Help Print this page 

Document 32012R0236

Title and reference
Verordening (EU) nr. 236/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 betreffende short selling en bepaalde aspecten van kredietverzuimswaps Voor de EER relevante tekst

OJ L 86, 24.3.2012, p. 1–24 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 10 Volume 006 P. 3 - 26

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2012/236/oj
Languages, formats and link to OJ
BG ES CS DA DE ET EL EN FR GA HR IT LV LT HU MT NL PL PT RO SK SL FI SV
HTML html BG html ES html CS html DA html DE html ET html EL html EN html FR html GA html HR html IT html LV html LT html HU html MT html NL html PL html PT html RO html SK html SL html FI html SV
PDF pdf BG pdf ES pdf CS pdf DA pdf DE pdf ET pdf EL pdf EN pdf FR pdf GA pdf HR pdf IT pdf LV pdf LT pdf HU pdf MT pdf NL pdf PL pdf PT pdf RO pdf SK pdf SL pdf FI pdf SV
Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal
 To see if this document has been published in an e-OJ with legal value, click on the icon above (For OJs published before 1st July 2013, only the paper version has legal value).
Multilingual display
Dates
  • Date of document: 14/03/2012
  • Date of effect: 25/03/2012; in werking datum publicatie +1 zie art 48
  • Date of effect: 25/03/2012; Toepassing Gedeeltelijke toepassing zie art 48
  • Date of effect: 01/11/2012; Toepassing zie art 48
  • Date of end of validity: 31/12/9999
Miscellaneous information
  • Author: Europees Parlement, Raad van de Europese Unie
  • Form: Verordening
  • Additional information: COD 2010/0251, relevant voor de EER
Relationship between documents
Text

24.3.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 86/1


VERORDENING (EU) Nr. 236/2012 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 14 maart 2012

betreffende short selling en bepaalde aspecten van kredietverzuimswaps

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank (1),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (2),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op het hoogtepunt van de financiële crisis in september 2008 hebben de bevoegde autoriteiten van tal van lidstaten en toezichthoudende autoriteiten in derde landen, zoals de Verenigde Staten van Amerika en Japan, noodmaatregelen genomen om short selling in sommige of alle effecten te beperken of te verbieden. Hun optreden was ingegeven door de vrees dat short selling ten tijde van grote financiële instabiliteit de neerwaartse spiraal van de aandelenkoersen, en met name van aandelen van financiële instellingen, dermate zou kunnen versterken dat uiteindelijk de levensvatbaarheid van deze instellingen in het gedrang zou kunnen komen en systeemrisico’s zouden kunnen ontstaan. De door de lidstaten vastgestelde maatregelen waren uiteenlopend, omdat de Unie niet over een specifiek gemeenschappelijk reguleringskader voor short selling beschikt.

(2)

Teneinde de goede werking van de interne markt te waarborgen en de voorwaarden waaronder deze functioneert te verbeteren, in het bijzonder wat de financiële markten betreft, en consumenten en beleggers een hoog beschermingsniveau te bieden, is het derhalve dienstig een gemeenschappelijk reguleringskader te bepalen voor de vereisten en bevoegdheden die met short selling en kredietverzuimswaps (credit default swaps) verband houden, en tevens voor een grotere mate van coördinatie en consistentie tussen de lidstaten te zorgen voor het geval dat er in uitzonderlijke omstandigheden maatregelen moeten worden genomen. Het is noodzakelijk de regels voor short selling en bepaalde aspecten van kredietverzuimswaps te harmoniseren om te voorkomen dat belemmeringen voor de goede werking van de interne markt ontstaan, omdat het anders waarschijnlijk is dat de lidstaten uiteenlopende maatregelen blijven nemen.

(3)

Teneinde te garanderen dat bepalingen waarbij particuliere partijen rechtstreeks verplicht worden netto shortposities in bepaalde instrumenten en ongedekte short selling te melden en openbaar te maken, in de hele Unie op uniforme wijze worden toegepast, is het passend en noodzakelijk dat het wetgevingsinstrument de vorm aanneemt van een verordening. Een verordening is voorts noodzakelijk teneinde bevoegdheden toe te kennen aan de Europese Toezichthoudende Autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) (European Supervisory Authority (European Securities and Markets Authority)) (ESMA), opgericht bij Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad (4), om de door bevoegde autoriteiten genomen maatregelen te coördineren of om zelf maatregelen te nemen.

(4)

Het toepassingsgebied van deze verordening dient zo ruim mogelijk te zijn om te voorzien in een preventief reguleringskader waarvan in uitzonderlijke omstandigheden gebruik kan worden gemaakt. Dat kader moet op alle financiële instrumenten betrekking hebben, maar moet voorzien in een evenredige respons op de risico’s die short selling in verschillende instrumenten kan inhouden. Daarom zouden de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en ESMA slechts in uitzonderlijke omstandigheden gerechtigd moeten zijn om maatregelen ten aanzien van alle categorieën financiële instrumenten te nemen, welke verder gaan dan de permanente maatregelen die alleen van toepassing zijn op bepaalde categorieën instrumenten indien er duidelijk geïdentificeerde risico’s zijn die moeten worden ondervangen.

(5)

Om een einde te maken aan de huidige gefragmenteerde situatie, waarin sommige lidstaten uiteenlopende maatregelen hebben genomen, en om de kans te verkleinen dat door bevoegde autoriteiten uiteenlopende maatregelen worden genomen, is het van belang om de potentiële risico’s die uit short selling en kredietverzuimswaps voortvloeien, op geharmoniseerde wijze te ondervangen. De op te leggen vereisten dienen de geïdentificeerde risico’s te ondervangen onnodig afbreuk te doen aan de voordelen die short selling voor de kwaliteit en de efficiëntie van de markten te bieden heeft. Hoewel short selling in sommige situaties negatieve gevolgen kan hebben, draagt short selling in normale marktomstandigheden in belangrijke mate bij aan de goede werking van de financiële markten, in het bijzonder wat marktliquiditeit en efficiënte prijsvorming betreft.

(6)

Verwijzingen in deze verordening naar natuurlijke personen en rechtspersonen omvatten geregistreerde vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid.

(7)

Een grotere transparantie ten aanzien van aanmerkelijke netto shortposities in specifieke financiële instrumenten zal waarschijnlijk zowel de toezichthouder als de marktdeelnemers ten goede komen. Voor aandelen die tot de handel op een handelsplatform in de Unie zijn toegelaten, dient een tweeledig model te worden ingevoerd, dat de transparantie van aanmerkelijke netto shortposities in aandelen op het toepasselijke niveau verbetert. Een positie die de lagere drempel bereikt dient, vertrouwelijk aan de betrokken toezichthouders te worden gemeld, zodat deze in staat zijn die positie te monitoren en, indien nodig, een onderzoek in te stellen naar short selling die systeemrisico’s kan creëren, misbruik kan behelzen of markten kan verstoren; posities die de hogere drempel bereiken, dienen aan de markt openbaar te worden gemaakt, teneinde andere marktdeelnemers te voorzien van nuttige informatie over aanmerkelijke individuele shortposities in aandelen.

(8)

Een verplichte kennisgeving aan toezichthouders van aanmerkelijke netto shortposities in overheidsschuld in de Unie moet worden ingevoerd, aangezien een dergelijke kennisgeving toezichthouders voorzien van belangrijke informatie, aan de hand waarvan zij kunnen monitoren of die posities daadwerkelijk systeemrisico’s creëren of voor misbruikdoeleinden worden aangewend. Een dergelijk vereiste dient beperkt te blijven tot vertrouwelijke melding aan toezichthouders, omdat bekendmaking van informatie aan de markten voor dergelijke instrumenten nadelige gevolgen kan hebben op markten voor overheidsschuld waar er reeds van een verminderde liquiditeit sprake is.

(9)

De meldingsvereisten met betrekking tot overheidsschuld dienen te gelden voor de schuldinstrumenten die worden uitgegeven door een lidstaat en door de Unie, met inbegrip van de Europese Investeringsbank, een overheidsdepartement van een lidstaat, agentschappen, special purpose vehicles of internationale financiële instellingen die zijn opgericht door twee of meer lidstaten die schuldpapier uitgeven namens een lidstaat of namens een aantal lidstaten, zoals de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit of het toekomstige Europees stabiliteitsmechanisme. Voor federale lidstaten, dienen de meldingsvereisten ook te gelden voor schuldinstrumenten die worden uitgegeven door een deelstaat van de federatie. Zij dienen evenwel niet van toepassing te zijn op andere regionale of lokale lichamen of semipublieke lichamen in een lidstaat die schuldinstrumenten uitgeven. Het doel van door de Unie uitgegeven schuldinstrumenten is om lidstaten betalingsbalanssteun of steun voor de financiële stabiliteit te bieden, of om macrofinanciële bijstand te verlenen aan derde landen.

(10)

Om alomvattende en doeltreffende transparantie te waarborgen, is het van belang dat de meldingsvereisten niet alleen gelden voor shortposities die door het verhandelen van aandelen of overheidsschuld op handelsplatforms zijn ontstaan, maar ook voor shortposities die door handel buiten de handelsplatforms om zijn ontstaan, alsmede voor netto shortposities die zijn ontstaan door het gebruik van derivaten zoals opties, futures, indexgerelateerde instrumenten, contracten ter verrekening van verschillen en spread bets met betrekking tot aandelen of overheidsschuld.

(11)

Om zowel voor toezichthouders als voor markten van nut te zijn, dient een transparantieregeling te waarborgen dat volledige en accurate informatie over posities van natuurlijke of rechtspersonen wordt verstrekt. In de aan de toezichthouder of aan de markt meegedeelde informatie dient in het bijzonder met zowel short- als longposities rekening te worden gehouden, zodat waardevolle informatie wordt verstrekt over de netto shortpositie van de natuurlijke of rechtspersoon in aandelen, overheidsschuld en kredietverzuimswaps.

(12)

Bij de berekening van short- of longposities moet rekening worden gehouden met alle vormen van economische belangen die een natuurlijke of rechtspersoon heeft met betrekking tot het uitgegeven aandelenkapitaal van een onderneming of de uitgegeven overheidsschuld van een lidstaat of van de Unie. Er dient in het bijzonder rekening te worden gehouden met een dergelijk economisch belang dat direct of indirect is verkregen via derivaten zoals opties, futures, contracten ter verrekening van verschillen en spread bets met betrekking tot aandelen of overheidsschuld, alsmede via indices, effectenmanden of indexfondsen. In het geval van posities in overheidsschuld dient ook rekening te worden gehouden met kredietverzuimswaps op emittenten van overheidsschuld.

(13)

Naast de bij deze verordening ingestelde transparantieregeling dient de Commissie in het kader van haar herziening van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten (5) in overweging te nemen of het opnemen van informatie over shorttransacties in de transactiemeldingen van beleggingsondernemingen aan de bevoegde autoriteiten nuttige aanvullende informatie zou verschaffen, aan de hand waarvan de bevoegde autoriteiten de omvang van short selling kunnen monitoren.

(14)

Het aankopen van kredietverzuimswaps zonder een longpositie te houden in de onderliggende overheidsschuld of activa, een activaportefeuille, financiële verplichtingen of financiële contracten waarvan de waarde gecorreleerd is aan de waarde van de overheidsschuld, kan economisch gezien gelijk staan aan het innemen van een shortpositie in het onderliggende schuldinstrument. In de berekening van een netto shortpositie in overheidsschuld dienen derhalve ook de kredietverzuimswaps op een verplichting van een emittent van overheidsschuld te worden meegenomen. De positie in kredietverzuimswaps dient in aanmerking te worden genomen zowel om te bepalen of een natuurlijke of rechtspersoon een aanmerkelijke netto shortpositie in overheidsschuld heeft, die aan een bevoegde autoriteit moet worden gemeld, alsook, indien een bevoegde autoriteit beperkingen inzake ongedekte kredietverzuimswaptransacties opschort, om te bepalen of een aanmerkelijke ongedekte positie is ingenomen in een aan de bevoegde autoriteit te melden kredietverzuimswap op een emittent van overheidsschuld.

(15)

Om posities continu te kunnen monitoren dient in het transparantieregiem ook te worden bepaald dat een verandering in een netto shortpositie die in een overschrijding of onderschrijding van bepaalde drempels resulteert, gemeld of openbaar gemaakt moet worden.

(16)

Ten einde doeltreffend te zijn is het van belang dat het transparantieregiem van toepassing is ongeacht de plaats waar de natuurlijke of rechtspersoon gevestigd is, waaronder in een derde land, wanneer die persoon een aanmerkelijke netto shortpositie heeft in een onderneming waarvan aandelen tot de handel op een handelsplatform in de Unie zijn toegelaten, of een netto shortpositie in overheidsschuld die door een lidstaat of door de Unie is uitgegeven.

(17)

De definitie van een shorttransactie dient niet retrocessieovereenkomsten (repurchase agreements) tussen twee partijen te omvatten, waarbij een partij aan de andere een effect verkoopt tegen een bepaalde prijs onder de verbintenis dat het effect op een later tijdstip tegen een andere, vooraf bepaalde prijs wordt teruggekocht, noch een derivatencontract waarin wordt overeengekomen om effecten op een toekomstig tijdstip tegen een bepaalde prijs te verkopen. De definitie dient evenmin een overdracht van effecten uit hoofde van een effectenuitleenovereenkomst te omvatten.

(18)

Ongedekte short selling in aandelen en overheidsschuld wordt soms geacht het potentiële risico te vergroten dat de afwikkeling mislukt en dat er volatiliteit optreedt. Om deze risico’s te beperken, is het raadzaam evenredige beperkingen op ongedekte short selling in dergelijke instrumenten in te stellen. Bij het bepalen van de gedetailleerde beperkingen dient rekening te worden gehouden met de verschillende regelingen waarvan momenteel voor gedekte short selling gebruik wordt gemaakt. Deze hebben onder meer betrekking op een aparte retrocessieovereenkomst waarbij de persoon die een effect short verkoopt, te gelegener tijd een gelijkwaardig effect terugkoopt teneinde de afwikkeling van de shorttransactie mogelijk te maken, en op zekerheidsovereenkomsten indien de zekerheidsnemer het effect kan gebruiken voor de afwikkeling van de shorttransactie. Andere voorbeelden hiervan zijn: emissies met voorkeursrecht (uitgiften) van ondernemingen aan bestaande aandeelhouders, leningenpools en faciliteiten voor retrocessieovereenkomsten die worden aangeboden door, bijvoorbeeld, handelsplatformen, clearingsystemen of centrale banken.

(19)

Bij ongedekte short selling in aandelen moet een natuurlijke of rechtspersoon een regeling met een derde partij hebben, waarbij deze derde partij heeft bevestigd dat het aandeel gelokaliseerd is, hetgeen betekent dat de derde partij bevestigt dat hij het voor mogelijk houdt dat hij het aandeel voor afwikkeling beschikbaar kan stellen op de hiervoor vastgestelde datum. Om deze bevestiging te geven, is het nodig dat het gebaseerd is op jegens derde partijen genomen maatregelen, opdat de natuurlijke of rechtspersoon redelijkerwijs kan verwachten dat de afwikkeling op de gestelde datum zal plaatsvinden. Hieronder vallen maatregelen zoals die, waarbij een derde partij aandelen heeft gereserveerd voor lening of voor aankoop, zodat de vereffening op de gestelde datum kan plaatsvinden. Wat betreft shorttransacties die moeten worden afgedekt door aankoop van het aandeel in de loop van dezelfde dag, omvat dit de door de derde partij te geven bevestiging dat zij het aandeel als gemakkelijk te lenen of te kopen beschouwt. ESMA dient de liquiditeit van de aandelen, en in het bijzonder het niveau van de omzet en het gemak waarmee aankoop, verkoop en lening kan plaats vinden met een minimaal effect op de markt, in acht te nemen bij het bepalen welke maatregelen nodig zijn om een redelijke verwachting dat de afwikkeling op de gestelde datum kan plaatsvinden, te doen ontstaan.

(20)

Bij ongedekte short selling in overheidsschuld kan het feit dat een shorttransactie zal worden afgedekt door de aankoop van de overheidsschuld in de loop van dezelfde dag, worden aangemerkt als voorbeeld van redelijke verwachting dat de afwikkeling op de gestelde datum zal plaatsvinden.

(21)

Aan overheidsschuld gerelateerde kredietverzuimswaps dienen te zijn gebaseerd op het beginsel van verzekerbaar belang, terwijl wordt onderkend dat er naast het eigendom van obligaties ook nog andere belangen in een overheidsemittent zijn. Dergelijke belangen omvatten het zich indekken tegen het risico van in gebreke blijven van de overheidsemittent wanneer de natuurlijke of rechtspersoon een longpositie in de overheidsschuld van die emittent heeft, of het zich indekken tegen een waardedaling van de overheidsschuld wanneer de natuurlijke of rechtspersoon activa aanhoudt of verplichtingen heeft, die terug te voeren zijn op entiteiten in de publieke of private sector in de desbetreffende lidstaat, waarvan de waarde samenhangt met die van de overheidsschuld. Onder dergelijke activa moeten vallen: financiële contracten, een portfolio van activa of financiële verplichtingen, alsook rente- en valutaswaptransacties waarbij de kredietverzuimswap op overheidsschuld wordt gebruikt als een aan de tegenpartij gerelateerde risicobeheersinstrument om blootstelling aan financiële contracten en buitenlandse handelscontracten af te dekken. Posities of portfolio’s van posities die worden gebruikt voor het afdekken van blootstelling aan overheidsschuld dienen niet als ongedekte positie in een kredietverzuimswap op overheidsschuld te worden beschouwd. Dit omvat blootstelling aan schulden van centrale, regionale en lokale overheden, publiekrechtelijke entiteiten of elke vorm van blootstelling die door dergelijke entiteiten worden gegarandeerd. Dit dient ook blootstelling aan in de desbetreffende lidstaten gevestigde privaatrechtelijke entiteiten te omvatten. Alle vormen van blootstelling moeten in deze context in overweging worden genomen, waaronder leningen, tegenpartijkredietrisico (met inbegrip van mogelijke blootstelling indien voor die blootstelling wettelijk vereist kapitaal verplicht is), uitstaande vorderingen en garanties. Dit omvat ook indirecte blootstelling aan bovengenoemde entiteiten, onder meer via blootstelling aan indexen, fondsen of special purpose vehicles.

(22)

Aangezien het aangaan van een kredietverzuimswap op overheidsschuld zonder onderliggende maatregelen tegen blootstelling aan het risico op een waardedaling van de overheidsschuld een negatief effect kan hebben op de stabiliteit van de overheidsschuldmarkten, moet het natuurlijke en rechtspersonen verboden worden ongedekte posities in kredietverzuimswaps in te nemen. Bij de eerste tekenen dat de overheidsschuldmarkt niet goed functioneert, moet de bevoegde autoriteit de mogelijkheid hebben om deze beperking tijdelijk op te schorten. De bevoegde autoriteiten moet een dergelijke opschorting baseren op objectieve gronden die voortkomen uit de analyse van de in deze verordening opgenomen indicatoren. Bevoegde autoriteiten moeten ook de mogelijkheid hebben om aanvullende indicatoren te gebruiken.

(23)

Het verdient ook aanbeveling in vereisten voor centrale tegenpartijen te voorzien met betrekking tot buy-in-procedures en boeten voor een eventuele mislukte afwikkeling van transacties in aandelen. De buy-in-procedures en vereisten inzake laattijdige afwikkeling zouden als basisnormen voor de afwikkelingsdiscipline moeten fungeren. De vereisten inzake buy-in en boeten moeten voldoende flexibel geformuleerd zijn om de centrale tegenpartij die voor dergelijke procedures verantwoordelijk is, de mogelijkheid te geven om de operationele uitvoering van een buy-in of het opleggen van een boete aan een andere marktdeelnemer over te laten. Niettemin blijft het voor de goede werking van de financiële markten noodzakelijk dat de bredere aspecten van de afwikkelingsdiscipline in het kader van een horizontaal wetgevingsvoorstel worden aangepakt.

(24)

De maatregelen betreffende overheidsschuld en kredietverzuimswaps op overheidsschuld, waaronder transparantievoorschriften en beperkingen op ongedekte short selling, moeten vereisten opleggen, die evenredig zijn en die tegelijkertijd geen negatieve impact hebben op de liquiditeit van de markten voor overheidsobligaties en op de markten voor retrocessieovereenkomsten met betrekking tot overheidsobligaties.

(25)

Het komt steeds vaker voor dat aandelen tot de handel zijn toegelaten op verschillende handelsplatforms binnen de Unie en in derde landen. Aandelen van tal van grote ondernemingen die in derde landen zijn gevestigd, zijn ook tot de handel op een handelsplatform in de Unie toegelaten. Uit efficiëntieoverwegingen is het passend om effecten van bepaalde meldings- en openbaarmakingsvereisten vrij te stellen wanneer het belangrijkste platform voor de verhandeling van het betrokken instrument zich in een derde land bevindt.

(26)

Activiteiten van marketmakers spelen een cruciale rol bij het verzekeren van de liquiditeit van de markten in de Unie en de marketmakers dienen shortposities in te nemen om deze rol te kunnen vervullen. Het opleggen van vereisten aan dergelijke activiteiten kan het vermogen van marketmakers om de liquiditeit te verzekeren ernstig beperken en een aanmerkelijk ongunstig effect hebben op de efficiëntie van de markten in de Unie. Bovendien wordt ervan uitgegaan dat marketmakers slechts voor zeer korte termijn aanmerkelijke shortposities innemen. Het is daarom dienstig om natuurlijke of rechtspersonen die dergelijke activiteiten ontplooien, vrij te stellen van vereisten die hen kunnen hinderen bij het vervullen van een dergelijke functie en die daardoor de markten van de Unie in negatieve zin kunnen beïnvloeden. Om die vereisten ook voor gelijkwaardige entiteiten uit derde landen te doen gelden, is een procedure vereist om de gelijkwaardigheid van markten van derde landen te toetsen. De vrijstelling dient van toepassing te zijn op de verschillende categorieën activiteiten ten behoeve van market-making maar niet op handel voor eigen rekening. Het is ook dienstig om bepaalde transacties op de primaire markt, zoals die met betrekking tot overheidsschuld en stabilisatieregelingen, vrij te stellen omdat dit belangrijke activiteiten zijn die tot de efficiënte werking van de markten bijdragen. De bevoegde autoriteiten dienen in kennis te worden gesteld wanneer van vrijstellingen gebruik wordt gemaakt en zij dienen de bevoegdheid te hebben een natuurlijke of rechtspersoon te verbieden van een vrijstelling gebruik te maken als hij niet aan de relevante vrijstellingscriteria voldoet. De bevoegde autoriteiten dienen tevens in staat te zijn informatie van de natuurlijke of rechtspersoon te verlangen om het gebruik dat van de vrijstelling wordt gemaakt, te monitoren.

(27)

De bevoegde autoriteiten dienen te beschikken over interventiebevoegdheden om, ingeval van ongunstige ontwikkelingen die een ernstige bedreiging voor de financiële stabiliteit of voor het marktvertrouwen in een lidstaat of de Unie vormen, meer transparantie te verlangen of tijdelijke beperkingen op short selling, kredietverzuimswaps of andere transacties in te stellen teneinde te voorkomen dat de koers van een financieel instrument op wanordelijke wijze daalt. Dergelijke maatregelen kunnen noodzakelijk blijken als gevolg van uiteenlopende ongunstige gebeurtenissen of ontwikkelingen, waarbij het niet alleen gaat om financiële of economische gebeurtenissen maar bijvoorbeeld ook om natuurrampen of terroristische daden. Bovendien kunnen bepaalde ongunstige gebeurtenissen of ontwikkelingen die het nemen van maatregelen vereisen, zich in slechts één lidstaat voordoen en geen grensoverschrijdende gevolgen hebben. Deze bevoegdheden dienen derhalve flexibel genoeg te zijn om de bevoegde autoriteiten in staat te stellen op een breed scala van verschillende uitzonderlijke omstandigheden in te spelen. Bij het nemen van dergelijke maatregelen moeten bevoegde autoriteiten naar behoren rekening houden met het evenredigheidsbeginsel.

(28)

Aangezien deze verordening alleen beperkingen op short selling en kredietverzuimswaps oplegt om te voorkomen dat de koers van het financiële instrument op wanordelijke wijze daalt, kan de noodzaak van andere soorten beperkingen, zoals positielimieten en beperkingen op producten, die aanleiding kunnen geven tot ernstige bezorgdheid over de bescherming van investeerders, beter aan de orde worden gesteld bij de herziening door de Commissie van Richtlijn 2004/39/EG.

(29)

Hoewel bevoegde autoriteiten veelal in de beste positie verkeren om de marktomstandigheden te monitoren en om, als eerste respons op een ongunstige gebeurtenis of ontwikkeling, uit te maken of zich een ernstige bedreiging van de financiële stabiliteit of van het marktvertrouwen heeft voorgedaan, en of het nemen van maatregelen noodzakelijk is om een dergelijke situatie te ondervangen, dienen bevoegdheden ter zake en de voorwaarden en procedures voor de uitoefening ervan zoveel mogelijk te worden geharmoniseerd.

(30)

De bevoegde autoriteiten moeten tevens de bevoegdheid hebben om in geval van een aanmerkelijke daling van de koers van een financieel instrument op een handelsplatform short selling in het financiële instrument op het betrokken handelsplatform in hun eigen jurisdictie tijdelijk te beperken, of om ESMA te verzoeken deze short selling in andere jurisdicties te beperken, zodat zij, waar passend, snel en gedurende een korte termijn kunnen optreden teneinde te voorkomen dat de koers van het instrument in kwestie op wanordelijke wijze daalt. De bevoegde autoriteit dient ESMA op de hoogte te stellen van een dergelijk besluit zodat ESMA onmiddellijk de bevoegde autoriteiten van overige lidstaten met handelsplatformen waarop hetzelfde instrument wordt verhandeld, op de hoogte kan stellen, de maatregelen kan coördineren die door deze andere lidstaten worden genomen en, indien nodig, hen kan bijstaan bij het bereiken van overeenstemming, of zelf een besluit neemt, in overeenstemming met artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

(31)

Wanneer een ongunstige gebeurtenis of ontwikkeling verder reikt dan één enkele lidstaat of andere grensoverschrijdende gevolgen heeft, bijvoorbeeld indien een financieel instrument tot de handel is toegelaten op verschillende handelsplatforms in meer dan één lidstaat, is het van essentieel belang dat er nauw overleg en nauwe samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten plaatsvindt. In een dergelijke situatie moet ESMA een sleutelrol vervullen als coördinator en trachten de consistentie tussen de bevoegde autoriteiten te verzekeren. De samenstelling van ESMA, waarvan vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteiten deel uitmaken, zal haar helpen in de uitvoering van een dergelijke rol. Bovendien moeten de bevoegde autoriteiten de bevoegdheid krijgen om maatregelen te nemen wanneer zij er belang bij hebben om te interveniëren.

(32)

In aanvulling op de coördinatie van de maatregelen van de bevoegde autoriteiten, moet ESMA er voor zorg dragen dat de bevoegde autoriteiten maatregelen nemen alleen wanneer noodzakelijk en evenredig. ESMA moet de bevoegdheid krijgen om de bevoegde autoriteiten advies te geven over de uitoefening van interventiebevoegdheden.

(33)

Hoewel de bevoegde autoriteiten veelal in de beste positie zullen verkeren om een ongunstige gebeurtenis of ontwikkeling te monitoren en daar snel op te reageren, moet ESMA ook bevoegd zijn om maatregelen te nemen wanneer short selling en andere daarmee samenhangende activiteiten een bedreiging vormen voor het ordelijk functioneren en de integriteit van de financiële markten of voor de stabiliteit van het gehele financiële systeem van de Unie of een deel ervan, wanneer er grensoverschrijdende gevolgen zijn en de bevoegde autoriteiten onvoldoende maatregelen hebben genomen om de bedreiging te ondervangen. ESMA dient waar mogelijk overleg te plegen met het Europees Comité voor systeemrisico’s (European Systemic Risk Board, ESRB), zoals opgericht bij Verordening (EU) nr. 1092/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 betreffende macroprudentieel toezicht van de Europese Unie op het financiële stelsel en tot oprichting van een Europees Comité voor systeemrisico’s (6), alsook met andere relevante autoriteiten, wanneer de gevolgen van een dergelijke maatregel verder zouden kunnen reiken dan de financiële markten, zoals dit het geval kan zijn voor goederenderivaten die worden gebruikt om fysieke posities af te dekken.

(34)

De bevoegdheden waarover ESMA krachtens deze verordening beschikt om short selling en andere daarmee samenhangende activiteiten in uitzonderlijke omstandigheden te beperken, zijn in overeenstemming met artikel 9, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1095/2010. Deze bevoegdheden dienen de bevoegdheden waarover ESMA krachtens artikel 18 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 in noodsituaties beschikt, onverlet te laten. ESMA dient in het bijzonder in staat te zijn krachtens artikel 18 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 individuele besluiten vast te stellen, op grond waarvan bevoegde autoriteiten maatregelen dienen te nemen, of individuele besluiten die tot financiële marktdeelnemers zijn gericht.

(35)

Verwijzingen in deze verordening naar de artikelen 18 en 38 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 zijn van declaratoire aard. Die bepalingen zijn zelfs in afwezigheid van deze verwijzingen van toepassing.

(36)

De interventiebevoegdheden van de bevoegde autoriteiten en ESMA om short selling, kredietverzuimswaps en andere transacties te beperken, dienen slechts van tijdelijke aard te zijn en dienen te worden uitgeoefend alleen voor zolang en voor zover dat noodzakelijk is om de specifieke bedreiging te ondervangen.

(37)

Wegens de specifieke risico’s die uit het gebruik van kredietverzuimswaps kunnen voortvloeien, dienen de bevoegde autoriteiten dergelijke transacties nauwlettend te monitoren. In het bijzonder moeten de bevoegde autoriteiten in uitzonderlijke gevallen over de bevoegdheid beschikken om van natuurlijke of rechtspersonen die dergelijke transacties aangaan, informatie te verlangen over het doel waartoe de transactie is aangegaan.

(38)

Aan ESMA dient de bevoegdheid te worden toegekend om een onderzoek in te stellen naar een kwestie of praktijk die met short selling of het gebruik van kredietverzuimswaps verband houdt, teneinde na te gaan of de kwestie of praktijk een potentiële bedreiging voor de financiële stabiliteit of voor het marktvertrouwen vormt. Wanneer ESMA een dergelijk onderzoek instelt, dient zij een verslag met haar bevindingen te publiceren.

(39)

Aangezien een aantal van de bepalingen van deze verordening op natuurlijke of rechtspersonen en acties in derde landen van toepassing kunnen zijn, is het noodzakelijk dat bevoegde autoriteiten en toezichthoudende autoriteiten van derde landen in bepaalde situaties samenwerken. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten dienen daartoe regelingen aan te gaan met autoriteiten van derde landen. ESMA dient als coördinator op te treden bij de uitwerking van dergelijke samenwerkingsregelingen en bij de uitwisseling tussen bevoegde autoriteiten van informatie die van derde landen is ontvangen.

(40)

Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en de beginselen die in het bijzonder door het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het Handvest) zijn erkend, en in het bijzonder het recht op de bescherming van persoonsgegevens zoals in artikel 16 VWEU en in artikel 8 van het Handvest is voorzien. Transparantie ten aanzien van aanmerkelijke netto shortposities, inclusief de openbaarmaking ervan aan het publiek boven een bepaalde drempel indien deze verordening daarin voorziet, is noodzakelijk met het oog op de stabiliteit van de financiële markten en de bescherming van de beleggers. Die transparantie zal toezichthouders in staat stellen om in het oog te houden of short selling voor misbruikstrategieën wordt ingezet en welke gevolgen short selling heeft voor de goede werking van de markten. Voorts kan die transparantie informatieasymmetrie helpen verminderen en er aldus voor zorgen dat alle marktdeelnemers adequaat worden geïnformeerd over de mate waarin short selling de koersen beïnvloedt. Het uitwisselen of doorzenden van informatie door bevoegde autoriteiten moet plaatsvinden in overeenstemming met de voorschriften betreffende de doorgifte van persoonsgegevens neergelegd in Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (7). Het uitwisselen of doorgeven van informatie door ESMA moet plaatsvinden in overeenstemming met de voorschriften betreffende het doorgeven van persoonsgegevens neergelegd in Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (8), die geheel van toepassing dient te zijn op de verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze verordening.

(41)

Lidstaten moeten, rekening houdend met de beginselen zoals deze zijn opgenomen in de mededeling van de Commissie over de aanscherping van sanctieregelingen in de sector financiële diensten en in de wetgevende handelingen van de Unie die zijn vastgesteld in opvolging van de mededeling, regels betreffende sancties en bestuursrechtelijke maatregelen vaststellen, die van toepassing zijn op overtredingen van deze verordening, en dienen zij ervoor zorg te dragen dat zij worden toegepast. Deze sancties en bestuursrechtelijke maatregelen moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. Zij moeten worden gebaseerd op de door ESMA vastgestelde richtsnoeren ter bevordering van de convergentie en de sectoroverschrijdende consistentie van de sanctieregelingen in de financiële sector.

(42)

Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (9). De Commissie moet het Europees Parlement op de hoogte houden van de voortgang die wordt gemaakt met besluiten tot vaststelling van de gelijkwaardigheid van de rechts- en toezichtskaders van derde landen met de vereisten van deze verordening.

(43)

Aan de Commissie moet de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen ten aanzien van de details inzake de berekening van shortposities, wanneer een natuurlijke of rechtspersoon een met een kredietverzuimswap verband houdende ongedekte positie heeft, meldings- of openbaarmakingsdrempels, en de nadere specificatie van criteria en factoren om uit te maken of een ongunstige gebeurtenis of ontwikkeling een ernstige bedreiging vormt voor de financiële stabiliteit of voor het marktvertrouwen in een lidstaat of de Unie. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op het niveau van de deskundigen van de relevante instellingen, autoriteiten en agentschappen, waar passend. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad.

(44)

De Commissie moet bij het Europees Parlement en de Raad een verslag indienen, waarin de vastgestelde kennisgevings- en openbaarmakingsdrempels, het functioneren van de beperkingen en de transparantievereisten met betrekking tot netto shortposities op hun geschiktheid worden getoetst en waarin wordt nagegaan of eventuele andere beperkingen of voorwaarden met betrekking tot shortposities of kredietverzuimswaps aangewezen zouden zijn.

(45)

Aangezien de doelstellingen van deze verordening niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, hoewel bevoegde autoriteiten in een betere positie verkeren om marktontwikkelingen te volgen en deze beter kennen, kan de totale impact van de problemen die met shortposities en kredietverzuimswaps verband houden, alleen in de context van de Unie ten volle worden ingeschat, en om die reden beter op Unieniveau kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in datzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(46)

Daar sommige lidstaten reeds beperkingen op short selling hebben ingesteld en aangezien deze verordening voorziet in gedelegeerde handelingen en bindende technische normen die moeten worden vastgesteld voordat het daadwerkelijk kan worden toegepast, is het met het oog op deze transitie noodzakelijk om te voorzien in een voldoende lange overgangstermijn. Aangezien het van essentieel belang is om voor 1 november 2012 de meest belangrijke niet-essentiële elementen te specificeren, die de naleving van deze verordening door marktdeelnemers en de handhaving daarvan door bevoegde autoriteiten moeten vergemakkelijken, is het eveneens noodzakelijk om de Commissie de middelen te verschaffen om voor die datum de technische normen en de gedelegeerde handelingen vast te stellen,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Toepassingsgebied

1.   Deze verordening is van toepassing op het volgende:

a)

financiële instrumenten in de zin van artikel 2, lid 1, onder a), die tot de handel op een handelsplatform in de Unie zijn toegelaten, met inbegrip van zulke instrumenten indien zij buiten een handelsplatform om worden verhandeld;

b)

derivaten bedoeld in bijlage I, deel C, punten 4 tot en met 10, van Richtlijn 2004/39/EG, die verband houden met een in punt a) bedoeld financieel instrument of een emittent van een dergelijk financieel instrument, met inbegrip van deze derivaten wanneer zij buiten een handelsplatform om worden verhandeld;

c)

schuldinstrumenten die door een lidstaat of de Unie zijn uitgegeven en derivaten zoals bedoeld in bijlage I, deel C, punten 4 tot en met 10, van Richtlijn 2004/39/EG die betrekking hebben of gebaseerd zijn op deze door een lidstaat of de Unie uitgegeven schuldinstrumenten.

2.   De artikelen 18, 20 en 23 tot en met 30 zijn op alle financiële instrumenten in de zin van artikel 2, lid 1, onder a), van toepassing.

Artikel 2

Definities

1.   Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities:

a)   „financieel instrument”: een van de instrumenten genoemd in bijlage I, deel C, van Richtlijn 2004/39/EG;

b)   „shorttransactie”: met betrekking tot een aandeel of schuldinstrument, elke verkoop van het aandeel of schuldinstrument dat de verkoper niet in eigendom heeft op het moment dat hij de verkoopovereenkomst sluit, met inbegrip van een dergelijke verkoop wanneer de verkoper op het moment dat hij de verkoopovereenkomst sluit, het aandeel of schuldinstrument heeft geleend of een overeenkomst heeft gesloten om het aandeel of schuldinstrument te lenen met het oog op het leveren ervan bij de afwikkeling, waaronder niet begrepen:

i)

een verkoop door een van de partijen onder een retrocessieovereenkomst waarbij één partij heeft aanvaard om de andere partij een effect tegen een bepaalde prijs te verkopen met als tegenprestatie van die andere partij het effect op een later tijdstip tegen een andere, vooraf bepaalde prijs terug te verkopen,

ii)

een overdracht van effecten uit hoofde van een effectenuitleenovereenkomst voor, of

iii)

het aangaan van een futures- of ander derivatencontract waarin wordt overeengekomen om effecten op een toekomstige datum tegen een bepaalde prijs te verkopen;

c)   „kredietverzuimswap”: een derivatencontract waarbij een partij een provisie betaalt aan een andere partij in ruil voor een betaling of een ander voordeel ingeval zich een credit event voordoet, die met die referentie-entiteit verband houdt, of enig ander met dat derivatencontract verband houdend verzuim dat een soortgelijk economisch effect heeft;

d)   „overheidsemittent”: een van de onderstaande uitgevers van schuldinstrumenten:

i)

de Unie,

ii)

een lidstaat, met inbegrip van een regeringsdepartement, een agentschap of een special purpose vehicle van de lidstaat,

iii)

in het geval van een lidstaat die een federale staat is, een lid van de federatie,

iv)

een special purpose vehicle voor verscheidene lidstaten,

v)

een door twee of meer lidstaten opgerichte internationale financiële instelling die tot doel heeft middelen bijeen te brengen en financiële bijstand te verlenen ten behoeve van haar leden als deze ernstige financiële problemen ondervinden of dreigen te ondervinden, of

vi)

de Europese Investeringsbank;

e)   „kredietverzuimswap op overheidsschuld”: kredietverzuimswap waarbij in geval van een aan een overheidsemittent gerelateerde credit event of verzuim een geldbedrag of een ander voordeel wordt uitgekeerd;

f)   „overheidsschuld”: een schuldinstrument uitgegeven door een overheidsemittent;

g)   „uitgegeven overheidsschuld”: het totaal door een overheidsemittent uitgegeven overheidsschuld die niet is afgelost;

h)   „geplaatst kapitaal”: met betrekking tot een onderneming, het totaal van gewone en preferentiële door de onderneming uitgegeven aandelen, met uitzondering van converteerbare obligaties;

i)   „lidstaat van herkomst”:

i)

met betrekking tot een beleggingsonderneming in de zin van artikel 4, lid 1, punt 1, van Richtlijn 2004/39/EG, of tot een gereglementeerde markt in de zin van artikel 4, lid 1, punt 14, van Richtlijn 2004/39/EG, de lidstaat van herkomst in de zin van artikel 4, lid 1, punt 20), van Richtlijn 2004/39/EG,

ii)

met betrekking tot een kredietinstelling, de lidstaat van herkomst in de zin van artikel 4, punt 7), van Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (10),

iii)

met betrekking tot elke rechtspersoon die niet onder i) of onder ii) wordt genoemd, de lidstaat waar deze zijn statutaire zetel heeft, of wanneer hij geen statutaire zetel heeft, de lidstaat waar hij zijn hoofdkantoor heeft,

iv)

met betrekking tot een natuurlijke persoon, de lidstaat waar deze persoon zijn of haar hoofdkantoor heeft, of, wanneer er geen hoofdkantoor is, de lidstaat waar deze persoon zijn woonplaats heeft;

j)   „relevante bevoegde autoriteit”:

i)

met betrekking tot de overheidsschuld van een lidstaat of, in het geval van een lidstaat die een federale staat is, met betrekking tot de overheidsschuld van een lid van de federatie, of een kredietverzuimswap met betrekking tot een lidstaat of een lid van een federatie, de bevoegde autoriteit van die lidstaat,

ii)

met betrekking tot overheidsschuld van de Unie of een kredietverzuimswap met betrekking tot de Unie, de bevoegde autoriteit van het rechtsgebied waar de dienst die de schuld uitgeeft, zich bevindt,

iii)

met betrekking tot overheidsschuld van verschillende lidstaten die via een special purpose vehicle optreden, of een kredietverzuimswap op dat special purpose vehicle, de bevoegde autoriteit van het rechtsgebied waar het special purpose vehicle is gevestigd,

iv)

met betrekking tot overheidsschuld van een door twee of meer lidstaten opgerichte internationale financiële instelling die tot doel heeft middelen bijeen te brengen en financiële bijstand te verlenen ten behoeve van haar leden als deze ernstige financiële problemen ondervinden of dreigen te ondervinden, de bevoegde autoriteit van het rechtsgebied waar de internationale financiële instelling is gevestigd,

v)

met betrekking tot een ander dan een in punt i) tot en met iv) bedoeld financieel instrument, de bevoegde autoriteit voor dat financieel instrument als omschreven in artikel 2, punt 7, van Verordening (EG) nr. 1287/2006 van de Commissie (11) en bepaald overeenkomstig hoofdstuk III van die verordening,

vi)

met betrekking tot een financieel instrument dat niet onder de punten i) tot en met v) valt, de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar het financieel instrument voor het eerst tot de handel op een handelsplatform is toegelaten,

vii)

met betrekking tot een door de Europese Investeringsbank uitgegeven schuldinstrument, de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de Europese Investeringsbank gelegen is;

k)   „activiteiten van marketmakers”: de activiteiten van een beleggingsonderneming, een kredietinstelling, een entiteit van een derde land, of een onderneming als bedoeld in artikel 20, lid 1, onder l), van Richtlijn 2004/39/EG, die lid is van een handelsplatform of van een markt in een derde land, waarvan het juridisch en toezichtskader door de Commissie uit hoofde van artikel 17, lid 2, gelijkwaardig is verklaard, wanneer deze als opdrachtgever handelt in een financieel instrument, ongeacht of dit op of buiten een handelsplatform om wordt verhandeld, op een van de volgende wijzen:

i)

door gelijktijdig vaste bied- en laatkoersen van een vergelijkbare omvang en tegen concurrerende prijzen bekend te maken, met als resultaat dat de markt op regelmatige en voortdurende basis van liquiditeit wordt voorzien,

ii)

door in het kader van zijn gewone bedrijfsvoering orders uit te voeren die door klanten zijn geïnitieerd of waarvoor klanten een handelsverzoek hebben gedaan,

iii)

door posities die uit het vervullen van de onder punt i) en ii) genoemde taken voortvloeien, af te dekken;

l)   „handelsplatform”: een gereglementeerde markt in de zin van artikel 4, lid 1, punt 14, van Richtlijn 2004/39/EG, of een multilaterale handelsfaciliteit in de zin van artikel 4, lid 1, punt 15, van Richtlijn 2004/39/EG;

m)   „belangrijkste handelsplatform”: met betrekking tot een aandeel, het handelsplatform waar de hoogste omzet in dat aandeel wordt gerealiseerd;

n)   „vergunninghoudende primary dealer”: een natuurlijke of rechtspersoon die een overeenkomst heeft getekend met een overheidsemittent of die door of namens een overheidsemittent formeel als primary dealer is erkend en die zich er overeenkomstig die overeenkomst of erkenning toe verbindt als opdrachtgever te handelen met betrekking tot transacties op de primaire of secundaire markt die verband houden met de schuld die door deze emittent wordt uitgegeven;

o)   „centrale tegenpartij”: een juridische entiteit die zichzelf tussen tegenpartijen plaatst bij contracten die op één of meer financiële markten worden verhandeld, daarbij de koper wordt voor elke verkoper en de verkoper voor elke koper, en verantwoordelijk is voor de exploitatie van een clearingsysteem;

p)   „handelsdag”: een handelsdag als bedoeld in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1287/2006;

q)   „omzet” van een aandeel: omzet in de zin van artikel 2, punt 9, van Verordening (EG) nr. 1287/2006.

2.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 42 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de in lid 1 van dit artikel bepaalde definities te specificeren, in het bijzonder om te specificeren wanneer een natuurlijke of rechtspersoon geacht wordt een financieel instrument in eigendom te hebben voor de toepassing van de in lid 1, onder b), bepaalde definitie van shorttransactie.

Artikel 3

Short- en longposities

1.   Voor de toepassing van deze verordening wordt een positie die uit een van de volgende gevallen voortvloeit, aangemerkt als een shortpositie in geplaatst kapitaal of in uitgegeven overheidsschuld:

a)

een shorttransactie in een door een onderneming uitgegeven aandeel of in een door een overheidsemittent uitgegeven schuldinstrument;

b)

het aangaan van een transactie die een ander financieel instrument dan een in punt a) bedoeld instrument tot stand brengt of daarmee verband houdt en waarvan het gevolg of een van de gevolgen is dat de natuurlijke of rechtspersoon die de transactie aangaat een financieel voordeel geniet in het geval de koers of de waarde van het aandeel of het schuldinstrument daalt.

2.   Voor de toepassing van deze verordening wordt een positie die uit een van de volgende gevallen voortvloeit, aangemerkt als een longpositie in geplaatst kapitaal of in uitgegeven overheidsschuld:

a)

het houden van een door een onderneming uitgegeven aandeel of van een door een overheidsemittent uitgegeven schuldinstrument;

b)

het aangaan van een transactie die een ander financieel instrument dan een in punt a) bedoeld instrument tot stand brengt of daarmee verband houdt en waarvan het gevolg of een van de gevolgen is dat die natuurlijke of rechtspersoon die de transactie aangaat een financieel voordeel geniet in het geval de koers of de waarde van het aandeel of het schuldinstrument stijgt.

3.   Voor de toepassing van de leden 1 en 2 wordt de berekening van een short- en van een longpositie, voor wat betreft elke positie die door de desbetreffende persoon indirect wordt aangehouden (waaronder via of door middel van een index, effectenmand of een belang in een indexfonds of soortgelijke entiteit), uitgevoerd door de natuurlijke of rechtspersoon in kwestie, die in redelijkheid handelt met inachtneming van openbaar beschikbare informatie over de samenstelling van de desbetreffende index, effectenmand of de belangen van het desbetreffende indexfonds of soortgelijke entiteit. Bij het berekenen van een dergelijke short- en longpositie, is niemand verplicht om van een ander realtime informatie over deze samenstelling te verkrijgen.

Voor de toepassing van de leden 1 en 2 wordt in de berekening van de short- en de longpositie in overheidsschuld ook iedere kredietverzuimswap op overheidsschuld meegenomen, die verband houdt met de overheidsemittent.

4.   Voor de toepassing van deze verordening wordt de positie die overblijft nadat elke longpositie van een natuurlijke of rechtspersoon in het uitgegeven aandelenkapitaal in mindering is gebracht op enige shortpositie van deze natuurlijke of rechtspersoon in dat kapitaal, aangemerkt als een netto shortpositie in het uitgegeven aandelenkapitaal van de desbetreffende onderneming.

5.   Voor de toepassing van deze verordening wordt de positie die overblijft nadat elke longpositie van een natuurlijke of rechtspersoon in uitgegeven overheidsschuld en elke longpositie in schuldinstrumenten van een overheidsemittent, waarvan de koers een hoge correlatie heeft met de koers van diezelfde overheidsschuld, in mindering zijn gebracht op elke shortpositie van deze natuurlijke of rechtspersoon in diezelfde overheidsschuld, aangemerkt als een netto shortpositie in de uitgegeven overheidsschuld van de desbetreffende overheidsemittent.

6.   De berekening van overheidsschuld krachtens de leden 1 tot en met 5 wordt per individuele overheidsemittent verricht, ook indien onderscheiden entiteiten namens de overheidsemittent overheidsschuld uitgeven.

7.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 42 gedelegeerde handelingen vast te stellen om te specificeren:

a)

de gevallen waarin een natuurlijke of rechtspersoon voor de toepassing van lid 2 geacht wordt een aandeel of schuldinstrument te bezitten;

b)

de gevallen waarin een natuurlijke of rechtspersoon voor de toepassing van de leden 4 en 5 een netto shortpositie heeft, alsook welke methode voor het berekenen van een dergelijke positie wordt gehanteerd;

c)

de methode voor het berekenen van posities voor de toepassing van de leden 3, 4 en 5 wanneer verschillende entiteiten in een groep long- of shortposities hebben of voor fondsbeheeractiviteiten met betrekking tot afzonderlijke fondsen.

Voor de toepassing van punt c) van de eerste alinea moet de berekeningsmethode in het bijzonder rekening houden met de vraag, of er met betrekking tot een bepaalde emittent verschillende investeringsstrategieën worden gevolgd via verscheidene afzonderlijke fondsen die door dezelfde fondsbeheerder worden beheerd, of met betrekking tot een bepaalde emittent dezelfde investeringsstrategie wordt gevolgd via verscheidene fondsen, en of met betrekking tot een bepaalde emittent verscheidene portfolio’s binnen dezelfde entiteit op discretionaire basis worden beheerd aan de hand van dezelfde investeringsstrategie.

Artikel 4

Ongedekte positie in een kredietverzuimswap op overheidschuld

1.   Voor de toepassing van deze verordening wordt een natuurlijke of rechtspersoon geacht een ongedekte positie in een kredietverzuimswap op overheidsschuld te hebben, als de kredietverzuimswap op overheidschuld niet dient om:

a)

het risico op het in gebreke blijven van de emittent af te dekken, waar de natuurlijke of rechtspersoon een longpositie heeft in de overheidsschuld van de emittent waarop de kredietverzuimswap op overheidsschuld betrekking heeft, of

b)

het risico van een waardedaling van de overheidsschuld af te dekken, waar de natuurlijke of rechtspersoon activa aanhoudt of verplichtingen heeft, met inbegrip van maar niet beperkt tot financiële contracten, een portfolio van activa of financiële verplichtingen waarvan de waarde samenhangt met die van de overheidsschuld.

2.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 42 gedelegeerde handelingen vast te stellen om voor de toepassing van lid 1 van dit artikel te specificeren:

a)

de gevallen waarin een kredietverzuimswaptransactie op overheidsschuld wordt geacht om een risico op in gebreke blijven af te dekken of het risico van een vermindering van de waarde van de overheidsschuld, en de methode voor het berekenen van een ongedekte positie in een kredietverzuimswap op overheidsschuld;

b)

de methode voor het berekenen van posities als verschillende entiteiten in een groep long- of shortposities hebben of voor fondsbeheeractiviteiten met betrekking tot afzonderlijke fondsen.

HOOFDSTUK II

TRANSPARANTIE VAN NETTO SHORTPOSITIES

Artikel 5

Melding van aanmerkelijke netto shortposities in aandelen aan de bevoegde autoriteiten

1.   Een natuurlijke of rechtspersoon die een netto shortpositie heeft in het geplaatste kapitaal van een onderneming waarvan de aandelen tot de handel op een handelsplatform zijn toegelaten, stelt de relevante bevoegde autoriteit in overeenstemming met artikel 9 in kennis telkens wanneer de positie een relevante meldingsdrempel als bedoeld in lid 2 van dit artikel bereikt of onderschrijdt.

2.   Een relevante meldingsdrempel is een percentage dat gelijk is aan 0,2 % van het geplaatste kapitaal van de betrokken onderneming en elke 0,1 % daarboven.

3.   De Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) (ESMA) kan, rekening houdend met de ontwikkelingen op de financiële markten, aan de Commissie advies uitbrengen over de noodzaak tot aanpassing van de in lid 2 bedoelde drempels.

4.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 42 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de in lid 2 van dit artikel bedoelde drempels, rekening houdend met de ontwikkelingen op de financiële markten.

Artikel 6

Openbaarmaking van aanmerkelijke netto shortposities in aandelen aan het publiek

1.   Een natuurlijke of rechtspersoon die een netto shortpositie heeft in het geplaatste kapitaal van een onderneming waarvan de aandelen tot de handel op een handelsplatform zijn toegelaten, maakt, telkens wanneer de positie een in lid 2 van dit artikel bedoelde relevante openbaarmakingsdrempel bereikt of onderschrijdt, de informatie betreffende die positie aan het publiek openbaar in overeenstemming met artikel 9.

2.   Een relevante openbaarmakingsdrempel is een percentage dat gelijk is aan 0,5 % van het geplaatste kapitaal van de betrokken onderneming en elke 0,1 % daarboven.

3.   ESMA kan, rekening houdend met de ontwikkelingen op de financiële markten, aan de Commissie advies uitbrengen over de noodzaak tot aanpassing van de in lid 2 bedoelde drempels.

4.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 42 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de in lid 2 van dit artikel bedoelde drempels, rekening houdend met de ontwikkelingen op de financiële markten.

5.   Dit artikel is van toepassing onverminderd de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die zijn vastgesteld met betrekking tot openbare overnamebiedingen, fusies, of andere transacties die gevolgen hebben voor de eigendom van of de zeggenschap over vennootschappen, waarop wordt toegezien door de toezichthoudende autoriteiten die door de lidstaten zijn aangewezen overeenkomstig artikel 4 van Richtlijn 2004/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende het openbaar overnamebod (12) waarbij openbaarmaking van shortposities wordt verlangd die verder gaat dan de vereisten van dit artikel.

Artikel 7

Melding van aanmerkelijke netto shortposities in overheidsschuld aan de bevoegde autoriteiten

1.   Een natuurlijke of rechtspersoon die een netto shortpositie in uitgegeven overheidsschuld heeft, stelt de relevante bevoegde autoriteit in overeenstemming met artikel 9 in kennis telkens wanneer die positie de voor de desbetreffende overheidsemittent relevante meldingsdrempels bereikt of onderschrijdt.

2.   De relevante meldingsdrempels bestaan uit een initieel bedrag en aanvullende oplopende waarden met betrekking tot elke overheidsemittent, zoals gespecificeerd in de door de Commissie overeenkomstig lid 3 genomen maatregelen. ESMA publiceert de meldingsdrempels voor elke lidstaat op haar website.

3.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 42 gedelegeerde handelingen vast te stellen, waarin de in lid 2 van dit artikel bedoelde bedragen en oplopende waarden worden gespecificeerd.

De Commissie:

a)

zorgt ervoor dat de drempels niet op een dusdanig niveau worden vastgesteld dat posities met een zeer geringe waarde gemeld moeten worden;

b)

houdt rekening met het totale bedrag van de uitstaande uitgegeven overheidsschuld van elke overheidsemittent en de gemiddelde omvang van de door marktdeelnemers ingenomen posities in de overheidsschuld van die overheidsemittent, en

c)

houdt rekening met de liquiditeit van elke markt voor overheidsobligaties.

Artikel 8

Melding aan de bevoegde autoriteiten van ongedekte posities in kredietverzuimswaps op overheidschuld

Als een bevoegde autoriteit in overeenstemming met artikel 14, lid 2, beperkingen tijdelijk opschort, stelt een natuurlijke of rechtspersoon die een ongedekte positie in een kredietverzuimswap op overheidsschuld heeft, de relevante bevoegde autoriteit in kennis telkens wanneer die positie de overeenkomstig artikel 7 vastgestelde, voor de betrokken overheidsemittent relevante meldingsdrempels bereikt of onderschrijdt.

Artikel 9

Methode voor melding en openbaarmaking

1.   Elke melding of openbaarmaking krachtens artikel 5, 6, 7 of 8 bevat de gegevens betreffende de identiteit van de natuurlijke of rechtspersoon die de desbetreffende positie houdt, de omvang van de desbetreffende positie, de emittent ten aanzien van wie de desbetreffende positie bestaat en de datum waarop de desbetreffende positie tot stand is gekomen, is veranderd of heeft opgehouden te bestaan.

Voor de toepassing van de artikelen 5, 6, 7 en 8 houden natuurlijke en rechtspersonen met aanmerkelijke netto shortposities gedurende vijf jaar gegevens bij over de brutoposities die een aanmerkelijke netto shortpositie vormen.

2.   Het toepasselijke tijdstip voor het berekenen van een netto shortpositie is middernacht aan het eind van de handelsdag waarop de natuurlijke of rechtspersoon de desbetreffende positie houdt. Dat tijdstip is van toepassing op alle transacties, ongeacht hoe zij worden verhandeld, waaronder transacties via manuele of geautomatiseerde handel, en ongeacht of de transacties al dan niet tijdens de normale handelstijden hebben plaatsgevonden. De kennisgeving of openbaarmaking geschiedt uiterlijk de volgende handelsdag om 15.30 uur. De in dit lid genoemde tijdstippen worden berekend volgens de lokale tijd van de lidstaat van de relevante bevoegde autoriteit waaraan de betreffende positie moet worden gemeld.

3.   De procedure voor het melden van informatie aan een relevante bevoegde autoriteit waarborgt de vertrouwelijkheid van de informatie en omvat mechanismen voor de authenticatie van de meldingsbron.

4.   De in artikel 6 bedoelde openbaarmaking van informatie geschiedt op zodanige wijze dat de informatie snel en op een niet-discriminerende basis toegankelijk wordt gemaakt. Die informatie komt op een centrale website die wordt beheerd door de relevante bevoegde autoriteit of onder haar toezicht staat. De bevoegde autoriteiten delen het adres van deze website mee aan ESMA, die op haar eigen website links naar al deze centrale websites plaatst.

5.   Om een consequente toepassing van dit artikel te garanderen, stelt ESMA ontwerpen van technische reguleringsnormen op om de bijzonderheden te specificeren van de informatie die voor de toepassing van lid 1 moet worden verstrekt.

ESMA legt tegen 31 maart 2012 deze ontwerpen van technische reguleringsnormen aan de Commissie voor.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische regelgevingsnormen in overeenstemming met de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.

6.   Om te zorgen voor uniforme toepassingsvoorwaarden voor lid 4 stelt ESMA ontwerpen van technische uitvoeringsnormen op, waarin gespecificeerd wordt op welke manier de informatie openbaar mag worden gemaakt.

ESMA legt tegen 31 maart 2012 deze ontwerpen van technische uitvoeringsnormen aan de Commissie voor.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen in overeenstemming met artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 10

Toepassing van meldings- en openbaarmakingsvereisten

De meldings- en openbaarmakingsvereisten uit hoofde van de artikelen 5, 6, 7 en 8 zijn van toepassing op natuurlijke en rechtspersonen, ongeacht of zij binnen de Unie of in een derde land woonachtig zijn of gevestigd zijn.

Artikel 11

Aan ESMA te verstrekken informatie

1.   De bevoegde autoriteiten verstreken ESMA op kwartaalbasis informatie in beknopte vorm over de netto shortposities in uitgegeven aandelenkapitaal en in uitgegeven overheidsschuld, alsook over de ongedekte posities in kredietverzuimswaps op overheidsschuld waarvoor zij de relevante bevoegde autoriteit is en meldingen krachtens de artikelen 5, 7 en 8 ontvangt.

2.   Om haar taken uit hoofde van deze verordening te vervullen, kan ESMA te allen tijde een relevante bevoegde autoriteit om aanvullende informatie verzoeken over netto shortposities in uitgegeven aandelenkapitaal en in uitgegeven overheidsschuld of over ongedekte posities in kredietverzuimswaps op overheidsschuld.

De bevoegde autoriteit verstrekt de gevraagde informatie binnen zeven kalenderdagen aan ESMA. Wanneer er zich ongunstige gebeurtenissen of ontwikkelingen voordoen die een ernstige bedreiging voor de financiële stabiliteit of het marktvertrouwen in de betrokken lidstaat of in een andere lidstaat vormen, verstrekt de bevoegde autoriteit ESMA binnen 24 uur alle beschikbare informatie op basis van de meldingsvereisten uit hoofde van de artikelen 5, 7 en 8.

3.   Om een consequente toepassing van dit artikel te waarborgen, stelt ESMA ontwerpen van technische reguleringsnormen op om de bijzonderheden te specificeren van de informatie die overeenkomstig de leden 1 en 2 moet worden verstrekt.

ESMA legt tegen 31 maart 2012 deze ontwerpen van technische reguleringsnormen aan de Commissie voor.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische regelgevingsnormen in overeenstemming met de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.

4.   Om eenvormige voorwaarden voor de toepassing van lid 1 te waarborgen, stelt ESMA ontwerpen van technische uitvoeringsnormen op om het formaat te specificeren van de informatie die overeenkomstig de leden 1 en 2 moet worden verstrekt.

ESMA legt tegen 31 maart 2012 deze ontwerpen van technische uitvoeringsnormen aan de Commissie voor.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen in overeenstemming met artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

HOOFDSTUK III

ONGEDEKTE SHORTTRANSACTIES

Artikel 12

Beperkingen op ongedekte shorttransacties in aandelen

1.   Een natuurlijke of rechtspersoon mag een shorttransactie in een tot de handel op een handelsplatform toegelaten aandeel alleen aangaan als een van de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de natuurlijke of rechtspersoon heeft het aandeel geleend of heeft een andere regeling getroffen met een vergelijkbaar rechtsgevolg;

b)

de natuurlijke of rechtspersoon heeft een overeenkomst gesloten om het aandeel te lenen, of heeft op grond van het verbintenissenrecht of het eigendomsrecht een absoluut uitvoerbare vordering om de eigendom van een overeenkomstig aantal effecten van dezelfde categorie overgedragen te krijgen, zodat de afwikkeling op het gestelde datum kan plaatsvinden;

c)

de natuurlijke of rechtspersoon heeft een regeling met een derde partij waarbij deze derde partij heeft bevestigd dat het aandeel beschikbaar is gevonden en jegens derde partijen de nodige maatregelen heeft genomen opdat de natuurlijke of rechtspersoon een redelijke verwachting kan hebben dat de afwikkeling op de gestelde datum zal plaatsvinden.

2.   Om eenvormige voorwaarden voor de toepassing van lid 1 te garanderen, stelt ESMA ontwerpen van technische uitvoeringsnormen op om te bepalen welke soorten overeenkomsten, regelingen en maatregelen er adequaat voor zorgen dat het aandeel voor afwikkeling beschikbaar zal zijn. Om vast te stellen welke maatregelen nodig zijn om redelijkerwijze te kunnen verwachten dat de afwikkeling op de gestelde datum zal plaatsvinden, houdt ESMA onder meer rekening met de intra-daghandel en de liquiditeit van de aandelen.

ESMA legt deze ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 31 maart 2012 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen in overeenstemming met artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 13

Beperkingen op ongedekte shorttransacties in overheidsschuld

1.   Een natuurlijke of rechtspersoon mag een shorttransactie in een overheidsschuldinstrument alleen aangaan als een van de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de natuurlijke of rechtspersoon heeft de overheidsschuld geleend of heeft een andere regeling getroffen met een vergelijkbaar rechtsgevolg;

b)

de natuurlijke of rechtspersoon heeft een overeenkomst gesloten om het overheidsschuldinstrument te lenen of heeft op grond van het verbintenissenrecht of het eigendomsrecht een absoluut uitvoerbare vordering om de eigendom van een overeenkomstig aantal effecten van dezelfde categorie overgedragen te krijgen, zodat de afwikkeling op het overeengekomen tijdstip kan plaatsvinden;

c)

de natuurlijke of rechtspersoon heeft een regeling met een derde partij waarbij deze derde partij bevestigd heeft dat het overheidsschuldinstrument gelokaliseerd is, of anderszins de redelijke verwachting heeft dat de afwikkeling op de hiervoor vastgestelde datum kan worden uitgevoerd.

2.   De in lid 1 bedoelde beperkingen zijn niet van toepassing als de transactie dient tot afdekking van een longpositie in schuldinstrumenten van een emittent waarvan het koersverloop een hoge correlatie heeft met het koersverloop van de genoemde overheidsschuld.

3.   Wanneer de liquiditeit van een overheidsschuldinstrument de volgens de in lid 4 bedoelde methode vastgestelde drempel onderschrijdt, kan de relevante bevoegde autoriteit de in lid 1 bedoelde beperkingen tijdelijk opschorten. Alvorens deze beperkingen op te schorten stelt de relevante bevoegde autoriteit ESMA en de andere bevoegde autoriteiten van de voorgenomen opschorting in kennis.

Een opschorting geldt voor een eerste termijn van ten hoogste zes maanden vanaf de datum waarop de opschorting op de website van de relevante bevoegde autoriteit bekendgemaakt is. De opschorting kan met telkens ten hoogste zes maanden worden verlengd mits de gronden voor de opheffing nog steeds aanwezig zijn. Een opschorting die aan het einde van de eerste termijn of aan het einde van een daaropvolgende verlenging niet wordt verlengd, komt automatisch te vervallen.

ESMA brengt, binnen 24 uur van de kennisgeving door de relevante bevoegde autoriteit, een op lid 4 gebaseerd advies uit over de gemelde opschorting of verlenging van een opschorting. Het advies wordt op de website van ESMA gepubliceerd.

4.   De Commissie stelt overeenkomstig artikel 42 gedelegeerde handelingen vast om te specificeren aan de hand van welke parameters en methoden de in lid 3 van dit artikel bedoelde liquiditeitsdrempel voor uitgegeven overheidsschuldinstrumenten wordt berekend.

De parameters en methoden aan de hand waarvan de lidstaten de drempel moeten berekenen, worden zodanig vastgesteld dat het, wanneer het wordt bereikt, een aanmerkelijke daling aangeeft ten opzichte van het gemiddelde liquiditeitsniveau van het betreffende overheidsschuldinstrument.

De drempel wordt vastgesteld op basis van objectieve criteria die specifiek zijn voor de betrokken markt voor overheidsschuldinstrumenten, inclusief het totale bedrag van de uitstaande uitgegeven overheidsschuldinstrumenten van elke overheidsemittent.

5.   Om eenvormige voorwaarden voor de toepassing van lid 1 te garanderen, kan ESMA ontwerpen van technische uitvoeringsnormen opstellen om te bepalen welke soorten overeenkomsten of regelingen er adequaat voor zorgen dat het overheidsschuldinstrument voor afwikkeling beschikbaar zal zijn. ESMA houdt in het bijzonder rekening met de noodzaak om de liquiditeit van de markten, met name de markten voor overheidsobligaties en de markten voor retrocessieovereenkomsten aangaande overheidsobligaties, in stand te houden.

ESMA legt deze ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 31 maart 2012 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen in overeenstemming met artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 14

Beperkingen op ongedekte kredietverzuimswaps op overheidsschuld

1.   Een natuurlijke of rechtspersoon mag een transactie met betrekking tot een kredietverzuimswap op overheidsschuld alleen aangaan als deze transactie niet leidt tot een ongedekte positie in een kredietverzuimswap op overheidsschuld als bedoeld in artikel 4.

2.   Een bevoegde autoriteit kan de in lid 1 bedoelde beperkingen tijdelijk opschorten als zij objectieve gronden heeft om aan te nemen dat haar overheidsschuldmarkt niet goed functioneert en dat deze beperkingen een negatief effect op de markt voor kredietverzuimswaps op overheidsschuld kunnen hebben, met name doordat zij lenen duurder maken voor overheidsemittenten of het voor overheidsemittenten moeilijker maken om nieuwe schuld uit te geven. Deze gronden dient te worden gebaseerd op de volgende indicatoren:

a)

een hoge of stijgende rente op de overheidsschuld;

b)

een toenemende rentespreads op de overheidsschuld ten opzichte van de overheidsschuld van andere overheidsemittenten;

c)

een toenemende kredietverzuimswapspreads op de overheidsschuld ten opzichte van de eigen curve en in vergelijking met andere overheidsemittenten;

d)

de mate waarin de prijs van de overheidsschuld na een omvangrijke transactie tijdig terugkeert naar het oorspronkelijke evenwicht;

e)

de bedragen aan overheidsschuld die kunnen worden verhandeld.

De bevoegde autoriteit kan tevens andere dan de in de punten a) tot en met e) van de eerste alinea genoemde indicatoren gebruiken.

Alvorens beperkingen onder dit artikel op te schorten, stelt de relevante bevoegde autoriteit ESMA en de andere bevoegde autoriteiten in kennis van de voorgestelde opschorting en de gronden waarop die gebaseerd is.

Een opschorting geldt voor een eerste termijn van ten hoogste twaalf maanden vanaf de datum waarop de opschorting op de website van de relevante bevoegde autoriteit bekendgemaakt is. De opschorting kan met telkens ten hoogste met zes maanden worden verlengd mits de gronden voor de opheffing nog steeds aanwezig zijn. Een opschorting die termijn aan het einde van de eerste termijn of aan het einde van een daaropvolgende verlenging niet wordt verlengd, komt automatisch te vervallen.

ESMA brengt, binnen 24 uur van de kennisgeving door de relevante bevoegde autoriteit, een advies uit over de voorgenomen opschorting of de verlenging van die opschorting, ongeacht of de bevoegde autoriteit de opschorting heeft gebaseerd op de in de punten a) tot en met e) van de eerste alinea vermelde indicatoren, dan wel op andere indicatoren. Als de voorgenomen opschorting of de verlenging van een opschorting op de tweede alinea gebaseerd is, omvat dit advies ook een beoordeling van de indicatoren die de bevoegde autoriteit heeft gehanteerd. Het advies wordt op de website van ESMA gepubliceerd.

Artikel 15

Buy-in-procedures

1.   Een centrale tegenpartij in een lidstaat die clearingdiensten voor aandelen verricht, zorgt voor procedures die aan elk van de volgende vereisten voldoen:

a)

wanneer een natuurlijke of rechtspersoon die aandelen verkoopt, niet in staat is de aandelen te leveren met het oog op de afwikkeling binnen vier werkdagen na de dag waarop de afwikkeling moet plaatsvinden, treden automatisch procedures in werking die voorzien in een buy-in van de aandelen, om te zorgen dat de aandelen met het oog op de afwikkeling worden geleverd;

b)

wanneer de buy-in van de aandelen met het oog op de levering niet mogelijk is, wordt aan de koper een bedrag betaald dat gebaseerd is op de waarde van de te leveren aandelen op de leveringsdatum, vermeerderd met een bedrag voor verliezen die de koper als gevolg van het mislukken van de afwikkeling heeft geleden, en

c)

de natuurlijke of rechtspersoon die de afwikkeling laat mislukken, vergoedt alle overeenkomstig de punten a) en b) betaalde bedragen.

2.   Een centrale tegenpartij in een lidstaat die clearingdiensten voor aandelen verricht, zorgt voor procedures, waarbij wordt gegarandeerd voor het geval dat een natuurlijke of rechtspersoon die aandelen verkoopt, de aandelen niet levert met het oog op de afwikkeling tegen de hiervoor vastgestelde datum, dat deze persoon verplicht is dagelijkse betalingen te verrichten voor elke dag dat zijn niet-nakoming voortduurt.

De dagelijkse betalingen moeten hoog genoeg zijn om natuurlijke en rechtspersonen af te schrikken de afwikkeling te laten mislukken.

HOOFDSTUK IV

VRIJSTELLINGEN

Artikel 16

Vrijstelling indien het belangrijkste handelsplatform in een derde land gelegen is

1.   De artikelen 5, 6, 12 en 15 zijn niet van toepassing op tot de handel op een handelsplatform in de Unie toegelaten aandelen van een onderneming indien het belangrijkste platform voor de handel in die aandelen in een derde land gelegen is.

2.   De relevante bevoegde autoriteit voor aandelen van een onderneming die verhandeld worden op een handelsplatform in de Unie en op een handelsplatform dat in een derde land gelegen is, bepaalt ten minste om de twee jaar of het belangrijkste platform voor de handel in die aandelen in een derde land gelegen is.

De relevante bevoegde autoriteit meldt ESMA ten aanzien van welke aandelen is geconstateerd dat het belangrijkste handelsplatform in een derde land gelegen is.

Om de twee jaar publiceert ESMA de lijst van aandelen waarvoor het belangrijkste handelsplatform in een derde land gelegen is. De lijst is twee jaar geldig.

3.   Om een consistente toepassing van dit artikel te garanderen, stelt ESMA ontwerpen van technische reguleringsnormen vast om te specificeren welke methode voor het berekenen van de omzet wordt gehanteerd om het belangrijkste handelsplatform voor een aandeel te bepalen.

ESMA legt tegen 31 maart 2012 deze ontwerpen van technische reguleringsnormen aan de Commissie voor.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend de in de eerste alinea bedoelde technische regelgevingsnormen in overeenstemming met de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.

4.   Om eenvormige voorwaarden voor de toepassing van de leden 1 en 2 te garanderen, stelt ESMA ontwerpen van technische uitvoeringsnormen op teneinde te bepalen:

a)

op welke datum en met betrekking tot welke termijn een berekening tot bepaling van het belangrijkste handelsplatform voor een aandeel wordt gemaakt;

b)

op welke uiterste datum de relevante bevoegde autoriteit ESMA meldt voor welke aandelen het belangrijkste handelsplatform in een derde land gelegen is;

c)

vanaf welke datum de lijst na publicatie door ESMA geldig is.

ESMA legt tegen 31 maart 2012 deze ontwerpen van technische uitvoeringsnormen aan de Commissie voor.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend om de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 17

Vrijstelling voor activiteiten van marketmakers en handelingen op de primaire markt

1.   De artikelen 5, 6, 7, 12, 13 en 14 zijn niet van toepassing op transacties die in verband met activiteiten van marketmakers worden verricht.

2.   De Commissie kan in overeenstemming met de in artikel 44, lid 2, bedoelde procedure besluiten vaststellen, waarin wordt verklaard of het juridisch en toezichtkader van een derde land verzekert dat een in een derde land toegelaten markt aan juridisch bindende voorschriften beantwoordt die voor de toepassing van de in lid 1 bedoelde vrijstelling gelijkwaardig zijn aan de vereisten welke voortvloeien uit titel III van Richtlijn 2004/39/EG, uit Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (marktmisbruik) (13) en van Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten (14), en die in dat derde land aan effectief toezicht en effectieve handhaving zijn onderworpen.

Het juridisch en toezichtskader van een derde land kan als gelijkwaardig worden beschouwd indien:

a)

de markten van dat derde land voortdurend aan een vergunningsplicht, effectief toezicht en effectieve handhaving zijn onderworpen;

b)

de markten van dat derde land duidelijke en transparante regels voor de toelating van effecten tot de handel hebben, zodat die effecten op een eerlijke, ordentelijke en efficiënte wijze kunnen worden verhandeld en vrij verhandelbaar zijn;

c)

de emittenten van effecten onderworpen zijn aan voorschriften inzake periodieke en permanente informatieverstrekking, die een hoog niveau van bescherming van de beleggers waarborgen, en

d)

de transparantie en de integriteit van de markt zijn gewaarborgd door de preventie van marktmisbruik in de vorm van handel met voorwetenschap en marktmanipulatie.

3.   De artikelen 7, 13 en 14 zijn niet van toepassing op de activiteiten van een natuurlijke of rechtspersoon wanneer deze, optredend als vergunninghoudend primary dealer conform een overeenkomst met een emittent van overheidsschuld, handelt als opdrachtgever in een financieel instrument met betrekking tot transacties op de primaire of secundaire markt die verband houden met de overheidsschuld.

4.   De artikelen 5, 6, 12, 13 en 14 van deze verordening zijn niet van toepassing op een natuurlijke of rechtspersoon wanneer deze een shorttransactie in een effect aangaat of een netto shortpositie heeft met betrekking tot het verrichten van een stabilisatie krachtens hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 2273/2003 van de Commissie van 22 december 2003 tot uitvoering van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en van de Raad wat de uitzonderingsregeling voor terugkoopprogramma’s en voor de stabilisatie van financiële instrumenten betreft (15).

5.   De in lid 1 bedoelde vrijstelling is uitsluitend van toepassing indien de betrokken natuurlijke of rechtspersoon de bevoegde autoriteit van zijn lidstaat van herkomst er schriftelijk van in kennis heeft gesteld dat hij of zij voornemens is van de vrijstelling gebruik te maken. De kennisgeving geschiedt niet in minder dan 30 kalenderdagen voordat de natuurlijke of rechtspersoon voornemens is voor het eerst van de vrijstelling gebruik te maken.

6.   De in lid 3 bedoelde vrijstelling is uitsluitend van toepassing indien de vergunninghoudende primary dealer de relevante, met betrekking tot de desbetreffende overheidsschuld bevoegde autoriteit er schriftelijk van in kennis heeft gesteld voornemens te zijn van de vrijstelling gebruik te maken. De kennisgeving geschiedt in niet minder dan 30 kalenderdagen voordat de natuurlijke of rechtspersoon die als vergunninghoudend primary dealer optreedt, voornemens is voor het eerst van de vrijstelling gebruik te maken.

7.   De in de leden 5 en 6 bedoelde bevoegde autoriteit kan verbieden dat van de vrijstelling gebruik wordt gemaakt indien zij van oordeel is dat de natuurlijke of rechtspersoon niet aan de voorwaarden voor de vrijstelling voldoet. Elk verbod wordt ingesteld binnen de in lid 5 of 6 bedoelde termijn van 30 kalenderdagen of later indien de bevoegde autoriteit kennis krijgt van veranderingen in de omstandigheden van de natuurlijke of rechtspersoon die ertoe leiden dat deze niet langer aan de voorwaarden voor de vrijstelling voldoet.

8.   Een entiteit van een derde land die geen vergunning heeft in de Unie, zendt de in de leden 5 en 6 bedoelde kennisgeving toe aan de bevoegde autoriteit van het belangrijkste handelsplatform in de Unie waar zij handel drijft.

9.   Een natuurlijke of rechtspersoon die een kennisgeving krachtens lid 5 heeft gedaan, stelt zo spoedig mogelijk de bevoegde autoriteit van zijn lidstaat van herkomst schriftelijk in kennis van elke verandering die van invloed is op het recht van dat persoon om gebruik te maken van de vrijstelling, of indien hij of zij niet langer van de vrijstelling gebruik wenst te maken.

10.   Een natuurlijke of rechtspersoon die krachtens lid 6 kennisgeving heeft gedaan, stelt de desbetreffende met betrekking tot de overheidsschuld in kwestie bevoegde autoriteit zo spoedig mogelijk schriftelijk in kennis van elke verandering die van invloed is op zijn recht gebruik te maken van de vrijstelling, of indien hij niet langer van de vrijstelling gebruik wenst te maken.

11.   De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst kan een natuurlijke of rechtspersoon die in het kader van de in lid 1, 3 of 4 genoemde vrijstellingen handelt, schriftelijk om informatie verzoeken met betrekking tot in het kader van de vrijstelling aangehouden shortposities of uitgevoerde activiteiten. De natuurlijke of rechtspersoon verstrekt de informatie uiterlijk vier kalenderdagen nadat het verzoek is gedaan.

12.   Een bevoegde autoriteit meldt ESMA binnen twee weken na de kennisgeving overeenkomstig lid 5 of lid 9 welke marketmakers en overeenkomstig lid 6 of lid 10 welke vergunninghoudende primary dealers van de vrijstelling gebruikmaken, alsook welke marketmakers en vergunninghoudende primary dealers niet langer van de vrijstelling gebruikmaken.

13.   ESMA publiceert op haar website een lijst van marketmakers en vergunninghoudende primary dealers die van de vrijstelling gebruikmaken, en houdt die website actueel.

14.   Een kennisgeving onder dit artikel kan worden gedaan door een persoon aan een bevoegde autoriteit en door een bevoegde autoriteit aan ESMA op elk tijdstip binnen 60 kalenderdagen vóór 1 november 2012.

HOOFDSTUK V

INTERVENTIEBEVOEGDHEDEN VAN DE BEVOEGDE AUTORITEITEN EN VAN DE EAEM

AFDELING 1

Bevoegdheden van de bevoegde autoriteiten

Artikel 18

Melding en openbaarmaking in uitzonderlijke omstandigheden

1.   Behoudens artikel 22 kan de bevoegde autoriteit van een lidstaat verlangen dat natuurlijke of rechtspersonen die netto shortposities hebben met betrekking tot een specifiek financieel instrument of een categorie financiële instrumenten, deze positie aan de bevoegde autoriteit melden of de informatie betreffende de positie aan het publiek openbaar maken telkens wanneer de positie een door de bevoegde autoriteit vastgestelde meldingsdrempel bereikt of onderschrijdt, en indien:

a)

er is sprake van ongunstige gebeurtenissen of ontwikkelingen die een ernstige bedreiging vormen voor de financiële stabiliteit of het marktvertrouwen in de betrokken lidstaat of in één of meer andere lidstaten, en

b)

de maatregel is noodzakelijk om de bedreiging te ondervangen en zal geen nadelig effect hebben op de efficiëntie van de financiële markten dat in een onevenredige verhouding staat tot de voordelen ervan.

2.   Lid 1 van dit artikel is niet van toepassing op financiële instrumenten waarvoor de transparantieverplichting reeds geldt krachtens de artikelen 5 tot en met 8. Een krachtens lid 1 genomen maatregel kan van toepassing zijn in omstandigheden of onderworpen zijn aan uitzonderingen die door de bevoegde autoriteit worden gespecificeerd. Uitzonderingen kunnen in het bijzonder worden gespecificeerd voor activiteiten van marketmakers en voor activiteiten op de primaire markt.

Artikel 19

Melding door uitleners in uitzonderlijke omstandigheden

1.   Behoudens artikel 22 kan de bevoegde autoriteit de in lid 2 van dit artikel bedoelde maatregel nemen indien:

a)

er sprake is van ongunstige gebeurtenissen of ontwikkelingen die een ernstige bedreiging vormen voor de financiële stabiliteit of het marktvertrouwen in de betrokken lidstaat of in één of meer andere lidstaten, en

b)

de maatregel noodzakelijk is om de bedreiging te ondervangen en geen nadelig effect zal hebben op de efficiëntie van de financiële markten dat onevenredig is in verhouding tot de voordelen ervan.

2.   Een bevoegde autoriteit kan voorschrijven dat natuurlijke of rechtspersonen die zich bezighouden met het uitlenen van een specifiek financieel instrument of categorie financiële instrumenten haar in kennis moeten stellen van eventuele aanzienlijke wijzigingen van de provisies die worden verlangd voor dergelijke uitlening.

Artikel 20

Beperkingen op short selling en soortgelijke transacties in uitzonderlijke omstandigheden

1.   Behoudens artikel 22 kan een bevoegde autoriteit één of meer van de in lid 2 van dit artikel bedoelde maatregel nemen indien:

a)

er sprake is van ongunstige gebeurtenissen of ontwikkelingen die een ernstige bedreiging vormen voor de financiële stabiliteit of het marktvertrouwen in de betrokken lidstaat of in één of meer andere lidstaten, en

b)

de maatregel noodzakelijk is om de bedreiging te ondervangen en geen nadelig effect zal hebben op de efficiëntie van de financiële markten, dat onevenredig is in verhouding tot de voordelen ervan.

2.   Een bevoegde autoriteit kan een verbod instellen op of voorwaarden verbinden aan het aangaan van de volgende transacties door natuurlijke of rechtspersonen:

a)

een shorttransactie, of

b)

een andere transactie dan een shorttransactie die een financieel instrument tot stand brengt of daarmee verband houdt en waarvan het gevolg of een van de gevolgen is dat de natuurlijke of rechtspersoon een financieel voordeel geniet wanneer de koers of de waarde van een ander financieel instrument daalt.

3.   Een krachtens lid 2 genomen maatregel kan van toepassing zijn op transacties betreffende alle financiële instrumenten, financiële instrumenten van een specifieke categorie of een specifiek financieel instrument. De maatregel mag van toepassing zijn in omstandigheden of onderworpen zijn aan uitzonderingen die door de bevoegde autoriteit zijn gespecificeerd. Uitzonderingen kunnen in het bijzonder worden gespecificeerd voor activiteiten van marketmakers en voor activiteiten op de primaire markt.

Artikel 21

Beperkingen op kredietverzuimswaps op overheidschuld in uitzonderlijke omstandigheden

1.   Behoudens artikel 22 kan een bevoegde autoriteit de bevoegdheid van natuurlijke of rechtspersonen beperken om transacties in kredietverzuimswaps op overheidsschuld aan te gaan, of de waarde van ongedekte posities in kredietverzuimswaps op overheidsschuld begrenzen, die natuurlijke of rechtspersonen mogen aangaan, indien:

a)

er sprake is van ongunstige gebeurtenissen of ontwikkelingen die een ernstige bedreiging vormen voor de financiële stabiliteit of het marktvertrouwen in de betrokken lidstaat of in één of meer andere lidstaten, en

b)

de maatregel noodzakelijk is om de bedreiging te ondervangen en geen nadelig effect zal hebben op de efficiëntie van de financiële markten dat onevenredig is in verhouding tot de voordelen ervan.

2.   Een krachtens lid 1 genomen maatregel kan van toepassing zijn op kredietverzuimswaptransacties op overheidschuld van een specifieke categorie of op specifieke kredietverzuimswaptransacties op overheidschuld. De maatregel kan van toepassing zijn in omstandigheden, of onderworpen zijn aan uitzonderingen, die door de bevoegde autoriteit zijn gespecificeerd. Uitzonderingen kunnen in het bijzonder worden gespecificeerd voor activiteiten van marketmakers en voor activiteiten op de primaire markt.

Artikel 22

Maatregelen door andere bevoegde autoriteiten

Onverminderd artikel 26 kan een bevoegde autoriteit met betrekking tot een financieel instrument waarvoor zij niet de relevante bevoegde autoriteit is, geen maatregel krachtens artikel 18, 19, 20 of 21 opleggen of verlengen zonder de instemming van de relevante bevoegde autoriteit.

Artikel 23

De bevoegdheid om short selling in financiële instrumenten tijdelijk te beperken in het geval van een aanmerkelijke koersdaling

1.   Wanneer op een handelsplatform de koers van een financieel instrument in één enkele handelsdag aanmerkelijk gedaald is ten opzichte van de slotkoers van de vorige handelsdag op dat handelsplatform, overweegt de voor dat handelsplatform bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst of het passend is om natuurlijke of rechtspersonen een verbod of een beperking op te leggen met betrekking tot het aangaan van short selling in het financieel instrument op dat handelsplatform, of anderszins grenzen te stellen aan transacties in dat financieel instrument op dat handelsplatform, teneinde te voorkomen dat de koers van het financiële instrument op wanordelijke wijze daalt.

Indien de bevoegde autoriteit zich krachtens de eerste alinea ervan heeft vergewist dat het passend is om dit te doen, legt zij, wat aandelen of schuldinstrumenten betreft, aan natuurlijke of rechtspersonen een verbod of beperking op met betrekking tot het aangaan van een shorttransactie op dat handelsplatform, of stelt zij, wat andere soorten financiële instrumenten betreft, grenzen aan transacties in dat financieel instrument op dat handelsplatform, teneinde te voorkomen dat de koers van de financiële instrumenten op wanordelijke wijze daalt.

2.   De krachtens lid 1 genomen maatregel geldt uiterlijk tot het einde van de handelsdag volgend op de handelsdag waarop de koersdaling zich voordoet. Als de waarde van het financiële instrument, aan het einde van de handelsdag volgend op de handelsdag waarop de prijsval zich heeft voorgedaan, er ondanks de opgelegde maatregel een verdere aanmerkelijke daling vertoont van de helft van het in paragraaf 5 bepaalde waarde ten opzichte van de slotkoers van de eerste handelsdag, kan de bevoegde autoriteit de maatregel na het einde van de tweede handelsdag met maximaal twee handelsdagen verlengen.

3.   De krachtens lid 1 genomen maatregel kan van toepassing zijn in omstandigheden of onderworpen zijn aan uitzonderingen die door de bevoegde autoriteit worden gespecificeerd. Uitzonderingen kunnen in het bijzonder worden gespecificeerd voor activiteiten van marketmakers en voor activiteiten op de primaire markt.

4.   Een bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van een handelsplatform waar een financieel instrument gedurende één handelsdag een waardedaling als bedoeld in lid 5 heeft vertoond, stelt ESMA uiterlijk twee uur na het einde van die handelsdag in kennis van het besluit dat zij overeenkomstig lid 1 heeft genomen. ESMA stelt onverwijld de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van herkomst van de handelsplatformen die hetzelfde financiële instrument verhandelen in kennis.

Indien een bevoegde autoriteit het oneens is met de maatregelen die een andere bevoegde autoriteit heeft genomen ten aanzien van een financieel instrument dat wordt verhandeld op andere handelsplatformen die onder andere bevoegde autoriteiten vallen, kan ESMA deze autoriteiten overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 helpen tot overeenstemming te komen.

De verzoening wordt vóór middernacht aan het einde van dezelfde handelsdag afgerond. Indien de betrokken bevoegde autoriteiten er tijdens de verzoeningsfase niet in slagen tot overeenstemming te komen, kan ESMA overeenkomstig artikel 19, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1095/2010 een besluit nemen. Het besluit wordt vóór de opening van de volgende handelsdag genomen.

5.   Voor liquide aandelen zoals gedefinieerd in artikel 22 van Verordening (EG) nr. 1287/2006 is de waardedaling 10 % of meer en voor niet-liquide aandelen en andere categorieën financiële instrumenten wordt deze door de Commissie gespecificeerd.

6.   ESMA kan, rekening houdend met de ontwikkelingen op de financiële markten, aan de Commissie advies uitbrengen over de noodzaak tot aanpassing van de in lid 5 bedoelde drempel.

De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 42 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de in lid 5 van dit artikel bedoelde drempels om rekening te houden met de ontwikkelingen op de financiële markten.

7.   De Commissie stelt overeenkomstig artikel 42 gedelegeerde handelingen vast om te specificeren wat onder een aanmerkelijke waardedaling voor andere financiële instrumenten dan liquide aandelen moet worden verstaan, en houdt daarbij rekening met de specifieke kenmerken van elke categorie financiële instrumenten.

8.   Om een consequente toepassing van dit artikel te garanderen, stelt ESMA ontwerpen van technische reguleringsnormen op om de methode te specificeren voor de berekening van de waardedaling met 10 % voor liquide aandelen en de door de Commissie gespecificeerde waardedaling als bedoeld in lid 7.

ESMA legt tegen 31 maart 2012 deze ontwerpen van technische reguleringsnormen aan de Commissie voor.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd de in de eerste alinea bedoelde technische regelgevingsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.

Artikel 24

Termijn voor beperkingen

Een krachtens de artikelen 18, 19, 20 of 21 opgelegde maatregel geldt voor een eerste termijn van ten hoogste drie maanden vanaf de datum waarop de in artikel 25 bedoelde mededeling is gepubliceerd.

De maatregel kan met telkens ten hoogste drie maanden worden verlengd mits de gronden voor het nemen van de maatregel nog steeds van toepassing zijn. Een maatregel die aan het einde van die termijn van drie maanden niet wordt verlengd, komt automatisch te vervallen.

Artikel 25

Mededeling over beperkingen

1.   Een bevoegde autoriteit publiceert op haar website een mededeling over elke beslissing om een in de artikelen 18 tot en met 23 bedoelde maatregel op te leggen of te verlengen.

2.   De mededeling bevat ten minste specifieke informatie over:

a)

de opgelegde maatregelen, met inbegrip van de instrumenten en de categorieën transacties waarop zij van toepassing zijn en de geldigheidsduur van de maatregelen;

b)

de redenen waarom de bevoegde autoriteit het nodig acht de maatregelen op te leggen, met inbegrip van de gegevens die deze redenen staven.

3.   Een krachtens artikel 18 tot en met 23 genomen maatregel treedt in werking wanneer de mededeling wordt gepubliceerd of op een in de mededeling gespecificeerd tijdstip na de publicatie en is louter van toepassing met betrekking tot een transactie die is aangegaan nadat de maatregel in werking is getreden.

Artikel 26

Kennisgeving aan ESMA en de andere bevoegde autoriteiten

1.   Alvorens een maatregel krachtens artikel 18, 19, 20 of 21 op te leggen of te verlengen en alvorens een beperking krachtens artikel 23 op te leggen, stelt een bevoegde autoriteit ESMA en de andere bevoegde autoriteiten in kennis van de maatregel die zij voorstelt.

2.   De kennisgeving omvat informatie over de voorgestelde maatregelen, de categorieën financiële instrumenten en de transacties waarop zij van toepassing zullen zijn, de gegevens die de redenen voor de maatregelen staven en de geplande datum van inwerkingtreding van de maatregelen.

3.   De kennisgeving van een voorstel om een maatregel krachtens artikel 18, 19, 20 of 21 op te leggen of te verlengen, geschiedt niet later dan 24 uur voordat een maatregel geacht wordt in werking te treden of te worden verlengd. In uitzonderlijke omstandigheden kan een bevoegde autoriteit, indien het niet mogelijk is de termijn van 24 uur in acht te nemen, de kennisgeving minder dan 24 uur vóór de geplande inwerkingtreding van de maatregel doen. Een kennisgeving van een beperking krachtens artikel 23 wordt gedaan vóór de geplande datum van inwerkingtreding van de maatregel.

4.   Een bevoegde autoriteit die een kennisgeving krachtens dit artikel ontvangt, kan in die lidstaat maatregelen overeenkomstig de artikelen 18 tot en met 23 nemen als zij zich ervan vergewist heeft dat de maatregel noodzakelijk is om de kennisgevende bevoegde autoriteit bij te staan. De bevoegde autoriteit die de kennisgeving ontvangt, doet ook kennisgeving overeenkomstig de leden 1 tot en met 3 wanneer zij voornemens is maatregelen te nemen.

AFDELING 2

Bevoegdheden van ESMA

Artikel 27

Coördinatie door ESMA

1.   ESMA vervult een faciliterende en coördinerende taak met betrekking tot maatregelen die door de bevoegde autoriteiten overeenkomstig afdeling 1 worden getroffen. In het bijzonder draagt ESMA er zorg voor dat de bevoegde autoriteiten een consistente benadering volgen met betrekking tot maatregelen die zijn genomen, met name betreffende de vraag wanneer het nodig is gebruik te maken van interventiebevoegdheden, de aard van de getroffen maatregelen en de aanvang en de geldigheidsduur van dergelijke maatregelen.

2.   Na ontvangst van een krachtens artikel 26 verrichte kennisgeving van een krachtens artikel 18, 19, 20 of 21 op te leggen of te verlengen maatregel, brengt ESMA binnen 24 uur een advies uit over de vraag of zij de maatregel of de voorgenomen maatregel noodzakelijk acht om de uitzonderlijke omstandigheden te ondervangen. In het advies wordt aangegeven of ESMA van oordeel is dat zich ongunstige gebeurtenissen of ontwikkelingen hebben voorgedaan die een ernstige bedreiging vormen voor de financiële stabiliteit of het marktvertrouwen in één of meer lidstaten, of de maatregel of de voorgenomen maatregel passend en evenredig is om de bedreiging te ondervangen en of de voorgestelde geldigheidsduur van de maatregelen gerechtvaardigd is. Indien ESMA van oordeel is dat het nemen van enige maatregel door de andere bevoegde autoriteiten noodzakelijk is om de bedreiging te ondervangen, vermeldt zij dit ook in haar advies. Het advies wordt op de website van ESMA gepubliceerd.

3.   Een bevoegde autoriteit die voornemens is maatregelen te nemen of maatregelen neemt welke strijdig zijn met een advies van ESMA krachtens lid 2, of die in strijd met een krachtens dat lid uitgebracht advies van ESMA afziet van het nemen van maatregelen, publiceert binnen 24 uur nadat zij het advies van ESMA heeft ontvangen een mededeling op haar website waarin zij de redenen voor haar opstelling volledig toelicht. Als een dergelijke situatie zich voordoet, overweegt ESMA of aan de voorwaarden is voldaan en of het passend is om van haar interventiebevoegdheden krachtens artikel 28 gebruik te maken.

4.   ESMA evalueert een krachtens dit artikel genomen maatregel regelmatig en ten minste om de drie maanden. De maatregel die aan het einde van die termijn van drie maanden niet wordt verlengd, komt automatisch te vervallen.

Artikel 28

Interventiebevoegdheden van ESMA in uitzonderlijke omstandigheden

1.   Overeenkomstig artikel 9, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1095/2010 dient ESMA, behoudens lid 2 van dit artikel, of:

a)

te verlangen dat natuurlijke of rechtspersonen die netto shortposities in een specifiek financieel instrument of in een categorie financiële instrumenten hebben, de informatie betreffende die posities aan een bevoegde autoriteit melden of aan het publiek openbaar maken, ofwel

b)

natuurlijke of rechtspersonen het aangaan van een shorttransactie of een transactie die een ander financieel instrument dan de in artikel 1, lid 1, onder c), bedoelde financiële instrumenten tot stand brengt of daarmee verband houdt, te verbieden of daaraan voorwaarden te verbinden wanneer het gevolg of een van de gevolgen van het aangaan van een dergelijke transactie is, dat de natuurlijke of rechtspersoon een financieel voordeel geniet wanneer de koers of de waarde van een ander financieel instrument daalt.

Een maatregel kan van toepassing zijn in bijzondere omstandigheden of onderworpen zijn aan uitzonderingen die door ESMA worden gespecificeerd. Uitzonderingen kunnen in het bijzonder worden gespecificeerd voor activiteiten van marketmakers en voor activiteiten op de primaire markt.

2.   ESMA neemt een besluit overeenkomstig lid 1 alleen indien:

a)

de in de punten a) en b) van lid 1 genoemde maatregelen een bedreiging ondervangen voor het ordelijk functioneren en de integriteit van de financiële markten of voor de stabiliteit van het gehele financiële systeem van de Unie of een deel ervan en er zijn grensoverschrijdende gevolgen, en

b)

geen bevoegde autoriteit maatregelen heeft genomen om de bedreiging te ondervangen of indien één of meer van de bevoegde autoriteiten maatregelen hebben genomen die de bedreiging niet adequaat ondervangen.

3.   Bij het treffen van de in lid 1 bedoelde maatregelen houdt ESMA rekening met de mate waarin de maatregel:

a)

de bedreiging voor het ordelijk functioneren en de integriteit van de financiële markten of voor de stabiliteit van het gehele financiële systeem van de Unie of een deel ervan aanmerkelijk ondervangt, dan wel het vermogen van de bevoegde autoriteiten om de bedreiging te volgen aanmerkelijk verbetert;

b)

niet een risico op regelgevingsarbitrage (regulatory arbitrage) veroorzaakt;

c)

geen nadelige gevolgen heeft voor de efficiëntie van de financiële markten, zoals door het verminderen van de liquiditeit op deze markten of het teweegbrengen van onzekerheid voor marktdeelnemers, die in onevenredige verhouding staan tot de voordelen van de maatregel.

Indien door één of meer bevoegde autoriteiten een maatregel krachtens artikel 18, 19, 20, of 21 is genomen, kan ESMA elk van de in lid 1 van dit artikel bedoelde maatregelen nemen zonder het in artikel 27 bedoelde advies uit te brengen.

4.   Alvorens ESMA besluit een in lid 1 bedoelde maatregel te nemen of te verlengen, pleegt ESMA overleg met het Europees Comité voor systeemrisico’s en in voorkomend geval met andere relevante autoriteiten.

5.   Alvorens te besluiten een in lid 1 bedoelde maatregel te nemen of te verlengen, stelt ESMA de betrokken bevoegde autoriteiten in kennis van de maatregel die zij voorstelt. De kennisgeving omvat informatie over de voorgestelde maatregelen, de categorie financiële instrumenten en de transacties waarop zij van toepassing zullen zijn, de gegevens die de redenen voor de maatregelen staven en de geplande datum van inwerkingtreding van de maatregelen.

6.   De kennisgeving geschiedt uiterlijk 24 uur vóór de geplande datum voor de inwerkingtreding of de verlenging van de maatregel. In uitzonderlijke omstandigheden kan ESMA, indien het niet mogelijk is de termijn van 24 uur in acht te nemen, de kennisgeving minder dan 24 uur vóór de geplande inwerkingtreding van de maatregel doen.

7.   ESMA publiceert op haar website een mededeling over elk besluit om een van de in lid 1 bedoelde maatregelen op te leggen of te verlengen. De mededeling vermeldt ten minste:

a)

de opgelegde maatregelen, met inbegrip van de instrumenten en de categorieën transacties waarop zij van toepassing zijn en de geldigheidsduur van de maatregelen, en

b)

de redenen waarom ESMA het noodzakelijk acht de maatregelen op te leggen, met inbegrip van de gegevens die deze redenen staven.

8.   Zodra ESMA heeft besloten een van de in lid 1 bedoelde maatregelen op te leggen of te verlengen, stelt ESMA de bevoegde autoriteiten in kennis van de genomen maatregelen.

9.   Een maatregel treedt in werking wanneer de mededeling wordt gepubliceerd op de website van ESMA of op een in de mededeling gespecificeerd tijdstip na de publicatie en is uitsluitend van toepassing met betrekking tot een transactie die is aangegaan nadat de maatregel in werking is getreden.

10.   ESMA evalueert de in lid 1 bedoelde maatregelen met passende tussenpozen en ten minste om de drie maanden. Indien de maatregel aan het einde van die termijn van drie maanden niet is verlengd, komt deze automatisch te vervallen. De leden 2 tot en met 9 zijn van toepassing op een verlenging van de maatregelen.

11.   Een krachtens dit artikel door ESMA vastgestelde maatregel heeft voorrang op alle maatregelen die eerder krachtens afdeling 1 door een bevoegde autoriteit zijn genomen.

Artikel 29

Interventiebevoegdheden van ESMA in noodsituaties met betrekking tot overheidsschuld

In geval van een noodsituatie met betrekking tot overheidsschuld of kredietverzuimswaps op overheidsschuld zijn de artikelen 18 en 38 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van toepassing.

Artikel 30

Nadere specificatie van ongunstige gebeurtenissen of ontwikkelingen

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 42 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de criteria en factoren te specificeren, waarmee de bevoegde autoriteiten en ESMA rekening moeten houden om uit te maken wanneer de in de artikelen 18 tot en met 21 en artikel 27 bedoelde ongunstige gebeurtenissen en ontwikkelingen zich voordoen en wanneer de in artikel 28, lid 2, onder a), bedoelde bedreigingen ontstaan.

Artikel 31

Onderzoeken door ESMA

Op verzoek van één of meer bevoegde autoriteiten, het Europees Parlement, de Raad of de Commissie, of op eigen initiatief mag ESMA een onderzoek instellen naar een bepaalde kwestie of praktijk met betrekking tot short selling of het gebruik van kredietverzuimswaps om te beoordelen of die kwestie of praktijk een potentiële bedreiging vormt voor de financiële stabiliteit of het marktvertrouwen in de Unie.

ESMA publiceert een verslag met haar bevindingen en eventuele aanbevelingen betreffende de kwestie of praktijk binnen drie maanden na de afronding van een dergelijk onderzoek.

HOOFDSTUK VI

TAAK VAN DE BEVOEGDE AUTORITEITEN

Artikel 32

Bevoegde autoriteiten

Voor de toepassing van deze verordening wijst elke lidstaat één of meer bevoegde autoriteiten aan.

Indien een lidstaat meer dan één bevoegde autoriteit aanwijst, stelt hij duidelijk hun respectieve taken vast en wijst hij de autoriteit aan die verantwoordelijk is voor het coördineren van de samenwerking en de uitwisseling van informatie met de Commissie, ESMA en de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten.

De lidstaten stellen de Commissie, ESMA en de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten van die aanwijzingen in kennis.

Artikel 33

Bevoegdheden van de bevoegde autoriteiten

1.   Om hun taken uit hoofde van deze verordening te vervullen, beschikken de bevoegde autoriteiten over alle toezichts- en onderzoeksbevoegdheden die nodig zijn voor de uitoefening van hun taken. Zij kunnen hun bevoegdheden op elk van de volgende wijzen uitoefenen:

a)

rechtstreeks;

b)

in samenwerking met andere autoriteiten;

c)

middels een verzoek aan de bevoegde rechterlijke instanties.

2.   Om hun taken krachtens deze verordening te vervullen, beschikken de bevoegde autoriteiten in overeenstemming met het nationale recht over de bevoegdheid om:

a)

toegang te verkrijgen tot ieder document, in enigerlei vorm, en kunnen daarvan een afschrift ontvangen of maken;

b)

inlichtingen te verlangen van iedere natuurlijke of rechtspersoon en zo nodig een natuurlijke of rechtspersoon oproepen en ondervragen om inlichtingen te verkrijgen;

c)

aangekondigde en onaangekondigde inspecties ter plaatse te verrichten;

d)

bestaande overzichten van telefoon- en dataverkeer op te vragen;

e)

te verzoeken dat elke praktijk die in strijd is met deze verordening wordt beëindigd;

f)

bevriezing van en/of beslaglegging op activa te verzoeken.

3.   De bevoegde autoriteiten hebben, onverminderd lid 2, onder a) en b), in individuele gevallen de bevoegdheid van een natuurlijke of rechtspersoon die een kredietverzuimswaptransactie aangaat, te verlangen om het volgende te verstrekken:

a)

een toelichting van het doel van de transactie, en meer bepaald of het oogmerk risicoafdekking, dan wel een ander oogmerk is, en

b)

de gegevens ter staving van het onderliggende risico indien de transactie op risicoafdekking gericht is.

Artikel 34

Beroepsgeheim

1.   Het beroepsgeheim geldt voor alle natuurlijke en rechtspersonen die werkzaam zijn of zijn geweest bij de bevoegde autoriteit of bij enige autoriteit of enige natuurlijke of rechtspersoon aan wie de bevoegde autoriteit taken heeft gedelegeerd, met inbegrip van door de bevoegde autoriteit aangetrokken auditors en deskundigen. Onder het beroepsgeheim vallende vertrouwelijke informatie mag aan geen enkele andere natuurlijke of rechtspersoon of autoriteit openbaar worden gemaakt, tenzij zulks in het kader van gerechtelijke procedures noodzakelijk is.

2.   Alle informatie die uit hoofde van deze verordening tussen de bevoegde autoriteiten wordt uitgewisseld en betrekking heeft op commerciële of operationele voorwaarden en andere economische of persoonlijke zaken, wordt als vertrouwelijk beschouwd en valt onder de vereisten van het beroepsgeheim, behalve wanneer de bevoegde autoriteit op het tijdstip waarop de mededeling plaatsvindt, verklaart dat deze informatie openbaar mag worden gemaakt dan wel wanneer deze openbaarmaking in het kader van gerechtelijke procedures noodzakelijk is.

Artikel 35

Verplichting tot samenwerking

De bevoegde autoriteiten werken samen, indien nodig of nuttig voor de doelstellingen van deze verordening. In het bijzonder voorzien de bevoegde autoriteiten elkaar onverwijld van de informatie die relevant is voor de uitoefening van hun taken krachtens deze verordening.

Artikel 36

Samenwerking met ESMA

De bevoegde autoriteiten werken voor de toepassing van deze richtlijn samen met ESMA in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 1095/2010.

De bevoegde autoriteiten verstrekken ESMA onverwijld alle informatie die zij nodig heeft voor de uitoefening van haar taken in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 37

Samenwerking in geval van een verzoek om inspecties of onderzoeken ter plaatse te verrichten

1.   De bevoegde autoriteit van een lidstaat kan de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat om bijstand verzoeken met betrekking tot inspecties of onderzoeken ter plaatse.

De verzoekende bevoegde autoriteit stelt ESMA in kennis van elk in de eerste alinea bedoelde verzoek. ESMA kan en moet desgevraagd de coördinatie op zich nemen van een onderzoek dat of inspectie die grensoverschrijdende gevolgen heeft.

2.   Een bevoegde autoriteit die van een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat een verzoek ontvangt om een inspectie of een onderzoek ter plaatse te verrichten, kan:

a)

de inspectie of het onderzoek ter plaatse zelf verrichten;

b)

de verzoekende bevoegde autoriteit toestaan om aan de inspectie of het onderzoek ter plaatse deel te nemen;

c)

de verzoekende bevoegde autoriteit toestaan om de inspectie of het onderzoek ter plaatse zelf te verrichten;

d)

auditors of deskundigen aanwijzen om de inspectie of het onderzoek ter plaatse te verrichten;

e)

specifieke taken in verband met toezichtactiviteiten met andere bevoegde autoriteiten delen.

3.   ESMA kan van de bevoegde autoriteiten verlangen dat zij specifieke onderzoekstaken en inspecties ter plaatse verrichten indien ESMA redelijkerwijze informatie nodig heeft om een bevoegdheid uit te oefenen die haar bij deze verordening uitdrukkelijk is verleend.

Artikel 38

Samenwerking met derde landen

1.   De bevoegde autoriteiten sluiten waar mogelijk samenwerkingsregelingen met de toezichthoudende autoriteiten van derde landen betreffende de uitwisseling van informatie met toezichthoudende autoriteiten in derde landen, de handhaving van verplichtingen die in derde landen uit deze verordening voortvloeien en het nemen van soortgelijke maatregelen door de toezichthoudende autoriteiten van derde landen ter aanvulling van krachtens hoofdstuk V genomen maatregelen. Deze samenwerkingsregelingen garanderen ten minste een doeltreffende informatie-uitwisseling die de bevoegde autoriteiten van de lidstaten in staat stelt hun taken krachtens deze verordening uit te voeren.

Een bevoegde autoriteit stelt ESMA en de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten in kennis van haar voornemen een dergelijke regeling te sluiten.

2.   De samenwerkingsregeling bevat bepalingen betreffende de uitwisseling van de gegevens en informatie die noodzakelijk zijn voor het vervullen van de in artikel 16, lid 2, vervatte verplichting van de relevante bevoegde autoriteit.

3.   ESMA coördineert de ontwikkeling van samenwerkingsregelingen tussen de bevoegde autoriteiten en relevante toezichthoudende autoriteiten van derde landen. Te dien einde stelt ESMA een modelformulier voor samenwerkingsregelingen op dat door de bevoegde autoriteiten kan worden gebruikt.

ESMA coördineert ook de uitwisseling tussen de bevoegde autoriteiten van informatie die verkregen is van toezichthoudende autoriteiten van derde landen en die relevant kunnen zijn voor het nemen van maatregelen krachtens hoofdstuk V.

4.   De bevoegde autoriteiten sluiten met de toezichthoudende autoriteiten van derde landen alleen samenwerkingsregelingen voor de uitwisseling van informatie indien met betrekking tot de verstrekte informatie waarborgen inzake het beroepsgeheim gelden die ten minste gelijkwaardig zijn aan de in artikel 34 vervatte waarborgen. Die uitwisseling van informatie is bestemd voor de vervulling van de taken van die bevoegde autoriteiten.

Artikel 39

Doorgifte en opslag van persoonsgegevens

Met betrekking tot de doorgifte van persoonsgegevens tussen de lidstaten of tussen lidstaten en een derde land passen de lidstaten Richtlijn 95/46/EG toe. De doorgifte van persoonsgegevens door ESMA aan lidstaten of aan een derde land geschiedt in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 45/2001.

De in de eerste alinea bedoelde persoonsgegevens worden opgeslagen voor een maximumtermijn van vijf jaar.

Artikel 40

Openbaarmaking van informatie aan derde landen

Een bevoegde autoriteit kan aan de toezichthoudende autoriteit van een derde land gegevens en de analyse van gegevens doorgeven, indien de voorwaarden van artikel 25 of 26 van Richtlijn 95/46/EG zijn voldaan, maar een dergelijke doorgifte mag uitsluitend per geval geschieden. De bevoegde autoriteit heeft zich ervan vergewist dat de doorgifte noodzakelijk is voor de toepassing van deze verordening. De gegevens worden alleen doorgegeven indien overeengekomen is dat het derde land de gegevens niet doorgeeft aan de toezichthoudende autoriteit van een ander derde land zonder de uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de bevoegde autoriteit.

Een bevoegde autoriteit mag de van een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat ontvangen en overeenkomstig artikel 34 vertrouwelijke informatie slechts aan een toezichthoudende autoriteit van een derde land openbaar maken indien de bevoegde autoriteit daartoe uitdrukkelijk toestemming heeft gekregen van de bevoegde autoriteit die de informatie heeft doorgegeven en, in voorkomend geval, indien de informatie uitsluitend voor de doeleinden waarmee deze bevoegde autoriteit heeft ingestemd, openbaar wordt gemaakt.

Artikel 41

Sancties

De lidstaten stellen de sancties en bestuursrechtelijke maatregelen vast, die gelden voor overtredingen van deze verordening en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze ook worden toegepast. Deze sancties en bestuursrechtelijke maatregelen zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend.

In overeenstemming met Verordening (EU) nr. 1095/2010 kan ESMA richtsnoeren vaststellen om te zorgen voor een samenhangende aanpak van de door de lidstaten vast te stellen sancties en bestuursrechtelijke maatregelen.

De lidstaten stellen de Commissie en ESMA uiterlijk op 1 juli 2012 in kennis van de in de eerste en tweede alinea bedoelde bepalingen en stellen hen onverwijld in kennis van eventuele latere wijzigingen die betrekking hebben op deze bepalingen.

ESMA publiceert op haar website een lijst van bestaande sancties en bestuursrechtelijke maatregelen die in elke lidstaat van kracht zijn en werkt deze regelmatig bij.

De lidstaten verstrekken ESMA jaarlijks geaggregeerde informatie met betrekking tot de sancties en bestuursrechtelijke maatregelen die zijn opgelegd. Wanneer een bevoegde autoriteit openbaar maakt dat er een sanctie of een bestuursrechtelijke maatregel is opgelegd, stelt zij ESMA daarvan gelijktijdig in kennis.

HOOFDSTUK VII

GEDELEGEERDE HANDELINGEN

Artikel 42

Uitoefening van de delegatie

1.   De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel gestelde voorwaarden.

2.   De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, als bedoeld in artikel 2, lid 2, artikel 3, lid 7, artikel 4, lid 2, artikel 5, lid 4, artikel 6, lid 4, artikel 7, lid 3, artikel 17, lid 2, artikel 23, lid 5 en artikel 30, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd.

3.   Het Europees Parlement of de Raad kan de bevoegdheidsdelegatie als bedoeld in artikel 2, lid 2, artikel 3, lid 7, artikel 4, lid 2, artikel 5, lid 4, artikel 6, lid 4, artikel 7, lid 3, artikel 17, lid 2, artikel 23, lid 5 en artikel 30 te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.   Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdige kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

5.   Een gedelegeerde handeling die overeenkomstig artikel 2, lid 2, artikel 3, lid 7, artikel 4, lid 2, artikel 5, lid 4, artikel 6, lid 4, artikel 7, lid 3, artikel 17, lid 2, artikel 23, lid 5 en artikel 30 is vastgesteld, treedt alleen in werking indien het Europees Parlement of de Raad binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad geen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met drie maanden verlengd.

Artikel 43

Uiterste termijn voor de vaststelling van gedelegeerde handelingen

De Commissie stelt vóór 31 maart 2012 de gedelegeerde handelingen vast als bedoeld in artikel 2, lid 2, artikel 3, lid 7, artikel 4, lid 2, artikel 5, lid 4, artikel 6, lid 4, artikel 7, lid 3, artikel 17, lid 2, artikel 23, lid 5 en artikel 30.

De Commissie kan deze uiterste termijn als bedoelde in de eerste alinea met zes maanden verlengen.

HOOFDSTUK VIII

UITVOERINGSHANDELINGEN

Artikel 44

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij Besluit 2001/528/EG van de Commissie (16) ingestelde Europees Comité voor het effectenbedrijf. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

HOOFDSTUK IX

OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 45

Toetsing en rapportering

Uiterlijk op 30 juni 2013 brengt de Commissie na overleg met de bevoegde autoriteiten en ESMA aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit over:

a)

de geschiktheid van de kennisgevings- en openbaarmakingsdrempels krachtens de artikelen 5, 6, 7 en 8;

b)

het effect van de individuele openbaarmakingsvereisten overeenkomstig artikel 6, met name met betrekking tot de efficiëntie en de volatiliteit van de financiële markten;

c)

de geschiktheid van rechtstreekse gecentraliseerde rapportering aan ESMA;

d)

de toepassing van de in de hoofdstukken II en III bedoelde beperkingen en vereisten;

e)

de geschiktheid van de beperkingen op ongedekte posities in kredietverzuimswaps op overheidsschuld en de geschiktheid van andere beperkingen op of voorwaarden voor short selling of kredietverzuimswaps.

Artikel 46

Overgangsbepaling

1.   Bestaande maatregelen die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen en vóór 15 september 2010 van toepassing waren, kunnen tot 1 juli 2013 van toepassing blijven mits zij ter kennis van de Commissie worden gebracht uiterlijk 24 april 2012.

2.   Kredietverzuimswaptransacties die in een ongedekte positie in een kredietverzuimswap op overheidsschuld resulteren en vóór 25 maart 2012 of tijdens een opschorting van de beperkingen op ongedekte posities in kredietverzuimswaps overeenkomstig artikel 14, lid 2, zijn gesloten, mogen worden aangehouden tot de vervaldag van het kredietverzuimswapcontract.

Artikel 47

Personele en andere middelen van ESMA

Uiterlijk op 31 december 2012 maakt ESMA een raming op van haar personele en andere behoeften die voortvloeien uit de vervulling van haar taken en bevoegdheden onder deze verordening en brengt zij daarover verslag uit aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie.

Artikel 48

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 november 2012.

Artikel 2, lid 2, artikel 3, lid 7, artikel 4, lid 2, artikel 7, lid 3, artikel 9, lid 5, artikel 11, leden 3 en 4, artikel 12, lid 2, artikel 13, leden 4 en 5, artikel 16, leden 3 en 4, artikel 17, lid 2, artikel 23, leden 5, 7 en 8, en de artikelen 30, 42, 43 en 44 zijn echter van toepassing met ingang van 25 maart 2012.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 14 maart 2012.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

M. SCHULZ

Voor de Raad

De voorzitter

N. WAMMEN


(1)  PB C 91 van 23.3.2011, blz. 1.

(2)  PB C 84 van 17.3.2011, blz. 34.

(3)  Standpunt van het Europees Parlement van 15 november 2011 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 21 februari 2012.

(4)  PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84.

(5)  PB L 145 van 30.4.2004, blz. 1.

(6)  PB L 331 van 15.12.2010, blz. 1.

(7)  PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.

(8)  PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.

(9)  PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.

(10)  PB L 177 van 30.6.2006, blz. 1.

(11)  Verordening (EG) nr. 1287/2006 van de Commissie van 10 augustus 2006 tot uitvoering van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de voor beleggingsondernemingen geldende verplichtingen betreffende het bijhouden van gegevens, het melden van transacties, de markttransparantie, de toelating van financiële instrumenten tot de handel en de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde richtlijn betreft (PB L 241 van 2.9.2006, blz. 1).

(12)  PB L 142 van 30.4.2004, blz. 12.

(13)  PB L 96 van 12.4.2003, blz. 16.

(14)  PB L 390 van 31.12.2004, blz. 38.

(15)  PB L 336 van 23.12.2003, blz. 33.

(16)  PB L 191 van 13.7.2001, blz. 45.


Top