de bevoegde autoriteiten van de grenscontrolepost in staat te stellen tijdig en op doelmatige wijze officiële controles te verrichten.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 59

Aanwijzing van grenscontroleposten

1.   De lidstaten wijzen grenscontroleposten aan met het oog op uitvoering van officiële controles op een of meer van de in artikel 47, lid 1, bedoelde categorieën dieren en goederen.

2.   De lidstaten stellen de Commissie van tevoren in kennis van de aanwijzing van een grenscontrolepost. Die kennisgeving bevat alle informatie die de Commissie nodig heeft om te verifiëren of de voorgestelde grenscontrolepost aan de minimumvoorschriften van artikel 64 voldoet.

3.   Binnen drie maanden na ontvangst van de in lid 2 bedoelde kennisgeving deelt de Commissie de lidstaat het volgende mee:

a)

of de aanwijzing van de voorgestelde grenscontrolepost afhangt van een gunstige uitkomst van een overeenkomstig artikel 116 door deskundigen van de Commissie verrichte controle op de naleving van de minimumvoorschriften van artikel 64, en

b)

de datum van die controle, uiterlijk zes maanden na de kennisgeving.

4.   In gevallen waarin de Commissie overeenkomstig lid 3 aan een lidstaat heeft meegedeeld dat een controle niet noodzakelijk is, kan de lidstaat overgaan tot de aanwijzing.

5.   De lidstaat stelt de aanwijzing van de grenscontrolepost uit totdat de Commissie hem de gunstige uitkomst van de controle heeft meegedeeld. De Commissie deelt de uitkomst van de in lid 3, onder a), bedoelde controle uiterlijk drie maanden na de datum van die controle mee.

Artikel 60

Lijsten van grenscontroleposten

1.   Elke lidstaat stelt via internet actuele lijsten van de grenscontroleposten op zijn grondgebied beschikbaar, waarin voor elke grenscontrolepost de volgende informatie wordt vermeld:

a)

de contactgegevens van de post;

b)

de openingstijden van de post;

c)

de precieze locatie en of het een punt van binnenkomst in een haven, op een luchthaven, aan een spoorlijn of aan een weg betreft, en

d)

de in artikel 47, lid 1, bedoelde categorieën dieren en goederen waarop de aanwijzing betrekking heeft.

2.   De Commissie stelt bij uitvoeringshandeling regels vast met betrekking tot het format voor de lijsten van grenscontroleposten, alsmede de daarin door de lidstaten te gebruiken categorieën, afkortingen voor aanwijzingen en andere informatie. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 61

Intrekking van erkenningen en heraanwijzing van bestaande grenscontrole-entiteiten

1.   De erkenning van grensinspectieposten overeenkomstig artikel 6 van Richtlijn 97/78/EG en artikel 6 van Richtlijn 91/496/EEG, de aanwijzing van punten of plaatsen van binnenkomst overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 669/2009 en artikel 13 quater, lid 4, van Richtlijn 2000/29/EG, en de aanwijzing van de eerste punten van binnenkomst overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EU) nr. 284/2011 van de Commissie (60) worden ingetrokken.

2.   De lidstaten kunnen de in lid 1 van dit artikel bedoelde grensinspectieposten, aangewezen punten of plaatsen van binnenkomst en aangewezen eerste punten van binnenkomst heraanwijzen als grenscontroleposten overeenkomstig artikel 59, lid 1, op voorwaarde dat aan de in artikel 64 bedoelde minimumvoorschriften wordt voldaan.

3.   Artikel 59, leden 2, 3 en 5, zijn niet van toepassing op de heraanwijzing als bedoeld in lid 2 van dit artikel.

Artikel 62

Intrekking van de aanwijzing als grenscontrolepost

1.   Wanneer grenscontroleposten niet meer aan de in artikel 64 bedoelde voorschriften voldoen:

a)

trekken de lidstaten de in artikel 59, lid 1, bedoelde aanwijzing in voor alle of bepaalde categorieën dieren en goederen waarvoor de aanwijzing gold, en

b)

schrappen zij die grenscontroleposten uit de in artikel 60, lid 1, bedoelde lijsten voor de categorieën dieren en goederen waarvoor de aanwijzing als grenscontrolepost wordt ingetrokken.

2.   De lidstaten stellen de Commissie en de andere lidstaten in kennis van de in lid 1 bedoelde intrekking van de aanwijzing als grenscontrolepost, alsmede van de redenen daarvoor.

3.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 144 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen met betrekking tot de gevallen waarin en de procedures waarmee grenscontroleposten waarvan de aanwijzing als grenscontrolepost slechts gedeeltelijk is ingetrokken overeenkomstig lid 1, onder a), van dit artikel in afwijking van artikel 59 kunnen worden heraangewezen.

4.   Dit artikel doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van de lidstaten om een beslissing te nemen over de intrekking van de aanwijzing van grenscontroleposten om andere dan de in deze verordening bedoelde redenen.

Artikel 63

Schorsing van de aanwijzing als grenscontrolepost

1.   Wanneer de activiteiten van een grenscontrolepost kunnen leiden tot een risico voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor het dierenwelzijn, of, wat ggo's en gewasbeschermingsmiddelen betreft, ook voor het milieu, schorst de lidstaat de aanwijzing als grenscontrolepost en gelast de lidstaat die post zijn activiteiten stop te zetten, voor alle of bepaalde categorieën dieren en goederen waarvoor de post is aangewezen. In geval van een ernstig risico geldt de schorsing met onmiddellijke ingang.

2.   De lidstaten stellen de Commissie en de andere lidstaten onmiddellijk in kennis van de schorsing van de aanwijzing als grenscontrolepost en van de redenen daarvoor.

3.   De lidstaten vermelden de schorsing van de aanwijzing als grenscontrolepost in de in artikel 60, lid 1, bedoelde lijsten.

4.   De lidstaten heffen de in artikel 1 bedoelde schorsing op zodra:

a)

de bevoegde autoriteiten ervan overtuigd zijn dat het in lid 1 bedoelde risico niet meer bestaat, en

b)

zij de informatie op grond waarvan de schorsing wordt opgeheven, aan de Commissie en de andere lidstaten hebben doen toekomen.

5.   Dit artikel doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van de lidstaten om een beslissing te nemen over de schorsing van de aanwijzing van grenscontroleposten om andere dan de in deze verordening bedoelde redenen.

Artikel 64

Minimumvoorschriften voor grenscontroleposten

1.   Grenscontroleposten zijn gelegen in de onmiddellijke nabijheid van het punt van binnenkomst in de Unie, op een plaats die is aangewezen door de douaneautoriteiten overeenkomstig artikel 135, leden 1 en 2, van Verordening (EU) nr. 952/2013, dan wel in een vrije zone.

2.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 144 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen met betrekking tot de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder een grenscontrolepost, in geval van specifieke geografische beperkingen, op een afstand buiten de onmiddellijke nabijheid van het punt van binnenkomst in de Unie mag zijn gelegen.

3.   Grenscontroleposten beschikken over:

a)

een voldoende aantal naar behoren gekwalificeerde personeelsleden;

b)

gebouwen of andere faciliteiten die geschikt zijn voor de aard en de hoeveelheid van de behandelde categorieën dieren en goederen;

c)

uitrusting en gebouwen of andere faciliteiten voor de uitvoering van officiële controles voor elk van de categorieën dieren en goederen waarvoor de grenscontrolepost is aangewezen;

d)

regelingen om, zo nodig, toegang te hebben tot andere uitrusting, gebouwen en diensten die noodzakelijk zijn voor de toepassing van maatregelen die overeenkomstig de artikelen 65, 66 en 67 worden genomen bij vermoeden van niet-naleving en in geval van niet-conforme zendingen of zendingen die een risico vormen;

e)

noodregelingen om in geval van onvoorzienbare en onverwachte omstandigheden of gebeurtenissen de officiële controles soepel te doen verlopen en maatregelen die overeenkomstig de artikelen 65, 66 en 67 worden genomen, doeltreffend toe te passen;

f)

de technologie en uitrusting die noodzakelijk zijn voor de efficiënte werking van het IMSOC en eventuele andere geautomatiseerde informatiemanagementsystemen die voor de verwerking en uitwisseling van gegevens en informatie zijn vereist;

g)

toegang tot de diensten van officiële laboratoria die binnen een redelijke termijn analyse-, test- en diagnoseresultaten kunnen verstrekken en beschikken over de IT-tools die noodzakelijk zijn om de resultaten van de verrichte analyses, tests of diagnoses zo nodig in het IMSOC op te nemen;

h)

geschikte regelingen voor een juiste behandeling van verschillende categorieën dieren en goederen en ter voorkoming van risico's die het gevolg kunnen zijn van kruisbesmetting, en

i)

regelingen om aan de toepasselijke normen inzake bioveiligheid te voldoen, teneinde de verspreiding van ziekten in de Unie te voorkomen.

4.   De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de in lid 3 van dit artikel bedoelde voorschriften nader omschrijven om rekening te houden met specifieke kenmerken en logistieke behoeften in verband met de uitvoering van officiële controles en de toepassing van de maatregelen die overeenkomstig artikel 66, leden 3 en 6, en artikel 67 worden genomen voor de verschillende categorieën dieren en goederen als bedoeld in artikel 47, lid 1. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

5.   De Commissie stelt overeenkomstig artikel 144 gedelegeerde handelingen vast teneinde deze verordening aan te vullen om te bepalen in welke gevallen en onder welke voorwaarden grenscontroleposten die zijn aangewezen voor de invoer van onverwerkt gekapt, gezaagd of afgestoken hout kunnen worden vrijgesteld van een of meer van de in lid 3 van dit artikel bedoelde verplichtingen, teneinde rekening te houden met de behoeften van de bevoegde autoriteiten die belast zijn met officiële controles in gevallen waarin specifieke geografische beperkingen gelden, zonder de goede uitvoering van de controles in het gedrang te brengen.

Afdeling III

Actie bij vermoeden van niet-naleving en bij niet-naleving ten aanzien van dieren en goederen die de Unie binnenkomen

Artikel 65

Vermoeden van niet-naleving en verscherpte officiële controles

1.   Wanneer wordt vermoed dat ten aanzien van zendingen van de in artikel 44, lid 1, en artikel 47, lid 1, bedoelde categorieën dieren en goederen de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels niet zijn of worden nageleefd, verrichten de bevoegde autoriteiten officiële controles om dat vermoeden te bevestigen of weg te nemen.

2.   Wanneer er redenen zijn om aan te nemen dat een zending de in artikel 47, lid 1, bedoelde categorieën dieren en goederen omvat, hoewel de exploitanten dat niet hebben aangegeven, wordt die zending door de bevoegde autoriteiten aan een officiële controle onderworpen.

3.   De bevoegde autoriteiten nemen de in de leden 1 en 2 bedoelde zendingen in officiële bewaring, in afwachting van de uitkomst van de in die leden bedoelde officiële controles.

Zo nodig worden die zendingen, in afwachting van de uitkomst van de officiële controles, in afzondering of quarantaine geplaatst en worden dieren ondergebracht, gevoederd, gedrenkt en waar nodig behandeld.

4.   Wanneer de bevoegde autoriteiten redenen hebben om te vermoeden dat er sprake is van frauduleuze of bedrieglijke praktijken door een voor de zending verantwoordelijke exploitant of wanneer de officiële controles aanwijzingen opleveren dat de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels ernstig of herhaaldelijk zijn overtreden, verscherpen zij zo nodig de officiële controles op zendingen met dezelfde oorsprong of toepassing, naast de in artikel 66, lid 3, bedoelde maatregelen.

5.   De bevoegde autoriteiten stellen de Commissie en de lidstaten via het IMSOC in kennis van hun besluit om de officiële controles te verscherpen als bedoeld in lid 4 van dit artikel, onder vermelding van de motivering van hun besluit.

6.   De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen voorschriften vast betreffende de procedures voor de gecoördineerde uitvoering van de in de leden 4 en 5 van dit artikel bedoelde verscherpte officiële controles door de bevoegde autoriteiten. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 66

Maatregelen die moeten worden genomen indien niet-conforme zendingen de Unie binnenkomen

1.   Indien zendingen dieren of goederen die niet aan de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels voldoen de Unie binnenkomen, worden deze door de bevoegde autoriteiten in officiële bewaring genomen en wordt de binnenkomst in de Unie geweigerd.

Zo nodig worden die zendingen, in afwachting van een verder besluit, door de bevoegde autoriteiten in afzondering of quarantaine geplaatst en worden de daarin opgenomen dieren onder passende omstandigheden gehouden, verzorgd of behandeld. Indien mogelijk houden de bevoegde autoriteiten er ook rekening mee dat bepaalde soorten goederen bijzondere zorg behoeven.

2.   De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen regels vast betreffende de praktische regelingen voor de in lid 1, tweede alinea, van dit artikel bedoelde afzondering en quarantaine. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

3.   Ten aanzien van de in lid 1 bedoelde zending geeft de bevoegde autoriteit onverwijld de voor de zending verantwoordelijke ondernemer de opdracht:

a)

de zending te vernietigen;

b)

de zending overeenkomstig artikel 72, leden 1 en 2, door te zenden naar een plaats buiten de Unie, of

c)

de zending overeenkomstig artikel 71, leden 1 en 2, te onderwerpen aan een speciale behandeling of aan andere maatregelen die noodzakelijk zijn om aan de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels te voldoen en de zending in voorkomend geval te bestemmen voor andere doeleinden dan die waarvoor zij oorspronkelijk was bestemd.

Elke in de eerste alinea, onder a), b) en c), genoemde actie wordt verricht met inachtneming van de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels, en in het bijzonder, wat betreft zendingen levende dieren, van de regels om dieren vermijdbare pijn, spanning of lijden te besparen.

Indien de zending bestaat uit planten, plantaardige producten of ander materiaal, zijn de punten a), b) en c) van de eerste alinea van toepassing op de zending of op partijen daarvan.

Alvorens de exploitant te gelasten overeenkomstig de punten a), b) en c) van de eerste alinea acties te ondernemen, hoort de bevoegde autoriteit de betrokkene, tenzij onmiddellijk optreden is vereist om te reageren op risico's voor de gezondheid van mensen, dieren en planten, voor het dierenwelzijn of, wat ggo's en gewasbeschermingsmiddelen betreft, ook voor het milieu.

4.   Wanneer de bevoegde autoriteit de exploitant gelast een of meer van de in lid 3, eerste alinea, onder a), b), of c), genoemde acties te ondernemen, kan die bevoegde autoriteit uitzonderlijk toestaan dat de actie slechts ten aanzien van een deel van de zending wordt ondernomen, op voorwaarde dat de gedeeltelijke vernietiging, terugzending, speciale behandeling of andere maatregel:

a)

de naleving garandeert;

b)

geen risico vormt voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor het dierenwelzijn, of, wat ggo's en gewasbeschermingsmiddelen betreft, ook voor het milieu, en

c)

de werking van de officiële controles niet verstoort.

5.   Elk besluit om de binnenkomst van een zending overeenkomstig lid 1 van dit artikel te weigeren en elk gebod overeenkomstig de leden 3 en 6 van dit artikel en artikel 67 wordt door de bevoegde autoriteiten onmiddellijk ter kennis gebracht aan:

a)

de Commissie,

b)

de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten;

c)

de douaneautoriteiten;

d)

de bevoegde autoriteiten van het derde land van oorsprong, en

e)

de voor de zending verantwoordelijke ondernemer.

Die kennisgeving geschiedt via het IMSOC.

6.   Indien een zending van de in artikel 47, lid 1, bedoelde categorieën dieren of goederen niet voor de in dat artikel bedoelde officiële controles wordt aangeboden, dan wel niet overeenkomstig de voorschriften in artikel 50, leden 1 en 3, en artikel 56, leden 1, 3 en 4, of krachtens artikel 48, artikel 49, lid 4, artikel 51, artikel 53, lid 1, en artikel 58 vastgestelde regels wordt aangeboden, gelasten de bevoegde autoriteiten dat die zending wordt vastgehouden of teruggeroepen en onverwijld in officiële bewaring wordt genomen.

Op die zendingen zijn de leden 1, 3 en 5 van dit artikel van toepassing.

7.   De in dit artikel bedoelde maatregelen worden uitgevoerd op kosten van de voor de zending verantwoordelijke ondernemer.

Artikel 67

Maatregelen die moeten worden genomen indien dieren of goederen die een risico vormen uit derde landen de Unie binnenkomen

Wanneer officiële controles uitwijzen dat een zending dieren of goederen een risico voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor het dierenwelzijn, of, wat ggo's en gewasbeschermingsmiddelen betreft, ook voor het milieu vormen, wordt die zending, in afwachting van een verder besluit, in afzondering of quarantaine geplaatst en worden de daarin opgenomen dieren onder passende omstandigheden gehouden, verzorgd of behandeld.

De bevoegde autoriteiten nemen de betrokken zending in officiële bewaring en gelasten de voor die zending verantwoordelijke exploitant onverwijld:

a)

de zending te vernietigen, overeenkomstig de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels, en alle maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn om de gezondheid van mensen, dieren of planten, het dierenwelzijn of het milieu te beschermen, en wat levende dieren in het bijzonder betreft, de regels om hun vermijdbare pijn, spanning of lijden te besparen, of

b)

de zending overeenkomstig artikel 71, leden 1 en 2, aan een speciale behandeling te onderwerpen.

De in dit artikel bedoelde maatregelen worden uitgevoerd op kosten van de voor de zending verantwoordelijke ondernemer.

Artikel 68

Opvolging van besluiten die worden genomen in verband met niet-conforme zendingen die uit derde landen de Unie binnenkomen

1.   De bevoegde autoriteiten:

a)

maken de officiële certificaten en in voorkomend geval andere relevante documenten die de zendingen waarvoor maatregelen uit hoofde van artikel 66, leden 3 en 6, en artikel 67 zijn genomen vergezellen, ongeldig, en

b)

werken overeenkomstig de artikelen 102 tot en met 108 samen om nadere maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn om te voorkomen dat zendingen waarvan de binnenkomst in de Unie overeenkomstig artikel 66, lid 1, is geweigerd, opnieuw in de Unie kunnen worden ingevoerd.

2.   De bevoegde autoriteiten in de lidstaat waarin de officiële controles zijn uitgevoerd, zien toe op de toepassing van de overeenkomstig artikel 66, leden 3 en 6, en artikel 67 gelaste maatregelen om te waarborgen dat de zending tijdens of in afwachting van de toepassing van die maatregelen geen negatieve gevolgen voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, het dierenwelzijn of het milieu heeft.

Zo nodig wordt die toepassing voltooid onder toezicht van de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat.

Artikel 69

Niet-toepassing door de exploitant van door de bevoegde autoriteiten gelaste maatregelen

1.   De voor de zending verantwoordelijke exploitant voert onverwijld alle maatregelen uit die de bevoegde autoriteiten overeenkomstig artikel 66, leden 3 en 6, en artikel 67 gelasten; hij doet dit in ieder geval binnen zestig dagen na de datum waarop de bevoegde autoriteiten het besluit overeenkomstig artikel 66, lid 5, aan de betrokken exploitant ter kennis brengen. De bevoegde autoriteiten kunnen een periode bepalen die korter is dan zestig dagen.

2.   Indien de betrokken exploitant na het verstrijken van de in lid 1 bedoelde termijn nog geen actie heeft ondernomen, gelasten de bevoegde autoriteiten:

a)

dat de zending wordt vernietigd of onderworpen aan elke andere passende maatregel;

b)

in de in artikel 67 bedoelde gevallen dat de zending wordt vernietigd in geschikte inrichtingen die zo dicht mogelijk bij de grenscontrolepost gelegen zijn, waarbij alle maatregelen worden genomen die noodzakelijk zijn om de gezondheid van mensen, dieren of planten, het dierenwelzijn of het milieu te beschermen.

3.   De bevoegde autoriteiten kunnen de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde termijn verlengen met een duur die noodzakelijk is om de resultaten van het advies van een tweede deskundige als bedoeld in artikel 35 te verkrijgen, mits dit geen schadelijke gevolgen heeft voor de gezondheid van mensen, dieren en planten, voor het dierenwelzijn of, wat ggo's en gewasbeschermingsmiddelen betreft, ook voor het milieu.

4.   De in dit artikel bedoelde maatregelen worden uitgevoerd op kosten van de voor de zending verantwoordelijke ondernemer.

Artikel 70

Samenhang van de toepassing van de artikelen 66, 67 en 68

Om te zorgen voor samenhang tussen alle grenscontroleposten als bedoeld in artikel 59, lid 1, en controlepunten als bedoeld in artikel 53, lid 1, onder a), ten aanzien van de besluiten, maatregelen en geboden van de bevoegde autoriteiten uit hoofde van de artikelen 66, 67 en 68, stelt de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen regels voor de bevoegde autoriteiten vast betreffende de wijze waarop moet worden gereageerd op gemeenschappelijke of terugkerende situaties waarin sprake is van niet-naleving of risico's. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 71

Speciale behandeling van zendingen

1.   De in artikel 66, lid 3, onder c), en artikel 67, onder b), bedoelde speciale behandeling van zendingen kan, indien passend, bestaan in:

a)

een behandeling of verwerking, zo nodig met inbegrip van ontsmetting, maar met uitsluiting van verdunning, om de zending in overeenstemming te brengen met de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels of met de voorschriften van een derde land van doorzending, of

b)

een andere wijze van behandeling waarna veilige consumptie door dieren of mensen mogelijk is of voor andere doeleinden dan consumptie door dieren of mensen.

2.   De in lid 1 bedoelde speciale behandeling:

a)

wordt doeltreffend uitgevoerd en waarborgt dat elk risico voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor het dierenwelzijn, of, wat ggo's en gewasbeschermingsmiddelen betreft, ook voor het milieu, wordt weggenomen;

b)

wordt gedocumenteerd en wordt uitgevoerd onder controle van de bevoegde autoriteiten, of in voorkomend geval, en met wederzijdse toestemming, de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat, en

c)

voldoet aan de voorschriften van de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels.

3.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 144 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen met betrekking tot de voorschriften voor en de voorwaarden waaronder de in lid 1 van dit artikel bedoelde speciale behandeling moet plaatsvinden.

In afwezigheid van bij gedelegeerde handelingen vastgestelde regels, vindt een dergelijke speciale behandeling plaats overeenkomstig het nationale recht.

Artikel 72

Doorzending van zendingen

1.   De bevoegde autoriteiten staan onder de volgende voorwaarden toe dat zendingen worden doorgezonden:

a)

de bestemming is overeengekomen met de voor de zending verantwoordelijke ondernemer;

b)

de voor de zending verantwoordelijke exploitant heeft de bevoegde autoriteiten van de lidstaat er schriftelijk van in kennis gesteld dat de bevoegde autoriteiten van het derde land van oorsprong of, indien verschillend, het derde land van bestemming op de hoogte zijn gebracht van de redenen en omstandigheden waarom de binnenkomst van de betrokken zending dieren of goederen in de Unie wordt geweigerd;

c)

indien het derde land van bestemming niet het derde land van oorsprong is, heeft de exploitant de toestemming van de bevoegde autoriteiten van dat derde land van bestemming gekregen die bevoegde autoriteiten hebben de bevoegde autoriteiten van de lidstaat meegedeeld bereid te zijn de zending te aanvaarden, en

d)

in het geval van zendingen dieren, de doorzending is in overeenstemming met de dierenwelzijnsvoorschriften.

2.   De voorwaarden van lid 1, onder b) en c), van dit artikel zijn niet van toepassing op zendingen van de in artikel 47, lid 1, onder c), bedoelde goederen.

Afdeling IV

Erkenning van de controles vóór uitvoer

Artikel 73

Erkenning van door derde landen verrichte controles vóór uitvoer

1.   De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen op verzoek van een derde land erkenning verlenen voor specifieke controles van zendingen dieren en goederen die dat derde land voorafgaand aan de uitvoer naar de Unie verricht om te verifiëren of de uitgevoerde zendingen aan de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels voldoen. Die erkenning mag alleen betrekking hebben op zendingen die afkomstig zijn uit het betrokken derde land en kan voor een of meer categorieën dieren of goederen worden verleend. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

2.   In de in lid 1 bedoelde erkenning wordt het volgende vermeld:

a)

de maximumfrequentie van de officiële controles die de bevoegde autoriteiten van de lidstaten bij binnenkomst van de zendingen in de Unie moeten verrichten indien er geen redenen zijn om te vermoeden dat de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels niet worden nageleefd of dat er sprake is van frauduleuze of bedrieglijke praktijken;

b)

de officiële certificaten waarvan zendingen die de Unie binnenkomen, vergezeld moeten gaan;

c)

een model voor de onder b) bedoelde certificaten;

d)

de bevoegde autoriteiten van het derde land onder wiens verantwoordelijkheid controles vóór uitvoer moeten worden uitgevoerd, en

e)

eventuele gemachtigde instanties waaraan de bevoegde autoriteiten bepaalde taken kunnen delegeren. Deze delegatie van taken kan alleen worden goedgekeurd indien aan de criteria van de artikelen 28 tot en met 33, of aan gelijkwaardige voorwaarden, wordt voldaan.

3.   De in lid 1 van dit artikel bedoelde erkenning mag alleen aan een derde land worden verleend als uit de beschikbare gegevens en uit een controle die de Commissie in voorkomend geval overeenkomstig artikel 120 heeft uitgevoerd, blijkt dat het systeem van officiële controles in dat derde land kan waarborgen dat:

a)

de naar de Unie uitgevoerde zendingen dieren of goederen voldoen aan de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels of gelijkwaardige voorschriften, en

b)

de controles die in het derde land voorafgaand aan de verzending naar de Unie worden verricht, voldoende doeltreffend zijn om de documentencontroles, overeenstemmingscontroles en materiële controles zoals vastgesteld in de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels te vervangen of de frequentie daarvan te verlagen.

4.   De bevoegde autoriteiten of een in de erkenning vermelde gemachtigde instantie:

a)

zijn verantwoordelijk voor de contacten met de Unie, en

b)

waarborgen dat elke gecontroleerde zending vergezeld gaat van de in lid 2, onder b), bedoelde officiële certificaten.

5.   De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen nadere regels en criteria vast voor de erkenning van controles vóór uitvoer die derde landen verrichten overeenkomstig lid 1 van dit artikel, en voor officiële controles die door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten worden uitgevoerd op dieren en goederen, waarop de in dat lid bedoelde erkenning van toepassing is. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 74

Niet-naleving en intrekking van de erkenning van door derde landen verrichte controles vóór uitvoer

1.   Wanneer de officiële controles van zendingen van categorieën dieren en goederen waarvoor overeenkomstig artikel 73, lid 1, specifieke controles vóór uitvoer zijn erkend, wijzen op ernstige en herhaaldelijke niet-naleving van de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels:

a)

stellen de lidstaten onmiddellijk de Commissie, de andere lidstaten en de betrokken exploitanten hiervan via het IMSOC in kennis en verzoeken zij overeenkomstig de procedures van de artikelen 102 tot en met 108 om administratieve bijstand, en

b)

verhogen de lidstaten onmiddellijk het aantal officiële controles van zendingen uit het betrokken derde land en, indien dit noodzakelijk is voor een gedegen analyse van de situatie, behouden zij een passend aantal monsters onder geschikte omstandigheden bij.

2.   De Commissie kan de in artikel 73, lid 1, bedoelde erkenning door middel van uitvoeringshandelingen intrekken wanneer er naar aanleiding van de in lid 1 van dit artikel bedoelde officiële controles aanwijzingen zijn dat niet meer aan artikel 73, leden 3 en 4, wordt voldaan. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Afdeling V

Samenwerking tussen autoriteiten in verband met zendingen die uit derde landen de Unie binnenkomen

Artikel 75

Samenwerking tussen autoriteiten in verband met zendingen die uit derde landen de Unie binnenkomen

1.   De bevoegde autoriteiten, douaneautoriteiten en andere autoriteiten van de lidstaten die betrokken zijn bij de binnenkomst van dieren en goederen in de Unie, werken nauw samen om te waarborgen dat de officiële controles van zendingen dieren en goederen die de Unie binnenkomen overeenkomstig de voorschriften van deze verordening worden verricht.

Daartoe moeten de bevoegde autoriteiten, douaneautoriteiten en andere autoriteiten:

a)

zorgen voor wederzijdse toegang tot informatie die noodzakelijk is voor de organisatie en uitvoering van hun respectieve activiteiten in verband met dieren en goederen die de Unie binnenkomen, en

b)

dergelijke informatie, ook met elektronische middelen, tijdig uitwisselen.

2.   De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen regels vast betreffende eenvormige samenwerkingsregelingen die de in lid 1 bedoelde bevoegde autoriteiten, douaneautoriteiten en andere autoriteiten moeten treffen om te waarborgen dat:

a)

de bevoegde autoriteiten toegang hebben tot de informatie die noodzakelijk is voor de onmiddellijke en volledige identificatie van de overeenkomstig artikel 47, lid 1, aan officiële controles bij een grenscontrolepost onderworpen zendingen dieren en goederen die de Unie binnenkomen;

b)

de door de bevoegde autoriteiten, douaneautoriteiten en andere autoriteiten vergaarde informatie over zendingen dieren en goederen die de Unie binnenkomen op basis van wederkerigheid wordt geactualiseerd, door informatie uit te wisselen of de desbetreffende gegevensreeksen te synchroniseren, en

c)

de beslissingen die deze autoriteiten op grond van de punten a) en b) bedoelde informatie nemen, snel worden meegedeeld.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 76

Samenwerking tussen autoriteiten in verband met zendingen die niet aan specifieke grenscontroles onderworpen zijn

1.   De leden 2, 3 en 4 van dit artikel zijn van toepassing op zendingen dieren en goederen die niet overeenkomstig artikel 47, lid 1, van deze verordening aan controles bij binnenkomst in de Unie onderworpen zijn en waarvoor overeenkomstig artikel 5, punt 12, van Verordening (EU) nr. 952/2013 en de artikelen 158 tot en met 202 van die Verordening een douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen is gedaan.

2.   Wanneer de douaneautoriteiten redenen hebben om aan te nemen dat een zending een risico voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor het dierenwelzijn, of, wat ggo's en gewasbeschermingsmiddelen betreft, ook voor het milieu, kan opleveren, schorsen zij de vrijgave voor het vrije verkeer en stellen zij de bevoegde autoriteiten onmiddellijk van die schorsing in kennis.

3.   Een zending waarvan de vrijgave voor het vrije verkeer krachtens lid 2 is geschorst, wordt weer vrijgegeven wanneer de bevoegde autoriteiten de douaneautoriteiten niet binnen drie werkdagen na die schorsing hebben verzocht de schorsing voort te zetten of wanneer zij de douaneautoriteiten hebben meegedeeld dat er geen sprake is van een risico.

4.   Wanneer de bevoegde autoriteiten van oordeel zijn dat er een risico voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor het dierenwelzijn, of, wat ggo's en gewasbeschermingsmiddelen betreft, ook voor het milieu, aanwezig is;

a)

verzoeken zij de douaneautoriteiten de zending niet vrij te geven voor het vrije verkeer en op de handelsfactuur die de zending vergezelt, alsmede op elk ander relevant begeleidend document of in de desbetreffende elektronische equivalenten, de volgende vermelding aan te brengen:

„Product vormt een risico — vrijgave voor het vrije verkeer niet toegestaan — Verordening (EU) 2017/…”;

b)

is zonder toestemming van de bevoegde autoriteiten geen andere douaneprocedure toegestaan, en

c)

zijn artikel 66, leden 1, 3, 5 en 6, de artikelen 67, 68 en 69, artikel 71, leden 1 en 2, en artikel 72, leden 1 en 2, van toepassing.

5.   Wanneer de douaneautoriteiten redenen hebben om aan te nemen dat een zending dieren of goederen die niet overeenkomstig artikel 47, lid 1, aan controles bij binnenkomst in de Unie onderworpen is en waarvoor geen douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen is gedaan, een risico voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor het dierenwelzijn, of, wat ggo's en gewasbeschermingsmiddelen betreft, ook voor het milieu kan opleveren, zenden zij alle relevante informatie naar de douaneautoriteiten in de lidstaten van eindbestemming.

Afdeling VI

Specifieke maatregelen

Artikel 77

Regels voor specifieke officiële controles en voor naar aanleiding van dergelijke controles te nemen maatregelen

1.   De Commissie stelt overeenkomstig artikel 144 gedelegeerde handelingen vast teneinde deze verordening aan te vullen met betrekking tot de regels voor de uitvoering van specifieke officiële controles en inzake maatregelen in geval van niet-naleving, om rekening te houden met de bijzonderheden van de volgende categorieën dieren en goederen of de regelingen voor het vervoer daarvan en de daarvoor gebruikte vervoermiddelen:

a)

zendingen verse visserijproducten die vanuit een vissersvaartuig dat de vlag van een derde land voert, rechtstreeks zijn aangeland in havens die door de lidstaten zijn aangewezen overeenkomstig artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad (61);

b)

zendingen niet-gevild haarwild;

c)

zendingen van de in artikel 47, lid 1, onder b), bedoelde categorieën goederen die, al dan niet met opslag in een speciaal erkend douane-entrepot of in vrije zones, worden geleverd aan vaartuigen die de Unie verlaten en bestemd zijn voor bevoorrading van het schip of voor consumptie door de bemanning en passagiers;

d)

verpakkingsmateriaal van hout;

e)

diervoeders die dieren vergezellen en bedoeld zijn om aan die dieren te worden vervoederd;

f)

dieren en goederen die via verkoop door middel van op afstand gesloten overeenkomsten zijn besteld en vanuit een derde land aan een adres in de Unie worden geleverd, alsook de kennisgevingsvoorschriften die noodzakelijk zijn om goede uitvoering van officiële controles mogelijk te maken;

g)

plantaardige producten die vanwege hun verdere bestemming een risico op verspreiding van infectieuze of besmettelijke dierziekten kunnen inhouden;

h)

uit de Unie afkomstige zendingen van de in artikel 47, lid 1, onder a), b) en c), bedoelde dieren en goederen die, nadat een derde land de binnenkomst ervan heeft geweigerd, naar de Unie terugkeren;

i)

goederen die in bulk vanuit een derde land de Unie binnenkomen, ongeacht of alle goederen afkomstig zijn uit dat derde land;

j)

zendingen van de in artikel 47, lid 1, bedoelde goederen die afkomstig zijn van het grondgebied van Kroatië en die in Neum (de corridor van Neum) over het grondgebied van Bosnië en Herzegovina worden vervoerd, waarna zij bij het punt van binnenkomst Klek of Zaton Doli weer het grondgebied van Kroatië worden binnengebracht;

k)

dieren en goederen die overeenkomstig artikel 48 zijn vrijgesteld van artikel 47.

2.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 144 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen met betrekking tot de voorwaarden voor de monitoring van het vervoer en de aankomst van zendingen van bepaalde dieren en goederen van de grenscontrolepost van aankomst tot de inrichting op de plaats van bestemming in de Unie, tot de grenscontrolepost op de plaats van bestemming of tot de grenscontrolepost van vertrek.

3.   De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen regels vaststellen betreffende:

a)

modellen voor officiële certificaten en voorschriften voor de afgifte van dergelijke certificaten, en

b)

de vorm van de documenten die de in lid 1 bedoelde categorieën dieren of goederen moeten vergezellen.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

HOOFDSTUK VI

Financiering van officiële controles en andere officiële activiteiten

Artikel 78

Algemene regels

1.   De lidstaten stellen passende financiële middelen beschikbaar om te voorzien in het personeel en de overige middelen die de bevoegde autoriteiten nodig hebben om officiële controles en andere officiële activiteiten te verrichten.

2.   Dit hoofdstuk is ook van toepassing wanneer overeenkomstig de artikelen 28 en 31 bepaalde taken in verband met officiële controles en andere officiële activiteiten worden gedelegeerd.

Artikel 79

Verplichte vergoedingen of heffingen

1.   De bevoegde autoriteiten innen vergoedingen of heffingen voor officiële controles die zijn verricht in verband met activiteiten als bedoeld in bijlage IV, hoofdstuk II, en op de in artikel 47, lid 1, onder a), b) en c), bedoelde dieren en goederen, aan grenscontroleposten of aan de in artikel 53, lid 1, onder a), bedoelde controlepunten:

a)

ten belope van de overeenkomstig artikel 82, lid 1, berekende kosten, of

b)

ten belope van de in bijlage IV vermelde bedragen.

2.   De bevoegde autoriteiten innen vergoedingen of heffingen ter dekking van de kosten die zij maken met betrekking tot:

a)

officiële controles van de in artikel 47, lid 1, onder d), e), en f), bedoelde dieren en goederen;

b)

officiële controles op verzoek van de ondernemer, teneinde de in artikel 10 van Verordening (EG) nr. 183/2005 bedoelde erkenning te krijgen;

c)

officiële controles die aanvankelijk niet waren gepland, en die:

i)

noodzakelijk zijn geworden omdat tijdens een overeenkomstig deze verordening verrichte officiële controle een geval van niet-naleving vanwege dezelfde exploitant werd geconstateerd, en

ii)

worden verricht om de omvang en gevolgen van het geval van niet-naleving te beoordelen dan wel te verifiëren of de niet-naleving is verholpen.

3.   Onverminderd leden 1 en 2 kunnen de lidstaten met betrekking tot de in bijlage IV, hoofdstuk II, bedoelde activiteiten, het bedrag van de vergoedingen of heffingen op een objectieve en niet-discriminerende basis verminderen, rekening houdend met:

a)

de belangen van exploitanten met een geringe productie;

b)

de traditionele methoden die worden gebruikt voor productie, verwerking en distributie;

c)

de behoeften van exploitanten die gevestigd zijn in gebieden met specifieke geografische beperkingen, en

d)

de antecedenten van de exploitant wat betreft de naleving van de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels, zoals gestaafd door officiële controles.

4.   De lidstaten kunnen besluiten de overeenkomstig artikel 82, lid 1, onder b), berekende vergoedingen en heffingen niet te innen wanneer het bedrag ervan zo laag is dat, rekening houdend met de inningskosten en de totaal te verwachten inkomsten uit de vergoedingen en heffingen, het innen van die vergoeding of heffing niet rendabel zou zijn.

5.   Dit artikel is niet van toepassing op officiële controles in verband met de naleving van de in artikel 1, lid 2, onder i) en j), bedoelde regels.

Artikel 80

Andere vergoedingen of heffingen

De lidstaten kunnen andere dan de in artikel 79 bedoelde vergoedingen of heffingen innen, ter dekking van de kosten van officiële controles en van andere officiële activiteiten, tenzij dat wordt verboden door de wetgevingsbepalingen die van toepassing zijn in de gebieden waar de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels gelden.

Artikel 81

Kosten

De overeenkomstig artikel 79, lid 1, onder a), en artikel 79, lid 2, te innen vergoedingen of heffingen worden bepaald op basis van de volgende kosten, voor zover die voortkomen uit de betrokken officiële controles:

a)

de salarissen en socialezekerheids-, pensioen- en verzekeringskosten van personeelsleden die bij de uitvoering van officiële controles betrokken zijn, met inbegrip van ondersteunend en administratief personeel;

b)

de kosten van faciliteiten en uitrusting, met inbegrip van onderhouds- en verzekeringskosten en andere aanverwante kosten;

c)

de kosten van verbruiksgoederen en instrumenten;

d)

de kosten van diensten die gemachtigde instanties voor aan hen gedelegeerde officiële controles bij de bevoegde autoriteiten in rekening hebben gebracht;

e)

de kosten van de opleiding van de onder a) bedoelde personeelsleden, met uitzondering van opleiding die noodzakelijk is om de voor aanstelling door de bevoegde autoriteiten vereiste kwalificaties te verkrijgen;

f)

de reiskosten van de onder a) bedoelde personeelsleden, alsmede bijbehorende verblijfskosten;

g)

de door officiële laboratoria in rekening gebrachte kosten van bemonstering en laboratoriumanalyses, -tests en -diagnoses.

Artikel 82

Berekening van vergoedingen of heffingen

1.   De overeenkomstig artikel 79, lid 1, onder a), en artikel 79, lid 2, geïnde vergoedingen of heffingen worden bepaald volgens een van de volgende berekeningsmethoden of een combinatie daarvan:

a)

een vast tarief op basis van de totale kosten van de officiële controles die in een bepaalde periode door de bevoegde autoriteiten worden gedragen en doorberekend aan alle exploitanten, ongeacht of in die referentieperiode een officiële controle voor elk van die exploitanten is verricht; bij de vaststelling van de hoogte van de vergoedingen voor elke sector, activiteit en categorie exploitanten houden de bevoegde autoriteiten rekening met het effect dat het type en de omvang van de betrokken activiteit en de daaraan verbonden risicofactoren hebben op de verdeling van de totale kosten van die officiële controles, of

b)

op basis van de berekening van de werkelijke kosten van elke afzonderlijke officiële controle en doorberekend aan de exploitanten die aan die officiële controles zijn onderworpen.

2.   Bij de berekening van de in artikel 79, lid 1, onder a), en artikel 79, lid 2, bedoelde vergoedingen of heffingen wordt op zodanige wijze rekening gehouden met de in artikel 81, onder f), bedoelde reiskosten dat geen onderscheid tussen exploitanten wordt gemaakt op grond van de afstand tussen hun gebouwen en de locatie van de bevoegde autoriteiten.

3.   Wanneer vergoedingen of heffingen overeenkomstig lid 1, onder a), worden berekend, mogen de door de bevoegde autoriteiten geïnde vergoedingen of heffingen niet hoger zijn dan de totale kosten die in de daarin bedoelde periode voor de verrichte officiële controles zijn gemaakt.

4.   Indien vergoedingen of heffingen worden berekend overeenkomstig lid 1, onder b), bedragen zij niet meer dan de daadwerkelijke kosten van de verrichte officiële controle.

Artikel 83

Inning en doorberekening van vergoedingen of heffingen

1.   Een exploitant wordt alleen een vergoeding of heffing aangerekend voor een op grond van een klacht uitgevoerde officiële controle of andere officiële activiteit indien die controle leidt tot de bevestiging dat sprake is van niet-naleving.

2.   De overeenkomstig artikel 79 en artikel 80 geïnde vergoedingen of heffingen worden direct noch indirect terugbetaald, tenzij zij ten onrechte waren geïnd.

3.   De lidstaten kunnen besluiten dat vergoedingen of heffingen door andere dan de bevoegde autoriteiten of door gemachtigde instanties worden geïnd.

Artikel 84

Betaling van vergoedingen of heffingen

1.   De bevoegde autoriteiten zorgen ervoor dat de exploitanten op verzoek een betalingsbewijs ontvangen voor vergoedingen of heffingen, indien de exploitanten niet op een andere manier over een dergelijk bewijs kunnen beschikken.

2.   De overeenkomstig artikel 79, lid 1, geïnde vergoedingen of heffingen worden betaald door de voor de zending verantwoordelijke exploitant of zijn vertegenwoordiger.

Artikel 85

Transparantie

1.   De lidstaten zorgen voor een hoog niveau van transparantie inzake:

a)

de in artikel 79, lid 1, onder a), artikel 79, lid 2, en artikel 80 bedoelde vergoedingen of heffingen, met name inzake;

i)

de methode en de gegevens die worden gebruikt om deze vergoedingen of heffingen vast te stellen;

ii)

het bedrag van de vergoedingen of heffingen dat is doorberekend aan elke categorie exploitanten en voor elke categorie officiële controles of andere officiële activiteiten.

iii)

de uitsplitsing van de kosten, zoals bedoeld in artikel 81;

b)

de identiteit van de voor de inning van de vergoedingen of heffingen verantwoordelijke autoriteiten of instanties.

2.   Elke bevoegde autoriteit maakt voor elke referentieperiode de in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie openbaar, alsook de door de bevoegde autoriteit gemaakte kosten waarvoor overeenkomstig artikel 79, lid 1, onder a), artikel 79, lid 2, en artikel 80 een vergoeding of heffing is verschuldigd.

3.   De lidstaten raadplegen de betrokken belanghebbenden over de gebruikte algemene methoden om de in artikel 79, lid 1, onder a), artikel 79, lid 2, en artikel 80 bedoelde vergoedingen of heffingen te berekenen.

HOOFDSTUK VII

Officiële certificering

Artikel 86

Algemene voorschriften voor officiële certificering

1.   Officiële certificering leidt tot de afgifte van:

a)

officiële certificaten, of

b)

officiële verklaringen in de gevallen die worden voorzien in de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels.

2.   Wanneer de bevoegde autoriteiten bepaalde taken in verband met de afgifte van officiële certificaten of officiële verklaringen of in verband met het in artikel 91, lid 1, bedoelde officiële toezicht delegeren, voldoet die delegatie aan de artikelen 28 tot en met 33.

Artikel 87

Officiële certificaten

De artikelen 88, 89 en 90 zijn van toepassing:

a)

wanneer de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels voorschrijven dat een officieel certificaat moet worden afgegeven, en

b)

op officiële certificaten die noodzakelijk zijn voor de uitvoer van zendingen dieren en goederen naar derde landen of die door de bevoegde autoriteit van een lidstaat van bestemming worden aangevraagd bij de bevoegde autoriteit van een lidstaat van verzending, met betrekking tot verzendingen van dieren en goederen die bestemd zijn voor uitvoer naar derde landen.

Artikel 88

Ondertekening en afgifte van officiële certificaten

1.   De officiële certificaten worden door de bevoegde autoriteiten afgegeven.

2.   De bevoegde autoriteiten wijzen de certificerende ambtenaren aan die bevoegd zijn om officiële certificaten te ondertekenen en zorgen ervoor dat deze ambtenaren:

a)

onpartijdig, vrij van elk belangenconflict zijn, en, in het bijzonder, niet verkeren in een situatie die direct of indirect de onpartijdigheid in hun professioneel handelen ten aanzien van het voorwerp van de certificering kan aantasten, en

b)

een passende opleiding hebben gekregen over de regels waarop een officieel certificaat betrekking heeft en over de technische evaluatie van de naleving van die regels alsmede van de relevante regels van deze verordening.

3.   De officiële certificaten worden ondertekend door de certificerende functionaris en afgegeven op een van de volgende gronden:

a)

voor de certificering relevante, actuele feiten en gegevens waarvan de certificerende functionaris rechtstreeks kennis heeft genomen door:

i)

een officiële controle, of

ii)

de ontvangst van een ander officieel certificaat dat door de bevoegde autoriteiten is afgegeven;

b)

voor de certificering relevante feiten en gegevens waarvan de kennis is geverifieerd door een andere persoon die daartoe gemachtigd is door de bevoegde autoriteiten en onder controle van die autoriteiten optreedt, op voorwaarde dat de certificerende functionaris de juistheid van die feiten en gegevens kan verifiëren;

c)

voor de certificering relevante feiten en gegevens die zijn verkregen uit de eigen controlesystemen van de ondernemer, aangevuld met en bevestigd door de resultaten van regelmatige officiële controles, indien de certificerende functionaris hierdoor overtuigd is dat aan de voorwaarden voor afgifte van het officiële certificaat is voldaan.

4.   Wanneer de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels dit voorschrijven, worden de officiële certificaten uitsluitend op grond van lid 3, onder a), van dit artikel door de certificerende functionaris ondertekend en afgegeven.

Artikel 89

Waarborgen voor de betrouwbaarheid van officiële certificaten

1.   De officiële certificaten:

a)

dragen een unieke code;

b)

mogen niet door de certificerende functionaris worden ondertekend wanneer zij blanco of onvolledig zijn;

c)

worden opgesteld in een of meer van de officiële talen van de instellingen van de Unie die door de certificerende functionaris wordt begrepen en, in voorkomend geval, in een van de officiële talen van de lidstaat van bestemming;

d)

moeten authentiek en juist zijn;

e)

maken de identificatie van de ondertekenaar en de datum van afgifte mogelijk, en

f)

maken een eenvoudige verificatie mogelijk van de verbanden tussen het certificaat, de afgevende autoriteit en de zending, partij of individuele dieren of goederen waarop het betrekking heeft.

2.   De bevoegde autoriteiten nemen alle passende maatregelen om de afgifte van valse of misleidende officiële certificaten alsook misbruik van officiële certificaten te voorkomen.

Artikel 90

Uitvoeringsbevoegdheden betreffende officiële certificaten

De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen regels voor de eenvormige toepassing van de artikelen 88 en 89 vaststellen met betrekking tot:

a)

modellen voor officiële certificaten en regels voor de afgifte van dergelijke certificaten, indien de voorschriften niet zijn opgenomen in de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels;

b)

de mechanismen en de technische regelingen om de afgifte van juiste en betrouwbare officiële certificaten te waarborgen en frauderisico te vermijden;

c)

de te volgen procedures om officiële certificaten in te trekken en vervangende certificaten af te geven;

d)

regels voor de afgifte van gewaarmerkte kopieën van officiële certificaten;

e)

de vorm van de documenten die dieren en goederen moeten vergezellen nadat officiële controles zijn verricht;

f)

regels voor de afgifte van elektronische certificaten en voor het gebruik van elektronische handtekeningen.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 91

Officiële verklaringen

1.   Wanneer deze verordening of de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels voorschrijven dat officiële verklaringen door de exploitanten onder officieel toezicht van de bevoegde autoriteiten of door de bevoegde autoriteiten zelf moeten worden afgegeven, zijn de leden 2, 3 en 4 van dit artikel van toepassing.

2.   De officiële verklaringen:

a)

moeten authentiek en juist zijn;

b)

worden opgesteld in een of meer van de officiële talen van de instellingen van de Unie en, in voorkomend geval, in één van de officiële talen van de lidstaat van bestemming, en

c)

maken, wanneer zij op een zending of partij betrekking hebben, de verificatie van het verband tussen de officiële verklaring en de zending of partij mogelijk.

3.   De bevoegde autoriteiten zorgen ervoor dat de personeelsleden die officiële controles verrichten om toezicht op de afgifte van officiële verklaringen uit te oefenen dan wel, ingeval de bevoegde autoriteiten de officiële verklaringen afgeven, de personeelsleden die bij de afgifte van die officiële verklaringen betrokken zijn:

a)

onpartijdig, vrij van elk belangenconflict zijn, en, in het bijzonder, niet verkeren in een situatie die direct of indirect de onpartijdigheid in hun professioneel handelen ten aanzien van het voorwerp van de officiële verklaringen kan aantasten, en

b)

een passende opleiding hebben gekregen betreffende:

i)

de regels waarop de officiële verklaringen betrekking hebben en inzake de technische evaluatie van naleving van die regels;

ii)

de relevante regels van deze verordening.

4.   De bevoegde autoriteiten verrichten op gezette tijden officiële controles om te verifiëren of:

a)

de exploitanten die de verklaringen afgeven aan de voorwaarden van de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels voldoen, en

b)

de verklaringen op grond van relevante, correcte en controleerbare feiten en gegevens worden afgegeven.

TITEL III

REFERENTIELABORATORIA EN REFERENTIECENTRA

Artikel 92

Besluit tot oprichting van een referentielaboratorium van de Europese Unie

1.   Op de gebieden waarvoor de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels gelden, wordt een referentielaboratorium van de Europese Unie opgericht indien de doeltreffendheid van de officiële controles en de andere officiële activiteiten eveneens afhankelijk is van de kwaliteit, de uniformiteit en de betrouwbaarheid van:

a)

de analyse-, test- en diagnosemethoden die de overeenkomstig artikel 37, lid 1, aangewezen officiële laboratoria toepassen, en

b)

de resultaten van de door die officiële laboratoria verrichte analyses, tests en diagnoses.

2.   Er wordt een referentielaboratorium van de Europese Unie opgericht indien wordt erkend dat het bevorderen van uniforme praktijken noodzakelijk is wat betreft de ontwikkeling of de toepassing van de in lid 1, onder a), bedoelde methoden.

3.   De Commissie beoordeelt op regelmatige basis het mandaat en de werking van de referentielaboratoria van de Europese Unie.

4.   De Commissie vult deze verordening aan door de vaststelling middels een gedelegeerde handeling overeenkomstig artikel 144 van het besluit tot oprichting van een referentielaboratorium van de Europese Unie.

Artikel 93

Aanwijzing van referentielaboratoria van de Europese Unie

1.   De Commissie wijst, door middel van uitvoeringshandelingen, referentielaboratoria van de Europese Unie aan in de gevallen waarin in overeenstemming met artikel 92 het besluit is genomen dat laboratorium op te richten.

2.   De in lid 1 bedoelde aanwijzing:

a)

volgt op een openbare selectieprocedure, en

b)

is beperkt in de tijd en geldig voor ten minste vijf jaar, of wordt regelmatig geëvalueerd.

3.   De referentielaboratoria van de Europese Unie:

a)

werken overeenkomstig norm EN ISO/IEC 17025 en worden overeenkomstig die norm geaccrediteerd door een nationale accreditatie-instantie die werkt overeenkomstig Verordening (EG) nr. 765/2008. Het toepassingsgebied van die accreditatie:

i)

omvat alle methoden voor laboratoriumanalyses, -tests en -diagnoses die het laboratorium voor het analyseren, testen en diagnosticeren moet toepassen wanneer het als een referentielaboratorium van de Europese Unie werkt;

ii)

kan een of meer methoden voor laboratoriumanalyses, -tests of -diagnoses omvatten, dan wel groepen methoden;

iii)

kan op flexibele wijze worden bepaald, zodat het toepassingsgebied van de accreditatie ook kan gelden voor gewijzigde versies van de door het referentielaboratorium van de Europese Unie op het moment van accreditatie toegepaste methoden of voor nieuwe methoden ter aanvulling van die methoden, op basis van de eigen validaties door het laboratorium, zonder dat de nationale accreditatie-instantie van de lidstaat waar het referentielaboratorium van de Europese Unie is gevestigd, voorafgaand aan de toepassing van die gewijzigde of nieuwe methoden een specifieke beoordeling moet verrichten;

b)

zijn onpartijdig, vrij van elk belangenconflict, en, in het bijzonder, bevinden zich niet in een situatie die direct of indirect de onpartijdigheid in hun professioneel handelen bij de uitoefening van hun taken als referentielaboratoria van de Europese Unie kan aantasten;

c)

beschikken over naar behoren gekwalificeerde personeelsleden die voldoende zijn opgeleid voor de op hun bevoegdheidsterrein toegepaste analyse-, test- en diagnosetechnieken, of kunnen hiervoor contractueel personeel aanwerven, alsook over ondersteunend personeel indien nodig;

d)

beschikken over of hebben toegang tot de infrastructuur, uitrusting en producten die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de hun toegewezen taken;

e)

zorgen ervoor dat zowel hun vaste als bij arbeidsovereenkomst in dienst genomen personeelsleden een goede kennis van de internationale normen en praktijken hebben en dat bij hun werk rekening wordt gehouden met de laatste ontwikkelingen van het onderzoek op nationaal, uniaal en internationaal niveau;

f)

zijn uitgerust of hebben toegang tot de noodzakelijke uitrusting om hun taken in noodsituaties te verrichten, en

g)

zijn in voorkomend geval uitgerust om aan de toepasselijke normen inzake bioveiligheid te voldoen.

4.   In afwijking van lid 3, onder a), van dit artikel kan de Commissie, voor het gebied dat onder de in artikel 1, lid 2, onder g), bedoelde regels valt, officiële laboratoria aanwijzen, die als dusdanig zijn aangewezen door de bevoegde overheid op basis van een afwijking die is vastgesteld overeenkomstig artikel 41, als referentielaboratorium van de Europese Unie, ongeacht of zij voldoen aan de in lid 3, onder a), van dit artikel vermelde voorwaarden.

5.   In afwijking van de leden 1 en 2 van dit artikel zijn de laboratoria zoals bedoeld in artikel 32, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1829/2003 en in artikel 21, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 referentielaboratoria van de Europese Unie die de verantwoordelijkheden hebben en de taken verrichten als bedoeld in artikel 94, van deze verordening respectievelijk voor wat betreft:

a)

ggo's en genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders, en

b)

toevoegingsmiddelen in diervoeding.

6.   De in artikel 8 bedoelde verplichtingen van de personeelsleden op het gebied van vertrouwelijkheid zijn mutatis mutandis van toepassing op het personeel van de referentielaboratoria van de Europese Unie.

Artikel 94

Verantwoordelijkheden en taken van de referentielaboratoria van de Europese Unie

1.   De referentielaboratoria van de Europese Unie dragen bij tot de verbetering en harmonisatie van de analyse-, test- en diagnosemethoden die door de overeenkomstig artikel 37, lid 1, aangewezen officiële laboratoria moeten worden toegepast en van de door hen gegenereerde analyse-, test- en diagnosegegevens.

2.   De overeenkomstig artikel 93, lid 1, aangewezen referentielaboratoria van de Europese Unie zijn verantwoordelijk voor de volgende taken voor zover deze behoren tot de jaarlijkse of meerjarige werkprogramma's van de referentielaboratoria die zijn opgesteld overeenkomstig de doelstellingen en de prioriteiten van de door de Commissie in overeenkomst met artikel 36 van Verordening (EU) nr. 652/2014 goedgekeurde werkprogramma's:

a)

aan de nationale referentielaboratoria details en richtsnoeren verstrekken over de methoden voor laboratoriumanalyses, -tests en -diagnoses, met inbegrip van referentiemethoden;

b)

aan de nationale referentielaboratoria referentiemateriaal verstrekken;

c)

het coördineren van de toepassing van de onder a) bedoelde methoden door de nationale referentielaboratoria en zo nodig andere officiële laboratoria, in het bijzonder door regelmatig vergelijkend interlaboratoriumonderzoek of ringonderzoek te organiseren en aan dat vergelijkend onderzoek of ringonderzoek een passend vervolg te geven, overeenkomstig internationaal erkende protocollen indien beschikbaar, en het informeren van de Commissie en de lidstaten over de resultaten en de opvolging van het vergelijkend interlaboratoriumonderzoek of ringonderzoek;

d)

het coördineren van praktische regelingen die noodzakelijk zijn voor de toepassing van nieuwe methoden voor laboratoriumanalyses, -tests en -diagnoses, en het informeren van de nationale referentielaboratoria over vooruitgang op dit gebied;

e)

het houden van cursussen voor de personeelsleden van de nationale referentielaboratoria en zo nodig andere officiële laboratoria, alsook voor deskundigen uit derde landen;

f)

het verlenen van wetenschappelijke en technische bijstand aan de Commissie op hun werkterrein;

g)

de nationale referentielaboratoria informeren over relevante onderzoeksactiviteiten op nationaal, uniaal en internationaal niveau;

h)

op hun werkterrein samenwerken met laboratoria in derde landen en met de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (European Food Safety Authority — EFSA), het Europees Geneesmiddelenbureau (European Medicines Agency — EMA) en het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (European Centre for Disease Prevention and Control — ECDC);

i)

actieve steun verlenen bij de diagnose van uitbraken in de lidstaten van door levensmiddelen overgedragen, zoönotische of dierziekten of van schadelijke organismen bij planten, door bevestigingsdiagnoses en karakteriserings- en taxonomische of epidemiologische studies op geïsoleerde ziekteverwekkers of monsters van schadelijke organismen;

j)

het coördineren of uitvoeren van tests ter verificatie van de kwaliteit van reagentia en partijen reagentia die gebruikt worden voor de diagnose van door levensmiddelen overgedragen, zoönotische of dierziekten en de diagnose van schadelijke organismen bij planten;

k)

indien relevant voor hun bevoegdheidsterrein, het oprichten en onderhouden van:

i)

referentieverzamelingen van schadelijke organismen bij planten en/of referentiestammen van ziekteverwekkers;

ii)

referentieverzamelingen van materialen die bestemd zijn om met levensmiddelen in contact te komen, die worden gebruikt om analyseapparatuur te ijken en monsters van die materialen aan de nationale referentielaboratoria te verstrekken;

iii)

actuele lijsten van de beschikbare referentiestoffen en -reagentia, alsook van de fabrikanten en leveranciers van die stoffen en reagentia, en

l)

indien relevant voor hun bevoegdheidsterrein, onderling en met de Commissie samenwerken, naargelang het geval, met het oog op het ontwikkelen van methoden van een hoog niveau voor de analyse, het testen of het stellen van diagnoses.

Wat betreft punt k, i), kan het referentielaboratorium van de Europese Unie die referentieverzamelingen en referentiestammen opbouwen en onderhouden door middel van contractuele uitbesteding aan andere officiële laboratoria en wetenschappelijke organisaties.

3.   De referentielaboratoria van de Europese Unie maken de lijst bekend van de overeenkomstig artikel 100, lid 1, door de lidstaten aangewezen nationale referentielaboratoria.

Artikel 95

Aanwijzing van referentiecentra van de Europese Unie voor dierenwelzijn

1.   De Commissie wijst door middel van uitvoeringshandelingen referentiecentra voor dierenwelzijn van de Europese Unie aan die de activiteiten van de Commissie en de lidstaten in verband met de toepassing van de in artikel 1, lid 2, onder f), bedoelde regels ondersteunen.

2.   De in lid 1 bedoelde aanwijzing:

a)

volgt op een openbare selectieprocedure, en

b)

is beperkt in de tijd of wordt regelmatig geëvalueerd.

3.   De referentiecentra van de Europese Unie voor dierenwelzijn:

a)

handelen onpartijdig wat betreft de uitoefening van hun taken als referentiecentrum van de Europese Unie;

b)

beschikken over een hoog niveau van wetenschappelijke en technische deskundigheid op het gebied van mens-dierrelaties, diergedrag, dierfysiologie, diergenetica, diergezondheid en diervoeding in verband met dierenwelzijn, en dierenwelzijnsaspecten in verband met het commerciële en wetenschappelijke gebruik van dieren;

c)

beschikken over behoorlijk gekwalificeerde personeelsleden die passend zijn opgeleid op de onder a) bedoelde gebieden en op het gebied van ethische vraagstukken in verband met dieren, alsook over ondersteunend personeel indien nodig;

d)

beschikken over of hebben toegang tot de infrastructuur, uitrusting en producten die nodig zijn voor het uitvoeren van de hun toegewezen taken, en

e)

zorgen ervoor dat hun personeelsleden goede kennis van de internationale normen en praktijken op de onder b) bedoelde gebieden hebben en dat bij hun werk rekening wordt gehouden met de laatste ontwikkelingen van het onderzoek op nationaal, uniaal en internationaal niveau op die gebieden, met inbegrip van studies en acties op het gebied van dierenwelzijn die door andere referentiecentra van de Europese Unie zijn uitgevoerd.

Artikel 96

Verantwoordelijkheden en taken van de referentiecentra van de Europese Unie voor dierenwelzijn

De referentiecentra van de Europese Unie voor dierenwelzijn zijn verantwoordelijk voor de volgende ondersteunende taken, voor zover deze behoren tot de jaarlijkse of meerjarige werkprogramma's die zijn opgesteld overeenkomstig de doelstellingen en de prioriteiten van de door de Commissie overeenkomstig artikel 36 van Verordening (EU) nr. 652/2014 goedgekeurde betrokken werkprogramma's:

a)

het verschaffen van wetenschappelijke en technische deskundigheid op hun werkterrein, waar passend in de vorm van gecoördineerde bijstand, aan de betrokken nationale netwerken en instanties voor ondersteuning op het gebied dat onder de regels bedoeld in artikel 1, lid 2, onder f), valt;

b)

het verschaffen van wetenschappelijke en technische deskundigheid met het oog op de ontwikkeling en toepassing van de in artikel 21, lid 8, onder e), bedoelde indicatoren voor dierenwelzijn;

c)

het ontwikkelen of coördineren van de ontwikkeling van methoden voor de beoordeling van het welzijnsniveau van dieren en van methoden ter verbetering van het dierenwelzijn;

d)

het uitvoeren van wetenschappelijke en technische studies naar het welzijn van dieren die voor commerciële of wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt;

e)

het verstrekken van opleiding aan personeelsleden van de onder a) bedoelde nationale netwerken of instanties voor wetenschappelijke ondersteuning, aan personeelsleden van de bevoegde autoriteiten, alsook aan deskundigen uit derde landen, en

f)

verspreiding van onderzoeksresultaten en technische innovaties, alsmede samenwerking met onderzoeksinstanties van de Unie, binnen het bestek van hun opdracht.

Artikel 97

Aanwijzing van referentiecentra van de Europese Unie voor de authenticiteit en de integriteit van de agro-voedselketen

1.   De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentiecentra van de Europese Unie aanwijzen die de activiteiten van de Commissie en de lidstaten ter voorkoming, opsporing en bestrijding van via frauduleuze of bedrieglijke praktijken begane schendingen van de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels ondersteunen.

2.   De in lid 1 bedoelde aanwijzing:

a)

volgt op een openbare selectieprocedure, en

b)

is beperkt in de tijd of wordt regelmatig geëvalueerd.

3.   De referentiecentra van de Europese Unie voor de authenticiteit en de integriteit van de agro-voedselketen:

a)

handelen onpartijdig wat betreft de uitoefening van hun taken als referentiecentrum van de Europese Unie;

b)

beschikken over een hoog niveau van wetenschappelijke en technische deskundigheid op de gebieden waarop de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels van toepassing zijn en op het vlak van toegepast forensisch onderzoek op die gebieden, en zijn dus in staat op hoogste niveau onderzoek te verrichten en te coördineren op het gebied van authenticiteit en integriteit van goederen, en de methoden voor de vaststelling van via frauduleuze of bedrieglijke praktijken begane schendingen van de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels te ontwikkelen, toe te passen en goed te keuren;

c)

beschikken over naar behoren gekwalificeerde personeelsleden die behoorlijk zijn opgeleid op de onder b) bedoelde gebieden, alsook over het nodige ondersteunend personeel;

d)

beschikken over of hebben toegang tot de infrastructuur, uitrusting en producten die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de hun toegewezen taken, en

e)

zorgen ervoor dat hun personeelsleden goede kennis van de internationale normen en praktijken inzake de onder b) bedoelde gebieden hebben en dat bij hun werk rekening wordt gehouden met de laatste onderzoeksontwikkelingen op nationaal, uniaal en internationaal niveau op die gebieden.

Artikel 98

Verantwoordelijkheden en taken van de referentiecentra van de Europese Unie voor de authenticiteit en de integriteit van de agro-voedselketen

De referentiecentra van de Europese Unie voor de authenticiteit en de integriteit van de agro-voedselketen zijn verantwoordelijk voor de volgende ondersteunende taken, voor zover deze behoren tot de jaarlijkse of meerjarige werkprogramma's die zijn opgesteld overeenkomstig de doelstellingen en de prioriteiten van de door de Commissie in overeenkomst met artikel 36 van Verordening (EU) nr. 652/2014 goedgekeurde werkprogramma's:

a)

het verschaffen van gespecialiseerde kennis over de authenticiteit en integriteit van de agro-voedselketen en de methoden voor het opsporen van via frauduleuze of bedrieglijke praktijken begane schendingen van de in artikel 1, lid 2, van deze verordening bedoelde regels, wat betreft de forensische wetenschap die wordt toegepast in de sectoren waarop deze regels van toepassing zijn;

b)

het verstrekken van specifieke analyses om vast te stellen welke segmenten van de agro-voedselketen in potentie het doelwit zijn van via frauduleuze of bedrieglijke praktijken begane schendingen van de in artikel 1, lid 2, van deze verordening bedoelde regels, en het bieden van ondersteuning bij de ontwikkeling van technieken voor specifieke officiële controles en van protocollen;

c)

waar noodzakelijk, het verrichten van de in artikel 94, lid 2, onder a) tot en met h), van deze verordening bedoelde taken, waarbij overlapping met de taken van de overeenkomstig artikel 93 van deze verordening aangewezen referentielaboratoria van de Europese Unie wordt vermeden;

d)

waar noodzakelijk, het oprichten en in stand houden van gegevensverzamelingen of databanken van authentiek referentiemateriaal, te gebruiken voor het opsporen van via frauduleuze of bedrieglijke praktijken begane schendingen van de in artikel 1, lid 2, van deze verordening bedoelde regels, en

e)

het verspreiden van onderzoeksresultaten en technische innovaties binnen hun werkgebied.

Artikel 99

Verplichtingen van de Commissie

1.   De Commissie publiceert en actualiseert, telkens wanneer dit nodig is, de lijst van:

a)

de in artikel 93 bedoelde referentielaboratoria van de Europese Unie;

b)

de in artikel 95 bedoelde referentiecentra van de Europese Unie voor dierenwelzijn;

c)

de referentiecentra van de Europese Unie voor de authenticiteit en de integriteit van de agro-voedselketen, als bedoeld in artikel 97.

2.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 144 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen met betrekking tot de vaststelling van de voorschriften, verantwoordelijkheden en taken van de referentielaboratoria van de Europese Unie, de referentiecentra van de Europese Unie voor dierenwelzijn en de referentiecentra van de Europese Unie voor de authenticiteit en de integriteit van de agro-voedselketen, naast hetgeen is vastgesteld in artikel 93, lid 3, artikel 94, artikel 95, lid 3, artikel 96, artikel 97, lid 3, en artikel 98. Die gedelegeerde handelingen zijn beperkt tot situaties van nieuwe of opkomende risico's, nieuwe of opkomende dierziekten of schadelijke organismen bij planten of wanneer nieuwe juridische voorschriften zulks rechtvaardigen.

3.   De referentielaboratoria en referentiecentra van de Europese Unie zijn onderworpen aan controles van de Commissie op de naleving van de voorschriften van artikel 93, lid 3, artikel 94, artikel 95, lid 3, en artikel 97, lid 3.

4.   Als de in lid 3 van dit artikel bedoelde controles van de Commissie uitwijzen dat de voorschriften van artikel 93, lid 3, artikel 94, artikel 95, lid 3, en artikel 97, lid 3, niet worden nageleefd, onderneemt de Commissie, na ontvangst van de opmerkingen van het referentielaboratorium van de Europese Unie of het referentiecentrum van de Europese Unie, de volgende stappen:

a)

zij trekt door middel van een uitvoeringshandeling de aanwijzing van dat laboratorium of centrum in, of

b)

zij neemt elke andere passende maatregel.

Artikel 100

Aanwijzing van nationale referentielaboratoria

1.   Voor elk referentielaboratorium van de Europese Unie dat overeenkomstig artikel 93, lid 1, is aangewezen, wijzen de lidstaten een of meer nationale referentielaboratoria aan.

De lidstaten kunnen ook een nationaal referentielaboratorium aanwijzen wanneer er geen referentielaboratorium van de Europese Unie is.

Een lidstaat kan een laboratorium aanwijzen dat gelegen is in een andere lidstaat of in een derde land dat een overeenkomstsluitende partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

Eén laboratorium kan voor meer dan een lidstaat als nationaal referentielaboratorium worden aangewezen.

2.   Artikel 37, lid 4, onder e), en artikel 37, lid 5, artikel 39 en artikel 42, lid 1, artikel 42, lid 2, onder a) en b), en artikel 42, lid 3, zijn van toepassing op de nationale referentielaboratoria.

In afwijking van artikel 37, lid 4, onder e), kunnen de bevoegde instanties, voor het gebied dat onder de in artikel 1, lid 2, onder g), bedoelde regels valt, officiële laboratoria die als dusdanig door de bevoegde overheid zijn aangewezen op basis van een afwijking die is vastgesteld overeenkomstig artikel 41, aanwijzen als nationaal referentielaboratorium, ongeacht of zij voldoen aan de in artikel 37, lid 4, onder e), vermelde voorwaarde.

3.   De nationale referentielaboratoria:

a)

zijn onpartijdig, vrij van elk belangenconflict, en, in het bijzonder, bevinden zich niet een situatie die direct of indirect de onpartijdigheid in hun professioneel handelen bij de uitoefening van hun taken als nationaal referentielaboratorium kan aantasten;

b)

beschikken of hebben een contractuele voorziening om te beschikken over naar behoren gekwalificeerd personeel dat passend is opgeleid voor de op zijn bevoegdheidsterrein toegepaste analyse-, test- en diagnosetechnieken, alsook over ondersteunend personeel indien nodig;

c)

beschikken over of hebben toegang tot de infrastructuur, uitrusting en producten die nodig zijn voor het uitvoeren van de hun toegewezen taken;

d)

zorgen ervoor dat zowel hun vaste als bij arbeidsovereenkomst in dienst genomen personeelsleden een goede kennis van de internationale normen en praktijken hebben en dat bij hun werk rekening wordt gehouden met de laatste ontwikkelingen van het onderzoek op nationaal, uniaal en internationaal niveau;

e)

zijn uitgerust of hebben toegang tot de uitrusting die nodig is om hun taken in noodsituaties te verrichten, en

f)

zijn in voorkomend geval uitgerust om aan de relevante bioveiligheidsnormen te voldoen.

4.   De lidstaten:

a)

brengen de naam en het adres van elk nationaal referentielaboratorium ter kennis van de Commissie, het desbetreffende referentielaboratorium van de Europese Unie en de andere lidstaten;

b)

maken de onder a) bedoelde informatie openbaar, en

c)

actualiseren de onder a) bedoelde informatie telkens wanneer dat nodig is.

5.   De lidstaten die voor een referentielaboratorium van de Europese Unie meer dan een nationaal referentielaboratorium hebben, waarborgen dat deze laboratoria nauw samenwerken met het oog op een doeltreffende coördinatie, zowel onderling als met de andere nationale laboratoria en met het referentielaboratorium van de Europese Unie.

6.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 144 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen met betrekking tot de vaststelling van voorschriften voor de nationale referentielaboratoria, naast hetgeen is vastgesteld in de leden 2 en 3 van dit artikel. Die gedelegeerde handelingen worden beperkt tot het zorgen van samenhang met bijkomende voorschriften die overeenkomstig artikel 99, lid 2, worden vastgesteld.

Artikel 101

Verantwoordelijkheden en taken van de nationale referentielaboratoria

1.   De nationale referentielaboratoria verrichten, op hun bevoegdheidsterrein, de volgende taken:

a)

zij werken samen met de referentielaboratoria van de Europese Unie en nemen deel aan door die laboratoria georganiseerde cursussen en vergelijkend interlaboratoriumonderzoek;

b)

zij coördineren de activiteiten van de overeenkomstig artikel 37, lid 1, aangewezen officiële laboratoria met het oog op harmonisatie en verbetering van de methoden voor laboratoriumanalyses, -tests en -diagnoses en de toepassing ervan;

c)

zij organiseren, indien nodig, vergelijkend interlaboratoriumonderzoek of ringonderzoek tussen officiële laboratoria, zorgen ervoor dat aan dat onderzoek een passend vervolg wordt gegeven en informeren de bevoegde autoriteiten over de resultaten van dat onderzoek en die tests en de opvolging ervan;

d)

zij geven de door het referentielaboratorium van de Europese Unie verstrekte informatie door aan de bevoegde autoriteit en de officiële laboratoria;

e)

zij verlenen op hun werkterrein wetenschappelijke en technische steun aan de bevoegde autoriteiten met het oog op de uitvoering van de in artikel 109 bedoelde MNCP's en de overeenkomstig artikel 112 vastgestelde gecoördineerde controleprogramma's;

f)

zij valideren, waar nodig, de reagentia en partijen reagentia, stellen lijsten van de beschikbare referentiestoffen en -reagentia, alsook van de fabrikanten en leveranciers van die stoffen en reagentia op en zorgen ervoor dat die lijsten voortdurend zijn bijgewerkt;

g)

zij organiseren, indien nodig, opleidingen voor het personeel van de overeenkomstig artikel 37, lid 1, aangewezen officiële laboratoria, en

h)

zij verlenen de lidstaat die hen heeft aangewezen actieve steun bij de diagnose van uitbraken van door levensmiddelen overgedragen, zoönotische of dierziekten of van schadelijke organismen bij planten, en, in het geval van niet-conforme zendingen, door bevestigingsdiagnoses en karakteriserings- en taxonomische of epidemiologische studies op geïsoleerde ziekteverwekkers of monsters van schadelijke organismen.

2.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 144 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen met betrekking tot de vaststelling van de verantwoordelijkheden en taken voor de nationale referentielaboratoria, naast die welke in lid 1 van dit artikel zijn vastgesteld. Die gedelegeerde handelingen worden beperkt tot het zorgen van samenhang met bijkomende voorschriften die overeenkomstig artikel 99, lid 2, worden vastgesteld.

TITEL IV

ADMINISTRATIEVE BIJSTAND EN SAMENWERKING

Artikel 102

Algemene voorschriften

1.   De bevoegde autoriteiten in de betrokken lidstaten verlenen elkaar overeenkomstig de artikelen 104 tot en met 107 administratieve bijstand om te zorgen voor juiste toepassing van de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels in gevallen die voor meer dan een lidstaat van belang zijn.

2.   Die administratieve bijstand houdt in dat, indien passend, en mits de betrokken bevoegde autoriteiten hiermee instemmen, de bevoegde autoriteiten van een lidstaat deelnemen aan officiële controles ter plaatse die door de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat worden verricht.

3.   Deze titel doet geen afbreuk aan de nationaalrechtelijke bepalingen:

a)

die van toepassing zijn op de vrijgave van documenten en informatie die het voorwerp uitmaken of verband houden met gerechtelijke onderzoeken en procedures, waaronder strafrechtelijke onderzoeken, en

b)

die gericht zijn op de bescherming van de commerciële belangen van natuurlijke of rechtspersonen.

4.   De lidstaten nemen maatregelen ter facilitering van de overzending van andere rechtshandhavingsinstanties, openbare aanklagers en gerechtelijke autoriteiten aan de bevoegde autoriteiten, van voor de toepassing van deze titel relevante informatie over een mogelijk geval van niet-naleving van de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels, die:

a)

een risico kan vormen voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor het dierenwelzijn, of, wat ggo's en gewasbeschermingsmiddelen betreft, ook voor het milieu, of

b)

een mogelijke schending van de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels door frauduleuze of bedrieglijke praktijken kan vormen.

5.   Alle communicatie tussen de bevoegde autoriteiten overeenkomstig de artikelen 104 tot en met 107 geschiedt schriftelijk, op papier of in elektronische vorm.

6.   Om de uitwisseling van mededelingen te stroomlijnen en te vereenvoudigen, stelt de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen een standaardformaat vast voor:

a)

verzoeken om bijstand overeenkomstig artikel 104, lid 1, en

b)

gangbare en terugkerende kennisgevingen en antwoorden.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 103

Verbindingsorganen

1.   Elke lidstaat wijst een of meer verbindingsorganen aan die optreden als contactinstanties die verantwoordelijk zijn voor het vergemakkelijken van de uitwisseling van mededelingen tussen de bevoegde autoriteiten overeenkomstig de artikelen 104 tot en met 107.

2.   De aanwijzing van verbindingsorganen betekent niet dat er geen directe contacten, uitwisseling van informatie of samenwerking tussen de personeelsleden van de bevoegde autoriteiten in de verschillende lidstaten kunnen plaatsvinden.

3.   De lidstaten stelt de Commissie en de andere lidstaten in kennis van de contactgegevens van hun verbindingsorganen die zij overeenkomstig lid 1 hebben aangewezen, alsook alle latere wijzigingen van die gegevens.

4.   De Commissie publiceert en actualiseert op haar website de lijst van verbindingsorganen waarvan zij overeenkomstig lid 3 door de lidstaten in kennis is gesteld.

5.   Alle verzoeken om bijstand krachtens artikel 104, lid 1, en alle kennisgevingen en mededelingen krachtens de artikelen 105, 106 en 107 worden door een verbindingsorgaan doorgestuurd naar haar correspondent in de lidstaat waaraan het verzoek of de kennisgeving is gericht.

6.   De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de specificaties vast van de technische hulpmiddelen en procedures voor de communicatie tussen de overeenkomstig lid 1 van dit artikel aangewezen verbindingsorganen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 104

Bijstand op verzoek

1.   Wanneer de bevoegde autoriteiten in een lidstaat van oordeel zijn dat zij voor de uitvoering van officiële controles of voor de doeltreffende opvolging van die controles op hun grondgebied gegevens of informatie van de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat nodig hebben, zenden zij de bevoegde autoriteiten van die lidstaat een met redenen omkleed verzoek om administratieve bijstand. De bevoegde autoriteiten waaraan het verzoek is gericht:

a)

bevestigen onverwijld de ontvangst van het verzoek;

b)

geven, wanneer de verzoekende bevoegde autoriteit daarom verzoekt, binnen tien werkdagen na ontvangst van het verzoek aan hoeveel tijd zij naar schatting nodig hebben om een onderbouwd antwoord op het verzoek te geven, en

c)

verrichten alle officiële controles of onderzoeken die noodzakelijk zijn om de bevoegde autoriteiten die het verzoek hebben gedaan, onverwijld alle noodzakelijke gegevens en documenten toe te zenden die zij nodig hebben om onderbouwde beslissingen te kunnen nemen en naleving van de voorschriften van de Unie binnen hun rechtsgebied te verifiëren.

2.   De documenten kunnen als originelen of als kopieën worden toegezonden.

3.   Bij de in lid 1, onder c), bedoelde officiële controles en onderzoeken die worden verricht door de bevoegde autoriteiten waaraan het verzoek is gericht, mogen in onderlinge overeenstemming tussen beide bevoegde autoriteiten personeelsleden aanwezig zijn die zijn aangewezen door de bevoegde autoriteiten die het verzoek hebben gedaan.

In dat geval geldt voor de personeelsleden van de bevoegde autoriteiten die het verzoek hebben gedaan, dat zij:

a)

te allen tijde een schriftelijke machtiging kunnen overleggen waarin hun identiteit en hun officiële hoedanigheid zijn vermeld;

b)

van de exploitant toegang krijgen tot dezelfde gebouwen en documenten als de personeelsleden van de bevoegde autoriteiten waaraan het verzoek is gericht, door bemiddeling van laatstgenoemden, met als enig doel ervoor te zorgen dat het administratief onderzoek wordt uitgevoerd, en

c)

niet op eigen initiatief de onderzoeksbevoegdheden uitoefenen van ambtenaren van de autoriteit waaraan het verzoek is gericht.

Artikel 105

Bijstand zonder verzoek in geval van niet-naleving

1.   Wanneer de bevoegde autoriteiten in een lidstaat kennisnemen van een geval van niet-naleving dat gevolgen voor een andere lidstaat kan hebben, stellen zij de bevoegde autoriteiten van die andere lidstaat op eigen initiatief onverwijld in kennis van die informatie.

2.   De bevoegde autoriteiten die een kennisgeving overeenkomstig lid 1 hebben ontvangen:

a)

bevestigen onverwijld de ontvangst van de kennisgeving;

b)

geven, indien de kennisgevende bevoegde autoriteit daarom verzoekt, binnen tien werkdagen na ontvangst van de kennisgeving aan:

i)

welke onderzoeken zij voornemens zijn uit te voeren, of

ii)

om welke redenen zij geen onderzoek nodig achten, en

c)

onderzoeken de aangelegenheid, indien een onderzoek als bedoeld onder b) nodig wordt geacht, en stellen de kennisgevende bevoegde autoriteiten onverwijld in kennis van de resultaten, alsmede van de eventueel genomen maatregelen.

Artikel 106

Bijstand in geval van niet-naleving die een risico of een herhaalde of in potentie ernstige inbreuk vormt

1.   Wanneer de bevoegde autoriteiten bij de uitvoering van officiële controles van dieren of goederen die uit een andere lidstaat afkomstig zijn, vaststellen dat die dieren of goederen niet aan de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels voldoen op zodanige wijze dat zij voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor het dierenwelzijn, of, wat ggo's en gewasbeschermingsmiddelen betreft, ook voor het milieu een risico of een in potentie ernstige inbreuk op die regels inhouden, stellen zij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van verzending en van elke andere betrokken lidstaat daarvan onverwijld in kennis, zodat die bevoegde autoriteiten passende onderzoeken kunnen instellen.

2.   De bevoegde autoriteiten die de kennisgeving hebben ontvangen, doen onverwijld het volgende:

a)

zij bevestigen de ontvangst van de kennisgeving;

b)

zij geven aan, indien de kennisgevende bevoegde autoriteit daarom verzoekt, welke onderzoeken zij voornemens zijn uit te voeren, en

c)

zij onderzoeken de aangelegenheid, nemen alle nodige maatregelen en stellen de kennisgevende bevoegde autoriteiten in kennis van de aard van de onderzoeken en van de verrichte officiële controles, de genomen beslissingen en de redenen daarvoor.

3.   Indien de kennisgevende bevoegde autoriteiten redenen hebben om aan te nemen dat de verrichte onderzoeken of genomen maatregelen van de bevoegde autoriteiten die de kennisgeving hebben ontvangen ontoereikend zijn om de vastgestelde niet-naleving aan te pakken, verzoeken zij die autoriteiten de verrichte officiële controles of genomen maatregelen aan te vullen. In dat geval:

a)

proberen de bevoegde autoriteiten van beide lidstaten te komen tot een passende gezamenlijke aanpak van het geval van niet-naleving, bijvoorbeeld door overeenkomstig artikel 104, lid 3, gezamenlijke officiële controles en onderzoeken te verrichten, en

b)

brengen zij, indien zij geen overeenstemming bereiken over passende maatregelen, de Commissie daarvan onverwijld op de hoogte.

4.   Wanneer de officiële controles van dieren of goederen die uit een andere lidstaat afkomstig zijn, uitwijzen dat er zich herhaalde gevallen van niet-naleving als bedoeld in lid 1 voordoen, delen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van bestemming dit onverwijld mee aan de Commissie en aan de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten.

Artikel 107

Bijstand op basis van door derde landen verstrekte informatie

1.   Wanneer de bevoegde autoriteiten informatie van een derde land ontvangen die wijst op niet-naleving van de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels of op een risico voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor het dierenwelzijn, of, wat ggo's en gewasbeschermingsmiddelen betreft, ook voor het milieu, doen zij onverwijld het volgende:

a)

zij stellen de bevoegde autoriteiten in de andere betrokken lidstaten daarvan in kennis, en

b)

zij delen die informatie aan de Commissie mee wanneer zij voor de Unie van belang is of kan zijn.

2.   Informatie die is verkregen door middel van overeenkomstig deze verordening verrichte officiële controles en onderzoeken, kan aan een derde land als bedoeld in lid 1 worden doorgegeven op voorwaarde dat:

a)

de bevoegde autoriteiten die de informatie hebben verstrekt, met die doorgifte instemmen;

b)

het derde land heeft toegezegd de noodzakelijke bijstand te zullen verlenen om bewijsmateriaal te verzamelen over praktijken die in strijd met de voorschriften van de Unie zijn of lijken te zijn dan wel een risico voor mensen, dieren of planten of voor het milieu vormen, en

c)

wordt voldaan aan de desbetreffende regels van de Unie en de lidstaten die van toepassing zijn op de doorgifte van persoonsgegevens aan derde landen.

Artikel 108

Gecoördineerde bijstand en opvolging door de Commissie

1.   Wanneer de bevoegde autoriteiten in de betrokken lidstaten geen overeenstemming kunnen bereiken over de gepaste actie om de niet-naleving van de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels aan te pakken, coördineert de Commissie onverwijld de overeenkomstig deze titel door de bevoegde autoriteiten uitgevoerde maatregelen en acties voor zover zij beschikt over informatie die:

a)

wijst op activiteiten die in strijd met de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels zijn of lijken te zijn, en die activiteiten vertakkingen in meer dan een lidstaat hebben of zouden kunnen hebben, of

b)

aangeeft dat dezelfde of soortgelijke activiteiten die in strijd met de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels zijn of lijken te zijn, in meer dan een lidstaat zouden kunnen plaatsvinden.

2.   In de in lid 1 bedoelde gevallen kan de Commissie:

a)

in samenwerking met de betrokken lidstaat een inspectieteam sturen om een officiële controle ter plaatse te verrichten;

b)

de bevoegde autoriteiten in de lidstaat van verzending, en indien nodig in andere betrokken lidstaten, door middel van uitvoeringshandelingen verzoeken de officiële controles naar behoren te verscherpen en haar verslag te doen van de maatregelen die zij hebben genomen;

c)

elke andere passende maatregel nemen overeenkomstig de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels.

3.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 144 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen met regels voor de snelle uitwisseling van informatie in de in lid 1 bedoelde gevallen.

TITEL V

PLANNING EN RAPPORTAGE

Artikel 109

Meerjarige nationale controleplannen (MNCP's) en één enkele instantie voor de MNCP's

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat de officiële controles waarop deze verordening van toepassing is, door de bevoegde autoriteiten worden verricht op grond van een MNCP, waarvan de opstelling en uitvoering op hun hele grondgebied worden gecoördineerd.

2.   De lidstaten wijzen één instantie aan die belast is met:

a)

de coördinatie van de opstelling van het MNCP tussen alle bevoegde autoriteiten die voor de officiële controles verantwoordelijk zijn;

b)

het waarborgen van de samenhang van het MNCP;

c)

het verzamelen van de gegevens over de uitvoering van het MNCP met het oog op de indiening van het in artikel 113 bedoelde jaarverslag en op de evaluatie en, zo nodig, actualisering ervan overeenkomstig artikel 111, lid 2.

Artikel 110

Inhoud van MNCP's

1.   Bij de opstelling van de MNCP's wordt gewaarborgd dat officiële controles worden gepland op alle gebieden waarop de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels van toepassing zijn, overeenkomstig de criteria in artikel 9 en de in de artikelen 18 tot en met 27 bedoelde voorschriften.

2.   De MNCP's bevatten algemene informatie over de structuur en de organisatie van de systemen van officiële controles in de betrokken lidstaat op alle betrokken gebieden, waarbij ten minste informatie wordt gegeven over:

a)

de strategische doelstellingen van het MNCP en de manier waarop deze tot uiting komen in de prioriteiten van de officiële controles en de toewijzing van middelen;

b)

de indeling van de officiële controles in risicocategorieën;

c)

de aanwijzing van de bevoegde autoriteiten en hun taken op centraal, regionaal en lokaal niveau, en de middelen die aan die autoriteiten ter beschikking staan;

d)

indien van toepassing, het delegeren van taken aan gemachtigde instanties;

e)

de algemene organisatie en het algemene beheer van de officiële controles op nationaal, regionaal en lokaal niveau, met inbegrip van officiële controles in afzonderlijke inrichtingen;

f)

de controlesystemen voor de verschillende sectoren en de coördinatie tussen de verschillende diensten van de bevoegde autoriteiten die met de officiële controles in die sectoren zijn belast;

g)

de bestaande procedures en regelingen om te waarborgen dat de bevoegde autoriteiten hun verplichtingen uit hoofde van artikel 5, lid 1, nakomen;

h)

de opleiding van personeelsleden van de bevoegde autoriteiten;

i)

de in artikel 12, lid 1, bedoelde gedocumenteerde procedures;

j)

de algemene organisatie en uitvoering van noodplannen overeenkomstig de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels, en

k)

de algemene organisatie van de samenwerking en wederzijdse bijstand tussen bevoegde autoriteiten in de lidstaten.

Artikel 111

Opstelling, actualisering en evaluatie van MNCP’s

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat het in artikel 109, lid 1, bedoelde MNCP openbaar wordt gemaakt, met uitzondering van de delen van het plan waarvan de openbaarmaking de doeltreffendheid van de officiële controles zou ondermijnen.

2.   Het MNCP wordt regelmatig geactualiseerd teneinde het aan te passen aan veranderingen in de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels en wordt geëvalueerd om rekening te houden met ten minste de volgende factoren:

a)

de opkomst van nieuwe ziekten, schadelijke organismen bij planten of andere risico's voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor het dierenwelzijn, dan wel, wat ggo's en gewasbeschermingsmiddelen betreft, alsmede voor het milieu;

b)

significante veranderingen in de structuur, het beheer of de werking van de bevoegde autoriteiten in de lidstaat;

c)

de uitkomst van door de lidstaten verrichte officiële controles;

d)

de uitkomst van controles die de Commissie overeenkomstig artikel 116, lid 1, in de lidstaat heeft verricht;

e)

wetenschappelijke bevindingen, en

f)

de resultaten van officiële controles die de bevoegde autoriteiten van een derde land in een lidstaat verrichten.

3.   De lidstaten verstrekken de Commissie op verzoek de meest recente geactualiseerde versie van hun respectieve MNCP.

Artikel 112

Gecoördineerde controleprogramma's en verzameling van informatie en gegevens

Met het oog op een op de hele Unie gerichte beoordeling van de toepassing van de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels of de vaststelling van de aanwezigheid van bepaalde gevaren in de hele Unie, kan de Commissie uitvoeringshandelingen vaststellen met betrekking tot:

a)

de uitvoering van gecoördineerde controleprogramma's met een beperkte duur op een van de gebieden waarop de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels van toepassing zijn,

b)

de organisatie op ad-hocbasis van de verzameling van gegevens en informatie in verband met de toepassing van een specifieke reeks voorschriften van de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels of betreffende de aanwezigheid van bepaalde gevaren.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 113

Jaarverslagen van de lidstaten

1.   Uiterlijk op 31 augustus van elk jaar dient elke lidstaat een verslag bij de Commissie in, waarin het volgende wordt beschreven:

a)

alle wijzigingen die in zijn MNCP zijn aangebracht om rekening te houden met de in artikel 111, lid 2, bedoelde factoren;

b)

de uitkomst van de officiële controles die in het vorige jaar op grond van zijn MNCP zijn verricht;

c)

het soort en aantal gevallen van niet-naleving van de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels per gebied die in het vorige jaar door de bevoegde autoriteiten zijn ontdekt;

d)

de maatregelen die zijn genomen om de doeltreffende uitvoering van zijn MNCP te waarborgen, met inbegrip van handhavingsacties en de resultaten van die maatregelen, en

e)

een link naar de webpagina van de bevoegde autoriteit met de informatie voor het publiek over de in artikel 85, lid 2, bedoelde vergoedingen of heffingen.

2.   Om een eenvormige presentatie van de in lid 1 bedoelde jaarverslagen te waarborgen, stelt de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen standaardformulieren voor de indiening van de in dat bedoelde informatie en gegevens vast, die zij zo nodig op dezelfde wijze actualiseert.

Bij die uitvoeringshandelingen wordt zo mogelijk toegestaan dat de door de Commissie vastgestelde standaardformulieren worden gebruikt voor de indiening van andere verslagen over officiële controles die de bevoegde autoriteiten overeenkomstig de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels bij de Commissie moeten indienen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 114

Jaarverslagen van de Commissie

1.   Uiterlijk op31 januari van elk jaar maakt de Commissie een jaarverslag over de uitvoering van officiële controles in de lidstaten openbaar, rekening houdend met:

a)

de overeenkomstig artikel 113 door de lidstaten ingediende jaarverslagen, en

b)

de resultaten van controles die de Commissie overeenkomstig artikel 116, lid 1, heeft verricht.

2.   In het in lid 1 bedoelde jaarverslag worden zo nodig aanbevelingen opgenomen voor mogelijke verbeteringen van de officiële controlesystemen in de lidstaten, alsook voor bepaalde officiële controles op bepaalde gebieden.

Artikel 115

Noodplannen voor levensmiddelen en diervoeders

1.   Met het oog op de uitvoering van het algemene plan voor crisismanagement als bedoeld in artikel 55, lid 1, van Verordening (EG) nr. 178/2002, stellen de lidstaten noodplannen voor levensmiddelen en diervoeders op, waarin wordt aangegeven welke maatregelen onverwijld moeten worden genomen wanneer wordt geconstateerd dat levensmiddelen of diervoeders, rechtstreeks of via het milieu, een ernstig risico voor de gezondheid van mensen of dieren opleveren.

2.   In de in lid 1 bedoelde noodplannen voor levensmiddelen en diervoeders wordt het volgende vermeld:

a)

de bevoegde autoriteiten die erbij betrokken moeten zijn;

b)

de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de onder a) bedoelde autoriteiten, en

c)

de kanalen en procedures voor het delen van informatie, voor zover nodig, door de bevoegde autoriteiten en andere betrokken partijen.

3.   De lidstaten evalueren regelmatig hun noodplannen voor levensmiddelen en diervoeders om rekening te houden met veranderingen in de organisatie van de bevoegde autoriteiten en met de bij de uitvoering van het plan en bij oefeningen opgedane ervaring.

4.   De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen met betrekking tot:

a)

voorschriften voor de opstelling van de in lid 1 van dit artikel bedoelde noodplannen, voor zover nodig om te zorgen voor een consistente en doeltreffende toepassing van het algemene plan voor crisismanagement als bedoeld in artikel 55, lid 1, van Verordening (EG) nr. 178/2002, en

b)

de rol van belanghebbenden in de opstelling en uitvoering van die noodplannen.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

TITEL VI

ACTIVITEITEN VAN DE UNIE

HOOFDSTUK I

Controles door de Commissie

Artikel 116

Controles door de Commissie in de lidstaten

1.   Deskundigen van de Commissie verrichten controles, onder meer audits, in elke lidstaat om:

a)

de toepassing van de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels en de in deze verordening vervatte voorschriften te verifiëren;

b)

de werking te verifiëren van de nationale controlesystemen op de gebieden die onder de regels van artikel 1, lid 2, en onder die van deze verordening vallen, en van de verantwoordelijke bevoegde autoriteiten die deze systemen toepassen;

c)

onderzoek te doen naar en informatie te verzamelen over:

i)

officiële controles en handhavingspraktijken op de gebieden die onder de regels van artikel 1, lid 2, en onder die van deze verordening vallen;

ii)

belangrijke of terugkerende problemen bij de toepassing of handhaving van de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels;

iii)

noodsituaties, opkomende problemen of nieuwe ontwikkelingen in de lidstaten op de gebieden die onder de regels van artikel 1, lid 2, en onder die van deze verordening vallen.

2.   De in lid 1 bedoelde controles worden in samenwerking met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten georganiseerd en op gezette tijden uitgevoerd.

3.   De in lid 1 bedoelde controles kunnen controles ter plaatse omvatten. Deskundigen van de Commissie kunnen de personeelsleden van de bevoegde autoriteiten die de officiële controles uitvoeren vergezellen.

4.   De deskundigen van de Commissie kunnen worden bijgestaan door deskundigen uit de lidstaten. De nationale deskundigen die de deskundigen van de Commissie vergezellen, krijgen dezelfde toegangsrechten als de deskundigen van de Commissie.

Artikel 117

Verslagen van de Commissie over controles in de lidstaten

De Commissie:

a)

stelt een ontwerpverslag op over de resultaten en de aanbevelingen voor de aanpak van de tekortkomingen die door haar deskundigen tijdens de overeenkomstig artikel 116, lid 1, verrichte controles zijn geconstateerd;

b)

stuurt een kopie van het onder a) bedoelde ontwerpverslag voor opmerkingen naar de lidstaat waar de controles zijn gehouden;

c)

houdt bij de opstelling van het definitieve verslag over de resultaten van de overeenkomstig artikel 116, lid 1, door haar deskundigen in de lidstaten verrichte controles, rekening met de onder b) bedoelde opmerkingen van de lidstaat, en

d)

maakt het onder c) bedoelde definitieve verslag en de onder b) bedoelde opmerkingen van de lidstaat openbaar.

Artikel 118

Programma van de controles van de Commissie in de lidstaten

1.   De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast waarbij zij:

a)

een jaarlijks of meerjarig controleprogramma vaststelt voor de in artikel 116, lid 1, bedoelde controles die haar deskundigen in de lidstaten zullen uitvoeren, en

b)

de lidstaten uiterlijk aan het eind van elk jaar het jaarlijkse controleprogramma of een eventuele actualisering van het meerjarige controleprogramma voor het volgende jaar meedeelt.

2.   De Commissie kan haar controleprogramma door middel van uitvoeringshandelingen aanpassen aan ontwikkelingen op de gebieden waarop de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels van toepassing zijn. Die aanpassingen worden onverwijld aan de lidstaten meegedeeld.

Artikel 119

Verplichtingen van de lidstaten in verband met controles van de Commissie

De lidstaten:

a)

nemen passende vervolgmaatregelen om de specifieke of systemische tekortkomingen te verhelpen die worden vastgesteld tijdens de controles die de deskundigen van de Commissie overeenkomstig artikel 116, lid 1, verrichten;

b)

verstrekken de noodzakelijke technische bijstand, alsmede de beschikbare documentatie, waaronder, op een met redenen omkleed verzoek, de resultaten van de in artikel 6 bedoelde audits, en andere technische ondersteuning waarom de deskundigen van de Commissie met het oog op efficiënte en doeltreffende controles verzoeken, en

c)

verstrekken de nodige bijstand om ervoor te zorgen dat de deskundigen van de Commissie toegang hebben tot alle gebouwen of delen daarvan, dieren en goederen, alsmede informatie, met inbegrip van computersystemen, die relevant zijn voor het uitvoeren van hun taken.

Artikel 120

Controles door de Commissie in derde landen

1.   Deskundigen van de Commissie kunnen controles in derde landen verrichten om:

a)

de naleving van de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels te verifiëren dan wel de gelijkwaardigheid van de wetgeving en systemen van het derde land, met inbegrip van de officiële certificering en de afgifte van officiële certificaten, officiële etiketten, officiële merken en andere officiële verklaringen, met die regels;

b)

te verifiëren of het controlesysteem van het derde land toereikend is om te waarborgen dat zendingen dieren en goederen die naar de Unie worden uitgevoerd, voldoen aan de desbetreffende voorschriften van de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels of aan voorschriften waarvan erkend is dat zij ten minste gelijkwaardig daaraan zijn;

c)

informatie en gegevens te verzamelen om inzicht te krijgen in de oorzaken van terugkerende of opkomende problemen in verband met de uitvoer van dieren en goederen uit een derde land.

2.   De in lid 1 bedoelde controles zijn in het bijzonder gericht op:

a)

de wetgeving van het derde land;

b)

de organisatie van de bevoegde autoriteiten van het derde land, hun bevoegdheden en onafhankelijkheid, het toezicht dat erop wordt uitgeoefend, en het gezag dat zij hebben om de toepasselijke wetgeving doeltreffend te handhaven;

c)

de opleiding van de personeelsleden van de bevoegde autoriteit van het derde land voor het uitvoeren van officiële controles;

d)

de middelen waarover de bevoegde autoriteiten beschikken, met inbegrip van analyse-, test- en diagnosefaciliteiten;

e)

het bestaan en het functioneren van gedocumenteerde controleprocedures en op prioriteiten gebaseerde controlesystemen;

f)

indien van toepassing, de situatie met betrekking tot diergezondheid, dierenwelzijn, zoönosen en plantgezondheid, en de procedures voor kennisgeving, aan de Commissie en de bevoegde internationale organen, van uitbraken van dierziekten en schadelijke organismen bij planten;

g)

de omvang en uitvoering van controles door de bevoegde autoriteit van het derde land betreffende dieren, planten en daarvan afgeleide producten die uit andere derde landen aankomen, en

h)

de garanties die het derde land kan geven ten aanzien van de naleving van of de gelijkwaardigheid met de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels.

3.   Om de efficiëntie en doeltreffendheid van de in lid 1 bedoelde controles te bevorderen, kan de Commissie het betrokken derde land verzoeken voorafgaand aan die controles het volgende te verstrekken:

a)

de in artikel 125, lid 1, bedoelde noodzakelijke informatie, en

b)

indien passend en nodig, de schriftelijke gegevens van de controles die zijn bevoegde autoriteiten verrichten.

4.   De Commissie kan deskundigen uit de lidstaten aanwijzen om haar eigen deskundigen tijdens de in lid 1 bedoelde controles bij te staan.

Artikel 121

Frequentie van de controles van de Commissie in derde landen

De frequentie van de in artikel 120 bedoelde controles van de Commissie in derde landen wordt bepaald op basis van de volgende criteria:

a)

een risicobeoordeling voor de uit het betrokken derde land naar de Unie uitgevoerde dieren en goederen;

b)

de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels;

c)

de hoeveelheid en aard van de dieren en goederen die uit het betrokken derde land in de Unie binnenkomen;

d)

de resultaten van de controles die de deskundigen van de Commissie of andere inspectieorganen reeds hebben verricht;

e)

de uitkomst van officiële controles betreffende dieren en goederen die uit het betrokken derde land in de Unie binnenkomen en van alle andere officiële controles die de bevoegde autoriteiten van lidstaten hebben verricht;

f)

informatie van de EFSA of vergelijkbare organen;

g)

informatie van internationaal erkende organen, zoals:

i)

de Wereldgezondheidsorganisatie;

ii)

de Commissie van de Codex Alimentarius;

iii)

de Werelddiergezondheidsorganisatie (OIE);

iv)

de Plantenbeschermingsorganisatie voor Europa en het gebied van de Middellandse Zee en alle andere in het kader van het Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten (International Plant Protection Convention — IPPC) opgerichte regionale plantenbeschermingsorganisaties;

v)

het secretariaat van het IPPC;

vi)

de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling;

vii)

de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties;

viii)

het secretariaat van het Protocol van Cartagena inzake bioveiligheid dat gehecht is aan het Verdrag inzake biodiversiteit;

h)

gegevens over opkomende ziektesituaties of andere omstandigheden die ertoe zouden kunnen leiden dat uit een derde land dieren en goederen die een gezondheids- of milieurisico vormen, of een risico voor frauduleuze of bedrieglijke praktijken, de Unie binnenkomen;

i)

de noodzaak om onderzoek te verrichten naar of te reageren op noodsituaties in individuele derde landen.

Artikel 122

Verslagen van de Commissie over controles in derde landen

De Commissie brengt verslag uit over de resultaten van elke controle die overeenkomstig de artikelen 120 en 121 is verricht. In het verslag worden zo nodig aanbevelingen opgenomen.

De Commissie maakt haar verslagen openbaar.

Artikel 123

Programma van de controles van de Commissie in derde landen

De Commissie stelt de lidstaten van tevoren in kennis van haar programma van de controles in derde landen en brengt verslag uit over de resultaten. De Commissie kan dat programma aanpassen aan ontwikkelingen op de gebieden waarop de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels van toepassing zijn. Die aanpassingen worden van tevoren aan de lidstaten meegedeeld.

Artikel 124

Controles door derde landen in de lidstaten

1.   De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de controles die de bevoegde autoriteiten van derde landen met betrekking tot de gebieden die onder de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels vallen op hun grondgebied voornemens zijn uit te voeren.

2.   Aan de in lid 1 bedoelde controles kan door deskundigen van de Commissie worden deelgenomen op verzoek van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar die controles worden verricht.

3.   De deelname van deskundigen van de Commissie aan de in lid 1 bedoelde controles dient met name om:

a)

advies te geven over de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels;

b)

op Unieniveau beschikbare informatie en gegevens te verstrekken die nuttig kunnen zijn voor de controle die de bevoegde autoriteiten van het derde land uitvoeren;

c)

de consistentie en de eenvormigheid van de door de bevoegde autoriteiten van derde landen in verschillende lidstaten verrichte controles te faciliteren.

HOOFDSTUK II

Voorwaarden voor de binnenkomst van dieren en goederen in de Unie

Artikel 125

Informatie over de controlesystemen van derde landen

1.   De Commissie verzoekt derde landen die voornemens zijn dieren en goederen naar de Unie uit te voeren de volgende correcte, geactualiseerde informatie te verstrekken over de algemene organisatie en het algemene beheer van de sanitaire en fytosanitaire controlesystemen op hun grondgebied:

a)

alle sanitaire of fytosanitaire voorschriften die op hun grondgebied zijn vastgesteld of voorgesteld;

b)

de risicobeoordelingsprocedures en de factoren waarmee bij de risicobeoordeling en de vaststelling van het passende niveau van sanitaire of fytosanitaire bescherming rekening wordt gehouden;

c)

alle procedures en mechanismen voor controles en inspecties, in voorkomend geval met inbegrip van procedures en mechanismen voor dieren of goederen die uit andere derde landen aankomen;

d)

mechanismen voor officiële certificering;

e)

in voorkomend geval, maatregelen die naar aanleiding van de in artikel 122, eerste alinea, bedoelde aanbevelingen zijn genomen;

f)

in voorkomend geval, de resultaten van controles die verricht zijn op dieren en goederen die bestemd zijn om naar de Unie te worden uitgevoerd, en

g)

in voorkomend geval, informatie over wijzigingen die in de structuur en werking van de controlesystemen zijn aangebracht om aan de sanitaire of fytosanitaire voorschriften van de Unie of aan de in artikel 122, eerste alinea, bedoelde aanbevelingen te voldoen.

2.   Het verzoek om informatie als bedoeld in lid 1 is evenredig en houdt rekening met de aard van de naar de Unie uit te voeren dieren en goederen en de specifieke situatie en structuur van het derde land.

Artikel 126

Vaststelling van aanvullende voorwaarden voor de binnenkomst van dieren en goederen in de Unie

1.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 144 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen betreffende de voorwaarden waaraan met betrekking tot dieren en goederen die uit derde landen in de Unie binnenkomen, moet worden voldaan, indien dat nodig is om te waarborgen dat de dieren en goederen voldoen aan de desbetreffende voorschriften van de regels als bedoeld in artikel 1, lid 2, met uitzondering van de punten d), e), g) en h), of voorschriften waarvan erkend is dat zij daaraan ten minste gelijkwaardig zijn.

2.   In de voorwaarden neergelegd in de in lid 1 bedoelde gedelegeerde handelingen, worden dieren en goederen met behulp van de codes van de gecombineerde nomenclatuur aangeduid en kunnen de volgende bepalingen worden opgenomen:

a)

het voorschrift dat bepaalde dieren en goederen alleen de Unie mogen binnenkomen uit derde landen of regio's van derde landen die opgenomen zijn in een daartoe door de Commissie opgestelde lijst;

b)

het voorschrift dat zendingen van bepaalde dieren en goederen uit derde landen moeten worden verzonden uit en verkregen of bereid zijn in inrichtingen die voldoen aan de desbetreffende voorschriften als bedoeld in lid 1 of aan voorschriften waarvan erkend is dat zij daaraan ten minste gelijkwaardig zijn;

c)

het voorschrift dat zendingen van bepaalde dieren en goederen vergezeld moeten gaan van een officieel certificaat, een officiële verklaring of enig ander bewijsstuk waaruit blijkt dat de zendingen voldoen aan de desbetreffende voorschriften als bedoeld in lid 1 of aan voorschriften waarvan erkend is dat zij daaraan ten minste gelijkwaardig zijn, bijvoorbeeld de resultaten van de door een geaccrediteerd laboratorium verrichte analyse;

d)

de verplichting om het onder c) bedoelde bewijsstuk in een specifieke vorm te verstrekken;

e)

elk ander voorschrift dat noodzakelijk is om te waarborgen dat bepaalde dieren en goederen een niveau van bescherming van de gezondheid en, wat ggo's betreft, ook van het milieu bieden dat gelijkwaardig is aan het door de in lid 1 bedoelde voorschriften gewaarborgde niveau.

3.   De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen voorschriften vaststellen met betrekking tot de vorm en het type van officiële certificaten, officiële verklaringen of bewijsstukken die overeenkomstig de in lid 2, onder c), van dit artikel bedoelde voorschriften vereist zijn. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 127

Opname in de lijst van derde landen als bedoeld in artikel 126, lid 2, onder a)

1.   De opname van een derde land of regio daarvan in de in artikel 126, lid 2, onder a), bedoelde lijst geschiedt overeenkomstig de leden 2 en 3 van dit artikel.

2.   De Commissie verleent door middel van uitvoeringshandelingen goedkeuring aan verzoeken die met het in lid 1 van dit artikel bedoelde doel worden ingediend door het betrokken derde land en vergezeld gaan van behoorlijke bewijsstukken en garanties dat de betrokken dieren en goederen uit dat derde land voldoen aan de desbetreffende voorschriften als bedoeld in artikel 126, lid 1, of aan voorschriften die daaraan gelijkwaardig zijn. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld en aangepast volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

3.   Bij haar besluit over de in lid 2 bedoelde verzoeken houdt de Commissie naar behoren rekening met:

a)

de wetgeving van het derde land voor de betrokken sector;

b)

de structuur en organisatie van de bevoegde autoriteiten van het derde land en zijn controlediensten, de bevoegdheden waarover zij beschikken, de garanties die kunnen worden verstrekt betreffende de toepassing en handhaving van de op de betrokken sector toepasselijke wetgeving van het derde land en de betrouwbaarheid van de procedures voor officiële certificering;

c)

de toereikende officiële controles en andere activiteiten die de bevoegde autoriteiten van het derde land uitvoeren om de aanwezigheid van gevaren voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor het dierenwelzijn of, wat ggo's en gewasbeschermingsmiddelen betreft, ook voor het milieu te beoordelen;

d)

de regelmaat en snelheid waarmee het derde land informatie verstrekt over de aanwezigheid van gevaren voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor het dierenwelzijn of, wat ggo's en gewasbeschermingsmiddelen betreft, ook voor het milieu;

e)

de garanties die het derde land biedt dat:

i)

de voorwaarden die van toepassing zijn op de inrichtingen waaruit dieren of goederen naar de Unie worden uitgevoerd, voldoen aan voorschriften die gelijkwaardig zijn aan de in artikel 126, lid 1, bedoelde voorschriften;

ii)

een lijst van de in punt i) bedoelde inrichtingen wordt opgesteld en bijgewerkt;

iii)

de lijst van de in punt i) bedoelde inrichtingen en de bijwerkingen ervan onverwijld aan de Commissie worden meegedeeld;

iv)

de in punt i) bedoelde inrichtingen op gezette tijden en doeltreffend worden gecontroleerd door de bevoegde autoriteiten van het derde land;

f)

de resultaten van de controles die de Commissie overeenkomstig artikel 120, lid 1, in het derde land heeft verricht;

g)

alle andere informatie of gegevens over de capaciteit van het derde land om te waarborgen dat in de Unie uitsluitend dieren en goederen binnenkomen die hetzelfde of een gelijkwaardig niveau van bescherming bieden als de desbetreffende, in artikel 126, lid 1, bedoelde voorschriften.

4.   De Commissie schrapt de verwijzing naar een derde land of regio van een derde land van de in artikel 126, lid 2, onder a), bedoelde lijst indien de voorwaarden voor opneming in de lijst niet meer worden nageleefd. De in lid 2 van dit artikel bedoelde procedure is van toepassing.

Artikel 128

Bijzondere maatregelen betreffende de binnenkomst van bepaalde dieren en goederen in de Unie

1.   Wanneer er, in andere gevallen dan bedoeld in artikel 53 van Verordening (EG) nr. 178/2002 en artikel 249 van Verordening (EU) 2016/429, aanwijzingen zijn dat de binnenkomst in de Unie van bepaalde dieren of goederen die afkomstig zijn uit een derde land, een regio daarvan of een groep van derde landen, een risico voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, dan wel, wat ggo's en gewasbeschermingsmiddelen betreft, voor het milieu oplevert of wanneer er aanwijzingen zijn dat de in artikel 1, lid 2, van deze verordening bedoelde regelgeving op grote schaal en op ernstige wijze niet wordt nageleefd, stelt de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen de maatregelen vast die noodzakelijk zijn om dat risico in te perken of de geconstateerde niet-naleving te beëindigen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, van deze verordening bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

2.   In de in lid 1 bedoelde maatregelen worden de dieren en goederen met behulp van de codes van de gecombineerde nomenclatuur aangeduid en kunnen de volgende bepalingen worden opgenomen:

a)

het verbod op de binnenkomst in de Unie van de in lid 1 bedoelde dieren en goederen die afkomstig zijn uit de betrokken derde landen of regio's daarvan, of daaruit zijn verzonden;

b)

het voorschrift dat de in lid 1 bedoelde dieren en goederen die afkomstig zijn uit bepaalde derde landen of regio's daarvan of daaruit zijn verzonden, voorafgaand aan verzending specifieke behandelingen of controles ondergaan;

c)

het voorschrift dat de in lid 1 bedoelde dieren en goederen die afkomstig zijn uit bepaalde derde landen of regio's daarvan, of daaruit zijn verzonden, bij binnenkomst in de Unie specifieke behandelingen of controles ondergaan;

d)

het voorschrift dat zendingen van de in lid 1 van dit artikel bedoelde dieren en goederen die afkomstig zijn uit bepaalde derde landen of regio's daarvan, of daaruit zijn verzonden, vergezeld gaan van een officieel certificaat, een officiële verklaring of enig ander bewijsstuk waaruit blijkt dat de zending voldoet aan de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels of aan voorschriften waarvan erkend is dat zij daaraan ten minste gelijkwaardig zijn;

e)

het voorschrift om het in punt d) bedoelde bewijsstuk in een specifieke vorm te verstrekken;

f)

andere maatregelen die noodzakelijk zijn om het risico in te perken.

3.   Bij de vaststelling van de in lid 2 bedoelde maatregelen wordt rekening gehouden met:

a)

de overeenkomstig artikel 125 verzamelde informatie;

b)

andere informatie die de betrokken derde landen hebben verstrekt, en

c)

zo nodig, de resultaten van de in artikel 120, lid 1, bedoelde controles van de Commissie.

4.   Om naar behoren gemotiveerde dwingende redenen van urgentie die verband houden met de gezondheid van mensen en dieren of, wat ggo's en gewasbeschermingsmiddelen betreft, ook de bescherming van het milieu, stelt de Commissie volgens de in artikel 145, lid 3, bedoelde procedure onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandelingen vast.

Artikel 129

Gelijkwaardigheid

1.   Op de gebieden waarop de regels als bedoeld in artikel 1, lid 2, met uitzondering van de punten d), e), g) en h), van toepassing zijn, kan de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen erkennen dat maatregelen die in een derde land of regio's daarvan worden toegepast, gelijkwaardig zijn aan de voorschriften van die regels, op basis van:

a)

een grondig onderzoek van de informatie en gegevens die het derde land krachtens artikel 125, lid 1, verstrekt, en

b)

in voorkomend geval, de bevredigende resultaten van een overeenkomstig artikel 120, lid 1, verrichte controle.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

2.   In de in lid 1 bedoelde uitvoeringshandelingen worden de praktische regelingen vastgesteld voor de binnenkomst in de Unie van dieren en goederen uit het betrokken derde land of regio's daarvan, die betrekking kunnen hebben op:

a)

de aard en inhoud van de officiële certificaten of verklaringen waarvan de dieren of goederen vergezeld moeten gaan;

b)

specifieke voorschriften voor de binnenkomst van de dieren of goederen in de Unie en de officiële controles die bij binnenkomst in de Unie moeten worden nageleefd;

c)

zo nodig, procedures voor de opstelling en wijziging van lijsten van regio's of inrichtingen in het betrokken derde land waaruit de binnenkomst in de Unie van dieren en goederen is toegelaten.

3.   Wanneer niet meer aan de voorwaarden voor de erkenning van gelijkwaardigheid wordt voldaan, trekt de Commissie de in lid 1 van dit artikel bedoelde uitvoeringshandelingen onverwijld in door middel van uitvoeringshandelingen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

HOOFDSTUK III

Opleiding van personeelsleden van de bevoegde autoriteiten en andere autoriteiten

Artikel 130

Opleiding en uitwisseling van personeelsleden

1.   De Commissie kan opleidingsactiviteiten organiseren voor de personeelsleden van de bevoegde autoriteiten en in voorkomend geval voor personeelsleden van andere autoriteiten van de lidstaten die betrokken zijn bij onderzoeken naar mogelijke schendingen van deze verordening en de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels.

De Commissie organiseert die activiteiten in samenwerking met de betrokken lidstaten.

2.   De in lid 1 bedoelde opleidingsactiviteiten bevorderen de ontwikkeling van een geharmoniseerde aanpak van officiële controles en andere officiële activiteiten in de lidstaten. Zij omvatten, indien passend, opleiding betreffende:

a)

deze verordening en de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels;

b)

controlemethoden en -technieken die voor de officiële controles en andere officiële activiteiten van de bevoegde autoriteiten relevant zijn;

c)

methoden en technieken voor productie, verwerking en verhandeling.

3.   De in lid 1 bedoelde opleidingsactiviteiten kunnen openstaan voor personeelsleden van de bevoegde autoriteiten van derde landen en kunnen buiten de Unie worden gehouden.

4.   De bevoegde autoriteiten waarborgen dat de kennis die met de in lid 1 van dit artikel bedoelde opleidingsactiviteiten wordt opgedaan, zo nodig wordt verspreid en op passende wijze wordt gebruikt in de in artikel 5, lid 4, bedoelde opleidingsactiviteiten voor personeelsleden.

In de in artikel 5, lid 4, bedoelde opleidingsprogramma's worden opleidingsactiviteiten opgenomen die gericht zijn op de verspreiding van dergelijke kennis.

5.   De Commissie kan in samenwerking met de lidstaten programma's organiseren om tussen twee of meer lidstaten personeelsleden uit te wisselen van de bevoegde autoriteiten die belast zijn met de uitvoering van officiële controles of andere officiële activiteiten.

Die uitwisseling kan plaatsvinden door personeelsleden van de bevoegde autoriteiten van een lidstaat tijdelijk in een andere lidstaat te detacheren of door uitwisseling van die personeelsleden tussen de betrokken bevoegde autoriteiten.

6.   De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen voorschriften vaststellen voor de organisatie van de in lid 1 bedoelde opleidingsactiviteiten en de in lid 5 van dit artikel bedoelde programma's. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

HOOFDSTUK IV

Informatiemanagementsystemen

Artikel 131

Informatiemanagementsysteem voor officiële controles (IMSOC)

1.   Door de Commissie wordt, in samenwerking met de lidstaten, een geautomatiseerd informatiemanagementsysteem voor officiële controles (IMSOC) opgericht en beheerd voor de geïntegreerde werking van de mechanismen en instrumenten voor het beheer, de verwerking en de geautomatiseerde uitwisseling van de gegevens, informatie en documenten betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten.

2.   De lidstaten en de Commissie verwerken persoonsgegevens via het IMSOC en de onderdelen ervan uitsluitend voor de uitvoering van officiële controles en andere officiële activiteiten overeenkomstig deze verordening en de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels.

Artikel 132

Algemene functies van het IMSOC

Het IMSOC:

a)

maakt de geautomatiseerde verwerking en uitwisseling mogelijk van informatie, gegevens en documenten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van officiële controles of die voortvloeien uit uitgevoerde officiële controles of de vastlegging van de uitvoering of de uitkomst van officiële controles in alle gevallen waarin dergelijke informatie, gegevens en documenten bij deze verordening, de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels of de in de artikelen 16 tot en met 27 bedoelde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen moeten worden uitgewisseld tussen de bevoegde autoriteiten en tussen de bevoegde autoriteiten en de Commissie, alsmede in voorkomend geval met andere autoriteiten en met exploitanten;

b)

voorziet in een mechanisme voor de uitwisseling van gegevens, informatie en documenten overeenkomstig de artikelen 102 tot en met 108;

c)

voorziet in een hulpmiddel voor het verzamelen en beheren van de verslagen over officiële controles die de lidstaten aan de Commissie verstrekken;

d)

maakt de opstelling, verwerking en doorgifte, ook in elektronische vorm, mogelijk van het in artikel 5, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1/2005 bedoelde journaal, van de gegevens van het in artikel 6, lid 9, van die verordening bedoelde navigatiesysteem, van officiële certificaten en van het in artikel 56 van deze verordening bedoelde gemeenschappelijk gezondheidsdocument van binnenkomst, en

e)

integreert de bestaande, door de Commissie beheerde computersystemen die voor de snelle uitwisseling van gegevens, informatie en documenten in verband met risico's voor de gezondheid van mensen en dieren, voor het dierenwelzijn en voor de plantgezondheid worden gebruikt, zoals vastgesteld bij artikel 50 van Verordening (EG) nr. 178/2002, artikel 20 van Verordening (EU) 2016/429 en artikel 103 van Verordening (EU) 2016/2031 en voorziet in passende verbindingen tussen die systemen en zijn andere componenten.

Artikel 133

Gebruik van het IMSOC voor dieren en goederen die aan bepaalde officiële controles onderworpen zijn

1.   Voor dieren of goederen die binnen de Unie alleen vervoerd of in de handel mogen worden gebracht als zij voldoen aan specifieke voorschriften of procedures die bij de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels zijn vastgesteld, stelt het IMSOC de bevoegde autoriteiten op de plaats van verzending en de andere bevoegde autoriteiten die met de uitvoering van officiële controles op die dieren of goederen belast zijn, in staat gegevens, informatie en documenten over dieren of goederen die van de ene naar de andere lidstaat worden vervoerd, alsook over de uitgevoerde officiële controles, realtime uit te wisselen.

De eerste alinea van dit lid is niet van toepassing op goederen waarop de in artikel 1, lid 2, onder g) en h), bedoelde regels van toepassing zijn.

2.   Bij uitvoer van dieren of goederen waarop de regels van de Unie betreffende de afgifte van het uitvoercertificaat van toepassing zijn, stelt het IMSOC de bevoegde autoriteiten van de plaats van verzending en de andere bevoegde autoriteiten die met de uitvoering van officiële controles op die dieren of goederen belast zijn, in staat gegevens, informatie en documenten over die dieren en goederen, alsook over de uitkomst van op die dieren en goederen uitgevoerde controles, in realtime uit te wisselen.

3.   Voor dieren of goederen die aan de in de artikelen 44 tot en met 64 bedoelde officiële controles onderworpen zijn:

a)

stelt het IMSOC de bevoegde autoriteiten aan de grenscontroleposten en de andere bevoegde autoriteiten die met de uitvoering van officiële controles op die dieren of goederen belast zijn, in staat gegevens, informatie en documenten over die dieren en goederen, alsook over de op die dieren of goederen uitgevoerde controles, in realtime uit te wisselen;

b)

stelt het IMSOC de bevoegde autoriteiten aan de grenscontroleposten in staat relevante gegevens, informatie en documenten te delen en uit te wisselen met de douaneautoriteiten en andere autoriteiten die belast zijn met de uitvoering van controles op dieren of goederen die uit derde landen in de Unie binnenkomen, alsook met exploitanten die bij de procedures voor het binnenkomen betrokken zijn, overeenkomstig de krachtens artikel 15, lid 4, en artikel 75, lid 2, vastgestelde regels en andere desbetreffende regels van de Unie, en

c)

ondersteunt het IMSOC de in artikel 54, lid 3, onder a), en artikel 65, lid 6, bedoelde procedures en voert het die procedures uit.

4.   Voor de toepassing van dit artikel wordt in het IMSOC het bestaande Traces-systeem geïntegreerd.

Artikel 134

De werking van het IMSOC

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast voor de werking van het IMSOC ter bepaling van:

a)

de technische specificaties van het IMSOC en de systeemcomponenten ervan, onder meer het mechanisme voor elektronische gegevensuitwisseling met bestaande nationale systemen, de beschrijving van toepasselijke normen, de definitie van berichtstructuren, de nomenclaturen, de uitwisseling van protocollen en procedures;

b)

de specifieke regels voor de werking van het IMSOC en de systeemcomponenten ervan met het oog op bescherming van persoonsgegevens en beveiliging van informatie-uitwisseling;

c)

de specifieke regels voor de werking en het gebruik van het IMSOC en de componenten ervan, onder meer de regels voor de actualisering en voor het maken van de nodige koppelingen tussen de in artikel 132, onder e), en artikel 133, lid 4, bedoelde systemen;

d)

de noodregelingen die moeten worden toegepast indien een van de functies van het IMSOC niet beschikbaar is;

e)

de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder aan de betrokken derde landen en internationale organisaties gedeeltelijke toegang tot de functies van het IMSOC kan worden gegeven en de praktische regelingen voor die toegang;

f)

de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder de gegevens, informatie en documenten via het IMSOC worden doorgezonden;

g)

de regels voor een elektronisch systeem voor de aanvaarding door de bevoegde autoriteiten van door de bevoegde autoriteiten van derde landen afgegeven elektronische certificaten, en

h)

de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder incidentele gebruikers kunnen worden vrijgesteld van het gebruik van het IMSOC.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 135

Gegevensbescherming

1.   Voor zover de door IMSOC verwerkte informatie persoonsgegevens als bedoeld in artikel 2, onder a), van Richtlijn 95/46/EG en artikel 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad (*1) bevat, zijn Richtlijn 95/46/EG en Verordening (EG) nr. 45/2001 van toepassing.

2.   Met betrekking tot hun taak om de relevante informatie naar het IMSOC door te zenden en tot de verwerking van persoonsgegevens die uit die taak kan voortvloeien, worden de bevoegde autoriteiten van de lidstaten beschouwd als voor de verwerking verantwoordelijken in de zin van artikel 2, onder d), van Richtlijn 95/46/EG.

3.   Met betrekking tot haar taak om het IMSOC te beheren en tot de verwerking van persoonsgegevens die uit die taak kan voortvloeien, wordt de Commissie beschouwd als verantwoordelijke voor de verwerking in de zin van artikel 2, onder d), van Verordening (EG) nr. 45/2001.

4.   De lidstaten kunnen de rechten en verplichtingen uit hoofde van artikel 6, lid 1, artikel 10, artikel 11, lid 1, en artikel 12 van Richtlijn 95/46/EG zo nodig beperken om het in artikel 13, lid 1, onder d) en f), van die richtlijn bedoelde belang te waarborgen.

5.   De Commissie kan de rechten en verplichtingen uit hoofde van artikel 4, lid 1, artikel 11, artikel 12, lid 1, en de artikelen 13 tot en met 17 van Verordening (EG) nr. 45/2001 beperken, indien die beperking noodzakelijk is om de in artikel 20, lid 1, van die verordening bedoelde belangen te beschermen tijdens de periode waarin acties ter verifiëring van de naleving van voedsel- of diervoederwetgeving of ter waarborging van de handhaving van voedsel- of diervoederwetgeving worden gepland of uitgevoerd in het specifieke geval waarop de informatie betrekking heeft.

Artikel 136

Gegevensbeveiliging

De lidstaten en de Commissie zorgen ervoor dat het IMSOC de voorschriften betreffende gegevensbeveiliging naleeft die door de Commissie ingevolge respectievelijk artikel 17 van Richtlijn 95/46/EG en artikel 22 van Verordening (EG) nr. 45/2001 zijn aangenomen.

TITEL VII

HANDHAVING

HOOFDSTUK I

Optreden door de bevoegde autoriteiten en sancties

Artikel 137

Algemene handhavingsverplichtingen van de bevoegde autoriteiten

1.   Bij hun optreden overeenkomstig dit hoofdstuk verlenen de bevoegde autoriteiten voorrang aan acties die moeten worden ondernomen om risico's voor de gezondheid van mensen, dieren en planten, voor het dierenwelzijn of, wat ggo's en gewasbeschermingsmiddelen betreft, ook voor het milieu, weg te nemen of in te perken.

2.   Wanneer niet-naleving wordt vermoed, doen de bevoegde autoriteiten onderzoek om dat vermoeden te bevestigen of weg te nemen.

3.   Indien nodig omvatten de overeenkomstig lid 2 ondernomen acties:

a)

de uitvoering van verscherpte officiële controles op dieren, goederen en exploitanten gedurende een passende periode;

b)

de officiële inbewaringneming van dieren en goederen en niet-toegestane stoffen en producten, indien passend.

Artikel 138

Acties in geval van vastgestelde niet-naleving

1.   Wanneer niet-naleving is vastgesteld, nemen de bevoegde autoriteiten:

a)

elke actie die noodzakelijk is om de oorsprong en de omvang van de niet-naleving te bepalen en de verantwoordelijkheid van de exploitant vast te stellen, en

b)

passende maatregelen om te waarborgen dat de betrokken exploitant de niet-naleving verhelpt en vermijdt dat dergelijke niet-naleving zich opnieuw voordoet.

In hun besluit over de te nemen maatregelen houden de bevoegde autoriteiten rekening met de aard van de niet-naleving en met de antecedenten van de exploitant op het gebied van naleving.

2.   Bij het optreden van de bevoegde autoriteiten overeenkomstig lid 1 van dit artikel nemen zij alle maatregelen die zij passend achten om naleving van de in artikel 1, lid 2, bedoelde voorschriften te waarborgen, onder meer maar niet beperkt tot het volgende:

a)

het gelasten of uitvoeren van behandelingen van dieren;

b)

het gebieden van het lossen, overladen in andere vervoersmiddelen, onderbrengen en verzorgen van dieren, quarantaineperioden en het uitstellen van de slacht van dieren en, indien nodig, van het zoeken van veterinaire hulp;

c)

het gelasten van behandelingen van goederen, aanpassing van etiketten of verstrekking van corrigerende informatie aan consumenten;

d)

een beperking van of verbod op het in de handel brengen, het vervoer, het in de Unie binnenbrengen of het uitvoeren van dieren en goederen, en een verbod op de terugkeer ervan in de lidstaat van verzending of het gelasten van de terugkeer ervan in de lidstaat van verzending;

e)

het gelasten dat de exploitant de frequentie van zijn eigen controles verhoogt;

f)

het gelasten dat bepaalde activiteiten van de betrokken exploitant aan meer of systematische officiële controles worden onderworpen;

g)

het gelasten van het terugroepen, uit de handel nemen, verwijderen en vernietigen van goederen en, indien passend, het toestaan dat goederen voor andere doeleinden worden gebruikt dan waarvoor zij oorspronkelijk waren bestemd;

h)

het gelasten van de isolatie of sluiting van het geheel of een deel van het bedrijf van de betrokken exploitant of van zijn inrichtingen, houderijen of andere gebouwen, gedurende een passende periode;

i)

het gelasten van de stopzetting van het geheel of een deel van de activiteiten van de betrokken exploitant en, in voorkomend geval, van de door hem beheerde of gebruikte websites, gedurende een passende periode;

j)

het gebieden van de schorsing of intrekking van de registratie of erkenning van de inrichting, het bedrijf, de houderij of het vervoersmiddel in kwestie, van de vergunning van de vervoerder of van het certificaat van vakbekwaamheid van de bestuurder;

k)

het gelasten van het slachten of doden van dieren, op voorwaarde dat dit de meest geschikte maatregel is om de gezondheid van mensen te beschermen alsmede de gezondheid van dieren en het dierenwelzijn.

3.   De bevoegde autoriteiten verschaffen de betrokken exploitant of zijn vertegenwoordiger:

a)

een schriftelijke kennisgeving van hun besluit met betrekking tot de overeenkomstig de leden 1 en 2 te nemen actie of maatregel en de redenen voor dat besluit, en

b)

informatie over de mogelijkheid om beroep in te stellen tegen dat besluit en de ter zake geldende procedures en termijnen voor het instellen van dat beroep.

4.   Alle uit hoofde van dit artikel gemaakte kosten worden door de verantwoordelijke exploitanten gedragen.

5.   In geval van afgifte van valse of misleidende officiële certificaten of in geval van misbruik van officiële certificaten, nemen de bevoegde autoriteiten passende maatregelen, waaronder:

a)

de tijdelijke schorsing van de certificerende functionaris;

b)

de intrekking van de bevoegdheid tot ondertekening van officiële certificaten;

c)