Double visualisation

BG CS DA DE EL EN ES ET FI FR HU IT LT LV MT NL PL PT RO SK SL SV  BG CS DA DE EL EN ES ET FI FR HU IT LT LV MT NL PL PT RO SK SL SV 

fr

nl

 
[pic] | COMMISSION EUROPÉENNE |
[pic] | EUROPESE COMMISSIE |
Strasbourg, le 23.11.2010
Straatsburg, 23.11.2010
COM(2010) 682 final
COM(2010) 682 definitief
COMMUNICATION DE LA COMMISSION AU PARLEMENT EUROPÉEN, AU CONSEIL, AU COMITÉ ÉCONOMIQUE ET SOCIAL EUROPÉEN ET AU COMITÉ DES RÉGIONS
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S
Une stratégie pour des compétences nouvelles et des emplois: une contribution européenne au plein emploi
Een agenda voor nieuwe vaardigheden en banen: een Europese bijdrage aan volledige werkgelegenheid
COMMUNICATION DE LA COMMISSION AU PARLEMENT EUROPÉEN, AU CONSEIL, AU COMITÉ ÉCONOMIQUE ET SOCIAL EUROPÉEN ET AU COMITÉ DES RÉGIONS
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S
Une stratégie pour des compétences nouvelles et des emplois: une contribution européenne au plein emploi
Een agenda voor nieuwe vaardigheden en banen: een Europese bijdrage aan volledige werkgelegenheid
Introduction
INLEIDING
Avec l’objectif convenu d’un taux d’emploi de 75 % des hommes et des femmes de 20 à 64 ans d’ici à l’année 2020, l’Union européenne a pris un engagement ambitieux en faveur de la pérennité du modèle social, des systèmes de protection sociale, de la croissance économique et des finances publiques de l’Europe.
De Europese Unie heeft overeenstemming bereikt over een arbeidsparticipatiedoelstelling voor vrouwen en mannen van 75 % voor de leeftijdsgroep van 20-64 jaar in 2020: een ambitieuze bevestiging van de politieke wil de duurzaamheid van het Europese sociale model, de stelsels van sociale bescherming, de economische groei en de overheidsfinanciën te waarborgen.
Atteindre cet objectif ne sera pas chose aisée. Avec la crise, le taux d’activité a chuté à 69 % et le taux de chômage a grimpé à 10 %; même si le marché du travail se stabilise en 2010-2011, il faudra que la croissance moyenne de l’emploi dépasse légèrement un pour cent par an pour atteindre un taux d’emploi de 75 % d’ici à 2020. En raison de la baisse des taux de fertilité, la population européenne en âge de travailler (de 15 à 64 ans) va commencer à diminuer dès 2012, même si l’arrivée d’immigrants se poursuit. Une main-d’œuvre qualifiée est un atout essentiel pour l’avènement de l’économie compétitive, durable et innovante visée avec la stratégie «Europe 2020». Dans des temps de contraintes budgétaires et de pression concurrentielle mondiale sans précédent, la priorité doit être accordée par l’Union européenne à des politiques de l’emploi et des compétences qui contribuent à façonner la transition vers une économie verte, intelligente et innovante.
Het dichten van de kloof die ons van dat doel scheidt, zal niet eenvoudig zijn. De crisis heeft de arbeidsparticipatie teruggebracht tot 69 %, en het werkloosheidscijfer opgedreven tot 10 %; aangenomen dat de arbeidsmarkt zich in 2010-2011 stabiliseert, zal voor het bereiken van een arbeidsparticipatie van 75 % in 2020 een gemiddelde werkgelegenheidsgroei van iets meer dan 1 % per jaar nodig zijn. Door de afnemende vruchtbaarheidscijfers zal de EU-bevolking in de werkende leeftijd (15-64 jaar) al in 2012 beginnen te slinken, ook als de immigratie op het huidige peil blijft. Een goed opgeleide werkende bevolking is een essentiële voorwaarde voor de ontwikkeling van een concurrerende, duurzame en innovatieve economie overeenkomstig de doelstellingen van Europa 2020. In tijden van beperkte budgetten en sterkere wereldwijde concurrentiedruk dan ooit dient beleid van de EU inzake werkgelegenheid en vaardigheden dat mede gestalte geeft aan de overgang naar een groene, slimme en innovatieve economie een prioriteit te zijn.
L’Union européenne peut relever tous ces défis et élever notablement les taux d’activité, des femmes, des jeunes et des travailleurs âgés surtout, mais il lui faudra mener une action résolue centrée sur les quatre priorités fondamentales suivantes.
De EU kan al deze uitdagingen het hoofd bieden en de arbeidsparticipatie aanzienlijk verhogen, met name voor vrouwen en jonge en oudere werknemers, maar alleen door vastberaden actie die geconcentreerd is op vier prioriteiten :
- En premier lieu, il faut améliorer le fonctionnement des marchés du travail . Des taux de chômage structurel chroniquement élevés entraînent une perte de capital humain inacceptable: ils découragent les travailleurs et sont source de sorties prématurées du marché du travail et d’exclusion sociale. Les politiques de flexicurité sont le meilleur instrument de modernisation des marchés du travail: elles doivent être revues et adaptées au contexte de l’après-crise, afin d’accélérer le rythme des réformes, de réduire la segmentation du marché du travail, de favoriser l’égalité entre les femmes et les hommes et de rendre les transitions positives.
- Ten eerste, beter functionerende arbeidsmarkten . Structurele en chronisch hoge werkloosheidscijfers vertegenwoordigen een onaanvaardbaar verlies van menselijke kapitaal, ontmoedigen werknemers, en leiden tot een voortijdige aftocht van de arbeidsmarkt en tot sociale uitsluiting. Flexizekerheidsbeleid vormt het beste instrument om arbeidsmarkten te moderniseren: dit beleid moet opnieuw bezien worden en aangepast aan de post-crisiscontext, teneinde het tempo van de hervormingen op te voeren, de segmentering van de arbeidsmarkt tegen te gaan, gendergelijkheid te bevorderen en overgangen succesvol te laten verlopen.
- Il faut ensuite accroître les qualifications de la main-d’œuvre , qui doit être capable de contribuer aux mutations technologiques et de s’y adapter grâce à de nouveaux modèles d’organisation du travail. Il s’agit d’un formidable défi au regard des compétences nécessaires, en constante évolution, et du déséquilibre persistant de l’offre et de la demande de qualifications sur le marché du travail de l’Union. Investir dans les systèmes d’éducation et de formation, anticiper les besoins de qualifications, disposer de services de mise en adéquation de l’offre et de la demande et d’orientation: voilà les piliers de la progression de la productivité, de la compétitivité, de la croissance économique et, au bout du compte, de l’emploi. L’Union européenne s’est engagée à améliorer les niveaux d’éducation par la réduction du taux d’abandon scolaire à 10 % au plus et par l’accroissement du nombre des titulaires d’un diplôme de l’enseignement supérieur ou d’une qualification équivalente à 40 % au moins d’ici à 2020. Le potentiel de mobilité au sein de l’Union et celui que représentent les flux entrants de migrants de pays tiers ne sont ni complètement valorisés ni suffisamment visés pour satisfaire les besoins du marché du travail, malgré la contribution majeure des migrants à l’emploi et à la croissance.
- Ten tweede, een beter opgeleide werkende bevolking, die in staat is bij te dragen tot en zich aan te passen aan technologische ontwikkelingen en nieuwe vormen van organisatie van het werk. Dit is een serieuze uitdaging, gezien de snel veranderende vraag naar vaardigheden, en het feit dat op de EU-arbeidsmarkt de vraag naar en het aanbod van vaardigheden nog steeds slecht op elkaar afgestemd zijn. Investeren in onderwijs- en opleidingsstelsels, anticiperen op de toekomstige behoeften aan vaardigheden, en effectieve beroepskeuzebegeleiding en arbeidsbemiddeling zijn van fundamenteel belang voor het verhogen van de productiviteit, de economische groei, het concurrentievermogen, en uiteindelijk de werkgelegenheid. De EU heeft zich ten doel gesteld het opleidingsniveau te verbeteren door het aantal voortijdige schoolverlaters terug te brengen tot 10 % of minder, en het aantal jongeren dat tertiair of gelijkwaardig onderwijs met succes volgt op te voeren tot ten minste 40 % in 2020. Het potentieel van intra-EU-mobiliteit en van de instroom van migranten uit derde landen wordt onvoldoende benut en onvoldoende op de behoeften van de arbeidsmarkt afgestemd, ondanks de aanzienlijke bijdrage die migranten leveren aan werkgelegenheid en groei.
- La troisième priorité est d’améliorer la qualité des emplois et les conditions de travail . En matière d’emploi, qualité et quantité ne peuvent se concevoir au détriment l’une de l’autre: dans l’Union, une qualité d’emploi élevée va de pair avec une productivité et une participation à l’emploi tout aussi élevées. S’il n’est pas tenu compte des conditions de travail et de la santé physique et mentale des travailleurs, ceux-ci ne pourront faire face aux exigences d’une carrière professionnelle actuelle, marquée par un nombre plus élevé de transitions entre des emplois plus intenses et plus exigeants et par de nouvelles formes d’organisation du travail.
- In de derde plaats, banen van betere kwaliteit en betere arbeidsomstandigheden. De kwaliteit van de werkgelegenheid gaat niet ten koste van de kwantiteit: een hoog niveau van baankwaliteit gaat in de EU samen met even hoge arbeidsproductiviteit en arbeidsparticipatie. Er moet bijzondere aandacht besteed worden aan arbeidsomstandigheden en de fysieke en geestelijke gezondheid van werknemers, gezien de zware eisen die het moderne beroepsleven stelt, zoals meer frequente wisselingen tussen veeleisende banen en aanpassing aan nieuwe vormen van organisatie van het werk.
- Enfin, il faut renforcer les politiques destinées à favoriser la création d’emplois et à soutenir la demande de travail . Il ne suffit pas de s’assurer que les citoyens restent actifs et se dotent des compétences adéquates pour décrocher un emploi: la reprise doit être fondée sur une croissance génératrice d’emplois. Les conditions à même de permettre la création de davantage d’emplois doivent être mises en place, y compris dans les sociétés qui s’appuient sur des qualifications élevées et des modèles d’entreprise fortement axés sur la recherche et le développement. Des réductions sélectives des coûts de main-d’œuvre non-salariaux ou des subventions à l’emploi bien ciblées peuvent inciter les employeurs à recruter des chômeurs de longue durée ou d’autres travailleurs en décrochage professionnel. Il est également essentiel, pour améliorer les taux d’activité, de mener des politiques de valorisation des principales sources de création d’emplois et de soutien à l’esprit d’entreprise et à l’emploi non-salarié.
- In de vierde plaats, een krachtiger beleid om het creëren van banen en de vraag naar arbeid te bevorderen. Het is niet genoeg dat mensen actief blijven en de juiste vaardigheden verwerven om een baan te vinden: het herstel moet gebaseerd zijn op groei die tot nieuwe banen leidt. De noodzakelijke voorwaarden voor het creëren van nieuwe banen moeten geschapen worden, vooral ook in ondernemingen met een business model waarin vaardigheden van hoog niveau en O&O een belangrijke rol spelen. Selectieve verlagingen van indirecte loonkosten, of doelgerichte werkgelegenheidssubsidies, kunnen een aansporing zijn voor werkgevers om langdurig werklozen en werkenden die de arbeidsmarkt dreigen te verlaten, in dienst te nemen. Beleidsmaatregelen die gericht zijn op het exploiteren van belangrijke bronnen van nieuwe werkgelegenheid en ter bevordering van ondernemerschap en zelfstandigheid zijn eveneens van essentieel belang om de arbeidsparticipatie te verhogen.
Il incombe essentiellement aux États membres d’atteindre ces objectifs et de mettre en place les instruments nécessaires pour y arriver, dans le respect du traité et du principe de subsidiarité. L’objectif d’un taux d’emploi des hommes et des femmes de 75 % d’ici à l’an 2020 ne sera toutefois pas atteint si tous les efforts et tous les instruments ne sont pas conjugués. La présente initiative phare, «Une stratégie pour des compétences nouvelles et des emplois», décrit, en treize actions clés assorties de mesures préparatoires et complémentaires, la contribution que l’Union européenne pourrait apporter à cet effort commun dans le cadre de la stratégie «Europe 2020». La Commission fera aussi en sorte que les objectifs fixés dans la présente stratégie soient pris en compte par les pays concernés par le processus d’élargissement de l’Union et par la politique européenne de voisinage.
De hoofdverantwoordelijkheid en de instrumenten om deze doelstellingen te verwezenlijken berusten bij de lidstaten , overeenkomstig het Verdrag en het subsidiariteitsbeginsel. Het arbeidsparticipatiedoel van de EU van 75 % in 2020 voor vrouwen en mannen zal echter alleen gehaald kunnen worden door een gezamenlijke inzet van alle inspanningen en instrumenten. Dit kerninitiatief "Agenda voor nieuwe vaardigheden en banen" geeft aan, in 13 centrale acties met flankerende en voorbereidende maatregelen, welke bijdrage de EU aan deze gezamenlijke inspanning kan leveren, als onderdeel van de Europa 2020-strategie. In het kader van het uitbreidingsproces van de EU en binnen het Europese nabuurschapsbeleid zal de Commissie er zorg voor dragen dat ook in de relevante landen rekening gehouden wordt met de doelstellingen van deze agenda.
LES PRIORITÉS DE LA STRATÉGIE
DE PRIORITEITEN VAN DE AGENDA
1. Donner un nouvel élan à la flexicurité: réduire la segmentation et faciliter les transitions
1. NAAR EEN NIEUW MOMENTUM VOOR FLEXIZEKERHEID: VERMINDERING VAN DE SEGMENTERING EN ONDERSTEUNING VAN OVERGANGEN
Des enseignements ont été tirés de la crise: les politiques de flexicurité ont aidé à passer le cap, mais les groupes vulnérables ont été touchés le plus durement
Geleerde lessen: flexizekerheidsbeleid heeft geholpen bij het doorstaan van de crisis, maar kwetsbare groepen zijn het zwaarst getroffen
En décembre 2007, le Conseil a adopté les principes communs de flexicurité de l’Union européenne et les quatre composantes de la flexicurité comme outil de modernisation des marchés du travail et de soutien à l’emploi grâce à de nouvelles formes de flexibilité et de sécurité[1]. Pour que l’adaptabilité, l’emploi et la cohésion sociale soient renforcés, les États membres ont été invités à définir leurs propres modalités nationales de flexicurité et à concevoir des stratégies de réforme de leur marché du travail en concertation avec les partenaires sociaux. Depuis lors, la crise a mis à l’épreuve ces stratégies nationales de réforme et de flexicurité. Les enseignements tirés de ces deux dernières années sont à la fois encourageants et inquiétants[2].
De Raad heeft in december 2007 de gemeenschappelijke EU-beginselen inzake flexizekerheid goedgekeurd, die uit vier componenten bestaan, als een middel om de arbeidsmarkten te moderniseren en de werkgelegenheid te bevorderen door nieuwe vormen van flexibiliteit en zekerheid[1]. Er werd een beroep gedaan op de lidstaten om hun eigen nationale flexizekerheidsregelingen te ontwikkelen, alsmede strategieën om in samenwerking met de sociale partners hun arbeidsmarkten te hervormen, teneinde het aanpassingsvermogen, de werkgelegenheid en de sociale cohesie te verbeteren. Sindsdien heeft de crisis de nationale hervormingsstrategieën en de flexizekerheid op de proef gesteld; de lessen van de afgelopen twee jaar zijn enerzijds bemoedigend, maar wijzen anderzijds op het voortbestaan van belangrijke uitdagingen[2].
D’une part, des éléments attestent de l’utilité des politiques de flexicurité pour passer le cap de la crise. De nombreux États membres ont instauré de nouvelles mesures temporaires de chômage partiel subventionné, ou accru le montant, l’ampleur et la durée de mesures existantes et facilité le recours à celles-ci. Grâce à cette flexibilité interne renforcée, les États membres sont parvenus à réduire le ralentissement de la croissance de l’emploi en 2008-2009 de 0,7 point de pourcentage en moyenne sur une base annuelle, contribuant ainsi à la lutte contre la perte de ressources humaines spécifiques à chaque entreprise, à la limitation des frais supportés lorsqu’il faut réembaucher des travailleurs licenciés et à l’atténuation des épreuves endurées par les travailleurs.
Enerzijds blijkt uit de cijfers dat het flexizekerheidsbeleid geholpen heeft de crisis te doorstaan. Veel lidstaten hebben tijdelijk nieuwe door de overheid gesubsidieerde arbeidstijdverkortingsregelingen ingevoerd, of bestaande regelingen qua omvang, werkingssfeer en duur verruimd, en de gebruikmaking daarvan vergemakkelijkt. Door de interne flexibiliteit te verhogen, hebben de lidstaten de terugval van de groei van de werkgelegenheid in 2008-09 met gemiddeld 0,7 procentpunten op jaarbasis kunnen beperken. Op die manier konden verlies van gespecialiseerde werknemers en heraanwervingskosten vermeden worden, en hadden werknemers minder te lijden onder de crisis.
De même, plusieurs États membres ont élargi leurs systèmes d’assurance chômage (en revoyant, par exemple, le montant des prestations ou leur durée, ou en étendant la couverture de l’assurance à de nouveaux groupes). Les mesures actives du marché du travail ont été multipliées, avec des incitations financières au lancement de nouvelles entreprises ou des programmes de formation et d’acquisition d’expérience professionnelle, par exemple. Les Services publics de l’emploi (SPE) ont fourni une aide à la recherche d’emploi mieux ciblée à des groupes particuliers tels que les jeunes, les immigrants, les travailleurs sous contrat de courte durée, ceux qui viennent de perdre leur emploi ou les personnes qui ne bénéficient d’aucune prestation. Dans certains pays, les services de l’emploi ont étoffé leur personnel de 10 % ou plus pour faire face à l’afflux de demandeurs d’emploi.
Verschillende lidstaten hebben ook hun werkloosheidsverzekeringsstelsels versterkt (ten aanzien van hoogte en duur van de uitkeringen en de dekking van nieuwe categorieën werknemers). Er zijn meer actieve arbeidsmarktmaatregelen genomen, waaronder prikkels om een eigen bedrijf te beginnen, en opleidings- en werkervaringsprogramma's. Openbare arbeidsbemiddelingsdiensten boden meer doelgerichte ondersteuning voor specifieke groepen werkzoekenden, zoals jongeren, immigranten, werknemers met arbeidsovereenkomsten van korte duur, recent ontslagen werknemers, en werklozen die niet in aanmerking komen voor een uitkering. In sommige landen hebben de arbeidsbemiddelingsdiensten hun personeelsbestand met 10 % of meer verhoogd om de toename van het aantal werkzoekenden aan te kunnen.
D’autre part, la crise a mis en lumière la nécessité urgente de mener à bien des réformes du marché du travail sans réduire l’espace de consensus et de confiance entre les partenaires sociaux – un préalable essentiel à la réussite des politiques de flexicurité. Les politiques tendant à réduire la segmentation n’ont pas suffi: les jeunes, les travailleurs temporaires et les migrants ont été parmi les plus durement touchés par la récession. Le taux de chômage des jeunes (moins de 25 ans) a progressé de 5,8 points de pourcentage depuis mars 2008 pour s’établir à plus de 20%, celui des adultes (de 25 à 64 ans) n’ayant augmenté que de la moitié pour atteindre les 8,3% actuels. Au plus fort de la récession, les pertes d’emploi des travailleurs temporaires ont été presque quatre fois plus nombreuses que celles des travailleurs sous contrat permanent. La poussée du chômage a aussi été très forte chez les migrants.
Anderzijds heeft de crisis duidelijk aangetoond hoe noodzakelijk het is de arbeidsmarkthervormingen voort te zetten, zonder de mogelijkheden voor consensus en wederzijds vertrouwen tussen de sociale partners, een noodzakelijke voorwaarde voor succesvol flexizekerheidsbeleid, aan te tasten. Het beleid om segmentering tegen te gaan was ontoereikend: jongeren, tijdelijke werknemers en migranten behoorden tot de zwaarst getroffen groepen in de recessie. Het werkloosheidscijfer voor jongeren (tot 25 jaar) is sinds maart 2008 met 5,8 procentpunten gestegen, tot meer dan 20 %, terwijl dat cijfer voor volwassenen (25-64 jaar) slechts half zoveel gestegen is en nu op 8,3 % staat. Op het hoogtepunt van de recessie waren de banenverliezen voor tijdelijke werknemers bijna vier maal zo hoog als voor werknemers met een vaste baan. Ook onder migranten is de werkloosheid sterk gestegen.
En parallèle, la crise a illustré combien il était difficile de mener des politiques véritablement intégrées. Ainsi, les mesures de chômage partiel n’ont pas assez souvent été complétées par des propositions de formation aux salariés. Même dans les États membres proposant des aides supplémentaires à la formation, trop peu de bénéficiaires théoriques ont profité de ces possibilités pour se reformer.
De crisis heeft ook laten zien hoe moeilijk het is een werkelijk geïntegreerd beleid te voeren. De arbeidstijdverkortingsmaatregelen bijvoorbeeld werden te zelden aangevuld met opleidingsmogelijkheden voor werknemers. Zelfs in lidstaten die aanvullende prikkels boden voor het volgen van opleidingen maakten te weinig potentiële begunstigden gebruik van het aanbod van omscholing.
Un nouvel élan: renforcer les composantes de la flexicurité et affermir sa concrétisation
Een nieuw momentum: versterking van de flexizekerheidscomponenten en tenuitvoerlegging
Les principes communs de flexicurité de l’Union européenne, bien équilibrés et globaux, sont toujours valables aujourd’hui. Les quatre composantes de la flexicurité (des dispositions contractuelles flexibles et fiables, des politiques actives du marché du travail, une éducation et une formation tout au long de la vie et des systèmes de sécurité sociale modernes) doivent toutefois être renforcées pour garantir que, dans le contexte de l’après-crise, les États se concentrent sur les réformes les plus efficaces d’un point de vue économique tout en améliorant la flexibilité et la sécurité.
De gemeenschappelijke EU-beginselen voor flexizekerheid zijn evenwichtig en goed uitgewerkt, en blijven geldig. De vier componenten van flexizekerheid (flexibele en voldoende zekerheid biedende contractuele regelingen, actief arbeidsmarktbeleid, een leven lang leren, en moderne socialezekerheidsstelsels) dienen echter versterkt te worden om te waarborgen dat ook in de post-crisiscontext landen zich concentreren op de meest kosteneffectieve hervormingen, en tegelijkertijd meer flexibiliteit en zekerheid bieden.
Les mesures arrêtées par les États membres en faveur de la flexicurité peuvent être intensifiées et adaptées au nouveau contexte socio-économique si un nouvel équilibre est trouvé entre les quatre composantes de la flexicurité, et à l’intérieur de chacune d’elles, ainsi que dans la séquence chronologique entre différentes mesures. Il faut également renforcer les institutions du marché du travail de sorte que les travailleurs puissent tirer parti des transitions entre emplois, activités, secteurs ou statuts professionnels. Il est essentiel de rendre ces transitions positives pour assurer aux travailleurs la sécurité qui leur permettra d’accepter la mobilité et de s’y adapter correctement. Enfin, la concrétisation de la flexicurité et sa bonne gestion publique doivent permettre d’améliorer la coordination des politiques et de mieux associer les partenaires sociaux et les autres parties prenantes.
De nationale flexizekerheidsregelingen van de lidstaten kunnen versterkt worden en aangepast aan de nieuwe sociaaleconomische context, door middel van een nieuw evenwicht binnen en tussen de vier componenten van flexizekerheid, en wat betreft het tijdschema van de verschillende beleidsmaatregelen. Ook de arbeidsmarktinstellingen dienen versterkt te worden, om te waarborgen dat de werknemers kunnen profiteren van overgangen tussen verschillende banen, beroepen, sectoren of arbeidsstatussen. Overgangen lonend maken is van essentieel belang om werknemers de noodzakelijke zekerheid te bieden om mobiliteit te kunnen aanvaarden en daar mee om te gaan. Tot slot moeten de tenuitvoerlegging en de governance de coördinatie van het beleid en de betrokkenheid van de sociale partners en andere relevante stakeholders verbeteren.
1.1. Priorités destinées à renforcer les quatre composantes de la flexicurité
1.1. Prioriteiten betreffende het versterken van de vier componenten van flexizekerheid
Pour consolider la réforme et la modernisation du marché du travail, et partant des principes communs de l’Union européenne, la Commission propose les grandes priorités d’action décrites ci-dessous, destinées à renforcer les quatre composantes de la flexicurité en partenariat avec les États membres et les partenaires sociaux.
Teneinde de arbeidsmarkthervorming en de modernisering te versterken, voortbouwend op de gemeenschappelijke EU-beginselen, stelt de Commissie de volgende centrale beleidsprioriteiten voor ter versterking van de vier componenten van flexizekerheid, in partnerschap met de lidstaten en de sociale partners:
Des dispositions contractuelles flexibles et fiables
Flexibele en voldoende zekerheid biedende contractuele regelingen:
- Mettre l’accent sur la réduction de la segmentation du marché du travail . Selon le contexte national, différentes voies peuvent être choisies, comme la décentralisation de la négociation collective ou la révision des modalités contractuelles existantes, par exemple. Si, dans certains cas, des particularités territoriales et sectorielles peuvent justifier une variété contractuelle plus grande, dans les marchés du travail fortement segmentés, une piste prometteuse à explorer pourrait être d’étendre le recours à des dispositions contractuelles à durée indéterminée prévoyant une période d’essai suffisamment longue et une progressivité des droits en matière de protection, ainsi que l’accès à des formations, à des mesures d’éducation et formation tout au long de la vie et à des services d’orientation pour tous les salariés. Ces dispositions permettraient de réduire l’écart existant entre les travailleurs sous contrat temporaire et ceux qui détiennent un contrat permanent.
- Terugdringen van de segmentering van de arbeidsmarkt. Afhankelijk van de nationale context zijn verschillende benaderingen denkbaar, zoals het decentraliseren van collectieve onderhandelingen of de herziening van contractuele regelingen. In sommige gevallen kan een grotere verscheidenheid van arbeidsovereenkomsten aan specifieke regionale of sectorale behoeften beantwoorden, maar voor sterk gesegmenteerde arbeidsmarkten kan meer gebruik van arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd, maar met een voldoende lange proefperiode en een geleidelijke opbouw van de arbeidsbescherming en andere rechten, toegang tot opleiding en een leven lang leren, en loopbaanbegeleiding voor alle werknemers, een interessant discussiethema zijn. Dit zou de bestaande tweedeling tussen werknemers met tijdelijke en vaste contracten kunnen verminderen.
- Donner plus de poids à la flexibilité interne durant les récessions économiques . Si la flexibilité externe est aussi importante que la flexibilité interne sur l’ensemble du cycle économique, cette dernière peut aider les employeurs à adapter le volume de main-d’œuvre à une chute temporaire de la demande tout en préservant des postes viables à plus long terme. Les employeurs évitent ainsi de perdre des travailleurs aux qualifications spécifiques à l’entreprise et de courir le risque de devoir les réembaucher à des conditions plus favorables pour ces travailleurs lorsque la reprise prend corps. Parmi les formes de flexibilité interne figure l’adaptation de l’organisation du travail ou du temps de travail (dont les possibilités de chômage partiel). La flexibilité permet par ailleurs aux femmes et aux hommes de combiner emploi et obligations familiales, et singulièrement d’améliorer la contribution des femmes à l’économie formelle et à la croissance par leur travail rémunéré hors foyer. Si la flexibilité interne est importante, la flexibilité externe n’en est pas moins essentielle en cas d’adaptation structurelle nécessaire pour permettre une réaffectation efficace des ressources.
- Meer nadruk leggen op interne flexibiliteit in tijden van economische achteruitgang . Zowel interne als externe flexibiliteit is belangrijk in de loop van de economische cyclus, maar interne flexibiliteit kan werkgevers helpen de arbeidsinput aan te passen aan een tijdelijke daling van de vraag, met instandhouding van banen die op langere termijn kunnen blijven bestaan. Werkgevers kunnen op die manier blijven beschikken over de vaardigheden van werknemers die een sleutelrol vervullen en waaraan sterke behoefte zal zijn zodra het herstel zich doorzet. Vormen van interne flexibiliteit omvatten de aanpassing van de organisatie van het werk of van de werktijden (bv. arbeidstijdverkorting). Ook stelt flexibiliteit mannen en vrouwen in staat om werk en zorgverantwoordelijkheden te combineren, en maakt het met name mogelijk de bijdrage van vrouwen aan de formele economie en de economische groei te verbeteren door betaald werk buitenshuis. Maar hoe belangrijk interne flexibiliteit ook is, externe flexibiliteit blijft essentieel bij noodzakelijke structurele aanpassingen, om een effectieve herverdeling van middelen mogelijk te maken.
Vers une éducation et une formation tout au long de la vie plus globales
Breed opgezet een leven lang leren:
- Améliorer l’accès à l’éducation et à la formation tout au long de la vie , afin d’aider les citoyens à trouver des emplois dans des secteurs à haute valeur ajoutée et à des métiers en expansion, tels ceux qui émergent grâce aux mesures liées à la «croissance durable», aux politiques et législation en matière d’égalité des chances ou encore au secteur médico-social (les «emplois blancs»). Des parcours d’éducation et de formation plus flexibles sont de nature à favoriser les transitions entre phases de travail et d’éducation ou de formation, notamment grâce à la modularisation des programmes d’éducation et de formation. Ces parcours devraient également permettre la validation de l’éducation et de la formation non-formelles et informelles, s’appuyer sur les acquis de l’apprentissage et permettre l’intégration des systèmes d’éducation et de formation et des systèmes d’orientation de carrière.
- Verbeteren van de toegang tot een leven lang leren , door mensen te helpen over te stappen naar sectoren met hoge toegevoegde waarde en naar beroepen met toekomst, zoals die bijvoorbeeld voortkomen uit het beleid ter bevordering van duurzame groei, het beleid en de wetgeving inzake gelijke kansen, en "witte" banen. Meer flexibele leertrajecten kunnen de overgang van fasen van werk naar fasen van opleiding vergemakkelijken, onder andere door het modulariseren van opleidingsprogramma's. Deze trajecten zouden ook het valideren van niet-formeel en informeel leren mogelijk moeten maken, en dienen gebaseerd te zijn op leerresultaten, en op de integratie van onderwijs en opleiding en loopbaanbegeleiding.
- Adopter des démarches ciblées en faveur des travailleurs les plus vulnérables , en particulier les moins qualifiés, les chômeurs, les jeunes et les travailleurs âgés, les personnes handicapées ou présentant des troubles mentaux, ou encore les minorités (comme les migrants ou les Roms, par exemple): les SPE devraient fournir des conseils en orientation de carrière ainsi que des programmes de formation et d’acquisition d’expérience professionnelle bien ciblés et adaptés. Il convient également d’accorder une priorité particulière i) à l’amélioration des compétences des travailleurs âgés, particulièrement vulnérables en cas de restructuration économique, ii) à la requalification des parents revenant au travail après une période de prise en charge d’un membre de la famille et iii) à la requalification des travailleurs «en col bleu» en vue d’une transition vers des emplois «en col vert».
- Doelgerichte benaderingen ontwikkelen voor de meer kwetsbare werknemers , met name de laaggeschoolde, werkloze, jongere en oudere werknemers, gehandicapten, mensen met geestesstoornissen, en minderheidsgroepen zoals migranten en Roma: openbare arbeidsbemiddelingsdiensten dienen loopbaanbegeleiding en doelgerichte en aangepaste opleidings- en werkervaringsprogramma's aan te bieden. Specifieke prioriteit dient ook te worden verleend aan i) het opwaarderen van de vaardigheden van oudere werknemers, die bijzonder kwetsbaar zijn bij economische herstructurering, ii) het bij- of omscholen van ouders die weer aan het werk gaan na een periode van opvoeding van kinderen, en iii) de omscholing van productiemedewerkers om ze voor te bereiden op banen in de "groene sector".
- Améliorer la participation des parties prenantes et le dialogue social lors d’actions d’éducation et de formation tout au long de la vie. Les partenariats conclus aux niveaux régional et local entre services publics, prestataires d’éducation ou de formation et employeurs peuvent efficacement amener à la détection des besoins de formation, améliorer la pertinence de l’éducation et de la formation et faciliter l’accès des individus à l’éducation et à la formation permanentes. Le dialogue entre les partenaires sociaux revêt une importance toute particulière lorsqu’il s’agit de partager les coûts de manière efficace, de réaliser des actions de formation sur le lieu de travail et de favoriser la coopération entre les organismes publics et les entreprises.
- Verbetering van de betrokkenheid van stakeholders en van de kwaliteit van de sociale dialoog met betrekking tot de tenuitvoerlegging van het concept van een leven lang leren. Partnerschappen op regionaal en lokaal niveau tussen openbare diensten en aanbieders van onderwijs en opleiding kunnen de werkelijke behoefte aan opleidingen vaststellen, de relevantie van onderwijs en opleiding verbeteren, en de toegang van individuele burgers tot verder onderwijs en opleiding vergemakkelijken. De dialoog tussen de sociale partners is van bijzonder belang wat betreft doelmatige kostendelingsregelingen, het leeraanbod op het werk, en het bevorderen van samenwerking tussen organisaties in de publieke sector en het bedrijfsleven.
- Mettre en place des incitations et des modalités de partage des coûts efficaces , afin de mieux rentabiliser les investissements publics et privés dans la formation continue de la main-d’œuvre et d’accroître la participation des travailleurs aux actions d’éducation et de formation tout au long de la vie. Parmi les mesures envisageables figurent notamment la déductibilité fiscale, des programmes de chèques formation destinés à des groupes précis, des comptes de formation ou d’autres systèmes par lesquels les travailleurs peuvent accumuler à la fois du temps et un capital. Si ces mesures doivent respecter la réglementation de l’Union européenne en matière d’aides d’État, les États membres peuvent néanmoins tirer parti des possibilités offertes par le règlement général d’exemption par catégorie [le règlement (CE) no 800/2008].
- Invoering van effectieve prikkels en kostendelingsregelingen, zodat werkgevers meer investeren in de bij- en nascholing van hun personeel, en de werknemers actiever deelnemen aan een leven lang leren. Mogelijke maatregelen zijn: belastingvoordelen, , onderwijsvoucherprogramma's voor specifieke groepen, en leerrekeningen, of andere regelingen waardoor werknemers leerverlof en financiering kunnen opbouwen. Deze maatregelen mogen natuurlijk niet in strijd zijn met de EU-regels inzake staatssteun, maar lidstaten kunnen gebruik maken van de mogelijkheden die worden geboden door de groepsvrijstellingsverordening (Verordening (EG) nr. 800/2008).
Les politiques actives du marché du travail (PAMT)
Actief arbeidsmarktbeleid
- Adapter l’éventail des PAMT et leur articulation institutionnelle afin de réduire le risque de chômage de longue durée . Les États membres ont sensiblement progressé sur cette composante de la flexicurité: en partie grâce à la stratégie européenne pour l’emploi, les PAMT sont aujourd’hui bien meilleures et plus robustes qu’il y a dix ans. Il reste que des améliorations sont possibles, notamment sur le plan de l’orientation professionnelle individuelle, de l’assistance à la recherche d’un emploi et des mesures d’amélioration des compétences et de l’employabilité. Par ailleurs, l’efficacité économique des PAMT et la subordination de l’octroi des prestations de chômage à la participation à ces politiques constituent deux domaines à suivre plus particulièrement. Ces mesures d’intervention sur l’offre de travail risquent d’être insuffisantes si le rythme des créations d’emploi ralentit: il y a donc lieu de les compléter par des mesures agissant sur la demande de travail, telles que des subventions à l’embauche ciblées et économiquement efficaces. Pour limiter le poids de ces subventions sur les finances publiques, il convient de les concentrer sur la création nette d’emplois et des travailleurs «difficiles à placer», moins qualifiés ou peu expérimentés, par exemple.
- Aanpassing van de mix van actieve arbeidsmarktmaatregelen en het institutionele kader daarvan om het risico van langdurige werkloosheid te verminderen . De lidstaten hebben aanzienlijke vooruitgang geboekt met deze component van flexizekerheid: gedeeltelijk dankzij de Europese werkgelegenheidsstrategie zijn de actieve arbeidsmarktmaatregelen veel effectiever dan tien jaar geleden. Er is echter nog ruimte voor verbetering wat bepaalde aspecten betreft: individuele beroepskeuzevoorlichting, ondersteuning bij het zoeken naar werk, maatregelen ter verbetering van vaardigheden en inzetbaarheid. De kosteneffectiviteit van actieve arbeidsmarktmaatregelen en de koppeling van werkloosheidsuitkeringen aan deelname aan dergelijke maatregelen zijn twee punten die nadere aandacht verdienen. Deze maatregelen aan de aanbodzijde kunnen onvoldoende blijken te zijn als het creëren van nieuwe banen achterblijft: in dat geval dienen zij te worden aangevuld met maatregelen aan de vraagzijde, zoals kosteneffectieve en doelgerichte subsidies voor aanwerving. Om de last voor de overheidsfinanciën te beperken, dienen dergelijke subsidies gericht te zijn op het creëren van netto nieuwe arbeidsplaatsen en op "moeilijk plaatsbare" werknemers, zoals laagopgeleiden met weinig of geen ervaring.
Des systèmes de sécurité sociale modernes
Moderne socialezekerheidsstelsels:
- Réformer les systèmes de prestations de chômage pour faciliter l’adaptation des montants et de l’étendue de la couverture sur l’ensemble du cycle économique (accorder plus de ressources en temps de crise et moins en haute conjoncture, par exemple). Le rôle de stabilisation automatique joué par les prestations serait ainsi renforcé, l’accent étant mis, en période de creux conjoncturel, sur la protection des revenus et les besoins de stabilisation plutôt que sur des incitations à la recherche d’un emploi, et vice-versa en haut de cycle. Au fur et à mesure de la reprise des marchés du travail, les États membres devraient envisager l’arrêt des extensions temporaires des prestations et de la durée de l’assurance chômage décidées au cours de la récession, afin d’éviter des répercussions négatives sur les incitations au réemploi. Le réexamen des prestations octroyées respectivement aux actifs et aux inactifs afin d’améliorer l’intérêt financier d’accepter un emploi doit aller de pair avec des mesures d’incitation à la formation et d’autres régimes d’activation, sous réserve que des prestations soient toujours accordées pour éviter la paupérisation des sans-emplois.
- Hervorming van de werkloosheidsuitkeringsstelsels om de hoogte en de dekking daarvan gemakkelijker te kunnen aanpassen in de loop van de economische cyclus (d.w.z. hogere uitkeringen in moeilijke tijden en lagere in betere tijden). Dit zou de rol van uitkeringen als automatische stabilisatoren verbeteren, door bij een economische teruggang meer nadruk te leggen op de behoefte aan inkomensgarantie en stabilisering en minder op prikkels om werk te zoeken, en omgekeerd als het weer beter gaat met de economie. Naarmate de arbeidsmarkten zich herstellen, kunnen lidstaten dan eventueel de tijdelijke verhoging van uitkeringen en de verlenging van de duur van de werkloosheidsverzekering weer terugdraaien, om te voorkomen dat negatieve prikkels mensen ervan weerhouden weer aan het werk te gaan. Deze hervorming van uitkeringen voor werklozen en voor werkenden, met het doel de financiële prikkels om te gaan werken te verhogen, dient gecombineerd te worden met maatregelen ter bevordering van het gebruik van opleidingen en andere activeringsregelingen, terwijl ook gewaarborgd moet worden dat de uitkeringen toch hoog genoeg zijn om te voorkomen dat diegenen die werkloos blijven in armoede afglijden.
- Améliorer la protection sociale des travailleurs les plus vulnérables , comme les travailleurs sous contrat à durée déterminée, les jeunes dans leur premier emploi et les travailleurs non salariés. Une telle amélioration passe, lorsque c’est nécessaire, par l’extension de la couverture offerte par les prestations du système d’assurance chômage et le renforcement d’autres droits à la sécurité sociale (congé parental et autres droits à la conciliation entre vie privée et vie professionnelle, congé maladie, prestations accordées en cas de handicap, etc.); le niveau des prestations de chômage devrait être proportionnel à la carrière professionnelle de chacun.
- Verbetering van de dekking van uitkeringen voor diegenen die een hoger risico van werkloosheid lopen , zoals werknemers met een overeenkomst voor bepaalde tijd, jongeren in hun eerste baan en zelfstandigen. Dit kan waar nodig worden bereikt door uitbreiding van de dekking van de werkloosheidsuitkeringsstelsels, en door versterking van andere socialezekerheidsrechten (ouderschapsverlof en andere rechten met betrekking tot het combineren van werk en gezinsleven, ziekteverlof, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, enz.); de hoogte van werkloosheidsuitkeringen dient in verhouding te staan tot het arbeidsverleden van de individuele ontvanger.
- Revoir le système des retraites afin d’assurer durablement des retraites d’un montant suffisant à ceux dont les carrières d’assurance sont incomplètes en raison de périodes de chômage, de maladie, de prise en charge d’un proche, ou de contrats de courte durée. La réforme des retraites devrait être assortie de mesures facilitant les transitions sur le marché du travail pour les personnes âgées, et la sortie du chômage vers l’activité professionnelle, en particulier.
- Herziening van het pensioenstelsel om adequate en duurzame pensioenen te waarborgen voor mensen die gedurende kortere of langere perioden geen premies hebben betaald, door perioden van werkloosheid, ziekte of zorgtaken, of door kortlopende arbeidsbetrekkingen. Pensioenhervormingen dienen gepaard te gaan met beleid om arbeidsmarktovergangen van ouderen te ondersteunen, met name als zij na een periode van werkloosheid weer gaan werken.
1.2. Priorités destinées à améliorer la concrétisation, le suivi et la gestion de la flexicurité
1.2 Prioriteiten in verband met verbetering van tenuitvoerlegging, monitoring en governance van flexizekerheid
Les partenaires sociaux européens ont appuyé l’adoption des principes communs de flexicurité et ont souligné l’importance d’une démarche combinant les volets interne et externe de la flexicurité. Si, dans de nombreux pays, les partenaires sociaux ont été associés à l’exécution et au suivi des stratégies nationales de flexicurité, il y a lieu de renforcer la consultation et le dialogue. En effet, les politiques de flexicurité ne seront couronnées de succès que si les partenaires sociaux s’approprient pleinement les réformes du marché du travail.
De Europese sociale partners hebben de goedkeuring van de gemeenschappelijke beginselen inzake flexizekerheid ondersteund en hebben het belang benadrukt van een benadering die interne en externe flexizekerheid combineert. In veel landen hebben de sociale partners al een actieve rol gespeeld bij de tenuitvoerlegging en monitoring van de nationale aanpak van flexizekerheid, maar de raadpleging en de dialoog dient verder versterkt te worden: flexizekerheidsbeleid kan alleen slagen als de sociale partners zich volledig inzetten voor hervormingen van de arbeidsmarkt.
Comme elle l’a annoncé dans l’«Acte pour le marché unique»[3] et dans l’initiative phare «Une politique industrielle à l’ère de la mondialisation»[4], la Commission procède à une nouvelle consultation des partenaires sociaux européens pour que les restructurations soient soumises à un nouveau cadre à l’échelle de l’Union européenne, afin que l’anticipation prenne le pas sur la réaction dans les stratégies et que ce nouveau cadre soit pleinement appliqué. Des stratégies d’anticipation permettent la prise en compte des besoins liés tant à la transition vers une économie à faible émission de carbone qu’aux secteurs présentant des capacités excédentaires de façon structurelle. Elles peuvent également contribuer à éviter les conflits sociaux grâce à la gestion négociée des opérations de restructuration, par l’élaboration de formations professionnelles et la mise en place de reconversions économiques, par exemple.
Zoals aangekondigd in de "Single Market Act"[3] en het kerninitiatief "Industriebeleid in een tijd van globalisering"[4] raadpleegt de Commissie momenteel opnieuw de Europese sociale partners over de ontwikkeling van een EU-kader voor herstructurering met het oog op het aanmoedigen van een accentverschuiving van een puur reactief beleid naar meer anticiperende strategieën en het waarborgen van de volledige toepassing daarvan. Proactieve strategieën maken het mogelijk rekening te houden met de nieuwe behoeften die ontstaan door de overgang naar koolstofarme economie, en met de behoeften van sectoren met structurele overcapaciteiten. Dergelijke strategieën kunnen ook helpen sociale conflicten te voorkomen, door tijdige onderhandelingen over het goed managen van herstructureringen, bijvoorbeeld door beroepsopleidingen en omscholing aan te bieden.
Les deux dernières années ont permis de tirer une leçon fondamentale, qui réside dans l’importance des institutions du marché du travail. Les services de l’emploi – publics, en particulier (les SPE) – peuvent faire office d’agences de transition, en renforçant leur prestation de services. Si leur mission principale, à l’heure actuelle, est de répondre aux besoins des personnes au chômage, les services de l’emploi peuvent aussi jouer un rôle plus global de prestataires de services tout au long de la vie, dans des domaines tels que l’évaluation des compétences, l’établissement de profils, l’organisation de formations, l’orientation professionnelle individuelle et le conseil aux clients (travailleurs et employeurs), en mettant en adéquation des personnes et des profils d’emploi et en offrant des services aux employeurs, tout en aidant les personnes les plus en marge du marché du travail à faire face aux difficultés qu’elles rencontrent. Il serait bon également que les services de l’emploi encouragent les partenariats entre les services (services de l’emploi des secteurs public et privé et du troisième secteur), les prestataires d’enseignement et de formation, les ONG et les institutions de prévoyance, et au sein de ces différentes structures.
Een belangrijke les van de afgelopen twee jaar is hoe belangrijk arbeidsmarktinstellingen zijn. Met name openbare arbeidsbemiddelingsdiensten kunnen overgangen vergemakkelijken door hun dienstverlening te verbeteren. Hun hoofdtaak is nu te beantwoorden aan de behoeften van werklozen, maar deze diensten kunnen een bredere rol spelen als dienstverleners gedurende het gehele leven, door hun diensten aan te bieden bij de beoordeling van vaardigheden, profilering, het aanbieden van opleidingen, individuele loopbaanbegeleiding en advisering van klanten (werknemers en werkgevers), het koppelen van mensen aan beroepsprofielen, dienstverlening aan werkgevers, en door oplossingen te vinden voor de problemen van mensen die het verst van de arbeidsmarkt af staan. De arbeidsbemiddelingsdiensten dienen ook partnerschappen tussen en onder dergelijke diensten (publieke, private en derde sector), aanbieders van onderwijs en opleidingen, ngo's en welzijnsinstellingen te bevorderen.
Enfin, l’exécution de politiques saines de flexicurité impose un suivi systématique et efficace des progrès réalisés par les États membres. Depuis l’adoption des Principes communs, le comité de l’emploi a mis au point un cadre analytique comprenant une large série d’indicateurs. La Commission s’appuiera sur ce cadre et assurera une surveillance et une évaluation régulières des politiques de flexicurité menées dans l’ensemble de l’Union européenne.
Ten slotte is voor een degelijk flexizekerheidsbeleid systematische en efficiënte monitoring van de vorderingen van de lidstaten vereist. Sinds de goedkeuring van de gemeenschappelijke beginselen heeft het Comité voor de werkgelegenheid (EMCO) een analytisch kader ontwikkeld met een brede reeks van indicatoren. De Commissie zal voortbouwen op dit kader en zorgen voor regelmatige monitoring en beoordeling van het flexizekerheidsbeleid in de hele EU.
Flexicurité - Actions clés 1 à 3
Flexizekerheid – centrale acties 1 tot en met 3:
1. Un nouvel élan en faveur de la flexicurité doit découler d’une approche commune de cette stratégie par les institutions de l’Union européenne, les États membres et les partenaires sociaux. Sur la base des principes communs de flexicurité adoptés par l’Union européenne, les priorités proposées dans la présente initiative phare établissent les modalités d’ un vaste débat sur le renforcement des quatre composantes de la flexicurité (par exemple sur le contrat unique ou la réforme des systèmes d’allocations). Ces priorités pourraient être débattues au début de l’année 2011, lors d’une conférence des parties prenantes sur la flexicurité, organisée par la Commission avec les États membres, le Parlement européen et les partenaires sociaux. Le consensus autour de la flexicurité en tant que contribution essentielle à la réalisation de l’objectif fixé par la stratégie «Europe 2020» en matière de taux d’emploi devrait être consolidé, au premier semestre 2012, par une communication sur un nouvel élan pour la flexicurité.
1. Een gezamenlijke aanpak door de instellingen van de EU, de lidstaten en de sociale partners moet een nieuwe impuls geven aan het thema flexizekerheid. De in dit kerninitiatief voorgestelde prioriteiten, die voortbouwen op de gemeenschappelijke beginselen van flexizekerheid, geven de termen aan van een brede discussie over het versterken van de vier componenten van flexizekerheid (bv. de arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd of de hervorming van de uitkeringsstelsels). Deze prioriteiten zouden begin 2011 besproken kunnen worden op een Stakeholderconferentie over Flexizekerheid , die de Commissie zou kunnen organiseren in samenwerking met de lidstaten, het Europees Parlement en de sociale partners. De consensus over flexizekerheid als een essentiële bijdrage aan het "Europa 2020"-werkgelegenheidsdoel zou in de eerste helft van 2012 geconsolideerd moeten worden in een mededeling over een nieuw momentum voor flexizekerheid.
2. L’importance capitale que revêt l’acquisition d’aptitudes et de compétences tout au long de la vie professionnelle nécessite des stratégies globales en matière d’ éducation et de formation tout au long de la vie et, en particulier, une nouvelle approche de l’éducation et de la formation des adultes, fondée sur des principes communs tels que la responsabilité commune et le partenariat, des mécanismes de financement efficaces, des parcours flexibles, ainsi qu’une formation initiale et une formation continue ciblée de qualité. Forte des progrès accomplis dans le cadre du processus de Copenhague, la Commission présentera, en 2011, une communication sur la mise en place de stratégies d’éducation et de formation tout au long de la vie et le développement des compétences , un guide stratégique européen définissant un cadre pour la mise en œuvre des mesures d’éducation et de formation tout au long de la vie et un plan d’action renouvelé pour l’éducation et la formation des adultes .
2. Het grote belang van het verwerven van kennis, vaardigheden en competenties gedurende het gehele arbeidsleven betekent dat breed opgezette strategieën vereist zijn voor een leven lang leren, en met name ook een nieuwe aanpak van volwassenenonderwijs, gebaseerd op gemeenschappelijke beginselen zoals gedeelde verantwoordelijkheid en partnerschap, effectieve financieringsmechanismen, flexibele leertrajecten, en initieel onderwijs en gerichte voortgezette opleidingen van hoge kwaliteit. In 2011 zal de Commissie, gebruik makend van de in het Kopenhagenproces geboekte vooruitgang, een mededeling presenteren over de tenuitvoerlegging van strategieën voor een leven lang leren en de ontwikkeling van competenties , plus een Europees beleidshandboek dat een kader aangeeft voor de tenuitvoerlegging van een leven lang leren, en een vernieuwd actieplan voor volwassenenonderwijs .
3. Pour renforcer, à l’échelon de l’Union européenne, la participation et l’adhésion des partenaires sociaux à la Stratégie pour les nouvelles compétences et les nouveaux emplois, la Commission propose de tenir, à partir de 2011, un Forum social tripartite. Ce forum permettrait d’examiner la mise en œuvre de la stratégie et, en particulier, des politiques de flexicurité, en prélude au sommet social tripartite qui précède le Conseil de printemps dans le cadre du semestre européen.
3. Om de deelname en actieve betrokkenheid op EU-niveau van de sociale partners ten aanzien van de Agenda voor nieuwe vaardigheden en banen te verbeteren, stelt de Commissie voor om in 2011 een Tripartiet Sociaal Forum op te richten. Dit forum zou de tenuitvoerlegging van de agenda en met name het flexizekerheidsbeleid kunnen bespreken, ter voorbereiding op de tripartiete sociale top die in het Europese semester voorafgaat aan de Voorjaarsraad.
Mesures d’accompagnement et de préparation
Flankerende en voorbereidende maatregelen:
En complément de ces actions clés, pour renforcer les mécanismes de gouvernance et de mise en œuvre et pour soutenir les États membres, la Commission compte:
Ter aanvulling van deze centrale acties, en met het oog op versterking van de governance en de uitvoeringsmechanismen en ondersteuning van de lidstaten, zal de Commissie:
- instaurer, à partir de 2011, une méthodologie globale visant à suivre les progrès accomplis par les États membres dans l’application des principes de flexicurité, fondée sur les travaux en cours au sein du comité de l’emploi;
- in 2011 een complete methodologie invoeren voor de monitoring van de vorderingen van de lidstaten bij de tenuitvoerlegging van de beginselen van flexizekerheid, die gebaseerd zal zijn op de lopende werkzaamheden van het Comité voor de werkgelegenheid.
- établir, d’ici fin 2011, un partenariat entre les services de l’emploi des secteurs public et privé et du troisième secteur, afin de favoriser, au niveau de l’Union européenne, un dialogue stratégique de nature à permettre la mise à profit des transitions. Ce partenariat assurera également un financement limité de projets de meilleures pratiques; les bonnes pratiques évaluées et éprouvées seront diffusées au moyen d’un nouvel outil web;
- tegen het einde van 2011 een partnerschap tussen arbeidsbemiddelingsdiensten in de publieke, private en derde sector tot stand brengen, om een strategische dialoog over het lonend maken van overgangen aan te moedigen. Het partnerschap zal ook kleinschalige financiering bieden voor projecten betreffende goede praktijken; een nieuw webinstrument zal zorgen voor verbreiding van de geteste en geëvalueerde goede praktijken.
- lancer, en 2011, auprès des partenaires sociaux européens , une consultation sur le cadre européen pour la restructuration .
- in 2011 een raadpleging van de Europese sociale partners over een Europees kader voor herstructurering starten.
2. Doter les individus des compétences nécessaires à l’exercice d’un emploi
2. MENSEN UITRUSTEN MET DE JUISTE VAARDIGHEDEN OM WERK TE VINDEN
Il reste extrêmement difficile de faire coïncider l’offre de compétences et les besoins du marché du travail.
Het aanpassen van het aanbod van vaardigheden aan de behoeften van de arbeidsmarkt blijft een uitdaging
Dans la communication de 2008 intitulée «Des compétences nouvelles pour des emplois nouveaux», qui a été suivie de deux Conclusions du Conseil et d’un rapport établi par des experts indépendants, la nécessité d’anticiper et de faire coïncider les compétences requises et les besoins du marché du travail a été érigée au rang de priorité absolue pour l’Union européenne par la Commission[5]. En mai 2009, les États membres ont adopté le «cadre stratégique pour la coopération européenne dans le domaine de l’éducation et de la formation», qui prévoit le développement des compétences des citoyens de tous âges et leur participation à l’éducation et la formation tout au long de la vie.
In 2008 werd in de mededeling van de Commissie "Nieuwe vaardigheden voor nieuwe banen", gevolgd door twee conclusies van de Raad en een rapport van onafhankelijke deskundigen, vastgesteld dat het anticiperen op de behoeften van de arbeidsmarkt aan vaardigheden en het aanpassen van het aanbod aan deze vraag, een topprioriteit moest zijn voor de EU[5]. In mei 2009 stemden de lidstaten in met het "Strategische kader voor Europese samenwerking in onderwijs en opleiding" gericht op het een leven lang leren en de ontwikkeling van vaardigheden van burgers van alle leeftijden.
La crise a mis en évidence l’importance du défi: elle a accéléré le rythme des restructurations économiques; de nombreux travailleurs de secteurs en déclin se sont retrouvés au chômage car ils ne possédaient pas les compétences requises dans les secteurs en expansion. À présent, les premiers signes de reprise économique vont de pair avec des difficultés à recruter du personnel hautement qualifié.
De crisis heeft het belang van deze uitdaging onderstreept: het tempo van de economische herstructurering is toegenomen, waardoor veel werknemers in achteruitgaande sectoren werkloos worden, omdat zij niet beschikken over de nodige vaardigheden om over te stappen naar een expanderende sector. De eerste tekenen van economisch herstel gaan vergezeld van problemen bij het aanwerven van hooggeschoold personeel.
Les perspectives à long terme font également ressortir l’importance des compétences. Au sein de l’Union européenne, le nombre d’emplois occupés par des personnes très qualifiées devrait augmenter de 16 millions d’unités d’ici 2020, tandis que le nombre de postes occupés par des travailleurs peu qualifiés devrait baisser de quelque 12 millions d’unités. De trop nombreuses personnes ne possèdent pas les compétences requises pour réussir sur le marché du travail; les adultes à faible niveau d’études ont sept fois moins de chances de participer à l’éducation et la formation continues que les personnes à haut niveau d’études et, en conséquence, éprouvent des difficultés croissantes à s’adapter à des besoins de compétences nouveaux et en constante évolution.
Ook de vooruitzichten op langere termijn wijzen op het grote belang van kennis en vaardigheden. Het aantal banen voor hoogopgeleiden in de EU zal naar verwachting tussen nu en 2020 toenemen met 16 miljoen, terwijl het aantal banen voor laagopgeleiden met ongeveer 12 miljoen zal afnemen. Te veel mensen beschikken niet over de noodzakelijke competenties om zich te kunnen handhaven op de arbeidsmarkt; volwassenen met een laag onderwijsniveau nemen gemiddeld zeven maal minder deel aan bij- en nascholing en voortgezette opleidingen dan hoger geschoolden, en hebben daardoor steeds meer moeite zich aan te passen aan de nieuwe en zich ontwikkelende behoeften aan vaardigheden.
Les graves pénuries de professionnels qualifiés ainsi que de compétences techniques et de gestion propres à certains emplois entravent la réalisation des objectifs de l’Europe en matière de croissance durable. C’est également le cas des déficits constatés dans des domaines indispensables pour l’innovation, en particulier les sciences, les technologies, l’ingénierie et les mathématiques. Dans le secteur automobile et la construction navale, par exemple, la demande de véhicules hybrides et d’investissements offshore dans les énergies durables nécessite d’ores et déjà de nombreuses compétences autres que celles dont les travailleurs de ces secteurs sont actuellement dotés. Il va dès lors falloir investir énormément dans ces compétences «vertes» pour que l’Europe puisse réaliser son ambition de compter trois millions de travailleurs «en col vert» à l’horizon 2020. D’ici 2015, il manquera entre 384 000 et 700 000 professionnels des TIC, une pénurie telle qu’elle va non seulement mettre le secteur lui-même en péril mais aussi nuire fortement à la diffusion de ces technologies dans l’ensemble des secteurs de l’économie. En outre, plus de 30 % des Européens n’ont que rarement, voire jamais utilisé internet, ce qui réduit considérablement leurs possibilités d’emploi puisque la plupart des postes requièrent déjà la maîtrise des compétences numériques[6]. D’ici 2020, le secteur de la santé pourrait connaître une pénurie d’environ un million de professionnels, voire deux millions si l’on tient compte des auxiliaires de santé, ce qui représente 15% des soins nécessaires dans l’Union européenne. Par ailleurs, l’avènement souhaité d’une Union de l’innovation nécessitera un million de chercheurs supplémentaires.
Ernstige tekorten aan gekwalificeerde professionals, en aan management- en technische, baanspecifieke vaardigheden, belemmeren de verwezenlijking van de doelstellingen van Europa inzake duurzame groei. Dat geldt ook voor tekorten op terreinen die van cruciaal belang zijn voor innovatie, met name de exacte wetenschappen, technologie, technische wetenschappen en wiskunde. In de sectoren motorvoertuigen en scheepsbouw bijvoorbeeld bestaat door de vraag naar hybride voertuigen en offshore-investeringen in wind- en getijdenenergie al veel vraag naar andere vaardigheden dan die waarover de werknemers in die sectoren momenteel beschikken. Er zal aanzienlijk geïnvesteerd moeten worden in "groene" vaardigheden, als Europa de doelstelling van drie miljoen "green collar workers" in 2020 wil halen. Het tekort aan ICT-specialisten zal in 2015 naar schatting ergens tussen 384 000 en 700 000 banen bedragen, waardoor niet alleen de sector zelf in de problemen zal raken, maar ook de verspreiding van ICT in alle sectoren van de economie. Bovendien maakt nog meer dan 30 % van alle Europeanen zelden of nooit gebruik van internet, wat hun kansen op de arbeidsmarkt sterk beperkt, aangezien intussen voor de meeste banen "e-skills" vereist zijn[6]. In de sector gezondheidszorg zou tot 2020 een tekort van ongeveer een miljoen professionals kunnen ontstaan, of zelfs van twee miljoen als de ondersteunende beroepen worden meegeteld; dat vertegenwoordigt 15 % van de benodigde zorg in de EU. Om ons doel van een "Innovatie-Unie" te kunnen verwezenlijken, zijn een miljoen extra onderzoekers nodig.
L’inadéquation entre les compétences requises et les compétences disponibles a également une composante géographique: des pénuries de compétences et des goulets d’étranglement dans des régions à forte croissance coexistent avec la persistance d’un taux de chômage élevé dans d’autres régions. Or, la mobilité demeure très faible dans l’Union: en 2009, seuls 2,4 % de sa population étaient constitués de citoyens d’un autre État membre. La migration économique prend également une importance stratégique dans le cadre des mesures visant à remédier aux pénuries de compétences. En 2009, les ressortissants de pays tiers représentaient près de vingt millions de personnes, soit 4,0 % de la population totale des 27 États membres; en l’absence de migration nette, la population en âge de travailler se réduirait de 12% en 2030 et de 33% en 2060, par rapport à 2009. Il n’en demeure pas moins que, trop souvent, les travailleurs migrants occupent des emplois peu qualifiés et de qualité médiocre, ce qui souligne la nécessité d’une meilleure gestion du potentiel et des compétences de ces travailleurs.
Dit gebrek aan evenwicht tussen de behoefte aan vaardigheden en het aanbod heeft ook een geografisch aspect: in gebieden met sterke groei bestaan tekorten aan vaardigheden en knelpunten, in andere gebieden blijft de werkloosheid hardnekkig hoog. Desalniettemin blijft de mate van mobiliteit gering in de EU: in 2009 woonde slechts 2,4% van de bevolking van de EU in een andere dan de eigen lidstaat. Ook economische migratie wordt van strategisch belang voor het aanpakken van tekorten aan vaardigheden. Niet-EU-burgers vertegenwoordigen al 4 % van de totale bevolking van de EU (bijna 20 miljoen); zonder immigratieoverschot zou de bevolking in de werkende leeftijd in 2030 met 12 % geslonken zijn, en in 2060 met 33 %, vergeleken met 2009. Goed opgeleide immigranten vervullen echter te vaak laaggeschoolde banen van lage kwaliteit; het potentieel en de vaardigheden van deze werknemers moeten duidelijk beter benut worden.
Renforcer la capacité de l’Union à anticiper et à faire coïncider les compétences requises et les besoins du marché du travail
Versterking van het vermogen van de Unie om te anticiperen op de behoeften aan vaardigheden van de arbeidsmarkt en daaraan te voldoen
Les répercussions de la crise et la persistance d’un taux de chômage élevé ont accru la nécessité de mieux cerner les domaines dans lesquels des pénuries de compétences pourraient apparaître dans l’Union européenne. Les connaissances acquises depuis 2008 à la faveur de différentes actions doivent être rassemblées en un examen systématique des besoins de compétences au niveau de l’UE. Les actions menées par les États membres pour relever les niveaux de compétences doivent être complétées par une action de l’UE mettant fortement l’accent sur la mobilité géographique en tant que mécanisme d’ajustement permettant de réduire les poches régionales de chômage et de répondre aux besoins du marché. La Commission continuera également d’appuyer la création de conseils sectoriels européens sur les compétences lorsque des parties intéressées (les partenaires sociaux ou les observatoires concernés, par exemple) en prendront l’initiative. De façon similaire, dans le droit fil du programme de Stockholm[7] et, en particulier, du développement de la législation de l’UE en matière de migration légale, la Commission prendra des mesures en vue d’exploiter plus efficacement le potentiel des migrants déjà présents sur le territoire de l’Union. Les cinq domaines d’action principaux sont présentés ci-après.
De gevolgen van de crisis en de aanhoudende hoge werkloosheid hebben duidelijk gemaakt hoe noodzakelijk het is te kunnen voorspellen waar in de EU tekorten aan vaardigheden zullen optreden. De sinds 2008 door verschillende acties vergaarde kennis dient gecombineerd te worden in een systematisch overzicht van de behoeften aan vaardigheden van de EU. De acties van de lidstaten ter verbetering van het vaardigheidsniveau dienen te worden aangevuld door actie van de EU, met sterke nadruk op geografische mobiliteit als aanpassingsmechanisme om regionale concentraties van werkloosheid te verlichten, en om te beantwoorden aan de behoeften van de markt. De Commissie zal ook de oprichting van raden voor sectorale vaardigheden op Europees niveau blijven ondersteunen, als er een initiatief daartoe genomen wordt door stakeholders, zoals bijvoorbeeld sociale partners of de betreffende waarnemingscentra. Overeenkomstig het Stockholm-programma[7], en met name wat betreft de ontwikkeling van EU-wetgeving inzake legale migratie, zal de Commissie actie ondernemen om beter gebruik te maken van het potentieel van migranten die zich al in de EU bevinden. Er zijn vijf centrale actieterreinen:
2.1. Développer la veille du marché du travail et la gouvernance des compétences
2.1. Ontwikkeling van het inzicht in de arbeidsmarkt en "skills governance"
La plupart des États membres développent leur veille du marché du travail au regard des besoins de compétences actuels et futurs par l’intermédiaire d’organes tels que des observatoires, qui rassemblent des acteurs du marché du travail et des prestataires d’enseignement et de formation. Ces analyses facilitent l’élaboration de normes de qualification et l’adaptation des systèmes de formation aux besoins du marché du travail.
De meeste lidstaten ontwikkelen hun kennis van en inzicht in de huidige en toekomstige vraag naar vaardigheden op hun arbeidsmarkt met behulp van organen zoals waarnemingscentra, die de actoren van de arbeidsmarkt en de aanbieders van onderwijs en opleidingen samenbrengen. Deze analyses helpen kwalificatienormen te bepalen en opleidingsstelsels aan te passen aan de behoeften van de arbeidsmarkt.
Toutefois, il demeure largement possible de développer davantage les outils prévisionnels relatifs au marché du travail existant aux niveaux des États membres, des régions et des secteurs, ainsi qu’à l’échelle européenne, et de diffuser les résultats obtenus grâce à ces outils, pour pouvoir mieux remédier aux pénuries de compétences. La Commission facilitera la coopération entre les organismes qui s’occupent de gouvernance des compétences (anticipation des besoins de compétences et réactivité des systèmes d’éducation et de formation) dans les États membres, afin de promouvoir le partage d’informations et une meilleure utilisation des données relatives au marché du travail dans le cadre des politiques en faveur de l’emploi, de l’éducation et de la formation.
Er is echter nog veel ruimte om de bestaande instrumenten op nationaal, regionaal, sectoraal en EU-niveau voor het voorspellen van de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt verder te verbeteren, en om de resultaten daarvan beter te verspreiden, teneinde tekorten aan vaardigheden effectiever te kunnen aanpakken. De Commissie zal samenwerking tussen organen in lidstaten die betrokken zijn bij "skills governance" (anticiperen op behoeften aan vaardigheden en reactievermogen van de onderwijs- en opleidingsstelsels) stimuleren, teneinde het doorgeven van informatie en een beter gebruik van beschikbare arbeidsmarktgegevens in het kader van het werkgelegenheidsbeleid en het beleid inzake onderwijs en opleiding te bevorderen.
2.2. Garantir le bon dosage de compétences
2.2. Het aanbieden van de juiste mix van vaardigheden
Sans considération d’âge, de sexe, d’origine socio-économique, d’appartenance ethnique ou de handicap, tous les citoyens de l’Union européenne devraient avoir la possibilité d’acquérir et d’étoffer la combinaison de connaissances, de compétences et d’aptitudes dont ils ont besoin pour réussir sur le marché du travail.
Alle burgers van de EU, ongeacht leeftijd, geslacht, sociaaleconomische status, etnische achtergrond of handicaps, dienen gelegenheid te krijgen de combinatie van kennis, vaardigheden en talenten te verwerven en/of verder te ontwikkelen die zij nodig hebben om zich met succes op de arbeidsmarkt te begeven.
À cette fin, les systèmes d’éducation et de formation doivent offrir le bon dosage de compétences, comprenant des compétences transversales fondamentales et numériques, l’éducation aux médias, et la communication dans une langue étrangère. Ils doivent également être conçus de telle sorte que les jeunes diplômés de l’enseignement secondaire et supérieur possèdent des aptitudes et des compétences propres à leur assurer un passage à l’emploi rapide et réussi. La lutte contre les abandons scolaires et la faible maîtrise de compétences de base telles que la lecture et l’écriture, le calcul et les sciences, y compris chez les adultes, constitue un élément essentiel pour l’inclusion, l’emploi et la croissance. La formation continue doit atteindre le critère de référence de 15% des adultes participant à des activités d’éducation et de formation tout au long de la vie[8].
Met het oog daarop moeten onderwijs- en opleidingsstelsels de juiste mix van vaardigheden kunnen leveren, met inbegrip van digitale en transversale sleutelcompetenties, mediageletterdheid, en het vermogen te communiceren in een vreemde taal. Zij moeten ook waarborgen dat jongeren met een diploma van het voortgezet en tertiair onderwijs over de nodige vaardigheden en competenties beschikken voor een snelle en succesvolle overstap naar het beroepsleven. Bestrijding van voortijdige schoolverlating en geringe prestaties betreffende basiscompetenties als lezen en schrijven en rekenen, ook onder volwassenen, is een essentiële voorwaarde voor inclusie, werkgelegenheid en groei. Het streefcijfer dat 15 % van alle volwassenen moet deelnemen aan een of andere vorm van een leven lang leren, moet gehaald worden[8].
Des progrès notables ont été accomplis dans l’adaptation des programmes d’études, l’instauration de réformes s’inscrivant dans le cadre défini concernant les compétences clés pour l’éducation et la formation tout au long de la vie, et l’utilisation de l’Europass. Toutefois, les États membres devraient accélérer le rythme des réformes et mettre en place des cadres nationaux des certifications fondés sur les acquis de l’éducation et de la formation, comme indiqué dans la recommandation établissant le cadre européen des certifications. De même, le processus de Copenhague devrait contribuer à améliorer l’attractivité de l’enseignement et la formation professionnels initiaux.
Er is goede vooruitgang geboekt met de aanpassing van de leerplannen van scholen en met hervormingen volgens de hoofdlijnen van het Europese kader van sleutelcompetenties voor een leven lang leren, en het gebruik van de Europass. De lidstaten dienen echter het tempo van de hervormingen te versnellen en op leerresultaten gebaseerde nationale kwalificatiekaders in te voeren, zoals aangegeven in de aanbeveling tot vaststelling van een Europees kwalificatiekader. Ook zou het proces van Kopenhagen de aantrekkelijkheid van initieel beroepsonderwijs verder moeten helpen verbeteren.
Compte tenu du rôle transversal joué par les compétences numériques dans l’économie, la Stratégie numérique pour l’Europe est un catalyseur essentiel qui peut contribuer à doter les travailleurs et les demandeurs d’emploi des compétences numériques appropriées, grâce à des efforts ciblés visant à doter les personnes les moins compétentes – personnes âgées, moins formées ou travailleurs de PME – d’une culture numérique de base, mais aussi à faire acquérir des compétences spécialisées et de pointe en TIC aux personnes ayant un profil professionnel particulier, comme les spécialistes en TIC.
Gezien de transversale rol van digitale competenties in de gehele economie vormt de Digitale Agenda voor Europa een essentiële katalysator die kan helpen werknemers en werkzoekenden de benodigde digitale competenties te verschaffen, met doelgerichte inspanningen om mensen met minimale competenties, zoals ouderen, laaggeschoolden of werknemers van kmo's, basisvaardigheden bij te brengen, maar ook om ICT-competenties op gevorderd niveau te bevorderen voor mensen met specifieke beroepsprofielen, zoals ICT-specialisten.
2.3. Faire coïncider les compétences individuelles et les emplois disponibles, et exploiter les emplois potentiels en Europe
2.3. Koppeling van vaardigheden en banen, en gebruikmaking van het banenpotentieel van Europa
S’il importe de veiller à un bon dosage des compétences, il est tout aussi primordial d’éviter de sous-utiliser les talents et le potentiel des individus. Cela impose d’assurer, d’une part, une meilleure coopération entre le monde du travail et celui de l’éducation et de la formation et, d’autre part, une transparence accrue sur le marché du travail, en dépassant les attitudes traditionnelles consistant à ne mesurer les compétences qu’à l’aune des qualifications formelles.
Het is belangrijk ervoor te zorgen dat de juiste mix van vaardigheden wordt aangeboden, maar het is evenzeer essentieel dat de talenten en het potentieel van mensen niet onderbenut blijven. Dit vereist betere samenwerking tussen de wereld van de arbeid en die van onderwijs en opleiding, en meer transparantie in de arbeidsmarkt, door verder te kijken dan bij traditionele benaderingen waar vaardigheden alleen tellen als ze de vorm van formele kwalificaties hebben.
Le passage à des conceptions fondées sur les compétences et les aptitudes entraîne d’ores et déjà une évolution notable des systèmes d’enseignement, des marchés du travail, et des liens qui les unissent. Cette évolution a, quant à elle, des incidences importantes sur le travail des services de l’emploi dans des domaines tels que l’évaluation des compétences, l’établissement de profils, l’organisation de formations, la coopération avec les prestataires de formation, l’orientation professionnelle et le conseil aux clients (en ce compris les employeurs). Il y a lieu d’intensifier la coopération entre les services de l’emploi et les centres d’orientation dans le domaine de l’enseignement, afin que ces derniers puissent fournir des conseils en prise directe avec le marché du travail.
De verschuiving naar op feitelijke competenties en vaardigheden gebaseerde benaderingen leidt nu al tot ingrijpende veranderingen van onderwijsstelsels en arbeidsmarkten, en van de interactie daarvan. En dit heeft weer belangrijke consequenties voor het werk van arbeidsbemiddelingsdiensten met betrekking tot beoordeling van vaardigheden, profileringsprocessen, het aanbod van opleidingen, samenwerking met aanbieders van opleidingen, loopbaanbegeleiding en advisering van klanten (ook werkgevers). De samenwerking tussen arbeidsbemiddelingsdiensten en diensten voor beroepskeuzebegeleiding in het onderwijs dient verbeterd te worden, zodat laatstgenoemde diensten relevant advies kunnen geven dat rekening houdt met de realiteit van de arbeidsmarkt.
Les conseils et l’aide aux entreprises, y compris les PME, ainsi que les mesures d’incitation prises à leur égard sont eux aussi essentiels pour les aider à exploiter le mieux possible et à valoriser les compétences présentes sur le lieu de travail. Il conviendrait d’encourager les employeurs à co-investir et à participer aux activités des établissements d’enseignement et de formation, particulièrement dans l’enseignement supérieur et dans l’enseignement et la formation professionnels; ces partenariats sont susceptibles d’entraîner un développement et une actualisation des profils de compétences, ainsi que des programmes d’études et qualifications pluridisciplinaires, et de faciliter la mise en place de la formation par le travail, allant des apprentissages aux doctorats industriels. Ces partenariats structurés pourraient constituer un moyen efficace et systémique de développer ces liens.
Advies, prikkels en bijstand voor ondernemingen, met inbegrip van kmo's, is ook van groot belang om die te helpen bij de ontwikkeling en optimale benutting van de competenties van hun personeel. Werkgevers moeten worden aangemoedigd om (mede) te investeren in en deel te nemen aan de activiteiten van onderwijs- en opleidingsinstellingen, met name hoger onderwijs en beroepsonderwijs en -opleiding; dergelijke partnerschappen kunnen vaardigheidsprofielen, multidisciplinaire curricula en kwalificaties ontwikkelen en bijwerken, en het aanbod van opleiding op de werkplek vergemakkelijken, van leerlingplaatsen/stageplaatsen tot onderzoek voor dissertaties. Deze gestructureerde partnerschappen kunnen een efficiënt en systemisch middel vormen om deze interactie te ontwikkelen.
Afin de combler l’écart de compétences pour les emplois de demain et rendre nos systèmes d’enseignement plus réceptifs aux besoins futurs de notre économie (économie verte, par exemple), il est nécessaire de promouvoir de nouvelles spécialisations universitaires, de façon à atteindre une masse critique permettant d’accroître la compétitivité européenne.
Om de "vaardigheidskloof" te dichten voor de banen van de toekomst, en om onze onderwijsstelsels beter in staat te stellen te reageren op de toekomstige behoeften van onze economie (bv. de groene economie), moeten nieuwe academische specialisaties worden bevorderd, om een kritische massa te bereiken die het concurrentievermogen van Europa kan vergroten.
2.4. Renforcer la mobilité géographique dans l’ensemble de l’Union européenne
2.4. Verhoging van de geografische mobiliteit in de hele EU
La mobilité interrégionale et transnationale est influencée par de nombreux facteurs non réglementaires: le logement, la langue, les perspectives d’emploi du partenaire, les mécanismes de retour, les «barrières» historiques et la reconnaissance de l’expérience de mobilité, en particulier dans les PME. Les efforts accomplis récemment en vue d’améliorer la mobilité géographique étaient axés sur la suppression des obstacles juridiques et administratifs (par exemple en matière de reconnaissance des qualifications et de portabilité des droits à pension complémentaire). Les citoyens doivent à présent être mieux informés de ces changements, afin de ne pas hésiter à traverser les frontières pour leur évolution de carrière; il y a également lieu de mettre davantage l’accent sur l’accroissement de la transparence des vacances d’emploi dans l’ensemble de l’Union européenne. Dans le cadre de la coordination des systèmes de sécurité sociale, la Commission étudiera également, en coopération avec les États membres, la situation des catégories professionnelles très mobiles, en particulier les chercheurs pratiquant des activités de recherche rémunérées, en vue de faciliter leur mobilité géographique et intersectorielle dans l’optique d’un achèvement de l’espace européen de la recherche pour 2014.
Interregionale en transnationale mobiliteit wordt beïnvloed door vele factoren afgezien van regelgeving: huisvesting, taal, de mogelijkheden voor de partner om werk te vinden, regelingen voor terugkeer, historische "barrières", en de erkenning van de opgedane ervaring, met name in kmo's. Recente inspanningen om de geografische mobiliteit te verbeteren waren vooral gericht op het wegnemen van wettelijke en administratieve obstakels (bv. met betrekking tot de erkenning van kwalificaties en de meeneembaarheid van aanvullende pensioenrechten). De burgers dienen beter geïnformeerd te worden over deze veranderingen, zodat zij vol vertrouwen een carrièrestap over de grens heen wagen, en er moet ook meer nadruk gelegd worden op verbetering van de transparantie van vacatures in de gehele EU. In de context van de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels zal de Commissie, in samenwerking met de lidstaten, de situatie van zeer mobiele beroepsgroepen nader bestuderen, met name die van onderzoekers die betaalde onderzoekswerkzaamheden verrichten, met het oog op de vergemakkelijking van hun geografische en intersectorale mobiliteit en de voltooiing van de Europese Onderzoeksruimte in 2014.
Certains professionnels doivent encore se soumettre à des procédures longues et lourdes pour voir leurs qualifications reconnues. La Commission procède actuellement à une évaluation de la directive relative à la reconnaissance des qualifications professionnelles, afin de déterminer les solutions possibles (la carte professionnelle, par exemple) et de simplifier la situation existante.
Sommige professionals moeten nog steeds langdurige en moeizame procedures doorlopen voordat hun kwalificaties erkend worden. De Commissie verricht momenteel een evaluatie van de richtlijn beroepskwalificaties, met het doel mogelijke oplossingen, zoals bijvoorbeeld een beroepskaart, te vinden en de huidige procedures te vereenvoudigen.
2.5. Valoriser le potentiel de la migration
2.5. Beter gebruik van het potentieel van migranten
Pour maximiser la contribution potentielle de la migration au plein emploi, il conviendrait de mieux intégrer les migrants qui résident déjà légalement dans l’Union européenne, notamment en supprimant les obstacles à l’emploi tels que la discrimination ou la non-reconnaissance des compétences et des qualifications, qui exposent les migrants au chômage et à l’exclusion sociale. Les moins bons résultats obtenus par les ressortissants de pays tiers dans le contexte des systèmes éducatifs des États membres, par rapport à la population autochtone, constituent également une question sur laquelle il serait bon de se pencher.
Om de potentiële bijdrage van migratie aan volledige werkgelegenheid optimaal te kunnen benutten, dienen migranten die al legaal in de EU wonen beter geïntegreerd te worden, met name door belemmeringen van hun toegang tot de arbeidsmarkt weg te nemen, zoals discriminatie of niet-erkenning van vaardigheden en kwalificaties, waardoor migranten een hoog risico van werkloosheid en sociale uitsluiting lopen. Ook aan de relatief lagere prestaties van onderdanen van derde landen in de onderwijsstelsels van lidstaten, in vergelijking met autochtonen, dient meer aandacht te worden besteed.
Un meilleur suivi et une meilleure anticipation des besoins de compétences ainsi que des améliorations dans la reconnaissance des compétences et des qualifications, y compris celles acquises hors de l’Union européenne, peuvent réduire de manière notable le «gaspillage de cerveaux» constitué par le fait que des migrants ayant un haut niveau d’études occupent des emplois peu qualifiés ou de qualité médiocre. Dans le respect du principe de préférence communautaire et du droit des États membres à déterminer le nombre de travailleurs de pays tiers admissibles, une cartographie des profils de compétences des ressortissants de pays tiers qui résident déjà sur le territoire de l’Union aiderait à déterminer comment le cadre juridique en expansion des systèmes d’admission des travailleurs migrants existants à l’échelle de l’UE et au niveau national pourrait contribuer à réduire les pénuries de compétences. Une politique d’admission flexible, fondée sur la demande, pourrait contribuer de façon significative à répondre aux besoins de main-d’œuvre futurs. La mise en adéquation des compétences peut également être améliorée par une coopération renforcée avec les pays tiers sur plusieurs plans: reconnaissance des compétences, partage d’informations sur les besoins du marché du travail, et collaboration avec les cabinets de recrutement et les bureaux de placement.
Betere monitoring van en anticipatie op de behoeften aan vaardigheden, in combinatie met verbeteringen ten aanzien van de erkenning van vaardigheden en kwalificaties, kunnen de verspilling als gevolg van het feit dat hooggeschoolde migranten onder hun niveau werken, aanzienlijk beperken. Het in kaart brengen van de vaardigheidsprofielen van onderdanen van derde landen die al in de EU wonen, met inachtneming van het beginsel van de "communautaire preferentie" en van het recht van lidstaten over de toelating van werkenden uit derde landen, en over de aantallen daarvan, te beslissen, zou nuttig zijn om vast te kunnen stellen hoe het expanderende wettelijke kader van EU- en nationale toelatingsregelingen voor migrerende werknemers zou kunnen helpen tekorten aan vaardigheden te verlichten. Een flexibel, op feitelijke behoeften gebaseerd toelatingsbeleid kan een belangrijke bijdrage leveren aan het voldoen aan toekomstige behoeften aan arbeidskrachten. Het aanpassen van het aanbod aan vaardigheden aan de vraag kan ook verbeterd worden door betere samenwerking met derde landen op de terreinen van erkenning van vaardigheden, het doorgeven van informatie over de behoeften van de arbeidsmarkt, en samenwerking met aanwervingsbureaus en uitzendbureaus.
Amélioration et mise en adéquation des compétences - Actions clés 4 à 8
Opwaardering van vaardigheden en aanpassing van het aanbod aan de vraag - centrale acties 4 tot en met 8:
La Commission compte:
De Commissie zal:
- 4. établir, à partir de 2012, un panorama européen des compétences, destiné à assurer une transparence accrue pour les demandeurs d’emploi, les travailleurs, les entreprises et/ou les administrations publiques. Ce panorama sera disponible en ligne et contiendra des prévisions actualisées sur l’offre de compétences et les besoins du marché du travail jusqu’en 2020. Il fournira: i) des informations actualisées sur les vingt-cinq professions les plus en progression dans l’Union européenne et sur les cinq professions les plus demandées par État membre, ii) une analyse des besoins de compétences basée sur les informations recueillies par l’Observatoire des postes vacants au sein de l’UE, iii) une analyse de l’inadéquation des compétences et de l’utilisation des compétences sur le lieu de travail, fondée sur des enquêtes réalisées auprès d’employeurs, d’apprenants et de diplômés, iv) une analyse prospective au niveau sectoriel, reposant sur les travaux des conseils sectoriels européens sur l’emploi et les compétences, et v) des projections établies par le Cedefop[9] et les États membres. Le cas échéant, le panorama rendra compte des besoins de compétences dans des domaines particulièrement importants tels que les sciences, les technologies, l’ingénierie et les mathématiques;
- 4. met ingang van 2012 een "EU Skills Panorama" presenteren om de transparantie voor werkzoekenden, werkenden, ondernemingen en/of overheidsinstellingen te verbeteren. Het Panorama zal online beschikbaar zijn en geactualiseerde voorspellingen betreffende het aanbod van vaardigheden en de behoeften van de arbeidsmarkt tot 2020 bevatten. Het zal verder de volgende diensten bieden: i) up-to-date informatie over de 25 snelst groeiende beroepen in de EU, en over de vijf beroepen waarnaar de meeste vraag bestaat, per lidstaat; ii) een analyse van de behoeften aan vaardigheden, op basis van de Europese vacaturemonitor; iii) een analyse van de verschillen tussen het aanbod van en de vraag naar vaardigheden, en van het gebruik van vaardigheden op het werk, op basis van enquêtes onder werkgevers, mensen in opleiding en afgestudeerden; iv) analyses van de vooruitzichten op sectorniveau, op basis van de werkzaamheden van de Europese sectorale raden voor vaardigheden en werkgelegenheid; en v) voorspellingen van het CEDEFOP[9] en de lidstaten. Voor zover relevant, zal het Panorama ook informatie verschaffen over de behoeften aan vaardigheden op terreinen van bijzonder belang, zoals de exacte wetenschappen, technologie, technische wetenschappen en wiskunde.
- 5. achever d’ici 2012, dans toutes les langues européennes, la classification européenne des aptitudes, des compétences et des métiers (ESCO), en tant qu’interface commune entre le monde de l’emploi et le monde de l’enseignement et de la formation;
- 5. tegen 2012 de Europese standaardclassificatie van vaardigheden, competenties en beroepen (European Skills, Competences en Occupations classification - ESCO) voltooien, in alle officiële talen van de EU, als een interface tussen de wereld van de arbeid en de wereld van onderwijs en opleiding.
- 6. envisager, en 2012, la possibilité de présenter des propositions susceptibles de contribuer à la réforme des systèmes de reconnaissance des qualifications professionnelles, sur la base de l’évaluation de la directive relative à la reconnaissance des qualifications professionnelles;
- 6. in 2012 de mogelijkheid overwegen voorstellen in te dienen ter ondersteuning van de hervorming van de stelsels voor de erkenning van beroepskwalificaties, op basis van de evaluatie van de richtlijn beroepskwalificaties.
- 7. lancer, en 2011, un Nouveau programme pour l’intégration des ressortissants des pays tiers, afin de mettre en place des structures et outils améliorés, destinés à faciliter l’échange de connaissances et le recentrage des priorités des États membres en matière d’intégration dans tous les domaines d’action concernés;
- 7. in 2011 een Nieuwe Agenda voor integratie van onderdanen van derde landen voorstellen, om verbeterde structuren en instrumenten te bieden ter vergemakkelijking van de uitwisseling van kennis en van de mainstreaming van de integratieprioriteiten van de lidstaten op alle relevante beleidsterreinen.
- 8. envisager, en 2012, la possibilité de présenter des propositions susceptibles de contribuer à l’amélioration de l’application des droits des travailleurs migrants de l’UE, en rapport avec le principe de la libre circulation des travailleurs.
- 8. in 2012 de mogelijkheid overwegen voorstellen in te dienen ter verbetering van de wettelijke bescherming van de rechten van migrerende werknemers in de EU , in het licht van het beginsel van het vrije verkeer van werknemers.
Mesures d'accompagnement et de préparation
Flankerende en voorbereidende maatregelen:
En coopération avec les États membres, la Commission entend également:
De Commissie zal verder, in samenwerking met de lidstaten:
- proposer, d’ici 2011, un nouveau critère de référence relatif à l’éducation pour l’employabilité afin qu’un accent nouveau soit mis sur la préparation des jeunes à la transition vers le marché du travail, proposer une recommandation du Conseil sur la réduction du taux d’abandon scolaire et mettre en place un groupe d’experts de haut niveau sur la lutte contre l’illettrisme chez les jeunes et les adultes;
- tegen 2011 een nieuwe benchmark voor op inzetbaarheid gericht onderwijs voorstellen, om meer de aandacht te vestigen op het belang van de voorbereiding van jonge mensen op de overgang naar de arbeidsmarkt, alsmede een aanbeveling van de Raad betreffende het terugdringen van de aantallen voortijdige schoolverlaters , en zij zal een groep van deskundigen op hoog niveau oprichten voor verbetering van de lees- en schrijfvaardigheid onder jongeren en volwassenen.
- lancer, avant la fin de 2010, une campagne de sensibilisation sur la manière dont les citoyens peuvent tirer parti des règles européennes en matière de coordination des systèmes de sécurité sociale pour circuler en Europe sans perdre leurs droits;
- tegen het einde van 2010 een bewustmakingscampagne lanceren over het thema hoe burgers dankzij de EU-regels inzake de coördinatie van de sociale zekerheid zich binnen Europa kunnen bewegen zonder hun rechten te verliezen.
- dans le cadre de l’ examen des performances des PME , évaluer les besoins futurs en matière de compétences dans les microentreprises et les entreprises artisanales pour un échantillon représentatif d’États membres en vue de mieux intégrer les besoins de ces entreprises dans les initiatives existantes de l’UE;
- in het kader van het SME Performance Review (onderzoek naar de prestaties van kmo's) de toekomstige behoeften aan vaardigheden in micro- en handwerksbedrijven beoordelen, aan de hand van een representatieve steekproef in een aantal lidstaten, om de behoeften van deze these ondernemingen beter te kunnen mainstreamen in bestaande EU-beleidsinitiatieven.
- à partir de 2011, appuyer l’acquisition de compétences utiles au développement durable et encourager le développement de compétences dans les domaines concernés par la feuille de route vers une Europe utilisant les ressources de manière efficace et par le nouveau plan d’action pour l’éco-innovation ;
- met ingang van 2011 competenties voor duurzame ontwikkeling ondersteunen, en ontwikkeling van vaardigheden bevorderen, in sectoren die vallen onder de Routekaart voor een efficiënt gebruik van hulpbronnen en het nieuwe Eco-innovatie-actieplan.
- à partir de 2011, soutenir les alliances de la connaissance , qui réunissent entreprises et établissements d’enseignement et de formation dans l’élaboration de nouveaux programmes d’études destinés à faire face aux déficits de compétences dans l’innovation et à répondre aux besoins du marché du travail; les doctorats industriels européens dans le cadre des actions Marie Curie et le stage Erasmus en entreprise seront également développés;
- met ingang van 2011 zogenaamde " kennisallianties" ondersteunen, d.w.z. projecten waarin bedrijven en instellingen voor onderwijs en opleiding nieuwe leerplannen ontwikkelen om tekorten aan innovatievaardigheden aan te pakken en aan de behoeften van de arbeidsmarkt te voldoen. De "EU Industrial PhDs" in het kader van Marie Curie-acties en de Erasmusstages in ondernemingen zullen eveneens verder ontwikkeld worden.
- proposer, en 2011, une recommandation du Conseil sur l’identification, l’enregistrement et la validation des compétences acquises hors du secteur formel de l’éducation et de la formation, y compris notamment un passeport européen des compétences qui permettra à chacun de détailler ses compétences acquises tout au long de la vie;
- in 2011 een aanbeveling van de Raad voorstellen betreffende het identificeren, registreren en valideren van competenties die buiten het formele onderwijs- en opleidingsstelsel zijn verworven, die met name de invoering van een Europees Vaardighedenpaspoort zal omvatten, met behulp waarvan individuele burgers de vaardigheden die zij in de loop van hun leven hebben verworven kunnen vastleggen en attesteren.
- en 2011, présenter une analyse de la contribution des politiques migratoires à l’adéquation entre le marché du travail et les compétences , dans le prolongement du programme de Stockholm. Un réseau stratégique pour l’amélioration de l’éducation des migrants sera constitué pour étudier l’écart de niveau de formation entre les étudiants migrants et la population indigène à l’école;
- in 2011 een analyse presenteren van de bijdrage van het migratiebeleid aan betere afstemming van het aanbod van vaardigheden op de vraag van de arbeidsmarkt, overeenkomstig het Stockholmprogramma. Er zal een beleidsnetwerk voor verbetering van het onderwijs aan migranten worden opgezet om de kloof tussen de prestaties van migranten en die van de autochtone bevolking op school aan te pakken.
- d’ici 2012, réformer les services européens de l’emploi EURES et leur base juridique afin d’en développer la capacité de mise en concordance et de placement au service de la stratégie européenne pour l’emploi et de les étoffer en faveur du projet Ton premier emploi EURES;
- tegen 2012 het Europese coördinatiebureau EURES hervormen en de rechtsgrondslag daarvan herzien , om het vermogen daarvan vraag en aanbod te koppelen en werkzoekenden te plaatsen uit te breiden, ter ondersteuning van de Europese Werkgelegenheidsstrategie, en om het uit te breiden tot "Your First EURES Job".
- d’ici 2012, proposer une méthode et des instruments européens en vue de soutenir les États membres dans l’ intégration des compétences en TIC et de la culture numérique (compétences numériques) dans les principales politiques d’éducation et de formation tout au long de la vie ;
- tegen 2012 een benadering en instrumenten op EU-schaal voorstellen ter ondersteuning van de lidstaten bij de integratie van ICT- en digitale basisvaardigheden (e-skills) in centrale beleidsmaatregelen inzake een leven lang leren.
- à l’horizon 2012, présenter une communication sur la politique européenne du multilinguisme qui proposera des priorités pour les systèmes d’éducation et de formation européens et un critère de référence linguistique européen fondé sur les résultats de l’enquête européenne sur les compétences linguistiques de manière à réaliser l’objectif «langue maternelle +2» fixé à Barcelone;
- tegen 2012 een mededeling over het Europese beleid inzake meertaligheid presenteren, met voorstellen voor prioriteiten in de onderwijs- en opleidingsstelsels, alsmede een Europese "taalbenchmark", gebaseerd op de resultaten van het Europese onderzoek naar taalvaardigheid, teneinde de "moedertaal +2"-doelstelling van Barcelona te verwezenlijken.
- d’ici à 2012, élaborer, en coopération avec les États membres, un plan d’action contre la pénurie de personnel de santé. Ce plan sera accompagné d’une action commune au titre du programme Santé sur les prévisions des besoins en personnel de santé et la planification des effectifs;
- tegen 2012 in samenwerking met lidstaten een actieplan ontwikkelen om het tekort aan gezondheidswerkers aan te pakken . Dit actieplan zal vergezeld gaan van een gezamenlijke actie in het kader van het Gezondheidsprogramma voor het voorspellen van de behoefte aan arbeidskrachten in deze sector en de planning van het arbeidspotentieel.
- d’ici à 2012, planifier et encourager les centres d’excellence européens dans les nouvelles spécialisations universitaires pour les emplois de demain. La Commission analysera le meilleur moyen de favoriser la mobilité des étudiants (européens et internationaux) vers ces centres d’excellence.
- tegen 2012 Europese "centres of excellence" binnen nieuwe academische specialisaties voor de banen van de toekomst identificeren en promoten. De Commissie zal nagaan hoe de mobiliteit van studenten (uit Europa en de rest van de wereld) in de richting van deze "centres of excellence" optimaal ondersteund kan worden.
3. Améliorer la qualité du travail et les conditions de travail
3. VERBETERING VAN DE KWALITEIT VAN WERK EN VAN ARBEIDSOMSTANDIGHEDEN
Qualité de l’emploi: résultats contrastés dans l’UE ces dix dernières années
Wisselende resultaten inzake de kwaliteit van werk in de EU in het afgelopen decennium
Une qualité élevée du travail va de pair avec une participation élevée à l’emploi. L’environnement de travail est en effet essentiel pour accroître le potentiel de la main-d’œuvre et constitue un facteur de compétitivité de premier plan. Pour innover et obtenir rapidement et efficacement des résultats, les entreprises européennes ont besoin, pour leur survie et leur expansion, d’une main-d’œuvre motivée qui se développe dans un environnement de travail de qualité, associant sécurité et hygiène sur les lieux de travail.
Hoge kwaliteit van werk gaat hand in hand met hoge arbeidsparticipatie. De werkomgeving speelt een cruciale rol bij de ontwikkeling van het potentieel van de werkenden, en is een bepalende factor voor het concurrentievermogen .Om te kunnen innoveren en snel en efficiënt te kunnen leveren, en om te kunnen overleven en uit te breiden, moeten ondernemingen in de EU zich kunnen verlaten op enthousiast personeel dat graag werkt, in een werkomgeving van hoge kwaliteit met veilige en gezonde arbeidsomstandigheden.
Ces dix dernières années, les bonnes nouvelles ont alterné avec les mauvaises en ce qui concerne la qualité de l’emploi en Europe. La satisfaction au travail a globalement progressé. Les accidents de travail, y compris les accidents mortels, ont diminué même si, pour une minorité du moins, le travail est devenu plus intense et stressant. Par contre, la proportion de travailleurs occupant involontairement des emplois temporaires et à temps partiel est passée de 53,7% et 18% respectivement en 2001 à 60,3% et 25,6% en 2009. Les salaires ont moins augmenté que la productivité dans la plupart des États membres tandis que le phénomène des travailleurs pauvres persiste: le nombre de travailleurs vivant sous le seuil de pauvreté est resté stable, autour de 8%, depuis 2005. Dans beaucoup de pays, le travail non déclaré continue de laisser des segments importants de la main-d’œuvre sans protection, en situation de vulnérabilité.
In het afgelopen decennium was er goed nieuws en slechts nieuws over de kwaliteit van het werk in Europa. De tevredenheid van de werknemers is over het algemeen toegenomen; het aantal arbeidsongevallen, met inbegrip van dodelijke ongevallen, is gedaald, hoewel een minderheid van de werkenden een hogere werkdruk en meer stress ervaart. Anderzijds zijn de aantallen werknemers die onvrijwillig tijdelijk en deeltijdwerk hebben, gestegen van respectievelijk 53,7 % en 18 % in 2001 tot 60,3 % en 25,6 % in 2009. In de meeste lidstaten is de loonontwikkeling achtergebleven bij de productiviteit, en de aantallen "werkende armen" lopen niet terug: het aantal mensen met werk die onder de armoedegrens leven, is sinds 2005 stabiel gebleven op ongeveer 8 %. In veel landen blijft een aanzienlijk deel van de werkende bevolking onbeschermd en kwetsbaar doordat zij zwartwerken.
En raison de la crise, plus d’emplois ont été exposés à la pression concurrentielle et à une détérioration des conditions de travail. Souvent, les nouvelles formes de travail et les transitions plus nombreuses entre les emplois ne se sont pas accompagnées de conditions de travail adéquates, d’où une augmentation du stress psychologique et des troubles psychosociaux. Cette évolution a un coût social et économique et peut nuire à la capacité concurrentielle de l’Europe parce que des environnements de travail peu sûrs et insalubres se traduisent par un accroissement des demandes de prestations d’invalidité et par un retrait anticipé de la vie active.
Door de crisis zijn meer banen blootgesteld aan concurrentiedruk en verslechterende arbeidsomstandigheden. In veel gevallen gingen nieuwe vormen van werk en snellere baanwisselingen niet gepaard met passende arbeidsomstandigheden, waardoor psychologische stress en psychosociale stoornissen zijn toegenomen. Dit heeft negatieve sociale en economische gevolgen en kan het concurrentievermogen van Europa ondermijnen: onveilige en ongezonde werkomgevingen leiden tot meer aanvragen van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en tot vervroegde uittreding uit het beroepsleven.
Revoir la législation de l’UE et favoriser les instruments «non contraignants»
Herziening van de EU-wetgeving en bevordering van "zachte" instrumenten
Améliorer la qualité de l’emploi passera par une réaction coordonnée au niveau de l’UE et une action des États membres. L’Union dispose d’un acquis législatif solide qui complète l’action des États membres dans l’amélioration des conditions de vie et de travail grâce à l’application, dans l’Union, de normes minimales concernant les conditions de travail, la santé et la sécurité au travail, les droits des travailleurs en matière d'information, de consultation et de participation, l’égalité entre les femmes et les hommes et la non-discrimination, sur lesquelles reposent des conditions de concurrence plus équitables, des niveaux de productivité élevés et la création d’emplois de qualité. L’acquis doit toutefois être adapté pour clarifier la mise en œuvre ou l'interprétation de la réglementation et en rendre la compréhension et l’application plus faciles pour les citoyens et les entreprises, pour répondre à l’apparition de nouveaux risques pour la sécurité et la santé humaine sur le lieu de travail et pour réduire les formalités administratives. D’une manière plus générale, l’acquis doit être maintenu en phase avec les nouvelles formes de travail et les nouvelles technologies afin qu’il favorise l’adaptation du lieu de travail plus qu’il ne l’entrave.
Verbetering van de kwaliteit van werk zal zowel een geïntegreerde beleidsreactie op EU-niveau als actie van de kant van de lidstaten vereisen. De Unie beschikt over een degelijk wetgevend " acquis " ter aanvulling van de actie van de lidstaten ter verbetering van leef- en arbeidsomstandigheden, dat minimumnormen voor de gehele EU inzake arbeidsomstandigheden, gezondheid en veiligheid op het werk, informatie, raadpleging en inspraak van werknemers, gendergelijkheid en non-discriminatie waarborgt, en dat eerlijkere concurrentie, hoge productiviteitsniveaus en het creëren van banen van goede kwaliteit stimuleert. Dit " acquis " moet desalniettemin aangepast worden om de tenuitvoerlegging of de interpretatie van de regels te verduidelijken, om het voor burgers en bedrijven gemakkelijker te maken die regels te begrijpen en toe te passen, om te kunnen reageren op nieuwe risico's voor de gezondheid en veiligheid op het werk, en om bureaucratische rompslomp te beperken. Meer in het algemeen dient het wetgevende " acquis " regelmatig aangepast te worden aan nieuwe arbeidspatronen en technologieën, zodat het de aanpassing van de werkomgeving niet belemmert maar ondersteunt.
Un texte législatif européen n'est pas toujours suffisant. Les instruments non contraignants tels que l’analyse comparative, la coordination stratégique, l’échange de bonnes pratiques, la comparaison des performances, les guides de mise en œuvre, les cadres d’action, les codes de conduite et les recommandations peuvent contribuer de manière significative à la formation du consensus et à la mise en place des mesures d’incitation appropriées pour une action à l’échelle des États ou des entreprises. De nouvelles initiatives doivent dès lors être prises pour asseoir un cadre législatif plus intelligent, consolider une perspective stratégique à long terme afin d’améliorer la mise en œuvre de la législation à l’échelle nationale par les autorités nationales et les partenaires sociaux, et pour revoir le concept de qualité du travail et les indicateurs correspondants.
Wetgeving op EU-niveau is niet altijd afdoende. "Zachte" instrumenten, zoals vergelijkende analyses, coördinatie van beleid, uitwisseling van goede praktijken, benchmarking, praktijkgidsen voor de tenuitvoerlegging van de wetgeving, actiekaders, gedragscodes en aanbevelingen, kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de totstandkoming van een consensus en het invoeren van de juiste prikkels voor actie op nationaal of ondernemingsniveau. Er is ook behoefte aan andere initiatieven, om een "slimmer" wetgevend kader te ondersteunen, om een strategische benadering voor de lange termijn te consolideren om de tenuitvoerlegging van de wetgeving op nationaal niveau door de nationale autoriteiten en de sociale partners te verbeteren, en om het concept en de indicatoren van kwaliteit van werk te herzien.
3.1. Un cadre législatif européen plus intelligent pour l’emploi et pour la santé et la sécurité au travail
3.1. Een slimmer kader van EU-wetgeving voor arbeidsbescherming en gezondheid en veiligheid op het werk
La Commission procédera à une vaste évaluation progressive de l’acquis. Les travaux ont déjà débuté avec l’évaluation de deux textes législatifs importants, l’un sur le temps de travail, l’autre sur le détachement de travailleurs. Ces travaux porteront aussi sur d’autres éléments liés à l’emploi et à la santé et à la sécurité. Cette évaluation complète n’empêchera pas la préparation de nouvelles propositions législatives si le besoin d’une action immédiate se fait clairement sentir et si les nouvelles dispositions sont justifiées par une analyse approfondie de leur incidence économique et sociale.
De Commissie zal een grootschalige gefaseerde evaluatie van het huidige wetgevende " acquis " verrichten. Er wordt al gewerkt aan de evaluatie van twee belangrijke wetgevende besluiten, betreffende arbeidstijd en detachering van werknemers; de werkzaamheden zullen worden uitgebreid tot andere aspecten in verband met arbeidsbescherming en gezondheid en veiligheid. Deze brede evaluatie zal de voorbereiding van nieuwe wetgevende voorstellen niet belemmeren, als er duidelijk behoefte is aan onmiddellijke actie, en als nieuwe bepalingen gerechtvaardigd blijken in het licht van een grondige beoordeling van de economische en sociale gevolgen.
Par ailleurs, il est nécessaire d’évaluer dans le détail plusieurs dispositions législatives qui peuvent apparaître inefficaces ou difficilement applicables, par exemple les règles relatives à la protection des bénéficiaires de retraites professionnelles complémentaires en cas d’insolvabilité de l’employeur. Au terme d’une évaluation appropriée, la Commission proposera d’inclure les gens de mer et les pêcheurs dans le champ d’application de la législation de l’UE en matière d’emploi. Dans le domaine de la santé et de la sécurité au travail, les priorités seront notamment la révision des directives concernant la protection des travailleurs exposés aux champs électromagnétiques, aux agents cancérigènes et mutagènes, et la prévention des troubles musculosquelettiques. Les risques découlant de l’exposition à la fumée de tabac ambiante feront l’objet d’une attention particulière. Les risques associés aux nanomatériaux et les causes de l’incidence croissante des maladies mentales au travail seront également étudiés.
Daarnaast dient een aantal wettelijke bepalingen die kennelijk ineffectief of moeilijk te handhaven zijn nader bestudeerd te worden, zoals de regels inzake de bescherming van ontvangers van aanvullende beroepspensioenen als de werkgever insolvent is. De Commissie zal, na een passende beoordeling, voorstellen zeevarenden en vissers ook binnen de werkingssfeer van de EU-arbeidswetgeving te laten vallen. Op het terrein van gezondheid en veiligheid op het werk zijn de prioriteiten onder andere de herziening van de richtlijnen betreffende de bescherming van werknemers die zijn blootgesteld aan elektromagnetische velden of aan carcinogene en mutagene stoffen, en betreffende de preventie van aandoeningen aan het bewegingsapparaat. De risico's van blootstelling aan omgevingstabaksrook verdienen speciale aandacht. Ook de risico's in verband met nanomaterialen en de oorzaken van het toenemende aantal gevallen van geestesziekten in verband met het werk zullen worden onderzocht.
3.2. Une démarche stratégique fondée sur des instruments non contraignants
3.2. Een op "zachte" instrumenten gebaseerde strategische benadering
La Commission peut jouer un rôle en mobilisant des moyens auprès des États membres, des partenaires sociaux et des agences de l’UE. À travers le dialogue social européen, les partenaires sociaux intersectoriels et sectoriels ont également développé un socle important d’instruments non contraignants, notamment les accords autonomes; ces derniers contribuent à l’amélioration des normes de travail et ont un effet direct et concret sur les conditions de travail de millions de travailleurs dans l’UE. Tout en respectant l’autonomie des partenaires sociaux, la Commission continuera de soutenir et de financer cette activité et, lorsque cela se justifie, elle évaluera l’incidence de ce type d’accords.
De Commissie kan een rol spelen en de middelen van lidstaten, sociale partners en EU-agentschappen mobiliseren. In het kader van de Europese bedrijfstakoverkoepelende en sectorale sociale dialoog hebben de sociale partners ook een aanzienlijk aantal "zachte" instrumenten ontwikkeld, met inbegrip van autonome overeenkomsten; deze dragen bij tot verbetering van de arbeidsnormen en hebben een rechtstreeks en concreet effect op de arbeidsomstandigheden van miljoenen werknemers in de EU. De Commissie zal, met inachtneming van de autonomie van de sociale partners, deze activiteiten blijven ondersteunen en faciliteren, en waar nodig het effect van dergelijke overeenkomsten evalueren.
Les enseignements tirés de la stratégie européenne en matière de santé et de sécurité au travail 2007-2012 devraient permettre de lancer le débat sur le renouvellement de cette stratégie, ainsi que son extension possible à d’autres domaines d’action.
De lessen die zijn geleerd uit de EU-strategie voor gezondheid en veiligheid op het werk 2007-2012 zijn aanleiding tot het starten van een discussie over de vernieuwing van die strategie en over de eventuele uitbreiding daarvan tot andere beleidsterreinen.
Le travail non déclaré, y compris la classification inappropriée de travailleurs en tant que contractants indépendants par certains employeurs, continue de gagner du terrain et prend de plus en plus une dimension transfrontalière: des efforts renouvelés sont nécessaires pour intensifier, à l’échelle européenne, la coopération entre les inspections du travail et les autres organismes chargés de contrôler l’application de la législation en matière d’emploi.
Zwartwerk, waaronder ook de misleidende aanduiding van werknemers als zelfstandigen door hun werkgevers valt, komt steeds meer voor en vertoont ook een groeiende grensoverschrijdende dimensie; er zijn meer inspanningen nodig om de samenwerking op EU-niveau tussen arbeidsinspecties en andere met de controle op de naleving van de arbeidswetten belaste organen te verbeteren.
Une action est également requise pour réexaminer la définition et les indicateurs communs de l’UE en matière de qualité du travail afin de les rendre davantage opérationnels pour l’évaluation et la comparaison des performances des politiques des États membres dans ce domaine. En particulier, l’accent mis sur la qualité de l’emploi doit être réexaminé à la lumière des évolutions récentes, telles que la flexicurité et la volonté de «Rendre les transitions positives», et de l’expansion de nouvelles formes de travail.
Er moet ook gewerkt worden aan herziening van de EU-definitie en de gemeenschappelijke indicatoren van kwaliteit van werk, om die meer operationeel bruikbaar te maken voor evaluatie en benchmarking van het beleid van de lidstaten op dit terrein. De benadering van het begrip kwaliteit van werk dient met name opnieuw bezien te worden in het licht van recente beleidsontwikkelingen zoals flexizekerheid en "overgangen lonend maken", en de ontwikkeling van nieuwe arbeidspatronen.
Qualité du travail et conditions de travail - Actions clés 9 à 12:
Kwaliteit van werk en arbeidsomstandigheden – centrale acties 9 tot en met 12:
La Commission engagera les actions suivantes:
De Commissie zal:
- 9. en 2011, réexaminer la directive sur le temps de travail et présenter une proposition législative en vue d’une meilleure mise en œuvre de la directive sur le détachement de travailleurs . Le cas échéant, la Commission lancera une action en vue de modifier, préciser ou simplifier la législation existante en matière d’emploi , à condition qu’elle soit justifiée par une étude d’impact et après consultation des partenaires sociaux européens;
- 9. in 2011 de arbeidstijdenrichtlijn herzien, en een wetgevend voorstel indienen betreffende verbetering van de tenuitvoerlegging van de detacheringsrichtlijn . Overal waar dat zinvol is, zal de Commissie actie ondernemen om bestaande arbeidsgerelateerde wetgeving te wijzigen, te verduidelijken of te vereenvoudigen , als een effectbeoordeling dat rechtvaardigt, en na raadpleging van de Europese sociale partners.
- 10. en 2011, procéder à l’ évaluation finale de la stratégie 2007-2012 en matière de santé et de sécurité au travail et, sur cette base, proposer en 2012 une stratégie de suivi pour la période 2013-2020;
- 10. in 2011 de definitieve evaluatie van de EU-strategie voor gezondheid en veiligheid op het werk 2007-2012 verrichten, en op basis daarvan in 2012 een follow-up-strategie voor de periode 2013-2020 voorstellen.
- 11. en 2012, examiner l’efficacité de la législation européenne en matière d’information et de consultation des travailleurs ainsi que les directives sur le travail à temps partiel et les contrats à durée déterminée et leur incidence sur la participation des femmes à l’emploi et l’égalité de rémunération , la collaboration avec les partenaires sociaux et le respect de l’autonomie du dialogue social;
- 11. in 2012 de doelmatigheid van de EU-wetgeving op het terrein van informatie en raadpleging van werknemers opnieuw bestuderen, alsmede de EU-richtlijnen betreffende deeltijdwerk en arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd en het effect daarvan de arbeidsparticipatie van vrouwen en gelijke beloning , in samenwerking met de sociale partners en met inachtneming van de autonomie van de sociale dialoog.
- 12. d’ici à 2014, procéder à un examen complet de la législation en matière de santé et de sécurité en partenariat avec les États membres et les partenaires sociaux européens, dans le cadre du comité consultatif sur la sécurité et la santé au travail.
- 12. tegen 2014 een alomvattende herziening van de wetgeving inzake gezondheid en veiligheid uitvoeren, in partnerschap met de lidstaten en de Europese sociale partners, in het kader van het Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op het werk.
Mesures d'accompagnement et de préparation
Flankerende en voorbereidende maatregelen:
En coopération avec les États membres et les partenaires sociaux, la Commission entend également:
De Commissie zal, in samenwerking met de lidstaten en de sociale partners:
- étudier, en 2011, la faisabilité d’une initiative destinée à intensifier la coopération entre les inspections du travail et les autres organismes chargés de faire respecter la législation en vue de prévenir le travail non déclaré et de lutter contre celui-ci;
- in 2011 de uitvoerbaarheid bestuderen van een initiatief ter verbetering van de samenwerking tussen arbeidsinspecties en andere met de handhaving van de arbeidswetgeving belaste organen , met het doel zwartwerk te voorkomen en te bestrijden.
- en 2011, réexaminer et moderniser le concept de qualité du travail en coopération avec les États membres et les partenaires sociaux;
- in 2012 het beleidsconcept kwaliteit van werk herzien en stroomlijnen, in samenwerking met de lidstaten en de sociale partners.
- examiner, en 2012, l’ incidence des directives en matière de non-discrimination en rapport avec l’emploi , à savoir les directives 2000/78/CE[10]et 2000/43/CE[11].
- in 2012 het effect van arbeidsrelevante antidiscriminatierichtlijnen onderzoeken , met name van Richtlijnen 2000/78/EG[10] en 2000/43/EG[11].
4. Soutenir la création d'emplois
4. ONDERSTEUNING VAN HET CREËREN VAN NIEUWE BANEN
La crise économique a eu des répercussions considérables sur la création d’emplois, mais certains obstacles à la demande de main-d’œuvre sont structurels.
De economische crisis had een dramatisch effect op de banengroei, maar bepaalde remmen op de vraag naar arbeid zijn structureel van aard
Il ne suffit pas de s’assurer que les citoyens restent actifs et se dotent des qualifications adéquates pour décrocher un emploi: la reprise doit être fondée sur la création d’emplois, qui dépend d’abord et avant tout de la croissance économique. Depuis 2008, le ralentissement de l’activité économique a effectivement eu une incidence considérable sur la création d’emplois: il a annulé la majeure partie des gains constants enregistrés pendant les dix années précédentes en matière de croissance de l’emploi et de réduction du chômage dans l’UE. La croissance économique dans l’UE a repris au second semestre de 2009, après cinq trimestres de baisse consécutifs. Les marchés du travail européens ont commencé à montrer des signes de stabilisation et les taux de vacance d'emploi ont légèrement progressé ces derniers trimestres.
Het is niet voldoende ervoor te zorgen dat mensen actief blijven en de juiste vaardigheden verwerven om een baan te kunnen vinden: het herstel moet gebaseerd zijn op het creëren van nieuwe banen, en dat hangt in de eerste plaats af van de economische groei. Sinds 2008 heeft de economische teruggang een desastreus effect gehad op het ontstaan van nieuwe banen: de gestage werkgelegenheidsgroei en de daling van de werkloosheid in de EU in het voorafgaande decennium zijn voor een groot deel tenietgedaan. De economische groei in de EU begon opnieuw in de tweede helft van 2009, na vijf achtereenvolgende kwartalen van inkrimping. De arbeidsmarkten van de EU beginnen tekenen van stabilisering te vertonen, en de aantallen vacatures zijn licht gestegen in recente kwartalen.
Cette évolution positive est certes appréciable, mais le climat économique n’est pas à l’origine de tous les changements observés ces deux dernières années: la création d’emplois dépend aussi des politiques du marché du travail menées à l’échelle européenne et nationale. Pour créer des emplois plus nombreux et de meilleure qualité, stimuler la croissance peut se révéler insuffisant. L'environnement des entreprises doit aussi être favorable à l’emploi.
Deze positieve ontwikkelingen zijn natuurlijk reden tot voldoening, maar niet alle veranderingen van de afgelopen twee jaar waren het resultaat van het economische klimaat: banengroei is ook afhankelijk van het arbeidsmarktbeleid op EU- en nationaal niveau. Het stimuleren van groei kan eventueel onvoldoende zijn om meer en betere banen te creëren, er moet ook gezorgd worden voor een "baanvriendelijk" ondernemingsklimaat.
Les politiques en faveur de la création d’emplois doivent tenir compte de la contribution importante des petites et moyennes entreprises (PME) à une grande partie de l’activité économique et professionnelle en Europe. Plus de 99% des entreprises de l’UE sont des PME qui représentent les deux tiers des emplois du secteur privé, d’où l’importance de la prise en compte des besoins des PME lors de l’élaboration de la législation applicable à l’emploi. Cependant, trop peu de nos PME innovantes se muent en grandes sociétés employant plus de personnes. L’UE compte aussi moins de jeunes entreprises innovantes à forte intensité de R&D que les États-Unis. Des pénuries marquées de compétences en matière d’innovation et de culture numérique empêchent les PME d’adopter des modèles d’entreprise intelligents novateurs et les nouvelles technologies. Les travailleurs indépendants représentent 15% de la main-d’œuvre européenne et, même pendant les périodes de prospérité économique, leur nombre n’a pas augmenté de manière notable: la part des travailleurs indépendants dans la population active de l’UE a baissé d’un point de pourcentage entre 2000 et 2008.
Op bevordering van het creëren van banen gericht beleid dient rekening te houden met het grote belang van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) voor een groot deel van de economische en professionele activiteiten in Europa. Meer dan 99 % van alle ondernemingen in de EU zijn kmo's, en deze kmo's vertegenwoordigen twee derde van alle banen in de particuliere sector, zodat het van groot belang is dat bij het ontwerpen van arbeidsgerelateerde wetgeving rekening wordt gehouden met de behoeften van deze ondernemingen. Nog te weinig van onze innovatieve kmo's groeien uit tot grotere ondernemingen met meer werknemers, en er zijn ook minder jonge, O&O-intensieve en innovatieve bedrijven in de EU dan in de VS. Nijpende tekorten aan innovatieve vaardigheden en e-skills beletten kmo's innovatieve bedrijfsmodellen en nieuwe technologieën in te voeren. Zelfstandigen vertegenwoordigen 15 % van de werkende bevolking van de EU, en zelfs in perioden van economische voorspoed is hun aantal niet wezenlijk toegenomen: het aandeel van de zelfstandigen in de totale werkende bevolking in de EU daalde met 1 procentpunt tussen 2000 en 2008.
Rétablir la création d’emplois pour que tous ceux qui veulent travailler puissent obtenir un emploi
Hervatting van het creëren van banen om te waarborgen dat iedereen die wil werken een baan kan vinden
La croissance économique reste le principal levier de la création d’emplois. Dans la stratégie Europe 2020, les initiatives phares «L’Union de l’innovation»[12] et «Une politique industrielle à l’ère de la mondialisation»[13] définissent un ensemble d’actions important en faveur d’une nouvelle vision stratégique de l’innovation et d’une base industrielle concurrentielle; ces actions doivent contribuer à stimuler la croissance économique, en lui donnant la connaissance et les activités à forte valeur ajoutée comme points d’ancrage, et à déterminer les possibilités d’investissement et de création d’emplois. L’Acte pour le marché unique[14] contient également un ensemble de propositions destinées à exploiter pleinement le potentiel du marché unique et à renforcer la croissance et l'emploi. De même, l’initiative phare «Jeunesse en mouvement»[15] a déjà défini un cadre particulier pour l’emploi des jeunes.
Economische groei blijft de voornaamste motor achter het creëren van nieuwe banen. De Europa 2020-kerninitiatieven "Innovatie-Unie"[12] en "Industriebeleid in een tijd van mondialisering"[13] omvatten een omvangrijk pakket van acties voor een nieuwe strategische benadering van innovatie en een concurrerende industriële basis; deze initiatieven zullen naar verwachting helpen op kennis en op activiteiten met een hoge toegevoegde waarde gebaseerde economische groei te stimuleren, en ook helpen bij het identificeren van mogelijkheden voor investering en het creëren van banen. Ook de "Single Market Act"[14] bevat een pakket van voorstellen om het potentieel van de eengemaakte markt volledig te benutten en groei en nieuwe banen te stimuleren. In diezelfde zin heeft het kerninitiatief "Jeugd in beweging"[15] al een specifiek kader voor werkgelegenheid voor jongeren aangegeven.
Toutefois, au-delà de ces initiatives, il faut aussi mettre en place les conditions propices à la création d’emplois plus nombreux, notamment aux deux extrémités du spectre des compétences. Reconnaissant que l’UE dispose toujours d’une marge d’amélioration certaine dans le transfert de l’innovation vers les systèmes de production, la Commission proposera des solutions qui faciliteront la création d’emplois dans les entreprises qui s’appuient sur des qualifications élevées et des modèles d’entreprise à forte intensité de R&D. Elle étudiera également des mesures d’incitation pour les employeurs afin qu’ils embauchent des chômeurs de longue durée et d’autres travailleurs en décrochage professionnel. En complément de l’action des États membres, la Commission accordera également une attention particulière à l’entreprenariat et au travail non salarié comme vecteurs essentiels de l’augmentation des taux d’emploi. Toutes les initiatives respecteront le principe de la priorité aux petites entreprises («think small first») afin de tenir compte des caractéristiques des PME.
Naast deze initiatieven moeten echter ook de juiste voorwaarden voor het creëren van meer banen geschapen worden, in het bijzonder aan beide uiteinden van het vaardighedenspectrum. De Commissie erkent dat de EU nog veel kan verbeteren wat betreft de manier waarop innovatie in de productiesystemen wordt geïntegreerd, en zal een aantal voorstellen doen betreffende het vergemakkelijken van het creëren van banen in ondernemingen met op hogere vaardigheden gebaseerde en O&O-intensieve bedrijfsmodellen. Zij zal ook aandacht besteden aan prikkels voor werkgevers om langdurig werklozen en werknemers die de arbeidsmarkt dreigen te verlaten, in dienst te nemen. In aanvulling op de inspanningen van de lidstaten zal de Commissie ook bijzondere aandacht besteden aan ondernemerschap en werken als zelfstandige als essentiële middelen om de arbeidsparticipatie te verhogen. Bij alle initiatieven zal worden uitgegaan van het "think small first"-beginsel, om rekening te houden met de specifieke kenmerken van kmo's.
4.1. Consolider les conditions cadres de la création d’emplois
4.1. Verbetering van de randvoorwaarden voor het creëren van banen
Selon les estimations de la Commission, une réduction de 25% de la charge administrative pourrait, à long terme, aboutir à une augmentation du PIB de 1,4%. Pour associer croissance économique et création d’emplois, il conviendrait de supprimer les obstacles administratifs à la création d’entreprises et à l’embauche. Cet aspect est particulièrement important dans les sociétés actives dans des secteurs en évolution rapide, à forte intensité de R&D, où la demande de qualifications élevées peut être significative. En fait, la réalisation de l’objectif de 3% du PIB de l’UE consacrés à la R&D permettrait la création de 3,7 millions d’emplois à l’horizon 2020[16]. À cet égard, il conviendrait d’investir davantage en faveur de l’accroissement du nombre des diplômés en sciences, en technologie, en ingénierie et en mathématiques de manière à créer les conditions propices au déploiement des technologies génériques essentielles indispensables dans les stratégies de R&D et d’innovation de l’industrie et des services.
De Commissie schat dat een verlichting van de administratieve lasten met 25 % op langere termijn zou kunnen leiden tot een toename van het bbp met 1,4 %. Teneinde economische groei te combineren met het creëren van banen zouden administratieve belemmeringen voor het opzetten van een eigen bedrijf en het aanwerven van personeel weggenomen moeten worden. Dit is vooral belangrijk in ondernemingen in dynamische sectoren en met O&O-intensieve modellen, waar de vraag naar hogere vaardigheden aanzienlijk kan zijn. Als de doelstelling om tegen 2020 3 % van het bbp van de EU aan O&O te besteden, gehaald wordt, zou dat tegen die tijd het creëren van 3,7 miljoen banen mogelijk maken[16]. In dit verband zou meer geïnvesteerd moeten worden in het verhogen van de aantallen afgestudeerden in de exacte wetenschappen, technologie, technische wetenschappen en wiskunde, teneinde de juiste voorwaarden te scheppen voor het inzetten van sleuteltechnologieën, die van essentieel belang zijn in de O&O- en innovatiestrategieën van industrie en diensten.
En période de chômage élevé, il est capital de favoriser l’embauche par une réduction des coûts non salariaux de la main-d’œuvre (par exemple en reportant la fiscalité sur le travail sur la consommation d’énergie ou la pollution) étant donné que les coûts du maintien des systèmes d’assurance chômage dépasseront très probablement la perte de recettes pour le système de sécurité sociale. Cet aspect est particulièrement important pour les personnes qui rencontrent des difficultés spécifiques pour retrouver un emploi après une période de récession, par exemple les personnes peu qualifiées ou les chômeurs de longue durée. Des mesures d’incitation destinées à réorienter des emplois informels vers l’économie formelle sont aussi essentielles; un bon exemple est le développement d’emplois réguliers (déclarés) dans les activités domestiques, les services sociaux et d’autres activités sans but lucratif qui offrent un point d’entrée sur le marché du travail important pour les personnes qui en sont les plus éloignées.
Het stimuleren van aanwerving door een verlaging van indirecte loonkosten (bv. door de belastingdruk te verleggen van arbeid naar energieconsumptie of vervuiling) is van groot belang in tijden van hoge werkloosheid, aangezien de kosten van instandhouding van werkloosheidsverzekeringsstelsels waarschijnlijk hoger zullen uitvallen dan het verlies van inkomsten voor de socialezekerheidsstelsels. Dit is vooral belangrijk voor diegenen die bijzonder veel moeite hebben een nieuwe baan te vinden na een recessie, zoals laaggeschoolden of langdurig werklozen. Prikkels om banen over te brengen van de informele naar de reguliere economie zijn ook essentieel; een goed voorbeeld is de ontwikkeling van reguliere werkgelegenheid in huishoudelijk werk, sociale zorg en andere activiteiten zonder winstoogmerk, die belangrijke instapmogelijkheden bieden voor diegenen die het verst van de arbeidsmarkt af staan.
4.2. Promouvoir l’entreprenariat, l’emploi indépendant et l’innovation
4.2. Bevordering van ondernemerschap, zelfstandigheid en innovatie
Les entreprises d’économie sociale, les coopératives, les mutuelles et les microentreprises, y compris les indépendants, peuvent constituer une source de solutions innovantes pour répondre à la demande sociale dans un processus participatif en offrant des possibilités d’emploi spécifiques pour les personnes les plus en marge du marché du travail. Dans sa communication sur l’Acte pour le marché unique[17], la Commission a déjà annoncé plusieurs actions destinées à développer l’économie sociale et les entreprises sociales, par exemple l’initiative pour l'entreprenariat social ou la consultation publique sur la mise en œuvre du règlement sur le statut de la coopérative européenne. L’Institut européen d’innovation et de technologie favorisera la création et le développement des entreprises par une recherche axée sur l’innovation, notamment en privilégiant l’esprit d’entreprise.
Ondernemingen in de sociale economie, coöperaties, mutualiteiten en micro-ondernemingen, met inbegrip van werken als zelfstandige, kunnen een bron zijn van innovatieve oplossingen voor de behoeften van de samenleving, in een participatief proces, dat specifieke kansen op werk biedt voor diegenen die het verst van de arbeidsmarkt af staan. In de mededeling van de Commissie over de " Single Market Act"[17] werd al een aantal initiatieven en acties aangekondigd die gericht zijn op de ontwikkeling van de sociale economie en sociale bedrijven, zoals het initiatief voor sociaal ondernemerschap (Social Business Initiative) of de publieke raadpleging over de tenuitvoerlegging van de verordening betreffende het statuut voor een Europese Coöperatieve Vennootschap. Het Europese Instituut voor innovatie en technologie (EIT) zal de oprichting en ontwikkeling van bedrijven stimuleren door middel van innovatiegedreven onderzoek, met name door een sterke nadruk op ondernemerschap.
La création d’entreprises devrait devenir un moyen plus répandu de créer des emplois et de lutter contre l’exclusion sociale. L’accent doit être mis sur la formation pour faire en sorte que les systèmes d’éducation fournissent véritablement les bases nécessaires à l’éclosion de nouveaux entrepreneurs et que les personnes désireuses de créer et gérer une PME acquièrent les compétences correspondantes. Les États membres devraient développer l’entreprenariat dans les programmes d’enseignement afin de générer une masse critique d’enseignants dans cette matière et de favoriser les collaborations transfrontalières entre les universités et les centres de recherche dans le domaine de l’innovation et de l’entreprenariat.
Ondernemerschap zou een grotere rol moeten spelen bij het creëren van banen, en ook bij de bestrijding van sociale uitsluiting. Het accent dient te liggen op opleiding, om te waarborgen dat de onderwijsstelsels werkelijk de basis leggen voor de opkomst van nieuwe ondernemers, en dat degenen die graag een kmo willen oprichten en managen de juiste vaardigheden verwerven om dat ook te kunnen doen. De lidstaten dienen ondernemerschap een plaats te geven in schoolcurricula om een kritieke massa van deskundige leraren te creëren, en grensoverschrijdende samenwerking tussen universiteiten en onderzoekcentra op het terrein van innovatie en ondernemerschap te bevorderen.
Soutenir la création d’emplois – Action clé 13:
Ondersteuning van het creëren van banen – centrale actie 13:
13. En 2011, la Commission proposera des principes directeurs en faveur de l’instauration des conditions propices à la création d’emplois . Ces principes comporteront les méthodes pour: i) agir sur les obstacles administratifs et juridiques au recrutement et au licenciement, à la création d’entreprises et à l’emploi non salarié; ii) réduire les coûts non salariaux de la main-d'œuvre; iii) passer d’un travail informel ou non déclaré à un emploi régulier.
13. In 2011 zal de Commissie leidende beginselen voorstellen voor het scheppen van de noodzakelijke voorwaarden voor het creëren van banen. Deze beginselen zullen onder andere manieren omvatten om: i) administratieve en wettelijke obstakels voor het in dienst nemen en ontslaan van personeel en voor het oprichten van nieuwe bedrijven en het werken als zelfstandige aan te pakken; ii) indirecte loonkosten te reduceren; iii) informeel en zwartwerk over te brengen naar de reguliere arbeidsmarkt.
Mesures d'accompagnement et de préparation
Flankerende en voorbereidende maatregelen:
Dans le cadre du «Small Business Act», la Commission:
De Commissie zal, in de context van de Small Business Act:
- lancera, d’ici à la fin de 2010, une proposition visant à prolonger l’action préparatoire Erasmus pour jeunes entrepreneurs et à la convertir en un programme permanent ;
- tegen het einde van 2010 een voorstel presenteren om de voorbereidende actie Erasmus voor Jonge Ondernemers (EYE) uit te breiden en om te zetten in een permanent programma .
- soutiendra des programmes spécifiques de formation pédagogique et l’échange de bonnes pratiques en vue de développer la formation des enseignants en entreprenariat et lancera un manuel sur l’enseignement de l’entreprenariat afin d’accroître la diffusion, l’efficacité et la qualité de cet enseignement en Europe.
- specifieke opleidingsprogramma's voor leraren en de uitwisseling van goede praktijken ondersteunen om de opleiding van leraren in ondernemerschap te ontwikkelen, en een beleidshandboek over onderwijs in ondernemerschap publiceren om de verspreiding, het effect en de kwaliteit van ondernemerschapsonderwijs in Europa te bevorderen.
***
***
INSTRUMENTS FINANCIERS DE L’UE AU SERVICE DES COMPÉTENCES NOUVELLES ET DES EMPLOIS
DE FINANCIËLE INSTRUMENTEN VAN DE EU TEN DIENSTE VAN NIEUWE VAARDIGHEDEN EN BANEN
Compte tenu des contraintes qui pèsent sur les budgets nationaux, les États membres et la Commission doivent se concentrer sur une meilleure utilisation des ressources financières de l’UE. La politique de cohésion contribue déjà au développement des compétences nouvelles et à la création d’emplois, notamment dans le secteur en expansion de l’économie verte. Il est possible d'agir davantage pour tirer pleinement parti des possibilités offertes par les instruments financiers et la réglementation de l’UE à l’appui de réformes dans les domaines de l’emploi, de l’éducation et de la formation: cela concerne en premier lieu le Fonds social européen (FSE), mais aussi le Fonds européen de développement régional (FEDER), le Fonds européen agricole pour le développement rural (FEADER), le programme pour l’éducation et la formation tout au long de la vie et le programme Progress.
In het licht van de huidige budgettaire beperkingen moeten de lidstaten en de Commissie zich concentreren op beter gebruik van de fondsen van de EU. Het cohesiebeleid draagt al bij tot de ontwikkeling van nieuwe vaardigheden en tot het creëren van banen, ook in de groeiende groene economie. Er kan meer gedaan worden om het potentieel van de financiële instrumenten en verordeningen van de EU die hervormingen op de terreinen werkgelegenheid, onderwijs en opleiding ondersteunen, volledig te benutten: dit betreft allereerst het Europees Sociaal Fonds (ESF), maar ook het Europees Fonds voor de Regionale Ontwikkeling (EFRO), het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO), het programma "Een leven lang leren" en Progress.
En particulier, conformément aux propositions contenues dans le réexamen du budget[18] et dans le cinquième rapport sur la cohésion[19], il conviendrait d’accroître l’efficacité des instruments de la politique de cohésion, notamment du FSE, en respectant quatre priorités: 1) concentrer les moyens financiers sur un nombre réduit d’axes prioritaires; 2) renforcer les conditions et mesures d’incitation afin d’encourager les États membres à réaliser les réformes institutionnelles annoncées dans les plans nationaux de réforme; 3) se concentrer sur les résultats, grâce à un ensemble d’objectifs et d’indicateurs clairs et mesurables définis d’un commun accord par la Commission et les États membres, et 4) mettre en place des contrats d’investissement pour le développement et le partenariat entre la Commission et les États membres.
Met name het effect van de instrumenten van cohesiebeleid, waaronder het ESF, zou verbeterd moeten worden, overeenkomstig de voorstellen in de evaluatie van de EU-begroting[18] en in het vijfde Cohesieverslag[19], door deze te richten op vier prioriteiten: 1) het concentreren van de financiële middelen op een kleiner aantal prioriteiten; 2) het versterken van voorwaarden en prikkels, om de lidstaten te stimuleren om de in de nationale hervormingsprogramma's aangekondigde institutionele hervormingen door te voeren; 3) resultaatgerichtheid, door middel van een reeks duidelijke en meetbare doelstellingen en indicatoren die tussen de Commissie en de lidstaten overeengekomen moeten worden, en 4) ontwikkelings- en partnerschapsinvesteringsovereenkomsten tussen de Commissie en de lidstaten.
Le réexamen en profondeur des instruments financiers fera partie des discussions qui accompagneront la préparation du prochain cadre financier pluriannuel, mais ces quatre priorités doivent servir d’orientations pour accroître, dès maintenant, la contribution des Fonds et du budget de l’UE à la Stratégie pour des compétences nouvelles et des emplois.
De complete herziening van de financiële instrumenten zal onderwerp zijn van de discussies bij de voorbereiding van het meerjarig financieel kader, maar deze drie kernprioriteiten kunnen nu al als richtsnoer dienen voor het versterken van de bijdrage van de EU-fondsen en het EU-budget aan de verwezenlijking van de agenda voor nieuwe vaardigheden en banen.
Les États membres sont invités à concentrer les interventions du FSE et des autres Fonds sur les réformes structurelles clés, à favoriser les conditions structurelles et à contribuer de cette manière aux actions clés et aux mesures proposées dans la présente stratégie ainsi qu’aux objectifs européens et nationaux de la stratégie Europe 2020, en particulier dans les domaines suivants:
De lidstaten wordt verzocht de bijstandsverlening door het ESF en de andere EU-fondsen te richten op essentiële structurele hervormingen en op het stimuleren van structurele conditionaliteit, en aldus bij te dragen tot de in deze agenda voorgestelde centrale acties en maatregelen, en tot verwezenlijking van de doelstellingen en nationale streefcijfers van Europa 2020. Met name:
1. flexicurité : les programmes du FSE peuvent financer la définition de politiques plus appropriées telles que des mesures actives sur le marché du travail et l’éducation et la formation tout au long de la vie, ainsi que des outils et des institutions, par exemple les services publics de l’emploi. Les partenaires sociaux peuvent aussi bénéficier d’un soutien du FSE à travers des partenariats pour les réformes en matière d’emploi. L’aide du FSE pour le renforcement des capacités administratives peut contribuer à une mise en place intégrée de la flexicurité. Le 7 e programme-cadre pour des actions de recherche, de développement technologique et de démonstration peut contribuer à une prise de décisions fondée sur des données probantes .
1. Met betrekking tot flexizekerheid : ESF-programma's kunnen het ontwerpen van beter beleid ondersteunen, zoals actieve arbeidsmarktmaatregelen en een leven lang leren, en instrumenten en instellingen, met inbegrip van openbare arbeidsbemiddelingsdiensten. Ook de sociale partners kunnen door het ESF ondersteund worden, via partnerschappen voor arbeidsmarkthervorming. ESF-ondersteuning voor versterking van administratieve capaciteit kan een geïntegreerde aanpak van flexizekerheid op weg helpen; het Zevende k aderprogramma voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie kan bijdragen tot evidence-based besluitvorming.
2. Amélioration et mise en concordance des compétences : le FSE peut intervenir dans la prévision et le développement des compétences et des qualifications et soutenir la réforme des systèmes d’éducation et de formation afin qu’ils soient plus en phase avec le marché du travail. L’échange d’expériences et la constitution de réseaux entre l’enseignement supérieur, la recherche et les centres d’entreprises peuvent aussi être financées pour faire face aux besoins de compétences nouvelles. Les emplois liés à l’écologisation de l’économie et aux services sociaux et de santé, tout comme les compétences en TIC étant donné l’importance de ces technologies dans l’économie et la société actuelles, peuvent aussi bénéficier d’une aide accrue du FSE et des autres Fonds européens. Le FEDER peut financer des investissements dans l’infrastructure de l’enseignement. Enfin, le FSE et les autres Fonds structurels peuvent agir en synergie avec d’autres instruments comme le Fonds européen d'intégration des ressortissants de pays tiers, pour accroître la participation des migrants à l’emploi et lutter contre la discrimination, et le programme pour l’éducation et la formation tout au long de la vie .
2. Met betrekking tot de opwaardering en aanpassing aan de vraag van vaardigheden : het ESF kan investeren in de voorspelling en ontwikkeling van kwalificaties en competenties, en kan de hervorming van onderwijs- en opleidingsstelsels om die meer arbeidsmarktgericht te maken, ondersteunen. De uitwisseling van ervaringen en networking tussen het hoger onderwijs, onderzoekscentra en bedrijfscentra om te beantwoorden aan nieuwe behoeften inzake vaardigheden kan ook gefinancierd worden. Banen in verband met de vergroening van de economie en in de sectoren gezondheidszorg en sociale diensten kunnen ook profiteren van meer ondersteuning van het ESF en de andere EU-fondsen, evenals de ontwikkeling van ICT-competenties, gezien het belang van ICT in de economie en de samenleving. Het EFRO ondersteunt investeringen in onderwijsinfrastructuur. Ten slotte kan het ESF in synergie met andere instrumenten optreden, bijvoorbeeld het Europees Fonds voor de integratie van onderdanen van derde landen , teneinde de arbeidsparticipatie van migranten te verhogen en discriminatie te bestrijden, en het programma "Een leven lang leren" .
3. Qualité du travail et conditions de travail : le FSE peut cofinancer la définition et la diffusion de formes innovantes et plus productives d’organisation du travail, y compris l’amélioration des conditions de santé et de sécurité au travail. Pour l’élimination des écarts entre les femmes et les hommes, le FSE peut financer des mesures permettant la conciliation du travail et de la vie privée et l’intégration des questions d’égalité entre les hommes et les femmes, ainsi que des actions de lutte contre la ségrégation fondée sur le sexe sur le marché du travail.
3. Met betrekking tot de kwaliteit van werk en arbeidsomstandigheden : het ESF kan het ontwerpen en de verbreiding van innovatieve en meer productieve vormen van organisatie van het werk, met inbegrip van verbetering van de gezondheid en veiligheid op het werk, medefinancieren. Teneinde genderkloven te elimineren, kan het ESF maatregelen ondersteunen met betrekking tot het combineren van werk en privéleven, gendermainstreaming en acties ter bestrijding van gendersegregatie op de arbeidsmarkt.
4. Création d'emplois : le FSE et les autres Fonds européens peuvent financer la promotion de l’entreprenariat, de la création d’entreprises et de l’emploi non salarié. L’ingénierie financière peut créer le lien manquant entre les marchés financiers et les petits entrepreneurs. Le FSE, l’initiative JASMINE (action commune pour soutenir les institutions de microfinance en Europe) financée par le FEDER et le récent instrument européen de microfinancement Progress peuvent aider des personnes à sortir du chômage et de l’exclusion sociale en leur permettant de créer leur propre entreprise ou d’accéder au statut d’indépendant. Ces mesures complètent les autres investissements du FSE en faveur des personnes les plus vulnérables.
4. Met betrekking tot het creëren van banen : het ESF en andere EU-fondsen kunnen het promoten van ondernemerschap, het oprichten van bedrijven en het werken als zelfstandige ondersteunen. Financiële instrumentering kan de ontbrekende schakel tussen de financiële markten en kleine ondernemers vormen. Het ESF, de door het EFRO gefinancierde gezamenlijke actie ter ondersteuning van de ontwikkeling van instellingen voor microfinanciering (JASMINE) en de recent opgerichte Europese Progress-microfinancieringsfaciliteit kunnen individuele personen helpen aan werkloosheid en sociale uitsluiting te ontkomen door een eigen bedrijfje te beginnen of zelfstandig te worden. Deze maatregelen dienen ter aanvulling van andere ESF-investeringen ten behoeve van de meest kwetsbare groepen.
Enfin, le FSE et les autres Fonds peuvent aussi apporter une aide spécifique et ciblée à des groupes particuliers dans tous les domaines prioritaires de la stratégie . L’aide apportée aux Roms dans certains États membres dans des domaines comme le conseil, l’éducation, la formation et l’orientation pour les travailleurs indépendants en est un exemple.
Ten slotte kunnen het ESF en de andere EU-fondsen specifieke, gerichte ondersteuning voor specifieke groepen bieden op alle prioriteitsterreinen van de agenda; zo wordt in sommige lidstaten specifieke steun verleend ten behoeve van Roma, op terreinen als counseling, onderwijs, opleiding en advies en begeleiding voor zelfstandigen.
CONCLUSION
CONCLUSIE
Les treize actions clés et les mesures d’accompagnement et de préparation proposées dans la présente stratégie pour des compétences nouvelles et des emplois exigent de combiner plusieurs instruments d’action de l’UE, notamment la législation, la coordination des politiques, le dialogue social, le financement et les partenariats stratégiques. La stratégie est complétée par d’autres initiatives axées sur des groupes spécifiques, par exemple l’initiative phare Europe 2020 «Jeunesse en mouvement»[20] et la «Stratégie pour l’égalité entre les femmes et les hommes 2010-2015»[21]. Plus important encore, bon nombre de domaines d’action de la présente stratégie, la création d’emplois par exemple, dépendent de la vision intégrée développée dans la stratégie Europe 2020 et n’en sont qu’un élément.
De 13 centrale acties en de flankerende en voorbereidende maatregelen die in deze "Agenda voor nieuwe vaardigheden en banen" worden voorgesteld, vereisen een mix van EU-beleidsinstrumenten, waaronder wetgeving, beleidscoördinatie, sociale dialoog, financiering en strategische partnerschappen. De agenda wordt aangevuld met andere op de problemen van specifieke groepen gerichte EU-initiatieven, zoals het Europa 2020-kerninitiatief "Jeugd in beweging"[20] en de "Strategie voor gelijkheid tussen vrouwen en mannen 2010-2015"[21]. Er zij met nadruk op gewezen dat veel van de beleidsterreinen van deze agenda, zoals het creëren van banen, afhangen van, en slechts een onderdeel zijn van, de geïntegreerde aanpak van de Europa 2020-strategie.
La mise en œuvre et la participation sont essentielles pour le succès de la stratégie. En particulier, les partenaires sociaux ont un rôle prépondérant dans la mise en œuvre de la flexicurité et d’autres aspects de la présente stratégie. Les actions entreprises pourraient faire l’objet d’une analyse annuelle au niveau de l’UE au sein d’un forum social tripartite. La coopération à l’échelon local et régional entre les partenaires sociaux, les services publics de l’emploi, les services sociaux, les établissements d’éducation et de formation, et les organisations de la société civile, sera essentielle pour atteindre les personnes qui éprouvent des difficultés à s’établir durablement sur le marché du travail.
Uitvoering en participatie zijn essentieel voor het slagen van de agenda. Vooral de sociale partners spelen een sleutelrol bij de tenuitvoerlegging van flexizekerheid en andere aspecten van dit kerninitiatief. Deze acties zouden jaarlijks op EU-niveau geanalyseerd kunnen worden in een Tripartiet Sociaal Forum. Samenwerking op lokaal en regionaal niveau – tussen de sociale partners, de arbeidsbemiddelingsdiensten, de sociale diensten, de instellingen voor onderwijs en opleiding, en de maatschappelijke organisaties – zal van groot belang zijn om diegenen te bereiken die de grootste moeite hebben vaste voet te krijgen op de arbeidsmarkt.
Les Fonds européens, notamment le Fonds social européen , peuvent apporter une contribution significative à la stratégie de l’UE et jouer un rôle de catalyseur et de levier à l’appui des priorités d’action de l’Union.
De EU-fondsen, met name het Europees Sociaal Fonds , kunnen in belangrijke mate bijdragen tot de EU-agenda en optreden als katalysator en promotor ter ondersteuning van de beleidsprioriteiten van de Unie.
La Commission mettra aussi en avant la dimension internationale de la stratégie. La crise a provoqué l’émergence d’un consensus mondial sur la coexistence, sur un pied d’égalité, des objectifs économiques et financiers, d’une part, et des objectifs en matière d’emploi et à caractère social, de l’autre. Au moment où la reprise s’amorce, la Commission prônera la mise en commun des moyens à l’échelle internationale dans les cadres multilatéraux (OIT, G20, OCDE et Nations unies), au sein des structures de coopération bilatérale existantes avec des partenaires stratégiques (notamment les États-Unis, le Canada, la Chine, l’Inde, le Japon, l’Afrique du sud, la Russie et le Brésil) et dans les cadres stratégiques régionaux (ASEM et UE-Amérique latine).
De Commissie zal ook de internationale dimensie van deze agenda verder ontwikkelen. De crisis heeft geleid tot een globale consensus dat economische en financiële doelstellingen moeten worden nagestreefd in samenhang met werkgelegenheids- en sociale doelstellingen. Nu het herstel langzaam vorm krijgt, zal de Commissie de bundeling van middelen op internationaal niveau aanmoedigen, in multilaterale kaders (IAO, G20, OESO, en de VN), binnen bestaande bilaterale samenwerkingsstructuren met strategische partners (met name de VS, Canada, China, India, Japan, Zuid-Afrika, Rusland en Brazilië), en binnen kaders voor regionaal beleid (ASEM en EU-Latijns Amerika).
La Commission réexaminera les priorités de la stratégie en 2014 et les adaptera au nouveau cadre financier pluriannuel. Dans l’intervalle, elle rendra compte des progrès accomplis dans les enquêtes annuelles sur la croissance, dans le cadre de la stratégie Europe 2020.
De Commissie zal in 2014 de prioriteiten van de agenda herzien, en die aanpassen aan het nieuwe meerjarig financieel kader. Tot dat tijdstip zal zij verslag over de vorderingen uitbrengen in de jaarlijkse overzichten van de groei (Annual Growth Surveys) in de context van de Europa 2020-strategie.[pic][pic][pic]
[1] Conclusions du Conseil des 5 et 6 décembre 2007, «Vers des principes communs de flexicurité» (doc. 16201/07).
[1] Conclusies van de Raad betreffende "Naar gemeenschappelijke beginselen inzake flexizekerheid" van 5/6 december 2007 (doc. 16201/07).
[2] Conclusions du Conseil du 8 juillet 2009, «La flexicurité en temps de crise» (doc. 10388/09).
[2] Conclusies van de Raad betreffende "Flexizekerheid in tijden van crisis" van 8 juli 2009 (doc. 10388/09).
[3] COM(2010) 608 du 27.10.2010.
[3] COM(2010) 608 van 27.10.2010.
[4] COM(2010) 614 du 28.10.2010.
[4] COM(2010) 614 van 28.10.2010.
[5] COM(2008) 868 du 16.12.2008. Conclusions du Conseil du 9.3.2009 et du 7.6.2010, «New Skills for New Jobs: Action Now», rapport du groupe d’experts, février 2010.
[5] COM(2008) 868 van 16.12.2008. Conclusies van de Raad van 9.3.2009 en 7.6.2010. "Nieuwe vaardigheden voor nieuwe banen: actie nu", rapport van groep van deskundigen, feb. 2010.
[6] Ces compétences sont définies dans le document COM(2007) 496 du 7.9.2007.
[6] Zie definitie in COM(2007) 496 van 7.9.2007.
[7] COM(2010) 171 du 20.4.2010.
[7] COM(2010) 171 van 20.4.2010.
[8] Conclusions du Conseil concernant un cadre stratégique pour la coopération européenne dans le domaine de l'éducation et de la formation («Éducation et formation 2020») (doc. 9845/09).
[8] Conclusies van de Raad betreffende het "Strategisch kader voor Europese samenwerking in onderwijs en opleiding ET(2020)" (doc. 9845/09).
[9] Centre européen pour le développement de la formation professionnelle.
[9] Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding.
[10] Directive 2000/78/CE du Conseil du 27 novembre 2000 portant création d'un cadre général en faveur de l'égalité de traitement en matière d'emploi et de travail.
[10] Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep.
[11] Directive 2000/43/CE du Conseil du 29 juin 2000 relative à la mise en œuvre du principe de l'égalité de traitement entre les personnes sans distinction de race ou d'origine ethnique.
[11] Richtlijn 2000/43/EG van de Raad van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming.
[12] COM(2010) 546 du 6.10.2010.
[12] COM(2010) 546 van 6.10.2010.
[13] COM(2010) 614 du 28.10.2010.
[13] COM(2010) 614 van 28.10.2010.
[14] COM(2010) 608 du 27.10.2010.
[14] COM(2010) 608 van 27.10.2010.
[15] COM(2010) 477 du 15.9.2010.
[15] COM(2010) 477 van 15.9.2010.
[16] COM(2010) 546 du 6.10.2010.
[16] COM(2010) 546 van 6.10.2010.
[17] COM(2010) 608 du 27.10.2010.
[17] COM(2010) 608 van 27.10.2010.
[18] COM(2010) 700 du 19.10.2010.
[18] COM(2010) 700 van 19.10.2010.
[19] COM(2010) 642 du 9.11.2010.
[19] COM(2010) 642 van 9.11.2010.
[20] COM(2010) 477 du 15.9.2010.
[20] COM(2010) 477 van 15.9.2010.
[21] COM(2010) 491 du 21.9.2010.
[21] COM(2010) 491 van 21.9.2010.
Haut


Géré par l'Office des publications