Bilingual display

DA DE EL EN ET FI FR MT NL PL PT SL SV  DA DE EL EN ET FI FR MT NL PL PT SL SV 

en

nl

 
[pic] | EUROPEAN COMMISSION |
[pic] | EUROPESE COMMISSIE |
Brussels, 10.11.2010
Brussel, 10.11.2010
COM(2010) 639 final
COM(2010) 639 definitief
COMMUNICATION FROM THE COMMISSION TO THE EUROPEAN PARLIAMENT, THE COUNCIL, THE EUROPEAN ECONOMIC AND SOCIAL COMMITTEE AND THE COMMITTEE OF THE REGIONS
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S
Energy 2020 A strategy for competitive, sustainable and secure energy
Energie 2020 Een strategie voor een concurrerende, duurzame en continu geleverde energie
{SEC(2010) 1346}
SEC(2010) 1346
COMMUNICATION FROM THE COMMISSION TO THE EUROPEAN PARLIAMENT, THE COUNCIL, THE EUROPEAN ECONOMIC AND SOCIAL COMMITTEE AND THE COMMITTEE OF THE REGIONS
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S
Energy 2020A strategy for competitive, sustainable and secure energy
Energie 2020 Een strategie voor een concurrerende, duurzame en continu geleverde energie
INTRODUCTION
INLEIDING
The price of failure is too high.
Falen is geen optie - de prijs is te hoog …
Energy is the life blood of our society. The well-being of our people, industry and economy depends on safe, secure, sustainable and affordable energy. At the same time, energy related emissions account for almost 80% of the EU's total greenhouse gas emissions. The energy challenge is thus one of the greatest tests which Europe has to face. It will take decades to steer our energy systems onto a more secure and sustainable path. Yet the decisions to set us on the right path are needed urgently as failing to achieve a well-functioning European energy market will only increase the costs for consumers and put Europe’s competitiveness at risk.
Energie is de levensader van onze samenleving. Het welzijn van onze bevolking, industrie en economie hangt af van een veilige, continu geleverde, duurzame en betaalbare energievoorziening. Tezelfdertijd zijn energiegerelateerde emissies goed voor bijna 80% van de totale uitstoot van broeikasgassen in de EU. Het energieprobleem vormt een van de grootste actuele uitdagingen voor Europa. Het zal decennia duren om onze energiesystemen een meer veilige en duurzame richting uit te sturen. Maar de beslissingen die ons op de goede weg moeten brengen, moeten vandaag al worden genomen. Als we er niet in slagen een goed functionerende Europese energiemarkt tot stand te brengen, zal dit de kosten voor de consument doen oplopen en het concurrentievermogen van Europa in het gedrang brengen.
Over the next ten years, energy investments in the order of € 1 trillion are needed, both to diversify existing resources and replace equipment and to cater for challenging and changing energy requirements. Structural changes in energy supply, partly resulting from changes in indigenous production, oblige European economies to choose among energy products and infrastructures. These choices will be felt over the next 30 years and more. To enable these decisions to be taken urgently calls for an ambitious policy framework. Postponing these decisions will have immeasurable repercussions on society as regards both longer-term costs and security.
In de komende tien jaar zijn investeringen in energie voor een bedrag van ongeveer duizend miljard euro vereist, zowel om de bestaande bronnen te diversifiëren en installaties te vervangen als om een antwoord te bieden op de grote en veranderende energiebehoeften. Structurele nieuwe ontwikkelingen bij de energievoorziening, gedeeltelijk ten gevolge van interne productiewijzigingen, verplichten de Europese economieën ertoe om afwegingen te maken inzake energieproducten en -infrastructuur. De gemaakte keuzes zullen gevolgen hebben voor de komende 30 jaar en langer. Om deze beslissingen met de nodige zin voor urgentie te kunnen nemen, is een ambitieus beleidskader nodig. Uitstel van deze beslissingen zal een enorme weerslag hebben op de hele samenleving, zowel wat de kosten op lange termijn als wat de voorzieningszekerheid betreft.
A common EU energy policy has evolved around the common objective to ensure the uninterrupted physical availability of energy products and services on the market, at a price which is affordable for all consumers (private and industrial), while contributing to the EU's wider social and climate goals. The central goals for energy policy (security of supply, competitiveness, and sustainability) are now laid down in the Lisbon Treaty[1]. This spells out clearly what is expected from Europe in the energy area. While some progress has been made towards these goals, Europe's energy systems are adapting too slowly, while the scale of the challenges grows. Forthcoming enlargements of the EU will make this challenge even greater as the Union takes in countries with outdated infrastructure and less competitive energy economies.
Er is stilaan een gemeenschappelijk energiebeleid van de EU ontstaan rond de gemeenschappelijke doelstelling een ononderbroken materiële beschikbaarheid van energieproducten en -diensten op de markt te waarborgen tegen een prijs die aanvaardbaar is voor alle gebruikers (particulier en industrieel), en daarbij tegelijk bij te dragen tot de bredere doelstellingen van de EU op maatschappelijk en klimaatgebied. De centrale doelstellingen van het energiebeleid (continuïteit van de voorziening, concurrentievermogen en duurzaamheid) zijn nu opgenomen in het Verdrag van Lissabon[1]. Daarin wordt duidelijk omschreven wat op energiegebied van Europa wordt verwacht. Hoewel er enige vooruitgang is geboekt op weg naar deze doelstellingen, passen de energiesystemen van Europa zich al te traag aan, terwijl de uitdagingen steeds groter worden. De toekomstige uitbreidingen van de EU zullen dit probleem nog acuter maken aangezien de Unie landen zal moeten opnemen met een zeer verouderde infrastructuur en minder concurrerende energie-economie.
The European Council adopted in 2007 ambitious energy and climate change objectives for 2020 – to reduce greenhouse gas emissions by 20%, rising to 30% if the conditions are right[2], to increase the share of renewable energy to 20% and to make a 20% improvement in energy efficiency. The European Parliament has continuously supported these goals. The European Council has also given a long term commitment to the decarbonisation path with a target for the EU and other industrialised countries of 80 to 95% cuts in emissions by 2050.
De Europese Raad heeft in 2007 ambitieuze doelstellingen op energie- en klimaatgebied voor 2020 vastgesteld, meer bepaald een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen met 20% (of zelfs met 30% als de nodige voorwaarden daarvoor vervuld zijn[2]), een toename van het aandeel van duurzame energie tot 20% en een verbetering van de energie-efficiëntie met 20%. Het Europees Parlement heeft deze doelstellingen voortdurend ondersteund. De Europese Raad heeft zich verbonden tot een langetermijnbeleid om de economie koolstofarm te maken, met als streefcijfer voor de EU en andere geïndustrialiseerde landen een vermindering van de emissies met 80 tot 95% tegen 2050.
Nevertheless, the existing strategy is currently unlikely to achieve all the 2020 targets, and it is wholly inadequate to the longer term challenges. EU energy and climate goals have been incorporated into the Europe 2020 Strategy for smart, sustainable and inclusive growth[3], adopted by the European Council in June 2010, and into its flagship initiative ‘Resource efficient Europe’. The urgent task for the EU is to agree the tools which will make the necessary shift possible and thus ensure that Europe can emerge from recession on a more competitive, secure and sustainable path.
De bestaande strategie maakt het echter onwaarschijnlijk dat alle 2020-streefcijfers zullen worden gehaald en is volkomen ontoereikend om een antwoord te bieden op de uitdagingen op langere termijn. De EU-energie- en klimaatdoelstellingen zijn geïntegreerd in de Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei[3], in juni 2010 door de Europese Raad vastgesteld, en in het vlaggenschipinitiatief 'Efficiënt gebruik van hulpbronnen in Europa'. De urgente taak voor de EU is overeenstemming te bereiken over de instrumenten die deze noodzakelijke bijsturing mogelijk moeten maken en Europa de kans te bieden uit de huidige recessie te komen via een meer concurrerend, veilig en duurzaam traject.
Despite the importance of energy policy aims, there are serious gaps in delivery.
De doelstellingen van het energiebeleid zijn belangrijk, maar worden verre van bereikt
The internal energy market is still fragmented and has not achieved its potential for transparency, accessibility and choice. Companies have grown beyond national borders, but their development is still hampered by a host of different national rules and practices. There are still many barriers to open and fair competition[4]. A recent study into consumer conditions in retail electricity markets indicates sub-optimal consumer choice[5]. Implementation of internal market legislation is disappointing, with over 40 infringement procedures underway on the second internal energy market package from 2003 alone.
De interne energiemarkt is nog steeds versnipperd, blijft nog ondoorzichtig en weinig toegankelijk en biedt nog altijd onvoldoende keuzevrijheid. De betrokken ondernemingen hebben hun nationale grenzen overstegen, maar hun ontwikkeling blijft gehinderd door een heel pakket verschillende nationale regels en praktijken. Er zijn nog steeds veel belemmeringen voor een open en eerlijke mededinging[4]. Een recente studie over de op de kleinhandelsmarkt voor elektriciteit geldende voorwaarden voor de consument toont aan dat de keuzevrijheid voor de consument nog steeds te beperkt is[5]. De wetgeving betreffende de interne markt wordt op teleurstellende wijze ten uitvoer gelegd; alleen al vanaf 2003 zijn er meer dan 40 inbreukprocedures opgestart inzake de tenuitvoerlegging van het tweede pakket betreffende de interne markt voor energie.
The security of internal energy supplies is undermined by delays in investments and technological progress[6]. Currently, nearly 45% of European electricity generation is based on low-carbon energy sources, mainly nuclear and hydropower. Parts of the EU could lose more than a third of their generation capacity by 2020 because of the limited life-time of these installations. This means replacing and expanding existing capacities, finding secure non-fossil fuel alternatives, adapting networks to renewable energy sources and achieving a truly integrated internal energy market. At the same time Member States still need to phase out environmentally harmful subsidies.
De voorzieningszekerheid op de interne markt wordt ondermijnd door uitstel bij investeringen en te geringe technologische vooruitgang[6]. Bijna 45% van de Europese elektriciteitsproductie is gebaseerd op koolstofarme energiebronnen, voornamelijk kernenergie en waterkracht. Gezien de beperkte levensduur van deze installaties kunnen delen van de EU tegen 2020 meer dan een derde van hun productiecapaciteit verliezen. Dit houdt in: vervanging of uitbreiding van de bestaande capaciteit, met gebruikmaking van bedrijfszekere niet op fossiele brandstoffen gebaseerde alternatieven, aanpassing van de netwerken aan hernieuwbare energiebronnen en totstandbrenging van een echte geïntegreerde interne energiemarkt. Tegelijkertijd moeten bepaalde lidstaten voor het milieu schadelijke subsidies geleidelijk uitbannen.
The quality of National Energy Efficiency Action Plans, developed by Member States since 2008, is disappointing, leaving vast potential untapped. The move towards renewable energy use and greater energy efficiency in transport is happening too slowly. While we are broadly on track for the 20% target for renewable, we are a long way from achieving the objective set for energy efficiency.
De kwaliteit van de nationale actiepannen voor energie-efficiëntie, die door de lidstaten sinds 2008 zijn uitgewerkt, is ontgoochelend en maakt dat grote efficiëntiewinsten tot dusverre buiten bereik blijven. De vervoerssector stapt al te traag over op het gebruik van hernieuwbare energiebronnen en de energie-efficiëntie van de sector blijft te laag. Wat de 20%-doelstelling inzake hernieuwbare energiebronnen betreft, zitten wij grotendeels op schema, maar het 20%-streefcijfer inzake energie-efficiëntie is verre van bereikt.
At an international level, little heed is paid to warnings about tight oil supply in the future[7]. Despite serious gas supply crises that have acted as a wake-up call, exposing Europe’s vulnerability, there is still no common approach towards partner, supplier or transit countries. The potential for further development of EU indigenous fossil fuel resources, including unconventional gas, exists and the role they will play must be assessed in all objectivity.
Op internationaal niveau wordt weinig aandacht besteed aan de waarschuwingen inzake een mogelijk toekomstig olietekort[7]. Ondanks ernstige crisissen wat de gasvoorziening betreft, die de kwetsbaarheid van Europa op dit gebied duidelijk hebben aangetoond, ontbreekt nog steeds een gemeenschappelijke aanpak voor partners, leveranciers en doorvoerlanden. Er bestaat een potentieel voor toekomstige ontwikkeling van inheemse fossiele brandstofbronnen in de EU, inclusief onconventionele gasbronnen, en dat potentieel moet in alle objectiviteit worden beoordeeld.
Member States’ energy interdependence requires more European action.
De onderlinge energieafhankelijkheid van de lidstaten maakt meer Europese actie noodzakelijk
The EU is the level at which energy policy should be developed. Decisions on energy policy taken by one Member State inevitably have an impact on other Member States. The optimum energy mix, including the swift development of renewables, needs a continental market at least. Energy is the market sector where the greatest economic efficiencies can be made on a pan-European scale. Fragmented markets not only undermine security of supply, they also limit the benefits which energy market competition can bring. The time has come for energy policy to become truly European.
Het niveau waarop het energiebeleid moet worden ontwikkeld, is dat van de EU. Beslissingen op het gebied van het energiebeleid in één lidstaat hebben onvermijdelijk een weerslag op andere lidstaten. Een optimale energiemix, met inbegrip van de snelle ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen, vereist minimaal een continentale markt. Energie is de marktsector waarin de grootste economische efficiëntie kan worden bereikt op pan-Europese schaal. De versnippering van de markten brengt niet alleen de voorzieningszekerheid in het gedrang, maar beperkt ook de baten van een grotere mededinging op de energiemarkten. Het is hoog tijd dat het energiebeleid daadwerkelijke Europees wordt.
The EU must remain an attractive market for companies at a time of increasing competition on energy resources worldwide. The new European energy strategy must support the integrated industrial approach just presented by the European Commission[8], in particular since energy remains an important cost factor for industry[9]. The EU must also consolidate its competitiveness in energy technology markets. The share of renewable energy in the EU energy mix has risen steadily to some 10% of the gross final energy consumption in 2008. In 2009, 62% of newly installed electricity generation capacity in the EU was from renewable sources, mainly wind and solar. However, Europe’s lead is challenged. The independent 2010 Renewable Energy Attractiveness Index[10] now cites the US and China as the best investment opportunities for renewable energy. New stimulus is needed; more than ever is EU leadership called to address these challenges.
De EU moet voor ondernemingen een aantrekkelijke markt blijven op een moment dat wereldwijd steeds feller wordt geconcurreerd om de beschikbare energiebronnen. De nieuwe Europese strategie moet de onlangs door de Europese Commissie gepresenteerde geïntegreerde industriële aanpak[8] ondersteunen, met name omdat energie een belangrijke kostenfactor blijft voor de industrie[9]. De EU moet ook haar concurrentievermogen op de markt van de energietechnologieën consolideren. Het aandeel van hernieuwbare energie in de energiemix van de EU is gestaag toegenomen tot ongeveer 10% van het bruto energie-eindgebruik in 2008. In 2009 was 62% van de nieuw geïnstalleerde elektriciteitsopwekkingscapaciteit in de EU gebaseerd op hernieuwbare bronnen, voornamelijk wind en zon. De voortrekkersrol van de EU is echter bedreigd. Overeenkomstig de Renewable Energy Attractiveness Index[10] van 2010 bieden de VS en China nu de beste investeringskansen voor hernieuwbare energie.
In international energy affairs, the EU could be much stronger and effective if it took charge of its common interest and ambition. Despite accounting for one fifth of the world’s energy use, the EU continues to have less influence on international energy markets than its economic weight would suggest. Global energy markets are becoming tighter, with developing Asian countries and the Middle East accounting for most of the growth in global demand[11]. As the world's largest energy importer, the EU is likely to be more vulnerable to supply risks as a result.
In de internationale energiesector zou de EU veel sterker en doeltreffender kunnen optreden als zij gemeenschappelijke belangen en ambities zou verdedigen. Hoewel de EU goed is voor een vijfde van het mondiale energieverbruik, heeft zij minder invloed op de internationale energiemarkten dan haar economisch gewicht zou doen vermoeden. De mondiale energiemarkten komen onder grotere druk te staan, waarbij de zich ontwikkelende Aziatische landen en het Midden-Oosten goed zijn voor het merendeel van de groei van de mondiale vraag[11]. Als grootste energie-importeur ter wereld is de EU derhalve kwetsbaarder geworden voor verstoring van de voorziening.
The inclusion of energy policy in the EU Treaty calls for a new outlook.
De opname van het energiebeleid in het EU-Verdrag vergt een nieuwe kijk op deze zaak.
We must build on what we have achieved, and be bold in our ambition.
Wij moeten voortbouwen op wat we al hebben bereikt en moeten onszelf ambitieuze doelstellingen stellen.
The EU cannot afford to fail in its energy ambitions. Therefore the Commission proposes a new energy strategy towards 2020. This will consolidate the measures which have been taken so far and step up activity in areas where new challenges are emerging. It is the result of extensive debates within the EU institutions and wide-ranging public consultations.
De EU moet haar energieambities tot elke prijs waarmaken. Daarom stelt de Commissie een nieuwe energiestrategie voor het tijdvak tot 2020 voor. Die strategie moet de al vastgestelde maatregelen consolideren en moet de activiteiten versterken op gebieden waar nieuwe uitdagingen ontstaan. Zij is het resultaat van uitgebreid overleg binnen de EG-instellingen en brede openbare raadpleging.
The focus here is not on a comparative analysis of different energy sources, rather the steps which are required to deliver Europe's medium term policy objectives. Various scenarios in terms of energy mix will be presented in the forthcoming energy roadmap 2050, which will describe ways of achieving Europe’s long-term decarbonisation goal and their implications for energy policy decisions. This strategy sets out initial policy decisions which will be needed to meet our 2020 energy objectives as they currently stand. The 2050 low carbon economy and energy roadmaps will further inform and guide this programme of action and its implementation by offering a long term vision.
De aandacht wordt hierbij niet toegespitst op een vergelijkende analyse van de verschillende energiebronnen, maar op de maatregelen die moeten worden genomen om Europa's beleidsdoelstellingen op middellange termijn te bereiken. In een toekomstig energiestappenplan voor de periode tot 2050 zullen diverse scenario's qua energiemix tegen het licht worden gehouden. Daarbij zal de nodige aandacht gaan naar de methoden om Europa's langetermijndoelstelling van een koolstofarme economie te bereiken, met de gevolgen daarvan voor het energiebeleid. In de strategie worden de eerste beleidsbeslissingen omschreven die moeten worden vastgesteld om onze huidige energiedoelstellingen voor 2020 te bereiken. Met hun langetermijnvisie zullen de 2050-stappenplannen voor een koolstofarme economie en energievoorziening dit actieprogramma verder stofferen en de tenuitvoerlegging ervan begeleiden.
We urgently need far-reaching changes in energy production, use and supply.
Er zijn dringend verreikende veranderingen nodig op het gebied van energieproductie, -gebruik en -voorziening
First and foremost, the strategy underlines the need to rebalance energy actions in favour of a demand-driven policy, empowering consumers and decoupling economic growth from energy use. In particular, the transport and construction industries must pursue an active energy savings policy and diversify towards non-polluting energy sources. Beyond the Emissions Trading Scheme (ETS), the strategy should help create market conditions which stimulate higher energy savings and more low carbon investments, to exploit a wide range of centralised and distributed renewable energy as well as key technologies for energy storage and electro-mobility (notably electric vehicles and public transport).
In de eerste plaats wordt in de strategie de noodzaak onderstreept om de acties op energiegebied meer te doen uitgaan van de vraag, waarbij de consument het heft meer in handen neemt en economische groei en energieverbruik worden ontkoppeld. Met name de vervoer- en de bouwsector moeten een actief beleid op het gebied van energiebesparing voeren en meer kiezen voor niet-verontreinigende energiebronnen. De strategie gaat verder dan het emissiehandelssysteem (Emissions Trading Scheme - ETS) en moet marktvoorwaarden tot stand brengen die gunstig zijn voor grotere energiebesparingen en investeringen in koolstofarme technologieën. Daarbij moeten veel verschillende gecentraliseerde en decentrale hernieuwbare energiebronnen worden gebruikt, alsmede cruciale technologieën voor energieopslag en elektromobiliteit (meer bepaald elektrische voertuigen en openbaar vervoer).
Energy policy is a key contribution for achieving the objective of the new strategy for smart, sustainable and inclusive growth in support of a strong, diversified and competitive industrial base. In this context, Europe has to acknowledge that its industrial base is in need of all sectors across the entire value chain.
Het energiebeleid is een cruciaal onderdeel van de nieuwe strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei ter ondersteuning van een sterke, gediversifieerde en concurrerende industriële basis. In deze context moet Europa erkennen dat zijn industriële basis versterkt moet worden in alle sectoren van de hele waardeketen.
Public authorities have to lead by example. Each year, 16% of EU GDP, around € 1,500 billion, is spent by public authorities. Public procurement rules should insist on efficiency conditions to increase energy savings and spread innovative solutions, notably in buildings and transport. The potential of market-based and other policy instruments, including taxation, to enhance energy efficiency should be fully exploited.
De overheidsinstanties moeten het voorbeeld geven. Jaarlijks beschikken overheidsinstanties in de EU over 16% van het BBP, ongeveer 1500 miljard euro. Bij de regels inzake openbare aanbestedingen moet meer aandacht worden besteed aan energie-efficiëntie teneinde energiebesparing te bevorderen en innovatieve oplossingen te verspreiden, met name in de sectoren bouw en vervoer. Het potentieel van al dan niet marktgebaseerde beleidsinstrumenten, met inbegrip van belastingen, om de energie-efficiëntie op te vijzelen, moet ten volle worden benut.
On the supply side, the priority must continue to be the development of secure and competitive sources of energy. In the field of electricity generation, investments should lead to nearly two thirds of the electricity coming from low carbon sources by the early 2020's, the current level being 45%. In this context, priority should be given to renewable energies. The strategy must provide a framework at EU level which, while respecting national differences, would not only allow Member States to outperform their respective targets, but also ensure that the renewable energy sources and technologies are economically competitive by 2020.
Wat de aanbodzijde betreft, moet nog altijd voorrang worden gegeven aan de ontwikkeling van veilige en concurrerende energiebronnen. Op het gebied van de elektriciteitsproductie moeten investeringen ervoor zorgen dat tegen het begin van de jaren '20 bijna twee derde van de elektriciteit wordt opgewekt uit koolstofarme bronnen (het huidige niveau is 45%). In die context moet voorrang worden gegeven aan hernieuwbare energiebronnen. De strategie moet ook een kader op EU-niveau opleveren, dat het voor de lidstaten, met inachtneming van de nationale verschillen, niet alleen mogelijk maakt om hun respectieve streefcijfers te halen en te overtreffen, maar ook waarborgt dat de hernieuwbare energiebronnen en desbetreffende technologieën tegen 2020 economisch levensvatbaar en concurrerend zijn.
The contribution of nuclear energy, which currently generates around one third of EU electricity and two thirds of its carbon-free electricity, must be assessed openly and objectively. The full provisions of the Euratom Treaty must be applied rigorously, in particular in terms of safety. Given the renewed interest in this form of generation in Europe and worldwide, research must be pursued on radioactive waste management technologies and their safe implementation, as well as preparing the longer term future through development of next generation fission systems, for increased sustainability and cogeneration of heat and electricity, and nuclear fusion (ITER).
De bijdrage van kernenergie, momenteel goed voor ongeveer een derde van de elektriciteitsproductie en voor twee derde van de koolstofloze productie in de EU, moet op open en objectieve wijze worden beoordeeld. Alle bepalingen van het Euratom-Verdrag dienen op strikte wijze te worden toegepast, voornamelijk wat de veiligheid betreft. Gezien de vernieuwde belangstelling voor deze vorm van elektriciteitsopwekking in Europa en wereldwijd, is er actief onderzoek nodig naar technologieën voor de behandeling van radioactief afval en de veilige toepassing daarvan. Ook moet worden gewerkt aan de voorbereiding van de toekomst op lange termijn door de ontwikkeling van splijtingstechnologieën van de volgende generatie, met grotere duurzaamheid en gezamenlijke opwekking van elektriciteit en warmte, en van kernfusie (ITER).
For oil and gas, rising import requirements and increasing demand from emerging and developing countries call for stronger mechanisms to secure new, diversified and safe supply routes. As well as crude oil access, refining infrastructure is a crucial part of the supply chain. The EU is a strong geopolitical partner in energy markets and must have the ability to act accordingly.
Wat olie en gas betreft, versterken de toenemende invoer en de oplopende vraag van opkomende en zich ontwikkelende landen de behoefte aan sterkere mechanismen om veilige, gediversifieerde en betrouwbare voorzieningsroutes te waarborgen. Daarbij is niet alleen toegang tot ruwe aardolie een cruciaal onderdeel van de voorzieningsketen, maar ook de beschikbaarheid van raffinagecapaciteit. De EU is een sterke geopolitieke partner op de energiemarkten en moet dan ook als dusdanig kunnen optreden.
The new energy strategy focuses on five priorities:
De nieuwe strategie omvat vijf prioriteiten:
1. Achieving an energy efficient Europe;
1. een energie-efficiënt Europa tot stand brengen;
2. Building a truly pan-European integrated energy market;
2. een echte pan-Europese geïntegreerde energiemarkt opbouwen;
3. Empowering consumers and achieving the highest level of safety and security;
3. de consument mondig maken en het hoogste niveau van veiligheid en beveiliging bereiken;
4. Extending Europe's leadership in energy technology and innovation;
4. de leidende rol van Europa op het gebied van energietechnologie en -innovatie versterken;
5. Strengthening the external dimension of the EU energy market.
5. de externe dimensie van de energiemarkt van de EU versterken.
1. AN EFFICIENT USE OF ENERGY THAT TRANSLATES INTO 20% SAVINGS BY 2020
1. EEN EFFICIËNT GEBRUIK VAN ENERGIE, UITMONDEND IN EEN VERMINDERING VAN HET ENERGIEVERBRUIK MET 20% TEGEN 2020
Europe cannot afford to waste energy. Energy efficiency is one of the central objectives for 2020 as well as a key factor in achieving our long-term energy and climate goals. The EU needs to develop a new energy efficiency strategy which will enable all Member States to further decouple their energy use from economic growth. This strategy will take into account the diversity between Member States in terms of energy needs. Energy efficiency is the most cost effective way to reduce emissions, improve energy security and competitiveness, make energy consumption more affordable for consumers as well as create employment, including in export industries. Above all, it provides tangible benefits to citizens: average energy savings for a household can amount to € 1 000 per year[12].
Europa kan het zich niet veroorloven energie te verspillen. Energie-efficiëntie is één van de centrale doelstellingen voor 2020 en is een cruciaal element voor het bereiken van onze langetermijnenergie- en -klimaatdoelstellingen. De EU moet een nieuwe energie-efficiëntiestrategie ontwikkelen die het voor alle lidstaten mogelijk maakt economische groei en energieverbruik te ontkoppelen. Bij de vaststelling van deze strategie zal rekening worden gehouden met de diversiteit tussen de lidstaten wat hun energiebehoeften betreft. Energie-efficiëntie is de meest kosteneffectieve wijze om emissies te beperken, de veiligheid van de energievoorziening en het concurrentievermogen te verbeteren, het energieverbruik betaalbaarder te maken voor de consument en werkgelegenheid te creëren, ook in uitvoergerichte industrietakken. Boven alles levert energie-efficiëntie tastbare positieve resultaten op voor de burger: de gemiddelde energiebesparing voor een huishouden kan oplopen tot 1000 euro per jaar[12].
It is necessary to address the paradox whereby demand for more energy-intensive or new products outstrips gains in energy efficiency. It is high time that we move from words to actions. Thus, energy efficiency needs to be mainstreamed into all relevant policy areas, including education and training, to change current behavioural patterns. Energy efficiency criteria must be imposed in all spheres, including the allocation of public funds.
Er moet werk worden gemaakt van de paradox waarbij de vraag naar nieuwe of meer energie-intensieve producten elke energie-efficiëntiewinst teniet doet. Wij moeten dringend onze woorden in daden omzetten. Energie-efficiëntie moet een centraal onderdeel worden van alle relevante beleidsgebieden, met inbegrip van onderwijs en opleiding, om zo de huidige gedragspatronen om te kunnen buigen. Op alle beleidsgebieden, inclusief bij de toewijzing van overheidsmiddelen, moeten energie-efficiëntiecriteria worden opgelegd.
Efforts should be concentrated on the whole energy chain, from energy production, via transmission and distribution, to final consumption. Effective compliance monitoring, adequate market surveillance, widespread usage of energy services and audits, as well as material efficiency and recycling are all musts.
De inspanningen moeten zich doen gevoelden in de hele energieketen, van energieproductie, via transmissie en distributie, tot het eindgebruik. Effectieve monitoring van de naleving, adequate marktbewaking, wijdverspreid gebruik van energiediensten en -audits en materiaalefficiëntie en recycling zijn musts.
We are a long way from achieving the 20% energy savings objective. The new strategy therefore calls for reinforced political commitment to achieving it through a clear definition of the objective to be reached and strong compliance monitoring. Member States and regional and local authorities are called to intensify their work to implement adequate policies and to make full use of the available tools, objectives and indicators, with comprehensive National Energy Efficiency Action Plans.
We zijn ver verwijderd van de doelstelling om 20% energie te besparen. De nieuwe strategie vergt daarom een sterker en duidelijker omschreven politiek engagement om die energiebesparingsdoelstelling te bereiken, met daarbij een sterke monitoring van de tenuitvoerlegging. De lidstaten en de regionale en lokale autoriteiten moeten er zich intensiever op toeleggen het vereiste beleid ten uitvoer te leggen en ten volle gebruik te maken van de beschikbare instrumenten, doelstellingen en indicatoren, meer bepaald via alomvattende nationale actieplannen voor energie-efficiëntie.
Special attention should be given to the sectors with the largest potential to make energy efficiency gains, namely the existing building stock and transport sector. Member States have agreed to legally binding climate targets for these and other non-ETS sectors but still need to implement appropriate measures[13]. The revision of the energy taxation directive could provide steering effects with the potential of long-term efficiency gains. Measures need to be developed to speed up significantly the rate of refurbishment using energy-efficient products and technologies. In the residential sector, the issue of divided incentives between owners and tenants needs to be addressed. Regarding the substantial stock of public buildings, the authorities need to exploit all available opportunities, including those offered by EU Regional Policy, to improve the energy efficiency and autonomy of the buildings. In the transport sector, significant potentials for example in multimodal solutions, efficient vehicles and efficient driving should be tapped.
Speciale aandacht moet gaan naar de sectoren met het grootste potentieel voor energie-efficiëntiewinst, namelijk het bestaande gebouwenpark en de vervoersector. De lidstaten hebben ingestemd met wettelijk bindende klimaatstreefcijfers voor deze en andere ETS-sectoren, maar moeten de passende maatregelen nog steeds ten uitvoer leggen[13]. De herziening van de richtlijn betreffende de belasting van energieproducten kan een sturend effect hebben en efficiëntiewinsten op de lange termijn opleveren. Er moeten maatregelen worden vastgesteld om het renovatietempo aanzienlijk te versnellen met gebruikmaking van energie-efficiënte producten en technologieën. In de residentiële sector moet het probleem van de verdeling van stimulansen tussen eigenaars en huurders worden aangepakt. Gezien de omvang van het publieke gebouwenpark moeten de autoriteiten alle beschikbare mogelijkheden benutten, inclusief die welke door het regionaal beleid van de EU worden geboden, om de energie-efficiëntie en autonomie van hun gebouwen te verbeteren. In de vervoersector bijvoorbeeld moet het grote potentieel op het gebied van multimodale oplossingen, efficiënte voertuigen en efficiënte rijtechnieken worden benut.
The information and communication technologies have an important role to play in improving the efficiency of major emitting sectors. These technologies offer potential for a structural shift to less resource-intensive products and services, for energy savings in buildings and electricity networks as well as for more efficient and less energy consuming intelligent transport systems[14].
De informatie- en communicatietechnologieën hebben een belangrijke rol te spelen bij de verbetering van de efficiëntie van de sectoren die de grootste uitstoot hebben. Deze technologieën kunnen ertoe bijdragen over te stappen op minder verbruikende producten en diensten, meer energie te besparen in gebouwen en elektriciteitsnetwerken en efficiëntere en minder verbruikende intelligente vervoerssystemen uit te bouwen[14].
The industry sector needs to incorporate energy-efficiency objectives and energy technology innovation into its business model. The ETS contributes significantly to do so for larger companies, but there is need for a wider use of other instruments, including energy audits and energy management systems in smaller companies and supporting mechanisms for SMEs. Efficiency benchmarking can give indication to companies where they stand in efficiency terms in comparison with their competitors. Efficiency, including in electricity use, must become a profitable business in itself, leading to a robust internal market for energy-saving techniques and practices and commercial opportunities internationally. A framework for wide resource efficiency would increase such savings.
De industriële sector moet energie-efficiëntiedoelstellingen en innovatie op het gebied van energietechnologieën integreren in zijn bedrijfsmodel. Het emissiehandelssysteem speelt op dit gebied een belangrijke rol voor grote ondernemingen, maar er is nood aan een intensiever gebruik van andere instrumenten, zoals energieaudits en energiebeheerssystemen voor kleinere ondernemingen en aan ondersteuningsmechanismen voor het mkb. Benchmarking van de efficiëntie maakt het voor ondernemingen mogelijk hun energie-efficiëntie af te meten aan die van hun concurrenten. Efficiëntie, inclusief bij het gebruik van elektriciteit, moet een winstgevende business op zich worden, wat moet resulteren in een solide interne markt voor energiebesparingstechnieken en -praktijken en in commerciële mogelijkheden op internationaal niveau. Een kader voor een sterke ontwikkeling van de energie-efficiëntie kan dergelijke besparingen opleveren.
The public sector needs to lead by example. Ambitious objectives ought to be set for public sector consumption. Public procurement should support energy efficient outcomes. Innovative integrated energy solutions at local level contributing towards transition to so-called ‘smart cities’ should be supported. Municipalities represent a major actor of the required change, thus their initiatives like the Covenant of Mayors should be further strengthened. Cities and urban areas, which consume up to 80% of the energy, are at the same time part of the problem and part of the solution to greater energy efficiency.
De publieke sector moet hierin het goede voorbeeld geven. Er moeten ambitieuze streefcijfers worden vastgelegd voor het energieverbruik van die sector. Openbare aanbestedingen moeten de energie-efficiëntie ondersteunen. Er moet steun worden verleend aan innovatieve geïntegreerde energieoplossingen op lokaal niveau die bijdragen tot de overgang naar zogenaamde 'slimme steden'. Bij deze ontwikkelingen zijn de gemeentebesturen belangrijke spelers. Hun initiatieven, zoals het Convenant van Burgemeesters, moeten dan ook worden versterkt. Steden en stedelijke gebieden, die tot 80% van alle energie verbruiken, zijn zowel deel van het probleem als deel van de oplossing bij het verbeteren van de energie-efficiëntie.
Resource-efficiency policies, including energy-efficiency investments, often have short-term, up-front costs before the medium- and longer-term benefits are felt. Tools are needed to encourage new investments in energy-efficient technologies and practices. EU financing can have a high leverage factor and innovative solutions must be developed. Innovative and carefully considered[15] uses of taxation and pricing should also be explored as tools to encourage behavioural changes or to fund investments.
Een beleid om de natuurlijke rijkdommen zo efficiënt mogelijk te gebruiken, inclusief investeringen in energie-efficiëntie, is op korte termijn vaak kostbaar voordat op langere termijn de baten worden gevoeld. Er zijn instrumenten nodig om nieuwe investeringen in energie-efficiënte technologieën en praktijken te bevorderen. Financiering door de EU kan een sterk hefboomeffect hebben en er moeten innovatieve oplossingen worden ontwikkeld. Er moet ook worden gedacht aan nieuwe en goed doordachte[15] manieren om belastingen en prijszetting te gebruiken als instrument om gedragswijziging te bevorderen of investeringen te financieren.
The Energy Efficiency Plan to be presented in early 2011 will be followed by concrete regulatory proposals in the course of that year. It will also address the issue of financing in terms of access to finance, the availability of innovative financing products, incentives to induce energy-efficiency investments as well as the role of EU funding, in particular the structural funds, further building on existing successful examples.
Het energie-efficiëntieplan dat in het voorjaar van 2011 moet worden voorgesteld, zal in de loop van datzelfde jaar worden aangevuld met concrete regelgevingsvoorstellen. Daarbij zal ook de nodige aandacht gaan naar de financieringsaspecten, zoals de toegang tot financiële middelen, de beschikbaarheid van innovatieve financieringsproducten, stimulansen om investeringen in energie-efficiëntie te bevorderen en de rol van financiële bijstand door de EU, met name via de structuurfondsen, waarbij zal worden voortgebouwd op bestaande succesvolle voorbeelden.
Priority 1: Achieving an energy-efficient Europe Action 1: Tapping into the biggest energy-saving potential — buildings and transport The energy-efficiency renovation rate should be accelerated by investment incentives, wider use of energy service companies, innovative financial instruments with high leverage factors and financial engineering at European, national and local levels. In this context, division of investment incentives between owners and tenants and energy labelling of buildings (certificates used in the real estate market and public support policies) will be addressed in forthcoming proposals by the Commission. Public authorities need to lead by example. Energy criteria (regarding efficiency, renewables and smart networking) should be used in all public procurement of works, services or products. Programmes and technical assistance facilities are needed that build the capacities of energy services market participants to develop and structure finance for projects that target both public authorities and private actors. EU financial programmes will target energy savings projects and make energy efficiency a strong condition for allocating financial support. The forthcoming White Paper on future transport policy will present a menu of measures to improve transport sustainability and reduce oil dependence. This will include initiatives aimed at increasing the energy efficiency of the transport system, including support for clean urban mobility as well as multimodal transport solutions, intelligent traffic management and energy efficiency-standards for all vehicles, adequate economic signals and the promotion of sustainable behaviour. In this context, more efficient car-labelling systems should be explored. Action 2: Reinforcing industrial competitiveness by making industry more efficient The Commission will seek to support European industries' competitiveness through energy efficiency by widening the Ecodesign requirements for energy and resource-intensive products complemented by system level requirements where relevant. The potential effect of voluntary agreements with energy and resource-intensive industry branches should be explored. More extensive energy labelling should be introduced to ensure more comprehensive comparison between products. Energy-management schemes (e.g. audits, plans, energy managers) should be implemented in industry and in the services sector. A particular emphasis on SMEs through dedicated support mechanisms should be established. Action 3: Reinforcing efficiency in energy supply Energy efficiency, in the production as well as in the distribution, should become an essential criterion for the authorisation of generation capacities and efforts are needed to substantially increase the uptake of high efficiency cogeneration, district heating and cooling. Distribution and supply companies (retailers) should be required to secure documented energy savings among their customers, using means such as third party energy services, dedicated instruments such as ‘white certificates’, public benefit charges or equivalent and speeding up the introduction of innovative tools such as ‘smart meters’ which should be consumer-oriented and user-friendly so that they provide real benefits for consumers. Action 4: Making the most of National Energy Efficiency Action Plans The National Energy Efficiency Action Plans provide comprehensive benchmarking on energy efficiency, including measurable objectives and indicators to monitor progress, taking into account the relative starting positions and national circumstances. An annual review mechanism should feed into the Europe 2020 objective for energy efficiency. |
Prioriteit 1: Een energie-efficiënt Europa tot stand brengen Actie 1: Benutting van het grootste energiebesparingspotentieel — gebouwen en vervoer Het renovatietempo met het oog op energie-efficiëntie moet worden versneld door de invoering van stimulansen voor investeringen, een ruimer gebruik van ondernemingen die energiediensten leveren, innovatieve financiële instrumenten met grote hefboomfunctie en financiële engineering op Europees, nationaal en lokaal niveau. In deze context zullen in de toekomstige voorstellen van de Commissie ook de verdeling van stimulansen tussen eigenaars en huurders en de energie-etikettering van gebouwen (certificaten die worden gebruikt op de vastgoedmarkt en een publiek ondersteuningsbeleid) worden behandeld. De overheidsinstanties moeten het goede voorbeeld geven. Bij elke overheidsopdracht voor werken, diensten of producten moeten energiecriteria (met betrekking tot efficiëntie, hernieuwbare energie en slimme netwerken) worden vastgesteld en gebruikt. Er moeten programma's en faciliteiten voor technische bijstand worden opgezet die het voor de spelers op de markt van energiediensten mogelijk maken om financiering te ontwikkelen en te structureren voor producten die zowel op overheidinstanties als op particulieren zijn gericht. Financiële programma's van de EU zullen worden toegespitst op projecten voor energiebesparing, waarbij energie-efficiëntie een belangrijke voorwaarde voor de toekenning van financiële steun wordt. In het komende witboek inzake het toekomstige vervoersbeleid zal een pakket maatregelen worden gepresenteerd om de duurzaamheid van het vervoer te verbeteren en de afhankelijkheid van olie te verminderen. Dit zal initiatieven omvatten om de energie-efficiëntie van het vervoerssysteem te verbeteren, inclusief steun voor schone mobiliteit in steden en multimodale vervoersoplossingen, intelligent verkeersbeheer en energie-efficiëntienormen voor alle voertuigen, adequate economische signalen en de bevordering van duurzaam gedrag. In deze context moet ook worden gedacht aan een etiketteringssysteem inzake de efficiëntie van voertuigen. Actie 2: Versterking van het industrieel concurrentievermogen door de industrie efficiënter te maken De Commissie zal maatregelen treffen om het concurrentievermogen van de Europese industrie te ondersteunen dankzij energie-efficiëntie, meer bepaald door aanscherping van de eisen voor het ecologisch ontwerp van energie- en materiaalintensieve producten, zo nodig aangevuld met eisen op systeemniveau. Het potentieel van convenanten in energie-intensieve bedrijfstakken moet worden onderzocht. De energie-etikettering moet worden uitgebreid zodat producten gemakkelijker kunnen worden vergeleken. In de industrie en de dienstensectoren moeten energiebeheerssystemen (zoals audits, plannen, energiebeheerders) worden ingevoerd. Daarbij moet bijzondere aandacht gaan naar kleine en middelgrote ondernemingen, meer bepaald door specifiek op die ondernemingen toegesneden ondersteuningsmechanismen. Actie 3: Versterking van de efficiëntie van de energievoorziening Energie-efficiëntie, zowel bij productie als distributie, moet een essentieel criterium worden bij de afgifte van vergunningen voor opwekkingscapaciteit en er moet werk worden gemaakt van een aanzienlijke toename van de invoering van warmtekrachtkoppeling en stadsverwarming en -koeling. Van distributiemaatschappijen en van de kleinhandel moet worden geëist dat zij bij hun klanten gedocumenteerde energiebesparing bevorderen, waarbij zij instrumenten zoals door derden geleverde energiediensten gebruiken, alsmede specifieke instrumenten als 'witte certificaten', heffingen van openbaar nut of soortgelijke instrumenten, met een versnelde invoering van innovatieve instrumenten zoals 'slimme meters' die klantgeoriënteerd en gebruiksvriendelijk moeten zijn zodat zij reële baten opleveren voor de consument. Actie 4: De nationale plannen voor energie-efficiëntie maximaal benutten De nationale plannen voor energie-efficiëntie maken een complete benchmarking inzake energie-efficiëntie mogelijk, inclusief meetbare doelstellingen en indicatoren om de voortgang te meten, rekening houdend met de relatieve uitgangsposities en de nationale omstandigheden. Een jaarlijks evaluatiemechanisme moet de Europa 2020-doelstelling voor energie-efficiëntie ondersteunen. |
- 2. ENSURING THE FREE MOVEMENT OF ENERGY
- 2. HET VRIJE VERKEER VAN ENERGIE WAARBORGEN
Europe’s energy markets have been opened up to enable citizens to benefit from more reliable, competitive prices as well as more sustainable energy. This potential will not be fully realised unless robust efforts are made to create a more integrated, interconnected and competitive market.
De energiemarkten van de EU zijn opengesteld voor concurrentie om de burger te kunnen laten profiteren van stabielere, concurrerende tarieven en van meer duurzame energie. Dit potentieel zal slechts ten volle worden gerealiseerd als krachtige inspanningen worden ondernomen om meer geïntegreerde, onderling verbonden en concurrerende markten tot stand te brengen.
Electricity and gas markets are not yet working as a single market. The market is still largely fragmented into national markets with numerous barriers to open and fair competition. Most energy markets remain national in scope and are highly concentrated, often with incumbent companies having a de facto monopoly position. Regulated energy prices further reduce competition in many Member States[16]. Given the remaining anti-competitive practice in the energy sector[17], pro-active competition enforcement, not only by the Commission, but also by Member States, is needed. Improving competition in the energy markets will contribute to setting the right incentives for the investments required and reducing their cost to what is necessary.
De elektriciteits- en gasmarkten werken nog niet als een echte interne markt. De markten blijven grotendeels versnipperd in de vorm van nationale markten met talrijke belemmeringen voor een open en eerlijke concurrentie. De meeste energiemarkten behouden hun nationale omvang en zijn erg geconcentreerd, waarbij gevestigde ondernemingen vaak de facto over een monopoliepositie beschikken. In vele lidstaten vormen gereguleerde tarieven bovendien een extra rem op de mededinging[16]. Aangezien er in de energiesector nog altijd concurrentieverstorende praktijken heersen[17], is een proactieve handhaving van de concurrentieregels, niet alleen door de Commissie, maar ook door de lidstaten, vereist. Een verbetering van de mededinging op de energiemarkten zal ertoe bijdragen dat goede investeringsstimulansen worden ontwikkeld en de kosten maximaal worden verminderd.
By introducing a legislative framework designed to promote the achievement of the 20% target for renewable energy in 2020, Europe has just taken the first step in this area. It is necessary to ensure that the legislation is fully implemented and to pave the way for large scale use of renewable energy in the decades beyond 2020. The legal framework must be properly enforced to give investors the confidence to invest in new production, transport and storage options for renewable sources. The effects of the Renewable Energy Directive will be assessed as from 2011 with a view to strengthening or extending it where and when needed.
Europa heeft op dit gebied de eerste stap gezet door een wetgevingskader vast te stellen dat bedoeld is om gemakkelijker de 20%-doelstelling voor 2020 inzake hernieuwbare energie te bereiken. Er moet op worden toegezien dat die wetgeving volledig ten uitvoer wordt gelegd en dat de weg wordt gebaand voor een grootschalig gebruik van hernieuwbare energie in de decennia na 2020. Dit wetgevingskader moet naar behoren worden gehandhaafd zodat potentiële investeerders met vertrouwen kunnen investeren in nieuwe productie-, transport- en opslagfaciliteiten voor hernieuwbare energiebronnen. De resultaten van de richtlijn Energie uit hernieuwbare bronnen zullen vanaf 2011 worden geëvalueerd met het oog op een versterking en uitbreiding ervan waar en wanneer dat nodig is.
The further development of renewable energy will continue to rely for some time on support schemes. The Commission must play its part in ensuring that these are sustainable, consistent with technological progress and not hindering innovation or competition. It must however also ensure the required degree of convergence or harmonization between national schemes as the market for renewables is moving from a local to a cross-border supply. In this context, the necessary requirements for a pan-European trade in renewable energy should be defined on the basis of best practice. Greater use of balanced, cost-effective and predictable feed-in premiums, more technology-specific support and financing instruments should be mobilized in accordance with state aid rules when applicable. In particular, retroactive changes to support schemes should be avoided given the negative effect such changes have on investors' confidence.
De verdere ontwikkeling van hernieuwbare energie zal nog enige tijd blijven afhangen van steunregelingen. De Commissie moet erop toezien dat deze duurzaam zijn en consistent met de technologische vooruitgang en dat zij geen hinderpaal vormen voor innovatie en vrije mededinging. Aangezien de markt voor hernieuwbare energiebronnen minder lokaal en meer grensoverschrijdend wordt, moet de Commissie echter ook waken over de vereiste convergentie en harmonisering van de nationale regelingen. In deze context moeten de voorwaarden voor een pan-Europese handel in hernieuwbare energie op basis van de beste praktijken worden vastgelegd. Er moet meer gebruik worden gemaakt van evenwichtige, kosteneffectieve en voorspelbare premies voor decentrale levering aan het net en van meer technologiespecifieke ondersteunings- en financieringsinstrumenten overeenkomstig de regels voor staatssteun wanneer van toepassing. Met name moeten retroactieve wijzigingen van steunregelingen worden vermeden aangezien dergelijke wijzigingen het investeerdersvertrouwen ondermijnen.
As the Monti Report outlined, the new challenge to 2020 is to provide the backbone for electricity and gas to flow where it is needed. Without a proper infrastructure across Europe, comparable to the means of transport of other strategic sectors such as telecommunications or transport, the market will however never deliver on its promises. Further efforts need to be made to upgrade energy infrastructure particularly in Member States that joined as of 2004 as well as in less developed regions.
Zoals geschetst in het Monti-rapport is de nieuwe uitdaging voor 2020 de materiële structuur tot stand te brengen om elektriciteit en gas waar nodig in alle richtingen te doen stromen. Zonder een geschikte infrastructuur over geheel Europa, vergelijkbaar met de transportmiddelen voor andere strategische sectoren, zoals telecommunicatie of vervoer, kan de markt zijn beloften echter onmogelijk waarmaken. Er zijn meer inspanningen vereist om de energie-infrastructuur te moderniseren, in het bijzonder in de landen die in 2004 zijn toegetreden tot de Unie en in de minder ontwikkelde regio's.
Most important, Europe is still lacking the grid infrastructure which will enable renewables to develop and compete on an equal footing with traditional sources. Current projects of large-scale wind parks in the North and solar facilities in the South need corresponding power lines capable of transmitting this green power to the areas of high consumption. Today’s grid will struggle to absorb the volumes of renewable power which the 2020 targets entail (33% of gross electricity generation).
Wat uiterst belangrijk is, is dat Europa nog altijd niet over de netwerkinfrastructuur beschikt waardoor hernieuwbare energie op gelijke voet kan concurreren met traditionele energiebronnen. Voor de lopende projecten van grootschalige windparken in het noorden en zonnefaciliteiten in het zuiden moeten hoogspanningslijnen worden aangelegd die deze groene stroom naar de gebieden met hoog verbruik kunnen brengen. Het huidige netwerk zal het moeilijk hebben de uit de verwezenlijking van de 2020-doelstellingen voortkomende hernieuwbare-energiestromen (33% van de bruto elektriciteitsproductie) te absorberen.
Smart meters and power grids are the keys to full exploitation of the potential for renewable energy and energy savings as well as improvements in energy services. A clear policy and common standards on smart metering and smart grids[18] are needed well before 2020 to ensure interoperability across the network.
Slimme meters en slimme netten zijn cruciale voorwaarden voor een volledige exploitatie van het potentieel van hernieuwbare energie en energiebesparing, alsook voor een verbetering van de dienstverlening op energiegebied. Een duidelijk beleid en gemeenschappelijke normen om lang vóór 2020 slimme meters en netten in te voeren[18] zijn noodzakelijk om de interoperabiliteit over de netten te waarborgen.
Finally, the obligation of solidarity among Member States will be null and void without a sufficient internal infrastructure and interconnectors across external borders and maritime areas. As a major energy importer, the EU is directly affected by the evolution of networks in neighbouring countries. The construction of new interconnections at our borders should receive the same attention and policies as intra-EU projects. Such links are essential not only for our neighbours but to ensure the EU's stability and security of supply. There will be specific emphasis on the Southern corridor and the effective start of projects of European interest, in particular Nabucco and ITGI.
Tot slot moet worden opgemerkt dat verplichte solidariteit tussen de lidstaten van nul en generlei waarde is zonder een toereikende interne infrastructuur en zonder de nodige onderlinge koppelingen over externe grenzen en maritieme gebieden heen. Als grote energie-importeur ondergaat de EU rechtstreeks het effect van de ontwikkeling van netwerken in de buurlanden. De bouw van nieuwe interconnecties aan onze grenzen moet dezelfde (beleids)aandacht krijgen als de projecten binnen de EU. Dergelijke interconnecties zijn essentieel, niet alleen voor onze buren, maar ook om de stabiliteit en de veiligheid van de voorziening van de EU te waarborgen. Bijzondere aandacht zal uitgaan naar de zuidelijke corridor en met name de effectieve start van projecten van Europees belang, in het bijzonder het Nabucco- en het ITGI-project.
Investment of around € 1 trillion will be needed by 2020 to replace obsolete capacity, modernise and adapt infrastructures and cater for increasing and changing demand for low carbon energy. While investment decisions lie mainly with market players (energy companies, system operators and consumers), public policy is decisive in creating a stable and transparent framework for investment decisions. The new tools created by the third Internal Energy Market Package, including an Agency for the Cooperation of Energy Regulators (ACER) and the new Networks of Transmission System Operators for Electricity and Gas (ENTSO-E and ENTSO-G) should be fully utilised in the coming years for the further integration of energy markets. Regional initiatives[19] should serve as stepping stones towards a European market.
In de periode tot 2020 zal een investeringsbedrag van ongeveer 1000 miljard euro vereist zijn om verouderde capaciteit te vervangen, de infrastructuur te moderniseren en aan te passen en een antwoord te bieden op de toenemende en veranderende vraag naar koolstofarme energie. Hoewel de investeringsbeslissingen vooral door de marktspelers moeten worden genomen (energiemaatschappijen, systeembeheerders en consumenten), speelt het overheidsbeleid een beslissende rol omdat het een transparant kader voor investeringsbeslissingen biedt. De nieuwe in het kader van het derde pakket inzake de interne energiemarkt opgezette instrumenten, zoals het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (ACER) en de nieuwe Europese Netwerken van transmissiesysteembeheerders voor Elektriciteit en Gas (ENTSB-E en ENTSB-G), moeten in de komende jaren ten volle worden ingezet om een sterkere integratie van de energiemarkten te bewerkstelligen. Regionale initiatieven[19] moeten dienen als stapstenen om een Europese markt tot stand te brengen.
Infrastructure investments will continue to be financed mainly from tariffs paid by the users. However, given the scale of the investments, their nature and their strategic character, it cannot be assumed that all the necessary investments will be delivered by the market alone. The Commission will adopt a new strategy on energy infrastructure development to encourage adequate grid investments in electricity, gas, oil and other energy sectors. Provided the supply is stable, natural gas will continue to play a key role in the EU’s energy mix in the coming years and gas can gain importance as the back-up fuel for variable electricity generation. This calls for diversified imports, both pipeline gas and Liquefied Natural Gas terminals, while domestic gas networks are required to be increasingly interconnected.
Investeringen in infrastructuur zullen nog steeds voornamelijk gefinancierd worden via de door de afnemers betaalde tarieven. Gezien echter de schaal en de strategische aard van die investeringen mag niet worden verondersteld dat de markten alleen voor de nodige investeringen zullen zorgen. De Commissie zal een nieuwe strategie inzake de ontwikkeling van de energie-infrastructuur vaststellen om toereikende netwerkinvesteringen in de elektriciteits-, gas- en andere energiesectoren te bevorderen. Op voorwaarde dat de voorziening stabiel is, zal aardgas de komende jaren een belangrijke rol blijven spelen in de energiemix van de EU. Bovendien kan gas nog belangrijker worden als het een back-uprol gaat spelen bij een fluctuerende elektriciteitsopwekking. Dit vergt een gediversifieerde invoer, zowel via pijpleidingen als via terminals voor vloeibaar aardgas, en een steeds betere onderlinge koppeling van de gasnetwerken in Europa zelf.
Beyond the financing issue, complex and lengthy administrative procedures can be a major bottleneck. Existing rules and procedures for projects of European interest (e.g. serving security of supply, solidarity or renewables integration purposes) will need to be improved and streamlined significantly, while respecting the principles of public acceptance and existing environmental legislation. Communities at local, regional and national levels will engage more constructively in facilitating projects of European interest if these also bring concrete, shorter term benefits for them through, for example, privileged access to public funds.
Afgezien van de financieringsaspecten, kunnen ingewikkelde en langdurige administratieve procedures belangrijke knelpunten zijn. De bestaande regels en procedures voor projecten van Europees belang (bijvoorbeeld met het oog op de continuïteit van de voorziening, solidariteit of integratie van hernieuwbare energiebronnen) moeten aanzienlijk worden verbeterd en gestroomlijnd met inachtneming van het beginsel van acceptatie door het publiek en de bestaande milieuwetgeving. Gemeenschappen op lokaal, regionaal en nationaal niveau zullen zich op meer opbouwende wijze inzetten voor het faciliteren van projecten van Europees belang als die ook concrete voordelen op kortere termijn voor hen opleveren, bijvoorbeeld door een geprivilegieerde toegang tot openbare middelen.
Priority 2: Building a pan-European integrated energy market Action 1: Timely and accurate implementation of the internal market legislation The Commission will continue to ensure correct and timely implementation of the existing internal energy market and a forceful competition policy. For further integration of the energy market, the regulatory framework needs to be consolidated (e.g. network codes), complemented by other actions such as market coupling, target model development[20] and a robust framework for traded markets through effective transparency and oversight. If these measures prove not to be sufficient or ACER's remit too narrow, further legislative measures will be envisaged. Action 2: Establishing a blueprint of the European infrastructure for 2020-2030 The Commission's forthcoming infrastructure communication will allow Europe to identify priority infrastructure to be deployed in order to have a functioning internal market, ensure integration of large-scale production of renewables and guarantee security of supply, in line with the vision for a sustainable European energy system by 2050. By 2015, no Member States should be isolated from the European internal market. Cross-border corridors will also be covered. The 10-year network development plans of ENTSO-E and ENTSO-G will be taken forward with the help of ACER, together with all other relevant stakeholders. This exercise will build on successful regional initiatives such as the one in the Baltic region and will also include an assessment of the necessary storage facilities and climate adaptation measures, including possible future needs for CO2 transportation infrastructure in the EU. The Commission's proposal also aims at preparing the grid for the inevitable changes in demand which will ensue from energy and transport policies, such as electro mobility and an increase in decentralised as well as large scale renewable power generation. A set of policy tools will be proposed by the Commission next year to implement strategic infrastructure priorities in the next two decades. They will include a new method for defining the strategic infrastructures which will be essential for the European Union as a whole in terms of competitive energy provision, environmental sustainability and access to renewables as well as security of supply. These vital sections will be clearly identified in the overall mapping exercise and awarded a label of ‘European interest’ so that they can benefit from an improved permitting procedure and concentrated funding if necessary. Selectivity will be of the essence in this work. Network connections with third countries will be duly taken into account. ACER, ENTSO-E and ENTSO-G will be given a mandate to develop the blueprint of European electricity and gas grids on the horizon of 2020-2030. This should be followed by a longer-term vision on the basis of the energy 2050 roadmap to be presented in 2011. Action 3: Streamlining permit procedures and market rules for infrastructure developments The Commission will propose to introduce a permitting scheme applying to projects of "European interest" to improve the current process through, for example, the nomination of a single authority at national level, while respecting safety and security standards and ensuring full compliance with the EU environmental legislation. The streamlined and improved procedures will provide for more transparency and ensure open and transparent debates at local, regional and national level to enhance public trust in and acceptance of the installations. In addition, ways of positively rewarding, through enhanced access to public fund regions and Member States that constructively engage and succeed in facilitating the timely construction of projects of European interest will be explored. To establish market coupling by 2014, ACER will, within the scope of its mandate, ensure the definition and implementation of all necessary technical (harmonisation, standardisation, etc.) and regulatory issues linked to the interconnection of networks across borders; access to renewables; and the integration of new technologies. A detailed programme of action will be presented accordingly to assist the Member States in the process of rolling out smart metering/smart grids (including the issue of display of information for consumers) and encouraging new energy services. Action 4: Providing the right financing framework Acknowledging the fact that most of the infrastructure development is of a commercial nature, a methodology will be defined by the Commission to analyse the optimum balance between public and private financing (on the following principles to be applied across the Union: ‘user pays’, ‘beneficiary pays’ - in terms of cross-border cost-benefit allocation, and ‘tax payer pays’ - burden-sharing for commercially non-viable and ‘EU-wide benefit’ infrastructure). This will be defined in accordance with applicable state aid rules. For projects of ‘European interest’ which have no or poor commercial viability, innovative funding mechanisms will be proposed for maximum leverage of public support to improve the investment climate for the coverage of main risks or to speed up project implementation. The development of proper energy infrastructure is critical and urgent; it requires a broader view of new funding instruments (both public and private) as well as the mobilisation of additional resources under the next multi-annual financial framework. |
Prioriteit 2: Een pan-Europese geïntegreerde energiemarkt opbouwen Actie 1: Tijdige en nauwkeurige tenuitvoerlegging van de wetgeving met betrekking tot de interne markt De Commissie zal blijven toezien op een correcte en tijdige tenuitvoerlegging van de bestaande wetgeving betreffende de interne energiemarkt en zal een krachtig mededingingsbeleid blijven voeren. Voor een verdere integratie van de energiemarkt moet het regelgevingskader worden geconsolideerd (bv. netwerkcodes), aangevuld met andere maatregelen zoals marktkoppeling, ontwikkeling van streefcijfermodellen[20] en ontwikkeling van een robuust kader voor handelsmarkten door effectieve transparantie en daadwerkelijk toezicht. Als deze maatregelen ontoereikend blijken te zijn, moet gedacht worden aan verdergaande wetgevingsmaatregelen. Actie 2: Vaststelling van een blauwdruk voor de Europese infrastructuur voor de periode 2020-2030 In de weldra te verschijnen mededeling van de Commissie betreffende de infrastructuur zal worden vastgelegd welke infrastructuur voor Europa prioritair is om een goed functionerende interne markt tot stand te brengen, grootschalige productie van hernieuwbare energie in het stelsel te integreren en de continuïteit van de voorziening te verzekeren, overeenkomstig de visie om tegen 2050 een duurzaam Europees energiesysteem tot stand te brengen. In 2015 mag geen enkele lidstaat nog geïsoleerd zijn van de Europese interne energiemarkt. In deze context zal ook aandacht gaan naar grensoverschrijdende corridors. De voor een periode van 10 jaar geldende netwerkontwikkelingsplannen van ENTSB-E en ENTSB-G zullen ten uitvoer worden gelegd met de bijstand van ACER en alle andere belanghebbenden. Deze actie zal voortbouwen op regionale initiatieven, zoals dat voor de Oostzeeregio, en zal ook een evaluatie omvatten van de vereiste opslagfaciliteiten en maatregelen ter aanpassing aan de klimaatverandering, inclusief de eventuele toekomstige behoefte aan CO2-transportinfrastructuur in de EU. Het voorstel van de Commissie heeft ook tot doel het netwerk voor te bereiden op de onvermijdelijke wijzigingen van de vraag ten gevolge van het energie- en vervoersbeleid, zoals elektromobiliteit en toename van zowel decentrale als grootschalige hernieuwbare elektriciteitsproductie. Het komende jaar zal de Commissie een reeks beleidsinstrumenten voorstellen om in de komende twee decennia strategische infrastructuurprojecten uit te voeren. Daarbij behoort een nieuwe methode voor de omschrijving van de strategische infrastructuur die voor de gehele Europese Unie essentieel zal zijn in de zin van concurrerende voorziening in energie, duurzaamheid voor het milieu, toegang tot hernieuwbare energiebronnen en voorzieningszekerheid. Deze cruciale aspecten zullen duidelijk worden omschreven in de algemene planning en zullen het etiket "van Europees belang" krijgen zodat zij zo nodig kunnen profiteren van versnelde vergunningsprocedures en geconcentreerde financiering. Bij dit werk zal selectiviteit van het grootste belang zijn. Ook zal de nodige aandacht gaan naar interconnecties met derde landen. ACER, ENTSB-E en ENTSB-G zullen een mandaat krijgen om een blauwdruk te maken voor de Europese gas- en elektriciteitsnetten tegen de tijdshorizon 2020-2030. Dit moet gevolgd worden door een langeretermijnvisie op basis van de Energie 2050-routekaart die in 2011 zal worden gepresenteerd. Actie 3: Stroomlijning van de vergunningsprocedures en marktregels voor de ontwikkeling van infrastructuur De Commissie zal voorstellen een vergunningenstelsel in te voeren voor projecten "van Europees belang" teneinde de vergunningverlening vlotter te doen verlopen, bijvoorbeeld door aanwijzing van één autoriteit op nationaal niveau, met inachtneming van de normen voor veiligheid en beveiliging en van de milieuwetgeving van de EU. De gestroomlijnde en verbeterde procedures zullen zorgen voor een grotere transparantie en voor open en transparant overleg op lokaal, regionaal en nationaal niveau teneinde het vertrouwen van het publiek in en de acceptatie van de installaties te versterken. Voorts zal worden nagedacht over manieren om regio's en lidstaten te belonen die de tijdige uitvoering van projecten van Europees belang vergemakkelijken door hen vlotter toegang te geven tot openbare middelen. Om tegen 2014 marktkoppeling tot stand te brengen, zal ACER binnen het kader van zijn mandaat zorgen voor de omschrijving en tenuitvoerlegging van alle vereiste technische kwesties (harmonisatie, standaardisatie, enz.) en regelgevingskwesties die verband houden met de grensoverschrijdende interconnectie van netwerken, de toegang tot hernieuwbare energiebronnen en de integratie van nieuwe technologieën. Er zal in dat verband een gedetailleerd actieprogramma worden opgesteld om de lidstaten bij te staan bij de invoering van slimme meters en netten (inclusief de verstrekking van informatie aan de consument) en bij de bevordering van nieuwe energiediensten. Actie 4: Zorgen voor een geschikt financieringskader Gezien het feit dat het grootste deel van de infrastructuurontwikkeling van commerciële aard is, zal de Commissie een methodologie vastleggen om een optimaal evenwicht tussen openbare en particuliere financiering te bepalen (op basis van de volgende in de gehele Unie toepasselijke beginselen: 'de gebruiker betaalt', 'de begunstigde betaalt' (in termen van grensoverschrijdende kosten-batentoewijzing) en 'de belastingbetaler betaalt' (kostendeling voor infrastructuur die commercieel niet levensvatbaar en 'van EU-breed belang' is)). Dit zal worden vastgelegd overeenkomstig de toepasselijke regels voor staatssteun. Voor projecten 'van Europees belang' die geen of slechts beperkte commerciële levensvatbaarheid hebben, zullen innovatieve financieringsmechanismen worden voorgesteld met maximale hefboomwerking van overheidssteun om het investeringsklimaat te verbeteren door de voornaamste risico's te dekken of de projectuitvoering te versnellen. De ontwikkeling van een geschikte energie-infrastructuur is een kritisch element van grote urgentie. Dit vergt een bredere kijk op nieuwe financieringsinstrumenten (zowel openbaar als particulier) alsook de activering van extra middelen in het kader van het komende financiële meerjarenkader. |
- 3. SECURE, SAFE AND AFFORDABLE ENERGY FOR CITIZENS AND BUSINESSES
- 3. EEN ZEKERE, VEILIGE EN BETAALBARE ENERGIEVOORZIENING VOOR DE BURGER EN HET BEDRIJFSLEVEN
A well functioning, integrated internal market benefits consumers with wider choice and lower prices. Yet, many consumers do not perceive that they are better off as a result of market opening and competition among different suppliers. Individual consumers must be aware of, and exercise, their rights under EU legislation. They should be able to take advantage of the opportunities which market opening creates and feel confident that they have access to the energy services they need in the quality and emission profile they want. The opening of markets can deliver the best prices, choice, innovation and service for consumers if it goes hand in hand with measures to guarantee trust, protect consumers and to support them to play the active role expected of them by liberalisation.
Een goed functionerende geïntegreerde interne markt maakt een grotere keuzevrijheid en lagere tarieven voor de consument mogelijk. Heel wat consumenten hebben echter niet het gevoel dat zij momenteel beter af zijn met de openstelling van de markt en de concurrentie tussen verschillende leveranciers. De burgers dienen zich bewust te worden van hun rechten overeenkomstig de EU-wetgeving en dienen die rechten uit te oefenen. Zij moeten in staat worden gesteld te profiteren van de kansen die door de marktopenstelling worden geboden en moeten er vertrouwen in krijgen dat zij toegang hebben tot de energiediensten die zij nodig hebben, met het kwaliteits- en emissieprofiel waarvoor zij kiezen. De openstelling van de markten kan goede tarieven, keuzevrijheid, innovatie en dienstverlening opleveren voor de consument op voorwaarde dat die marktopenstelling hand in hand gaat met maatregelen om het vertrouwen te garanderen, de consument te beschermen en hem te helpen de actieve rol te spelen die met liberalisering gepaard gaat.
However citizens appear to be unaware of their rights under EU legislation, or reluctant to exercise them. Far greater efforts are needed to inform consumers about their rights and involve them in the internal market. Likewise, the potential for reducing energy bills through energy savings needs to be better articulated. The Citizens' (London) Forum and the Sustainable Energy (Bucharest) Forum were established with a view to improving the energy situation of household consumers and ways should be explored to make them more responsive to consumers' needs.
De burger lijkt zich echter niet bewust te zijn van zijn rechten overeenkomstig de EU-wetgeving, of lijkt terughoudend om daarvan gebruik te maken. Er zijn veel grotere inspanningen nodig om de consument te informeren over zijn rechten en te betrekken bij de interne markt. Op soortgelijke wijze moet het potentieel van energie- en dus geldbesparing beter worden belicht. Het Burgerforum (Londen) en het Forum Duurzame energie (Boekarest) zijn opgericht met het doel de energiesituatie van de huishoudens te verbeteren; er moet naar manieren worden gezocht om de activiteiten van die fora beter af te stemmen op de behoeften van de consument.
The competitive position of important sectors of the European economy also depends on the availability of secure energy at affordable prices. Energy, in particular electricity, constitutes a substantial part of the total production costs of key European industries, including large and small and medium enterprises.
De concurrentiepositie van belangrijke sectoren van de Europese economie hangt ook af van de beschikbaarheid van continu geleverde energie tegen betaalbare prijzen. Voor belangrijke Europese industrietakken, met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen, vormt energie, en in het bijzonder elektriciteit, een belangrijk deel van de productiekosten.
The international market for oil supplies could become very tight before 2020, which means that it is important for EU consumers to step up their efforts to reduce oil demand. This is not happening at the moment. Consumers need to be made more aware of the necessity to reduce their consumption of fossil fuels and they need to know how they can reduce their bills at a time of rising prices. "User-friendly" smart grids, smart meters and billing can help in this respect. But consumers also need to become more pro-active. To help consumers participate in the market, measures should be put in place to raise awareness of opportunities, enhance price comparison, and facilitate the switching and improve complaint handling procedures.
Nog vóór 2020 kan de internationale markt voor olievoorziening heel krap worden, wat het voor afnemers in de EU nog belangrijker maakt hun inspanningen met het oog op de beperking van hun energieverbruik op te voeren. Die inspanning wordt momenteel onvoldoende geleverd. Consumenten moeten zich meer bewust worden van de noodzaak hun verbruik van fossiele brandstoffen te beperken en zij moeten worden voorgelicht over de wijze waarop zij bij stijgende tarieven hun factuur kunnen drukken. "Gebruiksvriendelijke" slimme netten ('smart grids'), slimme meters en slimme tarifering kunnen daarbij helpen. Maar de consument moet ook proactiever worden. Om de consumenten te helpen deel te nemen aan de interne markt, moeten maatregelen worden genomen om het bewustzijn van de geboden kansen te vergroten, tariefvergelijking te bevorderen, het overstappen op andere leveranciers te vergemakkelijken en klachtenbehandelingsprocedures te verbeteren.
Providing affordable but cost-reflective and reliable supplies to consumers is mainly the task of the internal market. A functioning internal market on the basis of sufficient transmission and storage infrastructure is the best guarantee for security of supply, as energy will follow market mechanisms and flow to where it is needed. However, safety nets are necessary, in the case of vulnerable consumers for example, or at the time of a supply crisis which market mechanisms cannot sufficiently address. The internal market is also hampered when Member States are not fully interlinked, such as in the Baltic States. The Gas Security Regulation is important in that it ensures that markets are fully prepared to cope in a crisis and that domestic consumers are protected. Furthering of interconnection amongst Member States as well as active competition enforcement by the Commission and Member States can contribute to a further diversification of supply sources particularly in those Member States which currently depend on only one or few supply sources.
Het is een hoofdopdracht van de interne markt om te zorgen voor betaalbare, gerelateerde kosten en betrouwbare energievoorziening voor de consument. Een goed functionerende interne markt op basis van een toereikende transmissie- en opslaginfrastructuur is de beste garantie voor de continuïteit van de energievoorziening aangezien de energie marktmechanismen zal volgen en zal stromen naar waar zij gevraagd wordt. Er zijn echter vangnetten nodig, bijvoorbeeld in het geval van kwetsbare afnemers of bij een crisis van de voorziening waarop het marktmechanisme geen antwoord biedt. De werking van de interne markt wordt ook gehinderd als lidstaten onderling niet volledig geïnterconnecteerd zijn, zoals het geval is bij de Oostzeelanden. De verordening betreffende de veiligstelling van de aardgasvoorziening is belangrijk omdat zij ervoor zorgt dat de markten volledig zijn voorbereid op een eventuele voorzieningscrisis en dat de huishoudelijke afnemers beschermd worden. Een bevordering van de interconnectie tussen lidstaten, alsook een actief toezicht op de mededinging door de lidstaten en de Commissie kan bijdragen tot een verdere diversificatie van de voorzieningsbronnen, met name in de lidstaten die momenteel afhankelijk zijn van slechts één of enkele voorzieningsbron(nen).
Energy policy is also responsible for protecting European citizens from the risks of energy production and transport. The EU must continue to be a world leader in developing systems for safe nuclear power, the transport of radioactive substances, as well as the management of nuclear waste. International collaboration on nuclear safeguards plays a major role in ensuring nuclear security and establishing a solid and robust non-proliferation regime. In the oil and gas exploitation and conversion sector, the EU legislative framework should guarantee the highest level of safety and an unequivocal liability regime for oil and gas installations.
Het energiebeleid moet er ook voor zorgen dat de Europese burgers worden beschermd tegen de risico's die met energieproductie en -transport gepaard gaan. De EU moet haar wereldwijde leidersrol handhaven op het gebied van de ontwikkeling van systemen voor veilige kernenergie, het vervoer van radioactieve stoffen en het beheer van nucleair afval. Internationale samenwerking op het stuk van nucleaire veiligheidscontrole speelt een belangrijke rol bij het handhaven van nucleaire veiligheid en het tot stand brengen van een stevig en robuust non-proliferatiestelsel. In de sector van de olie- en gasexploitatie- en -conversie moet het wetgevingskader van de EU het hoogste niveau van veiligheid en een ondubbelzinnig aansprakelijkheidsstelsel voor olie- en gasinstallaties waarborgen.
Priority 3: Empowering consumers and achieving the highest level of safety and security
Prioriteit 3: De consument mondig maken en het hoogste niveau van veiligheid en beveiliging bereiken
Action 1: Making energy policy more consumer-friendly
Actie 1: Het energiebeleid consumentvriendelijker maken
- Active competition policy enforcement at European and national levels remains indispensible to foster competition and guarantee that consumers have access to energy at affordable prices.
- Een actieve handhaving van het mededingingsbeleid op Europees en nationaal niveau blijft onmisbaar om de concurrentie te bevorderen en ervoor te zorgen dat de consument tegen betaalbare prijzen toegang heeft tot energie.
- The Commission will propose measures to help consumers better participate in the energy market in line with the third energy package. These measures will include the development of guidance based on best practice in the area of switching suppliers, the further implementation and monitoring of the billing and complaint-handling recommendations, and the identification of best practices in alternative dispute resolution schemes. A price comparison tool based on a methodology to be developed by energy regulators and other competent bodies should be available to all consumers, and all suppliers should provide updated information on their tariffs and offers. Finally, further efforts should be aimed at moving focus from energy prices to energy costs by developing the market for energy services.
- De Commissie zal maatregelen voorstellen om, overeenkomstig het derde energiepakket, de consumenten te helpen een actievere rol te pelen op de energiemarkt. Deze maatregelen zijn onder meer de uitwerking van richtsnoeren gebaseerd op de beste praktijken op het gebied van de verandering van leverancier, de verdere toepassing en monitoring van de aanbevelingen inzake facturering en klachtenbehandeling en de vaststelling van beste praktijken op het gebied van alternatieve geschillenbeslechtingsprocedures. Alle consumenten moeten kunnen beschikken over een door de energieregulatoren en andere bevoegde instanties ontwikkeld tariefvergelijkingsinstrument en alle leveranciers moeten actuele informatie over hun tarieven en aanbod beschikbaar stellen. Tot slot moeten verdere inspanningen worden geleverd om de focus meer te richten op de energiekosten dan op de energietarieven, meer bepaald door een verdere ontwikkeling van de markt voor energiediensten.
- The Commission will publish regular benchmark reports assessing the level of implementation of the regulatory provisions relating to consumers and the overall level of protection across the internal market. Particular emphasis will be given to vulnerable customers and to practices which enable consumers to reduce energy use.
- Op gezette tijden zal de Commissie benchmarkrapporten publiceren met een beoordeling van het tenuitvoerleggingsniveau van de regelgeving inzake consumentenbescherming en het algemene niveau van bescherming op de interne markt. Bijzondere aandacht moet gaan naar kwetsbare afnemers en naar praktijken die het voor de consument mogelijk maken energie te besparen.
- Efforts to improve the functioning of the retail market should be stepped up by regulatory authorities with the help of the London Citizens’ and the Sustainability (Bucharest) Fora.
- De regelgevingsinstanties moeten hun inspanningen opdrijven om de werking van de kleinhandelsmarkt te verbeteren, met de steun van het Burgerforum van Londen en het Duurzaamheidsforum van Boekarest.
Action 2: Continuous improvement in safety and security
Actie 2: Continue verbetering van veiligheid en beveiliging
- The safety conditions of offshore oil and gas extraction are being reviewed by the Commission in the light of the Deepwater Horizon accident, with the aim of introducing stringent measures from prevention to response and liability issues which will guarantee the highest level of protection throughout the EU and the rest of the world.
- In het licht van het Deepwater Horizon-ongeval evalueert de Commissie momenteel de veiligheidsomstandigheden bij de offshore olie- en gaswinning met het doel stringente maatregelen in te voeren op het gebied van preventie, reactie en aansprakelijkheid, wat het hoogste beschermingsniveau in de gehele EU en de rest van de wereld moet waarborgen.
- The legal framework for nuclear safety and security will be further enhanced through the mid-term review of the Nuclear Safety Directive, the implementation of the Nuclear Waste Directive, the redefinition of the basic safety standards for the protection of workers and the population and a proposal for a European approach on nuclear liability regimes. Greater harmonisation of plant design and certification at the international level should also be actively pursued. All these measures should allow the EU to keep its leadership in safe nuclear energy and contribute to responsible use of nuclear energy worldwide.
- Het wetgevingskader voor nucleaire veiligheid en beveiliging zal verder worden versterkt door een tussentijdse evaluatie van de tenuitvoerlegging van de richtlijn inzake nucleaire veiligheid, een herformulering van de basisnormen voor de bescherming van de werknemers en de bevolking en een voorstel voor een Europese aanpak inzake aansprakelijkheidsregelingen bij nucleaire incidenten/ongevallen. Er moet ook actief worden gestreefd naar een grotere harmonisatie op internationaal niveau van het ontwerp en de certificatie van nieuwe centrales. Al deze maatregelen moeten het voor de EU mogelijk maken haar leidersrol op het gebied van veilige kernenergie te handhaven en bij te dragen tot een verantwoord gebruik van kernenergie wereldwijd.
- The same security and safety considerations will also be upheld in the development and deployment of new energy technologies (hydrogen safety, safety of CO2 transportation network, CO2 storage, etc…).
- Dezelfde veiligheids- en beveiligingsuitgangspunten zullen ook worden gehanteerd bij de ontwikkeling en ontplooiing van nieuwe energietechnologieën (veiligheid van waterstoftechnieken, veiligheid van het netwerk voor CO2-transport, veiligheid van CO2-opslag, enz.)
4. MAKING A TECHNOLOGICAL SHIFT
4. EEN TECHNOLOGISCHE SPRONG IS NODIG
Without a technological shift, the EU will fail on its 2050 ambitions to decarbonise the electricity and transport sectors. Given the time scale for the development and dissemination of energy technology, the urgency of bringing new high performance low-carbon technologies to the European markets is more acute than ever. The EU ETS is an important demand side driver supporting the deployment of innovative low carbon technologies. However, new technologies will reach markets more quickly and more economically if they are developed through collaboration at the EU level.
Zonder een technologische sprong zal de EU haar 2050-ambitie om de sectoren elektriciteit en vervoer koolstofarm te maken onmogelijk waar kunnen maken. Gezien de tijdschaal voor de ontwikkeling en verspreiding van energietechnologieën is het nog urgenter geworden om nieuwe efficiënte koolstofarme technologieën op de Europese markten te introduceren. Het emissiehandelssysteem van de EU biedt aan de vraagzijde een belangrijke stimulans ter bevordering van de ontwikkeling en verspreiding van innovatieve koolstofarme technologieën. Nieuwe technologieën zullen de markten echter sneller en op economischer wijze bereiken wanneer zij worden ontwikkeld via samenwerking op EU-niveau.
Europe-wide planning and management is paramount for investment stability, business confidence and policy coherence. The Strategic Energy Technology (SET) Plan sets out a medium term strategy valid across all sectors. Yet development and demonstration projects for the main technologies (second generation biofuels, smart grids, smart cities and intelligent networks, Carbon Capture and Storage, electricity storage and electro-mobility, next generation nuclear, renewable heating and cooling) must be speeded up. Similarly, the crucial nature of innovation was highlighted in the Europe 2020 flagship on ‘Innovation Union’[21].
Planning en beheer op Europese schaal zijn van cruciaal belang om investeringsstabiliteit, vertrouwen van het bedrijfsleven en beleidssamenhang te bewerkstelligen. In het Europees strategisch plan voor energietechnologie (SET-plan) wordt een strategie voor de middellange termijn voor alle sectoren ontvouwd. Er is echter een versnelling nodig bij de ontwikkeling van de belangrijkste technologieën (biobrandstoffen van de tweede generatie, slimme netten, slimme steden en intelligente netwerken, koolstofafvang en -opslag, elektriciteitsopslag en elektromobiliteit, kernenergie van de volgende generatie, duurzame verwarming en koeling) en het opzetten van demonstratieprojecten daarvoor. Voorts is de cruciale rol van innovatie onderstreept in het Europa 2020-vlaggenschipinitiatief inzake de "Innovatie-Unie"[21].
The resources required in the next two decades for the development of these technologies are very significant, especially when seen in the context of the current economic climate. Major projects, such as the ones over 140 GW of offshore wind power currently being planned by European utilities, developers and governments, mostly in the North Sea or the Desertec and Medring initiatives, affect several Member States. Europe-wide coordination and collaboration should include the pooling of different funding sources. All stakeholders will be expected to contribute. The Commission will seek to leverage the EU budget to raise further the overall level of funding.
Om deze technologieën in de loop van de komende twee decennia te ontwikkelen, zijn zeer aanzienlijke middelen nodig, zeker in de context van het huidige economische klimaat. Bij de grootste projecten, zoals dat met betrekking tot de ontwikkeling van offshore windenergie ten belope van 140 GW, momenteel voornamelijk in de Noordzee gepland door Europese nutsmaatschappijen, projectontwikkelaars en regeringen, of zoals het Desertec/Medring-initiatief, zijn verscheidene lidstaten betrokken. Europabrede coördinatie en samenwerking moet ook de bundeling van verschillende financieringsbronnen omvatten. Van alle belanghebbenden wordt een bijdrage verwacht. De Commissie zal proberen de EU-begroting als hefboom te gebruiken om het algemene financieringsniveau verder op te vijzelen.
The EU is facing fierce competition in international technology markets. Countries such as China, Japan, South Korea and the USA are pursuing an ambitious industrial strategy in solar, wind and nuclear markets. EU researchers and companies need to increase their efforts to remain at the forefront of the booming international market for energy technology and, where it is mutually beneficial, they should step up cooperation with third countries in specific technologies.
De EU heeft te maken met hevige concurrentie op de internationale technologiemarkten. Landen zoals China, Japan, Zuid-Korea en de VS voeren een ambitieuze strategie uit op de markten voor zonne-, wind- en kernenergie. Onderzoekers en ondernemingen uit de EU moeten hun inspanningen verdubbelen om hun voortrekkersrol te handhaven op de exploderende internationale markt voor energietechnologieën. Waar dit wederzijds voordeel biedt, moeten zij bovendien hun samenwerking met derde landen op het gebied van specifieke technologieën versterken.
Priority 4: Extending Europe’s leadership in energy technology and innovation Action 1: Implementing the SET Plan without delay The Commission will reinforce the implementation of the SET Plan, in particular the Joint Programmes of the European Energy Research Alliance (EERA) and the six European Industrial Initiatives (wind; solar; bio energy; smart grids; nuclear fission; and CCS). Work will intensify with Member States to finance the activities of the Technology Roadmaps for 2010-2020 and to ensure the success of related large scale demonstration programmes such as under the New Entrants Reserve (NER300) programme[22]. Available Community funding[23] will be concentrated on the SET Plan initiatives. The Technology Roadmaps of the European Industrial Initiatives for 2010-2020 are being implemented from this year on and will be given additional support. They will be the cornerstone for the preparation of the next financial framework as regards a consolidated, regularly assessed, more efficient and focused energy research programme. In this context, the Commission will promote the development of strategic energy research infrastructures in Europe as they strongly contribute to the shortening of the distance between research and technological development. It will also pursue other avenues with great potential, such as marine renewable energy and renewable heating and cooling. Action 2: The Commission will be launching four new large-scale European projects 1. The Commission will take forward a major European initiative on smart grids to link the whole electricity grid system, from the off-shore wind farms in the North Sea, solar plants in the South and existing hydro-electric dams, to individual households, while making power networks more intelligent, efficient and reliable. 2. Re-establishing Europe’s leadership on electricity storage (both large-scale and for vehicles). Ambitious projects will be developed in the fields of hydro capacity, compressed air storage, battery storage, and other innovative storage technologies such as hydrogen. These will prepare the electricity grid at all voltage levels for the massive uptake of small-scale decentralised and large-scale centralised renewable electricity. 3. Implementing large-scale sustainable biofuel production, including in the light of the ongoing review concerning the impact of indirect land use change. The € 9 billion European Industrial Bioenergy Initiative[24] will be launched shortly to ensure quick market uptake of sustainable second-generation biofuels. 4. Providing cities, urban and rural areas with ways of making greater energy savings. The ‘Smart Cities’ innovation partnership to be launched early 2011 will bring together the best from the areas of renewable energies, energy efficiency, smart electricity grids, clean urban transport such as electro mobility, smart heating and cooling grids, combined with highly innovative intelligence and ICT tools. EU Regional Policy can play an important role in unlocking local potentials. Rural areas also have a significant potential in this respect and could make use of the EARDF that provides financial means to support such innovation projects. Action 3: Ensuring long-term EU technological competitiveness In order to lay the foundations of our future competitiveness in the face of strong international competition, the Commission will propose a € 1 billion-initiative[25] to support the frontier research needed to deliver science necessary for low-carbon energy breakthroughs. EU leadership must also be maintained in the global flagship research project ITER. The Commission will ensure effective governance (including cost containment) and industrial value creation from ITER and the European fusion programme. The Commission will develop an EU research programme for energy materials, allowing the EU energy sector to stay competitive despite dwindling rare earth resources. |
Prioriteit 4: De leidende rol van Europa op het gebied van energietechnologie en -innovatie versterken Actie 1: Onverwijlde uitvoering van het SET-plan De Commissie zal de tenuitvoerlegging van het SET-plan versterken, voornamelijk de gezamenlijke programma's van de Europese Alliantie voor energieonderzoek (EERA) en de zes Europese industriële initiatieven (windenergie; zonne-energie; bio-energie; slimme netten; kernsplijting en koolstofafvang en -opslag). Samen met de lidstaten zal er op intensievere wijze worden gewerkt aan de financiering van de stappenplannen voor technologie voor 2010-2020 en aan een succesvolle uitvoering van de daarmee verband houdende grootschalige demonstratieprogramma's, zoals die in het kader van het programma voor de nieuwkomersreserve (NER300)[22]. De beschikbare communautaire middelen[23] zullen worden geconcentreerd op initiatieven in het kader van het SET-plan. De stappenplannen voor technologie van de Europese industriële initiatieven voor 2010-2020 worden vanaf dit jaar ten uitvoer gelegd en zullen extra steun krijgen. Zij zullen de hoeksteen vormen bij de voorbereiding van het komende financiële kader voor een geconsolideerd, op gezette tijden geëvalueerd en meer efficiënt en gericht onderzoeksprogramma op het gebied van energie. In deze context zal de Commissie de ontwikkeling bevorderen van strategische infrastructuren voor energieonderzoek in Europa en zal zij er sterk voor ijveren de afstand tussen onderzoek en technologische ontwikkeling te verkorten. Zij zal ook andere veelbelovende onderzoeksgebieden exploreren, zoals hernieuwbare mariene energie en hernieuwbare verwarming en koeling. Actie 2: De Commissie zal het initiatief nemen tot vier nieuwe grootschalige Europese projecten 1. De Commissie zal een groot Europees initiatief inzake slimme netten opzetten, waardoor het hele stelsel van elektriciteitsnetten onderling zal worden gekoppeld, van de offshore windparken in de Noordzee, zonnecentrales in het zuiden en bestaande waterkrachtcentrales tot afzonderlijke huishoudens, zodat elektriciteitsnetwerken intelligenter, efficiënter en betrouwbaarder worden gemaakt. 2. Herbevestiging van de leidende rol van Europa inzake elektriciteitsopslag (zowel grootschalig als voor voertuigen). Er zullen ambitieuze projecten worden opgezet op het gebied van waterkrachtvermogen, persluchtopslag, accu's en andere innovatieve technologieën zoals het gebruik van waterstof. Die zullen het elektriciteitsnet op alle voltages voorbereiden op de massale invoering van kleinschalige gedecentraliseerde en grootschalige gecentraliseerde hernieuwbare elektriciteit. 3. Tenuitvoerlegging van grootschalige duurzame biobrandstofproductie, waarbij rekening zal worden gehouden met de resultaten van de huidige evaluatie betreffende de impact van indirecte wijziging van het bodemgebruik. Het Europees industrieel bio-energie-initiatief, dat beschikt over een bedrag van 9 miljard euro[24], zal weldra worden opgestart om een snelle marktverspreiding van duurzame biobrandstoffen van de tweede generatie te waarborgen. 4. De steden en verstedelijkte en landelijke gebieden voorzien van manieren om een grotere energiebesparing mogelijk te maken. Het begin 2011 te lanceren innovatiepartnerschap voor 'slimme steden' zal de beste praktijken/technologieën samenbrengen op het gebied van hernieuwbare energiebronnen, energie-efficiëntie, slimme elektriciteitsnetten, schoon stedelijk vervoer zoals elektromobiliteit, slimme verwarmings- en koelingsnetten, gecombineerd met uiterst innovatieve informatie- en ICT-hulpmiddelen. Het regionaal beleid van de EU kan een belangrijke rol spelen bij het doen ontluiken van lokale capaciteit. In dat verband hebben ook landelijke gebieden een groot potentieel en zij kunnen gebruik maken van het ELFPO (Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling) dat financiële steun geeft aan innovatieve projecten. Actie 3: Het technologisch concurrentievermogen op lange termijn van de EU waarborgen Teneinde de grondslagen te leggen voor ons toekomstig concurrentievermogen in het licht van de sterke internationale concurrentie, zal de Commissie een voorstel indienen voor een initiatief dat alles samen 1 miljard euro beschikbaar zal stellen[25] voor baanbrekend onderzoek op het gebied van koolstofarme technologieën. Het leiderschap van de EU moet ook worden bevestigd in het mondiale baanbrekende onderzoeksproject ITER. De Commissie zal erover waken dat ITER en het Europese fusieprogramma doelmatig worden beheerd (inclusief kostenbewaking) en uiteindelijke industriële waarde zullen opleveren. De Commissie zal een EU-onderzoeksprogramma voor energiematerialen opzetten, wat het voor de energiesector in de EU mogelijk moet maken concurrerend te blijven ondanks de afnemende beschikbaarheid van bepaalde zeldzame aardmetalen. |
- 5. STRONG INTERNATIONAL PARTNERSHIP, NOTABLY WITH OUR NEIGHBOURS
- 5. EEN STERK INTERNATIONAAL PARTNERSCHAP, MET NAME MET ONZE BUREN
The European energy market is the world’s largest regional market (over 500 million consumers) and largest energy importer. However, the same collaboration and common purpose that has led to the adoption of the EU’s headline energy and climate targets is not yet evident in external energy policy. Several of the challenges facing the EU — climate change, access to oil and gas, technology development, energy efficiency — are common to most countries and rely on international collaboration. Member States have repeatedly called for the EU to speak with a common voice in third countries. In practice, national initiatives do not leverage the strength of the size of the EU market and could better express the EU interest.
De Europese energiemarkt is de grootste regionale markt ter wereld (500 miljoen consumenten) en Europa is de grootste invoerder van energie. In het Europese externe energiebeleid ontbreekt echter de samenwerking en het gemeenschappelijke doel die hebben geleid tot de vaststelling van de centrale energie- en klimaatdoelstellingen van de EU. Verscheidene uitdagingen waarvoor de EU momenteel geplaatst is — klimaatverandering, toegang tot olie en gas, technologische ontwikkeling, energie-efficiëntie — gelden voor de meeste landen en vergen internationale samenwerking. De lidstaten hebben er herhaaldelijk op aangedrongen dat de EU met één stem spreekt tegenover derde landen. In de praktijk weerspiegelen de nationale initiatieven geenszins de sterkte van de omvang van de EU-markt en bedoelde initiatieven zouden beter moeten zijn afgestemd op de EU-belangen.
International energy policy must pursue the common goals of security of supply, competitiveness and sustainability. While relations with producing and transit countries are important, relations with large energy-consuming nations and particularly emerging and developing countries are of growing significance. To lift people out of poverty will require access to energy since achieving the goal of eradicating extreme poverty by 2015 cannot be met unless substantial progress is made on improving access. In order to ensure that this does not harm other policy goals, sustainable development needs to be at the core of both energy and development policy, such as proposed in the Green Paper on Development Policy[26].
Het internationale energiebeleid moet zijn toegespitst op de gemeenschappelijke doelstellingen van voorzieningszekerheid, concurrentievermogen en duurzaamheid. De betrekkingen met producerende en doorvoerlanden zijn vanzelfsprekend belangrijk, maar ook de relaties met de grote energieverbruikende naties en met name de landen in ontwikkeling worden steeds belangrijker. Om mensen uit de armoede te tillen, hebben zij toegang tot energie nodig. De beoogde uitbanning van extreme armoede tegen 2015 kan alleen worden bereikt als op dit gebied aanzienlijke vooruitgang wordt geboekt. Om ervoor te zorgen dat dat niet in de weg staat van andere beleidsdoelstellingen moet duurzame ontwikkeling centraal staan bij zowel het energie- als het ontwikkelingsbeleid, zoals voorgesteld in het Groenboek betreffende het ontwikkelingsbeleid[26].
New patterns of supply and demand in global energy markets and increasing competition for energy resources make it essential for the EU to be able to throw its combined market weight effectively in relations with key third-country energy partners. Europe should be in a position to rely on significant additional energy supply sources and routes by 2020.
Nieuwe vraag- en aanbodpatronen op de mondiale energiemarkten en de toenemende concurrentie voor energiebronnen maken het voor de EU essentieel om haar gecombineerd marktgewicht effectief te kunnen inzetten bij haar betrekkingen met de belangrijkste derde landen waarmee zij een energiepartnerschap heeft. Europa moet de nodige voorbereidingen treffen om tegen 2020 te kunnen rekenen op aanzienlijke extra energievoorzieningsbronnen en op extra aanvoerroutes.
The need for international solutions obliges us to push our agenda for decarbonisation and energy efficiency with our main partners and in international negotiations and frameworks. The ETS is a driver of international carbon markets, and further action should build on ongoing action to further develop these markets. As a frontrunner in policy development, the EU has more scope to influence standard-setting environmental issues, and to promote respect for transparent and competitive markets.
De behoefte aan internationale oplossingen verplicht ons ertoe onze doelstellingen inzake het koolstofarm maken van de economie en de energie-efficiëntie op de agenda te plaatsen bij onze gesprekken met onze voornaamste partners, bij internationaal overleg en in internationale kaders. Het ETS speelt een stimulerende rol in de ontwikkeling van internationale koolstofmarkten en verdere maatregelen moeten voortbouwen op de bestaande activiteiten om deze markten uit te bouwen. Als koploper op het gebied van beleidsontwikkeling heeft de EU meer armslag om de vaststelling van normen voor milieukwesties te beïnvloeden en de uitbouw van transparante en concurrerende markten te bevorderen.
The EU already has a series of complementary and targeted frameworks ranging from specific energy provisions in bilateral agreements with third countries (Free Trade Agreements, Partnership and Cooperation Agreements, Association Agreements, etc.) and Memoranda of Understanding on energy cooperation, through to multilateral Treaties such as the Energy Community Treaty[27] and participation in the Energy Charter Treaty. It is currently negotiating with several countries new agreements including important energy provisions.
De EU beschikt al over een hele reeks elkaar aanvullende en gerichte kaders, gaande van specifieke energiebepalingen in bilaterale overeenkomsten met derde landen (vrijhandelsovereenkomsten, partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomsten, associatieovereenkomsten, enz.) en intentieverklaringen betreffende samenwerking op energiegebied, tot multilaterale verdragen zoals het Verdrag betreffende de Energiegemeenschap[27] en het Verdrag inzake het Energiehandvest. Zij onderhandelt momenteel met verscheidene landen over nieuwe verdragen die belangrijke bepalingen op energiegebied bevatten.
The EU must now formalise the principle whereby Member States act in the benefit of the EU as a whole in bilateral energy relations with key partners and in global discussions. Building on the legal basis in the Lisbon Treaty, which clarifies and strengthens the external dimension, the EU’s external energy policy must ensure effective solidarity, responsibility and transparency among all Member States, reflecting the EU interest and ensuring the security of the EU’s internal energy market. More effective coordination at EU and Member State level need to be put in place.
De EU moet nu het beginsel formaliseren waarbij de lidstaten handelen in het belang van de EU als geheel bij bilaterale betrekkingen op energiegebied met haar belangrijkste partners en bij mondiaal overleg. Voortbouwend op de rechtsgrondslag van het Verdrag van Lissabon, dat de externe dimensie van de EU verduidelijkt en versterkt, moet het externe energiebeleid van de EU een effectieve solidariteit, verantwoordelijkheid en transparantie bij alle lidstaten waarborgen, waarin de EU-belangen weerspiegeld zijn en waarbij de veiligheid van de interne energiemarkt van de EU wordt gegarandeerd. Er is daarbij een doeltreffender coördinatie op EU- en lidstaatniveau nodig.
In the nuclear field, international cooperation has produced good results. This is particularly relevant since various neighbouring countries operate or, plan to operate nuclear power plants. The EU must now encourage partner States to make all existing international nuclear safety and security standards and procedures legally binding and effectively implemented worldwide. The EU is particularly well placed, as it is the first to have taken such action both in the field of safety and security and has specific cooperation instruments for this purpose.
In de nucleaire sector heeft de internationale samenwerking goede resultaten opgeleverd. Dit is met name van belang omdat verscheidene buurlanden kerncentrales exploiteren of van plan zijn te exploiteren. De EU moet nu de partnerlanden ertoe aansporen alle bestaande internationale normen voor nucleaire veiligheid en beveiliging wereldwijd juridisch bindend en effectief toegepast te maken. De EU is daarbij buitengewoon goed geplaatst aangezien zij de eerste is geweest om een dergelijke actie te ondernemen, op het gebied zowel van de veiligheid als van de beveiliging, en voor dit doel beschikt over specifieke samenwerkingsinstrumenten.
As well as being vital for the EU's security of supply, the external dimension of EU energy policy must be consistent and mutually reinforcing with other external activities of the EU (development, trade, climate and biodiversity, enlargement, Common Foreign and Security Policy and others). There must be synergies between energy objectives and other policies and instruments including trade, bilateral agreements, and development cooperation instruments and vice-versa.
De externe dimensie van het energiebeleid van de EU is van cruciaal belang voor de voorzieningszekerheid van de EU, moet samenhangend zijn en moet andere externe activiteiten van de EU (ontwikkeling, handel, klimaat en biodiversiteit, uitbreiding, gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, enz.) onderling versterken. Er moeten synergieën komen tussen de doelstellingen op energiegebied en andere beleidsaspecten en -instrumenten, inclusief handel, bilaterale overeenkomsten en instrumenten voor ontwikkelingssamenwerking.
Energy security is closely intertwined with EU's foreign and security priorities[28]. Diversification of fuels, sources of supply and transit routes is essential for EU security as are good governance, respect for the rule of law and protection of EU and foreign investments in energy producing and transit countries. Moreover, EU policy will pay particular attention to safety and security of oil, natural gas pipelines and related production and transport infrastructure by combining energy policy and CFSP instruments.
Het aspect van de energiezekerheid is nauw verbonden met de buitenlandse en veiligheidsprioriteiten van de EU[28]. Een diversificatie van brandstoffen, voorzieningsbronnen en doorvoerroutes is voor de EU even essentieel als goed bestuur, respect voor de rechtsregels en bescherming van de buitenlandse en EU-investeringen in de energieproducerende en doorvoerlanden. Voorts zal het EU-beleid bijzondere aandacht schenken aan veiligheid en beveiliging van de olievoorziening, aardgaspijpleidingen en relevante productie- en transportinfrastructuur, meer bepaald door een combinatie van instrumenten van het energiebeleid en van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid.
In 2011 the Commission will present concrete proposals to reinforce the overall consistency and efficiency of our external energy policy, involving Member States, various external policies of the European Union and external support programmes.
In 2011 zal de Commissie concrete voorstellen indienen om de algemene samenhang en efficiëntie van ons extern energiebeleid te versterken, met aandacht voor de rol van de lidstaten, verscheidene externe beleidslijnen van de Europese Unie en programma's voor steun aan het buitenland.
Priority 5: Strengthening the external dimension of the EU energy market
Prioriteit 5: De externe dimensie van de energiemarkt van de EU versterken
Action 1: Integrating energy markets and regulatory frameworks with our neighbours
Actie 1: Integratie van de energiemarkten en regelgevingskaders met onze buren
- The Energy Community Treaty should be implemented and extended to all those EU neighbours who are willing to adopt the EU market model. In this context, market integration and regulatory convergence should be pursued through comprehensive EU agreements based on the EU rules in the countries covered by the European Neighbourhood Policy and the Enlargement process, in particular in the Mediterranean region and with transit countries such as Ukraine and Turkey. Moreover, the Energy Community Treaty should be deepened by extending new acquis to the signatories to the Treaty. This approach would strengthen the participation of neighbouring countries in the internal market, while providing a level playing field and a safeguards against the risk of carbon leakage through the power sector.
- Het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap moet ten uitvoer worden gelegd en worden verdiept en uitgebreid met alle buren van de EU die bereid zijn het EU-marktmodel over te nemen. In deze context moeten marktintegratie en convergentie van de regelgeving worden nagestreefd via integrale EU-overeenkomsten, gebaseerd op de EU-regels in de landen die vallen onder het Europees nabuurschapsbeleid en het uitbreidingsproces, met name het Middellandse Zeegebied en doorvoerlanden zoals Oekraïne en Turkije. Voorts moet het Verdrag betreffende de Energiegemeenschap worden verdiept door uitbreiding van het nieuwe acquis tot de ondertekenende partijen. Deze aanpak moet de deelname van buurlanden aan de interne markt versterken, moet voor een gelijk speelveld zorgen en moet het risico van koolstoflekkage in de productiesector voorkomen.
- Mechanisms will be proposed by the Commission to align existing international agreements (notably in the gas sector) with the internal market rules and to strengthen cooperation between Member States for the conclusion of new ones. Proposals will also be made to set the required regulatory framework between the EU and third countries to develop strategic routes from new suppliers, notably around the Southern corridor and the Southern Mediterranean. Supply issues, including network development and possibly grouped supply arrangements as well as regulatory aspects, notably concerning the freedom of transit and investment security, would be covered.
- De Commissie zal mechanismen voorstellen om bestaande internationale overeenkomsten (met name in de gassector) in overeenstemming te brengen met de regels van de interne markt en de samenwerking tussen de lidstaten bij het sluiten van nieuwe overeenkomsten te versterken. Er zullen ook voorstellen worden ingediend om het vereiste regelgevingskader tussen de EU en derde landen tot stand te brengen met het oog op de ontwikkeling van strategische routes vanuit nieuwe leveranciers (met name rond de zuidelijke corridor en het zuidelijke Middellandse Zeegebied). De nodige aandacht zal gaan naar het voorzieningsaspect, met inbegrip van netwerkontwikkeling en eventuele regelingen voor gegroepeerde voorziening, alsook naar regelgevingskwesties zoals de vrijheid van doorvoer en veiligheid van investeringen.
- EU technical assistance will be mobilised for the effective implementation of the internal market acquis and the modernisation of the energy sector in neighbouring countries, while improving the coordination of support schemes provided by the EU, its Member States and the international community.
- Er zal technische bijstand van de EU worden verleend voor de effectieve tenuitvoerlegging van het acquis van de interne markt en voor de modernisering van de energiesector in buurlanden, met tegelijk een verbetering van de coördinatie van de steunregelingen van de EU, de lidstaten en de internationale gemeenschap.
Action 2: Establishing privileged partnerships with key partners
Actie 2: Vaststelling van geprivilegieerde partnerschappen met de belangrijkste partners
- While pursuing diversification of import sources and routes, reinforced energy partnerships will be established by the EU with key suppliers and transit countries. They will aim at promoting key principles such as those contained in the Energy Charter Treaty (for example the freedom of transit, transparency, safety, investment opportunities as well as compliance with international law).
- Het beleid van diversificatie van de invoerbronnen en -routes zal worden voortgezet, maar tegelijk zal de EU nauwere energiepartnerschappen sluiten met de belangrijkste leveranciers en doorvoerlanden. Die zullen tot doel hebben centrale beginselen te bevorderen, zoals die welke zijn vervat in het Verdrag inzake het Energiehandvest (bijvoorbeeld vrijheid van doorvoer, transparantie, veiligheid, investeringskansen en naleving van de internationale rechtsregels).
Action 3: Promoting the global role of the EU for a future of low-carbon energy
Actie 3: Bevordering van de mondiale rol van de EU voor een toekomst met koolstofarme energie
- Energy efficiency, clean technologies and safe and sustainable low-carbon energy should be integrated into EU and bilateral cooperation activities, particularly with major consumer and emerging economies and with global partnerships.
- De aspecten energie-efficiëntie, schone technologieën en veilige en duurzame koolstofarme energie moeten worden geïntegreerd in de EU-activiteiten en in de bilaterale samenwerking, met name met de belangrijkste verbruikerslanden en de opkomende economieën en met mondiale partnerschappen.
- The Commission will launch a major cooperation with Africa on energy initiatives in order to progressively provide sustainable energy to all citizens, in line with the Green Paper on Development Policy.
- De Commissie zal een brede samenwerking opzetten met Afrika op het gebied van initiatieven voor duurzame energie teneinde geleidelijk aan alle burgers duurzame energie te kunnen verstrekken overeenkomstig het Groenboek betreffende het ontwikkelingsbeleid.
Action 4: Promoting legally binding nuclear-safety, security and non-proliferation standards worldwide
Actie 4: Bevordering van juridisch bindende normen voor nucleaire veiligheid, beveiliging en non-proliferatie wereldwijd
- The Commission will develop initiatives aiming at encouraging partner States to make international nuclear safety, security and non-proliferation standards and procedures legally binding and effectively implemented around the globe, in particular through reinforced cooperation with the International Atomic Energy Agency and the conclusion of Euratom agreements with key nuclear suppliers and user countries.
- De Commissie zal initiatieven ontwikkelen die tot doel hebben de partnerlanden ertoe aan te sporen de internationale normen en procedures voor nucleaire veiligheid en beveiliging en non-proliferatie wereldwijd juridisch bindend te maken en effectief toe te passen, met name via een versterkte samenwerking met de Internationale Organisatie voor Atoomenergie en de sluiting van Euratom-overeenkomsten met de belangrijkste leveranciers van kerntechnisch materiaal en de belangrijkste gebruikerslanden.
CONCLUSIONS
CONCLUSIES
The EU is on the threshold of an unprecedented period for energy policy. Energy markets have been largely cushioned from the effects of global market turbulence in recent years as a result of liberalisation, ample supply and production capacities and adequate import possibilities. However, dramatic changes are afoot. Energy prices will be affected by the huge need for energy sector investments, as well as carbon pricing and higher international energy prices. Competitiveness, supply security and climate objectives will be undermined unless electricity grids are upgraded, obsolete plants are replaced by competitive and cleaner alternatives and energy is used more efficiently throughout the whole energy chain.
De EU staat op de drempel van een tijdvak zonder voorgaande inzake het energiebeleid. De energiemarkten zijn in de afgelopen jaren voor het grootste deel afgeschermd geweest van de mondiale marktturbulenties, meer bepaald dankzij de liberalisering, het ruime aanbod, de overvloedige productiecapaciteit en de toereikende invoermogelijkheden. Er komen echter dramatische nieuwe ontwikkelingen op ons af. De energietarieven zullen de invloed ondergaan van de enorme behoefte aan investeringen in de energiesector, alsook van de CO2-heffingen en de hogere internationale energieprijzen. Concurrentievermogen, voorzieningszekerheid en klimaatdoelstellingen kunnen in het gedrang komen tenzij de elektriciteitsnetten gemoderniseerd worden, verouderde installaties worden vervangen door concurrerende alternatieven en energie in de gehele energieketen op een efficiëntere manier wordt gebruikt.
Member States and industry have recognised the scale of the challenges. Secure energy supplies, an efficient use of resources, affordable prices and innovative solutions are crucial to our long-term sustainable growth, job creation and quality of life. Member States have agreed that these challenges will be tackled most effectively by policies and action at EU level, by ‘Europeanising’ energy policy. This includes directing EU funding support towards public priorities that markets fail to meet and that bring the most European value.
De lidstaten en de desbetreffende sectoren hebben de omvang van de uitdagingen onderkend. Een veiliggestelde energievoorziening, een efficiënt gebruik van de bronnen, betaalbare tarieven en innovatieve oplossingen zijn cruciaal voor onze duurzame groei, werkgelegenheid en levenskwaliteit op lange termijn. De lidstaten zijn het erover eens dat deze uitdagingen het efficiëntst worden aangepakt met een beleid en met actie op EU-niveau, door een 'Europeanisering' van het energiebeleid. Dit houdt in dat de financieringssteun van de EU wordt geconcentreerd op publieke prioriteiten die door de markt worden verwaarloosd en de grootste Europese toegevoegde waarde hebben.
The new EU energy strategy will require significant efforts in technical innovation and investment. It will foster a dynamic and competitive market and will lead to a major strengthening of institutional arrangements to monitor and guide these developments. It will improve the security and the sustainability of energy systems, grid management, and energy market regulation. It will include extensive efforts to inform and empower domestic and business consumers, to involve them in the switch to a sustainable energy future, for example by saving energy, reducing wastage and switching to low-carbon technologies and fuels. Investments in low-carbon energy production will be further encouraged by market-based instruments such as emissions trading and taxation. The new strategy will take the first steps to prepare the EU for the greater challenges which it may well have to face already by 2020. Above all, it will ensure better leadership and coordination at the European level, both for internal action and in relations with external partners.
De nieuwe energiestrategie van de EU zal aanzienlijke inspanningen qua technische innovatie en investeringen vergen. Zij zal een dynamische en concurrerende markt ondersteunen en resulteren in een aanzienlijke versterking van de institutionele regelingen om deze ontwikkelingen te leiden en te monitoren. Zij zal de veiligheid en duurzaamheid van de energiesystemen, het netwerkbeheer en de regulering van de energiemarkten verbeteren. Dit zal grote inspanningen vergen om huishoudelijke en zakelijke afnemers te informeren en zeggenschap te geven en hen te betrekken bij de uitbouw van een duurzame toekomst op energiegebied, bijvoorbeeld door energie te besparen, de productie van afval te beperken en over te stappen op koolstofarme technologieën en brandstoffen. De investeringen in koolstofarme energieproductie zullen verder worden bevorderd met behulp van marktgebaseerde instrumenten zoals handel in emissierechten en belastingsheffing. De nieuwe strategie zal de weg banen om de EU voor te bereiden op de grotere uitdagingen waaraan zij al na 2020 het hoofd zal moeten bieden. Bovenal zal de nieuwe strategie een beter leiderschap en een betere coördinatie op Europees niveau waarborgen, zowel op het gebied van interne maatregelen als wat de betrekkingen met partners betreft.
The global energy system is entering a phase of rapid transition with potentially far-reaching implications that will unfold in the next decades. Europe has to act before the window of opportunity closes. Time is short. Thus, the Commission will present most of the proposals to achieve the 2020 goals in the coming 18 months. Discussion, adoption and implementation will be needed quickly. In this way, the EU will be better able to put in place the building blocks for the 2020 outcome – standards, rules, regulations, plans, projects, financial and human resources, technology markets, social expectations etc. – and prepare Europe's citizens for the challenges ahead.
Het mondiale energiesysteem komt in een fase van snelle overgang met potentieel verreikende implicaties die zich in de volgende decennia zullen doen gevoelen. Europa moet handelen voordat de huidige gunstige omstandigheden ten einde lopen. De tijd is kort. De Commissie zal dan ook de meeste voorstellen met het oog op het bereiken van de 2020-doelstellingen presenteren in de loop van de komende 18 maanden. Het proces van bespreking, vaststelling en tenuitvoerlegging moet snel verlopen. Op die manier zal de EU beter in staat zijn om de bouwstenen voor het 2020-project aan te brengen – normen, regels, voorschriften, plannen, projecten, financiële en personele middelen, technologiemarkten, maatschappelijke verwachtingen, enz. – en de Europese burgers voor te bereiden op de toekomstige uitdagingen.
Due to the long lead in times for energy system changes, taking action today does not guarantee that the structural changes needed for the low-carbon transition will be completed in the period to 2020, which this strategy covers. It is therefore necessary to look beyond the timescale of the present strategy to ensure that the EU is well prepared for the 2050 objective of a secure, competitive and low-carbon energy system. The Commission will therefore follow up this strategy with a complete roadmap for 2050 which will set the measures covered in this paper in a longer term and consider further and complementary steps.
Veranderingen op het gebied van energiesystemen vergen veel tijd. Acties die vandaag van start gaan garanderen dus geenszins dat de structurele veranderingen die nodig zijn voor de omvorming tot een koolstofarme economie volledig zullen zijn ingevoerd in de periode van nu tot 2020 waarop deze strategie betrekking heeft. Daarom moet verder worden gekeken dan de tijdsschaal van deze strategie zodat de EU goed is voorbereid op haar 2050-doelstelling van een voorzieningszeker, concurrerend en koolstofarm energiesysteem. De Commissie zal deze strategie daarom aanvullen met een volledig stappenplan voor 2050 dat de in deze mededeling genoemde maatregelen meer in een langetermijnperspectief zal plaatsen en toekomstige aanvullende maatregelen zal omvatten.
[1] Article 194 of the Treaty on the functioning of the European Union (TFUE).
[1] Artikel 194 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).
[2] The European Council specified: "provided that other developed countries commit themselves to comparable emission reductions and economically more advanced developing countries to contributing adequately according to their responsibilities and respective capabilities"
[2] De Europese Raad heeft gespecificeerd: "op voorwaarde dat andere ontwikkelde landen zich verbinden tot vergelijkbare emissiereducties en de meer geavanceerde ontwikkelingslanden een adequate bijdrage leveren overeenkomstig hun verantwoordelijkheden en respectieve capaciteiten".
[3] Communication from the Commission (doc. 7110/10 of 5 March 2010).
[3] Mededeling van de Commissie (doc. 7110/10 van 5 maart 2010).
[4] As evidenced by the Commission's Energy Sector Inquiry, Communication from the Commission of 1 January 2007 Inquiry pursuant to Article 17 of Regulation (EC)No 1/2003 into the European gas and electricity sectors - COM(2006) 851 - and the high number of investigations into anti-competitive behaviour in the sector (e.g. IP/10/494 of 4 May 2010).
[4] Zoals blijkt uit het onderzoek van de Commissie naar de energiesectoren, Mededeling van de Commissie van 1 januari 2007 Onderzoek op grond van artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1/2003 naar de Europese gas- en elektriciteitssectoren, COM(2006) 851 definitief, en het hoge aantal onderzoeken inzake concurrentievervalsend gedrag in de sector (e.g. IP/10/494 van 4 mei 2010).
[5] Study of the functioning of retail electricity markets for consumers in the European Union, November 2010.
[5] Study of the functioning of retail electricity markets for consumers in the European Union , november 2010
[6] ENTSO-Electricity has estimated that the EU needs to build or renew 30 000 km of network cables in the next ten years.
[6] Volgens een raming van ENTSB-Elektriciteit moet de EU in de komende tien jaar 30 000 km netwerkkabels aanleggen of vernieuwen.
[7] E.g. IEA World Energy Outlooks 2009 and 2010.
[7] Bv. World Energy Outlook 2009 en 2010 van het Internationaal Energieagentschap.
[8] Communication on an "integrated industrial policy for the globalisation era" (COM 2010) 619
[8] Mededeling betreffende "een geïntegreerd industriebeleid in een tijd van mondialisering", COM(2010) 614.
[9] For example, it is estimated that electricity prices in Europe is 21% more expensive than in the United States or 197% more expensive than in China.
[9] Naar raming liggen de elektriciteitstarieven in Europa bijvoorbeeld 21% hoger dan in de Verenigde Staten en 197% hoger dan in China.
[10] Issue 26, August 2010.
[10] Publicatie 26 augustus 2010 (Ernst and Young).
[11] International Energy Agency World Energy Outlook 2010.
[11] World Energy Outlook 2010 'Referentiescenario' van het Internationaal Energieagentschap.
[12] COM(2008) 772.
[12] COM(2008) 772.
[13] Effort Sharing Decision No. 406/2009/EC.
[13] Beschikking nr. 406/2009/EG betreffende de verdeling van de inspanningen.
[14] Specific actions have been set out in the Digital Agenda for Europe, COM(2010)245.
[14] Er zijn specifieke acties omschreven in de 'digitale agenda voor Europa', COM(2010) 245.
[15] Notably with regard to the possible cumulative effects of different market based measures
[15] Met name wat de potentieel cumulatieve effecten van verschillende marktgerelateerde maatregelen betreft.
[16] Report on progress in creating the internal gas and electricity market - COM(2010) 84.
[16] Verslag over de vooruitgang bij de totstandbrenging van de interne markt voor gas en elektriciteit - COM(2010) 84.
[17] After the Energy Sector Inquiry revealed manifold competition problems in the energy sector, which led to the adoption of nine major antitrust decisions, the Commission continues assessing the competitive landscape in European energy markets.
[17] Nadat het onderzoek naar de energiesectoren talrijke mededingingsproblemen in de energiesector aan het licht bracht, wat heeft geleid tot de vaststelling van negen antitrust-besluiten, blijft de Commissie het mededingingslandschap op de Europese energiemarkten in het oog houden.
[18] The European Commission has set up a smart grid task force to discuss the implementation of smart grids at the European level: http://ec.europa.eu/energy/gas_electricity/smartgrids/taskforce_en.htm.
[18] De Europese Commissie heeft een taskforce voor slimme netten opgericht om de invoering van slimme netten op Europees niveau te bespreken:http://ec.europa.eu/energy/gas_electricity/smartgrids/taskforce_en.htm.
[19] E.g. Baltic Energy Market, Mediterranean Ring.
[19] Bv. de Baltic Energy Market en de Mediterranean Ring .
[20] An electricity target model has been developed in the context of Florence forum, in the so called Ad-Hoc Advisory Group. The guidelines and codes to implement this target model are being prepared. A target model for gas is being developed in the framework of the Madrid Forum.
[20] De zogenaamde ad hoc adviesgroep heeft een streefcijfermodel voor elektriciteit ontwikkeld in de context van het Forum van Florence. De richtsnoeren en codes om dit streefcijfermodel ten uitvoer te leggen worden momenteel opgesteld. Een streefcijfermodel voor de gassector is in ontwikkeling.
[21] SEC(2010)1161, 6 October 2010.
[21] SEC(2010) 1161 van 6 oktober 2010.
[22] The revised ETS directive (2009/29/EC) foresees that 300 m ETS allowances from the New Entrants Reserve (NER) shall be available to support commercial-scale CCS and innovative RES demonstration projects in the territory of the Union.
[22] Overeenkomstig de herziene richtlijn inzake de handel in emissierechten (2009/29/EG) zullen 300 miljoen emissierechten in de nieuwkomersreserve (New Entrants Reserve - NER) beschikbaar worden gesteld voor de ondersteuning van commerciële demonstratieprojecten voor koolstofafvang en -opslag en technologieën voor hernieuwbare energie op het grondgebied van de Unie.
[23] Funding available under the current Financial Perspectives.
[23] Financiering beschikbaar in het kader van de huidige financiële vooruitzichten.
[24] See footnote 23.
[24] Zie voetnoot 23.
[25] See footnote 23.
[25] Zie voetnoot 23.
[26] Non-OECD countries could account for all the projected growth in CO2 emissions by 2030; however, ensuring universal access to modern energy services for all only mean a rise of 0.8% of CO2 emissions, IEA World Energy Outlook 2009 and special early excerpt of the IEA WEO 2010 for the Millenium Development Goals Summit.
[26] Niet tot de OESO behorende landen kunnen in 2030 goed zijn voor alle verwachte toename van de CO2-uitstoot. Het waarborgen van een universele toegang tot moderne energiediensten brengt echter slechts een toename van 0,8% van de CO2-emissies met zich mee; IEA World Energy Outlook 2009 en speciale vroege uittreksels van WEO 2010 inzake de top betreffende de millenniumdoelstellingen van het Internationaal Energieagentschap.
[27] The Energy Community Treaty is promoting market integration but also acquis transposition and implementation in the Western Balkans and is extending the EU internal energy market to South East Europe. This is not only a framework of cooperation but a legally binding instrument to prepare accession to the EU. Other parties are joining the Energy Community Treaty: Moldova is already a member; Ukraine and Turkey are in the process of joining.
[27] Het Verdrag betreffende de Energiegemeenschap bevordert marktintegratie, maar ook omzetting en tenuitvoerlegging van het acquis in de westelijke Balkan, en breidt de interne energiemarkt van de EU uit tot Zuidoost-Europa. Het biedt niet alleen een kader voor samenwerking, maar is een juridisch bindend instrument om toetreding tot de EU voor te bereiden. Andere partijen treden toe tot het Verdrag betreffende de Energiegemeenschap: Moldavië is al partij bij het verdrag, Oekraïne en Turkije bereiden hun toetreding voor.
[28] European Security Strategy adopted by the European Council in December 2003.
[28] Europese Veiligheidsstrategie, in december 2003 vastgesteld door de Europese Raad.
Top


Managed by the Publications Office