Help Print this page 

Document 32012R0079

Title and reference
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 79/2012 van de Commissie van 31 januari 2012 tot vaststelling van nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde

OJ L 29, 1.2.2012, p. 13–32 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 09 Volume 001 P. 397 - 416

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2012/79/oj
Multilingual display
Dates
  • Date of document: 31/01/2012
  • Date of effect: 21/02/2012; in werking datum publicatie +20 zie art 14
  • Date of end of validity: 31/12/9999
Miscellaneous information
  • Author: Europese Commissie
  • Form: Uitvoeringsverordening
Relationship between documents
Text

1.2.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 29/13


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 79/2012 VAN DE COMMISSIE

van 31 januari 2012

tot vaststelling van nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde

(herschikking)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad van 7 oktober 2010 betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (1), en met name de artikelen 14, 32, 48 en 49 en artikel 51, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Ter verbetering en aanvulling van de fraudebestrijdingsinstrumenten is Verordening (EG) nr. 1798/2003 van de Raad van 7 oktober 2003 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 218/92 (2) bij Verordening (EU) nr. 904/2010 herschikt en ingetrokken. De regels die zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. 904/2010, moeten invulling krijgen op het niveau van de uitvoeringsbesluiten voor die verordening.

(2)

Verordening (EG) nr. 1925/2004 van de Commissie van 29 oktober 2004 tot vaststelling van nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EG) nr. 1798/2003 van de Raad betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (3) is ingrijpend gewijzigd. Aangezien verdere wijzigingen moeten worden aangebracht na de vaststelling van Verordening (EU) nr. 904/2010 en om te beschikken over één reeks voorschriften voor de inlichtingenuitwisseling, moet zij duidelijkheidshalve worden herschikt tezamen met Verordening (EG) nr. 1174/2009 van de Commissie van 30 november 2009 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van de artikelen 34 bis en 37 van Verordening (EG) nr. 1798/2003 van de Raad wat betreft de teruggaaf van btw krachtens Richtlijn 2008/9/EG van de Raad (4).

(3)

Teneinde de uitwisseling van inlichtingen tussen de lidstaten te vergemakkelijken, is het noodzakelijk de exacte categorieën van inlichtingen die zonder voorafgaand verzoek zullen worden uitgewisseld, en de frequentie van deze uitwisselingen te specificeren alsook de praktische regelingen daarvoor te treffen. Wanneer lidstaten niet voornemens zijn inlichtingen zonder voorafgaand verzoek uit te wisselen, stellen zij de Commissie hiervan in kennis overeenkomstig artikel 14, lid 1, van Verordening (EU) nr. 904/2010.

(4)

Overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) nr. 904/2001 verloopt de inlichtingenverstrekking tussen de belastingdiensten voor zover mogelijk langs elektronische weg. De praktische regeling en technische details daarvoor dienen derhalve te worden vastgesteld.

(5)

Er moeten praktische regelingen worden vastgesteld voor de verstrekking van informatie in verband met factureringsregels, de btw-tarieven die van toepassing zijn in het kader van bijzondere regelingen voor niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen, en de aanvullende gecodeerde elektronische gegevens als bedoeld in artikel 9, lid 2, van Richtlijn 2008/9/EG van de Raad van 12 februari 2008 tot vaststelling van nadere voorschriften voor de in Richtlijn 2006/112/EG vastgestelde teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen die niet in de lidstaat van teruggaaf maar in een andere lidstaat gevestigd zijn (5).

(6)

Teneinde ervoor te zorgen dat de lidstaten ook werkelijk gebruik kunnen maken van de mogelijkheden waarin een aantal bepalingen van Richtlijn 2008/9/EG voorziet om gegevens te verlangen, dienen de desbetreffende geharmoniseerde codes voor de uitwisseling van de gegevens in kwestie te worden gespecificeerd, met inbegrip van het instrument waarmee die uitwisseling moet geschieden, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 904/2010.

(7)

Krachtens artikel 9, lid 2, van Richtlijn 2008/9/EG kan de lidstaat van teruggaaf verlangen dat de aanvrager langs elektronische weg aanvullende gegevens verstrekt met betrekking tot de in artikel 9, lid 1, van Richtlijn 2008/9/EG vermelde codes, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn wegens beperkingen van het recht op aftrek krachtens Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (6) of voor de toepassing van een krachtens de artikelen 395 of 396 van die richtlijn aan de lidstaat van teruggaaf verleende derogatie.

(8)

Overeenkomstig artikel 48, lid 2, van Verordening (EU) nr. 904/2010 stellen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van teruggaaf de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten langs elektronische weg in kennis van alle gegevens die zij verlangen krachtens artikel 9, lid 2, van Richtlijn 2008/9/EG.

(9)

Te dien einde moeten de technische specificaties worden vastgesteld voor de verzending van de aanvullende gegevens die krachtens artikel 9, lid 2, van Richtlijn 2008/9/EG door de lidstaten worden verlangd. Met name de daartoe benodigde codes dienen te worden gespecificeerd. De in bijlage III bij deze verordening opgenomen codes zijn opgesteld door het Permanent Comité inzake administratieve samenwerking (SCAC) op basis van de gegevens die de lidstaten verlangen met het oog op de toepassing van artikel 9, lid 2, van Richtlijn 2008/9/EG.

(10)

Overeenkomstig artikel 11 van Richtlijn 2008/9/EG kan van aanvragers worden verlangd dat zij hun beroepsactiviteit omschrijven aan de hand van geharmoniseerde codes. Daartoe moeten zij gebruikmaken van de gangbare codes die zijn vastgesteld in artikel 2, lid 1, onder d), van Verordening (EG) nr. 1893/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot vaststelling van de statistische classificatie van economische activiteiten NACE Rev. 2 en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3037/90 en enkele EG-verordeningen op specifieke statistische gebieden (7).

(11)

In artikel 25 van Verordening (EU) nr. 904/2010 is bepaald dat de aangezochte autoriteit op verzoek van de verzoekende autoriteit overgaat tot kennisgeving aan de geadresseerde van alle akten en beslissingen die uitgaan van de administratieve autoriteiten en betrekking hebben op de toepassing van de btw-wetgeving in de lidstaat waar de verzoekende autoriteit gevestigd is.

(12)

Wanneer een lidstaat van teruggaaf de lidstaat van vestiging vraagt om de aanvrager kennis te geven van zijn akten en beslissingen met het oog op de toepassing van Richtlijn 2008/9/EG, moet die kennisgeving om redenen van gegevensbescherming kunnen geschieden via het gemeenschappelijk communicatienetwerk met gemeenschappelijke interface (CCN/CSI) zoals omschreven in artikel 2, lid 1, onder q), van Verordening (EU) nr. 904/2010.

(13)

Er moeten bepalingen worden vastgesteld ter uitvoering van onder meer artikel 48 van Verordening (EU) nr. 904/2010 wat betreft de invoering van een regeling voor administratieve samenwerking en inlichtingenuitwisseling in het kader van de bepalingen betreffende de plaats van dienst, de bijzondere regelingen en de btw-teruggaafprocedure.

(14)

Tot slot dient een lijst te worden vastgesteld met de statistische gegevens die nodig zijn voor de evaluatie van Verordening (EU) nr. 904/2010.

(15)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité inzake administratieve samenwerking,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp

In deze verordening worden de nadere voorschriften voor de uitvoering van de artikelen 14, 32, 48, 49 en 51, lid 1, van Verordening (EU) nr. 904/2010 vastgesteld.

Artikel 2

Categorieën van inlichtingen bij uitwisseling zonder voorafgaand verzoek

De automatische uitwisseling van inlichtingen overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) nr. 904/2010 heeft betrekking op de volgende categorieën van inlichtingen:

1)

inlichtingen over niet-ingezeten belastingplichtigen;

2)

inlichtingen over nieuwe vervoermiddelen.

Artikel 3

Subcategorieën van inlichtingen bij uitwisseling zonder voorafgaand verzoek

1.   Ter zake van niet-ingezeten belastingplichtigen heeft de automatische uitwisseling betrekking op de volgende inlichtingen:

a)

inlichtingen over de toekenning van btw-identificatienummers aan in een andere lidstaat gevestigde belastingplichtigen;

b)

inlichtingen over btw-teruggaaf aan belastingplichtigen die niet in de lidstaat van teruggaaf maar in een andere lidstaat gevestigd zijn, overeenkomstig Richtlijn 2008/9/EG.

2.   Ter zake van nieuwe vervoermiddelen heeft de automatische uitwisseling betrekking op de volgende inlichtingen:

a)

inlichtingen over overeenkomstig artikel 138, lid 2, onder a), van Richtlijn 2006/112/EG vrijgestelde leveringen van nieuwe vervoermiddelen als omschreven in artikel 2, lid 2, onder a) en b), van die richtlijn door personen die als belastingplichtige worden beschouwd overeenkomstig artikel 9, lid 2, van die richtlijn en voor btw-doeleinden zijn geïdentificeerd;

b)

inlichtingen over overeenkomstig artikel 138, lid 2, onder a), van Richtlijn 2006/112/EG vrijgestelde leveringen van nieuwe schepen en luchtvaartuigen als omschreven in artikel 2, lid 2, onder a) en b), van die richtlijn door andere dan de onder a) bedoelde belastingplichtigen die voor btw-doeleinden zijn geïdentificeerd, aan personen die niet voor btw-doeleinden zijn geïdentificeerd;

c)

inlichtingen over overeenkomstig artikel 138, lid 2, onder a), van Richtlijn 2006/112/EG vrijgestelde leveringen van nieuwe landvoertuigen die zijn uitgerust met een motor als omschreven in artikel 2, lid 2, onder a) en b), van die richtlijn door andere dan de onder a) bedoelde belastingplichtigen die voor btw-doeleinden zijn geïdentificeerd, aan personen die niet voor btw-doeleinden zijn geïdentificeerd.

Artikel 4

Kennisgeving van niet-deelname aan de uitwisseling van inlichtingen zonder voorafgaand verzoek

Uiterlijk op 20 mei 2012 deelt iedere lidstaat de Commissie schriftelijk mee of hij heeft besloten, overeenkomstig artikel 14, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 904/2010, om af te zien van deelname aan de automatische uitwisseling van een of meer categorieën of subcategorieën van inlichtingen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van deze verordening. De Commissie stelt de overige lidstaten in kennis van de categorieën waarvoor een lidstaat niet aan de uitwisseling deelneemt.

Artikel 5

Frequentie waarmee inlichtingen worden toegezonden

In het geval van automatische uitwisseling worden inlichtingen over de respectievelijk in de artikelen 2 en 3 bedoelde categorieën en subcategorieën verstrekt zodra zij beschikbaar komen en in ieder geval voor het einde van de derde maand volgende op het kalenderkwartaal waarin die inlichtingen beschikbaar zijn geworden.

Artikel 6

Toezending van inlichtingen

1.   Informatie-uitwisseling uit hoofde van Verordening (EU) nr. 904/2010 geschiedt voor zover mogelijk uitsluitend langs elektronische weg via het CCN/CSI-netwerk, met uitzondering van:

a)

het verzoek tot notificatie als bedoeld in artikel 25 van Verordening (EU) nr. 904/2010 en de akte of beslissing waarvan de kennisgeving wordt verzocht;

b)

originele stukken die overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EU) nr. 904/2010 worden verstrekt.

2.   De bevoegde autoriteiten van de lidstaten mogen overeenkomen dat zij de in lid 1, onder a) en b), bedoelde informatie langs elektronische weg meedelen.

Artikel 7

Informatieverstrekking aan belastingplichtigen

1.   De lidstaten verstrekken de in bijlage I bij deze verordening vermelde nadere inlichtingen betreffende facturering overeenkomstig artikel 32 van Verordening (EU) nr. 904/2010 via het door de Commissie opgezette webportaal.

2.   De Commissie stelt het in lid 1 bedoelde webportaal ter beschikking van de lidstaten die ervoor kiezen de volgende aanvullende informatie te publiceren:

a)

de in bijlage II bedoelde informatie betreffende het bewaren van facturen;

b)

de aanvullende gecodeerde elektronische gegevens die lidstaten verlangen overeenkomstig artikel 9, lid 2, van Richtlijn 2008/9/EG;

c)

tot 31 december 2014 het normale belastingtarief als bedoeld in artikel 42, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 904/2010;

d)

vanaf 1 januari 2015 het toepasselijke belastingtarief voor telecommunicatiediensten, omroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten als bedoeld in artikel 47, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 904/2010.

Artikel 8

Inlichtingenuitwisseling in het kader van btw-teruggaaf

Wanneer een lidstaat van teruggaaf andere lidstaten ervan kennis geeft dat hij overeenkomstig artikel 9, lid 2, van Richtlijn 2008/9/EG aanvullende gegevens in elektronische vorm nodig heeft, dienen de in bijlage III bij deze verordening opgenomen codes te worden gebruikt om deze gegevens door te zenden.

Artikel 9

Omschrijving van de beroepsactiviteit bij de inlichtingenuitwisseling in het kader van btw-teruggaaf

Wanneer een lidstaat van teruggaaf een omschrijving van de beroepsactiviteit van de aanvrager nodig heeft overeenkomstig artikel 11 van Richtlijn 2008/9/EG, dient deze informatie te worden verstrekt op het vierde niveau van de NACE Rev. 2-codes overeenkomstig artikel 2, lid 1, onder d), van Verordening (EG) nr. 1893/2006.

Artikel 10

Notificatie van akten en beslissingen betreffende een btw-teruggaaf

Wanneer een lidstaat van teruggaaf een lidstaat van vestiging van een geadresseerde verzoekt om de geadresseerde kennis te geven van akten en beslissingen met betrekking tot een teruggaaf in het kader van Richtlijn 2008/9/EG, kan dit verzoek om kennisgeving worden verzonden via het CCN/CSI-netwerk, zoals omschreven in artikel 2, lid 1, onder q, van Verordening (EU) nr. 904/2010.

Artikel 11

Statistische gegevens

De lijst met statistische gegevens als bedoeld in artikel 49, lid 3, van Verordening (EU) nr. 904/2010 is in bijlage IV opgenomen.

Iedere lidstaat verstrekt de Commissie voor 30 april van elk jaar langs elektronische weg de in de eerste alinea bedoelde statistische gegevens met behulp van het in bijlage IV opgenomen modelformulier.

Artikel 12

Mededeling van nationale maatregelen

De lidstaten delen de Commissie de tekst van alle bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze verordening vallende gebied toepassen.

De Commissie stelt de overige lidstaten hiervan in kennis.

Artikel 13

Intrekking

De Verordeningen (EG) nr. 1925/2004 en (EG) nr. 1174/2009 worden ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken verordeningen gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage VI.

Artikel 14

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 31 januari 2012.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 268 van 12.10.2010, blz. 1.

(2)  PB L 264 van 15.10.2003, blz. 1.

(3)  PB L 331 van 5.11.2004, blz. 13.

(4)  PB L 314 van 1.12.2009, blz. 50.

(5)  PB L 44 van 20.2.2008, blz. 23.

(6)  PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1.

(7)  PB L 393 van 30.12.2006, blz. 1.


BIJLAGE I

Nadere inlichtingen betreffende facturering overeenkomstig artikel 32 van Verordening (EU) nr. 904/2010

1.   Uitreiking van facturen

Artikel 221, lid 1, van Richtlijn 2006/112/EG — mogelijkheid om de uitreiking van een factuur verplicht te stellen

V1.

In welke andere omstandigheden is een factuur vereist?

V2.

Indien een factuur vereist is, is dit dan een vereenvoudigde of een volledige factuur?

Artikel 221, lid 2, van Richtlijn 2006/112/EG — mogelijkheid om de uitreiking van een factuur verplicht te stellen voor vrijgestelde financiële en verzekeringsdiensten

V3.

Is een factuur vereist voor vrijgestelde financiële en verzekeringsdiensten?

V4.

Indien een factuur vereist is, is dit dan een vereenvoudigde of een volledige factuur?

Artikel 221, lid 3, van Richtlijn 2006/112/EG — mogelijkheid om af te zien van een factuur voor vrijgestelde prestaties

V5.

Voor welke vrijgestelde prestaties is, in voorkomend geval, geen factuur vereist?

2.   Tijdstip van uitreiking van een factuur

Artikel 222 van Richtlijn 2006/112/EG — mogelijkheid om een termijn op te leggen voor de uitreiking van facturen

V6.

Is er een termijn voor de uitreiking van facturen, met uitzondering van facturen voor intracommunautaire leveringen van goederen en voor grensoverschrijdende diensten onder de verleggingsregeling?

V7.

Zo ja, wanneer moet de factuur ten laatste zijn uitgereikt?

3.   Periodieke facturen

Artikel 223 van Richtlijn 2006/112/EG — termijn voor de uitreiking van periodieke facturen

V8.

Mogen periodieke facturen worden uitgereikt voor prestaties waarvoor de btw tijdens een langere periode dan één kalendermaand verschuldigd is geworden? Hiervan uitgesloten zijn intracommunautaire leveringen van goederen en grensoverschrijdende diensten onder de verleggingsregeling.

V9.

Zo ja, wat is de termijn?

4.   Self-billing (factuur opgemaakt door de afnemer)

Artikel 224 van Richtlijn 2006/112/EG — mogelijkheid dat de afnemer zelf facturen opmaakt in naam en voor rekening van de belastingplichtige

V10.

Als de afnemer zelf facturen mag opmaken, dienen deze dan te worden uitgereikt in naam en voor rekening van de belastingplichtige die de prestatie verricht?

5.   Outsourcing van facturen aan derde partijen buiten de EU

Artikel 225 van Richtlijn 2006/112/EG — mogelijkheid om voorwaarden op te leggen aan derde partijen van buiten de EU die facturen uitreiken voor rekening van EU-leveranciers of dienstverrichters

V11.

Zijn er voorwaarden verbonden aan de outsourcing van facturen aan derde partijen die buiten de EU zijn gevestigd?

V12.

Zo ja, welke zijn deze voorwaarden?

6.   Inhoud van facturen

Artikel 227 van Richtlijn 2006/112/EG — verplichte vermelding van het btw-identificatienummer van de afnemer

V13.

Is het, behalve voor intracommunautaire leveringen van goederen of diensten onder de verleggingsregeling, verplicht om het btw-identificatienummer van de afnemer op de factuur te vermelden?

V14.

Zo ja, in welke omstandigheden dient het btw-identificatienummer van de afnemer op de factuur te worden vermeld?

Artikel 230 van Richtlijn 2006/112/EG — munteenheid op de btw-factuur

V15.

Wanneer het btw-bedrag is omgerekend in de nationale munteenheid met behulp van de wisselkoers van de Europese Centrale Bank, dient dat te worden vermeld?

Artikel 239 van Richtlijn 2006/112/EG — gebruik van een fiscaal registratienummer

V16.

Wordt er een btw-identificatienummer toegekend wanneer de leverancier of afnemer geen intracommunautaire verwervingen, afstandsverkopen of intracommunautaire leveringen van goederen verricht?

Artikel 240 van Richtlijn 2006/112/EG — gebruik van een btw-identificatienummer en een fiscaal registratienummer

V17.

Wanneer zowel een btw-identificatienummer als een fiscaal registratienummer wordt toegekend, in welke omstandigheden moet dan het ene of het andere of beide op de factuur worden vermeld?

7.   Papieren en elektronische facturen

Artikel 235 van Richtlijn 2006/112/EG — van buiten de EU uitgereikte elektronische facturen

V18.

Zijn er voorwaarden verbonden aan de uitreiking van elektronische facturen vanuit een derde land?

V19.

Zo ja, welke zijn deze voorwaarden?

8.   Vereenvoudigde facturen

Artikel 238 van Richtlijn 2006/112/EG — gebruik van vereenvoudigde facturen

V20.

In welke omstandigheden mag gebruik worden gemaakt van een vereenvoudigde factuur?

Artikel 226 ter van Richtlijn 2006/112/EG — te vermelden gegevens op een vereenvoudigde factuur

V21.

Welke gegevens moeten worden vermeld op een vereenvoudigde factuur?


BIJLAGE II

Informatie betreffende het bewaren van facturen die door de lidstaten via het webportaal ter beschikking kan worden gesteld

Artikel 245 van Richtlijn 2006/112/EG — plaats van bewaring

V1.

Als facturen buiten de lidstaat worden bewaard, moet de plaats van bewaring dan worden meegedeeld?

V2.

Zo ja, hoe moet deze mededeling geschieden?

V3.

Mogen papieren facturen buiten de lidstaat worden bewaard?

Artikel 247, lid 1, van Richtlijn 2006/112/EG — termijn van bewaring

V4.

Hoe lang moeten facturen worden bewaard?

Artikel 247, lid 2, van Richtlijn 2006/112/EG — wijze van bewaring

V5.

Mogen papieren facturen elektronisch worden opgeslagen?

V6.

Mogen elektronische facturen op papier worden bewaard?

V7.

Moeten de gegevens die de authenticiteit van de herkomst en de integriteit van de inhoud van elektronisch opgeslagen facturen waarborgen, worden bijgehouden wanneer gebruik wordt gemaakt van elektronische handtekeningen of EDI?

Artikel 247, lid 3, van Richtlijn 2006/112/EG — bewaring in een derde land

V8.

Mogen facturen in een derde land worden bewaard?

V9.

Zo ja, zijn daar voorwaarden aan verbonden?


BIJLAGE III

Codes voor de verzending van gegevens overeenkomstig artikel 48, lid 2, van Verordening (EU) nr. 904/2010

Code 1.   Brandstof

1.1.

Brandstof voor vervoermiddelen met een massa van meer dan 3 500 kg, andere dan voor het vervoer van betalende passagiers

1.1.1.

Benzine

1.1.2.

Gasolie

1.1.3.

Lpg

1.1.4.

Aardgas

1.1.5.

Biobrandstof

1.2.

Brandstof voor vervoermiddelen met een massa van ten hoogste 3 500 kg, andere dan voor het vervoer van betalende passagiers

1.2.1.

Benzine

1.2.2.

Gasolie

1.2.3.

Lpg

1.2.4.

Aardgas

1.2.5.

Biobrandstof

1.2.6.

PKW

1.2.7.

LKW

1.3.

Brandstof voor vervoermiddelen voor het vervoer van betalende passagiers

1.3.1.

Benzine

1.3.2.

Gasolie

1.3.3.

Lpg

1.3.4.

Aardgas

1.3.5.

Biobrandstof

1.4.

Brandstof specifiek gebruikt voor testvoertuigen

 

1.5.

Aardolieproducten gebruikt voor het smeren van vervoermiddelen of motoren

 

1.6.

Brandstof aangekocht met het oog op wederverkoop

 

1.7.

Brandstof voor vervoermiddelen voor goederenvervoer

 

1.8.

Brandstof voor personenauto’s en MPV’s

1.8.1.

Uitsluitend gebruikt voor zakelijke doeleinden

1.8.2.

Gedeeltelijk gebruikt voor commercieel personenvervoer, rijonderricht of verhuur

1.8.3.

Gedeeltelijk gebruikt voor andere dan de onder 1.8.2 genoemde doeleinden

1.9.

Brandstof voor motorrijwielen, kampeerwagens en vaartuigen voor sport- of recreatiedoeleinden, en luchtvaartuigen met een massa van minder dan 1 550 kg

1.9.1.

Gebruikt voor commercieel personenvervoer, vlieg-, vaar- of rijonderricht, of verhuur

1.9.2.

Gebruikt voor zakelijke doeleinden

1.10.

Brandstof voor machines en landbouwtrekkers

1.10.1.

Benzine

1.10.2.

Gasolie

1.10.3.

Lpg

1.10.4.

Aardgas

1.10.5.

Biobrandstof

1.11.

Brandstof voor vervoermiddelen voor personenvervoer met minder dan 9 zitplaatsen of huurauto’s

1.11.1.

Benzine

1.11.2.

Gasolie

1.11.3.

Lpg

1.11.4.

Aardgas

1.11.5.

Biobrandstof

1.12.

Brandstof voor andere dan de onder 1.8 en 1.9 bedoelde vervoermiddelen voor personenvervoer

 

1.13.

Brandstof voor vervoermiddelen waarvoor geen beperking van het recht op aftrek bestaat

 

1.14.

Brandstof voor vervoermiddelen waarvoor een beperking van het recht op aftrek bestaat

 

Code 2.   Verhuur van vervoermiddelen

2.1.

Verhuur van vervoermiddelen met een massa van meer dan 3 500 kg, andere dan voor het vervoer van betalende passagiers

 

2.2.

Verhuur van vervoermiddelen met een massa van ten hoogste 3 500 kg, andere dan voor het vervoer van betalende passagiers

2.2.1.

Voor een ononderbroken periode van meer dan zes maanden

2.2.2.

Voor een ononderbroken periode van ten hoogste zes maanden

2.2.3.

PKW

2.2.4.

LKW

2.3.

Verhuur van vervoermiddelen voor het vervoer van betalende passagiers

2.3.1.

Voor een ononderbroken periode van meer dan zes maanden

2.3.2.

Voor een ononderbroken periode van ten hoogste zes maanden

2.4.

Verhuur van vervoermiddelen voor goederenvervoer

 

2.5.

Verhuur van personenauto’s en MPV’s

2.5.1.

Uitsluitend gebruikt voor zakelijke doeleinden

2.5.2.

Gedeeltelijk gebruikt voor commercieel personenvervoer of rijonderricht

2.5.3.

Gedeeltelijk gebruikt voor andere dan de onder 2.5.2 genoemde doeleinden

2.6.

Verhuur van motorrijwielen, kampeerwagens en vaartuigen voor sport- of recreatiedoeleinden, en luchtvaartuigen met een massa van minder dan 1 550 kg

2.6.1.

Gebruikt voor commercieel personenvervoer of vlieg-, vaar- of rijonderricht

2.6.2.

Gebruikt voor andere zakelijke doeleinden

2.7.

Verhuur van personenauto’s van de categorie M1

 

2.8.

Verhuur van vervoermiddelen voor personenvervoer met meer dan 9 zitplaatsen

 

2.9.

Verhuur van vervoermiddelen voor personenvervoer met minder dan 9 zitplaatsen

2.9.1.

Gebruikt voor commerciële activiteiten

2.9.2.

Gebruikt voor andere dan commerciële activiteiten

2.10.

Verhuur van vervoermiddelen waarvoor geen beperking van het recht op aftrek bestaat

 

2.11.

Verhuur van vervoermiddelen waarvoor een beperking van het recht op aftrek bestaat

 

2.12.

Verhuur van andere dan onder 2.5 en 2.6 genoemde vervoermiddelen

 

Code 3.   Uitgaven in verband met vervoermiddelen, andere dan die voor de goederen en diensten waarnaar wordt verwezen met de code 1 en 2

3.1.

Uitgaven in verband met vervoermiddelen met een massa van meer dan 3 500 kg, andere dan voor het vervoer van betalende passagiers

3.1.1.

Aankoop van vervoermiddelen met een massa van meer dan 3 500 kg, andere dan voor het vervoer van betalende passagiers

3.1.2.

Onderhoud van vervoermiddelen met een massa van meer dan 3 500 kg, andere dan voor het vervoer van betalende passagiers

3.1.3.

Aankoop en aanbrenging van accessoires op of aan vervoermiddelen met een massa van meer dan 3 500 kg, andere dan voor het vervoer van betalende passagiers

3.1.4.

Stallen of parkeren van vervoermiddelen met een massa van meer dan 3 500 kg, andere dan voor het vervoer van betalende passagiers

3.1.5.

Overige uitgaven in verband met vervoermiddelen met een massa van meer dan 3 500 kg, andere dan voor het vervoer van betalende passagiers

3.2.

Uitgaven in verband met vervoermiddelen met een massa van ten hoogste 3 500 kg, andere dan voor het vervoer van betalende passagiers

3.2.1.

Aankoop van vervoermiddelen met een massa van ten hoogste 3 500 kg, andere dan voor het vervoer van betalende passagiers

3.2.2.

Onderhoud van vervoermiddelen met een massa van ten hoogste 3 500 kg, andere dan voor het vervoer van betalende passagiers

3.2.3.

Aankoop en aanbrenging van accessoires op of aan vervoermiddelen met een massa van ten hoogste 3 500 kg, andere dan voor het vervoer van betalende passagiers

3.2.4.

Stallen of parkeren van vervoermiddelen met een massa van ten hoogste 3 500 kg, andere dan voor het vervoer van betalende passagiers

3.2.5.

Overige uitgaven in verband met vervoermiddelen met een massa van ten hoogste 3 500 kg, andere dan voor het vervoer van betalende passagiers

3.2.6.

PKW

3.2.7.

LKW

3.3.

Uitgaven in verband met vervoermiddelen voor het vervoer van betalende passagiers

3.3.1.

Aankoop van vervoermiddelen voor het vervoer van betalende passagiers

3.3.2.

Onderhoud van vervoermiddelen voor het vervoer van betalende passagiers

3.3.3.

Aankoop en aanbrenging van accessoires op of aan vervoermiddelen voor het vervoer van betalende passagiers

3.3.4.

Stallen of parkeren van vervoermiddelen voor het vervoer van betalende passagiers

3.3.5.

Overige uitgaven in verband met vervoermiddelen voor het vervoer van betalende passagiers

3.4.

Uitgaven in verband met vervoermiddelen voor goederenvervoer

3.4.1.

Aankoop van vervoermiddelen voor goederenvervoer

3.4.2.

Onderhoud van vervoermiddelen voor goederenvervoer

3.4.3.

Stallen of parkeren van vervoermiddelen voor goederenvervoer

3.4.4.

Andere dan de onder 3.4.1, 3.4.2 en 3.4.3 genoemde uitgaven in verband vervoermiddelen voor goederenvervoer

3.5.

Onderhoud van personenauto’s en MPV’s

3.5.1.

Uitsluitend gebruikt voor zakelijke doeleinden

3.5.2.

Gedeeltelijk gebruikt voor commercieel personenvervoer, rijonderricht of verhuur

3.5.3.

Gedeeltelijk gebruikt voor zakelijke doeleinden, andere dan de onder 3.5.2 genoemde doeleinden

3.6.

Onderhoud van motorrijwielen, kampeerwagens en vaartuigen voor sport- of recreatiedoeleinden, en luchtvaartuigen met een massa van meer dan 1 550 kg

3.6.1.

Gebruikt voor commercieel personenvervoer, vlieg-, vaar- of rijonderricht, of verhuur

3.6.2.

Gebruikt voor andere zakelijke doeleinden

3.7.

Uitgaven, andere dan voor onderhoud, stallen en parkeren, in verband met personenauto’s en MPV’s

3.7.1.

Uitsluitend gebruikt voor zakelijke doeleinden

3.7.2.

Gedeeltelijk gebruikt voor commercieel personenvervoer, rijonderricht of verhuur

3.7.3.

Gedeeltelijk gebruikt voor andere dan de onder 3.7.2 genoemde doeleinden

3.8.

Uitgaven, andere dan voor onderhoud, stallen en parkeren, in verband met motorrijwielen, kampeerwagens en vaartuigen voor sport- of recreatiedoeleinden, en luchtvaartuigen met een massa van meer dan 1 550 kg

3.8.1.

Gebruikt voor commercieel personenvervoer, vlieg-, vaar- of rijonderricht, verhuur of wederverkoop

3.8.2.

Gebruikt voor andere zakelijke doeleinden

3.9.

Aankoop van personenauto’s van de categorie M1

 

3.10.

Aankoop van accessoires voor personenauto’s van de categorie M1, daaronder begrepen montage en installatie

 

3.11.

Uitgaven in verband met vervoermiddelen voor personenvervoer met meer dan 9 zitplaatsen of vervoermiddelen voor goederenvervoer

 

3.12.

Uitgaven in verband met vervoermiddelen voor personenvervoer met minder dan 9 zitplaatsen, gebruikt voor commerciële activiteiten

 

3.13.

Uitgaven in verband met vervoermiddelen waarvoor geen beperking van het recht op aftrek bestaat

 

3.14.

Uitgaven in verband met vervoermiddelen waarvoor een beperking van het recht op aftrek bestaat

 

3.15.

Onderhoud van vervoermiddelen voor personenvervoer, andere dan personenauto’s en MPV’s, motorrijwielen, kampeerwagens en vaartuigen voor sport- en recreatiedoeleinden, en luchtvaartuigen met een massa van meer dan 1 550 kg

 

3.16.

Stallen of parkeren van vervoermiddelen voor personenvervoer

 

3.17.

Uitgaven, andere dan voor onderhoud, stallen of parkeren, in verband met vervoermiddelen, andere dan personenauto’s en MPV’s, motorrijwielen, kampeerwagens en vaartuigen voor sport- of recreatiedoeleinden, en luchtvaartuigen met een massa van meer dan 1 550 kg

 

Code 4.   Wegentol en andere heffingen met betrekking tot het gebruik van de weginfrastructuur

4.1.

Wegentol voor vervoermiddelen met een massa van meer dan 3 500 kg, andere dan voor het vervoer van betalende passagiers

 

4.2.

Wegentol voor vervoermiddelen met een massa van ten hoogste 3 500 kg, andere dan voor het vervoer van betalende passagiers

4.2.1.

PKW

4.2.2.

LKW

4.3.

Wegentol voor vervoermiddelen voor het vervoer van betalende passagiers

 

4.4.

Wegentol voor alle vervoermiddelen die de Grote Beltbrug gebruiken

 

4.5.

Wegentol voor alle vervoermiddelen die de Sontbrug gebruiken

 

4.6.

Wegentol voor vervoermiddelen voor het vervoer van betalende passagiers met meer dan 9 zitplaatsen

 

4.7.

Wegentol voor vervoermiddelen voor het vervoer van betalende passagiers met minder dan 9 zitplaatsen

 

4.8.

Wegentol voor voertuigen die worden gebruikt in het kader van een conferentie, beurs, tentoonstelling of congres

4.8.1.

Voor de organisator van het evenement

4.8.2.

Voor een deelnemer aan het evenement, wanneer de organisator de kosten rechtstreeks in rekening brengt

Code 5.   Reiskosten, zoals taxikosten, kosten van het openbaar vervoer

5.1.

Voor de belastingplichtige of een werknemer van de belastingplichtige

 

5.2.

Voor een andere persoon dan de belastingplichtige of een werknemer van de belastingplichtige

 

5.3.

Voor de belastingplichtige of een werknemer van de belastingplichtige in het kader van een conferentie, beurs, tentoonstelling of congres

5.3.1.

Voor de organisator van het evenement

5.3.2.

Voor een deelnemer aan het evenement, wanneer de organisator de kosten rechtstreeks in rekening brengt

Code 6.   Logies

6.1.

Uitgaven voor logies en verblijf voor de belastingplichtige of een werknemer van de belastingplichtige

 

6.2.

Uitgaven voor logies en verblijf voor een andere persoon dan de belastingplichtige of een werknemer van de belastingplichtige

 

6.3.

Uitgaven voor logies en verblijf voor de belastingplichtige of een werknemer van de belastingplichtige die op zijn bedrijf of beroep betrekking hebbende conferenties bijwoont

 

6.4.

Uitgaven voor logies en verblijf voor de belastingplichtige of een werknemer van de belastingplichtige in het kader van een conferentie, beurs, tentoonstelling of congres

6.4.1.

Voor de organisator van het evenement

6.4.2.

Voor een deelnemer aan het evenement, wanneer de organisator de kosten rechtstreeks in rekening brengt

6.5.

Uitgaven voor logies en verblijf voor een werknemer van de belastingplichtige die goederen levert of diensten verricht

 

6.6.

Uitgaven voor logies en verblijf met het oog op een daaropvolgende prestatie

 

6.7.

Andere dan de onder 6.5 of 6.6 bedoelde uitgaven voor logies

 

Code 7.   Spijzen, dranken en restaurantdiensten

7.1.

Spijzen en dranken verstrekt door hotels, cafés, restaurants en pensions, daaronder begrepen ontbijt

7.1.1.

Voor de belastingplichtige of een werknemer van de belastingplichtige

7.1.2.

Voor een andere persoon dan de belastingplichtige of een werknemer van de belastingplichtige

7.2.

Spijzen en dranken verstrekt in het kader van een conferentie, beurs, tentoonstelling of congres

7.2.1.

Voor de organisator van het evenement

7.2.2.

Voor een deelnemer aan het evenement, wanneer de organisator de kosten rechtstreeks in rekening brengt

7.3.

Spijzen en dranken voor een werknemer van de belastingplichtige die goederen levert of diensten verricht

 

7.4.

Restaurantdiensten die zijn aangekocht met het oog op een daaropvolgende prestatie

 

7.5.

Aankoop van andere dan de onder 7.2, 7.3 en 7.4 bedoelde spijzen, dranken en restaurantdiensten

 

Code 8.   Toegang tot beurzen en tentoonstellingen

8.1.

Voor de belastingplichtige of een werknemer van de belastingplichtige

 

8.2.

Voor een andere persoon dan de belastingplichtige of een werknemer van de belastingplichtige

 

Code 9.   Weelde-uitgaven en uitgaven voor ontspanning of representatie

9.1.

Aankoop van alcohol

 

9.2.

Aankoop van tabaksfabrikaten

 

9.3.

Uitgaven in verband met recepties en vermaak

9.3.1.

Voor reclamedoeleinden

9.3.2.

Niet voor reclamedoeleinden

9.4.

Uitgaven voor onderhoud van pleziervaartuigen

 

9.5.

Uitgaven in verband met kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten

 

9.6.

Weelde-uitgaven en uitgaven voor ontspanning of representatie voor reclamedoeleinden

 

9.7.

Weelde-uitgaven en uitgaven voor ontspanning of representatie, andere dan bedoeld onder 9.1, 9.2 en 9.3

 

Code 10.   Andere

10.1.

Gereedschap

 

10.2.

Reparatie binnen een garantieperiode

 

10.3.

Diensten die verband houden met onderwijs

 

10.4.

Werkzaamheden aan roerende of onroerende goederen

10.4.1.

Werkzaamheden aan onroerende goederen

10.4.2.

Werkzaamheden aan onroerende goederen die als woning worden gebruikt

10.4.3.

Werkzaamheden aan andere dan de onder code 3 genoemde roerende goederen

10.5.

Aankoop of huur van roerende of onroerende goederen

10.5.1.

Aankoop of huur van onroerende goederen

10.5.2.

Aankoop of huur van onroerende goederen die als woning, voor recreatie of vrijetijdsbesteding worden gebruikt

10.5.3.

Aankoop of huur van roerende goederen die samenhangen met of gebruikt worden in onroerende goederen die als woning, voor recreatie of vrijetijdsbesteding worden gebruikt

10.5.4.

Aankoop of huur van andere dan de onder code 2 genoemde roerende goederen

10.6.

Levering van water, gas of elektriciteit via een distributienet

 

10.7.

Geschenken van geringe waarde

 

10.8.

Kantooruitgaven

 

10.9.

Deelname aan beurzen en seminars, onderwijs of opleiding

10.9.1.

Beurzen

10.9.2.

Seminars

10.9.3.

Onderwijs

10.9.4.

Opleiding

10.10.

Forfaitaire vergoedingen voor vee en landbouwproducten

 

10.11.

Uitgaven voor het verzenden van post naar landen buiten de EU

 

10.12.

Uitgaven voor telefoon en fax in verband met logies

 

10.13.

Door een reisorganisator verworven goederen en diensten die de reiziger rechtstreeks ten goede komen

 

10.14.

Goederen aangekocht met het oog op wederverkoop, andere dan de onder 1.6 genoemde goederen

 

10.15.

Diensten aangekocht met het oog op wederverkoop, andere dan de onder 6.6 en 7.4 genoemde diensten

 

10.16.

Werkzaamheden aan roerende of onroerende goederen

10.16.1.

Werkzaamheden aan onroerende goederen die als woning, voor recreatie of vrijetijdsbesteding worden gebruikt

10.16.2.

Werkzaamheden aan andere dan de onder 10.16.1 bedoelde onroerende goederen

10.16.3.

Werkzaamheden aan roerende goederen die samenhangen met of gebruikt worden in een onroerend goed van 10.16.1

10.16.4.

Werkzaamheden aan andere dan de onder 10.16.3 bedoelde roerende goederen

10.17.

Uitgaven in verband met roerende of onroerende goederen

10.17.1.

Uitgaven voor onroerende goederen die als woning, voor recreatie of vrijetijdsbesteding worden gebruikt

10.17.2.

Uitgaven voor andere dan de onder 10.17.1 bedoelde onroerende goederen


BIJLAGE IV

Modelformulier voor de in artikel 49, lid 3, van Verordening (EU) nr. 904/2010 bedoelde mededeling van de lidstaten aan de Commissie

Lidstaat:

Jaar:

Deel A:   Statistieken per lidstaat

 

Artikel 7 - 12

Artikel 15

Artikel 16

Artikel 25

Vak

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

 

Ontvangen verzoeken om inlichtingen

Verzonden verzoeken om inlichtingen

Laattijdige + nog te ontvangen antwoorden

Antwoorden ontvangen binnen één maand

Ontvangen mededelingen op grond van artikel 12

Spontane uitwisseling - ontvangen

Spontane uitwisseling - verzonden

Inkomende verzoeken om terugmelding

Gedane terugmeldingen

Uitgaande verzoeken om terugmelding

Ontvangen terugmeldingen

Ontvangen verzoeken tot admin. notificatie

Verzonden verzoeken tot admin. notificatie

AT

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

BE

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

BG

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

CY

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

CZ

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DE

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DK

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

EE

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

EL

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ES

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

FI

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

FR

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

GB

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

HU

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

IE

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

IT

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

LT

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

LU

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

LV

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

MT

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

NL

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

PL

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

PT

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

RO

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

SE

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

SI

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

SK

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Totaal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Deel B:   Andere algemene statistieken

Statistieken over ondernemers

14

Aantal ondernemers dat tijdens het kalenderjaar intracommunautaire verwervingen heeft aangegeven

 

15

Aantal ondernemers dat tijdens het kalenderjaar intracommunautaire levering van goederen en/of diensten heeft aangegeven

 

Statistieken over controles en onderzoeken

16

Aantal maal dat gebruik is gemaakt van artikel 28 van Verordening (EU) nr. 904/2010 (aanwezigheid in de administratiekantoren en deelname aan administratieve onderzoeken in andere lidstaten)

 

17

Aantal gelijktijdige controles waarvoor de lidstaat het initiatief heeft genomen (artikelen 29 en 30 van Verordening (EU) nr. 904/2010)

 

18

Aantal gelijktijdige controles waaraan de lidstaat heeft deelgenomen (artikelen 29 en 30 van Verordening (EU) nr. 904/2010)

 

Statistieken over automatische uitwisseling van inlichtingen zonder verzoek (herschikking Verordening (EU) nr. 79/2012 van de Commissie)

19

Aantal btw-identificatienummers dat is toegekend aan belastingplichtigen die in een andere lidstaat zijn gevestigd (artikel 3, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 79/2012)

 

20

Omvang van de aan andere lidstaten toegezonden inlichtingen over nieuwe vervoermiddelen (artikel 3, lid 2, van Verordening (EU) nr. 79/2012)

 

Facultatieve vakken (vrije tekst)

21

Andere (automatische) uitwisseling van inlichtingen die niet onder voorgaande vakken valt

 

22

Voordelen en/of resultaten van administratieve samenwerking

 


BIJLAGE V

Ingetrokken verordeningen

 

Verordening (EG) nr. 1925/2004 van de Commissie

(PB L 331 van 5.11.2004, blz. 13)

 

Verordening (EG) nr. 1792/2006 van de Commissie

(PB L 362 van 20.12.2006, blz. 1)

 

Verordening (EG) nr. 1174/2009 van de Commissie

(PB L 314 van 1.12.2009, blz. 50)


BIJLAGE VI

Concordantietabel

Verordening (EG) nr. 1925/2004

Verordening (EG) nr. 1174/2009

Deze verordening

Artikel 1

 

Artikel 1

Artikel 2

 

Artikel 3, punten 1 en 2

 

Artikel 2, leden 1 en 2

Artikel 3, punten 3, 4 en 5

 

Artikel 4, leden 1 en 2

 

Artikel 3, leden 1 en 2

Artikel 4, leden 3, 4 en 5

 

Artikel 5, eerste alinea

 

Artikel 4

Artikel 5, tweede alinea

 

Artikel 6

 

Artikel 5

Artikel 7

 

Artikel 6

Artikel 8

 

Artikel 9

 

Artikel 11

Artikel 10

 

Artikel 12

Artikel 11

 

Artikel 14

Bijlage

 

Bijlage IV

 

Artikel 1

Artikel 8

 

Artikel 2

Artikel 9

 

Artikel 3

Artikel 10

 

Bijlage

Bijlage III


Top