Help Print this page 

Document 32014R0600

Title and reference
Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 Voor de EER relevante tekst
  • In force
OJ L 173, 12.6.2014, p. 84–148 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/600/oj
Languages, formats and link to OJ
BG ES CS DA DE ET EL EN FR GA HR IT LV LT HU MT NL PL PT RO SK SL FI SV
HTML html BG html ES html CS html DA html DE html ET html EL html EN html FR html GA html HR html IT html LV html LT html HU html MT html NL html PL html PT html RO html SK html SL html FI html SV
PDF pdf BG pdf ES pdf CS pdf DA pdf DE pdf ET pdf EL pdf EN pdf FR pdf GA pdf HR pdf IT pdf LV pdf LT pdf HU pdf MT pdf NL pdf PL pdf PT pdf RO pdf SK pdf SL pdf FI pdf SV
Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal
 To see if this document has been published in an e-OJ with legal value, click on the icon above (For OJs published before 1st July 2013, only the paper version has legal value).
Multilingual display
Dates
  • Date of document: 15/05/2014
  • Date of effect: 02/07/2014; Toepassing Gedeeltelijke toepassing zie art 55
  • Date of effect: 02/07/2014; in werking datum publicatie +20 zie art 55
  • Date of effect: 03/01/2018; Toepassing zie art 55
  • Date of effect: 03/01/2019; Toepassing Gedeeltelijke toepassing zie art 55 L 4
  • Date of effect: 03/01/2020; Toepassing Gedeeltelijke toepassing zie art 55 L 4
  • Deadline: 03/03/2019; Heroverweging
  • Deadline: 03/03/2020; Heroverweging zie art 52.1 en 52.4 en 52.5 en 52.6
  • Deadline: 03/07/2020; Heroverweging zie art 52.7 en 52.8 en 52.9 L 1 en 52.10 L 1 en 52.11
  • Deadline: 03/07/2022; Heroverweging zie art 52.9 L 2
  • Date of end of validity: 31/12/9999
Miscellaneous information
  • Author: Europees Parlement, Raad van de Europese Unie
  • Form: Verordening
  • Additional information: COM 2011/0652, COD 2011/0296, relevant voor de EER
Relationship between documents
Text

12.6.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 173/84


VERORDENING (EU) Nr. 600/2014 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 15 mei 2014

betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank (1),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (2),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De financiële crisis heeft zwakke punten in de transparantie van de financiële markten blootgelegd die kunnen bijdragen tot schadelijke sociaaleconomische effecten. Het versterken van de transparantie is een van de gemeenschappelijke beginselen voor het versterken van het financiële stelsel, zoals werd bevestigd door de verklaring van de G20-leiders in Londen op 2 april 2009. Om de transparantie te versterken en het functioneren van de interne markt voor financiële instrumenten te verbeteren, moet er een nieuw kader worden ingesteld dat uniforme vereisten voor de transparantie van transacties in markten voor financiële instrumenten voorschrijft. Het kader moet uitgebreide regels voor een groot aantal financiële instrumenten bevatten. Het moet een aanvulling vormen op de vereisten voor de transparantie van orders en transacties met betrekking tot aandelen die zijn vastgelegd in Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad (4).

(2)

De groep deskundigen op hoog niveau inzake financieel toezicht in de EU, onder voorzitterschap van Jacques de Larosière, heeft de Unie uitgenodigd een meer geharmoniseerde set financiële regelgevingen te ontwikkelen. In de context van de toekomstige Europese toezichtarchitectuur heeft de Europese Raad van 18 en 19 juni 2009 de noodzaak onderstreept van de instelling van één Europees reglement dat van toepassing is op alle financiële instellingen in de interne markt.

(3)

Daarom moet de nieuwe wetgeving uit twee verschillende rechtsinstrumenten bestaan, met name een richtlijn en deze verordening. Beide rechtsinstrumenten samen dienen het wettelijke kader te vormen voor de vereisten die gelden voor beleggingsondernemingen, gereglementeerde markten en aanbieders van datarapporteringsdiensten. Deze verordening moet derhalve in combinatie met de richtlijn worden gelezen. Aangezien het noodzakelijk is om met betrekking tot bepaalde vereisten één set regels vast te stellen die voor alle instellingen gelden, alsook om potentiële reguleringsarbitrage te voorkomen en marktdeelnemers meer rechtszekerheid en een minder complexe regelgeving te bieden, is het gerechtvaardigd een rechtsgrondslag te gebruiken waarmee in een verordening kan worden voorzien. Om de resterende handelsbelemmeringen en significante concurrentieverstoringen die uit de verschillen tussen nationale wetgevingen voortvloeien, weg te nemen en nieuwe handelsbelemmeringen en significante concurrentieverstoringen te voorkomen, is het derhalve noodzakelijk een verordening vast te stellen met uniforme regels die in alle lidstaten van toepassing zijn. Deze rechtstreeks toepasselijke wetgevingshandeling is erop gericht op bepalende wijze een bijdrage te leveren aan het soepel functioneren van de interne markt en moet derhalve worden gebaseerd op artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), geïnterpreteerd in overeenstemming met de consistente jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

(4)

Richtlijn 2004/39/EG heeft regels ingesteld om de handel in aandelen die tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, voor en na de handel transparant te maken, en voor het melden aan de bevoegde autoriteiten van transacties met betrekking tot financiële instrumenten die tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten. De richtlijn moet worden herschikt om de ontwikkelingen in de financiële markten voldoende te weerspiegelen en om de zwakke punten en lacunes aan te pakken die onder meer door de crisis op de financiële markt aan het licht zijn gekomen.

(5)

Bepalingen met betrekking tot de handel en reglementaire transparantie-vereisten moeten de vorm hebben van rechtstreeks toepasselijke wetgeving die geldt voor alle beleggingsondernemingen, die uniforme regels moeten volgen op alle markten van de Unie om een uniforme toepassing van één regelgevingskader mogelijk te maken, teneinde het vertrouwen in de transparantie van de markten in de hele Unie te versterken, de complexiteit van de regelgeving en de nalevingskosten voor beleggingsondernemingen terug te dringen, in het bijzonder voor financiële instellingen die grensoverschrijdend actief zijn, en bij te dragen aan het wegnemen van concurrentieverstoring. De vaststelling van een verordening zorgt voor rechtstreekse toepasbaarheid en is daarom het meest geschikt om die regelgevingsdoelstellingen te halen en te zorgen voor uniforme voorwaarden door te voorkomen dat de nationale voorschriften uiteenlopen als gevolg van de omzetting van een richtlijn.

(6)

Het is van belang dat ervoor wordt gezorgd dat de handel in financiële instrumenten zoveel mogelijk op georganiseerde handelsplatformen plaatsvindt en dat al die handelsplatformen naar behoren gereguleerd zijn. In het kader van Richtlijn 2004/39/EG hebben zich enkele handelssystemen ontwikkeld waarop het regelgevingsregime onvoldoende greep had. Alle handelssystemen in financiële instrumenten, zoals entiteiten die momenteel bekend staan als broker crossing-netwerken, moeten in de toekomst behoorlijk gereguleerd zijn en over een vergunning beschikken als een van de diverse soorten multilaterale handelsplatformen of als beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling onder de in deze verordening en in Richtlijn 2014/65/EU (5) vermelde voorwaarden.

(7)

De definities van gereglementeerde markt en multilaterale handelsfaciliteit (Multilateral Trading Facility — MTF) moeten worden verduidelijkt en moeten nauw bij elkaar blijven aansluiten om duidelijk te maken dat zij effectief dezelfde georganiseerde-handelsfuncties bestrijken. Bilaterale systemen waarin een beleggingsonderneming handelstransacties voor eigen rekening uitvoert en niet als bemiddelaar tussen koper en verkoper, zonder zelf risico te dragen, mogen er niet onder vallen. Gereglementeerde markten en MTF’s dient het niet toegestaan te zijn met eigen kapitaal cliëntenorders uit te voeren. De term „systeem” omvat alle markten die bestaan uit een geheel van regels en een handelsplatform, alsmede de markten die alleen op basis van een geheel van regels werken. Gereglementeerde markten en MTF’s zijn niet verplicht een „technisch” systeem voor het matchen van orders te exploiteren en mogen andere handelsprotocollen hanteren, inclusief systemen waarbij gebruikers kunnen verhandelen tegen koersen die zij bij verscheidene aanbieders opvragen. Een markt die alleen bestaat uit een geheel van regels betreffende aspecten die verband houden met lidmaatschap, toelating van instrumenten tot de handel, handel tussen leden, transactiemelding en - waar van toepassing — transparantieverplichtingen, is een gereglementeerde markt of een MTF in de zin van deze verordening, en volgens deze regels uitgevoerde transacties worden geacht te zijn verricht volgens de systemen van een gereglementeerde markt of een MTF. De term „koop- en verkoopintenties” moet in brede zin worden opgevat en omvat orders, koersen en blijken van belangstelling.

Een van de belangrijke vereisten is de verplichting dat de intenties in het systeem moeten worden samengebracht volgens niet-discretionaire regels die door de exploitant van het systeem zijn vastgesteld. Dit vereiste houdt in dat de intenties volgens de regels, de protocollen of de interne werkingsprocedures, met inbegrip van IT-procedures van het systeem moeten worden samengebracht. Onder „niet-discretionaire regels” worden regels verstaan die de gereglementeerde markt of de marktexploitant of beleggingsonderneming die een MTF exploiteert, geen enkele mogelijkheid mogen laten om de interactie tussen de intenties te beïnvloeden. In de definities is bepaald dat de intenties op zodanige wijze moeten worden samengebracht dat er een overeenkomst uit voortvloeit, hetgeen zich voordoet wanneer de uitvoering plaatsvindt volgens de regels, de protocollen of de interne exploitatieprocedures van het systeem.

(8)

Om de financiële markten in de Unie transparanter en efficiënter te maken en gelijke concurrentievoorwaarden tot stand te brengen tussen de verschillende platformen die multilaterale transactiediensten aanbieden, is het nodig een nieuwe categorie handelsplatformen te introduceren, namelijk de georganiseerde handelsfaciliteit (Organised Trading Facility — OTF) voor obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten, en ervoor te zorgen dat deze naar behoren gereglementeerd is en niet-discriminerende regels voor de toegang tot de faciliteit toepast. Die nieuwe categorie wordt breed gedefinieerd, zodat nu en in de toekomst alle typen georganiseerde uitvoering en regeling van handel die niet overeenkomen met de functionaliteiten of regelgevingsspecificaties van de bestaande platformen eronder vallen. Als gevolg daarvan moeten passende organisatievereisten en transparantieregels worden toegepast, die efficiënte koersvorming ondersteunen. De nieuwe categorie omvat systemen die in aanmerking komen voor de handel in voor clearing vatbare en voldoende liquide derivaten.

Zij mag geen faciliteiten omvatten waar niet daadwerkelijk transacties worden uitgevoerd of geregeld in het systeem, zoals mededelingenborden die worden gebruikt om koop- en verkoopintenties aan te kondigen, andere entiteiten die potentiële koop- en verkoopintenties samenvoegen of poolen, elektronische posttransactionele bevestigingsdiensten, of het comprimeren van portefeuilles, dat in bestaande derivatenportefeuilles niet-marktrisico’s vermindert zonder het marktrisico van de portefeuilles te veranderen. Portefeuillecompressie kan worden verricht door een scala aan ondernemingen die niet als zodanig gereglementeerd zijn op grond van deze verordening of Richtlijn 2014/65/EU, zoals centrale tegenpartijen (CTP’s) en transactieregisters, alsmede door beleggingsondernemingen en marktexploitanten. Het dient te worden verduidelijkt dat wanneer beleggingsondernemingen en marktexploitanten portefeuillecompressie verrichten, bepaalde voorschriften in deze verordening of Richtlijn 2014/65/EU niet van toepassing zijn op portefeuillecompressie. Aangezien centrale effectenbewaarinstellingen (Central Securities Depositories — CSD’s) aan dezelfde vereisten als beleggingsondernemingen zullen moeten voldoen wanneer zij bepaalde beleggingsdiensten verlenen of bepaalde beleggingsactiviteiten verrichten, dienen de bepalingen in deze verordening of in Richtlijn 2014/65/EU niet van toepassing te zijn op ondernemingen die buiten die regelgeving vallen wanneer zij portefeuillecompressie verrichten.

(9)

Die nieuwe categorie, de OTF, vormt een aanvulling op de bestaande soorten handelsplatformen. Terwijl op gereglementeerde markten en in MTF’s niet-discretionaire regels gelden voor de uitvoering van transacties, dient de exploitant van een OTF orders op discretionaire basis uit te voeren, rekening houdend met, voor zover van toepassing, de eisen inzake transparantie vóór de handel en de verplichtingen inzake optimale uitvoering. Als gevolg daarvan moeten er gedragsregels en verplichtingen met betrekking tot de optimale uitvoering en de afhandeling van cliëntenorders gelden voor de transacties die worden gesloten via een OTF die wordt geëxploiteerd door een beleggingsonderneming of een marktexploitant. Een marktexploitant die een vergunning tot exploitatie van een OTF heeft, dient hoofdstuk 1 van Richtlijn 2014/65/EU betreffende voorwaarden en procedures voor de vergunningverlening aan beleggingsondernemingen na te leven. De beleggingsonderneming of de marktexploitant die een OTF exploiteert, dient op twee verschillende niveaus over discretionaire ruimte te kunnen beschikken: ten eerste bij het nemen van de beslissing tot het plaatsen van een order bij de OTF of tot het intrekken ervan en ten tweede bij het nemen van de beslissing een bepaalde order op een bepaald ogenblik niet te matchen met de in het systeem beschikbare orders, mits zulks in overeenstemming is met de specifieke instructies van de cliënten en met de verplichtingen inzake optimale uitvoering.

Voor het systeem dat cliëntenorders matcht, dient de exploitant te kunnen beslissen of, wanneer en hoeveel van twee of meer orders in het systeem zullen worden gematcht. Overeenkomstig artikel 20, leden 1, 2, 4 en 5, van Richtlijn 2014/65/EU en onverminderd artikel 20, lid 3, van Richtlijn 2014/65/EU dient de onderneming onderhandelingen tussen cliënten te kunnen faciliteren teneinde twee of meer potentieel met elkaar verenigbare handelsintenties in een transactie bij elkaar te brengen. Op beide discretionaire niveaus dient de exploitant van de OTF zijn verplichtingen op grond van de artikelen 18 en 27 van Richtlijn 2014/65/EU na te leven. De marktexploitant of de beleggingsonderneming die een OTF exploiteert dient de gebruikers van het platform duidelijk te maken hoe hij de keuze zal maken. Omdat een OTF een echt handelsplatform is, moet de platformexploitant neutraal zijn. De beleggingsonderneming of marktexploitant die de OTF exploiteert dient derhalve onderworpen te zijn aan voorschriften inzake niet-discriminerende uitvoering en noch de beleggingsonderneming of marktexploitant die de OTF exploiteert, noch enige entiteit die deel uitmaakt van dezelfde groep of rechtspersoon als de beleggingsonderneming of marktexploitant mag worden toegestaan met eigen kapitaal cliëntenorders uit te voeren in een OTF.

Om de uitvoering te faciliteren van een of meer cliëntenorders in obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten waarop de clearingverplichting overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad (6) niet van toepassing is verklaard, zal het een OTF-exploitant worden toegestaan gebruik te maken van compenserende aan- en verkopen in de zin van Richtlijn 2014/65/EU, mits de cliënt hiermee heeft ingestemd. Ten aanzien van overheidsschuldinstrumenten waarvoor geen liquide markt bestaat, dient een beleggingsonderneming of marktexploitant die een OTF exploiteert, voor eigen rekening te kunnen handelen voor zover het geen compenserende aan- en verkopen betreft. Indien gebruik wordt gemaakt van compenserende aan- en verkopen, moet aan alle vereisten inzake transparantie voor en na de handel en aan de verplichtingen inzake optimale uitvoering worden voldaan. De OTF-exploitant of een entiteit die deel uitmaakt van dezelfde groep of rechtspersoon als de beleggingsonderneming of marktexploitant mag niet als beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling optreden in de door hem/haar geëxploiteerde OTF. Voorts moet de exploitant van een OTF met betrekking tot het goede beheer van mogelijke belangenconflicten aan dezelfde verplichtingen voldoen als een MTF.

(10)

Alle georganiseerde handel dient te worden uitgevoerd op gereglementeerde platforms en volledig transparant te zijn, zowel voor de handel als daarna. Daarom moeten er adequaat afgestemde transparantievereisten gelden voor alle typen handelsplatformen en voor alle financiële instrumenten die daar worden verhandeld.

(11)

Teneinde ervoor te zorgen dat meer transacties via gereglementeerde handelsplatformen en beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling verlopen, dient in deze verordening een handelsverplichting voor aandelen die tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten of die op een handelsplatform worden verhandeld, te worden ingevoerd voor beleggingsondernemingen. Die handelsverplichting houdt in dat beleggingsondernemingen alle handelstransacties, met inbegrip van transacties voor eigen rekening en transacties ter uitvoering van cliëntenorders, op een gereglementeerde markt of via een MTF, beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling of een gelijkwaardig handelsplatform uit een derde land moeten verrichten. Er dient evenwel te worden voorzien in een uitzonderingsregeling op die handelsverplichting als er een legitieme reden bestaat. Van een legitieme reden is sprake bij transacties op niet-systematische, ad-hoc-, onregelmatige en niet-frequente basis, of bij technische transacties, zoals „give-up”-transacties, die niet bijdragen aan de koersvorming. Een dergelijke uitzondering op deze handelsverplichting mag niet worden gebruikt om de ingevoerde beperkingen op het gebruik van de ontheffing van een referentieprijs en de ontheffing van een bilateraal overeengekomen prijs te omzeilen, of om een broker crossing-netwerk of een ander crossing-systeem te exploiteren.

De keuze voor het verrichten van transacties via een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling laat de regeling voor beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling van deze verordening onverlet. Het is de bedoeling dat, indien de beleggingsonderneming zelf voldoet aan de in deze verordening opgenomen relevante criteria om als beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling voor dat specifieke aandeel te worden beschouwd, de transactie op die manier kan worden afgehandeld; als de beleggingsonderneming niet als beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling voor dat specifieke aandeel wordt beschouwd, dient ze de transactie echter toch nog te kunnen verrichten via een andere beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling, indien dat strookt met haar verplichtingen inzake optimale uitvoering en over die keuzemogelijkheid beschikt. Daarnaast dient, om een behoorlijke reglementering van de multilaterale handel in aandelen, representatieve certificaten (depositary receipts), beursverhandelde fondsen (Exchange Traded Funds -ETF „s), certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten te verzekeren, een beleggingsonderneming die een intern matchingsysteem op multilaterale basis exploiteert, over een vergunning als een MTF te beschikken. Er dient te worden verduidelijkt dat de in Richtlijn 2014/65/EU vermelde bepalingen inzake optimale uitvoering zodanig moeten worden toegepast dat de in deze verordening vermelde handelsverplichtingen niet in het gedrang komen.

(12)

De handel in representatieve certificaten, ETF’s, certificaten, soortgelijke financiële instrumenten en aandelen die niet tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, vindt grotendeels op dezelfde manier plaats en vervult een bijna identiek economisch doel als de handel in aandelen die tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten. De transparantiebepalingen die gelden voor aandelen die tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten moeten derhalve worden uitgebreid met deze financiële instrumenten.

(13)

Hoewel in beginsel wordt erkend dat er een regeling nodig is voor ontheffingen van transparantie voor de handel ter ondersteuning van het efficiënt functioneren van markten, moeten de daadwerkelijke ontheffingsbepalingen voor aandelen die gelden op basis van Richtlijn 2004/39/EG en Verordening (EG) nr. 1287/2006 van de Commissie (7) worden getoetst om na te gaan of zij nog passend zijn wat betreft hun toepassingsgebied en voorwaarden. Om een uniforme toepassing van de ontheffingen van transparantie voor de handel met betrekking tot aandelen en uiteindelijk ook andere soortgelijke financiële instrumenten en andere dan eigenvermogensinstrumenten voor specifieke marktmodellen en typen en grootten van orders te garanderen, moet de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten — European Securities and Markets Authority — ESMA), opgericht bij Verordening (EU) nr. 1095/2010 het Europees Parlement en de Raad (8) (), de verenigbaarheid van individuele verzoeken tot toepassing van een ontheffing voor in deze verordening vastgelegde regels en in deze verordening voorziene gedelegeerde handelingen beoordelen. De beoordeling van de ESMA moet de vorm aannemen van een advies overeenkomstig artikel 29 van Verordening (EU) nr. 1095/2010. Daarnaast moeten de al bestaande uitzonderingen voor aandelen door de ESMA worden beoordeeld binnen een passend tijdskader en moet, volgens dezelfde procedure, worden beoordeeld of zij nog in overeenstemming zijn met de in deze verordening vastgestelde regels en de krachtens deze verordening vastgestelde gedelegeerde handelingen.

(14)

De financiële crisis heeft specifieke zwakke punten aan het licht gebracht in de manier waarop informatie over handelskansen en -prijzen met betrekking tot andere financiële instrumenten dan aandelen beschikbaar is voor marktdeelnemers, namelijk als het gaat om timing, granulariteit, gelijke toegang en betrouwbaarheid. Er moeten dus geschikte vereisten voor transparantie voor en na de handel worden geïntroduceerd waarbij rekening is gehouden met de verschillende kenmerken en marktstructuren van specifieke typen financiële instrumenten anders dan aandelen, en deze moeten worden afgestemd op verschillende soorten handelssystemen, waaronder op orderboek gebaseerde, koersgedreven, hybride, op een periodieke veiling gebaseerde of voicetradingsystemen. Om een solide transparantiekader te scheppen voor alle relevante financiële instrumenten, moeten deze van toepassing zijn op obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten die worden verhandeld op een handelsplatform. Vrijstellingen van de transparantie vóór de handel en aanpassing van de voorschriften inzake uitgestelde publicatie mogen daarom alleen in bepaalde duidelijk omschreven gevallen tot de mogelijkheden behoren.

(15)

Het is noodzakelijk dat er een voldoende mate van handelstransparantie wordt geïntroduceerd in de markten voor obligaties, gestructureerde financiële producten en derivaten om te helpen bij de waardering van producten en bij de efficiëntie van de prijsvorming. Gestructureerde financiële producten moeten met name door activa gedekte waardepapieren omvatten, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 5 van Verordening (EG) nr. 809/2004 van de Commissie (9), waaronder onder meer schuldobligaties met onderpand vallen.

(16)

Teneinde uniform toepasbare voorwaarden tussen handelsplatformen te garanderen, moeten voor de verschillende soorten platformen dezelfde eisen met betrekking tot transparantie vóór en na de handel gelden. De transparantievereisten moeten worden afgestemd op de verschillende typen financiële instrumenten, waaronder eigenvermogensinstrumenten, obligaties en derivaten, rekening houdend met de belangen van de beleggers en de emittenten, met inbegrip van de emittenten van overheidsobligaties, en de marktliquiditeit. De eisen moeten worden afgestemd op de verschillende soorten handel, waaronder op orderboek gebaseerde en koersgedreven systemen, zoals „request-for-quote”-systemen (prijsaanvraag) en hybride en „voice broking”-systemen, en rekening houden met de transactieomvang, met inbegrip van de omzet, en andere relevante criteria.

(17)

Om eventuele negatieve gevolgen voor het prijsvormingsproces te voorkomen, is het noodzakelijk een passend mechanisme voor volumebeperking in te voeren voor orders die worden geplaatst in systemen die berusten op een handelsmethode waarbij de prijs wordt bepaald overeenkomstig een referentieprijs, en voor bepaalde bilateraal overeengekomen transacties. Dit mechanisme dient een dubbel maximum te hebben, waarbij een volumemaximum wordt toegepast op elk handelsplatform dat van die ontheffingen gebruik maakt, zodat slechts een zeker percentage van de handel op elk handelsplatform kan plaatsvinden; daarnaast is er een algemeen volumemaximum dat bij overschrijding ervan leidt tot de schorsing van het gebruik van die ontheffingen in de hele Unie. Wat de overeengekomen transacties betreft, dient het alleen te worden toegepast op de transacties die worden verricht tegen een koers die valt binnen de actuele volumegewogen spread zoals die blijkt uit het orderboek of tegen de koersen van de marktmakers van het handelsplatform dat dat systeem exploiteert. Uitgesloten dienen bilateraal overeengekomen transacties in niet-liquide aandelen, representatieve certificaten, ETF’s, certificaten of andere vergelijkbare financiële instrumenten te zijn, en transacties waaraan andere voorwaarden dan de actuele marktprijs verbonden zijn aangezien ze niet bijdragen aan het prijsvormingsproces.

(18)

Teneinde te voorkomen dat de handel buiten de beurs efficiënte koersvorming of transparante gelijke concurrentievoorwaarden tussen de wijzen van verhandeling in gevaar brengt, moeten er passende eisen voor transparantie vóór de handel gelden voor beleggingsondernemingen die voor eigen rekening financiële instrumenten buiten de beurs verhandelen voor zover zij dit doen in hun hoedanigheid van beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling met betrekking tot aandelen, certificaten van aandelen, ETF’s, certificaten of andere vergelijkbare financiële instrumenten waarvoor een liquide markt bestaat, en obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten die op een handelsplatform worden verhandeld en waarvoor een liquide markt bestaat.

(19)

Een beleggingsonderneming die cliëntenorders uitvoert met eigen kapitaal, moet worden beschouwd als een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling, tenzij de transacties incidenteel, ad hoc en op onregelmatige basis buiten een handelsplatform worden uitgevoerd. Aldus moeten beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling gedefinieerd worden als beleggingsondernemingen die op georganiseerde basis, frequent, systematisch en in aanzienlijke mate voor eigen rekening handelen door cliëntenorders uit te voeren buiten een handelsplatform. De voorschriften voor beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling in deze verordening moeten ten aanzien van een beleggingsonderneming alleen worden toegepast met betrekking tot elk apart financieel instrument, bijvoorbeeld op het niveau van de ISIN-code, waarin de beleggingsonderneming een beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling is. Om de objectieve en effectieve toepassing van de definitie van beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling op beleggingsondernemingen te garanderen, dient vooraf een drempel voor systematische interne afhandeling te worden bepaald, met een nauwkeurige omschrijving van hetgeen onder „frequent, systematisch en in aanzienlijke mate” wordt verstaan.

(20)

Een OTF is elk systeem of elke faciliteit waarin meerdere koop- en verkoopintenties van derde partijen op elkaar inwerken in het systeem, maar het mag een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling niet worden toegestaan de koop- en verkoopintenties van derde partijen bijeen te brengen. Zo dient bijvoorbeeld een handelsplatform waarop de handelstransacties altijd met één enkele beleggingsonderneming worden verricht, ook wel single-dealer platform genoemd, als een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling te worden beschouwd indien het aan de voorschriften van deze verordening voldoet. Een platform waarop meerdere handelaren voor hetzelfde financiële instrument op elkaar inwerken, ook wel multi-dealer platform genoemd, dient evenwel niet als een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling te worden beschouwd.

(21)

Beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling dienen op basis van hun commerciële beleid en op objectieve, niet-discriminerende wijze te kunnen bepalen aan welke cliënten zij toegang verlenen tot hun koersen, waarbij zij onderscheid mogen maken tussen categorieën van cliënten, en het dient hen ook te zijn toegestaan om rekening te houden met verschillen tussen cliënten, bijvoorbeeld wat het kredietrisico betreft. Beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling dienen niet verplicht te worden hun vaste koersen openbaar te maken, cliëntenorders uit te voeren en toegang te verlenen tot hun koersen voor transacties in eigenvermogensinstrumenten met een grotere omvang dan de standaardmarktomvang en transacties in andere dan eigenvermogensinstrumenten met een grotere omvang dan de voor het financiële instrument specifieke omvang. Of beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling hun verplichtingen nakomen, dient door de bevoegde autoriteiten te worden gecontroleerd en aan deze autoriteiten dient de nodige informatie te worden verstrekt om die taak te kunnen uitvoeren.

(22)

Deze verordening is niet bedoeld om de toepassing van regels voor transparantie vóór de handel te eisen met betrekking tot transacties die buiten de beurs zijn uitgevoerd, behalve wanneer dit gebeurt via een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling.

(23)

Marktgegevens moeten gemakkelijk en direct beschikbaar zijn voor gebruikers in een zoveel mogelijk uitgesplitste vorm om de beleggers, en de gegevensdienstverleners die voor hen werken, in staat te stellen gegevensoplossingen zo goed mogelijk op hun eigen situatie af te stemmen. Daarom moeten transparantiegegevens voor en na de handel op „ongebundelde” wijze beschikbaar worden gesteld aan het publiek, om de kosten voor marktdeelnemers die gegevens kopen te beperken.

(24)

Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (10) en Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad (11) dienen volledig van toepassing te zijn op de uitwisseling, overdracht en verwerking van persoonsgegevens voor de toepassing van deze verordening, in het bijzonder titel IV, door de lidstaten en de ESMA.

(25)

Gezien het feit dat de partijen bij de G20-top in Pittsburgh op 25 september 2009 zijn overeengekomen dat de handel in gestandaardiseerde, buiten de beurs verhandelde derivatencontracten moet worden verplaatst naar beurzen of elektronische handelsplatformen, naar gelang van het geval, moet er een formele regelgevingsprocedure worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat de handel tussen financiële tegenpartijen en grote niet-financiële tegenpartijen in alle derivaten die in aanmerking komen voor clearing en voldoende liquide zijn, plaatsvindt via een gamma van handelsplatformen die aan vergelijkbare regelgeving onderworpen zijn en die deelnemers in staat stellen met meerdere tegenpartijen te handelen. Bij het beoordelen of de liquiditeit voldoende is, moet rekening worden gehouden met de marktkenmerken op nationaal niveau, waaronder elementen als aantal en soort van de marktdeelnemers in een bepaalde markt, en met de transactiekenmerken, zoals de omvang en frequentie van de transacties in die markt.

Een liquide markt in een productklasse of derivaat wordt gekenmerkt door een groot aantal actieve marktdeelnemers, met een passende mix van liquiditeitsverschaffers en liquiditeitsafnemers — in verhouding tot het aantal verhandelde producten — die regelmatig transacties in deze producten verrichten die van kleinere omvang zijn dan transacties van aanzienlijke omvang. Indicaties van een dergelijke marktactiviteit zijn een groot aantal wachtende koop- en verkooporders in het betrokken derivaat, met een geringe spread voor een transactie van normale marktomvang als gevolg. Bij het beoordelen of de liquiditeit voldoende is, moet worden onderkend dat de liquiditeit van een derivaat fors kan schommelen naar gelang van de marktomstandigheden en de levenscyclus van het derivaat.

(26)

Gezien het feit dat enerzijds de partijen bij de G20-top in Pittsburgh op 25 september 2009 zijn overeengekomen dat de handel in gestandaardiseerde buiten de beurs verhandelde derivatencontracten moet worden verplaatst naar beurzen of elektronische handelsplatformen, naar gelang van het geval, en anderzijds diverse otc-derivaten een naar verhouding lagere liquiditeit hebben, is het passend te voorzien in een geschikt gamma in aanmerking komende platformen waarop krachtens dat akkoord kan worden gehandeld. Voor alle in aanmerking komende platformen moeten zorgvuldig uitgelijnde regelgevingsvereisten gelden met betrekking tot organisatie- en exploitatieaspecten, regelingen om belangenconflicten te beperken, toezicht op alle handelsactiviteit, transparantie voor en na de handel die is afgestemd op elk financieel instrument en soort handelssysteem, en de mogelijkheid van wisselwerking tussen de verschillende handelsintenties van derde partijen. Er moet evenwel in worden voorzien dat exploitanten van platformen krachtens dit akkoord transacties tussen meerdere derden op discretionaire wijze kunnen regelen teneinde de voorwaarden voor uitvoering en liquiditeit te verbeteren.

(27)

De verplichting om transacties uit te voeren in derivaten die tot een klasse van derivaten behoren welke onderworpen is verklaard aan de handelsverplichting op een gereglementeerde markt, een MTF, een OTF of een handelsplatform in een derde land, mag niet gelden voor de onderdelen van niet-prijsvormende posttransactionele risicoverlagende diensten die in derivatenportefeuilles, inclusief bestaande otc-derivatenportefeuilles overeenkomstig Verordening (EU) nr. 648/2012, niet-marktrisico’s verminderen zonder het marktrisico van de portefeuilles te veranderen. Voorts is het weliswaar dienstig een specifieke regeling voor portefeuillecompressie vast te stellen, maar heeft deze verordening niet als doel het gebruik van andere risicoverlagende diensten na de handel te verhinderen.

(28)

De handelsverplichting die voor die derivaten wordt ingesteld, moet efficiënte concurrentie tussen in aanmerking komende platformen mogelijk maken. Daarom dienen die handelsplatformen met betrekking tot elke aan deze handelsverplichting onderworpen derivaten geen exclusieve rechten te kunnen claimen waardoor andere handelsplatformen geen handel in deze financiële instrumenten zouden kunnen aanbieden. Voor effectieve concurrentie tussen handelsplatformen voor derivaten is het essentieel dat de handelsplatformen niet-discriminerende en transparante toegang hebben tot CTP’s. Niet-discriminerende toegang tot een CTP moet inhouden dat een handelsplatform het recht heeft op niet-discriminerende wijze te worden behandeld met betrekking tot de wijze waarop de contracten die via dat platform worden verhandeld, worden behandeld op het stuk van onderpandvereisten en de verrekening van economisch gelijkwaardige contracten en cross-margining met gecorreleerde contracten die door dezelfde CTP worden gecleard, en niet-discriminerende clearingvergoedingen.

(29)

De bevoegdheden van de bevoegde autoriteiten moeten worden aangevuld met een expliciet mechanisme voor het verbieden of beperken van het op de markt brengen, verspreiden en verkopen van enig financieel instrument of gestructureerd deposito dat aanleiding geeft tot ernstige bezorgdheid met betrekking tot beleggersbescherming, het ordelijk functioneren en de integriteit van de financiële markten of de grondstoffenmarkten, of de stabiliteit van het financiële stelsel of een deel daarvan, in combinatie met passende coördinatie- en noodbevoegdheden voor de ESMA of, met betrekking tot gestructureerde deposito’s, de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit — EBA), opgericht bij Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad (12). De uitoefening van dergelijke bevoegdheden door de bevoegde autoriteiten en, in uitzonderlijke gevallen, door de ESMA of de EBA moet gebonden zijn aan de naleving van een aantal specifieke voorwaarden. Als aan deze voorwaarden is voldaan, moet de bevoegde autoriteit of, in uitzonderlijke gevallen, de ESMA of de EBA, de mogelijkheid hebben om uit voorzorg een verbod of beperking op te leggen voordat een financieel instrument of gestructureerd deposito op de markt is gebracht, is verspreid of aan cliënten is verkocht.

Die bevoegdheden houden niet in dat een productgoedkeuring moet worden ingevoerd of toegepast of dat een vergunning moet worden verleend door de bevoegde autoriteit, de ESMA of de EBA, en ontslaan beleggingsondernemingen niet van hun verantwoordelijkheid om te voldoen aan alle relevante, in deze verordening en in Richtlijn 2014/65/EU vermelde voorschriften. De ordelijke werking en de integriteit van grondstoffenmarkten dienen door de bevoegde autoriteiten als criterium te worden gehanteerd bij hun interventies, zodat actie kan worden ondernomen om de mogelijke negatieve externe gevolgen die activiteiten op de financiële markten kunnen hebben voor de grondstoffenmarkten, tegen te gaan. Dat geldt met name voor de markten voor landbouwgrondstoffen, welke als doel hebben ervoor te zorgen dat de voedselvoorziening voor de bevolking verzekerd is. In die gevallen moet ook worden gezorgd voor de coördinatie van de maatregelen met de voor de betrokken grondstoffenmarkten bevoegde autoriteiten.

(30)

De bevoegde autoriteiten moeten de ESMA in kennis stellen van de bijzonderheden van al hun verzoeken tot het verlagen van een positie met betrekking tot een derivatencontract, van eventuele eenmalige limieten en van eventuele voorafgaande positielimieten om de coördinatie en convergentie bij het gebruik van die bevoegdheden te verbeteren. De essentiële bijzonderheden van eventuele voorafgaande positielimieten die door een bevoegde autoriteit worden toegepast, moeten worden gepubliceerd op de website van de ESMA.

(31)

De ESMA moet iedereen om informatie kunnen verzoeken met betrekking tot zijn of haar positie ten aanzien van een derivatencontract en moet kunnen verzoeken tot verlaging van die positie en tot beperking van de mate waarin personen individuele transacties kunnen uitvoeren met betrekking tot van grondstoffen afgeleide instrumenten. De ESMA moet dan de relevante bevoegde autoriteiten informeren over de maatregelen die zij voorstelt en die maatregelen publiceren.

(32)

De bijzonderheden van transacties in financiële instrumenten moeten worden gemeld aan de bevoegde autoriteiten om deze in staat te stellen potentiële gevallen van marktmisbruik op te sporen en te onderzoeken en toezicht te houden op het eerlijk en ordelijk functioneren van de markten en op de activiteiten van beleggingsondernemingen. Onder dat toezicht vallen alle financiële instrumenten die op een handelsplatform worden verhandeld en de financiële instrumenten waarvan het onderliggende financieel instrument op een handelsplatform wordt verhandeld of waarvan het onderliggende instrument een index of een mand is die is samengesteld uit financiële instrumenten die op een handelsplatform worden verhandeld. De verplichting moet gelden ongeacht of de transacties in een van die financiële instrumenten al dan niet op een handelsplatform zijn verricht. Teneinde onnodige administratieve lasten voor beleggingsondernemingen te voorkomen, moeten financiële instrumenten die niet vatbaar zijn voor marktmisbruik worden vrijgesteld van de kennisgevingsplicht. In de meldingen moet overeenkomstig de toezeggingen van de G20 een identificator voor juridische entiteiten worden gebruikt. De ESMA dient aan de Commissie verslag uit te brengen over de werking van dit systeem van melding aan de bevoegde autoriteiten en de Commissie dient stappen te nemen om indien nodig wijzigingen voor te stellen.

(33)

De exploitant van een handelsplatform dient zijn bevoegde autoriteit de relevante referentiegegevens inzake financiële instrumenten te verstrekken. Die kennisgevingen moeten door de bevoegde autoriteiten onverwijld worden doorgezonden aan de ESMA, die ze onmiddellijk op haar website openbaar dient te maken, zodat de ESMA en de bevoegde autoriteiten de transactiemeldingen kunnen gebruiken, analyseren en uitwisselen.

(34)

Om dienst te kunnen doen als hulpmiddel voor markttoezicht, moeten transactieverslagen de identiteit vermelden van degene die het beleggingsbesluit heeft genomen en van degenen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering ervan. Naast de transparantieregeling waarin Verordening (EU) nr. 236/2012 van het Europees Parlement en de Raad (13) voorziet, verschaft de markering van shorttransacties nuttige aanvullende informatie aan de hand waarvan de bevoegde autoriteiten het niveau van short selling kunnen monitoren. De bevoegde autoriteiten moeten in alle fasen van de uitvoering van de order volledige toegang hebben tot de registers, van het eerste besluit om te handelen tot en met de uitvoering. Daarom dienen beleggingsondernemingen al hun orders en al hun transacties met betrekking tot financiële instrumenten te registreren en dienen exploitanten van platformen alle orders die in hun systemen worden ingevoerd te registreren. De ESMA moet de uitwisseling van informatie tussen de bevoegde autoriteiten coördineren om er zeker van te zijn dat zij toegang hebben tot alle geregistreerde transacties en orders, ook als die zijn ingevoerd op platforms die buiten hun rechtsgebied actief zijn, met betrekking tot de financiële instrumenten waarop zij toezicht houden.

(35)

Dubbele registratie van dezelfde informatie moet worden vermeden. Meldingen die worden ingediend bij transactieregisters die zijn geregistreerd of erkend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 648/2012 voor de betreffende financiële instrumenten en die alle vereiste informatie voor het melden van transacties bevatten, zouden niet gedaan hoeven te worden aan de bevoegde autoriteiten, maar zouden aan hen moeten worden doorgegeven door de transactieregisters. Verordening (EU) nr. 648/2012 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(36)

Het uitwisselen of doorgeven van informatie door de bevoegde autoriteiten dient in overeenstemming te zijn met de voorschriften betreffende de doorgifte van persoonsgegevens die zijn neergelegd in Richtlijn 95/46/EG. Het uitwisselen of doorgeven van informatie door de ESMA dient in overeenstemming te zijn met de voorschriften betreffende de doorgifte van persoonsgegevens die zijn neergelegd in Verordening (EG) nr. 45/2001, die volledig van toepassing moeten zijn op de verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze verordening.

(37)

In Verordening (EU) nr. 648/2012 zijn de criteria vastgelegd aan de hand waarvan wordt bepaald welke klassen van otc-derivaten clearingplichtig zijn. Deze verordening voorkomt concurrentieverstoringen door niet-discriminerende toegang te eisen tot CTP’s die clearing van otc-derivaten aanbieden aan handelsplatformen en niet-discriminerende toegang tot de handelsstromen van handelsplatformen naar CTP’s die clearing van otc-derivaten aanbieden. Aangezien otc-derivaten zijn gedefinieerd als derivatencontracten waarvan de uitvoering niet op een gereglementeerde markt plaatsvindt, is het nodig in het kader van deze verordening soortgelijke vereisten te introduceren voor gereglementeerde markten. Ook voor derivaten die worden verhandeld op gereglementeerde markten, dient centrale clearing te gelden.

(38)

Naast de eisen in Richtlijn 2004/39/EG en in Richtlijn 2014/65/EU die beletten dat de lidstaten de toegang tot posttransactionele infrastructuur, zoals CTP’s en afwikkelingsregelingen, onnodig beperken, is het noodzakelijk dat deze verordening diverse andere handelsbelemmeringen wegneemt die kunnen worden gebruikt om concurrentie in de clearing van financiële instrumenten te verhinderen. Om discriminerende praktijken te voorkomen, moeten CTP’s akkoord gaan met het clearen van transacties die zijn uitgevoerd in verschillende handelsplatformen, voor zover die platformen voldoen aan de operationele en technische vereisten, ook op het gebied van risicobeheer, die de CTP heeft vastgesteld. Een CTP dient toegang te verlenen indien aan bepaalde in technische reguleringsnormen gespecificeerde toegangscriteria is voldaan. Ten aanzien van pas opgerichte CTP’s die bij de inwerkingtreding van deze verordening minder dan drie jaar over een vergunning of een erkenning beschikken, zouden de bevoegde autoriteiten, wat effecten en geldmarktinstrumenten betreft, de mogelijkheid moeten hebben een overgangsperiode van ten hoogste tweeënhalf jaar goed te keuren vooraleer zij worden blootgesteld aan volledige, niet-discriminerende toegang met betrekking tot effecten en geldmarktinstrumenten. Indien een CTP er evenwel voor kiest gebruik te maken van de overgangsregeling, kan zij tijdens de duur daarvan de rechten van toegang tot een handelsplatform op grond van deze verordening niet genieten. Bovendien kan geen enkel handelsplatform dat nauwe banden heeft met die CTP de rechten van toegang tot een CTP op grond van deze verordening genieten tijdens de duur van de overgangsregeling.

(39)

In Verordening (EU) nr. 648/2012 worden de voorwaarden vastgesteld volgens dewelke voor otc-derivaten niet-discriminerende toegang moet worden verleend tussen CTP’s en handelsplatformen. Verordening (EU) nr. 648/2012 definieert otc-derivaten als derivaten waarvan de uitvoering niet plaatsvindt op een gereglementeerde markt of op een markt van een derde land die overeenkomstig artikel 19, lid 6, van Richtlijn 2004/39/EG geacht wordt gelijkwaardig te zijn aan een gereglementeerde markt. Teneinde lacunes of overlappingen te voorkomen en de consistentie tussen Verordening (EU) nr. 648/2012 en deze verordening te waarborgen, zijn de in deze verordening opgenomen eisen inzake niet-discriminerende toegang tussen CTP’s en handelsplatformen van toepassing op derivaten die worden verhandeld op gereglementeerde markten of op een markt van een derde land die overeenkomstig Richtlijn 2014/65/EU als gelijkwaardig met een gereglementeerde markt wordt beschouwd en op alle niet-afgeleide financiële instrumenten.

(40)

Van handelsplatformen dient te worden vereist dat zij CTP’s die via een handelsplatform uitgevoerde transacties willen clearen, op transparante en niet-discriminerende basis toegang geven, inclusief tot gegevensstromen. Dit mag er evenwel niet toe leiden dat voor het clearen van transacties in derivaten interoperabiliteitsregelingen moeten worden gebruikt of dat liquiditeitsfragmentatie ontstaat waardoor de soepele en ordelijke werking van de markten in gevaar zou worden gebracht. Een handelsplatform dient toegang alleen te weigeren indien niet aan bepaalde in technische reguleringsnormen gespecificeerde toegangscriteria is voldaan. Met betrekking tot op de beurs verhandelde derivaten zou het buiten verhouding zijn om van kleinere handelsplatformen, met name platformen die nauwe banden hebben met CTP’s, te eisen dat zij onmiddellijk aan de eisen inzake niet-discriminerende toegang voldoen indien zij nog niet de technologische capaciteit hebben verworven om onder gelijke voorwaarden mee te doen met de meerderheid van de posttransactionele infrastructuurmarkt. Daarom moeten handelsplatforms beneden de desbetreffende drempel de mogelijkheid hebben zichzelf, en bijgevolg ook hun verbonden CTP’s, voor een periode van 30 maanden, met mogelijke verlengingen, vrij te stellen van de eisen inzake niet-discriminerende toegang voor op de beurs verhandelde derivaten. Indien een handelsplatform er evenwel voor kiest zichzelf vrij te stellen, kan het de rechten van toegang tot een CTP op grond van deze verordening niet genieten tijdens de duur van de vrijstelling.

Bovendien dient geen enkele CTP die nauwe banden heeft met dat handelsplatform de rechten van toegang tot een handelsplatform op grond van deze verordening te kunnen genieten tijdens de duur van de vrijstelling. Op grond van Verordening (EU) nr. 648/2012 moeten er, indien commerciële- en intellectuele-eigendomsrechten betrekking hebben op financiële diensten in verband met derivatencontracten, onder evenredige, eerlijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden licenties beschikbaar zijn. Daarom moet de toegang tot licenties voor en informatie over benchmarks die worden gebruikt om de waarde van financiële instrumenten te bepalen, onder evenredige, eerlijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden aan CTP’s en andere handelsplatformen worden verstrekt, en moet elke licentie tegen redelijke commerciële voorwaarden worden verleend. Onverminderd de toepassing van de mededingingsregels dient, indien na de inwerkingtreding van deze verordening een nieuwe benchmark wordt ontwikkeld, de verplichting tot licentieverlening dertig maanden nadat een financieel instrument dat naar die benchmark verwijst, is begonnen met of is toegelaten tot de handel, in werking te treden. Toegang tot licenties is van vitaal belang voor het vergemakkelijken van toegang tussen handelsplatformen en CTP’s op grond van de artikelen 35 en 36, omdat de toegang tussen handelsplatformen en CTP’s waartoe zij om toegang hebben verzocht, anders nog steeds door licentieregelingen gedwarsboomd zou kunnen worden.

Het is de bedoeling dat het wegnemen van belemmeringen en discriminerende praktijken de concurrentie voor clearing en verhandeling van financiële instrumenten versterkt, teneinde de investerings- en leenkosten te verlagen, inefficiënties weg te nemen en innovatie in de markten van de Unie te stimuleren. De Commissie moet de ontwikkeling van de posttransactionele infrastructuur nauwlettend in de gaten blijven houden en moet waar nodig ingrijpen om verstoringen van de concurrentie op de interne markt te voorkomen, met name wanneer het weigeren van de toegang tot infrastructuur of benchmarks in strijd is met artikel 101 of 102 VWEU. De verplichting tot licentieverlening op grond van deze verordening dient de algemene verplichting van de eigenaren van benchmarks die voortvloeit uit het mededingingsrecht van de Unie, en met name de artikelen 101 en 102 VWEU, met betrekking tot de toegang tot benchmarks die onontbeerlijk zijn voor het betreden van een nieuwe markt, onverlet te laten. Wanneer een bevoegde autoriteit ermee instemt om gedurende een overgangsperiode geen toegangsrechten toe te passen, is dat geen vergunning of een wijziging van een vergunning.

(41)

De levering van diensten door ondernemingen uit derde landen in de Unie is gebonden aan nationale regelingen en vereisten. Die regelingen zijn sterk gedifferentieerd en de ondernemingen die in het kader ervan een vergunning hebben, genieten niet de vrijheid om diensten te leveren en het recht van vestiging in andere lidstaten dan de lidstaat waar zij zijn gevestigd. Het is passend om een gemeenschappelijk regelgevingskader op het niveau van de Unie te introduceren. Een dergelijk kader moet de bestaande versnipperde regeling harmoniseren, zekerheid verschaffen aan en een eenvormige behandeling garanderen van ondernemingen van derde landen die toegang tot de Unie wensen, ervoor zorgen dat de Commissie de daadwerkelijke gelijkwaardigheid van het prudentiële en bedrijfsvoeringskader van derde landen heeft getoetst, en een vergelijkbaar niveau van bescherming bieden aan cliënten in de Unie die diensten van ondernemingen van derde landen ontvangen.

Bij de toepassing van de regeling moeten de Commissie en de lidstaten prioriteit geven aan de gebieden die onder de toezeggingen van de G20 en overeenkomsten met de belangrijkste handelspartners van de Unie vallen, rekening houden met de centrale rol die de Unie speelt op de mondiale financiële markten, en ervoor zorgen dat de toepassing van de vereisten ten aanzien van derde landen beleggers en emittenten uit de Unie niet belet te beleggen in of financiering te verkrijgen van derde landen, en beleggers en emittenten uit derde landen niet belet te beleggen, kapitaal bijeen te brengen of andere financiële diensten te verkrijgen op markten in de Unie, tenzij dit noodzakelijk is om objectieve en op bewijsmateriaal gebaseerde prudentiële redenen. Bij de uitvoering van de beoordelingen dient de Commissie zich te houden aan de „Objectives and Principles of Securities Regulation” van de Internationale organisatie van effectentoezichthouders (International Organisation of Securities Commission — IOSCO) en haar aanbevelingen, zoals door de IOSCO gewijzigd en geïnterpreteerd.

Indien er geen besluit over de daadwerkelijke gelijkwaardigheid kan worden genomen, blijft de verlening van diensten door ondernemingen uit derde landen in de Unie onderworpen aan nationale regelingen. De Commissie dient uit eigen beweging de gelijkwaardigheidsbeoordeling te initiëren. De lidstaten dienen te kunnen aangeven erin geïnteresseerd te zijn dat een bepaald derde land of bepaalde derde landen worden onderworpen aan de gelijkwaardigheidsbeoordeling van de Commissie, zonder dat dit de Commissie ertoe verplicht het gelijkwaardigheidsproces te initiëren. De gelijkwaardigheidsbeoordeling dient resultaatgericht te zijn; beoordeeld dient te worden in hoeverre het wettelijke en toezichtkader van het betrokken derde land soortgelijke en adequate regelgevingseffecten oplevert en in hoeverre het aan dezelfde doelstellingen beantwoordt als het recht van de Unie. Wanneer de Commissie deze gelijkwaardigheidsbeoordelingenstart, dient zij prioriteit te kunnen geven aan het rechtsgebied van bepaalde derde landen, rekening houdend met het materieel belang van gelijkwaardigheid voor ondernemingen en cliënten in de Unie, het bestaan van overeenkomsten tussen het derde land en de lidstaten op het gebied van toezicht en samenwerking, het bestaan van een effectief, gelijkwaardig systeem voor de erkenning van beleggingsondernemingen die krachtens buitenlandse regelingen over een vergunning beschikken, alsmede de belangstelling en bereidheid van het derde land om aan de gelijkwaardigheidsbeoordeling mee te werken. De Commissie dient na te gaan of zich significante veranderingen in het regelgevingskader van het derde land voordoen, en zo nodig het besluit inzake de gelijkwaardigheid te herzien.

(42)

Krachtens deze verordening, dient de levering van diensten zonder bijkantoren te worden beperkt tot in aanmerking komende tegenpartijen en professionele cliënten. Die levering dient gebonden te zijn aan registratie door de ESMA en toezicht in het derde land. Er dienen deugdelijke samenwerkingsregelingen te bestaan tussen de ESMA en de bevoegde autoriteiten van het derde land.

(43)

De bepalingen in deze verordening die regels bevatten voor de verrichting van diensten of activiteiten door ondernemingen uit derde landen, mogen geen afbreuk doen aan de mogelijkheid voor in de Unie gevestigde personen om op eigen initiatief beleggingsdiensten te ontvangen van een onderneming uit een derde land, de mogelijkheid voor beleggingsondernemingen of kredietinstellingen uit de Unie om op eigen initiatief beleggingsdiensten of -activiteiten te ontvangen van een onderneming uit een derde land, of de mogelijkheid voor een cliënt om op eigen initiatief beleggingsdiensten te ontvangen van een onderneming uit een derde land door bemiddeling van een dergelijke kredietinstelling of beleggingsonderneming. Indien een onderneming in een derde land diensten verricht op het eigen exclusief initiatief van een in de Unie gevestigde persoon, worden deze diensten niet geacht te zijn geleverd op het grondgebied van de Unie. Indien een onderneming van een derde land diensten aan cliënten of potentiële cliënten in de Unie aanbiedt, dan wel beleggingsdiensten of -activiteiten samen met nevendiensten in de Unie promoot of daarvoor reclame maakt, dan dienen deze diensten niet te worden aangemerkt als diensten die uitsluitend op eigen initiatief van de cliënt worden verricht.

(44)

Wat de erkenning van ondernemingen van derde landen betreft, zouden, overeenkomstig de internationale verplichtingen van de Unie in het kader van de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie, met inbegrip van de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten, besluiten waarbij het wettelijke- en toezichtskader van derde landen als gelijkwaardig aan het wettelijke en toezichtskader van de Unie wordt verklaard, uitsluitend mogen worden genomen indien het wettelijke en toezichtskader van het derde land voorziet in een effectief, gelijkwaardig systeem voor de erkenning van beleggingsondernemingen waaraan krachtens buitenlandse rechtsstelsels een vergunning is verleend, o.a. conform de in september 2009 door de G-20 vastgestelde algemene regelgevingsdoelen en -normen, te weten verbetering van de transparantie op de derivatenmarkten, afzwakking van het systeemrisico en bescherming tegen marktmisbruik. Een dergelijk systeem moet worden geacht gelijkwaardig te zijn als het garandeert dat het materiële resultaat van het toepasselijke regelgevingskader soortgelijk is aan de vereisten van de Unie, en moet worden geacht effectief te zijn als die regels op consistente wijze worden toegepast.

(45)

In spotmarkten voor emissierechten (EUA) hebben uiteenlopende frauduleuze praktijken plaatsgevonden die het vertrouwen in de emissiehandelssystemen, die in het leven zijn geroepen door Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (14), kunnen ondermijnen en er worden maatregelen genomen om het systeem van EUA-registers en de voorwaarden voor het openen van een account voor het verhandelen van EUA’s te versterken. Om de integriteit te versterken en het efficiënt functioneren van deze markten te waarborgen, onder meer door uitgebreid toezicht op de handelsactiviteit, is het passend om de maatregelen die zijn genomen op grond van Richtlijn 2003/87/EG aan te vullen door emissierechten volledig binnen het toepassingsgebied van deze verordening en van Richtlijn 2014/65/EU, en eveneens van Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad (15) en van Richtlijn 2014/57/EU van het Europees Parlement en de Raad (16) te brengen door deze als financiële instrumenten te classificeren.

(46)

De Commissie dient bevoegd te zijn om overeenkomstig artikel 290 VWEU gedelegeerde handelingen vast te stellen. Meer in het bijzonder moeten er gedelegeerde handelingen worden vastgesteld met betrekking tot de uitbreiding van het toepassingsgebied van een aantal bepalingen van deze verordening tot centrale banken van derde landen, specifieke details op het gebied van definities, specifieke kostengerelateerde bepalingen met betrekking tot de beschikbaarheid van marktgegevens, toegang tot koersen, de omvang waarop een onderneming transacties kan afsluiten met een andere klant aan wie een koers is beschikbaar gesteld, de compressie van portefeuilles, en het verder bepalen wanneer er sprake is van een significante bezorgdheid inzake beleggersbescherming of een bedreiging voor de beleggersbescherming, het ordelijk functioneren en de integriteit van financiële markten of grondstoffenmarkten of, de stabiliteit van het hele financiële stelsel van de Unie of een deel daarvan aanleiding kunnen vormen voor maatregelen van de ESMA, de EBA, of van bevoegde autoriteiten, positiebeheerbevoegdheden van de ESMA, de uitbreiding van de in artikel 35, lid 5, van deze verordening bedoelde overgangsregeling voor een bepaalde periode en met betrekking tot de uitsluiting van op de beursverhandelde derivaten van het toepassingsgebied van deze verordening voor een bepaalde periode. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad.

(47)

Om ervoor te zorgen dat deze verordening volgens eenvormige voorwaarden wordt uitgevoerd, dienen er uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie te worden verleend met betrekking tot het nemen van het besluit over de gelijkwaardigheid van wettelijke en toezichtskaders van de derde landen voor de levering van diensten door in derde landen gevestigde ondernemingen of handelsplatformen in derde landen, welk besluit tot doel heeft te bepalen of de handelsplatformen in aanmerking komen voor de handel in derivaten waarvoor een handelsverplichting geldt, en voor de toegang van CTP’s uit derde landen en handelsplatformen in derde landen tot handelsplatformen en CTP’s opgericht in de Unie. Deze bevoegdheden dienen te worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (17).

(48)

Daar de doelstellingen van deze verordening, namelijk het vaststellen van uniforme vereisten voor financiële instrumenten met betrekking tot het openbaar maken van handelsgegevens, het melden van transacties aan de bevoegde autoriteiten, de handel in derivaten en aandelen op georganiseerde markten, niet-discriminerende toegang tot CTP’s, handelsplatformen en benchmarks, productinterventiebevoegdheden en bevoegdheden op het gebied van positiebeheer en positiebeperkingen, en de verrichting van beleggingsdiensten of -activiteiten door ondernemingen uit derde landen, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, omdat de nationale bevoegde autoriteiten weliswaar in een betere positie zijn om toezicht te houden op de marktontwikkelingen, maar het algehele effect van de problemen met betrekking tot handelstransparantie, het melden van transacties, de handel in derivaten en het verbieden van producten en praktijken alleen volledig kan worden begrepen in de context van de hele Unie, en derhalve, vanwege de omvang en gevolgen ervan, beter op het niveau van de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel, gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(49)

Bij de uitoefening van hun taken mogen de bevoegde autoriteiten noch de ESMA maatregelen nemen waarmee een lidstaat of een groep van lidstaten als platform voor het verlenen van beleggingsdiensten en het verrichten van beleggingsactiviteiten in welke valuta dan ook rechtstreeks of onrechtstreeks wordt gediscrimineerd. Bij de uitoefening van zijn taak, mag de EBA, geen maatregelen nemen waarmee een lidstaat of een groep van lidstaten rechtstreeks of onrechtstreeks wordt gediscrimineerd.

(50)

Technische normen voor financiële diensten moeten zorgen voor voldoende bescherming van deposanten, beleggers en consumenten in de hele Unie. Het is efficiënt en passend om de ESMA, als orgaan met hooggespecialiseerde expertise, te belasten met de uitwerking van ontwerpen van technische reguleringsnormen die geen beleidskeuzen inhouden, met het oog op de voorlegging ervan aan de Commissie.

(51)

De Commissie dient de ontwerpen van technische reguleringsnormen die de ESMA opstelt, met betrekking tot de precieze kenmerken van handelstransparantievereisten, met betrekking tot het monetaire, vreemde valuta en financieel stabiliteitsbeleid en de soorten van de onder deze verordening relevante bepaalde transacties, met betrekking tot de gedetailleerde voorwaarden voor ontheffingen van pretransactionele transparantie, met betrekking tot regelingen voor uitgestelde posttransactionele openbaarmaking, met betrekking tot de verplichting om pretransactionele en posttransactionele gegevens apart beschikbaar te stellen, met betrekking tot de criteria voor de toepassing van pretransactionele transparantieverplichtingen voor beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling, met betrekking tot de posttransactionele openbaarmaking door beleggingsondernemingen, met betrekking tot de inhoud en frequentie van verzoeken om gegevens voor de verstrekking van informatie ten behoeve van de transparantie en andere berekeningen, met betrekking tot transacties die niet bijdragen aan de koersvorming, met betrekking tot de bij te houden ordergegevens, met betrekking tot de inhoud en specificaties van de transactieverslagen, met betrekking tot de inhoud en de specificaties van de referentiegegevens voor financiële instrumenten, met betrekking tot de typen contracten die een rechtstreeks, substantieel en te voorzien effect hebben binnen de Unie en de gevallen waarin de handelsverplichting nodig is, met betrekking tot de aan systemen en procedures te stellen eisen om te garanderen dat transacties in geclearde derivaten voor clearing worden voorgelegd en aanvaard, ter specificatie van de soorten indirecte clearingdienstregelingen, met betrekking tot het bepalen van derivaten die onder een verplichting tot handel via georganiseerde handelsplatformen vallen, met betrekking tot niet-discriminerende toegang tot een CTP en een handelsplatform, met betrekking tot niet-discriminerende toegang tot en verplichting tot licentieverlening voor benchmarks, met betrekking tot de informatie die de aanvragende onderneming uit een derde land aan de ESMA moet verstrekken in haar registratieaanvraag, vast te stellen. De Commissie moet deze ontwerpen van technische reguleringsnormen vaststellen door middel van gedelegeerde handelingen op grond van artikel 290 VWEU en in overeenstemming met de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.

(52)

Artikel 95 van Richtlijn 2014/65/EU voorziet in een overgangsvrijstelling voor bepaalde energiederivatencontracten. Daarom moet dit in aanmerking worden genomen in de technische normen met een nadere uitwerking van de clearingverplichting die de ESMA overeenkomstig artikel 5, lid 2, onder b), van Verordening (EU) nr. 648/2012 opstelt, en mag daarin geen clearingverplichting worden opgelegd aan derivatencontracten die vervolgens onder de overgangsvrijstelling voor energiederivatencontracten van type C6 zouden vallen.

(53)

De toepassing van de voorschriften in deze verordening dient te worden uitgesteld om de toepasselijkheid op één lijn te brengen met de toepassing van de omgezette regels van de herschikte richtlijn en om alle essentiële uitvoeringsmaatregelen vast te stellen. Het volledige regelgevingspakket moet dan op hetzelfde tijdstip van toepassing worden. Alleen de toepassing van de bevoegdheidsverleningen voor uitvoeringsmaatregelen dient niet te worden uitgesteld, zodat met de noodzakelijke stappen voor het opstellen en vaststellen van die uitvoeringsmaatregelen zo snel mogelijk een begin kan worden gemaakt.

(54)

Deze verordening respecteert de grondrechten en neemt de beginselen die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn erkend, in acht, in het bijzonder het recht op de bescherming van persoonsgegevens (artikel 8), de vrijheid van ondernemerschap (artikel 16), het recht op consumentenbescherming (artikel 38), het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht (artikel 47) en het recht om niet tweemaal voor hetzelfde delict te worden berecht of gestraft (artikel 50), en moet worden toegepast in overeenstemming met deze rechten en beginselen.

(55)

De Europese toezichthouder voor gegevensbescherming werd geraadpleegd overeenkomstig artikel 28, lid 2, van Verordening (EG) nr. 45/2001 en heeft op 10 februari 2012 (18) een advies uitgebracht,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

TITEL I

ONDERWERP, TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

1.   In deze verordening zijn uniforme vereisten vastgelegd met betrekking tot de volgende zaken:

a)

het openbaar maken van handelsgegevens aan het publiek;

b)

het melden van transacties aan de bevoegde autoriteiten;

c)

de handel in derivaten via georganiseerde handelsplatformen;

d)

non-discriminerende toegang tot clearing en niet-discriminerende toegang tot de handel in benchmarks;

e)

productinterventiebevoegdheden van bevoegde autoriteiten, en de ESMA en de EBA en bevoegdheden van de ESMA op het gebied van positiebeheercontrole en positielimieten;

f)

het verstrekken van beleggingsdiensten of -activiteiten door ondernemingen uit derde landen met of zonder een bijkantoor na een toepasselijk gelijkwaardigheidsbesluit van de Commissie.

2.   Deze verordening is van toepassing op beleggingsondernemingen waaraan op grond van Richtlijn 2014/65/EU een vergunning is verleend en kredietinstellingen waaraan op grond van Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad (19) een vergunning is verleend als deze beleggingsdiensten verlenen en/of beleggingsactiviteiten verrichten, en marktexploitanten, met inbegrip van door hen geëxploiteerde handelsplatformen.

3.   Titel V van deze verordening is ook van toepassing op alle financiële tegenpartijen zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 8, van Verordening (EU) nr. 648/2012 en op alle niet-financiële tegenpartijen die onder artikel 10, lid 1, onder b), van die verordening vallen.

4.   Titel VI van deze verordening is ook van toepassing op CTP’s en personen met eigendomsrechten op benchmarks.

5.   Titel VIII van deze verordening is van toepassing op ondernemingen uit derde landen met of zonder een bijkantoor die beleggingsdiensten of -activiteiten in de Unie leveren na een toepasselijk gelijkwaardigheidsbesluit van de Commissie.

6.   De artikelen 8, 10, 18 en 21 zijn niet van toepassing op gereglementeerde markten, marktexploitanten en beleggingsondernemingen met betrekking tot een transactie waarbij de tegenpartij lid is van het Europees Stelsel van centrale banken (European System of Central Banks — ESCB) is en wanneer die transactie wordt aangegaan in het kader van de uitvoering van het monetaire, valuta- en financiële stabiliteitsbeleid waartoe dat lid van het ESCB wettelijk bevoegd is en wanneer het betrokken lid die tegenpartij er vooraf van in kennis heeft gesteld dat de transactie is vrijgesteld.

7.   Lid 6 is niet van toepassing op transacties die door een lid van het ESCB zijn aangegaan in het kader van het verrichten van zijn beleggingsactiviteiten.

8.   De ESMA stelt in nauwe samenwerking met het ESCB ontwerpen van technische reguleringsnormen op waarin nader wordt aangegeven op welke operaties in het kader van het monetaire vreemde valuta en financieel stabiliteitsbeleid en op welke soorten transacties de leden 6 en 8 van toepassing zijn.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de in de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 bedoelde procedure.

9.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 50 gedelegeerde handelingen vast te stellen om het toepassingsgebied van lid 6 uit te breiden tot andere centrale banken.

Daartoe legt de Commissie uiterlijk op 1 juni 2015 een verslag voor aan het Europees Parlement en de Raad waarin zij de behandeling beoordeelt van transacties door centrale banken van derde landen, die voor de toepassing van dit lid de Bank voor Internationale Betalingen omvat. Dit verslag bevat een analyse van hun statutaire taken en hun handelsvolumes in de Unie. In dit verslag:

a)

worden de bepalingen vermeld die in de relevante derde landen gelden met betrekking tot de verplichte openbaarmaking van transacties van centrale banken, met inbegrip van transacties door leden van het ESCB in die derde landen, en

b)

wordt het potentiële effect beoordeeld dat regelgeving inzake verplichte openbaarmaking in de Unie kan hebben op transacties met centrale banken van derde landen.

Als de conclusie in het verslag luidt dat de in lid 6 bedoelde vrijstelling noodzakelijk is inzake transacties waarbij de tegenpartij de centrale bank van een derde land is die operaties uitvoert in het kader van het monetaire beleid, het valutabeleid en ten behoeve van de financiële stabiliteit, bepaalt de Commissie dat die vrijstelling van toepassing is op de centrale bank van dat derde land.

Artikel 2

Definities

1.   Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1.   „beleggingsonderneming”: een beleggingsonderneming in de zin van artikel 4, lid 1, punt 1, van Richtlijn 2014/65/EU;

2.   „beleggingsdiensten en -activiteiten”: beleggingsdiensten en -activiteiten in de zin van artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU;

3.   „nevendiensten”: nevendiensten in de zin van artikel 4, lid 1, punt 3, van Richtlijn 2014/65/EU;

4.   „uitvoering van orders voor rekening van cliënten”: uitvoering van orders voor rekening van cliënten in de zin van artikel 4, lid 1, punt 5, van Richtlijn 2014/65/EU;

5.   „handelen voor eigen rekening”: handelen voor eigen rekening in de zin van artikel 4, lid 1, punt 6, van Richtlijn 2014/65/EU;

6.   „marktmaker”: marktmaker in de zin van artikel 4, lid 1, punt 7, van Richtlijn 2014/65/EU;

7.   „cliënt”: cliënt in de zin van artikel 4, lid 1, punt 9, van Richtlijn 2014/65/EU;

8.   „professionele cliënt”: professionele cliënt in de zin van artikel 4, lid 1, punt 10, van Richtlijn 2014/65/EU;

9.   „financieel instrument”: financieel instrument in de zin van artikel 4, lid 1, punt 15, van Richtlijn 2014/65/EU;

10.   „marktexploitant”: marktexploitant in de zin van artikel 4, lid 1, punt 18, van Richtlijn 2014/65/EU;

11)   „multilateraal systeem”: een multilateraal systeem in de zin van artikel 4, lid 1, punt 19, van Richtlijn 2014/65/EU;

12.   „beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling”: beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling in de zin van artikel 4, lid 1, punt 20, van Richtlijn 2014/65/EU;

13.   „gereglementeerde markt”: gereglementeerde markt in de zin van artikel 4, lid 1, punt 21, van Richtlijn 2014/65/EU;

14.   „multilaterale handelsfaciliteit” of „MTF” (multilateral trading facility): multilaterale handelsfaciliteit in de zin van artikel 4, lid 1, punt 22, van Richtlijn 2014/65/EU;

15.   „georganiseerde handelsfaciliteit” of „OTF” (organised trading facility): een georganiseerde handelsfaciliteit in de zin van artikel 4, lid 1, punt 23, van Richtlijn 2014/65/EU;

16.   „handelsplatform”: een handelsplatform in de zin van artikel 4, lid 1, punt 24, van Richtlijn 2014/65/EU;

17.   „liquide markt”:

a)

voor de toepassing van de artikelen 9, 11 en 18, een markt voor een financieel instrument of een klasse van financiële instrumenten waarop bereidwillige kopers en verkopers doorlopend aanwezig zijn, en waar de markt wordt beoordeeld overeenkomstig de hierna volgende criteria, rekening houdend met de specifieke marktstructuren van het betrokken financieel instrument of de betrokken klasse van financiële instrumenten:

i)

de gemiddelde frequentie en omvang van de transacties in verschillende marktomstandigheden, gelet op de aard en levenscyclus van producten binnen de klasse van financiële instrumenten;

ii)

het aantal en het soort marktdeelnemers, met inbegrip van de verhouding van marktdeelnemers tot verhandelde financiële instrumenten in een bepaald product;

iii)

de gemiddelde omvang van de spreads, indien beschikbaar;

b)

voor de toepassing van de artikelen 4, 5 en 14, een markt waarop een financieel instrument dagelijks wordt verhandeld en de markt wordt beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

i)

het vrij verhandelbaar gedeelte (de free float);

ii)

het gemiddelde dagelijkse aantal transacties in deze financiële instrumenten;

iii)

de gemiddelde dagelijkse omzet in deze financiële instrumenten;

18.   „bevoegde autoriteit”: een bevoegde autoriteit in de zin van artikel 4, lid 1, punt 26, van Richtlijn 2014/65/EU;

19.   „kredietinstelling”: een kredietinstelling in de zin van artikel 4, lid 1, punt 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (20);

20.   „bijkantoor”: bijkantoor in de zin van artikel 4, lid 1, punt 30, van Richtlijn 2014/65/EU;

21.   „nauwe banden”: nauwe banden in de zin van artikel 4, lid 1, punt 35, van Richtlijn 2014/65/EU;

22.   „leidinggevend orgaan”: een leidinggevend orgaan in de zin van artikel 4, lid 1, punt 36, van Richtlijn 2014/65/EU;

23.   „gestructureerd deposito”: een gestructureerd deposito in de zin van artikel 4, lid 1, punt 43, van Richtlijn 2014/65/EU;

24.   „effecten”: effecten in de zin van artikel 4, lid 1, punt 44 van Richtlijn 2014/65/EU;

25.   „representatieve certificaten (depositary receipts)”: representatieve certificaten in de zin van artikel 4, lid 1, punt 45 van Richtlijn 2014/65/EU;

26.   „beursverhandeld fonds” of „ETF” (exchange-traded fund): een beursverhandeld fonds in de zin van artikel 4, lid 1, punt 46 van Richtlijn 2014/65/EU;

27.   „certificaten”: op de kapitaalmarkt verhandelbare waardepapieren die in het geval van een terugbetaling van inbreng door de uitgevende instelling voor aandelen komen, maar na ongedekte obligaties en soortgelijke instrumenten;

28.   „gestructureerde financiële producten”: waardepapieren die bedoeld zijn om kredietrisico te securitiseren en over te dragen dat is verbonden aan een pool van financiële activa op basis waarvan de houder recht heeft op regelmatige betalingen die afhankelijk zijn van de geldstromen van de onderliggende activa;

29.   „derivaten”: financiële instrumenten in de zin van artikel 4, lid 1, punt 44, onder c) van Richtlijn 2014/65/EU, en die worden genoemd in deel C, punten 4 tot en met 10, van bijlage I bij Richtlijn 2014/65/EU;

30.   „grondstoffenderivaten”: financiële instrumenten in de zin van artikel 4, lid 1, punt 44, onder c) van Richtlijn 2014/65/EU, met betrekking tot een grondstof of een onderliggende waarde, als bedoeld in deel C, punt 10, van bijlage I bij Richtlijn 2014/65/EU of in deel C, punten 5, 6, 7 en 10, van bijlage I daarbij

31.   „CTP”: een CTP in de zin van artikel 2, punt 1, van Verordening (EU) nr. 648/2012;

32.   „op de beurs verhandeld derivaat”: een derivaat dat wordt verhandeld op een gereglementeerde markt of op de markt van een derde land die overeenkomstig artikel 28 van deze verordening als gelijkwaardig met een gereglementeerde markt wordt beschouwd, en dat als zodanig niet onder de definitie van otc-derivaat van artikel 2, lid 7, van Verordening (EU) nr. 648/2012 valt;

33.   „blijk van belangstelling die aanleiding geeft tot actie” (actionable indication of interest): een bericht van het ene lid of de ene deelnemer aan het andere lid of de andere deelnemer binnen een handelssysteem met betrekking tot belangstelling voor handel, waarin alle noodzakelijke informatie is opgenomen om een transactie overeen te komen;

34.   „goedgekeurde publicatieregeling” of „APA” (approved publication arrangement): een goedgekeurde publicatieregeling in de zin van artikel 4, lid 1, punt 52 van Richtlijn 2014/65/EU;

35.   „verstrekker van consolidated tape” (consolidated tape provider): een verstrekker van consolidated tape in de zin van artikel 4, lid 1, punt 53 van Richtlijn 2014/65/EU;

36.   „goedgekeurd meldingsmechanisme” of „ARM” (approved reporting mechanism): een goedgekeurd meldingsmechanisme in de zin van artikel 4, lid 1, punt 54 van Richtlijn 2014/65/EU;

37.   „lidstaat van herkomst”: lidstaat van herkomst in de zin van artikel 4, lid 1, punt 55 van Richtlijn 2014/65/EU;

38.   „lidstaat van ontvangst”: lidstaat van ontvangst in de zin van artikel 4, lid 1, punt 56 van Richtlijn 2014/65/EU;

39.   „benchmark”: een openbaar gemaakt of gepubliceerd rente, index of getal dat periodiek of regelmatig wordt bepaald door een formule toe te passen op dan wel op basis van de waarde van een of meer onderliggende activa of prijzen, met inbegrip van geraamde prijzen, werkelijke of geraamde rentetarieven of andere waarden, dan wel enquêtegegevens, en op basis waarvan het voor een financieel instrument te betalen bedrag of de waarde van een financieel instrument wordt bepaald;

40)   „interoperabiliteitsregeling”: een interoperabiliteitsregeling in de zin van artikel 2, punt 12, van Verordening (EU) nr. 648/2012;

41.   „financiële instelling uit een derde land”: een entiteit waarvan het hoofdkantoor in een derde land is gevestigd, die op grond van de wetgeving van dat derde land een vergunning of licentie heeft verkregen om een of meer van de diensten of activiteiten uit te voeren die zijn genoemd in Richtlijn 2013/36/EU, Richtlijn 2014/65/EU, Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad (21), Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad (22), Richtlijn 2003/41/EG van het Europees Parlement en de Raad (23) of Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad (24);

42)   „onderneming uit een derde land”: een onderneming uit een derde land in de zin van artikel 4, lid 1, punt 57, van Richtlijn 2014/65/EU;

43.   „voor de groothandel bestemde energieproducten”: voor de groothandel bestemde energieproducten in de zin van artikel 2, punt 4, van Verordening (EU) nr. 1227/2011 van het Europees Parlement en de Raad (25);

44.   „landbouwgrondstoffenderivaten”: derivatencontracten met betrekking tot producten opgenomen in de lijst van artikel 1 van, en bijlage I, deel I tot XX en XXIV/1 bij Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad (26);

45.   „liquiditeitsfragmentatie”: een situatie waarin:

a)

de deelnemers aan een handelsplatform niet in staat zijn een transactie met een of meer andere deelnemers aan dat platform af te sluiten wegens het ontbreken van clearingregelingen waartoe alle deelnemers toegang hebben; of

b)

een clearinglid of zijn cliënten gedwongen zouden zijn hun posities in een financieel instrument op meer dan één CTP aan te houden, hetgeen de mogelijkheid tot verrekening van financiële posities zou beperken;

46.   „overheidsschuld”: overheidsschuld in de zin van artikel 4, lid 1, punt 61 van Richtlijn 2014/65/EU;

47.   „compressie van een portefeuille”: een risicoverlagende dienst waarbij twee of meer tegenpartijen enkele of alle derivaten die door hen zijn voorgelegd om te worden opgenomen in de compressie van een portefeuille, geheel of gedeeltelijk beëindigen en de beëindigde derivaten vervangen door een ander derivaat waarvan de gecombineerde notionele waarde kleiner is dan de gecombineerde notionele waarde van de beëindigde derivaten.

2.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 50 gedelegeerde handelingen vast te stellen om bepaalde technische elementen van de in lid 1 vastgelegde definities nader te bepalen om deze af te stemmen op de marktontwikkelingen.

TITEL II

TRANSPARANTIE VOOR HANDELSPLATFORMEN

HOOFDSTUK 1

Transparantie voor eigenvermogensinstrumenten

Artikel 3

Vereisten met betrekking tot transparantie voor de handel voor handelsplatformen als het gaat om aandelen, representatieve certificaten, ETF’s, certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten

1.   Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, maken de via hun systemen meegedeelde actuele bied- en laatprijzen en de omvang van de markt tegen deze prijzen openbaar voor aandelen, representatieve certificaten, ETF’s, certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten die op een handelsplatform worden verhandeld. Die vereiste geldt ook voor blijken van belangstelling die aanleiding geven tot actie. Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, stellen die informatie tijdens de normale handelsuren doorlopend ter beschikking van het publiek.

2.   De in lid 1 bedoelde transparantie-vereisten worden afgestemd op verschillende soorten handelssystemen, waaronder op orderboek gebaseerde, koersgedreven, hybride en op een periodieke veiling gebaseerde handelssystemen.

3.   Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, geven, tegen redelijke commerciële voorwaarden en op niet-discriminerende basis, toegang tot de regelingen die zij hanteren om de in lid 1 bedoelde informatie openbaar te maken aan beleggingsondernemingen die op grond van artikel 14 verplicht zijn hun koersen in aandelen, representatieve certificaten, ETF’s, certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten openbaar te maken.

Artikel 4

Ontheffingen voor eigenvermogensinstrumenten

1.   De bevoegde autoriteiten hebben de mogelijkheid om marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, ontheffing te verlenen van de verplichting om de in artikel 3, lid 1, genoemde informatie openbaar te maken voor:

a)

systemen die orders matchen op basis van een handelsmethode waarbij de in artikel 3, lid 1, bedoelde prijs van het financiële instrument wordt afgeleid van het handelsplatform waar dat financiële instrument voor het eerst tot de handel is toegelaten, of de qua liquiditeit meest relevante markt, indien die referentieprijs op ruime schaal is bekendgemaakt en door de deelnemers aan de markt als een betrouwbare referentieprijs wordt beschouwd. Het voortdurende gebruik van deze ontheffing is onderworpen aan de voorwaarden vermeld in artikel 5.

b)

systemen die bilateraal overeengekomen transacties formaliseren die:

i)

worden verricht tegen een koers die valt binnen de actuele volumegewogen spread zoals die blijkt uit het orderboek of tegen de koersen van de marktmakers van het handelsplatform dat dat systeem exploiteert; deze transacties zijn onderworpen aan de voorwaarden vermeld in artikel 5;

ii)

transacties zijn in een niet-liquide aandeel, representatief certificaat, ETF, certificaat of ander vergelijkbaar financieel instrument dat niet valt onder een liquide markt, en worden verricht tegen een koers die valt binnen een bepaald percentage van een passende referentieprijs, waarbij het percentage en de referentieprijs van tevoren door de exploitant van het systeem worden vastgesteld; of

iii)

zijn onderworpen aan andere voorwaarden dan de actuele marktprijs van dat financiële instrument;

c)

orders die van aanzienlijke omvang zijn in verhouding tot de normale marktomvang;

d)

orders die in een faciliteit voor orderadministratie van het handelsplatform worden gehouden in afwachting van de bekendmaking ervan op de markt.

2.   De referentieprijs als bedoeld in lid 1, onder a), wordt vastgesteld door verkrijging van:

a)

het gemiddelde van de spread tussen de actuele bied- en laatprijzen op het handelsplatform waar dat financiële instrument voor het eerst tot de handel is toegelaten, of de qua liquiditeit meest relevante markt; of

b)

indien de onder a) bedoelde prijs niet beschikbaar is, de openings- of de slotkoers van de betrokken handelssessie.

In de orders wordt alleen naar de onder b) bedoelde prijzen verwezen buiten de doorlopende handelsfase van de betrokken handelssessie.

3.   Indien handelsplatformen systemen exploiteren die bilateraal overeengekomen transacties overeenkomstig lid 1, onder b), punt i), formaliseren:

a)

worden die transacties overeenkomstig de voorschriften van het handelsplatform uitgevoerd;

b)

zorgt het handelsplatform ervoor dat er regelingen, systemen en procedures bestaan om marktmisbruik of pogingen daartoe in verband met dergelijke bilateraal overeengekomen transacties overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 596/2014 te voorkomen en op te sporen;

c)

zet het handelsplatform systemen op, onderhoudt deze en past deze toe met het oog op de opsporing van pogingen om de ontheffing te gebruiken voor het omzeilen van andere voorschriften in deze verordening of in Richtlijn 2014/65/EU, en de melding van dergelijke pogingen aan de bevoegde autoriteit.

Wanneer een bevoegde autoriteit overeenkomstig lid 1, onder b), punt i) of iii), een ontheffing verleent, houdt die bevoegde autoriteit toezicht op het gebruik van de ontheffing door het handelsplatform om zich ervan te verzekeren dat de voorwaarden voor het gebruik van de ontheffing in acht worden genomen.

4.   Alvorens een ontheffing te verlenen overeenkomstig lid 1, stellen de bevoegde autoriteiten de ESMA en de andere bevoegde autoriteiten in kennis van het voorgenomen gebruik van elke individuele ontheffing en geven zij een toelichting op het functioneren ervan, met inbegrip van de nadere bijzonderheden van het handelsplatform indien de referentieprijs wordt vastgesteld als bedoeld in lid 1, onder a). De kennisgeving van het voornemen een ontheffing te verlenen moet uiterlijk vier maanden voordat de ontheffing van kracht zou moeten worden plaatsvinden. Binnen twee maanden na ontvangst van de kennisgeving geeft de ESMA een niet-bindend advies af aan de betreffende bevoegde autoriteit waarin wordt beoordeeld of de ontheffing verenigbaar is met de in lid 1 gestelde eisen als nader bepaald in de op grond van lid 6 vast te stellen technische reguleringsnormen. Indien deze bevoegde autoriteit een ontheffing verleent en een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat het daar niet mee eens is, kan deze bevoegde autoriteit de zaak terugverwijzen naar de ESMA, die kan optreden in overeenstemming met de haar krachtens artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 verleende bevoegdheden. De ESMA houdt toezicht op de toepassing van de ontheffingen en brengt jaarlijks verslag uit aan de Commissie over de wijze waarop zij in de praktijk worden toegepast.

5.   Een bevoegde autoriteit kan uit eigen beweging of op verzoek van een andere bevoegde autoriteit een op grond van lid 1 verleende ontheffing intrekken, zoals gespecificeerd in lid 6, als zij merkt dat de ontheffing wordt gebruikt op een wijze die afwijkt van het oorspronkelijke doel ervan of als zij van mening is dat de ontheffing wordt gebruikt om de in dit artikel vastgestelde voorschriften te omzeilen.

De bevoegde autoriteiten stellen de ESMA en de andere bevoegde autoriteiten in kennis van een dergelijke intrekking onder opgave van de volledige motivering van hun besluit.

6.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op waarbij het volgende nader wordt bepaald:

a)

het bereik van de bied- en laatprijzen of de koersen van aangewezen marktmakers, en de diepte van de markt tegen die prijzen, welke openbaar moeten worden gemaakt voor elke klasse van een financieel instrument overeenkomstig artikel 3, lid 1, rekening houdend met de nodige afstemming op verschillende soorten handelssystemen als bedoeld in artikel 3, lid 2;

b)

de qua liquiditeit van een financieel instrument meest relevante markt overeenkomstig lid 1, onder a);

c)

de specifieke kenmerken van een bilateraal overeengekomen transactie met betrekking tot de verschillende manieren waarop het lid van of de deelnemer aan een handelsplatform die transactie kan uitvoeren;

d)

de bilateraal overeengekomen transacties die niet bijdragen aan de prijsvorming en die gebruikmaken van de ontheffing als bedoeld in lid 1, onder b), punt iii);

e)

de omvang van de orders die aanzienlijk zijn, en de soort en de minimale omvang van de orders die in een faciliteit voor orderadministratie van een handelsplatform worden bijgehouden in afwachting van de bekendmaking ervan op de markt, waarvoor krachtens lid 1 ontheffing mag worden verleend van de verplichting tot informatieverstrekking voor de handel voor elke betrokken klasse van financiële instrumenten;

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

7.   Ontheffingen die vóór 3 januari 2017 door bevoegde autoriteiten zijn verleend in overeenstemming met artikel 29, lid 2, en artikel 44, lid 2, van Richtlijn 2004/39/EG en de artikelen 18, 19 en 20 van Verordening (EG) nr. 1287/2006, worden vóór 3 januari 2019 door de ESMA beoordeeld. De ESMA geeft aan de betreffende bevoegde autoriteit een advies af waarin wordt beoordeeld of elk van de ontheffingen nog verenigbaar is met de eisen die zijn vastgelegd in deze verordening en in eventuele gedelegeerde handelingen en technische reguleringsnormen op basis van deze verordening.

Artikel 5

Volumebeperkingsmechanisme

1.   Om ervoor te zorgen dat het gebruik van de ontheffingen waarin is voorzien in artikel 4, lid 1, onder a) en artikel 4, lid 1 onder b), punt i), de prijsvorming niet overmatig schaadt, wordt de handel met gebruikmaking van die ontheffingen beperkt als volgt:

a)

het percentage van de handel in een financieel instrument op een handelsplatform met gebruikmaking van die ontheffingen wordt beperkt tot 4 % van het totale volume van de handel in dat financieel instrument op alle handelsplatformen in de Unie gedurende de voorafgaande twaalf maanden;

b)

de totale handel in de Unie in een financieel instrument met gebruikmaking van die ontheffingen wordt beperkt tot 8 % van het totale volume van de handel in dat financieel instrument op alle handelsplatforms in de Unie gedurende de voorafgaande twaalf maanden.

Dat volumebeperkingsmechanisme is niet van toepassing op bilateraal overeengekomen transacties in een aandeel, representatief certificaat, indexfonds, certificaat of ander vergelijkbaar financieel instrument waarvoor geen liquide markt bestaat, zoals bepaald overeenkomstig artikel 2, lid 1, punt 17, onder b), die worden verricht tegen een koers die valt binnen een bepaald percentage van een passende referentieprijs als bedoeld in artikel 4, lid 1, onder b), punt ii), noch op bilateraal overeengekomen transacties die zijn onderworpen aan andere voorwaarden dan de actuele marktprijs van dat financiële instrument als bedoeld in artikel 4, lid 1, onder b), punt iii).

2.   Indien het percentage van de handel in een financieel instrument op een handelsplatform met gebruikmaking van de ontheffingen de in lid 1, onder a), bedoelde grens overschrijdt, schorst de bevoegde autoriteit die toestemming heeft gegeven voor het gebruik van die ontheffingen door dat platform, binnen twee werkdagen het gebruik ervan op dat platform met betrekking tot dat financieel instrument op basis van de in lid 4 bedoelde door de ESMA gepubliceerde gegevens, voor een periode van zes maanden.

3.   Indien het percentage van de handel in een financieel instrument op alle handelsplatformen in de Unie met gebruikmaking van die ontheffingen de in lid 1, onder b), bedoelde grens overschrijdt, schorsen alle bevoegde autoriteiten binnen twee werkdagen het gebruik van die ontheffingen in de hele Unie voor een periode van zes maanden.

4.   De ESMA publiceert binnen vijf werkdagen na het einde van elke kalendermaand het totale volume van de handel in de Unie per financieel instrument in de voorbije twaalf maanden alsook het percentage van de handel in een financieel instrument die de voorafgaande twaalf maanden in de hele Unie met gebruikmaking van die ontheffingen op elk handelsplatform is verricht, en de methode die voor het afleiden van die percentages is gebruikt.

5.   Indien in het in lid 4 bedoelde verslag een handelsplatform wordt vermeld waar de handel in een financieel instrument met gebruikmaking van de ontheffingen, uitgaande van de handel in de voorafgaande twaalf maanden, meer bedroeg dan 3,75 % van de totale handel in dat financiële instrument in de Unie, brengt de ESMA binnen vijf werkdagen na de vijftiende dag van de kalendermaand waarin het in lid 4 bedoelde verslag is gepubliceerd, een aanvullend verslag uit. Dat verslag bevat de in lid 4 vermelde informatie met betrekking tot de financiële instrumenten waarvoor de drempel van 3,75 % is overschreden.

6.   Indien in het in lid 4 bedoelde verslag wordt vastgesteld dat de totale handel in een financieel instrument in de Unie met gebruikmaking van de ontheffingen, uitgaande van de handel in de voorafgaande twaalf maanden, meer bedroeg dan 7,75 % van de totale handel in dat financiële instrument in de Unie, brengt de ESMA binnen vijf werkdagen na de vijftiende dag van de kalendermaand waarin het in lid 4 bedoelde verslag is gepubliceerd, een aanvullend verslag uit. Dat verslag bevat de in lid 4 vermelde informatie met betrekking tot de financiële instrumenten waarvoor de drempel van 7,75 % is overschreden.

7.   Teneinde voor een betrouwbare basis te zorgen voor toezicht op de handel die met gebruikmaking van die ontheffingen plaatsvindt en om te bepalen of de in lid 1 bedoelde grenzen zijn overschreden, beschikken de exploitanten van handelsplatformen verplicht over systemen en procedures om:

a)

de identificatie mogelijk te maken van alle transacties die op hun platform hebben plaatsgevonden met gebruikmaking van die ontheffingen; en

b)

ervoor te zorgen dat het in lid 1, onder a), genoemde percentage handel dat met gebruikmaking van die ontheffingen mag worden verricht, in geen geval wordt overschreden.

8.   De periode voor de publicatie van de handelsgegevens door de ESMA, waarvoor toezicht moet worden gehouden op de handel in een financieel instrument met gebruikmaking van deze ontheffingen, begint op 3 januari 2016. Onverminderd artikel 4, lid 5, zijn de bevoegde autoriteiten bevoegd om het gebruik van die ontheffingen vanaf de datum van toepassing van deze verordening en vervolgens op maandelijkse basis te schorsen.

9.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op ter specificatie van de methode, met inbegrip van de markering van transacties, waarmee zij de transactiegegevens vergelijkt, berekent en openbaar maakt, als bepaald in lid 4, teneinde een accurate meting te verstrekken van het totale volume van de handel per financieel instrument en de percentages van de handel waarbij gebruik wordt gemaakt van die ontheffingen in de hele Unie en per handelsplatform.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 6

Vereisten met betrekking tot transparantie na de handel voor handelsplatformen als het gaat om aandelen, representatieve certificaten, ETF’s, certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten

1.   Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, maken de prijs, het volume en de tijd van de uitgevoerde transacties openbaar voor aandelen, representatieve certificaten, ETF’s, certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten die op dat handelsplatform worden verhandeld. Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, maken de bijzonderheden van al deze transacties openbaar binnen een tijdsspanne die realtime zo dicht mogelijk benadert als technisch haalbaar is.

2.   Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, geven, tegen redelijke commerciële voorwaarden en op niet-discriminerende basis, toegang tot de regelingen die zij hanteren om de in lid 1 van dit artikel genoemde informatie bekend te maken aan beleggingsondernemingen die op grond van artikel 20 verplicht zijn de details van hun transacties met aandelen, representatieve certificaten, ETF’s, certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten openbaar te maken.

Artikel 7

Toestemming voor uitgestelde openbaarmaking

1.   De bevoegde autoriteiten hebben de mogelijkheid om marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, toestemming te geven voor uitgestelde openbaarmaking van de details van transacties op basis van de soort of de omvang.

De bevoegde autoriteiten kunnen in het bijzonder toestemming geven voor uitgestelde openbaarmaking met betrekking tot transacties die aanzienlijk van omvang zijn in vergelijking met de normale marktomvang voor het betreffende aandeel, representatief certificaat, ETF, certificaat of ander vergelijkbaar financieel instrument of de betreffende aandeelklasse, representatieve certificaten, ETF, certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten.

Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, hebben voor de voorgestelde regeling voor uitgestelde openbaarmaking van transactiegegevens toestemming vooraf van de bevoegde autoriteit nodig en maken die regelingen duidelijk bekend aan de marktdeelnemers en het publiek. De ESMA houdt toezicht op de toepassing van die regelingen voor uitgestelde openbaarmaking van transactiegegevens en brengt jaarlijks verslag uit aan de Commissie over de wijze waarop zij in de praktijk worden toegepast.

Indien een bevoegde autoriteit toestemming geeft voor uitgestelde publicatie en een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat het niet eens is met het uitstel of het niet eens is met de feitelijke toepassing van de gegeven toestemming, kan die bevoegde autoriteit de zaak terugverwijzen naar de ESMA, die kan optreden in overeenstemming met de bevoegdheden die aan haar zijn verleend krachtens artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

2.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op waarin het volgende zodanig nader wordt geregeld dat de op grond van artikel 64 van Richtlijn 2014/65/EU vereiste informatie kan worden openbaar gemaakt:

a)

de details van de transacties die beleggingsondernemingen, met inbegrip van beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling en marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, overeenkomstig artikel 6, lid 1, voor elke betrokken klasse van financiële instrumenten aan het publiek beschikbaar moeten stellen, met inbegrip van identificatoren voor de verschillende typen transacties die op grond van artikel 6, lid 1, en artikel 20 openbaar worden gemaakt, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen die welke worden bepaald door factoren die hoofdzakelijk verband houden met de waardering van de financiële instrumenten en die welke door andere factoren worden bepaald;

b)

de tijdsbeperking die geacht wordt in overeenstemming te zijn met de verplichting om gegevens binnen een tijdsspanne die realtime zo dicht mogelijk benadert openbaar te maken, ook wanneer transacties buiten de normale handelsuren worden verricht.

c)

de voorwaarden onder welke beleggingsondernemingen, met inbegrip van beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling en marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, de details van transacties per categorie betrokken financiële instrumenten met uitstel openbaar mogen maken overeenkomstig lid 1 van dit artikel en artikel 20, lid 1;

d)

de criteria die moeten worden toegepast om te bepalen voor welke transacties, gezien hun omvang of soort, met inbegrip van het liquiditeitsprofiel van het aandeel, representatief certificaat, ETF, certificaat of ander vergelijkbaar financieel instrument, uitgestelde openbaarmaking is toegestaan voor elke betrokken klasse van financiële instrumenten.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

HOOFDSTUK 2

Transparantie voor andere dan eigenvermogensinstrumenten

Artikel 8

Vereisten met betrekking tot transparantie voor de handel voor handelsplatformen als het gaat om obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten

1.   Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, maken de via hun systemen meegedeelde actuele bied- en laatprijzen en de omvang van de markt tegen deze prijzen openbaar voor op een handelsplatform verhandelde obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten. Die vereiste geldt ook voor blijken van belangstelling die aanleiding geven tot actie. Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, stellen die informatie tijdens de normale handelsuren doorlopend ter beschikking van het publiek. Die verplichting tot openbaarmaking geldt niet voor transacties met derivaten van niet-financiële tegenpartijen waarvan objectief meetbaar is dat zij de risico’s verlagen die rechtstreeks verband houden met de commerciële activiteiten of kasbeheeractiviteiten van de niet-financiële tegenpartij of van die groep.

2.   De in lid 1 bedoelde transparantievereisten worden afgestemd op verschillende soorten handelssystemen, waaronder op orderboek gebaseerde, koersgedreven, hybride, op een periodieke veiling gebaseerde en voicetradingsystemen.

3.   Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, geven, tegen redelijke commerciële voorwaarden en op niet-discriminerende basis, toegang tot de regelingen die zij hanteren om de in lid 1 genoemde informatie openbaar te maken voor beleggingsondernemingen die op grond van artikel 18 verplicht zijn hun koersen in obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten openbaar te maken.

4.   Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, maken, wanneer ontheffing is verleend overeenkomstig artikel 9, lid 1, onder b), ten minste een indicatieve biedprijs vóór handel en een indicatieve laatprijs vóór handel die dicht in de buurt liggen van de via hun systemen meegedeelde handelsintenties openbaar voor obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten die op een handelsplatform worden verhandeld. Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, stellen die informatie tijdens de normale handelsuren langs passende elektronische weg doorlopend ter beschikking van het publiek. Die regelingen garanderen dat de informatie tegen redelijke commerciële voorwaarden en op niet-discriminerende basis beschikbaar wordt gesteld.

Artikel 9

Ontheffingen voor andere dan eigenvermogensinstrumenten

1.   De bevoegde autoriteiten hebben de mogelijkheid om marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, ontheffing te verlenen van de verplichting om de in artikel 8, lid 1, genoemde informatie openbaar te maken voor:

a)

orders die groot van omvang zijn in vergelijking met de normale marktomvang en orders die in een faciliteit voor orderadministratie van het handelsplatform worden bijgehouden in afwachting van de bekendmaking ervan op de markt;

b)

tot actie aanleiding gevende blijken van belangstelling in prijsaanvraag (request-for-quote)- of voicetradingsystemen die een voor het financiële instrument specifieke omvang overtreffen, waarbij de liquiditeitsverschaffer aan onnodige risico’s zou worden blootgesteld en in aanmerking wordt genomen of de betrokken marktpartijen particuliere of institutionele beleggers zijn;

c)

derivaten waarop de handelsverplichting van artikel 28 van deze verordening niet van toepassing is en andere financiële instrumenten waarvoor er geen liquide markt is.

2.   Voordat er ontheffing wordt verleend in overeenstemming met lid 1, moeten de bevoegde autoriteiten de ESMA en de andere bevoegde autoriteiten in kennis stellen van het voorgenomen gebruik van elke individuele ontheffing en moeten zij een verklaring geven betreffende het functioneren ervan. De kennisgeving van het voornemen een ontheffing te verlenen moet uiterlijk vier maanden voordat de ontheffing van kracht zou moeten worden plaatsvinden. Binnen twee maanden na ontvangst van de kennisgeving geeft de ESMA een advies af aan de betreffende bevoegde autoriteit waarin wordt beoordeeld of de ontheffing verenigbaar is met de in lid 1 gestelde eisen als nader bepaald in de op grond van lid 5 vast te stellen technische reguleringsnormen. Indien deze bevoegde autoriteit een ontheffing verleent en een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat het daar niet mee eens is, kan deze bevoegde autoriteit de zaak terugverwijzen naar de ESMA, die kan optreden in overeenstemming met de haar krachtens artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 verleende bevoegdheden. De ESMA houdt toezicht op de toepassing van de ontheffingen en brengt jaarlijks verslag uit aan de Commissie over de wijze waarop zij in de praktijk worden toegepast.

3.   De bevoegde autoriteiten kunnen, op eigen initiatief of op verzoek van andere bevoegde autoriteiten, een krachtens lid 1 verleende ontheffing intrekken indien zij constateren dat de ontheffing wordt gebruikt op een wijze die afwijkt van het oorspronkelijke doel, of indien zij van oordeel zijn dat de ontheffing wordt gebruikt om de voorschriften van dit artikel te omzeilen.

De bevoegde autoriteiten stellen de ESMA en de andere bevoegde autoriteiten onverwijld en vóór de inwerkingtreding in kennis van een dergelijke intrekking onder opgave van de volledige motivering van hun besluit.

4.   De bevoegde autoriteit die belast is met het toezicht op een of meer handelsplatformen waarop een klasse van obligatie, gestructureerd financieel product, emissierecht of derivaat wordt verhandeld, kan, indien de liquiditeit van die klasse van financieel instrument zich onder een bepaalde drempel bevindt, de in artikel 8 bedoelde verplichtingen tijdelijk schorsen. Deze drempel wordt bepaald op basis van objectieve criteria die specifiek zijn voor de markt voor het betrokken financiële instrument. De kennisgeving van een dergelijke tijdelijke schorsing wordt op de website van de betrokken bevoegde autoriteit gepubliceerd.

De tijdelijke schorsing geldt voor een eerste periode van ten hoogste drie maanden vanaf de datum waarop de schorsing op de website van de relevante bevoegde autoriteit bekendgemaakt is. Een dergelijke schorsing kan met telkens ten hoogste drie maanden worden verlengd mits de gronden voor de tijdelijke schorsing nog steeds aanwezig zijn. Indien de tijdelijke schorsing na die periode van drie maanden niet wordt verlengd, komt zij automatisch te vervallen.

Alvorens op grond van dit lid de in artikel 8 bedoelde verplichtingen op te schorten of de tijdelijke schorsing ervan te verlengen, deelt de bevoegde autoriteit de ESMA haar voornemen mee en geeft zij tevens een verklaring. De ESMA geeft zo spoedig mogelijk een advies af aan de bevoegde autoriteit uit waarin zij aangeeft of volgens haar de schorsing of de verlenging van de tijdelijke schorsing gerechtvaardigd is overeenkomstig de eerste en tweede alinea.

5.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op waarbij het volgende nader wordt bepaald:

a)

de parameters en de methoden voor het berekenen van de in lid 4 bedoelde liquiditeitsdrempel met betrekking tot het financieel instrument. De door de lidstaten gehanteerde parameters en methoden voor het berekenen van de drempel worden zo bepaald dat wanneer de drempel is bereikt, dit betekent dat alle platformen binnen de Unie tezamen beschouwd een aanzienlijke daling van de liquiditeit voor het betrokken financieel instrument te zien geven, op basis van de criteria van artikel 2, lid 1, punt 17);

b)

het bereik van de bied- en laatprijzen of koersen, en de diepte van de blijken van belangstelling tegen die prijzen, of de indicatieve pretransactionele bied- en laatprijzen die dicht in de buurt liggen van de prijs van de blijken van belangstelling, die overeenkomstig artikel 8, leden 1 en 4, openbaar moeten worden gemaakt voor elke betrokken klasse van financiële instrumenten, rekening houdend met de nodige afstemming op de verschillende soorten handelssystemen als bedoeld in artikel 8, lid 2;

c)

de omvang van de orders die aanzienlijk zijn, en de soort en de minimale omvang van de orders die in een faciliteit voor orderadministratie worden bijgehouden in afwachting van de bekendmaking ervan op de markt, waarvoor krachtens lid 1 ontheffing kan worden verleend van de verplichting tot pretransactionele informatieverstrekking voor elke betrokken klasse van financiële instrumenten;

d)

de voor het financiële instrument specifieke omvang als bedoeld in lid 1, onder b), en de definitie van prijsaanvraag (request-for-quote)- en voicetradingsystemen waarvoor overeenkomstig lid 1 ontheffing van de verplichting tot pretransactionele informatieverstrekking kan worden verleend;

Voor het bepalen van de voor het financiële instrument specifieke omvang waarbij de liquiditeitsverschaffer aan onnodig risico zou worden blootgesteld en in aanmerking wordt genomen of de betrokken marktpartijen particuliere of institutionele beleggers zijn, overeenkomstig lid 1, onder b), houdt de ESMA rekening met de volgende factoren:

i)

de vraag of liquiditeitsverschaffers bij een dergelijke omvang hun risico’s kunnen afdekken;

ii)

indien een markt voor het financiële instrument of een klasse financiële instrumenten ten dele uit particuliere beleggers bestaat, de gemiddelde waarde van de door deze beleggers verrichte transacties;

e)

de financiële instrumenten of klassen van financiële instrumenten waarvoor geen liquide markt bestaat waarvoor krachtens lid 1 ontheffing van de verplichting tot informatieverstrekking voor de handel kan worden verleend.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 10

Vereisten met betrekking tot transparantie na de handel voor handelsplatformen met betrekking tot obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten

1.   Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, maken de prijs, het volume en de tijd van de uitgevoerde transacties openbaar voor op een handelsplatform verhandelde obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten. Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, maken de bijzonderheden van al deze transacties openbaar binnen een tijdsspanne die realtime zo dicht mogelijk benadert als technisch haalbaar is.

2.   Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, geven, tegen redelijke commerciële voorwaarden en op een niet-discriminerende basis, toegang tot de regelingen die zij hanteren om de in lid 1 genoemde informatie bekend te maken aan beleggingsondernemingen die op grond van artikel 21 verplicht zijn de details van hun transacties in obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten openbaar te maken.

Artikel 11

Toestemming voor uitgestelde openbaarmaking

1.   De bevoegde autoriteiten hebben de mogelijkheid om marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, toestemming te geven voor uitgestelde openbaarmaking van de details van transacties op basis van de omvang of het soort transactie.

De bevoegde autoriteiten kunnen in het bijzonder toestemming geven voor uitgestelde openbaarmaking met betrekking tot transacties die:

a)

aanzienlijk van omvang zijn in vergelijking met de normale marktomvang voor die obligatie, dat gestructureerde financiële product, die emissierecht of dat derivaat dat, c.q. die verhandeld wordt op een handelsplatform, of voor die klasse van obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten of derivaten die verhandeld worden op een handelsplatform; of

b)

verband houden met een obligatie, een gestructureerd financieel product, een emissierecht of een derivaat dat, c.q. die verhandeld wordt op een handelsplatform, of voor een klasse van op een handelsplatform verhandelde obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten of derivaten waarvoor geen liquide markt bestaat;

c)

de omvang overtreffen welke specifiek is voor de obligatie of het gestructureerd financieel product, emissierecht of derivaat die/dat op een handelsplatform wordt verhandeld, of die klasse van obligatie, gestructureerd financieel product, emissierecht of derivaat dat op een handelsplatform wordt verhandeld, waarbij de liquiditeitsverschaffer aan onnodige risico’s zou worden blootgesteld en in aanmerking wordt genomen of de betrokken marktpartijen particuliere of institutionele beleggers zijn.

Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, hebben voor de voorgestelde regeling voor uitgestelde openbaarmaking van transactiegegevens toestemming vooraf van de bevoegde autoriteit nodig en maken die regelingen duidelijk bekend aan de marktdeelnemers en het publiek. De ESMA houdt toezicht op de toepassing van die regelingen voor uitgestelde openbaarmaking van transactiegegevens en brengt jaarlijks verslag uit aan de Commissie over de wijze waarop ze in de praktijk worden gebruikt.

2.   De bevoegde autoriteit die belast is met het toezicht op een of meer handelsplatformen waarop een klasse van obligatie, gestructureerd financieel product, emissierecht of derivaat wordt verhandeld, kan, indien de liquiditeit van die klasse van financieel instrument zich onder de volgens de methode van artikel 9, lid 5, onder a), vastgestelde drempel bevindt, de in artikel 10 vermelde verplichtingen tijdelijk schorsen. Die drempel wordt vastgesteld op basis van objectieve criteria die specifiek zijn voor de markt voor het betrokken financieel instrument. Die tijdelijke schorsing wordt op de website van de betrokken bevoegde autoriteit bekendgemaakt.

De tijdelijke schorsing geldt voor een eerste periode van ten hoogste drie maanden vanaf de datum waarop de schorsing op de website van de relevante bevoegde autoriteit bekendgemaakt is. Een dergelijke schorsing kan met telkens ten hoogste drie maanden worden verlengd mits de gronden voor de tijdelijke schorsing nog steeds aanwezig zijn. Indien de tijdelijke schorsing na die periode van drie maanden niet wordt verlengd, komt zij automatisch te vervallen.

Alvorens de in artikel 10 bedoelde verplichtingen op te schorten of de tijdelijke schorsing ervan te verlengen, deelt de bevoegde autoriteit de ESMA haar voornemen mee en geeft zij tevens een verklaring. De ESMA geeft zo spoedig mogelijk een advies af aan de bevoegde autoriteit uit waarin zij aangeeft of volgens haar de schorsing of de verlenging van de tijdelijke schorsing gerechtvaardigd is overeenkomstig de eerste en tweede alinea.

3.   De bevoegde autoriteiten kunnen, in combinatie met het verlenen van toestemming voor uitgestelde openbaarmaking:

a)

voor de tijdsduur van het uitstel, de openbaarmaking verlangen van beperkte bijzonderheden van een transactie of van bijzonderheden van meerdere transacties in geaggregeerde vorm, dan wel een combinatie daarvan;

b)

tijdens een verlengde termijn van uitstel het achterwege laten van de openbaarmaking van de omvang van een afzonderlijke transactie toestaan;

c)

met betrekking tot andere dan eigenvermogensinstrumenten die geen overheidsschuld zijn, tijdens een verlengde termijn van uitstel de openbaarmaking van verscheidene transacties in geaggregeerde vorm toestaan;

d)

met betrekking tot overheidsschuldinstrumenten, voor onbepaalde tijd de openbaarmaking van verscheidene transacties in geaggregeerde vorm toestaan.

Ten aanzien van overheidsschuldinstrumenten kan van de punten b) en d) afzonderlijk dan wel achtereenvolgens gebruik worden gemaakt, waarbij de omvang in geaggregeerde vorm kan worden openbaar gemaakt zodra de verlengde periode voor het achterwege laten van de openbaarmaking van de omvang eindigt.

Ten aanzien van alle andere financiële instrumenten worden na het verstrijken van de periode van uitstel de resterende bijzonderheden van de transactie en alle bijzonderheden van de afzonderlijke transacties openbaar gemaakt.

4.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op om het volgende zodanig nader te regelen dat de op grond van artikel 64 van Richtlijn 2014/65/EU vereiste informatie kan worden gepubliceerd:

a)

de details van transacties die beleggingsondernemingen, met inbegrip van beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling, en marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, overeenkomstig artikel 10, lid 1, voor elke betrokken klasse van financiële instrumenten aan het publiek beschikbaar moeten stellen, met inbegrip van identificatoren voor de verschillende soorten transacties die op grond van artikel 10, lid 1, en artikel 21, lid 1, openbaar moeten worden gemaakt, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen die welke worden bepaald door factoren die hoofdzakelijk verband houden met de waardering van de financiële instrumenten en die welke door andere factoren worden bepaald;

b)

de tijdsbeperking die geacht wordt in overeenstemming te zijn met de verplichting om gegevens binnen een tijdsspanne die realtime zo dicht mogelijk benadert openbaar te maken, ook wanneer transacties buiten de normale handelsuren worden verricht;

c)

de voorwaarden onder welke beleggingsondernemingen, met inbegrip van beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling, en marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, de details van transacties per categorie van betrokken financieel instrument met uitstel openbaar mogen maken overeenkomstig lid 1 van dit artikel, en artikel 21, lid 4;

d)

de criteria die in aanmerking moeten worden genomen om te bepalen voor welke omvang of soort van transactie uitgestelde openbaarmaking en openbaarmaking van beperkte bijzonderheden van een transactie, of openbaarmaking van beperkte bijzonderheden van meerdere transacties in geaggregeerde vorm, of weglating van de openbaarmaking van de omvang van een transactie onder bijzondere verwijzing naar het toestaan van een verdere schorsingstermijn voor bepaalde financiële instrumenten, afhankelijk van hun liquiditeit, is toegestaan overeenkomstig lid 3.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

HOOFDSTUK 3

Verplichting om handelsgegevens afzonderlijk en tegen redelijke commerciële voorwaarden aan te bieden

Artikel 12

Verplichting om gegevens voor en na de handel afzonderlijk beschikbaar te stellen

1.   Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, stellen de informatie die overeenkomstig de artikelen 3,4 en 6 tot en met 11 wordt gepubliceerd beschikbaar aan het publiek door transparantiegegevens voor en na de handel afzonderlijk aan te bieden.

2.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op ter specificatie van de te verstrekken transparantiegegevens voor en na de handel, waaronder de mate van uitsplitsing van de gegevens die aan het publiek beschikbaar worden gesteld, als bedoeld in lid 1.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 13

Verplichting om gegevens voor en na de handel tegen redelijke commerciële voorwaarden beschikbaar te stellen

1.   Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren stellen de informatie die wordt gepubliceerd in overeenstemming met de artikelen 3,4 en 6 tot en met 11 tegen redelijke commerciële voorwaarden beschikbaar aan het publiek en zorgen voor een niet-discriminerende toegang tot deze informatie. Deze informatie moet 15 minuten na publicatie kosteloos beschikbaar worden gesteld.

2.   De Commissie neemt overeenkomstig artikel 50 gedelegeerde handelingen aan om te verduidelijken wat redelijke commerciële voorwaarden zijn om de informatie openbaar te maken, zoals bedoeld in lid 1.

TITEL III

TRANSPARANTIE VOOR BELEGGINGSONDERNEMINGEN MET SYSTEMATISCHE INTERNE AFHANDELING EN BELEGGINGSONDERNEMINGEN DIE BUITEN DE BEURS HANDELEN

Artikel 14

Verplichting voor beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling tot openbaarmaking van vaste koersen voor aandelen, representatieve certificaten, ETF’s, certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten

1.   Beleggingsondernemingen maken vaste koersen openbaar voor de op een handelsplatform verhandelde aandelen, representatieve certificaten, ETF’s, certificaten en andere soortgelijke financiële instrumenten waarvoor zij als beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling fungeren en waarvoor er een liquide markt bestaat.

Indien er geen liquide markt voor de in de eerste alinea bedoelde financiële instrumenten bestaat, maken beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling de koersen op verzoek bekend aan hun cliënten.

2.   Dit artikel en de artikelen 15, 16 en 17 zijn van toepassing op beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling wanneer zij handelen in transactiegroottes met een omvang tot de standaard marktomvang. Dit artikel en de artikelen 15, 16 en 17 zijn niet van toepassing op beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling wanneer zij handelen in transactiegroottes met een omvang boven de standaard marktomvang.

3.   Beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling kunnen bepalen bij welke transactiegrootte of -groottes zij een koers vermelden. De minimumomvang waarvoor een koers wordt gegeven, is ten minste gelijk aan 10 % van de standaard marktomvang van een op een handelsplatform verhandeld aandeel, representatief certificaat, ETF, certificaat of ander vergelijkbaar financieel instrument. Voor een bepaald op een handelsplatform verhandeld aandeel, representatief certificaat, ETF, certificaat of ander vergelijkbaar financieel instrument moet elke koers een vaste bied- en laatprijs of prijzen bevatten voor een transactiegrootte of -groottes tot de standaard marktomvang voor die klasse aandelen, representatieve certificaten, ETF’s, certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten waartoe het financiële instrument behoort. In de prijs of prijzen moeten de heersende marktomstandigheden voor dat aandeel, representatief certificaat, ETF, certificaat of ander vergelijkbaar financieel instrument tot uiting komen.

4.   Aandelen, representatieve certificaten, ETF’s, certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten worden in klassen samengevoegd op basis van de rekenkundig gemiddelde waarde van de orders die op de markt voor dat financiële instrument worden uitgevoerd. De standaard marktomvang voor elke klasse aandelen, representatieve certificaten, ETF’s, certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten is een omvang die overeenkomt met de rekenkundig gemiddelde waarde van de orders die worden uitgevoerd op de markt voor de financiële instrumenten die van elke klasse deel uitmaken.

5.   De markt voor elk aandeel, representatief certificaat, ETF, certificaat of ander vergelijkbaar financieel instrument bestaat uit alle orders die in de Unie met betrekking tot dat financiële instrument worden uitgevoerd, met uitzondering van orders met een omvang die aanzienlijk is in vergelijking met de normale marktomvang voor dat financiële instrument.

6.   De bevoegde autoriteit van de in termen van liquiditeit meest relevante markt, zoals bepaald in artikel 26 voor elk aandeel, representatief certificaat, ETF, certificaat of ander vergelijkbaar financieel instrument, bepaalt tenminste eenmaal per jaar, op basis van de rekenkundig gemiddelde waarde van de orders die op de markt voor dat financiële instrument zijn uitgevoerd, tot welke klasse het behoort. Die informatie wordt voor alle marktdeelnemers openbaar gemaakt en meegedeeld aan de ESMA, die deze op haar website publiceert.

7.   Om te zorgen voor efficiënte waardering van aandelen, representatieve certificaten, ETF’s, certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten en de beleggingsondernemingen zo goed mogelijk in staat te stellen de beste transactie te realiseren voor hun cliënten, stelt de ESMA ontwerpen van technische reguleringsnormen op ter nadere specificatie van de regelingen voor de publicatie van een vaste koers zoals bedoeld in lid 1, de wijze waarop moet worden bepaald of de prijzen de heersende marktomstandigheden weerspiegelen zoals bedoeld in lid 3, en de wijze waarop de standaard marktomvang zoals bedoeld in de leden 2 en 4 moet worden vastgesteld.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 15

Uitvoering van cliëntenorders

1.   Beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling maken hun koersen regelmatig en doorlopend openbaar gedurende de normale handelstijd. Zij mogen hun koersen te allen tijde aanpassen. Zij mogen hun koersen onder uitzonderlijke marktomstandigheden intrekken.

De lidstaten bepalen dat ondernemingen die voldoen aan de definitie van een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling, hiervan kennisgeven aan hun bevoegde autoriteit. Deze kennisgeving wordt doorgezonden naar de ESMA. De ESMA stelt een lijst op van alle beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling in de Unie.

De koersen worden onmiddellijk tegen redelijke commerciële voorwaarden openbaar gemaakt op zodanige wijze dat zij gemakkelijk toegankelijk zijn voor andere marktdeelnemers.

2.   Beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling voeren met inachtneming van artikel 27 van Richtlijn 2014/65/EU de orders die zij van hun cliënten ontvangen met betrekking tot de aandelen, representatieve certificaten, ETF’s, certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten die zij systematisch intern afhandelen, uit tegen de op het tijdstip van ontvangst van de order genoteerde prijzen.

In gerechtvaardigde gevallen mogen zij die orders evenwel uitvoeren tegen betere prijzen, mits deze prijs valt binnen een openbaar gemaakt prijsbereik dat de marktsituatie benadert.

3.   Beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling mogen orders die zij van hun professionele cliënten ontvangen, uitvoeren tegen andere dan hun genoteerde prijzen, zonder de in lid 2 gestelde vereisten te hoeven naleven met betrekking tot transacties waarbij uitvoering in verscheidene effecten onderdeel van één transactie is, of met betrekking tot orders waaraan andere voorwaarden dan de actuele marktprijs verbonden zijn.

4.   Wanneer een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling die slechts één koers openbaar maakt of waarvan de hoogste koers lager is dan de standaard marktomvang, van een cliënt een order ontvangt met een omvang die groter is dan de noteringsomvang, maar kleiner dan de standaard marktomvang, kan zij besluiten het gedeelte van de order dat de noteringsomvang te boven gaat, uit te voeren, mits dit tegen de genoteerde prijs gebeurt, behalve wanneer de voorwaarden onder de leden 2 en 3 iets anders toestaan. Wanneer een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling koersen voor verschillende transactieomvang openbaar maakt en een order met een omvang tussen die volumina ontvangt, die zij besluit uit te voeren, doet zij dit overeenkomstig artikel 28 van Richtlijn 2014/65/EU tegen een van de genoteerde prijzen, behalve wanneer de voorwaarden onder de leden 2 en 3 van dit artikel iets anders toestaan.

5.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 50 gedelegeerde handelingen vast te stellen ter verduidelijking van wat onder de in lid 1 bedoelde redelijke commerciële voorwaarden voor de openbaarmaking van koersen moet worden verstaan.

Artikel 16

Plichten van bevoegde autoriteiten

De bevoegde autoriteiten vergewissen zich ervan:

a)

dat beleggingsondernemingen de overeenkomstig artikel 14 openbaar gemaakte bied- en laatprijzen regelmatig actualiseren en prijzen handhaven die de heersende marktsituatie weergeven;

b)

dat beleggingsondernemingen voldoen aan de in artikel 15, lid 2, vermelde voorwaarden voor prijsverbetering.

Artikel 17

Toegang tot koersen

1.   Beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling mogen op basis van hun commerciële beleid en op objectieve, niet-discriminerende wijze bepalen aan welke cliënten zij toegang tot hun koersen verlenen. Daartoe zijn duidelijke normen inzake de toegang tot hun koersen beschikbaar. Op basis van commerciële overwegingen zoals de kredietwaardigheid van de cliënt, het tegenpartijrisico en de definitieve afwikkeling van de transactie, kunnen beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling weigeren om met cliënten zakelijke betrekkingen aan te gaan of deze betrekkingen verbreken.

2.   Om het risico van blootstelling aan veelvuldige transacties met dezelfde cliënt te beperken mogen beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling het aantal transacties dat zij bereid zijn met die cliënt tegen de openbaar gemaakte voorwaarden te verrichten, op niet-discriminerende wijze beperken. Zij mogen op niet-discriminerende wijze en overeenkomstig de bepalingen van artikel 28 van Richtlijn 2014/65/EU het totale aantal transacties met verschillende cliënten op hetzelfde tijdstip beperken, maar uitsluitend wanneer het aantal en/of het volume van de door cliënten gewenste orders de norm aanzienlijk overschrijdt.

3.   Om te zorgen voor efficiënte waardering van aandelen, representatieve certificaten, ETF’s, certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten en beleggingsondernemingen de beste kansen te bieden om de voordeligste voorwaarden voor hun cliënten te bedingen, stelt de Commissie overeenkomstig artikel 50 gedelegeerde handelingen vast om de volgende zaken te specificeren:

a)

de criteria om te bepalen wanneer een koers, als omschreven in artikel 15, lid 1, regelmatig en doorlopend openbaar wordt gemaakt en gemakkelijk toegankelijk is, en met welke middelen beleggingsondernemingen de verplichting om hun koersen openbaar te maken, kunnen nakomen, waarbij onder meer de volgende mogelijkheden worden geboden:

i)

door middel van de voorzieningen van eender welke gereglementeerde markt die het desbetreffende financiële instrument tot de handel heeft toegelaten;

ii)

door middel van een APA;

iii)

door middel van eigen regelingen;

b)

de criteria om voor de in artikel 15, lid 3, bedoelde transacties en orders te bepalen voor welke transacties uitvoering in verscheidene effecten onderdeel van één transactie is, of aan welke orders andere voorwaarden dan de actuele marktprijs verbonden zijn;

c)

de criteria om te bepalen wat kan worden beschouwd als uitzonderlijke marktomstandigheden onder welke koersen mogen worden ingetrokken, alsmede de voorwaarden voor het aanpassen van koersen, als bedoeld in artikel 15, lid 1;

d)

de criteria om vast te stellen wanneer het aantal en/of de omvang van de door cliënten gewenste orders de norm aanzienlijk overschrijdt, als bedoeld in lid 2;

e)

de criteria om vast te stellen wanneer prijzen binnen een openbaar gemaakt prijsbereik dat de marktsituatie benadert, als bedoeld in artikel 15, lid 2, vallen.

Artikel 18

Verplichting voor beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling tot openbaarmaking van vaste koersen met betrekking tot obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten

1.   Beleggingsondernemingen maken vaste koersen openbaar voor de op een handelsplatform verhandelde obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten waarvoor zij als beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling fungeren en waarvoor een liquide markt bestaat, wanneer de volgende voorwaarden vervuld zijn:

a)

een cliënt van de beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling vraagt om een koers;

b)

de onderneming gaat akkoord met het verstrekken van de koers.

2.   Voor op een handelsplatform verhandelde obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten waarvoor geen liquide markt bestaat, maken beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling desgevraagd koersen bekend aan hun cliënten indien zij akkoord gaan met het verstrekken van een koers. Van die verplichting kan ontheffing worden verleend als aan de in artikel 9, lid 1, genoemde voorwaarden is voldaan.

3.   Beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling mogen hun koersen te allen tijde aanpassen. Zij mogen hun koersen onder uitzonderlijke marktomstandigheden intrekken.

4.   De lidstaten bepalen dat ondernemingen die voldoen aan de definitie van een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling, hiervan kennisgeven aan hun bevoegde autoriteit. Deze kennisgeving wordt doorgezonden naar de ESMA. De ESMA stelt een lijst op van alle beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling in de Unie.

5.   Beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling stellen de overeenkomstig lid 1 openbaar gemaakte vaste koersen ter beschikking van hun andere cliënten. Niettemin mogen zij op basis van hun commerciële beleid en op objectieve, niet-discriminerende wijze zelf bepalen aan welke cliënten zij toegang tot hun koersen verlenen. Daartoe hebben beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling duidelijke normen voor de toegang tot hun koersen. Op basis van commerciële overwegingen zoals de kredietwaardigheid van de cliënt, het tegenpartijrisico en de definitieve afwikkeling van de transactie, kunnen beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling weigeren om met cliënten zakelijke betrekkingen aan te gaan of deze betrekkingen verbreken.

6.   Beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling voeren volgens de gepubliceerde voorwaarden transacties uit voor elke andere cliënt aan wie de koers overeenkomstig lid 4 beschikbaar is gesteld indien de noteringsomvang gelijk is aan of kleiner is dan de overeenkomstig artikel 9, lid 5, onder d) vastgestelde omvang die specifiek is voor het financiële instrument.

Beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling zijn niet tot de in lid 1 vastgestelde verplichting tot openbaarmaking van vaste koersen gehouden voor financiële instrumenten die onder de overeenkomstig artikel 9, lid 4, vastgestelde liquiditeitsdrempel vallen.

7.   Beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling hebben het recht niet-discriminerende en transparante limieten in te stellen voor het aantal transacties dat zij voor cliënten tegen een bepaalde koers uitvoeren.

8.   De koersen die zijn openbaar gemaakt op grond van de leden 1 en 5 en de koersen die gelijk zijn aan of kleiner zijn dan de in lid 6 bedoelde omvang worden tegen redelijke commerciële voorwaarden worden op zodanige wijze openbaar gemaakt dat zij gemakkelijk toegankelijk zijn voor andere marktdeelnemers.

9.   De afgegeven prijs of prijzen zijn zodanig dat de beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling zich houdt aan haar plichten op grond van artikel 27 van Richtlijn 2014/65/EU, indien van toepassing, en de heersende marktvoorwaarden weerspiegelen met betrekking tot de prijzen waarvoor de transacties voor dezelfde of vergelijkbare financiële instrumenten op een handelsplatform worden uitgevoerd.

In gerechtvaardigde gevallen mogen zij evenwel orders uitvoeren tegen een betere prijs, mits de prijs valt binnen een openbaar gemaakt prijsbereik dat de marktsituatie benadert.

10.   Dit artikel geldt niet voor beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling die handelen in transactiegroottes van een grotere dan de overeenkomstig artikel 9, lid 5, onder d) voor het financieel instrument specifieke omvang.

Artikel 19

Toezicht door de ESMA

1.   De bevoegde autoriteiten en de ESMA monitoren de toepassing van artikel 18 wat betreft de transactiegroottes waarbij koersen beschikbaar worden gesteld aan cliënten van de beleggingsonderneming en aan andere marktdeelnemers in relatie tot andere handelsactiviteiten van de onderneming, en wat betreft de mate waarin de koersen de heersende marktvoorwaarden weerspiegelen met betrekking tot transacties voor dezelfde of vergelijkbare financiële instrumenten op een handelsplatform. Uiterlijk op 3 januari 2019 brengt de ESMA aan de Commissie verslag uit over de toepassing van artikel 18. In geval van aanzienlijke noterings- en handelsactiviteit die net boven de in artikel 18, lid 6, bedoelde drempel of buiten de heersende marktomstandigheden valt, legt de ESMA voor die datum een verslag voor aan de Commissie.

2.   De Commissie stelt overeenkomstig artikel 50 gedelegeerde handelingen vast met betrekking tot maatregelen om de in artikel 18, lid 6, bedoelde transactiegroottes waarbij een onderneming transacties moet uitvoeren voor elke cliënt aan wie de koers beschikbaar is gesteld, te specificeren. De voor het financiële instrument specifieke omvang wordt bepaald volgens de in artikel 9, lid 5, onder d), vastgestelde criteria.

3.   De Commissie neemt overeenkomstig artikel 50 gedelegeerde handelingen aan om te verduidelijken wat redelijke commerciële voorwaarden zijn om de koersen openbaar te maken, zoals bedoeld in artikel 18, lid 8.

Artikel 20

Openbaarmaking na de handel door beleggingsondernemingen, waaronder beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling, met betrekking tot aandelen, representatieve certificaten, ETF’s, certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten

1.   Beleggingsondernemingen die, voor eigen rekening of namens cliënten, transacties uitvoeren met betrekking tot aandelen, representatieve certificaten, ETF’s, certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten die op een handelsplatform worden verhandeld, maken de omvang en de prijs van die transacties en het tijdstip waarop ze zijn uitgevoerd openbaar. Die informatie wordt openbaar gemaakt via een APA.

2.   De informatie die overeenkomstig lid 1 van dit artikel openbaar wordt gemaakt en de tijdslimieten waarbinnen zij openbaar wordt gemaakt, voldoen aan de op grond van artikel 6 gestelde eisen, met inbegrip van de technische reguleringsnormen die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 7, lid 2, onder a). Indien de op grond van artikel 7 genomen maatregelen uitgestelde openbaarmaking mogelijk maken voor bepaalde categorieën transacties met betrekking tot aandelen, representatieve certificaten, ETF’s, certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten die op een handelsplatform worden verhandeld, geldt die mogelijkheid ook voor die transacties wanneer ze buiten een handelsplatform worden uitgevoerd.

3.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op om het volgende te specificeren:

a)

identificatoren voor de verschillende soorten transacties die op grond van dit artikel openbaar worden gemaakt, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen die welke worden bepaald door factoren die hoofdzakelijk verband houden met de waardering van de financiële instrumenten en die welke door andere factoren worden bepaald;

b)

de toepassing van de verplichting op grond van lid 1 op transacties waarbij gebruik wordt gemaakt van deze financiële instrumenten voor onderpand, lening of andere doeleinden waarbij de uitwisseling van financiële instrumenten wordt bepaald door andere factoren dan de actuele marktwaarde van het financiële instrument.

c)

de partij bij een transactie die de transactie overeenkomstig lid 1 openbaar moet maken indien beide partijen bij de transactie beleggingsondernemingen zijn.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 21

Openbaarmaking na de handel door beleggingsondernemingen, waaronder beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling, met betrekking tot obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten

1.   Beleggingsondernemingen die, voor eigen rekening of namens cliënten, transacties uitvoeren met betrekking tot obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten die op een handelsplatform worden verhandeld, maken de omvang en de prijs van die transacties en de tijd waarop ze zijn uitgevoerd openbaar. Die informatie wordt openbaar gemaakt via een APA.

2.   Elke afzonderlijke transactie wordt eenmaal openbaar gemaakt via een enkele APA.

3.   De informatie die overeenkomstig lid 1 openbaar wordt gemaakt en de tijdslimieten waarbinnen zij openbaar wordt gemaakt, voldoen aan de op grond van artikel 10 gestelde eisen, met inbegrip van de technische reguleringsnormen die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 11, lid 4, onder a) en b).

4.   De bevoegde autoriteiten hebben de mogelijkheid om beleggingsondernemingen toestemming te geven voor uitgestelde openbaarmaking, of kunnen verzoeken dat beperkte details van een transactie of details van meerdere transacties in geaggregeerde vorm, dan wel een combinatie daarvan, voor de duur van het uitstel, openbaar worden gemaakt, of kunnen het achterwege laten van de openbaarmaking van de omvang toestaan voor afzonderlijke transacties gedurende een verlengde periode van uitstel, of kunnen, in het geval van andere financiële instrumenten dan eigenvermogensinstrumenten die geen overheidsschuld zijn, tijdens een verlengde schorsingstermijn de openbaarmaking van verscheidene transacties in geaggregeerde vorm toestaan, of kunnen, in het geval van overheidsschuldinstrumenten, de openbaarmaking van meerdere transacties in geaggregeerde vorm voor onbepaalde tijd toestaan, en kunnen de in lid 1 bedoelde verplichtingen tijdelijk schorsen onder dezelfde voorwaarden als neergelegd in artikel 11.

Indien de op grond van artikel 11 genomen maatregelen voorzien in uitgestelde openbaarmaking en openbaarmaking van beperkte details of van details in geaggregeerde vorm, dan wel een combinatie daarvan, of in het achterwege laten van de openbaarmaking van het volume voor sommige categorieën van transacties met betrekking tot obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten of derivaten die op een handelsplatform worden verhandeld, geldt die mogelijkheid ook voor die transacties als zij worden uitgevoerd buiten handelsplatformen.

5.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op om het volgende zodanig nader te regelen dat de op grond van artikel 64 van Richtlijn 2014/65/EU vereiste informatie kan worden gepubliceerd:

a)

de identificatoren voor de verschillende soorten transacties die overeenkomstig dit artikel openbaar worden gemaakt, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen die welke worden bepaald door factoren die hoofdzakelijk verband houden met de waardering van de financiële instrumenten en die welke door andere factoren worden bepaald;

b)

de toepassing van de verplichting op grond van lid 1 op transacties waarbij gebruik wordt gemaakt van deze financiële instrumenten voor onderpand, lening of andere doeleinden waarbij de uitwisseling van financiële instrumenten wordt bepaald door andere factoren dan de actuele marktwaarde van het financiële instrument;

c)

de partij bij een transactie die de transactie overeenkomstig lid 1 openbaar moet maken indien beide partijen bij de transactie beleggingsondernemingen zijn.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 22

Informatieverstrekking met het oog op transparantie en andere berekeningen

1.   Teneinde berekeningen te maken met het oog op de vaststelling van de eisen inzake transparantie voor en na de handel en de handelsverplichtingsregelingen die worden opgelegd bij de artikelen 3 tot en met 11, de artikelen 14 tot en met 21 en artikel 32, die van toepassing zijn op financiële instrumenten, alsook om te bepalen of een beleggingsonderneming een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling is, kunnen de bevoegde autoriteiten informatie verlangen van:

a)

handelsplatformen;

b)

APA’s; en

c)

Verstrekkers van consolidated tape.

2.   Handelsplatformen, APA’s en verstrekkers van consolidated tape slaan de noodzakelijk gegevens gedurende een voldoende lange periode op.

3.   De bevoegde autoriteiten zenden de ESMA de informatie toe die de ESMA nodig heeft om de in artikel 5, leden 4, 5 en 6, bedoelde verslagen op te stellen.

4.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op ter specificatie van de inhoud en frequentie van verzoeken om gegevens, de vorm en het tijdsbestek waarin handelsplatformen, APA’s en verstrekkers van consolidated tape aan dergelijke verzoeken overeenkomstig lid 1 moeten beantwoorden, de soort gegevens die moeten worden opgeslagen, en de minimale periode tijdens welke handelsplatformen, APA’s en verstrekkers van consolidated tape overeenkomstig lid 2 gegevens moeten opslaan teneinde aan die verzoeken te kunnen beantwoorden.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in dit lid bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 23

Handelsverplichting voor beleggingsondernemingen

1.   Een beleggingsonderneming zorgt ervoor dat haar transacties in aandelen die tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten of die op een handelsplatform worden verhandeld, op een gereglementeerde markt, MTF of via een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling, dan wel op een overeenkomstig artikel 25, lid 4, onder a), van Richtlijn 2014/65/EU als gelijkwaardig aangemerkt handelsplatform in een derde land, naar gelang van het geval, worden verricht, tenzij de kenmerken daarvan inhouden dat zij:

a)

niet-systematisch, ad hoc, onregelmatig en niet-frequent worden verricht, of

b)

tussen in aanmerking komende en/of professionele tegenpartijen worden verricht en niet bijdragen aan de koersvorming.

2.   Een beleggingsonderneming die een intern matchingsysteem exploiteert dat op multilaterale basis cliëntenorders in aandelen, representatieve certificaten, ETF’s, certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten uitvoert, moet ervoor zorgen dat het op grond van Richtlijn 2014/65/EU over een vergunning als MTF beschikt en moet alle relevante bepalingen in verband met dergelijke vergunningen naleven.

3.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op ter specificatie van de bijzondere kenmerken van die transacties in aandelen die niet bijdragen aan de koersvorming als bedoeld in lid 1, rekening houdend met gevallen:

a)

van niet-toewijsbare liquiditeitstransacties; of

b)

waarin de ruil van dergelijke financiële instrumenten door andere factoren wordt bepaald dan door de actuele marktwaarde van het financiële instrument.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

TITEL IV

MELDEN VAN TRANSACTIES

Artikel 24

Verplichting om de integriteit van markten in stand te houden

Onverminderd de verdeling van de verantwoordelijkheden voor het doen naleven van Verordening (EU) nr. 596/2014 houden de bevoegde autoriteiten, gecoördineerd door de ESMA in overeenstemming met artikel 31 van Verordening (EU) nr. 1095/2010, toezicht op de activiteiten van beleggingsondernemingen om ervoor te zorgen dat deze optreden op loyale, billijke en professionele wijze en op een manier die bevorderlijk is voor de integriteit van de markt.

Artikel 25

Verplichting tot het bijhouden van gegevens

1.   Beleggingsondernemingen houden de relevante gegevens over alle door hen uitgevoerde orders en transacties in financiële instrumenten gedurende vijf jaar ter beschikking van de bevoegde autoriteit, ongeacht of deze orders en transacties voor eigen rekening dan wel voor rekening van een cliënt zijn uitgevoerd. In het geval van transacties voor rekening van cliënten omvatten de bijgehouden gegevens alle informatie en bijzonderheden over de identiteit van de cliënt en alle informatie die moet worden verstrekt op grond van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad (27). De ESMA kan om toegang tot die informatie verzoeken volgens de procedure en onder de voorwaarden die zijn beschreven in artikel 35 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

2.   De exploitant van een handelsplatform houdt alle relevante gegevens over de via zijn systemen medegedeelde orders met betrekking tot financiële instrumenten gedurende ten minste vijf jaar ter beschikking van de bevoegde autoriteit. De bijgehouden documenten omvatten de relevante gegevens die de kenmerken van de order uitmaken, met inbegrip van die welke een order verbinden met de uitgevoerde transactie(s) die uit die order voortvloeit/voortvloeien en (waarvan de details) overeenkomstig artikel 26, leden 1 en 3, worden gemeld. De ESMA vervult een faciliterende en coördinerende rol met betrekking tot de toegang van bevoegde autoriteiten tot informatie ingevolge dit lid.

3.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op om de details te bepalen van de relevante ordergegevens die op grond van lid 2 van dit artikel moeten worden bijgehouden en waarnaar niet wordt verwezen in artikel 26.

Die ontwerpen van technische reguleringsnormen bevatten de identificatiecode van het lid of de deelnemer die de order heeft doorgegeven, de identificatiecode van de order, de datum en het tijdstip van doorgifte van de order, de kenmerken van de order, waaronder het type order, de eventuele limietprijs, de geldigheidsperiode, eventuele specifieke orderinstructies, nadere bijzonderheden betreffende wijzigingen, annulering, gedeeltelijke of volledige uitvoering van de order, het agentschap of de voornaamste hoedanigheid waarin wordt opgetreden.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.

Artikel 26

Verplichting om transacties te melden

1.   Beleggingsondernemingen die transacties in financiële instrumenten verrichten, melden zo spoedig mogelijk en uiterlijk aan het einde van de volgende werkdag de volledige en nauwkeurige details van deze transacties aan de bevoegde autoriteit.

De bevoegde autoriteiten treffen overeenkomstig artikel 85 van Richtlijn 2014/65/EU de nodige regelingen om ervoor te zorgen dat ook de bevoegde autoriteit van de in termen van liquiditeit voor deze financiële instrumenten meest relevante markt die informatie ontvangt.

De bevoegde autoriteiten stellen desgevraagd de overeenkomstig dit artikel ontvangen informatie ter beschikking aan de ESMA.

2.   De in lid 1 vastgelegde verplichting geldt voor:

a)

financiële instrumenten die tot de handel zijn toegelaten of worden verhandeld op een handelsplatform of waarvoor een verzoek om toelating tot de handel is gedaan;

b)

financiële instrumenten waarvan de onderliggende waarde een financieel instrument is dat op een handelsplatform wordt verhandeld; en

c)

financiële instrumenten waarvan de onderliggende waarde een index of mand is die is samengesteld uit financiële instrumenten die op een handelsplatform worden verhandeld.

Voor transacties in de onder a) tot en met c) bedoelde financiële instrumenten is de verplichting van toepassing ongeacht of zij op het handelsplatform worden verricht.

3.   De meldingen behelzen met name de naam en het aantal van de gekochte of verkochte financiële instrumenten, de hoeveelheid, de datum en het tijdstip van de transactie, de prijs van de transactie, een kenmerk ter identificatie van de cliënten namens wie de beleggingsonderneming de transactie heeft uitgevoerd, een kenmerk ter identificatie van de personen en de computeralgoritmen die binnen de beleggingsonderneming verantwoordelijk zijn voor het beleggingsbesluit en de uitvoering van de transactie, informatie ter identificatie van de toepasselijke ontheffing met gebruikmaking waarvan de transactie heeft plaatsgevonden, een kenmerk ter identificatie van de betrokken beleggingsondernemingen en informatie ter identificatie van een shorttransactie als gedefinieerd in artikel 2, lid 1, onder b), van Verordening (EU) nr. 236/2012 met betrekking tot aandelen en overheidsschuld binnen de reikwijdte van de artikelen 12, 13 en 17 van die verordening. Voor transacties die niet op een handelsplatform zijn uitgevoerd, bevatten de meldingen tevens een kenmerk ter identificatie van de soorten transacties overeenkomstig de op grond van artikel 20, lid 3, onder a), en artikel 21, lid 5, onder a), vast te stellen maatregelen. Voor grondstoffenderivaten moet in de melding worden aangegeven of de transactie overeenkomstig artikel 57 van Richtlijn 2014/65/EU risico’s op objectief meetbare wijze vermindert.

4.   Beleggingsondernemingen die orders doorgeven, nemen hierbij alle bijzonderheden op als omschreven in de leden 1 en 3. Een beleggingsonderneming kan er ook voor kiezen om bij het doorgeven van orders de genoemde bijzonderheden niet in de doorgegeven order op te nemen, maar de order, indien deze wordt uitgevoerd, te melden als een transactie in overeenstemming met de vereisten van lid 1. In dat geval wordt in de transactiemelding van de beleggingsonderneming vermeld dat de transactie tot een doorgegeven order behoort.

5.   De exploitant van een handelsplatform meldt de bijzonderheden van transacties in financiële instrumenten die door een onderneming waarop deze verordening niet van toepassing is, zijn verhandeld via zijn platform en die zijn uitgevoerd via zijn systemen in overeenstemming met de leden 1 en 3.

6.   Bij het melden van het kenmerk ter identificatie van cliënten als vereist krachtens de leden 3 en 4 gebruiken beleggingsondernemingen voor cliënten die een rechtspersoon zijn, een identificator voor juridische entiteiten.

Uiterlijk op 3 januari 2016 stelt de ESMA overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 richtsnoeren op om ervoor te zorgen dat het gebruik van identificatoren voor juridische entiteiten (legal identity identifier — LEI) in de Unie voldoet aan de internationale normen, met name die van de Raad voor financiële stabiliteit (FSB).

7.   De meldingen worden aan de bevoegde autoriteit gedaan door de beleggingsonderneming zelf, een namens haar optredende ARM of het handelsplatform waarvan het systeem werd gebruikt om de transactie uit te voeren, overeenkomstig de leden 1, 3 en 9.

De beleggingsondernemingen zijn verantwoordelijk voor de volledigheid, de nauwkeurigheid en de tijdige indiening van de meldingen bij de bevoegde autoriteit.

Bij wijze van afwijking van die verplichting, is een beleggingsonderneming die bijzonderheden van transacties meldt via een namens haar optredend ARM of een handelsplatform, niet verantwoordelijk voor tekortkomingen in de volledigheid, de nauwkeurigheid en de tijdige indiening van de meldingen die zijn toe te schrijven aan het ARM of het handelsplatform. In die gevallen is, behoudens artikel 66, lid 4, van Richtlijn 2014/65/EU, het ARM of het handelsplatform verantwoordelijk voor die tekortkomingen.

De beleggingsondernemingen moeten niettemin redelijke stappen ondernemen om na te gaan of de namens hen ingediende transactiemeldingen volledig, nauwkeurig en op tijd zijn.

De lidstaat van herkomst eist dat het handelsplatform, bij het doen van meldingen namens de beleggingsonderneming, over deugdelijke beveiligingsmechanismen beschikt teneinde de beveiliging en de authenticatie van de middelen voor de informatieoverdracht te garanderen, het risico op gegevensverminking en onbevoegde toegang tot een minimum te beperken en te voorkomen dat informatie uitlekt, waarbij de geheimhouding van de gegevens te allen tijde wordt gegarandeerd. De lidstaat van herkomst eist dat het handelsplatform voldoende middelen aanhoudt en beschikt over back-upvoorzieningen om zijn diensten te allen tijde te kunnen aanbieden en in stand te kunnen houden.

Systemen voor matching of melding van transacties, waaronder transactieregisters die zijn geregistreerd of erkend overeenkomstig titel VI van Verordening (EU) nr. 648/2012, kunnen door de bevoegde autoriteit worden goedgekeurd als ARM voor het toezenden van transactiemeldingen aan de bevoegde autoriteit overeenkomstig de leden 1, 3 en 9.

Wanneer de transacties aan een als ARM goedgekeurd transactieregister zijn gemeld overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EU) nr. 648/2012 en deze meldingen de krachtens de leden 1, 3 en 9 vereiste details bevatten en door het transactieregister binnen de in lid 1 gestelde termijn aan de bevoegde autoriteit worden toegezonden, wordt de beleggingsonderneming geacht te hebben voldaan aan de verplichting op grond van lid 1.

Indien een transactiemelding fouten of omissies bevat, corrigeert het ARM, de beleggingsonderneming of het handelsplatform dat/die de transactie meldt, de informatie en dient een gecorrigeerde melding in bij de bevoegde autoriteit.

8.   Wanneer de in dit artikel bedoelde meldingen overeenkomstig artikel 35, lid 8, van Richtlijn 2014/65/EU worden toegezonden aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst, wordt deze informatie toegezonden aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de beleggingsonderneming, tenzij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst besluiten dat zij die informatie niet wensen te ontvangen.

9.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op tot nadere regeling van:

a)

de normen en formats voor de gegevens die moeten worden gemeld overeenkomstig de leden 1 en 3, waaronder de methoden en regelingen voor het melden van financiële transacties en de vorm en inhoud van dergelijke meldingen;

b)

de criteria voor het definiëren van een relevante markt overeenkomstig lid 1;

c)

de referenties van de gekochte of verkochte financiële instrumenten, het aantal, de datum en het tijdstip van de transactie, de prijs van de transactie, gedetailleerde gegevens over de identiteit van de cliënt, een kenmerk ter identificatie van cliënten namens wie de beleggingsonderneming de transactie heeft uitgevoerd, een kenmerk ter identificatie van de personen en de computeralgoritmen die binnen de beleggingsonderneming verantwoordelijk zijn voor het beleggingsbesluit en de uitvoering van de transactie, informatie ter identificatie van de toepasselijke ontheffing met gebruikmaking waarvan de transactie heeft plaatsgevonden, de middelen ter identificatie van de betreffende beleggingsondernemingen, de wijze waarop de transactie is uitgevoerd, de gegevensvelden die nodig zijn voor het verwerken en analyseren van de transactiemeldingen overeenkomstig lid 3; en

d)

het kenmerk ter identificatie van shorttransacties in aandelen en overheidsschuld als bedoeld in lid 3;

e)

de relevante categorieën financiële instrumenten die overeenkomstig lid 2 moeten worden gemeld;

f)

de voorwaarden waaronder de lidstaten overeenkomstig lid 6 identificatoren voor juridische entiteiten moeten ontwikkelen, toekennen en handhaven, en de voorwaarden voor het gebruik van deze identificatoren door beleggingsondernemingen om overeenkomstig de leden 3, 4 en 5 te voorzien in een kenmerk ter identificatie van de cliënten in de transactiemeldingen die zij krachtens lid 1 moeten verrichten;

g)

de toepassing van verplichtingen inzake het melden van transacties op bijkantoren van beleggingsondernemingen;

h)

wat voor de toepassing van dit artikel onder een transactie en de uitvoering van een transactie moet worden verstaan;

i)

wanneer een beleggingsonderneming voor de toepassing van lid 4 geacht wordt een order te hebben doorgegeven.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.

10.   Uiterlijk op 3 januari 2019 brengt de ESMA aan de Commissie verslag uit over de toepassing van dit artikel, waarin onder meer de interactie met de overeenkomstige rapportageverplichtingen op grond van Verordening (EU) nr. 648/2012 wordt bekeken en wordt beoordeeld of de inhoud en vorm van de transactiemeldingen die zijn ontvangen en uitgewisseld tussen de bevoegde autoriteiten, uitgebreid toezicht op de activiteiten van beleggingsondernemingen overeenkomstig artikel 24 van deze verordening mogelijk maken. De Commissie kan stappen nemen om wijzigingen voor te stellen, onder meer om ervoor te zorgen dat transacties alleen worden doorgegeven aan een enkel systeem dat is aangewezen door de ESMA in plaats van aan de bevoegde autoriteiten. De Commissie zendt het verslag van de ESMA toe aan het Europees Parlement en de Raad.

Artikel 27

Verplichting tot verstrekking van referentiegegevens voor financiële instrumenten

1.   Ten aanzien van financiële instrumenten die tot de handel op gereglementeerde markten zijn toegelaten of worden verhandeld via MTF’s of OTF’s verstrekken deze handelsplatformen de bevoegde autoriteiten referentiegegevens ter identificatie van deze instrumenten ten behoeve van de melding van transacties op grond van artikel 26.

Ten aanzien van andere onder artikel 26, lid 2, vallende financiële instrumenten die via haar systeem worden verhandeld, verstrekt elke beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling haar bevoegde autoriteit referentiegegevens betreffende die financiële instrumenten.

De referentiegegevens ter identificatie worden in een elektronisch en gestandaardiseerd format gereed gemaakt voor toezending aan de bevoegde autoriteit in voordat de handel in het financiële instrument waarop zij betrekking hebben begint. De referentiegegevens betreffende het financiële instrument worden geactualiseerd telkens als er zich veranderingen in de gegevens betreffende een financieel instrument voordoen. Die kennisgevingen moeten door de bevoegde autoriteiten onverwijld worden doorgezonden aan de ESMA, die ze onmiddellijk op haar website publiceert. De ESMA geeft bevoegde autoriteiten inzage in deze referentiegegevens.

2.   Om de bevoegde autoriteiten in staat te stellen overeenkomstig artikel 26 toezicht te houden op de werkzaamheden van beleggingsondernemingen om ervoor te zorgen dat zij op eerlijk, billijke en professioneel optreden en op een manier die bevorderlijk is voor de integriteit van de markt, treffen de ESMA en de bevoegde autoriteiten de nodige voorzieningen om ervoor te zorgen dat:

a)

de ESMA en de bevoegde autoriteiten de in lid 1 bedoelde referentiegegevens voor financiële instrumenten daadwerkelijk ontvangen;

b)

de kwaliteit van de ontvangen gegevens adequaat is voor de melding van transacties overeenkomstig artikel 26;

c)

de overeenkomstig lid 1 ontvangen referentiegegevens voor financiële instrumenten op efficiënte wijze worden uitgewisseld tussen de betrokken bevoegde autoriteiten.

3.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op om het volgende nader te bepalen:

a)

de gegevensnormen en formats voor de in lid 1 bedoelde referentiegegevens voor financiële instrumenten, met inbegrip van de methoden en regelingen voor de verstrekking van die gegevens en eventuele actualiseringen aan de bevoegde autoriteiten en de doorgifte ervan aan de ESMA overeenkomstig lid 1, alsmede de vorm en inhoud van die gegevens;

b)

de technische maatregelen die nodig zijn met het oog op de voorzieningen die ESMA en de bevoegde autoriteiten overeenkomstig lid 2 moeten treffen.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend de in de eerste alinea bedoelde voorstellen voor technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.

TITEL V

DERIVATEN

Artikel 28

Verplichting tot handel op gereglementeerde markten, MTF’s of OTF’s

1.   Financiële tegenpartijen zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 8, van Verordening (EU) nr. 648/2012 en niet-financiële tegenpartijen die voldoen aan de in artikel 10, lid 1, onder b), van die verordening bedoelde voorwaarden, mogen transacties die noch transacties binnen een groep zijn zoals gedefinieerd in artikel 3 van die verordening, noch transacties die vallen onder de overgangsbepalingen van artikel 89 van die verordening, met andere dergelijke financiële tegenpartijen of andere dergelijke niet-financiële tegenpartijen die voldoen aan de voorwaarden bedoeld in artikel 10, lid 1, onder b), van Verordening (EU) nr. 648/2012 in derivaten die behoren tot van een klasse derivaten waarvoor de handelsverplichting volgens de in artikel 32 beschreven procedure geldt en die zijn vermeld in het register dat is bedoeld in artikel 34, uitsluitend verrichten op:

a)

gereglementeerde markten;

b)

MTF’s;

c)

OTF’s; of

d)

handelsplatformen van derde landen, op voorwaarde dat de Commissie een besluit overeenkomstig lid 4 heeft vastgesteld en dat het derde land beschikt over een effectief gelijkwaardig systeem voor de erkenning van handelsplatformen waaraan op grond van Richtlijn 2014/65/EU vergunning is verleend om derivaten waarop een handelsverplichting van toepassing is verklaard op niet-exclusieve basis in dat derde land toe te laten tot de handel of te verhandelen.

2.   De handelsverplichting geldt ook voor in lid 1 bedoelde tegenpartijen die derivatentransacties aangaan met betrekking tot een derivatenklasse waarop de handelsverplichting van toepassing is verklaard, met financiële instellingen of andere entiteiten in derde landen die onder de clearingverplichting zouden vallen als ze in de Unie waren gevestigd. De handelsverplichting geldt ook voor entiteiten in derde landen die onder de clearingverplichting zouden vallen als zij in de Unie waren gevestigd en die derivatentransacties aangaan die behoren tot een derivatenklasse waarop de handelsverplichting van toepassing is verklaard, op voorwaarde dat het contract een rechtstreeks, substantieel en te voorzien effect heeft binnen de Unie of als een dergelijke verplichting nodig of passend is om ontwijking van een bepaling in deze verordening te voorkomen.

De ESMA houdt regelmatig toezicht op de activiteit in derivaten waarop de handelsverplichting als beschreven in lid 1 niet van toepassing is verklaard, om vast te stellen in welke gevallen een bepaalde klasse contracten een systeemrisico kan vormen, en om reguleringsarbitrage te voorkomen tussen derivatentransacties waarvoor de handelsverplichting geldt en derivatentransacties waarvoor de handelsverplichting niet geldt.

3.   Derivaten waarvoor de handelsverplichting overeenkomstig lid 1 geldt komen in aanmerking om te worden toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of op niet-exclusieve en niet-discriminerende basis te worden verhandeld op elk handelsplatform als bedoeld in lid 1.

4.   De Commissie kan de onderzoeksprocedure van artikel 51, lid 2, besluiten aannemen om te bepalen dat het wettelijke en toezichtskader van een derde land waarborgt dat een handelsplatform met een vergunning in dat derde land voldoet aan wettelijk bindende vereisten die gelijkwaardig zijn aan de vereisten voor handelsplatformen die zijn beschreven in lid 1, onder a), b) of c), van dit artikel en die voortkomen uit deze verordening, Richtlijn 2014/65/EU, en Verordening (EU) nr. 596/2014, en in dat derde land onderworpen zijn aan effectief toezicht en effectieve handhaving.

Die besluiten hebben uitsluitend ten doel te bepalen of een handelsplatform in aanmerking komt voor de handel in derivaten waarop de handelsverplichting van toepassing is verklaard.

Het wettelijke en toezichtskader van een derde land wordt geacht een gelijkwaardig effect te hebben indien dat kader voldoet aan alle volgende voorwaarden:

a)

handelsplatformen in dat derde land zijn vergunningplichtig en zijn doorlopend aan effectief toezicht en effectieve handhaving onderworpen;

b)

handelsplatformen beschikken over duidelijke en transparante regels voor de toelating van financiële instrumenten tot de handel om ervoor te zorgen dat dergelijke financiële instrumenten op billijke, ordelijke en efficiënte wijze kunnen worden verhandeld en vrij verhandelbaar zijn;

c)

emittenten van financiële instrumenten zijn onderworpen aan periodieke en doorlopende informatie-eisen die een hoge mate van beleggersbescherming garanderen;

d)

het zorgt voor transparantie en integriteit van de markt door middel van regelgeving ter bestrijding van marktmisbruik in de vorm van handel met voorwetenschap en marktmanipulatie;

Een besluit van de Commissie krachtens dit lid kan worden beperkt tot een categorie of bepaalde categorieën handelsplatformen. In dat geval valt een handelsplatform van een derde land alleen onder lid 1, onder d), indien het tot de door het besluit van de Commissie bestreken categorie behoort.

5.   Teneinde een consistente toepassing van dit artikel te garanderen, stelt de ESMA ontwerpen van technische reguleringsnormen op ter specificatie van de in lid 2 bedoelde soorten contracten die binnen de Unie een rechtstreeks, substantieel en te voorzien effect hebben en de gevallen waarin de handelsverplichting nodig of passend is om ontwijking van een bepaling in deze verordening te voorkomen.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.

Indien mogelijk en waar passend, zijn de in dit lid bedoelde technische reguleringsnormen identiek aan die welke overeenkomstig artikel 4, lid 4, van Verordening (EU) nr. 648/2012 zijn vastgesteld.

Artikel 29

Clearingverplichting voor derivaten die op gereglementeerde markten worden verhandeld en tijdstip van aanvaarding voor clearing

1.   De exploitant van een gereglementeerde markt zorgt ervoor dat alle transacties in derivaten die op die gereglementeerde markt worden verricht, worden gecleard door een CTP.

2.   CTP’s, handelsplatformen en beleggingsondernemingen die overeenkomstig artikel 2, lid 14 van Verordening (EU) nr. 648/2012 als clearinglid fungeren, beschikken over doeltreffende systemen, procedures en regelingen voor geclearde derivaten om te garanderen dat transacties in geclearde derivaten zo snel als technologisch mogelijk is met geautomatiseerde systemen voor clearing worden voorgelegd en aanvaard.

In dit lid wordt verstaan onder „geclearde derivaten”:

a)

alle derivaten die moeten worden gecleard op grond van de clearingverplichting van lid 1 van dit artikel of op grond van de clearingverplichting van artikel 4 van Verordening (EU) nr. 648/2012;

b)

alle derivaten over de clearing waarvan de betrokken partijen op een andere wijze overeenstemming hebben bereikt.

3.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op ter specificatie van de minimumvereisten voor systemen, procedures en regelingen, met inbegrip van de tijdschema’s voor aanvaarding, op grond van dit artikel, rekening houdend met de noodzaak van een deugdelijk beheer van operationele of andere risico’s.

De ESMA is doorlopend bevoegd om verdere technische reguleringsnormen op te stellen om de geldende normen aan te passen, wanneer zij dit nodig acht, gezien de normen van de sector zich voortdurend ontwikkelen.

De ESMA legt de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste en tweede alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 30

Indirecte clearingregelingen

1.   Indirecte clearingregelingen met betrekking tot op de beurs verhandelde derivaten zijn toelaatbaar, op voorwaarde dat deze regelingen niet resulteren in een verhoging van het tegenpartijrisico en zij zeker stellen dat de activa en posities van de tegenpartij in aanmerking komen voor een bescherming met gelijkwaardige werking als die bedoeld in de artikelen 39 en 48 van Verordening (EU) nr. 648/2012.

2.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op ter specificatie van de soorten indirecte clearingdienstregelingen, indien ingesteld, die aan de in lid 1 bedoelde voorwaarden voldoen, waarbij wordt gezorgd voor consistentie met de bepalingen die voor otc-derivaten zijn ingesteld op grond van hoofdstuk II van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 149/2013 van de Commissie (28).

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in dit lid bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 31

Comprimeren van portefeuilles

1.   Bij het verrichten van portefeuillecompressie zijn beleggingsondernemingen en marktexploitanten niet onderworpen aan de verplichting inzake optimale uitvoering als bedoeld in artikel 27 van Richtlijn 2014/65/EU, de transparantieverplichtingen als bedoeld in de artikelen 8, 10, 18 en 21 van deze verordening en de verplichting als bedoeld in artikel 1, lid 6, van 2014/65/EU. Op de beëindiging of vervanging van de samenstellende derivaten bij de portefeuillecompressie is artikel 28 van deze verordening niet van toepassing.

2.   Beleggingsondernemingen en marktexploitanten die het comprimeren van portefeuilles aanbieden, maken via een APA de omvang openbaar van de transacties die aan de compressie van portefeuilles onderworpen zijn, alsook het tijdstip waarop deze transacties zijn gesloten binnen de in artikel 10 gespecificeerde termijnen.

3.   Beleggingsondernemingen en marktexploitanten die het comprimeren van portefeuilles aanbieden, houden een volledig en nauwkeurig register bij van alle compressies van portefeuilles die zij organiseren of waarin zij participeren. Dat register wordt op verzoek onmiddellijk ter beschikking gesteld van de betrokken bevoegde autoriteit of de ESMA.

4.   De Commissie kan, door middel van gedelegeerde handelingen in overeenstemming met artikel 50, maatregelen vaststellen om de volgende zaken te specificeren:

a)

de elementen van de compressie van portefeuilles;

b)

de op grond van lid 3 openbaar te maken informatie;

en wel zodanig dat zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van eventueel bestaande registratie-, meldings- of bekendmakingsvoorschriften.

Artikel 32

Procedure voor handelsverplichting

1.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op om het volgende nader te bepalen:

a)

welke klasse van derivaten waarvoor op grond van artikel 5, leden 2 en 4, van Verordening (EU) nr. 648/2012 de clearingverplichting geldt of relevante subset daarvan moet worden verhandeld op de in artikel 28, lid 1, van deze verordening bedoelde platformen;

b)

de datum of data waarop de handelsverplichting van kracht wordt, met inbegrip van een eventuele gefaseerde invoering, en de categorieën van tegenpartijen waarvoor de verplichting geldt, indien technische reguleringsnormen overeenkomstig artikel 5, lid 2, onder b), van Verordening (EU) nr. 648/2012 voorzien in een dergelijke gefaseerde invoering en dergelijke categorieën van tegenpartijen.

De ESMA legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen voor aan de Commissie binnen zes maanden na de vaststelling van de technische reguleringsnormen overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EU) nr. 648/2012 door de Commissie.

Alvorens zij de ontwerpen van technische reguleringsnormen ter vaststelling aan de Commissie voorlegt, organiseert de ESMA een openbare raadpleging en kan zij, zo nodig, overleg plegen met de bevoegde autoriteiten van derde landen.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

2.   De handelsverplichting treedt in werking indien:

a)

de in lid 1, onder a), bedoelde klasse van derivaten of een relevante subset daarvan is toegelaten tot de handel of wordt verhandeld op ten minste één handelsplatform als bedoeld in artikel 28, lid 1, en

b)

er in de klasse van derivaten of een relevante subset daarvan voldoende koop- en verkoopintenties van derde partijen zijn opdat een dergelijke klasse van derivaten als voldoende liquide wordt beschouwd om uitsluitend op de in artikel 28, lid 1, bedoelde platformen te worden verhandeld.

3.   Bij het opstellen van de ontwerpen van technische reguleringsnormen als bedoeld in lid 1 bepaalt de ESMA of de klasse van derivaten of een relevante subset daarvan voldoende liquide is aan de hand van de volgende criteria:

a)

de gemiddelde frequentie en omvang van de handel in allerlei marktomstandigheden, gelet op de aard en levenscyclus van producten binnen de derivatenklasse;

b)

het aantal en het type actieve marktdeelnemers, met inbegrip van de verhouding van marktdeelnemers tot producten/contracten die in een bepaalde productmarkt worden verhandeld;

c)

de gemiddelde omvang van de spreads.

Bij het ontwikkelen van deze ontwerpen van technische reguleringsnormen houdt de ESMA rekening met het verwachte effect dat die handelsverplichting kan hebben op de liquiditeit van een klasse van derivaten of een relevante subset daarvan en de commerciële activiteiten van eindgebruikers die geen financiële entiteiten zijn.

De ESMA bepaalt of de klasse van derivaten of een relevante subset daarvan alleen voldoende liquide is in transacties onder een bepaalde omvang.

4.   De ESMA identificeert, op eigen initiatief, volgens de criteria van lid 2 en na een openbare raadpleging, de klassen van derivaten of individuele derivatencontracten die onder de verplichting tot handel op de in artikel 28, lid 1, bedoelde platformen zouden moeten vallen, maar waarvoor nog geen centrale tegenpartij een vergunning heeft op grond van artikel 14 of artikel 15 van Verordening (EU) nr. 648/2012 of die nog niet tot de handel zijn toegelaten of worden verhandeld op een in artikel 28, lid 1, genoemd handelsplatform, en stelt de Commissie daarvan in kennis.

Na de in de eerste alinea bedoelde kennisgeving door de ESMA kan de Commissie een verzoek publiceren tot het ontwikkelen van voorstellen voor het verhandelen van deze derivaten op de in artikel 28, lid 1, genoemde platformen.

5.   De ESMA legt, in overeenstemming met lid 1, nieuwe ontwerpen van technische reguleringsnormen voor aan de Commissie om de bestaande technische reguleringsnormen te wijzigen, op te schorten of in te trekken als er een materiële wijziging optreedt in de criteria die zijn beschreven in lid 2. Alvorens dit te doen, kan de ESMA indien nodig overleg plegen met de bevoegde autoriteiten van derde landen.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

6.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op waarin de in lid 2, onder b), genoemde criteria worden gespecificeerd.

De ESMA dient deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 in bij de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.

Artikel 33

Mechanisme ter voorkoming van overlappende of tegenstrijdige regels

1.   De Commissie wordt door de ESMA bijgestaan bij het monitoren en het opstellen, ten minste eenmaal per jaar, van een rapport ten behoeve van het Europees Parlement en de Raad over de internationale toepassing van de in de artikelen 28 en 29 vervatte beginselen, in het bijzonder met betrekking tot potentieel overlappende of tegenstrijdige vereisten met betrekking tot marktdeelnemers, en zij beveelt mogelijke maatregelen aan.

2.   De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarbij zij verklaart dat het wettelijke kader, het toezichtskader en het handhavingskader van het bewuste derde land:

a)

gelijkwaardig zijn aan de uit de artikelen 28 en 29 voortvloeiende vereisten;

b)

waarborgen inzake het beroepsgeheim bieden die gelijkwaardig zijn aan de in deze verordening vervatte waarborgen;

c)

doeltreffende op een billijke en niet-vertekenende wijze worden toegepast en gehandhaafd, zodat effectief toezicht en effectieve handhaving in dat derde land zijn gewaarborgd.

Die uitvoeringshandelingen worden overeenkomstig de in artikel 51 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

3.   Een uitvoeringshandeling inzake gelijkwaardigheid als bedoeld in lid 2 heeft tot doel dat tegenpartijen die een onder deze verordening vallende transactie aangaan, geacht worden de in de artikelen 28 en 29 neergelegde verplichtingen te hebben vervuld indien ten minste één van de tegenpartijen in dat derde land gevestigd is en de tegenpartijen voldoen aan het wettelijke kader, het toezichtskader en het handhavingskader van het desbetreffende derde land.

4.   De Commissie houdt in samenwerking met de ESMA toezicht op de doeltreffende uitvoering door de derde landen ten aanzien waarvan een uitvoeringshandeling inzake gelijkwaardigheid is vastgesteld, van de vereisten die gelijkwaardig zijn aan de in de artikelen 28 en 29 vervatte vereisten en brengt regelmatig — en ten minste jaarlijks — verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad.

Indien uit het verslag blijkt dat de autoriteiten van een derde land bij het toepassen van de gelijkwaardige vereisten duidelijk tekortschieten of inconsistent zijn, kan de Commissie de erkenning van het als gelijkwaardig aangemerkte wettelijke kader van het derde land in kwestie binnen 30 kalenderdagen na de presentatie van het verslag intrekken. Indien de uitvoeringshandeling inzake gelijkwaardigheid wordt ingetrokken, zijn transacties van tegenpartijen automatisch opnieuw aan alle in de artikelen 28 en 29 van deze verordening vastgestelde vereisten onderworpen.

Artikel 34

Register van derivaten die onder de handelsverplichting vallen

De ESMA publiceert en onderhoudt op haar website een register waarin op uitputtende en ondubbelzinnige wijze de derivaten worden vermeld waarvoor de handelsverplichting op de in artikel 28, lid 1, bedoelde platformen geldt, de platformen waar deze tot de handel zijn toegelaten of worden verhandeld en de data met ingang waarvan de verplichting in werking treedt.

TITEL VI

NIET-DISCRIMINERENDE CLEARINGTOEGANG VOOR FINANCIËLE INSTRUMENTEN

Artikel 35

Niet-discriminerende toegang tot een CTP

1.   Onverminderd artikel 7 van Verordening (EU) nr. 648/2012 accepteert een CTP alle financiële instrumenten voor clearing op een niet-discriminerende en transparante basis, ook als het gaat om de onderpandvereisten en vergoedingen voor toegang, ongeacht op welk handelsplatform de transactie is uitgevoerd. Dit moet er in het bijzonder voor zorgen dat een handelsplatform het recht op niet-discriminerende behandeling heeft van de contracten die via dat handelsplatform worden verhandeld met betrekking tot:

a)

de onderpandeisen en de verrekening van economisch gelijkwaardige contracten, indien de opname van dergelijke contracten bij vroegtijdige verrekening (close-out) en andere verrekeningsprocedures van een CTP overeenkomstig de toepasselijke insolventiewetgeving de soepele en ordelijke werking, de geldigheid of afdwingbaarheid van dergelijke procedures niet in gevaar zou brengen; en

b)

cross-margining met gecorreleerde contracten die door dezelfde CTP worden gecleard op grond van een risicomodel dat voldoet aan artikel 41 van Verordening (EU) nr. 648/2012.

Een CTP mag eisen dat het handelsplatform zich houdt aan de door de CTP vastgestelde operationele en technische vereisten, met inbegrip van de vereisten inzake risicobeheer. Het in dit lid vastgestelde vereiste geldt niet voor een derivatencontract dat al onder de toegangsverplichtingen op grond van artikel 7 van Verordening (EU) nr. 648/2012 valt.

Een CTP is niet door dit artikel gebonden indien zij nauwe banden heeft met een handelsplatform dat kennisgeving heeft gedaan op grond van artikel 36, lid 5.

2.   Een verzoek tot toegang tot een CTP wordt door het betreffende handelsplatform formeel ingediend bij een CTP, de voor deze CTP bevoegde autoriteit en de voor het handelsplatform bevoegde autoriteit. In het verzoek wordt vermeld voor welke typen financiële instrumenten om toegang wordt verzocht.

3.   De CTP stuurt het handelsplatform binnen drie maanden, in het geval van effecten en geldmarktinstrumenten, en binnen zes maanden, in het geval van op de beurs verhandelde derivaten, een schriftelijke reactie waarin toegang wordt toegestaan, mits een relevante bevoegde autoriteit de toegang heeft verleend krachtens lid 4, of waarin toegang wordt geweigerd. De CTP mag een verzoek om toegang alleen weigeren op grond van de voorwaarden die zijn beschreven in lid 6, onder a). Indien een CTP weigert toegang te verlenen, dan geeft zij hiervoor in haar reactie alle redenen op en brengt zij haar bevoegde autoriteit schriftelijk van het besluit op de hoogte. Indien het handelsplatform en de CTP in verschillende lidstaten zijn gevestigd, stuurt de CTP de kennisgeving en motivering ook naar de bevoegde autoriteit van het handelsplatform. De CTP moet binnen drie maanden na het verzenden van een positieve reactie op een verzoek tot toegang de toegang mogelijk maken.

4.   De bevoegde autoriteit van de CTP of die van het handelsplatform verleent een handelsplatform alleen toegang tot een CTP indien die toegang:

a)

geen interoperabiliteitsregeling zou vereisen in het geval van andere derivaten dan otc-derivaten als omschreven in artikel 2, punt 7), van Verordening (EU) nr. 648/2012; of

b)

geen bedreiging zou vormen voor de soepele en ordelijke werking van de markten, met name door liquiditeitsfragmentatie, of geen negatieve gevolgen zou hebben in termen van systeemrisico.

Punt a) van de eerste alinea laat de verlening van toegang geheel onverlet indien het verzoek zoals bedoeld in lid 2 interoperabiliteit vereist, en het handelsplatform en alle CTP’s die partij zijn bij de voorgestelde interoperabiliteitsregeling, met die regeling hebben ingestemd, en de risico’s waaraan de CTP die het verzoek ontvangt wordt blootgesteld en die uit posities tussen CTP’s voortkomen, bij een derde partij met zekerheden worden gedekt.

Indien de noodzaak van een interoperabiliteitsregeling geheel of gedeeltelijk de reden voor het weigeren van toegang is, dient het handelsplatform de CTP van advies en deelt het de ESMA mee welke andere CTP’s toegang tot het handelsplatform hebben; de ESMA maakt die informatie openbaar, zodat beleggingsondernemingen ervoor kunnen kiezen hun rechten krachtens artikel 37 van Richtlijn 2014/65/EU ten aanzien van die CTP’s uit te oefenen teneinde alternatieve toegangsregelingen te faciliteren.

Indien een bevoegde autoriteit de toegang weigert, deelt zij haar besluit binnen twee maanden na ontvangst van het in lid 2 bedoelde verzoek mee, en stelt zij de andere bevoegde autoriteit, de CTP en het handelsplatform in kennis van haar volledige motivering, inclusief de gegevens waarop het besluit is gebaseerd.

5.   Met betrekking tot effecten en geldmarktinstrumenten kan een pas opgerichte CTP als gedefinieerd in artikel 2, lid 1, van Verordening (EU) nr. 648/2012, die een clearingvergunning heeft gekregen krachtens artikel 17 van Verordening (EU) nr. 648/2012 of is erkend krachtens artikel 25 van Verordening (EU) nr. 648/2012 of op 2 juli 2014 nog geen drie jaar over een vergunning beschikt krachtens een eerder bestaand nationaal vergunningenstelsel, vóór 3 januari 2017 worden toegepast op haar bevoegde autoriteit om toestemming verzoeken om gebruik te maken van overgangsregelingen. De bevoegde autoriteit kan beslissen dat dit artikel niet van toepassing is op de CTP wat effecten en geldmarktinstrumenten betreft, gedurende een overgangsperiode tot 3 juli 2019.

Ingeval de overgangsperiode wordt goedgekeurd, kan de CTP tijdens de duur van de overgangsregeling de rechten van toegang op grond van artikel 36 of dit artikel niet genieten met betrekking tot effecten en geldmarktinstrumenten. De bevoegde autoriteit stelt de leden van het college van bevoegde autoriteiten voor de CTP en de ESMA in kennis van het feit dat er een overgangsperiode is goedgekeurd. De ESMA publiceert een lijst van alle kennisgevingen die zij ontvangt.

Indien een CTP waarvoor de in dit lid bedoelde overgangsregeling is goedgekeurd, nauwe banden heeft met één of meer handelsplatformen, genieten die handelsplatformen tijdens de duur van de overgangsregeling geen toegangsrechten op grond van artikel 36 of dit artikel wat effecten en geldmarktinstrumenten betreft.

Een CTP die in de periode van drie jaar vóór de inwerkingtreding een vergunning heeft gekregen, maar is ontstaan door een fusie of verwerving waarbij ten minste één CTP betrokken is die vóór die periode een vergunning heeft gekregen, mag niet om de in dit lid bedoelde overgangsregelingen verzoeken.

6.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op om de volgende zaken te specificeren:

a)

de specifieke voorwaarden waaronder een CTP een verzoek om toegang kan weigeren, met inbegrip van het verwachte transactievolume, het aantal en type gebruikers, regelingen voor het beheer van operationeel risico en complexiteit en andere factoren die significante ongewenste risico’s met zich brengen;

b)

de omstandigheden waarin toegang door een CTP moet worden toegestaan, inclusief de vertrouwelijkheid van de verstrekte informatie met betrekking tot financiële instrumenten gedurende de ontwikkelingsfase, de niet-discriminerende en transparante basis met betrekking tot de vergoedingen voor clearing, onderpandeisen en de operationele eisen met betrekking tot margining;

c)

de omstandigheden waarin het verlenen van toegang de soepele en ordelijke werking van de markten zou bedreigen of negatieve gevolgen zou hebben in termen van systeemrisico;

d)

de procedure van kennisgeving op grond van lid 5;

e)

de voorwaarden voor niet-discriminerende behandeling als het gaat om de wijze waarop de via dat platform verhandelde contracten worden behandeld met betrekking tot de onderpandeisen en de verrekening van economisch gelijkwaardige contracten en cross-margining met gecorreleerde contracten die door dezelfde CTP worden gecleard.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 36

Niet-discriminerende toegang tot een handelsplatform

1.   Onverminderd artikel 8 van Verordening (EU) nr. 648/2012 biedt een handelsplatform op niet-discriminerende en transparante basis transactiestromen (trade feeds) aan, onder meer met betrekking tot toegangsvergoedingen, op verzoek van elke op grond van Verordening (EU) nr. 648/2012 vergunninghoudende of erkende CTP die transacties in financiële instrumenten die op dat handelsplatform zijn gesloten, wil clearen. Dit vereiste geldt niet voor een derivatencontract dat al onder de toegangsverplichtingen op grond van artikel 8 van Verordening (EU) nr. 648/2012 valt.

Een handelsplatform is niet door dit artikel gebonden indien het nauwe banden heeft met een CTP die kennisgeving heeft gedaan dat ze gebruik maakt van de overgangsregelingen van artikel 35, lid 5.

2.   Een verzoek om toegang tot een handelsplatform wordt door de betreffende CTP formeel ingediend bij een handelsplatform, de voor het handelsplatform bevoegde autoriteit en de voor de CTP bevoegde autoriteit.

3.   Het handelsplatform stuurt de CTP binnen drie maanden, in het geval van effecten en geldmarktinstrumenten, en binnen zes maanden, in het geval van op de beurs verhandelde derivaten, een schriftelijke reactie waarin toegang wordt toegestaan, op voorwaarde dat de betrokken bevoegde autoriteit de toegang heeft verleend krachtens lid 4, of waarin toegang wordt geweigerd. Het handelsplatform mag een verzoek tot toegang alleen weigeren op grond van de voorwaarden die zijn beschreven in lid 6, onder a). Indien de toegang wordt geweigerd, geeft het handelsplatform hiervoor in zijn antwoord alle redenen op en brengt het zijn bevoegde autoriteit schriftelijk van het besluit op de hoogte. Indien de CTP en het handelsplatform in verschillende lidstaten zijn gevestigd, stuurt het handelsplatform de kennisgeving en motivering ook naar de bevoegde autoriteit van de CTP. Het handelsplatform moet binnen drie maanden na het verzenden van een positieve reactie op een verzoek tot toegang de toegang mogelijk maken.

4.   De bevoegde autoriteit van het handelsplatform of die van de CTP verleent een CTP alleen toegang tot een handelsplatform indien die toegang:

a)

geen interoperabiliteitsregeling zou vereisen in het geval van andere derivaten dan otc-derivaten als omschreven in artikel 2, punt 7), van Verordening (EU) nr. 648/2012; of

b)

geen bedreiging voor de soepele en ordelijke werking van de markten zou vormen, met name door liquiditeitsfragmentatie en het handelsplatform adequate mechanismen heeft ingevoerd om liquiditeitsfragmentatie te voorkomen, of geen negatieve gevolgen zou hebben in termen van systeemrisico.

Niets in de eerste alinea, onder a), belet dat toegang wordt verleend indien het verzoek bedoeld in lid 1 interoperabiliteit vereist, en het handelsplatform en alle CTP’s die partij zijn bij de voorgestelde interoperabiliteitsregeling, met die regeling hebben ingestemd, en de risico’s waaraan de CTP die het verzoek ontvangt wordt blootgesteld en die uit posities tussen CTP’s voortkomen, bij een derde partij met zekerheden worden gedekt.

Indien de noodzaak van een interoperabiliteitsregeling geheel of gedeeltelijk de reden voor het weigeren van toegang is, dient het handelsplatform de CTP van advies en deelt het de ESMA mee welke andere CTP’s toegang tot het handelsplatform hebben; de ESMA maakt die informatie openbaar, zodat beleggingsondernemingen ervoor kunnen kiezen hun rechten krachtens artikel 37 van Richtlijn 2014/65/EU ten aanzien van die CTP’s uit te oefenen teneinde alternatieve toegangsregelingen te faciliteren.

Indien een bevoegde autoriteit toegang weigert, deelt zij haar besluit binnen twee maanden na ontvangst van het in lid 2 bedoelde verzoek mee, en stelt zij de andere bevoegde autoriteit, het handelsplatform en de CTP in kennis van haar volledige motivering, inclusief de gegevens waarop het besluit is gebaseerd.

5.   Wat op de beurs verhandelde derivaten betreft, kan een handelsplatform dat onder de relevante drempel valt in het kalenderjaar dat aan de toepassing van deze verordening voorafgaat, vóór de toepassing van deze verordening de ESMA en zijn bevoegde autoriteit ervan in kennis stellen dat het gedurende dertig maanden vanaf de toepassing van deze verordening niet door dit artikel gebonden wenst te zijn voor in die drempel begrepen, op de beurs verhandelde, derivaten. Een handelsplatform dat in elk jaar van die, of van een verdere, periode van dertig maanden onder de relevante drempel blijft, kan aan het einde van de periode de ESMA en zijn bevoegde autoriteit ervan in kennis stellen dat het voor een nieuwe periode van dertig maanden niet gebonden wenst te zijn door dit artikel. Indien kennisgeving wordt gedaan, kan het handelsplatform de toegangsrechten op grond van artikel 35 of dit artikel tijdens de duur van de opt-out niet genieten voor in de relevante drempel begrepen, op de beurs verhandelde, derivaten. De ESMA publiceert een lijst van alle kennisgevingen die zij ontvangt.

De relevante drempel voor de opt-out is een jaarlijks verhandeld nominaal bedrag van 1 000 000 miljoen EUR. Het nominale bedrag wordt aan één kant geteld en omvat alle transacties in op de beurs verhandelde derivaten die volgens de regels van het handelsplatform zijn gesloten.

Indien een handelsplatform tot een groep met nauwe onderlinge banden behoort, wordt de drempel berekend door de jaarlijkse verhandelde nominale bedragen van alle in de Unie gevestigde handelsplatforms van de groep als geheel op te tellen.

Indien een handelsplatform dat op grond van dit lid kennisgeving heeft gedaan, nauwe banden heeft met één of meer CTP’s, genieten die CTP’s tijdens de duur van de opt-out de toegangsrechten op grond van artikel 35 of dit artikel niet voor in de relevante drempel begrepen, op de beurs verhandelde, derivaten.

6.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op om de volgende zaken te specificeren:

a)

de specifieke voorwaarden waaronder een handelsplatform een verzoek om toegang kan weigeren, met inbegrip van het verwachte transactievolume, het aantal en de soort gebruikers, regelingen voor het beheer van operationeel risico en complexiteit of andere factoren die significante ongewenste risico’s met zich brengen;

b)

de omstandigheden waarin toegang moet worden verleend, inclusief de vertrouwelijkheid van de verstrekte informatie met betrekking tot financiële instrumenten gedurende de ontwikkelingsfase en de niet-discriminerende en transparante basis met betrekking tot de vergoedingen voor de toegang;

c)

de omstandigheden waarin het verlenen van toegang de soepele en ordelijke werking van de markten zal bedreigen of negatieve gevolgen zou hebben in termen van systeemrisico;

d)

de procedure van kennisgeving op grond van lid 5, met inbegrip van verdere specificaties voor de berekening van het notionele bedrag en de wijze waarop de ESMA de berekening van de volumes kan controleren en de opt-out kan goedkeuren.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.

Artikel 37

Niet-discriminerende toegang tot en verplichting tot licentieverlening voor benchmarks

1.   In gevallen waarin de waarde van een financieel instrument wordt berekend uitgaande van een benchmark, moet een persoon met eigendomsrechten op de benchmark ervoor zorgen dat CTP’s en handelsplatformen ten behoeve van handel en clearing niet-discriminerende toegang krijgen tot:

a)

relevante prijs- en gegevensstromen en informatie over de samenstelling, methode en prijsvorming van de betreffende benchmark voor clearing- en handelsdoeleinden; en

b)

licenties.

Een licentie die toegang tot informatie omvat, wordt binnen drie maanden na indiening van het verzoek door een CTP of handelsplatform op billijke, redelijke en niet-discriminerende basis verleend.

De toegang wordt tegen een redelijke commerciële prijs verleend, met inachtneming van de prijs waartegen toegang tot de benchmark wordt verleend, of onder voorwaarden die gelijkwaardig zijn aan voorwaarden waaronder de intellectuele-eigendomsrechten in licentie worden gegeven aan andere CTP’s, andere handelsplatformen of andere betrokken personen ten behoeve van clearing en handel. Aan verschillende CTP’s, handelsplatformen of betrokken personen kunnen alleen verschillende prijzen worden gerekend als dat objectief gerechtvaardigd is op redelijke commerciële gronden, zoals de gevraagde hoeveelheid, omvang of reikwijdte.

2.   Indien na 3 januari 2017 een nieuwe benchmark wordt ontwikkeld treedt de verplichting tot licentieverlening in werking niet later dan dertig maanden nadat een financieel instrument dat naar die benchmark verwijst, is begonnen met of is toegelaten tot de handel. Indien een persoon met eigendomsrechten op een nieuwe benchmark een bestaande benchmark bezit, moet die persoon vaststellen dat de nieuwe benchmark in vergelijking met die eventuele bestaande benchmark aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoet:

a)

de nieuwe benchmark is niet louter een kopie of een aangepaste versie van die bestaande benchmark en de methode, met inbegrip van de onderliggende gegevens, van de nieuwe benchmark verschilt aanzienlijk van die van de bestaande benchmark; en

b)

de nieuwe benchmark is geen vervanging voor de bestaande benchmark.

Dit lid doet geen afbreuk aan de toepassing van de mededingingsregels, in het bijzonder de artikelen 101 en 102 VWEU.

3.   CTP’s, handelsplatformen of verwante entiteiten gaan met een verstrekker van een benchmark geen overeenkomst aan waarvan het effect zou zijn:

a)

dat het een andere CTP of een ander handelsplatform onmogelijk wordt gemaakt toegang te krijgen tot dergelijke informatie of rechten zoals bedoeld in lid 1; of

b)

dat het een andere CTP of een ander handelsplatform onmogelijk wordt gemaakt toegang te krijgen tot een dergelijke licentie, zoals bedoeld in lid 1;

4.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op om de volgende zaken te specificeren:

a)

de informatie via licentieverlening die uitsluitend voor gebruik door de CTP of het handelsplatform beschikbaar moet worden gesteld op grond van lid 1, onder a);

b)

andere omstandigheden waarin toegang wordt verleend, inclusief de vertrouwelijkheid van de verstrekte informatie;

c)

de normen aan de hand waarvan kan worden bewezen dat een benchmark nieuw is overeenkomstig lid 2, onder a) en b).

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 38

Toegang voor CTP’s en handelsplatformen uit derde landen

1.   Een handelsplatform dat in een derde land is gevestigd, kan alleen om toegang tot een in de Unie gevestigde CTP verzoeken, indien de Commissie met betrekking tot dat derde land een besluit heeft aangenomen in overeenstemming met artikel 28, lid 4. Een in een derde land gevestigde CTP kan om toegang tot een in de Unie gevestigd handelsplatform verzoeken op voorwaarde dat die CTP op grond van artikel 25 van Verordening (EU) nr. 648/2012 is erkend. CTP’s en handelsplatformen die in derde landen zijn gevestigd krijgen alleen toestemming om gebruik te maken van de in de artikelen 35 en 36 bedoelde toegangsrechten indien de Commissie overeenkomstig lid 3 in een besluit heeft vastgesteld dat het wettelijke en toezichtskader van het derde land wordt geacht te voorzien in een effectief gelijkwaardig systeem om CTP’s en handelsplatformen waaraan uit hoofde van rechtsstelsels van derde landen een vergunning is verleend toegang te verlenen tot CTP’s en handelsplatformen die in het betreffende derde land zijn gevestigd.

2.   CTP’s en handelsplatformen die in derde landen zijn gevestigd kunnen alleen om een vergunning en de toegangsrechten verzoeken overeenkomstig artikel 37 indien de Commissie overeenkomstig lid 3 van dit artikel in een besluit heeft vastgesteld dat het wettelijke en toezichtskader van het derde land wordt geacht te voorzien in een effectief gelijkwaardig systeem in het kader waarvan aan CTP’s en handelsplatformen waaraan krachtens rechtsstelsels van derde landen een vergunning is verleend op billijke, redelijke en niet-discriminerende basis toegang wordt verleend tot:

a)

relevante prijs- en gegevensstromen en informatie over de samenstelling, methode en prijsvorming van benchmarks voor clearing- en handelsdoeleinden; en

b)

licenties

van personen met eigendomsrechten op benchmarks die in het betreffende derde land zijn gevestigd.

3.   De Commissie kan overeenkomstig de onderzoeksprocedure van artikel 51 besluiten vaststellen om te bepalen dat het wettelijke en toezichtskader van een derde land waarborgt dat handelsplatformen en CTP’s met een vergunning in dat derde land voldoen aan wettelijk bindende vereisten die gelijkwaardig zijn aan de in lid 2 van dit artikel bedoelde vereisten en dat zij onderworpen zijn aan effectief toezicht en effectieve handhaving in dat derde land.

Het wettelijke en toezichtskader van een derde land wordt gelijkwaardig geacht als het voldoet aan alle volgende voorwaarden:

a)

handelsplatformen in het betreffende derde land zijn vergunningplichtig en zijn doorlopend aan effectief toezicht en effectieve handhaving onderworpen;

b)

het voorziet in een effectief gelijkwaardig systeem om CTP’s en handelsplatformen waaraan krachtens rechtsstelsels van derde landen een vergunning is verleend effectieve toegang te verlenen tot in het betreffende derde land gevestigde CTP’s en handelsplatformen;

c)

het wettelijke en toezichtskader van het betreffende derde land voorziet in een effectief gelijkwaardig systeem in het kader waarvan aan CTP’s en handelsplatformen waaraan krachtens rechtsstelsels van derde landen een vergunning is verleend op billijke, redelijke en niet-discriminerende basis effectieve toegang wordt verleend tot:

i)

relevante prijs- en gegevensstromen en informatie over de samenstelling, methode en prijsvorming van benchmarks voor clearing- en handelsdoeleinden; en

ii)

licenties

van personen met eigendomsrechten op benchmarks die in het betreffende derde land zijn gevestigd.

TITEL VII

TOEZICHTMAATREGELEN VOOR PRODUCTINTERVENTIE EN POSITIES

HOOFDSTUK 1

Producttoezicht en -interventie

Artikel 39

Markttoezicht

1.   Overeenkomstig artikel 9, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1095/2010 houdt de ESMA toezicht op de markt voor financiële instrumenten die in de Unie op de markt worden gebracht, worden verspreid of worden verkocht.

2.   Overeenkomstig artikel 9, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1093/2010 houdt de EBA toezicht op de markt voor gestructureerde deposito’s die in de Unie op de markt worden gebracht, worden verspreid of worden verkocht.

3.   De bevoegde autoriteiten houden toezicht op financiële instrumenten en gestructureerde deposito’s die in of vanuit de betrokken lidstaat op de markt worden gebracht, worden verspreid of worden verkocht.

Artikel 40

Tijdelijke interventiebevoegdheden van de ESMA

1.   In overeenstemming met artikel 9, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1095/2010 kan de ESMA, mits aan de voorwaarden van de leden 2 en 3 is voldaan, de volgende zaken tijdelijk verbieden of beperken in de Unie:

a)

het op de markt brengen, verspreiden of verkopen van bepaalde financiële instrumenten of financiële instrumenten met bepaalde specifieke kenmerken; of

b)

een soort financiële activiteit of praktijk.

Een verbod of beperking kan gelden in omstandigheden of gebonden zijn aan voorwaarden die door de ESMA worden gespecificeerd.

2.   De ESMA neemt alleen een besluit op grond van lid 1 als aan alle hiernavolgende voorwaarden is voldaan:

a)

de voorgestelde maatregel heeft tot doel een significante reden tot bezorgdheid over beleggersbescherming of een bedreiging van het ordelijk functioneren en de integriteit van financiële markten of grondstoffenmarkten of van de stabiliteit van het financiële stelsel in de Unie of een deel daarvan aan te pakken;

b)

de vereisten op grond van het Unierecht die van toepassing zijn op het betreffende financiële instrument of de betreffende activiteit wenden de bedreiging niet af;

c)

een bevoegde autoriteit heeft of bevoegde autoriteiten hebben geen maatregelen genomen om de bedreiging af te wenden of de maatregelen die zijn genomen wenden de bedreiging niet adequaat af.

Als aan de voorwaarden van de eerste alinea wordt voldaan, kan ESMA het verbod of de beperking als bedoeld in lid 1 uit voorzorg opleggen voordat een financieel instrument op de markt is gebracht, verspreid of aan cliënten is verkocht.

3.   Wanneer de ESMA op grond van dit artikel maatregelen neemt, ziet zij erop toe dat die maatregel:

a)

geen nadelig effect heeft op de efficiëntie van de financiële markten of op de beleggers dat niet in verhouding staat tot de voordelen van de maatregel;

b)

niet het risico van reguleringsarbitrage oplevert; en

c)

indien de maatregel betrekking heeft op landbouwgrondstoffenderivaten, genomen is na overleg met de overheidsinstanties die bevoegd zijn voor het toezicht op en het beheer en de regulering van de fysieke markten voor landbouwproducten op grond van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

Indien een bevoegde autoriteit of bevoegde autoriteiten een maatregel heeft of hebben genomen op grond van artikel 42, kan de ESMA elk van de in lid 1 genoemde maatregelen nemen zonder het in artikel 43 bedoelde advies uit te brengen.

4.   Voordat zij besluit maatregelen te nemen op grond van dit artikel, stelt de ESMA de bevoegde autoriteiten van de voorgenomen maatregel in kennis.

5.   De ESMA publiceert op haar website een kennisgeving van elk besluit tot het nemen van maatregelen op grond van dit artikel. In de kennisgeving worden de bijzonderheden van het verbod of de beperking vermeld en wordt aangegeven op welk tijdstip na de publicatie van de kennisgeving de maatregelen in werking zullen treden. Een verbod of beperking geldt alleen voor handelingen die zijn verricht na de inwerkingtreding van de maatregelen.

6.   De ESMA heroverweegt een verbod of beperking op grond van lid 1 na passende termijnen en ten minste elke drie maanden. Als het verbod of de beperking na die periode van drie maanden niet wordt verlengd, loopt het verbod of de beperking af.

7.   Maatregelen die door de ESMA worden genomen op grond van dit artikel krijgen voorrang boven eerdere maatregelen van een bevoegde autoriteit.

8.   De Commissie stelt overeenkomstig artikel 50 gedelegeerde handelingen vast waarin de criteria en factoren worden gespecificeerd waarmee de ESMA rekening moet houden om te bepalen wanneer er sprake is van een significante reden tot bezorgdheid over de beleggersbescherming of een bedreiging van het ordelijk functioneren of de integriteit van financiële markten of grondstoffenmarkten of van de stabiliteit van het financiële stelsel in de Unie of een deel daarvan, zoals bedoeld in lid 2, onder a).

Die criteria en factoren omvatten:

a)

de complexiteit van een financieel instrument en de relatie tot de soort cliënt aan wie het wordt aangeboden en verkocht;

b)

de omvang of de nominale waarde van een uitgifte van financiële instrumenten;

c)

het innovatiegehalte van een financieel instrument, een activiteit of een praktijk;

d)

de hefboomwerking van een financieel instrument of een praktijk.

Artikel 41

Tijdelijke interventiebevoegdheden van de EBA

1.   In overeenstemming met artikel 9, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1093/2010 kan de EBA, mits aan de voorwaarden van de leden 2 en 3 is voldaan, de volgende zaken tijdelijk verbieden of beperken in de Unie:

a)

het op de markt brengen, verspreiden of verkopen van bepaalde gestructureerde deposito’s of gestructureerde deposito’s met bepaalde specifieke kenmerken; of

b)

een soort financiële activiteit of praktijk.

Een verbod of beperking kan gelden in omstandigheden of gebonden zijn aan voorwaarden die door de EBA worden gespecificeerd.

2.   De EBA neemt alleen een besluit op grond van lid 1 als aan alle hiernavolgende voorwaarden is voldaan:

a)

de voorgestelde maatregel heeft tot doel een aanzienlijke reden tot bezorgdheid over de bescherming van beleggers of een bedreiging voor het ordelijk functioneren en de integriteit van financiële markten of voor de stabiliteit van het financiële stelsel in de Unie of een deel daarvan aan te pakken;

b)

de reguleringsvoorschriften op grond van het Unierecht die van toepassing zijn op het betreffende gestructureerde deposito of de betreffende activiteit wenden de bedreiging niet af;

c)

een bevoegde autoriteit heeft of bevoegde autoriteiten hebben geen maatregelen genomen om de bedreiging af te wenden of de maatregelen die zijn genomen wenden de bedreiging niet adequaat af.

Als aan de voorwaarden van de eerste alinea wordt voldaan, kan de EBA het verbod of de beperking als bedoeld in lid 1 uit voorzorg opleggen voordat een gestructureerd deposito op de markt is gebracht, verspreid of aan cliënten is verkocht.

3.   Wanneer de EBA op grond van dit artikel maatregelen neemt, zorgt zij ervoor dat de maatregel:

a)

geen nadelig effect heeft op de efficiëntie van de financiële markten of op de beleggers dat niet in verhouding staat tot de voordelen van de maatregel; [en]

b)

niet het risico van reguleringsarbitrage oplevert.

Indien een bevoegde autoriteit of bevoegde autoriteiten een maatregel heeft of hebben genomen op grond van artikel 42, kan de EBA elk van de in lid 1 genoemde maatregelen nemen zonder het in artikel 43 bedoelde advies uit te brengen.

4.   Voordat zij besluit maatregelen te nemen op grond van dit artikel, stelt de EBA de bevoegde autoriteiten van de voorgenomen maatregel in kennis.

5.   De EBA publiceert op haar website een kennisgeving van elk besluit tot het nemen van maatregelen op grond van dit artikel. In de kennisgeving worden de bijzonderheden van het verbod of de beperking vermeld en wordt aangegeven op welk tijdstip na de publicatie van de kennisgeving de maatregelen in werking zullen treden. Een verbod of beperking geldt alleen voor handelingen die zijn verricht na de inwerkingtreding van de maatregelen.

6.   De EBA heroverweegt een verbod of beperking op grond van lid 1 na passende termijnen en ten minste elke drie maanden. Als het verbod of de beperking na die periode van drie maanden niet wordt verlengd, loopt het verbod of de beperking af.

7.   Maatregelen die door de EBA worden genomen op grond van dit artikel krijgen voorrang boven eerdere maatregelen van een bevoegde autoriteit.

8.   De Commissie stelt overeenkomstig artikel 50 gedelegeerde handelingen vast waarin de criteria en factoren worden gespecificeerd waarmee de EBA rekening moet houden om te bepalen wanneer er sprake is van een significante reden tot bezorgdheid over de beleggersbescherming of een bedreiging van het ordelijk functioneren of de integriteit van financiële markten en van de stabiliteit van het financiële stelsel in de Unie of een deel daarvan, zoals bedoeld in lid 2, onder a).

Die criteria en factoren omvatten:

a)

de complexiteit van een gestructureerd deposito en de relatie tot de soort cliënt aan wie het wordt aangeboden en verkocht;

b)

de omvang of de nominale waarde van een uitgifte van gestructureerde deposito’s;

c)

het innovatiegehalte van een gestructureerd deposito, een activiteit of een praktijk;

d)

de hefboomwerking van een gestructureerde deposito of een praktijk.

Artikel 42

Productinterventie door bevoegde autoriteiten

1.   Een bevoegde autoriteit kan het volgende in of vanuit de betreffende lidstaat verbieden of beperken:

a)

het op de markt brengen, verspreiden of verkopen van bepaalde financiële instrumenten of gestructureerde deposito’s of financiële instrumenten of gestructureerde deposito’s met bepaalde specifieke kenmerken; of

b)

een soort financiële activiteit of praktijk.

2.   Een bevoegde autoriteit kan een in lid 1 bedoelde maatregel nemen indien zij op redelijke gronden heeft geconcludeerd dat:

a)

ofwel

i)

een financieel instrument, een gestructureerd deposito of een financiële activiteit of praktijk een significante reden tot bezorgdheid over de beleggersbescherming vormt of een bedreiging vormt voor het ordelijk functioneren en de integriteit van financiële markten of grondstoffenmarkten, of voor de stabiliteit van het financiële stelsel of een deel daarvan in ten minste één lidstaat; of

ii)

een derivaat heeft een negatief effect op het prijsvormingsmechanisme op de onderliggende markt;

b)

de bestaande vereisten op grond van het Unierecht die van toepassing zijn op het betreffende gestructureerde deposito of de betreffende financiële activiteit of praktijk onvoldoende zijn om de onder a) bedoelde bedreiging af te wenden en dat de kwestie niet beter zou kunnen worden aangepakt met beter toezicht of handhaving van de bestaande vereisten;

c)

de maatregel evenredig is als rekening wordt gehouden met de aard van het gesignaleerde risico, het kennisniveau van de betreffende beleggers of marktdeelnemers en het te verwachten effect van de maatregel op de beleggers en marktdeelnemers die het financiële instrument of het gestructureerde deposito bezitten of gebruiken of van het financiële instrument, het gestructureerde deposito, de activiteit of praktijk profiteren;

d)

de bevoegde autoriteit de bevoegde autoriteiten in andere lidstaten die een aanzienlijk effect kunnen ondervinden van de maatregel voldoende heeft geraadpleegd;

e)

de maatregel geen discriminerend effect heeft op diensten of activiteiten die vanuit een andere lidstaat worden verricht; en.

f)

zij naar behoren heeft overlegd met de overheidsinstanties die bevoegd zijn voor het toezicht op en het beheer en de regulering van de fysieke markten voor landbouwproducten op grond van Verordening (EG) nr. 1234/2007 ingeval een financieel instrument of een financiële activiteit of praktijk een ernstige bedreiging vormt voor het ordelijk functioneren en de integriteit van een fysieke markt voor landbouwproducten.

Indien aan de voorwaarden van de eerste alinea wordt voldaan, kan de bevoegde autoriteit het verbod of de beperking als bedoeld in lid 1 uit voorzorg opleggen voordat een financieel instrument of een gestructureerd deposito op de markt is gebracht, verspreid of aan cliënten is verkocht.

Een verbod of beperking kan gelden in omstandigheden of onderworpen zijn aan uitzonderingen die door de bevoegde autoriteit worden gespecificeerd.

3.   De bevoegde autoriteit mag alleen een verbod of beperking opleggen op grond van dit artikel als zij minimaal een maand voordat de maatregel van kracht moet worden alle andere bevoegde autoriteiten en de ESMA schriftelijk of op een andere door de autoriteiten overeengekomen wijze in kennis heeft gesteld van de bijzonderheden van:

a)

het financiële instrument of de financiële activiteit of praktijk waarop de voorgestelde maatregel betrekking heeft;

b)

de precieze aard van het voorgestelde verbod of de voorgestelde beperking en het geplande tijdstip waarop de maatregel van kracht moet worden; en

c)

de gegevens waarop zij haar besluit heeft gebaseerd en op grond waarvan het is vastgesteld dat aan alle in lid 2 genoemde voorwaarden is voldaan.

4.   In uitzonderlijke gevallen, wanneer de bevoegde autoriteit een snel optreden op grond van dit artikel noodzakelijk acht om schade veroorzaakt door de in lid 1 bedoelde instrumenten, gestructureerde deposito’s, praktijken en activiteiten te voorkomen, kan de bevoegde autoriteit op voorlopige basis optreden met schriftelijke kennisgeving, ten minste 24 uur voordat de maatregel van kracht moet worden, aan alle andere bevoegde autoriteiten en de ESMA, of, voor gestructureerde deposito’s, de EBA, op voorwaarde dat aan alle criteria van dit artikel is voldaan en duidelijk wordt aangetoond dat de specifieke reden tot bezorgdheid of de specifieke bedreiging niet adequaat kan worden aangepakt met inachtneming van de kennisgevingstermijn van één maand. De bevoegde autoriteit neemt geen voorlopige maatregelen voor een periode langer dan drie maanden.

5.   De bevoegde autoriteit publiceert op haar website een kennisgeving van elk besluit tot het opleggen van een verbod of beperking als bedoeld in lid 1. In de kennisgeving moeten de bijzonderheden van het verbod of de beperking worden vermeld en moet worden aangegeven op welk tijdstip na de publicatie van de kennisgeving de maatregelen in werking zullen treden en op grond van welke gegevens is vastgesteld dat aan alle voorwaarden in lid 2 is voldaan. Een verbod of beperking geldt alleen voor maatregelen die zijn genomen na de publicatie van de kennisgeving.

6.   De bevoegde autoriteit trekt verboden of beperkingen in zodra de voorwaarden in lid 2 niet langer van toepassing zijn.

7.   De Commissie stelt overeenkomstig artikel 50 gedelegeerde handelingen vast waarin de criteria en factoren worden gespecificeerd waarmee de bevoegde autoriteiten rekening moeten houden om te bepalen wanneer er sprake is van een significante reden tot bezorgdheid over de beleggersbescherming of een bedreiging van het ordelijk functioneren of de integriteit van financiële markten of grondstoffenmarkten en van de stabiliteit van het financiële stelsel in ten minste één lidstaat, zoals bedoeld in lid 2, onder a).

Die criteria en factoren omvatten:

a)

de complexiteit van een gestructureerd deposito en de relatie tot de soort cliënt aan wie het wordt aangeboden, verspreid en verkocht;

b)

het innovatiegehalte van een financieel instrument of een gestructureerd deposito, een activiteit of een praktijk;

c)

de hefboomwerking van een financieel product of gestructureerd deposito of praktijk;

d)

met betrekking tot het ordelijk functioneren en de integriteit van financiële markten of grondstoffenmarkten, de omvang of de nominale waarde van een uitgifte van financiële instrumenten of gestructureerde deposito’s.

Artikel 43

Coördinatie door de ESMA en de EBA

1.   De ESMA of, voor gestructureerde deposito’s, de EBA vervult een faciliterende en coördinerende rol met betrekking tot de maatregelen die de bevoegde autoriteiten op grond van artikel 42 nemen. De ESMA of, voor gestructureerde deposito’s, de EBA ziet er in het bijzonder op toe dat de maatregelen die door een bevoegde autoriteit worden genomen, gerechtvaardigd en evenredig zijn en dat de bevoegde autoriteiten indien nodig een consistente aanpak hanteren.

2.   Na ontvangst van een kennisgeving krachtens artikel 42 van een maatregel die op grond van dat artikel wordt opgelegd, neemt de ESMA of, voor gestructureerde deposito’s, de EBA een advies aan waarin zij aangeeft of het verbod of de beperking gerechtvaardigd en evenredig is. Indien de ESMA of, voor gestructureerde deposito’s, de EBA van mening is dat het voor het afwenden van het risico noodzakelijk is dat andere bevoegde autoriteiten maatregelen nemen, wordt dit ook in haar advies vermeld. Het advies wordt gepubliceerd op de website van de ESMA of, voor gestructureerde deposito’s, de EBA.

3.   Als een bevoegde autoriteit voorstelt maatregelen te nemen of maatregelen neemt die in strijd zijn met een door de ESMA of de EBA aangenomen advies op grond van lid 2 of ondanks een dergelijk advies weigert maatregelen te nemen, publiceert zij op haar website onmiddellijk een kennisgeving waarin de redenen hiervoor volledig worden uitgelegd.

HOOFDSTUK 2

Posities

Artikel 44

Coördinatie van nationale positiebeheersmaatregelen en positielimieten door de ESMA

1.   De ESMA vervult een faciliterende en coördinerende rol met betrekking tot de maatregelen die de bevoegde autoriteiten op grond van artikel 69, lid 2, onder o) en p), van Richtlijn 2014/65/EU nemen. De ESMA moet er in het bijzonder voor zorgen dat de bevoegde autoriteiten een consistente aanpak hanteren als het erom gaat wanneer deze bevoegdheden worden uitgeoefend en met betrekking tot de aard en omvang van de opgelegde maatregelen en de duur en vervolghandelingen van maatregelen.

2.   Na ontvangst van een kennisgeving van een maatregel op grond van artikel 79, lid 5, van 2014/65/EU, registreert de ESMA de maatregel en de redenen daarvoor. Met betrekking tot maatregelen die worden genomen op grond van artikel 69, lid 2, onder o) of onder p), van Richtlijn 2014/65/EU, onderhoudt en publiceert zij op haar website een databank met samenvattingen van de maatregelen die van kracht zijn, inclusief bijzonderheden over de betrokken persoon, de toepasselijke financiële instrumenten, eventuele limieten met betrekking tot de omvang van posities die personen te allen tijde kunnen innemen, eventuele vrijstellingen daarvan overeenkomstig artikel 57 van Richtlijn 2014/65/EU, en de redenen daarvoor.

Artikel 45

Bevoegdheden van de ESMA op het gebied van positiebeheer

1.   In overeenstemming met artikel 9, lid 5 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 neemt de ESMA, indien aan beide voorwaarden in lid 2 is voldaan, een of meer van de volgende maatregelen:

a)

een persoon om alle relevante informatie verzoeken met betrekking tot de omvang en het doel van een positie of blootstelling aan een risico die is aangegaan via een derivaat;

b)

na analyse van de overeenkomstig de onder a) verkregen informatie van deze persoon eisen de omvang van de positie of de blootstelling aan een risico te verminderen of weg te nemen overeenkomstig de in lid 10, onder b), bedoelde gedelegeerde handeling;

c)

in laatste instantie, de mogelijkheden van een persoon om een grondstoffenderivaat te verwerven beperken.

2.   De ESMA neemt alleen een besluit op grond van lid 1 als aan beide hiernavolgende voorwaarden is voldaan:

a)

de in lid 1 vermelde maatregelen zijn bedoeld voor het afwenden van een bedreiging van het ordelijk functioneren en de integriteit van financiële markten, met inbegrip van de grondstoffenderivatenmarkten overeenkomstig de in artikel 57, lid 1, van Richtlijn 2014/65/EU opgenomen doelstellingen onder meer met betrekking tot leveringsregelingen voor fysieke grondstoffen, of de stabiliteit van het financiële stelsel in de Unie of een deel daarvan;

b)

een bevoegde autoriteit heeft of bevoegde autoriteiten hebben geen maatregelen genomen om een bedreiging af te wenden of de genomen maatregelen, wenden de bedreiging onvoldoende af.

De ESMA gaat na of aan de onder a) en b) van de eerste alinea van dit lid bedoelde voorwaarden is voldaan op basis van de criteria en factoren die worden vermeld in de in lid 10, onder a), van dit artikel bedoelde gedelegeerde handeling.

3.   Bij het nemen van maatregelen als bedoeld in lid 1 ziet de ESMA erop toe dat de maatregel:

a)

de bedreiging van het ordelijk functioneren en de integriteit van financiële markten, met inbegrip van grondstoffenderivatenmarkten overeenkomstig de in artikel 57, lid 1, van Richtlijn 2014/65/EU opgenomen doelstellingen onder meer met betrekking tot leveringsregelingen voor fysieke grondstoffen, of van de stabiliteit van het financiële stelsel in de Unie of een deel daarvan, gemeten aan de criteria en factoren als omschreven in de in lid 10, onder a), van dit artikel bedoelde gedelegeerde handeling, wezenlijk afwendt, of het vermogen van de bevoegde autoriteiten om toezicht te houden op de bedreiging, gemeten aan diezelfde criteria en factoren, wezenlijk verbetert;

b)

gemeten overeenkomstig lid 10, onder c), van dit artikel geen risico op reguleringsarbitrage creëert;

c)

geen van de volgende negatieve effecten heeft op de efficiëntie van financiële markten, dat onevenredig is in vergelijking met de voordelen van de maatregel: vermindering van de liquiditeit in de betreffende markten, het inperken van de voorwaarden ter vermindering van de risico’s die rechtstreeks verband houden met de commerciële activiteit van een niet-financiële tegenpartij verband houden, of het scheppen van onzekerheid voor marktdeelnemers;

Alvorens maatregelen te nemen met betrekking tot voor de groothandel in energieproducten raadpleegt de ESMA het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators dat is opgericht bij Verordening (EG) nr. 713/2009 van het Europees Parlement en de Raad (29);

Alvorens maatregelen te nemen met betrekking tot landbouwgrondstoffenderivaten raadpleegt de ESMA de overheidsinstellingen die bevoegd zijn voor het toezicht op en het beheer en de regulering van de fysieke markten voor landbouwproducten op grond van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

4.   Voordat zij besluit een in lid 1 bedoelde maatregel te nemen of te vernieuwen, stelt de ESMA de betrokken bevoegde autoriteiten in kennis van de voorgestelde maatregel. In het geval van een verzoek op grond van lid 1, onder a) of b), moet de kennisgeving de identiteit van de geadresseerde persoon of personen bevatten, alsmede de bijzonderheden en redenen daarvoor. In het geval van een maatregel op grond van lid 1, onder c), bevat de kennisgeving bijzonderheden over de betreffende persoon, de toepasselijke financiële instrumenten, de relevante kwantitatieve maatregelen zoals de maximumomvang van de positie die de betreffende persoon kan aangaan en de redenen daarvoor.

5.   De kennisgeving wordt niet later dan 24 uur voordat de maatregel van kracht moet worden of moet worden vernieuwd, gepubliceerd. In uitzonderlijke omstandigheden kan de ESMA de kennisgeving minder dan 24 uur voordat de maatregel van kracht moet worden, publiceren, ingeval het niet mogelijk is een termijn van 24 uur in acht te nemen.

6.   De ESMA publiceert op haar website een kennisgeving van elk besluit om een van de in lid 1, onder c), bedoelde maatregelen op te leggen of te verlengen. De kennisgeving bevat bijzonderheden over de betreffende persoon, de toepasselijke financiële instrumenten, de relevante kwantitatieve maatregelen zoals de maximumomvang van de positie die de persoon in kwestie kan aangaan en de redenen daarvoor.

7.   Een maatregel als bedoeld in lid 1, onder c) wordt van kracht als de kennisgeving is gepubliceerd of op een tijdstip dat in de kennisgeving is gespecificeerd en dat later is dan het tijdstip van publicatie en geldt alleen voor transacties die zijn verricht nadat de maatregel van kracht is geworden.

8.   De ESMA heroverweegt de in lid 1, onder c) bedoelde maatregelen met passende tussenpozen en ten minste elke drie maanden. Als een maatregel na die periode van drie maanden niet wordt verlengd, wordt hij automatisch beëindigd. De leden 2 tot en met 8 zijn eveneens van toepassing op een verlenging van maatregelen.

9.   Maatregelen die door de ESMA worden genomen op grond van dit artikel krijgen voorrang boven eerdere maatregelen van een bevoegde autoriteit op grond van artikel 69, lid 2, onder o) of p) van Richtlijn 2014/65/EU.

10.   De Commissie neemt overeenkomstig artikel 50 gedelegeerde handelingen aan waarin de criteria en factoren worden gespecificeerd om het volgende te bepalen:

a)

het bestaan van een bedreiging van het ordelijk functioneren of de integriteit van financiële markten, met inbegrip van de grondstoffenderivatenmarkten overeenkomstig de in artikel 57, lid 1, van Richtlijn 2014/65/EU opgenomen doelstellingen, en onder meer met betrekking tot leveringsregelingen voor fysieke grondstoffen, of de stabiliteit van het financiële stelsel in de Unie of een deel daarvan, zoals bedoeld in lid 2, onder a) waarbij rekening wordt gehouden met de mate waarin posities worden gebruikt om posities in fysieke grondstoffen of grondstoffencontracten af te dekken en de mate waarin prijzen in onderliggende markten in relatie tot de prijzen van grondstoffenderivaten worden vastgesteld;

b)

of een positie die of een blootstelling aan een risico dat via een derivaat is aangegaan op passende wijze is verlaagd, zoals bedoeld in lid 1, onder b) van dit artikel;

c)

in welke situaties het in lid 3, onder b), bedoelde risico op reguleringsarbitrage zich zou kunnen voordoen.

Deze criteria en factoren houden rekening met de technische reguleringsnormen als bedoeld in artikel 57, lid 3, van Richtlijn 2014/65/EU en maken een onderscheid tussen situaties waarin de ESMA optreedt omdat een bevoegde autoriteit niet is opgetreden en situaties waarin de ESMA overeenkomstig artikel 69, lid 2, onder j) of o) van Richtlijn 2014/65/EU een extra risico tegengaat dat de bevoegde autoriteit niet afdoende kan tegengaan.

TITEL VIII

LEVERING VAN DIENSTEN EN VERRICHTING VAN ACTIVITEITEN DOOR ONDERNEMINGEN UIT DERDE LANDEN MET OF ZONDER EEN BIJKANTOOR NA EEN GELIJKWAARDIGHEIDSBESLUIT

Artikel 46

Algemene bepalingen

1.   Een onderneming uit een derde land kan zonder de vestiging van een bijkantoor beleggingsdiensten verlenen aan of beleggingsactiviteiten verrichten met of zonder nevendiensten voor in aanmerking komende tegenpartijen en professionele cliënten in de zin van deel I van bijlage II bij Richtlijn 2014/65/EU die in de hele Unie zijn gevestigd voor zover zij is opgenomen in het register van ondernemingen uit derde landen dat de ESMA bijhoudt in overeenstemming met artikel 47.

2.   De ESMA registreert een onderneming uit een derde land die toestemming heeft gevraagd voor de levering van beleggingsdiensten of de verrichting van activiteiten in de hele Unie overeenkomstig lid 1 slechts registreren als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de Commissie heeft een besluit vastgesteld overeenkomstig artikel 47, lid 1;

b)

de onderneming heeft in het rechtsgebied waar haar hoofdkantoor is gevestigd, een vergunning voor het verrichten van de beleggingsdiensten en -activiteiten die in de Unie zullen worden verricht en is onderworpen aan effectief toezicht en effectieve handhaving om volledige naleving van de in dat derde land geldende eisen te garanderen;

c)

er zijn samenwerkingsregelingen getroffen overeenkomstig lid 47, lid 2.

3.   Indien een onderneming uit een derde land overeenkomstig dit artikel is geregistreerd, leggen de lidstaten de onderneming uit een derde land geen extra vereisten op ten aanzien van aangelegenheden die onder deze verordening of onder Richtlijn 2014/65/EU vallen noch bevoordelen zij ondernemingen uit derde landen ten opzichte van ondernemingen uit de Unie.

4.   De in lid 1 bedoelde onderneming uit een derde land dient haar aanvraag bij de ESMA in nadat de Commissie het in artikel 47 bedoelde besluit heeft vastgesteld waarin wordt bepaald dat het wettelijke en toezichtskader van het derde land waar de onderneming een vergunning heeft, gelijkwaardig is aan de in artikel 47, lid 1, beschreven vereisten.

De aanvragende onderneming uit een derde land verstrekt aan de ESMA alle informatie die noodzakelijk is voor de registratie. Uiterlijk 30 werkdagen na ontvangst van de aanvraag beoordeelt de ESMA of de aanvraag volledig is. Indien de aanvraag niet volledig is, stelt de ESMA een uiterste datum vast waarvoor de aanvragende onderneming uit een derde land aanvullende informatie moet verstrekken.

Het registratiebesluit wordt gebaseerd op de voorwaarden die zijn beschreven in lid 2.

Binnen 180 werkdagen na het indienen van een volledige aanvraag deelt de ESMA de aanvragende onderneming uit een derde land schriftelijk, met een volledig met redenen omklede toelichting, mede of de registratie is geaccepteerd of geweigerd.

De lidstaten kunnen ondernemingen uit derde landen toestaan om op hun grondgebied beleggingsdiensten te leveren aan of beleggingsactiviteiten en nevendiensten te verrichten voor in aanmerking komende tegenpartijen en professionele cliënten in de zin van deel I van bijlage II bij Richtlijn 2014/65/EU in overeenstemming met nationale regelgeving bij het ontbreken van een besluit van de Commissie overeenkomstig artikel 47, lid 1, of indien een dergelijk besluit niet langer van kracht is.

5.   Ondernemingen uit derde landen die overeenkomstig dit artikel diensten verrichten, delen hun in de Unie gevestigde cliënten voordat er beleggingsdiensten worden geleverd, mee dat het hen niet is toegestaan diensten te verlenen aan andere cliënten dan in aanmerking komende tegenpartijen en professionele cliënten in de zin van deel I van bijlage II bij Richtlijn 2014/65/EU en dat zij niet onder het toezicht in de Unie vallen. Zij geven de naam en het adres op van de bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor het toezicht in het derde land.

De in de eerste alinea genoemde informatie wordt schriftelijk en op in het oog springende wijze verstrekt.

De lidstaten zorgen ervoor dat ingeval een in aanmerking komende tegenpartij of een professionele cliënt in de zin van deel I van bijlage II van Richtlijn 2014/65/EU die in de Unie is gevestigd of gesitueerd uitsluitend op eigen initiatief de verlening van een beleggingsdienst of de verrichting van een beleggingsactiviteit door een onderneming uit een derde land initieert, dit artikel niet van toepassing is op de verlening van die dienst of de verrichting van die activiteit door de onderneming uit het derde land voor die persoon, noch op een relatie die specifiek verband houdt met het verlenen van die dienst of het verrichten van die activiteit. Een individueel initiatief van dergelijke cliënten geeft een onderneming uit een derde land niet het recht om aan de betrokken persoon nieuwe categorieën van beleggingsproducten of -diensten te aan te bieden.

6.   Ondernemingen uit derde landen die overeenkomstig dit artikel diensten verlenen of activiteiten verrichten, bieden voordat er ten aanzien van een in de Unie gevestigde cliënt diensten worden geleverd of activiteiten worden verricht aan om eventuele geschillen met betrekking tot die diensten of activiteiten ter beoordeling voor te leggen aan een rechtbank of scheidsgerecht in een lidstaat.

7.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op waarin wordt gespecificeerd welke informatie de aanvragende onderneming uit een derde land aan de ESMA moet verstrekken in haar verzoek tot registratie overeenkomstig lid 4 en de vorm waarin de informatie moet worden verstrekt overeenkomstig lid 5.

De ESMA legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.

Artikel 47

Gelijkwaardigheidsbesluit

1.   De Commissie kan in overeenstemming met de in artikel 51, lid 2, genoemde onderzoeksprocedure een besluit vaststellen met betrekking tot een derde land waarin wordt bevestigd dat de wettelijke en toezichtsregelingen van dat derde land waarborgen dat ondernemingen die in dat derde land een vergunning hebben, zich houden aan wettelijk bindende prudentiële en bedrijfsvoeringsvoorschriften waarvan het effect gelijkwaardig is aan dat van de vereisten die zijn vastgelegd in deze verordening, in Richtlijn 2013/36/EU en in Richtlijn 2014/65/EU alsook in de uitvoeringsmaatregelen die in het kader van deze verordening en die richtlijnen zijn goedgekeurd, en dat het wettelijke kader van het betreffende derde land voorziet in een doeltreffend gelijkwaardig systeem voor erkenning van beleggingsondernemingen waaraan krachtens rechtsstelsels van derde landen een vergunning is verleend.

Het prudentiële en bedrijfsvoeringskader van een derde land wordt geacht een gelijkwaardig effect te hebben als het aan alle volgende voorwaarden voldoet:

a)

ondernemingen die beleggingsdiensten en -activiteiten in dat derde land verrichten, hebben een vergunning en zijn doorlopend onderworpen aan effectief toezicht en effectieve handhaving;

b)

voor ondernemingen die beleggingsdiensten en -activiteiten in dat derde land verrichten, gelden toereikende kapitaalvereisten en passende vereisten met betrekking tot aandeelhouders en leden van hun leidinggevend orgaan;

c)

voor ondernemingen die beleggingsdiensten en -activiteiten in dat derde land verrichten, gelden adequate organisatorische eisen op het gebied van internecontrolefuncties;

d)

ondernemingen die beleggingsdiensten en -activiteiten leveren zijn gebonden aan passende bedrijfsvoeringsregels;

e)

het waarborgt die beleggingsdiensten en -activiteiten in dat derde land verrichten, waarborgen de markttransparantie en -integriteit door marktmisbruik in de vorm van handel met voorwetenschap en marktmanipulatie te voorkomen.

2.   De ESMA brengt samenwerkingsregelingen tot stand met de relevante bevoegde autoriteiten van derde landen waarvan de wettelijke en toezichtskaders als effectief gelijkwaardig zijn erkend in overeenstemming met lid 1. In een dergelijke regeling wordt minstens het volgende gespecificeerd:

a)

het mechanisme voor de uitwisseling van informatie tussen de ESMA en de bevoegde autoriteiten van de betreffende derde landen, waaronder toegang tot alle door de ESMA gevraagde informatie met betrekking tot buiten de Unie gevestigde ondernemingen die in derde landen een vergunning hebben;

b)

het mechanisme voor onverwijlde kennisgeving aan de ESMA indien een bevoegde autoriteit van een derde land van mening is dat een onderneming uit een derde land die onder haar toezicht valt en die door de ESMA is geregistreerd in het register dat is opgesteld krachtens artikel 48, de voorwaarden voor haar vergunning of een andere wetgeving dat zij moet naleven, overtreedt;

c)

de procedures in verband met de coördinatie van toezichtactiviteiten, met inbegrip van, in voorkomend geval, inspecties ter plaatse.

3.   Een onderneming uit een derde land die is gevestigd in een land waarvan het wettelijke en toezichtskader als effectief gelijkwaardig is erkend in overeenstemming met lid 1 en waaraan overeenkomstig artikel 39 van Richtlijn 2014/65/EU een vergunning is verleend, kan de onder de vergunning vallende diensten en activiteiten ook in andere lidstaten van de Unie verrichten voor in aanmerking komende tegenpartijen en professionele cliënten in de zin van deel I van bijlage II bij Richtlijn 2014/65/EU zonder de vestiging van nieuwe bijkantoren. Hiertoe dient de onderneming te voldoen aan de informatievereisten voor de grensoverschrijdende levering van diensten en de grensoverschrijdende verrichting van activiteiten als voorzien in artikel 34 van Richtlijn 2014/65/EU.

Het bijkantoor blijft onder het toezicht staan van de lidstaat waar overeenkomstig artikel 39 van Richtlijn 2014/65/EU het bijkantoor is gevestigd. Niettemin, en onverminderd de in Richtlijn 2014/65/EU vastgelegde samenwerkingsverplichtingen, kunnen de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar het bijkantoor is gevestigd en de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst evenredige samenwerkingsregelingen sluiten om te waarborgen dat het bijkantoor van de onderneming uit een derde land dat beleggingsdiensten verleent in de Unie passende beleggersbescherming.

4.   Een onderneming uit een derde land mag niet langer gebruikmaken van de rechten op grond van artikel 46, lid 1, wanneer de Commissie een besluit vaststelt overeenkomstig de in artikel 51, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure waarbij haar besluit op grond van lid 1 van dit artikel met betrekking tot het betreffende derde land wordt ingetrokken.

Artikel 48

Register

De ESMA houdt een register met de ondernemingen uit derde landen die in de Unie beleggingsdiensten of -activiteiten mogen verrichten overeenkomstig artikel 46. Het register is openbaar toegankelijk op de website van de ESMA en bevat informatie over de diensten of activiteiten die ondernemingen uit derde landen mogen verlenen of verrichten en verwijzen naar de bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor het toezicht op de betreffende onderneming in het derde land.

Artikel 49

Intrekking van registratie

1.   De ESMA trekt de registratie van een onderneming uit een derde land in het overeenkomstig artikel 48 opgezette register in indien:

a)

de ESMA gegronde redenen heeft, gebaseerd op gedocumenteerde gegevens, om aan te nemen dat de onderneming uit een derde land zich bij de verrichting van beleggingsdiensten en -activiteiten in de Unie gedraagt op een manier die de belangen van de beleggers of het ordelijk functioneren van de markten duidelijk schaadt; of

b)

de ESMA gegronde redenen heeft, gebaseerd op gedocumenteerde gegevens, om aan te nemen dat de onderneming uit een derde land bij de verrichting van beleggingsdiensten en -activiteiten in de Unie de voorschriften die in het derde land gelden en op basis waarvan de Commissie het besluit in overeenstemming met artikel 47, lid 1, heeft vastgesteld ernstig heeft overtreden.

c)

de ESMA de zaak heeft doorverwezen naar de bevoegde autoriteit van het derde land en de bevoegde autoriteit van dat derde land geen passende maatregelen heeft genomen om de beleggers en het goed functioneren van de markten in de Unie te beschermen of niet heeft kunnen aantonen dat de betreffende onderneming uit een derde land voldoet aan de eisen die gelden in het derde land; en

d)

de ESMA de bevoegde autoriteit van het derde land ten minste 30 dagen voor de intrekking heeft geïnformeerd over haar voornemen om de registratie van de onderneming uit een derde land in te trekken.

2.   De ESMA stelt de Commissie onverwijld in kennis van maatregelen die overeenkomstig lid 1 zijn genomen en publiceert het besluit op haar website.

3.   De Commissie beoordeelt of de omstandigheden waarin het besluit overeenkomstig artikel 47, lid 1, is vastgesteld nog bestaan met betrekking tot het betreffende derde land.

TITEL IX

GEDELEGEERDE HANDELINGEN EN UITVOERINGSHANDELINGEN

HOOFDSTUK 1

Gedelegeerde handelingen

Artikel 50

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.   De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.   De bevoegdheid om de in artikel 1, lid 9, artikel 2, lid 2, artikel 13, lid 2, artikel 15, lid 5, artikel 17, lid 3, artikel 19, leden 2 en 3, artikel 31, lid 4, artikel 40, lid 8, artikel 41, lid 8, artikel 42, lid 7, artikel 45, lid 10 en artikel 52, leden 10 en 12 bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van 2 juli 2014.

3.   Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 1, lid 9, artikel 2, lid 2, artikel 13, lid 2, artikel 15, lid 5, artikel 17, lid 3, artikel 19, leden 2 en 3, artikel 31, lid 4, artikel 40, lid 8, artikel 41, lid 8, artikel 42, lid 7, artikel 45, lid 10 en artikel 52, leden 10 en 12 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Een besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.   Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

5.   Een gedelegeerde handeling die ingevolge artikel 1, lid 9, artikel 2, lid 2, artikel 13, lid 2, artikel 15, lid 5, artikel 17, lid 3, artikel 19, leden 2 en 3, artikel 31, lid 4, artikel 40, lid 8, artikel 41, lid 8, artikel 42, lid 7, artikel 45, lid 10 en artikel 52, leden 10 of 12 is vastgesteld, treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met drie maanden verlengd.

HOOFDSTUK 2

Uitvoeringshandelingen

Artikel 51

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij Besluit 2001/528/EG van de Commissie (30) ingestelde Europees Comité voor het effectenbedrijf. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

TITEL X

SLOTBEPALINGEN

Artikel 52

Verslagen en herziening

1.   Uiterlijk op 3 maart 2019 brengt de Commissie na raadpleging van de ESMA verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over het effect in de praktijk van de transparantieverplichtingen die zijn vastgelegd in de artikelen 3 tot en met 13, in het bijzonder over het effect van het in artikel 5 beschreven volumebeperkingsmechanisme, met inbegrip van de kosten van het verhandelen voor in aanmerking komende tegenpartijen en professionele cliënten en de handel in aandelen van ondernemingen met klein en middelgroot kapitaal, en over de doeltreffendheid ervan bij het waarborgen dat het gebruik van de desbetreffende ontheffingen de prijsvorming niet schaadt en over de wijze waarop een passende regeling inzake het opleggen van sancties voor inbreuken op de volumebeperking zou kunnen werken, en de toepassing en verdere gepastheid van de ontheffingen van de verplichtingen tot pretransactionele transparantie op grond van artikel 4, leden 2 en 3, en artikel 9, leden 2 tot en met 5.

2.   In het in lid 1 bedoelde verslag wordt het effect van het gebruik van de ontheffing op grond van artikel 4, lid 1, onder a) en onder b), punt i), en van het volumebeperkingsmechanisme op grond van artikel 5 op de Europese markten in eigenvermogensinstrumenten beschreven, met bijzondere verwijzing naar:

a)

het niveau en de trend van de handel in niet-transparante orderboeken gebaseerde handel binnen de Unie vanaf de invoering van deze verordening;

b)

het effect op de pretransactionele transparante nominale spreads;

c)

het effect op de diepte van de liquiditeit op transparante orderboeken;

d)

het effect op het concurrentievermogen en op beleggers binnen de Unie;

e)

het effect op de handel in aandelen van ondernemingen met klein en middelgroot kapitaal;

f)

ontwikkelingen op internationaal niveau en besprekingen met derde landen en internationale organisaties.

3.   Indien in het verslag wordt geconcludeerd dat het gebruik van de ontheffing op grond van artikel 4, lid 1, onder a) en, onder b), punt i), schadelijk is voor de prijsvorming of voor de handel in aandelen van ondernemingen met klein en middelgroot kapitaal, doet de Commissie voorstellen, ook tot wijziging van deze verordening, met betrekking tot het gebruik van die ontheffingen. Die voorstellen bevatten een effectbeoordeling van de voorgestelde wijzigingen en houden rekening met de doelstellingen van deze verordening en met de gevolgen wat betreft marktverstoring en concurrentievermogen, en de mogelijke effecten op beleggers in de Unie.

4.   Uiterlijk op 3 maart 2019 brengt de Commissie, na raadpleging van de ESMA, verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over het functioneren van artikel 26, onder meer over de vraag of de inhoud en vorm van de transactiemeldingen die zijn ontvangen en uitgewisseld tussen bevoegde autoriteiten, uitgebreid toezicht op de activiteiten van beleggingsondernemingen overeenkomstig artikel 26, lid 1, mogelijk maken. De Commissie kan passende voorstellen doen, waaronder de eis dat transacties worden gemeld aan een door de ESMA aangewezen systeem in plaats van aan de bevoegde autoriteiten, zodat de betrokken bevoegde autoriteiten toegang krijgen tot alle informatie die op grond van dit artikel is gemeld in het kader van deze verordening en Richtlijn 2014/65/EU en voor het opsporen van handel met voorwetenschap en marktmisbruik overeenkomstig Verordening (EU) nr. 596/2014.

5.   Uiterlijk op 3 maart 2019 brengt de Commissie, na raadpleging van de ESMA, verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over passende oplossingen voor het verminderen van informatieasymmetrieën tussen marktdeelnemers alsook over instrumenten voor toezichthouders om beter toe te zien op de noteringsactiviteiten op handelsplatforms. In dat verslag wordt in ieder geval de mogelijkheid beoordeeld tot ontwikkeling van een Europees beste bied- en laatprijssysteem voor geconsolideerde noteringen met het oog op de verwezenlijking van deze doelstellingen.

6.   Uiterlijk op 3 maart 2019 brengt de Commissie, na raadpleging van de ESMA, verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de vooruitgang die is geboekt met betrekking tot de verplaatsing van de handel in gestandaardiseerde otc-derivaten naar beurzen of elektronische handelsplatformen overeenkomstig de artikelen 25 en 28.

7.   Uiterlijk op 3 juli 2019 brengt de Commissie, na raadpleging van de ESMA, verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de ontwikkeling van de prijzen ten behoeve van gegevens met betrekking tot transparantie voor en na de handel van gereglementeerde markten, MTF’s, OTF’s, APA’s en verstrekkers van consolidated tape.

8.   Uiterlijk op 3 juli 2019 brengt de Commissie, na raadpleging van de ESMA, verslag uit aan de het Europees Parlement en de Raad ter evaluatie van de interoperabiliteitsbepalingen in artikel 36 van deze verordening en in artikel 8 van Verordening (EU) nr. 648/2012.

9.   Uiterlijk op 3 juli 2019 brengt de Commissie, na raadpleging van de ESMA, verslag uit aan de het Europees Parlement en de Raad over de toepassing van de artikelen 35 en 36 van deze verordening en de artikelen 7 en 8 van Verordening (EU) nr. 648/2012.

Uiterlijk op 3 juli 2021 brengt de Commissie, naar raadpleging van de ESMA, verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de toepassing van artikel 37.

10.   Uiterlijk op 3 juli 2019 brengt de Commissie, na raadpleging van de ESMA, verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over het effect van de artikelen 35 en 36 van deze verordening op pas opgerichte en vergunninghoudende CTP’s als bedoeld in artikel 35, lid 5, en op handelsplatforms die nauwe banden met die CTP’s hebben, en over de vraag of de in artikel 35, lid 5, genoemde overgangsregeling moet worden uitgebreid, waarbij de mogelijke voordelen van een beter concurrentievermogen voor de consument en de mate waarin marktdeelnemers een keuze hebben, worden afgewogen tegen het mogelijke onevenredige effect van die bepalingen op pas opgerichte en vergunninghoudende CTP’s en de beperkingen van deelnemers op lokale markten om toegang te krijgen tot mondiale CTP’s en het soepel functioneren van de markt.

Afhankelijk van de conclusies van dat verslag kan de Commissie overeenkomstig artikel 50 een gedelegeerde handeling vaststellen om de overgangsperiode overeenkomstig artikel 35, lid 5, met maximaal 30 maanden te verlengen.

11.   Uiterlijk op 3 juli 2019 brengt de Commissie, na raadpleging van de ESMA, verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de vraag of de in artikel 36, lid 5 (nieuw), genoemde drempel geschikt blijft en of de opt-out-regeling voor op de beurs verhandelde derivaten beschikbaar blijft.

12.   Uiterlijk op 3 juli 2016 legt de Commissie op basis van een door de ESMA in overleg met het ESRB verrichte risicobeoordeling, een verslag voor aan het Europees Parlement en de Raad waarin wordt beoordeeld of op de beurs verhandelde derivaten tijdelijk van de werkingssfeer van de artikelen 35 en 36 moeten worden uitgesloten. In dat verslag wordt rekening gehouden met eventuele risico’s voor de stabiliteit en de ordelijke werking van de financiële markten in de gehele Unie die voortvloeien uit de bepalingen inzake open toegang met betrekking tot op de beurs verhandelde derivaten.

Afhankelijk van de conclusies van dat verslag kan de Commissie overeenkomstig artikel 50 een gedelegeerde handeling vaststellen om op de beurs verhandelde derivaten voor een periode tot dertig maanden, te rekenen vanaf de datum van toepassing van deze verordening, uit te sluiten van de werkingssfeer van de artikelen 35 en 36 tot hoogstens 30 maanden na 3 januari 2017.

Artikel 53

Wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012

Verordening (EU) nr. 648/2012 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Aan artikel 5, lid 2, wordt de volgende alinea toegevoegd:

„Bij het opstellen van de ontwerpen van technische reguleringsnormen op grond van dit lid doet de ESMA geen afbreuk aan de in artikel 95 van Richtlijn 2014/65/EU (31) opgenomen overgangsbepaling met betrekking tot de in deel C, punt 6, vermelde derivatencontracten inzake energie”.

(31)  Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349).”."

2)

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

a)

Lid 1wordt vervangen door:

„1.   Een CTP die over een vergunning beschikt om otc-derivatencontracten te clearen, aanvaardt deze contracten te clearen op niet-discriminerende en transparante basis, met inbegrip van de onderpandvereisten en vergoedingen voor toegang, ongeacht het handelsplatform. Dit moet er in het bijzonder voor zorgen dat een handelsplatform het recht op niet-discriminerende behandeling geniet voor wat betreft de manier waarop contracten via dat handelsplatform worden verhandeld met betrekking tot:

a)

de onderpandvereisten en de verrekening van economisch gelijkwaardige contracten, indien het meerekenen van dergelijke contracten bij de vroegtijdige berekening (close-out) en andere verrekeningsprocedures van een CTP overeenkomstig de toepasselijke insolventiewetgeving de soepele en ordelijke werking, de geldigheid of afdwingbaarheid van dergelijke procedures niet in gevaar zou brengen; en

b)

cross-margining met gecorreleerde contracten die door dezelfde CTP worden gecleard op grond van een risicomodel dat voldoet aan artikel 41.

Een CTP kan verlangen dat een handelsplatform voldoet aan de door de CTP gestelde operationele en technische eisen, ook op het gebied van risicobeheersing.”;

b)

Het volgende lid wordt toegevoegd:

„6.   De in lid 1 vermelde voorwaarden betreffende niet-discriminerende behandeling wat betreft de wijze waarop de contracten die via dat handelsplatform worden verhandeld worden behandeld met betrekking tot de onderpandvereisten en de verrekening van economisch gelijkwaardige contracten en cross-margining met gecorreleerde contracten die door dezelfde CTP worden gecleard, worden nader gespecificeerd door de technische normen die krachtens artikel 35, lid 6, onder e) van Verordening (EU) nr. 600/2014 (32) worden vastgesteld.”.

3)

In artikel 81, lid 3, wordt de volgende alinea toegevoegd:

„Een transactieregister geeft gegevens door aan de bevoegde autoriteiten in overeenstemming met de vereisten op grond van artikel 26 van Verordening (EU) nr 600/2014 (32)”.

Artikel 54

Overgangsbepaling

1.   Ondernemingen uit derde landen hebben tot drie jaar na de vaststelling door de Commissie van een besluit ten aanzien van het betreffende derde land overeenkomstig artikel 47 de mogelijkheid om overeenkomstig de nationale regelingen diensten en activiteiten te blijven leveren in de lidstaten.

2.   Indien de Commissie van oordeel is dat op de beurs verhandelde derivaten moeten worden uitgesloten van de werkingssfeer van de artikelen 35 en 36 overeenkomstig artikel 52, lid 12, kan een CTP of een handelsplatform vóór de toepassing van deze verordening haar bevoegde autoriteit om toestemming verzoeken om gebruik te maken van overgangsregelingen. De bevoegde autoriteit kan, rekening houdend met de risico’s die voortvloeien uit de toepassing van de toegangsrechten op grond van de artikelen 35 of 36 met betrekking tot op de beurs verhandelde derivaten voor het ordelijk functioneren van de betreffende CTP of het betreffende handelsplatform, besluiten dat de artikelen 35 of 36 niet van toepassing zijn op respectievelijk de betreffende CTP of het betreffende handelsplatform voor wat betreft op de beurs verhandelde derivaten, gedurende een overgangsperiode tot 3 juli 2019. Ingeval een dergelijke overgangsperiode wordt goedgekeurd kan de CTP of het handelsplatform tijdens de duur van de overgangsperiode de toegangsrechten op grond van de artikelen 35 of 37 niet genieten met betrekking tot op de beurs verhandelde derivaten. De bevoegde autoriteit stelt de ESMA en in het geval van een CTP de leden van het college van bevoegde autoriteiten in kennis van het feit dat er een overgangsperiode is goedgekeurd.

Indien een CTP waarvoor de in dit lid bedoelde overgangsregeling is goedgekeurd, nauwe banden heeft met één of meer handelsplatformen, genieten die handelsplatformen tijdens de duur van die overgangsregeling geen toegangsrechten op grond van de artikelen 35 of 36 met betrekking tot op de beurs verhandelde derivaten.

Indien een handelsplatform waarvoor de in dit lid bedoelde overgangsregeling is goedgekeurd, nauwe banden heeft met één of meer CTP’s, genieten die CTP’s tijdens de duur van die overgangsregeling geen toegangsrechten op grond van de artikelen 35 of 36 met betrekking tot op de beurs verhandelde derivaten.

Artikel 55

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is van toepassing met ingang van 3 januari 2017.

In afwijking van de tweede alinea zijn artikel 1, leden 8 en 99, artikel 2, lid 2, artikel 5, leden 6 en 9, artikel 7, lid 2, artikel 9, lid 5, artikel 11, lid 4, artikel 12, lid 2, artikel 13, lid 2, artikel 14, lid 7, artikel 15, lid 5, artikel 17, lid 3, artikel 19, leden 2 en 3, artikel 20, lid 3, artikel 21, lid 5, artikel 22, lid 4, artikel 23, lid 3, artikel 25, lid 3, artikel 26, lid 9, artikel 27, lid 3, artikel 28, leden 4 en 5, artikel 29, lid 3, artikel 30, lid 2, artikel 31, lid 4, artikel 32, leden 1, 5 en 6, artikel 33, lid 2, artikel 35, lid 6, artikel 36, lid 6, artikel 37, lid 4, artikel 38, lid 3, artikel 40, lid 8, artikel 41, lid 8, artikel 42, lid 7, artikel 45, lid 10, artikel 46, lid 7, artikel 47, leden 1 en 4, artikel 20, leden 10 en 12, artikel 54, lid 1, onmiddellijk na de inwerkingtreding van deze verordening van toepassing.

In afwijking van de tweede alinea zijn artikel 37, leden 1, 2 en 3, van toepassing met ingang van 3 januari 2019.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 15 mei 2014.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

M. SCHULZ

Voor de Raad

De voorzitter

D. KOURKOULAS


(1)  PB C 161 van 7.6.2012, blz. 3.

(2)  PB C 143 van 22.5.2012, blz. 74.

(3)  Standpunt van het Europees Parlement van 15 april 2014 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 13 mei 2014.

(4)  Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad (PB L 145 van 30.4.2004, blz. 1).

(5)  Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (zie bladzijde 349 van dit Publicatieblad).

(6)  Verordening nr. 648/2012 Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1).

(7)  Verordening (EG) nr. 1287/2006 van de Commissie van 10 augustus 2006 tot uitvoering van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de voor beleggingsondernemingen geldende verplichtingen betreffende het bijhouden van gegevens, het melden van transacties, de markttransparantie, de toelating van financiële instrumenten tot de handel en de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde richtlijn betreft (PB L 241 van 2.9.2006, blz. 1).

(8)  Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84).

(9)  Verordening (EG) nr. 809/2004 van de Commissie van 29 april 2004 tot uitvoering van Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de in het prospectus te verstrekken informatie, de vormgeving van het prospectus, de opneming van informatie door middel van verwijzing, de publicatie van het prospectus en de verspreiding van advertenties betreft (PB L 149 van 30.4.2004, blz. 1).

(10)  Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31).

(11)  Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).

(12)  Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12).

(13)  Verordening (EU) nr. 236/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 betreffende short selling en bepaalde aspecten van kredietverzuimswaps (PB L 86 van 24.3.2012, blz. 1).

(14)  Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32).

(15)  Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik (Verordening marktmisbruik) en houdende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijnen 2003/124, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie (zie bladzijde 1 van dit Publicatieblad).

(16)  Richtlijn 2014/57/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende handel met voorwetenschap, onrechtmatige mededeling van voorwetenschap en marktmanipulatie (zie bladzijde 179 van dit Publicatieblad).

(17)  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

(18)  PB C 147 van 25.5.2012, blz. 1.

(19)  Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 338).

(20)  Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1).

(21)  Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1).

(22)  Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) (PB L 302 van 17.11.2009, blz. 32).

(23)  Richtlijn 2003/41/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 juni 2003 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (PB L 235 van 23.9.2003, blz. 10).

(24)  Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010 (PB L 174 van 1.7.2011, blz. 1).

(25)  Verordening (EU) nr. 1227/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie (PB L 326 van 8.12.2011, blz. 1).

(26)  Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten in landbouwproducten en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671).

(27)  Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (PB L 309 van 25.11.2005, blz. 15).

(28)  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 149/2013 van de Commissie van 19 december 2012 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen betreffende indirecte clearingregelingen, de clearingverplichting, het openbaar register, toegang tot een handelsplatform, niet-financiële tegenpartijen, risico-inperkingstechnieken voor niet door een ctp geclearde otc-derivatencontracten (PB L 52 van 23.2.2013, blz. 11).

(29)  Verordening (EG) nr. 713/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot oprichting van een Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (PB L 211 van 14.8.2009, blz. 1).

(30)  Besluit 2001/528/EG van de Commissie van 6 juni 2001 tot instelling van het Europees Comité voor het effectenbedrijf (PB L 191 van 13.7.2001, blz. 45).

(32)  Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 84).


Top