Visualización bilingüe

BG CS DA DE EL EN ES ET FI FR HU IT LT LV MT NL PL PT RO SK SL SV  BG CS DA DE EL EN ES ET FI FR HU IT LT LV MT NL PL PT RO SK SL SV 

es

nl

 
Decisión del Consejo
Besluit van de Raad
de 20 de febrero de 2006
van 20 februari 2006
sobre las directrices estratégicas comunitarias de desarrollo rural (período de programación 2007-2013)
inzake communautaire strategische richtsnoeren voor plattelandsontwikkeling (programmeringsperiode 2007-2013)
(2006/144/CE)
(2006/144/EG)
EL CONSEJO DE LA UNIÓN EUROPEA,
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Visto el Tratado constitutivo de la Comunidad Europea,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Visto el Reglamento (CE) no 1698/2005 del Consejo, de 20 de septiembre de 2005, relativo a la ayuda al desarrollo rural a través del Fondo Europeo Agrícola de Desarrollo Rural (Feader) [1], y, en particular, su artículo 9, apartado 2, primera frase,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1698/2005 van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) [1], en met name op artikel 9, lid 2, eerste zin,
Vista la propuesta de la Comisión,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Visto el dictamen del Parlamento Europeo [2],
Gezien het advies van het Europees Parlement [2],
Considerando lo siguiente:
Overwegende hetgeen volgt:
(1) El artículo 9, apartado 1, del Reglamento (CE) no 1698/2005 prevé que se adopten a escala comunitaria directrices estratégicas de desarrollo rural para el período de programación comprendido entre el 1 de enero de 2007 y el 31 de diciembre de 2013 con objeto de fijar las prioridades de desarrollo rural.
(1) Krachtens artikel 9, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1698/2005 moeten met het oog op het vaststellen van de prioriteiten voor plattelandsontwikkeling strategische richtsnoeren voor dit beleidsgebied worden vastgesteld voor de programmeringsperiode die op 1 januari 2007 begint en op 31 december 2013 eindigt.
(2) Estas directrices estratégicas deberían reflejar el papel multifuncional que desempeña la actividad agraria en la riqueza y diversidad de los paisajes, de los productos alimenticios y del patrimonio cultural y natural en toda la Comunidad.
(2) Deze strategische richtsnoeren moeten een spiegel zijn van de multifunctionele rol van de landbouw zoals die tot uiting komt in de rijkdom en diversiteit van landschappen, levensmiddelen en cultureel en natuurlijk erfgoed in de gehele Gemeenschap.
(3) Estas directrices estratégicas deberían determinar las áreas de intervención importantes en las que es necesario actuar para alcanzar las prioridades de la Comunidad, especialmente en relación con los objetivos de desarrollo sostenible de Gotemburgo y la estrategia reformada de crecimiento y empleo de Lisboa, establecidos en los Consejos Europeos de Gotemburgo ( 15 y 16 de junio de 2001) y Salónica ( 20 y 21 de junio de 2003), respectivamente.
(3) In deze strategische richtsnoeren moeten de terreinen worden afgebakend die belangrijk zijn voor de verwezenlijking van de communautaire prioriteiten, met name in het licht van de door de Europese Raad van Göteborg ( 15 en 16 juni 2001) en Thessaloniki ( 20 en 21 juni 2003) vastgestelde duurzaamheidsdoelstellingen en de bijgewerkte strategie van Lissabon voor groei en werkgelegenheid.
(4) Basándose en estas directrices estratégicas, cada Estado miembro debe preparar su plan estratégico nacional como marco de referencia para la elaboración de programas de desarrollo rural.
(4) Elke lidstaat moet op basis van deze strategische richtsnoeren zijn nationaal strategisch plan opstellen dat het referentiekader vormt voor de opstelling van de programma's voor plattelandsontwikkeling,
DECIDE:
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artículo único
Enig artikel
En el anexo de la presente Decisión se establecen las directrices estratégicas comunitarias de desarrollo rural (período de programación 2007-2013).
De in de bijlage opgenomen communautaire strategische richtsnoeren voor plattelandsontwikkeling voor de programmeringsperiode 2007-2013 worden hierbij vastgesteld.
Hecho en Bruselas, el 20 de febrero de 2006.
Gedaan te Brussel, 20 februari 2006.
Por el Consejo
Voor de Raad
El Presidente
De voorzitter
J. Pröll
J. Pröll
[1] DO L 277 de 21.10.2005, p. 1.
[1] PB L 277 van 21.10.2005, blz. 1.
[2] No publicado aún en el Diario Oficial.
[2] Nog niet verschenen in het Publicatieblad.
--------------------------------------------------
--------------------------------------------------
ANEXO
BIJLAGE
Directrices estratégicas comunitarias de desarrollo rural (período de programación 2007-2013)
Communautaire strategische richtsnoeren voor plattelandsontwikkeling voor de programmeringsperiode 2007-2013
1. INTRODUCCIÓN
1. INLEIDING
El Reglamento (CE) no 1698/2005 determina la finalidad y el ámbito de intervención del Feader. En ese contexto, las directrices estratégicas comunitarias precisan las áreas de intervención importantes en las que es necesario actuar para alcanzar las prioridades de la Comunidad, especialmente en relación con los objetivos de desarrollo sostenible de Gotemburgo y la estrategia reformada de crecimiento y empleo de Lisboa.
In Verordening (EG) nr. 1698/2005 wordt een definitie gegeven van het doel en het toepassingsgebied van de steun die uit het fonds voor plattelandsontwikkeling wordt verleend. Met de communautaire strategische richtsnoeren wordt beoogd om, binnen de grenzen van dat kader, de terreinen af te bakenen die belangrijk zijn voor de verwezenlijking van de communautaire prioriteiten, met name in het licht van de in Göteborg vastgestelde duurzaamheidsdoelstellingen en de bijgewerkte strategie van Lissabon voor groei en werkgelegenheid.
Las directrices estratégicas comunitarias de desarrollo rural:
Aan de hand van de communautaire strategische richtsnoeren voor plattelandsontwikkeling zal het gemakkelijker worden om:
- contribuirán a identificar y acordar los ámbitos en los que la ayuda comunitaria al desarrollo rural aporta el valor añadido más elevado a escala de la UE,
- in onderlinge overeenstemming vast te stellen op welke terreinen de communautaire steun voor plattelandsontwikkeling de grootste meerwaarde kan scheppen op EU-niveau;
- harán de nexo con las grandes prioridades de la UE (Lisboa, Gotemburgo) y las traducirán en política de desarrollo rural,
- de brug te slaan naar de voornaamste prioriteiten van de EU (Lissabon, Göteborg) en deze te vertalen naar het plattelandsontwikkelingsbeleid;
- ayudarán a asegurar la coherencia con las demás políticas de la UE, especialmente con las de cohesión y medio ambiente,
- de samenhang met andere beleidssectoren van de EU, met name cohesie en milieu, te garanderen;
- acompañarán la aplicación de la nueva política agrícola común (PAC), orientada al mercado, y la obligada reestructuración a que dará lugar tanto en los antiguos Estados miembros como en los nuevos.
- de tenuitvoerlegging van het nieuwe marktgerichte gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) en de daarmee gepaard gaande herstructureringen in de oude en de nieuwe lidstaten te begeleiden.
2. EL DESARROLLO RURAL Y LOS OBJETIVOS GENERALES DE LA COMUNIDAD
2. PLATTELANDSONTWIKKELING EN DE OVERKOEPELENDE DOELSTELLINGEN VAN DE GEMEENSCHAP
2.1. PAC y desarrollo rural
2.1. Het GLB en plattelandsontwikkeling
La actividad agraria sigue siendo la usuaria principal de las superficies rurales y el factor determinante de la calidad de los paisajes y del medio ambiente. La importancia y el peso de la PAC y del desarrollo rural no han hecho sino aumentar con la reciente ampliación de la Unión Europea.
Nog steeds wordt het grootste deel van de landbouwgrond voor landbouwdoeleinden gebruikt en is deze sector doorslaggevend voor de kwaliteit van het platteland en het milieu. Met de recente uitbreiding van de Europese Unie zijn het belang en de relevantie van het GLB en de plattelandsontwikkeling nog verder toegenomen.
Sin los dos pilares de la PAC, es decir, las políticas de mercados y desarrollo rural, muchas zonas rurales de Europa habrían de afrontar importantes problemas económicos, sociales y medioambientales. El modelo europeo de agricultura refleja el carácter multifuncional de la agricultura, determinante para la riqueza y la diversidad de los paisajes, de los productos y del patrimonio cultural y natural [1].
Zonder de twee pijlers van het GLB (marktbeleid en plattelandsontwikkeling) zou een groot aantal plattelandsgebieden in Europa met toenemende economische, maatschappelijke en milieuproblemen kampen. Het Europese landbouwmodel is een spiegel van de multifunctionele rol van de landbouw zoals die tot uiting komt in de rijkdom en diversiteit van landschappen, levensmiddelen en cultureel en natuurlijk erfgoed [1].
Los principios rectores de la PAC, de la política de mercados y de la política de desarrollo rural fueron expuestos por el Consejo Europeo de Gotemburgo ( 15 y 16 de junio de 2001). Conforme a sus conclusiones, el alto rendimiento económico debe ir unido a la utilización sostenible de los recursos naturales y a niveles de residuos adecuados, de forma que se mantenga la diversidad biológica, se conserven los ecosistemas y se evite la desertización. Para afrontar estos retos, el Consejo Europeo acordó que uno de los objetivos de la política agrícola común y su desarrollo futuro debería ser la contribución al logro de un desarrollo sostenible haciendo mayor hincapié en el fomento de productos saludables y de alta calidad, en métodos de producción respetuosos con el medio ambiente, incluida la producción ecológica, en las materias primas renovables y en la protección de la biodiversidad.
De leidraad voor het GLB, het marktbeleid en het plattelandsontwikkelingsbeleid is vastgesteld door de Europese Raad van Göteborg ( 15 en 16 juni 2001) waar het in de conclusies heet: "Goede economische prestaties moeten samengaan met een duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen en beheersbare hoeveelheden afval, zodat de biodiversiteit behouden blijft, de ecosystemen worden beschermd en woestijnvorming wordt bestreden. Om die uitdagingen het hoofd te bieden, komt de Europese Raad overeen dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid in zijn huidige en zijn toekomstige vorm onder andere tot doel moet hebben bij te dragen tot het bereiken van duurzame ontwikkeling door meer nadruk te leggen op de bevordering van gezonde producten van hoge kwaliteit, ecologisch duurzame productiemethodes waaronder biologische productie, hernieuwbare grondstoffen en de bescherming van de biodiversiteit."
Estos principios rectores fueron confirmados en las conclusiones sobre la Estrategia de Lisboa en el Consejo Europeo de Salónica ( 20 y 21 de junio de 2003). En los próximos años, la contribución de la nueva PAC y del desarrollo rural a la mejora de la competitividad y al desarrollo sostenible puede ser trascendental.
Die leidraad werd bekrachtigd in de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van Thessaloniki ( 20 en 21 juni 2003). Het hervormde GLB en het plattelandsontwikkelingsbeleid kunnen de komende jaren een wezenlijke bijdrage leveren tot de concurrentiekracht en de duurzame ontwikkeling.
2.2. Hacia una agricultura sostenible: las reformas de la PAC de 2003 y 2004
2.2. De bijdrage van de GLB-hervormingen van 2003 en 2004 tot de duurzaamheid van de landbouw
Las reformas de la PAC efectuadas en 2003 y 2004 suponen un paso importante para mejorar la competitividad y el desarrollo sostenible de la actividad agraria en la UE y sientan las bases para futuras reformas. Las reformas sucesivas han contribuido a la competitividad de la agricultura europea al reducir las garantías de sostenimiento de los precios y propiciar el ajuste estructural. La introducción de pagos directos disociados de la producción hace que los agricultores respondan a las señales del mercado, es decir, a la demanda de los consumidores, en lugar de actuar en función de incentivos vinculados a la cantidad. La inclusión de normas medioambientales, de seguridad alimentaria, de sanidad y bienestar animales en el principio de condicionalidad da mayor confianza a los consumidores y hace que aumente la sostenibilidad medioambiental de la agricultura.
Deze hervormingen zijn uitermate bevorderlijk voor de concurrentiekracht en de duurzame ontwikkeling van de landbouw in de EU, en vormen het kader voor toekomstige hervormingen. Door de gegarandeerde prijsondersteuning geleidelijk te verminderen en structurele aanpassingen aan te moedigen, heeft de EU in de opeenvolgende GLB-hervormingen bijgedragen tot het concurrentievermogen van de Europese landbouw. De invoering van de ontkoppelde rechtstreekse betalingen moedigt de boer aan zich te laten leiden door vraaggestuurde marktsignalen, veeleer dan door kwantiteitsgerelateerde beleidsstimulansen. Bovendien gaat zowel het consumentenvertrouwen als de milieuduurzaamheid van de landbouw erop vooruit, nu factoren als milieu, voedselveiligheid en de gezondheid en het welzijn van de dieren zijn opgenomen in de randvoorwaarden.
2.3. Desarrollo rural en el período 2007-2013
2.3. Plattelandsontwikkeling 2007-2013
La futura política de desarrollo rural se centra en tres ámbitos fundamentales: la economía agroalimentaria, el medio ambiente y la economía y la población rurales, en sentido amplio. La nueva generación de estrategias y programas de desarrollo rural se articulará en torno a cuatro ejes: eje 1, aumento de la competitividad del sector agrícola y forestal; eje 2, mejora del medio ambiente y del entorno rural; eje 3, calidad de vida en las zonas rurales y diversificación de la economía rural; eje 4, el Leader.
Het plattelandsontwikkelingsbeleid zal zich in de toekomst met name richten op de agrovoedingssector, het milieu en de plattelandseconomie en -bevolking in ruimere zin. De nieuwe generatie strategieën en programma's voor plattelandsontwikkeling zal worden geconcipieerd rond vier zwaartepunten: zwaartepunt 1 betreffende de verbetering van de concurrentiekracht van de landbouw-, voedings- en bosbouwsector, landbeheer; zwaartepunt 2 betreffende de verbetering van het milieu en de levenskwaliteit; zwaartepunt 3 betreffende de kwaliteit van het leven op het platteland en de diversificatie in de plattelandsgebieden; en zwaartepunt 4 betreffende Leader.
En el caso del eje 1, se aplicarán medidas relativas al capital humano y físico en los sectores de la agricultura, los alimentos y la silvicultura (fomento de la transferencia de conocimientos y de las innovaciones) y a los productos de calidad. El eje 2 consta de medidas destinadas a proteger y mejorar los recursos naturales, así como a preservar los sistemas agrarios y forestales tradicionales de gran valor medioambiental y los paisajes culturales de las zonas rurales europeas. El eje 3 contribuye al desarrollo de infraestructuras locales y del capital humano en las zonas rurales para mejorar las condiciones de crecimiento y de creación de empleo en todos los sectores y propiciar la diversificación de las actividades económicas. El eje 4, basado en la experiencia del Leader, introduce posibilidades innovadoras de gobernanza partiendo de planteamientos locales de desarrollo rural que tienen su origen en la base.
Onder zwaartepunt 1 ressorteren het menselijke en fysieke kapitaal in de landbouw-, voedings- en bosbouwsector (bevordering van kennisoverdracht en innovatie) en de kwaliteitsproductie. De bescherming en verbetering van de natuurlijke hulpbronnen, de instandhouding van landbouw- en bosbouwsystemen met een hoge natuurwaarde en het behoud van het cultuurlandschap van de Europese plattelandsgebieden zijn de doelstellingen die in het kader van zwaartepunt 2 worden nagestreefd. Met zwaartepunt 3 wil men de plaatselijke infrastructuur en het menselijke kapitaal in de plattelandsgebieden helpen ontwikkelen om zo de voorwaarden voor groei en werkgelegenheid te verbeteren en de economische bedrijvigheid te diversifiëren. Zwaartepunt 4 — dat voortbouwt op de ervaringen met Leader — heeft tot doel het bestuur te innoveren via een van onderuit gestuurde lokale aanpak van de plattelandsontwikkeling.
2.4. Retos
2.4. De problemen aanpakken
Las zonas rurales de la UE se caracterizan por una gran diversidad de situaciones, desde zonas rurales remotas azotadas por la despoblación y el declive hasta zonas periurbanas sometidas a una presión cada vez más fuerte de los centros urbanos.
De omstandigheden op het platteland verschillen enorm: zo zijn afgelegen gebieden met ontvolkingsproblemen en een ontwikkelingsachterstand nauwelijks te vergelijken met peri-urbane gebieden die onder toenemende druk van de stedelijke centra staan.
Según la definición de la OCDE, que se basa en la densidad de población, las regiones rurales [2] representan el 92 % del territorio de la UE. Un 19 % de la población de la Unión Europea vive en regiones predominantemente rurales, y un 37 % en regiones significativamente rurales. Estas regiones generan el 45 % del valor añadido bruto (VAB) y el 53 % de los puestos de trabajo de la UE, pero algunos de sus indicadores socioeconómicos, incluidos los indicadores estructurales, tienden a quedarse rezagados respecto a los de las zonas no rurales. En las zonas rurales, la renta per cápita [3] equivale aproximadamente a dos terceras partes de la de las otras, la tasa de actividad de las mujeres es menor, en general, el sector de los servicios está menos desarrollado, los niveles de formación superior que se alcanzan son inferiores, en general, y el porcentaje de domicilios que tiene acceso a internet de banda ancha es más reducido. Algunas regiones rurales tienen graves problemas de lejanía y de perifericidad. Estas desventajas tienden a acentuarse en las regiones predominantemente rurales, si bien, considerando la situación general, existen diferencias considerables entre los Estados miembros. La falta de oportunidades, contactos e infraestructuras de formación es un problema particularmente acuciante para las mujeres y los jóvenes que viven en zonas rurales remotas.
Volgens de op bevolkingsdichtheid gebaseerde OESO-definitie bestrijkt het platteland [2] 92 % van het grondgebied van de EU-25. 19 % van de bevolking woont in overwegend rurale gebieden en 37 % in gebieden met een sterk ruraal karakter. Deze gebieden zorgen enerzijds voor 45 % van de in de EU-25 gegenereerde bruto toegevoegde waarde en voor 53 % van de werkgelegenheid, maar moeten anderzijds vaak terrein prijsgeven aan de niet-plattelandsgebieden wanneer ze aan een aantal sociaaleconomische indicatoren — waaronder structurele indicatoren — worden getoetst. In vergelijking met elders ligt het inkomen per inwoner op het platteland ongeveer een derde lager [3], zijn er minder vrouwen actief op de arbeidsmarkt, is de dienstensector minder ontwikkeld, hebben over het algemeen minder mensen een hogere opleiding en heeft een lager percentage gezinnen toegang tot breedbandinternet. Een aantal plattelandsgebieden heeft danig te lijden onder problemen die zijn terug te voeren op een afgelegen en perifere ligging. De hiermee verbonden nadelen komen over het algemeen nog scherper tot uiting in gebieden met een overwegend ruraal karakter — hoewel het algemene beeld op EU-niveau per lidstaat aanzienlijk kan verschillen. Vooral vrouwen en jongeren in afgelegen plattelandsgebieden hebben te kampen met een gebrek aan kansen, contacten en opleidingsinfrastructuur.
La ampliación ha modificado el mapa agrario. La agricultura supone el 2 % del PIB en los antiguos Estados miembros de la UE, el 3 % en los nuevos Estados miembros y más del 10 % en Rumanía y Bulgaria. En los nuevos Estados miembros, el porcentaje de empleo en el sector agrario (12 %) triplica el de los antiguos Estados miembros (4 %), mientras que en Bulgaria y Rumanía la tasa de empleo agrario es considerablemente más alta.
Door de uitbreiding is de kaart van de landbouw hertekend. Opgesplitst naar "oude" en "nieuwe" lidstaten levert de landbouw respectievelijk 2 en 3 % van het BBP; in Roemenië en Bulgarije is dat meer dan 10 %. In de nieuwe lidstaten is het aandeel van de landbouw in de werkgelegenheid drie keer groter dan in de oude lidstaten (respectievelijk 12 en 4 %); in Roemenië en Bulgarije werken aanzienlijk meer mensen in de landbouw.
El sector agroalimentario en su conjunto representa una parte importante de la economía de la UE, pues da trabajo a 15 millones de personas (el 8,3 % del empleo total) y supone el 4,4 % del PIB. La UE produce alimentos y bebidas por valor de unos 675000 millones EUR anuales, lo que hace de ella el mayor productor mundial. Sin embargo, el sector sigue estando enormemente polarizado y fragmentado y las empresas que operan en él tienen ante sí importantes oportunidades y amenazas. La silvicultura y las industrias relacionadas con ella emplean a unos 3,4 millones de personas, y su producción anual alcanza un valor aproximado de 350000 millones EUR, aunque sólo se tala un poco más del 60 % del crecimiento anual de los bosques.
De agrovoedingssector is een belangrijke speler in het economische leven in de EU-25 en neemt 15 miljoen banen (8,3 % van de totale werkgelegenheid) en 4,4 % van het BBP voor zijn rekening. De waarde van de communautaire voedings- en drankenproductie bedraagt 675 miljard EUR, wat de EU op deze terreinen tot de grootste producent ter wereld maakt. De hoge mate van polarisatie en fragmentatie levert de op deze markt actieve bedrijven zowel kansen als gevaren op. Bosbouw- en aanverwante bedrijven bieden werk aan circa 3,4 miljoen mensen en maken een omzet van 350 miljard EUR, waarbij moet worden aangetekend dat maar 60 % van de jaarlijkse aangroei in de bossen momenteel wordt geëxploiteerd.
La agricultura y la silvicultura juntas suponen el 77 % del suelo utilizado en la UE. En los últimos años, los resultados ambientales de la agricultura (protección y mejora de los recursos naturales) han sido dispares. En lo que respecta a la calidad del agua, los excedentes totales de nitrógeno han disminuido ligeramente desde 1990 en la mayor parte de los antiguos Estados miembros, aunque algunos países y regiones siguen estando expuestos a presiones de lixiviación significativas. En muchas partes, sigue habiendo problemas de emisión de amoniaco, eutrofización, degradación de suelos y merma de la biodiversidad. Sin embargo, cada vez es mayor la superficie dedicada a la producción ecológica (5,4 millones de hectáreas en la UE) y a la obtención de recursos renovables (se estima que en 2004 se utilizaron 1,4 millones de hectáreas para la producción de bioenergía, de las cuales 0,3 millones de hectáreas se acogían a la prima por cultivos energéticos y 0,6 millones de hectáreas se destinaban a barbecho). A largo plazo, la agricultura y la silvicultura deberán adaptarse progresivamente a los cambios climáticos que se produzcan. La protección de la biodiversidad ha mejorado con la puesta en marcha de la red Natura 2000, a la que pertenecen entre el 12 y el 13 % de las zonas agropecuarias y silvícolas. Los sistemas agrarios de gran valor natural, importantes para la preservación de la biodiversidad y de los hábitats, la protección del paisaje y la calidad de los suelos, suponen entre el 10 y el 30 % de la superficie agrícola total de la mayoría de los Estados miembros. En algunas zonas, la desaparición de las actividades agropecuarias podría tener consecuencias graves para el medio ambiente.
De land- en bosbouwsector heeft 77 % van de grond in de EU-25 in gebruik. Op het gebied van instandhouding en verbetering van de natuurlijke hulpbronnen heeft de landbouw de afgelopen jaren vanuit milieuoogpunt wisselend gepresteerd. Zo is het — voor de waterkwaliteit belangrijke — stikstofoverschot in de meeste oude lidstaten sinds de jaren '90 in lichte mate afgenomen, ofschoon een aantal landen en gebieden nog steeds kampt met ernstige uitloging van nutriënten. Een groot aantal gebieden heeft nog steeds af te rekenen met ammoniakuitstoot, eutrofiëring, bodemdegradatie en een afname van de biodiversiteit. Anderzijds blijkt dat inmiddels een groter aandeel van het landbouwareaal wordt ingeruimd voor de biologische productie (5,4 miljoen ha voor de EU) en hernieuwbare hulpbronnen (in 2004 werd naar schatting 1,4 miljoen ha gebruikt voor de productie van bio-energie, waarvan 0,3 miljoen ha in het kader van de premie voor energiegewassen en 0,6 miljoen ha voor braaklegging). De langetermijneffecten van de klimaatverandering zullen steeds meer hun stempel drukken op de patronen in land- en bosbouw. De tenuitvoerlegging van het Natura 2000-netwerk van aangewezen beschermde gebieden (waaronder 12 à 13 % land- en bosbouwgebied) is alvast bevorderlijk voor de bescherming van de biodiversiteit. Landbouwsystemen met een hoge natuurwaarde leveren een belangrijke bijdrage tot de instandhouding van de biodiversiteit en van habitats, de bescherming van het landschap en de kwaliteit van de bodem. In de meeste lidstaten wordt 10 tot 30 % van het landbouwareaal met dergelijke systemen geëxploiteerd. De stopzetting van de landbouwactiviteiten kan in sommige gebieden ernstige milieurisico's veroorzaken.
Las zonas rurales tienen pues ante sí retos concretos en los años venideros en materia de crecimiento, empleo y sostenibilidad, aunque también tienen bazas reales: potencial de crecimiento en nuevos sectores, oferta de actividades recreativas y turísticas, carácter atractivo como lugar para vivir y trabajar y función de preservación de los recursos naturales y de los paisajes de gran valor.
Uit een en ander moge blijken dat plattelandsgebieden de komende jaren specifieke problemen op het gebied van groei, werkgelegenheid en duurzaamheid te wachten staan. Anderzijds leveren zij qua groeipotentieel in een aantal nieuwe sectoren reële kansen op; men denke in dit verband aan de inrichting van rurale aantrekkingspunten en toeristische voorzieningen, de aantrekkelijkheid van deze gebieden als woon- en werkomgeving en het belang ervan als reservoir van natuurlijke hulpbronnen en waardevolle landschappen.
El sector agroalimentario debe aprovechar las oportunidades que ofrecen los nuevos planteamientos, la tecnología y las innovaciones para adaptarse a la evolución de la demanda de los mercados europeo y mundial. El recurso clave en el que se debe invertir para que las zonas rurales y el sector agroalimentario miren al futuro con confianza es el capital humano.
De agrovoedingssector moet de kansen die nieuwe benaderingen, technologieën en ontwikkelingen met zich brengen, aangrijpen om zowel op de Europese als op de wereldmarkt in te spelen op de steeds wijzigende vraag. Vooral investeringen in het zo belangrijke menselijke kapitaal moeten ervoor zorgen dat de plattelandsgebieden en de agrovoedingssector de toekomst met vertrouwen tegemoet kunnen zien.
Con motivo de la reactivación de la estrategia de Lisboa, el Consejo Europeo reafirmó que esta estrategia se inscribe en el contexto más extenso del requisito de desarrollo sostenible, según la cual hay que responder a las necesidades presentes sin comprometer la capacidad de las generaciones futuras para satisfacer las suyas [4]. El nuevo período de programación es una oportunidad única para orientar la ayuda del nuevo Feader hacia el crecimiento, la creación de empleo y el desarrollo sostenible, lo que está en sintonía con la Declaración sobre los principios rectores del desarrollo sostenible [5] y con el programa renovado de acción de Lisboa, que aconseja focalizar los recursos en medidas que hagan de Europa un lugar más atractivo para invertir y trabajar, que fomenten el conocimiento y la innovación como motores del crecimiento y que creen más puestos de trabajo y de mejor calidad.
Toen de strategie van Lissabon een nieuwe stimulans werd gegeven, onderstreepte de Europese Raad dat deze strategie past in de ruimere context van de duurzame ontwikkeling en dat de behoeften van nu dus moeten worden vervuld zonder het de komende generaties moeilijker te maken hun eigen behoeften te vervullen [4]. De nieuwe programmeringsperiode is de gelegenheid bij uitstek om erop toe te zien dat met name maatregelen ter bevordering van groei, werkgelegenheid en duurzaamheid kunnen profiteren van de steun uit het nieuwe fonds voor plattelandsontwikkeling. Dit sluit overigens volledig aan op de verklaring inzake de richtlijnen voor duurzame ontwikkeling [5] en het actieprogramma van de bijgewerkte strategie van Lissabon, dat tot doel heeft met name geld vrij te maken voor maatregelen om Europa aantrekkelijker te maken om te investeren en te werken, groeigerichte kennis en innovatie te bevorderen en meer en betere banen te scheppen.
La política de desarrollo rural debe ayudar a las zonas rurales a alcanzar esos objetivos en el período 2007-2013. Para ello, es necesario dar un enfoque más estratégico a la mejora de la competitividad, la creación de empleo y la innovación en las zonas rurales y mejorar la gobernanza en lo que a la ejecución de programas se refiere. Es preciso dar preeminencia a las inversiones destinadas a desarrollar el capital humano, los conocimientos y el capital en los sectores agrario y silvícola, establecer nuevas formas de prestación de servicios medioambientales beneficiosas para todas las partes y crear más puestos de trabajo y de mejor calidad, especialmente para las mujeres y los jóvenes, diversificando las actividades. Al ayudar a las zonas rurales de la UE a desarrollar todo su potencial para hacerlas atractivas como lugares para invertir, trabajar y vivir, la política de desarrollo rural contribuirá al desarrollo sostenible del territorio europeo.
Het plattelandsontwikkelingsbeleid moet de rurale gebieden helpen om deze doelstellingen in de periode 2007-2013 te halen. De vereisten hiervoor zijn een meer strategische benadering van concurrentiekracht, het scheppen van werkgelegenheid en innovatie en een beter bestuur bij de tenuitvoerlegging van de programma's. Er moet meer aandacht uitgaan naar toekomstgerichte investeringen in mensen, deskundigheid en kapitaal in de land- en bosbouwsector, naar nieuwe manieren om milieudiensten met een op alle vlakken gunstige impact te leveren en naar maatregelen om via diversificatie meer en betere banen te scheppen, met name voor vrouwen en jongeren. Het plattelandsontwikkelingsbeleid kan een specifieke rol spelen in de duurzame ontwikkeling van het Europese grondgebied door bij te dragen tot de verwezenlijking van het potentieel dat reeds in de plattelandsgebieden in de EU aanwezig is en dat van deze gebieden een aantrekkelijke investerings-, woon- en werklocatie kan maken.
3. PRIORIDADES COMUNITARIAS DE DESARROLLO RURAL PARA EL PERÍODO DE PROGRAMACIÓN 2007-2013
3. VASTSTELLING VAN DE COMMUNAUTAIRE PRIORITEITEN VOOR PLATTELANDSONTWIKKELING VOOR DE PERIODE 2007-2013
En el marco de los objetivos fijados por el Reglamento (CE) no 1698/2005, las directrices estratégicas que se exponen a continuación determinan las prioridades de la Comunidad en ese ámbito, de conformidad con su artículo 9. Las directrices tienen por objeto la integración de las grandes prioridades políticas fijadas en las conclusiones de los Consejos Europeos de Lisboa y Gotemburgo. En cada serie de prioridades se describen, a título ilustrativo, acciones fundamentales. Basándose en estas directrices estratégicas, los Estados miembros deberán preparar su plan nacional de estrategias de desarrollo rural, que constituirá el marco de referencia para la preparación de los programas de desarrollo rural.
Met de vaststelling van onderstaande strategische richtsnoeren wordt beoogd om, in het kader van de doelstellingen van Verordening (EG) nr. 1698/2005, prioriteiten voor de Gemeenschap te bepalen overeenkomstig artikel 9 van die verordening. Deze richtsnoeren geven samenhang aan de door de Europese Raad van Lissabon en Göteborg geformuleerde overkoepelende beleidsprioriteiten. Bij elk stel prioriteiten hoort een aantal illustratieve kernacties. Elke lidstaat moet op basis van deze strategische richtsnoeren een nationale strategie voor plattelandsontwikkeling uitwerken die het referentiekader vormt voor de opstelling van de programma's voor plattelandsontwikkeling.
Los recursos que se asignen a las prioridades comunitarias en materia de desarrollo rural (dentro de los límites mínimos de financiación de cada eje que establezca la normativa) dependerán de la situación específica, de los puntos fuertes y flacos y de las oportunidades de cada zona. Todas las prioridades comunitarias y su aportación a los objetivos de Lisboa y Gotemburgo deberán ser vertidas al nivel de cada Estado miembro, es decir, reflejadas en un plan estratégico nacional y en programas de desarrollo rural. En muchos casos, existirán prioridades nacionales o regionales en relación con problemas específicos de la cadena agroalimentaria o con la situación medioambiental, climática y geográfica de la agricultura y la silvicultura. Además, es posible que las zonas rurales también deban afrontar otros problemas como la presión periurbana, el desempleo, la lejanía o la baja densidad de población.
De specifieke kenmerken, alsmede de sterke en zwakke punten en de mogelijkheden van elk programmaterrein zullen bepalend zijn voor de middelen die voor de communautaire prioriteiten inzake plattelandsontwikkeling zullen worden vastgesteld (met inachtneming van de verplichte minimumfinanciering voor elk zwaartepunt). Elke communautaire prioriteit — en de bijdrage die deze levert tot de doelstelling van Lissabon en Göteborg — zullen naar de context van de lidstaten moeten worden vertaald in de vorm van nationale strategische plannen en programma's voor plattelandsontwikkeling. Vaak zullen er, afhankelijk van de specifieke problemen van de agrovoedingsketen of de milieutechnische, klimatologische en geografische omstandigheden van de land- en bosbouwsector, nationale of regionale prioriteiten worden gesteld. Andere problemen waarmee plattelandsgebieden vaak te kampen hebben, zijn terug te voeren op de druk van de stad op het omringende gebied, werkloosheid, de afgelegen ligging en de lage bevolkingsdichtheid.
3.1. Mejora de la competitividad de los sectores agrario y silvícola
3.1. Verbetering van de concurrentiekracht van de land- en de bosbouwsector
Directriz estratégica comunitaria
Communautair strategisch richtsnoer
Los sectores agrario, silvícola y de transformación alimentaria europeos disponen de un gran potencial para agrandar la gama de los productos de gran calidad y con un gran valor añadido que demandan cada vez más los consumidores europeos y los mercados mundiales.
De landbouw-, bosbouw- en voedselverwerkingssector in Europa beschikt over een groot potentieel om nog meer kwaliteitsproducten en producten met een meerwaarde te produceren die tegemoet komen aan de gediversifieerde en toenemende vraag op de Europese en de wereldmarkt.
Los recursos asignados al eje 1 deben contribuir a que el sector agroalimentario europeo sea un sector fuerte y dinámico, centrándose en las prioridades de transferencia de conocimientos, modernización, innovación y calidad en la cadena alimentaria y en los sectores prioritarios de inversión en capital físico y humano.
De middelen voor zwaartepunt 1 zijn bestemd voor de bevordering van een sterke en dynamische Europese agrovoedingssector en zullen daarom met name gaan naar prioriteiten als kennisoverdracht, modernisering, innovatie en kwaliteit in de voedselketen en prioritaire sectoren voor investeringen in fysiek en menselijk kapitaal.
Para acometer estas prioridades, se anima a los Estados miembros a dar primacía a actuaciones básicas. Entre esas actuaciones básicas podrían contarse las siguientes:
Met het oog op deze prioriteiten worden de lidstaten aangespoord om vooral steun te verlenen voor kernacties. Dergelijke kernacties omvatten bijvoorbeeld:
i) reestructurar y modernizar el sector agrario, que sigue desempeñando un papel importante en el desarrollo de muchas zonas rurales, especialmente en los nuevos Estados miembros. Una adaptación agraria acertada puede ser decisiva para mejorar la competitividad y la sostenibilidad medioambiental del sector agrario e impulsar la creación de empleo y el crecimiento en ámbitos económicos afines. Ello implica fomentar la anticipación de los cambios, en el contexto de la reestructuración y la modernización, y desarrollar una política proactiva de formación y reconversión de agricultores, especialmente en lo que atañe a las cualificaciones transferibles;
i) herstructurering en modernisering van de landbouwsector. Deze blijven een grote rol spelen in de ontwikkeling van veel plattelandsgebieden, met name in de nieuwe lidstaten. Een geslaagde aanpassing van de landbouw kan de sleutel zijn tot meer concurrentiekracht en milieuduurzaamheid in de landbouwsector en tot een spectaculaire stijging van de werkgelegenheid en de groei in aanverwante sectoren. Hiertoe behoren ook het aansporen tot anticiperen op de veranderingen die de landbouwsector in het kader van de herstructurering doormaakt, en het moderniseren en ontwikkelen van een aanpak die op de gevolgen ervan vooruitloopt door boeren opleiding of omscholing aan te bieden, met name op het gebied van overdraagbare vaardigheden;
ii) mejorar la integración en la cadena agroalimentaria. La industria alimentaria europea es una de las más competitivas e innovadoras del mundo, pero tiene que hacer frente a una competencia mundial cada vez mayor. La economía rural todavía tiene un margen considerable para crear y comercializar nuevos productos, retener más valor en las zonas rurales por medio de programas de calidad y mejorar la visibilidad de los productos europeos en el extranjero. Recurrir a servicios de asesoramiento y apoyo para que los productos cumplan la normas comunitarias contribuirá a este proceso de integración. Un sector agrario orientado al mercado ayudará a reforzar la posición del sector agroalimentario europeo como gran generador de empleo y fuente de crecimiento económico;
ii) verbetering van de integratie door de hele agrovoedingssector heen. De voedingssector in Europa kan zich op het gebied van concurrentiekracht en innovatie meten met de beste ter wereld, maar krijgt mondiaal met steeds meer concurrentie te maken. De plattelandseconomie beschikt echter over meer dan voldoende capaciteit om nieuwe producten te ontwikkelen en op de markt te brengen, meer waarde in de plattelandsgebieden vast te houden door gebruik te maken van kwaliteitsregelingen, en het profiel van de Europese producten overzee te verbeteren. Het integratieproces zal baat hebben bij het gebruik van adviseringsdiensten en ondersteuning om bedrijven te helpen aan de communautaire normen te voldoen. Een op een marktgerichte leest geschoeide landbouwsector zal de positie van de Europese agrovoedingssector als belangrijke werkgever en bron van economische groei verder consolideren;
iii) facilitar la innovación y el acceso a la investigación y desarrollo (I+D). La innovación es un elemento cada vez más importante en los sectores agrario, agroalimentario y silvícola europeos. Mientras que las grandes empresas agroalimentarias europeas suelen estar en la vanguardia de las nuevas tendencias, no es así en las empresas de transformación y explotaciones agrícolas más pequeñas, que podrían mejorar notablemente sus resultados si introdujeran nuevos productos y procesos. En particular, se podría facilitar el acceso a la I+D, a las innovaciones y a las actuaciones desarrolladas en virtud del séptimo Programa marco mediante nuevas formas de cooperación [6];
iii) bevordering van innovatie en toegang tot O&O. Innovatie wordt steeds belangrijker voor de Europese landbouw-, agrovoedings- en bosbouwsector. Grote Europese agrovoedingsbedrijven volgen nieuwe ontwikkelingen vaak op de voet; kleinere verwerkende bedrijven en landbouwbedrijven zouden hun prestaties aanzienlijk kunnen verbeteren door de invoering van nieuwe producten en processen. Zo kunnen nieuwe vormen van samenwerking de toegang tot O&O, innovatie en acties op grond van het zevende kaderprogramma [6] vergemakkelijken;
iv) impulsar la adopción y la difusión de las tecnologías de la información y las comunicaciones (TIC). El sector agroalimentario en su conjunto, y en especial las pequeñas empresas, se encuentra rezagado en lo que a tecnologías de la información y la comunicación se refiere. Exceptuando las grandes multinacionales y sus grandes proveedores, son muy pocas las empresas que han incorporado aplicaciones de comercio electrónico. Los fondos de desarrollo rural deben ser complementarios de iniciativas de la Comisión como i2010 en los ámbitos del comercio electrónico (especialmente en lo referido a las pequeñas y medianas empresas), las competencias electrónicas y el aprendizaje informatizado;
iv) bevordering van het gebruik en de verspreiding van ICT. Wat het ICT-gebruik betreft, is de hele agrovoedingssector aan een inhaalbeweging toe. Dit gaat met name op voor kleine bedrijven. E-businesstoepassingen zijn, behalve in de grote multinationals en hun belangrijkste leveranciers, nog niet wijdverbreid. De middelen voor plattelandsontwikkeling moeten worden ingezet ter aanvulling van toekomstige initiatieven van de Commissie, zoals i2010 op het gebied van elektronisch zakendoen (e-business, met name voor KMO's), elektronische vaardigheden (e-skills) en elektronisch leren (e-learning);
v) estimular un espíritu empresarial dinámico. Las reformas recientes han creado un entorno centrado en el mercado para la agricultura europea. Ello amplía el abanico de oportunidades para las empresas agrarias, si bien para aprovechar este potencial económico será preciso que desarrollen su capacidad estratégica y de organización. En este sentido, propiciar el acceso de jóvenes agricultores a esta profesión puede desempeñar un papel importante;
v) bevordering van dynamisch ondernemerschap. De recente hervormingen hebben de voorwaarden gecreëerd voor een marktgerichte Europese landbouw, met nieuwe kansen voor landbouwbedrijven. Dit economische potentieel kan echter pas renderen, indien de nodige strategische en organisatorische vaardigheden worden ontwikkeld. Jonge landbouwers aanmoedigen om dit beroep te gaan uitoefenen kan in dit verband een belangrijke rol spelen;
vi) buscar nuevas salidas para los productos agrícolas y silvícolas. Las nuevas salidas pueden tener un valor añadido superior, en especial para los productos de calidad. Apoyar las inversiones y la formación en cuestiones de producción no alimentaria dentro de las actuaciones de desarrollo rural puede complementar las medidas adoptadas en virtud del primer pilar, pues dará lugar a la aparición de nuevas salidas para los productos y contribuirá al desarrollo de fuentes renovables de energía, de biocarburantes y de la capacidad de transformación;
vi) ontwikkeling van nieuwe afzetmogelijkheden voor land- en bosbouwproducten. Nieuwe afzetmogelijkheden kunnen een hogere meerwaarde bieden, in het bijzonder voor kwaliteitsproducten. Plattelandsontwikkelingssteun voor investeringen en opleiding op het gebied van de niet voor voeding of vervoedering bestemde productie kan een aanvulling vormen op maatregelen in het kader van de eerste pijler, via de ontwikkeling van innovatieve nieuwe afzetmogelijkheden voor de productie of via de ondersteuning van de ontwikkeling van het voor de productie van hernieuwbare energie te gebruiken materiaal, de biobrandstoffen zelf en de verwerkingscapaciteit;
vii) mejorar el comportamiento medioambiental de las explotaciones agrícolas y silvícolas. A largo plazo, el desarrollo sostenible dependerá de la capacidad para producir productos que los consumidores deseen comprar y que se ajusten a normas medioambientales estrictas. Las inversiones destinadas a mejorar el comportamiento medioambiental de las explotaciones pueden dar lugar además a mejoras productivas, en una situación beneficiosa para todos.
vii) verbetering van de milieuprestatie van de land- en bosbouw. Er is pas duurzaamheid op de lange termijn, wanneer de producten door de consument worden gekocht én aan strenge milieunormen voldoen. Bovendien kunnen investeringen in een verbetering van de milieuprestatie uitmonden in een efficiëntere productie, waardoor het voordeel tweeërlei is.
Para fomentar el relevo generacional en el sector agrario, podría estudiarse la posibilidad de combinar medidas del eje 1 adaptadas a las necesidades de los jóvenes agricultores.
Om de overname van landbouwbedrijven door de jongere generatie te stimuleren, kan worden nagedacht over op jonge boeren toegesneden combinaties van maatregelen in het kader van zwaartepunt 1.
3.2. Mejora del medio ambiente y del entorno natural
3.2. Milieu- en natuurverbetering
Directriz estratégica comunitaria
Communautair strategisch richtsnoer
Con objeto de proteger y mejorar los recursos naturales y los paisajes de las zonas rurales de la UE, los recursos que se asignen al eje 2 deben utilizarse en tres ámbitos comunitarios prioritarios: biodiversidad, preservación y desarrollo de los sistemas agrarios y forestales de gran valor medioambiental y de los paisajes agrarios tradicionales, agua y cambio climático.
Met het oog op de bescherming en verbetering van de natuurlijke hulpbronnen en het rurale landschap in de EU moeten de voor zwaartepunt 2 uitgetrokken middelen worden ingezet voor drie communautaire prioriteiten: biodiversiteit en de instandhouding en ontwikkeling van landbouw- en bosbouwsystemen met een hoge natuurwaarde en van traditionele agrarische landschappen, water en klimaatverandering.
Las medidas que se arbitren en este eje deben servir para integrar esos objetivos medioambientales y contribuir a la realización de la red agraria y forestal de Natura 2000, al compromiso de Gotemburgo de frenar el declive de la biodiversidad de aquí a 2010 y a los objetivos de la Directiva 2000/60/CE del Parlamento Europeo y del Consejo, de 23 de octubre de 2000, por la que se establece un marco comunitario de actuación en el ámbito de la política de aguas [7] y del Protocolo de Kioto (lucha contra el cambio climático).
De maatregelen in het kader van zwaartepunt 2 moeten tot doel hebben deze milieudoelstellingen op elkaar af te stemmen, en moeten een bijdrage vormen tot de tenuitvoerlegging van het Natura 2000-netwerk in de daarin aangewezen landbouw- en bosbouwgebieden, tot de in Göteborg aangegane verbintenis om de achteruitgang van de biodiversiteit tegen 2010 een halt toe te roepen, tot de doelstellingen van Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid [7] en tot de doelstellingen van het protocol van Kyoto inzake het afremmen van de klimaatverandering.
Para acometer estas prioridades, se anima a los Estados miembros a dar primacía a actuaciones básicas. Entre esas actuaciones básicas podrían contarse las siguientes:
Met het oog op deze prioriteiten worden de lidstaten aangespoord om vooral steun te verlenen voor kernacties. Dergelijke kernacties omvatten bijvoorbeeld:
i) fomentar servicios medioambientales y prácticas agropecuarias respetuosas con los animales. Los ciudadanos europeos esperan que los agricultores cumplan las normas obligatorias y muchos están de acuerdo en que los que se comprometan a ir más lejos, proporcionando servicios que el mercado no ofrecería por sí solo, deben ser remunerados por ello, especialmente cuando los compromisos que asuman estén relacionados con recursos específicos de especial importancia en el contexto de la producción agraria y forestal, como el agua y el suelo;
i) stimulering van milieudiensten en diervriendelijke landbouwpraktijken. De Europese burger verwacht van de boer dat hij de bij wet opgelegde normen in acht neemt. Er bestaat echter ook brede overeenstemming over het principe dat een boer die zich ertoe verbindt verder te gaan dan die normen en diensten verstrekt die de markt alleen niet op zich wil nemen, daarvoor moet worden beloond, met name wanneer het specifieke hulpbronnen betreft als water en grond die van specifiek belang zijn voor land- en bosbouw;
ii) proteger los paisajes rurales y los bosques. En Europa, gran parte del entorno rural más valioso se debe a la agricultura. La aplicación de prácticas sostenibles de gestión rural puede contribuir a reducir los riesgos asociados al abandono, la desertización y los incendios forestales, en especial en zonas desfavorecidas. Los sistemas agrarios adecuados permiten preservar el paisaje y los hábitats, desde las zonas húmedas hasta las praderas secas y los pastos de montaña. En numerosas zonas, estos paisajes constituyen un elemento importante del patrimonio cultural y natural y es lo que hace que constituyan zonas atractivas para vivir y trabajar;
ii) instandhouding van het agrarische landschap en bossen. Een groot deel van de waardevolle Europese plattelandsomgeving is het product van de landbouw. Praktijken voor duurzaam landbeheer kunnen bijdragen tot het verminderen van de risico's die voortvloeien uit stopzetting, woestijnvorming en bosbranden, vooral in minder begunstigde gebieden. Adequate landbouwsystemen helpen bij de instandhouding van het landschap en de uiteenlopende habitats, gaande van wetlands tot droge weidegronden en bergweiden. In een groot aantal gebieden vormt het landschap een belangrijk onderdeel van het culturele en natuurlijke erfgoed en is het mede bepalend voor de aantrekkelijkheid van het gebied als woon- en werkplek;
iii) luchar contra el cambio climático. La agricultura y la silvicultura se encuentran en la vanguardia del desarrollo de fuentes renovables de energía y materia prima para las instalaciones de bioenergía. La aplicación de prácticas agrícolas y forestales adecuadas puede contribuir a la reducción de emisiones de gases de efecto invernadero y la preservación del efecto de sumidero de carbono y la materia orgánica en la composición de los suelos, así como contribuir a la adaptación a las repercusiones del cambio climático;
iii) bestrijding van de klimaatverandering. Land- en bosbouw zijn speerpuntsectoren in de ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen en andere hernieuwbare hulpbronnen voor bio-energie-installaties. Goede land- en bosbouwpraktijken kunnen bijdragen tot de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen en het behoud van het koolstofopslageffect en organisch materiaal in de bodemsamenstelling en kunnen ook helpen bij het aanpassen aan de effecten van de klimaatverandering;
iv) reforzar la aportación de la agricultura ecológica. La agricultura ecológica constituye una forma global de agricultura sostenible. En ese sentido, su aportación a los objetivos medioambientales y de bienestar animal merece ser reforzada;
iv) consolidering van de bijdrage van de biologische landbouw. De biologische productiemethode gaat uit van een holistische benadering van de duurzame landbouw. Vanuit dit oogpunt verdient het aanbeveling de bijdrage van dit productiesysteem tot de doelstellingen op het gebied van milieu en dierenwelzijn verder te versterken;
v) fomentar iniciativas económico-ambientales doblemente beneficiosas. El suministro de productos-bienes medioambientales, especialmente a través de medidas agroambientales, puede contribuir a la identidad de las zonas rurales y de los alimentos que producen. Dichos productos, como el turismo rural y otras actividades recreativas, pueden dar paso al crecimiento económico y a la creación de empleo, especialmente si van ligados a la diversificación hacia el turismo, la artesanía, la formación o el sector no alimentario;
v) bevordering van initiatieven die zowel het milieu als de economie ten goede komen. De levering van milieugoederen, met name aan de hand van agromilieumaatregelen, kan de identiteit van plattelandsgebieden en de daar geproduceerde levensmiddelen versterken. Zij kunnen een basis vormen voor groei en werkgelegenheid via toerisme en de inrichting van rurale aantrekkingspunten, in het bijzonder in combinatie met diversificatie in toerisme, ambachten, opleiding of de non-foodsector;
vi) fomentar el equilibrio territorial. Los programas de desarrollo rural pueden ser vitales para que las zonas rurales resulten atractivas. También pueden ayudar a mantener un equilibrio perdurable entre las zonas urbanas y rurales en una economía competitiva basada en el conocimiento. En combinación con otros ejes, las medidas de gestión del suelo pueden contribuir al adecuado reparto espacial de las actividades económicas y a la cohesión territorial.
vi) bevordering van een territoriaal evenwicht. Programma's voor plattelandsontwikkeling kunnen een uitermate belangrijke bijdrage leveren tot de aantrekkelijkheid van rurale gebieden. Ze kunnen er bovendien voor zorgen dat in een op concurrentie gerichte kenniseconomie het juiste evenwicht tussen stedelijke gebieden en plattelandsgebieden bewaard blijft. In combinatie met andere zwaartepunten kunnen de maatregelen in het kader van het landbeheer een positieve impact hebben op de ruimtelijke verdeling van de economische bedrijvigheid en op de territoriale cohesie.
3.3. Mejora de la calidad de vida en las zonas rurales y fomento de la diversificación de la economía rural
3.3. Verbetering van de kwaliteit van het bestaan op het platteland en bevordering van diversificatie
Directriz estratégica comunitaria
Communautair strategisch richtsnoer
Los recursos que se asignen a la diversificación de la economía rural y a la mejora de la calidad de vida en el medio rural en virtud del eje 3 deben contribuir a la prioridad básica de crear oportunidades de empleo y condiciones propicias para el crecimiento en esos ámbitos. El abanico de medidas posibles con arreglo a este eje debe ir encaminado principalmente a fomentar la capacitación, la adquisición de cualificaciones y la organización, con miras a la implementación de estrategias locales, y a conseguir que las zonas rurales sigan siendo atractivas para las generaciones futuras. Cuando se promueva la formación, la información y el espíritu empresarial, deberá prestarse especial atención a las necesidades específicas de las mujeres, de los jóvenes y de los trabajadores de edad avanzada.
De middelen voor zwaartepunt 3 moeten ten dienste worden gesteld van de overkoepelende prioriteit werkgelegenheid en groeivoorwaarden te scheppen. De maatregelen in het kader van zwaartepunt 3 moeten vooral tot doel hebben de capaciteitsopbouw, het verwerven van vakkundigheid en de organisatie van de ontwikkeling van lokale strategieën te bevorderen, en moeten ervoor helpen zorgen dat het platteland voor de volgende generaties aantrekkelijk blijft. Wanneer initiatieven ter bevordering van opleiding, voorlichting en ondernemerschap worden genomen, moet aandacht worden besteed aan de specifieke behoeften van vrouwen, jongeren en oudere werknemers.
Para acometer estas prioridades, se anima a los Estados miembros a dar primacía a actuaciones básicas. Entre esas actuaciones básicas podrían contarse las siguientes:
Met het oog op deze prioriteiten worden de lidstaten aangespoord om vooral steun te verlenen voor kernacties. Dergelijke kernacties omvatten bijvoorbeeld:
i) incrementar la actividad económica y la tasa de empleo en la economía rural, en sentido amplio. En las zonas rurales, el crecimiento, el empleo y el desarrollo sostenible pasan por la diversificación de las actividades, la cual es también una premisa del equilibrio territorial, tanto desde el punto de vista económico como desde el social. El turismo, la artesanía y las actividades recreativas son sectores de crecimiento en muchas regiones y ofrecen oportunidades tanto para la diversificación de las explotaciones agrícolas en actividades distintas de la agricultura como para el desarrollo de microempresas en la economía rural, en sentido amplio;
i) bevordering van de economische bedrijvigheid en werkgelegenheid in de plattelandseconomie in ruimere zin. Diversificatie is niet alleen noodzakelijk voor de groei, de werkgelegenheid en de duurzame ontwikkeling in de plattelandsgebieden, maar draagt ook bij tot een beter territoriaal evenwicht, zowel vanuit economisch als vanuit maatschappelijk oogpunt. Toerisme, ambachten en de inrichting van rurale aantrekkingspunten zijn in tal van regio's groeisectoren die kansen bieden voor niet-agrarische diversificatie op het landbouwbedrijf en voor de ontwikkeling van microbedrijven in de ruimere rurale economie;
ii) fomentar la entrada de las mujeres en el mercado laboral. En muchas zonas rurales, la insuficiencia de servicios de guardería infantil representa una barrera concreta. Las iniciativas locales encaminadas a crear servicios de atención infantil pueden facilitar el acceso al mercado laboral. La creación de guarderías puede combinarse con iniciativas tendentes a facilitar la creación de pequeñas empresas relacionadas con actividades rurales y servicios locales;
ii) bevordering van de arbeidsparticipatie van vrouwen. In veel plattelandsgebieden werpt inadequate kinderopvang specifieke hindernissen op. Lokale initiatieven voor de ontwikkeling van het kinderopvangaanbod kunnen de toegang tot de arbeidsmarkt vergemakkelijken. Men denke in dit verband bijvoorbeeld aan de bouw van opvanginfrastructuur, eventueel gecombineerd met initiatieven ter bevordering van de oprichting van kleine bedrijven die werkzaamheden in verband met het platteland en plaatselijke diensten verrichten;
iii) devolver el alma a los pueblos. Mediante iniciativas integradas que combinen la diversificación, la creación de empresas, la inversión en patrimonio cultural, la infraestructura para servicios locales y la renovación se podrá contribuir a la mejora tanto de las perspectivas económicas como de la calidad de vida;
iii) de dorpen weer tot leven brengen. Geïntegreerde initiatieven die diversificatie, het oprichten van bedrijven, het investeren in cultureel erfgoed, infrastructuur voor plaatselijke diensten en renovatie in zich verenigen, kunnen bijdragen tot het verbeteren van zowel de economische vooruitzichten als de kwaliteit van het leven;
iv) promover la creación de microempresas y la artesanía, que puede apoyarse en el saber tradicional o puede introducir nuevos conocimientos, combinándolo con la compra de equipos, la formación y la asistencia, para promover el espíritu de empresa y desarrollar el tejido económico;
iv) bij de ontwikkeling van microbedrijven en ambachtelijke bedrijvigheid kan worden voortgebouwd op traditionele vaardigheden of kan een beroep worden gedaan op nieuwe kennis, met name bij de aankoop van apparatuur, opleiding en begeleiding, de bevordering van het ondernemerschap en de ontwikkeling van het economische weefsel;
v) enseñar a los jóvenes conocimientos necesarios para la diversificación de la economía local puede responder a la demanda turística, recreativa, de servicios medioambientales, de prácticas rurales tradicionales y de productos de calidad;
v) met de opleiding van jongeren in traditionele vaardigheden die nodig zijn voor het diversifiëren van de plaatselijke economie kan worden ingehaakt op de vraag naar toerisme, recreatie, milieudiensten, traditionele rurale vaardigheden en kwaliteitsproducten;
vi) impulsar la aceptación y el uso de las tecnologías de información y comunicación (TIC). La aceptación y difusión de las TIC en las zonas rurales son imprescindibles para la diversificación y para el desarrollo local, el suministro de servicios locales y el fomento de la inclusión electrónica. Mediante iniciativas locales de TIC destinadas a poner a la disposición de los habitantes, a través de estructuras públicas, equipos informáticos, conexión a la red y formación informática pueden hacerse economías de escala. Estas iniciativas pueden facilitar enormemente la aceptación de las tecnologías de la información por los agricultores locales y las empresas rurales y el uso del comercio electrónico. Es preciso aprovechar plenamente las posibilidades ofrecidas por internet y por las comunicaciones de banda ancha, por ejemplo las financiadas a través de programas regionales de los Fondos Estructurales, para paliar las desventajas de la localización geográfica;
vi) bevordering van het gebruik en de verspreiding van ICT. Het gebruik en de verspreiding van ICT in plattelandsgebieden is niet alleen essentieel voor de diversificatie, maar ook voor de lokale ontwikkeling, de verlening van plaatselijke diensten en de bevordering van e-insluiting (e-inclusion). Schaalvoordelen kunnen worden verwezenlijkt in het kader van dorpsinitiatieven op het gebied van ICT, waarbij via de gemeenschapsstructuren een pakket bestaande uit IT-apparatuur, netwerken en opleiding in elektronische vaardigheden wordt aangeboden. Dergelijke initiatieven kunnen zeer bevorderlijk zijn, zowel voor het gebruik van IT door de plaatselijke landbouwbedrijven en plattelandsondernemingen, als voor de invoering van het elektronisch zakendoen en de elektronische handel (e-commerce). Er moet ten volle gebruik worden gemaakt van de mogelijkheden van het internet en breedbandcommunicatie teneinde de nadelen van een geïsoleerde ligging weg te werken, bijvoorbeeld met steun in het kader van regionale, uit de structuurfondsen gefinancierde programma's;
vii) impulsar el suministro de fuentes renovables de energía y formas innovadoras de utilización de éstas puede contribuir a la creación de nuevas salidas para los productos agrícolas y silvícolas, a la implantación de servicios locales y a la diversificación de la economía rural;
vii) de ontwikkeling van het aanbod en het innovatieve gebruik van hernieuwbare energiebronnen kan bijdragen tot het ontstaan van nieuwe afzetmarkten voor land- en bosbouwproducten, tot de verlening van lokale diensten en tot de diversificatie van de plattelandeconomie;
viii) fomentar el desarrollo del turismo. El turismo es un sector decisivo para el crecimiento de muchas zonas rurales, susceptible de aprovechar el patrimonio cultural y natural. Haciendo un mayor uso de las TIC en este sector para las reservas, las campañas de promoción, el marketing, la concepción de servicios y de actividades recreativas se puede aumentar el número de turistas y la duración de las estancias, especialmente si se proporcionan enlaces con las instalaciones más pequeñas y se fomenta el turismo rural;
viii) bevordering van de ontwikkeling van de toeristische sector. In een groot aantal plattelandsgebieden is toerisme een belangrijke groeisector die verder kan groeien wanneer gebruik wordt gemaakt van cultureel en natuurlijk erfgoed. Een toename van het ICT-gebruik in de toerismesector voor reserveringen, reclame, marketing, het ontwerpen van diensten en recreatiemogelijkheden kan het aantal bezoekers en de duur van hun bezoek doen stijgen, vooral wanneer verdere informatie over kleinschalige voorzieningen wordt aangeboden en het agrotoerisme wordt aangemoedigd;
ix) modernización de las infraestructuras locales, especialmente en los nuevos Estados miembros. En los próximos años, se acometerán inversiones importantes en las principales infraestructuras de telecomunicaciones, transporte, energía y agua. Los Fondos Estructurales contribuirán de manera considerable a proyectos que van desde las redes transeuropeas hasta las conexiones con parques empresariales o científicos. Para que esta ayuda tenga el máximo efecto multiplicador desde la óptica de la creación de empleo y del crecimiento, esas cuantiosas inversiones deberán conectarse a las estrategias locales de diversificación y desarrollo del potencial del sector agroalimentario mediante infraestructuras locales de pequeñas dimensiones financiadas a través de programas de desarrollo rural.
ix) verbetering van de lokale infrastructuur, met name in de nieuwe lidstaten. Grootschalige werkzaamheden aan de telecommunicatie-, vervoers-, energie- en waterinfrastructuur zullen de komende jaren aanzienlijke investeringen vergen. In het kader van de structuurfondsen zullen significante steunbedragen ter beschikking worden gesteld voor de meest diverse projecten, gaande van trans-Europese netwerken tot de ontwikkeling van verbindingen met bedrijven- en wetenschapsparken. Met het oog op een optimale vertaling van al deze inspanningen in banen en groei, dient in het kader van de plattelandsontwikkelingsprogramma's steun voor de oprichting van kleinschalige plaatselijke infrastructuur ter beschikking te worden gesteld, aangezien een dergelijke infrastructuur een brug kan slaan tussen deze aanzienlijke investeringen en de lokale strategieën voor de diversificatie en de ontwikkeling van het potentieel van de agrovoedingssector.
3.4. Desarrollar la capacidad local de creación de empleo y diversificación
3.4. Ontwikkeling van de plaatselijke capaciteit voor werkgelegenheid en diversificatie
Directriz estratégica comunitaria
Communautair strategisch richtsnoer
Los recursos que se asignen al eje 4 (Leader) deben contribuir a la consecución de los objetivos prioritarios de los ejes 1, 2 y, sobre todo, 3, pero también al objetivo prioritario horizontal de mejorar la gobernanza y movilizar el potencial de desarrollo endógeno de las zonas rurales.
De middelen voor zwaartepunt 4 (Leader) staan ten dienste van de prioriteiten van de zwaartepunten 1, 2 en voor 3, maar zijn tevens, in horizontaal opzicht, van groot belang voor de verbetering van het bestuur en de mobilisatie van het reeds in de plattelandsgebieden aanwezige ontwikkelingspotentieel.
La ayuda que se dispense a través del eje 4 abre la posibilidad de combinar los tres objetivos (competitividad, medio ambiente y calidad de vida/diversificación) en el contexto de una estrategia de desarrollo local comunitaria basada en las necesidades y características locales. Mediante fórmulas integradas en las que participen los agricultores, los silvicultores y los demás agentes del mundo rural es posible salvaguardar y realzar el patrimonio natural y cultural local, sensibilizar a la población sobre la importancia del medio ambiente y promocionar los productos típicos locales, el turismo y los recursos y energías renovables e invertir en ellos.
Het zwaartepunt Leader biedt de mogelijkheid om in het kader van een door de gemeenschap aangestuurde lokale ontwikkelingsstrategie die voortbouwt op lokale behoeften en troeven, steun te verlenen voor de drie doelstellingen samen (concurrentiekracht, milieu en kwaliteit van het bestaan/diversificatie). In het kader van een geïntegreerde aanpak waarbij actoren uit land- en bosbouw en andere plaatselijke sectoren worden betrokken, kan het lokale natuurlijke en culturele erfgoed worden beschermd en verbeterd, het milieubewustzijn worden bevorderd en kunnen financiële middelen en promotieactiviteiten worden gewijd aan lokale specialiteiten, toerisme, hernieuwbare hulpbronnen en hernieuwbare energie.
Para acometer estas prioridades, se anima a los Estados miembros a dar primacía a actuaciones básicas. Entre esas actuaciones básicas podrían contarse las siguientes:
Met het oog op deze prioriteiten worden de lidstaten aangespoord om vooral steun te verlenen voor kernacties. Dergelijke kernacties omvatten bijvoorbeeld:
i) desarrollar la capacidad local de cooperación y animación y fomentar la adquisición de cualificaciones, para ayudar a movilizar el potencial local;
i) opbouw van de lokale partnerschapscapaciteit, dynamisering en bevordering van het aanleren van vaardigheden kunnen bijdragen tot de verwezenlijking van het lokale potentieel;
ii) alentar la cooperación entre el sector privado y el sector público. En particular, Leader seguirá desempeñando un papel importante en la incentivación de planteamientos innovadores de desarrollo rural y de la cooperación entre el sector privado y el público;
ii) bevordering van publiek-private partnerschappen. Leader zal met name een belangrijke rol blijven spelen in het kader van inspanningen om een innovatieve aanpak van plattelandsontwikkeling te bevorderen en de particuliere en openbare sector samen te brengen;
iii) fomento de la cooperación y las innovaciones. Iniciativas locales como Leader y las medidas de diversificación pueden ser fundamentales para dar a conocer ideas y planteamientos nuevos a las personas, alentar la innovación y el espíritu de empresa y fomentar la participación y la inclusión y el suministro de servicios locales. Las comunidades en línea pueden ayudar a la difusión de conocimientos, al intercambio de buenas prácticas y a la propagación de innovaciones en materia de productos y servicios rurales;
iii) bevordering van samenwerking en innovatie. Lokale initiatieven als Leader en steun voor diversificatie kunnen van essentieel belang zijn om nieuwe ideeën en benaderingen ingang te doen vinden, en innovatie, ondernemerschap, integratie en de verlening van lokale diensten te stimuleren. Het creëren van onlinegemeenschappen kan bijdragen tot de verspreiding van kennis, de uitwisseling van goede praktijken en de innovatie van rurale producten en diensten;
iv) mejora de la gobernanza local. Leader puede ayudar a poner en marcha planteamientos innovadores que aúnen agricultura, silvicultura y economía local y, por ende, a diversificar la base económica y a fortalecer el tejido socioeconómico de las zonas rurales.
iv) verbetering van het lokale bestuur. Leader kan helpen bij inspanningen om landbouw, bosbouw en de lokale economie op een innovatieve manier op elkaar te laten aansluiten en zo de economische basis te diversifiëren en het sociaaleconomische weefsel van de plattelandsgebieden te verstevigen.
3.5. Garantizar la coherencia de la programación
3.5. Zorgen voor samenhang in de programmering
Directriz estratégica comunitaria
Communautair strategisch richtsnoer
Cuando elaboren su estrategia nacional, los Estados miembros deberán velar por que exista la máxima sinergia posible entre los diferentes ejes y dentro de éstos y por que no se produzcan contradicciones. Si procede, podrán desarrollar enfoques integrados. Deberán reflexionar también sobre cómo imbricarla con otras estrategias de la UE como el Plan de actuación sobre la alimentación y la agricultura ecológicas, el compromiso de aumentar el uso de fuentes de energía renovables [8], la necesidad de desarrollar una estrategia de la UE de lucha contra el cambio climático a medio y largo plazo [9] y la necesidad de anticipar sus efectos probables en la agricultura y la silvicultura, la estrategia forestal y el Plan de acción forestal de la UE (que pueden contribuir tanto al crecimiento y al empleo como a los objetivos de desarrollo sostenible), así como las prioridades recogidas en el sexto Programa de acción comunitario en materia de medio ambiente establecido por la Decisión no 1600/2002/CE del Parlamento Europeo y del Consejo [10], en especial aquellas prioridades para las que se ha determinado que requieren estrategias temáticas de carácter medioambiental (protección del suelo, protección y conservación del medio marino, utilización sostenible de plaguicidas, contaminación atmosférica, medio urbano y utilización sostenible de los recursos).
De lidstaten moeten erop toezien dat in hun nationale strategieën de synergieën tussen en binnen de zwaartepunten worden geoptimaliseerd en contradicties worden voorkomen. Zij kunnen eventueel geïntegreerde benaderingen uitwerken. Voorts moeten ze nadenken over hoe rekening kan worden gehouden met andere communautaire strategieën zoals het Actieplan voor biologische landbouw [8], het streven naar intensiever gebruik van hernieuwbare energiebronnen [9], de noodzaak om een EU-strategie op middellange en lange termijn ter bestrijding van klimaatverandering uit te stippelen en de noodzaak om op de vermoedelijke gevolgen voor land- en bosbouw te anticiperen, de bosbouwstrategie en het actieplan voor de Europese Unie (die een bijdrage kunnen leveren aan het verwezenlijken van de doelstellingen van groei en werkgelegenheid en duurzaamheid), en de prioriteiten van het Zesde Milieuactieprogramma van de Gemeenschap van Besluit nr. 1600/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juli 2002 [10], in het bijzonder de prioriteiten die thematische milieustrategieën vereisen (bodembescherming, bescherming en behoud van het mariene milieu, duurzaam gebruik van pesticiden, luchtverontreiniging, stedelijk milieu, duurzaam gebruik van hulpbronnen en afvalrecycling).
Son varios los medios de que disponen la UE y los Estados miembros para mejorar la gobernanza y la aplicación de las estrategias. Puede recurrirse a la asistencia técnica para crear redes europeas y nacionales de desarrollo rural que funcionen como plataformas de intercambio de buenas prácticas y conocimientos sobre todo lo relacionado con la elaboración, gestión y aplicación de estrategias entre los interesados. Al preparar la estrategia nacional, deberán planearse medidas de información y publicidad con objeto de que los diferentes agentes puedan participar tempranamente, medidas que deberán desarrollarse en las fases posteriores de ejecución.
De EU en de lidstaten beschikken over meerdere instrumenten om het bestuur te verbeteren en de doeltreffendheid van het beleid te verhogen. Zo kan gebruik worden gemaakt van technische bijstand om Europese en nationale netwerken voor plattelandsontwikkeling op te zetten die als platform kunnen fungeren voor de uitwisseling van beste praktijken en expertise over alle aspecten van het ontwerpen, beheren en ten uitvoer leggen van het beleid door de betrokken actoren. Om de verschillende actoren in een vroege fase bij het proces te betrekken, moeten de lidstaten bij de voorbereiding van hun nationale strategieën de nodige aandacht besteden aan voorlichting en publiciteit, en deze aspecten nader uitwerken met het oog op de latere tenuitvoerleggingsfasen.
3.6. Complementariedad entre los instrumentos comunitarios
3.6. Complementariteit van de communautaire instrumenten
Directriz estratégica comunitaria
Communautair strategisch richtsnoer
Es preciso alentar las sinergias entre la política estructural, la política de empleo y la política de desarrollo rural. Así, los Estados miembros deberían velar por que las actuaciones financiadas por el Fondo Europeo de Desarrollo Regional, el Fondo de Cohesión, el Fondo Social Europeo, el Fondo Europeo de Pesca y el Feader en una zona dada y en un ámbito concreto de actividad fueran complementarias y coherentes entre sí. Los principales principios rectores de la línea de demarcación y los mecanismos de coordinación entre las actuaciones financiadas por los diferentes fondos deben fijarse en el marco estratégico nacional de referencia o en el plan estratégico nacional.
Er dient te worden gestreefd naar synergie tussen het structuur-, werkgelegenheids- en plattelandsontwikkelingsbeleid. De lidstaten moeten in dat verband waken over de complementariteit en de samenhang van de acties die op een bepaald geografisch gebied en binnen een bepaalde activiteit worden gefinancierd uit het EFRO, het cohesiefonds, het ESF, het EVF en het ELFPO. De belangrijkste richtsnoeren voor het scheiden en coördineren van de uit de verschillende fondsen gefinancierde acties, moeten in het nationale strategische referentiekader/nationale strategieplan worden verankerd.
En las inversiones en infraestructuras, el principio rector podría ser la magnitud de la intervención. Así, por ejemplo, en las inversiones en infraestructuras de transporte o de otro tipo de carácter nacional, regional o subregional convendría recurrir a los instrumentos de la política de cohesión, mientras que en las que sean de carácter estrictamente local podría recurrirse a la medida del eje 3 referente a servicios básicos, asegurando la conexión entre el nivel local y el regional.
Voor investeringen in infrastructuur kan de omvang van de werkzaamheden als criterium worden gehanteerd. Bij investeringen in vervoers- of andere infrastructuur op nationaal, regionaal of subregionaal niveau, kan gebruik worden gemaakt van de instrumenten in het kader van het cohesiebeleid, terwijl op zeer lokaal niveau een beroep kan worden gedaan op de onder zwaartepunt 3 ressorterende maatregel inzake basisvoorzieningen: op die manier is de samenhang tussen lokaal en regionaal niveau verzekerd.
Por su parte, las medidas de desarrollo del capital humano enmarcadas en la política de desarrollo rural deberían centrarse en los agricultores y en los agentes económicos que toman parte en la diversificación de la economía rural. La población de las zonas rurales podría recibir ayuda a través de medidas diseñadas según un planteamiento integrado y que emanen de la base. Estas medidas deberán acometerse ajustándose plenamente a los objetivos de la estrategia europea de empleo, fijados en las Directrices integradas en materia de crecimiento y empleo, y ser coherentes con las medidas de los programas nacionales de reforma enmarcados en el proceso de Lisboa. El programa de trabajo "Educación y formación 2010" pretende dar forma al capítulo de educación y formación de los objetivos de Lisboa. El principio que subyace en este programa es el del aprendizaje permanente y se aplica a todos los niveles y tipos de educación y de formación, incluidos los sectores agrario, silvícola y agroalimentario.
Met het oog op de ontwikkeling van menselijk kapitaal zal de plattelandsontwikkelingssteun vooral gericht worden op landbouwers en marktdeelnemers die betrokken zijn bij de diversificatie van de plattelandseconomie. Inwoners van plattelandsgebieden kunnen in het kader van een geïntegreerde, van onderuit gestuurde aanpak steun ontvangen. De tenuitvoerlegging van maatregelen in dit verband dient volledig in overeenstemming te zijn met de in de geïntegreerde richtsnoeren voor groei en werkgelegenheid opgenomen doelstellingen van de Europese werkgelegenheidsstrategie, en moet bovendien sporen met de in het kader van het proces van Lissabon vastgestelde nationale hervormingsprogramma's. Met het oog op de onderwijs- en opleidingsdoelstellingen van Lissabon is het werkprogramma "Onderwijs en opleiding 2010" geconcipieerd rond het motto "levenslang leren", dat ongeacht het niveau of het type onderwijs of opleiding, in alle sectoren (de landbouw-, bosbouw- en voedingssector incluis) zijn beslag moet krijgen.
4. SISTEMA DE COMUNICACIÓN
4. HET VERSLAGLEGGINGSSYSTEEM
El Reglamento (CE) no 1698/2005 prevé un seguimiento estratégico de las estrategias comunitaria y nacionales. La herramienta de información sobre los avances que se vayan realizando será el marco común de seguimiento y evaluación que se establezca en cooperación con los Estados miembros.
Verordening (EG) nr. 1968/2005 voorziet in strategisch toezicht op de communautaire en nationale strategieën. Dergelijke verslagen over de uitvoering moeten worden opgesteld op basis van een gemeenschappelijk toezicht- en evaluatiekader dat in samenwerking met de lidstaten wordt vastgesteld.
Ese marco establecerá un número limitado de indicadores comunes y una metodología común. Se complementará con los indicadores específicos de cada programa, adaptados a la singularidad de cada zona.
Het kader bevat een beperkt aantal gemeenschappelijke indicatoren en een gemeenschappelijke methode, en zal worden aangevuld met op het specifieke programma en programmaterrein toegesneden indicatoren.
Gracias a un conjunto de indicadores comunes se podrán agregar el rendimiento, los resultados y las repercusiones a escala de la UE y evaluar los avances que vaya habiendo en la aplicación de las prioridades comunitarias. Fijando unos indicadores de base al comienzo del período de programación se podrá hacer una evaluación de la posición de partida y diseñar la estrategia del programa.
Dankzij een gemeenschappelijk stel indicatoren kunnen de uitkomsten, resultaten en effecten op EU-niveau worden geaggregeerd en kan de verwezenlijking van de communautaire prioriteiten gemakkelijker worden getoetst. Aan het begin van de programmeringsperiode worden indicatoren betreffende de uitgangssituatie vastgesteld die als basis voor de ontwikkeling van de programmastrategie worden gebruikt.
Las actividades de evaluación se efectuarán de manera continua y constarán de una evaluación previa del programa, una evaluación intermedia y una evaluación final, además de otras actividades de evaluación que se consideren útiles para mejorar la gestión y los resultados del programa. Irán acompañadas de estudios temáticos y de evaluaciones de síntesis a escala comunitaria y de actividades de la red europea de desarrollo rural, como plataforma de intercambios y de adquisición de conocimientos de cara a la evaluación en los Estados miembros. Los intercambios de buenas prácticas y de resultados de evaluación pueden contribuir sobremanera a la eficacia del desarrollo rural. En este sentido, la red europea puede desempeñar una función fundamental facilitando los contactos.
Evaluaties zullen voortdurend plaatsvinden, zowel op programmaniveau (in de vorm van evaluaties vooraf, halverwege de looptijd en achteraf), als op andere niveaus waar dat nuttig wordt geacht voor de verbetering van het beheer en de impact van het programma. Daarbij komen nog de op Gemeenschapsniveau te verrichten thematische studies en synthese-evaluaties, en de werkzaamheden van het Europese netwerk voor plattelandsontwikkeling, dat als platform voor uitwisseling en capaciteitsopbouw inzake evaluatie in de lidstaten zal fungeren. Het uitwisselen van goede praktijken en het delen van evaluatieresultaten kunnen aanzienlijk bijdragen tot de effectiviteit van het plattelandsontwikkelingsbeleid. Het Europese netwerk heeft als forum voor contacten hierin een centrale rol te vervullen.
[1] Conclusiones de la Presidencia de los Consejos Europeos de Luxemburgo ( 12 y 13 de diciembre de 1997), Berlín ( 24 y 25 de marzo de 1999) y Bruselas ( 24 y 25 de octubre de 2002).
[1] Conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raden van Luxemburg ( 12 en 13 december 1997), Berlijn ( 24 en 25 maart 1999) en Brussel ( 24 en 25 oktober 2002).
[2] La definición de la OCDE se basa en el porcentaje de población que vive en municipios rurales (es decir, municipios de menos de 150 habitantes por km2) en una región dada de nivel NUTS III. Véase a este respecto la evaluación de impacto ampliada SEC(2004) 931. Esta es la única definición de zona rural reconocida internacionalmente. Sin embargo, en algunos casos no tiene en cuenta plenamente la población que vive en zonas rurales con una densidad de población más elevada, especialmente en las áreas periurbanas. En el contexto de las presentes directrices se emplea exclusivamente a efectos estadísticos y descriptivos.
[2] De OESO-definitie is gebaseerd op het bevolkingsaandeel dat in een bepaald NUTS III-gebied in rurale gemeenschappen woont (d.w.z. met minder dan 150 inwoners/km2). Zie de uitgebreide effectbeoordeling SEC(2004) 931. Dit is de enige internationaal erkende definitie van plattelandsgebieden. Vermeld moet worden dat de bevolking in dichterbevolkte plattelandsgebieden (met name peri-urbane gebieden) niet altijd ten volle in aanmerking wordt genomen in de definitie. In de context van deze richtsnoeren wordt de definitie alleen gebruikt voor statistieken en beschrijvingen.
[3] Medida como PIB (producto interior bruto)/PPA (paridad del poder adquisitivo).
[3] BBP uitgedrukt in koopkrachtpariteit.
[4] Conclusiones de la Presidencia del Consejo Europeo de Bruselas ( 22 y 23 de marzo de 2005).
[4] Conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van Brussel ( 22 en 23 maart 2005).
[5] Conclusiones de la Presidencia del Consejo Europeo de Bruselas ( 16 y 17 de junio de 2005).
[5] Conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van Brussel ( 16 en 17 juni 2005).
[6] También deben tenerse en cuenta, en este contexto, los trabajos del Comité permanente de investigación agraria.
[6] In dit kader moet tevens rekening worden gehouden met het werk van het Permanent Comité voor onderzoek in de landbouw.
[7] DO L 327 de 22.12.2000, p. 1. Directiva modificada por la Decisión no 2455/2001/CE (DO L 331 de 15.12.2001, p. 1).
[7] PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1. Richtlijn gewijzigd bij Beschikking nr. 2455/2001/EG (PB L 331 van 15.12.2001, blz. 1).
[8] Conclusiones de la Presidencia del Consejo Europeo de Bruselas ( 25 y 26 de marzo de 2004).
[8] Conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van Brussel ( 25 en 26 maart 2004).
[9] Conclusiones de la Presidencia del Consejo Europeo de Bruselas ( 22 y 23 de marzo de 2005).
[9] Conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van Brussel ( 22 en 23 maart 2005).
[10] DO L 242 de 10.9.2002, p. 1.
[10] PB L 242 van 10.9.2002, blz. 1.
--------------------------------------------------
--------------------------------------------------
Arriba


Gestionado por la Oficina de Publicaciones