|
Artikel 10 EG, in samenhang met het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen, dient aldus te worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale regeling op grond waarvan het niet is toegestaan dat voor het ontstaan van een recht op een ouderdomspensioen krachtens het nationale stelsel – ongeacht of het om een vervroegd dan wel een gewoon ouderdomspensioen van de betrokkene gaat – rekening wordt gehouden met de jaren die een burger van de Unie heeft gewerkt in dienst van een instelling van de Unie, zoals de Commissie van de Europese Gemeenschappen, of van een orgaan van de Unie, zoals het Economisch en Sociaal Comité.
|
L’article 10 CE, en liaison avec le statut des fonctionnaires des Communautés européennes, doit être interprété en ce sens qu’il s’oppose à une réglementation nationale qui ne permet pas de tenir compte des années de travail qu’un ressortissant de l’Union a accomplies au service d’une institution de l’Union, telle que la Commission des Communautés européennes, ou d’un organe de l’Union, tel que le Comité économique et social, aux fins de l’ouverture d’un droit à une pension de retraite au titre du régime national, qu’il s’agisse ou non d’une retraite anticipée ou d’une retraite ordinaire de l’intéressé.
|