Bilingual display

CS DA DE EL EN ES ET FI FR HU IT LT LV NL PL PT SK SL SV  CS DA DE EL EN ES ET FI FR HU IT LT LV NL PL PT SK SL SV 

en

nl

 
[pic] | COMMISSION OF THE EUROPEAN COMMUNITIES |
[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |
Brussels, 8.6.2005
Brussel, 8.6.2005
COM(2005) 245 final
COM(2005) 245 definitief
REPORT FROM THE COMMISSION TO THE COUNCIL AND THE EUROPEAN PARLIAMENT
.
on the implementation of macro-financial assistance to third countries in 2004{SEC(2005) 747}.
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT
1. INTRODUCTION
over de verlening van macrofinanciële bijstand aan derde landen in 2004 {SEC(2005) 747}
This report provides a general overview of the EC macro-financial assistance to third countries with historical background, a summary of the operations in 2004, and a synthesis of the economic situation of the beneficiary countries.
1. INLEIDING
Special attention is paid in part 3 to the relevant aspects of the economic stabilisation process and to the implementation of structural reforms in the recipient countries. Progress in this respect also reflects the degree to which the corresponding economic policy conditions attached to the EC macro-financial assistance have been met.
In dit verslag wordt een algemeen overzicht gegeven van de macrofinanciële bijstand van de EG aan derde landen: eerst wordt de historische achtergrond geschetst, vervolgens wordt in het kort stilgestaan bij de in 2004 genomen bijstandsmaatregelen en tot slot wordt een beknopt overzicht gegeven van de economische situatie in de begunstigde landen.
Moreover, as regards the recommendation of the Court of Auditors in the special report of March 2002 on improvement of financial management in the beneficiary countries, the Commission has carried out in 2004, with the assistance of an audit firm, operational assessments of the financial circuits and controls organisation related to macro-financial assistance in every beneficiary country. The conclusions of these assessments will be duly taken into account in the elaboration of the policy conditions attached to the implementation of this assistance.
In deel 3 wordt bijzondere aandacht geschonken aan de relevante aspecten van het economische stabilisatieproces en aan de tenuitvoerlegging van structurele hervormingen in de begunstigde landen. De voortgang op dit punt geeft ook een indicatie van de mate waarin wordt voldaan aan de overeenkomstige economische beleidsvoorwaarden die aan de macrofinanciële bijstand van de EG zijn verbonden.
In addition, an ex-post evaluation is being conducted by an external consultant in order to measure the impact of MFA operations in Armenia. The final report will be made available in 2005. Further ex-post evaluations will be carried out in the beneficiary countries by specialised firms selected following an open call for tenders.
Bovendien heeft de Commissie, in overeenstemming met de aanbeveling die de Rekenkamer in haar speciale verslag van maart 2002 heeft gedaan ten aanzien van de verbetering van de kwaliteit van het financiële beheer in de begunstigde landen, in 2004 in elk begunstigde land met de hulp van een accountantskantoor een operationele beoordeling uitgevoerd van de financiële procedures en controles die met de macrofinanciële bijstand verband houden. Met de conclusies van deze beoordelingen zal op passende wijze rekening worden gehouden bij de formulering van de beleidsvoorwaarden die aan de verlening van macrofinanciële bijstand worden verbonden.
This report is submitted in accordance with the Council decisions regarding Community macro-financial or exceptional financial assistance to third countries and follows on from the reports presented in previous years. A more detailed report (working document of the Commission services SEC(2005) 747 ) providing economic and financial information regarding the beneficiary countries is released in parallel.
Daarnaast is een externe consultant een evaluatie ex-post aan het uitvoeren om het effect van de macrofinanciële bijstandsmaatregelen in Armenië te meten. Het eindverslag daarvan zal in 2005 beschikbaar komen. In de toekomst zullen ook in andere begunstigde landen evaluaties ex-post worden verricht door gespecialiseerde kantoren, die na een open aanbesteding zullen worden geselecteerd.
2. OVERVIEW
Dit verslag wordt ingediend overeenkomstig de besluiten van de Raad tot toekenning van communautaire macrofinanciële of buitengewone financiële bijstand aan derde landen en sluit aan op de in de voorgaande jaren uitgebrachte verslagen. Samen met dit verslag wordt tevens een gedetailleerder rapport met economische en financiële gegevens over de begunstigde landen gepubliceerd (werkdocument SEC(2005) 747 van de diensten van de Commissie).
2.1. Background
2. OVERZICHT
Macro-financial assistance (MFA) supports the political and economic reform efforts of the beneficiary countries and is implemented in association with support programmes from the IMF and the World Bank. It has continued to incorporate a set of principles reaffirmed by the Council in its conclusions of 8 October 2002, which underline the exceptional character of this assistance, its complementarity to financing from the International Financial Institutions (IFIs) and its macroeconomic conditionality. In particular, Community MFA has supported efforts by recipient countries to bring about economic reforms and structural changes. In close co-ordination with the IMF and the World Bank, it has promoted policies that are tailored to specific country needs with the overall objective of stabilising the financial situation and establishing market-oriented economies.
2.1. Achtergrond
2.2. Macro-Financial Assistance in 2004.
Macrofinanciële bijstand (MFB) dient ter ondersteuning van de politieke en economische hervormingsinspanningen in de begunstigde landen en wordt verstrekt in samenhang met ondersteuningsprogramma's van het IMF en de Wereldbank. De toekenning ervan berust nog steeds op een aantal beginselen die de Raad in zijn conclusies van 8 oktober 2002 nogmaals heeft bevestigd en die het accent leggen op de buitengewone aard van de bijstand, het aanvullende karakter ervan naast de financiering van de internationale financiële instellingen (IFI's) en de koppeling van de bijstand aan macro-economische voorwaarden. De MFB van de Gemeenschap dient vooral ter ondersteuning van de inspanningen van de begunstigde landen om economische hervormingen en structurele veranderingen tot stand te brengen. In nauwe samenwerking met het IMF en de Wereldbank wordt ernaar gestreefd beleidsprogramma's op te stellen die op de specifieke behoeften van elk land zijn toegesneden en als algemene doelstelling hebben de financiële situatie te stabiliseren en markteconomieën tot stand te brengen.
During the period 2000-2003, the Balkans countries (former Yugoslav Republic of Macedonia, Kosovo, Bosnia & Herzegovina, Serbia and Montenegro and Albania) have benefited from nine assistance decisions of the Council. This tendency was confirmed in 2004 with three new MFA decisions concerning respectively Albania, Serbia and Montenegro and Bosnia & Herzegovina. This situation makes the Balkans countries the main beneficiaries of MFA for 2000-2004 with a total of new decisions amounting to a maximum of EUR 733 million.
2.2. Macrofinanciële bijstand in 2004
2.2.1. New decisions
Tijdens de periode 2000-2003 heeft de Raad negen bijstandsbesluiten aangenomen ten gunste van de Balkanstaten (de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Kosovo, Bosnië & Herzegovina, Servië en Montenegro, en Albanië). In 2004 werd deze tendens bestendigd met de goedkeuring van drie nieuwe MFB-besluiten ten gunste van respectievelijk Albanië, Servië en Montenegro, en Bosnië & Herzegovina. Dit maakt van de Balkanstaten de belangrijkste begunstigden van MFB voor de periode 2000-2004 met nieuwe besluiten voor een totaalbedrag van maximaal 733 miljoen EUR.
Regarding the Western Balkans, the Council has adopted three new Decisions in 2004.
2.2.1. Nieuwe besluiten
- On 29th April, the Council decided (2004/580/EC) to provide macro-financial assistance to Albania (composed of a grant of EUR 16 million and a loan of EUR 9 million).
In 2004 heeft de Raad zijn goedkeuring gehecht aan drie nieuwe besluiten met betrekking tot de westelijke Balkan.
- On 7th December, the Council decided to extend previous Decisions providing further macro-financial assistance to Serbia and Montenegro (2004/862/EC) and to Bosnia & Herzegovina ( 2004/861/EC)
- Op 29 april heeft de Raad beslist (Besluit 2004/580/EG) macrofinanciële bijstand te verlenen aan Albanië (deze bijstand bestaat uit een gift van 16 miljoen EUR en een lening van 9 miljoen EUR).
- Regarding the NIS, no new Council decision was made in 2004 whereas the Commission adopted on 10th December 2004 a Communication on the implementation of macro-financial assistance in Armenia, Tajikistan and Georgia.
- Op 7 december heeft de Raad beslist de eerder aangenomen besluiten tot toekenning van aanvullende macrofinanciële bijstand aan Servië en Montenegro (Besluit 2004/862/EG) en aan Bosnië & Herzegovina (Besluit 2004/861/EG) te verlengen.
2.2.2. Disbursements
- Met betrekking tot de NOS heeft de Raad in 2004 geen besluiten aangenomen, maar op 10 december 2004 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan een mededeling over de verlening van macrofinanciële bijstand in Armenië, Tadzjikistan en Georgië.
Disbursements of Macro-financial assistance amounted to a total of EUR 32 million of which EUR 22 million exclusively in the form of grants; EUR 10 million for Serbia and Montenegro, EUR 5.5 million for Armenia (these operations have been made on the basis of procedures initiated in 2003 but finalised in 2004) and EUR 6.5 million for Georgia.
2.2.2. Uitgekeerde bedragen
Assistance disbursed in the form of loans amounted to EUR 10 million to Bosnia & Herzegovina.
In totaal is 32 miljoen EUR aan macrofinanciële bijstand uitbetaald, waarvan 22 miljoen EUR uitsluitend in de vorm van giften: 10 miljoen EUR aan Servië en Montenegro, 5,5 miljoen EUR aan Armenië (deze uitbetalingen vonden plaats uit hoofde van procedures die in 2003 in gang zijn gezet, maar pas in 2004 zijn afgesloten) en 6,5 miljoen EUR aan Georgië.
Disbursement of EUR 7 million in grants for Tajikistan and of EUR 15 million in loans for Serbia and Montenegro have been initiated in 2004 but, due to technical reasons, the financial transfer has been postponed to 2005.
De in de vorm van leningen uitgekeerde bijstand van 10 miljoen EUR is volledig naar Bosnië & Herzegovina gegaan.
2.3. Trends and geographical distribution of macro-financial assistance.
De uitbetaling van 7 miljoen EUR aan giften ten gunste van Tadzjikistan en van 15 miljoen EUR aan leningen ten gunste van Servië en Montenegro is in 2004 geïnitieerd, maar om technische redenen is de financiële overdracht uitgesteld tot 2005.
The EC MFA is intended to support macroeconomic stabilisation of the beneficiary countries and ease their balance of payments (and budget) difficulties. It plays also a very useful role in promoting structural reform. Over the years, the number of countries to which it was appropriate for the Community to extend such support expanded, as a growing number of countries neighbouring the EU faced balance of payments difficulties and committed themselves to rigorous programmes of economic reform. This led to a change in the geographic balance of assistance from the early years, when most beneficiary countries were countries in Central and Eastern Europe. As a result of the conflicts in the Western Balkans, in particular the Kosovo conflict of 1999 and of the political changes in Serbia and Montenegro (formerly, the FRY), a clear tendency for a relative increase in MFA to the countries of the Balkans developed through the 1999-2004 Council Decisions.
2.3. Trends en geografische spreiding van de macrofinanciële bijstand
A specificity of the decisions of the 2000-2004 period is indeed the substantial share of grant support in the total amount decided: 41 % instead of 6 % over the 1990-1999 period. The new grant/loan proportion of the assistance packages reflects the assessment made by the EU bodies of the relative degree of poverty of the recipient countries and of their limited debt servicing capacity. As observed already in 2000 and 2001, MFA is aimed not only at promoting macroeconomic stabilisation but also at supporting the recipient governments' programmes of structural reform. Consistently, MFA has been effectively combined with assistance from the PHARE/ISPA, TACIS or CARDS programmes with a view to strengthening the institutional capacity that was essential to the success of the structural reform process.
Met de MFB van de EG wordt beoogd de macro-economische stabilisatie van de begunstigde landen te ondersteunen en hun betalingsbalansproblemen (en begrotingsproblemen) te verlichten. Deze bijstand speelt ook een bijzonder nuttige rol bij de bevordering van structurele hervormingen. Mettertijd is het aantal landen die voor dergelijke steun van de Commissie in aanmerking kwamen, steeds groter geworden doordat alsmaar meer landen in de nabijheid van de EU met betalingsproblemen werden geconfronteerd en zich vastlegden op strenge economische hervormingsprogramma's. Dit heeft geleid tot een verandering in de geografische verdeling van de bijstand in vergelijking met de beginjaren, toen de meeste begunstigde landen in Midden- en Oost-Europa waren gelegen. Ten gevolge van de conflicten in de westelijke Balkan, zoals met name het Kosovo-conflict van 1999, en de politieke veranderingen in Servië en Montenegro (de voormalige Federale Republiek Joegoslavië) tekende zich in de Raadsbesluiten van 1999-2004 een duidelijke tendens af om relatief meer MFB aan de Balkanstaten te verlenen.
Tables 1 and 2, and their accompanying Graphs 1a and 2a underline the exceptional character of the EC MFA. The highest volumes of MFA operations were decided and disbursed in the years immediately after the changes in the political and economic systems of the countries of Central and Eastern Europe. Since then, the fluctuations in the amounts of MFA reflect decisions taken on a case-by-case basis after an assessment of the macro-economic situation and residual external financing needs of the potential beneficiary countries. Graph 1a - for net amounts of operations decided over the whole period from 1990 to 2004 (totalling over EUR 6 billion) - and Graph 2a - for actual amounts disbursed (totalling over EUR 5 billion) - show the important concentration of the assistance in the Central and East European Countries (around 55 % of total macro-financial assistance decided over the last 14 years). However, MFA to these countries was progressively phased out in parallel with their progress in macroeconomic adjustment and reform. More recently, MFA has been mainly provided to the Western Balkans (63.5 % of the operations decided from 1999 to 2002 and 84% for 2000-2004) and some low income NIS. The relatively low amounts for the Mediterranean countries (13 % of the overall amounts authorised, but no new authorisation since 1996) should be considered against the background of other forms of macroeconomic support made available to these countries (notably, the MEDA Structural Adjustment Facilities).
Opvallend voor de in de periode 2000-2004 aangenomen besluiten is het grote aandeel van de giften in het totale toegekende bedrag: 41% tegen 6% in de periode 1990-1999. De nieuwe verhouding tussen giften en leningen in de bijstandspakketten is terug te voeren op de inschatting door de EU-instellingen van de relatieve armoedegraad van de begunstigde landen en hun beperkte vermogen om hun schuldendienstverplichtingen na te komen. Zoals reeds in 2000 en 2001 werd opgemerkt, is de MFB niet alleen gericht op bevordering van de macro-economische stabilisatie, maar ook op ondersteuning van het structurele hervormingsprogramma van de regering van het begunstigde land. De MFB werd daarbij veelal doeltreffend gecombineerd met bijstand uit de Phare/Ispa-, Tacis- of Cards-programma's ter versterking van de capaciteit van instellingen die van essentieel belang zijn voor het welslagen van het structurele hervormingsproces.
3. SYNTHESIS OF THE ECONOMIC SITUATION AND REFORM IN BENEFICIARY COUNTRIES
In de tabellen 1 en 2 en de daarmee samenhangende grafieken 1a en 2a komt het buitengewone karakter van de MFB van de EG duidelijk tot uitdrukking. De omvangrijkste MFB-pakketten werden goedgekeurd en uitgekeerd in de jaren vlak nadat de veranderingen in de politieke en economische stelsels van de landen van Midden- en Oost-Europa plaatsvonden. De sindsdien in de MFB-bedragen opgetreden schommelingen hangen samen met het feit dat de besluiten geval per geval worden genomen na een beoordeling van de macro-economische situatie en de resterende externe financieringsbehoeften van de landen die voor bijstand in aanmerking komen. Uit de grafieken 1a en 2a, die betrekking hebben op respectievelijk de nettobedragen van de goedgekeurde pakketten over de gehele periode van 1990 tot en met 2004 (in totaal ruim 6 miljard EUR) en de werkelijk uitgekeerde bedragen (in totaal ruim 5 miljard EUR), blijkt hoezeer de bijstand op de landen van Midden- en Oost-Europa was geconcentreerd (ongeveer 55% van de totale macrofinanciële bijstand die in de afgelopen veertien jaar is verleend). De MFB aan deze landen is evenwel geleidelijk afgebouwd naarmate het macro-economische aanpassings- en hervormingsproces aldaar vorderde. Meer recentelijk is overwegend MFB verleend aan de westelijke Balkanstaten (63,5% van de van 1999 tot en met 2002 goedgekeurde pakketten en 84% voor de periode 2000-2004) en aan een aantal NOS met lage inkomens. Naar de landen uit het Middellandse-Zeegebied zijn vrij lage bedragen gegaan (13% van de in totaal toegezegde bedragen, maar na 1996 zijn geen nieuwe pakketten meer aangenomen), wat toe te schrijven is aan het feit dat aan deze landen andere vormen van macro-economische steun ter beschikking zijn gesteld (zoals de structurele aanpassingsfaciliteiten in het kader van MEDA).
3.1. Western Balkans
3. BEKNOPT OVERZICHT VAN DE ECONOMISCHE SITUATIE EN DE HERVORMINGEN IN DE BEGUNSTIGDE LANDEN
Growth in 2004 in the Western Balkans[1] is estimated at around 4.5%, following a slowdown in 2002-2003, partly due to declining donor support and the end of post-war reconstruction. Albania, Bosnia and Herzegovina, and Serbia and Montenegro were expected to post growth rates of at least 5%. However growth remained relatively subdued in the former Yugoslav Republic of Macedonia and in Kosovo. Economic stabilisation continued over 2003-2004. Inflation eased further in 2004, down to 5.6% on average. After marked improvements in the previous years, fiscal consolidation advanced very unevenly across countries. The general government deficit (after grants) was expected to reach on average around 2.7%, a level overall similar as in 2003.
3.1. Westelijke Balkan
External imbalances remain a challenge to macroeconomic stability. For the region as a whole, the merchandise trade deficit remained high in 2003-2004 (some 25% of GDP). The average current account deficit is estimated at around 12% of GDP in 2004 and thereby slightly higher than in 2003. This implies that a number of countries continued to rely on donors’ assistance to finance their external deficits, and it remained an important, even though steadily declining, source of foreign currency earnings. In 2003, grants reached 2.2% of GDP in the former Yugoslav Republic of Macedonia, 2.6% in Albania, 2.4% in Serbia and Montenegro. While Kosovo is a particular case, with foreign assistance of 40.7% of GDP in 2003, one of the many challenges for the local economy will be to weather the sharply declining trend of this assistance.
In 2004 zou de groei in de westelijke Balkan[1] naar schatting 4,5% hebben bedragen, na in 2002-2003 een terugval te hebben vertoond, die ten dele toe te schrijven was aan afnemende donorsteun en aan de voltooiing van de naoorlogse wederopbouw. De economie van Albanië, Bosnië & Herzegovina en Servië en Montenegro is vermoedelijk met ten minste 5% gegroeid. In de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en in Kosovo is de expansie echter vrij beperkt gebleven. In 2003-2004 is het economische stabilisatieproces voortgezet. De inflatie is in 2004 verder afgenomen tot gemiddeld 5,6%. Wat de begrotingsconsolidatie betreft, is er sprake van zeer grote verschillen van land tot land, nadat in de voorgaande jaren aanzienlijke verbeteringen werden bewerkstelligd. Het overheidstekort (na giften) zou op gemiddeld ongeveer 2,7% zijn uitgekomen en lag daarmee op een zelfde peil als in 2003.
Most of the core legislative framework of a market economy has been introduced. While the former Yugoslav Republic of Macedonia and Albania have made significant progress in the process of large enterprise restructuring and privatisation, the situation of loss-making public enterprises remains particularly difficult in Kosovo, Bosnia and Herzegovina as well as Serbia and Montenegro and will trigger continuous tensions on the budget as well as further job losses. The reform of the public administration and the management of public finances also pose important challenges over the medium term. Significant improvements have been recorded in this area in 2004, e.g. the reform of customs and tax administration in Bosnia and Herzegovina in 2004, and progress towards cash based budgeting in Kosovo. Implementation of legislation remains severely hampered throughout the region by weak institutions, in particular in the judiciary.
De externe onevenwichtigheden blijven een bedreiging vormen voor de macro-economische stabiliteit. In 2003-2004 is het tekort op de goederenbalans voor de regio als geheel hoog gebleven (circa 25% van het BBP). Voor 2004 wordt het gemiddelde tekort op de lopende rekening op ongeveer 12% van het BBP geraamd, hetgeen iets meer is dan in 2003. Dit houdt in dat een aantal landen op donorsteun bleven rekenen om hun externe tekorten te financieren en dat deze steun nog steeds een belangrijke, zij het geleidelijk opdrogende bron van deviezeninkomsten is. In 2003 vertegenwoordigden giften 2,2% van het BBP in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, 2,6% in Albanië en 2,4% in Servië en Montenegro. In het speciale geval van Kosovo, waar de buitenlandse hulp in 2003 40,7% van het BBP vertegenwoordigde, zal een van de vele uitdagingen van de lokale economie erin bestaan de sterk dalende tendens van deze hulp te verwerken zonder al te veel nadeel te ondervinden.
3.2. New Independent States
Het grootste deel van de regelgeving die van essentieel belang is voor de totstandkoming van een markteconomie, is uitgevaardigd. De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en Albanië hebben aanzienlijke vooruitgang geboekt op het gebied van het herstructurerings- en privatiseringsproces van grote ondernemingen, maar de situatie van de verlieslatende overheidsbedrijven blijft bijzonder precair in Kosovo, Bosnië & Herzegovina en Servië en Montenegro, hetgeen voor budgettaire spanningen en banenverlies in deze landen zal blijven zorgen. Ook de hervorming van de overheidsdiensten en het beheer van de openbare financiën vormen belangrijke uitdagingen voor de middellange termijn. In 2004 zijn op dit gebied aanzienlijke vorderingen gemaakt. Zo zijn in Bosnië & Herzegovina de douane- en belastingdiensten hervormd en is in Kosovo vooruitgang geboekt bij de invoering van een begroting op kasbasis. De tenuitvoerlegging van de wetgeving blijft in de gehele regio ernstige hinder ondervinden van de zwakke instellingen (in het bijzonder de magistratuur).
The economic performance of most New Independent States (NIS) remained very strong in 2004, with an aggregate output increase of over 7.5%.
3.2. Nieuwe Onafhankelijke Staten
Thanks to high commodity prices, notably those of hydrocarbons and metals, GDP in the region’s dominant economy, Russia , grew by nearly 7%, despite a marked slowdown towards the end of the year. Growth continues to be driven mainly by external demand, while domestic consumption remains strong thanks to improvements in net disposable income. The slower pace of growth of Russian aggregate economic activity in the third quarter of 2004 was a result of a reduced pace of expansion of gross investment in fixed capital and further real decline in net exports of goods and services. In contrast, the pace of aggregate consumption growth held up well.
In 2004 was er in het merendeel van de Nieuwe Onafhankelijke Staten (NOS) sprake van een zeer krachtige economische ontwikkeling: in de regio als geheel is de productiestijging uitgekomen op ruim 7,5%.
Several other CIS countries registered much higher growth rates. In Ukraine , GDP growth exceeded 12%, after already more than 9% the year before. Growth in several other countries of the region ( Belarus, Armenia, Azerbaijan, Tajikistan, Kazakhstan, Georgia ) approached or exceeded 10%. The weakest economic performance was that of Moldova where growth was still about 6%. Most of these countries have in common to benefit from sustained external demand in some of their main markets, notably Russia (for the smaller NIS) and China (particularly important for Ukraine’s steel exports) and from strong domestic demand fuelled by workers’ remittances (the single largest post of the current account in some of the poorest countries of the region). Also, some NIS benefit from high commodity prices and significant investments in natural resource sectors (Kazakhstan, Azerbaijan) and from large official (Georgia, Tajikistan, Kyrgyz Republic) or private (Armenia) external financing.
Als gevolg van de hoge grondstoffenprijzen, en met name die van koolwaterstoffen en metalen, is het BBP van Rusland , de dominante economie van de regio, met bijna 7% gegroeid, ondanks een sterke economische neergang aan het einde van het jaar. De groei wordt nog steeds vooral gedragen door de buitenlandse vraag, terwijl ook de binnenlandse consumptie robuust blijft dankzij verhogingen van het netto beschikbaar inkomen. In het derde kwartaal van 2004 was er sprake van een langzamer groeitempo van de Russische economische activiteit als geheel doordat de expansie van de bruto-investeringen in vaste activa vertraagde en de netto-uitvoer van goederen en diensten een verdere reële daling te zien gaf. De consumptie als geheel bleef daarentegen een gestage groei vertonen.
In most countries of the region, inflationary pressures remained under control despite strong growth of base money resulting from reserve build-up (resulting on its turn from large inflows of foreign exchange originating from commodity exports and/or workers’ remittances). Fiscal policies remained tight in the majority of the countries of the region. Several countries registered substantial fiscal surpluses; a large share of tax revenue of some oil-producing countries was put aside in the stabilisation funds (particularly in Russia). Current account developments have been mixed. On one hand, booming exports in the two largest economies of the region (Russia and Ukraine) and in the majority of smaller natural resource-exporting countries have translated into record current account surpluses (about 10% of GDP in Russia and Ukraine). On the other hand, many oil-importing countries have seen their current account deficits widen further. Several NIS still depend strongly on external financing by International Financial Insitutions and bilateral donors and are still far from having achieved financial sustainability.
Tal van andere NOS lieten veel hogere groeicijfers optekenen. In Oekraïne lag de BBP-groei hoger dan 12%, na een jaar eerder reeds op ruim 9% te zijn uitgekomen. In verscheidene andere landen uit de regio ( Belarus, Armenië, Azerbeidzjan, Tadzjikistan, Kazachstan en Georgië ) lag het groeitempo in de buurt van of hoger dan 10%. De zwakste economische expansie kwam voor rekening van Moldavië , waar de groei evenwel nog steeds ongeveer 6% bedroeg. Het merendeel van deze landen profiteerde van de krachtig blijvende uitvoervraag in sommige van hun belangrijkste markten, met name Rusland (voor de kleinere NOS) en China (dat vooral van belang is voor de staaluitvoer van Oekraïne), en van de levendige binnenlandse vraag onder impuls van de overdrachten van in het buitenland werkzame arbeidskrachten (veruit de grootste post op de lopende rekening van sommige van de armste landen uit de regio). Sommige NOS profiteren tevens van de hoge grondstoffenprijzen en de forse investeringen in de sectoren van de natuurlijke hulpbronnen (Kazachstan en Azerbeidzjan), alsook van aanzienlijke officiële (Georgië, Tadzjikistan en Kirgizië) of particuliere (Armenië) externe financiering.
Progress in transition has been very uneven across the region and the implementation of second-phase institutional reforms supporting markets and private enterprise is only starting in most NIS. Among the beneficiaries of the Community macro-financial assistance, Armenia and Ukraine are the most advanced. Also, in 2004 Georgia embarked on a strong adjustment and reform programme after the regime change in late 2003. At the same time, there was little progress in Moldova where widespread state interference and serious governance failures undermine the investment climate and remain important obstacle to sustaining growth and poverty reduction. The implementation of the measures foreseen in the EU-Moldova Action Plan recently adopted in the context of the European Neighbourhood Policy will be the test of Moldova’s readiness to pursue decisively and effectively a genuine market reform agenda.
In de meeste landen uit de regio is de inflatiedruk onder controle gebleven ondanks de krachtige groei van de geldhoeveelheid in enge zin, die voortvloeide uit de toename van de deviezenreserves (die op haar beurt een gevolg was van de enorme deviezeninstroom die zijn oorsprong vond in de grondstoffenuitvoer en/of de overdrachten van in het buitenland werkzame arbeidskrachten). In de meeste landen van de regio bleef er sprake van een strak begrotingsbeleid. Tal van landen boekten aanzienlijke begrotingsoverschotten en een groot deel van de belastingontvangsten van sommige olieproducerende landen werd opzijgezet in stabilisatiefondsen (met name in Rusland). De ontwikkeling van de lopende rekening van de diverse landen geeft een gemengd beeld te zien. Enerzijds zorgde de forse stijging van de uitvoer van de grootste twee economieën van de regio (Rusland en Oekraïne) en van het merendeel van de kleinere landen die grondstoffen uitvoeren voor recordoverschotten op de lopende rekening (ongeveer 10% van het BBP in Rusland en Oekraïne). Anderzijds werden tal van olie-invoerende landen met een verdere toename van het tekort op hun lopende rekening geconfronteerd. Diverse NOS zijn nog steeds sterk afhankelijk van externe financiering door internationale financiële instellingen en bilaterale donors, en hebben nog een lange weg af te leggen voordat zij een houdbare financiële positie hebben bereikt.
[pic]
Wat de geboekte vooruitgang bij de transitie naar een markteconomie betreft, verschilt het beeld in de regio sterk van land tot land. In de meeste NOS wordt nu pas een aanvang gemaakt met het doorvoeren van de institutionele hervormingen van de tweede fase ter ondersteuning van de markten en het particuliere ondernemerschap. Armenië en Oekraïne zijn het verst gevorderd van alle landen die macrofinanciële bijstand van de Gemeenschap genieten. Ook Georgië heeft in 2004 een begin gemaakt met een ingrijpend aanpassings- en hervormingsprogramma na de regeringswissel eind 2003. Daar staat tegenover dat er slechts weinig vorderingen zijn gemaakt in Moldavië, waar een verregaande staatsinmenging en ernstige bestuurlijke tekortkomingen het investeringsklimaat ondermijnen en een belangrijke hinderpaal blijven vormen voor de totstandbrenging van een duurzame groei en de vermindering van de armoede. De tenuitvoerlegging van de maatregelen die in het kader van het onlangs in de context van het Europees nabuurschapsbeleid goedgekeurde Actieplan EU-Moldavië zijn gepland, zal de ultieme test vormen voor de bereidheid van Moldavië om daadkrachtig en effectief uitvoering te geven aan een echt markthervormingsprogramma.
[pic]
[pic]
[pic]
[pic]
[pic]
[pic]
[pic]
[pic]
[pic]
[pic]
[pic]
[pic]
[pic]
[pic]
[1] This covers Albania, Bosnia and Herzegovina, the former Yugoslav Republic of Macedonia (fYRoM), Serbia and Montenegro and Kosovo.
[pic]
[1] Tot deze regio behoren Albanië, Bosnië & Herzegovina, de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (VJRM), Servië en Montenegro, en Kosovo.
Top


Managed by the Publications Office