Help Print this page 

Document 32011R1214

Title and reference
Verordening (EU) nr. 1214/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg tussen lidstaten van de eurozone

OJ L 316, 29.11.2011, p. 1–20 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 10 Volume 003 P. 234 - 253

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2011/1214/oj
Multilingual display
Dates
  • Date of document: 16/11/2011
  • Date of effect: 29/11/2012; in werking zie art 29
  • Date of end of validity: 31/12/9999
Miscellaneous information
  • Author: Europees Parlement, Raad van de Europese Unie
  • Form: Verordening
  • Additional information: COD 2010/0204
Text

29.11.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 316/1


VERORDENING (EU) Nr. 1214/2011 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 16 november 2011

betreffende professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg tussen lidstaten van de eurozone

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 133,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank (1),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De invoering van de euro heeft geleid tot een aanzienlijke toename in de behoefte aan grensoverschrijdend transport van contanten over de weg. Binnen de eurozone moeten banken, grote detailhandelaren en andere professionele geldverwerkers een contract kunnen sluiten met het geldtransportbedrijf dat de beste prijs en/of service biedt en gebruik kunnen maken van de cashdiensten van het dichtstbijzijnde filiaal van de nationale centrale bank of het cashcentrum van het geldtransportbedrijf, zelfs als dit in een andere lidstaat is gevestigd. Bovendien laat een groot aantal lidstaten dat de euro als munt heeft (hierna „deelnemende lidstaten”), eurobankbiljetten en -muntstukken in het buitenland produceren, of wil dat in de toekomst laten doen. Het beginsel zelf van een gemeenschappelijke munt impliceert de vrijheid om contanten tussen deelnemende lidstaten te vervoeren.

(2)

Door de uitgesproken verschillen tussen het nationale recht van de lidstaten is het over het algemeen zeer moeilijk om professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg uit te voeren tussen deelnemende lidstaten. Deze situatie is in strijd met het beginsel van het vrije verkeer van de euro en ondergraaft het beginsel van het vrij verrichten van diensten; beide beginselen behoren tot de fundamentele beginselen van de Europese Unie.

(3)

Deze verordening geeft een invulling aan de mogelijkheid tot indiening van harmonisatiebesluiten voor het transport van contanten, zoals opgenomen in artikel 38, onder b), van Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (3).

(4)

Ter verbetering van de beveiligingsvoorwaarden voor het geldtransport, zowel voor het bewakingspersoneel van geldtransporten als het grote publiek, moet het gebruik van het intelligent systeem voor de neutralisatie van bankbiljetten (IBNS) worden aangemoedigd en moet het IBNS, na een grondige effectbeoordeling door de Commissie, op geharmoniseerde wijze in de deelnemende lidstaten kunnen worden ontwikkeld, onverminderd de in deze verordening vastgestelde voorschriften inzake toepasselijke vervoersregelingen.

(5)

Gezien de specifieke gevaren die het transport van contanten met zich meebrengt voor de gezondheid en het leven van zowel het bewakingspersoneel van geldtransporten als het grote publiek, is het passend dat grensoverschrijdend transport van eurocontanten afhankelijk is van het bezit van een specifieke vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport. Zulke vergunning dient te worden verkregen in aanvulling op de nationale geldtransportvergunning die in de meeste deelnemende lidstaten is vereist; de vorm van deze laatste wordt door deze verordening niet geharmoniseerd. Het is bovendien passend dat geldtransportbedrijven die zijn gevestigd in die lidstaten die, naast hun algemene voorschriften voor de beveiligings- of de transportsector, geen specifieke erkenningsprocedure voor zulke bedrijven hebben, dienen aan te tonen dat zij over minimaal 24 maanden ervaring in het regelmatig vervoeren van contanten in hun lidstaat van vestiging beschikken zonder dat zij het nationale recht hebben overtreden, voordat aan hen een vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport door die lidstaat mag worden verleend. Een dergelijke benadering zou het onderlinge vertrouwen tussen de lidstaten vergroten.

(6)

Teneinde te voorkomen dat een overlap van verplichtingen wordt gecreëerd en een onnodig omslachtige procedure wordt opgezet, is het ook passend te bepalen dat de houder van een vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport niet in het bezit hoeft te zijn van een communautaire vergunning voor het internationale goederenvervoer over de weg krachtens Verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg (4).

(7)

Professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg tussen deelnemende lidstaten moet volledig in overeenstemming zijn met deze verordening of met het recht van de lidstaat van herkomst, de lidstaat van ontvangst en, indien van toepassing, de lidstaat van doorvoer.

(8)

Deze verordening is bedoeld om professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg tussen deelnemende lidstaten mogelijk te maken onder omstandigheden die de beveiliging van de transactie, de veiligheid van het betrokken bewakingspersoneel van geldtransporten en van het publiek, en het vrije verkeer van eurocontanten waarborgen. Overeenkomstig de normale gang van zaken in de sector is het ook passend toe te staan dat niet-eurocontanten met een beperkte waarde in hetzelfde geldtransportvoertuig worden vervoerd.

(9)

Gezien de specifieke eisen die aan het personeel van grensoverschrijdende geldtransportbedrijven worden gesteld, is het passend dat dit personeel een specifieke opleidingsmodule voor grensoverschrijdende geldtransporten volgt, zoals nader uiteengezet in bijlage VI. Teneinde te voorkomen dat een onnodige overlap wordt gecreëerd, dient de opleidingsmodule voor grensoverschrijdende geldtransporten geen elementen te omvatten die reeds onderdeel uitmaken van de verplichte opleiding voor het verrichten van binnenlandse geldtransportactiviteiten.

(10)

Door de specifieke omstandigheden in de geldtransportsector is het moeilijk om veilige geldleveringen die meerdere dagen in beslag nemen, te organiseren. Het is daarom passend dat een geldtransportvoertuig dat professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg uitvoert, op dezelfde dag naar de lidstaat van herkomst terugkeert.

(11)

De Commissie dient een voorstel in te dienen om de definitie van „overdag” en/of de minimaal vereiste duur van een specifieke initiatieopleiding in deze verordening te wijzigen indien de sociale partners op het niveau van de Unie het onderling eens worden dat een andere definitie passender is.

(12)

Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1072/2009 is het aantal ritten dat aansluitend op internationaal transport uit een andere lidstaat in de lidstaat van ontvangst mag worden uitgevoerd, beperkt tot drie cabotageritten binnen zeven dagen. Door de specifieke kenmerken van de geldtransportsector is het echter de normale gang van zaken dat een geldtransportvoertuig een veel groter aantal leveringen/ophalingen van eurocontanten per dag uitvoert. Het is daarom passend op dit punt af te wijken van Verordening (EG) nr. 1072/2009 door geen plafond vast te stellen voor het aantal leveringen/ophalingen van eurocontanten dat een geldtransportvoertuig gedurende één dag in een lidstaat van ontvangst mag verrichten.

(13)

De nationale regels inzake de handelwijze van het bewakingspersoneel van geldtransporten buiten het geldtransportvoertuig en inzake de veiligheid van de locaties waar eurocontanten worden geleverd/opgehaald, mogen niet betrekking hebben op het mogelijke gebruik van systemen voor de neutralisatie van bankbiljetten in combinatie met het transport van bankbiljetten in een volledig gepantserd geldtransportvoertuig dat niet is uitgerust met een IBNS.

(14)

Artikel 1, lid 3, onder a), van Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten (5) is van toepassing op detacheringsituaties waarbij een onderneming transnationale diensten voor eigen rekening en in eigen regie verricht in het kader van een overeenkomst tussen haarzelf en de partij voor wie de diensten zijn bestemd.

(15)

Gezien de specifieke aard van geldtransportdiensten moet voorzien worden in de overeenkomstige toepassing van Richtlijn 96/71/EG op alle grensoverschrijdende eurocontantentransportdiensten, teneinde de exploitanten rechtszekerheid te bieden en de praktische toepasbaarheid van de richtlijn in die sector te garanderen.

(16)

Door de specifieke aard van de betreffende transportactiviteiten en het incidentele karakter van sommige van die activiteiten dient de overeenkomstige toepassing van de minimale beschermingsregels van Richtlijn 96/71/EG beperkt te worden tot de minimumlonen, inclusief vergoedingen voor overwerk, zoals bedoeld in artikel 3, lid 1, onder c), van die richtlijn, en deze moeten voor de duur van de volledige werkdag gewaarborgd worden om de exploitanten geen onnodige administratieve lasten op te leggen. Zoals aangegeven in Richtlijn 96/71/EG, en binnen de door de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie vastgelegde grenzen, wordt het begrip „minimumlonen” bepaald door het nationale recht of de nationale praktijk van de lidstaat waar de werknemer is gedetacheerd. Als uit contracten, bestuursrechtelijke bepalingen of praktische regelingen volgt dat de werknemer van een geldtransportbedrijf gedurende meer dan 100 werkdagen per kalenderjaar grensoverschrijdende transporten in een andere lidstaat verricht, is het passend dat de minimale beschermingsregels van Richtlijn 96/71/EG, op overeenkomstige wijze van toepassing zijn op een dergelijke werknemer.

(17)

De toepassing van minimale beschermingsregels in de lidstaat van ontvangst mag geen afbreuk doen aan de toepassing van voor de werknemer gunstiger arbeidsvoorwaarden die gelden krachtens de wet, de collectieve arbeidsovereenkomst of het arbeidscontract in de lidstaat van herkomst van de werknemer.

(18)

Met het oog op het vaststellen van de relevante minimale beschermingsregels is het passend dat de bepalingen betreffende samenwerking inzake informatie van artikel 4 van Richtlijn 96/71/EG op overeenkomstige wijze worden toegepast. In dit verband moeten de lidstaten een beroep kunnen doen op de administratieve samenwerking en inlichtingenuitwisseling waarin Richtlijn 96/71/EG voorziet.

(19)

Deze verordening laat de toepassing van Verordening (EG) nr. 1889/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 betreffende de controle van liquide middelen die de Gemeenschap binnenkomen of verlaten (6) onverlet.

(20)

Teneinde rekening te houden met de technologische vooruitgang en met mogelijke nieuwe Europese normen, dient de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) te worden overgedragen aan de Commissie met betrekking tot de wijziging van de technische voorschriften en normen voor het IBNS, de bepantsering van geldtransportvoertuigen, kogelwerende vesten en brandkasten voor wapens. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens haar voorbereidende werkzaamheden passende raadplegingen houdt, ook op deskundigenniveau en met de sociale partners. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van gedelegeerde handelingen zorgen voor gelijktijdige, snelle en adequate toezending van de desbetreffende documenten aan het Europees Parlement en de Raad.

(21)

Overeenkomstig het proportionaliteitsbeginsel, zoals bedoeld in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, gaat deze verordening niet verder dan hetgeen noodzakelijk is voor het verwezenlijken van zijn doelstelling, namelijk professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg tussen lidstaten van de eurozone mogelijk maken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

AFDELING 1

GEMEENSCHAPPELIJKE REGELS VOOR ALLE GRENSOVERSCHRIJDENDE TRANSPORTEN VAN EUROCONTANTEN OVER DE WEG

Artikel 1

Definities

Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities:

a)   „Deelnemende lidstaten”: de lidstaten die de euro als munt hebben;

b)   „Grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg”: professioneel transport per geldtransportvoertuig over de weg, tegen vergoeding ten behoeve van derden dan wel intern binnen een geldtransportbedrijf, van eurobankbiljetten of euromuntstukken van een deelnemende lidstaat met het oog op de levering van eurobankbiljetten of euromuntstukken aan, of het ophalen ervan bij, een of meer locaties in een of meer andere deelnemende lidsta(a)t(en) en in de lidstaat van herkomst, onverminderd het transport van niet-eurocontanten tot ten hoogste 20 % van de totale waarde van de contanten die in hetzelfde geldtransportvoertuig vervoerd worden; voorts moet het merendeel van de leveringen/ophalingen van eurocontanten door een geldtransportvoertuig gedurende dezelfde dag op het grondgebied van de lidstaat van ontvangst worden uitgevoerd, en in het geval van transporten van punt naar punt moet het transport plaatsvinden tussen twee verschillende deelnemende lidstaten;

c)   „Vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport”: een vergunning die wordt verstrekt door de vergunningverlenende autoriteit van de lidstaat van herkomst en de houder ervan machtigt om grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg tussen deelnemende lidstaten uit te voeren overeenkomstig de in deze verordening bepaalde voorwaarden;

d)   „Vergunningverlenende autoriteit”: de autoriteit in de lidstaat van herkomst die de vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport verstrekt;

e)   „Lidstaat van herkomst”: de deelnemende lidstaat op wiens grondgebied het geldtransportbedrijf is gevestigd. Het geldtransportbedrijf wordt als gevestigd beschouwd indien het daadwerkelijk een economische activiteit uitoefent overeenkomstig artikel 49 van het VWEU, voor onbepaalde duur, door middel van een duurzame infrastructuur van waaruit de dienstverlening feitelijk plaatsvindt;

f)   „Lidstaat van ontvangst”: een of meer deelnemende lidstaten waarin een geldtransportbedrijf de dienst, bestaande in het leveren/ophalen van eurocontanten in een andere dan zijn lidstaat van herkomst, verleent;

g)   „Lidstaat van doorvoer”: een of meer deelnemende lidstaten dan de lidstaat van herkomst van het bedrijf waardoor het geldtransportvoertuig moet passeren om de lidsta(a)t(en) van ontvangst te bereiken of om terug te keren naar de lidstaat van herkomst;

h)   „Overdag”: wanneer naar transport wordt verwezen, transport dat wordt uitgevoerd tussen 6 uur en 22 uur;

i)   „Bewakingspersoneel van geldtransporten”: de werknemers die zijn belast met het besturen van het geldtransportvoertuig waarin de eurocontanten worden vervoerd, of met de bescherming van de inhoud van dat voertuig;

j)   „Geldtransportvoertuig”: een voertuig dat voor het professioneel transport van eurocontanten over de weg gebruikt wordt;

k)   „Anoniem voertuig”: een geldtransportvoertuig dat er normaal uitziet en dat geen uiterlijke tekenen draagt dat het eigendom is van een geldtransportbedrijf of dat het voor het transport van eurocontanten gebruikt wordt;

l)   „Transport van punt naar punt”: transport van een beveiligde locatie naar een andere beveiligde locatie, zonder tussenstops;

m)   „Beveiligde zone”: een aflever- of ophaalpunt voor eurocontanten dat zich binnen een gebouw bevindt en beveiligd is tegen ongeoorloofde toegang, zowel door middel van apparatuur (anti-inbraaksystemen) als door middel van toegangsprocedures voor personen;

n)   „Beveiligde locatie”: een locatie binnen een beveiligde zone, die toegankelijk is voor geldtransportvoertuigen en waar geldtransportvoertuigen op een veilige manier geladen en gelost kunnen worden;

o)   „Neutraliseren”: wanneer naar bankbiljetten wordt verwezen, het aantasten of beschadigen ervan door inktvlekken of op andere wijze, zoals nader omschreven in bijlage II;

p)   „Intelligent systeem voor de neutralisatie van bankbiljetten” of „IBNS”: een systeem dat aan de volgende voorwaarden voldoet:

q)   „End-to-end IBNS”: een IBNS dat toegerust is voor gebruik over het gehele transporttraject, dat wil zeggen dat de bankbiljetten te allen tijde ontoegankelijk blijven voor het bewakingspersoneel van geldtransporten en permanent beschermd worden door het IBNS vanaf de ene beveiligde zone tot de andere of, voor cassettes van geldverdeelautomaten of andere soorten geldautomaten, vanaf een beveiligde zone tot de binnenkant van de geldverdeelautomaten of de andere soorten geldautomaten;

r)   „A1” en „B1”: wanneer naar taalvaardigheidsniveaus wordt verwezen, de taalniveaus als vastgesteld bij het gemeenschappelijk Europees referentiekader voor talen van de Raad van Europa als bedoeld in bijlage VII;

s)   „Officiële EU-talen”: de talen zoals gedefinieerd in artikel 1 van Verordening nr. 1 tot regeling van het taalgebruik in de Europese Economische Gemeenschap (7).

Artikel 2

Uitsluitingen

1.   Het transport van eurobankbiljetten en -muntstukken valt buiten het toepassingsgebied van deze verordening wanneer het:

a)

uitgevoerd wordt voor rekening van en tussen nationale centrale banken, of tussen bankbiljettendrukkerijen en/of munthuizen van deelnemende lidstaten en de betreffende nationale centrale banken, en

b)

begeleid wordt door het leger of de politie.

2.   Het transport van uitsluitend euromuntstukken valt buiten het toepassingsgebied van deze verordening wanneer het:

a)

uitgevoerd wordt voor rekening van en tussen nationale centrale banken, of tussen munthuizen van deelnemende lidstaten en de betreffende nationale centrale banken, en

b)

begeleid wordt door het leger of de politie of door particulier beveiligingspersoneel in aparte voertuigen.

Artikel 3

Plaats van vertrek, maximale duur en aantal afleveringen/ophalingen van eurocontanten

1.   Grensoverschrijdend transport van eurocontanten dat overeenkomstig deze verordening wordt verricht, geschiedt overdag.

2.   Een geldtransportvoertuig dat grensoverschrijdend transport van eurocontanten uitvoert, vertrekt vanuit zijn lidstaat van herkomst en keert daarnaar terug op dezelfde dag.

3.   In afwijking van de leden 1 en 2 mag transport van punt naar punt worden uitgevoerd binnen een periode van 24 uur, op voorwaarde dat nachtelijk transport van eurocontanten toegelaten is bij de nationale regelgeving van de lidstaat van herkomst, van de lidstaat van doorvoer en van de lidstaat van ontvangst.

4.   In afwijking van Verordening (EG) nr. 1072/2009 wordt geen plafond vastgesteld voor het aantal afleveringen/ophalingen van eurocontanten dat een geldtransportvoertuig gedurende dezelfde dag in een lidstaat van ontvangst mag verrichten.

Artikel 4

Vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport

1.   Een onderneming die grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg wenst uit te voeren, vraagt een vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport aan bij de vergunningverlenende autoriteit in haar lidstaat van herkomst.

2.   De vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport wordt door de nationale vergunningverlenende autoriteit verleend voor een periode van vijf jaar, mits de aanvragende onderneming aan de volgende voorwaarden voldoet:

a)

de onderneming heeft de erkenning verkregen om in haar lidstaat van herkomst geldtransport uit te voeren, of indien in die lidstaat geen specifieke erkenningsprocedure voor geldtransportbedrijven bestaat die verder gaat dan de algemene regels voor de beveiligings- of transportsector, kan bewijsmateriaal verstrekken waaruit blijkt dat zij, voorafgaand aan de aanvraag, gedurende ten minste 24 maanden regelmatig geldtransporten in haar lidstaat van herkomst heeft uitgevoerd zonder daarbij het op die activiteiten toepasselijke nationale recht van die lidstaat te hebben overtreden;

b)

de leidinggevenden en de leden van de raad van bestuur hebben geen relevante vermeldingen op een strafblad staan en beschikken over een goede reputatie en integriteit, naar bijvoorbeeld blijkt uit desbetreffende politiegegevens;

c)

de onderneming heeft een geldige wettelijke aansprakelijkheidsverzekering die in ieder geval de schade aan de persoon en de goederen van derden dekt, ongeacht of de vervoerde contanten door deze verzekering zijn gedekt;

d)

de aanvragende onderneming, haar bewakingspersoneel van geldtransporten, de door haar gebruikte voertuigen en de door haar gebruikte of toegepaste beveiligingsprocedures voor het grensoverschrijdende transport van eurocontanten voldoen aan deze verordening of, indien daar in deze verordening uitdrukkelijk naar wordt verwezen, aan het nationale recht dat specifiek op transporten van contanten van toepassing is.

3.   De vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport wordt opgesteld overeenkomstig het model en de fysieke kenmerken omschreven in bijlage I. Bewakingspersoneel van geldtransporten in geldtransportvoertuigen dat bij professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg wordt ingezet, moet te allen tijde het origineel of een gecertificeerd exemplaar van een geldige vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport aan de controle-instanties kunnen overleggen.

4.   De vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport machtigt de onderneming om grensoverschrijdend transport van eurocontanten uit te voeren onder de voorwaarden van deze verordening. In afwijking van Verordening (EG) nr. 1072/2009 wordt van de houder van een dergelijke vergunning niet vereist dat hij in het bezit is van een communautaire vergunning voor het internationale goederenvervoer over de weg.

Artikel 5

Bewakingspersoneel van geldtransporten

1.   Alle leden van het bewakingspersoneel van geldtransporten voldoen aan de volgende eisen:

a)

zij hebben geen relevante vermeldingen op een strafblad staan en beschikken over een goede reputatie en integriteit, naar bijvoorbeeld blijkt uit desbetreffende politiegegevens;

b)

zij beschikken over een medisch attest waaruit blijkt dat zij lichamelijk en geestelijk geschikt zijn om hun taak te vervullen;

c)

zij hebben met succes een specifieke initiatieopleiding van ten minste 200 uren gevolgd; opleidingen voor het gebruik van vuurwapens zijn daar niet inbegrepen.

De minimumeisen voor de onder punt c) bedoelde specifieke initiatieopleiding worden omschreven in bijlage VI. Het bewakingspersoneel van geldtransporten volgt ook, ten minste om de drie jaar, opleidingsactiviteiten op de gebieden bedoeld in punt 3 van bijlage VI.

2.   Ten minste één lid van het in het geldtransportvoertuig aanwezige bewakingspersoneel van geldtransporten beheerst op ten minste A1-niveau de talen die door de lokale autoriteiten en de bevolking worden gebruikt in de relevant gebieden van de lidstaat van doorvoer en de lidstaat van ontvangst. Het geldtransportvoertuig staat voorts via het controlecentrum van het geldtransportbedrijf in permanente radioverbinding met iemand die de talen die door de lokale autoriteiten en de bevolking worden gebruikt in de relevant gebieden van de lidstaat van doorvoer en de lidstaat van ontvangst, op ten minste B1-niveau beheerst, zodat effectieve communicatie met de nationale autoriteiten te allen tijde mogelijk is.

Artikel 6

Het dragen van wapens

1.   Het bewakingspersoneel van geldtransporten houdt zich aan het recht in de lidstaat van herkomst, de lidstaat van doorvoer en de lidstaat van ontvangst op het gebied van het dragen van wapens en het maximaal toegelaten kaliber.

2.   Bij het betreden van het grondgebied van een lidstaat waarvan het recht niet toestaat dat bewakingspersoneel van geldtransporten gewapend is, worden wapens in het bezit van het bewakingspersoneel van geldtransporten aan boord opgeborgen in een brandkast voor wapens die voldoet aan de Europese norm EN 1143-1. De wapens moeten tijdens het gehele transport over het grondgebied van die lidstaat ontoegankelijk blijven voor het bewakingspersoneel van geldtransporten. Zij mogen uit de brandkast voor wapens verwijderd worden wanneer het voertuig het grondgebied binnenrijdt van een lidstaat waarvan het recht wel toestaat dat bewakingspersoneel van geldtransporten wapens draagt en zij moeten daaruit verwijderd worden wanneer het voertuig het grondgebied binnenrijdt van een lidstaat waarvan het recht vereist dat bewakingspersoneel van geldtransporten wapens draagt. De brandkast voor wapens mag enkel geopend kunnen worden door een interventie op afstand van het controlecentrum van het geldtransportvoertuig en pas nadat het controlecentrum de exacte geografische locatie van het voertuig heeft gecontroleerd.

De in de eerste alinea vastgelegde vereisten gelden ook indien het type of het kaliber van het wapen krachtens het recht van de lidstaat van doorvoer of de lidstaat van ontvangst niet is toegestaan.

3.   Wanneer een geldtransportvoertuig van een lidstaat van herkomst waar het dragen van wapens niet is toegestaan, het grondgebied binnenrijdt van een lidstaat waar bewakingspersoneel van geldtransporten volgens het recht verplicht is wapens te dragen, zorgt het geldtransportbedrijf ervoor dat het bewakingspersoneel van geldtransporten aan boord van het voertuig van de vereiste wapens voorzien wordt en dat zij de vereiste minimale opleiding van de lidstaat van ontvangst heeft gekregen.

4.   Gewapend bewakingspersoneel van geldtransporten of bewakingspersoneel van geldtransporten dat zich verplaatst in een geldtransportvoertuig met wapens aan boord, is in het bezit van een professionele wapenvergunning of een toelating die is afgegeven door de nationale autoriteiten van de lidstaat van doorvoer en/of de lidstaat van ontvangst, indien deze lidstaten toelaten dat bewakingspersoneel van geldtransporten wapens draagt, en voldoet aan alle nationale eisen voor deze professionele wapenvergunning of toelating voldoen. Voor dat doel kunnen de lidstaten de professionele wapenvergunning of toelating van de andere lidstaat erkennen.

5.   De lidstaten stellen één centraal nationaal contactpunt in waar geldtransportbedrijven die in andere lidstaten zijn gevestigd hun aanvraag voor een professionele wapenvergunning of toelating voor hun bewakingspersoneel van geldtransporten kunnen indienen. Federale lidstaten kunnen op deelstaatniveau contactpunten instellen. De lidstaten informeren de aanvrager binnen drie maanden na de indiening van een volledig aanvraagdossier over de toekenning of afwijzing van de aanvraag.

6.   Om bewakingspersoneel van geldtransporten dat in dienst is van een in een andere lidstaat gevestigde onderneming gemakkelijker in staat te stellen aan de nationale eisen te voldoen voor het verkrijgen van een professionele wapenvergunning of toelating, voorzien de lidstaten in de validatie van gelijkwaardige professionele wapenopleidingen die gevolgd zijn in de lidstaat waar de werkgever van de aanvrager is gevestigd. Indien dit niet mogelijk is, zorgen lidstaten ervoor dat op hun eigen grondgebied in de noodzakelijke professionele wapenopleiding wordt voorzien in een officiële EU-taal die een officiële taal is van de lidstaat waar de werkgever van de aanvrager is gevestigd.

Artikel 7

Geldtransportvoertuiguitrusting

1.   De geldtransportvoertuigen zijn uitgerust met een wereldwijd satellietnavigatiesysteem. Het controlecentrum van het geldtransportbedrijf dient zijn voertuigen voortdurend en nauwkeurig te kunnen lokaliseren.

2.   De geldtransportvoertuigen zijn uitgerust met passende communicatie-instrumenten om te allen tijde contact te kunnen opnemen met het controlecentrum van de onderneming die de voertuigen beheert, en met de bevoegde nationale instanties. De noodnummers om contact op te nemen met de politiediensten in de lidstaat van doorvoer of de lidstaat van herkomst, zijn in de geldtransportvoertuigen aanwezig.

3.   De geldtransportvoertuigen zijn zodanig uitgerust dat de tijd en locatie van alle afleveringen/ophalingen van eurocontanten geregistreerd kunnen worden zodat het aandeel afleveringen/ophalingen van eurocontanten zoals bedoeld in artikel 1, onder b), te allen tijde gecontroleerd kan worden.

4.   Bij geldtransportvoertuigen die zijn uitgerust met een IBNS, voldoet het gebruikte IBNS aan bijlage II en is het in een deelnemende lidstaat gehomologeerd. Ondernemingen die grensoverschrijdend transport van eurocontanten uitvoeren in geldtransportvoertuigen die gebruikmaken van een IBNS, verstrekken binnen 48 uur schriftelijk bewijs dat het gebruikte model van het IBNS is goedgekeurd, na een controleverzoek daartoe van de autoriteiten van de lidstaat van herkomst, de lidstaat van ontvangst of de lidstaat van doorvoer.

Artikel 8

Rol van de nationale politiediensten

Deze verordening laat de toepassing onverlet van nationale regels die voorschrijven dat:

a)

geldtransporten van tevoren aan de politie worden gemeld;

b)

geldtransportvoertuigen zijn uitgerust met apparatuur waardoor deze op afstand door de politie gevolgd kunnen worden;

c)

transporten van grote bedragen van punt naar punt begeleid worden door de politie.

Artikel 9

Regels ter waarborging van de beveiliging van de locaties in de lidstaat van ontvangst waar de contanten worden geleverd/opgehaald

Deze verordening laat de toepassing onverlet van nationale regels inzake de handelwijze van het bewakingspersoneel van geldtransport buiten een geldtransportvoertuig en inzake de beveiliging van de locaties waar contanten worden geleverd/opgehaald in de betrokken lidstaat.

Artikel 10

Uit omloop nemen van geneutraliseerde bankbiljetten

Geldtransportbedrijven die hun activiteiten krachtens deze verordening uitoefenen, nemen alle mogelijk geneutraliseerde bankbiljetten uit omloop, die zij tijdens de uitoefening van hun activiteiten tegenkomen. Zij overhandigen die bankbiljetten aan het geschikte filiaal van de nationale centrale bank van hun lidstaat van herkomst en leggen een schriftelijke verklaring af over de oorzaak en de aard van de neutralisatie. Indien de geneutraliseerde bankbiljetten in een lidstaat van ontvangst worden opgehaald, wordt de nationale centrale bank van de lidstaat van ontvangst op de hoogte gesteld door de nationale centrale bank van de lidstaat van herkomst.

Artikel 11

Wederzijdse informatieverstrekking

1.   De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de in de artikelen 8 en 9 bedoelde regels alsmede van de door hen gehomologeerde IBNS en brengen haar onmiddellijk op de hoogte van alle wijzigingen met betrekking tot die regels en homologaties. De Commissie zorgt ervoor dat die regels en een lijst van de goedgekeurde IBNS via de passende kanalen worden bekendgemaakt in alle officiële EU-talen die officiële talen zijn van de relevante deelnemende lidstaten, zodat alle bij grensoverschrijdende geldtransporten betrokken partijen snel op de hoogte worden gebracht.

2.   De lidstaten houden een register bij van alle ondernemingen waaraan zij een vergunning voor grensoverschrijdende geldtransport hebben verleend en brengen de Commissie op de hoogte van de inhoud daarvan. Zij passen het register aan, zoals in verband met een besluit tot opschorting of intrekking van een vergunning overeenkomstig artikel 22, en brengen de Commissie onmiddellijk op de hoogte van die aanpassing. Teneinde de uitwisseling van informatie te bevorderen, creëert de Commissie een centrale beveiligde databank die gegevens bevat over de verstrekte, opgeschorte of ingetrokken vergunningen, waar de betreffende autoriteiten van de deelnemende lidstaten toegang toe hebben.

3.   Bij de tenuitvoerlegging van artikel 5, lid 1, onder a), houdt de lidstaat van herkomst terdege rekening met door de lidstaat van ontvangst verstrekte informatie omtrent het strafblad, de reputatie en de integriteit van het bewakingspersoneel van geldtransporten.

4.   De lidstaten informeren de Commissie over hun specifieke opleidingsvereisten voor bewakingspersoneel van geldtransporten met het oog op de in artikel 5, lid 1, onder c), bedoelde specifieke initiatieopleiding. De Commissie zorgt ervoor dat deze informatie via de passende kanalen bekend wordt gemaakt in alle officiële EU-talen die officiële talen zijn van de relevante deelnemende lidstaten, zodat alle bij grensoverschrijdende geldtransporten betrokken partijen op de hoogte worden gebracht.

5.   De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de adressen en andere contactgegevens van de in artikel 6, lid 5, bedoelde nationale contactpunten alsook van het relevante nationale recht. De Commissie zorgt ervoor dat deze informatie via de passende kanalen bekend wordt gemaakt, zodat alle bij grensoverschrijdende geldtransporten betrokken partijen op de hoogte worden gebracht.

6.   Wanneer een lidstaat een professionele wapenvergunning of toelating intrekt, die hij heeft verleend aan een lid van het bewakingspersoneel van geldtransporten van een in een andere lidstaat gevestigd bedrijf, stelt hij de vergunningverlenende autoriteit van de lidstaat van herkomst daarvan in kennis.

7.   De lidstaten delen de Commissie de adressen en andere contactgegevens van de in artikel 12, lid 2, bedoelde bevoegde autoriteiten mee. De Commissie zorgt ervoor dat deze informatie via de passende kanalen bekend wordt gemaakt, zodat alle bij grensoverschrijdende geldtransporten betrokken partijen op de hoogte worden gebracht.

Artikel 12

Informatieverstrekking voorafgaand aan het grensoverschrijdend transport

1.   Een onderneming die over een vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport beschikt of die daarvoor een aanvraag heeft ingediend, informeert de vergunningverlenende autoriteit ten minste twee maanden voor aanvang van haar grensoverschrijdende activiteiten over de lidstaten waarin zij grensoverschrijdend transport zal uitvoeren. De lidstaat van herkomst stelt de betrokken lidstaten vervolgens onverwijld in kennis van de aanvang van de grensoverschrijdende transportactiviteit.

2.   Een onderneming die voornemens is grensoverschrijdend transport van contanten uit te voeren, voorziet de door de lidstaat van ontvangst aangewezen relevante autoriteit of autoriteiten van tevoren van informatie over het type of de types van transport die zij gaat gebruiken, de namen van de personen die dergelijk transport kunnen uitvoeren en het type van gedragen wapens.

AFDELING 2

SPECIFIEKE REGELS VOOR ELK TYPE VAN TRANSPORT

Artikel 13

Toepasselijke vervoersregelingen

1.   Met betrekking tot het grensoverschrijdende transport van eurobankbiljetten over de weg op zijn grondgebied, laat elke lidstaat de volgende opties toe:

a)

ten minste een van de in de artikelen 14, 15, 16, 17 of 18 omschreven opties, en

b)

de in de artikelen 14, 15, 16, 17 of 18 omschreven opties die vergelijkbaar zijn met de voor het transport van nationale geldtransporten toegestane vervoersregelingen.

Wat betreft de transporten van punt naar punt is artikel 17 van toepassing op alle lidstaten.

2.   Met betrekking tot het grensoverschrijdende transport van euromuntstukken over de weg op zijn grondgebied laat elke lidstaat de volgende opties toe:

a)

ten minste een van de in de artikelen 19 of 20 omschreven opties, en

b)

de in de artikelen 19 en 20 omschreven opties die vergelijkbaar zijn met de voor het transport van nationale geldtransporten toegestane vervoersregelingen.

3.   Voor transporten waarbij zowel eurobankbiljetten als euromuntstukken worden vervoerd, gelden de voorwaarden voor het grensoverschrijdende transport van eurobankbiljetten.

4.   Ten aanzien van de toepassing van de artikelen 14, 15, 16 en 18 kan een lidstaat beslissen dat uitsluitend end-to-end IBNS op zijn grondgebied mogen worden gebruikt voor het bedienen van geldverdeelautomaten of andere soorten geldautomaten, buiten bankgebouwen, op voorwaarde dat voor binnenlandse geldtransporten dezelfde regels gelden.

5.   De deelnemende lidstaten stellen de Commissie in kennis van de overeenkomstig dit artikel toepasselijke vervoersregelingen. De Commissie publiceert een desbetreffende kennisgeving in het Publicatieblad van de Europese Unie. De toepasselijke vervoersregelingen worden één maand na de bekendmaking van deze kennisgeving van kracht. De deelnemende lidstaten gebruiken dezelfde procedure wanneer nieuwe vervoersregelingen overeenkomstig dit artikel van kracht worden.

6.   Indien een lidstaat van ontvangst of een lidstaat van doorvoer vaststelt dat een intelligent systeem voor de neutralisatie van bankbiljetten ernstige tekortkomingen vertoont ten aanzien van de normaal vereiste technische kenmerken, dat wil zeggen dat de contanten toegankelijk zijn zonder dat het neutralisatiemechanisme in gang wordt gezet of dat het systeem na de homologatie op zodanige wijze is gewijzigd dat het niet langer aan de criteria voor homologatie voldoet, stelt deze lidstaat de Commissie en de lidstaat die de homologatie heeft verleend, hiervan in kennis en kan hij verzoeken dat dit systeem opnieuw wordt getest. In afwachting van het resultaat van deze nieuwe tests kunnen de lidstaten het gebruik van dat systeem op hun grondgebied tijdelijk verbieden. Zij stellen de Commissie en de andere deelnemende lidstaten daarvan onverwijld in kennis.

Artikel 14

Transport van bankbiljetten in een ongepantserd anoniem geldtransportvoertuig dat uitgerust is met een IBNS

Ondernemingen die over een vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport beschikken, mogen grensoverschrijdende transporten van eurobankbiljetten over de weg verrichten met een ongepantserd geldtransportvoertuig dat is uitgerust met een IBNS, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

het voertuig is anoniem;

b)

het bewakingspersoneel van geldtransporten bestaat per voertuig uit tenminste twee personen;

c)

niemand van dit personeel draagt een uniform.

Artikel 15

Transport van bankbiljetten in een ongepantserd geldtransportvoertuig met uiterlijke tekenen dat het uitgerust is met een IBNS

Ondernemingen die over een vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport beschikken, mogen grensoverschrijdende transporten van eurobankbiljetten over de weg verrichten met een ongepantserd geldtransportvoertuig dat is uitgerust met een IBNS, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

het voertuig en de container voor bankbiljetten dragen zeer duidelijke tekenen dat ze uitgerust zijn met een IBNS en die tekenen komen overeen met de pictogrammen die zijn afgebeeld in bijlage III;

b)

het bewakingspersoneel van geldtransporten bestaat per voertuig uit tenminste twee personen.

Artikel 16

Transport van bankbiljetten in een geldtransportvoertuig waarbij alleen de cabine gepantserd is, dat uitgerust is met een IBNS

Ondernemingen die over een vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport beschikken, mogen grensoverschrijdende transporten van eurobankbiljetten over de weg verrichten met een geldtransportvoertuig waarbij alleen de cabine gepantserd is, dat uitgerust is met een IBNS, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de cabine van het voertuig is dusdanig gepantserd dat ze ten minste in staat is om schoten van vuurwapens te weerstaan, overeenkomstig de specificaties van bijlage V;

b)

het voertuig en de container voor bankbiljetten dragen zeer duidelijke tekenen dat ze uitgerust zijn met een IBNS en die tekenen komen overeen met de pictogrammen die zijn afgebeeld in bijlage III;

c)

de cabine van het voertuig is uitgerust met een kogelwerend vest voor elk van de leden van het bewakingspersoneel van geldtransporten aan boord, dat ten minste voldoet aan de norm VPAM klasse 5, NIJ IIIA of een gelijkwaardige norm;

d)

het bewakingspersoneel van geldtransporten bestaat per voertuig uit tenminste twee personen.

Het bewakingspersoneel van geldtransporten kan de onder punt c) bedoelde kogelwerende vesten tijdens het transport dragen en draagt deze wanneer het recht van de lidstaat waar zij zich bevinden dit voorschrijft.

Artikel 17

Transport van bankbiljetten in een volledig gepantserd geldtransportvoertuig dat niet is uitgerust met een IBNS

Ondernemingen die over een vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport beschikken, mogen grensoverschrijdende transporten van eurobankbiljetten over de weg verrichten met een volledig gepantserd geldtransportvoertuig dat niet is uitgerust met een IBNS, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de delen van het voertuig waarin het bewakingspersoneel van geldtransporten zich bevindt, zijn ten minste gepantserd om schoten van vuurwapens te weerstaan, overeenkomstig de specificaties van bijlage V;

b)

de cabine van het voertuig is uitgerust met een kogelwerend vest voor elk lid van het bewakingspersoneel van geldtransporten aan boord dat ten minste voldoet aan de norm VPAM klasse 5, NIJ IIIA of een gelijkwaardige norm;

c)

het bewakingspersoneel van geldtransporten bestaat per voertuig uit tenminste drie personen.

Het bewakingspersoneel van geldtransporten kan de onder punt b) bedoelde kogelwerende vesten tijdens het transport dragen en draagt deze wanneer het recht van de lidstaat waar zij zich bevinden dit voorschrijft.

Artikel 18

Transport van bankbiljetten in een volledig gepantserd geldtransportvoertuig dat uitgerust is met een IBNS

Ondernemingen die over een vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport beschikken, mogen grensoverschrijdende transporten van eurobankbiljetten over de weg verrichten met een volledig gepantserd geldtransportvoertuig dat uitgerust is met een IBNS, overeenkomstig artikel 16, onder b), en artikel 17, onder a) en b).

Het bewakingspersoneel van geldtransporten bestaat per voertuig uit tenminste twee personen.

Artikel 19

Transport van muntstukken in een ongepantserd geldtransportvoertuig

Ondernemingen die over een vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport beschikken, mogen grensoverschrijdende transporten van euromuntstukken over de weg verrichten met een ongepantserd geldtransportvoertuig dat uitsluitend muntstukken vervoert, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

het voertuig is anoniem;

b)

het bewakingspersoneel van geldtransporten bestaat per voertuig uit tenminste twee personen;

c)

niemand van dit personeel draagt een uniform.

Artikel 20

Transport van muntstukken in een geldtransportvoertuig waarbij alleen de cabine gepantserd is

Ondernemingen die over een vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport beschikken, mogen grensoverschrijdende transporten van euromuntstukken over de weg verrichten met een geldtransportvoertuig waarbij alleen de cabine gepantserd is en dat uitsluitend muntstukken vervoert, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de cabine van het voertuig is dusdanig gepantserd dat ze ten minste in staat is om schoten van vuurwapens te weerstaan, overeenkomstig de specificaties van bijlage V;

b)

het voertuig draagt zeer duidelijke tekenen dat het alleen muntstukken vervoert en die tekenen komen overeen met het pictogram dat is afgebeeld in bijlage IV;

c)

de cabine van het voertuig is uitgerust met een kogelwerend vest voor elk van de leden van het bewakingspersoneel van geldtransporten aan boord, dat ten minste voldoet aan de norm VPAM klasse 5, NIJ IIIA of een gelijkwaardige norm;

d)

Het bewakingspersoneel van geldtransporten bestaat per voertuig uit tenminste twee personen.

Het bewakingspersoneel van geldtransporten kan de onder punt c) bedoelde kogelwerende vesten tijdens het transport dragen en draagt deze wanneer het recht van de lidstaat waar het zich bevindt dit voorschrijft.

AFDELING 3

SLOTBEPALINGEN

Artikel 21

Naleving van deze verordening

Tijdens de geldigheidsduur van een vergunning voor grensoverschrijdende geldtransporten zorgen de lidstaten van herkomst ervoor dat de in deze verordening vastgestelde regels worden nageleefd, onder meer via willekeurige controles zonder voorafgaande kennisgeving aan de onderneming. Dergelijke controles mogen ook door de lidstaten van ontvangst worden verricht.

Artikel 22

Sancties

1.   Indien de bevoegde nationale instanties een inbreuk vaststellen op een van de voorwaarden waaronder de vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport is verleend, kan de vergunningverlenende autoriteit de betrokken onderneming een waarschuwing geven, een boete opleggen, de vergunning opschorten voor een periode van twee weken tot twee maanden of de vergunning volledig intrekken, naargelang de aard of de ernst van de inbreuk. De vergunningverlenende autoriteit kan de betrokken onderneming ook voor een periode van maximaal vijf jaar verbieden een nieuwe vergunning aan te vragen.

2.   De lidstaat van doorvoer of de lidstaat van ontvangst brengt de bevoegde nationale instanties van de lidstaat van herkomst op de hoogte van alle inbreuken op deze verordening, met inbegrip van inbreuken op de nationale regels zoals bedoeld in de artikelen 8 en 9, waarna deze beslissen over een passende sanctie. Daarnaast kan de lidstaat van doorvoer of de lidstaat van ontvangst een boete opleggen in het geval van een inbreuk op de nationale regels zoals bedoeld in de artikelen 8 en 9, of van de toepasselijke vervoersregelingen zoals bedoeld in artikel 13. Zij kan ook verbieden dat leden van het bewakingspersoneel van geldtransporten die zich aan dergelijke inbreuken schuldig hebben gemaakt, grensoverschrijdend transport van contanten op hun grondgebied uitvoeren als de inbreuk hun toegerekend kan worden.

3.   In de onderstaande gevallen kan de lidstaat van doorvoer of de lidstaat van ontvangst het recht van een geldtransportbedrijf om transport van eurocontanten over de weg op zijn grondgebied te verrichten voor een maximumperiode van twee maanden opschorten, in afwachting van een beslissing van de vergunningverlenende autoriteit van de lidstaat van herkomst die binnen diezelfde periode haar besluit neemt:

a)

het geldtransportbedrijf heeft de bepalingen van deze verordening betreffende het minimumaantal bewakingspersoneel van geldtransporten per geldtransportvoertuig of betreffende het dragen van wapens niet nageleefd;

b)

het geldtransportbedrijf verricht zijn transportactiviteiten op een wijze die gevaar oplevert voor de openbare orde, of

c)

het geldtransportbedrijf heeft herhaalde inbreuken op deze verordening gepleegd.

4.   De lidstaat die de professionele wapenvergunning of toelating heeft verstrekt, kan het bewakingspersoneel van geldtransporten sancties opleggen overeenkomstig zijn nationale regels in het geval van overtreding van zijn nationale wapenwetgeving.

5.   De sancties zijn evenredig aan de ernst van de inbreuk.

Artikel 23

Veiligheidsmaatregelen in noodsituaties

1.   Een lidstaat kan, in geval van een dringend probleem dat de veiligheid van geldtransporten aanzienlijk in het gedrang brengt, beslissen tijdelijke beveiligingsmaatregelen in te voeren die verder gaan dan die waarin deze verordening voorziet. Die tijdelijke maatregelen zijn van toepassing op alle geldtransporten, op het gehele nationale grondgebied of een deel daarvan, gelden voor een maximumperiode van vier weken en worden onmiddellijk aan de Commissie gemeld. De Commissie draagt zorg voor een spoedige openbaarmaking ervan via de passende kanalen.

2.   Een verlenging van de in lid 1 bedoelde tijdelijke maatregelen na de periode van vier weken is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring door de Commissie. De Commissie beslist binnen 72 uur na ontvangst van een verzoek of zij dergelijke voorafgaande goedkeuring verleent.

Artikel 24

Verloning van bewakingspersoneel van geldtransporten dat grensoverschrijdend transport verricht

Aan bewakingspersoneel van geldtransporten dat grensoverschrijdend transport verricht overeenkomstig deze verordening, worden de relevante minimumlonen, inclusief vergoedingen voor overwerk, in de lidstaat van ontvangst gegarandeerd, overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder c), van Richtlijn 96/71/EG. Indien de relevante minimumlonen in de lidstaat van ontvangst hoger zijn dan het loon dat aan de werknemer in de lidstaat van herkomst wordt betaald, gelden de relevante minimumlonen van de lidstaat van ontvangst, inclusief vergoedingen voor overwerk, voor de volledige werkdag. Indien het transport gedurende dezelfde dag in meer dan één lidstaat van ontvangst wordt verricht en meer dan één van die lidstaten hogere relevante minimumlonen heeft dan het loon dat van toepassing is in de lidstaat van herkomst, dan geldt het hoogste van deze minimumlonen, inclusief vergoedingen voor overwerk, voor de volledige werkdag.

Als echter uit contracten, regelgeving, bestuursrechtelijke bepalingen of praktische regelingen volgt dat een werknemer van een geldtransportbedrijf in een kalenderjaar gedurende meer dan 100 werkdagen, of delen daarvan, grensoverschrijdend transport in een andere lidstaat verricht, zijn de arbeidsvoorwaarden zoals bedoeld in Richtlijn 96/71/EG volledig van toepassing voor alle werkdagen die in dat kalenderjaar volledig of gedeeltelijk in deze lidstaat van ontvangst zijn doorgebracht.

Met het oog op het vaststellen van de relevante arbeidsvoorwaarden is artikel 4 van Richtlijn 96/71/EG van overeenkomstige toepassing.

Artikel 25

Comité voor grensoverschrijdend transport van eurocontanten

1.   Er wordt een comité voor grensoverschrijdend transport van eurocontanten opgericht. Dit wordt voorgezeten door de Commissie en is samengesteld uit twee vertegenwoordigers per deelnemende lidstaat, alsook uit twee vertegenwoordigers van de Europese Centrale Bank.

2.   Het comité komt ten minste eenmaal per jaar bijeen om standpunten uit te wisselen over de tenuitvoerlegging van deze verordening. Met het oog hierop zal het de belanghebbenden in de sector, met inbegrip van de sociale partners, raadplegen en hun standpunten waar passend in aanmerking nemen. Het comité zal geraadpleegd worden bij de voorbereiding van de in artikel 26 bedoelde evaluatie.

Artikel 26

Evaluatie

De Commissie brengt bij het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de tenuitvoerlegging van deze verordening uiterlijk 1 december 2016 en vervolgens om de vijf jaar. Hiertoe zal zij in overleg treden met de belanghebbenden in de sector, met inbegrip van de sociale partners, en vervolgens met de lidstaten. In het verslag wordt in het bijzonder de mogelijkheid onderzocht om gemeenschappelijke opleidingsvereisten vast te stellen voor het dragen van wapens door bewakingspersoneel van geldtransport en om artikel 24 in het licht van Richtlijn 96/71/EG te wijzigen, wordt terdege rekening gehouden met technologische vooruitgang op het gebied van IBNS, wordt bekeken wat de potentiële toegevoegde waarde is van het op groepsbasis toekennen van uniale vergunningen voor grensoverschrijdende geldtransporten en wordt nagegaan of deze verordening dienovereenkomstig moet worden herzien.

Artikel 27

Wijzigingen van technische voorschriften

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 28 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot wijzigingen van bijlage II en van de technische voorschriften betreffende de normen voor de bepantsering van geldtransportvoertuigen en voor de kogelwerende vesten bedoeld in de artikelen 16, 17, 18 en 20, en de brandkasten voor wapens bedoeld in artikel 6, lid 2, teneinde deze aan te passen aan de technologische vooruitgang en mogelijke nieuwe Europese normen.

Artikel 28

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.   De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.   De in artikel 27 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van 30 november 2012.

3.   De in artikel 27 verleende bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Een besluit tot intrekking maakt een einde aan de delegatie van de bevoegdheid die in het besluit wordt vermeld. Het besluit wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.   Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdige kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

5.   Een overeenkomstig artikel 27 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement of de Raad binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen geen bezwaar heeft gemaakt, of indien het Europees Parlement en de Raad voor het verstrijken van deze termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad wordt die termijn met drie maanden verlengd.

Artikel 29

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking twaalf maanden na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te Straatsburg, 16 november 2011.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

J. BUZEK

Voor de Raad

De voorzitter

W. SZCZUKA


(1)  PB C 278 van 15.10.2010, blz. 1.

(2)  Standpunt van het Europees Parlement van 27 september 2011 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 27 oktober 2011.

(3)  PB L 376 van 27.12.2006, blz. 36.

(4)  PB L 300 van 14.11.2009, blz. 72.

(5)  PB L 18 van 21.1.1997, blz. 1.

(6)  PB L 309 van 25.11.2005, blz. 9.

(7)  PB 17 van 6.10.1958, blz. 385.


BIJLAGE I

MODEL VOOR EEN VERGUNNING VOOR GRENSOVERSCHRIJDEND GELDTRANSPORT

Image

Image


BIJLAGE II

INTELLIGENT SYSTEEM VOOR DE NEUTRALISATIE VAN BANKBILJETTEN (IBNS)

I.   Definities en algemene bepalingen

Een IBNS kan ofwel bankbiljetten bevatten (verpakt of onverpakt), ofwel een of meer cassettes van geldverdeelautomaten of andere soorten geldautomaten.

Een IBNS moet in een deelnemende lidstaat zijn gehomologeerd om voor grensoverschrijdend transport van eurocontanten krachtens deze verordening te kunnen worden gebruikt. De homologatie vindt plaats overeenkomstig een bestaande Europese specifieke norm. Zolang een dergelijke norm nog niet bestaat, vindt de homologatie overeenkomstig deze bijlage plaats.

II.   Goedkeuringsprocedure voor IBNS

a)   Om te worden gehomologeerd, dient het IBNS verschillende tests te hebben doorstaan in een door een deelnemende lidstaat goedgekeurd of erkend testlaboratorium. Het dient daarnaast vergezeld te gaan van gebruiksinstructies met de procedures en de modaliteiten voor de werking ervan die waarborgen dat de bankbiljetten worden vernietigd of geneutraliseerd.

Deze tests moeten het mogelijk maken om vast te stellen dat de volgende technische kenmerken van het IBNS toereikend zijn:

i)

Belangrijkste vereiste functies van het monitoringsysteem

voortdurende bewaking en registratie van de instructies met betrekking tot de voorwaarden voor toegang tot, en gebruik van, het IBNS;

voordurende controle op de naleving van deze instructies en detectie van afwijkende situaties;

automatische en onmiddellijke neutralisatie van de bankbiljetten in het geval van niet-naleving van de instructies, detectie van afwijkende situaties of het openen van de container buiten de voorgeprogrammeerde perioden en/of locaties.

ii)

Locatie waar het monitoringsysteem geprogrammeerd mag worden en invloed van het bewakingspersoneel van geldtransporten op de werking van het IBNS

Een IBNS mag alleen in een beveiligde zone geprogrammeerd worden. Een end-to-end IBNS mag alleen in een beveiligde locatie geprogrammeerd worden.

Het bewakingspersoneel van geldtransporten mag op geen enkele manier in staat zijn de werking van IBNS buiten de voorgeprogrammeerde perioden en/of locaties te beïnvloeden. Indien er echter een tijdvertragingsysteem voor het in gang zetten van de neutralisatie aanwezig is, mag het bewakingspersoneel van geldtransporten de tijdvertraging eenmaal opnieuw in werking stellen.

iii)

Locatie waar het IBNS geopend mag worden (voor end-to-end IBNS)

Een IBNS mag alleen in de voorgeprogrammeerde bestemmingen geopend worden.

b)   Het IBNS wordt om de vijf jaar opnieuw getest, zelfs indien de nationale goedkeuring voor een onbeperkte periode is verleend. Indien de resultaten van de nieuwe tests niet overtuigend zijn, komt de homologatie voor grensoverschrijdend transport krachtens deze verordening te vervallen.

c)   Om de tests te doorstaan, moet bij de uitvoering van de tests een van de volgende resultaten worden bereikt:

het was niet mogelijk toegang tot de bankbiljetten te verkrijgen en er was geen schade aan het IBNS, waarvan het mechanisme bleef functioneren, of

het IBNS werd beschadigd, maar het was niet mogelijk toegang tot de bankbiljetten te verkrijgen zonder het neutralisatiemechanisme in werking te doen treden.

III.   Testprocedures

De methode die gebruikt wordt om de tests uit te voeren en de normen die bepalen welke resultaten de geteste systemen moeten bereiken, zijn in deze bijlage vastgesteld. Er mogen echter op nationaal niveau wijzigingen worden aangebracht om de methode en normen aan te passen aan bestaande testprotocollen die door de laboratoria in elk van de lidstaten worden gevolgd. Met het oog op de homologatie van het IBNS moet de producent van het IBNS ervoor zorgen dat de resultaten van de testprocedures in deze bijlage aan de goedkeurende autoriteiten worden overgelegd.

a)   Test om de bestendigheid van het IBNS tegen verschillende overvalscenario’s te meten

Van de verschillende tests die overvalscenario's simuleren, moeten de lidstaten er zes uitvoeren; de andere mogen ook worden uitgevoerd, overeenkomstig de toepasselijke nationale regels.

Het IBNS moet elk van de uitgevoerde tests doorstaan in de zin van punt II, onder c).

verplichte tests:

1.

onderbreken van de stroomtoevoer;

2.

de container openbreken;

3.

de container met verwoestende middelen openen (bv. moker);

4.

snel snijden („planosnijden”);

5.

onderdompeling in vloeistof;

6.

geleidelijke en onmiddellijke blootstelling aan extreme (hoge en lage) temperaturen: bv. koelen in vloeibare stikstof en verhitten in een voorverwarmde oven.

aanbevolen tests die eveneens uitgevoerd kunnen worden:

7.

weerstand tegen vuurwapens (bv. met kaliber 12 patronen);

8.

gebruik van chemicaliën;

9.

vrije val;

10.

blootstelling aan substantiële elektromagnetische pieken;

11.

blootstelling aan substantiële elektrostatische pieken.

b)   Doeltreffendheid van de neutralisatie van bankbiljetten

Bij het neutralisatieproces wordt momenteel gebruikgemaakt van beschadiging door inktvlekken, chemische vernietiging en pyrotechnische vernietiging. Aangezien zich technologische ontwikkelingen kunnen voordoen, is de lijst van gebruikte processen niet uitputtend en uitsluitend indicatief.

Na iedere ongeoorloofde poging om via de verschillende methoden toegang tot de bankbiljetten te krijgen, moeten de bankbiljetten ofwel vernietigd worden ofwel bevlekt worden met inkt. Er dienen minimaal drie tests te worden uitgevoerd.

100 % van de bankbiljetten moet definitief geneutraliseerd zijn. Bovendien moet het voor iedere houder van de bankbiljetten duidelijk zijn dat zij geneutraliseerd zijn.

Minimaal 10 % van de oppervlakte aan beide zijden van ieder bankbiljet moet bevlekt zijn indien de bankbiljetten zich in veiligheidszakken bevinden. Indien de bankbiljetten zich niet in veiligheidszakken bevinden, moet minimaal 20 % van de oppervlakte aan beide zijden van ieder bankbiljet bevlekt zijn. Voor vernietigingssystemen, moet in beide gevallen minimaal 20 % van de oppervlakte van ieder bankbiljet vernietigd zijn.

c)   Inhoud van de tests om de bestendigheid van de bankbiljetten tegen reiniging te meten — voor IBNS die gebruikmaken van inkt

Voor een dergelijke „reiniging” moet gebruik worden gemaakt van verschillende producten of combinaties van producten. Er moet voor verschillende scenario's worden gezorgd zodat de temperatuur en duur van de reiniging gevarieerd wordt. Er moeten twee procedures voor deze reinigingstests worden gevolgd:

de reiniging dient onmiddellijk nadat de bankbiljetten bevlekt zijn, uitgevoerd te worden, en

de reiniging dient 24 uur nadat de bankbiljetten bevlekt zijn, uitgevoerd te worden.

Deze tests dienen te worden uitgevoerd op een representatieve steekproef van echte bankbiljetten die in de eurozone worden gebruikt.

Eén van de volgende resultaten moet aan het eind van deze tests worden bereikt:

de reiniging leidt tot de vernietiging van de bankbiljetten;

na de reiniging is er op ten minste 10 % van de oppervlakte van ieder bankbiljet nog inkt zichtbaar (dichtheidstest van de gebruikte inkt);

de reiniging resulteert in aantasting van zowel de originele kleuren van de bankbiljetten, als van de echtheidskenmerken van de bankbiljetten.

IV.   Veiligheidsgaranties voor de gebruikte systemen

Chemische stoffen die vrijkomen uit IBNS om de bankbiljetten te neutraliseren, kunnen onderworpen zijn aan Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH) en tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen (1). In die verordening worden de risico's behandeld voor de gezondheid van de mens en het milieu van stoffen die als zodanig, in een mengsel of in een voorwerp worden vervaardigd, ingevoerd of gebruikt.

Om homologatie voor het IBNS te verkrijgen, dient de fabrikant na te gaan of er stoffen in zijn producten zijn verwerkt die hij dient te registreren of te melden en of hij zijn klanten dient te informeren over veilig gebruik. De fabrikant kan ook wettelijke verplichtingen hebben die voortvloeien uit het feit dat deze stoffen op de kandidaatslijst van zeer zorgwekkende stoffen zijn geplaatst of op de lijst van vergunningsplichtige stoffen in Verordening (EG) nr. 1907/2006. Deze verplichtingen hebben niet alleen betrekking op de vermelde stoffen als zodanig of in mengsels, maar ook op de verwerking ervan in voorwerpen.

De fabrikant van het IBNS moet aan de goedkeurende autoriteit van de lidstaat een certificaat verstrekken dat de resultaten van deze controle en een lijst van de stoffen of bestanddelen die gebruikt worden voor de vernietiging of neutralisatie van de bankbiljetten bevat en attesteert dat zij geen ernstig risico voor de gezondheid vormen in het geval van inademing door of contact met de huid van het bewakingspersoneel van geldtransporten of het personeel van de nationale centrale banken. Het certificaat bevat daarnaast eventueel te nemen voorzorgsmaatregelen. De goedkeurende autoriteit doet het certificaat toekomen aan de nationale centrale banken van de deelnemende lidstaten met betrekking tot het door haar gehomologeerde IBNS.

Hiertoe kan het certificaat een analyse bevatten van de risico's van blootstelling aan de chemicaliën, dat wil zeggen de maximaal toegestane duur van de blootstelling voor een te bepalen hoeveelheid chemicaliën.


(1)  PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1.


BIJLAGE III

PICTOGRAMMEN VOOR INTELLIGENTE SYSTEMEN VOOR DE NEUTRALISATIE VAN BANKBILJETTEN

Pictogram voor geldtransportvoertuigen uitgerust met een IBNS

Image

Pictogram voor containers voor bankbiljetten die zijn uitgerust met een IBNS

Image


BIJLAGE IV

PICTOGRAM VOOR GELDTRANSPORTVOERTUIGEN DIE ALLEEN MUNTSTUKKEN VERVOEREN

Image


BIJLAGE V

BEPANTSERINGSSPECIFICATIES

De minimumbepantseringsvereiste bedoeld in afdeling 2 van deze verordening houdt in dat de bepantsering van het geldtransportvoertuig in staat is te weerstaan aan schoten van een vuurwapen type Kalashnikov, kaliber 7,62 mm × 39 mm afgevuurd met munitie met een stalen huls en een ijzeren kern, met een massa van 7,97 g (+/– 0,1 g) met een snelheid van tenminste 700 m/seconde vanaf een afstand van 10 m (+/– 0,5 m).


BIJLAGE VI

MINIMUMVEREISTEN VOOR DE INITIATIEOPLEIDING VOOR BEWAKINGSPERSONEEL VAN GELDTRANSPORTEN DAT GRENSOVERSCHRIJDEND TRANSPORT VAN EUROCONTANTEN VERRICHT

Personeel voor geldtransporten dat deelneemt aan professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg tussen lidstaten in de eurozone, moet:

1.

ten minste de passende initiatieopleiding volledig volgen en voltooien, waarin wordt voorzien door de nationale referentieregelgeving en/of de relevante collectieve arbeidsovereenkomsten of — bij gebrek daaraan — de opleidingscursussen van de nationale geldtransport-/beveiligingsorganisatie of de interne opleidingscursussen van het bedrijf;

2.

de examens na deze initiatieopleiding of iedere andere procedures met het oog op het testen van de leerstof, met succes afleggen;

3.

de aanvullende en verplichte opleidingsmodule zoals opgenomen in deze bijlage volledig volgen en voltooien; deze module omvat ten minste:

procedures voor grensoverschrijdend geldtransport;

uniaal recht inzake geldtransport;

het toepasselijke nationale recht inzake geldtransport van de lidstaten van doorvoer en de lidstaten van ontvangst;

verkeersregels voor geldtransport in de lidstaten van doorvoer en de lidstaten van ontvangst (met inbegrip van het recht van geldtransportvoertuigen om specifieke rijbanen te gebruiken);

nationale veiligheidsprotocollen bij overvallen in de lidstaten van doorvoer en de lidstaten van ontvangst;

procedures voor de organisatie en het beheer van geldstransport dat beveiligd wordt door een IBNS van de lidstaten van doorvoer en de lidstaten van ontvangst;

toepasselijke nationale beheerprocedures, -voorschriften en -regelgeving van de lidstaten van doorvoer en de lidstaten van ontvangst;

nationale noodprotocollen van de lidstaten van doorvoer en de lidstaten van ontvangst in geval van pech, een verkeersongeval, of technische of mechanische storing in de apparatuur of het voertuig voor het geldtransport;

nationale administratieve procedures en bedrijfsregels binnen de lidstaten van doorvoer en de lidstaten van ontvangst inzake de communicatie met het controlecentrum enz. van alle lidstaten van doorvoer en alle lidstaten van ontvangst;

informatie en training op het gebied van samenwerking en passende protocollen met nationale, regionale en lokale politiediensten, ook met betrekking tot controles van geldtransportvoertuigen en bewakingspersoneel van geldtransporten;

toepasselijk nationaal en uniaal recht en/of toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomsten inzake werktijden, aantal noodzakelijke pauzes, arbeidsomstandigheden en toepasselijke lonen;

toepasselijk nationaal en uniaal recht en/of toepasselijke bepalingen van een collectieve arbeidsovereenkomst inzake rustperiodes voor bewakingspersoneel van geldtransporten: wanneer noodzakelijk, hoe vaak, duur van iedere pauze, beveiligde locatie, communicatie met controlecentra enz.;

toepasselijke veiligheidsvoorschriften voor afleveringen/ophalingen (beveiligde locatie, stoeprisicobeheer enz.);

het toepasselijke nationale recht inzake het gebruik en de opslag van wapens;

offensieve en defensieve rijtechnieken;

relevante opleiding in het gebruik van gps-, telefoon- en andere technische apparatuur/systemen die gebruikt worden bij grensoverschrijdend geldtransport;

nationale regelgeving op het gebied van gezondheid en veiligheid in de lidstaten van doorvoer en de lidstaten van ontvangst, die relevant is voor werknemers die waardevolle zaken vervoeren en met grote voertuigen over de weg reizen, en protocollen in geval van letsel of ziekte van werknemers;

EHBO-cursus.

De opleiding dient daarnaast de volgende onderdelen te omvatten:

preventieve en corrigerende maatregelen op het gebied van stressbeheersing en geweld van derden;

risicobeoordeling op het werk;

taaltraining voor zover noodzakelijk om aan de in artikel 5, lid 2, vermelde taalvereisten te voldoen.


BIJLAGE VII

GEMEENSCHAPPELIJK EUROPEES REFERENTIEKADER VOOR TALEN VAN DE RAAD VAN EUROPA: NIVEAUS

Gebruiker B1: Kan de hoofdpunten begrijpen wanneer in duidelijk uitgesproken standaardtaal wordt gesproken over vertrouwde zaken die regelmatig voorkomen op het werk, op school, in de vrije tijd enz. Kan de meeste situaties aan die zich kunnen voordoen tijdens een reis in een gebied waar de betreffende taal wordt gesproken. Kan een eenvoudige samenhangende tekst schrijven over onderwerpen die vertrouwd of van persoonlijk belang zijn. Kan ervaringen en gebeurtenissen, dromen, verwachtingen en ambities beschrijven en in het kort redenen geven voor meningen en plannen.

Gebruiker A1: Kan bekende dagelijkse uitdrukkingen en basiszinnen begrijpen en gebruiken die erop gericht zijn aan behoeften van concrete aard te voldoen. Kan zichzelf en anderen voorstellen en kan vragen stellen en beantwoorden over persoonlijke zaken zoals waar hij/zij woont, mensen die hij/zij kent en dingen die hij/zij bezit. Kan op een eenvoudige manier communiceren mits de andere persoon langzaam praat en bereid is te helpen.


Top