Twee talen naast elkaar

BG CS DA DE EL EN ES ET FI FR HU IT LT LV MT NL PL PT RO SK SL SV  BG CS DA DE EL EN ES ET FI FR HU IT LT LV MT NL PL PT RO SK SL SV 

nl

et

 
[pic] | EUROPESE COMMISSIE |
[pic] | EUROOPA KOMISJON |
Brussel, 23.6.2010
Brüssel 23.6.2010
COM(2010)327 definitief
KOM(2010)327 lõplik
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT
KOMISJONI ARUANNE NÕUKOGULE JA EUROOPA PARLAMENDILE
over het effect van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG op de conjunctuurcyclus
direktiivide 2006/48/EÜ ja 2006/49/EÜ mõju kohta majandustsüklile
SEC(2010)754
SEK(2010)754
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT
KOMISJONI ARUANNE NÕUKOGULE JA EUROOPA PARLAMENDILE
over het effect van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG op de conjunctuurcyclus
direktiivide 2006/48/EÜ ja 2006/49/EÜ mõju kohta majandustsüklile
INHOUDSOPGAVE
SISUKORD
1. Inleiding 3
1. Sissejuhatus 3
2. Bronnen van procycliciteit en gevolgen ervan voor de analyse 4
2. Protsüklilisuse põhjused ja nende mõju analüüsile 4
3. Cycliciteit van het vereiste minimumkapitaal 5
3. Miinimumkapitali tsüklilisus 5
4. Effect van de kapitaalvereisten op de kredietverlening door banken 8
4. Kapitalinõuete mõju pankade laenuandmistehingutele 8
5. Effect van de kredietbeschikbaarheid op de conjunctuurcyclus 11
5. Laenude kättesaadavuse mõju majandustsüklile 10
6. Onderliggende ratio voor de berekening van de kapitaalvereisten 12
6. Kapitalinõuete arvutamise aluspõhimõte 11
7. Maatregelen om de procycliciteit te beperken 14
7. Protsüklilisuse vähendamise meetmed 13
7.1. Kapitaalbuffers en voorzieningen 14
7.1. Kapitalipuhvrid ja reservid 13
7.2. Beperking van de cycliciteit van het MRC 14
7.2. Nõutava miinimumkapitali vähendamine 15
7.3. Hefboomwerking 14
7.3. Finantsvõimendus 15
7.4. Reeds door de Commissie getroffen maatregelen 14
7.4. Meetmed, mille komisjon on juba vastu võtnud 16
7.5. Conclusies 14
7.5. Kokkuvõte 16
8. Referenties 14
8. Viited 18
Inleiding
SISSEJUHATUS
1. De minimumkapitaalvereisten die krachtens de op het Bazel II-kader gebaseerde Europese Richtlijn Kapitaalvereisten (RKV)[1] aan banken worden opgelegd, zijn risicogevoelig: hoe groter het risico, hoe meer kapitaal banken nodig hebben om zich tegen dat risico in te dekken en potentiële verliezen te kunnen opvangen. Aangezien het krediet- en het marktrisico in tijden van economische neergang toenemen, stijgen ook de minimumkapitaalvereisten voor banken om aan het grotere risico het hoofd te kunnen bieden. Wanneer het kapitaal van banken door verliezen wordt ondermijnd, is het mogelijk dat zij, om aan de strengere eisen te kunnen voldoen, hun kapitaal moeten verhogen op een moment dat zulks moeilijk en duur is, wat hun kredietverleningsvermogen zou kunnen beperken.
1. ELi kapitalinõuete direktiivist[1] tulenevad raamistikul Basel II põhinevad miinimumkapitali nõuded pankadele on riskitundlikud – mida kõrgem on risk, seda rohkem kapitali peab pangal riski maandamiseks ja võimaliku kahjumi katmiseks olema. Kuna krediidi- ja tururiskid majanduslanguse tingimustes kasvavad, suurenevad ka miinimumkapitali nõuded pankadele, et suuremate riskidega toime tulla. Pankadel võib olla vaja hankida kõrgemate nõuete täitmiseks lisakapitali, arvestades, et praegu on nende kapitaliressursid kahjude tõttu vähenenud ning kapitali hankimise võimalusi napib ja need on kulukad. See võib piirata pankade võimet anda majandusele laene.
2. Het feit dat de RKV zou kunnen bijdragen tot de procycliciteit van het financiële stelsel die in het kader van het vroegere Bazel I-raamwerk werd waargenomen, heeft ertoe geleid dat artikel 156 in de richtlijn is opgenomen. Overeenkomstig dat artikel dient de Europese Commissie (Commissie) periodiek te onderzoeken of de RKV " van grote invloed is op de conjuncturele cyclus " en op basis van deze analyse om de twee jaar een verslag op te stellen, dat, zo nodig vergezeld van passende voorstellen, bij het Europees Parlement en de Raad moet worden ingediend.
2. Pidades silmas võimalust, et kapitalinõuete direktiiv võib suurendada eelmise raamistiku, Basel I aegses finantssüsteemis täheldatud protsüklilisust, lisati kapitalinõuete direktiivi artikkel 156, milles nõutakse, et Euroopa Komisjon (komisjon) kontrolliks korrapäraselt, kas direktiivil on „ märkimisväärne mõju majandustsüklile ”, ja esitaks kontrolli tulemuste põhjal Euroopa Parlamendile ja nõukogule iga kahe aasta järel aruande koos asjakohaste korrigeerivate meetmetega.
3. Het onderhavige verslag is voor deze doeleinden opgesteld. Het is er gekomen in nauwe samenwerking met de Europese Centrale Bank (ECB) en het Comité van Europese bankentoezichthouders (CEBT), die in 2006 een gezamenlijke taskforce inzake de impact van het nieuwe kader voor kapitaalvereisten (TFICF) hebben opgericht[2]. In aanvulling op de raadplegingen van belanghebbenden die de ECB in het kader van de voorbereiding van haar analytische bijdrage heeft gehouden, heeft de Commissie twee online-enquêtes georganiseerd om gemakkelijker feedback van kredietnemers[3] en -gevers[4] te kunnen vergaren. Er zij benadrukt dat de gepresenteerde analyse een indicatief karakter heeft omdat de voorschriften van RKV II[5] pas in 2009 zijn aangenomen.
3. Käesolev aruanne ongi koostatud sellel eesmärgil. Aruanne valmis tihedas koostöös Euroopa Keskpanga ja Euroopa Pangandusjärelevalve Komiteega, kes moodustasid 2006. aastal uue kapitalinõuete raamistiku mõju hindamiseks ühise rakkerühma.[2] Peale sidusrühmadega konsulteerimise, mille korraldas Euroopa Keskpank oma analüütilise kaastöö ettevalmistamise käigus, koostas komisjon kaks veebiküsimustikku, et saada tagasisidet laenuvõtjatelt[3] ja laenuandjatelt[4]. Tuleb rõhutada, et esitatud analüüs on esialgne, kuna kapitalinõuete teise direktiivi[5] nõuded võeti vastu alles 2009. aastal.
Bronnen van procycliciteit en gevolgen ervan voor de analyse
PROTSÜKLILISUSE PÕHJUSED JA NENDE MÕJU ANALÜÜSILE
4. Bancaire kapitaalregelgeving kan de cycliciteit die met kredietverlening door banken samenhangt, versterken. Gezien hun risicogevoelige aard wordt ervan uitgegaan dat de kapitaalvereisten van het Bazel II-raamwerk, die in de EU met de RKV in wetgeving werden omgezet, sterker stijgen in tijden van recessie en minder snel toenemen in perioden van economische groei. Aangezien extra kapitaal aantrekken in economisch moeilijke tijden voor banken duur kan zijn, zou dit hen ertoe kunnen aanzetten in plaats daarvan hun kredietverlening terug te schroeven. Daartegenover staat dat de kapitaalvereisten bij een economische opleving soepeler worden, waardoor banken over meer manoeuvreerruimte beschikken om ten opzichte van het historische gemiddelde van de gehele conjunctuurcyclus meer en/of risicovollere leningen te verstrekken.
4. Pankade kapitali reguleerimine võib võimendada pankade laenuandmisele omast tsüklilisust. Raamistikul Basel II põhinevad kapitalinõuded, mis on ELis üle võetud kapitalinõuete direktiivi kaudu, peaksid oma riskitundlikkuse tõttu majanduslanguse ajal suurenema ja tõusu ajal vähenema. Kuna pankadele võib lisakapitali hankimine majanduslanguse ajal kulukas olla, võivad nad otsustada laenuandmist vähendada. Kui kapitalinõuded majanduskasvu tingimustes leevenevad, on pankadel seevastu enam manööverdamisruumi konjunktuuritsükli varasemast keskmisest rohkemate ja/või riskantsemate laenude andmisel.
5. Kredietverlening door banken is procyclisch, maar er mag niet zomaar van worden uitgegaan dat cyclische kapitaalvereisten deze procycliciteit versterken. De procycliciteit van kredietverlening door banken is immers het gevolg van vele, vaak onderling met elkaar samenhangende factoren[6], zoals beperkingen van de risicometing[7] en informatieasymmetrieën[8] tussen kredietnemers en -gevers. De procycliciteit van de kredietverlening kan voorts ook het gevolg zijn van inadequate reacties[9] van deelnemers van het financiële stelsel op veranderingen in de economische toestand.
5. Pankade laenuandmine on juba loomult protsükliline ning ei saa eeldada, et tsüklilistel kapitalinõuetel on iseenesest võimendav mõju. Pankade laenuandmistehingute protsüklilisusel on palju sageli vastastikuses seoses olevaid põhjuseid,[6] näiteks riskide hindamise piiratus[7] ning laenuvõtjate ja -andjate vaheline teabe ebaühtlus[8]. Samuti võib laenuandmise protsüklilisus tuleneda finantssüsteemi osaliste ebasobivast reageerimisest[9] majandustingimuste muutustele.
Schommelingen in de kwaliteit van de balans van banken worden ook door de verslaggevingsregels beïnvloed. In wezen zouden de gerealiseerde of ongerealiseerde winsten ten gevolge van prijsstijgingen van activa (zoals blijkt uit de reële waarde ervan) of een verbetering van de kredietkwaliteit (zoals blijkt uit de minder strenge voorzieningseisen voor banken) het resultaat van de banken en bijgevolg ook hun eigenvermogenspositie kunnen verbeteren, waardoor de basis wordt gelegd voor een verdere groei van de kredietverlening[10].
Ka raamatupidamiseeskirjad mõjutavad pankade bilansi kvaliteedi kõikumisi. Põhimõtteliselt võiks varade hinnatõusust tulenev realiseeritud või realiseerimata kasum, mis kajastub varade õiglases väärtuses, või paranenud krediidikvaliteet, mis kajastub madalamates reservinõuetes pankadele, parandada pankade kasumiaruandeid ja seega nende omavahendeid, luues aluse edaspidisele laenuandmistegevuse laiendamisele[10].
6. Aangezien procycliciteit het gevolg is van diverse factoren, is het exacte effect van minimumkapitaalvereisten moeilijk vast te stellen. Met name het onderscheid tussen de effecten van het kredietaanbod en die van de kredietvraag is niet evident, te meer daar veranderingen in vraag en aanbod zowel de rentetarieven voor bankkredieten als de kredietvolumes beïnvloeden. Om deze effecten correct te kunnen bepalen, is een gedetailleerde en voldoende omvangrijke gegevensreeks vereist, die evenwel nog niet voorhanden is omdat de RKV nog maar recentelijk ten uitvoer werd gelegd. De in dit verslag opgenomen eerste evaluatie is dan ook gedeeltelijk gebaseerd op kwalitatieve informatie die onder banken en kredietnemers werd vergaard.
6. Kuna protsüklilisust põhjustavaid tegureid on mitu, on keeruline kindlaks teha miinimumkapitali nõuete täpset mõju. Eeskätt on jätkuvalt keeruline eristada laenupakkumise ja laenunõudluse mõju, kuna nii nõudluse kui ka pakkumise muutused mõjutavad pankade laenuintresse ja -mahtusid. Selleks et seda mõju korrektsel viisil kindlaks teha, oleks vaja üksikasjalikku ja piisavalt suurt andmekogumit, mis ei ole aga veel kättesaadav, kuna kapitalinõuete direktiivi on rakendatud alles lühikest aega. Osalt seetõttu põhineb käesolevas aruandes kirjeldatud esimene hindamine pankadelt ja laenuvõtjatelt saadud kvalitatiivsel teabel.
7. Van de RKV kunnen slechts procyclische effecten uitgaan indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Teneinde empirisch te kunnen bepalen in hoeverre van dergelijke effecten sprake is, wordt in dit verslag de door de ECB voorgestelde structuur gevolgd en een antwoord op de volgende vragen gezocht:
7. Selleks et kapitalinõuete direktiivil oleks protsükliline mõju, peavad olema täidetud teatavad tingimused. Nende empiirilisuse ulatuse väljaselgitamiseks järgitakse käesolevas aruandes Euroopa Keskpanga soovitatud struktuuri, otsides vastuseid järgmistele küsimustele.
8. verhoogt de grotere risicogevoeligheid van het RKV-kader de cycliciteit van het vereiste minimumkapitaal (minimum required capital — MRC) en zo ja, in welke mate?
8. Kas kapitalinõuete direktiivi raamistiku suurenenud riskitundlikkus viib nõutava miinimumkapitali tugevama tsüklilisuseni ja kui see nii on, siis millises ulatuses?
9. beïnvloeden cyclische kapitaalvereisten de kapitaalpositie van en de kredietverlening door banken?
9. Kas tsüklilised kapitalinõuded mõjutavad pankade kapitali taset ja nende laenuandmistehinguid?
10. versterkt de cycliciteit van de kredietverlening door banken de conjuncturele cyclus?
10. Kas pankade laenupakkumise tsüklilisusel on majandustsüklile võimendav mõju?
Cycliciteit van het VEREISTE MINIMUMKAPITAAL
MIINIMUMKAPITALI TSÜKLILISUS
11. Met de goedkeuring van de RKV zijn de kapitaalvereisten risicogevoeliger geworden in vergelijking met Bazel I, aangezien banken voor de berekening van hun vereist minimumkapitaal methoden kunnen kiezen die zijn afgestemd op hun specifieke situatie en op de mate van verfijning van hun risicobeheer. Met de interne-ratingbenadering (IRB) kunnen banken bijvoorbeeld de kapitaalvereisten voor het kredietrisico berekenen op basis van hun eigen inputparameters, zoals de kans op wanbetaling (probability of default — PD), het verlies bij wanbetaling (loss given default — LGD) en het uitstaande bedrag bij wanbetaling (exposure at default — EAD)[11].
11. Kapitalinõuete direktiivi vastuvõtmisega muudeti kapitalinõuded võrreldes raamistikuga Basel I riskitundlikumaks, võimaldades pankadel kasutada miinimumkapitali kindlaksmääramisel meetodeid, mis vastavad nende olukorrale ja riskijuhtimise keerukusastmele. Näiteks sisereitingutel põhinev meetod võimaldas pankadel määrata kindlaks kapitalinõuded seoses krediidiriskiga, kasutades oma riskisisendeid, nagu maksejõuetuse tõenäosus, maksejõuetusest tingitud kahju ja nõude suurus maksejõuetuse hetkel[11].
12. Door de verwachte verbetering van de risicogevoeligheid van de wettelijke kapitaalvereisten in het kader van de RKV werd algemeen aangenomen dat deze vereisten mettertijd variabeler (of cyclischer) zouden worden. Aangezien de vereisten voor het kredietrisico in het kader van de eerste pijler meer dan 80% van het totale MRC uitmaken, wordt er in het algemeen van uitgegaan dat de inaanmerkingneming van de kredietrisicoparameters bij de berekening van risicogewogen activa op basis van de interne-ratingbenaderingen de voornaamste aanjager van de potentiële cycliciteit van het MRC is, hoewel de risicogewichten bij alle drie de benaderingen (standaardbenadering[12], elementaire interne-ratingbenadering[13] en geavanceerde interne-ratingbenadering) geacht worden mee te evolueren met de macro-economische toestand. Aangezien de PD van vorderingen bij de interne-ratingbenaderingen in een economische opleving daalt en bij een economische neergang stijgt, worden de kapitaalvereisten geacht dienovereenkomstig te variëren[14].
12. Miinimumkapitali nõuete riskitundlikkuse eeldatava suurenemise tõttu kapitalinõuete direktiivi raames oli oodata, et aja jooksul muutuvad need varieeruvamaks (või tsüklilisemaks). Arvestades, et krediidiriskiga seotud nõuded moodustavad üle 80 % kogu nõutavast miinimumkapitalist 1. samba raames, peetakse nõutava miinimumkapitali võimaliku tsüklilisuse peamiseks põhjuseks üldiselt sisereitingutel põhineva meetodi kohaste krediidiriski parameetrite sidumist riskiga kaalutud varade arvutamisega, kuigi riskikaalud peaksid kõigi kolme meetodi, st standardmeetodi,[12] sisereitingutel põhineva baasmeetodi[13] ja sisereitingutel põhineva täiustatud meetodi puhul vastama makromajanduslikele tingimustele. Kuna riskipositsiooni maksejõuetuse tõenäosus majanduskasvu ajal väheneb ja languse ajal suureneb, peaksid sisereitingutel põhineva meetodi puhul ka kapitalinõuded vastavalt muutuma[14].
13. Voor een grondige analyse van de cycliciteit van het MRC is een volledige conjunctuurcyclus nodig. Momenteel zijn slechts gegevens van drie referentiepunten beschikbaar[15], wat onvoldoende is om definitieve antwoorden te kunnen formuleren.
13. Nõutava miinimumkapitali tsüklilisuse põhjalikuks analüüsiks oleks vaja vaadelda tervet konjunktuuritsüklit. Praegu kättesaadavad andmed hõlmavad üksnes kolme ajahetke,[15] mis ei ole lõplike vastuste saamiseks piisav.
14. Volgens de analyse van de TFICF lag het MRC[16] op grond van de RKV ten opzichte van Bazel I gemiddeld 10,6% lager bij de banken van groep 1[17] en 6,1% lager bij de banken van groep 2[18]. Tegelijkertijd is het MRC bij de banken van groep 1 en 2 tussen juni en december 2008 met respectievelijk 8,3% en 0,1% gestegen. Deze veranderingen zijn toe te schrijven aan de stijging van de risicogewogen activa met 8,2% bij de banken van groep 1 en een daling van de risicogewogen activa met 1,5% bij de banken van groep 2. Het geheel van de vorderingen is echter sneller gestegen dan de risicogewogen activa, namelijk met respectievelijk 10,7% en 2,8%, wat erop wijst dat de stijging van het MRC tussen juni en december 2008 niet veroorzaakt werd door een toename van het aan de vorderingen verbonden risico[19].
14. Kapitalinõuete raamistiku mõju hindamise ühise rakkerühma 2008. aasta detsembri analüüsi kohaselt oli nõutav miinimumkapital[16] kapitalinõuete direktiivi raames võrreldes raamistikuga Basel I esimese rühma[17] pankade puhul keskmiselt 10,6 % ja teise rühma pankade puhul 6,1 % madalam.[18] Samas tõusis nõutav miinimumkapital ajavahemikus 2008. aasta juunist detsembrini esimese rühma pankade puhul 8,3 % ja teise rühma pankade puhul 0,1 %. Nende muutuste põhjuseks võib pidada riskiga kaalutud varade 8,2 %-list kasvu esimese rühma pankade puhul ja riskiga kaalutud varade 1,5 %-list vähenemist teise rühma pankade puhul. Riskipositsioonide kogusummad kasvasid siiski kiiremini kui riskiga kaalutud varad, st vastavalt 10,7 % ja 2,8 %, mis näitab, et nõutava miinimumkapitali suurenemise põhjuseks ajavahemikus 2008. aasta juunist detsembrini ei olnud riskipositsioonide riskimäära kasv[19].
15. In juni 2009 lag het MRC voor de banken van groep 1 en 2 op grond van de RKV nog steeds lager dan in het kader van Bazel I (respectievelijk 7,7% en 5,5%). Tussen december 2008 en juni 2009 daalden de risicogewogen activa van de banken van groep 1 met 2,1%, ondanks een toename van het geheel van de vorderingen met 0,3%. Het MRC van groep 1 steeg echter met 3,7%, hoofdzakelijk door een toename van de aftrekposten voor verwante ondernemingen en securitisaties en te lage voorzieningen voor verwachte verliezen. Daarom zal verder moeten worden onderzocht of andere MRC-componenten dan de risicogewogen activa de volatiliteit van het MRC op langere termijn vergroten[20].
15. 2009. aasta juunis oli nõutav miinimumkapital esimese ja teise rühma pankade puhul kapitalinõuete direktiivi raames võrreldes raamistikuga Basel I jätkuvalt madalam (vastavalt 7,7 % ja 5,5 %). 2008. aasta detsembrist 2009. aasta juunini kahanesid esimese rühma pankade riskiga kaalutud varad 2,1 % vaatamata kõikide riskipositsioonide 0,3 %-lisele kasvule. Esimese rühma nõutav miinimumkapital kasvas siiski 3,7 %, mis oli tingitud eelkõige suurematest mahaarvamistest asjaomaste asutuste jaoks ja väärtpaberistamisest ning eeldatava kahju katmiseks ette nähtud reservide puudujäägist. Seetõttu peab edasise järelevalve käigus hindama, kas nõutava miinimumkapitali volatiilsust mõjutavad peale riskiga kaalutud varade pikaajaliselt muud komponendid[20].
16. Diverse factoren kunnen tot deze enigszins verrassende ontwikkeling van de risicogewogen activa ten opzichte van het geheel van de vorderingen hebben bijgedragen, zoals onder meer steunmaatregelen van overheden ten behoeve van banken en een verschuiving in de samenstelling van de portefeuille van banken naar minder risicovolle vorderingen. De waargenomen veranderingen in de samenstelling van de portefeuilles, die wijzen op een verschuiving van portefeuilles met een hoge PD (bedrijfskredietportefeuille) naar portefeuilles met een lagere PD (staatsleningenportefeuille), verklaart ten dele waarom de hierboven besproken toename van de risicogewogen activa kleiner is dan de toename van de totale vorderingen (zie grafiek 1 in het bij dit verslag gevoegde werkdocument van de diensten van de Commissie). Het resultaat kan ook worden beïnvloed door de tijd die nodig is voor de herziening van de PD-waarden[21].
16. Riskiga kaalutud varade mõneti üllatavat dünaamikat võrreldes kõikide riskipositsioonidega on võib-olla mõjutanud hulk tegureid, sealhulgas valitsusprogrammid pankade toetamiseks ja muutused pankade portfellide koosseisus vähem riskantsete riskipositsioonide suunas. Täheldatud muutused portfelli koosseisus, milles on näha nihet suure maksejõuetuse tõenäosusega portfellidelt (äriühingute laenuportfell) väiksema maksejõuetuse tõenäosusega portfellidele (riiklik laenuportfell), seletavad osaliselt, miks eespool käsitletud riskiga kaalutud varade suurenemine on väiksem kui riskipositsiooni summade kasv (vt graafik 1 aruandele lisatud komisjoni talituste töödokumendis). See võib olla tingitud ka maksejõuetuse tõenäosuse läbivaatamise protsessile omasest ajalisest viibimisest[21].
17. Bovendien is uit regressieanalyses van het effect van de conjunctuurcyclus op diverse onderdelen van de portefeuilles van banken gebleken dat de coëfficiënt van de conjunctuurcyclus[22] positief is voor vorderingen op ondernemingen en voor vorderingen op particulieren en negatief voor vorderingen op centrale overheden[23], wat lijkt overeen te stemmen met de reeds eerder vermelde vaststelling dat banken hun portefeuilles hebben herschikt ten voordele van vorderingen die minder kapitaalintensief werden geacht.
17. Peale selle näitas regressioonanalüüs konjunktuuritsükli mõju kohta mitmesugustele pangaportfelli osadele, et konjunktuuritsükli koefitsient[22] on positiivne äriühingutele esitatavate nõuete ja jaenõuete klasside puhul ning negatiivne riiginõuete puhul,[23] mis näib olevat kooskõlas eespool esitatud järeldusega, mille kohaselt on pangad oma portfelli koosseisu vähem kapitalimahukateks peetud nõuetega ümber korraldanud.
18. Uit de meerlandenanalyse van de gegevens van de toezichthouders sinds december 2008 werd geconcludeerd dat de macro-economische situatie van invloed was op de risicoparameters en op de PD in het bijzonder[24]. Tot eind 2008 hadden de macro-economische omstandigheden op het niveau van de afzonderlijke instellingen echter geen noemenswaardig effect op het MRC. Deze enigszins verrassende vaststelling wordt vooral verklaard door het effect van de hierboven vermelde herschikking van de portefeuilles.
18. Mitme riigi 2008. aasta detsembrist pärinevate järelevalveandmete analüüsist selgus, et riskiparameetreid, eelkõige maksejõuetuse tõenäosust mõjutasid makromajanduslikud tingimused[24]. Sellegipoolest ei mõjutanud makromajanduslikud tingimused 2008. aasta lõpuni oluliselt nõutavat miinimumkapitali üksikasutuste tasandil. See mõneti ootustevastane tulemus on suuresti tingitud portfellide ümberkorraldamise mõjust, millest oli juttu eespool.
Effect van de kapitaalvereisten op de kredietverlening door banken
KAPITALINÕUETE MÕJU PANKADE LAENUANDMISTEHINGUTELE
19. Opdat wettelijke kapitaalvereisten de kredietverlening door banken beïnvloeden, moeten zij banken bindende verplichtingen opleggen met betrekking tot hun kapitaalbasis. Banken kunnen bij de bepaling van het kapitaal dat zij moeten aanhouden, ook nog met andere relevante factoren dan wettelijke verplichtingen rekening houden. Economische kapitaalmodellen, verwachtingen van andere marktdeelnemers en met name de vereisten van ratingbureaus kunnen banken dwingen hun kapitaal op te trekken, zelfs wanneer zij al aan de wettelijke eisen voldoen.
19. Pankade laenuandmistehingute mõjutamiseks peavad miinimumkapitali nõuded olema pankade kapitali taseme puhul siduvad. Seadusega kehtestatud nõuded ei pruugi aga olla ainus oluline tegur, mille põhjal pangad oma kapitali taseme üle otsustavad. Majanduslikud kapitalimudelid, teiste turuosaliste ootused ja eelkõige reitinguagentuuride nõuded võivad sundida panku tõstma oma kapitali taset isegi juhul, kui nad täidavad seadusega kehtestatud nõudeid.
20. Uit de resultaten van de enquêtes van de ECB is gebleken dat ratingbureaus de grootste rol spelen in de bepaling van het gewenste kapitaal en dat zij voor grote, internationale banken mogelijkerwijs belangrijker zijn dan de wettelijke kapitaalvereisten. Dit doet vermoeden dat de veranderingen in de omvang van de gewenste kapitaalbasis van banken en het daarmee verband houdende effect op hun kredietverlening hoofdzakelijk beïnvloed worden door de ambitie van individuele instellingen om bepaalde ratings van ratingbureaus te verkrijgen. Evenzo zouden economische kapitaalmodellen in de besluitvorming van grote banken inzake kapitaaltoewijzing zwaarder kunnen wegen dan de wettelijke vereisten[25]. De recente financiële crisis heeft gewezen op het belang van de verwachtingen van de marktdeelnemers voor de bepaling van de kapitaalpositie van banken. Het lijkt erop dat de druk op banken om hun kapitaalbuffers niet te verlagen, gevoed werd door de bezorgdheid van de marktdeelnemers over de gepastheid van de kwaliteit en het niveau van het aangehouden kapitaal in de moeilijke periode, veeleer dan door de cyclische volatiliteit van het MRC.
20. Euroopa Keskpanga küsimustike tulemused näitavad, et reitinguagentuuridel on soovitava kapitalitaseme määramisel juhtiv osa ja et see tegur on ehk isegi olulisem kui miinimumkapitali nõuded suurtele rahvusvaheliselt tegutsevatele pankadele. Sellest tulenevalt võib soovitava kapitalitaseme muutusi ja nende mõju pankade laenuandmistehingutele kõige rohkem ajendada individuaalsete asutuste eesmärk saada reitinguagentuuridelt konkreetseid reitinguid. Samuti võivad majanduslikud kapitalimudelid olla suurte pankade jaoks kapitali paigutamisel kehtestatud nõuetest olulisemad tegurid[25]. Ilmneb, et pankadele avaldatud surve hoiduda kapitalireservide kasutuselevõtust oli ajendatud pigem turuosaliste kahtlustest kapitali adekvaatsuse ja taseme suhtes surutise ajal, mitte niivõrd nõutava miinimumkapitali tsüklilisest volatiilsusest.
21. Kapitaalvereisten kunnen pas effect op de kredietverlening door banken sorteren indien deze kredietverlening veeleer door het kredietaanbod dan door de kredietvraag wordt gestuurd. Daarenboven dienen kapitaalvereisten in vergelijking met andere factoren inzake kredietaanbod en -vraag ook een belangrijke determinant van de cycliciteit van de kredietverlening te zijn. Factoren aan de vraagzijde die de kredietgroei beïnvloeden, zijn onder meer de verwachtingen van de consumenten, inflatie en werkloosheidscijfers.
21. Selleks et miinimumkapitali nõuded mõjutaksid pankade laenuandmistehinguid, peaksid need olema ajendatud pigem laenupakkumisest kui laenunõudlusest. Kapitalinõuded peaksid võrreldes muude laenupakkumise ja -nõudluse teguritega olema ka laenuandmise tsüklilisuse peamine määrav tegur. Pangalaenude nõudluse kasvu mõjutavate tegurite hulka kuuluvad klientide ootused, inflatsioon ja tööpuuduse tase.
22. De enquête van de ECB over kredietverlening (Bank Lending Survey of BLS)[26] doet vermoeden dat de RKV het kredietbeleid van banken enigszins heeft beïnvloed. Bevraagde banken meldden dat het effect van de RKV op de kredietvoorwaarden duidelijker merkbaar was bij bedrijfsleningen (zowel het midden- en kleinbedrijf (mkb) als grote ondernemingen) dan bij gezinsleningen (zie grafiek 2). Het effect van de RKV varieert echter aanzienlijk tussen banken: hoewel op het niveau van de eurozone het merendeel van de banken heeft verklaard dat de RKV tot nu toe eigenlijk geen effect op hun kredietvoorwaarden heeft gehad, zijn er aanzienlijke verschillen tussen de verschillende landen (zie grafiek 3). Terwijl in bepaalde landen banken hebben gemeld dat de RKV weinig of geen invloed heeft gehad op hun beleid inzake bedrijfsleningen, verklaarde in andere landen tot wel 80% van de banken dat de RKV tot een duidelijke aanscherping van de kredietvoorwaarden heeft geleid. Evenzo meldde een aantal landen dat de RKV tot een duidelijke versoepeling van de kredietvoorwaarden voor gezinsleningen heeft geleid, terwijl de meeste landen net aangaven dat de voorwaarden door de richtlijn aanzienlijk strenger zijn geworden.
22. Euroopa Keskpanga pankade laenuandmistehingute uuringust[26] selgub, et kapitalinõuete direktiiv mõjutas teataval määral pankade laenuandmispoliitikat. Uuringus osalenud pankade esitatud andmetest nähtus, et kapitalinõuete direktiivi mõju laenustandarditele oli suurem äriühingutele (VKEd ja suurettevõtjad) antud laenude puhul kui kodumajapidamistele antud laenude puhul (vt graafik 2). Kapitalinõuete direktiivi olulisus oli pankade lõikes siiski väga erinev – samas kui kogu euroala pankadest teatas enamik, et kapitalinõuete direktiiv ei olnud nende laenustandardeid senini peaaegu üldse mõjutanud, võib riigiti siiski täheldada suuri lahknevusi (vt graafik 3). Kui mõne riigi pangad teatasid, et kapitalinõuete direktiiv mõjutas nende laenuandmist äriühingutele vähe või üldse mitte, siis 80 % ülejäänud riikide pankadest teatas, et kõnealuse direktiivi mõjul kitsendasid nad laenustandardeid. Samuti teatati, et samas kui enamikus riikides põhjustas kapitalinõuete direktiiv kodumajapidamistele antavate laenude standardite üldist kitsendamist, ajendas see mõnes riigis ka standardite üldist leevendamist.
23. De enquête die de Commissie onder banken heeft gehouden, had betrekking op de factoren die hen er tussen oktober 2008 en april 2009 toe hebben aangezet hun kredietverlening te beperken (zie grafiek 4). Hoewel 47% van de respondenten veranderingen in het verplichte kapitaal als reden opgaf, kwamen andere factoren nog vaker voor, namelijk de algemene economische en/of sectorspecifieke vooruitzichten (95%), de vooruitzichten van de afzonderlijke kredietnemers (79%) en de beschikbaarheid van zekerheden voor startende ondernemingen (63%). Uit recente onderzoeken van de ECB in de eurozone is gebleken dat de kapitaalpositie van banken (in de ruime zin van het woord, dus meer dan alleen maar het MRC) in de afgelopen twee jaar van invloed is geweest op de kredietverlening aan gezinnen en ondernemingen, hoewel de invloed ervan minder uitgesproken was dan die van factoren uit de "risicoperceptiecategorie" (zie grafieken 5 en 6).
23. Komisjoni korraldatud küsitluses uuriti pankadelt, millised tegurid olid piiranud nende laenuandmist 2008. aasta oktoobrist 2009. aasta aprillini (vt graafik 4). Kui 47 % vastanutest mainis miinimumkapitali muutusi, siis sellest tegurist olulisem oli üldine majanduslik ja/või sektori väljavaade (95 %), laenuvõtjakeskne väljavaade (79 %) ja tagatise olemasolu uue äriühingu puhul (63 %). Ka Euroopa Keskpanga hiljutistest euroala hõlmavatest uuringutest selgub, et kahe viimase aasta jooksul mõjutas pankade kapitalipositsioon (laias tähenduses, arvestades ka muud peale nõutava miinimumkapitali) laenupakkumist kodumajapidamistele ja äriühingutele, ehkki see mõju oli väiksem kui riskitajumise kategooriasse kuuluvate tegurite mõju (vt graafikud 5 ja 6).
24. De recente gebeurtenissen hebben aangetoond dat bepaalde zwakke punten in wettelijke kapitaalvereisten ook procyclisch kunnen werken. In de voorspoedige jaren voorafgaand aan de crisis hebben heel wat grote banken hun hefboomfinanciering fors opgetrokken. De risico's, met inbegrip van de risico's in de handelsportefeuille, namen daardoor danig toe, maar werden onvoldoende in aanmerking genomen voor het verplicht aan te houden kapitaal. Door de crisis groeide de bezorgdheid over de toereikendheid van het kapitaal van banken en om de hogere, door de marktspelers passend geachte kapitaalratio's te halen, zagen banken zich genoodzaakt de hefboomwerking in hun activiteiten snel af te bouwen en kapitaal op te halen onder moeilijke marktomstandigheden, wat de druk nog verder opdreef. Tot wel 50% van de banken heeft aan de ECB gemeld dat de financiële crisis een negatieve invloed heeft gehad op zowel hun kapitaalpositie (aanzienlijke afwaarderingen en verliezen op handelsportefeuilles[27] en onderbrekingen in de toegang tot wholesale funding) als hun kredietbeslissingen (zie grafiek 7).
24. Hiljutised sündmused on näidanud, et miinimumkapitali nõuete teatavatel nõrkadel külgedel võib samuti olla protsükliline mõju. Kriisile eelnenud tõusuaastatel suurendasid paljud suured pangad jõuliselt finantsvõimendust, võimendades sellega omakorda riske, sealhulgas kauplemisportfellis sisalduvaid riske, mida ei kaetud piisaval määral miinimumkapitaliga. Kriis tekitas kahtlusi pankade kapitali adekvaatsuse suhtes ja turuosaliste silmis piisavalt kõrgeks peetavate kapitali suhtarvude saavutamiseks on paljud pangad pidanud oma tehinguid kiiresti kokku tõmbama ja hankima raskes turuolukorras lisakapitali, süvendades sellega pinget veelgi. 50 % pankadest teatas Euroopa Keskpangale, et finantskriis avaldas negatiivset mõju nii nende kapitalipositsioonile (mis kajastub laenuportfellide väärtuse olulistes allahindamistes ja kahjudes[27] ning pankadevaheliste laenude kättesaadavuse häiretes) kui ka laenuandmisotsustele (vt graafik 7).
25. Toch concludeert de ECB in haar analyse dat de recente daling van de kredietgroei in ruime mate het gevolg is van een dalende vraag naar leningen. De langetermijntendensen van de totale kredietgroei en de economische activiteit in de eurozone (zie grafiek 8) duiden erop dat de kredietverlening zich in het verleden gewoonlijk procyclisch ontwikkelde ten aanzien van de conjunctuurcyclus. Niettegenstaande de druk waaronder de banken van de eurozone tijdens de financiële crisis stonden en de overgang naar de RKV, sluit de totale kredietgroei sinds kort weer min of meer aan bij het historische patroon. De groei van de gezinsleningen daalde over het algemeen parallel met de vertraging van de economische activiteit, terwijl de groei van leningen aan niet-financiële ondernemingen met enige vertraging is beginnen te dalen, zoals in het verleden ook al werd waargenomen.
25. Euroopa Keskpanga analüüsist selgus aga, et hiljutist laenukasvu aeglustumist mõjutas suurel määral vähenev laenunõudlus. Üldise laenukasvu ja majandustegevuse pikaajalised suundumused euroalal (vt graafik 8) näitavad, et ajalooliselt on laenuandmine liikunud protsükliliselt konjunktuuritsükliga. Vaatamata euroala pankadele finantskriisi ja kapitalinõuete direktiivi ülevõtmise ajal avaldunud survele on laenukasv viimasel ajal üldiselt liikunud enam-vähem ühel joonel ajaloolise mudeliga. Kodumajapidamiste laenukasv vähenes üldjoontes koos majandustegevuse aeglustumisega, samas hakkas mittefinantsteenuseid pakkuvatele äriühingutele antavate laenude kasv pidurduma alles hiljem, mis on kooskõlas minevikus täheldatud suundumustega.
26. Over het algemeen is het nog steeds moeilijk te beoordelen in hoeverre de tenuitvoerlegging van de RKV de procycliciteit van de kredietverlening door banken heeft versterkt. Hoewel de in dit deel aangehaalde ondersteunende gegevens op mogelijke verbanden tussen de RKV en de kredietverlening door banken wijzen, dient gedurende een langere periode onderzoek te worden gedaan om duidelijker conclusies te kunnen trekken. Bovendien dient er met klem op te worden gewezen dat de tenuitvoerlegging van het Bazel II-kader samenviel met het begin van de financiële crisis, waardoor het bijzonder moeilijk is de effecten van beide gebeurtenissen van elkaar te onderscheiden .
26. Kokkuvõttes on jätkuvalt keeruline hinnata, millisel määral on kapitalinõuete direktiivi rakendamine mõjutanud pankade laenuandmistehingute protsüklilisust. Kuigi käesolevas peatükis esitatud argumendid osutavad teatavatele võimalikele seostele kapitalinõuete direktiivi ja pankade laenuandmise vahel, on põhjalikumate järelduste tegemiseks vaja analüüsida pikemat ajavahemikku. Samuti on oluline rõhutada, et kuna raamistiku Basel II rakendamine kattus ajaliselt finantskriisi puhkemisega, on nende sündmuste mõju eristamine iseäranis keeruline.
Effect van de kredietbeschikbaarheid op de conjunctuurcyclus
LAENUDE KÄTTESAADAVUSE MÕJU MAJANDUSTSÜKLILE
27. De laatste stap van de analyse heeft betrekking op de mate waarin de door de RKV veroorzaakte veranderingen in de kredietverlening door banken de conjunctuurcyclus beïnvloeden.
27. Analüüsi viimases osas vaadeldakse, millisel määral mõjutavad majandustsüklit kapitalinõuete direktiivist tulenevad muutused pankade laenupakkumises.
28. Van de RKV kan pas een versterkend effect op de reële economie uitgaan indien een aanzienlijk aantal kredietnemers van hun bank afhankelijk zijn, wat inhoudt dat zij hun bankleningen niet kunnen inruilen voor alternatieve financieringsbronnen. Uit de gegevens van de ECB blijkt dat bij de nieuwe, aan niet-financiële ondernemingen toegekende bedrijfsleningen (zie grafiek 9) leningen aan het mkb medio 2008 een hoogtepunt hebben bereikt en sindsdien met ongeveer 15% zijn gedaald. Grote leningen bereikten hun hoogtepunt pas begin 2009 en waren in september 2009 met ongeveer 10% gedaald. Hoewel deze cijfers erop wijzen dat de kredietverlening aan het mkb sterker door de economische neergang werd beïnvloed, zijn in de afgelopen maanden ook minder leningen aan grote ondernemingen toegekend. Het volume van kleine leningen is evenwel sterker gedaald dan dat van grote leningen en het verschil tussen de rentetarieven op kleine en grote leningen gaat sinds het begin van 2008 in stijgende lijn (zie grafiek 10).
28. Selleks et kapitalinõuete direktiivil oleks reaalmajandusele võimendav mõju, peab suur hulk laenuvõtjaid olema pankadest sõltuv, st et nad ei saa pangalaene asendada muude rahastamisvahenditega. Euroopa Keskpanga andmed näitavad, et mittefinantsteenuseid pakkuvatele ettevõtjatele antud uute ärilaenude puhul (vt graafik 9) oli väikelaenude arv suurim 2008. aasta keskpaigas, kuid on pärast seda umbes 15 % vähenenud, samas kui suurlaenude arv oli suurim 2009. aasta alguses ja vähenes sama aasta septembriks umbes 10 %. See näitab, et majanduslangus on tugevamalt mõjutanud laenuandmist VKEdele, kuid ka suurettevõtjatele laenude andmine on viimastel kuudel vähenenud. Väikelaenude maht vähenes siiski rohkem kui suurlaenude maht ning väike- ja suurlaenude intressimäärade vahed on 2008. aasta algusest suurenenud (vt graafik 10).
29. Volgens een recent onderzoek[28] lijken de meeste Europese kleine en middelgrote ondernemingen ondanks de minder aantrekkelijke kredietvoorwaarden nog steeds toegang te hebben tot bankkredieten. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat de meeste leningaanvragen een positief gevolg hebben gekregen: 60% van de kleine en middelgrote ondernemingen van de eurozone meldde in de eerste helft van 2009 het volledige gevraagde leningbedrag te hebben ontvangen terwijl nog eens 17% een deel van het gevraagde bedrag heeft gekregen; slechts 12%[29] van de leningaanvragen werd geweigerd (zie grafiek 11). De Commissie kwam in het kader van een andere enquête onder Europese ondernemingen over de beschikbaarheid van bankkredieten tot vergelijkbare schattingen[30].
29. Hiljuti korraldatud Euroopa VKEde uuringu[28] andmetel on enamikul neist vaatamata laenuvõtmistingimuste halvenemisele siiski jätkuvalt juurdepääs pankade rahastamisvahenditele. Uuringu tulemustest selgus, et pankadele rahastamise saamiseks esitatud taotlustele vastati enamasti positiivselt – 60 % euroala VKEdest teatas, et nad olid 2009. aasta esimesel poolel saanud kogu taotletud laenusumma, ning 17 % neist teatas, et olid saanud osa laenusummast; vaid 12 %[29] taotlustest lükati tagasi (vt graafik 11). Sarnased olid ka ELi ettevõtjatele suunatud komisjoni küsitluses saadud tulemused pangalaenude kättesaadavuse kohta[30].
30. Wat de mate betreft waarin ondernemingen met kredietbehoeften erin slagen de gevolgen van de strengere kredietvoorwaarden naar aanleiding van de economische neergang het hoofd te bieden, wijzen gegevens erop dat de daling in de verlening van langlopende bankleningen die zich sinds eind 2008 heeft voorgedaan (zie grafiek 12), enigszins werd opgevangen met marktfinanciering, zoals de uitgifte van aandelen en schuldinstrumenten. In het mkb hebben de meeste ondernemingen die in de eerste helft van 2009 een handelskrediet of een andere vorm van externe financiering nodig hadden, het gewenste bedrag volledig gekregen. Toch meldde een aantal ondernemingen dat zij geen beroep hebben kunnen doen op deze alternatieve financieringsbronnen (respectievelijk 13% en 15%, zie grafiek 11).
30. Seoses äriühingutest laenuvõtjate võimega leevendada piiratud laenuandmise mõju majanduslanguse tingimustes on tõendeid selle kohta, et turupõhine rahastamine, näiteks kapitaliväärtpaberite ja võlakirjade väljastamine, on mõnevõrra leevendanud pikaajalise pankadepoolse rahastamise vähenemist, mida on täheldatud alates 2008. aasta lõpust (vt graafik 12). Kui enamik VKEdest, kes taotlesid 2009. aasta esimesel poolel kaubanduskrediiti või muud välisrahastamist, sai kogu taotletud summa, siis mõni ettevõtja teatas, et neil ei õnnestunud nendest alternatiivsetest allikatest saada mingit rahastamist (vastavalt 13 % ja 15 %, vt graafik 11).
31. Ondanks de tekenen die erop wijzen dat steeds vaker de markt en niet de banken als financieringsbron wordt gebruikt, mag de belangrijke rol van de banken in de kredietverlening voor uitgaven en investeringen niet worden onderschat, vooral omdat bepaalde, voornamelijk kleinere ondernemingen via alternatieve kanalen maar moeilijk aan de nodige middelen kunnen komen. Bovendien is uit recente empirische gegevens gebleken dat schokken in de kredietverlening de economische activiteit in het hoofdzakelijk op banken gebaseerde financiële stelsel van de eurozone ongunstig kunnen beïnvloeden [31] .
31. Vaatamata märkidele, mis osutavad pankadepoolse rahastamise jätkuvale asendumisele turupõhise rahastamisega viimastel kuudel, ei tohiks pankade esmatähtsat osa kulutuste ja investeeringute rahastamisel alahinnata, arvestades eelkõige asjaolu, et vajalike vahendite saamine alternatiivsetest allikatest on eriti väiksemate ettevõtjate jaoks olnud keeruline. Peale selle näitavad viimase aja empiirilised andmed, et vapustused laenupakkumises võivad mõjutada majandustegevust euroala peamiselt pangapõhises finantssüsteemis[31].
Onderliggende ratio voor de berekening van de kapitaalvereisten
KAPITALINÕUETE ARVUTAMISE ALUSPÕHIMÕTE
32. In het kader van de beslissingen van de G20 is de Commissie op 26 februari 2010 een openbare raadpleging gestart over een reeks wijzigingsmogelijkheden voor de RKV met betrekking tot liquiditeits- en tegenpartijkredietrisicobeheer, de definitie van kapitaal, een hefboomratio, anticyclische maatregelen, systeemkritische financiële instellingen en het ene "rule book". De evaluatie van deze potentiële voorschriften valt evenwel buiten het bestek van dit verslag[32].
32. G20 otsuseid silmas pidades algatas komisjon 26. veebruaril 2010 avaliku arutelu kapitalinõuete direktiivi võimalike muudatuste üle seoses likviidsuse ja vastaspoole krediidiriski juhtimise, kapitali määratluse, finantsvõimenduse määra, antitsükliliste meetmete, süsteemselt oluliste finantseerimisasutuste ja ühtsete eeskirjade kogumikuga. Nende võimalike nõuete hindamine ei kuuluks käesoleva aruande käsitlusalasse[32].
33. In de nasleep van de crisis wordt met betrekking tot procycliciteit bijzondere aandacht besteed aan twee problemen, namelijk het effect van ratingverlagingen en de kredietverlening aan het mkb. Er is in het bijzonder enige bezorgdheid over de negatieve gevolgen voor het mkb indien de kapitaalvereisten inderdaad tot een beperktere toegang tot krediet en hogere rentetarieven zouden leiden.
33. Kriisi järel on seoses protsüklilisusega erilist tähelepanu pälvinud kaks küsimust: väärtpaberistatud instrumentide reitingute alandamise mõju ja laenud VKEdele. Eriti on kahtlusi tekitanud VKEdele avalduv negatiivne mõju juhul, kui kapitalinõuete raamistiku tulemusena väheneks laenude kättesaadavus ja tõuseksid intressimäärad.
34. De correlatie van activa kan worden beschreven als de afhankelijkheid van de activawaarde van een kredietnemer van de algemene economische toestand. Alle kredietnemers zijn door deze ene risicofactor met elkaar verbonden, waardoor zij gewoonlijk een vergelijkbare ontwikkeling doormaken. Deze correlatie verschilt naargelang van de activacategorie – de diverse kredietnemers en activacategorieën hangen immers niet allemaal even sterk van de globale economie af – en beïnvloeden ook de risicogewichten. Een voorbeeld van een lage correlatie is de particuliere leningportefeuille, aangezien gevallen van wanbetaling door particulieren doorgaans losstaan van elkaar en minder afhankelijk zijn van de conjunctuurcyclus dan wanbetaling door ondernemingen. Bijgevolg is de verliescurve vrij vlak en zijn de kapitaalvereisten minder afhankelijk van de economische situatie. Het belang van het mkb voor de Europese economie wordt in het huidige RKV-kader erkend en leningen aan het mkb met een kredietvolume van minder dan één miljoen euro worden tot de activacategorie van de particuliere leningen gerekend. De kapitaalvereisten voor dergelijke leningen worden dan ook minder sterk door de conjunctuurcyclus beïnvloed en bieden het mkb aanzienlijke voordelen ten opzichte van Bazel I.
34. Varade korrelatsiooni võiks kirjeldada kui laenuvõtja varade väärtuse sõltuvust üldisest majandusseisust – kõik laenuvõtjad on selle riskiteguri kaudu omavahel seotud ja seega on nende areng tavaliselt sarnane. Kuna eri laenuvõtjad ja varaliigid sõltuvad üldisest majandusseisust erineval määral, sõltuvad need korrelatsioonid vara liigist ja mõjutavad ka riskikaalu. Näide madalast korrelatsioonist on jaeportfell, kuna jaeklientide maksejõuetus on ettevõtjate maksejõuetusega võrreldes tavaliselt isikupärasem ja majandustsüklist vähem sõltuv. Seetõttu on kahjukõver suhteliselt muutumatu ja kapitalinõuded sõltuvad majandusseisust vähem. Praeguses kapitalinõuete direktiivi raamistikus tunnistatakse VKEde olulisust Euroopa majanduses ja antakse VKEdele laene, mille suurus on jaelaenude puhul alla ühe miljoni euro varaliigi kohta. Seetõttu on kapitalinõuded selliste laenude puhul majandustsüklist vähem mõjutatud ja pakuvad VKEdele võrreldes raamistikuga Basel I märkimisväärseid eeliseid.
35. Het MRC voor securitisaties is eveneens belangrijk. De kapitaalvereisten worden voornamelijk gebaseerd op de externe rating van een ratingbureau[33]. Externe ratings zijn een relatief gestandaardiseerde, gemakkelijk te begrijpen en onafhankelijke maatstaf die door de markt al voor de tenuitvoerlegging van het Bazel II-kader intensief werd gebruikt[34]. Elke kredietrating van een securitisatietranche is gekoppeld aan een welbepaald risicogewogen kapitaalvereiste (zie grafiek 13). De kapitaalvereisten zijn fors hoger wanneer een securitisatie een rating van minder dan BBB- heeft en elk actief met een rating van minder dan B+ moet geheel worden gewaarborgd door verplicht aan te houden kapitaal, omdat:
35. Samuti on oluline väärtpaberistamiseks nõutav miinimumkapital. Väärtpaberistamine põhineb peamiselt reitinguagentuuride antavatel välisreitingutel[33]. Välisreitingud annavad suhteliselt standardse, hõlpsalt mõistetava ja sõltumatu mõõdupuu, mida kasutati turul laialdaselt juba enne raamistikku Basel II hõlmamist.[34] Iga väärtpaberistatud instrumendi osa krediidireiting on seotud konkreetse riskiga kaalutud kapitalinõudega (vt graafik 13). Kapitalinõuded suurenevad järsult, kui väärtpaberistamise reiting on madalam kui BBB-, ning kõik, mille reiting on alla B+, tuleb täielikult katta kapitaliga, kuna:
36. in geval van wanbetaling de verliezen bij achtergestelde tranches van securitisatieposities veel groter kunnen zijn dan bij gewone bedrijfsleningen met een soortgelijke PD; en
36. allutatud osade puhul võivad maksejõuetusest tulenevad kahjud väärtpaberistamise positsioonide puhul olla palju suuremad kui tavaliste ärilaenude puhul, millel on sarnane maksejõuetuse tõenäosus; ning
37. toezichthouders hebben voorzien in een prikkel die ervoor moet zorgen dat banken minder in risicovolle achtergestelde tranches met een lagere rating beleggen[35].
37. reguleerivad organid kehtestasid stiimuli, mis innustaks panku mitte investeerima madalama reitinguga riskantsetesse allutatud osadesse[35].
Tijdens de financiële crisis werd de rating van securitisatietranches door de ratingbureaus fors verlaagd. Daardoor gelden niet alleen voor achtergestelde, maar ook voor niet-achtergestelde tranches met een oorspronkelijk hogere rating hogere kapitaalvereisten. Vanaf juni 2009 bedraagt het kapitaalvereiste voor securitisatieposities gemiddeld 6% van het MRC voor banken van groep 1 en 3,2% voor banken van groep 2[36]. Het probleem zou kunnen worden opgelost door een verder doorgedreven differentiatie en verfijning van de kapitaalvereisten. Daarom worden de kapitaalvereisten voor securitisaties momenteel aan een diepgaand onderzoek onderworpen.
Finantskriisi ajal alandasid reitinguagentuurid tugevalt väärtpaberistamise instrumentide osade reitinguid. Kõrgemaid kapitalinõudeid ei kehtestatud üksnes allutatud osade puhul, vaid ka vanemate, algselt kõrge reitinguga osade puhul. 2009. aasta juunis moodustasid väärtpaberistamise positsioonide kapitalinõuded esimese rühma pankade puhul keskmiselt 6 % ja teise rühma pankade puhul 3,2 % nõutavast miinimumkapitalist.[36] Kapitalinõuete suurem eristatus ja detailsus aitaks seda probleemi lahendada ja seetõttu vaadatakse väärtpaberistamise kapitalinõudeid praegu läbi.
38. Teneinde het totale effect van de mogelijke wijzigingen in het Bazel II-raamwerk op de omvang van het kapitaal in te schatten, zal het Bazelse Comité een kwantitatieve impactstudie uitvoeren. Om het effect van deze wijzigingen op Europese banken en de mogelijke gevolgen ervan voor de kredietverlening door banken te beoordelen, heeft de Commissie het CEBT verzocht voor de EU een soortgelijk onderzoek te verrichten. Belangrijk is daarbij dat het onderzoek van het CEBT ook betrekking zal hebben op kleine banken, waarvan de kredietverlening voor het mkb van bijzonder groot belang kan zijn.
38. Raamistikus Basel II tehtavate võimalike muudatuste kapitalitasemele avaldatava üldmõju hindamiseks korraldab Baseli komitee kvantitatiivse mõju-uuringu. Selleks et hinnata muudatuste mõju Euroopa pankadele ja pankade laenuandmistehingutele, on komisjon palunud Euroopa Pangandusjärelevalve Komiteel teha paralleelse uuringu ELis. Seejuures on oluline, et Euroopa Pangandusjärelevalve Komitee analüüs hõlmab väikepanku, kelle laenuandmistegevus võib olla eriti oluline VKEde jaoks.
MAATREGELEN OM DE PROCYCLICITEIT TE BEPERKEN
PROTSÜKLILISUSE VÄHENDAMISE MEETMED
39. Aangezien het onmogelijk is de risicogevoeligheid van alle instellingen op een bepaald moment te verhogen zonder een lichte toename van de cycliciteit van het MRC op langere termijn, is een zekere mate van procycliciteit wellicht onvermijdelijk. Als antwoord op deze afruil werd in de RKV een aantal waarborgen ingevoerd om het potentiële procyclische effect te beperken, met inbegrip van stresstests (in het kader van de tweede pijler), overgangsperioden voor kapitaalniveaus, gunstiger risicogewichten voor minder conjunctuurgevoelige kredietnemers (mkb) en de verplichte berekening van de kapitaalvereisten op basis van gegevens die een ruime tijdsperiode beslaan (voor PD) en verliesramingen uitgaande van economisch moeilijke tijden (voor LGD).
39. Teataval määral võib protsüklilisus olla vältimatu, kuna kõigis asutustes ei ole võimalik saavutada kindlal ajal suuremat riskitundlikkust, ilma et nõutavas miinimumkapitalis ei tekiks aja jooksul teatavat tsüklilisust. Kapitalinõuete direktiivis reageeriti sellisele seosele hulga tagatiste hõlmamisega protsüklilisuse võimalike tagajärgede piiramiseks, sealhulgas stressitestimine (2. samba osana), kapitalitaseme alammäärad üleminekukorras, soodsamad riskikaalud vähem tsükliliste laenuvõtjatega (VKEd) seotud riskipositsioonidele ja kapitali arvutamise sisendid, mis peavad põhinema pikaajalistel andmetel (maksejõuetuse tõenäosuse puhul) ning languse hinnangutel (maksejõuetusest tingitud kahju puhul).
40. De recente crisis heeft echter aangetoond dat marktdeelnemers ervan uitgaan dat het kapitaal wordt opgetrokken wanneer zij menen dat een instelling niet in staat is om verliezen op te vangen. Betere anticyclische maatregelen binnen het regelgevingskader voor kapitaalvereisten zouden het vertrouwen in de balans van de banken kunnen helpen herstellen en zodoende de kans verkleinen dat banken hun kapitaalvereisten moeten optrekken of de hefboomwerking van hun kredietportefeuilles drastisch moeten verlagen om aan de verwachtingen van de marktdeelnemers te voldoen. De Commissie is het met internationale instellingen als de FSB en het Bazelse Comité eens dat aanvullende maatregelen dienen te worden getroffen om buitensporige procycliciteit te voorkomen.
40. Hiljutine kriis on aga näidanud, et turuosalised eeldavad kapitalitaseme tõusu siis, kui teatav asutus ei ole nende arvates kahjude korvamiseks heal positsioonil. Kapitalinõuete õiguslikus raamistikus kehtestatavad tugevdatud antitsüklilised meetmed võiksid aidata taastada usaldust pankade bilansi vastu ja vähendada seeläbi tõenäosust, et pangad on sunnitud turuosaliste ootustele vastamiseks kapitalinõudeid suurendama või oma laenuportfelle järsult kokku tõmbama. Komisjon nõustub selliste rahvusvaheliste asutustega nagu finantsstabiilsuse nõukogu ja Baseli komitee, et liigse protsüklilisuse vältimiseks on vaja lisameetmeid.
Kapitaalbuffers en voorzieningen
Kapitalipuhvrid ja reservid
41. De Commissie onderzoekt de invoering van kapitaalbuffers en/of een voorzieningenbeleid over de gehele duur van de cyclus. Beide soorten maatregelen hebben ten doel de procycliciteit te beperken. Een dynamisch voorzieningenbeleid houdt in dat voorzieningen worden aangelegd voor "verwachte" kredietverliezen op vorderingen, terwijl buffers bestemd zijn voor "onverwachte" verliezen.
41. Komisjon kaalub kapitalipuhvrite ja/või kogu tsüklit hõlmavate reservide nõuete kehtestamist. Mõlema meetme eesmärk on protsüklilisuse vähendamine. Dünaamiline reservide loomine on vajalik riskipositsioonide oodatavate laenukahjude ja puhvrid ootamatute kahjude katteks.
42. Bovendien zijn er twee soorten anticyclische maatregelen, namelijk die welke worden toegepast op basis van de specifieke risicokenmerken van banken (microniveau) en die welke gebaseerd zijn op een of meerdere macroparameters en het ruimere systeemrisico aangeven (macroniveau). Een dynamisch voorzieningenbeleid, kapitaalbuffers en een voorstel van het CEBT om de cycliciteit van het MRC te beperken (zie hieronder), zijn bankspecifieke maatregelen die gericht zijn op specifieke risico's van individuele banken.
42. On veel kahte liiki antitsüklilisi meetmeid – meetmed, mida rakendatakse panga konkreetsete riskitunnuste põhjal (mikrotasand), ning meetmed, mis põhinevad ühel või enamal makromuutujal, peegeldades üldisemat süsteemset riski (makrotasand). Dünaamiline reservide loomine, kapitali säilitamise puhvrid ja Euroopa Pangandusjärelevalve Komitee ettepanek vähendada nõutava miinimumkapitali tsüklilisust (vt alljärgnevalt) on pangakesksed meetmed – need keskenduvad konkreetsete pankadega seotud konkreetsetele riskidele.
43. Voorzieningen voor verliezen op kredieten leiden in de financiële verslaglegging tot lagere netto-inkomsten in de periode waarin de voorzieningen in de boeken worden opgenomen alsook tot een lagere boekwaarde van de kredieten. De verslaggevingsstandaarden gaan momenteel uit van geleden verliezen, wat betekent dat verliezen slechts in de boeken kunnen worden opgenomen indien zij op de balansdatum daadwerkelijk geleden zijn. Volgens de huidige normen standaarden geen voorzieningen voor kredietverliezen worden geboekt op basis van gebeurtenissen waarvan wordt verwacht dat zij in de toekomst zullen plaatsvinden[37].
43. Laenukahjumite jaoks loodavad reservid vähendavad reservi kajastamise ajavahemikus kirjendatud puhastulu ja alandavad laenude bilansilist väärtust. Raamatupidamisstandardites kasutatakse praegu kantud kahjumi mudelit, mille kohaselt võib kahjumeid kajastada üksnes juhul, kui need on kantud bilansipäeval. Praegused standardid ei võimalda reservi hõlmata eeldatavate tulevaste sündmustega seotud laenukahjumeid[37].
44. In de praktijk is het dus mogelijk dat er zich in een portefeuille van langetermijnleningen die in economisch gunstige tijden is opgebouwd geen enkele gebeurtenis voordoet die tot waardeverminderingen leidt, waardoor volgens de huidige internationale standaarden voor financiële verslaggeving (International Financial Reporting Standards of IFRS) geen voorzieningen voor kredietverliezen op individuele leningen zouden worden geboekt. Indien een dynamisch voorzieningenbeleid over de hele cyclus en het voorstel van de IASB ten uitvoer zouden worden gelegd, zouden banken voorzieningen voor verwachte kredietverliezen moeten aanleggen. Banken zouden bijgevolg tijdens een economische opleving voorzieningen aanleggen die als buffer zouden dienen in tijden van economische neergang.
44. Tegelikkuses võib seega juhtuda, et majanduskasvu ajal loodud pikaajalise laenuportfelli puhul ei pruugita kahjumit kanda ega praeguste rahvusvaheliste finantsaruandlusstandardite kohaselt üksiklaenude kahjumite jaoks reserve luua. Reservide loomine kogu tsükli jaoks (dünaamiline reservide loomine) ja Rahvusvaheliste Raamatupidamisstandardite Nõukogu ettepanek nõuaks pankadelt reservide loomist eeldatavate laenukahjumite jaoks. Selle tulemusena looksid pangad majanduskasvu ajal reservid, mis toimiksid languse ajal puhvrina.
45. Er worden momenteel meerdere opties in overweging genomen om het procycliciteitsprobleem aan te pakken, waaronder een verbetering van de regelgeving inzake voorzieningen. Meer toekomstgerichte oplossingen, zoals een dynamisch voorzieningenbeleid, bieden in deze context een aantal voordelen, waardoor banken verwachte verliezen sneller in hun boeken kunnen opnemen. De IASB werkt reeds aan een wijziging van de bestaande verslaggevingsregels wat het aanleggen van voorzieningen betreft. Het Bazelse Comité is voornemens een grondige bijdrage te leveren om de procycliciteit te beperken en het model van de IASB in de praktijk te helpen omzetten.
45. Protsüklilisuse küsimuse lahendamiseks kaalutakse praegu mitut võimalust – üks neist on reservieeskirjade täiustamine. Selles kontekstis on pikemaajalistel lahendustel, näiteks dünaamilisel reservide loomisel, teatavad eelised, kuna pangad kajastavad eeldatavaid kahjumeid varem. Rahvusvaheliste Raamatupidamisstandardite Nõukogu juba töötab praeguste reserve käsitlevate raamatupidamiseeskirjade muutmise nimel. Baseli komitee kavatseb protsüklilisuse piiramiseks ja Rahvusvaheliste Raamatupidamisstandardite Nõukogu mudeli toimivuse parandamiseks ette valmistada põhjaliku kaastöö.
46. Op het gebied van kapitaalbuffers werden nog twee aanvullende elementen gesignaleerd. Het eerste element is een vaste buffer bovenop het wettelijk verplichte minimumkapitaal (kapitaalbeschermingsbuffer), die beschikbaar is om verliezen in moeilijke perioden op te vangen. De banken zouden deze kapitaalbuffer in economisch voorspoedige tijden moeten opbouwen. Banken waarvan het kapitaal onder de vaste doelstelling ligt, zouden beperkingen opgelegd krijgen met betrekking tot kapitaaluitkeringen (met name dividendbetalingen en het inkopen van eigen aandelen) tot de vaste bufferdoelstelling weer gehaald wordt. Zo wordt verzekerd dat banken in perioden waarin hun rendabiliteit dat mogelijk maakt, een kapitaalbuffer aanleggen die ze in economisch moeilijkere tijden kunnen gebruiken. De verplichting voor banken om in perioden waarin sterke winstcijfers worden geboekt hun kapitaal op te trekken, zou buitensporige kredietgroei en hefboomfinanciering in de sector mee kunnen afremmen.
46. Kapitalipuhvrite puhul on kindlaks tehtud kaks täiendavat tegurit. Esimene neist hõlmab miinimumkapitalist suuremas fikseeritud summas sihtpuhvri (kapitali säilitamise puhver) loomist kahjumi korvamiseks majandustingimuste halvenedes. Sellist kapitali peaksid pangad varuma headel aegadel. Fikseeritud summast väiksemas summas puhvritega pankade puhul kehtiks piirangud kapitali jagamisel (näiteks dividendide maksmine, aktsiate tagasiostmine), kuni nad saavutavad fikseeritud summas sihtpuhvri. Sellega tagatakse, et pangandussektor loob kapitalipuhvri siis, kui ta suudab selleks tulu teenida, ning kasutab seda pingelistel aegadel. Kapitali suurendamise nõue suurte tulude ajajärkudel aitaks summutada pangandussektori liigset laenuvõimet ja finantsvõimenduse kasutamist.
47. Het tweede element is een anticyclische kapitaalbuffer. Deze zou een breder macroprudentieel doel dienen, namelijk de bescherming van de banksector tegen perioden van buitensporige kredietgroei alsook de ondersteuning van de kredietverlening door banken in tijden van economische neergang. Het streefniveau voor de anticyclische kapitaalbuffer zou variëren in de tijd en een functie zijn van een of meerdere macroparameters die fungeren als indicator van toenemende risico's op macroniveau. Een afwijking van de macroparameters van het langetermijngemiddelde zou wijzen op een periode van toenemende macrorisico's, waardoor de aan te houden kapitaalbeschermingsbuffer zou stijgen.
47. Teine tegur hõlmab antitsüklilist kapitalipuhvrit. See loodaks makrotasandi usaldatavusega seotud laiema eesmärgi saavutamiseks, st pangandussektori kaitsmiseks liigse laenukasvuga ajajärkude eest ja pankade laenuandmistehingute toetamiseks majanduslanguse ajal. Antitsüklilise kapitalipuhvri sihttaset muudetaks aja jooksul; see määrataks kindlaks ühe või mitme makrotasandi muutuja funktsioonina, mis näitaks makrotasandi riskide kuhjumist. Makrotasandi muutuja(te) kõrvalekalle pikaajalisest keskmisest näitaks makrotasandi riskide kuhjumise perioodi, mis nõuaks kapitali säilitamise puhvri mahu suurendamist.
48. De Commissie ziet een in de tijd variabele kapitaalbuffer als een mogelijkheid om het procycliciteitsprobleem op macroprudentieel niveau aan te pakken. Aangezien een dergelijke maatregel een globale economische, monetaire en macroprudentiële beoordeling zou inhouden, zal de Commissie samen met de ECB onderzoeken hoe deze maatregel in de nieuwe toezichtarchitectuur kan worden opgenomen.
48. Komisjon tunnustab ajas muutuvat kapitalipuhvrit kui võimalust protsüklilisuse vähendamiseks makrotasandil. Kuna selline meede hõlmaks majandus-, rahandus- ja makrotasandi usaldatavuse olukorra üldist hindamist, arutab komisjon koos Euroopa Keskpangaga võimalusi lisada kõnealune meede uude järelevalvemehhanismi.
Beperking van de cycliciteit van het MRC
Nõutava miinimumkapitali vähendamine
49. Het CEBT heeft voorgesteld het pijler 2-proces te gebruiken ter correctie van de lagere PD-ramingen in tijden van gunstige kredietvoorwaarden. In de praktijk stoelt de methode op de toepassing van een correctie die overeenstemt met de kloof tussen de huidige PD-waarden en de PD-waarden in recessies of het langetermijngemiddelde. Volgens deze opzet daalt de correctiecoëfficiënt in tijden van recessie en stijgt hij in tijden van economische groei. De buffer zou dienovereenkomstig worden berekend en bijgevolg de conjuncturele schommelingen van het MRC kunnen opvangen en de procycliciteit beperken.
49. Euroopa Pangandusjärelevalve Komitee on teinud ettepaneku kasutada 2. samba kohast menetlust, et võtta arvesse maksejõuetuse tõenäosuse hinnangute muutmist soodsates laenutingimustes. Tegelikkuses põhineb see meetod maksejõuetuse tõenäosuse jooksvate näitajate ning langusele või pikaajalisele keskmisele vastavate maksejõuetuse tõenäosuse näitajate vahet arvesse võtval kohandamisel. Seeläbi kohandamise ulatus väheneb majanduslanguse ja suureneb tõusuperioodi ajal ning puhver arvutataks vastavalt sellele. Seega suudaks puhver katta nõutava miinimumkapitali tsüklilisi kõikumisi, vähendades protsüklilisust.
Hefboomwerking
Finantsvõimendus
50. In de aanloop naar de recente financiële crisis is de hefboomwerking in het financiële stelsel aanzienlijk toegenomen, zowel in de gereguleerde banksector als in de niet-gereguleerde sectoren, bij marktspelers als hedgefondsen en private-equitybedrijven. Hoewel een hogere hefboomwerking in goede tijden tot hogere opbrengsten kan leiden, zorgt deze ook voor grotere verliezen bij een economische neergang. Bovendien heeft de afbouw van de hefboomfinanciering door marktspelers in het hele financiële stelsel de financiële markten en de bredere economie nog meer schade berokkend.
50. Finantsvõimenduse kasutamine kasvas finantssüsteemis märgatavalt enne hiljutist finantskriisi nii reguleeritud pangandussektoris kui ka reguleerimata sektorites, näiteks riskifondides ja börsivälistesse ettevõtjatesse investeerivates äriühingutes. Kui headel aegadel võib suurenenud finantsvõimendus tõsta tulusid, siis languse ajal suurendab see kahjumit. Samuti tekitas terves finantssüsteemis aset leidnud võimenduse vähendamise protsess kahju finantsturgudele ja kogu majandusele.
51. De G20 stelden in hun verklaring van 2 april 2009[38] dat risicogebaseerde kapitaalvereisten moeten worden aangevuld met een eenvoudige, transparante, niet-risicogebaseerde maatstaf die internationaal vergelijkbaar is, vorderingen buiten de balanstelling naar behoren in aanmerking neemt en buitensporige hefboomwerking in het bankenstelsel helpt te beperken. In zijn openbare raadpleging heeft het Bazelse Comité de grote lijnen van een hefboomratio gekenschetst die in aanvulling op het risicogebaseerde Bazel II-raamwerk zou worden gebruikt, teneinde te evolueren naar een pijler 1-benadering op basis van adequate evaluatie en kalibratie. De Commissie overweegt net als het Bazelse Comité een hefboomratio in te voeren met het oog op de verwezenlijking van de volgende doelstellingen:
51. G20 2. aprilli 2009. aasta deklaratsioonis[38] märgiti, et „riskipõhistele kapitalinõuetele tuleks lisada lihtne ja läbipaistev meede, mis ei põhineks riskidel ja oleks rahvusvaheliselt võrreldav, võtaks piisavalt arvesse bilansiväliseid riskipositsioone ja aitaks ohjata finantsvõimenduse suurenemist pangandussüsteemis”. Avalikul arutelul käsitles Baseli komitee üldjoontes finantsvõimenduse suhtarvu, mis võiks toimida riskipõhise raamistiku Basel II lisameetmena üleminekul 1. samba kohasele menetlusele, mis põhineb asjakohasel läbivaatamisel ja kalibreerimisel. Kooskõlas Baseli komiteega kaalub komisjon finantsvõimenduse suhtarvu kehtestamist, et saavutada järgmised eesmärgid:
52. beperking van de stijging van de hefboomwerking in de banksector om zodoende het risico op destabiliserende maatregelen ter vermindering van de hefboomwerking, die het financiële stelsel en de economie kunnen schaden, te verkleinen; en
52. piirata finantsvõimenduse kuhjumist pangandussektoris, aidates leevendada võimenduse vähendamise protsessi destabiliseerimise ohtu, mis võib kahjustada finantssüsteemi ja majandust;
53. vaststelling van aanvullende voorzorgsmaatregelen tegen het modelrisico en foute metingen door de risicogebaseerde maatregel aan te vullen met een eenvoudige, transparante, onafhankelijke maatstaf voor risico's op basis van brutovorderingen.
53. kehtestada kaitsemeetmed mudeliriskide ja mõõtmisvigade puhuks, täiendades riskipõhist meedet kogu riskipositsioonil põhineva lihtsa, läbipaistva, sõltumatu riskimeetmega.
54. Het is wenselijk de hefboomratio voor de toepassing ervan op internationaal niveau te harmoniseren en volledig te corrigeren voor eventuele resterende boekhoudkundige verschillen. De ratio dient te worden geijkt zodat deze een geloofwaardige aanvullende maatstaf kan worden voor de risicogebaseerde vereisten, met inachtneming van de komende wijzigingen van het Bazel II-raamwerk.
54. Finantsvõimenduse suhtarvu võiks enne selle rakendamist rahvusvahelisel tasandil kooskõlastada ning seda tuleks raamatupidamises veel esinevaid erinevusi arvesse võttes täielikult korrigeerida. Suhtarvu kalibreeritaks nii, et see toimiks riskipõhiste nõuete usaldusväärse lisameetmena, võttes arvesse raamistiku Basel II tulevasi muutusi.
Reeds door de Commissie getroffen maatregelen
Meetmed, mille komisjon on juba vastu võtnud
55. In de sterke groeiperiode van de financiële sector bevorderde de opzet van financiële-stimulansregelingen voor kaderpersoneel van financiële ondernemingen de procycliciteit. Doordat de regelingen op winstgevendheid op korte termijn gericht waren en onvoldoende op de risico's of prestaties op lange termijn werden afgestemd, zetten zij immers aan tot het nemen van buitensporige risico's[39].
55. Finantstõusu aastatel soodustasid finantsettevõtjate vastutavatele töötajatele suunatud motivatsiooniskeemid protsüklilisust, stimuleerides lühiajalisele kasumlikkusele keskendumise kaudu liigset riskivõtmist, ilma et piisaval määral oleks kindlaks tehtud ja arvesse võetud riske või pikaajalist tegevust[39].
56. Teneinde dit negatieve effect van slecht opgezette beloningsstructuren aan te pakken, heeft de Commissie voorgesteld de vereisten van de RKV aan te vullen met een uitdrukkelijke verplichting voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen om voor alle personeelscategorieën waarvan de beroepsactiviteit een wezenlijke invloed op hun risicoprofiel heeft, beloningsregelingen en -praktijken vast te stellen en in stand te houden die in overeenstemming zijn met doeltreffend risicobeheer[40].
56. Halvasti kavandatud tasustamissüsteemide negatiivse mõjuga toimetulekuks on komisjon teinud ettepaneku täiendada kapitalinõuete direktiivi nõudeid krediidiasutuste ja investeerimisühingute sõnaselge kohustusega kehtestada selliste töötajate kategooriate suhtes, kelle ametialane tegevus mõjutab oluliselt asjaomase krediidiasutuse või investeerimisühingu riskiprofiili, tõhusa riskijuhtimisega kooskõlas olevad tasustamispoliitika ja -tavad ning need rakendada[40].
57. Teneinde de toereikendheid van de bankkapitaalvereisten te verbeteren, heeft de Commissie tevens wijzigingen in de RKV voorgesteld om de wettelijke kapitaalvereisten voor handelsportefeuilleactiviteiten en hersecuritisaties uit de beleggingsportefeuille aan te scherpen[41]. Tijdens de financiële crisis leidden de zwakke punten van het MRC op deze gebieden tot extra druk op de kapitaalpositie van banken, wat op zijn beurt wellicht tot een verdere aanscherping van de kredietvoorwaarden door de banken heeft bijgedragen.
57. Selleks et pankade kapitalinõuded oleks adekvaatsemad, on komisjon esitanud ettepanekuid kapitalinõuete direktiivi muutmiseks, et suurendada miinimumkapitali nõudeid kauplemisportfelliga seotud tegevuse ja pangaportfellis sisalduvate edasiväärtpaberistatud instrumentide suhtes[41]. Finantskriisi ajal tekitasid nõutava miinimumkapitali kitsaskohad nendes valdkondades lisapinget pankade kapitalipositsioonidele, mis soodustas tõenäoliselt omakorda pankade laenustandardite tõstmist.
58. In 2009 heeft de Commissie ook voorgesteld een Europees Comité voor systeemrisico’s (ECSR)[42] in te stellen dat belast zou worden met het toezicht op de stabiliteit van het volledige financiële stelsel. Indien het ECSR overeenkomstig dat voorstel wordt opgericht, zal het systeemrisico's op Europees niveau signaleren en risicowaarschuwingen afgeven. De toevoeging van een solide macroprudentieel niveau aan de bestaande microprudentiële aanpak zou de procyclische factoren, zoals beperkingen in de meting van risico's en inadequate reacties van marktdeelnemers op risico's, moeten helpen tegengaan[43]. Hierdoor zouden cycli en de toename van risico's in het stelsel tijdig moeten kunnen worden gesignaleerd. Indien toezichthouders en beleidsmakers daarbij een belangrijke rol wordt toebedeeld, zou sneller actie kunnen worden ondernomen om buitensporige volatiliteit en procycliciteit in tijden van economische neergang te voorkomen.
58. 2009. aastal tegi komisjon samuti ettepaneku luua Euroopa Süsteemsete Riskide Nõukogu,[42] et teostada järelevalvet kogu finantssüsteemi stabiilsuse üle tervikuna. Kui nõukogu selle ettepaneku alusel asutataks, oleks selle ülesandeks määrata kindlaks süsteemsed riskid Euroopa tasandil ja anda riskihoiatusi. Tugeva makrotasandi usaldatavusjärelevalve lisamine praegusele mikrotasandi usaldatavusjärelevalve mudelile peaks aitama käsitleda protsüklilisuse põhjusi, mis on seotud riskimõõtmise piirangutega ja turuosaliste ebasobiva reageerimisega riskile[43]. See peaks aitama õigeaegselt kindlaks määrata tsükleid ja riskide kuhjumist süsteemis, mis omakorda võimaldaks tihedas koostöös järelevalveasutuste ja poliitikakujundajatega tegutseda juba varajases etapis, et vältida liigset volatiilsust ja protsüklilisust majanduslanguse ajal.
Conclusies
Kokkuvõte
59. Er zij benadrukt dat de gepresenteerde analyse een indicatief karakter heeft omdat de voorschriften van RKV II pas in 2009 zijn aangenomen.
59. Tuleb rõhutada, et esitatud analüüs on esialgne, kuna kapitalinõuete teise direktiivi nõuded võeti vastu alles 2009. aastal.
60. De Commissie merkt op dat vele internationale instellingen en comités hebben onderstreept dat het belangrijk is anticyclische maatregelen in het prudentiële kader op te nemen om excessieve procycliciteit in het financiële stelsel te beperken. Parallel met de werkzaamheden van het Bazelse Comité zal de Commissie met name de opties onderzoeken die het systeemrisico en de procycliciteit op de meest doeltreffende wijze aanpakken. De Commissie is van mening dat deze maatregelen het nemen van buitensporige risico's in tijden van economische groei moeten beperken, maar ook zodanig moeten worden opgevat dat zij in geval van economische neergang kunnen worden teruggeschroefd om de weerbaarheid van de banksector te bevorderen en de kredietstroom naar de economie te ondersteunen.
60. Komisjon märgib, et paljud rahvusvahelised asutused ja komiteed on rõhutanud usaldatavusnormatiivide raamistikus kehtestatavate antitsükliliste meetmete olulisust finantssüsteemi liigse protsüklilisuse vähendamisel. Paralleelselt Baseli komitee tegevusega uurib komisjon eelkõige võimalusi, kuidas süsteemse riski ja protsüklilisusega kõige tulemuslikumal viisil tegeleda. Komisjoni arvates peaksid sellised meetmed suutma piirata liigset riskivõtmist majandustõusu ajal, kuid samuti olema üles ehitatud nii, et neid saab majanduslanguse ajal kahandada, et suurendada pangandussektori paindlikkust ja toetada majandusse suunatavat laenuvoogu.
61. De Commissie herinnert aan de conclusies van de Raad (Ecofin)[44], waarin wordt opgeroepen tot de invoering van een "vooruitziend [voorzieningenbeleid], hierin bestaande dat in goede tijden uit de winsten [voorzieningen] worden aangelegd voor verwachte verliezen op de leningenportefeuille, (…) dat een temperende werking op de procycliciteit [uitoefent]". De Commissie herinnert ook aan de aanbeveling van de G20, die de opstellers van verslaggevingsstandaarden ertoe heeft aangespoord op korte termijn met toezichthouders en regelgevende instanties samen te werken om de standaarden inzake waardering en voorzieningen te verbeteren en tot één enkel stelsel van mondiale verslaggevingsstandaarden van hoge kwaliteit te komen". De Commissie zal in een eventueel wetgevingsvoorstel rekening houden met de lopende werkzaamheden van de voor het opstellen van de internationale verslaggevingsstandaarden bevoegde instantie (IASB) en van de prudentiële toezichthouders (met name het Bazelse Comité).
61. Komisjon tuletab meelde majandus- ja rahandusküsimuste nõukogu (ECOFIN)[44] järeldusi, milles nõutakse „tulevikku arvestavat reservide loomist, mis tähendab headel aegadel reservide loomist kasumi arvel laenuportfelli oodatava kahjumi katmiseks ning mis aitaks kaasa protsüklilisuse piiramisele”. Samuti tuletab komisjon meelde G20 soovitust, milles kutsutakse raamatupidamisstandardite kehtestajaid üles „tegema järelevalve teostajate ja seadusandjatega kiiremas korras koostööd hindamise ja reservide loomise standardite täiustamise ning ühtse kõrgetasemeliste ülemaailmsete raamatupidamisstandardite kogumi loomise nimel”. Komisjon võtab õigusakti ettepaneku arutamisel arvesse rahvusvaheliste raamatupidamisstandardite kehtestaja (Rahvusvaheliste Raamatupidamisstandardite Nõukogu) ja usaldatavusjärelevalve organite (eelkõige Baseli komitee) käimasolevat tööd.
Referenties
VIITED
BIS (2008), "Addressing financial system procyclicality: a possible framework", notitie bestemd voor de werkgroep Market and Institutional Resilience van het FSF, september 2008, beschikbaar op http://www.financialstabilityboard.org/publications/r_0904e.pdf?noframes=1
Rahvusvaheliste Arvelduste Pank. 2008. Addressing financial system procyclicality: a possible framework . Teatis finantsstabiilsuse foorumi turu ja institutsioonide paindlikkuse töörühmale, september 2008, kättesaadav veebisaidil http://www.financialstabilityboard.org/publications/r_0904e.pdf?noframes=1.
Borio, C., C. Furfine en P. Lowe (2001), "Procyclicality of the financial system and financial stability: issues and policy options", BIS Paper No 1
Borio, C., C. Furfine ja P. Lowe. 2001. Procyclicality of the financial system and financial stability: issues and policy options. Rahvusvaheliste Arvelduste Panga dokument nr 1.
Cappiello, L., A. Kadareja, C. Kok Sørensen en M. Protopapa (2009), "Do bank loans and credit standards have an effect on output? A panel approach for the euro area", ECB Working Paper (verschijnt binnenkort)
Cappiello, L., A. Kadareja, C. Kok Sørensen ja M. Protopapa. 2009. Do bank loans and credit standards have an effect on output? A panel approach for the euro area . Euroopa Keskpanga töödokument (avaldamisel).
Ciccarelli, M., A. Maddaloni en J.-L. Peydró (2009), "Trusting the Bankers: a New Look at the Credit Channel of Monetary Transmission", document voorgesteld op de CREDIT-conferentie van 2009 over kredietrisico, financiële crises en de macro-economie, Venetië
Ciccarelli, M., A. Maddaloni ja J.-L. Peydró. 2009. Trusting the Bankers: a New Look at the Credit Channel of Monetary Transmission . 2009. aastal Veneetsias toimunud laenuriski, finantskriisi ja makromajanduse konverentsil CREDIT (Credit Risk Evaluation Designed for Institutional Targeting in finance) esitletud dokument.
COM(2009) 362 definitief, Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG wat betreft de kapitaalvereisten voor de handelsportefeuille en voor hersecuritisaties, alsook het bedrijfseconomisch toezicht op het beloningsbeleid, beschikbaar op http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2009:0362:FIN:NL:PDF
KOM(2009) 362 (lõplik), ettepanek: Euroopa Parlamendi ja nõukogu direktiiv, millega muudetakse direktiive 2006/48/EÜ ja 2006/49/EÜ seoses kauplemisportfelli ja edasiväärtpaberistamisega seotud kapitalinõuetega ning tasustamispoliitika üle järelevalve teostamisega, kättesaadav veebisaidil http://ec.europa.eu/internal_market/bank/docs/regcapital/com2009/Leg_Proposal_Adopted_1307.pdf.
COM(2009) 499 definitief, Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautair macroprudentieel toezicht op het financiële stelsel en tot oprichting van een Europees Comité voor systeemrisico’s, 23 september 2009, beschikbaar op http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2009:0499:FIN:NL:PDF
KOM(2009) 499 (lõplik), ettepanek: Euroopa Parlamendi ja nõukogu määrus finantssüsteemi makrotasandi usaldatavusjärelevalve kohta ühenduses ja Euroopa Süsteemsete Riskide Nõukogu asutamise kohta, 23. september 2009, kättesaadav veebisaidil http://ec.europa.eu/internal_market/finances/docs/committees/supervision/20090923/com2009_499_en.pdf.
Raad (Ecofin) (2009), Conclusies van de Raad over procycliciteit, 2954e zitting van de Raad Economische en Financiële Zaken, Brussel, 7 juli 2009, beschikbaar op http://www.consilium.europa.eu/uedocs/cms_data/docs/pressdata/nl/ecofin/109827.pdf
ECOFIN. 2009. Council conclusions on pro-cyclicality („Nõukogu järeldused protsüklilisuse kohta”). Nõukogu 2954. istung, majandus- ja rahandusküsimused, Brüssel, 7. juuli 2009, kättesaadav veebisaidil http://www.consilium.europa.eu/uedocs/cms_data/docs/pressdata/en/ecofin/109050.pdf.
G20 (2009), "Declaration on strengthening the financial system", Londen, 2 april 2009, beschikbaar op http://www.g20.org/Documents/Fin_Deps_Fin_Reg_Annex_020409_-_1615_final.pdf
G-20. 2009. Declaration on strengthening the financial system . London, 2. aprill 2009, kättesaadav veebisaidil http://www.g20.org/Documents/Fin_Deps_Fin_Reg_Annex_020409_-_1615_final.pdf.
Masschelein, N. (2007), "Monitoring pro-cyclicality under the capital requirements directive: preliminary concepts for developing a framework", NBB Working Paper 120
Masschelein, N. 2007. Monitoring pro-cyclicality under the capital requirements directive: preliminary concepts for developing a framework . Belgia Riigipanga töödokument nr 120.
[1] De RKV omvat Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen en Richtlijn 2006/49/EG van het Europees Parlement en de Raad inzake de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen.
[1] Hõlmab Euroopa Parlamendi ja nõukogu direktiivi 2006/48/EÜ krediidiasutuste asutamise ja tegevuse kohta ning Euroopa Parlamendi ja nõukogu direktiivi 2006/49/EÜ investeerimisühingute ja krediidiasutuste kapitali adekvaatsuse kohta.
[2] De TFICF is belast met het monitoren van de omvang en volatiliteit van de minimumkapitaalvereisten van banken, zoals gedefinieerd in de RKV, alsook met de analyse van het effect van deze vereisten op de kredietverlening door banken en op de conjunctuurcyclus.
[2] Rakkerühm on volitatud teostama järelevalvet pankadele esitatavate ja kapitalinõuete direktiivis kindlaks määratud miinimumkapitali nõuete taseme ja volatiilsuse üle ning analüüsima nõuete mõju pankade laenuandmistehingutele ja majandustsüklile.
[3] Tussen 12 augustus en 28 september 2009 werd onder Europese ondernemingen een enquête gehouden. De ondernemingen werden via het Europees toetsingspanel van het bedrijfsleven (European Business Test Panel — EBTP) geraadpleegd over hun waarnemingen met betrekking tot de ontwikkeling van de beschikbaarheid en de voorwaarden van bankkredieten sinds oktober 2008. 429 leden van het EBTP uit 28 EU/EER-lidstaten hebben de vragenlijst ingevuld. 59% van de ondervraagde ondernemingen was klein, 20% middelgroot en 21% groot.
[3] ELi ettevõtjatele suunatud küsitlus toimus 12. augustist 28. septembrini 2009. Euroopa Ettevõtjate Testpaneeli kaudu arutati ettevõtjatega nende ettekujutusi seoses pangalaenude kättesaadavuse ja tingimuste arenguga alates 2008. aasta oktoobrist. Küsimustiku täitis 429 Euroopa Ettevõtjate Testpaneeli liiget 28st ELi/EMP riigist. Äriühingute suuruse poolest oli valimis 59 % väikeettevõtteid, 20 % keskmise suurusega ettevõtteid ja 21 % suurettevõtteid.
[4] Tussen 21 mei en 31 augustus 2009 werd in de Europese banksector een enquête gehouden. Er werden negentien antwoorden ontvangen uit IT, SI, BE, AT, DE, UK en NL. De respondenten waren onder meer banken die voornamelijk in particulier bezit zijn (beursgenoteerd), nationale coöperatieve banknetwerken en overheidsbanken. Enkele antwoorden waren afkomstig van nationale verenigingen die het gezamenlijke standpunt van hun leden verwoordden, waardoor het aantal individuele kredietinstellingen dat tot de enquête heeft bijgedragen, in wezen heel wat hoger lag.
[4] ELi pangandussektorile suunatud küsitlus toimus 21. maist 31. augustini 2009. Saadi 19 vastust Itaaliast, Sloveeniast, Belgiast, Austriast, Saksamaalt, Ühendkuningriigist ja Madalmaadest. Vastajate hulgas oli panku, mille enamusosalus kuulub erasektorile (börsiettevõtted), riiklike pangaühistute võrgustikke ja avalik-õiguslikke panku. Vastused saadi ka mõnelt oma liikmete ühist seisukohta esindavalt riiklikult ühingult, mis tõstis tunduvalt küsitluses osalenud üksikute krediidiasutuste arvu.
[5] Richtlijn 2009/111/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot wijziging van de Richtlijnen 2006/48/EG, 2006/49/EG en 2007/64/EG wat betreft banken die zijn aangesloten bij centrale instellingen, bepaalde eigenvermogensbestanddelen, grote posities, het toezichtkader en het crisisbeheer.
[5] Euroopa Parlamendi ja nõukogu 16. septembri direktiiv 2009/111/EÜ, millega muudetakse direktiive 2006/48/EÜ, 2006/49/EÜ ja 2007/64/EÜ seoses keskasutustega seotud pankade, teatavate omavahendite kirjete, suure riskikontsentratsiooni, järelevalvesüsteemide ja kriisijuhtimisega
[6] Zie BIS (2008) en Masschelein (2007) voor een grondige beschrijving van de voornaamste bronnen van procycliciteit en van de rol die de regelgeving inzake kapitaaltoereikendheid daarbij vervult.
[6] Põhjalik kirjeldus protsüklilisuse peamiste põhjuste ja kapitali adekvaatsuse nõuete rolli kohta selles: Rahvusvaheliste Arvelduste Pank 2008 ja Masschelein 2007.
[7] Financiële instellingen hebben het met name moeilijk om absolute risico's in te schatten (zij zijn heel wat bedrevener in het inschatten van relatieve risico's), vooral over een langere periode, waardoor zij maar zelden voor het financiële stelsel gevaarlijk sterke groei als dusdanig herkennen. Risicometingen kunnen vrij laag uitvallen in expansiefases terwijl zwakke punten en risico's ontstaan. Zij schieten echter de hoogte in zodra zich spanningen voordoen. Zo kan het marktrisico van de handelsportefeuille van banken gemakkelijk worden onderschat indien het beoordeeld wordt op basis van korte perioden waarin activa worden aangehouden. Dergelijke beperkingen in de perceptie van risico's zijn ten dele het gevolg van de beperkte informatie die beschikbaar is over de dynamiek van het systeemrisico en worden verklaard door bepaalde theorieën van de "behavioural finance", zoals blindheid voor grote risico's ("disaster myopia") en cognitieve dissonantie. Zie Borio et al. (2001) voor een ruimere analyse.
[7] Finantseerimisasutustel on probleeme eelkõige pikema ajavahemiku absoluutse riskitaseme hindamisega (samas tulevad nad paremini toime suhtelise riski hindamisega) ja seetõttu õnnestub neil harva teha kindlaks süsteemset riski mõjutavad majandustõusud. Kui kitsaskohad ja riskid majandustõusu ajal kuhjuvad, võib riskitase olla küllaltki madal, kuid pingete tekkides see tõuseb järsult – näiteks pankade kauplemisportfellis sisalduvat tururiski võidakse hõlpsasti alahinnata, kui seda mõõdetakse lühikese hoiuaja jooksul. Riski tajumise piiratus võib osalt tuleneda vähesest teabest süsteemse riski dünaamika kohta ning seda seletatakse teatavate käitumisrahanduse teooriatega, nagu lühinägelikkus kriiside suhtes ja kognitiivne dissonants. Põhjaliku ülevaate saamiseks vt Borio jt 2001.
[8] Wanneer het economische klimaat somber is en de waarde van zekerheden daalt, kunnen informatieasymmetrieën met betrekking tot de kwaliteit van de balans van cliënten ertoe leiden dat zelfs kredietnemers met winstgevende projecten nog maar moeilijk leningen kunnen krijgen. Wanneer de economie opleeft en de waarde van zekerheden stijgt, kan zich het tegengestelde voordoen. Deze redenering doet vermoeden dat het procyclische effect wellicht sterker is bij kredietnemers met een grotere kans op informatieasymmetrie, zoals onder meer kleine en middelgrote ondernemingen waaraan geen externe ratings worden toegekend en waarvoor geen uitgebreide informatieverplichtingen gelden.
[8] Kui majanduses valitseb surutis ja tagatiste väärtused vähenevad, võib klientide bilansi kvaliteeti käsitleva teabe ebaühtlus mõista anda, et isegi kasumlike projektidega laenuvõtjatel on keeruline leida rahastamisvõimalusi. Majandustingimuste paranedes ja tagatiste väärtuste tõustes võib tekkida vastupidine olukord. Sellise arutluskäigu põhjal võib eeldada, et protsükliline mõju võib olla asjakohasem laenuvõtjatele, kelle puhul on teabe ebaühtlus tõenäolisem, sh väikesed ja keskmise suurusega ettevõtjad, kes ei allu välisreitingutele ega laialdastele andmete avalikustamise nõuetele.
[9] In bepaalde gevallen worden deze reacties ingegeven door de kortetermijnbenadering van beloningsstructuren of door kuddegedrag (neiging van marktdeelnemers om hun gedrag af te stemmen op dat van de andere marktspelers). Het beloningsbeleid van financiële instellingen kan het procyclische effect versterken indien het (mogelijkerwijs onevenredige) beloningen inhoudt wanneer alles goed gaat en onvoldoende bestraffing in geval van moeilijkheden, bijvoorbeeld bonussen op basis van opbrengsten op korte termijn die meteen worden uitbetaald, zonder dat deze zijn afgestemd op de genomen risico's of dat de betaling wordt uitgesteld om rekening te houden met toekomstige prestaties van de bedrijfseenheid of van de gehele instelling. Zie Borio et al. (2001) voor een ruimere analyse.
[9] Mõnel juhul seletatakse reageerimist tasustamisstruktuuride lühiajalise hälbega või karjakäitumisega (turuosaliste kalduvus kohandada oma käitumist teiste osaliste käitumisega). Finantseerimisasutuste tasustamispoliitikal võib olla võimendav protsükliline mõju, kui nad määravad (võimalik et ebaproportsionaalseid) tasusid majandustõusu ajal ja ebapiisavaid sanktsioone majanduslanguse ajal, näiteks kohe väljamakstavaid preemiaid lühiajalise kasumi põhjal, ilma et võetaks riskimeetmeid või tasumist edasi lükataks, et võtta arvesse äriühingu osakonna või terve asutuse tulevast tegevust. Põhjaliku ülevaate saamiseks vt Borio jt 2001.
[10] Bij een economische neergang kunnen de marktontwikkelingen daarentegen leiden tot een daling van de reële waarde van activa en tot hogere voorzieningsvereisten. Deze neerwaartse herziening van de waardering van activa en stijgende kredietverliezen kunnen de banken ertoe aanzetten hun kredietvoorwaarden aan te scherpen en hun kredietverlening terug te schroeven.
[10] Majanduslanguse ajal, vastupidi, võivad turusuundumused põhjustada varade õiglase väärtuse vähenemist ja reservinõuete suurenemist. Varade väärtuse allapoole korrigeerimine ja suurenevad laenukahjumid võivad õhutada panku laenustandardeid karmistama ja laenuandmist vähendama.
[11] Wat het relatieve effect van individuele risicoparameters in de interne-ratingbenadering betreft, wordt de PD-waarde gezien als de factor die het meest tot de cycliciteit van het raamwerk bijdraagt, hoewel ook LGD en EAD van invloed kunnen zijn, zij het in mindere mate. De mate waarin de kapitaalvereisten variëren, wordt onder meer bepaald door het systeem dat banken in hun interne-ratingprocessen toepassen, namelijk een systeem dat uitgaat van een bepaald moment in de tijd (point-in-time of PIT) of van de gehele cyclus (through-the-cycle of TTC). TTC-ratings reageren doorgaans niet zo snel op schommelingen in de macro-economische situatie, waardoor zij minder door ontwikkelingen in de conjunctuurcyclus worden beïnvloed. TTC-ratingsystemen worden in het kader van het Bazel II-raamwerk en de RKV aanbevolen als een manier om de potentiële volatiliteit van de kapitaalvereisten af te vlakken. Gezien de voorkeur van banken voor recente gegevens over wanbetaling en voor systemen van vroegtijdige waarschuwing en aangezien het erg moeilijk is om voldoende gegevens te vergaren, gebruiken zij hoofdzakelijk PIT-benaderingen, vooral voor vorderingen op kleine en middelgrote ondernemingen en op particulieren.
[11] Seoses sisereitingutel põhineva meetodi üksikute riskiparameetrite suhtelise mõjuga peetakse raamistiku tsüklilisuse peamiseks põhjuseks maksejõuetuse tõenäosust, kuid väiksemal määral võivad olulised olla ka maksejõuetusest tingitud kahju ja nõude suurus maksejõuetuse hetkel. Kapitalinõuete kõikumise ulatus võib muude tegurite seas sõltuda sellest, kas pangad rakendavad oma sisereitingutes kindlast ajahetkest või kogu tsüklist lähtuvat süsteemi. Tavaliselt ei muutu kogu tsüklil põhinevad reitingud makromajanduslike tingimuste muutumise tagajärjel kiiresti ning seega mõjutavad majandustsükli impulsid neid vähem. Kogu tsüklil põhinevate reitingusüsteemide kasutamist soovitatakse Basel II ja kapitalinõuete direktiivi raamistikes võimalusena kapitalinõuete võimaliku volatiilsuse leevendamiseks. Kuna aga pangad eelistavad kasutada viimaseid maksejõuetuse andmeid ja varajase hoiatamise süsteeme ning neil esineb probleeme piisava andmekogumi hankimisel, kasutatakse peamiselt kindlal ajahetkel põhinevaid meetodeid, eriti seoses VKEde ja jaeklientidega seotud riskipositsioonidega.
[12] Bij de standaardbenadering schommelen de kapitaalvereisten minder sterk omdat banken gebruik maken van risicogewichten op basis van externe ratings (die doorgaans op TTC-basis worden toegekend) van externe kredietbeoordelingsinstellingen.
[12] Standardmeetodi puhul peaksid nõuded vähem muutuma, kuna pangad kasutavad riskikaale, mis põhinevad väliste reitinguagentuuride antud välisreitingutel (mis tavaliselt määratakse kindlaks kogu tsükli alusel).
[13] Verwacht wordt dat de risicogewogen activa van bedrijfskredietportefeuilles bij de elementaire interne-ratingbenadering minder sterk door de conjunctuurcyclus worden beïnvloed dan bij de geavanceerde interne-ratingbenadering, aangezien banken bij de geavanceerde methode hun eigen LGD- en EAD-ramingen gebruiken. Aangenomen wordt immers dat intern geraamde LGD- en EAD-waarden sterker op conjunctuurcycli reageren dan de ramingen van de toezichthouders die in het kader van de elementaire interne-ratingbenadering worden gebruikt.
[13] Sisereitingutel põhineva baasmeetodi puhul peaksid äriühingute laenuportfellide riskiga kaalutud varad sõltuma konjunktuuritsüklist vähem kui sisereitingutel põhineva täiustatud meetodi puhul, kuna viimase puhul kasutavad pangad oma hinnanguid seoses maksejõuetusest tingitud kahju ja nõude suurusega maksejõuetuse hetkel. Sisehinnangul põhinev maksejõuetusest tingitud kahju ja nõude suurus maksejõuetuse hetkel sõltub konjunktuuritsüklist arvatavasti rohkem kui kontrollhinnangute puhul sisereitingutel põhineva baasmeetodi raames.
[14] Naast de kredietrisicoparameters kan ook het gebruik van producten voor de overdracht van kredietrisico's, zoals hersecuritisaties, gevolgen hebben voor de cycliciteit van de kapitaalvereisten. Onder gunstige omstandigheden ondersteunen de securitisatiemarkten de overdracht van kredietrisico's van afzonderlijke instellingen, waardoor zij een ontlastend effect hebben op de kapitaalpositie van banken. Uit recente gegevens is echter gebleken dat deze risico-overdrachtsfunctie onder gespannen marktomstandigheden niet noodzakelijkerwijze doeltreffend wordt gebruikt, wat het negatieve effect op de kapitaalpositie van banken dan weer kan versterken.
[14] Peale krediidiriski parameetrite mõjutavad kapitalinõuete tsüklilisust tõenäoliselt ka krediidiriski ülekandmise vahendid, näiteks väärtpaberistamine. Soodsates tingimustes toetavad väärtpaberistamisturud krediidiriski ülekandmist üksikasutustelt, leevendades seega pankade kapitalipositsioone. Hiljutistest andmetest selgub siiski, et sellist riski ülekandmise funktsiooni ei pruugita pingelises turuolukorras tõhusalt kasutada, mis võib omakorda võimendada ebasoodsaid tagajärgi pankade kapitalipositsioonidele.
[15] Juni 2008, december 2008 en juni 2009 voor ongeveer 60 tot 80 banken uit veertien EU-lidstaten die de interne-ratingbenadering toepassen.
[15] 2008. aasta juuni, 2008. aasta detsembri ja 2009. aasta juuni andmed umbes 60–80-lt sisereitingutel põhinevat meetodit kasutavalt pangalt 14 ELi liikmesriigist.
[16] Zonder de overgangsperioden in aanmerking te nemen.
[16] Võtmata arvesse alammäärasid üleminekukorras.
[17] Een bank behoort tot groep 1 indien haar Tier 1-kapitaal meer dan 3 miljard EUR bedraagt, haar activiteiten voldoende gediversifieerd zijn en zij internationaal actief is.
[17] Esimese rühma pangaks loetakse panku, mille esimese taseme kapital on üle 3 miljardi euro ning mis on hästi diversifitseeritud ja tegutsevad rahvusvahelisel tasandil.
[18] Het is mogelijk dat de door de banken bekendgemaakte gegevens het effect van de RKV op de kapitaalvereisten die op basis van de interne-ratingbenaderingen van kredietrisico bepaald worden, nog niet ten volle weergeven omdat banken ten dele de standaardbenadering toepassen. In december 2008 was het procentuele aandeel van de vorderingen waarvoor banken deze gedeeltelijke toepassing verkozen zowel in groep 1 (31%) als in groep 2 (40%) aanzienlijk.
[18] Kapitalinõuete direktiivi mõju kapitalinõuetele sisereitingutel põhinevatest meetoditest krediidiriskini ei pruugi pankade avaldatud andmetes veel täielikult kajastuda, kuna pangad kasutavad osaliselt standardmeetodit. 2008. aasta detsembris oli pankade osaliselt kasutatava krediidiriski osa suur nii esimese (31 %) kui ka teise rühma (40 %) pankade puhul.
[19] Het MRC per vordering - een maatstaf voor risico - is in december 2008 ten opzichte van juni 2008 immers onveranderd gebleven (voor de banken van groep 1) of licht gedaald (voor groep 2). Hoewel de PD-waarde op portefeuilleniveau bij de banken van groep 1 gemiddeld is gestegen, zijn de niet in gebreke gebleven PD's virtueel onveranderd gebleven, wat erop wijst dat de stijging van het PD-gemiddelde toe te schrijven was aan een hoger aantal gevallen van wanbetaling. De stijging van de PD-waarden weerspiegelt een stijging van het aantal vorderingen met een betalingsachterstand, maar het effect van het hogere PD-gemiddelde op de risicogewogen activa (en het MRC) is minder duidelijk aangezien het risicogewicht van een vordering met een betalingsachterstand nihil is (met enkele uitzonderingen bij de geavanceerde interne-ratingbenadering). In een dergelijk geval wordt het risico in de boeken weergegeven door het verwachte verlies, waarvoor risicovoorzieningen dienen te worden aangelegd (indien de voorzieningen ontoereikend zijn, wordt het resterende verlies op het kapitaal in mindering gebracht). Voorts was de LGD-waarde van een aantal vorderingen in december 2008 lager dan in juni 2008.
[19] Nõutav miinimumkapital riskipositsioonide kohta (riski hindamise alus) 2008. aasta detsembris võrreldes juuniga tõepoolest kas ei muutunud (esimese rühma pankade puhul) või oli pisut madalam (teise rühma puhul). Kui esimese rühma pankade portfellitasandi maksejõuetuse tõenäosus keskmiselt kasvas, siis maksejõuliste maksejõuetuse tõenäosus peaaegu ei muutunud, mis näitab, et maksejõuetuse keskmise tõenäosuse kasv oli tingitud maksejõuetuse suurenemisest. Kuivõrd maksejõuetuse tõenäosuse kasv peegeldab tähtajaks täitmata nõuete osa kasvu, ei ole maksejõuetuse suureneva keskmise tõenäosuse mõju riskiga kaalutud varadele (ja nõutavale miinimumkapitalile) nii otsene, kuna riskikaal on tähtajaks täitmata nõuete puhul null (välja arvatud teatavad erandid sisereitingutel põhineva täiustatud meetodi puhul). Risk arvutatakse siis eeldatava kahju alusel, mille jaoks tuleks teha riskieraldised (kui neist jääb puudu, tehakse mahaarvestus kapitalist). Peale selle oli maksejõuetusest tingitud kahju 2008. aasta detsembris võrreldes juuniga paljude riskipositsioonide puhul madalam.
[20] Het MRC is een doeltreffende weergave van de teller en de noemer van de wettelijk vereiste kapitaalratio. Het is een maat voor het kapitaal dat vereist is voor de dekking van i) 8% van de risicogewogen activa, ii) het verschil tussen de totale in aanmerking komende voorzieningen en het totale verwachte verlies en iii) de overige aftrekposten.
[20] Nõutav miinimumkapital ühendab tõhusalt omakapitali suhtarvu nimetaja ja lugeja. See määrab kapitali, mis peab katma: i) 8 % riskiga kaalutud varadest, ii) kõigi sobivate reservide ja eeldatava kogukahju vahe ja iii) muud mahaarvamised.
[21] De PD wordt geraamd op basis van de winst- en verliescijfers, die met enige vertraging door de conjunctuurcyclus worden beïnvloed en met nog meer vertraging worden bekendgemaakt. Indien de inkomsten van een onderneming bijvoorbeeld aan het begin van het jaar beginnen te dalen, wordt dit weergegeven in de financiële rekeningen van het volledige boekjaar die pas na enkele maanden in het volgende boekjaar worden gepubliceerd en nog enkele maanden later eventueel in de ratingsystemen worden opgenomen.
[21] Maksejõuetuse tõenäosus arvutatakse kasumi ja kahjumi andmete põhjal, mida mõjutab teatava viivitusega konjunktuuritsükkel ja mille avaldamine võtab samuti aega. Näiteks kui äriühingu tulu hakkab aasta alguses vähenema, kajastub see äriühingu aastalõpu finantsaruandes, mis avaldatakse alles mõne kuu pärast järgmisel aastal ja lisatakse reitingusüsteemi veel mõni kuu hiljem.
[22] Weergegeven door de vertraagde "output gap" en gemeten als het verschil tussen het feitelijke en het potentiële bbp.
[22] Seda näitab viivitusega SKP lõhe ning seda mõõdetakse tegeliku ja potentsiaalse SKP vahena.
[23] De coëfficiënt is enkel voor de bedrijfskredietportefeuille statistisch significant (1%).
[23] Üksnes äriühingute portfelli puhul on koefitsient statistiliselt oluline (1 %).
[24] Uit regressieanalysen van de ECB met betrekking tot het verband tussen veranderingen van de afzonderlijke risicoparameters en de conjunctuurcyclus is gebleken dat de PD-waarde van bedrijfskrediet- en particuliere kredietportefeuilles sneller stijgt in landen met een beperkte bedrijfsactiviteit, zoals gemeten door de output gap met één periode vertraging. Soortgelijke regressieanalyses met betrekking tot de LGD-waarden leverden voor alle portefeuilles negatieve, statistisch insignificante coëfficiënten op. Dit kan erop wijzen dat de LGD-waarden die in de interne modellen van banken zijn opgenomen, minder snel op veranderingen in de macro-economische situatie reageren dan de PD-waarden. Er is dan ook een langere referentieperiode nodig om het verwachte zeer negatieve verband tussen de economische activiteit en de LGD-waarden duidelijk aan te tonen. Een andere mogelijke verklaring voor het feit dat geen verband is gevonden tussen de LGD-waarden en de conjunctuurcyclus, zijn de wettelijke voorschriften die het gebruik van met economisch moeilijke tijden overeenstemmende LGD-waarden voorschrijven.
[24] Euroopa Keskpanga tehtud regressioonanalüüsist üksikute riskisisendi parameetrite muutumise ja konjunktuuritsükli vahelise seose kohta selgus, et äriühingute ja jaeportfellide maksejõuetuse tõenäosus kaldub enam suurenema madala ettevõtlusaktiivsusega riikides, mõõdetuna ühe perioodi pikkuse viivitusega SKP lõhe abil. Sarnased regressioonid seoses maksejõuetusest tingitud kahjuga andsid kõikide portfellide puhul negatiivseid, kuid statistiliselt ebaolulisi koefitsiente. See võib osutada sellele, et pankade sisemudelites registreeritud maksejõuetusest tingitud kahju määrad on mõnevõrra püsivamad kui maksejõuetuse tõenäosuse näitajad ja reageerivad seetõttu aeglasemalt makromajandusliku keskkonna muutustele. Seepärast võib olla vajalik pikem vaatlusperiood, et saada usaldusväärset tõendusmaterjali eeldatava tugeva negatiivse seose kohta majandustegevuse ja maksejõuetusest tingitud kahju vahel. Suutmatust leida seoseid maksejõuetusest tingitud kahju ja konjunktuuritsükli vahel võib põhjendada ka reguleerivate nõuetega, mis seavad tingimuseks majandustingimuste halvenemisest tuleneva maksejõuetusest tingitud kahju määrade kasutamise.
[25] De antwoorden van de banken op de vragenlijst van de Commissie geven evenwel aan dat de wettelijke kapitaalvereisten de belangrijkste benadering vormen voor de berekening van het streefniveau voor hun kapitaalpositie, zowel bij banken die de standaardbenadering toepassen als bij die welke de interne-ratingbenadering volgen.
[25] Pankade vastused komisjoni küsimustikule näitavad siiski, et miinimumkapitali nõuded on kapitali sihttaseme määramisel nii standardmeetodit kui ka sisereitingutel põhinevat meetodit kasutavate pankade puhul kõige olulisem tegur.
[26] De BLS van juli 2009, waaraan meer dan 100 banken uit de eurozone hebben deelgenomen, bevatte vragen over het effect van de RKV op het kredietbeleid van banken (gemeten naar hun kredietvoorwaarden) in de periode van het eerste kwartaal van 2008 tot en met het tweede kwartaal van 2009.
[26] 2009. aasta juuli uuring, mis hõlmas rohkem kui 100 euroala pangast koosnevat valimit, sisaldas küsimusi kapitalinõuete direktiivi mõju kohta pankade laenuandmispoliitikale (mida hinnati nende laenustandarditega) ajavahemikul 2008. aasta esimesest kvartalist 2009. aasta teise kvartalini.
[27] Na in 2007 op hun handelsportefeuille een winst van 82 miljard EUR te hebben behaald (met inbegrip van niet-gerealiseerde winsten en verliezen), boekten 105 Europese banken in 2008 samen een verlies van 94 miljard EUR op hun handelsportefeuille. Bronnen: Orbis en Bloomberg.
[27] Pärast tegevustulemuste aruande järgset 82 miljardi euro suurust kasumit (sealhulgas realiseerimata kasumid ja kahjumid) 2007. aastal kandis 105-st ELi pangast koosnev valim 2008. aastal tegevustulemuste aruande põhjal 94 miljardi euro suurust kahjumit. Allikad: Orbis, Bloomberg.
[28] Enquête die de ECB in samenwerking met de Commissie tussen 17 juni en 23 juli 2009 heeft gehouden onder 6 000 kleine, middelgrote en grote ondernemingen in de eurozone.
[28] Euroopa Keskpanga ja komisjoni koostöös tehtud uuring ajavahemikul 17. juunist kuni 23. juulini 2009, mis hõlmas 6000 euroala VKEd ja suurettevõtjat.
[29] Hoe groter de ondernemingen, hoe gemakkelijker zij een lening konden krijgen, aangezien slechts 5% van de grote ondernemingen een lening geweigerd werd.
[29] Mida suurem äriühing, seda hõlpsamalt see laenu sai, kuna suurettevõtjate puhul lükati laenutaotlus tagasi üksnes 5 %-l juhtumitest.
[30] Uit de antwoorden van 429 EU/EER-lidstaten is gebleken dat 13% van de ondernemingen die in de periode van oktober 2008 tot september 2009 een aanvraag voor een bankkrediet hebben ingediend, elke vorm van bankkrediet werd geweigerd. Dit percentage lag hoger bij het MKB (15%) dan bij grote ondernemingen (5%). De antwoorden gaven ook aan dat voor de groep ondernemingen die verklaarden negatief te zijn beïnvloed door de beperktere beschikbaarheid van bankkrediet, het MKB meer moeite had dan grote ondernemingen om de nodige financiering uit andere bronnen te verkrijgen.
[30] Tagasiside 429-lt ELi/EMP ettevõtjalt näitas, et ajavahemikus 2008. aasta oktoobrist 2009. aasta septembrini ei õnnestunud mingit rahastamist pangalaenu kujul saada 13 %-l pangalaenu taotlenud ettevõtjatest, kusjuures see määr oli suurem VKEde (15 %) ja väiksem suurettevõtjate puhul (5 %). Vastustest selgus ka, et nendest ettevõtjatest, kes väitsid, et neid oli pangalaenude kättesaadavus ebasoodsalt mõjutanud, oli VKEdel võrreldes suurettevõtjatega keerulisem saada vajalikke vahendeid muudest allikatest.
[31] Cappiello et al. (2009) leveren empirisch bewijs dat de kredietverlening door banken een transmissiekanaal van het monetaire beleid in de eurozone vormt. De auteurs stellen vast dat veranderingen in de kredietverlening, zowel wat het volume als wat de voorwaarden voor bedrijfsleningen betreft, de activiteit in de reële economie aanzienlijk beïnvloeden. Voorschriften met betrekking tot de balans van banken, zoals bindende kapitaalvereisten, kunnen de groei van de reële economie dan ook afremmen omdat zij banken ertoe aanzetten hun kredietverlening terug te schroeven.
[31] Cappiello jt 2009 esitavad empiirilisi andmeid rahapoliitika mõjutuskanalite pangalaenukanali olemasolu kohta euroalal. Autorid leiavad, et mahu ja ettevõtjatele antavate laenude puhul rakendatavate laenustandarditega seotud muutused laenupakkumises mõjutavad oluliselt tegelikku majandustegevust. Seetõttu võib pankade bilansikitsendustel, näiteks siduvatel miinimumkapitali nõuetel, olla tegelikule majanduskasvule negatiivne mõju, kuna need sunnivad panku oma laenupakkumist vähendama.
Ciccarelli et al. (2009) gebruiken een VAR-panelbenadering voor de eurozone met bbp, prijzen, kortetermijnrentetarieven en vraag- en aanbodvoorwaarden in verband met krediet. Met behulp van impulsantwoordfuncties hebben de auteurs vastgesteld dat een verstrenging van kredietvoorwaarden een aanzienlijke daling van de reële bbp-groei tot gevolg heeft. Aangezien de RKV de kredietvoorwaarden van banken beïnvloedt, doet deze vaststelling dus vermoeden dat zij uiteindelijk ook de economische activiteit beïnvloedt.
Ciccarelli jt 2009 kasutavad seoses euroalaga SKP, hindade, lühiajaliste intressimäärade, laenunõudluse ja laenupakkumise tingimuste puhul vektor-autoregressiivset paneelmudelit ( panel VAR ). Kasutades impulssidele reageerimise funktsioonide mudelit, leiavad autorid, et laenustandardite kitsendamine viib tegeliku SKP kasvu olulise languseni. Seega, kuna kapitalinõuete direktiiv mõjutab pankade laenustandardeid, järeldub nendest andmetest, et kõnealusel direktiivil on mõju ka majandustegevusele.
[32] http://ec.europa.eu/internal_market/bank/regcapital/index_en.htm
[32] http://ec.europa.eu/internal_market/bank/regcapital/index_en.htm.
[33] Bankentoezichthouders zijn er niet voor gewonnen banken voor de bepaling van hun kapitaalvereisten eigen kredietrisicomodellen te laten gebruiken wegens de onzekerheid van en het gebrek aan gegevens over de correlaties van activa. Zoals de recente gebeurtenissen hebben aangetoond, hebben de interne modellen van banken niet echt goed gewerkt.
[33] Pangandussektori otsusetegijad ei ole varade korrelatsiooni käsitlevate andmete ebakindluse ja puudumise tõttu pooldanud seda, et pangad kasutaksid kapitalinõuete tuletamiseks oma krediidiriskimudeleid. Hiljutised kogemused näitavad, et pankade sisemudelid ei ole kuigi hästi toiminud.
[34] Overeenkomstig Richtlijn 2009/111/EG tot wijziging van de RKV dienen banken alle mogelijke voorzorgsmaatregelen te treffen, waaronder het aanhouden van 5% van de gesecuritiseerde activa. Het bestuur van de ratingbureaus zal worden geregeld door de verordening betreffende ratingbureaus.
[34] Direktiivis 2009/111/EÜ, millega muudeti kapitalinõuete direktiivi, nõutakse pankadelt piisavalt hoolikat analüüsi, sealhulgas 5 % väärtpaberistatud varade säilitamist, reitinguagentuuride juhtimist käsitletakse aga määruses reitinguagentuuride kohta.
[35] Er zijn echter belangrijke factoren die het effect van de hogere kapitaalvereisten in geval van ratingverlagingen kunnen beperken omdat: i) ratingverlagingen gepaard gaan met boekhoudkundige waarderingsverliezen. Aangezien de EU-regelgeving banken toelaat boekhoudkundige waarderingsverliezen in de kapitaalvereisten te verrekenen, hebben ratingverlagingen heel wat minder effect bij banken die een conservatief waarderingsbeleid op hun securitisatieposities toepassen; ii) banken die voor hun securitisatieposities overheidswaarborgen genieten of die deze posities op de markt of aan gespecialiseerde door de overheid gefinancierde vehikels ("bad banks") hebben verkocht, aangezien de stijging van de kapitaalvereisten geheel of gedeeltelijk geneutraliseerd zien.
[35] On siiski olulisi tegureid, mis võivad reitingute langemise korral vähendada kapitalinõuete suurenemise mõju, kuna: i) reitingute alanemisega käisid kaasas varade hindamisega seotud kahjud. Kuna ELi panganduseeskirjad võimaldavad pankadel katta varade hindamisega seotud kahjusid kapitalinõuete arvelt, on reitingu alanemise mõju palju väiksem nende pankade jaoks, kes on kasutanud oma väärtpaberistamise positsioonide hindamisel konservatiivset hindamispoliitikat; ii) pangad, kes on oma väärtpaberistamise positsioonide jaoks saanud valitsuse tagatisi või müünud need turuosalistele või valitsuse rahastatavatele eriinstrumentidele (nn halvad pangad), on kapitalinõuete suurenemisest samuti täielikult või osaliselt puutumata.
[36] Eind juni 2008 bedroegen deze gemiddelden 2,9% voor groep 1 en 4,5% voor groep 2.
[36] 2008. aasta juuni lõpus olid need esimese rühma puhul keskmiselt 2,9 % ja teise rühma puhul 4,5 %.
[37] De IASB heeft een grondige herziening van IAS 39 "financiële instrumenten" doorgevoerd, met inbegrip van het aanleggen van voorzieningen voor kredietverliezen, en heeft in november 2009 een afzonderlijke Exposure Draft (ED) gepubliceerd. Deze ED bevat vijf meetbeginselen op hoog niveau ("verwachte kasstroom"- of ECF-model) die verslaggevende entiteiten samen met de op beginselen gebaseerde toepassingsrichtsnoeren voor de berekening van de geamortiseerde kostprijs dienen toe te passen. Volgens de voorgestelde methode zouden banken:
[37] Rahvusvaheliste Raamatupidamisstandardite Nõukogu on võtnud kohustuseks vaadata põhjalikult läbi standardi IAS 39 „Finantsinstrumendid”, sealhulgas reservide loomise laenukahjumi katteks, ning avaldas 2009. aasta novembris eraldiseisva avalikustatud projekti. See sisaldab viit kõrgetasemelist mõõtmispõhimõtet (eeldatava rahavoo mudel), mida aruandvad üksused peaksid amortiseeritud maksumuse kindlaksmääramisel koos nendele põhimõtetele toetuva rakendusjuhisega kasutama. Väljapakutud meetodi kohaselt toimiksid pangad järgmisel viisil:
a) eerst de verwachte kasstroom voor de (resterende) looptijd van het financieel instrument ramen, inclusief de verwachte kredietverliezen (met inachtneming van de zekerheden);
a) hindaksid kõigepealt eeldatavaid rahavooge finantsinstrumendi (ülejäänud) kehtivusaja jooksul, sealhulgas eeldatavaid laenukahjumeid (võttes arvesse tagatist);
b) op basis van de verwachte kasstroom het "effectieve rentetarief" (interne opbrengstvoet) berekenen. Het effectieve rentetarief is lager dan het contractueel overeengekomen rentetarief omdat de geschatte kredietverliezen in aanmerking worden genomen;
b) arvutaksid eeldatavate rahavoogude alusel efektiivse intressimäära (sisemine tulumäär). Efektiivne intressimäär oleks madalam kui lepingujärgne intressimäär, kuna arvesse võetaks hinnangulisi laenukahjumeid;
c) op elke balansdatum de initiële kasstroom en de verwachte kredietverliezen opnieuw onder de loep nemen en hen indien nodig aanpassen.
c) vaataksid igal aruandekuupäeval läbi algse rahavoo ja eeldatavad laenukahjumid ning korrigeeriksid neid vajaduse korral.
De ECF-benadering zou de voorzieningen voor kredietrisico's in vergelijking met het huidige op daadwerkelijk geleden verliezen gebaseerde model van IAS 39 kunnen verbeteren, omdat niet langer op daadwerkelijke wanbetaling moet worden gewacht en kredietverliezen vroeger in de boeken kunnen worden opgenomen. Met de ECF-benadering zouden de contractuele rente-inkomsten beter op de verwachte verliezen kunnen worden afgestemd. De ED bevat echter slechts weinig aanwijzingen over het gebruik van gegevens en modellen. Het document vereist in wezen ramingen van de kasstroom en van de verwachte kredietverliezen op een bepaald moment in de tijd. Net als het Bazelse Comité en andere belanghebbenden onderzoekt de Commissie momenteel het voorstel van de IASB en zal zij een bijdrage leveren om het te verbeteren in overeenstemming met de door de G20 vastgestelde doelstellingen.
Võrreldes praeguse standardile IAS 39 vastava kantud kahjumi mudeliga aitaks eeldatava rahavoo mudel laenuriskireservide loomist parandada. Eeldatava rahavoo mudeliga saavutataks ka lepingujärgse intressitulu ja eeldatavate kahjumite parem ühtivus. Avalikustatud projekt pakub andmete ja mudelite kasutamiseks siiski piiratud juhiseid. Projektis nõutakse rahavoogude ja eeldatavate laenukahjumite puhul põhimõtteliselt hinnanguid kindla aja kohta. Nagu Baseli komitee ja sidusrühmad, hindab ka komisjon Rahvusvaheliste Raamatupidamisstandardite Nõukogu ettepanekut ja annab omapoolse panuse selle täiustamisse kooskõlas G20 seatud eesmärkidega.
[38] G20 (2009).
[38] G20 2009.
[39] Zie deel 5 voor meer informatie over inadequate reacties van marktdeelnemers op veranderingen in de economische toestand.
[39] Lisateabe saamiseks vt käesoleva aruande punkt 5 turuosaliste ebasobiva reageerimise kohta majandustingimuste muutumisele.
[40] COM(2009) 362 definitief.
[40] KOM(2009) 362 (lõplik).
[41] Ibidem.
[41] KOM(2009) 362 (lõplik).
[42] Zie COM(2009) 499 definitief.
[42] Vt KOM(2009) 499 (lõplik).
[43] Zie deel 5 voor meer informatie hierover.
[43] Vt nendes küsimustes punkt 5.
[44] Raad (Ecofin) (2009).
[44] ECOFIN 2009.
Naar boven


Beheerd door het Publicatiebureau