|
|
Advies van het Economisch en Sociaal Comité over het "Groenboek inzake 'Onderwijs - opleiding - onderzoek - De belemmeringen voor transnationale mobiliteit'"
|
Opinion of the Economic and Social Committee on the 'Green Paper on education, training and research - the obstacles to transnational mobility` (97/C 133/15)
|
|
(97/C 133/15)
|
On 7 October 1996 the Commission decided to consult the Economic and Social Committee, in accordance with Article 198 of the Treaty establishing the European Community on the 'Green Paper on education, training and research - the obstacles to transnational mobility`.
|
|
De Commissie heeft op 7 oktober 1996 besloten, overeenkomstig de bepalingen van artikel 198 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap het Economisch en Sociaal Comité te raadplegen over het "Groenboek inzake 'Onderwijs - opleiding - onderzoek - De belemmeringen voor transnationale mobiliteit'".
|
The Section for Social, Family, Educational and Cultural Affairs, which was responsible for preparing the Committee's work on the subject, adopted its opinion on 13 February 1997. The rapporteur was Mr Rodríguez García Caro.
|
|
De Afdeling voor sociale aangelegenheden, gezinsvraagstukken, onderwijs en cultuur, die met de voorbereiding van de desbetreffende werkzaamheden was belast, heeft haar advies op 13 februari 1997 goedgekeurd. Rapporteur was de heer Rodríguez García Caro.
|
At its 343rd plenary session (meeting of 26 February 1997) the Economic and Social Committee adopted the following opinion by 83 votes to three, with five abstentions.
|
|
Het Economisch en Sociaal Comité heeft tijdens zijn 343e Zitting (vergadering van 26 februari 1997) het volgende advies uitgebracht, dat met 83 stemmen vóór en 3 stemmen tegen, bij 5 onthoudingen, is goedgekeurd.
|
|
|
|
1. Introduction to the draft opinion
|
|
1. Inleiding
|
1.1. It is clear from experience gleaned during the development of the various phases of the Community education, training and research programmes that the principles contained in Articles 126, 127 and 130g of the EC Treaty are considerably hampered by a range of obstacles that stand in the way of Community citizens wishing to train in other Member States.
|
|
1.1. Uit de tenuitvoerlegging van de verschillende fasen van de communautaire programma's inzake onderwijs, opleiding en onderzoek is gebleken dat de verwezenlijking van de in de artikelen 126, 127 en 130 G van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap genoemde doelstellingen aanzienlijk bemoeilijkt wordt door belemmeringen van uiteenlopende aard waar EU-burgers die in een andere lid-staat onderwijs of een opleiding willen volgen, mee te maken krijgen.
|
1.2. The Committee notes that the movement of goods, capital and services within the Community is in many ways made much easier than that of the Community's own citizens. In theory it is they who should be able to take full advantage of the tasks which the Community sets itself in Article 2 of the Treaty.
|
|
1.2. Er kan worden vastgesteld dat er voor het verkeer van goederen, kapitaal en diensten binnen de Gemeenschap een hele reeks faciliteiten en een gunstiger kader bestaan dan voor het verkeer van de burgers van de Gemeenschap, die in principe zouden moeten profiteren van alle voordelen die voortvloeien uit de taak die de Gemeenschap overeenkomstig artikel 2 van het Verdrag dient te vervullen.
|
1.3. EU citizenship as set out in Treaty Article 8a gives nationals of the Member States the right to move and reside freely within the Union. This fundamental individual right has, however, been jeopardized by a number of problems and difficulties which hinder the mobility of citizens who wish to avail themselves of training opportunities on offer outside their Member State of origin. In short, this is an indicator of the slow progress in the social sphere in the Community.
|
|
1.3. Krachtens het burgerschap van de Unie (art. 8 A van het Verdrag) hebben alle personen die de nationaliteit van een lid-staat bezitten het recht om vrij op het grondgebied van de lid-staten te reizen en te verblijven. De gebruikmaking van dit grondrecht is echter afhankelijk van een aantal factoren die de mobiliteit van burgers die buiten hun lid-staat van herkomst onderwijs of een opleiding willen volgen, belemmeren. In feite illustreert dit de traagheid waarmee sociale verworvenheden daadwerkelijk ingang vinden in de Gemeenschap.
|
1.4. It is Community programmes for education, training and research which are responsible for the movement of the largest number of citizens between the different States. This places them in a particularly good position to determine the obstacles experienced by Community citizens exercising their right to move freely and take up residence in the EU.
|
|
1.4. De communautaire programma's die voor het drukste personenverkeer tussen de lid-staten zorgen, zijn de onderwijs-, opleidings- en onderzoeksprogramma's. Deze kunnen daarom uitstekend als graadmeter dienen om vast te stellen welke hindernissen ondervonden worden door burgers die van hun recht op vrij verkeer en vrij verblijf binnen de Gemeenschap gebruik willen maken.
|
1.5. The Commission is presenting this green paper with the understandable intention of providing Community citizens with the most appropriate solutions to mobility problems within the EU. It hopes that the document will provide the basis for a vigorous debate that will uncover both the problems experienced by people moving to another Member State for training purposes and solutions to these problems.
|
|
1.5. Het is een goede zaak dat de Commissie adequate oplossingen nastreeft voor de mobiliteitsproblemen van de burgers in de Gemeenschap en daartoe een Groenboek heeft gepresenteerd. Dit moet een brede discussie op gang brengen die ten doel heeft een beter inzicht te verkrijgen in de belemmeringen voor transnationale mobiliteit op onderwijs- en scholingsgebied en daarvoor mogelijke oplossingen aan te dragen.
|
It must be made clear that it is useless to highlight problems and suggest solutions if this is not accompanied by a sincere desire to take firm and appropriate action to change the status quo by revamping the rules where necessary. Adopting viable solutions is the responsibility of the Council and the Member States, each within their own sphere or competence. Euro-scepticism among citizens can be countered by showing them that they will have a better everyday life and brighter prospects for the future within a strong, united Europe in which human and social values occupy the pre-eminent position accorded them by the spirit and content of the Union Treaty.
|
|
Er zij op gewezen dat het weinig zinvol is problemen in kaart te brengen en oplossingen voor te stellen als niet de oprechte bereidheid bestaat om vastberaden de noodzakelijke maatregelen te nemen waarmee verandering in de situatie kan worden gebracht en daartoe, indien nodig, de desbetreffende regelgeving aan te vullen. Het is de taak van de Raad en van de lid-staten om, binnen de grenzen van hun respectieve bevoegdheden, uitvoerbare oplossingen te vinden. Het Euroscepticisme van de burgers kan bestreden worden door de mensen duidelijk te maken dat hun dagelijks leven en hun toekomstmogelijkheden gebaat zijn bij een krachtig en solide Europa waarin menselijke en maatschappelijke waarden de voorrang krijgen die zij volgens de letter en de geest van het Verdrag betreffende de Unie verdienen.
|
|
|
|
2. The green paper
|
|
2. Het Groenboek
|
2.1. The green paper summarizes the background, obstacles and possible solutions from a point of view which is firmly rooted in the experience that the Commission has acquired in the implementation of the many different Community education, training and research programmes. Far from claiming that the document is exhaustive, the Commission calls on the EU's socio-economic interest groups not only to give a formal opinion on the lines of action, but also to suggest other measures for removing those obstacles which have already been detected and any obstacles which they may be able to identify.
|
|
2.1. In het Groenboek wordt een overzicht gegeven van de voorgeschiedenis, de belemmeringen en de mogelijke oplossingen. De Commissie gaat daarbij uit van de ervaringen die met de tenuitvoerlegging van de talrijke communautaire programma's inzake onderwijs, opleiding en onderzoek zijn opgedaan. In dit document, dat allesbehalve de pretentie heeft volledig te zijn, wordt de sociale partners niet alleen gevraagd de huidige situatie te beoordelen, maar worden deze ook verzocht mee te denken over mogelijke oplossingen voor de reeds in kaart gebrachte belemmeringen en voor toestanden die vanuit Europees sociaal-economisch oogpunt als belemmerend worden ervaren.
|
2.2. In Part A, the green paper lists a number of advantages - which the Committee endorses - of mobility for educational, vocational and continuing training, and research purposes. Mobility of this kind generates a real wealth of knowledge and experience which encourages improved occupational qualifications both now and in the future. This in turn will help to improve employment prospects in the Community.
|
|
2.2. In het eerste deel van het Groenboek wordt een aantal, door het Comité beaamde, voordelen genoemd van het volgen van onderwijs, een beroepsopleiding of een permanente opleiding of van het verrichten van onderzoek in een andere lid-staat. Dankzij een dergelijke opleiding of onderzoek wordt een schat aan kennis en ervaring opgedaan en worden de huidige of toekomstige beroepskwalificaties verbeterd, zodat de vooruitzichten op werk in de Gemeenschap toenemen.
|
2.3. In Part B, the green paper lists clearly and concisely those obstacles regarded as most urgent on the basis of the experience acquired in the programmes. There are three main groups of problems detailed in the lengthy list given in the Commission document:
|
|
2.3. In het tweede deel wordt een beknopte en heldere opsomming gegeven van de belemmeringen welke volgens de opstellers van het Groenboek in het licht van de met de programma's opgedane ervaring vooral aandacht verdienen. De lange lijst van problemen die in het Groenboek worden uiteengezet, kan in drie hoofdgroepen worden verdeeld:
|
2.3.1. Legal and administrative obstacles concerning
|
|
2.3.1. Juridische en administratieve belemmeringen die betrekking hebben op:
|
- the right of residence;
|
|
- het recht van verblijf;
|
- the recognition, certification and validation of courses of study;
|
|
- de wederzijdse erkenning van diploma's en studies;
|
- the territorially restricted nature of national grants;
|
|
- de "territorialiteit" van studiebeurzen;
|
- the administrative and organizational problems of educational institutions attended by students and pupils.
|
|
- administratieve en organisatorische problemen van de onderwijsinstellingen in het land van oorsprong van de studenten en leerlingen.
|
2.3.2. Socio-economic obstacles associated with:
|
|
2.3.2. Sociaal-economische belemmeringen, veroorzaakt door:
|
- the different tax arrangements in the Member States;
|
|
- verschillen in belastingheffing tussen de lid-staten;
|
- social protection.
|
|
- verschillen in sociale bescherming.
|
2.3.3. Obstacles of a practical nature:
|
|
2.3.3. Praktische belemmeringen, veroorzaakt door:
|
- language and cultural difficulties;
|
|
- verschillen in taal en cultuur;
|
- a lack of information on the host country;
|
|
- gebrek aan informatie over de lid-staat waarnaar men wenst te vertrekken;
|
- the shortage of businesses prepared to take on young people for training;
|
|
- het geringe aantal bedrijven dat bereid is om jongeren een opleidingsplaats te geven;
|
- everyday life in the host country.
|
|
- het dagelijks leven in het land van ontvangst.
|
2.4. The green paper ends with a number of lines of action designed to tackle each of the obstacles described in the document. They contain various legal measures, such as the actual application by Member States of existing directives which have not yet been applied, the introduction of new legal instruments aimed at harmonizing arrangements in the Member States, and recommendations that - while respecting national sovereignty - give clear guidelines as to how to eliminate the obstacles which hinder citizens.
|
|
2.4. In het derde deel van het Groenboek, ten slotte, wordt een aantal "actiegebieden" voorgesteld om alle in het document beschreven belemmeringen aan te pakken. Deze "actiegebieden" behelzen een reeks maatregelen van juridische aard, zoals de daadwerkelijke omzetting door de lid-staten van de bestaande, nog niet omgezette richtlijnen, het gebruik van nieuwe juridische instrumenten voor harmonisatie tussen de lid-staten, en het opstellen van aanbevelingen waarin met inachtneming van de nationale soevereiniteit duidelijke richtsnoeren worden gegeven om de belemmeringen voor de burgers uit de weg te ruimen.
|
|
|
|
3. Comments
|
|
3. Opmerkingen
|
3.1. General comments
|
|
3.1. Algemene opmerkingen
|
3.1.1. The Committee endorses any initiative which adopts a critical stance towards the way the European integration process is developing. The green paper is in itself a clear recognition of the deficiencies that have blighted the integration process over the years, especially those which have a direct impact on citizens. It is both positive and healthy that Europe's leaders have sufficient social awareness to set about the task of making genuine individual freedom of movement possible by removing all legal and bureaucratic obstacles. Equally, Member States cannot use the argument of sovereignty to obstruct citizens' possibilities of embarking on those training courses within the Community which are best suited to them.
|
|
3.1.1. Het Comité is ingenomen met dit soort initiatieven waarbij het verloop van de Europese eenwording op kritische wijze onder de loep wordt genomen. In het Groenboek wordt onomwonden erkend dat de eenwording in de loop der jaren een aantal gebreken is gaan vertonen. Er wordt in dit verband vooral ingegaan op gebreken die het leven van de burgers rechtstreeks beïnvloeden. Degenen die aan het roer van het schip Europa staan, dienen voldoende sociaal gevoel te hebben om zich tot taak te stellen een echt vrij personenverkeer mogelijk te maken door alle juridische en bureaucratische hindernissen uit de weg te ruimen. En de lid-staten mogen zich niet op het soevereiniteitsbeginsel beroepen om de mogelijkheden van burgers om binnen de grenzen van de Gemeenschap de meest adequate opleidingswegen te volgen, te dwarsbomen.
|
The Committee welcomes this initiative which it is convinced can help to create the conditions necessary to guarantee better coordination between the Commission and the Member States and thus gradually overcome the obstacles encountered by citizens moving within the Union.
|
|
Het Comité steunt dit initiatief in de overtuiging dat het de noodzakelijke voorwaarden kan helpen scheppen voor een betere coördinatie tussen de Commissie en de lid-staten, waardoor de factoren die de mobiliteit van de burgers binnen de Unie belemmeren, geleidelijk worden uitgeschakeld.
|
3.1.2. The more material provisions of the Treaties have been implemented more effectively than its human aspects. As a result goods move more easily within the Community than people.
|
|
3.1.2. De meer materiële aspecten van de Verdragen zijn in de loop der jaren beter ontwikkeld dan de sociale aspecten. Door de tot stand gebrachte wet- en regelgeving verloopt het verkeer van goederen binnen de Gemeenschap gemakkelijker dan het verkeer van personen.
|
What is needed is a move towards political agreement that paves the way for a more genuine Citizens' Europe.
|
|
Het Comité vindt dat gestreefd moet worden naar een politiek compromis waarmee een echt Europa van de burgers van de grond kan komen.
|
3.1.3. From the point of view of strategy, it is appropriate that once the Community education, training and research programmes have moved through a number of stages of development - and have involved a large number of EU citizens - the question be raised of the need to solve mobility problems between Member States.
|
|
3.1.3. Als de communautaire programma's inzake onderwijs, opleiding en onderzoek eenmaal verschillende ontwikkelingsfasen hebben doorlopen en een aanzienlijk aantal burgers in beweging hebben gebracht, is het vanuit strategisch oogpunt noodzakelijk dat de Gemeenschap oplossingen vindt voor de problemen die bij het personenverkeer tussen de lid-staten zijn gerezen.
|
The ESC hopes that this initiative will culminate in a document which will serve as the basis for the removal of existing obstacles. In this connection the Committee would refer to its opinion on the White Paper on education and training - teaching and learning: towards the learning society, adopted at its plenary session on 10 July 1996, in which it stated that mobility was a fundamental principle of lifelong education and training.
|
|
Het Comité hoopt en wenst dat dit initiatief zal uitmonden in een document op basis waarvan de bestaande belemmeringen uit de weg kunnen worden geruimd. Er zij in dit verband gewezen op het advies over het "Witboek over onderwijs en opleiding - Onderwijzen en leren - Naar een cognitieve samenleving", dat tijdens de Zitting van 10 juli 1996 werd goedgekeurd. Hierin wordt mobiliteit als een fundamenteel beginsel van onderwijs en voortdurende opleiding beschouwd.
|
3.1.4. The Committee would particularly highlight those chapters of the green paper dealing with third country nationals who legally reside in a Member State. These citizens experience additional problems on top of those which persistently affect Community nationals. All measures aimed at integrating third country citizens should be encouraged and supported, particularly with the objective of stepping up action to counter racism and xenophobia in the Union.
|
|
3.1.4. Het Comité wil vooral de nadruk leggen op die aspecten van het Groenboek die betrekking hebben op burgers uit derde landen die legaal in een lid-staat verblijven. Deze mensen worden, behalve met de moeilijkheden waarmee ook de EG-burgers voortdurend hebben te kampen, met nog meer problemen geconfronteerd. Alle maatregelen ter bevordering van de integratie van deze burgers moeten aangemoedigd en gesteund worden, om zo met name kracht bij te zetten aan de initiatieven die in de EU worden genomen ter bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat.
|
The Committee therefore explicitly supports any measures adopted to implement line of action No 6 (improving the situation of third country nationals with regard to training).
|
|
Daarom hecht het Comité zijn uitdrukkelijke steun aan de maatregelen tot uitvoering van Actiegebied 6 met het oog op de verbetering van de situatie van deze burgers op opleidingsgebied.
|
3.1.5. In the interests of a more efficient use of resources, the Commission should as far as is possible endeavour to avoid duplicating research into the obstacles experienced by EU citizens when they attempt to move freely within the Union.
|
|
3.1.5. Ten einde de ingezette middelen en geleverde inspanningen meer effect te laten sorteren, zou de Commissie zoveel mogelijk dubbel werk moeten vermijden bij het onderzoeken en analyseren van de factoren die het vrije verkeer van EU-burgers binnen de communautaire grenzen belemmeren.
|
For this reason, the Committee considers that some coordination would have been desirable between (a) the group of experts set up by the Commission under the chairmanship of Mrs Veil to study the obstacles hindering the free movement of workers and people in general and (b) the other groups of experts that the Commission is set up to facilitate the transnational mobility of teachers and students. What is needed in both cases is the presence of representatives of the social partners, since the world of work - in the form of businesses, workers and other economic and social activities - is a constant factor in all movement associated with education, training and research programmes.
|
|
Gezien het bovenstaande was enige coördinatie wenselijk geweest tussen de activiteiten van de door de Commissie in het leven geroepen en door mevrouw Veil voorgezeten werkgroep die zich bezighoudt met de belemmeringen voor het vrije verkeer van werknemers en personen in het algemeen, en het werk van de groepen van deskundigen die de Commissie daarnaast zal oprichten ter bestudering van oplossingen voor de problemen op het gebied van de transnationale mobiliteit van docenten en studenten. Zowel in de werkgroep als in de andere groepen dienen vertegenwoordigers van de sociaal-economische kringen aanwezig te zijn, omdat het bedrijfsleven, d.w.z. ondernemingen, werknemers en andere economische en sociale activiteiten, steevast een belangrijke rol speelt bij alle verplaatsingen die in het kader van onderwijs-, opleidings- en onderzoeksprogramma's plaatsvinden.
|
This green paper essentially provides the chapter on education, training and research for the white paper that the Commission is to publish tackling the full range of obstacles to mobility experienced by EU citizens, regardless of their reasons for moving.
|
|
Voorts is het Comité van mening dat het Groenboek "Onderwijs, opleiding, onderzoek - De belemmeringen voor transnationale mobiliteit" een hoofdstuk toevoegt aan dat andere grote Groenboek betreffende alle belemmeringen voor de mobiliteit van EU-burgers die zich om welke reden dan ook willen verplaatsen.
|
3.1.6. To continue the point made above, the ESC, as the Community advisory body representing the socio-economic players, regards itself as a discussion partner that is well-placed to know what kind of training for young people and the unemployed is actually required in the labour market.
|
|
3.1.6. In aansluiting op hetgeen in de vorige paragraaf is opgemerkt, meent het Comité dat het als communautair adviesorgaan waarin de sociaal-economische kringen zijn vertegenwoordigd, uitermate geschikt is om vast te stellen welke behoeften er op de arbeidsmarkt bestaan ten aanzien van de opleiding van jongeren en werklozen.
|
The definition of young people varies widely from one Community programme to another. The Committee feels that, in practice, this creates an obstacle to mobility and suggests, therefore, that a more flexible definition be sought.
|
|
De definitie van "jongere" verschilt aanzienlijk naar gelang van het communautaire programma. Het Comité vreest dat deze verschillen in de praktijk de mobiliteit zullen belemmeren en stelt derhalve voor een meer flexibele omschrijving van het begrip "jongere" te hanteren.
|
All levels of training have the overriding objective of preparing young people for the challenges of the marketplace. Accordingly, Community education, training and research programmes are an important step forward in achieving this aim.
|
|
Met opleiding op alle verschillende niveaus wordt in eerste instantie beoogd onze jongeren voor te bereiden op de uitdagingen van de markt. De communautaire programma's inzake onderwijs, opleiding en onderzoek dragen er in aanzienlijke mate toe bij dit doel te bewerkstelligen.
|
That is why the ESC - as the legitimate representative of the socio-economic interest groups - should be directly involved in the consultations which are underway on the final version of the present document, given that some proposed solutions could have a direct impact not only on the future employees of Europe's businesses, but also on today's workers and firms.
|
|
Het Comité vindt daarom dat het als wettige vertegenwoordiger van de sociaal-economische kringen rechtstreeks betrokken moet worden bij de raadplegingsprocedure die moet leiden tot de definitieve redactie van het document dat aan de orde is. Bepaalde oplossingen die worden voorgesteld zouden namelijk niet alleen voor de toekomstige werknemers van Europese bedrijven, maar ook voor de huidige werknemers en bedrijven in de Gemeenschap rechtstreeks gevolgen kunnen hebben.
|
3.1.7. It is of consummate importance to find solutions to the problems hindering the mobility of those preparing to enter the labour market. At a time when jobs are scarce and hard to come by, any attempt by the Member States to protect their national labour market must be actively opposed. The green paper does not mention this problem which may be encountered by participants in Community training programmes when they complete their period of training.
|
|
3.1.7. Het Comité acht het van primordiaal belang oplossingen te vinden voor de problemen waardoor de mobiliteit van diegenen die zich voorbereiden op toetreding tot de arbeidsmarkt worden beperkt. In tijden waarin arbeid een schaars en moeilijk toegankelijk goed is, moeten wij iedere poging tot protectionisme van de nationale werkgelegenheid door de lid-staten van de Unie met hand en tand bestrijden. Dit kan een - overigens in het Groenboek onvermeld gebleven - probleem vormen, waarmee diegenen die aan communautaire opleidingsprogramma's deelnemen aan het eind van hun opleiding kunnen worden geconfronteerd.
|
Furthermore, the Committee notes that many Member States reserve some, if not all, public sector jobs for their own nationals and feels that the public sector in all EU countries should be open to all Community citizens.
|
|
In dit verband zij er eveneens op gewezen dat veel lid-staten een aantal, zo niet alle, overheidsfuncties voor de eigen onderdanen reserveren. Het Comité vindt dat functies in de overheidssector, overal in de Gemeenschap, voor alle burgers van de Unie toegankelijk moeten zijn.
|
The Committee considers that the Commission should highlight this aspect so that it is included in the final document.
|
|
Het Comité is van mening dat de Commissie hier niet aan voorbij mag gaan en dit aspect in de definitieve versie van het Groenboek moet vermelden.
|
3.2. Specific comments
|
|
3.2. Bijzondere opmerkingen
|
3.2.1. The green paper acknowledges the patchy application at national level of directives dealing with the removal of obstacles to citizens' mobility. The Member States must therefore make a real effort to eliminate such obstacles, and their governments must, without delay, apply Community regulations to help citizens in their everyday lives.
|
|
3.2.1. In het Groenboek wordt erkend dat richtlijnen niet altijd volledig in nationaal recht worden omgezet; zo gebeurt het dat er elementen uit worden weggelaten en de mobiliteit van de burgers wordt belemmerd. De lid-staten moeten daarom vastberaden meewerken aan het opheffen van de obstakels waarmee hun burgers worden geconfronteerd als zij zich binnen de Gemeenschap verplaatsen. De regeringen van de lid-staten dienen onverwijld de door de Gemeenschap uitgewerkte rechtsregels toe te passen die het dagelijks leven van de burgers op gunstige wijze beïnvloeden.
|
The Committee wishes once again to highlight the need for a European researchers' and grant-holders' charter to enable researchers and grant-holders to avoid the problems, especially in the areas of tax and social protection, which hinder movement between the Member States. On several occasions, the Committee has asked the Commission to submit a proposal for such a charter in order to facilitate mobility for all types of training, whether academic or in-service, and would once again reiterate its request.
|
|
Het Comité wil ook nogmaals de aandacht vestigen op de behoefte aan een statuut voor Europese onderzoekers en beursstudenten, waarmee hoofdzakelijk fiscale en sociale problemen die de transnationale mobiliteit in de weg staan, kunnen worden omzeild. Het Comité heeft de Commissie meerdere malen verzocht een voorstel te formuleren ter bevordering van de mobiliteit van zowel studenten aan hogescholen en universiteiten als stagiaires in het bedrijfsleven. Het Comité dringt nogmaals aan op het uitwerken van een ontwerp-statuut.
|
3.2.2. The implementation of all Community education, training and research programmes should be preceded by an analysis of the potential mobility problems which, though unrelated to the programmes themselves, participants may experience.
|
|
3.2.2. Voordat het startsein voor welk communautair onderwijs-, opleidings- of onderzoeksprogramma dan ook wordt gegeven, moet een analyse worden gemaakt van moeilijkheden die weliswaar niet rechtstreeks met het programma te maken hebben, maar toch gevolgen kunnen hebben voor de personen die eraan deelnemen.
|
Citizens who are considering taking part in such programmes should be informed beforehand of these difficulties. Where programmes involve moving from one Member State to another, programme information should specifically tell potential candidates of the problems which they will experience both during and after training. The information should also contain practical solutions which can be applied by the participants.
|
|
Burgers die overwegen aan zo'n programma deel te nemen, dienen van dergelijke moeilijkheden weet te hebben. In de voorlichting over de programma's waarbij sprake is van verplaatsingen naar een andere lid-staat moet derhalve plaats worden ingeruimd voor de problemen waarmee mogelijke deelnemers tijdens en na een opleiding te maken krijgen. Deze informatie moet worden aangevuld met de specifieke oplossingen die, in elk afzonderlijk geval, mogelijk zijn voor problemen waarmee een burger die zich verplaatst, wordt geconfronteerd.
|
The Committee therefore calls for line of action No 9 (improving the information available) also to state that all such Community programmes should contain specific information on the difficulties that candidates may experience during or after the period of training and possible solutions.
|
|
Daarom stellen wij voor om onder Actiegebied 9 (Verbetering van de beschikbare informatie en administratieve praktijken) te vermelden dat bij al deze communautaire programma's gezorgd moet worden voor specifieke informatie over de moeilijkheden waarmee kandidaat-deelnemers tijdens en na de opleiding geconfronteerd kunnen worden en over eventuele oplossingen daarvoor.
|
We should also bear in mind the disabled or handicapped who, because of their disability, may experience additional problems to those encountered by all citizens moving abroad for training purposes. The Committee feels that the final version of the green paper should include a special reference along these lines.
|
|
Verder moet beslist gewezen worden op de extra moeilijkheden waarmee mensen te maken kunnen krijgen die een opleiding in een ander land willen volgen en, afgezien van de "gewone" hindernissen die iedereen moet nemen, ook nog eens met het probleem zitten dat zij gehandicapt of minder valide zijn. Het Comité vindt dat dit aspect in de definitieve versie van het Groenboek bijzondere aandacht verdient.
|
3.2.3. Broadly speaking, the dissemination of information in the Member States must not only be guaranteed but also checked for ease of access by citizens. Everyone has a right to know what opportunities are available. It is the Commission's responsibility to ensure that the dissemination of information of this kind is not restricted to the usual small groups of people who receive information on Community action. We can hardly create a European consciousness if we do not publicize transnational training activities among all those involved in the EU's educational, social and business communities. Full-scale information networks must be set up and make use of all the multimedia possibilities available in society. All EU educational institutions and businesses must have access to such networks.
|
|
3.2.3. Algemeen gesproken is het niet alleen nodig dat er voor informatieverspreiding in de lid-staten wordt gezorgd, maar ook dat de informatie voor de burgers gemakkelijk toegankelijk is. Iedereen heeft er recht op te weten wat er zoal wordt aangeboden en welke mogelijkheden er bestaan. De Commissie heeft de plicht ervoor te zorgen dat dit soort informatie niet slechts verspreid wordt in beperkte kring of in de gebruikelijke circuits waarin de van de Gemeenschap afkomstige informatie rondgaat. Het is moeilijk een Europees bewustzijn te ontwikkelen als we er niet in slagen te bewerkstelligen dat dit soort transnationale opleidingsactiviteiten de onderwijswereld, de sociale kringen en het bedrijfsleven overal in de Gemeenschap bereiken. Gebruikmakend van alle multimediamogelijkheden van de hedendaagse samenleving dient er een degelijk informatienetwerk te worden opgezet dat voor alle onderwijsinstellingen en ondernemingen in de EU toegankelijk is.
|
The Committee therefore calls for line of action No 9 also to state that a network be set up to systematically disseminate information to citizens on all Community training opportunities that are on offer.
|
|
Het Comité stelt derhalve voor dat er in het kader van Actiegebied 9 een systematisch netwerk wordt opgezet om de burger te informeren over alle opleidingsmogelijkheden die er in de Gemeenschap bestaan.
|
3.2.4. The language barrier is the first obstacle for those who want to avail themselves of transnational EU training opportunities. It is impossible to go abroad for educational, training or academic purposes generally without a knowledge of the language of the country to which you are going. Children must be encouraged to learn other Community languages from the time they start school.
|
|
3.2.4. De eerste hindernis die genomen moet worden om toegang te krijgen tot opleidingsmogelijkheden buiten de eigen lid-staat is van taalkundige aard. Niemand kan in een andere lid-staat onderwijs, een cursus of een academische opleiding gaan volgen zonder kennis van de taal van die lid-staat. Het leren van andere EU-talen vanaf de eerste schooljaren van de kinderen is dan ook absoluut noodzakelijk.
|
The Committee has commented repeatedly on this matter, stressing the need to encourage, develop and strengthen all initiatives aimed at improving citizens' knowledge and use of EU languages. In this connection it would refer to its opinions on the Green Paper on the European dimension of education, the proposal for a European Parliament and Council Decision setting up the Community action programme Socrates, the Leonardo programme, and more recently the opinion on the White Paper on education and training - teaching and learning: towards the learning society.
|
|
Het Comité heeft zich hierover herhaaldelijk uitgesproken en daarbij gehamerd op de behoefte aan meer aandacht en middelen voor de initiatieven ter verbetering van de talenkennis en het gebruik daarvan door de burgers in de Unie. Er zij in dit verband gewezen op de adviezen over het "Groenboek inzake de Europese dimensie van het onderwijs", het "Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot invoering van het communautair actieprogramma Socrates", het "Leonardo-programma", en het onlangs uitgebrachte advies over het "Witboek over onderwijs en opleiding - Onderwijzen en leren - Naar een cognitieve samenleving".
|
The Committee would therefore reiterate its comments on languages in all the opinions it has issued on the various education, training and research programmes. All action which is adopted by the Commission and the Council to promote and encourage the teaching and learning of Community languages must be supported. In the long-term this will not only improve EU citizens' training opportunities, but also familiarize them with Europe's cultural diversity, as well as stimulating mobility.
|
|
Het Comité herhaalt hier zijn standpunt over het talenonderwijs dat het heeft ingenomen in alle adviezen over de verschillende onderwijs-, opleidings- en onderzoeksprogramma's waarover het is geraadpleegd. Er moet steun worden verleend aan alle maatregelen van Commissie en Raad om het onderwijzen en leren van EU-talen te bevorderen. Dit zal uiteindelijk niet alleen tot betere opleidingsmogelijkheden voor de burgers, maar ook tot meer toenadering en een betere kennis van de culturele verscheidenheid van Europa leiden, en zal de mobiliteit ten goede komen.
|
3.2.5. Programmes which promote language learning for young people and adults are meaningless if we do not think about the future. We must concentrate our efforts on children and promote the teaching of Community languages in schools throughout the EU. At the same time we must respect as far as possible freedom of choice regarding the languages taught to children. In this connection - and in compliance with Member States' own freedom to decide on educational matters - line of action No 8 should also state the need for agreement among Member States on the requirement that national education systems a) include a minimum of two Community languages in syllabuses, and that b) a sufficient amount of teaching time is set aside to ensure that the languages are learnt to a high standard. A more comprehensive young student exchange programme to round off the language teaching given in schools should also be promoted.
|
|
3.2.5. Programma's om het (taal)onderwijs aan jongeren en volwassen te stimuleren hebben weinig zin als we niet aan de toekomst denken. De inspanningen dienen gericht te worden op de allerkleinsten; het onderwijzen van EU-talen moet in alle scholen van de Gemeenschap gestimuleerd worden, waarbij de vrije taalkeuze van de leerlingen zoveel mogelijk gerespecteerd moet worden. In dit verband zou - met inachtneming van de nationale bevoegdheden op onderwijsgebied - in Actiegebied 8 moeten worden opgenomen dat de lid-staten afspreken om het onderwijs van minstens twee EU-talen in de nationale onderwijsprogramma's verplicht te stellen, waarbij het aantal lesuren voldoende moet zijn om die talen ook echt en goed te kunnen leren. Voorts zou er een uitgebreider uitwisselingsprogramma voor schoolgaande jongeren moeten worden opgezet, zodat zij hun op school opgedane talenkennis verder kunnen ontwikkelen.
|
Similarly, adults who have not had the opportunity to study other Community languages must be encouraged to do so. Continuing training may be the appropriate context in which to provide basic and advanced language training programmes for these learners.
|
|
Tevens moet het taalonderwijs aan volwassenen die nooit de kans hebben gehad om andere talen van de Gemeenschap te leren worden gestimuleerd. Permanente educatie kan de ideale manier zijn om deze mensen aan taalonderwijs en bijscholingsprogramma's te laten deelnemen.
|
3.2.6. In addition to boosting the learning of Community languages in schools, the ESC calls for students to be encouraged to study subjects related to European integration and the European venture. This would be a long-term attempt to remove barriers which are less visible and less concrete than those described in the green paper, and which are more closely linked to personal and collective attitudes than obstacles created by differences in national legislation. Differences in culture, religion, the way we think, skin colour, ethnic background, and so on - indeed, everything that makes us different from nationals of the host country - can be problems which are not mentioned in the Commission document but which are used and fanned by xenophobic political movements in the hope that locals will turn against people from abroad. Although such political activity is fortunately only practised by a minority in the Community, promoting knowledge about other peoples, their cultures, beliefs and what we have in common is the best way of halting and eradicating such views.
|
|
3.2.6. Het zou goed zijn, niet alleen het leren van EU-talen op school te vergemakkelijken, maar de leerlingen tegelijkertijd de mogelijkheid te bieden om kennis op te doen inzake onderwerpen die bevorderlijk zijn voor de Europese opbouw en integratie. Zo kan op lange termijn gewerkt worden aan het uit de weg ruimen van minder zichtbare en materiële belemmeringen dan die welke in het Commissiedocument worden genoemd en die meer met de attitudes van personen en groepen te maken hebben dan met de hinderpalen die door de verschillen in wetgeving tussen de lid-staten worden opgeworpen. Verschillen in cultuur, religieuze overtuiging, denkwijzen, huidskleur, etnische afkomst en alle andere verschillen ten opzichte van de autochtone bewoners van het land waar men een opleiding gaat volgen, kunnen problemen opleveren die niet in het Groenboek vermeld staan. Deze verschillen worden door xenofobe politieke bewegingen gebruikt en beklemtoond ten einde de bevolking tegen vreemdelingen op te zetten. Dergelijk gedrag wordt in onze omgeving gelukkig slechts door een minderheid tentoongespreid en kan het best de kop in worden gedrukt door de kennis over andere mensen, andere culturen en andere overtuigingen en over hetgeen ons samenbrengt te bevorderen.
|
A new line of action which the Commission should consider including is to introduce at Community level and in all EU schools a specific academic subject along the lines described above. This would be taught to all EU schoolchildren and its content would be the same across the Union.
|
|
Er zou gedacht kunnen worden aan een nieuw actiegebied, nl. de vaststelling op communautair niveau van een voor alle scholen geldend specifiek vak dat in de zin van de hierboven uiteengezette gedachte voor alle leerlingen in de Gemeenschap dezelfde inhoud heeft.
|
3.2.7. Validation and recognition of study courses carried out in another Member State must remain a priority for the Community. This will give workers and the unemployed access to job opportunities throughout the EU. It is a principle which must be extendible to vocational training and to all non-regulated studies. The single market and the principle of free movement of workers can no longer be jeopardized because legal or administrative questions about their diplomas and certificates cast doubts on their occupational qualifications. In this context the Committee would point out the contribution made by CEDEFOP to vocational training and the recognition of qualifications. It is only right to take this contribution into account. Furthermore, attention should also be drawn to the role of the NARIC network.
|
|
3.2.7. Homologatie en erkenning van buiten de lid-staat van herkomst gevolgde opleidingen moeten worden voortgezet; het gaat hier immers om de hoofddoelstelling van de Gemeenschap om alle werknemers en werklozen in staat te stellen toegang te krijgen tot bedrijven in welke lid-staat dan ook. Dit beginsel zou ook moeten gelden voor beroepsopleiding en alle ongereglementeerde onderwijsvormen. De interne markt en het vrije verkeer van werknemers mogen niet afhankelijk blijven van obstakels die inhouden dat de beroepsvaardigheden van werknemers vanwege juridisch-administratieve problemen over hun diploma's en getuigschriften in twijfel worden getrokken. Er zij in dit verband gewezen op de rol die het CEDEFOP heeft gespeeld op het gebied van de erkenning van diploma's. Het heeft op dit terrein een niet te miskennen bijdrage geleverd. Ook het netwerk van de nationale informatiecentra voor academische erkenning (NARIC) heeft hierbij een grote rol gespeeld.
|
The Council and the Commission must continue to give detailed attention to the removal of obstacles to the recognition and validation of courses and qualifications and, where necessary, use all the instruments available in the Treaty to ensure that Member States comply with Community regulations.
|
|
Het is zaak dat Raad en Commissie zich onverminderd blijven inzetten voor de opheffing van belemmeringen op het gebied van de erkenning en homologatie van studies en diploma's. Indien nodig moeten zij daarbij gebruik maken van alle instrumenten die het Verdrag ter beschikking stelt om naleving door de lid-staten van de communautaire wetgeving af te dwingen.
|
3.2.8. In the interests of improving social justice, it is essential that immediate and priority action is taken to ensure that the most disadvantaged citizens are able to benefit from the Community programmes dealt with in the green paper. Young people without economic resources and unemployed people with little or no social protection may be - as the Commission document recognizes - precisely those who find it most difficult to participate in programmes of this kind. If we want a stronger Citizens' Europe, we must strengthen solidarity and fairness in access to the opportunities offered by society at Community level. Distribution of aid for transnational mobility can only be termed fair if the recipient's socio-economic position is taken into consideration. The Committee thus calls for line of action No 7 to state that the financial aid set out in the programmes should take account of the recipient's financial position or that of their family, bearing in mind the special features of national schemes for funding studies. Accordingly, the programmes should include a scale whereby assistance would be awarded to those in greater financial need.
|
|
3.2.8. Om voor meer sociale gerechtigheid te zorgen, is het absoluut vereist dat in de eerste plaats onverwijld alle noodzakelijke maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat de meest kansarmen worden uitgesloten van de voordelen van de communautaire programma's waar het in het Groenboek om gaat. Zoals in het Groenboek wordt erkend, is het voor jongeren zonder financiële middelen en werklozen met weinig of geen sociale bescherming wellicht het moeilijkst om aan genoemde programma's deel te nemen. Willen we het Europa van de burgers uitbouwen, dan moeten we een steviger basis leggen voor de solidariteit en de gelijkheid van kansen die de communautaire samenleving ons biedt. Het is uiterst onrechtvaardig om de steun voor transnationale mobiliteit evenredig te verdelen zonder de sociaal-economische situatie van de begunstigden in aanmerking te nemen. Wat Actiegebied 7 betreft, stelt het Comité daarom voor dat, bij de verdeling van de aan de programma's verbonden steun, gekeken wordt naar de financiële situatie van de begunstigde en naar de gezinsomstandigheden waarin hij of zij leeft, waarbij rekening moet worden gehouden met specifieke kenmerken van de nationale studiefinancieringssystemen. Zo zouden de programma's criteria moeten bevatten voor de verdeling van de steun, die in grotere mate ten goede zou moeten komen aan diegenen die over weinig middelen beschikken.
|
Brussels, 26 February 1997.
|
|
Brussel, 26 februari 1997.
|
The President of the Economic and Social Committee
|
|
De voorzitter van het Economisch en Sociaal Comité
|
Tom JENKINS
|
|
T. JENKINS
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|