|
|
Besluit nr. 1720/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad
|
Rozhodnutí Evropského parlamentu a Rady č 1720/2006/ES
|
|
van 15 november 2006
|
ze dne 15. listopadu 2006,
|
|
tot vaststelling van een actieprogramma op het gebied van een leven lang leren
|
kterým se zavádí akční program v oblasti celoživotního učení
|
|
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
|
EVROPSKÝ PARLAMENT A RADA EVROPSKÉ UNIE,
|
|
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 149, lid 4, en artikel 150, lid 4,
|
s ohledem na Smlouvu o založení Evropského společenství, a zejména na čl. 149 odst. 4 a čl. 150 odst. 4 této smlouvy,
|
|
Gezien het voorstel van de Commissie,
|
s ohledem na návrh Komise,
|
|
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité [1],
|
s ohledem na stanovisko Evropského hospodářského a sociálního výboru [1],
|
|
Gezien het advies van het Comité van de Regio's [2],
|
s ohledem na stanovisko Výboru regionů [2],
|
|
Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag [3],
|
v souladu s postupem stanoveným v článku 251 Smlouvy [3],
|
|
Overwegende hetgeen volgt:
|
vzhledem k těmto důvodům:
|
|
(1) De Raad heeft bij Besluit 1999/382/EG [4] de tweede fase van het communautaire actieprogramma inzake beroepsopleiding "Leonardo da Vinci" vastgesteld.
|
(1) Rozhodnutím Rady 1999/382/ES [4] byla zavedena druhá fáze akčního programu Společenství v oblasti odborného vzdělávání "Leonardo da Vinci".
|
|
(2) Bij Besluit nr. 253/2000/EG van het Europees Parlement en de Raad [5] is de tweede fase vastgesteld van het communautaire actieprogramma op onderwijsgebied "Socrates".
|
(2) Rozhodnutím Evropského parlamentu a Rady č. 253/2000/ES [5] byla zavedena druhá fáze akčního programu Společenství v oblasti vzdělávání "Socrates".
|
|
(3) Bij Beschikking nr. 2318/2003/EG van het Europees Parlement en de Raad [6] is een meerjarenprogramma vastgesteld voor de doeltreffende integratie van informatie- en communicatietechnologie (ICT) in de onderwijs- en beroepsopleidingsstelsels in Europa (het eLearning-programma).
|
(3) Rozhodnutím Evropského parlamentu a Rady č. 2318/2003/ES [6] byl přijat víceletý program pro účinnou integraci informačních a komunikačních technologií (ICT) do vzdělávacích systémů a systémů odborné přípravy v Evropě (program e-učení).
|
|
(4) Bij Besluit nr. 791/2004/EG van het Europees Parlement en de Raad [7] is een communautair actieprogramma vastgesteld ter bevordering van op Europees niveau actieve organisaties en ter ondersteuning van gerichte activiteiten op het gebied van onderwijs en opleiding.
|
(4) Rozhodnutím Evropského parlamentu a Rady č. 791/2004/ES [7] byl zaveden akční program Společenství na podporu subjektů činných na evropské úrovni v oblasti vzdělávání a odborného vzdělávání a na podporu určitých činností v této oblasti.
|
|
(5) Bij Beschikking nr. 2241/2004/EG van het Europees Parlement en de Raad [8] is een enkel kader vastgesteld voor transparantie op het gebied van kwalificaties en competenties (Europass).
|
(5) Rozhodnutím Evropského parlamentu a Rady č. 2241/2004/ES [8] byl vytvořen jednotný rámec pro průhlednost v oblasti kvalifikací a schopností (Europass).
|
|
(6) Bij Besluit nr. 2317/2003/EG van het Europees Parlement en de Raad [9] is een programma ingevoerd voor de verhoging van de kwaliteit van het hoger onderwijs en bevordering van het intercultureel begrip door middel van samenwerking met derde landen (Erasmus Mundus) (2004-2008).
|
(6) Rozhodnutím Evropského parlamentu a Rady č. 2317/2003/ES [9] byl vytvořen program pro zlepšování kvality vysokého školství a pro podporu mezikulturního porozumění prostřednictvím spolupráce se třetími zeměmi (Erasmus Mundus) (2004 až 2008).
|
|
(7) Door de verklaring van Bologna, die op 19 juni 1999 door de ministers van Onderwijs van 29 Europese landen is ondertekend, is een intergouvernementeel proces op gang gebracht, dat uiterlijk in 2010 tot de vorming van een "Europese ruimte voor hoger onderwijs" moet leiden. Hiervoor moet op Gemeenschapsniveau steun worden verleend.
|
(7) Boloňskou deklarací podepsanou dne 19. června 1999 ministry školství 29 evropských zemí byl vytvořen mezivládní proces zaměřený na vytvoření "Evropské oblasti vysokoškolského vzdělávání" do roku 2010, který vyžaduje podporu na úrovni Společenství.
|
|
(8) De Europese Raad heeft op zijn bijzondere bijeenkomst van 23 en 24 maart 2000 in Lissabon het strategische doel geformuleerd dat de Europese Unie de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie van de wereld moet worden die in staat is tot duurzame economische groei, met meer en betere banen en een hechtere sociale samenhang. Tevens is de Raad Onderwijs verzocht om een algemene gedachtewisseling te houden over de concrete, doelstellingen die de onderwijsstelsels in de toekomst moeten nastreven, waarbij de aandacht vooral uitgaat naar gemeenschappelijke vraagstukken en prioriteiten en tegelijk rekening wordt gehouden met de nationale diversiteit.
|
(8) Evropská rada na svém zasedání v Lisabonu konaném ve dnech 23. a 24. března 2000 stanovila strategický cíl pro Evropskou unii, podle nějž se má stát nejkonkurenceschopnější a nejdynamičtější znalostní ekonomikou na světě, schopnou udržitelného hospodářského růstu, s větším počtem pracovních míst, s lepšími pracovními místy a větší sociální soudržností, a vyzvala Radu ve složení pro vzdělávání, aby provedla celkovou reflexi konkrétních budoucích cílů vzdělávacích systémů se zaměřením na společné zájmy a priority při respektování rozmanitosti jednotlivých států.
|
|
(9) Een geavanceerde kennismaatschappij is van essentieel belang voor meer groei en werkgelegenheid. Onderwijs en opleiding zijn essentiële prioriteiten, wil de Europese Unie de doelstellingen van Lissabon verwezenlijken.
|
(9) Znalostní společnost vysoké úrovně je klíčem k výraznějšímu růstu a k vyšší zaměstnanosti. Vzdělávání a odborná příprava jsou pro Evropskou unii zásadními prioritami pro naplnění lisabonských cílů.
|
|
(10) De Raad heeft op 12 februari 2001 een verslag over de concrete toekomstige doelstellingen voor de onderwijs- en opleidingsstelsels aangenomen. Op 14 juni 2002 heeft de Raad vervolgens een gedetailleerd werkprogramma voor de follow-up van dit verslag goedgekeurd, waarin om ondersteuning op het niveau van de Gemeenschap wordt verzocht.
|
(10) Dne 12. února 2001 Rada přijala zprávu o konkrétních budoucích cílech vzdělávacích systémů vzdělávání a odborné přípravy. Dne 14. června 2002 pak přijala podrobný pracovní program o činnostech navazujících na tyto cíle, jenž vyžaduje podporu na úrovni Společenství.
|
|
(11) De Europese Raad heeft op zijn bijeenkomst van 15 en 16 juni 2001 te Göteborg een strategie voor duurzame ontwikkeling goedgekeurd en een milieudimensie toegevoegd aan het proces van Lissabon voor werkgelegenheid, economische hervorming en sociale samenhang.
|
(11) Evropská rada se na zasedání v Göteborgu ve dnech 15. a 16. června 2001 dohodla na strategii pro udržitelný rozvoj a dodala environmentální rozměr Lisabonskému procesu pro zaměstnanost, hospodářské reformy a sociální soudržnost.
|
|
(12) De Europese Raad heeft op zijn bijeenkomst van 15 en 16 maart 2002 in Barcelona de doelstelling geformuleerd om de onderwijs- en opleidingsstelsels van de Europese Unie vóór 2010 tot een kwaliteitsreferentie op wereldniveau te maken. Tevens is om maatregelen verzocht ter verbetering van de beheersing van basisvaardigheden, met name door het onderwijs van ten minste twee vreemde talen vanaf zeer jonge leeftijd.
|
(12) Evropská rada na zasedání v Barceloně ve dnech 15. a 16. března 2002 stanovila cíl, podle nějž se systémy vzdělávání a odborné přípravy Evropské unie mají do roku 2010 stát zárukou světové kvality, a vyzvala k provádění opatření vedoucích ke zlepšení osvojování základních dovedností, zejména výukou alespoň dvou cizích jazyků od útlého věku.
|
|
(13) In de mededeling van de Commissie en de resolutie van de Raad van 27 juni 2002 inzake een leven lang leren [10] wordt bevestigd dat een leven lang leren gestimuleerd dient te worden door maatregelen en beleidslijnen die zijn uitgewerkt in het kader van Gemeenschapsprogramma's.
|
(13) Sdělení Komise a usnesení Rady ze dne 27. června 2002 o celoživotním učení [10] potvrzují, že by celoživotní učení mělo být posíleno akcemi a politikami vytvořenými v této oblasti v rámci programů Společenství.
|
|
(14) Naar aanleiding van de resolutie van de Raad van 19 december 2002 [11] is een proces voor nauwere Europese samenwerking op dit gebied op gang gebracht, dat op het niveau van de Gemeenschap ondersteund dient te worden. Door de verklaring van Kopenhagen, die op 30 november 2002 door de ministers van Onderwijs van 31 Europese landen aangenomen is, zijn de sociale partners en de kandidaat-lidstaten bij dit proces betrokken.
|
(14) Usnesením Rady ze dne 19. prosince 2002 [11] byl vytvořen proces posílené evropské spolupráce v oblasti odborného vzdělávání a odborné přípravy vyžadující podporu na úrovni Společenství. Kodaňská deklarace odsouhlasená dne 30. listopadu 2002 ministry školství 31 evropských zemí zapojila do uvedeného procesu sociální partnery a kandidátské země.
|
|
(15) In de mededeling van de Commissie ten aanzien van een actieplan voor vaardigheden en mobiliteit is erop gewezen dat er op Europees niveau verdere inspanningen nodig zijn om tot een betere erkenning van de in onderwijs en opleiding verworven kwalificaties te komen.
|
(15) Sdělení Komise o akčním plánu pro dovednosti a mobilitu poukázalo na trvající potřebu akcí na evropské úrovni pro zlepšení uznávání všeobecných a odborných kvalifikací.
|
|
(16) In de mededeling van de Commissie over "Het leren van talen en de taalverscheidenheid bevorderen: actieplan" worden activiteiten beschreven die in de periode 2004-2006 op Europees niveau ten uitvoer moeten worden gebracht en wordt om follow-up op het actieplan verzocht.
|
(16) Sdělení Komise o akčním plánu na podporu studia jazyků a jazykové rozmanitosti stanovilo akce, které je třeba provést na evropské úrovni v období 2004 až 2006, a vyžaduje návaznou činnost.
|
|
(17) Het verbeteren van het talenonderwijs en het bevorderen van het leren van talen en van taalverscheidenheid moet een prioriteit zijn in het optreden van de Gemeenschap op onderwijs- en opleidingsgebied. Het onderwijzen en leren van talen heeft een bijzonder belang in aangrenzende lidstaten.
|
(17) Podpora výuky a studia cizích jazyků a podpora jazykové rozmanitosti by měla být pro akce Společenství v oblasti vzdělávání a odborné přípravy prioritou. Výuka a studium cizích jazyků jsou zvlášť důležité pro sousedící členské státy.
|
|
(18) Uit de tussentijdse evaluatieverslagen over de lopende programma's Socrates en Leonardo da Vinci en uit de openbare raadpleging over de toekomstige activiteiten van de Gemeenschap op het gebied van onderwijs en opleiding is gebleken dat er op Europees niveau op deze terreinen een grote en in sommige opzichten groeiende behoefte is aan verdere samenwerking en mobiliteit. Daarnaast werd het belang onderstreept van nauwere verbanden tussen de Gemeenschapsprogramma's enerzijds en de beleidsontwikkelingen op het gebied van onderwijs en opleiding anderzijds, en voorts is als wens geuit dat de activiteiten van de Gemeenschap een zodanige opzet zouden moeten krijgen dat ze beter aansluiten op het paradigma van een leven lang leren en werd aangedrongen op een eenvoudiger, gebruikersvriendelijker en flexibeler aanpak bij de uitvoering van dit soort activiteiten.
|
(18) Průběžné hodnotící zprávy o stávajících programech Socrates a Leonardo da Vinci a veřejné konzultace ohledně budoucnosti činností Společenství v oblasti vzdělání a odborné přípravy odhalily silnou a v některých ohledech rostoucí potřebu trvající spolupráce a mobility v těchto oblastech na evropské úrovni. Zprávy zdůraznily význam vytvoření užších vazeb mezi programy Společenství a rozvojem politiky vzdělávání a odborné přípravy, vyjádřily přání, aby akce Společenství byla strukturovaná tak, aby lépe odpovídala zásadám celoživotního učení, a požadovaly jednodušší, uživatelsky přístupnější a pružnější přístup k provádění takové akce.
|
|
(19) Ingevolge het principe van gezond financieel beheer kan de uitvoering van het programma worden vereenvoudigd door gebruik te maken van financiering met een bedrag ineens, hetzij voor steun aan deelnemers aan het programma of voor communautaire steun voor de structuren die op nationaal niveau tot stand zijn gebracht voor de administratie van het programma.
|
(19) V souladu se zásadou řádného finančního řízení může být provádění programu zjednodušeno prostřednictvím financování paušálními částkami, pokud jde o podporu udělovanou účastníkům programu nebo o podporu Společenství pro struktury zřizované na vnitrostátní úrovni za účelem správy programu.
|
|
(20) De samenvoeging van de door de Gemeenschap ondersteunde activiteiten ter bevordering van transnationale samenwerking en mobiliteit op het gebied van onderwijs en opleiding in één enkel programma kan grote voordelen opleveren. Hierdoor kunnen synergie-effecten tussen de verschillende werkterreinen gerealiseerd worden, ontstaan meer mogelijkheden voor de ondersteuning van ontwikkelingen op het gebied van een leven lang leren en kan in administratief opzicht op een meer coherente, beter gestroomlijnde en doeltreffender wijze worden gewerkt. Bovendien zal een integraal programma de samenwerking tussen de verschillende niveaus van onderwijs en opleiding bevorderen.
|
(20) Podstatné výhody by vzešly z integrace podpory Společenství ve prospěch mezinárodní spolupráce a mobility v oblastech vzdělávání a odborné přípravy do jediného programu, který by umožnil větší součinnost mezi různými oblastmi činností a nabídl více kapacit na podporu rozvoje celoživotního učení a soudržnější, jednotnější a účinnější správu. Jediný program by rovněž podnítil lepší spolupráci mezi jednotlivými stupni vzdělávání a odborné přípravy.
|
|
(21) Er moet daarom een programma Een Leven Lang Leren in het leven worden geroepen dat door middel van een leven lang leren een bijdrage levert aan de opbouw van een moderne kenniseconomie met duurzame economische groei, meer en betere banen en een hechtere sociale samenhang in de Europese Unie.
|
(21) Měl by proto být zaveden program celoživotního učení, který by prostřednictvím celoživotního učení přispíval k rozvoji Evropské unie jako vyspělé společnosti založené na znalostech s udržitelným hospodářským rozvojem, větším počtem a vyšší kvalitou pracovních míst a větší sociální soudržností.
|
|
(22) Gezien de specifieke kenmerken van scholen, het hoger onderwijs, de beroepsopleidingen en de volwasseneneducatie en de daaruit voortvloeiende noodzaak om de activiteiten van de Gemeenschap te baseren op doelstellingen, vormen van activiteiten en organisatorische structuren die daarop toegesneden zijn, is het zaak om in het kader van het programma Een Leven Lang Leren afzonderlijke programma's vast te stellen voor de vier genoemde onderwijssectoren, en daarbij naar zoveel mogelijk samenhang en gemeenschappelijkheid te streven.
|
(22) Vzhledem ke zvláštnostem odvětví školského vzdělávání, vysokoškolského vzdělávání, odborného vzdělávání a dalšího vzdělávání a k následné potřebě akce Společenství, která má být založena na cílech, formách akce a organizačních strukturách jim uzpůsobeným, je vhodné ponechat jednotlivé programy v rámci programu celoživotního učení zaměřeného na každý z těchto čtyřech odvětví při maximalizaci soudržnosti a společných prvků mezi nimi.
|
|
(23) De Commissie heeft in haar mededeling "Bouwen aan onze gemeenschappelijke toekomst: beleidsuitdagingen en begrotingsmiddelen in de uitgebreide Unie 2007-2013" een reeks streefcijfers voor de nieuwe generatie Gemeenschapsprogramma's op het gebied van onderwijs en opleiding vastgesteld. Om deze streefcijfers te verwezenlijken is een aanzienlijke uitbreiding van het aantal activiteiten op het gebied van mobiliteit en partnerschappen nodig.
|
(23) Ve svém sdělení "Budování naší společné budoucnosti: Politické výzvy a rozpočtové prostředky rozšířené Unie 2007–2013" Komise stanovila řadu kvantifikovaných cílů, jichž má být dosaženo novou generací vzdělávacích programů a programů odborné přípravy Společenství, vyžadujících podstatný nárůst akcí pro mobilitu a partnerství.
|
|
(24) Gezien de duidelijk gebleken waardevolle effecten van transnationale mobiliteit voor de betrokkenen zelf en voor de onderwijs- en beroepsopleidingsstelsels, de grote vraag naar mobiliteit in alle sectoren waaraan tot nu toe nog niet kon worden voldaan en de grote betekenis van mobiliteit voor de in Lissabon geformuleerde doelstelling, moet in de vier sectorale subprogramma's aanzienlijk meer steun worden verstrekt voor transnationale mobiliteit.
|
(24) Vzhledem k prokázaným prospěšným dopadům mezinárodní mobility na jednotlivce a na vzdělávací systémy a systémy odborné přípravy, ke značné výši neuspokojené poptávky po mobilitě ve všech odvětvích a k jejímu významu v souvislosti s lisabonským cílem je nutné podstatně zvýšit objem podpory pro mezinárodní mobilitu ve čtyřech odvětvových podprogramech.
|
|
(25) Om de werkelijke extra kosten voor in het buitenland studerende studenten adequater te dekken, dient de standaard mobiliteitstoelage tijdens de looptijd van het programma te worden gehandhaafd op gemiddeld 200 EUR per maand in reële termen.
|
(25) Za účelem přiměřenějšího krytí skutečných dodatečných nákladů nesených studenty studujícími v zahraničí by standardní grant na mobilitu studenta měl být po celou dobu trvání programu zachován na průměrné výši 200 EUR na měsíc v reálných hodnotách.
|
|
(26) Er moet beter worden voorzien in de mobiliteitsbehoeften van individuele leerlingen in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs en van individuele lerende volwassenen, die tot dusverre niet werden gedekt door communautaire programma's, door invoering van nieuwe soorten mobiliteitsacties in de programma's Comenius en Grundtvig. De door de individuele mobiliteit van leraren geboden mogelijkheden voor de ontwikkeling van samenwerking op lange termijn tussen scholen in naburige regio's van de lidstaten zouden ook grondiger kunnen worden benut.
|
(26) Mělo by být zavedeno více opatření pro potřeby mobility jednotlivých žáků středních škol a jednotlivých účastníků dalšího vzdělávání, jež dosud nebyly programy Společenství pokryty, a to zavedením nových typů akcí mobility do programů Comenius a Grundtvig. Rovněž by se ve větší míře měly využívat příležitosti mobility jednotlivých učitelů ve vztahu k rozvoji dlouhodobé spolupráce mezi školami v sousedících regionech.
|
|
(27) Kleine en middelgrote ondernemingen spelen een belangrijke rol in de Europese economie. Tot dusverre was hun deelname aan het Leonardo da Vinci-programma echter beperkt. Er moeten maatregelen worden genomen om communautaire actie voor deze ondernemingen aantrekkelijker te maken, met name door ervoor te zorgen dat meer mobiliteitmogelijkheden voor leerling-werknemers beschikbaar zijn. Passende, met het Erasmus-programma vergelijkbare regelingen moeten worden ingevoerd met het oog op de erkenning van het resultaat van deze mobiliteit.
|
(27) Malé a střední podniky hrají v evropském hospodářství důležitou roli. Dosud byla ovšem účast těchto podniků v programu Leonardo da Vinci omezená. Měly by být podniknuty kroky ke zvýšení atraktivity akce Společenství pro tyto podniky, zejména prostřednictvím zajištění většího počtu příležitostí mobility dostupných učňům. Měla by rovněž být podniknuta vhodná opatření pro uznávání výsledků takovéto mobility, podobná opatřením existujícím v rámci programu Erasmus.
|
|
(28) Gezien de bijzondere onderwijsuitdagingen voor kinderen van personen met een ambulant beroep en van mobiele werknemers in Europa moet ten volle gebruik worden gemaakt van de mogelijkheden die het Comenius-programma biedt voor de ondersteuning van transnationale activiteiten die op hun behoeften zijn toegesneden.
|
(28) S ohledem na zvláštní vzdělávací problémy, jimž čelí děti osob cestujících v souvislosti s povoláním a mobilních pracovníků v Evropě, by měly být příležitosti dostupné v rámci programu Comenius plně využity k podpoře mezinárodních činností zaměřených na potřeby těchto dětí.
|
|
(29) Meer mobiliteit in geheel Europa moet steeds gepaard gaan met een verbetering van de kwaliteitsnormen.
|
(29) Zvýšenou mobilitu v celé Evropě by měly doprovázet neustále se zvyšující standardy.
|
|
(30) Om te kunnen inspelen op de toegenomen behoefte aan ondersteuning van activiteiten ter verwezenlijking van de beleidsdoelstellingen op Europees niveau, te voorzien in steun voor sectoroverschrijdende activiteiten op het gebied van talen en ICT, en de verspreiding en benutting van de resultaten van het programma te stimuleren, dienen de vier sectorale programma's te worden aangevuld met een transversaal programma.
|
(30) Čtyři odvětvové podprogramy je vhodné doplnit programem průřezovým, a to s cílem reagovat na zvýšenou potřebu podpůrných činností na evropské úrovni určených pro dosažení těchto politických cílů, za účelem poskytnutí prostředků podpory činnosti mezi odvětvími v oblasti jazyků a informačních a komunikačních technologií a s cílem posílit šíření a využívání výsledků programu.
|
|
(31) Om te kunnen inspelen op de toenemende behoefte aan kennis en dialoog over het Europese integratieproces en de verdere ontwikkeling daarvan, is het van belang dat de deskundigheid bij het onderwijs, het onderzoek en het denkproces op dit gebied bevorderd wordt door steun voor instellingen voor hoger onderwijs die zich hebben toegelegd op de bestudering van het Europese integratieproces, Europese verenigingen op het gebied van onderwijs en beroepsopleiding en de Jean-Monnetactie.
|
(31) S cílem reagovat na rostoucí potřebu znalostí a dialogu o evropském integračním procesu a jeho vývoji je důležité podporovat vysokou kvalitu výuky, výzkumu a reflexe v této oblasti podporou vysokoškolských institucí zaměřujících se na studium evropského integračního procesu, evropských sdružení v oblasti vzdělávání a odborné přípravy a akce Jean Monnet.
|
|
(32) Het besluit moet zo flexibel geformuleerd worden dat de activiteiten uit het programma Een Leven Lang Leren op passende wijze kunnen worden aangepast aan de veranderende behoeften in de periode 2007-2013 en de veel te gedetailleerde voorschriften uit de vorige fasen van Socrates en Leonardo da Vinci worden vermeden.
|
(32) Je nutné zajistit dostatečnou pružnost ve formulaci tohoto rozhodnutí a umožnit vhodné úpravy akcí programu celoživotního učení tak, aby odpovídal měnícím se potřebám v období let 2007 až 2013 a aby se vyhnul nepřiměřeně podrobným ustanovením předchozích fází programů Socrates a Leonardo da Vinci.
|
|
(33) Ingevolge artikel 3, lid 2, van het Verdrag moet de Europese Gemeenschap bij haar optreden steeds de ongelijkheden tussen mannen en vrouwen opheffen en de gelijkheid van mannen en vrouwen bevorderen.
|
(33) Ve všech svých činnostech má Společenství odstraňovat nerovnosti a podporovat rovnost mezi muži a ženami podle čl. 3 odst. 2 Smlouvy.
|
|
(34) De Gemeenschap moet volgens artikel 151 van het Verdrag bij haar optreden uit hoofde van andere bepalingen van het Verdrag rekening houden met culturele aspecten, met name om de culturele verscheidenheid te eerbiedigen en te bevorderen. Er moet speciaal aandacht worden besteed aan de synergie tussen cultuur, onderwijs en opleiding. De interculturele dialoog moet eveneens worden bevorderd.
|
(34) Dále podle článku 151 Smlouvy má Společenství při své činnosti podle ostatních ustanovení Smlouvy přihlížet ke kulturním hlediskům, zejména s cílem uznávat a podporovat rozmanitost svých kultur. Zvláštní pozornost je třeba věnovat součinnosti mezi oblastí kultury a vzdělávání a odborné přípravy. Rovněž by měl být podněcován mezikulturní dialog.
|
|
(35) Het is noodzakelijk het actieve burgerschap en de eerbiediging van mensenrechten en democratie te bevorderen en de strijd tegen alle vormen van uitsluiting, waaronder racisme en vreemdelingenhaat, te intensiveren.
|
(35) Je třeba podporovat aktivní občanství a úctu k lidským právům a demokracii a zesílit boj proti všem formám vyloučení včetně rasismu a xenofobie.
|
|
(36) Kansarmen moeten een ruimere toegang krijgen en er moet actief worden ingespeeld op de bijzondere behoeften van mensen met een handicap bij de uitvoering van alle onderdelen van het programma, onder meer door de toekenning van hogere subsidies om rekening te houden met de extra kosten van gehandicapte deelnemers en door steunverlening voor het leren en gebruiken van gebarentalen en braille.
|
(36) Při provádění všech částí programu je třeba rozšířit přístup pro členy znevýhodněných skupin a zabývat se aktivně zvláštními vzdělávacími potřebami osob se zdravotním postižením, a to včetně využití vyšších grantů s ohledem na zvýšené náklady účastníků se zdravotním postižením a včetně poskytnutí podpory pro výuku a používání znakových řečí a Braillova písma.
|
|
(37) Er moet rekening worden gehouden met de resultaten van het Europees Jaar van opvoeding door sport (2004) en met de mogelijke onderwijskundige voordelen van de samenwerking tussen onderwijsinstellingen en sportorganisaties die in dat jaar naar voren kwamen.
|
(37) Je třeba vzít v úvahu úspěchy Evropského roku vzdělávání prostřednictvím sportu (2004) a možný vzdělávací prospěch plynoucí ze spolupráce mezi vzdělávacími institucemi a sportovními organizacemi, kterou tento evropský rok vyzdvihl.
|
|
(38) De kandidaat-lidstaten voor toetreding tot de Europese Unie en de EVA-landen die deel uitmaken van de EER kunnen aan het programma deelnemen overeenkomstig nog te sluiten overeenkomsten tussen de Gemeenschap en deze landen.
|
(38) Kandidátské země na přistoupení k Evropské unii a země ESVO, které jsou členy EHP, se mohou účastnit programů Společenství v souladu s dohodami, které mají být mezi nimi a Společenstvím podepsány.
|
|
(39) De Europese Raad heeft op zijn bijeenkomst van 19 en 20 juni 2003 in Thessaloniki zijn goedkeuring gehecht aan de conclusies van de Raad van 16 juni 2003 over de Westelijke Balkan, met inbegrip van de bijlage "De agenda van Thessaloniki voor de Westelijke Balkan: op weg naar Europese integratie". Hierin is bepaald dat de programma's van de Gemeenschap op basis van nog te sluiten kaderovereenkomsten tussen de Gemeenschap en de desbetreffende landen ook moeten worden opengesteld voor de landen die bij het stabilisatie- en associatieproces betrokken zijn.
|
(39) Evropská rada na zasedání v Soluni konaném ve dnech 19. a 20. června 2003 schválila závěry Rady ze dne 16. června 2003 o západním Balkánu včetně přílohy, nazvané "Soluňská agenda pro západní Balkán: směrem k evropské integraci", která stanoví, že programy Společenství by měly být otevřeny zemím, které jsou v procesu stabilizace a přidružení, a to na základě rámcových dohod, které mají být podepsány mezi Společenstvím a těmito zeměmi.
|
|
(40) De Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat hebben verklaard dat zij onderhandelingen zullen aangaan teneinde overeenkomsten te sluiten op gebieden die van gemeenschappelijk belang zijn, zoals de programma's van de Gemeenschap op het gebied van onderwijs, opleiding en jongeren.
|
(40) Společenství a Švýcarská konfederace oznámily svůj záměr jednat o uzavření dohod v oblastech společného zájmu, jako jsou programy Společenství pro vzdělávání, odbornou přípravu a mládež.
|
|
(41) De Commissie moet het programma Een Leven Lang Leren in samenwerking met de lidstaten regelmatig monitoren en evalueren om, met name bij de prioriteiten voor de uitvoering van de maatregelen, bijstellingen mogelijk te maken. In het kader van de evaluatiewerkzaamheden moet ook een externe evaluatie worden gemaakt door onafhankelijke, onpartijdige instanties.
|
(41) Program celoživotního učení by měl být pravidelně sledován a vyhodnocován ve spolupráci mezi Komisí a členskými státy za účelem možnosti provádění úprav, a to zejména priorit pro provádění opatření. Hodnocení by mělo zahrnovat vnější hodnocení prováděné nezávislými a nestrannými subjekty.
|
|
(42) In zijn Resolutie van 28 februari 2002 over de tenuitvoerlegging van het Socrates-programma [12] heeft het Europees Parlement gewezen op de onevenredig lastige administratie voor aanvragers van subsidies in het kader van de tweede fase van het programma.
|
(42) Evropský parlament ve svém usnesení ze dne 28. února 2002 o provádění programu Socrates [12] upozornil na nepřiměřeně obtížné administrativní postupy pro žadatele o grant v druhé fázi programu.
|
|
(43) Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen [13] en Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad [14], die de financiële belangen van de Europese Gemeenschap beschermen, moeten worden toegepast. De uitgangspunten die daarbij moeten worden gehanteerd, zijn eenvoud en samenhang bij de keuze van de begrotingsinstrumenten, beperking van het aantal gevallen waarin de Commissie rechtstreeks verantwoordelijk is voor de uitvoering en het beheer van die instrumenten, en evenredigheid tussen de omvang van de middelen en de administratieve belasting die de besteding ervan met zich meebrengt.
|
(43) Nařízení Rady (ES, Euratom) č. 1605/2002 ze dne 25. června 2002, kterým se stanoví finanční nařízení o souhrnném rozpočtu Evropských společenství [13], a nařízení Komise (ES, Euratom) č. 2342/2002 ze dne 23. prosince 2002 o prováděcích pravidlech k nařízení Rady (ES, Euratom) č. 1605/2002 [14], jež chrání finanční zájmy Společenství, musí být používána se zřetelem na zásady jednoduchosti a jednotnosti ve výběru rozpočtových nástrojů, na omezení počtu případů, kde si Komise ponechává přímou odpovědnost za jejich provádění a řízení, a na požadovanou úměrnost mezi výší zdrojů a administrativní zátěží související s jejich použitím.
|
|
(44) Een drastische administratieve vereenvoudiging van de aanvraagprocedures is van essentieel belang voor een succesvolle uitvoering van het programma. De administratieve en boekhoudkundige vereisten dienen in verhouding te staan tot de hoogte van de financiële bijdrage.
|
(44) Pro úspěšné provádění programu je zásadní radikální administrativní zjednodušení postupů předkládání žádostí. Administrativní a účetní požadavky by měly být přiměřené výši grantu.
|
|
(45) Er moeten passende maatregelen worden genomen ter voorkoming van onregelmatigheden en fraude. Ook moeten de nodige maatregelen worden genomen met het oog op terugvordering van verloren, ten onrechte uitbetaalde of verkeerd bestede bedragen.
|
(45) Rovněž by měla být přijata vhodná opatření pro zabránění nesrovnalostem a podvodům a měly by být podniknuty nezbytné kroky pro získání zpět ztracených, nesprávně vyplacených nebo nesprávně použitých prostředků.
|
|
(46) Er dient zorg te worden gedragen voor een correcte afwikkeling van het programma Een Leven Lang Leren, met name voor wat betreft de voortzetting van meerjarenregelingen voor het beheer van het programma, zoals de financiering van technische en administratieve bijstand. Vanaf 1 januari 2014 dient de technische en administratieve bijstand zo nodig zorg te dragen voor het beheer van activiteiten die eind 2013 niet klaar zijn, zoals monitoring en audit.
|
(46) Je vhodné zajistit řádné uzavření programu celoživotního učení, zejména pokud jde o pokračování víceletých opatření pro jeho řízení, jako je financování technické a správní pomoci. Od 1. ledna 2014 by v případě potřeby měla technická a správní pomoc zajistit řízení akcí, jež nebyly ukončeny ke konci roku 2013, včetně sledování a auditu.
|
|
(47) De doelstelling van het voorgestelde optreden dat, door middel van Europese samenwerking moet leiden tot onderwijs en opleidingen van hoge kwaliteit, kan, gezien de behoefte aan multilaterale partnerschappen, transnationale mobiliteit en uitwisseling van informatie in de hele Gemeenschap, niet voldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt. In verband met het karakter van het noodzakelijke optreden en van de noodzakelijke maatregelen kunnen deze doelstellingen derhalve beter op Gemeenschapsniveau worden verwezenlijkt en kan de Gemeenschap, overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel in artikel 5 van het Verdrag, maatregelen vaststellen. Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel, dat in hetzelfde artikel verwoord is, beperkt het onderhavige besluit zich tot wat nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.
|
(47) Jelikož cíle tohoto rozhodnutí, totiž přínosu evropské spolupráce ke kvalitnímu vzdělávání a odborné přípravě, nemůže být z důvodu potřeby mnohostranných partnerství, mezinárodní mobility a výměny informací v rámci celého Společenství uspokojivě dosaženo na úrovni členských států, a může jich tedy být s ohledem na povahu nezbytných akcí a opatření lépe dosaženo na úrovni Společenství, může Společenství přijmout opatření v souladu se zásadou subsidiarity stanovenou v článku 5 Smlouvy. V souladu se zásadou proporcionality stanovenou v uvedeném článku nepřekračuje toto rozhodnutí rámec toho, co je pro dosažení uvedeného cíle nezbytné.
|
|
(48) Dit besluit stelt voor de gehele duur van het programma de financiële middelen vast, die in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure voor de begrotingsautoriteit het voornaamste referentiepunt vormen in de zin van punt 37 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer [15].
|
(48) Toto rozhodnutí stanoví pro celou dobu trvání programu finanční krytí, které je pro rozpočtový orgán hlavní referenční hodnotou při ročním rozpočtovém procesu ve smyslu bodu 37 interinstitucionální dohody mezi Evropským parlamentem, Radou a Komisí ze dne 17. května 2006 o rozpočtové kázni a řádném finančním řízení [15].
|
|
(49) De voor de uitvoering van dit besluit vereiste maatregelen dienen te worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegden [16],
|
(49) Opatření nezbytná k provedení tohoto rozhodnutí by měla být přijata v souladu s rozhodnutím Rady 1999/468/ES ze dne 28. června 1999 o postupech pro výkon prováděcích pravomocí svěřených Komisi [16],
|
|
BESLUITEN:
|
ROZHODLY TAKTO:
|
|
TITEL I
|
HLAVA I
|
|
ALGEMENE BEPALINGEN
|
OBECNÁ USTANOVENÍ
|
|
HOOFDSTUK I
|
KAPITOLA I
|
|
Het programma Een Leven Lang Leren
|
Program celoživotního učení
|
|
Artikel 1
|
Článek 1
|
|
Vaststelling van het programma Een Leven Lang Leren
|
Zavedení programu celoživotního učení
|
|
1. Bij dit besluit wordt een programma voor Gemeenschapsactiviteiten vastgesteld, hierna "het programma Een Leven Lang Leren" genoemd.
|
1. Tímto rozhodnutím se zavádí akční program Společenství v oblasti celoživotního učení, dále jen "program celoživotního učení".
|
|
2. Het algemene doel van het programma Een Leven Lang Leren is ertoe bij te dragen dat de Gemeenschap door middel van een leven lang leren een geavanceerde kennismaatschappij met duurzame economische groei, meer en betere banen en een hechtere sociale samenhang wordt, die tegelijkertijd met het oog op de komende generaties voor een goede bescherming van het milieu zorgt. Het programma beoogt in het bijzonder de onderlinge uitwisseling, samenwerking en mobiliteit tussen de onderwijs- en opleidingsstelsels in de Gemeenschap te bevorderen, zodat deze tot een kwaliteitsreferentie op wereldniveau worden gemaakt.
|
2. Obecným cílem programu celoživotního učení je přispívat prostřednictvím celoživotního učení k rozvoji Společenství jako vyspělé znalostní společnosti s udržitelným hospodářským rozvojem, s větším počtem a vyšší kvalitou pracovních míst a s větší sociální soudržností při zajištění dobré ochrany životního prostředí pro budoucí generace. Program se zejména zaměřuje na podporu výměny, spolupráce a mobility mezi vzdělávacími systémy a systémy odborné přípravy v rámci Společenství tak, aby se staly zárukou světové kvality.
|
|
3. Het programma Een Leven Lang Leren heeft de volgende specifieke doelstellingen:
|
3. Program celoživotního učení má tyto zvláštní cíle:
|
|
a) bijdragen tot de ontwikkeling van een leven lang leren van hoge kwaliteit en het bevorderen van kwalitatief hoogwaardige prestaties, vernieuwingen en een Europese dimensie in de stelsels en in de praktijken in het veld;
|
a) přispívat k rozvoji kvalitního celoživotního učení a podporovat vysokou výkonnost, inovace a evropský rozměr v systémech a postupech v dané oblasti;
|
|
b) ondersteuning van de realisering van een Europese ruimte voor een leven lang leren;
|
b) podporovat realizaci Evropského prostoru celoživotního učení;
|
|
c) helpen verbetering te brengen in de kwaliteit, aantrekkelijkheid en toegankelijkheid van de mogelijkheden in de lidstaten om een leven lang te leren;
|
c) napomáhat zvyšování kvality, přitažlivosti a dosažitelnosti příležitostí celoživotního učení dostupných v členských státech;
|
|
d) stimuleren van de bijdrage van een leven lang leren tot de sociale samenhang, een actief burgerschap, de interculturele dialoog, gelijkheid tussen de seksen en de persoonlijke ontplooiing;
|
d) posilovat přínos celoživotního učení k sociální soudržnosti, aktivnímu občanství, mezikulturnímu dialogu, rovnosti žen a mužů a osobnímu naplnění;
|
|
e) helpen bevorderen van creativiteit, concurrentievermogen, inzetbaarheid en de ontwikkeling van ondernemersgeest;
|
e) napomáhat podpoře tvořivosti, konkurenceschopnosti, zaměstnatelnosti a růstu podnikatelského ducha;
|
|
f) bewerkstelligen van een intensievere deelname aan een leven lang leren bij mensen van alle leeftijden, met inbegrip van personen met speciale behoeften en kansarmen, ongeacht hun sociaaleconomische achtergrond;
|
f) přispívat k zvýšené účasti lidí všech věkových kategorií na celoživotním učení, a to včetně jedinců se zvláštními potřebami a znevýhodněných skupin, bez ohledu na jejich socio-ekonomické zázemí;
|
|
g) bevorderen van het leren van talen en van de taalkundige verscheidenheid;
|
g) podporovat studium jazyků a jazykovou rozmanitost;
|
|
h) ondersteunen van de ontwikkeling van vernieuwende, op ICT gebaseerde inhoud, diensten, pedagogische benaderingen en praktijken voor een leven lang leren;
|
h) podporovat rozvoj inovačního obsahu, služeb, pedagogik a praxe využívaných na základě informačních a komunikačních technologií v oblasti celoživotního učení;
|
|
i) versterken van de rol van een leven lang leren bij de totstandbrenging van het besef van een Europees burgerschap, gebaseerd op inzicht in en respect voor mensenrechten en democratie, en stimuleren van tolerantie en respect jegens andere volkeren en culturen;
|
i) posilovat úlohu celoživotního učení při vytváření smyslu pro evropské občanství založeného na pochopení a respektování lidských práv a demokracie a při podpoře tolerance a úcty vůči ostatním národům a kulturám;
|
|
j) bevorderen van de samenwerking op het gebied van de kwaliteitsborging in alle sectoren van onderwijs en opleiding in Europa;
|
j) podporovat spolupráci při zajišťování kvality ve všech oblastech vzdělávání a odborné přípravy v Evropě;
|
|
k) stimuleren dat optimaal gebruik wordt gemaakt van resultaten, vernieuwende producten en processen en uitwisselen van goede praktijken op de door het programma Een Leven Lang Leren bestreken terreinen, ter verbetering van de kwaliteit van onderwijs en opleiding.
|
k) podněcovat nejlepší využití výsledků, inovačních výrobků a procesů a vyměňovat si osvědčené postupy v oblastech, kterých se program celoživotního učení týká, a to za účelem zvýšení kvality vzdělávání a odborné přípravy.
|
|
4. Overeenkomstig de administratieve bepalingen in de bijlage worden de activiteiten van de lidstaten door het programma Een Leven Lang Leren ondersteund en aangevuld, waarbij ten volle rekening wordt gehouden met de verantwoordelijkheid van de lidstaten voor de inhoud van de onderwijs- en opleidingsstelsels en hun cultuur- en taalkundige verscheidenheid.
|
4. V souladu se správními ustanoveními stanovenými v příloze program celoživotního učení podporuje a doplňuje opatření přijatá členskými státy, přičemž plně respektuje jejich odpovědnost za obsah systémů vzdělávání a odborné přípravy a jejich kulturní a jazykovou rozmanitost.
|
|
5. Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van het programma Een Leven Lang Leren worden, zoals in artikel 3 is aangegeven, vier sectorale programma's, een transversaal programma en het Jean Monnet-programma (hierna de "subprogramma's" genoemd), uitgevoerd.
|
5. Podle článku 3 jsou cíle programu celoživotního učení sledovány prováděním čtyř odvětvových programů, jednoho průřezového programu a programu Jean Monnet (společně dále jen "podprogramy").
|
|
6. Dit besluit wordt ten uitvoer gelegd in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2013. Vanaf de inwerkingtreding van dit besluit kunnen evenwel voorbereidende maatregelen worden genomen, waaronder Commissiebesluiten uit hoofde van artikel 9.
|
6. Toto rozhodnutí se provádí v období od 1. ledna 2007 do 31. prosince 2013. Přípravná opatření včetně rozhodnutí Komise podle článku 9 však mohou být prováděna od vstupu tohoto rozhodnutí v platnost.
|
|
Artikel 2
|
Článek 2
|
|
Definities
|
Definice
|
|
In dit besluit wordt verstaan onder:
|
Pro účely tohoto rozhodnutí se rozumí:
|
|
1. peuter- en kleuteronderwijs: onderwijsactiviteiten in georganiseerd verband vóór het begin van de leerplicht in het basisonderwijs;
|
1. "předškolním" organizovaná vzdělávací činnost uskutečňovaná před začátkem povinné základní školní docházky;
|
|
2. leerling: een persoon die naar een school gaat om er iets te leren;
|
2. "žákem" osoba zapsaná pro výuku ve škole;
|
|
3. school: alle soorten instellingen die algemeen vormend onderwijs (kleuteronderwijs, basisonderwijs of voortgezet onderwijs), beroepsonderwijs en technisch onderwijs verzorgen, alsook, bij wijze van uitzondering in het geval van maatregelen ter bevordering van het leren van talen, andere instellingen dan scholen die opleidingen in het kader van het leerlingwezen verzorgen;
|
3. "školou" všechny druhy institucí zajišťujících všeobecné vzdělání (předškolní, základní nebo střední), odborné a technické vzdělání a výjimečně, v případě opatření na podporu studia jazyků, neškolské instituce poskytující učňovskou odbornou přípravu;
|
|
4. onderwijsgevenden/onderwijzend personeel: personen die in de uitvoering van hun taken rechtstreeks bij het onderwijsproces in de lidstaten betrokken zijn;
|
4. "učiteli/pedagogickými pracovníky" osoby, které jsou prostřednictvím svých povinností přímo zapojeny do vzdělávacího procesu ve členských státech;
|
|
5. opleiders: personen die in het kader van de uitvoering van hun taken rechtstreeks bij het beroepsonderwijs en de beroepsopleidingen in de lidstaten betrokken zijn;
|
5. "školiteli" osoby, které jsou prostřednictvím svých povinností přímo zapojeny do procesu odborného vzdělávání a přípravy v členských státech;
|
|
6. student: een persoon die ingeschreven staat bij een instelling voor hoger onderwijs, ongeacht de studierichting, met het doel hoger onderwijs te volgen teneinde een erkende graad of andere erkende kwalificatie op tertiair niveau tot en met de graad van doctor te verwerven;
|
6. "studentem" osoba zapsaná u vysokoškolské instituce, bez ohledu na oblast studia, za účelem vysokoškolského studia vedoucího k získání uznávaného akademického titulu nebo jiné uznávané vysokoškolské kvalifikace, a to až po úroveň doktorátu včetně;
|
|
7. stagiair: een persoon die, binnen een opleidingsinstelling of -organisatie of op de werkplek, een beroepsopleiding volgt;
|
7. "učněm" osoba podstupující odbornou přípravu v instituci nebo organizaci poskytující odbornou přípravu nebo na pracovišti;
|
|
8. lerende volwassene: een leerling die deelneemt aan de volwasseneneducatie;
|
8. "účastníkem dalšího vzdělávání" žák účastnící se dalšího vzdělávání;
|
|
9. mensen op de arbeidsmarkt: werknemers, zelfstandigen en mensen die beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt;
|
9. "osobami na trhu práce" osoby pracující, osoby samostatně výdělečně činné nebo osoby, jež mohou být zaměstnány;
|
|
10. instelling voor hoger onderwijs:
|
10. "vysokoškolskou institucí":
|
|
a) elk soort instelling voor hoger onderwijs dat, overeenkomstig de wetgeving of gebruiken in een land, opleidt voor erkende graden of andere erkende kwalificaties op tertiair niveau, ongeacht de naam die dergelijke instellingen in de lidstaten dragen;
|
a) jakýkoli druh vysokoškolské instituce podle vnitrostátních právních předpisů nebo praxe, která nabízí uznávané akademické tituly nebo jiné uznávané vysokoškolské kvalifikace, a to bez ohledu na to, jak jsou tyto instituce ve členských státech nazývány;
|
|
b) elke instelling die, overeenkomstig de wetgeving of gebruiken in een land, beroepsonderwijs of -opleidingen op tertiair niveau verzorgt;
|
b) jakákoliv instituce, která v souladu s vnitrostátními právními předpisy nebo praxí nabízí odborné vzdělání či přípravu na vysokoškolské úrovni;
|
|
11. gezamenlijke masters: masteropleidingen in het kader van het hoger onderwijs:
|
11. "Joint Masters" ("společným magisterským programem") magisterské kurzy v rámci vysokoškolského vzdělávání, které:
|
|
a) waarbij ten minste drie instellingen voor hoger onderwijs uit drie verschillende lidstaten betrokken zijn;
|
a) zahrnují minimálně tři vysokoškolské instituce ze tří různých členských států;
|
|
b) waarbij in het kader van het studieprogramma bij ten minste twee van de drie instellingen een studieperiode wordt doorgebracht;
|
b) provádí studijní program, který zahrnuje dobu studia v alespoň dvou z těchto tří institucí;
|
|
c) die over ingebouwde mechanismen beschikken voor de erkenning van bij partnerinstellingen doorgebrachte studieperioden, die gebaseerd zijn of aansluiten op het Europees systeem voor de overdracht van studiepunten (ECTS);
|
c) disponují stálými mechanismy pro uznávání doby studia strávené v partnerských institucích založenými na evropském systému převodu kreditů nebo s ním slučitelnými;
|
|
d) die tot de toekenning door de deelnemende instellingen van gezamenlijke, tweevoudige of meervoudige, door de lidstaten erkende graden leiden;
|
d) končí udělením jednoho společného, dvou nebo několika akademických titulů ze strany zúčastněných institucí, přičemž tyto tituly jsou členskými státy uznávány nebo akreditovány;
|
|
12. beroepsopleiding: elke vorm van initieel beroepsonderwijs of initiële beroepsopleiding, met inbegrip van de opleidingen in het technisch onderwijs en het beroepsonderwijs, en in het leerlingwezen, die deel uitmaakt van de opleiding voor een beroepskwalificatie die erkend wordt door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar zij is behaald, alsook elke vorm van voortgezet beroepsonderwijs of voortgezette beroepsopleiding die door iemand in zijn of haar werkende bestaan wordt gevolgd;
|
12. "odbornou přípravou" jakákoli forma počátečního odborného vzdělávání nebo přípravy včetně technické a odborné výuky a učňovského vzdělávání, která přispívá k dosažení odborné kvalifikace uznávané příslušnými orgány v členském státě, v němž je tato kvalifikace získána, jakož i jakékoliv další odborné vzdělávání či příprava, jimž se daná osoba během pracovního života věnuje;
|
|
13. volwasseneneducatie: alle vormen van niet-beroepsgericht leren door volwassenen van formele, niet-formele of informele aard;
|
13. "dalším vzděláváním" všechny formy všeobecného dalšího vzdělávání, ať již formální, neformální či informální povahy;
|
|
14. studiebezoek: een kort bezoek met het doel een bepaald aspect van een leven lang leren in een andere lidstaat nader te bestuderen;
|
14. "studijním pobytem" krátkodobý pobyt zaměřený na studium konkrétního aspektu celoživotního učení v jiném členském státě;
|
|
15. mobiliteit: een verblijf in een andere lidstaat om daar te studeren, werkervaring op te doen, te leren, onderwijs te geven of daarmee verband houdend administratief werk te doen, zo nodig na een voorbereidingscursus of een opfriscursus in de taal van het gastland of in de werktaal;
|
15. "mobilitou" strávení určitého období v jiném členském státě za účelem studia, získávání pracovních zkušeností, jiného vzdělávání nebo výuky či souvisejících administrativních činností, které je podle potřeby podporováno formou přípravných či opakovacích kurzů přípravou v jazyce hostitelské země nebo v pracovním jazyce;
|
|
16. stage: een verblijf bij een onderneming of organisatie in een andere lidstaat, zo nodig na een voorbereidingscursus of een opfriscursus in de taal van het gastland of in de werktaal, met het doel personen te helpen zich aan te passen aan de vereisten van de communautaire arbeidsmarkt, specifieke vaardigheden te verwerven en meer inzicht te krijgen in de economische en sociale achtergronden van het betrokken land in het kader van het verkrijgen van werkervaring;
|
16. "stáží" strávení určitého období v podniku či organizaci v jiném členském státě, které je podle potřeby podporováno formou přípravných či opakovacích kurzů v jazyce hostitelské země nebo v pracovním jazyce, s cílem pomoci jednotlivcům přizpůsobit se požadavkům trhu práce v rámci Společenství, získat konkrétní dovednosti a v souvislosti se získáním pracovních zkušeností zlepšit pochopení hospodářské a sociální kultury dané země;
|
|
17. unilateraal: betrokkenheid van een enkele instelling;
|
17. "jednostranným" zahrnující jednu instituci;
|
|
18. bilateraal: betrokkenheid van partners uit twee lidstaten;
|
18. "dvoustranným" zahrnující partnery ze dvou členských států;
|
|
19. multilateraal: betrokkenheid van partners uit ten minste drie lidstaten. Verenigingen of andere organisaties van drie of meer lidstaten kunnen door de Commissie als multilateraal worden beschouwd;
|
19. "mnohostranným" zahrnující partnery z nejméně tří členských států. Komise může považovat sdružení nebo jiné subjekty, jež mají členy ze tří nebo více členských států, za mnohostranné;
|
|
20. partnerschap: bilaterale of multilaterale overeenkomst tussen een groep instellingen of organisaties in verscheidene lidstaten met het doel gezamenlijk Europese activiteiten op het gebied van een leven lang leren te ontplooien;
|
20. "partnerstvím" dvoustranná nebo mnohostranná dohoda mezi skupinou institucí nebo organizací v různých členských státech, jejímž účelem je provádění společných evropských činností v celoživotním učení;
|
|
21. netwerk: een formele of informele groep van organisaties die op een bepaald terrein, in een vak of studierichting of op een bepaald deelterrein van een leven lang leren werkzaam zijn;
|
21. "sítí" formální nebo neformální seskupení subjektů činných v konkrétní oblasti, oboru nebo odvětví celoživotního učení;
|
|
22. project: samenwerkingsactiviteiten met een welbepaald resultaat, verricht door een formele of informele groep van organisaties of instellingen;
|
22. "projektem" činnost s definovaným výstupem společně prováděná formálním nebo neformálním seskupením organizací nebo institucí na základě spolupráce;
|
|
23. projectcoördinator: de organisatie of instelling die belast is met de uitvoering van het project door de multilaterale groep;
|
23. "koordinátorem projektu" organizace nebo instituce, která řídí provádění projektu mnohostranným seskupením;
|
|
24. projectpartners: de andere organisaties of instellingen die naast de coördinator deel uitmaken van de multilaterale groep;
|
24. "partnery projektu" organizace nebo instituce jiné než koordinátor, které tvoří mnohostranné seskupení;
|
|
25. onderneming: elk bedrijf dat in de publieke of private sector een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar omvang of rechtspersoonlijkheid of de bedrijfstak waartoe zij behoort, met inbegrip van de sociale economie;
|
25. "podnikem" každý podnik zapojený do hospodářské činnosti ve veřejném nebo soukromém sektoru bez ohledu na velikost, právní status nebo hospodářské odvětví, ve kterém působí, včetně sociálního hospodářství;
|
|
26. sociale partners: op nationaal niveau de werkgevers- en werknemersorganisaties in overeenstemming met de wetgeving en/of gebruiken in de betrokken lidstaat, en op Gemeenschapsniveau de werkgevers- en werknemersorganisaties die op communautair niveau deelnemen aan de sociale dialoog;
|
26. "sociálními partnery" se rozumí na vnitrostátní úrovni organizace zaměstnavatelů a pracujících v souladu s vnitrostátními právními předpisy nebo praxí, na úrovni Společenství pak organizace zaměstnavatelů a pracujících účastnící se sociálního dialogu na úrovni Společenství;
|
|
27. begeleiding en advies: een scala aan werkzaamheden, zoals voorlichting, beoordeling, keuzebegeleiding en advisering, die lerenden, docenten en ander personeel behulpzaam zijn bij het maken van keuzes ten aanzien van de onderwijs- en opleidingsprogramma's of de mogelijkheden op de arbeidsmarkt;
|
27. "poradenstvím" takové činnosti, jako jsou poskytování informací, hodnocení, orientace a konzultace, které mají pomáhat studujícím, školitelům a jiným pracovníkům při výběru vzdělávacích programů, programů odborné přípravy nebo pracovních příležitostí;
|
|
28. verspreiding en benutting van resultaten: activiteiten die moeten bewerkstelligen dat de resultaten van het programma Een Leven Lang Leren en de voorafgaande programma's op passende wijze erkend, over het voetlicht gebracht en op brede schaal in de praktijk gebracht worden;
|
28. "šířením a využíváním výsledků" činnosti určené k zajištění toho, aby byly výsledky programu celoživotního učení a jeho předchůdců v širokém měřítku náležitě zkoumány, demonstrovány a prováděny;
|
|
29. een leven lang leren: alle vormen van algemeen vormend onderwijs, beroepsonderwijs en beroepsopleidingen, niet-formeel onderwijs en informeel leren die gedurende het gehele leven plaatsvinden en die op persoonlijk vlak, voor het leven als burger, sociaal gezien of vanuit het oogpunt van de arbeidsmarkt tot meer kennis, vaardigheden en competenties leiden. De aangeboden diensten op het gebied van begeleiding en advies worden eveneens tot het levenslang leren gerekend.
|
29. "celoživotním učením" veškeré všeobecné vzdělávání, odborné vzdělávání a odborná příprava, neformální vzdělávání a informální učení v průběhu života, jejichž výsledkem je zdokonalení znalostí, dovedností a schopností v osobní, občanské, sociální nebo se zaměstnáním související perspektivě. Zahrnuje poskytování poradenských služeb.
|
|
Artikel 3
|
Článek 3
|
|
Subprogramma's
|
Podprogramy
|
|
1. Tot de sectorale subprogramma's behoren:
|
1. Odvětvové podprogramy jsou:
|
|
a) het Comenius-programma, dat is toegesneden op de behoeften van degenen die onderwijs geven of volgen van het niveau van het peuter- en kleuteronderwijs tot aan het eind van het voortgezet onderwijs, alsook van de instellingen en organisaties die dit onderwijs verzorgen;
|
a) program Comenius, který je zaměřen na výukové a vzdělávací potřeby osob v předškolním a školním vzdělávání až po úroveň ukončení vyššího středního vzdělání a na instituce a organizace nabízející toto vzdělávání;
|
|
b) het Erasmus-programma, dat is toegesneden op de behoeften van degenen die formeel hoger (wetenschappelijk) onderwijs, hoger beroepsonderwijs of hogere beroepsopleidingen geven of volgen, ongeacht de duur van de opleiding of de kwalificatie en met inbegrip van de opleidingen voor promovendi, alsook van de instellingen en organisaties die deze vormen van onderwijs en opleidingen verzorgen of faciliteren;
|
b) program Erasmus, který je zaměřen na výukové a vzdělávací potřeby všech osob ve formálním vysokoškolském vzdělávání a odborném vzdělávání a odborné přípravě na vysokoškolské úrovni bez ohledu na délku příslušného studia nebo kvalifikace a včetně doktorského studia a na instituce a organizace nabízející nebo podporující toto vzdělávání nebo přípravu;
|
|
c) het Leonardo da Vinci-programma, dat is toegesneden op de behoeften van degenen die beroepsonderwijs of beroepsopleidingen geven of volgen die niet onder het hoger beroepsonderwijs of de hogere beroepsopleidingen vallen, alsook van de instellingen en organisaties die dergelijk onderwijs en deze opleidingen verzorgen of faciliteren;
|
c) program Leonardo da Vinci, který je zaměřen na výukové a vzdělávací potřeby všech osob účastnících se odborného vzdělávání a odborné přípravy na jiné než vysokoškolské úrovni a na instituce a organizace nabízející nebo podporující toto vzdělávání a přípravu;
|
|
d) het Grundtvig-programma, dat is toegesneden op de behoeften van degenen die enige vorm van volwasseneneducatie geven of volgen, alsook van de instellingen en organisaties die dit onderwijs verzorgen of faciliteren.
|
d) program Grundtvig, který je zaměřen na výukové a vzdělávací potřeby osob ve všech formách dalšího vzdělávání a na instituce a organizace nabízející nebo podporující toto vzdělávání.
|
|
2. Het Transversale Programma bestaat uit de volgende vier kernactiviteiten:
|
2. Průřezový program se skládá z těchto čtyř hlavních činností:
|
|
a) beleidssamenwerking en vernieuwing op het gebied van een leven lang leren;
|
a) spolupráce a inovace politik v oblasti celoživotního učení;
|
|
b) bevordering van het leren van talen;
|
b) podpora studia jazyků;
|
|
c) ontwikkeling van vernieuwende op ICT-gebaseerde inhoud, diensten, pedagogische benaderingen en praktijken voor een leven lang leren;
|
c) rozvoj inovačního obsahu, služeb, pedagogik a postupů využívaných na základě informačních a komunikačních technologií v oblasti celoživotního učení;
|
|
d) verspreiding en benutting van de resultaten van de activiteiten die ondersteund worden door het programma en eerdere aanverwante programma's, alsook de uitwisseling van goede praktijken.
|
d) šíření a využívání výsledků akcí podporovaných podle tohoto programu a předchozích souvisejících programů a výměna osvědčených postupů.
|
|
3. Het Jean Monnet-programma voorziet in steun voor instellingen en activiteiten op het gebied van de Europese integratie. Het programma omvat de volgende drie kernactiviteiten:
|
3. Program Jean Monnet podporuje instituce a činnosti v oblasti evropské integrace. Zahrnuje tyto tři hlavní činnosti:
|
|
a) de Jean Monnet-actie;
|
a) akci Jean Monnet;
|
|
b) exploitatiesubsidies voor bepaalde instellingen die zich met de Europese integratievraagstukken bezighouden;
|
b) provozní granty na podporu určených institucí zabývajících se otázkami souvisejícími s evropskou integrací;
|
|
c) exploitatiesubsidies voor andere Europese instellingen op het gebied van onderwijs en beroepsopleiding.
|
c) provozní granty na podporu dalších evropských institucí a sdružení v oblasti vzdělávání a odborné přípravy.
|
|
Artikel 4
|
Článek 4
|
|
Toegang tot het programma Een Leven Lang Leren
|
Přístup k programu celoživotního učení
|
|
Het programma Een Leven Lang Leren is bestemd voor:
|
Program celoživotního učení je zaměřen na:
|
|
a) leerlingen, studenten, leerling-werknemers en lerende volwassenen;
|
a) žáky, studenty, učně a účastníky dalšího vzdělávání;
|
|
b) onderwijsgevenden, opleiders en andere personeelsleden die betrokken zijn bij een aspect van een leven lang leren;
|
b) učitele, školitele a jiné pracovníky účastnící se kteréhokoli aspektu celoživotního učení;
|
|
c) mensen op de arbeidsmarkt;
|
c) osoby na trhu práce;
|
|
d) instellingen of organisaties die in het kader van het programma Een Leven Lang Leren of de subprogramma's leermogelijkheden aanbieden;
|
d) instituce nebo organizace poskytující možnosti vzdělávání v souvislosti s programem celoživotního učení nebo v mezích jeho podprogramů;
|
|
e) personen en instanties die op lokaal, regionaal of nationaal niveau verantwoordelijk zijn voor de stelsels en het beleid ten aanzien van enig aspect van een leven lang leren;
|
e) osoby a subjekty zodpovědné za systémy a politiky týkající se kteréhokoli aspektu celoživotního učení na místní, regionální a celostátní úrovni;
|
|
f) ondernemingen, sociale partners en hun organisaties op alle niveaus, met inbegrip van belangenorganisaties op het gebied van de handel en de Kamers van Koophandel en Nijverheid;
|
f) podniky, sociální partnery a jejich organizace na všech úrovních, včetně obchodních organizací a obchodních a průmyslových komor;
|
|
g) instanties die voorzien in begeleiding, advies en voorlichting in verband met enig aspect van het levenslang leren;
|
g) subjekty poskytující poradenské, konzultační a informační služby související se všemi aspekty celoživotního učení;
|
|
h) verenigingen die werkzaam zijn op het gebied van een leven lang leren, met inbegrip van verenigingen van studenten, stagiairs, leerlingen, onderwijsgevenden, ouders en lerende volwassenen;
|
h) sdružení pracující v oblasti celoživotního učení včetně sdružení studentů, učňů, žáků, učitelů, rodičů a účastníků dalšího vzdělávání;
|
|
i) onderzoekscentra en -instellingen die te maken hebben met vraagstukken op het gebied van een leven lang leren;
|
i) výzkumná střediska a subjekty zabývající se otázkami celoživotního učení;
|
|
j) organisaties zonder winstoogmerk, vrijwilligersorganisaties en niet-gouvernementele organisaties ("NGO's").
|
j) neziskové organizace, dobrovolné organizace, nevládní organizace.
|
|
Artikel 5
|
Článek 5
|
|
Activiteiten van de Gemeenschap
|
Akce Společenství
|
|
1. In het kader van het programma Een Leven Lang Leren wordt steun verstrekt voor de volgende activiteiten:
|
1. V rámci programu celoživotního učení jsou podporovány tyto akce:
|
|
a) mobiliteit van personen die een leven lang leren;
|
a) mobilita osob při celoživotním učení;
|
|
b) bilaterale en multilaterale partnerschappen;
|
b) dvoustranná a mnohostranná partnerství;
|
|
c) multilaterale projecten die speciaal zijn opgezet ter bevordering van de kwaliteit van de onderwijs- en opleidingsstelsels door middel van de transnationale overdracht van innovatie;
|
c) mnohostranné projekty určené zejména na podporu kvality systémů vzdělávání a odborné přípravy formou předávání inovací na mezinárodní úrovni;
|
|
d) unilaterale en nationale projecten;
|
d) jednostranné a vnitrostátní projekty;
|
|
e) multilaterale projecten en netwerken;
|
e) mnohostranné projekty a sítě;
|
|
f) observatie en analyse van de beleidsvormen en de stelsels op het gebied van een leven lang leren, ontwikkeling en regelmatige verbetering van referentiemateriaal, met inbegrip van enquêtes, statistieken, analyses en indicatoren, activiteiten ter ondersteuning van de transparantie en erkenning van kwalificaties en eerdere leerervaringen, alsook activiteiten ter ondersteuning van de samenwerking op het gebied van de kwaliteitsborging;
|
f) pozorování a analýza politik a systémů v oblasti celoživotního učení, vytváření a pravidelné zlepšování referenčního materiálu včetně průzkumů, statistik, analýz a ukazatelů, opatření na podporu průhlednosti a uznávání kvalifikací a předchozího vzdělání, a opatření na podporu spolupráce v zajištění kvality;
|
|
g) exploitatiesubsidies als bijdrage in bepaalde operationele en administratieve kosten van instellingen en verenigingen die werkzaam zijn op de door het programma Een Leven Lang Leren bestreken terreinen;
|
g) provozní granty na úhradu některých provozních a správních nákladů institucí a sdružení činných v oblasti, kterou pokrývá program celoživotního učení;
|
|
h) andere initiatieven ter bevordering van de doelstellingen van het programma Een Leven Lang Leren ("flankerende maatregelen").
|
h) další iniciativy zaměřené na podporu cílů programu celoživotního učení ("doprovodná opatření").
|
|
2. De Gemeenschap kan steun verlenen voor bezoeken die ter voorbereiding van elk van de in dit artikel beschreven activiteiten worden afgelegd.
|
2. Podpora Společenství může být poskytována na přípravné návštěvy související s jakýmikoli akcemi uvedenými v tomto článku.
|
|
3. De Commissie kan seminars, colloquia en bijeenkomsten organiseren die de uitvoering van het programma Een Leven Lang Leren naar verwachting ten goede zullen komen, passende voorlichtings-, publicatie- en verspreidingsactiviteiten ten uitvoer leggen alsook activiteiten om het programma een ruimere bekendheid te geven en kan het programma monitoren en evalueren.
|
3. Komise může pořádat semináře, konference nebo schůzky, jež mohou usnadnit provádění programu celoživotního učení, vykonávat vhodnou informační a publikační činnost a činnost spočívající v šíření získaných poznatků a zvyšování povědomí o programu a rovněž může program sledovat a hodnotit.
|
|
4. De in dit artikel beschreven activiteiten kunnen door middel van oproepen tot het indienen van voorstellen en aanbestedingen of rechtstreeks door de Commissie ten uitvoer worden gelegd.
|
4. Akce uvedené v tomto článku mohou být prováděny prostřednictvím výzev k podávání návrhů, výzev k podávání nabídek nebo přímo Komisí.
|
|
Artikel 6
|
Článek 6
|
|
Taken van de Commissie en de lidstaten
|
Úkoly Komise a členských států
|
|
1. De Commissie draagt zorg voor de daadwerkelijke en efficiënte uitvoering van de activiteiten van de Gemeenschap die in het kader van het programma Een Leven Lang Leren zijn voorzien.
|
1. Komise zajistí účinné a účelné provádění akcí Společenství podle programu celoživotního učení.
|
|
2. De lidstaten
|
2. Členské státy:
|
|
a) nemen de nodige maatregelen voor een doeltreffende uitvoering van het programma Een Leven Lang Leren op nationaal niveau en betrekken daarbij overeenkomstig de praktijk of de wetgeving in de lidstaat, alle partijen die zich bezighouden met aspecten van een leven lang leren;
|
a) podniknou kroky nezbytné pro zajištění účinného fungování programu celoživotního učení na vnitrostátní úrovni a zapojí všechny strany zabývající se aspekty celoživotního učení v souladu s vnitrostátní praxí nebo právními předpisy;
|
|
b) dragen met het oog op een gecoördineerd beheer van de nationale activiteiten van het programma Een Leven Lang Leren, met inbegrip van het begrotingsbeheer, overeenkomstig de bepalingen van artikel 54, lid 2, onder c), van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 en van artikel 38 van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002, zorg voor de oprichting of aanwijzing en monitoring van passende structuren (nationale agentschappen) aan de hand van onderstaande criteria:
|
b) zřídí nebo určí náležitou strukturu pro koordinované řízení provádění akcí programu celoživotního učení na vnitrostátní úrovni (vnitrostátní agentury) a tuto strukturu sledují, včetně rozpočtového řízení v souladu s čl. 54 odst. 2 písm. c) nařízení (ES, Euratom) č. 1605/2002 a článkem 38 nařízení (ES, Euratom) č. 2342/2002 a v souladu s těmito kritérii:
|
|
i) een als nationaal agentschap opgerichte of aangewezen organisatie heeft rechtspersoonlijkheid of maakt deel uit van een instantie die rechtspersoonlijkheid heeft, en valt onder de wetgeving van de betrokken lidstaat. Ministeries mogen niet als nationale agentschappen worden aangewezen;
|
i) organizace zřízená nebo určená jako vnitrostátní agentura musí mít právní subjektivitu nebo být součástí subjektu, který právní subjektivitu má, a musí se řídit právem dotyčného členského státu. Za vnitrostátní agenturu nelze určit ministerstvo;
|
|
ii) elk nationaal agentschap moet voor het uitvoeren van zijn taken een passend aantal personeelsleden in dienst hebben, die over de nodige vakbekwaamheid en talenkennis beschikken voor het werken in een kader van internationale samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding;
|
ii) každá vnitrostátní agentura musí pro plnění svých úkolů disponovat dostatečným počtem pracovníků s odbornými a jazykovými schopnostmi, které jsou nutné pro práci v prostředí mezinárodní spolupráce v oblasti vzdělání a odborné přípravy;
|
|
iii) het moet met name op het gebied van de informatica en telecommunicatie over passende voorzieningen beschikken;
|
iii) musí disponovat vhodnou infrastrukturou, zejména pokud se týká informačních a komunikačních technologií;
|
|
iv) het moet in een bestuurlijke context opereren die het in staat stelt om zijn taken naar tevredenheid uit te voeren en belangenconflicten te voorkomen;
|
iv) musí pracovat v administrativním prostředí, které jí umožňuje plnit své úkoly uspokojivým způsobem a vyhnout se konfliktu zájmů;
|
|
v) het moet in staat zijn om de voorschriften voor het financieel beheer en de contractvoorwaarden van de Gemeenschap toe te passen;
|
v) musí být v rámci svého postavení schopna uplatňovat pravidla finančního řízení a smluvní podmínky stanovené na úrovni Společenství;
|
|
vi) het moet adequate en bij voorkeur door een overheidsinstelling afgegeven financiële garanties verstrekken, en zijn capaciteiten op het gebied van het beheer moeten in overeenstemming zijn met de omvang van de door het agentschap te beheren financiële middelen van de Gemeenschap;
|
vi) musí nabízet odpovídající finanční záruky, vydané pokud možno orgánem veřejné moci, a její řídící kapacity musí být přiměřené míře prostředků Společenství, které bude spravovat;
|
|
c) dragen er verantwoordelijkheid voor dat de onder b) bedoelde nationale agentschappen de aan hen overgemaakte financiële middelen voor de ondersteuning van projecten op de juiste wijze beheren, en in het bijzonder het transparantiebeginsel en het beginsel van gelijke behandeling in acht nemen, dubbele financiering uit andere financiële bronnen van de Gemeenschap voorkomen, en voldoen aan de verplichting om de projecten te monitoren en alle bedragen terug te vorderen die door de begunstigden moeten worden terugbetaald;
|
c) nesou odpovědnost za to, že vnitrostátní agentury uvedené v písmenu b) řádně spravují úvěry, které na ně byly převedeny na podporu projektů, a zejména nesou odpovědnost za to, že vnitrostátní agentury dodržují zásady průhlednosti a rovnosti zacházení, zabraňují dvojímu financování ve vztahu k dalším zdrojům prostředků Společenství, sledují projekty a vymáhají zpět veškeré prostředky, které jsou příjemci povinni vrátit;
|
|
d) nemen de nodige maatregelen met het oog op passende controles en financieel toezicht op de onder b) bedoelde nationale agentschappen en:
|
d) podniknou nutné kroky pro zajištění odpovídajícího auditu a finančního dohledu nad vnitrostátními agenturami uvedenými v písmenu b) a zejména:
|
|
i) verstrekken de Commissie, voordat het nationale agentschap met zijn werk begint, de nodige garanties dat bij het nationale agentschap relevante, naar behoren functionerende en overeenkomstig de beginselen van een gezond financieel beheer toe te passen procedures, controlesystemen, boekhoudsystemen en procedures voor aanbesteding en subsidietoekenning zijn ingevoerd;
|
i) poskytnou Komisi před zahájením činnosti vnitrostátní agentury nezbytné záruky ohledně její existence a vhodnosti a dále záruky toho, že jsou v agentuře v souladu s pravidly řádného finančního řízení řádně používány příslušné postupy, řídicí systémy, účetní systémy a postupy zadávání zakázek a přidělování grantů;
|
|
ii) verstrekken de Commissie ieder jaar een garantieverklaring ten aanzien van de betrouwbaarheid van de financiële systemen en procedures van de nationale agentschappen, alsook ten aanzien de juistheid van hun jaarrekening;
|
ii) každý rok předloží Komisi prohlášení o zabezpečení spolehlivosti finančních systémů a postupů vnitrostátních agentur a řádného vedení jejich účetnictví;
|
|
e) zijn aansprakelijk voor niet terugbetaalde bedragen indien een overeenkomstig b) opgericht of aangewezen nationaal agentschap verantwoordelijk is voor onregelmatigheden, nalatigheden of fraude en dit aanleiding geeft tot vorderingen van de zijde van de Commissie jegens het nationale agentschap waaraan niet volledig wordt voldaan;
|
e) v případě nesrovnalosti, nedbalosti nebo podvodu, který lze přičíst vnitrostátní agentuře zřízené nebo určené podle písmena b), kdy uvedená skutečnost vede k vzniku nároků Komise vůči vnitrostátní agentuře, které nejsou uspokojeny v plné výši, nesou odpovědnost za prostředky, které nejsou získány zpět;
|
|
f) wijzen op verzoek van de Commissie de instellingen of organisaties die leermogelijkheden aanbieden of de categorieën van dergelijke instellingen of organisaties aan die in hun land in aanmerking zouden kunnen komen voor deelname aan het programma Een Leven Lang Leren;
|
f) na žádost Komise označí instituce či organizace poskytující možnosti vzdělávání nebo druhy takových institucí či organizací, jež by mohly být považovány za způsobilé pro účast v programu celoživotního učení na jejich území;
|
|
g) zetten zich in om alle passende maatregelen te nemen om de belemmeringen van juridische en administratieve aard weg te nemen die een goed functioneren van het programma Een Leven Lang Leren in de weg staan;
|
g) vyvinou úsilí k přijetí všech vhodných opatření pro odstranění právních a správních překážek řádného fungování programu celoživotního učení;
|
|
h) nemen maatregelen om ervoor te zorgen dat potentiële synergie-effecten met andere programma's en financiële instrumenten van de Gemeenschap en met andere relevante, in de lidstaat ten uitvoer gelegde programma's op nationaal niveau worden gerealiseerd.
|
h) podniknou kroky k zajištění toho, aby k případné součinnosti s dalšími programy a finančními nástroji Společenství a s dalšími souvisejícími programy prováděnými v daném členském státě docházelo na vnitrostátní úrovni.
|
|
3. De Commissie draagt in samenwerking met de lidstaten zorg voor:
|
3. Komise ve spolupráci se členskými státy zajistí:
|
|
a) de aansluiting tussen de activiteiten die zijn uitgevoerd in het kader van de vorige programma's op het gebied van onderwijs, opleiding en een leven lang leren en de in het kader van het programma Een Leven Lang Leren uit te voeren activiteiten;
|
a) přechod mezi akcemi prováděnými v rámci předchozích programů v oblasti vzdělávání, odborné přípravy a celoživotního učení a činnostmi, které mají být prováděny v rámci programu celoživotního učení;
|
|
b) passende bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap en voert daartoe met name doeltreffende, proportionele en afschrikkende maatregelen, administratieve controles en sancties in;
|
b) dostatečnou ochranu finančních zájmů Společenství, zejména zavedením účinných, přiměřených a odrazujících opatření, správních kontrol a sankcí;
|
|
c) ruime voorlichting, publiciteit en follow-up ten aanzien van de in het kader van het programma Een Leven Lang Leren ondersteunde activiteiten;
|
c) šíření informací, publicitu a návazné kroky týkající se akcí podporovaných v rámci programu celoživotního učení;
|
|
d) het verzamelen, analyseren en verwerken van de beschikbare gegevens die nodig zijn om de resultaten en het effect van het programma te meten, en de activiteiten als bedoeld in artikel 15 te monitoren en te evalueren;
|
d) sběr, analýzu a zpracování dostupných údajů, jež jsou nezbytné pro měření výsledků a účinků programu a pro sledování a vyhodnocení činností uvedených v článku 15;
|
|
e) verspreiding van de resultaten van de voorafgaande generatie onderwijs- en opleidingsprogramma's en van het programma Een Leven Lang Leren.
|
e) šíření výsledků předchozího kola vzdělávacích programů, programů odborné přípravy a programu celoživotního učení.
|
|
Artikel 7
|
Článek 7
|
|
Deelname van derde landen
|
Účast třetích zemí
|
|
1. Het programma Een Leven Lang Leren staat open voor deelname van:
|
1. Program celoživotního učení je otevřen účasti:
|
|
a) de EVA-landen die deel uitmaken van de EER, overeenkomstig de bepalingen van de EER-overeenkomst;
|
a) zemí ESVO, které jsou členy EHP, v souladu s podmínkami stanovenými v Dohodě o EHP;
|
|
b) kandidaat-lidstaten die onder een pretoetredingsstrategie vallen, overeenkomstig de algemene beginselen en voorwaarden die in de met deze landen gesloten kaderovereenkomsten inzake hun deelneming aan Gemeenschapsprogramma's zijn vastgelegd;
|
b) kandidátských zemí, které využívají předvstupní strategie v souladu s obecnými zásadami a obecnými podmínkami pro účast těchto zemí na programech Společenství, stanovenými v rámcových dohodách uzavřených s těmito zeměmi;
|
|
c) de landen van de Westelijke Balkan, overeenkomstig de bepalingen die in het verlengde van de kaderovereenkomsten voor de deelname van deze landen aan programma's van de Gemeenschap worden overeengekomen;
|
c) zemí západního Balkánu v souladu s postupy stanovenými s těmito zeměmi v návaznosti na rámcové dohody o jejich účasti na programech Společenství;
|
|
d) de Zwitserse Bondsstaat, overeenkomstig een met dit land te sluiten bilaterale overeenkomst.
|
d) Švýcarské konfederace na základě dvoustranné dohody, která s ní bude uzavřena.
|
|
2. De in artikel 3, lid 3, onder a), genoemde kernactiviteit 1 van het Jean Monnet-programma staat ook open voor instellingen voor hoger onderwijs in elk ander derde land.
|
2. Hlavní činnost 1 programu Jean Monnet uvedená v čl. 3 odst. 3 písm. a) je otevřená také vysokoškolským institucím v jakékoli jiné třetí zemi.
|
|
3. Derde landen die aan het programma Een Leven Lang Leren deelnemen, hebben alle verplichtingen en voeren alle taken uit die bij dit besluit aan de lidstaten worden opgelegd.
|
3. Na třetí země účastnící se programu celoživotního učení se vztahují všechny povinnosti a všechny úkoly stanovené tímto rozhodnutím ve vztahu k členským státům.
|
|
Artikel 8
|
Článek 8
|
|
Internationale samenwerking
|
Mezinárodní spolupráce
|
|
De Commissie kan in het kader van het programma Een Leven Lang Leren overeenkomstig artikel 9 samenwerken met derde landen en met bevoegde internationale organisaties, met name met de Raad van Europa, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschappen en Cultuur (UNESCO).
|
V rámci programu celoživotního učení a podle článku 9 může Komise spolupracovat se třetími zeměmi a s příslušnými mezinárodními organizacemi, zejména Radou Evropy, Organizací pro hospodářskou spolupráci a rozvoj (OECD) a Organizací OSN pro vzdělání, vědu a kulturu (UNESCO).
|
|
HOOFDSTUK II
|
KAPITOLA II
|
|
Uitvoering van het programma Een Leven Lang Leren
|
Provádění programu celoživotního učení
|
|
Artikel 9
|
Článek 9
|
|
Uitvoeringsmaatregelen
|
Prováděcí opatření
|
|
1. De noodzakelijke maatregelen voor de uitvoering van de onderstaande onderdelen van het programma Een Leven Lang Leren worden door de Commissie vastgesteld volgens de procedure van artikel 10, lid 2:
|
1. Postupem podle čl. 10 odst. 2 Komise přijme opatření nezbytná pro provádění programu celoživotního učení týkající se:
|
|
a) het jaarlijkse werkprogramma, met een opgave van de prioriteiten;
|
a) ročního plánu práce včetně priorit;
|
|
b) de jaarlijkse toewijzingen en de verdeling van de financiële middelen tussen en binnen de subprogramma's;
|
b) ročních přídělů a rozdělení prostředků mezi podprogramy a v jejich rámci;
|
|
c) de algemene richtsnoeren voor de uitvoering van de subprogramma's (met inbegrip van de besluiten over het soort activiteiten, hun looptijd en het niveau van financiering), de selectiecriteria en -procedures;
|
c) všeobecných pokynů pro provádění podprogramů (včetně rozhodnutí o povaze akcí, jejich trvání a úrovni financování), výběrových kritérií a postupů;
|
|
d) de voorstellen van de Commissie voor de selectie van de aanvragen voor multilaterale projecten en netwerken als bedoeld in artikel 33, lid 1, onder b) en c);
|
d) návrhů Komise týkajících se výběru žádostí o mnohostranné projekty a sítě podle čl. 33 odst. 1 písm. b) a c);
|
|
e) de voorstellen van de Commissie voor de selectie van de aanvragen voor activiteiten als bedoeld in artikel 5, lid 1, onder e), die niet onder punt d) van dit lid vallen, en in artikel 5, lid 1, onder f), g) en h), waarvoor de communautaire steun meer dan 1 miljoen EUR bedraagt;
|
e) návrhů Komise týkajících se výběru žádostí o akce uvedené v čl. 5 odst. 1 písm. e), na něž se nevztahuje písmeno d) tohoto odstavce, a v čl. 5 odst. 1 písm. f), g) a h), pro něž podpora Společenství přesahuje částku 1 milion EUR;
|
|
f) de omschrijving van de respectieve taken en verantwoordelijkheden van de Commissie, de lidstaten en de nationale agentschappen met betrekking tot de in bijlage I uiteengezette "nationale-agentschapsprocedure";
|
f) definicí jednotlivých rolí a povinností Komise, členských států a vnitrostátních agentur ve vztahu k "postupu vnitrostátní agentury" stanovenému v příloze;
|
|
g) de verdeling van de financiële middelen over de lidstaten voor de activiteiten die worden beheerd volgens de "nationale-agentschapsprocedure" in de bijlage;
|
g) rozdělení prostředků mezi členskými státy pro akce, které budou řízeny "postupem vnitrostátní agentury" stanoveným v příloze;
|
|
h) de regelingen ter waarborging van de interne samenhang van het programma Een Leven Lang Leren;
|
h) opatření pro zajištění vnitřní soudržnosti v rámci programu celoživotního učení;
|
|
i) de regelingen voor de monitoring en evaluatie van het programma Een Leven Lang Leren en de subprogramma's, alsook voor de verspreiding en overdracht van de resultaten.
|
i) opatření pro sledování a vyhodnocování programu celoživotního učení a podprogramů a pro šíření a předávání výsledků.
|
|
2. Bij alle andere aangelegenheden die niet in lid 1 worden genoemd, worden de noodzakelijke uitvoeringsmaatregelen goedgekeurd volgens de raadplegingsprocedure van artikel 10, lid 3.
|
2. Prováděcí opatření pro veškeré ostatní záležitosti, které nejsou uvedeny v odstavci 1, se přijímají postupem podle čl. 10 odst. 3.
|
|
Artikel 10
|
Článek 10
|
|
Comitologie
|
Postup projednávání ve výboru
|
|
1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité, hierna "het comité" genoemd.
|
1. Komisi je nápomocen výbor (dále jen "výbor").
|
|
2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.
|
2. Odkazuje-li se na tento odstavec, použijí se články 4 a 7 rozhodnutí 1999/468/ES s ohledem na článek 8 uvedeného rozhodnutí.
|
|
De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op twee maanden.
|
Doba uvedená v čl. 4 odst. 3 rozhodnutí 1999/468/ES je dva měsíce.
|
|
3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 3 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.
|
3. Odkazuje-li se na tento odstavec, použijí se články 3 a 7 rozhodnutí 1999/468/ES s ohledem na článek 8 uvedeného rozhodnutí.
|
|
4. Het comité stelt zijn reglement van orde vast.
|
4. Výbor přijme svůj jednací řád.
|
|
5. De lidstaten mogen zich niet laten vertegenwoordigen door personen die werkzaam zijn bij of operationele verantwoordelijkheid dragen voor de in artikel 6, lid 2, onder b), bedoelde nationale agentschappen.
|
5. Členské státy nemohou být zastupovány osobami zaměstnanými ve vnitrostátních agenturách uvedených v čl. 6 odst. 2 písm. b) nebo osobami, které nesou odpovědnost za jejich provoz.
|
|
Artikel 11
|
Článek 11
|
|
Sociale partners
|
Sociální partneři
|
|
1. Wanneer het comité wordt geraadpleegd over een aangelegenheid in verband met de toepassing van dit besluit met betrekking tot het beroepsonderwijs of de beroepsopleidingen, kunnen vertegenwoordigers van de sociale partners, die op voordracht van de Europese sociale partners door de Commissie zijn benoemd, in de hoedanigheid van waarnemer aan de werkzaamheden van het comité deelnemen.
|
1. Kdykoli je výbor konzultován v jakékoli záležitosti týkající se použití tohoto rozhodnutí v souvislosti s odborným vzděláváním a odbornou přípravou, mohou se zástupci sociálních partnerů jmenovaní Komisí na základě návrhů evropských sociálních partnerů podílet na práci výboru jako pozorovatelé.
|
|
Het aantal vertegenwoordigers van de sociale partners moet gelijk zijn aan het aantal vertegenwoordigers van de lidstaten.
|
Počet těchto pozorovatelů se rovná počtu zástupců členských států.
|
|
2. Deze waarnemers kunnen eisen dat hun standpunt in de notulen van de vergaderingen van het comité wordt opgenomen.
|
2. Pozorovatelé mají právo požádat, aby byl v zápisu ze schůze výboru uveden jejich postoj.
|
|
Artikel 12
|
Článek 12
|
|
Horizontale beleidsmaatregelen
|
Horizontální politiky
|
|
Bij de uitvoering van het programma Een Leven Lang Leren wordt er naar behoren op toegezien dat de verdere ontwikkeling van het beleid van de Gemeenschap ten aanzien van horizontale vraagstukken ten volle wordt geschraagd door met name:
|
Při provádění programu celoživotního učení je třeba věnovat náležitou pozornost k zajištění toho, aby program plně přispíval k podpoře horizontálních politik Společenství, a to zejména:
|
|
a) de bevordering van het besef dat culturele en taalkundige diversiteit in Europa van groot belang zijn en dat racisme, vooroordelen en vreemdelingenhaat moeten worden bestreden;
|
a) podporou zvyšování povědomí o významu kulturní a jazykové rozmanitosti v Evropě a o potřebě boje proti rasismu, předsudkům a xenofobii;
|
|
b) de totstandbrenging van voorzieningen voor lerenden met bijzondere behoeften, in het bijzonder door steun bij de bevordering van hun opname in het algemene onderwijs- en opleidingsstelsel;
|
b) prováděním opatření pro studující se zvláštními potřebami a zejména podporou jejich zapojení do hlavního proudu vzdělávání a odborné přípravy;
|
|
c) de bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen, en door steun bij de bestrijding van alle vormen van discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid.
|
c) podporou rovnosti žen a mužů a přispíváním k boji proti všem formám diskriminace založené na pohlaví, rase nebo etnickém původu, náboženském vyznání nebo světovém názoru, zdravotním postižení, věku nebo sexuální orientaci.
|
|
Artikel 13
|
Článek 13
|
|
Samenhang en complementariteit met andere beleidsmaatregelen
|
Soudržnost a doplňkovost s dalšími politikami
|
|
1. De Commissie draagt in samenwerking met de lidstaten zorg voor de algehele samenhang en complementariteit met het werkprogramma "Onderwijs en Opleiding 2010" en ander relevant beleid en andere relevante instrumenten en activiteiten van de Gemeenschap, met name die op het gebied van cultuur, media, jongeren, onderzoek en ontwikkeling, werkgelegenheid, erkenning van kwalificaties, ondernemingen, milieu en informatie- en communicatietechnologie en het statistisch programma van de Gemeenschap.
|
1. Komise ve spolupráci s členskými státy zajistí celkovou soudržnost a doplňkovost s pracovním programem "Vzdělávání a odborná příprava 2010" a s dalšími příslušnými politikami, nástroji a akcemi Společenství, zejména s těmi, jež se týkají oblasti kultury, médií, mládeže, výzkumu a rozvoje, zaměstnanosti, uznávání kvalifikací, podniků, životního prostředí, informačních a komunikačních technologií a statistického programu Společenství.
|
|
De Commissie zorgt in samenwerking met de lidstaten voor een doeltreffende aansluiting tussen het programma Een Leven Lang Leren en de programma's en activiteiten op het gebied van onderwijs en opleiding die worden uitgevoerd in het kader van de pretoetredingsinstrumenten van de Gemeenschap en andere vormen van samenwerking met derde landen en de bevoegde internationale organisaties.
|
Komise ve spolupráci s členskými státy zajistí dobře fungující vazbu mezi programem celoživotního učení a programy a akcemi v oblasti vzdělávání a odborné přípravy prováděnými v rámci předvstupních nástrojů Společenství a jinou spoluprací s třetími zeměmi a příslušnými mezinárodními organizacemi.
|
|
2. De Commissie brengt het comité regelmatig op de hoogte van andere relevante initiatieven van de Gemeenschap op het gebied van een leven lang leren en van de samenwerking met derde landen en internationale organisaties.
|
2. Komise výbor pravidelně informuje o dalších významných iniciativách Společenství v oblasti celoživotního učení včetně spolupráce s třetími zeměmi a mezinárodními organizacemi.
|
|
3. Bij de uitvoering van de activiteiten in het kader van het programma Een Leven Lang Leren houden de Commissie en de lidstaten rekening met de prioriteiten in de geïntegreerde werkgelegenheidsrichtsnoeren zoals die door de Raad in het kader van de Lissabon-agenda voor groei en werkgelegenheid zijn vastgelegd.
|
3. Při provádění akcí v rámci programu celoživotního učení bere Komise i členské státy ohled na priority stanovené v integrovaných hlavních směrech pro zaměstnanost přijatých Radou jako součást lisabonského partnerství pro růst a zaměstnanost.
|
|
4. In het kader van het partnerschap met de Europese sociale partners streeft de Commissie naar een passende afstemming tussen het programma Een Leven Lang Leren en de sociale dialoog op het niveau van de Gemeenschap, ook in de diverse sectoren van de economie.
|
4. V partnerství s evropskými sociálními partnery Komise vyvine úsilí k rozvoji náležité koordinace mezi programem celoživotního učení a sociálním dialogem na úrovni Společenství včetně různých hospodářských odvětví.
|
|
5. Bij de uitvoering van het programma Een Leven Lang Leren zorgt de Commissie, overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 337/75 van de Raad [17], waar nodig voor ondersteuning door het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop) op terreinen die onder de bevoegdheden van deze organisatie vallen. Waar nodig kan de Commissie zich, overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 1360/90 van de Raad [18], ook laten bijstaan door de Europese Stichting voor opleiding op de terreinen die onder de taakstelling van deze organisatie vallen.
|
5. Při provádění programu celoživotního učení Komise zajistí vhodnou pomoc Evropského střediska pro rozvoj odborného vzdělávání (Cedefop) v oblastech, které souvisí s jeho pravomocí, a v souladu s opatřeními stanovenými v nařízení Rady (EHS) č. 337/75 [17]. V případě potřeby může rovněž Komise zajistit podporu Evropské nadace odborného vzdělávání v rozsahu jejího pověření a v souladu s opatřeními stanovenými v nařízení Rady (EHS) č. 1360/90 [18].
|
|
6. De Commissie brengt het Raadgevend Comité voor de beroepsopleiding regelmatig op de hoogte van relevante vooruitgang op het gebied van beroepsonderwijs en -opleidingen.
|
6. Komise pravidelně informuje Poradní výbor pro odborné vzdělávání o příslušném pokroku v oblasti odborného vzdělávání a přípravy.
|
|
HOOFDSTUK III
|
KAPITOLA III
|
|
Financiële bepalingen — Evaluatie
|
Finanční ustanovení – hodnocení
|
|
Artikel 14
|
Článek 14
|
|
Financiering
|
Financování
|
|
1. De financiële middelen voor de uitvoering van het programma Een Leven Lang Leren voor de periode van zeven jaar vanaf 1 januari 2007 worden hierbij vastgesteld op 6970000000 EUR. Van dit bedrag worden voor Comenius, Erasmus, Leonardo da Vinci en Grundtvig bedragen uitgetrokken die niet onder de in punt B.11 van de bijlage vermelde percentages liggen. De Commissie kan deze bedragen volgens de in artikel 10, lid 2, vermelde procedure wijzigen.
|
1. Orientační finanční krytí pro provádění tohoto rozhodnutí v období 7 let od 1. ledna 2007 se stanoví na 6970000000 EUR. Částky, které se v rámci tohoto krytí přidělují programům Comenius, Erasmus, Leonardo da Vinci a Grundtvig, nesmí být nižší, než je uvedeno v části B bodě 11 přílohy. Tyto příděly může Komise změnit postupem podle čl. 10 odst. 2.
|
|
2. Ten hoogste 1 % van de toewijzingen van het programma Een Leven Lang Leren kan worden besteed aan ondersteuning van de deelname aan de in het programma Een Leven Lang Leren plaatsvindende partnerschaps-, project- en netwerkactiviteiten van partners uit derde landen die niet uit hoofde van de bepalingen in artikel 7 aan het programma Een Leven Lang Leren mogen deelnemen.
|
2. Až 1 % přídělů programu celoživotního učení může být použito na podporu účasti v partnerství, projektech a sítích organizovaných v rámci programu celoživotního učení partnerů ze třetích zemí, kteří se neúčastní programu celoživotního učení na základě článku 7.
|
|
3. De jaarlijkse kredieten worden binnen de limieten van het financiële kader door de begrotingsautoriteit goedgekeurd.
|
3. Roční rozpočtové položky schvaluje rozpočtový orgán v mezích finančního rámce.
|
|
Artikel 15
|
Článek 15
|
|
Monitoring en evaluatie
|
Sledování a hodnocení
|
|
1. Het programma Een Leven Lang Leren wordt in samenwerking met de lidstaten regelmatig door de Commissie gemonitord en geëvalueerd in het licht van de doelstellingen van het programma.
|
1. Komise ve spolupráci s členskými státy pravidelně sleduje a hodnotí program celoživotního učení v porovnání s jeho cíli.
|
|
2. De Commissie zorgt voor regelmatige onafhankelijke externe evaluaties van het programma Een Leven Lang Leren en maakt op gezette tijden statistische gegevens bekend aan de hand waarvan de geboekte vooruitgang kan worden beoordeeld.
|
2. Komise zajistí pravidelná nezávislá externí hodnocení programu celoživotního učení a pravidelně zveřejňuje statistické údaje o výsledcích sledování.
|
|
3. De bevindingen van de monitoring en de evaluaties van het programma Een Leven Lang Leren en de voorafgaande generatie onderwijs- en opleidingsprogramma's worden in aanmerking genomen bij de uitvoering van het programma.
|
3. Při provádění programu celoživotního učení se zohlední výsledky sledování a hodnocení programu a předchozího kola vzdělávacích programů a programů odborné přípravy.
|
|
4. De lidstaten dienen uiterlijk op 30 juni 2010, respectievelijk 30 juni 2015 bij de Commissie verslagen in over de uitvoering en het effect van het programma Een Leven Lang Leren.
|
4. Členské státy předloží Komisi do 30. června 2010 zprávu o provádění programu celoživotního učení a do 30. června 2015 zprávu o jeho dopadu.
|
|
5. De Commissie legt het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's de volgende documenten voor:
|
5. Komise předloží Evropskému parlamentu, Radě, Evropskému hospodářskému a sociálnímu výboru a Výboru regionů:
|
|
a) een tussentijds verslag over de kwantitatieve en kwalitatieve aspecten van de uitvoering van het programma Een Leven Lang Leren, met inbegrip van een analyse van de op 31 maart 2011 bereikte resultaten,
|
a) do 31. března 2011 průběžnou hodnotící zprávu o kvalitativních a kvantitativních aspektech provádění programu celoživotního učení včetně analýzy dosažených výsledků;
|
|
b) uiterlijk op 31 december 2011 een mededeling over de voortzetting van het programma Een Leven Lang Leren,
|
b) do 31. prosince 2011 sdělení o pokračování programu celoživotního učení;
|
|
c) uiterlijk op 31 maart 2016 een verslag over de ex post-evaluatie.
|
c) do 31. března 2016 zprávu o následném hodnocení.
|
|
TITEL II
|
HLAVA II
|
|
DE SUBPROGRAMMA'S
|
PODPROGRAMY
|
|
HOOFDSTUK I
|
KAPITOLA I
|
|
Het Comenius-programma
|
Program Comenius
|
|
Artikel 16
|
Článek 16
|
|
Toegang tot het Comenius-programma
|
Přístup k programu Comenius
|
|
In het kader van het programma Een Leven Lang Leren is het Comenius-programma bestemd voor:
|
V rámci programu celoživotního učení je program Comenius zaměřen na:
|
|
a) leerlingen die in een school onderwijs volgen tot aan het eind van het voortgezet onderwijs;
|
a) žáky v rámci školního vzdělávání až do ukončení vyššího středního vzdělání;
|
|
b) scholen, als gespecificeerd door de lidstaten;
|
b) školy uvedené členskými státy;
|
|
c) onderwijsgevenden en andere personeelsleden van die scholen;
|
c) učitele a jiné pracovníky v těchto školách;
|
|
d) verenigingen, organisaties zonder winstoogmerk, NGO's en vertegenwoordigers van personen die bij het schoolonderwijs betrokken zijn;
|
d) sdružení, neziskové organizace, nevládní organizace a zástupce subjektů, které jsou zapojeny do školního vzdělávání;
|
|
e) personen en organisaties op lokaal, regionaal en nationaal niveau die verantwoordelijk zijn voor de organisatie en voorzieningen op onderwijsgebied;
|
e) osoby a subjekty odpovědné za organizaci a zajišťování vzdělávání na místní, regionální a celostátní úrovni;
|
|
f) onderzoekscentra en -organisaties die zich bezighouden met vraagstukken op het gebied van een leven lang leren;
|
f) výzkumná střediska a subjekty zabývající se otázkami celoživotního učení;
|
|
g) instellingen voor hoger onderwijs;
|
g) vysokoškolské instituce;
|
|
h) organisaties die diensten op het gebied van begeleiding, advies en voorlichting in verband met aspecten van een leven lang leren aanbieden.
|
h) subjekty poskytující poradenské, konzultační a informační služby ohledně všech aspektů celoživotního učení.
|
|
Artikel 17
|
Článek 17
|
|
Doelstellingen van het Comenius-programma
|
Cíle programu Comenius
|
|
1. Het Comenius-programma heeft naast de in artikel 1 beschreven doelstellingen van het programma Een Leven Lang Leren de volgende specifieke doelstellingen:
|
1. Kromě cílů programu celoživotního učení stanovených v článku 1 sleduje program Comenius tyto zvláštní cíle:
|
|
a) ontwikkelen bij jongeren en onderwijsgevenden van kennis en van begrip voor de culturele en taalkundige diversiteit in Europa en de waarde daarvan;
|
a) rozvíjet znalosti a porozumění mezi mladými lidmi a pedagogickými pracovníky ohledně rozmanitosti evropských kultur a jazyků a ohledně její hodnoty;
|
|
b) hulp bieden aan jongeren bij de verwerving van de belangrijkste basisvaardigheden en competenties voor hun persoonlijke ontwikkeling, hun toekomstige werk en een actief Europees burgerschap.
|
b) pomáhat mladým lidem získávat základní životní dovednosti a schopnosti nezbytné pro osobní rozvoj, pro budoucí zaměstnání a pro aktivní evropské občanství.
|
|
2. De operationele doelstellingen van het Comenius-programma zijn de volgende:
|
2. Operativní cíle programu Comenius jsou:
|
|
a) bewerkstelligen van in kwalitatief opzicht hoogwaardiger en meer mobiliteit van leerlingen en onderwijsgevenden in verschillende lidstaten;
|
a) zlepšit kvalitu a zvýšit objem mobility žáků a pedagogických pracovníků v různých členských státech;
|
|
b) bewerkstelligen van in kwalitatief opzicht hoogwaardiger en meer partnerschappen tussen scholen in verschillende lidstaten met het doel ten minste 3 miljoen leerlingen gedurende de looptijd van het programma bij gezamenlijke onderwijsactiviteiten te betrekken;
|
b) zlepšit kvalitu a zvýšit objem partnerství mezi školami v různých členských státech, aby se společných vzdělávacích činností během trvání programu zúčastnily alespoň 3 miliony žáků;
|
|
c) bevorderen van het leren van moderne vreemde talen;
|
c) podporovat studium moderních cizích jazyků;
|
|
d) ondersteunen van de ontwikkeling van vernieuwende op ICT gebaseerde inhoud, diensten, pedagogische benaderingen, alsook praktijken voor levenslang leren;
|
d) podporovat rozvoj inovačního obsahu, služeb, pedagogik a praxe založených na informačních a komunikačních technologií v oblasti celoživotního učení;
|
|
e) versterken van de kwaliteit en de Europese dimensie in de opleidingen voor onderwijsgevenden;
|
e) zvýšit kvalitu a evropský rozměr vzdělávání učitelů;
|
|
f) steun verlenen bij het verbeteren van pedagogische benaderingen en van schoolmanagement.
|
f) podporovat zlepšování pedagogických přístupů a vedení škol.
|
|
Artikel 18
|
Článek 18
|
|
Activiteiten van het Comenius-programma
|
Akce programu Comenius
|
|
1. In het kader van het Comenius-programma kan ten behoeve van de volgende activiteiten steun worden verleend:
|
1. Program Comenius může podporovat tyto akce:
|
|
a) mobiliteit van personen als bedoeld in artikel 5, lid 1, onder a). In de plannen of ondersteunende organisatorische werkzaamheden voor deze vorm van mobiliteit worden de noodzakelijke voorbereidende maatregelen genomen en wordt er zorg voor gedragen dat degenen die bij de mobiliteit betrokken zijn op passende wijze leiding, advies en ondersteuning krijgen.
|
a) mobilitu osob uvedenou v čl. 5 odst. 1 písm. a). Při zajišťování nebo podpoře organizace této mobility se přijmou nezbytná přípravná opatření a věnuje se pozornost tomu, aby byl pro osoby využívající mobilitu zabezpečen přiměřený dohled, poradenství a podpora.
|
|
Onder deze vorm van mobiliteit vallen onder meer:
|
Tato mobilita může zahrnovat:
|
|
i) uitwisselingen van leerlingen en personeel;
|
i) výměnu žáků a pracovníků;
|
|
ii) voor leerlingen: mobiliteit met betrekking tot scholen en voor onderwijzend personeel: stages bij scholen of ondernemingen;
|
ii) mobilitu žáků do škol a stáže pedagogických pracovníků ve školách nebo podnicích;
|
|
iii) deelname aan scholingscursussen voor onderwijsgevenden en ander onderwijzend personeel;
|
iii) účast učitelů a dalších pedagogických pracovníků na vzdělávacích kurzech;
|
|
iv) studiebezoeken en voorbereidende bezoeken voor activiteiten ter bevordering van mobiliteit en partnerschaps-, project- of netwerkactiviteiten;
|
iv) studijní a přípravné pobyty pro mobilitu, partnerství, projektové nebo síťové činnosti;
|
|
v) assistentschappen voor onderwijsgevenden en onderwijsgevenden in opleiding;
|
v) asistenční pobyty učitelů a potenciálních učitelů;
|
|
b) vorming van partnerschappen zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder b), tussen:
|
b) rozvoj partnerství uvedených v čl. 5 odst. 1 písm. b) mezi:
|
|
i) scholen ter ontwikkeling van gezamenlijke leerprojecten voor leerlingen en hun onderwijsgevenden ("Comenius-partnerschappen");
|
i) školami s cílem rozvoje společných vzdělávacích projektů pro žáky a jejich učitele ("partnerství škol v rámci programu Comenius");
|
|
ii) organisaties die verantwoordelijk zijn voor schoolonderwijs, met het oog op meer interregionale samenwerking, waaronder samenwerking in grensgebieden ("Comenius-regiopartnerschappen");
|
ii) organizacemi odpovědnými za všechna hlediska školního vzdělávání za účelem posílení meziregionální spolupráce včetně spolupráce příhraničních regionů ("regionální partnerství v rámci programu Comenius");
|
|
c) multilaterale samenwerkingsprojecten zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder e). Hierbij kan het gaan om projecten die gericht zijn op:
|
c) mnohostranné projekty uvedené v čl. 5 odst. 1 písm. e). Ty mohou zahrnovat projekty zaměřené na:
|
|
i) de ontwikkeling, bevordering en verspreiding van beste praktijken op onderwijsgebied, met inbegrip van nieuwe onderwijsmethoden en nieuw onderwijsmateriaal;
|
i) rozvoj, podporu a šíření osvědčených vzdělávacích postupů, včetně nových výukových metod nebo materiálů;
|
|
ii) het opdoen en uitwisselen van ervaringen met voorlichtings- en begeleidingssystemen die met name toegesneden zijn op lerenden, docenten en ander personeel in het kader van het Comenius-programma;
|
ii) rozvoj nebo výměnu zkušeností se systémy poskytujícími informace nebo poradenství zejména přizpůsobené studujícím, učitelům a jiným pracovníkům, kterých se týká program Comenius;
|
|
iii) de ontwikkeling, bevordering en verspreiding van nieuwe cursussen of nieuwe inhoud voor de cursussen voor onderwijsgevenden;
|
iii) rozvoj, podporu a šíření nových vzdělávacích kurzů pro učitele nebo jejich nového obsahu;
|
|
d) multilaterale netwerken zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder e). Hierbij kan het onder meer gaan om netwerken die gericht zijn op:
|
d) mnohostranné sítě uvedené v čl. 5 odst. 1 písm. e). Ty mohou zahrnovat sítě zaměřené na:
|
|
i) de verdere ontwikkeling van het onderwijs in een studierichting of in een vak waarbinnen de netwerken actief zijn, ten behoeve van de netwerken zelf of ten behoeve van het onderwijs in het algemeen;
|
i) rozvoj vzdělávání v oboru nebo oblasti, ve kterých působí, k vlastnímu užitku a celkově ve prospěch vzdělávání;
|
|
ii) het opdoen en uitwisselen van ervaringen met goede en relevante praktijken en vernieuwingen;
|
ii) získávání a šíření příslušných osvědčených postupů a inovací;
|
|
iii) inhoudelijke ondersteuning van projecten en partnerschappen die door anderen zijn opgezet;
|
iii) poskytování podpory obsahu pro projekty a partnerství vytvořené někým jiným;
|
|
iv) de bevordering van behoefteanalyses en de vertaling daarvan in de praktijk van het onderwijs op school;
|
iv) podporu rozvoje analýzy potřeb a jejího praktického využití ve školním vzdělávání;
|
|
e) andere initiatieven die de doelstellingen van het Comenius-programma beogen te bevorderen, zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder h) ("flankerende maatregelen").
|
e) další iniciativy zaměřené na podporu cílů programu Comenius uvedené v čl. 5 odst. 1 písm. h) ("doprovodná opatření").
|
|
2. De operationele details van de in lid 1 bedoelde activiteiten worden vastgelegd volgens de procedure van artikel 10, lid 2.
|
2. O provozních podrobnostech akcí uvedených v odstavci 1 se rozhodne postupem podle čl. 10 odst. 2.
|
|
Artikel 19
|
Článek 19
|
|
Aan het Comenius-programma toegewezen bedragen
|
Částky přidělené programu Comenius
|
|
Ten minste 80 % van de aan het Comenius-programma toegewezen bedragen wordt gebruikt voor steunverlening op het gebied van de mobiliteit als bedoeld in artikel 18, lid 1, onder a), en de Comenius-partnerschappen als bedoeld in artikel 18, lid 1, onder b).
|
Alespoň 80 % z částek přidělených programu Comenius je věnováno podpoře mobility podle čl. 18 odst. 1 písm. a) a partnerstvím v rámci programu Comenius podle čl. 18 odst. 1 písm. b).
|
|
HOOFDSTUK II
|
KAPITOLA II
|
|
Het Erasmus-programma
|
Program Erasmus
|
|
Artikel 20
|
Článek 20
|
|
Toegang tot het Erasmus-programma
|
Přístup k programu Erasmus
|
|
In het kader van het programma Een Leven Lang Leren is het Erasmus-programma bestemd voor:
|
V rámci programu celoživotního učení je program Erasmus zaměřen na:
|
|
a) studenten en stagiairs in alle vormen van onderwijs en opleiding op tertiair niveau;
|
a) studenty a učně studující ve všech formách vysokoškolského vzdělávání a odborné přípravy;
|
|
b) instellingen voor hoger onderwijs, als gespecificeerd door de lidstaten;
|
b) vysokoškolské instituce uvedené členskými státy;
|
|
c) onderwijsgevenden, opleiders en ander personeel bij die instellingen;
|
c) učitele, školitele a jiné pracovníky v těchto institucích;
|
|
d) verenigingen en vertegenwoordigers van personen die bij het hoger onderwijs betrokken zijn, met inbegrip van de daarmee verband houdende verenigingen van studenten, universiteiten en onderwijsgevenden/opleiders;
|
d) sdružení a zástupce subjektů, které jsou zapojeny do vysokoškolského vzdělávání, včetně příslušných sdružení studentů, vysokých škol a učitelů či a školitelů;
|
|
e) ondernemingen, sociale partners en andere vertegenwoordigers uit de wereld van het werk;
|
e) podniky, sociální partnery a další zástupce pracovního života;
|
|
f) publieke en private organisaties, met inbegrip van organisaties zonder winstoogmerk en NGO's, die verantwoordelijk zijn voor de organisatie en voorzieningen op onderwijs- en opleidingsgebied op lokaal, regionaal en nationaal niveau;
|
f) veřejné a soukromé subjekty včetně neziskových a nevládních organizací, zodpovědné za organizaci a zajišťování vzdělávání a odborné přípravy na místní, regionální a celostátní úrovni;
|
|
g) onderzoekscentra en organisaties die zich bezighouden met vraagstukken op het gebied van een leven lang leren;
|
g) výzkumná střediska a subjekty zabývající se otázkami celoživotního učení;
|
|
h) organisaties die diensten op het gebied van begeleiding, advies en voorlichting bieden met betrekking tot aspecten van een leven lang leren.
|
h) subjekty poskytující poradenské, konzultační a informační služby ohledně všech aspektů celoživotního učení.
|
|
Artikel 21
|
Článek 21
|
|
Doelstellingen van het Erasmus-programma
|
Cíle programu Erasmus
|
|
1. Het Erasmus-programma heeft naast de in artikel 1 beschreven doelstellingen van het programma Een Leven Lang Leren de volgende specifieke doelstellingen:
|
1. Kromě cílů programu celoživotního učení stanovených v článku 1 sleduje program Erasmus tyto zvláštní cíle:
|
|
a) ondersteuning bieden bij de realisering van een Europese Ruimte voor hoger onderwijs;
|
a) podporovat realizaci Evropského prostoru vysokoškolského vzdělávání;
|
|
b) stimuleren van de bijdrage van het hoger wetenschappelijk onderwijs en het hoger beroepsonderwijs aan innovatieprocessen.
|
b) posilovat přínos vysokoškolského vzdělávání a dalšího odborného vzdělávání inovačnímu procesu.
|
|
2. De operationele doelstellingen van het Erasmus-programma zijn de volgende:
|
2. Operativní cíle programu Erasmus jsou:
|
|
a) bewerkstelligen van meer en in kwalitatief opzicht hoogwaardiger mobiliteit onder studenten en onderwijzend personeel in geheel Europa, zodat in 2012 ten minste 3 miljoen personen in het kader van Erasmus en de daaraan voorafgaande programma's mobiel zijn geweest;
|
a) zlepšit kvalitu a zvýšit objem mobility studentů a pedagogických pracovníků v rámci Evropy, a přispět tak k dosažení toho, aby se do roku 2012 zúčastnily mobility studentů podle programu Erasmus a programů, které mu předcházely, alespoň 3 miliony osob;
|
|
b) bewerkstelligen van meer en in kwalitatief opzicht hoogwaardiger multilaterale samenwerking tussen de instellingen voor hoger onderwijs in Europa;
|
b) zlepšit kvalitu a zvýšit objem mnohostranné spolupráce mezi vysokoškolskými institucemi v Evropě;
|
|
c) bewerkstelligen van een grotere transparantie in en compatibiliteit tussen de kwalificaties die in het hoger wetenschappelijk onderwijs en het hoger beroepsonderwijs in Europa worden verworven;
|
c) zvýšit úroveň průhlednosti a slučitelnosti kvalifikací vysokoškolského vzdělávání a dalšího odborného vzdělávání získaných v Evropě;
|
|
d) bewerkstelligen van meer en in kwalitatief opzicht hoogwaardiger samenwerking tussen instellingen voor hoger onderwijs en ondernemingen;
|
d) zlepšit kvalitu a zvýšit objem spolupráce mezi vysokoškolskými institucemi a podniky;
|
|
e) vergemakkelijken van de ontwikkeling van innoverende praktijken in onderwijs en opleiding op tertiair niveau en de overdracht daarvan, ook tussen deelnemende landen;
|
e) usnadňovat rozvoj inovačních postupů v oblasti vzdělávání a odborné přípravy na vysokoškolské úrovni a jejich předávání včetně předávání z jedné zúčastněné země do dalších;
|
|
f) ondersteunen van de ontwikkeling van op ICT gebaseerde vernieuwende inhoud, diensten, pedagogische methodes, alsook praktijken voor levenslang leren.
|
f) podporovat rozvoj inovačního obsahu, služeb, pedagogických postupů a praxe založených na informačních a komunikačních technologiích v oblasti celoživotního učení.
|
|
Artikel 22
|
Článek 22
|
|
Activiteiten van het Erasmus-programma
|
Akce programu Erasmus
|
|
1. In het kader van het Erasmus-programma kan voor de volgende activiteiten steun worden verleend:
|
1. Program Erasmus může podporovat tyto akce:
|
|
a) mobiliteit van personen zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder a). Onder dit soort mobiliteit vallen onder meer:
|
a) mobilitu osob uvedenou v čl. 5 odst. 1 písm. a). Tato mobilita může zahrnovat:
|
|
i) mobiliteit van studenten voor studie- of opleidingsdoeleinden aan instellingen voor hoger onderwijs in lidstaten, alsook stages bij ondernemingen, opleidingscentra, onderzoekscentra of andere organisaties;
|
i) mobilitu studentů za účelem studia nebo odborné přípravy na vysokoškolských institucích v členských státech a stáže v podnicích, školicích střediscích, výzkumných střediscích nebo jiných organizacích;
|
|
ii) mobiliteit van onderwijzend personeel van instellingen voor hoger onderwijs met het doel bij een partnerinstelling in het buitenland onderwijs te geven of daar scholing te volgen;
|
ii) mobilitu pedagogických pracovníků vysokoškolských institucí za účelem výuky nebo odborné přípravy v zahraniční partnerské instituci;
|
|
iii) mobiliteit van ander personeel van instellingen voor hoger onderwijs en personeel van ondernemingen met als doel scholing te volgen of onderwijs te geven;
|
iii) mobilitu jiných pracovníků vysokoškolských institucí a zaměstnanců podniků za účelem odborné přípravy nebo výuky;
|
|
iv) intensieve, op multilaterale basis georganiseerde programma's in het kader van Erasmus.
|
iv) intenzivní programy Erasmus pořádané na mnohostranném základě.
|
|
Daarnaast kan steun worden verleend voor activiteiten van instellingen voor hoger onderwijs en ondernemingen in het eigen land en het gastland, waaronder voorbereidende talencursussen en opfriscursussen, teneinde in alle fasen van het mobiliteitstraject voor kwaliteit te zorgen.
|
Podporu mohou získat také domácí a hostitelské vysokoškolské instituce nebo podniky pro akce na zajištění kvality ve všech fázích opatření pro mobilitu, včetně přípravných a opakovacích jazykových kursů;
|
|
b) multilaterale projecten zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder e), die onder meer gericht zijn op vernieuwingen en experimenten en de uitwisseling van goede praktijken op de terreinen die zijn vermeld in de specifieke en operationele doelstellingen;
|
b) mnohostranné projekty uvedené v čl. 5 odst. 1 písm. e), zaměřené mimo jiné na inovace, pokusy a výměnu osvědčených postupů v oblastech uvedených ve zvláštních a operativních cílech;
|
|
c) multilaterale netwerken zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder e), die door samenwerkingsverbanden van instellingen voor hoger onderwijs gecoördineerd worden en die een studierichting of een multidisciplinair terrein bestrijken ("thematische Erasmus-netwerken") en tot doel hebben om nieuwe concepten en competenties op het gebied van het leren uit te werken. Van dergelijke netwerken kunnen ook vertegenwoordigers van andere publieke organisaties, ondernemingen of verenigingen deel uitmaken;
|
c) mnohostranné sítě uvedené v čl. 5 odst. 1 písm. e), provozované asociacemi vysokoškolských institucí a představující oblast jednoho vědního oboru nebo oblast napříč vědními obory ("tematické sítě v rámci programu Erasmus"), které jsou zaměřeny na rozvoj nových studijních konceptů a schopností. Tyto sítě mohou také zahrnovat zástupce jiných veřejných subjektů nebo podniků či sdružení;
|
|
d) andere initiatieven die de doelstellingen van het Erasmus-programma beogen te bevorderen, zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder h) ("flankerende maatregelen").
|
d) další iniciativy zaměřené na podporu cílů programu Erasmus uvedené v čl. 5 odst. 1 písm. h) ("doprovodná opatření").
|
|
2. Van mobiliteit zoals bedoeld in lid 1, onder a), letter i), ("Erasmus-studenten") kunnen gebruikmaken:
|
2. Osoby účastnící se mobility podle odst. 1 písm. a) bodu i) ("studenti v rámci programu Erasmus") jsou:
|
|
a) studenten aan instellingen voor hoger onderwijs die minstens in het tweede jaar zijn ingeschreven en die in het kader van de op mobiliteit gerichte activiteiten van het Erasmus-programma een studieperiode in een andere lidstaat doorbrengen, ongeacht of hun in het kader van het programma financiële steun is toegekend. Dergelijke studieperioden worden in het kader van interinstitutionele akkoorden tussen de uitzendende instelling en de ontvangende instelling volledig erkend. De ontvangende instellingen mogen van deze studenten geen collegegeld verlangen;
|
a) studenti vysokoškolských institucí, kteří jsou zapsáni alespoň do druhého roku studia, v rámci akce mobility programu Erasmus absolvují studijní období v jiném členském státě, bez ohledu na to, zda získali finanční podporu v rámci daného programu či nikoli. Tato období jsou plně uznávána podle interinstitucionálních dohod mezi vysílající a hostitelskou institucí. Hostitelské instituce těmto studentům neúčtují školné;
|
|
b) studenten die zich ingeschreven hebben voor een gezamenlijk mastersprogramma en een mobiliteitstraject volgen;
|
b) studenti zapsaní v programech Joint Masters (společný magisterský program) a účastnící se mobility;
|
|
c) studenten van instellingen voor hoger onderwijs die stage lopen.
|
c) studenti vysokoškolských institucí účastnící se stáží.
|
|
3. De operationele details van de in lid 1 bedoelde activiteiten worden vastgelegd volgens de procedure van artikel 10, lid 2.
|
3. O provozních podrobnostech akcí uvedených v odstavci 1 se rozhodne postupem podle čl. 10 odst. 2.
|
|
Artikel 23
|
Článek 23
|
|
Aan het Erasmus-programma toegewezen middelen
|
Částky přidělené programu Erasmus
|
|
Ten minste 80 % van de aan het Erasmus-programma toegewezen middelen wordt gebruikt voor steunverlening op het gebied van de mobiliteit als bedoeld in artikel 22, lid 1, onder a).
|
Alespoň 80 % z částek přidělených programu Erasmus je věnováno podpoře mobility podle čl. 22 odst. 1 písm. a).
|
|
HOOFDSTUK III
|
KAPITOLA III
|
|
Het Leonardo da Vinci-programma
|
Program Leonardo da Vinci
|
|
Artikel 24
|
Článek 24
|
|
Toegang tot het Leonardo da Vinci-programma
|
Přístup k programu Leonardo da Vinci
|
|
In het kader van het programma Een Leven Lang Leren is het Leonardo da Vinci-programma bestemd voor:
|
V rámci programu celoživotního učení je program Leonardo da Vinci zaměřen na:
|
|
a) personen in alle vormen van het beroepsonderwijs en van beroepsopleidingen, behalve op tertiair niveau;
|
a) osoby účastnící se všech forem odborného vzdělávání a přípravy s výjimkou vysokoškolské úrovně;
|
|
b) mensen op de arbeidsmarkt;
|
b) osoby na trhu práce;
|
|
c) instellingen en organisaties die leermogelijkheden aanbieden op de door het Leonardo da Vinci-programma bestreken terreinen;
|
c) instituce nebo organizace poskytující možnosti vzdělávání v oblastech, na které se vztahuje program Leonardo da Vinci;
|
|
d) onderwijsgevenden, opleiders en ander personeel van die instellingen of organisaties;
|
d) učitele, školitele a jiné pracovníky v těchto institucích nebo organizacích;
|
|
e) verenigingen en vertegenwoordigers van personen die bij het beroepsonderwijs of bij beroepsopleidingen betrokken zijn, met inbegrip van verenigingen van personen die dit soort opleidingen volgen, ouders en onderwijsgevenden;
|
e) sdružení a zástupce subjektů, které jsou zapojeny do odborného vzdělávání a přípravy, včetně sdružení učňů, rodičů a učitelů;
|
|
f) ondernemingen, sociale partners en andere vertegenwoordigers uit het beroepsleven, met inbegrip van de Kamers van Koophandel en andere belangenorganisaties op het gebied van de handel;
|
f) podniky, sociální partnery a další zástupce pracovního života včetně obchodních komor a jiných obchodních organizací;
|
|
g) instanties die begeleiding, advies en voorlichting geven in verband met enig aspect van een leven lang leren;
|
g) subjekty poskytující poradenské, konzultační a informační služby související se všemi aspekty celoživotního učení;
|
|
h) personen en instanties die op lokaal, regionaal en nationaal niveau verantwoordelijk zijn voor de stelsels en het beleid ten aanzien van een of meer aspecten van beroepsonderwijs en van beroepsopleidingen;
|
h) osoby a subjekty zodpovědné za systémy a politiky týkající se jakéhokoli aspektu odborného vzdělávání a přípravy na místní, regionální a celostátní úrovni;
|
|
i) onderzoekscentra en -instellingen die zich bezighouden met vraagstukken op het gebied van een leven lang leren;
|
i) výzkumná střediska a subjekty zabývající se otázkami celoživotního učení;
|
|
j) instellingen voor hoger onderwijs;
|
j) vysokoškolské instituce;
|
|
k) organisaties zonder winstoogmerk, vrijwilligersorganisaties en niet-gouvernementele organisaties.
|
k) neziskové organizace, dobrovolné organizace, nevládní organizace.
|
|
Artikel 25
|
Článek 25
|
|
Doelstellingen van het Leonardo da Vinci-programma
|
Cíle programu Leonardo da Vinci
|
|
1. Het Leonardo da Vinci-programma heeft naast de in artikel 1 beschreven doelstellingen de volgende specifieke doelstellingen:
|
1. Kromě cílů programu celoživotního učení stanovených v článku 1 sleduje program Leonardo da Vinci tyto zvláštní cíle:
|
|
a) ondersteunen van deelnemers aan opleiding en verdere opleidingsactiviteiten bij het verwerven en benutten van kennis, vaardigheden en kwalificaties ter bevordering van de persoonlijke ontplooiing, inzetbaarheid en deelname aan de Europese arbeidsmarkt;
|
a) podporovat účastníky odborné přípravy a dalších vzdělávacích činností v získávání a používání vědomostí, dovedností a kvalifikací podporujících osobní rozvoj, zaměstnatelnost a účast na evropském trhu práce;
|
|
b) ondersteunen van verbeteringen op het gebied van kwaliteit en innovaties in de stelsels en instellingen voor beroepsonderwijs en -opleidingen en in de praktijken terzake;
|
b) podporovat zvyšování kvality a inovace v systémech, institucích a postupech odborného vzdělávání a přípravy;
|
|
c) bevorderen van de aantrekkelijkheid van beroepsonderwijs en -opleiding en mobiliteit voor werkgevers en individuele personen en vergemakkelijken van de mobiliteit van werkende stagiaires.
|
c) zvýšit přitažlivost odborného vzdělávání a přípravy a mobility pro zaměstnavatele a jednotlivce a usnadňovat mobilitu učňů.
|
|
2. Het Leonardo da Vinci-programma heeft de volgende operationele doelstellingen:
|
2. Operativní cíle programu Leonardo da Vinci jsou:
|
|
a) bewerkstelligen van meer en in kwalitatief opzicht hoogwaardiger mobiliteit in heel Europa onder personen die initieel beroepsonderwijs, een initiële beroepsopleiding of bij- of nascholing volgen, zodat vóór het eind van het programma Een Leven Lang Leren per jaar ten minste 80000 stages bij ondernemingen worden gevolgd;
|
a) zlepšit kvalitu a zvýšit objem mobility osob zapojených do počátečního odborného vzdělávání a přípravy a do další odborné přípravy v rámci Evropy, aby do ukončení programu celoživotního učení došlo k nárůstu stáží v podnicích alespoň na 80000 za rok;
|
|
b) bewerkstelligen van meer en in kwalitatief opzicht hoogwaardiger samenwerking tussen de instellingen en organisaties die leermogelijkheden aanbieden, ondernemingen, de sociale partners en andere relevante organisaties in geheel Europa;
|
b) zlepšit kvalitu a zvýšit objem spolupráce mezi institucemi nebo organizacemi poskytujícími možnosti vzdělávání, podniky, sociálními partnery a dalšími příslušnými subjekty v Evropě;
|
|
c) bevorderen van de ontwikkeling van vernieuwende praktijken op het gebied van beroepsonderwijs en -opleidingen, behalve op tertiair niveau, en van de overdracht daarvan, met inbegrip van de overdracht van het ene naar het andere deelnemende land;
|
c) podporovat rozvoj inovačních postupů v oblasti odborného vzdělávání a přípravy na jiné než vysokoškolské úrovni a jejich předávání, včetně předávání z jedné zúčastněné země do dalších;
|
|
d) verbeteren van de transparantie en erkenning van kwalificaties en competenties, met inbegrip van die welke door niet-formeel en informeel leren zijn verworven;
|
d) zlepšit průhlednost a uznávání kvalifikací a schopností, včetně kvalifikací a schopností získaných neformálním vzděláváním a informálním učením;
|
|
e) stimuleren van het leren van moderne vreemde talen;
|
e) podporovat studium moderních cizích jazyků;
|
|
f) ondersteunen van de ontwikkeling van vernieuwende inhoud, diensten, pedagogische benaderingen, alsook praktijken voor levenslang leren die op ICT zijn gebaseerd.
|
f) podporovat rozvoj inovačního obsahu, služeb, pedagogik a praxe založených na informačních a komunikačních technologiích v oblasti celoživotního učení.
|
|
Artikel 26
|
Článek 26
|
|
Activiteiten van het Leonardo da Vinci-programma
|
Akce programu Leonardo da Vinci
|
|
1. In het kader van het Leonardo da Vinci-programma kan voor de volgende activiteiten steun worden verleend:
|
1. Program Leonardo da Vinci může podporovat tyto akce:
|
|
a) mobiliteit van personen zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder a). In de plannen of ondersteunende organisatorische werkzaamheden voor deze vorm van mobiliteit worden de noodzakelijke voorbereidende maatregelen, onder meer op het gebied van de taalkundige voorbereiding, genomen, en wordt er zorg voor gedragen dat personen die bij de activiteiten voor mobiliteit betrokken zijn passende leiding en ondersteuning krijgen. Onder dit soort mobiliteit vallen onder meer:
|
a) mobilitu osob uvedenou v čl. 5 odst. 1 písm. a). Při zajišťování nebo podpoře organizace této mobility se přijmou nezbytná přípravná opatření, včetně jazykové přípravy, a zajistí se, aby byl pro osoby účastnící se mobility zabezpečen přiměřený dohled a podpora. Tato mobilita může zahrnovat:
|
|
i) transnationale stages bij ondernemingen of opleidingsinstellingen;
|
i) mezinárodní stáže v podnicích nebo vzdělávacích institucích;
|
|
ii) stages en uitwisselingen met het oog op de verdere beroepsontplooiing van opleiders en adviseurs, alsook voor personen die verantwoordelijkheid dragen voor opleidingsinstellingen en voor de opleidingsplanning en loopbaanbegeleiding bij ondernemingen;
|
ii) stáže a výměny zaměřené na další profesní rozvoj školitelů a poradců a na osoby zodpovědné za zařízení odborné přípravy, plánování odborné přípravy a profesní poradenství v podnicích;
|
|
b) partnerschappen zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder b), inzake vraagstukken die voor de deelnemende organisaties van gemeenschappelijk belang zijn;
|
b) partnerství uvedená v čl. 5 odst. 1 písm. b) zaměřená na témata společného zájmu zúčastněných organizací;
|
|
c) multilaterale projecten zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder c), met name projecten die de beroepsopleidingsstelsels beogen te verbeteren door het accent te leggen op de overdracht van vernieuwingen, met inbegrip van projecten voor de talige, culturele en wettelijke aanpassing van vernieuwende producten en processen uit uiteenlopende contexten aan de behoeften van het eigen land;
|
c) mnohostranné projekty uvedené v čl. 5 odst. 1 písm. c), zejména projekty zaměřené na zdokonalení systémů odborné přípravy, a to zaměřením se na předávání inovací zahrnující jazykové, kulturní a právní přizpůsobení vnitrostátním potřebám inovačních výrobků a procesů vyvinutých v odlišných podmínkách;
|
|
d) multilaterale projecten zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder e), die de opleidingsstelsels beogen te verbeteren door het accent te leggen op de ontwikkeling van vernieuwingen en goede praktijken;
|
d) mnohostranné projekty uvedené v čl. 5 odst. 1 písm. e), zaměřené na zdokonalení systémů odborné přípravy, a to zaměřením se na rozvoj inovací a osvědčených postupů;
|
|
e) thematische netwerken van deskundigen en organisaties zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder e), die aan specifieke vraagstukken op het gebied van beroepsonderwijs en beroepsopleidingen werken;
|
e) tematické sítě odborníků a organizací uvedené v čl. 5 odst. 1 písm. e), pracující na konkrétních problémech týkajících se odborného vzdělávání a přípravy;
|
|
f) andere initiatieven die de doelstellingen van het Leonardo da Vinci-programma beogen te bevorderen, zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder h) ("flankerende maatregelen").
|
f) další iniciativy zaměřené na podporu cílů programu Leonardo da Vinci uvedené v čl. 5 odst. 1 písm. h) ("doprovodná opatření").
|
|
2. De operationele details van dit soort activiteiten worden vastgelegd volgens de procedure van artikel 10, lid 2.
|
2. O provozních podrobnostech těchto akcí se rozhodne postupem podle čl. 10 odst. 2.
|
|
Artikel 27
|
Článek 27
|
|
Aan het Leonardo da Vinci-programma toegewezen middelen
|
Částky přidělené programu Leonardo da Vinci
|
|
Ten minste 60 % van de aan het Leonardo da Vinci-programma toegewezen middelen wordt gebruikt voor steunverlening op het gebied van de mobiliteit en partnerschappen als bedoeld in artikel 26, lid 1, onder a) en b).
|
Alespoň 60 % z částek přidělených programu Leonardo da Vinci je věnováno podpoře mobility a partnerstvím podle čl. 26 odst. 1 písm. a) a b).
|
|
HOOFDSTUK IV
|
KAPITOLA IV
|
|
Het Grundtvig-programma
|
Program Grundtvig
|
|
Artikel 28
|
Článek 28
|
|
Toegang tot het Grundtvig-programma
|
Přístup k programu Grundtvig
|
|
In het kader van het programma Een Leven Lang Leren is het Grundtvig-programma bestemd voor:
|
V rámci programu celoživotního učení je program Grundtvig zaměřen na:
|
|
a) lerenden in het kader van de volwasseneneducatie;
|
a) účastníky dalšího vzdělávání;
|
|
b) instellingen en organisaties die leermogelijkheden aanbieden in het kader van de volwasseneneducatie;
|
b) instituce nebo organizace poskytující možnosti vzdělávání dospělých;
|
|
c) onderwijsgevenden, en andere personeelsleden van die instellingen en organisaties;
|
c) učitele a jiné pracovníky v těchto institucích nebo organizacích;
|
|
d) instellingen die betrokken zijn bij de initiële opleiding en de bij- en nascholing van op het gebied van de volwasseneneducatie werkzame personen;
|
d) instituce zapojené do počáteční nebo další odborné přípravy pracovníků působících v dalším vzdělávání;
|
|
e) verenigingen en vertegenwoordigers van personen die op het gebied van de volwasseneneducatie werkzaam zijn, met inbegrip van verenigingen van lerenden en onderwijsgevenden;
|
e) sdružení a zástupce subjektů, které jsou zapojeny do dalšího vzdělávání, včetně sdružení studujících a učitelů;
|
|
f) instanties die begeleiding, advies en voorlichting geven in verband met enig aspect van een leven lang leren;
|
f) subjekty poskytující poradenské, konzultační a informační služby týkající se všech aspektů celoživotního učení;
|
|
g) personen en organisaties die op lokaal, regionaal en nationaal niveau verantwoordelijk zijn voor de stelsels en het beleid ten aanzien van één of meer aspecten van de volwasseneneducatie;
|
g) osoby a subjekty zodpovědné za systémy a politiky týkající se jakéhokoli aspektu dalšího vzdělávání na místní, regionální a celostátní úrovni;
|
|
h) onderzoekscentra en organisaties die zich bezighouden met vraagstukken op het gebied van een leven lang leren;
|
h) výzkumná střediska a subjekty zabývající se otázkami celoživotního učení;
|
|
i) ondernemingen;
|
i) podniky;
|
|
j) organisaties zonder winstoogmerk, vrijwilligersorganisaties en niet-gouvernementele organisaties;
|
j) neziskové organizace, dobrovolné organizace, nevládní organizace;
|
|
k) instellingen voor hoger onderwijs.
|
k) vysokoškolské instituce.
|
|
Artikel 29
|
Článek 29
|
|
Doelstellingen van het Grundtvig-programma
|
Cíle programu Grundtvig
|
|
1. Het Grundtvig-programma heeft naast de in artikel 1 beschreven doelstellingen van het programma Een Leven Lang Leren de volgende specifieke doelstellingen:
|
1. Kromě cílů programu celoživotního učení stanovených v článku 1 sleduje program Grundtvig tyto zvláštní cíle:
|
|
a) inhaken op de vergrijzing in Europa en de daaruit voortvloeiende uitdaging voor het onderwijs;
|
a) reagovat na otázku vzdělávání stárnoucí populace v Evropě;
|
|
b) helpen voorzien in trajecten voor de verbetering van de kennis en vaardigheden van volwassenen.
|
b) pomáhat zajišťovat dospělým osobám cesty ke zdokonalení znalostí a schopností.
|
|
2. Het Grundtvig-programma heeft de volgende operationele doelstellingen:
|
2. Operativní cíle programu Grundtvig jsou:
|
|
a) bewerkstelligen van in kwalitatief opzicht hoogwaardiger en beter toegankelijke mobiliteit onder bij de volwasseneneducatie betrokken personen in geheel Europa en vergroten van het volume daarvan teneinde uiterlijk in 2013 de mobiliteit van ten minste 7000 personen per jaar te ondersteunen;
|
a) zvýšit kvalitu a dostupnost mobility osob zapojených do dalšího vzdělávání v celé Evropě a zvýšit objem této mobility, aby do roku 2013 byla podporována mobilita alespoň 7000 těchto osob ročně;
|
|
b) bewerkstelligen van meer en in kwalitatief opzicht hoogwaardiger samenwerking tussen bij de volwasseneneducatie betrokken organisaties in geheel Europa;
|
b) zlepšit kvalitu a zvýšit objem spolupráce mezi organizacemi zapojenými do dalšího vzdělávání v Evropě;
|
|
c) ondersteuning bieden aan personen uit in sociaal opzicht kwetsbare milieus en aan mensen die in de marge van de maatschappij verkeren, met name ouderen en personen die het onderwijs zonder basiskwalificaties hebben verlaten, teneinde de betrokken alternatieve mogelijkheden voor toelating tot de volwasseneneducatie te bieden;
|
c) pomáhat osobám ze slabých sociálních skupin a osobám v okrajových sociálních podmínkách, zejména pak starším osobám a osobám, které skončily vzdělávání bez dosažení základní kvalifikace, aby získaly jiné příležitosti zapojit se do dalšího vzdělávání;
|
|
d) bevorderen van de ontwikkeling van innovatieve praktijken op het gebied van de volwasseneneducatie en van de overdracht daarvan, met inbegrip van de overdracht van het ene deelnemende land naar het andere;
|
d) podporovat rozvoj inovačních postupů v dalším vzdělávání a jejich předávání, včetně předávání ze zemí účastnících se tohoto programu do jiných zemí;
|
|
e) ondersteunen van de ontwikkeling van op ICT gebaseerde vernieuwende inhoud, diensten, pedagogische benaderingen, alsook praktijken voor een leven lang leren;
|
e) podporovat rozvoj inovačního obsahu, služeb, pedagogik a praxe založených na informačních a komunikačních technologií v oblasti celoživotního učení;
|
|
f) verbeteren van pedagogische benaderingen en van het management van organisaties op het gebied van de volwasseneneducatie.
|
f) zdokonalit pedagogické přístupy a řízení organizací zabývajících se dalším vzděláváním.
|
|
Artikel 30
|
Článek 30
|
|
Activiteiten van het Grundtvig-programma
|
Akce programu Grundtvig
|
|
1. In het kader van het Grundtvig-programma kan steun worden verleend voor de volgende activiteiten:
|
1. Program Grundtvig může podporovat tyto akce:
|
|
a) mobiliteit van personen zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder a). In de plannen of ondersteunende organisatorische werkzaamheden voor deze vorm van mobiliteit worden de noodzakelijke voorbereidende maatregelen genomen, en wordt er zorg voor gedragen dat personen die bij de activiteiten voor mobiliteit betrokken zijn op passende wijze leiding en ondersteuning krijgen. Onder deze mobiliteit vallen onder meer bezoeken, assistentschappen, uitwisselingen van personen die formele en niet-formele volwasseneneducatie volgen, met inbegrip van de opleiding en verdere professionele ontwikkeling van personen die werkzaam zijn op het gebied van volwasseneneducatie, vooral in synergie met partnerschappen en projecten;
|
a) mobilitu osob uvedenou v čl. 5 odst. 1 písm. a). Při zajišťování nebo podpoře organizace této mobility se přijmou nezbytná přípravná opatření a zajistí se, aby byl pro osoby účastnící se mobility zabezpečen přiměřený dohled a podpora. Tato mobilita může zahrnovat návštěvy, asistenční pobyty a výměny účastníků formálního a neformálního dalšího vzdělávání, včetně odborné přípravy a profesního rozvoje pracovníků působících v dalším vzdělávání, a to především v součinnosti s partnerstvími a projekty;
|
|
b) partnerschappen zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder b), (de "Grundtvig-partnerschappen voor het leren" genoemd) inzake vraagstukken die voor de deelnemende organisaties van wederzijds belang zijn;
|
b) partnerství uvedená v čl. 5 odst. 1 písm. b) ("studijní partnerství v rámci programu Grundtvig"), zaměřující se na témata společného zájmu zúčastněných organizací;
|
|
c) multilaterale projecten zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder e), die de stelsels voor volwasseneneducatie beogen te verbeteren door de ontwikkeling en overdracht van vernieuwingen en goede praktijken;
|
c) mnohostranné projekty uvedené v čl. 5 odst. 1 písm. e), zaměřené na zdokonalení systémů dalšího vzdělávání prostřednictvím rozvoje a předávání inovací a osvědčených postupů;
|
|
d) thematische netwerken van deskundigen en organisaties zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder e), (de "Grundtvig-netwerken" genoemd) die met name werken aan:
|
d) tematické sítě odborníků a organizací uvedené v čl. 5 odst. 1 písm. e) ("sítě programu Grundtvig"), pracující zejména na:
|
|
i) de ontwikkeling van volwasseneneducatie in de studierichting, op het vakgebied of ten aanzien van het managementaspect waarvoor het netwerk is opgericht;
|
i) rozvoji dalšího vzdělávání v oboru, oblasti nebo aspektu řízení, se kterým souvisí;
|
|
ii) de vaststelling, verbetering en verspreiding van relevante goede praktijken en vernieuwingen;
|
ii) určování, zdokonalování a šíření významných osvědčených postupů a inovací;
|
|
iii) de inhoudelijke ondersteuning van door anderen opgezette projecten en partnerschappen en de bevordering van interactieve samenwerking tussen deze projecten en partnerschappen;
|
iii) poskytování podpory obsahu pro projekty a partnerství vytvořené někým jiným a podporování vzájemné součinnosti mezi těmito projekty a partnerstvími;
|
|
iv) de bevordering van de verdere ontwikkeling van behoefteanalyses en kwaliteitsborging in de volwasseneneducatie;
|
iv) podporování rozvoje analýzy potřeb a zabezpečování jakosti v rámci dalšího vzdělávání;
|
|
e) andere initiatieven die de doelstellingen van het Grundtvig-programma beogen te bevorderen, zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder h) ("flankerende maatregelen").
|
e) další iniciativy zaměřené na podporu cílů programu Grundtvig uvedené v čl. 5 odst. 1 písm. h) ("doprovodná opatření").
|
|
2. De operationele details van deze activiteiten worden vastgelegd volgens de procedure van artikel 10, lid 2.
|
2. O provozních podrobnostech akcí uvedených v odstavci 1 se rozhodne postupem podle čl. 10 odst. 2.
|
|
Artikel 31
|
Článek 31
|
|
Aan het Grundtvig-programma toegewezen middelen
|
Částky přidělené programu Grundtvig
|
|
Ten minste 55 % van de aan het Grundtvig-programma toegewezen middelen wordt gebruikt voor steunverlening op het gebied van de mobiliteit en partnerschappen als bedoeld in artikel 30, lid 1, onder a) en b).
|
Alespoň 55 % z částek přidělených programu Grundtvig je věnováno podpoře mobility a partnerstvím podle čl. 30 odst. 1 písm. a) a b).
|
|
HOOFDSTUK V
|
KAPITOLA V
|
|
Het Transversale Programma
|
Průřezový program
|
|
Artikel 32
|
Článek 32
|
|
Doelstellingen van het Transversale Programma
|
Cíle průřezového programu
|
|
1. Het Transversale Programma heeft naast de in artikel 1 beschreven doelstellingen de volgende specifieke doelstellingen:
|
1. Kromě cílů programu celoživotního učení stanovených v článku 1 sleduje průřezový program tyto zvláštní cíle:
|
|
a) bevorderen van Europese samenwerking op terreinen die twee of meer subprogramma's bestrijken;
|
a) podporovat evropskou spolupráci v oblastech pokrývajících dva či více odvětvových podprogramů;
|
|
b) bevorderen van de kwaliteit en transparantie van de onderwijs- en opleidingsstelsels in de lidstaten.
|
b) podporovat kvalitu a průhlednost vzdělávacích systémů a systémů odborné přípravy členských států.
|
|
2. Het Transversale Programma heeft de volgende operationele doelstellingen:
|
2. Operativní cíle průřezového programu jsou tyto:
|
|
a) ondersteunen van de ontwikkeling van een Europees beleid voor een leven lang leren en van samenwerking daarbij, met name tegen de achtergrond van het proces van Lissabon en "Onderwijs en opleiding 2010", alsook de processen van Bologna en Kopenhagen en de daarop aansluitende initiatieven;
|
a) podporovat rozvoj politiky a spolupráci v oblasti celoživotního učení na evropské úrovni, zejména v rámci Lisabonského procesu a pracovního programu "Vzdělávání a odborná příprava 2010", jakož i Boloňského a Kodaňského procesu a jejich následovníků;
|
|
b) zorg dragen voor een passend aanbod aan vergelijkbare gegevens, statistieken en analyses ter ondersteuning van de beleidsontwikkeling voor een leven lang leren en monitoren van de vooruitgang bij het verwezenlijken van de doelstellingen en streefcijfers op het gebied van een leven lang leren, en vaststellen van gebieden die specifieke aandacht behoeven;
|
b) zajistit dostatečný přísun srovnatelných údajů, statistik a analýz pro podchycení vývoje politiky celoživotního učení, jakož i sledovat pokrok v plnění cílů a úkolů celoživotního vzdělávání a určovat oblasti, kterým je třeba věnovat zvláštní pozornost;
|
|
c) bevorderen van het leren van talen en ondersteunen van de taalkundige verscheidenheid in de lidstaten;
|
c) podporovat studium jazyků a jazykovou rozmanitost v členských státech;
|
|
d) ondersteunen van de ontwikkeling van op ICT gebaseerde vernieuwende inhoud, diensten, pedagogische methodes, alsook praktijken voor een leven lang leren;
|
d) podporovat rozvoj inovačního obsahu, služeb, pedagogik a praxe založených na informačních a komunikačních technologiích v oblasti celoživotního učení;
|
|
e) ervoor zorg dragen dat de resultaten van het programma Een Leven Lang Leren op passende wijze worden erkend, over het voetlicht gebracht en op brede schaal toegepast.
|
e) zajistit, aby výsledky programu celoživotního učení byly v širokém měřítku náležitě uznávány, demonstrovány a prováděny.
|
|
Artikel 33
|
Článek 33
|
|
Activiteiten van het Transversale Programma
|
Akce průřezového programu
|
|
1. In het kader van de kernactiviteit beleidssamenwerking en vernieuwing op het gebied van een leven lang leren, zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, onder a), kan steun worden verleend voor:
|
1. V rámci hlavní činnosti spolupráce a inovace v oblasti politiky celoživotního učení uvedené v čl. 3 odst. 2 písm. a) mohou být podporovány tyto akce:
|
|
a) mobiliteit van personen zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder a), met inbegrip van studiebezoeken van deskundigen en ambtenaren die door de nationale, regionale of lokale overheid zijn aangewezen, directeuren van onderwijs-, en opleidingsinstellingen en begeleidingsdiensten en diensten voor de validering van verworven kennis, en de sociale partners;
|
a) mobilita osob uvedená v čl. 5 odst. 1 písm. a) včetně studijních pobytů odborníků a úředníků určených státními, regionálními nebo místními orgány, ředitelů vzdělávacích institucí, institucí odborné přípravy a poradenských služeb, jakož i služeb akreditace praxe, a sociálních partnerů;
|
|
b) multilaterale projecten zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder e), met het doel Europese beleidsvoorstellen voor te bereiden en te testen, alsmede vernieuwing op het gebied van een leven lang leren;
|
b) mnohostranné projekty uvedené v čl. 5 odst. 1 písm. e), zaměřené na přípravu a testování návrhů politik vytvořených na úrovni Společenství a inovace v celoživotním učení;
|
|
c) multilaterale netwerken zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder e), die samenwerking door deskundigen en/of instellingen op het gebied van beleidsvraagstukken ten doel hebben. Hieronder vallen onder meer:
|
c) mnohostranné sítě uvedené v čl. 5 odst. 1 písm. e) složené z odborníků nebo institucí spolupracujících na otázkách politik. Tyto sítě mohou zahrnovat:
|
|
i) thematische netwerken voor vraagstukken in verband met de inhoudelijke aspecten van een leven lang leren of de methoden en het beleid op dit terrein. Deze netwerken kunnen goede praktijken en vernieuwingen constateren, uitwisselen, in kaart brengen en analyseren, alsook voorstellen doen voor een betere en ruimere toepassing van deze goede praktijken in de lidstaten;
|
i) tematické sítě pracující na otázkách souvisejících s obsahem celoživotního učení nebo s metodikami a politikami celoživotního učení. Tyto sítě mohou sledovat, vyměňovat, určovat a analyzovat osvědčené postupy a inovace a podávat návrhy na lepší a širší používání těchto postupů v rámci členských států;
|
|
ii) fora over strategische vraagstukken op het gebied van een leven lang leren;
|
ii) fóra o strategických otázkách celoživotního učení;
|
|
d) observatie en analyse van het beleid en de stelsels op het gebied van een leven lang leren zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder f). Hieronder vallen onder meer:
|
d) sledování a analýza politik a systémů v oblasti celoživotního učení podle čl. 5 odst. 1 písm. f), které mohou zahrnovat:
|
|
i) studies en vergelijkend onderzoek;
|
i) studie a srovnávací výzkum;
|
|
ii) de ontwikkeling van indicatoren en statistische enquêtes, met inbegrip van ondersteuning van de werkzaamheden die op het gebied van een leven lang leren worden verricht in samenwerking met Eurostat;
|
ii) rozvoj ukazatelů a statistických průzkumů, včetně podpory práce v oblasti celoživotního učení ve spolupráci s Eurostatem;
|
|
iii) ondersteuning van de werkzaamheden van het Eurydice-netwerk en financiering van de door de Commissie opgezette Europese Eurydice-eenheid;
|
iii) podpora provozu sítě Eurydice a financování evropské jednotky Eurydice zřízené Komisí;
|
|
e) activiteiten ter ondersteuning van de transparantie en erkenning van kwalificaties en competenties waaronder competenties die door niet-formeel en informeel leren zijn verworven alsmede voorlichting en begeleiding in verband met mobiliteit voor leerdoeleinden, en samenwerking op het gebied van de kwaliteitsborging zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder f). Hieronder vallen onder meer:
|
e) akce na podporu průhlednosti a uznávání kvalifikací a schopností, včetně kvalifikací a schopností získaných neformálním vzděláváním a informálním učením, informací a poradenství o mobilitě pro studijní účely a spolupráce v zajišťování jakosti uvedené v čl. 5 odst. 1 písm. f), které mohou zahrnovat:
|
|
i) netwerken van organisaties die mobiliteit en erkenning bevorderen, zoals Euro-guidance en de Nationale Informatiecentra voor Academische Erkenning (NARIC's);
|
i) sítě organizací, které usnadňují mobilitu a uznávání, jako jsou Euroguidance a národní informační střediska pro akademické uznávání (NARIC);
|
|
ii) ondersteuning van transnationale webdiensten, zoals Ploteus;
|
ii) podporu pro nadnárodní webové služby, jako je Ploteus;
|
|
iii) activiteiten in het kader van het Europass-initiatief overeenkomstig Beschikking nr. 2241/2004/EG;
|
iii) činnosti v rámci iniciativy Europass podle rozhodnutí č. 2241/2004/ES;
|
|
f) andere initiatieven zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder h) ("flankerende maatregelen"), met inbegrip van "peer learning"-activiteiten, die de doelstellingen van de kernactiviteit in artikel 3, lid 2, onder a), beogen te bevorderen.
|
f) další iniciativy uvedené v čl. 5 odst. 1 písm. h) ("doprovodná opatření"), včetně činností vzájemného učení zaměřených na podporu cílů hlavní činnosti uvedené v čl. 3 odst. 2 písm. a).
|
|
2. In het kader van de kernactiviteit leren van talen, zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, onder b), kan steun worden verleend voor de volgende activiteiten die beogen te beantwoorden aan de behoeften van onderwijsgevenden en lerenden op verscheidene gebieden van het subprogramma:
|
2. V rámci hlavní činnosti studia jazyků uvedené v čl. 3 odst. 2 písm. b) mohou být podporovány tyto akce zabývající se výukovými a vzdělávacími potřebami v souvislosti s více než jednou oblastí podprogramu:
|
|
a) multilaterale projecten zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder e), die onder meer gericht zijn op:
|
a) mnohostranné projekty uvedené v čl. 5 odst. 1 písm. e), zaměřené mimo jiné na:
|
|
i) de ontwikkeling van nieuw materiaal voor het leren van talen, met inbegrip van onlinecursussen en instrumenten voor taaltests;
|
i) vývoj nových učebních materiálů pro studium jazyků, včetně on-line kurzů, a nástrojů pro jazykové testy;
|
|
ii) de ontwikkeling van instrumenten en materiaal voor de opleiding van onderwijsgevenden, opleiders en ander personeel op het gebied van talen;
|
ii) vývoj nástrojů a kurzů pro přípravu učitelů jazyků, školitelů a jiných pracovníků;
|
|
b) multilaterale samenwerkingsnetwerken zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder e), voor het leren van talen en voor de taalkundige verscheidenheid;
|
b) mnohostranné sítě uvedené v čl. 5 odst. 1 písm. e) v oblasti studia jazyků a jazykové rozmanitosti;
|
|
c) andere initiatieven die aansluiten bij de doelstellingen van het programma Een Leven Lang Leren, zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder h), met inbegrip van activiteiten die het leren van talen met behulp van de media en/of door marketing, reclame- en voorlichtingscampagnes aantrekkelijker maken, alsook conferenties, studies en werk met betrekking tot de ontwikkeling van statistische indicatoren op het gebied van het leren van talen en de taalkundige verscheidenheid.
|
c) další iniciativy, které jsou v souladu s cíli programu celoživotního učení, uvedené v čl. 5 odst. 1 písm. h), včetně činností zaměřených na zatraktivnění studia jazyků pro studující prostřednictvím masmédií nebo marketingových, propagačních a informačních kampaní, jakož i konferencí, studií a vývoje statistických ukazatelů v oblasti studia jazyků a jazykové rozmanitosti.
|
|
3. In het kader van de kernactiviteit ICT, zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, onder c), kan steun worden verleend voor de volgende activiteiten, die beogen te beantwoorden aan de behoeften van onderwijsgevenden en lerenden op verscheidene gebieden van het subprogramma:
|
3. V rámci hlavní činnosti týkající se informačních a komunikačních technologií uvedené v čl. 3 odst. 2 písm. c) mohou být podporovány tyto akce zabývající se výukovými a vzdělávacími potřebami v souvislosti s více než jednou oblastí podprogramu:
|
|
a) multilaterale projecten zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder e), die de ontwikkeling c.q. verspreiding van vernieuwende methoden, inhoud, diensten en leeromgevingen ten doel hebben;
|
a) mnohostranné projekty uvedené v čl. 5 odst. 1 písm. e), zaměřené na vývoj a případně na šíření inovačních metod, obsahů, služeb a prostředí;
|
|
b) multilaterale netwerken zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder e), voor het doorgeven en uitwisselen van kennis, ervaringen en goede praktijken;
|
b) mnohostranné sítě uvedené v čl. 5 odst. 1 písm. e), zaměřené na sdílení a výměnu znalostí, zkušeností a osvědčených postupů;
|
|
c) andere activiteiten die de verbetering van het beleid en de praktijk inzake een leven lang leren, als bedoeld in artikel 5, lid 1, onder f), ten doel hebben, waaronder activiteiten op het gebied van evaluatiemechanismen, observatie, benchmarking, kwaliteitsverbetering en de analyse van de ontwikkelingen op technologisch en pedagogisch gebied.
|
c) další akce zaměřené na zlepšení politiky a praxe celoživotního učení uvedené v čl. 5 odst. 1 písm. f), které mohou zahrnovat mechanismy pro hodnocení, sledování, srovnávání, zlepšování kvality a analýzu trendů, pokud jde o technologie a pedagogiku.
|
|
4. In het kader van de kernactiviteit verspreiding, zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, onder d), kan steun worden verleend voor:
|
4. V rámci hlavní činnosti šíření výsledků uvedené v čl. 3 odst. 2 písm. d) mohou být podporovány tyto akce:
|
|
a) unilaterale en nationale projecten zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder d);
|
a) jednostranné a vnitrostátní projekty uvedené v čl. 5 odst. 1 písm. d);
|
|
b) multilaterale projecten zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder e), die onder meer gericht zijn op:
|
b) mnohostranné projekty uvedené v čl. 5 odst. 1 písm. e), zaměřené mimo jiné na:
|
|
i) ondersteuning van de benutting en toepassing van vernieuwende producten en processen;
|
i) podporu využívání a zavádění inovačních výrobků a procesů;
|
|
ii) bevordering van de samenwerking tussen projecten die hetzelfde terrein bestrijken;
|
ii) podporu spolupráce mezi projekty prováděnými ve stejné oblasti;
|
|
iii) ontwikkeling van goede praktijken voor de verspreidingsmethoden;
|
iii) vývoj osvědčených postupů, pokud jde o metody šíření;
|
|
c) uitwerking van referentiemateriaal zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder f), waaronder het verzamelen van relevante statistische gegevens en studies over de verspreiding en benutting van de resultaten en de uitwisseling van goede praktijken.
|
c) vytváření referenčního materiálu uvedeného v čl. 5 odst. 1 písm. f), což může zahrnovat sběr příslušných statistických údajů a studií v oblasti šíření, využívání výsledků a výměny osvědčených postupů.
|
|
HOOFDSTUK VI
|
KAPITOLA VI
|
|
Het Jean Monnet-programma
|
Program Jean Monnet
|
|
Artikel 34
|
Článek 34
|
|
Toegang tot het Jean Monnet-programma
|
Přístup k programu Jean Monnet
|
|
In het kader van het programma Een Leven Lang Leren en de bijlage is het Jean Monnet-programma bestemd voor:
|
V rámci programu celoživotního učení je program Jean Monnet zaměřen na:
|
|
a) studenten en onderzoekers in alle vormen van het hoger onderwijs in en buiten de Gemeenschap die zich bezighouden met de Europese integratie;
|
a) studenty a výzkumné pracovníky v oblasti evropské integrace ve všech formách vysokoškolského vzdělávání na území Společenství a mimo něj;
|
|
b) instellingen voor hoger onderwijs in en buiten de Gemeenschap die als zodanig erkend zijn in hun eigen land;
|
b) vysokoškolské instituce ve Společenství i mimo něj uznávané ve svých zemích;
|
|
c) onderwijsgevenden en ander personeel bij die instellingen;
|
c) pedagogické a jiné pracovníky těchto institucí;
|
|
d) verenigingen en vertegenwoordigers van personen in en buiten de Gemeenschap die bij onderwijs en opleiding betrokken zijn;
|
d) sdružení a zástupce subjektů, které jsou zapojeny do vzdělávání a odborné přípravy na území Společenství a mimo něj;
|
|
e) publieke en private organisaties op lokaal, regionaal en nationaal niveau die verantwoordelijk zijn voor de organisatie en voorzieningen op het gebied van onderwijs en opleiding;
|
e) veřejné a soukromé subjekty zodpovědné za organizaci a poskytování vzdělávání a odbornou přípravu na místní, regionální a celostátní úrovni;
|
|
f) onderzoekscentra en organisaties in en buiten de Gemeenschap die zich bezighouden met vraagstukken op het gebied van de Europese integratie.
|
f) výzkumná střediska a subjekty zabývající se otázkami evropské integrace na území Společenství a mimo něj.
|
|
Artikel 35
|
Článek 35
|
|
Doelstellingen van het Jean Monnet-programma
|
Cíle programu Jean Monnet
|
|
1. Het Jean Monnet-programma heeft naast de in artikel 1 beschreven doelstellingen van het programma Een Leven Lang Leren de volgende specifieke doelstellingen:
|
1. Kromě cílů programu celoživotního učení stanovených v článku 1 sleduje program Jean Monnet tyto zvláštní cíle:
|
|
a) stimuleren van onderwijs, onderzoek en denkprocessen in het kader van opleidingen over de Europese integratie;
|
a) podněcovat výukové a výzkumné činnosti a reflexi v oblasti studií evropské integrace;
|
|
b) ondersteunen van een passend aantal instellingen en verenigingen die zich bezighouden met vraagstukken in verband met de Europese integratie en onderwijs en beroepsopleidingen vanuit Europees perspectief.
|
b) podporovat existenci přiměřeného spektra institucí a sdružení zaměřených na otázky související s evropskou integrací a se vzděláváním a odbornou přípravou v evropské perspektivě.
|
|
2. Het Jean Monnet-programma heeft de volgende operationele doelstellingen:
|
2. Operativní cíle programu Jean Monnet jsou:
|
|
a) stimuleren van hoge kwaliteit in het onderwijs, onderzoek en denkprocessen in het kader van de opleidingen op het gebied van de Europese integratie aan instellingen voor hoger onderwijs in en buiten de Gemeenschap;
|
a) podněcovat vysokou kvalitu výuky, výzkumu a reflexe ve studiích evropské integrace ve vysokoškolských institucích na území Společenství a mimo něj;
|
|
b) verbeteren van de kennis en het bewustzijn met betrekking tot vraagstukken in verband met de Europese integratie onder op dit gebied gespecialiseerde academici en bij de Europese burger in het algemeen;
|
b) zvyšovat znalosti a povědomí mezi specializovanými akademickými pracovníky a evropskými občany obecně o otázkách evropské integrace;
|
|
c) ondersteunen van belangrijke Europese instellingen die zich met vraagstukken op het gebied van de Europese integratie bezighouden;
|
c) podporovat klíčové evropské instituce zabývající se otázkami evropské integrace;
|
|
d) ondersteunen van bestaande, kwalitatief hoogwaardige Europese instellingen en verenigingen op het gebied van onderwijs en beroepsopleiding.
|
d) podporovat existenci vysoce kvalitních evropských institucí a sdružení působících v oblasti vzdělávání a odborné přípravy.
|
|
Artikel 36
|
Článek 36
|
|
Activiteiten van het Jean Monnet-programma
|
Akce programu Jean Monnet
|
|
1. In het kader van de kernactiviteit zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, onder a), kan steun worden verleend voor:
|
1. V rámci hlavní činnosti uvedené v čl. 3 odst. 3 písm. a) mohou být podporovány tyto akce:
|
|
a) unilaterale en nationale projecten, zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder d), waaronder:
|
a) jednostranné a vnitrostátní projekty uvedené v čl. 5 odst. 1 písm. d), které mohou zahrnovat:
|
|
i) Jean Monnet-leerstoelen, -expertisecentra en -onderwijsmodules;
|
i) katedry Jean Monnet, centra excelence a výukové moduly;
|
|
ii) verenigingen van hoogleraren, andere docenten uit het hoger onderwijs en onderzoekers die zich hebben toegelegd op de bestudering van de Europese integratie;
|
ii) sdružení profesorů, jiných učitelů ve vysokoškolském vzdělávání a výzkumných pracovníků specializujících se na evropskou integraci;
|
|
iii) ondersteuning van jonge onderzoekers die zich hebben toegelegd op de bestudering van de Europese integratie;
|
iii) podporu pro mladé výzkumné pracovníky specializující se na studium evropské integrace;
|
|
iv) voorlichting en onderzoeksactiviteiten met betrekking tot de Gemeenschap die tot doel hebben het debat, het denkproces en de kennis betreffende het Europese integratieproces te bevorderen;
|
iv) informační a výzkumné činnosti související se Společenstvím a zaměřené na podporu diskuse o procesu evropské integrace, jeho reflexe a znalostí o něm;
|
|
b) multilaterale projecten en netwerken zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder e), waarbij onder meer steun kan worden verleend voor de vorming van multilaterale onderzoeksteams op het gebied van de Europese integratie.
|
b) mnohostranné projekty a sítě uvedené v čl. 5 odst. 1 písm. e), které mohou zahrnovat podporu pro vytváření mnohostranných výzkumných skupin v oblasti evropské integrace.
|
|
2. In het kader van de kernactiviteit zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, onder b), kunnen exploitatiesubsidies zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder g), worden verstrekt ter financiering van bepaalde operationele en administratieve kosten van de hieronder genoemde instellingen met een doelstelling van Europees belang:
|
2. V rámci hlavní činnosti uvedené v čl. 3 odst. 3 písm. b) mohou být přidělovány provozní granty uvedené v čl. 5 odst. 1 písm. g) na úhradu některých provozních a správních nákladů těchto institucí plnících cíle evropských zájmů:
|
|
a) het Europacollege (campussen te Brugge en Natolin);
|
a) Evropská univerzita v Brugách a Natolinu;
|
|
b) het Europees Universitair Instituut te Florence;
|
b) Evropský univerzitní institut ve Florencii;
|
|
c) het Europees Instituut voor Bestuurskunde te Maastricht;
|
c) Evropský institut veřejné správy v Maastrichtu;
|
|
d) de Academie voor Europees recht te Trier;
|
d) Akademie evropského práva v Trevíru;
|
|
e) het Europees Agentschap Ontwikkeling van onderwijs voor leerlingen met specifieke behoeften, Middelfart;
|
e) Evropská agentura pro rozvoj speciálního vzdělávání v Middelfartu;
|
|
f) het Internationaal Centrum voor Europese Vorming (CIFE), Nice.
|
f) Mezinárodní středisko evropského vzdělávání v Nice.
|
|
3. In het kader van de kernactiviteit zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, onder c), kunnen exploitatiesubsidies zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder g), worden verstrekt ter financiering van bepaalde operationele en administratieve kosten van Europese instellingen of verenigingen die op het terrein van het onderwijs en de beroepsopleiding werkzaam zijn.
|
3. V rámci hlavní činnosti uvedené v čl. 3 odst. 3 písm. c) mohou být přidělovány provozní granty uvedené v čl. 5 odst. 1 písm. g) na úhradu některých provozních a správních nákladů evropských institucí nebo sdružení činných v oblasti vzdělávání a odborné přípravy.
|
|
4. De subsidies kunnen op jaarbasis of op basis van verlengingen worden verstrekt op grond van een kader-partnerschapsovereenkomst met de Commissie.
|
4. Granty mohou být přidělovány jednou ročně nebo opakovaně podle rámcové dohody o partnerství s Komisí.
|
|
Artikel 37
|
Článek 37
|
|
Aan het Jean Monnet-programma toegewezen middelen
|
Částky přidělované programu Jean Monnet
|
|
Ten minste 16 % van de aan het Jean Monnet-programma toegewezen middelen wordt gebruikt voor de kernactiviteit als bedoeld in artikel 3, lid 3, onder a), ten minste 65 % voor de kernactiviteit als bedoeld in artikel 3, lid 3, onder b), en ten minste 19 % voor de kernactiviteit als bedoeld in artikel 3, lid 3, onder c).
|
Alespoň 16 % z částek přidělených programu Jean Monnet je věnováno podpoře hlavní činnosti uvedené v čl. 3 odst. 3 písm. a), alespoň 65 % hlavní činnosti uvedené v čl. 3 odst. 3 písm. b) a alespoň 19 % hlavní činnosti uvedené v čl. 3 odst. 3 písm. c).
|
|
TITEL III
|
HLAVA III
|
|
OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
|
PŘECHODNÁ A ZÁVĚREČNÁ USTANOVENÍ
|
|
Artikel 38
|
Článek 38
|
|
Overgangsbepaling
|
Přechodné ustanovení
|
|
1. Activiteiten die uit hoofde van Besluit nr. 1999/382/EG, Besluit nr. 253/2000/EG, Beschikking nr. 2318/2003/EG, Besluit nr. 791/2004/EG of Beschikking nr. 2241/2004/EG op of vóór 31 december 2006 aangevangen zijn, worden beheerd volgens de bepalingen van de genoemde besluiten, met dien verstande dat de comités die uit hoofde van de genoemde besluiten zijn opgericht, worden vervangen door het comité dat op grond van artikel 10 van dit besluit wordt opgericht.
|
1. Akce, které byly zahájeny dne 31. prosince 2006 nebo před tímto datem na základě rozhodnutí 1999/382/ES, rozhodnutí č. 253/2000/ES, rozhodnutí č. 2318/2003/ES, rozhodnutí č. 791/2004/ES nebo rozhodnutí č. 2241/2004/ES, jsou řízeny v souladu s ustanoveními uvedených rozhodnutí, s tou výjimkou, že se výbory zřízené uvedenými rozhodnutími nahrazují výborem zřízeným článkem 10 tohoto rozhodnutí.
|
|
2. Zoals bepaald in artikel 18 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 mag het programma gebruikmaken van de kredieten die overeenkomen met bestemmingsontvangsten uit terugbetalingen van onverschuldigd betaalde bedragen ingevolge Besluit nr. 1999/382/EG, Besluit nr. 253/2000/EG, Beschikking nr. 2318/2003/EG, Besluit nr. 791/2004/EG of Beschikking nr. 2241/2004/EG.
|
2. V souladu s článkem 18 nařízení (ES, Euratom) č. 1605/2002 mohou být položky odpovídající přiděleným příjmům z vrácení částek nesprávně vyplacených podle rozhodnutí 1999/382/ES, rozhodnutí č. 253/2000/ES, rozhodnutí č. 2318/2003/ES, rozhodnutí č. 791/2004/ES nebo rozhodnutí č. 2241/2004/ES dány k dispozici programu celoživotního učení.
|
|
Artikel 39
|
Článek 39
|
|
Inwerkingtreding
|
Vstup v platnost
|
|
Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van zijn bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
|
Toto rozhodnutí vstupuje v platnost dvacátým dnem po vyhlášení v Úředním věstníku Evropské unie.
|
|
|
|
|
Gedaan te Straatsburg, 15 november 2006.
|
Ve Štrasburku dne 15. listopadu 2006.
|
|
Voor het Europees Parlement
|
Za Evropský parlament
|
|
De voorzitter
|
předseda
|
|
J. Borrell Fontelles
|
J. Borrell fontelles
|
|
Voor de Raad
|
Za Radu
|
|
De voorzitster
|
předsedkyně
|
|
P. Lehtomäki
|
P. Lehtomäki
|
|
[1] PB C 221 van 8.9.2005, blz. 134.
|
[1] Úř. věst. C 221, 8.9.2005, s. 134.
|
|
[2] PB C 164 van 5.7.2005, blz. 59.
|
[2] Úř. věst. C 164, 5.7.2005, s. 59.
|
|
[3] Advies van het Europees Parlement uitgebracht op 25 oktober 2005 (nog niet in het Publicatieblad bekendgemaakt), gemeenschappelijk Standpunt van de Raad uitgebracht op 24 juli 2006 (PB C 251 E van 17.10.2006, blz. 37), standpunt van het Europees Parlement van 25 oktober 2006 (nog niet in het Publicatieblad bekendgemaakt).
|
[3] Stanovisko Evropského parlamentu ze dne 25. října 2005 (dosud nezveřejněné v Úředním věstníku), společný postoj Rady ze dne 24. července 2006 (Úř. věst. C 251 E, 17.10.2006, s. 37), postoj Evropského parlamentu ze dne 25. října 2006 (dosud nezveřejněný v Úředním věstníku).
|
|
[4] PB L 146 van 11.6.1999, blz. 33. Besluit laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 885/2004 (PB L 168 van 1.5.2004, blz. 1).
|
[4] Úř. věst. L 146, 11.6.1999, s. 33. Rozhodnutí naposledy pozměněné nařízením (ES) č. 885/2004 (Úř. věst. L 168, 1.5.2004, s. 1).
|
|
[5] PB L 28 van 3.2.2000, blz. 1. Besluit laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 885/2004.
|
[5] Úř. věst. L 28, 3.2.2000, s. 1. Rozhodnutí naposledy pozměněné nařízením (ES) č. 885/2004.
|
|
[6] PB L 345 van 31.12.2003, blz. 9.
|
[6] Úř. věst. L 345, 31.12.2003, s. 9.
|
|
[7] PB L 138 van 30.4.2004, blz. 31.
|
[7] Úř. věst. L 138, 30.4.2004, s. 31.
|
|
[8] PB L 390 van 31.12.2004, blz. 6.
|
[8] Úř. věst. L 390, 31.12.2004, s. 6.
|
|
[9] PB L 345 van 31.12.2003, blz. 1.
|
[9] Úř. věst. L 345, 31.12.2003, s. 1.
|
|
[10] PB C 163 van 9.7.2002, blz. 1.
|
[10] Úř. věst. C 163, 9.7.2002, s. 1.
|
|
[11] PB C 13 van 18.1.2003, blz. 2.
|
[11] Úř. věst. C 13, 18.1.2003, s. 2.
|
|
[12] PB C 293 E van 28.11.2002, blz. 103.
|
[12] Úř. věst. C 293 E, 28.11.2002, s. 103.
|
|
[13] PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.
|
[13] Úř. věst. L 248, 16.9.2002, s. 1.
|
|
[14] PB L 357 van 31.12.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 1248/2006 (PB L 227 van 19.8.2006, blz. 3).
|
[14] Úř. věst. L 357, 31.12.2002, s. 1. Nařízení naposledy pozměněné nařízením (ES, Euratom) č. 1248/2006 (Úř. věst. L 227, 19.8.2006, s. 3).
|
|
[15] PB C 139 van 14.6.2006, blz. 1.
|
[15] Úř. věst. C 139, 14.6.2006, s. 1.
|
|
[16] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23. Besluit gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG (PB L 200 van 22.7.2006, blz. 11).
|
[16] Úř. věst. L 184, 17.7.1999, s. 23. Rozhodnutí ve znění rozhodnutí 2006/512/ES (Úř. věst. L 200, 22.7.2006, s. 11).
|
|
[17] PB L 39 van 13.2.1975, blz. 1.
|
[17] Úř. věst. L 39, 13.2.1975, s. 1.
|
|
[18] PB L 131 van 23.5.1990, blz. 1.
|
[18] Úř. věst. L 131, 23.5.1990, s. 1.
|
|
--------------------------------------------------
|
--------------------------------------------------
|
|
BIJLAGE
|
PŘÍLOHA
|
|
ADMINISTRATIEVE EN FINANCIËLE BEPALINGEN
|
SPRÁVNÍ A FINANČNÍ USTANOVENÍ
|
|
A. Administratieve bepalingen
|
A. Správní ustanovení
|
|
De procedures voor de indiening en selectie van voorstellen voor de activiteiten in het kader van het programma Een Leven Lang Leren zijn de volgende:
|
Postupy navrhování a výběru akcí obsažených v programu celoživotního učení jsou tyto:
|
|
1. Nationale-agentschapsprocedure
|
1. Postup vnitrostátní agentury
|
|
1.1. Procedure 1
|
1.1 Postup 1
|
|
De volgende activiteiten, waarbij de voorstellen door de bevoegde nationale agentschappen worden geselecteerd, worden beheerd volgens de "nationale-agentschapsprocedure 1":
|
"Postupem vnitrostátní agentury 1" se řídí následující akce, u nichž o výběru rozhodují příslušné vnitrostátní agentury:
|
|
a) mobiliteit van personen die levenslang leren, zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder a);
|
a) mobilita osob v celoživotním učení uvedená v čl. 5 odst. 1 písm. a);
|
|
b) bilaterale en multilaterale partnerschappen zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder b);
|
b) dvoustranná a mnohostranná partnerství uvedená v čl. 5 odst. 1 písm. b);
|
|
c) unilaterale en nationale projecten zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder d), in geval van financiering uit hoofde van artikel 33, lid 4, onder a).
|
c) dvoustranné a vnitrostátní projekty uvedené v čl. 5 odst. 1 písm. d), jsou-li financovány podle čl. 33 odst. 4 písm. a).
|
|
Aanvragen voor financiële steun in het kader van deze activiteiten worden gericht aan de bevoegde nationale agentschappen die overeenkomstig artikel 6, lid 2, onder b), door de lidstaten zijn aangewezen. De nationale agentschappen selecteren de aanvragen en kennen de geselecteerde aanvragers financiële steun toe overeenkomstig de algemene richtsnoeren die uit hoofde van artikel 9, lid 1, onder c), worden opgesteld. De nationale agentschappen betalen de subsidies uit aan de aanvragers die in hun eigen lidstaat gevestigd zijn. Elke partner in een bilateraal of multilateraal partnerschap ontvangt de subsidie rechtstreeks van het nationale agentschap in eigen land.
|
Žádosti o finanční podporu předložené v rámci těchto akcí se zasílají příslušným vnitrostátním agenturám stanoveným členskými státy podle čl. 6 odst. 2 písm. b). Vnitrostátní agentury provádějí výběr a přidělují finanční podporu žadatelům vybraným v souladu s obecnými zásadami, které se stanoví podle čl. 9 odst. 1 písm. c). Vnitrostátní agentury rozdělují granty příjemcům usazeným v jejich příslušném členském státě. Každý partner v dvoustranném nebo mnohostranném partnerství získává prostředky přímo od své vnitrostátní agentury.
|
|
1.2. Procedure 2
|
1.2 Postup 2
|
|
De volgende activiteiten, waarbij de voorstellen door de Commissie worden geselecteerd, maar waarbij de evaluatie- en contractprocedures worden uitgevoerd door de bevoegde nationale agentschappen, worden beheerd volgens de "nationale-agentschapsprocedure 2":
|
"Postupem vnitrostátní agentury 2" se řídí následující akce, u nichž o výběru rozhoduje Komise, avšak hodnocení a uzavírání smluv provádějí příslušné vnitrostátní agentury:
|
|
- multilaterale projecten zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder c).
|
- mnohostranné projekty uvedené v čl. 5 odst. 1 písm. c).
|
|
Aanvragen voor financiële steun in het kader van deze activiteiten worden gericht aan het bevoegde nationale agentschap dat overeenkomstig artikel 6, lid 2, onder b), door de lidstaat van de projectcoördinator is aangewezen. Het nationale agentschap in de lidstaat van de projectcoördinator evalueert de aanvragen en legt de Commissie een beperkte lijst van aanvragen voor waarvan aanvaarding wordt voorgesteld. De Commissie bepaalt aan de hand van de voorgestelde beperkte lijst welke aanvragen in aanmerking komen, waarna het nationale agentschap de geselecteerde aanvragers, overeenkomstig de uit hoofde van artikel 9, lid 1, onder c), vast te stellen algemene richtsnoeren, passende financiële steun toekent.
|
Žádosti o finanční podporu předložené v rámci těchto akcí se zasílají vnitrostátní agentuře stanovené členským státem koordinátora projektu podle čl. 6 odst. 2 písm. b). Vnitrostátní agentura členského státu koordinátora projektu žádosti vyhodnotí a předloží Komisi užší seznam žádostí, jejichž schválení navrhuje. Komise rozhodne o navrhovaném užším seznamu, načež vnitrostátní agentura přidělí příslušnou finanční podporu žadatelům vybraným v souladu s obecnými zásadami, které se stanoví podle čl. 9 odst. 1 písm. c).
|
|
Voordat de beperkte lijst aan de Commissie wordt voorgelegd, neemt het nationale agentschap in het land waar de projectcoördinatie plaatsvindt, contact op met de nationale agentschappen in de landen van alle overige projectpartners. De nationale agentschappen betalen de subsidies uit aan de geselecteerde projectcoördinators die in hun eigen land gevestigd zijn. De geselecteerde projectcoördinators zijn verantwoordelijk voor de uitbetaling aan de partners die bij de projecten betrokken zijn.
|
Před předložením užšího seznamu Komisi vnitrostátní agentura země koordinátora projektu naváže spolupráci s vnitrostátními agenturami zemí všech dalších partnerů projektu. Vnitrostátní agentury rozdělí granty vybraným koordinátorům projektu nacházejícím se v jejich příslušných členských státech, kteří pak odpovídají za rozdělení prostředků partnerům zapojeným do daných projektů.
|
|
2. Commissie-procedure
|
2. Postup Komise
|
|
De volgende activiteiten, waarbij de project-voorstellen bij de Commissie worden ingediend en de Commissie daaruit een selectie maakt, worden beheerd volgens de "Commissie-procedure":
|
"Postupem Komise" se řídí následující akce, u nichž jsou návrhy projektů předkládány Komisi a ta rozhoduje o jejich výběru:
|
|
a) unilaterale en nationale projecten zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder d), met uitzondering van de uit hoofde van artikel 33, lid 4, onder a), te financieren projecten;
|
a) dvoustranné a vnitrostátní projekty uvedené v čl. 5 odst. 1 písm. d), s výjimkou projektů financovaných podle čl. 33 odst. 4 písm. a);
|
|
b) multilaterale projecten en netwerken zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder e);
|
b) mnohostranné projekty a sítě uvedené v čl. 5 odst. 1 písm. e);
|
|
c) observatie en analyse van het beleid en de stelsels op het gebied van een leven lang leren, ontwikkeling van referentiemateriaal, zoals enquêtes, statistieken, analyses en indicatoren, activiteiten ter ondersteuning van de transparantie en erkenning van kwalificaties en eerdere leerervaringen, zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder f);
|
c) sledování a analýza politik a systémů v oblasti celoživotního učení, vytváření referenčního materiálu, včetně průzkumů, statistik, analýz a ukazatelů, a akce na podporu průhlednosti a uznávání kvalifikací a předchozího vzdělání uvedené v čl. 5 odst. 1 písm. f);
|
|
d) exploitatiesubsidies zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder g);
|
d) provozní granty uvedené v čl. 5 odst. 1 písm. g);
|
|
e) overige initiatieven ter verwezenlijking van de doelstellingen van het programma Een Leven Lang Leren, zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder h) ("flankerende maatregelen").
|
e) další iniciativy zaměřené na podporu cílů programu celoživotního učení uvedené v čl. 5 odst. 1 písm. h) ("doprovodná opatření").
|
|
Aanvragen voor financiële steun in het kader van deze activiteiten worden aan de Commissie gericht. De Commissie maakt een selectie en kent de aanvragers financiële steun toe overeenkomstig de algemene richtsnoeren die uit hoofde van artikel 9, lid 1, onder c), worden vastgesteld.
|
Žádosti o finanční podporu předložené v rámci těchto akcí se zasílají Komisi, která provede výběr a přidělí finanční podporu žadatelům vybraným v souladu s obecnými zásadami, které se stanoví podle čl. 9 odst. 1 písm. c).
|
|
B. Financiële bepalingen
|
B. Finanční ustanovení
|
|
De Commissie draagt er zorg voor dat de financiële en administratieve eisen voor de begunstigden aan wie in het kader van het programma Een Leven Lang Leren een subsidie wordt toegekend, evenredig zijn aan de omvang van de subsidie. De Commissie draagt er in het bijzonder zorg voor dat de financiële voorschriften en de aanvraag- en verslagleggingseisen voor de mobiliteit van afzonderlijke personen en voor partnerschappen gebruikersvriendelijk en voldoende eenvoudig zijn, zodat ook personen die in een minder bevoorrechte positie verkeren en met hen werkende instellingen en organisaties aan het programma kunnen deelnemen.
|
Komise zajistí, aby byly finanční a správní požadavky na příjemce grantů poskytovaných podle programu celoživotního učení přiměřené výši grantu. Komise zejména zajistí, aby finanční pravidla a požadavky na žádosti a podávání zpráv pro mobilitu osob a pro partnerství zůstávaly uživatelsky přístupné a dostatečně jednoduché tak, aby neomezovaly přístup pro znevýhodněné osoby či instituce nebo organizace, které s nimi pracují.
|
|
Met name deelt de Commissie de nationale agentschappen mee welke criteria zij ten aanzien van de door hen beheerde financiële middelen in acht dienen te nemen met betrekking tot de selectie- en toekenningsprocedure en de contractuele regelingen en de regelingen inzake betaling en financiële controle. In deze criteria wordt rekening gehouden met de omvang van de verleende subsidies; indien de subsidies minder dan 25000 EUR bedragen, worden in alle fasen waarbij aanvragers of begunstigden betrokken zijn, vereenvoudigde regelingen toegepast. Deze criteria stellen de nationale agentschappen in staat de vereiste gegevens van aanvragers van subsidies vast te stellen en te beperken en na de toekenning van subsidies vereenvoudigde contracten te sluiten waarin enkel vermeld worden:
|
Komise vnitrostátním agenturám především poskytne kritéria, jimiž se musí řídit při výběru, přidělování, uzavírání smluv, platbách a auditech s ohledem na prostředky, které spravují. Tato kritéria zohlední výši udělovaných grantů, a v případech grantů nižších než 25000 EUR poskytnou zjednodušené systémy ve všech stadiích týkajících se žadatelů nebo příjemců. Vnitrostátním agenturám umožní stanovit a omezit množství údajů požadovaných od žadatelů o granty a po přidělení grantů uzavřít zjednodušené smlouvy zahrnující pouze tyto náležitosti:
|
|
- de contractsluitende partijen
|
- smluvní strany,
|
|
- de duur van het contract, die gelijk is aan de periode waarin de uitgaven voor subsidiëring in aanmerking komen
|
- trvání smlouvy, jež je zároveň obdobím způsobilosti výdajů,
|
|
- het toegekende maximumbedrag
|
- maximální výše přidělených prostředků,
|
|
- een korte beschrijving van de betrokken activiteit
|
- stručný popis dotyčné akce,
|
|
- vereisten inzake rapportage en financiële controle.
|
- požadavky na podávání zpráv a na audit.
|
|
Dergelijke criteria stellen de nationale agentschappen ook in staat ervoor te zorgen dat medefinanciering door de begunstigden de vorm kan aannemen van bijdragen in natura. Deze dienen feitelijk verifieerbaar te zijn, maar vergen geen financiële evaluatie.
|
Vnitrostátním agenturám tato kritéria rovněž umožní stanovit, že spolufinancování ze strany příjemců může mít formu naturálií. Ty musí být možné fakticky ověřit, ale není třeba je podrobovat finančnímu hodnocení.
|
|
1. Activiteiten die worden beheerd volgens de nationale-agentschapsprocedure
|
1. Akce řízené postupem vnitrostátní agentury
|
|
1.1. De financiële middelen van de Gemeenschap die bestemd zijn voor financiële steun voor de activiteiten die overeenkomstig deel A, punt 1.1, van deze bijlage worden beheerd volgens de nationale-agentschapsprocedure, worden aan de lidstaten toegekend volgens verdeelsleutels die de Commissie overeenkomstig artikel 10, lid 2, vaststelt. Hierbij kan rekening worden gehouden met de volgende elementen:
|
1.1 Prostředky Společenství určené na finanční podporu v rámci akcí, které mají být řízeny postupem vnitrostátní agentury podle oddílu A bodu 1.1 této přílohy, se rozdělí mezi členské státy podle vzorce stanoveného Komisí v souladu s čl. 10 odst. 2, který může zahrnovat tyto prvky:
|
|
a) een aan elke lidstaat toe te kennen minimumbedrag, dat vastgesteld wordt aan de hand van de beschikbare begrotingsmiddelen voor de betrokken activiteit;
|
a) minimální částka přidělená každému členskému státu, jež se stanoví podle dostupnosti rozpočtu pro danou akci;
|
|
b) het restant wordt aan de verschillende lidstaten toegekend op basis van:
|
b) zbývající část se přidělí různým členským státům na základě:
|
|
i) in elke lidstaat het totale aantal:
|
i) celkového počtu v rámci každého členského státu:
|
|
- leerlingen en onderwijsgevenden in het schoolonderwijs in geval van de activiteiten in het kader van het Comenius-programma voor mobiliteit en partnerschappen tussen scholen, zoals beschreven in artikel 18, lid 1, onder a) en b);
|
- žáků a učitelů ve školním vzděláváním pro akce partnerství škol a mobility programu Comenius stanovené v čl. 18 odst. 1 písm. a) a b),
|
|
- studenten in en/of afgestudeerden van het hoger onderwijs in geval van de activiteiten in het kader van het Erasmus-programma voor de mobiliteit van studenten en intensieve Erasmus-programma's, zoals beschreven in artikel 22, lid 1, onder a), punten i) en iv);
|
- studentů nebo absolventů ve vysokoškolském vzdělávání pro akce mobility studentů a intenzivní akce programu Erasmus stanovené v čl. 22 odst. 1 písm. a) bodech i) a iv),
|
|
- onderwijsgevenden aan instellingen voor hoger onderwijs in geval van de activiteiten in het kader van het Erasmus-programma voor de mobiliteit van onderwijzend en ander personeel, zoals beschreven in artikel 22, lid 1, onder a), punten ii) en iii);
|
- učitelů vysokoškolských institucí pro akce mobility učitelů a jiných pracovníků programu Erasmus stanovené v čl. 22 odst. 1 písm. a) bodech ii) a iii),
|
|
- inwoners en het aantal 15- tot 35-jarigen in verhouding tot het totale aantal inwoners in het geval van de activiteiten in het kader van het Leonardo da Vinci-programma voor mobiliteit, partnerschappen en multilaterale projecten, zoals beschreven in artikel 26, lid 1, onder a), b) en c);
|
- celkové populace a v poměru k ní počtu 15 až 35letých osob pro akce mobility, partnerství a mnohostranných projektů programu Leonardo da Vinci stanovené v čl. 26 odst. 1 písm. a), b) a c),
|
|
- volwassenen in het geval van de activiteiten in het kader van het Grundtvig-programma voor mobiliteit en partnerschappen, zoals beschreven in artikel 30, lid 1, onder a) en b);
|
- dospělých pro akce mobility a partnerství programu Grundtvig stanovené v čl. 30 odst. 1 písm. a) a b);
|
|
ii) het verschil in de kosten van levensonderhoud tussen de lidstaten;
|
ii) rozdílnosti životních nákladů mezi členskými státy;
|
|
iii) de afstand tussen de hoofdsteden van de lidstaten;
|
iii) vzdálenosti mezi hlavními městy každého ze členských států;
|
|
iv) de vraag naar en/of de participatie in de betrokken activiteit in elke afzonderlijke lidstaat.
|
iv) úrovně poptávky nebo realizace pro danou akci v každém členském státě.
|
|
1.2. Deze verdeelsleutels dienen in de mate van het mogelijke neutraal te zijn ten aanzien van de verschillende onderwijs- en opleidingsstelsels van de lidstaten.
|
1.2 Tento vzorec by měl být pokud možno neutrální ve vztahu k rozdílným systémům vzdělávání a odborné přípravy jednotlivých členských států.
|
|
1.3. De aldus verdeelde financiële middelen van de Gemeenschap worden beheerd door de in artikel 6, lid 2, onder b), bedoelde nationale agentschappen.
|
1.3 Takto rozdělené prostředky Společenství spravují vnitrostátní agentury uvedené v čl. 6 odst. 2 písm. b).
|
|
1.4. De Commissie neemt in samenwerking met de lidstaten de noodzakelijke maatregelen om een evenwichtige deelname op het niveau van de Gemeenschap, op nationaal niveau en eventueel op regionaal niveau, alsook bij de verschillende studierichtingen onderling te bevorderen. Het voor deze maatregelen uit te trekken bedrag mag ten hoogste 5 % bedragen van de jaarlijkse toewijzingen voor elk van de betrokken activiteiten.
|
1.4 Komise ve spolupráci s členskými státy přijme nezbytná opatření na podporu vyvážené účasti na úrovni Společenství, jednotlivých států a případně i na regionální úrovni, ve vhodných případech pak v různých oblastech studia. Poměrná část přidělená na tato opatření nesmí překročit 5 % ročních přídělů pro financování každé z daných akcí.
|
|
2. Aanwijzing van de begunstigden
|
2. Určení příjemců
|
|
De instellingen die genoemd worden in artikel 36, lid 2, van dit besluit worden hierbij overeenkomstig artikel 168 van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 aangewezen als begunstigden van de subsidies uit hoofde van het programma Een Leven Lang Leren.
|
Instituce uvedené v čl. 36 odst. 2 tohoto rozhodnutí jsou příjemci grantů v rámci programu celoživotního učení podle článku 168 nařízení (ES, Euratom) č. 2342/2002.
|
|
De nationale instanties die deel uitmaken van het NARIC-netwerk, het Eurydice-netwerk en het Euroguidance-netwerk, de nationale referentiepunten voor beroepskwalificaties en de nationale Europass-centra fungeren overeenkomstig artikel 54, lid 2, onder c), van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 en artikel 38 van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 als uitvoeringsinstrumenten van het programma op nationaal niveau.
|
Národní jednotky tvořící součást sítě NARIC, sítě Eurydice, sítě Euroguidance, národní podpůrná střediska pro akci e-Twinning a národní střediska Europass slouží jako nástroje pro provádění programu na vnitrostátní úrovni v souladu s čl. 54 odst. 2 písm. c) nařízení (ES, Euratom) č. 1605/2002 a článkem 38 nařízení (ES, Euratom) č. 2342/2002.
|
|
3. Soort begunstigden
|
3. Druhy příjemců
|
|
Overeenkomstig artikel 114, lid 1, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 kunnen aan natuurlijke of rechtspersonen subsidies worden toegekend. Aan natuurlijke personen kunnen subsidies in de vorm van een beurs worden verstrekt.
|
Podle čl. 114 odst. 1 nařízení (ES, Euratom) č. 1605/2002 mohou být granty poskytovány právnickým nebo fyzickým osobám. V případě fyzických osob mohou mít granty formu stipendia.
|
|
4. Subsidies met een vast bedrag, tarieven voor de kosten per eenheid en prijzen
|
4. Paušální granty, stupnice jednotkových nákladů a ceny
|
|
In het geval van activiteiten zoals bedoeld in artikel 5 kan overeenkomstig artikel 181, lid 1, van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 gebruik worden gemaakt van subsidies met een vast bedrag en/of tarieven voor de kosten per eenheid.
|
V případě akcí uvedených v článku 5 mohou být použity paušální granty nebo stupnice jednotkových nákladů podle čl. 181 odst. 1 nařízení (ES, Euratom) č. 2342/2002.
|
|
Subsidies met een vast bedrag kunnen worden gebruikt tot een maximum van 25000 EUR per subsidie. Zij kunnen worden gecombineerd tot een maximum van 100000 EUR of in combinatie met tarieven voor de kosten per eenheid worden gebruikt.
|
Paušální granty lze využít až do maximální výše 25000 EUR na jeden grant. Lze je kombinovat až do maximální výše 100000 EUR nebo využít ve spojení se stupnicemi jednotkových nákladů.
|
|
De Commissie kan voor in het kader van het programma Een Leven Lang Leren verrichte activiteiten voorzien in de toekenning van prijzen.
|
Komise může stanovit udělování cen v souvislosti s činnostmi prováděnými v rámci programu celoživotního učení.
|
|
5. Aanbestedingen
|
5. Zadávání zakázek
|
|
Indien de uitvoering van het programma de begunstigde ertoe verplicht gebruik te maken van de aanbestedingsprocedures, zijn de in artikel 129 van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 bedoelde procedures voor opdrachten van geringe waarde.
|
Zadává-li příjemce při provádění akcí podporovaných v rámci programu celoživotního učení veřejné zakázky, použijí se řízení pro zakázky nízké hodnoty uvedená v článku 129 nařízení (ES, Euratom) č. 2342/2002.
|
|
6. Partnerschapsovereenkomsten
|
6. Dohody o partnerství
|
|
Indien acties in het kader van het programma steun ontvangen in de vorm van overkoepelende partnerschapssubsidies uit hoofde van artikel 163 van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002, kunnen deze partnerschappen na een eenvoudige verlengingsprocedure voor een periode van vier jaar worden geselecteerd en gefinancierd.
|
Pokud jsou akce v rámci programu celoživotního učení podporovány v souladu s článkem 163 nařízení (ES, Euratom) č. 2342/2002 granty založenými na dohodách o partnerství, mohou být tato partnerství vybírána a financována pro čtyřletá období s výhradou zjednodušeného postupu prodlužování.
|
|
7. Openbare instellingen of organisaties die leermogelijkheden aanbieden
|
7. Veřejné instituce nebo organizace poskytující možnosti vzdělávání
|
|
Alle door de lidstaten gespecificeerde scholen en instellingen voor hoger onderwijs, alsmede alle instellingen of organisaties die leermogelijkheden aanbieden die de laatste twee jaar meer dan 50 % van hun jaarlijkse inkomsten van de overheid hebben ontvangen, of die onder het gezag staan van overheidsorganen of hun vertegenwoordigers, worden door de Commissie behandeld als beschikkend over de nodige financiële, professionele en administratieve capaciteit, samen met de nodige financiële stabiliteit, om projecten uit hoofde van dit programma uit te voeren; zij hoeven geen verdere documentatie voor te leggen om dit aan te tonen. Deze instellingen of organisaties kunnen van de controlevoorschriften worden vrijgesteld overeenkomstig artikel 173, lid 4, van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002.
|
U veškerých škol a vysokoškolských institucí určených členskými státy a u veškerých institucí nebo organizací poskytujících možnosti vzdělávání, jež za poslední dva roky získaly více než 50 % svých ročních příjmů z veřejných zdrojů nebo jež jsou řízeny veřejnoprávními subjekty či jejich zástupci, má Komise za to, že disponují dostatečnou finanční, odbornou a správní kapacitou a že jsou finančně dostatečně stabilní, aby mohly provádět projekty v rámci programu celoživotního učení; nepožaduje se, aby tuto skutečnost dále prokazovaly. Takovéto instituce nebo organizace mohou být zproštěny požadavků na audit podle čl. 173 odst. 4 nařízení (ES, Euratom) č. 2342/2002.
|
|
8. Organisaties met een doelstelling van algemeen Europees belang
|
8. Subjekty sledující cíle obecného evropského zájmu
|
|
Indien uit hoofde van dit programma exploitatiesubsidies worden toegekend aan organisaties met een doelstelling van algemeen Europees belang zoals gedefinieerd in artikel 162 van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002, is het beginsel van geleidelijke verlaging bij verlenging overeenkomstig artikel 113, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 niet van toepassing.
|
Při poskytování provozních grantů podle programu celoživotního učení subjektům, které sledují cíle obecného evropského zájmu podle článku 162 nařízení (ES, Euratom) č. 2342/2002, nepodléhají tyto subjekty podle čl. 113 odst. 2 nařízení (ES, Euratom) č. 1605/2002 při opětovném poskytování zásadě postupného snižování.
|
|
9. Vakbekwaamheid en kwalificaties van de aanvragers
|
9. Odborné schopnosti a kvalifikace žadatelů
|
|
Overeenkomstig artikel 176, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 kan de Commissie bepalen dat bepaalde categorieën begunstigden over de vereiste beroepsbekwaamheden en -kwalificaties beschikken om de voorgestelde activiteit of het voorgestelde werkprogramma tot een goed einde te brengen.
|
Komise může podle čl. 176 odst. 2 nařízení (ES, Euratom) č. 2342/2002 rozhodnout, že určené kategorie příjemců mají odborné schopnosti a kvalifikace požadované pro dokončení navržené akce nebo pracovního programu.
|
|
10. Deelname van partners uit derde landen
|
10. Účast partnerů ze třetích zemí
|
|
Partners uit derde landen kunnen uit hoofde van artikel 14, lid 2, deelnemen aan multilaterale projecten, netwerken of partnerschappen indien de Commissie of het betrokken nationale agentschap dit dienstig acht. Het besluit om aan deze partners steun te verlenen, wordt gebaseerd op de meerwaarde die hun deelname aan het project, het netwerk of het partnerschap in kwestie naar alle waarschijnlijkheid op Europees niveau zal opleveren.
|
Partneři ze třetích zemí se mohou účastnit mnohostranných projektů, sítí nebo partnerství za podmínek čl. 14 odst. 2 podle uvážení Komise nebo příslušné vnitrostátní agentury. Rozhodnutí, zda tyto partnery podpořit, se odvíjí od stupně přidané hodnoty na evropské úrovni, kterou bude pravděpodobně mít jejich účast na daném projektu, síti nebo partnerství.
|
|
11. Op de begroting te reserveren minimumbedragen
|
11. Minimální příděly
|
|
Met inachtneming van artikel 14 van onderhavig besluit worden op de begroting minimumbedragen voor de sectorale subprogramma's gereserveerd, die zich als volgt verhouden tot het in datzelfde artikel vastgelegde financiële kader:
|
Podle článku 14 tohoto rozhodnutí jsou minimální příděly pro odvětvové podprogramy ve vztahu k finančnímu krytí stanovenému v uvedeném článku tyto:
|
|
Comenius 13 %
|
Comenius 13 %
|
|
Erasmus 40 %
|
Erasmus 40 %
|
|
Leonardo da Vinci 25 %
|
Leonardo da Vinci 25 %
|
|
Grundtvig 4 %.
|
Grundtvig 4 %
|
|
12. Nationale agentschappen
|
12. Vnitrostátní agentury
|
|
De Gemeenschap verstrekt financiële steun voor het werk van de nationale agentschappen die overeenkomstig artikel 6, lid 2, onder b), door de lidstaten zijn opgericht of aangewezen.
|
Finanční podpora Společenství je poskytována na podporu činností vnitrostátních agentur zřízených nebo určených členskými státy podle čl. 6 odst. 2 písm. b).
|
|
Overeenkomstig artikel 38, lid 1, van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 kunnen de taken van een nationaal agentschap in derde landen die uit hoofde van artikel 7, lid 1, van onderhavig besluit deelnemen aan het programma Een Leven Lang Leren gedelegeerd worden aan publiek- of privaatrechtelijke organisaties met een openbare-dienstverleningstaak, die onder de wetgeving van het betrokken land vallen.
|
Podle čl. 38 odst. 1 nařízení (ES, Euratom) č. 2342/2002 může být činnost vnitrostátní agentury v třetích zemích účastnících se programu celoživotního učení podle čl. 7 odst. 1 tohoto rozhodnutí vykonávána veřejnoprávními subjekty nebo soukromoprávními subjekty vykonávajícími veřejné služby a řídícími se právem dotyčné země.
|
|
Conform het evenredigheidsbeginsel dienen certificerings- en verslagleggingsvoorschriften tot een passend noodzakelijk minimumniveau te worden beperk.
|
V souladu se zásadou proporcionality se udržuje míra požadavků na osvědčení a podávání zpráv na příslušné minimální nutné úrovni.
|
|
13. Technische bijstand
|
13. Technická podpora
|
|
De financiële toewijzing van het programma Een Leven Lang Leren kan ook uitgaven dekken die verband houden met voorbereidende activiteiten, monitoring, controles, accountantscontroles en evaluaties die rechtstreeks voor de uitvoering van het programma en de verwezenlijking van de programmadoelstellingen noodzakelijk zijn. Het gaat hierbij met name om uitgaven voor studies, vergaderingen, voorlichtingsactiviteiten, publicaties en computernetwerken voor gegevensuitwisseling, alsook om elke andere uitgave voor technische en administratieve bijstand waaraan de Commissie bij de uitvoering van het programma eventueel behoefte heeft.
|
Finanční krytí programu celoživotního učení může také pokrývat výdaje související s přípravnými opatřeními, sledováním, kontrolou, auditem a hodnocením přímo nezbytnými pro provádění tohoto programu a pro dosažení jeho cílů. Tyto výdaje mohou zahrnovat zejména studie, jednání, informační a publikační činnost, výdaje na informační sítě pro výměnu informací a jakékoli další výdaje na technickou a správní podporu, kterou může Komise potřebovat pro provádění programu.
|
|
14. Bepalingen ter bestrijding van fraude
|
14. Boj proti podvodům
|
|
In de Commissiebesluiten uit hoofde van artikel 9, de contracten en daaruit voortvloeiende overeenkomsten, alsook in de overeenkomsten met derde landen wordt met name voorzien in toezicht en financiële controles door de Commissie (of een door haar gemachtigde vertegenwoordiger), met inbegrip van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), alsook in accountantscontroles door de Rekenkamer die, waar nodig, ter plekke kunnen worden uitgevoerd. Dergelijke controles kunnen bij de nationale agentschappen en, waar nodig, ook bij de subsidieontvangers plaatsvinden.
|
Rozhodnutí Komise přijatá podle článku 9, smlouvy a dohody z nich vyplývající, stejně jako dohody se zúčastněnými třetími zeměmi, stanoví zejména dohled a finanční kontrolu ze strany Komise (nebo jí pověřených zástupců) včetně Evropského úřadu pro boj proti podvodům (OLAF), v případě auditů ze strany Účetního dvora, a to v případě potřeby přímo na místě. Tyto kontroly mohou být prováděny s vnitrostátními agenturami a v případě potřeby s příjemci grantů.
|
|
De ontvanger van een exploitatiesubsidie bewaart alle bewijsstukken met betrekking tot de in het subsidiejaar gedane uitgaven, met inbegrip van de gecontroleerde jaarrekening, gedurende een periode van vijf jaar na de laatste uitbetaling voor de Commissie. De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat eventuele bewijsstukken die in het bezit zijn van partners of leden, aan de Commissie ter beschikking worden gesteld.
|
Příjemce provozního grantu uchovává k dispozici Komisi všechny podklady, včetně auditovaného finančního výkazu, ohledně výdajů vzniklých během roku, ve kterém byl poskytnut grant, a to po dobu pěti let od poslední platby. Zajistí, aby byly Komisi v případě potřeby poskytnuty doklady, které uchovávají jeho partneři nebo členové.
|
|
De Commissie kan de besteding van de subsidie ofwel rechtstreeks door eigen personeel, ofwel door een gekwalificeerde externe organisatie van haar keuze laten controleren. Deze controles kunnen gedurende de gehele looptijd van de overeenkomst en gedurende vijf jaar na de uitbetaling van het laatste deel van de subsidie plaatsvinden. De resultaten van de controles kunnen, in voorkomend geval, aanleiding zijn tot terugvorderingsbesluiten van de zijde van de Commissie.
|
Komise může nechat provést audit využití grantu, který provedou buď přímo její zaměstnanci, nebo jiný kvalifikovaný vnější subjekt podle jejího výběru. Tyto audity lze provádět po celou dobu trvání smlouvy a po dobu pěti let ode dne vyplacení zůstatku z grantu. Výsledky auditu mohou případně vést Komisi k tomu, že bude požadovat vrácení vyplacených částek.
|
|
Het personeel van de Commissie en extern, door de Commissie gemachtigd personeel krijgt passende toegang tot de kantoren van de subsidieontvanger, alsook tot alle informatie, met inbegrip van informatie in elektronische vorm, die nodig is om dergelijke controles te kunnen uitvoeren.
|
Zaměstnanci Komise a vnější osoby pověřené Komisí mají zaručen odpovídající přístup do kanceláří příjemce a ke všem informacím, včetně informací v elektronické podobě, jež jsou potřeba k provádění auditů.
|
|
De Rekenkamer en OLAF hebben dezelfde rechten, met name wat de te verschaffen toegang betreft, als de Commissie.
|
Účetní dvůr a OLAF mají stejná práva jako Komise, zejména právo na přístup.
|
|
De Commissie kan daarnaast overeenkomstig Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden [1] controles en verificaties ter plaatse uitvoeren.
|
Kromě toho může Komise v rámci programu celoživotního učení provádět kontroly a inspekce na místě v souladu s nařízením Rady (Euratom, ES) č. 2185/96 ze dne 11. listopadu 1996 o kontrolách a inspekcích na místě prováděných Komisí za účelem ochrany finančních zájmů Evropských společenství proti podvodům a jiným nesrovnalostem [1].
|
|
Ten aanzien van activiteiten van de Gemeenschap die uit hoofde van dit besluit worden gefinancierd, wordt overeenkomstig artikel 1, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen [2] onder "onregelmatigheid" verstaan elke inbreuk op het Gemeenschapsrecht en elke inbreuk op een contractuele verplichting die bestaat in een handeling of een nalaten door een marktdeelnemer, waardoor de algemene begroting van de Gemeenschappen of de door de Europese Gemeenschappen beheerde toewijzingen worden of zouden kunnen worden benadeeld door een onverschuldigde uitgave.
|
Pokud jde o akce Společenství financované podle tohoto rozhodnutí, pojmem "nesrovnalostí" podle čl. 1 odst. 2 nařízení Rady (ES, Euratom) č. 2988/95 ze dne 18. prosince 1995 o ochraně finančních zájmů Evropských společenství [2] se rozumí jakékoliv porušení právního předpisu Společenství nebo jakékoliv nesplnění smluvní povinnosti vyplývající z jednání nebo opomenutí hospodářského subjektu, v důsledku kterého je nebo by mohl být z důvodu neoprávněného výdaje poškozen souhrnný rozpočet Evropské unie nebo rozpočty jí spravované.
|
|
[1] PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2.
|
[1] Úř. věst. L 292, 15.11.1996, s. 2.
|
|
[2] PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1.
|
[2] Úř. věst. L 312, 23.12.1995, s. 1.
|
|
--------------------------------------------------
|
--------------------------------------------------
|