Twee talen naast elkaar

CS DA DE EL EN ES ET FI FR HU LT LV MT NL PL PT SK SL SV  CS DA DE EL EN ES ET FI FR HU LT LV MT NL PL PT SK SL SV 

nl

en

 
VERSLAG VAN DE COMMISSIE - CONVERGENTIEVERSLAG 2004 (opgesteld in overeenstemming met artikel 122, lid 2, van het Verdrag) [SEC(2004) 1268]
REPORT FROM THE COMMISSION - CONVERGENCE REPORT 2004 (prepared in accordance with Article 122(2) of the Treaty) [SEC(2004) 1268]
1. Doel van dit verslag
1. Purpose of the report
Overeenkomstig artikel 122, lid 2, van het EG-Verdrag moeten de Commissie en de Europese Centrale Bank (ECB) aan de Raad verslag uitbrengen over de vooruitgang die door de "lidstaten met een derogatie" is geboekt met het in overeenstemming met het EG-Verdrag brengen van hun nationale wetgeving en over het bereiken van een hoge mate van duurzame convergentie. "Lidstaten met een derogatie" hebben de euro nog niet ingevoerd, met uitzondering van Denemarken en het Verenigd Koninkrijk die lidstaten met een bijzondere status zijn [1]. Deze convergentieverslagen moeten ten minste om de twee jaar of op verzoek van een lidstaat met een derogatie worden opgesteld. Ten aanzien van Zweden, dat een van deze lidstaten is, moet een nieuw convergentieverslag worden opgesteld aangezien sinds het laatste verslag twee jaar zijn verstreken. Dit is een gelegenheid om voor de eerste maal ook een evaluatie te maken van de tien landen die op 1 mei 2004 tot de Europese Unie (EU) toetraden en die uit hoofde van artikel 4 van het Toetredingsverdrag "lidstaten met een derogatie" zijn. Op deze wijze worden deze landen ook geholpen bij hun voorbereiding op de vereisten voor de invoering van de euro. Dit verslag bestrijkt derhalve de volgende elf lidstaten met een derogatie: Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Zweden.
In accordance with Article 122(2) of the Treaty, the Commission and the European Central Bank (ECB) are required to report to the Council on the progress made by the "Member States with a derogation" with respect to the compliance of their national legislation with the Treaty, as well as the achievement of a high degree of sustainable convergence. "Member States with a derogation" have not yet adopted the euro with the exception of Denmark and the United Kingdom which are Member States with a special status [1]. Such convergence reports must be prepared at least once every two years, or at the request of a Member State with a derogation. Sweden, being one such Member State, is now due for a convergence report as two years have elapsed since the last one. This provides an opportunity to also assess, for the first time, the ten countries that joined the European Union (EU) on 1 May 2004, which are automatically "Member States with a derogation" by virtue of Article 4 of the Treaty of Accession. It will contribute to the preparation in these countries of the requirements for euro adoption. This report therefore covers the following eleven Member States with a derogation: the Czech Republic, Estonia, Cyprus, Latvia, Lithuania, Hungary, Malta, Poland, Slovenia, Slovakia and Sweden.
[1] Denemarken en het Verenigd Koninkrijk hebben een bijzondere status omdat zij gebruik hebben gemaakt van hun recht om niet aan deze fase van de EMU deel te nemen. Zij worden niet onderzocht omdat zij niet te kennen hebben gegeven dat zij de euro wensen in te voeren (Artikel 4 van het Protocol betreffende enkele bepalingen inzake Denemarken en artikel 10, onder a), van het Protocol betreffende enkele bepalingen met betrekking tot het VK).
[1] Denmark and the United Kingdom have a special status since they have opt-out arrangements. They are not examined because they have not indicated that they wish to adopt the euro (Article 4 on the Protocol on certain provisions related to Denmark and Article 10(a) of the Protocol on certain provisions related to the UK).
Op de inhoud van de verslagen [2] die worden opgesteld door de Commissie en de ECB is artikel 121, lid 1, van het Verdrag van toepassing; hierin wordt bepaald dat in de verslagen (i) de verenigbaarheid van de nationale wetgeving met het Verdrag en met de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB) en van de Europese Centrale Bank moet worden onderzocht. In de verslagen moet ook worden nagegaan of een hoge mate van duurzame convergentie is bereikt, aan de hand van de vier convergentiecriteria die betrekking hebben op (ii) prijsstabiliteit, (iii) de begrotingspositie van de overheid, (iv) de wisselkoersstabiliteit en (v) de lange-termijnrente, alsook in het licht van bijkomende factoren [3]. De vier convergentiecriteria en de perioden gedurende welke zij in acht moeten worden genomen zijn verder gepreciseerd in een aan het Verdrag gehecht protocol ("Protocol betreffende de in artikel 121 van het EG-Verdrag bedoelde convergentiecriteria").
The content of the reports [2] prepared by the Commission and the ECB is governed by Article 121(1) of the Treaty, which requires that the reports include an examination of (i) the compatibility of national legislation with the Treaty as well as with the Statute of the European System of Central Banks (ESCB) and of the European Central Bank. The reports must also examine whether a high degree of sustainable convergence has been achieved, by reference to the four convergence criteria relating to (ii) price stability, (iii) the government budgetary position, (iv) exchange rate stability and (v) the long-term interest rate as well as a number of additional factors [3]. The four convergence criteria and the periods over which they are to be respected are further developed in a Protocol annexed to the Treaty ("Protocol on the convergence criteria referred to in Article 121").
[2] Convergentieverslag 2002 over Zweden, COM(2002) 243 def., 22 mei 2002; convergentieverslag 2000 over Zweden en Griekenland, COM(2000) 277 def., 3 mei 2000; convergentieverslag 1998 (over alle 15 lidstaten van dat ogenblik), COM(1998) 1999 def., 25 maart 1998; convergentieverslag 1996, COM(1996) 560 def., 6 november 1996.
[2] Convergence Report 2002 on Sweden, COM(2002) 243 final, 22 May 2002; Convergence Report 2000 on Sweden and Greece, COM(2000) 277 final, 3 May 2000; Convergence Report 1998 (on all the 15 Member States at that time), COM(1998) 1999 final, 25 March 1998; Convergence Report 1996, COM(1996) 560 final, 6 November 1996.
[3] Deze bijkomende factoren zijn geen noodzakelijke voorwaarden voor de invoering van de euro en worden hier derhalve niet onderzocht. Zie voor een technische analyse van alle factoren die op de convergentie van invloed zijn SEC(2004) 1268.
[3] These additional factors are not necessary conditions for adopting the euro and are therefore not examined here. For a technical analysis of all factors affecting convergence, see SEC(2004) 1268.
2. Overzicht: verenigbaarheid van de wetgeving en verwezenlijking van de economische convergentie
2. Overview: compatibility of legislation and achievement of economic convergence
(i) Er moet worden toegezien op de verenigbaarheid van de nationale wetgeving, waaronder de statuten van de nationale centrale banken, met de artikelen 108 en 109 van het Verdrag en de statuten van het ESCB en de ECB. Wat de nieuwe lidstaten betreft: voor de onafhankelijkheid van hun respectieve nationale centrale banken en de inachtneming door deze van de doelstellingen van het ESCB is gezorgd als onderdeel van de pretoetredingsvereisten. Niettemin moeten, om toe te zien op de volledige integratie van de verschillende nationale centrale banken in het ESCB voordat de landen in kwestie tot de eurozone toetreden, onverenigbaarheden in de wetgeving van alle landen worden opgelost.
(i) Compatibility of national legislation, including the statutes of the national central banks, with Articles 108 and 109 of the Treaty and the Statute of the ESCB/ECB must be ensured. As far as the new Member States are concerned, the independence of their respective national central banks and the latter's compliance with the ESCB's objectives have been taken care of as part of the pre-accession requirements. However, in order to ensure the full integration of the different national central banks into the ESCB before the countries concerned join the euro area, incompatibilities need to be resolved in the legislation of all countries.
(ii) Bij de beoordeling van het criterium inzake prijsstabiliteit wordt uitgegaan van de inachtneming van een gemiddeld inflatiepercentage gedurende een periode van één jaar voor het onderzoek, dat niet meer dan 1,5 procentpunt ligt boven het inflatiecijfer van de drie lidstaten die op het gebied van prijsstabiliteit de beste resultaten vertonen. De in augustus 2004 berekende referentiewaarde was 2,4% en Finland, Denemarken en Zweden waren de drie best presterende lidstaten. Van de elf lidstaten die in dit verslag worden onderzocht voldoen er vijf aan dit criterium, te weten Tsjechië, Estland, Cyprus, Litouwen en Zweden.
(ii) The assessment of the price stability criterion is based on the observance of an average inflation rate over a period of one year before the examination, that does not exceed by more than 1.5 percentage points that of, at most, the three best-performing Member States in terms of price stability. The reference value was calculated to be 2.4% in August 2004, with Finland, Denmark and Sweden as the three best-performing Member States. Of the eleven Member States analysed in this report, five fulfil this criterion, namely the Czech Republic, Estonia, Cyprus, Lithuania and Sweden.
(iii) Het criterium inzake de begrotingssituatie van de overheid houdt verband met de beschikkingen die overeenkomstig de buitensporigtekortprocedure van artikel 104 van het EG-Verdrag worden gegeven. Op dit ogenblik geldt ten aanzien van vijf van de elf lidstaten geen beschikking van de Raad uit hoofde van artikel 104, lid 6, van het Verdrag betreffende het bestaan van een buitensporig tekort, te weten Estland, Letland, Litouwen, Slovenië en Zweden; deze landen voldoen derhalve aan het criterium.
(iii) The criterion on the government budgetary position is linked to the decisions made in accordance with the excessive deficit procedure in Article 104 of the Treaty. At present, five of the eleven Member States examined are not the subject of a Council decision under Article 104(6) on the existence of an excessive deficit, namely Estonia, Latvia, Lithuania, Slovenia and Sweden, which therefore fulfil the criterion.
(iv) Het wisselkoerscriterium vereist de inachtneming van de normale fluctuatiemarges van het wisselkoersmechanisme (WKM II) gedurende ten minste twee jaar, zonder grote spanningen. Op 28 juni 2004 zijn de Estse kroon, de Litouwse litas en de Sloveense tolar tot WKM II toegetreden. De Tsjechische kroon, de Hongaarse forint, het Cypriotische pond, de Letse lats, de Maltese lira, de Poolse zloty, de Slowaakse kroon en de Zweedse kroon zijn nog niet tot WKM II toegetreden. Hoewel de drie valuta's die sinds 28 juni 2004 aan WKM II deelnemen ten opzichte van de euro stabiel zijn, neemt geen van de onderzochte landen gedurende de vereiste tijdsspanne deel aan WKM II. Geen van de elf landen voldoet aan het wisselkoerscriterium.
(iv) The exchange rate criterion requires the observance of the normal fluctuation margins of the exchange rate mechanism (ERM II) for at least two years without severe tensions. On 28 June 2004, the Estonian kroon, Lithuanian litas and Slovenian tolar joined ERM II. The Czech koruna, Hungarian forint, Cyprus pound, Latvian lats, Maltese lira, Polish zloty, Slovak koruna and Swedish krona have not yet joined ERM II. While the three currencies participating in ERM II since 28 June 2004 have been stable vis-à-vis the euro, no country examined has participated in ERM II for the required period. None of the eleven countries fulfils the exchange rate criterion.
(v) Bij het criterium inzake de lange-termijnrente wordt uitgegaan van de inachtneming gedurende een periode van één jaar voor het onderzoek van een gemiddelde nominale rente die niet meer dan 2 procentpunt ligt boven het inflatiecijfer van de drie lidstaten die op het gebied van prijsstabiliteit de beste resultaten vertonen. De in augustus 2004 berekende referentiewaarde was 6,4%. De lange-termijnrente lag onder de referentiewaarde in Tsjechië, Cyprus, Letland, Litouwen, Malta, Slovenië, Slowakije en Zweden. Van deze acht landen werd vastgesteld dat zij voldeden aan het rentecriterium. Ten aanzien van Estland, waar geen langlopende staatsobligaties of vergelijkbare waardepapieren beschikbaar zijn, zijn er geen redenen om te concluderen dat dit land niet aan het criterium inzake de rente zou voldoen.
(v) The long-term interest rate criterion is based on the observance, over a period of one year before the examination, of an average nominal interest rate that does not exceed by more than 2 percentage points that of, at most, the three best-performing Member States in terms of price stability. The reference value was calculated to be 6.4% in August 2004. Long-term interest rates were below the reference value in the Czech Republic, Cyprus, Latvia, Lithuania, Malta, Slovenia, Slovakia and Sweden. These eight countries were found to meet the interest rate criterion. For Estonia, where no long-term government bonds or comparable securities are available, there are no reasons to conclude that Estonia would not fulfil the interest rate criterion.
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
>TABLE POSITION>
3. Beoordeling per lidstaat
3. Assessment by Member State
3.1. Tsjechië
3.1. The Czech Republic
Ten aanzien van de integratie van de centrale bank in het ESCB op het ogenblik van de invoering van de euro is de wetgeving in Tsjechië, met name de wet betreffende de Tsjechische Nationale Bank, niet volledig verenigbaar met artikel 109 van het Verdrag en de statuten van het ESCB en van de ECB.
As regards the central bank integration into the ESCB at the time of euro adoption, legislation in the Czech Republic, in particular the Czech National Bank Act, is not fully compatible with Article 109 of the Treaty and the ESCB/ECB Statute .
Het gemiddelde inflatiepercentage in Tsjechië bedroeg in de twaalf maanden tot augustus 2004 1,8%. Tsjechië voldoet aan het criterium inzake de prijsstabiliteit.
The average inflation rate in the Czech Republic during the 12 months to August 2004 was 1.8%. The Czech Republic fulfils the criterion on price stability.
Ten aanzien van Tsjechië geldt een beschikking inzake het bestaan van een buitensporig tekort (Beschikking van de Raad van 5 juli 2004). Het overheidstekort bedroeg in 2003 12,6% van het BBP, terwijl de overheidsschuld 37,8 % van het BBP beliep. Tsjechië voldoet niet aan het criterium inzake de begrotingspositie van de overheid.
The Czech Republic is at present the subject of a decision on the existence of an excessive deficit (Council decision of 5 July 2004). The general government deficit was 12.6% of GDP in 2003, while government debt was 37.8 % of GDP. The Czech Republic does not fulfil the criterion on the government budgetary position.
De Tsjechische kroon neemt niet aan WKM II deel, en het wisselkoersstelsel wordt gekenmerkt door beheerst zweven met occasioneel interventies van de centrale bank. Tsjechië voldoet niet aan het wisselkoerscriterium.
The Czech koruna is not participating in ERM II and is subject to a managed floating regime with occasional interventions by the central bank. The Czech Republic does not fulfil the exchange rate criterion.
De gemiddelde lange-termijnrente in Tsjechië in de twaalf maanden tot augustus 2004 bedroeg 4,7%; Tsjechië voldoet derhalve aan het criterium inzake de convergentie van de lange-termijnrente. Tegen de achtergrond van geringe inflatoire druk is de lange rente in Tsjechië tussen medio 2002 en medio 2003 tijdelijk gedaald tot onder het niveau in de eurozone maar sedertdien is het écart van de lange-termijnrente positief geworden.
The average long-term interest rate in the Czech Republic in the year to August 2004 was 4.7% and the Czech Republic fulfils the criterion on the convergence of long-term interest rates. Against a background of low inflationary pressures, long-term interest rates in the Czech Republic dropped temporarily below euro area levels between mid-2002 and mid-2003, but long-term interest rate spreads have since become positive.
In het licht van deze beoordeling concludeert de Commissie dat de status van Tsjechië als lidstaat met een derogatie ongewijzigd dient te blijven.
In the light of this assessment the Commission concludes that there should be no change in the status of the Czech Republic as a "Member State with a derogation".
3.2. Estland
3.2. Estonia
Ten aanzien van de integratie van de centrale bank in het ESCB op het ogenblik van de invoering van de euro is de wetgeving in Estland, met name de wet betreffende de Eesti Pank (nationale bank), de grondwet alsook de monetaire wet en de wet betreffende de veiligheid van de Estse kroon, niet volledig verenigbaar met artikel 109 van het Verdrag en de statuten van het ESCB en van de ECB.
As regards central bank integration into the ESCB at the time of euro adoption, legislation in Estonia, in particular the Eesti Pank Act, the Constitution of the Republic of Estonia as well as the currency law and the law on the security for Estonian kroon, is not fully compatible with Article 109 of the Treaty and the ESCB/ECB Statute
Het gemiddelde inflatiepercentage in Estland bedroeg in de twaalf maanden tot augustus 2004 2,0%. Estland voldoet aan het criterium inzake de prijsstabiliteit.
The average inflation rate in Estonia during the 12 months to August 2004 was 2.0%. Estonia fulfils the criterion on price stability.
Er is ten aanzien van Tsjechië geen beschikking inzake het bestaan van een buitensporig tekort. Het overheidsoverschot bedroeg in 2003 3,1% van het BBP en de overheidsschuld beliep 5,3% van het BBP. Estland voldoet aan het criterium inzake de begrotingssituatie van de overheid.
Estonia is not the subject of a decision on the existence of an excessive deficit. The general government surplus was 3.1% of GDP in 2003 and government debt was 5.3% of GDP. Estonia fulfils the criterion on the government budgetary position.
Estland neemt sinds 28 juni 2004 deel aan WKM II en de Estse autoriteiten hebben toegezegd hun currency-boardregeling binnen WKM II eenzijdig te handhaven. De Estse kroon is niet van zijn spilkoers afgeweken. Ten tijde van dit onderzoek nam Estland minder dan twee jaar deel aan WKM II. Estland voldoet niet aan het wisselkoerscriterium.
Since 28 June 2004, Estonia has participated in ERM II and the Estonian authorities have committed to unilaterally maintaining their currency board arrangement within ERM II. The Estonian kroon has not deviated from its central parity. At the time of this examination, ERM II participation was less than two years. Estonia does not fulfil the exchange rate criterion.
Wegens het ontbreken van een geharmoniseerde langlopende benchmark-staatsobligatie of vergelijkbare waardepapieren - wat gedeeltelijk verband houdt met het geringe niveau van de overheidsschuld - is een rente-indicator vastgesteld die is gebaseerd op de lange-termijnrente van de banken. Deze rente-indicator in de twaalf maanden tot augustus 2004 bedroeg gemiddeld 4,6%. Uitgaande van de ontwikkeling van de rente-indicator en onder meer rekening houdend met de lage overheidsschuld, zijn er geen redenen om te stellen dat Estland niet aan het criterium inzake de convergentie van de lange-termijnrente voldoet.
Due to the absence, partially linked to the low level of government debt, of a harmonised benchmark long-term government bond or comparable security, an interest rate indicator has been identified, based on bank lending rates. This interest rate indicator in the year to August 2004 was on average 4.6%. On the basis of developments in the interest rate indicator and taking into account, inter alia, the low government debt level, there are no reasons to conclude that Estonia would not fulfil the long-term interest criterion.
In het licht van deze beoordeling concludeert de Commissie dat de status van Estland als lidstaat met een derogatie ongewijzigd dient te blijven.
In the light of this assessment the Commission concludes that there should be no change in the status of Estonia as a "Member State with a derogation".
3.3. Cyprus
3.3. Cyprus
Ten aanzien van de integratie van de centrale bank in het ESCB op het ogenblik van de invoering van de euro is de wetgeving in Cyprus, met name de wet betreffende de centrale bank van Cyprus, niet volledig verenigbaar met artikel 109 van het Verdrag en de statuten van het ESCB en van de ECB.
As regards central bank integration into the ESCB at the time of euro adoption, legislation in Cyprus, in particular the Central Bank of Cyprus Law, is not fully compatible with Article 109 of the Treaty and the ESCB/ECB Statute .
Het gemiddelde inflatiepercentage in Cyprus bedroeg in de twaalf maanden tot augustus 2004 2,1%. Cyprus voldoet aan het criterium inzake de prijsstabiliteit.
The average inflation rate in Cyprus during the 12 months to August 2004 was 2.1%. Cyprus fulfils the criterion on price stability.
Ten aanzien van Cyprus geldt een beschikking inzake het bestaan van een buitensporig tekort (Beschikking van de Raad van 5 juli 2004). Het overheidsoverschot bedroeg in 2003 6,4% van het BBP en de overheidsschuld beliep 70,9% van het BBP. Cyprus voldoet niet aan het criterium inzake de begrotingspositie van de overheid.
Cyprus is at present the subject of a decision on the existence of an excessive deficit (Council decision of 5 July 2004). The general government deficit was 6.4% of GDP in 2003 and government debt was 70.9% of GDP. Cyprus does not fulfil the criterion on the government budgetary position.
Het Cypriotische pond neemt niet aan WKM II deel en is aan de euro gekoppeld met een fluctuatiemarge van ± 15%. Cyprus voldoet niet aan het wisselkoerscriterium.
The Cyprus pound is not participating in ERM II and is pegged to the euro with a ± 15% fluctuation margin. Cyprus does not fulfil the exchange rate criterion.
De gemiddelde lange-termijnrente in Cyprus in de twaalf maanden tot augustus 2004 bedroeg 5,2%; Cyprus voldoet daarmee aan het criterium inzake de convergentie van de lange-termijnrente. Begin 2002 was sprake van een aanzienlijke convergentie van de lange-termijnrente naar het niveau in de eurozone en het écart bleef het grootste deel van 2003 onder 1 procentpunt. Onlangs is de lange-termijnrente gestegen tot ruim boven het niveau in de eurozone.
The average long-term interest rate in Cyprus in the year to August 2004 was 5.2% and Cyprus fulfils the criterion on the convergence of long-term interest rates. Long-term interest rates converged considerably towards euro area levels in early 2002 and the spread remained within 1 percentage point for most of 2003. Recently, long-term interest rates have increased to well above euro area levels.
In het licht van deze beoordeling concludeert de Commissie dat de status van Cyprus als lidstaat met een derogatie ongewijzigd dient te blijven.
In the light of this assessment the Commission concludes that there should be no change in the status of Cyprus as a "Member State with a derogation".
3.4. Letland
3.4. Latvia
Ten aanzien van de integratie van de centrale bank in het ESCB op het ogenblik van de invoering van de euro is de wetgeving in Letland, met name de wet betreffende de Bank van Letland, niet volledig verenigbaar met artikel 109 van het Verdrag en de statuten van het ESCB en van de ECB.
As regards central bank integration into the ESCB at the time of euro adoption, legislation in Latvia, in particular the Law on the Bank of Latvia, is not fully compatible with Article 109 of the Treaty and the ESCB/ECB Statute .
Het gemiddelde inflatiepercentage in Letland bedroeg in de twaalf maanden tot augustus 2004 4,9%. Letland voldoet niet aan het criterium inzake de prijsstabiliteit.
The average inflation rate in Latvia during the 12 months to August 2004 was 4.9%. Latvia does not fulfil the criterion on price stability.
Er is ten aanzien van Letland geen beschikking inzake het bestaan van een buitensporig tekort. Het overheidsoverschot bedroeg in 2003 1,5% van het BBP en de overheidsschuld beliep 14,4% van het BBP. Letland voldoet aan het criterium inzake de begrotingssituatie van de overheid.
Latvia is not the subject of a decision on the existence of an excessive deficit. The general government deficit was 1.5% of GDP in 2003 and government debt was 14.4% of GDP. Latvia fulfils the criterion on the government budgetary position.
De Letse lats neemt niet deel aan WKM II en is gekoppeld aan de SDR-valutamand met een normale fluctuatiemarge van ± 1%. Letland voldoet niet aan het wisselkoerscriterium.
The Latvian lats is not participating in ERM II and is pegged to the SDR basket of currencies with a normal fluctuation margin of ± 1%. Latvia does not fulfil the exchange rate criterion.
De gemiddelde lange-termijnrente in Letland in de twaalf maanden tot augustus 2004 bedroeg 5,0%; Letland voldoet daarmee aan het criterium inzake de convergentie van de lange-termijnrente. De rentevoetverschillen van de lange-termijnrente met de eurozone zijn in Letland sedert medio 2002 licht gestegen tot ½-1 procentpunt.
The average long-term interest rate in Latvia in the year to August 2004 was 5.0% and Latvia fulfils the criterion on the convergence of long-term interest rates. Long-term interest rate differentials with the euro area have increased slightly in Latvia since mid-2002 to ½-1 percentage points.
In het licht van deze beoordeling concludeert de Commissie dat de status van Letland als lidstaat met een derogatie ongewijzigd dient te blijven.
In the light of this assessment the Commission concludes that there should be no change in the status of Latvia as a "Member State with a derogation".
3.5. Litouwen
3.5. Lithuania
Ten aanzien van de integratie van de centrale bank in het ESCB op het ogenblik van de invoering van de euro is de wetgeving in Litouwen, met name de wet betreffende de Bank van Litouwen, de grondwet alsook de monetaire wet en de wet betreffende de geloofwaardigheid van de litas, niet volledig verenigbaar met artikel 109 van het Verdrag en de statuten van het ESCB en van de ECB.
As regards central bank integration into the ESCB at the time of euro adoption, legislation in Lithuania, in particular the Law on the Bank of Lithuania, the Constitution of Lithuania as well as the law on currency and the law on the credibility of the litas, is not fully compatible with Articles 109 of the Treaty and the ESCB/ECB Statute
Het gemiddelde inflatiepercentage in Litouwen bedroeg in de twaalf maanden tot augustus 2004 -0,2%. Litouwen voldoet aan het criterium inzake de prijsstabiliteit.
The average inflation rate in Lithuania during the 12 months to August 2004 was -0.2%. Lithuania fulfils the criterion on price stability.
Er is ten aanzien van Litouwen geen beschikking inzake het bestaan van een buitensporig tekort. Het overheidsoverschot bedroeg in 2003 1,9% van het BBP en de overheidsschuld beliep 21,4% van het BBP. Litouwen voldoet aan het criterium inzake de begrotingssituatie van de overheid.
Lithuania is not the subject of a decision on the existence of an excessive deficit. The general government deficit was 1.9% of GDP in 2003 and government debt was 21.4% of GDP. Lithuania fulfils the criterion on the government budgetary position.
Litouwen neemt sinds 28 juni 2004 deel aan WKM II en de Litouwse autoriteiten hebben toegezegd hun currency-boardregeling binnen WKM II eenzijdig te handhaven. De litas is niet van zijn spilkoers afgeweken. Ten tijde van dit onderzoek nam Litouwen minder dan twee jaar deel aan WKM II. Litouwen voldoet niet aan het wisselkoerscriterium.
Since 28 June 2004, Lithuania has participated in ERM II and the Lithuanian authorities have committed to unilaterally maintaining their currency board arrangement within ERM II. The litas has not deviated from its central parity. At the time of this examination, ERM II participation was less than two years. Lithuania does not fulfil the exchange rate criterion.
De gemiddelde rentevoet op de lange termijn in Litouwen in de twaalf maanden tot augustus 2004 bedroeg 4,7% en Litouwen voldoet aan het criterium inzake de convergentie van de lange-termijnrente. De lange-termijnrente in Litouwen, die begin 2001 nog 10% bedroeg, daalde aanmerkelijk en het écart van de lange rente ten opzichte van de eurozone daalde in de periode van januari tot juli 2004 tot 0,4 procentpunt.
The average long-term interest rate in Lithuania in the year to August 2004 was 4.7% and Lithuania fulfils the criterion on the convergence of long-term interest rates. Long-term interest rates in Lithuania, still at 10% at the beginning of 2001, have declined considerably and the interest rate differential with the euro area narrowed to 0.4 percentage points in the period January-August 2004.
In het licht van deze beoordeling concludeert de Commissie dat de status van Litouwen als lidstaat met een derogatie ongewijzigd dient te blijven.
In the light of this assessment the Commission concludes that there should be no change in the status of Lithuania as a "Member State with a derogation".
3.6. Hongarije
3.6. Hungary
Ten aanzien van de integratie van de centrale bank in het ESCB op het ogenblik van de invoering van de euro is de wetgeving in Hongarije, met name de wet betreffende de bank Magyar Nemzeti en de grondwet, niet volledig verenigbaar met artikel 109 van het Verdrag en de statuten van het ESCB en van de ECB.
As regards central bank integration into the ESCB at the time of euro adoption, legislation in Hungary, in particular the Magyar Nemzety Bank Act and the Constitution Act, is not fully compatible with Article 109 of the Treaty and the ESCB/ECB Statute
Het gemiddelde inflatiepercentage in Hongarije bedroeg in de twaalf maanden tot augustus 2004 6,5%. Hongarije voldoet niet aan het criterium inzake de prijsstabiliteit.
The average inflation rate in Hungary during the 12 months to August 2004 was 6.5%. Hungary does not fulfil the criterion on price stability.
Ten aanzien van Hongarije geldt een beschikking inzake het bestaan van een buitensporig tekort (Beschikking van de Raad van 5 juli 2004). Het overheidstekort bedroeg in 2003 6,2% van het BBP, terwijl de overheidsschuld 59,1% van het BBP beliep. Hongarije voldoet niet aan het criterium inzake de begrotingspositie van de overheid.
Hungary is at present the subject of a decision on the existence of an excessive deficit (Council decision of 5 July 2004). The general government deficit was 6.2% of GDP in 2003, while government debt was 59.1% of GDP. Hungary does not fulfil the criterion on the government budgetary position.
De Hongaarse forint, die aan de euro is gekoppeld met een fluctuatiemarge van ± 15%, neemt niet deel aan WKM II. Hongarije voldoet niet aan het wisselkoerscriterium.
The Hungarian forint, which is pegged to the euro with a ± 15% fluctuation margin, is not participating in ERM II. Hungary does not fulfil the exchange rate criterion.
De gemiddelde rentevoet op de lange termijn in Hongarije in de twaalf maanden tot augustus 2004 bedroeg 8,1% en Hongarije voldoet niet aan het criterium inzake de convergentie van de lange-termijnrente. Er is een écart tussen de ontwikkeling van de lange-termijnrente in Hongarije en die in de eurozone die kan worden toegeschreven aan een stijging van de premie voor valutarisico's en de hogere inflatieverwachtingen.
The average long-term interest rate in Hungary in the year to August 2004 was 8.1% and Hungary does not fulfil the criterion on the convergence of long-term interest rates. Long-term interest rates in Hungary diverged from developments in the euro area which can be associated with an increased foreign exchange risk premium and higher inflation expectations.
In het licht van deze beoordeling concludeert de Commissie dat de status van Hongarije als lidstaat met een derogatie ongewijzigd dient te blijven.
In the light of this assessment the Commission concludes that there should be no change in the status of Hungary as a "Member State with a derogation".
3.7. Malta
3.7. Malta
Ten aanzien van de integratie van de centrale bank in het ESCB op het ogenblik van de invoering van de euro is de wetgeving in Malta, met name de wet betreffende de centrale bank van Malta, niet volledig verenigbaar met artikel 109 van het Verdrag en de statuten van het ESCB en van de ECB.
As regards central bank integration into the ESCB at the time of euro adoption, legislation in Malta, in particular the Central Bank of Malta Act, is not fully compatible with Article 109 of the Treaty and the ESCB/ECB Statute
Het gemiddelde inflatiepercentage in Malta bedroeg in de twaalf maanden tot augustus 2004 2,6%. Malta voldoet niet aan het criterium inzake de prijsstabiliteit.
The average inflation rate in Malta during the 12 months to August 2004 was 2.6%. Malta does not fulfil the criterion on price stability.
Ten aanzien van Malta geldt een beschikking inzake het bestaan van een buitensporig tekort (Beschikking van de Raad van 5 juli 2004). Het overheidsoverschot bedroeg in 2003 9,7% van het BBP en de overheidsschuld beliep 71,1% van het BBP. Malta voldoet niet aan het criterium inzake de begrotingspositie van de overheid.
Malta is at present the subject of a decision on the existence of an excessive deficit (Council decision of 5 July 2004). The general government deficit was 9.7% of GDP in 2003 and government debt was 71.1% of GDP. Malta does not fulfil the criterion on the government budgetary position.
De Maltese lira, die is gekoppeld aan een valutamand waarin de euro een gewicht van 70% heeft, neemt niet aan WKM II deel. Malta voldoet niet aan het wisselkoerscriterium.
The Maltese lira, which is pegged to a basket of currencies in which the euro has a weight of 70%, is not participating in ERM II. Malta does not fulfil the exchange rate criterion.
De gemiddelde rentevoet op de lange termijn in Malta in de twaalf maanden tot augustus 2004 bedroeg 4,7%; Malta voldoet aan het criterium inzake de convergentie van de lange-termijnrente. Het écart met de eurozone beliep in de periode van januari tot augustus 2004 circa 0,4 procentpunt.
The average long-term interest rate in Malta in the year to August 2004 was 4.7% and Malta fulfils the criterion on the convergence of long-term interest rates. Long-term interest rate differentials with the euro area were around 0.4 percentage points in the period January-August 2004.
In het licht van deze beoordeling concludeert de Commissie dat de status van Malta als lidstaat met een derogatie ongewijzigd dient te blijven.
In the light of this assessment the Commission concludes that there should be no change in the status of Malta as a "Member State with a derogation".
3.8. Polen
3.8. Poland
Ten aanzien van de integratie van de centrale bank in het ESCB op het ogenblik van de invoering van de euro is de wetgeving in Polen, met name de wet inzake de Nationale Bank van Polen, niet volledig verenigbaar met artikel 109 van het Verdrag en de statuten van het ESCB en van de ECB.
As regards central bank integration into the ESCB at the time of euro adoption, legislation in Poland, in particular the Act on the National Bank of Poland and the Constitution of Poland, is not fully compatible with Article 109 of the Treaty and the ESCB/ECB Statute.
Het gemiddelde inflatiepercentage in Polen bedroeg in de twaalf maanden tot augustus 2004 2,5%. Polen voldoet niet aan het criterium inzake de prijsstabiliteit.
The average inflation rate in Poland during the 12 months to August 2004 was 2.5%. Poland does not fulfil the criterion on price stability.
Ten aanzien van Polen geldt een beschikking inzake het bestaan van een buitensporig tekort (Beschikking van de Raad van 5 juli 2004). Het overheidstekort bedroeg in 2003 3,9% van het BBP, terwijl de overheidsschuld 45,4% van het BBP beliep. Polen voldoet niet aan het criterium inzake de begrotingspositie van de overheid.
Poland is at present the subject of a decision on the existence of an excessive deficit (Council decision of 5 July 2004). The general government deficit was 3.9% of GDP in 2003, while government debt was 45.4% of GDP. Poland does not fulfil the criterion on the government budgetary position.
De Poolse zloty neemt niet deel aan WKM II en zweeft vrij waarbij de centrale bank zich van interventies op de valutamarkt onthoudt. Polen voldoet niet aan het wisselkoerscriterium.
The Polish zloty is not participating in ERM II and is left floating with the central bank abstaining from currency interventions. Poland does not fulfil the exchange rate criterion.
De gemiddelde rentevoet op de lange termijn in Polen in de twaalf maanden tot augustus 2004 bedroeg 6,9%; Polen voldoet niet aan het criterium inzake de convergentie van de lange-termijnrente. Er is een écart tussen de ontwikkeling van de lange-termijnrente in Polen en die in de eurozone dat kan worden toegeschreven aan bezorgdheid over het begrotingsbeleid en de inflatie.
The average long-term interest rate in Poland in the year to August 2004 was 6.9% and Poland does not fulfil the criterion on the convergence of long-term interest rates. Long-term interest rates in Poland diverged from developments in the euro area which may be associated with concerns about fiscal policy and inflation.
In het licht van deze beoordeling concludeert de Commissie dat de status van Polen als lidstaat met een derogatie ongewijzigd dient te blijven.
In the light of this assessment the Commission concludes that there should be no change in the status of Poland as a "Member State with a derogation".
3.9. Slovenië
3.9. Slovenia
Ten aanzien van de integratie van de centrale bank in het ESCB op het ogenblik van de invoering van de euro is de wetgeving in Slovenië, met name de wet betreffende de Bank van Slovenië, niet volledig verenigbaar met artikel 109 van het Verdrag en de statuten van het ESCB en van de ECB.
As regards central bank integration into the ESCB at the time of euro adoption, legislation in Slovenia, in particular the Bank of Slovenia Act, is not fully compatible with Article 109 of the Treaty and the ESCB/ECB Statute.
Het gemiddelde inflatiepercentage in Slovenië bedroeg in de twaalf maanden tot augustus 2004 4,1%. Slovenië voldoet niet aan het criterium inzake de prijsstabiliteit.
The average inflation rate in Slovenia during the 12 months to August 2004 was 4.1%. Slovenia does not fulfil the criterion on price stability.
Er is ten aanzien van Slovenië geen beschikking inzake het bestaan van een buitensporig tekort. Het overheidsoverschot bedroeg in 2003 2,0% van het BBP en de overheidsschuld beliep 29,4% van het BBP. Slovenië voldoet aan het criterium inzake de begrotingssituatie van de overheid.
Slovenia is not the subject of a decision on the existence of an excessive deficit. The general government deficit was 2.0% of GDP in 2003 and government debt was 29.4% of GDP. Slovenia fulfils the criterion on the government budgetary position.
De Sloveense tolar neemt sedert 28 juni 2004 deel aan WKM II en noteert sinds die datum dichtbij zijn spilkoers. Ten tijde van dit onderzoek nam Slovenië minder dan twee jaar deel aan WKM II. Slovenië voldoet niet aan het wisselkoerscriterium.
Since 28 June 2004, the Slovenian tolar has participated in ERM II and has been trading close to its central parity since that date. At the time of this examination, ERM II participation was less than two years. Slovenia does not fulfil the exchange rate criterion.
De gemiddelde rentevoet op de lange termijn in Slovenië in de twaalf maanden tot augustus 2004 bedroeg 5,2%; Slovenië voldoet hiermee aan het criterium inzake de convergentie van de lange-termijnrente. De lange-termijnrente in Slovenië is sinds medio 2002 scherp gedaald naar het niveau van de eurozone, waarbij het écart in de periode van januari tot augustus 2004 tot 0,6 procentpunt daalde.
The average long-term interest rate in Slovenia in the year to August 2004 was 5.2% and Slovenia fulfils the criterion on the convergence of long-term interest rates. Since mid-2002, long-term interest rates in Slovenia have declined sharply toward the euro area level with differentials narrowing to 0.6 percentage points in the period January-August 2004.
In het licht van deze beoordeling concludeert de Commissie dat de status van Slovenië als lidstaat met een derogatie ongewijzigd dient te blijven.
In the light of this assessment the Commission concludes that there should be no change in the status of Slovenia as a "Member State with a derogation".
3.10. Slowakije
3.10. Slovakia
Ten aanzien van de integratie van de centrale bank in het ESCB op het ogenblik van de invoering van de euro is de wetgeving in Slowakije, met name de wet betreffende de Nationale Bank van Slowakije, niet volledig verenigbaar met de artikelen 108 en 109 van het Verdrag en de statuten van het ESCB en van de ECB.
As regards central bank integration into the ESCB at the time of euro adoption, legislation in Slovakia, in particular the Act on the National Bank of Slovakia, is not fully compatible with Articles 108 and 109 of the Treaty and the ESCB/ECB Statute.
Het gemiddelde inflatiepercentage in Slowakije bedroeg in de twaalf maanden tot augustus 2004 8,4%. Slowakije voldoet niet aan het criterium inzake de prijsstabiliteit.
The average inflation rate in Slovakia during the 12 months to August 2004 was 8.4%. Slovakia does not fulfil the criterion on price stability.
Ten aanzien van Slowakije geldt een beschikking inzake het bestaan van een buitensporig tekort (Beschikking van de Raad van 5 juli 2004). Het overheidstekort bedroeg in 2003 3,7% van het BBP, terwijl de overheidsschuld 42,6 % van het BBP beliep. Slowakije voldoet niet aan het criterium inzake de begrotingspositie van de overheid.
Slovakia is at present the subject of a decision on the existence of an excessive deficit (Council decision of 5 July 2004). The general government deficit was 3.7% of GDP in 2003, while government debt was 42.6 % of GDP. Slovakia does not fulfil the criterion on the government budgetary position.
De Slowaakse kroon neemt niet aan WKM II deel, en het wisselkoersstelsel wordt gekenmerkt door beheerst zweven met occasioneel interventies van de centrale bank. Slowakije voldoet niet aan het wisselkoerscriterium.
The Slovak koruna is not participating in ERM II and is subject to a managed floating regime with occasional interventions by the central bank. Slovakia does not fulfil the exchange rate criterion.
De gemiddelde rentevoet op de lange termijn in Slowakije in de twaalf maanden tot augustus 2004 bedroeg 5,1% en Slowakije voldoet aan het criterium inzake de convergentie van de lange-termijnrente. De lange-termijnrente in Slowakije is sinds medio 2002 scherp gedaald naar het niveau van de eurozone, waarbij het écart in de periode van januari tot augustus 2004 tot 0,9 procentpunt daalde.
The average long-term interest rate in Slovakia in the year to August 2004 was 5.1% and Slovakia fulfils the criterion on the convergence of long-term interest rates. Since mid-2002, long-term interest rates in Slovakia have declined sharply toward the euro-area level, with differentials narrowing to 0.9 percentage points in the period January-August 2004.
In het licht van deze beoordeling concludeert de Commissie dat de status van Slowakije als lidstaat met een derogatie ongewijzigd dient te blijven.
In the light of this assessment the Commission concludes that there should be no change in the status of Slovakia as a "Member State with a derogation".
3.11. Zweden
3.11. Sweden
In het convergentieverslag 2002 oordeelde de Commissie dat Zweden reeds voldeed aan drie convergentiecriteria (prijsstabiliteit, begrotingspositie van de overheid en de convergentie van de rentevoeten) maar niet voldeed aan het wisselkoerscriterium. Zij concludeerde voorts dat de wetgeving in Zweden niet verenigbaar is met het Verdrag en de statuten van het ESCB en van de ECB.
In the 2002 convergence report, the Commission assessment was that Sweden already fulfilled three of the convergence criteria (on price stability, the government budgetary position and the convergence of interest rates), but that it did not fulfil the exchange rate criterion. It also concluded that legislation in Sweden was not compatible with the Treaty and the ESCB/ECB Statute.
Ten aanzien van de financiële onafhankelijkheid van de centrale bank en de integratie van de centrale bank in het ESCB op het ogenblik van de invoering van de euro is de wetgeving in Zweden, met name de wet betreffende de Sveriges Riksbank en het "regeringsinstrument" (de grondwet van het land), nog steeds niet volledig verenigbaar met de artikelen 108 en 109 van het Verdrag en de statuten van het ESCB en van de ECB.
As regards central bank financial independence as well as central bank integration into the ESCB at the time of euro adoption, legislation in Sweden, in particular the Sveriges Riksbank Act and the Instrument of Government (the country's Constitution), continues not to be fully compatible with Articles 108 and 109 of the Treaty and the ESCB/ECB Statute.
Het gemiddelde inflatiepercentage in Zweden bedroeg in de twaalf maanden tot augustus 2004 1,3%. Zweden blijft voldoen aan het prijsstabiliteitscriterium.
The average inflation rate in Sweden during the 12 months to August 2004 was 1.3%. Sweden continues to fulfil the criterion on price stability.
Er is ten aanzien van Zweden geen beschikking inzake het bestaan van een buitensporig tekort. Het overheidsoverschot bedroeg in 2003 0,3% van het BBP en de overheidsschuld beliep 52,0% van het BBP. Zweden voldoet dus nog steeds aan het criterium voor de begrotingssituatie.
Sweden is not the subject of a decision on the existence of an excessive deficit. The general government surplus was 0.3% of GDP in 2003 and government debt was 52.0% of GDP. Sweden continues to fulfil the criterion on the government budgetary position.
De Zweedse kroon neemt niet aan WKM II deel en zweeft. Zweden voldoet nog steeds niet aan het wisselkoerscriterium.
The Swedish krona is not participating in ERM II and is floating. Sweden continues not to fulfil the exchange rate criterion.
De gemiddelde rentevoet op de lange termijn in Zweden in de twaalf maanden tot augustus 2004 bedroeg 4,7%; hiermee voldoet Zweden nog steeds aan het criterium inzake de convergentie van de lange-termijnrente. De lange-termijnrente in Zweden lag dichtbij het niveau in de eurozone en soms daaronder.
The average long-term interest rate in Sweden in the year to August 2004 was 4.7% and Sweden continues to fulfil the criterion on the convergence of long-term interest rates. Swedish long-term interest rates have been close to euro-area levels and occasionally below them.
In het licht van deze beoordeling concludeert de Commissie dat de status van Zweden als lidstaat met een derogatie ongewijzigd dient te blijven.
In the light of this assessment the Commission concludes that there should be no change in the status of Sweden as a "Member State with a derogation".
Naar boven


Beheerd door het Publicatiebureau