Bilingual display

DA DE EL EN ES FI FR IT NL PT SV  DA DE EL EN ES FI FR IT NL PT SV 

en

nl

    Page 1    of    2 -     >     >>     Full text
 
REPORT FROM THE COMMISSION ON THE IMPLEMENTATION OF MEASURES INTENDED TO PROMOTE OBSERVANCE OF HUMAN RIGHTS AND DEMOCRATIC PRINCIPLES IN EXTERNAL RELATIONS FOR 1996 - 1999
VERSLAG VAN DE COMMISSIE OVER DE UITVOERING VAN MAATREGELEN TER BEVORDERING VAN DE EERBIEDIGING VAN DE RECHTEN VAN DE MENS EN DE DEMOCRATISCHE BEGINSELEN BIJ BUITENLANDSE BETREKKINGN, VOOR 1996 - 1999
PREFACE
VOORWOORD
The Rt Hon Chris Patten, CH
Chris Patten, CH
Member of the European Commission responsible for External Relations
Lid van de Europese Commissie verantwoordelijk voor Buitenlandse betrekkingen
The principles of liberty, democracy, respect for human rights and the rule of law form a cornerstone of the European Union. At a time in which the Commission is setting out new priorities to consolidate and develop these principles, this report provides a useful overview of the large range of activities supported by the Union through the 'European Initiative for Human Rights and Democracy' (EIDHR). Between 1996 and 1999, over 300 million Euros were allocated to projects throughout the world from EIDHR alone; this figure does not include the contribution from other areas of the EU budget such as that for development cooperation and cooperation with associated countries.
De beginselen van vrijheid, democratie, eerbiediging van de rechten van de mens en de rechtsstaat vormen een hoeksteen van de Europese Unie. Dit verslag verschijnt op een tijdstip dat de Commissie nieuwe prioriteiten vaststelt voor het consolideren en uitwerken van deze beginselen en biedt daarom een nuttig overzicht van het grote scala aan activiteiten dat door de Unie via het Europees initiatief voor de mensenrechten en de democratie (EIDHR) is ondersteund. Tussen 1996 en 1999 zijn alleen al uit hoofde van het EIDHR meer dan 300 miljoen euro toegewezen aan projecten over de hele wereld. Hieronder valt niet de bijdrage uit hoofde van andere posten van de EU-begroting, zoals de bijdrage voor ontwikkelingssamenwerking en samenwerking met geassocieerde landen.
The European Parliament, member States and our partners in civil society have called for more transparency and accountability in the deployment of Community funds. This report responds to that call. It sets out a detailed financial breakdown of where and how money was spent. Furthermore, by highlighting individual projects as examples, the report illustrates the concrete action facilitated by Community finance. It also addresses why particular activities were pursued, drawing attention to the pivotal role of the European Parliament in both the development of policy and the expansion of available resources.
Het Europees Parlement, de lidstaten en onze partners in de burgermaatschappij hebben opgeroepen tot meer doorzichtigheid en verantwoordingsplicht bij het inzetten van Gemeenschapsmiddelen. Met dit verslag wordt gevolg gegeven aan deze oproep. Het verslag geeft een gedetailleerde specificatie van de bestemming en wijze van besteding van middelen. Daarnaast worden als voorbeeld individuele projecten beschreven en zodoende een beeld gegeven van concrete acties die met Gemeenschapsmiddelen zijn ondersteund. Ook wordt ingegaan op het waarom van bepaalde activiteiten, waarbij de aandacht wordt gericht op de centrale rol van het Europees Parlement bij zowel de ontwikkeling van beleid als de uitbreiding van de beschikbare middelen.
This survey of our activities firstly makes clear that a major priority for the Union has been the development of its partnership with non-governmental organisations and civil society. Unlike in some other areas of Community action, NGOs are the principle implementing partners for projects under EIDHR. Without their essential contribution, the vast majority of activities outlined in this report could never have been realised. In addition to this partnership, it is a fundamental aim of the EU to help strengthen a robust and pluralistic civil society throughout the world.
Uit dit onderzoek van onze activiteiten wordt op de eerste plaats duidelijk dat een belangrijke prioriteit voor de Unie de ontwikkeling van het partnerschap met NGO's en de burgermaatschappij is geweest. In tegenstelling tot wat bij enkele andere terreinen van communautaire actie het geval is, zijn NGO's voor projecten uit hoofde van het EIDHR de belangrijkste uitvoerende partners. Van de activiteiten die in dit verslag worden beschreven, zou de overgrote meerderheid zonder de essentiële bijdrage van NGO's nooit zijn gerealiseerd. Naast het partnerschap met NGO's is een andere fundamentele doelstelling van de EU om over de hele wereld te helpen bij het creëren van een krachtige en pluralistische burgermaatschappij.
Secondly, with regard to the development of activities between 1996 and 1999, it can be seen that funding has increased dramatically in certain areas. For example, the priority attached by the Union to promoting awareness and professional competence in the field of human rights is illustrated by a large increase for projects concerning human rights education. Similarly, enhanced assistance for strengthening legal systems reflects a growing emphasis on institution-building and the rule of law. Where certain activities are marked by an apparent decline in resources in 1999, such as those projects described contained in the section on 'target groups', this represents an evolution of projects which focussed on specific categories of individuals towards instruments which better ensure their protection through larger, thematic programmes.
Ten tweede blijkt met betrekking tot de ontwikkeling van activiteiten tussen 1996 en 1999, dat de financiering van projecten op bepaalde terreinen spectaculair is toegenomen. Zo vormt de grote toename van projecten voor mensenrechteneducatie een afspiegeling van de prioriteit die door de Unie wordt verleend aan bewustmaking en het bevorderen van professionele vaardigheden op het gebied van de mensenrechten. Op soortgelijke wijze weerspiegelt de grotere bijstand voor het versterken van rechtssystemen de toenemende aandacht voor institutionele ontwikkeling en de rechtsstaat. Dat de beschikbare middelen voor bepaalde activiteiten in 1999 duidelijk zijn afgenomen - zoals de projecten die onder 'Doelgroepen' staan beschreven - is terug te voeren op het feit dat projecten voor specifieke doelgroepen zich hebben ontwikkeld tot grotere, thematische programma's, waarmee de bescherming van deze doelgroepen beter is gegarandeerd.
This report can make a significant contribution to the dialogue on human rights issues and activities between the Commission and its partners. Above all, it demonstrates that the European Union will always face a demand for assistance in the human rights field which will outstrip its ability to fund many worthwhile projects. Nevertheless with the help of reports such as this, we will be better able to establish a strategy to make best use of our resources.
Dit verslag kan in belangrijke mate bijdragen aan de dialoog over mensenrechtenvraagstukken en -activiteiten tussen de Commissie en haar partners. Bovenal blijkt uit het verslag dat de Europese Unie op het gebied van de mensenrechten voortdurend om bijstand zal worden gevraagd, waardoor voor de financiering van tal van waardevolle projecten onvoldoende middelen beschikbaar zullen zijn. Maar met de hulp van verslagen als het onderhavige zullen wij beter in staat zijn om een strategie vast te stellen, zodat wij onze middelen optimaal kunnen inzetten.
TABLE OF CONTENTS
1. Thematic overview 8
INHOUDSOPGAVE
1.1. DEMOCRATISATION AND THE RULE OF LAW 8
1. Thematisch overzicht 10
1.1.1. Democratic transition and elections 8
1.1. DEMOCRATISERING EN DE RECHTSSTAAT 10
1.1.2. Parliamentary activities 10
1.1.1. Overgang naar democratie en verkiezingen 10
1.1.3. The legal system, the judiciary and capital punishment 12
1.1.2. Parlementaire activiteiten 12
1.1.4. Legal assistance for civil and political rights 15
1.1.3. Het rechtsstelsel, de rechterlijke macht en de doodstraf 15
1.1.5. Public bodies and the defence of human rights 16
1.1.4. Rechtshulp voor burger- en politieke rechten 17
1.1.6. Transparency of public administration 18
1.1.5. Overheidsinstellingen en de verdediging van mensenrechten 19
1.2. PLURALIST CIVIL SOCIETY 20
1.1.6. Doorzichtigheid van het openbaar bestuur 21
1.2.1. Freedom of expression and of the media 20
1.2. PLURALISTISCHE BURGERMAATSCHAPPIJ 23
1.2.2. Human rights education and public awareness 22
1.2.1. Vrijheid van meningsuiting en persvrijheid 23
1.2.3. Equal opportunities and non-discrimination 25
1.2.2. Mensenrechteneducatie en bewustmaking 26
1.2.4. Non-governmental organisations 27
1.2.3. Gelijke kansen en non-discriminatie 28
1.3. CONFIDENCE BUILDING TO RESTORE PEACE 29
1.2.4. Niet-gouvernementele organisaties 30
1.3.1. Conflict prevention and resolution 29
1.3. CREËREN VAN VERTROUWEN VOOR HERSTEL VAN VREDE 33
1.3.2. Measures to bring to justice perpetrators of serious violations of human rights and humanitarian law 32
1.3.1. Conflictpreventie en -oplossing 33
1.3.3. National efforts to subordinate the armed forces to civil authorities 34
1.3.2. Voor het gerecht brengen van personen die zich schuldig hebben gemaakt aan ernstige schendingen van mensenrechten en humanitair recht 36
1.3.4. Human rights monitoring 36
1.3.3. Nationale inspanningen om de strijdkrachten aan het burgerlijk gezag te onderwerpen 39
1.4. INITIATIVES FOR TARGET GROUPS 38
1.3.4. Monitoring van mensenrechten 41
1.4.1. Groups requiring special protection 39
1.4. INITIATIEVEN VOOR DOELGROEPEN 44
(a) The empowerment of women 39
1.4.1. Groepen die speciale bescherming behoeven 44
(b) Children 41
(a) Vrouwen 44
(c) National minorities 43
(b) Kinderen 47
(d) Indigenous people 46
(c) Nationale minderheden 50
(e) Refugees and displaced persons 48
(d) Inheemse volkeren 52
(f) Prisoners 50
(e) Vluchtelingen en ontheemden 55
(g) Victims of torture 52
(f) Gevangenen 57
1.4.2. Priority groups for protection and awareness-raising 54
(g) Slachtoffers van martelingen 59
(a) Journalists and media professionals 54
1.4.2. Prioritaire groepen voor beschermings- en bewustmakingsacties 62
(b) Magistrates, lawyers and court and prison staff 56
(a) Journalisten en andere vakmensen uit de mediawereld 62
(c) Military, police and security forces 58
(b) Magistraten, advocaten en gerechtelijk en gevangenispersoneel 64
2. Geographical summary 60
(c) Leger, politie en veiligheidstroepen 66
2.1. ACP countries, including South Africa and Nigeria 60
2. Geografisch overzicht 69
2.2. Latin America 62
2.1. ACS-landen, inclusief Zuid-Afrika en Nigeria 69
2.3. Central and Eastern Europe and the Republics of the Former Yugoslavia, the New Independent States and Mongolia 66
2.2. Latijns-Amerika 71
2.4. Meda countries and Turkey 70
2.3. Midden- en Oost-Europa en de republieken van het voormalige Joegoslavië, de Nieuwe Onafhankelijke Staten en Mongolië 74
2.5. Asia 73
2.4. Meda-landen en Turkije 80
3. Procedural aspects 77
2.5. Azië 84
a) Inter-departmental coordination 78
3. Procedurele aspecten 87
b) Organisation of Commission departments 78
a) Coördinatie tussen diensten 88
c) Call for proposals 81
b) Organisatie van de diensten van de Commissie 89
d) Ad-hoc projects (targeted projects) 81
c) Oproep tot het indienen van voorstellen 91
e) Micro-projects 82
d) Ad-hoc-projecten (gerichte projecten) 92
f) Co-operation with International Organisations 82
e) Microprojecten 92
g) Multi-annual programming 82
f) Samenwerking met internationale organisaties 93
h) Incentive amounts 83
g) Meerjarenprogrammering 93
i) Technical assistance 83
h) Stimuleringsbedragen 94
i) Technische bijstand 94
Introduction
This report sets out an overview of the activities in the protection and promotion of human rights and democracy funded by the European Commission in external relations between 1996 and 1999. It examines the major thematic priorities and the regional strategies of such action, and provides an analysis of some procedural aspects. In addition, an assessment of the performance of the Commission in this field is included.
Inleiding
* Background
Dit verslag geeft een overzicht van de activiteiten ter bescherming en bevordering van de mensenrechten en de democratie die tussen 1996 en 1999 door de Europese Commissie in het kader van buitenlandse betrekkingen zijn gefinancierd. Het behandelt de belangrijkste thematische prioriteiten en de regionale strategieën voor dergelijke activiteiten, en geeft een analyse van enkele procedurele aspecten. Daarnaast wordt een beoordeling gegeven van de prestaties van de Commissie op dit terrein.
It is the fourth report of this kind, and describes the main lines of action followed in the use of resources available in the financial years 1996, 1997, 1998 and 1999 under the European Initiative for Democracy and Human Rights (Chapter B7-70 of the EU budget). During the period assessed by this report, approximately 300 million Euros were allocated to human rights and democracy projects from this part of the budget alone.
* Achtergrond
The period assessed by this report is unusually long, which can be explained by a number of factors. Firstly, the years under review were a time of significant change for the European Union, in its transition from an economic entity to a political body, and in the development of its human rights policy. The Treaty of Amsterdam represented a major advance in this policy, reaffirming that the Union is 'founded on the principles of liberty, democracy, respect for human rights and fundamental freedoms and the rule of law' and stressing the importance of coherence with the European Convention on Human Rights.
Dit is het vierde verslag van dit type. In het verslag wordt een beschrijving gegeven van de belangrijkste actielijnen die zijn gevolgd bij de besteding van de middelen die in de begrotingsjaren 1996, 1997, 1998 en 1999 uit hoofde van het Europees initiatief voor de democratie en de mensenrechten (hoofdstuk B7-70 van de EU-begroting) beschikbaar waren. Tijdens de verslagperiode is alleen al uit dit deel van de begroting aan mensenrechten- en democratiseringsprojecten ongeveer 300 miljoen euro toegewezen.
1998 was a particularly challenging year for the Commission in implementing the human rights and democracy budget lines. The European Court of Justice's ruling of 12 May in Case C-106/96 concerning the lack of a proper legal base for the implementation of certain Community actions led to suspending the implementation of Chapter B7-70 in June and July 1998. Implementation was only resumed following an inter-institutional agreement reached at the end of July 1998. In 1999 two major developments affected the management of EU funds in support of human rights and democracy: the adoption of a new legal basis and the change of the Commission with the subsequent restructuring of its services. In April 1999, the Council adopted two Regulations (975/99 and 976/99), providing a legal basis for all human rights and democratisation activities under Chapter B7-70 of the EU Budget. The new Commission began to reorganise its administration, with for the first time, a single Commissioner who has responsibility for the promotion of human rights, and a reorganised human rights and democratisation unit covering all regions in the world.
De periode die in dit verslag wordt beoordeeld, is ongebruikelijk lang. Daarvoor zijn een aantal factoren aan te wijzen. De belangrijkste is dat in de verslagperiode significante veranderingen in de Europese Unie plaatsvonden: de Unie veranderde van een economische entiteit in een politiek lichaam en er werd een mensenrechtenbeleid ontwikkeld. De aanneming van het Verdrag van Amsterdam betekende een belangrijke stap voorwaarts in de ontwikkeling van dit beleid, omdat daarin opnieuw wordt bevestigd dat de Unie "is gegrondvest op de beginselen van vrijheid, democratie, eerbiediging van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, en van de rechtsstaat", en omdat het Verdrag het belang bevestigt van coherentie met het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens.
* Reactions to the previous report
Met name in 1998 zag de Commissie zich bij de uitvoering van de begrotingslijnen voor mensenrechten en democratie voor grote problemen gesteld. Het feit dat het Europees Hof van Justitie in zijn arrest van 12 mei 1998 (zaak C-106/96) verklaarde dat bepaalde Gemeenschapsacties een geschikte rechtsgrond ontberen, leidde ertoe dat de uitvoering van hoofdstuk B7-70 in juni en juli 1998 werd opgeschort. De uitvoering werd pas hervat nadat eind juli 1998 een interinstitutioneel akkoord tot stand was gekomen. In 1999 werd het beheer van de EU-middelen die voor de bevordering van de mensenrechten en de democratie zijn gereserveerd, door twee belangrijke ontwikkelingen beïnvloed: de vaststelling van een nieuwe rechtsgrond en de wijziging van de Commissie met de daaropvolgende herstructurering van haar diensten. In april 1999 nam de Raad twee verordeningen aan (975/99 en 976/99), en verschafte daarmee een rechtsgrond voor alle mensenrechten- en democratiseringsactiviteiten die uit hoofde van hoofdstuk B7-70 worden gefinancierd. De nieuwe Commissie begon met de reorganisatie van haar administratie, waarbij voor het eerst één enkele Commissaris de verantwoordelijkheid kreeg voor de bevordering van de mensenrechten en er één gereorganiseerde eenheid voor mensenrechten en democratie kwam, die alle regio's in de wereld bestrijkt.
In preparing this document, the Commission has taken into account the European Parliament's comments contained in resolution A4-0381/97 and in the report of Parliament Vice-President Imbeni (the 'Imbeni report') [1], which outline a number of recommendations regarding the assessment and evaluation of Commission activities in the promotion of human rights and democracy. This document makes a serious effort to respond to many of these recommendations. Firstly, by describing key projects in-depth in the thematic section, the Commission seeks to provide an indication of which initiatives were more successful and why, rather than merely 'a catalogue of good works'. Secondly, the 'recapitulation of activities under the thematic and geographic headings' has been avoided as far as possible; instead the geographic section provides a more analytical overview of regional strategies and the weight given to particular activities. Thirdly, assessments of Commission action have been analysed for the first time in the context of this report. It should be made clear, however, that it has not been possible to address all of Mr Imbeni's suggestions in this regard; Commission staff resources have been insufficient for such a task. The Commission nonetheless shares Mr. Imbeni's belief that more progress must made in the thorough evaluation of projects.
* Reacties op het voorgaande verslag
[1] European Parliament report on the report from the Commission on the implementation of measures intended to promote observance of human rights and democratic principles (for 1995) (COM (96) 0672 - C4 - 0095/97), of December 1997, A4-0381/97, Rapporteur: Mr. Renzo Imbeni.
Bij het opstellen van dit verslag heeft de Commissie rekening gehouden met de opmerkingen van het Europees Parlement als vervat in resolutie A4-0381/97 en het verslag van de vice-voorzitter van het Parlement, Renzo Imbeni (het 'verslag-Imbeni') [1], waarin een samenvatting wordt gegeven van een aantal aanbevelingen aangaande de beoordeling van activiteiten van de Commissie die op de bevordering van de mensenrechten en de democratie zijn gericht. In het onderhavige verslag wordt getracht gevolg te geven aan deze aanbevelingen. Door in het thematische deel een diepgaande beschrijving te geven van sleutelprojecten tracht de Commissie aan te geven welke initiatieven het meest succesvol waren en waarom, in plaats van uitsluitend "een rits goede werken" op te sommen. Verder is zoveel mogelijk geprobeerd om "de recapitulatie van activiteiten onder de thematische en geografische koppen" te voorkomen. In plaats daarvan wordt in het geografische deel een meer analytisch overzicht van regionale strategieën gegeven en aangegeven wat het belang van specifieke activiteiten is geweest. Tot slot zijn in de context van dit verslag voor het eerst de beoordelingen van de acties van de Commissie geanalyseerd. Het is echter niet mogelijk geweest om in te gaan op alle aanbevelingen die de heer Imbeni in dit opzicht heeft gedaan. De Commissie beschikt daarvoor over onvoldoende personeel. De Commissie is het desalniettemin eens met de heer Imbeni dat met de gedegen evaluatie van projecten meer vooruitgang moet worden gemaakt.
One of the requests made by the Parliament was to clarify the role of the present report and previous Commission reports adopted pursuant to the November 1991 Council resolution on human rights, democracy and development [2]. This document covers all projects funded under the European Initiative for Democracy and Human Rights (Chapter B7-70) in any third country, while the reports pursuant the November 1991 Council resolution covered human rights and democratisation activities only in developing countries, funded both from Chapter B7-70 and from the co-operation instruments (such as the European Development Fund and the relevant parts of the EU budget dealing with relations with different regions or countries). In fact, this report deals with that part of the 1991 Council resolution concerning Chapter B7-70.
[1] Verslag van het Europees Parlement over het verslag van de Commissie betreffende de uitvoering van maatregelen voor het bevorderen van de rechten van de mens en de democratisering (voor 1995) (COM (96) 0672 - C4 - 0095/97), van 2 december 1997, A4-0381/97, Rapporteur: de heer Renzo Imbeni.
[2] European Parliament Resolution, A4-0381/97, para. 16
Eén van de verzoeken van het Parlement was om duidelijk te maken wat de betekenis is van het onderhavige verslag en van de eerdere Commissieverslagen die zijn aangenomen overeenkomstig de Raadsresolutie van november 1991 betreffende mensenrechten, democratie en ontwikkeling [2]. Terwijl het onderhavige verslag betrekking heeft op alle projecten die uit hoofde van het 'Europees initiatief voor de democratie en de mensenrechten' (hoofdstuk B7-70) zijn gefinancierd, in welk derde land dan ook, hadden de verslagen die zijn opgesteld overeenkomstig de Raadsresolutie van november 1991, uitsluitend betrekking op mensenrechten- en democratiseringsactiviteiten in ontwikkelingslanden, die zowel worden gefinancierd uit hoofde van hoofdstuk B7-70 als uit de samenwerkingsinstrumenten (zoals het Europees Ontwikkelingsfonds en de relevante onderdelen van de EU-begroting die betrekking hebben op de betrekkingen met uiteenlopende regio's of landen). Feitelijk wordt in dit verslag het gedeelte van de Raadsresolutie van 1991 behandeld dat op hoofdstuk B7-70 betrekking heeft.
This report covers only projects financed by the Commission as part of the Community's external action; it does not cover other external relations activities concerning human rights and democratisation, nor does it examine human rights activities or operations inside the Community. Similarly, it does not analyse other instruments of the EU budget which also make an important contribution to the protection and promotion of human rights. The reasons for this are two-fold, firstly, historically the predecessors of this report dealt with the same budget lines, and the resources of the Commission did not provide for a wider remit for this document. Secondly, to isolate the human rights or democracy element of large-scale instruments such as those of development cooperation would be complicated and potentially misleading. However, the significance of such instruments for the advancement of human rights and democracy should not be underestimated, both in terms of the scale of this investment and the consistency of such action with the projects and programmes described in this report. The integration of human rights and democratic issues into development policies enhances the awareness of Governments of these issues and promotes coherence and complementarity with other budget lines.
[2] Resolutie A4-0381/97 van het Europees Parlement, par. 16
This report is complementary to the EU Annual Report on Human Rights, adopted by the Council in October 1999. While the present document deals with activities funded under the European Initiative for Democracy and Human Rights by the European Commission from 1996 to 1999, the EU Annual Report on Human Rights has a wider remit. However, both reports share the same goals: to enhance the transparency, coherence and consistency of the Union's human rights policies.
Dit verslag heeft uitsluitend betrekking op projecten die door de Commissie worden gefinancierd als onderdeel van het externe optreden van de Gemeenschap; het verslag heeft niet betrekking op andere activiteiten in verband met buitenlandse betrekkingen die met mensenrechten en democratisering samenhangen, en evenmin worden in dit verslag mensenrechtenactiviteiten binnen de Gemeenschap behandeld. Net zo min wordt een analyse gegeven van andere instrumenten van de EU-begroting, waarmee eveneens in belangrijke mate wordt bijgedragen aan de bescherming en bevordering van de mensenrechten en de democratische beginselen. Dit heeft twee redenen. De eerste is, dat in de voorgaande verslagen dezelfde begrotingslijnen werden behandeld, en de Commissie beschikte niet over de middelen om het werkterrein voor dit verslag te vergroten. De tweede is, dat het moeilijk en mogelijk misleidend zou zijn om het onderdeel van grootschalige instrumenten, zoals die welke voor de financiering van ontwikkelingssamenwerking zijn bestemd, dat op 'mensenrechten en democratie' betrekking heeft, daarvan af te zonderen. De betekenis van zulke instrumenten voor de bevordering van de mensenrechten en de democratie moet echter niet worden onderschat, noch wat betreft de omvang van de middelen die worden geïnvesteerd, noch wat betreft de consistentie van de uit deze instrumenten gefinancierde acties met de projecten en programma's die in dit verslag worden beschreven. De integratie van mensenrechten- en democratiekwesties in ontwikkelingsbeleid maakt regeringen meer bewust van deze kwesties en bevordert de samenhang en complementariteit met andere begrotingslijnen.
* Community action in support of human rights and democracy
Dit verslag is complementair aan het Jaarverslag van de EU inzake de mensenrechten, dat in oktober 1999 door de Raad werd aangenomen. Terwijl in het onderhavige verslag activiteiten worden behandeld die in de periode 1996-99 door de Europese Commissie uit hoofde van het 'Europees initiatief voor de democratie en de mensenrechten' zijn gefinancierd, heeft het Jaarverslag inzake de mensenrechten een bredere opzet. Beide verslagen zijn echter met hetzelfde doel opgesteld: het vergroten van de doorzichtigheid, coherentie en consistentie van het mensenrechtenbeleid van de EU.
The European Union has, for many years, been committed to respecting and promoting human rights and democratic principles. The Union now has an important legal framework for the promotion of human rights in its external policy and it recognises that it has an important role to play as an international actor in this field. The Community actively implements its commitment to human rights and democracy by supporting the activities of international, regional and non-governmental organisations specialised in the field of human rights and democracy. An important measure to enhance this commitment was the initiative of the European Parliament in 1994 to collate a series of budget headings specifically dealing with the promotion of human rights together in their own Chapter (B7-707) entitled 'European Initiative for Democracy and Human Rights.' Largely thanks to the European Parliament, the Community now has significant resources to back up its policies and declarations. In 1987, the budget available for specific human rights activities was only 200,000 Euros; at the end of 1999, that figure had grown exponentially to 100 million Euros.
* Communautair optreden ten behoeve van de mensenrechten en de democratie
Council Regulations 975/99 and 976/99 (the 'Human Rights Regulations') cover activities aimed at promoting and defending human rights, supporting the process of democratisation, and supporting measures to prevent conflict [3].
De Europese Unie zet zich al vele jaren in voor de naleving en bevordering van de rechten van de mens en de democratische beginselen. De Unie beschikt nu over een belangrijk wettelijk kader voor de bevordering van de mensenrechten in haar externe beleid en beseft dat voor haar als internationale partij op dit terrein een belangrijke rol is weggelegd. De Gemeenschap zet zich actief in voor de mensenrechten en de democratie, door de steun die zij verleent aan de activiteiten van internationale, regionale en niet-gouvernementele organisaties die op het terrein van de mensenrechten en de democratie zijn gespecialiseerd. Een belangrijke maatregel voor het vergroten van deze betrokkenheid, was het initiatief van het Europees Parlement van 1994 om een reeks begrotingsposten die specifiek betrekking hebben op de bevordering van de mensenrechten, samen te brengen in één begrotingslijn (B7-707) getiteld 'Europees initiatief voor de democratie en de mensenrechten'. Het is voor een groot deel te danken aan het Europees Parlement dat de Gemeenschap nu over aanzienlijke middelen beschikt voor de tenuitvoerlegging van haar beleidsplannen en verklaringen. In 1987 was op de begroting slechts 200.000 euro specifiek voor mensenrechtenactiviteiten gereserveerd; eind 1999 was dit cijfer exponentieel gegroeid tot 100 miljoen euro.
[3] Council Regulations (EC) No 975 and No 976 of 29 April 1999, OJ L120
Verordeningen nrs. 975/99 en 976/99 van de Raad (de 'mensenrechtenverordeningen') hebben betrekking op maatregelen voor de bevordering en bescherming van de mensenrechten, voor het ondersteunen van het democratiseringsproces, en voor het ondersteunen van conflictpreventie [3].
This report examines priority actions from both a thematic and geographical point of view. Thematic areas covered include democratisation and the rule of law, the promotion of civil society, conflict prevention, and 'target group' initiatives. In each area, the reason for EU intervention in a particular field is highlighted and projects discussed in terms of their goals, activities and achievements.
[3] Verordeningen (EG) nrs. 975 en 976 van de Raad van 29 april 1999, PB L120
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
In dit verslag worden prioritaire acties zowel uit een thematisch als geografisch gezichtspunt beschreven. Tot de thematische gebieden die worden behandeld, behoren democratisering en de rechtsstaat, bevordering van de burgermaatschappij, conflictpreventie en initiatieven voor specifieke doelgroepen. Voor elk terrein wordt aangegeven wat de reden was voor het uitvoeren van communautaire maatregelen en worden de doelstellingen, activiteiten en resultaten van de uitgevoerde projecten besproken.
Euros
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
Democratisation and the rule of law: 61,748,170
euro
Pluralist civil society: 113,435,488
Democratisering en de rechtsstaat: 61.748.170
Confidence-building to restore peace: 42,139,004
Pluralistische burgermaatschappij: 113.435.488
Target groups: 62,187,747
Creëren van vertrouwen voor herstel van vrede: 42.139.004
Procedural aspects: 28,056,524
Doelgroepen: 62.187.747
TOTAL 307,566,933
Procedurele aspecten: 28.056.524
The geographical summary examines regional strategies and the use of funds in Central and Eastern Europe and the Republics of the former Yugoslavia, South Eastern Europe, the Newly Independent States and Mongolia (CEEC,SEE and NIS), African, Caribbean and Pacific countries including South Africa and Nigeria ACP, Latin America, the Mediterranean and Turkey, and Asia.
TOTAAL 307.566.933
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
In het geografisch overzicht wordt een korte opgave gegeven van de regionale strategieën en de besteding van middelen in Midden- en Oost-Europa en de voormalige Joegoslavische republieken, in Zuidoost-Europa en in de Nieuwe Onafhankelijke Staten en Mongolië (resp. LMOE, ZOE en NOS); in de landen in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan, inclusief Zuid-Afrika en Nigeria (ACS); in Latijns-Amerika; in het Middellandse-Zeegebied en Turkije (Meda), en in Azië.
// This chart represents a geographic allocation in which all multi-regional cross-references are taken into account.
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
// Deze grafiek geeft de toewijzing per regio, waarbij rekening is gehouden met alle multiregionale verwijzingen.
Part 3 deals with procedural aspects of the financing of such actions, and Part 4 provides an overall assessment of human rights activities funded by the European Commission. The report aims to provide a comprehensive overview of the large range of activities funded by the European Union over the last four years, in its active promotion of the respect for human rights and democracy.
Part 1
In deel 3 wordt ingegaan op de procedurele aspecten van de financiering van dergelijke acties, en in deel 4, tot slot, wordt een algemene beoordeling gegeven van de mensenrechtenactiviteiten die door de Commissie zijn gefinancierd. Het verslag is bedoeld om een algemeen overzicht te geven van het grote scala van activiteiten dat de afgelopen vier jaar door de EU is gefinancierd ter bevordering van de rechten van de mens en de democratie.
1. Thematic overview
Deel 1
1.1. DEMOCRATISATION AND THE RULE OF LAW
1. Thematisch overzicht
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
1.1. DEMOCRATISERING EN DE RECHTSSTAAT
1.1.1. Democratic transition and elections
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
* Background
1.1.1. Overgang naar democratie en verkiezingen
Article 21 of the Universal Declaration of Human Rights requires elections to be free, genuine and held periodically. The European Parliament has underlined the importance of support for the democratisation process, in particular 'EU measures to support the electoral process and to allow comprehensive and effective election monitoring.' [4] In 1997 the Parliament created a specific budget line to combine efforts to support electoral processes and improve coordination, [5] which is reserved primarily for activities to prepare election observation missions. Nevertheless, activities in support of electoral processes continue to be financed by the other regional lines. [6]
* Achtergrond
[4] European Parliament Resolution A4-0410/98, para. 93
Artikel 21 van de Universele Verklaring van de rechten van de mens bepaalt dat periodiek vrije en eerlijke verkiezingen moeten worden gehouden. Het Europees Parlement heeft het belang onderstreept van het ondersteunen van het democratiseringsproces, meer in het bijzonder van "EU-maatregelen ter ondersteuning van verkiezingen en de mogelijkheid een alomvattend en doeltreffend toezicht uit te oefenen op verkiezingen". [4] In 1997 creëerde het Parlement hiervoor een specifieke begrotingslijn, die primair is bedoeld voor de financiering van verkiezingswaarnemingsmissies, teneinde maatregelen voor het ondersteunen van verkiezingsprocessen te combineren en deze maatregelen beter te kunnen coördineren [5]. Desalniettemin wordt dit soort maatregelen nog steeds uit de regionale lijnen gefinancierd. [6]
[5] Budget Line B7-709: Support and surveillance of electoral processes
[4] Resolutie A4-0410/98 van het Europees Parlement, par. 93
[6] B7-7702, B7-703, B7-705, B7-7000, B7-706P and B7-701
[5] Begrotingslijn B7-709: Steun voor en toezicht op verkiezingsprocessen
The Human Rights Regulations authorise Community support for the process of democratisation, in particular, for the electoral process and equal participation of the people in this process. [7] The EU prioritises the development of professional methodology, logistics and training and increasing the visibility of the Union's support. Following a request from the Parliament the Commission has prepared a Communication on 'evaluating EU participation in election monitoring missions in recent years, with a view towards enhancing the EU's capacity to successfully promote democracy through electoral support operations'. [8] It identifies a number of ways of making the EU's activities in this area more effective and coordinated and sets down some guidelines and a framework for future EU electoral assistance and observation. The Communication identifies the need for a permanent elections desk in the Commission, an EU elections strategy based on the need for partnership and coordination with other international organisations.
[6] B7-7702, B7-703, B7-705, B7-7000, B7-706P en B7-701
[7] Council Regulations (EC) No 975/1999, Article 2.2.f and No 976/1999, Article 3.2.f
De mensenrechtenverordeningen verschaffen de rechtsgrond voor het ondersteunen van democratiseringsprocessen, in het bijzonder het ondersteunen van verkiezingen en het bevorderen van de gelijke participatie van de bevolking daarin. [7] De EU geeft prioriteit aan de ontwikkeling van een professionele methodologie, logistiek en opleiding en het vergroten van de zichtbaarheid van de steun van de Unie. Op verzoek van het Parlement heeft de Commissie een mededeling opgesteld waarin een beoordeling wordt gegeven van de deelname van de EU aan verkiezingswaarnemingsmissies in de laatste jaren, teneinde de EU beter in staat te stellen om via verkiezingsondersteuning succesvol de democratie te bevorderen. [8] De mededeling noemt een aantal manieren waarop de activiteiten van de EU op dit terrein op een effectievere en meer gecoördineerde wijze kunnen worden uitgevoerd en geeft een aantal richtsnoeren en een kader voor toekomstige verkiezingsondersteuning en -waarneming door de EU. In de mededeling wordt gewezen op de noodzaak van een permanent 'Bureau voor verkiezingen' in de Commissie, op een EU-verkiezingsstrategie die is gebaseerd op de noodzaak van partnerschap, en op coördinatie met andere internationale organisaties.
[8] Communication from the Commission on EU election assistance and observation of 11 April 2000, COM (2000) 191 final
[7] Verordening (EG) nr. 975/1999 van de Raad, art. 2.2.f, en nr. 976/1999, art. 3.2.f
* Activities and target groups
[8] Mededeling van de Commissie over verkiezingsondersteuning en -waarneming door de EU van 11 april 2000, COM (2000) 191 def.
EU support has been provided to civic education programmes aimed at informing citizens, especially women, about electoral participation, their rights as voters and how to use legal instruments to defend those rights. The Commission also supported training courses on election observation and monitoring to establish a well-prepared pool of election observers; training for electoral policemen and journalists; education in democratic parliamentary procedures for politicians and parliamentary staff. Close cooperation between the EC and the European Institute for the Media led to the development of a method of quantitative and qualitative measurement of media coverage and access to the media, and assessments of legal frameworks and media structures.
* Activiteiten en doelgroepen
* Allocation of funds
De EU heeft steun verleend aan onderwijs in burgerschapskunde. De desbetreffende programma's waren meer in het bijzonder gericht op het informeren van burgers, met name vrouwen, over de deelname aan verkiezingen, hun rechten als kiezer en het gebruik van rechtsinstrumenten voor de verdediging van die rechten. Tevens ondersteunde de Commissie trainingscursussen over verkiezingswaarneming, om te zorgen voor een goed voorbereide 'pool' van verkiezingswaarnemers; opleidingen voor journalisten en voor politiemensen die tijdens de verkiezingen de orde moeten handhaven; en onderwijs in democratische parlementaire procedures voor politici en parlementaire medewerkers. Een hechte samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en het Europees Instituut voor de Media leidde tot de ontwikkeling van een methode voor de kwantitatieve en kwalitatieve meting van de berichtgeving in de media en de toegang tot de media, en tot beoordelingen van wettelijke kaders en mediastructuren.
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
* Toewijzing van middelen
// 1996 : 2,717,599
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
1997 : 3,099,849
// 1996 : 2.717.599
1998 : 4,283,012
1997 : 3.099.849
1999 : 3,050,847
1998 : 4.283.012
TOTAL: 13,151,307
1999 : 3.050.847
* Regional distribution
TOTAAL: 13.151.307
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
* Regionale verdeling
* Example: Election observation - a common European approach
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
In 1999, the Commission provided 990,000 Euros to the Swedish International Development Agency for the implementation of this innovative project in promotion of common European standards for electoral observation. [9] It aims to provide a common approach for the training activities of electoral observers before their deployment, producing state of the art methodology in this field. An election observation handbook, covering all aspects of short and long-term missions is an important element of this process.
* Voorbeeld: verkiezingswaarneming - een gemeenschappelijke Europese aanpak
[9] B7-709, Project No. 99-079, SIDA 'Election observation- A common European Approach'
In 1999 verstrekte de Commissie 990.000 euro aan het Zweedse Internationale Ontwikkelingsbureau (SIDA) voor de uitvoering van een innovatief project ter bevordering van gemeenschappelijke Europese normen voor verkiezingswaarneming. [9] Het project is gericht op het verschaffen van een gemeenschappelijke strategie voor de opleiding van verkiezingswaarnemers, waarbij state-of-the-art opleidingsmethoden worden ontwikkeld. Het opstellen van een handboek over verkiezingswaarneming, waarin alle aspecten van korte- en langetermijnmissies worden behandeld, is een belangrijk onderdeel van dit project.
A common standard for electoral observation, state of the art training and a comprehensive web-site // Additional aims include the training of over 200 observers as a European task force ready for field missions, stressing the importance of setting guidelines for a standard final post-mission debriefing and evaluation of observers.
[9] B7-709, Projectnr. 99-079, SIDA, 'Election observation- A common European Approach'
The comprehensive training of observers is an opportunity to test the theoretical framework set up in the handbook, and to form highly prepared observers with a common strategy. Another key component is the web-site on electoral observation issues including regularly updated information for trainers, a list of professional observers, an electronic version of the handbook and information on previous electoral observation missions, field reports scheduled events. The site brings on-line all the relevant information currently available to electoral experts, Commission Delegations and NGOs.
Gemeenschappelijke standaard voor verkiezingswaarneming, state-of-the-art-opleiding en alomvattende website // Aanvullende doelen zijn onder meer de opleiding van meer dan tweehonderd waarnemers, die zullen fungeren als een Europese taskforce die gereed is voor missies in het veld, waarbij het belang wordt benadrukt van het vaststellen van richtsnoeren voor een standaardondervraging na voltooiing van de missie en de evaluatie van waarnemers.
1.1.2. Parliamentary activities
De uitgebreide opleiding van waarnemers biedt een gelegenheid voor het testen van het theoretisch kader dat in het handboek staat beschreven en voor de vorming van een groep grondig voorbereide waarnemers die een gemeenschappelijke strategie hanteren. Een ander belangrijk element is de website betreffende verkiezingswaarneming, met onder meer regelmatig bijgestelde informatie voor opleiders, een lijst van professionele waarnemers, een elektronische versie van het handboek, informatie over eerdere verkiezingsmissies, verslagen van missies te velde en geplande evenementen. Via deze site wordt alle relevante informatie waarover verkiezingsdeskundigen, de delegaties van de Commissie en NGO's momenteel beschikken, on-line toegankelijk.
* Background
1.1.2. Parlementaire activiteiten
Free and fair elections will not, of themselves, make a country democratic or give it the political stability required for democracy to flourish. They must be part of a broader process, which consolidates the movement towards democracy. This includes ensuring that the central institutions of state, such as the legislature, operate in a legitimate and effective manner. As the Commission stated in a 1998 Communication, legislatures must have the institutional capacity to draft, implement and supervise policies addressing the needs of the people. The Community should therefore provide support for legislative power, to:
* Achtergrond
"...enable parliaments to perform their dual function of counterweight to the executive in an independent and constructive manner." [10]
Vrije en eerlijke verkiezingen zijn op zichzelf niet voldoende om een land democratisch te maken of het de politieke stabiliteit te geven die nodig is wil een democratie tot volledige ontplooiing kunnen komen. Vrije een eerlijke verkiezingen moeten deel uitmaken van een breder proces, dat de ontwikkeling in de richting van een democratie bestendigt. Daartoe behoort onder meer dat ervoor wordt gezorgd dat de centrale instellingen van de staat, zoals de wetgevende macht, op een rechtmatige en effectieve wijze functioneren. Zoals de Commissie in haar mededeling uit 1998 stelde, moet de wetgevende macht de institutionele capaciteit hebben voor het opstellen, invoeren en superviseren van beleid waarmee aan de behoeften van de bevolking tegemoet wordt gekomen. De Gemeenschap moet derhalve steun verlenen voor de wetgevende macht, teneinde parlementen in staat te stellen om overeenkomstig het dualisme op een onafhankelijke en constructieve wijze een tegenwicht te bieden tegen de uitvoerende macht. [10]
[10] Communication from the Commission of 12 March 1998, on Democratisation, the Rule of Law, Respect for Human Rights and Good Governance: the Challenges of the Partnership between the European Union and the ACP States, COM (98) 146 final, at 12
[10] Mededeling van de Commissie van 12 maart 1998 betreffende democratisering, de rechtsstaat, eerbiediging van de mensenrechten en behoorlijk bestuur: de uitdagingen van het partnerschap tussen de Europese Unie en de ACS-staten, COM (98) 146 def, blz. 12
* Activities and target groups
* Activiteiten en doelgroepen
Actions supported within the European Initiative for Democracy and Human Rights aim to empower parliamentarians to perform their proper democratic role. In emerging democracies, training introduced young parliamentarians to the complex history and interdependent relations of human rights and democracy, and the role of parliament in a democracy. Parliamentarians were trained in appropriate legislation and budgetary procedures and in methods of partnership with civil society. Training programmes were complemented by the organisation of study visits and internships in long established parliaments and projects addressed the issue of regional cooperation between parliaments. Other activities focused on the impact of international human rights instruments on national legislation. Support for parliaments in the least developed countries included equipping the parliamentary buildings and contributing to their administration.
Acties die binnen het 'Europees initiatief voor de democratie en de mensenrechten' worden ondersteund, zijn erop gericht om parlementariërs in staat te stellen de rol te vervullen die hen in een democratisch bestel toekomt. In opkomende democratieën zijn jonge parlementariërs via opleidingen geïntroduceerd in de complexe geschiedenis en onderlinge afhankelijkheid van mensenrechten en democratie alsmede in de functie van het parlement in een democratie. De parlementsleden werden opgeleid in correcte budgettaire en wetgevingsprocedures en in manieren waarop het partnerschap met de burgermaatschappij kan worden vorm gegeven. De opleidingsprogramma's werden aangevuld met de organisatie van studiebezoeken en stages in reeds lang gevestigde parlementen. Daarnaast waren er projecten die op de regionale samenwerking tussen parlementen waren gericht. Bij andere activiteiten werd speciaal aandacht besteed aan de uitwerking die internationale mensenrechtenactiviteiten op nationale wetgeving hebben. De steun voor parlementen in de 'minst ontwikkelde landen' omvatte onder meer de outillage van parlementsgebouwen en hulpverlening bij het beheer daarvan.
* Allocation of funds
* Toewijzing van middelen
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
// 1996 : 974,318
// 1996 : 974.318
1997 : 1,915,463
1997 : 1.915.463
1998 : 1,401,996
1998 : 1.401.996
1999 : 220,000 TOTAL: 4,511,777
1999 : 220.000 TOTAAL: 4.511.777
* Regional distribution
* Regionale verdeling
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
* Example: Assistance to the Parliament of Ethiopia
* Voorbeeld: bijstand voor het parlement van Ethiopië
In an initiative implemented by the Interparliamentary Union, the Ethiopian Parliament was provided 511.860 Euros in assistance from the Commission in 1998, [11] The project sought to strengthen the capacity of members of the Ethiopian Parliament to make informed decisions throughout the law-making process, to interpret the Constitution and to exercise control of the government.
In het kader van een initiatief dat werd uitgevoerd door de 'Interparliamentary Union', ontving het Ethiopische parlement in 1998 van de Commissie een bedrag van 511.860 euro aan bijstand. [11] Het project was bedoeld om de leden van het Ethiopische parlement beter in staat te stellen om gedurende het wetgevingsproces geïnformeerde beslissingen te nemen, om de grondwet te interpreteren en om controle op de regering uit te oefenen.
[11] B7-702, Project No. ET/ED/69/97, Interparliamentary Union 'Assistance to the Parliament of Ethiopia'
[11] B7-702, Projectnr. ET/ED/69/97, Interparliamentary Union, 'Assistance to the Parliament of Ethiopia'
Strengthening the capacity of the Ethiopian parliament to exercise control of the government // The backbone of any parliamentary system is the provision of information, so the project addressed firstly the general question of the management of parliamentary information and improving its effectiveness.
Versterking van de capaciteit van het Ethiopische parlement tot het controleren van de regering // De ruggengraat van elk parlementair systeem is informatieverstrekking. Vandaar dat het project zich allereerst richtte op de algemene kwestie van het beheer van parlementaire informatie en de verbetering van de effectiviteit daarvan.
This included the provision of the technological resources necessary to support this process and contribute to the drive for efficiency. Modernising the handling of information and communications included the improvement of the documentation facilities (notably equipment for the parliamentary library) and the introduction of new information technology in parliamentary procedures.
Het project omvatte onder meer het verschaffen van de noodzakelijke technologische middelen voor de ondersteuning van dit proces en om bij te dragen aan het streven naar efficiëntie. De modernisering van het informatie- en communicatiebeheer omvatte de verbetering van de documentatiefaciliteiten (in het bijzonder de benodigdheden voor de bibliotheek van het parlement) en de invoering van nieuwe informatietechnologie in parlementaire procedures
The project also aimed to improve the human resources available. Training sessions for parliamentarians were scheduled to develop their technical skills in the use of the new tools, as well as seminars on national legislation and on techniques of legal drafting. In addition, the project addressed other aspects of the general functioning of the legislature, including parliamentary administration, reporting of parliamentary debates, protocol, and public and media relations.
Tevens werd met dit project beoogd om de beschikbare menselijke hulpbronnen te verbeteren. Er werden trainingssessies voor de parlementariërs georganiseerd om hun technische vaardigheden in het gebruik van de nieuwe instrumenten te ontwikkelen. Tevens werden er seminars gehouden over nationale wetgeving en over technieken voor het opstellen van wetten. Daarnaast kwamen in het project ook andere, meer algemene aspecten van het functioneren van de legislatuur aan de orde, zoals de parlementaire administratie, de rapportage van parlementsdebatten, het protocol van het parlement, en de betrekkingen met het publiek en de media.
1.1.3. The legal system, the judiciary and capital punishment
1.1.3. Het rechtsstelsel, de rechterlijke macht en de doodstraf
* Background
* Achtergrond
The link between the rule of law and democratic principles has been clearly established by the EU. In its Annual Report, the EU states that the rule of law and an accessible judicial system are an essential framework for democracy and human rights, and that 'Governments and public officials must act in accordance with the law and within the limits set by the law'. [12] The Commission has set out certain key components of the rule of law, including a legislature and executive giving full effect to human rights, an independent judiciary, effective access to legal redress, and a legal system which guarantees equality before the law. [13] The Human Rights Regulations specifically provide for Community support for the process of democratisation, in particular, promoting and strengthening the rule of law, upholding and strengthening the independence of the judiciary and the legislature from the executive, and supporting constitutional and legislative reforms, such as the abolition of the death penalty. [14]
Door de EU is een duidelijke relatie gelegd tussen de rechtsstaat en democratisering. In haar jaarverslag stelt de EU dat de rechtsstaat en toegankelijke rechterlijke instanties voor de democratie en de mensenrechten een essentieel kader vormen, en dat regeringen en overheidsfunctionarissen moeten handelen overeenkomstig de wet en binnen de grenzen door de wet gesteld. [12] De Commissie heeft een aantal wezenlijke elementen van de rechtsstaat vastgesteld, zoals het bestaan van een wetgevende en uitvoerende macht die volledige rechtskracht geven aan de mensenrechten, een onafhankelijke rechterlijke macht, effectieve toegang tot rechtsmiddelen, en een rechtsstelsel dat garandeert dat iedereen voor de wet gelijk is. [13] De mensenrechtenverordeningen voorzien uitdrukkelijk in Gemeenschapssteun voor het democratiseringsproces, in het bijzonder voor de bevordering en versterking van de rechtsstaat, voor de handhaving en versterking van de onafhankelijkheid van de rechterlijke en wetgevende macht jegens de uitvoerende macht, en voor grondwets- en wetshervormingen, zoals de afschaffing van de doodstraf. [14]
[12] EU Annual Report on Human Rights 1998-1999, adopted by the Council in October 1999, at 39
[12] 'Jaarverslag van de EU inzake de mensenrechten, 1998-1999', in oktober 1999 door de Raad aangenomen, ibid, blz. 39
[13] COM (98) 146 final, ibid, at 4
[13] COM (98) 146 def, ibid, blz. 4
[14] Council Regulations (EC) No 975/1999, Article 2.2 (a) & (b) and No 976/1999, Article 3.2 (a) & (b)
[14] Raadsverordening (EG) nr. 975/1999, art. 2.2 (a) en (b) en nr. 976/1999, art. 3.2 (a) en (b)
The EU has for many years worked to promote the abolition of capital punishment. At the 55th UN Commission on Human Rights, the EU urged member States to ratify the 2nd Optional Protocol to ICCPR on the abolition of the death penalty, arguing that the possibility of judicial error and its disproportionate use against disadvantaged groups present a strong case against its use. [15] The Parliament, a longstanding opponent of the death penalty, treated the subject as a global theme in its Annual Report on human rights. Capital punishment is an 'inhuman, medieval form of punishment and it is unworthy of modern societies' [16] While the number of countries retaining capital punishment has fallen, it remains on the statute books of almost half of the UN member States. It has no proven deterrent effect, is applied arbitrarily, and is often preceded by a flawed or unfair trial. According to the Parliament, it is a great success that all Central and Eastern European countries which are candidates for EU membership have now abolished the death penalty.
De EU propageert al jaren de afschaffing van de doodstraf. Tijdens de 55e zitting van de VN-Mensenrechtencommissie drong de EU bij de lidstaten aan op ratificatie van het tweede Facultatieve Protocol bij het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, betreffende de afschaffing van de doodstraf. De Unie stelde dat de mogelijkheid van een foute uitspraak en het onevenredig grote aantal personen uit achterstandsgroepen dat ter dood wordt veroordeeld, sterk tegen het gebruik ervan pleiten. [15] Het Parlement, dat reeds lang tegenstander is van de doodstraf, behandelde het onderwerp in zijn 'Jaarverslag inzake de mensenrechten' als een mondiaal thema. De doodstraf is een "inhumane, middeleeuwse vorm van bestraffing, die moderne samenlevingen onwaardig is" [16]. Hoewel het aantal landen dat vasthoudt aan de doodstraf is afgenomen, heeft deze straf in bijna de helft van de VN-lidstaten nog steeds een plaats in de geschreven wetten. De doodstraf heeft geen bewezen afschrikwekkende werking, wordt arbitrair toegepast en wordt in veel gevallen door een gebrekkig of oneerlijk proces voorafgegaan. Volgens het Parlement is het een groot succes dat alle Midden- en Oost-Europese landen die kandidaat zijn voor het EU-lidmaatschap, deze straf nu hebben afgeschaft.
[15] UN Commission on Human Rights 55th Session, resolution 1999/61 'Question of the Death Penalty' EU Statement
[15] VN-Mensenrechtencommissie, 55e zitting, resolutie 1999/61, 'Question of the Death Penalty', verklaring van de EU
[16] European Parliament Annual Report on Human Rights 1999, ibid, at 29
[16] Europees Parlement, 'Jaarverslag inzake de mensenrechten', 1999, ibid, blz. 29
* Activities and target groups
* Activiteiten en doelgroepen
The Commission supported assistance from international and national experts in the drafting of new constitutional provisions and national legislation, through working groups, seminars and expert advice. Programmes targeted decision-makers involved in the judicial and legal system. Institution-building within the legal system was a priority, including re-allocation of competencies between ministries of internal affairs and ministries of justice. Capacity building was also supported in the sphere of academic and professional education for lawyers, judges and prosecutors, and in the reform of court procedures, penal codes and prisons. The publication of official journals was also included in the range of supported activities.
De Commissie ondersteunde de bijstand van internationale en nationale deskundigen bij het opstellen van nieuwe grondwetsbepalingen en nationale wetgeving. De bijstand werd verleend via werkgroepen, seminars en in de vorm van deskundigenadvies. De doelgroepen waren besluitvormers die werkzaam waren in het gerechtelijk apparaat of bij de totstandkoming van het rechtsstelsel betrokken waren. Institutionele opbouw binnen het rechtsstelsel was een prioriteit. Daartoe behoorde tevens de herallocatie van bevoegdheden tussen ministeries van Binnenlandse Zaken en ministeries van Justitie. Capaciteitsopbouw werd ook ondersteund waar het academisch en beroepsonderwijs voor advocaten, rechters en openbare aanklagers betrof of de hervorming van gerechtelijke procedures, strafwetboeken en gevangenissen. De publicatie van regeringsbladen met officiële mededelingen en bekendmakingen behoorde ook tot het scala van ondersteunde activiteiten.
Community funded programmes supporting international efforts for the abolition of the death penalty included awareness campaigns in countries where capital punishment is still practised and direct assistance to prisoners under sentence of death. A joint programme was established between the Commission and the Council of Europe to foster public opinion on various themes related to the abolition of the death penalty in Russia, Turkey, Albania and Ukraine. The programme provided information to parliamentarians, legal experts and the general public about the 2nd Optional Protocol, and on the penal policy arguments against capital punishment.
De met Gemeenschapsmiddelen gefinancierde programma's ter ondersteuning van internationale inspanningen voor het afschaffen van de doodstraf, omvatten onder meer bewustmakingscampagnes in landen waar de doodstraf nog steeds wordt toegepast en directe bijstand voor gevangen die ter dood zijn veroordeeld. De Commissie en de Raad van Europa richtten een gezamenlijk programma op voor het beïnvloeden van de publieke opinie over uiteenlopende onderwerpen die met de afschaffing van de doodstraf in Rusland, Turkije, Albanië en Oekraïne verband houden. Via dit programma werden parlementsleden, juristen en het grote publiek geïnformeerd over het tweede Facultatieve Protocol en over beleidsargumenten tegen de doodstraf.
* Allocation of funds
* Toewijzing van middelen
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
// 1996 : 7,249,499
// 1996 : 7.249.499
1997 : 7,535,042
1997 : 7.535.042
1998 : 4,676,656
1998 : 4.676.656
1999 : 8,741,896
1999 :8.741.896
TOTAL: 28,203,093
TOTAAL: 28.203.093
* Regional distribution
* Regionale verdeling
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
* Example: Strengthening human rights protection mechanisms, independence of the judiciary and legal system reform in Russia
* Voorbeeld: versterking van mechanismen voor het handhaven van de mensenrechten, versterking van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en ondersteuning van de hervorming van het rechtsstelsel in Rusland
In 1999 the Council of Europe and the European Commission agreed on the fourth joint programme on strengthening human rights protection and the legal system in Russia. [17] 2,500,000 Euros have been allocated to the programmes in 1998 and 1999. A primary objective of the programmes has been to encourage the ratification and proper implementation of human rights conventions by the Russian Federation, including the European Convention on Human Rights, the European Social Charter, the European Convention for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment and the Framework Convention for the Protection of National Minorities. This has involved publication activities, training instructors and teaching courses on the content and impact of the conventions, and the functioning of protection mechanisms. Studies on compatibility of Russian legislation with the requirements of international conventions were conducted and assessment papers presented at expert seminars and to relevant Russian public institutions. At all stages local experts and partners throughout the Federation were actively included in the process.
In 1999 zijn de Raad van Europa en de Europese Commissie het eens geworden over het vierde gezamenlijke programma voor het bevorderen van de handhaving van de mensenrechten en de versterking van het rechtsstelsel in Rusland. [17] In 1998 en 1999 zijn 2.500.000 euro aan de respectieve programma's toegewezen. Een belangrijke doelstelling van de programma's is geweest om de Russische Federatie te stimuleren tot de ratificatie en correcte uitvoering van mensenrechtenverdragen, waaronder het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, het Europees Sociaal Handvest, het Europees Verdrag ter voorkoming van martelingen en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing, en het Kaderverdrag voor de bescherming van nationale minderheden. Dit gebeurde via de publicatie van geschriften, de opleiding van instructeurs, en het verzorgen van opleidingscursussen over de inhoud en effecten van de verdragen en over het functioneren van de beschermingsmechanismen. Er werden studies uitgevoerd naar de verenigbaarheid van de Russische wetgeving met de eisen die voortvloeien uit internationale verdragen en tijdens deskundigenseminars en aan relevante Russische overheidsinstellingen werden beoordelingsrapporten gepresenteerd. In alle fasen werden lokale deskundigen en partners afkomstig uit heel de Federatie actief bij het proces betrokken.
[17] B7-701, Project No. 99/073c, Council of Europe 'Joint Programme "Russia IV" '
[17] B7-701, Projectnr. 99/073c, Raad van Europa, 'Joint Programme "Russia IV" '
Assistance for structural reform, judicial training and improving the penitentiary system // Improving the functioning of the institutions of the legal system has been another main objective. For example, assistance is provided for structural reform in the administration of the Ministry of Justice, concerning the transfer of responsibility for prison administration to the
Bijstand voor structurele hervormingen, opleiding van rechterlijke ambtenaren en verbetering van gevangeniswezen // De verbetering van het functioneren van de instellingen van het rechtsstelsel is een andere belangrijke doelstelling geweest. Zo is bijvoorbeeld bijstand verleend voor structurele hervormingen in het ministerie van Justitie, in het kader waarvan de verantwoordelijkheid voor het gevangenisbeheer aan het ministerie van Justitie is gedelegeerd en het gevangeniswezen is
Ministry of Justice and the reform of the penitentiary system, including training for prison officials. Activities in co-operation with the Ministry of the Interior addressed inter alia co-operation with other law enforcement agencies during the period of preliminary criminal investigations. Dialogue and exchange schemes with the General Prosecutor have been established to bring its working methods into conformity with the principles of the rule of law. Strengthening the independence of the judicial system implies support for institution-building and for the development of professional skills and techniques. The Supreme Court has therefore been assisted with the functioning of its Court Department, which deals with the organisation and management of courts, and with the functioning of the Academy of Justice, which is responsible for the professional training of judges. Help is provided with the drafting of the statutes, the administration of courts and judicial training, for example of lower court judges in the application of European Convention on Human Rights in national jurisdiction.
hervormd, wat tevens de opleiding van gevangenispersoneel omvatte. Tijdens de activiteiten die samen met het ministerie van Binnenlandse Zaken werden ondernomen, werd onder meer aandacht besteed aan de samenwerking met andere instanties voor wetshandhaving in de periode van het gerechtelijk vooronderzoek. Met de procureur-generaal zijn besprekingen gevoerd en is een uitwisselingsprogramma vastgesteld, teneinde de werkwijzen van diens bureau in overeenstemming te brengen met de beginselen van de rechtsstaat. Het versterken van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht betekende dat steun moest worden verleend voor institutionele opbouw en voor de ontwikkeling van professionele vaardigheden en technieken. Vandaar dat het Hooggerechtshof is geholpen om de onder het hof ressorterende 'Gerechtsdienst', die zich bezighoudt met de organisatie en administratie van gerechten, en de 'Academie voor Justitie', die verantwoordelijk is voor de professionele opleiding van rechters, beter te doen functioneren. Er is hulp verleend bij het opstellen van statuten, bij de administratie van de gerechten en bij de opleiding van rechterlijke ambtenaren (zo werden politierechters geïnstrueerd over de toepassing van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens in de nationale jurisdictie).
1.1.4. Legal assistance for civil and political rights
1.1.4. Rechtshulp voor burger- en politieke rechten
* Background
* Achtergrond
Although legal institutions may have been established in accordance with international standards, for such institutions to be meaningful, full and equal access must be available to all citizens. The Parliament has 'firmly reiterated its support for the general principle that those subject to criminal proceedings are free and in full possession of their rights'. [18]
Willen rechterlijke instanties zinvol zijn, dan is het niet voldoende dat zij zijn opgericht volgens internationale normen, maar moeten zij ook voor alle burgers vrij en gelijkelijk toegankelijk zijn. Het Parlement heeft opnieuw krachtige steun betuigd voor "het algemene beginsel volgens welk een persoon tegen wie een strafproces gaande is, vrij is en in het volledige bezit van zijn rechten". [18]
[18] European Parliament resolution A4-0468/98, op. 18
[18] Resolutie nr. A4-0468/98 van het Europees Parlement, punt 18
In addition to provisions on the rule of law and institutional reform, the Human Rights Regulations authorise Community support for 'organisations offering concrete help to victims of human rights abuse'. [19] For the Commission, a legal system guaranteeing equality before the law and providing 'effective and accessible means of legal recourse' is an essential element of the rule of law. [20]
Behalve dat de mensenrechtenverordeningen bepalingen inzake de rechtsstaat en institutionele hervormingen bevatten, bieden zij de mogelijkheid tot het verlenen van Gemeenschapssteun voor "organisaties die concrete hulp verlenen aan slachtoffers van schendingen van de mensenrechten". [19] Voor de Commissie is een rechtsstelsel dat garandeert dat iedereen voor de wet gelijk is en dat toegang biedt tot effectieve rechtsmiddelen, een essentieel element van de rechtsstaat. [20]
[19] Council Regulations (EC) No 975/1999, Article 2.1 (f) and No 976/1999, Article 3.1 (f)
[19] Raadsverordening (EG) nr. 975, art. 2.1 (f) en nr. 976/1999, art. 3.1 (f)
[20] COM (98) 146 final, ibid, at 4
[20] COM (98) 146 def, ibid, blz. 4
* Activities and target groups
* Activiteiten en doelgroepen
Throughout the world, Community assistance has provided legal aid to the victims of human rights violations. In Europe assistance has been directed at legal support for asylum seekers and minorities such as Roma. The emphasis in ACP countries has been on providing support for national programmes of judicial assistance, and for judicial clinics. Latin American projects have also developed the notion of judicial assistance and have focussed on the coordination of legal aid projects implemented by organisations throughout the region. In Asia, initiatives which provide redress to the victims of violence have been supported, and in the MEDA region, legal assistance concentrated on human rights problems in Israel and Palestine. A range of international human rights organisations, including the Helsinki Committee and the Red Cross helped to implement Community action in this area, in addition, universities, legal documentation centres and local legal aid centres were involved.
Met communautaire bijstand is over de hele wereld rechtshulp verleend aan slachtoffers van mensenrechtenschending. In Europa is de bijstand gericht geweest op rechtshulp voor asielzoekers en minderheden zoals de Roma. In ACS-landen lag het accent op steunverlening voor nationale programma's voor rechtshulp en voor 'bureaus voor rechtshulp'. Ook in projecten in Latijns-Amerika is het begrip 'rechtshulp' ontwikkeld en is de aandacht speciaal gericht geweest op de coördinatie van rechtshulpprojecten van organisaties uit heel de regio. In Azië zijn initiatieven ondersteund die geweldslachtoffers de mogelijkheid bieden tot het eisen van schadeloosstelling, en in de Meda-regio is de rechtshulp geconcentreerd op mensenrechtenproblemen in Israël en Palestina. Bij de uitvoering van communautaire acties op dit terrein is de Europese Commissie geholpen door een scala van internationale mensenrechtenorganisaties, zoals de Commissie van Helsinki en het Rode Kruis. Verder waren ook universiteiten, centra voor juridische documentatie en lokale centra voor rechtshulp bij de acties betrokken.
* Allocation of funds
* Toewijzing van middelen
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
// 1996 : 739,582
// 1996 : 739.582
1997 : 1,108,275
1997 : 1.108.275
1998 : 316,200
1998 : 316.200
1999 : 2,789,447
1999 : 2.789.447
TOTAL: 4,953,504
TOTAAL: 4.953.504
* Regional distribution
* Regionale verdeling
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
* Example: Legal aid programme in Armenia
* Voorbeeld: programma voor rechtshulp in Armenië
In 1997, the Commission provided 116,108 Euros to the Féderation Internationale des Droits de l'Homme for a legal aid programme for victims of human rights violations in Armenia. [21] The aim of the project was to create a service for legal and judicial assistance and advice, with the objective of improved legal protection for the citizens of Armenia. Four law centres were set up in Yerevan, Gyumri, Vanadzor and Kapan. Victims of human rights violations were given information and advice by teams of Armenian lawyers.
In 1997 verstrekte de Commissie 116.108 euro aan de 'Féderation Internationale des Droits de l'Homme' voor een rechtshulpprogramma voor slachtoffers van mensenrechtenschending in Armenië. [21] Het doel van het project was de oprichting van een dienst voor rechtsbijstand en juridisch advies, teneinde de rechtsbescherming voor de burgers van Armenië te verbeteren. Er werden vier 'rechtscentra' opgericht, in respectievelijk Erevan, Gyumri, Vanadzor en Kapan. Aan slachtoffers van mensenrechtenschending werd door teams van Armeense juristen informatie en advies gegeven.
[21] TACIS D. Project No. 98-4001, Féderation Internationale des Droits de l'Homme 'Legal aid programme for victims of human rights violations in Armenia'
[21] Tacis D. Projectnr. 98-4001, Féderation Internationale des Droits de l'Homme, 'Legal aid programme for victims of human rights violations in Armenia'
Improving legal protection for the citizens of Armenia // In addition, training workshops were provided for the Armenian partner organisation, Avangard, to enhance the expertise of 4O members of staff on the applicability of
Verbeteren van rechtsbescherming voor de burgers van Armenië // Daarnaast werden voor de Armeense partnerorganisatie 'Avangard' workshops georganiseerd om de kennis van de veertig personeelsleden in internationale mensenrechteninstrumenten te vergroten. Tijdens een
international human rights instruments. An eight-day workshop included training on the basic principles and management of human rights NGOs, mechanisms of redress for human rights violations, and information management. Activities connected to the establishment of the law centres included gathering information about violations, setting up a central database, lobbying the authorities, and publishing a bulletin on human rights issues and legal cases.
achtdaagse workshop werd hen onder meer kennis bijgebracht over de basisbeginselen en het beheer van niet-gouvernementele mensenrechtenorganisaties, over rechtsmiddelen die in geval van mensenrechtenschendingen kunnen worden ingezet, en over informatiebeheer. Tot de activiteiten in verband met de oprichting van 'rechtscentra' behoorden onder meer het verzamelen van informatie over mensenrechtenschendingen, het opzetten van een centrale databank, lobbyen, en de publicatie van een bulletin over mensenrechtenkwesties en over rechtszaken naar aanleiding van mensenrechtenschending.
1.1.5. Public bodies and the defence of human rights
1.1.5. Overheidsinstellingen en de verdediging van mensenrechten
* Background
* Achtergrond
National commissions and ombudspersons are a relatively recent innovation in the protection of human rights. The 55th Session of the UN Commission on Human Rights drew attention to the importance of 'effective, independent, pluralistic national human rights institutions', and for the first time a special session of the Commission was devoted to the participation of national institutions. [22] Such bodies often work closely with national government ministries responsible for the protection of human rights, and as, emphasised in the CHR resolution, additional resources are vital to ensure their independence. The status of the institution of ombudsperson was underlined by the Dayton Peace accord which established the Office of the Human Rights Ombudsperson for Bosnia and Herzegovina.
Nationale mensenrechtencommissies en ombudsmannen zijn een relatief recente innovatie in de bescherming van de mensenrechten. Tijdens de 55e zitting van de VN-Mensenrechtencommissie werd de aandacht gevestigd op het belang van "effectieve, onafhankelijke en pluralistische, nationale mensenrechteninstellingen". Dit was ook de eerste keer dat een speciale zitting van de Commissie aan de deelname van nationale instellingen was gewijd. [22] Dergelijke instellingen werken vaak nauw samen met de nationale ministeries die voor de bescherming van de mensenrechten verantwoordelijk zijn. Zoals benadrukt in de resolutie van de Mensenrechtencommissie, zijn aanvullende middelen van vitaal belang om de onafhankelijkheid van deze instellingen te waarborgen. In het Vredesakkoord van Dayton wordt de status van het instituut van de ombudsman onderstreept. Het akkoord voorziet voor Bosnië en Herzegovina in de oprichting van het 'Office of the Human Rights Ombudsperson'.
[22] UN Commission on Human Rights 55th Session, resolution 1999/72. 'National institutions for the promotion and protection of human rights'
[22] VN-Mensenrechtencommissie, 55e zitting, resolutie 1999/72. 'National institutions for the promotion and protection of human rights'.
The Human Rights Regulations authorise the support of local, national, regional or international organisations in the protection of human rights. [23] The Commission has set out elements of its positive, constructive approach to human rights, including the priority to 'support local, national and regional institutions involved in the promotion and protection of human rights, including ombudsmen and others in similar positions'. [24]
De mensenrechtenverordeningen machtigen de Commissie tot het ondersteunen van lokale, nationale, regionale of internationale organisaties bij het beschermen van de mensenrechten. [23] De Commissie heeft beschreven uit welke elementen haar positieve, constructieve benadering van de mensenrechten bestaat. Tot die elementen behoort onder meer dat prioriteit wordt gegeven aan de ondersteuning van lokale, nationale en regionale instellingen die bij de bevordering en bescherming van de mensenrechten zijn betrokken, met inbegrip van ombudsmannen en andere instanties in een soortgelijke positie. [24]
[23] Council Regulations (EC) No 975/1999, Article 2.1 (e) and No 976/1999, Article 3.1 (e)
[23] Raadsverordening (EG) nr. 975/1999, art. 2.1 (e) en nr. 976/1999, art. 3.1 (e)
[24] European Commission Communication on 'The European Union and the External Dimension of Human Rights policy: from Rome to Maastricht and beyond', COM (95) 567 final
[24] Mededeling van de Europese Commissie over 'De Europese Unie en de externe aspecten van het mensenrechtenbeleid: van Rome tot Maastricht en daarna', COM (95) 567 def.
* Activities and target groups
* Activiteiten en doelgroepen
In Central and Eastern Europe, a series of local 'embassies of democracy' have been supported. Projects in ACP countries included measures to reinforce regional democracy, the training of quasi-judicial ombudsmen and the establishment of offices for the promotion and protection of human rights. In Latin America, emphasis was placed on strengthening national commissions for human rights and regional ombudsmen. Implementing partners were typically national interior or justice ministries, local government municipalities and the offices of ombudspersons themselves.
In Midden- en Oost-Europa is een reeks lokale 'ambassades voor de democratie' ondersteund. Projecten in ACS-landen omvatten maatregelen ter versterking van de regionale democratie, de opleiding van quasi-rechterlijke ombudsmannen en de oprichting van bureaus ter bevordering en bescherming van de mensenrechten. In Latijns-Amerika lag de nadruk op het versterken van nationale mensenrechtencommissies en regionale ombudsmannen. De uitvoeringspartners waren doorgaans het ministerie van Binnenlandse Zaken of Justitie, lokale gemeentebesturen of het kantoor van de ombudsman zelf.
* Allocation of funds
* Toewijzing van middelen
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
// 1996 : 1,035,315
// 1996 : 1.035.315
1997 : 3,051,762
1997 : 3.051.762
1998 : 497,000
1998 : 497.000
1999 : 0
1999 : 0
TOTAL: 4,584,077
TOTAAL: 4.584.177
* Regional distribution
* Regionale verdeling
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
* Example: The Ombudsperson's Office in Ethiopia
* Voorbeeld: het ombudsbureau in Ethiopië
In 1998, in cooperation with the Speaker's Office of the House of People's Representatives of the Federal Republic of Ethiopia, the Commission provided 582,355 Euros for a major conference on a 'Human Rights Commission and Ombudsperson's Office'. [25] The House of People's Representatives convened the conference in order to fulfil the constitutional mandate of establishing both these institutions.
In 1998 verstrekte de Commissie, in samenwerking met het kabinet van de voorzitter van het Huis van Afgevaardigden van de Federale Democratische Republiek Ethiopië, 582.355 euro voor een grote conferentie over een mensenrechtencommissie en een ombudsbureau. [25] De volksvertegenwoordigers convoceerden de conferentie teneinde te voldoen aan de constitutionele opdracht tot oprichting van deze twee instellingen.
[25] B7-702, Project No.ET/ED/5/97, Office of the Speaker of the Parliament 'Conference on a Human Rights Conference and Office of the Ombudsperson'
[25] B7-702, Projectnr. ET/ED/5/97, Kabinet van de voorzitter van het Parlement, 'Conference on a Human Rights Conference and Office of the Ombudsperson'
Learning from international experience of institutions of human rights protection // The purpose of the international conference was to provide an opportunity to Ethiopian federal and state legislators, law enforcement officials and the broader legal and political community to exchange views with
Leren van internationale ervaringen van instellingen voor de bescherming van de mensenrechten // Het doel van deze internationale conferentie was om de leden van het nationale parlement en van de deelstaatparlementen, alsmede politiefunctionarissen en de juridische en politieke gemeenschap in het algemeen, in de gelegenheid te stellen tot het uitwisselen van denkbeelden met functionarissen en academici uit landen
officials and academics from countries which have experience in providing human rights protection through national human rights commissions and ombudsperson institutions. The aim was to assist Ethiopian legislators in the drafting of legislation. Also, the publicity surrounding the process was intended to raise awareness of the issues among the Ethiopian public as a whole. The theme of the conference was 'International experiences in institutions of human rights protection' and the specific focus was on the roles of the judiciary, human rights commissions and ombudsmen.
die ervaring hebben met de bescherming van mensenrechten via nationale mensenrechtencommissies en ombudsmannen. Het oogmerk was om Ethiopische wetgevers te helpen bij het opstellen van wetgeving. Verder was de publiciteit rond de conferentie bedoeld om de Ethiopische bevolking als geheel meer bewust te maken van mensenrechtenkwesties. Het thema van de conferentie was 'Internationale ervaringen van instellingen voor de bescherming van de mensenrechten', en de aandacht ging in het bijzonder uit naar de functies van de rechterlijke macht, mensenrechtencommissies en ombudsmannen.
1.1.6. Transparency of public administration
1.1.6. Doorzichtigheid van het openbaar bestuur
* Background
* Achtergrond
Corruption is not simply a moral problem: it impacts on public administration, distorts decision-making and undermines the legitimacy of Governments, posing a serious threat to democracy. Transparency, accountability and strong measures against corruption are key elements of good government, and an important emphasis of the Commission's strategy in promoting institutional and administrative reforms connected with democratisation and the rule of law. The Commission set out several reforms which warrant particular attention, including administrative decentralisation, whereby local democracy can develop at a grass-roots level, making citizens 'the government's partners rather than its dependants', and measures to prevent fraud and corruption. [26]
Corruptie is meer dan alleen maar een moreel probleem: het heeft invloed op het overheidsbestuur, verstoort de besluitvorming, tast de legitimiteit van overheden aan en vormt zodoende een ernstige bedreiging voor de democratie. Doorzichtigheid, verantwoordingsplicht en krachtige anticorruptiemaatregelen zijn cruciale elementen van behoorlijk bestuur en behoren tot de zwaartepunten van de Commissiestrategie ter bevordering van institutionele en bestuurshervormingen in samenhang met democratisering en ter versterking van de rechtsstaat. De Commissie heeft plannen voor verschillende hervormingen die bijzondere aandacht verdienen, zoals de decentralisatie van het openbaar bestuur - waardoor de lokale democratie vanaf de basis kan worden ontwikkeld en een situatie ontstaat waarbij niet langer sprake is van afhankelijkheid van de burgers jegens de overheid maar van 'partnerschap' - en maatregelen voor de preventie van fraude en corruptie. [26]
[26] COM (98) 146 final, ibid, at 15
[26] COM (98) 146 def., ibid, blz. 15
The Parliament has also made it clear that widespread corruption erodes confidence in the State's ability to take effective action and that the most important way of countering this is to 'help boost the openness and transparency of public bodies'. [27] The Human Rights Regulations also emphasise that Community operations should aim at promoting good governance, 'particularly by supporting administrative accountability and the prevention and combating of corruption'. [28]
Het Parlement heeft ook duidelijk gemaakt dat wijdverbreide corruptie het vertrouwen vermindert dat de staat effectief actie kan ondernemen en dat dit vertrouwen het best kan worden hersteld door de openheid en doorzichtigheid van overheidsinstanties te helpen vergroten. [27] In de mensenrechtenverordeningen wordt ook benadrukt dat communautaire acties moeten zijn gericht op de bevordering van behoorlijk bestuur, "met name door steun voor de doorzichtigheid van het overheidsapparaat en de preventie en bestrijding van corruptie". [28]
[27] European Parliament resolution A4-0411/98, op5
[27] Resolutie nr. A4-0411/98 van het Europees Parlement, blz. 5
[28] Council Regulations (EC) No 975/1999, Article 2.2 (d) and No 976/1999, Article 3.2 (d)
[28] Raadsverordening (EG) nr. 975/1999, art. 2.2(d) en nr. 976/1999, art. 3.2(d)
* Activities and target groups
* Activiteiten en doelgroepen
Community support in this area has mainly funded initiatives aimed at improving accountability at a local level. In Europe, programmes on communal self-administration, and training and assistance to local democratic structures and local elected officials in self-administration, transparency and the provision of information to citizens have been key themes. In ACP countries, multi-regional programmes on corruption, transparency and accountability have been established. The promotion of community leadership and new forms of local democracy has been pursued in the MEDA region, and in Asia, programmes have examined the notion of 'responsible citizenship' and the participation of citizens in the management of natural resources. In Latin America the emphasis has been on research into the decentralisation of power and on new movements of political reform in the region. Partners of the Community have typically included universities and research centres, regional peace groups, centres for adult education, international human rights organisations and national government ministries.
De communautaire steun op dit terrein is voornamelijk gebruikt voor de financiering van initiatieven ter verbetering van de verantwoordingsplicht van lokale overheden. Belangrijke thema's in Europa waren bijstand voor communaal zelfbestuur en lokale democratische structuren en de opleiding van lokale, gekozen functionarissen in zelfbestuur, doorzichtigheid en publieksvoorlichting. In ACS-landen zijn multiregionale programma's betreffende corruptie, doorzichtigheid en verantwoordingsplicht vastgesteld. In de Meda-regio ging de aandacht uit naar de bevordering van communaal leiderschap en is gestreefd naar nieuwe vormen van lokale democratie, en in Azië is onderzoek gedaan naar het concept 'verantwoord burgerschap' en naar de participatie van burgers in het beheer van natuurlijke hulpbronnen. In Latijns-Amerika lag het accent op onderzoek naar de decentralisatie van bevoegdheden en op nieuwe impulsen tot politieke hervorming in de regio. Kenmerkende partners van de Gemeenschap waren universiteiten en onderzoekscentra, regionale vredesgroepen, centra voor volwassenenonderwijs, internationale mensenrechtenorganisaties en nationale ministeries.
* Allocation of funds
* Toewijzing van middelen
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
// 1996 : 2,241,601
// 1996 : 2.241.601
1997 : 2,592,029
1997 : 2.592.029
1998 : 930,682
1998 : 930.682
1999 : 580,000
1999 : 580.000
TOTAL: 6,344,312
TOTAAL: 6.344.312
* Regional distribution
* Regionale verdeling
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
* Example: Transparency and accountability in Zimbabwe
* Voorbeeld: doorzichtigheid en verantwoordingsplicht in Zimbabwe
In light of serious international concern about the high level of corruption in Zimbabwe, in 1999 the Commission provided 580,000 Euros in support of an initiative of the organisation Transparency International Zimbabwe. [29] The project aims to expose and curb 'grand corruption' in Zimbabwe and is targeted at corrupt practices which have the effect of distorting official decision making, and which impact seriously on the development process in the country.
In het licht van de grote internationale bezorgdheid over de hoge mate van corruptie in Zimbabwe, verstrekte de Commissie in 1999 580.000 euro ter ondersteuning van een initiatief van de organisatie 'Transparency International Zimbabwe'. [29] Met het betreffende project wordt beoogd de "grote corruptie" in Zimbabwe aan het licht te brengen en te beteugelen. Het is speciaal gericht op corrupte praktijken die de officiële besluitvorming verstoren en ernstige gevolgen hebben voor het ontwikkelingsproces in het land.
[29] B7-7021, Project No.99/0007, Transparency International Zimbabwe 'Transparency and accountability programme (ZIM)'
[29] B7-7021, Projectnr. 99/0007, Transparency International Zimbabwe, 'Transparency and accountability programme (ZIM)'
Lobbying for the creation of a permanent and independent anti-corruption bureau with adequate powers // The specific objectives of the programme are to raise public awareness on the seriousness of corruption, the damage caused by it and the need to eliminate it. Also, the project lobbied for the creation of a permanent and independent Anti-Corruption Bureau with adequate enforcement powers, for a code of ethics for MP's,
Lobbyen voor de oprichting van een permanente en onafhankelijke anticorruptiedienst met toereikende bevoegdheden // De specifieke doelstelling van het project is om het publiek bewust te maken van de ernst van de corruptie in het land, van de schade die deze veroorzaakt en van de noodzaak tot bestrijding ervan. In het kader van het project is tevens gelobbyd voor de oprichting van een permanente en onafhankelijke anticorruptiedienst, met toereikende handhavingsbevoegdheden, voor een gedragscode voor parlementariërs, ministers en hogere
cabinet ministers and senior Government officials, and for constitutional reform to create and support transparency in the Government. Particular activities organised for the project have included establishing a network of like-minded individuals to work with the government in the implementation of national anti-corruption programmes set out in the Action Plan of Zimbabwe's 'National Integrity Workshop'; organising conferences, seminars, and workshops; setting up an anti-corruption database; instructing schoolchildren; publishing a newsletter and establishing close ties with the media to generate publicity campaigns. The assistance of the Transparency International Head Office in Berlin, and their office in Denmark has provided an international pool of experts on anti-corruption issues.
overheidsfunctionarissen, alsmede voor grondwetshervormingen die zijn gericht op het transparant maken van het overheidsbestuur. Tot de activiteiten die binnen het project zijn georganiseerd, behoren de oprichting van een netwerk van gelijkgestemde personen die samen met de regering de nationale anticorruptieprogramma's uitvoeren, die staan beschreven in het actieplan dat tijdens de workshop 'nationale integriteit' werd opgesteld; de organisatie van conferenties, seminars en workshops; het opzetten van een anticorruptie-gegevensbank; het instrueren van schoolkinderen; de publicatie van een nieuwsbrief; en het tot stand brengen van nauwe betrekkingen met de media, ter ondersteuning van voorlichtingscampagnes. Dankzij het hoofdkantoor van 'Transparency International' in Berlijn en haar kantoor in Denemarken kan men over een internationale groep deskundigen in corruptiebestrijding beschikken.
1.2. PLURALIST CIVIL SOCIETY
1.2. PLURALISTISCHE BURGERMAATSCHAPPIJ
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
1.2.1. Freedom of expression and of the media
1.2.1. Vrijheid van meningsuiting en persvrijheid
* Background
* Achtergrond
The right of everyone to freedom of expression and to receive and impart information through the media are fundamental freedoms recognised by Article 19 of the Universal Declaration. The Vienna World Conference underlined the importance of free press for the provision of 'objective, responsible and impartial' information on human rights. Restrictions on this freedom are symptomatic of serious human rights abuse, and the suppression of free media indicates a profound lack of respect for democracy. As documented by organisations such as Index on Censorship and Article 19, journalists and broadcasters are increasingly subject to censorship, harsh punishment and even execution in the exercise of their profession.
Het recht van een ieder op vrijheid van meningsuiting en om via de media inlichtingen te ontvangen en door te geven, zijn fundamentele vrijheden die als zodanig in artikel 19 van de Universele Verklaring van de rechten van de mens zijn neergelegd. Tijdens de Wereldconferentie te Wenen werd nadrukkelijk gewezen op het belang van een onafhankelijke pers voor het verstrekken van "objectieve, verantwoorde en onpartijdige" informatie over de mensenrechten. Beperkingen op deze vrijheid zijn kenmerkend voor ernstige mensenrechtenschending en het onderdrukken van de persvrijheid duidt op een diepe minachting van democratische beginselen. Als gedocumenteerd door organisaties als 'Index on Censorship' en 'Article 19', hebben journalisten in toenemende mate te kampen met censuur en zijn zij steeds meer het slachtoffer van wrede bestraffing en zelfs executie.
As the European Parliament's Committee on Foreign Affairs, Human Rights, Common Security and Defence Policy has argued,
De commissie Buitenlandse zaken, mensenrechten en gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid van het Europees Parlement stelt:
"A free press is essential for a society to work in a democratic way. The existence of independent journalists ensures that governments and institutions are held accountable for their actions." [30]
"Vrije media zijn essentieel voor een democratisch functionerende samenleving. Het feit dat er onafhankelijke journalisten zijn, zorgt ervoor dat overheden en instellingen verantwoording moeten afleggen over hun daden". [30]
[30] European Parliament Annual Report on Human Rights 1999, ibid, at 30
[30] Europees Parlement, 'Jaarverslag inzake de mensenrechten 1999', ibid, blz. 30
The Human Rights Regulations authorise the promotion and protection of the freedom of opinion, expression and conscience [31], and the Commission has underlined the increasing support of the Community for the media 'with projects aimed at promoting their independence and raising awareness of their role in society'. [32]
De mensenrechtenverordeningen verschaffen de rechtsgrond voor de bevordering en bescherming van de vrijheid van mening, meningsuiting en geweten [31], en de Commissie heeft onderstreept dat de Gemeenschap de media in toenemende mate zal ondersteunen "met projecten die zijn gericht op het bevorderen van de onafhankelijkheid van de media en op het bijbrengen van inzicht in de functie die de media in de samenleving vervullen". [32]
[31] Council Regulations (EC) No 975/1999, Article 2.1(j) and No 976/1999, Article 3.1(j)
[31] Raadsverordening (EG) nr. 975/1999, art. 2.1(j) en nr. 976/1999, art. 3.1(j)
[32] COM (95) 567 final, ibid
[32] COM (95) 567 def., ibid.
* Activities and target groups
* Activiteiten en doelgroepen
Community funding between 1996 and 1999 has supported the development of independent press and broadcasting, the professionalisation of the media and the generation of networks of information and inter-regional exchanges of information on human rights. Projects have included the production of reference materials for journalists, training programmes on issues such as the media and elections and media pluralism, media law, and the role of journalists in conflict situations. Support was also provided for particular publications, for the establishment of journalists' institutes and networks, media monitoring and professional training on the media and development issues. Partner organisations included journalists associations and press institutes, freedom of expression NGOs, news agencies, individual newspapers and broadcast organisations.
De Commissie heeft tussen 1996 en 1999 financiële middelen verstrekt voor de ontwikkeling van een onafhankelijke pers en omroep, de professionalisering van de media, de oprichting van informatienetwerken en de bevordering van de interregionale uitwisseling van informatie over mensenrechtenkwesties. De desbetreffende projecten omvatten onder meer de productie van documentatiemateriaal voor journalisten, opleidingsprogramma's over thema's als de media en verkiezingen, mediapluralisme, mediawetgeving en de rol van journalisten in conflictsituaties. Tevens werd steun verleend voor speciale publicaties, de oprichting van journalistenverenigingen en -netwerken, mediamonitoring en professionele opleidingen betreffende de media en ontwikkelingsvraagstukken. Partnerorganisaties waren onder meer journalistenverenigingen en persinstituten, NGO's die zich inzetten voor de vrijheid van meningsuiting, nieuwsagentschappen, individuele kranten en omroeporganisaties.
* Allocation of funds
* Toewijzing van middelen
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
// 1996 : 4,334,918
// 1996 : 4.334.918
1997 : 4,654,231
1997 : 4.654.231
1998 : 6,047,683
1998 : 6,047,683
1999 : 9,703,196
1999 : 9.703.196
TOTAL: 24,740,028
TOTAAL: 24.740.028
* Regional distribution
* Regionale verdeling
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
* Example: IPS-Inter Press Service pilot project
* Voorbeeld: proefproject van nieuwsagentschap IPS ('Inter Press Service')
Strengthening a strong, diverse media is a powerful embodiment of democratic values. Promoting better information and enhancing the capacity of media in developing countries underpins global efforts to uphold human rights. In 1999, with funding of 497,000 from the Commission, the international news agency, IPS-Inter Press Service, carried out a pilot project to test ways of increasing professional news reporting about human rights; including political, economic ands social rights. [33]
Krachtige en gevarieerde media vormen een krachtige belichaming van democratische waarden. Door het bevorderen van een betere informatieverstrekking en het vergroten van de capaciteit van de media in ontwikkelingslanden worden wereldwijde inspanningen voor de handhaving van de mensenrechten ondersteund. In 1999 voerde het internationaal nieuwsagentschap IPS ('Inter Press Service'), met Gemeenschapssteun voor een bedrag van 497.000 euro, een proefproject uit waarbij onderzoek werd gedaan naar manieren om de professionele berichtgeving over mensenrechten, met inbegrip van politieke, economische en sociale rechten, te doen toenemen. [33]
[33] B7-702, Project No.ACP/CO/74/98, IPS 'Renforcer l'information de la société civile'
[33] B7-702, Projectnr. ACP/CO/74/98, IPS 'Renforcer l'information de la société civile'
In ACP countries, as well as in Asia, IPS, together with over 100 national newspapers and radio stations, formed regional groups to exchange news reports relating to human rights. By pooling scarce journalistic resources, they could offer their readers fresh perspectives on the human rights situation in their region. Civil society was a vital partner; NGOs at every level began supplying these regional media services with press releases and reports.
In ACS-landen en Azië vormde IPS samen met meer dan honderd nationale kranten en radiostations regionale groepen voor de uitwisseling van nieuwsverslagen over mensenrechtenkwesties. Door de bundeling van schaarse journalistieke krachten waren zij in staat hun lezers een frisse kijk te bieden op de mensenrechtensituatie in hun regio. De burgermaatschappij was een vitale partner: NGO's op elk niveau begonnen deze regionale mediadiensten van persberichten en rapporten te voorzien.
Enhancing the capacity of media in developing countries underpins global efforts to uphold human rights // One of the key insights of this project has been to demonstrate that debates about 'universal values', and the divisions that exist between regions or communities, are not exclusively European concepts, but are shared by countries in the South. Building bridges for greater communication in this way is a valuable and important
Vergroting van de capaciteit van media in ontwikkelingslanden ondersteunt wereldwijde inspanningen voor handhaving van de mensenrechten // Een van de belangrijkste resultaten van dit project is dat men heeft kunnen laten zien dat concepten als 'universele waarden' en de scheidslijnen die bestaan tussen regio's of gemeenschappen, geen zuiver Europese concepten zijn, maar worden gedeeld door de landen in het Zuiden. Door op deze wijze een brug te slaan om te komen tot een betere communicatie, wordt een waardevolle en belangrijke bijdrage geleverd aan
contribution to healing division. The project was both 'high-tech' and 'low-tech'. More than a thousand press clippings collected from selected publications showed that there is both a demand and a need for such reporting. The articles were printed world-wide, including in the Zimbabwe Daily News, the Manila Standard, and the Jamaican Observer. Capital Radio Sri Lanka and the public service stations of the South African Broadcasting Corporation were amongst hundreds of participating radio broadcasters. The Internet has also been utilised for the provision of news on a weekly basis and for the creation of a searchable database of human rights information. In the course of 1999, forty Asian, African and Caribbean journalists were trained by professional IPS editors to write about human rights, including an emphasis on a gender perspective. These journalists produced more than 250 articles last year. Leading human rights figures such as UN High Commissioner, Mary Robinson, and Burmese democracy campaigner Aung San Suu Kyi contributed columns, which were syndicated to major newspapers.
het overbruggen van het onderscheid tussen regio's en gemeenschappen. Het project was zowel 'high-tech' als 'low-tech'. Meer dan duizend krantenknipsels uit geselecteerde publicaties laten zien dat er zowel vraag naar als behoefte aan dit soort verslaggeving bestaat. De artikelen verschenen in publicaties over de hele wereld, waaronder de 'Zimbabwe Daily News', de 'Manila Standard' en de 'Jamaican Observer'. 'Capital Radio Sri Lanka' en de stations van de staatsomroep 'South African Broadcasting Corporation', behoorden tot de honderden radio-omroepen die deelnamen. Ook van Internet is gebruik gemaakt, voor een wekelijkse nieuwsvoorziening en voor het opzetten van een gegevensbank met zoekfunctie met informatie over mensenrechtenkwesties. In de loop van 1999 werden veertig Aziatische, Afrikaanse en Caribische journalisten door redacteurs van IPS opgeleid in het schrijven van artikelen over mensenrechten, met onder meer speciale aandacht voor de genderdimensie. Deze journalisten schreven vorig jaar meer dan 250 artikelen. Vooraanstaande verdedigers van de mensenrechten, zoals de Hoge Commissaris van de VN, Mary Robinson, en de leider van de campagne voor de invoering van de democratie in Burma, Aung San Suu Kyi, droegen bij met columns, die gelijktijdig in verschillende grote dagbladen werden gepubliceerd.
1.2.2. Human rights education and public awareness
1.2.2. Mensenrechteneducatie en bewustmaking
* Background
* Achtergrond
Human rights education is an essential tool to disseminate knowledge on the existence and applicability of human rights standards and democratic norms. This was recognised in the Vienna Declaration Programme of Action, which identified human rights education as a major priority. The UN General Assembly, establishing the Decade for Human Rights Education in 1994, called on international organisations to increase their involvement in this field. [34] Education and training are cornerstones of Community action in the promotion of a pluralist society. The European Parliament has called on the Commission to "take steps to increase the awareness of young Europeans...with a view to promoting genuine human rights education." [35] Similarly, the Human Rights Regulations authorise technical and financial assistance aimed at "support for education, training and consciousness-raising in the area of human rights." [36]
Mensenrechteneducatie is een wezenlijk instrument voor de verspreiding van kennis over het bestaan en de toepasselijkheid van normen zoals die voortvloeien uit mensenrechten en democratische beginselen. In het actieprogramma bij de Verklaring van Wenen wordt dit erkend en wordt mensenrechteneducatie als een hoofdprioriteit aangewezen. De Algemene Vergadering van de VN, die in 1994 het 'Decennium voor Mensenrechteneducatie' afkondigde, heeft internationale organisaties opgeroepen om hun betrokkenheid op dit terrein te vergroten. [34] Onderwijs en opleiding zijn hoekstenen van de Gemeenschapsacties ter bevordering van een pluralistische maatschappij. Het Europees Parlement heeft de Commissie opgeroepen "om maatregelen te nemen om het bewustzijn van jonge Europeanen te vergroten (...) teneinde werkelijke mensenrechteneducatie te bevorderen." [35] De mensenrechtenverordeningen machtigen de Commissie tot het verlenen van technische en financiële hulp ten behoeve van "onderwijs, opleiding en bewustmaking op het gebied van de mensenrechten." [36]
[34] UN General Assembly resolution 49/184 of 23 December 1994
[34] Resolutie 49/184 van de Algemene Vergadering van de VN, van 23 december 1994
[35] European Parliament Report ' TITLE' A4-0223/96, para.120,
[35] Verslag van het Europees Parlement, ' TITLE' A4-0223/96, par.120
[36] Council Regulations (EC) No 975/1999, Article 2.1(g) and No 976/1999, Article 3.1(g)
[36] Raadsverordening (EG) nr. 975/1999, art. 2.1(g) en nr. 976/1999, art. 3.1(g)
* Activities and target groups
* Activiteiten en doelgroepen
Between 1996 and 1999, the Commission has funded a wide range of information networks and educational projects, with the aim of promoting public awareness about the value of human rights and democracy, about Commission activities, and of increasing specialised knowledge for human rights professionals. Human rights education has been targeted to meet specific needs in different regions.
Tussen 1996 en 1999 heeft de Commissie een breed scala van informatienetwerken en onderwijsprojecten gefinancierd om het grote publiek meer bewust te maken van de waarde van mensenrechten en democratie en van de activiteiten van de Commissie op dit terrein, en om de knowhow te vergroten van professionals die op het gebied van de mensenrechten werkzaam zijn. Mensenrechteneducatie is afgestemd op de behoeften zoals die in onderscheiden regio's bestaan.
Projects in Eastern Europe reflected the need for civic education on the process of democratisation and for professional training for politicians, the military and police. Special emphasis was also placed on awareness building about the rights of minorities. In Africa, in addition to programmes on democracy, human rights and the media, projects concerning the applicability of regional instruments, such as the African Charter, have been supported. Education programmes in Latin America highlighted the links between human rights and development, and the role of civil society in situations of conflict. In Europe, projects included programmes of higher education, training for human rights defenders, and expert symposiums. In the Middle East, programmes have been targeted towards vulnerable groups such as women and children, and fora for inter-community education and debate are supported in this region. Implementing agencies included local human rights NGOs, jurist and bar associations, human rights institutes, church groups, medical associations, universities and national ministries for human rights.
Projecten in Oost-Europa weerspiegelden de noodzaak van onderricht in het democratiseringsproces en van deskundige opleiding voor politici, militairen en de politie. Ook bewustmaking van de rechten van minderheden kreeg bijzondere aandacht. In Afrika zijn naast programma's betreffende democratisering, mensenrechten en de media, ook projecten ondersteund betreffende de toepasselijkheid van regionale instrumenten, zoals het Afrikaans Charter. In onderwijsprogramma's in Latijns-Amerika werd speciale aandacht besteed aan de relaties tussen mensenrechten en ontwikkeling en aan de rol van de burgermaatschappij in conflictsituaties. In Europa omvatten de projecten onder meer programma's voor het hoger onderwijs, opleidingen voor mensenrechtenactivisten en deskundigensymposia. In het Midden-Oosten zijn programma's voor kwetsbare groepen zoals vrouwen en kinderen uitgevoerd, en zijn fora ondersteund waar verschillende groepen met elkaar in debat konden gaan en van elkaar konden leren. Tot de uitvoeringsinstellingen en -organisaties behoorden onder meer niet-gouvernementele mensenrechtenorganisaties, juristenverenigingen, mensenrechteninstellingen, kerkgroepen, artsenverenigingen, universiteiten en nationale ministeries belast met mensenrechtenkwesties.
* Allocation of funds
* Toewijzing van middelen
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
// 1996 : 10,648,478
// 1996 : 10.648.478
1997 : 13,145,396
1997 : 13.145.396
1998 : 5,889,565
1998 : 5.889.565
1999 : 22,974,528
1999 : 22.974.528
TOTAL: 52,657,967
TOTAAL: 52.657.967
* Regional distribution
* Regionale verdeling
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
* Example: European Masters Degree in Human Rights and Democratisation
* Voorbeeld: Europese masterstitel in mensenrechten en democratisering
A major contribution of the Community to the goals of human rights education is represented by the European Masters Degree in Human Rights and Democratisation (EMA). [37] The Commission provided 1,811,320 Euros for the project in 1999. Established in 1997 in conjunction with 15 leading universities, one in each EU member state, this is the only regional human rights course in the world. The first half of the ten-month Degree takes place in Venice, Italy, where students are taught by visiting academics from the partner universities. In the second half, students are assigned to one of the fifteen universities, according to their research specialisation. The EMA was set up with the aim of training experts to work for international organisations, national institutions and NGOs. To address the needs of such organisations, programmes of education must form links between academic courses and human rights work on the ground. An important element of the EMA therefore is its action-oriented, operational approach.
Een belangrijke bijdrage van de Gemeenschap aan de doelen van mensenrechteneducatie, is de cursus die opleidt voor de Europese masterstitel in mensenrechten en democratisering (EMA). [37] De Commissie verstrekte in 1999 1.811.320 euro voor het betreffende onderwijsproject. De cursus werd in 1997 opgezet in samenwerking met vijftien vooraanstaande universiteiten, één in elke EU-lidstaat, en is de enige regionale mensenrechtencursus ter wereld. De eerste helft van de tien maanden durende cursus vindt plaats in Venetië, Italië, waar de studenten worden onderwezen door gasthoogleraren van de partneruniversiteiten. In de tweede helft vertrekken de studenten naar een van de vijftien universiteiten; welke, is afhankelijk van hun onderzoeksspecialisatie. De EMA is opgezet om deskundigen voor werk bij internationale organisaties, nationale instellingen en NGO's voor te bereiden. Om tegemoet te komen aan de behoeften van dergelijke organisaties en instellingen, moet er in de onderwijsprogramma's voor worden gezorgd dat er tussen de academische cursussen en mensenrechtenactiviteiten in het veld een link bestaat. Een belangrijk element van de EMA is derhalve de actiegerichte, operationele aanpak ervan.
[37] B7-704, Project No. 99/069, University of Padova 'Activities in support of the European Masters Programme in Human Rights and Democratisation'
[37] B7-704, Projectnr.. 99/069, Universiteit van Padova 'Activities in support of the European Masters Programme in Human Rights and Democratisation'
In addition to high quality academic training, students from a variety of backgrounds (law, political science, history, philosophy) are taught by field officers from international organisations and NGOs, and the EMA also provides training in the field. For example, for the last three years students have gone 'on mission' to Bosnia and Herzegovina, where they met field staff from IGOs, NGOs, and lawyers and government officials involved in the effort to rebuild democracy and respect for human rights. The EMA has been a success. The Office of the High Commissioner of Human Rights has signed an official memorandum of understanding with the Degree, and UNESCO, the Council of Europe and the OSCE have associated themselves with it.
Naast een kwalitatief hoogstaande academische opleiding krijgen studenten met een uiteenlopende achtergrond (rechten, politieke wetenschappen, geschiedenis, filosofie) onderricht van functionarissen van internationale organisaties en NGO's die in het veld werkzaam zijn. De EMA verzorgt ook opleidingen in het veld. De afgelopen drie jaar zijn studenten bijvoorbeeld 'op missie' gegaan naar Bosnië en Herzegovina, waar zij hebben gesproken met veldwerkers van intergouvernementele en niet-gouvernementele organisaties en met juristen en overheidsfunctionarissen die bij de wederopbouw van de democratie en het herstel van de eerbiediging van de mensenrechten zijn betrokken. De EMA is een succes. Het Bureau van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten heeft een officieel memorandum van overeenstemming met de EMA ondertekend, en UNESCO, de Raad van Europa en de OVSE hebben zichzelf aan de opleiding verbonden.
Programmes of education must form links between academic courses and human rights work on the ground // This is the first step in building an international network of human rights and democracy experts, comprised not only of graduates, but also by the academics and field workers who participate in the training. Commissioner for External Relations, Chris Patten has described the Degree as "an excellent investment". [38]
Onderwijsprogramma's moeten zorgen voor links tussen academische cursussen en mensenrechtenactiviteiten in het veld // Dit is de eerste stap naar het opzetten van een internationaal netwerk van deskundigen op het gebied van de mensenrechten en de democratie, dat naast afgestudeerden ook academici en veldwerkers omvat die bij de opleiding zijn betrokken. De Commissaris voor Buitenlandse Betrekkingen, Chris Patten, heeft de titel een "uitstekende investering" genoemd. [38]
[38] Statement of Commissioner Patten to the EU Human Rights Discussion Forum, Brussels, 30 November 1999, Conference report available at http://europa.eu.int/comm/dg1a/human_rights/intro.
[38] Verklaring van Commissaris Patten tijdens 'EU-Discussieforum over de rechten van de mens', Brussel, 30 november 1999. Het verslag van de conferentie is beschikbaar op http://europa.eu.int/comm/dg1a/human_rights/intro.
On the occasion of the 50th Anniversary of the Universal Declaration on Human Rights the European Union pledged to further develop cooperation in the field of human rights, such as education and training activities and to ensure the continuation of the Masters Degree. Furthermore, the report of the Comité des Sages, the so-called 'Agenda 2000', concluded that the EMA has been "innovative and successful." [39]
Bij gelegenheid van de vijftigjarig bestaan van de Universele Verklaring van de rechten van de mens heeft de Europese Unie plechtig beloofd om de samenwerking op het gebied van de mensenrechten verder uit te breiden - bijvoorbeeld tot onderwijs- en opleidingsactiviteiten - en te zorgen voor continuering van de EMA. Verder wordt in het verslag van het 'Comité des Sages', 'Agenda 2000', geconcludeerd dat de EMA "innovatief en succesvol" is geweest. [39]
[39] 'Leading by Example: A Human Rights Agenda for the European Union for the Year 2000', Comité des Sages, European University Institute, 1998, at 22
[39] 'Leading by Example: A Human Rights Agenda for the European Union for the Year 2000', Comité des Sages, European University Institute, 1998, blz. 22
1.2.3. Equal opportunities and non-discrimination
1.2.3. Gelijke kansen en non-discriminatie
* Background
* Achtergrond
The right to non-discrimination is central to the normative framework of human rights, as set out in the two UN Covenants, the UN Conventions on the Elimination of All Forms of Discrimination Against Women and on the Elimination of All Forms of Racial Discrimination, in the European Convention on Human Rights and in ILO Convention No.111. For the European Union, the defence of the basic principle of non-discrimination is the core of its understanding of human rights and democracy. As the EU Annual Report on Human Rights underlines:
Het recht om niet te worden gediscrimineerd vormt de kern van het normatief kader van de mensenrechten, als neergelegd in de VN-Verdragen inzake respectievelijk de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen en de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie, in het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, en in Conventie 111 van de IAO. Voor de Europese Unie vormt het basisbeginsel van non-discriminatie het wezen van de mensenrechten en de democratie. In het Jaarverslag van de EU inzake de mensenrechten wordt in dit verband benadrukt dat
"Among the EU's shared values also figures the firmly held belief that diversity is one of the foundations on which the Union has been built." [40]
"Tot de gedeelde waarden van de EU-lidstaten behoort onder meer de krachtige overtuiging dat verscheidenheid één van de fundamenten is waarop de EU steunt." [40]
[40] EU Annual Report on Human Rights 1999, ibid, at 14
[40] Jaarverslag van de EU inzake de mensenrechten, 1999, ibid, blz. 14
Article 13 of the Treaty of Amsterdam introduced provisions making it possible to combat all forms of discrimination. The Parliament has frequently expressed its commitment to equal right and non-discrimination, and emphasised that 'the equal value of all human beings, independently of gender, race, background or sexual preference, is for most of us a self-evident fact.' [41] The Human Rights Regulations specify the promotion of equality of opportunity and non-discriminatory practices, including measures to combat racism and xenophobia. [42]
Door artikel 13 van het Verdrag van Amsterdam is het mogelijk geworden om alle vormen van discriminatie te bestrijden. Het Parlement heeft zich veelvuldig uitgesproken voor gelijke rechten en non-discriminatie en benadrukt dat het voor de meeste parlementsleden vanzelf spreekt dat alle mensen gelijk in waardigheid zijn, ongeacht hun geslacht, ras, achtergrond of seksuele geaardheid. [41] De mensenrechtenverordeningen specificeren de bevordering van gelijke kansen en niet-discriminerende praktijken, met inbegrip van maatregelen ter bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat. [42]
[41] European Parliament Annual Report 1999, ibid, at 12
[41] Jaarverslag van het Europees Parlement, 1999, ibid, pag. 12
[42] Council Regulations (EC) No 975/1999, Article 2.1 (i) and No 976/1999, Article 3.1 (i)
[42] Raadsverordening (EG) nr. 976/1999, art. 2.1 (i) en nr. 976/1999, art. 3.1 (i)
Article 13 of the EC Treaty (introduced by the Treaty of Amsterdam) contains provisions on discrimination on the grounds of racial and ethnic origin, religion and belief, disability, age and sexual orientation. The Commission has adopted a proposal for a new anti-discrimination package on the basis of Article 13 of the EC Treaty. [43] As part of its wider activities to fight discrimination, the Commission is highly committed to the fight against racism. The Commission adopted an Action Plan on racism in 1998, in which it aims to integrate the fights against racism as an objective into all Community actions and policies. [44] To further this process, a working group has been set up which brings together different departments of the Commission with the purpose of developing a coherent strategy and promoting joint initiatives.
Artikel 13 van het EG-Verdrag (geïntroduceerd door het Verdrag van Amsterdam) bevat bepalingen inzake discriminatie op grond van ras, etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, leeftijd of seksuele geaardheid. De Commissie heeft op basis van dit artikel een voorstel voor een nieuw antidiscriminatiepakket goedgekeurd. [43] Als onderdeel van meer algemene activiteiten voor de bestrijding van discriminatie is de Commissie in hoge mate betrokken bij racismebestrijding. In 1998 heeft zij een actieplan tegen racisme goedgekeurd, waarmee wordt beoogd om de strijd tegen racisme in alle communautaire acties en beleidsplannen te integreren. [44] Ter bevordering van dit integratieproces is een werkgroep ingesteld die verschillende diensten van de Commissie bijeenbrengt. Doel van deze werkgroep is de ontwikkeling van een coherente strategie en de bevordering van gezamenlijke initiatieven.
[43] Communication from the Commission on certain Community measures to combat discrimination COM (1999) 564 final
[43] Mededeling van de Commissie over bepaalde maatregelen ter bestrijding van de discriminatie, COM (1999) 564 def.
[44] Communication from the Commission on 'An Action Plan Against Racism' COM (98) 183 final
[44] Mededeling van de Commissie over een actieplan tegen racisme, COM (98) 183 def
* Activities and target groups
* Activiteiten en doelgroepen
The core values of equality of opportunity and non-discrimination are therefore truly 'cross-cutting' imperatives in the work of the Community, and are expressed in most areas of Commission action, principally in the areas of women's rights, minority rights and education. Specific activities supported in this field include training programmes on equality of opportunity, the promotion of handicapped persons' rights and those of the elderly, projects for the assistance of migrants and refugees, and for the improvement of local Roma communities, and activities in support of the World Conference against Racism. Groups supported have included local community associations and women's fora, international human rights and development NGOs and regional intergovernmental organisations.
De kernwaarden 'gelijke kansen' en 'non-discriminatie' zijn derhalve verplichtingen die op alle activiteiten van de Gemeenschap van toepassing zijn en op de meeste terreinen van het communautair optreden tot uitdrukking worden gebracht, in het bijzonder op het terrein van de vrouwenrechten, de rechten van minderheden en onderwijs. Specifieke activiteiten die op deze terreinen zijn ondersteund, zijn opleidingsprogramma's betreffende gelijke kansen, het bevorderen van de rechten van gehandicapten en ouderen, bijstandverlening voor migranten en vluchtelingen, de verbetering van lokale Roma-gemeenschappen, en ondersteuning van de Wereldconferentie tegen racisme. Tot de groepen die steun ontvingen, behoorden onder meer verenigingen op het niveau van lokale gemeenschappen en vrouwenfora, internationale NGO's die actief zijn op het gebied van de mensenrechten en ontwikkeling, en regionale intergouvernementele organisaties.
* Allocation of funds
* Toewijzing van middelen
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
// 1996 : 157,314
// 1996 : 157.314
1997 : 566,813
1997 : 566.813
1998 : 310,350
1998 : 310.350
1999 : 7,189,767
1999 : 7.189.767
TOTAL: 8,224,244
TOTAAL: 8.224.244
* Regional distribution
* Regionale verdeling
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
* Example: Rights of the handicapped in Madagascar
* Voorbeeld: rechten van gehandicapten in Madagaskar
In 1999, the Commission provided 765,000 Euros for a project seeking to ensure access to rights for handicapped persons in Madagascar in cooperation with the organisation Handicap International. [45] The project aimed to provide access to their rights for handicapped persons through the creation, and promotion of a national association, public awareness-building throughout Madagascar, and by strengthening the organisational and operational capacity of local associations of handicapped persons.
In 1999 verstrekte de Commissie 765.000 euro voor een project waarbij in samenwerking met de organisatie 'Handicap International' is getracht ervoor te zorgen dat gehandicapten in Madagaskar voor hun rechten kunnen opkomen. [45] Getracht werd dit te bereiken door de oprichting en promotie van een nationale vereniging, het ondernemen van bewustmakingsactiviteiten in heel Madagaskar, en het versterken van de organisatorische en operationele capaciteit van lokale gehandicaptenverenigingen.
[45] B7-7020, Project No.99/0350, Handicap International 'Accès aux droits de personnes en situation de handicap'
[45] B7-7020, Projectnr. 99/0350, Handicap International, 'Accès aux droits de personnes en situation de handicap'
Increasing respect for the opinions of the handicapped and creating an organised national movement // Long term results expected from the project include the creation of a National Office of Handicapped Persons, informing handicapped persons about their rights; having experts play a role at a national level for the defence of handicapped rights; and the creation of representative unions in all provinces of Madagascar.
Nemen van maatregelen om ervoor te zorgen dat meer aandacht wordt geschonken aan de mening van gehandicapten en oprichting van een goed georganiseerde nationale beweging // Voor de lange termijn wordt verwacht dat dankzij het project een 'nationaal bureau voor gehandicapten' zal worden opgericht, gehandicapten op de hoogte zullen worden gebracht van hun rechten, deskundigen op nationaal niveau zullen helpen bij de verdediging van gehandicaptenrechten, en in alle provincies van Madagaskar representatieve vakbonden zullen worden opgericht.
Further intended results are an increased respect for the opinions of the handicapped; national and regional events organised by associations of handicapped persons; the creation of networks of associations capable of developing projects in a regional context; the provision of highly trained educators to fight against discrimination and the training of such teachers; and the creation of better facilities for the families of handicapped people.
Verder wordt ernaar gestreefd dat meer rekening wordt gehouden met de meningen van gehandicapten; dat op nationaal en regionaal niveau door gehandicaptenverenigingen evenementen worden georganiseerd; dat netwerken van verenigingen worden opgericht die in staat zijn tot de ontwikkeling van regionale projecten; dat men voor de bestrijding van discriminatie de beschikking krijgt over hoogopgeleide leraren en dat dergelijke leraren naar behoren worden geschoold; en dat voor de families van gehandicapten betere voorzieningen worden gecreëerd.
Specific activities include a series of seminars, workshops, training sessions, the publication of guidebooks and documentation for research and training on handicapped rights, and the audio and video broadcast of relevant material. This project also receives funding from UNICEF and the US Embassy in Madagascar.
Specifieke activiteiten zijn onder meer een reeks seminars, workshops, opleidingssessies, de publicatie van handleidingen en documentatie voor onderzoek naar en opleiding in gehandicaptenrechten, en de verspreiding via radio en televisie van relevant materiaal. Dit project ontvangt tevens financiële steun van UNICEF en de Amerikaanse ambassade in Madagaskar.
1.2.4. Non-governmental organisations
1.2.4. Niet-gouvernementele organisaties
* Background
* Achtergrond
Without the contribution of non-governmental organisations, the major advances in the elaboration and promotion of human rights and democratic norms in the last 50 years could not have been achieved. As Rachel Brett comments, an essential role of human rights NGOs is in:
Zonder de bijdrage van NGO's zouden de belangrijke vorderingen die de laatste vijftig jaar met de uitwerking en bevordering van mensenrechten en democratische beginselen zijn geboekt, niet zijn gerealiseerd. Rachel Brett merkt in dit verband op dat een essentiële rol van niet-gouvernementele mensenrechtenorganisaties is:
"developing a human rights culture by making people aware of their rights, of their responsibility not to violate the rights of others, and of the possibilities of redress" [46]
"het ontwikkelen van een mensenrechtencultuur door mensen bewust te maken van hun rechten, van hun verantwoordelijkheid om de rechten van anderen niet te schenden, en van de mogelijkheden waarover zij beschikken om hun rechten te handhaven." [46]
[46] Brett, R. 'Non-Governmental Actors in the Field of Human Rights' in An Introduction to the International Protection of Human Rights, Hanski & Suski (eds.) Åbo Akademi University, 1998 at 327
[46] Brett, R. 'Non-Governmental Actors in the Field of Human Rights' in 'An Introduction to the International Protection of Human Rights', Hanski & Suski (eds.) Åbo Akademi University, 1998, blz. 327
The Parliament has frequently underlined the importance of human rights NGOs and called for the establishment of a Human Rights Forum, which would give experts from NGOs an opportunity to make recommendations on the human rights dimension of EU policies. [47] The resulting EU Human Rights Discussion Forum in November 1999 was an important step forward in developing the partnership of the Union with NGOs. It involved representatives from leading NGOs including Amnesty International, Human Rights Watch and the International Commission of Jurists and was attended by senior figures from the European Institutions, including Parliament Vice-President Imbeni and Commissioner Patten, and member states and the academic world. [48] The results of the Forum are further examined in Part 4 of this document.
Het Parlement heeft herhaaldelijk met nadruk gewezen op het belang van dergelijke NGO's en opgeroepen tot de oprichting van een 'mensenrechtenforum' dat deskundigen van NGO's de gelegenheid zou bieden tot het doen van aanbevelingen over de mensenrechtenaspecten van het EU-beleid. [47] Het 'EU-Discussieforum voor de rechten van de mens' dat naar aanleiding van deze aanbevelingen in november 1999 werd gehouden, was een belangrijke stap voorwaarts in de ontwikkeling van het partnerschap van de Unie met NGO's. Aan het forum namen vertegenwoordigers van vooraanstaande NGO's deel zoals 'Amnesty International', 'Human Rights Watch' en de 'International Commission of Jurists'. Het forum werd verder bijgewoond door hooggeplaatste personen van de Europese instellingen - waaronder de vice-voorzitter van het Parlement, Imbeni, en Commissaris Patten - de lidstaten en de academische wereld. [48] De resultaten van het forum worden nader besproken in deel 4 van dit document.
[47] European Parliament Resolution A4-0409/98, op 13.
[47] Resolutie nr. A4-0409/98 van het Europees Parlement, pag. 13.
[48] Conference Report available at http://europa.eu.int/comm/dg1a/human_rights/intro.
[48] Conferentieverslag beschikbaar op: http://europa.eu.int/comm/dg1a/human_rights/intro.
The Human Rights Regulations clearly state that an objective of the Community is to support 'local, national, regional or international institutions, including NGOs involved in the protection, promotion, or defence of human rights.' The Regulations further identify 'non-governmental organisations...community-based organisations and public or private sector organisations' as partners eligible for financing. [49] For the Commission, NGOs, voluntary organisations and foundations are the 'kingpins of our democracy', in that they now play an essential part as intermediaries in the exchange of information and opinion between government and citizens, and in 'providing citizens with the means with which they may critically examine Government action.' [50] The support and strengthening of such organisations is therefore a major concern of the European Initiative for Democracy and Human Rights.
De mensenrechtenverordeningen vermelden duidelijk dat een van de doelstellingen van de Gemeenschap is, het ondersteunen van "plaatselijke, nationale, regionale of internationale instanties, met inbegrip van NGO's die activiteiten ontplooien die verband houden met de bescherming, bevordering of verdediging van de mensenrechten". Verder noemen de verordeningen niet-gouvernementele, lokale en overheids- of particuliere organisaties als partners die in aanmerking komen voor financiële steun. [49] Voor de Commissie vormen NGO's, vrijwilligersorganisaties en stichtingen de "spil van onze democratie", in de zin dat deze tegenwoordig een essentiële functie vervullen als intermediairs bij de uitwisseling van informatie en opvattingen tussen regering en burgers, en omdat zij burgers de middelen verschaffen om de acties van regeringen kritisch tegen het licht te houden. [50] De ondersteuning en consolidatie van dergelijke organisaties is derhalve een belangrijk aandachtspunt van het Europees initiatief voor de democratie en de mensenrechten.
[49] Council Regulations (EC) No 975/1999, Article 2.1 (e) and No 976/1999, Article 3.1 (e)
[49] Raadsverordening (EG) nr. 975/1999, art. 2.1 (e) en nr. 976/1999, art. 3.1 (e)
[50] 'La promotion du rôle des associations et fondations en Europe', Communication from the Commission, COM (97) 241 final
[50] 'La promotion du rôle des associations et fondations en Europe', Mededeling van de Commissie, COM (97) 241 def
* Activities and target groups
* Activiteiten en doelgroepen
As recognised in the EU Annual Report on Human Rights, extensive support is provided to NGOs and for the strengthening of civil society throughout the world. The Commission has made efforts to 'enhance the role of civil society and NGOs as participants, promoters and beneficiaries...' [51] Activities between 1996 and 1999 typically involved increasing the effectiveness of NGO operations and 'capacity building'; setting up or strengthening trade unions, NGOs specialised in, for example, women's rights or employment law, and local initiatives such as youth centres and civic advice centres.
Als opgemerkt in het Jaarverslag van de EU inzake de mensenrechten, worden NGO's uitgebreid ondersteund en wordt de burgermaatschappij over de hele wereld versterkt. De Commissie heeft inspanningen geleverd ter versterking van de rol van de burgermaatschappij en NGO's als deelnemers, promotors en begunstigden. [51] Een typische activiteit tussen 1996 en 1999 was het vergroten van de effectiviteit van NGO-acties en capaciteitsopbouw; de oprichting en versterking van vakbonden en van NGO's die zijn gespecialiseerd in bijvoorbeeld vrouwenrechten of arbeidsrecht; en het ondersteunen van lokale initiatieven zoals jeugd- en adviescentra.
[51] EU Annual Report on Human Rights 1999, ibid, at 14
[51] Jaarverslag van de EU inzake de mensenrechten, 1999, ibid, pag. 14
The increasing possibilities offered by new technologies such as the Internet have been encouraged by the establishment of networks of information exchange between NGOs. Training in human rights advocacy and assistance with managerial control are important elements of enhancing professionalism in the NGO community. Implementing partners have included national trade unions, citizen's assemblies and consumer associations, research centres and universities, and NGOs ranging from the small and local to established international organisations. A useful mechanism of funding NGOs has been through micro projects; small-scale activities to promote democracy which are identified and managed by the Commission Delegations, especially in the central and eastern European countries, former Yugoslavia, and the former Soviet Union.
Door het opzetten van netwerken voor informatie-uitwisseling tussen NGO's is het gebruik van de toenemende mogelijkheden gestimuleerd die door nieuwe technologieën zoals Internet worden geboden. Opleiding in de bescherming van mensenrechten en bijstand bij managementcontrole zijn belangrijke elementen geweest bij het vergroten van het professionalisme in de NGO-gemeenschap. Uitvoeringspartners waren onder meer nationale vakbonden, burgercomités, consumentenverenigingen, onderzoekscentra, universiteiten en NGO's, variërend van kleine en lokale tot bekende internationale organisaties. Microprojecten zijn een nuttig mechanisme voor de financiering van NGO's gebleken. Het betreft kleinschalige, door de Commissiediensten vastgestelde en beheerde activiteiten ter bevordering van de democratie, in het bijzonder in de landen van Midden- en Oost-Europa, het voormalige Joegoslavië en de voormalige Sovjet-Unie.
* Allocation of funds
* Toewijzing van middelen
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
// 1996 : 8,407,054
// 1996 : 8.407.054
1997 : 6,602,471
1997 : 6.602.471
1998 : 5,030,521
1998 : 5,030,521
1999 : 7,773,203
1999 : 7.773.203
TOTAL: 27,813,249
TOTAAL: 27.813.249
* Regional distribution
* Regionale verdeling
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
* Example: Technical assistance to Russian human rights NGOs
* Voorbeeld: technische bijstand voor Russische niet-gouvernementele mensenrechtenorganisaties
The Moscow Research Centre for Human Rights (MCHR), coordinated by the Moscow-based Human Rights Foundation for Civil Society, is an association of independent human rights NGOs. The Centre was founded in 1993 and received 58,540 Euros from the Commission for its technical assistance programme in 1996. [52] As most organisations working for the promotion of human rights in Russia are located in Moscow, a key aim of the Centre is to enhance human rights activities throughout all regions of Russia. In strengthening both formal and informal NGO groups, the Centre directly supports activists in areas where NGOs are least developed, for example, lawyers, academics, journalists, women's rights groups, consumer's rights advocates, environmentalists, etc.
Het 'Moscow Research Centre for Human Rights' (MCHR), dat wordt gecoördineerd door de in Moskou gevestigde 'Human Rights Foundation for Civil Society', is een vereniging van onafhankelijke niet-gouvernementele mensenrechtenorganisaties. Het Centrum is in 1993 opgericht en ontving in 1996 58.540 euro van de Commissie voor een programma voor technische bijstand. [52] Aangezien de meeste mensenrechtenorganisaties in Rusland in Moskou zijn gevestigd, is een belangrijke doelstelling van het Centrum om in alle Russische regio's mensenrechtenactiviteiten te bevorderen. Het Centrum ondersteunt zowel formele als informele groepen van NGO's en verleent daarbij rechtstreekse steun aan mensenrechtenactivisten op terreinen waar NGO's het minst zijn ontwikkeld. Zo wordt bijvoorbeeld steun verleend aan juristen, academici, journalisten, vrouwengroepen, consumentenverenigingen en milieuactivisten.
[52] TACIS D. Project No.97-0234, Human Rights Foundation for Civil Society 'Technical assistance to Russian regional NGOs'
[52] Tacis D. Projectnr. 97-0234, Human Rights Foundation for Civil Society, 'Technical assistance to Russian regional NGOs'
Directly supporting activities where NGOs are least developed // The project also provided technical assistance related to democratic principles and the rule of law to professional groups in the regions concerned. For example, representatives of the State Prosecutors Office are in
Rechtstreekse steun voor terreinen waarop NGO's het minst zijn ontwikkeld // Voor activiteiten ter bevordering van democratische beginselen en ter versterking van de rechtsstaat is via het project tevens technische bijstand verleend aan professionele groepen in de desbetreffende regio's. Het
contact with the Centre on a regular basis. Another important role of the Centre is in the dissemination of information to the human rights community. It produces a bi-monthly bulletin 'Human Rights in Russia' and regular human rights newsletters. The success of this project was confirmed when the Centre became the recipient of an EU-US Democracy and Civil Society award.
Centrum heeft bijvoorbeeld regelmatig contact met vertegenwoordigers van het Bureau van de procureur-generaal. Een andere belangrijke functie van het Centrum is de verspreiding van informatie onder instellingen en organisaties die zich voor de bescherming van de mensenrechten inzetten. Het Centrum produceert een tweemaandelijks bulletin getiteld 'Human Rights in Russia' en publiceert regelmatig nieuwsbrieven. Het succes van het Centrum werd bevestigd toen het de Europees-Amerikaanse onderscheiding 'Democratie en Burgermaatschappij' kreeg uitgereikt.
1.3. CONFIDENCE BUILDING TO RESTORE PEACE
1.3. CREËREN VAN VERTROUWEN VOOR HERSTEL VAN VREDE
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
1.3.1. Conflict prevention and resolution
1.3.1. Conflictpreventie en -oplossing
* Background
* Achtergrond
Since 1990, the nature of armed conflict has changed, partly due to the end of the Cold War, the erosion of nation-states, and, as the OECD explains,
Sinds 1990 is het karakter van gewapende conflicten veranderd, deels door het einde van de Koude Oorlog, de erosie van natiestaten, en, zoals de OESO uitlegt,
"...the rise of local-level defiance of prevailing political systems on the basis of ethnicity, religion; increased negative effects of globalisation such as migration, social disintegration, and displacement". [53]
"(door) de toename van het verzet van lokale etnische en religieuze groepen tegen de overheersende politieke systemen (en) de toenemende negatieve effecten van mondialisering, zoals migratie, sociale desintegratie en ontheemding". [53]
[53] OECD Development Co-operation Directorate, Informal DAC task force on conflict, peace and development cooperation. Term of reference for a conceptual framework for an integrated approach to security sector reform.
[53] OESO, Directoraat Ontwikkelingssamenwerking, Informele DAC-taskforce betreffende conflict, vrede en ontwikkelingssamenwerking. Omschrijving van opdracht voor de ontwikkeling van een conceptueel kader voor een geïntegreerde strategie inzake de hervorming van politie en strijdkrachten.
The Commission has emphasised that the key to handling conflicts is rapid reaction and 'active prevention' through the effective implementation of targeted measures. [54] It has several different instruments of non-military crisis management including technical and financial aid to regional and international organisations, NGOs, national, regional and local authorities and official agencies, community based organisations and public or private-sector institutes and operators. Support for these crisis management actors comes also from other geographical co-operation instruments such as the European Development Fund for ACP Countries and other relevant instruments in Chapter B7 of the EU budget. The Human Rights Regulations expressly provide for Community action for operations aimed at preventing conflict and dealing with its consequences, including supporting capacity building and early warning, confidence-building measures, promoting humanitarian law, and supporting international, regional or local organisations involved in conflict prevention. [55]
De Commissie heeft benadrukt dat de sleutel tot het oplossen en voorkomen van conflicten, een snelle reactie en "actieve preventie" is, door de effectieve uitvoering van gerichte maatregelen. [54] De Commissie beschikt over diverse instrumenten voor het beheer van niet-militaire crises, waaronder technische en financiële hulp voor regionale en internationale organisaties, NGO's, nationale, regionale en lokale overheden en officiële instanties, organisaties aan de basis, en particuliere en overheidsinstellingen. Deze crisisbeheersactoren ontvangen ook steun uit andere geografische samenwerkingsinstrumenten, zoals het Europees Ontwikkelingsfonds, voor ACS-landen, en andere relevante instrumenten in hoofdstuk B7 van de Gemeenschapsbegroting. De mensenrechtenverordeningen voorzien uitdrukkelijk in communautaire steun voor maatregelen ter voorkoming van conflicten en voor het verhelpen van de gevolgen daarvan, inclusief capaciteitsopbouw, waaronder het instellen van systemen voor vroegtijdige waarschuwing, en van maatregelen voor het creëren van vertrouwen, alsook bevordering van humanitair recht en steun aan internationale, regionale of lokale organisaties die bij conflictpreventie zijn betrokken. [55]
[54] COM (95) 567 final
[54] COM (95) 567 def.
[55] Council Regulations (EC) No 975, Article 2.3 (a) - (e) and No 976, Article 3.3 (a)-(e)
[55] Raadsverordening (EG) nr. 975, art. 2.3 (a) - (e) en nr. 976, art. 3.3 (a) - (e)
* Activities and target groups
* Activiteiten en doelgroepen
NGOs and civil society actors have always played an important role in the prevention and transformation of violent conflicts. Conflict prevention and resolution require a co-ordinated approach and therefore a strong, active network among all the organisations involved in the field. Between 1996 and 1999, the Commission provided support to many peace-building initiatives world-wide. In the former Yugoslavia, initiatives have included social and economic reintegration of refugees, displaced persons and returnees. In Kosovo, a permanent forum was established for dialogue between Albanians and Serbs to facilitate public and transparent debate upon the most sensitive issues. Campaigns, seminars, discussions and public opinion polls on peace, conflict resolution, dialogue, mediation efforts for reconciliation and projects enabling transition to democracy were also supported. The Commission funded publications on peace initiatives and supported awareness-building with regard to the peace process.
NGO's en actoren uit de burgermaatschappij hebben steeds een belangrijke rol gespeeld bij het voorkomen en beslechten van gewelddadige conflicten. Het voorkomen en oplossen van conflicten vereist een gecoördineerde aanpak en derhalve een krachtig, actief netwerk tussen alle organisaties die actief zijn op dit terrein. Tussen 1996 en 1999 steunde de Commissie wereldwijd tal van vredesinitiatieven. In het voormalige Joegoslavië zijn initiatieven ontplooid die onder meer de maatschappelijke en economische herintegratie van vluchtelingen, ontheemden en repatrianten omvatten. In Kosovo is een permanent forum ingesteld voor de dialoog tussen Albanezen en Serviërs, teneinde een open discussie over de meest gevoelige onderwerpen te bevorderen. Campagnes, seminars, discussies en opiniepeilingen onder het publiek over vrede, conflictoplossing, dialoog, bemiddelingspogingen en projecten die de condities scheppen voor de overgang naar een democratie, werden eveneens ondersteund. De Commissie financierde publicaties over vredesinitiatieven en ondersteunde acties voor het bijbrengen van inzicht in het vredesproces.
* Allocation of funds
* Toewijzing van middelen
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
// 1996 : 2,853,637
// 1996 : 2.853.637
1997 : 3,518,912
1997 : 3.518.912
1998 : 3,761,673
1998 : 3.761.673
1999 : 5,092,457
1999 : 5.092.457
TOTAL : 15,226,679
TOTAAL : 15.226.679
* Regional distribution
* Regionale verdeling
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
* Example: Cyprus-Israel/Palestine Peace link: conflict resolution training project
* Voorbeeld: vredesband Cyprus-Israël/Palestina: scholing in conflictoplossing
Four organisations were involved in this project: the Cyprus Peace Centre, Stitching COME, Neve Shalom (ISR) and PCPD (PAL). [56] The total contribution of the Community in 1998 was 100,000 Euros. The project aimed at forging a peace co-operation link between NGOs actively involved in reconciliation between groups in conflict, i.e. Palestinians and Israelis, and Greek and Turkish communities in Cyprus.
Bij dit opleidingsproject waren de volgende vier organisaties betrokken: het 'Cyprus Peace Centre', 'Stitching COME', 'Neve Shalom' (Israël) en PCPD (Palestina). [56] De communautaire bijdrage aan het project bedroeg in 1998 in totaal 100.000 euro. Het project was gericht op het creëren van een samenwerkingsverband tussen NGO's die actief zijn betrokken bij verzoeningspogingen tussen groepen die met elkaar in conflict zijn, bijv. Palestijnen en Israëliërs, en Griekse en Turkse gemeenschappen op Cyprus.
[56] B7-705, Project No. 98/MAS10, Cyprus Peace Centre 'NGO network for Peace: conflict resolution groups exchange'
[56] B7-705, Projectnr. 98/MAS10, Cyprus Peace Centre, 'NGO network for Peace: conflict resolution groups exchange'
Intensive conflict resolution training to promote a civil society based on tolerance // Specific objectives of the project included establishing a peace link between Cyprus and Israel/Palestine through key peace-making organisations; sharing and comparing methodologies on conflict resolution; developing and testing new methods of conflict resolution applicable to
Intensieve scholing in conflictoplossing ter bevordering van een burgermaatschappij die op tolerantie is gebaseerd // Tot de specifieke doelstelling van dit project behoorde het creëren van een vredesband tussen Cyprus en Israël/Palestina met de hulp van belangrijke vredesorganisaties, door het uitwisselen en vergelijken van methoden voor conflictoplossing; het ontwikkelen en testen van nieuwe methoden voor conflictoplossing die in het Midden-Oosten en Cyprus kunnen worden toegepast;
the Middle East and Cyprus; providing training for new Turkish and Greek Cypriot facilitators due to the rapidly growing demand for bicommunal contacts and reconciliation; providing training for new Israeli and Palestinian facilitators of conflict resolution groups addressing the need for more professionals on both sides; bringing youth leaders from Cyprus to Israel for intensive conflict resolution training to enable them to promote effectively a civil society based upon tolerance, mutual respect and understanding.
het verzorgen van opleidingen voor nieuwe Turkse en Grieks-Cypriotische bemiddelaars, vanwege de groeiende behoefte aan bicommunale contacten en verzoeningspogingen; het verzorgen van opleidingen voor nieuwe Israëlische en Palestijnse bemiddelaars afkomstig van groepen die op het gebied van conflictoplossing actief zijn, waarmee aan de behoefte aan meer deskundigen tegemoet is gekomen, een behoefte die door beide zijden werd geuit; en jeugdleiders uit Cyprus voor een intensieve scholing in conflictoplossing naar Israël brengen, zodat zij de capaciteiten konden verwerven ter bevordering van een burgermaatschappij die op tolerantie en wederzijds respect en begrip is gebaseerd.
Activities included training for instructors in the Cyprus bi-communal conflict resolution programme. Training programmes and workshops addressed communication problems by teaching more effective communication methodologies, such as developing empathy for the other side and dealing directly with diversity. Exchange visits between the two troubled areas established synergies among the different NGOs for the constructive mutual understanding of the conflict resolution issues.
Tot de activiteiten behoorden onder meer de opleiding van instructeurs voor het programma voor bicommunale conflictoplossing in Cyprus. Bij de opleidingsprogramma's en workshops werd aandacht besteed aan communicatieproblemen. Zo werd onderricht gegeven in meer effectieve communicatietechnieken, zoals het ontwikkelen van empathie voor de andere partij en werd rechtstreeks aandacht besteed aan diversiteit. Door wederzijdse bezoeken van vertegenwoordigers van NGO's uit de twee getroffen gebieden zijn synergieën gecreëerd, die hielpen bij het verkrijgen van een constructief wederzijds begrip van de kwesties waarover een conflict bestaat.
1.3.2. Measures to bring to justice perpetrators of serious violations of human rights and humanitarian law
1.3.2. Voor het gerecht brengen van personen die zich schuldig hebben gemaakt aan ernstige schendingen van mensenrechten en humanitair recht
* Background
* Achtergrond
In seeking to deal with the aftermath of conflicts certain measures are considered by the EU to be essential components of prevention, particularly with regard to the perpetrators of violence. Impunity creates a climate of fear, and forms a breeding-ground for more violence. There is less danger of conflicts re-erupting when perpetrators of serious violations of humanitarian law and human rights are brought to justice.
Na afloop van een conflict, wanneer men met de nasleep ervan wordt geconfronteerd, zijn bepaalde maatregelen volgens de EU absoluut onmisbaar omdat zij een essentieel onderdeel van preventie vormen. Daarbij moet met name worden gedacht aan het vervolgen van degenen die zich schuldig hebben gemaakt aan geweldsmisdrijven. Straffeloosheid schept een klimaat van angst en vormt een broedplaats voor nog meer geweld. Het gevaar van een hernieuwd conflict is minder groot wanneer degenen die zich schuldig hebben gemaakt aan ernstige schendingen van het humanitair recht of van mensenrechten, voor het gerecht worden gebracht.
Given the importance of bringing the perpetrators of war crimes and crime against humanity to justice, the EU has created a specific budget line to fund programmes through NGOs and other international organisations aiming to support the International Criminal Court (ICC) and its values at national, regional and international level. As the EU emphasised at the 54th UN General Assembly, once in existence and fully operational, the ICC will be 'a new and powerful tool to address and to deter the most serious crimes of concern to the international community as a whole, thereby helping to create a "climate of compliance" with the fundamental international rules that protect human life and dignity'. [57]
Omdat het zo belangrijk is dat personen die oorlogsmisdaden of misdaden tegen de menselijkheid hebben begaan, voor het gerecht worden gebracht, heeft de EU een specifieke begrotingslijn gecreëerd waaruit via NGO's en andere internationale organisaties programma's worden gefinancierd die zijn gericht op de ondersteuning van een internationaal strafhof en van de waarden die door dit hof worden verdedigd, op nationaal, regionaal en internationaal niveau. Zoals de EU tijdens de 54e Algemene Vergadering van de VN heeft benadrukt, zal dit internationaal strafhof, zodra dit is ingesteld en volledig operationeel is, een nieuw en krachtig instrument zijn voor het vervolgen en afschrikken van misdaden die door hun ernst de hele internationale gemeenschap verontrusten, en daarmee helpen een klimaat te creëren waarin de fundamentele internationale regels voor de bescherming van menselijk leven en de menselijke waardigheid in acht worden genomen. [57]
[57] EU Statement at the Third Committee of the UN General Assembly, New York, 20 October 1999
[57] Verklaring van EU tijdens vergadering van Derde Comité van de Algemene Vergadering van de VN, New York, 20 oktober 1999
The Rome Statute lays the foundation for an effective and credible International Criminal Court (ICC) which will establish individual accountability for those who have violated international law, including international humanitarian law. The ICC will have an important role in deterring war crimes, crimes against humanity and genocide and in ensuring that perpetrators are brought to justice. The ICC differs from the ad hoc tribunals in its new jurisdiction over crimes of an international character and its mandate covering genocide and other crimes against humanity occurring in both internal and international conflicts. The European Parliament has urged member States to ratify the Statute and requested that the Commission and the Council make the signature and ratification of the Statute an essential element of the negotiation of future agreements with third countries. [58]
In het Statuut van Rome zijn de fundamenten neergelegd voor een effectief en geloofwaardig internationaal strafhof dat ervoor zal zorgen dat personen die het internationaal recht schenden, inclusief het internationaal humanitair recht, daarvoor individueel aansprakelijk worden gesteld. Het hof krijgt een belangrijke rol bij het afschrikken van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocide en zal er in belangrijke mate toe bijdragen dat degenen die zich hieraan schuldig maken, voor het gerecht worden gebracht. De jurisdictie en het mandaat van het hof verschillen van die van de ad-hoc-tribunalen: het hof heeft jurisdictie over misdaden met een internationaal karakter en zijn mandaat strekt zich uit over genocide en andere misdaden tegen de menselijkheid, ongeacht of deze in binnenlandse of internationale conflicten zijn begaan. Het Europees Parlement heeft er bij de lidstaten op aangedrongen het Statuut te ratificeren en de Commissie en de Raad verzocht om de ondertekening en ratificatie van het Statuut tot een essentieel onderdeel te maken van de onderhandelingen over toekomstige overeenkomsten met derde landen. [58]
[58] European Parliament Resolution B5-0126 of 6 May 1999, OJ C 279
[58] Resolutie B5-0126 van het Europees Parlement van 6 mei 1999, PB C 279
The Human Rights Regulations provide clear authority for supporting the 'establishment of ad hoc international tribunals and setting up a permanent international criminal court'. [59] In order to provide an adequate instrument to support the ICC, budget line B7-706 was first created by the Parliament in 1995 (then A-3041) and is intended to provide support to the UN Criminal Tribunals for Rwanda and the former Yugoslavia, and for the preparatory work of setting up the ICC. The specific objectives of budget line B7-706 are the provision of technical assistance to the existing criminal tribunals (Rwanda, former Yugoslavia), the provision of financial support for the preparatory work for the setting up and the functioning of a permanent International Criminal Court; training for the staff of the tribunals, including in the field of gender mainstreaming.
De mensenrechtenverordeningen geven uitdrukkelijk toestemming voor het ondersteunen van "de instelling van internationale ad-hoc-straftribunalen en de oprichting van een permanente internationale strafrechtbank". [59] Om te voorzien in een geschikt instrument ter ondersteuning van een internationaal strafhof, werd eerst, in 1995, begrotingslijn B7-706 door het Parlement opgericht, en vervolgens begrotingslijn A-3041. Eerstgenoemde begrotingslijn is bedoeld voor steunverlening aan de VN-straftribunalen voor respectievelijk Rwanda en het voormalige Joegoslavië, en voor de voorbereidende werkzaamheden voor de instelling van een internationaal strafhof. De specifieke doelstellingen van begrotingslijn B7-706 zijn het verlenen van technische bijstand aan de bestaande straftribunalen (Rwanda en voormalig Joegoslavië), het verlenen van financiële steun voor de voorbereidende werkzaamheden voor de instelling en het functioneren van een permanent internationaal strafhof, en de opleiding van het personeel van de tribunalen, onder meer in de 'mainstreaming' van genderaspecten.
[59] Council Regulations (EC) No 975/1999 Article 2.3.(e) 976/1999 Article 3.3 (e)
[59] Verordening (EG) nr. 975/1999, art. 2.3.(e), en nr. 976/1999, art. 3.3 (e)
* Activities and target groups
* Activiteiten en doelgroepen
Projects which work to overcome some of the major obstacles to the efficient functioning of the ad hoc Tribunals, and which help to secure the next steps within the process of establishing the International Criminal Court have been supported. Between 1996 and 1999, the Commission provided technical assistance to both ad hoc Tribunals including the provision of legal assistants, a 'National Trial Observation Initiative', support to library and information services and assistance to the victims and witnesses unit.
Er zijn projecten ondersteund waarmee enkele van de belangrijkste belemmeringen voor het efficiënt functioneren van de ad-hoc-tribunalen uit de weg worden geruimd en waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de volgende stappen in het proces van de instelling van een internationaal strafhof. Tussen 1996 en 1999 verleende de Commissie technische bijstand aan beide ad-hoc-tribunalen, onder meer in de vorm van juridische medewerkers, voor een 'nationaal initiatief voor de observatie van rechtszaken', voor bibliotheek- en informatiediensten, en voor een speciale eenheid die bijstand verleent aan slachtoffers en getuigen.
Initiatives aimed at increasing awareness of the activities of ICTY and ICTR focussed on the work of the ICTY's Office of the Prosecutor and on publicising the work of the ICTR, in Rwanda, for example informing the media about the ICTR to reduce the propaganda which can generate violence in the region, where the population has no access to alternative sources of information. Other projects focussed on the importance of the identification of missing persons and at the establishment of an ante-mortem database centre in BiH and a monitoring project of exhumations of mass graves by teams of forensic experts.
Sommige initiatieven waren gericht op het vergroten van het inzicht in de activiteiten van de internationale straftribunalen voor het voormalige Joegoslavië en Rwanda, waarbij de aandacht in het bijzonder uitging naar de werkzaamheden van de openbare aanklager van het Joegoslavië-tribunaal en de publicatie van het werk van het Rwanda-tribunaal. Een voorbeeld van het laatste is het informeren van de media over de werkzaamheden van het tribunaal, teneinde negatieve propaganda te verminderen die opnieuw tot geweld in de regio kan leiden, een risico dat nog wordt vergroot omdat de bevolking geen toegang heeft tot alternatieve informatiebronnen. Andere projecten waren gericht op de belangrijke taak van het identificeren van vermisten en op de oprichting van een informatiecentrum met ante-mortem-informatie in Bosnië en Herzegovina. Verder was er een monitoringproject voor de exhumatie van massagraven door een team van forensische deskundigen.
* Allocation of funds
* Toewijzing van middelen
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
// 1996 : 3,256,000
// 1996 : 3.256.000
1997 : 3,300,000
1997 : 3.300.000
1998 : 2,794,039
1998 : 2.794.039
1999 : 3,201,796
1999 : 3.201.796
TOTAL: 12,551,835
TOTAAL: 12.551.835
* Regional distribution
* Regionale verdeling
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
* Example: International Criminal tribunal for the former Yugoslavia
* Voorbeeld: Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië
The overall objective of this joint programme with the UN is to address three major problems which have impeded the International Tribunal for the Former Yugoslavia in implementing its mandate. [60] Firstly, by attempting to correct the misconceptions shared by a large part of the population in the countries of Former Yugoslavia about the work of the ICTY; secondly, by ensuring proper legal assistance and a fair trial to accused persons, including a training programme for defence lawyers; and finally, by ensuring that judges and Tribunal staff members are able to efficiently conduct legal research.
De algemene doelstelling van dit gezamenlijke programma met de VN is het aanpakken van drie belangrijke problemen die het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië hebben belemmerd in de uitvoering van zijn mandaat. [60] Het eerste probleem zijn de misvattingen die bij een groot deel van de bevolking van de landen van het voormalige Joegoslavië over het werk van het Tribunaal bestaan; het tweede probleem betreft de rechtsbijstand voor de aangeklaagden en het feit dat voor een eerlijk proces moet worden gezorgd - ten behoeve hiervan is voor de advocaten een opleidingsprogramma opgezet; het derde probleem, tot slot, is dat de rechters en de stafleden van het Tribunaal niet op efficiënte wijze gerechtelijk onderzoek hebben kunnen doen.
[60] B7-706, Project No. 99-076, United Nations 'Joint Programme: Support to the International Criminal Tribunal for the Former Yugoslavia'
[60] B7-706, Projectnr. 99-076, Verenigde Naties, 'Joint Programme: Support to the International Criminal Tribunal for the Former Yugoslavia'
Overcoming the major obstacles of implementing the mandate of ICTY // The first problem has been tackled by counterbalancing distorted information of the highly partisan media in the area which cover events related
Uit de weg ruimen van belemmeringen voor de uitvoering van het mandaat van het Joegoslavië-tribunaal // Het eerste probleem is aangepakt door een tegenwicht te bieden tegen de onjuiste informatie van de buitengewoon partijdige media in de regio, die over de activiteiten van het Tribunaal grotendeels op een negatieve wijze berichten. Met de aanwezigheid van personeel ter plaatse
to the ICTY actions in a largely negative way. The presence of field personnel aimed to establish close working relations with the figures who influence public opinion. This confidence-building process also addresses specific target groups in the population. The second problem was addressed by providing the necessary expertise to all the professionals involved in the trials. The ICTY works with a blend of different rules of criminal procedure from both adversarial and inquisitorial systems. Both parties before the court must have 'equality of arms' to work effectively. Expanding research material at disposal of the ICTY personnel, judges and staff members, in order to strengthen legal research, written legal decisions, and the development of jurisprudence addressed the third major impediment to the effective operation of the ICTY. The issues dealt with by the ICTY are furthermore elucidated by extensive comparative research, and the tribunal library has been provided with increased access to law journals, on and off line databases and a complete collection of national laws from common and civil law systems.
werd beoogd om hechte werkrelaties tot stand brengen met personen die de publieke opinie beïnvloeden. Dit proces van het creëren van vertrouwen was ook gericht op specifieke doelgroepen in de bevolking. De aanpak van het tweede probleem bestond uit het verschaffen van de noodzakelijke expertise aan allen die beroepsmatig bij de rechtszaken waren betrokken. Dit was nodig omdat het Tribunaal werkt met een mix van verschillende voorschriften uit het strafprocesrecht van zowel accusatoire als inquisitoire systemen. Om effectief te kunnen functioneren, moeten beide partijen over 'equality of arms' beschikken. Voor de aanpak van het derde probleem is gewerkt aan de uitbreiding van het onderzoeksmateriaal waarover het personeel, de rechters en de stafleden van het Tribunaal kunnen beschikken, teneinde op die manier het gerechtelijk onderzoek, de schriftelijke uitspraken van het Tribunaal en de ontwikkeling van jurisprudentie te versterken. De kwesties die door het Tribunaal worden behandeld, zijn verder verhelderd door uitvoerig vergelijkend onderzoek, en de bibliotheek van het Tribunaal heeft toegang gekregen tot meer juridische tijdschriften, on- en off-line-gegevensbanken, en een complete collectie van nationale wetten uit het burgerlijk en gewoonterecht.
1.3.3. National efforts to subordinate the armed forces to civil authorities
1.3.3. Nationale inspanningen om de strijdkrachten aan het burgerlijk gezag te onderwerpen
* Background
* Achtergrond
Armed forces have a crucial influence on the political stability of many countries. It is necessary therefore to enhance respect for democratic rules within the security forces and to strengthen civilian control over them through legislative improvement and promoting awareness in civil society. The Council cites an objective of Community funding as 'supporting national efforts to separate civilian and military functions, training civilian and military personnel and raising their awareness of human rights'. [61]
De strijdkrachten hebben in veel landen een cruciale invloed op de politieke stabiliteit van dat land. Vandaar dat het noodzakelijk is om bij de strijdkrachten de eerbiediging van democratische regels te bevorderen en via verbeteringen op wetgevingsgebied en de bevordering van bewustwording in de burgermaatschappij, de controle van de civiele autoriteiten over hen te versterken. De Raad noemt als een van de doelstellingen van Gemeenschapsfinanciering "de ondersteuning van nationale inspanningen om de civiele en militaire verantwoordelijkheden af te bakenen, alsmede bewustmaking en opleiding op het gebied van de eerbiediging van de mensenrechten ten behoeve van het burgerpersoneel en het personeel van de strijdkrachten". [61]
[61] Council Regulations (EC) No 975, Article 2.2 (g) and No 976, Article 3.2 (g)
[61] Raadsverordening (EG) nr. 975, art. 2.2 (g) en nr. 976, art. 3.2 (g)
* Activities
* Activiteiten
Emphasis has been placed on strengthening the democratic management of security forces; by transferring experience in the field of civilian control of the armed forces and by promoting good civil-military relations and civil participation. Not only military officers, but also parliamentarians, government officials, NGOs, journalists and other civil society actors have been involved in training courses on the values of a democratic society and the role of the army.
Het accent is gelegd op de consolidatie van het democratisch beheer van de ordestrijdkrachten. Dit is gebeurd door de overdracht van ervaring met de civiele controle van de strijdkrachten en door de bevordering van goede relaties tussen burgers en militairen en civiele participatie. Behalve officieren hebben ook parlementsleden, overheidsfunctionarissen, NGO's, journalisten en andere actoren uit de burgermaatschappij deelgenomen aan opleidingscursussen over de waarden van een democratische maatschappij en de rol van het leger.
To this end, many educational programmes, seminars and conferences were funded. Another activity has involved improving the transparency and democratic accountability of security forces. Monitoring was an important element of this process, including examining relevant legislative initiatives concerning access to information, flawed legislation as well as violations of individual rights by the security services, creating an international network of 'correspondents', including NGOs, academics, journalists and members of parliaments to collate and share information on issues involving the security services.
Er zijn talrijke onderwijsprogramma's, seminars en conferenties gefinancierd. Bij een andere activiteit werd getracht de doorzichtigheid van de ordestrijdkrachten en hun verantwoordingsplicht jegens de democratisch gekozen regering te vergroten. Monitoring was een belangrijk onderdeel van dit proces. Dit omvatte onder meer onderzoek naar relevante wetgevingsinitiatieven betreffende de toegang tot informatie, naar gebrekkige wetgeving alsook naar de schending van individuele rechten door de veiligheidsdiensten. Ten behoeve hiervan werd een internationaal netwerk gecreëerd van 'correspondenten', waaronder NGO's, academici, journalisten en parlementsleden, voor het verzamelen en uitwisselen van informatie over kwesties waarbij veiligheidsdiensten zijn betrokken.
* Allocation of funds
* Toewijzing van middelen
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
// 1996 : 966,420
// 1996 : 966.420
1997 : 509,922
1997 : 509.922
1998 : 726,856
1998 : 726.856
1999 : 0
1999 : 0
TOTAL: 2,203,198
TOTAAL: 2.203.198
* Regional distribution
* Regionale verdeling
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
* Example: Civil control over the military and security policy in Georgia
* Voorbeeld: controle van de civiele autoriteiten over het militair en veiligheidsbeleid in Georgië
The Caucasian Institute for Peace, Democracy and Development in Tblisi, Georgia helped implement this 1997 project funded by the Commission to the amount of 148,752 Euros. [62]
Het 'Kaukasisch Instituut voor vrede, democratie en ontwikkeling' in Tiblisi, Georgië, heeft geholpen bij de uitvoering van dit project uit 1997, dat door de Commissie met een bedrag van 148.752 euro is ondersteund. [62]
[62] TACIS D. Project No. 98-4009, The Caucasian Institute for Peace, Democracy and Development 'Civil control over the military and security policy in Georgia'
[62] Tacis D. Projectnr. 98-4009, The Caucasian Institute for Peace, Democracy and Development, 'Civil control over the military and security policy in Georgia'
Fostering the development of a democratic model of civil-military relations in Georgia // The aim of this project was to promote civil participation in building a state defence network to foster the development of a democratic model of civil- military relations in Georgia.
Het bevorderen van de ontwikkeling van een democratisch model voor civiel-militaire betrekkingen in Georgië // Het doel van dit project was het bevorderen van de civiele participatie in de ontwikkeling van een staatsveiligheidsnetwerk ter bevordering van de ontwikkeling van een democratisch model voor civiel-militaire betrekkingen in Georgië.
Specific objectives were to monitor and collect information on military and security policy in Georgia and the training of different target groups within the security community and civil society on civil-military relations, including MPs, civil servants, military representatives and cadets, NGOs and the media. The distribution of information about the most relevant issues on civil-military relations in a democratic society was an important element of the project. Activities have included workshops; training; the establishment of an Information Centre with a database on civil-military matters; providing assistance to state bodies in their legislative and policy-making activities. The Information Centre has also monitored the media in the region and produced a regular Bulletin, and a textbook which includes feedback information from the training activities. Five television films have been produced to increase public awareness on the issue.
Specifieke doelstellingen waren de monitoring en het verzamelen van informatie over het militair en veiligheidsbeleid in Georgië en de opleiding van verschillende doelgroepen binnen de politie en de strijdkrachten (bijv. militaire vertegenwoordigers en cadetten) en in de burgermaatschappij (bijv. parlementsleden, ambtenaren, NGO's en de media) in civiel-militaire betrekkingen. Een belangrijk onderdeel van het project was de distributie van informatie over de kwesties op het gebied van civiel-militaire betrekkingen die in een democratische samenleving het meest relevant zijn. Tot de ondernomen activiteiten behoorden het organiseren van workshops; het verzorgen van opleidingen; de oprichting van een informatiecentrum met een databank over civiel-militaire kwesties; en bijstandverlening aan overheidsinstanties bij beleidsvorming en het opstellen en uitvaardigen van wetten. Het informatiecentrum heeft tevens de berichtgeving in de media in de regio gevolgd en op gezette tijden een bulletin gepubliceerd, alsmede een tekstboek geproduceerd met onder meer informatieve reacties op de opleidingsactiviteiten. Er zijn vijf televisiefilms geproduceerd om het publiek meer bewust te maken van deze kwestie.
1.3.4. Human rights monitoring
1.3.4. Monitoring van mensenrechten
* Background
* Achtergrond
Monitoring is a crucial activity for ensuring compliance with international human rights standards. The role of monitoring, alternatively described as 'verification' or 'fact-finding', is in the first place preventive; it can act as an early warning of impending disaster and have a dissuasive impact on those who know they will be held accountable. After conflict or serious violations, monitoring can also be a form of assistance to the authorities in rebuilding a human rights infrastructure. As Alston and Weiler suggest, monitoring is:
Zonder monitoring is het nagenoeg onmogelijk om toe te zien op de naleving van internationale normen zoals die welke voortvloeien uit mensenrechten. Monitoring - ook wel omschreven als 'verificatie' of 'het verzamelen van feiten' - heeft op de eerste plaats een preventieve functie. Het biedt de mogelijkheid om vroegtijdig te waarschuwen voor een op handen zijnde ramp en werkt preventief omdat potentiële schenders van mensenrechten weten dat zij voor hun misdaden verantwoordelijk zullen worden gehouden. Tevens kan monitoring de autoriteiten na afloop van een conflict of na ernstige schendingen helpen bij het opbouwen van een 'mensenrechteninfrastructuur'. Alston en Weiler merken in dit verband op dat monitoring
"...a necessary element in any strategy to garner the support of civil society and the community at large for measures to promote and protect the human rights of vulnerable groups." [63]
"(...) in elke strategie een noodzakelijk element vormt voor het verwerven van de steun van de burgermaatschappij en de gemeenschap in het algemeen ter bevordering en bescherming van de mensenrechten van kwetsbare groepen." [63]
[63] Alston, P. & Weiler, J.H.H. An EU Human Rights Policy in Alston, P. 'The EU and Human Rights', Oxford 1999, at 55
[63] Alston, P. & Weiler, J.H.H. An EU Human Rights Policy in Alston, P. 'The EU and Human Rights', Oxford, 1999, blz. 55
For the European Union, support for such monitoring is an essential component of its human rights strategy. Furthermore, the provision of reliable information about the human rights situation in certain countries is an essential prerequisite to targeting funds to particular needs. The Parliament has called on the Commission to 'be guided by the information supplied by international bodies and/or institutions charges with the task of monitoring respect for human rights.' [64] The Human Rights Regulations authorise technical and financial assistance aimed at 'supporting action to monitor human rights, including the training of monitors.' [65]
Voor de Europese Unie vormt de steun voor monitoring een essentieel onderdeel van haar mensenrechtenstrategie. Daarenboven is betrouwbare informatie over de mensenrechtensituatie in een land een onmisbare voorwaarde om middelen doelgericht voor bepaalde behoeften te kunnen inzetten. Het Parlement heeft de Commissie opgeroepen om zich te laten leiden door de informatie van internationale organisaties en/of instellingen die zijn belast met het verzamelen van feitenmateriaal over mensenrechtenschendingen. [64] De mensenrechtenverordeningen verschaffen de rechtsgrond voor technische en financiële bijstand ter ondersteuning van "acties op het gebied van het toezicht op de eerbiediging van de mensenrechten, met inbegrip van de opleiding van waarnemers." [65]
[64] European Parliament Resolution A4-0381:97, ibid, op 10
[64] Resolutie A4-0381:97 van Europees Parlement, ibid, blz. 10
[65] Council Regulations (EC) No 975/1999, Article 2.1 (h) and No 976/1999, Article 3.1 (h)
[65] Raadsverordening (EG) nr. 975/1999, art. 2 (h) en nr. 976/1999, art. 3.1 (h)
* Activities and target groups
* Activiteiten en doelgroepen
The Commission has supported monitoring by international NGOs specialised in, for example, children's rights, in areas such as Bangladesh, the Palestinian territories, Croatia and Russia. Funding has also been provided to UN monitoring operations and field missions in Rwanda, Angola and Colombia.
De Commissie heeft steun verleend voor het verzamelen van feitenmateriaal door internationale NGO's die bijvoorbeeld gespecialiseerd zijn in kinderrechten, in gebieden als Bangladesh, de Palestijnse gebieden, Kroatië en Rusland. Ook is financiële steun verleend voor monitoringactiviteiten en lokale missies van de VN in Rwanda, Angola en Colombia.
* Allocation of funds
* Toewijzing van middelen
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
// 1996 : 7,723,711
// 1996 : 7.723.711
1997 : 3,274,424
1997 : 3.274.424
1998 : 308,612
1998 : 308.612
1999 : 850,545
1999 : 850.545
TOTAL: 12,157,292
TOTAAL: 12.157.292
* Regional distribution
* Regionale verdeling
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
* Example: The Office of the High Commissioner in Colombia
* Voorbeeld: het Bureau van de Hoge Commissaris in Colombia
In light of a deteriorating human rights situation in Colombia, the UN Commission on Human Rights expressed deep concern about endemic violence, torture, impunity and violations of the right to life. [66] The Statement of the Chair concluded that, upon the initiative of the Government of Colombia and 'the identification of adequate sources of financing', the High Commissioner for Human Rights should establish a permanent office in Colombia with the mandate to assist the Colombian authorities in developing policies for the promotion and protection of human rights. 'Adequate sources of financing' were not immediately apparent however. The High Commissioner's Office was subject to serious financial restrictions and could not have financed such a field operation other than through voluntary contributions, which would have taken an unfeasible length of time given the urgency of the situation. This was an ideal opportunity, therefore, for the European Union to target assistance to a concrete project for the protection of human rights.
In het licht van de verslechterende mensenrechtensituatie in Colombia liet de VN-Mensenrechtencommissie weten zeer bezorgd te zijn over het endemische geweld, de martelpraktijken, de straffeloosheid en de schendingen van het recht op leven in dit land. [66] In de verklaring van de voorzitter wordt geconcludeerd dat de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten, op initiatief van de regering van Colombia en nadat "adequate financiering" is verzekerd, in Colombia een permanent bureau zou moeten oprichten, met het mandaat om de Colombiaanse autoriteiten bij de ontwikkeling van beleid voor de bevordering en bescherming van de mensenrechten te helpen. Het was echter niet meteen duidelijk wie voor de "adequate financiering" zou kunnen zorgen. Het Bureau van de Hoge Commissaris zag zich gesteld voor aanzienlijk financiële beperkingen en zou een dergelijke operatie ter plaatse alleen hebben kunnen financieren met vrijwillige bijdragen, waarvan de inzameling, gezien de urgentie van de situatie, te lang zou duren. Dit was derhalve een ideale gelegenheid voor de Europese Unie om een concreet project voor de bescherming van de mensenrechten te financieren.
[66] 53rd Session of the UN Commission on Human Rights, Statement of the Chair under Item 9, 23 April 1996
[66] 53e zitting van de VN-Mensenrechtencommissie, verklaring van de Voorzitter, onder punt 9, 23 april 1996
The provision of highly qualified experts to implement the mandate of the High Commissioner's Office // The objectives of the Commission were to assist the High Commissioner in bringing about much needed change to the human rights situation, specifically by the provision of highly-qualified experts to implement the mandate of the Bogota office and evaluate its work. In addition, the Commission envisaged a useful
Het verschaffen van hooggekwalificeerde deskundigen voor uitvoering van het mandaat van het Bureau van de Hoge Commissaris // De doelstellingen van de Commissie waren om de Hoge Commissaris te helpen bij het bewerkstelligen van een hoognoodzakelijke verbetering van de mensenrechtensituatie, in het bijzonder door te zorgen voor hooggekwalificeerde deskundigen
'exchange of experience, information and documentation' between the experts and other Latin American organisations receiving Community support. Following intensive negotiations between the High Commissioner's Office, the Government of Colombia and the Commission, an Agreement on the establishment of an Office of the High Commissioner was concluded and signed on 26 November 1996. The Community thus facilitated the operation of the office for three years since 1996 by financing five human rights monitors, with a contribution of approximately 1.3 million Euros. [67]
voor de tenuitvoerlegging van het mandaat van het in Bogota gevestigde Bureau en de evaluatie van het werk dat door het Bureau was verricht. Daarnaast had de Commissie een nuttige uitwisseling voor ogen van ervaringen, informatie en documentatie tussen de deskundigen en andere Latijns-Amerikaanse organisaties die communautaire steun ontvangen. Na intensieve onderhandelingen tussen het Bureau van de Hoge Commissaris, de Colombiaanse regering en de Commissie werd op 26 november 1996 een overeenkomst ondertekend betreffende de oprichting van een Bureau voor de Hoge Commissaris in Colombia. Op basis van deze overeenkomst heeft de Gemeenschap vanaf 1996 voor drie jaar vijf waarnemers gefinancierd - waarmee een bedrag van ongeveer 1,3 miljoen euro was gemoeid - en daarmee de operationele werkzaamheden van het Bureau vereenvoudigd. [67]
[67] B7-703, Project Nos. DEM/COL/96/57 & DEM/COL/97/39, ICJ 'High Commissioner for Human Rights Office in Bogota: 5 Human Rights Officers'
[67] B7-703, Projectnr. DEM/COL/96/57 & DEM/COL/97/39, ICJ, 'High Commissioner for Human Rights Office in Bogota: 5 Human Rights Officers'
The 5 human rights monitors were chosen for their experience in UN field operations and knowledge of international human rights and humanitarian law. Their tasks included advising the Colombian authorities on formulating and implementing human rights policies and programmes in the context of endemic violence, in conjunction with the Government, Colombian NGOs and the ICRC. They were also mandated to receive complaints about alleged violations of human rights and humanitarian law, to provide an analysis of these allegations and transmit them to competent national, regional and international bodies (for example UN Treaty Bodies, Working Groups and Special Rapporteurs). The High Commissioner's Office has enhanced the awareness of the international community of the human rights situation in Colombia, and without the assistance of the Commission, the Office could not have opened. Human rights monitoring is a in many circumstances a difficult exercise, and careful appraisal for Community involvement in such projects should be emphasised.
De vijf waarnemers werden gekozen op grond van hun ervaring met VN-acties in het veld en hun kennis van internationale mensenrechten en het humanitaire recht. Hun taak was onder meer om de Colombiaanse autoriteiten te adviseren over de formulering en uitvoering van mensenrechtenbeleid en -programma's, samen met de regering, Colombiaanse NGO's en het ICRC, in de context van endemisch geweld. Een andere taak was de registratie van klachten over vermeende schendingen van mensenrechten en het humanitaire recht, de analyse van deze klachten en het doorgeven van de klachten aan bevoegde nationale, regionale en internationale organisaties en instellingen (bijv. de VN-Verdragsorganisaties, onderzoekscommissies en speciale rapporteurs). Het Bureau van de Hoge Commissaris heeft de internationale gemeenschap meer bewust gemaakt van de mensenrechtensituatie in Colombia. Zonder de hulp van de Commissie had het Bureau echter niet geopend kunnen worden. De monitoring van mensenrechten is in veel gevallen een moeilijke opgave. Er moet dan ook met nadruk op worden gewezen dat aan de betrokkenheid van de Gemeenschap bij dergelijke projecten een zorgvuldige beoordeling vooraf moet gaan.
1.4. INITIATIVES FOR TARGET GROUPS
1.4. INITIATIEVEN VOOR DOELGROEPEN
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
Rather than simply 'viewing the individual in isolation', the Commission has developed the approach of focussing on the most vulnerable social groups. [68] This has involved targeting those who are discriminated against or deprived of their fundamental rights, with a view to developing their protection as individuals. These groups include women, children, national minorities, indigenous peoples, refugees and displaced persons, prisoners and victims of torture. This approach is complemented by initiatives targeting professional groups who have an impact on the human rights situation, such as journalists, lawyers and judges, and the military, police and security forces.
De Commissie ziet het individu als iemand die deel uitmaakt van een groep en heeft op basis daarvan een strategie ontwikkeld waarbij de aandacht op de meest kwetsbare groepen wordt geconcentreerd. [68] In dit verband zijn acties ondernomen die speciaal waren gericht op personen die worden gediscrimineerd of die fundamentele rechten worden ontzegd en die tot doel hadden hun rechten als individu te beschermen. Kwetsbare groepen zijn vrouwen, kinderen, nationale minderheden, inheemse volkeren, vluchtelingen en ontheemden, gevangenen en slachtoffers van martelingen. Deze benadering is aangevuld met initiatieven die op beroepsgroepen zijn gericht die invloed uitoefenen op de mensenrechtensituatie in een land, zoals journalisten, advocaten en rechters alsmede de strijdkrachten, de politie en de ordestrijdkrachten.
[68] COM (95) 567 final, ibid
[68] COM (95) 567 def., ibid.
1.4.1. Groups requiring special protection
1.4.1. Groepen die speciale bescherming behoeven
(a) The empowerment of women
(a) Vrouwen
* Background
* Achtergrond
The UN Convention on the Elimination of all forms of Discrimination Against Women (CEDAW) and the Platform for Action of the Beijing Fourth World Conference of Women have received wide ratification and acclaim. The rights they enshrine, however, are frequently unimplemented and women and girls around the world are increasingly the victims of serious discrimination and violence.
Het VN-Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen en het 'Actieplatform' van de Vierde Wereldconferentie van de Vrouw in Peking, zijn door tal van landen geratificeerd en breed toegejuicht. De rechten die daarin zijn verankerd, blijven echter veelvuldig ongerealiseerd, en over de hele wereld zijn vrouwen en meisjes in toenemende mate het slachtoffer van ernstige discriminatie en mishandeling.
The European Union attaches the highest importance to addressing women's rights as part of the human rights agenda and has, at all levels, reiterated the strong message of the Beijing Platform for Action that 'women's rights are human rights'. The Amsterdam Treaty substantially strengthens the legal basis for Community action in favour of gender equality. Articles 2, 3 and 13 formalise the Union's commitment to gender mainstreaming. The EU supported the initiative to supplement CEDAW with an Optional Protocol creating the possibility of individual complaints against States, and it has developed since 1996 a European-wide policy in the fights against trafficking in women. The Tampere Council conclusions on the area of freedom, security and justice make specific reference to the fight against this phenomenon.
De Europese Unie hecht bijzonder groot belang aan de bevordering en bescherming van vrouwenrechten als onderdeel van de mensenrechtenagenda, en heeft op alle niveaus de krachtige boodschap van het 'Actieplatform' van Peking herhaald dat "vrouwenrechten mensenrechten zijn". Het Verdrag van Amsterdam versterkt in aanzienlijke mate de rechtsgrond voor communautair optreden ten behoeve van de gelijke behandeling van mannen en vrouwen. De artikelen 2, 3 en 13 formaliseren de bereidheid en de toezegging van de Unie om de 'genderdimensie' in alle beleidslijnen integreren. De EU ondersteunde het initiatief om het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen aan te vullen met een facultatief protocol dat voorziet in de mogelijkheid van het individueel indienen van een klacht tegen staten. Verder ontwikkelt de Unie sinds 1996 een Europees beleid voor de strijd tegen vrouwenhandel. In de aanbevelingen van de Raad van Tampere wordt de bestrijding van dit verschijnsel specifiek genoemd.
Respect for women's human rights has been identified as the major priority for the 21st Century by the Parliament in their first Annual Report on Human Rights, which declared that 'the European Union has a great responsibility to promote women's rights all over the world. [69] The Parliament focussed on the prevention of violence against women, and ending social and economic discrimination against them. In order to stop violence against women, the Parliament concluded, close cooperation is needed between international bodies such as the UN and the EU on one hand, and national governments and NGOs on the other.
In zijn eerste Jaarverslag inzake de mensenrechten heeft het Europees Parlement de eerbieding van de mensenrechten van vrouwen tot een hoofdprioriteit voor de 21e eeuw gemaakt. Het Jaarverslag stelt dat de Europese Unie de plicht heeft om over de hele wereld de vrouwenrechten te bevorderen. [69] De aandacht van het Parlement ging in het bijzonder uit naar het voorkomen van geweld tegen vrouwen en het beëindigen van de sociale en economische discriminatie van vrouwen. Het Parlement concludeerde dat voor het beëindigen van geweld tegen vrouwen een hechte samenwerking nodig is tussen enerzijds internationale organisaties zoals de VN en de EU en anderzijds nationale overheden en NGO's.
[69] European Parliament Annual Report on International Human Rights and European Union Human Rights Policy, 1999, PR\387649EN.doc, at 13
[69] Europees Parlement - Jaarverslag over de internationale mensenrechten en het mensenrechtenbeleid van de Europese Unie, 1999, PR\387649EN.doc, blz. 13
The Human Rights Regulations also authorise the treatment of women as priority groups for Community support. The new Commission is determined to make full use of the new powers conferred to it by the Treaty. The 'gender mainstreaming' strategy identified by Beijing has become central to the Commission's equality policy. The Commission has been actively involved in the five-year review of the Beijing Platform for Action and it declared 1999 as the year against violence against women. The Commission declared 1999 as the year against violence against women and it has lead the European Community delegation to the Special Session of the UN General Assembly on 'Beijing + 5' in June 2000.
De mensenrechtenverordeningen maken het ook mogelijk om vrouwen tot een prioritaire groep voor communautaire steun te maken. De nieuwe Commissie is vastbesloten om van de nieuwe bevoegdheden die haar in het Verdrag worden toegekend, ten volle gebruik te maken. De strategie van 'gender mainstreaming' zoals die in het 'Actieplatform' van Peking is vastgesteld, is een belangrijk element geworden van het gelijke-kansenbeleid van de Commissie. De Commissie is actief betrokken geweest bij de vijfjarenherziening van het 'Actieplatform' en riep 1999 uit tot het jaar tegen geweld tegen vrouwen. In juni 2000 heeft Commissie de EG-delegatie geleid naar een speciale zitting van de Algemene Vergadering van de VN, getiteld 'Peking + 5'.
* Activities and target groups
* Activiteiten en doelgroepen
Worldwide, the Commission provided support to enhance the status of women and to protect them from discrimination and violence. Projects in the Middle East have included those supporting the economic and political empowerment of women, including the promotion of equal access to elections, and help for the victims of sexual abuse. In Latin America, legal aid programmes and training courses for the police on gender-based violence has been funded. In Asia, the reintegration of sex workers and other forms of assistance to victims of trafficking has been a theme, and in the Mediterranean, support has gone to legal aid assistance and projects which promote women's rights in conflict situations.
De Commissie heeft wereldwijd steun verleend ter verbetering van de positie van de vrouw en voor maatregelen tegen discriminatie van en geweld tegen vrouwen. Projecten in het Midden-Oosten richtten zich onder meer op het geven van economische en politieke macht aan vrouwen en omvatten onder andere het bevorderen van een gelijkwaardig kiesrecht en hulp voor slachtoffers van seksueel geweld. In Latijns-Amerika zijn programma's voor rechtshulp en opleidingscursussen voor de politie over geweld tegen vrouwen gefinancierd. In Azië vormde de herintegratie van prostituees en andere vormen van bijstand voor de slachtoffers van vrouwenhandel een aandachtspunt, en in het Middellandse-Zeegebied is steun verleend aan rechtshulp en de bevordering van vrouwenrechten in conflictsituaties.
Action in Africa has included assistance to women's self-help groups, for the participation of women in democracy, and for legal advice centres and summer schools on women's rights. In Europe, supported areas included capacity building for women's associations, rape trauma counselling and therapy for female victims of war. Training for lawyers, NGOs and local government officials and the prevention of trafficking in women were also key areas of assistance.
In Afrika is onder meer bijstand verleend aan zelfhulpgroepen van vrouwen, aan de bevordering van de participatie van vrouwen in het openbaar bestuur, en aan zomercursussen over vrouwenrechten. In Europa is onder meer steun verleend aan capaciteitsopbouw voor vrouwenverenigingen, aan begeleiding van vrouwen die als gevolg van verkrachting een trauma hebben opgelopen en aan therapieën voor vrouwelijke oorlogsslachtoffers. Andere belangrijke terreinen waarop bijstand is verleend, zijn de opleiding van juristen, NGO's en lokale overheidsfunctionarissen en de preventie van vrouwenhandel.
* Allocation of funds
* Toewijzing van middelen
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
// 1996 : 3,067,811
// 1996 : 3.067.811
1997 : 3,880,405
1997 : 3.880.405
1998 : 2,512,648
1998 : 2.512.648
1999 : 585,466
1999 : 585.466
TOTAL: 10,046,330
TOTAAL: 10.046.330
* Regional distribution
* Regionale verdeling
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
* Example: 'La Strada': Prevention of trafficking of women in Central and Eastern Europe
* Voorbeeld: 'La Strada': preventie van vrouwenhandel in Midden- en Oost-Europa
The Dutch Foundation against Traffic in Women (STV) help develop policies against trafficking in women and provide victim support. Their programme 'La Strada' (The Street), which concentrates on the Czech Republic, Poland and the Ukraine has received 400,000 Euros from the Commission since 1996. [70] The forced supply of women as prostitutes from Central and Eastern European and Newly Independent countries is almost certainly on the increase. The economic situation in these countries and the false promises of traffickers induce women to seek a better life in another country, where they are exposed to serious violations of their human rights. Having entered the new country illegally and been stripped of their passports, burdened with fraudulent debt or threatened with exposure to the authorities, traffickers keep these women in constant fear.
De Nederlandse Stichting tegen Vrouwenhandel (STV) helpt bij het ontwikkelen van beleidsplannen ter bestrijding van vrouwenhandel en verleent slachtofferhulp. Het programma 'La Strada' ('de straat') van de Stichting, dat wordt uitgevoerd in Tsjechië, Polen en Oekraïne, heeft sinds 1996 400.000 euro van de Commissie ontvangen. [70] Het verschijnsel dat vrouwen uit Midden- en Oost-Europa en de Nieuwe Onafhankelijke Staten naar de EU worden gebracht en hier gedwongen worden om als prostituee te werken, neemt bijna zeker toe. De economische situatie in deze landen en de valse beloften van handelaren, brengen vrouwen ertoe om in een ander land een beter te leven te gaan zoeken, waar zij vervolgens het slachtoffer worden van ernstige mensenrechtenschendingen. Omdat zij het nieuwe land illegaal zijn binnengekomen en hun het paspoort is afgenomen, en zij bovendien frauduleuze schulden hebben gemaakt of met aangifte bij de autoriteiten worden bedreigd, zijn de handelaren in staat de vrouwen voortdurend in angst te laten leven.
[70] PHARE D. Project Nos. 97-0111p & 97-0226T and PHARE D. & TACIS D. 98-3049 STV 'La Strada programme: prevention of trafficking in women in Central and Eastern Europe'
[70] Phare D. Projectnr. 97-0111p & 97-0226T en Phare D. & Tacis D. 98-3049 STV 'La Strada programme: prevention of trafficking in women in Central and Eastern Europe'
Developing specialist NGOs in the region to combat trafficking and provide victim support // La Strada aims to bring this problem to the attention of the public and the authorities, to provide support to the victims and warn women of the dangers of this phenomenon. STV cooperates closely with local NGOs
Ontwikkeling van gespecialiseerde NGO's in de regio ter bestrijding van vrouwenhandel en het verlenen van slachtofferhulp // Met 'La Strada' wordt beoogd dit probleem onder de aandacht van het publiek en de autoriteiten te brengen, hulp te verlenen aan de slachtoffers, en vrouwen voor de gevaren van dit verschijnsel te waarschuwen. STV werkt nauw samen met lokale NGO's en tracht in de regio
and seeks to develop specialist NGOs in the region to combat trafficking. Three main activities are developed: press and lobby campaigns, prevention/education campaigns and victim support campaigns. In Poland, the 'youth media' has been the principle target of a campaign to establish contacts and facilitate exchanges with colleagues from other partner countries. Considerable interest was generated, with a national TV documentary and an audience with the Polish President. The prevention/education campaign targeted young girls and women by distributing leaflets through churches, schools and by opening a telephone help-line. A team of volunteers provided legal, medical and emotional support to victims.
gespecialiseerde NGO's te ontwikkelen voor de bestrijding van de handel. Tot dusver zijn de volgende drie hoofdactiviteiten ontwikkeld: pers- en lobbycampagnes, preventie-/voorlichtingscampagnes en slachtofferhulp. In Polen is voornamelijk via de 'jeugdmedia' een campagne gevoerd voor het leggen van contacten en faciliteren van informatie-uitwisseling tussen collega's van andere partnerlanden. Er werd aanzienlijke belangstelling gewekt met een nationale televisiedocumentaire en een audiëntie bij de Poolse president. De preventie-/voorlichtingscampagne was gericht op jonge meisjes en vrouwen, die werden bereikt door het verspreiden van folders in kerken en op scholen en via een telefonische hulp- en informatiedienst. Een team van vrijwilligers verleende juridische, medische en emotionele steun aan slachtoffers.
In the Czech Republic, a 'Czech-Slovak-Dutch' training seminar on traffic in women raised awareness of the subject with social workers already working with prostitutes, from which an action plan emerged to prevent trafficking and help victims. Building on the expertise developed by La Strada, the International Organisation for Migrations (IOM) is developing two campaigns to fight against the trafficking of women in Hungary and Bulgaria, in the framework of the EU/US Transatlantic Dialogue.
In Tsjechië werd voor maatschappelijk werkers die met prostituees werken een 'Tsjechisch-Slowaaks-Nederlands' opleidingsseminar over vrouwenhandel georganiseerd om bij deze groep het inzicht over dit onderwerp te vergroten. Uit het seminar kwam een actieplan voort voor de preventie van vrouwenhandel en slachtofferhulp. Voortbouwend op de expertise die met 'La Strada' is ontwikkeld, werkt de Internationale organisatie voor migratie (IOM) aan twee campagnes ter bestrijding van vrouwenhandel in Hongarije en Bulgarije. Dit gebeurt in het kader van de 'Europees/Amerikaanse Transatlantische Dialoog'.
(b) Children
(b) Kinderen
* Background
* Achtergrond
The UN Convention on the Rights of the Child has the highest number of ratifications of any human rights convention, with only two UN Member States yet to sign. However, the situation of these most vulnerable members of society remains precarious throughout the world. An estimated 2 million children have been killed and 6 million injured in armed conflict since 1990; at least 250 million children between the age of 5 and 14 are obliged to work for a living, often in appalling conditions. [71] Trafficking of children and their sexual exploitation is a matter of serious concern. The Parliament has called on the Commission to integrate the principles of the UN Convention on the Rights of the Child into its work, and to pay particular attention to child labour, and trafficking in children and their sexual exploitation. [72]
Het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind is van alle mensenrechtenverdragen het verdrag dat door de meeste landen is geratificeerd. Slechts twee VN-lidstaten hebben het verdrag nog niet ondertekend. Desalniettemin is de situatie van de kwetsbaarste groep van de samenleving in de hele wereld nog steeds precair. Naar schatting zijn sinds 1990 twee miljoen kinderen gedood en zes miljoen gewond in een gewapend conflict. Ten minste 250 miljoen kinderen tussen vijf en veertien jaar moeten werken om in hun levensonderhoud te voorzien, vaak onder ontstellende omstandigheden. [71] Kinderhandel en de seksuele exploitatie van kinderen is een kwestie die ernstige zorgen baart. Het Parlement heeft de Commissie opgeroepen om de beginselen van het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind in haar werk te integreren en bijzondere aandacht te schenken aan kinderarbeid en de handel in kinderen en hun seksuele exploitatie. [72]
[71] EU Annual Report on Human Rights 1999, ibid, at 51 & 52
[71] Jaarverslag van de EU inzake de mensenrechten, 1999, ibid, blz. 51 en 52
[72] European Parliament Resolution A4-0486/98 op. 63
[72] Resolutie A4-0486/98 van het Europees Parlement, blz. 63
The EU, in conjunction with Latin American countries, introduces a resolution on the rights of the child at the UN Commission on Human Rights and the UN General Assembly every year. As the EU explained at the 55th Session of the UN Commission on Human Rights:
De EU introduceert samen met Latijns-Amerikaanse landen elk jaar tijdens de vergadering van de VN-Mensenrechtencommissie en de Algemene Vergadering van de VN een resolutie over de rechten van het kind. Tijdens de 55e zitting van de VN-Mensenrechtencommissie verklaarde de EU deze resolutie als volgt:
"All aspects of human rights are related to children: the state of children's rights in a country is an indication of the human rights situation in general" [73]
"Alle aspecten van de mensenrechten hebben ook betrekking op kinderen: de situatie van de kinderrechten in een land zegt iets over de situatie van de mensenrechten in het algemeen." [73]
[73] 55th Session, 1999, on Res. 1999/80. EU statement on 'The rights of the child'
[73] 55e zitting, 1999, inzake resolutie 1999/80, verklaring van de EU over 'The rights of the child'
The Amsterdam Treaty specifically calls for action on offences against children and the Council has emphasised that the rights of the child are a clear priority for the EU. [74] It has highlighted several areas of primary importance, namely: the girl child, children in armed conflict, sexual exploitation of children and child labour. The Human Rights Regulations state that Community action should focus on those discriminated against or suffering from poverty or disadvantage, including children. [75]
Het Verdrag van Amsterdam vraagt uitdrukkelijk om acties tegen misdrijven tegen kinderen en de Raad heeft benadrukt dat de rechten van het kind voor de EU een duidelijke prioriteit hebben. [74] De Raad heeft verschillende terreinen genoemd die van primair belang zijn, te weten: meisjes, kinderen in een gewapend conflict, seksuele exploitatie van kinderen, en kinderarbeid. De mensenrechtenverordeningen bepalen dat het communautaire optreden speciaal moet worden gericht op slachtoffers van discriminatie en op armen en achtergestelden, waaronder kinderen. [75]
[74] EU Annual Report on Human Rights 1999, at 50
[74] Jaarverslag van de EU inzake de mensenrechten 1999, blz. 50
[75] Council Regulations (EC) No 975/1999 perambular para.14 and No 976/1999 perambular para.14
[75] Raadsverordening (EG) nr. 975/1999 (14) en nr. 976/1999 (14)
* Activities and target groups
* Activiteiten en doelgroepen
Community support has been targeted in six main areas between 1996 and 1999. Firstly on the general promotion of the rights of the child, training programmes, conferences and monitoring exercises on international standards, particularly the Convention on the Rights of the Child were funded. Other main areas of support have been projects which protect and reintegrate street children and combat child labour; initiatives to protect the legal rights of imprisoned minors; projects for the medical and physiological treatment and rehabilitation of child war victims and refugees; programmes to prevent violence and sexual abuse against children; and finally, enterprises which seek to empower children through interactive education. Implementing organisations have included children's charities, universities, national government ministries, broadcasters, workers associations and local youth centres.
Tussen 1996 en 1999 heeft de Gemeenschap financiële steun verleend aan zes hoofdterreinen. Allereerst ter bevordering van de rechten van het kind in het algemeen, meer in het bijzonder voor opleidingsprogramma's, conferenties en het toezicht op de naleving van internationale normen, in het bijzonder die welke voortvloeien uit het Verdrag inzake de rechten van het kind. Verder werden financiële middelen verstrekt voor projecten voor de bescherming en herintegratie van straatkinderen en ter bestrijding van kinderarbeid; voor initiatieven ter bescherming van de wettelijke rechten van gedetineerde minderjarigen; voor projecten voor de medische en fysiologische behandeling en resocialisatie van kinderen die het slachtoffer zijn van een oorlog of voor lijfsgevaar of geweld zijn gevlucht; voor programma's voor de preventie van geweld tegen en seksueel misbruik van kinderen; en tot slot, voor ondernemingen die kinderen via interactief onderwijs een zekere macht geven. Uitvoeringsorganisaties waren onder meer charitatieve instellingen voor kinderen, universiteiten, nationale ministeries, omroepen, werknemersverenigingen en lokale jeugdcentra.
* Allocation of funds
* Toewijzing van middelen
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
// 1996 : 2,596,903
// 1996 : 2.596.903
1997 : 2,227,382
1997 : 2.227.382
1998 : 1,089,261
1998 : 1.089.261
1999 : 2,540,946
1999 : 2.540.946
TOTAL: 8,454,492
TOTAAL: 8.454.492
* Regional distribution
* Regionale verdeling
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
* Example: International Network on Juvenile Justice
* Voorbeeld: internationaal netwerk betreffende de berechting en bestraffing van minderjarigen
Defence for Children International (DCI) have established a worldwide network for organisations working for the development and improvement of juvenile justice systems in accordance with the Convention on the Rights of the Child. The project was supported by the Commission, to the amount of 75,780 Euros in 1997. [76] The objectives of this network were to strengthen and coordinate efforts of organisations working directly or indirectly with juvenile justice, and to maintain a forum for organisations and experts working at the national, international and regional levels. There is a need for better coordination between such organisations, and to avoid duplication of work. DCI, a Swiss-based international NGO, has consultative status with ECOSOC, UNESCO, UNICEF and the Council of Europe. It is experienced in issues relating to the Convention, and on the training of social workers, etc on the application of legal instruments related to the rights of the child. Their action in the field is carried out by national sections and associated organisations in over 60 countries. The Network has functioned as a focal point for these organisations, and is open to any group active in the field.
'Defence for Children International' (DCI) heeft een wereldwijd netwerk opgericht voor organisaties die overeenkomstig het Verdrag inzake de rechten van het kind werken aan de ontwikkeling en verbetering van jeugdstrafrechtsystemen. Dit project is in 1997 door de Commissie met 75.780 euro ondersteund. [76] De doelstellingen van dit netwerk zijn de consolidatie en coördinatie van de inspanningen van organisaties die direct of indirect bij de berechting en bestraffing van jongeren zijn betrokken, en de instandhouding van een forum voor organisaties en deskundigen die op nationaal, internationaal en regionaal niveau werken. Het is nodig om de coördinatie tussen dergelijke organisaties te verbeteren en te voorkomen dat werk dubbel wordt gedaan. DCI, een internationale NGO met het hoofdkwartier in Zwitserland, heeft de status van raadgever bij ECOSOC, UNESCO, UNICEF en de Raad van Europa. De organisatie heeft ervaring in Verdrag-gerelateerde kwesties en in de opleiding van onder andere maatschappelijk werkers- in de toepassing van wetsinstrumenten die met de rechten van het kind verband houden. De acties van DCI op dit terrein worden uitgevoerd door nationale afdelingen en geassocieerde organisaties in meer dan zestig landen. Het netwerk heeft voor deze organisaties als een 'brandpunt' gefungeerd en staat open voor elke groep die op dit terrein actief is.
[76] B7-7040, Project No. 97/247 Defence for Children International 'International Network on Juvenile Justice'
[76] B7-7040, Projectnr. 97/247, Defence for Children International, 'International Network on Juvenile Justice'
A worldwide network working for the development and improvement of juvenile justice // The network provided an information and documentation centre, a database on children's rights organisations and international events, production and distribution of specialised publications, monitoring the implementation of the Convention, services to State parties on relevant legislation, and technical support to network members.
Wereldwijd netwerk voor ontwikkeling en verbetering van jeugdstrafrecht // Het netwerk bevat een informatie- en documentatiecentrum, een gegevensbank met informatie over organisaties voor de bescherming van kinderrechten en internationale evenementen, en voorziet verder in de productie en distributie van gespecialiseerde publicaties, de monitoring van de implementatie van het Verdrag, dienstverlening voor nationale partijen met betrekking tot relevante wetgeving, en technische hulp voor de organisaties die bij het netwerk zijn aangesloten.
The Information centre collected relevant national and international legislation and guidelines, and researched 'best practices' in the field of juvenile justice. The database contains information on organisations active in the field, and activities aimed at implementing technical assistance or advisory services, classified according to regions and counties. Publications produced focus on national experience in implementing juvenile justice; the first volume concentrated on children in conflict in Africa. The Network Secretariat analyses State party reports submitted to the UN Committee on the Rights of the Child and the complimentary information provide by NGOs. In terms of technical assistance, the Network provided support for NGO training programmes and fundraising efforts necessary for the Implementation of such initiatives. The network also cooperated with international, regional intergovernmental organisations, including the UN Centre for Human Rights, UNICEF and the UN Division for Crime Prevention and Criminal Justice.
In de informatiecentra zijn relevante nationale en internationale wetgeving en richtsnoeren verzameld en is onderzoek gedaan naar goede praktijken op het terrein van de berechting en bestraffing van minderjarigen. De gegevensbank bevat informatie over organisaties die actief zijn op dit terrein alsmede over technische bijstand en adviesdiensten die worden verleend, ingedeeld naar regio en land. De publicaties die zijn geproduceerd, behandelen met name de ervaringen die op nationaal niveau bij de uitvoering van het jeugdstrafrecht zijn opgedaan. De eerste publicatie ging over kinderen in conflictgebieden in Afrika. Het secretariaat van het netwerk analyseert de verslagen van nationale partijen die aan de VN-Commissie voor de rechten van het kind zijn overgelegd alsmede aanvullende informatie van NGO's. Wat technische bijstand betreft, verleent het netwerk steun voor opleidingsprogramma's van NGO's en voor het inzamelen van het geld dat voor de uitvoering van dergelijke initiatieven nodig is. Het netwerk werkt tevens samen met internationale en regionale intergouvernementele organisaties, waaronder het VN-Centrum voor Mensenrechten, UNICEF en de VN-afdeling voor misdaadpreventie en strafrechtspraak.
(c) National minorities
(c) Nationale minderheden
* Background
* Achtergrond
Article 27 of the UN Covenant on Civil and Political Rights states that 'minorities shall not be denied the right, in community with the other members of their group, to enjoy their own culture, to profess and practice their own religion, or to use their own language.' The 1992 UN Declaration on Minorities added specific reference to persons belonging to national minorities. The UN Committee on Human Rights adopted a General Comment in 1994, which made it clear that positive measures of protection are required against the denial or violation of this right. [77] The Council of Europe Framework Convention for the Protection of National Minorities and the European Charter for Regional and Minority Languages have also been important contributions to international standards in this area. The OSCE has also been at the forefront of standard setting for the protection of minorities; the creation of an OSCE High Commissioner on National Minorities highlighted the significance of this issue as part of the international human rights agenda. At the 55th Session of the UN Commission on Human Rights, Austria, introduced a resolution on the rights of persons belonging to minorities, which was co-sponsored by the other EU members of CHR. [78] It expresses concern about the 'victimisation or marginalisation of minorities' and the tragic consequences of the growing frequency and severity of conflicts regarding minorities in many countries.
Artikel 27 van het VN-Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten bepaalt, dat "aan personen die tot (...) een minderheid behoren niet het recht (mag) worden ontzegd, in gemeenschap met de andere leden van hun groep, hun eigen cultuur te beleven, hun eigen godsdienst te belijden en in de praktijk toe te passen, of zich van hun eigen taal te bedienen". Het VN-Verdrag inzake nationale minderheden, 1992, bevat aanvullende bepalingen die specifiek op nationale minderheden betrekking hebben. De VN-Mensenrechtencommissie nam in 1994 een 'Algemene opmerking' aan om duidelijk te maken dat positieve maatregelen nodig zijn om personen tegen de ontkenning of schending van dit recht te beschermen. [77] Ook het Kaderverdrag van de Europese Raad voor de bescherming van nationale minderheden en het Europees Handvest voor regionale en minderheidstalen zijn een belangrijke bijdrage aan de internationale normen op dit gebied. De OVSE heeft eveneens in het voorste gelid gelopen bij het vaststellen van regels voor de bescherming van minderheden; de instelling door de OVSE van de post van Hoge Commissaris voor Nationale Minderheden heeft duidelijk laten zien dat deze kwestie onderdeel uitmaakt van de internationale mensenrechtenagenda en als zodanig een groot gewicht wordt toegekend. Tijdens de 55e zitting van de VN-Mensenrechtencommissie diende Oostenrijk een resolutie in over de rechten van personen die tot een minderheid behoren, die door de andere EU-leden van de Mensenrechtencommissie werd ondersteund. [78] In de resolutie wordt bezorgdheid tot uitdrukking gebracht over de "slachtoffering of marginalisatie van minderheden" en over de tragische gevolgen van het feit dat in veel landen steeds vaker conflicten met betrekking tot minderheden voorkomen en deze ook steeds ernstiger worden.
[77] General Comment 23 on Article 27 of the Covenant, CCPR/C/21/Rev.1/Add,5. of 26 April 1994
[77] 'Algemene opmerking' nr. 23 op art. 27 van het Verdrag, CCPR/C/21/Rev.1/Add,5. van 26 april 1994
[78] UN Commission on Human Rights Resolution 1999/48 'Rights of persons belonging to national, ethnic, religious or linguistic minorities'
[78] VN-Mensenrechtencommissie, resolutie 1999/48 'Rights of persons belonging to national, ethnic, religious or linguistic minorities'
The Copenhagen criteria, adopted by the Council in 1993 requires that candidate countries for membership to the EU have 'established respect for and protection of minorities' and The Human Rights Regulations authorise Community support for minorities and ethnic groups. [79] The Commission has underlined the priority accorded to the protection of minorities in its Communication of June 1999 on 'Countering racism, xenophobia, and anti-Semitism in the candidate countries'. [80] The Parliament has also expressed itself on this issue, calling for a 'redoubling of international efforts to end large-scale discrimination against religious, national, linguistic or ethnic minorities.' [81]
Volgens de criteria van Kopenhagen, die in 1993 door de Raad zijn goedgekeurd, moeten kandidaat-lidstaten de rechten van minderheden eerbiedigen en beschermen, en de mensenrechtenverordeningen machtigen de Commissie tot het verlenen van steun aan minderheden en etnische volkeren. [79] In haar mededeling van juni 1999 over "de bestrijding van racisme, vreemdelingenhaat en antisemitisme in de aspirant-lidstaten" [80] onderstreept de Commissie dat de bescherming van minderheden een grote prioriteit heeft. Het Parlement heeft zich eveneens over deze kwestie uitgesproken en opgeroepen tot "een verdubbeling van de internationale inspanningen om een einde te maken aan de grootschalige discriminatie van godsdienstige, nationale, linguïstische en etnische minderheden." [81]
[79] Council Regulations (EC) No 975/1999 Article 2.1 (d) and No 976/1999 Article 3.1 (d)
[79] Raadsverordening (EG) nr. 975/1999, art. 2.1 (d) en nr. 976/1999, art. 3.1 (d)
[80] Commission Communication on Countering Racism, Xenophobia and Anti-Semitism in the Candidate Countries COM (1999) 256 final of 26 May 1999
[80] Mededeling van de Commissie over de bestrijding van racisme, vreemdelingenhaat en antisemitisme in de aspirant-lidstaten, COM (1999) 256 def., van 26 mei 1999
[81] European Parliament Resolution A4-0410/98
[81] Resolutie A4-0410/98 van het Europees Parlement
* Activities and target groups
* Activiteiten en doelgroepen
Projects supported by the Commission have included the provision of education and technical services for persons belonging to minority groups including Roma, projects of cultural preservation, local government and judicial training programmes, inter-community reconciliation initiatives, and capacity-building schemes for minority community associations. Partner organisations included established minority rights organisations, community forums and documentation centres.
De projecten die door de Commissie zijn ondersteund, betroffen onder meer onderwijs en technische diensten voor personen die tot een minderheidsgroep behoren, zoals de Roma; cultuurbehoud; lokaal bestuur en juridische opleiding; verzoening van bevolkingsgroepen; en capaciteitsopbouw voor verenigingen van minderheidsgroepen. Partnerorganisaties waren onder meer organisaties voor de bescherming van de rechten van minderheden, gemeenschapsfora en documentatiecentra.
* Allocation of funds
* Toewijzing van middelen
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
// 1996 : 1,374,318
// 1996 : 1.374.318
1997 : 660,893
1997 : 660.893
1998 : 2,542,602
1998 : 2.542.602
1999 : 80,687
1999 : 80.687
TOTAL: 4,658,500
TOTAAL: 4.658.500
* Regional distribution
* Regionale verdeling
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
* Example: Minorities in Estonia and Latvia
* Voorbeeld: minderheden in Estland en Letland
The status of large numbers of Russian minorities in Latvia and Estonia, both of whom are candidate countries to join the EU, has been a controversial matter since the break-up of the Soviet Union. Problems of minority rights and cultural diversity are compounded by disputes over political rights, as many Russians in the Baltic States were not granted automatic citizenship.
Sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie is de status van een groot aantal Russische minderheden in Letland en Estland, die beide kandidaat zijn voor het EU-lidmaatschap, een controversieel thema. Problemen met betrekking tot de rechten van minderheden en culturele diversiteit worden nog verergerd door geschillen over politieke rechten, aangezien veel Russen in de Oostzeestaten niet automatisch het staatsburgerschap kregen.
Pressing for the adoption of a more inclusive public policy and respect for minorities // Activists from the Latvian Centre for Human Rights and Ethnic Studies, the United Nations Association of Latvia, the Estonian Human Rights Institute, Citizen's Watch in St. Petersburg and the International Helsinki Federation for Human Rights have exchanged information and
Pressie voor de invoering van een meer open minderhedenbeleid // Activisten van het Letse Centrum voor Mensenrechten en Etnische studies, de 'United Nations Association of Latvia', het Estlandse Instituut voor de Mensenrechten, 'Citizen's Watch' in Sint-Petersburg en de 'International Helsinki Federation for Human Rights' hebben
engaged in dialogue, in an attempt to find common solutions to these problems, based on international human rights standards. The Latvian Centre is a respected source of information and analysis on human rights and ethnic relations, and a forceful advocate for minority rights and inter-ethnic dialogue. The partner organisations are widely experienced, and together, represented an impressive pool of expertise.
informatie uitgewisseld en zijn in een onderlinge dialoog getreden in een poging om voor deze problemen gemeenschappelijke oplossingen te vinden die steunen op internationale mensenrechtenverdragen. Het Letse Centrum voor Mensenrechten is een gerespecteerde bron van informatie en analyses over mensenrechten en de betrekkingen tussen etnische bevolkingsgroepen, en een krachtige pleitbezorger van de rechten van minderheden en de dialoog tussen etnische bevolkingsgroepen. De partnerorganisaties beschikken samen over een ruime ervaring en een indrukwekkende hoeveelheid expertise.
The Commission has supported the initiative 'Integration through reconciliation: a Baltic-Russian-Scandinavian co-operation project', providing 83,642 Euros in 1997. [82] The objectives of the project were to promote understanding of ethnic issues to a broad audience and press for the adoption of a more inclusive public policy, and respect for minorities in conformity with international standards. The project involves research on the status of minorities and non-citizens, and a series of working group meetings culminating in seminars held outside the capital cities. Provincial cities in Estonia and Latvia with large Russian speaking communities were chosen. Other activities included drafting policy guidelines for legislation on citizenship, language policy, minority education and civil rights, for central and local governments and international organisations. The project has strengthened channels of communication between Governments and NGOs and laid the groundwork for increased cooperation throughout this region.
De Commissie heeft in 1997 voor een bedrag van 83.642 euro aan financiële steun verleend voor een initiatief getiteld 'Integratie via verzoening: een Baltisch-Russisch-Scandinavisch samenwerkingsproject'. [82] De doelstellingen van dit project waren het vergroten van het inzicht van een breed publiek in etnische vraagstukken, het uitoefenen van pressie op de regering voor de invoering van een meer open minderhedenbeleid, en het bevorderen van de eerbiediging van de rechten van minderheden als neergelegd in internationale verdragen. Het project omvatte onder meer onderzoek naar de status van minderheden en niet-staatsburgers, en een reeks bijeenkomsten van werkgroepen die uitmondden in seminars buiten de respectieve hoofdsteden van de twee landen. Hiervoor werden provinciesteden met een grote Russisch sprekende gemeenschap gekozen. Andere activiteiten betroffen het opstellen van beleidsrichtsnoeren voor wetgeving inzake het staatsburgerschap, talenbeleid en het onderwijs en de burgerrechten van minderheden, voor nationale en lokale overheden en internationale organisaties. Door het project zijn de communicatiekanalen tussen overheden en NGO's versterkt en is de basis gelegd voor een grotere samenwerking in heel de regio.
[82] PHARE D. and TACIS D. Project Nos. 97-0323P & 97-0244T, Latvian Centre for Human Rights and Ethnic Studies 'Integration through reconciliation: a Baltic-Russian-Scandinavian co-operation project'
[82] Phare D. en Tacis D. Projectnr. 97-0323P en 97-0244T, Latvian Centre for Human Rights and Ethnic Studies, 'Integration through reconciliation: a Baltic-Russian-Scandinavian co-operation project'
(d) Indigenous people
(d) Inheemse volkeren
* Background
* Achtergrond
Despite similarities between the categories of ethnic minorities and indigenous peoples, indigenous peoples are not covered by Article 27 of ICCPR. ILO Convention No. 169 concerning indigenous and tribal peoples, adopted in 1991, is a legally binding instrument which imposes duties of consultation on governments on matters which will effect indigenous peoples. In 1994, the UN Commission on Human Rights set up an open-ended working group with the purpose of elaborating a draft UN declaration on the rights of indigenous people. The Parliament has called for 'greater recognition and protection...in particular of the rights of indigenous peoples.' [83] In November 1998, a Council resolution on indigenous people was adopted, which underlined that cooperation with indigenous peoples is 'essential for the objectives of poverty elimination...the observance of human rights and the development of democracy'. [84] The Council acknowledged the importance that indigenous people attach to the affirmation of their 'self-development'; the shaping of their own social, economic and cultural development and their own cultural identities, and it noted in particular that indigenous peoples have the right to choose their own development paths. The Human Rights Regulations provide for Community support to indigenous peoples. [85]
Ondanks overeenkomsten tussen de categorieën 'etnische minderheden' en 'inheemse volkeren', vallen eerstgenoemde niet onder artikel 27 van het Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. Conventie 169 van de IAO, betreffende inheemse volken en volken die in stamverband leven - aangenomen in 1991 - is een juridisch bindend instrument dat regeringen verplicht tot consultatie wanneer een bepaalde kwestie gevolgen heeft voor inheemse volkeren. In 1994 is door de VN-Mensenrechtencommissie een open werkgroep ingesteld teneinde een ontwerp-verklaring uit te werken inzake de rechten van inheemse volkeren. Het Parlement heeft opgeroepen tot "meer erkenning en bescherming van de rechten van gemeenschappen, in het bijzonder de rechten van inheemse volkeren." [83] In november 1998 heeft de Raad een resolutie over inheemse volkeren aangenomen, waarin wordt onderstreept dat het van essentieel belang is dat bij de bestrijding van de armoede, de monitoring van mensenrechten en de ontwikkeling van de democratie met inheemse volkeren wordt samengewerkt. [84] De Raad merkte op dat het belang dat inheemse volkeren hechten aan 'zelfontwikkeling', aan het sturen van hun eigen maatschappelijke, economische en culturele ontwikkeling en aan het creëren van hun eigen culturele identiteit, gerechtvaardigd is, en merkte in dit verband in het bijzonder op dat inheemse volkeren het recht hebben om een eigen ontwikkelingspad te kiezen. De mensenrechtenverordeningen voorzien in steun voor inheemse volkeren. [85]
[83] European Parliament Resolution A4-0410/98, para. 23
[83] Resolutie A4-0410/98 van het Europees Parlement, par. 23
[84] Council Resolution of 30 November 1998
[84] Raadsresolutie van 30 november 1998
[85] Council Regulations (EC) No 975/1999 Article 2.1 (d) and No 976/1999 Article 3.1 (d)
[85] Raadsverordening (EG) nr. 975/1999, art. 2.1 (d) en nr. 976/1999, art. 3.1 (d)
In 1998, the Commission adopted a working document which set out a general policy framework on support for indigenous peoples. [86] It defined priority areas as: assistance in national efforts of recognising indigenous people's rights, training and education, capacity-building, development of long term economic strategies and encouraging the participation of indigenous peoples in international negotiations. At this time, numerous discussions and contacts were established with different actors in the indigenous world, and their proposals and recommendations taken into account to maximise the eventual impact of Commission interventions.
In 1998 keurde de Commissie een werkdocument goed waarin een algemeen beleidskader voor de steun voor inheemse volkeren wordt gegeven. [86] Het document noemt verschillende prioritaire gebieden, zoals ondersteuning van nationale acties gericht op de erkenning van de rechten van inheemse volkeren, opleiding en educatie, capaciteitsopbouw, ontwikkeling van economische strategieën voor de lange termijn, en stimulering van de participatie van inheemse volkeren in internationale onderhandelingen. Op het moment dat dit werkdocument werd aangenomen, werden talrijke besprekingen gestart en contacten gelegd met verschillende groepen en organisaties van inheemse volkeren. Hun voorstellen en aanbevelingen werden gebruikt om een maximaal rendement uit de Commissiemaatregelen te halen.
[86] Working document of the Commission of May 1998 on Support for Indigenous Peoples in the Development Cooperation of the Community and the Member States, SEC (98) 773 final
[86] Werkdocument van de Commissie van mei 1998 over de 'Steun aan inheemse bevolkingsgroepen in de ontwikkelingssamenwerking van de Gemeenschap en de lidstaten', SEC (98) 773 def.
The above exercises have been integrated into the guidelines for selecting programmes of action, which prioritise projects that reinforce capacity-building, so as to provide methods for indigenous people's associations to make their voice heard and to be partners throughout the entire development process. The guidelines aim also for the exchange of information between indigenous groups, development agencies and the Commission, and for the effective implementation of 'micro-projects', which are in themselves very useful tools for communication and public information.
Bovengenoemde acties zijn geïntegreerd in de richtsnoeren voor de selectie van actieprogramma's, waarin prioriteit wordt gegeven aan projecten voor capaciteitsopbouw, zodat belangenverenigingen voor inheemse volkeren de beschikking krijgen over methoden om hun stem te laten horen en bij het hele ontwikkelingsproces als partner te worden betrokken. Met de richtsnoeren wordt tevens beoogd om de informatie-uitwisseling tussen inheemse volkeren, ontwikkelingsbureaus en de Commissie te bevorderen en de uitvoering van 'microprojecten' effectief te laten gebeuren ('microprojecten' zijn overigens op zichzelf al zeer nuttige communicatie- en voorlichtingsinstrumenten).
* Activities and target groups
* Activiteiten en doelgroepen
Activities included enhancing the capacity of indigenous peoples' organisations, for example of the International Alliance of Indigenous-Tribal Peoples of the Tropical Forests a platform of organisations covering 49 countries, based in London. Projects were also coordinated by the experienced NGO IWGIA, which carries out micro-projects with indigenous peoples' organisations. The experienced indigenous peoples' organisation the Saami Council carried out regional studies managed by indigenous experts with the aim of disseminating information and recommendations on the ground and to donors, in the spirit of the Council Resolution which underlined the 'right to choose their own developments paths'.
Tot de activiteiten die werden ondernomen, behoorde het vergroten van de capaciteit van belangenverenigingen voor inheemse volkeren, bijvoorbeeld de 'International Alliance of Indigenous-Tribal Peoples of the Tropical Forests', een platform van organisaties dat 49 landen bestrijkt en waarvan het hoofdkantoor in Londen is gevestigd. Een andere organisatie die als projectcoördinator fungeerde, was IWGIA, een NGO met een ruime ervaring in het uitvoeren van microprojecten met organisaties van inheemse volkeren. De Saami-Raad, een organisatie van de Saami die over ruime ervaring beschikt, voerde onder leiding van inheemse deskundigen regionale studies uit teneinde informatie en aanbevelingen te verspreiden onder de directe belanghebbenden en donors, in de geest van de resolutie van de Raad waarin het recht van inheemse volkeren wordt onderstreept om een eigen ontwikkelingspad te kiezen.
Training programmes for representatives of indigenous communities on international developments in the field of human rights and indigenous politics have also been supported. It has been important to promote coordination between the major NGOs and indigenous peoples' organisations supported by the European Commission to ensure the optimal impact for the indigenous peoples and Community funding. Partner organisations have also included centres of research and resources for indigenous communities and the documentation and dissemination of information such as the projects financed through two European NGOs, FERN and Rainforest foundation.
Ook is steun verleend voor opleidingsprogramma's voor inheemse politici en andere vertegenwoordigers van inheemse gemeenschappen over internationale ontwikkelingen op het gebied van de mensenrechten. Het was belangrijk om de coördinatie tussen de belangrijkste NGO's en de organisaties van inheemse volkeren die door de Gemeenschap werden ondersteund, te bevorderen, teneinde ervoor te zorgen dat de effecten voor de inheemse volkeren en het rendement van de communautaire financiering optimaal waren. Partnerorganisaties hebben eveneens gezorgd voor onderzoekscentra en middelen voor inheemse gemeenschappen en de documentatie en verspreiding van informatie via projecten als die welke via twee Europese NGO's, FERN en de 'Rainforest Foundation' werden gefinancierd.
* Allocation of funds
* Toewijzing van middelen
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
// 1996 : 560,500
// 1996 : 560,500
1997 : 220,752
1997 : 220.752
1998 : 2,500,371
1998 : 2.500.371
1999 : 266,773
1999 : 266.773
TOTAL: 3,548,396
TOTAAL: 3.548.396
* Regional distribution
* Regionale verdeling
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
* Example: L'auraveti an indigenous information centre
* Voorbeeld: L'auraveti, informatiecentrum voor inheemse volkeren
The Moscow-based organisation Severnye Prostory received 180,752 Euros from the Commission in 1997 for an innovative project to improve the situation of indigenous peoples in Russia. [87] The initiative trained 48 individuals from indigenous communities on how to use international human rights instruments, with the aim of transferring these skills to members of their communities.
De in Moskou gevestigde organisatie 'Severnye Prostory' ontving in 1997 180.752 euro van de Commissie voor een innovatief project ter verbetering van de situatie van inheemse volkeren in Rusland. [87] Via dit initiatief zijn 48 personen afkomstig uit inheemse gemeenschappen opgeleid in de toepassing van internationale mensenrechteninstrumenten, om deze kennis vervolgens aan de leden van hun gemeenschap door te geven.
[87] TACIS D. Project No. 98-4008, Severnye Prostory 'L'auraveti an indigenous information centre'
[87] Tacis D. Projectnr. No. 98-4008, Severnye Prostory, 'L'auraveti an indigenous information centre'
Training indigenous communities how to use international human rights instruments // The training involved individuals from six regions of Russia with the cooperation of the Indigenous Information Centre in Moscow. The Centre established a data bank of information on international experts in law, finance, management, health care and education involved
Opleiding inheemse gemeenschappen in de toepassing van internationale mensenrechten-instrumenten // Aan de opleiding namen personen deel afkomstig uit zes Russische regio's. De opleiding werd gegeven met de medewerking van het 'Centrum voor informatie over inheemse bevolkingsgroepen' in Moskou, dat een gegevensbank opzette met informatie over internationale deskundigen op het gebied van het recht,
in assisting indigenous communities. A juridical database of legal texts relevant to indigenous matters was also created. Other activities included two seminars for Parliamentarians, officials from the Russian Ministry for Nationalities, human rights bodies and the media. The objectives of these events was to demonstrate the need for active participation by indigenous communities in the decision-making process, to inform them of applicable instruments, to discuss international events concerning indigenous rights and to organise future cooperation.
financiën, beheer, gezondheidszorg en onderwijs die bij hulpverlening aan inheemse bevolkingsgroepen zijn betrokken. Tevens werd een gegevensbank met relevante wetteksten opgezet. Andere activiteiten betroffen de organisatie van twee seminars voor parlementsleden, functionarissen van het Russische ministerie voor Nationaliteiten, vertegenwoordigers van mensenrechtenorganisaties en de pers. De doelstelling van deze evenementen was om de deelnemers te overtuigen van de noodzaak van een actieve deelname van inheemse bevolkingsgroepen aan besluitvormingsprocessen, hen te informeren over toepasbare instrumenten, te discussiëren over internationale evenementen betreffende de rechten van inheemse volkeren, en de toekomstige samenwerking te organiseren.
(e) Refugees and displaced persons
(e) Vluchtelingen en ontheemden
* Background
* Achtergrond
Article 14 of the Universal Declaration on Human Rights states that 'everyone has the right to seek and to enjoy in other countries asylum from persecution'. This fundamental standard has been supplemented by the 1951 Convention relating to the Status of Refugees, and the 1954 Convention relating to the Status of Stateless Persons, intended to establish a safeguard for the protection of the human rights of refugees.
Artikel 14 van de Universele Verklaring van de rechten van de mens bepaalt, dat "een ieder het recht heeft om in andere landen asiel te zoeken en te genieten tegen vervolging." Deze fundamentele norm is later aangevuld met het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen, 1951, en het Verdrag betreffende de status van statelozen, 1954, die zijn bedoeld als waarborg voor de bescherming van de mensenrechten van vluchtelingen.
The 55th Session of the UN Commission on Human Rights, in a resolution introduced by Austria, expressed deep concern at the 'alarmingly high numbers of displaced persons throughout the world who receive inadequate protection and assistance.' [88] The Parliament has identified the issue of refugees and asylum seekers as a global theme of EU human rights policy. [89] There are an estimated 25 million refugees in the world today, including the internally displaced, many of whom live in desperate conditions. In the Parliament's Annual Report, the plight of women and children refugees is highlighted; they are often the first victims in many refugee communities. Sexual violence against women and girls in refugee camps is frequently reported, and children constitute 52% of the global refugee population. The Council confirmed this as a priority area in its Regulations which outline that Community operations should focus on inter alia refugees. [90]
Tijdens de 55e zitting van de VN-Mensenrechtencommissie werd door Oostenrijk een resolutie ingediend waarin grote bezorgdheid tot uitdrukking wordt gebracht over het alarmerend grote aantal ontheemden in de wereld dat onvoldoende bescherming en bijstand ontvangt. [88] Het Parlement heeft het probleem van de vluchtelingen en asielzoekers tot een mondiaal thema van het mensenrechtenbeleid van de EU gemaakt. [89] Er bevinden zich tegenwoordig naar schatting 25 miljoen vluchtelingen op de wereld, met inbegrip van personen die in hun eigen land ontheemd zijn, waarvan er velen in erbarmelijke omstandigheden leven. In het Jaarverslag van het Parlement wordt met nadruk gewezen op de benarde situatie van vrouwen en kinderen die op de vlucht zijn. In veel vluchtelingenkampen zijn zij vaak de eerste slachtoffers. Er wordt veelvuldig melding gemaakt van seksueel geweld tegen vrouwen en meisjes in deze kampen. Kinderen maken 52% van de totale vluchtelingenpopulatie uit. De Raad bevestigt in zijn verordeningen dat dit een prioritair terrein is en bepaalt dat de communautaire acties onder meer op vluchtelingen moeten zijn gericht. [90]
[88] UN Commission on Human Rights 55th Session Resolution 1999/47. 'Internally displaced persons'
[88] VN-Mensenrechtencommissie, 55e zitting. Resolutie 1999/47: 'Internally displaced persons'
[89] European Parliament Annual Report on Human Rights 1999 at 31
[89] Jaarverslag van het Europees Parlement inzake de mensenrechten, 1999, blz. 31
[90] Council Regulations (EC) No. 975/1999, perambular para. 14 and No. 976/1999, perambular para. 14
[90] Raadsverordening (EG) nr. 975/1999 (14) en nr. 976/1999 (14)
* Activities and target groups
* Activiteiten en doelgroepen
World-wide assistance to refugees, displaced persons and asylum seekers is targeted towards the defence of their legal rights, and on providing medical treatment and psychological support, as they will frequently have been victims of additional abuse. Projects for the return or reintegration of refugees, monitoring and fact-finding missions, and the production of handbooks for refugee organisations have also been supported. Organisations involved included regional human rights NGOs, refugee councils, and support groups for the victims of violence.
De wereldwijde hulp voor vluchtelingen, ontheemden en asielzoekers is gericht op de verdediging van hun wettelijke rechten en op het bieden van geneeskundige behandeling en het verlenen van psychologische steun, aangezien deze groepen in veel gevallen ook het slachtoffer zullen zijn geweest van andere vormen van mishandeling. Projecten voor de terugkeer of herintegratie van vluchtelingen, en monitoring- en onderzoeksmissies alsmede de productie van handleidingen voor vluchtelingenorganisaties zijn eveneens ondersteund. Bij de projecten waren onder meer regionale niet-gouvernementele mensenrechtenorganisaties, vluchtelingenraden en hulporganisaties voor geweldslachtoffers betrokken.
* Allocation of funds
* Toewijzing van middelen
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
// 1996 : 1,320,988
// 1996 : 1.320.988
1997 : 269,784
1997 : 269.784
1998 : 1,067,068
1998 : 1.067.068
1999 : 1,254,495
1999 : 1.254.495
TOTAL: 3,912,335
TOTAAL: 3.912.335
* Regional distribution
* Regionale verdeling
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
* Example: Displaced women and children in Tuzla, Bosnia
* Voorbeeld: ontheemde vrouwen en kinderen in Tuzla, Bosnië
In 1999, the Commission provided 1,030,000 Euros to HMD International (Humanitarian Medical and Development Aid) for a programme providing psychological counselling and medical assistance to internally displaced women and children in the Tuzla canton of Bosnia and Herzegovina. [91]
In 1999 verstrekte de Commissie 1.030.000 euro aan HMD International ('Humanitarian Medical and Development Aid') voor een programma in het kader waarvan vrouwen en kinderen in het Bosnische kanton Tuzla die uit een ander deel van het land zijn gevlucht, psychologische begeleiding en medische hulp ontvangen. [91]
[91] B7-704, Project No.99/0015 HMD International 'Medical assistance and psychological services for displaced women and children in Tuzla, Bosnia'
[91] B7-704, Projectnr. 99/0015, HMD International, 'Medical assistance and psychological services for displaced women and children in Tuzla, Bosnia'
Monitoring and improving the health of displaced persons and refugees // The objectives of this project included monitoring and improving the psychological needs and health of displaced persons and refugees, stimulating the social interaction of isolated individuals, targeting the most
Monitoring en verbetering van de gezondheid van ontheemden en vluchtelingen // De doelstellingen van dit project waren onder meer monitoring en verbetering van de fysieke en psychologische problemen van ontheemden en vluchtelingen. Het laatste door het stimuleren van de sociale interactie van personen die in een isolement zijn
marginalised group. HMD cooperate with the activities of the organisation Physicians for Human Rights in offering therapy to the target group of traumatised and raped women, and those suffering trauma from the identification of exhumed bodies. The project aims to develop training techniques and programmes to address these needs. Medical examinations and counselling are provided on a regular basis, through the HMD's Women Centre in Tuzla. In addition, two mobile teams composed of a doctor and social workers provide services to remote and inaccessible communities throughout the Canton. Support is provided to families involved in the identification process of missing relatives, from the first moment of the process until after burial. Workers are also trained to identify and provide counselling for victims of rape and torture.
geraakt. De aandacht werd geconcentreerd op de meest gemarginaliseerde groep. HMD werkt samen met Artsen voor Mensenrechten. In het kader van de acties van deze organisatie geeft zij therapie aan getraumatiseerde en verkrachte vrouwen alsook aan personen bij wie de identificatie van opgegraven lichamen een trauma heeft veroorzaakt. Het project is gericht op de ontwikkeling van scholingstechnieken en -programma's om aan de behoeften op dit terrein tegemoet te komen. Het vrouwencentrum van HMD in Tuzla voert regelmatig medische onderzoeken uit en verleent ook regelmatig hulp via counseling. Daarnaast werken twee mobiele teams bestaande uit een arts en maatschappelijk werkers in verafgelegen en ontoegankelijke gebieden in het kanton. Er wordt steun verleend aan families die bij de identificatie van vermiste familieleden zijn betrokken, vanaf het moment waarop het identificatieproces begint tot de begrafenis. Maatschappelijk werkers worden geschoold in het identificeren en begeleiden van slachtoffers van verkrachting en martelingen.
Assistance is also required for families with members suffering from mental health and disability problems. A psychiatrist works with a wide range of mental health illnesses, by providing individual counselling and, where appropriate, drug therapy, and, in conjunction with social workers, to promote a better understanding and tolerance of mentally ill people within the family and the wider community. A special education teacher works alongside a physiotherapist with handicapped children and their families. Their role is to make an initial assessment of each child and develop a programme of care catering to their individual needs. They also contribute to developing the parent's ability to cope with their child's disability and to combating the stigma, which the handicapped and those with learning disabilities often suffer from.
Ook families waarvan een of meer van de leden aan een geestelijk of lichamelijk handicap leiden, worden geholpen. Bij het project is een psychiater betrokken die een breed scala van geestesziekten behandeld. Dit gebeurt via individuele begeleiding en, indien nodig, door middel van geneesmiddelen. Daarnaast werkt de psychiater samen met maatschappelijk werkers aan het vergroten van het inzicht in en de tolerantie jegens geestelijk gehandicapten, zowel onder de gezinsleden als in de gemeenschap. Een speciale leerkracht werkt in samenwerking met een fysiotherapeut met gehandicapte kinderen en hun familie. Zij maken een eerste beoordeling van het gehandicapte kind en ontwikkelen een individueel zorgprogramma dat speciaal is afgestemd op de behoeften van het kind. Ook helpen zij de ouders bij het ontwikkelen van het vermogen om met het handicap van hun kind overweg te kunnen en het stigma te bestrijden waarvan gehandicapten en personen met leerproblemen vaak het slachtoffer zijn.
An additional benefit of the project has been the strengthening of the capacity of local associations and organisations to offer support to displaced persons and refugees, and the development of more highly skilled counsellors and medical staff in this region.
Een bijkomend voordeel van het project is de versterking geweest van de capaciteit van lokale verenigingen en organisaties voor steunverlening aan ontheemden en vluchtelingen, en het feit dat men nu in deze regio kan beschikken over beter geschoolde counselors en vakbekwamer medisch personeel.
(f) Prisoners
(f) Gevangenen
* Background
* Achtergrond
According to Human Rights Watch, conditions in many prisons are so deficient as to constitute cruel, inhuman, or degrading treatment, violating Article 7 of the International Covenant on Civil and Political Rights. Specific failings can also be enumerated under the more detailed provisions of the UN Standard Minimum Rules for the Treatment of Prisoners which, although integrated into the prison laws of many countries, 'few if any prison systems have observed all of their prescriptions in practice.' [92]
Volgens 'Human Rights Watch' zijn de condities in veel gevangenissen zo gebrekkig dat sprake is van een situatie van wrede, onmenselijke of vernederende behandeling en derhalve van een schending van artikel 7 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. Specifieke tekortkomingen kunnen ook onder de meer gedetailleerde bepalingen van de 'UN Standard Minimum Rules for the Treatment of Prisoners' worden opgesomd, die weliswaar in veel landen in de gevangeniswetten zijn opgenomen, maar door weinig of geen van die landen in de praktijk ook allemaal in acht worden genomen.' [92]
[92] Human Rights Watch World Report 2000 (November 1998-October 1999) at 488
[92] Human Rights Watch, 'World Report 2000 (November 1998-October 1999)', blz. 488
The Parliament has expressed its 'deep shock at the continuing use, in most countries in the world, and even in democracies of reprehensible practices such as...torture and inhuman or degrading treatment in places of imprisonment' [93], and has called for special attention to be devoted to particularly vulnerable groups of prisoners. The Parliament stresses the social rehabilitative function of prison; what is sought is the 'human and social reintegration of the prisoner.' [94]
Het Parlement heeft laten weten "geschokt (te zijn) door het feit dat bijna overal in de wereld, en zelfs in democratische landen, nog steeds laakbare praktijken worden toegepast zoals (...) martelingen en onmenselijke of vernederende behandelingen in gevangenissen" [93], en heeft opgeroepen om speciale aandacht te besteden aan bijzonder kwetsbare groepen van gevangenen. Het Parlement legt bijzondere nadruk op de functie van gevangenissen als een plaats voor resocialisatie; gestreefd moet worden naar de "menselijke en maatschappelijke herintegratie van de gevangene." [94]
[93] European Parliament Resolution A4-0400/96, pp J.
[93] Resolutie A4-0400/96 van Europees Parlement, par. J.
[94] European Parliament Resolution A4-0468/98, para 78.
[94] Resolutie A4-0468/98 van Europees Parlement, par. 78
The EU supports efforts under way to adopt a draft optional protocol to the Convention Against Torture, which would provide access to monitoring bodies to places of detention. Standard-setting work is done in this area by the Council of Europe Committee for the Prevention of Torture, which has wide authority to inspect prisons and detention centres throughout Europe. The Human Rights Regulations identify prisoners as a priority group on which Community support should be focused. [95]
De EU ondersteunt inspanningen tot vaststelling van een facultatief protocol bij de Conventie houdende verbod op marteling, dat inspectieteams toegang zou verschaffen tot gevangenissen. Het Comité tegen Martelingen van de Europese Raad, dat beschikt over een ruime bevoegdheid voor de inspectie van gevangenissen in heel Europa, is bezig met het vaststellen van normen op dit terrein. In de mensenrechtenverordeningen worden gevangenen als een prioritaire groep voor communautaire steun aangewezen. [95]
[95] Council Regulations (EC) No. 975/1999, perambular para. 14 and No. 976/1999, perambular para. 14
[95] Raadsverordening (EG) nr. 975/1999 (14) en 976/1999 (14)
* Activities and target groups
* Activiteiten en doelgroepen
Throughout the world, the Commission has supported the protection of detained minors and the production and distribution of reports on prison conditions. Legal aid was provided for prisoners in Asia, and projects in Europe concentrated on prison monitoring and training for prison staff. In Latin America, 'alert mechanisms' for detainees and medical care for abused prisoners were funded. Workshops and training courses on prisoner's rights were supported in Africa. Special categories of prisoners were assisted in the Middle East through advocacy projects for prisoners detained without trial, and in the Caribbean for prisoners under the sentence of death. Implementing partners included penal reform organisations, national ministries of justice and medical human rights groups.
De Commissie heeft over de hele wereld steun verleend voor de bescherming van gedetineerde minderjarigen en de productie en distributie van verslagen over de omstandigheden in gevangenissen. In Azië werd aan gevangenen rechtsbijstand verleend en in Europa lag het zwaartepunt bij de monitoring van gevangenissen en de opleiding van gevangenispersoneel. In Latijns-Amerika werd financiële steun verleend voor het opzetten van 'waarschuwingmechanismen' voor gevangenen en arrestanten alsook voor de medische verzorging van gevangenen die het slachtoffer zijn geweest van mishandeling. In Afrika werden workshops en opleidingscursussen over de rechten van gevangenen ondersteund. In het Midden-Oosten werd rechtsbijstand verleend aan personen die zonder voorafgaand proces gevangen werden gehouden, en in het Caribisch gebied aan gevangenen die ter dood waren veroordeeld. Uitvoeringspartners waren onder meer organisaties belast met de hervorming van het strafrecht, nationale ministeries van Justitie en medische mensenrechtengroepen.
* Allocation of funds
* Toewijzing van middelen
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
// 1996 : 441,000
// 1996 : 441.000
1997 : 461,414
1997 : 461.414
1998 : 280,000
1998 : 280.000
1999 : 1,665,724
1999 : 1.665.724
TOTAL: 2,848,138
TOTAAL: 2.848.138
* Regional distribution
* Regionale verdeling
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
* Example: Prisoners in Egypt detained without trial
* Voorbeeld: gevangenen in Egypte die zonder voorafgaand proces gevangen worden gehouden
The Human Rights Centre for the Assistance of Prisoners is a Cairo-based NGO whose general objective is to improve the criminal system and the laws and regulations which govern prisons in Egypt. The Centre monitors prison conditions, brings legal cases on behalf of detainees, publish reports and hold seminars on prison conditions.
Het 'Human Rights Centre for the Assistance of Prisoners' is een in Caïro gevestigde NGO die zich als doel heeft gesteld het verbeteren van het strafrechtsysteem en van de al dan niet bij wet vastgelegde regels die op de gevangenissen in Egypte van toepassing zijn. Het Centrum controleert de omstandigheden in gevangenissen, maakt namens gevangenen rechtszaken aanhangig, publiceert verslagen en houdt seminars over de omstandigheden in gevangenissen.
Monitoring prison conditions and investigating violations of the rights of detainees // The project on human rights advocacy for prisoners was funded by the Commission in 1998 to the amount of 160,000 Euros. [96] It's objectives are to improve prison laws and regulations in conformity with the UN Standard Minimum Rules for the Treatment of Prisoners and the
Controle van de omstandigheden in gevangenissen en onderzoek naar schendingen van de rechten van gevangenen // Het project voor het verlenen van rechtsbijstand aan gevangenen wier mensenrechten zijn geschonden, is in 1998 door de Commissie met 160.000 euro gesteund. [96] De doelstelling van het project is om de wet- en regelgeving inzake gevangenissen in overeenstemming te brengen met de 'UN Standard
[96] B7-705, Project No. 98Mas24, Human Rights Centre for the Assistance of Prisoners 'Human rights advocacy project for prisoners in Egypt detained without trial'
[96] B7-705, Projectnr. 98Mas24, Human Rights Centre for the Assistance of Prisoners, 'Human rights advocacy project for prisoners in Egypt detained without trial'
Convention against Torture; to encourage the rehabilitation and reintegration of prisoners into society; to ameliorate living, social and health conditions of prisoners; to defend the rights of prisoners and provide them with legal assistance; and to promote awareness of human rights standards among prison staff as well as prisoners. The project comprised of: monitoring prison conditions and investigating violations of the rights of detainees in prisons or police stations through on-site inspections and bringing legal cases on behalf of the victims of such violations, for compensation or against the non-execution of court rulings for the release of detainees. The project provided lawyers to attend interrogations of detainees particularly in cases related to freedom of opinion and expression. Seminars and conferences on prisoners' rights were organised with leading academics and penologists; and periodical reports on prison conditions and legal cases, and educational booklets for the general public were published. The Centre was founded in 1997 by members of the People's Assembly, lawyers, academics, psychiatrists and human rights activists, and it also receives funding from the Canadian Government.
Minimum Rules for the Treatment of Prisoners' en de Conventie houdende verbod op marteling; stimulering van de resocialisatie van gevangenen en van hun herintegratie in de maatschappij; verbetering van de sociale en leefomstandigheden waaronder gevangenen moeten leven alsook van hun geestelijke en lichamelijke conditie; bescherming van de rechten van gevangen en verlening van rechtsbijstand; en vergroting van het bewustzijn van gevangenispersoneel en gevangenen over de normen die voortvloeien uit de mensenrechten. Het project omvatte de controle van de omstandigheden in gevangenissen middels inspecties ter plaatse, en onderzoek naar schendingen van de rechten van personen die in gevangenissen of politiebureaus in gevangenschap c.q. hechtenis worden gehouden en het namens de slachtoffers aanhangig maken van dergelijke schendingen, voor het verkrijgen van schadevergoeding of als rechtsmiddel tegen het niet uitvoeren van een rechterlijke uitspraak tot vrijlating. Het project voorzag in advocaten die aanwezig waren bij de ondervraging van gevangenen, in het bijzonder bij zaken die de vrijheid van mening en meningsuiting betroffen. Er werden seminars en conferenties over de rechten van gevangenen georganiseerd, met bijdragen van vooraanstaande academici en strafrechtdeskundigen. Tevens werden regelmatig verslagen over de omstandigheden in gevangenissen en over rechtszaken gepubliceerd en onder het algemene publiek educatieve folders verspreid. Het Centrum werd in 1997 opgericht door parlementsleden, juristen, academici, psychiaters en mensenrechtenactivisten. Behalve van de EU ontving het Centrum ook financiële steun van de Canadese regering.
(g) Victims of torture
(g) Slachtoffers van martelingen
* Background
* Achtergrond
Torture is prohibited by Article 5 of the Universal Declaration on Human Rights and by the UN Convention against Torture (CAT). It is an absolute prohibition: under no circumstances is the use of torture permissible. Article 1 of CAT defines torture as 'any act by which severe pain or suffering, whether physical or mental, is intentionally inflicted on a person.' Europe has been a standard bearer in the prevention of torture; the Council of Europe's Convention against Torture provides for a Committee which can conduct on-site inspections in any place of detention, without the prior permission of member States. Discussions are under way in the UN to provide for a similar mechanism for CAT, a development which the EU supports.
Martelingen zijn verboden ingevolge artikel 5 van de Universele Verklaring van de rechten van de mens en de VN-Conventie houdende verbod op marteling. Dit verbod is absoluut: onder geen enkele omstandigheid is het gebruik van martelingen toegestaan. Artikel 1 van de VN-Conventie omschrijft 'marteling' als "iedere handeling waardoor opzettelijk hevige pijn of hevig leed, lichamelijk dan wel geestelijk, wordt toegebracht aan een persoon." Europa is een banierdrager geweest in de preventie van martelingen. Het Verdrag tegen martelingen van de Raad van Europa voorziet in een comité dat op elke plaats waar personen aan enige vorm van hechtenis of gevangenhouding zijn onderworpen, zonder voorafgaande toestemming van de desbetreffende lidstaat inspecties kan uitvoeren. In de VN wordt erover gesproken om in de VN-Conventie een soortgelijk mechanisme op te nemen, een ontwikkeling die de EU ondersteunt.
The EU is very concerned by the continuing widespread use of torture and by the pain and suffering caused to the victims. At the 55th Commission on Human Rights, the EU drew attention to the fact that 73 UN member States have not committed themselves to CAT, and among those who have, it noted with regret that some Governments have failed to respond to requests by the UN Special Rapporteur for visits. [97] Similarly, at the Third Committee of the 54th General Assembly, the EU recognised that it 'itself is not free from incidents of detention which violate international standards.' [98]
De EU is zeer bezorgd over het feit dat martelingen nog steeds een wijdverbreid verschijnsel zijn alsmede over de pijn en het leed dat de slachtoffers wordt toegebracht. Tijdens de 55e zitting van de Mensenrechtencommissie vestigde de EU de aandacht op het feit dat 73 lidstaten van de VN geen partij zijn bij de Conventie houdende verbod op marteling en dat onder degenen die dat wel zijn, sommige regeringen tot haar spijt niet hebben gereageerd op het verzoek van de Speciale Rapporteur van de VN om een bezoek aan het grondgebied van dat land te mogen brengen. [97] Tijdens de bijeenkomst van het Derde Comité van de 54e Algemene Vergadering van de VN, erkende de EU dat ook op haar grondgebied nog steeds gevallen van hechtenis of gevangenhouding voorkomen die in strijd zijn met internationale normen, zij het dat het daarbij om incidenten gaat. [98]
[97] UN Commission on Human Rights 55th Session, EU Statement on civil and political rights, April 1999
[97] VN-Mensenrechtencommissie, 55e zitting, verklaring van EU over burger- en politieke rechten, april 1999
[98] UN General Assembly 54th Session Third Committee, EU Statement on civil and political rights, November 1999
[98] Algemene Vergadering van de VN, 54e zitting, Derde Comité, verklaring van de EU over burger- en politieke rechten, november, 1999
The Parliament has created a special budget line B7-7070 to provide assistance to victims of torture and support for their physical, social and psychological rehabilitation and torture was identified as a global theme by the Parliament's Annual Report on human rights. It emphasised that 'victims of torture are especially vulnerable, since the act is committed by a state agent and they lack any real chance of legal redress'. Rehabilitation of victims of torture must be an integral part of peacemaking and democratisation. [99] The Human Rights Regulations explicitly state that Community support should go to support for rehabilitation centres for torture victims and for organisations offering concrete help to victims of human rights abuses or to help prevent torture or ill-treatment. [100] The Commission's approach in assisting victims of torture is to 'work with the specialised bodies which help local bodies during the preparatory and initial stages of implementation, and which generate awareness, research and documentation initiatives.' [101]
Het Parlement heeft begrotingslijn B7-7070 gecreëerd, die speciaal is bedoeld voor bijstandverlening aan slachtoffers van martelingen en steun voor hun lichamelijk en geestelijk herstel en voor hun resocialisatie. Martelingen worden in het Jaarverslag inzake de mensenrechten een "mondiaal thema" genoemd. Het Parlement benadrukte dat slachtoffers van martelingen bijzonder kwetsbaar zijn, omdat de handeling door een vertegenwoordiger van de staat is gepleegd en de slachtoffers niet echt de mogelijkheid hebben om hun recht te handhaven. De resocialisatie van slachtoffers van martelingen vormt een integrerend onderdeel van het bewerkstelligen van vrede en democratisering. [99] De mensenrechtenverordeningen stellen uitdrukkelijk dat de Gemeenschap steun moet verlenen aan rehabilitatiecentra voor slachtoffers van martelingen en voor organisaties die concrete hulp bieden aan slachtoffers van mensenrechtenschendingen dan wel helpen om martelingen of een slechte behandeling te voorkomen. [100] De benadering van de Commissie bij het verlenen van bijstand aan slachtoffers van martelingen bestaat eruit om samen te werken met gespecialiseerde organisaties die lokale organisaties helpen bij de voorbereidings- en startfase van een project, en die bewustmakings-, onderzoeks- en documentatie-initiatieven op gang brengen. [101]
[99] ibid, at 32
[99] ibid, blz. 32
[100] Council Regulations (EC) No 975, Article 2.1 (f) and No 976, Article 3.1 (f)
[100] Raadsverordening (EG) nr. 975, art. 2.1 (f) en nr. 976, art. 3.1 (f)
[101] COM (95) 567 final, ibid.
[101] COM (95) 567 def., ibid.
* Activities and target groups
* Activiteiten en doelgroepen
The Commission has provided substantial support for the treatment and care of torture victims; it is in fact the largest provider of such assistance in the world. In Europe, emphasis has been placed on the rehabilitation of war and torture survivors from the former Yugoslavia. Funds have supported the treatment and care of special categories of war victims: women and children, refugees and asylum seekers, and victims of sexual violence, including special programmes on male victims. Additional activities in Europe have included research and development of new forms of therapy, such as non-verbal and culturally specific, and medico-legal casework. In the MEDA region, assistance has focussed on countering the abuse of prisoners and detainees, empowering survivors of torture and developing capacity in the area of forensic medicine. Women and children victims were targeted in the ACP region, in projects which included transporting victims from war zones. Emphasis here was also placed on preventative strategies. In Latin America, projects addressed adolescent victims, victims of state-sponsored terrorism and organised political violence, and on specialist training programmes. The training of doctors, lawyers and other professionals was a theme in Asia, where rehabilitation centres for survivors of torture were also supported.
De Commissie heeft aanzienlijke steun verleend voor de behandeling van slachtoffers van martelingen en is in feite de grootste verlener van dit soort bijstand in de wereld. In Europa heeft de nadruk gelegen op de resocialisatie van personen uit het voormalige Joegoslavië die de oorlog aldaar of martelingen hebben overleefd. Er zijn financiële middelen verstrekt voor de behandeling van speciale categorieën van oorlogsslachtoffers: vrouwen en kinderen, vluchtelingen en asielzoekers, en slachtoffers van seksueel geweld, inclusief speciale programma's voor mannelijke slachtoffers. Als aanvulling daarop werden in Europa nieuwe vormen van therapie onderzocht en ontwikkeld, zoals non-verbale en cultuurspecifieke therapieën, en medisch-juridisch casework gedaan. In de Meda-regio is de bijstand speciaal gericht geweest op het tegengaan van de mishandeling van gevangenen en arrestanten, op de psychologische behandeling van slachtoffers van martelingen, en op het ontwikkelen van capaciteit op het terrein van de forensische geneeskunde. In de ACS-regio ging de steun primair naar slachtofferhulp voor vrouwen en kinderen, via projecten die ook het transport van de slachtoffers uit de oorlogszone omvatten. Ook preventieve strategieën kregen bijzondere aandacht. De projecten in Latijns-Amerika hadden als doelgroepen slachtoffers tussen de vijftien en twintig jaar en slachtoffers van staatsterrorisme en georganiseerd politiek geweld. Zij omvatten gespecialiseerde opleidingsprogramma's. In Azië werd steun verleend voor de opleiding van artsen, juristen en andere deskundigen. Ook rehabilitatiecentra voor slachtoffers van martelingen werden in die regio ondersteund.
* Allocation of funds
* Toewijzing van middelen
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
// 1996 : 4,682,000
// 1996 : 4.682.000
1997 : 5,290,478
1997 : 5.290.478
1998 : 8,436,350
1998 : 8.436.350
1999 : 5,979,182
1999 : 5.979.182
TOTAL: 24,388,010
TOTAAL: 24.388.010
* Regional distribution
* Regionale verdeling
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
* Example: Treatment and rehabilitation centres in Turkey
* Voorbeeld : behandel- rehabilitatiecentra in Turkije
In 1998, only a few days after public inauguration of a fifth rehabilitation centre of the Human Rights Foundation of Turkey (HRFT) in Diyarbarkir, at which the Commission Delegation was represented, the centre was closed by police. This is part of a pattern of harassment and intimidation of the staff and patients of these centres. Between 1996 and 1998, HRFT was granted 630,000 Euros for its Rehabilitation Centres for Torture Victims. [102] The HRFT has been funded by the Commission since 1994, and receives the full support of the Commission Delegation in Ankara.
In 1998, slechts enkele dagen na de publieke opening van het vijfde rehabilitatiecentrum van de Stichting voor de Mensenrechten van Turkije (HRFT) in Diyarbarkir, waarbij ook een vertegenwoordiger van de Commissiedelegatie aanwezig was, werd het centrum door de politie gesloten. Dit is onderdeel van een patroon van pesterijen en intimidaties van het personeel en de patiënten van deze centra. Tussen 1996 en 1998 ontving de Stichting 630.000 euro aan subsidie voor haar rehabilitatiecentra voor de slachtoffers van martelingen. [102] De Stichting wordt al sinds 1994 door de Commissie gefinancierd en geniet de volle steun van de Commissiedelegatie in Ankara.
[102] B7-7070, Project No. 96/149 & B7-7040, Project No. 98/002, Human Rights Foundation of Turkey 'Treatment and rehabilitation centres for the survivors of torture'
[102] B7-7070, Projectnr. 96/149 & B7-7040, Projectnr. 98/002, Human Rights Foundation of Turkey, 'Treatment and rehabilitation centres for the survivors of torture'
Free medical and psychological services to torture survivors and their relatives // The centres provide free medical and psychological services in Adana, Ankara, Diyarbarjir, Istanbul and Izir to torture survivors and their relatives, train health personnel on the subject of torture and its consequences, conduct research into the problems of torture survivors,
Gratis geneeskundige en psychologische hulp voor slachtoffers van martelingen en hun familieleden // De centra verlenen gratis geneeskundige en psychologische hulp aan slachtoffers van martelingen en hun familieleden, in Adana, Ankara, Diyarbarkir, Istanboel en Izmir. Verder geven zij opleidingen aan gezondheidspersoneel over martelingen en de gevolgen ervan, doen zij
and provide social assistance to survivors and their families. Torture survivors who apply to the centres are interviewed and medically examined by the professional team at the centre. Medico-legal reports taken at this time serve as an accurate record of human rights abuse, and the taking of testimonies is itself a crucial first step towards recovery. Applicants apply at their own initiative or are referred by medical associations and bar associations. Those who need further examination are referred to specialists working outside the HRFT; all expenses regarding torture related problems of the applicants are paid by the Foundation.
onderzoek naar de problemen van slachtoffers van martelingen, en verlenen zij de slachtoffers en hun familieleden sociale bijstand. Slachtoffers van martelingen die zich bij een van de centra aanmelden, worden door het deskundigenteam van het centrum geïnterviewd en medisch onderzocht. De medisch-juridische verslagen die naar aanleiding van het eerste onderzoek worden opgesteld, geven een accuraat beeld van mensenrechtenschendingen. De getuigenissen zelf zijn een eerste, cruciale stap op weg naar herstel. De personen die om hulp vragen, doen dat ofwel op eigen initiatief of zijn door een arts of advocaat naar het centrum verwezen. Degenen die nader moeten worden onderzocht, worden naar specialisten buiten de Stichting doorverwezen. Alle kosten die voortvloeien uit met martelingen samenhangende problemen van de cliënten worden betaald door de Stichting.
The following services have also been provided: psychotherapy and counselling, clinical psychology, specialist medical care for those who have been sexually tortured and raped, psychiatric care and physical therapy. The HRFT provides a considerable amount of training of health professionals. An international training course was arranged in Stockholm concerning training for care-givers. HRFT is the only organisation carrying out torture rehabilitation work in Turkey, and its work is recognised by experts such as International Rehabilitation Council (IRCT-Copenhagen) and the Swedish Red Cross with whom it collaborates. The organisation also receives support from the UN Voluntary Fund for Victims of Torture and the Swedish Support Committee for Human Rights.
Ook de volgende diensten zijn verstrekt: psychotherapie en begeleiding, klinische psychologie, specialistische geneeskundige hulp voor personen die seksueel zijn gemarteld en verkracht, psychiatrische behandeling en fysiotherapie. HRFT verzorgt een aanzienlijke hoeveelheid opleiding aan personen die beroepshalve in de gezondheidszorg werkzaam zijn. In Stockholm is een internationale opleidingscursus georganiseerd voor de opleiding van thuisverzorgers. HRFT is de enige organisatie in Turkije die revalidatiewerk voor slachtoffers van martelingen uitvoert. De Stichting werkt samen met de 'International Rehabilitation Council' (IRCT-Kopenhagen) en het Zweedse Rode Kruis, die zich bewust zijn van het belang van haar werk. De Stichting ontvangt tevens steun van het 'VN-Vrijwilligersfonds voor de slachtoffers van martelingen' en het Zweedse 'Hulpcomité voor de Mensenrechten'.
1.4.2. Priority groups for protection and awareness-raising
1.4.2. Prioritaire groepen voor beschermings- en bewustmakingsacties
(a) Journalists and media professionals
(a) Journalisten en andere vakmensen uit de mediawereld
* Background
* Achtergrond
The right to freedom of expression and the media was highlighted in part 1.3.1. Journalists and media professionals are uniquely placed to promote human rights and democratic values and are at the forefront of the fight to protect these rights. They are often, as a result, particularly vulnerable to abuse, and deserving of protection. The Parliament has highlighted that in several States journalists are sentenced to jail by the governments as a means to silence criticism.
Het recht op vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid zijn behandeld in paragraaf 1.3.1. Journalisten en andere vakmensen uit de mediawereld bevinden zich in een unieke positie voor het bevorderen van mensenrechten en democratische waarden en staan in de voorste gelederen van de strijd voor de bescherming van deze rechten en waarden. Als gevolg daarvan is deze groep bijzonder kwetsbaar voor misbruik en mishandeling en verdient derhalve bescherming. Het Parlement heeft er de aandacht op gevestigd dat kritische journalisten in sommige staten door de regering tot gevangenisstraf worden veroordeeld om hen de mond te snoeren.
In 1999, at least 28 journalists were killed. [103] The Parliament also stressed the importance of providing proper access for the media to new technologies, such as the Internet. The Commission has emphasised that journalists are particular target groups. [104]
In 1999 werden ten minste 28 journalisten vermoord. [103] Het Parlement benadrukte dat het voor de media belangrijk is om toegang te hebben tot nieuwe technologieën, zoals Internet. De Commissie heeft benadrukt dat journalisten een bijzondere doelgroep vormen. [104]
[103] European Parliament Annual Report on Human Rights 1999, ibid, at 30
[103] Jaarverslag van het Europees Parlement over de mensenrechten, 1999, ibid, blz. 30
[104] COM (95) 567 final, ibid.
[104] COM (95) 567 def., ibid.
* Activities and target groups
* Activiteiten en doelgroepen
The division between activities in support of freedom of expression and those protecting journalists is somewhat artificial, however, actions which address media professions as individuals have been included in this part. In the MEDA region, the particular problems of journalists in war zones were addressed, in Europe, the access of journalists to new technologies and the role of journalist associations in South Eastern Europe received attention.
Hoewel de scheiding tussen acties ter bescherming van de vrijheid van meningsuiting en acties voor de bescherming van journalisten enigszins kunstmatig is, zijn in deze paragraaf acties opgenomen die zijn gericht op vakmensen uit de mediawereld als individu. In de Meda-regio werd aandacht besteed aan de bijzondere problemen van journalisten die zich in een oorlogszone bevinden. In Europa ging de aandacht uit naar de toegang van journalisten tot nieuwe technologieën en naar de rol van journalistenverenigingen in Zuidoost-Europa.
* Allocation of funds
* Toewijzing van middelen
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
// 1996 : 301,785
// 1996 : 301.785
1997 : 196,752
1997 : 196.752
1998 : 0
1998 : 0
1999 : 0
1999 : 0
TOTAL: 498,537
TOTAAL: 498.537
* Regional distribution
* Regionale verdeling
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
* Example: Training journalists in new technology
* Voorbeeld: opleiding van journalisten in nieuwe technologie
The acquisition of knowledge and techniques about democratic principles and the rule of law // The Association for Democracy in the Balkans trains journalists in new technologies and on the role of journalist associations in South-Eastern Europe. This project was supported by the Commission in 1997, to the amount of 196,752 Euros. [105] Its objective was the acquisition of knowledge and techniques about
De verwerving van kennis over nieuwe massamediatechnieken en over democratische beginselen en de rechtsstaat // De 'Vereniging voor Democratie' in de Balkan verzorgt voor journalisten opleidingen in nieuwe technologieën en over de rol van journalistenverenigingen in Zuidoost-Europa. Dit project werd in 1997 met 196.752 euro door de Commissie ondersteund. [105] Het doel van het project was om vakmensen uit de mediawereld kennis over nieuwe massamediatechnieken en over democratische
[105] PHARE D. & TACIS D. Project Nos. 98-3034P & 98-4024T, The Association for Democracy in the Balkans 'Journalists training on new technologies and the role of journalists associations in South Eastern Europe'
[105] Phare D. & Tacis D. Projectnr. 98-3034P & 98-4024T, The Association for Democracy in the Balkans, 'Journalists training on new technologies and the role of journalists associations in South Eastern Europe'
democratic principles and the rule of law by media professionals. It aimed to provide means of securing a responsible free press for journalists in the Balkans. Specific activities included training journalists from Romania, Moldova, Bulgaria and FYROM in modern mass media techniques, publishing reports and seminars on the comparative experience of European journalists' associations.
beginselen en de rechtsstaat bij te brengen. Het streven was om middelen te verschaffen die een verantwoordelijke, onafhankelijke pers in de Balkan verzekeren. Specifieke activiteiten waren de opleiding van journalisten uit Roemenië, Moldavië, Bulgarije en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië in moderne massamediatechnieken, de publicatie van verslagen en de organisatie van seminars over vergelijkbare ervaringen van Europese journalistenverenigingen.
(b) Magistrates, lawyers and court and prison staff
(b) Magistraten, advocaten en gerechtelijk en gevangenispersoneel
* Background
* Achtergrond
Bolstering the rule of law is an essential element of promoting democratisation and respect for human rights. For countries in a state of transition, special assistance is required for legal and penal professionals, not just in human rights matters as touched on in part 1.2.2, but to strengthen their professional skills. The Human Rights Regulations provide for support to uphold the independence of the judiciary and for a humane prison service [106] and the Commission has identified magistrates and the judiciary in general as priority target groups. [107]
Het versterken van de rechtsstaat vormt een wezenlijk onderdeel van de bevordering van democratisering en de eerbieding van de mensenrechten. Voor landen die de overgang maken naar een democratie is speciale aandacht nodig voor de opleiding van strafrechtdeskundigen en andere juristen, niet alleen in mensenrechtenkwesties zoals die in paragraaf 1.2.2 zijn aangeroerd, maar ook ter vergroting van hun beroepsvaardigheden in het algemeen. De mensenrechtenverordeningen van de Raad voorzien in steun ter versterking van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en voor een humaan gevangenissysteem [106], en de Commissie heeft van de rechterlijke macht een prioritaire doelgroep gemaakt. [107]
[106] Council Regulations (EC) No. 975, Article 2.2 (a) and No. 976, Article 3.2 (a)
[106] Raadsverordening (EG) nr. 975, art. 2.2 (a) en nr. 976, art. 3.2 (a)
[107] COM (95) 567 final, ibid.
[107] COM (95) 256 def., ibid.
* Activities and target groups
* Activiteiten en doelgroepen
Programmes in support of legal and penal professionals in Europe concentrated on the organisational structures of the legal profession, training of judges in asylum procedures and justice monitoring programmes. In Latin America, training was provided to judges, prosecutors and defence lawyers on the penal process, and regional courses organised to promote judicial consistency. Training for prison guards constituted a priority in Asia and in the MEDA region, university legal training and campaigns for the independence of the judiciary were supported. Implementing partners included judges' organisations, bar associations, international NGOs such as Penal Reform International, universities and legal centres.
Programma's ter ondersteuning van strafrechtdeskundigen en andere juristen in Europa waren speciaal gericht op de consolidatie van de organisatiestructuren van de juridische stand, de opleiding van rechters in asielprocedures, en de monitoring van rechtspleging. In Latijns-Amerika werden voor rechters, openbare aanklagers en advocaten opleidingen over het strafproces verzorgd en regionale cursussen georganiseerd ter bevordering van de consistentie van rechterlijke uitspraken. In Azië is prioriteit gegeven aan de opleiding van gevangenbewaarders, en in de Meda-regio zijn juridische opleidingen op de universiteit en campagnes voor de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht ondersteund. Uitvoeringspartners waren organisaties van rechters, advocatenverenigingen, internationale NGO's zoals 'Penal Reform International', universiteiten en rechtscentra.
* Allocation of funds
* Toewijzing van middelen
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
// 1996 : 630,697
// 1996 : 630.697
1997 : 937,900
1997 : 937.900
1998 : 921,226
1998 : 921.226
1999 : 0
1999 : 0
TOTAL: 2,489,823
TOTAAL: 2.489.823
* Regional distribution
* Regionale verdeling
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
* Example: Legal Training in the West Bank and Gaza
* Voorbeeld: juridische opleiding op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook
Following the Oslo peace accords, lawyers were nominated as advisors to the ministries and agencies of the new Palestine authority. The lack of experience of legal personnel could therefore have been detrimental to the protection of fundamental rights for Palestinian citizens. There was a clear need to ensure that new lawyers have the proper skills and values to serve the public and restore the rule of law in Palestine. With this in mind, the Commission provided 409,000 Euros in 1997 and 1998 for the Legal Training Unit at the Birzeit University Law Centre. [108]
Na de vredesakkoorden van Oslo kregen de ministeries en overige afdelingen van de nieuwe Palestijnse Autoriteit de beschikking over externe juridische adviseurs. Het gebrek aan ervaring van het juridisch personeel van de Autoriteit zou een effectieve bescherming van de fundamentele rechten van de Palestijnse burgers hebben kunnen belemmerd. Er bestond een duidelijke behoefte om ervoor te zorgen dat nieuwe juristen over de juiste vaardigheden en waarden beschikten om het publiek te kunnen dienen en de rechtstaat in Palestina te herstellen. Met dit voor ogen verstrekte de Commissie in 1997 en 1998 409.000 euro aan de vakgroep Juridische Opleiding van het 'Birzeit University Law Centre'. [108]
[108] B7-705, Project Nos. 97-Mas53 & 98Mas102, Birzeit University Law Centre 'Legal Training Unit'
[108] B7-705, Projectnr. 97-Mas53 & 98Mas102, Birzeit University Law Centre, 'Legal Training Unit'
Comprehensive, high-quality legal training to create stability and restore confidence in the rule of law // The objectives of the Unit were to create a tradition of quality legal training, to restore high professional standards for Palestinian lawyers and judges, and to assist in the development of a unified system of law in Palestine. The project was particularly relevant given the complicated legal framework of the region, which is influenced by Jordanian,
Alomvattende juridische opleiding van hoge kwaliteit voor het creëren van stabiliteit en herstel van het vertrouwen in de rechtsstaat // De doelstellingen van de vakgroep waren om een traditie van juridische opleidingen van hoge kwaliteit te creëren, teneinde het hoge peil van Palestijnse advocaten en rechters te herstellen, en om te helpen bij de ontwikkeling van een geünificeerd rechtssysteem in Palestina. Het project was met name relevant vanwege het gecompliceerd wettelijk kader in de regio, dat is beïnvloed door Jordaanse, Egyptische, Ottomaanse en Israëlische rechtsbeginselen. Wat de
Egyptian, Ottoman and Israeli legal tenets. The specific activities of the Unit in implementation of this project include legal training courses focusing on information, skills and values for lawyers, judges and prosecutors, leading to a certificate in legal practice; seminars and 'legal encounter' groups; and legal education and orientation workshops for lawyers and judges on substantive areas of law, new legal developments and the procedural aspects of the legal process in the West Bank and Gaza.
uitvoering van het project betrof, bestonden de activiteiten van de vakgroep in het bijzonder uit het verzorgen van opleidingscursussen gericht op de overdracht van kennis en waarden aan advocaten, rechters en openbare aanklagers, aan het einde waarvan een 'diploma rechtspraktijk' werd verstrekt; het organiseren van seminars en 'juridische encountergroepen'; en het organiseren van juridische onderwijs- en oriëntatieworkshops voor advocaten en rechters over belangrijke rechtsgebieden, nieuwe juridische ontwikkelingen en de procedurele aspecten van het strafproces op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook.
Additionally, the Unit provided a training course for trainers in which innovative educational methods were taught. The Unit's methodology is based on active and participatory learning focussing on legal writing and drafting, and mock trials including human rights and criminal procedure cases. The Unit has also used video-conferencing technology to overcome the problems of travelling between the West Bank and Gaza, and make joint sessions between the two centres possible. In addition, the legal unit has access to the Internet and the 'Lexis-Nexis' legal database.
Daarnaast verstrekte de vakgroep een opleidingscursus voor opleiders waarin innovatieve onderwijsmethoden werden geleerd. De methodologie van de vakgroep was gebaseerd op actief en participatoir leren, waarbij het accent werd gelegd op het opstellen van juridische stukken en de bestudering van schijnprocessen, waaronder strafprocessen waarbij de mensenrechten in het geding waren. De vakgroep maakte gebruik van 'videoconferencing' om niet voortdurend tussen de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook op en neer te hoeven reizen en gezamenlijke sessies tussen de twee centra mogelijk te maken. Verder had de vakgroep ook toegang tot Internet en de juridische gegevensbank 'Lexis-Nexis'.
(c) Military, police and security forces
(c) Leger, politie en veiligheidstroepen
* Background
* Achtergrond
Abuses by military, police and security forces have been well-documented in many countries, and are almost always symptomatic of wider human rights problems. Just as corrupt, ill-disciplined officers can be a major cause of the serious disregard of human rights; so can highly trained, professionalised and accountable personnel be at the vanguard of human rights protection. As post-conflict experience has shown, local security forces have a pivotal role to play in the reconstruction of peace and confidence-building. The Council cites an objective of Community funding as 'supporting national efforts to separate civilian and military functions, training civilian and military personnel and raising their awareness of human rights'. [109]
Mishandelingen door militairen, politiemensen en veiligheidstroepen zijn in veel landen goed gedocumenteerd. Dergelijke mishandelingen wijzen bijna altijd op schendingen van de mensenrechten op een veel breder terrein. Net als corruptie en een slechte discipline onder politiemensen een belangrijke oorzaak kunnen zijn van ernstige mensenrechtenschendingen, zo kan hoogopgeleid, professioneel en verantwoordingsplichtig personeel in de voorhoede van de bescherming van de mensenrechten staan. Ervaringen met postconflictsituaties leren dat lokale veiligheidstroepen bij de wederopbouw van de vrede en het creëren van vertrouwen onder de bevolking een cruciale rol spelen. De Raad noemt als een van de doelstellingen van communautaire financiering "de ondersteuning van nationale inspanningen om de civiele en militaire verantwoordelijkheden af te bakenen, alsmede bewustmaking en opleiding op het gebied van de eerbiediging van de mensenrechten ten behoeve van het burgerpersoneel en het personeel van de strijdkrachten". [109]
[109] Council Regulations (EC) No 975, Article 2.2 (g) and No 976, Article 3.2 (g)
[109] Raadsverordening (EG) nr. 975, art. 2. 2 (g) en nr. 976, art. 3.2 (g)
* Activities and target groups
* Activiteiten en doelgroepen
Many of the activities of the Commission in this area are cross-cutting concerns with the fields of human rights education and the subordination of the armed forces to civilian authorities. Other actions include the encouragement of cooperation between different police forces in Central and Eastern Europe, highlighting the role of police with regard to elections in Latin America and providing training to the new security services of the Palestinian authority. Beneficiaries included anti-torture groups, international human rights research centres and an association of soldier's mothers.
Veel activiteiten van de Commissie op dit terrein raken aan mensenrechteneducatie en het onderwerpen van de strijdkrachten aan het burgerlijk gezag. Andere acties omvatten onder meer stimulering van de samenwerking tussen politiekorpsen in Midden- en Oost-Europa, benadrukking van de rol van de politie bij verkiezingen in Latijns-Amerika, en het verzorgen van opleidingen voor de nieuwe veiligheidsdiensten van de Palestijnse Autoriteit. Begunstigden waren onder meer groepen die gekeerd zijn tegen martelingen, internationale centra voor onderzoek op het gebied van de mensenrechten, en een vereniging voor de moeders van soldaten.
* Allocation of funds
* Toewijzing van middelen
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
// 1996 : 746,384
// 1996 : 746.384
1997 : 0
1997 : 0
1998 : 596,802
1998 : 596.802
1999 : 0
1999 : 0
TOTAL: 1,343,186
TOTAAL: 1.343.186
* Regional distribution
* Regionale verdeling
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
* Example: Military Watch - Consultation centre and task force for assuring the human rights of soldiers and conscripts
* Voorbeeld: 'Military Watch' - consultatiecentrum en taskforce ter waarborging van de mensenrechten van dienstplichtigen en beroepsmilitairen
Military torture cases of the 1970s demonstrated that soldiers who are the victims of human rights abuse are more likely themselves to become abusers. The aim of this project was to address the conditions of young recruits in the Ukrainian military by conducting a continuous public relations campaign on 'Armed Forces and Human Rights' and to carry out civilian monitoring of security structures. It was organised by the Association of Soldier's Mothers in the town of Spilka and featured workshops and consultations with the target groups of the project: military staff, draftees, lawyers, the media and members of commissions responsible for the appraisal of conscientious objectors, for all of whom training courses were also arranged. The Commission provided 200,000 Euros to the project in 1996. [110]
Gevallen van martelingen door militairen in de jaren zeventig laten zien dat soldaten die het slachtoffer zijn geweest van mensenrechtenschendingen, in het algemeen sneller bereid zijn om ook zelf tot dergelijke schendingen over te gaan. In het kader van dit project werd onder meer een continue voorlichtingscampagne gevoerd. De titel van de campagne was 'Strijdkrachten en mensenrechten' en de doelgroep waren jonge rekruten in het Oekraïense leger. Tevens werden militaire en politiestructuren aan een voortdurende controle onderworpen. Het project was georganiseerd door de 'Vereniging voor moeders van soldaten' in de stad Spilka en omvatte workshops en beraadslagingen met de doelgroepen van het project: militair personeel, dienstplichtigen, advocaten, de media en de leden van commissies die verantwoordelijk zijn voor de beoordeling van gevallen van gewetensbezwaarden, voor wie tevens opleidingscursussen werden georganiseerd. Het project ontving in 1996 200.000 euro van de Commissie. [110]
[110] TACIS D. Project No. 97-0240, Association of Soldiers' Mothers 'Military Watch- consultation centre and task force for assuring the human rights of soldiers and conscripts'
[110] Tacis D. Projectnr. 97-0240, Association of Soldiers' Mothers, 'Military Watch- consultation centre and task force for assuring the human rights of soldiers and conscripts'
Monitoring court cases involving draftees and soldiers // Individual and collective consultations were provided to young people of draft age, draftees, soldiers and their families on their rights and obligations. In addition, relevant Ukrainian legislation was analysed and amended
Monitoring van strafprocessen tegen dienstplichtigen en beroepsmilitairen // Jongeren in de dienstplichtige leeftijd, dienstplichtigen en beroepsmilitairen en hun familieleden werden individueel en collectief voorgelicht over hun rechten en plichten. Daarnaast werd relevante Oekraïense wetgeving geanalyseerd en werden herziene versies, die jonge
versions, which would enhance the protection of young soldiers, drafted and promoted, including by lobbying MPs. Court cases involving draftees and soldiers were monitored and a small legal aid fund established.
soldaten een betere bescherming moesten bieden, opgesteld en de invoering ervan bevorderd, onder andere door het uitoefenen van druk op parlementsleden. Strafprocessen tegen dienstplichtigen en beroepsmilitairen werden gemonitored en er werd een klein fonds voor rechtsbijstand opgericht.
Part 2
Deel 2
2. Geographical summary
2. Geografisch overzicht
2.1. ACP countries, including South Africa and Nigeria
2.1. ACS-landen, inclusief Zuid-Afrika en Nigeria
* Background
* Achtergrond
The European Union has, since 1996 reinforced its position as a major actor in the ACP countries. The fourth Lomé Convention, revised in 1995, stated that respect for human rights, democratic principles and the rule of law underpins the relationship of the EU with ACP States. This Convention, moreover, suggested specific financial means for concrete action in the promotion of human rights and for institutional reform, in the context of democratisation and the rule of law.
De Europese Unie heeft sinds 1996 haar positie als belangrijke partij in de ACS-landen versterkt. De vierde Overeenkomst van Lomé, als herzien in 1995, verklaart dat de betrekkingen tussen de EU en de ACS-landen worden geschraagd door het gemeenschappelijk respect voor de mensenrechten, de democratische beginselen en de rechtsstaat. Bovendien wordt in deze overeenkomst voorgesteld om specifieke financiële steun te verlenen voor concrete acties ter bevordering van de mensenrechten en voor institutionele hervormingen, in de context van democratisering en ter consolidatie van de rechtsstaat.
Against this background, in 1998 the Commission set out to clarify the relationship of the EU with ACP states, highlighting: the increasing focus of the EU of preventing conflict and consolidation of peace in Africa; the development of national capacity to settle disputes; the legitimacy of Governments and their ability to implement policies which respect human rights, democratic principles and the rule of law. [111] In this respect it suggested 'stepping up' action in certain key areas, including:
Tegen deze achtergrond gaf de Commissie in 1998 een toelichting op de betrekkingen tussen de EU en de ACS-landen, waarbij de nadruk werd gelegd op de groeiende aandacht van de EU voor conflictpreventie en de consolidatie van de vrede in Afrika; voor de ontwikkeling van de nationale capaciteit voor het oplossen van geschillen; en voor de wettigheid van regeringen en hun vermogen tot tenuitvoerlegging van beleid met inachtneming van de mensenrechten, de democratische beginselen en de beginselen van de rechtsstaat. [111] In dit verband deed de Commissie de aanbeveling om de acties op bepaalde belangrijke terreinen te intensiveren. Tot die terreinen behoren onder meer:
[111] COM (1998) 146 final, ibid.
[111] COM (1998) 146 def., ibid.
1. Institutional and administrative reforms connected with democratisation and the rule of law, including constitutional reforms, judicial reform, assistance to local democracy, support to legislative power and the parliamentary system and support for regional systems to protect and monitor human rights.
1. Institutionele en bestuurshervormingen die zijn gerelateerd aan democratisering en de rechtsstaat, inclusief gerechtelijke en grondwetshervormingen en steun voor de lokale democratie, voor de wetgevende macht en het parlementair systeem alsook voor regionale systemen ter bescherming en monitoring van de mensenrechten.
2. Human rights education
2. Mensenrechteneducatie
3. Strengthening civil society and women's participation in the democratisation and development process, including an emphasis on free and independent media, action against the exploitation and abuse of women, and the rights of ethnic, religious and cultural minorities.
3. Versterking van de burgermaatschappij en bevordering van de participatie van vrouwen in het democratiserings- en ontwikkelingsproces, met bijzondere aandacht voor onder meer de bevordering van vrije en onafhankelijke media, de bestrijding van de exploitatie en mishandeling van vrouwen, en de bevordering van de rechten van etnische, religieuze en culturele minderheden.
These themes received positive support from both the Council [112], and the Parliament, which in a resolution specifically on the Communication, approved its recommendations, while emphasising the importance of the participation of civil society. [113] The Human Rights Regulations reinforce the operational capacity of the Community in respect of development cooperation with ACP nations in the field of democracy, human rights and the rule of law. [114]
Deze thema's werden zowel door de Raad [112] als het Parlement ondersteund. Laatstgenoemde hechtte in een resolutie naar aanleiding van de mededeling van de Commissie zijn goedkeuring aan de daarin genoemde aanbevelingen en benadrukte het belang van de betrokkenheid van de burgermaatschappij. [113] De mensenrechtenverordeningen versterken de operationele capaciteit van de Gemeenschap ter bevordering van de democratie, de mensenrechten en de rechtsstaat in het kader van de ontwikkelingssamenwerking met de ACS-landen. [114]
[112] Common position on human rights, democratic principles, the rule of law and good governance in Africa, of 25 May 1998, 98/350/CFSP, OJ L 158
[112] Gemeenschappelijk standpunt inzake mensenrechten, democratische beginselen, rechtsstaat en behoorlijk bestuur in Afrika, van 25 mei 1998, 98/350/GBVB, PB L 158
[113] European Parliament Resolution A4-0411/98 OJ C 104
[113] Resolutie A4-0411/98 van het Europees Parlement, PB C 104
[114] Council Regulation 976/1999 of 29 April 1999
[114] Verordening (EG) nr. 976/1999 van de Raad van 29 april 1999
* Use of the budget
* Gebruik van het budget
Democratisation and the rule of law
Democratisering en de rechtsstaat
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
Pluralist civil society
Pluralistische burgermaatschappij
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
Confidence building to restore peace
Creëren van vertrouwen voor herstel van vrede
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
Target groups
Doelgroepen
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
2.2. Latin America
2.2. Latijns-Amerika
* Background
* Achtergrond
Financial assistance for the promotion of democracy and human rights activities is provided under the budget line B7-7030, 'Democratisation process in Latin America'. The line was established on the initiative of the Parliament in 1990 to support the democratisation process in Central America and Chile, but was extended after 1992 to all Latin American countries.
De financiële bijstand ter bevordering van democratiserings- en mensenrechtenactiviteiten in Latijns-Amerika wordt verleend uit hoofde van begrotingslijn B7-7030, 'Democratiseringsproces in Latijns-Amerika'. Deze begrotingslijn werd in 1990 op initiatief van het Parlement gecreëerd ter ondersteuning van het democratiseringsproces in Centraal-Amerika en Chili. Na 1992 is het geografisch toepassingsgebied van deze begrotingslijn echter uitgebreid tot alle Latijns-Amerikaanse landen.
In the initial stages of the implementation of this budget line, it responded to the diverse needs of Latin American countries in different stages of the democratisation process. Pilot projects and preparatory activities were developed, and in many cases this budgetary line played a catalysing role as an initiator of other financial and technical assistance. This was the case notably in action concerning street children, the judicial and penal system, the electoral and parliamentary process and human rights defenders. [115]
In de beginfase van de uitvoering van deze begrotingslijn werden hieruit diverse behoeften gefinancierd van Latijns-Amerikaanse landen die zich in verschillende fasen van het democratiseringsproces bevonden. Uit hoofde van deze begrotingslijn werden proefprojecten en voorbereidende activiteiten ontwikkeld en in veel gevallen fungeerde hij als katalysator van andere financiële en technische bijstand. Dit was met name het geval bij acties betreffende straatkinderen, het gerechtelijk en strafstelsel, het verkiezings- en parlementair proces, en mensenrechtenactivisten. [115]
[115] European Commission Information note of 9 July 1999, 'The approach of DG 1B concerning cooperation in the field of democratisation and human rights' DG 1B
[115] Informatieve notitie van de Europese Commissie van 9 juli 1999, 'The approach of DG 1B concerning cooperation in the field of democratisation and human rights', DG 1B
In 1995, the Commission outlined the priorities for its relationship with Latin American countries for the years 1996-2000. [116] These guidelines state that the consolidation of the rule of law is 'essential to make the democratic process irreversible at the institutional level', and that the reinforcement of human rights civil society facilitates sustainable economic and social development. The main strategic objectives were set out as:
In 1995 schetste de Commissie haar prioriteiten voor de betrekkingen met de Latijns-Amerikaanse landen voor de periode 1996-2000. [116] In haar richtsnoeren stelt de Commissie dat de consolidatie van de rechtsstaat van essentieel belang is om ervoor te zorgen dat het democratisch proces op institutioneel niveau onomkeerbaar wordt, en dat de versterking van een burgermaatschappij waarin de mensenrechten worden geëerbiedigd, een duurzame economische en sociale ontwikkeling bevordert. De volgende strategische doelstellingen werden vastgesteld:
[116] COM (95) 495 final
[116] COM (95) 495 def.
1. the exercise of public power
1. onderwerping van strijdkrachten aan burgerlijk gezag;
2. strengthening and development of a responsible civil society
2. versterking en ontwikkeling van een verantwoordelijke burgermaatschappij;
3. support of vulnerable groups (children, women, indigenous and displaced persons)
3. ondersteuning van kwetsbare groepen (kinderen, vrouwen, inheemse volkeren en ontheemden).
In 1998, based on the advice of experts and member states, a new strategy was designed with the objective of developing high impact programmes of a multi-annual nature. [117] To concentrate the effectiveness of the limited budgetary resources available, it was decided to devote the budget of 1998 to Central America, and that of 1999 was destined for countries of the Andean Pact. The first multi-annual programme for 1998 was designed in collaboration with Commission Delegations and offices in Central America, civil society organisations and representatives of member States, but due to administrative delays, the programme did not become operational In 1999, in addition to the programme for the Andean Pact, four independent actions were also approved, for Colombia and Mexico and for two regional projects in Latin America.
In 1998 werd op advies van deskundigen en lidstaten een nieuwe strategie ontworpen die was gericht op de ontwikkeling van meerjarenprogramma's met een grote impact. [117] Om de beperkte begrotingsmiddelen zo effectief mogelijk in te zetten werd besloten om de begroting voor 1998 te concentreren op Centraal-Amerika en die voor 1999 op de landen van het Andespact. Het eerste meerjarenprogramma voor 1998 werd ontworpen in samenwerking met de delegaties en bureaus van de Commissie in Centraal-Amerika, organisaties van de burgermaatschappij en vertegenwoordigers van de lidstaten. Door administratieve vertragingen heeft het programma echter nog niet de uitvoeringsfase bereikt. In 1999 werden naast het programma voor het Andespact vier onafhankelijke acties goedgekeurd, voor Colombia en Mexico en voor twee regionale projecten in Latijns-Amerika.
[117] Note of 9 July 1999, ibid.
[117] Notitie van 9 juli 1999, ibid.
* Use of the budget
* Gebruik van het budget
Democratisation and the rule of law
Democratisering en de rechtsstaat
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
Pluralist civil society
Pluralistische burgermaatschappij
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
Confidence building to restore peace
Creëren van vertrouwen voor herstel van vrede
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
Target groups
Doelgroepen
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
2.3. Central and Eastern Europe and the Republics of the Former Yugoslavia, the New Independent States and Mongolia
2.3. Midden- en Oost-Europa en de republieken van het voormalige Joegoslavië, de Nieuwe Onafhankelijke Staten en Mongolië
* Background
* Achtergrond
The PHARE / TACIS Democracy Programme (PTDP) was launched by the European Union in 1992 to help promote democratic societies in the countries of Central and Eastern Europe, the New Independent States and Mongolia. [118] In 1992 a pilot programme was launched for PHARE countries only. The European Parliament and the European Commission decided to continue the programme in 1993, including also the TACIS countries. The programme now forms part of budget line B7-70. The PHARE Democracy programme covered Albania, Bosnia-Herzegovina, Bulgaria, the Czech Republic, Estonia, the former Yugoslav Republic of Macedonia (FYROM), Hungary, Latvia, Lithuania, Poland, Romania, Slovakia and Slovenia. The TACIS Democracy programme covered Armenia, Azerbaijan, Belarus, Georgia, Kazakhstan, Kyrgyzstan, Moldova, Mongolia, the Russian Federation, Tajikistan, Turkmenistan, Ukraine and Uzbekistan. The programme complemented mainstream PHARE and TACIS programmes providing a transfer of economic know how and skills related to the private sector and privatisation.
Het Phare/Tacis-Democratieprogramma werd in 1992 door de Europese Unie gelanceerd ter bevordering van democratische samenlevingen in de landen van Midden- en Oost-Europa, de Nieuwe Onafhankelijke Staten en Mongolië [118]. In 1992 werd een proefprogramma gelanceerd dat alleen openstond voor Phare-landen. Het Parlement en de Commissie besloten in 1993 om het programma te continueren en het behalve voor Phare-landen nu ook voor Tacis-landen open te stellen. Het programma maakt nu deel uit van begrotingslijn B7-70. Het Phare-Democratieprogramma bestreek Albanië, Bosnië en Herzegovina, Bulgarije, Tsjechië, Estland, de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Roemenië, Slowakije en Slovenië, terwijl het geografisch toepassingsgebied van het Tacis-Democratieprogramma zich uitstrekte over Armenië, Azerbeidzjan, Wit-Rusland, Georgië, Kazachstan, Kirgizië, Moldavië, Mongolië, de Russische Federatie, Tadzjikistan, Turkmenistan, Oekraïne en Oezbekistan. Het programma vormde een aanvulling op 'mainstream' Phare- en Tacis-programma's gericht op de overdracht van economische knowhow met betrekking tot de particuliere sector en privatisering.
[118] PHARE and TACIS Regualtion Council Regulation (EEC) No 3906/89 of 18 December 1989 (OJ L 375, 23.12.1989), as last amended by Council Regulation (EC)No 753/96 of 22 April 1996 (OJ L 103, 26.4.1996. Council Regulation (EEC) No 2053/93 of 19 July 1993 (OJ L 187, 29.7.1993);Council Regulation (EC) No 1279/96 of 25 June 1996 (OJ L 165, 4.7.1996).
[118] Phare- en Tacis-verordeningen. Verordening (EEG) nr. 3906/89 van de Raad van 18 december 1989 (PB L 375 van 23.12.1989), als laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 753/96 van de Raad van 22 april 1996 (PB L 103 van 26.4.1996). Verordening (EEG) nr. 2053/93 van de Raad van 19 juli 1993 (PB L 187 van 29.7.1993); Verordening (EG) nr. 1279/96 van de Raad van 25 juni 1996 (PB L 165 van 4.7.1996).
One of the main characteristics of the programmes was the 'bottom-up' approach in the selection of macro- and micro-projects, on the assumption that potential applicants are likely to have a better understanding of their own society than outsiders. In contrast with other Community programmes these projects do not have to be approved by the recipient governments. In PHARE countries the impact of PTDP has been greater than in the TACIS countries. There are several reasons for this. Firstly, more resources have been allocated in the PHARE countries. Secondly, because indigenous NGO capacities are greater in the PHARE countries, the multiplier effect of democracy assistance is also greater. Thirdly, the approach to PHARE countries has put greater emphasis on the bottom-up-approach. The Commission has identified three areas of support for PHARE and TACIS Democracy Programme:
Een van de hoofdkenmerken van de programma's was de 'bottom-up'-benadering die bij de selectie van macro- en microprojecten werd gehanteerd, een benadering die was gebaseerd op de veronderstelling dat potentiële aanvragers een beter inzicht hebben in wat er in hun samenleving gebeurt dan buitenstaanders. In tegenstelling tot wat bij ander communautaire programma's het geval is, behoeven deze projecten geen goedkeuring van de begunstigde regering. In Phare-landen is het effect van het Democratieprogamma groter geweest dan in Tacis-landen. Daar zijn verschillende redenen voor. Ten eerste, omdat aan Phare-landen meer middelen zijn toegewezen. Ten tweede, omdat de NGO's in de Phare-landen over meer capaciteit beschikten, waardoor ook het multipliereffect van de hulp groter was. En ten derde, omdat bij de Phare-landen een grotere nadruk is gelegd op de 'bottom-up'-benadering. De Commissie heeft voor het Phare/Tacis-Democratieprogramma drie steunterreinen vastgesteld:
1. The promotion of knowledge of democratic practices at local and national levels;
1. bevordering van de kennis van democratische procedures op lokaal en nationaal niveau;
2. The work of NGOs which promote pluralist democratic societies;
2. ondersteuning van NGO's die een pluralistische, democratische samenleving bevorderen;
3. The transfer of specific expertise and technical skills concerning democracy and the rule of law to professional groups and associations.
3. de overdracht van specialistische kennis en technische vaardigheden met betrekking tot democratie en de rechtsstaat aan beroepsgroepen en -verenigingen.
Three kinds of instruments were used between 1993 and 1997.
Tussen 1993 en 1997 werden drie soorten instrumenten gebruikt:
1. Macro projects: operated through West-East partnerships between non-governmental and non-profit making organisations;
1. macroprojecten: beheerd middels West-Oost-partnerschappen tussen niet-gouvernementele en non-profitorganisaties;
2. Micro-projects: small sized projects run by the Commission Delegations which promote local action and develop the capabilities of the local civic society;
2. microprojecten: kleinschalige, door een Commissiedelegatie beheerde projecten, in het kader waarvan lokale acties worden bevorderd en de capaciteiten van de lokale burgermaatschappij worden ontwikkeld;
3. Ad-hoc projects: an important tool for the Commission, through which it has proposed projects on the basis of perceived political requirements or in response to the evolving needs of civil society in specific regions. Ad-hoc projects represented an effective tool to complement the actions undertaken by both macro- and micro- projects. Ad-hoc projects acted horizontally, covering more than one country, and met specific needs such as supporting and monitoring electoral processes or the independence and pluralism of the media.
3. ad-hoc-projecten: een belangrijk instrument voor de Commissie, dat is gebruikt om tegemoet te komen aan waargenomen politieke behoeften of aan opkomende behoeften van de burgermaatschappij in specifieke regio's. Ad-hoc-projecten vormden zowel een effectieve aanvulling op acties die in het kader van macro- als die welke in het kader van microprojecten werden ondernomen. Ad-hoc-projecten werkten horizontaal, bestreken meer dan één land en beantwoordden aan specifieke behoeften, zoals ondersteuning en waarneming van verkiezingsprocessen of bevordering van de onafhankelijkheid en het pluralisme van de media.
In 1997 a specific budget line B7-7001 was created to address specifically "Community measures to help democracy and support the peace process in the Republics of the former Yugoslavia". The main objectives of this budget line were:
In 1997 werd begrotingslijn B7-7001 gecreëerd, een begrotingslijn die speciaal was bestemd voor de financiering van "Communautaire maatregelen ter ondersteuning van de democratie en het vredesproces in de republieken van het voormalige Joegoslavië". De hoofddoelstellingen die via deze begrotingslijn werden nagestreefd, waren:
1. Support to civil society development and civic dialogue (including minority issues)
1. het ontwikkelen van de burgermaatschappij en de burgerdialoog (onder meer over minderheidsvraagstukken);
2. Strengthening local capacities for human rights protection and advocacy
2. het versterken van de lokale capaciteit ter verdediging van de mensenrechten;
3. Involvement of young people
3. het vergroten van de betrokkenheid van jongeren;
4. Confidence-building measures
4. het creëren van vertrouwen;
5. Cross-party support to democratic initiatives
5. het consolideren van de democratie (middels partijneutrale steunverlening voor democratische initiatieven);
6. Measures aiming at ensuring free and fair elections
6. zorgen voor vrije en eerlijke verkiezingen.
Given the non-eligibility for PHARE programmes of Croatia and FRY during previous years budget line B7-7001 focused its support particularly on these two countries. From 1998 on, due to a general reorganisation of the budget lines dealing with human rights, two budget lines have inherited the former PHARE and TACIS Democracy Programme and budget line B7-7001. Budget line B7-7000 (now B7-700) aims at "Support for democracy in the countries of Central and Eastern Europe, including the Republics formerly part of Yugoslavia". Therefore it has incorporated the objectives of former PHARE Democracy Programme and budget line B7-7001. Budget line B7-700 covers the following countries: Albania, Bosnia and Herzegovina, Bulgaria, Croatia, the Czech Republic, Estonia, the Federal Republic of Yugoslavia, the Former Republic of Macedonia, Hungary, Latvia, Lithuania, Poland, Romania, the Slovak Republic, and Slovenia. The specific objectives for budget line B7-700 are:
Aangezien Kroatië en de voormalige Joegoslavische republieken in voorgaande jaren niet in aanmerking kwamen voor steun uit hoofde van Phare, is de steun uit hoofde van begrotingslijn B7-7001 met name gericht geweest op deze twee landen. Vanwege een algemene reorganisatie van de begrotingslijnen voor mensenrechtenprojecten, zijn het voormalige Phare/Tacis-Democratieprogramma en begrotingslijn B7-7001 vanaf 1998 overgegaan in de begrotingslijnen B7-7000 en B7-7010. Uit begrotingslijn B7-7000 (nu B7-700) wordt de steun gefinancierd voor de democratisering van de landen van Midden- en Oost-Europa, inclusief de republieken die voorheen deel uitmaakten van Joegoslavië. Vandaar dat de doelstellingen van het voormalige Phare-Democratieprogramma en van begrotingslijn B7-7001 in deze begrotingslijn zijn geïntegreerd. Begrotingslijn B7-700 bestrijkt de volgende landen: Albanië, Bosnië en Herzegovina, Bulgarije, Kroatië, Tsjechië, Estland, de Federatieve Republiek Joegoslavië, de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Roemenië, Slowakije en Slovenië. De specifieke doelstellingen die uit hoofde van begrotingslijn B7-700 worden nagestreefd, zijn:
1. The development of democracy, the rule of law and civil society;
1. ontwikkeling van de democratie, rechtsstaat en burgermaatschappij;
2. Supporting the peace process, appeasing tensions and developing democracy, including the promotion of free and independent media in the Republics of former Yugoslavia;
2. ondersteuning van het vredesproces, vermindering van spanningen en ontwikkeling van de democratie, waaronder bevordering van vrije en onafhankelijke media in de voormalige Joegoslavische republieken;
3. Promoting freedom of press and the media;
3. bevordering van de persvrijheid;
4. Encouraging interethnic dialogue;
4. stimulering van de dialoog tussen etnische groepen;
5. Supporting organisations involved in re-establishing democracy in civil society (including regional NGOs, trade unions and women's organisations);
5. ondersteuning van organisaties die betrokken zijn bij de democratisering van de burgermaatschappij (waaronder NGO's, vakbonden en vrouwenorganisaties);
6. Promoting equal participation of women in the decision-making processes;
6. bevordering van de gelijke participatie van vrouwen in besluitvormingsprocessen;
7. The protection of vulnerable groups.
7. bescherming van kwetsbare groepen.
Budget line B7-7010 (now B7-701) aims at "Support for Democracy in the NIS and Mongolia".Budget line B7-7010 cover the following countries: Armenia, Azerbaijan, Belarus, Georgia, Kazakhstan, Kyrgystan, Moldova, the Russian Federation, Tajikistan, Turkmenistan, Ukraine, Uzbekistan and Mongolia. The specific objectives of budget line B7-701 are:
Uit begrotingslijn B7-7010 (nu B7-701) wordt de "Steun voor de democratisering van de NOS en Mongolië" gefinancierd. Deze begrotingslijn dient ter dekking van democratiseringsmaatregelen in de volgende landen: Armenië, Azerbeidzjan, Wit-Rusland, Georgië, Kazachstan, Kirgizië, Moldavië, de Russische Federatie, Tadzjikistan, Turkmenistan, Oekraïne, Oezbekistan en Mongolië. De specifieke doelstellingen die via begrotingslijn B7-701 worden nagestreefd, zijn:
1. The promotion of democracy, the rule of law, the implementation of human rights, the protection of minorities, and the development of civil society in the countries;
1. bevordering van de democratie, de rechtsstaat en de mensenrechten, bescherming van de rechten van minderheden en ontwikkeling van de burgermaatschappij in genoemde landen;
2. The establishment of infrastructure necessary for public and democratic life, with the widest participation of NGOs;
2. oprichting van de voor een openbare en democratische samenleving noodzakelijke infrastructuur, met een omvangrijke participatie van NGO's;
3. Supporting awareness-raising measures with a view to strengthening civil society, including through civic education and the independent media.
3. ondersteuning van bewustmakingsmaatregelen om de burgermaatschappij te versterken, onder andere via het onderwijzen van burgerrechten en -plichten en de steun van onafhankelijke media.
* Use of the budget
* Gebruik van het budget
Democratisation and the rule of law
Democratisering en de rechtsstaat
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
Pluralist civil society
[Vertaling grafiek - van links naar rechts:
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
Rechtsbijstand voor bescherming van burgerlijke en politieke vrijheid (LMOE,ZOE en NOS)
Confidence building to restore peace
Versterking rechtssysteem en rechterlijke onafhankelijkheid
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
Steun voor democratiseringsproces, incl. regelmatig houden van verkiezingent
Target groups
Steun voor overheidsinstellingen voor de verdediging en bevordering van mensenrechten
Steun voor parlementaire activiteiten
>REFERENCE TO A GRAPHIC>
Doorzichtigheid van overheidsbestuur]
2.4. Meda countries and Turkey
Pluralistische burgermaatschappij
* Background
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
The Barcelona Conference in 1995 redefined the relationship of the EU with the twelve 'MEDA' countries: Algeria, Cyprus, Egypt, Jordan, Israel, the West Bank and Gaza, Lebanon, Malta Morocco, Syria, Turkey and Tunisia. The Barcelona Declaration adopted by the Council, defined a 'political and security partnership' and a 'social, cultural and human affairs partnership' which establishes that human rights are to be considered a subject of mutual concern between the EU and these countries.
Creëren van vertrouwen voor herstel van vrede
This partnership is given effect through bilateral association agreements and MEDA Framework Conventions, which include a clause defining human rights as an 'essential element' of the agreement, constituting therefore a binding legal commitment by each MEDA country to respect human rights. The Framework Conventions explicitly state that not only States, but also NGOs are entitled to receive funding.
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
The 'MEDA Regulation' provides the legal basis for Community support to human rights and democracy activities in these countries, stating that 'this Regulation is based on respect for democratic principles and the rule of law and also for human rights and fundamental freedoms...and...in particular strengthening democracy and respect for human rights.' [119]
Doelgroepen
[119] Council Regulation (EC) No 1488/96 of 23 July 1996 on financial and technical measures to accompany the reform of economic and social structures in the framework of the Euro-Mediterranean partnership, OJ L 189
In implementation of this mandate, the MEDA Democracy Programme (MDP) was established in 1996, under the umbrella of the European Initiative for Democracy and Human Rights, as Budget line B7-705. Funding is granted to NGOs, universities, research centres and public bodies. The Commission has elaborated the objectives of the MDP as supporting:
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
1. the transition to democracy;
[Vertaling grafiek - van links naar rechts:
2. consolidating the rule of law;
Kinderen en jongeren - LMOE, ZOE en NOS
3. independent and free media;
Inheemse volkeren
4. freedom of assembly and freedom of association;
Journalisten en andere vakmensen uit de mediawereld
5. pluralist civil society;
Magistraten, advocaten en gerechtelijk en gevangenispersoneel
    Page 1    of    2 -     >     >>     Full text
Top


Managed by the Publications Office