|
|
Commission Regulation (EC) No 796/2002
|
Verordening (EG) nr. 796/2002 van de Commissie
|
|
of 6 May 2002
|
van 6 mei 2002
|
|
amending Regulation (EEC) No 2568/91 on the characteristics of olive oil and olive-pomace oil and on the relevant methods of analysis and the additional notes in the Annex to Council Regulation (EEC) No 2658/87 on the tariff and statistical nomenclature and on the Common Customs Tariff
|
tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2568/91 inzake de kenmerken van olijfoliën en oliën uit afvallen van olijven en de desbetreffende analysemethoden, alsmede van de aanvullende aantekeningen in de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief
|
|
|
|
|
THE COMMISSION OF THE EUROPEAN COMMUNITIES,
|
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
|
|
Having regard to the Treaty establishing the European Community,
|
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
|
|
Having regard to Council Regulation No 136/66/EEC of 22 September 1966 on the establishment of a common organisation of the market in oils and fats(1), as last amended by Regulation (EC) No 1513/2001(2), and in particular Article 35a thereof,
|
Gelet op Verordening nr. 136/66/EEG van de Raad van 22 september 1966 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1513/2001(2), en met name op artikel 35 bis,
|
|
Having regard to Council Regulation (EEC) No 2658/87 of 23 July 1987 on the tariff and statistical nomenclature and on the Common Customs Tariff(3), as last amended by Commission Regulation (EC) No 578/2002(4), and in particular Article 9 thereof,
|
Gelet op Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief(3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 578/2002 van de Commissie(4), en met name op artikel 9,
|
|
Whereas:
|
Overwegende hetgeen volgt:
|
|
(1) Commission Regulation (EEC) No 2568/91 of 11 July 1991 on the characteristics of olive oil and olive-pomace oil and on the relevant methods of analysis(5), as last amended by Regulation (EC) No 2042/2001(6), defines the physical, chemical and organoleptic characteristics of olive and olive-pomace oils and stipulates methods of assessing these characteristics. From 1 November 2001, the definition of olive-pomace oil given in point 4 of the Annex to Regulation No 136/66/EEC stipulates that certain olive-pomace oils correspond to lampante olive oils with the exception of certain specific characteristics.
|
(1) In Verordening (EG) nr. 2568/91 van de Commissie van 11 juli 1991 inzake de kenmerken van olijfoliën en oliën uit afvallen van olijven en de desbetreffende analysemethoden(5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2042/2001(6), worden de fysische en chemische en de organoleptische kenmerken van olijfolie en van olie uit afvallen van olijven vastgesteld, alsmede de methoden om die kenmerken te beoordelen. Volgens de nieuwe omschrijving van ruwe olie uit afvallen van olijven in punt 4 van de bijlage bij Verordening nr. 136/66/EEG, die sedert 1 november 2001 van toepassing is, komen bepaalde oliën uit afvallen van olijven, op bepaalde kenmerken na, overeen met olijfolie voor verlichting.
|
|
(2) In order to distinguish between oils obtained by centrifuging olive pomace and lampante olive oils in the absence of an analytical parameter, limit values for wax, erythrodiol and uvaol composition or total aliphatic alcohol composition should be set for differentiating them independently of production method. To this end, a method for determining total aliphatic alcohol content should be specified.
|
(2) Om door centrifugering van afvallen van olijven verkregen olie te kunnen onderscheiden van olijfolie voor verlichting en omdat geen analytische kenmerken beschikbaar zijn, dienen grenswaarden te worden vastgesteld voor het gehalte aan was, aan erytrodiol en aan uvaol of voor het totaalgehalte aan alifatische alcoholen, zodat die oliën van elkaar kunnen worden onderscheiden, ongeacht de productiewijze. Er moet dan ook worden voorzien in een methode om het totaalgehalte aan alifatische alcoholen vast te stellen.
|
|
(3) Introduction of these new limits requires an amendment to Additional Note 2 to Chapter 15 of the Combined Nomenclature in Annex I to Regulation (EEC) No 2658/87. This opportunity should also be taken to delete Article 5 and Annex XIV to Regulation (EEC) No 2568/91 and to correct certain errors in the text of that Regulation.
|
(3) Deze nieuwe grenswaarden maken een wijziging van aanvullende aantekening 2 in hoofdstuk 15 van de gecombineerde nomenclatuur in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 noodzakelijk. Tegelijkertijd moeten artikel 5 van en bijlage XIV bij Verordening (EEG) nr. 2568/91 worden geschrapt en moeten enige fouten in de tekst van de verordening worden verbeterd.
|
|
(4) In order to harmonise methods for preparing methyl esters of fatty acids to be used for analysing the fatty-acid composition of oils, technical developments in analysis methods have made it possible to use the free acidity of oils, so that the number of methods included in Annex X B can be reduced to two.
|
(4) Met het oog op de harmonisatie van de bereiding van methylesters van vetzuren die ervoor bestemd zijn om de vetzuursamenstelling van olijfolie te analyseren, kan het nu in bijlage X.B opgenomen aantal analysemethoden dankzij de technische vooruitgang worden verminderd tot twee op het gehalte aan vrije vetzuren gebaseerde werkwijzen.
|
|
(5) Drawing on experience, the International Olive Oil Council has devised a new method of organoleptic assessment of virgin oils that is simpler and more reliable than that given in Annex XII to Regulation (EEC) No 2568/91. The method provided for in Annex XII should therefore be replaced by the new method of organoleptic assessment of virgin oils.
|
(5) Op grond van de ervaring heeft de Internationale Olijfolieraad een nieuwe methode voor de beoordeling van de organoleptische kenmerken van bij de eerste persing verkregen olijfolie ontwikkeld. Deze methode blijkt betrouwbaarder en eenvoudiger te zijn dan de momenteel in bijlage XII bij Verordening (EG) nr. 2568/91 beschreven methode. De in bijlage XII vermelde methode moet derhalve worden vervangen door de nieuwe methode voor organoleptische beoordeling van bij de eerste persing verkregen olijfolie.
|
|
(6) Use of the new method requires that a new arbitration procedure be available for dealing with cases of discrepancy between the category declared and that assigned by the assessing panel.
|
(6) Voor de toepassing van de nieuwe methode voor organoleptische beoordeling moet worden voorzien in een bemiddelingsprocedure voor het geval dat het erkende panel dat de beoordeling uitvoert, de betrokken olie in een andere dan de aangegeven categorie indeelt.
|
|
(7) In order to ensure that analyses are carried out in the correct conditions and in view of the distances between regions, different time limits should be set for sending samples to the laboratory after sampling, taking account of the weather conditions in each season. For the purpose of grading oils, the results of analyses should be compared with the limits laid down in Regulation (EEC) No 2568/91, which already include the repeatability and reproducibility limits for the analysis methods used.
|
(7) Om de uitvoering van de analyses mogelijk te maken en met het oog op de geografische verbrokkeling van bepaalde gebieden moeten, rekening houdend met de weersomstandigheden in elk seizoen, verschillende termijnen voor de toezending van de monsters na de monsterneming worden vastgesteld. Voor de indeling van de olie moet worden bepaald dat de analyseresultaten vergeleken worden met de in Verordening (EEG) nr. 2568/91 bepaalde grenswaarden waarin de herhaalbaarheids- en reproduceerbaarheidsmarges van de aangewende analysemethoden reeds verdisconteerd zijn.
|
|
(8) In order both to give time for adjustment to the new standards and assembly of the means of applying them and to avoid disturbance to commercial transactions, the amendments to this Regulation should not apply until 1 September 2002, and olive and olive-pomace oil packaged for retail sale before that date should be exempt.
|
(8) Om aanpassing aan de nieuwe normen en totstandbrenging van de nodige middelen voor de toepassing ervan mogelijk te maken en om het handelsverkeer niet te verstoren, moet worden bepaald dat de in deze verordening vastgestelde wijzigingen pas ingaan op 1 september 2002 en moet een uitzondering worden gemaakt voor olijfolie en olie uit afvallen van olijven die vóór deze datum voor de kleinhandel zijn verpakt.
|
|
(9) The measures provided for in this Regulation are in accordance with the opinion of the Management Committee for Oils and Fats and the Customs Code Committee regarding the issues coming within their respective areas of responsibility,
|
(9) De in deze verordening vervatte maatregelen die aan het Comité van beheer voor oliën en vetten, respectievelijk aan het Comité douanewetboek moeten worden voorgelegd, zijn in overeenstemming met het advies van deze comités,
|
|
HAS ADOPTED THIS REGULATION:
|
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
|
|
|
|
|
Article 1
|
Artikel 1
|
|
Regulation (EEC) No 2568/91 is amended as follows:
|
Verordening (EEG) nr. 2568/91 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
1. In Article 2(1):
|
1. In artikel 2, lid 1, wordt:
|
|
(a) the third indent is replaced by the following: "- for determination of the wax content, the method given in Annex IV,";
|
a) het derde streepje vervangen door: "- voor de bepaling van het gehalte aan was, de in bijlage IV beschreven methode;";
|
|
(b) the following indent is added: "- for determination of the aliphatic alcohol content, the method given in Annex XIX,".
|
b) het volgende streepje toegevoegd: "- voor de bepaling van het gehalte aan alifatische alcoholen, de in bijlage XIX beschreven methode.".
|
|
2. Article 2(2) is replaced by the following: "2. Verification by national authorities or their representatives of the organoleptic characteristics of virgin oils shall be effected by tasting panels approved by the Member States.
|
2. Artikel 2, lid 2, wordt vervangen door: "2. De verificatie van de organoleptische kenmerken van bij de eerste persing verkregen olijfolie door de nationale autoriteiten of hun vertegenwoordigers wordt uitgevoerd door een door de lidstaten erkend proeverspanel.
|
|
The organoleptic characteristics of an oil as referred to in the first subparagraph shall be deemed consonant with the category declared if a panel approved by the Member State confirms the grading.
|
De organoleptische kenmerken van in de eerste alinea genoemde olie zijn die van de voor de olijfolie opgegeven categorie wanneer een door de betrokken lidstaat erkend panel de indeling in die categorie bevestigt.
|
|
Should the panel not confirm the category declared as regards the organoleptic characteristics, at the interested party's request the national authorities or their representatives shall have two counter-assessments carried out by other approved panels, at least one by a panel approved by the producer Member State concerned. The characteristics concerned shall be deemed consonant with the characteristics declared if at least two of the counter-assessments confirm the declared grade. If that is not the case, the interested party shall be responsible for the cost of the counter-assessments."
|
Wanneer het panel de indeling van de olie ten aanzien van de organoleptische kenmerken van de opgegeven categorie niet bevestigt, laten de nationale autoriteiten of hun vertegenwoordigers op verzoek van de belanghebbende twee tegenanalyses door andere proeverspanels uitvoeren, waarvan minstens één door een panel dat is erkend door de lidstaat van de betrokken producent. Er wordt aangenomen dat de betrokken kenmerken overeenstemmen met de opgegeven kenmerken als de twee tegenanalyses de indeling bevestigen. Zo niet, komen de kosten van de tegenanalyses, onverminderd andere sancties, voor rekening van de belanghebbende.".
|
|
3. The second subparagraph of Article 2(3) is replaced by the following: "Without prejudice to standard EN ISO 5555 and Chapter 6 of standard EN ISO 661, the samples taken shall be put in a dark place away from strong heat as quickly as possible and sent to the laboratory for analysis no later than:
|
3. Artikel 2, lid 3, tweede alinea, wordt vervangen door: "Onverminderd de voorschriften van norm EN ISO 5555 en hoofdstuk 6 van norm EN 661, worden de monsters zo snel mogelijk tegen licht en hitte beschermd en:
|
|
- the tenth working day after they are taken, during the period from October to May, and
|
- wat de periode oktober-mei betreft, uiterlijk op de tiende werkdag na de dag waarop ze zijn genomen, of
|
|
- the fifth working day after they are taken, during the period from June to September."
|
- wat de periode juni-september betreft, uiterlijk op de vijfde werkdag na de dag waarop ze zijn genomen,
|
|
4. The following paragraph is added at the end of Article 2: "5. For the purpose of determining the characteristics of olive oils by the methods provided for in paragraph 1, the analysis results shall be directly compared with the limits laid down in this Regulation."
|
voor analyse naar het laboratorium gezonden.".
|
|
5. Articles 3 and 3a are deleted.
|
4. Aan artikel 2 wordt het volgende lid 5 toegevoegd: "5. Voor de bepaling van de kenmerken van olijfolie volgens de in lid 1 aangegeven methoden worden de analyseresultaten rechtstreeks vergeleken met de in deze verordening vastgestelde grenswaarden.".
|
|
6. Article 3b becomes Article 3.
|
5. De artikelen 3 en 3 bis worden geschrapt.
|
|
7. Article 4(1) is replaced by the following: "1. The Member States may approve assessment panels so that national authorities or their representatives can assess and verify organoleptic characteristics.
|
6. Artikel 3 ter wordt artikel 3.
|
|
The terms of approval shall be set by Member States and ensure that:
|
7. Artikel 4, lid 1, wordt vervangen door: "1. Voor de beoordeling en controle van de organoleptische kenmerken door de nationale autoriteiten of hun vertegenwoordiger kunnen de lidstaten panels van proevers erkennen.
|
|
- the requirements of Annex XII.4 are met,
|
De erkenningsvoorwaarden worden door de lidstaten vastgesteld en wel zodanig dat:
|
|
- the panel head is given training recognised for this purpose by the Member State,
|
- aan de voorwaarden van punt 4 van bijlage XII wordt voldaan;
|
|
- continued approval depends on performance in annual checks arranged by the Member State.
|
- de voorzitter van het panel wordt opgeleid door een daartoe door de lidstaat erkende instelling en onder door de lidstaat goedgekeurde voorwaarden;
|
|
Member States shall notify to the Commission a list of approved panels and the action taken under this paragraph."
|
- de geldigheid van de erkenning afhankelijk wordt gemaakt van de resultaten van een jaarlijkse controle door de lidstaat.
|
|
8. Article 5 is deleted.
|
Elke lidstaat stelt de Commissie in kennis van de lijst van erkende panels en van de overeenkomstig dit lid genomen maatregelen.".
|
|
9. The Annexes are amended in accordance with the Annex to this Regulation.
|
8. Artikel 5 wordt geschrapt.
|
|
|
9. De bijlagen worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
|
|
Article 2
|
|
|
Additional Note 2 to Chapter 15 of the Combined Nomenclature in Annex I to Regulation (EEC) No 2658/87 is amended as follows:
|
Artikel 2
|
|
1. Point B.I(a) is replaced by the following: "(a) a wax content not exceeding 300 mg/kg;".
|
Aanvullende aantekening 2 op hoofdstuk 15 van de gecombineerde nomenclatuur in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
2. Point B.I(g)(4) is replaced by the following: "4. organoleptic characteristics showing a median of defects above 6,0 in accordance with Annex XII to Regulation (EEC) No 2568/91;".
|
1. Punt B I, onder a), wordt vervangen door: "a) gehalte aan was, ten hoogste 300 mg/kg;".
|
|
3. Point B.II(g) is replaced by the following: "(g) organoleptic characteristics showing a median of defects not higher than 6,0 in accordance with Annex XII to Regulation (EEC) No 2568/91;".
|
2. Punt B I, onder g), punt 4, wordt vervangen door: "4. organoleptische kenmerken waarbij overeenkomstig bijlage XII bij Verordening (EEG) nr. 2568/91 een mediaan voor de gebreken waarneembaar wordt die hoger is dan 6.".
|
|
4. Point D(b) is replaced by the following: "(b) an erythrodiol and uvaol content higher than 4,5 %;".
|
3. Punt B II, onder g), wordt vervangen door: "g) organoleptische kenmerken waarbij overeenkomstig bijlage XII bij Verordening (EEG) nr. 2568/91 een mediaan voor de gebreken waarneembaar wordt die niet hoger is dan 6.".
|
|
|
4. Punt D, onder b), wordt vervangen door: "b) gehalte aan erytrodiol plus uvaol, hoger dan 4,5 %;".
|
|
Article 3
|
|
|
This Regulation shall enter into force on the seventh day following its publication in the Official Journal of the European Communities.
|
Artikel 3
|
|
It shall apply from 1 September 2002 to olive and olive-pomace oil packaged for retail sale.
|
Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.
|
|
|
Voor olie uit afvallen uit olijven die voor de kleinhandel is verpakt, is zij van toepassing met ingang van 1 september 2002.
|
|
This Regulation shall be binding in its entirety and directly applicable in all Member States.
|
|
|
Done at Brussels, 6 May 2002.
|
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
|
|
|
Gedaan te Brussel, 6 mei 2002.
|
|
For the Commission
|
|
|
Franz Fischler
|
Voor de Commissie
|
|
Member of the Commission
|
Franz Fischler
|
|
|
Lid van de Commissie
|
|
(1) OJ 172, 30.9.1966, p. 3025/66.
|
|
|
(2) OJ L 201, 26.7.2001, p. 4.
|
(1) PB 172 van 30.9.1966, blz. 3025/66.
|
|
(3) OJ L 256, 7.9.1987, p. 1.
|
(2) PB L 201 van 26.7.2001, blz. 4.
|
|
(4) OJ L 97, 13.4.2002, p. 1.
|
(3) PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1.
|
|
(5) OJ L 248, 5.9.1991, p. 1.
|
(4) PB L 97 van 13.4.2002, blz. 1.
|
|
(6) OJ L 276, 19.10.2001, p. 8.
|
(5) PB L 248 van 5.9.1991, blz. 1.
|
|
|
(6) PB L 276 van 19.10.2001, blz. 8.
|
|
|
|
|
|
|
|
ANNEX
|
|
|
|
BIJLAGE
|
|
1. In the summary of Annexes to Regulation (EEC) No 2568/91:
|
|
|
(a) Annex XIV: Additional Notes 2, 3 and 4 to Chapter 15 of the Combined Nomenclature is deleted.
|
1. In de inhoudsopgave van de bijlagen bij Verordening (EEG) nr. 2568/91 wordt: a) bijlage XIV "Aanvullende aantekeningen 2, 3 en 4 bij hoofdstuk 15 van de gecombineerde nomenclatuur" geschrapt;
|
|
(b) the following is added: "Annex XIX: Method for determining aliphatic alcohol content."
|
b) de volgende titel toegevoegd: "Bijlage XIX: Methode voor de bepaling van het gehalte aan alifatische alcoholen".
|
|
2. Annex I is replaced by the following:
|
2. Bijlage I wordt vervangen door de onderstaande tabellen en tekst:
|
|
|
|
|
|
|
|
ANNEX I
|
BIJLAGE I
|
|
|
|
|
|
|
|
CHARACTERISTICS OF OLIVE OILNotes:
|
KENMERKEN VAN OLIJFOLIEOpmerkingen
|
|
(a) The results of the tests must be expressed to the same number of significant digits as that specified for each characteristic.
|
a) De resultaten van de analyses moeten worden opgegeven met hetzelfde aantal decimale cijfers als in de normen voor elk kenmerk.
|
|
The last significant digit must be rounded up to the next digit if the non-significant digit that follows it is greater than 4.
|
De laatste significante decimaal wordt naar boven afgerond als de volgende decimaal hoger is dan 4.
|
|
(b) An oil is to be placed in a different category or declared not in conformity in terms of purity if any one of the characteristics lies outside the limit laid down.
|
b) Om olie in een andere categorie in te delen of qua zuiverheid onvoldoende te verklaren, volstaat het dat een van de kenmerken niet aan de vastgestelde normen beantwoordt.
|
|
(c) The characteristics marked with an asterisk (*), relating to the quality of the oil, mean that:
|
c) Aangezien de kenmerken met een asterisk (*) betrekking hebben op de kwaliteit van de olie, heeft dit als consequentie dat:
|
|
- for virgin lampante olive oil, these limits (with the exception of K232) do not have to be respected simultaneously,
|
- voor bij de eerste persing verkregen olijfolie voor verlichting niet gelijktijdig aan alle normen (afgezien van K232) hoeft te worden voldaan;
|
|
- in the case of other virgin olive oils, non-compliance with at least one of these limits shall involve a change in category, while remaining classed in one of the categories foe virgin olive oils.
|
- andere bij de eerste persing verkregen olijfolie die niet aan één van deze normen voldoet, wel wordt ingedeeld in een andere categorie, maar binnen de categorieën olijfolie verkregen bij de eerste persing blijft.
|
|
(d) The characteristics marked with two asterisk (**) mean that, for all olive-pomace oils concerned, these limits do not have to be respected simultaneouisly.
|
d) De kenmerken met een dubbele asterisk (**) houden in dat voor alle betrokken olie uit afvallen van olijven niet gelijktijdig aan alle normen hoeft te worden voldaan.
|
|
>TABLE>
|
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
|
|
>TABLE>
|
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
|
|
|
|
|
""
|
""
|
|
3. Annex X.B is replaced by the following:
|
3. Bijlage X.B wordt vervangen door de onderstaande bijlage:
|
|
|
""
|
|
ANNEX X B
|
|
|
|
BIJLAGE X.B
|
|
PREPARATION OF THE FATTY ACID METHYL ESTERS FROM OLIVE OIL AND OLIVE-POMACE OIL
|
|
|
The following two methods are recommended for preparing the fatty acid methyl esters from olive oils and olive-pomace oils:
|
BEREIDING VAN METHYLESTERS VAN VETZUREN VAN OLIJFOLIE EN OLIE UIT AFVALLEN VAN OLIJVEN
|
|
Method A: Trans-esterification with cold methanolic solution of potassium hydroxide
|
Beide onderstaande methoden worden aanbevolen voor de bereiding van methylesters van vetzuren van olijfolie en olie uit afvallen van olijven.
|
|
Method B: Methylation by heating with sodium methylate in methanol followed by esterification in acid medium.
|
Methode A: Koude omestering door middel van een methanoloplossing van kaliumhydroxide.
|
|
Each method will be applied according to the analytical parameter to be determined and the oil category as indicated below:
|
Methode B: Warme methylering door middel van een methanoloplossing van natriummethylaas, gevolgd door een verestering in een zuur milieu.
|
|
(a) determination of difference between actual and theoretical content of triglycerides with ECN42 (ΔECN42):
|
De keuze van de methode hangt af van de te bepalen analytische parameter en de categorie van de olie, zoals hieronder vermeld:
|
|
- method A will be applied to samples of all the oil categories after purification of the oil by passing it through a silica gel column;
|
a) Bepaling van het verschil tussen het werkelijke en het theoretische gehalte aan triglyceriden volgens ECN42 (ΔECN42):
|
|
(b) determination of the fatty acid composition:
|
- Methode A wordt toegepast op monsters van alle categorieën olie, nadat de olie is gezuiverd via een kolom van silicagel.
|
|
- method A will be applied directly to samples of the following oil categories:
|
b) Bepaling van de vetzuursamenstelling:
|
|
- virgin olive oils with an acidity of less than 3,3 %,
|
- Methode A wordt direct toegepast op monsters van de hieronder volgende categorieën olie:
|
|
- refined olive oil,
|
- Olijfoliën van de eerste persing met een gehalte aan vrije vetzuren van minder dan 3,3 %.
|
|
- olive oil (blend of virgin olive oils and refined olive oil),
|
- Geraffineerde olijfolie.
|
|
- refined olive-pomace oil,
|
- Olijfolie (mengsel van olijfoliën van de eerste persing en geraffineerde olijfolie).
|
|
- olive-pomace oil (blend of virgin olive oils and refined olive-pomace oil);
|
- Geraffineerde olie uit afvallen van olijven.
|
|
- method B will be applied directly to samples of the following oil categories:
|
- Olie uit afvallen van olijven (mengsel van olijfoliën van de eerste persing en geraffineerde olie uit afvallen van olijven).
|
|
- virgin olive oil with an acidity of more than 3,3 %,
|
- Methode B wordt direct toegepast op monsters van de hieronder volgende categorieën olie:
|
|
- crude olive-pomace oil;
|
- Olijfolie van de eerste persing met een gehalte aan vrije vetzuren van meer dan 3,3 %.
|
|
(c) determination of trans-isomers of fatty acids:
|
- Ruwe olie uit afvallen van olijven.
|
|
- method A will be applied directly to samples of the following oil categories:
|
c) Bepaling van de vetzuren van de trans-isomeren:
|
|
- virgin olive oils with an acidity of less than 3,3 %,
|
- Methode A wordt direct toegepast op monsters van de hieronder volgende categorieën olie:
|
|
- refined olive oil,
|
- Olijfoliën van de eerste persing met een gehalte aan vrije vetzuren van minder dan 3,3 %.
|
|
- olive oil (blend of virgin olive oils and refined olive oil),
|
- Geraffineerde olijfolie.
|
|
- refined olive-pomace oil,
|
- Olijfolie (mengsel van olijfoliën van de eerste persing en geraffineerde olijfolie).
|
|
- olive-pomace oil (blend of virgin olive oils and refined olive-pomace oil);
|
- Geraffineerde olie uit afvallen van olijven.
|
|
- method A will be applied to the following categories of oils after purification of the oil by passing it through a silica gel column:
|
- Olie uit afvallen van olijven (mengsel van olijfoliën van de eerste persing en geraffineerde olie uit afvallen van olijven).
|
|
- virgin olive oil with an acidity of more than 3,3 %,
|
- Methode A wordt toegepast op monsters van de volgende categorieën olie, nadat de olie is gezuiverd via een kolom van silicagel:
|
|
- crude olive-pomace oil.
|
- Olijfolie van de eerste persing met een gehalte aan vrije vetzuren van meer dan 3,3 %.
|
|
PURIFICATION OF OIL SAMPLES
|
- Ruwe olie uit afvallen van olijven.
|
|
When necessary, the samples will be purified by passing the oil through a silica gel column, eluting with hexane/diethyl ether (87:13, v/v) as described in IUPAC method 2.507.
|
ZUIVERING VAN OLIEMONSTERS
|
|
Alternatively, solid-phase extraction on silica gel phase cartridges can be used. A silica gel cartridge (1 g, 6 ml) is placed in a vacuum elution apparatus and washed with 6 ml of hexane. The vacuum is released to prevent the column from becoming dry and then a solution of the oil (0,12 g approximately) in 0,5 ml of hexane is loaded into the column and vacuum is applied. The solution is pulled down and then eluted with 10 ml of hexane/diethyl ether (87:13 v/v) under vacuum. The combined eluates are homogenised and divided in two similar volumes. An aliquot is evaporated to dryness in a rotary evaporator under reduced pressure at room temperature. The pomace is dissolved in 1 ml of heptane and the solution is ready for fatty acid analysis by GC. The second aliquot is evaporated and the pomace is dissolved in 1 ml of acetone for triglyceride analysis by HPLC, if necessary.
|
Indien nodig worden de monsters gezuiverd door deze door een kolom silicagel te voeren; als oplosmiddel voor elutie wordt hexaan/diethyloxide (87:13 v/v) gebruikt, zoals beschreven in de IUPAC 2.507-methode.
|
|
METHODS FOR PREPARING THE FATTY ACID METHYL ESTERS
|
Het is ook mogelijk als alternatief extractie in de vaste fase toe te passen, onder gebruikmaking van patronen silicagel. Plaats een patroon silicagel (1 g, 6 ml) in een apparaat voor elutie onder vacuüm en was met 6 ml hexaan. Hef het vacuüm op om te voorkomen dat de kolom uitdroogt. Breng vervolgens in de kolom een oplossing van olie (ongeveer 0,12 g) in 0,5 ml hexaan en pas het vacuüm weer toe, opdat de oplossing in het silicium binnendringt; elueer vervolgens met 10 ml hexaan/diethyloxide (87:12 v/v) onder vacuüm. Homogeniseer het totaal van de eluaten en verdeel deze in twee gelijke volumes. Laat een van de volumes tot uitdroging verdampen in een draaibaar verdamptoestel onder verminderde druk en bij omgevingstemperatuur. Los het residu op in 1 ml heptaan. De verkregen oplossing is klaar voor de analyses van vetzuren door CPG. Laat het tweede volume verdampen en los het residu op in 1 ml aceton voor de analyse van de triglyceriden door HPCL, indien nodig.
|
|
1. Method A: Trans-esterification with cold methanolic solution of potassium hydroxide
|
METHODEN VOOR DE BEREIDING VAN DE METHYLESTERS VAN VETZUREN
|
|
1.1. Purpose
|
1. Methode A: Koude omestering door middel van een methanoloplossing van kaliumhydroxide
|
|
This rapid method is applicable to olive oils and olive-pomace oils with a free fatty acid content of less than 3,3 %. Free fatty acids are not esterified by potassium hydroxide. Fatty acid ethyl esters are trans-esterified at a lower rate than glyceridic esters and may be only partially methylated.
|
1.1. Toepassing
|
|
1.2. Principle
|
Deze snelle methode wordt toegepast op olijfolie en olie uit afvallen van olijven met een gehalte aan vrije vetzuren van minder dan 3,3 %. De vrije vetzuren worden niet veresterd door het kaliumhydroxide. De ethylesters van vetzuren transveresteren langzamer dan de glyceride-esters en het is mogelijk dat zij slechts gedeeltelijk methyleren.
|
|
Methyl esters are formed by trans-esterification with methanolic potassium hydroxide as an intermediate stage before saponification takes place (title 5 in ISO-5509:2000, title 5 in IUPAC method 2.301).
|
1.2. Principe
|
|
1.3. Reagents
|
De methylesters worden gevormd door omestering in een methanoloplossing van kaliumhydroxide, als tussenfase voor de verzeping (punt 5 van de methode in ISO 5509:2000, punt 5 van de IUPAC 2.301-methode).
|
|
Methanol containing not more than 0,5 % (m/m) water.
|
1.3. Reagentia
|
|
Heptane, chromatographic quality.
|
Methanol met hoogstens 0,5 % (m/m) water.
|
|
Potassium hydroxide, approximately 2 N methanolic solution: dissolve 11,2 g of potassium hydroxide in 100 ml of methanol.
|
Heptaan voor chromatografie.
|
|
1.4. Apparatus
|
Kaliumhydroxide, methanoloplossing van ca. 2 N: los 11,2 kaliumhydroxide op in 100 ml methanol.
|
|
Screw-top test tubes (5 ml volume) with cap fitted with a PTFE joint.
|
1.4. Materiaal
|
|
Graduated or automatic pipettes, 2 ml and 0,2 ml
|
Reageerbuisjes met schroefsluiting (capaciteit 5 ml), met een dop die voorzien is van een PTFE-dichting.
|
|
1.5. Procedure
|
Pipetten, met schaalverdeling of automatische, van 2 ml en 0,2 ml.
|
|
In a 5 ml screw-top test tube weigh approximately 0,1 g of the oil sample. Add 2 ml of heptane, and shake. Add 0,2 ml of 2 N methanolic potassium hydroxide solution, put on the cap fitted with a PTFE joint, tighten the cap, and shake vigorously for 30 seconds. Leave to stratify until the upper solution becomes clear. Decant the upper layer containing the methyl esters. The heptane solution is suitable for injection into the gas chromatograph. It is advisable to keep the solution in the refrigerator until gas chromatographic analysis. Storage of the solution for more than 12 hours is not recommended.
|
1.5. Werkwijze
|
|
2. Method B: Methylation by heating with sodium methylate in methanol followed by esterification in acid medium
|
Weeg ca. 0,1 g van het oliemonster af in een reageerbuisje van 5 ml met schroefsluiting. Voeg 2 ml heptaan toe en schud. Voeg 0,2 ml van de methanoloplossing van 2 N kaliumhydroxide toe, sluit met behulp van de dop die van een PTFE-dichting is voorzien, sluit goed af en schud krachtig gedurende 30 seconden. Laat rusten totdat het bovenste deel van de oplossing helder wordt. Schenk de bovenste laag af; dat is de laag waarin zich de methylesters bevinden. De heptaanoplossing is gereed om in de chromatograaf ingebracht te worden. Het verdient aanbeveling om de oplossing in de koelkast te laten tot het ogenblik van de chromatografische analyse. Het is af te raden de oplossing langer dan twaalf uur te bewaren.
|
|
2.1. Purpose
|
2. Methode B: Warme methylering met behulp van een methanoloplossing van natriummethylaat, gevolgd door een verestering in een zuur milieu
|
|
This method is applicable to olive oils and olive-pomace oils with a free fatty acid content of more than 3,3 %.
|
2.1. Toepassing
|
|
2.2. Principle
|
Deze methode is van toepassing op olijfolie en olie uit afvallen van olijven met een gehalte aan vrije vetzuren van meer dan 3,3 %.
|
|
Neutralisation of the free fatty acids and alkaline methanolysis of the glycerides, followed by esterification of the fatty acids in acid medium (title 4.2. in IUPAC method 2.301).
|
2.2. Principe
|
|
2.3. Reagents
|
Neutralisering van de vrije vetzuren en alkalische methanolisering van glyceriden, gevolgd door verestering van de vetzuren in een zuur milieu (punt 4.2 van de IUPAC 2.301-methode).
|
|
- heptane, chromatographic quality,
|
2.3. Reagentia
|
|
- methanol containing not more than 0,05 % (m/m) water,
|
- Heptaan voor chromatografie.
|
|
- sodium methylate, 0,2 N methanolic solution: dissolve 5 g of sodium in 1000 ml of methanol (this may be prepared from commercial solutions),
|
- Methanol met hoogstens 0,05 % water (m/m).
|
|
- phenolphthalein, 0,2 % methanolic solution,
|
- Natriummethylaat, 0,2 N methanoloplossing: los 5 g natrium op in 1000 ml methanol (kan worden bereid met behulp van handelsoplossingen).
|
|
- sulphuric acid, 1 N in methanolic solution: add 3 ml of 96 % sulphuric acid to 100 ml of methanol,
|
- Fenolftaleïne, 0,2 methanoloplossing.
|
|
- saturated solution of sodium chloride in water.
|
- Zwavelzuur in de 1 N methanoloplossing: voeg 3 ml zwavelzuur van 96 % toe aan 100 ml methanol.
|
|
2.4. Apparatus
|
- Verzadigde oplossing van natriumchloride in het water.
|
|
- 50 ml flat-bottomed volumetric flask with long, narrow, ground neck,
|
2.4. Materiaal
|
|
- reflux condenser: air condenser (1 m long) with ground joint appropriate to the neck of the flask,
|
- Volumetrische kolf met een capaciteit van 50 ml, met platte bodem en lange, nauwe geslepen hals.
|
|
- boiling chips,
|
- Terugstroomkoeler. Luchtkoeler (1 m lang) voorzien van een geslepen dichting.
|
|
- glass funnel.
|
- Kookregelaar.
|
|
2.5. Procedure
|
- Glazen trechter.
|
|
Transfer about 0,25 g of the oil sample into a 50 ml ground-necked volumetric flask. With the aid of a funnel, add 10 ml of 0,2 N sodium methylate in methanol and the boiling chips. Fit a reflux condenser, shake, and bring to the boil. The solution should become clear, which usually occurs in about 10 minutes. The reaction is complete after 15 minutes. Remove the flask from the source of heat, wait until the reflux stops, remove the condenser, and add two drops of phenolphthalein solution. Add a few ml of 1 N sulphuric acid in methanol solution until the solution becomes colourless and then add 1 ml in excess. Fit the condenser and boil again for 20 minutes. Withdraw from the source of heat and cool the flask under running water. Remove the condenser, add 20 ml of saturated sodium chloride solution, and shake. Add 5 ml of heptane, plug the flask, and shake vigorously for 15 seconds.
|
2.5. Werkwijze
|
|
Leave to settle until the two phases have separated. Add saturated sodium chloride solution again until the aqueous layer reaches the lower end of the flask neck. The upper layer containing the methyl esters fills the flask neck. This solution is ready to be injected in the GC.
|
Schenk ongeveer 0,25 g oliemonster in een volumetrische kolf van 50 ml met een geslepen hals. Voeg met behulp van de trechter 10 ml van de 0,2 N methanoloplossing van natriummethylaat en de kookregelaar toe. Bevestig de terugstroomkoeler, schud en breng aan de kook. De oplossing moet na ongeveer tien minuten helder worden. Na 15 minuten is de reactie praktisch voltooid. Neem de kolf van de warmtebron, wacht het einde van de terugstroom af, verwijder de koeler en voeg twee druppels van de fenolftaleïneoplossing toe. Voeg enkele ml 1 N zwavelzuur toe aan de methanoloplossing totdat deze kleurloos wordt; voeg er daarna nog eens 1 ml aan toe. Sluit de koeler aan en breng opnieuw aan de kook gedurende ongeveer 20 minuten. Neem de kolf van de warmtebron en laat afkoelen onder een luchtstroom. Verwijder de koeler, voeg 20 ml van de verzadigde natriumchlorideoplossing toe en schud. Voeg 5 ml heptaan toe, sluit de kolf en schud krachtig gedurende 15 seconden.
|
|
Caution: Methylation by method B must be done under a hood.
|
Laat bezinken tot de volledige scheiding van de twee fasen. Voeg opnieuw 20 ml van de verzadigde natriumchlorideoplossing toe, totdat de waterige fase het onderste deel van de hals van de kolf bereikt. De bovenste laag die zich in de hals van de kolf bevindt, is de laag die de methylesters bevat. De verkregen oplossing is gereed om in de chromatograaf te worden ingebracht.
|
|
2.6. Alternatives to methylation Method B
|
Voorzorgsmaatregel: De methylering volgens methode B moet in een geventileerde zuurkast worden uitgevoerd.
|
|
2.6.1. Method C
|
2.6. Alternatieven voor de methylering volgens methode B
|
|
2.6.1.1. Principle
|
2.6.1. Methode C
|
|
The fatty matter undergoing analysis is treated with methanol-hydrochloric acid, in a sealed vial, at 100 °C.
|
2.6.1.1. Principe
|
|
2.6.1.2. Apparatus
|
De te analyseren vetstof wordt, bij 100 °C, behandeld met een methanoloplossing van zoutzuur in een gesloten flesje.
|
|
- Strong glass vial of a capacity of about 5 ml (height 40 to 45 mm, diameter 14 to 16 mm).
|
2.6.1.2. Materiaal
|
|
- 1 and 2 ml graduated pipettes.
|
- Flesje van dik glas met een inhoud van ca. 5 ml (hoogte 40 x 45 mm, diameter 14 à 16 mm).
|
|
2.6.1.3. Reagents
|
- Pipetten, met schaalverdeling, van 1 en 2 ml.
|
|
Solution of hydrochloric acid in 2 % methanol. This is prepared from gaseous hydrochloric acid and anhydrous methanol (Note 1).
|
2.6.1.3. Reagentia
|
|
Hexane, chromatographic quality.
|
Oplossing van zoutzuur in 2 % methanol, bereid uit gasvormig zoutzuur en watervrij methanol (opmerking 1).
|
|
Note 1:
|
Hexaan voor chromatografie
|
|
Commercial solutions of hydrogen chloride in methanol can be used. Small amounts of gaseous hydrochloric acid can easily be prepared in the laboratory by simple displacement from the commercial solution (p = 1,18) by dripping concentrated sulphuric acid. Since hydrochloric acid is very rapidly absorbed by methanol, it is advisable to take the usual precautions when dissolving it, e.g. introduce the gas through a small inverted funnel with the rim just touching the surface of the liquid. Large quantities of methanolic hydrochloric acid solution can be prepared in advance, as it keeps perfectly in glass-stoppered bottles stored in the dark. Alternatively, this reagent can be prepared by dissolution of acetyl chloride in anhydrous methanol.
|
Opmerking 1:
|
|
2.6.1.4. Procedure
|
Het is mogelijk handelsoplossingen van zoutzuur in methanol te gebruiken. In het laboratorium kunnen gemakkelijk kleine hoeveelheden gasvormig zoutzuur worden bereid en wel door de handelsoplossing (p = 1,18) te wijzigen, door de toevoeging van enkele druppels geconcentreerd zwavelzuur. Aangezien methanol zeer gemakkelijk zoutzuur opneemt, is het goed bij de oplossing alle mogelijke voorzorgsmaatregelen te treffen (bijvoorbeeld het gas inbrengen met behulp van een kleine omgekeerde trechter, die juist reikt tot het niveau van het methanol). Het is mogelijk vooraf grote hoeveelheden methanoloplossingen van zoutzuur te bereiden, die in het donker, in flessen met een glazen stop, uitstekend bewaard kunnen worden. Dit reagens kan eveneens worden bereid door acetylchloride op te lossen in het watervrije methanol.
|
|
- Place in the glass vial 0,2 g of the fatty matter, which has previously been dried out on sodium sulphate and filtered, and 2 ml of hydrochloric acid-methanol solution. Heat seal the vial.
|
2.6.1.4. Werkwijze
|
|
- Immerse the vial at 100 °C for 40 minutes.
|
- Schenk in het glazen flesje 0,2 g van de vetstof die vooraf is gedroogd aan natriumsulfaat en gefiltreerd en daarna 2 ml van de methanoloplossing van zoutzuur. Sluit het flesje.
|
|
- Cool the vial under running water, open, add 2 ml of distilled water and 1 ml of hexane.
|
- Dompel het flesje gedurende 40 minuten onder bij 100 °C.
|
|
- Centrifuge and remove the hexane phase, which is ready for use.
|
- Laat het flesje onder een luchtstroom afkoelen, open het en voeg 2 ml gedestilleerd water en 1 ml hexaan toe.
|
|
2.6.2. Method D
|
- Centrifugeer en extraheer de hexaanfase, gereed voor gebruik.
|
|
2.6.2.1. Principle
|
2.6.2. Methode D
|
|
The fatty matter undergoing analysis is heated under reflux with methanol-hexane-sulphuric acid. The methyl esters obtained are extracted with petroleum ether.
|
2.6.2.1. Principe
|
|
2.6.2.2. Apparatus
|
De geanalyseerde vetstof wordt onder terugstroming verhit met methanol, hexaan en zwavelzuur. De verkregen methylesters worden geëxtraheerd met petroleumether.
|
|
- Test tube of a capacity of about 20 ml, fitted with an air reflux condenser approximately 1 m in length, with ground glass joints.
|
2.6.2.2. Materiaal
|
|
- 5 ml graduated pipette.
|
- Proefbuis met een capaciteit van ca. 20 ml met een terugstroomkoeler (met behulp van lucht) van ca. 1 m lang, voorzien van een geslepen dichting.
|
|
- 50 ml separating funnel.
|
- Pipet, met schaalverdeling, van 5 ml.
|
|
- 10 ml and 25 ml measuring beakers.
|
- Afschenktrechter van 50 ml.
|
|
- 15 ml test tube with conical base.
|
- Reageerbuisjes van 10 ml en 25 ml.
|
|
2.6.2.3. Reagents
|
- Proefbuis, met konische bodem, van 15 ml.
|
|
- Methylation reagent: anhydrous methanol-hexane-concentrated sulphuric acid (p = 1,84) in the ratio 75:25:1 (V/V/V).
|
2.6.2.3. Reagentia
|
|
- 40 to 60 °C petroleum ether.
|
- Reagens voor methylering: watervrij methanol, hexaan en geconcentreerd zwavelzuur (p = 1,84 in de verhouding 75:25:1 (V/V/V).
|
|
- Anhydrous sodium sulphate.
|
- Petroleumether 40-60 °C.
|
|
2.6.2.4. Procedure
|
- Watervrij natriumsulfaat.
|
|
Place 0,1 g of oil in the 20 ml test tube and add 5 ml of methylation reagent.
|
2.6.2.4. Werkwijze
|
|
Fit the reflux condenser and heat for 30 minutes in a boiling water bath (Note 2).
|
Schenk 0,1 g olie in de buis van 20 ml en voeg 5 ml van het methyleringsreagens toe.
|
|
Transfer quantitatively the mixture into a 50 ml separating funnel, with the aid of 10 ml distilled water and 10 ml petroleum ether. Shake vigorously, and allow the phases to separate, remove the aqueous phase and wash the ether layer twice with 20 ml distilled water. Add to the separating funnel a small quantity of anhydrous sodium sulphate, shake, allow to settle for a few minutes and filter, collecting the filtrate in a 15 ml test tube with a conical base.
|
Bevestig de terugstroomkoeler en verwarm gedurende 30 minuten tot kookpunt in een waterbad (opmerking 2).
|
|
Evaporate the solvent over a water bath in a current of nitrogen.
|
Breng het mengsel kwantitatief over naar een afschenktrechter van 50 ml met 10 ml gedestilleerd water en 10 ml petroleumether. Schud krachtig en wacht totdat de scheiding van de fasen plaats heeft gevonden. Scheid de waterachtige fase en was de geëtherde laag tweemaal met 20 ml gedestilleerd water. Voeg in de trechter een kleine hoeveelheid watervrij natriumsulfaat toe, schud, laat enkele minuten rusten en filtreer, waarbij het filtraat in een buis van 15 ml met konische bodem wordt opgevangen.
|
|
Note 2:
|
Laat het oplosmiddel verdampen in een waterbad onder een stikstofstroom.
|
|
To control boiling, insert a glass rod into the test tube and limit the temperature of the water bath to 90 °C.
|
Opmerking 2:
|
|
3. Precision parameters
|
Breng, om kookvertraging te voorkomen, een glazen staafje in de buis en laat de temperatuur van het waterbad niet boven 90 °C stijgen.
|
|
The statistical evaluation of the precision of methods A and B was published by the International Olive Oil Council in its method COI/T.20/CO. No 24.
|
3. Precisieparameters
|
|
RECOMMENDATIONS FOR GAS CHROMATOGRAPHIC ANALYSIS OF THE FATTY ACID ESTERS FROM OLIVE OIL AND OLIVE-POMACE OIL
|
De statistische evaluatie van de nauwkeurigheid van de methoden A en B is gepubliceerd door de Internationale Olijfolieraad in zijn methode COI/T.20/CO. nr. 24.
|
|
1. Procedure
|
AANBEVELINGEN VOOR DE GASCHROMATOGRAFISCHE ANALYSE IN DE GASFASE VAN DE ESTERS VAN VETZUREN VAN OLIJFOLIE EN OLIE UIT AFVALLEN VAN OLIJVEN
|
|
The gas chromatographic analysis of solutions of fatty esters in heptane is to be carried out according to standard ISO-5508 using a capillary column (50 m length x 0,25 or 0,32 mm i.d.) impregnated with cyanopropylsilicone phase as indicated for the determination of fatty acid trans-isomers (COI/T.20/Doc. no. 17).
|
1. Werkwijze
|
|
Figure 1 gives the typical gas chromatographic profile of an olive-pomace oil containing methyl and ethyl esters of fatty acids, and trans-isomers of methyl esters.
|
De gaschromatografische analyse in de gasfase van oplossingen van vetesters in hexaan wordt uitgevoerd overeenkomstig de norm ISO 5508, met behulp van een capillaire kolom (50 m lang x 0,25 of 0,32 mm binnenwerkse diameter), bedekt met cyanopropylsilicon, zoals aangegeven voor de bepaling van vetzuren en trans-isomeren (COI/T.20/Doc. nr. 17).
|
|
2. Calculations
|
Figuur 1 laat het typerende chromatografische profiel zien van een olie uit afvallen van olijven die methyl- en ethylesters bevat van vetzuren en trans-isomeren van methylesters.
|
|
2.1. For the calculation of the fatty acid composition and ΔECN42, all the following fatty acids will be taken into account:
|
2. Berekeningen
|
|
Myristic (C14:0).
|
2.1. Om de vetzuursamenstelling en ΔECN42 te berekenen, moet met de volgende vetzuren rekening worden gehouden:
|
|
Palmitic (C16:0). Sum of the areas of the peaks corresponding to the methyl and ethyl esters.
|
Myristinezuur (C14:0).
|
|
Palmitoleic (C16:1). Sum of the areas of the peaks corresponding to the ω9 and ω7 isomers of the methyl ester.
|
Palmitinezuur (C16:0). Som van de oppervlakken van de pieken die overeenkomen met de methyl- en de ethylesters.
|
|
Margaric (C17:0).
|
Palmitoleïnezuur (C16:1). Som van de oppervlakken van de pieken die overeenkomen met de isomeren ω9 en ω7 van het methylester, het ethylester en de trans-isomeren van het methylester.
|
|
Margaroleic (C17:1).
|
Heptadekaanzuur (C17:0).
|
|
Stearic (C18:0).
|
Heptadeceenzuur (C17:1).
|
|
Oleic (C18:1). Sum of the areas of the peaks corresponding to the ω9 and ω7 isomers of the methyl ester, ethyl ester, and trans-isomers of the methyl ester.
|
Stearinezuur (C18:0).
|
|
Linoleic (C18:2). Sum of the areas of the peaks corresponding to the methyl and ethyl esters, and the trans-isomers of the methyl ester.
|
Oleïnezuur (C18:1). Som van de oppervlakken van de pieken die overeenkomen met de isomeren ω9 en ω7 van het methylester, het ethylester en de trans-isomeren van het methylester.
|
|
Arachidic (C20:0).
|
Linolzuur (C18:2). Som van de oppervlakken van de pieken die overeenkomen met de methyl- en ethylesters en de trans-isomeren van het methylester.
|
|
Linolenic (C18:3). Sum of the areas of the methyl ester and the trans-isomers of the methyl ester.
|
Arachidonzuur (C20:0).
|
|
Eicosenoic (C20:1).
|
Linoleenzuur (C18:3). Som van de oppervlakken van het methylester en de trans-isomeren van het methylester.
|
|
Behenic (C22:0).
|
Eïscoseneenzuur (C20:1)
|
|
Lignoceric (C24:0).
|
Beheenzuur (C22:0)
|
|
Squalene will not be taken into account for the calculation of the total area.
|
Lignocereenzuur (C24:0).
|
|
2.2. For the calculation of the percentage of trans-C18:1 the peak corresponding to the methyl esters of this fatty acid is to be used. For the sum [trans-C18:2 + trans-C18:3], all the peaks corresponding to the trans-isomers of these two fatty acids are to be added together. For the calculation of the total area, all the peaks mentioned in 2.1. are to be taken into account (see COI/T.20/Doc. No. 17).
|
Voor de berekening van het totale oppervlak behoeft met squaleen geen rekening te worden gehouden.
|
|
The calculation of the percentage of each fatty acid will be carried out according to the formula:
|
2.2. Voor de berekening van het percentage trans-C18:1 wordt de piek gebruikt die met de methylesters van dit vetzuur overeenkomt. Voor de som (trans-C18:2 + trans-C18:3) worden alle pieken die overeenkomen met de trans-isomeren van deze twee vetzuren, bij elkaar opgeteld. Om het totale oppervlak te berekenen, wordt met alle pieken die in punt 2.1 worden genoemd (zie COI/T.20/Doc. nr. 17) rekening gehouden.
|
|
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
|
Voor het berekenen van het percentage van elk vetzuur wordt onderstaande formule toegepast:
|
|
Figure 1: Gas chromatographic profile obtained by the cold methylation method from olive-pomace oil. The chromatographic peaks correspond to the methyl and ethyl esters except where otherwise indicated.
|
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
|
|
>PIC FILE= "L_2002128EN.001801.TIF">
|
Figuur 1: Met behulp van de methode van koude methylering verkregen chromatografisch profiel van een olie uit afvallen van olijven. De chromatografische pieken komen, tenzij anders aangegeven, overeen met de methylesters.
|
|
|
>PIC FILE= "L_2002128NL.001801.TIF">
|
|
""
|
|
|
4. Annex XII is replaced by the following:
|
4. Bijlage XII wordt vervangen door de onderstaande bijlage:
|
|
|
|
|
ANNEX XII
|
BIJLAGE XII
|
|
|
|
|
ORGANOLEPTIC ASSESSMENT OF VIRGIN OLIVE OILS
|
ORGANOLEPTISCHE BEOORDELING VAN OLIJFOLIE VAN EERSTE PERSING
|
|
1. PURPOSE AND SCOPE
|
1. DOEL EN TOEPASSINGSGEBIED
|
|
This Annex sets the criteria required for organoleptic assessment of the virgin oils defined at 1 in the Annex to Regulation No 136/66/EEC and describes the method of grading them with reference to characteristics.
|
Hierbij worden de criteria vastgesteld voor de beoordeling van de organoleptische kenmerken van bij de eerste persing verkregen olijfolie in de zin van punt 1 van de bijlage bij Verordening nr. 136/66/EEG, en wordt de methode voor de desbetreffende indeling van deze olie aangegeven.
|
|
This method can be used only for grading virgin oils on the basis of fruitiness and intensity of defects by a group of selected trained tasters operating as a panel in line with section 4.
|
Deze methode geldt slechts voor de indeling van olijfolie van eerste persing uit een oogpunt van fruitigheid en van intensiteit van de gebreken, bepaald door een overeenkomstig punt 4 samengesteld panel van geselecteerde en getrainde proevers.
|
|
2. GENERAL
|
2. ALGEMEEN
|
|
For the general basic vocabulary, the tasting room, the general methodology and the tasting glass compliance with the stipulations of the International Olive Oil Council is recommended.
|
Ten aanzien van de algemene basisterminologie, het proeflokaal, de algemene methodiek en het proefglas is het aan te bevelen de voorschriften van de Internationale Olijfolieraad te volgen.
|
|
3. SPECIFIC VOCABULARY
|
3. SPECIFIEKE TERMINOLOGIE
|
|
3.1. Positive attributes
|
3.1. Positieve kenmerken
|
|
Fruity: range of smells (dependent on variety) characteristic of oil from healthy fresh fruit, green or white, perceived directly or retronasally.
|
Fruitig: het geheel van rechtstreeks of retronasaal waargenomen reukgewaarwordingen, afhankelijk van de olijvensoort en kenmerkend voor de van verse en gezonde, rijpe of onrijpe, vruchten vervaardigde olie.
|
|
Bitter: characteristic taste of oil from green olives or olives turning colour.
|
Bitter: kenmerkende smaak van olijfolie die uit onrijpe of rijpende olijven is verkregen.
|
|
Pungent: tingling sensation characteristic of oil made at the beginning of the season mainly from olives that are still green.
|
Scherp: prikkelend gevoel in de mond, kenmerkend voor aan het begin van het seizoen en hoofdzakelijk uit nog onrijpe olijven verkregen olie.
|
|
3.2. Negative attributes
|
3.2. Negatieve kenmerken
|
|
"Atrojado" (fusty): characteristic flavour of oil from piled olives in advanced anaerobic fermentation.
|
Olijvengisting: flavour die kenmerkend is voor olie uit in hopen opgeslagen olijven waarvan de anaerobe gisting ver gevorderd is.
|
|
Mustiness/humidity: characteristic flavour of oil from olives in which large numbers of fungi and yeasts had developed as a result of storage for several days in humid conditions.
|
Schimmel - vochtigheid: flavour die kenmerkend is voor olie uit olijven waarop schimmels zijn gegroeid doordat de vruchten enkele dagen bij vochtige omstandigheden zijn opgeslagen.
|
|
Muddy sediment: characteristic flavour of oil that has remained in contact with sediment in vats and tanks.
|
Droesem: flavour die kenmerkend is voor olie die in contact is gebleven met het bezinksel in de tanks en bakken.
|
|
Winey/vinegary: characteristic flavour of certain oils reminiscent of wine or vinegar, due basically to formation of acetic acid, ethyl acetate and ethanol by fermentation of the olives.
|
Wijnachtig - azijn: flavour die kenmerkend is voor sommige oliën die doen denken aan wijn of azijn. Deze gewaarwording is hoofdzakelijk te wijten aan de gisting van de olijven waardoor azijnzuur, ethylacetaat en ethanol ontstaan.
|
|
Metallic: flavour reminiscent of metal, characteristic of oil that has been in prolonged contact with metal surfaces during crushing, mixing, pressing or storage.
|
Metaal: flavour die doet denken aan metaal. Zij is kenmerkend voor olie die tijdens het malen, het mengen, het persen of de opslag lang in contact is geweest met metalen oppervlakken.
|
|
Rancid: flavour of oil that has become oxidised.
|
Ranzig: flavour van oliën die oxidatie hebben ondergaan.
|
|
Heated or burnt: characteristic flavour caused by excessive and/or prolonged heating during production, particularly by thermo-mixing of the paste in unsuitable conditions.
|
Gekookt of verbrand: flavour die kenmerkend is voor olie die wordt veroorzaakt door te sterke en/of te lange verhitting tijdens de productie en met name bij het mengen van de massa olijvenvruchtvlees met ondeugdelijke verhitting.
|
|
Hay/wood: characteristic flavour of certain oils from dry olives.
|
Hooi - hout: flavour die kenmerkend is voor oliën uit droge olijven.
|
|
Rough: thick and pasty mouthfeel produced by some oils.
|
Robuust: gewaarwording die kenmerkend is voor sommige oliën die bij het proeven in de mond een gevoel van dichtheid en kleverigheid veroorzaken.
|
|
Greasy: flavour reminiscent of diesel, grease or mineral oil.
|
Smeermiddelen: flavour van olijfolie, die doet denken aan stookolie, vet of minerale olie.
|
|
Vegetable water: flavour acquired by oil through prolonged contact with the vegetable water.
|
Vruchtwater: flavour die te wijten is aan langdurig contact met vruchtwater.
|
|
Brine: flavour of oil from olives preserved in salt solution.
|
Pekel: flavour van olie uit olijven die zijn bewaard in pekel.
|
|
Esparto: characteristic flavour of oil from olives pressed in new esparto mats. It can vary according to whether the mats are of green or dried esparto.
|
Esparto: flavour die kenmerkend is voor olie die is verkregen uit olijven die zijn geperst in nieuwe persmanden van esparto. De gewaarwording kan verschillen naargelang de persmanden van ongedroogd of gedroogd esparto zijn gemaakt.
|
|
Earthy: flavour of oil from olives collected with earth or mud on them and not washed.
|
Grond: flavour van olie uit olijven waaraan grond of modder zat en die niet zijn gewassen.
|
|
Grubby: flavour of oil from olives heavily attacked by grubs of the olive fly (Bactrocera oleae).
|
Wormstekig: flavour van olie uit olijven die zijn aangetast door larven van de olijfvlieg (Bactrocera oleae).
|
|
Cucumber: characteristic flavour of oil kept too long in hermetically sealed containers, notably in tins, attributed to formation of 2,6-nonadienal.
|
Komkommer: flavour van olie die kenmerkend is voor te lange hermetische bewaring, met name in blikken, en die wordt toegeschreven aan het ontstaan van 2-6 nonadienal.
|
|
4. PANEL
|
4. PANEL
|
|
The panel is appointed by the Member State and consists of a panel head and from eight to twelve tasters. However, for the 2001/02 marketing year, the panel may consist of fewer than eight tasters.
|
Het panel wordt door de lidstaat aangewezen en bestaat uit een voorzitter en acht tot twaalf proevers. Voor het verkoopseizoen 2001/2002 mag het panel echter minder dan acht proevers tellen.
|
|
The panel head must be a soundly trained expert in the various types of oil. He or she is responsible for the panel and its organisation and operation, including preparation, coding and presentation of the samples to the tasters and collection and processing of the data.
|
De voorzitter van het panel moet degelijk zijn opgeleid en een ervaren expert voor de verschillende soorten olijfolie zijn. Hij is verantwoordelijk voor het panel, voor de organisatie en het functioneren ervan en hij is belast met de voorbereidingen, de codering van de monsters en de aanbieding ervan aan de proevers, alsmede met het verzamelen en de statistische verwerking van de gegevens.
|
|
He or she selects the testers, sees to their training and checks that their performance remains of adequate standard.
|
De voorzitter van het panel selecteert de proevers en zorgt voor hun training en de controle van hun werk zodat zij een hoog bekwaamheidsniveau kunnen aanhouden.
|
|
The testers must be selected and trained on account of their skill in distinguishing between similar samples. The International Olive Oil Council's manual on the selection, training and monitoring of qualified virgin oil tasters must be followed.
|
De panelleden bij organoleptische tests van olijfolie moeten geselecteerd en getraind zijn op grond van hun vermogen om soortgelijke monsters van elkaar te onderscheiden, overeenkomstig de handleiding van de Internationale Olijfolieraad voor de selectie, de opleiding en de controle van gekwalificeerde proevers van olijfolie van de eerste persing.
|
|
Panels must undertake to participate in national, Community and international organoleptic assessments organised for the purposes of periodic monitoring and harmonisation of perception criteria. They must also provide the Member State concerned with full information each year on the composition of the panel and the number of assessments made in their capacity as an approved panel.
|
De panels moeten zich ertoe verbinden deel te nemen aan organoleptische beoordelingen op nationaal, communautair of internationaal niveau voor de periodieke controle en de harmonisering van de perceptiecriteria. Voorts moeten zij de betrokken lidstaat jaarlijks in kennis stellen van alle gegevens over de samenstelling van het panel en het aantal beoordelingen die zij als erkend panel hebben uitgevoerd.
|
|
5. PROCEDURE FOR ORGANOLEPTIC ASSESSMENT AND GRADING
|
5. PROCEDURE VOOR DE ORGANOLEPTISCHE BEOORDELING EN DE INDELING
|
|
5.1. Use of profile sheet by taster
|
5.1. Gebruik van het beoordelingsformulier door het panellid
|
|
The profile sheet to be used by the taster is reproduced as Appendix A.
|
Het door het panellid te gebruiken beoordelingsformulier is opgenomen in aanhangsel A.
|
|
Tasters must each smell and then taste(1) the oil submitted for examination contained in the tasting glass, analysing their olfactory, gustatory, tactile and kinaesthetic perceptions and mark on the sheet the intensity of their perception of each negative and positive attribute.
|
Elke proever die deel uitmaakt van het panel, moet aan de in een proefglas aangeboden olie ruiken en die vervolgens proeven(1) om de reuk, de smaak, het mondgevoel en de kinestesische kenmerken te analyseren. Vervolgens moet hij op het beoordelingsformulier de intensiteit vermelden waarmee hij de negatieve en positieve kenmerken gewaarwordt.
|
|
If negative attributes not listed on the profile sheet are perceived these must be noted under "Other" using those of the terms defined in 3.2 above that best describe them.
|
Wanneer negatieve kenmerken worden waargenomen die niet op het formulier voorkomen, moeten die worden aangegeven in de rubriek "Andere" met de in punt 3.2 van deze bijlage omschreven termen die de gewaarwording het best weergeven.
|
|
5.2. Processing of data by panel head
|
5.2. Verwerking van de gegevens door de voorzitter van het panel
|
|
The panel head collects the profile sheets completed by the tasters and scrutinises the intensities assigned. In the event of an anomaly he or she will ask tasters to re-examine their sheet and if necessary repeat the test.
|
De voorzitter van het panel moet de door de panelleden ingevulde beoordelingsformulieren inzamelen; hij moet de voor elk kenmerk vermelde intensiteit controleren. Wanneer hij een anomalie constateert, vraagt hij het betrokken panellid zijn beoordelingsformulier te herzien en eventueel de test over te doen.
|
|
The panel head may feed each tester's data into a computer programme for calculating the median (Appendix B). Input of each sample shall be made with the help of a grid of 10 vertical columns for the 10 sensory attributes and one line for each panel member.
|
De voorzitter van het panel kan de door elk panellid vermelde gegevens verwerken in een programma dat gebruikmaakt van de in aanhangsel B beschreven methode voor de berekening van de statistische mediaan. De gegevens van een monster moeten worden ingevoerd aan de hand van een rooster met tien kolommen voor de tien kenmerken en met zoveel regels als er panelleden zijn.
|
|
If a negative attribute is mentioned under "Other" by 50 % of the panel the head must calculate the median for this attribute and grade accordingly.
|
Wanneer in de rubriek "Andere" door minstens de helft van de panelleden een negatief kenmerk is vermeld, moet de voorzitter van het panel voor dit kenmerk de mediaan berekenen en de olie in de corresponderende categorie indelen.
|
|
In cases of assessment in connection with monitoring of conformity to standards and of counter-assessment the panel head shall arrange for the assessment to be repeated twice at intervals of at least one day. The attribute medians shall be calculated using the data from the profile sheets of the three assessments.
|
Wanneer tests worden verricht om na te gaan of de normen in acht zijn genomen of in het kader van tegenexpertises, moet de voorzitter van het panel driemaal een organoleptische beoordeling van de olie laten uitvoeren met een tussenpoos van ten minste één dag na elke test; de mediaan van de kenmerken wordt dan berekend op basis van de gegevens in de beoordelingsformulieren van de drie tests.
|
|
5.3. Grading of oils
|
5.3. Indeling van de oliën
|
|
The oil is graded as follows in line with the median of the defects and the median for "fruity". By this is understood the median of the negative attribute perceived with greatest intensity. The value of the robust variation coefficient for this negative attribute must be no greater than 20 %.
|
De olie wordt ingedeeld bij één van de onderstaande categorieën naar gelang van de mediaan voor de gebreken en de mediaan voor het kenmerk fruitig. Onder mediaan voor de gebreken wordt verstaan de mediaan voor het negatieve kenmerk dat is waargenomen met de grootste intensiteit. De robuuste variatiecoëfficiënt voor dat gebrek mag niet hoger zijn dan 20 %.
|
|
(a) extra virgin olive oil: the median of the defects is 0 and the median for "fruity" is above 0;
|
a) Extra olijfolie van de eerste persing: de mediaan voor de gebreken is gelijk aan 0 en de mediaan voor de fruitigheid is hoger dan 0.
|
|
(b) virgin olive oil: the median of the defects is above 0 but not above 2,5 and the median for "fruity" is above 0;
|
b) Olijfolie van de eerste persing: de mediaan voor de gebreken is hoger dan 0, maar niet hoger dan 2,5 en de mediaan voor de fruitigheid is hoger dan 0.
|
|
(c) ordinary virgin olive oil: the median of the defects is above 2,5 but not above 6,0; or the median of the defects is not above 2,5 and the median for "fruity" is 0;
|
c) Courante olijfolie van de eerste persing: de mediaan voor de gebreken is hoger dan 2,5, maar niet hoger dan 6,0; of de mediaan voor de gebreken is niet hoger dan 2,5 en de mediaan voor fruitigheid is gelijk aan 0.
|
|
(d) lampante virgin olive oil: the median of the defects is above 6,0.
|
d) Olijfolie van de eerste persing voor verlichting: de mediaan voor de gebreken is hoger dan 6,0.
|
|
From 1 November 2003 categories c) and d) are replaced by:
|
Met ingang van 1 november 2003 worden de categorieën c) en d) echter vervangen door de categorie:
|
|
(c) lampante olive oil: the median of the defects is above 2,5; or the median of the defects is not above 2,5 and the median for "fruity" is 0.
|
c) Olijfolie voor verlichting: de mediaan voor de gebreken is hoger dan 2,5; of de mediaan voor de gebreken is niet hoger dan 2,5 en de mediaan voor fruitigheid is gelijk aan 0.
|
|
5.4. Special case
|
5.4. Bijzondere gevallen
|
|
If the median of a positive attribute other than "fruity" is above 5,0 the panel head must note this on the analysis certificate.
|
Wanneer de mediaan voor een ander positief kenmerk dan "fruitig" hoger is dan 5,0, moet de voorzitter van het panel dit op het beoordelingsformulier vermelden.
|
|
|
|
|
(1) But may refrain from tasting if they note some extremely intense negative attributes; they will note this exceptional circumstance on the profile sheet.
|
(1) Het panellid hoeft niet te proeven wanneer een uiterst onaangenaam kenmerk wordt waargenomen; hij moet deze uitzonderlijke situatie in het beoordelingsformulier vermelden.
|
|
|
|
|
|
|
|
APPENDIX A
|
AANHANGSEL A
|
|
|
|
|
|
|
|
>PIC FILE= "L_2002128EN.002102.TIF">
|
>PIC FILE= "L_2002128NL.002102.TIF">
|
|
|
|
|
|
|
|
APPENDIX B
|
AANHANGSEL B
|
|
|
|
|
METHOD OF CALCULATING MEDIAN AND CONFIDENCE INTERVALS
|
METHODE VOOR DE BEREKENING VAN DE MEDIAAN EN DE BETROUWBAARHEIDSINTERVALLEN
|
|
Median
|
Mediaan
|
|
>PIC FILE= "L_2002128EN.002202.TIF">
|
>PIC FILE= "L_2002128NL.002202.TIF">
|
|
The median is the real number Xm characterised by the fact that the probability (P) that the values of the distribution (X) are below that number (Xm) is not more than 0,5 and that simultaneously the probability (P) that the values of the distribution (X) are not above Xm is not less than 0,5. Another definition considers the median to be the 50th percentile of a distribution of numbers ranked in order of increase. In other terms the median represents the central value of an ordered series of uneven numbers or the average of the two central values of an ordered series of even numbers.
|
De mediaan is het reële getal Xm gekenmerkt door het feit dat de kans (P) dat de waarden van de verdeling (X) lager liggen dan dat getal (Xm), kleiner is dan of gelijk is aan 0,5 en dat tegelijkertijd de kans (P) dat de waarden van de verdeling (X) kleiner zijn dan of gelijk zijn aan Xm, groter is dan of gelijk is aan 0,5. Volgens een andere definitie is de mediaan het 50e percentiel van een naar opklimmende grootte gerangschikte reeks getallen. De mediaan is met andere woorden de middelste waarde van een gerangschikte reeks oneven getallen of het gemiddelde van de twee middelste waarden van een gerangschikte reeks even getallen.
|
|
Robust standard deviation
|
Robuuste standaardafwijking
|
|
>PIC FILE= "L_2002128EN.002203.TIF">
|
>PIC FILE= "L_2002128NL.002203.TIF">
|
|
To obtain a reliable estimate of the variability that arises around the median recourse is required to the Stuart and Kendall method of estimating the robust standard deviation. The formula for the asymptotic standard deviation S involves N and IQR. N is the number of observations and IQR the interquartile range, i.e. the robust estimate of the variability of the data under consideration (the interquartile range covers exactly 50 % of the cases of any probability distribution). The interquartile range is given by calculating the size of the deviation between the 75th and the 25th percentiles.
|
Om de variabiliteit rond de mediaan op betrouwbare wijze te kunnen schatten, moet de robuuste standaardafwijking volgens het model van Stuart en Kendall worden geschat. De asymptotische standaardafwijking S wordt bepaald door N en IQR. N is het aantal waarnemingen en IQR de interkwartielafstand, d.w.z. de robuuste schatting van de variabiliteit van de betrokken gegevens (de interkwartielafstand omvat precies 50 % van de gevallen van ongeacht welke waarschijnlijkheidsverdeling). De intervalafstand wordt berekend op basis van de afstand tussen het 75e en 25e percentiel.
|
|
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
|
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
|
|
The percentile is the value Xpc characterised by the fact that the probability (P) that the valves of the distribution are below Xpc is not more than a determined hundredth and that simultaneously the probability (P) that the valves of the distribution are not above Xpc is not less than the said hundredth. The hundredth indicates the distribution fraction used. In the case of the median this is 50/100.
|
Het percentiel is de waarde Xpc gekenmerkt door het feit dat de kans (P) dat de waarden van de verdeling lager liggen dan Xpc, kleiner is dan of gelijk is aan een bepaald honderdste en dat tegelijkertijd de kans (P) dat de waarden van de verdeling kleiner zijn dan of gelijk zijn aan Xpc, groter is dan of gelijk is aan het genoemde honderdste. Het honderdste geeft het in aanmerking genomen gedeelte van de verdeling weer. In het geval van de mediaan betreft het 50/100.
|
|
>PIC FILE= "L_2002128EN.002204.TIF">
|
>PIC FILE= "L_2002128NL.002204.TIF">
|
|
In other words the percentile is the distribution value corresponding to a determined area plotted from the distribution or density curve. For example, the 25th percentile represents the distribution value corresponding to an area equal to 0,25 or 25/100.
|
Het percentiel is met andere woorden de verdelingswaarde die overeenstemt met een bepaald oppervlak dat wordt begrensd door de verdelings- of dichtheidskromme. Zo is het 25e percentiel de verdelingswaarde die overeenstemt met een oppervlak van 0,25 of 25/100.
|
|
Robust variation coefficient %
|
Robuuste variatiecoëfficiënt
|
|
>PIC FILE= "L_2002128EN.002205.TIF">
|
>PIC FILE= "L_2002128NL.002205.TIF">
|
|
The RVC represents a pure number, i.e. without dimension, that indicates the percentage of variability of the series of numbers analysed against the Av value of the median. For that reason it is very useful for verifying the reliability of the panel members.
|
RVC is een natuurlijk getal, d.w.z. zonder exponent, dat het percentage weergeeft van de variabiliteit van de onderzochte getallenreeks ten opzichte van de waarde Me van de mediaan; daarom is deze coëfficiënt zeer nuttig bij het beoordelen van de betrouwbaarheid van de panelleden.
|
|
Confidence intervals at 95 % on the median
|
Betrouwbaarheidsinterval van 95 % voor de mediaan
|
|
The confidence intervals (C.I.) at 95 % (value of the error of first kind equal to 0,05 or 5 %) represent the range in which the value of the median would be able to vary should it be possible to repeat the experiment an infinite number of times. In practice this interval indicates the range of variability of the test under the operating conditions selected should it be possible to repeat the test several times. The interval helps evaluate, as in the case of the RVC, the reliability of the test.
|
Het betrouwbaarheidsinterval (B.I.) van 95 % (foutenmarge van de eerste soort gelijk aan 0,05 of 5 %) is de marge waarbinnen de mediaan zou kunnen variëren wanneer de test een oneindig aantal keren zou worden herhaald. In de praktijk geeft dat interval de variabiliteit van de test aan in de vastgestelde omstandigheden wanneer de test een oneindig aantal keren zou worden herhaald. Het interval draagt, evenals de RVC, bij tot de beoordeling van de betrouwbaarheid van de test.
|
|
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
|
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
|
|
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
|
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
|
|
where c in the case of a confidence interval of 0,95 is equal to 1,96.
|
waarbij c, in het geval van het betrouwbaarheidsinterval 0,95, 1,96 bedraagt.
|
|
Grading is effected by comparing the median values with the reference ranges set in section 5.3. The software package permits a visualised grading on a table of the statistics or on a graph.
|
De oliën worden ingedeeld door de waarden van de mediaan te vergelijken met de in punt 5.3 van de bijlage vastgestelde referentie-intervallen. Met de programmatuur kan de indeling visueel worden voorgesteld in de vorm van een tabel met statistische gegevens of in de vorm van een grafiek.
|
|
|
|
|
""
|
""
|
|
5. Annex XIV is deleted.
|
5. Bijlage XIV wordt geschrapt.
|
|
6. The following Annex XIX is added.
|
6. De onderstaande bijlage XIX wordt toegevoegd:
|
|
""
|
""
|
|
ANNEX XIX
|
BIJLAGE XIX
|
|
|
|
|
DETERMINATION OF ALIPHATIC ALCOHOLS CONTENT BY CAPILLARY GAS CHROMATOGRAPHY
|
BEPALING VAN HET GEHALTE AAN ALIFATISCHE ALCOHOLEN MET BEHULP VAN CAPILLAIRE GASCHROMATOGRAFIE
|
|
1. OBJECT
|
1. DOEL
|
|
The procedure describes a method for the determination of aliphatic alcohols content in oils and fats.
|
In deze methode wordt een werkwijze beschreven om op eenvoudige wijze het totale gehalte aan alifatische alcoholen in vetten te bepalen.
|
|
2. PRINCIPLE OF THE METHOD
|
2. PRINCIPE VAN DE METHODE
|
|
The fatty substance, with 1-eicosanol added as internal standard, is saponified with ethanolic potassium hydroxide and then the unsaponifiable matter extracted with ethyl ether. The alcoholic fraction is separated from the unsaponifiable matter by chromatography on a basic silica gel plate; the alcohols recovered from the silica gel are transformed into trimethylsilyl ethers and analysed by capillary gas chromatography.
|
De vetten, waaraan 1-eicosanol als interne standaard is toegevoegd, worden verzeept met behulp van een oplossing van kaliumhydroxide in ethanol. Vervolgens worden de onverzeepbare bestanddelen geëxtraheerd met ethylether. De alcoholfractie wordt van het onverzeepbare extract gescheiden door middel van dunnelaagchromatografie met een basische silicagel als stationaire fase. De alcoholen in de silicagel worden omgezet in trimethylsilylethers en geanalyseerd door middel van gaschromatografie in een capillaire kolom.
|
|
3. EQUIPMENT
|
3. APPARATUUR
|
|
3.1. 250 ml round-bottomed flask fitted with a reflux condenser having ground-glass joints.
|
3.1. Erlenmeyer van 250 ml met een refluxkoeler met geslepen uiteinde.
|
|
3.2. 500 ml separating funnel.
|
3.2. Scheitrechter van 500 ml.
|
|
3.3. 250 ml round-bottomed flasks.
|
3.3. Erlenmeyers van 250 ml.
|
|
3.4. Chromatographic tank for thin-layer chromatographic analysis, for glass plates of dimensions 20 x 20 cm.
|
3.4. Volledige uitrusting voor dunnelaagchromatografie, met glasplaten van 20 × 20 cm.
|
|
3.5. Ultraviolet lamp having a wavelength of 366 or 254 nm.
|
3.5. Ultraviolette lamp, met een golflengte van 366 of 254 nm.
|
|
3.6. 100 μl and 500 μl microsyringes.
|
3.6. Micropipetten van 100 en 500 μl.
|
|
3.7. A cylindrical filter funnel with a G3 porous septum (porosity 15 to 40 μm) of diameter approximately 2 cm and a depth of some 5 cm, with an attachment suitable for filtration under vacuum and a 12/21 male ground glass joint.
|
3.7. Filterkroes G 3 (porositeit 15 tot 40 μm) met een diameter van ongeveer 2 cm en een hoogte van 5 cm, geschikt om onder vacuüm te filtreren en voorzien van een slijpstuk 12/21.
|
|
3.8. 50 ml vacuum conical flask with a 12/21 ground-glass female joint which can be fitted to the filter funnel (3.7).
|
3.8. Afzuigkolf van 50 ml voorzien van een slijpstuk 12/21 waarmee deze op de filterkroes kan worden aangesloten (3.7).
|
|
3.9. A 10 ml test tube with a tapering bottom and a sealing stopper.
|
3.9. Konisch afgeronde centrifugebuis van 10 ml, afsluitbaar.
|
|
3.10. Gas chromatograph for use with a capillary column, and provided with a splitting system composed of:
|
3.10. Gaschromatograaf, geschikt voor het werken met een capillaire kolom, voorzien van een splitsysteem, bestaande uit:
|
|
3.10.1. Thermostatic chamber for columns (column oven) to hold the temperature desired with a precision of ± 1 °C.
|
3.10.1. Een gethermostatiseerde ruimte waarmee de kolommen op de gewenste temperatuur kunnen worden gehouden met een nauwkeurigheid van ± 1 °C.
|
|
3.10.2. A temperature-adjustable injection unit with a persilanised glass vaporising element.
|
3.10.2. Een temperatuurregelbare injector met een gepersilaniseerd glazen verdampingselement.
|
|
3.10.3. A flame ionisation detector and converter-amplifier.
|
3.10.3. Een vlamionisatiedetector en een versterker-/verzwakkereenheid.
|
|
3.10.4. Recorder-integrator for operation with the converter-amplifier (3.10.3), with response time not exceeding one second and with variable paper-speed.
|
3.10.4. Een integrerende recorder, geschikt voor gebruik met de versterker-/verzwakkereenheid (3.10.3), met een responstijd van niet meer dan één seconde en met een variabele papiersnelheid.
|
|
3.11. Glass or fused silica capillary column, of length 20 to 30 m, internal diameter 0,25 to 0,32 mm, with SE-52 or SE-54 liquid phase or equivalent, with a film thickness between 0,10 and 0,30 μm.
|
3.11. Een glazen of fused-silica capillaire kolom met een lengte van 20-30 m, inwendige diameter 0,25-0,32 mm, inwendig gecoat met SE-52- of SE-54-vloeistof of equivalent in een uniforme dikte tussen 0,10 en 0,30 μm.
|
|
3.12. Microsyringe for gas chromatography, of 10 μl capacity with hardened needle.
|
3.12. Gaschromatografische injectiespuit van 10 μl met een geharde naald.
|
|
3.13. Analytical balance sensitive to 1 mg (with 0,1 mg display).
|
3.13. Precisiebalans met een gevoeligheid van 1 mg (af te lezen tot op 0,1 mg).
|
|
4. REAGENTS
|
4. REAGENTIA
|
|
4.1. Potassium hydroxide, approximately 2 N ethanolic solution: 130 g potassium hydroxide (minimum concentration 85 %) is dissolved, with cooling, in 200 ml distilled water and then made up to one litre with ethanol. The solution should be stored in a well-stoppered opaque glass bottle.
|
4.1. Kaliumhydroxideoplossing, ongeveer 2 N in ethanol. Los 130 g kaliumhydroxide (minimumgehalte 85 %) onder koeling op in 200 ml gedistilleerd water en vul aan tot 1 l met ethanol. Bewaar de oplossing in goed afgesloten flessen van donker glas.
|
|
4.2. Ethyl ether, pure for analysis.
|
4.2. Diëthylether, p.a.
|
|
4.3. Anhydrous sodium sulphate, analytical purity.
|
4.3. Natriumsulfaat, p.a., watervrij.
|
|
4.4. Glass plates coated with silica gel, without fluorescence indicator, thickness 0,25 mm (commercially available ready for use).
|
4.4. Glazen dunnelaagplaten gecoat met kiezelgel, zonder fluorescentie-indicator, met een dikte van 0,25 mm (deze zijn gebruiksklaar in de handel te verkrijgen).
|
|
4.5. Potassium hydroxide, approximately 0,2 N ethanolic solution; 13 g of potassium hydroxide are dissolved in 20 ml of distilled water and made up to one litre with ethanol.
|
4.5. Kaliumhydroxideoplossing, ongeveer 0,2 N in ethanol. Los 13 g kaliumhydroxide op in 20 ml gedistilleerd water en vul met methanol aan tot 1 l.
|
|
4.6. Benzene, for chromatography (see 5.2.2).
|
4.6. Benzeen, voor chromatografische doeleinden (5.2.2).
|
|
4.7. Acetone, for chromatography (See 5.2.2).
|
4.7. Aceton, voor chromatografische doeleinden (5.2.2).
|
|
4.8. Hexane, for chromatography (see 5.2.2).
|
4.8. Hexaan, voor chromatografische doeleinden (5.2.2).
|
|
4.9. Ethyl ether, for chromatography (see 5.2.2).
|
4.9. Ethylether, voor chromatografische doeleinden (5.2.2).
|
|
4.10. Chloroform, for chromatography.
|
4.10. Chloroform, p.a.
|
|
4.11. Reference solution for thin-layer chromatography: cholesterol or phytosterols, 5 % solution in chloroform.
|
4.11. Dunnelaagchromatografische referentieoplossing. Een 5 %-oplossing van een mengsel van C20-C28-alcoholen in chloroform.
|
|
4.12. 0,2 % solution of 2', 7'-dichlorofluorescein in ethanol. Make slightly basic by adding a few drops of 2 N alcoholic potassium hydroxide solution.
|
4.12. 2,7-dichloorfluoresceïne, 0,2 % oplossing in ethanol. Deze oplossing moet licht basisch worden gemaakt door toevoeging van enkele druppels 2 N alcoholische kaliumhydroxideoplossing.
|
|
4.13. Anhydrous pyridine, for chromatography.
|
4.13. Pyridine, watervrij, voor chromatografische doeleinden.
|
|
4.14. Hexamethyl disilazane.
|
4.14. Hexamethyldisilazaan.
|
|
4.15. Trimethylchlorosilane.
|
4.15. Trimethylchloorsilaan.
|
|
4.16. Standard solutions of trimethylsilyl ethers of aliphatic alcohols from C20 to C28. They may be prepared from mixtures of pure alcohols at the time they are required for use.
|
4.16. Standaardoplossingen van de trimethylsilylethers van de C20-C28 alifatische alcoholen. Direct vóór gebruik te bereiden uit een mengsel van de zuivere alcoholen.
|
|
4.17. A 0,1 % (m/v) solution of 1-eicosanol in chloroform (internal standard).
|
4.17. 1-eicosanol, 0,1 % (m/v) oplossing in chloroform (interne standaard).
|
|
4.18. Carrier gas: hydrogen or helium, gas-chromatographic purity.
|
4.18. Draaggas: waterstof of helium, gaschromatografisch zuiver.
|
|
4.19. Auxiliary gas: nitrogen, gas-chromatographic purity.
|
4.19. Hulpgassen: stikstof, gaschromatografisch zuiver.
|
|
5. PROCEDURE
|
5. WERKWIJZE
|
|
5.1. Preparation of the unsaponifiables
|
5.1. Bereiding van het onverzeepbare residu
|
|
5.1.1. Using a 500 μl microsyringe place, into a 250 ml round-bottom flask, a volume of 0,1 % 1-eicosanol solution in chloroform (4.17) containing a quantity of 1-eicosanol approximately equal to 10 % of the aliphatic alcohols content in that portion of sample to be taken for analysis. For example, to 5 g of sample add 250 μl of the 0,1 % 1-eicosanol solution if olive oil and 1500 μl if olive pomace oil.
|
5.1.1. Breng in de kolf van 250 ml met behulp van de injectiespuit van 500 μl een hoeveelheid 0,1 % l-eicosanoloplossing in chloroform (4.17) die overeenkomt met ongeveer 10 % van het gehalte aan alifatische alcoholen in het in bewerking te nemen monster. Bijvoorbeeld: voeg voor 5 g monster 250 μl 0,1 % 1-eicosanoloplossing toe indien het gaat om olijfolie en 1500 μl indien het gaat om olie uit afvallen van olijven.
|
|
Evaporate to dryness in current of nitrogen and then weigh accurately 5 g of the dry filtered sample into the same flask.
|
Damp het chloroform in een stikstofstroom in tot droog en weeg in dezelfde kolf nauwkeurig ongeveer 5 g af van het gedroogde gefiltreerde monster.
|
|
5.1.2. Add 50 ml of 2 N potassium hydroxide ethanolic solution, fit the reflux condenser and heat the apparatus to slight boiling on a steam bath, stirring continuously throughout the heating process until saponification has taken place (the solution becomes clear). Continue heating for a further 20 minutes and then add 50 ml of distilled water through the condenser. The condenser is then disconnected and the flask cooled to approximately 30 °C.
|
5.1.2. Voeg 50 ml 2 N ethanolische kaliumhydroxideoplossing toe, bevestig de refluxkoeler en verhit tot zachtjes koken op een waterbad onder voortdurend krachtig schudden totdat de verzeping heeft plaatsgevonden (de oplossing wordt helder). Verhit verder gedurende 20 minuten, voeg dan 50 ml gedistilleerd water toe via de bovenkant van de koeler, verwijder de koeler en laat de kolf afkoelen tot ongeveer 30 °C.
|
|
5.1.3. The contents of the flask are quantitatively transferred to a separating funnel of 500 ml capacity by adding distilled water several times, using a total of around 50 ml distilled water. Add approximately 80 ml of ethyl ether, shake vigorously for approximately 30 seconds and allow to settle (Note 1).
|
5.1.3. Breng de inhoud van de kolf kwantitatief over in een 500 ml scheitrechter, waarbij de kolf meerdere keren wordt gespoeld met gedistilleerd water tot in totaal ongeveer 50 ml. Voeg ongeveer 80 ml diëthylether toe, schud krachtig gedurende ongeveer 30 seconden en laat uitzakken (zie opmerking 1).
|
|
Separate off the lower aqueous phase collecting it in a second separating funnel. Two further extractions are effected on the aqueous phase, in the same manner, using each time 60 to 70 ml ethyl ether.
|
Tap de waterige onderlaag af in een tweede scheitrechter. Herhaal de extractie van de waterlaag twee keer op dezelfde manier en gebruik hierbij telkens 60-70 ml ethylether.
|
|
Note 1:
|
Opmerking 1:
|
|
Emulsions may be eliminated by adding, using as a spray, small quantities of ethyl alcohol or methyl alcohol.
|
Eventuele emulsies kunnen worden vernietigd door met een pipet kleine hoeveelheden ethylalcohol of methylalcohol toe te voegen.
|
|
5.1.4. The ethyl ether extracts are combined in a separating funnel and washed with distilled water (50 ml at a time) until the washing water gives a neutral reaction.
|
5.1.4. Verzamel de etherextracten in een scheitrechter en was met telkens 50 ml gedistilleerd water totdat het waswater neutraal reageert.
|
|
Discard the washing water, dry with anhydrous sodium sulphate and filter, into a flask of 250 ml capacity which has been weighed beforehand, the funnel and filter being washed with small quantities of ethyl ether which are added to the total.
|
Verwijder het waswater, droog met watervrij natriumsulfaat en filtreer over watervrij natriumsulfaat in een van tevoren gewogen 250 ml kolf, was de trechter en het filter na met kleine hoeveelheden diëthylether. Er mag ook gebruik worden gemaakt van 1-eneicosanol.
|
|
5.1.5. Distil the ether down to a few ml, then bring to dryness under a slight vacuum or in a current of nitrogen, completing drying in an oven at 100 °C for approximately a quarter of an hour, and then weigh after cooling in a desiccator.
|
5.1.5. Distilleer de ether tot op enkele ml af, droog door toepassing van een kleine onderdruk of in een stikstofstroom, voltooi het droogproces in een oven bij 100 °C gedurende ongeveer een kwartier, laat afkoelen in een exsiccator en weeg.
|
|
5.2. Separation of alcoholic fractions
|
5.2. Scheiding van de alcoholfractie
|
|
5.2.1. Preparation of basic TLC plates: the silica gel plates (4.4) are immersed completely, in 0,2 N potassium hydroxide solution (4.5) for 10 seconds, and then left to dry for two hours under an extractor hood and finally placed in an oven at 100 °C for one hour.
|
5.2.1. Bereiding van de basische platen: dompel de kiezelgelplaten (4.4) gedurende 10 seconden volledig in de 0,2 N ethanolische kaliumhydroxideoplossing (4.5), laat de platen gedurende twee uur in een zuurkast drogen en plaats ze ten slotte gedurende één uur in een stoof bij 100 °C.
|
|
Remove from the oven and keep in a calcium chloride desiccator until required for use (plates treated in this way must be used within 15 days).
|
Verwijder de platen uit de stoof en bewaar ze tot het moment van gebruik in een met calciumchloride gevulde exsiccator (de op deze manier bereide platen moeten binnen twee weken worden gebruikt).
|
|
Note 2:
|
Opmerking 2:
|
|
When basic silica gel plates are used to separate the alcoholic fraction there is no need to treat the unsaponifiables with alumina. It follows that all acid compounds (fatty acids and others) are retained at the origin thereby obtaining both aliphatic alcohol and terpenic alcohol bands which are both separated distinctly from the sterol band.
|
Bij gebruik van basischekiezelgelplaten voor de scheiding van de alcoholfractie is de behandeling van het onverzeepbare residu met aluminiumoxide niet nodig. Met deze werkwijze worden alle zure stoffen (vetzuren en andere) vastgehouden op de startlijn en is de band van de alifatische- en terpeenalcoholen duidelijk van de sterolband gescheiden.
|
|
5.2.2. Place a 65/35 by volume hexane/ethyl ether mixture in the plate-developing chamber to a depth of approximately 1 cm(1).
|
5.2.2. Breng in de ontwikkeltank een mengsel van hexaan/ethylether, 65:35 (v/v), tot een hoogte van ongeveer 1 cm(1).
|
|
Close the chamber using an appropriate cover and leave for half an hour to allow equilibration between vapour and liquid. Strips of filter paper dipping into the eluent may be affixed to the inside surfaces of the tank to reduce the development time by approximately one third and obtain more uniform, regular elution of the components.
|
Sluit de tank af met een geschikt deksel en laat hem gedurende ongeveer een half uur staan zodat een vloeistof/dampevenwicht kan worden bereikt. Stroken filtreerpapier, hangend in de loopvloeistof, kunnen tegen de binnenkant van de tank worden bevestigd. Dit bekort de benodigde ontwikkeltijd met ongeveer een derde en zorgt tevens voor een meer uniforme en regelmatige elutie van de componenten.
|
|
Note 3:
|
Opmerking 3:
|
|
The developing solution must be replaced for each analysis in order to obtain reproducible developing conditions.
|
Bij elke bepaling dient de loopvloeistof te worden ververst om volkomen reproduceerbare elutiecondities te verwezenlijken.
|
|
5.2.3. An approximately 5 % solution of unsaponifiable matter (5.1.5) in chloroform is prepared and 0,3 ml of the solution is streaked as a uniform strip of minimum thickness, using the 100 μl microsyringe, on a TLC plate at approximately 2 cm from the bottom of the TLC plate. Aligned with the origin, 2 to 3 μl of the aliphatic alcohols reference solution (4.11) are spotted for the identification of the aliphatic alcohols band after development has been completed.
|
5.2.3. Bereid een ongeveer 5 %-oplossing van het onverzeepbare residu (5.1.5) in chloroform en breng hiervan met behulp van de 100 μl injectiespuit 0,3 ml aan op 2 cm van de zijkant van de chromatografische plaat (5.2.1) in een vloeiende lijn, die zo dun en uniform mogelijk moet zijn. Breng aan één eind van de plaat op dezelfde hoogte tevens 2-3 μl aan van de alcoholreferentieoplossing (4.11) zodat de alcoholband na de ontwikkeling kan worden geïdentificeerd.
|
|
5.2.4. Place the plate inside the development tank as stated in 5.2.2. The ambient temperature should be maintained between 15 and 20 °C. Immediately close the chamber with the cover and allow to elute until the solvent front reaches approximately 1 cm from the upper edge of the plate.
|
5.2.4. Plaats de plaat in de volgens punt 5.2.2 voorbehandelde ontwikkeltank. De omgevingstemperatuur dient te liggen tussen 15 °C en 20 °C. Sluit de tank onmiddellijk af met het deksel en laat elueren totdat het vloeistoffront tot ongeveer 1 cm van de bovenkant van de plaat is gekomen.
|
|
The plate is then removed from the development chamber and the solvent evaporated under a hot air current or the plate is left for a while under the extractor hood.
|
Verwijder de plaat uit de tank en laat de loopvloeistof in een heteluchtstroom of door de plaat gedurende korte tijd in een zuurkast te drogen, verdampen.
|
|
5.2.5. The plate is sprayed lightly and evenly with the solution of 2', 7'-dichlorofluorescein when the plate is observed under ultra violet light. The aliphatic alcohols band can be identified through being aligned with the stain obtained from the reference solution: mark the limits of the band with a black pencil; outlining the band of aliphatic alcohols and the band immediately above that, which is the terpenic alcohols band, together.
|
5.2.5. Besproei de plaat licht en uniform met de 2,7-dichloorfluoresceïneoplossing. De alifatische alcoholenband kan door bekijken onder ultraviolet licht worden geïdentificeerd aangezien deze op dezelfde hoogte ligt als de vlek van de referentieoplossing. Markeer de grenzen van deze band en van de band direct hierboven, die correspondeert met de triterpeenalcoholen, aan de zijkanten van de fluorescentie met een zwart potlood.
|
|
Note 4:
|
Opmerking 4:
|
|
The aliphatic alcohols band and the terpenic alcohols band are to be grouped together in view of the possible migration of some aliphatic alcohols into the triterpenic alcohols band.
|
Het voorschrift om zowel de alifatische alcoholenband als de triterpeenalcoholband samen verder te verwerken, houdt verband met het feit dat aanzienlijke hoeveelheden alifatische alcoholen bij deze methode in de triterpeenalcoholband terechtkomen.
|
|
5.2.6. Using a metal spatula scrape off the silica gel in the marked area. Place the finely comminuted material removed into the filter funnel (3.7). Add 10 ml of hot chloroform, mix carefully with the metal spatula and filter under vacuum, collecting the filtrate in the conical flask (3.8) attached to the filter funnel.
|
5.2.6. Schraap met een metalen spatel de kiezelgel in het gemarkeerde gebied af. Breng het afgeschraapte, fijngemaakte materiaal over in de filterkroes (3.7). Voeg 10 ml hete chloroform toe, meng zorgvuldig met de metalen spatel en filtreer onder vacuüm. Verzamel het filtraat in de afzuigkolf (3.8), verbonden aan de filterkroes.
|
|
Wash the pomace in the flask three times with ethyl ether (approximately 10 ml each time) collecting the filtrate in the same flask attached to the funnel. Evaporate the filtrate to a volume of 4 to 5 ml, transfer the residual solution to the previously weighed 10 ml test tube (3.9), evaporate to dryness by mild heating in a gentle flow of nitrogen, make up again using a few drops of acetone, evaporate again to dryness, place in an oven at 105 °C for approximately 10 minutes and then allow to cool in a desiccator and weigh.
|
Was het residu in de filterkroes driemaal met ethylether (telkens ongeveer 10 ml), vang het filtraat op in dezelfde kolf. Damp het filtraat in tot een volume van 4-5 ml, breng de resterende oplossing over in de van tevoren gewogen 10 ml centrifugebuis (3.9), damp droog door voorzichtige verwarming in een zachte stikstofstroom, voeg enkele druppels aceton toe, damp weer droog, plaats de buis gedurende ongeveer tien minuten in een oven bij 105 °C, laat afkoelen in een exsiccator en weeg.
|
|
The pomace inside the test tube is composed of the alcoholic fraction.
|
Het in de centrifugebuis aanwezige materiaal is de alcoholfractie.
|
|
5.3. Preparation of the trimethylsilyl ethers
|
5.3. Bereiding van de trimethylsilylethers
|
|
5.3.1. The reagent for silylation, consisting of a mixture of 9:3:1 by volume (Note 5) of pyridine-hexamethyldisilazane-trimethylchlorosilane in the proportion of 50 μl for each milligram of aliphatic alcohols, is added to the test tube containing the alcoholic fraction, avoiding all absorption of moisture (Note 6).
|
5.3.1. Voeg aan de in de centrifugebuis aanwezige alcoholfractie een hoeveelheid silyleringsreagens toe, bestaande uit een mengsel van pyridine/hexamethyldisilazaan/trimethylchloorsilaan 9:3:1 (v/v/v) (zie opmerking 5), waarbij voor elke mg alcohol 50 μl wordt toegevoegd. Vermijd hierbij bevochtiging (zie opmerking 6).
|
|
Note 5:
|
Opmerking 5:
|
|
Solutions which are ready for use are available commercially. Other silanising reagents such as, for example, bis-trimethylsilyl, trifluor acetamide + 1 % trimethyl chlorosilane, which has to be diluted with an equal volume of anhydrous pyridine, are also available.
|
Deze oplossing is kant en klaar in de handel verkrijgbaar. Andere silyleringsreagentia zijn ook bruikbaar, zoals bijvoorbeeld bistrimethylsilyltrifluoraceetamide + 1 % trimethylchloorsilaan, hetgeen moet worden verdund met een gelijk volume watervrije pyridine.
|
|
Note 6:
|
Opmerking 6:
|
|
The slight opalescence which may form is normal and does not cause any interference. The formation of a white floc or the appearance of a pink colour are indicative of the presence of moisture or deterioration of the reagent. If these occur the test must be repeated.
|
De lichte opaalachtige weerschijn die kan worden gevormd, is normaal en veroorzaakt geen storing. De vorming van witte vlokken of de verschijning van een roze kleur zijn aanwijzingen voor de aanwezigheid van vocht of van veroudering van het reagens. In deze gevallen moet opnieuw worden begonnen.
|
|
5.3.2. Stopper the test tube, shake carefully (without overturning) until the aliphatic alcohols are completely dissolved. Stand for at least 15 minutes at ambient temperature and then centrifuge for a few minutes. The clear solution is ready for gas chromatographic analysis.
|
5.3.2. Sluit de centrifugebuis, schud voorzichtig (zonder de buis om te draaien) totdat de alcoholfractie volledig is opgelost. Laat ten minste 15 minuten staan bij kamertemperatuur en centrifugeer enkele minuten. De heldere oplossing is gereed voor de gaschromatografische analyse.
|
|
5.4. Gas chromatography analysis
|
5.4. Gaschromatografische analyse
|
|
5.4.1. Preliminary operations, column packing
|
5.4.1. Voorbereidende werkzaamheden, conditionering van de kolom
|
|
5.4.1.1. Fit the column in the gas chromatograph, attaching the inlet end to the injector connected to the splitting system and the outlet end to the detector. Carry out a general check of the gas chromatography assembly (tightness of gas fittings, efficiency of the detector, efficiency of the splitting system and of the recording system, etc.).
|
5.4.1.1. Bevestig de kolom in de gaschromatograaf, waarbij het inlaatstuk wordt aangesloten aan het splitsysteem met injector en het uiteinde aan de detector. Voer de gebruikelijke controle uit van het gaschromatografische systeem (lekken in de gasvoorziening, detectorefficiëntie, efficiëntie van het splitsysteem en van het recordersysteem, enz.).
|
|
5.4.1.2. If the column is being used for the first time it is recommended that it should be subjected to conditioning. A little carrier gas is passed through the capillary column and then the gas chromatography assembly is switched on and gradually heated until a temperature not less than 20 °C above the operating temperature (see Note 7) is attained. That temperature is held for not less than two hours and then the assembly is brought to the operating conditions (regulation of gas flow, split flame ignition, connection to the electronic recorder, adjustment of the temperature of the capillary column oven, the detector and the injector, etc.) and the signal is adjusted to a sensitivity not less than twice the highest level contemplated for the execution of the analysis. The course of the base line must be linear, without peaks of any kind, and must not drift. A negative straight-line drift indicates leakage from the column connections; a positive drift indicates inadequate conditioning of the column.
|
5.4.1.2. Indien de kolom voor de eerste keer wordt gebruikt, dient hij geconditioneerd te worden. Laat een kleine gasstroom door de kolom gaan, zet de gaschromatografische eenheid aan en verwarm geleidelijk tot een temperatuur van ten minste 20 °C boven de bij de analyse gebruikelijke temperatuur (zie opmerking 7). Houd deze temperatuur aan gedurende ten minste twee uur, stel vervolgens de hele apparatuur in gebruik (regeling van de gassnelheid en het splitsysteem, onsteking van de vlam, aansluiting van de elektronische recorder, temperatuurregeling van de kolomruimte, de detector en de injector, enz.) en registreer het signaal met een gevoeligheid die ten minste twee keer groter is dan gebruikelijk bij de analyse. De basislijn moet lineair zijn, zonder enige piek en mag niet verlopen. Een rechtlijnig negatief verloop vormt een indicatie voor lekkage bij de kolomverbindingen; een positief verloop wijst op een onvoldoende uitgevoerde conditionering van de kolom.
|
|
Note 7:
|
Opmerking 7:
|
|
The conditioning temperature shall be at least 20 °C less than the maximum temperature contemplated for the liquid phase employed.
|
De temperatuur van het conditioneren moet altijd ten minste 20 °C lager zijn dan de maximumtemperatuur die voor de gebruikte stationaire fase is aangegeven.
|
|
5.4.2. Choice of operating conditions
|
5.4.2. Keuze van de werkomstandigheden
|
|
5.4.2.1. The guideline operating conditions are as follows:
|
5.4.2.1. Als richtlijn voor de werkomstandigheden kunnen de volgende waarden dienen:
|
|
- column temperature: the initial isotherm is set at 180 °C for eight minutes and then programmed at 5 °C/minute to 260 °C and a further 15 minutes at 260 °C,
|
- kolomtemperatuur: acht minuten isotherm op 180 °C, opwarmen met 5 °C per minuut tot 260 °C, gedurende vijf minuten handhaven, afkoelen tot 160 °C en deze temperatuur vijf minuten handhaven;
|
|
- temperature of evaporator: 280 °C,
|
- injectietemperatuur: 280 °C;
|
|
- temperature of detector: 290 °C,
|
- detectortemperatuur: 290 °C;
|
|
- linear velocity of carrier gas: helium 20 to 35 cm/s, hydrogen 30 to 50 cm/s,
|
- lineaire snelheid van het draaggas: helium 20-35 cm/s, waterstof 30-50 cm/s;
|
|
- splitting ratio: 1:50 to 1:100,
|
- splitverhouding: van 1:50 tot 1:100;
|
|
- sensitivity of instrument: 4 to 16 times the minimum attenuation,
|
- gevoeligheid: vier tot 16 keer de minimumverzwakking;
|
|
- sensitivity of recording: 1 to 2 mV fs,
|
- gevoeligheid van de recorder: 1-2 mV volle schaaluitslag;
|
|
- paper speed: 30 to 60 cm/h,
|
- papiersnelheid: 30-60 cm/uur;
|
|
- quantity of substance injected: 0,5 to 1 μl of TMSE solution.
|
- injectiehoeveelheid: 0,5-1 μl TMSE-oplossing.
|
|
The above conditions may be modified according to the characteristics of the column and of the gas chromatograph to obtain chromatograms satisfying the following conditions:
|
Deze richtlijnen dienen afhankelijk van de karakteristieken van de kolom en de gaschromatograaf zodanig te worden gekozen dat chromatogrammen worden verkregen die aan de volgende eisen voldoen:
|
|
- alcohol C26 retention time shall be 18 ± 5 minutes,
|
- de retentietijd van de C26-alcohol moet ongeveer 18 ± vijf minuten zijn;
|
|
- the alcohol C22 peak shall be 80 ± 20 % of the full scale value for olive oil and 40 ± 20 % of the full scale value for seed oil.
|
- de piek van de C22-alcohol moet de volgende grootte hebben: voor olijfolie 80 ± 20 % volle schaaluitslag en voor zaadoliën 40 ± 0 % volle schaaluitslag.
|
|
5.4.2.2. The above requirements are checked by repeated injection of the standard TMSE mixture of alcohols and the operating conditions are adjusted to yield the best possible results.
|
5.4.2.2. Voer, om de hierboven genoemde vereisten te controleren, een aantal injecties uit van oplossingen van TMSE-alcoholen en pas de omstandigheden zodanig aan dat de beste resultaten worden verkregen.
|
|
5.4.2.3. The parameters for the integration of peaks shall be set so that a correct appraisal of the areas of the peaks considered is obtained.
|
5.4.2.3. De piek-integratieparameters moeten zodanig worden gekozen dat een juiste waarde van de piekoppervlakten wordt verkregen.
|
|
5.4.3. Analytical procedure
|
5.4.3. Bepaling
|
|
5.4.3.1. Using the microsyringe of 10 μl capacity draw in 1 μl of hexane followed by 0,5 μl of air and subsequently 0,5 to 1 μl of the sample solution; raise the plunger of the syringe further so the needle is emptied. Push the needle through the membrane of the injection unit and after one to two seconds inject rapidly, then slowly remove the needle after some five seconds.
|
5.4.3.1. Zuig in de 10 μl-injectiespuit 1 μl hexaan, 0,5 μl lucht en ten slotte 0,5-1,0 μl monsteroplossing. Trek de plunjer van de spuit zover uit dat de naald leeg is. Penetreer met de naald het membraan van de injectie-eenheid en injecteer snel na één tot twee seconden, verwijder daarna voorzichtig na ongeveer vijf seconden de naald.
|
|
5.4.3.2. Recording is effected until the TMSE of the aliphatic alcohols present have been eluted completely. The base line shall always correspond to the requirements of 5.4.1.2.
|
5.4.3.2. Neem het chromatogram op totdat alle aanwezige TMSE-alcoholen volledig zijn geëlueerd. De basislijn moet blijven voldoen aan de vereiste specificaties (5.4.1.2).
|
|
5.4.4. Peak identification
|
5.4.4. Identificatie van de pieken
|
|
The identification of individual peaks is effected according to the retention times and by comparison with the standard TMSE mixture, analysed under the same conditions.
|
Identificeer de individuele pieken op basis van de retentietijden en door vergelijking met mengsels van TMSE-alcoholen die onder dezelfde omstandigheden zijn geanalyseerd.
|
|
A chromatogram of the alcoholic fraction of a virgin olive oil is shown in Figure 1.
|
In figuur 1 wordt een chromatogram getoond van de alcoholfractie van een eerste persing olijfolie.
|
|
5.4.5. Quantitative evaluation
|
5.4.5. Berekening
|
|
5.4.5.1. The peak areas of 1-eicosanol and of the aliphatic alcohols C22, C24, C26 and C28 are calculated by electronic integration.
|
5.4.5.1. Bereken met de integrator de piekoppervlakten van 1-eicosanol en de C22-C28 alifatische alcoholen.
|
|
5.4.5.2. The contents of each aliphatic alcohol, expressed in mg/1000 g fatty substance, are calculated as follows:
|
5.4.5.2. Bereken het gehalte aan elke individuele alifatische alcohol in mg/1000 g vethoudend materiaal als volgt:
|
|
>PIC FILE= "L_2002128EN.002701.TIF">
|
>PIC FILE= "L_2002128NL.002701.TIF">
|
|
where:
|
waarbij:
|
|
Ax= area of the alcohol peak x
|
Ax= piekoppervlak van alcohol x;
|
|
As= area of 1-eicosanol
|
As= piekoppervlak van 1-eicosanol;
|
|
ms= mass of 1-eicosanol in milligrams
|
ms= gewicht van het toegevoegde 1-eicosanol, in mg;
|
|
m= mass of sample drawn for determination, in grams.
|
m= gewicht van het monster voor de bepaling, in g.
|
|
6. EXPRESSION OF THE RESULTS
|
6. WEERGAVE VAN DE RESULTATEN
|
|
The contents of the individual aliphatic alcohols in mg/1000 g of fatty substance and the sum of the "total aliphatic alcohols" are reported.
|
Geef de gehaltes van de individuele alifatische alcoholen op in mg/1000 g vethoudend materiaal en hun som als "totaal alifatische alcoholen".
|
|
|
|
|
(1) In these cases in particular, a 95/5 by volume benzene/acetone eluent mixture must be used to obtain distinct band separation.
|
(1) In het bijzonder in deze gevallen dient een eluentmengsel benzeen/aceton 95:5 (v/v) te worden gebruikt om een goede scheiding in banden te verkrijgen.
|
|
|
|
|
|
|
|
APPENDIX
|
AANHANGSEL
|
|
|
|
|
Determination of the linear velocity of the gas
|
Bepaling van de lineaire snelheid van het draaggas
|
|
1 to 3 μl of methane or propane are injected into the gas chromatograph set at normal operating conditions and the time taken for the methane or propane to flow through the column from the instant of injection to the instant the peak elutes (tM) is measured using a stop clock.
|
Injecteer 1-3 μl methaan (of propaan) in de onder normale omstandigheden werkende gaschromatograaf en meet de tijd die deze stof nodig heeft om door de kolom te gaan vanaf het moment van injectie tot het verschijnen van de piek (tM).
|
|
The linear velocity in cm/s is given by L/tM, where L is the length of the column in centimetres and tM is the measured time in seconds.
|
De lineaire snelheid van het draaggas in cm/s wordt gegeven door L/tM, waarbij L de lengte is van de kolom in centimeters en tM de gemeten tijd in seconden.
|
|
Figure 1 - Chromatogram of the alcoholic fraction of virgin oil
|
Grafiek 1 - Chromatogram van de alcoholfractie van olie van de eerste persing
|
|
>PIC FILE= "L_2002128EN.002802.TIF">
|
>PIC FILE= "L_2002128NL.002802.TIF">
|
|
1= Eicosanol
|
1= eicosanol
|
|
2= Decosanol
|
2= decosanol
|
|
3= Tricosanol
|
3= tricosanol
|
|
4= Tetracosanol
|
4= tetracosanol
|
|
5= Pentacosanol
|
5= pentacosanol
|
|
6= Hexacosanol
|
6= hexacosanol
|
|
7= Heptacosanol
|
7= heptacosanol
|
|
8= Octacosanol
|
8= octacosanol
|