Help Print this page 

Document 32016R0589

Title and reference
Verordening (EU) 2016/589 van het Europees Parlement en de Raad van 13 april 2016 inzake een Europees netwerk van diensten voor arbeidsvoorziening (EURES), de toegang van werknemers tot mobiliteitsdiensten en de verdere integratie van de arbeidsmarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 492/2011 en (EU) nr. 1296/2013 (Voor de EER relevante tekst)

OJ L 107, 22.4.2016, p. 1–28 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/589/oj
Languages, formats and link to OJ
BG ES CS DA DE ET EL EN FR GA HR IT LV LT HU MT NL PL PT RO SK SL FI SV
HTML html BG html ES html CS html DA html DE html ET html EL html EN html FR html GA html HR html IT html LV html LT html HU html MT html NL html PL html PT html RO html SK html SL html FI html SV
PDF pdf BG pdf ES pdf CS pdf DA pdf DE pdf ET pdf EL pdf EN pdf FR pdf GA pdf HR pdf IT pdf LV pdf LT pdf HU pdf MT pdf NL pdf PL pdf PT pdf RO pdf SK pdf SL pdf FI pdf SV
Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal
 To see if this document has been published in an e-OJ with legal value, click on the icon above (For OJs published before 1st July 2013, only the paper version has legal value).
Multilingual display
Dates
  • Date of document: 13/04/2016; datum van ondertekening
  • Date of effect: 12/05/2016; in werking datum publicatie +20 zie art 41.1
  • Date of effect: 13/05/2018; Toepassing Gedeeltelijke toepassing zie art 41.2
  • Deadline: 13/05/2019; zie art 40
  • Date of end of validity: 31/12/9999
Miscellaneous information
  • Author: Europees Parlement, Raad van de Europese Unie
  • Form: Verordening
Relationship between documents
Text

22.4.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 107/1


VERORDENING (EU) 2016/589 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 13 april 2016

inzake een Europees netwerk van diensten voor arbeidsvoorziening (EURES), de toegang van werknemers tot mobiliteitsdiensten en de verdere integratie van de arbeidsmarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 492/2011 en (EU) nr. 1296/2013

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 46,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Gezien het advies van het Comité van de Regio's (2),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het vrije verkeer van werknemers is een in artikel 45 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) verankerde fundamentele vrijheid van de burgers van de Unie en een van de pijlers van de interne markt in de Unie. De tenuitvoerlegging ervan wordt verder ontwikkeld door het Unierecht om te waarborgen dat Unieburgers en hun gezinsleden hun rechten ten volle kunnen uitoefenen.

(2)

Voor een sterker geïntegreerde Europese arbeidsmarkt is vrij verkeer van werknemers, ook in grensregio's, van doorslaggevende betekenis aangezien werknemers dan makkelijker elders kunnen gaan werken. Daardoor neemt de diversiteit toe en wordt Europawijd bijgedragen aan de sociale inclusie en de integratie van personen die zijn uitgesloten van de arbeidsmarkt. Dankzij het vrije verkeer van werknemers is het ook gemakkelijker de personen met de juiste vaardigheden voor de juiste vacatures te vinden en kunnen knelpunten op de arbeidsmarkt worden verholpen.

(3)

Bij Verordening (EU) nr. 492/2011 van het Europees Parlement en de Raad (4) zijn mechanismen vastgesteld voor de verwerking van vacatures, sollicitaties en cv's en voor de uitwisseling van informatie, en bij Uitvoeringsbesluit 2012/733/EU van de Commissie (5) zijn bepalingen vastgesteld betreffende het functioneren van het Europees netwerk van diensten voor de arbeidsvoorziening (EURES-netwerk), overeenkomstig die verordening. Dat regelgevend kader moet worden herzien in het licht van nieuwe mobiliteitspatronen, strengere eisen voor eerlijke mobiliteit, veranderingen in de technologie voor het uitwisselen van vacaturegegevens, het gebruik van uiteenlopende wervingskanalen door werknemers en werkgevers en de toenemende rol van andere arbeidsmarktbemiddelaars dan de openbare diensten voor arbeidsvoorziening („ODA's”) bij de verlening van wervingsdiensten.

(4)

Teneinde werknemers met het recht in een andere lidstaat te werken, te helpen dat recht daadwerkelijk uit te oefenen, kan overeenkomstig deze verordening bijstand worden verleend aan alle burgers van de Unie die het recht hebben in loondienst te werken, evenals aan hun gezinsleden, overeenkomstig artikel 45 VWEU. De lidstaten dienen derdelanders die op dat vlak overeenkomstig het Unierecht of het nationaal recht op dezelfde manier als eigen onderdanen moeten worden behandeld, dezelfde mate van bijstand te bieden. Deze verordening laat de regels inzake de toegang van derdelanders tot nationale arbeidsmarkten, zoals vastgesteld in het toepasselijke Unierecht en nationaal recht, onverlet.

(5)

Door de toenemende onderlinge afhankelijkheid van arbeidsmarkten moeten de diensten voor arbeidsvoorziening, ook die in grensregio's, nauwer samenwerken overeenkomstig artikel 46, onder a), VWEU, zodat alle werknemers op een eerlijke basis en in overeenstemming met het Unierecht, het nationale recht en de nationale praktijken via vrijwillige arbeidsmobiliteit binnen de Unie, vrij verkeer kunnen genieten. Daarom dienen de Commissie en de lidstaten een kader voor samenwerking inzake arbeidsmobiliteit binnen de Unie op te zetten. Dat kader moet vacatures uit de hele Unie bundelen, de mogelijkheid bieden naar deze vacatures te solliciteren, een definitie van de verlening van gerelateerde ondersteunende diensten aan werknemers en werkgevers geven en in een gemeenschappelijke methode voorzien om informatie uit te wisselen die noodzakelijk is om deze samenwerking te faciliteren.

(6)

Het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof van Justitie) heeft geoordeeld dat het begrip „werknemer” in artikel 45 VWEU een Uniegerichte inhoud moet hebben en moet worden gedefinieerd aan de hand van objectieve criteria die, wat de rechten en plichten van de betrokkenen betreft, kenmerkend zijn voor de arbeidsverhouding. Om als werknemer te worden aangemerkt, moet een persoon reële en daadwerkelijke arbeid verrichten, met uitzondering van werkzaamheden van zo geringe omvang dat zij louter marginaal en bijkomstig blijken. Als hoofdkenmerk van een arbeidsverhouding wordt beschouwd dat iemand, gedurende een bepaalde tijd, voor een ander onder diens gezag prestaties verricht tegen beloning (6). Daarnaast wordt het begrip werknemer geacht in bepaalde omstandigheden tevens personen die als leerling (7) of stagiair werkzaam zijn (8), te omvatten.

(7)

Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie is het vrije personenverkeer een van de grondslagen van de EU en moeten de bepalingen waarin deze fundamentele vrijheid is verankerd daarom ruim worden uitgelegd (9). Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft geoordeeld dat het vrije verkeer van werknemers, dat is verankerd in artikel 45 VWEU, ook bepaalde rechten inhoudt voor onderdanen van lidstaten die zich binnen de Unie verplaatsen om werk te zoeken (10). Daarom moet onder werknemers in deze verordening tevens werkzoekenden worden verstaan, ongeacht of zij werkzaam zijn in een arbeidsverhouding.

(8)

Om de arbeidsmobiliteit binnen de Unie te vergemakkelijken, heeft de Europese Raad in het „Pact voor groei en banen” verzocht te onderzoeken of EURES kan worden uitgebreid tot leerling- en stageplaatsen. Leerling- en stageplaatsen dienen onder deze verordening te vallen indien geselecteerde sollicitanten een arbeidsverhouding aangaan. De lidstaten dienen de mogelijkheid te hebben sommige categorieën van leerlingplaatsen en stageplaatsen uit te sluiten van de clearance, om te zorgen voor de nodige samenhang en het goede functioneren van hun onderwijssystemen, en ook om bij de ontwikkeling van maatregelen van actief arbeidsmarktbeleid rekening te houden met de behoeften van de werknemers in de betrokken doelgroepen. De aanbeveling van de Raad van 10 maart 2014 inzake een kwaliteitskader voor stageplaatsen (11) dient in aanmerking te worden genomen teneinde de kwaliteit van stageplaatsen te verbeteren, in het bijzonder ten aanzien van de leer- en stage-inhoud en de arbeidsvoorwaarden, teneinde de overgang van onderwijs, werkloosheid of inactiviteit naar werk te vergemakkelijken. Overeenkomstig die aanbeveling dienen de rechten en arbeidsvoorwaarden voor stagiairs krachtens het toepasselijke Unierecht en nationaal recht in acht te worden genomen.

(9)

Naast de uit hoofde van deze verordening verstrekte informatie over leer- en stageplaatsen kunnen er door de Commissie of andere actoren ontwikkelde online-instrumenten en diensten worden aangeboden waarmee werkgevers en werkzoekenden rechtstreeks met elkaar in contact kunnen treden over stage- en leerplaatsen in heel de Unie.

(10)

Vanaf het allereerste begin in 1994 functioneert EURES als samenwerkingsnetwerk tussen de Commissie en de ODA's, met het oog op informatie, advies, werving/plaatsing ten gunste van werknemers en werkgevers, en van alle burgers van de Unie die gebruik willen maken van het vrije verkeer van werknemers, door het menselijk netwerk dat het biedt en door middel van onlinetools voor dienstverlening op het Europese portaal voor arbeidsmobiliteit (EURES-portaal). De verwerking van vacatures/sollicitaties/cv's, de ondersteunende diensten en de uitwisseling van informatie over arbeidsmobiliteit moeten in de Unie coherenter worden georganiseerd. Het EURES-netwerk dient daarom opnieuw te worden ingesteld en te worden heringericht als onderdeel van het herziene regelgevend kader, teneinde verder te kunnen worden versterkt. De taken en de verantwoordelijkheden van de diverse organisaties die deelnemen aan het EURES-netwerk dienen te worden vastgelegd.

(11)

De samenstelling van het EURES-netwerk dient flexibel genoeg te zijn om te kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen op de markt voor wervingsdiensten. Door de opkomst van allerhande diensten voor arbeidsvoorziening dienen de Commissie en de lidstaten zich samen in te zetten om het EURES-netwerk uit te breiden tot voornaamste instrument van de Unie voor het verlenen van wervingsdiensten binnen de gehele Unie. Een uitgebreider lidmaatschap van het EURES-netwerk heeft de nodige sociale, economische en financiële voordelen en kan helpen innovatieve vormen van leren en samenwerken tot stand te brengen, onder meer wat betreft kwaliteitsnormen voor vacatures en ondersteunende diensten, dit alles zowel nationaal, regionaal, lokaal als grensoverschrijdend.

(12)

Uitbreiding van het lidmaatschap van EURES tot nieuwe leden zou de doeltreffendheid van de dienstverlening ten goede komen doordat partnerschappen worden gefaciliteerd en complementariteit wordt bevorderd en de kwaliteit wordt verbeterd, en zou het marktaandeel van het EURES-netwerk vergroten doordat nieuwe deelnemers vacatures, sollicitaties en cv's beschikbaar stellen en werknemers en werkgevers ondersteunende diensten aanbieden.

(13)

Elke organisatie, waaronder diensten voor arbeidsvoorziening uit de openbare, de private of de derde sector, die alle in deze verordening genoemde criteria en taken vervult, moet EURES-lid kunnen worden.

(14)

Sommige organisaties zullen niet in staat zijn alle krachtens deze verordening van EURES-leden verlangde taken uit te voeren. Maar aangezien deze organisaties een grote bijdrage aan het EURES-netwerk kunnen leveren, is het toch zaak hun de mogelijkheid te bieden EURES-partner te worden. Een dergelijke uitzondering mag alleen worden toegestaan indien zij gerechtvaardigd is, hetgeen het geval kan zijn indien de aanvragende organisatie klein is, beperkte financiële middelen heeft, doorgaans niet alle vereiste taken kan uitvoeren, of een organisatie zonder winstoogmerk is.

(15)

Om de transnationale en grensoverschrijdende samenwerking en de ondersteuning van alle leden en partners van EURES die in de lidstaten actief zijn, te vergemakkelijken, zou op het niveau van de Unie een structuur moeten worden opgezet („het Europees coördinatiebureau”). Het Europees coördinatiebureau zorgt voor gemeenschappelijke informatie, hulpmiddelen en oriëntatie, opleidingsactiviteiten die samen met de lidstaten worden ontwikkeld en helpdeskfaciliteiten. De opleidingsactiviteiten en de helpdeskfaciliteiten dienen meer in het bijzonder bijstand te verlenen aan personeel van aan het EURES-netwerk deelnemende organisaties dat deskundig is op het gebied van banenmatching, plaatsings- en wervingsactiviteiten, en daarnaast informatie, bijstand en begeleiding aan werknemers, werkgevers en organisaties die geïnteresseerd zijn in transnationale en grensoverschrijdende mobiliteitskwesties en die daartoe rechtstreeks met die doelgroepen in contact zijn. Het Europees coördinatiebureau dient ook verantwoordelijk te zijn voor het exploiteren en het ontwikkelen van het EURES-portaal en van het gemeenschappelijke IT-platform. Ter sturing van de werkzaamheden van het Europees coördinatiebureau dienen in overleg met de lidstaten meerjarige werkprogramma's te worden ontwikkeld.

(16)

De lidstaten dienen nationale coördinatiebureaus (op te zetten die zorgen voor de overdracht van beschikbare gegevens naar het EURES-portaal en algemene ondersteuning bieden, en die algemene bijstand verlenen aan alle leden en partners van EURES die op hun grondgebied actief zijn, onder meer wat betreft de vraag hoe klachten en problemen in verband met vacatures moeten worden behandeld, waar passend in samenwerking met andere betrokken overheidsdiensten zoals arbeidsinspecties. De lidstaten dienen ook de samenwerking met hun tegenhangers in de andere lidstaten — ook grensoverschrijdend — en met het Europees coördinatiebureau te ondersteunen. De nationale coördinatiebureaus dienen ook als taak te hebben na te gaan of de normen inzake de intrinsieke en technische kwaliteit van gegevens en gegevensbescherming worden nageleefd. De nationale coördinatiebureaus dragen zorg voor een gecoördineerde overdracht van de gegevens aan het EURES-portaal via één gecoördineerd kanaal — in voorkomend geval gebruikmakend van bestaande nationale IT-platforms — teneinde de communicatie met het Europees coördinatiebureau te vergemakkelijken en de nationale coördinatiebureaus te helpen de naleving van voornoemde normen door alle EURES-leden en partners te bevorderen. De lidstaten dienen met het oog op tijdige levering van hoogwaardige diensten ervoor te zorgen dat hun nationaal coördinatiebureau over voldoende personele en andere middelen beschikt om de uit hoofde van deze verordening vastgestelde taken te kunnen uitvoeren.

(17)

De bijdrage van de sociale partners aan het EURES-netwerk bestaat er vooral in de belemmeringen voor mobiliteit te analyseren en om vrijwillige arbeidsmobiliteit op eerlijke basis binnen de Unie te bevorderen, met name in de grensoverschrijdende regio's. De vertegenwoordigers van de sociale partners op EU-niveau moeten daarom de vergaderingen van de bij deze verordening opgerichte coördinatiegroep kunnen bijwonen en een reguliere dialoog met het Europees coördinatiebureau onderhouden, en daarnaast moeten de nationale werkgeversorganisaties en vakbonden via een door de nationale coördinatiebureaus gefaciliteerde reguliere dialoog met de sociale partners en overeenkomstig nationale wetten en praktijken betrokken worden bij samenwerking met het EURES-netwerk. De sociale partners moeten in staat worden gesteld een aanvraag in te dienen om EURES-lid of -partner te worden, mits zij aan de toepasselijke verplichtingen krachtens deze verordening voldoen.

(18)

Gezien hun speciale status dienen de lidstaten de ODA's als EURES-leden aan te wijzen zonder dat deze de toelatingsprocedure hoeven te doorlopen. De lidstaten dienen ervoor te zorgen dat de ODA's voldoen aan de gemeenschappelijke minimumcriteria in de bijlage en aan de uit hoofde van deze verordening vastgestelde verplichtingen. Voorts moeten de lidstaten naar de ODA's algemene taken of activiteiten in verband met de organisatie van de uit deze verordening voortvloeiende werkzaamheden kunnen delegeren, zoals het ontwikkelen en het beheren van de nationale systemen voor de toelating van leden en partners van EURES. De ODA's voldoen over voldoende capaciteit, technische ondersteuning en financiële en personele middelen om aan hun verplichtingen krachtens deze verordening te kunnen voldoen.

(19)

Overeenkomstig hun bevoegdheid ten aanzien van de organisatie van de arbeidsmarkten dient het aan de lidstaten te zijn om op hun grondgebied organisaties toe te laten als leden en partners van het EURES-netwerk. Bij deze toelating dient rekening te worden gehouden met gemeenschappelijke minimumcriteria en met een set basisregels inzake de toelatingsprocedure om transparantie en gelijke kansen bij de toetreding tot het EURES-netwerk te waarborgen. Hierbij moet voldoende flexibiliteit worden gewaarborgd om rekening te houden met de verschillende nationale modellen en vormen van samenwerking tussen ODA's en andere actoren op de arbeidsmarkt in de lidstaten. De lidstaten dienen de mogelijkheid te hebben deze toelating in te trekken wanneer een organisatie niet langer voldoet aan de toepasselijke criteria of vereisten op grond waarvan zij is toegelaten.

(20)

Er worden gemeenschappelijke minimumcriteria voor de toelating van leden of partners van EURES worden vastgesteld teneinde te waarborgen dat er minimale kwaliteitsnormen worden nageleefd. Daarom dienen toelatingsaanvragen ten minste aan de gemeenschappelijke minimumcriteria te worden getoetst.

(21)

Een van de doelstellingen van het EURES-netwerk is ondersteuning van eerlijke en vrijwillige arbeidsmobiliteit binnen de Unie. In de gemeenschappelijke minimumcriteria voor het toelaten van organisaties tot het EURES-netwerk dient dan ook het vereiste te worden opgenomen dat die organisaties zich verbinden tot volledige naleving van de toepasselijke arbeidsnormen en juridische vereisten, met inbegrip van het non-discriminatiebeginsel. Daarom dienen de lidstaten te beschikken over de mogelijkheid de toelating te weigeren of in te trekken wanneer een organisatie de arbeidsnormen of de juridische vereisten niet naleeft, vooral op het gebied van bezoldiging en arbeidsomstandigheden. Wanneer een machtiging wordt geweigerd omdat niet aan die normen of vereisten is voldaan, stelt het desbetreffende nationaal coördinatiebureau het Europees coördinatiebureau daarvan in kennis, die deze informatie vervolgens overbrengt aan de Nationale coördinatiebureaus. De nationale coördinatiebureaus moeten op hun grondgebied passende maatregelen kunnen treffen overeenkomstig hun nationale recht en gebruiken indien de desbetreffende organisatie daar actief is.

(22)

De lidstaten dienen de werkzaamheden van de tot het EURES-netwerk toegelaten organisaties te monitoren om erop toe te zien dat zij de bepalingen van deze verordening juist toepassen. De lidstaten dienen om passende maatregelen met het oog op een optimale naleving te nemen. Hoewel de monitoring vooral de gegevens die de organisaties uit hoofde van deze verordening aan de nationale coördinatiebureaus bezorgen als uitgangspunt dient te hebben, kan zij tevens controle- en auditmaatregelen zoals steekproefcontroles inhouden. Dit behelst onder meer toezicht op de naleving van de toepasselijke toegankelijkheidsvereisten.

(23)

Er dient een coördinatiegroep te worden ingesteld die coördinerend optreedt voor wat betreft de activiteiten en het functioneren van het EURES-netwerk, en die dienst doet als platform voor de uitwisseling van informatie en het delen van beste praktijken, met name voor wat betreft de ontwikkeling en verspreiding in heel het EURES-netwerk van passende informatie en oriëntatie aan werknemers — grenswerkers inbegrepen — en werkgevers. Die groep dient te worden geraadpleegd bij het opstellen van templates, technische normen en formats en bij het vaststellen van uniforme gedetailleerde specificaties voor gegevensverzameling en -analyse. De sociale partners moeten in staat worden gesteld deel te nemen aan discussies in de coördinatiegroep, met name met betrekking tot de strategische planning, de ontwikkeling, de uitvoering, en de monitoring en evaluatie van de in deze richtlijn bedoelde diensten en activiteiten. Om te komen tot synergie tussen de werkzaamheden van het EURES-netwerk en het ODA-netwerk dat is ingesteld bij Besluit nr. 573/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad (12), moet de coördinatiegroep samenwerken met het bestuur van het ODA-netwerk. Die samenwerking kan het delen van beste praktijken omvatten, alsook het op de hoogte houden van het bestuur van de lopende en geplande werkzaamheden van het EURES-netwerk.

(24)

Het dienstmerk en het kenmerkende logo van EURES zijn bij het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie als Uniemerk geregistreerd. De bevoegdheid om derden toestemming te geven tot het gebruiken van het EURES-logo in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad (13) komt alleen toe aan het Europees coördinatiebureau. Het Europees coördinatiebureau moet de betrokken organisaties op de hoogte brengen.

(25)

Om aan werknemers en werkgevers betrouwbare en geactualiseerde informatie over de verschillende aspecten van arbeidsmobiliteit en sociale bescherming binnen de Unie te kunnen verstrekken dient het EURES-netwerk samen te werken met andere organen, diensten en EU-netwerken die de mobiliteit bevorderen en burgers van de Unie over hun rechten uit hoofde van de EU-wetgeving informeren, zoals het Europees netwerk van organen voor de bevordering van gelijke behandeling (Equinet), de portaalsite „Uw Europa”, de Europese Jongeren Site en Solvit, organisaties die ijveren voor grensoverschrijdende samenwerking en de organisaties die verantwoordelijk zijn voor de erkenning van beroepskwalificaties, en tevens de organen voor de bevordering, analyse, monitoring en ondersteuning van gelijke behandeling van werknemers die zijn aangewezen overeenkomstig Richtlijn 2014/54/EU van het Europees Parlement en de Raad (14). Om synergie te behalen moet het EURES-netwerk ook samenwerken met de betreffende organen die zich bezighouden met de coördinatie van socialezekerheidsstelsels.

(26)

De uitoefening van het recht op vrij verkeer van werknemers zou worden vergemakkelijkt door te voorzien in de nodige ondersteuningsmiddelen („clearance”), zodat de arbeidsmarkt volledig toegankelijk wordt voor werknemers en werkgevers. Daarom dient op EU-niveau verder te worden gewerkt aan het ontwikkelen van een gemeenschappelijk IT-platform dat door de Commissie dient te worden beheerd. Werknemers kunnen het recht op vrij verkeer alleen uitoefenen als ze toegang krijgen tot arbeid in de hele Unie.

(27)

Sollicitaties en cv-gegevens kunnen worden gedigitaliseerd in de vorm van profielen van werkzoekenden.

(28)

Het gemeenschappelijke IT-platform, dat de vacatures bundelt en de mogelijkheid biedt om op die vacatures te solliciteren, stelt werknemers en werkgevers in staat gegevens automatisch met elkaar te matchen op basis van diverse criteria en niveaus, en dient het bereiken van een evenwicht op de Europese arbeidsmarkten te faciliteren en daarmee bij te dragen aan een hogere werkgelegenheid in de Unie.

(29)

Om het vrij verkeer van werknemers te bevorderen, dienen alle vacatures die via een ODA of andere EURES-leden of, in voorkomend geval, -partners, openbaar worden gemaakt, op het EURES-portaal te worden gepubliceerd. Om te garanderen dat het EURES-portaal alleen informatie bevat die relevant is voor mobiliteit binnen de Unie, moet het de lidstaten evenwel toegestaan zijn een werkgever de mogelijkheid te bieden om in specifieke omstandigheden een vacature niet op het EURES-portaal te laten publiceren, meer bepaald wanneer de werkgever, nadat hij een objectieve beoordeling heeft gemaakt van de functie-eisen (te weten de nodige specifieke vaardigheden en competenties om het werk naar behoren te verrichten), zijn besluit de vacature niet te publiceren, uitsluitend met die redenen motiveert.

(30)

Werknemers moeten hun instemming op ieder moment kunnen intrekken en verzoeken om beschikbaar gestelde gegevens te wijzigen of te verwijderen. Werknemers moeten kunnen kiezen uit een aantal mogelijkheden om de toegang tot hun gegevens of tot bepaalde attributen te beperken.

(31)

De juridische verantwoordelijkheid voor de intrinsieke en technische kwaliteit van de informatie — en met name de gegevens over vacatures — die ter beschikking van het gemeenschappelijk IT-platform wordt gesteld, ligt bij de organisaties die de informatie ter beschikking stellen overeenkomstig de wetgeving en de normen van de lidstaten. Het Europees coördinatiebureau moet de samenwerking faciliteren met het oog op de opsporing van fraude of misbruiken die verband houden met het uitwisselen van informatie op Europees niveau. Alle betrokken partijen moeten garanderen dat zij hoogwaardige gegevens leveren.

(32)

Om het personeel van de EURES-leden en -partners, bijvoorbeeld de bemiddelaars, in staat te stellen de zoek- en matchingactiviteiten vlot en adequaat uit te voeren, is het belangrijk dat er in die organisaties geen technische belemmeringen zijn voor het gebruik van de publiek beschikbare gegevens van het EURES-portaal, zodat deze gegevens kunnen worden verwerkt in het kader van de dienstverlening inzake werving en plaatsing.

(33)

De Europese Commissie werkt momenteel aan een Europese classificatie van vaardigheden/competenties, kwalificaties en beroepen („de Europese classificatie”). De Europese classificatie is een standaardterminologie voor beroepen, vaardigheden, competenties en kwalificaties die binnen de Unie het online solliciteren moet faciliteren. Het is raadzaam tussen de Commissie en de lidstaten samenwerking op het gebied van interoperabiliteit en geautomatiseerde afstemming van vacatures op sollicitaties en cv's („geautomatiseerde afstemming”), ook op grensoverschrijdend niveau, via het gemeenschappelijk IT-platform te ontwikkelen. Onder deze samenwerking moet onder andere worden verstaan correlatie van en naar de lijst van vaardigheden/competenties en beroepen van de Europese classificatie en de nationale classificatiesystemen. Lidstaten moeten op de hoogte worden gehouden van de ontwikkeling van de Europese classificatie.

(34)

De door de lidstaten binnen het Europees kwalificatiekader (EKK) ontwikkelde gegevens zouden wat kwalificaties betreft als basis kunnen dienen voor de Europese classificatie. De binnen het EKK verworven ervaring en beste praktijken kunnen bijdragen tot de verdere ontwikkeling van de koppeling tussen de datasets van het EKK en de Europese classificatie.

(35)

Het invoeren van een inventaris om de nationale classificatiesystemen te correleren aan de lijst van vaardigheden/competenties en beroepen van de Europese classificatie, of anders het vervangen van de nationale classificatiesystemen door de Europese classificatie kan voor de lidstaten kosten meebrengen. Die kosten kunnen verschillen van lidstaat tot lidstaat. De Commissie dient te zorgen voor technische en zo mogelijk financiële ondersteuning volgens de toepasselijke regels voor de betrokken beschikbare financieringsinstrumenten, zoals Verordening (EU) nr. 1296/2013 van het Europees Parlement en de Raad (15).

(36)

De leden van EURES en, in voorkomende geval, de partners van EURES dienen ervoor te zorgen dat alle werknemers en werkgevers die om bijstand van de ondersteunende diensten verzoeken, toegang tot die diensten hebben. Er dient te worden gezorgd voor een gemeenschappelijke benadering van die diensten en het beginsel gelijke behandeling van werknemers en werkgevers die, ongeacht hun locatie in de Unie, om bijstand in verband met arbeidsmobiliteit binnen de Unie verzoeken, dient zoveel mogelijk te worden gewaarborgd. Daarom moeten er beginselen en regels worden vastgesteld met betrekking tot de beschikbaarheid van ondersteunende diensten op het grondgebied van de afzonderlijke lidstaten.

(37)

Wanneer uit hoofde van deze verordening diensten worden verleend, mogen vergelijkbare situaties niet verschillend worden behandeld en mogen verschillende situaties niet op dezelfde wijze worden behandeld, tenzij een dergelijke behandeling objectief gerechtvaardigd is. Er mag bij het verlenen van zulke diensten geen discriminatie zijn op grond van, bijvoorbeeld, nationaliteit, geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of levensovertuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid.

(38)

Een bredere en uitgebreidere keuze aan bijstandsmogelijkheden in verband met arbeidsmobiliteit binnen de Unie komt de werknemers ten goede. Dankzij de ondersteunende diensten kunnen de problemen waarmee werknemers worden geconfronteerd bij het uitoefenen van hun rechten uit hoofde van het Unierecht, worden verholpen en kunnen zij efficiënter gebruik maken van alle kansen op de arbeidsmarkt. Dat zal zorgen voor betere individuele werkgelegenheidsperspectieven en loopbaantrajecten, ook voor de werknemers uit kwetsbare groepen. Daarom dienen alle geïnteresseerde werknemers toegang te hebben tot algemene informatie over het banenaanbod en over de levens- en arbeidsomstandigheden in andere lidstaten, en toegang tot elementaire bijstand bij het opstellen van een cv. Alle geïnteresseerde werknemers dienen op redelijk verzoek aanspraak te kunnen maken op meer persoonsgerichte bijstand waarbij rekening wordt gehouden met de nationale praktijken. Verdere bijstand bij het zoeken naar werk, en andere aanvullende diensten, kunnen bijvoorbeeld zijn: het selecteren van geschikte vacatures, hulp bij het opstellen van sollicitatiebrieven en cv's, en het verkrijgen van verduidelijkingen inzake specifieke vacatures in andere lidstaten.

(39)

De ondersteunende diensten dienen tevens het vinden van een geschikte kandidaat in een andere lidstaat te faciliteren voor werkgevers die een werknemer uit de Unie willen werven. Alle geïnteresseerde werkgevers dienen informatie te kunnen inwinnen over specifieke regels en factoren die meespelen bij het werven uit een andere lidstaat en tot elementaire bijstand bij het opstellen van vacatures. Indien een werving waarschijnlijk wordt geacht, dienen geïnteresseerde werknemers aanspraak te kunnen maken op meer persoonsgerichte bijstand waarbij rekening wordt gehouden met de nationale praktijken. Verdere bijstand kan bijvoorbeeld inhouden: de preselectie van kandidaten, het faciliteren van rechtstreekse contacten tussen werkgevers en kandidaten met specifieke online-instrumenten of evenementen zoals jobbeurzen en administratieve steun tijdens het wervingsproces, in het bijzonder voor kleine en middelgrote ondernemingen.

(40)

Wanneer zij werknemers en werkgevers basisinformatie verstrekken over het EURES-portaal en het EURES-netwerk, moeten de leden van EURES, en in voorkomend geval de partners van EURES zorgen voor daadwerkelijke toegang tot ondersteunende diensten uit hoofde van deze verordening, niet alleen door te waarborgen dat zulke diensten op uitdrukkelijk verzoek van een individuele werknemer of werkgever beschikbaar zijn, maar ook door waar passend op eigen initiatief bij het eerste contact informatie over EURES te verstrekken aan werknemers en werkgevers („mainstreamen van EURES”), en door proactief bijstand aan te bieden op dit gebied, gedurende het gehele wervingsproces.

(41)

Een grondig inzicht in de vraag naar arbeid wat beroepen, sectoren en behoeften van werkgevers betreft, zou het recht op vrij verkeer van werknemers binnen de Unie ten goede komen. De ondersteunende diensten dienen dan ook hoogwaardige bijstand te verlenen aan de werkgevers, in het bijzonder aan kleine en middelgrote ondernemingen. De nauwe werkrelaties tussen de diensten voor arbeidsvoorziening en de werkgevers hebben tot doel de vacaturepools te vergroten, de matching van banen met geschikte kandidaten te verbeteren, en een beter algemeen inzicht in de arbeidsmarkt te verschaffen.

(42)

De ondersteunende diensten houden verband met de uitoefening van het fundamentele recht op vrij verkeer van werknemers uit hoofde van het Unierecht en dienen kosteloos te zijn. Voor ondersteunende diensten aan werkgevers kan echter een vergoeding worden aangerekend, overeenkomstig het nationale recht en de nationale praktijken.

(43)

Opdat organisaties die om toelating verzoeken en online informatie en bijstand willen verstrekken aan het EURES-netwerk kunnen deelnemen, dient hun de mogelijkheid te worden geboden om de in deze verordening bedoelde ondersteunende diensten in de vorm van e-diensten te verlenen. Aangezien de digitale geletterdheid sterk verschilt per lidstaat, dienen ODA's ten minste in staat te zijn de ondersteunende diensten waar nodig ook offline te verlenen. De lidstaten moeten de nodige maatregelen nemen om de kwaliteit te garanderen van de informatie en ondersteuning die EURES-leden en -partners online verstrekken. De lidstaten zouden hun nationale coördinatiebureau de opdracht kunnen geven om de online verstrekte informatie en ondersteuning te monitoren.

(44)

Er dient bijzondere aandacht te worden geschonken aan het faciliteren van de mobiliteit in grensregio's en aan dienstverlening aan grensarbeiders die worden geconfronteerd met uiteenlopende nationale praktijken en rechtsstelsels en daardoor stuiten op specifieke administratieve, juridische of fiscale mobiliteitsbelemmeringen. De lidstaten kunnen besluiten specifieke ondersteunende structuren, bijvoorbeeld grensoverschrijdende partnerschappen, op te zetten om die vorm van mobiliteit te vergemakkelijken. Dergelijke structuren dienen binnen het kader van het EURES-netwerk in te spelen op de specifieke behoeften inzake informatie en oriëntatie voor grensarbeiders, alsmede arbeidsbemiddelings- en wervingsdiensten en de coördinatie van de samenwerking tussen de deelnemende organisaties.

(45)

Het is van belang dat leden van EURES en partners van EURES bij het verlenen van specifieke diensten voor grensarbeiders kunnen samenwerken met organisaties die buiten het EURES-netwerk blijven, zonder aan dergelijke organisaties rechten te verlenen of verplichtingen op te leggen.

(46)

Actieve arbeidsmarktmaatregelen waarbij in elke lidstaat bijstand bij het zoeken van werk wordt geboden, dienen ook toegankelijk te zijn voor burgers van de Unie die een baan in een andere lidstaat zoeken. Met het oog op een verantwoorde besteding van de beschikbare overheidsmiddelen dient deze verordening de bevoegdheden van de lidstaten om eigen procedureregels vast te stellen en om algemene toegangsvoorwaarden te hanteren, onverlet te laten. Deze verordening dient Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad (16) onverlet te laten en mag voor de lidstaten niet de verplichting inhouden actieve arbeidsmarktmaatregelen naar het grondgebied van een andere lidstaat te exporteren wanneer de burger daar al woont.

(47)

De transparantie van de arbeidsmarkten en een adequate afstemming van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt, met inbegrip van het afstemmen van vaardigheden en kwalificaties op de behoeften op de arbeidsmarkt, zijn belangrijke voorwaarden voor arbeidsmobiliteit binnen de Unie. Een beter evenwicht tussen de arbeidsvraag en het arbeidsaanbod door een betere afstemming van vaardigheden en banen kan worden bereikt door een efficiënt systeem op EU-niveau te ontwikkelen voor de uitwisseling van informatie over vraag en aanbod op de arbeidsmarkt op nationaal, regionaal en sectoraal niveau. Een dergelijk systeem moet door de Commissie en de lidstaten worden opgezet en door de lidstaten worden gebruikt als basis voor de praktische samenwerking binnen het EURES-netwerk. Bij die uitwisseling van informatie moet rekening worden gehouden met de door de Commissie en de lidstaten gemonitorde stromen en patronen op het gebied van arbeidsmobiliteit in de Unie.

(48)

Er dient een programmeringscyclus te worden vastgesteld om de coördinatie van de mobiliteitsmaatregelen binnen de Unie te ondersteunen. Bij de programmering van de nationale werkprogramma's van de lidstaten dient rekening te worden gehouden met de gegevens over mobiliteitsstromen en -patronen, met de analyse van gegevens over bestaande en voorspelde tekorten en overschotten op de arbeidsmarkt, en met de wervingservaringen en -praktijken binnen het EURES-netwerk. De programmering dient een beoordeling te omvatten van de hulpmiddelen en instrumenten waarover de nationale organisaties beschikken om de arbeidsmobiliteit binnen de Unie te faciliteren.

(49)

Doordat de lidstaten in het kader van de programmeringscyclus de ontwerpen van hun nationale werkprogramma's uitwisselen, moeten de nationale coördinatiebureaus samen met het Europees coördinatiebureau de middelen van het EURES-netwerk voor adequate maatregelen en projecten kunnen bestemmen, en er zodoende voor zorgen dat het EURES-netwerk zich ontwikkelt tot een meer resultaatgericht instrument dat inspeelt op de behoeften van werknemers en werkgevers volgens de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Dit kan worden ondersteund door de uitwisseling van beste praktijken op Unieniveau, onder meer via de verslagen over de EURES-activiteit.

(50)

Met het oog op adequate informatie voor het meten van de resultaten van het EURES-netwerk, wordt in deze verordening bepaald welke gegevens minimaal in de lidstaten moeten worden verzameld. Om op Unieniveau toezicht te kunnen houden op het EURES-netwerk, moeten de lidstaten op nationaal niveau vergelijkbare kwantitatieve en kwalitatieve gegevens verzamelen. Bij deze verordening wordt daarom een procedureel kader ingesteld voor de vastlegging van gedetailleerde specificaties voor de gegevensvergaring en -analyse. Die specificaties moeten helpen de geboekte vooruitgang te toetsen aan de in het kader van deze verordening bepaalde doelstellingen van het EURES-netwerk en moeten op de praktijken van de ODA's zijn gebaseerd. Omdat door het ontbreken van een verslagleggingsverplichting voor werknemers en werkgevers resultaten over directe werving en plaatsing moeilijk te verkrijgen kunnen zijn, dienen organisaties die aan het EURES-netwerk deelnemen, gebruik te maken van andere beschikbare informatie zoals het aantal bemiddelde en vervulde vacatures, indien die een goede indicatie van die resultaten geeft. De bemiddelaars van die organisaties dienen regelmatig te rapporteren over de contacten die zij hebben gelegd en de bemiddelde personen, zodat er een solide en betrouwbare basis voor de gegevensvergaring wordt gevormd.

(51)

Indien de bij deze verordening vastgestelde maatregelen gepaard gaan met de verwerking van persoonsgegevens, moeten zij worden uitgevoerd in overeenstemming met de Uniewetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens — meer bepaald Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (17) en Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad (18), alsmede met de desbetreffende nationale uitvoeringsmaatregelen. In dat verband dient bijzondere aandacht te worden besteed aan kwesties in verband met de bewaring van persoonsgegevens.

(52)

De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is overeenkomstig artikel 28, lid 2, van Verordening (EG) nr. 45/2001 geraadpleegd en heeft op 3 april 2014 (19) advies uitgebracht.

(53)

Deze verordening neemt de grondrechten en de beginselen in acht die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn vastgelegd, zoals bedoeld in artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU).

(54)

Daar de doelstellingen van deze verordening, namelijk de vaststelling van een gemeenschappelijk kader voor samenwerking tussen lidstaten dat vacatures en de mogelijkheid om op deze vacatures te solliciteren bijeenbrengt en een evenwicht tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt bevordert, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel van artikel 5 VWEU maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan noodzakelijk is om die doelstellingen te verwezenlijken.

(55)

Teneinde wijzigingen aan te brengen in de activiteitsgebieden van EURES waarvoor de lidstaten gegevens moeten verzamelen, of om andere activiteitsgebieden van EURES op nationaal niveau en in het kader van deze verordening toe te voegen, om in te spelen op de veranderende eisen van de arbeidsmarkt, moet de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen moet aan de Commissie worden overgedragen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging van deskundigen overgaat, waaronder die van de lidstaten. De Commissie moet er bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen voor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig, gelijktijdig en op passende wijze worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad.

(56)

Om te zorgen voor uniforme voorwaarden voor de toepassing van de technische normen en formats voor clearance en geautomatiseerde matching, van de modellen en procedures voor de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten, en van de uniforme gedetailleerde specificaties voor gegevensvergaring en -analyse, alsook om de lijst van vaardigheden/competenties en beroepen van de Europese classificatie aan te passen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (20).

(57)

Voor de vaststelling van de samenstelling van het EURES-netwerk voor een overgangsperiode en voor de operationele continuïteit met het EURES-netwerk dat is opgericht in het kader van Verordening (EU) nr. 492/2011, dienen de organisaties die op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze verordening uit hoofde van Uitvoeringsbesluit 2012/733/EU zijn aangewezen als EURES-partner of als geassocieerde EURES-partner, de mogelijkheid te hebben gedurende een overgangsperiode EURES-lid of -partner te blijven. Indien die organisaties na het verstrijken van de overgangsperiode wensen te blijven deelnemen aan het EURES-netwerk, moeten zij daartoe een aanvraag indienen zodra het toepasselijke systeem voor de toelating van de EURES-leden en -partners in overeenstemming met deze verordening is vastgesteld.

(58)

De Verordeningen (EU) nr. 492/2011 en (EU) nr. 1296/2013 dienen daarom overeenkomstig te worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Onderwerp

Deze verordening geeft een kader voor samenwerking dat de uitoefening van het recht op vrij verkeer van werknemers binnen de Unie overeenkomstig artikel 45 VWEU moet faciliteren door het bepalen van beginselen en regels betreffende:

a)

het opzetten van EURES-netwerk tussen de Commissie en de lidstaten;

b)

de samenwerking tussen de Commissie en de lidstaten bij de uitwisseling van relevante beschikbare gegevens over vacatures, sollicitaties en cv's;

c)

de maatregelen van en tussen de lidstaten met het oog op de afstemming van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt, teneinde tot hoge hoogwaardige werkgelegenheid te komen;

d)

het functioneren van het EURES-netwerk, waarbij wordt samengewerkt met de sociale partners en andere actoren worden betrokken;

e)

mobiliteitsondersteunende diensten die verband houden met de werking van het EURES-netwerk die ten behoeve van werknemers en werkgevers moeten worden verleend, waarbij ook wordt ingezet op eerlijke mobiliteit;

f)

het bevorderen van het EURES-netwerk op Unieniveau door middel van effectieve communicatiemaatregelen van de Commissie en de lidstaten.

Artikel 2

Werkingssfeer

Deze verordening is van toepassing op de lidstaten en burgers van de Unie onverminderd de artikelen 2 en 3 van Verordening (EU) nr. 492/2011.

Artikel 3

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1)   „openbare diensten voor arbeidsvoorziening” of „ODA's”: de organisaties van de lidstaten die deel uitmaken van bevoegde ministeries, openbare organen of publiekrechtelijke organisaties en verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van een actief arbeidsmarktbeleid en het verlenen van diensten voor hoogwaardige arbeidsvoorziening in het openbaar belang;

2)   „diensten voor arbeidsvoorziening”: een rechtspersoon die rechtmatig actief is in een lidstaat en diensten verleent voor werknemers die werk zoeken en werkgevers die werknemers wensen aan te werven;

3)   „vacature”: een arbeidsaanbod dat, bij aanvaarding door een geselecteerde sollicitant, een arbeidsverhouding doet ontstaan waardoor de betrokkene voor de toepassing van artikel 45 VWEU als werknemer is aan te merken;

4)   „clearance”: de uitwisseling van informatie en de verwerking van vacatures, sollicitaties en cv's;

5)   „gemeenschappelijk IT-platform”: de IT-infrastructuur en de bijbehorende platforms die op Unieniveau zijn opgezet met het oog op transparantie en clearance overeenkomstig deze verordening;

6)   „grensarbeider”: een werknemer die arbeid in loondienst verricht in een lidstaat maar in een andere lidstaat zijn woonplaats heeft, waarnaar die werknemer in de regel dagelijks of ten minste eenmaal per week terugkeert;

7)   „grensoverschrijdend EURES-partnerschap”: een groep EURES-leden of -partners en in voorkomend geval andere belanghebbenden buiten het EURES-netwerk, die een langetermijnsamenwerking beogen binnen regionale structuren die worden opgezet in grensregio's tussen de diensten voor arbeidsvoorziening op regionaal, lokaal en in voorkomend geval nationaal niveau, de sociale partners en in voorkomend geval andere belanghebbenden, van ten minste twee lidstaten of een lidstaat en een ander land dat deelneemt aan de instrumenten van de Unie die ondersteuning van het EURES-netwerk beogen.

Artikel 4

Toegankelijkheid

1.   De in het kader van deze verordening verleende diensten zijn beschikbaar voor alle werknemers en werkgevers in de hele Unie, met inachtneming van het beginsel van gelijke behandeling.

2.   De toegankelijkheid van personen met een handicap tot de op het EURES-portaal verstrekte informatie en tot de ondersteunende diensten op nationaal niveau wordt gewaarborgd. De Commissie en de EURES-leden en -partners bepalen hoe zij dit doen op grond van hun respectieve verplichtingen.

HOOFDSTUK II

WEDERINSTELLING VAN HET EURES-NETWERK

Artikel 5

Opnieuw instellen van het EURES-netwerk

1.   Het EURES-netwerk wordt opnieuw ingesteld.

2.   Deze verordening vervangt het regelgevend kader betreffende EURES, als vervat in hoofdstuk II van Verordening (EU) nr. 492/2011 en Uitvoeringsbesluit 2012/733/EU dat is vastgesteld op basis van artikel 38 van die verordening.

Artikel 6

Doelstellingen van het EURES-netwerk

Het EURES-netwerk draagt binnen zijn activiteitengebieden bij tot de volgende doelstellingen:

a)

het faciliteren van de uitoefening van de aan artikel 45 VWEU en aan Verordening (EU) nr. 492/2011 te ontlenen rechten;

b)

het uitvoeren van de gecoördineerde strategie voor werkgelegenheid en in het bijzonder voor de bevordering van een competente, goed opgeleide en flexibele beroepsbevolking, als bedoeld in artikel 145 VWEU;

c)

het, ook grensoverschrijdend, verbeteren van het functioneren, de samenhang en de integratie van de arbeidsmarkten in de Unie;

d)

het, ook in grensregio's, bevorderen van een vrijwillige en eerlijke geografische en beroepsmobiliteit in de Unie in overeenstemming met het Unierecht, het nationale recht en de nationale praktijken;

e)

het ondersteunen van de overgang naar de arbeidsmarkt, waarbij wordt ingezet op de in artikel 3 VEU bedoelde sociale en werkgelegenheidsdoelstellingen.

Artikel 7

Samenstelling van het EURES-netwerk

1.   Het EURES-netwerk bestaat uit de volgende categorieën organisaties:

a)

het bij de Commissie opgerichte „Europees coördinatiebureau”, dat het EURES-netwerk behulpzaam is bij het verrichten van diens taken;

b)

„nationale coördinatiebureaus”, die door de respectieve lidstaten met het oog op de toepassing van deze verordening op hun grondgebied worden aangewezen. Een lidstaat kan zijn ODA als nationaal coördinatiebureau aanwijzen;

c)

de EURES-leden, zijnde:

i)

de door de lidstaten overeenkomstig artikel 10 aangewezen ODA's; en

ii)

organisaties die overeenkomstig artikel 11 of, voor een overgangsperiode, overeenkomstig artikel 40 toegelaten zijn om op nationaal, regionaal of lokaal niveau, ook grensoverschrijdende, ondersteuning bij clearance te bieden en ondersteunende diensten aan werknemers en werkgevers te verlenen;

d)

de EURES-partners, zijnde organisaties die overeenkomstig artikel 11, met name leden 2 en 4, of, voor een overgangsperiode, overeenkomstig artikel 40 de toelating hebben om op nationaal, regionaal of lokaal niveau, ook grensoverschrijdende, ondersteuning bij clearance te bieden of ondersteunende diensten aan werknemers en werkgevers te verlenen.

2.   Organisaties van sociale partners kunnen zich aansluiten bij het EURES-netwerk als EURES-lid of -partner overeenkomstig artikel 11.

Artikel 8

Taken van het Europees coördinatiebureau

1.   Het Europees coördinatiebureau is het EURES-netwerk behulpzaam bij het verrichten van diens taken, in het bijzonder bij het, in nauwe samenwerking met de nationale coördinatiebureaus, ontwikkelen en verrichten van de volgende activiteiten:

a)

het formuleren van een coherent kader en het verrichten van horizontale ondersteuningsactiviteiten ten behoeve van het EURES-netwerk, inclusief

i)

de exploitatie en ontwikkeling van het EURES-portaal en de bijbehorende IT-diensten, met inbegrip van systemen en procedures voor de uitwisseling van vacatures, sollicitaties, cv's, ondersteunende documenten en andere informatie, in samenwerking met andere betrokken informatie- en adviesdiensten of -netwerken en initiatieven van de Unie;

ii)

voorlichtings- en communicatieactiviteiten met betrekking tot het EURES-netwerk;

iii)

een gemeenschappelijk opleidingsprogramma en permanente beroepsontwikkeling voor het personeel van de EURES-leden en -partners en van nationale coördinatiebureaus, om te zorgen voor de nodige deskundigheid;

iv)

een helpdeskfunctie ter ondersteuning van het personeel van de EURES-leden en -partners en van nationale coördinatiebureaus, in het bijzonder het personeel dat rechtstreeks in contact staat met werknemers en werkgevers;

v)

het faciliteren van het netwerken, het uitwisselen van beste praktijken en wederzijds leren binnen het EURES-netwerk;

b)

het analyseren van geografische en beroepsmobiliteit, met inachtneming van de verschillende situaties in de lidstaten;

c)

het ontwikkelen, overeenkomstig deze verordening, van een adequate structuur voor samenwerking en clearance binnen de Unie met betrekking tot leerling- en stageplaatsen.

2.   Het Europees Coördinatiebureau wordt gemanaged door de Commissie. Het Europees coördinatiebureau onderhoudt een regelmatige dialoog met de vertegenwoordigers van de sociale partners op Unieniveau.

3.   Het Europees coördinatiebureau stelt zijn meerjarige werkprogramma's op in overleg met de in artikel 14 bedoelde coördinatiegroep.

Artikel 9

Verantwoordelijkheden van de nationale coördinatiebureaus

1.   De lidstaten wijzen een nationaal coördinatiebureau aan overeenkomstig artikel 7, lid 1, onder b). De lidstaten stellen het Europees coördinatiebureau van die aanwijzingen in kennis.

2.   Ieder nationaal coördinatiebureau is verantwoordelijk voor:

a)

het organiseren van de in de lidstaat voor het EURES-netwerk te verrichten werkzaamheden, met inbegrip van de gecoördineerde doorgifte van informatie over vacatures, sollicitaties en cv's naar het EURES-portaal overeenkomstig artikel 17, via één gecoördineerd kanaal;

b)

de samenwerking met de Commissie en de lidstaten inzake de clearance binnen het in hoofdstuk III bepaalde kader;

c)

het verstrekken van alle beschikbare informatie over discrepanties tussen het aantal aangemelde vacatures en het totale aantal beschikbare banen op nationaal niveau, aan het Europees coördinatiebureau;

d)

de coördinatie van maatregelen binnen de betrokken lidstaat en met maatregelen van andere lidstaten overeenkomstig hoofdstuk V.

3.   Ieder nationaal coördinatiebureau organiseert de uitvoering op nationaal niveau van de in artikel 8 vermelde horizontale ondersteuningsactiviteiten van het Europees coördinatiebureau, in voorkomend geval in nauwe samenwerking met het Europees coördinatiebureau en met andere nationale coördinatiebureaus. Die horizontale ondersteuningsactiviteiten omvatten met name:

a)

het verzamelen en valideren, met het oog op publicatie op met name het EURES-portaal, van actuele informatie over op het nationale grondgebied van het nationale coördinatiebureau opererende EURES-leden en -partners, hun activiteiten en welke ondersteunende diensten zij aan werknemers en werkgevers verlenen;

b)

het organiseren van pre-opleidingsactiviteiten in verband met EURES-activiteiten en het selecteren van personeel voor deelname aan het gemeenschappelijk opleidingsprogramma en aan activiteiten op het gebied van wederzijds leren;

c)

het verzamelen en analyseren van gegevens in verband met de artikelen 31 en 32.

4.   Met het oog op publicatie op met name het EURES-portaal ten behoeve van werknemers en werkgevers zorgt ieder nationaal coördinatiebureau ervoor dat de op nationaal niveau beschikbare informatie en oriëntatie over de volgende onderwerpen beschikbaar worden gesteld, regelmatig worden geactualiseerd en tijdig worden verspreid:

a)

de leef- en arbeidsomstandigheden, met inbegrip van algemene informatie over sociale zekerheid en belastingen;

b)

de toepasselijke administratieve procedures met betrekking tot arbeid in loondienst en de regels die op werknemers van toepassing zijn zodra zij een arbeidsverhouding zijn aangegaan;

c)

het nationale regelgevend kader voor leerling- en stageplaatsen en de bestaande Unievoorschriften en -instrumenten;

d)

onverminderd artikel 17, lid 2, onder b), de toegang tot beroepsonderwijs en -opleiding;

e)

de situatie van grensarbeiders, met name in grensregio's;

f)

bijstand na de werving in het algemeen en informatie over waar die bijstand kan worden verkregen binnen en, indien voorhanden, buiten het EURES-netwerk.

In voorkomend geval kunnen nationale coördinatiebureaus de informatie beschikbaar stellen en verspreiden in samenwerking met andere informatie- en adviesdiensten en -netwerken en geschikte organen op nationaal niveau, met inbegrip van die welke worden bedoeld in artikel 4 van Richtlijn 2014/54/EU.

5.   De nationale coördinatiebureaus wisselen informatie uit over de in artikel 17, lid 5, bedoelde mechanismen en normen alsmede over normen inzake gegevensbeveiliging en gegevensbescherming welke relevant zijn voor het gemeenschappelijke IT-platform. Zij werken onderling en met het Europees coördinatiebureau samen, met name in het geval van klachten en vacatures die niet in overeenstemming met die nationaalrechtelijke normen worden geacht.

6.   Ieder nationaal coördinatiebureau biedt EURES-leden en -partners algemene ondersteuning met betrekking tot EURES-tegenhangers in andere lidstaten, inclusief advies aan de EURES-leden en -partners inzake de wijze van behandeling van klachten in verband met EURES-vacatures en -wervingen en inzake samenwerking met betrokken overheidsinstanties. Indien het nationaal coördinatiebureau over die informatie beschikt, wordt het resultaat van de klachtenprocedures toegezonden aan het Europees coördinatiebureau.

7.   Het nationaal coördinatiebureau bevordert de samenwerking met belanghebbenden zoals de sociale partners, diensten voor loopbaanbegeleiding, instellingen voor beroepsopleiding en hoger onderwijs, kamers van koophandel, sociale diensten, organisaties die kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt vertegenwoordigen en organisaties die betrokken zijn bij programma's inzake leerling- en stageplaatsen.

Artikel 10

Aanwijzing van ODA's als EURES-lid

1.   De lidstaten wijzen voor de activiteiten in het EURES-netwerk de bevoegde ODA's aan als EURES-lid. De lidstaten stellen het Europees coördinatiebureau van die aanwijzingen in kennis. Op grond van deze aanwijzing genieten de ODA's binnen het EURES-netwerk een speciale status.

2.   De lidstaten zien erop toe dat de ODA's als EURES-lid alle bij deze verordening neergelegde voorwaarden nakomen en ten minste aan de in de bijlage genoemde criteria beantwoorden.

3.   De ODA's kunnen hun verplichtingen als EURES-leden nakomen via organisaties die op basis van delegatie, outsourcing of specifieke overeenkomsten onder de verantwoordelijkheid van de ODA's van de betrokken lidstaat handelen.

Artikel 11

Toelating van organisaties die geen ODA zijn als EURES-leden en van organisaties als EURES-partners

1.   Iedere lidstaat zorgt ervoor dat hij onverwijld, en uiterlijk 13 mei 2018, beschikt over een systeem om organisaties als EURES-lid of -partner toe te laten, hun activiteiten te monitoren, en na te gaan of zij deze verordening onder naleving van het toepasselijke recht in acht nemen, alsmede om indien nodig hun toelatingen in te trekken. Dat systeem is transparant en evenredig, eerbiedigt de beginselen van gelijke behandeling voor kandidaat-organisaties en een goede rechtsgang, en omvat de nodige rechtsmiddelen om een effectieve rechtsbescherming te waarborgen.

2.   Met het oog op het in lid 1 bedoelde systeem stellen de lidstaten de vereisten en criteria voor de toelating van EURES-leden en -partners op. Die vereisten en criteria omvatten ten minste de in de bijlage neergelegde gemeenschappelijke minimumcriteria. De lidstaten kunnen, ter aanvulling van de gemeenschappelijke minimumcriteria, bijkomende vereisten of criteria vaststellen die nodig zijn voor een juiste toepassing van de voor de activiteiten van de diensten voor arbeidsvoorziening geldende regels en voor het doeltreffend beheer van arbeidsmarktmaatregelen op hun grondgebied.

3.   Behoudens de voorwaarden van deze verordening en het systeem bedoeld in lid 1 mogen organisaties die rechtmatig in die lidstaat actief zijn, een aanvraag indienen om als EURES-lid te worden toegelaten. Een organisatie die een aanvraag indient om als EURES-lid te worden toegelaten, verbindt zich er in haar aanvraag toe alle verplichtingen die in het kader van deze verordening aan leden worden opgelegd na te komen, waaronder de verplichting om alle in artikel 12, lid 2, onder a), b) en c), bedoelde taken te vervullen.

4.   Behoudens de voorwaarden van deze verordening en het door de lidstaat opgezette systeem bedoeld in lid 1 mag een organisatie die rechtmatig actief is in een lidstaat slechts een aanvraag om als EURES-partner te worden toegelaten indienen op voorwaarde dat zij niet meer dan twee van de in artikel 12, lid 2, onder a), b) en c), genoemde taken vervult, om redenen die verband houden met omvang, financiële middelen, de aard van de normaliter door de organisatie verleende diensten of de organisatiestructuur, zoals het feit dat het om een non-profitorganisatie gaat. Een organisatie die een aanvraag indient om als EURES-partner te worden toegelaten, verbindt zich er in haar aanvraag toe alle vereisten die in het kader van deze verordening aan alle EURES-partners worden opgelegd na te komen, en ten minste een van de in artikel 12, lid 2, onder a), b) en c), bedoelde taken te vervullen.

5.   De lidstaten laten kandidaat-organisaties als EURES-lid of -partner toe indien deze voldoen aan de toepasselijke criteria en vereisten bedoeld in de leden 2, 3 en 4.

6.   De nationale coördinatiebureaus stellen het Europees coördinatiebureau in kennis van hun nationale systeem, als bedoeld in lid 1, waaronder de aanvullende criteria en vereisten bedoeld in lid 2, van de overeenkomstig dat systeem toegelaten EURES-leden en -partners, en van wegens niet-naleving van afdeling 1, punt 1, van de bijlage geweigerde toelatingen. Het Europees coördinatiebureau zendt die informatie toe aan de overige nationale coördinatiebureaus.

7.   De lidstaten trekken de toelating van EURES-leden of -partners in indien deze niet langer voldoen aan de toepasselijke criteria of vereisten bedoeld in de leden 2, 3 of 4. De nationale coördinatiebureaus stellen het Europees coördinatiebureau in kennis van iedere dergelijke intrekking, en van de redenen daarvoor. Het Europees coördinatiebureau zendt die informatie toe aan de overige nationale coördinatiebureaus.

8.   De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen een template voor de beschrijving van het nationale systeem vaststellen, evenals procedures voor het uitwisselen van informatie tussen de lidstaten over de in lid 1 bedoelde systemen. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 37, lid 2, bedoelde adviesprocedure.

Artikel 12

Verantwoordelijkheden van de EURES-leden en -partners

1.   De EURES-leden en -partners dragen aan het EURES-netwerk bij met betrekking tot de taken waarvoor zij overeenkomstig artikel 10 zijn aangewezen of waarvoor zij overeenkomstig artikel 11, leden 3 en 4, dan wel, voor een overgangsperiode, overeenkomstig artikel 40 toegelaten zijn en komen daarbij hun overige bij deze verordening opgelegde verplichtingen na.

2.   De EURES-leden nemen deel aan het EURES-netwerk, met name door alle hieronder genoemde taken te vervullen, en EURES-partners nemen deel aan het EURES-netwerk, met name door ten minste één van volgende taken te vervullen:

a)

bijdragen aan de vacaturepool overeenkomstig artikel 17, lid 1, onder a);

b)

bijdragen aan de sollicitatie- en cv-pool overeenkomstig artikel 17, lid 1, onder b);

c)

ondersteunende diensten aan werknemers en werkgevers verlenen overeenkomstig artikel 23, artikel 24, artikel 25, lid 1, artikel 26 en, in voorkomend geval, artikel 27.

3.   De EURES-leden en in voorkomend geval de EURES-partners verstrekken ten behoeve van het EURES-portaal alle vacatures die bij hen voor het publiek beschikbaar zijn gesteld, alsmede alle sollicitaties en cv's waarbij de werknemer ermee instemde de informatie ook ter beschikking te stellen van het EURES-portaal overeenkomstig artikel 17, lid 3. Artikel 17, lid 1, tweede alinea, en artikel 17, lid 2, zijn van toepassing op vacatures die voor het publiek beschikbaar zijn gesteld door de EURES-leden en in voorkomend geval de EURES-partners.

4.   De EURES-leden en -partners wijzen een of meer organisaties — bijvoorbeeld arbeidsbemiddelings- en wervingsbureaus, callcenters en selfservicetools — conform de nationale criteria aan als contactpunt waar werknemers en werkgevers overeenkomstig deze verordening ondersteuning bij clearance, toegang tot ondersteunende diensten, of beide kunnen krijgen. Ook personeelsuitwisselingsprogramma's, gedetacheerde verbindingsambtenaren of gemeenschappelijke arbeidsbemiddelingsdiensten kunnen dienst doen als contactpunt.

5.   De EURES-leden en in voorkomend geval de EURES-partners zorgen ervoor dat de contactpunten die zij hebben aangewezen duidelijk vermelden welke ondersteunende diensten aan werknemers en werkgevers worden verleend.

6.   Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel kunnen de lidstaten, via hun nationaal coördinatiebureau, verlangen dat de EURES-leden en -partners bijdragen aan:

a)

het verzamelen van de in artikel 9, lid 4, bedoelde en op het EURES-portaal te publiceren informatie en oriëntatie;

b)

de in artikel 30 bedoelde uitwisseling van informatie;

c)

de programmeringscyclus als bedoeld in artikel 31;

d)

de verzameling van gegevens als bedoeld in artikel 32.

Artikel 13

Gezamenlijke verantwoordelijkheden

Overeenkomstig hun respectieve taken en verantwoordelijkheden trachten alle organisaties die deelnemen aan het EURES-netwerk in nauwe samenwerking met elkaar actief de aandacht te vestigen op de mogelijkheden inzake eerlijke mobiliteit in de Unie, en werknemers en werkgevers te helpen om die mogelijkheden op uniaal, nationaal, regionaal en lokaal niveau, ook grensoverschrijdend, beter te benutten.

Artikel 14

Coördinatiegroep

1.   De coördinatiegroep bestaat uit vertegenwoordigers, op het passende niveau, van het Europees coördinatiebureau en van de nationale coördinatiebureaus.

2.   De coördinatiegroep ondersteunt de uitvoering van deze verordening door informatie uit te wisselen en richtsnoeren te ontwikkelen. Meer bepaald verstrekt zij de Commissie advies over de templates bedoeld in artikel 11, lid 8, en artikel 31, lid 5, de ontwerpen van technische normen en formats bedoeld in artikel 17, lid 8, en in artikel 19, lid 6, en de uniforme gedetailleerde specificaties voor gegevensverzameling en -analyse bedoeld in artikel 32, lid 3.

3.   De coördinatiegroep kan onder meer de uitwisseling van beste praktijken inzake de in artikel 11, lid 1, bedoelde nationale systemen voor toelating en inzake de in de artikelen 23 tot en met 27 bedoelde ondersteunende diensten organiseren.

4.   Het Europees coördinatiebureau organiseert de werkzaamheden van de coördinatiegroep en zit haar vergaderingen voor. Het houdt andere bevoegde organen of netwerken van de werkzaamheden van de coördinatiegroep op de hoogte.

Vertegenwoordigers van de sociale partners op Unieniveau hebben het recht de vergaderingen van de coördinatiegroep bij te wonen.

5.   De coördinatiegroep werkt samen met het bestuur van het ODA-netwerk, met name door het in te lichten over de activiteiten van het EURES-netwerk en door beste praktijken uit te wisselen.

Artikel 15

Gemeenschappelijke identiteit en merk

1.   De benaming „EURES” wordt alleen gebezigd voor activiteiten binnen het EURES-netwerk overeenkomstig deze verordening. Zij wordt geïllustreerd door een door het Europees coördinatiebureau goedgekeurd standaardlogo, waarvan het gebruik wordt bepaald door de vorm van een grafisch ontwerp.

2.   Het EURES-dienstmerk en het EURES-logo worden door alle in artikel 7 bedoelde organisaties die deelnemen aan het EURES-netwerk gebruikt in al hun activiteiten die met het EURES-netwerk verband houden, om een gemeenschappelijke visuele identiteit te waarborgen.

3.   De organisaties die deelnemen aan het EURES-netwerk zorgen ervoor dat hun voorlichtings- en promotiemateriaal coherent is met de algemene communicatieactiviteiten en de gemeenschappelijke kwaliteitsnormen van het EURES-netwerk en met de informatie van het Europees coördinatiebureau.

4.   De organisaties die deelnemen aan het EURES-netwerk stellen het Europees coördinatiebureau onverwijld in kennis van enig misbruik van het EURES-dienstmerk of het EURES-logo door een derde partij of derde land dat zij ontdekken.

Artikel 16

Maatregelen voor samenwerking en andere maatregelen

1.   Het Europees coördinatiebureau bevordert de samenwerking tussen het EURES-netwerk en andere informatie- en adviesdiensten en -netwerken.

2.   De nationale coördinatiebureaus werken op Unieniveau en op nationaal, regionaal en lokaal niveau samen met de in lid 1 bedoelde diensten en netwerken om synergie te behalen en doublures te voorkomen, en betrekken in voorkomend geval de EURES-leden en -partners bij de samenwerking.

3.   De nationale coördinatiebureaus faciliteren de samenwerking van het EURES-netwerk met de sociale partners op nationaal niveau door met hen een regelmatige dialoog te onderhouden overeenkomstig de nationale wetten en praktijken.

4.   De lidstaten stimuleren een nauwe samenwerking op grensoverschrijdend niveau tussen regionale, lokale en in voorkomend geval nationale actoren, met onder meer aandacht voor de praktijken en dienstverlening in het kader van grensoverschrijdende EURES-partnerschappen.

5.   De lidstaten trachten éénloketsystemen te ontwikkelen voor de communicatie, ook online, met werknemers en werkgevers over de gebieden die de EURES-activiteit en de in lid 1 bedoelde diensten en netwerken gemeenschappelijk hebben.

6.   De lidstaten onderzoeken met de Commissie alle mogelijkheden om de beschikbare vacatures bij voorrang te laten vervullen door burgers van de Unie, met het oog op de afstemming van de vraag naar en het aanbod van arbeid in de Unie. De lidstaten nemen alle daartoe vereiste maatregelen.

HOOFDSTUK III

GEMEENSCHAPPELIJK IT-PLATFORM

Artikel 17

Organisatie van het gemeenschappelijke IT-platform

1.   Om vacatures en sollicitaties samen te brengen stelt iedere lidstaat het volgende ter beschikking van het EURES-portaal:

a)

alle vacatures die via de ODA's voor het publiek beschikbaar zijn gesteld, alsmede die welke overeenkomstig artikel 12, lid 3, door de EURES-leden en, in voorkomend geval, de EURES-partners, zijn aangeleverd;

b)

alle sollicitaties en cv's die beschikbaar zijn via zijn ODA's, alsmede die welke overeenkomstig artikel 12, lid 3, door de overige EURES-leden en, in voorkomend geval, de EURES-partners, zijn aangeleverd, voor zover de betrokken werknemers er onder de in lid 3 van dit artikel bepaalde voorwaarden mee hebben ingestemd de informatie ter beschikking van het EURES-portaal te stellen.

Wat lid 1, onder a), betreft, kunnen de lidstaten een mechanisme instellen dat werkgevers de mogelijkheid biedt om een vacature niet op het EURES-portaal te laten bekendmaken indien het verzoek daartoe afdoende gemotiveerd is op grond van de voor de functie vereiste vaardigheden en competenties.

2.   De lidstaten die gegevens over vacatures ter beschikking van het EURES-portaal stellen, kunnen daarvan uitzonderen:

a)

vacatures die vanwege hun aard of op grond van nationale regels alleen toegankelijk zijn voor burgers van een specifiek land;

b)

vacatures die betrekking hebben op categorieën stage- en leerlingplaatsen die, omdat ze voornamelijk uit een opleidingscomponent bestaan, deel uitmaken van de nationale onderwijsstelsels en als onderdeel van het actief arbeidsmarktbeleid van de lidstaat door de overheid worden gefinancierd;

c)

andere vacatures in het kader van het actief arbeidsmarktbeleid van de lidstaat.

3.   De in lid 1, onder b), bedoelde instemming van de werknemers wordt uitdrukkelijk, ondubbelzinnig, uit vrije wil, duidelijk en met kennis van zaken verleend. Werknemers kunnen hun instemming op ieder moment intrekken en verzoeken beschikbaar gestelde gegevens te wijzigen of te verwijderen. Werknemers kunnen uit een aantal mogelijkheden kiezen om de toegang tot hun gegevens of bepaalde attributen te beperken.

4.   Voor een minderjarige werknemer is naast diens instemming de instemming van zijn ouder of wettelijke voogd vereist.

5.   De lidstaten beschikken over de passende mechanismen en normen die nodig zijn om de intrinsieke en technische kwaliteit van de gegevens over vacatures, sollicitaties en cv's te waarborgen.

6.   Om de kwaliteit van de gegevens te monitoren, zorgen de lidstaten ervoor dat kan worden nagegaan waar ze vandaan komen.

7.   Om matching van vacatures, sollicitaties en cv's mogelijk te maken, zorgt iedere lidstaat ervoor dat de in lid 1 bedoelde informatie volgens een uniform systeem op transparante wijze wordt verstrekt.

8.   De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de noodzakelijke technische normen en formats vast teneinde het in lid 7 bedoelde uniforme systeem te verwezenlijken. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 37, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.

Artikel 18

Toegang op nationaal niveau tot het gemeenschappelijke IT-platform

1.   De EURES-leden en -partners zorgen ervoor dat het EURES-portaal duidelijk zichtbaar en gemakkelijk doorzoekbaar is via alle portaalsites voor werkzoekenden die zij op centraal, regionaal of lokaal niveau beheren, en dat die portaalsites aan het EURES-portaal zijn gekoppeld.

2.   De ODA's zorgen ervoor dat de onder hun verantwoordelijkheid opererende organisaties op alle portaalsites die zij beheren een duidelijk zichtbare koppeling naar het EURES-portaal plaatsen.

3.   De EURES-leden en -partners zorgen ervoor dat hun bij het EURES-netwerk betrokken personeelsleden gemakkelijk toegang hebben tot alle vacatures, sollicitaties en cv's die via het EURES-portaal ter beschikking worden gesteld.

4.   De lidstaten zorgen ervoor dat de in artikel 9, lid 2, onder a), bedoelde overdracht van informatie over vacatures, sollicitaties en cv's langs een uniek gecoördineerd kanaal geschiedt.

Artikel 19

Geautomatiseerde matching via het gemeenschappelijke IT-platform

1.   De lidstaten werken onderling en met de Commissie samen met betrekking tot de interoperabiliteit van de nationale systemen en de door de Commissie ontwikkelde Europese classificatie. De Commissie houdt de lidstaten op de hoogte van de ontwikkeling van de Europese classificatie.

2.   De Commissie stelt bij uitvoeringshandeling de lijst van vaardigheden/competenties en beroepen van de Europese classificatie vast en werkt deze bij. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 37, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure. Indien het comité geen advies uitbrengt, stelt de Commissie de ontwerpuitvoeringshandeling niet vast en is artikel 5, lid 4, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

3.   Met het oog op de geautomatiseerde matching via het gemeenschappelijke IT-platform stelt iedere lidstaat zonder onnodige vertraging, maar uiterlijk drie jaar na de vaststelling van de in lid 2 bedoelde lijst een initiële inventaris op om al zijn nationale, regionale en sectorale classificaties op die lijst af te stemmen en werkt hij — nadat het Europees coördinatiebureau een applicatie ter beschikking heeft gesteld voor het gebruik van de inventaris — de inventaris op gezette tijden bij in het licht van de ontwikkelingen op het gebied van wervingsdiensten.

4.   De lidstaten kunnen naar keuze hun nationale classificatie door de Europese classificatie vervangen, zodra die voltooid is, dan wel vasthouden aan hun interoperabele nationale classificatiesysteem.

5.   De Commissie verleent technische en waar mogelijk financiële bijstand aan de lidstaten die de in lid 3 bedoelde inventaris opstellen, alsmede aan de lidstaten die ervoor kiezen hun nationale classificaties door de Europese classificatie te vervangen.

6.   De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de technische normen en formats vast die nodig zijn voor de exploitatie, op basis van de Europese classificatie, van de geautomatiseerde matching via het gemeenschappelijke IT-platform, alsmede voor de interoperabiliteit tussen de nationale systemen en de Europese classificatie. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 37, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.

Artikel 20

Mechanisme voor een vlottere toegang voor werknemers en werkgevers

1.   De EURES-leden en -partners verlenen werknemers en werkgevers die van hun diensten gebruik maken desgevraagd bijstand bij de registratie op het EURES-portaal. Die bijstand wordt gratis verleend.

2.   De EURES-leden en -partners zorgen ervoor dat werknemers en werkgevers die van hun diensten gebruik maken, toegang hebben tot algemene informatie over hoe, wanneer en waar zij de betrokken gegevens kunnen bijwerken, corrigeren en verwijderen.

HOOFDSTUK IV

ONDERSTEUNENDE DIENSTEN

Artikel 21

Beginselen

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat werknemers en werkgevers onverwijld online of offline toegang kunnen krijgen tot de ondersteunende diensten op nationaal niveau.

2.   De lidstaten ondersteunen de ontwikkeling van een gecoördineerde benadering van ondersteunende diensten op nationaal niveau.

Er moet rekening worden gehouden met specifieke behoeften op regionaal en lokaal niveau.

3.   Ondersteunende diensten aan werknemers en werkgevers als bedoeld in artikel 22, artikel 25, lid 1, artikel 26 en, indien van toepassing, artikel 27, worden gratis verleend.

Ondersteunende diensten aan werknemers als bedoeld in artikel 23 worden gratis verleend.

Voor ondersteunende diensten aan werkgevers als bedoeld in artikel 24 kunnen kosten in rekening worden gebracht.

4.   Eventuele door de EURES-leden en, in voorkomend geval, door de EURES-partners in rekening gebrachte kosten voor krachtens dit hoofdstuk verleende diensten zijn in geen geval hoger dan de kosten voor vergelijkbare door de EURES-leden en -partners verleende diensten. In voorkomend geval geven de EURES-leden en -partners werknemers en werkgevers een duidelijke en nauwkeurige opgave van de eventuele kosten.

5.   De betrokken EURES-leden en -partners vermelden ten behoeve van werknemers en werkgevers via hun informatiekanalen duidelijk welke ondersteunende diensten zij verlenen, waar en hoe die diensten toegankelijk zijn en onder welke voorwaarden toegang wordt verleend. Die informatie wordt op het EURES-portaal gepubliceerd.

6.   Onverminderd artikel 11, lid 2, kunnen de EURES-leden als bedoeld in artikel 7, lid 1, onder c), onder ii), en de EURES-partners ervoor kiezen hun diensten alleen online aan te bieden.

Artikel 22

Toegang tot basisinformatie

1.   De EURES-leden en, in voorkomend geval, de EURES-partners verstrekken werknemers en werkgevers basisinformatie betreffende het EURES-portaal, onder meer betreffende de vacature- en cv-databank, en het EURES-netwerk, daaronder begrepen de contactgegevens van de betreffende EURES-leden en -partners op nationaal niveau, informatie over de door hen gebruikte wervingskanalen (e-diensten, gepersonaliseerde diensten, locatie van contactpunten) en de relevante weblinks, op een gemakkelijk toegankelijke en gebruiksvriendelijke wijze.

De EURES-leden en, in voorkomend geval, de EURES-partners verwijzen werknemers en werkgevers indien nodig naar een ander EURES-lid of een andere EURES-partner door.

2.   Het Europees coördinatiebureau ondersteunt de ontwikkeling van basisinformatie in het kader van dit artikel en zorgt er met de lidstaten voor dat de informatie in voldoende talen beschikbaar is, rekening houdend met de behoeften van de arbeidsmarkten van de lidstaten.

Artikel 23

Ondersteunende diensten voor werknemers

1.   De EURES-leden en, in voorkomend geval, de EURES-partners bieden werkzoekende werknemers onverwijld toegang tot de in de leden 2 en 3 bedoelde diensten.

2.   De EURES-leden en, in voorkomend geval, de EURES-partners verstrekken werknemers desgevraagd informatie en begeleiding inzake individuele arbeidskansen en bieden de werknemer hun meer bepaald de volgende diensten aan:

a)

algemene informatie over de leef- en arbeidsomstandigheden in het land van bestemming verstrekken of naar dergelijke informatie verwijzen;

b)

bijstand en begeleiding verlenen om de in artikel 9, lid 4, bedoelde informatie te verkrijgen;

c)

in voorkomend geval bijstand verlenen bij het opstellen van sollicitaties en cv's zodat ze in overeenstemming zijn met de in artikel 17, lid 8, en artikel 19, lid 6, bedoelde Europese technische normen en formats, alsmede bij het uploaden van deze sollicitaties en cv's op het EURES-portaal;

d)

in voorkomend geval een mogelijke plaatsing binnen de Unie overwegen als onderdeel van een individueel actieplan of in voorkomend geval het opstellen van een individueel actieplan voor mobiliteit ondersteunen als middel om iemand te plaatsen binnen de Unie;

e)

in voorkomend geval de werknemer naar een andere EURES-lid of een andere EURES-partner doorverwijzen.

3.   De EURES-leden en, in voorkomend geval, de EURES-partners verstrekken desgevraagd nadere bijstand bij het zoeken naar werk en andere diensten, in aansluiting op de behoeften van de werknemer.

Artikel 24

Ondersteunende diensten voor werkgevers

1.   De EURES-leden en, in voorkomend geval, de EURES-partners bieden werkgevers die werknemers uit andere lidstaten willen werven, onverwijld toegang tot de in de leden 2 en 3 bedoelde diensten.

2.   De EURES-leden en, in voorkomend geval, de EURES-partners verstrekken werkgevers desgevraagd informatie en begeleiding inzake wervingsmogelijkheden en bieden hun meer bepaald de volgende diensten aan:

a)

informatie verstrekken over specifieke regelgeving inzake werving van werknemers uit een andere lidstaat en over factoren die een dergelijke werving kunnen faciliteren;

b)

in voorkomend geval informatie verstrekken over en bijstand verlenen bij het formuleren van individuele beroepseisen in een vacature en zodat die in overeenstemming zijn met de in artikel 17, lid 8, en artikel 19, lid 6, vermelde Europese technische normen en formats.

3.   Indien een werkgever om bijkomende bijstand verzoekt en een werving binnen de Unie redelijk waarschijnlijk is, verlenen de EURES-leden of, in voorkomend geval, de EURES-partners nadere bijstand en aanvullende diensten, in aansluiting op de behoeften van de werkgever.

De EURES-leden of, in voorkomend geval, de EURES-partners verlenen desgevraagd individuele begeleiding bij het formuleren van beroepseisen voor vacatures.

Artikel 25

Bijstand na de werving

1.   De EURES-leden en, in voorkomend geval, de EURES-partners verstrekken een werknemer of een werkgever desgevraagd:

a)

algemene informatie over bijstand na de werving, zoals opleiding inzake interculturele communicatie, taalcursussen en integratiesteun, onder meer algemene informatie over arbeidskansen voor gezinsleden van een werknemer;

b)

indien mogelijk, de contactgegevens van organisaties die bijstand na de werving aanbieden.

2.   Onverminderd artikel 21, lid 4, kunnen de EURES-leden en -partners die de bijstand na de werving rechtstreeks aan werknemers of werkgevers aanbieden, daarvoor kosten in rekening brengen.

Artikel 26

Vlottere toegang tot informatie inzake belastingen, vraagstukken met betrekking tot arbeidsovereenkomsten, pensioenrechten, ziekteverzekering, sociale zekerheid en actieve arbeidsmarktmaatregelen

1.   De EURES-leden en, in voorkomend geval, de EURES-partners, verwijzen een werknemer of een werkgever die verzoekt om specifieke informatie inzake aan sociale zekerheid gerelateerde rechten, actieve arbeidsmarktmaatregelen belastingen, vraagstukken rond arbeidsovereenkomsten, pensioenrechten en ziekteverzekering door naar de nationale bevoegde autoriteiten en, indien toepasselijk, andere geschikte organen op nationaal niveau die werknemers bijstaan bij de uitoefening van hun rechten in het kader van vrije verkeer, met inbegrip van de in artikel 4 van Richtlijn 2014/54/EU bedoelde organen.

2.   Bij de toepassing van lid 1 werken de nationale coördinatiebureaus samen met de in lid 1 bedoelde bevoegde autoriteiten op nationaal niveau.

Artikel 27

Ondersteunende diensten in grensregio's

1.   Indien de EURES-leden of -partners in grensregio's deelnemen aan specifieke samenwerkings- en dienstenstructuren, zoals grensoverschrijdende partnerschappen, verstrekken zij grensarbeiders en werkgevers informatie over de specifieke situatie van grensarbeiders die tevens relevant is voor werkgevers in die regio's.

2.   Tot het takenpakket van de grensoverschrijdende EURES-partnerschappen kunnen behoren: arbeidsbemiddelings- en wervingsdiensten, het coördineren van de samenwerking tussen de deelnemende organisaties en het verrichten van voor de grensoverschrijdende mobiliteit relevante activiteiten, zoals informatie en begeleiding voor grensarbeiders, met specifieke aandacht voor meertalige diensten.

3.   Andere organisaties dan de EURES-leden en -partners die deelnemen aan de in lid 1 bedoelde structuren worden niet vanwege hun deelname aan die structuren als leden van het EURES-netwerk beschouwd.

4.   In grensregio's als bedoeld in lid 1 streven de lidstaten ernaar éénloketsystemen te ontwikkelen voor het verstrekken van informatie aan grensarbeiders en werkgevers.

Artikel 28

Toegang tot actieve arbeidsmarktmaatregelen

Een lidstaat mag de toegang tot nationale actieve arbeidsmarktmaatregelen waarbij werknemers bijstand bij het zoeken naar werk aangeboden krijgen niet beperken louter omdat een werknemer die bijstand vraagt om werk te vinden op het grondgebied van een andere lidstaat.

HOOFDSTUK V

UITWISSELING VAN INFORMATIE EN PROGRAMMERINGSCYCLUS

Artikel 29

Uitwisseling van informatie over mobiliteitsstromen en -patronen

De Commissie en de lidstaten monitoren de arbeidsmobiliteitsstromen en -patronen binnen de Unie op basis van de statistische gegevens van Eurostat en beschikbare nationale gegevens en maken de resultaten van de monitoring openbaar.

Artikel 30

Uitwisseling van informatie tussen lidstaten

1.   Elke lidstaat verzamelt en analyseert naar geslacht uitgesplitste informatie over:

a)

arbeidstekorten en arbeidsoverschotten op nationale en sectorale arbeidsmarkten, met bijzondere aandacht voor de meest kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt en voor de regio's waar de werkloosheid het hoogst is;

b)

de EURES-activiteiten op nationaal niveau en, in voorkomend geval, in grensoverschrijdend verband.

2.   De nationale coördinatiebureaus zijn verantwoordelijk voor het delen van de beschikbare informatie binnen het EURES-netwerk en het bijdragen aan de gezamenlijke analyse.

3.   De lidstaten houden bij het uitvoeren de in artikel 31 bedoelde programmering rekening met de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde informatie-uitwisseling en gezamenlijke analyse.

4.   Het Europees coördinatiebureau treft praktische regelingen ter facilitering van het uitwisselen van informatie tussen de nationale coördinatiebureaus en het ontwikkelen van de gezamenlijke analyse.

Artikel 31

Programmering

1.   De nationale coördinatiebureaus stellen voor de activiteiten van het EURES-netwerk in hun lidstaat jaarlijkse nationale werkprogramma's op.

2.   In de nationale werkprogramma's staan:

a)

de belangrijkste activiteiten die binnen het EURES-netwerk op nationaal niveau en, in voorkomend geval, in grensoverschrijdend verband moeten worden verricht;

b)

de totale voor hun uitvoering toegewezen personele en financiële middelen;

c)

de regelingen voor de monitoring, de evaluatie en, indien nodig, de actualisering van de geplande activiteiten.

3.   De nationale coördinatiebureaus en het Europees coördinatiebureau krijgen de gelegenheid om alle ontwerpen van nationale werkprogramma's gezamenlijk te evalueren. Na de afsluiting van die gezamenlijke evaluatie worden de nationale werkprogramma's door de respectieve nationale coördinatiebureaus vastgesteld.

4.   De vertegenwoordigers van de sociale partners op Unieniveau die deelnemen aan de coördinatiegroep krijgen de kans om zich uit te spreken over de ontwerpen van nationale werkprogramma's.

5.   De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de technische normen en formats vast die nodig zijn voor de uitwisseling van informatie over de nationale werkprogramma's op Unieniveau. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 37, lid 2, bedoelde adviesprocedure.

Artikel 32

Gegevensverzameling en -analyse

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat zij beschikken over procedures ter verzameling van gegevens over de volgende op nationaal niveau activiteitengebieden van EURES:

a)

informatie en begeleiding door het EURES-netwerk, op basis van het aantal contacten dat de bemiddelaars bij de EURES-leden en -partners met werknemers en werkgevers hebben;

b)

werkgelegenheidsprestaties, onder meer de plaatsingen en wervingen als gevolg van EURES-activiteiten, op basis van het aantal door de bemiddelaars bij EURES-leden en -partners behandelde en verwerkte vacatures, sollicitaties en cv's en het aantal in een andere lidstaat geworven werknemers, volgens cijfers van die bemiddelaars of, op basis van enquêtes, indien beschikbaar;

c)

de onder meer via enquêtes verkregen gegevens over de tevredenheid van de klanten over het EURES-netwerk.

2.   Het Europees coördinatiebureau is verantwoordelijk voor het verzamelen van gegevens over het EURES-portaal en de opbouw van de samenwerking inzake de clearance krachtens deze verordening.

3.   Op basis van de in lid 1 bedoelde informatie en inzake de in dat lid vermelde activiteitengebieden van EURES stelt de Commissie bij uitvoeringshandeling de uniforme gedetailleerde specificaties voor de gegevensverzameling en -analyse ter monitoring en evaluatie van de werking van het EURES-netwerk vast. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 37, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.

4.   De Commissie is overeenkomstig de in artikel 36 bedoelde procedure gemachtigd om gedelegeerde handelingen vast te stellen ter wijziging van de in lid 1 van dit artikel vermelde aspecten of ter aanvulling van die paragraaf met andere op nationaal niveau in het kader van deze verordening verrichte EURES-activiteitengebieden.

Artikel 33

Verslagen over EURES-activiteit

Rekening houdend met de overeenkomstig dit hoofdstuk verzamelde informatie legt de Commissie om de twee jaar een verslag over EURES-activiteit voor aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's.

Totdat het in artikel 35 bedoelde verslag is ingediend, bevat het in de eerste alinea van dit artikel bedoelde verslag een beschrijving van de stand van zaken inzake de toepassing van deze verordening.

HOOFDSTUK VI

SLOTBEPALINGEN

Artikel 34

Bescherming van persoonsgegevens

De maatregelen waarin bij deze verordening wordt voorzien worden uitgevoerd overeenkomstig het recht van de Unie inzake de bescherming van persoonsgegevens, in het bijzonder Richtlijn 95/46/EG en de desbetreffende nationale uitvoeringsmaatregelen, alsmede Verordening (EG) nr. 45/2001.

Artikel 35

Ex-postevaluatie

Uiterlijk 13 mei 2021 legt de Commissie een ex-postevaluatieverslag voor aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's over de uitvoering en de gevolgen van deze verordening.

Het verslag kan vergezeld gaan van wetgevingsvoorstellen tot wijziging van deze verordening.

Artikel 36

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.   De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden. Het is van bijzonder belang dat de Commissie zoals gebruikelijk overlegt met deskundigen, onder meer uit de lidstaten, voordat zij de bedoelde gedelegeerde handelingen vaststelt.

2.   De in artikel 32, lid 4, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van 12 mei 2016. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag over de bevoegdheidsdelegatie op. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met eenzelfde termijn verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen verlenging verzet.

3.   Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 32, lid 4, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.   Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, stelt zij het Europees Parlement en de Raad daarvan gelijktijdig in kennis.

5.   Een overeenkomstig artikel 32, lid 4, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 37

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij deze verordening ingestelde EURES-comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 38

Wijzigingen van Verordening (EU) nr. 1296/2013

1.   Verordening (EU) nr. 1296/2013 wordt als volgt gewijzigd:

a)

artikel 23 wordt geschrapt;

b)

artikel 24, lid 2, wordt vervangen door:

1.„2.   Deelname aan de EURES-pijler staat open voor alle door een lidstaat of de Commissie aangewezen organisaties, actoren en instellingen die voldoen aan de voorwaarden voor deelname aan EURES, zoals vastgelegd in Verordening (EU) 2016/589 van het Europees Parlement en de Raad (*). Het betreft hierbij onder andere de volgende organisaties, actoren en instellingen:

a)

nationale, regionale en lokale autoriteiten;

b)

diensten voor arbeidsvoorziening;

c)

organisaties van sociale partners en andere belanghebbende partijen.

(*)  Verordening (EU) 2016/589 van het Europees Parlement en de Raad van 13 april 2016 inzake een Europees netwerk van diensten voor arbeidsvoorziening (EURES), de toegang van werknemers tot mobiliteitsdiensten en de verdere integratie van de arbeidsmarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 492/2011 en (EU) nr. 1296/2013 (PB L 107 van 22.4.2016, blz. 1).”."

2.   Verwijzingen naar de geschrapte bepaling worden gelezen als verwijzingen naar artikel 29 van deze verordening.

3.   Punt 1, onder b), van dit artikel laat de vóór 12 mei 2016 ingediende verzoeken voor financiering krachtens Verordening (EU) nr. 1296/2013 onverlet.

Artikel 39

Wijzigingen aan Verordening (EU) nr. 492/2011

1.   Verordening (EU) nr. 492/2011 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de artikelen 11 en 12, artikel 13, lid 2, de artikelen 14 tot en met 20 en artikel 38 worden geschrapt;

b)

artikel 13, lid 1, wordt geschrapt met ingang van 13 mei 2018.

2.   Verwijzingen naar de geschrapte bepalingen worden gelezen als verwijzingen naar deze verordening.

Artikel 40

Overgangsbepalingen

Organisaties die overeenkomstig artikel 3, onder c), van Uitvoeringsbesluit 2012/733/EU zijn aangewezen als „EURES-partner” of beperkte diensten aanbieden als „geassocieerde EURES-partner” overeenkomstig artikel 3, onder d), van dat besluit op 12 mei 2016, kunnen in afwijking van artikel 11 van deze verordening deelnemen als EURES-lid als bedoeld in artikel 7, lid 1, onder c), onder ii), van deze verordening of als EURES-partner als bedoeld in artikel 7, lid 1, onder d), van deze verordening, tot 13 mei 2019, mits zij toezeggen de toepasselijke verplichtingen krachtens deze verordening na te komen. Indien een van die organisaties als EURES-partner wenst deel te nemen, meldt zij het nationale coördinatiebureau welke van de in artikel 11, lid 4, van deze verordening bedoelde taken zij zal verrichten. Het bevoegde nationale coördinatiebureau stelt het Europees Coördinatiebureau daarvan in kennis. Na het verstrijken van de overgangsperiode kunnen de betrokken organisaties, om in het EURES-netwerk te blijven, een daartoe bestemde aanvraag indienen overeenkomstig artikel 11 van deze verordening.

Artikel 41

Inwerkingtreding

1.   Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2.   Artikel 12, lid 3, en artikel 17, leden 1 tot en met 7, zijn met ingang van 13 mei 2018 van toepassing.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 13 april 2016.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

M. SCHULZ

Voor de Raad

De voorzitter

J.A. HENNIS-PLASSCHAERT


(1)  PB C 424 van 26.11.2014, blz. 27.

(2)  PB C 271 van 19.8.2014, blz. 70.

(3)  Standpunt van het Europees Parlement van 25 februari 2016 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 15 maart 2016 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(4)  Verordening (EU) nr. 492/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Unie (PB L 141 van 27.5.2011, blz. 1).

(5)  Uitvoeringsbesluit 2012/733/EU van de Commissie van 26 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EU) nr. 492/2011 van het Europees Parlement en de Raad voor wat betreft het tot elkaar brengen en de compensatie van aanbiedingen van en aanvragen om werk, en een nieuwe opzet van EURES (PB L 328 van 28.11.2012, blz. 21).

(6)  Zie met name de arresten van het Hof van Justitie van 3 juli 1986, Deborah Lawrie-Blum/Land Baden-Württemberg, C-66/85, ECLI:EU:C:1986:284; punten 16 en 17, van 21 juni 1988, Steven Malcolm Brown/The Secretary of State for Scotland, C-197/86, ECLI:EU:C:1988:323, punt 21, van 31 mei 1989, I. Bettray/Staatssecretaris van Justitie, C-344/87, ECLI:EU:C:1989:226, punten 15 en 16.

(7)  Arrest van het Hof van Justitie van 19 november 2002, Bülent Kurz, née Yüce/Land Baden-Württemberg, C-188/00, ECLI:EU:C:2002:694.

(8)  Arresten van het Hof van Justitie van 26 februari 1992, M. J. E. Bernini/Minister van Onderwijs en Wetenschappen, C-3/90, ECLI:EU:C:1992:89 en van 17 maart 2005, Karl Robert Kranemann/Land Nordrhein-Westfalen, C-109/04, ECLI:EU:C:2005:187.

(9)  Zie met name het arrest van het Hof van Justitie van 3 juni 1986, R. H. Kempf/Staatssecretaris van Justitie, C-139/85, ECLI:EU:C:1986:223, punt 13.

(10)  Arrest van het Hof van Justitie van 26 februari 1991, Zaak C-292/89, The Queen/Immigration Appeal Tribunal, ex parte Gustaff Desiderius Antonissen, C-292/89, ECLI:EU:C1991:80.

(11)  PB C 88 van 27.3.2014, blz. 1.

(12)  Besluit nr. 573/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende nauwere samenwerking tussen openbare diensten voor arbeidsvoorziening (ODA's) (PB L 159 van 28.5.2014, blz. 32).

(13)  Verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het Uniemerk (PB L 78 van 24.3.2009, blz. 1).

(14)  Richtlijn 2014/54/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende maatregelen om de uitoefening van de in de context van het vrije verkeer van werknemers aan werknemers verleende rechten te vergemakkelijken (PB L 128 van 30.4.2014, blz. 8).

(15)  Verordening (EU) nr. 1296/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 betreffende een programma van de Europese Unie voor werkgelegenheid en sociale innovatie („EaSI”) en tot wijziging van Besluit nr. 283/2010/EU tot instelling van een Europese Progress-microfinancieringsfaciliteit voor werkgelegenheid en sociale insluiting (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 238).

(16)  Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PB L 166 van 30.4.2004, blz. 1).

(17)  Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31).

(18)  Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).

(19)  PB C 222 van 12.7.2014, blz. 5.

(20)  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).


BIJLAGE I

Gemeenschappelijke minimale criteria

(als bedoeld in artikel 10, lid 2 en artikel 11, lid 2)

Afdeling 1.   DIENSTVERLENING

1.

De inspanningsverplichting te beschikken over passende mechanismen en procedures om na te gaan en te waarborgen dat, rekening houdend met eventuele vergunningenstelsels en machtigingsregelingen voor andere arbeidsvoorzieningsdiensten dan ODA's, bij het verlenen van de diensten de geldende arbeidsnormen en wettelijke voorschriftenvolledig worden nageleefd, met inbegrip van de toepasselijke wetgeving inzake gegevensbescherming en, in voorkomend geval, de voorschriften en normen inzake de kwaliteit van vacaturegegevens.

2.

Het vermogen en de bewezen capaciteit om overeenkomstig deze verordening diensten inzake clearance, ondersteunende diensten, of beide, te verlenen.

3.

Het vermogen om via een of meer gemakkelijk toegankelijke kanalen diensten te verlenen, waarbij ten minste een internet/website van de organisatie toegankelijk is.

4.

Het vermogen en de capaciteit om werknemers en werkgevers door te verwijzen naar EURES-leden en -partners en/of instanties die deskundig zijn op het gebied van het vrije verkeer van werknemers.

5.

De bevestiging dat het beginsel gratis EURES-diensten voor werknemers overeenkomstig artikel 21, lid 3, tweede alinea, wordt nageleefd.

Afdeling 2.   DEELNAME AAN HET EURES-NETWERK

1.

Het vermogen en de inspanningsverplichting om tijdig betrouwbare gegevens te verstrekken als bedoeld in artikel 12, lid 6.

2.

De inspanningsverplichting om de technische normen en formats voor de clearance en de uitwisseling van informatie krachtens deze verordening na te leven.

3.

Het vermogen en de inspanningsverplichting om overeenkomstig deze verordening bij te dragen aan de programmering en aan de verslaglegging aan het nationale coördinatiebureau, alsmede informatie te verstrekken aan het nationale coördinatiebureau betreffende de dienstverlening en de prestaties.

4.

Het bestaan van, of de inspanningsverplichting te zorgen voor de toewijzing van, adequate personele middelen om de respectieve taken te kunnen verrichten.

5.

De inspanningsverplichting om kwaliteitsnormen voor personeel in acht te nemen en om het personeel in te schrijven voor de relevante onderdelen van het gemeenschappelijk opleidingsprogramma als bedoeld in artikel 8, lid 1, onder a), iii).

6.

De toezegging het EURES-merk slechts te gebruiken voor diensten en activiteiten die verband houden met het EURES-netwerk.


BIJLAGE II

Concordantietabel

Verordening (EU) nr. 492/2011

Deze verordening

Artikel 11, lid 1), eerste alinea

Artikel 30, lid 1, onder a)

Artikel 11, lid 1), tweede alinea

Artikel 9, lid 2, onder b) en d), en 9, lid 3, en artikel 13

Artikel 11, lid 2,

Artikelen 9 en10

Artikel 12, lid 1,

Artikel 12, lid 2

Artikel 12, lid 3, eerste alinea

Artikel 9, lid 4

Artikel 12, 3, tweede alinea

Artikel 18, lid 1 en lid 2

Artikel 13, lid 1

Artikel 12, lid 3, en artikel 17, lid 1 tot en met 6

Artikel 13, lid 2

Artikel 17, lid 7 tot en met 8

Artikel 14, lid 1

Artikel 14, lid 2

Artikel 14, lid 3

Artikel 15, lid 1

Artikel 10, lid 1, en artikel 10, lid 2, artikel 12, lid 1 tot en met 3, en artikel 13

Artikel 15, lid 2

Artikel 9, lid 3, onder a), en artikel 10, lid 1

Artikel 16

Artikel 17, lid 1

Artikel 30

Artikel 17, lid 2

Artikel 16, lid 6

Artikel 17, lid 3

Artikel 33

Artikel 18

Artikel 7, lid 1, onder a)

Artikel 19, lid 1

Artikel 8

Artikel 19, lid 2

Artikel 20

Artikel 8, lid 1, onder a), iii) en v), en artikel 9, lid 3, onder b)

Artikel 38


Top