Help Print this page 

Document 32009R1222

Title and reference
Verordening (EG) nr. 1222/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 inzake de etikettering van banden met betrekking tot hun brandstofefficiëntie en andere essentiële parameters (Voor de EER relevante tekst)
  • In force
OJ L 342, 22.12.2009, p. 46–58 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 12 Volume 003 P. 109 - 121

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2009/1222/oj
Multilingual display
Dates
  • Date of document: 25/11/2009
  • Date of effect: 11/01/2010; in werking datum publicatie + 20 zie art 16
  • Date of effect: 11/01/2010; in werking datum publicatie + 20 zie art 16
  • Date of effect: 01/11/2012; Toepassing zie art 16
  • Date of effect: 01/11/2012; Toepassing zie art 16
  • Date of end of validity: 31/12/9999
Miscellaneous information
  • Author: Europees Parlement, Raad van de Europese Unie
  • Form: Verordening
  • Additional information: COD 2008/0221, relevant voor de EER
Relationship between documents
Text

22.12.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 342/46


VERORDENING (EG) Nr. 1222/2009 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 25 november 2009

inzake de etikettering van banden met betrekking tot hun brandstofefficiëntie en andere essentiële parameters

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 95,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Na raadpleging van het Comité van de Regio’s,

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Gezien de klimaatverandering en de behoefte om het Europese concurrentievermogen te ondersteunen, is duurzame mobiliteit een grote uitdaging voor de Gemeenschap, zoals benadrukt in de mededeling van de Commissie „Groener vervoer” van 8 juli 2008.

(2)

In de mededeling van de Commissie „Actieplan voor energie-efficiëntie — het potentieel realiseren” van 19 oktober 2006 werd onderstreept welke de mogelijkheden zijn voor het terugdringen van het totale energieverbruik met 20 % tegen 2020 door middel van een lijst gerichte acties, waaronder de etikettering van banden.

(3)

In de mededeling van de Commissie „Resultaten van de herziening van de communautaire strategie om de CO2-uitstoot van personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen te verminderen” van 7 februari 2007 werd onderstreept welke de mogelijkheden zijn voor het verminderen van de CO2-uitstoot door middel van aanvullende maatregelen betreffende voertuigonderdelen met het grootste effect op het brandstofverbruik, zoals banden.

(4)

Banden veroorzaken 20 tot 30 % van het brandstofverbruik van een voertuig, vooral door hun rolweerstand. Een beperking van de rolweerstand kan dus een aanzienlijke bijdrage leveren tot de energie-efficiëntie van het wegvervoer en tot de beperking van de emissies.

(5)

Banden hebben een aantal kenmerken die elkaar onderling beïnvloeden. Het verbeteren van één parameter, zoals de rolweerstand, kan nadelige gevolgen hebben voor een andere parameter, zoals de grip op nat wegdek, en het verbeteren van de grip op nat wegdek kan dan weer nadelige gevolgen hebben voor de rolgeluidemissies. De bandenfabrikanten moeten worden aangemoedigd om alle parameters te optimaliseren boven de reeds gehaalde normen.

(6)

Brandstofefficiënte banden zijn rendabel omdat de hogere aankoopprijs, die het gevolg is van hogere productiekosten, meer dan gecompenseerd wordt door de brandstofbesparing.

(7)

In Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (3) worden minimumeisen voor de rolweerstand van banden vastgesteld. Door de ontwikkeling van de technologie is het mogelijk het energieverlies door de rolweerstand van banden nog sterker te beperken dan in deze minimumeisen is vastgesteld. Om de invloed van het wegvervoer op het milieu te beperken, moeten dan ook bepalingen worden vastgesteld om eindgebruikers aan te moedigen brandstofefficiëntere banden te kopen. Dit kan door geharmoniseerde informatie over deze parameter te verstrekken.

(8)

Verkeerslawaai is hinderlijk en heeft schadelijke gevolgen voor de gezondheid. In Verordening (EG) nr. 661/2009 worden minimumeisen voor de rolgeluidemissies van banden vastgesteld. Door de ontwikkeling van de technologie is het mogelijk de rolgeluiden van banden nog sterker terug te dringen dan in deze minimumeisen is vastgesteld. Om het verkeerslawaai terug te dringen, moeten dan ook bepalingen worden vastgesteld om eindgebruikers aan te moedigen banden met lage rolgeluidemissies te kopen. Dit kan door geharmoniseerde informatie over deze parameter te verstrekken.

(9)

Door de verstrekking van geharmoniseerde informatie over de rolgeluidemissies kunnen ook gemakkelijker maatregelen worden genomen tegen verkeerslawaai, en kan worden bijgedragen tot een beter besef van het effect van banden op het verkeerslawaai in het kader van Richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (4).

(10)

In Verordening (EG) nr. 661/2009 worden minimumeisen voor de grip van banden op nat wegdek vastgesteld. Door de ontwikkeling van de technologie is het mogelijk de grip op nat wegdek sterker te verbeteren dan in deze minimumeisen is vastgesteld en de remafstand op nat wegdek derhalve te verkorten. Om de verkeersveiligheid te verbeteren, moeten dan ook bepalingen worden vastgesteld om eindgebruikers aan te moedigen banden met goede grip op nat wegdek te kopen. Dit kan door geharmoniseerde informatie over deze parameter te verstrekken.

(11)

Het is mogelijk dat de verstrekte informatie over de grip op nat wegdek geen weergave is van de primaire prestaties van banden die specifiek ontworpen zijn voor het rijden op sneeuw en ijs. Rekening houdende met het feit dat er voor dergelijke banden nog geen geharmoniseerde testmethoden bestaan, moet worden voorzien in de mogelijkheid om hun gripklassificering in een latere fase aan te passen.

(12)

Informatie over bandenparameters in de vorm van een standaardetiket zal naar alle waarschijnlijkheid de aankoopbeslissingen van eindgebruikers beïnvloeden in de richting van veiligere, geluidsarmere en brandstofefficiëntere banden. Dit zal op zijn beurt de bandenfabrikanten ertoe aanzetten om deze parameters te optimaliseren, wat de weg effent voor duurzamere consumptie en productie.

(13)

Een grote verscheidenheid van regels betreffende de etikettering van banden in de lidstaten zou de intracommunautaire handel belemmeren en de administratieve lasten en testkosten voor de bandenfabrikanten doen toenemen.

(14)

Vervangingsbanden vertegenwoordigen 78 % van de bandenmarkt. Het is dan ook aangewezen de eindgebruiker te informeren over de parameters van zowel vervangingsbanden als banden die op nieuwe voertuigen zijn gemonteerd.

(15)

Het is van belang dat meer informatie over de brandstofefficiëntie en andere parameters van banden wordt verstrekt aan de consumenten, alsmede aan wagenparkbeheerders en vervoersbedrijven. Zonder etikettering en geharmoniseerde beproevingsmethoden is het voor hen immers niet gemakkelijk om de parameters van verschillende bandenmerken te vergelijken. Daarom moet deze verordening gelden voor C1-, C2- en C3-banden.

(16)

De consumenten zijn vertrouwd met het energie-etiket waarbij producten worden ingedeeld in een schaal van „A” tot „G” en dat wordt toegepast voor huishoudtoestellen overeenkomstig Richtlijn 92/75/EEG van de Raad van 22 september 1992 betreffende de vermelding van het energieverbruik en het verbruik van andere hulpbronnen op de etikettering en in de standaardproductinformatie van huishoudelijke apparaten (5). Dit etiket heeft zijn nut bewezen bij het promoten van energiezuiniger toestellen. Voor de etikettering van de brandstofefficiëntie van banden moet dan ook hetzelfde ontwerp worden gebruikt.

(17)

Door in de verkooppunten een etiket aan te brengen op de banden en dit etiket ook in het technische reclamemateriaal op te nemen, krijgen distributeurs en potentiële eindgebruikers op het moment en de plaats van de koopbeslissing geharmoniseerde informatie over de brandstofefficiëntie, de grip op nat wegdek en de rolgeluidemissies van banden.

(18)

Sommige eindgebruikers kiezen hun banden alvorens zich naar een verkooppunt te begeven of kopen banden per postorder. Om ook deze eindgebruikers in staat te stellen een geïnformeerde keuze te maken op basis van geharmoniseerde informatie over de brandstofefficiëntie, de grip op nat wegdek en de rolgeluidemissies, moeten de etiketten worden opgenomen in al het technische reclamemateriaal, met inbegrip van het materiaal dat op het internet beschikbaar is. Met technisch reclamemateriaal wordt niet bedoeld reclame op reclameborden, in kranten en tijdschriften, op de radio, de televisie of soortgelijke onlineformaten.

(19)

Aan potentiële eindgebruikers moet informatie worden verstrekt waarin elk onderdeel van het etiket en de relevantie ervan worden uitgelegd. Deze informatie moet in het technische reclamemateriaal, zoals bijvoorbeeld op websites van leveranciers, worden opgenomen.

(20)

Informatie moet worden verstrekt overeenkomstig geharmoniseerde testmethoden die betrouwbaar, nauwkeurig en reproduceerbaar moeten zijn, om eindgebruikers in staat te stellen verschillende banden te vergelijken en zodat fabrikanten in staat zijn de testkosten te beperken.

(21)

Teneinde de broeikasgasemissies te beperken en de veiligheid van het wegvervoer te verbeteren, kunnen lidstaten stimulansen toekennen ten gunste van brandstofefficiënte, veiligere en geluidsarme banden. Teneinde versnippering van de interne markt te voorkomen, moeten minimumbrandstofefficiëntieklassen en minimumklassen grip op nat wegdek worden vastgesteld; wanneer de banden hieraan niet beantwoorden, worden de bovenbedoelde stimulansen mogelijk niet toegekend. Dergelijke stimulansen kunnen ook staatssteun zijn. Deze verordening mag geen afbreuk doen aan het resultaat van toekomstige staatssteunprocedures die overeenkomstig de artikelen 87 en 88 van het Verdrag tegen dergelijke stimulerende maatregelen kunnen worden ingeleid en mag geen betrekking hebben op belasting- en fiscale aangelegenheden.

(22)

Het is van essentieel belang dat de leveranciers en distributeurs de etiketteringsbepalingen naleven om het doel van die bepalingen te kunnen bereiken en om een gelijk speelveld tot stand te brengen in de Gemeenschap. De lidstaten moeten daarom toezicht houden op de naleving via markttoezicht en regelmatige controles achteraf, met name overeenkomstig Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten (6).

(23)

De lidstaten zouden bij de toepassing van de desbetreffende bepalingen van deze verordening geen maatregelen mogen nemen waardoor aan kleine en middelgrote ondernemingen ongerechtvaardigde, bureaucratische en omslachtige verplichtingen worden opgelegd.

(24)

Leveranciers en distributeurs van banden moeten worden aangemoedigd om de bepalingen van deze verordening al vóór 2012 na te leven, teneinde ervoor te zorgen dat het etiket sneller wordt erkend en dat de voordelen ervan sneller worden gerealiseerd.

(25)

De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen die nodig zijn om deze verordening ten uitvoer te leggen, moeten worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (7).

(26)

In het bijzonder moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven krijgen om eisen vast te stellen met betrekking tot de gripklasse van C2- en C3-banden op nat wegdek, om de gripklasse van banden die specifiek ontworpen zijn voor het rijden op sneeuw en ijs aan te passen en om de bijlagen, met inbegrip van de testmethoden en daaraan gerelateerde toleranties, aan te passen aan de technische vooruitgang. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze verordening onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij worden vastgesteld overeenkomstig de regelgevingsprocedure met toetsing van artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG.

(27)

Deze verordening moet worden geëvalueerd om na te gaan of de eindgebruikers het etiket begrijpen en of deze verordening de beoogde marktverschuiving teweeg heeft gebracht,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Doel en onderwerp

1.   Deze verordening heeft tot doel de veiligheid en de economische en milieuefficiëntie van het wegvervoer te verbeteren door brandstofefficiënte, veilige en geluidsarme banden aan te moedigen.

2.   Bij deze verordening wordt een kader vastgesteld om via etiketten geharmoniseerde informatie te verstrekken over bandenparameters, waardoor eindgebruikers een geïnformeerde keuze kunnen maken bij de aankoop van banden.

Artikel 2

Toepassingsgebied

1.   Deze verordening is van toepassing op C1-, C2- en C3-banden.

2.   Zij is echter niet van toepassing op:

a)

coverbanden;

b)

professionele off-road-banden;

c)

banden die enkel zijn ontworpen voor montage op voertuigen die voor het eerst zijn geregistreerd vóór 1 oktober 1990;

d)

T-reservebanden voor tijdelijk gebruik;

e)

banden van de snelheidscategorie onder 80 km/h;

f)

banden met een nominale velgdiameter van hoogstens 254 mm of van minstens 635 mm;

g)

banden met trekkrachtbevorderende voorzieningen (bv. spijkerbanden);

h)

banden die enkel zijn ontworpen voor montage op voertuigen die uitsluitend bestemd zijn voor races.

Artikel 3

Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

1.

„C1-, C2- en C3-banden”: bandenklassen die gedefinieerd zijn in artikel 8 van Verordening (EG) nr. 661/2009;

2.

„T-reservebanden voor tijdelijk gebruik”: reservebanden voor tijdelijk gebruik die ontworpen zijn voor een hogere druk dan die van standaard- en versterkte banden;

3.

„verkooppunt”: een plaats waar banden worden uitgestald of opgeslagen en te koop worden aangeboden aan eindgebruikers, met inbegrip van autotoonzalen, met betrekking tot aan eindgebruikers te koop aangeboden banden die niet op de voertuigen gemonteerd zijn;

4.

„technisch reclamemateriaal”: technische handleidingen, brochures, folders en catalogi, (zowel in gedrukte, elektronische als onlinevorm), alsook websites, die tot doel hebben banden te verkopen aan eindgebruikers of distributeurs en waarin de specifieke technische parameters van een band zijn beschreven;

5.

„technische documenten”: informatie over banden, inclusief de fabrikant en het merk van de band; een beschrijving van het bandentype of de bandengroep waarop de indeling in een brandstofefficiëntieklasse, de indeling in een klasse grip op nat wegdek, de indeling in een rolgeluidemissieklasse en de gemeten waarde van de rolgeluidemissie zijn gebaseerd; testverslagen en nauwkeurigheid van de testen;

6.

„fabrikant”: een natuurlijke of rechtspersoon die een product fabriceert of een product laat ontwerpen of fabriceren en dat product onder zijn naam of handelsnaam in de handel brengt;

7.

„importeur”: een in de Gemeenschap gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die een product uit een derde land in de Gemeenschap in de handel brengt;

8.

„gemachtigde vertegenwoordiger”: een in de Gemeenschap gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die schriftelijk door de fabrikant is gemachtigd om namens hem specifieke taken te vervullen in verband met de verplichtingen van laatstgenoemde op grond van deze verordening;

9.

„leverancier”: de fabrikant of zijn gemachtigde vertegenwoordiger in de Gemeenschap of de importeur;

10.

„distributeur”: een natuurlijke of rechtspersoon in de toeleveringsketen, met uitzondering van de leverancier of de importeur, die een band in de handel brengt;

11.

„in de handel brengen”: een product leveren voor distributie of gebruik op de communautaire markt in het kader van een commerciële activiteit, ongeacht of dit tegen betaling of gratis gebeurt;

12.

„eindgebruiker”: een consument, evenals een wagenparkbeheerder of wegvervoersbedrijf, die/dat een band koopt of voornemens is een band te kopen;

13.

„essentiële parameter”: een bandenparameter, zoals rolweerstand, grip op nat wegdek of rolgeluidemissies, die bij gebruik van de banden een aanzienlijke invloed heeft op het milieu, de verkeersveiligheid of de gezondheid.

Artikel 4

Verantwoordelijkheden van bandenleveranciers

1.   Wat betreft C1- en C2-banden die aan distributeurs of eindgebruikers worden geleverd, zorgen leveranciers ervoor dat:

a)

op het loopvlak van die banden een sticker is aangebracht met een etiket waarop melding wordt gemaakt van de brandstofefficiëntieklasse, zoals uiteengezet in bijlage I, deel A, de klasse en de gemeten waarde van de rolgeluidemissie, zoals uiteengezet in bijlage I, deel C, en, in voorkomend geval, de klasse grip op nat wegdek, zoals uiteengezet in bijlage I, deel B,

of

b)

elke geleverde partij van één band of meerdere identieke banden vergezeld gaat van een etiket in gedrukte vorm waarop melding wordt gemaakt van de brandstofefficiëntieklasse, zoals uiteengezet in bijlage I, deel A, de klasse en de gemeten waarde van de rolgeluidemissie, zoals uiteengezet in bijlage I, deel C, en, in voorkomend geval, de klasse grip op nat wegdek, zoals uiteengezet in bijlage I, deel B.

2.   Het formaat van de sticker en het etiket die zijn bedoeld in lid 1, beantwoordt aan de voorschriften van bijlage II.

3.   Leveranciers vermelden de brandstofefficiëntieklasse, de klasse en de gemeten waarde van de rolgeluidemissie en, in voorkomend geval, de klasse grip op nat wegdek van C1-, C2- en C3-banden in het technische reclamemateriaal, daaronder begrepen hun website, zoals uiteengezet in bijlage I, en in de in bijlage III gespecificeerde volgorde.

4.   Leveranciers stellen op verzoek technische documenten ter beschikking van de autoriteiten van de lidstaten gedurende een periode van vijf jaar nadat de laatste band van een bepaald type in de handel is gebracht. De technische documenten zijn voldoende gedetailleerd om de autoriteiten in staat te stellen de nauwkeurigheid te verifiëren van de op het etiket vermelde informatie inzake brandstofefficiëntie, grip op nat wegdek en rolgeluidemissies.

Artikel 5

Verantwoordelijkheden van bandendistributeurs

1.   Distributeurs zorgen ervoor dat:

a)

de door leveranciers overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder a), geleverde sticker op een duidelijke zichtbare plaats is aangebracht op de banden in het verkooppunt,

of

b)

vóór de verkoop van de band, het in artikel 4, lid 1, onder b), bedoelde etiket aan de eindgebruiker wordt getoond en in het verkooppunt in de onmiddellijke nabijheid van de band op een duidelijk zichtbare plaats is aangebracht.

2.   Als de te koop aangeboden banden niet zichtbaar zijn voor de eindgebruiker, verstrekken de distributeurs de eindgebruiker informatie over de brandstofefficiëntieklasse, de klasse grip op nat wegdek en de klasse en gemeten waarde van de rolgeluidemissie van die banden.

3.   Wat C1-, C2- en C3-banden betreft, vermelden distributeurs de brandstofefficiëntieklasse, de gemeten waarde van de rolgeluidemissie en, in voorkomend geval, de in bijlage I vermelde klasse grip op nat wegdek op de factuur of verstrekken deze informatie samen met de factuur die aan de eindgebruiker wordt afgegeven bij de aankoop van banden.

Artikel 6

Verantwoordelijkheden van leveranciers en distributeurs van voertuigen

Wanneer in het verkooppunt aan eindgebruikers een keuze wordt geboden tussen verschillende soorten banden om te worden gemonteerd op een nieuw voertuig dat zij voornemens zijn te verwerven, verstrekken leveranciers en distributeurs, vóór de verkoop, informatie met betrekking tot elke aangeboden soort banden, over de brandstofefficiëntieklasse, de klasse en gemeten waarde van de rolgeluidemissie en, in voorkomend geval, de klasse grip op nat wegdek van C1-, C2- en C3-banden, zoals uiteengezet in bijlage I en in de in bijlage III gespecificeerde volgorde. Deze informatie wordt minstens opgenomen in het technische reclamemateriaal.

Artikel 7

Geharmoniseerde testmethoden

De uit hoofde van artikelen 4, 5 en 6 vereiste informatie inzake de brandstofefficiëntieklasse, de klasse en gemeten waarde van de rolgeluidemissie en de klasse grip op nat wegdek van banden wordt verkregen door de in bijlage I vermelde geharmoniseerde testmethoden toe te passen.

Artikel 8

Controleprocedure

De lidstaten controleren volgens de procedure van bijlage IV de conformiteit van de opgegeven brandstofefficiëntieklasse en klasse grip op nat wegdek in de zin van bijlage I, delen A en B, en de conformiteit van de opgegeven klasse en gemeten waarde van de rolgeluidemissie in de zin van bijlage I, deel C.

Artikel 9

Interne markt

1.   Als aan de vereisten van deze verordening is voldaan, mogen de lidstaten het in de handel brengen van de in artikel 2 bedoelde banden niet verbieden of beperken op grond van productinformatie.

2.   Tenzij zij beschikken over bewijsmateriaal dat het tegendeel aantoont, gaan lidstaten ervan uit dat de etiketten en de productinformatie voldoen aan deze verordening. Zij mogen leveranciers vragen om technische documenten ter beschikking te stellen, overeenkomstig artikel 4, lid 4, teneinde de nauwkeurigheid van de vermelde waarden en klassen te kunnen beoordelen.

Artikel 10

Verkoopbevorderende maatregelen

De lidstaten mogen geen maatregelen nemen die de verkoop bevorderen van banden die inzake brandstofefficiëntie of grip op nat wegdek niet voldoen aan klasse C, in de zin van bijlage I, respectievelijk delen A en B. Belasting- en fiscale maatregelen worden niet beschouwd als verkoopbevorderende maatregelen in de zin van deze verordening.

Artikel 11

Wijzigingen en aanpassingen aan de technische vooruitgang

De volgende maatregelen die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing:

a)

de invoering van informatievereisten met betrekking tot de gripklassen voor C2- en C3-banden, op voorwaarde dat passende geharmoniseerde testmethoden beschikbaar zijn;

b)

de aanpassing, voor zover van toepassing, van de gripklasse aan de specifieke technische kenmerken van banden die als voornaamste doelstelling hebben om bij het rijden op ijs of sneeuw, of allebei, betere prestaties te leveren dan normale banden, met name wat het in beweging brengen en houden van een voertuig, of het tot stilstand brengen ervan betreft;

c)

de aanpassing van de bijlagen I tot en met IV aan de technische vooruitgang.

Artikel 12

Handhaving

Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 765/2008 zorgen de lidstaten ervoor dat de markttoezichtautoriteiten de naleving van de artikelen 4, 5 en 6 van deze verordening controleren.

Artikel 13

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een comité.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

Artikel 14

Herziening

1.   De Commissie gaat na of deze verordening moet worden herzien, onder meer rekening houdende met:

a)

de doeltreffendheid van het etiket voor de bewustmaking van de eindgebruikers, met name of artikel 4, lid 1, onder b), even doeltreffend bijdraagt tot de doelstellingen van deze verordening als artikel 4, lid 1, onder a);

b)

de vraag of de etiketteringsregeling moet worden uitgebreid naar coverbanden;

c)

de vraag of nieuwe bandenparameters, zoals het aantal af te leggen kilometers, moeten worden geïntroduceerd;

d)

de informatie over bandenparameters die door voertuigleveranciers en -distributeurs aan eindgebruikers wordt verstrekt.

2.   De Commissie zal het resultaat van deze beoordeling uiterlijk 1 maart 2016 voorleggen aan het Europees Parlement en de Raad, en zal indien nodig voorstellen aan het Europees Parlement en aan de Raad doen.

Artikel 15

Overgangsbepaling

De artikelen 4 en 5 zijn niet van toepassing op banden die vóór 1 juli 2012 zijn geproduceerd.

Artikel 16

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is van toepassing met ingang van 1 november 2012.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 25 november 2009.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

J. BUZEK

Voor de Raad

De voorzitter

Å. TORSTENSSON


(1)  PB C 228 van 22.9.2009, blz. 81.

(2)  Advies van het Europees Parlement van 22 april 2009 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad), gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 20 november 2009 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en standpunt van het Europees Parlement van 24 november 2009 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(3)  PB L 200 van 31.7.2009, blz. 1.

(4)  PB L 189 van 18.7.2002, blz. 12.

(5)  PB L 297 van 13.10.1992, blz. 16.

(6)  PB L 218 van 13.8.2008, blz. 30.

(7)  PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.


BIJLAGE I

INDELING VAN BANDENPARAMETERS IN KLASSEN

Deel A: Brandstofefficiëntieklassen

De brandstofefficiëntieklassen worden vastgesteld op basis van de rolweerstandscoëfficiënt (RRC), volgens de hieronder gespecificeerde schaal van „A” tot „G”, en gemeten overeenkomstig UNECE-reglement nr. 117 en de latere wijzigingen daarvan.

Als een bandentype voor meer dan één bandenklasse wordt goedgekeurd (bv. C1 en C2), wordt dit bandentype ingedeeld in de brandstofefficiëntieklasse van de hoogste bandenklasse (bv. C2, niet C1).

C1-banden

C2-banden

C3-banden

RRC in kg/t

Energie-efficiëntieklasse

RRC in kg/t

Energie-efficiëntieklasse

RRC in kg/t

Energie-efficiëntieklasse

RRC ≤ 6,5

A

RRC ≤ 5,5

A

RRC ≤ 4,0

A

6,6 ≤ RRC ≤ 7,7

B

5,6 ≤ RRC ≤ 6,7

B

4,1 ≤ RRC ≤ 5,0

B

7,8 ≤ RRC ≤ 9,0

C

6,8 ≤ RRC ≤ 8,0

C

5,1 ≤ RRC ≤ 6,0

C

Leeg

D

Leeg

D

6,1 ≤ RRC ≤ 7,0

D

9,1 ≤ RRC ≤ 10,5

E

8,1 ≤ RRC ≤ 9,2

E

7,1 ≤ RRC ≤ 8,0

E

10,6 ≤ RRC ≤ 12,0

F

9,3 ≤ RRC ≤ 10,5

F

RRC ≥ 8,1

F

RRC ≥ 12,1

G

RRC ≥ 10,6

G

Leeg

G

Deel B: Klassen grip op nat wegdek

De klasse grip op nat wegdek van C1-banden wordt vastgesteld op basis van de index van grip op nat wegdek (G), volgens de hieronder gespecificeerde schaal van „A” tot „G”, en wordt gemeten overeenkomstig UNECE-reglement nr. 117 en de latere wijzigingen daarvan.

G

Klasse grip op nat wegdek

1,55 ≤ G

A

1,40 ≤ G ≤ 1,54

B

1,25 ≤ G ≤ 1,39

C

Leeg

D

1,10 ≤ G ≤ 1,24

E

G ≤ 1,09

F

Leeg

G

Deel C: Klassen en gemeten waarde van de rolgeluidemissie

De gemeten waarde van de rolgeluidemissie (N) wordt uitgedrukt in decibel en berekend overeenkomstig UNECE-reglement nr. 117 en de latere wijzigingen daarvan.

De rolgeluidemissieklassen moeten als volgt worden vastgesteld op basis van de grenswaarden (LV) in deel C van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 661/2009.

N in dB

Rolgeluidemissieklasse

NLV – 3

Image

LV – 3 < NLV

Image

N > LV

Image


BIJLAGE II

OPMAAK VAN HET ETIKET

1.   Ontwerp van het etiket

1.1.   Het in artikel 4, lid 1, en artikel 5, lid 1, bedoelde etiket moet beantwoorden aan de onderstaande illustratie:

Image

1.2.   Hierna worden de specificaties voor het etiket uiteengezet:

Image

1.3.   Het etiket moet minstens 75 mm breed en 110 mm hoog zijn. Als het etiket op groter formaat wordt afgedrukt, moet de inhoud in verhouding tot de bovenvermelde specificaties blijven.

Het etiket moet aan de volgende voorschriften beantwoorden:

a)

De gebruikte kleuren zijn: cyaan, magenta, geel en zwart — en worden volgens het volgende voorbeeld gebruikt: 00-70-X-00: 0 % cyaan, 70 % magenta, 100 % geel, 0 % zwart;

b)

De onderstaande cijfers verwijzen naar de legende van punt 1.2:

Image

Brandstofefficiëntie

Zie bijgevoegd pictogram: breedte: 19,5 mm, hoogte: 18,5 mm — Kader van het pictogram: lijndikte: 3,5 pt, breedte: 26 mm, hoogte: 23 mm — kader rond de klasse-indeling: lijndikte: 1 pt — Einde van het kader: lijndikte: 3,5 pt, breedte: 36 mm — Kleur: X-10-00-05;

Image

Grip op nat wegdek

Zie bijgevoegd pictogram: breedte: 19 mm, hoogte: 19 mm — Kader van het pictogram: lijndikte: 3,5 pt, breedte: 26 mm, hoogte: 23 mm — kader rond de klasse-indeling: lijndikte: 1 pt — Einde van het kader: lijndikte: 3,5 pt, breedte: 26 mm — Kleur: X-10-00-05;

Image

Rolgeluidemissies

Zie bijgevoegd pictogram: breedte: 14 mm, hoogte: 15 mm — Kader van het pictogram: lijndikte: 3,5 pt, breedte: 26 mm, hoogte: 24 mm — Kader rond de waarde: lijndikte: 1 pt — Einde van het kader: lijndikte: 3,5 pt, hoogte: 24 mm — Kleur: X-10-00-05;

Image

Rand van het etiket: lijndikte: 1,5 pt — Kleur: X-10-00-05;

Image

Schaal vanAtotG

Pijlen: hoogte: 4,75 mm, tussenruimte: 0,75 mm, dikte zwarte lijn: 0,5 pt - Kleur:

A: X-00-X-00;

B: 70-00-X-00;

C: 30-00-X-00;

D: 00-00-X-00;

E: 00-30-X-00;

F: 00-70-X-00;

G: 00-X-X-00.

Tekst: Helvetica Bold 12 pt, 100 % wit, zwarte rand: 0,5 pt;

Image

Indeling in klassen

Pijl: breedte: 16 mm, hoogte: 10 mm, 100 % zwart;

Tekst: Helvetica Bold 27 pt, 100 % wit;

Image

Lijnen in de klasse-indeling: lijndikte: 0,5 pt, interval stippellijn: 5,5 mm, 100 % zwart;

Image

Tekst van de schaal: Helvetica Bold 11 pt, 100 % zwart;

Image

Gemeten waarde van de rolgeluidemissie

Pijl: breedte: 25,25 mm, hoogte: 10 mm, 100 % zwart;

Tekst: Helvetica Bold 20 pt, 100 % wit;

Tekst van de eenheid: Helvetica Bold 13 pt, 100 % wit;

Image

EU-logo: breedte: 9 mm, hoogte: 6 mm;

Image

Verwijzing naar de verordening: Helvetica Regular 7,5 pt, 100 % zwart;

Vermelding van de bandenklasse: Helvetica Bold 7,5 pt, 100 % zwart;

Image

Rolgeluidemissieklasse als vermeld in deel C van bijlage I: breedte: 8,25 mm, hoogte: 15,5 mm — 100 % zwart;

c)

De achtergrond moet wit zijn.

1.5.   De bandenklasse (C1 of C2) moet op het etiket vermeld zijn in het formaat dat in de illustratie van punt 1.2 is weergegeven.

2.   Sticker

2.1.   De in artikel 4, lid 1, en artikel 5, lid 1, vermelde sticker bestaat uit twee delen: i) een etiket dat is gedrukt in het in punt 1 van deze bijlage omschreven formaat en ii) een ruimte voor het merk die is gedrukt overeenkomstig de in punt 2.2 van deze bijlage omschreven specificaties.

2.2.   Ruimte voor het merk: De leveranciers moeten hun handelsnaam of -merk, het bandengamma, de bandenafmetingen, de belastingsindex, de snelheidscategorie en andere technische gegevens op de sticker vermelden samen met het etiket, in om het even welke kleur, formaat en lay-out, voor zover dit de aandacht niet afleidt van de mededeling op het in punt 1 van deze bijlage omschreven etiket of die mededeling niet verstoort. De totale oppervlakte van de sticker mag niet groter zijn dan 250 cm2 en de totale hoogte van de sticker mag niet meer dan 220 mm bedragen.


BIJLAGE III

Informatie in het technische reclamemateriaal

1.   De informatie over de banden moet in de onderstaande volgorde worden weergegeven:

i)

de brandstofefficiëntieklasse (letter „A” tot en met „G”);

ii)

de klasse grip op nat wegdek (letter „A” tot en met „G”);

iii)

de klasse en de gemeten waarde van de rolgeluidemissie (dB).

2.   De informatie in punt 1 moet aan de volgende vereisten voldoen:

i)

ze moet gemakkelijk leesbaar zijn;

ii)

ze moet gemakkelijk begrijpbaar zijn;

iii)

wanneer een band, door verschillen in afmetingen of andere parameters, in verschillende klassen kan worden ingedeeld, wordt het verschil tussen de slechtst en de best presterende band vermeld.

3.   Leveranciers moeten eveneens het volgende vermelden op hun websites:

i)

een link naar de specifieke website van de Commissie in verband met deze verordening;

ii)

een toelichting bij de op het etiket gebruikte pictogrammen;

iii)

een verklaring waarin zij benadrukken dat in de eerste plaats het gedrag van de bestuurder bepalend is voor het brandstofverbruik en de verkeersveiligheid, en met name dat:

ecologisch verantwoord rijden het brandstofverbruik aanzienlijk kan doen dalen;

de bandendruk regelmatig moet worden gecontroleerd om de grip op nat wegdek en de brandstofefficiëntie te optimaliseren;

de remafstanden altijd strikt in acht moeten worden genomen.


BIJLAGE IV

Controleprocedure

Voor elk bandentype of elke bandengroep dient te worden gecontroleerd of de door de fabrikant opgegeven brandstofefficiëntieklasse, klasse grip op nat wegdek en klasse en gemeten waarde van de rolgeluidemissie correct zijn. Daarbij wordt gebruikgemaakt van één van de volgende procedures:

a)

i)

eerst wordt één band getest. Als de gemeten waarde beantwoordt aan de opgegeven klasse of de gemeten waarde van de rolgeluidemissie, is de test geslaagd,

en

ii)

als de gemeten waarde niet beantwoordt aan de opgegeven klasse of de gemeten waarde van de rolgeluidemissie, worden drie extra banden getest. De gemiddelde waarde van de vier geteste banden wordt gebruikt om te beoordelen of de prestaties van de banden overeenstemmen met de opgegeven informatie,

of

b)

wanneer de op het etiket vermelde klassen of waarden zijn afgeleid van resultaten van typegoedkeuringstests die zijn verkregen overeenkomstig Richtlijn 2001/43/EG, Verordening (EG) nr. 661/2009 of UNECE-reglement nr. 117 en de latere wijzigingen daarvan, kunnen de lidstaten gebruikmaken van de gegevens betreffende de overeenstemming van de productie van de typegoedkeuringen voor de betrokken band.

Bij de toetsing van de overeenstemming van de productiegegevens moet rekening worden gehouden met de toleranties als vermeld in punt 8 van UNECE-reglement nr. 117 en de latere wijzigingen daarvan.


Top