Help Print this page 

Document 32013R0345

Title and reference
Verordening (EU) nr. 345/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 betreffende Europese durfkapitaalfondsen Voor de EER relevante tekst
  • In force
OJ L 115, 25.4.2013, p. 1–17 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 01 Volume 018 P. 75 - 91

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/345/oj
Languages, formats and link to OJ
BG ES CS DA DE ET EL EN FR GA HR IT LV LT HU MT NL PL PT RO SK SL FI SV
HTML html BG html ES html CS html DA html DE html ET html EL html EN html FR html GA html HR html IT html LV html LT html HU html MT html NL html PL html PT html RO html SK html SL html FI html SV
PDF pdf BG pdf ES pdf CS pdf DA pdf DE pdf ET pdf EL pdf EN pdf FR pdf GA pdf HR pdf IT pdf LV pdf LT pdf HU pdf MT pdf NL pdf PL pdf PT pdf RO pdf SK pdf SL pdf FI pdf SV
Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal
 To see if this document has been published in an e-OJ with legal value, click on the icon above (For OJs published before 1st July 2013, only the paper version has legal value).
Multilingual display
Dates
  • Date of document: 17/04/2013
  • Date of effect: 15/05/2013; in werking datum publicatie +20 zie art 28
  • Date of effect: 15/05/2013; Toepassing Gedeeltelijke toepassing zie art 28
  • Date of effect: 22/07/2013; Toepassing zie art 28
  • Date of end of validity: 31/12/9999
Miscellaneous information
  • Author: Europees Parlement, Raad van de Europese Unie
  • Form: Verordening
  • Additional information: COD 2011/0417, relevant voor de EER
Relationship between documents
Text

25.4.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 115/1


VERORDENING (EU) Nr. 345/2013 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 17 april 2013

betreffende Europese durfkapitaalfondsen

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van de wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank (1),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (2),

Handelend in overeenstemming met de gewone wetgevende procedure (3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Durfkapitaal zorgt voor financiering van ondernemingen die over het algemeen zeer klein zijn, die zich in de beginfasen van hun bestaan bevinden en die worden gekenmerkt door een groot groei- en expansiepotentieel. Daarnaast bieden durfkapitaalfondsen ondernemingen waardevolle deskundigheid en kennis, zakelijke contacten en advies over „brand equity” en strategisch advies. Door deze ondernemingen te financieren en advies te verlenen, stimuleren durfkapitaalfondsen de economische groei, dragen zij bij tot het scheppen van werkgelegenheid en het aantrekken van kapitaal, ondersteunen zij de oprichting en de ontwikkeling van innovatieve ondernemingen, verhogen zij hun investeringen in onderzoek en ontwikkeling en bevorderen zij het ondernemerschap, de innovatie en de concurrentie in lijn met de doelstellingen van de Europa 2020-strategie, zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie van 3 maart 2010 met de titel „Europa 2020 — Een strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei” (Europa 2020) en in het kader van de uitdagingen voor de lange termijn waarmee de lidstaten geconfronteerd worden, zoals die genoemd in het verslag van het European Strategy and Policy Analysis System van maart 2012, getiteld „Global Trends 2030 — Citizens in an interconnected and polycentric world”.

(2)

Het is noodzakelijk om een gemeenschappelijk regelgevingkader vast te leggen aangaande het gebruik van de benaming „EuVECA” voor in aanmerking komende durfkapitaalfondsen, in het bijzonder middels eenvormige voorschriften op het niveau van de Unie met betrekking tot de samenstelling van de portefeuille van fondsen die onder deze benaming werkzaam zijn, hun in aanmerking komende beleggingsdoelstellingen, de beleggingsinstrumenten die ze kunnen aanwenden, en de categorieën van beleggers die in aanmerking komen om in hen te beleggen. Bij gebreke van een dergelijk gemeenschappelijk kader bestaat het risico dat lidstaten op nationaal niveau uiteenlopende maatregelen nemen die een rechtstreeks negatieve impact hebben op, en belemmeringen opwerpen voor, de goede werking van de interne markt, aangezien durfkapitaalfondsen die in de hele Unie activiteiten wensen te ontplooien, in verschillende lidstaten aan uiteenlopende voorschriften onderworpen zouden zijn. Uiteenlopende kwaliteitsvereisten inzake portefeuillesamenstelling, beleggingsdoelstellingen en in aanmerking komende beleggers zouden bovendien kunnen leiden tot verschillende niveaus van beleggersbescherming en verwarring kunnen scheppen over het beleggingsvoorstel dat aan de in aanmerking komende durfkapitaalfondsen verbonden is. Beleggers zouden voorts de mogelijkheid moeten hebben de beleggingsvoorstellen van verschillende in aanmerking komende durfkapitaalfondsen met elkaar te vergelijken. Het is noodzakelijk om ernstige belemmeringen voor grensoverschrijdende fondsenwerving door in aanmerking komende durfkapitaalfondsen op te heffen, om verstoring van concurrentie tussen deze fondsen te vermijden, en tevens om te voorkomen dat in de toekomst eventuele nieuwe handelsbelemmeringen en ernstige concurrentieverstoringen ontstaan. Artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), zoals deze door de vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie wordt geïnterpreteerd, is derhalve de passende rechtsgrondslag voor deze verordening.

(3)

Het is noodzakelijk om een verordening vast te stellen waarbij uniforme voorschriften worden ingesteld die op in aanmerking komende durfkapitaalfondsen van toepassing zijn en waarmee in alle lidstaten overeenkomstige verplichtingen worden opgelegd aan de beheerders ervan die door de Unie heen kapitaal wensen aan te trekken met gebruikmaking van de benaming „EuVECA”. Deze eisen zouden moeten zorgen voor vertrouwen bij de beleggers die in dergelijke fondsen wensen te beleggen.

(4)

Door de kwaliteitseisen voor het gebruik van de benaming „EuVECA” in een verordening vast te leggen, wordt zeker gesteld dat die eisen rechtstreeks van toepassing zijn op de beheerders van instellingen voor collectieve belegging die fondsen werven door van deze benaming gebruik te maken. Dit zorgt tevens voor uniforme voorwaarden voor het gebruik van deze benaming door uiteenlopende nationale eisen als gevolg van de omzetting van een richtlijn te voorkomen. Beheerders van instellingen voor collectieve belegging die de benaming gebruiken, dienen door de Unie heen dezelfde voorschriften te volgen, wat ook sterk bevorderlijk is voor het vertrouwen van beleggers. Deze verordening vermindert complexiteit van regelgeving en de kosten die beheerders maken vanwege de naleving van veelal van elkaar afwijkende nationale regels die durfkapitaalfondsen regelen, en in het bijzonder voor beheerders die op grensoverschrijdende basis kapitaal wensen aan te trekken. Het draagt ook bij aan het opheffen van concurrentieverstoringen.

(5)

Zoals in de mededeling van de Commissie van 7 december 2011 met als titel „Een actieplan ter verbetering van de toegang tot financiering voor kmo's” is opgenomen, diende de Commissie haar onderzoek naar fiscale belemmeringen voor grensoverschrijdende durfkapitaalinvesteringen in 2012 afronden, om in 2013 oplossingen te presenteren voor het opheffen van de fiscale belemmeringen waarbij tegelijkertijd belastingontwijking en belastingontduiking worden voorkomen.

(6)

Een in aanmerking komend durfkapitaalfonds moet de mogelijkheid hebben om extern of intern te worden beheerd. Indien een in aanmerking komend durfkapitaalfonds intern wordt beheerd, is het fonds tevens de beheerder en moet het derhalve voldoen aan alle toepasselijke eisen voor beheerders onder deze verordening en moet het worden geregistreerd in overeenstemming met deze verordening. Een in aanmerking komend, intern beheerd durfkapitaalfonds dient evenwel niet te worden toegestaan om de externe beheerder van andere instellingen voor collectieve belegging of instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) te zijn.

(7)

Om de relatie tussen deze verordening en andere voorschriften voor instellingen voor collectieve belegging en de beheerders ervan te verduidelijken, dient te worden bepaald dat deze verordening enkel van toepassing is op beheerders van andere instellingen voor collectieve belegging dan icbe's die onder het toepassingsgebied vallen van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) (4), en die gevestigd zijn in de Unie en geregistreerd zijn bij de bevoegde autoriteit van hun lidstaat van herkomst overeenkomstig Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen (5), mits deze beheerders portefeuilles van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen beheren. Het moet externe beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen die overeenkomstig deze verordening zijn geregistreerd, evenwel ook worden toegestaan icbe's te beheren, behoudens een vergunning krachtens Richtlijn 2009/65/EG.

(8)

Deze verordening is voorts enkel van toepassing op beheerders van die instellingen voor collectieve belegging met een beheerd vermogen dat in totaal de drempel als bedoeld in artikel 3, lid 2, onder b), van Richtlijn 2011/61/EU niet overschrijdt. De berekening van de drempel voor deze verordening is dezelfde als die voor de drempel als bedoeld in artikel 3, lid 2, onder b), van Richtlijn 2011/61/EU.

(9)

Echter, durfkapitaalfondsbeheerders die in overeenstemming met deze verordening zijn geregistreerd met een beheerd vermogen dat vervolgens in totaal de drempel als bedoeld in artikel 3, lid 2, onder b), van Richtlijn 2011/61/EU overschrijdt, en die daardoor overeenkomstig artikel 6 van Richtlijn 2011/61/EU over een vergunning van de bevoegde autoriteiten van hun lidstaat van herkomst dienen te beschikken, dienen de mogelijkheid te hebben de benaming „EuVECA” te blijven gebruiken bij het op de markt aanbieden van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen in de Unie, mits zij de in die richtlijn vastgelegde eisen naleven en zij te allen tijde blijven voldoen aan bepaalde, in deze verordening vastgelegde eisen voor het gebruik van de benaming „EuVECA” met betrekking tot de in aanmerking komende durfkapitaalfondsen. Dit geldt zowel voor bestaande in aanmerking komende durfkapitaalfondsen als voor in aanmerking komende durfkapitaalfondsen die worden opgericht na overschrijding van de drempel.

(10)

Wanneer beheerders van instellingen voor collectieve belegging de benaming „EuVECA” niet wensen te gebruiken, is deze verordening niet van toepassing. In dergelijke gevallen dienen de bestaande nationale voorschriften en de algemene voorschriften van de Unie van toepassing te blijven.

(11)

Bij deze verordening moeten uniforme voorschriften worden ingesteld betreffende de aard van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen, in het bijzonder betreffende in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen waarin de in aanmerking komende durfkapitaalfondsen mogen beleggen en de beleggingsinstrumenten die dienen te worden gebruikt. Dat is noodzakelijk opdat een duidelijke scheidingslijn kan worden getrokken tussen een in aanmerking komend durfkapitaalfonds en alternatieve beleggingsfondsen die andere, minder gespecialiseerde, beleggingsstrategieën hanteren, zoals overnames of vastgoedspeculatie, hetgeen deze verordening niet tracht te bevorderen.

(12)

In lijn met de doelstelling om de instellingen voor collectieve belegging die onder deze verordening dienen te vallen, nauwkeurig te omschrijven en om te garanderen dat gefocust wordt op het verstrekken van kapitaal aan kleine ondernemingen in de beginfasen van hun bestaan, moeten als in aanmerking komende durfkapitaalfondsen worden beschouwd fondsen die voornemens zijn ten minste 70 % van hun totale kapitaalinbreng en niet-gestort toegezegd kapitaal te beleggen in dergelijke ondernemingen. Het dient niet aan in aanmerking komende durfkapitaalfondsen te worden toegestaan om meer dan 30 % van het totaalbedrag van hun kapitaalinbreng en niet-gestort toegezegd kapitaal te beleggen in andere activa dan in aanmerking komende beleggingen. Dit betekent dat de 30 %-drempel te allen tijde de bovengrens voor niet in aanmerking komende beleggingen moet zijn, terwijl de 70 %-drempel moet worden voorbehouden aan in aanmerking komende beleggingen gedurende de levensduur van het in aanmerking komende durfkapitaalfonds. Deze drempels moeten worden berekend op basis van voor belegging beschikbare bedragen na aftrek van alle relevante kosten en aangehouden kasgeld en kasgeldequivalenten. Deze verordening moet de nodige gedetailleerde bepalingen bevatten voor de berekening van de bedoelde beleggingsdrempels.

(13)

Het doel van deze verordening is het versterken van de groei en innovatie van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) in de Unie. Beleggingen in in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen die in derde landen gevestigd zijn, kunnen meer kapitaal naar in aanmerking komende durfkapitaalfondsen aantrekken en kunnen zo de kmo's in de Unie ten goede komen. Deze verordening mag evenwel in geen geval ten goede komen aan beleggingen in in derde landen gevestigde portefeuillemaatschappijen die worden gekenmerkt door het ontbreken van passende samenwerkingsovereenkomsten tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds en met elke andere lidstaat waar de rechten van deelneming of aandelen in het in aanmerking komende durfkapitaalfonds naar voornemen zullen worden aangeboden of door het ontbreken van doeltreffende informatie-uitwisseling in belastingzaken.

(14)

Een in aanmerking komend durfkapitaalfonds moet in de eerste plaats in de Unie gevestigd zijn om het recht te hebben de door deze verordening ingestelde benaming „EuVECA” te gebruiken. De Commissie moet binnen twee jaar na de datum van toepassing van deze verordening de beperking van het gebruik van de benaming „EuVECA” tot in de Unie gevestigde fondsen evalueren, waarbij zij rekening houdt met de ervaring die is opgedaan met de toepassing van de aanbeveling van de Commissie betreffende maatregelen gericht op het aanmoedigen van derde landen om minimumnormen voor goed bestuur in belastingzaken toe te passen.

(15)

Beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen dienen de mogelijkheid te hebben om gedurende de levensduur van dat fonds aanvullende kapitaaltoezeggingen aan te trekken. Met dergelijke aanvullende kapitaaltoezeggingen tijdens de levensduur van het in aanmerking komende durfkapitaalfonds moet rekening worden gehouden wanneer de volgende belegging in andere activa dan in aanmerking komende activa wordt overwogen. Aanvullende kapitaaltoezeggingen moeten worden toegestaan in overeenstemming met criteria en onder de voorwaarden die zijn vastgelegd in het reglement of de statuten van het in aanmerking komende durfkapitaalfonds.

(16)

In aanmerking komende beleggingen moeten de vorm van aandelen- of quasiaandeleninstrumenten hebben. Quasiaandeleninstrumenten omvatten een type financieringsinstrument, dat een combinatie is van aandelen en schulden, waarvan het rendement gekoppeld is aan de winsten of verliezen van de in aanmerking komende portefeuillemaatschappij en waarbij de terugbetaling van het instrument in geval van wanbetaling niet volledig gewaarborgd is. Dergelijke instrumenten omvatten een waaier van financieringsinstrumenten, zoals achtergestelde leningen, stille deelnemingen, participatieleningen, rechten van winstdeelneming, converteerbare obligaties en obligaties met warrants. Als mogelijke aanvulling — maar niet ter vervanging — van aandelen- en quasiaandeleninstrumenten moeten gewaarborgde en niet-gewaarborgde leningen, bijvoorbeeld overbruggingskredieten, die door het in aanmerking komende durfkapitaalfonds worden verstrekt aan een in aanmerking komende portefeuillemaatschappij waarin het in aanmerking komende durfkapitaalfonds al in aanmerking komende beleggingen heeft, toegestaan zijn, op voorwaarde dat niet meer dan 30 % van het totaalbedrag van de kapitaalinbreng en het niet-gestort toegezegd kapitaal in het in aanmerking komende durfkapitaalfonds voor deze leningen wordt gebruikt. Om rekening te houden met de gangbare zakelijke praktijken op de durfkapitaalmarkt moet een in aanmerking komend durfkapitaalfonds voorts van bestaande aandeelhouders van een in aanmerking komende portefeuillemaatschappij bestaande aandelen van deze maatschappij kunnen kopen. Om te zorgen voor zo ruim mogelijke mogelijkheden op het gebied van fondsenwerving moeten ook beleggingen in andere in aanmerking komende durfkapitaalfondsen toegestaan zijn. Om verwatering van de beleggingen in in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen te voorkomen mag in aanmerking komende durfkapitaalfondsen alleen worden toegestaan om te beleggen in andere in aanmerking komende durfkapitaalfondsen, als deze in aanmerking komende durfkapitaalfondsen zelf niet meer dan 10 % van het totaalbedrag van hun kapitaalinbreng en niet-gestort toegezegd kapitaal in andere in aanmerking komende durfkapitaalfondsen hebben belegd.

(17)

De kernactiviteit van durfkapitaalfondsen is het verstrekken van financiering aan kmo's door primaire beleggingen. Durfkapitaalfondsen mogen niet deelnemen in systemisch belangrijke bankactiviteiten buiten het gewone prudentiële regelgevend kader (zogenoemd „schaduwbankieren”) noch mogen zij typische private-equitystrategieën volgen, zoals overnames met vreemd vermogen.

(18)

In lijn met de Europa 2020-strategie is deze verordening bedoeld ter bevordering van durfkapitaalbeleggingen in innoverende kmo's die verankerd zijn in de reële economie. Kredietinstellingen, beleggingsondernemingen, verzekeringsondernemingen, financiële holdings en gemengde holdings mogen bijgevolg niet onder de definitie van in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen van deze verordening vallen.

(19)

Om in een essentiële beschermingsmaatregel te voorzien die een onderscheid maakt tussen in aanmerking komende durfkapitaalfondsen in de zin van deze verordening en de ruimere categorie van alternatieve beleggingsfondsen die op secundaire markten uitgegeven effecten verhandelen, is het noodzakelijk regels vast te stellen om ervoor te zorgen dat in aanmerking komende durfkapitaalfondsen primair beleggen in rechtstreeks uitgegeven instrumenten.

(20)

Om beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen een zekere flexibiliteit in het beleggings- en liquiditeitenbeheer van hun in aanmerking komende durfkapitaalfondsen te bieden, dient handel, bijvoorbeeld in aandelen of deelnemingen in niet in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen of verwerving van niet in aanmerking komende instrumenten, te worden toegestaan tot een maximumdrempel van 30 % van het totaalbedrag van de kapitaalinbreng en het niet-gestort kapitaal.

(21)

Om zeker te stellen dat de benaming „EuVECA” betrouwbaar en gemakkelijk herkenbaar is voor beleggers in de hele Unie, dienen enkel beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen die aan de in deze verordening opgenomen uniforme kwaliteitscriteria voldoen, in aanmerking te komen voor het voeren van de benaming „EuVECA” bij het op de markt aanbieden van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen in de hele Unie.

(22)

Om ervoor te zorgen dat in aanmerking komende durfkapitaalfondsen een duidelijk en herkenbaar profiel hebben dat aan hun doel beantwoordt, moeten uniforme voorschriften worden vastgesteld voor de portefeuillesamenstelling en beleggingstechnieken die voor dergelijke fondsen worden toegestaan.

(23)

Om zeker te stellen dat in aanmerking komende durfkapitaalfondsen niet bijdragen aan de ontwikkeling van systeemrisico's en dat dergelijke fondsen zich bij hun beleggingsactiviteiten toespitsen op het ondersteunen van in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen, mag het gebruik van hefboomwerking op het niveau van het fonds niet worden toegestaan. Beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen mogen uitsluitend worden toegestaan leningen aan te gaan, schuldpapier uit te geven of garanties te verschaffen op het niveau van het in aanmerking komende durfkapitaalfonds, mits zodanige leningen, schuldpapier of garanties gedekt zijn door niet-gestort toegezegd kapitaal en aldus de risicopositie van het fonds niet doen toenemen tot een niveau dat hoger is dan het toegezegd kapitaal. Vooruitbetalingen in kasgeld door beleggers van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen die volledig door toegezegd kapitaal van deze beleggers zijn gedekt, doen de risicopositie van het in aanmerking komende durfkapitaalfonds niet toenemen en moeten derhalve worden toegestaan. Om het fonds in staat te stellen buitengewone liquiditeitsbehoeften te dekken die zouden kunnen ontstaan tussen een opvraging bij beleggers van toegezegd kapitaal en de daadwerkelijke opneming van het kapitaal in zijn rekeningen, dient het aangaan van kortetermijnleningen te worden toegestaan, mits het bedrag van een dergelijke lening het niet-gestort toegezegd kapitaal van het fonds niet overschrijdt.

(24)

Om zeker te stellen dat in aanmerking komende durfkapitaalfondsen uitsluitend worden aangeboden aan beleggers die over de nodige ervaring, kennis en deskundigheid beschikken om hun eigen beleggingsbeslissingen te nemen en een behoorlijke beoordeling te maken van de risico's die aan deze fondsen verbonden zijn, en om het beleggersvertrouwen in in aanmerking komende durfkapitaalfondsen in stand te houden, moeten bepaalde specifieke beschermingsmaatregelen worden getroffen. In aanmerking komende durfkapitaalfondsen zouden bijgevolg alleen mogen worden aangeboden aan beleggers die professionele cliënten zijn of die kunnen worden behandeld als professionele cliënten in de zin van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten (6). Om evenwel een voldoende brede beleggersbasis voor beleggingen in in aanmerking komende durfkapitaalfondsen te hebben, is het eveneens wenselijk dat bepaalde andere beleggers, met inbegrip van zeer vermogende particulieren, toegang hebben tot in aanmerking komende durfkapitaalfondsen. Voor deze andere beleggers moeten evenwel specifieke beschermingsmaatregelen worden getroffen om zeker te stellen dat in aanmerking komende durfkapitaalfondsen alleen worden aangeboden aan beleggers die over het geschikte profiel beschikken om dergelijke beleggingen te verrichten. Deze beschermingsmaatregelen sluiten aanbieding op de markt met behulp van periodieke spaarplannen uit. Bovendien moeten beleggingen, gedaan door bestuursleden, directeuren of bij het beheer betrokken werknemers van een beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds beleggingen, mogelijk zijn wanneer zij in het door hen beheerde, in aanmerking komende fonds beleggen, aangezien deze personen voldoende kennis hebben om in durfkapitaal te beleggen.

(25)

Om zeker te stellen dat enkel beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen de benaming „EuVECA” gebruiken, die aan uniforme kwaliteitscriteria met betrekking tot hun marktgedrag voldoen, dienen er voorschriften te zijn voor de bedrijfsuitoefening en voor de relatie van deze beheerders met hun beleggers. Om dezelfde reden moeten uniforme voorwaarden worden ingesteld aangaande de behandeling van belangenconflicten door deze beheerders. Deze voorschriften en voorwaarden moeten de beheerders er ook toe verplichten de noodzakelijke organisatorische en administratieve regelingen te treffen om ervoor te zorgen dat belangenconflicten op passende wijze worden behandeld.

(26)

Indien een beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds voornemens is taken te delegeren aan derden, mag een dergelijke delegatie van taken aan een derde de aansprakelijkheid van de beheerder jegens het durfkapitaalfonds en de beleggers daarin niet beïnvloeden. Bovendien mag de beheerder niet taken delegeren in die mate dat hij in wezen niet langer als de beheerder van het in aanmerking komende durfkapitaalfonds kan worden beschouwd en enkel nog een brievenbusmaatschappij is. De beheerder moet te allen tijde verantwoordelijk blijven voor de correcte uitvoering van de gedelegeerde taken en de naleving van deze verordening. De delegatie van taken mag de doeltreffendheid van het toezicht van de beheerder niet ondermijnen, en mag met name niet verhinderen dat de beheerder handelt, of dat het fonds wordt beheerd, in het beste belang van haar beleggers.

(27)

Om de integriteit van de benaming „EuVECA” zeker te stellen, moeten kwaliteitscriteria aangaande de organisatie van een beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds worden ingesteld. Derhalve dienen uniforme, evenredige eisen te worden vastgelegd met betrekking tot de noodzaak om toereikende technische en personele middelen aan te houden.

(28)

Om ervoor te zorgen dat in aanmerking komende durfkapitaalfondsen behoorlijk worden beheerd, en dat hun beheerders potentiële risico's als gevolg van de activiteiten ervan kunnen afdekken, dienen voor beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen uniforme en evenredige eisen te worden vastgelegd om voldoende eigen vermogen aan te houden. De omvang van dat eigen vermogen moet voldoende zijn om de continuïteit en het behoorlijke beheer van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen zeker te stellen.

(29)

Ter bescherming van de beleggers moet ervoor worden gezorgd dat de activa van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen naar behoren worden gewaardeerd. Daarom moeten het reglement of de statuten van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen voorschriften bevatten voor de waardering van activa. Dat moet de integriteit en de transparantie van de waardering verzekeren.

(30)

Om zeker te stellen dat beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen die van de benaming „EuVECA” gebruikmaken, voldoende verantwoording afleggen voor hun activiteiten, moeten uniforme voorschriften voor jaarverslagen worden vastgesteld.

(31)

Om de integriteit van de benaming „EuVECA” in de ogen van beleggers in stand te houden, is het noodzakelijk dat deze benaming enkel wordt gebruikt door beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen die volledig transparant zijn wat betreft hun beleggingsbeleid en hun beleggingsdoelstellingen. Er dienen derhalve eenvormige voorschriften aangaande de openbaarmakingseisen te worden vastgelegd, die door beheerders jegens hun beleggers in acht dienen te worden genomen. In het bijzonder moeten er precontractuele openbaarmakingsverplichtingen bestaan betreffende de beleggingsstrategie en -doelstellingen van het in aanmerking komende durfkapitaalfonds, de gebruikte beleggingsinstrumenten, kosten en aanverwante lasten, alsook het risico/rendementsprofiel van de door een in aanmerking komend fonds aangeboden belegging. Om een hoge mate van transparantie te realiseren, moeten deze openbaarmakingseisen eveneens voorzien in informatie over de wijze waarop de vergoeding van de beheerders wordt berekend.

(32)

Om effectief toezicht op de in deze verordening vastgelegde uniforme eisen zeker te stellen, moet de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst toezien op de naleving door de beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds van de in deze verordening vastgelegde uniforme eisen. Te dien einde moeten de beheerders die voornemens zijn hun in aanmerking komende fondsen onder de benaming „EuVECA” op de markt aan te bieden, de bevoegde autoriteit van hun lidstaat van herkomst van hun voornemen in kennis stellen. De bevoegde autoriteit dient de beheerder te registreren indien alle noodzakelijke informatie is verstrekt en indien geschikte regelingen zijn getroffen om te voldoen aan de eisen van deze verordening. Deze registratie dient geldig te zijn in de hele Unie.

(33)

Om het efficiënt, grensoverschrijdend op de markt aanbieden van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen te vergemakkelijken, dient de registratie de beheerder zo snel mogelijk te worden volbracht.

(34)

Deze verordening omvat waarborgen om ervoor te zorgen dat de fondsen naar behoren worden gebruikt, maar de toezichtautoriteiten moeten waakzaam zijn om ervoor te zorgen dat deze waarborgen in acht worden genomen.

(35)

Om effectief toezicht op de naleving van de in deze verordening vastgelegde uniforme criteria zeker te stellen, moeten voorschriften worden ingesteld aangaande de omstandigheden waaronder de informatie die aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst is verstrekt, moet worden geactualiseerd.

(36)

Er dient ten behoeve van een effectief toezicht op de naleving van de in deze verordening opgenomen eisen een procedure te worden ingesteld voor grensoverschrijdende kennisgevingen tussen de bevoegde toezichthoudende autoriteiten, die in gang wordt gezet door de registratie van een beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds in zijn lidstaat van herkomst.

(37)

Om te zorgen voor transparante voorwaarden voor het op de markt aanbieden van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen in de hele Unie, moet aan de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten (European Securities and Markets Authority — ESMA)), opgericht bij Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad (7), de taak worden toevertrouwd een centrale databank bij te houden, waarin alle beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen en de door hen beheerde in aanmerking komende durfkapitaalfondsen, worden opgenomen die in overeenstemming met deze verordening zijn geregistreerd.

(38)

Indien de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst duidelijke en aantoonbare redenen heeft om aan te nemen dat een beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds op haar grondgebied in strijd met deze verordening handelt, moet zij dit onmiddellijk ter kennis brengen van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst, die de nodige maatregelen moet nemen.

(39)

Als een beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds duidelijk in strijd met deze verordening blijft handelen, ondanks de door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst getroffen maatregelen of omdat de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst niet binnen een redelijke termijn optreedt, dient de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst de mogelijkheid te hebben, nadat zij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst hiervan op de hoogte heeft gebracht, om alle nodige maatregelen te nemen om de beleggers te beschermen, met inbegrip van de mogelijkheid de desbetreffende beheerder te beletten zijn durfkapitaalfondsen nog op het grondgebied van de lidstaat van ontvangst aan te bieden.

(40)

Om effectief toezicht met betrekking tot de in deze verordening vastgelegde criteria zeker te stellen, bevat deze verordening een lijst van toezichtbevoegdheden waarover bevoegde autoriteiten moeten kunnen beschikken.

(41)

Om een behoorlijke handhaving zeker te stellen, bevat deze verordening in bestuursrechtelijke sancties en andere maatregelen aangaande de schending van sleutelbepalingen van deze verordening, namelijk de voorschriften betreffende de portefeuillesamenstelling, de beschermingsmaatregelen met betrekking tot de identiteit van in aanmerking komende beleggers en het gebruik van de benaming „EuVECA” door uitsluitend beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen die in overeenstemming met deze verordening geregistreerd zijn. Een schending van deze sleutelbepalingen moet, waar nodig, leiden tot het verbod op het gebruik van de benaming en tot schrapping van de desbetreffende beheerder uit het register.

(42)

De toezichtinformatie dient te worden uitgewisseld tussen de bevoegde autoriteiten in de lidstaten van herkomst en de lidstaten van ontvangst en ESMA.

(43)

De effectieve regelgevende samenwerking tussen de entiteiten die als taak hebben toezicht uit te oefenen op het naleven van de uniforme criteria welke in deze verordening zijn vastgesteld, vereist dat een hoog niveau van beroepsgeheim dient te gelden voor alle relevante nationale overheden en voor ESMA.

(44)

Teneinde de in deze verordening vastgelegde eisen te specificeren, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen ten aanzien van de soorten belangenconflicten die beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen moeten vermijden en van de maatregelen die met het oog daarop moeten worden getroffen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig aan het Europees Parlement en aan de Raad worden toegezonden.

(45)

Technische normen voor financiële diensten dienen te zorgen voor een consistente harmonisering en een hoog niveau van toezicht in de gehele Unie. Het zou efficiënt en passend zijn ESMA, als autoriteit met een sterk gespecialiseerde expertise, met de opstelling van een aan de Commissie voor te leggen ontwerp van technische uitvoeringsnormen te belasten, in zoverre daarin geen beleidskeuzes gedaan worden.

(46)

Aan de Commissie moet de bevoegdheid worden toegekend om technische uitvoeringsnormen vast te stellen door middel van uitvoeringshandelingen overeenkomstig artikel 291 VWEU en in overeenstemming met artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010. Aan ESMA dient het ontwerpen van technische uitvoeringsnormen inzake de vorm van de in deze verordening bedoelde kennisgeving te worden toevertrouwd.

(47)

De Commissie dient binnen vier jaar na de toepassingsdatum van deze verordening een evaluatie van deze verordening uit te voeren om de ontwikkeling van de durfkapitaalmarkt te beoordelen. De evaluatie dient een algemeen onderzoek te omvatten van de werking van de voorschriften in deze verordening en de ervaring die is opgedaan bij het toepassen ervan. Op basis van deze evaluatie moet de Commissie een verslag, in voorkomend geval vergezeld van wetgevingsvoorstellen, voorleggen aan het Europees Parlement en aan de Raad.

(48)

Voorts moet de Commissie binnen vier jaar na de toepassingsdatum van deze verordening een begin maken met een evaluatie van de wisselwerking tussen deze verordening en andere regels betreffende instellingen voor collectieve belegging en de beheerders hiervan, in het bijzonder die van Richtlijn 2011/61/EU. Bij deze evaluatie moet in het bijzonder aandacht worden besteed aan het toepassingsgebied van deze verordening en worden beoordeeld of het nodig is dit uit te breiden om de beheerders van grotere alternatieve beleggingsfondsen toe te staan de benaming „EuVECA” te laten gebruiken. Op basis van deze toetsing moet de Commissie een verslag voorleggen aan het Europees Parlement en aan de Raad, in voorkomend geval vergezeld van wetgevingsvoorstellen.

(49)

In het kader van die evaluatie moet de Commissie elke hinderpaal beoordelen die eventueel het gebruik van de fondsen door de beleggers hebben belemmerd, met inbegrip van de impact op institutionele beleggers van andere prudentiële regelgeving die op hen van toepassing kan zijn. De Commissie moet daarnaast gegevens verzamelen om te beoordelen welke bijdrage van de benaming „EuVECA” levert aan andere programma's van de Unie, zoals Horizon 2020, die ook gericht zijn op het ondersteunen van innovatie in de Unie.

(50)

Gelet op de mededeling van de Commissie van 6 oktober 2010 met als titel „Europa 2020-kerninitiatief Innovatie-Unie”, en de mededeling van de Commissie van 7 december 2011 met als titel „Een actieplan ter verbetering van de toegang tot financiering voor kmo's”, is het belangrijk om te zorgen voor de doeltreffendheid van de overheidsregelingen in de Unie ter ondersteuning van de durfkapitaalmarkt en voor de coördinatie en onderlinge coherentie van de verschillende beleidsmaatregelen van de Unie ter bevordering van innovatie, inclusief het beleid op het gebied van mededinging en onderzoek. Centraal in het beleid van de Unie op het gebied van innovatie en groei is groene technologie, gelet op de doelstelling van de Unie om mondiaal leider te zijn op het gebied van slimme en duurzame groei en van energie- en hulpbronnenefficiëntie, inclusief wat de financiering van kmo's betreft. Bij de evaluatie van deze verordening moet de Commissie de impact ervan beoordelen op de voortgang in de richting van deze doelstelling.

(51)

ESMA moet een raming opstellen van haar personele en andere behoeften die voortvloeien uit de vervulling van haar taken en bevoegdheden overeenkomstig deze verordening en daarover verslag uitbrengen aan het Europees Parlement, aan de Raad en aan de Commissie.

(52)

Het Europees Investeringsfonds (EIF) belegt onder meer in durfkapitaalfondsen in de hele Unie. De maatregelen waarin in deze verordening is voorzien om durfkapitaalfondsen gemakkelijk te kunnen identificeren aan de hand van welomschreven gemeenschappelijke kenmerken, moeten het voor het EIF gemakkelijker maken durfkapitaalfondsen overeenkomstig deze verordening te identificeren als mogelijke beleggingsdoelstelling. Het EIF moet derhalve worden aangemoedigd in Europese durfkapitaalfondsen te beleggen.

(53)

Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name erkend zijn in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, met inbegrip van het recht op de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven (artikel 7) en de vrijheid van ondernemerschap (artikel 16).

(54)

Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (8) regelt de verwerking van persoonsgegevens die wordt uitgevoerd in de lidstaten in het kader van deze verordening en onder toezicht van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, in het bijzonder de publieke onafhankelijke autoriteiten die door de lidstaten worden aangewezen. Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (9) regelt de verwerking van persoonsgegevens die wordt uitgevoerd door ESMA binnen het kader van deze verordening en onder toezicht van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.

(55)

Deze verordening dient de toepassing van de staatssteunregels op in aanmerking komende durfkapitaalfondsen onverlet te laten.

(56)

Daar de doelstellingen van deze verordening, namelijk garanderen dat uniforme vereisten van toepassing zijn op het aanbieden van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen, en het opzetten van een eenvoudig registratiesysteem voor beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen, waardoor het op de markt aanbieden van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen in de hele Unie wordt vergemakkelijkt, waarbij tegelijkertijd ten volle rekening wordt gehouden met de noodzaak om een evenwicht te bewerkstelligen tussen, enerzijds, de veiligheid en betrouwbaarheid die aan het gebruik van de benaming „EuVECA” verbonden zijn, en, anderzijds, de doeltreffende werking van de durfkapitaalmarkt en de kostprijs voor haar verschillende belanghebbenden, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en dus op grond van hun omvang en gevolgen beter op het niveau van de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ONDERWERP, TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES

Artikel 1

In deze verordening worden uniforme eisen en voorwaarden vastgelegd voor beheerders van instellingen voor collectieve belegging die gebruik wensen te maken van de benaming „EuVECA” in verband met het op de markt aanbieden van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen in de Unie, waardoor wordt bijgedragen tot de goede werking van de interne markt.

Tevens worden in deze verordening uniforme regels vastgelegd voor het in de hele Unie aanbieden van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen aan in aanmerking komende beleggers, betreffende de portefeuillesamenstelling van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen, betreffende de in aanmerking komende beleggingsinstrumenten en -technieken die door in aanmerking komende durfkapitaalfondsen moeten worden gebruikt, alsmede regels voor de organisatie, het gedrag en de transparantie van beheerders die in aanmerking komende durfkapitaalfondsen op de markt aanbieden in de hele Unie.

Artikel 2

1.   Deze verordening is van toepassing op beheerders van instellingen voor collectieve belegging als gedefinieerd in artikel 3, onder a), die voldoen aan de volgende voorwaarden:

a)

het totaal van de door hen beheerde activa overschrijdt niet de in artikel 3, lid 2, onder b), van Richtlijn 2011/61/EU bedoelde drempel;

b)

zij zijn gevestigd in de Unie;

c)

zij moeten zich laten registreren bij de bevoegde autoriteiten van hun lidstaat van herkomst overeenkomstig artikel 3, lid 3, onder a), van Richtlijn 2011/61/EU, en

d)

zij beheren portefeuilles van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen.

2.   Indien het totaal aan activa die door overeenkomstig artikel 14 geregistreerde beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen worden beheerd, de in artikel 3, lid 2, onder b), van Richtlijn 2011/61/EU bedoelde drempel vervolgens overschrijdt, en indien deze beheerders daardoor in overeenstemming met artikel 6 van die richtlijn aan een vergunningsplicht zijn onderworpen, mogen zij de benaming „EuVECA” blijven gebruiken in verband met het op de markt aanbieden van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen in de Unie, op voorwaarde dat zij te allen tijde in verband met de in aanmerking komende durfkapitaalfondsen die zij beheren:

a)

voldoen aan de eisen als neergelegd in Richtlijn 2011/61/EU, en

b)

blijven voldoen aan de artikelen 3 en 5 en artikel 13, lid 1, onder c) en i), van deze verordening.

3.   Indien beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen externe beheerders zijn en in overeenstemming met artikel 14 geregistreerd zijn, mogen zij daarnaast ook instellingen voor collectieve beleggingen in effecten (icbe's) beheren, als zij daartoe gemachtigd zijn uit hoofde van Richtlijn 2009/65/EG.

Artikel 3

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a)   „instelling voor collectieve belegging”: een abi als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, onder a), van Richtlijn 2011/61/EU;

b)   „in aanmerking komend durfkapitaalfonds”: een instelling voor collectieve belegging die:

i)

voornemens is binnen een in zijn reglement of zijn statuten vastgesteld tijdsbestek ten minste 70 % van het totaalbedrag van de kapitaalinbreng en het niet-gestort toegezegd kapitaal te beleggen in activa die in aanmerking komende beleggingen zijn, berekend op basis van de voor belegging beschikbare bedragen na aftrek van alle relevante kosten en aangehouden kasgeld en kasgeldequivalenten;

ii)

niet meer dan 30 % van haar totale kapitaalinbreng en het niet-gestort toegezegd kapitaal gebruikt voor het verwerven van andere activa dan in aanmerking komende beleggingen, berekend op basis van de voor belegging beschikbare bedragen na aftrek van alle relevante kosten en aangehouden kasgeld en kasgeldequivalenten;

iii)

gevestigd is op het grondgebied van een lidstaat;

c)   „beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds”: een rechtspersoon waarvan de normale werkzaamheden bestaan in het beheer van ten minste één in aanmerking komend durfkapitaalfonds;

d)   „in aanmerking komende portefeuillemaatschappij”: een onderneming die:

i)

op het ogenblik dat het in aanmerking komende durfkapitaalfonds daarin belegt:

niet tot de handel is toegelaten op een gereglementeerde markt of op een multilaterale handelsfaciliteit (multilateral trading facility — MTF) als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punten 14) en 15), van Richtlijn 2004/39/EG,

minder dan 250 personen in dienst heeft, en

een jaaromzet heeft die 50 miljoen EUR niet overschrijdt of een jaarlijks balanstotaal dat 43 miljoen EUR niet overschrijdt;

ii)

zelf geen instelling voor collectieve belegging is;

iii)

niet één of meer van de volgende is:

een kredietinstelling als omschreven in artikel 4, punt 1, van Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (10),

een beleggingsonderneming als omschreven in artikel 4, lid 1, punt 1, van Richtlijn 2004/39/EG,

een verzekeringsonderneming als omschreven in artikel 13, punt 1, van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (11),

een financiële holding als omschreven in artikel 4, punt 19, van Richtlijn 2006/48/EG, of

een gemengde holding als omschreven in artikel 4, punt 20, van Richtlijn 2006/48/EG;

iv)

gevestigd is op het grondgebied van een lidstaat, of in een derde land, op voorwaarde dat dat derde land:

niet op de lijst staat van niet-coöperatieve landen en gebieden van de Financiële Actiegroep ter voorkoming van witwassen van geld en financiering van terrorisme (Financial Action Task Force on Anti-Money Laundering and Terrorist Financing),

een overeenkomst heeft gesloten met de lidstaat van herkomst van de beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds en met elke andere lidstaat waar de rechten van deelneming of aandelen in het in aanmerking komende durfkapitaalfonds naar voornemen zullen worden aangeboden, zodat gegarandeerd is dat het derde land volledig voldoet aan de normen van artikel 26 van het OESO-modelverdrag inzake belasting op inkomen en op vermogen en een doeltreffende informatie-uitwisseling in fiscale aangelegenheden waarborgt, inclusief eventuele multilaterale belastingovereenkomsten;

e)   „in aanmerking komende beleggingen”: elk van de onderstaande instrumenten:

i)

aandelen- of quasiaandeleninstrumenten die uitgegeven worden door:

een in aanmerking komende portefeuillemaatschappij en die rechtstreeks door het in aanmerking komende durfkapitaalfonds bij de in aanmerking komende portefeuillemaatschappij worden verworven,

een in aanmerking komende portefeuillemaatschappij in ruil voor gewone aandelen uitgegeven door de in aanmerking komende portefeuillemaatschappij, of

een onderneming waarvan de in aanmerking komende portefeuillemaatschappij een dochteronderneming is waarin de betrokken onderneming een meerderheidsbelang heeft, en die door het in aanmerking komende durfkapitaalfonds is verworven in ruil voor een aandeleninstrument uitgegeven door de in aanmerking komende portefeuillemaatschappij;

ii)

gewaarborgde en niet-gewaarborgde leningen van het in aanmerking komende durfkapitaalfonds aan een in aanmerking komende portefeuillemaatschappij waarin het in aanmerking komende durfkapitaalfonds al in aanmerking komende beleggingen heeft, op voorwaarde dat niet meer dan 30 % van het totaalbedrag van de kapitaalinbreng en het niet-gestort toegezegd kapitaal in het in aanmerking komende durfkapitaalfonds voor deze leningen wordt gebruikt;

iii)

aandelen van een in aanmerking komende portefeuillemaatschappij die zijn verworven van bestaande aandeelhouders van die maatschappij;

iv)

rechten van deelneming of aandelen van één of meer andere in aanmerking komende durfkapitaalfondsen, op voorwaarde dat die in aanmerking komende durfkapitaalfondsen zelf niet meer dan 10 % van het totaalbedrag van hun kapitaalinbreng en niet-gestort toegezegd kapitaal in in aanmerking komende durfkapitaalfondsen hebben belegd;

f)   „relevante kosten”: alle vergoedingen, kosten en uitgaven die direct of indirect door de beleggers gedragen worden en die overeengekomen zijn tussen de beheerder van een in aanmerking komende durfkapitaalfonds en de beleggers;

g)   „aandeel”: eigendomsbelang in een onderneming dat wordt vertegenwoordigd door een aandeel of andere vormen van deelneming in het kapitaal van de in aanmerking komende portefeuillemaatschappij dat aan de beleggers erin wordt uitgegeven;

h)   „quasiaandeel”: elk soort financieringsinstrument dat een combinatie van aandelen en schulden is, waarvan het rendement gekoppeld is aan de winsten of verliezen van de in aanmerking komende portefeuillemaatschappij en waarbij de terugbetaling van het instrument in geval van niet-nakoming niet volledig gewaarborgd is;

i)   „het (op de markt) aanbieden”: een directe of indirecte aanbieding of plaatsing op initiatief van de beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds of in zijn naam van rechten van deelneming of aandelen van een door hem beheerd durfkapitaalfonds aan, respectievelijk bij beleggers die hun woonplaats of statutaire zetel in de Unie hebben;

j)   „toegezegd kapitaal”: elke verbintenis waardoor een belegger verplicht is binnen een in het reglement of de statuten van het in aanmerking komende durfkapitaalfonds vastgesteld tijdsbestek een belang in dat fonds te verwerven of kapitaal daarin in te brengen;

k)   „lidstaat van herkomst”: lidstaat waar de beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds is gevestigd en zich overeenkomstig artikel 3, lid 3, onder a), van Richtlijn 2011/61/EU bij de bevoegde autoriteiten moet laten registreren;

l)   „lidstaat van ontvangst”: lidstaat, die niet de lidstaat van herkomst is, waar de beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds in aanmerking komende durfkapitaalfondsen overeenkomstig deze verordening op de markt aanbiedt;

m)   „bevoegde autoriteit”: de nationale autoriteit die krachtens wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen door de lidstaat van herkomst wordt aangewezen om de registratie te verzorgen van beheerders van instellingen voor collectieve belegging die onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen.

Wat betreft punt c) van de eerste alinea, wordt, indien de rechtsvorm van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds intern beheer toestaat en indien het bestuursorgaan van het fonds ervoor kiest geen externe beheerder aan te stellen, het in aanmerking komende durfkapitaalfonds zelf in overeenstemming met artikel 14 als de beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds geregistreerd. Een in aanmerking komend durfkapitaalfonds dat is geregistreerd als intern beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds, wordt niet geregistreerd als een extern beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds van andere instellingen voor collectieve belegging.

HOOFDSTUK II

VOORWAARDEN VOOR HET GEBRUIK VAN DE BENAMING „EuVECA”

Artikel 4

Beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen die aan de eisen van dit hoofdstuk voldoen, hebben het recht de benaming „EuVECA” te gebruiken bij het op de markt aanbieden van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen in de Unie.

Artikel 5

1.   Beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen zien erop toe dat niet meer dan 30 % van het totaalbedrag van de kapitaalinbreng en het niet-gestort toegezegd kapitaal van het fonds wordt gebruikt voor het verwerven van dergelijke activa, wanneer zij andere activa dan in aanmerking komende beleggingen verwerven. De drempel van 30 % wordt berekend op basis van de bedragen die voor belegging beschikbaar zijn na aftrek van alle relevante kosten. Aangehouden kasgeld en kasgeldequivalenten worden niet in aanmerking genomen bij het berekenen van deze drempel omdat kasgeld en kasgeldequivalenten niet als beleggingen dienen te worden beschouwd.

2.   Beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen maken op het niveau van het in aanmerking komende durfkapitaalfonds geen gebruik van methoden die de risicopositie van het fonds doen toenemen tot een niveau dat hoger is dan het toegezegd kapitaal, zoals het lenen van contanten of effecten, het innemen van posities in derivaten of enigerlei andere handeling.

3.   Beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen mogen op het niveau van het in aanmerking komende durfkapitaalfonds alleen leningen aangaan, schuldpapier uitgeven of waarborgen verstrekken indien dergelijke leningen, dergelijk schuldpapier of dergelijke waarborgen gedekt zijn door niet-gestort toegezegd kapitaal.

Artikel 6

1.   Beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen bieden de rechten van deelneming en aandelen van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen uitsluitend aan aan beleggers die overeenkomstig afdeling I van bijlage II bij Richtlijn 2004/39/EG als professionele cliënten worden aangemerkt of die overeenkomstig afdeling II van bijlage II bij Richtlijn 2004/39/EG op verzoek als professionele cliënten mogen worden behandeld, of aan andere beleggers die:

a)

zich ertoe verbinden een minimum van 100 000 EUR te beleggen, en

b)

in een ander document dan de overeenkomst die met betrekking tot de verbintenis om te beleggen wordt afgesloten, schriftelijk verklaren dat ze zich bewust zijn van de risico's die aan de beoogde verbintenis of belegging verbonden zijn.

2.   Lid 1 is niet van toepassing op beleggingen van bestuursleden, directeuren of bij het beheer betrokken werknemers van een beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds wanneer deze gedaan worden in de in aanmerking komende durfkapitaalfondsen die zij beheren.

Artikel 7

Beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen zijn met betrekking tot de in aanmerking komende durfkapitaalfondsen die zij beheren, verplicht om:

a)

bij de uitoefening van hun werkzaamheden eerlijk, billijk en met de nodige bekwaamheid, zorgvuldigheid en toewijding te handelen;

b)

passende beleidsregels en procedures toe te passen om wanpraktijken te voorkomen waarvan redelijkerwijs verwacht kan worden dat deze een invloed hebben op de belangen van de beleggers en de in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen;

c)

hun zakelijke activiteiten op zodanige wijze uit te oefenen dat de belangen van de in aanmerking komende durfkapitaalfondsen die zij beheren, de belangen van de beleggers daarin en de integriteit van de markt bevorderd worden;

d)

een hoge mate van zorgvuldigheid te betrachten bij het selecteren en continu monitoren van beleggingen in in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen;

e)

te beschikken over toereikende kennis van en inzicht in de in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen waarin zij beleggen;

f)

hun beleggers billijk te behandelen;

g)

erop toe te zien dat geen belegger een voorkeursbehandeling krijgt, tenzij deze voorkeursbehandeling in het reglement of de statuten van het in aanmerking komende durfkapitaalfonds bekend wordt gemaakt.

Artikel 8

1.   Indien een beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds taken aan derden delegeert, blijft de beheerder onverminderd aansprakelijk jegens het in aanmerking komende durfkapitaalfonds en de beleggers daarin. De beheerder delegeert niet in die mate taken dat hij in wezen niet langer als de beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds kan worden beschouwd en een brievenbusmaatschappij wordt.

2.   Overdracht van taken uit hoofde van lid 1 mag de doeltreffendheid van het toezicht door de beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds niet ondermijnen en mag met name niet verhinderen dat de beheerder handelt, of dat het in aanmerking komende durfkapitaalfonds wordt beheerd, in het beste belang van de beleggers daarin.

Artikel 9

1.   Beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen onderkennen en vermijden belangenconflicten, en, indien deze niet kunnen worden vermeden, beheren en monitoren zij deze conflicten en maken zij deze overeenkomstig lid 4 onmiddellijk openbaar om te voorkomen dat de conflicten een negatief effect hebben op de belangen van de in aanmerking komende durfkapitaalfondsen en de beleggers daarin, en om ervoor te zorgen dat de in aanmerking komende durfkapitaalfondsen die zij beheren op billijke wijze worden behandeld.

2.   Beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen onderkennen in het bijzonder de belangenconflicten die kunnen ontstaan tussen:

a)

beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen, personen die het bedrijf van deze beheerders feitelijk uitvoeren, werknemers of alle personen die direct of indirect zeggenschap hebben over of onder de zeggenschap staan van deze beheerders en het in aanmerking komende durfkapitaalfonds dat wordt beheerd door deze beheerders, of de beleggers daarin;

b)

het in aanmerking komende durfkapitaalfonds of de beleggers daarin, en een ander in aanmerking komend durfkapitaalfonds dat wordt beheerd door dezelfde beheerder, of de beleggers daarin;

c)

het in aanmerking komende durfkapitaalfonds of de beleggers daarin, en een instelling voor collectieve belegging of icbe die wordt beheerd door dezelfde beheerder, of de beleggers daarin.

3.   Beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen treffen en handhaven doeltreffende organisatorische en administratieve regelingen om te voldoen aan de eisen die zijn vastgesteld in de leden 1 en 2.

4.   De in lid 1 bedoelde belangenconflicten worden openbaar gemaakt wanneer de organisatorische regelingen die een beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds heeft getroffen om belangenconflicten te onderkennen, te voorkomen, te beheren en te monitoren, niet volstaan om met redelijke zekerheid ervoor te zorgen dat het risico dat de belangen van de beleggers worden geschaad, zal worden voorkomen. Een beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds brengt de beleggers in duidelijke bewoordingen op de hoogte van de algemene aard of de oorzaken van belangenconflicten alvorens voor hen zaken te doen.

5.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 25 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot specificatie van:

a)

de soorten belangenconflicten als bedoeld in lid 2 van dit artikel;

b)

de stappen die beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen op het gebied van structuren en organisatorische en administratieve procedures moeten nemen om belangenconflicten te onderkennen, te voorkomen, te beheersen, te monitoren en openbaar te maken.

Artikel 10

1.   Beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen hebben te allen tijde voldoende eigen vermogen en wenden te allen tijde toereikende en passende personele en technische middelen aan als nodig zijn om de door hen beheerde in aanmerking komende durfkapitaalfondsen naar behoren te beheren.

2.   Beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen zien er te allen tijde op toe dat zij kunnen aantonen dat hun eigen vermogen toereikend is om operationele continuïteit te handhaven, en kunnen uitleggen waarom dat vermogen toereikend is, als bepaald in artikel 13.

Artikel 11

1.   De regels voor de waardering van activa worden vastgelegd in het reglement of de statuten van het in aanmerking komende durfkapitaalfonds en garanderen een degelijk en transparant waarderingsproces.

2.   De gehanteerde waarderingsprocedures garanderen dat de activa behoorlijk worden gewaardeerd en dat de waarde van de activa ten minste jaarlijks wordt berekend.

Artikel 12

1.   Beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen stellen voor elk in aanmerking komend durfkapitaalfonds dat zij beheren uiterlijk zes maanden na het einde van het boekjaar een jaarverslag beschikbaar aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst. In dat verslag wordt een beschrijving gegeven van de samenstelling van de portefeuille van het in aanmerking komende durfkapitaalfonds en van de activiteiten van het voorafgaande jaar. Het verslag bevat ook een opgave van de winsten van de in aanmerking komende durfkapitaalfondsen aan het einde van de levensduur ervan en, indien van toepassing, een opgave van de winsten die tijdens de levensduur ervan zijn verdeeld. Het bevat de gecontroleerde financiële rekeningen van het in aanmerking komende durfkapitaalfonds.

Het jaarverslag wordt opgesteld overeenkomstig de bestaande verslaggevingsnormen en de voorwaarden die tussen de beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen en de beleggers zijn overeengekomen. Beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen verstrekken het verslag op verzoek aan de beleggers. Beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen en beleggers kunnen onderling overeenkomen dat wederzijds additionele informatie wordt verstrekt.

2.   Ten minste eenmaal per jaar wordt een audit van het in aanmerking komende durfkapitaalfonds uitgevoerd. De audit dient te bevestigen dat geldmiddelen en activa worden aangehouden op naam van het in aanmerking komende durfkapitaalfonds en dat de beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds een behoorlijke boekhouding en controlemaatregelen heeft ingesteld en toepast met betrekking tot het gebruik van mandaten of zeggenschap over de geldmiddelen en activa van het in aanmerking komende durfkapitaalfonds en de beleggers daarin.

3.   Ingeval de beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds verplicht is met betrekking tot het in aanmerking komende durfkapitaalfonds een jaarlijks financieel verslag openbaar te maken overeenkomstig artikel 4 van Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten (12), mag de in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie afzonderlijk of als een bijkomend onderdeel van het jaarlijks financieel verslag worden verstrekt.

Artikel 13

1.   Beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen stellen met betrekking tot de in aanmerking komende durfkapitaalfondsen die zij beheren, hun beleggers, voorafgaand aan de beleggingsbeslissing die deze beleggers nemen, op duidelijke en begrijpelijke wijze in kennis van het volgende:

a)

de identiteit van deze beheerder en van alle andere dienstverleners waarmee deze beheerder een overeenkomst heeft afgesloten met betrekking tot hun beheer van de in aanmerking komende durfkapitaalfondsen, en een beschrijving van hun taken;

b)

het bedrag aan eigen vermogen waarover deze beheerder beschikt, en een uitvoerige toelichting waaruit blijkt waarom deze beheerder dat bedrag voldoende acht om toereikende personele en technische middelen aan te houden die nodig zijn voor een behoorlijk beheer van zijn in aanmerking komende durfkapitaalfondsen;

c)

een beschrijving van de beleggingsstrategie en -doelstellingen van het in aanmerking komende durfkapitaalfonds, met inbegrip van:

i)

de soorten in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen waarin het voornemens is te beleggen;

ii)

andere in aanmerking komende durfkapitaalfondsen waarin het voornemens is te beleggen;

iii)

de soorten in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen waarin een ander in aanmerking komend durfkapitaalfonds, als bedoeld onder ii), voornemens is te beleggen;

iv)

de voorgenomen niet in aanmerking komende beleggingen;

v)

de technieken die het wil aanwenden, en

vi)

alle toepasselijke beleggingsbeperkingen;

d)

een beschrijving van het risicoprofiel van het in aanmerking komende durfkapitaalfonds en van alle risico's die verbonden zijn aan de activa waarin het fonds kan beleggen of aan de beleggingstechnieken die kunnen worden aangewend;

e)

een beschrijving van de waarderingsprocedure van het in aanmerking komende durfkapitaalfonds en van de prijsbepalingsmethode voor de waardering van de activa, met inbegrip van de methoden die voor de waardering van de in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen worden gehanteerd;

f)

een beschrijving van de wijze waarop de vergoeding van de beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds wordt berekend;

g)

een beschrijving van alle relevante kosten en van de maximumbedragen ervan;

h)

indien beschikbaar, de financiële prestaties uit het verleden van het in aanmerking komende durfkapitaalfonds;

i)

de bedrijfsondersteunende diensten en de andere ondersteunende activiteiten die de beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds verleent of verzorgt via derden om de ontwikkeling, de groei of anderszins de lopende operaties van de in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen waarin het in aanmerking komende durfkapitaalfonds belegt te bevorderen, of, wanneer deze diensten of activiteiten niet worden verstrekt, een verklaring van dit feit;

j)

een beschrijving van de procedures op basis waarvan het in aanmerking komende durfkapitaalfonds zijn beleggingsstrategie of beleggingsbeleid, of beide, kan wijzigen.

2.   Alle informatie als bedoeld in lid 1 is eerlijk, duidelijk en niet misleidend. Zij wordt regelmatig bijgewerkt en wordt, indien nodig, herzien.

3.   Ingeval het in aanmerking komende durfkapitaalfonds verplicht is overeenkomstig Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten (13) of overeenkomstig nationaal recht een prospectus met betrekking tot het in aanmerking komende durfkapitaalfonds te publiceren, mag de in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie afzonderlijk of als onderdeel van het prospectus worden verstrekt.

HOOFDSTUK III

TOEZICHT EN ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING

Artikel 14

1.   Beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen die voornemens zijn bij het aanbieden van hun in aanmerking komende durfkapitaalfondsen de benaming „EuVECA” te gebruiken, stellen de bevoegde autoriteit van hun lidstaat van herkomst van dit voornemen in kennis en verstrekken de volgende informatie:

a)

de identiteit van de personen die het bedrijf van het beheren van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen feitelijk leiden;

b)

de identiteit van de in aanmerking komende durfkapitaalfondsen, de rechten van deelneming of aandelen die op de markt zullen worden aangeboden en hun beleggingsstrategieën;

c)

informatie over de regelingen die zijn getroffen om te voldoen aan de vereisten van hoofdstuk II;

d)

een lijst van lidstaten waar de beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds voornemens is elk in aanmerking komend durfkapitaalfonds op de markt aan te bieden;

e)

een lijst van de lidstaten waar de beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds in aanmerking komende durfkapitaalfondsen heeft gevestigd of voornemens is te vestigen.

2.   De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst registreert de beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds enkel indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de personen die daadwerkelijk de bedrijfsactiviteiten met betrekking tot het beheer van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen verrichten, staan als voldoende betrouwbaar bekend en zijn voldoende ervaren, ook met betrekking tot de beleggingsstrategieën die door de beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds worden gevolgd;

b)

de vereiste informatie als bedoeld in lid 1 is volledig;

c)

de regelingen waarvan overeenkomstig lid 1, onder c), kennis is gegeven, zijn geschikt om aan de eisen van hoofdstuk II te voldoen;

d)

de lijst waarvan uit hoofde van lid 1, onder e), van dit artikel kennisgeving is gedaan geeft aan dat alle in aanmerking komende durfkapitaalfondsen gevestigd zijn overeenkomstig artikel 3, onder b), iii).

3.   De registratie krachtens dit artikel is geldig op het volledige grondgebied van de Unie en stelt beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen in staat in aanmerking komende durfkapitaalfondsen in de hele Unie onder de benaming „EuVECA” op de markt aan te bieden.

Artikel 15

Beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen stellen de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst in kennis van hun voornemen:

a)

een nieuw in aanmerking komend durfkapitaalfonds op de markt aan te bieden, of

b)

een bestaand in aanmerking komend durfkapitaalfonds op de markt aan te bieden in een lidstaat die niet vermeld is in de in artikel 14, lid 1, onder d), bedoelde lijst.

Artikel 16

1.   Onmiddellijk na de registratie van een beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds, de toevoeging van een nieuw in aanmerking komend durfkapitaalfonds, de toevoeging van een nieuwe vestigingsplaats van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds of de toevoeging van een nieuwe lidstaat waar de beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds voornemens is in aanmerking komende durfkapitaalfondsen op de markt aan te bieden, stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst de overeenkomstig artikel 14, lid 1, onder d), aangewezen lidstaten en ESMA hiervan in kennis.

2.   De overeenkomstig artikel 14, lid 1, onder d), aangegeven lidstaten van ontvangst leggen de overeenkomstig artikel 14 geregistreerde beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds geen verplichtingen of administratieve procedures op met betrekking tot het op de markt aanbieden van zijn in aanmerking komende durfkapitaalfondsen, en vereisen evenmin een vergunning voor het op de markt aanbieden voorafgaand aan de aanvang ervan.

3.   Om te zorgen voor een uniforme toepassing van dit artikel stelt ESMA ontwerpen van technische uitvoeringsnormen op tot vaststelling van de vorm van de kennisgeving krachtens dit artikel.

4.   De ESMA legt die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 16 februari 2014 voor aan de Commissie.

5.   De Commissie is bevoegd de in lid 3 van dit artikel bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen in overeenstemming met de procedure van artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 17

ESMA houdt een via internet publiekelijk toegankelijke centrale databank bij met alle overeenkomstig artikel 14 geregistreerde beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen en de in aanmerking komende durfkapitaalfondsen die zij op de markt aanbieden, alsmede de landen waar deze fondsen worden aangeboden.

Artikel 18

1.   De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst oefent toezicht uit op het naleven van de eisen als vastgelegd in deze verordening.

2.   Indien de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst duidelijke en aantoonbare redenen heeft om aan te nemen dat de beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds deze verordening op het grondgebied van die lidstaat overtreedt, brengt zij dit onmiddellijk ter kennis van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst. De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst neemt passende maatregelen.

3.   Indien de beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds blijft handelen op een wijze die duidelijk in strijd is met deze verordening, ondanks de door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst getroffen maatregelen of omdat de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst niet binnen een redelijke termijn optreedt, kan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst, nadat zij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst op de hoogte heeft gebracht, alle passende maatregelen nemen om de beleggers te beschermen, met inbegrip van het opleggen van een verbod aan de beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds zijn in aanmerking komende durfkapitaalfondsen nog op het grondgebied van de lidstaat van ontvangst op de markt aan te bieden.

Artikel 19

De bevoegde autoriteiten beschikken overeenkomstig het nationale recht over alle toezichts- en onderzoeksbevoegdheden die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun functies. In het bijzonder hebben zij de bevoegdheid om:

a)

inzage te vragen in elk document in welke vorm ook en om een kopie ervan te ontvangen of te maken;

b)

van de beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds te vereisen onverwijld informatie te verstrekken;

c)

van elke persoon die betrokken is bij de activiteiten van de beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds of het in aanmerking komende durfkapitaalfonds informatie te vereisen;

d)

ter plaatse inspecties uit te voeren, al dan niet met voorafgaande aankondiging;

e)

passende maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat een beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds deze verordening blijft naleven;

f)

een bevel uit te vaardigen om ervoor te zorgen dat een beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds deze verordening naleeft en afziet van een herhaling van elk gedrag dat een schending van deze verordening kan vormen.

Artikel 20

1.   De lidstaten stellen de regels vast met betrekking tot de bestuursrechtelijke sancties en andere maatregelen die van toepassing zijn op inbreuken op de bepalingen van deze verordening en nemen alle noodzakelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat deze worden uitgevoerd. De vastgestelde bestuursrechtelijke sancties en andere maatregelen zijn doeltreffend, evenredig en ontmoedigend.

2.   De lidstaten maken uiterlijk op 16 mei 2015 de regels als bedoeld in lid 1 kenbaar aan de Commissie en ESMA. Zij stellen de Commissie en ESMA onverwijld in kennis van alle verdere wijzigingen ervan.

Artikel 21

1.   De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst neemt met inachtneming van het proportionaliteitsbeginsel de in lid 2 bedoelde passende maatregelen wanneer een beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds:

a)

in strijd met artikel 5 de eisen die op de portefeuillesamenstelling van toepassing zijn, niet naleeft;

b)

in strijd met artikel 6 de rechten van deelneming en aandelen van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds op de markt aanbiedt aan niet in aanmerking komende beleggers;

c)

de benaming „EuVECA” gebruikt zonder in overeenstemming met artikel 14 geregistreerd te zijn bij de bevoegde autoriteit van zijn lidstaat van herkomst;

d)

de benaming „EuVECA” gebruikt voor het op de markt aanbieden van fondsen die niet in overeenstemming met artikel 3, onder b), iii), gevestigd zijn;

e)

in strijd met artikel 14, een registratie heeft verkregen via valse verklaringen of op een andere onregelmatige wijze;

f)

in strijd met artikel 7, onder a), bij de uitoefening van zijn werkzaamheden niet eerlijk, billijk of met de nodige bekwaamheid, zorgvuldigheid of toewijding te werk gaat;

g)

in strijd met artikel 7, onder b), geen passend beleid en passende procedures toepast om wanpraktijken te voorkomen;

h)

herhaaldelijk niet voldoet aan de eisen van artikel 12 betreffende het jaarverslag;

i)

herhaaldelijk niet voldoet aan de verplichting om beleggers te informeren overeenkomstig artikel 13.

2.   In de lid 1 bedoelde gevallen neemt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst als toepasselijk de volgende maatregelen:

a)

maatregelen om ervoor te zorgen dat de desbetreffende beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds de artikelen 5 en 6, artikel 7, onder a) en b), en de artikelen 12, 13 en 14 van deze verordening naleeft;

b)

verbod van het gebruik van de benaming „EuVECA” en schrapping van de desbetreffende beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds uit het register.

3.   De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst stelt de bevoegde autoriteiten van de overeenkomstig artikel 14, lid 1, onder d), aangegeven lidstaten van ontvangst en ESMA onverwijld in kennis van de in lid 2, onder b), van dit artikel bedoelde schrapping van de beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds uit het register.

4.   Het recht om één of meer in aanmerking komende durfkapitaalfondsen onder de benaming „EuVECA” op de markt aan te bieden, vervalt met onmiddellijke ingang vanaf de datum van de in lid 2, onder b), bedoelde beslissing van de bevoegde autoriteit.

Artikel 22

1.   De bevoegde autoriteiten en ESMA werken met elkaar samen voor het uitvoeren van hun respectieve taken uit hoofde van deze verordening in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 1095/2010.

2.   De bevoegde autoriteiten en ESMA wisselen alle informatie en documentatie uit die noodzakelijk is voor het uitvoeren van hun respectieve taken krachtens deze verordening in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 1095/2010, met name om inbreuken op deze verordening vast te stellen en te verhelpen.

Artikel 23

1.   Alle personen die werkzaam zijn of zijn geweest bij de bevoegde autoriteiten of ESMA, alsook de auditors en deskundigen die door de bevoegde autoriteiten of door ESMA geïnstrueerd zijn, zijn gebonden door het beroepsgeheim. De vertrouwelijke informatie waarvan deze personen beroepshalve kennis krijgen, mogen aan geen enkele persoon of autoriteit worden doorgegeven, behalve in een summiere of geaggregeerde vorm, zodanig dat beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen en in aanmerking komende durfkapitaalfondsen niet individueel kunnen worden geïdentificeerd, zulks onverminderd de gevallen die onder het strafrecht en de strafrechtelijke procedures uit hoofde van deze verordening vallen.

2.   De bevoegde autoriteiten van de lidstaten of ESMA wordt niet belet informatie uit te wisselen overeenkomstig deze verordening of ander Unierecht dat op beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen en in aanmerking komende durfkapitaalfondsen van toepassing is.

3.   Wanneer bevoegde autoriteiten of ESMA vertrouwelijke informatie ontvangen overeenkomstig lid 2, mogen zij deze enkel gebruiken in het kader van hun taken en bestuursrechtelijke en gerechtelijke procedures.

Artikel 24

Bij verschil van mening tussen de bevoegde autoriteiten van lidstaten over een beoordeling, handeling of nalaten van een bevoegde autoriteit op gebieden waarvoor in deze verordening samenwerking of coördinatie tussen de bevoegde autoriteiten van meer dan één lidstaat is voorgeschreven, kunnen de bevoegde autoriteiten de zaak voorleggen aan ESMA, die kan optreden overeenkomstig de aan haar op grond van artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 verleende bevoegdheden, voor zover het meningsverschil geen verband houdt met artikel 3, onder b), iii), of met artikel 3, onder d), iv), van deze verordening.

HOOFDSTUK IV

OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 25

1.   De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.   De in artikel 9, lid 5, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vier jaar met ingang van 15 mei 2013. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vier jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

3.   Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 9, lid 5, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Een besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.   Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

5.   Een overeenkomstig artikel 9, lid 5, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en aan de Raad daartegen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met drie maanden verlengd.

Artikel 26

1.   De Commissie evalueert deze verordening in overeenstemming met lid 2. De evaluatie omvat een algemeen onderzoek van de werking van de regels in deze verordening en de ervaring die is opgedaan bij het toepassen ervan, met inbegrip van:

a)

de mate waarin beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen de benaming „EuVECA” in verschillende lidstaten zowel binnenlands als grensoverschrijdend hebben gebruikt;

b)

de geografische en sectorale spreiding van de beleggingen die in aanmerking komende durfkapitaalfondsen hebben gedaan;

c)

de geschiktheid van de in artikel 13 vermelde informatievereisten, met name de vraag of deze volstaan om beleggers in staat te stellen met kennis van zaken een beleggingsbeslissing te nemen;

d)

het gebruik van de verschillende in aanmerking komende beleggingen door beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen, en met name de vraag of de in aanmerking komende beleggingen in deze verordening moeten worden aangepast;

e)

de mogelijkheid om het op de markt aanbieden van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen uit te breiden tot particuliere beleggers;

f)

de doeltreffendheid, evenredigheid en toepassing van de bestuursrechtelijke sancties en andere maatregelen die de lidstaten overeenkomstig deze verordening hebben getroffen;

g)

de impact van deze verordening op de durfkapitaalmarkt;

h)

de mogelijkheid om in een derde land gevestigde durfkapitaalfondsen toe te staan gebruik te maken van de benaming „EuVECA”, rekening houdend met de ervaring die is opgedaan met de toepassing van de aanbeveling van de Commissie betreffende maatregelen om derde landen aan te moedigen minimumnormen voor goed bestuur in belastingzaken toe te passen;

i)

de vraag of het opportuun is deze verordening aan te vullen met een bewaardersstelsel;

j)

een evaluatie van eventuele hinderpalen die beleggingen in fondsen die gebruik maken van de benaming „EuVECA” hebben belemmerd, met inbegrip van de invloed op institutionele beleggers van ander Unierecht van prudentiële aard.

2.   De in lid 1 bedoelde evaluatie wordt uitgevoerd:

a)

uiterlijk 22 juli 2017 voor de punten a) tot en met g), i) en j), en

b)

uiterlijk 22 juli 2015 voor punt h).

3.   In vervolg op de in lid 1 bedoelde evaluatie en na raadpleging van ESMA, legt de Commissie aan het Europees Parlement en aan de Raad een verslag voor, in voorkomend geval vergezeld van een wetgevingsvoorstel.

Artikel 27

1.   Uiterlijk 22 juli 2017 begint de Commissie met een evaluatie van de interactie tussen deze verordening en andere regels inzake instellingen voor collectieve belegging en de beheerders ervan, in het bijzonder die als vastgelegd in Richtlijn 2011/61/EU. Deze evaluatie gaat in op het toepassingsgebied van deze verordening. Daarbij worden gegevens verzameld om te beoordelen of het nodig is het toepassingsgebied uit te breiden om beheerders van durfkapitaalfondsen met een totaal aan beheerde activa dat de in artikel 2, lid 1, bepaalde drempel overschrijdt, in staat te stellen beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen in overeenstemming met deze verordening te worden.

2.   In vervolg op de in lid 1 bedoelde evaluatie en na raadpleging van ESMA, legt de Commissie aan het Europees Parlement en aan de Raad een verslag voor, in voorkomend geval vergezeld van een wetgevingsvoorstel.

Artikel 28

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 22 juli 2013, met uitzondering van artikel 9, lid 5, dat van toepassing is met ingang van 15 mei 2013.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 17 april 2013.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

M. SCHULZ

Voor de Raad

De voorzitter

L. CREIGHTON


(1)  PB C 175 van 19.6.2012, blz. 11.

(2)  PB C 191 van 29.6.2012, blz. 72.

(3)  Standpunt van het Europees Parlement van 12 maart 2013 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 21 maart 2013.

(4)  PB L 302 van 17.11.2009, blz. 32.

(5)  PB L 174 van 1.7.2011, blz. 1.

(6)  PB L 145 van 30.4.2004, blz. 1.

(7)  PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84.

(8)  PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.

(9)  PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.

(10)  PB L 177 van 30.6.2006, blz. 1.

(11)  PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1.

(12)  PB L 390 van 31.12.2004, blz. 38.

(13)  PB L 345 van 31.12.2003, blz. 64.


Top